Lijst van vragen en antwoorden over de brief van 2 november 2004 inzake de moord op Th. van Gogh (kamestuk 29854, nr. 1) - De moord op de heer Th. van Gogh - Parlementaire monitor

Parlementaire monitor
Zondag 25 oktober 2020
kalender

Lijst van vragen en antwoorden over de brief van 2 november 2004 inzake de moord op Th. van Gogh (kamestuk 29854, nr. 1) - De moord op de heer Th. van Gogh

1.

Tekst

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Vergaderjaar 2004–2005

29 854

De moord op de heer Th. van Gogh

Nr. 4

LIJST VAN VRAGEN EN ANTWOORDEN

Vastgesteld 10 november 2004

De vaste commissies voor Justitie1 en voor Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties2 hebben ter voorbereiding op een overleg met de ministers van Justitie en Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties de volgende vragen over de brief van 2 november 2004 inzake de moord op Th. van Gogh (29 854, nr. 1) ter beantwoording aan de ministers voorgelegd. Bij brief van 10 november 2004 hebben de ministers de vragen beantwoord (zie ook kamerstuk 29 854, nr. 3). Vragen en antwoorden staan hieronder afgedrukt.

De voorzitter van de vaste commissie voor Justitie, De Pater-van der Meer

De voorzitter van de vaste commissie voor Binnenlandse Zaken en

Koninkrijksrelaties,

Noorman-den Uyl

De griffier van de vaste commissie voor Justitie, Coenen

1 Samenstelling:

Leden: Van de Camp (CDA), De Vries (PvdA), Van Heemst (PvdA), Vos (GL), Rouvoet (CU), Adelmund (PvdA), De Wit (SP), Albayrak (PvdA), Luchtenveld (VVD), Wilders (Groep Wilders), Weekers (VVD), De Pater-van der Meer (CDA), voorzitter, Cqörüz(CDA) Jager (CDA), Verbeet (PvdA), ondervoorzitter, Wolfsen (PvdA), De Vries (CDA), Van Haersma Buma (CDA), Eerdmans (LPF), Van Vroonhoven-Kok (CDA), Van Fessem (CDA), Straub (PvdA), Griffith (VVD), Van der Laan (D66), Visser (VVD), Azough (GL), vacature algemeen en vacature algemeen. Plv. leden: Jonker (CDA), Dijsselbloem (PvdA), Timmer (PvdA), Halsema (GL), Van der Staaij (SGP), Kalsbeek (PvdA), Van Velzen (SP), Tjon-

A-Ten (PvdA), Van Baalen (VVD), Blok (VVD), Hirsi Ali (VVD), Aasted Madsen-van Stiphout (CDA), Jager (CDA), van Heteren (PvdA), Arib (PvdA), Buijs (CDA), Sterk (CDA), Varela (LPF), Joldersma (CDA), Ormel (CDA), Van Dijken (PvdA), Örgü (VVD), Lambrechts (D66), Rijpstra (VVD), Karimi (GL), Hermans (LPF) en Vergeer (SP). 2 Samenstelling:

Leden: Kalsbeek (PvdA), Van Heemst (PvdA), Noorman-den Uyl (PvdA), voorzitter, Vos (GL), Cornielje (VVD), Adelmund (PvdA), De Wit (SP), Van Beek (VVD), ondervoorzitter, Van der Staaij (SGP), Luchtenveld (VVD), Wilders (Groep Wilders), De Pater-van der Meer (CDA), Duyvendak (GL), Wolfsen (PvdA), Spies (CDA),

Eerdmans (LPF), Sterk (CDA), Van der Ham (D66), Haverkamp (CDA), Van Fessem (CDA), Smilde (CDA), Straub (PvdA), Nawijn (LPF), Boelhouwer (PvdA), Szabó (VVD), Van Hijum (CDA) en vacature algemeen. Plv. leden: De Vries (PvdA), Dijsselbloem (PvdA), Fierens (PvdA), Halsema (GL), Schippers (VVD), Dubbelboer (PvdA), Kant (SP), Rijpstra (VVD), Slob (CU), Hirsi Ali (VVD), Griffith (VVD), Rambocus (CDA), Van Gent (GL), vacature algemeen, Cqörüz(CDA), Hermans (LPF), Van Haersma Buma (CDA), Ko°er Kaya (D66), Bruls (CDA), Van Bochove (CDA), Algra (CDA), Hamer (PvdA), Varela (LPF), Leerdam, MFA (PvdA), Balemans (VVD), Eski (CDA) en Vergeer (SP).

Inleidende opmerking

1

Bentubereid deze vragen voor zover mogelijk in de openbaarheid te beantwoorden en indien dat niet mogelijk is de commissie IVD te informeren?

Antw.: § 1, Inleiding

Informatie-uitwisseling AIVD en politie

2

Over welke informatie afkomstig van de AIVD beschikte de politie Amsterdam-Amstelland in deze zaak? Op welke wijze heeft de informatieverstrekking plaatsgevonden?

Antw.: § 5.5, Informatie-uitwisseling en bijlage, Rapport taakgroep Feiten-reconstructie aanslag Van Gogh

3

Beschikte de politie Amsterdam-Amstelland over alle AIVD informatie die relevant zou kunnen zijn bij de beoordeling van de veiligheid(srisico’s) van de heer Van Gogh?

Antw.: § 5.5, Informatie-uitwisseling en bijlage, Rapport taakgroep Feiten-reconstructie aanslag Van Gogh

4

Heeft de AIVD contact onderhouden met de driehoek in Amsterdam over de bedreigingen ten aanzien van de heer Van Gogh? Is er een gezamenlijk risicoprofiel ontwikkeld? Hoe heeft de communicatie tussen de AIVD en de driehoek gelopen?

Antw: § 5.5, Informatie-uitwisseling en bijlage, Rapport taakgroep Feiten-reconstructie aanslag Van Gogh

5

Heeft het politiekorps Amsterdam-Amstelland op enig moment bij de AIVD gevraagd om informatie, hulp of bijstand van de AIVD inzake de beveiliging van de heer Van Gogh?

Antw.: Bijlage, Rapport taakgroep Feitenreconstructie aanslag Van Gogh

6

Leidt de moord op de heer Van Gogh tot een aanpassing van de werkwijze

en categorisering van personen die bij de AIVD bekend zijn?

Antw: § 6.1.1, Algemeen en § 6.2, Verdieping en verbreding van de aanpak door de AIVD, politie en Justitie

Bedreiging en dood Van Gogh

7

Waarom heeft de driehoek in Amsterdam er voor gekozen de heer Van

Gogh niet permanent te bewaken?

Antw.: § 4, Beveiliging van Van Gogh en § 5.3, Had Van Gogh beveiligd moeten worden?

8

Op welke wijze heeft de driehoek in Amsterdam de bedreigingen gericht tegen de heer Van Gogh onderzocht, welke conclusies zijn daaraan verbonden en waarom?

Antw.: § 4, Beveiliging van Van Gogh

9

Hoe werd gemonitord wat de aard en de ernst was van bedreigingen aan

het adres van de heer Van Gogh?

Antw.: § 4, Beveiliging van Van Gogh en § 5.3, Had Van Gogh beveiligd moeten worden?

10

Waarom werd tot tweemaal toe uit voorzorg voor korte tijd extra beveiliging gegeven en gebeurde dat niet structureel? Aan de hand van welke criteria werd de heer Van Gogh extra beveiligd?

Antw.: § 4, Beveiliging van Van Gogh en § 5.3, Had Van Gogh beveiligd moeten worden?

11

Is de heer Van Gogh ook anderszins persoonsbeveiliging aangeboden? Zo

ja, op welke momenten?

Antw.: § 4, Beveiliging van Van Gogh en § 5.3, Had Van Gogh beveiligd moeten worden?

12

Als de heer Van Gogh beveiliging zou hebben geweigerd of noodzakelijke informatie voor zijn beveiliging (zoals agenda) zou hebben geweigerd af te geven, zou hij dan persoonsbeveiliging hebben gekregen of zou hij enkel beter in de gaten worden gehouden door de politie?

Antw.: § 4, Beveiliging van Van Gogh

13

Zietuin de moord op de heer Van Gogh, een landelijk bekende opiniemaker die bedreigd werd en vermoord is omwille van zijn mening, maar ondanks dat feit niet van de zijde van de Staat beveiligd kan worden, en de noodzaak van de regering om duidelijk te maken dat zij burgers die hun recht op vrije meningsuiting uitoefenen bescherming biedt, geen noodzaak om het stelsel van bewaken en beveiligen zodanig te wijzigen dat de beveiliging en bewaking van landelijke opiniemakers ook behoort tot een zaak van de Staat?

Antw: § 6.1.1, Algemeen en § 6.2, Verdieping en verbreding van de aanpak door de AIVD, politie en Justitie

14

Was verscherpt rijdend toezicht voldoende bij de heer Van Gogh die op de fiets door de stad placht te rijden? Heeft het politiekorps Amsterdam-Amstelland andere vormen van toezicht en beveiliging op de heer Van Gogh toegepast buiten het verscherpte rijdend toezicht en de ordemaatregelen op 16 september jl.?

Antw.: § 4, Beveiliging van Van Gogh en § 5.3, Had Van Gogh beveiligd moeten worden?

15

In de brief staat: «Er was geen sprake van een zodanige dreiging in de richting van de heer Van Gogh dat daarin aanleiding werd gevonden tot voortgezette beveiligingsmaatregelen». Wanneer is die dreiging dan wel groot genoeg? Wanneer wordt iemand zodanig bedreigd dat beveiligingsmaatregelen wel noodzakelijk gevonden worden?

Antw.: § 5.3, Had Van Gogh beveiligd moeten worden?

16

In de brief staat: «In de periode 28 tot en met 30 augustus jl. heeft de regiopolitie het huis van de heer Van Gogh en de directe omgeving beveiligd door middel van verscherpt rijdend toezicht». In hoeverre is dit soort beveiliging überhaupt adequaat voor een situatie als deze? Is een keer extra langsrijden bij iemand voldoende om hem of haar te beschermen?

Antw.: § 5.3, Had Van Gogh beveiligd moeten worden?

Groep van 150 en de verdachte

17

I Hoe is het onderzoek naar de groepering, in welke omgeving verdachte zich volgens uw brief bevond, verlopen?

Antw.: § 3, Bekendheid Mohammed B.

II Hoe houdt de AIVD de groep mensen rondom de 150 personen die door de AIVD dag en nacht worden gevolgd in de gaten?

Antw.: § 5.2, Het functioneren van de diensten m.b.t. Mohammed B.

18

I Hoe komt het dat de verdachte niet werd gezien als behorende tot de harde kern van 150?

Antw.: § 3, Bekendheid Mohammed B. en p.6 § 5.2, Het functioneren van de diensten m.b.t. Mohammed B.

II Op basis van welke criteria wordt bepaald of iemand in de eerste of in de tweede groep wordt ingedeeld?

Antw.: § 5.2, Het functioneren van de diensten m.b.t. Mohammed B.

III Op welke wijze wordt omgegaan met de personen die op de een of andere wijze contact onderhouden met personen van de lijst van 150?

Antw.: § 5.2, Het functioneren van de diensten m.b.t. Mohammed B.

19

I Die harde kern van 150 is niet statisch, dus waarom is er niet intensief aandacht aan de verdachte besteed?

Antw.: § 3, Bekendheid Mohammed B. en p.6 § 5.2, Het functioneren van de diensten m.b.t. Mohammed B.

II Hoe groot is de groep rondom de groep van 150 personen, die permanent in de gaten worden gehouden?

Antw.: § 5.2, Het functioneren van de diensten m.b.t. Mohammed B.

20

Waren er wettelijke beperkingen die de AIVD ervan weerhielden om de

verdachte te observeren?

Antw.: § 5.2, Het functioneren van de diensten m.b.t. Mohammed B.

21

Tot welke groepering behoorden de «andere personen» waar de

verdachte van de moord contact mee had?

Antw.: § 3, Bekendheid Mohammed B.

22

I Waarom zijn de 150 radicale moslims die door de AIVD in de gaten worden gehouden niet strafrechtelijk aangepakt?

Antw.: Zie brief aan TK van 10 september 2004 (Kamerstuk 2003–2004, 29 754, nr 1. Tweede Kamer)

II Geeft de nieuwe Wet terroristische misdrijven op dit moment niet voldoende mogelijkheden om de 150 radicale moslims die door de AIVD in de gaten worden gehouden, strafrechtelijk aan te pakken?

Antw.: Zie brief aan TK van 10 september 2004 (Kamerstuk 2003–2004, 29 754, nr 1. Tweede Kamer)

III Zo nee, zietude noodzaak van een verdere wijziging van het wetboek van strafrecht of strafvordering zodat potentiële islamitische terroristen kunnen worden opgepakt, bijvoorbeeld door de wettelijke eis van «opzet» bij voorbereidingshandelingen zoals vastgelegd in artikel 46 WvSr., uit dit artikel te schrappen?

Antw.: Zie brief aan TK van 10 september 2004 (Kamerstuk 2003–2004, 29 754, nr 1. Tweede Kamer)

23

Is er al iets over de motieven van de verdachte bekend? Is er inmiddels meer zekerheid dat de verdachte handelde uit radicaal-islamitische overtuiging?

Antw.: Zie brief aan TK van 4 november 2004 (Kamerstuk 2004–2005, 29 854, nr. 1, Tweede Kamer)

24

I Is het zeker dat de dader–ook als het gaat om de planning en voorbereiding van de moord–alleen handelde? Zo neen, met wie handelde hij dan samen?

Antw.: § 5.4, Daad van een eenling of een georganiseerd verband?

II Uit getuigenverklaringen blijkt dat de verdachte na de aanslag gesproken heeft met een oudere man. Is deze door de politie gehoord?

Antw.: Bijlage, Rapport taakgroep Feitenreconstructie aanslag Van Gogh

25

Wanneer verwacht de regering verdere mededelingen te kunnen doen over de vraag of de verdachte hulp heeft gehad bij de voorbereiding en de uitvoering van zijn daad?

Antw.: § 5.4, Daad van een eenling of een georganiseerd verband?

26

Kan de minister aangeven op welke wijze de verdachte in verband te brengen valt met andere personen die voorwerp van AIVD-onderzoek vormen? Wat was de aard en de globale inhoud van de contacten tussen de verdachte en deze personen?

Antw.: § 3, Bekendheid Mohammed B. en p.6 § 5.2, Het functioneren van de diensten m.b.t. Mohammed B.

27

Is het waar dat de verdachte van de moord op de heer Van Gogh banden had met de eerder dit jaar gearresteerde Samir A.? Zo ja, hoe hecht was de vriendschap tussen Samir A. cq andere verdachten van extremisme-gerelateerde activiteiten en verdachte, in welke mate hadden zij contact (wekelijks, dagelijks)? Tot welke consequenties leidde dit?

Antw.: Bijlage, Rapport taakgroep Feitenreconstructie aanslag Van Gogh

28

Deelt het kabinet de mening dat het enkele feit dat de verdachte van de moord op de heer Van Gogh banden had met Samir A. reden is om op die lijst van 150 personen te komen en dus te worden gevolgd en dat het in dat kader niet relevant is of de beschikbare informatie aangaf dat de verdachte wel of niet voorbereidingen trof voor gewelddadige acties?

Antw.: § 5.2, Het functioneren van de diensten m.b.t. Mohammed B.

29

Waarom gaf de informatie in lopende onderzoeken van de AIVD naar andere personen (waarin de verdachte naar voren kwam) geen aanleiding te veronderstellen dat hij voorbereidingen trof voor gewelddadige acties?

Antw.: § 5.2, Het functioneren van de diensten m.b.t. Mohammed B.?

30

Wat is «thans bekend» op basis waarvan ernstig rekening wordt

gehouden met het feit dat verdachte handelde vanuit radicaal islamitische

overtuiging?

Antw.: Zie brief aan TK van 4 november 2004 (Kamerstuk 2004–2005, 29 854, nr. 1, Tweede Kamer)

31

Op welke wijze was de verdachte naar voren gekomen in lopende onderzoeken van de AIVD? Wat was bij de AIVD bekend over (mogelijk) ander gewelddadig gedrag (bijvoorbeeld in de huiselijke kring) van de verdachte?

Antw.: § 3, Bekendheid Mohammed B. en p.6 § 5.2, Het functioneren van de diensten m.b.t. Mohammed B.

32

Welke strafbare feiten stonden er vermeld op het strafblad van de

verdachte?

Antw.: § 3, Bekendheid Mohammed B.

33

Hoe is te verklaren dat een persoon die een bekende is bij politie en justitie en waarvan een evaluatie van het gedrag leidde tot het besluit hem niet in de gaten te houden wel gewelddadig blijkt te zijn?

Antw.: § 3, Bekendheid Mohammed B. en p.6 § 5.2, Het functioneren van de diensten m.b.t. Mohammed B.

34

Is het waar dat verdachte ook contacten onderhield respectievelijk een bezoeker was met/in de Al Tawheed moskeeën te Amsterdam? Welke contacten onderhield hij daar precies en met wie? Is het Amsterdamse gemeentebestuur respectievelijk de Amsterdamse politie voldoende door het kabinet en/of AIVD geïnformeerd over de verdachte zelf en zijn vermeende banden met de Al Tawheed moskee?

Antw.: Bijlage, Rapport taakgroep Feitenreconstructie aanslag Van Gogh

35

Zijn er teksten aangetroffen bij de verdachte of bij de huiszoeking? Zo ja,

wat staat daar in?

Antw.: Zie brief aan TK van 4 november 2004 (Kamerstuk 2004–2005, 29 854, nr. 1, Tweede Kamer) en bijlagen

36

Is bekend wat er op het briefje, dat door de verdachte op het lichaam van

de heer Van Gogh is achtergelaten, geschreven stond?

Antw.: Zie brief aan TK van 4 november 2004 (Kamerstuk 2004–2005, 29 854, nr. 1, Tweede Kamer) en bijlagen

Overig

37

Overweegt u, buiten het strafrechtelijk onderzoek, nader onderzoek in te stellen naar de toedracht van de moord op de heer Van Gogh? Zo ja, door wie en op welke wijze zal een dergelijk onderzoek worden uitgevoerd?

Antw.: § 5.1, Algemeen

38

Op welke wijze wordt er nu voorzien in verscherpingen in de beveiliging

van andere, eerder bedreigde personen?

Antw.: § 6.1.1, Algemeen en p.13 § 6.2, Verdieping en verbreding van de aanpak door de AIVD, politie en Justitie

39

Welke consequenties heeft de moord op de heer Van Gogh voor het stelsel van bewaken en beveiligen van de limitatief opgesomde personen en de plaatselijke politiebeveiliging van niet tot de limitatieve lijst behorende personen?

Antw.: § 6.1.1, Algemeen en p.13 § 6.2, Verdieping en verbreding van de aanpak door de AIVD, politie en Justitie

40

Is er, nu gebleken is dat de verdachte van de moord op de heer Van Gogh

banden had met radicaal-islamitische groeperingen, noodzaak tot het

verhogen van het terreuralarm en het oproepen van burgers tot een hoge staat van waakzaamheid?

Antw.: § 5.1, Algemeen

41

Deeltude mening dat in het vervolg ten algemene ook niet-politici zoals opiniemakers en opinievormers en journalisten en anderen in aanmerking dienen te komen voor persoonlijke beveiliging van overheidswege indien men bedreigd wordt?

Antw.: § 6.1.1, Algemeen en p.13 § 6.2, Verdieping en verbreding van de aanpak door de AIVD, politie en Justitie

42

In de brief staat: «waar nodig worden aanvullende maatregelen getroffen». Wat houden deze maatregelen concreet in? In de brief staat verder dat hiervoor aandacht is gevraagd bij de gemeenten. Wat is er precies gevraagd? Hoe betrektude scholen erbij?

Antw.: § 6 Beleid: intensiveringen en voornemens

43

Welke conclusies trekt het kabinet naar aanleiding van de feiten zoals ze

op dit moment bekend zijn?

Antw.: § 5.1, Algemeen

 
 
 

2.

Meer informatie

 

3.

Parlementaire Monitor

Met de Parlementaire Monitor volgt u alle parlementaire dossiers die voor u van belang zijn, op de voet. De monitor signaleert de recent aan deze dossiers toegevoegde documenten en de vergaderingen waarin ze aan de orde komen. U ziet in één oogopslag van elk lopend wetsvoorstel de stand van zaken. Via e-mail-alerts en de nieuwsbrieffunctie zijn u en uw relaties altijd onmiddellijk op de hoogte.

Als u meer wilt weten over de Parlementaire Monitor, bekijk dan de uitgebreide beschrijving op www.pdc.nl of neem contact met ons op via info@parlementairemonitor.nl.