Voorstel tot wijziging Reglement van Orde; Voorstel van de commissie voor de Werkwijze tot wijziging van het Reglement van Orde in verband met enige onderwerpen naar aanleiding van de Wet hergebruik van overheidsinformatie en de Wet open overheid - Voorstel van de commissie voor de Werkwijze tot wijziging van het Reglement van Orde in verband met enige onderwerpen naar aanleiding van de Wet hergebruik van overheidsinformatie en de Wet open overheid

Dit voorstel is onder nr. 2 toegevoegd aan dossier 36058 - Voorstel tot wijziging van het Reglement van Orde naar aanleiding van de Wet hergebruik van overheidsinformatie en de Wet open overheid.

1.

Kerngegevens

Officiële titel Voorstel van de commissie voor de Werkwijze tot wijziging van het Reglement van Orde in verband met enige onderwerpen naar aanleiding van de Wet hergebruik van overheidsinformatie en de Wet open overheid; Voorstel tot wijziging Reglement van Orde; Voorstel van de commissie voor de Werkwijze tot wijziging van het Reglement van Orde in verband met enige onderwerpen naar aanleiding van de Wet hergebruik van overheidsinformatie en de Wet open overheid
Document­datum 16-03-2022
Publicatie­datum 16-03-2022
Nummer KST360582
Kenmerk 36058, nr. 2
Externe link origineel bericht
Originele document in PDF

2.

Tekst

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Vergaderjaar 2021

2022

36 058

Voorstel van de commissie voor de Werkwijze tot wijziging van het Reglement van Orde in verband met enige onderwerpen naar aanleiding van de Wet hergebruik van overheidsinformatie en de Wet open overheid

Nr. 2

VOORSTEL

Het Reglement van Orde van de Tweede Kamer der Staten-Generaal wordt als volgt gewijzigd:

A

Artikel 3.2 wordt als volgt gewijzigd:

  • 1. 
    Aan onderdeel d wordt vóór de puntkomma toegevoegd:, met uitzondering van de vertegenwoordiging in rechte, bedoeld in artikel 6.2, tweede lid, onder e.
  • 2. 
    Na onderdeel d wordt een onderdeel ingevoegd, luidende:
  • e. 
    het namens de Kamer beslissen op een bezwaar tegen een besluit als bedoeld in artikel 6.2, tweede lid, onder c, dat is genomen zonder toepassing van ondermandaat;.
  • 3. 
    Het huidige onderdeel e wordt geletterd onderdeel f.

Artikel 6.2 wordt als volgt gewijzigd:

  • 1. 
    Het tweede lid als volgt gewijzigd:
  • a. 
    Na onderdeel b worden drie onderdelen ingevoegd, luidende:
  • c. 
    het namens de Kamer besluiten op verzoeken op grond van de Wet hergebruik van overheidsinformatie of de Wet open overheid;
  • d. 
    het namens de Kamer beslissen op een bezwaar tegen een besluit als bedoeld onder c, dat is genomen onder toepassing van ondermandaat als bedoeld in het vierde lid;
  • e. 
    het in rechte vertegenwoordigen van de Kamer in bezwaar- en beroepsprocedures over besluiten als bedoeld onder c, en handelingen ter voorbereiding daarop te verrichten;.
  • b. 
    Het huidige onderdeel c wordt geletterd onderdeel f.

kst-36058-2 ISSN 0921 - 7371 's-Gravenhage 2022

  • 2. 
    Er worden twee leden toegevoegd, luidende:
  • 4. 
    De Griffier kan ondermandaat verlenen tot het uitoefenen van zijn bevoegdheden op grond het tweede lid, onder c en d, tenzij het besluit betrekking heeft op informatie die berust bij het Presidium of de Voorzitter.
  • 5. 
    De Griffier kan de taak, bedoeld in het tweede lid, onder e, opdragen aan een door hem aan te wijzen persoon.

C

Na artikel 7.10 wordt een artikel ingevoegd, luidende:

Artikel 7.10a Bezwaaradviescommissie

Bij afzonderlijke regeling, vast te stellen door de Kamer, wordt een adviescommissie als bedoeld in artikel 7:13 van de Algemene wet bestuursrecht ingesteld ten behoeve van de beslissingen op bezwaar, bedoeld in de artikelen 3.2, onder e, en 6.2, tweede lid, onder d. In de regeling worden nadere regels gegeven over de adviescommissie, waaronder over de organisatie, werkwijze en het lidmaatschap van de adviescommissie.

Toelichting

  • I. 
    Algemeen

Met ingang van 1 mei 2022 treedt de Wet open overheid (Woo) in werking. Deze wet wordt in tegenstelling tot de huidige Wet openbaarheid van bestuur, ook van toepassing op de Tweede Kamer, die in de wet is gelijkgesteld met een bestuursorgaan.1 Eerder is ook de Wet hergebruik van overheidsinformatie (Who) in werking getreden. Deze is eveneens op de Kamer van toepassing, waarbij de Kamer eveneens is gelijkgesteld met een bestuursorgaan.2

De Kamer wordt hierdoor onder andere verplicht te besluiten over verzoeken op grond van deze wetten (rondom het openbaar maken van informatie onderscheidenlijk het hergebruik van overheidsinformatie). Het besluit is daarbij te typeren als een besluit als bedoeld in de Algemene wet bestuursrecht (Awb), en is vatbaar voor bezwaar en beroep. Dit is normaliter niet het geval, aangezien de Kamer in de Awb niet als bestuursorgaan wordt aangemerkt.3

Er bestaat derhalve een noodzaak om op korte termijn een regeling te treffen ten behoeve van te nemen besluiten op grond van de Woo en de Who. Dit voorstel tot wijziging van het Reglement van Orde strekt daartoe, waarbij tevens regels worden getroffen voor de afhandeling van bezwaar en beroep tegen die besluiten.

De commissie heeft het voorstel daarbij uitgewerkt en ingediend op verzoek van het Presidium, dat daarbij verzocht de volgende bevoegdheidsverdeling vast te stellen:

  • de Griffier wordt bevoegd om namens de Kamer besluiten te nemen op verzoeken op grond van de Woo en Who;
  • de Griffier wordt bevoegd om deze bevoegdheid onder te mandateren, tenzij het informatie betreft die onder het Presidium of de Voorzitter berust;
  • de Griffier wordt bevoegd om beslissingen te nemen op bezwaarschriften, tenzij de Griffier het Woo-/Who-besluit heeft genomen;
  • de Griffier wordt gemachtigd om in alle bezwaar en beroepsprocedures verweer te voeren en de Kamer in rechte te vertegenwoordigen, waarbij weer geldt dat de Griffier ambtenaren of derden kan machtigen (recht op substitutie);
  • de Voorzitter wordt bevoegd om beslissingen op bezwaar te nemen op Woo-/Who-besluiten die de Griffier heeft genomen en die betrekking hebben op informatie die onder Voorzitter en/of het Presidium berust.

Binnen het voorstel zullen de bevoegdheden dus niet door de Kamer zelf worden uitgeoefend. De Kamer zal anders steeds bij Kamermeerderheid over de betrokken besluiten moeten beslissen, en ook beslissingen op bezwaar moeten nemen, waarbij in het kader van het bestuursrecht ook nog eens wettelijke beslistermijn in acht genomen moeten worden. Daarnaast zullen de betrokken besluiten veelal betrekking hebben op vraagstukken van openbaarmaking van (gevoelige) informatie, waarmee het plenair nemen van een besluit niet altijd goed verenigbaar kan zijn.

In plaats daarvan worden deze zoveel mogelijk krachtens mandaat belegd bij de Griffier. Dit sluit aan bij de praktijk dat taken en bevoegdheden van de Kamer die niet met haar wetgevende of contolerende taken samenhangen, veelal namens (en onder verantwoordelijkheid van) de Kamer door de Griffier worden uitgeoefend.

Dit heeft naast bovenstaande ook praktische redenen. Door het parlementaire proces niet met de uitvoering van de Woo en de Who te belasten, wordt de besluitvorming door de Kamer versneld en vereenvoudigd. De positionering van de bevoegdheden is verder van bestuurlijke aard en heeft te maken met de reikwijdte van de Woo en de Who. De verwachting is dat de meeste verzoeken om informatie en hergebruik betrekking hebben op informatie die onder de Griffier berust en waarvoor de Griffier verantwoordelijk is. De Griffier staat dicht bij de ambtelijke organisatie en kan daarom snel en weloverwogen besluiten op deze verzoeken.

Daarbij is dus wel geregeld dat de Griffier de mogelijkheid heeft tot het verlenen van ondermandaat, en dat de Voorzitter zal beslissen op bezwaar in gevallen waarin de Griffier zelf het primaire besluit heeft genomen. Los van de praktische voordelen van de mogelijkheid tot ondermandaat (waarvoor een uitdrukkelijke basis moet worden geboden op grond van artikel 10:9, eerste lid, van de Awb), is hiervoor mede gekozen aangezien de bevoegdheid om op een bezwaarschrift te beslissen niet kan worden verleend aan degene die op grond van mandaat het primaire besluit nam (zie artikel 10:3, derde lid, van de Awb).

De commissie heeft de door het Presidium vermelde uitgangspunten tegen deze achtergrond in het voorstel opgenomen, waarbij zij voor de uitwerking heeft aangeknoopt bij de centrale bepalingen over de taken van de Voorzitter en de Griffier, de artikelen 3.2 en 6.2. Daarnaast heeft zij in het voorstel een grondslag opgenomen voor een bij afzonderlijke regeling in te stellen bezwaaradviescommissie, wat haar eveneens is verzocht.

II. Artikelsgewijs

Onderdeel A

Via dit onderdeel worden enige wijzigingen aangebracht in artikel 3.2 (taak Voorzitter). Daarbij wordt in onderdeel d van het artikel geregeld dat het daarin genoemde «vertegenwoordigen van de Kamer» niet ziet op het in rechte vertegenwoordigen van de Kamer in bezwaar- en beroepsprocedures als bedoeld in artikel 6, tweede lid, onder e (procedures tegen besluiten op verzoeken op grond van de Who en de Woo), aangezien die bevoegdheid door dit voorstel bij de Griffier wordt belegd.

Verder wordt onder verlettering van het huidige onderdeel e tot f, een nieuw onderdeel e ingevoegd, op grond waarvan de Voorzitter voortaan zal beslissen op een bezwaar dat is gericht tegen een door de Griffier namens de Kamer genomen besluit als bedoeld in artikel 6.2, tweede lid, onder c (besluiten op verzoeken op grond van de Who en de Woo), als dit besluit is genomen zonder toepassing van ondermandaat. In een dergelijke situatie is het verlenen van mandaat aan de Griffier voor het nemen van de beslissing op bezwaar op grond van artikel 10:3, derde lid, van de Awb immers niet mogelijk, in verband waarmee deze bevoegdheid bij de Voorzitter wordt belegd. Verder is het door de Griffier verlenen van ondermandaat voor het nemen van een besluit op een verzoek om informatie die berust bij de Voorzitter of het Presidium uitgesloten via het voorgestelde artikel 6.2, vierde lid, (zie daarover onderdeel B), zodat het nemen van een beslissing op bezwaar tegen een dergelijk besluit op een verzoek ook steeds door de Voorzitter zal worden genomen.

Onderdeel B

Via dit onderdeel worden enige wijzigingen aangebracht in artikel 6.2 (taken Griffier).

Daarbij worden in het tweede lid onder verlettering van het huidige onderdeel c tot onderdeel f drie onderdelen ingevoegd, waarmee de Kamer de Griffier drie nieuwe taken in mandaat geeft. Op grond van het nieuwe onderdeel c zal de Griffier daarbij namens de Kamer gaan besluiten op verzoeken op grond van de Who of de Woo. Dit betreft het nemen van besluiten als bedoeld in de Awb, waarop de bepalingen van die wet (bijv. die over bezwaar en beroep, en over niet tijdig beslissen) dus ook van toepassing zijn. De Griffier heeft voor het nemen van de besluiten, onder de voorwaarden van het nieuwe vierde lid van het artikel (zie hieronder) de mogelijkheid tot het verlenen van ondermandaat. Indien dat inderdaad is gebeurd en tegen het besluit bezwaar wordt ingesteld, beslist de Griffier op grond van het nieuwe onderdeel d over dat bezwaar. Indien geen ondermandaat is verleend, kan de beslissing op bezwaar in verband met artikel 10:3, derde lid, van de Awb niet door de Griffier worden genomen, en zal de Voorzitter op grond van artikel 3.2 van het Reglement op het bezwaar beslissen (zie daarover onderdeel A). Verder wordt via het nieuwe onderdeel e geregeld dat de Griffier de Kamer in bezwaar- en beroepsprocedure met betrekking tot de genomen besluiten in rechte zal gaan vertegenwoordigen, en handelingen ter voorbereiding daarop kan verrichten.

Daarnaast wordt een vierde lid aan het artikel toegevoegd, dat de mogelijkheid biedt van ondermandaat ten aanzien van de bevoegdheden onder het tweede lid, onderdelen c en d (nieuw). Daarbij is een uitzondering gemaakt voor informatie die berust bij het Presidium en de Voorzitter, in welk geval de Griffier zelf deze bevoegdheden zal uitoefenen.

Tot slot wordt een vijfde lid toegevoegd, op grond waarvan de Griffier de taak, bedoeld in het tweede lid, onder e, kan opdragen aan een door hem aan te wijzen persoon, wat zowel een ambtenaar als een derde (een advocaat of procureur) kan betreffen.

Onderdeel C

In dit onderdeel wordt aan het slot van paragraaf 7.1 (Soorten commissies) een artikel toegevoegd rondom een adviescommissie als bedoeld in artikel 7:13 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) ten behoeve van beslissingen op bezwaar. De adviestaak van de adviescommissie zal daarbij gericht zijn op het adviseren over de namens de Kamer door de Voorzitter of Griffier te nemen beslissingen op bezwaar tegen besluiten over verzoeken op grond van de Wet hergebruik van overheidsinformatie en de Wet open overheid (zie daarover de toelichting bij de onderdelen A en B).

De instelling van de adviescommissie vindt plaats via een afzonderlijke regeling van de Kamer. Daarin zullen nadere regels worden gegeven over de adviescommissie, waaronder een regeling van haar lidmaatschap, organisatie en werkwijze. Daarbij is voorzien dat de adviescommissie zal bestaan uit personen die verder niet zijn verbonden aan de Kamerorgani-satie (dus geen Kamerleden), wat voor de voorzitter van een bezwaarad-viescommissie overigens ook wettelijk is vereist op grond van artikel 7:13, eerste lid, onder b, van de Awb.

De Voorzitter van de commissie voor de Werkwijze,

Vera Bergkamp

Tweede Kamer, vergaderjaar 2021-2022, 36 058, nr. 2 5

1

   Zie artikel 2.2 van de Wet open overheid, waarvan recentelijk een geconsolideerd exemplaar is gepubliceerd in Stb. 2022 nr. 14. Zie https://zoek.officielebekendmakingen.nl/stb-2022-14.html.

2

   Zie artikel 2, tweede lid, van de Wet hergebruik van overheidsinformatie.

Zie https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0036795&z=2021-07-01&g=2021-07-01.

3

   Zie artikel 1:1, tweede lid, aanhef en onder b, van de Awb.


 
 
 

3.

Meer informatie

 

4.

Parlementaire Monitor

Met de Parlementaire Monitor volgt u alle parlementaire dossiers die voor u van belang zijn en bent u op de hoogte van alles wat er speelt in die dossiers. Helaas kunnen wij geen nieuwe gebruikers aansluiten, deze dienst zal over enige tijd de werkzaamheden staken.