Jaarverslag Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport 2017 - Jaarverslag en slotwet Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport 2017 - Parlementaire monitor

Parlementaire monitor
Donderdag 24 september 2020
kalender

Jaarverslag Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport 2017 - Jaarverslag en slotwet Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport 2017

1.

Tekst

34 950 XVI Jaarverslag en slotwet Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport 2017

Nr. 1 JAARVERSLAG VAN HET MINISTERIE VAN VOLKSGEZONDHEID, WELZIJN EN SPORT (XVI)

Aangeboden 16 mei 2018

Gerealiseerde uitgaven van het departement verdeeld over beleidsartikelen en niet-beleidsartikelen (x € 1.000.000)

Gerealiseerde ontvangsten van het departement verdeeld over beleidsartikelen en niet-beleidsartikelen (x € 1.000.000)

INHOUDSOPGAVE

Blz.

A.

ALGEMEEN

4

1.

Aanbieding van het jaarverslag en verzoek tot dechargeverlening

4

2.

Leeswijzer

7

B.

BELEIDSVERSLAG

10

3.

Beleidsprioriteiten

10

4.

Beleidsartikelen

27

  • Beleidsartikel 1 Volksgezondheid

27

  • Beleidsartikel 2 Curatieve zorg

37

  • Beleidsartikel 3 Langdurige zorg en ondersteuning

48

  • Beleidsartikel 4 Zorgbreed beleid

58

  • Beleidsartikel 5 Jeugd

71

  • Beleidsartikel 6 Sport en bewegen

75

  • Beleidsartikel 7 Oorlogsgetroffenen en Herinnering Wereldoorlog II

84

  • Beleidsartikel 8 Tegemoetkoming specifieke kosten

91

5.

Niet-beleidsartikelen

94

  • Niet-beleidsartikel 9 Algemeen

94

  • Niet-beleidsartikel 10 Apparaatsuitgaven

97

  • Niet-beleidsartikel 11 Nog onverdeeld

104

6.

Bedrijfsvoeringsparagraaf

105

C.

JAARREKENING

110

7.

Departementale verantwoordingsstaat

110

8.

Samenvattende verantwoordingsstaat agentschappen

111

9.

Jaarverantwoording agentschappen per 31 december 2017

112

10.

Saldibalans

139

11.

WNT-verantwoording 2017 Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport

149

D.

FINANCIEEL BEELD ZORG

154

E.

BIJLAGEN

225

Bijlage 1: Toezichtrelaties op de Zelfstandige Bestuursorganen en Rechtspersonen met een Wettelijke Taak

225

Bijlage 2: Afgerond evaluatie- en overig onderzoek

236

Bijlage 3: Inhuur externen

245

Lijst van afkortingen

247

Trefwoordenregister

253

  • A. 
    ALGEMEEN
  • 1. 
    AANBIEDING EN DECHARGEVERLENGING

AAN de voorzitters van de Eerste en de Tweede Kamer van de Staten-Generaal.

Hierbij bieden wij, mede namens de Staatssecretaris, het departementale jaarverslag van het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (XVI) over het jaar 2017 aan.

Onder verwijzing naar de artikelen 2.37, tweede en derde lid, en 2.40 van de Comptabiliteitswet 2016 verzoeken wij de beide Kamers van de Staten-Generaal de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport en de Minister voor Medische Zorg decharge te verlenen over het in het jaar 2017 gevoerde financiële beheer.

Voor de oordeelsvorming van de Staten-Generaal over dit verzoek tot dechargeverlening stelt de Algemene Rekenkamer als externe controleur op grond van artikel 7.14, eerste lid, van de Comptabiliteitswet 2016 een rapport op. Dit rapport wordt separaat door de Algemene Rekenkamer aan de Staten-Generaal aangeboden. Het rapport bevat de bevindingen en het oordeel van de Rekenkamer op basis van artikel 7.12, van de Comptabiliteitswet 2016, over:

    • a. 
      de financiële verantwoordingsinformatie in de jaarverslagen, bedoeld in artikel 3.8 van de Comptabiliteitswet 2016;
    • b. 
      de totstandkoming van de niet-financiële verantwoordingsinformatie in de jaarverslagen, bedoeld in artikel 3.9 van de Comptabiliteitswet 2016;
    • c. 
      de financiële verantwoordingsinformatie in het Financieel jaarverslag van het Rijk, bedoeld in artikel 2.35 van de Comptabiliteitswet 2016;
    • d. 
      het gevoerde begrotingsbeheer, het financieel beheer en de materiële bedrijfsvoering, bedoeld in de artikelen 3.2 tot en met 3.4 van de Comptabiliteitswet 2016 en de daartoe bijgehouden administraties van het Rijk.
    • e. 
      de centrale administratie van de schatkist van het Rijk van het Ministerie van Financiën.

Bij het besluit tot dechargeverlening worden verder de volgende, wettelijk voorgeschreven, stukken betrokken:

    • a. 
      het Financieel jaarverslag van het Rijk over 2017;
    • b. 
      het voorstel van de slotwet dat met het onderhavige jaarverslag samenhangt;
    • c. 
      het rapport van de Algemene Rekenkamer over het onderzoek van de centrale administratie van de schatkist van het Rijk en van het Financieel jaarverslag van het Rijk;
    • d. 
      de verklaring van goedkeuring van de Algemene Rekenkamer over de in het Financieel jaarverslag van het Rijk, over 2017 opgenomen rijksrekening van uitgaven en geraamde ontvangsten over 2017, alsmede over de rijkssaldibalans over 2017 (de verklaring van goedkeuring, bedoeld in artikel 7.14, tweede lid, van de Comptabiliteitswet 2016).

Het besluit tot dechargeverlening kan niet worden genomen, voordat de betrokken slotwet is aangenomen en voordat de verklaring van goedkeuring van de Algemene Rekenkamer is ontvangen.

De Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, H.M. de Jonge

De Minister voor Medische Zorg, B.J. Bruins

Dechargeverlening door de Tweede Kamer

Onder verwijzing naar artikel 2.40 van de Comptabiliteitswet 2016 verklaart de voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal dat de Tweede Kamer aan het hiervoor gedane verzoek tot dechargeverlening tegemoet is gekomen door een daartoe strekkend besluit, genomen in de vergadering van

De Voorzitter van de Tweede Kamer,

Handtekening:

Datum:

Op grond van artikel 2.40, derde lid, van de Comptabiliteitswet 2016 wordt dit originele exemplaar van het onderhavige jaarverslag, na ondertekening van de hierboven opgenomen verklaring, ter behandeling doorgezonden aan de voorzitter van de Eerste Kamer.

Dechargeverlening door de Eerste Kamer

Onder verwijzing naar artikel 2.40 van de Comptabiliteitswet 2016 verklaart de Voorzitter van de Eerste Kamer der Staten-Generaal dat de Eerste Kamer aan het hiervoor gedane verzoek tot dechargeverlening tegemoet is gekomen door een daartoe strekkend besluit, genomen in de vergadering van

De Voorzitter van de Eerste Kamer,

Handtekening:

Datum:

Op grond van artikel 2.40, vierde lid, van de Comptabiliteitswet 2016 wordt dit originele exemplaar van het onderhavige jaarverslag, na ondertekening van de hierboven opgenomen verklaring, doorgezonden aan de Minister van Financiën.

  • 2. 
    LEESWIJZER
  • 1. 
    Indeling jaarverslag

Voor u ligt het departementale jaarverslag 2017 van het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS).

Het onderdeel Algemeen omvat het verzoek tot dechargeverlening en deze leeswijzer.

Het beleidsverslag is opgebouwd uit vier onderdelen:

    • • 
      De beleidsprioriteiten. Deze paragraaf gaat in op de belangrijkste resultaten van het Ministerie van VWS over het afgelopen jaar. Het gaat om de hoofdlijnen van het beleid en de beleidsprioriteiten van het huidige kabinet en bewindspersonen.
    • • 
      De beleidsartikelen. Hierin wordt per artikel de algemene doelstelling vermeld en wat de rol en verantwoordelijkheden zijn van de Minister. Daarnaast bevat elk beleidsartikel beleidsconclusies waarin een oordeel wordt gegeven over de uitvoering van beleid in het afgelopen jaar. Ten slotte wordt de budgettaire tabel vermeld inclusief een toelichting op de belangrijkste bestedingen van middelen en op de opmerkelijke verschillen tussen de gerealiseerde en begrote uitgaven en ontvangsten.
    • • 
      De niet-beleidsartikelen. De artikelen bestaan uit een budgettaire tabel en een toelichting op de opmerkelijke verschillen tussen de gerealiseerde en begrote uitgaven en ontvangsten.
    • • 
      De bedrijfsvoeringsparagraaf geeft informatie op het gebied van rechtmatigheid, totstandkoming beleidsinformatie, financieel en materieel beheer en overige aspecten van de bedrijfsvoering.

De jaarrekening is opgebouwd uit de departementale verantwoordingsstaat, de samenvattende verantwoordingsstaat agentschappen, de jaarverantwoordingen van de agentschappen, de saldibalans en het overzicht van de topinkomens.

Vervolgens wordt het Financieel Beeld Zorg (FBZ) gepresenteerd. Het FBZ geeft een integraal beeld van de ontwikkeling van de uitgaven en ontvangsten onder het Budgettair Kader Zorg (BKZ).

Tot slot bevat het jaarverslag een aantal bijlagen, te weten de toezichtrelaties op de Zelfstandige Bestuursorganen (ZBO’s) en Rechtspersonen met een Wettelijke Taak (RWT’s), afgerond evaluatie- en overig onderzoek, externe inhuur, de lijst met gebruikte afkortingen en het trefwoordenregister.

  • 2. 
    Groeiparagraaf

In de groeiparagraaf wordt aangegeven wat de belangrijkste verbeteringen in het jaarverslag zijn ten opzichte van vorig jaar:

In het AO verspilling in de zorg van 15 februari 2017 is toegezegd dat het onderwerp verspilling in de zorg in het jaarverslag opgenomen zal worden. Na het onderdeel «de monitor» wordt aan deze toezegging voldaan.

Tijdens het WGO over het jaarverslag 2016 is toegezegd dat in het jaarverslag 2017 een overzicht zal worden opgenomen van het pgb-gebruik in alle domeinen. Dit overzicht is opgenomen in artikel 3 Langdurige zorg en ondersteuning.

Daarnaast is tijdens het WGO over het jaarverslag 2016 toegezegd dat in het jaarverslag 2017 de mutaties van artikel 10 Apparaatsuitgaven uitgebreider worden toegelicht. In artikel 10 zijn twee overzichten (personeel en materieel) opgenomen met technische mutaties en mee- en tegenvallers.

De focusonderwerpen zijn «Toetsbare beleidsplannen en Verplichtingen: pijler van het budgetrecht». Het onderwerp over toetsbare beleidsplannen is verwerkt in de tabel beleidsdoorlichtingen onderdeel van het beleidsverslag en de bijlage evaluatie- en overig onderzoek. Het onderwerp over de verplichtingen wordt opgenomen in het Financieel Jaarverslag van het Rijk.

Overgangsrecht Comptabiliteitswet

Op grond van het overgangsrecht in artikel 10.2 van de Comptabiliteitswet 2016 blijven voor de jaarverslagen en slotwetten over 2017 de bepalingen uit de Comptabiliteitswet 2001 en de daarop berustende bepalingen van toepassing zoals deze golden voor de inwerkingtreding van de Comptabiliteitswet 2016 per 1 januari 2018. Om die reden moet telkens bij de verwijzingen naar de bepalingen van de Comptabiliteitswet 2016 worden gelezen de artikelen van de Comptabiliteitswet 2001 conform de transponeringstabel bij de Comptabiliteitswet 2016, Stb. 2017, 139. Het betreft met name de volgende artikelen:

Artikelen in CW 2016 en CW 2001

Art. in CW 2016

Art. in CW 2001

3.2 - 3.4

19, eerste lid; 21, eerste en tweede lid

3.5

22, eerste lid; 26, eerste lid

3.8

58, eerste lid, onderdeel a, en derde lid; 61, derde lid

3.9

58, eerste lid, onderdeel b en c

2.37

60, tweede en derde lid; 63, eerste en vierde lid

2.35

61, tweede tot en met vierde lid

2.40

64

7.12

82, eerste lid; 83, eerste lid

7.14

82, vijfde lid; 83, tweede tot en met vierde lid

  • 3. 
    Afwijkingen van de Rijksbegrotingsvoorschriften

Norm toelichting verschillen tussen budgettaire raming en realisatie

Bij toepassing van de normen conform de Rijksbegrotingsvoorschriften worden er maar enkele onderdelen toegelicht. Om meer inzicht te geven in de verschillen tussen de budgettaire raming en de realisatie is afgeweken van de toelichtingsnormen in de Rijksbegrotingsvoorschiften.

De in dit jaarverslag gehanteerde normen voor het toelichten zijn:

    • • 
      Het verschil tussen de budgettaire raming en de realisatie op de onderdelen van een instrument groter of gelijk is aan € 2,5 miljoen.
    • • 
      Als het verschil kleiner dan € 2,5 miljoen is, maar het onderdeel van beleidsmatig of politiek belang is.

De departementale verantwoordingsstaat

In de departementale verantwoordingsstaat is afgeweken van de Rijksbegrotingsvoorschriften. In de departementale verantwoordingsstaat wordt een scheiding van de artikelen weergegeven waarmee duidelijk wordt welke Minister verantwoordelijk is voor welke artikelen.

  • 4. 
    Motie Schouw

In juni 2011 is de motie Schouw ingediend en aangenomen. Deze motie zorgt er voor dat de landenspecifieke aanbevelingen van de Raad op grond van de nationale hervormingsprogramma's een eigenstandige plaats krijgen in de departementale begrotingen. In de beleidsprioriteiten wordt teruggekomen op de landenspecifieke aanbevelingen zoals verwoord in de begroting.

  • B. 
    BELEIDSVERSLAG
  • 3. 
    BELEIDSPRIORITEITEN

Inleiding: Zorg die bij je past

Wat heb je nodig? Die vraag stelde het vorige kabinet in de beleidsagenda van VWS (TK 34 550-XVI, nr 1) voor 2017. Wat heb je nodig om gezond te blijven? Om beter te worden? En als beter worden niet meer gaat, wat heb je dan nodig om zo zelfstandig mogelijk te kunnen blijven, met zo hoog mogelijke kwaliteit van leven?

Die vraag moet leidend zijn in de gezondheidszorg. Want het antwoord is voor iedereen anders en moet daarom door iedereen zélf worden beantwoord, in samenspraak met zorgverleners.

Deze persoonlijke aanpak van zorg en ondersteuning, was de leidraad in het kabinetsbeleid van 2017. Dat zien we in de langdurige zorg, de ggz en de medische zorg, die steeds vaker dichtbij mensen, of zelfs thuis wordt gegeven.

Zorg en ondersteuning zijn er op gericht dat mensen zolang mogelijk de regie over het eigen leven kunnen voeren en zoveel mogelijk zelf doen. Zodat ze het leven kunnen leiden dat zij zelf willen en volwaardig kunnen deelnemen aan de samenleving. Dat heeft een positieve invloed op de gezondheid en helpt eenzaamheid te bestrijden. Sommige mensen kunnen dit op eigen kracht, anderen hebben daarbij ondersteuning nodig.

De meeste mensen willen zo lang mogelijk thuis wonen, ook als ze zorg nodig hebben. Door samenwerking van huisarts, wijkverpleegkundigen, mantelzorgers en andere zorgverleners en ondersteuners in de wijk, kan dat vaak prima worden georganiseerd. Maar als thuis wonen niet meer mogelijk is, moeten mensen kunnen rekenen op goede, warme en persoonlijke zorg in een verpleeghuis. Om de zorg in verpleeghuizen te verbeteren is in 2017 een oplopend bedrag tot € 2,1 miljard beschikbaar gesteld voor de komende jaren. Met dit geld kunnen verpleeghuizen extra personeel aannemen en krijgen zorgverleners meer tijd om hun bewoners persoonlijke aandacht te geven.

Zelf de regie voeren, zelf beslissingen kunnen nemen in goed overleg met zorgprofessionals, is in 2017 voor patiënten makkelijker geworden. Dit komt onder andere door maatschappelijke trends, technologische ontwikkelingen en ontwikkelingen binnen de zorg.

Bovendien maken slimme digitale toepassingen (e-health) de zorg beter en goedkoper.

Nederland heeft op dit terrein inmiddels een voorsprong op veel Europese landen2. Dat blijkt onder andere uit de hoge digitaliseringsgraad van patiëntgegevens.

Persoonlijke zorg en ondersteuning stellen nieuwe eisen aan de mensen die werken in de zorg. Wij hebben grote waardering voor iedereen in de zorg die zich hier voor inzet. Door de toename van het aantal ouderen, die ook steeds ouder worden, is er ook meer vraag naar zorg. Om daaraan te kunnen voldoen, hebben we veel meer mensen nodig die in de zorg werken. Allereerst moeten we er voor zorgen dat de mensen die in de zorg werken, worden behouden. Daarnaast moeten we nieuwe mensen aantrekken en het werk zo organiseren dat het aantrekkelijker wordt.

Om dit mogelijk te maken heeft het kabinet in 2017, samen met onder andere brancheorganisaties, vakbonden en de MBO-raad, de Arbeidsmarktagenda 2023 Aan het werk voor ouderen (TK 29 282, nr 276) opgesteld.

Naast de persoonlijke zorg en ondersteuning door professionals is mantelzorg onmisbaar. Mantelzorgers leveren een onschatbare bijdrage aan liefdevolle, persoonlijke verzorging. Ouderen die hun partners met dementie door de dag heen helpen, ouders die hun zieke kind verzorgen, vrijwilligers die mensen met een beperking ondersteunen en uitstapjes maken met ouderen. Meer dan vier miljoen mensen die ervoor zorgen dat anderen zich kunnen redden, zo lang mogelijk thuis blijven wonen en deelnemen aan de samenleving.

Het betaalbaar houden van zorg was een andere belangrijke prioriteit van het vorige kabinet. Betaalbaarheid is een noodzakelijke voorwaarde om de zorg voor iedereen toegankelijk te houden. In juni 2017 zijn, samen met partijen in de medisch-specialistische zorg, de huisartsenzorg en de wijkverpleging, nieuwe bestuurlijke akkoorden voor 2018 ondertekend. Deze akkoorden bevatten zowel financiële afspraken als afspraken over kwaliteitsverhoging in de zorg. Ook met partijen in de ggz zijn financiële afspraken gemaakt in het actieplan aanpak wachttijden. Dankzij de financiële afspraken is sprake van een beheerste uitgavengroei.

Daarnaast is ingezet op de juiste zorg op de juiste plek. Onder meer door het verschuiven van zorg van het ziekenhuis naar de huisarts en door de wijkverpleging te versterken. Dit moet ertoe leiden dat er geen onnodig beroep wordt gedaan op dure medisch-specialistische zorg.

In dit beleidsverslag presenteren we de resultaten die in 2017 door het vorig kabinet zijn behaald. Ook gaan we in op de eerste stappen die eind 2017 zijn gezet door het huidige kabinet.

  • 1. 
    Veilig, gezond en kansrijk opgroeien

Een veilige kindertijd is het fundament voor een gezond en gelukkig leven. Met 95% van de jongeren gaat het goed. Helaas zijn er ook nog steeds kinderen die geen veilig thuis hebben. Dat is onacceptabel. (TK 34 550-XVI, nr. 1). De vraag »Wat heb je nodig?» moet ook in de jeugdzorg leidend zijn. We moeten voorkomen dat er te weinig of juist te veel zorg is. De integrale verantwoordelijkheid van de gemeenten voor de jeugdhulp biedt hiervoor goede mogelijkheden omdat gemeenten lokaal maatwerk kunnen bieden. Het nieuwe kabinet wil op basis van de tussenevaluatie van de Jeugdwet (TK 34 880, nr. 1) de komende periode met een programma «Zorg voor Jeugd» de jeugdhulp verbeteren. Samen met gemeenten en jeugdhulpaanbieders zorg en ondersteuning realiseren die zoveel mogelijk dicht bij huis plaatsvindt en aansluit bij wat nodig is.

Huiselijk geweld en kindermishandeling

In 2017 is het Besluit verplichte meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling en het Besluit kwaliteit kinderopvang en peuterspeelzalen verbeterd (TK 28 345, nr. 182). Het nieuwe Besluit stelt professionals door middel van een afwegingskader in staat te beoordelen of sprake is van (een vermoeden van) dusdanig ernstig huiselijk geweld of ernstige kindermishandeling, dat melden bij Veilig Thuis aangewezen is. Deze verbetering gaat per 1 januari 2019 in.

  • 2. 
    Preventie

Gezonde Leefstijl

Een gezonde leefstijl moet een makkelijke keuze zijn. Daaraan heeft het kabinet in 2017 op verschillende manieren (mee)gewerkt:

    • • 
      Een derde deel van alle gemeenten is aangesloten bij Jongeren Op Gezond Gewicht (JOGG). In zestien gemeenten heeft dat geleid tot een daling van het gemiddelde BMI onder jongeren. Er is een start gemaakt met een landelijk model om (JOGG-)gemeenten te ondersteunen bij hun preventiebeleid en de zorg voor kinderen met overgewicht en obesitas te verbeteren.
    • • 
      De levensmiddelenindustrie en supermarkten hebben het Akkoord verbetering productsamenstelling afgesloten. Doel hiervan is minder zout, verzadigd vet en calorieën in voedingsmiddelen. Het kabinet wil dat dit in 2020 is gerealiseerd.
    • • 
      De Taskforce Rookvrije Start heeft in 2017 een richtlijn Stoppen met roken voor zwangeren ontwikkeld. Ter ondersteuning hiervan heeft VWS een publiekscampagne uitgevoerd.
    • • 
      NIX18 richt zich op niet roken en niet drinken onder de 18 jaar. Ouders spelen daarbij een belangrijke rol. Het kabinet ondersteunde hen daarbij in 2017, onder meer door een tv-spot, video’s op social media en de site van NIX18.

Rijksvaccinatieprogramma

Na advies van deskundigen en een bestuurlijk afstemmingsoverleg is er een besluit van de Minister gekomen (TK 32 793, nr. 279) om maatregelen te nemen tegen de dreigende uitbraak van meningokokkenziekte. Dit zal tweeledig gebeuren, a. vervanging van vaccin menC bij kinderen van 14 maanden door combinatievaccin menACWY en b. vaccinatie adolescenten leeftijd 12-14 jaar met combinatievaccin menACWY.

Sport en bewegen in de buurt

Iedereen die wil, moet kunnen sporten in de eigen buurt, hiervoor is het programma Sport en Bewegen in de buurt opgezet. Om dat mogelijk te maken zijn er bijna 3.000 buurtsportcoaches beschikbaar. Zij leggen verbindingen tussen de sportsector en andere sectoren zoals onderwijs, welzijn, zorg, bedrijfsleven en kinderopvang.

Daarnaast ondersteunt de Sportimpuls jaarlijks sport- en beweegaanbieders bij het opzetten van een passend aanbod dat aansluit bij de lokale behoefte. Binnen de subsidieregeling Sportimpuls is specifieke aandacht voor kinderen in armoede en de aanpak van overgewicht.

In 2017 zijn ondernemers gevraagd innovatieve sport- en beweegprojecten op te zetten om kwetsbare doelgroepen - zoals ouderen en chronisch zieken - in beweging te brengen en te houden. Dat heeft onder meer geleid tot een virtueel bewegingsprogramma en verschillende wandelgroepen in het land onder leiding van huisartsen en fysiotherapeuten. Ook door de Nationale Diabetes Challenge 2017 komen mensen met diabetes - en alle andere mensen die zich willen aansluiten - op 162 locaties wekelijks in beweging. Met het in 2017 voortgezette gehandicaptensportprogramma Grenzeloos Actief wordt de vraag naar en het aanbod van sportmogelijkheden voor gehandicapten beter op elkaar afgestemd. Tot en met 2018 stelt het Ministerie van VWS hiervoor cumulatief € 6,6 miljoen beschikbaar.

Antibioticaresistentie

Het bestrijden van antibioticaresistentie is van groot belang om gezondheidsproblemen te voorkomen. Daarvoor is het noodzakelijk dat alle zorgsectoren samenwerken. In 2017 zijn regionale zorgnetwerken gericht op het bestrijden van antibioticaresistentie met een proef gestart waarin de verschillende regionale zorginstellingen samenwerken. Ook is het gebruik van antibiotica bij dieren verder teruggedrongen (TK 32 620 nr. 187).

Internationaal vindt op initiatief van Nederland sinds 2017 meer samenwerking plaats om antibioticaresistentie te bestrijden. Zo heeft een EU One Health Netwerk AMR-bijeenkomst plaatsgevonden waar deskundigen informatie uitwisselden op het vlak van gezondheidszorg en dierengezondheid. Ook zijn verschillende actieplannen rond het voorkomen van de antibioticaresistentie gestart, zoals het Actieplan AMR en het Joint Action AMR.

  • 3. 
    Welke zorg heb je nodig?

Samen beslissen

Samen beslissen moet de standaard zijn in de zorg. De zorgverlener en patiënt beslissen samen over de behandeling en/of gezondheidsdoelen die ze willen bereiken. Met het Zorginstituut is in 2017 afgesproken dat vanaf medio 2018 nieuwe kwaliteitsstandaarden worden getoetst op het samen beslissen (TK 34 300 XVI, nr. 168). Het kabinet ondersteunde de campagne Betere zorg begint met een goed gesprek. Er is hierover online informatie beschikbaar op www.begineengoedgesprek.nl.

Samen beslissen betekent vaak dat zorgverleners langer dan voorheen met de patiënt in gesprek zijn. Daarvoor is per 1 januari 2018 een extra registratiecode gekomen, zodat ruimte is voor vergoeding van langere gesprekken in de zorgverlening (TK 31 765, nr. 248).

Samen beslissen betekent ook dat patiënten meer en betere informatie krijgen over de kwaliteit van behandelingen. In 2016 is hiermee een begin gemaakt en in 2017 is dit verder ontwikkeld. Op het gebied van de 30 aandoeningen op de kwaliteit- en doelmatigheidsagenda zijn verschillende projecten opgezet (TK 29 248, nr. 308). Er is echter nog een flinke inspanning nodig om iedere patiënt tijdig van gedegen en begrijpelijke informatie te voorzien.

Langer thuis

Ouderen willen steeds langer zelfstandig thuis wonen. Dat heeft onder andere gevolgen voor het werk van de huisarts en de wijkverpleegkundige. In 2017 zijn hierover bestuurlijke akkoorden met beide beroepsgroepen gesloten.

In het akkoord voor de wijkverpleging (TK 29 689, nr. 835) zijn onder meer afspraken opgenomen over de kwaliteit en transparantie van de wijkverpleging, de samenwerking met gemeenten en de keuze-informatie voor patiënten.

In de vorig jaar overeengekomen Ontwikkelagenda Wijkverpleging 2017-2019 (TK 29 689, nr. 835) staat met name goede verpleging en verzorging thuis centraal. De zorg moet naadloos aansluiten op het leven van mensen. Om de kwaliteit van de zorg op peil te houden is afgesproken dat in 2018 meer geld beschikbaar is. Hierdoor wordt de kwaliteit van zorg verder verbeterd en krijgen wijkverpleegkundigen de ruimte om hun vak verder te ontwikkelen.

In het akkoord voor de huisartsen zijn afspraken gemaakt om meer tijd vrij te maken voor de patiënt (TK 33 578, nr. 43). Met name als het gaat om ouderen, mensen in achterstandswijken en zorg in de avond, het weekend en de nacht. Daarnaast is vanaf 2017 structureel € 55 miljoen beschikbaar gekomen (TK 34 730-XVI, nr. 2 en TK 34 775-XVI, nr. 1) voor de uitbreiding van het aantal bedden in het eerstelijnsverblijf (ELV). Ook zijn er afspraken met zorgverzekeraars gemaakt over het opzetten van regionale coördinatiepunten, zodat duidelijk is waar ELV-bedden beschikbaar zijn.

Dementie

Ouderen met dementie blijven steeds langer thuis wonen. De samenleving moet zich daarop instellen. Daarom is de landelijke campagne Dementievriendelijke Samenleving in 2017 voortgezet. Het aantal geregistreerde dementievrienden staat in september 2017 op ruim 65.000. Veel bedrijven en gemeenten zijn aan de slag gegaan om hun organisatie dementievriendelijk te maken. Ruim 150 vrijwilligers geven door het hele land trainingen om medewerkers van bedrijven en instellingen dementievriendelijk te maken.

Mantelzorg

Nederland telt meer dan vier miljoen mantelzorgers en vrijwilligers in de zorg. Mensen die persoonlijke en liefdevolle zorg geven. Ze zijn onmisbaar en verdienen onze steun. Zeker nu steeds meer ouderen zelfstandig thuis blijven wonen. Tegelijkertijd moeten we ervoor waken dat mantelzorgers met een intensieve zorgtaak zelf niet overbelast raken. Mantelzorgers op tijd en preventief ondersteunen is van groot belang.

Met gemeenten is gekeken hoe mantelzorgers het beste ondersteund kunnen worden op een manier die aansluit bij hun wensen. Het programma Vrijwillig Dichtbij ondersteunt landelijke vrijwilligersorganisaties zodat zij lokaal ondersteuning kunnen bieden aan mantelzorgers.

Langdurige zorg; kwaliteitskaders

Het kwaliteitskader verpleeghuiszorg beschrijft waaraan goede zorg moet voldoen en wat cliënten en hun naasten mogen verwachten van verpleeghuiszorg. De kwaliteitsstandaarden zijn in 2017 wettelijk geregistreerd.

Om al in 2017 aan de slag te gaan met de verbetering van verpleegzorg voor ouderen heeft het kabinet het afgelopen jaar eenmalig € 100 miljoen beschikbaar gesteld (TK 31 765, nr. 261). Met dit geld zijn extra medewerkers aangenomen op de locaties waar dat het hardst nodig is. In de komende jaren loopt het beschikbare bedrag op naar € 2,1 miljard.

Ook de gehandicaptenzorg kreeg vorig jaar een nieuw kwaliteitskader. Centraal daarin staan: het geven van duidelijkheid aan cliënten, het stimuleren van personeel, richtlijnen geven aan de leiding van zorgorganisaties en het duidelijk maken van kwaliteit voor externe verantwoording.

Geestelijke gezondheidszorg; passende zorg en preventie

De ggz werkt hard aan het leveren van passende zorg. Dat heeft geleid tot een Toekomstagenda ggz (TK 25 424, nr. 292). Hierin staat de positie van de cliënt en zijn of haar herstel en ontwikkeling centraal in de behandeling. Belangrijkste voortgang is dat partijen bezig zijn met de oprichting van een nieuw Kwaliteitsinstituut. Ook is in 2017 door de Nederlandse zorgautoriteit, zorgaanbieders, zorgverzekeraars en patiëntvertegenwoordigers verder gewerkt aan een nieuwe ggz-bekostiging. Deze moet aansluiten op de zwaarte van de zorg en de behoefte van patiënten. De zorg is het uitgangspunt voor de bekostiging, niet de tijdsduur van de behandeling. Over de voortgang daarvan heeft de NZa in 2017 twee voortgangsrapportages naar de Minister van VWS gestuurd. Deze zijn op 21 februari (TK 25 424, nr. 343) en op 12 september 2017 (TK 25 424, nr. 371) naar de Tweede Kamer gestuurd.

Mensen met psychische of psychiatrische problemen moeten tijdig passende zorg krijgen. In juli 2017 zijn afspraken gemaakt om de wachtlijsten in de ggz aan te pakken (TK 25 424, nr. 369). De wachttijden moeten uiterlijk 1 juli 2018 weer binnen de afgesproken normen vallen.

In februari 2017 hebben koepels binnen en buiten de zorg een depressiedeal getekend en is gestart met de uitvoering van het meerjarenprogramma depressiepreventie. Het komende jaar richt het programma zich op drie groepen: jonge werkende vrouwen, aankomende en pas bevallen moeders, en huisartspatiënten.

Eenzaamheid

Iedereen kan te maken krijgen met eenzaamheid. Gemeenten hebben, mede door de Wmo, een belangrijke verantwoordelijkheid in de bestrijding van eenzaamheid. In 2017 is de handreiking Lokale Aanpak van Eenzaamheid voor gemeenten beschikbaar gekomen. Dit is een handig instrument dat gemeenten kunnen gebruiken om lokale samenwerking tot een succes te maken.

  • 4. 
    Werken in de zorg

Met de krappe arbeidsmarkt en veel openstaande vacatures liggen er grote uitdagingen voor de zorg in het verschiet. Met de arbeidsmarktagenda 2023 Aan het werk voor ouderen (TK 29 282, nr. 276) zijn landelijk en regionaal afspraken gemaakt over de aanpak van de stijgende en veranderende vraag naar zorg voor ouderen. Samen met het veld wordt gewerkt aan concrete oplossingen zoals het behoud van personeel, het vergroten van de instroom en het verbeteren van de kwaliteit.

Wetten en regels alleen maken geen persoonlijke, passende zorg. Dat doen de mensen die in de zorg werken. Om hen daarbij te ondersteunen, beantwoordt het praktijkteam Zorg op de juiste plek vragen van zorgmedewerkers. Het praktijkteam regelt zelf geen zorg, maar brengt zorgverleners met elkaar in gesprek en adviseert hen. Bijvoorbeeld over de overdracht van kwetsbare cliënten tussen thuis, ziekenhuis of (kortdurende) opname, en de regels die hierbij gelden.

Minder regels, meer tijd voor zorg

Regels en registratie helpen de kwaliteit en veiligheid te verbeteren en daarover openheid te geven. Maar te veel administratief werk gaat ten koste van het werkplezier en de kwaliteit van zorg. Bovendien belemmert dit vernieuwingen. Daarom hebben zorgverleners, zorgverzekeraars, de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd in oprichting, de Nederlandse Zorgautoriteit en andere betrokken partijen bestaande regels tegen het licht gehouden. Onder andere de huisartsen ervaren daardoor minder regeldruk en administratieve lasten (TK 29 515, nr. 416).

Taakherschikking

De beroepen Physician Assistant (PA) en Verpleegkundig Specialist (VS) zijn in 2017, na een pilot, definitief in de wet BIG vastgelegd (TK 34 630, nr. 9). Deze zorgverleners nemen de eenvoudiger medische taken over van artsen en medische specialisten, die daardoor meer tijd overhouden voor meer complexe zorgvragen. Zo wordt zorgverlening doelmatiger. Uit onderzoek blijkt dat de inzet van de PA en VS leidt tot kwalitatief goede en vaak zelfs betere zorg (meer aandacht voor de patiënt) en tot hoge(re) patiënttevredenheid. In 2017 nam het aantal leerlingen bij de opleidingen tot PA en VS opnieuw toe.

  • 5. 
    Betaalbare zorg en geneesmiddelen

Betaalbare zorg

In de afgelopen kabinetsperiode was de groei van de zorguitgaven lager dan deze in lange tijd is geweest. Het kabinetsbeleid en de inspanningen van zorgverleners, zorgverzekeraars, patiënten en cliënten, en gemeenten hebben daaraan bijgedragen. Zo zijn onder andere met huisartsen en ziekenhuizen afspraken gemaakt over substitutie en maximale toegestane groei en met de ggz over het terugdringen van de wachtlijsten.

Betaalbare geneesmiddelen

Om geneesmiddelen betaalbaar te houden, wordt de kostenontwikkeling halfjaarlijks gemonitord door de Nederlandse Zorgautoriteit, werken ziekenhuizen en verzekeraars steeds meer samen bij de inkoop van dure geneesmiddelen (TK 29 477, nr. 452) en is er sinds oktober 2017 het Platform inkoopkracht dure geneesmiddelen.

De (voormalig) Minister van VWS heeft zich ook in 2017 actief ingezet om de kostenstijging als gevolg van introductie van een aantal dure geneesmiddelen te beperken.

Ook internationaal werken de landen van de Benelux steeds meer samen om geneesmiddelen goedkoper in te kunnen kopen. De Europese Commissie is in 2017 een studie begonnen naar de voor- en nadelen van de Aanvullende Beschermingscertificaten die de periode van het octrooirecht verlengen (TK 29 477, nr. 452).

  • 6. 
    Technologie en e-Health

Het programma MedMij, dat in 2017 is voortgezet, is bedoeld om alle medische gegevens op een veilige manier voor de patiënt en professionals samen te brengen in een digitale, persoonlijke gezondheidsomgeving. MedMij zorgt voor de spelregels waaraan de systemen van gezondheidsomgevingen en die van zorgorganisaties moeten voldoen om bronnen op eenzelfde, maar ook veilige en vertrouwde manier bijeen te brengen. Om de gegevensuitwisseling op orde te krijgen die nodig is voor innovatie en om als patiënt deze gegevens te kunnen gebruiken (in een persoonlijke gezondheidsomgeving), investeren we vanaf 2017 een totaal van € 105 miljoen in digitale informatie-uitwisseling door ziekenhuizen en overige instellingen voor medisch specialistische zorg. Deze middelen zijn gekoppeld aan resultaatsverplichtingen.

In 2017 vonden twee tenders plaats van de SEED Capital e-health regeling in het kader van het programma Fast Track om op deze wijze de ontwikkeling en verspreiding van «low tech» innovaties te stimuleren. De tender is opengesteld door VWS samen met het Ministerie van Economische Zaken. De eerste tender heeft één Venture Capital investeringfonds opgeleverd: het Blue Sparrows Med Tech Fonds. De 2e tender is toegewezen aan drie fondsen: Health Innovation Fund, Healthy Capital en Holland Venture Zorg Innovaties.

In 2017 zijn 3 Health Deals ondertekend. Health Deals zijn afspraken tussen de overheid en verschillende andere partijen, waaronder private partijen. Het gaat om concrete zorgvernieuwingen waarbij het niet wil lukken om de toepassing verder te krijgen dan bijvoorbeeld het lokale ziekenhuis, de zorginstelling of de regio. Door de samenwerking worden zorginnovaties op gang geholpen. Er zal een evaluatie van de huidige health deals plaatsvinden. De resultaten hiervan worden in het voorjaar van 2018 verwacht.

  • 7. 
    Veilig melden, vermijdbare sterfte

Veilig melden

De Wet kwaliteit, klachten en geschillen in de zorg (Wkkgz) moet de kwaliteit van zorg en de afhandeling van klachten en geschillen verbeteren. Op grond van de Wkkgz zijn zorgaanbieders verplicht zich aan te sluiten bij een erkende geschilleninstantie. VWS ondersteunt zorgaanbieders hierbij, met name zzp’ers. Eind 2017 zijn 35 geschilleninstanties Wkkgz erkend door het CIBG. Hierdoor is er voor alle aanbieders die onder de Wkkgz vallen een geschilleninstantie beschikbaar.

Vermijdbare sterfte

Uit de Nivel Monitor Zorggerelateerde Schade 2015-2016 die eind 2017 verscheen, blijkt dat er op jaarbasis 1.035 vermijdbare sterfgevallen te betreuren zijn in de zorgverlening. Patiëntveiligheid in de ziekenhuizen moet dan ook verder worden verbeterd. Om dit te realiseren zal worden ingezet op een programmatische aanpak met concrete en meetbare doelen. Dit zal worden gedaan aan de hand van de in het rapport opgenomen preventiemogelijkheden. De Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd in oprichting gaat hierop toezien. Ook werken we met zorgprofessionals aan nieuwe regels voor medicatieoverdracht.

  • 8. 
    Meer invloed van verzekerden

In 2017 zijn stappen gezet om de betrokkenheid en invloed van verzekerden op het beleid van zorgverzekeraars te verbeteren. Hierdoor moet het beleid van zorgverzekeraars beter aansluiten bij de wensen van hun verzekerden. Het wetsvoorstel Verzekerdeninvloed Zvw is vanwege de demissionaire status van het vorige kabinet nog niet naar de Tweede Kamer gestuurd. Naar verwachting zal de Kamer het wetsvoorstel in het voorjaar van 2018 ontvangen. Elk jaar wordt de risicoverevening doorontwikkeld zodat verzekeraars optimaal geprikkeld worden zich ook in te zetten voor verzekerden die veel zorg nodig hebben. In 2017 hebben we een grote stap gemaakt door in het model een klasse te introduceren voor gezonde verzekerden. Deze aanpassing zal vanaf 2018 gelden en leidt ertoe dat de overcompensatie aan verzekeraars voor deze gezonde verzekerden afneemt (TK 29 689, nr. 856).

Tot slot

In het afgelopen jaar is door het vorige kabinet het fundament, dat is gelegd om de zorg en ondersteuning voor elke Nederlander goed, beschikbaar en betaalbaar te houden, verder verstevigd. Het nieuwe kabinet zal hierop verder bouwen. De belangrijkste prioriteit is dat we de best mogelijke gezondheidszorg voor iedereen blijven leveren: persoonlijk, betaalbaar en met oog voor verschillen.

Realisatie beleidsdoorlichtingen

Realisatie beleidsdoorlichtingen

Nr

Naam artikel

2011

2012

2013

2014

2015

2016

2017

Geheel artikel?

1

Volksgezondheid

Nee1

Gezondheidsbescherming

X

Ziektepreventie

X

Gezondheidsbevordering2

X

Ethiek

X

2

Curatieve zorg

Nee3

Kwaliteit en veiligheid

X

Toegankelijkheid en betaalbaarheid van zorg4

X

Ondersteuning van het stelsel

X

X

3

Langdurige zorg en ondersteuning

Nee5

Participatie en zelfredzaamheid van mensen met beperkingen

Zorgdragen voor langdurige zorg tegen maatschappelijk aanvaardbare kosten

X

4

Zorgbreed beleid

Nee6

Positie cliënt

X

Opleidingen, beroepenstructuur en arbeidsmarkt

X

X

Kwaliteit, transparantie en kennisontwikkeling7

Inrichting uitvoeringsactiviteiten

Zorg, welzijn en jeugdzorg op Caribisch Nederland

X

5

Jeugd

6

Sport en bewegen8

X

Ja

7

Oorlogsgetroffenen en Herinnering WOII

Ja

8

Tegemoetkoming specifieke kosten

Ja

Noot 1

Voor artikel 1 is, gegeven de diversiteit van de beleidsonderwerpen en de omvang van het beleidsartikel, gekozen om het beleid per artikelonderdeel door te lichten.

Noot 2

Vanaf begrotingsjaar 2013 is sprake van een nieuwe indeling van de beleidsartikelen.

Noot 3

Voor artikel 2 is, gegeven de diversiteit van de beleidsonderwerpen en de omvang van het beleidsartikel, gekozen om het beleid per artikelonderdeel door te lichten.

Noot 4

Artikel 2.2 is vertraagd omdat de commissie nader onderzoek wenste. De doorlichting wordt in maart 2018 aan de Tweede Kamer aangeboden.

Noot 5

Omdat er al diverse stelselevaluaties over de AWBZ beschikbaar waren, is ervoor gekozen om de beleidsdoorlichting te richten op een operationele doelstelling betreffende de toegankelijkheid van de AWBZ-zorg via de indicatiestelling.

Noot 6

Voor artikel 4 is, gegeven de diversiteit van de beleidsonderwerpen en de omvang van het beleidsartikel, gekozen om het beleid per artikelonderdeel door te lichten.

Noot 7

Deze beleidsdoorlichting is vertraagd, komt rond de zomer 2018.

Noot 8

Deze doorlichting is iets vertraagd en in januari 2018 aangeboden aan de Tweede Kamer.

VWS is in 2018 gestart met de pilot Lerend evalueren. Het doel van de pilot is om werkende weg het inzicht in de kwaliteit van het beleid te verbeteren. De pilot vervangt de meerjarenplanning uit de begroting 2017. Voor het overzicht van het meerjarenprogramma zie Meerjarenprogramma VWS pilot 2018-2022. Voor de realisatie van andere onderzoeken, zie de bijlage 5 Evaluatie en onderzoek.

Overzicht van risicoregelingen

Overzicht verstrekte garanties (bedragen x € 1.000)

Artikel

Omschrijving

Uitstaande garanties 2016*

Verleend 20171

Vervallen 2017

Uitstaande garanties 2017

Garantieplafond

Totaal plafond

Totaalstand risicovoorziening

2

Voorzieningen tbv De Hoogstraat

begrotingswet

9.234

397

8.837

8.837

2

Voorzieningen tbv ziekenhuizen

1958

278.294

4.007

46.389

235.912

235.912

3

Voorzieningen tbv verpleeghuizen

financiering

13.524

272

2.572

11.224

11.224

3

Voorzieningen tbv psychiatrische instellingen

1958

24.759

3.671

21.088

21.088

3

Voorzieningen tbv zwakzinnigen inrichtingen

1958

7.665

1.611

6.054

6.054

3

Voorzieningen tbv overige instellingen

1958

664

169

495

495

3

Voorzieningen tbv instellingen gehandicapten

1958

22.550

2.231

20.319

20.319

3

Voorzieningen tbv zwakzinnigeninrichtingen

rijksregeling

5.448

887

4.561

4.561

3

Voorzieningen tbv instellingen gehandicapten

rijksregeling

69.821

404

8.630

61.595

61.595

2

Voorzieningen tbv ziekenhuizen

rijksregeling

302

34

268

268

3

Niet sedentaire personen

844

127

717

717

Totaal

433.105

4.683

66.718

371.070

371.070

Door afrondingsverschillen kan de som van de delen afwijken van het totaal.

Noot 1

Dit bedrag betreft het totaal van de hoofdsommen van de herfinancieringen 2017.

Toelichting

De verstrekte garanties uit de tabel komen voort uit drie aparte regelingen: de Garantieregeling inrichtingen voor gezondheidszorg 1958, de Rijksregeling Dagverblijven voor gehandicapten inzake erkenning, subsidiëring, verlening van garanties en toezicht uit 1971 en de Rijksregeling Gezinsvervangende Tehuizen voor gehandicapten, ook uit 1971. De betreffende regelingen dateren uit een tijd dat de overheid een expliciete verantwoordelijkheid had voor bouw en spreiding van intramurale zorgvoorzieningen.

De Rijksgarantieregelingen zijn gesloten voor nieuwe gevallen waardoor het financiële risico van VWS door reguliere en vervroegde aflossing van de uitstaande leningen geleidelijk wordt afgebouwd. De laatste rijksgegarandeerde lening loopt af in 2043. Het monitoren van de instellingen aan wie een rijksgarantie verstrekt is, alsmede van de leningen (bijv. renteherziening), wordt sinds 2004 in mandaat uitgevoerd door het Waarborgfonds voor de Zorgsector (WFZ) namens de Minister van VWS (Besluit van 17 december 2003, Stcrt. 2004, nr. 7, blz. 11).

Overzicht verstrekte garantie (bedragen x € 1.000)

Artikel

Omschrijving

Uitstaande garanties 2016

Verlenen 2017

Vervallen 2017

Uitstaande garanties 2017

Garantieplafond

Totaal plafond

Totaal stand risicovoorziening

2

GO Cure

24.526

0

1.212

23.314

23.314

0

TOTAAL

24.526

0

1.212

23.314

23.314

0

Door afrondingsverschillen kan de som van de delen afwijken van het totaal.

Toelichting

Garantie Ondernemingsfinanciering Cure

De tijdelijke regeling Garantie Ondernemingsfinanciering Curatieve Zorg (GO Cure) is in het kader van de kredietcrisis ingesteld om de bouw in de gezondheidszorg te stimuleren. Ziekenhuizen, categorale instellingen, geestelijke gezondheidszorg en zelfstandige behandelcentra hebben tot en met 2012 gebruik kunnen maken van de regeling. Bij de GO Cure heeft de overheid garanties verstrekt voor 50% van een nieuwe banklening vanaf € 1,5 tot € 50 miljoen, met een maximale looptijd van 8 jaar. De verstrekte garanties lopen af in 2020. De GO Cure maakt deel uit van de bredere Garantieregeling Ondernemingsfinanciering (GO) die wordt uitgevoerd door de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO), onderdeel van het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat. De cijfermatige gegevens van de GO Cure zijn daarom eveneens opgenomen onder de GO in het jaarverslag van het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat.

Overzicht achterborgstellingen (bedragen x € 1.000.000)

Omschrijving

20161

2017

Achterborgstelling

7.953,6

7.572,8

Bufferkapitaal

272,0

280,7

Obligo

238,6

227,2

Noot 1

Het bufferkapitaal 2016 was € 272,5.

Toelichting

Het Ministerie van VWS is achterborg voor het Waarborgfonds voor de Zorgsector (WFZ). Het totaal bedrag aan uitstaande verplichtingen is, volgens informatie van het WFZ, 7.572,8 miljoen. Dit bedrag is de uitstaande restschuld per 2017. VWS staat daadwerkelijk borg, indien het risicovermogen van het WFZ en de obligoverplichting van 3% van het restant geborgde leningen van de deelnemers tezamen niet voldoende is om het WFZ aan zijn verplichtingen jegens geldgevers te laten voldoen. Via renteloze leningen van VWS aan het WFZ wordt in die situatie invulling gegeven aan het borg staan. In het kader van het kabinetsbeleid voor versobering van risicoregelingen is besloten om, vanaf het jaar 2017 een begrotingsreserve aan te leggen voor eventuele schade in het kader van de achterborg.

Maatschappelijke doelstellingen en indicatoren

Monitor

De Kamer heeft naar aanleiding van het wetgevingsoverleg over het VWS jaarverslag 2014 verzocht de verantwoordingsfunctie van het jaarverslag te verbeteren. In overleg met de werkgroep van de Vaste Kamercommissie is verkend hoe deze verbetering kan worden vormgegeven. Dit heeft geresulteerd in de VWS-monitor, een handzaam overzicht met het doel om meer inzicht te verkrijgen in hoe het met de gezondheid(szorg) in Nederland gesteld is. De kerncijfers die gekoppeld zijn aan de maatschappelijke doelstellingen en bijbehorende indicatoren zijn te vinden op: www.StaatVenZ.nl.

Toegankelijkheid

Betaalbaarheid

Kwaliteit

Betrokken samenleving

Zorg rond de geboorte

Doelstellingen

  • • 
    Optimale keuzevrijheid voor type bevalling en begeleiding / meest geschikt
  • • 
    Goed geïnformeerde keuzes kunnen maken
  • • 
    Een gezond kind op de wereld zetten is voor iedereen betaalbaar
  • • 
    Voorkomen relatief hoge geboortesterfte en/of
  • • 
    Perinatale sterfte zo laag mogelijk
  • • 
    Snel herstel in gezinsverband
  • • 
    Vroegsignalering van medische en sociale problemen

Indicatoren

  • • 
    % Bereik acute verloskunde binnen 45 minuten1
  • • 
    Aantal verloskundigen1
  • • 
    Kosten nuljarigen2
  • • 
    Kosten geboortezorg2
  • • 
    Foetale sterfte1
  • • 
    Neonatale sterfte1
  • • 
    Moedersterfte2
  • • 
    % Deelname PSIE (zwangerschapsscreening)1
  • • 
    % postnatale depressie2

Gezond blijven

Doelstellingen

  • • 
    Er is een laagdrempelige ondersteuning naar behoefte
  • • 
    Er is goed aanbod van gezondheidsbevordering voor groepen
  • • 
    De investering in preventie draagt bij aan voorkomen zware zorg later
  • • 
    Preventie vindt kosteneffectief plaats
  • • 
    Gezond en veilig opgroeien
  • • 
    Het bevorderen van een gezonde leefstijl
  • • 
    Stimuleren sociale netwerken, sport en bewegen, maatschappelijk en vrijwilligerswerk

Indicatoren

  • • 
    Aantal JOGG-gemeenten (Jongeren op Gezond Gewicht, Nationaal Programma Preventie)1
  • • 
    Aantal JGZ-organisaties2
  • • 
    Aanbod verslavingszorg2
  • • 
    Uitgaven aan preventie2
  • • 
    % (jongeren) met overgewicht1
  • • 
    % rokers (onder jongeren)1
  • • 
    Levensverwachting in goed ervaren gezondheid1
  • • 
    % deelname screeningen1
  • • 
    % deelname sport en bewegen 12+-ers1
  • • 
    % deelname sport en bewegen jongeren

Noot 1

Er zijn cijfers maar (nog) niet in de Staat VenZ

Noot 2

Indicator met cijfers in de Staat VenZ

Toegankelijkheid

Betaalbaarheid

Kwaliteit

Betrokken samenleving

Beter worden

Doelstellingen

  • • 
    De cliënt centraal: mensen kunnen bij voldoende zorgaanbieders binnen redelijke termijn terecht
  • • 
    Stijging macrokosten blijft beperkt
  • • 
    Aandacht voor ongewenste stapeling eigen betalingen
  • • 
    Zinnige zorg en therapietrouw
  • • 
    Zorg met zo min mogelijk belasting en zo veel mogelijk resultaat voor patiënt
  • • 
    Mensen herstellen snel en worden ook tijdens ziekteproces in staat gesteld te participeren

Indicatoren

  • • 
    Wachttijden: % dat boven Treeknormen zit1
  • • 
    % boven 15 minuten aanrijdtijden ambulances1
  • • 
    Percentage van de totale collectieve uitgaven dat wordt besteed aan de gezondheidszorg1
  • • 
    Uitgaven aan zorg per sector (GGZ, eerste lijn, MSZ)1
  • • 
    Aantal wanbetalers Zvw en onverzekerden1
  • • 
    Potentieel vermijdbare sterfte1
  • • 
    Zorggerelateerde schade1
  • • 
    Vermijdbare ziekenhuisopnamen: aantal ziekenhuisopnamen per 100.000 inwoners per jaar voor diabetes/astma/COPD/hartfalen1
  • • 
    Gemiddelde ligduur in ziekenhuizen1
  • • 
    % Ziekteverzuim2

Leven met een chronische ziekte en beperkingen

Doelstellingen

  • • 
    De cliënt centraal: mensen kunnen bij voldoende zorgaanbieders binnen redelijke termijn terecht
  • • 
    Stijging macrokosten blijven beperkt
  • • 
    Beperken stapeling eigen betalingen
  • • 
    Maatwerk gericht op participatie en zelfredzaamheid
  • • 
    Ervaren kwaliteit van leven
  • • 
    Stimuleren maatschappelijke participatie

Indicatoren

  • • 
    Gebruik zorg met verblijf en gebruik zonder verblijf (wijkverpleging)1
  • • 
    Wachtlijst Wlz (treeknormen)1
  • • 
    Uitgaven Wlz1
  • • 
    Uitgaven Wmo1
  • • 
    Kosten per chronische ziekte (bijvoorbeeld diabetes)2
  • • 
    Percentage zorgverleners dat aangeeft dat de kwaliteit van zorg verleend door de eigen afdeling/team niet goed is1
  • • 
    % Bevolking dat een goede gezondheid ervaart1
  • • 
    Ziektelast naar chronische ziekte2
  • • 
    Verloren levensjaren uitgesplitst naar chronische ziekte2
  • • 
    Mensen met een lichamelijke beperking die betaald werk hebben1
  • • 
    Aantal mantelzorgers1
  • • 
    Eenzaamheid: % volwassenen dat zich eenzaam voelt1

Zorg in de laatste fase

Doelstellingen

  • • 
    De cliënt centraal: mensen kunnen bij voldoende zorgaanbieders binnen redelijke termijn terecht
  • • 
    Onnodig doorbehandelen voorkomen door goede (kennis over) palliatieve zorg
  • • 
    De wensen van de cliënt (welke zorg en waar) staan centraal
  • • 
    Cliënten en naasten ondersteunen om laatste levensfase zo lang mogelijk in of nabij eigen sociale omgeving door te kunnen brengen

Indicatoren

  • • 
    Aanbod en gebruik palliatieve zorg2
  • • 
    Uitgaven laatste levensjaar2

Noot 1

Er zijn cijfers maar (nog) niet in de Staat VenZ

Noot 2

Indicator met cijfers in de Staat VenZ

Toelichting:

VWS-monitor

Door de vorige bewindspersonen zijn stappen gezet, in overleg met de werkgroep van de Vaste Kamercommissie, hoe de verantwoordingsfunctie beter kan worden vormgegeven.

Dit heeft geresulteerd in de VWS-monitor, een handzaam overzicht met het doel om meer inzicht te verkrijgen in hoe het met de gezondheid(szorg) in Nederland gesteld is. De VWS-monitor is te vinden op www.hetzorgverhaal.nl. Omdat het jaarverslag een terugblik is, is het logisch om dezelfde indicatoren te hanteren als in de begroting 2017. Cijfers over 2017 komen echter op z’n vroegst pas in april 2018 beschikbaar. Op verantwoordingsdag zijn de cijfers in de VWS-monitor geactualiseerd.

Hoewel de VWS-monitor een stap in de goede richting is, constateerde de werkgroep van de Vaste Kamercommissie verbeter- en uitbreidingsmogelijkheden. Er is daarom aan de samenwerkende partijen van de StaatVenZ gevraagd te reflecteren en te adviseren. Dit heeft geresulteerd in een adviesrapport dat in november 2017 aan de Tweede Kamer is verstuurd (TK 31 865 nr. 103). Dit advies wordt meegenomen in de uitwerking van de VWS-brede beleidsprogrammering en de mogelijkheden om de VWS-monitor daarbij te laten aansluiten. Voor de zomervakantie zal de Tweede Kamer worden geïnformeerd hoe de voorgestelde verbeter- en uitbreidingsmogelijkheden daarin worden meegenomen.

Verspilling in de zorg

In het AO verspilling in de zorg van 15 februari 2017 is toegezegd dat het onderwerp verspilling in de zorg in het jaarverslag opgenomen zal worden. Hierbij wordt aan deze toezegging voldaan.

Pilot goede overdracht

De pilot Een goede overdracht heeft als doel het verbeteren van de ontslagprocedure en het verbeteren van de tijdigheid van de overdracht vanuit het ziekenhuis naar een opvolgende zorgverlener. Het heeft daarmee effect op de kwaliteit van de zorg. Er is al een artikel met tips voor een goede overdracht opgeleverd. Het uiteindelijke artikel van het traject zal nog worden gepubliceerd.

Pilot «Samen beslissen bij Borstkanker»

Wanneer borstkanker wordt geconstateerd kan het beter betrekken van de patiënt bij de behandelbeslissing de kwaliteit van het zorgproces bevorderen en verspilling van zorg tegengaan. Deze pilot is opgezet in twee fases waarin wordt bezien hoe «samen beslissen» bij borstkanker het best kan worden geïmplementeerd in het ziekenhuis. Fase 1 heeft plaatsgevonden bij zes ziekenhuizen in de regio Utrecht en fase 2 loopt bij 5 ziekenhuizen in de regio boven Amsterdam. De pilot loopt tot 31 oktober 2018.

Pilot Farmabuddy: Medicijnen laatste levensfase»

Door het tijdig stoppen van medicatie, het afleveren van aangepaste hoeveelheden genees- en hulpmiddelen en het optimaliseren van de farmacotherapie wordt verspilling van geneesmiddelen verminderd. De eindrapportage en implementatiemogelijkheden zullen met de stakeholders worden besproken.

Doorgebruik van thuismedicatie in het ziekenhuis

De resultaten van het onderzoek «Doorgebruik van thuismedicatie in het ziekenhuis» laten zien dat er een positief effect is in de afname van verspilling en een verhoging van de patiënttevredenheid. Om doorgebruik van thuismedicatie breder uit te rollen moeten echter zorgprocessen en verantwoordelijkheden van professionals worden aangepast, inclusief die van de patiënt. Ook dient de huidige financieringsstructuur tegen het licht te worden gehouden.

Duurzaam en gezond aan tafel

In het kader van de aanpak van verspilling is in 2017 het mede door VWS ondersteunde traject «Duurzaam en gezond aan tafel» afgesloten. Hierin werkten 6 regionale groepen van 15 tot 20 zorgorganisaties binnen een jaar toe naar een hogere maaltijdtevredenheid, lagere kosten en minder voedselverspilling. In totaal is er door deelname aan het traject door de organisaties zeker € 5 miljoen bespaard. De deelnemende professionals van de 100 zorgorganisaties vormen nu een landelijke beweging naar beter eten in de zorg.

Binnenkort zal de Tweede Kamer een brief ontvangen waarin nader ingegaan zal worden op de resultaten van de projecten pilot farmabuddy en doorgebruik van thuismedicatie.

  • 4. 
    BELEIDSARTIKELEN

Artikel 1 Volksgezondheid 1. Algemene doelstelling

1981

1990

2000

2005

2010

2011

2012

2013

2014

2015

2016

  • 1. 
    Absolute levensverwachting in jaren:
  • mannen

72,7

73,8

75,5

77,2

78,8

79,2

79,1

79,4

79,9

79,7

79,9*

  • vrouwen

79,3

80,1

80,6

81,6

82,7

82,9

82,8

83,0

83,3

83,1

83,1*

  • 2. 
    Waarvan jaren in goed ervaren gezondheid:
  • mannen

59,9

60,6

61,5

62,5

63,9

63,7

64,7

64,6

64,9

64,6

64,9

  • vrouwen

62,4

61,9

60,9

61,8

63,0

63,3

62,6

63,5

64,0

63,2

63,3

  • Voorlopige cijfers
  • De levensverwachting van in Nederland geboren vrouwen 2016 bedroeg 83,1 jaar. Dat is 3,2 jaar hoger dan die van mannen (79,9 jaar). Sinds 1981 is het verschil in levensverwachting tussen de seksen kleiner geworden. Mannen boekten vanaf 1981 een winst van 7,2 jaar, vrouwen zijn gemiddeld 3,8 jaar ouder geworden.

  • Voor het berekenen van levensverwachting in goed ervaren gezondheid is het aantal «gezonde» jaren bepaald op basis van een vraag naar de ervaren gezondheid. In de loop der jaren is de vraag naar de ervaren gezondheid op twee (vrijwel identieke) manieren gesteld, namelijk:

      • 1. 
        Hoe is het over het algemeen met uw gezondheid?
      • 2. 
        Hoe is over het algemeen de gezondheidstoestand van de onderzochte persoon?

    Mensen die deze vraag beantwoorden met «goed» of «zeer goed» worden gezond genoemd.

  • 2. 
    Rol en verantwoordelijkheid Minister

Een belangrijke beleidsopgave van de Minister van VWS is het beschermen en bevorderen van de gezondheid van burgers. Dit laat onverlet dat mensen in eerste instantie zelf verantwoordelijk zijn voor hun gezondheid en zichzelf - indien mogelijk - dienen te beschermen tegen gezondheidsrisico’s. De verantwoordelijkheid voor veilig voedsel en veilige producten ligt primair bij het bedrijfsleven. De Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA), een agentschap van het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat (EZK), ziet namens VWS onder meer toe op de naleving van de Warenwet en de Tabakswet. Op het gebied van voedselveiligheid en consumenteninformatie zijn vrijwel uitsluitend Europese Verordeningen rechtstreeks van toepassing.

De Minister vervult de volgende rollen:

Stimuleren:

    • Bevorderen dat mensen gezonder leven door gezonde keuzes makkelijker te maken en te zorgen voor betrouwbare informatie over een gezonde leefstijl.

Financieren:

    • Financieren van doelmatige, kwalitatieve en toegankelijke bevolkingsonderzoeken ter voorkoming en vroegtijdige opsporing van levensbedreigende ziekten, zoals borstkanker, baarmoederhalskanker en darmkanker.
    • Financiering van de neonatale hielprikscreening en de prenatale screening.
    • Vroegtijdige opsporing en bestrijding van infectieziekten. Dit betreft onder andere de financiering van het Rijksvaccinatieprogramma en de bescherming tegen infectieziekten.
    • Financiering voor het uitvoeren van wettelijke taken en beleidsondersteuning zorgbreed door het RIVM. Dit betreft onder andere infectieziektebestrijding en medische milieukunde.
    • Financiering van de Stichting donorgegevens kunstmatige bevruchting.
    • Financiering van de abortusklinieken.
    • Financiering van de landelijke ondersteuningsstructuur ten behoeve van de kwaliteit en doelmatigheid van publieke gezondheid.

Regisseren:

    • Het opstellen van een wettelijk kader voor bescherming van consumenten tegen onveilige producten en levensmiddelen en het handhaven ervan door de NVWA.
    • Het opstellen van een wettelijk kader voor de bescherming van de gezondheid van burgers tegen de risico’s van het gebruik van alcohol en tabak en doen handhaven ervan door gemeenten respectievelijk de NVWA.
    • Inzetten op een gezonder aanbod van voeding (Akkoord Verbetering Productsamenstelling).
    • Aandacht voor een gezonde, beweegvriendelijke en veilige omgeving waarin de gezonde keuze de makkelijke keuze is.
    • Het tegengaan van ontstaan en verspreiding van antibioticaresistentie in de gezondheidszorg, voedsel, milieu en binnen de dierhouderij, in nauwe samenwerking met het Ministerie van EZ.
    • Opstellen wettelijk kader en doen handhaven van de kwaliteit van de jeugdgezondheidszorg.
    • In het geval van A-ziekten (Wet publieke gezondheid) geeft de Minister leiding aan de bestrijding van deze infectieziekten.
    • Coördinatie van het interdepartementaal drugsbeleid en zorgen voor het wettelijk kader (Opiumwet) en voor de gezondheidsaspecten van het drugsbeleid.
    • Het formuleren van wet- en regelgeving en beleid op het terrein van medisch-ethische vraagstukken.
  • 3. 
    Beleidsconclusies

De in de begroting 2017 opgenomen beleidswijzigingen op het terrein van de Volksgezondheid zijn grotendeels uitgevoerd volgens plan.

Preventiecoalities

Voor het bevorderen van samenwerking op het terrein van preventie is in 2017 de subsidieregeling preventiecoalities van start gegaan. Er is in 2017 echter beperkt gebruik gemaakt van deze subsidieregeling, omdat gemeenten en zorgverzekeraars meer tijd nodig hebben om tot samenwerking te komen en door de onbekendheid met de regeling. In 2018 zetten we in op het stimuleren van de samenwerking en het verder bekend maken van de subsidieregeling. Ook zal worden bezien of het budget deels op andere wijze kan worden ingezet om de samenwerking te bevorderen.

Jodiumtabletten

Binnen het beleid voor de voorbereiding van Nederland op rampen en crises die de volksgezondheid bedreigen, heeft VWS het afgelopen jaar jodiumtabletten verspreid naar ongeveer 1,2 miljoen huishoudens. De verwachting is dat hierdoor zo veel mogelijk mensen uit de risicogroepen kunnen beschikken over jodiumtabletten in geval van een kernongeval. De tabletten kunnen beschermen tegen opslag van radioactief jodium in de schildklier, wat op termijn met name bij kinderen en jongeren schildklierkanker kan veroorzaken. Het project is goed verlopen, hoewel de bezorging enkele weken langer heeft geduurd dan gepland. De tabletten zijn bezorgd bij huishoudens in 275 gemeenten en bij apotheken en drogisterijen. De posts op social media zijn door zo’n 3 miljoen mensen bezocht. Via een publieksinformatienummer en sociale mediakanalen van het ministerie heeft VWS ongeveer 9.000 vragen en reacties behandeld. Bij het Nationaal Vergiftigingen Informatie Centrum zijn meldingen binnengekomen van incidenten met 42 mensen en 14 dieren die tabletten hadden ingenomen of opgegeten, maar alle zonder (ernstige) gevolgen. Evaluatieonderzoek door het RIVM zal uitwijzen hoe mensen de distributie hebben ervaren, of huishoudens ook na langere tijd de tabletten goed bewaren en goed begrijpen waar de tabletten voor zijn.

Evaluatie Drank- en Horecawet

Beide Kamers zijn geïnformeerd over de uitkomsten van de evaluatie (TK 27 565, nr. 149). Uit de evalutie is gebleken dat jongeren minder zijn gaan drinken sinds de verhoging van de leeftijdsgrens. Er is daarnaast nog een grote groep jongeren die beginnen met drinken voor hun 18e. Deze groep blijft aandacht vragen evenals de ouders of vrienden van wie zij de alcohol verkrijgen. Daarnaast bleek dat door de decentralisering van het toezicht en de verkoop van drank via internet het lastig handhaven is. Een laatste vraag die uit de evaluatie is gekomen, was hoe het staat met het kennisniveau van verstrekkers. Daarom is afgelopen jaar begonnen met een verkenning toezicht internetverkoop en een nader onderzoek opleidingseisen sociale hygiëne uitgevoerd door onderzoeksbureau Panteia (TK 27 565, nr. 164).

Gezonde school

Al op jonge leeftijd wordt er een belangrijke basis gelegd voor de toekomstige (on)gezondheid. Het programma Gezonde School heeft als doel om de leefstijl van leerlingen positief te veranderen. Het richt zich op het voorkomen van problemen zoals overgewicht, pestgedrag en alcohol- en drugsgebruik en het stimuleren van sociaal-emotioneel welbevinden en beweging. In december 2016 is er een brief (TK 31 899, nr. 28) naar de Kamer gegaan over het nieuwe programma Gezonde School, namens de Ministeries van OCW en van VWS (mede namens de Ministeries van EZK en SZW).

Hierin staat hoe het programma eruit ziet voor de jaren 2017-2020. In het nieuwe programma is speciale aandacht voor het bereiken van kinderen uit gezinnen met een lage sociaal economische status (SES) en het bereiken van kinderen uit het speciaal onderwijs. Deze doelgroep heeft in de ondersteuningsronde van 2017 voorrang gekregen op het toekennen van ondersteuning uit het programma. In totaal hebben 745 scholen ondersteuning ontvangen om aan de slag te gaan op één van de thema’s. In 2017 zijn er in totaal 1.250 scholen met een vignet Gezonde School.

  • 4. 
    Tabel budgettaire gevolgen van beleid Begrotingsuitgaven (bedragen x € 1.000)

Realisatie

Realisatie

Realisatie

Realisatie

Realisatie

Oorspronkelijk vastgestelde begroting

Verschil

2013

2014

2015

2016

2017

2017

2017

Verplichtingen

571.788

614.940

625.302

600.651

713.544

646.009

67.535

Uitgaven

462.031

494.841

591.257

595.127

621.682

653.099

  • - 
    31.417
  • 1. 
    Gezondheidsbescherming

97.595

103.671

104.033

108.666

107.563

104.232

3.331

Subsidies

1.453

1.716

2.134

2.363

3.980

4.251

  • - 
    271

Uitvoering landelijke nota gezondheidsbeleid / Nationaal Programma Preventie

963

934

2.020

2.233

3.703

4.247

  • 544

Overig

490

782

114

130

277

4

273

Opdrachten

3.223

4.600

1.227

1.647

1.894

1.450

444

Aanschaf Jodiumtabletten

0

0

0

668

375

0

375

Overig

3.223

4.600

1.227

979

1.519

1.450

69

Bijdragen aan agentschappen

92.892

97.052

100.569

104.371

101.464

98.430

3.034

Nederlandse Voedsel en Warenautoriteit

74.115

77.672

79.647

80.354

81.760

81.550

210

RIVM: wettelijke taken en beleidsondersteuning zorgbreed

18.479

19.024

20.526

23.726

19.704

15.846

3.858

Overig

298

356

396

291

0

1.034

  • 1.034

Bijdragen aan ZBO's/RWT's

0

209

21

160

207

0

207

Overig

0

209

21

160

207

0

207

Bijdragen aan medeoverheden

27

94

82

125

18

101

  • - 
    83

College voor de toelating van gewasbeschermingsmiddelen en biociden

0

0

0

0

0

101

  • 101

Lokaal verbinden

0

0

0

0

0

0

0

Overig

27

94

82

125

18

0

18

  • 2. 
    Ziektepreventie

295.238

321.563

416.453

417.267

439.051

477.291

  • - 
    38.240

Subsidies

192.112

201.112

207.238

209.220

230.853

247.469

  • - 
    16.616

Ziektepreventie

6.402

7.501

7.633

8.242

7.586

16.337

  • 8.751

RIVM: Regelingen publieke en seksuele gezondheid

185.711

193.612

199.604

200.979

205.337

204.824

513

Niet Invasieve Prenatale Test (NIPT)

0

0

0

0

17.930

26.308

  • 8.378

Opdrachten

585

464

284

508

475

11.528

  • - 
    11.053

(Vaccin)onderzoek

578

0

284

0

0

10.270

  • 10.270

Overig

7

464

0

508

475

1.258

  • 783

Bijdragen aan agentschappen

102.541

119.003

207.352

206.614

206.834

217.315

  • - 
    10.481

RIVM: Opdrachtverlening Centra

102.541

119.003

207.352

206.614

206.834

217.315

  • 10.481

Bijdragen aan medeoverheden

0

984

1.579

925

889

979

  • - 
    90

Overig

0

984

1.579

925

889

979

  • 90
  • 3. 
    Gezondheidsbevordering

50.809

51.796

50.805

50.885

55.621

53.827

1.794

Subsidies

33.064

33.615

33.082

33.417

38.817

33.744

5.073

Preventie van schadelijk middelengebruik (alcohol, drugs en tabak)

0

1.185

1.787

2.203

9.361

7.515

1.846

Gezonde leefstijl en gezond gewicht

8.919

9.803

10.426

12.030

15.066

12.270

2.796

Letselpreventie

5.297

4.670

4.325

3.931

3.987

4.207

  • 220

Bevordering kwaliteit en toegankelijkheid zorg

3.218

4.074

4.751

5.067

6.203

4.472

1.731

Bevordering van seksuele gezondheid

5.451

4.658

2.631

2.775

2.965

2.767

198

Overig

10.179

9.225

9.162

7.411

1.235

2.513

  • 1.278

Opdrachten

3.255

3.629

3.647

3.343

3.227

4.814

  • - 
    1.587

Heroïnebehandeling op medisch voorschrift

2.743

2.874

2.782

2.712

2.854

3.100

  • 246

Communicatie verhoging leeftijdsgrenzen alcohol en tabak

0

0

0

0

0

1.060

  • 1.060

Overig

512

755

865

631

373

654

  • 281

Bijdragen aan agentschappen

0

0

0

0

0

190

  • - 
    190

Overig

0

0

0

0

0

190

  • 190

Bijdragen aan ZBO's/RWT's

0

0

0

0

0

700

  • - 
    700

Overig

0

0

0

0

0

700

  • 700

Bijdragen aan medeoverheden

14.490

14.552

14.076

14.125

13.577

14.379

  • - 
    802

Heroïnebehandeling op medisch voorschrift

14.490

14.552

14.076

14.125

13.577

13.932

  • 355

Overig

0

0

0

0

0

447

  • 447
  • 4. 
    Ethiek

18.389

17.810

19.966

18.308

19.447

17.749

1.698

Subsidies

588

1.331

16.573

17.197

18.363

16.688

1.675

Abortusklinieken

0

0

15.705

15.913

16.543

15.523

1.020

Beleid Medische Ethiek

588

1.331

868

1.284

1.820

1.165

655

Opdrachten

59

132

210

79

83

332

  • - 
    249

Overig

59

132

210

79

83

332

  • 249

Bijdragen aan agentschappen

4.452

2.164

1.130

1.032

1.001

729

272

CIBG: Uitvoeringstaken medische ethiek

4.452

2.164

1.130

1.032

1.001

729

272

Bijdragen aan ZBO's/RWT's

13.290

14.183

2.053

0

0

0

0

ZiNL: Rijksbijdrage abortusklinieken

13.208

14.122

2.053

0

0

0

0

Overig

82

61

0

0

0

0

0

Ontvangsten

16.565

37.511

21.221

16.001

18.716

7.403

11.313

Bestuurlijke boetes

5.260

5.341

4.112

5.418

6.981

4.252

2.848

Overig

11.305

32.170

17.109

10.583

11.735

3.151

8.465

Bovenstaande informatie is bedoeld voor de Staten-Generaal. Aan dit overzicht kunnen geen rechten worden ontleend.

Als gevolg van afronding kan de som van de delen afwijken van het totaal.

  • 5. 
    Toelichting op de instrumenten
  • 1. 
    Gezondheidsbescherming

Bijdragen aan agentschappen

Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit

De gerealiseerde uitgaven op dit instrument bedragen € 81,8 miljoen. Dit is ongeveer conform het oorspronkelijk geraamde bedrag.

In onderstaande tabel is weergegeven hoe het aantal verloren gegane gezonde levensjaren door voedselinfecties zich ontwikkelt.

Kengetallen voedselveiligheid: Aantal verloren gezonde levensjaren ten gevolge van voedselinfecties door ziekteverwekkende micro-organismen in voedsel in Nederland gegevens 2016 (Bron: RIVM Letter Reports - Disease burden of food-related pathogens in the Netherlands, 2012, 2013, 2014, 2016)

Micro-organismen

Aantal verloren gezonde levensjaren (DALY=Disability Adjusted Life Year)1

2012

2013

2014

2015

2016

Toxoplasma gondii

1.093

1.068

1.088

1.063

1.062

Campylobacter spp.

1.951

1.917

1.869

1.691

1.501

Salmonella spp.

1.486

670

649

643

757

  • S. 
    aureus toxine

194

194

193

192

192

  • C. 
    perfringens toxine

176

176

177

177

177

Norovirus

297

286

285

301

375

Rotavirus

161

186

78

165

88

  • B. 
    cereus toxine

28

28

28

28

28

Listeria monocytogenes

94

68

191

165

310

STEC O157

61

61

61

61

61

Giardia spp.

29

29

29

29

29

Hepatitis-A virus

7

7

6

5

5

Cryptosporidium spp.

6

11

11

19

22

Hepatitis-E virus

34

30

73

103

102

Totaal

5.618

4.732

4.738

4.642

4.708

Bron: Letter Reports disease burden 2012, 2013, 2014 en 2016; M. Bouwknegt et al.

Noot 1

DALY=Disability Adjusted Life Year. Maat voor ziektelast in een populatie uitgedrukt in tijd; opgebouwd uit het aantal verloren levensjaren (door vroegtijdige sterfte) en het aantal jaren geleefd met gezondheidsproblemen (bijvoorbeeld een ziekte), gewogen voor de ernst hiervan (ziektejaarequivalenten). In deze maat komen de drie belangrijke aspecten van de volksgezondheid terug: kwantiteit (levensduur), kwaliteit van leven en het aantal personen dat een effect ondervindt.

De getallen in de tabel zijn afgerond. Het totaal kan afwijken van de som van de weergegeven getallen.

RIVM in verband met wettelijke taken en beleidsondersteuning zorgbreed

De opdrachtverlening 2017 inzake de programma’s aan het RIVM bedraagt € 19,7 miljoen en is € 3,9 miljoen hoger dan oorspronkelijk geraamd. Dat is een gevolg van een groot aantal aanvullende opdrachten waarvoor bij de eerste en tweede suppletoire wet budget is overgeheveld naar dit instrument. Dit betreft opdrachten op het terrein van wettelijke taak volksgezondheid en zorg (€ 0,8 miljoen), beleidsondersteuning volksgezondheid en zorg (€ 0,9 miljoen), sport (€ 0,7 miljoen), beleidsondersteuning geneesmiddelen en medische technologie (€ 0,8 miljoen) en risicoschatting en beoordeling ten behoeve van beleid (0,7 miljoen).

  • 2. 
    Ziektepreventie

Subsidies

Ziektepreventie

De gerealiseerde uitgaven bedragen € 7,6 miljoen. Dat is circa € 8,8 miljoen lager dan het in de begroting geraamde bedrag van € 16,3 miljoen. Het verschil wordt voornamelijk veroorzaakt door diverse mutaties die reeds in de eerste suppletoire wet zijn toegelicht. Dit betreft de overheveling van budget voor het antibioticaresistentiebeleid (€ 6 miljoen) en een overboeking naar het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat voor het project Dutch Wildlife Healthcare Centre (DWHC) (€ 0,3 miljoen). Verder is budget overgeheveld naar artikel 2 Curatieve zorg voor het onderzoeksprogramma antibiotica en alternatieven (€ 1,7 miljoen). Tot slot komt het gereserveerde budget voor de afhandeling van de vergoeding narcolepsie - Mexicaanse griepvaccin dit jaar niet tot besteding, omdat de afwikkeling van de claim minder voorspoedig loopt dan voorzien (0,7 miljoen).

Niet Invasieve Prenatale Test (NIPT)

Als gevolg van de latere inwerkintreding van de subsidieregeling NIPT, namelijk per 1 april 2017, is bij de eerste suppletoire wet een deel van het voor 2017 beschikbaar gestelde budget vrijgevallen (€ 6 miljoen). Verder is onderuitputting opgetreden (€ 2,4 miljoen) omdat de uiteindelijke kostprijs lager was dan vooraf rekening mee was gehouden.

Kengetallen Deelname aan vaccinatieprogramma, bevolkingsonderzoeken en screeningen in procenten

2008

2009

2010

2011

2012

2013

2014

2015

2016

2017

  • 1. 
    Deelname aan Rijksvaccinatieprogramma

94,5%

95,2%

95,0%

95,4%

95,4%

95,5%

95,4%

94,8%

93,1%

91,2%

  • 2. 
    Deelname aan Nationaal Programma Grieppreventie

71,5%

70,4%

68,9%

65,7%

62,4%

59,6%

52,8%

50,1%

53,5%

-

  • 3. 
    Deelname aan Bevolkingsonderzoek borstkanker

82,0%

81,5%

80,7%

80,1%

79,7%

79,4%

78,8%

77,6%

-

-

  • 4. 
    Deelname aan Bevolkingsonderzoek baarmoederhalskanker

67,5%

66,3%

65,5%

66,2%

65,2%

66,2%

64,8%

64,4%

60,3%

-

  • 5. 
    Deelname aan Bevolkingsonderzoek darmkanker

-

-

-

-

-

-

71,6%

73,0%

73,0%

-

  • 6. 
    Deelname aan hielprik

99,8%

99,7%

99,7%

99,4%

99,3%

99,4%

99,3%

99,3%

99,2%

-

Bron:

Dit kerncijfer betreft het percentage zuigelingen van een specifiek geboortecohort dat volledig heeft deelgenomen aan het Rijksvaccinatieprogramma (RVP). Een zuigeling heeft volledig deelgenomen aan het RVP als hij/zij alle vaccinaties volgens het RVP-schema toegediend heeft gekregen voor het bereiken van de leeftijd van 2 jaar.

Dit kerncijfer betreft het percentage gevaccineerde personen in de groep patiënten die conform het advies van de Gezondheidsraad in aanmerking komen voor vaccinatie tegen influenza.

Dit kerncijfer betreft het percentage vrouwen uit de doelgroep, dat deelneemt aan het bevolkingsonderzoek borstkanker. De populatie van het bevolkingsonderzoek bestaat uit 50-75 jarige vrouwen.

Dit kerncijfer betreft het percentage vrouwen uit de doelgroep, dat deelneemt aan het bevolkingsonderzoek baarmoederhalskanker. De populatie van het bevolkingsonderzoek bestaat uit 30-65 jarige vrouwen.

Dit kerncijfer betreft het percentage personen dat deelneemt aan het bevolkingsonderzoek (screening) naar dikkedarmkanker.

Dit kerncijfer betreft het percentage pasgeborenen dat gescreend is.

Bovenstaande cijfers geven een goede indicatie van de ontwikkelingen op de beleidsterreinen met dien verstande dat de nadruk op geïnformeerde keuze voor deelname ligt en niet op een zo hoog mogelijk percentage. De beschermingsgraad ligt in de praktijk hoger dan het met het deelnamepercentage weergegeven cijfer in verband met bijvoorbeeld de groepsimmuniteit.

Opdrachten

(Vaccin)onderzoek

Bij de tweede suppletoire wet is € 10,3 miljoen overgeboekt naar artikel 10 Apparaatsuitgaven, omdat het vaccinonderzoek, de ontwikkeling van het Respiratoir Syncitium Virus (RSV)-vaccin en het onderzoek naar alternatieven voor dierproeven wordt uitgevoerd door de Projectdirectie Antonie van Leeuwenhoek-terrein.

Bijdrage aan agentschappen

RIVM: Opdrachtverlening centra

De gerealiseerde uitgaven bedragen € 206,8 miljoen. Dat is circa € 10,5 miljoen lager dan het in de begroting geraamde bedrag van € 217,3 miljoen. Het verschil wordt voornamelijk veroorzaakt door diverse mutaties die reeds in de eerste en tweede suppletoire wet 2017 zijn toegelicht. Dit betreft onder andere een overboeking naar het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat voor een extra bijdrage van € 3 miljoen aan de NVWA (TK 33 935, nr. 33). Daarnaast vielen de uitgaven in het kader van het Rijksvaccinatieprogramma lager uit dan voorzien (€ 4 miljoen) en is vanwege de demissionaire staat van het kabinet geen besluit genomen over de uitbreiding van de neonatale hielprikscreening (€ 2,2 miljoen).

  • 3. 
    Gezondheidsbevordering

Subsidies

Gezonde leefstijl en gezond gewicht

De uitgaven op dit instrument zijn € 2,8 miljoen meer dan geraamd. Het verschil wordt voornamelijk veroorzaakt door overboekingen van andere ministeries naar dit artikelonderdeel, ten gunste van gezamenlijke programma’s (zoals Gezonde School). Daarnaast is er circa € 1 miljoen extra besteed voor de voedings-app, waarmee consumenten informatie kunnen raadplegen en gezondere keuzes maken door producten in de winkel te scannen en te vergelijken.

Kengetallen Gezondheidsbevordering (in procenten)

2009

2010

2011

2012

2013

2014

2015

2016

Rokers 18 jaar e.o.1

28,6

26,9

27

24,5

24,7

25,7

26,3

24,1

Rokers laatste maand, 12-16 jaar 2

16,9

10,6

-

Alcoholgebruik laatste maand, 12-16 jaar 2

37,8

25,5

-

Cannabisgebruik laatste jaar, 12-16 jaar 2

6

8,2

-

Cannabisgebruik laatste jaar 18 jaar e.o. 3

6,8

7,6

6,7

6,6

Overgewicht 18 jaar e.o. 4

46,4

47,3

47,3

47,1

47,1

49,4

49,3

49,2

Overgewicht 4-18 jaar 4

13,2

13,3

12,5

12,3

11,7

11,9

11,6

13,6

Aantal spoedeisende hulpbehandelingen in ziekenhuizen door privéongevallen en sportblessures (x 1.000) 5

640

600

600

590

430

519

470

Bronnen:

1: Staat van Volksgezondheid en Zorg: Gezondheidsenquête CBS/Leefstijlmonitor RIVM

2: Jeugd en Riskant Gedrag 2015, Trimbos-instituut

3: Staat van Volksgezondheid en Zorg: Gezondheidsenquête CBS/Leefstijlmonitor RIVM. Door wijziging in meetmethoden na 2009 zijn de cijfers met 2014 en 2015 beperkt vergelijkbaar.

4: Staat van Volksgezondheid en Zorg: Gezondheidsenquête CBS/Leefstijlmonitor RIVM. Door wijziging in meetmethoden tussen 2009-2010 en 2013-2015 zijn de cijfers vóór en na deze perioden slechts in beperkte mate te vergelijken.

5: Kerncijfers LIS, VeiligheidNL. De daling in 2013 is toe te schrijven aan een technisch registratieprobleem in dat jaar.

Ontvangsten

Bestuurlijke boetes

De ontvangsten bestuurlijke boetes zijn circa € 2,8 miljoen hoger uitgevallen dan geraamd. In 2016 is de hoogte van het boetebedrag voor overtredingen op de Tabakswet gestegen. Daarnaast voert de NVWA strengere inspecties uit dan voorheen en geeft de NVWA sneller een boete in plaats van eerst een waarschuwing. Deze ontwikkelingen hebben in 2017 geleid tot hogere inkomsten dan geraamd en de verwachting is dat dit door zal zetten in de komende jaren.

Overig

De gerealiseerde ontvangsten bedragen € 11,6 miljoen. Dat is circa € 8,5 miljoen hoger dan het in de begroting geraamde bedrag van € 3,2 miljoen. Het verschil wordt voornamelijk veroorzaakt door meerontvangsten van € 8,4 miljoen als gevolg van de vaststelling van bijdragen over 2016 van het agentschap RIVM (zie toelichting tweede suppletoire wet 2017). Daarnaast vielen de ontvangsten door de vaststelling van subsidies verleend in voorgaande jaren € 0,1 miljoen hoger uit.

Beleidsartikel 2 Curatieve zorg 1. Algemene beleidsdoelstelling

Een kwalitatief goed en toegankelijk stelsel voor curatieve zorg tegen maatschappelijk verantwoorde kosten.

  • 2. 
    Rol en verantwoordelijkheid Minister

De Minister van VWS is verantwoordelijk voor een goed werkend en samenhangend stelsel voor curatieve zorg. De Zorgverzekeringswet vormt samen met de zorgbrede wetten, zoals de Wet marktordening gezondheidszorg (Wmg) en de Wet Toelating Zorginstellingen (WTZi) de wettelijke basis van dit stelsel.

Vanuit deze verantwoordelijkheid vervult de Minister de volgende rollen:

Stimuleren:

    • Het bevorderen van de kwaliteit, (patiënt)veiligheid en innovatie in de curatieve zorg.
    • Het ondersteunen van initiatieven om de toegankelijkheid en betaalbaarheid van de curatieve zorg te garanderen en/of te verbeteren. Belangrijk daarin zijn de initiatieven om verspilling in de zorg tegen te gaan.
    • Het ondersteunen van initiatieven om fraude in de zorg zoveel mogelijk te voorkomen.
    • Het bevorderen van de werking van het stelsel door het systeem van risicoverevening.
    • Het bevorderen dat verzekerden beschikken over de juiste en begrijpelijke informatie om een keuze te kunnen maken voor een zorgverzekering.

Financieren:

    • Het bevorderen van kwalitatief goede zorg door medefinanciering van hoogwaardig oncologisch onderzoek.
    • Het financieren van onderzoek dat gericht is op een snellere ontwikkeling van waarde toevoegende medische producten en behandelwijzen tegen aanvaardbare prijzen.
    • Het financieren van onderzoek dat bijdraagt aan kwalitatief goed gepast gebruik van genees- en hulpmiddelen.
    • Het financieren van initiatieven voor het ontwikkelen van alternatieve verdienmodellen voor geneesmiddelenontwikkeling.
    • Verbetering van de kwaliteit van de zorg door financiering van de familie- en vertrouwenspersonen in GGZ-instellingen.
    • Het (mede)financieren van het digitale communicatiesysteem voor de zwaailichtsector.
    • Het financieren van initiatieven die bijdragen aan een zorgvuldige orgaandonorwerving in de ziekenhuizen, het onderhouden van het donorregister en het geven van publieksvoorlichting over orgaandonatie.
    • Het financieren van bijwerkingenregistraties en onderzoek ten behoeve van het monitoren van de productveiligheid.
    • Bevorderen van de toegankelijkheid en betaalbaarheid van de zorg door het (deels) compenseren van de gederfde inkomsten van zorgaanbieders als gevolg van het verstrekken van zorg aan onverzekerde (verwarde) personen, illegalen en andere onverzekerbare vreemdelingen.
    • Bevorderen van de toegankelijkheid en betaalbaarheid van de zorg door het financieren van de zorguitgaven voor kinderen tot 18 jaar.
    • Het financieren van kostencomponenten die een gelijk speelveld verstoren.

Regisseren:

    • Het onderhouden van wet- en regelgeving op het gebied van geneesmiddelen, medische hulpmiddelen, lichaamsmaterialen en bloedvoorziening.
    • Het (door)ontwikkelen van productstructuren op basis waarvan onderhandelingen over bekostiging plaatsvinden.
    • Het bepalen van de normen/criteria, waaraan de registers (bijvoorbeeld het BIG-register) die worden bijgehouden om de werking van het stelsel te bevorderen, moeten voldoen.
    • De werking van het zorgverzekeringsstelsel wordt bevorderd door het actief opsporen van onverzekerden en wanbetalers.
  • 3. 
    Beleidsconclusies

Personen met verward gedrag

In 2017 heeft het Schakelteam gemeenten en regio’s gefaciliteerd bij het realiseren van een goed werkende aanpak voor de ondersteuning van mensen met verward gedrag. In zijn tussenrapportage (TK 25 424, nr. 375) geeft het Schakelteam aan dat overal in het land actief wordt gewerkt aan deze aanpak, maar dat de aanpak nog nergens sluitend is. Een belangrijke stimulans voor de activiteiten in het land is het door VWS gefinancierde ZonMw-actieprogramma «lokale initiatieven voor mensen met verward gedrag». In 2017 zijn meer dan 100 praktijkprojecten van start gegaan. Het Schakelteam heeft een landelijk dekkend netwerk van 23 regionale projectteams helpen realiseren. Daarnaast heeft het Schakelteam een brigadier vervoer ingesteld die de regio’s ondersteunt bij het maken van regionale afspraken over passend vervoer. Ten slotte is per 1 maart de subsidieregeling medisch noodzakelijke zorg aan onverzekerden in werking getreden die financiële belemmeringen wegneemt voor zorgaanbieders die medisch noodzakelijk zorg aan onverzekerde personen.

Ontsluiten patiëntgegevens in de medisch specialistische zorg

Met het Versnellingsprogramma Informatie-uitwisseling Patiënt en Professional (VIPP) kunnen ziekenhuizen en andere instellingen voor medisch-specialistische zorg (zoals revalidatiecentra en zelfstandige behandelklinieken) een subsidie krijgen als zij patiënten de beschikking geven over hun medische gegevens, die gestandaardiseerd worden aangeleverd. Zo wordt het voor deze patiënt een stuk gemakkelijker om informatie van het ziekenhuis te raadplegen. Denk aan lab- of andere onderzoeksuitslagen, specialistenbrieven en medicatiegegevens. Zo kan de patiënt zich goed voorbereiden op een gesprek met de dokter en zal hij beter geïnformeerd zijn over de eigen gezondheid. En de dokter kan een patiënt verwachten die beter in staat is om mee te denken en mee te beslissen in behandeltrajecten. Ook kan deze informatie met andere zorgverleners of mantelzorgers worden gedeeld. Van de 68 algemene ziekenhuizen hebben 67 ziekenhuizen de subsidie aangevraagd en toegekend gekregen. Er hebben 159 overige instellingen voor medisch-specialistische zorg subsidie aangevraagd, daarvan hebben 137 instellingen de subsidie toegekend gekregen. In 2018 is het eerste moment waarop gekeken wordt of instellingen in de medisch-specialistische zorg erin zijn geslaagd de standaarden, protocollen en procedures te implementeren om hun systemen met elkaar te kunnen laten communiceren en de bovengenoemde informatie-uitwisseling tot stand te brengen.

Wachttijden

Hoewel de toegankelijkheid van zorg in Nederland ten opzichte van andere landen relatief hoog is, zoals blijkt uit het rapport van IQ Healthcare,3 blijft het terugdringen wachttijden een belangrijk punt van aandacht. Nadat uit de marktscan 2016 bleek dat de Treeknorm4 overschreden werd bij bepaalde specialismen5 is in 2017 de Kamer geïnformeerd over het verdiepend onderzoek en plan van aanpak ten aanzien van de wachttijden in de medisch-specialistische zorg (TK 29 248, nr. 306). Het verdiepend onderzoek laat een veelvoud aan factoren zien die invloed hebben op de wachttijden in de medisch specialistische zorg. Oorzaken zijn divers, regionaal en vaak afhankelijk van het specialisme (vergrijzing, regionale arbeidsmarkt problematiek en seizoenstrends). Het onderzoek laat zien dat niet elke overschrijding van de Treeknorm direct een probleem voor de patiënt oplevert. In bepaalde gevallen komt het voor dat de overschrijding van de Treeknorm expliciet op aangeven van de patiënt plaatsvindt, bijvoorbeeld als de patiënt er voor kiest de zorg uit te stellen tot een voor hem passend moment. Verder worden patiënten in de praktijk niet altijd actief gewezen op alternatieven in de regio of de mogelijkheid tot zorgbemiddeling, terwijl vaak wel een passend en tijdig alternatief beschikbaar is. In de wachttijdcijfers zijn zelfstandige klinieken niet (volledig) meegenomen, die doorgaans een kortere wachttijd hebben. De NZa zet daarom in op de volgende acties:

    • De informatiepositie van de patiënt verbeteren, zodat zij een goede afweging kunnen maken tussen snelle zorg of een iets langere wachttijd voor een behandeling door een arts van hun keuze.
    • De registratie van wachttijden verbeteren zodat patiënten beschikken over volledige en accurate gegevens bij het vinden van tijdige zorg. Hierbij heeft wordt ook het zorgaanbod van zelfstandige klinieken in kaart gebracht zodat hun capaciteit beter benut kan worden.
    • Afspraken tussen zorgaanbieder en zorgverzekeraar over het terugdringen van en omgaan met wachttijden bevorderen, zodat partijen niet naar elkaar wijzen voor een oplossing maar gezamenlijk een oplossing zoeken. Hierbij wordt ook invulling gegeven aan gewijzigde patiëntenstromen bijvoorbeeld bij veranderend aanbod in de regio en seizoensinvloeden op de patiëntenstroom.

Uitvoeren visie Geneesmiddelen

Het Zorginstituut Nederland heeft opdracht gekregen de binnen het ministerie opgezette horizonscan verder te ontwikkelen. De horizonscan+ is een integraal, openbaar en zo objectief mogelijk overzicht van welke innovatieve geneesmiddelen op de markt verwacht worden en relevante ontwikkelingen daaromtrent. Het doel daarbij is dat partijen in het veld hun inkoop beter organiseren, duidelijke en tijdige afspraken maken over de inzet van deze geneesmiddelen en tijdig de organisatie en financiering van de benodigde zorg oppakken. In september 2017 heeft het Zorginstituut haar eerste horizonscan gepubliceerd (www.horizonscangeneesmiddelen.nl). Verder zal het Zorginstituut in de volgende scan voor meer geneesmiddelen een inschatting geven van de (verwachte) prijsstelling. Deze database gaat in januari 2018 live. Het Zorginstituut zal de horizonscan in 2018 evalueren.

Veiligheid, kwaliteit en doelmatigheid van hulpmiddelen

In het kader van meer kwaliteit in de zorg wordt ook een impuls gegeven aan het hulpmiddelenbeleid. In 2017 zijn door betrokken partijen met steun van VWS kwaliteitsstandaarden ontwikkeld voor continentie-, stoma- en diabeteshulpmiddelenzorg. Implementatie van deze kwaliteitsstandaarden zal in 2018 plaatsvinden. Met een in 2017 gestarte meerjarige intensivering via een ZonMw-programma Goed Gebruik Hulpmiddelen wordt doelmatigheid en kwaliteit in de hulpmiddelenzorg en het onderzoek rondom hulpmiddelen verder verbeterd.

  • 4. 
    Tabel budgettaire gevolgen van beleid Begrotingsuitgaven (bedragen x € 1.000)

Realisatie

Realisatie

Realisatie

Realisatie

Realisatie

Oorspronkelijk vastgestelde begroting

Verschil

2013

2014

2015

2016

2017

2017

2017

Verplichtingen

2.644.586

2.753.584

8.697.819

3.640.438

3.533.901

675.197

2.858.704

Uitgaven

2.789.790

2.722.717

4.614.648

4.236.316

3.735.344

3.816.813

  • - 
    81.469
  • 1. 
    Kwaliteit en veiligheid

116.315

114.608

118.505

128.572

149.906

163.134

  • - 
    13.228

Subsidies

110.631

105.024

111.162

120.556

138.424

154.054

  • - 
    15.630

IKNL en NKI

45.084

52.493

51.542

52.590

53.192

51.730

1.462

Zwangerschap en geboorte

2.402

1.852

3.574

4.796

5.504

3.819

1.685

Registratie en uitwisseling zorggegevens (PALGA)

3.443

3.572

3.264

3.339

3.401

3.647

  • 246

Nictiz

4.450

5.105

5.113

5.349

0

5.412

  • 5.412

Ontsluiten patiëntgegevens ziekenhuizen

25.289

35.000

  • 9.711

Orgaandonatie en transplantatie

10.864

12.174

11.446

10.370

11.047

11.214

  • 167

Onderzoek Onco XL

0

0

0

0

0

2.000

  • 2.000

FES/LSH projecten

1.085

1.085

0

UMC Groningen: Lifelines project

6.100

4.600

2.802

3.498

0

0

0

Expertisefunctie zintuigelijk gehandicapten

0

0

0

21.967

22.112

21.633

479

Antibioticaresistentie

0

0

0

0

3.257

7.500

  • 4.243

Inloophuizen kankerpatiënten

0

0

0

0

40

450

  • 410

Uitvoering Agenda gepast gebruik en transparantie ggz

0

0

0

0

1.777

2.500

  • 723

Prinses Maxima Centrum (PMC)

0

0

0

0

0

0

0

Overig

38.288

25.228

33.421

18.647

11.720

8.064

3.656

Opdrachten

1.876

6.743

3.855

4.611

3.434

5.631

  • - 
    2.197

Publiekscampagne orgaandonatie

0

0

1.461

1.157

1.585

1.720

  • 135

Overig

1.876

6.743

2.394

3.454

1.849

3.911

  • 2.062

Bijdragen aan agentschappen

3.808

2.841

3.488

3.355

7.705

3.449

4.256

CIBG: Donorregister

3.571

2.744

2.746

3.035

2.759

2.380

379

Overig

237

97

742

320

4.946

1.069

3.877

Bijdragen aan ZBO's/RWT's

0

0

0

50

343

0

343

Overig

0

0

0

50

343

0

343

Bijdrage aan (inter)nationale organisaties

0

0

0

0

0

0

0

Beschikbaarheid Medische produkten

0

0

0

0

0

0

0

  • 2. 
    Toegankelijkheid en betaalbaarheid van de zorg

2.609.284

2.549.096

4.324.964

3.924.276

3.457.367

3.468.912

  • - 
    11.545

Subsidies

12.293

12.029

14.224

22.459

22.493

31.217

  • - 
    8.724

Sluitende aanpak verwarde personen

0

0

0

0

2.206

14.000

  • 11.794

Eerstelijns gezondheidscentra in VINEX-gebieden

1.312

1.331

1.314

1.532

2.063

2.000

63

Anonieme e-mental health

785

1.090

925

1.000

12

0

12

Vertrouwenspersoon in de ggz

6.098

6.199

6.204

6.476

6.528

6.204

324

Suïcidepreventie

1.110

1.561

1.854

3.154

4.186

4.062

124

Ondersteuning tolken huisartsen consulten nieuwe statushouders

0

0

0

0

48

48

Kwaliteitsimpuls apothekers

0

0

0

2.858

236

2.823

  • 2.587

Overig

2.988

1.848

3.927

7.439

7.214

2.128

5.086

Bekostiging

2.594.090

2.532.710

4.306.800

3.896.700

3.429.614

3.424.884

4.730

Rijksbijdrage Zorgverzekeringsfonds voor financiering van verzekerden 18-

2.565.500

2.498.500

2.470.800

2.508.700

2.490.500

2.490.500

0

Rijksbijdrage dempen premie ten gevolge van HLZ

0

0

1.804.000

1.353.000

902.000

902.000

0

Zorg illegalen en andere onverzekerbare vreemdelingen

0

33.045

32.000

35.000

37.114

32.384

4.730

Overig

28.590

1.165

0

0

0

0

0

Opdrachten

1.858

3.142

2.670

3.315

3.544

10.852

  • - 
    7.308

Uitvoeren visie geneesmiddelen

72

2.000

  • 1.928

Kwailteit, veiligheid, doelmatigheid hulpmiddelen

194

1.000

  • 806

Overig

1.858

3.142

2.670

3.315

3.278

7.852

  • 4.574

Bijdragen aan agentschappen

1.043

1.215

1.270

1.802

1.716

1.328

388

CIBG: WPG/GVS/APG

1.043

1.215

1.270

1.802

1.716

1.328

388

Bijdragen aan ZBO's/RWT's

0

0

0

0

0

631

  • - 
    631

ZiNL: Uitvoering Compensatie kosten van zorg illegalen en andere onverzekerbare vreemdelingen

0

0

0

0

0

631

  • 631

Gepast gebruik medische producten

0

0

0

0

0

0

0

Overig

0

0

0

0

0

0

0

  • 3. 
    Ondersteuning van het stelsel

64.191

59.013

171.179

183.467

128.070

184.767

  • - 
    56.697

Subsidies

3.226

353

37.183

2.339

1.837

1.362

475

Stichting Klachten en Geschillen Zorgverzekeringen

232

331

1.085

927

1.171

1.221

  • 50

Overgang integrale tarieven medisch-specialistische zorg

0

0

35.920

1.120

80

0

80

Overig

2.994

22

178

292

586

141

445

Bekostiging

3.144

4.191

0

47.750

3.430

0

3.430

Afwikkeling algemene kas ZFW

3.144

4.191

0

47.750

3.430

0

3.430

Inkomensoverdrachten

35.757

32.241

113.098

110.137

104.120

105.926

  • - 
    1.806

Overgangsregeling FLO/VUT ouderenregeling ambulancepersoneel

35.713

32.241

25.297

25.041

23.056

24.836

  • 1.780

Schadevergoeding Erasmus MC

0

0

85.000

85.000

80.968

81.000

  • 32

Overig

44

0

2.801

96

96

90

6

Opdrachten

2.566

4.014

4.746

7.358

3.162

4.593

  • - 
    1.431

Risicoverevening

1.179

1.139

1.857

1.826

1.699

1.906

  • 207

Uitvoering zorgverzekeringstelsel

335

313

361

548

263

502

  • 239

Patiëntenvervoer Waddeneilanden

0

0

0

4.056

440

0

440

Overig

1.052

2.562

2.528

928

760

2.185

  • 1.425

Bijdragen aan agentschappen

19.498

18.214

16.152

15.883

15.521

15.586

  • - 
    65

CJIB: Onverzekerden en wanbetalers

19.498

18.214

16.152

15.883

15.521

15.586

  • 65

Bijdragen aan ZBO's/RWT's

0

0

0

0

0

53.147

  • - 
    53.147

Zorginstituut Nederland: Onverzekerden en wanbetalers

0

0

0

0

0

42.642

  • 42.642

Zorginstituut Nederland: Doorlichten pakket

0

0

0

0

0

10.355

  • 10.355

Overig

0

0

0

0

0

150

  • 150

Bijdragen aan andere begrotingshoofdstukken

0

0

0

0

0

4.153

  • - 
    4.153

JenV: Bijdrage C2000

0

0

0

0

0

4.153

  • 4.153

Ontvangsten

78.105

81.998

98.455

152.126

8.905

60.955

  • - 
    52.050

Wanbetalers en onverzekerden

66.343

69.681

85.785

82.640

0

59.902

  • 59.902

IJsselmeerziekenhuizen

0

0

0

0

1.000

0

1.000

Overig

11.762

12.317

12.670

69.486

7.905

1.053

6.852

Bovenstaande informatie is bedoeld voor de Staten-Generaal. Aan dit overzicht kunnen geen rechten worden ontleend.

Als gevolg van afronding kan de som van de delen afwijken van het totaal.

  • 5. 
    Toelichting op de instrumenten

Verplichtingen

Zoals reeds gemeld bij de tweede suppletoire wet is, voor het in 2017 aangaan van verplichtingen voor de rijksbijdrage Zorgverzekeringsfonds voor de financiering van verzekerden 18- voor 2018, het verplichtingenbudget overgeheveld van 2018 naar 2017 (€ 2,6 miljard).

1 Kwaliteit en veiligheid

Subsidies

Nictiz

Zoals reeds in de tweede suppletoire wet is gemeld zijn de middelen voor Nictiz (€ 5,5 miljoen) vanwege herschikking overgeheveld naar artikel 4 Zorgbreed beleid.

Ontsluiten patiëntgegevens ziekenhuizen

Zoals reeds gemeld bij tweede suppletoire wet zijn de voorbereidingen om het ontsluiten van patiëntgegevens door ziekenhuizen en overige instellingen voor medisch-specialistische zorg te stimuleren vertraagd. Hierdoor vallen de uitgaven in 2017 lager uit (€ 9,7 miljoen).

Kengetal: aantal orgaandonoren en aantal getransplanteerde organen

Onderzoek Onco XL

De uitgaven voor Oncode in 2017 worden verantwoord op artikel 4 onder ZonMw. In 2017 is een bedrag van € 1,5 miljoen ter beschikking gesteld.

Antibioticaresistentie

In 2017 is er in 10 regio’s een pilot gestart ten behoeve van de verdere ontwikkeling van de ABR-zorgnetwerken. Dit zijn samenwerkingsverbanden waarin zorginstellingen en zorgprofessionals samenwerken bij de bestrijding van verspreiding van infectieziekten en antibioticaresistentie. Er is per netwerk een basissubsidie beschikbaar gesteld. Ook zijn er aanvullende subsidies mogelijk voor aanvullende activiteiten. In 2017 zijn er minder aanvragen voor aanvullende activiteiten ontvangen dan verwacht. Ook de geplande nulmeting (punt prevalentie onderzoek) in 1.200 verpleeghuizen is verplaatst naar 2018. Hierdoor zijn de uitgaven voor antibioticaresitentie € 4,2 miljoen lager uitgevallen dan verwacht.

Overig

Deze post betreft een verzameling van een groot aantal mutaties met als belangrijkste € 2,4 miljoen voor de invoering van integrale bekostiging in de geboortezorg, € 0,9 miljoen voor Zorgcert ter ondersteuning van zorginstellingen op het gebied van cybersecurity.

Bijdragen aan agentschappen

Overig

De hogere uitgaven zijn met name te verklaren door de bijdrage (€ 2,7 miljoen) aan het agentschap CBG in verband met het grotere werkaanbod in verband met de Brexit en de komst van de EMA naar Nederland.

2 Toegankelijkheid en betaalbaarheid van de zorg

Subsidies

Sluitende aanpak verwarde personen

Zoals reeds gemeld bij tweede suppletoire wet vallen de uitgaven voor een sluitende aanpak voor verwarde personen lager uit dan verwacht. Het betreft hier de uitgaven voor de regeling die is getroffen om financiële belemmeringen om medisch noodzakelijke zorg aan onverzekerde, verwarde personen te verlenen, weg te nemen. Deze regeling is later in werking getreden en ook het aantal aanvragen blijft nog ver achter bij de eerdere ramingen. Hierdoor vallen de uitgaven in 2017 lager uit (€ 11,8 miljoen).

Kwaliteitsimpuls apothekers

De uitgaven voor de subsidie aan de KNMP voor competentieversterkende activiteiten vallen lager uit (€ 2,6 miljoen) omdat de activiteiten later zijn gestart dan gepland.

Overig

Zoals reeds gemeld bij de eerste suppletoire wet is als gevolg van een herschikking binnen dit artikelonderdeel € 2,7 miljoen overgeheveld van Opdrachten naar Subsidies. Daarnaast is € 1,6 miljoen overgeheveld van artikelonderdeel 1 Kwaliteit en veiligheid naar dit artikelonderdeel. Tot slot is er een aantal kleinere mutaties verwerkt (€ 1,5 miljoen).

Bekostiging

Zorg aan illegalen en andere onverzekerbare vreemdelingen

Zoals reeds gemeld bij eerste suppletoire wet is voor de dekking van de regeling voor vergoeding van zorg aan illegalen en andere onverzekerbare vreemdelingen een bedrag van € 4,8 miljoen overgeheveld van het Budgettair Kader Zorg. De structurele toename van de kosten wordt onder andere veroorzaakt door een toename van het aantal gebruikers als gevolg van de grote migratiestroom die heeft plaatsgevonden waarbij een deel van de vluchtelingen die geen status heeft gekregen in het illegalencircuit terecht is gekomen. Daarnaast worden de meerkosten veroorzaakt door een grotere bekendheid van de regeling.

Opdrachten

Overig

Zoals reeds gemeld bij eerste suppletoire wet is als gevolg van een herschikking binnen dit artikelonderdeel € 2,7 miljoen overgeheveld van Opdrachten naar Subsidies. Daarnaast is € 1,1 miljoen overgeheveld naar artikelonderdeel Kwaliteit en veiligheid ten behoeve van de dekking van de kosten voor het verbeteren van de medicatieveiligheid onder andere door middel van het verbeteren van de ICT en onderzoeken die hiermee verband houden. Tot slot is € 0,8 miljoen overgeheveld van het instrument Opdrachten naar het instrument Bijdragen aan agentschappen voor de ZonMw-programma 's op het gebied van doelmatigheid, goed geneesmiddelen gebruik en goed gebruik hulpmiddelen.

3 Ondersteuning van het stelsel

Bekostiging

Afwikkeling algemene kas ZFW

In 2017 is het Zorginstituut in het kader van de afwikkeling van de voormalige Algemene Kas voortgegaan met het doorbelasten van de door hen betaalde uitgaven en het doorberekenen van de ontvangen bedragen aan het Ministerie van VWS. In 2017 heeft ZiNL de uitgaven en ontvangsten van de Voormalige Algemene Kas over het jaar 2015 verrekend met VWS. In 2015 heeft het Zorginstituut de bedragen in het kader van de voormalige Ziekenfondswet afgerekend met de voormalige ziekenfondsen en particuliere ziektekostenverzekeraars. Dit heeft geleid tot een betaling van € 3,4 miljoen en een ontvangst van € 2,3 miljoen.

Bijdragen aan ZBO’s/RWT’s

Zorginstituut Nederland: Onverzekerden en wanbetalers

Zoals reeds in de eerste en tweede suppletoire wet gemeld, is het budget (€ 41,3 miljoen) overgeheveld naar artikel 4 Zorgbreed beleid. Dit is het gevolg van de overheveling van de kosten voor burgerregelingen die door het CAK in 2017 worden uitgevoerd. Daarnaast is er een aantal kleinere mutaties verwerkt (€ 1,3 miljoen).

Zorginstituut Nederland: Doorlichten pakket

Zoals in de eerste suppletoire wet gemeld vallen de uitgaven van het Zorginstituut € 4,3 miljoen lager uit. Dit is het gevolg van het feit dat het Zorginstituut een groot deel van het onderzoek zelf uitvoert. Daarnaast is voor het onderzoek Zinnig en zuinig € 6,1 miljoen overgeheveld naar artikel 4 Zorgbreed beleid.

Bijdragen aan andere begrotingshoofdstukken

JenV: Bijdrage C2000

Zoals reeds gemeld bij eerste suppletoire wet zijn deze middelen overgeboekt naar het Ministerie van Justitie en Veiligheid voor de jaarlijkse VWS-bijdrage aan de exploitatiekosten C2000 (€ 4,2 miljoen).

Ontvangsten

Wanbetalers en onverzekerden

Zoals reeds in de tweede suppletoire wet is gemeld is als gevolg van de overheveling van de burgerregelingen van het ZiNL naar het CAK is de raming van de ontvangsten overgeheveld naar artikel 4 Zorgbreed beleid.

Overig

De niet geraamde ontvangsten in 2017 worden hoofdzakelijk veroorzaakt door in het verleden teveel verstrekte voorschotten op grond van de FLO/VUT-regeling die met de ambulancediensten is afgesproken.

In 2017 is het Zorginstituut in het kader van de afwikkeling van de voormalige Algemene Kas voortgegaan met het doorbelasten van de door hen betaalde uitgaven en het doorberekenen van de ontvangen bedragen aan het Ministerie van VWS. In 2017 heeft ZiNL de uitgaven en ontvangsten van de Voormalige Algemene Kas over het jaar 2015 verrekend met VWS. In 2015 heeft het Zorginstituut de bedragen in het kader van de voormalige Ziekenfondswet afgerekend met de voormalige ziekenfondsen en particuliere ziektekostenverzekeraars. Dit heeft geleid tot een betaling van € 3,4 miljoen en een ontvangst van € 2,3 miljoen.

Beleidsartikel 3 Langdurige zorg en ondersteuning 1. Algemene doelstelling

Een stelsel voor maatschappelijke ondersteuning en langdurige zorg dat 1. ieder mens in staat stelt om zijn leven zo lang mogelijk zelf in te vullen en 2. - wanneer dit nodig is - thuis of in een instelling kwalitatief goede ondersteuning en zorg biedt. Daarbij worden ondersteuning en zorg aangeboden aansluitend op informele vormen van hulp. De complexiteit van de zorgvraag en de weerbaarheid van de burger staan centraal. Er wordt gestreefd naar welbevinden en een afname van de afhankelijkheid van ondersteuning en zorg. Dit alles tegen maatschappelijk aanvaardbare kosten.

In dit begrotingsartikel zijn de begrotingsuitgaven voor de maatschappelijke ondersteuning en langdurige zorg opgenomen.

De premie-uitgaven en -ontvangsten op het terrein van de maatschappelijke ondersteuning en langdurige zorg komen aan bod in het hoofdstuk Financieel Beeld Zorg (FBZ).

  • 2. 
    Rol en verantwoordelijkheid Minister

De Minister is verantwoordelijk voor een effectief en efficiënt werkend systeem van langdurige zorg en maatschappelijke ondersteuning in Nederland. Mensen die zorg en ondersteuning nodig hebben, dienen dit of thuis of in een instelling op maat en van een goede kwaliteit te krijgen.

Gemeenten dragen zorg voor de ondersteuning via de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (Wmo 2015). Het budget voor de Wmo 2015 wordt via de integratie-uitkering Sociaal domein aan gemeenten uitgekeerd. Daarnaast ontvangen gemeenten budget voor de integratie-uitkering Wmo/huishoudelijke verzorging, de decentralisatie-uitkeringen maatschappelijke opvang en vrouwenopvang, en de algemene uitkering van het gemeentefonds.

Voor mensen met een blijvende behoefte aan permanent toezicht en die 24 uur per dag zorg in de nabijheid nodig hebben, is zorg vanuit de Wet langdurige zorg (Wlz) beschikbaar. Zorgkantoren sluiten namens Wlz-uitvoerders overeenkomsten met zorgaanbieders voor het leveren van verzekerde zorg. Het kan onder andere gaan om verblijf in een instelling, persoonlijke verzorging en verpleging en/of geneeskundige zorg in natura of in de vorm van een persoonsgebonden budget.

De Minister is verantwoordelijk voor:

Regisseren:

    • De Minister stelt de wettelijke kaders van de Wmo 2015 en de Wlz vast en stuurt onder meer door het maken van bestuurlijke afspraken.
    • De Minister is verantwoordelijk voor het monitoren en evalueren van de werking van de Wmo 2015 en de Wlz.

Stimuleren:

    • De Minister stimuleert vernieuwing in de maatschappelijk ondersteuning en de langdurige zorg en jaagt deze aan. Vernieuwing wordt hoofdzakelijk door burgers, cliëntenorganisaties, gemeenten, zorg- en welzijnsaanbieders en zorgverzekeraars vormgegeven.
    • De Minister stimuleert de ontwikkeling en verspreiding van kennis, waaronder goede voorbeelden en innovaties op het gebied van maatschappelijke ondersteuning en langdurige zorg en initiatieven om de kwaliteit en het innoverend vermogen van de ondersteuning en zorg te versterken.

Financieren:

    • De Minister draagt zorg voor het financieren van de Wmo 2015 en de Wlz.
    • De Minister is (mede)financier door onder meer de rijksbijdrage in de kosten van kortingen (BIKK) in de Wlz en door het financieren van partijen die een belangrijke rol vervullen binnen het stelsel, zoals het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) en het Centrum voor Consultatie en Expertise (CCE).
  • 3. 
    Beleidsconclusies

Vermindering administratieve lasten

Gemeenten en aanbieders werken nog niet altijd met de iWmo/iJw-standaarden. Dit leidt, met name voor aanbieders die contracten hebben met meerdere gemeenten, voor vermijdbare uitvoeringslasten. Door het ISD-programma (samenwerking gemeenten, branches van zorgaanbieders en VWS) zijn in 2017 de iWmo/iJw-standaarden verder ontwikkeld en geïmplementeerd. De i-Wmo en i-Jeugdstandaarden zijn in 2017 bij 75% van de gemeenten ingevoerd. Dit leidt tot een vermindering van de vermijdbare uitvoeringslasten bij de uitvoering van de Wmo 2015 en de Jeugdwet. Het wetsvoorstel om de toepassing van de standaarden te verplichten is in 2017 voorbereid en gereedgemaakt voor politieke besluitvorming.

Een toegankelijker Nederland

Na de ratificatie van het VN-verdrag voor rechten van mensen met een beperking, het vaststellen van de goedkeurings- en uitvoeringswet voor het Verdrag en de AMvB toegankelijkheid is in 2017 samen met de Alliantie (een samenwerkingsverband van patiënten- en cliëntenorganisaties), de VNG, VNO-NCW/MKB Nederland en de andere departementen binnen het Rijk gewerkt aan een implementatieplan waarin op verschillende terreinen (zoals bouwen en wonen, vervoer, onderwijs, werk, toegankelijkheid & participatie) de thema’s worden geagendeerd waarop stappen moeten worden gezet om Nederland toegankelijker te maken. Dit plan is voor de zomer van 2017 naar de Tweede Kamer gezonden (TK 33 990, nr. 62). Bij de Alliantie, VNG en VNO-NCW/MKB Nederland zijn na de zomer van 2017 projecten voorbereid en gestart om samen met het Rijk aan de slag te gaan op de benoemde thema’s. VWS heeft hiertoe projectsubsidies verstrekt aan deze partijen.

Verstevigen en ondersteunen mantelzorg

Veel mantelzorgers weten niet dat ze mantelzorger zijn. Ook is er een blijvende groep mantelzorgers met een intensieve zorgtaak waar overbelasting op de loer ligt. Op tijd (preventief) inzetten op mantelzorgondersteuning is daarom van groot belang, ook in relatie tot werk en mantelzorg. In 2017 is daarom gewerkt aan drie speerpunten:

    • 2. 
      Toegang bij gemeenten: samen met gemeenten is in bijeenkomsten verkend hoe een passend ondersteuningsaanbod voor mantelzorgers beter ingezet kan worden en beter aan kan sluiten bij de wensen van mantelzorgers zelf.
    • 3. 
      Samenspel formeel/informeel: door het organiseren van opnieuw een succesvol landelijk «In voor mantelzorgcongres» is de samenwerking tussen formele en informele zorgverleners weer op de agenda gezet. Ook is daarbij het programma Vrijwillig Dichtbij van 13 landelijke vrijwilligersorganisaties ondersteund om lokaal een grotere rol van betekenis te kunnen spelen voor mensen met een ondersteuningsvraag.

Voor een overzicht van de stand van zaken van alle inspanningen op het mantelzorgdossier wordt verwezen naar de brief die aan de Tweede Kamer is gestuurd op 2 juni 2017 (TK 30169, nr. 57). In mei 2018 zal het programma «Langer thuis» worden gelanceerd, waar mantelzorg een onderdeel van is.

Verpleeghuiszorg Waardigheid en Trots, liefdevolle zorg voor onze ouderen

Begin 2015 is «Waardigheid en Trots» gepresenteerd als een plan om de kwaliteit van de verpleeghuiszorg te verbeteren.

De opgaven voor «Waardigheid en Trots» waren: vernieuwen van de verpleeghuiszorg, vaker aanspreken van zorgaanbieders waarvan de zorg niet op orde is en het normeren van kwaliteit.

De vernieuwing heeft met name vorm gekregen in het programma «ruimte voor verpleeghuizen». De uitvoering van dit programma wordt begin 2018 grotendeels afgerond.

Deze vernieuwingen zijn inmiddels uitgewerkt in praktische publicaties die begin 2018 gepresenteerd zijn. Publicaties over bijvoorbeeld het beter betrekken van de familie, het inzichtelijk maken van kwaliteit en het omgaan met voedingsregels kunnen door andere zorgaanbieders gebruikt worden om zich ook te vernieuwen.

Ook heeft het programma bijgedragen aan het ontstaan van een groot netwerk van circa 30.000 mensen die werkzaam zijn in verpleeghuiszorg met wie via internet en bijeenkomsten contact is om onder andere goede voorbeelden uit te wisselen.

Ten aanzien van het aanspreken van zorgaanbieders waarvan de zorg niet op orde is, geldt - naast het reguliere toezicht- en handhavinginstrumentarium - dat zorgaanbieders met een urgent kwaliteitsprobleem worden ondersteund en enkelen ook al klaar zijn met hun traject. Sinds 1 maart 2017 past de IGZ het nieuwe toezichtkader toe, gebaseerd op de uitgangspunten van het Kwaliteitskader verpleeghuiszorg. De belangrijkste veranderingen in dit nieuwe kader zijn een focus op de basiszorg die op orde moet zijn in zorginstellingen en meer persoonsgerichte zorg. Mede op basis van de vernieuwingen zijn normen ontwikkeld om de kwaliteit van de verpleeghuiszorg aan af te meten. Het meest prominente resultaat van normering is de vormgeving van het Kwaliteitskader verpleeghuiszorg. Zo is voor iedereen - van cliënten tot medewerkers en bestuurders - duidelijk geworden waarop mag worden gerekend en waarop zal worden toegezien. Daarnaast ontstaat op basis van onderzoek een steeds scherper beeld van bepalende factoren van kwaliteit. Deze onderzoeken zijn aan de Tweede Kamer gestuurd met de voortgangsrapportage Waardigheid en Trots (TK 31765, nr. 279).

Met de hiervoor genoemde activiteiten zijn waardevolle resultaten geboekt die wezenlijk bijdragen aan het verbeteren van de kwaliteit van de verpleeghuiszorg. Samen met de sector is een vernieuwing in gang gezet die de komende jaren tot merkbare verbeteringen moet gaan leiden.

Gehandicaptenzorg

Het beleid voor de gehandicaptenzorg is er onder andere op gericht om de zorg meer persoonsgericht te maken. De zorg moet worden aangepast aan de cliënt en niet andersom. Ter uitvoering van de Kwaliteitsagenda Gehandicaptenzorg zijn vanaf medio 2016 de betrokken partijen (Ieder(in), KansPlus, het LSR, LFB, MEE Nl, VenVN, NVAVG, VGN, ZiNL, IGJ) aan de slag gegaan met het uitwerken, voorbereiden en uitvoeren van een pakket van (meerjarige) acties om deze beweging te ondersteunen.

Een voorbeeld daarvan is een platform waar aanbieders hun goede voorbeelden met elkaar kunnen delen en de uitkomsten van de acties kunnen worden verspreid (www.ikdoemee.nl). Daarnaast zijn bijeenkomsten georganiseerd voor cliëntenraden en bijeenkomsten over welke informatie(voorziening) de cliënt kan helpen om een goede keuze uit het aanbod te maken. Naar verwachting helpen deze en andere nog lopende activiteiten om persoonsgerichte gehandicaptenzorg een stap verder te brengen. De activiteiten van de kwaliteitsagenda lopen tot eind 2018. Enkele activiteiten zullen nog een uitloop in 2019 hebben. In 2019 zal de kwaliteitsagenda worden geëvalueerd.

  • 4. 
    Tabel budgettaire gevolgen van beleid Begrotingsuitgaven (bedragen x € 1.000)

Realisatie

Realisatie

Realisatie

Realisatie

Realisatie

Oorspronkelijk vastgestelde begroting

Verschil

2013

2014

2015

2016

2017

2017

2017

Verplichtingen

4.085.519

4.479.923

7.052.568

3.783.240

3.974.307

317.872

3.656.435

Uitgaven

4.055.646

4.560.102

3.604.436

3.708.112

3.818.740

3.768.067

50.673

  • 1. 
    Participatie en zelfredzaamheid van mensen met beperkingen

188.010

188.367

113.809

88.651

87.246

87.815

  • - 
    569

Subsidies

25.465

34.667

31.381

26.176

25.771

21.435

4.336

Movisie

8.106

8.198

8.204

7.313

7.528

7.225

303

Volwaardig meedoen

1.778

1.700

78

Wmo-werkplaatsen

0

0

2.685

2.346

2.506

2.600

  • 94

Ondersteuning vrijwilligers

0

0

0

1.692

1.195

1.000

195

Mezzo

3.159

3.200

3.262

3.038

2.230

3.160

  • 930

Siriz (opvang specifieke groepen)

0

0

1.518

1.566

1.546

1.500

46

Aanpak Laaggeletterdheid

0

0

0

0

0

2.000

  • 2.000

Werkagenda informele voorzieniing

2.860

0

2.860

VN-voorziening rechten van personen met een handicap

649

0

649

Overig

14.200

23.269

15.712

10.221

5.479

2.250

3.229

Inkomensoverdrachten

87.285

87.555

20.867

0

0

0

0

Mantelzorg ondersteuning

87.285

87.555

20.867

0

0

0

0

Opdrachten

59.431

63.376

60.329

62.475

61.475

66.380

  • - 
    4.905

Bovenregionaal gehandicaptenvervoer

55.458

59.648

55.645

57.736

56.908

60.652

  • 3.744

Evaluatie Wmo 2015

0

0

0

0

0

1.680

  • 1.680

Categorale opvang slachtoffers mensenhandel

0

0

0

1.629

1.653

1.700

  • 47

Aanpak laaggeletterdheid

0

0

0

456

608

0

608

Overig

3.973

3.728

4.684

2.654

2.306

2.348

  • 42

Garanties

12.720

0

0

0

0

0

0

Overig

12.720

0

0

0

0

0

0

Bijdragen aan ZBO's/RWT's

3.109

2.769

1.232

0

0

0

0

SVB: uitvoering Regeling maatschappelijke ondersteuning

3.109

2.769

1.232

0

0

0

0

  • 2. 
    Zorgdragen voor langdurige zorg tegen maatschappelijk aanvaardbare kosten

3.867.635

4.371.735

3.490.627

3.619.461

3.731.493

3.680.252

51.241

Subsidies

182.391

229.472

79.651

81.685

97.605

112.761

  • - 
    15.156

Compensatieregeling pgb-trekkingsrechten

0

11.671

0

0

0

0

0

Vilans

5.253

5.315

5.158

4.754

4.832

4.689

143

Centrum Consultatie en Expertise (CCE)

11.110

10.767

11.194

11.501

11.450

11.158

292

InVoorZorg! (IVZ)

19.414

30.205

22.541

5.598

3.621

6.933

  • 3.312

Joodse en Indische instellingen

0

0

2.593

2.504

2.414

2.415

  • 1

Palliatieve zorg

21.059

20.977

21.163

21.556

24.263

23.610

653

Dementie

2.460

3.510

3.200

310

Waardigheid en trots

18.014

28.098

25.000

3.098

Anitibioticaresistentie

2.519

2.000

519

Kwaliteit gehandicaptenzorg

0

2.665

5.800

  • 3.135

Kennisinfrasructuur

905

905

Overig

125.555

150.537

17.002

15.298

13.330

27.956

  • 14.626

Bekostiging

3.679.200

4.136.300

3.250.000

3.382.200

3.516.700

3.463.300

53.400

Bijdrage in de kosten van kortingen (BIKK)

3.679.200

4.136.300

3.250.000

3.382.200

3.516.700

3.463.300

53.400

Inkomensoverdrachten

0

0

0

135

384

0

384

Overig

0

0

0

135

384

0

384

Opdrachten

3.832

3.260

4.188

3.696

4.732

3.407

1.325

Overig

3.832

3.260

4.188

3.696

4.732

3.407

1.325

Bijdragen aan agentschappen

2.212

2.703

2.735

2.824

0

55

  • - 
    55

CIBG: Opdrachtgeverschap

2.212

2.703

2.735

2.824

0

55

  • 55

Overig

0

0

0

0

0

0

0

Bijdragen aan ZBO’s/RWT’s

0

0

154.053

148.921

112.072

100.729

11.343

Uitvoeringskosten SVB pgb trekkingsrechten

0

0

76.241

77.558

50.082

35.100

14.982

Centrum Indicatiestelling Zorg

0

0

77.811

71.363

61.990

63.073

  • 1.083

ZiNL: iWlz

0

2.000

  • 2.000

Overig

0

0

1

0

0

556

  • 556

Ontvangsten

7.723

9.404

2.755

31.887

9.589

3.441

6.148

Overig

7.723

9.404

2.755

31.887

9.589

3.441

6.148

Bovenstaande informatie is bedoeld voor de Staten-Generaal. Aan dit overzicht kunnen geen rechten worden ontleend.

Als gevolg van afronding kan de som van de delen afwijken van het totaal.

  • 5. 
    Toelichting op de instrumenten

Verplichtingen

In de tweede suppletoire wet is voor het aangaan in 2017 van de verplichtingen van de bijdrage in de kosten van kortingen (BIKK) voor 2018 verplichtingenbudget overgeheveld van 2018 naar 2017 (circa € 3,5 miljard). Daarnaast is voor het aangaan in 2017 van verplichtingen voor Opdrachten, Subsidies, Bijdragen aan ZBO’s/RWT’s en de BIKK na de tweede suppletoire wet nog verplichtingenbudget van 2018 overgeheveld naar 2017 (€ 111,8 miljoen). Deze mutaties zijn aan de Kamer gemeld via de brieven TK 34 775-XVI, nr. 113 (15 december 2017) en TK 34 775-XVI, nr. 125 (26 februari 2018).

  • 1. 
    Participatie en zelfredzaamheid van mensen met beperkingen

Kengetal: De participatie van mensen met een lichamelijke beperking, lichte of matige verstandelijke beperking, ouderen (> 65 jaar) en de algemene bevolking in 2016 (percentages)

  • < 65 jaar. Bij mensen met een verstandelijke beperking gaat het om (on)betaald werk, zowel65-plus als 65-min.Bron: Notitie NIVEL Participatiecijfers 2008 - 2016

Bovenstaand kengetal toont de participatie van thuiswonende mensen met beperkingen, ouderen en de algemene bevolking in 2016 op basis van de Notitie NIVEL Participatiecijfers 2008-2016. Het kengetal geeft inzicht in de participatie op negen deelgebieden. Het belangrijkste doel van de Participatiecijfers is het beschrijven van ontwikkelingen in de wijze en mate van maatschappelijke participatie van mensen met een lichamelijke of verstandelijke beperking, ouderen (65+) en de algemene bevolking in Nederland. Daarnaast zijn de cijfers ook bedoeld om beter zicht te krijgen op factoren die de participatie kunnen bevorderen dan wel belemmeren en op het verband tussen participatie en kwaliteit van leven.

Subsidies

Werkagenda informele zorg

Het in de eerste suppletoire wet beschikbaar gestelde budget (€ 2,9 miljoen) is voor werkagenda informele zorg gesubsidieerd aan de VNG.

Overig

De post overig betreft onder andere instellingssubsidie aan het Rode Kruis, Zonnebloem en Korrelatie (€ 1,3 miljoen); diverse projectsubsidies voor Mantelzorg (€ 0,7 miljoen), Veilig thuis (€ 0,6 miljoen), Vrouwelijke Genitale Verminking (€ 0,3 miljoen), Maatschappelijke ondersteuning (€ 0,3 miljoen) en Vernieuwing Wmo (€ 1,3 miljoen).

Opdrachten

Bovenregionaal gehandicaptenvervoer (BRV)

Mensen met een mobiliteitsbeperking konden ook in 2017 gebruikmaken van het bovenregionaal sociaalrecreatief vervoer (ook bekend als Valys) per (deel)taxi. De totale uitgaven bedroegen € 56,9 miljoen in 2017. Dit is minder dan begroot (€ 3,7 miljoen), omdat er minder gebruik gemaakt is van het bovenregionaal vervoer.

Kengetal: Over het geheel genomen geven de pashouders het reizen met het BRV een hoog waarderingscijfer (zie onderstaande tabel).

Bron & toelichting

Bron: Tevredenheidsonderzoek Valys, november 2017, Jes marketing en onderzoek.

pkb = persoonlijk kilometer budget

Het BRV is vraagafhankelijk vervoer, dit betekent dat factoren zoals de toegankelijkheid van het lokale openbaar vervoer, het weer of de gezondheid van de pashouders invloed kunnen hebben op het aantal verreden kilometers.

Evaluatie Wmo 2015

Het budget voor de evaluatie van de Wmo 2015 (€ 1,7 miljoen) is in eerste suppletoire wet overgeboekt naar het Sociaal Cultureel Planbureau voor het evaluatieonderzoek van de Hervorming van de Langdurige Zorg (HLZ) en de Wmo 2015.

  • 2. 
    Zorgdragen voor langdurige zorg tegen maatschappelijk aanvaardbare kosten

Subsidies

InVoorZorg! (IVZ)

Zorgaanbieders, cliëntenorganisaties, gemeenten en zorgverzekeraars, en zorgkantoren zijn als gevolg van de hervorming van de langdurige zorg in andere verhoudingen tot elkaar komen te staan. Het programma «InVoorZorg!» heeft zorgorganisaties geholpen hun werkprocessen in te richten met het oog op de toekomst. Niet alle middelen (€ 3,3 miljoen) die in 2017 beschikbaar waren zijn tot besteding gekomen. Een deel van de middelen (€ 2,2 miljoen) komt in 2018 tot besteding

Waardigheid en trots

Voor Waardigheid en trots is € 28,1 miljoen uitgegeven. De extra middelen (€ 3,1 miljoen) zijn reeds gemeld in de tweede suppletoire wet. De intensivering is onder andere ingezet om de zorgaanbieders te ondersteunen bij de implementatie van het Kwaliteitskader verpleeghuiszorg.

Kwaliteit gehandicaptenzorg

Bij de ontwikkeling van het kwaliteitsplan voor de gehandicaptensector is ervoor gekozen om eerst samen met betrokken partijen na te gaan welke aanpak goed past bij de gehandicaptensector. Dit heeft geleid tot een gezamenlijke kwaliteitsagenda «Samen werken aan een betere gehandicaptenzorg» die op 1 juli 2016 aan de Tweede Kamer is gestuurd (TK 24 170, nr. 152). Inmiddels is samen met veldpartijen hard gewerkt aan een meerjarenplan inclusief begroting voor de komende periode. Zoals reeds in de eerste suppletoire wet 2017 gemeld, is door een latere start in 2017 beperkt gebruik gemaakt van de beschikbare middelen. In 2017 hebben de veldorganisaties met name voorbereidend werk gedaan om de concreet genoemde acties te kunnen (gaan) uitvoeren.

Overig

Het verschil met de stand vastgestelde begroting betreft voornamelijk mutaties naar andere begrotingsartikelen, zoals de financiering voor het SCP (€ 0,7 miljoen), de uitvoering van het amendement over financiering voor coalitie »Van betekenis tot het einde» (TK 34 550 XVI, nr. 31) (€ 0,5 miljoen) en het ZonMw-programma Memorabel (€ 3,1 miljoen). Daarnaast zijn mutaties gemeld in de tweede suppletoire wet (€ 7,5 miljoen) over uitgaven die lager zijn dan geraamd. Dit komt onder andere doordat een aantal voorgenomen subsidies niet of in mindere mate zijn doorgegaan. Tot slot zijn er verschillende subsidies verleend voor onder andere de afronding van de transitie Hervorming Langdurige Zorg (€ 3,2 miljoen), brandveiligheid (€ 1,1 miljoen), autisme (€ 0,9 miljoen), juiste loket (€ 0,8 miljoen), psychofarmaca gebruik (€ 0,9 miljoen), Longitudinal Aging Study Amsterdam (€ 0,5 miljoen), niet-reanimeerpenning (€ 0,5 miljoen) en instellingsubsidies aan Per Saldo (€ 1,0 miljoen) en Stichting Landelijk Overleg Hersenletsel (€ 0,5 miljoen). Per saldo leidt dit tot een mutatie van circa € 14,6 miljoen.

Bekostiging

Bijdrage in kosten van kortingen (BIKK)

De BIKK is een rijksbijdrage die is ingesteld om de lagere premieopbrengst van de Wlz als gevolg van de grondslagverkleining van de Wlz bij de invoering van het nieuwe belastingstelsel in 2001 te compenseren (circa € 3,5 miljard). De uitgavenraming voor de BIKK is bij de eerste en tweede suppletoire wet bijgesteld op basis van de ramingen van het Centraal Planbureau.

Bijdragen aan ZBO’s/RWT’s

Uitvoeringskosten SVB pgb trekkingsrechten

Per eerste en tweede suppletoire wet is € 15 miljoen beschikbaar gesteld voor ICT-investeringen bij de SVB (€ 6 miljoen), de uitvoering van de salarisadministratie door de SVB voor Zvw-Pgb’s (€ 2 miljoen), de uitvoering van het pgb-trekkingsrecht voor de Wmo 2015 en de Jeugdwet tezamen (€ 6,4 miljoen uit het gemeentefonds) en voor de loonbijstelling (€ 0,6 miljoen).

Persoonsgebonden budget (pgb); aantal budgethouders

Peildatum

31-12-2015

31-12-2016

31-12-2017

Wlz1

34.352

39.881

39.433

Wmo

82.465

65.408

59.237

Jeugdwet

25.070

19.033

17.615

Zvw

23.482

16.926

18.356

Door afrondingsverschillen kan de som van de delen afwijken van het totaal.

Bron:

Het aantal budgethouders Wlz is volgens opgave van de NZa.

Het aantal budgethouders WMO en Jeugdwet is volgens opgave van de SVB.

Het aantal budgethouders Zvw is volgens opgave van de zorgverzekeraars.

Noot 1

Het aantal budgethouders Wlz op 31-12-2017 betreft een voorlopig cijfer, omdat de zorgkantoeren nog niet alle budgehouders (met terugwerkende kracht) geregistreerd hebben.

Per abuis is bij de beantwoording van de schriftelijke kamervragen bij VWS-ontwerpbegroting 2018 (vraag 340) (TK II, 2017-2018, 34 775-XVI, nr. 14) voor 2015 het onjuiste aantal Wlz-budgetten vermeld. Het correcte aantal staat in bovenstaande tabel.

Ontvangsten

De ontvangstenraming wordt met € 6,1 miljoen overschreden door enkele incidentele in de tweede suppletoire wet gemelde ontvangsten. Deze bestaat onder meer uit € 6,8 miljoen op basis van de eindafrekening van het mantelzorgcompliment 2015. Het jaar 2015 is het laatste jaar dat de SVB de Regeling Waardering Mantelzorg heeft uitgevoerd.

Artikel 4 Zorgbreed beleid 1. Algemene doelstelling

Het scheppen van randvoorwaarden om het zorgstelsel te laten werken zodat de kwaliteit, de toegankelijkheid en de betaalbaarheid van de zorg voor de burger is gewaarborgd.

  • 2. 
    Rol en verantwoordelijkheid Minister

De Minister bevordert de werking van het stelsel door partijen in staat te stellen hun rol te spelen en door belemmeringen weg te nemen die een goede werking van het stelsel in de weg staan.

Daar waar publieke belangen in het geding zijn die niet voldoende door (partijen in) het stelsel behartigd kunnen worden, bevordert de Minister dat deze belangen worden behartigd.

Stimuleren:

    • Dat verzekerden, waaronder patiënten, een stevige positie innemen in het zorgstelsel, ondermeer door goed samenwerkende patiënten en gehandicaptenorganisaties.
    • Van kwalitatief goede en veilige zorgverlening met keuzevrijheid voor consumenten.
    • Van transparantie over kwaliteit en kosten van zorg.
    • Van een logische beroepenstructuur die aansluit op de huidige en toekomstige zorg- en ondersteuningsvraag.
    • Van beschikbaarheid van voldoende gekwalificeerd zorgpersoneel door kwalitatief goede en samenhangende opleidingen.
    • Van innovaties in de zorg en de ontwikkeling en toepassing van ontwikkelde kennis.
    • Van betrokken partijen om het aanbod van (jeugd)zorg in Caribisch Nederland te verbeteren. Wat de zorg betreft conform de aanbevelingen van de Commissie Goedgedrag en wat jeugd betreft conform de bestuurlijke afspraken uit 2009; En beiden conform de door het kabinet overgenomen aanbevelingen uit de beleidsdoorlichting 2011-2015 die in 2016 is afgerond.
    • Van initiatieven om fouten en fraude in de zorg zoveel mogelijk te voorkomen en fraude aan te pakken.

Financieren:

    • Van patiënten- en gehandicaptenorganisaties om de belangen van verzekerden, waaronder patiënten in het systeem te behartigen en hen goed te infomeren.
    • Van ZBO’s (CAK, NZa, ZiNL, CSZ) om hun wettelijke verantwoordelijkheid in het zorgstelsel invulling te kunnen geven.
    • Van projecten en onderzoek op het gebied van gezondheid, preventie en zorg (ZonMw).
    • Van agentschappen (CIBG, RIVM) om hun taken in het zorgstelsel uit te voeren.
    • Van betrokken partijen met een subsidie om informatie over de kwaliteit van het zorgaanbod snel te ontsluiten voor patiënten.
    • Van instrumenten om personeel in de zorg goed op te leiden en bij te scholen (Stagefonds, kwaliteitsimpuls ziekenhuispersoneel, subsidieregelingen opleidingen publieke gezondheidszorg en jeugd-ggz).
    • Van zorg en welzijn in Caribisch Nederland.

Regisseren:

    • Van een stevige positie van de patiënt in het zorgstelsel door wet- en regelgeving en toepassing en handhaving daarvan, zoals de Wet BIG.
    • Dat alle betrokken partijen in de zorg in staat zijn hun verantwoordelijkheid in het zorgstelsel waar te maken.
    • Van goed bestuur in de zorg en het toezicht daarop.
    • Van de dialoog tussen betrokken partijen, gericht op de toekomstige (arbeidsmarkt-) uitdagingen en de (arbeidsmarkt-)gevolgen van de transities.
    • Van verlagen van regeldruk in de zorg.
    • Van het voorkomen van systeemrisico’s bij financiering in de zorg.
    • Door het ontwikkelen van een wettelijk kader voor de taken van ondermeer NZa en ZiNL.
    • Van het tot stand komen van een passend aanbod van (jeugd)zorg in Caribisch Nederland.
    • Van de totstandkoming, implementatie en monitoring van een ketenbrede aanpak voor preventie, toezicht, opsporing en handhaving op het gebied van fraude, oneigenlijk gebruik en onrechtmatig declareren in de zorg.
  • 3. 
    Beleidsconclusies

Positie cliënt

De beleidsdoorlichting positie cliënt (TK 32 772, nr. 10) is aanleiding om het beleidskader subsidiëring patiënten- en gehandicaptenorganisaties meer fundamenteel te herzien. Hiertoe is het afgelopen jaar een project onder de noemer «Patiëntendialoog» gestart, dat toeziet op de inwerkingtreding van een gewijzigde subsidieregeling per 1 januari 2019. Er zijn verschillende dialoogsessies georganiseerd, waarbij naast de inbreng van de subsidieontvangende organisaties, ook nadrukkelijk ideeën van onder meer individuele cliënten en patiënten, mantelzorgers, zorgverleners, verzekeraars en gemeenten betrokken zijn. De bevindingen zijn op 4 juli 2017 aan de Tweede Kamer aangeboden (TK 29 214, nr. 75). In 2018 volgt de kabinetsreactie hierop.

Innovatie en zorgvernieuwing

In 2017 richtten de activiteiten met betrekking tot innovatie en zorgvernieuwing zich op de drie e-health doelstellingen die het kabinet in 2014 heeft geformuleerd ter ondersteuning van de brede maatschappelijke beweging naar meer zelfredzaamheid, meer zelfregie en meer zelfzorg (TK 27 529, nr. 130).

Uit de e-health monitor (TK 27 529, nr. 151) blijkt dat er een stijgende lijn is in de mogelijkheid van online inzage door patiënten in hun patiëntgegevens, met name bij medisch specialisten. Deze toename is ook zichtbaar in de ouderenzorg. Verpleegkundigen zien dat patiënten in de ouderenzorg steeds meer gebruik maken van patiëntportalen. De mogelijkheid voor patiënten om via internet binnengekomen uitslagen van onderzoeken en laboratoriumbepalingen in te zien nam sterk toe. Ditzelfde geldt voor het online kunnen inzien van voorgeschreven medicatie. Het aanbod en gebruik van beeldbellen en domotica bleef stabiel, maar wordt zeer beperkt gebruikt door patiënten. Eerste kwartaal 2018 volgt een kabinetsreactie.

In januari 2017 vond de eerste e-health week in Nederland plaats met ruim 125 bijeenkomsten georganiseerd door 249 partners waarin bewustwording voor patiënten, burgers en zorgverleners is gecreëerd en ervaringen konden worden opgedaan over de betekenis van e-health en het gebruik ervan. Aan de e-health week hebben tussen de 12.000 en 14.000 burgers, patiënten, cliënten, zorgaanbieders, innovatoren, bestuurders en mantelzorgers op de locaties zelf en anders digitaal deelgenomen Voor hen is e-health zichtbaar en tastbaar geworden.

Standard Business Reporting (SBR)

In 2017 is verkend of Standard Business Reporting (SBR) als alternatieve aanlevermethode gebruikt kan worden voor de maatschappelijke jaarverantwoording in de zorg. Geconcludeerd is dat SBR kansen biedt om de kwaliteit van de verantwoordingsgegevens in de zorg verder te verhogen. Er zal worden aangesloten bij de activiteiten van de Minister van Economische Zaken en Klimaat rond digitale aanlevering via SBR van jaargegevens bij de Kamer van Koophandel hetgeen een vermindering van de administratieve lasten met zich mee zal brengen.

Kwaliteit, transparantie en kennisontwikkeling

De in 2016 aangekondigde beleidsdoorlichting op dit artikelonderdeel (TK 32 772, nr. 18) is niet afgerond in 2017. Niet alle vragen konden vanuit de beschikbare evaluaties worden beantwoord en daarom dient aanvullend onderzoek plaats te vinden (TK 34 775, nr. 121). Naar verwachting zal voor de zomer 2018 de reactie op de beleidsdoorlichting aan de Tweede Kamer worden gestuurd.

Inrichten uitvoeringsactiviteiten

Uit eerdere evaluatie van de NZa en de Wmg en de aanbevelingen van de commissie Borstlap (TK 25 268, nr. 87) volgt dat de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) duidelijker gepositioneerd dient te worden en voor de sector dient duidelijker te zijn dat VWS beleid maakt en dat de NZa alleen aangesproken kan worden op de wijze waarop zij uitvoering geeft aan dit beleid. Het wetsvoorstel Wijziging van de Wet marktordening gezondheidszorg (Wmg) en enkele andere wetten in verband met aanpassingen van de tarief- en prestatieregulering en het markttoezicht op het terrein van de gezondheidszorg is vanwege de demissionaire status van het kabinet in 2017 aangehouden (TK 34 445). De nota naar aanleiding van het nader verslag zal in het eerste kwartaal van 2018 aan de Tweede Kamer worden gestuurd, dit is aan de TK toegezegd.

Per 1 januari 2017 is de uitvoering van de vier burgerregelingen wanbetalers-, onverzekerden-, gemoedsbezwaarden - en de buitenlandtaak, inclusief het Nationaal contactpunt en de compensatieregeling voor zorg aan onverzekerbare vreemdelingen overgeheveld van het Zorginstituut naar het CAK. De overheveling is goed verlopen; de overgang heeft niet geleid tot verstoring van de continuïteit van de uitvoering. Het CAK zal de regelingen nu verder integreren in hun dienstverlenende activiteiten.

Zorg, welzijn en jeugdzorg Caribisch Nederland

Het doel van het beleid is om de zorg en jeugdzorg in Caribisch Nederland naar een voor Europees Nederland aanvaardbaar niveau te brengen, rekening houdend met de specifieke omstandigheden in Caribisch Nederland. Dat betekent dat VWS streeft naar kwalitatief goede, voor iedereen toegankelijke en betaalbare zorg en jeugdzorg in Caribisch Nederland. De implementatie van de verbeteringen ten aanzien van de zorg in Caribisch Nederland, op basis van de door het kabinet overgenomen aanbevelingen uit de beleidsdoorlichting Caribisch Nederland (TK 32 772, nr. 24), zijn in 2017 in gang gezet. Ten aanzien van de voortgang van deze implementatie is de conclusie dat op het gebied van het beleid ten aanzien van de informatievoorziening, langdurige zorg, preventie, sport, maatschappelijke ondersteuning en jeugdzorg in 2018 en 2019 nog meer te verbeteren valt en in gang moeten worden gezet. Zo ontbreken er nog een aantal belangrijke voorzieningen in de preventieve sfeer en eerstelijnszorg. De focus voor de jeugd ligt op het bieden van goede basisvoorzieningen. Ook ten aanzien van dit beleid is geconcludeerd dat de verbetering van de jeugdgezondheidszorg nog niet is afgerond. Deze conclusie is gebaseerd op het feit dat zaken als opvoedingsondersteuning, meer seksuele educatie en een sluitende aanpak van kindermishandeling nog (deels) ontbreken.

Rechtmatige zorg

Om alle vormen van onrechtmatigheid in de zorgsector substantieel te verminderen is in 2015 het programma Rechtmatige Zorg - aanpak fouten en fraude 2015-2018 van start gegaan (TK 28 828, nr. 89). Doel van het programma was het ontwikkelen van een samenhangende aanpak van fouten en fraude, aan de hand de thema’s ketenbrede samenwerking, preventie, controle en handhaving.

Op hoofdlijnen heeft het programma tot nu toe de volgende resultaten opgeleverd (TK 28 828, nr. 105):

    • meer bewustwording in de zorgsector gecreëerd over het belang van rechtmatigheid, onder andere via kennisopbouw en het delen van goede voorbeelden;
    • meer aan de voorkant getoetst op frauderisico’s;
    • partijen zijn beter toegerust op hun taken op het gebied van rechtmatigheid, doordat de capaciteit voor toezicht en opsporing is uitgebreid, de samenwerking tussen handhavingspartijen is versterkt en is geïnvesteerd in de analyse van en onderzoek naar fraude(fenomenen).

Gezien deze resultaten beschouwen wij het programma als succesvol. Dit betekent niet dat we klaar zijn met de Aanpak Rechtmatige Zorg. Aan de casuïstiek zien we dat fouten en fraude nog steeds voorkomen. De problematiek is ook nooit volledig op te lossen, ook omdat ontwikkelingen in het stelsel tot nieuwe risico’s kunnen leiden. Structurele aandacht blijft nodig. Daarom wordt het programma Rechtmatige Zorg in deze kabinetsperiode voortgezet.

  • 4. 
    Tabel budgettaire gevolgen van beleid Begrotingsuitgaven (bedragen x € 1.000)

Realisatie

Realisatie

Realisatie

Realisatie

Realisatie

Oorspronkelijk vastgestelde begroting

Verschil

2013

2014

2015

2016

2017

2017

2017

Verplichtingen

578.654

715.427

1.146.830

937.310

1.102.614

811.100

291.514

Uitgaven

815.589

697.803

873.245

879.449

995.681

915.450

80.231

  • 1. 
    Positie cliënt

33.238

26.045

24.556

24.859

28.518

24.796

3.722

Subsidies

28.142

21.501

17.890

17.883

19.601

20.615

  • - 
    1.014

Patiënten- en gehandicaptenorganisaties

27.814

21.080

17.463

17.541

18.699

20.337

  • 1.638

Overig

328

421

427

342

902

278

624

Opdrachten

3.763

3.678

5.466

6.906

8.917

4.181

4.736

Ondersteuning cliëntorganisaties

3.581

3.139

3.144

2.437

3.560

3.798

  • 238

Campagnebudget Communicatie

5.199

0

5.199

Overig

182

539

2.322

4.469

158

383

  • 225

Bijdragen aan agentschappen

1.333

866

1.200

70

0

0

0

Overig

1.333

866

1.200

70

0

0

0

  • 2. 
    Opleidingen, beroepenstructuur en arbeidsmarkt

354.735

253.067

389.110

393.142

438.166

439.622

  • - 
    1.456

Subsidies

334.307

242.099

373.060

376.410

417.945

424.856

  • - 
    6.911

Kwaliteitsimpuls personeel ziekenhuiszorg

0

48.353

135.468

194.024

202.867

200.000

2.867

Stageplaatsen zorg / Stagefonds

105.926

110.400

109.950

107.881

102.650

112.020

  • 9.370

Publieke Gezondheidszorgopleidingen

15.093

16.054

16.634

16.172

17.143

21.000

  • 3.857

Vaccinatie stageplaatsen zorg

3.789

3.869

4.504

4.086

3.851

4.800

  • 949

Opleiding tot verpleegkundig specialist/physician assistant

21.744

20.718

19.433

22.227

24.369

38.800

  • 14.431

Opleidingsplaatsen jeugd ggz

845

450

1.550

  • 1.100

Versterking regionaal onderwijs- en arbeidsmarktbeleid

7.500

7.813

7.949

8.078

11.184

11.500

  • 316

Innovatie, beroepen en opleidingen

9.934

5.328

12.000

  • 6.672

Vernieuwing arbeidsmarkt sociaal domein

2.411

2.000

411

Veilige gegevensuitwisseling en authenticatie in de zorg

1.032

5.122

  • 4.090

Pilots Opleiding tot ziekenhuisarts

4.378

4.500

  • 122

Overig

180.255

34.892

79.122

13.163

42.282

11.564

30.718

Opdrachten

2.379

2.649

4.619

4.517

5.469

8.293

  • - 
    2.824

Arbeidsmarktonderzoek

0

0

2.042

1.192

1.645

2.000

  • 355

Celsus

0

0

0

0

1.024

800

224

Overig

2.379

2.649

2.577

3.325

2.800

5.493

  • 2.693

Bijdragen aan agentschappen

16.963

8.319

11.431

12.215

14.752

6.473

8.279

CIBG: Bijdrage voor onder andere UZI-register, BIG-register en SVB-Z

16.963

8.319

11.431

12.215

14.752

6.073

8.679

RIVM: opleiding publiekegezondheidssector en kosten van ziekten

0

400

  • 400

Bijdragen aan ZBO's/RWT's

1.086

0

0

0

0

0

0

ZiNL: sectie Zorgberoepen en opleidingen

0

0

0

0

0

0

0

  • 3. 
    Kwaliteit, transparantie en kennisontwikkeling

119.318

109.189

124.203

134.188

160.454

147.789

12.665

Subsidies

5.293

5.287

7.711

13.047

20.065

13.524

6.541

Nivel

5.093

5.187

5.835

5.710

5.771

5.682

89

Programma Innovatie en zorgvernieuwing

0

0

0

1.770

3.839

7.842

  • 4.003

Zorginformatie

7.200

0

7.200

Jaar van de transparantie

0

0

1.805

3.784

3.006

0

3.006

Overig

200

100

71

1.783

249

0

249

Opdrachten

48

60

226

590

960

1.797

  • - 
    837

Programma Innovatie en zorgvernieuwing

0

0

0

506

634

1.300

  • 666

Overig

48

60

226

84

326

497

  • 171

Bijdragen aan agentschappen

2.123

2.099

2.535

1.453

3.960

4.550

  • - 
    590

CIBG: WTZi en JMV

708

845

750

774

3.790

4.000

  • 210

Overig

1.415

1.254

1.785

679

170

550

  • 380

Bijdragen aan ZBO's/RWT's

111.854

101.743

113.731

119.098

135.469

127.918

7.551

ZonMw: programmering

105.673

101.743

113.731

119.098

135.469

127.768

7.701

Overig

6.181

0

0

0

0

150

  • 150
  • 4. 
    Inrichten uitvoeringsactiviteiten

215.718

220.856

227.614

214.965

241.637

187.343

54.294

Subsidies

256

426

80

0

0

0

0

Uitvoering Wtcg

256

426

80

0

0

0

0

Opdrachten

2.568

4.411

2.526

186

424

401

23

Uitvoering Wtcg

170

169

156

172

0

0

0

Overig

2.398

4.242

2.370

14

424

401

23

Bijdragen aan ZBO's/RWT's

212.894

216.019

225.008

214.779

241.213

186.912

54.301

CAK

98.319

102.156

100.916

87.335

135.381

76.353

59.028

NZa

46.844

47.120

52.756

54.821

55.585

55.794

  • 209

Zorginstituut Nederland

64.004

62.928

67.738

70.016

47.313

52.207

  • 4.894

CSZ

2.523

2.923

2.700

2.500

2.500

2.558

  • 58

CBZ

1.204

892

898

0

0

0

0

Overig

0

0

0

107

434

0

434

Bijdragen aan andere begrotingshoofdstukken

0

0

0

0

0

30

  • - 
    30

EZ: ACM

0

0

0

0

0

0

0

Overig

0

0

0

0

0

30

  • 30
  • 5. 
    Zorg, welzijn en jeugdzorg op Caribisch Nederland

92.580

87.895

106.717

110.954

125.422

113.945

11.477

Subsidies

0

21

0

0

0

0

0

Overig

0

21

0

0

0

0

0

Bekostiging

92.580

87.874

106.717

110.954

125.422

113.945

11.477

Zorg en welzijn

92.580

87.874

106.717

110.954

121.978

111.607

10.371

Overig

0

0

0

0

3.444

2.338

1.106

  • 6. 
    Voorkomen oneigenlijk gebruik en aanpak fraude

0

748

1.044

1.341

1.486

1.955

  • - 
    469

Subsidies

0

494

444

1.028

1.384

1.500

  • 116

Overig

0

494

444

1.028

1.384

1.500

  • 116

Opdrachten

0

254

600

313

102

455

  • - 
    353

Overig

0

254

600

313

102

455

  • 353

Ontvangsten

20.251

32.300

36.609

11.375

90.082

4.858

85.224

Overig

20.251

32.300

36.609

11.375

90.082

4.858

85.224

Bovenstaande informatie is bedoeld voor de Staten-Generaal. Aan dit overzicht kunnen geen rechten worden ontleend.

Als gevolg van de afronding kan de som van de delen afwijken van het totaal.

  • 5. 
    Toelichting op de instrumenten
  • 1. 
    Positie cliënt

Opdrachten

Campagnebudget communicatie

Campagnebudget is gebundeld en ondergebracht in dit artikel. De uitgaven aan communicatie inzake NIX18 en inzake de verspreiding van de jodiumtabletten bedroegen € 5,2 miljoen.

  • 2. 
    Opleidingen, beroepenstructuur en arbeidsmarkt

Subsidies

Kwaliteitsimpuls personeel ziekenhuiszorg

Afgelopen jaar was het laatste jaar van de regeling, maar als gevolg van het Hoofdlijnakkoord Medisch Specialistische Zorg voor 2018 is de regeling met een jaar verlengd. De uitgaven in 2017 bedroegen € 202,9 miljoen. Dit is € 2,9 miljoen meer dan begroot. Dit heeft verschillende oorzaken. Over 2017 is de loonbijstelling uitbetaald, hiermee is het budget verhoogd naar € 202,5 miljoen. Daarnaast is ongeveer € 0,4 miljoen extra budget ter beschikking gekomenter correctie van ten onrechte niet toegekende subsidieaanvraag.

Stageplaatsen zorg/ Stagefonds

In 2017 is de verdeling van het beschikbare budget voor de subsidieregeling Stageplaatsen zorg II (€ 112 miljoen) herzien op basis van de verwachte arbeidsmarktbehoefte. Als gevolg hiervan is er voor de verpleegkundige en verzorgende opleidingen meer budget beschikbaar. Voor zorginstellingen wordt het daarmee aantrekkelijker om stageplaatsen voor deze opleidingsrichtingen aan te bieden. Deze wijziging zal pas in 2018 effect hebben op het Stagefonds, omdat de regels voor het begin van het schooljaar vast moeten liggen. Op grond van de subsidieregeling hebben 4.832 instellingen in zorg en welzijn over studiejaar 2016-2017 voor een kleine 46.000 fte aan gerealiseerde stageplaatsen een subsidie ontvangen. Het aantal stageplaatsen voor de beroepsbegeleidende leerweg (BBL) was lager dan geraamd waardoor het maximumbedrag per stage bereikt werd zonder dat het budget hiervoor volledig werd uitgeput. Hierdoor kon er € 102,7 miljoen worden uitgekeerd vanuit het Stagefonds. De overige € 9,3 miljoen is ingezet voor arbeidsmarktbeleid (SectorplanPlus) via de post overig.

Publieke gezondheidszorgopleidingen

Het Capaciteitsorgaan raamt het aantal benodigde opleidingsplaatsen. Hierbij wordt onder andere rekening gehouden met deeltijdwerken en vroegtijdige uitstroom. De gerealiseerde opleidingsplaatsen zijn lager vastgesteld dan geraamd doordat opleidingsplaatsen niet kunnen worden gerealiseerd. Er is sprake van te lage instroom bij de opleidingen. Ook de uitgaven zijn daarom lager vastgesteld (€ 3,9 miljoen).

Opleiding verpleegkundig specialist/ Physician assistant

Zorgverleners moeten daar ingezet worden waar ze het beste tot hun recht komen. Nieuwe beroepsbeoefenaren zoals de verpleegkundig specialisten (vs) en physician assistants (pa) worden speciaal opgeleid om minder complexe en routinematige taken van de huisarts of de specialist over te nemen. Er komen meer opleidingsplaatsen voor deze nieuwe beroepen. Volgens de laatste cijfers van het Landelijk Platform PA/VS stijgt de instroom van 582 in studiejaar 2016-2017 naar 611 in studiejaar 2017-2018.

Zoals reeds gemeld in de eerste suppletoire wet, is in het voorjaar als gevolg van een lagere instroom bij de opleiding tot verpleegkundig specialist/physician assistent reeds € 12 miljoen vrijgevallen. Daarnaast is in de tweede suppletoire wet € 1,8 miljoen vrijgevallen. Uiteindelijk is nog € 0,6 miljoen bij Slotwet vrijgevallen.

Innovatie beroepen en opleidingen

De omslag in de zorg en ondersteuning vraagt een beroepencontinuüm dat mee verandert. Aanpassing van bestaande beroepen, experimenteren met nieuwe zorgberoepen en taakherschikking tussen beroepen spelen daarbij een belangrijke rol. Dit heeft ook gevolgen voor de wet Beroepen Individuele Gezondheidszorg en de uitvoering daarvan. Het overige budget is ingezet op andere arbeidsmarktsubsidies.

Veilige gegevensuitwisseling en authenticatie in de zorg

Zorgpartijen hebben een gezamenlijk plan opgesteld voor de implementatie van gespecificeerde toestemming zoals bepaald in het wetsvoorstel Cliëntenrechten bij elektronische verwerking van gegevens. Voor de uitvoering van dit plan is in 2017 een subsidie beschikbaar gesteld van ruim € 1 miljoen. De resterende middelen zijn technisch hergeschikt binnen de VWS-begroting.

Overig

SectorplanPlus

SectorplanPlus is een meerjarige subsidie voor werkgevers in zorg en welzijn om een extra impuls te geven aan opleidingsprojecten die zijn gericht op nieuwe instroom, met ontslag bedreigde werknemers of opscholing binnen de organisatie via kwalificerende scholing. De verwachting is dat met deze maatregelen zo´n 170.000 professionals in Zorg en Welzijn extra worden geschoold. De subsidie van in totaal € 325 miljoen komt in de periode van 2017-2021 via de bij RegioPlus aangesloten regionale werkgeversorganisaties beschikbaar. Dit gebeurt in verschillende tijdvakken. Het budgettair beslag in 2017 bedroeg € 37,5 miljoen.

Sterk in je werk, zorg voor jezelf

In het akkoord van 4 december 2015 inzake een toekomstvaste langdurige zorg en ondersteuning zijn afspraken gemaakt over het extra ondersteunen van medewerkers in hun loopbaan. Dit gebeurt via het project Sterk in je werk, zorg voor jezelf (www.sterkinjewerk.nl). Met dit project wordt extra loopbaanoriëntatie en begeleiding aangeboden via persoonlijke gesprekken bij mensen in de regio. In 2017 hebben circa 5.500 deelnemers zich aangemeld. Er zijn ruim 2.500 intakes geweest, ruim 1.250 vervolggesprekken geweest en ongeveer 1.200 testen afgenomen. Het budgettair beslag in 2017 bedroeg € 1,8 miljoen.

Opdrachten

Overig

Er zijn verschillende extra opdrachten verstrekt, onder andere aan het CBS en voor onderzoek naar de arbeidsmarkt.

Bijdragen aan agentschappen

CIBG:

Het CIBG voert zowel de registratie als de herregistratie van Nederlandse BIG geregistreerde beroepsbeoefenaren in het BIG-register uit. Artsen en psychotherapeuten met een diploma van voor 2012 hebben zich voor 1 januari 2018 moeten herregistreren. In het BIG-register hebben ook buitenlands gediplomeerde zorgverleners zich geregistreerd die in de Nederlandse gezondheidszorg willen werken.

Zoals reeds is vermeld in de eerste suppletoire wet is voor het BIG register en de bijdrage aan de uitvoering en ontwikkeling UZI-pas door het CIBG is € 8 miljoen overgeheveld van het instrument Subsidies naar het instrument Bijdragen aan agentschappen.

  • 3. 
    Kwaliteit, transparantie en kennisontwikkeling

Subsidies

Programma Innovatie en zorgvernieuwing

De circa € 3,8 miljoen aan subsidies is in 2017 ingezet voor initiatieven om het innovatieklimaat in de zorg te versterken en het gebruik en de bewustwording van inzet van digitale ondersteuning in de zorg te vergroten.

Zo vindt, samen met Zorgverzekeraars Nederland, financiering plaats van het programma MedMij. In dit programma aangestuurd door de Patiëntenfederatie Nederland worden de eisen en standaarden ontwikkeld waaraan digitale persoonlijke gezondheidsomgevingen moeten voldoen. € 6 miljoen is overgeboekt naar het Ministerie van Economische Zaken ten behoeve van de RVO en de uitvoering van de Seed-Capital-regeling als onderdeel van het Fasttrack programma.

Zorginformatie

De middelen voor Nictiz zijn vanwege een herschikking overgeheveld van artikel 2 Curatieve zorg naar artikel 4 Zorgbreed beleid (€ 5,5 miljoen). In het voorjaar zijn extra middelen beschikbaar gekomen voor uitvoering van verder informatiebeleid in de zorg (€ 1,7 miljoen).

Jaar van transparantie

Bij eerste suppletoire wet is voor de subsidiëring van de transparantie over de kwaliteit van zorg € 5 miljoen overgeheveld van het instrument Bijdragen aan ZBO’s/RWT’s naar het instrument Subsidies. Deze subsidieregeling wordt in mandaat van het Ministerie van VWS uitgevoerd door het Zorginstituut Nederland. Het proces voor de subsidieaanvragen en verdelingsmaatstaf is zodanig ingericht dat het subsidieplafond (van € 5 miljoen per thema) maximaal kan worden benut, maar dat betekent ook dat de subsidieverstrekkingen die hieruit voortvloeien deels pas later in het jaar plaatsvinden. Als gevolg daarvan zijn er minder subsidievoorschotten nodig voor activiteiten in de resterende periode van het jaar. De door alle subsidieaanvragers gevraagde en toegekende bevoorschotting voor in 2017 uit te voeren activiteiten voor de verschillende thema’s was uiteindelijk € 2 miljoen lager dan het hiervoor gereserveerde budget.

Bijdragen aan ZBO’s/ RWT’s

ZonMw: programmering

Conform de begroting heeft ZonMw diverse projecten en onderzoeken op het gebied van gezondheid, preventie en zorg laten uitvoeren. Per saldo zijn de uitgaven € 7,7 miljoen hoger dan begroot. Dit wordt voornamelijk veroorzaakt doordat bij eerste suppletoire wet budget is toegevoegd door onder andere overboekingen van artikel 6 Sport en bewegen voor de Sportimpuls tranche 2017 en 2018 (€ 6,1 miljoen), van artikel 3 Langdurige zorg en ondersteuning voor het programma Memorabel (€ 3,1 miljoen) en overige overboekingen (€ 1,4 miljoen). Verder vragen de bestendiging en verbreding van de resultaten van het Nationaal Programma Ouderenzorg om een praktijkgericht onderzoeksprogramma voor kennisontwikkeling en verbetering van kennisdeling en -toepassing voor langdurige zorg en ondersteuning. De programmavoorbereiding kost door een intensieve veldraadpleging en afstemming op andere programma’s meer tijd dan voorzien. Hierdoor komt een budget van € 3,4 miljoen niet in 2017 tot besteding. Voorts is vanuit artikel 2 Curatieve zorg een budget van € 1,5 miljoen toegevoegd voor het Programma Onco XL. Tot slot is incidentele ruimte opgetreden op het programma zwangerschap en geboorte (€ 1 miljoen).

  • 4. 
    Inrichten uitvoeringsactiviteiten

Bijdragen aan ZBO’s/ RWT’s

CAK

De uitvoeringskosten van het CAK zijn in 2017 € 59 miljoen hoger uitgevallen dan in de VWS-begroting 2017 geraamd. Bij de opstelling van de begroting kon nog geen rekening gehouden worden met extra taken en uitvoeringsactiviteiten die op dat moment nog niet bekend waren. De voornaamste oorzaak van de hogere kosten voor het CAK is de overheveling van de uitvoering van de burgerregelingen. Per 1 januari 2017 is het CAK verantwoordelijk voor de uitvoering van de burgerregelingen wanbetalers, onverzekerden, gemoedsbezwaarden en de zogeheten buitenlandtaak, inclusief het Nationaal contactpunt. Dit geldt ook voor de uitvoering van de regeling voor compensatie van verleende zorg aan onverzekerbare vreemdelingen. Hiervoor is € 33 miljoen ter beschikking gesteld.

Bij de scheiding van de verantwoordingsstukken van het CAK is gebleken dat over een langere reeks van jaren heen de beheerskosten per saldo ongemerkt hoger zijn geweest dan het toegekende budget. Het komt neer op een nog openstaande verplichting van het CAK (ad € 16,1 miljoen) aan het Afbz. Het Ministerie van VWS neemt deze schuld van het CAK aan het fonds over. Via de brief TK 34 775-XI, nr. 113 is deze mutatie gemeld. Daarnaast is er een aantal kleinere mutaties verwerkt (€ 1,5 miljoen).

Tot slot is het CAK gevraagd om in 2017 extra inspanningen te verrichten voor uitvoeringstoetsen en ICT aangelegenheden zoals het invoeren van EESSI (een IT-systeem dat helpt om sneller en veilig informatie uit te wisselen tussen socialezekerheidsorganen in de EU). Voor deze overige kosten is € 10 miljoen ter beschikking gesteld.

Zorginstituut Nederland

Het verschil tussen de begroting en realisatie (€ 4,8 miljoen) is veroorzaakt door mutaties die reeds in de eerste en tweede suppletoire wet gemeld zijn.

In de eerste suppletoire wet is een aantal mutaties verwerkt (- € 2,7 miljoen):

    • Voor de subsidiëring van de transparantie over de kwaliteit van zorg is € 5 miljoen overgeheveld naar het instrument Subsidies.
    • Het budget voor de uitvoering van de burgerregelingen (€ 11,3 miljoen) is overgeheveld naar het CAK.
    • Door de overheveling van de burgerregelingen maakt het Zorginstituut extra frictiekosten. Hiervoor heeft het Zorginstituut extra budget ontvangen (€ 3,8 miljoen).
    • Voor de wettelijke taak van het Zorginstituut om de standaarden voor de gegevensuitwisselingh binnen de Wlz-keten te beheren is € 3,5 miljoen overgeheveld van artikel 3 Langdurige zorg en ondersteuning.
    • Voor het onderzoek Zinnig en zuinig, de systematische doorlichting pakket en de uitvoeringstoets voorwaardelijke toelating door het Zorginstituut is € 6,1 miljoen beschikbaar gesteld.

In de tweede suppletoire wet is een aantal mutaties verwerkt (- € 2,1 miljoen) Voor diverse door het Zorginstituut uit te voeren activiteiten is € 1 miljoen overgeheveld, voornamelijk van artikel 2 Curatieve zorg. Daarnaast bleken de daadwerkelijke uitgaven, voornamelijk voor regulier onderzoek en onderzoek Zinnige en zuinige zorg, ongeveer € 3,1 miljoen lager uitgevallen.

  • 5. 
    Zorg, welzijn en jeugdzorg op Caribisch Nederland

Bekostiging

Per 1 januari 2011 is er één zorgverzekering voor iedereen in Caribisch Nederland. Dat wil zeggen dat iedereen die legaal op Bonaire, Sint Eustatius en Saba woont en/of werkt is verzekerd van zorg en toegang heeft tot goede jeugdzorg. De kosten die daar in 2017 mee gemoeid waren, komen uit op circa € 125,4 miljoen.

In de ontwerpbegroting 2017 was oorspronkelijk € 113,9 miljoen geraamd. Het verschil van circa € 11,5 miljoen tussen realisatie en ontwerpbegroting wordt verklaard door niet geraamde kosten voor de noodmaatregelen in kader van orkaan Irma van € 1 miljoen, twee verhogingen die al in de tweede suppletoire wet zijn toegelicht: € 1,6 miljoen loon- en prijsbijstelling en € 5 miljoen voor het afrekenen van de oude jaren met het ziekenhuis op Bonaire. Tot slot is er in de eerste suppletoire wet al een verhoging opgenomen van € 3,5 miljoen ter compensatie van een verwachte ongunstigere euro-dollar koersverhouding dan in de ontwerpbegroting 2017 was geraamd. Over heel 2017 heeft dit effect nog iets ongunstiger uitgepakt waardoor het totaal verlies op ongeveer € 4,5 miljoen is uitgekomen.

Ontvangsten

De hogere ontvangsten kennen meerdere oorzaken, deze zijn reeds gemeld in de tweede suppletoire wet. Oorzaken zijn onder andere:

    • Door uitval gedurende het jaar is het aantal opleidingsplaatsen tot verpleegkundig specialist (VS) en tot physician assistant (PA) (circa € 2 miljoen) en in de opleiding publieke gezondheidszorg (circa € 2 miljoen) lager.
    • Als gevolg van de overheveling van de uitvoering van de burgerregelingen van het ZiNL naar het CAK zijn de ramingen van de ontvangsten wanbetalers en onverzekerden overgeheveld van artikel 2 Curatieve zorg (€ 77 miljoen).
    • De ontvangsten in het kader van de aanpak van wanbetalers waren in het voorjaar te hoog geraamd, dit is gecorrigeerd (€ 5,4 miljoen).
    • Ook is € 5 miljoen ontvangen als gevolg van de vaststelling van de bijdrage van ZonMw over 2016 op basis van de ingediende verantwoording.
    • Tot slot is bij de eerste suppletoire wet een boeking in verband met het positieve resultaat van de NZa abusievelijk op artikel 9 geboekt. Dit wordt nu hersteld met een overheveling van € 3,4 miljoen naar artikel 4.

Artikel 5 Jeugd 1. Algemene beleidsdoelstelling

Kinderen in Nederland groeien gezond en veilig op, ontwikkelen hun talenten en doen mee aan de samenleving.

  • 2. 
    Rol en verantwoordelijkheid Minister

Ouders/verzorgers zijn primair verantwoordelijk voor de opvoeding en verzorging van hun kinderen. Als ouders of het ondersteunende sociale netwerk hun rol niet kunnen vervullen, is er een taak weggelegd voor de overheid om jeugdigen met hulp op maat naar een zelfstandige toekomst te leiden. Kinderen die in hun ontwikkeling worden bedreigd, moeten passende hulp krijgen en indien nodig in bescherming worden genomen.

Met de invoering van de Jeugdwet op 1 januari 2015 zijn gemeenten bestuurlijk en financieel verantwoordelijk voor de ondersteuning, hulp en zorg van jeugdigen (jeugdhulp) die voorheen viel onder de Wet op de Jeugdzorg, de Zorgverzekeringswet (jeugd-geestelijke gezondheidszorg) en de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten (zorg voor jeugdigen met een verstandelijke beperking). De Ministers van VWS en JenV zijn systeemverantwoordelijk voor het gedecentraliseerde stelsel van jeugdhulp waaronder het wettelijk kader (de Jeugdwet).

De Minister is verantwoordelijk voor:

Stimuleren:

    • Stimuleren dat de kwaliteit en veiligheid in de jeugdhulp geborgd worden door verdere professionalisering en het stellen van kwaliteitseisen.
    • Bevorderen van een effectieve aanpak van kindermishandeling, onder andere door gemeenten in staat te stellen de werking van het stelsel voor de aanpak van kindermishandeling op lokaal en regionaal niveau te verbeteren.
    • Het stimuleren van gemeenten om de samenhang tussen beleid en uitvoering op de terreinen van zorg, school en werk te verbeteren.
    • Een landelijke kennisinfrastructuur voor beleidsontwikkeling en -implementatie en zorgvernieuwing en hierbij gemeenten en het veld van jeugdhulp de ruimte geven om de eigen aanpak verder te ontwikkelen.

Financieren:

    • Financieren van de gemeenten via het gemeentefonds (integratie-uitkering sociaal domein) om hun verantwoordelijkheid voor jeugdhulp op grond van de Jeugdwet waar te maken.
    • Uitvoeren van de Regeling vergoeding bijzondere transitiekosten Jeugdwet.
    • Uitvoeren van de Subsidieregeling schippersinternaten.

Regisseren:

    • Het wettelijk kader (Jeugdwet) dat regels bevat voor de inrichting van het systeem onder andere op het gebied van toegang, kwaliteit en beleidsinformatie.
    • Bestuurlijk overleg met de relevante actoren in het jeugdstelsel gericht op het realiseren van de maatschappelijke doelen van het jeugdstelsel.
    • De Inspectie Jeugdzorg (IJZ), de Inspectie voor de Gezondheidszorg (IGZ) en de Inspectie Justitie en Veiligheid zijn verantwoordelijk voor het uitvoeren van onafhankelijk toezicht op de aanbieders van jeugdhulp.
    • Monitoren en evalueren van de werking van het jeugdstelsel. De Jeugdwet verplicht tot een evaluatie na 3 jaar.
  • 3. 
    Beleidsconclusies

Vernieuwing jeugdstelsel

De tussenevaluatie van de Jeugdwet (TK 34 880, nr. 1) laat zien dat in veel plaatsen in het land gemeenten en aanbieders veelbelovende initiatieven zijn gestart, maar dat de vernieuwing van de jeugdhulp (transformatie) over de volle breedte nog onvoldoende van de grond is gekomen.

Uit de evaluatie blijkt ook dat gezinnen veelal positief zijn over de ontvangen jeugdhulp, maar dat ze de weg naar hulp vaak moeilijk weten te vinden. Jeugdhulpaanbieders hebben zorgen over de diversiteit van de lokale teams en de regels rond aanbesteden en administratieve lasten.

Veel gemeenten komen nog onvoldoende toe aan een goede verbinding met andere domeinen, zoals het onderwijs, schuldhulpverlening of de Wmo en bij de overgang naar volwassenheid (18-/18+).

Uit de tussenevaluatie is de conclusie getrokken dat met de decentralisatie Jeugdwet een goede beweging in gang is gezet. Maar er is ook geconcludeerd dat deze kabinetsperiode nog forse inspanningen nodig zijn van gemeente, jeugdhulpaanbieders en Rijk om de veranderdoelen van de Jeugdwet te realiseren.

Professionalisering jeugdhulp

In 2017 is binnen het Programma Professionalisering Jeugdhulp en Jeugdbescherming door het werkveld samengewerkt om te realiseren dat jeugdprofessionals zich vanaf 1 januari 2018 kunnen registreren in de nieuwe kamer Jeugd- en gezinsprofessionals bij Stichting Kwaliteitsregister Jeugd. In de tweede helft van 2017 zijn er in heel het land conferenties georganiseerd voor professionals, aanbieders en gemeenten om hen onder andere te informeren over de beroepsregistratie en het werken volgens de norm van de verantwoorde werktoedeling6.

Preventie van extremisme

Het kenniscentrum voor professionals in het jeugddomein heeft invulling gekregen met de instelling van het Platform JEP (Jeugdpreventie Extremisme en Polarisatie). Daarnaast zijn er opleidingen gekomen voor professionals uit de jeugdhulp en de ggz bij het Rijksopleidingsinstituut met als doel het tegengaan van radicalisering.

  • 4. 
    Tabel budgettaire gevolgen van beleid Begrotingsuitgaven (bedragen x € 1.000)

Realisatie

Realisatie

Realisatie

Realisatie

Realisatie

Oorspronkelijk vastgestelde begroting

Verschil

2013

2014

2015

2016

2017

2017

2017

Verplichtingen

1.496.199

136.133

117.034

120.532

103.761

82.531

21.230

Uitgaven

1.472.741

1.545.047

110.430

97.631

110.227

82.531

27.696

  • 1. 
    Laagdrempelige ondersteuning bij het opvoeden en opgroeien

37.705

47.516

0

0

0

0

0

  • 2. 
    Noodzakelijke en passende zorg

1.435.036

1.497.532

0

0

0

0

0

  • 3. 
    Effectief en efficiënt werkend jeugdstelsel

0

0

110.430

97.631

110.227

82.531

27.696

Subsidies

103.068

94.851

106.174

71.971

34.203

Schippersinternaten

20.076

18.403

17.749

18.577

  • 828

Participatie

1.630

1.894

3.329

2.050

1.279

Kennis, beleidsinformatie en kindermishandeling

8.269

10.086

9.321

8.879

442

Jeugdhulp

56.511

22.168

27.540

20.791

6.749

Transitie jeugd

16.582

42.301

48.134

21.674

26.460

Overig

0

0

101

0

101

Opdrachten

3.522

1.926

2.721

9.280

  • - 
    6.559

Kennis, beleidsinformatie en kindermishandeling

1.119

875

1.666

3.434

  • 1.768

Jeugdhulp

1.023

414

175

2.631

  • 2.456

Transitie jeugd

1.349

595

652

2.465

  • 1.813

Overig

31

42

228

750

  • 522

Bijdragen aan agentschappen

1.209

853

1.332

1.258

74

Overig

1.209

853

1.332

1.258

74

Bijdragen aan medeoverheden

0

0

0

0

0

Bijdragen aan andere begrotingshoofdstukken

2.631

0

0

22

  • - 
    22

OCW: Onderwijskosten JeugdzorgPlus en kijkwijzer

183

0

0

22

  • 22

Overig

2.448

0

0

0

0

Ontvangsten

24.454

24.660

11.647

42.192

10.399

4.508

5.891

Laagdrempelige ondersteuning opvoeden en opgroeien

107

0

0

1.500

0

4.423

  • 4.423

Effectief en efficiënt werkend jeugdstelsel

0

0

8.099

38.964

9.842

0

9.842

Noodzakelijke en passende zorg

14.139

15.236

3.548

1.728

557

85

472

Overig

10.208

9.424

0

0

0

0

0

Bovenstaande informatie is bedoeld voor de Staten-Generaal. Aan dit overzicht kunnen geen rechten worden ontleend.

Als gevolg van afronding kan de som van de delen afwijken van het totaal.

  • 5. 
    Toelichting op de instrumenten

Subsidies

Jeugdhulp

Zoals gemeld in de eerste suppletoire wet is het budget voor jeugdhulp verhoogd met € 6,9 miljoen. Dit was nodig om subsidies aan instellingen jeugdzorg plus te kunnen verlenen. In 2017 zijn deze subsidies volgens planning verleend. Dit budget is in 2016 vrijgevallen.

Subsidies en opdrachten

Transitie jeugd

Hier zijn middelen gereserveerd voor de uitvoering van de Jeugdwet. Het betreft onder meer de organisatiekosten van de Transitieautoriteit Jeugd (TAJ). Om noodzakelijke jeugdhulp te kunnen blijven bieden kan er door jeugdhulpinstellingen subsidie worden aangevraagd voor bijzondere transitiekosten. De subsidieregeling is verlengd tot eind 2018, waarbij aanvragen voor subsidies alleen in 2017 ingediend kunnen worden. Instellingen hebben een groter beroep gedaan op de subsidieregeling dan vooraf was begroot.

In de eerste en tweede suppletoire wet is het budget verhoogd met € 38,8 miljoen tot een totaal van € 62,9 miljoen. Echter zijn gedurende 2017 de subsidieaanvragen later in het jaar binnengekomen dan verwacht. Daardoor is er een onderbesteding van € 14,1 miljoen ontstaan ten opzichte van de begrotingsstand in de tweede suppletoire wet. De laatste subsidieaanvragen zullen nog in 2018 worden toegekend.

Ontvangsten

Laagdrempelige ondersteuning opvoeden en opgroeien

De raming van deze ontvangsten is gebaseerd op een oud artikel welke voor de decentralisatie relevant was. Tegenwoordig worden deze middelen geboekt op effectief en efficiënt werkend jeugdstelsel (zie hieronder).

Effectief en efficiënt werkend jeugdstelsel

De ontvangsten op dit artikel bevatten ouderbijdrage jeugdhulp, egalisatiereserve provincies, terugbetaling TAJ subsidies voor tijdelijke liquiditeitssteun en terugbetaling van overige subsidies. De provincie ontvangsten van € 6 miljoen, vormen het grootste aandeel in de ontvangsten.

Artikel 6 Sport en bewegen 1. Algemene doelstelling

Een sportieve samenleving waarin voor iedereen passende en veilige sport- en beweegmogelijkheden aanwezig zijn en waarin uitblinken in sport wordt gestimuleerd.

  • 2. 
    Rol en verantwoordelijkheid Minister

Aan het sportbeleid van de rijksoverheid ligt vooral de maatschappelijke betekenis van sport ten grondslag. Sport en bewegen dragen in belangrijke mate bij aan een betere gezondheid, aan het verbeteren van leefbaarheid en veiligheid, sociale samenhang en integratie, aan het verbeteren van schoolprestaties en het verminderen van schooluitval. Daarnaast erkent de rijksoverheid de intrinsieke waarde van sport.

Stimuleren:

    • Het bevorderen van de samenwerking tussen partijen uit verschillende sectoren, zodat op lokaal niveau passende en veilige sport- en beweegmogelijkheden tot stand komen en blijven.
    • Het bevorderen van innovatie, kennisontwikkeling en kennisdeling.

Financieren:

    • Het ontwikkelen en (mede)financieren van programma’s die er aan bijdragen dat er voor iedere Nederlander passende en veilige sport- en beweegmogelijkheden in de buurt aanwezig zijn.
    • Het faciliteren en mede financieren van de top 10 ambitie. Het scheppen van randvoorwaarden voor talenten en topsporters in Nederland, waardoor zij op een professionele en verantwoorde wijze kunnen uitblinken in sport, ook tijdens topsportevenementen in eigen land.
    • Het (mede) financieren van innovatie, kennisontwikkeling en kennisdeling.
  • 3. 
    Beleidsconclusies

In 2017 is binnen het sportbeleid ingezet op de thema’s sportparticipatie, topsport, kennis en innovatie, veilig sportklimaat en integriteit om van Nederland een krachtig sportland en sportieve samenleving te maken. Een land waar voor iedereen passende en veilige sport- en beweegmogelijkheden zijn, waar uitblinken in sport wordt gestimuleerd en waar (top)sporters en sportbestuurders het goede voorbeeld geven. De voorgenomen beleidswijzigingen uit de begroting 2017 zijn volgens planning uitgevoerd.

Onderzoeksprogramma 2016

In 2017 is de eindevaluatie van het onderzoeksprogramma 2016 gereed gekomen (TK 30 234, nr. 167). Conclusie uit de evaluatie is dat het programma op alle 25 projecten waardevolle kennis, innovaties, interventies en andere producten opleveren voor de praktijk. De evaluatie is benut voor de vormgeving van het nieuwe onderzoeksprogramma 2018-2020. Kader hiervoor is de Nationale Kennisagenda Sport en Bewegen.

Naar een Veiliger Sportklimaat

In 2017 heeft de borging van de resultaten van het actieplan «Naar een Veiliger Sportklimaat» (VSK) in de bestaande infrastructuur van de sport centraal gestaan, zodat de VSK instrumenten (zoals trainingen en voorlichtingsmateriaal) na afloop van het actieplan beschikbaar blijven. Daarnaast is extra aandacht besteed aan zwakkere verenigingen waar relatief meer incidenten en excessen plaatsvinden. De monitor Veilig Sportklimaat van het Mulier Instituut (TK 30 234, nr.168) laat zien dat er het afgelopen jaar vooruitgang is geboekt in het toewerken naar een veiliger sportklimaat:

    • • 
      Het aantal sportverengingen dat minstens één van de VSK-producten, zoals een training weerbaarheid voor scheidsrechters of een module sportief besturen, is het afgelopen jaar gestegen van 9.926 naar 10.557. Hiervan hebben 4.993 verenigingen tenminste twee producten afgenomen die zijn ontwikkeld in het kader van VSK.
    • • 
      Het totale aantal aangevraagde Verklaringen Omtrent Gedrag (VOG) voor vrijwilligers in de sport is gegroeid van 76.731 in 2016 naar 98.361 in 2017.
    • • 
      Het aantal getrainde vertrouwenscontactpersonen (VCP) is bijna verdubbeld van 533 in 2014 naar 1.044 in 2017. Het aantal verenigingen met een VCP is gestegen van 21% in 2008 naar 56% in 2017, bij voetbalverenigingen is dit zelfs gestegen naar 61%.
    • • 
      Het aantal excessen in het voetbal is teruggelopen van 485 (2011/2012) naar 187 in het afgelopen seizoen (2016/2017).

Deze vooruitgang is het resultaat van maatregelen gericht op spelregels, tuchtrecht, gedragsregels, de aanpak van excessen en vrijwilligers alsmede samenwerking met lokale partijen en op het ondersteunen van bestuurders, trainers/coaches en scheidsrechters.

Sport en Bewegen in de Buurt

Met het programma Sport en Bewegen in de Buurt wordt beoogd dat voor iedere Nederlander een passend sport- en beweegaanbod in de eigen buurt aanwezig is, dat veilig en toegankelijk is. Het programma bestaat uit twee onderdelen, namelijk de Brede impuls combinatiefuncties (buurtsportcoaches) en de Sportimpuls. Met gemeenten is afgesproken dat zij jaarlijks 2.900 fte buurtsportcoaches realiseren. In 2017 is het programma Sport en Bewegen in de Buurt op een aantal onderdelen geëvalueerd en of gemonitord. Uit de jaarlijkse monitor «Brede impuls combinatiefuncties» (TK 30 234, nr. 168) blijkt dat op 1 september 2017 in totaal 371 van de 388 gemeenten gezamenlijk ca. 4.500 buurtsportcoaches (2.911 fte) hebben gerealiseerd. Om de effecten van de buurtsportcoach lokaal inzichtelijk te maken, is door het Mulier Instituut in samenwerking met een groot aantal experts uit de sport- en wetenschapswereld een breed onderzoek opgezet. Dit onderzoek laat positieve resultaten zien, zoals:

    • • 
      de Brede impuls wordt door 95% van de deelnemende gemeenten gezien als een echte impuls om het gemeentelijk sportbeleid (verder) te ontwikkelen;
    • • 
      de vrijheid die gemeenten hebben om de impuls in te zetten waar het binnen de lokale situatie passend is, maakt deze effectief;
    • • 
      de buurtsportcoach realiseert meer sport- en beweegaanbod voor verschillende doelgroepen, zorgt voor meer kwaliteit van het binnen- en buitenschoolse sport- en activiteitenaanbod in het primair onderwijs en zorgt voor meer verbindingen tussen verschillende domeinen, zoals zorg en onderwijs.

De Brede impuls combinatiefuncties is een succesvolle impuls gezien het aantal deelnemende gemeenten en de lokale resultaten die de buurtsportcoach realiseert.

Sportimpuls

De Sportimpuls richt zich op de sport- en beweegaanbieders zodat zij meer sport- en beweegaanbod voor verschillende doelgroepen kunnen realiseren. In 2017 zijn binnen de Sportimpuls 106 projecten toegekend, waarbij specifieke aandacht is gevraagd voor een aantal doelgroepen. Het gaat hierbij om mensen met een handicap (het percentage van het aantal gehonoreerde projecten is gestegen van 18% in 2012 tot 33% in 2017) en ouderen (26% in 2012 tot 68% in 2017). Ook voor de doelgroep chronisch zieken is in 2017 een toename te zien bij het aantal gehonoreerde projecten, namelijk van 15% in 2012 naar 38% in 2017. In de subsidieronde van 2017 is daarbij extra aandacht gegeven aan financiële borging en cofinanciering. Om de borging te realiseren is aan deelnemende partijen een verplichte bijdrage van 15% cofinanciering gesteld. Daarnaast is in 2017 geëxperimenteerd met kleine projecten gericht op kwetsbare groepen. Hierbij worden ondernemers uitgedaagd om kwetsbare groepen die minder bewegen (ouderen, mensen met een beperking, chronisch zieken, mensen met overgewicht en mensen met lage SES) duurzaam in beweging te krijgen en te houden. Van de 60 ingediende projecten zijn uiteindelijk 5 ondernemers geselecteerd die hun project mogen ontwikkelen en marktrijp mogen maken.

De Nederlandse Sportraad

De Nederlandse Sportraad heeft in 2017 haar expertise en onafhankelijke positie bij een groot aantal partijen onder de aandacht gebracht. Ook is het eerste brede advies over het rendement van sportevenementen verschenen (TK 30 234, nr. 163). Daaruit blijkt dat de waarde van deze evenementen voor de Nederlandse samenleving groot is: naast de maatschappelijke waarde is de economische impact meer dan € 100 miljoen. Deze impact kan worden vergroot door meer samenwerking tussen sport, bedrijfsleven en overheid. Concrete aandachtspunten zijn het verminderen van regeldruk, verbeteren van het fiscale klimaat en het versimpelen van het proces rond de vergunningverlening.

Topsportbeleid

Het nieuwe topsportbeleid, zoals beschreven in de Sportagenda 2017+ van NOC*NSF en de sportbonden, focust op (potentieel) succesvolle takken van sport en topsporters om zo tot de 10 beste topsportlanden ter wereld te horen. VWS heeft financieel bijgedragen aan de hoogwaardige topsport- en opleidingsprogramma’s met bijbehorende begeleiding en voorzieningen voor topsporters.

Zo is in 2017 een aantal investeringen gedaan in het voorzieningenbeleid voor topsporters. Het beschikbare budget voor de stipendiumregeling is structureel opgehoogd vanwege eerdere aanpassingen in de leeftijdsafhankelijke stipendia en door veranderingen in de samenstelling van de groep stipendiumsporters. Ook is een extra bijdrage gedaan aan de kostenvergoedingsregeling vanwege tegenvallende rentebaten van het Fondskapitaal waaruit deze regeling wordt gefinancierd. Hierdoor kon de kostenvergoeding op hetzelfde niveau gehandhaafd worden.

In 2017 is in totaal in 65 fulltime topsport- en opleidingsprogramma’s geïnvesteerd, waarvan 14 Paralympisch. Ten opzichte van 2013 (1 jaar na de vorige Zomerspelen) is de volgende ontwikkeling in topsportprestaties zichtbaar7:

    • • 
      Voor Paralympische sporten is er sprake van een flinke stijging in het aantal behaalde medailles (74) en een toename in de takken van sport waarbinnen die medailles zijn behaald (13). In 2013 waren dit 38 medailles in 9 sporten.
    • • 
      Voor Olympische sporten is het aantal medailles (43 in 2017 versus 44 in 2013) en het aantal sporten waarbinnen deze medailles zijn behaald nagenoeg gelijk gebleven (16 in 2017 en 2013).

Met de investeringen in topsport verwachten we in de huidige Olympische cyclus (2017-2020) een verdere groei in topsportprestaties en medailleperspectief te kunnen stimuleren en een stabiel niveau in het voorzieningenbeleid te bieden.

  • 4. 
    Tabel budgettaire gevolgen van beleid Begrotingsuitgaven (bedragen x € 1.000)

Realisatie

Realisatie

Realisatie

Realisatie

Realisatie

Oorspronkelijk vastgestelde begroting

Verschil

2013

2014

2015

2016

2017

2017

2017

Verplichtingen

84.156

84.715

63.971

58.865

83.088

112.747

  • - 
    29.659

Uitgaven

70.485

69.986

73.079

65.225

80.358

126.704

  • - 
    46.346
  • 1. 
    Passend sport- en beweegaanbod

25.334

26.825

25.144

17.388

19.010

79.589

  • - 
    60.579

Subsidies

17.219

17.596

16.468

14.094

15.111

22.347

  • - 
    7.236

Gehandicaptensport

2.966

2.828

3.071

1.704

1.534

1.664

  • 130

Verantwoord sporten en bewegen

2.404

2.571

2.418

100

784

277

507

Sport en bewegen in de buurt

3.430

4.773

3.459

5.052

2.393

13.155

  • 10.762

Stimuleren van een veiliger sportklimaat

7.111

7.424

7.520

7.237

7.900

7.251

649

Overig

1.308

0

0

1

2.500

0

2.500

Bekostiging

8.065

9.229

8.638

3.013

3.000

3.000

0

Compensatie van betaalde energiebelasting

8.065

9.229

8.638

13

0

0

0

Energiebesparing en duurzame energie

0

0

0

3.000

3.000

3.000

0

Opdrachten

50

0

38

281

899

0

899

Sport en bewegen in de buurt

50

0

38

281

899

0

899

Bijdragen aan medeoverheden

0

0

0

0

0

47.755

  • - 
    47.755

Sport en bewegen in de buurt

0

0

0

0

0

47.755

  • 47.755

Energiebesparing en duurzame energie

0

0

0

0

0

0

0

Bijdragen aan andere begrotingshoofdstukken

0

0

0

0

0

6.487

  • - 
    6.487

Energiebesparing en verduurzaming

0

0

0

0

0

6.487

  • 6.487
  • 2. 
    Uitblinken in sport

37.018

37.002

41.006

39.888

54.243

38.343

15.900

Subsidies

26.842

25.533

29.783

27.774

41.775

27.748

14.027

Topsportevenementen

4.065

4.912

6.771

4.624

9.688

7.231

2.457

Topsportprogramma's

21.109

18.754

21.465

21.379

30.569

19.016

11.553

Dopingbestrijding

1.668

1.866

1.547

1.771

1.518

1.501

17

Inkomensoverdrachten

10.148

11.284

11.025

11.867

12.243

10.415

1.828

Stipendiumregeling

10.148

11.284

11.025

11.867

12.243

10.415

1.828

Opdrachten

28

0

0

0

0

0

0

Overig

28

0

0

0

0

0

0

Bijdragen aan (inter)nationale organisaties

0

185

198

247

225

180

45

Dopingbestrijding

0

185

198

247

225

180

45

  • 3. 
    Borgen van innovatie, kennisontwikkeling en kennisdeling

8.134

6.159

6.929

7.950

7.104

8.772

  • - 
    1.668

Subsidies

7.415

6.041

6.626

7.890

6.923

8.479

  • - 
    1.556

Kennis als fundament

5.691

6.041

6.626

7.890

6.923

8.479

  • 1.556

Overig

1.724

0

0

0

0

0

0

Opdrachten

661

63

251

7

128

231

  • - 
    103

Kennis als fundament

397

63

251

7

128

231

  • 103

Overig

264

0

0

0

0

0

0

Bijdragen aan (inter)nationale organisaties

58

55

52

53

53

62

  • - 
    9

Overig

58

55

52

53

53

62

  • 9

Ontvangsten

661

738

274

312

645

740

  • - 
    95

Overig

661

738

274

312

645

740

  • 95

Bovenstaande informatie is bedoeld voor de Staten-Generaal. Aan dit overzicht kunnen geen rechten worden ontleend.

Als gevolg van afronding kan de som van de delen afwijken van het totaal.

  • 5. 
    Toelichting op de instrumenten
  • 1. 
    Passend sport- en beweegaanbod

In 2016 deed 52% van de personen van 12 jaar en ouder wekelijks aan sport. Dit percentage is sinds 2001 stabiel. Ruim de helft van de Nederlanders van 12 jaar en ouder beweegt voldoende volgens de combinorm, dat wil zeggen voldoet aan de norm gezond bewegen (voor volwassenen is dat minstens een half uur matig intensieve lichamelijke activiteit op minimaal vijf dagen per week en voor jongeren een uur matig intensief bewegen op alle dagen van de week) en/of de fitnorm (minimaal drie keer per week gedurende minimaal 20 minuten zwaar intensieve lichamelijke activiteit).

Bron: www.staatvenz.nl/kerncijfers/sporters-wekelijks

Subsidies

Sport en bewegen in de buurt

Aan andere activiteiten op het terrein van sport en bewegen in de buurt, clubkaderontwikkeling, duurzaam zwemveilig Nederland en evaluatie en monitoring is € 2,4 miljoen uitgegeven. Het verschil tussen begroting en realisatie kan als volgt worden verklaard. In 2017 is € 6,1 miljoen ingezet voor de Sportimpuls, met als doel het stimuleren van sport- en beweegaanbod op lokaal niveau. Dit bedrag is overgeboekt naar artikel 4 Zorgbreed beleid. Vanuit dat artikel is de opdracht aan ZonMw verstrekt. Ook is op een aantal andere thema’s, zoals de Gezonde school en de Alliantie Gelijke Spelen een bijdrage verleend, en zijn hiervoor budgetten overgeheveld, evenals een aantal interne herschikkingen binnen de financiële instrumenten van artikel 6 (2017 in totaal € 4,7 miljoen, deels toegelicht bij de eerste suppletoire wet 2017).

Overig

Er is € 2,5 miljoen ingezet voor het programma «Rijksimpuls +25.000 kinderen 2016-2018» van het Jeugdsportfonds. Hierdoor kunnen 25.000 extra kinderen een lidmaatschap voor sport of dans ontvangen en ongeacht hun sociaaleconomische situatie deelnemen aan sport en bewegen.

Bekostiging

Energiebesparing en duurzame energie

Per 1 januari 2016 is de Subsidieregeling voor energiebesparende maatregelen en duurzame energie in de Sport ingegaan. Aan de Stichting Waarborgfonds is hiertoe in 2017 € 3 miljoen beschikbaar gesteld voor het verlenen van borgstellingen voor leningen van sportverenigingen die willen investeren in energiebesparende maatregelen en/of duurzame energie.

Bijdragen aan medeoverheden

Sport en bewegen in de buurt

Met het programma Sport en Bewegen in de Buurt worden binnen gemeenten in Nederland buurtsportcoaches ingezet om de verbinding te leggen tussen sport en andere sectoren als onderwijs, welzijn, zorg, en dergelijke. Totaal is in 2017 € 58,1 miljoen uitgekeerd aan 371 deelnemende gemeenten waarbij gezamenlijk voor 2.911 fte is ingetekend. Deze decentralisatie-uitkeringen zijn verleend via het gemeentefonds. Daarvoor zijn middelen overgeboekt vanuit de begrotingen van OCW (€ 11,1 miljoen) en VWS (€ 47 miljoen) naar het gemeentefonds. Daarnaast is € 0,8 miljoen overgeboekt naar het BTW-compensatiefonds.

Bijdragen aan andere begrotingshoofdstukken

Energiebesparing en duurzame energie

Per 1 januari 2016 is de Subsidieregeling voor energiebesparende maatregelen en duurzame energie in de Sport ingegaan. Met deze regeling worden sportverenigingen gestimuleerd maatregelen te nemen zoals het plaatsten van LED-verlichting, isolatie, zonnepanelen en zonneboilers. De regeling is uitgevoerd door de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland. In 2017 is hiervoor € 6,5 miljoen overgeboekt naar de begroting van Economische Zaken.

  • 2. 
    Uitblinken in sport

Subsidies

Topsportprogramma’s

Om de top tien ambitie waar te kunnen maken is het topsportprogramma dat NOC*NSF samen met de sportbonden en andere partijen uitvoert financieel ondersteund. Bovenop het reguliere budget is als uitvloeisel van het fusietraject tussen de Lotto en de Staatsloterij incidenteel € 1,2 miljoen toegevoegd en bij de Augustusbesluitvorming in 2017 is € 10,3 miljoen structureel extra budget beschikbaar gesteld voor de Nederlandse topsport (zie tweede suppletoire wet 2017). Daarnaast is nog een aantal kleine mutaties doorgevoerd voor een bedrag van € 0,1 miljoen.

De medailleklassementen zijn een momentopname, maar geven wel een indicatie van de mate waarin Nederland erin slaagt om zich te scharen bij de beste tien sportlanden.

Kengetal: Positie Nederland in medailleklassement Olympische en Paralympische Zomerspelen

Kengetal: Positie Nederland in medailleklassement Olympische en Paralympische Winterspelen

  • 3. 
    Borgen van innovatie, kennisontwikkeling en kennisdeling

Subsidies

Kennis als fundament

Ingezet is op het verspreiden van beschikbare en gevalideerde kennis via onder meer het Kenniscentrum Sport, het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM), het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP), en het Mulier Instituut. In totaal is in 2017 € 6,9 miljoen aan kennis en innovatie besteed.

Beleidsartikel 7 Oorlogsgetroffenen en Herinnering Tweede Wereldoorlog 1. Algemene doelstelling

De zorg voor verzetsdeelnemers en oorlogsgetroffenen uit de Tweede Wereldoorlog (WOII) is geborgd en mensen beseffen, mede op basis van de gebeurtenissen uit WOII, wat het betekent om in vrijheid te kunnen leven.

  • 2. 
    Rol en verantwoordelijkheid Minister

Het is belangrijk om de herinnering aan WOII levend te houden en te borgen dat blijvend betekenis kan worden gegeven aan het verhaal van «de oorlog». Ook dit is onderdeel van de leidende begrippen «ereschuld» en «bijzondere solidariteit» ten aanzien van de deelnemers aan voormalig verzet en de oorlogsgetroffenen. Het belang van het levend houden van de herinnering geldt niet alleen voor (nabestaanden van) mensen die deze oorlog hebben meegemaakt, maar juist ook voor nieuwe generaties. Generaties van nu en later moeten - ook als de eerste generatie is weggevallen - betekenis kunnen geven aan alle facetten van deze geschiedenis. Dat geldt zowel voor de oorlog zoals deze zich in Nederland en Europa heeft afgespeeld, en dan vooral de Holocaust als dieptepunt van het menselijk handelen, als voor de oorlog (en de Bersiap-periode - 1945-1949) in voormalig Nederlands-Indië. De betekenis van het levend houden van de herinnering aan WOII is gerelateerd aan hedendaagse vraagstukken van grondrechten, democratie, (internationale) rechtsorde en vrijheid. De invulling hiervan vindt plaats langs vier domeinen benodigde kennis, museale functie, educatie en informatie alsmede herdenken, eren en vieren.

De Minister is verantwoordelijk voor:

Stimuleren:

    • De herinnering aan WOII blijvend betekenis laten houden.

Financieren:

    • Subsidiëring van begeleidende instellingen voor maatschappelijk werk en sociale dienstverlening aan erkende deelnemers aan het voormalig verzet en oorlogsgetroffenen.
    • Subsidiëring van instellingen die de herinnering aan de WOII levend houden.

Regisseren:

    • Het in stand houden en ondersteunen van een infrastructuur die het mogelijk maakt de zorg- en dienstverlening aan verzetsdeelnemers en oorlogsgetroffenen WOII te garanderen en de herinnering aan WOII blijvend betekenis te laten houden.
    • Het actueel houden van de wet - en regelgeving voor verzetsdeelnemers en oorlogsgetroffenen WOII.

(Doen) uitvoeren:

    • Opdrachtgever van en toezichthouder op de zelfstandige bestuursorganen Pensioen- en Uitkeringsraad (PUR) en Sociale Verzekeringsbank, afdeling Verzetsdeelnemers en Oorlogsgetroffenen (SVB-V&O), voor toepassing en uitvoering van de wetten en regelingen voor verzetsdeelnemers en oorlogsgetroffenen WOII.
    • Opdrachtgever van en toezichthouder op het Nationaal Comité 4 en 5 mei (NC) voor het invullen van herdenken, eren en vieren.
  • 3. 
    Beleidsconclusies

Op het terrein van de «erfenis van WOII» vindt het kabinet continuïteit en toekomstbestendigheid belangrijk.

De in de begroting opgenomen beleidswijzigingen op terrein van kwaliteit en toekomstgerichtheid van het stelsel van voorzieningen en uitvoeringsorganisaties, het wettelijk stelsel van pensioenen en uitkeringen voor verzetsdeelnemers en oorlogsgetroffenen WOII en de inhoudelijke en financiële ondersteuning van projecten en organisaties conform de educatieve visie van het Platform WOII zijn grotendeels uitgevoerd volgens plan. Aanvullend kunnen de volgende conclusies over het gevoerde beleid worden getrokken:

De Backpay-regeling is van rechtswege afgelopen op 31 december 2017. Conform de regeling hebben alle rechthebbenden die een aanvraag hebben ingediend een uitkering ontvangen. De regeling zal worden geëvalueerd voor 1 juli 2018. Mocht een mogelijk rechthebbende zich melden vóór 1 juli 2018 die voldoet aan de criteria van de 31 december 2017 afgelopen Backpay-regeling zal een nieuwe vergelijkbare regeling van kracht worden.

De Commissie Versterking herinnering WOII heeft een integrale visie op het levend en verankerd houden van de herinnering aan WOII geschreven met daarin een samenhangende ambitie voor 2025. Eén van de adviezen betrof het met relevante partijen te komen tot een sterke thematische, samenhangende en verbindende programmering. Het moet daarbij gaan om herkenbare en representatieve thema’s waaraan instellingen individueel én collectief kunnen deelnemen. Deze thema’s vormen daarmee een goede aanvulling op de individuele presentaties van instellingen. Deze thematische aanpak levert een aantrekkelijk en veelzijdig publieksaanbod op.

De Commissie Versterking herinnering WOII heeft het beleid en de activiteiten van het veld vertaald in een viertal domeinen. Deze domeinen betreffen kennis, museale functie, herdenken en vieren en educatie. Dit is een uitsplitsing naar verschillende functies waarlangs de herinnering aan WOII gestalte wordt gegeven. Voor de uitwerking van het domein educatie heeft in 2017 heeft het Platform WOII een educatieve visie vastgesteld. Kern hiervan is dat het verhaal van WOII in de context van de ontbinding van de rechtstaat: de schending van mensenrechten, willekeur, vervolging en moord, een krachtig verhaal is voor onderwijs over burgerschap. Het Nationaal Comité 4 en 5 mei (NC) en de Stichting Samenwerkende Musea en Herinneringscentra 40-45 (SMH) werken samen aan een concrete uitwerking van deze visie. De SMH is in 2017 gestart met een door VWS gefinancierde kwaliteitsimpuls educatie, het perspectief burgerschap krijgt hierin prioriteit. Het NC heeft eenmalig financiële middelen ontvangen voor een pilot binnen het mbo om na te gaan wat voor het burgerschapsonderwijs in dit onderwijstype de beste aanpak is. Het NC heeft in samenwerking met ProDemos het magazine 4FREE uitgegeven. Een magazine gemaakt voor mbo-studenten over vrijheid en keuzes maken.

  • 4. 
    Tabel budgettaire gevolgen van beleid Begrotingsuitgaven (bedragen x € 1.000)

Realisatie

Realisatie

Realisatie

Realisatie

Realisatie

Oorspronkelijk vastgestelde begroting

Verschil

2013

2014

2015

2016

2017

2017

2017

Verplichtingen

322.143

320.591

574.550

37.118

528.659

273.515

255.144

Uitgaven

341.447

321.328

301.646

307.376

280.834

273.515

7.319

  • 1. 
    De zorg- en dienstverlening aan verzetsdeelnemers en oorlogsgetroffenen WOII en de herinnering aan WOII

16.459

16.165

16.262

16.706

19.861

21.127

  • - 
    1.266

Subsidies

16.123

16.051

16.107

16.029

19.381

20.300

  • - 
    919

Nationaal Comité 4 en 5 mei

5.519

5.603

5.803

5.555

5.497

4.837

660

Nationale herinneringscentra

2.052

1.788

1.814

1.809

1.833

1.791

42

Zorg- en dienstverlening

6.958

6.295

5.955

6.504

6.243

7.745

  • 1.502

Collectieve erkenning Indisch Nederland

0

0

0

0

239

239

Verhuizing uitbreiding Indisch Herinneringscentrum

0

0

0

0

261

261

Namenmonument

0

0

0

0

1.963

1.963

Overig

1.594

2.365

2.535

2.161

3.345

5.927

  • 2.582

Bekostiging

0

0

0

0

37

400

  • - 
    363

Overig

0

0

0

0

37

400

  • 363

Opdrachten

336

114

155

119

443

403

40

Overig

336

114

155

119

443

403

40

Bijdragen aan ZBO's/RWT's

0

0

0

558

0

0

0

Overig

0

0

0

558

0

0

0

Bijdragen aan andere begrotingshoofdstukken

0

0

0

0

0

24

  • - 
    24

Overig

0

0

0

0

0

24

  • 24
  • 2. 
    Pensioenen en uitkeringen voor verzetsdeelnemers en oorlogsgetroffenen WOII

324.989

305.163

285.384

290.669

260.972

252.388

8.584

Inkomensoverdrachten

304.946

287.516

271.095

277.170

247.865

239.213

8.652

Wetten en regelingen verzetsdeelnemers en oorlogsgetroffenen

242.967

231.500

220.700

212.900

247.865

239.213

8.652

Backpay

0

0

0

18.615

0

0

0

Overig

61.979

56.016

50.395

45.655

0

0

0

Bijdragen aan ZBO's/RWT's

20.043

17.647

14.289

13.499

13.107

13.175

  • - 
    68

SVB

13.398

11.889

10.956

10.701

10.565

10.292

273

PUR

4.428

3.815

3.160

2.761

2.289

2.299

  • 10

Stichting Administratie Indonesische Pensioenen

1.928

1.943

37

0

236

0

236

Overig

289

0

136

37

17

584

  • 567

Ontvangsten

1.298

9.125

3.765

4.820

821

901

  • - 
    80

Overig

1.298

9.125

3.765

4.820

821

901

  • 80

Bovenstaande informatie is bedoeld voor de Staten-Generaal. Aan dit overzicht kunnen geen rechten worden ontleend.

Als gevolg van afronding kan de som van de delen afwijken van het totaal.

  • 5. 
    Toelichting op de instrumenten
  • 1. 
    De zorg- en dienstverlening aan verzetsdeelnemers en oorlogsgetroffenen WOII en de herinnering aan WOII

Kengetal: Percentage van de bevolking dat (veel) belang aan 4 en 5 mei hecht

Bron: Nationaal Vrijheidsonderzoek 2017

Uit het Nationaal Vrijheidsonderzoek 2017 van het Nationaal Comité 4 en 5 mei blijkt dat 80% van de Nederlanders zich tijdens de Nationale Herdenking op 4 mei en Bevrijdingsdag op 5 mei in sterke mate met elkaar verbonden voelen. In onderstaand figuur is te zien dat het draagvlak onder de Nederlandse bevolking voor de herdenking op 4 mei en de viering van de bevrijding op 5 mei groot is. Ruim acht op de tien Nederlanders geven aan de Dodenherdenking op 4 mei (heel) belangrijk te vinden. Een bijna even grote groep Nederlanders (81%) geeft daarnaast aan de viering van Bevrijdingsdag op 5 mei (heel) belangrijk te vinden. Gedurende de afgelopen 15 jaar is het aantal Nederlanders dat de jaarlijkse Dodenherdenking heel belangrijk vindt, geleidelijk afgenomen. In 2017 is dat aantal echter weer toegenomen. De stijging is het sterkst onder de groep 13- tot 17-jarigen en 50- tot en met 64-jarigen.

  • 2. 
    Pensioenen en uitkeringen voor verzetsdeelnemers en oorlogsgetroffenen WOII

Inkomensoverdrachten

Wetten en regelingen voor verzetsdeelnemers en oorlogsgetroffenen

De wetten en regelingen voor verzetsdeelnemers en oorlogsgetroffenen worden alleen nog bijgesteld als wijzigingen in aanpalende wetten, bijvoorbeeld op het terrein van zorg en sociale zekerheid, dat noodzakelijk maken. In het kader van de wetten voor verzetsdeelnemers en oorlogsgetroffenen uit WOII (Wuv, Wubo, Wiv en Wbp) worden onder andere tegemoetkomingen (inkomensafhankelijk) en vergoedingen (inkomensonafhankelijk) voor bijzondere voorzieningen toegekend als onderdeel van de totale uitkering. Het betreft met name uitgaven voor medische voorzieningen, huishoudelijke hulp, «deelname maatschappelijk verkeer» en overige voorzieningen zoals vervoer en extra vakantie.

Per eerste suppletoire wet is het budget voor de uitkeringen aan oorlogsgetroffenen en pensioenen voor verzetsdeelnemers € 7,8 miljoen verhoogd. Dit is onder andere het gevolg van een verschil in de wijze van indexeren van de uitkomsten en de wijze van indexeren van het budget voor de uitkeringen.

Voor 2017 is een bedrag van circa € 247,9 miljoen in de vorm van pensioenen en uitkeringen verstrekt, waarvan het merendeel voor de Wet uitkeringen vervolgingsslachtoffers 1940-1945 (€ 143,4 miljoen).

Kengetal: Uitkeringen aan Oorlogsgetroffenen WOII (bedragen x € 1.000.000)

Bron: SVB begroting 2018 en meerjarenbegroting 2019 t/m 2023

Prestatie-indicator: percentage eerste aanvragen dat door de PUR en de SVB binnen de (verlengde) wettelijke termijn is afgehandeld

Bron: SVB V&O Management Informatie Kritische Prestatie Indicatoren 3e tertaal 2017

De realisatie van de gestelde behandeltermijnen is voor de eerste aanvragen is in 2017 gestegen naar 99%, ruim boven de norm. Het aantal nieuwe «eerste» aanvragen in 2013 was 587, in 2014 575 en vanaf 2015 (inclusief AOR) in 2015 900, in 2016 833 en in 2017 671 per jaar.

Beleidsartikel 8 Tegemoetkoming specifieke kosten 1. Algemene doelstelling

De zorg financieel toegankelijk houden.

  • 2. 
    Rol en verantwoordelijkheid Minister

De Minister is verantwoordelijk voor:

Financieren:

    • • 
      Financieren van de zorgtoeslag. Vaststellen van de hoogte van de zorgtoeslag en de vormgeving van het stelsel van wet- en regelgeving.
    • • 
      De uitbetaling van de tegemoetkomingen Wtcg aan rechthebbenden waarvan het rekeningnummer alsnog bekend is geworden en de tegemoetkoming alsnog kan worden uitbetaald (Wtcg 2009 t/m Wtcg 2013)
    • • 
      De tegemoetkoming voor personen die in de inkomstenbelasting hun uitgaven voor specifieke zorgkosten als gevolg van heffingskortingen niet of niet geheel kunnen verzilveren.
  • 3. 
    Beleidsconclusies

Bij de zorgtoeslag heeft de verlaging van de normpercentages er toe geleid dat de zorgtoeslag voor huishoudens met een minimuminkomen vrijwel evenveel is gestegen (€ 68 per jaar) als de standaardpremie (€ 62 per jaar). Hiermee zijn de zorgpremie en het eigen risico betaalbaar gebleven voor huishoudens met lage inkomens. Zij betalen hierdoor voor hun zorgverzekering nog steeds minder dan in 2005 (onder Ziekenfondswet) en 2006 (bij de introductie van de Zorgverzekeringswet).

In het besluit zorgtoeslag (Stb 2016, 469) werd nog gerekend met een groei van het aantal ontvangers met circa 90.000. Het aantal ontvangers van zorgtoeslag is mede vanwege het gevoerde beleid het afgelopen jaar gegroeid met 23.000.

Jaar

Kengetal aantal huishoudens met zorgtoeslag (x 1.000)

Eenpersoonshuishoudens

Tweepersoonshuishoudens

Totaal huishoudens

2008

3.084

1.761

4.845

2009

3.235

1.719

4.954

2010

3.419

1.762

5.181

2011

3.653

1.839

5.492

2012

3.645

1.800

5.445

2013

3.706

1.387

5.093

2014

3.608

1.094

4.702

2015

3.465

823

4.288

2016

3.539

821

4.360

2017

3.606

777

4.383

De tabel bevat de stand van het aantal ontvangers zorgtoeslag voor het betreffende toeslagjaar. De aantallen betreffen de stand per 5 januari 2018 (bron: Belastingdienst). In deze cijfers zijn zowel definitieve als voorlopige beschikkingen meegenomen. Het uiteindelijk aantal ontvangers kan hoger of lager uitvallen. Er kunnen huishoudens bijkomen omdat de zorgtoeslag met terugwerkende kracht kan worden aangevraagd en er kunnen huishoudens afvallen als hun inkomen hoger blijkt te zijn geweest dan waarvan bij de voorlopige beschikking werd uitgegaan. Daarnaast wijzigt het aantal ontvangers nog in verband met personen die uitstel van aangifte inkomstenbelasting hebben. Als alle aanvragen definitief beschikt zijn, is pas duidelijk hoeveel rechthebbenden er zijn. Op 31 december 2017 was de zorgtoeslag tot en met 2012 geheel afgerond (bron: Belastingdienst).

  • 4. 
    Tabel budgettaire gevolgen van beleid Begrotingsuitgaven (bedragen x € 1.000)

Realisatie

Realisatie

Realisatie

Realisatie

Realisatie

Oorspronkelijk vastgestelde begroting

Verschil

2013

2014

2015

2016

2017

2017

2017

Verplichtingen

5.588.214

5.296.989

4.825.515

4.980.306

4.994.298

4.448.121

546.177

Uitgaven

5.992.369

5.296.989

4.825.515

4.980.306

4.994.270

4.448.121

546.149

Inkomensoverdrachten

5.992.368

5.296.989

4.825.515

4.980.306

4.994.270

4.448.121

546.149

  • 1. 
    Zorgtoeslag

5.618.160

4.842.250

4.741.888

4.931.354

4.955.535

4.405.980

549.555

  • 2. 
    Wet tegemoetkoming chronisch zieken en gehandicapten (Wtcg)

326.065

408.792

41.778

176

1.000

3.842

  • 2.842
  • 3. 
    Tegemoetkoming specifieke zorgkosten

48.143

45.947

41.849

48.776

37.735

38.299

  • 564

Ontvangsten

607.111

786.389

800.656

723.082

690.026

0

690.026

Overig

607.111

786.389

800.656

723.082

690.026

0

690.026

Bovenstaande informatie is bedoeld voor de Staten-Generaal. Aan dit overzicht kunnen geen rechten worden ontleend.

Als gevolg van afronding kan de som van de delen afwijken van het totaal.

  • 5. 
    Toelichting op de instrumenten

Inkomensoverdrachten

Zorgtoeslag

De zorgtoeslag is een inkomensafhankelijke tegemoetkoming van het Rijk in de kosten van de nominale Zvw-premie en het gemiddelde eigen risico. Hierdoor hoeft niemand een groter dan aanvaardbaar deel van zijn of haar inkomen aan Zvw-premie te betalen. De Belastingdienst/Toeslagen betaalt deze zorgtoeslag uit en is verantwoordelijk voor de uitvoering en het bestrijden van misbruik en oneigenlijk gebruik van de zorgtoeslag. De uitgavenraming zorgtoeslag is op basis van ramingen van het Centraal Planbureau verhoogd bij eerste suppletoire wet met € 237,3 miljoen en verlaagd bij tweede suppletoire wet met € 18,3 miljoen. De Belastingdienst/Toeslagen heeft in 2017 in totaal € 4.956 miljoen betaald aan voorschotten zorgtoeslag en nabetalingen voor de definitieve tegemoetkomingen oude jaren. Dit leidt tot een opwaartse bijstelling van € 331 miljoen ten opzichte van de tweede suppletoire wet. Hier staan € 688,4 miljoen ontvangsten zorgtoeslag tegenover. Per saldo zijn de netto-uitgaven aan zorgtoeslag dan ook € 357 miljoen lager uitgekomen dan geraamd in de tweede suppletoire wet 2017. In de ontwerpbegroting 2017 is al aangegeven dat er geen ramingen zijn van nabetalingen en terugvorderingen, waardoor in de Slotwet een opwaartse bijstelling van zowel de uitgaven als de ontvangsten is opgetreden.

Wet tegemoetkoming chronisch zieken en gehandicapten (Wtcg)

Chronisch zieken en gehandicapten ontvangen een algemene tegemoetkoming in de meerkosten die zij hebben als gevolg van hun chronische ziekte of handicap. De raming voor 2017 is circa € 3,8 miljoen. Dit bedrag is bij eerste suppletoire wet met € 2,8 miljoen verlaagd. Dit bedrag is bestemd voor nabetalingen over de tegemoetkomingsjaren 2009 tot en met 2013. Het betreft betalingen aan rechthebbenden waarvan het rekeningnummer (alsnog) beschikbaar is gekomen. Het aantal nabetalingen is inmiddels sterk teruggelopen. Door het ontbreken van juiste rekeningnummers van rechthebbenden komt een groot deel van deze tegemoetkomingen niet tot betaling. Van het aan het CAK beschikbaar gestelde budget is uiteindelijk in 2017 slechts € 0,02 miljoen tot uitbetaling gekomen. Het resterende bedrag van € 0,98 miljoen is vrijgevallen en door het CAK in 2017 terugbetaald aan het Ministerie van VWS.

Tegemoetkoming specifieke zorgkosten

Met de invoering van de Wet tegemoetkoming chronisch zieken en gehandicapten per 1 januari 2009 is in de Wet inkomstenbelasting 2001 de regeling tegemoetkoming buitengewone uitgaven (TBU-regeling) vervangen door de regeling tegemoetkoming specifieke zorgkosten (TSZ-regeling). De TSZ-regeling is een tegemoetkomingsregeling voor personen die in de inkomstenbelasting hun uitgaven voor specifieke zorgkosten als gevolg van heffingskortingen niet of niet geheel kunnen verzilveren. In 2017 is € 37,7 miljoen aan TSZ- en TBU-tegemoetkomingen uitbetaald. Dit is in totaal € 0,6 miljoen lager dan begroot.

Ontvangsten

De ontvangsten zorgtoeslag bedragen € 688,4 miljoen. Het betreft verrekeningen van verstrekte voorschotten en terugvorderingen op definitief vastgestelde tegemoetkomingen. Het terugontvangen bedrag inzake niet door het CAK uitbetaalde Wtcg-tegemoetkomingen bedraagt € 1 miljoen. De ontvangsten voor de TSZ en de TBU bedragen € 0,7 miljoen.

  • 5. 
    NIET-BELEIDSARTIKELEN

Niet-beleidsartikel 9 Algemeen 1. Inleiding

In dit niet-beleidsartikel worden de departementsbrede uitgaven vermeld die niet zinvol kunnen worden toegerekend aan een beleidsartikel.

  • 2. 
    Ministeriële verantwoordelijkheid

Het Ministerie van VWS is verantwoordelijk voor het stimuleren, afstemmen en waarborgen van internationale samenwerking op de beleidsterreinen van volksgezondheid, welzijn en sport. Op specifieke gebieden wordt hiertoe nadrukkelijk samengewerkt met andere ministeries. Vooral de samenwerking met de Ministeries van Buitenlandse Zaken (WHO, drugs, geneesmiddelenbeleid en life sciences and health), Justitie en Veiligheid (drugs), Economische zaken en Klimaat (antimicrobiële resistentie, life sciences and health, geneesmiddelenbeleid en voedselveiligheid) en Sociale Zaken en Werkgelegenheid (EU) is hierbij van belang.

  • 3. 
    Tabel budgettaire gevolgen van beleid Begrotingsuitgaven (bedragen x € 1.000)

Realisatie

Realisatie

Realisatie

Realisatie

Realisatie

Oorspronkelijk vastgestelde begroting

Verschil

2013

2014

2015

2016

2017

2017

2017

Verplichtingen

29.611

36.020

31.095

18.689

33.790

28.185

5.605

Uitgaven

22.577

39.260

33.736

21.399

33.369

28.185

5.184

  • 1. 
    Internationale samenwerking

5.002

4.638

4.843

6.275

6.854

5.127

1.727

Opdrachten

0

0

75

1.873

9

0

9

Overig

0

0

75

1.873

9

0

9

Bijdragen aan (inter)nationale organisaties

5.002

3.834

3.964

4.074

6.267

5.127

1.140

World Health Organization

4.721

3.221

3.260

3.488

3.150

3.868

  • 718

Overig

281

613

704

586

3.117

1.259

1.858

Bijdragen aan agentschappen

0

804

804

328

578

0

578

Overig

0

804

804

328

578

0

578

  • 2. 
    Verzameluitkering

1.729

8.559

0

0

0

0

0

Bijdragen aan medeoverheden

1.729

8.559

0

0

0

0

0

Sport en bewegen in de buurt

1.729

8.559

0

0

0

0

0

  • 3. 
    Eigenaarsbijdrage RIVM

15.846

26.062

28.893

15.124

21.515

18.058

3.457

Bekostiging

15.846

26.062

28.893

15.124

0

18.058

  • - 
    18.058

Eigenaarsbijdrage RIVM

15.846

26.062

28.893

14.443

0

18.058

  • 18.058

Eigenaarsbijdrage CIBG

0

0

0

681

0

0

0

Bijdragen aan agentschappen

0

0

0

0

21.515

0

21.515

Eigenaarsbijdrage RIVM

0

0

0

0

19.703

0

19.703

Bijdrage aCBG

0

0

0

0

1.812

0

1.812

  • 4. 
    Begrotingsreserve achterborg WFZ-garanties

0

0

0

0

5.000

5.000

0

Garanties

0

0

0

0

5.000

5.000

0

Overig

0

0

0

0

5.000

5.000

0

Ontvangsten

0

1.000

0

597

5.279

0

5.279

Overig

0

1.000

0

597

5.279

0

5.279

Bovenstaande informatie is bedoeld voor de Staten-Generaal. Aan dit overzicht kunnen geen rechten worden ontleend.

Als gevolg van afronding kan de som van de delen afwijken van het totaal.

  • 4. 
    Toelichting op de instrumenten
  • 1. 
    Internationale samenwerking

Bijdrage aan (inter)nationale organisaties

Op dit artikel worden niet alleen bijdragen aan internationale organisaties verantwoord maar ook uitgaven in het kader van internationale samenwerking. Bij het toedelen van de middelen voor het partnership voor 2014-2017 is, op verzoek van de WHO, besloten het aandeel van het RIVM in de uitvoering van het partnershipprogramma, in financiële zin, niet meer via de WHO te laten lopen. In plaats daarvan zijn de betreffende middelen rechtstreeks vanuit VWS aan het RIVM-budget toegevoegd. Deze constructie heeft er toe geleid dat de middelen voor het partnership (€ 0,6 miljoen) voor 2017 worden verantwoord onder het instrument Bijdragen aan agentschappen. Tevens is er bij tweede suppletoire wet 2017 € 2 miljoen bijgeboekt betreffende een bijdrage aan Het Global antibiotic research and development partnership (GARDP) voor internationale antibioticaresistentie (AMR). Deze € 2 miljoen is vrijgemaakt uit de middelen voor VWS-brede antibioticaresistentie.

  • 3. 
    Eigenaarsbijdrage RIVM

Bekostiging

Eigenaarsbijdrage RIVM

Zoals gemeld in de tweede suppletoire wet heeft binnen het artikel een verschuiving plaatsgevonden van middelen van het instrument Bekostiging naar het instrument Bijdragen aan agentschappen.

Bijdragen aan agentschappen

Eigenaarsbijdrage RIVM

De realisatie betreft een overheveling binnen het artikel van het instrument Bekostiging naar het instrument Bijdragen aan agentschappen. Aanvullend zijn onder andere eenmalig extra middelen toegekend aan het RIVM voor informatiebeveiliging, hogere huisvestinglasten en digitalisering. Zoals gemeld in de brief over de mutaties na Najaarsnota (TK 34 775-XVI, nr. 113) is de ruimte op de eigenaarsbijdrage als ontvangst geboekt. Middels een desaldering is dit aan de uitgavenkant verwerkt. De ruimte is reeds bij voorjaarsnota naar 2021 verschoven.

Ontvangsten

Zoals gemeld in de brief over de mutaties na Najaarsnota (TK 34 775-XVI, nr. 113) is de ruimte op de eigenaarsbijdrage als ontvangst geboekt, hierdoor vallen de ontvangsten € 5,3 miljoen hoger uit.

Niet-beleidsartikel 10 Apparaatsuitgaven 1. Inleiding

In dit niet-beleidsartikel wordt ingegaan op de personele en materiële uitgaven en ontvangsten van het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport.

  • 2. 
    Tabel budgettaire gevolgen van beleid Apparaatsuitgaven (bedragen x € 1.000)

Realisatie

Realisatie

Realisatie

Realisatie

Realisatie

Oorspronkelijk vastgestelde begroting

Verschil

2013

2014

2015

2016

2017

2017

2017

Verplichtingen

361.267

318.527

299.399

310.814

319.861

259.117

60.744

Uitgaven

353.373

318.157

300.731

301.658

322.293

259.159

63.134

  • Personele uitgaven

184.885

205.460

206.155

216.973

220.643

201.812

18.831

waarvan eigen personeel

168.441

187.161

188.569

197.758

199.794

193.590

6.204

waarvan inhuur externen1

13.972

16.463

15.575

15.088

16.403

5.813

10.590

waarvan overige personele uitgaven

2.472

1.836

2.011

4.127

4.447

2.409

2.038

  • Materiële uitgaven

168.487

112.696

94.575

84.686

101.650

57.347

44.303

waarvan ICT

4.098

4.709

5.480

5.686

6.605

5.712

893

waarvan bijdrage aan SSO's

69.059

50.117

45.535

44.128

43.818

27.769

16.049

waarvan overige materiële uitgaven

95.330

57.870

43.560

34.872

51.228

23.866

27.362

Ontvangsten

54.067

54.958

35.866

28.887

32.958

6.731

26.227

Overig

54.067

54.958

35.866

28.887

32.958

6.731

26.227

Bovenstaande informatie is bedoeld voor de Staten-Generaal. Aan dit overzicht kunnen geen rechten worden ontleend.

Als gevolg van afronding kan de som van de delen afwijken van het totaal.

Noot 1

Het begrip inhuur externen in dit overzicht heeft een ruimere definitie dan het begrip van inhuur externen dat gehanteerd wordt voor de berekening van de procentuele norm «maximaal toegestane inhuur externen».

Nadere uitsplitsing apparaatsuitgaven (bedragen x € 1.000)

Realisatie

Realisatie

Realisatie

Realisatie

Realisatie

Oorspronkelijk vastgestelde begroting

Verschil

2013

2014

2015

2016

2017

2017

2017

Totaal apparaatsuitgaven Ministerie van VWS

353.373

318.157

300.731

301.659

322.293

259.159

63.134

Personele uitgaven kerndepartement

117.484

135.769

136.598

140.098

140.399

123.458

16.941

waarvan eigen personeel

105.385

122.929

123.410

126.649

124.978

116.674

8.304

waarvan inhuur externen

10.278

11.502

11.557

9.822

11.400

5.104

6.296

waarvan overige personele uitgaven

1.821

1.338

1.631

3.627

4.021

1.680

2.341

Materiële uitgaven kerndepartement

149.551

95.764

75.915

66.041

76.546

38.188

38.357

waarvan ICT

2.479

2.819

3.508

3.226

3.885

2.348

1.537

waarvan bijdrage aan SSO's

68.867

50.079

45.125

41.691

41.109

23.298

17.811

waarvan overige materiële uitgaven

78.205

42.866

27.282

21.124

31.552

12.542

19.010

Personele uitgaven inspecties

51.874

55.028

54.336

60.910

63.144

64.639

  • - 
    1.495

waarvan eigen personeel

47.744

49.809

50.473

55.850

58.381

63.397

  • 5.016

waarvan inhuur externen

3.479

4.721

3.483

4.560

4.337

513

3.824

waarvan overige personele uitgaven

651

498

380

500

426

729

  • 303

Materiële uitgaven inspecties

13.951

12.737

12.731

11.773

18.249

15.516

2.733

waarvan ICT

1.015

1.374

1.092

611

1.206

2.961

  • 1.755

waarvan bijdrage aan SSO's

184

35

407

2.437

2.709

4.260

  • 1.551

waarvan overige materiële uitgaven

12.752

11.328

11.232

8.725

14.334

8.295

6.039

Personele uitgaven SCP en raden

15.527

14.663

15.221

15.965

17.100

13.715

3.385

waarvan eigen personeel

15.312

14.423

14.686

15.259

16.434

13.519

2.915

waarvan inhuur externen

215

240

535

706

666

196

470

waarvan overige personele uitgaven

0

0

0

0

0

0

0

Materiële uitgaven SCP en raden

4.985

4.195

5.929

6.872

6.855

3.643

3.212

waarvan ICT

604

516

880

1.849

1.513

403

1.110

waarvan bijdrage aan SSO's

8

3

3

0

0

211

  • 211

waarvan overige materiële uitgaven

4.373

3.676

5.046

5.023

5.342

3.029

2.313

Bovenstaande informatie is bedoeld voor de Staten-Generaal. Aan dit overzicht kunnen geen rechten worden ontleend.

Als gevolg van afronding kan de som van de delen afwijken van het totaal.

Apparaatsuitgaven kernministerie 2017 onderverdeeld naar Directoraat-Generaal (Bedragen x € 1.000)

Realisatie

Oorspronkelijk vastgestelde begroting1

Verschil

Totaal apparaatsuitgaven kerndepartement

216.945

161.646

55.299

Directoraat-generaal Volksgezondheid

17.344

16.724

620

Directoraat-generaal Curatieve zorg

15.004

14.801

203

Directoraat-generaal Langdurige zorg

16.731

17.966

  • 1.253

Totaal beleid

49.061

49.491

  • - 
    430

Secretaris-generaal / (plaatsvervangend) secretaris-generaal

167.884

110.918

56.781

Als gevolg van afronding kan de som van de delen afwijken van het totaal.

Noot 1

De stand ontwerpbegroting wijkt af, omdat er gedurende het kalenderjaar verschuivingen van directies tussen de directoraten-generaal zijn geweest.

2.1 Toelichting apparaatsuitgaven kerndepartement

Personele uitgaven

De personele uitgaven van het kernministerie bestaan uit alle personeelsuitgaven van het kernministerie inclusief de inhuur van externen voor zowel primaire als ondersteunende processen. De personele uitgaven van het kerndepartement zijn door diverse oorzaken € 16,9 miljoen hoger uitgevallen dan voorzien in de ontwerpbegroting 2017. De wijzigingen ten opzichte van de stand ontwerpbegroting 2017 zijn ook opgenomen en toegelicht in de eerste en tweede suppletoire wet.

Verklaring verschil realisatie personele uitgaven t.o.v. ontwerpbegroting 2017 (bedragen x € 1.000)

Technische mutaties

14.900

w.v. PD-ALt

10.700

w.v. Uitvoeringskosten DUS-I

4.200

Loonbijstelling 2017 / CAO-Rijk

3.000

Diverse mutaties als gevolg van mee- en tegenvallers

  • 1.000

Totaal verschil personele uitgaven t.o.v. ontwerpbegroting

16.900

Technische mutaties

De uitgaven voor de tijdelijke Projectdirectie Antonie van Leeuwenhoekterrein (PD ALt) waren in de oorspronkelijke begroting niet geraamd op artikel 10. Het opheffen van het Nederlands Vaccin Instituut (NVI) als agentschap leidde voor een deel van de taken tot het oprichten van PD ALt. Deze directie wordt gefinancierd vanuit ontvangsten van derden en middelen vanuit artikel 1 Volksgezondheid. Bij eerste en tweede suppletoire wet hebben hiervoor mutaties plaatsgevonden. De mutaties voor personele uitgaven voor PD ALt bedroegen over 2017 € 10,7 miljoen en zijn technisch van aard. Daarnaast zijn er budgetoverhevelingen vanuit het Ministerie van OCW en vanuit diverse programmabudgetten binnen VWS voor de uitvoeringswerkzaamheden op het terrein van subsidies door de Dienst Uitvoering Subsidies aan Instellingen (DUS-I) (€ 4,2 miljoen).

Loonbijsteling 2017 / CAO-Rijk

Jaarlijks ontvangt VWS een algemene compensatie voor de loonbijstelling. Daarnaast is er in 2017 een CAO-Rijk afgesloten waarvoor aanvullende looncompensatie is ontvangen. Hierdoor zijn de personele uitgaven in totaal gestegen met € 3 miljoen.

Diverse mutaties als gevolg van mee- en tegenvallers

Op de personele uitgaven hebben zich diverse kleinere mee- en tegenvallers voorgedaan die per saldo leiden tot een meevaller van € 1 miljoen.

Materiële uitgaven

De materiële uitgaven van het kerndepartement zijn de uitgaven voor ondersteunende processen voor het kerndepartement en de buitendiensten. Dit omvat onder andere uitgaven voor huisvesting, ICT, PD-ALt en de bijdragen aan de SSO’s onder het Ministerie van Binnenlandse Zaken. De materiële uitgaven zijn € 38,4 miljoen hoger uitgevallen dan begroot. De wijzigingen ten opzichte van de stand ontwerpbegroting 2017 zijn ook opgenomen en toegelicht in de eerste en tweede suppletoire wet.

Verklaring verschil realisatie materiële uitgaven t.o.v. ontwerpbegroting 2017 (x € 1.000)

Technische mutaties

45.900

w.v. PD-ALt

28.100

w.v. uitgaven aan SSO’s voor concernorganisaties

17.800

Diverse mutaties als gevolg van mee- en tegenvallers

  • 7.500

Totaal verschil materiële uitgaven t.o.v. ontwerpbegroting

38.400

Technische mutaties

Deze hogere uitgaven worden net als bij de personele uitgaven met name veroorzaakt door uitgaven aan de PD-ALt (€ 28,1 miljoen). De hogere uitgaven worden daarnaast met name veroorzaakt door een aantal technische mutaties die voortkomen uit het doorbelasten van de uitgaven voor SSO’s naar de verschillende onderdelen van VWS. Het gaat daarbij om kosten voor bijvoorbeeld ICT-dienstverlening en huisvesting, waarvan de facturen van dit onderdeel centraal worden betaald aan de rijksbrede SSO’s (€ 17,8 miljoen). Tegenover deze uitgaven staan ontvangsten vanuit de organisatieonderdelen.

Diverse mutaties als gevolg van mee- en tegenvallers

Op de materiële uitgaven hebben zich diverse kleinere mee- en tegenvallers voorgedaan die per saldo leiden tot lagere materiële uitgaven van € 7,5 miljoen.

2.2 Toelichting apparaatsuitgaven inspecties

De apparaatsuitgaven van de inspecties laten per saldo een stijging in de realisatie zien van € 1,2 miljoen ten opzichte van de ontwerpbegroting. De post eigen personeel is € 5,0 miljoen lager uitgevallen en de externe inhuur is € 3,8 miljoen hoger uitgevallen dan begroot. Daarnaast zijn de materiële uitgaven hoger uitgevallen dan begroot (€ 2,7 miljoen). Deze verschillen worden veroorzaakt door interne herschikkingen tussen de instrumenten en een technische mutatie voor budgetoverheveling voor de uitgaven aan SSO’s richting het kernministerie waar de uitgaven worden verantwoord. Ook is er sprake van een lichte stijging in de uitgaven bij de inspecties door onder andere het gesloten CAO-akkoord 2017.

2.3 Toelichting apparaatsuitgaven SCP en raden

De apparaatsuitgaven bij het SCP en de Raden (CCMO, Gezondheidsraad, Nederlandse Sportraad, de Raad voor Volksgezondheid en Samenleving) zijn op personeel en materieel respectievelijk met € 3,4 miljoen en € 3,2 miljoen hoger uitgevallen dan begroot. Dit komt met name door een afgesproken structurele hogere bijdrage vanuit het kernministerie aan het SCP. Daarnaast heeft er bij het SCP een technische desaldering van ontvangsten op de materiële budgetten plaats gevonden van € 2,8 miljoen en is er sprake van overboekingen van andere departementen om zo conform afspraken de onafhankelijkheid en continuïteit van het SCP beter te borgen. Ook is er sprake van een lichte stijging in de uitgaven bij de raden door onder andere het gesloten CAO-akkoord 2017. Tot slot zijn er ook overboekingen naar andere departementen verwerkt.

Ontvangsten

Bij de eerste suppletoire wet heeft er per saldo een mutatie van circa € 18,6 miljoen plaatsgevonden op de ontvangsten van het centrale apparaatsartikel. Bij het jaarverslag over 2016 is gebleken dat het eigen vermogen van het aCBG hoger blijkt dan toegestaan conform de regeling agentschappen. Dit is gecorrigeerd door een afroming van het eigen vermogen (€ 5,8 miljoen). Daarnaast zijn er ontvangsten voor de Projectdirectie Antonie van Leeuwenhoekterrein (PD-ALt) (€ 8,7 miljoen). Verder zijn er nog diverse ontvangsten, onder andere voor het SCP, welke worden gedesaldeerd naar de uitgavenkant van de begroting.

Bij de tweede suppletoire wet is de ontvangstenraming verhoogd met € 9,8 miljoen. Dit betreffen ontvangsten van agentschappen en raden voor betalingen aan SSO’s (€ 9,4 miljoen) en het kernministerie (€ 0,5 miljoen). De uiteindelijke realisatie is lager uitgevallen dan de stand in de tweede suppletoire wet.

De ontvangsten zijn uiteindelijk € 26,2 miljoen hoger uitgevallen ten opzichte van de ontwerpbegroting.

Extracomptabele tabel invulling taakstelling (bedragen x € 1.000)

2016

2017

2018

Structureel

Departementale taakstelling (totaal)

16.900

26.200

30.550

30.850

Kennisinfrastructuur

Preventie, jeugd en sport

3.600

3.600

3.600

3.600

Langdurige zorg

3.300

3.300

3.300

3.300

Curatieve zorg

1.000

1.200

1.200

1.200

Totaal kennisinfrastructuur

7.900

8.100

8.100

8.100

Inspecties

IGZ

630

1.440

1.800

1.800

IJZ

70

160

200

200

Totaal inspecties

700

1.600

2.000

2.000

Agentschappen

CIBG

300

800

1.000

1.000

RIVM

4.400

7.900

9.300

9.300

Totaal agentschappen

4.700

8.700

10.300

10.300

ZBO's/RWT's

CAK

200

500

600

600

ZiNL

500

500

1.200

1.500

ZonMw

300

700

850

850

CIZ

2.600

6.100

7.500

7.500

Totaal ZBO's/RWT's

3.600

7.800

10.150

10.450

Apparaatskosten agentschappen, ZBO’s en RWT’s (bedragen x € 1.000)

Realisatie 2013

Realisatie 2014

Realisatie 2015

Realisatie 2016

Realisatie 2017

Oorspronkelijk vastgestelde begroting 2017

Verschil 2017

Totaal apparaatskosten agentschappen

411.716

424.597

422.223

422.652

460.550

427.725

32.825

Agentschap College Ter Beoordeling van Geneesmiddelen

39.097

38.250

38.250

38.250

47.405

38.250

9.155

Centraal Informatiepunt Beroepen Gezondheidszorg

45.678

42.547

42.973

43.402

58.329

42.675

15.654

Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu

326.941

343.800

341.000

341.000

354.816

346.800

8.016

Totaal apparaatskosten ZBO’s en RWT’s

212.062

224.458

310.447

294.720

291.751

263.150

28.601

Zorg Onderzoek Nederland/ Medische Wetenschappen (ZonMw)

6.239

5.516

5.366

5.366

6.0001

5.366

634

Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ)

  • 8.830

0

77.811

71.363

67.3161

68.573

  • 1.257

Centraal Administratie Kantoor (CAK)

98.319

102.156

100.916

87.335

87.3351

76.353

10.982

Pensioen- en Uitkeringsraad (PUR)

4.428

3.815

3.160

2.761

2.7001

2.299

401

Centrale Commissie voor Mensgebonden Onderzoek (CCMO), inclusief Medisch Ethische Commissies (METC’s)

2.9002

2.900

Nederlandse Zorgautoriteit (NZa)

45.705

47.120

52.756

54.821

51.4001

55.794

  • 4.394

Zorginstituut Nederland (ZiNL)

64.004

62.928

67.738

70.016

71.8001

52.207

19.593

College Sanering Zorginstellingen (CSZ)

2.197

2.923

2.700

2.500

2.3001

2.558

  • 258

Stichting Afwikkeling Rechtsherstel Roma Sinti

0

0

0

558

0

0

0

Als gevolg van afronding kan de som van de delen afwijken van het totaal.

Noot 1

De cijfers hebben betrekking op het verantwoordingsjaar 2016.

Noot 2

Er kan geen onderscheid worden gemaakt tussen programma-uitgaven en apparaatuitgaven.

Niet-beleidsartikel 11 Nog onverdeeld 1. Inleiding

Dit niet-beleidsartikel heeft een technisch-administratief karakter. Vanuit dit artikel vinden overboekingen van loon- en prijsbijstellingen naar de loon- en prijsgevoelige artikelen binnen de begroting plaats. Ook worden er taakstellingen of extra middelen op dit artikel geplaatst die nog niet aan de beleidsartikelen zijn toegedeeld.

  • 2. 
    Tabel budgettaire gevolgen van beleid Begrotingsuitgaven (bedragen x € 1.000)

Realisatie

Realisatie

Realisatie

Realisatie

Realisatie

Oorspronkelijk vastgestelde begroting

Verschil

2013

2014

2015

2016

2017

2017

2017

Verplichtingen

0

0

0

0

0

  • - 
    33.462

33.462

Uitgaven

0

0

0

0

0

  • - 
    33.446

33.446

  • 1. 
    Loonbijstelling

0

0

0

0

0

0

0

  • 2. 
    Prijsbijstelling

0

0

0

0

0

1.629

  • 1.629
  • 3. 
    Onvoorzien

0

0

0

0

0

0

0

  • 4. 
    Taakstelling

0

0

0

0

0

  • 35.075

35.075

Ontvangsten

0

0

0

0

0

0

0

Overig

0

0

0

0

0

0

0

Bovenstaande informatie is bedoeld voor de Staten-Generaal. Aan dit overzicht kunnen geen rechten worden ontleend.

Als gevolg van afronding kan de som van de delen afwijken van het totaal.

  • 3. 
    Toelichting op de instrumenten

Taakstelling

Zoals reeds in de tweede suppletoire wet 2017 is gemeld is de taakstellende onderuitputting gerealiseerd door meevallers die zich gedurende het lopende begrotingsjaar voordeden, hiervoor in te zetten.

  • 6. 
    BEDRIJFSVOERINGPARAGRAAF

Deze paragraaf gaat in op de vaste elementen uit de Rijksbegrotingsvoorschriften voor de bedrijfsvoeringparagraaf. De paragraaf heeft voor het overige het karakter van een uitzonderingsrapportage.

Paragraaf 1 - Uitzonderingsrapportage

Rechtmatigheid

Artikeltoleranties met betrekking tot ontbreken staatssteuntoets

VWS heeft naar aanleiding van het verantwoordingsonderzoek 2016 van de Algemene Rekenkamer geconstateerd dat niet alle subsidies zijn getoetst op staatssteun. Hierdoor zijn er onzekerheden met betrekking tot rechtmatigheid. Dit betekent dat de tolerantiegrens op totaal niveau van de verplichtingen en van een aantal begrotingsartikelen is overschreden. Het totale bedrag aan fouten is € 18,3 miljoen en het totale bedrag aan onzekerheden bedraagt € 876,9 miljoen en veroorzaakt overschrijdingen op de artikelen 1, 4, 5 en 6.

Het bedrag aan fouten wordt voor € 11 miljoen veroorzaakt door de overname van onjuist aanbestede contracten voor landelijke hulplijnenvoorzieningen en voor € 7,3 miljoen door diverse incidentele onrechtmatigheden in subsidieverleningen en inkopen.

Het bedrag aan onzekerheden van € 876,9 miljoen wordt € 873,7 miljoen veroorzaakt door het ontbreken van een toetsen op staatssteun en voor € 3,2 miljoen door een structurele bijdrage aan ambulancediensten en diverse incidenten bij inkopen.

Het totaal aan fouten en onzekerheden op artikel 1 Volksgezondheid bedraagt € 267,3 miljoen, bestaande uit € 264,4 miljoen onzekerheden als gevolg van ontbreken staatssteuntoets en een totaal van € 2,9 miljoen aan diverse incidentele onrechtmatigheden in de subsidieverleningen.

Daarnaast is er een tolerantieoverschrijding op artikel 4 Zorgbreed beleid van in totaal € 203,3 miljoen. Dit bedrag bestaat uit € 202,7 miljoen aan onzekerheden als gevolg van ontbreken staatssteuntoets en in totaal € 0,6 miljoen aan diverse kleine onrechtmatigheden in subsidies en inkopen.

Ook is de artikeltolerantie van artikel 5 Jeugd overschreden. De totale fouten en onzekerheden is € 43,2 miljoen. Dit is een onzekerheid van € 35,6 miljoen als gevolg van het ontbreken van de staatssteuntoets en € 7,6 miljoen als gevolg van de overname van een onjuist aanbesteed contract en incidenten bij subsidieverleningen.

Als laatste is de artikeltolerantie van artikel 6 Sport en bewegen overschreden met € 70,0 miljoen als gevolg van het ontbreken van de staatssteuntoets.

Overzicht overschrijdingen rapporteringstoleranties onzekerheden

(1)

Rapporteringstolerantie

(2)

Verantwoord bedrag x € 1.000 (omvangsbasis)

(3)

Rapporteringstolerantie voor fouten en onzekerheden x € 1.000

(4)

Bedrag aan fouten x € 1.000

(5)

Bedrag aan onzekerheden x € 1.000

(6)

Bedrag aan fouten en onzekerheden x € 1.000

  • (7) 
    Percentage aan fouten en onzekerheden t.o.v. verantwoord bedrag = (6)/(2)*100%

Totaal artikelen verplichtingen

15.387.822

307.756

18.301

876.874

895.175

5,8%

Artikel 1 Volksgezondheid verplichtingen

713.544

35.677

2.893

264.406

267.299

37,5%

Artikel 4 Zorgbreed beleid verplichtingen

1.102.614

55.131

627

202.651

203.278

18,4%

Artikel 5 Jeugd verplichtingen

103.761

10.376

7.547

35.606

43.153

41,6%

Artikel 6 Sport en bewegen verplichtingen

83.088

8.309

49

69.970

70.019

84,3%

Totstandkoming niet-financiële verantwoordingsinformatie

Er zijn geen belangrijke tekortkomingen geconstateerd bij de totstandkoming van de niet-financiële verantwoordingsinformatie. Het totstandkomingsproces inzake informatie over prestatie-indicatoren en kengetallen, dat onderdeel is van de informatie over beleid en bedrijfsvoering, voldoet aan de daaraan te stellen eisen. De Auditdienst Rijk constateert dat de totstandkoming van het jaarverslag een lichte verbetering ten opzichte van het voorgaande jaar laat zien.

Financieel en materieel beheer

Toets op staatssteun

VWS heeft in 2017 de aanbevelingen overgenomen uit het verantwoordingsonderzoek 2016 van de Algemene Rekenkamer ten aanzien van de aanscherping van de staatssteuntoets voor de subsidies. VWS stelt alles in het werk om zo snel en goed mogelijk subsidies in overeenstemming te brengen met de Europese staatssteunregels. Hiervoor is een plan van aanpak opgesteld. De volgende aanvullende maatregelen zijn getroffen:

    • • 
      Per 1 januari 2018 geldt een verplichte staatssteuntoets op alle nieuwe subsidies (zowel projectsubsidies als instellingssubsidies);
    • • 
      directies voeren reparatiewerkzaamheden uit voor 1 oktober 2018;
    • • 
      op basis van een subsidiehorizon wordt een planning gemaakt van wanneer bestaande subsidieregelingen en beleidskaders opnieuw worden vastgesteld en getoetst op staatssteun;
    • • 
      VWS wijst de ZBO’s op de noodzaak van staatssteuntoetsing bij subsidiëring.

Daarnaast zijn er binnen het kerndepartement workshops gegeven gericht op het vergroten van de kennis over staatssteun bij beleidsdirecties. In het voorjaar 2018 worden er vijf themabijeenkomsten omtrent staatssteun georganiseerd waarin reparatiemaatregelen en het uitwisselen van casuïstiek centraal staan.

Subsidiebeheer

VWS heeft in 2017 conform de normatiek subsidiebeheer, het beheersraamwerk ter verbetering en borging van de kwaliteit van de uitvoering van het subsidieproces van VWS, gewerkt. Met de interne kwaliteitsmetingen en de systeemtesten van de Auditdienst Rijk wordt getoetst op de aspecten uit de normatiek. Deze metingen wijzen uit dat het subsidiebeheer van VWS op orde is. Ten aanzien van de staatssteuntoets zijn er aanvullende maatregelen getroffen.

Beheer en controle Caribisch Nederland

VWS heeft de verantwoording over 2016 van het Zorgverzekeringskantoor (ZVK) ontvangen in 2017. De verantwoording gaat vergezeld van een controleverklaring en een accountantsverslag. De externe accountant is van oordeel dat de verantwoording van het ZVK een getrouw beeld geeft. De opzet en uitvoering van het beheer vanuit VWS richting het ZVK zijn sinds 2015 op orde. Vanwege het ontbreken van een adequate contractuele afspraak over 2016 met aanbieders heeft de accountant van het ZVK een verklaring van oordeelsonthouding afgegeven ten aanzien van de financiële rechtmatigheid. De opzet en uitvoering van het beheer van het ZVK zelf is grotendeels op orde. Inmiddels is in 2017 wel een contract voor 2017 en 2018 gesloten met het ziekenhuis op Bonaire. Dit is een zeer belangrijke stap richting het wel voldoen aan eisen omtrent rechtmatigheid van de uitgaven van het ZVK in de toekomst.

Externe inhuur

De Auditdienst Rijk constateert dat het overzicht externen ordelijk en controleerbaar tot stand is gekomen. Bij het kerndepartement van VWS blijft de inhuur onder de norm van 10%. De agentschappen hebben een hoger inhuurpercentage, vooral vanwege de inhuur van ICT-deskundigheid. Hierdoor heeft VWS als geheel in 2017 een inhuurpercentage van 11,1%.

Inkoopbeheer

In 2017 is het gehele jaar gewerkt aan de hand van de key controls in de Administratieve Organisatie/Interne Controle (AO/IC) Inkoopbeheer. Zo omvat de AO/IC onder andere een beschrijving van de inkoopprocedures, een uitwerking van de uitzonderings- en afwijkingsprocedure, een uitwerking van de inkoopjaarkalender, een beschrijving van de interne controle en een uitwerking van prestatieverklaren. Ook zijn gedurende het hele jaar spendanalyses uitgevoerd. Aan de hand van deze analyses en de kwartaalrapportages over inkoopbeheer, kennissessies en het Expertise Centrum Inkoop worden verbeterpunten gesignaleerd en opgepakt.

Pgb-trekkingsrechten

Waar in 2016 ketenbreed is gewerkt aan het verder stabiliseren en verbeteren van het systeem van trekkingsrecht (TK 25 657, nr. 235), heeft in 2017 de focus gelegen op de bouw en totstandkoming van het nieuwe PGB2.0-systeem. Het nieuwe systeem zal voorzien in een verbeterde ondersteuning van de budgethouder door middel van het ontwikkelen van een portaal, standaardisatie, borging van de verantwoordelijkheden van verstrekkers en een structurele reductie van de uitvoeringskosten. Ook zal het PGB2.0-systeem bijdragen aan een verdere verbetering van de rechtmatigheid binnen de pgb-keten. De ketenpartijen hebben in gezamenlijkheid besloten tot een gefaseerde invoering van het nieuwe PGB2.0-systeem. Op deze manier wordt ervaring op gedaan met het PGB2.0-systeem en kan geleerd worden van de ervaringen van de budgethouders en verstrekkers die als eerste gebruik gaan maken van het nieuwe systeem. Op basis hiervan zal het PGB2.0-systeem stapsgewijs worden doorontwikkeld en vervolgens gefaseerd worden ingevoerd. De Tweede Kamer is in 2017 geïnformeerd over de voortgang en invoering van het PGB2.0-systeem op 22 februari (TK 25 657 nr. 284), 1 juni (TK 25 657 nr. 291) en 8 december (TK 25 657 nr. 296).

Overige aspecten van de bedrijfsvoering

Informatiebeveiliging

De informatieverwerkende systemen van VWS met de bijbehorende organisatie en processen zijn ingericht overeenkomstig de rijksnormen voor informatiebeveiliging, zoals samengevat in de Baseline Informatiebeveiliging Rijksdienst. Hierover heeft VWS in februari 2018 een In Control Verklaring (ICV) afgegeven aan BZK. De punten waar de inrichting nog verbetering behoeft, zijn per organisatieonderdeel gesignaleerd en opgenomen in verbeterplannen. Voor alle concernonderdelen geldt dat er gewerkt wordt met een Information Security Management System (ISMS) waarmee de verbetering wordt geborgd.

Paragraaf 2 - Rijksbrede bedrijfsvoeringsonderwerpen

M&O-beleid

Naleving 1 bankrekeningnummer

In artikel 25 van de Algemene wet op de inkomensafhankelijke regelingen is bepaald dat uitbetaling van een toeslag plaatsvindt op een bankrekening die op naam staat van de belanghebbende, tenzij bij ministeriële regeling een uitzondering daarop wordt toegestaan. Het doel van deze bepaling is het voorkomen van fraude. Gebleken is dat het voorkomt dat kinderen - anders dan wat de letterlijke toepassing van deze bepaling met zich mee zou brengen - hun zorgtoeslag laten uitbetalen op een bankrekening die op naam staat van de ouders.

Fraudebestrijding in de zorg

VWS heeft de afgelopen jaren samen met zorgaanbieders, zorgverzekeraars, gemeenten, handhavingspartijen en patiënten- en cliëntenorganisaties uitvoering gegeven aan het programmaplan «Rechtmatige Zorg: aanpak fouten en fraude 2015-2018» dat op 27 maart 2015 aan de Tweede Kamer is aangeboden (TK 28 828, nr. 89). Hiermee zijn stappen gezet in het verbeteren van de preventie, controle en handhaving van fouten en fraude in de zorg. Ook is een impuls gegeven aan de samenwerking in de keten.

De zesde voortgangsrapportage Rechtmatige Zorg (TK 28 828, nr. 105), die in december 2017 aan de Tweede Kamer is aangeboden, ging in op de behaalde resultaten ten aanzien van het versterken van rechtmatige zorg. De belangrijkste zijn:

    • • 
      meer dialoog en bewustwording in de sector over het belang van rechtmatige zorg;
    • • 
      meer toetsing vooraf op mogelijke frauderisico’s;
    • • 
      versterking van samenwerking in de handhavingsketen;
    • • 
      betere toerusting van partijen voor een effectieve aanpak van fouten en fraude;
    • • 
      meer capaciteit voor het toezicht en de strafrechtelijke opsporing en vervolging van fraude.

VWS blijft zich ook in deze kabinetsperiode richten op de aanpak van fouten en fraude. In het voorjaar van 2018 worden de speerpunten hiervan aan de Tweede Kamer gepresenteerd.

Grote ICT-projecten

In 2017 had VWS één project met een meerjarenbegroting boven de € 5 miljoen dat is geclassificeerd als «Groot ICT-project». Het betreft het project Informatievoorziening van Morgen (IVvM). Het project IVvM heeft ten doel een werkend informatiesysteem (een zaaksysteem en een Document Management Systeem) op te leveren dat het primaire (toezichts)proces van de IGJ i.o. ondersteunt. Door middel van het Rijks ICT-Dashboard is het lopende project aan de Tweede Kamer gerapporteerd.

Vennootschapsbelasting

Per 1 januari 2016 is door modernisering van de Wet op de vennootschapsbelasting (Vpb) voor de overheid in bepaalde gevallen een Vpb-plicht ontstaan met bijbehorende administratie- en aangifteplicht. De individuele ministeries zijn in de wet aangewezen als belastingplichtige entiteiten. Elk ministerie moet daarom toetsen of en in hoeverre sprake is van Vpb belaste activiteiten. VWS heeft daartoe voor de eigen onderdelen - in eerste instantie voor het belastingjaar 2016 - in kaart gebracht welke activiteiten tot de Vpb belaste activiteiten behoren. Daarnaast is beoordeeld of vrijstellingen kunnen worden toegepast. De bevindingen zijn vastgelegd in een fiscaal dossier.

Audit Committee

Het Audit Committee is in 2017 vier keer bijeen geweest. De reguliere producten uit de jaarlijkse verantwoording van VWS en controles zijn geagendeerd en besproken. Het Audit Committee heeft daarnaast over specifieke onderwerpen gesproken, zoals het risicomanagement, de inbedding van het evaluatieonderzoek in de beleidscyclus en de voorgang en opvolging van het programma Fraude in de Zorg.

In september is de periodieke evaluatie van het Audit Committee afgerond. Het Audit Committee heeft geconcludeerd de scope te verbreden naar vraagstukken die op stelselniveau spelen waarbij ook aandacht moet blijven bestaan voor de kwaliteit van de bedrijfsvoering. Verder dient het instrument risicomanagement ingezet te worden voor de agendavoering van het Audit Committee.

In 2017 is op basis van een periodieke evaluatie van het Audit Committee het aantal externe leden uitgebreid van twee naar drie.

  • C. 
    JAARREKENING

Departementale verantwoordingsstaat van het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (XVI) (bedragen x € 1.000)

Artikel

Omschrijving

Oorspronkelijke vastgestelde begroting (1)

Realisatie (2)

Verschil realisatie en oorspronkelijke vastgestelde begroting (3=2-1)

Verplichtingen

Uitgaven

Ontvangsten

Verplichtingen

Uitgaven

Ontvangsten

Verplichtingen

Uitgaven

Ontvangsten

Totaal

7.620.932

14.338.198

89.537

15.387.823

14.992.798

867.420

7.766.891

654.600

777.883

Volksgezondheid, Welzijn en Sport

2.384.867

5.946.560

27.842

6.776.536

6.182.826

167.844

4.391.669

236.266

140.002

1

Volksgezondheid

646.009

653.099

7.403

713.544

621.682

18.716

67.535

  • 31.417

11.313

3

Langdurige zorg en ondersteuning

317.872

3.768.067

3.441

3.974.307

3.818.740

9.589

3.656.435

50.673

6.148

4

Zorgbreed beleid

811.100

915.450

4.858

1.102.614

995.681

90.082

291.514

80.231

85.224

5

Jeugd

82.531

82.531

4.508

103.761

110.227

10.399

21.230

27.696

5.891

7

Oorlogsgetroffenen en Herinnering Wereldoorlog II

273.515

273.515

901

528.659

280.834

821

255.144

7.319

  • 80

9

Algemeen

28.185

28.185

0

33.790

33.369

5.279

5.605

5.184

5.279

10

Apparaatuitgaven

259.117

259.159

6.731

319.861

322.293

32.958

60.744

63.134

26.227

11

Nog onverdeeld

  • 33.462
  • 33.446

0

0

0

0

33.462

33.446

0

Medische zorg

5.236.065

8.391.638

61.695

8.611.287

8.809.972

699.576

3.375.222

418.334

637.881

2

Curatieve zorg

675.197

3.816.813

60.955

3.533.901

3.735.344

8.905

2.858.704

  • 81.469
  • 52.050

6

Sport en bewegen

112.747

126.704

740

83.088

80.358

645

  • 29.659
  • 46.346
  • 95

8

Tegemoetkoming specifieke kosten

4.448.121

4.448.121

0

4.994.298

4.994.270

690.026

546.177

546.149

690.026

DE SAMENVATTENDE VERANTWOORDINGSSTAAT AGENTSCHAPPEN

Samenvattende verantwoordingsstaat agentschappen

Naam Agentschap

Oorspronkelijk vastgestelde begroting

(1)

Realisatie

(2)

Verschil realisatie en begroting

(3)=(2)-(1)

Realisatie 2016

(4)

Agentschap College ter Beoordeling van Geneesmiddelen

Totaal baten

42.500

49.529

7.029

48.565

Totaal lasten

42.500

49.123

6.623

43.229

Saldo van baten en lasten

0

406

406

5.336

Totaal kapitaalontvangsten

0

0

0

0

Totaal kapitaaluitgaven

1.500

6.425

4.925

  • 5.950

Centraal Informatiepunt Beroepen Gezondheidszorg

Totaal baten

47.532

58.570

11.038

57.108

Totaal lasten

47.532

74.101

26.569

58.077

Saldo van baten en lasten

0

  • 15.531
  • 15.531
  • 969

Totaal kapitaalontvangsten

4.000

4.000

0

6.000

Totaal kapitaaluitgaven

6.600

9.707

3.107

  • 10.634

Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu

Totaal baten

350.400

355.093

4.693

351.806

Totaal lasten

350.400

360.845

10.445

351.595

Saldo van baten en lasten1

0

  • 5.752
  • 5.752

211

Totaal kapitaalontvangsten

0

0

0

333

Totaal kapitaaluitgaven

3.600

6.152

2.552

  • 2.845

Noot 1

Het bedrag is exclusief Vpb. Zie de agentschapsparagraaf RIVM.

JAARVERANTWOORDINGEN AGENTSCHAPPEN PER 31 DECEMBER 2017

  • 1. 
    Agentschap College ter Beoordeling van Geneesmiddelen (aCBG)

Staat van baten en lasten

Staat van baten en lasten van het baten-lastenagentschap aCBG over het jaar 2017 (bedragen x € 1.000)

Oorspronkelijk vastgestelde begroting

(1)

Realisatie

(2)

Verschil realisatie en oorspronkelijk vastgestelde begroting

(3 = 2-1)

Realisatie 2016

Baten

Omzet moederdepartement

225

3.341

3.116

3.209

Omzet overige departementen

612

826

214

700

Omzet derden

41.663

45.151

3.488

44.421

Rentebaten

0

1

1

2

Vrijval voorzieningen

0

0

0

0

Bijzondere baten

0

210

210

233

Totaal baten

42.500

49.529

7.029

48.565

Lasten

Apparaatskosten

38.250

47.405

9.155

41.442

  • Personele kosten

25.500

32.891

7.391

29.390

Waarvan eigen personeel

23.500

26.090

2.590

23.990

Waarvan inhuur externen1

2.000

4.912

2.912

3.929

Waarvan overige personele kosten

0

1.889

1.889

1.471

  • Materiële kosten

12.750

14.514

1.764

12.052

Waarvan apparaat ICT

2.500

5.351

2.851

3.495

Waarvan bijdrage aan SSO's

0

0

0

0

Waarvan overige materiële kosten

10.250

9.163

  • 1.087

8.557

ZBO College

750

806

56

713

Rentelasten

0

0

0

0

Afschrijvingskosten

3.500

871

  • 2.629

1.074

  • - 
    immaterieel

1.000

74

  • - 
    926

188

  • - 
    materieel

2.500

797

  • - 
    1.703

886

Overige lasten

0

41

41

0

  • - 
    dotaties voorzieningen

0

0

0

0

  • - 
    bijzondere lasten

0

41

41

0

Totaal lasten

42.500

49.123

6.623

43.229

Saldo van baten en lasten

0

406

406

5.336

Noot 1

Het begrip inhuur externen in dit overzicht heeft een ruimere definitie dan het begrip van inhuur externen dat gehanteerd wordt voor de berekening van de procentuele norm «maximaal toegestane inhuur externen».

Toelichting op de staat van baten en lasten

Resultaat

Het aCBG heeft over 2017 een positief resultaat behaald van € 0,4 miljoen. De omzet bij Centrale procedures via het European Medicines Agency (EMA) is substantieel hoger uitgevallen dan begroot. Daarnaast is de omzet moederdepartement substantieel hoger uitgevallen dan begroot, mede door een bijdrage Brexit en een bijdrage ten behoeve van ICT-ontwikkelingen. Hoewel ook de kosten hoger zijn uitgevallen dan begroot, is de toename van de kosten achtergebleven bij de toegenomen omzet.

Baten

De omzet moederdepartement bestaat uit een aantal verschillende onderdelen. Het moederdepartement verstrekt een vergoeding voor werkzaamheden van het aCBG als bevoegde instantie. Deze werkzaamheden betreffen het marginaal toetsen van klinische studies inzake geneesmiddelen in die gevallen waarin de Centrale Commissie Mensgebonden Onderzoek (CCMO) de eerste beoordelende instantie is. Op verzoek van het Ministerie van VWS voert het aCBG dan de wettelijk verplichte taak van tweede beoordelende instantie uit. Daarnaast verstrekt het moederdepartement een vergoeding voor werkzaamheden inzake nieuwe voedingsmiddelen ad € 0,24 miljoen en een bijdrage aan twee onderzoeksprojecten ad € 0,25 miljoen.

Het aCBG heeft in 2016 een bedrag van € 3 miljoen, overgeheveld uit het resultaat 2015, ontvangen van VWS mede ten behoeve van het oplossen van de problemen op ICT-gebied. Hiervan is € 2,4 miljoen besteed in 2016, en het resterende deel van € 0,4 miljoen heeft aCBG in 2017 besteed aan ICT-uitgaven.

Bij de tweede suppletoire wet is een bedrag toegekend aan het aCBG ad € 1,8 miljoen ten behoeve van ICT investeringen. Het volledige bedrag is besteed in 2017.

Naar aanleiding van het besluit van Groot-Brittannië om uit de Europese Unie te willen stappen verwacht het aCBG dat er in de nabije toekomst veel extra centrale werkzaamheden verricht zullen moeten worden. Doordat de aanloopkosten voor een uitbreiding van de productiecapaciteit hoog zijn heeft het moederdepartement het aCBG een bedrag toegekend van maximaal € 1 miljoen. In 2017 is daarvan € 0,6 miljoen daadwerkelijk besteed. Het resterende bedrag zal worden teruggestort aan het moederdepartement in 2018.

De omzet overige departementen betreft werkzaamheden die door het aCBG op grond van afspraken met het Ministerie van Economische Zaken zijn verricht. Het gaat hierbij om specifieke activiteiten die het Bureau Diergeneesmiddelen van het aCBG verricht op het terrein van veterinaire geneesmiddelen.

Daarnaast heeft het aCBG een aantal beoordelingswerkzaamheden uitgevoerd voor het RIVM.

De post omzet derden bestaat uit jaarvergoedingen en de vergoedingen voor de beoordeling van geneesmiddelen. Jaarvergoedingen bestaan uit vergoedingen voor instandhouding van de inschrijving van een humaan of veterinair farmaceutisch product in het register. Voor het beoordelen van nieuwe geneesmiddelen en het beoordelen van wijzigingen op bestaande geneesmiddelen brengt het aCBG op basis van de Geneesmiddelenwet en de regeling Diergeneesmiddelen daarvoor vastgestelde tarieven in rekening.

De omzet derden is per saldo hoger dan begroot, met name door de hiervoor bij het resultaat al genoemde hogere baten uit centrale procedures voor met name Scientific Advice en Annual Fees vanuit EMA.

De rentebaten hebben betrekking op de rente over deposito’s, rekening-courantsaldi Rijkshoofdboekhouding en betaalde rente door debiteuren met achterstallige betalingen.

Lasten

De personele kosten zijn € 7,39 miljoen hoger dan begroot. Dit is het gevolg van een gestegen aantal medewerkers, zowel intern als extern, benodigd voor de uitvoering van de toegenomen beoordelingswerkzaamheden, alsmede voor extra werkzaamheden in het kader van ICT-ontwikkelingen. Onder de personele kosten zijn tevens de kosten van uitzendkrachten, werving en selectie, scholing, reiskosten en wachtgelden opgenomen.

De materiële kosten zijn per saldo € 1,7 miljoen hoger uitgevallen dan begroot. De ICT-kosten vallen € 2,85 miljoen hoger uit dan begroot door een inhaalslag op het gebied van ICT. Tegenover een groot deel van deze extra kosten staat een bijdrage van het moederdepartement, zie de eerdere toelichting bij de baten. De materiële kosten hebben betrekking op automatisering, bureaukosten, huur- en servicekosten voor het pand in Utrecht, onderzoek RIVM en de bijdrage aan de subsidie voor de Stichting Lareb (€ 2,9 miljoen).

De afschrijvingskosten blijven als gevolg van de eerder uitgestelde investeringen lager dan begroot.

De directe kosten over het boekjaar 2017 voor Bureau Diergeneesmiddelen bedragen € 2,22 miljoen.

De kosten van het ZBO College bestaan uit een schadeloosstelling, vacatiegelden, vergaderkosten en reis- en verblijfkosten voor de leden van het College.

Balans

Balans per 31 december 2017 van het baten-lasten agentschap aCBG (bedragen x € 1.000)

Balans per

Balans per

31-12-2017

31-12-2016

Activa

Immateriële vaste activa

720

12

Materiële vaste activa

1.994

2.337

  • Grond en gebouwen

409

545

  • Installaties en inventarissen

1.585

1.792

  • - 
    Overige materiële vaste activa

0

0

Vlottende activa

20.632

22.587

  • - 
    Voorraden

0

0

  • - 
    Debiteuren

5.712

4.653

  • - 
    Overige vorderingen en overlopende activa

1.224

657

  • - 
    Liquide middelen

13.696

17.277

Totaal activa

23.346

24.936

Passiva

Eigen vermogen

2.646

7.388

  • - 
    Exploitatiereserve

2.240

2.052

  • - 
    Onverdeeld resultaat

406

5.336

Voorzieningen

0

0

Leningen bij het Ministerie van Financiën

0

0

Kortlopende schulden

20.700

17.548

  • - 
    Crediteuren

1.871

1.212

  • - 
    Overige verplichtingen en overlopende passiva

18.829

16.336

Totaal passiva

23.346

24.936

Toelichting op de balans

De investering in immateriële vaste activa betreft aanpassingen in het primaire registratiesysteem.

Onderlinge vorderingen/schulden ministeries en agentschappen

Per 31-12-2017 hebben de volgende vorderingen/schulden betrekking op ministeries en agentschappen: debiteuren € 0,12 miljoen (VWS € 0,03 miljoen), overige vorderingen € 0,43 miljoen (VWS € 0,23 miljoen), liquide middelen € 13,7 miljoen, crediteuren € 0,09 miljoen en overige verplichtingen en overlopende passiva € 1,34 miljoen (VWS € 0,40 miljoen).

Debiteuren

De debiteuren worden gewaardeerd tegen nominale waarde, waarbij rekening is gehouden met een voorziening voor mogelijke oninbaarheid (€ 0,232 miljoen) welke in het saldo is opgenomen.

Het debiteurensaldo is met ruim € 1 miljoen gestegen.

Eigen vermogen

Bij de eerste suppletoire wet heeft er een afroming door het moederdepartement plaats gevonden ter hoogte van € 5,15 miljoen.

Het resultaat over 2017 van € 0,4 miljoen is aan het eigen vermogen toegevoegd. Het eigen vermogen ultimo 2017 komt daarmee op € 2,65 miljoen.

Het maximaal toegestane eigen vermogen ultimo 2017 bedraagt circa € 2,41 miljoen (5% van de gemiddelde omzet over 2015 tot en met 2017). Het teveel aan toegestane eigen vermogen zal uiterlijk bij de eerste suppletoire begroting worden teruggestort.

Overige verplichtingen en overlopende passiva

Het aCBG ontvangt de verschuldigde vergoeding voor aanvragen voordat alle werkzaamheden verricht zijn. Dit leidt tot een onderhandenwerk positie op de balans van € 10,9 miljoen. Het resterende saldo bestaat uit reserveringen voor nog te ontvangen facturen, vakantiegeld en eindejaaruitkering voor het personeel en overige schulden.

Kasstroomoverzicht

Kasstroomoverzicht van het baten-lastenagentschap aCBG 2017 (bedragen x € 1.000)

Omschrijving

Vastgestelde begroting (1)

Realisatie (2)

Verschil realisatie en vastgestelde begroting (3)=(2)-(1)

  • 1. 
    Rekening-courant RHB 1-1-2017+ stand depositorekeningen

17.070

17.277

207

Totaal ontvangsten operationele kasstroom (+)

42.500

52.575

10.075

Totaal uitgaven operationele kasstroom (-)

41.000

49.731

8.731

  • 2. 
    Totaal operationele kasstroom

1.500

2.844

1.344

Totaal investeringen (-/-)

  • 1.500
  • 1.277

223

Totaal boekwaarde desinvesteringen (+)

0

0

0

  • 3. 
    Totaal investeringskasstroom
  • - 
    1.500
  • - 
    1.277

223

Eenmalige uitkering aan moederdepartement (-/-)

0

  • 5.148
  • 5.148

Eenmalige storting door het moederdepartement (+)

0

0

0

Aflossingen op leningen (-/-)

0

0

0

Beroep op leenfaciliteit (+)

0

0

0

  • 4. 
    Totaal financieringskasstroom

0

  • - 
    5.148
  • - 
    5.148
  • 5. 
    Rekening-courant RHB 31-12-2017+ stand depositorekeningen (=1+2+3+4)

17.070

13.696

  • - 
    3.374

Toelichting op het kasstroomoverzicht

De liquiditeitspositie is afgenomen ten opzichte van vorig jaar en ten opzichte van de begroting. Dit is met name te danken aan de afroming van het eigen vermogen door het moederdepartement.

Doelmatigheidsindicatoren

Overzicht doelmatigheidsindicatoren van het baten-lastenagentschap aCBG per 31 december 2017

2014

2015

2016

2017

Oorspronkelijke begroting 2017

Generiek

  • 1. 
    Tarieven/ uur

83

85

78

87

85

  • 2. 
    Omzet per productgroep (bedragen * € 1.000)
  • Beoordelen van nationale aanvragen

1.922

1.554

1.786

1.771

2.000

  • Beoordelen van Europese aanvragen: centraal

7.079

8.769

9.256

9.711

7.300

  • Beoordelen van Europese aanvragen: MRP

251

496

740

725

400

  • Beoordelen DCP’s

7.448

12.762

9.821

9.824

10.513

  • Beoordelen van homeopathische aanvragen, kruiden en nieuwe voedingsmiddelen

70

49

62

46

250

  • Bureau diergeneesmiddelen

2.819

2.740

2.450

2.297

2.300

  • Jaarvergoedingen en bijdragen

18.594

19.414

20.146

20.749

18.900

  • Overig

83

83

4.304

4.406

837

Totaal omzet

38.266

45.867

48.565

49.529

42.500

  • 3. 
    Totaal aantal fte (exclusief externe inhuur)

262

288

308

340

290

  • 4. 
    Saldo van baten en lasten (% van de baten)

1,79%

11,11%

11,40%

0,82%

0%

Kwaliteitsindicatoren

  • 1. 
    Aantal gegronde klachten

27

14

19

13

25

  • 2. 
    Aantal zaken per fte

87

85

68

76

86

Toelichting doelmatigheidsindicatoren

Tarieven per uur

Het gemiddelde uurtarief wordt bijgehouden om de kostenefficiency aan te tonen. Deze indicator is een gemiddelde over alle functies waarbij naar het primaire proces wordt gekeken (exclusief onderzoekskosten). Het aCBG hanteert product tarieven en geen uurtarieven.

Het uurtarief is in 2017 toegenomen ten opzichte van 2016, echter in lijn met de jaren daarvoor.

Omzet per productgroep

De omzet per productgroep geeft inzicht in de samenstelling van de omzet derden van het aCBG. Er is sprake van een structurele verschuiving van beoordelingen op nationaal niveau naar beoordelingen op Europees niveau. De verwachting is dat deze trend zich in de komende jaren zal voortzetten.

Totaal aantal fte

Het totaal aantal fulltime-equivalenten (fte) werkzaam bij het aCBG per 31 december van het jaar, exclusief externe inhuur.

Saldo van baten en lasten (% van de baten)

De ontwikkeling van het procentuele saldo is een weergave van de realisatie, zoals de afgelopen jaren in de jaarrekening gepresenteerd.

Aantal gegronde klachten

Het aantal gegronde klachten wordt bijgehouden om inzicht te krijgen in de geleverde kwaliteit van de productie. In 2017 zijn 14 klachten binnengekomen. Hiervan zijn 13 klachten gegrond verklaard. De klachten betreffen voornamelijk opmerkingen van registratiehouders over het reguliere/primaire proces van het aCBG.

Aantal zaken per fte

Het aantal zaken per fulltime-equivalent wordt bijgehouden om de efficiency van de productie inzichtelijk te maken.

Het aantal zaken per fte is gedaald ten opzichte van het gecorrigeerd aantal zaken per fte 2016. Zowel het aantal zaken als het aantal fte is in 2017 gestegen ten opzichte van 2016, echter is het aantal fte in 2017 relatief meer gestegen.

  • 2. 
    Centraal Informatiepunt Beroepen Gezondheidszorg (CIBG)

Staat van baten en lasten

Staat van baten en lasten van het baten-lastenagentschap CIBG over het jaar 2017 (bedragen x € 1.000)

Vastgestelde begroting (1)

Realisatie (2)

Verschil realisatie en vastgestelde begroting (3)=(2)-(1)

Realisatie 2016 (4)

Baten

Omzet moederdepartement

21.221

31.978

10.757

23.100

Omzet overige departementen

4.490

3.839

  • 651

10.091

Omzet derden

21.821

22.753

932

23.916

Rentebaten

-

-

1

Vrijval voorzieningen

-

-

-

Bijzondere baten

-

-

-

-

Totaal baten

47.532

58.570

11.038

57.108

Lasten

Apparaatskosten

42.675

62.685

20.010

51.852

  • - 
    Personele kosten

19.572

26.680

7.108

24.188

Waarvan eigen personeel

17.970

18.496

526

17.486

Waarvan inhuur externen

1.602

5.465

3.863

3.676

Waarvan overige personele kosten

-

2.719

2.719

3.026

  • - 
    Materiële kosten

23.103

36.005

12.902

27.664

Waarvan apparaat ICT

6.916

4.926

  • - 
    1.990

5.861

Waarvan bijdrage aan SSO’s

3.900

8.611

4.711

3.856

Waarvan overige materiële kosten

12.287

22.468

10.181

17.947

Rentelasten

100

1

  • 99

2

Afschrijvingskosten

4.757

3.096

  • 1.661

6.223

  • - 
    Materieel

9

9

-

8

Waarvan apparatuur ICT

9

8

  • - 
    1

6.215

  • - 
    Immaterieel

4.748

3.087

  • - 
    1.661

6.215

Overige lasten

-

8.319

8.319

-

  • - 
    Dotaties voorzieningen

-

-

-

-

  • - 
    Bijzondere lasten

-

8.319

8.319

-

Totaal lasten

47.532

74.101

26.569

58.077

Saldo van baten en lasten

0

  • - 
    15.531
  • - 
    15.531
  • - 
    969

Toelichting bij de staat van baten en lasten

Algemeen

De afwaardering van immateriële vaste activa, met name gerelateerd aan het programma Generiek Register, Informatievoorziening & Proces (GRIP), heeft met € 8,3 miljoen het grootste aandeel in het negatieve resultaat. Andere oorzaken zijn meerkosten voor externe inhuur van IT-deskundigen, hogere kosten van het klantcontactcentrum en onvoorziene meerkosten van rijksbrede ICT.

Voor de oorzaken van het tekort zijn maatregelen genomen om dit in de toekomst te voorkomen.

De grote investeringen op het gebied van software zijn beëindigd. In de komende jaren zullen de investeringen geleidelijker en meer gecontroleerd worden gedaan. Tevens wordt beleid geïmplementeerd om de budgetdiscipline te verstevigen. Daarnaast worden maatregelen getroffen om de processen rondom de administratieve organisatie en interne beheersing te versterken.

Omzet moederdepartement

De omzet moederdepartement is hoger dan begroot in verband met aanvullende, niet in de begroting opgenomen projecten zoals BIG digitalisering, Taskforce WNT, LRZa en Optimalisatie UZI-register. Daarnaast zijn er aanvullende bijdragen geweest voor de producten BIG-registraties en UZI-Passen.

Omzetspecificatie totaal

Bedragen x € 1.000

Begroting

PxQ

Expl.

Totaal

Verschil

Directie Macro-economische vraagstukken en arbeidsmarkt

7.870

5.467

12.766

18.233

10.363

Directie Geneesmiddelen en Medische Technologie

4.237

3.425

1.355

4.780

543

Directie Publieke Gezondheid

810

-

981

981

171

Directie Jeugd

1.230

-

1.258

1.258

28

Directie Markt en Consument

3.886

-

3.966

3.966

80

IGZ Medische hulpmiddelen en Opiaten

928

199

1.459

1.658

730

EST

35

-

35

35

-

CZ

-

-

20

20

20

VWS Bijdrage I-strategie

1.720

-

-

-

  • 1.720

Reeds gefinancierd

505

-

-

-

  • 505

Overigen

-

-

1.047

1.047

1.047

Totaal VWS

21.221

9.091

22.887

31.978

10.757

Omzetspecificatie PxQ naar productgroep

Product

Tarief in €

Geraamde productie aantallen

Realisatie productie aantallen

Meer/minder opbrengst in € x 1.000

Opbrengst x € 1.000 incl. correctie1

Vakbekwaamheid

Verklaring

4.909

550

664

98

2.798

Farmatec

Uitvoering WGP

320.000

2

2

640

Uitvoering GVS

35.000

12

12

420

IGZ

In/Uitvoer Opiaten

  • 20

4.500

6.032

  • 3
  • 93

Exportverklaringen

138

1.950

2.400

14

283

Exportcertificaten

4,67

1.800

1.990

1

9

Donorregister

Beschikking

11,9

200.000

198.770

  • 15

2.365

UZI passen

Prijscorr. € 255-€ 170

85

28.000

24.520

1.567

1.567

Mindervolume dekking

190

3.480

661

661

UZI Certificaten

Prijscorr. € 450-€ 300

150

3.500

3.903

441

441

Totaal

9.091

Noot 1

Berekening van de meer of minderproductie heeft plaatsgevonden conform de in de raamafspraken met de opdrachtgevers vastgestelde afrekensystematiek.

Omzet overige departementen

Bij omzet van overige departementen is ook sprake van aanvullende projectbijdragen. De reden voor het verschil bij BZK is dat de exploitatiebijdrage van BZK voor het bedrag van € 746.000 is begroot onder opbrengsten derden. Bij SZW was een opdracht begroot, maar deze is voortijdig beëindigd.

Omzet overige departementen

Bedragen x € 1.000

Begroting

Expl

Totaal

Verschil

Ministerie van Binnenlandse Zaken

-

746

746

746

Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap

1.630

2.323

2.323

693

Ministerie van Economische Zaken en Klimaat

490

752

752

262

Ministerie van Justitie en Veiligheid

-

18

18

18

Reeds gefinancierd

2.370

-

-

  • 2.370

Totaal

4.490

3.839

3.839

  • - 
    651

Omzet derden

De belangrijkste afwijkingen in de omzet derden zijn:

    • Er is een lagere omzet van het BIG-register vanwege minder herregistraties dan begroot en uitstel van herregistratie artsen. Als gevolg hiervan is een bijdrage door MEVA verleend.
    • Er is een lagere omzet van UZI-Passen wegens aanpassing van het externe tarief en een lager volume. Ter compensatie is ook hiervoor een bijdrage door MEVA verleend.
    • Hogere omzet Farma wegens hogere volumes vergunningen farmacie.
    • Hogere omzet bij Bureau Medicinale Cannabis: de omzet van medicinale cannabis is zowel nationaal als internationaal toegenomen. De verkoopprijs wordt periodiek bijgesteld.
    • De opbrengsten van RIN zijn verantwoord onder opbrengsten overige departementen.

Omzet derden

Bedragen x € 1.000

Begroting

PxQ

Expl

Totaal

Verschil

BIG-(her)registratie

8.290

3.692

-

3.692

  • 4.598

Vakbekwaamheid en 1-Loket

150

257

-

257

107

UZI-register

8.780

5.913

-

5.913

  • 2.867

Vergunningen en ontheffingen

953

1.669

-

1.669

716

Medicinale Cannabis

1.830

10.136

-

10.136

8.306

Medische hulpmiddelen en Opiaten

1.072

1.086

-

1.086

14

RIN

746

-

-

-

  • 746

Overigen

-

-

-

-

0

Totaal

21.821

22.753

0

22.753

932

Bijzondere baten

Er zijn geen bijzondere baten.

Lasten

Personele kosten

De gerealiseerde totale personele kosten bedragen € 26,7 miljoen, waarvan € 18,5 miljoen voor eigen personeel.

De kosten van het eigen personeel zijn voornamelijk hoger vanwege een CAO-stijging die niet was begroot.

De externe inhuur is hoger dan geraamd vanwege met name een hogere inzet van IT-deskundigen voor de ontwikkeling van registers.

De overige personele kosten waren abusievelijk niet begroot en dit verklaart de overschrijding. Grote posten hierin zijn inbesteding en mobiliteitstrajecten.

Materiële kosten

De materiële kosten bedragen € 36,0 miljoen en zijn onder andere hoger als gevolg van:

    • bijdragen aan SSO’s, in het bijzonder vanwege een generieke kostenstijging bij SSC-ICT;
    • hogere uitbestedingskosten voor onder andere het Klantcontactcentrum;
    • hogere inkoopkosten cannabis (vanwege de grotere vraag naar medicinale cannabis is er meer ingekocht).

Rentelasten

De post rentelasten bestaat uit de verschuldigde rente op de leningen bij het Ministerie van Financiën.

Afschrijvingskosten

ICT-systemen worden afgeschreven vanaf het moment van ingebruikname middels dechargeverlening. In de begroting was rekening gehouden met afschrijvingskosten voor de taak Continue Screening Kinderopvang en het programma Generiek Register, Informatievoorziening & Proces (GRIP), maar deze waren uiteindelijk nihil. De taak Continue Screening Kinderopvang is ultimo 2016 beëindigd en de verwachting was dat GRIP gedurende 2017 deels in gebruik zou worden genomen. Daarom zijn de afschrijvingskosten lager dan geraamd.

Bijzondere lasten

De bijzondere lasten ad € 8,3 miljoen hebben betrekking op de afwaardering van immateriële vaste activa, die met name is gerelateerd aan het programma Generiek Register, Informatievoorziening & Proces (GRIP).

Balans

Balans van het baten-lastenagentschap CIBG per 31 december 2017 (bedragen x € 1.000)

Balans

31-12-2017

Balans

31-12-2016

Activa

Immateriële vaste activa

19.022

21.845

Materiële vaste activa

0

9

  • Grond en gebouwen

0

0

  • Installaties en inventarissen

0

9

  • Overige materiële vaste activa

0

0

Vlottende activa

12.021

19.981

  • Voorraden en onderhanden projecten

3.284

2.047

  • Debiteuren

2.787

5.075

  • Overige vorderingen en overlopende activa

5.950

2.873

  • Liquide middelen

-

9.986

Totaal activa

31.043

41.835

Passiva

Eigen vermogen

1.120

1.247

  • - 
    Exploitatiereserve

16.651

2.216

  • - 
    Onverdeeld resultaat
  • - 
    15.531
  • - 
    969

Voorzieningen

0

0

Langlopende schulden

842

4.800

  • Leningen bij het Ministerie van Financiën

842

4.800

Kortlopende schulden

29.081

35.788

  • Crediteuren

4.837

3.432

  • Overige verplichtingen en overlopende

passiva

24.244

32.356

Totaal passiva

31.043

41.835

Toelichting op de balans per 31 december 2017

Immateriële vaste activa

Er zijn in 2017 investeringen gedaan in het programma Generiek Register, Informatievoorziening & Proces (GRIP) en specifieke producten zoals BIG en onderwijsregisters. De investeringen in GRIP zijn per 31 december 2017 grotendeels afgewaardeerd.

Voorraden en onderhanden projecten

De voorraden betreffen de aangekochte cannabis (Bedrocan, Bediol, Bedica, Bedrolite en Bedrobinol) voor de levering (verkoop) aan apothekers en buitenlandse afnemers. De voorraden zijn hoger dan voorgaande jaren vanwege een toename van de vraag.

Debiteuren

Het debiteurensaldo van € 2,8 miljoen bestaat voor € 0,3 miljoen uit vorderingen op het moederdepartement en voor € 2,5 miljoen uit vorderingen op derden, waarvan € 1,1 miljoen betrekking heeft op UZI-passen.

Overige vorderingen en overlopende activa

Deze post van € 5,9 miljoen heeft met name betrekking op vorderingen op opdrachtgevers VWS (€ 5,0 miljoen) en te vorderen BTW (€ 0,7 miljoen).

Liquide middelen

Het CIBG maakt gebruikt van schatkistbankieren en heeft liquide middelen als gevolg hiervan bij het Ministerie van Financiën ondergebracht.

Er is in 2017 een beroep gedaan op de leenfaciliteit voor een investering van € 4,0 miljoen in verband met het programma Generiek Register, Informatievoorziening & Proces (GRIP).

Het saldo van liquide middelen bedroeg ultimo 2017 € 861.000 negatief en is om die reden gerubriceerd onder de kortlopende schulden.

Het negatieve saldo van € 861.000 is hoger dan wat de Regeling agentschappen toestaat (een maximum roodstand van € 500.000).

Eigen vermogen

Het resultaat over 2016 is ten laste van de exploitatiereserve geboekt.

Het saldo van baten en lasten over 2017 is € 15,531 miljoen negatief.

In het kader van foutherstel zijn vooruitontvangen investeringsgelden van opdrachtgevers per 31 december 2017 overgeboekt naar het eigen vermogen voor een bedrag van € 15,404 miljoen.

Op 31 december 2016 was het saldo vooruitontvangen investeringsgelden € 10,3 miljoen. Dit bedrag is in 2017 in de vergelijkende cijfers 2016 onder overige verplichtingen en overlopende passiva opgenomen.

Met ingang van 2018 wordt voor de financiering van maatwerk IT systemen uitsluitend gebruik gemaakt van de leenfaciliteit van het Ministerie van Financiën. In 2018 wordt uitgezocht of het CIBG opdrachtgevers gaat terugbetalen voor reeds voorfinancierde IT systemen in het kader van het continueren van foutherstel.

Per saldo leidt dit ertoe dat het eigen vermogen € 0,127 miljoen daalt ten opzichte van 2016 en ultimo 2017 € 1,120 miljoen bedraagt (dit is lager dan het maximum eigen vermogen dat per 31 december 2017 € 2,747 miljoen op basis van de gemiddelde omzet van de afgelopen 3 jaar bedraagt).

Voorzieningen

Het CIBG neemt, onder verwijzing naar artikel 27 van de Regeling agentschappen, geen voorziening op voor ambtsjubilea. De kosten hiervoor worden genomen in het jaar dat ze voorkomen.

Langlopende schulden

In 2016 en 2017 zijn leningen aangegaan bij het Ministerie van Financiën van respectievelijk € 6,0 miljoen en € 4,0 miljoen in verband met de financiering van immateriële vaste activa. Ultimo 2017 was hiervan in totaal € 1,5 miljoen afgelost, waardoor het openstaande leningbedrag € 8,5 miljoen bedroeg. Vanwege de afwaardering van immateriële vaste activa ad € 8,3 miljoen dient een groot deel van deze leningen versneld te worden afgelost. Dit deel is overgeheveld naar de kortlopende schulden. Per saldo resteert een langlopende schuld van € 0,8 miljoen per 31 december 2017.

Crediteuren

Het saldo crediteuren bedraagt € 4,84 miljoen, dit betreft rekeningen over 2017 die begin 2018 worden betaald.

De crediteuren hebben betrekking op VWS voor € 0,35 miljoen, overige departementen voor € 1,07 miljoen en derden voor € 3,42 miljoen.

Overige verplichtingen en overlopende passiva

Het saldo van deze post bedraagt € 24,2 miljoen en is als volgt te specificeren:

    • Vooruitontvangen bedragen ad € 7,3 miljoen:
      • a. 
        Vooruitontvangen BIG-gelden (€ 3,9 miljoen);
      • b. 
        Vooruitontvangen bijdragen in kosten (€ 3,4 miljoen).
    • Nog te betalen bedragen ad € 16,9 miljoen:
      • a. 
        Kortlopende deel lening Ministerie van Financiën (€ 7,7 miljoen);
      • b. 
        Nog te betalen kosten 2017 ad € 5,7 miljoen (€ 0,1 miljoen heeft betrekking op het moederdepartement, € 1,0 miljoen op overige departementen en € 4,6 miljoen op derden);
      • c. 
        Af te rekenen met opdrachtgevers: € 1,4 miljoen;
      • d. 
        Reservering personele kosten (€ 1,3 miljoen);
      • e. 
        Rekening-courant Ministerie van Financiën (€ 0,9 miljoen).

Niet uit de balans blijkende verplichtingen

Er geldt mogelijk een vbp-plicht voor het CIBG vanwege de verkoop van medicinale cannabis. Het CIBG heeft het standpunt niet vpb-plichtig te zijn, maar de fiscus betwist dit standpunt. Er is nog geen definitief uitsluitsel. De waarde van deze verplichting bedraagt per 31 december 2017 € 0,4 miljoen.

Kasstroomoverzicht

Kasstroomoverzicht van het baten-lastenagentschap CIBG 2017 (bedragen x € 1.000)

Omschrijving

Vastgestelde begroting (1)

Realisatie (2)

Verschil realisatie en vastgestelde begroting (3)=(2)-(1)

  • 1. 
    Rekening-courant RHB 1 januari 2017 + stand depositorekeningen

10.890

9.986

  • - 
    904

Totaal ontvangsten operationele kasstroom (+)

6.000

59.521

53.521

Totaal uitgaven operationele kasstroom (-/-)

9.000

64.661

55.661

  • 2. 
    Totaal operationele kasstroom
  • - 
    3.000
  • - 
    5.140
  • - 
    2.140

Totaal investeringen (-/-)

4.000

8.240

4.240

Totaal boekwaarde desinvesteringen (+)

0

0

0

  • 3. 
    Totaal investeringskasstroom
  • - 
    4.000
  • - 
    8.240
  • - 
    4.240

Eenmalige uitkering aan moederdepartement (-/-)

0

0

0

Eenmalige storting door het moederdepartement (+)

0

0

0

Aflossingen op leningen (-/-)

2.600

1.467

  • 1.133

Beroep op leenfaciliteit (+)

4.000

4.000

-

  • 4. 
    Totaal financieringskasstroom

1.400

2.533

1.133

  • 5. 
    Rekening-courant RHB 31 december 2017 + stand depositorekeningen (=1+2+3+4), de maximale roodstand is € 0,5 miljoen

5.290

  • - 
    861
  • - 
    6.151

Toelichting kasstroomoverzicht

Het negatieve saldo van € 861.000 is hoger dan wat de Regeling agentschappen toestaat (een maximum roodstand van € 500.000).

Deze overschrijding wordt met name veroorzaakt door hogere uitgaven (zie toelichting bij de staat van baten en lasten).

Doelmatigheidsindicatoren

Overzicht doelmatigheidsindicatoren van het baten-lastenagentschap CIBG per 31 december 2017

2014

2015

2016

2017

Oorspronkelijke begroting 2017

Generiek

  • 1. 
    Kostprijzen per product (groep)
  • Beschikking BIG-register initieel

168,00

174,41

125,00

  • Beschikking BIG-register incl. herregistratie

179,13

247,64

125,00

  • Vakbekwaamheidverklaring (gemiddeld)

5.464,00

5.922,00

5.610,35

6.186,00

5.182,00

  • Vergunning Farmatec

1.284,00

1.408,00

2.050,18

1.914,08

2.769,00

  • UZI-pas/certificaat

357,31

304,64

332,21

259,54

  • Wilsbeschikking donorregister

11,37

11,83

4,53

13,08

11,90

  • 2. 
    Omzet per productgroep (pxq en x € 1.000)
  • BIG en herregistratie

4.496

5.536

5.027

3.692

8.290

  • Vakbekwaamheid

2.445

2.470

2.942

3.054

2.850

  • Farmatec

1.475

1.815

1.553

1.669

1.240

  • UZI-pas/certificaat (deels derden)

10.216

11.691

8.582

8.980

  • Donorregister

2.351

2.367

2.886

2.365

2.380

  • 3. 
    Totaal aantal fte (exclusief externe inhuur)

209,3

227,7

243,8

281,2

261,4

  • 4. 
    Saldo van baten en lasten (% van de baten)
  • 1,68%

0,28%

  • 1,70%
  • 26,51%

0,00%

Kwaliteitsindicatoren

  • 1. 
    Aantallen
  • Beschikking BIG-register initieel

13.305

13.235

13.547

14.482

13.000

  • Beschikking BIG-register incl. herregistratie

28.943

28.393

33.000

  • Vakbekwaamheidverklaringen

497

480

567

664

550

  • Verleende vergunningen Farmatec

806

863

590

757

450

  • UZI-passen en certificaten

28.590

38.708

28.423

34.600

  • Wilsbeschikkingen donorregister

174.434

181.396

417.447

198.770

200.000

  • 2. 
    Aantal klachten / bezwaar en beroep
  • Vakbekwaamheidverklaringen

19

8

8

9

10

  • Wilsbeschikkingen donorregister

8

10

22

7

5

  • 3. 
    Doorlooptijden in dagen
  • Wilsbeschikking donorregister

16

11

8

7

16

(wettelijke norm is 42 dgn)

Kostprijzen, omzet en volumes

De kostprijzen zijn gebaseerd op de werkelijk gerealiseerde kosten en werkelijke outputvolumes.

De hoge kostprijs van de BIG-registraties, en de lage kostprijs van de Farmatec vergunningen, zijn het gevolg van een afwijkend volume ten opzichte van de begroting. Dit is veroorzaakt door de fluctuaties in de externe vraag van gebruikers die het resultaat is van politieke besluitvorming.

Klachten en bezwaar en beroep

Als norm voor de klachten en bezwaren wordt gehanteerd de afspraak die met de opdrachtgever is vastgelegd.

Doorlooptijd

Als norm voor de doorlooptijd wordt gehanteerd de wettelijke maximale termijn. Voor alle vermelde producten wordt de termijn behaald.

Als gevolg van digitalisering wordt de doorlooptijd steeds korter.

  • 3. 
    Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM)

Staat van baten en lasten

Staat van baten en lasten van het baten-lastenagentschap RIVM over het jaar 2017 (bedragen x € 1.000)

Oorspronkelijk vastgestelde begroting (1)

Realisatie (2)

Verschil realisatie en oorspronkelijk vastgestelde begroting (3 = 2-1)

Realisatie 2016

Baten

Omzet moederdepartement

252.600

252.831

231

247.393

Omzet overige departementen

70.000

81.381

11.381

80.471

Omzet derden

27.800

20.179

  • 7.621

21.478

Rentebaten

-

-

-

-

Vrijval voorzieningen

-

702

702

2.464

Bijzondere baten

-

-

-

Totaal baten

350.400

355.093

4.693

351.806

Lasten

Apparaatskosten

346.800

354.816

8.016

340.662

  • - 
    Personele kosten

137.200

146.353

9.153

133.043

Waarvan eigen personeel

117.700

124.071

6.371

115.333

Waarvan externe inhuur

13.100

15.121

2.021

9.035

Waarvan overige personele kosten

6.400

7.161

761

8.675

  • - 
    Materiële kosten

209.600

208.463

  • - 
    1.137

207.619

Waarvan apparaat ICT

15.000

22.698

7.698

18.036

Waarvan bijdrage aan SSO's

9.700

2.760

  • - 
    6.940

5.472

Waarvan overige materiële kosten

184.900

183.005

  • - 
    1.895

184.111

Rentelasten

-

1

1

0

Afschrijvingskosten

3.600

3.135

  • 465

2.977

  • - 
    Immaterieel

-

3

3

7

  • - 
    Materieel

3.600

3.132

  • - 
    468

2.970

Overige lasten

-

2.893

2.893

7.956

  • - 
    Dotaties voorzieningen

-

2.893

2.893

7.956

  • - 
    Bijzondere lasten

-

-

-

-

Totaal lasten

350.400

360.845

10.445

351.595

Resultaat uit gewone bedrijfsuitoefening voor belastingen

-

  • - 
    5.752
  • - 
    5.752

211

Agentschapsdeel Vpb lasten

-

22

22

38

Resultaat na belastingen

-

  • - 
    5.774
  • - 
    5.774

173

Toelichting op de staat van baten en lasten

Resultaat

Over 2017 is een negatief resultaat behaald van € 5,8 miljoen. De belangrijkste elementen die tot dit resultaat hebben geleid zijn:

    • • 
      het resultaat uit de normale bedrijfsvoering van per saldo € 0,2 miljoen negatief;
    • • 
      een positief resultaat op projecten van € 0,9 miljoen;
    • • 
      per saldo mutaties in de voorzieningen van € 2,2 miljoen negatief;
    • • 
      het negatieve resultaat uit overige activiteiten binnen het RIVM van € 4,3 miljoen.

Het resultaat overige activiteiten hangt voornamelijk samen met het «bewust» interen op het eigen vermogen door het RIVM en een aantal andere mee- en tegenvallers. Het eigen vermogen is onder andere aangesproken voor de programma’s Vernieuwd Praeventis (€ 1,2 miljoen) en Digitale Document Huishouding (€ 2,5 miljoen).

Het negatieve resultaat na belastingen wordt ten laste van de exploitatiereserve gebracht. Het RIVM stuurt op een sluitende dekking vanuit de normale bedrijfsvoering. Het realiseren van de met de eigenaar afgesproken declarabiliteitsnorm en voldoende dekking voor de laboratoriumactiviteiten is hiervoor een voorwaarde. Het huidige resultaat 2017 uit de normale bedrijfsvoering van € 0,2 miljoen negatief komt vooral voort uit de structurele toename van ICT-kosten. Met opdrachtgevers en eigenaar is het gesprek geopend over het aanpassen van de tarieven op dit punt, aangevuld met (incidentele) eigenaarsbijdragen waarvoor bij voorjaarsnota 2018 een claim is ingediend.

Baten

Omzet moederdepartement

De gerealiseerde omzet moederdepartement omvat de bijdrage van VWS als eigenaar (€ 21,9 miljoen) en de bijdrage van VWS-opdrachtgevers (€ 230,9 miljoen) inclusief de bijdrage voor het rijksvaccinatieprogramma. De gerealiseerde omzet moederdepartement wijkt niet substantieel af van hetgeen dat is begroot voor 2017 en gerealiseerd in 2016. De bijdrage van de eigenaar bestaat voor € 13,1 miljoen uit het Strategisch Programma RIVM en daarnaast enkele specifieke eigenaarsbijdragen voor: huur gerelateerde zaken (€ 2,1 miljoen), organisatie en ontwikkeling (€ 1,0 miljoen), cofinanciering internationale projecten (€ 1,0 miljoen), informatiebeveiliging (€ 2,3 miljoen) en overige exploitatieproblematiek waaronder compensatie voor de stijging van loonkosten door nieuwe cao-afspraken (€ 2,4 miljoen).

Opbrengst overige departementen

In de opbrengst van overige departementen is begrepen:

    • • 
      de bijdragen van het Ministerie van Infrastructuur en Milieu (nu Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat), voor de reguliere onderzoeks- en adviesprogramma’s en voor verstrekte additionele opdrachten (€ 58,9 miljoen);
    • • 
      de bijdrage van het Ministerie van Economische Zaken (nu Ministerie van Economische Zaken en Klimaat) eveneens voor het reguliere onderzoeks- en adviesprogramma en voor verstrekte additionele opdrachten (€ 14,0 miljoen);
    • • 
      de bijdrage van het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid voor het reguliere onderzoeks- en adviesprogramma (€ 4,4 miljoen);
    • • 
      de bijdrage van het Ministerie van Defensie voor het reguliere onderzoeks- en adviesprogramma en voor verstrekte additionele opdrachten (€ 1,3 miljoen);
    • • 
      de bijdrage van overige departementen (€ 2,8 miljoen).

Binnen de genoemde bedragen aan omzet overige departementen is een bedrag van circa € 10,4 miljoen gerelateerd aan diensten verricht door SSC-Campus voor onder andere KNMI, CPB en PBL. De gerealiseerde omzet overige departementen is € 11,4 miljoen hoger dan geraamd, voornamelijk door een hogere omzet vanuit het Ministerie van Infrastructuur en Milieu (€ 8,0 miljoen). In de begroting was rekening gehouden met de omvorming van de ANVS tot ZBO per 1 januari 2017 (is 1 augustus geworden). De omzet overige departementen ligt circa € 0,8 miljoen lager dan de gerealiseerde omzet 2016. Hiervoor is geen specifieke oorzaak anders dan dat in alle programma’s de activiteiten zijn teruggelopen (mogelijk ook door de beleidsarme periode van de kabinetsformatie).

Omzet derden

Naast werkzaamheden in opdracht van de primaire opdrachtgevers en overige departementen worden projecten en werkzaamheden uitgevoerd ten behoeve van derden:

    • projecten voor en gefinancierd door andere nationale en internationale opdrachtgevers zoals de EU en de WHO (gezamenlijk € 7,6 miljoen);
    • vaccinaties ten behoeve van de Centrale Registratie Entingen Asielzoekers (€ 1,1 miljoen);
    • overige projecten uitgevoerd voor derden (€ 11,5 miljoen).

De omzet derden valt lager uit dan begroot, doordat de omzet ANVS in 2017 is toegerekend aan de omzet overige departementen (zie ook toelichting daar).

Vrijval voorzieningen

De vrijval uit hoofde van voorzieningen is niet begroot in verband met het incidentele karakter van de betreffende posten. Voor de toelichting op vrijval voorzieningen wordt verwezen naar de verloopstaat voorzieningen onder de toelichting op de balans.

Lasten

Personele kosten

De personele kosten (€ 146,4 miljoen) komen in 2017 € 9,2 miljoen hoger uit dan opgenomen in de begroting, vooral door de toename van kosten voor eigen personeel. Naast de stijging van 1,4% in de CAO, is sprake van een toename van het aantal werkzame fte (van 1.554 naar 1.615 fte) binnen het RIVM. De toename in fte is deels voorzien in de begroting en hangt samen met de ontwikkeling op verschillende kennisgebieden zoals ICT, nanotechnologie en internationaal. De kosten voor inhuur van externen liggen boven verwachting (circa € 2,0 miljoen meer dan begroot) en zijn € 6,1 miljoen hoger dan in 2016. Vooral de inhuur van ICT gerelateerd personeel is sterk toegenomen, mede als gevolg van de toename van de ICT activiteiten en de inspanningen op het gebied van informatiebeveiliging. Het percentage externe inhuur komt uit op 10,9% van de totale loonkosten. De overige personele kosten zijn gedaald ten opzichte van 2016, toen werd meer ingeleend van andere overheidsorganisaties.

Materiële kosten

De materiële kosten van € 208,5 miljoen liggen in lijn met het kostenniveau van 2016 en de begroting 2017. Binnen de materiële kosten zijn de kosten voor ICT toegenomen door de toename van ICT gerelateerde activiteiten zoals de informatiebeveiliging en het ICT intensiever geworden werkveld van het RIVM. Het aandeel SSO’s waar diensten van worden afgenomen is gedaald doordat meer gebouw gebonden diensten worden afgenomen van niet SSO’s, waaronder de terreineigenaar in Bilthoven.

Afschrijvingskosten

De afschrijvingskosten van € 3,1 miljoen liggen in lijn met de realisatie 2016. Afschrijvingskosten vallen lager uit dan begroot doordat investeringen later zijn gepleegd dan voorzien was.

Dotaties voorzieningen

De dotatie voorzieningen heeft betrekking op aangegane en herberekende verplichtingen voor (voormalige) werknemers (€ 1,8 miljoen) en een dotatie voor ingeschatte toekomstige verliezen op projecten (€ 1,1 miljoen). De dotaties aan de voorzieningen zijn niet begroot. Zie voor het verloop van de voorzieningen de toelichting onder de balans per 31 december 2017.

Balans

Balans van het baten-lastenagentschap RIVM per 31 december 2017 (bedragen x € 1.000)

Balans 31-12-2017

Balans 31-12-2016

Activa

Immateriële vaste activa

35

2

Materiële vaste activa

7.247

4.263

  • - 
    Grond en gebouwen

-

-

  • - 
    Installaties en inventarissen

114

181

  • - 
    Overige materiële vaste activa

7.133

4.082

Vlottende activa

94.004

101.701

  • - 
    Voorraden en onderhanden projecten

26.298

24.220

  • - 
    Debiteuren

7.449

8.962

  • - 
    Overige vorderingen en overlopende activa

20.606

18.801

  • - 
    Liquide middelen

39.651

49.718

Totaal activa

101.286

105.966

Passiva

Eigen vermogen

8.922

14.696

  • - 
    Exploitatiereserve

14.696

14.523

  • - 
    Onverdeeld resultaat
  • - 
    5.774

173

Voorzieningen

12.001

12.439

Langlopende schulden

-

-

  • - 
    Leningen bij het Ministerie van Financiën

-

-

Kortlopende schulden

80.363

78.831

  • - 
    Crediteuren

3.854

1.491

  • - 
    Overige verplichtingen en overlopende passiva

76.509

77.340

Totaal passiva

101.286

105.966

Toelichting op de balans

Activa

Voorraden en onderhanden projecten

De voorraden in bovenstaande opstelling betreffen voornamelijk de voorraad vaccins binnen RIVM ten behoeve van het Rijksvaccinatieprogramma (€ 25,3 miljoen). Ten opzichte van 2016 zijn de voorraden met € 2,1 miljoen gestegen. De voorraadpositie per balansdatum is een momentopname en afhankelijk van zowel verbruik als levering van vaccins.

Debiteuren

De daling van de debiteurenpositie van € 1,5 miljoen is vooral te relateren aan de mutatie in openstaande rekeningen gericht aan Rijksopdrachtgevers, waarvan het Ministerie van IenM de grootste is.

De overige vorderingen en overlopende activa bestaan grotendeels uit vooruitbetaalde kosten en onderhanden projecten.

Liquide middelen

Zie voor analyse van de liquide middelen het kasstroomoverzicht 2017.

Per 31-12-2017 hebben de volgende vorderingen betrekking op het moederdepartement, andere ministeries (inclusief agentschappen) en derden:

    • Debiteuren: € 0,1 miljoen moederdepartement, € 2,9 miljoen overige departementen en € 4,5 miljoen derden.
    • Nog te ontvangen posten: € 8,0 miljoen moederdepartement, € 3,1 miljoen overige departementen en € 9,5 miljoen derden.
    • Liquide middelen: n.v.t.

Passiva

Eigen vermogen

Het verloop van het eigen vermogen is als volgt:

Eigen vermogen per 31-12-2017 (bedragen x € 1.000)

31-12-2017

31-12-2016

Exploitatiereserve

14.696

14.523

Onverdeeld resultaat

  • 5.774

173

Totaal

8.922

14.696

Het resultaat 2017 van € 5,8 miljoen negatief bevat het saldo van baten en lasten over het exploitatiejaar 2017. Dit saldo wordt onttrokken aan de exploitatiereserve. Op basis van de gemiddelde omzet van het RIVM over de afgelopen 3 jaar bedraagt het maximaal toegestane eigen vermogen € 17,3 miljoen. Het RIVM heeft daarmee per ultimo 2017 een lager eigen vermogen dan maximaal toegestaan.

Voorzieningen

Het verloop van de post voorzieningen is als volgt:

Verloopstaat voorzieningen (bedragen x € 1.000)

Personeel

Reorganisatie

Projecten

Herstelkosten

Totaal

Stand voorzieningen per 31-12-2016

1.148

780

4.789

5.722

12.439

Kortlopende schuld

650

-

-

-

650

Totaalstand per 31-12-2016

1.798

780

4.789

5.722

13.089

Dotatie t.l.v. exploitatie

1.769

-

1.124

-

2.893

Onttrekkingen

  • 625

-

  • 1.421

-

  • 2.046

Vrijval

  • 115
  • 87
  • 500

-

  • 702

Mutaties

1.029

-

  • - 
    797

-

145

Totaalstand per 31-12-2017

2.827

693

3.992

5.722

13.234

Waarvan verantwoord onder overlopende passiva

1.235

-

-

-

1.235

Stand voorzieningen per 31-12-2017

1.592

693

3.992

5.722

11.999

    • • 
      De voorziening voor personeel omvat de toekomstige verplichtingen als gevolg van rechten (zoals WW, wachtgelden, pensioentoelagen) op balansdatum van voormalige werknemers.
    • • 
      De voorziening voor reorganisatiekosten betreft het voorziene bedrag vanwege de kosten voor overdracht van pensioenrechten van overgenomen medewerkers in 2008 van de voormalige ent-administraties. Vanwege de ontoereikende dekkingsgraad van de betrokken pensioenfondsen heeft tot op heden geen overdracht en afrekening kunnen plaatsvinden. Wel heeft in 2016 en 2017 een herijking plaatsgevonden van de voorziening. Op basis van ontvangen informatie van ABP en rekening houdend met medewerkers die geen pensioen meer opbouwen bij ABP is de voorziening naar beneden bijgesteld.
    • • 
      De voorziening ten behoeve van projecten betreft het bedrag aan voorziene tekorten op in uitvoering zijnde projecten.
    • • 
      Tot slot is de voorziening voor herstelkosten ongewijzigd opgenomen in de jaarrekening 2017. De voorziening hangt samen met de verplichting om bij het verlaten van het terrein en de gebouwen te Bilthoven, de huisvesting in oorspronkelijke staat en bezemschoon op te leveren.

Kortlopende schulden

Onder de overlopende passiva is een bedrag van € 1,2 miljoen opgenomen voor het kortlopende deel van de in totaal € 13,2 miljoen aan voorzieningen.

De kortlopende schulden muteren per saldo nauwelijks. De crediteuren die in 2016 historisch laag waren zijn in 2017 gestegen naar € 3,9 miljoen (zonder specifieke reden). Daarnaast is er voor circa € 6,2 miljoen minder aan project/programma gerelateerde vooruitontvangen termijnen. Belangrijkste oorzaak is dat het RIVM in 2017 circa € 5,2 miljoen aan vooruitontvangen bedragen heeft terugbetaald aan de eigenaar.

De overlopende passiva zijn met € 5,6 miljoen gestegen, onder andere door het ophogen van de rechten van medewerkers op verlof (€ 1,0 miljoen) en verrichte prestaties door leveranciers waar nog geen factuur voor is ontvangen op balansdatum (€ 4,3 miljoen).

Per 31-12-2017 hebben de volgende schulden betrekking op het moederdepartement, andere ministeries (inclusief agentschappen) en derden:

    • • 
      Crediteuren: € 0,1 miljoen overige departementen en € 3,8 miljoen derden.
    • • 
      Nog te betalen posten: € 26,1 miljoen moederdepartement, € 7,2 miljoen overige departementen en € 43,2 miljoen derden.

Kasstroomoverzicht

Kasstroomoverzicht van het baten- lastenagentschap RIVM over 2017 (bedragen x € 1.000)

Omschrijving

Oorspronkelijk vastgestelde begroting (1)

Realisatie (2)

Verschil

  • (3) 
    = (2)-(1)
  • 1. 
    Rekening-courant RHB 1-1-2017 + stand depositorekeningen

57.226

49.718

  • - 
    7.508

Totaal ontvangsten operationele kasstroom (+)

350.400

354.392

3.992

Totaal uitgaven operationele kasstroom (-/-)

  • 347.211
  • 358.306
  • 11.085
  • 2. 
    Totaal operationele kasstroom

3.179

  • - 
    3.915
  • - 
    7.094

Totaal investeringen (-/-)

  • 3.600
  • 6.152
  • 2.552

Totaal boekwaarde desinvesteringen (+)

-

-

-

  • 3. 
    Totaal investeringsstroom
  • - 
    3.600
  • - 
    6.152
  • - 
    2.552

Eenmalige uitkering aan moederdepartement (-/-)

-

-

-

Eenmalige storting door moederdepartement (+)

-

-

-

Aflossing op leningen (-/-)

-

-

-

Beroep op leenfaciliteit (+)

-

-

-

  • 4. 
    Totaal financieringskasstroom

-

-

-

  • 5. 
    Rekening-courant RHB 31-12-2017 + stand depositorekeningen (=1+2+3+4), de maximale roodstand is € 0,5 miljoen.

56.805

39.651

  • - 
    17.154

Toelichting op het kasstroomoverzicht

Opgenomen zijn de standen van de rekeningcourant met de Rijkshoofdboekhouding van het Ministerie van Financiën.

Operationele kasstroom:

De operationele kasstroom wordt in basis verklaard door het negatieve resultaat 2017 van € 5,8 miljoen. Gecorrigeerd voor afschrijvingen en de mutatie van de voorzieningen, stijgt de operationele kasstroom met € 2,7 miljoen tot € 3,1 miljoen negatief. Daarnaast is er sprake van een mutatie van het werkkapitaal van € 0,8 miljoen waarmee de operationele kasstroom uitkomt op € 3,9 miljoen negatief. De operationele kasstroom bestaat voor € 354,4 miljoen uit ontvangsten en € 358,3 miljoen uit uitgaven.

Investeringskasstroom:

De investeringen van € 6,2 miljoen zijn ongeveer twee maal zo hoog als de investeringen opgenomen in de begroting. Het gaat hierbij vooral om investeringen op het gebied van ICT door toename van ICT activiteiten en investeringen ten behoeve van informatiebeveiliging.

Financieringskasstroom:

In 2017 hebben zich geen eenmalige stortingen of uitkeringen van of naar het moederdepartement voorgedaan. Er is in 2017 (conform voorgaande jaren) geen gebruik gemaakt van de leenfaciliteit. De gedane investeringen zijn betaald uit eigen beschikbare liquide middelen.

Doelmatigheidsindicatoren

Overzicht doelmatigheidsindicatoren per 31 december 2017 van de baten-lastendagentschap RIVM

Vastgestelde begroting

2014

2015

2016

2017

2017

Generiek

  • 1. 
    Tarieven/uur
  • Gewogen uurtarief in €

98,5

104,25

105,37

105,37

105,00

  • Ontwikkeling uurtarief (2015 = 100)

94,5

100

101,07

100,00

100,00

  • 2. 
    Aantal fte totaal (exclusief externe inhuur)

1.380

1.487

1.554

1.615

1.618

  • 3. 
    Saldo van baten en lasten (% van de baten)
  • 0,2%

1,7%

0,0%

  • 1,6%

0,0%

Specifiek

  • 1. 
    Liquiditeit (current ratio; norm: >1,5)

1,3

1,2

1,3

1,2

1,2

  • 2. 
    Solvabiliteit (debt ratio)

0,8

0,9

0,9

0,9

0,9

  • 3. 
    Rentabiliteit eigen vermogen
  • 10,2%

34,8%

1,2%

  • 48,9%

0,0%

  • 4. 
    Percentage externe inhuur t.o.v. totale personele kosten

13,5%

8,1%

7,3%

10,9%

9,0%

  • 5. 
    Percentage facturen betaald binnen 30 dagen

94,9%

93,4%

93,4%

94,2%

95,0%

  • 6. 
    Declarabiliteit % primair proces

63,4%

63,7%

64,2%

64,8%

65,0%

  • 7. 
    Fte overhead als % totaal aantal fte

19,3%

17,3%

16,8%

17,7%

20,0%

  • 8. 
    Ziekteverzuim

3,3%

3,4%

4,0%

4,1%

4,0%

  • 9. 
    % F-gesprekken gevoerd

76,2%

66,2%

72,0%

81,7%

80,0%

Toelichting doelmatigheidsindicatoren

Tarieven/uur

De uurtarieven worden jaarlijks vastgesteld door de eigenaar. Per 1 januari 2015 is het kostprijsmodel van het RIVM met goedkeuring van de eigenaar herzien. Dit heeft geleid tot aanpassing van de samenstelling van de uurtarieven. Hierbij is een onderscheid gemaakt naar een regulier uurtarief van toepassing voor alle medewerkers van het RIVM en een Basisfinanciering voor de Essentiële Infrastructuur van het RIVM (BEI). Door herijking van het tarief, dat voor 2015 was gesplitst in een basisuurtarief en een labuurtarief, zijn tarieven over de jaren heen niet één op één te vergelijken. Voor 2017 is in het Opdrachtgevers-Eigenaar-Beraad (2016) besloten om de tarieven 2017 niet te indexeren gezien de positieve resultaten van 2015.

Aantal fte totaal (exclusief inhuur externen)

De omvang van de personele bezetting per 31-12-2017 bedraagt 1.615 fte (inclusief AIO). Zie voor verklaring op dit punt de toelichting onder de lasten.

Saldo van baten en lasten (% van de baten)

De ontwikkeling van het procentuele saldo is een weergave van de realisatie zoals de afgelopen jaren in de jaarrekening gepresenteerd.

Liquiditeit/Solvabiliteit/Rentabiliteit

Voor wat betreft de doelmatigheidsindicatoren steunt het RIVM op de gangbare bedrijfseconomische indicatoren liquiditeit, solvabiliteit en de rentabiliteit van het eigen vermogen. De current ratio geeft aan in hoeverre de kortlopende schulden kunnen worden voldaan vanuit de kortlopende activa. Een waarde van boven de 1 wordt over het algemeen als gezond gekenmerkt. Het RIVM voldoet hieraan met een waarde van 1,2. De daling van het eigen vermogen in combinatie met een daling van het balanstotaal maakt dat het de debtratio t.o.v. 2016 niet substantieel wijzigt. De rentabiliteit van - 48,9% op het eigen vermogen is het gevolg van het negatieve resultaat dat in 2017 is gerealiseerd.

Percentage inhuur externen ten opzichte van de totale personele kosten

De totale inhuur externen bedroeg in 2017 € 15,1 miljoen, dit ligt hoger dan het niveau van 2016 (€ 9,0 miljoen). Vooral de inhuur van ICT gerelateerd personeel is sterk toegenomen, mede als gevolg van de toename van ICT activiteiten en de inspanningen op het gebied van informatiebeveiliging. Het inhuurpercentage over 2017 komt uit op 10,9%. In 2016 bedroeg het percentage 7,3%. De norm uit de begroting is 9,0%.

Percentage facturen betaald binnen 30 dagen

Het percentage facturen dat in 2017 is betaald binnen 30 dagen bedraagt 94,2% en ligt daarmee onder de norm/begroting van 95%. Het percentage is iets hoger dan in 2016.

Declarabiliteit % primair proces

De declarabiliteitsnorm van 65% is nagenoeg gehaald en ligt boven de realisaties van afgelopen jaren. Dit komt mede doordat t.o.v. 2016 meer medewerkers van het RIVM zijn gaan tijdschrijven en door het verkleinen van de werkvoorraad op de balans.

Fte overhead als % totaal aantal fte

Het percentage overhead uitgedrukt in fte is in 2017 gestegen van 16,8% in 2016 naar 17,7% in 2017. Daarmee ligt het percentage overhead wel ruim onder de intern gestelde norm van 20%. Dit komt doordat de afgelopen jaren het primair proces van het RIVM harder is gegroeid dan de bedrijfsvoering (onder andere door het aannemen van AIO’s).

Ziekteverzuim

Het % ziekteverzuim is in 2017 gestegen tot 4,1% en ligt daarmee boven de Verbaannorm van 4,0%. Het stijgende ziekteverzuim is een zorgpunt en heeft de volle aandacht van het management.

% F-gesprekken gevoerd

Het percentage F-gesprekken (gestarte en afgeronde gesprekscyclussen met medewerkers) dat is gevoerd in 2017 komt uit op 81,7% en ligt daarmee boven de norm/begroting van 80%.

SALDIBALANS

Saldibalans per 31 december 2017 van het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (XVI) (bedragen x € 1.000)

ACTIVA

31-12-2017

31-12-2016

PASSIVA

31-12-2017

31-12-2016

Intra-comptabele posten

1)

Uitgaven ten laste van de begroting

14.992.798

15.192.598

2)

Ontvangsten ten gunste van de begroting

867.420

1.011.280

3)

Liquide middelen

0

0

4)

Rekening-courant RHB

0

0

4a)

Rekening-courant RHB

14.109.845

14.168.416

5)

Rekening-courant RHB begrotingsreserve

5.000

0

5a)

Begrotingsreserves

5.000

0

6)

Vorderingen buiten begrotingsverband

199

233

7)

Schulden buiten begrotingsverband

15.732

13.135

8)

Kas-transverschillen

0

0

Subtotaal intra-comptabel

14.997.997

15.192.831

Subtotaal intra-comptabel

14.997.997

15.192.831

Extra-comptabele posten

9)

Openstaande rechten

0

0

9a)

Tegenrekening openstaande rechten

0

0

10)

Vorderingen

450.483

60.581

10a)

Tegenrekening vorderingen

450.483

60.581

11a)

Tegenrekening schulden

0

0

11

Schulden

0

0

12)

Voorschotten

9.463.266

4.010.842

12a)

Tegenrekening voorschotten

9.463.266

4.010.842

13a)

Tegenrekening garantieverplichtingen

371.073

433.105

13)

Garantieverplichtingen

371.073

433.105

14a)

Tegenrekening andere verplichtingen

9.299.106

8.904.082

14)

Andere verplichtingen

9.299.106

8.904.082

15)

Deelnemingen

0

0

15a)

Tegenrekening deelnemingen

0

0

Subtotaal extra-comptabel

19.583.928

13.408.610

Subtotaal extra-comptabel

19.583.928

13.408.610

Overall Totaal

34.581.925

28.601.441

Overall Totaal

34.581.925

28.601.441

Toelichting op de saldibalans

Het intracomptabele deel van de saldibalans (financiële posten 1 t/m 8) bevat het resultaat van de financiële transacties in de departementale administratie die een directe relatie hebben met de kasstromen. Deze kasstromen worden via de rekening-courant met het Ministerie van Financiën bijgehouden.

Het extracomptabele deel bevat het saldo van de overige rekeningen die met sluitrekeningen in evenwicht worden gehouden.

De cijfers in de saldibalans zijn vermeld in duizendtallen en afgerond naar boven. Hierdoor kunnen bij het subtotaal en het totaal afrondingsverschillen optreden.

ad 1 en 2) Uitgaven ten laste en -ontvangsten ten gunste van de begroting

Onder de post uitgaven en ontvangsten zijn de per saldo gerealiseerde begrotingsuitgaven en -ontvangsten opgenomen. Deze komen overeen met de totaalbedragen uit de verantwoordingsstaat en zijn reeds toegelicht in het beleidsverslag.

ad 3) Liquide middelen

De post liquide middelen is opgebouwd uit het saldo van de banken en de contante gelden.

Het Ministerie van VWS heeft geen contante gelden en geen saldo op haar bankrekeningen.

ad 4 en 4a) Rekening-courant Rijkshoofdboekhouding

Deze post geeft per saldo de financiële verhouding met de Rijkshoofdboekhouding weer. Het bedrag is per 31 december 2017 in overeenstemming met de opgave van de Rijkshoofdboekhouding.

ad 5 en 5a) Begrotingsreserves

Een begrotingsreserve is een meerjarige budgettaire voorziening die op een afzonderlijke rekening-courant bij het Ministerie van Financiën wordt aangehouden. Het gaat om een budgettaire voorziening of reserve binnen de Rijksbegroting. De reserve blijft meerjarig beschikbaar voor het doen van uitgaven in latere jaren. Voor de begrotingsreserve WFZ wordt een rekening-courant aangehouden bij het Ministerie van Financiën.

Naam begrotingsreserve (bedragen x € 1.000)

Saldo

Toevoegingen

Onttrekkingen

Saldo

Artikel

1-1-2017

2017

2017

31-12-2017

VWS begrotingsreserve WFZ

0

5.000

0

5.000

9

Totaal

0

5.000

0

5.000

Begrotingsreserve WFZ

In het kader van de verdere beperking van de risico’s rond de achterborgstelling van het Rijk bij het WFZ wordt er vanaf het jaar 2017 een begrotingsreserve aangelegd voor eventuele schade.

ad 6) Vorderingen buiten begrotingsverband

Deze post betreft het saldo van de vorderingen waarvan verrekening met derden nog zal plaatsvinden.

Vorderingen buiten begrotingsverband (bedragen x € 1.000)

Personeel

199

Totaal

199

ad 7) Schulden buiten begrotingsverband

Deze post betreft het saldo van de schulden waarvan verrekening met derden nog zal plaatsvinden.

Schulden buiten begrotingsverband (bedragen x € 1.000)

Afdracht belastingdienst

10.830

Afdracht ABP

4.483

Diversen

419

Totaal

15.732

ad 8) Kas-transverschillen

Op deze post worden bedragen opgenomen welke zijn verantwoord in de uitgaven en ontvangsten, maar nog niet daadwerkelijk per kas zijn uitgegeven en ontvangen. Het Ministerie van VWS heeft geen kas-transverschillen.

ad 9 en 9a) Openstaande rechten

Openstaande rechten zijn vorderingen die niet voortkomen uit met derden te verrekenen begrotingsuitgaven, maar die op andere wijze zijn ontstaan. Rechten kunnen ontstaan doordat conform wettelijke regelingen vastgestelde aanslagen aan derden worden opgelegd of op grond van doorberekening van de kosten van verleende diensten of geleverde goederen. Beiden doen zich bij het Ministerie van VWS niet voor.

ad 10 en 10a) Vorderingen

Vorderingen kunnen zijn voortgevloeid uit wettelijke heffingen, vorderingen van eerder gedane voorwaardelijke uitgaven en vorderingen uit verkoop of dienstverlening.

Vanaf verantwoordingsjaar 2017 worden de vorderingen met betrekking tot de zorgtoeslag niet meer opgenomen in de saldibalans van het Ministerie van Financiën maar verwerkt in de saldibalans van VWS (budgettair verantwoordelijke departement). Het totaal aan vorderingen zorgtoeslag bedraagt € 384,3 miljoen.

Openstaande vorderingen naar ontstaansjaar (exclusief zorgtoeslag) (bedragen x € 1.000)

t/m 2014

29.164

2015

411

2016

3.068

2017

33.503

Totaal

66.146

Het vorderingensaldo van € 66,1 miljoen bestaat uit:

    • vorderingen voor een bedrag van € 35,0 miljoen voornamelijk in verband met afgerekende subsidie-voorschotten;
    • vordering uit hoofde van een geëffectueerde aanspraak op een garantie van € 21,6 miljoen. Een civielrechtelijke procedure door de Landsadvocaat loopt, naar verwachting zal het grootste gedeelte van deze vordering niet te verhalen zijn;
    • vorderingen met betrekking tot het innen van opgelegde bestuurlijke boetes uit hoofde van de Warenwet, Drank- en Horecawet, Tabakswet van € 6,5 miljoen en Geneesmiddelenwet en Wet BIG van € 2,7 miljoen;
    • vorderingen op het ZiNL van € 0,3 miljoen in verband met de afwikkeling Algemene Kas ZFW.

Vorderingen naar ouderdom (zorgtoeslag) (bedragen x € 1.000)

Toeslagjaar

Openstaand 1-1-17

Bijstelling

Ingestelde vorderingen

Ontvangsten

Afboekingen

Openstaand 31-12-2017

t/m 2014

183.265

  • 457

19.008

103.175

5.354

93.287

2015

178.526

  • 3

110.879

194.101

3.309

91.992

2016

60.293

0

390.111

301.145

3.087

146.172

2017

0

0

138.626

85.181

558

52.887

2018

0

0

  • 1

0

0

  • 1

TOTAAL

422.084

  • - 
    460

658.623

683.602

12.308

384.337

Opeisbaarheid van de vorderingen (inclusief zorgtoeslag) (bedragen x € 1.000)

Direct opeisbaar

450.483

Op termijn opeisbaar

0

Totaal

450.483

ad 11 en 11a) Schulden

Schulden zijn voortgekomen uit ontvangsten ten gunste van de begroting. Het Ministerie van VWS heeft geen schulden.

ad 12 en 12a) Voorschotten

Onder de post voorschotten zijn per saldo de bedragen opgenomen die aan derden zijn betaald vooruitlopend op later definitief vast te stellen of af te rekenen bedragen.

Vanaf verantwoordingsjaar 2017 worden de voorschotten met betrekking tot de toeslagregeling zorgtoeslag niet meer opgenomen in de saldibalans van het Ministerie van Financiën, maar verwerkt in de saldibalans van VWS (budgettair verantwoordelijk departement). De uitgaven die hiermee samenhangen zijn verantwoord onder de post uitgaven van artikel 8.

In de onderstaande specificaties worden de openstaande voorschotten van het Ministerie verantwoord naar ouderdom, artikel en instrument.

Voorschotten naar ouderdom (exclusief zorgtoeslag) (bedragen x € 1.000)

Saldo 1-1-2017

Verstrekt

Afgerekend

Openstaand

31-12-2017

t/m 2014

1.125.583

0

919.636

205.947

2015

752.210

0

291.355

460.855

2016

2.133.049

0

1.188.416

944.633

2017

0

2.276.997

53.359

2.223.638

totaal

4.010.842

2.276.997

2.452.766

3.835.073

Voorschotten naar ouderdom (toeslagen) (bedragen x € 1.000)

Toeslagjaar

Saldo 1-1-2017

Verstrekt

Afgerekend

Openstaand

31-12-2017

t/m 2014

71.262

0

50.713

20.548

2015

387.458

0

315.092

72.366

2016

4.328.942

92.294

3.799.215

622.021

2017

417.527

4.058.627

0

4.476.154

2018

0

437.104

0

437.104

Totaal

5.205.189

4.588.025

4.165.020

5.628.193

De voorschotten van het toeslagjaar 2018 betreffen de eerste voorschottermijn, die in december 2017 is uitbetaald.

In de onderstaande tabel is het saldo van de openstaande voorschotten (inclusief zorgtoeslag) per instrument op artikelniveau groter dan € 50,0 miljoen weergegeven.

Openstaande voorschotten per instrument op artikelniveau (bedragen x € 1.000)

Art

Omschrijving

Instrument

31-12-2017

1

Volksgezondheid

Bijdragen aan agentschappen

322.483

Subsidies

387.624

2

Curatieve zorg

Bekostiging

72.229

Subsidies

281.927

3

Langdurige zorg en ondersteuning

Subsidies

181.590

Bijdragen aan ZBO’s/RWT’s

183.434

4

Zorgbreed beleid

Bekostiging

131.088

Bijdragen aan ZBO’s/RWT’s

534.140

Subsidies

222.800

5

Jeugd

Subsidies

190.786

6

Sport en bewegen

Subsidies

159.829

7

Oorlogsgetroffenen en Herinnering Wereldoorlog II

Inkomensoverdrachten

821.054

8

Tegemoetkoming specifieke kosten

Inkomensoverdrachten

5.670.166

Voorschotten groter dan € 100,0 miljoen zijn hieronder toegelicht:

Artikel 1 Volksgezondheid

De openstaande voorschotten op dit artikel hebben betrekking op subsidie aan het RIVM in het kader van bevolkingsonderzoek (€ 117,9 miljoen).

Artikel 3 Langdurige zorg en ondersteuning

De openstaande voorschotten hebben betrekking op subsidies algemene kwaliteit (€ 119,7 miljoen) en betrekking op trekkingsrechten pgb (€ 183,4 miljoen).

Artikel 4 Zorgbreed beleid

De openstaande voorschotten hebben betrekking op RCN (€ 121,7 miljoen) en betrekking op bijdrage aan ZonMw (€ 135,5 miljoen).

Artikel 7 Oorlogsgetroffenen en Herinnering Wereldoorlog II

De openstaande voorschotten op dit artikel hebben betrekking op de wetten Wereldoorlog II (€ 821,0 miljoen).

Artikel 8 Tegemoetkoming specifieke kosten

De openstaande voorschotten op dit artikel hebben grotendeels betrekking op zorgtoeslag (€ 5.628,2 miljoen)

ad 13 en 13a) Garantieverplichtingen

Onder deze post is het saldo van de garantieverplichtingen opgenomen. Een garantieverplichting wordt gezien als een voorwaardelijke financiële verplichting aan een derde, die pas tot uitbetaling komt als zich bij de wederpartij een bepaalde omstandigheid (realisatie van een risico) voordoet. Een verschil tussen een garantieverplichting en een andere verplichting is dat de hoofdsom van een garantie veelal niet of slechts gedeeltelijk tot uitbetaling zal komen.

In de onderstaande tabel is het verloop van de uitstaande garantieverplichtingen weergegeven. De uitstaande garantieverplichtingen worden in het beleidsverslag verder toegelicht.

Verloop van de uitstaande garantieverplichtingen (bedragen x € 1.000)

Stand per 1-1-2017

1.181.099

Aanpassing beginstand in verband met de doorlichting van de leninggegevens door het Waarborgfonds voor de Zorgsector

  • 20.846

Verleende garanties in het verslagjaar

-

Verleende garanties in het verslagjaar als gevolg van herfinanciering

4.683

Vervallen garanties in het verslagjaar

  • 41.168

Vervallen garanties in het verslagjaar als gevolg van herfinancieringen

  • 20.839

Stand per 31-12-2017

1.102.929

Het feitelijk risico van de garantieverplichtingen wordt gevormd door de som van de schuldrestanten van leningen die instellingen met een garantie hebben afgesloten. Het feitelijk risico - welke in de saldibalans tot uiting komt - is in de onderstaande tabel weergegeven.

Verloop van het feitelijk risico van de garantieverplichtingen op basis van de schuldrestant van de leningen (bedragen x €1.000)

Stand per 1-1-2017

433.105

Aanpassing beginstand in verband met de doorlichting van de leninggegevens door het Waarborgfonds voor de Zorgsector en correcties op voorgaande jaren die nog niet waren verwerkt.

  • 8.326

Stortingen in het verslagjaar (inclusief herfinancieringen)

4.683

Aflossingen in het verslagjaar (inclusief herfinancieringen)

  • 58.389

Stand per 31-12-2017

371.073

ad 14 en 14a) Andere verplichtingen

De post openstaande verplichtingen vormt het saldo van de aangegane verplichtingen, hierop verrichte betalingen en negatieve bijstellingen van in eerdere begrotingsjaren aangegane verplichtingen.

Verloop van de andere verplichtingen (bedragen x € 1.000)

Stand per 1 januari 2017

8.904.082

Aangegane verplichtingen1

15.387.822

Tot betaling gekomen verplichtingen

14.992.798

Stand per 31 december 2017

9.299.106

Noot 1

Door afrondingsverschillen is er een verschil tussen de verplichtingen in de Verantwoordingsstaat en de aangegane verplichtingen in deze tabel.

In de onderstaande tabel is het saldo van de openstaande verplichtingen per instrument op artikelniveau groter dan € 50,0 miljoen weergegeven.

Andere verplichtingen per instrument op artikelniveau (bedragen x € 1.000)

Art

Omschrijving

Instrument

31-12-2017

1

Volksgezondheid

Bijdragen aan agentschappen

315.419

Subsidies

270.280

2

Curatieve zorg

Subsidies

219.059

Bekostiging

3.184.699

3

Langdurige zorg en ondersteuning

Subsidies

140.494

Bijdragen aan ZBO’s/RWT’s

98.600

Bekostiging

3.582.900

4

Zorgbreed beleid

Bijdragen aan ZBO’s/RWT’s

788.924

Subsidies

179.599

6

Sport en bewegen

Subsidies

58.750

7

Oorlogsgetroffenen en Herinnering Wereldoorlog II

Inkomensoverdrachten

236.300

Er zijn in 2017 geen omvangrijke bijstellingen van aangegane verplichtingen geweest, hierbij is een grens gehanteerd van € 25 miljoen voor de beleidsartikelen en 10% voor het apparaatartikel met een minimum van € 1 miljoen.

Openstaande verplichtingen groter dan € 100,0 miljoen zijn hieronder toegelicht:

Artikel 2 Curatieve zorg

De openstaande verplichtingen op dit artikel hebben betrekking op Rijksbijdrage dempen premie t.g.v. HLZ (€ 451,0 miljoen) en betrekking op Rijksbijdrage 18- (€ 2.695,9 miljoen).

Artikel 3 Langdurige zorg en ondersteuning

De openstaande verplichtingen op dit artikel hebben betrekking op bijdrage kosten in kortingen (€ 3.582,9 miljoen).

Artikel 4 Zorgbreed beleid

De openstaande verplichtingen op dit artikel hebben grotendeels betrekking op de bijdrage aan ZonMw (€ 499,3 miljoen) en de bijdrage aan CAK (€ 117,5 miljoen).

Artikel 7 Oorlogsgetroffenen en Herinnering Wereldoorlog II

De openstaande verplichtingen op dit artikel hebben betrekking op de wetten Wereldoorlog II (€ 236,3 miljoen).

Algemene Kas van de ZFW

Verloopstaat (bedragen x € 1.000):

Saldo afwikkeling Algemene Kas ZFW per 31-12-2016

  • 3.100

(bestaat uit vorderingen € 1.100 en € 4.200 aan schulden)

Vorderingen:

Stand vorderingen per 31-12-2016

1.100

Ontvangen van internationale verdragspartners

  • 500

Ontvangen bijdrage Goodwillfonds voor huisartsen

  • 400

Opboeking op vorderingen op internationale verdragspartners wegens

door ZiNL in 2016 meer ontvangen bedragen dan geraamd

100

Stand vorderingen per 31-12-2017

300

Schulden:

Stand schulden per 31-12- 2016

4.200

Betaalde UWV-premies aan Zorginstituut Nederland (ZiNL)

  • 60

Door ZiNL in 2016 betaalde UWV-premies die VWS nog aan ZiNL moet betalen

60

Betaald aan voormalige ziekenfondsen (maximering reserves)

  • 2.000

Ontvangen van voormalige ziekenfondsen (maximering reserves)

1.200

Betaald aan Duitse Krankenkasse

  • 300

Betaald op schulden aan internationale verdragspartners

  • 1.100

Ontvangen van internationale verdragspartners

200

Afboeking op schulden aan internationale verdragspartners

  • 2.000

Door ZiNL in 2016 betaalde schulden aan internationale verdragspartners die VWS nog aan ZiNL moet betalen

100

Stand schulden per 31-12-2017

300

Per 31 december 2016 bedroeg het saldo van de schuld van het Ministerie van VWS aan het Zorginstituut Nederland (ZiNL) in verband met de afwikkeling van de Voormalige Algemene Kas Ziekenfondswet € 3,1 miljoen. Gedesaldeerd bestond dit saldo uit een bedrag van € 1,1 miljoen aan vorderingen en een bedrag van € 4,2 miljoen aan schulden.

In 2017 heeft VWS door het ZiNL in 2015 verrichte betalingen en verkregen ontvangsten afgerekend met ZiNL. Daarnaast zijn op basis van de verantwoording van de Voormalige Algemene Kas van ZiNL over het jaar 2016 (gedateerd 23 augustus 2017) de volgende aanpassingen in de vorderingen en schulden aangebracht.

Vorderingen (bedragen x € 1.000):

Opboeking op vorderingen van in 2016 door ZiNL ontvangen ontvangsten van internationale verdragspartners.

Deze moeten nog door VWS worden ontvangen

100

Schulden (bedragen x € 1.000):

Door ZiNL in 2016 betaalde UWV premies die VWS nog aan ZiNL moet betalen

60

Afboeking op schulden aan internationale verdragspartners

  • 2.000

Door ZiNL in 2016 betaalde schulden aan internationale verdragspartners die VWS nog aan ZiNL moet betalen

100

Niet uit de balans blijkende verplichtingen

Achterborg

Het Ministerie van VWS is achterborg voor het Waarborgfonds voor de Zorgsector (WFZ). Het totaal bedrag aan uitstaande verplichtingen is, volgens informatie van het WFZ, € 7.572,8 miljoen. Dit bedrag is de uitstaande restschuld per 2017.

VWS staat daadwerkelijk borg, indien het risicovermogen van het WFZ en de obligoverplichting van 3% van het restant geborgde leningen van de deelnemers tezamen een bedrag van € 508,6 miljoen niet voldoende is om het WFZ aan zijn verplichtingen jegens geldgevers te laten voldoen. Via renteloze leningen van VWS aan het WFZ wordt in die situatie invulling gegeven aan het borg staan.

De bovengenoemde gegevens zijn nog niet voorzien van een controleverklaring.

Garantie Ondernemingsfinanciering Cure

De tijdelijke regeling Garantie Ondernemingsfinanciering Curatieve Zorg (GO Cure) is in het kader van de kredietcrisis ingesteld om de bouw in de gezondheidszorg te stimuleren. Ziekenhuizen, categorale instellingen, geestelijke gezondheidszorg en zelfstandige behandelcentra hebben tot en met 2012 gebruik kunnen maken van de regeling. Bij de GO Cure heeft de overheid garanties verstrekt voor 50% van een nieuwe banklening vanaf € 1,5 tot € 50,0 miljoen, met een maximale looptijd van 8 jaar. Voor de gedeeltelijke garantie van de overheid betalen de banken een kostendekkende provisie aan de staat. Vanwege het beperkte beroep op de regeling is voor 2014 geen garantieplafond beschikbaar gesteld. De verstrekte garanties lopen af in 2020.

Per 31 december 2017 bedraagt de omvang van de verstrekte garanties € 23,3 miljoen.

Overzicht verstrekte garanties (bedragen x € 1.000)

Artikel

Omschrijving

Uitstaande garanties 2016

Verlenen 2017

Vervallen 2017

Uitstaande garanties 2017

Garantie plafond

Totaal plafond

Totaal stand risicovoorziening

GO Cure

24.526

0

1.212

23.314

0

0

0

Totaal

24.526

0

1.212

23.314

0

0

0

ad 15 en 15a) Deelnemingen

Onder de post deelnemingen zijn alle deelnemingen in besloten en naamloze vennootschappen en internationale instellingen opgenomen. Het Ministerie van VWS heeft geen deelnemingen.

WNT-VERANTWOORDING 2017 - MINISTERIE VAN VOLKSGEZONDHEID, WELZIJN EN SPORT

De Wet normering topinkomens (WNT) bepaalt dat de bezoldiging en eventuele ontslaguitkeringen van topfunctionarissen en gewezen topfunctionarissen in de publieke en semi-publieke sector op naamsniveau vermeld moeten worden in het financieel jaarverslag. Deze publicatieplicht geldt tevens voor topfunctionarissen die bij een WNT-instelling geen - al dan niet fictieve - dienstbetrekking hebben of hadden. Daarnaast moeten van niet topfunctionarissen de bezoldiging (zonder naamsvermelding) gepubliceerd worden indien deze het wettelijk maximum te boven gaan. Niet-topfunctionarissen zonder dienstverband vallen echter buiten de reikwijdte van de wet.

Voor dit departement heeft de publicatieplicht betrekking op onderstaande functionarissen. De bezoldigingsgegevens van de leden van de Top Management Groep zijn opgenomen in het jaarverslag van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. Het algemeen bezoldigingsmaximum bedraagt in 2017 € 181.000.

Op 1 juli 2017 is de Evaluatiewet WNT in werking getreden. De Evaluatiewet WNT regelt ondermeer dat de openbaarmakingsverplichtingen niet langer bij wet, maar in de nieuwe artikelen 5, 5a en 5b van Uitvoeringsregeling WNT zijn geregeld (Staatscourant 2017, nr. 23427). De openbaarmakingsverplichtingen zijn daarbij op enkele onderdelen vereenvoudigd. Model 3.70 voor de WNT-verantwoording 2017 sluit aan bij de nieuwe verplichtingen en is daarom ten opzichte van de WNT-verantwoording 2016 op enkele onderdelen gewijzigd.

Bezoldiging van (gewezen) topfunctionarissen

Naam (gewezen) topfunctionaris

Functie

Datum aanvang dienstverband (indien van toepasssing)

Datum einde dienstverband (indien van toepassing)

Dienstverband in fte (+ tussen haakjes omvang in 2016)

Op externe inhuur-basis (nee; <= 12 kalendermnd; > 12 kalendermnd)

Beloning plus onkostenvergoeding (belast) (+ tussen haakjes bedrag in 2016)

Voorzieningen t.b.v. beloningen betaalbaar op termijn (+ tussen haakjes bedrag 2016)

Totale bezoldiging in 2017 (+ tussen haakjes bedrag in 2016)

Individueel toepasselijk bezoldigingsmaximum

Motivering (indien overschrijding)

HR Hurts

directeur

1 (1)

nee

122.058,69 (123.323,84)

16.977,24 (14.919,72)

139.035,93 (138.243,56)

181.000,00

CA van Belkum

plv directeur

1,05 (1,11)

nee

120.705,35 (125.814,49)

16.928,44 (14.874,36)

137.633,79 (140.688,85)

181.000,00

OM Dekkers

lid

1-11-2017

0,16 (0)

nee

2.977,24 (0)

445,56 (0)

3.422,80 (0)

4.848,29

A de Boer

lid/voorzitter

1-8-2017

0,78 (0)

nee

37.534,95 (0)

5.405,35 (0)

42.940,30 (0)

59.010,96

H Boersma

lid

1-6-2017

0,16 (0)

nee

11.830,34 (0)

1.559,46 (0)

13.389,80 (0)

17.008,77

HJ Guchelaar

lid

0,16 (0,16)

nee

20.448,44 (7.810,30)

2.673,36 (976,05)

23.121,80 (8.786,35)

29.010,28

ML Bouvy

lid

0,16 (0,16)

nee

21.153,44 (13.389,48)

2.673,36 (1.561,68)

23.826,80 (14.951,16)

29.010,28

GS Sonke

lid

0,16 (0,16)

nee

22.093,44 (13.389,48)

2.673,36 (1.561,68)

24.766,80 (14.951,16)

29.010,28

VHM Deneer

lid

0,20 (0,16)

nee

27.520,88 (22.081,72)

3.692,82 (2.317,71)

31.213,70 (24.399,43)

36.702,78

C van Nieuwkoop

lid

0,16 (0,16)

nee

21.153,44 (20.201,72)

2.673,36 (2.317,71)

23.826,80 (22.519,43)

29.010,28

JML van Rensen

lid

0,29 (0,16)

nee

41.954,60 (21.376,72)

5.671,74 (2.371,71)

47.626,34 (23.694,43)

51.635,28

PA de Graeff

lid

0,44 (0,77)

nee

66.990,36 (106.139,62)

7.642,44 (11.500,46)

74.632,80 (117.640,08)

80.444,44

GMM Groothuis

lid

0,16 (0,16)

nee

21.153,44 (21.376,84)

0 (0)

21.153,44 (21.376,84)

29.010,28

FGM Russel

lid

0,16 (0,16)

nee

21.153,44 (20.906,84)

0 (0)

21.153,44 (20.906,84)

29.010,28

JMW Hazes

lid

0,16 (0,16)

nee

17.866,92 (17.620,20)

2.673,48 (2.322,51)

20.540,40 (19.942,71)

29.010,28

BJ van Zwieten - Boot

lid/vice voorzitter

0,53 (0,53)

nee

64.003,36 (63.426,08)

8.803,20 (7.644,69)

72.806,56 (71.070,77)

95.527,78

CFH Rosmalen

lid

29-7-2017

0,16 (0,16)

nee

12.628,28 (20.675,20)

1.537,96 (2.322,51)

14.166,24 (22.997,71)

16.611,36

AAM Franken

lid

1-8-2017

0,37 (0,37)

nee

26.500,07 (44.353,56)

3.613,54 (5.379,78)

30.113,61 (49.733,34)

39.043,66

HGM Leufkens

lid/voorzitter

1-8-2017

0,80 (0,80)

nee

79.018,71 (109.893,41)

8.095,22 (12.009,15)

87.113,93 (121.902,56)

84.103,01

2)

PAF Jansen

lid

0,40 (0,40)

nee

48.341,08 (47.960,60)

6.671,76 (5.793,90)

55.012,84 (53.754,50)

72.400,00

JA Land

lid

1-10-2017

0,11 (0,11)

ja; >12 maanden

14.378,60 (11.148,00)

0 (0)

14.378,60 (11.148,00)

14.932,50

JA Land

lid

1-10-2017

0,11 (0,11)

nee

3.096,00 (0)

463,32 (0)

3.559,00 (0)

5.069,00

M Boele Van Hensbroek

lid

1-4-2017

0,11 (0)

nee

9.992,73 (0)

1.389,96 (0)

11.382,69 (0)

15.152,21

JJ van Lanschot

lid

1-3-2017

0,11 (0)

nee

11.024,70 (0)

1.544,40 (0)

12.569,10 (0)

16.860,27

B Nuijen

lid

0,11 (0,11)

nee

12.383,64 (4.070,88)

1.853,28 (541,32)

14.236,92 (4.612,20)

20.111,11

JJM van Delden

lid

0,11 (0,11)

nee

12.383,64 (12.212,64)

1.853,28 (1.606,77)

14.236,92 (13.819,41)

20.111,11

JHF Falkenburg

lid

0,11 (0,11)

nee

12.383,64 (12.212,64)

1.853,28 (1.606,77)

14.236,92 (13.819,41)

20.111,11

JKL Denollet

lid

0,11 (0,11)

nee

12.383,64 (12.212,64)

1.853,28 (1.606,77)

14.236,92 (13.819,41)

20.111,11

FR Rosendaal

lid

0,11 (0,11)

nee

12.383,64 (12.212,64)

0 (0)

12.383,64 (12.212,64)

20.111,11

CGM Kallenberg

lid

1-3-2017

0,11 (0,11)

nee

2.063,94 (12.212,64)

0 (0)

2.063,94 (12.212,64)

3.250,84

CGM Kallenberg*) ***)

adviseur

JHLM van Bokhoven

lid

0,11 (0,11)

nee

12.383,64 (12.212,64)

0 (0)

12.383,64 (12.212,64)

20.111,11

CAJ Knibbe

lid/vice voorzitter

0,11 (0,11)

nee

12.383,64 (12.212,64)

0 (0)

12.383,64 (12.212,64)

20.111,11

SJE von Meyenfeldt

lid

0,11 (0,11)

nee

12.138,00 (11.970,36)

0 (0)

12.138,00 (11.970,36)

20.111,11

JCJ Dute

lid

0,11 (0,11)

nee

12.386,04 (12.215,04)

1.853,40 (1.610,37)

14.239,44 (13.825,41)

20.111,11

R de Groot

lid

1-4-2017

0,11 (0,11)

nee

3.566,51 (12.215,04)

463,35 (1.610,37)

4.029,86 (13.825,41)

4.958,90

C de Heer

algemeen secretaris

1 (1)

nee

108.774,34 (105.971,66)

16.514,88 (13.734,75)

125.289,22 (119.706,41)

181.000,00

JMA van Gerven

voorzitter

1 (0,59)

ja; >12 maanden

192.152,00 (99.563,16)

0 (0)

192.152,00 (99.563,16)

198.083,33

AL Francke

lid

0,11 (0,11)

ja; >12 maanden

4.830,12 (11.148,00)

0 (0)

4.830,12 (11.148,00)

19.910,00

GAPJM Rongen

lid

15-6-2017

0,11 (0)

ja; < 12 maanden

8.768,27 (0)

0 (0)

8.768,27 (0)

18.205,00

WG Ista***) 1)

lid

R Bos*)

middenmanager

1 (1)

nee

101.846,20 (98.523,28)

16.128,24 (13.992,87)

117.974,50 (112.516,20)

181.000,00

JT van Dissel*)

directeur

1 (1)

nee

168.565,72 (166.111,52)

18.211,44 (15.925,68)

186.777,16 (182.037,20)

181.000,00

Arbeidsmarktoverweging

AAW Kalis*)

project-/programmadirecteur

1,06 (1,06)

nee

140.768,20 (138.737,18)

17.417,28 (15.273,84)

158.185,48 (154.011,10)

181.000,00

    • Gewezen topfunctionarissen zijn gemarkeerd met *)
    • Topfunctionarissen met een bezoldiging van € 1.700 of minder zijn gemarkeerd met ***)
    • 1) Betaling beloning 2017 vindt in 2018 plaats.
    • 2) De bezoldiging ligt € 3.011 hoger dan de toepasselijke WNT-norm als gevolg van uitbetaling van niet-opgenomen vakantiedagen bij einde benoemingsperiode en de algemene salarisverhoging met terugwerkende kracht vanaf 1 januari 2017 (€ 976). De waarde van de uitbetaalde vakantiedagen kan worden toegerekend aan 2016 (€ 2.172). Na toerekening aan 2016 waarin de rechten zijn ontstaan en de salarisverhoging die valt onder het overgangsrecht, wordt het bezoldigingsmaximum voor de WNT niet overschreden.

Bezoldiging van niet-topfunctionarissen boven het WNT-maximum

Naam instelling

Functie

Datum aanvang dienstverband (indien van toepassing)

Datum einde dienstverband (indien van toepassing)

Omvang dienstverband (fte) (+tussen haakjes omvang in 2016)

Beloning plus onkostenvergoedingen (belast) (+tussen haakjes omvang in 2016)

Voorzieningen t.b.v. beloningen betaalbaar op termijn (+tussen haakjes omvang in 2016)

Totale bezoldiging in 2017 (+tussen haakjes omvang in 2016)

Individueel toepasselijk drempelbedrag

Motivering

PD-ALt

Senior adviseur

1 (1)

253.359,78 (96.306,95)

14.334,12 (12.728,43)

267.693,90 (109.035,38)

181.000,00

Afkoop opgebouwde rechten

Er zijn in 2017 geen ontslaguitkeringen betaald die op grond van de WNT dienen te worden gerapporteerd.

In 2016 is een drietal gewezen topfunctionarissen ten onrechte niet op het WNT-overzicht vermeld. Oorzaak hiervan is de interpretatie van het begrip gewezen topfunctionaris. Betreffende functionarissen (R. Bos, J.T. van Dissel en A.A.W. Kalis) zijn in het WNT-overzicht 2017 gecorrigeerd. De totale bezoldiging van twee gewezen topfunctionarissen heeft in 2016 niet het individueel toepasselijk bezoldigingsmaximum overschreden. Één gewezen topfunctionaris (JT van Dissel) heeft in 2016 wel het individueel toepasselijk bezoldigingsmaximum overschreden, echter dit heeft niet geleid tot een onverschuldigde betaling omdat de bezoldiging van een gewezen topfunctionaris niet is genormeerd.

  • D. 
    FINANCIEEL BEELD ZORG JAARVERSLAG 2017
  • 1. 
    Inleiding

Het Financieel Beeld Zorg (FBZ) geeft een integraal beeld van de ontwikkeling van de uitgaven en ontvangsten onder het Budgettair Kader Zorg (BKZ). Dit hoofdstuk geeft op hoofdlijnen een toelichting op de financiële cijfers en de voorlopige realisatie over het jaar 2017.

Het FBZ bestaat uit de volgende onderdelen:

    • 1. 
      Inleiding
    • 2. 
      Zorguitgaven in vogelvlucht

    2.1. Financieel beeld op hoofdlijnen

    2.2. Actualisering van de intensiveringen en maatregelen uit de begroting 2017

    2.3. Ontwikkeling van het BKZ en de netto-BKZ-uitgaven 2017

    2.4. Verticale ontwikkeling van de BKZ-uitgaven en -ontvangsten

    • 3. 
      Uitgaven Budgettair Kader Zorg

    3.1. Zorgverzekeringwet (Zvw)

    3.1.1. Verticale ontwikkeling van de Zvw-uitgaven en -ontvangsten

    3.1.2. Zorgakkoorden

    3.2. Wet langdurige zorg (Wlz), Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (Wmo 2015) en Jeugdwet

    3.2.1. Verticale ontwikkeling van de Wlz-, Wmo 2015- en Jeugdwet-uitgaven en -ontvangsten

    3.3. Begrotingsgefinancierde BKZ-uitgaven

    • 4. 
      Financiering van de zorguitgaven

    4.1. De financiering van de zorguitgaven in 2017

    4.2. Ontvangsten, uitgaven en vermogens van de zorgfondsen (Zvw en Wlz)

    4.3. Ontwikkeling premies voor Zvw en Wlz

    4.4. Wat heeft de gemiddelde burger in 2017 aan zorg betaald?

    • 5. 
      Meerjarige ontwikkeling van de BKZ-uitgaven en -ontvangsten

    5.1. Ontwikkeling van de BKZ-uitgaven en -ontvangsten 2007-2017

    5.2. Horizontale ontwikkeling van de zorguitgaven 2013-2017

    • 6. 
      Verdieping Financieel Beeld Zorg

    6.1. Verdieping in de BKZ-deelsectoren

    6.1.1. Zorgverzekeringswet (Zvw)

    6.1.2. Wet langdurige zorg (Wlz)

Wijzigingen in het Financieel Beeld Zorg

Het FBZ in het jaarverslag 2017 heeft ten opzichte van het jaarverslag 2016 een aantal aanpassingen ondergaan:

    • • 
      Aan paragraaf 2.2 is aan de actualisering van de maatregelen een actualisering van de intensiveringen uit de begroting toegevoegd.
    • • 
      Aan paragraaf 4.2 is een passage met een tabel (tabel 14) toegevoegd over de ontwikkeling van het vermogen van het AFBZ.
    • • 
      Aan paragraaf 4.3 is een passage en een tabel (tabel 16) toegevoegd over de lasten van burgers en werkgevers naar aanleiding van de toezegging in de reactie op het rapport van de Commissie Transparantie en Tijdigheid.

Het Budgettair Kader Zorg (BKZ)

De BKZ-uitgaven bestaan voornamelijk uit de zorguitgaven op grond van de Zorgverzekeringswet (Zvw) en de Wet langdurige zorg (Wlz). Daarnaast wordt een deel van de begrotingsuitgaven VWS toegerekend aan het BKZ. Tot deze categorie hoort een deel van de uitgaven aan de zorgopleidingen, de uitgaven van de Wet tegemoetkoming chronisch zieken en gehandicapten (Wtcg), de uitgaven voor zorg, welzijn en jeugdzorg op Caribisch Nederland, de subsidie(regelingen) overgang integrale tarieven medisch-specialistische zorg, abortusklinieken, NIPT en kwaliteit, transparantie en patientveiligheid. Deze uitgaven worden op de VWS-begroting verantwoord. Tot slot zijn er BKZ-uitgaven die via andere begrotingshoofdstukken beschikbaar komen. Het gaat hierbij om de middelen die via het gemeentefonds worden uitgekeerd aan gemeenten voor uitgaven in het kader van de Wmo 2015 en de Jeugdwet.

Tabel 1 toont de bruto BKZ-uitgaven en BKZ-ontvangsten.

Tabel 1 Samenstelling van de bruto BKZ-uitgaven en -ontvangsten naar financieringsbron (bedragen x € 1 miljard)1

Omschrijving

2017

Bruto BKZ-uitgaven stand jaarverslag 2017

73,0

Premiegefinancierd

65,7

waarvan Zvw

45,4

waarvan Wlz

20,4

Begrotingsgefinancierd

7,3

waarvan Wmo 2015 en Jeugdwet

6,8

waarvan overig begrotingsgefinancierd2

0,5

BKZ-ontvangsten stand jaarverslag 2017

5,0

waarvan eigen betalingen Zvw

3,2

waarvan eigen bijdrage Wlz

1,8

Netto BKZ-uitgaven stand jaarverslag 2017

68,0

Bron: VWS op basis van gegevens Zorginstituut over (voorlopige) financieringslasten Zvw en Wlz en NZa-gegevens over de productieafspraken en (voorlopige) realisaties.

Noot 1

Als gevolg van afronding kan de som der delen afwijken van het totaal.

Noot 2

Onder de post «overig begrotingsgefinancierd» vallen een deel van de uitgaven aan zorgopleidingen, Wtcg, zorg Caribisch Nederland, de subsidie(regelingen) overgang integrale tarieven medisch-specialistische zorg, abortusklinieken, NIPT, kwaliteit en transparantie en patiëntveiligheid en loon- en prijsbijstelling.

Figuur 1: Bruto BKZ-uitgaven als aandeel in de totale BKZ-uitgaven

  • 2. 
    Zorguitgaven in vogelvlucht

2.1. Financieel beeld op hoofdlijnen

Meer en betere zorg tegen beheersbare kosten. Dat was één van de belangrijkste opgaven van het vorige kabinet. De afgelopen jaren is de zorg ingrijpend hervormd om mensen meer maatwerk en betere zorg te bieden en tegelijkertijd de zorg betaalbaar te houden. Dat is gelukt. Na jaren van overschrijdingen, is de groei van de netto Zorguitgaven de afgelopen jaren gelijk opgegaan met de economische groei.

Dat is ook te zien in onderstaande figuur (figuur 2). De trendmatige groei van de zorguitgaven is vanaf 2012 fors omgebogen. De nominale uitgavengroei in de periode 2006-2012 bedroeg nog circa 6,3%; tussen 2012 en 2017 is de groei teruggebracht tot circa 1,1%. Een deel van deze omslag is het gevolg van economische omstandigheden. Maar ook de reële groei van de zorguitgaven, gecorrigeerd voor de minder sterke stijging van lonen en prijzen, is fors teruggebracht. Deze bedroeg in de periode 2006-2012 5,0%, en is in de afgelopen kabinetsperiode (2012-2017) teruggebracht tot 0,5%, een niveau onder de gemiddelde economische groei in die periode van 1,6%.

In paragraaf 5.2 is een nadere analyse opgenomen over de horizontale ontwikkeling van de zorguitgaven van 1996 tot en met 2017.

Figuur 2: Ontwikkeling van de netto BKZ-uitgaven 2006-2017

In dit jaarverslag 2017 kan net als in de jaren 2013 tot en met 2016 een onderschrijding van het Budgettair Kader Zorg worden gemeld. In de begroting 2017 werd reeds uitgegaan van een kaderonderschrijding van € 1,4 miljard. Deze is op basis van actuele inzichten opgelopen tot € 2,6 miljard. De oploop van de kaderonderschrijding met € 1,2 miljard is het saldo van € 0,6 miljard lagere zorguitgaven (die meer dan volledig voor rekening van de Zvw komen; de Wlz-uitgaven en de begrotingsgefinancierde zorguitgaven zijn juist hoger uitgekomen) en een opwaartse bijstelling van het kader van € 0,6 miljard ten opzichte van de ontwerpbegroting 2017.

Overigens zijn de Uitgavenplafonds (de vroegere kaders) voor de periode 2018-2021, bij de start van het kabinet-Rutte III vastgesteld op basis van op dat moment meest actuele uitgavenramingen. Daarom zullen de onder- of overschrijdingen de komende jaren fors kleiner zijn dan voor 2017 het geval was.

De inspanningen die door het vorige kabinet zijn gedaan om te komen tot uitgavenbeheersing willen we verder doorzetten. Wij zetten ons in voor de beheersing van de zorguitgaven in deze kabinetsperiode, onder andere via de hoofdlijnakkoorden in de curatieve zorg.

De houdbaarheid van en solidariteit in de zorg is echter een vraagstuk van de lange adem en vraagt om aanvullende beleidsmatige antwoorden. Zeker ook om toekomstige generaties niet met een te hoge zorgrekening op te zadelen. De netto-zorguitgaven stijgen naar verwachting in reële termen de komende jaren met circa 4% per jaar, circa tweemaal zo veel als de economische groei van 2%. Betaalbaarheid zal daarom een belangrijk aspect blijven bij de uitdaging om te borgen dat mensen de goede zorg op het juiste moment op de juist plek krijgen.

2.2. Actualisering van de intensiveringen en maatregelen uit de begroting 2017

In onderstaande tabel zijn de intensiveringen en maatregelen (exclusief overhevelingen) opgenomen die zijn aangekondigd in de begroting 2017. In de toelichting onder de tabel staat per intensivering en maatregel de stand van zaken. Daartoe zijn in de eerste kolom de geraamde bedragen vermeld zoals deze zijn opgenomen in de begroting 2017. De tweede kolom geeft een actualisering van deze bedragen. Daar waar de bedragen ongewijzigd zijn, is er geen aanpassing geweest van de omvang van de beleidsmaatregel: deze zijn daarom niet opgenomen in onderstaande tabel. Daar waar de realisatie afwijkt van de begrotingsstand is er sprake van het (deels) terugdraaien, wijzigen of uitstellen van een maatregel, of van een verwacht besparingsverlies. Het is niet altijd mogelijk om van elke intensivering en maatregel in de zorg een exacte realisatie te geven. De reden daarvoor is dat tal van ontwikkelingen van invloed zijn op de hoogte van de zorguitgaven, waaronder vraagfactoren (toe- of afname van het zorggebruik), aanbodfactoren (zoals substitutie-effecten) en prijsontwikkelingen8. Deze ontwikkelingen zijn op macroniveau niet nauwkeurig van elkaar te onderscheiden en te kwantificeren. De actualisering van maatregelen uit eerdere begrotingen van deze kabinetsperiode zijn terug te vinden in de jaarverslagen van 2013-2016.

Tabel 2 Intensiveringen en maatregelen die zijn aangekondigd in de begroting 2017 (bedragen x € 1 miljoen)

Begroting

Actualisering

2017

2017

Zorgverzekeringswet (Zvw)

1

Migratieproblematiek

76,5

<76,5

2

Verwarde personen

30,0

<30,0

Totaal Zvw-uitgaven

106,5

Wet langdurige zorg (Wlz)

3

Hogere toestroom pgb

122,0

<122,0

4

Overheveling ZiN naar pgb

  • 96,0

<-96,0

Totaal Wlz-uitgaven

26,0

Bron: VWS op basis van gegevens Zorginstituut over (voorlopige) financieringslasten Zvw en Wlz en NZa-gegevens over de productieafspraken en (voorlopige) realisaties.

Toelichting:

ZORGVERZEKERINGSWET (Zvw)

Migratieproblematiek

Bij het opstellen van de VWS-begroting 2017 werd rekening gehouden met een verhoogde instroom van vluchtelingen tot 58.000 in 2016. Als gevolg daarvan waren middelen gereserveerd voor extra uitgaven op verschillende sectoren. Hoeveel extra zorguitgaven er voor deze groep zijn gemaakt is niet exact aan te geven; zorguitgaven voor statushouders worden immers niet apart geregistreerd. Uiteindelijk is de instroom lager uitgevallen dan waar in de begroting van uit werd gegaan. Het is daarom aannemelijk dat er minder kosten gemaakt zijn voor deze groep.

Verwarde personen

In oktober 2016 is als vervolg op het aanjaagteam het schakelteam voor personen met verward gedrag begonnen. Met de verbeteracties is in 2016 op beperkte schaal begonnen en in 2017 is dit stevig voortgezet. Er is een landelijk dekkend netwerk gerealiseerd van regionale implementatieteams personen met verward gedrag. In totaal zijn er nu 23 regio’s, waarin gemeenten, zorgverzekeraars, politie, ggz, GGD, ambulancezorg en cliëntorganisaties met elkaar samenwerken. Vaak met als basis bestuurlijke afspraken tussen de belangrijkste partijen. Dat er veel gebeurt, blijkt ook uit de 87 subsidies die ZonMw in één jaar aan alle regio’s heeft verstrekt ter ondersteuning van initiatieven op één of meer van de bouwstenen van het schakelteam. Van de subsidieregeling voor onverzekerde verwarde personen is in 2017 slechts beperkt gebruik gemaakt, enerzijds vanwege beperkingen die op een laat moment in de regeling zijn opgenomen en anderzijds vanwege de latere invoering. Voor de regeling in 2018 zijn een aantal aanpassingen gedaan om de uitvoering beter te laten verlopen.

WET LANGDURIGE ZORG (Wlz)

Hogere toestroom pgb

Bij de totstandkoming van de begroting 2017 is rekening gehouden met een hogere toestroom van cliënten in het pgb dan uiteindelijk feitelijk over heel 2017 is gerealiseerd. Na verwerking van de actualisatiecijfers voor het jaarverslag van de NZa vindt bij het pgb een neerwaartse bijstelling en bij de zorg in natura een opwaartse bijstelling plaats.

Overheveling ZiN naar pgb

Zie bovenstaande toelichting bij «Hogere toestroom pgb».

2.3. Ontwikkeling van het Budgettair Kader Zorg en de netto-BKZ-uitgaven 2017

In het Budgettair Kader Zorg (BKZ) is aan het begin van de vorige kabinetsperiode de genormeerde ontwikkeling van de collectieve zorguitgaven vastgelegd. Gedurende de kabinetsperiode is het kader aangepast voor de jaarlijkse prijsstijging. Hiervoor wordt de CPB-raming van de prijsindex van de nationale bestedingen (pNB) gebruikt.

Het BKZ is bij de start van het kabinet-Rutte/Asscher voor de periode 2013-2017 vastgesteld bij Startnota (TK 33 400, nr. 18). Na de Startnota zijn de uitgavenkaders herijkt en is de stand ontwerpbegroting 2014 (TK 33 750 XVI, nr. 1 en 33 750 XVI, nr. 2) als uitgangspunt genomen.

Tabel 3 laat de ontwikkeling van het BKZ en de netto BKZ-uitgaven zien vanaf de stand ontwerpbegroting 2017.

Tabel 3 Ontwikkeling van het BKZ en de netto BKZ-uitgaven 2017 (bedragen x € 1 miljoen)1

2017

BKZ stand ontwerpbegroting 2017

69.951

Prijs nationale bestedingen (pNB)

604

IJklijnmutaties

  • 55

Technische correctie eigen bijdragen Wmo

50

Bijstelling BKZ

599

BKZ stand jaarverslag 2017

70.550

Netto BKZ-uitgaven stand jaarverslag 2017

67.986

Onderschrijding BKZ

  • - 
    2.563

Bron: VWS op basis van gegevens Zorginstituut over (voorlopige) financieringslasten Zvw en Wlz en NZa-gegevens over de productieafspraken en (voorlopige) realisaties.

Noot 1

Als gevolg van afronding kan de som der delen afwijken van het totaal.

Het BKZ is ten opzichte van de stand ontwerpbegroting 2017 met € 0,6 miljard verhoogd.

Dit als gevolg van nominale ontwikkelingen (een opwaartse bijstelling van de prijs Nationale Bestedingen volgend uit het Centraal Economisch Plan van het CPB) met € 0,6 miljard. Daarnaast is het BKZ met € 0,1 miljard neerwaarts bijgesteld als gevolg van enkele overhevelingen die hebben plaatsgevonden van het BKZ naar de VWS-begroting (behorend tot het kader Rijksbegroting) en met € 0,1 miljard opwaarts bijgesteld als gevolg van een technische correctie eigen bijdragen Wmo. Omdat de zorguitgaven lager zijn uitgekomen dan verwacht is voor 2017 sprake van een onderschrijding van het BKZ met € 2,6 miljard.

In de paragrafen 3.1.1, 3.2.1 en 3.3 is de ontwikkeling van de BKZ-uitgaven en -ontvangsten per financieringsbron verder toegelicht.

Tabel 4 geeft een overzicht van de kadertoetsing van het BKZ vanaf de stand ontwerpbegroting 2017.

Tabel 4 Kadertoets Budgettair Kader Zorg 2017 (bedragen x € 1 miljoen; -/- is saldoverbeterend)

2017

Kadertoets BKZ ontwerpbegroting 2017

  • - 
    1.407

Bijstelling 1e suppletoire begroting 2017

  • 304

Kadertoets BKZ 1e suppletoire begroting 2017

  • - 
    1.711

Bijstelling ontwerpbegroting 2018

  • 14

Kadertoets BKZ ontwerpbegroting 2018

  • - 
    1.725

Bijstelling 2e suppletoire begroting 2017

  • 714

Kadertoets BKZ 2e suppletoire begroting 2017

  • - 
    2.439

Bijstelling jaarverslag 2017

  • 124

Kadertoets BKZ jaarverslag 2017

  • - 
    2.563

Bron: VWS op basis van gegevens Zorginstituut over (voorlopige) financieringslasten Zvw en Wlz en NZa-gegevens over de productieafspraken en (voorlopige) realisaties.

Sinds de stand ontwerpbegroting 2017 is het kader onderschreden met circa € 2,6 miljard. Van deze € 2,6 miljard is een deel (€ 2,4 miljard) reeds in eerdere budgettaire nota’s gemeld. Ten opzichte van de stand tweede suppletoire begroting 2017 is er sprake van een toename van de onderschrijding met € 0,1 miljard.

2.4. Verticale ontwikkeling van de BKZ-uitgaven en -ontvangsten

Tabel 5 laat vanaf de stand ontwerpbegroting 2017 de verticale ontwikkeling van de BKZ-uitgaven en -ontvangsten op hoofdlijnen zien. De verdere verdieping van de verticale ontwikkeling staat in paragraaf 3 en paragraaf 6.

Tabel 5 Verticale ontwikkeling van de BKZ-uitgaven en -ontvangsten (bedragen x € 1 miljoen)

2017

Netto BKZ-uitgaven ontwerpbegroting 2017

68.543,7

Bijstelling in de netto-Zvw-uitgaven

  • 1.079,3

Bijstelling in de netto-Wlz-uitgaven

311,4

Bijstelling in de netto-begrotingsgefinancierde BKZ-uitgaven

210,6

Totaal bijstelling

  • - 
    557,3

Netto BKZ-uitgaven jaarverslag 2017

67.986,4

Bron: VWS op basis van gegevens Zorginstituut over (voorlopige) financieringslasten Zvw en Wlz en NZa-gegevens over de productieafspraken en (voorlopige) realisaties.

Toelichting

Ten opzichte van de stand ontwerpbegroting 2017 nemen de netto BKZ-uitgaven af met circa € 0,6 miljard. De daling van de netto BKZ-uitgaven is het saldo van de daling van de netto Zvw-uitgaven met circa € 1,1 miljard, een stijging van de Wlz-uitgaven met circa € 0,3 miljard en een stijging van de begrotingsgefinancierde BKZ-uitgaven met circa € 0,2 miljard.

In paragraaf 3 wordt de ontwikkeling van de BKZ-uitgaven en -ontvangsten per financieringsbron verder toegelicht.

  • 3. 
    Uitgaven Budgettair Kader Zorg

3.1. Zorgverzekeringwet (Zvw) 3.1.1. Verticale ontwikkeling van de Zvw-uitgaven en -ontvangsten

De verticale toelichting bevat een cijfermatig overzicht van de budgettaire veranderingen die zich hebben voorgedaan sinds de ontwerpbegroting 2017. Voor een meer gedetailleerde toelichting op de veranderingen wordt verwezen naar de verdiepingsparagraaf 6.

De verticale toelichting onderscheidt drie categorieën bijstellingen:

    • • 
      Autonoom: voornamelijk mutaties als gevolg van de actualisering van de zorguitgaven op basis van de meest recente cijfers van het Zorginstituut en de NZa en de bijstellingen op basis van de actuele macro-economische inzichten van het Centraal Planbureau (CPB).
    • • 
      Beleidsmatig: mutaties als gevolg van politieke prioriteitstelling.
    • • 
      Technisch: overhevelingen tussen financieringsbronnen/domeinen of tussen sectoren binnen hetzelfde financieringsbron/domein en de zogenaamde financieringsmutaties.

Tabel 6 laat vanaf de stand ontwerpbegroting 2017 de verticale ontwikkeling van de Zvw-uitgaven en -ontvangsten zien.

Tabel 6 Verticale ontwikkeling van de Zvw-uitgaven en -ontvangsten (bedragen x € 1 miljoen)

2017

Zvw-uitgaven ontwerpbegroting 2017

46.456,2

Autonoom

  • - 
    923,2

Actualisering zorguitgaven (zie tabel 6A)

  • 883,4

Nominale ontwikkeling

  • 8,1

Ophoging kader eerstelijns verblijf

13,3

Grensoverschrijdende zorg

  • 45,0

Beleidsmatig

  • - 
    8,6

Nominaal en onverdeeld Zvw

  • 105,3

Besparingsverlies werelddekking

45,0

Flankerend beleid zorgakkoorden 2018

64,8

Overige beleidsmatige bijstellingen

  • 13,0

Technisch

  • - 
    147,5

Correctie quasi-Wlz-indiceerbaren

  • 144,0

Overige technische bijstellingen

  • 3,5

Totaal bijstellingen

  • - 
    1.079,3

Bruto Zvw-uitgaven jaarverslag 2017

45.376,9

Zvw-ontvangsten ontwerpbegroting 2017

3.187,1

Totaal bijstellingen

0,0

Zvw-ontvangsten jaarverslag 2017

3.187,1

Netto Zvw-uitgaven ontwerpbegroting 2017

43.269,0

Totaal bijstellingen in de netto Zvw-uitgaven

  • - 
    1.079,3

Netto Zvw-uitgaven jaarverslag 2017

42.189,7

Bron: VWS op basis van gegevens Zorginstituut over (voorlopige) financieringslasten Zvw en Wlz en NZa-gegevens over de productieafspraken en (voorlopige) realisaties.

Uitgaven

Autonoom

Tabel 6A Actualisering Zvw-uitgaven (bedragen x € 1 miljoen)

Stand

begroting

Bijstellingen

Stand jaarverslag

2018

2017

2017

Eerstelijnszorg

22,4

  • 164,0
  • 141,6

Tweedelijnszorg

6,5

217,5

224,0

Genees- en hulpmiddelen

  • 60,0
  • 354,2
  • 414,1

Ziekenvervoer

  • 9,1
  • 41,6
  • 50,7

Wijkverpleging

0,0

  • 101,9
  • 101,9

Geneeskundige geestelijke gezondheidszorg

0,0

  • 307,3
  • 307,3

Grensoverschrijdende zorg

  • 106,4

14,7

  • 91,7

Totaal bijstellingen

  • - 
    146,6
  • - 
    736,8
  • - 
    883,4

Bron: VWS op basis van gegevens Zorginstituut over (voorlopige) financieringslasten Zvw en Wlz en NZa-gegevens over de productieafspraken en (voorlopige) realisaties.

In tabel 6A is het onderdeel «Actualisering Zvw-uitgaven» uit tabel 6 uitgesplitst. De actualisering van de zorguitgaven vindt plaats op basis van voorlopige realisatiegegevens 2017 van het Zorginstituut en de NZa. Een belangrijk deel van deze bijstellingen is reeds toegelicht in eerdere budgettaire stukken. Voor de toelichting op de eerste suppletoire begroting 2017 (TK 34 730 XVI, nr. 1), de ontwerpbegroting 2018 (TK 34 775 XVI, nr. 1) en de tweede suppletoire begroting 2017 (TK 34 550 XVI, nr. 1) wordt verwezen naar de betreffende publicaties.

Vooruitlopend op de verwerking van bovenstaande realisatiecijfers is in de tweede suppletoire begroting 2017 een onderschrijding van € 700 miljoen gerapporteerd op basis van voorlopige gegevens over 2017. Ten opzichte daarvan vindt er in dit jaarverslag een beperkte bijstelling van de Zvw-uitgaven plaats van € 37 miljoen.

De bijstellingen die na de tweede suppletoire begroting 2017 hebben plaatsgevonden worden in de verdiepingsparagraaf per deelsector verder toegelicht.

Nominale ontwikkeling

De raming van de loon- en prijsbijstelling is aangepast op basis van actuele macro-economische inzichten van het Centraal Planbureau (CPB).

Ophoging kader eerstelijns verblijf

Het budget voor eerstelijns verblijf is vanaf 2017 structureel verhoogd in verband met de veronderstelde doorwerking van de groei van het beroep hierop in 2016.

Grensoverschrijdende zorg

Ruimte in dit kader is ingezet om het besparingsverlies als gevolg van het vervallen van de maatregel afschaffen werelddekking te dekken.

Beleidsmatig

Nominaal en onverdeeld Zvw

Een deel van de gereserveerde middelen op deze post blijkt niet nodig te zijn en valt daarom vrij. Het gaat om niet-toegedeelde middelen voor nominale bijstellingen en niet-benodigde groeiruimte Zvw, alsmede het restant van eerder gereserveerde middelen voor migratieproblematiek en een deel van de gereserveerde middelen voor voorwaardelijke toelating.

Besparingsverlies werelddekking

Het vorige kabinet heeft besloten om de maatregel afschaffen werelddekking niet door te voeren, omdat de onderliggende wet na behandeling in de Tweede Kamer (in juni 2016) complex en onuitvoerbaar zou worden. Het bijbehorende besparingsverlies is gedekt door de beschikbare ruimte binnen het kader grensoverschrijdende zorg.

Flankerend beleid zorgakkoorden 2018

Het vorige kabinet heeft voor 2018 bestuurlijke afspraken gemaakt met een aantal sectoren binnen de Zvw. Om deze afspraken tot stand te brengen heeft het kabinet in 2017 € 65 miljoen vrijgemaakt voor een aantal gerichte intensiveringen, zoals het versterken van het eerstelijns verblijf.

Technisch

Correctie quasi-Wlz-indiceerbaren

Bij de hervorming van de langdurige zorg per 1 januari 2015 zijn de middelen van de AWBZ verdeeld over de Wlz, Wmo, Jeugdwet en Zvw. Bij deze verdeling was geen rekening gehouden met het feit dat een deel van de circa 500.000 cliënten met een extramurale indicatie toch een Wlz-profiel heeft en alsnog zorg via de Wlz ontvangt (de zogenaamde quasi-Wlz-indiceerbaren). Het gaat om circa 12.000 cliënten waarvoor de benodigde middelen aanvankelijk waren toegedeeld aan de Zvw. Deze zogenaamde startstreepcorrectie is vanaf 2017 verwerkt in de beschikbare kaders Zvw en Wlz. Een soortgelijke correctie heeft plaatsgevonden voor het gemeentelijk domein.

3.1.2. Zorgakkoorden

In de afgelopen jaren zijn met betrokken partijen in de medisch-specialistische zorg (MSZ), de geneeskundige ggz, de huisartsenzorg en de wijkverpleging akkoorden gesloten of anderszins afspraken gemaakt. In die akkoorden en afspraken zijn ook budgettaire afspraken opgenomen over een gematigde, maximaal toegestane groei. Aangezien de akkoorden eind 2017 afliepen, heeft het vorige kabinet medio 2017 voor het jaar 2018 transitieafspraken gemaakt.

De realisatie van de financiële afspraken voor de ggz en huisartsen laat vanaf de start onderschrijdingen zien. Voor de MSZ is na overschrijdingen in 2012 en 2013 sprake van onderschrijdingen in 2014 en 2015 en een relatief beperkte overschrijding in 2016 en een (voorlopig) hogere overschrijding in 2017. De wijkverpleging vertoont onderschrijdingen in 2015, 2016 en 2017. De voorlopige resultaten weerspiegelen in het algemeen de werking van de gesloten zorgakkoorden, waarbij de zorgverzekeraars en zorgaanbieders erin zijn geslaagd de zorgkosten te beteugelen door onder meer een strikt inkoopbeleid te handhaven. Specifiek voor de MSZ hingen de overschrijdingen in 2012 en 2013 samen met de verrekenbedragen uit het transitiemodel bij de overgang naar prestatiebekostiging. Bij de ggz zijn de substitutie naar de POH-ggz en de verschuiving van de specialistische ggz naar de generalistische basis-ggz mogelijke verklaringen. Bij de huisartsenzorg is de POH-ggz sterk gegroeid, terwijl de groei bij de abonnementsvergoedingen beperkt is gebleven. De meeste groei zit in de ketenzorg, de multidisciplinaire zorgverlening (MDZ). De kaders voor huisartsen en MDZ worden in samenhang bezien.

In deze paragraaf wordt voor bovengenoemde sectoren nadere informatie gegeven over de (voorlopig) gerealiseerde uitgaven in de afgelopen jaren.

Tabel 7A1 Actueel beeld financiële resultaten zorgakkoorden instellingen voor medisch-specialistische zorg 2012-2014 (bedragen x € 1 miljoen)1

2012

2013

2014

Hoofdlijnenakkoord (prijspeil 2011)

16.801

17.221

17.550

Bijstellingen mbi-kader bij ontwerpbegroting 2012

Correctie aandeel medisch specialisten in loondienst

  • 97
  • 99

Bijstellingen mbi-kader bij ontwerpbegroting 2013

Nieuw middel tegen melanoom

5

25

25

Beschikbaarheidbijdragen

  • 71
  • 71
  • 71

Loon- en prijsbijstelling (tranche 2012)

390

391

402

Darmkankerscreening

15

35

IVF

  • 13
  • 13

Toetsing rechtmatigheid Zvw

  • 47

Overheveling dure geneesmiddelen

215

238

Overheveling Fonds Ziekenhuisopleidingen (FZO)

  • 20
  • 20

Bijstellingen mbi-kader bij ontwerpbegroting 2014

Overheveling beschikbaarheidbijdrage kapitaallasten academische zorg

  • 26
  • 43

Overheveling trombosediensten

  • 56
  • 57

Loon- en prijsbijstelling (tranche 2013)

408

424

Overheveling fertiliteitshormonen

21

Overheveling injectiemateriaal groei- en fertiliteitshormonen

3

Overheveling vacuumpompen

1

Aanpassing groeiruimte 2014 o.b.v. Onderhandelaarsresultaat MSZ 2014-2017

  • 180

Bijstellingen mbi-kader bij ontwerpbegroting 2015

Overheveling fertiliteitshormonen (Triptoreline)

4

Loon- en prijsbijstelling (tranche 2014)

293

Overheveling lucrin

4

Overheveling stemprothesen

1

Bijstellingen mbi-kader bij ontwerpbegroting 2016

Voorwaardelijke toelating geneeskundige zorg

3

AWBZ-financiering (verkeerde bed)

14

14

Actuele stand kader Hoofdlijnenakkoord 2012-2015 resp. Onderhandelaarsresultaat 2014-2017

17.028

18.004

18.588

VWS jaarverslag 20172

17.590

18.490

18.396

Actueel beeld (totaal)

562

487

  • 192

Waarvan transitiebedrag

481

397

42

Actueel beeld (exclusief transitiebedragen)

81

90

  • 234

Actualisering jaarverslag 2013

600

300

-

Actualisering jaarverslag 2014

  • 88

292

-

Actualisering begroting 2016

15

-

-

Actualisering jaarverslag 2015

28

  • 173
  • 56

Actualisering begroting 2017

7

69

  • 9

Actualisering jaarverslag 2016

-

  • 2
  • 98

Actualisering begroting 2018

-

-

  • 29

Totaal

562

487

  • 192

Noot 1

Als gevolg van afronding kan de som van de delen afwijken van het totaal.

Noot 2

Het beschikbare bedrag zoals hierboven gepresenteerd betreft het mbi-kader en kan afwijken van het bedrag op de sector in de verdiepingsbijlage. Dit komt doordat sommige zorgkosten geen onderdeel uitmaken van het mbi-kader, terwijl de uitgaven wel binnen de sector vallen. Anderzijds vallen de AWBZ-gefinancierde uitgaven (verkeerde bed) onder het mbi-kader, maar behoren ze niet tot de Zvw-sector medisch-specialistische zorg.

Toelichting

Bij de instellingen voor medisch-specialistische zorg is in 2012 en 2013 een overschrijding geconstateerd van circa 3,3% respectievelijk circa 2,7% (€ 562 miljoen respectievelijk € 487 miljoen) ten opzichte van het afgesproken kader. Deze overschrijdingen zijn inclusief de verrekenbedragen uit het transitiemodel die totaal € 481 miljoen in 2012 bedragen en € 397 miljoen in 2013. Met de sector is afgesproken dat de besluitvorming over de overschrijdingen 2012 en 2013 wordt gebaseerd op de overschrijding exclusief de verrekenbedragen. Gecorrigeerd voor deze verrekenbedragen bedroegen de overschrijdingen op het moment van mbi-afrekening € 70 miljoen (2012, stand maart 2015) en € 29 miljoen (2013, stand maart 2016). Over de overschrijdingen 2012 en 2013 heeft definitieve besluitvorming plaatsgevonden. Zoals aangegeven in de brief aan de NZa van 31 maart 2015 (TK 29 248, nr. 282) is in verband met de overschrijding in 2012 eenmalig € 70 miljoen in mindering gebracht op het beschikbare macrokader 2016. In verband met de overschrijding in 2013 is eenmalig € 29 miljoen in mindering gebracht op het beschikbare macrokader 2017; zie de brief aan de NZa van 29 april 2016 (Kamerstuk 2016D18344). De cijfers over 2014 laten een onderschrijding van € 192 miljoen zien. In 2017 is geconcludeerd dat inzet van het mbi derhalve niet aan de orde is; zie de brief aan de NZa van 13 april 2017 (Kamerstuk 2017Z05039).

Tabel 7A2 Actueel beeld financiële resultaten zorgakkoorden medisch-specialistische zorg 2015-2017 (bedragen x € 1 miljoen)1

2015

2016

2017

Onderhandelaarsresultaat MSZ 2014-2017 (prijspeil 2013)

20.553

20.675

20.677

Aansluiting MBI-kader met ontwerpbegroting 2015

Overheveling injectiemateriaal groei- en fertiliteitshormonen

3

3

3

Overheveling vacuümpompen

1

1

1

Technisch/afronding

  • 1

0

  • 1

Bijstellingen mbi-kader bij ontwerpbegroting 2015

Loon- en prijsbijstelling (tranche 2014)

367

368

370

Overheveling tandheelkundige specialistische zorg

70

71

71

Overheveling fertiliteitshormonen

4

4

4

Overheveling lucrin

7

7

7

Overheveling stemprothesen

1

1

1

Overheveling oncolytica

25

26

26

Overheveling ruxolitinib

8

Technische verkorting dbc-doorlooptijd

  • 669

Patiëntenparticipatie

3

3

3

Voorwaardelijke toelating geneeskundige zorg

3

3

3

Niet-gerealiseerde besparing doelmatig voorschrijven

  • 10

Overheveling reservering transitie integrale tarieven

  • 50
  • 50
  • 50

Bijstellingen mbi-kader bij ontwerpbegroting 2016

Loon- en prijsbijstelling (tranche 2015)

15

16

16

Darmkankerscreening

25

25

25

Voorwaardelijke toelating geneeskundige zorg

5

7

Niet-gerealiseerde besparing doelmatig voorschrijven

  • 3
  • 10

Overheveling ruxolitinib

8

Correctie overhevelingen 2015 (siklos en lanvis)

0

1

1

VNG-deal 2015

  • 12
  • 12

Bijstellingen mbi-kader bij ontwerpbegroting 2017

Loon- en prijsbijstelling (tranche 2016)

245

245

Overheveling middelen migrantenproblematiek

12

38

Overboeking middelen voor substitutie

  • 25
  • 25

Oefentherapie bij claudicatio intermittens (etalagebenen)

  • 10

Plastische chirurgie

15

Invulling stringent pakketbeheer MSZ

  • 125

Overheveling resterende middelen integrale tarieven

75

Besluitvorming overschrijdingen MSZ 2012 en 2013

  • 70
  • 29

Niet-gerealiseerde besparing doelmatig voorschrijven

  • 1
  • 10

Overheveling ruxolitinib

8

Bijstellingen mbi-kader bij ontwerpbegroting 2018

Subsidieregeling overgang integrale tarieven

19

Loon- en prijsbijstelling (tranche 2017)

310

Lagere korting niet gerealiseerde besparing doelmatig voorschrijven

8

Overheveling i.v.m. verlenging subsidieregeling integrale tarieven

  • 3

Bevolkingsonderzoek baarmoederhalskanker

9

Aansluiting begroting - mbi-kader

Kwaliteitsgelden (niet relevant voor de zorginkoop c.q. mbi-kader)

  • 16
  • 16
  • 16

AWBZ-financiering (verkeerde bed)

14

14

14

Actuele stand Hoofdlijnenakkoord 2012-2015 resp. Onderhandelaarsresultaat 2014-2017

20.352

21.324

21.659

VWS jaarverslag 20172

19.965

21.451

21.951

Actueel beeld

  • 387

126

292

Actualisering jaarverslag 2016

  • 312

52

-

Actualisering begroting 2018

  • 10

33

-

Actualisering jaarverslag 2017

  • 64

42

292

Totaal

  • 387

126

292

Noot 1

Als gevolg van afronding kan de som van de delen afwijken van het totaal.

Noot 2

Het beschikbare bedrag zoals hierboven gepresenteerd betreft het mbi-kader en kan afwijken van het bedrag op de sector in de verdiepingsbijlage. Dit komt doordat sommige zorgkosten geen onderdeel uitmaken van het mbi-kader, terwijl de uitgaven wel binnen de sector vallen. Anderzijds vallen de Wlz-gefinancierde uitgaven (verkeerde bed) onder het mbi-kader, maar behoren ze niet tot de Zvw-sector medisch-specialistische zorg.

Toelichting

Vanaf 2015 vallen de instellingen voor medisch-specialistische zorg onder de sector medisch-specialistische zorg, tezamen met de vrijgevestigde medisch specialisten en de tandheelkundige specialistische zorg. Het voorlopige beeld voor 2015 is een onderschrijding van bijna € 387 miljoen. Het voorlopige beeld voor 2016 is een overschrijding van ruim € 126 miljoen. Het zeer voorlopige beeld voor 2017 laat een overschrijding van ruim € 292 miljoen zien.

Tabel 7B Actueel beeld financiële resultaten zorgakkoorden vrijgevestigde medisch specialisten 2012-2014 (bedragen x € 1 miljoen)1

2012

2013

2014

Actueel kader beheersmodel VMS

2.030

2.103

2.211

Gerealiseerd omzetplafond begroting 2017

1.998

2.013

2.081

Actueel beeld

  • 32
  • 90
  • 130

Noot 1

Als gevolg van afronding kan de som van de delen afwijken van het totaal.

Toelichting

Er zijn geen wijzigingen ten opzichte van jaarverslag 2016. Voor de afspraken met de vrijgevestigde medisch specialisten over budgettaire beheersing in het kader van het beheersmodel zijn de omzetcijfers van de NZa leidend. De definitieve vaststelling door de NZa laat zien dat de totale omzet van de vrijgevestigde medisch specialisten onder het afgesproken plafond zat: € 32 miljoen in 2012, € 90 miljoen in 2013 en € 130 miljoen in 2014. In de verdiepingsbijlage wordt de actualisatie bij de vrijgevestigde medisch specialisten verwerkt conform schadelastcijfers van het Zorginstituut. Vanaf 2015 vallen de vrijgevestigde medisch specialisten onder de sector medisch-specialistische zorg.

Tabel 7C Actueel beeld financiële resultaten zorgakkoorden geneeskundige geestelijke gezondheidszorg 2013-2017 (bedragen x € 1 miljoen)1

2013

2014

2015

2016

2017

Kader conform Bestuurlijk akkoord 2012

4.130

4.233

4.233

4.233

4.233

Loon- en prijsbijstelling (tranche 2013)

107

107

107

107

107

Beleidsregel overheveling AWBZ/Wlz naar Zvw

24

9

9

9

9

Bijstelling groei naar 1,5%

  • 41
  • 41
  • 41
  • 41

Groeiruimte

43

86

130

Aandeel wijkverpleging

  • 5
  • 9
  • 22

Kader conform Bestuurlijk akkoord 2013

4.261

4.307

4.345

4.385

4.416

Loon- en prijsbijstelling (dyslexie)

1

1

1

1

1

Loon- en prijsbijstelling (tranche 2014-2017)

77

82

141

202

Beleidsregel overheveling AWBZ/Wlz naar Zvw

10

37

37

34

37

Overheveling jeugd-ggz en langdurige ggz

  • 346
  • 901
  • 798
  • 747

Overige mutaties2

0

  • 27
  • 41

Actueel kader Bestuurlijk akkoord 2013

4.271

4.076

3.565

3.736

3.867

VWS jaarverslag 2017

4.010

3.733

3.245

3.431

3.560

Actueel beeld onderschrijding

  • 261
  • 344
  • 320
  • 305
  • 307

Actualisering jaarverslag 2014

  • 47

-

-

-

-

Actualisering begroting 2016

  • 18

-

-

-

-

Actualisering jaarverslag 2015

  • 137
  • 290

-

-

-

Actualisering begroting 2017

  • 59
  • 44

-

-

-

Actualisering jaarverslag 2016

  • 82
  • 277
  • 288

-

Actualisering begroting 2018

73

  • 5
  • 6

-

Actualisering jaarverslag 2017

  • 38
  • 11
  • 307

Totaal

  • 261
  • 344
  • 320
  • 305
  • 307

Noot 1

Als gevolg van afronding kan de som van de delen afwijken van het totaal.

Noot 2

Voor 2016 betreft dit een schuif van kwaliteitsmiddelen naar de VWS-begroting (- € 2,5 miljoen), bijdrage aan stringent pakketbeheer (- € 25 miljoen) en een overheveling vanuit forensische ggz (+ € 1 miljoen). Voor 2017 betreft dit een schuif van kwaliteitsmiddelen naar de VWS-begroting (- € 7,5 miljoen), bijdrage aan stringent pakketbeheer (- € 25 miljoen) en een substitutieschuif van ggz naar huisartsenzorg (- € 8,3 miljoen).

Toelichting

Bij de geneeskundige geestelijke gezondheidszorg is al langere tijd te zien dat de uitgaven ruim binnen de afgesproken budgettaire kaders blijven. De cijfers van het Zorginstituut laten zien dat de onderschrijding over 2015 met € 38 verder is opgelopen naar € 320 miljoen. Over 2016 en 2017 komen de onderschrijdingen uit op € 305 respectievelijk € 307 miljoen. De onderschrijding over 2017 is nog onzeker; het bedrag is grotendeels gebaseerd op bijschattingen. Gezien het beeld van de voorgaande jaren wordt een onderschrijding in deze orde van grootte wel aannemelijk geacht.

Tabel 7D Actueel beeld financiële resultaten zorgakkoorden huisartsen en multidisciplinaire zorgverlening 2013-2017 (bedragen x € 1 miljoen)1

2013

2014

2015

2016

2017

Kader conform Convenant / Bestuurlijk Akkoord Eerste lijn2

2.394

2.947

3.029

3.103

3.180

Loon- en prijsbijstelling (tranche 2013)

43

Loon- en prijsbijstelling (tranche 2014)

80

83

85

87

Loon- en prijsbijstelling (tranche 2015)

29

30

30

Loon- en prijsbijstelling (tranche 2016)

9

9

Loon- en prijsbijstelling (tranche 2017)

77

Overige mutaties

12

  • 10

14

22

Actueel kader Convenant / Onderhandelaarsresultaat

2.449

3.027

3.131

3.241

3.407

VWS jaarverslag 2017

2.365

3.003

3.022

3.171

3.299

Actueel beeld

  • 83
  • 23
  • 108
  • 70
  • 108

Actualisering jaarverslag 2013

  • 52

-

-

Actualisering VWS begroting 2015

  • 3

-

-

Actualisering jaarverslag 2014

  • 12
  • 26

-

Actualisering VWS begroting 2016

  • 10

3

-

Actualisering jaarverslag 2015

  • 8

9

  • 73

Actualisering begroting 2017

  • 0
  • 1
  • 6

Actualisering jaarverslag 2016

2

  • 23
  • 67

Actualisering begroting 2018

  • 9

2

2

Actualisering jaarverslag 2017

  • 7
  • 5
  • 108

Totaal

  • 83
  • 24
  • 108
  • 70
  • 108

Noot 1

Als gevolg van afronding kan de som van de delen afwijken van het totaal.

Noot 2

In beide akkoorden zijn geen budgettaire kaders in miljoenen euro’s opgenomen. De afspraken uit de akkoorden zijn opgenomen in de ontwerpbegroting 2013, respectievelijk 2014.

Toelichting

In het jaar van het Convenant Huisartsenzorg (2013) zijn de uitgaven binnen het afgesproken kader voor 2013 gebleven: op basis van actuele cijfers van het Zorginstituut is in dat jaar sprake van een onderschrijding van € 83 miljoen. Het Bestuurlijk Akkoord Eerste lijn voor 2014-2017 betreft zowel de huisartsenzorg als de multidisciplinaire zorgverlening. Op basis van actuele gegevens van het Zorginstituut is per saldo sprake van een onderschrijding van respectievelijk € 24 miljoen (2014), € 108 miljoen (2015), € 70 miljoen (2016) en € 108 miljoen (2017).

Tabel 7E Actueel beeld financieel resultaat zorgakkoord 2015-2017 wijkverpleging (bedragen x € 1 miljoen)1

2015

2016

2017

Kader conform Onderhandelaarsresultaat transitie verpleging en verzorging (wijkverpleging)

3.079

3.336

3.589

Loon- en prijsbijstelling (tranche 2015)

4

4

5

Loon- en prijsbijstelling (tranche 2016)

47

50

Loon- en prijsbijstelling (tranche 2017)

50

Herverdeling extramuralisering n.a.v. actualisering 2014

84

6

  • 32

Overige mutaties

39

  • 137

Actueel kader Onderhandelaarsresultaat

3.167

3.432

3.525

VWS jaarverslag 2017

3.114

3.210

3.423

Actueel beeld

  • 53
  • 221
  • 102

Actualisering jaarverslag 2015

38

Actualisering begroting 2017

  • 24

Actualisering jaarverslag 2016

  • 63
  • 194

Actualisering begroting 2018

  • 4
  • 3

Actualisering jaarverslag 2017

0

  • 24
  • 102

Totaal

  • 53
  • 221
  • 102

Noot 1

Als gevolg van afronding kan de som van de delen afwijken van het totaal.

Toelichting

Op basis van de actuele voorlopige realisatiecijfers van het Zorginstituut over de jaren 2015-2017 wordt een onderschrijding van respectievelijk € 53 miljoen, € 221 miljoen en € 102 miljoen verwacht.

In onderstaande figuur is een actueel beeld opgenomen van de financiële resultaten van de zorgakkoorden die met de verschillende sectoren zijn afgesproken. Een negatief percentage betekent dat de totale uitgaven in de betreffende sector onder het afgesproken financiële kader uitkomen. Uit dit overzicht blijkt dat de financiële afspraken in de akkoorden de afgelopen jaren zijn gerealiseerd. De akkoorden hebben bijgedragen aan de beheerste ontwikkeling van de zorguitgaven. Voor de instellingen van medisch-specialistische zorg geldt dat in 2012 en 2013 sprake was van een overschrijding die mede het gevolg was van incidentele transitiekosten samenhangend met de invoering van de nieuwe prestatiebekostiging. De jaren 2016 en 2017 zijn voor de sectoren MSZ en ggz nog zeer voorlopig, maar zijn ter indicatie wel opgenomen in de grafiek. De ggz, huisartsenzorg/MDZ en de wijkverpleging laten over alle jaren een onderschrijding zien.

Figuur 3: Actueel beeld van de financiële resultaten van de zorgakkoorden1

Bedragen x € 1 miljoen

1 Bij de berekening van de percentages is het bedrag van de onder- of overschrijding (de regel «actueel beeld» in de tabellen) afgezet tegen het bedrag van de actuele stand van het kader op basis van het betreffende akkoord

3.2. Wet langdurige zorg (Wlz), Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (Wmo 2015) en Jeugdwet 3.2.1. Verticale ontwikkeling van de Wlz-, Wmo 2015- en Jeugwet-uitgaven en -ontvangsten

De verticale toelichting bevat een cijfermatig overzicht van de budgettaire veranderingen die zich hebben voorgedaan sinds de ontwerpbegroting 2017. Voor een meer gedetailleerde toelichting op de veranderingen wordt verwezen naar de verdiepingsparagraaf 6.

De verticale toelichting onderscheidt drie categorieën bijstellingen:

    • • 
      Autonoom: voornamelijk mutaties als gevolg van de actualisering van de zorguitgaven op basis van de meest recente cijfers van het Zorginstituut en de NZa en de bijstellingen op basis van de actuele macro-economische inzichten van het Centraal Planbureau (CPB).
    • • 
      Beleidsmatig: mutaties als gevolg van politieke prioriteitstelling.
    • • 
      Technisch: overhevelingen tussen financieringsbronnen/domeinen of tussen sectoren binnen hetzelfde financieringsbron/domein en de zogenaamde financieringsmutaties.

Tabel 8 laat vanaf de stand ontwerpbegroting 2017 de verticale ontwikkeling van de Wlz-uitgaven en -ontvangsten zien.

Tabel 8 Verticale ontwikkeling van de Wlz-uitgaven en -ontvangsten (bedragen x € 1 miljoen)

2017

Wlz-uitgaven ontwerpbegroting 2017

20.024,0

Autonoom

22,3

Actualisering zorguitgaven (zie tabel 8A)

  • 26,8

Nominale ontwikkeling

31,1

Uitvoeringsproblematiek Wlz-recht volledig pakket

176,0

Loon- en prijsbijstelling 2017 Wmo en Jeugdwet

  • 132,1

Onderuitputting Zorg in Natura

  • 26,0

Beleidsmatig

158,8

Nominaal en onverdeeld Wlz

  • 15,4

Kwaliteit verpleegzorg (incidenteel)

100,0

Kwaliteitskader Verpleeghuiszorg (structureel)

100,0

Transitie- en uitvoeringskosten kwaliteitskader

5,0

Arbeidsmarktagenda kwaliteitskader

  • 5,0

Compensatie in verband met de coulancegroep ggz-B

  • 18,0

Overig beleidsmatige bijstellingen

  • 7,8

Technisch

148,3

Correctie quasi-Wlz-indiceerbaren

144,0

Overige technische bijstellingen

4,3

Totaal bijstellingen

329,4

Bruto Wlz-uitgaven jaarverslag 2017

20.353,3

Wlz-ontvangsten ontwerpbegroting 2017

1.815,3

Autonoom

32,0

Actualisering ontvangsten

32,0

Beleidsmatig

  • - 
    14,1

Derving EB vanwege overheveling ELV naar Zvw

  • 9,6

Derving EB vanwege verlaging EB bij MPT

  • 4,5

Totaal bijstellingen

17,9

Wlz-ontvangsten jaarverslag 2017

1.833,2

Netto Wlz-uitgaven ontwerpbegroting 2017

18.208,7

Totaal bijstellingen in de netto Wlz-uitgaven

311,4

Netto Wlz-uitgaven jaarverslag 2017

18.520,1

Bron: VWS op basis van gegevens Zorginstituut over (voorlopige) financieringslasten Zvw en Wlz en NZa-gegevens over de productieafspraken en (voorlopige) realisaties.

Uitgaven

Autonoom

Tabel 8A Actualisering Wlz-uitgaven (bedragen x € 1 miljoen)

Stand begroting

Bijstellingen

Stand jaarverslag

2018

2017

2017

Binnen contracteerruimte

0,0

247,9

247,9

Ouderenzorg

  • 79,0

80,6

1,5

Gehandicaptenzorg

31,2

144,9

176,1

Langdurige ggz

  • 55,4
  • 37,3
  • 92,7

Volledig pakket thuis

59,3

51,2

110,5

Extramurale zorg

  • 135,3
  • 24,8
  • 160,1

Overige binnen contracteerruimte

179,3

33,3

212,6

Persoonsgebonden budgetten

0,0

  • - 
    238,6
  • - 
    238,6

Buiten contracteerruimte

59,8

  • - 
    95,9
  • - 
    36,0

Kapitaallasten

50,0

20,2

70,2

Beheerskosten

  • 4,8

0,1

  • 4,7

Overige buiten contracteerruimte

14,6

1,8

16,4

Nominaal en onverdeeld

0,0

  • 118,0
  • 118,0

Totaal bijstellingen

59,8

  • - 
    86,6
  • - 
    26,8

Bron: VWS op basis van gegevens Zorginstituut over (voorlopige) financieringslasten Zvw en Wlz en NZa-gegevens over de productieafspraken en (voorlopige) realisaties.

In tabel 8A is het onderdeel «Actualisering Wlz-uitgaven» uit tabel 8 uitgesplitst. De actualisering van de zorguitgaven vindt plaats op basis van voorlopige realisatiegegevens 2017 van het Zorginstituut en de NZa. Een deel van deze bijstellingen is reeds toegelicht in eerdere budgettaire stukken. Voor de toelichting op de eerste suppletoire begroting 2017 (TK 34 730 XVI, nr. 1), de ontwerpbegroting 2018 (TK 34 775 XVI, nr. 1) en de tweede suppletoire begroting 2017 (TK 34 550 XVI, nr. 1) wordt verwezen naar de betreffende publicaties. De bijstellingen die na de tweede suppletoire begroting 2017 hebben plaatsgevonden worden in het verdiepingshoofdstuk per deelsector verder toegelicht.

Nominale ontwikkeling

De raming van de loon- en prijsbijstelling is aangepast op basis van actuele macro-economische inzichten van het Centraal Planbureau (CPB).

Uitvoeringsproblematiek Wlz-recht volledig pakket

Een aantal cliënten in de Wlz heeft nog een indicatie zonder dagbesteding en vervoer en huishoudelijke hulp. Daarnaast kunnen circa 10.000 Wlz-indiceerbaren die voor onbepaalde tijd toegang hebben gekregen tot de Wlz aanspraak maken op een volledig ZZP. Een groot deel van hen kan op basis van het zorgprofiel meer zorg aanvragen dan zij op grond van hun huidige extramurale indicatie hebben. De kosten voor deze extra zorg - door zowel bestaande als nieuwe cliënten - hebben het beschikbare kader 2017 voor de Wlz belast.

Loon- en prijsbijstelling 2017 Wmo en Jeugdwet

De tranche 2017 van de vergoeding voor loon- en prijsontwikkeling is toegevoegd aan de budgetten voor de Wmo en Jeugdwet.

Onderuitputting Zorg in Natura

De raming van de uitgaven aan Zorg in natura 2017 is neerwaarts bijgesteld. Dit is ten opzichte van de verwachte onderuitputting van 1,0% die reeds in de begroting 2017 was verwerkt.

Beleidsmatig

Nominaal en onverdeeld Wlz

Er is sprake van een beperkte vrijval van middelen op de post nominaal en onverdeeld Wlz.

Kwaliteit verpleegzorg (incidenteel)

In de brief van 13 januari 2017 (TK 31 765 XVI-XVII, nr. 261) heeft het vorige kabinet incidenteel € 100 miljoen beschikbaar gesteld voor de verpleeghuislocaties waar verbetering van kwaliteit het hardste nodig is.

Kwaliteitskader Verpleeghuiszorg (structureel)

Het vorige kabinet heeft daarnaast de meerjarige kosten van het Kwaliteitskader Verpleeghuiszorg vanaf 2017 verwerkt. Het Kwaliteitskader bevat onder meer normen voor personeel en moet de kwaliteit van zorg verbeteren. Bij de inzet van extra middelen voor de volledige implementatie van het Kwaliteitskader Verpleeghuiszorg is sprake van een ingroeipad. Dit ingroeipad is in hoofdzaak afhankelijk van de restricties op de arbeidsmarkt en de ontwikkeling die verpleeghuizen moeten maken naar de best presterende instellingen. De structurele kosten van het kwaliteitskader komen uit op € 2,1 miljard.

Transitie en uitvoeringskosten kwaliteitskader

Implementatie van het kwaliteitskader levert een ontwikkelopgave op voor de verpleeghuissector. Met het kwaliteitskader wordt beoogd de kwaliteit van zorg te verbeteren en is gericht op leren en verbeteren en sturen op de nieuwe kwaliteitsnormen. Instellingen krijgen de tijd om zich aan te passen aan de nieuwe norm van goede zorg die is opgelegd en zich te ontwikkelen naar de best presterende instellingen. Er wordt rekening gehouden met een transitie van 4 jaar en bijbehorende transitiekosten van € 125 miljoen per jaar in de periode 2018-2021. Deze middelen zijn deels bestemd om tegemoet te komen aan de toegenomen vraag naar verpleeghuismedewerkers. Hiermee kunnen extra mensen worden opgeleid en medewerkers om- of bijgeschoold.

Arbeidsmarktagenda kwaliteitskader

Met deze middelen kunnen, vanuit de transitiekosten, extra mensen worden opgeleid en medewerkers worden om- en bijgeschoold. Deze middelen zijn samengevoegd met de bij voorjaarsnota beschikbaar gestelde middelen voor arbeidsmarktbeleid voor de verpleeghuizen.

Compensatie in verband met de coulancegroep ggz-B

Per 2018 is sprake zijn van een herverdeling van de middelen voor beschermd wonen omdat de zogenaamde coulancegroep ggz-B aan de huidige historische reconstructie voor beschermd wonen wordt toegevoegd. Tijdens het bestuurlijk overleg van 28 augustus 2017 tussen de VNG en de Ministeries van VWS en BZK is afgesproken om in 2017 incidenteel een aanvullend bedrag van € 18 miljoen over alle 43 centrumgemeenten te verdelen volgens het aandeel van de centrumgemeenten in de huidige verdeling van beschermd wonen. De dekking hiervoor is gevonden in de eerder gereserveerde € 18 miljoen die in afwachting op de verkenning van een transformatiefonds gereserveerd stond.

Technisch

Correctie quasi-Wlz-indiceerbaren

Bij de hervorming van de langdurige zorg per 1 januari 2015 zijn de middelen van de AWBZ verdeeld over de Wlz, Wmo, Jeugdwet en Zvw. Bij deze verdeling was geen rekening gehouden met het feit dat een deel van de circa 500.000 cliënten met een extramurale indicatie toch een Wlz-profiel heeft en alsnog zorg via de Wlz ontvangt (de zogenaamde quasi-Wlz-indiceerbaren). Het betrof circa 12.000 cliënten waarvoor de middelen aanvankelijk waren toegedeeld aan de Zvw. Deze zogenaamde startstreepcorrectie is vanaf 2017 verwerkt in de beschikbare kaders Zvw en Wlz. Een soortgelijke correctie heeft eerder plaatsgevonden voor het gemeentelijk domein.

Ontvangsten

Autonoom

Actualisering ontvangsten

De hogere ontvangsten in 2017 zijn in lijn met het toegenomen zorggebruik in de Wlz, gecorrigeerd voor de verschillende leveringsvormen (intra- en extramurale zorg) waar een cliënt uit kan kiezen.

Beleidsmatig

Derving eigen bijdragen vanwege overheveling eerstelijns verblijf naar Zvw

Er is sprake van een lagere opbrengst van eigen bijdragen in de Wlz vanwege de overheveling van eerstelijns verblijf naar de Zvw.

Derving eigen bijdragen vanwege verlaging eigen bijdrage bij Modulair Pakket Thuis (MPT)

Er is sprake van een lagere opbrengst van eigen bijdragen in de Wlz vanwege verlaging van de eigen bijdrage voor personen die gebruik maken van een MPT.

Tabel 9 Verticale ontwikkeling van de Wmo 2015 en Jeugdwet-uitgaven en -ontvangsten (bedragen x € 1 miljoen)1

2017

Uitgaven ontwerpbegroting 2017

6.536,4

Autonoom

132,1

Loon- en prijsbijstelling 2017 Wmo en Jeugdwet

132,1

Beleidsmatig

101,0

Financiële compensatie via de eigen bijdragen Wmo 2015

50,0

Uitname correctie herinstromers

30,0

Compensatie in verband met de coulancegroep ggz-B

18,0

Overige bijstellingen

3,0

Technisch

7,5

Correctie uitname HH Wlz-cliënten

7,5

Totaal bijstellingen

240,5

Uitgaven jaarverslag 2017

6.776,9

Noot 1

Alleen de middelen die behoren tot het BKZ worden hier verantwoord

Autonoom

Loon- en prijsbijstelling 2017 Wmo en Jeugdwet

Het budget voor de Wmo en Jeugdwet is verhoogd ter compensatie van de ontwikkeling van de loonkosten en prijzen in 2017 ten opzichte van 2016.

Beleidsmatig

Financiële compensatie via de eigen bijdragen Wmo 2015

Het vorige kabinet heeft in het najaar van 2016 besloten om meerpersoonshuishoudens waarbij één van de partners chronisch ziek is en daardoor niet kan werken, financieel tegemoet te komen. Veel van deze eenverdienerhuishoudens maken gebruik van Wmo-ondersteuning en betalen hiervoor een eigen bijdrage. Het vorige kabinet heeft daarom ervoor gekozen de landelijk vastgelegde maximale waarden van de parameters binnen de eigen bijdragesystematiek van de Wmo 2015, die jaarlijks door VWS worden gepubliceerd, per 2017 in het voordeel van cliënten aan te passen. Gemeenten zijn voor de derving van deze inkomsten gecompenseerd.

Uitnamecorrectie herinstromers

Bij het doorrekenen van de financiële effecten van de zogenoemde «startstreepdiscussie» heeft voor de groep herinstromers Wlz een te grote uitnamecorrectie op het gemeentefonds plaatsgevonden. Totaal gaat het om een bedrag van € 48 mln structureel. In een bestuurlijk overleg tussen de VNG en het Ministerie van VWS van 18 mei 2017 is overeengekomen dat van dit bedrag voor de jaren 2017 tot en met 2019 een bedrag van € 18 miljoen per jaar wordt gereserveerd ten behoeve van de ontwikkeling van een transformatiefonds voor gemeenten. Zie voor een nadere toelichting de meicirculaire 2017 van het gemeentefonds.

Compensatie in verband met de coulancegroep ggz-B

Per 2018 is sprake zijn van een herverdeling van de middelen voor beschermd wonen omdat de zogenaamde coulancegroep ggz-B aan de huidige historische reconstructie voor beschermd wonen wordt toegevoegd. Tijdens het bestuurlijk overleg van 28 augustus 2017 tussen de VNG en de Ministeries van VWS en BZK is afgesproken om in 2017 incidenteel een aanvullend bedrag van € 18 miljoen over alle 43 centrumgemeenten te verdelen volgens het aandeel van de centrumgemeenten in de huidige verdeling van beschermd wonen. De dekking hiervoor is gevonden in de eerder gereserveerde € 18 miljoen die in afwachting op de verkenning van een transformatiefonds gereserveerd stond.

Technisch

Correctie uitname huishoudelijke hulp Wlz-cliënten

In het bestuurlijk overleg tussen de VNG en VWS op 24 november 2016 is overeengekomen dat de huishoudelijke verzorging voor nieuwe Wlz-cliënten met een Modulair Pakket Thuis (MPT) per 1 januari 2017 de verantwoordelijkheid is van de Wlz-uitvoerders. Voor bestaande cliënten geldt bij de overgang naar de Wlz dat continuïteit van zorg, waar huishoudelijke verzorging onderdeel van is, noodzakelijk is. Er is daarom voor bestaande cliënten een vast overdrachtsmoment gehanteerd, te weten 1 april 2017. Gemeenten zijn voor deze uitloop financieel gecompenseerd met een bedrag van € 7,5 miljoen, een kwart van het bedrag van € 30 miljoen dat in 2016 uit het gemeentefonds is uitgenomen.

3.3. Begrotingsgefinancierde BKZ-uitgaven

Naast de Wmo 2015 en de Jeugdwet vallen enkele andere begrotingsgefinancierde posten onder de bruto BKZ-uitgaven. Tot deze categorie behoren bepaalde uitgaven voor zorgopleidingen, de uitgaven voor de Arbeidsmarktagenda (verpleeghuiszorg), de uitgaven voor zorg, jeugd en welzijn in Caribisch Nederland, de uitgaven voor de Wet tegemoetkoming chronisch zieken en gehandicapten (Wtcg) en de subsidie(regelingen) NIPT, abortusklinieken, overgang integrale tarieven medisch-specialistische zorg, en kwaliteit, transparantie en patiëntveiligheid. Deze uitgaven worden op de VWS-begroting verantwoord op de artikelen 1, 2, 4 en 8. Voor de doelstelling van dit beleid en de rol en verantwoordelijkheid van de Minister wordt verwezen naar de betreffende passages op de artikelen in de begroting. Ten slotte zijn er bedragen gereserveerd op de aanvullende post van het Ministerie van Financiën die onder het BKZ vallen. Dit betreft onder meer de loon- en prijsbijstelling voor de begrotingsgefinancierde BKZ-uitgaven.

In tabel 10 wordt de ontwikkeling van de begrotingsgefinancierde-BKZ-uitgaven weergegeven.

Tabel 10 Verticale ontwikkeling van de begrotingsgefinancierde BKZ-uitgaven en -ontvangsten (bedragen x € 1 miljoen)

2017

Begrotingsgefinancierde BKZ-uitgaven ontwerpbegroting 2017

7.066,0

Wmo 2015 en Jeugdwet (gemeentefonds)

240,5

Subsidieregeling abortusklinieken (Artikel 1)

1,0

Subsidie NIPT (Artikel 1)

  • 8,4

Subsidieregeling overgang integrale tarieven medisch-specialistische zorg

(Artikel 2)

0,1

Subsidie kwaliteit, transparantie en patientveiligheid (Artikel 2)

  • 9,5

Zorgopleidingen (Artikel 4)

  • 13,7

Caribisch Nederland (Artikel 4)

10,4

Wtcg (Artikel 8)

  • 2,8

Loon- en prijsbijstelling

  • 6,9

Overige

0,0

Totaal

210,6

Begrotingsgefinancierde BKZ-uitgaven jaarverslag 2017

7.276,6

  • 4. 
    Financiering van de zorguitgaven

4.1. De financiering van de zorguitgaven in 2017

De zorguitgaven worden gefinancierd uit een aantal bronnen. Tabel 11 laat zowel de verdeling over deze financieringsbronnen zien als de ontwikkeling daarin. De totale gefinancierde uitgaven en de totale bijstellingen komen overeen met de cijfers genoemd in eerdere paragrafen van dit Financieel Beeld Zorg (FBZ).

Tabel 11 Zorguitgaven naar financieringsbronnen (bedragen x € 1 miljard)1

Begroting

Bijstelling

Jaarverslag

2017

2017

2017

a

b

c=a+b

Wlz

18,2

0,3

18,5

Eigen betalingen Wlz

1,8

0,0

1,8

Wlz totaal

20,0

0,3

20,4

Zvw

43,3

  • 1,1

42,2

Eigen betalingen Zvw

3,2

0,0

3,2

Zvw totaal

46,5

  • 1,1

45,4

Begroting

7,1

0,2

7,3

Totaal

73,5

  • 0,5

73,0

w.v. netto BKZ

68,5

  • 0,6

68,0

Bron: VWS, CPB, ZiNL.

Noot 1

Door afrondingsverschillen kan de som van de delen afwijken van het totaal.

4.2. Ontvangsten, uitgaven en vermogens van de zorgfondsen (Zvw, Wlz en AWBZ)

Zorgverzekeringswet (Zvw)

De financiering van de Zvw loopt deels via verzekeraars en deels via het Zorgverzekeringsfonds (Zvf). Onderstaande tabel toont de ontwikkeling van de uitgaven en inkomsten van de Zvw.

Tabel 12 Uitgaven en inkomsten Zvw (bedragen x € 1 miljard)1

Begroting

2017

Bijstelling

2017

Jaarverslag

2017

a

b

c=a+b

Zorgverzekeringsfonds

Uitgaven

25,3

  • 0,1

25,2

  • Uitkering aan verzekeraars

22,8

0,0

22,8

  • Rechtstreekse uitgaven Zvf

2,5

  • 0,1

2,4

Inkomsten

25,2

0,3

25,5

  • Inkomensafhankelijke bijdrage (IAB)

21,8

0,5

22,3

  • Rijksbijdrage verzekerden 18-

2,5

0,0

2,5

  • Rijksbijdrage HLZ

0,9

0,0

0,9

  • Overige baten

0,0

  • 0,2
  • 0,2

Saldo

  • 0,2

0,4

0,3

Vermogenssaldo 2016

0,2

0,2

0,3

Vermogenssaldo 2017

0,0

0,6

0,6

Individuele verzekeraars

Uitgaven

42,9

0,7

43,6

  • Uitgaven zorg

43,9

  • 1,0

43,0

  • Beheerskosten/saldo
  • 1,0

1,6

0,6

Inkomsten

42,9

0,7

43,6

  • Uitkering van Zvf

22,8

0,0

22,8

  • Nominale premie/eigen risico/eigen bijdragen

20,1

0,7

20,8

Bron: VWS, CPB, ZiNL.

Noot 1

Door afrondingsverschillen kan de som van de delen afwijken van het totaal.

De Zvw-uitgaven komen € 1,1 miljard lager uit dan geraamd in de begroting van 2017. Deze bijstelling betreft voor € 1,0 miljard de zorguitgaven van zorgverzekeraars en voor € 0,1 miljard de rechtstreekse uitgaven van het Zvf. Vooralsnog wordt er van uit gegaan dat de uitkering uit het Zvf aan zorgverzekeraars niet verandert ten opzichte van de begroting9. De inkomensafhankelijke bijdrage (in de EMU-definitie) komt € 0,5 miljard hoger uit dan de raming uit de begroting 2017. De rijksbijdrage voor verzekerden 18- en de rijksbijdrage HLZ zijn exact uitgekomen op die raming. Bij de overige baten10 doet zich een tegenvaller voor van € 0,2 miljard bij het saldo van uitgaven en ontvangsten bij de wanbetalersregeling.

Het saldo van het Zvf komt daarmee in 2017 € 0,4 miljard hoger uit dan in de begroting 2017. Het vermogenssaldo van het Zvf per ultimo 2017 komt € 0,6 miljard hoger uit dan geraamd in de begroting 2017. Dit is het gevolg van de verbetering van het saldo 2017 met € 0,4 miljard en een opwaartse bijstelling van het vermogen per ultimo 2016 met € 0,2 miljard die resulteert uit het jaarverslag fondsen 2016 van Zorginstituut Nederland (ZiNL). Dit hogere saldo per ultimo 2016 resulteert per saldo uit hogere uitgaven in het kader van de nacalculatie van verzekeraars over 2013, 2014 en 2015, lagere uitgaven in het kader van de nacalculatie verzekeraars over 2016, hogere inkomsten bij de IAB 2016 en lagere rechtstreekse uitgaven in 2015 en 2016.

De zorguitgaven van individuele zorgverzekeraars komen naar huidige inschatting € 1,0 miljard lager uit dan in de begroting 2017. Daar tegenover staat dat de verzekeraars de nominale premie € 0,7 miljard hoger hebben vastgesteld dan geraamd in de begroting. De bijdrage uit het Zvf komt naar huidige inschatting uit op de raming in de begroting. De post beheerskosten/saldo komt daardoor € 1,6 miljard hoger uit.

De meeste cijfers in de kolom jaarverslag 2017 zijn afkomstig of afgeleid van ZiNL-cijfers. De raming van de zorguitgaven van verzekeraars is overgenomen uit de maartlevering van het ZiNL. Bij de beschikbaarheidbijdragen is aangesloten bij NZa-cijfers. Voor de inkomensafhankelijke bijdrage is een CPB-cijfer in de EMU-definitie gebruikt. De rijksbijdragen zijn overgenomen uit de maartlevering van het ZiNL. Dit geldt ook voor de post overige baten (rentebaten, wanbetalers, onverzekerden, verdragsgerechtigden).

Het vermogen per ultimo 2016 is overgenomen uit het ZiNL-jaarverslag fondsen 2016. Het vermogenssaldo van het fonds in 2017 is hiervan afgeleid. Het vermogenssaldo 2017 is bepaald door het exploitatiesaldo 2017 op te tellen bij het vermogenssaldo 2016.

Wet langdurige zorg (Wlz)

Onderstaande tabel toont de ontwikkeling van de uitgaven en inkomsten van het Fonds langdurige zorg (Flz).

Tabel 13 Uitgaven en inkomsten Flz (bedragen x € 1 miljard)1

Begroting

2017

Bijstelling

2017

Jaarverslag

2017

a

b

c=a+b

Uitgaven

20,0

0,3

20,4

  • Zorgaanspraken en subsidies

19,8

0,3

20,2

  • Beheerskosten

0,2

0,0

0,2

Inkomsten

19,7

0,4

20,1

  • Procentuele premie

14,4

0,3

14,7

  • Eigen bijdragen

1,8

0,0

1,8

  • BIKK

3,5

0,1

3,5

  • Overig

0,0

0,0

0,0

Saldo

  • 0,3

0,0

  • 0,3

Vermogen Fonds langdurige zorg 2016

  • 0,1
  • 0,4
  • 0,5

Vermogen Fonds langdurige zorg 2017

  • 0,4
  • 0,4
  • 0,8

Bron: VWS, CPB, ZiNL.

Noot 1

Door afrondingsverschillen kan de som van de delen afwijken van het totaal.

De uitgaven gefinancierd via de Wlz zijn € 0,3 miljard hoger uitgekomen dan geraamd in de begroting 2017. De procentuele Wlz-premie heeft € 0,3 miljard meer opgebracht dan geraamd in de begroting 2017. De Bijdrage in de kosten van kortingen (BIKK) is € 0,1 miljard hoger uitgekomen dan de stand in de begroting. De eigen bijdragen zijn uitgekomen op de raming uit de begroting. Per saldo zijn de inkomsten van het Flz hierdoor € 0,4 miljard hoger uitgekomen dan geraamd in de begroting.

Vanwege de € 0,3 miljard hogere uitgaven en de € 0,4 miljard hogere inkomsten is het saldo van het Flz even hoog uitgekomen als de raming (- € 0,3 miljard). Dit saldo telt mee in het EMU-saldo.

Het vermogen van het Flz is per ultimo 2016 blijkens het ZiNL-jaarverslag fondsen 2016 uitgekomen op - € 0,5 miljard. Hiermee is het vermogen van het Flz met € 0,4 miljard verder verslechterd dan in de begroting 2017 is geraamd. Deze verslechtering resulteert uit bijstellingen in 2016 en 2015 bij met name de premie-inkomsten. De uitgaven zijn in 2015 lager en in 2016 hoger uitgekomen. Hiermee is het vermogen van het Flz met € 0,4 miljard verder verslechterd dan in de begroting 2017 is geraamd (op - € 0,8 miljard in plaats van - € 0,4 miljard).

De meeste cijfers in de kolom Jaarverslag 2017 zijn afkomstig of afgeleid van ZiNL-cijfers. De uitgaven, eigen bijdragen, de BIKK en de post overig (rentebaten) zijn overgenomen uit de maartrapportage van het ZiNL. Het vermogen van het Flz per ultimo 2016 is overgenomen uit het Jaarverslag Fondsen 2016 van ZiNL. Voor de premieopbrengst 2017 is het CPB-cijfer in de EMU-definitie gebruikt.

Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten (AWBZ)

Met ingang van 2015 verlopen de uitgaven in het kader van de langdurige zorg via de Wlz. Daarom komen er met ingang van 2015 geen nieuwe uitgaven en inkomsten ten gunste of ten laste van het Algemeen Fonds Bijzondere Ziektekosten (AFBZ)11. Het vermogen van het AFBZ wordt nog wel beïnvloed door bijstellingen bij de uitgaven en inkomsten van de jaren vóór 2015. Uit het ZiNL- jaarverslag fondsen blijkt dat het vermogen van het AFBZ thans minder negatief wordt ingeschat dan in het VWS-jaarverslag 201512.

Tabel 14 Vermogen Algemeen Fonds Bijzondere Ziektekosten (bedragen x € 1 miljard)

Jaarverslag

2015

Bijstelling

Jaarverslag

2017

a

b

c=a+b

Vermogen

  • 18,8

+3,0

  • 15,8

In het Jaarverslag 2015 werd het vermogen van het AFBZ geraamd op - € 18,8 miljard. In het ZiNL jaarverslag fondsen 2016 wordt het vermogen van het AFBZ ingeschat op - € 15,8 miljard. De opwaartse bijstelling van € 3,0 miljard hangt voor het grootste deel samen met een opwaartse bijstelling van AWBZ-premies, als gevolg van nabetalingen van de belastingdienst. De inkomsten uit de eerste schijf van de loon- en inkomstenheffing worden in eerste instantie verdeeld op basis van ramingen. Achteraf wordt bepaald welk deel van de loon- en inkomstenheffing voor de AWBZ en de Wlz is bestemd. De afwijking van het eerdere verdeling wordt verwerkt via nabetalingen.

4.3. Ontwikkeling premies voor Zvw en Wlz

Tabel 15 geeft een overzicht van de premies Zvw en Wlz conform de stand ontwerpbegroting 2017 en conform de (voorlopige) realisatie.

Tabel 15 Premieoverzicht

Begroting

2017

Bijstelling

2017

Jaarverslag

2017

a

b

c=a+b

Zvw

Inkomensafhankelijke bijdrage regulier (in %)

6,65

0

6,65

Inkomensafhankelijke bijdrage laag (in %)

5,40

0

5,40

Nominale premie (jaarbedrag in €)

1.241

+45

1.286

Wlz

Procentuele premie (in %)

9,65

0

9,65

Bron: VWS, CPB.

Zowel de Wlz-premie als de inkomensafhankelijke bijdrage Zvw zijn vastgesteld conform het percentage uit de ontwerpbegroting 2017. De nominale premie Zvw voor 2017 is door de verzekeraars € 45 hoger vastgesteld dan geraamd in de begroting 2017.

Tabel 16 geeft weer hoe de bedragen die burgers en bedrijven aan zorg betaalden zich hebben ontwikkeld tussen de stand ontwerpbegroting 2017 en de (voorlopige) realisatie in het Jaarverslag 201713.

Tabel 16 Verdeling van de zorglasten (bedragen x € 1 miljard)1

Begroting

2017

Bijstelling

2017

Jaarverslag

2017

a

b

c=a+b

Burgers (Nominale premie Zvw, Wlz-premie, eigen betalingen, deel IAB)

42,2

1,6

43,7

Compensatie burgers door zorgtoeslag

  • - 
    4,4

0,1

  • - 
    4,3

Burgers totaal

37,8

1,7

39,5

Werkgevers (IAB)

16,0

  • 0,1

15,9

Burgers en bedrijven (uit belastingen)

18,3

+0,1

18,5

Totaal

72,0

+1,7

73,8

Bron: VWS, CPB.

Noot 1

Door afrondingsverschillen kan de som van de delen afwijken van het totaal.

Burgers betalen de nominale premie en het eigen risico Zvw, de premie, en de eigen bijdragen Wlz en gepensioneerden en zelfstandigen betalen de inkomensafhankelijke bijdrage Zvw (IAB). Voor burgers staat tegenover de nominale premie Zvw de compensatie door de zorgtoeslag. In de begroting 2017 werd geraamd dat deze posten samen per saldo € 37,8 miljard zouden opbrengen. Op basis van de actuele cijfers is dit gestegen naar € 39,5 miljard. De stijging van € 1,7 hangt voor € 0,7 miljard samen met de door zorgverzekeraars hoger vastgestelde nominale premie Zvw. De resterende stijging betreft vooral hogere opbrengsten bij de Wlz-premie en de inkomensafhankelijke bijdrage Zvw. Bij deze posten is de opbrengst bij een gegeven percentage hoger uitgekomen, omdat de inkomens waarover ze geheven worden hoger zijn uitgekomen.

Werkgevers betalen de inkomensafhankelijke bijdrage Zvw voor hun werknemers. In de begroting 2017 werd hiervoor € 16,0 miljard geraamd. Op basis van de actuele cijfers is dat gedaald naar € 15,9 miljard. De relevante loonsom is lager uitgekomen.

De Wmo- en jeugdzorguitgaven, de uitgaven op de VWS begroting, de rijksbijdragen en de zorgtoeslag worden gedekt uit belastingen. Daarvan valt niet op voorhand te zeggen of het lasten van burgers of werkgevers betreft. Het uit belastingen gefinancierde bedrag is gestegen van € 18,3 naar € 18,5 miljard.

4.4. Wat heeft de gemiddelde burger in 2017 aan zorg betaald?

Figuur 4 laat zien dat de gemiddelde volwassene in Nederland € 5.450 heeft betaald aan collectief gefinancierde zorg. Dat betreft niet alleen de nominale premie en de eigen betalingen. Een Nederlander betaalt gemiddeld een fors bedrag aan Wlz-premie. De inkomensafhankelijke bijdrage Zvw wordt voor een beperkt deel rechtstreeks door burgers betaald (gepensioneerden en zelfstandigen) en voor het grootste deel door werkgevers. Dat laatste deel beïnvloedt de loonruimte en is daarom in het beeld meegenomen. Via de zorgtoeslag ontvangt de gemiddelde burger een bedrag ter gedeeltelijke compensatie van de nominale premie en het betaalde eigen risico. Als laatste is meegenomen het bedrag dat via belastingen wordt opgebracht ter dekking van de begrotingsgefinancierde BKZ-uitgaven, de rijksbijdragen en de zorgtoeslag. De gemiddelde lasten voor een volwassene komen daarmee uit op € 5.450 voor het jaar 2017. Dat is € 103 hoger dan geraamd in de begroting 2017. De lasten komen hoger uit door een hogere premievaststelling door verzekeraars en door hogere dan in de begroting geraamde inkomens. De nominale premie is in 2017 € 45 hoger vastgesteld door de verzekeraars. Mede vanwege de hogere dan in de begroting geraamde inkomens is de gemiddelde zorgtoeslag € 11 lager uitgekomen (terwijl bij een hogere nominale premie een hogere zorgtoeslag viel te verwachten). De belastingheffing is € 4 hoger uitgekomen. Vanwege de hogere inkomens levert de Wlz-premie gemiddeld per volwassene € 10 meer op en de inkomensafhankelijke bijdrage Zvw € 33. Omdat de eigen betalingen niet veranderd zijn, komen de totale lasten € 103 hoger uit.

Figuur 4 Lasten per volwassene aan zorg in 2017 (in euro's per jaar)

  • 5. 
    Meerjarige ontwikkeling van de BKZ-uitgaven en -ontvangsten

5.1. Ontwikkeling van de BKZ-uitgaven en -ontvangsten 2007-2017

Realisatiecijfers worden in latere jaren nog aangepast naar de laatste inzichten. Daardoor kunnen er ook na het verschijnen van VWS-jaarverslagen nog aanpassingen in de cijfers van het betreffende jaar plaatsvinden. In tabel 17 wordt de ontwikkeling van de BKZ-uitgaven en -ontvangsten voor de jaren 2007-2017 weergegeven conform de actuele VWS-stand (stand jaarverslag 2017). De jaren 2013 en daarvoor zijn definitief. Voor de Wlz betreft het voor de jaren 2007-2014 de AWBZ-standen en vanaf het jaar 2015 de Wlz-standen.

Tabel 17 Ontwikkeling van de BKZ-uitgaven en -ontvangsten 2007-2017 (bedragen x € 1 miljoen)

2007

2008

2009

20101

2011

2012

2013

2014

20152

2016

2017

BKZ-uitgaven en -ontvangsten actuele VWS-stand

Zorgverzekeringswet (Zvw)

Bruto-uitgaven

26.077

31.465

33.756

35.474

35.983

36.672

39.210

39.220

41.870

43.856

45.377

Ontvangsten

2.047

1.311

1.364

1.481

1.499

1.932

2.666

3.125

3.218

3.195

3.187

Netto-uitgaven

24.030

30.155

32.392

33.993

34.484

34.739

36.544

36.095

38.652

40.661

42.190

Wet langdurige zorg (Wlz)

Bruto-uitgaven

22.852

21.806

23.221

24.135

25.222

27.865

27.452

27.800

19.545

19.930

20.353

Ontvangsten

1.618

1.618

1.594

1.478

1.620

1.697

1.915

1.971

1.892

1.892

1.833

Netto-uitgaven

21.235

20.188

21.627

22.657

23.603

26.169

25.537

25.829

17.653

18.038

18.520

Begrotingsgefinancierde BKZ-uitgaven

Bruto-Wmo 2015 (gemeentefonds)

1.411

1.475

1.533

1.541

1.456

1.511

1.561

1.714

4.943

4.945

4.899

Bruto-Jeugdwet (gemeentefonds)

0

0

0

0

0

0

0

0

2.034

1.920

1.878

Bruto-overig begrotingsgefinancierd (VWS-begroting)

636

783

824

1.327

1.820

1.893

594

577

491

434

500

Bruto-begrotingsgefinancierde BKZ-uitgaven

2.047

2.258

2.357

2.868

3.276

3.405

2.155

2.291

7.468

7.299

7.277

Ontvangsten

0

39

63

73

51

21

0

0

0

0

0

Netto-begrotingsgefinancierde BKZ-uitgaven

2.047

2.219

2.294

2.794

3.226

3.384

2.155

2.291

7.468

7.299

7.277

Bruto BKZ-uitgaven

50.977

55.530

59.335

62.476

64.481

67.942

68.818

69.311

68.883

71.085

73.007

BKZ-ontvangsten

3.665

2.968

3.022

3.032

3.170

3.650

4.581

5.096

5.110

5.087

5.020

Netto BKZ-uitgaven

47.312

52.562

56.313

59.444

61.312

64.292

64.237

64.215

63.773

65.999

67.986

Bron: Actuele VWS stand.

Noot 1

Exclusief de eenmalige stimuleringsimpuls voor de bouw uit het aanvullend coalitieakkoord Balkenende IV (€ 320 miljoen) die niet aan het BKZ is toegerekend.

Noot 2

Ingaande 2015 is de Wet langdurige zorg in werking getreden.

Figuur 5: Bijstellingen van de netto BKZ-uitgaven Zvw en AWBZ/Wlz na het verschijnen van de VWS-jaarverslagen 2007-2017

In figuur 5 zijn de bijstellingen van de netto BKZ-uitgaven van de Zvw en de AWBZ/Wlz na het verschijnen van de VWS-jaarverslagen grafisch weergegeven voor de jaren 2007-2017. Uit de grafiek blijkt dat de bijstellingen na publicatie van het jaarverslag een grillig patroon kennen. Er zijn zowel jaren waarin de zorguitgaven hoger zijn uitgekomen dan vermeld in het jaarverslag als jaren waarin de zorguitgaven neerwaarts zijn bijgesteld. De omvang van de bijstelling blijft in de meeste jaren binnen een bandbreedte van 1%, met een maximale uitschieter van - 2,4% in 2015. In tegenstelling tot eerdere jaren zijn de voorlopige realisatiecijfers 2016 en 2017 van de MSZ en ggz in het jaarverslag 2016 respectievelijk 2017 verwerkt. De bijstellingen voor 2016 en 2017 zullen hierdoor naar verwachting kleiner zijn. De forse neerwaartse bijstellingen voor eerdere jaren hangen voor een belangrijk deel samen met de latere verwerking van de realisatiecijfers van de MSZ en ggz. Voor 2016 is vooralsnog sprake van een zeer beperkte bijstelling. De bijstelling voor het jaar 2016 wordt in het verdiepingshoofdstuk nader toegelicht.

5.2. Horizontale ontwikkeling van de zorguitgaven 2013-2017

In deze paragraaf wordt de horizontale ontwikkeling van de zorguitgaven grafisch weergegeven en toegelicht voor de periode van het Kabinet Rutte-Asscher (2013-2017). De horizontale ontwikkeling geeft de jaar op jaar ontwikkeling van de netto-BKZ-uitgaven weer.

Hierbij worden een tweetal groeiontwikkelingen onderscheiden:

    • • 
      Nominale ontwikkeling:

    De nominale ontwikkeling is de groei van de zorguitgaven inclusief de loon- en prijsontwikkeling.

    • • 
      Reële ontwikkeling:

    De reële ontwikkeling is de ontwikkeling van de zorguitgaven gecorrigeerd voor de prijsontwikkeling van het BBP.

In figuur 6 is de horizontale ontwikkeling van de netto BKZ-uitgaven, gecorrigeerd voor overhevelingen (zoals overheveling naar de begroting van VWS en V&J) en technische bijstellingen (zoals technische correctie in verband met verkorting dbc-duur), grafisch weergegeven voor de jaren 2013-2017.

Figuur 6: Horizontale ontwikkeling van de totale zorguitgaven 2013-2017

De gemiddelde reële groei van de totale zorguitgaven in de negen jaar (1996-2005) voor de introductie van de Zvw was 3,6%. De gemiddelde reële groei vanaf de introductie van de Zvw in 2006 (2006-2017) bedraagt naar verwachting 2,9%. De gemiddelde reële groei vanaf de introductie van de Zvw en vóór de vorige kabinetsperiode (2006-2012)14 was 5,0%. De gemiddelde reële groei binnen de vorige kabinetsperiode (2012-2017) bedraagt 0,5% en is daarmee lager dan de voorafgaande perioden. Deze trend doet zich voor bij zowel de totale zorguitgaven als bij de Zvw en AWBZ/Wlz.

Zvw-uitgaven

In figuur 7 is de horizontale ontwikkeling van de netto Zvw-uitgaven, gecorrigeerd voor technische bijstellingen (zoals technische correctie in verband met verkorting dbc-duur) en overhevelingen (zoals overhevelingen als gevolg van de hervorming AWBZ), grafisch weergegeven voor de jaren 2013-2017.

Figuur 7: Horizontale ontwikkeling netto Zvw-uitgaven 2013-2017

De gemiddelde reële groei van de Zvw-uitgaven in de negen jaar (1996-2005) voor de introductie van de Zvw was 3,2%. De gemiddelde groei vanaf de introductie van de Zvw in 2006 (2006-2017) bedraagt naar verwachting 2,6%. De gemiddelde reële groei vanaf de introductie van de Zvw en vóór de vorige kabinetsperiode (2006-2012) was 4,1%. De gemiddelde reële groei binnen de vorige kabinetsperiode (2012-2017) bedraagt 0,9% en is daarmee lager dan de voorafgaande perioden.

Uitgaven AWBZ/Wlz

In figuur 8 is de horizontale ontwikkeling van netto AWBZ/Wlz-uitgaven, gecorrigeerd voor overhevelingen (zoals overhevelingen als gevolg van de hervorming AWBZ), grafisch weergegeven voor de jaren 2013-2017.

Figuur 8: Horizontale ontwikkeling netto AWBZ/Wlz-uitgaven 2013-2017

De gemiddelde reële groei van de AWBZ/Wlz in de zes jaar voor de vorige kabinetsperiode (2006-2012) was 5,2%. De gemiddelde reële groei in de vorige kabinetperiode (2012-2017) van 0,5% is fors lager dan de periode daarvoor.

  • 6. 
    Verdieping Financieel Beeld Zorg

6.1. Verdieping in de BKZ-deelsectoren

In deze verdiepingsparagraaf wordt een overzicht gegeven van de ontwikkelingen van de uitgaven onder het BKZ. Deze verdiepingsparagraaf is opgedeeld in de Zorgverzekeringswet (Zvw) en de Wet langdurige zorg (Wlz). In deze paragraaf zijn de cijfers over de jaren 2014 tot en met 2017 per deelsector gepresenteerd. Dit geeft een overzichtelijker en gedetailleerder beeld van de budgettaire ontwikkelingen binnen de afzonderlijke onderdelen van de zorg. De bijstellingen zijn weergegeven ten opzichte van de ontwerpbegroting 2017. De toelichtingen zijn onderverdeeld in verschillende categorieën: autonoom, beleidsmatig en technisch.

In deze verdiepingsbijlage worden alleen de belangrijkste bijstellingen die na de tweede suppletoire begroting 2017 hebben plaatsgevonden toegelicht. Voor een meer gedetailleerde toelichting op de eerste suppletoire begroting 2017 (TK 34 730 XVI, nr. 1), de ontwerpbegroting 2018 (TK 34 775 XVI, nr. 1) en de tweede suppletoire begroting 2017 (TK 34 550 XVI, nr. 1) wordt verwezen naar de betreffende publicaties.

Als gevolg van afronding kan de som der delen in de tabellen in deze verdiepingsbijlage afwijken van het totaal.

6.1.1. Zorgverzekeringswet (Zvw)

In deze paragraaf wordt ingegaan op de financiële ontwikkelingen binnen de Zvw in het afgelopen jaar voor de jaren 2014 tot en met 2017. In tabel 18 worden weergegeven de financiële bijstellingen in 2017 per deelsector tussen de ontwerpbegroting 2017 en het jaarverslag 2017. Het beeld voor 2017 is geactualiseerd bij de eerste suppletoire begroting 2017, de ontwerpbegroting 2018, de tweede suppletoire begroting 2017 en nu bij het jaarverslag 2017.

De opbouw van de ontwikkeling van de Zvw-uitgaven en -ontvangsten wordt na tabel 18 verder per deelsector weergegeven.

Tabel 18 Ontwikkeling van de Zvw-uitgaven en -ontvangsten per deelsector (bedragen x € 1 miljoen)

Ontwerpbegroting

Bijstellingen

Stand Jaarverslag

2017

2017

2017

Eerstelijnszorg

5.503,2

  • - 
    30,2

5.473,0

Huisartsenzorg

2.857,8

  • 142,9

2.714,9

Multidisciplinaire zorgverlening

471,6

112,6

584,1

Tandheelkundige zorg

727,5

19,6

747,1

Paramedische zorg

723,8

19,3

743,1

Verloskunde

226,0

0,8

226,8

Kraamzorg

319,7

  • 18,3

301,4

Zintuiglijk gehandicapten

176,9

  • 21,3

155,5

Tweedelijnszorg

23.559,2

642,9

24.202,2

Medisch-specialistische zorg

21.335,6

620,1

21.955,7

Geriatrische revalidatiezorg en eerstelijns verblijf

976,7

37,5

1.014,2

Beschikbaarheidbijdrage academische zorg

663,1

8,9

672,0

Beschikbaarheidbijdrage kapitaallasten academische zorg

52,9

  • 14,2

38,8

Beschikbaarheidbijdragen overig medische-specialistische zorg

89,1

  • 5,3

83,8

Garantieregeling kapitaallasten

0,0

0,0

0,0

Overig curatieve zorg

441,8

  • 4,0

437,9

Geneeskundige geestelijke gezondheidszorg

3.807,9

  • - 
    247,8

3.560,1

Geneeskundige geestelijke gezondheidszorg

3.807,9

  • 247,8

3.560,1

Genees- en hulpmiddelen

6.445,7

  • - 
    398,2

6.047,5

Farmaceutische hulp

4.840,6

  • 249,5

4.591,1

Hulpmiddelen

1.605,1

  • 148,7

1.456,4

Wijkverpleging

3.612,8

  • - 
    189,8

3.423,0

Wijkverpleging

3.612,8

  • 189,8

3.423,0

Ziekenvervoer

710,2

  • - 
    43,6

666,7

Ambulancevervoer

591,8

  • 31,9

559,8

Overig ziekenvervoer

118,5

  • 11,6

106,9

Opleidingen

1.293,5

17,9

1.311,3

Beschikbaarheidbijdrage opleidingen Zvw

1.293,5

17,9

1.311,3

Grensoverschrijdende zorg

775,7

  • - 
    82,6

693,0

Grensoverschrijdende zorg

775,7

  • 82,6

693,0

Nominaal en onverdeeld

748,0

  • - 
    748,0

0,0

Nominaal en onverdeeld

748,0

  • 748,0

0,0

Bruto Zvw-uitgaven

46.456,2

  • - 
    1.079,3

45.376,9

Eigen betalingen Zvw

3.187,1

0,0

3.187,1

Zvw-ontvangsten

3.187,1

0,0

3.187,1

Netto Zvw-uitgaven

43.269,0

  • - 
    1.079,3

42.189,7

Bron: VWS op basis van gegevens Zorginstituut over (voorlopige) financieringslasten Zvw en Wlz en NZa-gegevens over de productieafspraken en (voorlopige) realisaties.

In figuur 9 is de samenstelling van de bruto Zvw-uitgaven per sector weergegeven voor het jaar 2017.

Figuur 9: Bruto uitgaven Zorgverzekeringswet 2017

Huisartsen (bedragen x € 1 miljoen)

2014

2015

2016

2017

Stand ontwerpbegroting 2017

2.552,9

2.581,8

2.781,0

2.857,8

Bijstellingen jaarverslag 2016

  • 1,8
  • 20,1
  • 137,5

0,0

Bijstellingen 1e suppletoire begroting 2017

0,0

0,0

0,0

66,4

Bijstellingen ontwerpbegroting 2018

0,3

  • 0,5

1,0

0,0

Bijstellingen 2e suppletoire begroting 2017

0,0

0,0

0,0

0,0

Bijstellingen jaarverslag 2017

0,0

  • 1,5
  • 7,4
  • 209,2

Totaal bijstellingen

  • - 
    1,5
  • - 
    22,1
  • - 
    143,9
  • - 
    142,9

Stand jaarverslag 2017

2.551,4

2.559,7

2.637,1

2.714,9

Deze sector bevat de huisartsenzorg. De uitgaven bestaan uit vergoedingen voor inschrijftarieven, consulttarieven, avond- nacht en weekenddiensten, overige tarieven, bijzondere betalingen, resultaatbeloning & zorgvernieuwing huisartsen, verloskundige hulp door huisartsen en het deel van de kwaliteitsgelden dat betrekking heeft op ondersteuning van de eerstelijnszorg.

Toelichting bijstellingen jaarverslag 2017

Autonoom

Actualisering

  • 1,5
  • 7,4
  • 209,2

In lijn met de realisatie in voorgaande jaren is er ook in 2017 sprake van een forse onderschrijding. Deze onderschrijding is in lijn met voorgaande jaren; er is elk jaar wel sprake van een substantiële groei van de uitgaven, maar het uitgavenniveau is lager dan het beschikbare kader. De onderschrijding moet ook in samenhang worden gezien met de overschrijding op de sector multidisciplinaire zorgverlening (€ 102 miljoen), waar de mogelijkheden groter zijn om meer zorg te leveren. Per saldo is in totaliteit sprake van een onderschrijding van circa € 107 miljoen.

Multidisciplinaire zorgverlening (bedragen x € 1 miljoen)

2014

2015

2016

2017

Stand ontwerpbegroting 2017

458,3

468,9

460,4

471,6

Bijstellingen jaarverslag 2016

3,3

  • 2,5

70,4

0,0

Bijstellingen 1e suppletoire begroting 2017

0,0

0,0

0,0

10,9

Bijstellingen ontwerpbegroting 2018

  • 9,7

2,3

1,2

0,0

Bijstellingen 2e suppletoire begroting 2017

0,0

0,0

0,0

0,0

Bijstellingen jaarverslag 2017

0,0

  • 5,9

2,1

101,6

Totaal bijstellingen

  • - 
    6,4
  • - 
    6,1

73,7

112,6

Stand jaarverslag 2017

451,9

462,8

534,1

584,1

De multidisciplinaire zorgverlening (MDZ) betreft ketenzorg en geïntegreerde eerstelijnszorg. Binnen de ketens wordt zorg verleend waarbij zorgaanbieders van diverse disciplines de zorgonderdelen in samenhang en in samenwerking met de betreffende patiënt leveren.

Toelichting bijstellingen jaarverslag 2017

Autonoom

Actualisering

  • 5,9

2,1

101,6

In lijn met de realisatie in voorgaande jaren is er ook in 2017 sprake van een forse overschrijding. De grootste stijgingen doen zich voor in de kosten voor geïntegreerde eerstelijnszorg en zorgvernieuwing multidisciplinaire zorgverlening. Deze overschrijding moet in samenhang worden gezien met de onderschrijding op de sector huisartsenzorg. Per saldo is in totaliteit sprake van een onderschrijding van circa € 107 miljoen.

Tandheelkundige zorg Zvw (bedragen x € 1 miljoen)

2014

2015

2016

2017

Stand ontwerpbegroting 2017

744,7

739,2

739,6

727,5

Bijstellingen jaarverslag 2016

  • 2,5

4,1

16,7

0,0

Bijstellingen 1e suppletoire begroting 2017

0,0

0,0

0,0

25,3

Bijstellingen ontwerpbegroting 2018

0,6

0,1

0,4

0,4

Bijstellingen 2e suppletoire begroting 2017

0,0

0,0

0,0

0,0

Bijstellingen jaarverslag 2017

0,0

  • 0,4
  • 1,7
  • 6,1

Totaal bijstellingen

  • - 
    1,9

3,8

15,4

19,6

Stand jaarverslag 2017

742,8

743,0

755,0

747,1

Deze deelsector bevat de eerstelijns tandheelkundige zorg.

Toelichting bijstellingen jaarverslag 2017

Autonoom

Actualisering

  • 0,4
  • 1,7
  • 6,1

Op basis van gegevens van het Zorginstituut zijn de realisatiecijfers geactualiseerd. De onderschrijding in 2017 van € 6,1 miljoen wordt grotendeels veroorzaakt door de gewijzigde richtlijnen, strengere indicatiestelling en de ingevoerde wijziging in eigen bedragen systematiek voor de gebitsprothesen. Daarnaast is er een autonome groei zichtbaar bij preventieve mondzorg van jeugdig verzekerden.

Paramedische zorg (bedragen x € 1 miljoen)

2014

2015

2016

2017

Stand ontwerpbegroting 2017

656,7

675,9

702,5

723,8

Bijstellingen jaarverslag 2016

  • 5,6

0,0

12,7

0,0

Bijstellingen 1e suppletoire begroting 2017

0,0

0,0

0,0

23,5

Bijstellingen ontwerpbegroting 2018

3,3

0,2

  • 0,7
  • 0,7

Bijstellingen 2e suppletoire begroting 2017

0,0

0,0

0,0

0,0

Bijstellingen jaarverslag 2017

0,0

  • 1,0
  • 1,1
  • 3,5

Totaal bijstellingen

  • - 
    2,3
  • - 
    0,8

10,9

19,3

Stand jaarverslag 2017

654,4

675,1

713,4

743,1

waarvan fysiotherapie

460,2

471,5

488,9

502,7

waarvan oefentherapie

19,6

20,1

21,1

21,6

waarvan logopedie

114,6

116,9

128,2

133,7

waarvan ergotherapie

30,0

33,1

37,8

43,7

waarvan dieetadvisering

30,0

33,5

37,4

41,4

Toelichting bijstellingen jaarverslag 2017

Autonoom

Actualisering

  • 1,0
  • 1,1
  • 3,5

Op basis van gegevens van het Zorginstituut zijn de realisatiecijfers geactualiseerd. De sector fysiotherapie laat een onderschrijding zien van € 10 miljoen in 2017. Aangezien het kader vanaf 2017 is opgehoogd voor de pakketopname van Claudicatio Intermettens (etalagebenen), is het mogelijk dat deze substitutie nog niet volledig van de grond is gekomen. De sectoren logopedie, dieetadvisering, ergotherapie en oefentherapie wijzgen beperkt en laten gezamenlijk een overschrijding zien van € 6 miljoen.

Verloskunde (bedragen x € 1 miljoen)

2014

2015

2016

2017

Stand ontwerpbegroting 2017

213,9

215,2

221,1

226,0

Bijstellingen jaarverslag 2016

  • 6,5
  • 0,5

10,1

0,0

Bijstellingen 1e suppletoire begroting 2017

0,0

0,0

0,0

15,5

Bijstellingen ontwerpbegroting 2018

  • 0,8
  • 0,2
  • 1,5
  • 1,5

Bijstellingen 2e suppletoire begroting 2017

0,0

0,0

0,0

0,0

Bijstellingen jaarverslag 2017

0,0

  • 0,3
  • 10,7
  • 13,3

Totaal bijstellingen

  • - 
    7,3
  • - 
    1,0
  • - 
    2,1

0,8

Stand jaarverslag 2017

206,6

214,1

219,1

226,8

Deze deelsector bevat de extramuraal verstrekte verloskundige zorg. De verloskundige zorg verricht door huisartsen is bij de deelsector huisartsenzorg opgenomen.

Toelichting bijstellingen jaarverslag 2017

Autonoom

Actualisering

  • 0,3
  • 10,7
  • 13,3

De uitgaven voor verloskundige zorg laten in 2017 een onderschrijding zien. Deze onderschrijding is voornamelijk het gevolg van een lager aantal geboorten in 2017.

Kraamzorg (bedragen x € 1 miljoen)

2014

2015

2016

2017

Stand ontwerpbegroting 2017

299,9

298,2

312,6

319,7

Bijstellingen jaarverslag 2016

  • 0,6
  • 4,1
  • 16,0

0,0

Bijstellingen 1e suppletoire begroting 2017

0,0

0,0

0,0

  • 10,9

Bijstellingen ontwerpbegroting 2018

  • 0,1

0,0

0,7

0,7

Bijstellingen 2e suppletoire begroting 2017

0,0

0,0

0,0

0,0

Bijstellingen jaarverslag 2017

0,0

  • 0,2
  • 4,1
  • 8,1

Totaal bijstellingen

  • - 
    0,7
  • - 
    4,3
  • - 
    19,4
  • - 
    18,3

Stand jaarverslag 2017

299,2

293,9

293,1

301,4

Op deze sector worden de uitgaven voor kraamzorg geraamd en verantwoord. De kraamzorg is tweeledig. Allereerst houdt deze de partusassistentie in: de ondersteuning van de verloskundige bij de bevalling. Daarnaast levert de kraamverzorgende hulp gedurende de eerste dagen na de bevalling en geeft zij advies met betrekking tot de verzorging van de pasgeborene en de kraamvrouw.

Toelichting bijstellingen jaarverslag 2017

Autonoom

Actualisering

  • 0,2
  • 4,1
  • 8,1

De uitgaven voor kraamzorg laten in 2017 een onderschrijding zien. Deze onderschrijding is voornamelijk het gevolg van een lager aantal geboorten in 2017.

Zintuiglijk gehandicapten (bedragen x € 1 miljoen)

2014

2015

2016

2017

Stand ontwerpbegroting 2017

0,0

149,8

176,9

176,9

Bijstellingen jaarverslag 2016

0,0

0,5

  • 16,5

0,0

Bijstellingen 1e suppletoire begroting 2017

0,0

0,0

0,0

4,1

Bijstellingen ontwerpbegroting 2018

0,0

0,0

  • 1,9

0,0

Bijstellingen 2e suppletoire begroting 2017

0,0

0,0

0,0

0,0

Bijstellingen jaarverslag 2017

0,0

  • 0,4
  • 5,8
  • 25,4

Totaal bijstellingen

0,0

0,0

  • - 
    24,2
  • - 
    21,3

Stand jaarverslag 2017

0,0

149,8

152,7

155,5

Zorg aan zintuiglijk beperkten (auditief en/of communicatief beperkten, visueel beperkten en doofblinden) valt sinds 1 januari 2015 onder de Zvw.

Toelichting bijstellingen jaarverslag 2017

Autonoom

Actualisering

  • 0,4
  • 5,8
  • 25,4

De uitgaven voor de zintuiglijk gehandicapten zijn geactualiseerd op basis van gegevens van het Zorginstituut. In 2015 is de zintuiglijke gehandicaptenzorg van de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten overgeheveld naar de Zorgverzekeringswet, de Wet maatschappelijk ondersteuning en de Wet langdurige zorg. Sinds deze overheveling is een onderschrijding zichtbaar. Hier is significant onderzoek naar gedaan en zijn diverse acties in gang gezet (zie TK 2016-2017, 24 170, nr. 160). Aangezien deze acties nog lopen wordt de onderschrijding daarom voor de helft incidenteel verondersteld.

Instellingen voor medisch-specialistische zorg (bedragen x € 1 miljoen)

2014

2015

2016

2017

Stand ontwerpbegroting 2017

18.512,1

Bijstellingen jaarverslag 2016

  • 97,8

Bijstellingen 1e suppletoire begroting 2017

0,0

Bijstellingen ontwerpbegroting 2018

  • 29,1

Bijstellingen 2e suppletoire begroting 2017

0,0

Bijstellingen jaarverslag 2017

0,0

Totaal bijstellingen

  • - 
    126,9

Stand jaarverslag 2017

18.385,2

Deze sector is samengesteld uit de voormalige onderdelen algemene en categorale ziekenhuizen, academische ziekenhuizen, ZBC’s en een groot deel van overige curatieve instellingen (bijvoorbeeld centra voor erfelijkheidsonderzoek en dialysecentra). Als gevolg van de invoering van integrale tarieven in de medisch-specialistische zorg per 1 januari 2015 maakt deze sector met ingang van de begroting 2015 deel uit van het integrale kader medisch-specialistische zorg.

Toelichting bijstellingen jaarverslag 2017

N.v.t.

Vrijgevestigde medisch specialisten (bedragen x € 1 miljoen)

2014

2015

2016

2017

Stand ontwerpbegroting 2017

2.065,2

Bijstellingen jaarverslag 2016

35,7

Bijstellingen 1e suppletoire begroting 2017

0,0

Bijstellingen ontwerpbegroting 2018

5,2

Bijstellingen 2e suppletoire begroting 2017

0,0

Bijstellingen jaarverslag 2017

0,0

Totaal bijstellingen

40,9

Stand jaarverslag 2017

2.106,1

Deze sector omvat de honoraria van de vrijgevestigde medisch specialisten. Als gevolg van de invoering van integrale tarieven in de medisch-specialistische zorg per 1 januari 2015 maakt deze sector met ingang van de begroting 2015 deel uit van het integrale kader medisch-specialistische zorg.

Toelichting bijstellingen jaarverslag 2017

N.v.t.

Mondziekten en kaakchirurgie (bedragen x € 1 miljoen)

2014

2015

2016

2017

Stand ontwerpbegroting 2017

78,6

Bijstellingen jaarverslag 2016

  • 0,7

Bijstellingen 1e suppletoire begroting 2017

0,0

Bijstellingen ontwerpbegroting 2018

  • 2,2

Bijstellingen 2e suppletoire begroting 2017

0,0

Bijstellingen jaarverslag 2017

0,0

Totaal bijstellingen

  • - 
    2,9

Stand jaarverslag 2017

75,7

Deze sector omvat de medisch-specialistische zorg mondziekten en kaakchirurgie (tandheelkundige specialistische zorg). Het betreft zorg voor verzekerden tot en met 17 jaar en bijzondere tandheelkunde op basis van indicatie voor volwassenen. Verder bevat deze deelsector orthodontie door een specialist en kaakchirurgie. Als gevolg van de invoering van integrale tarieven in de medisch-specialistische zorg per 1 januari 2015 maakt deze sector met ingang van de begroting 2015 deel uit van het integrale kader medisch specialistische zorg.

Toelichting bijstellingen jaarverslag 2017

N.v.t.

Medisch-specialistische zorg (bedragen x € 1 miljoen)

2014

2015

2016

2017

Stand ontwerpbegroting 2017

0,0

20.353,3

21.306,7

21.335,6

Bijstellingen 2e suppletoire begroting 2016

0,0

0,0

19,0

0,0

Bijstellingen jaarverslag 2016

0,0

  • 307,9

62,4

0,0

Bijstellingen 1e suppletoire begroting 2017

0,0

0,0

0,0

324,2

Bijstellingen ontwerpbegroting 2018

0,0

  • 10,4

32,6

0,0

Bijstellingen jaarverslag 2017

0,0

  • 89,7

41,7

295,8

Totaal bijstellingen

0,0

  • - 
    408,0

155,8

620,1

Stand jaarverslag 2017

0,0

19.945,3

21.462,5

21.955,7

In deze sector vallen met ingang van 2015 de instellingen voor medisch-specialistische zorg inclusief mondziekten en kaakchirurgie en de honoraria voor de vrijgevestigde medisch specialisten.

Toelichting bijstellingen jaarverslag 2017

Autonoom

Actualisering

  • 89,7

41,7

295,8

De actuele realisatiecijfers over 2017 voor de medisch-specialistische zorg laten een overschrijding van € 296 miljoen zien. Het gaat hierbij om zeer voorlopige cijfers, voor 37% gebaseerd op een bijschatting van verzekeraars van feitelijke declaraties.

De actuele realisatiecijfers over 2016 laten een oploop van € 42 miljoen zien ten opzichte van de cijfers in de ontwerpbegroting 2018, De actuele (cumulatieve) overschrijding komt daarmee op € 131 miljoen.

De beschikbare cijfers over 2015 laten een oplopende onderschrijding zien. De onderschrijding over 2015 was bij eerdere actualisaties opgelopen tot € 318 miljoen bij de ontwerpbegroting 2018. Op basis van de actuele cijfers loopt de (cumulatieve) onderschrijding met € 90 miljoen op tot € 408 miljoen.

Geriatrische revalidatiezorg en eerstelijns verblijf (bedragen x € 1 miljoen)

2014

2015

2016

2017

Stand ontwerpbegroting 2017

698,1

703,6

734,9

976,7

Bijstellingen jaarverslag 2016

  • 19,3
  • 9,5
  • 14,1

0,0

Bijstellingen 1e suppletoire begroting 2017

0,0

0,0

0,0

68,0

Bijstellingen ontwerpbegroting 2018

  • 2,8

1,1

1,9

10,2

Bijstellingen 2e suppletoire begroting 2017

0,0

0,0

0,0

  • 1,0

Bijstellingen jaarverslag 2017

0,0

  • 2,3
  • 15,9
  • 39,7

Totaal bijstellingen

  • - 
    22,1
  • - 
    10,7
  • - 
    28,1

37,5

Stand jaarverslag 2017

675,9

692,9

706,8

1.014,2

waarvan Geriatrische revalidatiezorg

675,9

692,9

706,8

722,5

waarvan Eerstelijns verblijf

0,0

0,0

0,0

291,7

Geriatrische revalidatiezorg richt zich op kwetsbare ouderen met meerdere aandoeningen, die in het ziekenhuis een medisch-specialistische behandeling hebben ondergaan. Doel is hen te helpen terug te keren naar de oude woonsituatie en maatschappelijk te blijven participeren.

Verblijf dat medisch noodzakelijk is in verband met geneeskundige zorg valt onder de Zorgverzekeringswet. Verblijf in verband met zorg zoals huisartsen die plegen te bieden - het zogenoemde eerstelijns verblijf - is onder deze aanspraak mogelijk.

Toelichting bijstellingen jaarverslag 2017

Autonoom

Actualisering

Geriatrische revalidatiezorg

  • 2,3
  • 15,9
  • 18,7

Op basis van gegevens van het Zorginstituut zijn de realisatiecijfers geactualiseerd. De actuele realisatiecijfers laten voor alle jaren 2015-2017 lagere uitgaven zien dan de actuele stand begroting VWS. Voor 2015 gaat het om een beperkte bijstelling van € 2 miljoen, voor 2016 en 2017 om bijna € 16 miljoen resp. € 19 miljoen. De bijstellingen voor 2016 houden verband houden met de contractverrekeningen van plafondafspraken en werken ook door in de raming van de uitgaven voor 2017.

Eerstelijns verblijf

  • 21,0

Op basis van gegevens van het Zorginstituut blijkt in 2017 sprake van een onderschrijding van circa € 21 miljoen. In de loop van 2017 zijn extra middelen toegevoegd (in totaal € 55 miljoen structureel), waarvan verwacht wordt dat deze vanaf 2018 volledig benut zullen worden. De onderschrijding wordt daarom incidenteel verondersteld.

Beschikbaarheidbijdrage academische zorg (bedragen x € 1 miljoen)

2014

2015

2016

2017

Stand ontwerpbegroting 2017

708,7

644,9

668,7

663,1

Bijstellingen jaarverslag 2016

0,0

  • 5,5
  • 17,6

0,0

Bijstellingen 1e suppletoire begroting 2017

0,0

0,0

0,0

4,7

Bijstellingen ontwerpbegroting 2018

0,0

0,0

0,0

0,0

Bijstellingen 2e suppletoire begroting 2017

0,0

0,0

0,0

0,0

Bijstellingen jaarverslag 2017

0,0

0,0

4,1

4,2

Totaal bijstellingen

0,0

  • - 
    5,5
  • - 
    13,5

8,9

Stand jaarverslag 2017

708,7

639,4

655,2

672,0

De academische ziekenhuizen en het NKI-AVL krijgen in verband met hun publieke taken - het leveren van topreferente zorg en onderzoek en innovatie - een beschikbaarheidbijdrage academische zorg.

Toelichting bijstellingen jaarverslag 2017

Autonoom

Actualisering

4,1

4,2

Betreft de actualisering op grond van gegevens van de NZa. Het bedrag voor 2017 is gebaseerd op de verleningen; de vaststellingen volgen in de loop van 2018. De uitgaven voor 2016 en 2017 zijn € 4 miljoen hoger dan eerder geraamd. De beschikbare cijfers over de vaststelling van 2014 en 2015 laten geen verschillen zien.

Beschikbaarheidbijdrage kapitaallasten academische zorg (bedragen x € 1 miljoen)

2014

2015

2016

2017

Stand ontwerpbegroting 2017

40,6

36,7

49,8

52,9

Bijstellingen jaarverslag 2016

0,0

1,3

  • 11,5

0,0

Bijstellingen 1e suppletoire begroting 2017

0,0

0,0

0,0

1,4

Bijstellingen ontwerpbegroting 2018

0,0

  • 0,0
  • 0,0

0,0

Bijstellingen 2e suppletoire begroting 2017

0,0

0,0

0,0

0,0

Bijstellingen jaarverslag 2017

0,0

0,0

0,0

  • 15,6

Totaal bijstellingen

0,0

1,3

  • - 
    11,5
  • - 
    14,2

Stand jaarverslag 2017

40,6

38,0

38,3

38,8

De academische ziekenhuizen krijgen voor de kapitaallasten die samenhangen met de academische zorg een beschikbaarheidbijdrage.

Toelichting bijstellingen jaarverslag 2017

Autonoom

Actualisering

  • 15,6

Betreft de actualisering op grond van gegevens van de NZa. Het bedrag voor 2017 is gebaseerd op de verleningen; de vaststellingen volgen in de loop van 2018. De beschikbare cijfers over de vaststellingen van eerdere jaren laten nauwelijks verschillen zien.

Beschikbaarheidbijdragen overig medisch-specialistische zorg (bedragen x € 1 miljoen)

2014

2015

2016

2017

Stand ontwerpbegroting 2017

63,7

76,7

83,3

89,1

Bijstellingen jaarverslag 2016

0,0

  • 4,4
  • 7,9

0,0

Bijstellingen 1e suppletoire begroting 2017

0,0

0,0

0,0

1,3

Bijstellingen ontwerpbegroting 2018

0,0

0,2

0,1

0,0

Bijstellingen 2e suppletoire begroting 2017

0,0

0,0

0,0

0,0

Bijstellingen jaarverslag 2017

0,0

2,7

3,3

  • 6,6

Totaal bijstellingen

0,0

  • - 
    1,6
  • - 
    4,5
  • - 
    5,3

Stand jaarverslag 2017

63,7

75,1

78,7

83,8

Op deze sector worden de uitgaven geraamd van de beschikbaarheidbijdragen ten behoeve van de spoedeisende hulp, Calamiteitenhospitaal, helikoptervoorziening en Mobiel Medisch Team-voertuigen voor traumazorg, trauma- en brandwondenzorg, kenniscoördinatie, OTO (opleiden, trainen en oefenen), acute verloskunde en de post mortem orgaandonatie. De beschikbaarheidbijdragen academische zorg, kapitaallasten academische zorg en opleidingen worden apart gepresenteerd.

Toelichting bijstellingen jaarverslag 2017

Autonoom

Actualisering

2,7

3,3

  • 6,6

Betreft de actualisering op grond van gegevens van de NZa. Het bedrag voor 2017 is gebaseerd op de verleningen; de vaststellingen volgen in de loop van 2018. De beschikbare cijfers over de vaststellingen van eerdere jaren laten hogere uitgaven zien dan waarmee eerder rekening is gehouden. Voor 2016 houdt dat verband met hogere uitgaven i.v.m. een beschikbaarheidbijdrage voor ambulancehelikopters. Voor 2015 is sprake van hogere uitgaven voor de beschikbaarheidbijdrage voor mobiele medische teams met helikopter.

Garantieregeling kapitaallasten (bedragen x € 1 miljoen)

2014

2015

2016

2017

Stand ontwerpbegroting 2017

77,5

77,7

0,0

0,0

Bijstellingen jaarverslag 2016

0,0

0,0

78,2

0,0

Bijstellingen 1e suppletoire begroting 2017

0,0

0,0

0,0

0,0

Bijstellingen ontwerpbegroting 2018

0,0

0,0

0,0

0,0

Bijstellingen 2e suppletoire begroting 2017

0,0

0,0

0,0

0,0

Bijstellingen jaarverslag 2017

0,0

0,0

0,0

0,0

Totaal bijstellingen

0,0

0,0

78,2

0,0

Stand jaarverslag 2017

77,5

77,7

78,2

0,0

In verband met de afschaffing van de functiegerichte budgettering in de ziekenhuiszorg in 2012 is er een garantieregeling kapitaallasten in het leven geroepen voor de periode tot en met 2016. Op basis van de afwikkeling door de NZa kan worden bezien in welke mate een beroep is gedaan op deze regeling.

Toelichting bijstellingen jaarverslag 2017

De gereserveerde middelen voor 2013, 2014 en 2015 zijn telkens bij het jaarverslag van het betreffende jaar geboekt op de sector garantieregeling kapitaallasten. In totaal ging het om een bedrag van € 308,4 miljoen. Instellingen konden tot ultimo 2017 aanvragen voor suppletie indienen. De NZa had in februari 2018 in totaal voor € 157,1 miljoen aan suppletievergoedingen toegekend. De suppletie kan nog toenemen op grond van de afwikkeling van lopende aanvragen en de uitkomsten van beroeps- en bezwaarprocedures. In het jaarverslag 2018 zullen de dan naar verwachting (vrijwel) definitieve uitgaven worden verwerkt.

Overig curatieve zorg (bedragen x € 1 miljoen)

2014

2015

2016

2017

Stand ontwerpbegroting 2017

345,9

412,5

428,8

441,8

Bijstellingen jaarverslag 2016

4,2

23,0

25,8

0,0

Bijstellingen 1e suppletoire begroting 2017

0,0

0,0

0,0

32,0

Bijstellingen ontwerpbegroting 2018

  • 7,0
  • 6,5
  • 15,4
  • 15,4

Bijstellingen 2e suppletoire begroting 2017

0,0

0,0

0,0

0,0

Bijstellingen jaarverslag 2017

0,0

  • 3,0
  • 13,6
  • 20,6

Totaal bijstellingen

  • - 
    2,8

13,4

  • - 
    3,1
  • - 
    4,0

Stand jaarverslag 2017

343,1

425,9

425,7

437,9

De sector overig curatieve zorg omvat onder andere de huisartsenlaboratoria, trombosediensten en de uitgaven op basis van de beleidsregel innovatie.

Toelichting bijstellingen jaarverslag 2017

Autonoom

Actualisering

  • 3,0
  • 13,6
  • 20,6

De uitgaven voor overig curatieve zorg zijn geactualiseerd op basis van gegevens van het Zorginstituut. Met uitzondering van de trombosediensten en de beleidsregel innovatie is sprake van een stijging van de uitgaven ten opzichte van 2015 en 2016, maar de stijging is lager dan waarmee in de begroting VWS rekening is gehouden. De lagere uitgaven in 2015 en 2016 houden voor beide jaren voornamelijk verband met een bijstelling door verzekeraars van de raming van de uitgaven aan eerstelijns diagnostiek. Voor 2016 spelen ook lagere dan eerder gerapporteerde uitgaven voor trombosediensten een rol.

Geneeskundige ggz (bedragen x € 1 miljoen)

2014

2015

2016

2017

Stand ontwerpbegroting 2017

3.741,4

3.564,7

3.735,7

3.807,9

Bijstellingen 2e suppletoire begroting 2016

0,0

0,0

1,0

0,0

Bijstellingen jaarverslag 2016

  • 81,8
  • 276,9
  • 288,3

0,0

Bijstellingen 1e suppletoire begroting 2017

0,0

0,0

0,0

57,7

Bijstellingen ontwerpbegroting 2018

73,1

  • 4,9
  • 6,4

0,0

Bijstellingen 2e suppletoire begroting 2017

0,0

0,0

0,0

1,8

Bijstellingen jaarverslag 2017

0,0

  • 38,0
  • 11,2
  • 307,3

Totaal bijstellingen

  • - 
    8,7
  • - 
    319,8
  • - 
    304,9
  • - 
    247,8

Stand jaarverslag 2017

3.732,7

3.244,9

3.430,8

3.560,1

Deze sector omvat tot en met 2013 de geneeskundige ggz geleverd door zowel eerstelijns psychologen (ELP) als aanbieders tweedelijns ggz, vanaf 2014 omvat dit de basis en de gespecialiseerde ggz. Tweedelijns geneeskundige ggz wordt geleverd door instellingen en vrijgevestigden. Vanaf 2015 omvat dit ook de langdurige op behandeling gerichte intramurale ggz. Met ingang van de begroting 2013 worden op deze sector ook de uitgaven voor de diagnose en behandeling van ernstige, enkelvoudige dyslexie geraamd en verantwoord. De sector bevat ook de kwaliteitsgelden voor de ggz en de beschikbaarheidbijdragen voor de ggz.

Toelichting bijstellingen jaarverslag 2017

Autonoom

Actualisering

  • 38,0
  • 11,2
  • 307,3

De uitgaven voor de geneeskundige ggz (totaal van beschikbaarheidbijdrage, overgehevelde langdurige ggz en curatieve ggz) zijn geactualiseerd op basis van gegevens van het Zorginstituut. Deze gegevens laten zien dat de onderschrijdingen over 2015 en 2016 verder zijn toegenomen. Over 2017 komt de onderschrijding voorlopig uit op € 307 miljoen. Dit ligt in het verlengde van de onderschrijding over 2016. De onderschrijding hangt ondermeer samen met substitutie naar de POH-ggz (onder het huisartsenkader), een verschuiving naar de basis ggz, de achterblijvende intensivering van de ambulantisering en de scherpe inkoop van zorgverzekeraars. De prognose voor 2017 is nog wel heel onzeker vanwege het grote aandeel van ramingen (84%) in het bedrag.

Geneesmiddelen (bedragen x € 1 miljoen)

2014

2015

2016

2017

Stand ontwerpbegroting 2017

4.323,7

4.491,2

4.639,6

4.840,6

Bijstellingen jaarverslag 2016

  • 2,1
  • 11,5

0,0

0,0

Bijstellingen 1e suppletoire begroting 2017

0,0

0,0

0,0

13,6

Bijstellingen ontwerpbegroting 2018

6,8

0,8

  • 42,5

0,0

Bijstellingen 2e suppletoire begroting 2017

0,0

0,0

0,0

0,0

Bijstellingen jaarverslag 2017

0,0

  • 10,1
  • 36,8
  • 263,1

Totaal bijstellingen

4,7

  • - 
    20,8
  • - 
    79,3
  • - 
    249,5

Stand jaarverslag 2017

4.328,4

4.470,5

4.560,3

4.591,1

Op deze sector worden de uitgaven voor extramurale geneesmiddelen geraamd en verantwoord.

Toelichting bijstellingen jaarverslag 2017

Autonoom

Actualisering

  • 10,1
  • 36,8
  • 263,1

De geschatte onderschrijding in 2017 op de geneesmiddelen bedraagt € 263 miljoen. Daarbij speelde onder andere een rol: het koerseffect van de Britse pond, de scherpe inkoop van geneesmiddelen, de prijsarrangementen en een beperkte volumegroei.

Hulpmiddelen (bedragen x € 1 miljoen)

2014

2015

2016

2017

Stand ontwerpbegroting 2017

1.517,5

1.519,4

1.590,5

1.605,1

Bijstellingen jaarverslag 2016

  • 0,9

18,6

  • 154,2

0,0

Bijstellingen 1e suppletoire begroting 2017

0,0

0,0

0,0

  • 55,9

Bijstellingen ontwerpbegroting 2018

  • 1,2
  • 0,1
  • 1,8
  • 1,8

Bijstellingen 2e suppletoire begroting 2017

0,0

0,0

0,0

0,0

Bijstellingen jaarverslag 2017

0,0

  • 2,4
  • 8,1
  • 91,1

Totaal bijstellingen

  • - 
    2,1

16,1

  • - 
    164,0
  • - 
    148,7

Stand jaarverslag 2017

1.515,4

1.535,5

1.426,5

1.456,4

Op deze sector worden de uitgaven voor extramurale hulpmiddelen die verstrekt worden krachtens de Regeling hulpmiddelen geraamd en verantwoord.

Toelichting bijstellingen jaarverslag 2017

Autonoom

Actualisering

  • 2,4
  • 8,1
  • 91,1

De realisatie 2017 bedraagt - € 91 miljoen. Dit is het gevolg van scherpere inkoop (m.n. op hoortoestellen en verzorgingsmiddelen) door zorgverzekeraars in 2016. Dit effect heeft zich in 2017 doorgezet.

Wijkverpleging (bedragen x € 1 miljoen)

2014

2015

2016

2017

Stand ontwerpbegroting 2017

0,0

3.181,1

3.431,7

3.612,8

Bijstellingen jaarverslag 2016

0,0

  • 63,4
  • 194,3

0,0

Bijstellingen 1e suppletoire begroting 2017

0,0

0,0

0,0

  • 87,8

Bijstellingen ontwerpbegroting 2018

0,0

  • 4,0
  • 2,7

0,0

Bijstellingen 2e suppletoire begroting 2017

0,0

0,0

0,0

0,0

Bijstellingen jaarverslag 2017

0,0

0,4

  • 24,5
  • 101,9

Totaal bijstellingen

0,0

  • - 
    67,0
  • - 
    221,5
  • - 
    189,8

Stand jaarverslag 2017

0,0

3.114,2

3.210,2

3.423,0

Binnen de aanspraak wijkverpleging is sprake van zowel verpleging als verzorging. Hierbij gaat het om verpleegkundige handelingen zoals wondverzorging, injecties en catheterisaties en verzorgende handelingen zoals wassen en aankleden. Binnen de aanspraak wijkverpleging zijn naast de (wijk)verpleegkundige ook verzorgenden en gespecialiseerde verpleegkundigen werkzaam. Financiering vindt al dan niet plaats via een persoonsgebonden budget.

Toelichting bijstellingen jaarverslag 2017

Autonoom

Actualisering

0,4

  • 24,5
  • 101,9

De onderschrijding van € 102 miljoen in 2017 is vrijwel conform de onderschrijding in 2016 (na aftrek van de startstreepcorrectie naar de Wlz voor herinstromers in de Wlz).

Een verklaring voor deze onderschrijding vormen de signalen uit het veld die wijzen op een tekort aan wijkverpleegkundigen en een scherpe contractering door zorgverzekeraars.

Ambulancevervoer (bedragen x € 1 miljoen)

2014

2015

2016

2017

Stand ontwerpbegroting 2017

514,5

503,7

549,3

591,8

Bijstellingen jaarverslag 2016

8,3

14,3

  • 2,7

0,0

Bijstellingen 1e suppletoire begroting 2017

0,0

0,0

0,0

10,1

Bijstellingen ontwerpbegroting 2018

  • 4,1

0,2

  • 3,7
  • 9,7

Bijstellingen 2e suppletoire begroting 2017

0,0

0,0

0,0

0,0

Bijstellingen jaarverslag 2017

0,0

  • 1,1
  • 6,7
  • 32,4

Totaal bijstellingen

4,2

13,4

  • - 
    13,1
  • - 
    31,9

Stand jaarverslag 2017

518,7

517,1

536,2

559,8

De ambulancezorg kent twee kerntaken: spoedvervoer en besteld vervoer. Daarnaast staan ambulances ook paraat voor geneeskundige hulp bij ongevallen en rampen. Op deze sector worden tevens de uitgaven Centrale Posten Ambulancevervoer (CPA) verantwoord.

Toelichting bijstellingen jaarverslag 2017

Autonoom

Actualisering

  • 1,1
  • 6,7
  • 32,4

Er is sprake van een onderschrijding in de uitgaven voor ambulancevervoer in 2017.

Overige ziekenvervoer (bedragen x € 1 miljoen)

2014

2015

2016

2017

Stand ontwerpbegroting 2017

121,0

111,1

116,6

118,5

Bijstellingen jaarverslag 2016

0,3

1,8

  • 5,4

0,0

Bijstellingen 1e suppletoire begroting 2017

0,0

0,0

0,0

  • 3,4

Bijstellingen ontwerpbegroting 2018

0,1

0,1

0,0

0,0

Bijstellingen 2e suppletoire begroting 2017

0,0

0,0

0,0

1,0

Bijstellingen jaarverslag 2017

0,0

0,3

0,7

  • 9,2

Totaal bijstellingen

0,4

2,2

  • - 
    4,7
  • - 
    11,6

Stand jaarverslag 2017

121,4

113,3

111,8

106,9

Het overig ziekenvervoer betreft het vervoer van patiënten van en naar zorgaanbieders. Hiervoor in aanmerking komen verzekerden die chemo- of radiotherapie ondergaan, nierdialyse ondergaan, zich uitsluitend in een rolstoel kunnen verplaatsen, zeer slechtziend zijn of van hun zorgverzekeraar hiervoor toestemming hebben gekregen. Het betreft zowel commercieel vervoer als vergoeding van de kosten van openbaar vervoer.

Toelichting bijstellingen jaarverslag 2017

Autonoom

Actualisering

0,3

0,7

  • 9,2

Op basis van een actuele opgave van het Zorginstituut is in 2017 wederom sprake van lagere uitgaven voor het ziekenvervoer.

Opleidingen (bedragen x € 1 miljoen)

2014

2015

2016

2017

Stand ontwerpbegroting 2017

1.197,3

1.217,2

1.268,3

1.293,5

Bijstellingen 2e suppletoire begroting 2016

0,0

0,0

6,0

0,0

Bijstellingen jaarverslag 2016

0,2

0,0

0,0

0,0

Bijstellingen 1e suppletoire begroting 2017

0,0

0,0

0,0

5,9

Bijstellingen ontwerpbegroting 2018

0,0

0,0

0,0

12,0

Bijstellingen 2e suppletoire begroting 2017

0,0

0,0

0,0

0,0

Bijstellingen jaarverslag 2017

0,0

  • 31,4
  • 78,9

0,0

Totaal bijstellingen

0,2

  • - 
    31,4
  • - 
    72,9

17,9

Stand jaarverslag 2017

1.197,5

1.185,8

1.195,4

1.311,3

Met ingang van 2013 worden de specialistische vervolgopleidingen uit het zogenaamde opleidingsfonds (inclusief de opleiding tot huisarts) en een aantal ggz-opleidingen via een beschikbaarheidbijdrage op grond van de Wet marktordening gezondheidszorg (Wmg) gefinancierd. De uitvoering geschiedt door de NZa. De betalingen lopen via het Zorginstituut Nederland.

Toelichting bijstellingen jaarverslag 2017

Autonoom

Actualisering

0,0

  • 31,4
  • 78,9

Er is bij de beschikbaarheidbijdrage opleidingen in de jaren 2015 en 2016 sprake van een onderschrijding van respectievelijk € 31 miljoen en € 79 miljoen. De lagere uitgaven zijn het gevolg van een lagere instroom dan verwacht, maar ook door ziekte, zwangerschapsverlof en het later in het jaar beginnen aan de opleiding. Voor het jaar 2017 zijn nog onvoldoende gegevens beschikbaar.

Grensoverschrijdende zorg (bedragen x € 1 miljoen)

2014

2015

2016

2017

Stand ontwerpbegroting 2017

451,5

712,3

797,8

775,7

Bijstellingen jaarverslag 2016

  • 8,5
  • 7,8
  • 162,9

0,0

Bijstellingen 1e suppletoire begroting 2017

0,0

0,0

0,0

  • 97,3

Bijstellingen ontwerpbegroting 2018

  • 20,1
  • 9,8
  • 1,1

0,0

Bijstellingen 2e suppletoire begroting 2017

0,0

0,0

0,0

0,0

Bijstellingen jaarverslag 2017

0,0

0,8

1,3

14,7

Totaal bijstellingen

  • - 
    28,6
  • - 
    16,7
  • - 
    162,7
  • - 
    82,6

Stand jaarverslag 2017

422,9

695,6

635,2

693,0

waarvan Grensoverschrijdende zorg (buitenland in mpb)

341,4

455,0

389,1

418,1

waarvan Grensoverschrijdende zorg (buitenland niet in mpb)

81,6

240,5

246,1

275,0

Deze deelsector betreft de grensoverschrijdende zorg binnen en buiten het macroprestatiebedrag (mpb). Binnen het mpb betreft het zorgkosten gemaakt in het buitenland door verzekerden bij Nederlandse zorgverzekeraars.

De grensoverschrijdende zorg buiten het mpb betreft de lasten van internationale verdragen. Het gaat om kosten van zorg aan personen die buiten Nederland wonen en niet aan Nederlandse sociale verzekeringswetgeving zijn onderworpen, maar die op grond van een Europese verordening of een door Nederland gesloten verdrag inzake sociale zekerheid recht hebben op geneeskundige zorg ten laste van Nederland. Het betreft ook de kosten van medische zorg voor personen die verzekerd zijn in het buitenland en langdurig of kortdurend verblijven in Nederland. Deze kosten worden doorberekend aan de internationale verdragspartners. Deze baten worden in mindering gebracht op de lasten.

Toelichting bijstellingen jaarverslag 2017

Autonoom

Actualisering

0,8

1,3

14,7

Op basis van gegevens van het Zorginstituut zijn de realisatiecijfers voor de grensoverschrijdende zorg geactualiseerd. In 2017 is voor de grensoverschrijdende zorg een overschrijding van in totaal € 14,7 miljoen gerealiseerd. Deze overschrijding wordt voor het grootste deel veroorzaakt door het in het 4e kwartaal afdoen van vorderingen van Duitsland en Frankrijk en heeft derhalve een incidenteel karakter. Andere oorzaken van de overschrijding zijn het gestegen prijsniveau in andere landen en het aantrekkende toerisme. Deze oorzaken hebben beperkte effecten.

Nominaal en onverdeeld (bedragen x € 1 miljoen)

2014

2015

2016

2017

Stand ontwerpbegroting 2017

0,0

0,0

179,7

748,0

Bijstellingen 2e suppletoire begroting 2016

0,0

0,0

  • 417,6

0,0

Bijstellingen jaarverslag 2016

0,0

0,0

237,8

0,0

Bijstellingen 1e suppletoire begroting 2017

0,0

0,0

0,0

  • 747,0

Bijstellingen ontwerpbegroting 2018

0,0

0,0

0,0

28,6

Bijstellingen 2e suppletoire begroting 2017

0,0

0,0

0,0

  • 706,9

Bijstellingen jaarverslag 2017

0,0

0,0

0,0

677,3

Totaal bijstellingen

0,0

0,0

  • - 
    179,7
  • - 
    748,0

Stand jaarverslag 2017

0,0

0,0

0,0

0,0

Deze niet-beleidsmatige sector heeft een technisch-administratief karakter. Vanuit deze deelsector vinden overboekingen van loon- en prijsbijstelling naar de loon- en prijsgevoelige deelsectoren binnen de begroting plaats. Ook worden er taakstellingen of extra middelen op deze deelsector geplaatst die nog niet aan de deelsectoren zijn toegedeeld.

Toelichting bijstellingen jaarverslag 2017

Autonoom

Actualisering

700,0

De in de 2e suppletoire begroting 2017 gerapporteerde onderschrijding van € 700 miljoen op basis van voorlopige gegevens was indicatief en voorlopig op deze sector verwerkt. Deze voorlopige onderschrijding wordt nu tegengeboekt omdat de in maart 2018 van het Zorginstituut ontvangen realisatiecijfers over 2017 nu op de afzonderlijke sectoren zijn verwerkt voor een totaal van € 737 miljoen.

Beleidsmatig

Nominaal en onverdeeld Zvw

  • 22,7

Een deel van de gereserveerde middelen op deze post blijkt niet nodig te zijn en valt daarom vrij. Het gaat om het restant van eerder gereserveerde middelen voor migratie-problematiek.

Ontvangsten Zvw (bedragen x € 1 miljoen)

2014

2015

2016

2017

Stand ontwerpbegroting 2017

3.125,1

3.217,7

3.194,8

3.187,1

Bijstellingen jaarverslag 2016

0,0

0,0

0,0

0,0

Bijstellingen 1e suppletoire begroting 2017

0,0

0,0

0,0

0,0

Bijstellingen ontwerpbegroting 2018

0,0

0,0

0,0

0,0

Bijstellingen 2e suppletoire begroting 2017

0,0

0,0

0,0

0,0

Bijstellingen jaarverslag 2017

0,0

0,0

0,0

0,0

Totaal bijstellingen

0,0

0,0

0,0

0,0

Stand jaarverslag 2017

3.125,1

3.217,7

3.194,8

3.187,1

Deze deelsector betreft de opbrengst van het eigen risico binnen de Zvw.

Toelichting bijstellingen jaarverslag 2017

N.v.t.

6.1.2. Wet langdurige zorg (Wlz)

In deze paragraaf wordt ingegaan op de financiële ontwikkelingen binnen de Wlz in het afgelopen jaar voor de jaren 2014 tot en met 2017. In tabel 19 worden de financiële bijstellingen in 2017 per sector weergegeven tussen de ontwerpbegroting 2017 en het jaarverslag 2017. Het beeld voor 2017 is geactualiseerd bij de eerste suppletoire begroting 2017, de ontwerpbegroting 2018, de tweede suppletoire begroting 2017 en voor het jaarverslag 2017.

De opbouw van de ontwikkeling van de Wlz-uitgaven en -ontvangsten wordt na tabel 19 per deelsector weergegeven.

Tabel 19 Opbouw van de Wlz-uitgaven en -ontvangsten per sector (bedragen x € 1 miljoen)

Ontwerpbegroting

Bijstellingen

Stand Jaarverslag

2017

2017

2017

Wlz-uitgaven

Binnen contracteerruimte

16.908,9

592,8

17.501,7

Ouderenzorg

9.062,8

205,8

9.268,6

Gehandicaptenzorg

6.233,1

241,1

6.474,1

Langdurige ggz

598,7

  • 87,0

511,7

Volledig pakket thuis

418,2

73,9

492,1

Extramurale zorg

564,3

  • 53,8

510,5

Overig binnen contracteerruimte

31,8

212,9

244,7

Persoonsgebonden budgetten

1.745,4

10,2

1.755,6

Persoonsgebonden budgetten

1.745,4

10,2

1.755,6

Buiten contracteerruimte

1.369,7

  • - 
    273,7

1.096,0

Kapitaallasten (nacalculatie)

380,3

77,4

457,7

Beheerskosten

187,1

  • 9,3

177,7

Overig buiten contracteerruimte1

457,9

120,6

578,5

Nominaal en onverdeeld

344,4

  • 462,4
  • 118,0

Bruto Wlz-uitgaven

20.024,0

329,4

20.353,3

Eigen bijdrage Wlz

1.815,3

17,9

1.833,2

Netto Wlz-uitgaven

18.208,7

311,4

18.520,1

Bron: VWS op basis van gegevens Zorginstituut over (voorlopige) financieringslasten Zvw en Wlz en NZa-gegevens over de productieafspraken en (voorlopige) realisaties.

Noot 1

Bij de Wlz zijn onder de post overige buiten contracteerruimte opgenomen de sectoren; bovenbudgettaire vergoedingen, tandheelkunde Wlz, instellingen voor medisch-specialistische zorg Wlz, overig curatieve zorg Wlz, ADL, extramurale behandeling, zorginfrastructuur, innovatie en beschikbaarheidbijdrage opleidingen Wlz.

In figuur 10 is de samenstelling van de bruto Wlz-uitgaven per sector weergegeven voor het jaar 2017.

Figuur 10: Bruto uitgaven Wet langdurige zorg 2017

Ouderenzorg (bedragen x € 1 miljoen)

2014

2015

2016

2017

Stand ontwerpbegroting 2017

8.600,5

8.593,2

8.942,1

9.062,8

Bijstellingen jaarverslag 2016

  • 13,4
  • 4,1
  • 79,0

0,0

Bijstellingen 1e suppletoire begroting 2017

0,0

0,0

0,0

125,2

Bijstellingen ontwerpbegroting 2018

0,0

0,0

0,0

0,0

Bijstellingen 2e suppletoire begroting 2017

0,0

0,0

0,0

0,0

Bijstellingen jaarverslag 2017

0,0

  • 106,2
  • 27,6

80,6

Totaal bijstellingen

  • - 
    13,4
  • - 
    110,3
  • - 
    106,6

205,8

Stand jaarverslag 2017

8.587,1

8.482,9

8.835,4

9.268,6

Op deze deelsector staat de uitgavenontwikkeling van de intramurale ouderenzorg, gehandicaptenzorg, bestaande uit de zorgzwaartepakketten, de normatieve huisvestingscomponent, de toeslagen en vergoedingen voor dagbestedingen en vervoer.

Toelichting bijstellingen jaarverslag 2017

Autonoom

Actualisering

  • 106,2
  • 27,6

80,6

Op basis van de meest recente cijfers van de NZa zijn de uitgaven geactualiseerd voor 2015, 2016 en 2017. Voor 2015 en 2016 is allereerst sprake van een technische correctie tussen de V&V sector en de extramurale zorg. Ten onrechte is er budget voor dagbesteding op de V&V sector geboekt. De verschuiving is voor beide jaren circa € 100 miljoen.

Voor 2016 geldt daarnaast dat er nog geen rekening was gehouden met de laatste cijfers. Dit leidt tot een minder grote meevaller op de V&V sector dan in 2015.

In 2017 is er ten opzichte van de begroting sprake van een verschuiving tussen de leveringsvormen zorg in natura en persoonsgebonden budget. Dit leidt tot een overschrijding ten opzichte van het geraamde bedrag voor zorg in natura en een onderschrijding bij het persoonsgebonden budget. Per saldo is sprake van een overschrijding op het totale Wlz-budget van € 9 miljoen.

Gehandicaptenzorg (bedragen x € 1 miljoen)

2014

2015

2016

2017

Stand ontwerpbegroting 2017

5.457,3

5.942,4

6.132,4

6.233,1

Bijstellingen jaarverslag 2016

  • 2,1

15,8

31,2

0,0

Bijstellingen 1e suppletoire begroting 2017

0,0

0,0

0,0

122,2

Bijstellingen ontwerpbegroting 2018

0,0

0,0

0,0

  • 26,0

Bijstellingen 2e suppletoire begroting 2017

0,0

0,0

0,0

0,0

Bijstellingen jaarverslag 2017

0,0

  • 4,1

60,8

144,9

Totaal bijstellingen

  • - 
    2,1

11,7

92,0

241,1

Stand jaarverslag 2017

5.455,2

5.954,1

6.224,4

6.474,1

Op deze deelsector staat de uitgavenontwikkeling van de intramurale gehandicaptenzorg, bestaande uit de zorgzwaartepakketten, de normatieve huisvestingscomponent, de toeslagen en vergoedingen voor dagbestedingen en vervoer.

Toelichting bijstellingen jaarverslag 2017

Autonoom

Actualisering

  • 4,1

60,8

144,9

Op basis van de meest recente cijfers van de NZa zijn de uitgaven geactualiseerd voor de jaren 2015, 2016 en 2017. In het jaarverslag 2016 was uitgegaan van een veronderstelde onderuitputting van 1%. Bij de nacalculatie blijkt dat de zorgkantoren een groter deel van de contracteerruimte hebben ingezet voor zorg. Door te anticiperen op een onderuitputting van 1% bij het beschikbaar stellen van de contracteerruimte is er nu sprake van een overschrijding in 2016.

Daarnaast is er in 2017 ten opzichte van de begroting sprake van een verschuiving tussen de leveringsvormen zorg in natura en persoonsgebonden budget. De gerealiseerde uitgaven per leveringsvorm weerspiegelen de voorkeuren van de cliënt. Per saldo is sprake van een overschrijding op het totale Wlz-kader van € 9 miljoen.

Langdurige ggz (bedragen x € 1 miljoen)

2014

2015

2016

2017

Stand ontwerpbegroting 2017

1.601,8

622,3

587,1

598,7

Bijstellingen 2e suppletoire begroting 2016

0,0

0,0

0,0

0,0

Bijstellingen jaarverslag 2016

0,8

  • 4,2
  • 55,4

0,0

Bijstellingen 1e suppletoire begroting 2017

0,0

0,0

0,0

  • 47,9

Bijstellingen ontwerpbegroting 2018

0,0

0,0

0,8

0,0

Bijstellingen 2e suppletoire begroting 2017

0,0

0,0

0,0

  • 1,8

Bijstellingen jaarverslag 2017

0,0

  • 1,1
  • 0,4
  • 37,3

Totaal bijstellingen

0,8

  • - 
    5,3
  • - 
    55,0
  • - 
    87,0

Stand jaarverslag 2017

1.602,6

616,9

532,1

511,7

Op deze deelsector staat de uitgavenontwikkeling van de intramurale langdurige geestelijke gezondheidszorg onder de Wlz, bestaande uit de zorgzwaartepakketten, de normatieve huisvestingscomponent, de toeslagen en vergoedingen voor dagbestedingen en vervoer. De intramurale geneeskundige geestelijke gezondheidszorg korter dan een jaar valt onder de Zorgverzekeringswet. Voor nieuwe instroom vanaf 1-1-2015 geldt dat intramurale geneeskundige geestelijke gezondheidszorg korter dan drie jaar onder de Zvw valt.

Toelichting bijstellingen jaarverslag 2017

Autonoom

Actualisering

  • 1,1
  • 0,4
  • 37,3

Op basis van de meest recente cijfers van de NZa zijn de uitgaven geactualiseerd voor de jaren 2015, 2016 en 2017. In 2017 is er sprake van een onderschrijding op het ggz budget. Er is in 2017 € 37 miljoen minder uitgegeven aan de ggz dan eerder geraamd.

Volledig pakket thuis (bedragen x € 1 miljoen)

2014

2015

2016

2017

Stand ontwerpbegroting 2017