Brief Algemene Rekenkamer; Aandachtspunten bij de ontwerpbegroting 2017-2021 en het ontwerpbeheerplan 2017 van de nationale politie - Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Veiligheid en Justitie (VI) voor het jaar 2017 - Parlementaire monitor

Parlementaire monitor
Donderdag 18 juli 2019
kalender

1.

Tekst

34 550 VI Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Veiligheid en Justitie (VI) voor het jaar 2017

Nr. 6 BRIEF VAN DE ALGEMENE REKENKAMER

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 6 oktober 2016

Met deze brief ontvangt u enkele aandachtspunten bij de ontwerpbegroting 2017-2021 en het ontwerpbeheerplan 2017 van de nationale politie. De ontwerpbegroting van de nationale politie, die u als bijlage bij de ontwerpbegroting 2017 van het Ministerie van VenJ ontvangt (bijlage bij Kamerstuk 34 550 VI, nr. 2), omvat Ä 5,5 miljard aan uitgaven, Ä 5,5 miljard aan verplichtingen en Ä 5,4 miljard aan ontvangsten.

Wij gaan in op enkele aandachtspunten voortkomend uit ons onderzoek, die relevant kunnen zijn voor de begrotingsbehandeling dit najaar, te weten:

    • ē 
      koppeling tussen beleid, middelen en prestaties;
    • ē 
      financiŽle risicoís.

1 Algemene aandachtspunten bij de begroting

Bij de nationale politie heeft de Minister van VenJ zowel een kaderstellende als een beherende rol. In zijn kaderstellende rol draagt hij verantwoordelijkheid voor de inrichting, werking en ontwikkeling van het politiebestel. Ook bepaalt hij de landelijke beleidsprioriteiten voor de politie en stelt hij de jaarlijkse bijdrage aan de nationale politie vast.

Zijn voornemens hierover heeft hij vastgelegd in de ontwerpbegroting 2017 van het Ministerie van VenJ. Naar aanleiding van deze ontwerpbegroting hebben we een afzonderlijke brief geschreven, die u tegelijk met deze brief ontvangt (Kamerstuk 34 550 VI, nr. 5). Wij vragen in beide brieven onder meer aandacht voor de beperkte informatiewaarde van de toelichting bij begrotingsartikel 31 Nationale politie.

In zijn beheerdersrol stelt de Minister de begroting, de meerjarenraming, het beheerplan, het jaarverslag en de jaarrekening van de nationale politie vast. Hierbij maakt hij gebruik van het besluit Verdeling sterkte en middelen politie.1

2 Koppeling tussen beleid, middelen en prestaties

In ons Verantwoordingsonderzoek over 2015 bij het Ministerie van VenJ2 hebben wij geconstateerd dat de ambities voor de centralisatie van de politie en de besparingsdoelstellingen niet gerealiseerd werden in de daarvoor geplande periode. We hebben daarom de Minister van VenJ aanbevolen om de beschikbaar gestelde bijdrage aan de nationale politie in balans te brengen met de gevraagde prestaties en de door te voeren maatregelen. Ook nu blijft dit een aandachtspunt.

Volgens de ontwerpbegroting 2017 van het Ministerie van VenJ is er voor de prestaties van de nationale politie in 2017 een intensivering opgenomen van Ä 221 miljoen. Daarnaast is Ä 10 miljoen extra in de begroting opgenomen om de gebiedsgerichte inzet van de nationale politie te versterken. Wij zien dat de ontwerpbegroting 2017-2021 van de nationale politie en het ontwerpbeheerplan 2017 nog geen helderheid bieden over:

    • ē 
      hoe deze (extra) financiŽle middelen verder specifiek verdeeld zullen worden;
    • ē 
      hoe deze middelen worden ingezet om de doelen te bereiken;
    • ē 
      of deze budgetten toereikend zijn.

In de ontwerpbegroting 2017-2021 staat dat met het beschikbaar stellen van de extra financiŽle middelen er nu sprake is van een financieel duurzame begroting. Maar in het ontwerpbeheerplan 2017 wordt een te hoog ambitieniveau voor de prestaties als een voortdurend risico genoemd, waardoor de kans bestaat dat de nationale politie niet in staat is de gewenste doelstellingen te realiseren. Met als gevolg dat een irreŽle belasting op de organisatie en haar medewerkers wordt gelegd en de kwaliteit van de dienstverlening onder druk komt te staan.

Wij constateren in dit verband dat de voorliggende meerjarige ontwerpbegroting niet uitwerkt hoe de landelijke beleidsdoelstellingen gekoppeld worden aan de financiŽle middelen die daarvoor nodig zijn.

3 FinanciŽle risicoís

In onze begrotingsbrief 20163 en in het Verantwoordingsonderzoek 2015 hebben we aandacht gevraagd voor de financiŽle risicoís die samenhangen met de herijking. Er bestaat onder meer het risico dat door de langer durende reorganisatie de besparingsdoelstelling niet tijdig wordt gehaald. Zoals we in de begrotingsbrief 2016 hebben opgemerkt zal de voorziene verbeter- en optimalisatieslag van de eenheden pas vanaf 2018 plaatsvinden en niet in de periode 2015-2018. Daarnaast wordt ook geen indicatie gegeven wanneer deze fase zal zijn afgerond en wat de kosten ervan zullen zijn.

In zijn reactie op ons Verantwoordingsonderzoek 20154 wijst de Minister op het onderzoek naar de personele en materiŽle budgetten, dat hij heeft laten uitvoeren. In dit onderzoek is volgens de Minister een beeld gegeven van de financiŽle consequenties van de herijking. De Minister heeft, naar aanleiding van dit onderzoek, extra financiŽle middelen beschikbaar gesteld waardoor er volgens de ontwerpbegroting 2017-2021 nu een financieel duurzaam evenwicht moet zijn tussen personeel en materieel.

Ondanks de beschikbaarstelling van extra financiŽle middelen, noemt de nationale politie in het ontwerpbeheerplan 2017 diverse risicoís voor het beheer en de begroting. Onder andere het risico op kwantitatieve en kwalitatieve over- en onderbezetting bij de eenheden en het niet of later behalen van de besparingsdoelstellingen.

Er zijn dus risicoís in beeld, maar doordat deze risicoís en hun consequenties financieel niet zijn uitgewerkt, is niet duidelijk hoe ze financieel en beheersmatig opgevangen zullen worden. Enkele voorbeelden hiervan zijn:

    • ē 
      de inbedding van de Politieacademie. Volgens het ontwerpbeheerplan 2017 is er een groot risico dat de Politieacademie bij de nationale politie wordt gevoegd met te weinig financiŽle middelen en dat de Politieacademie de grote opleidingsbehoefte van de politie kwantitatief en kwalitatief niet aankan.
    • ē 
      de onderbezetting van het politiedienstencentrum (PDC). Het ontwerpbeheerplan 2017 spreekt van een forse onderbezetting op onderdelen van het PDC op kwalitatief en kwantitatief vlak. Dit heeft verschillende effecten die onder andere invloed zullen hebben op de dienstverlening van het PDC aan de eenheden en het in werking brengen van het PDC.
    • ē 
      de kostenbeheersing voor de Landelijke Meldkamer Organisatie (LMO). De 25 meldkamers worden samengevoegd tot maximaal 10 meldkamers. Volgens de ontwerpbegroting 2017-2021 zal dit gepaard gaan met forse, maar nog onbekende, investeringen.

In de ontwerpbegroting 2017-2021 is een risicoparagraaf opgenomen. Hierin staat dat de risicoís van materiŽle betekenis kunnen zijn voor de (toekomstige) financiŽle positie van de nationale politie, maar dat de financiŽle impact nog niet bekend is door de beperkte zekerheid hierover. Om deze reden blijven we aandacht vragen voor de financiŽle risicoís in meerjarig perspectief en de consequenties daarvan.

4 Overig te publiceren onderzoek van de Algemene Rekenkamer

Tot publicatie van ons Verantwoordingsonderzoek over 2016 op 17 mei 2017, verwachten we een rapport te publiceren over de ICT van de nationale politie. De verwachte publicatiedatum is december 2016.

We gaan graag met u in gesprek over onze aandachtspunten bij de begroting 2017.

Algemene Rekenkamer

drs. A.P. (Arno) Visser, president

dr. E.M.A. (Ellen) van Schoten RA, secretaris

Noot 1

Stb. 2012, nr.610: Besluit verdeling sterkte en middelen politie.

Noot 2

Rapport Algemene Rekenkamer (mei 2016) Resultaten verantwoordingsonderzoek 2015 Ministerie van Veiligheid en Justitie. Kamerstuk 34 475 VI, nr. 2.

Noot 3

Algemene Rekenkamer (2015). Aandachtspunten bij de ontwerpbegroting 2016-2020 en het ontwerpbeheerplan 2016 van de Nationale Politie. Kamerstuk 34 300 VI, nr. 18.

Noot 4

Ministerie van VenJ (2015). Bestuurlijke reactie op Verantwoordingsonderzoek 2015 VenJ. Brief van de Minister van VenJ aan de president van de Algemene Rekenkamer, d.d. 28 april 2016.


 
 

2.

Meer informatie

 
 

3.

Parlementaire Monitor

Met de Parlementaire Monitor volgt u alle parlementaire dossiers die voor u van belang zijn, op de voet. De monitor signaleert de recent aan deze dossiers toegevoegde documenten en de vergaderingen waarin ze aan de orde komen. U ziet in ťťn oogopslag van elk lopend wetsvoorstel de stand van zaken. Via e-mail-alerts en de nieuwsbrieffunctie zijn u en uw relaties altijd onmiddellijk op de hoogte.

Als u meer wilt weten over de Parlementaire Monitor, bekijk dan de uitgebreide beschrijving op www.pdc.nl of neem contact met ons op via info@parlementairemonitor.nl.