Brief regering; Status van NPO 1 als nationale rampenzender - Toekomst mediabeleid - Parlementaire monitor

Parlementaire monitor
Woensdag 17 juli 2019
kalender

1.

Tekst

32 827 Toekomst mediabeleid

Nr. 77 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN ONDERWIJS, CULTUUR EN WETENSCHAP

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 1 juli 2015

In de procedurevergadering van de vaste commissie voor Onderwijs, Cultuur en Wetenschap van 28 mei 2015 is mij het verzoek gedaan een brief aan uw Kamer te doen toekomen waarin ik inga op de status van NPO1 als nationale rampenzender. Hierbij zend ik u mijn reactie.

In de Mediawet 2008 is een bepaling opgenomen, artikel 6.26, die de wettelijke basis biedt voor de Minister-President om een nadere regeling op te stellen voor omroepen in buitengewone omstandigheden. Daarin is geregeld dat de Minister-President zendtijd en faciliteiten van de publieke omroepen kan vorderen in buitengewone omstandigheden. Dit heeft niet alleen betrekking op NPO 1. NPO 1 kan daarom niet «de nationale rampenzender» worden genoemd.

Op televisie fungeert NPO 1 als «nationale nieuwszender». Dat is de eigen benaming die hier door de NOS en NPO aan wordt gegeven, waarmee men het belang van de continuďteit van de nieuwsvoorziening duidt.

De termen rampenzender en calamiteitenzender zijn synoniemen. Sinds 1991 fungeren de regionale radiozenders formeel als calamiteitenzender. Dat wil zeggen dat de radiozenders van de regionale omroepen in geval van rampen of calamiteiten direct gebruikt moeten kunnen worden voor mededelingen van het bevoegd gezag aan burgers. De inzet daarvan is een lokaal bestuurlijke afweging. De veiligheidsregio’s kunnen specifieke afspraken maken met de regionale omroepen over hun inzet als calamiteitenzender. Daartoe stelt het Ministerie van Veiligheid en Justitie sinds januari 2010 een modelconvenant ter beschikking.

De nationale overheid heeft naast de faciliteiten en zenders van de publieke omroepen meerdere middelen ter beschikking ten behoeve van de crisiscommunicatie, en is daarom voor de crisiscommunicatie niet alleen afhankelijk van de faciliteiten en zenders van de publieke omroepen. Hierbij valt te denken aan www.crisis.nl, het publieksinformatienummer 0800-1351, NL-Alert, social media en de regionale calamiteitenzenders.

De Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, S. Dekker


 
 

2.

Meer informatie

 
 

3.

Parlementaire Monitor

Met de Parlementaire Monitor volgt u alle parlementaire dossiers die voor u van belang zijn, op de voet. De monitor signaleert de recent aan deze dossiers toegevoegde documenten en de vergaderingen waarin ze aan de orde komen. U ziet in één oogopslag van elk lopend wetsvoorstel de stand van zaken. Via e-mail-alerts en de nieuwsbrieffunctie zijn u en uw relaties altijd onmiddellijk op de hoogte.

Als u meer wilt weten over de Parlementaire Monitor, bekijk dan de uitgebreide beschrijving op www.pdc.nl of neem contact met ons op via info@parlementairemonitor.nl.