Bijdrage Arie Slob over het plenair debat over de aanslag in Parijs - Parlementaire monitor

Parlementaire monitor
Maandag 18 november 2019
kalender
Met dank overgenomen van A. (Arie) Slob†i, gepubliceerd op dinsdag 20 januari 2015.

Bijdrage van ChristenUnie Fractievoorzitter Arie Slob aan een plenair debat met minister-president Rutte, minister Opstelten van Veiligheid en Justitie, minister Asscher van Sociale Zaken en Werkgelegenheid en minister Plasterk van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties

Onderwerp:   Debat over de aanslag in Parijs

Kamerstuk:    29 754

Datum:           14 januari 2015

De heer Slob (ChristenUnie):

Voorzitter. De aanslagen in Frankrijk van vorige week hebben ons geschokt. Bruut terroristisch geweld tegen een redactie van een satirisch weekblad, tegen politieagenten en tegen werknemers en klanten van een joodse supermarkt is een onacceptabele aanslag op vrijheden. Het medeleven van de ChristenUnie gaat uit naar de nabestaanden van de slachtoffers die zijn gevallen, naar het Franse volk dat in zijn existentie is geraakt, naar de joodse gemeenschap die in Frankrijk voor het eerst sinds de Tweede Wereldoorlog op de sjabbat niet de gang naar de synagoge kon maken.

De aanslagen in Frankrijk staan niet op zichzelf; ze raken ook ons land. Ze bepalen ons als westerse samenleving bij het feit dat vrijheid geen vanzelfsprekendheid is, bij de grote zorg over het opkomend jihadisme en bij de verontrustend snelle radicalisering van jongeren. Ze tonen aan dat geweld heel dichtbij kan komen, zoals we dat overigens al eerder zagen, onder andere bij de verschrikkelijke aanslag op het Joods Museum in Brussel vorig jaar, de moord op Theo van Gogh en de aanslag op de Twin Towers en het Pentagon in de VS. Ze bepalen ons ook bij zorgwekkende ontwikkelingen in de wereld. Er zijn meer groepen in de wereld die vervolgd worden. Zo gaf Open Doors vorige week nog in haar gepubliceerde ranglijst voor 2015 aan dat de vervolging van christenen nog nooit zo groot was.

Als ChristenUnie staan wij pal voor vrijheden. We veroordelen iedere aanslag op die vrijheden en we komen op voor hen die vervolgd worden, in eigen land, Frankrijk, Noord-Irak, SyriŽ, Nigeria, Zuid-Sudan of waar dan ook. Vrijheden zijn het waard om beschermd te worden. Wat doet het kabinet om die vrijheden ook in eigen land te beschermen? Ik vraag dat ook in het licht van de bezuinigingen op veiligheid waartoe het kabinet zo lichtvaardig had besloten. Het zijn bezuinigingen waarop de ChristenUnie met D66 en SGP op onderdelen heeft ingegrepen, onder andere de beoogde bezuinigingen op de AIVD. Dat is winst, maar deze tijd, met een toenemend aantal terugkerende jihadisten, vraagt juist om meer investeringen in onze inlichtingen- en veiligheidsdiensten. Ik vraag het kabinet om daarvoor middelen beschikbaar te stellen.

Ik vraag het kabinet ook hoe het staat met de bescherming van joodse inwoners van ons land.

De heer Van Haersma Buma (CDA):

Het verzoek van de heer Slob om meer geld voor de AIVD is belangrijk. Ik steun dat verzoek en ik hoop dat velen in deze Kamer dat doen. Dit is wel een heel serieus verzoek, dat wij bij het kabinet gedaan moeten krijgen. Ik voel al een beetje aankomen dat de PvdA en de VVD "nee" zeggen en dat er aan het eind niks gebeurt. Wat kunnen wij doen en wat kan de heer Slob doen, zeker vanuit zijn positie als gedoogpartner van dit kabinet, om echt waar te maken dat er geld bij komt voor de Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst? Het is echt belangrijk om dit verzoek te laten slagen.

De heer Slob (ChristenUnie):

De heer Buma zegt dat er aan het eind niets gebeurt, maar als hij ons de afgelopen twee jaar, maar ook de jaren daarvoor bezig heeft gezien, heeft hij kunnen zien dat wij op een aantal heel essentiŽle onderdelen wel resultaat hebben kunnen boeken. Ik gaf daar ook net een voorbeeld van. Ik ga ervoor om onze inlichtingen- en veiligheidsdiensten in deze tijd van toenemende dreigingen meer ruimte te geven om op dit punt hun werk te kunnen doen, zonder dat dit ten koste gaat van andere werkzaamheden, die ook moeten doorgaan. Dat is mijn oproep aan het kabinet. De bewindslieden hebben nog niet geantwoord. Laten wij het debat met hen vervolgen en de beschikbare mogelijkheden benutten om dit belangrijke punt te realiseren.

De heer Roemer (SP):

Ik zou de heer Slob willen vragen om dit iets te verbreden. Ik ben erg blij met zijn verhaal, want wij staan hier nu gezamenlijk om te voorkomen dat wij mensen niet de beveiliging en bescherming kunnen geven die wij wel willen geven. Laten wij hier gezamenlijk naar kijken. Er ligt bijvoorbeeld nog steeds een grote bezuiniging op het Openbaar Ministerie. De heer Van der Staaij heeft al geprobeerd om 20 miljoen naar voren te halen, maar zelfs als dat zou lukken blijft er in 2015 nog 55 miljoen over, terwijl het Openbaar Ministerie nu al aangeeft het gewoon niet voor elkaar te krijgen. Steunt u mijn oproep om gezamenlijk met het kabinet te bekijken hoe wij ook die bezuiniging weg kunnen krijgen, gezien alles wat er nu aan de hand is?

De heer Slob (ChristenUnie):

Het is wel mooi om eerst het CDA en dan de SP naar voren te zien komen om te bekijken of wij bezuinigingen kunnen tegengaan. Ik verwees al naar wat er de afgelopen periode is gebeurd. Wij hebben daar inderdaad voor geknokt. Er is ook al een begin mee gemaakt met betrekking tot het Openbaar Ministerie. Als er mogelijkheden zijn om op dit punt vervolgstappen te zetten, laten wij dat dan vooral doen.

De heer Roemer (SP):

Ik zie dat als een bevestiging en hoop dat het kabinet hier serieus naar gaat kijken, want er is wel het nodige gebeurd. Het Openbaar Ministerie heeft de nodige signalen afgegeven. Ik snap dat dit allemaal de uitkomst is van de onderhandelingen en wil daar niks aan afdoen, maar feit is nu wel dat er een grote bezuiniging ligt. Die staat nu nog op 75 miljoen voor dit jaar. Dat kan op dit moment echt niet. Ik hoop dat u met mij het kabinet wilt verzoeken om Kamerbreed te bekijken hoe wij dit kunnen oplossen. Laten wij niet de strijd met elkaar aangaan, want dit kan echt niet.

De heer Slob (ChristenUnie):

Ik heb in de afgelopen periode in ieder geval gezien dat het kabinet en de coalitie op een aantal essentiŽle punten zijn gaan bewegen. De bezuiniging op de AIVD is bijvoorbeeld voor een groot deel weggewerkt. Er is geld beschikbaar gekomen voor het OM. Er is uiteindelijk ook extra geld beschikbaar gekomen om in ieder geval een begin te maken om de krater die in de vorige kabinetsperiode in het defensiebudget was geslagen, weer te gaan dichten. Laten wij de kansen die er zijn benutten. Daarvoor zijn wij als ChristenUnie altijd beschikbaar.

Voorzitter. Ik kom bij een punt dat ons heel erg bezighoudt, de bescherming van de joodse inwoners van ons land. Dat zijn er zo'n 40.000. Het is een kleine groep, maar wel een groep die onder druk staat. Het steeds maar weer terugkerende antisemitisme is een groot maatschappelijk kwaad. Het is een dagelijkse aanklacht tegen onze maatschappij en de vrijheden waar wij voor staan. Joodse instellingen moeten zo zwaar beveiligd worden dat er marechaussees voor de deur staan en er staan hoge hekken om de joodse scholen. Zoals ik vandaag in een gesprek met de joodse gemeenschap in Den Haag hoorde, dragen joden soms kogelvrije vesten tijdens de sjabbat. Dat gebeurt in deze tijd. Men heeft nu meer dan ooit angst voor wat er gebeurt en wat er mogelijk nog staat te gebeuren. Ook op dit punt heeft de ChristenUnie recent, samen met D66 en de SGP, rijksgeld beschikbaar weten te maken voor de bescherming van de joodse instellingen. Dat was een begin. Er is helaas meer nodig, want het is niet genoeg. Ik vraag het kabinet klemmend om met de joodse gemeenschap in gesprek te treden om te bekijken wat er nog nodig is om de bescherming op het niveau te krijgen dat nodig is, zonder dat het onevenredig zwaar drukt op de joodse gemeenschap. Ik vraag het kabinet ook om langdurige zekerheid te geven voor de bescherming waar het CIDI in deze week om heeft gevraagd. Nu is er nog te veel onzekerheid dat de beveiliging die wordt gegeven opeens weer kan worden afgeschaald, zoals vorige week nog even dreigde voor het joodse onderwijs.

De aanslagen maakten ook iets anders los in Nederland. Ik was daar blij mee. Ze maakten een grote eensgezindheid los, ook in het eigen land, in het veroordelen van terrorisme en het opkomen voor vrijheden.

De heer Kuzu (Groep Kuzu/÷ztŁrk):

Ik denk dat heer Slob wel weet waarom ik hier sta. De vraag die ik de heer Van der Staaij stelde, wil ik ook aan de heer Slob stellen. Vindt hij het nodig om ook geld vrij te maken voor moskeeŽn, wanneer er sprake is van een substantiŽle dreiging richting moskeeŽn?

De heer Slob (ChristenUnie):

Ja. Als er dreigingen zijn, dan hoort een overheid haar verantwoordelijkheden, de primaire taak om te zorgen voor de veiligheid van haar burgers, waar te maken. De overheid mag dan geen onderscheid maken in de groepen die het betreft.

De heer Kuzu (Groep Kuzu/÷ztŁrk):

Het doet me goed om dat te horen. De afgelopen tien jaar hebben er in Nederland 174 geweldsincidenten plaatsgevonden rondom 475 moskeeŽn van de 475 moskeeŽn in Nederland. Is dat voor de heer Slob genoeg reden om het beveiligingsniveau voor moskeeŽn ook op te schroeven?

De heer Slob (ChristenUnie):

Als er concrete aanwijzingen zijn dat het nodig is om het veiligheidsniveau op te schroeven, dan ga ik ervan uit dat het beveiligingsniveau wordt opgeschroefd. Ik stel voor deze vraag naar het kabinet door te geleiden. Dit is echter zoiets als het opentrappen van een open deur. Wij horen hier zo mee om te gaan.

Ik was gebleven bij die grote eensgezindheid, ook vorige week, in het veroordelen van terrorisme en het opkomen voor vrijheden. Ik was aanwezig bij de bijeenkomst in Zwolle. Fractiegenoten van mij waren aanwezig in Rotterdam, Amsterdam en Utrecht. Dat was hartverwarmend. Het zou mooi zijn als we die eensgezindheid vast kunnen houden en de mensen erbij kunnen betrekken die nu nog aan de kant blijven staan. Ik vraag het kabinet om er alles aan te doen om dat te realiseren. Ik zeg hier nog iets bij. Niets rechtvaardigt aanslagen op vrijheden, ook al kan de wijze waarop vrijheden worden ingevuld soms ongemakkelijk voelen en zelfs als pijnlijk worden ervaren. Ik merk dat ook bij mezelf als ik word geconfronteerd met bepaalde uitingen van religiekritiek, omdat die mij diep kunnen raken in mijn overtuiging van en liefde voor wat heilig is. Ik zal de vrijheid om je hart te laten spreken en je pen te laten schrijven of tekenen altijd blijven verdedigen. Ik zal ook altijd mezelf en anderen blijven aanspreken om vrijheden vanuit verantwoordelijkheid te gebruiken. Als wij over die invulling van mening verschillen, gaan wij inderdaad met elkaar in gesprek, vanuit het besef dat tolerantie pijn doet.

Ik sluit af. Ik sta hier als christenpoliticus, als navolger van hem die ooit, toen hem werd gevraagd wie hij was, zei: ik ben wie ik ben. Alle politici van de ChristenUnie hebben maar een verlangen: dienstbaar zijn aan de samenleving, het goede zoeken voor de mensen om ons heen en streven naar vrede, recht en gerechtigheid. Wij hopen en bidden dat we daar in ons land en in ons parlement ó met de verscheidenheid die zo kenmerkend is voor ons land ó in harmonie en vrede mee kunnen omgaan. Wij hopen dat we op verantwoorde wijze kunnen blijven omgaan met verschillen.

Voor meer informatie: www.tweedekamer.nl.