Brief regering; Beleidsvoornemens vakbekwaamheid financiële dienstverleners - Wet- en regelgeving financiële markten

Deze brief is onder nr. 3 toegevoegd aan dossier 32545 - Wet- en regelgeving financiële markten.

1.

Kerngegevens

Officiële titel Wet- en regelgeving financiële markten; Brief regering; Beleidsvoornemens vakbekwaamheid financiële dienstverleners
Document­datum 13-05-2011
Publicatie­datum 13-05-2011
Nummer KST325453
Kenmerk 32545, nr. 3
Externe link originele PDF
Originele document in PDF

2.

Tekst

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Vergaderjaar 2010–2011

32 545

Wet- en regelgeving financiële markten

Nr. 3

1  Kamerstukken II 2010/11, 31 980, nr. 38, p. 5.

2  Onder meer onderzoeken van de AFM naar hypotheken (2007), vermogensopbouw (2009), beleggingsverzekeringen (2009), 2e pijler pensioenproducten (2010).

3  Brief van 13 april 2011, FM 2011/7110 M.

4 Ter inzage gelegd bij het Centraal Informatiepunt Tweede Kamer.

BRIEF VAN DE MINISTER VAN FINANCIËN

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 2 mei 2011

In deze brief informeer ik u nader over de voorgenomen verbeteringen in de regelgeving ten aanzien van vakbekwaamheid van financiële dienstverleners, zoals toegezegd in het Actieplan financiële sector naar aanleiding van het plenair debat commissie de Wit.1

Uit verschillende onderzoeken van de Autoriteit Financiële Markten (AFM) is gebleken dat er nog veel mis is met de kwaliteit van advisering.2 De grote schaal van «mis-selling» de afgelopen jaren heeft de waarde van een passend advies voor de consument alleen maar bevestigd.

Het beleid om de problematiek van niet-passend advies aan te pakken bestaat ten eerste uit regelgeving ter voorkoming van ongewenste sturing vanuit aanbieders. Daarom heb ik recent aangekondigd deze provisieregels verder te zullen aanscherpen.3 Ten tweede bestaat dit beleid uit regels die de vakbekwaamheid van financiële dienstverleners borgen. In deze brief zet ik mijn voornemens uiteen om ook de regels omtrent vakbekwaamheid aan te scherpen.

Het Ministerie van Financiën heeft de afgelopen maanden in samenwerking met de AFM de bestaande regels voor vakbekwaamheid onder de loep genomen, mede op basis van adviezen van het College Deskundigheid Financiële Dienstverlening (CDFD). Hieruit is gebleken dat het huidige vakbekwaamheidsstelsel op een aantal punten niet voldoet aan de eisen van deze tijd en zodoende onvoldoende bijdraagt aan passende advisering door financiële dienstverleners (zie de bijgevoegde evaluatie).4

In haar jaarverslag 2010 geeft de AFM aan dat uit voorlopige onderzoeks-cijfers blijkt dat ongeveer twintig procent van de financiële dienstverleners niet of niet volledig voldoet aan de huidige vakbekwaamheidseisen. Ook blijkt dat het lastig is om op grond van het huidige stelsel goed toe te zien op de vakbekwaamheid van alle adviseurs.

Zo is het op dit moment nog niet verplicht dat alle adviseurs hun vakbekwaamheid door middel van een diploma kunnen aantonen.1 Bij ondernemingen tot 50 FTE hoeven slechts bepaalde managers (de zogenaamde «feitelijk leidinggevenden») over vakbekwaamheids-diploma’s te beschikken. Bij ondernemingen met meer dan 50 FTE hoeft niemand over vakbekwaamheidsdiploma’s te beschikken, mits de vakbekwaamheid door de bedrijfsvoering geborgd wordt. Dit betreft met name verzekeraars en banken. Dit leidt tot een ongelijke situatie in de markt: aan kleine financiële dienstverleners worden andere eisen gesteld dan aan grote. Dit terwijl niet is gebleken dat de misstanden bij grote partijen kleiner zijn dan bij kleine.

Bovendien is een consument er nu niet zeker van dat de persoon die hem adviseert ook daadwerkelijk over de vereiste vakbekwaamheid beschikt. Daarnaast ligt het niveau van de vakbekwaamheidsmodules die adviseurs moeten volgen in veel gevallen te laag en sluiten de modules soms niet aan bij de eisen die aan een passend advies gesteld worden. Zo zijn de modules met name geënt op kennis van producten in plaats van op een passende advisering aan klanten. Elementen als adviesvaardigheden en professioneel gedrag ontbreken. Dit wordt ook door de markt gesignaleerd. Deze elementen komen tevens terug in de Europese richtlijn betreffende de erkenning van beroepskwalificaties.

Ook blijkt uit de toezichtspraktijk van het CDFD, dat namens mij toezicht houdt op exameninstituten en instituten voor Permanente Educatie (PE), dat het huidige stelsel van toezicht – namelijk accreditatie van afzonderlijke instellingen – leidt tot concurrentie tussen exameninstituten op «lage kwaliteit» («instituten met makkelijkere examens zijn meer in trek»), met als gevolg een neerwaartse spiraal in kwaliteit van opleidingen en examens.

1 Een adviseur is iemand binnen een financiële onderneming die consumenten daadwerkelijk adviseert specifieke producten al dan niet af te nemen.

Om deze zaken het hoofd te bieden ben ik voornemens om het vakbe-kwaamheidsstelsel op onder andere onderstaande punten aan te scherpen. De verschillende onderdelen waaruit dit plan bestaat moeten als een coherent geheel worden beschouwd: – Invoeren van een diplomaplicht voor iedere adviseur

Een consument moet zeker kunnen zijn van de vakbekwaamheid van een adviseur, ongeacht waar deze werkzaam is. Daarom wil ik verplichten dat iedere adviseur aan de wettelijke vakbekwaamsmodules moet voldoen. Dit betekent dat de voorwaarden voor vakbekwaamheid voor grote en kleine ondernemingen gelijk worden getrokken en dat ondernemingen die het diplomamodel hanteren voor hun adviseurs niet langer kunnen volstaan met alleen feitelijk leidinggevenden die over de vakbekwaamheidsdiploma’s beschikken. Een dergelijke diplomaplicht kan door de koppeling aan een register voor adviseurs (zie hieronder) tevens de transparantie voor consumenten over wie zij voor zich hebben vergroten. – Register waarin alle adviseurs zijn opgenomen

Verschillende marktpartijen werken momenteel aan een centraal register waarin alle adviseurs worden opgenomen met de door hun behaalde vakbekwaamheidsdiploma’s. Ik juich deze ontwikkeling van harte toe en zal bij dit overleg betrokken blijven. Ik ga ervan uit dat het niet alleen voortbouwt op het bestaande reeds hoogwaardige systeem van keurmerken en registratie, maar daarop ook een verdere positieve invloed zal hebben. In dat geval ben ik voornemens hiervoor een wettelijke basis te creëren. Mocht het marktinitiatief onverhoopt toch niet op een goede en tijdige manier van de grond komen, dan zal ik de mogelijkheden onderzoeken om te komen tot een publiek register. Doel van een dergelijk register is meerledig. Consumenten kunnen in het register nagaan of hun adviseur daadwerkelijk bevoegd is hen te adviseren. Daarnaast zou het register het toezicht van de AFM kunnen ondersteunen. Meer in het algemeen kan het register bijdragen tot een versterking van de markt. De beroepsgroep zal namelijk zelf kunnen signaleren of een adviseur ook daadwerkelijk de vereiste diploma’s heeft. Daarnaast is het ook praktisch voor de adviseurs: tot nu toe bestaat er geen centraal orgaan waar hun kwalificaties zijn geregistreerd. Uiteraard moet het register ook duidelijkheid bieden op het moment dat adviseurs niet langer aan de vereiste vakbekwaamheidseisen voldoen. - Aanpassingen van de wettelijke vakbekwaamheidsmodules en examinering

Om de vakbekwaamheidsmodules van de Wet op het financieel toezicht (Wft) te versterken ben ik voornemens hierin de volgende aanpassingen door te voeren:

Herindeling en aanscherping vakbekwaamheidsmodules Gegeven de signalen vanuit de sector dat de aansluiting van de vakbekwaamheidsmodules bij de praktijk beter kan, stel ik een herindeling van de modules voor. Het doel hierbij is dat deze minder productgericht worden en meer aansluiten op enerzijds de behoefte van de consument aan een integrale advisering, en anderzijds op de beroepspraktijk. Zo ben ik onder meer voornemens één enkele module in te stellen voor vermogensopbouw. Daarnaast ben ik van plan de vakbekwaamheidsmodules aan te vullen met de elementen vaardigheden en professioneel gedrag, waarbij ook aandacht zal zijn voor ethiek en integriteit van de adviseur. Hierbij zal ik per module kijken welk niveau van vaardigheden en professioneel gedrag gewenst is. In een aantal gevallen is ook het kennisniveau van de modules te laag. Waar nodig zal ik het kennisniveau van de modules gericht verhogen.

Centrale examenvragendatabank

Om de gesignaleerde neerwaartse spiraal in kwaliteit van opleidingen en examens het hoofd te bieden, ben ik op advies van het CDFD van plan een centrale examenvragendatabank in te voeren (te vergelijken met Cito of CBR). In deze examenvragendatabank zullen voor de verschillende vakbekwaamheidsmodules examens van een gedegen niveau worden opgeslagen.1 Deze vragen zullen at random door de databank voor het betreffende exameninstituut worden geselecteerd. Hierdoor is het voor exameninstellingen niet langer mogelijk te concurreren op «lage kwaliteit», aangezien zij allen vragen afnemen uit dezelfde databank. Het grote voordeel van de databank is dat er een uniforme, permanente kwaliteit wordt neergezet en eenduidigheid van examens wordt geborgd. Daarnaast kan centralisering van vragen in één centrale databank, in plaats van de huidige verspreiding over veel verschillende databanken, leiden tot meer efficiëntie als gevolg van schaalvoordelen. Ook kan centralisering van vragen de kwaliteit van examens ten goede komen door de grotere diversiteit aan beschikbare - en daarmee minder voorspelbare - vragen per examen.

Parallel aan deze brief aan uw Kamer zal ik de sector in de maand mei consulteren over de precieze vormgeving en nadere uitwerking van bovenstaande beleidsvoornemens2.

1  Ik ben in overleg met de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap over de wijze waarop deze databank op een goede manier kan worden vormgegeven zodat deze het toezicht van de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap op de hogescholen niet doorkruist.

2  De consultatie zal geplaatst worden op de website http://www.internetconsultatie.nl.

Ik streef ernaar de vertaling van bovenstaande beleidsvoorstellen in weten regelgeving te laten meelopen in de Wijzigingswet financiële markten 2013 en het daar onderhangende Wijzigingsbesluit financiële markten 2013. Er is een redelijke termijn nodig om de opleidingen aan te passen aan de nieuwe eisen. Daarom wil ik deze wijzigingen in 2014 van kracht laten worden. Ik ben nog in overleg met de sector over de exacte hoeveelheid tijd die nodig is om de opleidingen aan te passen. Daarnaast wil ik voor bestaande financiële dienstverleners een redelijke overgangstermijn hanteren, bijvoorbeeld tot 2015.

De minister van Financiën, J. C. de Jager

 
 
 

3.

Meer informatie

 

4.

Parlementaire Monitor

Met de Parlementaire Monitor volgt u alle parlementaire dossiers die voor u van belang zijn en bent u op de hoogte van alles wat er speelt in die dossiers. Helaas kunnen wij geen nieuwe gebruikers aansluiten, deze dienst zal over enige tijd de werkzaamheden staken.