Europees financieel kader 2021-2027 - Parlementaire monitor

Parlementaire monitor
Vrijdag 27 november 2020
kalender

Europees financieel kader 2021-2027

Met dank overgenomen van Europa Nu.
De meerjarenbegroting van de EU voor 2021-2017

Het Meerjarig Financieel Kader 2021-2027 (MFK) is het akkoord waarin de begroting van de Europese Unie i voor een periode van zeven jaar op hoofdlijnen wordt vastgesteld. De EU legt in deze meerjarenbegroting vast wat de hoogte van het budget van de EU is, waar het geld aan uitgegeven wordt en hoeveel iedere lidstaat moet bijdragen. Het MFK voor 2021-2027 komt uit op 1.090 miljard euro. Om de economische gevolgen van de coronacrisis op te vangen is afgesproken dat er boven op de normale begroting een (corona)herstelfonds i komt van 750 miljard euro.

Na jarenlange moeizame onderhandelingen tussen de lidstaten onderling én vervolgens tussen de lidstaten en het Europees Parlement i lag er in november 2020 een compromis. Dit compromis moet nog formeel door het Europees Parlement en door de Raad van Ministers worden goedgekeurd. In de Raad is dat geen uitgemaakte zaak, Hongarije en Polen moeten weinig hebben van de nieuwe voorwaarden die op het terrein van de rechtsstaat worden gesteld om EU-gelden te kunnen ontvangen. Het Europees Parlement wil eigenlijk meer geld voor een aantal programma's maar een meerderheid lijkt zich te kunnen vinden in dit compromis.

In de praktijk moet de Europese Raad i het ook eens zijn met het voorgestelde MFK. De regeringsleiders van Polen, Hongarije en Slovenië hebben bezwaren tegen het voorstel dan gedaan is.

Het geld van de begroting gaat vooral naar het cohesiebeleid voor het versterken van de economie van armere regio's en naar het landbouwbeleid. Beiden zijn goed voor ruim 350 miljard in zeven jaar. Ook onderzoek en innovatie en het nabuurschapsbeleid zijn belangrijke posten, beiden goed voor zo'n 100 miljard in de komende zeven jaar. De rest van het geld gaat naar migratie, defensie, gezondheidszorg en naar uitgaven aan de Unie zelf. Het herstelfonds is helemaal gericht op het aanjagen van economische groei, en sluit daarmee vooral aan bij het cohesie- en innovatiebeleid.

1.

Knelpunten in de onderhandelingen

De hoogte van begroting

In haar eerste voorstel van mei 2018 ging de Commissie uit van een meerjarenbegroting van 1.135 miljard euro, 1,11 procent van het gezamenlijk BNP van de Europese Unie. Dat was flink hoger dan de 1 procent BNP die het in 2014-2020 was. Een aanzienlijk aantal lidstaten kon zich daar in vinden of wilde zelfs nog een iets verdere stijging. Zuiniger lidstaten, zoals Nederland, wilden niets weten van een stijging en stelden voor de begroting op die 1 procent te houden, oftewel 1.020 miljard. Het Europees Parlement zette juist veel hoger in en vroeg om 1.324 miljard euro, 1,3 procent van het BNP.

De zuinige lidstaten zetten hun hakken in het zand. Dat waren veelal ook de landen die netto aan de EU betaalden. Iedere verhoging van het MFK zou die landen meer geld kosten. Als compromis waren ze mogelijk wel bereid iets meer te willen betalen, maar dan moesten landenkortingen behouden blijven, voorwaarden over de staat van de rechtsstaat komen voor het geven van subsidies en de uitgaven worden gemoderniseerd.

De toch al zo stroef verlopende onderhandelingen werden door de uitbraak van de coronacrisis nog verder bemoeilijkt. De onderhandelingen over de hoogte van het herstelfonds (1000+ miljard, of 500 miljard) en of het giften of leningen moesten worden liepen veelal langs dezelfde breuklijnen tussen de lidstaten. In de zomer van 2020 waren de lidstaten eruit, 1.074 miljard voor het MFK en 750 miljard in het steunfonds.

Het Europees Parlement eiste vervolgens een verhoging van ruim 40 miljard. Dat werd uiteindelijk 16 miljard, bovendien vooral te financieren uit de boetes die de Commissie oplegt in het kader van het mededingingsbeleid.

Landenkortingen

De Commissie wilde na het vertrek van het Verenigd Koninkrijk ook meteen een einde maken aan het fenomeen landenkortingen, ook bekend als de 'rebates'. Het idee achter deze kortingen is dat landen die per inwoner relatief veel betalen aan de EU korting krijgen op hun afdracht aan de EU, een tegemoetkoming aan nettobetaler als Nederland.

Eén van de voorwaarden voor onder andere Nederland om akkoord te gaan met het uiteindelijke compromis was dat de landenkortingen behouden bleven.

Waar gaat het geld naar toe

De Commissie wilde minder geld naar landbouw en regionaal beleid, en meer inzetten op bijvoorbeeld programma's voor onderwijs (Erasmus+ i), innovatie en het ondersteunen van economische hervormingen.

Uiteindelijk is daar minder van terecht gekomen dan de Commissie wilde. Ook de Nederlandse regering heeft hier water bij de wijn moeten doen. Er is echter wel afgesproken dat van alle uitgaven 30 procent moet worden besteed aan elementen die helpen bij het tegengaan van klimaatverandering, en dat er binnen bestaande programma's meer aandacht komt voor digitalisering.

Voorwaarden

Lidstaten die de rechtsstaat niet respecteren riskeren opschorting van Europese subsidies. Dat principe is door alle regeringsleiders in de zomer van 2020 vastgesteld bij het compromis over het MFK en het herstelfonds, dus ook door de lidstaten die tegen het hele principe waren.

Die koppeling tussen subsidies en de rechtsstaat was - zeker in de ogen van het Europees Parlement - erg vaag. Precies daarom was dat compromis tussen de lidstaten mogelijk. In de herfst van 2020 is intensief onderhandeld over de uitwerking van dat principe. Dat komt er nu op neer dat wanneer het beheer van de EU-begroting of de financiële belangen van de EU geschaad worden als resultaat van inbreuken op beginselen van de rechtsstaat er mogelijk sancties kunnen volgen. Dat is een nauwere interpretatie dan dat een lidstaat geen geld krijgt als het de fundamenten van de rechtsstaat uitholt, ongeacht of dat direct iets met EU-programma's te maken heeft.

Eigen middelen

In haar eerste voorstel stelde de Commissie voor dat de EU naast de bijdragen vanuit de lidstaten ook zelf direct inkomsten kon genereren. Dat wilde ze door de inkomsten uit het Europese emissiehandelssysteem aan de Commissie te laten toekomen, maar ook door Europese belastingen.

De lidstaten veegden dat idee snel van tafel. Het idee van een Europese belasting is niet populair. Toch keerde het in een andere vorm terug - het coronaherstelfonds mag worden gefinancierd door te direct te lenen van de kapitaalmarkten, met als onderpand nieuwe, eigen inkomstenbronnen van de EU. Zoals opbrengsten uit het emissiehandelssysteem, en nog uit te werken 'tijdelijke' belastingen op plastics en digitale activiteiten.

2.

De procedure

Het meerjarig financieel kader wordt formeel vastgesteld door de Raad van Ministers i én het Europees Parlement volgens de instemmingsprocedure i. In de praktijk komt er alleen een meerjarenbegroting als de Europese regeringsleiders i het eens zijn. De regeringsleiders van Polen, Hongarije en Slovenië hebben bezwaren tegen het voorstel dan gedaan is.

Technische aanpassing

Ieder jaar voert de Commissie een technische aanpassing van de meerjarenbegroting door. Dit proces omvat twee werkzaamheden:

  • Het doorberekenen van zaken als inflatie en economische groei of krimp binnen de Europese economie.
  • Het herberekenen van de beschikbare financiële ruimte voor de resterende jaren binnen het financiële kader.

Jaarbegroting binnen de meerjarenbegroting

3.

Meer informatie