Versoepel de normen voor wetenschappelijk onderzoek met embryo’s niet

Met dank overgenomen van M.H. (Mirjam) Bikker i, gepubliceerd op woensdag 28 juni 2023, 14:42.

Onze huidige Embryowet stelt terecht grenzen aan wetenschappelijk gebruik van geslachtscellen en embryo’s. De wet streeft een evenwicht na tussen respect voor de menselijke waardigheid en het menselijk leven én andere waarden, zoals het genezen van zieken en het bevorderen van het welzijn van onvruchtbare paren en het toekomstige kind. Alleen restembryo’s die zijn overgebleven na een vruchtbaarheidsbehandeling mogen worden gebruikt voor wetenschappelijk onderzoek.

Balans in de wet

Maar de nagestreefde balans in de Embryowet is geen gegeven. De wetenschap oefent onophoudelijk druk uit voor ruimere kaders. En ook de politiek ziet kansen. Zo werken Sophie Hermans (VVD) en Jan Paternotte (D66) aan een voorstel om het verbod op het kweken van embryo’s voor onderzoek op te heffen. Zij zien gelegenheid voor het kweken van embryo’s voor wetenschappelijk onderzoek naar vruchtbaarheidsbehandelingen en genetische ziekten, wanneer dat onderzoek niet op een andere manier kan worden verricht.

Maar dit voorbehoud is loos: er is geen onomstreden toetsingskader denkbaar om te bepalen wanneer onderzoek werkelijk niet op een andere manier kan worden verricht dan met embryo’s. Als het opstellen van arbitraire afwegingscriteria al mogelijk zou zijn, dan nog zijn toezicht en handhaving onbegonnen werk. VVD en D66 sorteren dus voor op vrij spel voor het kweken van embryo’s voor wetenschappelijk onderzoek, wat de weg vrij maakt voor nog meer onderzoek met embryo’s. Want wie is er tegen doelen die de geneeskunde naar een hoger niveau tillen en daarmee gezondheid en welzijn van de bevolking dienen? Wie durft vol te houden dat het ontwikkelingsstadium van een embryo daarvoor een belemmering mag zijn?

Morele waardering

Voor voorstanders van meer mogelijkheden van het kweken van embryo’s staan medisch-ethische overwegingen in het teken van het beoogde resultaat, dat is helder. Ook in de initiatiefwet wordt de morele waardering van embryo-onderzoek gerelateerd aan het na te streven algemeen nut. Maar deze nutsethiek verliest uit het oog dat een embryo meer is dan instrumenteel weefsel dat klinisch voor onderzoek kan worden gekweekt. Dat is het per definitie niet.

Een evenwichtige wijze van medisch-ethisch verantwoord nadenken over doelen is onlosmakelijk verbonden aan een juiste waardering van de ingezette middelen, in dit geval het kweken van embryo’s puur voor onderzoek. In een embryo ligt een stadium van menselijk leven besloten dat een intrinsieke waarde heeft. De wetenschappelijke waardering van verschillende ontwikkelingsstadia van zygote tot embryo tot foetus tot neonaat maakt dat onmiskenbaar duidelijk.

Nutsdenken

In het debat over het verruimen van onderzoeksmogelijkheden maken voorstanders de belangen groot en het embryo klein. Maar medische ethiek hoort oog te hebben voor het weerloze, dat juist daardoor van waarde is. Als het begin van het leven voorwerp wordt van nutsdenken, zal die benadering ook bij andere onderwerpen aan de randen van het leven aan invloed winnen.

Een samenleving die mensen tot hun bijdrage aan het algemeen nut reduceert, is een schrikbeeld. Dan tel je als ernstig zieke, zwaar gehandicapte of zeer oude niet mee. Dan word je gewaardeerd voor wat je doet en toevoegt aan het algemene welzijn, maar niet om wie je bent als mens. Om te voorkomen dat we die kant op gaan moeten we ook niet toestaan dat het leven al bij het prilste begin puur instrumenteel wordt gebruikt. Zodat het leven vanaf dan op waarde wordt geschat.

Dit opinieartikel van Mirjam Bikker en Nicki Pauw-Verweij (JA21) verscheen eerder in Trouw