Wet van 19 oktober 2022, houdende wijziging van de Wet inburgering 2021 in verband met aanpassing van het overgangsrecht

1.

Kerngegevens

Document­datum 07-12-2022
Publicatie­datum 07-12-2022
Kenmerk Stb. 2022, 487
Externe link origineel bericht
Originele document in PDF

2.

Tekst

Wet van 19 oktober 2022, houdende wijziging van de Wet inburgering 2021 in verband met aanpassing van het overgangsrecht

Wij Willem-Alexander, bij de gratie Gods, Koning der Nederlanden, Prins van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Allen die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:

Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is de Wet inburgering 2021 te wijzigen, om het overgangsrecht aan te passen in verband met het wegnemen van enige hardheden in de Wet inburgering;

Zo is het dat Wij, de Afdeling advisering van de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

ARTIKEL I

De Wet inburgering 2021 wordt als volgt gewijzigd:

A

In artikel 1, eerste lid, wordt in de alfabetische volgorde ingevoegd:

Wet inburgering:

de Wet inburgering, zoals die wet luidde de dag voorafgaand aan de inwerkingtreding van deze wet.

Aa

Artikel 32, tweede lid, komt als volgt te luiden:

    • 2. 
      Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld over:
      • a. 
        de aanwijzing van een instelling;
      • b. 
        de verlening van een keurmerk aan cursusinstellingen;
      • c. 
        de invulling van de eisen van het keurmerk, bedoeld in artikel 2.78a, eerste lid, onderdeel b, van de Aanbestedingswet 2012;
      • d. 
        de vergoeding die is verschuldigd in verband met de afgifte en het beheer van het keurmerk, en het toezien of wordt voldaan aan de eisen van het keurmerk.

B

Aan artikel 54 worden vijf leden toegevoegd, luidende:

    • 3. 
      Een vrijstelling op grond van het bepaalde bij of krachtens artikel 5, eerste lid, onderdeel e, van de Wet inburgering, wordt beschouwd als een vrijstelling als bedoeld in artikel 4, eerste lid, onderdeel d, van deze wet.
    • 4. 
      Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen, in afwijking van de bij of krachtens algemene maatregel van bestuur op grond van de artikelen 6, derde lid, 8, eerste lid, aanhef en onderdeel a, en 16, vijfde lid, van de Wet inburgering gestelde regels, ter begunstiging regels worden gesteld:
      • a. 
        omtrent de voorwaarden waaronder en de termijn waarbinnen een ontheffing kan worden afgegeven;
      • b. 
        omtrent de voorwaarden waaronder de termijnen op grond van de artikelen 7a, derde lid, en 7b, derde lid, van de Wet inburgering kunnen worden verlengd;
      • c. 
        waarmee de verplichting om de lening terug te betalen wanneer sprake is van overschrijding van de termijnen, genoemd in de artikelen 7a en 7b, van de Wet inburgering, wordt beperkt of tenietgedaan, en omtrent het vaststellen van de draagkracht ten behoeve van de terugbetaling van de lening.
    • 5. 
      Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld over het aanbieden van begeleiding aan de inburgeringsplichtige op wie de Wet inburgering van toepassing is ter bespoediging van de afronding van de inburgeringsplicht, bedoeld in die wet.
    • 6. 
      Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld met betrekking tot een goede uitvoering van het eerste lid.
    • 7. 
      Artikel 32, tweede lid, onderdeel d, en de daarop berustende bepalingen, zijn van overeenkomstige toepassing op het keurmerk, bedoeld in artikel 12a van de Wet inburgering.

ARTIKEL II

Deze wet treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip, dat voor de verschillende artikelen of onderdelen daarvan verschillend kan worden vastgesteld, waarbij:

    • a. 
      het met artikel I, onderdeel B, toegevoegde artikel 54, vierde lid, aanhef en onderdeel c, van de Wet inburgering 2021, voor wat betreft de terugbetalingsverplichting van de lening, terugwerkt tot en met een in dat besluit te bepalen tijdstip, en
    • b. 
      de overige leden, met uitzondering van het vijfde en het zevende lid, en de onderdelen a en b van het vierde lid, van het met artikel I, onderdeel B, toegevoegde artikel 54 van de Wet inburgering 2021 kunnen terugwerken tot en met een in dat besluit te bepalen tijdstip.

Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren die zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.histnoot

Gegeven te ’s-Gravenhage, 19 oktober 2022

Willem-Alexander

De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, C.E.G. van Gennip

Uitgegeven de zevende december 2022

De Minister van Justitie en Veiligheid, D. Yeşilgöz-Zegerius

XHistnoot histnoot

Kamerstuk 36 078


 
 
 

3.

Meer informatie

 

4.

Parlementaire Monitor

Met de Parlementaire Monitor volgt u alle parlementaire dossiers die voor u van belang zijn en bent u op de hoogte van alles wat er speelt in die dossiers. Helaas kunnen wij geen nieuwe gebruikers aansluiten, deze dienst zal over enige tijd de werkzaamheden staken.