Aarhus Regulation - Council adopts its position at first reading

Met dank overgenomen van Raad van de Europese Unie (Raad) i, gepubliceerd op woensdag 6 oktober 2021.

De Raad i heeft zijn standpunt in eerste lezing aangenomen over een wijziging van de Aarhus-­verordening betreffende de toegang tot informatie, inspraak bij besluitvorming en toegang tot de rechter in milieu­aangelegenheden. De verordening bepaalt hoe de EU i en de lidstaten uitvoering geven aan het internationale Verdrag van Aarhus. De Raad heeft zijn standpunt aangenomen nadat er in juli 2021 een voorlopig akkoord met het Europees Parlement i was bereikt. Het is de laatste stap van de aannemings­procedure.

De Raad heeft vandaag definitief groen licht gegeven voor de wijziging van de verordening. Dit is een positieve stap die het streven van de EU om het Verdrag volledig na te leven, kracht bijzet. De wijziging versterkt het recht van burgers om te verzoeken om herziening van administratieve besluiten en zal zo hun toegang tot informatie, de rechter en hun inspraak bij besluitvorming verbeteren.

Andrej Vizjak, Sloveens minister van Milieubeheer en Ruimtelijke Ordening

De wijziging moet ervoor zorgen dat de EU volledig voldoet aan het Verdrag van Aarhus betreffende het recht van burgers om te verzoeken om herziening van niet-wetgevende administratieve besluiten van een EU-instelling of -orgaan, indien deze juridische en externe gevolgen hebben en bepalingen bevatten die in strijd kunnen zijn met het milieurecht.

De Raad en het Europees Parlement kwamen overeen:

  • de toegang tot de rechter te verbreden, zodat andere partijen dan ngo's - bijvoorbeeld burgers - onder bepaalde voorwaarden om interne herziening van administratieve besluiten kunnen verzoeken. Burgers moeten aantonen dat hun rechten zijn geschonden door de vermeende inbreuk op het milieurecht en dat die schending hen - in vergelijking met het grote publiek - rechtstreeks treft; of ze moeten aantonen dat er een voldoende algemeen belang is en dat het verzoek wordt gesteund door ten minste 4000 burgers uit ten minste 5 verschillende lidstaten (met ten minste 250 burgers per lidstaat). In beide gevallen worden de burgers vertegenwoordigd door een ngo of een advocaat
  • in het toepassings­gebied van administratieve besluiten bepalingen op te nemen die uitvoerings­maatregelen op lidstaat- of EU-niveau vereisen
  • de vrijstelling van administratieve besluiten over staatssteun niet uit de verordening te schrappen (een nalevings­kwestie uit een recentere zaak die het comité van toezicht op de naleving van het Verdrag van Aarhus behandelt)
  • de EU-instellingen en -organen te verplichten om herzienings­verzoeken en besluiten daarover bekend te maken

Achtergrond

De EU zette het Verdrag van Aarhus in EU-wetgeving om door middel van Verordening (EG) nr. 1367/2006 (de "Aarhus-­verordening"). Die verordening laat individuen en niet-­gouvernementele organisaties (ngo's) toe bij de Europese rechtbanken een procedure te starten tegen besluiten van EU-instellingen en -organen.

In 2008 diende een ngo een klacht in tegen de EU wegens niet-naleving van het Verdrag van Aarhus. Het comité van toezicht op de naleving van het verdrag oordeelde in deze zaak (C-32 van 2017) dat de EU zich niet had gehouden aan artikel 9, leden 3 en 4, van het verdrag (betreffende toegang tot de rechter door leden van het publiek).

Naar aanleiding hiervan nam de Raad in 2018 een besluit aan met een verzoek aan de Commissie om na te gaan hoe de EU gevolg kon geven aan de bevindingen van het comité van toezicht, en zo nodig een voorstel in te dienen tot wijziging van de Aarhus-­verordening.

Op 14 oktober 2020 nam de Commissie een wetgevings­voorstel aan tot wijziging van de Aarhus-­verordening met het oog op een beter publiek toezicht op EU-besluiten die van invloed zijn op het milieu. Dankzij de voorgestelde wijzigingen moet het gemakkelijker worden om EU-instellingen te vragen dergelijke besluiten te herzien met het oog op een betere milieubescherming.

De Raad kwam op 17 december 2020 tot een algemene oriëntatie (standpunt) over het voorstel, waarna het voorzitterschap trialoog­onderhandelingen met het Europees Parlement kon starten.

Op 12 juli 2021 bereikte de Raad met het Parlement een voorlopig akkoord over het voorstel. Het Parlement nam op 5 oktober zijn standpunt in eerste lezing aan.

Volgende stappen

De tekst wordt nu bekendgemaakt in het Publicatieblad van de EU, en treedt 20 dagen later in werking.