Memorie van toelichting - Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Justitie en Veiligheid (VI) voor het jaar 2022

Deze memorie van toelichting i is onder nr. 2 toegevoegd aan wetsvoorstel 35925 VI - Vaststelling begroting Justitie en Veiligheid 2022 i.

1.

Kerngegevens

Officiële titel Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Justitie en Veiligheid (VI) voor het jaar 2022; Memorie van toelichting; Memorie van toelichting
Document­datum 21-09-2021
Publicatie­datum 21-09-2021
Nummer KST35925VI2
Kenmerk 35925 VI, nr. 2
Externe link origineel bericht
Originele document in PDF

2.

Tekst

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Vergaderjaar 2021

2022

35 925 VI

Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Justitie en Veiligheid (VI) voor het jaar 2022

Nr. 2

MEMORIE VAN TOELICHTING INHOUDSOPGAVE

Geraamde uitgaven en ontvangsten    3

2.1    Beleidsprioriteiten    7

2.2    Veiligheidsagenda    25

2.3    Belangrijkste beleidsmatige mutaties    26

2.4    Overzicht niet-juridisch verplichte uitgaven    36

2.5    Strategische Evaluatie Agenda (SEA)    37

2.6    Overzicht risicoregelingen    40

3.1    Artikel 31. Politie    42

3.2    Artikel 32. Rechtspleging en rechtsbijstand    49

3.3    Artikel 33. Veiligheid en criminaliteitsbestrijding    59

3.4    Artikel 34. Straffen en beschermen    71

3.5    Artikel 36. Contraterrorisme en nationaal

veiligheidsbeleid    84

3.6    Artikel 37 Migratie    90

4.1    Artikel 91. Apparaat kerndepartement    98

4.2    Artikel 92. Nog onverdeeld    102

4.3    Artikel 93. Geheim    103

5.1    Dienst Justitiële Inrichtingen (DJI)    104

5.2    Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND)    111

5.3    Centraal Justitieel Incassobureau (CJIB)    115

5.4    Nederlands Forensisch Instituut (NFI)    120

5.5    Justitiële Uitvoeringsdienst Toetsing, Integriteit,

Screening (Dienst Justis)    125

5.6    Justid    131

5.7    Justitiële ICT Organisatie    135

7    Wetgevingsprogramma    154

Bijlage 1: ZBO's en RWT's    158

Bijlage 2: Verdiepingshoofdstuk    161

Bijlage 3: Moties en Toezeggingen    171

Bijlage 4: Subsidieoverzicht    220

Bijlage 5: Uitwerking Strategische Evaluatie    Agenda    228

Bijlage 6: Overzicht JenV-organisaties en aan JenV-gelieerde organisaties    246

Bijlage 7: Overzicht Rijksuitgaven Caribisch    Nederland 251

GERAAMDE UITGAVEN EN ONTVANGSTEN

Figuur 1 Geraamde uitgaven verdeeld over beleidsartikelen en niet-beleidsartikelen (bedragen x € 1 mln.). Totaal € 15.247

  • 31. 
    Politie
  • 32. 
    Rechtspleging en rechtsbijstand
  • 33. 
    Veiligheid en criminaliteitsbestrijding
  • 34. 
    Straffen en beschermen
  • 36. 
    Contraterrorisme en nationaal veiligheidsbeleid

37 Migratie

  • 91. 
    Apparaat kerndepartement
  • 92. 
    Nog onverdeeld
  • 93. 
    Geheim

Figuur 2 Geraamde ontvangsten verdeeld over beleidsartikelen en niet-beleidsartikelen (bedragen x € 1 mln.). Totaal € 1.570

  • 31. 
    Politie
  • 32. 
    Rechtspleging en rechtsbijstand
  • 33. 
    Veiligheid en criminaliteitsbestrijding
  • 34. 
    Straffen en beschermen
  • 36. 
    Contraterrorisme en nationaal veiligheidsbeleid

37 Migratie

  • 91. 
    Apparaat kerndepartement
  • 92. 
    Nog onverdeeld
  • 93. 
    Geheim
  • A. 
    ARTIKELSGEWIJZE TOELICHTING BIJ HET BEGROTINGSWETSVOORSTEL

Wetsartikel 1

De begrotingsstaten die onderdeel zijn van de Rijksbegroting, worden op grond van artikel 2.3, eerste lid, van de Comptabiliteitswet 2016 elk afzonderlijk bij de wet vastgesteld.

Het wetsvoorstel strekt ertoe om de onderhavige begrotingsstaten voor het aangegeven jaar vast te stellen.

Alle voor dit jaar vastgestelde begrotingswetten tezamen vormen de Rijksbegroting voor dat jaar. Een toelichting bij de Rijksbegroting als geheel is opgenomen in de Miljoenennota.

Met de vaststelling van dit wetsartikel worden de uitgaven, verplichtingen en de ontvangsten vastgesteld. De in de begrotingsstaat opgenomen begrotingsartikelen worden in onderdeel B van deze memorie van toelichting toegelicht (de zogenoemde begrotingstoelichting).

Wetsartikel 2

Met de vaststelling van dit wetsartikel worden de baten en de lasten, het saldo van de baten en de lasten en de kapitaaluitgaven en -ontvangsten van de in de staat opgenomen baten-lastenagentschappen, Dienst Justitiële Inrichtingen (DJI), Centraal Justitieel Incasso Bureau (CJIB), Nederlands Forensisch Instituut (NFI), Justitiële Uitvoeringsdienst, Toetsing, Integriteit, Screening (Justis), de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND), de Justitiele Informatiedienst (Justid) en de Justitiële ICT organisatie voor 2022 vastgesteld. De in die begrotingen opgenomen begrotingsartikelen worden toegelicht in onderdeel B (Begrotingstoelichting) van deze memorie van toelichting en wel in de paragraaf inzake de agentschappen.

Wetsartikel 3

De rechtspraak is, mede door de instelling van de Raad voor de rechtspraak en het principe van integraal management bij het besturen van de gerechten, verantwoordelijk voor het eigen beheer. Op grond van de bevoegdheidsverdeling is de Minister voor Rechtsbescherming niet verantwoordelijk voor de doelmatigheid van de rechterlijke organisatie, wel heeft de Minister een toezichthoudende verantwoordelijkheid. Conform artikel 93 van de Wet op de rechtelijke organisatie kan Onze Minister voor Rechtsbescherming algemene aanwijzingen geven ten aanzien van de taken zoals genoemd in artikel 91, voor zover dit noodzakelijk is met het oog op een goede bedrijfsvoering van de rechterlijke organisatie.

In deel B is naast de toelichting op beleidsartikel 32, waarin de beleidsdoelstelling van de Minister voor Rechtsbescherming ten aanzien van de rechtspleging wordt toegelicht, een apart hoofdstuk Raad voor de rechtspraak opgenomen. In dit hoofdstuk wordt de feitelijke vertaling van de aan de rechterlijke organisatie ter beschikking gestelde bijdrage in concrete beleidsdoelstellingen en prestaties van de Raad en de gerechten voor het jaar 2022 gegeven.

Mede namens de Minister voor Rechtsbescherming,

De Minister van Justitie en Veiligheid,

F.B.J. Grapperhaus

  • B. 
    ARTIKELSGEWIJZE TOELICHTING BIJ DE BEGROTINGSARTIKELEN
  • 1. 
    Leeswijzer

Deze leeswijzer gaat kort in op de hoofdonderdelen van de begroting.

Groeiparagraaf

Strategische Evaluatie Agenda (SEA)

In het kader van de operatie Inzicht in Kwaliteit wordt het evaluatiestelsel op het punt van beleidsdoorlichtingen herzien. Het gebruikelijke overzicht met een planning van beleidsdoorlichtingen, zoals opgenomen in de beleidsagenda van de begroting, wordt omgevormd tot een SEA. In de begroting 2021 zijn de plannen van JenV hoe hiertoe te komen uiteengezet. Deze plannen monden in de begroting 2022 uit in een eerste aanzet voor een SEA per DG/NCTV.

Hoofdstuk 2: Beleidsagenda

In de beleidsagenda wordt ingegaan op de kernthema's van het Ministerie van Justitie en Veiligheid (JenV). Dit zijn de prioriteiten voor de kabinetsperiode Rutte III. In de beleidsagenda is verder een cijfermatig overzicht opgenomen van de belangrijkste beleidsmatige mutaties, een overzicht van de niet-juridisch verplichte uitgaven, een overzicht met de meerjarige planning voor de strategische evaluaties en een overzicht van de risicore-gelingen die vallen onder dit ministerie.

Hoofdstuk 3 en 4: Beleidsartikelen en niet-beleidsartikelen

Met het Ministerie van Financiën is de afspraak gemaakt dat de apparaats-uitgaven van de Hoge Raad (HR), het Openbaar Ministerie (OM) en de Raad voor de Kinderbescherming (RvdK) niet in het centrale apparaatsartikel 91 maar apart in beleidsartikel 32 (Hoge Raad), 33 (Openbaar Ministerie) en 34 (Raad voor de Kinderbescherming) worden opgenomen.

Het artikel 34 Straffen en beschermen is op een aantal punten gewijzigd. Dit betreft in hoofdzaak een aantal regelingen onder de instrumenten Subsidies, Opdrachten en Bijdrage medeoverheden van de operationele doelstellingen 34.2 t/m 34.5.

Aanleiding voor de wijzigingen is gelegen in organisatorische veranderingen van het Directoraat Generaal Straffen en Beschermen waardoor de oude begrotingsstructuur niet langer passend was. Door een aantal wijzigingen bij de regelingen op artikel 34 door te voeren, is de indeling van het artikel meer toekomstvast en robuust. Verder is de naam van het artikelonderdeel 34.5 gewijzigd zodat deze beter de onderliggende regelingen afdekt.

Hoofdstuk 5: Agentschapsparagrafen

De begrotingen van een aantal agentschappen kennen een afwijkende lastencategorie, namelijk de post «(materiële) programmakosten». Onder deze post zijn de kosten opgenomen die samenhangen met de primaire taken van de agentschappen. De betreffende kosten worden niet als apparaatskosten gekwalificeerd.

Er zijn twee JenV-organisaties die met ingang van de begroting 2022 gaan verantwoorden volgens het batenlastenstelsel. Dit zijn de Justitiele Informatiedienst (Justid) en de Justitiële ICT organisatie.

Hoofdstuk 6: Raad voor de rechtspraak

In het wetslichaam is een apart wetsartikel opgenomen voor de Raad voor de rechtspraak. In de Wet op de rechterlijke organisatie is de verantwoordelijkheid voor de bedrijfsvoering geattribueerd aan de gerechten en aan de Raad voor de rechtspraak. De Raad kent een bekostigingssystematiek die gebaseerd is op outputfinanciering en gelijktijdig is het baten-lastenstelsel ingevoerd. In deze begroting is gekozen voor een «bijdrage-constructie». Dit betekent dat op artikel 32 «Rechtspleging en rechtsbijstand» de bijdrage aan de Raad is opgenomen en de Raad voor de rechtspraak niet in de begrotingsstaat inzake agentschappen is opgenomen. Voor de Raad is in de begroting een apart hoofdstuk opgenomen, met daarin de gevolgen van de verstrekte bijdrage op het gebied van de bedrijfsvoering.

Overzichtsconstructies

Het Ministerie van JenV levert een bijdrage aan interdepartementale overzichtsconstructies Caribisch Nederland en de Homogene Groep Internationale Samenwerking (HGIS). De coördinatie voor de eerste overzichts-constructie is in handen van de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. De Minister van Buitenlandse Zaken is verantwoordelijk voor de coördinatie van de HGIS en de Minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking heeft hierbinnen een coördinerende rol omtrent de verdeling van ontwikkelingssamenwerkingsgelden.

  • 2. 
    Beleidsagenda

2.1  BeleidsprioriteitenInleiding

Wat is er gebeurd? Hoe gaan we nu verder? Eenvoudige vragen, met complexe antwoorden. Komend jaar zal in het teken staan van herstel en bewaking van de coronapandemie en evaluatie van het gevoerde beleid. Maar ook de weerbaarheid van onze samenleving heeft de volle aandacht. Het ministerie van Justitie en Veiligheid (JenV) en vooral zijn taakorgani-saties hebben zich op allerlei manieren aangepast aan de gevolgen van de coronapandemie. We zijn dan ook trots op onze medewerkers, die zich de afgelopen tijd van hun beste kant hebben laten zien. Het was helaas niet te voorkomen dat tijdens de crisis de wachtlijsten in de jeugd-, strafrecht- en vreemdelingenketen verder opliepen. Die willen we in 2022 samen met alle ketenpartners weer te lijf gaan.

De beperkende coronamaatregelen toonden het belang van een multidisciplinaire crisisstructuur binnen het stelsel van veiligheidsregio's. Op verschillende terreinen geven we gehoor aan de behoefte aan heldere wettelijke kaders, bijvoorbeeld voor gegevensuitwisseling voor een effectievere samenwerking tussen de vele organisaties in de domeinen van recht en veiligheid. Ook voor handhaving van de openbare orde en hulpverlening passen we wet- en regelgeving en bevoegdheden aan, met een sterkere regierol van de Minister van JenV.

Niet alleen de coronapandemie laat zien dat een vitale en krachtige rechtsstaat permanent onderhoud, vernieuwing en bescherming vergt. Wie goed kijkt, ziet overal duidelijke signalen dat de weerbaarheid van onze maatschappij onder druk staat. Na eerdere brute moorden is de laffe aanslag op Peter R. de Vries op 6 juli 2021 een nieuwe illustratie van de kwetsbaarheid van onze rechtsstaat. Het toont opnieuw de verharding van de criminaliteit en de gewetenloosheid van de daders. De bestrijding van ondermijnende criminaliteit staat dan ook hoog op de agenda, maar we moeten eerlijk erkennen dat daar een lange adem voor nodig is. Criminaliteit kan je niet uitwissen, wel indammen. Maar zelfs dat vergt meer dan één begrotingsjaar of één kabinetsperiode.

Nederland wil een land zijn van burgerrechten en bewegingsvrijheid, een veilige samenleving die zich kenmerkt door onderling vertrouwen en kansen voor iedereen. Onze democratische rechtsstaat vormt de basis. Burgers moeten ervaren dat de rechtsstaat er voor hen is, zeker op momenten dat ze in de knel komen. Onze democratische rechtsorde is gebaseerd op vertrouwen. Dat vertrouwen in de overheid is aangetast, zo toont onder andere de kinderopvangtoeslagenaffaire. Om dit vertrouwen te herstellen moeten we eerst meer en systematischer de oorzaken van maatschappelijke problemen opsporen voordat we grijpen naar nieuwe instrumenten of extra financiële middelen. Daarmee verleggen we het accent van knelpunten oplossen naar voorkomen ervan. En als er nieuwe of aangepaste wetgeving nodig is, dan moeten we beter letten op de uitvoerbaarheid. Houden we echt rekening met de menselijke maat en de beleving van burgers?

In de sanctietoepassing geldt dat straf ook straf is, dat gedrag telt en dat de veiligheid van de samenleving bij terugkeer van veroordeelden voorop staat. De Wet straffen en beschermen (SenB), die in 2021 in werking trad, heeft hiervoor de wettelijke kaders gecreëerd die de betrokken organisaties - openbaar ministerie (OM), Dienst Justitiële Inrichtingen (DJI), Centraal Justitieel Incassobureau (CJIB) en reclassering - stapsgewijs invoeren. Tegelijk is 2022 ook het jaar waarin we verder werken aan effectieve combinaties van repressieve en preventieve maatregelen voor een veiliger samenleving op de langere termijn.

En ook het migratievraagstuk vergt een actieve en integrale aanpak, zowel nationaal als internationaal. Centraal daarbij staan beheersbaarheid, rechtvaardigheid en uitvoerbaarheid van de migratieagenda.

In Caribisch Nederland staat JenV voor soortgelijke vraagstukken. Voor alle rijksdelen binnen het Koninkrijk geldt dat we te maken hebben met toenemende digitale dreigingen van landen én criminele organisaties. Ook maken verstoringen en uitval van systemen onze veiligheid kwetsbaar. Om ook onze digitale weerbaarheid te laten toenemen brengen we in 2022 in kaart wat er speelt en wat nodig is.

2.1.1 Veiligheid: werken aan een weerbare samenleving

Ondermijnende criminaliteit: preventie, repressie en financiële aanpak

De weerbaarheid van onze samenleving staat onder druk. Eén van de terreinen waar dit het meest pregnant naar voren komt is de ondermijnende criminaliteit. We staan voor een enorme taak om de georganiseerde, ondermijnende criminaliteit terug te dringen. De invloed daarvan op onze samenleving is niet minder dan funest. Dit betekent dat we de criminele (drugs)industrie zoveel mogelijk moeten ontmantelen. Maar ook dienen we ons te richten op het weerbaarder maken van onze legale economie en logistiek, ons bestuur en ons justitiële systeem tegen crimineel geld, bedreigingen en liquidaties.

Binnen de beschikbare middelen moeten we keuzes maken. De focus richt zich in 2022 op de aanpak van dominante criminele verdienmodellen en randvoorwaarden die Nederland aantrekkelijk maken voor ondermijning. Ook minder aantrekkingskracht van het criminele milieu op jongeren verdient hierbij een plek. En in 2022 krijgen uiteenlopende wetstrajecten uit de wetgevingsagenda 'aanpak ondermijning' een vervolg. Daarmee leggen we het fundament voor een evidence based aanpak waarmee we even vooruit kunnen.

Daarnaast richten we ons op vijf cruciale deelopgaven: 1) preventie en weerbaarheid in de aanpak, 2) krachtig ondermijningsbeleid, 3) verdere inrichting van het Multidisciplinair Interventieteam (MIT), 4) criminele geldstromen en 5) en een sterk stelsel van bewaken en beveiligen. Personen in de frontlinie - burgemeesters, officieren van justitie, rechters, politiemedewerkers, advocaten, (kroon)getuigen en journalisten - moeten zich beter beschermd weten.

Voor een krachtige regievoering op de integrale aanpak van ondermijnende criminaliteit is een programmadirecteur-generaal ondermijning (DGO) aangesteld.

Het kabinet is van mening dat er geen dag langer gewacht kan worden met de intensivering van de bestrijding van georganiseerde, ondermijnende criminaliteit. Aanvullende maatregelen moeten direct worden getroffen om deze dreiging te stoppen. We moeten de benodigde bescherming bieden aan de beroepsgroepen die essentieel zijn voor het functioneren van onze rechtsstaat, zoals officieren van justitie en rechters, en rond kroongetuigen. En we moeten voorkomen dat elke dag weer kansarme jongeren, medewerkers in bijvoorbeeld havens, maar ook ambtenaren, ten prooi vallen aan intimidatie vanuit het criminele circuit of aan de verleiding van het grote drugsgeld. Als we toestaan dat ondermijnende criminaliteit blijft voortwoekeren, komen onze nationale veiligheid en onze democratische rechtsorde in gevaar. Langer wachten betekent dat de ondermijning zich nog dieper in de samenleving invreet, en daarmee steeds moeilijker te bestrijden wordt.

Het kabinet heeft in dit licht besloten om in 2022 € 524 mln. extra te investeren in de bestrijding van ondermijnende criminaliteit, waarvan € 154 mln. wordt uitgetrokken voor bescherming en veiligheid. Hiermee kan enerzijds een urgent noodzakelijke impuls worden gegeven aan de bescherming en veiligheid van degenen die zich dagelijks inspannen tegen ondermijning. Daarnaast zijn structurele middelen beschikbaar gesteld voor de samenhangende aanpak van ondermijning. Door - naast een verstevigde inzet op handhaving, opsporing en vervolging - in te zetten op een combinatie van onder andere het terugdringen van crimineel geld en het tegengaan van nieuwe aanwas, waarbij formeel gezag meer zichtbaar is in kwetsbare wijken en jongeren perspectief geboden wordt op studie en werk, wordt voorkomen dat er steeds meer beveiliging en bewaking nodig is.

Het kabinet wil met deze brede, samenhangende aanpak ondermijning op termijn beheersbaar maken.

Off- en online onrust en wangedrag gezamenlijk adresseren

Kritische geluiden zijn essentieel voor de democratie en rechtsstaat, maar altijd binnen de grenzen van de wet. JenV wil met gemeenten, uitvoeringsorganisaties en andere partners voorkomen dat maatschappelijk ongenoegen omslaat in maatschappelijke onrust. Gemeenten worden steeds vaker geconfronteerd met ordeverstoringen die online beginnen of online worden versterkt. Dit noodzaakt tot bezinning op de bestuurlijke rol en bevoegdheden van burgemeesters in online monitoring en handhaving, evenals op de samenwerking hierbij met politie, jeugdwerk en buurtbewoners.

Dit dwingt tot actualisatie van de manier waarop de politie en het lokaal bestuur signaleert en intervenieert als het gaat om online orde en veiligheid. Prioriteiten liggen bij het onderzoeken van de oorzaken van maatschappelijke onrust: monitoring van het fenomeen, in kaart brengen van de informatiepositie van gemeenten en investeren in de dialoog met gekwetste en kritische doelgroepen.

In een weerbare samenleving krijgen gedeelde maatschappelijke waarden gestalte. Dat vergt van ons een betrokken houding. In zowel de echte als de online wereld is een normerende en proactieve overheid van belang, ook als het gaat om (nog) niet strafbaar gedrag dat niettemin als immoreel en onwenselijk wordt ervaren.1 Naar voorbeeld van de Online Safety Bill (UK) verkennen we in 2022 regulerende maatregelen die providers en platforms verplichten tot de zorg voor een veilige online omgeving. De resultaten van deze verkenningen door JenV op het gebied van online veiligheid worden ingebracht in de door BZK gecoördineerde aanpak van (online) desinformatie, waarbij het uitgangspunt is dat het vrije publieke debat wordt beschermd.

Politie: goed toegerust en voor iedereen

Voor onze veiligheid en rechtsstaat is onze politie onmisbaar. In het licht van mondiale en lokale maatschappelijke ontwikkelingen brengen we langs drie lijnen focus aan in de wijze waarop de politie proactief en repressief kan voldoen aan de opdracht om Nederland veiliger te maken en onze rechtsstaat goed te onderhouden. Het gaat hierbij om de positie van de politie in de samenleving, de toerusting van de politieorganisatie en de ontwikkeling van de taakuitvoering en het werkaanbod. De sterke verbinding met de wijk is en blijft een pijler van de politie - ook als het gaat om ondermijnende criminaliteit. Want preventie begint dichtbij huis.

Zoals bij alle JenV-onderdelen moet de politie in haar werk verbindend en benaderbaar zijn voor iedereen. Daarvoor is meer diversiteit nodig evenals bewustwording en gedragsverandering in alle lagen van de politieorganisatie. Met het programma «Politie voor iedereen» zet de politie stevig hierop in. Voor de komende vijf jaar is «Politie voor iedereen» het politieperspectief op thema's als diversiteit, inclusie en divers vakmanschap.

De afgelopen jaren investeerde het kabinet fors in de politie. De politie beschikt nu over een structureel hoger budget dan aan het begin van deze kabinetsperiode. Primair investeert zij in meer operationeel personeel: eind 2022 is de operationele formatie ten opzichte van 2017 uitgebreid met circa 2.430 fte. Tegelijkertijd is de afgelopen jaren ook de inzet van de politie toegenomen. Ondanks het toegenomen budget kan er nog altijd niet alles wat we zouden willen.

Naast inzetbaar personeel moet de politie beschikken over adequate informatievoorziening. Dit is nodig om meer datagedreven te kunnen werken en mede daardoor steviger criminaliteit in het digitale domein op te sporen en te bestrijden. Tevens zet de politie hiermee in op meer cyberveiligheid en een versterkte basisinfrastructuur zodat de politie trends kan waarnemen, afwijkingen kan detecteren en tijdig kan ingrijpen. Voorbeelden hiervan zijn de 'Ontwikkelagenda Intelligence', digitaal vakmanschap van de politiemedewerkers, detectie- en incidentrespons bij digitale dreigingen en uitbreiding van het proces «vernieuwend registreren» naar andere delictsomschrijvingen dan winkeldiefstal.

In 2022 bouwt de politie verder aan het korps. Naast het MIT en de Veilig-heidsagenda realiseert de politie de houtskoolschets opsporing en de ontwikkelagenda's intelligence en opsporing. Het gebiedsgebonden politiewerk staat op dit moment onder druk. Daardoor zijn agenten niet optimaal aangesloten bij de wijken waarin zij opereren. De politie werkt dan ook verder aan de veranderopgaven van de ontwikkelagenda. Hierbij is extra aandacht voor de dienstverlening aan de burger.

Dreigingen opvangen en tegengaan

Begin 2022 verschijnt voor de eerste keer de rijksbrede periodiek geïntegreerde analyse (PGA). De PGA is een dreigingsanalyse die de interne en externe veiligheid met elkaar verbindt en zowel safety- als security-vraag-stukken adresseert die de nationale veiligheid van het gehele Koninkrijk kunnen ondermijnen. Deze analyse is de basis voor een geïntegreerde (inter)nationale veiligheidsstrategie voor de langere termijn: de Rijksbrede Veiligheidsstrategie (RbVs). Deze RbVs verschijnt eind 2022. JenV neemt daarin ook de weerbaarheid van de samenleving mee. Om het draagvlak voor veiligheidsbeleid en het vertrouwen van de samenleving te vergroten, organiseert JenV in het kader daarvan in 2022 consultaties van burgers, publieke en private instellingen, belangenorganisaties en deskundigen.

De huidige terroristische dreiging, nationaal en internationaal, is complexer en veranderlijker dan enkele jaren geleden. Een terroristische aanslag in ons land blijft ook in 2022 voorstelbaar. We hebben meer dan voorheen te maken met verschillende soorten terroristen, die meerdere aanslag- en communicatiemethoden gebruiken, steeds professioneler worden en hun pijlen richten op verschillende doelwitten.

Met de stevige brede aanpak van terrorisme, waarvoor JenV de afgelopen jaren de basis legde, zijn belangrijke stappen gezet. Zo is de motivatie bij de jihadistische beweging in Nederland afgenomen. Nu ons land te maken krijgt met de terugkeer van jihadisten uit strijdgebied én met jihadisten die vrijkomen uit detentie en mogelijk bereid zijn geweld te gebruiken, is het zaak om de druk vanuit de overheid erop te houden. Daarnaast is waakzaamheid geboden als het gaat om andere en nieuwe vormen van terrorisme en gewelddadig extremisme, zoals rechtsextremisme.

Daarnaast richten we onze aanpak op economische veiligheidsdreigingen. Dan gaat het om de continuïteit van vitale processen, de integriteit en exclusiviteit van informatie en ongewenste strategische afhankelijkheden. Dreiging vanuit statelijke actoren, digitalisering en toenemende afhankelijkheid van ketens vragen om specifieke expertise. Daartoe verbreedt de Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid (NCTV) de structurele aanpak die voor de telecomsector is ingericht naar andere vitale processen.

Samen incidenten en crises beheersen

Doelmatige en doeltreffende crisisbeheersing vereist meer regie. In het stelsel van crisisbeheersing wordt de regierol van onze Minister versterkt. De Minister van JenV is de coördinerend Minister op het gebied van crisisbeheersing. Hij is verantwoordelijk voor de inrichting, de werking, de samenhang en de integrale aanpak van het crisisbeheersingsbeleid en het bijbehorende stelsel. Ook heeft hij, in nauwe samenwerking met de andere ministeries, de regie voor het versterken van de nationale veiligheid. De NCTV geeft invulling aan deze regisserende en coördinerende verantwoordelijkheid van de minister.

Voor crisisbeheersing en brandweerzorg stellen we een integraal wettelijk kader op. Het doel daarvan is een samenhangend stelsel waarbinnen overheden onderling en met (private) crisispartners, maatschappelijke organisaties en burgers slagvaardiger samenwerken om op incidenten en crises te kunnen anticiperen en ze te beheersen. Het stelsel moet zijn toegerust op grensoverschrijdende, moderne risico's en crises én de dreigingen en crises van morgen. De verdere uitwerking van het kabinetsstandpunt, waaronder de vormgeving van het stelsel, is onderdeel van een gezamenlijke nieuwe strategische agenda voor 2022 en daarna. De Onderzoeksraad voor Veiligheid evalueert de crisisaanpak COVID-19. Lessen en aanbevelingen daaruit betrekt JenV bij het verder versterken van de crisisbeheersing en brandweerzorg.

Samen met andere departementen versterken we de weerbaarheid tegen digitale dreigingen (van landen én criminele organisaties) evenals tegen verstoring en uitval van systemen. Hiervoor is inzicht nodig in weerbaarheid en kennis van sectoren waar versterking noodzakelijk is. Hiervoor werken de NCTV en het Nationaal Cyber Security Centrum (NCSC) samen om het Nationaal Detectie Netwerk te verbreden en te versterken en het landelijk dekkend stelsel van samenwerkingsverbanden verder te ontwikkelen.

Sanctietoepassing: straf is straf, gedrag telt en veilige terugkeer

De recidivecijfers zijn nog steeds te hoog en de samenleving vraagt om meer genoegdoening. Daarom ontwikkelden we een visie op effectievere gevangenisstraffen. Deze bestaat uit drie pijlers: straf is straf, gedrag telt en veilige terugkeer. Een belangrijke mijlpaal bij de uitvoering hiervan is de gedeeltelijke invoering van de Wet straffen en beschermen (SenB) op 1 juli 2021. Eind 2021 volgt de invoering van de nieuwe regeling van het penitentiair programma. Enkele concrete veranderingen zijn het niet meer van rechtswege toekennen van de voorwaardelijke invrijheidstelling (v.i.), het maximeren van de v.i.-periode op twee jaar, een nieuw verlofsysteem en vanaf dag één van de detentie samenwerken aan re-integratie. Daardoor benutten we beter de tijd in detentie. Met deze wet doen we meer recht aan genoegdoening aan de samenleving én werken we gericht aan recidivever-mindering.

Voor veilige terugkeer intensiveren we in 2022 de regionale samenwerking en netwerkvorming van gemeenten en reclassering rond een penitentiaire inrichting (PI). Daarbij lossen we landelijke knelpunten op die re-integratie in de weg staan. De ambitie is in 2023 een nieuw systeem in te voeren voor afgifte van identiteitsbewijzen aan gedetineerden. In de tussentijd verkennen we met BZK een tussenoplossing: we machtigen een of meerdere gemeenteambtenaren om aanvragen voor identiteitskaarten in de PI in behandeling te nemen. Bij positieve ervaringen kunnen meer gemeenten en penitentiaire inrichtingen meedoen. In 2022 experimenteren we verder met kleinschalige detentievoorzieningen. Een voorbeeld hiervan is de kleinschalige voorziening Middelburg. Zij hanteren voor specifiek e groepen gedetineerden een meer open regime met aandacht voor werk/ dagbesteding en begeleiding. Dit doen zij samen met (lokale) partners.

Afgelopen jaar hebben we in Leeuwarden en Krimpen a/d IJssel Afdelingen Intensief Toezicht (AIT) opgestart. Daardoor kunnen we de contacten effectiever monitoren van hoog-risico gedetineerden met de buitenwereld en in de inrichting. Ook kunnen we beter erop toezien dat reguliere gedetineerden 'besmet' raken door of gerekruteerd worden voor criminele activiteiten. In 2022 gaan we hiermee door.

Dat terrorismeveroordeelden na vrijlating een reële dreiging kunnen vormen, bleek uit aanslagen in Londen, Dresden en Wenen. Daarom zetten we ook in 2022 in op een veilige terugkeer van (ex)TA-gedetineerden. De afgelopen jaren versterkten we de keten en maatregelen. Om de potentiële dreiging van (ex-)gedetineerde terroristen te mitigeren is het van cruciaal belang om blijvend in te zetten op monitoring, een sterke gezamenlijke aanpak en uitvoering van de maatregelen.

Om dit goed te doen moet de basis van het gevangeniswezen op orde zijn. Dit betekent: zorgen voor een veilig werkklimaat in de PI's, vakbekwaam personeel en voldoende en flexibele detentiecapaciteit. Gelet op de toenemende capaciteitsbehoefte (volgend uit het Prognosemodel justitiële ketens (PMJ)) en de capaciteitsbehoefte die volgt uit het wegwerken van voorraden door corona, is in 2022 de zorg voor voldoende detentiecapaciteit één van de uitdagingen. Om die behoefte op te vangen verhogen we voor 2022 het budget van DJI structureel met in totaal € 154 mln. Het gaat daarbij om € 17 mln. voor het gevangeniswezen.

Forensische zorg: professioneel en van hoge kwaliteit

Mensen die in aanraking komen met politie en justitie, kunnen een psychische stoornis hebben. Voor de veiligheid van de samenleving is het belangrijk dat zij een passende behandeling krijgen. De afgelopen jaren hebben we dan ook hard gewerkt aan het versterken van de veiligheid en kwaliteit van de forensische zorg. Het risicobewustzijn in de sector is toegenomen door de ingevoerde maatregelen naar aanleiding van de kritische onderzoeken naar het detentieverloop van Michael P

Met een herijkte visie en een bestuurlijke agenda forensische zorg heeft JenV samen met de sector voor de komende jaren een duidelijke lijn vastgesteld voor gerichte en duurzame verbeteringen. Om te kunnen voorzien in de stijgende behoefte aan capaciteit is in 2021 € 95 mln. structureel aan het budget voor forensische zorg toegevoegd. In 2022 stijgt het beschikbare budget voor forensische zorg met nog eens € 25 mln.

Conform de hoofdlijnen van de bestuurlijke agenda zetten we in 2022 in op meer doelmatigheid en doeltreffendheid van forensische zorg, meer kwaliteit en professionaliteit en sterke ketensamenwerking en continuïteit van zorg. Momenteel onderzoeken we in hoeverre een kwaliteitskader forensische zorg hieraan kan bijdragen. Daarin staat wat de sector verstaat onder goede forensische zorg. Dat biedt transparantie en houvast voor professionals en stakeholders.

Kwalitatief goede forensische zorg is belangrijk voor de financiële houdbaarheid van het stelsel. Een speerpunt hierbij is een nieuwe inkoopstrategie die DJI meer sturing geeft op kwaliteit en capaciteit van de forensische zorg. In 2022 voeren we een nieuwe inkoopprocedure in, zodat we vanaf 2023 nieuwe (raam)overeenkomsten met zorgaanbieders kunnen afsluiten.

Ook het verbeteren van de ICT-systemen van DJI draagt bij aan doelmatigheid en doeltreffendheid. Daardoor ontstaat beter inzicht in door- en uitstroom van forensische patiënten en is meer sturing mogelijk op wachttijden en bezetting. Ook draagt dit bij aan een betere gegevensdeling over patiënten en dringen we administratieve lasten terug. De eerste fase in dit traject ronden we in 2022 af.

Jeugdbescherming: aandacht voor de korte én langere termijn

Hulp en bescherming voor kwetsbare kinderen en gezinnen komt niet tijdig en onvoldoende van de grond. Gecertificeerde Instellingen, Veilig Thuis en de Raad voor de Kinderbescherming hebben grote moeite om in het huidige stelsel hun wettelijke taken goed uit te voeren en de benodigde hulp voor deze kinderen te organiseren. Uit recente inspectierapporten en onderzoeken blijkt dat zowel op de korte termijn als lange termijn meer moet gebeuren om kwetsbare kinderen en gezinnen te beschermen.

Voor de continuïteit van de jeugdbescherming op korte termijn werkt JenV samen met diverse stakeholders aan het terugdringen van de wachttijden. In regio's waar dit niet tot de gewenste resultaten leidt en zorgen zijn over de zorgcontinuïteit zetten we interbestuurlijk toezicht in.

Daarnaast zijn we in 2021 gestart gemeenten en gecertificeerde instellingen te ondersteunen om de gewenste caseload van jeugdbeschermers goed in te schatten en te komen tot faire tarieven. Ook hebben we in 2021 samen met betrokkenen onze plannen aangescherpt om de arbeidsmarktproblematiek binnen de jeugdbeschermingsketen aan te pakken. Dit leidt in 2022 tot gerichte acties om jeugdbeschermers te werven en te behouden. Daarnaast voeren we het Actieplan Verbetering Feitenonderzoek in de jeugdbeschermingsketen uit. Doel daarvan is een betere besluitvorming en communicatie hierover met kinderen en ouders. Samen met VWS stellen we een AMvB op voor sterke regionale samenwerking en beter toezicht.

Voor de (middel)lange termijn biedt het toekomstscenario «Jeugdbescherming» perspectief op een meer effectieve en eenvoudiger georganiseerde jeugdbescherming. Dit betreft de samenwerking van professionals onderling en de samenwerking met het gezin en het sociaal netwerk. In 2022 komen de uitkomsten van de eerste pilots beschikbaar en finaliseren we het toekomstscenario.

Over de toekomst van interlandelijke adopties zal het nieuwe kabinet besluiten. Dit naar aanleiding van het rapport van de commissie Joustra. We blijven hulp bieden aan geadopteerden die op zoek zijn naar hun herkomst. Daarom zetten we een onafhankelijk expertisecentrum op. Dat centrum helpt geadopteerden bij hun zoektochten.

Jeugdcriminaliteit: zwaardere delicten door jonge daders

De recente cijfers van de monitor jeugdcriminaliteit laten zien dat de daling van de jeugdcriminaliteit en de recidive afvlakken. Tegelijkertijd blijken zwaardere (gewelds)delicten gepleegd door bepaalde (groepen) jongeren op bepaalde plekken (hotspots) te stijgen. De ernst van deze feiten en daarmee de negatieve impact op de veiligheid in de samenleving, en dat het gaat om jonge daders die het risico lopen af te glijden in ondermijnende criminaliteit, is extra reden tot zorg.

Om deze ontwikkeling een halt toe te roepen volgen we in 2022 een tweesporenbeleid: 1) verharding bij (groepen) jonge delinquenten nader duiden en inzicht krijgen in hotspots waar deze jongeren actief zijn, en 2) preventieve en repressieve interventies stimuleren en (door)ontwikkelen voor de aanpak van potentiële doorgroeiers.

Hiertoe (door)ontwikkelen we bewezen gedragsinterventies en zetten deze in voor daders en slachtoffers gedurende doorlopende levensfasen. Daaronder de door het Nederlands Jeugdinstituut erkende interventies «Alleen Jij Bepaalt wie je bent» en voor vroegsignalering «Basta!» en 'Alles-kidzzz'. Door diverse partners te stimuleren deze interventies in te zetten is een groter effect van preventie onze ambitie voor 2022.

Het wapenbezit van en wapengeweld onder jongeren is zorgelijk. Het actieplan Wapens en Jongeren (2020) ronden we af in 2022. Dit plan bevat maatregelen om wapenbezit en -geweld onder jongeren terug te dringen. In dat kader hebben we ook aandacht voor de rol van ouders. De verantwoordelijkheid om jongeren op het rechte pad te houden ligt immers in de eerste plaats bij hen. Opvoeding is cruciaal bij het voorkomen van strafbaar gedrag van kinderen. Als ouders onvoldoende regels stellen en toezicht houden dienen zij ook in te staan voor de financiële gevolgen daarvan. Dit kan door de civiele aansprakelijkheid van ouders te verruimen. In 2022 bereiden we de voorgestelde maatregelen voor om ouders juridisch meer aan te spreken op het strafbare gedrag van hun kind, zodat bij een positief besluit deze maatregelen sneller kunnen worden ingevoerd.

Bovengenoemde ontwikkelingen zien we ook terug in de jeugdinrichtingen: er ontstaat druk op de capaciteit, onder meer doordat jongeren er langer verblijven. De raming op basis van het PMJ liet jarenlang een daling zien in de capaciteitsbehoefte van justitiële jeugdinrichtingen (JJI's). Dat stabiliseerde in de PMJ-raming van 2019. In de raming voor de begroting van 2021 was voor het eerst een stijging zichtbaar. Deze stijging zet zich door in de meest recente PMJ-raming. Die raming laat een stijging in capaciteitsbehoefte zien van ongeveer 50% ten opzichte van 2019. Gelet op de toenemende behoefte is daarom structureel 17 mln. euro aan het budget van DJI toegevoegd om de bestaande capaciteit bij de JJI's te verhogen. Tegelijkertijd kijken we naar wat we in de toekomst moeten doen als blijkt dat de druk blijft oplopen. Op dit onderwerp wordt een Interdepartementaal Beleidsonderzoek (IBO) uitgevoerd om te achterhalen waar de druk in capaciteitsbehoefte vandaan komt, hoe de opbouw van de populatie in de JJI's eruit ziet en wat de wijzigingen zijn in de instroom en uitstroom over de afgelopen jaren.

Tot slot stellen we in 2022 samen met partners nieuwe normen op voor de doorlooptijden in de jeugdstrafrechtketen. Dit om de Kalsbeeknormen te vervangen. De ambitie is om deze in de loop van 2022 vast te stellen.

Passende en effectieve juridische instrumenten

De rechtsstaat is geen rustig bezit. Haat propageren jegens andersdenkenden, groepen doen afkeren van onze democratie of aanzetten tot geweld en extremisme zijn activiteiten die haaks staan op onze democratische rechtsstaat en onderliggende waarden. Vrijheid van godsdienst, vrijheid van meningsuiting en gelijke behandeling van eenieder, moeten we krachtdadig beschermen. Hiervoor is een passend en effectief juridisch instrumentarium nodig, dat zich niet beperkt tot het strafrecht en het bestuursrecht, maar waarbij we ook privaatrechtelijke maatregelen benutten. We noemen hier enkele voorbeelden.

Verbod op radicale organisaties

Zo verbetert een wijziging van artikel 20 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek de mogelijkheden tot een verbod op radicale organisaties die tot doel hebben om de democratische rechtsstaat omver te werpen of af te schaffen. Hiermee willen we radicale of extremistische organisaties, waarvan het doel of de activiteiten in strijd zijn met de openbare orde, stevig aanpakken. Het OM krijgt hierdoor betere mogelijkheden om rechtspersonen te verbieden en te ontbinden als zij de samenleving ontwrichten. Deze wetswijziging treedt in werking op 1 januari 2022.

Transparante geldstromen: meer inzicht en financiële aanpak Volgens de parlementaire ondervragingscommissie «Ongewenste beïnvloeding uit onvrije landen» (Pocob) vindt in Nederland ongewenste beïnvloeding plaats door buitenlandse donaties en andere geldstromen naar politieke, maatschappelijke en religieuze organisaties. Om de samenleving en de instituties van onze rechtsstaat hiertegen te beschermen is inzicht in die geldstromen noodzakelijk. Het wetsvoorstel Wet transparantie maatschappelijke organisaties (Wtmo) voorziet hierin. Daarmee krijgen o.a. burgemeesters en het OM de bevoegdheid om bij maatschappelijke organisaties navraag te doen naar buitenlandse giften en - als giften substantieel blijken - verder onderzoek te doen naar de donateur. Ook verplicht deze wet stichtingen om bepaalde financiële stukken voortaan te deponeren bij het handelsregister.

Inzicht alleen volstaat niet. Noodzakelijk is een financiële aanpak van organisaties die de democratische rechtsstaat ondermijnen. Een effectief wettelijk instrument daartoe ontbreekt. Daarom passen we met voorrang de Wtmo aan. Door de beoogde aanpassing kan het OM - als is aangetoond dat een organisatie activiteiten ontplooit gericht op (dreigende) ondermijning van de Nederlandse democratische rechtsstaat - verzoeken tot verbeurdverklaring van middelen en een verbod op ontvangst van donaties of andere geldstromen. Een nota van wijziging hiertoe is in juli 2021 in consultatie gegaan. JenV kiest hiermee voor een organisatiegerichte en persoonsgerichte aanpak waarbij de politieke of religieuze signatuur van een organisatie of instelling niet irrelevant is. Centraal staat het behoud van onze democratische rechtsstaat.

Nieuwe gegevenswet voor politie- en justitiedomein Voor de aanpak van veiligheidsproblemen is het noodzakelijk dat politie, OM, DJI, CJIB en reclassering persoonsgegevens verwerken. Of het nu gaat om de aanpak van ondermijnende criminaliteit, de handhaving van de openbare orde of de terugkeer en resocialisatie van veroordeelden in onze maatschappij. Deze organisaties zijn daarbij gebonden aan wetten zoals de Wet politiegegevens en de Wet justitiële en strafvorderlijke gegevens. Deze wetten zijn complex, sluiten niet goed op elkaar aan en sluiten evenmin goed aan op de praktijk. Vaak gaat het om gevoelige gegevens over slachtoffers, getuigen, verdachten en veroordeelden. De overheid moet daarmee zorgvuldig omgaan. Voor een doeltreffende aanpak van maatschappelijke problemen is een nieuwe wet noodzakelijk: een wet die ruimte biedt én grenzen stelt bij het toepassen van nieuwe technologieën én waarborgen biedt om de persoonlijke levenssfeer te beschermen. Daarom werken we aan een nieuwe gegevenswet voor het politie- en justi-tiedomein.

2.1.2 Effectief en toegankelijk recht

Een rechtsbestel dat werkt voor iedereen

Het huidige stelsel van gesubsidieerde rechtsbijstand is niet toekomstbe-stendig. In 2018 is een meerjarig programma gestart om het stelsel te vernieuwen, met minder verkeerde financiële prikkels en ongelijkheid in toegang tot het recht, en betere vergoedingen voor professionals in het stelsel. In 2025 moet een stelsel staan waarin iedere rechtzoekende op een laagdrempelige, snelle en integrale manier een oplossing kan vinden voor zijn of haar probleem. Deze vernieuwing gebeurt stap voor stap, door diverse praktijkpilots, alvorens deze in wetgeving te verankeren. Bij de uitwerking staan drie hoofdlijnen centraal: 1) laagdrempelige toegang en advies voor iedereen, 2) goede rechtshulp door professionals tegen een adequate vergoeding en 3) een burgergerichte overheid met oog voor de menselijke maat.

De stelselvernieuwing bevindt zich middenin de pilotfase. Deze loopt tot eind 2022. Hoewel corona ertoe heeft geleid dat een aantal pilots is vertraagd, verwachten we dat de pilots in 2022 bouwstenen zullen opleveren voor het nieuwe stelsel. Ook werken we in 2022 het prototype uit voor een diagnose-instrument waarmee rechtzoekenden zelf of met hulp van een professional sneller en beter de beste oplossing kunnen vinden voor hun probleem. Ook verbeteren we de dienstverlening aan rechtzoekenden en maken deze laagdrempeliger. Daarbij is specifiek aandacht voor mensen die minder digitaal vaardig zijn.

In navolging van het rapport 'Ongekend onrecht'2 - het rapport naar aanleiding van de kindertoeslagenaffaire - bekijken we op basis van casuïstiek en onderzoek (WODC) of de zelfredzaamheidstoets onder de Wet op de rechtsbijstand nog bij de tijd is. Zo nodig treffen we maatregelen. Vooruitlopend hierop en om te voorkomen dat burgers tussen wal en schip raken ontwikkelden de Raad voor Rechtsbijstand, het Juridisch Loket en de Nederlandse Orde van Advocaten een gezamenlijke aanpak. Als deze organisaties signalen ontvangen die daartoe aanleiding geven, helpt het Juridisch Loket deze burgers snel of verwijst ze door naar de juiste professional. Voor zaken die te complex zijn om in de eerste lijn af te handelen, verstrekt de Raad (tijdelijk) een lichte adviestoevoeging aan advocaten op grond van de Regeling adviestoevoeging zelfredzaamheid.

Onnodige procedures in het bestuursrecht dringen we verder terug, bijvoorbeeld door vanuit burgerperspectief een digitaal bezwaarplatform te ontwikkelen voor gemeenten. Daarnaast richt de aanpak zich op knellende wet- en regelgeving door zogenoemde wetgevingsdialogen uit te voeren met uitvoeringsorganisaties en gemeenten. Hierbij sluiten we aan bij acties en maatregelen die voortkomen uit de rapporten «Ongekend Onrecht» en «Klem tussen balie en beleid»3. Om burgers oplossingen te bieden voor problemen benadrukken deze rapporten dat de burger en zijn of haar probleem centraal moeten staan en niet de procedure. In dit verband werken we ook aan enkele wijzigingen van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Dit om de algemene beginselen van behoorlijk bestuur beter te borgen, ruimte voor maatwerk te vergroten en het burgerperspectief in de dienstverlening voorop te stellen. De Awb zal meer mogelijkheden én verplichtingen bevatten voor bestuursorganen om maatwerk te leveren als zij beslissingen nemen die burgers rechtstreeks treffen. De algemene beginselen van behoorlijk bestuur zijn daarbij leidend.

We blijven werken aan de kwaliteit van beleid en wetgeving. Dat is noodzakelijk om het vertrouwen van burgers in de overheid te vergroten. Hiertoe nemen we nieuwe initiatieven, maken we beter gebruik van bestaande instrumenten en bouwen we daarop voort.4 Centraal hierin staan betere samenwerking tussen beleid-wetgeving-uitvoering, herziening van het

Integraal Afwegingskader voor beleid en regelgeving (IAK) evenals stimulatie van het gebruik ervan, de versterking van de wetgevingstoetsing en beter waarnemen en benutten van signalen uit de praktijk.

Ook investeren we in een betere aansluiting van de rechtspraak op behoeften van burgers. Daarbij doet JenV ervaring op in (verplichte) experimenten met eenvoudigere procedures die conflicten niet op de spits drijven, maar partijen bij elkaar brengen en echte oplossingen bieden. Voorbeelden zijn de schuldenrechter en de wijkrechtbank in Oost-Brabant. De rechtspraak investeert in experimenten met maatschappelijk effectieve rechtspraak, ook in het strafrecht. Eerder ingrijpen bij conflicten met alternatieve manieren van conflictbeslechting voorkomt onnodige escalatie van het conflict en daarmee lange en stressvolle procedures.

Openbare en toegankelijke rechtspraak is een groot goed. Daarom zet de Rechtspraak in op zoveel mogelijk online publiceren van uitspraken.

Betere doorlooptijden

De doorlooptijden binnen de rechtspraak zijn soms te lang. Lange wachttijden en onduidelijkheid over de stappen in het proces kunnen leiden tot zorgen en onzekerheid bij rechtzoekenden. Daarom staat verbetering van doorlooptijden ook in 2022 op de agenda als onderdeel van de meerjarige afspraken tussen de Rechtspraak en JenV. In het programma Tijdige rechtspraak (2020 - 2023) pakken de gerechten de werkvoorraden aan, gaan ze slimmer plannen en vergroten ze voor rechtzoekenden de voorspelbaarheid van de procedure en de uitspraak door beter te communiceren. Ook binnen de strafrechtketen verbeteren we de doorlooptijden.

Het Bestuurlijk Ketenberaad (BKB) heeft in 2019 voor zeven zaakstromen ketenbrede normen vastgesteld die de richting aangeven waarin de doorlooptijden zich moeten ontwikkelen: overtredingen, zeden, verkeer, jeugd, ondermijning, Hoger beroep en executie. Door de coronacrisis is de verbetering van de doorlooptijden op deze zaakstromen achtergebleven. Het BKB heeft een actieplan vastgesteld waarmee de keten vanaf 2022 de doorlooptijden weer de goede richting op gaat buigen.

De digitale rechtsstaat en rechtsbescherming

De rechtsbescherming in het digitale verkeer staat onder druk doordat algoritmen en artificiële intelligentie (AI) vaker worden ingezet en zowel overheid als bedrijfsleven biometrische gegevens verwerken en online surveilleren. Doorlopend moeten we toetsen of we burgers voldoende beschermen tegen negatieve gevolgen van technologie en of zij voldoende mogelijkheden hebben om zich tot de rechter te wenden. Datalekken bij en onrechtmatige gegevensverwerkingen door de overheid zelf onderstrepen de noodzaak om actie te ondernemen en de digitale rechtsstaat ook online te garanderen. Als we digitale middelen inzetten, is het van groot belang dat dit zorgvuldig en rechtmatig gebeurt. In 2022 neemt JenV, samen met EZK en BZK, het voortouw bij onderhandelingen over de Europese AI-verordening evenals bij de onderhandelingen over een juridisch raamwerk over AI in de Raad van Europa. Bovendien gaan we de richtlijnen voor het toepassen van algoritmen door overheden met uitvoeringsorganisaties doorontwikkelen en actief uitdragen.

Tegelijkertijd biedt digitalisering kansen voor onze rechtsstaat en onze rechtsbescherming. In 2022 digitaliseert de rechtspraak een groot deel van de procedures en dossiers en zal het digitaal procesdossier (DPD) landelijk worden uitgerold. Eind 2022 zijn de eerste multimediavoorzieningen ontwikkeld voor veelvoorkomende criminaliteit. Daarmee komt beeld- en audiomateriaal beschikbaar voor politie, OM en rechtspraak. Voorts is dan de dienstverlening verbeterd doodat het ketenbreed slachtofferportaal is ingevoerd. In een structureel samenwerkingsverband pakt de keten de digitalisering verder op onder de noemer Duurzaam Digitaal Stelsel (DDS).

Focus op preventie en bescherming van kwetsbare en hulpbehoevende burgers

Meer bescherming door maatwerk op tijd

De bescherming van kwetsbare en hulpbehoevende burgers krijgt ook in 2022 verder vorm. Maatwerk, een integrale aanpak en tijdigheid zijn hierin kernbegrippen. Meer aandacht is nodig om specifieke groepen te beschermen, zoals voor jongeren, ouderen en slachtoffers van criminele uitbuiting. Criminaliteitspreventie verankeren we daarom beter en steviger in beleid en meer in samenhang met repressieve maatregelen. We zien deze uitgangspunten terug in een grote variatie van deelterreinen waarin we samen met anderen recht en veiligheid vormgeven.

Scheiden zonder schade

Om schade bij kinderen als gevolg van scheidingen te beperken gaan we verder met het programma 'Scheiden zonder Schade'. In 2022 brengen we een Digitaal Plein tot stand en komt er de Pilot gezinsvertegenwoordiger/ casushouder, de Pilot specialist contactverlies en de Procedure gezamenlijke toegang ouders. Eind 2021 volgt een eindrapportage en begin 2022 een eindcongres.

Slachtofferzorg: een sterkere positie van slachtoffers In 2022 implementeren we de Wet Uitbreiding slachtofferrechten (WUS). Met deze wet versterken we de positie van slachtoffers. Voor het privacy-onderdeel van de WUS toetsen we beleidsopties eerst op uitvoerbaarheid en financiële impact. Om systematische aandacht te bevorderden voor preventie en bescherming van slachtofferschap, starten we in 2022 met de implementatie van de tweede en laatste fase van de invoering van de «Individuele Beoordeling» bij de recherche en meldkamer. Dit biedt de politie de mogelijkheid om slachtoffers, als zij zich melden bij deze politieonderdelen, te beoordelen op kwetsbaarheid voor herhaald slachtofferschap en indien nodig hen te beschermen.

Samen tegen mensenhandel

Het programma «Samen tegen mensenhandel» biedt JenV en andere ministeries het fundament om seksuele uitbuiting, arbeidsuitbuiting en criminele uitbuiting te voorkomen en tegen te gaan. In 2022 continueren we dit programma en zetten we expliciet in op drie thema's: kwetsbare jongeren beschermen, mensenhandel stevig online aanpakken en klanten aanspreken op hun verantwoordelijkheid bij het afnemen van seksuele diensten. Ook blijven we investeren in de strafrechtelijke aanpak van mensenhandelaren. Met de middelen uit de motie Segers-Asscher (10 miljoen) breiden we de capaciteit uit van de mensenhandel-politie-teams. In 2023 moet dit leiden tot een capaciteitsuitbreiding van in totaal 87 fte bij de Afdeling Vreemdelingen, Identificatie en Mensenhandel (AVIM).

Seksuele misdrijven: preventie, repressie én publiek-private acties Op het gebied van seksuele misdrijven hanteren we een integrale aanpak. JenV-brede samenwerking met andere departementen en maatschappelijke organisaties is speerpunt hierbij. Een ijkpunt op de korte termijn is het wetsvoorstel seksuele misdrijven. Dit voorstel brengt de normering van seksueel grensoverschrijdend gedrag bij de tijd en is een antwoord op de vele uitdagingen voor de strafrechtsketen bij seksuele misdrijven. JenV coördineert de implementatie van deze wet.

Om online seksueel kindermisbruik te bestrijden hanteren we eveneens een combinatie van preventie, strafrecht én publiek-private acties. Belangrijkste mijlpaal daarbij is de wetgeving en inrichting van een autoriteit om hostingbedrijven langs bestuursrechtelijke weg aan te pakken. Begin 2022 presenteert het kabinet een plan van aanpak dat de digitale bescherming van minderjarigen en adolescenten verbetert en aanjaagt. Het plan zal concrete ideeën en doelen bevatten voor digitale innovaties en interventies om jongeren te beschermen.

Op 1 januari 2022 treedt het initiatiefwetsvoorstel 'strafbaarstelling misbruik van prostitué(e)s die slachtoffer van mensenhandel zijn' in werking. Dit combineren we met een communicatiestrategie om klanten te wijzen op hun verantwoordelijkheid bij het voorkomen van seksuele uitbuiting. Prostitutiebeleid moet seksuele uitbuiting tegengaan. Uniforme regulering van de seksbranche zorgt dat veiligheid en gezondheid van sekswerkers voorop staan. Het wetsvoorstel regulering sekswerk voorziet hierin. Daarnaast versterken we de maatschappelijke positie van sekswerkers. In 2022 doen we ervaring op met de klachtenbalie voor sekswerkers om effectiever te kunnen optreden bij signalen. Ook werken we samen met de Sekswerk Alliantie Destigmatisering en blijft JenV zich actief inzetten om sekswerkers te ondersteunen die uit de prostitutie willen stappen.

Schuldenhulp: toekomstbestendig en slagvaardig

De gevolgen van de coronamaatregelen voor het schuldendomein zijn nog niet duidelijk te zien: het aantal wettelijke schuldsaneringen en faillissementen is lager dan verwacht, mede dankzij de uitgebreide overheidssteun en uitstel van betalingen. Wanneer dat stopt, moeten we ervoor zorgen dat mensen snel schulden kunnen inlossen. Daarom zet JenV breed in op tijdelijke regelgeving bij schuldhulp, zodat bedrijven sneller en makkelijker kunnen stoppen als zij geen toekomst meer zien.

In 2021 startte de pilot Wet Schuldsanering natuurlijke personen (Wsnp). Daaruit volgt de urgentie deze wet in 2022 aan te passen. Daarnaast verwachten we dat het wetsvoorstel kwaliteit incassodienstverlening in werking treedt. Dat biedt verdere mogelijkheden om de incassopraktijk te reguleren. We werken aan een optimale aansluiting op alle fasen van betaling, incasso en (buiten-)gerechtelijke oplossingen voor schulden. Het doel hiervan is een toekomstbestendige en slagvaardige incasso- en schuldenpraktijk die schuldenaren én schuldeisers bijstaat.

Discriminatie en racisme: meer coördinatie en integratie noodzakelijk Discriminatie en racisme blijven hardnekkige problemen. JenV concentreert zich bij de aanpak ervan op institutioneel racisme en de (strafrechtelijke) bestrijding ervan. In 2022 is voorzien in de aanstelling van een Nationaal Coördinator Discriminatie en Racismebestrijding. Dat zal leiden tot een meer gecoördineerde en geïntegreerde aanpak van discriminatie en racisme.

2.1.3 Migratiebeleid: integraal, uitvoerbaar en rechtvaardig

Versterkte migratieketen

De langdurige druk op de migratieketen moet verminderen. De afgelopen periode heeft de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) hard gewerkt aan het wegwerken van oude zaken. Nu ligt de focus op duurzaam beslissen binnen wettelijke termijnen. In samenwerking met decentrale partners zetten we maximaal in op adequate opvang van asielzoekers en daarnaast - samen met het ministerie van Binnenlandse Zaken - op het huisvesten van statushouders. Met dat laatste verlagen we de druk op de opvang. Voor het structureel beter huisvesten van alle aandachtsgroepen is het rapport «Een thuis voor iedereen | Woningmarktbeleid» uitgebracht. Aanbevelingen hieruit pakken we interdepartementaal en interbestuurlijk op. Tevens zetten we in op betere samenwerking in en sturing op de gehele migratieketen. Dit doen we op basis van de adviezen van EY die begin 2021 de IND en de asielketen hebben doorgelicht.

Die doorlichting geeft een extra impuls aan de lopende veranderopgave van de IND. De IND verandert aan de hand van vijf thema's: sturing op de IND, sturing binnen de IND, personeel en productiviteit, cultuur en informatievoorziening. De aanbevelingen met betrekking tot de sturingscyclus, de ambtelijke sturingsdriehoek en de bekostiging raken de gehele asielketen. Daarom pakken we deze aanbevelingen in samenhang op met de aanbevelingen uit de doorlichting van de asielketen.

De opvolging van de doorlichting van de asielketen richt zich op vier thema's. Ten eerste een heldere en eenduidige aanpak vanuit de gehele keten op basis van het meerjarig ketenplan. Ten tweede versterken we de sturing en daadkracht, zowel op als binnen de keten. Ten derde verbeteren we de informatievoorziening, zowel intern voor de sturing als extern voor eenduidige en inzichtelijke informatievoorziening. En ten vierde onderzoeken we of de bekostigingsafspraken van de ketenpartners passen bij de dynamiek van de keten.

Deze aanpak is niet vrijblijvend: in 2022 implementeren we de meeste aanbevelingen. Dit betekent dat de aanbevelingen in 2023 onderdeel zijn van de reguliere werkwijze.

Minder overlast, meer terugkeer

Een wisselende en relatief kleine groep asielzoekers zorgt in Nederland voor disproportionele overlast en criminaliteit. Hierbij valt op dat asielzoekers uit veilige landen van herkomst relatief vaak overlast veroorzaken. Met hun kansarme asielaanvraag zijn zij een grote belasting voor de migratieketen. Overlast ondermijnt het draagvlak voor de opvang van asielzoekers. Dit vraagt om een stevige aanpak, waarbij we veilige landers met een asielaanvraag in spoor 25 versoberd en zoveel mogelijk geclusterd opvangen. Dit om hun komst naar Nederland te ontmoedigen en om de asiel- en vertrek-procedure te versnellen. Om overlast te beperken plaatsen we zware overlastgevers, ongeacht het asielspoor, in een speciale locatie met extra handhaving en toezicht. Bovendien zetten we de integrale (lokale) aanpak van de migratieketen voort met de inzet van ketenmariniers, het lokale bestuur en de strafrechtketen. Steeds kijken we of aanvullende maatregelen noodzakelijk en mogelijk zijn.

Om te voorkomen dat het draagvlak verloren gaat voor het opvangen van mensen die vluchten voor oorlog en geweld, houdt het (demissionaire) kabinet in 2022 vast aan meer terugkeer naar herkomst- en transitlanden van vreemdelingen waarvan de asielaanvraag is afgewezen. Voor betere terugkeerresultaten blijft terugkeersamenwerking een niet te verwaarlozen onderwerp van gesprek in onze contacten met prioritaire herkomstlanden. Om deze gesprekken effectief te kunnen voeren, blijft het kabinet de samenwerking zoeken met deze landen. Samenwerking ziet onder meer op opvang en bescherming van vluchtelingen in de regio, meer vrijwillige terugkeer, meer capaciteit voor grensmanagement en een stevige en doeltreffende aanpak van irreguliere migratie en mensensmokkel. Om landen aan te spreken die onvoldoende meewerken aan terugkeer van hun onderdanen blijft Nederland binnen de EU zich inzetten voor het toepassen van de visumcode.

Reguliere migratie

Demografisch onderzoek laat zien dat Nederland vergrijst. Arbeidsmigratie is een deeloplossing om in te spelen op tekorten die kunnen ontstaan op onze arbeidsmarkt. Daarom zetten we het beleid voort om kennismigranten te kunnen ontvangen die met hun specialistische kennis en vaardigheden een belangrijke bijdrage kunnen leveren aan de economische ontwikkeling, alsook aan de concurrentiepositie en innovatieve slagkracht van Nederland. Bijzondere aandacht gaat uit naar het aantrekken en behouden van getalenteerde afgestudeerden en gepromoveerden. Om te voorkomen dat onze inspanningen ten koste gaan van landen van herkomst houden we oog voor de impact die ons beleid op hen kan hebben. We zetten in op eerste stappen richting implementatie van de nieuwe richtlijn voor een Europese Blauwe Kaart. Met een verblijfsvergunning Europese blauwe kaart kan een hoogopgeleide werknemer wonen en werken in Nederland. Daarnaast brengen we de behoefte aan arbeidsmigratie in andere sectoren en segmenten in kaart. Ook zien we mogelijkheden voor hogere arbeidsparticipatie van groepen in de bestaande Nederlandse bevolking. Vanuit migratieperspectief liggen daar kansen voor gezinsmigranten en statushouders.

Inzet op grenzen

De Europese Commissie presenteerde medio 2021 een nieuwe strategie om het Schengengebied - de grootste ruimte voor vrij reizen ter wereld - sterker, veiliger en veerkrachtiger te maken. Het beheer van de buitengrenzen wordt verbeterd door implementatie van nieuwe of aangepaste Europese informatiesystemen. Daartoe behoort ook het Europese Inreis/ Uitreis Systeem en het Europees Systeem voor reisinformatie en autorisatie. De implementatie daarvan staat gepland voor 2022. Dit betekent een stevige en zichtbare verandering aan onze buitengrenzen.

Daarnaast investeert Nederland in een aantal innovatieve projecten, zoals de verdere ontwikkeling van de automatische grenspassage en implementatie van het slimme grenzenpakket (EES/ ETIAS) op Schiphol. Dit om veilig, snel en comfortabel reizen voor nu en in de toekomst te garanderen.

Een beter beheer van de Nederlandse en (overige) EU-buitengrenzen is noodzakelijk voor de veiligheid en mobiliteit van personen en goederen binnen het Schengengebied. Nederland wil het grenstoezicht verbeteren zodat grensautoriteiten tijdig en effectief kunnen optreden, bijvoorbeeld bij onverwachte situaties (zoals tijdens de coronapandemie) of bij verhoogde instroom van irreguliere immigratie. Nieuwe technologie, verdere digitalisering van het grensproces én strenger monitoren van implementatie en uitvoering helpen daarbij. Voor geïntegreerd grensbeheer en terugkeer vergroot Nederland zijn bijdrage in personeel aan Frontex conform de EU-afspraken.

Gemeenschappelijke aanpak migratie en asiel binnen Europa

Om het gemeenschappelijk Europees asielstelsel (GEAS) verder te hervormen heeft de Europese Commissie in 2020 een nieuw Pact voor migratie en asiel voorgesteld. In 2022 zetten we de behandeling hiervan voort. De inzet van het kabinet is om structurele Europese verbeteringen en structurele solidariteit hand in hand te laten gaan in een situatie waarin alle lidstaten hun verantwoordelijkheid nemen. De implementatie van goed functionerende asielprocedures aan de EU-buitengrenzen is essentieel om onderscheid te kunnen maken tussen kansarmere en kansrijkere asielaanvragen, en daarmee voor een snelle terugkeer van afgewezen asielzoekers. Daarenboven zijn meer effectieve en efficiënte procedures nodig om het huidige Dublinstelsel beter te laten functioneren en daarmee secundaire migratie te ontmoedigen. Voorts blijft Nederland de Europese Commissie aanmoedigen de geldende regels krachtig te handhaven opdat alle lidstaten aan hun verplichtingen blijven voldoen.

2.1.4 Tot slot: opgaven voor de organisatie van JenV

JenV werkt hard aan een veilig en rechtvaardig Nederland. Dat vergt optimalisatie van onze informatiehuishouding. De digitale én bedrijfsvoe-ringportefeuille zijn hiervoor randvoorwaarden. In 2022 geven we opvolging aan de invoering én bestendiging van de uitkomsten van de Parlementaire Ondervragingscommissie Kinderopvangtoeslag (POK) en Werkagenda voor de Uitvoering (WaU)- trajecten. Dit doen we onder andere op het gebied van ICT, excellent (ambtelijk) vakmanschap, en informatiehuishouding en informatievoorziening aan de maatschappij. Als gevolg van de coronapandemie zijn we hybride gaan werken. In 2022 voeren we deze manier van werken verder door en borgen we het hybride werken in huisvesting (beleidsorganisaties, justitiële instellingen, Rechtbanken), personeel en organisatie, digitale voorzieningen en sociale relaties. Tevens zetten we in op het uitbouwen van de digitale agenda (incl. datagedreven werken, informatiebeveiliging), op de lopende thema's van professionaliteit, wendbaarheid en de verduurzamingsportefeuille, alsook op diversiteit en inclusie.

2022 is een jaar dat volgt op een ongekende crisis, die langer aanhield dan we dachten en hoopten. De afgelopen tijd heeft ons allemaal in verschillende mate geraakt, de één zwaarder dan de ander, maar niemand gaat onveranderd verder. We hebben allemaal hoop, hoop dat we kunnen herstellen en blijvend kunnen overschakelen naar een vorm van een 'normaal' leven, waarin corona geen overheersende rol meer speelt. Een leven dat rust en regelmaat kent en dat ook kan worden gevierd.

Dat normale leven kan niet bestaan zonder sterke rechtsstaat. De organisaties van justitie en veiligheid hebben in 2022 een misschien nog wel belangrijkere taak dan anders om het gewone leven van mensen veilig te stellen en te laten ervaren dat de rechtsstaat er voor hen is. JenV is meer dan ooit gemotiveerd die verantwoordelijkheid voor een veilige en rechtvaardige samenleving op zich te nemen. Laat (ook) 2022 het jaar zijn waarin Nederland zich kan herpakken en mensen kunnen vertrouwen op een dienstbare overheid. Er zijn al forse stappen gezet, maar we zijn er nog niet.

Overzicht coronamaatregelen

De jaren 2020 en 2021 zijn voor een belangrijk deel getekend door de coronacrisis. Het kabinet heeft diverse (nood)maatregelen genomen om de crisis het hoofd te bieden. Deze paragraaf geeft een overzicht van de maatregelen die op de begroting van Justitie en Veiligheid zijn genomen. Een uitgebreid overzicht is te vinden op Rijksfinanciën.

Tabel 1 Overzicht coronamaatregelen (bedragen * € 1 mln.)

 

artikel

naam maatregel/regeling

2020

2021

2022

Relevante kamerstuknummers

32

corona gerelateerde kosten

 

6

 

Kamerstukken II 35 850, nr. 1

33

corona gerelateerde kosten

 

11

 

Kamerstukken II 35 850, nr. 1

34

corona gerelateerde kosten

 

55

 

Kamerstukken II 35 850, nr. 1

36

corona gerelateerde kosten

 

24

 

Kamerstukken II 35 850, nr. 1

37

corona gerelateerde kosten

 

30

 

Kamerstukken II 35 850, nr. 1

91

corona gerelateerde kosten

 

3

 

Kamerstukken II 35 850, nr. 1

92

corona gerelateerde kosten

 

12

 

Kamerstukken II 35 850, nr. 1

36

Noodvoorraad persoonlijke beschermingsmiddelen

69

  • 26
 

Kamerstukken II 35 650, nr. 2

36

programma DG COVID-19

5

20

1

Kamerstukken II 35 570, nr. 9

91

programma DG COVID-19

 

2

 

Kamerstukken II 35 570, nr. 9

36

ISB-1 tijdelijke coronabanen

 

60

 

Kamerstukken II 35 686, nr. 1

34

ISB-2 regeling bedrijvenschade coronarellen

 

3

 

Kamerstukken II 35 794, nr. 1

31 t/m 91

gerealiseerde coronakosten

60

   

Kamerstukken II 35 830, nr. 1

32

Verlopen rijbewijzen en APK's

3

   

Kamerstukken II 35 830, nr. 1

 

Totaal

136

199

1

 

Coronagerelateerde kosten

In verband met extra kosten die JenV maakt voor beschermingsmiddelen en -maatregelen, kosten voor het inhalen van achterstanden en compensatie van lagere ontvangsten als gevolg van de coronacrisis is dit jaar een bedrag van € 100 mln. aan de JenV-begroting toegevoegd. Vorig jaar was reeds € 40 mln. voor het jaar 2021 beschikbaar gesteld zodat het totale budget voor het jaar 2021 uitkomt op 140 mln.

Noodvoorraad persoonlijke beschermingsmiddelen Het kabinet heeft in 2020 besloten tot de aanleg van een noodvoorraad persoonlijke beschermingsmiddelen (PBM) voor 45 dagen ten bedrage van € 69,3 mln. Inmiddels is gebleken dat van het ingeschatte bedrag van € 69,3 mln. slechts € 43,3 mln. nodig is. Het verschil van € 26 mln. is in 2021 teruggestort.

Programma DG COVID-19

In juli 2020 is een interdepartementaal programma DG opgericht, welke wordt gehuisvest bij het Ministerie van Justitie en Veiligheid. Dit DG zal interdepartementaal alle nodige actie verrichten om regie en samenhang te bereiken met betrekking tot beleid en uitvoering. De meerjarig begrootte uitgaven betreffen de structurele beheerskosten.

Tijdelijke coronabanen

Om toezicht- en handhavingsorganisaties te ondersteunen is € 60 mln. beschikbaar gesteld aan de gemeenten voor tijdelijke coronabanen. Hiermee kunnen ongeveer 3.800 voltijds fte tijdelijke coronabanen in het toezicht en de handhaving gecreëerd worden.

Regeling bedrijvenschade coronarellen

Eind januari zijn meerdere Nederlandse steden geteisterd door ernstige rellen. Deze rellen betekenden niet alleen een ernstige verstoring van de openbare orde, maar hebben ook schade veroorzaakt aan winkels en bedrijven in deze steden. Het gaat hier vaak om ondernemers die al zwaar getroffen zijn als gevolg van de corona-maatregelen. Dat juist deze ondernemers hier bovenop extra schade ondervinden door deze rellen is zeer onrechtvaardig en vraagt om een gebaar van de overheid.

Invulling van dit gebaar vindt plaats met een regeling waar de getroffen ondernemers een beroep op kunnen doen voor de bedrijvenschade die zij niet vergoed krijgen van de verzekering.

gerealiseerde coronakosten

Voor de geraliseerde coronakosten 2020 wordt verwezen naar de bijlage <overzicht coronasteunmaatregelen> in het departementale jaarverslag 2020.

Verlopen rijbewijzen en APK s

Het kabinet biedt coulance voor rijbewijzen en APK-keuringen die verlopen in de periode van 16 maart tot 1 juli 2020. De handhaving op APK-keuringen is op 1 juli hervat. De maatregel voor rijbewijzen is verlengd tot 1 juni 2021. Dit leidt in 2021 tot een derving van naar verwachting ongeveer € 0,1 mln. op de generale ontvangsten uit Boeten en Transacties op de begroting van Justitie en Veiligheid.

2.2 Veiligheidsagenda

In de Veiligheidsagenda hebben de Minister van JenV, het college van procureurs-generaal en de regioburgemeesters doelstellingen geformuleerd voor de periode 2019-2022. Deze Veiligheidsagenda is complementair aan de lokale veiligheidsagenda's.

In onderstaande tabel worden de prestatie-indicatoren omtrent de belangrijkste thema's gepresenteerd. Een uitgebreide toelichting evenals de definities van de indicatoren zijn te vinden in de Veiligheidsagenda 20192022.

In het Landelijk Overleg Veiligheid en Politie (LOVP) van 23 november 2020 is de herijking van de Veiligheidsagenda besproken. Uitkomst is dat de doelen uit 2019 ook in 2021 worden gehandhaafd. Een uitzondering hierop vormt de doelstelling voor het aantal door de politie bij het openbaar ministerie aangeleverde verdachten van mensenhandel. Deze doelstelling is voor 2021 vastgesteld op 205 OM-verdachten.

Verder is de uitwerking van de beslagdoelstelling voor de Veiligheidsagenda 2019-2022 overeengekomen. Die komt uit op een bedrag (jaarlijks) van € 180 mln. conservatoir beslag door de politie.

In november 2021 wordt in het LOVP een voorstel over de doelstellingen voor 2022 besproken.

Tabel 2 Veiligheidsagenda 2019-2022

 

Beleidsafspraken

Realisatie

Realisatie

Norm

Norm

 

2019

2020

2021

2022

Ondermijning

Aantal aangepakte CSV's

1.522

1.529

1.370

 

Conservatoir beslag (in mln. euro's)

-

-

180

 

Mensenhandel

Aantal gemelde slachtoffers bij Comensha1

975

490

-

 

Aantal OM-verdachten mensenhandel

145

187

205

 

Aantal complexe onderzoeken

39

7

-

 

Cybercrime

Aantal cybercrime regulier

381

468

310

 

wrv alternatieve of aanvullende interventies

36

38

77

 

Aantal fenomeenonderzoeken

21

39

41

 

wrv alternatieve of aanvullende interventies

0

0

20

 

Aantal high tech crime onderzoeken*

19

12

20

 

Totaal aantal onderzoeken

421

519

371

 

Online seksueel kindermisbruik

Inzet gericht op misbruikers / vervaardigers

193

113

100

 

Inzet gericht op keyplayers (/ netwerken)

15

14

15

 

Inzet gericht op bezitters / verspreiders

632

315

400

 

Totale inzet

840

478

515

 

Executie

Positief afgedane dossiers2

51%

26%

40%

 

1    Het aantal door de politie gemelde slachtoffers bij Comensha betreft het definitieve aantal voor 2020 (vastgesteld door Comensha april 2021).

2    Voor 2020 e.v. zijn met de politie nieuwe prestatieafspraken gemaakt over de tenuitvoerlegging van vrijheidsstraffen, i.c. het opsporen van onvindbare veroordeelden.

2.3 Belangrijkste beleidsmatige mutaties

De onderstaande tabellen bevatten de belangrijkste mutaties voor respectievelijk de uitgaven en ontvangsten sinds de ontwerpbegroting 2021. Daarbij is onderscheid gemaakt tussen mutaties bij nota van wijziging/ISB, bij Voorjaarsnota 2021 en bij Miljoenennota 2022. De mutaties die groter zijn dan € 10 mln. worden toegelicht en, indien politiek relevant, worden ook kleinere mutaties toegelicht.

Tabel 3 Belangrijkste beleidsmatige uitgavenmutaties (bedragen x € 1.000)

 
   

Artikel

2021

2022

2023

2024

2025

2026

 

Stand ontwerpbegroting 2021

 

14.210.633

13.945.748

13.757.022

13.619.526

13.728.652

13.943.364

 

Nota van wijziging/ Incidentele suppletoire begroting

1

Kwijtschelding publieke schulden

34

8.750

1.500

1.500

0

0

0

2

Regeling bedrijvenschade coronarellen

34

2.500

0

0

0

0

0

3

Covid opdrachten 2021

36

7.200

0

0

0

0

0

4

Tijdelijke coronabanen

36

60.000

0

0

0

0

0

5

Covid-19

36, 91

16.000

0

0

0

0

0

Voorjaarsnota 2021/ eerste suppletoire begroting 2021

 

6

Grenzen en Veiligheid

31,33,37,91

31.350

49.854

30.000

30.000

30.000

30.000

7

Breed offensief tegen georganiseerde ondermijnende criminaliteit (Botoc)

31, 32, 33, 34,

91, 92

  • 35.839
  • 37.160
  • 37.322
  • 37.331
  • 37.331
  • 37.331

8

Prognosemodel Justitiële Keten (PMJ)

32,33,34,36,37,91,92208.605

226.562

225.880

218.438

218.821

218.303

   

Artikel

2021

2022

2023

2024

2025

2026

9

Meerjaren Productie Prognose (MPP)

32,37,91

49.908

57.308

  • 52.210
  • 30.794
  • 34.364
  • 39.986

10

Raad voor Rechtsbijstand (RvR)

32

25.902

0

0

0

0

0

11

DJI aanvulling eigen vermogen

34

28.725

0

0

0

0

0

12

Oda toerekening eerstejaars asielopvang

37

  • 198.582
  • 83.963
  • 65.567
  • 68.218
  • 70.933
  • 72.314

13

Raad voor de Kinderbescherming (RvdK)

92

16.003

0

0

0

0

0

14

Eindejaarsmarge

92

94.668

0

0

0

0

0

15

Corona-gerelateerde kosten

92

100.000

0

0

0

0

0

16

Dekking uit eindejaarsmarge

92

  • 94.668

0

0

0

0

0

17

Loonbijstelling 2021

alle

241.578

239.570

236.430

234.362

236.484

240.388

18

Prijsbijstelling 2021

alle

56.696

55.597

55.066

54.151

54.519

55.342

 
 

Overige mutaties voorjaarsnota

 

18.720

133.899

46.861

100.139

38.104

  • 148.933

Miljoenennota 2022/ Ontwerpbegroting 2022

19

RA middelen politie (B5)

31

0

24.000

24.000

24.000

24.000

24.000

20

Recherchesamenwerkingsteam

31

0

0

0

17.606

0

0

21

Desaldering bijzondere bijdragen

31

52.174

0

0

0

0

0

22

Sociale advocatuur

32

0

154.000

144.000

124.000

64.000

64.000

23

Kasschuif ihkv ondermijning

33

  • 11.620

10.028

1.592

0

0

0

24

Ondermijning

33

0

370.000

370.000

370.000

370.000

370.000

25

Bescherming en veiligheid

33

0

154.000

144.000

124.000

64.000

64.000

26

Bijdrage agentschap Justid

33,91

0

17.415

17.101

16.742

16.742

16.742

27

Jeugdbeschermingsketen

34

13.925

0

0

0

0

0

28

Raad voor de Kinderbescherming

34

0

16.000

0

0

0

0

29

Beveiliging vaccinatielocaties

36

29.000

0

0

0

0

0

30

Regeling tegemoetkoming schade 2021

36

200.000

0

0

0

0

0

31

Coronamiddelen t.b.v. opvanglocaties quarantaineplicht

37

25.800

0

0

0

0

0

32

Implementatie grenzen en veiligheid

37

  • 8.004
  • 35.064
  • 38.106
  • 29.925
  • 28.332
  • 28.370

33

Kasschuif grenzen en veiligheid

37

  • 10.528
  • 13.836

7.770

1.594

2.531

12.469

34

Desaldering afrekening IND 2020

37

41.100

0

0

0

0

0

 
 

Overige mutaties miljoenennota

 
  • 44.235
  • 11.557
  • 12.302
  • 12.269
  • 32.119
  • 11.462
 
 

Stand ontwerpbegroting

 

15.135.761

15.273.901

14.855.715

14.756.021

14.644.774

14.700.212

Toelichting

  • 1. 
    Kwijtschelding publieke schulden

Alle ouders die de tegemoetkoming op grond van de Catshuisregeling Kinderopvangtoeslag van 30.000 euro ontvangen, komen in aanmerking voor kwijtschelding van publieke schulden. De Staatssecretaris Toeslagen en Douane van het ministerie van Financiën heeft aange-kondigd dat de schulden bij de overheid van ouders die gedupeerd zijn door de kinderopvangtoeslagaffaire, alsmede van hun huidige partners, kwijtgescholden worden. De genoemde bedragen betreffen de uitvoeringskosten.

  • 2. 
    Regeling bedrijvenschade coronarellen

Eind januari zijn meerdere Nederlandse steden geteisterd door ernstige rellen. Deze rellen hebben ook schade veroorzaakt aan winkels en bedrijven. De regeling bedrijvenschade coronarellen geeft de getroffen ondernemers eenmalig de mogelijkheid een beroep te doen op de bedrijvenschade die zij niet vergoed krijgen van de verzekering.

  • 3. 
    Covid opdrachten 2021

In 2020 is voor de activiteiten voor DG Samenleving en COVID-19 in totaal € 30 mln. beschikbaar gesteld. Dit bestaat uit € 14 mln. voor 2020 en € 16 mln. voor 2021. Een aantal activiteiten die voor 2021 zijn voorzien, met name het onderzoek naar gedrag en gedragsbeïnvloeding voor de middellange en lange termijn, kunnen niet worden gefinancierd uit het budget voor 2021. Deze activiteiten kunnen wel worden gefinancierd uit het resterende budget van 2020 ter grootte van € 7,2 mln. Met deze mutatie worden deze middelen toegevoegd aan het budget 2021 voor DG Samenleving en COVID-19 voor het uitvoeren van de hiervoor genoemde onderzoeken.

  • 4. 
    Tijdelijke coronabanen

Om toezicht- en handhavingsorganisaties te ondersteunen is € 60 mln. beschikbaar gesteld aan de gemeenten voor tijdelijke coronabanen. Hiermee kunnen ongeveer 3.800 voltijds fte extra tijdelijke coronabanen in het toezicht en de handhaving gecreëerd worden.

  • 5. 
    COVID-19

In juli 2020 is het DG COVID-19 van start gegaan. Dit DG zal interdepartementaal alle nodige actie verrichten om regie en samenhang te bereiken met betrekking tot beleid en uitvoering. Het programmageld wat beschikbaar is gesteld is hoofdzakelijk bedoeld voor communicatiecampagnes. De uitgaven voor de andere taken van DG COVID-19 worden verantwoord op het apparaatsartikel 91. Het betreft hier met name de uitgaven voor monitoring/beheersing en handhaving van de gezond-heidscrisis en de voorbereiding van (externe) onderzoeken en verantwoording.

  • 6. 
    Grenzen en veiligheid

De implementatie van een aantal EU-verordeningen op het gebied van grenzen en veiligheid leiden tot een grotere veiligheid in Europa. Daartoe zijn investeringen en extra inzet nodig bij de betrokken ketenpartners. In 2020 is incidenteel geld vrijgemaakt voor de eerste activiteiten op het gebied van de implementatie. In 2020 is € 13,2 mln. niet tot besteding gekomen. Via de eindejaarsmarge wordt dit onbestede bedrag toegevoegd aan het budget 2021. Voor de implementatie in 2021 wordt € 18,1 mln. toegevoegd aan het budget op artikel 37 en voor 2022 € 49,9 mln. Vanaf 2023 is structureel € 30 mln. per jaar beschikbaar.

7 Breed offensief tegen georganiseerde ondermijnende criminaliteit (Botoc)

Vorig jaar is bij Voorjaarsnotabesluitvorming € 141 mln. in 2021 en € 150 mln. structureel vanaf 2022 beschikbaar gesteld voor het Brede offensief tegen georganiseerde, ondermijnende criminaliteit (Botoc). Een groot deel van deze middelen zijn nu bij deze 1e suppletoire begroting 2021 beschikbaar gesteld aan de betrokken organisaties binnen en buiten Justitie en Veiligheid. Voor de begroting van JenV betekent dit per saldo een verlaging van het budget, omdat een deel van de middelen (ruim € 36 mln. structureel) beschikbaar gesteld is aan organisaties in het domein van het ministerie van Financiën (Belastingdienst/FIOD/Douane) en Defensie (KMar, DCC, CLAS en CZSK).

  • 8. 
    Prognosemodel Justitiële Ketens (PMJ)

Het Prognosemodel Justitiële Ketens (PMJ) geeft de capaciteitsbehoefte aan van de justitiële ketens. De PMJ-ramingen hebben voornamelijk betrekking op autonome ontwikkelingen, die buiten de invloedsfeer van

JenV liggen. Op basis van het PMJ wordt het budget voor de justitiële keten in 2021 in totaal met € 208,6 mln. verhoogd. De reeksen zijn met ingang van 2023 meerjarig op het niveau 2022 doorgetrokken met € 224,7 mln. Dit laatste bedrag is een saldo van uitgaven en ontvangsten.

  • 9. 
    Meerjaren Productie Prognose (MPP)

De raming van de Meerjaren Productie Prognose leidt in 2021 tot een budgetverhoging DG-Migratie van € 49,9 mln. Dit bedrag bestaat uit de volgende mutaties:

  • COA 38,5 mln. in 2021 aflopend naar € -70,4 mln. in 2025. Op basis van de verwachtingen van de MPP zal de bezetting van het COA in de komende jaren lager uitvallen dan bij de begroting 2021 was geraamd;
  • Reservecapaciteit COA € 21 mln. in 2021 aflopend naar € 14 mln. in 2025 en verder. Aan het COA wordt reservecapaciteit toegekend om te borgen dat het COA bij een onverwacht hogere asielinstroom doelmatig kan opschalen;
  • Nidos € -11 mln. in 2021 aflopend naar € -7,9 mln. in 2025. De verwachtingen ten aanzien van de bezetting van amv's (alleenstaande minderjarige vreemdelingen) bij Nidos voor de komende jaren is naar beneden bijgesteld.
  • 10. 
    Raad voor Rechtsbijstand

In 2020 was er sprake van een onderuitputting voor Rechtsbijstand. Conform afspraak6 blijft dit bedrag van € 25,9 mln. in 2021 beschikbaar voor de Rechtsbijstand. Door middel van de eindejaarsmarge wordt dit bedrag toegevoegd aan het budget rechtsbijstand.

  • 11. 
    DJI (Dienst Justitiële Inrichtingen) Aanvulling eigen vermogen Het resultaat over 2020 van DJI heeft geleid tot een negatief eigen vermogen en dat dient door het moederdepartement op grond van de regeling agentschappen te worden aangevuld tot nul.
  • 12. 
    ODA (Official development assistance) toerekening eerstejaars asielopvang

De MPP leidt tot een lagere asielinstroom dan geraamd. Dit zorgt voor een meevaller in de asielopvang bij het COA. Een deel van deze meevaller betreft kosten voor eerstejaars asielopvang die JenV moet terugstorten naar het ODA-budget van BHOS.

  • 13. 
    Raad voor de Kinderbescherming (RvdK)

De RvdK heeft al enige jaren te kampen met een financieel tekort. Om de problematiek op te lossen is in 2020 een aantal besparingsmaatregelen uitgewerkt die echter niet toereikend zijn gebleken om het tekort volledig op te lossen. Voor het jaar 2021 wordt het tekort bij de eerste suppletoire begroting geraamd op € 16 mln. Oplossing van de structurele problematiek is op dit moment onderwerp van onderzoek (o.a. kostprijs- en benchmarkonderzoek).

  • 14. 
    Eindejaarsmarge

De eindejaarsmarge 2020 is met deze mutatie aan de begroting van JenV toegevoegd.

  • 15. 
    Corona-gerelateerde kosten

In verband met de budgettaire effecten van de corona-pandemie (beschermingsmiddelen en -maatregelen, kosten voor het inhalen van achterstanden en compensatie van lagere ontvangsten) is voor het jaar 2021 een bedrag van € 100 mln. aan de JenV-begroting toegevoegd. Vorig jaar was reeds € 40 mln. voor het jaar 2021 beschikbaar gesteld zodat het totale budget uitkomt op € 140 mln.

  • 16. 
    Dekking uit eindejaarsmarge

De eindejaarsmarge 2020 is ingezet ter dekking van de kaseffecten van overlopende verplichtingen, de toevoeging aan de rechtsbijstand en overige budgettaire tekorten.

  • 17. 
    Loonbijstelling 2021

De tranche loonbijstelling 2021 is met deze mutatie aan de begroting van JenV toegevoegd en is vervolgens verdeeld naar de desbetreffende artikelen.

  • 18. 
    Prijsbijstelling 2021

De jaarlijkse prijsbijstelling wordt met deze mutatie toegevoegd aan de JenV- begroting en is vervolgens verdeeld naar de desbetreffende artikelen.

  • 19. 
    RA-middelen: tranche 2022 politie

De Politie heeft bij het Regeerakkoord (RA) structureel extra middelen gekregen voor verschillende te nemen maatregelen. Deze middelen zijn in afwachting van bestedingsplannen gereserveerd op de Aanvullende Post van de rijksbegroting. De RA-middelen worden per tranche overgeboekt naar de begroting van JenV. Thans is vanaf het jaar 2022 structureel een bedrag van € 24 mln. ontvangen vanuit de Aanvullende Post, voor de financiering van extra agenten conform bestedingsplan. Dit betreft de laatste RA-tranche.

  • 20. 
    Recherchesamenwerkingsteam

Op basis van het Convenant Financieringssystematiek recherchesamenwerkingsteam d.d. 4 juli 2019 worden de voor het Recherche samenwer-kingsteam beschikbare middelen voor het jaar 2024 overgeheveld van begrotingshoofdstuk 4 Koninkrijksrelaties naar begrotingshoofdstuk 6 Justitie en Veiligheid.

  • 21. 
    Desaldering bijzondere bijdragen

Dit betreft een administratieve handeling waarbij bijzondere bijdragen waar politie al middelen voor op de balans had staan, via een desaldering wordt omgezet naar de algemene bijdrage. Zie ook toelichting bij de ontvangsten. Deze financieel technische wijzigingen leiden niet tot een verhoging van het totale politiebudget. Als gevolg van opschoning om de bestaande financiering van de politie beter te laten aansluiten op de doelstellingen, zijn er tientallen bijzondere bijdragen beëindigd. Voor een groot deel worden deze middelen vereenvoudigd opnieuw toegekend aan Politie.

  • 22. 
    Sociale advocatuur

Goede rechtsbijstand is cruciaal voor de toegang tot het recht. Ter uitvoering van de motie Klaver/Ploumen (TK 28 362, nr. 44) maakt het kabinet extra middelen vrij voor een betere vergoedingen van sociale advocaten (in lijn met scenario 1 van de commissie-Van der Meer). Zo wordt de vergoeding in overeenstemming gebracht met de voor de werkzaamheden gemiddelde tijdsbesteding. Voor 2022 wordt hiervoor € 154 mln. (incl. btw) beschikbaar gesteld. Met het op niveau brengen van de vergoedingen voor sociale advocaten is de kous echter niet af. Onder het motto 'meer oplossingen, minder procedures' wordt met de vernieuwing van het stelsel van rechtsbijstand ingezet op snellere en meer laagdrempelige hulp voor mensen met problemen. Het beroep op rechtsbijstand zal hierdoor in de toekomst naar verwachting afnemen. Daarnaast zet het kabinet in op een grotere (financiële) tegenprestatie van commerciële advocatenkantoren. Zoals het voor sociale advocatenkantoren goed is dat zij zich niet volledig afhankelijk maken van overheidssubsidies, mag van de commerciële advocatuur ook best een maatschappelijke tegenprestatie worden verwacht. Deze maatregelen moeten ertoe leiden dat met ingang van 2025 nog een structureel bedrag van € 64 mln. per jaar benodigd is.

  • 23. 
    Kasschuif in het kader van ondermijning

Diverse projecten in het kader van ondermijning lopen vertraging op. De grootste projecten met vertraging zijn ICT-projecten die opnieuw moest worden uitgezet omdat de originele beheerskosten te hoog waren.

  • 24. 
    Ondermijning

Het kabinet is van mening dat er geen dag langer gewacht kan worden met de intensivering van de bestrijding van georganiseerde, ondermijnende criminaliteit. Aanvullende maatregelen moeten direct worden getroffen om deze dreiging te stoppen. We moeten de benodigde bescherming bieden aan de beroepsgroepen die essentieel zijn voor het functioneren van onze rechtsstaat, zoals officieren van justitie en rechters, en rond kroongetuigen. En we moeten voorkomen dat elke dag weer kansarme jongeren, medewerkers in bijvoorbeeld havens, maar ook ambtenaren, ten prooi vallen aan intimidatie vanuit het criminele circuit of aan de verleiding van het grote drugsgeld. Als we toestaan dat ondermijnende criminaliteit blijft voortwoekeren, komen onze nationale veiligheid en onze democratische rechtsorde in gevaar. Langer wachten betekent dat de ondermijning zich nog dieper in de samenleving invreet, en daarmee steeds moeilijker te bestrijden wordt.

Het kabinet heeft in dit licht besloten om in 2022 € 524 mln. extra te investeren in de bestrijding van ondermijnende criminaliteit, waarvan € 154 mln. wordt uitgetrokken voor bescherming en veiligheid. Hiermee kan enerzijds een urgent noodzakelijke impuls worden gegeven aan de bescherming en veiligheid van degenen die zich dagelijks inspannen tegen ondermijning. Daarnaast zijn structurele middelen beschikbaar gesteld voor de samenhangende aanpak van ondermijning. Door - naast een verstevigde inzet op handhaving, opsporing en vervolging - in te zetten op een combinatie van onder andere het terugdringen van crimineel geld en het tegengaan van nieuwe aanwas, waarbij formeel gezag meer zichtbaar is in kwetsbare wijken en jongeren perspectief geboden wordt op studie en werk, wordt voorkomen dat er steeds meer beveiliging en bewaking nodig is. Het kabinet wil met deze brede, samenhangende aanpak ondermijning op termijn beheersbaar maken.

  • 25. 
    Bescherming en veiligheid

Voor bescherming en veiligheid wordt in 2022 € 154 mln. toegevoegd aan de begroting van JenV. Zie ook de toelichting bij post 24 (totaal € 524 mln. waarvan € 370 mln. voor ondermijning en € 154 mln. voor bescherming en veiligheid).

  • 26. 
    Bijdrage agentschap Justid

Met ingang van 2022 gaat Justid (Justitiële Informatiedienst) opereren als een agentschap van JenV. Het budget van Justid wordt hiervoor meerjarig overgeboekt naar artikel 33 (programmakosten bijdrage agentschappen ad € 17,4 mln.) vanuit artikel 91 (apparaat kerndepartement ad € -32,4 mln. uitgaven en € 15 mln. ontvangsten). Zie ook tabel ontvangsten.

27 Jeugdbeschermingsketen

Betreft een overboeking van het ministerie van VWS ten behoeve van het vereenvoudigen van de Jeugdbeschermingsketen.

  • 28. 
    Raad voor de Kinderbescherming

De RvdK heeft al enige jaren te kampen met een financieel tekort. Om de problematiek op te lossen is in 2020 een aantal besparingsmaatregelen uitgewerkt die echter niet toereikend zijn gebleken om het tekort volledig op te lossen. Voor het jaar 2021 wordt het tekort bij de eerste suppletoire begroting geraamd op € 16 mln. Oplossing van de structurele problematiek is op dit moment onderwerp van onderzoek (o.a. kostprijs- en benchmarkonderzoek). In afwachting van dit onderzoek en ten behoeve van de continuïteit van de organisatie, wordt aanvullend € 16 mln. begroot voor 2022. Zie ook post 13.

  • 29. 
    Beveiliging vaccinatielocaties

Het Instituut voor Fysieke Veiligheid (IFV) is gevraagd de beveiliging door Groupd4Security (G4S) van de GGD vaccinatielocaties te coördineren. De totale kostenraming voor januari tot en met juni 2021 wordt geschat op € 29 mln. De kosten hiervoor worden vergoed door het ministerie van VWS door middel van deze overboeking.

  • 30. 
    Regeling tegemoetkoming schade 2021

Het kabinet wil de door de overstromingen getroffen inwoners en organisaties in Limburg bijstaan door de Wet tegemoetkoming schade bij rampen (Wts) in te zetten. Om gedupeerden deels tegemoet te komen bij schade die niet redelijkerwijs verzekerbaar, niet verhaalbaar en niet vermijdbaar is, wordt onder de Wts de Regeling tegemoetkoming schade 2021 opgesteld. De begrote tegemoetkoming voor het begrotingsjaar 2021 wordt geraamd op € 195 mln. en de uitvoeringskosten van de RVO (Rijksdienst voor Ondernemend Nederland) op € 5 mln.

De bedragen voor het jaar 2022 zullen door middel van een nota van wijziging op de ontwerpbegroting 2022 aan de Staten Generaal worden voorgelegd.

  • 31. 
    Coronamiddelen tbv opvanglocaties quarantaineplicht

Er geldt een wettelijke quarantaineplicht voor reizigers uit zeer hoog risicogebieden die Nederland inreizen. Dit betekent dat ook asielzoekers in quarantaine moeten. Het COA moet hier quarantaineplekken voor organiseren. Het betreft kosten van ca 600 plekken per week. Daarnaast zijn er middelen nodig bij de IND voor onder andere voor het neerzetten, inrichten en beheren van een extra noodgebouw, zodat het risico op vertraging in het asielproces zoveel mogelijk wordt beperkt.

  • 32. 
    Implementatie grenzen en veiligheid

Bij voorjaarsbesluitvorming zijn middelen voor de implementatie van de verordeningen voor Grenzen en Veiligheid beschikbaar gekomen. Deze middelen zijn bestemd voor de implementatie van de Europese verordeningen op dit terrein. Zie ook post 6 uitgaven.

Deze middelen worden door middel van deze mutatie verdeeld over de implementerende ketenpartners. Een deel van het budget wordt overgeboekt naar BZ en Defensie. Het resterende deel is voor DGM, Nationale Politie, IND, OM, Justid, Autoriteit Persoonsgegevens en de Raad voor de Rechtspraak.

  • 33. 
    Kasschuif grenzen en veiligheid

Bij begrotingsbesluitvorming zijn middelen verkregen voor de implementatie van grenzen en veiligheid. Zie ook post 6 en 26. Na het aanpassen van de ramingen om het geheel passend te krijgen is een kasschuif noodzakelijk zodat de middelen in de juiste jaren beschikbaar zijn.

  • 34. 
    Desaldering afrekening IND 2020

Dit betreft de reguliere afrekening van IND over de opdracht van het jaar 2020. Zie ook toelichting bij de ontvangsten.

Tabel 4 Belangrijkste beleidsmatige ontvangstenmutaties (bedragen x € 1.000)

Artikel    2021    2022    2023    2024    2025    2026

Stand ontwerpbegroting 2021    1.574.110    1.575.722    1.585.465    1.596.126    1.578.165    1.578.165

 

Nota van wijziging/ Incidentele suppletoire begroting

           

1 Kwijtschelding publieke schulden

  • 5.600
  • 700
  • 700

0

0

0

Voorjaarsnota 2021/ eerste suppletoire begroting 2021

2 Boeten en transacties

33

  • 74.000

8.521

19.048

26.818

38.215

64.575

3 Transactie ABN AMRO (boete-deel)

33

300.000

0

0

0

0

0

Afrekening persoonlijke

4 beschermingsmiddelen (PBM)

36

25.947

0

0

0

0

0

5 Afromen eigen vermogen COA

37

68.900

0

0

0

0

0

 

Overige mutaties voorjaarsnota

 

11.912

1.864

1.182

  • 6.260
  • 5.877
  • 6.395

Miljoenennota 2022/ Ontwerpbegroting 2022

 

6 Desaldering bijzondere bijdragen

31

52.174

         

7 Middelen corona-effecten 2021

34

  • 7.000

0

0

0

0

0

8 Desaldering afrekening IND 2020

37

41.100

0

0

0

0

0

9 Bijdrage agentschap Justid

91

0

  • 15.000
  • 15.000
  • 15.000
  • 15.000
  • 15.000
 

Overige mutaties miljoenennota

 

3.848

60

2.121

2.121

2.121

3.121

 

Stand ontwerpbegroting 2022

 

1.991.391

1.570.467

1.592.116

1.603.805

1.597.624

1.624.466

Toelichting

  • 1. 
    Kwijtschelding publieke schulden

Alle ouders die de tegemoetkoming op grond van de Catshuisregeling Kinderopvangtoeslag van 30.000 euro ontvangen, komen in aanmerking voor kwijtschelding van publieke schulden. De Staatssecretaris Toeslagen en Douane van het ministerie van Financiën heeft aange-kondigd dat de schulden bij de overheid van ouders die gedupeerd zijn door de kinderopvangtoeslagaffaire, alsmede van hun huidige partners, kwijtgescholden worden. Dit leidt tot een vermindering van de ontvangsten Boeten en Transacties.

  • 2. 
    Boeten en Transacties

Conform de laatste inzichten uit de raming van de ontvangsten boeten en transacties wordt in 2021 een tegenvaller verwacht van € 74 mln. Voor 2022 en verder worden meevallers verwacht. De relatief lage instroom in 2021 van de WAHV-boetes kan voor een groot deel verklaard worden door de genomen coronamaatregelen.

  • 3. 
    Transactie ABN AMRO (boete-deel)

ABN AMRO is een transactie van € 480 mln. overeengekomen met het Openbaar Ministerie in verband met witwasfraude. De transactie bestaat uit een boetedeel (€ 300 mln.) en een ontnemingsdeel (€ 180 mln). Het boetedeel valt op de begroting van Justitie en Veiligheid onder de boeten en transactieontvangsten. Het boete-deel van grote schikkingen is niet apart geraamd. Het ontnemingsdeel van 180 mln. valt binnen de geraamde opbrengsten aan afpakken voor 2021.

  • 4. 
    Afrekening persoonlijke beschermingsmiddelen (PBM)

In 2020 is € 69,3 mln. toegekend voor de aanleg van een noodvoorraad van persoonlijke beschermingsmiddelen. Van de beschikbaar gestelde middelen is € 43,4 mln. uitgeput. Het verschil ad € 25,9 mln. komt ten gunste van de algemene middelen. Door twee kortgedingen is de aanbesteding van twee productgroepen stilgelegd. Deze zijn vanaf begin maart 2021 opnieuw opgestart en daarmee kan er mogelijk nog een aanpassing worden doorgevoerd in deze voorlopige afrekening.

  • 5. 
    Afromen eigen vermogen COA

Dit betreft het afromen van het eigen vermogen van COA, het eigen vermogen kwam eind 2020 boven de afgesproken norm uit. De afroming bedraagt € 68,9 mln. Deze meevaller is ingezet ter dekking van tegenvallers.

  • 6. 
    Desaldering bijzondere bijdragen

Dit betreft een administratieve handeling waarbij bijzondere bijdragen waar politie al middelen voor op de balans had staan, via een desaldering wordt omgezet naar de algemene bijdrage. Zie ook het uitgavenkader. Deze financieel technische wijzigingen leiden niet tot een verhoging van het totale politiebudget. Als gevolg van opschoning om de bestaande financiering van de politie beter te laten aansluiten op de doelstellingen, zijn er tientallen bijzondere bijdragen beëindigd. Voor een groot deel worden deze middelen vereenvoudigd opnieuw toegekend aan Politie.

7 Middelen corona-effecten 2021

In verband met de budgettaire effecten van de corona-pandemie is voor het jaar 2021 een bedrag van € 140 mln. aan de JenV-begroting toegevoegd. Zie ook post 15 uitgaven. Deze middelen worden door middel van deze mutatie verdeeld over desbetreffende diensten (uitgaven € 133 mln. en ontvangsten € 7 mln.).

  • 8. 
    Desaldering afrekening IND 2020

Dit betreft de reguliere afrekening van IND over de opdracht van het jaar 2020. Dit leidt tot een terugbetaling door de IND van € 41,1 mln. Deze middelen zijn vervolgens opnieuw beschikbaar gesteld aan de IND. Zie ook uitgaven.

  • 9. 
    Bijdrage agentschap Justid

Met ingang van 2022 gaat Justid (Justitiële Informatiedienst) opereren als een agentschap van JenV. Het budget van Justid wordt hiervoor meerjarig overgeboekt naar artikel 33 (programmakosten bijdrage agentschappen ad 17,4 mln.) vanuit artikel 91 (apparaat kerndepartement ad € -32,4 mln. uitgaven en € 15 mln. ontvangsten). Zie ook tabel uitgaven.

2.4 Overzicht niet-juridisch verplichte uitgaven

Tabel 5 Overzicht niet-juridisch verplichte uitgaven en bestemming (bedragen x € 1.000)

 

artikel omschrijving

Juridisch verplicht

(uitgaven)

Juridisch verplicht

(%)

Niet Juridisch verplicht

(bedrag)

Niet

Juridisch verplicht (%) Bestemming niet-juridisch verplichte uitgaven

Bedrag niet-juridisch verplichte uitgaven

31 Politie

6.693.742

100%

2.000

0% Providers en gerechtskosten (taptolken)

2.000

Rechtspleging en

32 rechtsbijstand

1.836.648

100%

35

0% Opdrachten toegang tot het rechtsbestel

10

       

Opdrachten doelmatig rechtsbestel

25

Veiligheid en

33 criminaliteitsbestrijding    359.385

40%

528.698

60% Aanpak ondermijning

528.698

Straffen en

34 Beschermen

3.033.191

100%

7.017

Overige subsidies en opdrachten op het gebied 0% van jeugdbeleid

881

Tb.v. een bijdrage aan mede overheden op het terrein van Integriteit en Kansspelen    20

Incidentele subsidies op het terrein van

integriteit, filantropie en kansspelbeleid    213

Voor initiatieven en opdrachten op het terrein

van integriteit, filantropie en kansspelbeleid    440

Overige bijdrage medeoverheden, subsidies en opdrachten op het gebied van preventieve

maatregelen    2.000

Overige bijdrage medeoverheden, subsidies

en opdrachten op het gebied van veiligheid    1.087

Initatieven op het gebied van slachtofferzorg    1.143

Opdrachten en subsidies op het gebied van

forensische zorg    862

Initiatieven op het gebied van toezicht en

behandelen    371

 

Contraterrorisme en Nationaal

36 Veiligheidsbeleid

270.338

93%

21.414

Ontwikkeling, onderhoud en beheer van nieuw

7% alerteringssysteem NL-Alert

700

       

Opdrachten tbv veiligheidsregio's

200

       

Lokale aanpak jihadisme

6.100

       

Toezegging partners versterking tegengeluid jihadisme

900

       

Toezegging partners cybersecurity

800

       

Opdrachten Nationaal Crisis Centrum

2.500

       

Toezegging partners online aanpak Contra Terrorisme

1.000

       

Opdrachten statelijke dreigingen China

414

       

Groeikosten PNR

8.000

       

Innovatieve ontwikkelingen

800

37 Migratie

1.188.487

99%

14.352

1% Opdrachten versterking vreemdelingenketen

4.785

       

subsidie toekenningen die verband houden met de Subsidieregeling Ondersteuning Zelfstandig Vertrek

1.597

       

Transportkosten vreemdelingen

2.000

       

Transportkosten vreemdelingen escort

2.500

       

Vreemdelingen gezondheidszorg keuring/ begeleiding

600

       

Tolken

1.000

       

Overige kosten uitzetting vreemdelingen

1.000

       

Reis- en verblijfkosten buitenland medewerkers inzake opdracht vreemdelingenvertrek

870

2.5 Strategische Evaluatie Agenda (SEA)

In het kader van de operatie Inzicht in Kwaliteit wordt het gebruikelijke overzicht met een planning van beleidsdoorlichtingen omgevormd tot een Strategische Evaluatie Agenda (SEA). Het doel van de SEA is te komen tot betere en meer bruikbare inzichten in de maatschappelijke toegevoegde waarde op belangrijke beleidsthema's, het meer benutten van dit inzicht en daarmee uiteindelijk hogere maatschappelijke toegevoegde waarde van beleid. Daarmee komt de focus meer te liggen op de integrale en samenhangende beleidsaanpak van een beleidsthema en minder op de afzonderlijke beleidsonderdelen. Met de SEA wordt tevens beoogd onderzoeken beter te laten aansluiten op de beleidscyclus en wordt meer recht gedaan aan ontwikkelingen op een beleidsveld. Op deze wijze kunnen ook leerervaringen worden benut om het beleid tussentijds bij te sturen als dat nodig blijkt. Net als 2021 betreft 2022 een overgangs- en leerjaar waardoor de SEA een eerste uitwerking betreft. Voor het thema Terugkeerbeleid (art. 37.3) is het afgelopen half jaar een pilot verricht, waarbij op basis van het huidige inzicht en de behoefte aan inzicht is bepaald wat logische momenten zijn om te leren ten behoeve van beleidsverbetering en om verantwoording af te leggen. Het komende jaar wordt de SEA op de overige thema's naar dit voorbeeld verder ontwikkeld. In bijlage 5: Uitwerking Strategische Evaluatie Agenda, worden de uitkomsten van de pilot nader toegelicht evenals de overige thema's die op de SEA zijn opgenomen.

 

Tabel 6 Strategische Evaluatie Agenda

Thema

Subthema

Type onderzoek

Afronding Aandachtspunten onderzoek

Artikel

Politie

Politieonderwijs

Ex post

Doelmatigheid en doeltreffendheid

2022 Politieacademie

31.2

 

Politiebestel

Ex post

2022 Vervolgevaluatie werking politiebestel

31.2

 

Veiligheidsregio's BES

Ex post

2022 Evaluatie veiligheidswet BES

31.2

 

Politie en samenleving

Ex durante

2022 Evaluatie preventief fouilleren

31.3

   

Ex ante

2022 Inzicht in etnische profilering

31.3

 

Opsporing

Ex ante

2022 Effectiviteit criminaliteitsbestrijding

31.3

 

Bekostiging politie

Ex post

2021 Beleidsdoorlichting bekostiging politie

31.2

 

Agressie en geweld tegen politieambtenaren

Ex ante

Inzicht in agressie en geweld tegen

2022 politieambtenaren

31.3

 

Multi governance Meldkamers

Ex durante

Evaluatie multi governance van de 2021/2022 meldkamers

31.3

 

Staatsnoodrecht

Ex ante

2021/2022 Modernisering van het staatsnoodrecht

31.3

 

Criminele jongeren

Ex durante

2021 Integrale aanpak van criminele jongeren

31.3

 

LEBZ

Ex durante

2022 Evaluatie taakuitvoering LEBZ

31.3

 

Witwassen in het digitale tijdperk

Ex ante

Fenomeenonderzoek en mogelijkheden 2021 voor aanpak

31.3

 

Belangenverstrengeling ex medewerkers

Ex ante

Risico's van belangenverstrengeling bij ex-medewerkers politie en de Koninklijke 2021 Marechaussee

31.3

 

Hoorrecht burgers

Ex ante

Hoorrecht van burgers bij beoordeling 2021 geweldstoepassing politieambtenaren

31.3

 

Rechtspleging en rechtsbijstand

Hoge Raad

Ex post

2022 Apparaatskosten Hoge Raad

32.1

 

Rechtsbestel

Ex post

2022 Adequate toegang tot het rechtsbestel

32.2

 

Rechtsbestel

Ex post

Optimale randvoorwaarden doelmatig en 2022 doeltreffend rechtsbestel

32.3

 

Bestuur, informatie en technologie

Drugsbeleid

Ex post

2022 Coffeeshops in Nederland 2020

33.2

Thema

Subthema

Type onderzoek

Afronding Aandachtspunten onderzoek

Artikel

 

Coffeeshopketen

Ex ante

Nulmeting experiment gesloten

2022 coffeeshopketen

33.2

 

Mensenhandel

Ex durante

Effecten en neveneffecten van

2022 verschillende prostitutiemodellen

33.2

 

Bestuurlijke aanpak

Ex post en ex durante

2022 Wetsevaluatie flexibel cameratoezicht

33.2

   

Ex post

2022 Monitor Bestuurlijke aanpak

33.2

Opsporing en vervolging

Opsporingsmethoden

Ex ante en ex durante

ntb De impact van encryptie op de opsporing

33.3

 

Corruptie

Ex durante en ex post

Risico's op corruptie in Nederland en

2022 weerbaarheid van het instrumentarium

33.3

 

Fraude

Ex post

Evaluatie wet verruiming mogelijkheden bestrijding financieel-economische

2022 criminaliteit

33.3

   

Ex ante

Voor- en nadelen van zelfonderzoek en nnb zelfmelden door bedrijven

33.3

   

Ex post

Evaluatie van de Wet versterking positie curator en de Wet civielrechtelijk

2022 bestuursverbod

33.3

   

Ex post

Kwantitatieve data-analyses national risk assessment (NRA) witwassen en

2022 terrorismefinanciering 2019

33.3

 

Verkeer

Ex post

2022 Evaluatie wet drugs in het verkeer

33.3

 

Privacy

Ex ante

2022 Nut en noodzaak processenfonds

33.3

 

Ondermijning

Ex post en ex durante

Vestigingsklimaat drugshandel in

2022 Nederland

33.3

   

Ex post

Toetredingsmechanismen en rekruteringsprocessen van jongeren

2021 binnen de georganiseerde criminaliteit

33.3

   

Ex post

Review bestrijding van drugshandel in de 2021 afgelopen 25 jaar

31.3

 

Geweld

Ex ante

Verkenning omvang kindermishandeling gerelateerd aan geloof of ideologie in ntb Nederland

33.3

 

Cybercrime

Ex post

2021 Evaluatie Wet Computercriminaliteit III

33.3

 

Sanctie uitvoering

Wet USB

Ex post

2025 Wetsevaluatie 5 jaar na inwerkingtreding

34.3

 

Wet SenB

Ex ante

Onderzoeksprogramma visie GW en wet 2021 Straffen en beschermen

34.3

Ketensturing

Executiedomein

Ex durante

ntb Gateway Review op de wet SenB

34.3

 

Zorg en veiligheidshuizen

Ex ante

Toekomstontwikkeling governance zorg-2022 en veiligheidshuizen

34.5

Forensische zorg

Overige Forensische Zorg

Ex post

2022 Plan-evaluatie Wet Forensische Zorg

34.3

Jeugdcriminaliteit

 

Ex durante

Verdiepingsonderzoek toename

2021/2022 jeugdrecidive

34.5

   

Ex durante

Beleidsbenutting LIJ: op weg naar

2022 daderprofielen jeugdige delinquenten

34.5

 

Adolescentenstrafrecht

Ex post

'Evaluatie van het adolescentenstrafrecht. 2021 Een Multi criteria evaluatie'

34.5

 

Leerplicht

Ex durante

Effectrapportage methodische aanpak

2021 schoolverzuim

34.5

Familie/Personenrecht

Scheiden zonder schade

Ex post

ntb Programmaevaluatie

34.1

Jeugdbescherming

 

Ex post

Eindevaluatie herziene

2022 kinderbeschermingswetgeving

34.5

Integriteit

 

Ex post

ntb Effectmeting van de VOG

34.2

Kansspelen

 

Ex post

2025 Wet kansspelen op afstand

34.2

   

Ex ante

Maatschappelijke kosten- batenanalyse 2023 kansspelen

34.2

Slachtofferbeleid

Bescherming van slachtoffers

Ex durante

2021 What works bij slachtoffers

34.4

Thema

Subthema

Type onderzoek

Afronding Aandachtspunten onderzoek

Artikel

 

Rechten van slachtoffers

Ex post

Evaluatie wet uitbreiding spreekrecht slachtoffers en nabestaanden in het

2022 strafproces

34.4

Fenomenen / dadergerichte / slachtoffergerichte preventie

Voorkomen daderschap en recidive

Ex post

2022/2023 IPTA, AJB, AJB junior, cyber rijbewijs, RIO 34.2

 

Geweld

Ex post

Evaluatie Wet Middelenonderzoek

2022 Geweldplegers

34.2

 

Verwarde personen

Ex post

ntb Pilot bestuurlijk toezicht

34.2

 

Heling

Ex post

2025 Evaluatie aanpak Heling

34.2

 

Huiselijke geweld & kindermishandeling

Ex post

2022 Meerjarenonderzoeks-programma

34.5

 

Nationale Veiligheid

Nationale Veiligheid

Ex post

Midterm review Nationale Veiligheid

2021 Strategie

36.2

 

Contraterrorisme

Ex durante en ex post

ntb Evaluatie PNR wet

36.2

   

Ex durante en ex post

Evaluatie Wet precursoren voor

2021 explosieven

36.2

   

Ex post

Evaluatie Nationale

2021 Contraterrorismestrategie

36.2

   

Ex durante en ex post

ntb Evaluatie contraterrorisme-wetgeving

36.2

   

Ex durante en ex post

ntb Evaluatieonderzoek ROR

36.2

   

Ex ante, ex durante en ex post

Evaluatie besteding Versterkingsgelden ntb 2020-2021

36.2

   

Ex ante, ex durante en ex post

ntb NRA Terrorismefinanciering 2021-2022

36.2

   

Ex ante, ex durante en ex post

ntb Evaluatie Toolkit Evidence Based Werken

36.2

 

Cybersecurity

Ex post

Evaluatie Nederlandse Cybersecurity

2021 Agenda

36.2

   

Ex durante

Initiële Evaluatie Cyber Intel / Info Cel

2021 (CI/IC)

36.2

   

Ex durante

2022 Evaluatie Cyber Intel / Info Cel (CI/IC)

36.2

 

Bewaken en Beveiligen

Ex ante

Toekomstbestendig stelsel bewaken en 2021 beveiligen

36.2

 

Behandelen asielverzoeken

Procedures

 

Evaluatie werking procedures

37.2

 
  • a) 
    Snelheid, kwaliteit, maatwerk, efficiëntie

Ex durante en post

ntb

 
 
  • b) 
    Sporenbeleid

ntb

ntb

 
 
  • c) 
    Veiligelandenbeleid

ntb

2022/2023

 
 

Ketensamenwerking

Ex durante en ex post

ntb Evaluatie ketensamenwerking

37.2

 

Flexibilisering

Ex durante en ex post

ntb Evaluatie flexibilisering proces

37.2

 

Handhaving

Ex durante en ex post

ntb Evaluatie handhaving

37.2

 

Menselijke maat

Ex durante en ex post

Procedures in relatie tot de menselijke ntb maat

37.2

Opvang-modaliteiten

Opvangmodaliteiten

Ex ante, ex durante en ex post

Effectiviteit van verschillende ntb opvangmodaliteiten

37.2

 

Flexibilisering

Ex durante en ex post

ntb Inzicht in de flexibilisering van de opvang

37.2

Thema

Subthema

Type onderzoek

Afronding Aandachtspunten onderzoek

Artikel

 

Ketensamenwerking

Ex durante en ex post

ntb Evaluatie ketensamenwerking

37.2

Reguliere migratie

Basis op orde

Ex ante

ntb Fenomeenonderzoek reguliere migratie

37.2

 

Arbeidsmigratie, kennis en talent

Ex ante, ex durante en ex post

Evaluatie bijdrage migratie aan de ntb Nederlandse maatschappij

37.2

 

Procedures

Ex durante en ex post

ntb Evaluatie behandelen verzoeken

37.2

 

Handhaving

Ex durante en ex post

ntb Evaluatie handhaving

37.2

Grensbeheer

Integrated Border Management

ntb

ntb

37.2

 

Schengen

ntb

ntb

37.2

Begeleiding en ondersteuning

Terugkeerondersteuning

Ex post

Evaluatie duurzaamheid

2022 terugkeerondersteuning

37.3

 

Motivatie om te vertrekken

Ex durante en ex post

2023 Evaluatie zelfstandige terugkeer

37.3

 

Begeleiding en regievoering

Ex ante, ex durante en ex post

Effectiviteit en efficiëncy begeleiding en 2024 regievoering

37.3

Toezichtsmaatregelen

Toezichtsmaatregelen

Ex durante en ex post

Toepassing toezichtsmaatregelen anders 2022/2023 dan bewaring

37.3

 

Effectiviteit toezichtsmaatregelen

Ex post

Evaluatie toepassing

2024 toezichtsmaatregelen

37.3

 

Prioritaire groepen

Ex ante, ex durante en ex post

2024 Effectiviteit inzet op specifieke groepen

37.3

Samenwerking keten en internationaal

Landen van herkomst

Ex post

2021 Terugkeersamenwerking

37.3

 

Migratieketen

Ex durante en ex post

2023 Samenwerking in de migratieketen

37.3

Overkoepelend

LVV

Ex durante en ex post

Eindevaluatie pilots LVV (onder

2022 voorbehoud)

37.3

 

Draagvlak migratie

Ex durante

2024 Relatie vertrek en draagvlak migratiebeleid 37.3

 

Illegaal verblijf

Ex ante/ fenomeen

Fenomeenonderzoek vertrek niet na

2023 asielaanvraag

37.3

Voor het meest recente overzicht van de realisatie van beleidsdoorlich-tingen, klik op deze link: Status beleidsdoorlichtingen. Voor een verdere onderbouwing van de strategische evaluatie agenda zie «Bijlage 5: Uitwerking Strategische Evaluatie Agenda». In de bijlage is tevens een toelichting op de geplande evaluatieonderzoeken opgenomen. De begrotingsjaren 2022 en 2023 gelden nog als overgangsperiode naar de SEA. Dit betekent dat nog niet alle thema's volledig zijn uitgewerkt en al opgestarte trajecten voor beleidsdoorlichtingen conform de huidige Regeling periodiek evaluatieonderzoek doorgang kunnen vinden.

2.6 Overzicht risicoregelingen

 

Tabel 7 Overzicht verstrekte garanties (bedragen x € 1.000)

Art. Omschrijving

Uitstaand garanties

2020

Geraamd te verlenen 2021

Geraamd te vervallen 2021

Uitstaand garanties

2021

Geraamd te verlenen 2022

Geraamd te vervallen 2022

Uitstaande garanties

2022

Garantie plafond

2022

Totaal plafond

31 Inkoop Max

287.594

 

92.500

195.094

 

195.094

0

195.094

287.594

33 Garantiestelling

Faillissementscuratoren dienst Justis

15.704

3.500

3.200

16.004

3.400

3.100

16.304

16.304

16.304

34 Garantstelling Hypothecaire leningen aan JJI's

19.225

 

763

18.462

 

794

17.668

18.462

19.225

totaal

322.523

3.500

96.463

229.560

3.400

198.988

33.972

229.860

323.123

Tabel 8 Overzicht uitgaven en ontvangsten garanties (bedragen x € 1.000)

Stand    Stand    Stand

Uitgaven Ontvang- risico- Saldo Uitgaven Ontvang- risico-    Saldo Uitgaven Ontvang- risico-    Saldo

Art Omschrijving

2020 sten 2020voorziening 2020    2021 sten 2021 voorziening 2021    2022 sten 2022voorziening 2022

2020    2021    2022

Garantiestelling

33 Faillissementscuratoren 1.546    0    - 1.546 1.800    0    - 1.800    1.800    0    - 1.800

dienst Justis

Inkoop Max

In de stand is de meerjarige verplichting opgenomen die JenV heeft aan de politie, in het kader van het prepensioen en levensloopregeling (Inkoop Max regeling). De verplichtingen die hieruit voortvloeien zijn gerelateerd aan het bedrag dat als vordering in de jaarrekening van de politie wordt opgenomen7.

Faillissementscuratoren

De garantstellingsregeling faillissementscuratoren (GSR) biedt curatoren de mogelijkheid om in faillissementen waarin sprake lijkt te zijn van kennelijk onbehoorlijk bestuur, maar in de boedel onvoldoende middelen aanwezig zijn, toch onderzoek te kunnen doen of een procedure te starten om onrechtmatig aan de boedel onttrokken gelden en goederen terug te halen. De GSR wordt per 2022 onder het rijkskader voor garantieregelingen gebracht en verbeterd, conform de beleidsreactie 8op de WODC-evaluatie. Bij de uitgaven in het «overzicht uitgaven en ontvangsten garanties» betreft het de opdrachten tot betaling.

Hypothecaire leningen aan JJI's

Het feitelijk risico van de verleende garanties aan particuliere jeugdinrichtingen betreft borgstellingen ten behoeve van het restantbedrag van leningen die particuliere inrichtingen zijn aangegaan ter financiering van de gebouwen. Zonder garantie verlening was het niet mogelijk tegen gunstige condities dergelijke leningen bij externe financiers af te sluiten. Omdat DJI de kapitaalslasten van de betreffende leningen bovennormatief vergoedt aan de inrichtingen was het uit efficiencyoverwegingen van belang dat de leningen tegen een zo gunstig mogelijk rentepercentage konden worden afgesloten.

  • 3. 
    Beleidsartikelen

3.1 Artikel 31. Politie

  • A. 
    Algemene doelstelling

Een veilige samenleving met behulp van een goed functionerende politieorganisatie.

  • B. 
    Rol en verantwoordelijkheid

De Minister heeft een financierende en regisserende rol ten aanzien van de politie. Hierbij zijn drie verantwoordelijkheden te onderscheiden:

  • • 
    De eerste verantwoordelijkheid betreft de inrichting, werking en ontwikkeling van het politiebestel;
  • • 
    De tweede verantwoordelijkheid betreft de bevoegdheden en het beheer ten aanzien van de politie. Onder deze beheersverantwoordelijkheid van de Minister9 valt het vaststellen van de begroting, de meerjarenraming, de jaarrekening, het beheersplan, het jaarverslag en de operationele sterkte. De korpschef is belast met de leiding en het beheer van de politie. De korpschef opereert binnen de kaders die de Minister stelt. De Minister kan de korpschef te allen tijde over alle beheeraangelegenheden algemene en bijzondere aanwijzingen geven;
  • • 
    Tot slot stelt de Minister vanuit zijn beleidsverantwoordelijkheid, gehoord het College van procureurs-generaal en de regioburge-meesters, ten minste eens in de vier jaar de landelijke beleidsdoelstellingen van de politie vast.

De Minister heeft ten aanzien van het politie- en brandweerkorps Bonaire, Sint Eustatius en Saba (Caribisch Nederland) een financierende en regisserende rol. De beheersverantwoordelijkheid voor het politie- en brandweerkorps Bonaire, Sint Eustatius en Saba, berust bij hem.10

  • C. 
    Beleidswijzigingen

In 2022 zullen de afspraken gemaakt in de CAO 2021 nog in nadere regelingen vervat moeten worden. Daarnaast wordt een nieuw regime voor beroepsziekten en dienstongevallen van kracht.

De politie blijft zich hard inzetten op het werven en opleiden van grote aantallen nieuwe medewerkers. De uitbreiding van het aantal operationele politiemedewerkers vindt gelijktijdig plaats met de noodzakelijke vervanging van een groot aantal medewerkers dat met pensioen gaat.

Een belangrijke maatregel om de instroom van de benodigde nieuwe medewerkers mogelijk te maken, was de vernieuwing van de basispolitieopleiding. De nieuwe basispolitieopleiding, die nu twee jaar in beslag neemt, is begin 2021 van start gegaan. Vanaf 2022 wordt gestart met de vernieuwing van de overige basispolitieopleidingen op de niveaus Associate degree, Bachelor en Master. Ook hier is het uitgangspunt dat de opleidingen gemoderniseerd worden en flexibel worden ingericht.

De politie moet goede voeling blijven houden met de veranderende samenleving. We zien dat de samenleving toenemend polariseert en dat discriminatie en racisme een steeds prominentere rol innemen in het publieke debat. De politie moet dus oog hebben voor de verschillende culturen en leefstijlen in ons land. Tevens moeten alle politiemedewerkers, ongeacht hun achtergrond, zich binnen de organisatie gewaardeerd en veilig voelen. Racisme en discriminatie hebben geen plaats binnen de politie. Daarom wordt vanuit een nieuw perspectief gewerkt aan thema's diversiteit, inclusie en vakmanschap. Het voorkomen en bestrijden van discriminatie en racisme en het zorgen voor veiligheid in de teams en veiligheid voor alle burgers heeft daarbij expliciet de aandacht. In de jaren 2021-2024 wordt in totaal € 7 mln. ingezet voor de activiteiten in het kader van Politie voor iedereen, in het bijzonder de pilot als gevolg van de motie Paternotte om in nauw overleg met het OM de mogelijkheden van inzet van gespecialiseerde rechercheurs bij discriminatie te onderzoeken.

Het demissionaire kabinet heeft structurele middelen beschikbaar gesteld voor het brede offensief tegen georganiseerde criminaliteit. In 2022 besteedt de politie de haar toegekende middelen (€ 32,5 mln.) voor het Multidisciplinair Interventieteam (MIT) en voor Bewaken en Beveiligen (€ 29,8 mln.) aan respectievelijk het verder opbouwen van het MIT en voor wat betreft Bewaken en Beveiligen, aan de voorgenomen versterking van de informatieorganisatie, de maatregelenadvisering en de inrichting van regionale teams Bewaken en Beveiligen.

In 2022 wordt uitvoering gegeven aan de Veiligheidsagenda 2019-2022, waarin concrete afspraken zijn gemaakt op het gebied van ondermijning, mensenhandel, cybercrime (inclusief online seksueel kindermisbruik) en executie van dossiers. Bespreking van een voorstel voor herijking van de doelstellingen voor 2022 is voorzien in het LOVP van november 2021. In de paragraaf 2.2 «Prestatie-indicatoren Veiligheidsagenda» van deze begroting worden de ambities op deze terreinen voor de komende jaren aangegeven.

De samenleving wordt steeds digitaler, criminaliteit wordt complexer en verschuift zich steeds verder naar het digitale domein. De politie moet hierop inspelen. In steeds meer basisteams zijn 'digitale wijkagenten' actief, zodat de politie niet alleen dichtbij is in de wijken, maar ook op het web. Ook de opsporing blijft zich ontwikkelen om flexibel te kunnen inspelen op maatschappelijke ontwikkelingen die invloed hebben op de aard van de criminaliteit en de mogelijkheid om die op te sporen. De doorontwikkeling van de opsporing richt zich de komende jaren op het vergroten van actie-vermogen, lerend vermogen, samenwerkend vermogen en intelligence-gestuurd werken. Ook zet de politie in op de versterking van de specialistische opsporing, waaronder digitale en forensische opsporing, door toepassing van innovaties en het vergroten van kennis.

De Wijzigingswet meldkamers is in 2020 inwerking getreden. Hiermee is het beheer van de meldkamers overgedragen aan de politie. Bij de politie is hiervoor de Landelijke Meldkamer Samenwerking (LMS) ingericht om hier zorg voor te dragen. Naast het inregelen van het beheer voor het meldka-merdomein heeft de LMS ook de opdracht om het aantal meldkamers terug te brengen tot 10 locaties. Dit alles wordt gedaan vanuit een regiefunctie in het multidomein; samenwerking tussen de veiligheidsregio's, politie, brandweer, KMar en ambulancediensten.

  • D. 
    Budgettaire gevolgen van beleid

Tabel 9 Tabel Budgettaire gevolgen van beleid artikel 31 (bedragen x € 1.000)

 
 

2020

2021

2022

2023

2024

2025

2026

Verplichtingen

6.655.038

6.608.290

6.674.646

6.482.070

6.488.938

6.448.913

6.560.221

 

Programma-uitgaven

6.494.298

6.622.117

6.695.742

6.510.020

6.515.421

6.502.680

6.560.221

Waarvan juridisch verplicht

   

100%

       

31.2 Bekostiging Politie

Bijdrage ZBO's/RWT's

Politie

6.232.513

6.340.832

6.417.990

6.232.491

6.237.752

6.225.011

6.282.552

Politieacademie

3.009

3.075

3.075

3.075

3.075

3.075

3.075

Bijdrage medeoverheden

brandweer- en politiekorps (BES)

22.996

26.924

27.331

27.332

26.620

26.620

26.620

Opdrachten

Taptolken

8.577

11.369

11.369

11.369

11.369

11.369

11.369

31.3 Kwaliteit, arbeidsvoorwaarden en beheer meldkamers

Bijdrage ZBO's/RWT's

 

Internationale Samenwerkingsoperaties

9.764

11.588

11.588

11.839

11.839

11.839

11.839

Beheer meldkamers

198.948

206.757

203.543

203.503

204.355

204.355

204.355

Overige Bijdrage ZBO's/RWT's

858

871

892

892

892

892

892

Bijdrage medeoverheden

Bijdrage ihkv de kwaliteit van de politiezorg

808

1.174

834

850

850

850

850

Subsidies

Opsporing

2.300

2.362

2.362

2.362

2.362

2.362

2.362

Stichting Arbeidsmarkt en Opleidingsfonds Politie

3.473

3.500

3.601

3.601

3.601

3.601

3.601

Overige Subsidies

714

1.168

550

550

550

550

550

Opdrachten

Providers

8.367

10.236

10.304

9.852

9.852

9.852

9.852

Overige Opdrachten

1.971

2.261

2.303

2.304

2.304

2.304

2.304

 

Ontvangsten

14.858

63.857

500

500

500

500

500

Budgetflexibiliteit

Het juridisch verplichte deel van de bijdragen ZBO's/RWT's heeft betrekking op uitgaven voor de politie en de Politieacademie op grond van wetgeving, de beheersovereenkomst met de politie voor de jaarlijkse exploitatiekosten van C2000 en de uitgaven voor internationale samenwerking. De juridisch verplichte opdrachten omvatten onder andere de meerjarige contracten met de telecomaanbieders in verband met tapkosten.

  • E. 
    Toelichting op de financiële instrumenten

31.2 Bekostiging politie

Bijdrage ZBO's en RWT's

Politie

De politie levert een belangrijk aandeel aan het handhaven en vergroten van de veiligheid in Nederland. De politie ontvangt daartoe, op basis van artikel 33 van de Politiewet 2012, ten laste van de begroting van het ministerie algemene- en bijzondere bijdragen. De doelstelling is het beschikbaar stellen van personeel en materieel ten behoeve van een adequaat beheer van de politie.

De algemene bijdrage wordt jaarlijks als lumpsumbedrag ter beschikking gesteld aan de politie en komt volledig ten gunste van de reguliere politietaken. Het beleid is erop gericht de politie zoveel als mogelijk flexibiliteit te geven om de middelen doelmatig in te zetten en de afgesproken doelstellingen te realiseren.

 

Tabel 10 Algemene bijdrage politie (bedragen x € 1 mln.)

   

2020    2021    2022    2023    2024

2025

2026

Bijdrage    5.965    5.876    5.872    5.871    5.871

5.845

5.896

De algemene bijdrage bedraagt in 2022 ruim € 5,8 mld. Dit is inclusief de loonbijstelling politie 2021 (€ 113 mln.).

De bijzondere bijdragen worden meerjarig verstrekt voor een specifiek omschreven doel. Hiervan is onder meer sprake van bij de dienst Speciale Interventies (€ 72 mln.), de teams Verkeershandhaving (€ 51 mln.), digitalisering & cybercrime (€ 14 mln.), het Recherche Samenwerkings Team (€ 18 mln.) en de extra gelden voor bestrijding van ondermijning (€ 62 mln.).

Daarnaast is voor het meldkamerdomein ca. € 197 mln. beschikbaar gesteld als bijzondere bijdrage vanuit JenV. Een andere taak is het uitzenden van politiefunctionarissen naar crisisgebieden. Deze taken worden apart begroot en verantwoord onder het artikelonderdeel 31.3.

Besteding bijdragen

De bijdragen vanuit de JenV-begroting worden door de politie aangewend voor de in de Politiewet opgenomen taken. In eerdere jaren verstrekte bijzondere bijdragen worden hier eveneens voor ingezet. De onderstaande tabel geeft op hoofdlijnen inzicht in de bestedingsrichting van de aan de politie ter beschikking gestelde middelen.

Tabel 11 Besteding bijdragen politie (bedragen * € 1 mln.)

Realisatie Begroting

 

(bedragen x € 1 mln.)

2020

2021

2022

2023

2024

2025

2026

Personeel

4.934

4.733

4.842

4.851

4.857

4.835

4.880

Opleiding en vorming

66

84

81

81

81

79

79

Huisvesting

381

343

348

336

333

328

328

Vervoer

182

206

210

211

211

211

211

Verbinding en automatisering

482

522

518

523

522

523

523

Geweldsmiddelen en uitrusting

34

54

71

55

58

58

58

Operationeel

190

149

192

194

193

193

194

Beheer

129

154

168

169

168

168

168

totaal besteding

6.398

6.245

6.431

6.420

6.423

6.395

6.439

Bron: Begroting en beheerplan politie 2022-2026 (Hoofdstuk 6 Financiën)

De volledige begroting van de politie is als separate bijlage met de JenV-begroting meegezonden. In de begroting van de politie wordt per post nader ingegaan op de wijze waarop de aan de politie beschikbaar gestelde middelen worden inzet.

Toelichting

In de tabel Kengetallen is informatie opgenomen die in algemene zin te relateren is aan de beleidsdoelstellingen. De bezetting en formatie van de politie, met name het operationele deel, en de opleidingen zijn belangrijke onderwerpen. Deze zijn onder de tabel kort toegelicht.

 

Tabel 12 Kengetallen

Realisatie Prognose

 

2020

2021

2022

2023

2024

2025

2026

Bezetting (fte)

Operationele bezetting

50.628

50.741

51.727

52.251

52.348

52.391

52.466

waarvan aspiranten

4.454

4.380

5.496

5.367

4.860

4.688

4.696

Niet operationele bezetting

11.669

11.162

11.408

11.303

11.173

11.115

11.102

Lasten (in %)

Personeel

77,5

77,1

76,6

76,8

76,9

76,9

77

Opleiding

1,4

1,7

1,6

1,7

1,6

1,6

1,6

Verbinding en automatisering

12,2

12,2

12,6

12,5

12,5

12,5

12,4

Huisvesting

6,1

5,5

5,4

5,2

5,2

5,1

5,1

Afschrijvingen

4,4

4,6

5,1

5,3

5,5

5,9

5,9

Eigen vermogen

6,8

5,6

5,3

4,7

4,8

5,1

5,4

Investeringen

7,0

6,0

6,4

6,5

5,8

4,9

4,7

Bron: Begroting en beheerplan politie 2022-2026 (Hoofdstuk 6 Financiën, Bijlage 5 Personeelsinformatie)

De formatie is binnen de politie conform het Inrichtingsplan en «Besluit verdeling sterkte en middelen politie» verdeeld over de regionale eenheden, landelijke eenheid, Politieacademie, Politie Dienstencentrum en staf korpsleiding. De verstrekte bijdragen vanuit de JenV-begroting zijn primair ter financiering van de formatie.

 

Tabel 13 Doelformatie (gefaseerd te bereiken in 2026)

Onderdeel

fte

Regionale eenheden (incl. RST)

47.717

Landelijke eenheid

5.490

Politieacademie

1.158

Politiedienstencentrum / Staf

8.861

Totaal fte

63.226

Bron: Begroting en beheerplan 2022-2026 (Bijlage 1 Formatieplan)

Politieacademie - Politieonderwijs

Het zelfstandig bestuursorgaan Politieacademie is verantwoordelijk voor het verzorgen van het politieonderwijs, de examinering daarvan en de uitvoering van wetenschappelijk onderwijs waarmee invulling wordt gegeven aan de kennisfunctie. De Politieacademie ontvangt een eigen budget waarmee onder andere de personele kosten van de directeur en zijn plaatsvervanger worden betaald en de kosten voor extern wetenschappelijk onderzoek. Het overige personeel en de middelen zijn ondergebracht bij de politie. De bekostiging van het personeel en de middelen die door de korpschef om niet ter beschikking worden gesteld aan de Politieacademie, voor de uitvoering van haar wettelijke taken, zijn opgenomen in de algemene bijdrage aan de politie.

De volledige begroting van de politie is als separate bijlage met de JenV-begroting meegezonden.

Bijdrage medeoverheden

BES brandweer- en politiekorps

De Minister is korpsbeheerder van het brandweer- en politiekorps Caribisch Nederland. Ter bekostiging van de personele en materiële uitgaven van deze korpsen wordt een bijdrage verstrekt. Beide korpsen werken aan implementatie vaneen nieuw organisatie- en formatierapport als grondslag van nieuwe verbeterambities en doelstellingen voor 2022 en verder. De jaarlijks vastgestelde begroting vormt de wettelijke grondslag voor de bekostiging van de beide korpsen van Caribisch Nederland.

Opdrachten

Taptolken

Uit dit budget worden de taptolken gefinancierd die de politie inhuurt voor het beluisteren en vertalen van telefoon- of VoIP-gesprekken van verdachten.

31.3 Kwaliteit, arbeidsvoorwaarden en beheer meldkamers Bijdrage ZBO's en RWT's

Internationale samenwerkingsoperaties

In opdracht van de Minister voert de politie activiteiten uit in het kader van internationale politiesamenwerking en de uitzending van poitiefunctiona-rissen naar internationale (civiele) missies en operaties. Die activiteiten zijn voor een groot deel gebaseerd op de visie internationale politiesamenwerking en de bijbehorende strategische agenda.

Beheer meldkamers

Voor het beheer van de meldkamers ten behoeve van de hulpdiensten van politie, brandweer, ambulance en KMar, wordt jaarlijks een bijzondere bijdrage verstrekt. Dit is een multidisciplinaire financiële bijdrage die tot stand is gekomen uit een bijdrage van alle hulpdiensten. Het beheer is ondergebracht bij de Landelijke Meldkamer Samenwerking LMS bij de politie en heeft betrekking op facilitaire dienstverlening, huisvesting en het beheer van de ICT voorzieningen voor de meldkamers, waaronder het C2000 netwerk en het gemeenschappelijk meldkamersysteem. In de regeling hoofdlijnen van beleid en beheer is de governance en de wijze hoe dit beheer plaats dient te worden uitgevoerd beschreven. Binnen de multidisciplinaire governance vinden aan de hand van het jaarlijks vast te stellen beleids- en bestedingsplan voor de meldkamers integrale afwegingen plaats over de inzet van het beschikbare budget.

Bijdrage aan medeoverheden

Bijdragen in het kader van de kwaliteit van de politiezorg Dit budget wordt gebruikt voor de ondersteuning van de regioburge-meesters bij het overleg met en de advisering aan de Minister over de taakuitvoering door en het beheer ten aanzien van de politie.

Subsidies

Opsporing

Deze subsidie wordt verstrekt aan de onafhankelijke Stichting Meld Misdaad Anoniem (voorheen de Stichting NL Confidential) voor de exploitatie van de meldlijn Meld Misdaad Anoniem, zodat burgers makkelijker een bijdrage kunnen leveren aan de bestrijding van criminaliteit in Nederland.

Stichting Arbeidsmarkt en Opleidingsfonds Politie (SAOP)

De Stichting Arbeidsmarkt en Opleidingsfonds Politie, het A&O fonds voor de sector politie, subsidieert, adviseert en registreert scholings-, arbeidsmarkt- en werkgelegenheidsprojecten. Het primaire doel van de SAOP is het bevorderen van het goed functioneren van de arbeidsmarkt van de politie en het stimuleren van opleidingsactiviteiten. Dit doet de SAOP met behulp van een financiële bijdrage die zij op basis van arbeidsvoorwaardelijke afspraken ontvangt van de Minister.

Providers

De Staat heeft, op grond van de Regeling vergoeding kosten aftappen en gegevensverstrekking, een overeenkomst gesloten met de grote teleco-maanbieders. Deze overeenkomst wordt periodiek vernieuwd.

Op grond van hoofdstuk 13 Telecommunicatiewet zijn telecomaanbieders verplicht om hun netwerken en diensten aftapbaar te maken en mee te werken aan aftappen en gegevensverstrekkingen over hun klanten. De Staat vergoedt bepaalde kosten die aanbieders in dit verband maken.

3.2 Artikel 32. Rechtspleging en rechtsbijstand

  • A. 
    Algemene doelstelling

Een doeltreffend en doelmatig rechtsbestel.

  • B. 
    Rol en verantwoordelijkheid

Als stelselverantwoordelijke schept de Minister voor Rechtsbescherming optimale voorwaarden voor het in stand houden en verbeteren van een goed en toegankelijk rechtsbestel. De Minister heeft:

  • • 
    Een financierende rol voor de rechtspraak. De Minister houdt toezicht op het beheer en is de werkgever voor de rechterlijke macht;
  • • 
    Een financierende rol voor de Raad voor Rechtsbijstand, het Bureau Financieel Toezicht en het Register beëdigde tolken en vertalers.11 Hij is verantwoordelijk voor het wettelijk kader waar binnen tolken, vertalers, advocaten, notarissen, gerechtsdeurwaarders en andere zelfstandige professionals binnen het justitiële domein opereren;
  • • 
    Een stimulerende rol voor alternatieve geschillenbeslechting en schuldsanering. Ten aanzien van de schuldsanering is hij verantwoordelijk voor het wettelijke traject van de schuldsaneringsregeling, de faillissements-rechters en de bewindvoerders.12
  • C. 
    Beleidswijzigingen

Rechtspraak

De Rechtspraak heeft zich gecommitteerd aan het verkorten van de doorlooptijden in rechterlijke procedures. In het programma Tijdige Rechtspraak werken de gerechten aan het aanpakken van werkvoorraden, het slimmer roosteren en plannen en het vergroten van voorspelbaarheid voor rechtzoekenden door betere communicatie. Het programma bestaat uit vijf onderdelen: landelijke inloopkamer, lokale aanpak, roosteren & plannen, voorspelbaarheid en managementinformatie. Het programma duurt drie jaar (2020-2023).

Om de rechtspraak maatschappelijk effectiever te maken, vinden bij de gerechten diverse experimenten plaats (buurt, schulden, multi-proble-matiek, echtscheidingen). Steeds duidelijker wordt wat daarbij wel of niet werkt. Op basis daarvan worden keuzes gemaakt over welke werkwijzen breder toegepast kunnen worden. Daarbij zal naar verwachting in 2022 (en daarna) ook gebruik kunnen worden gemaakt van de tijdelijke experimentenwet rechtspleging. Een eerste experiment is voorzien met een nabij-heidsrechter. Waar toepassing van een experimentele procedure tot nu toe altijd afhankelijk was van instemming van beide partijen, kan onder de nieuwe wet een experimentele procedure verplicht worden gesteld.

Aan de digitalisering in het civiele recht en het bestuursrecht wordt met het project Digitale Toegang verder invulling en uitvoering gegeven langs de lijnen van basisplan digitalisering dat in 2020 door het Bureau ICT-toetsing is getoetst.

Implementatie invoering intensivering rechtsbijstand bij ZSM

Bij de Zorgvuldig Snel Maatwerk (ZSM)-aanpak wordt in elke zaak maatwerk geleverd via een aanpak die recht doet aan de belangen van de dader, het slachtoffer en de maatschappij.

De intensivering van rechtsbijstand binnen het ZSM-proces houdt in dat elke verdachte wiens zaak via ZSM wordt gerouteerd, naast de reeds bestaande wettelijk verankerde vormen van rechtsbijstand (Salduz, bij politieverhoor en bij inverzekeringstelling), een gesprek krijgt met een advocaat, waarbij hij over zijn rechten en plichten binnen het ZSM-proces wordt geïnformeerd. Ook krijgt de verdachte rechtsbijstand indien het OM besluit om bij een misdrijf de strafzaak met een OM-strafbeschikking af te doen. In 2020 is er een begin gemaakt met de intensivering van rechtsbijstand in ZSM-zaken door bij het opleggen van een OM-strafbeschikking bij aangehouden verdachten in misdrijfzaken voor bijstand van een advocaat te zorgen. Per 1 april 2021 krijgen ook alle misdrijfverdachten op vrije voeten een kosteloos gesprek met een advocaat, indien het OM in hun zaak een strafbeschikking uitvaardigt. Voor de intensivering van rechtsbijstand in ZSM-zaken is jaarlijks zo'n € 10 mln. begroot binnen het totale budget voor gefinancierde rechtsbijstand.

Stelsel voor gesubsidieerde rechtsbijstand

In 2022 wordt de gefaseerde aanpak voor de vernieuwing van het stelsel voor gesubsidieerde rechtsbijstand voortgezet. In de brief 'contouren herziening stelsel gesubsidieerde rechtsbijstand' zijn de contouren geschetst van het beoogde stelsel, dat volgens planning eind 2024 operationeel zal zijn.13 Samen met de professionals uit het veld worden de contouren verder geconcretiseerd, waarbij de volgende drie pijlers centraal staan: 1) laagdrempelige toegang, 2) verhogen kwaliteit en betere vergoedingen voor de professionals en 3) het voorkomen van onnodige geschillen tussen overheid en burger. Hierbij wordt een lerende aanpak gehanteerd waarbij stap voor stap en proefondervindelijk aan een nieuw stelsel wordt gebouwd. Het jaar 2022 is de laatste periode van de pilotfase en staat in het teken van het verder uitwerken en afronden van de contouren van het nieuwe stelsel, de rollen daarbinnen en de borging hiervan in wetgeving. Zo werken we toe naar de inwerkingtreding van een vernieuwd stelsel vanaf 2025 waarin alle rechtzoekenden in Nederland met (juridische) vragen of problemen al dan niet met ondersteuning een route vinden naar een passend, kwalitatief hoogwaardig en duurzaam antwoord op de (juridische) kwestie waarvoor ze zich gesteld zien.

Wet bescherming koopvaardij

Het initiatiefvoorstel van Wet bescherming koopvaardij is begin 2019 door de Eerste Kamer aanvaard. Bij de voorbereiding van het Besluit bescherming koopvaardij bleek reparatie van de wet nodig om de beoogde werking ervan te kunnen garanderen. In april 2021 is de Reparatiewet WtBK bij de Tweede Kamer ingediend. Tevens is bij die gelegenheid het Besluit bescherming koopvaardij in het kader van de voorhangprocedure aan beide Kamers der Staten-Generaal toegezonden. Het streven is gericht op inwerkingtreding van de wet- en regelgeving per 1 januari 2022.

Wet particuliere beveiligingsorganisaties en recherchebureaus (WPBR)

Eind 2019 is gestart met een wijzigingstraject van de Wet particuliere beveiligingsorganisaties en recherchebureaus (WPBR). Deze wet stamt uit 1997 en is aan aanpassing toe. Tot en met eind 2020 hebben alle relevante ketenpartners en de branche hun wensen ten behoeve van de aanpassing van de WPBR kenbaar gemaakt. Door het uitbreken van coronacrisis heeft het proces vertraging opgelopen. Het voornemen is om in de loop van 2021 de aanpassingen te realiseren, zodat deze aan de Raad van State kan worden voorgelegd voor advies. De wet kan dan in 2022 worden ingediend bij Tweede Kamer.

  • D. 
    Budgettaire gevolgen van beleid

Tabel 14 Tabel Budgettaire gevolgen van beleid artikel 32 (bedragen x € 1.000)

 
 

2020

2021

2022

2023

2024

2025

2026

Verplichtingen

1.679.085

1.762.698

1.868.858

1.844.279

1.796.941

1.712.750

1.709.371

 

Apparaatsuitgaven

32.957

32.563

32.175

30.962

31.020

31.637

31.637

32.1 apparaatsuitgaven Hoge Raad

Personele uitgaven

28.575

28.986

28.948

28.431

28.432

29.049

29.049

waarvan eigen personeel

26.130

27.830

27.992

27.428

27.429

28.046

28.046

waarvan externe inhuur

2.445

1.156

956

1.003

1.003

1.003

1.003

Materiele uitgaven

4.382

3.577

3.227

2.531

2.588

2.588

2.588

waarvan ict

2.382

1.773

1.422

1.414

1.414

1.414

1.414

waarvan sso's

188

261

261

263

263

263

263

waarvan overig materieel

1.812

1.543

1.544

854

911

911

911

 

Programma-uitgaven

1.597.397

1.730.135

1.836.683

1.813.317

1.765.921

1.681.113

1.677.734

Waarvan juridisch verplicht

   

100%

       

32.2 Adequate toegang tot het rechtsbestel

Bijdrage ZBO's/RWT's

Raad voor Rechtsbijstand

30.888

28.098

28.098

28.098

28.098

28.098

28.098

Bureau Financieel Toezicht

7.883

8.115

8.175

8.236

8.236

8.236

8.236

Subsidies

Stichting Geschillencommissies Consumentenzaken

638

544

562

562

562

562

562

Juridisch Loket

26.490

26.966

27.366

27.366

27.366

27.366

27.366

Overige Subsidies

157

139

139

139

139

139

139

Opdrachten

Wet Schuldsanering Natuurlijke Personen

5.064

8.794

8.696

9.816

9.816

9.816

9.816

Toevoegingen rechtsbijstand

405.488

459.709

569.627

560.036

538.646

454.569

454.569

Mediation in Strafrecht

1.260

1.082

1.082

1.082

1.082

1.082

1.082

Overige Opdrachten

456

459

448

449

449

449

449

32.3 Optimale randvoorwaarden voor een doelmatig en doeltreffend rechtsbestel

Bijdrage ZBO's/RWT's

Autoriteit Persoonsgegevens

23.826

26.274

25.075

25.076

25.077

24.946

24.946

College voor de Rechten van de Mens

8.215

9.151

8.858

8.757

8.631

8.631

8.631

College Gerechtelijk Deskundigen

1.925

1.969

1.968

1.968

1.968

1.968

1.968

Stichting Advisering Bestuursrechtspraak

5.127

5.127

5.127

5.127

5.127

5.127

5.127

Overige Bijdrage ZBO's/RWT's

1.041

808

808

808

808

808

808

Bijdrage medeoverheden

Bijdragen Rechtspleging

0

0

756

1.380

1.380

1.380

1.380

Raad voor de rechtspraak

1.077.097

1.150.832

1.145.702

1.131.272

1.105.391

1.104.791

1.101.412

Overige Bijdrage medeoverheden

0

23

2.123

1.100

1.100

1.100

1.100

Subsidies

Rechtspleging

646

482

482

482

482

482

482

Wetgeving

1.175

1.278

1.278

1.278

1.278

1.278

1.278

Opdrachten

Opdrachten en onderzoeken rechtspleging

21

174

202

174

174

174

174

Overige Opdrachten

0

111

111

111

111

111

111

 

Ontvangsten

162.187

193.383

198.130

195.193

184.688

182.068

180.523

waarvan Griffierechten

151.548

175.857

180.544

177.546

167.041

164.421

162.876

waarvan Overig

10.639

17.526

17.586

17.647

17.647

17.647

17.647

Budgetflexibiliteit

Juridisch verplicht zijn de bijdragen aan ZBO's en RWT's. Dat geldt ook voor de bijdrage voor de kosten voor de rechtsbijstand in de vorm van toevoegingen en piketten (opdrachten) en de bijdrage aan de Raad voor de rechtspraak. Ook de opdrachten in het kader van de WSNP zijn volledig juridisch verplicht. Daarmee is 100% van de uitgaven die in de vorm van opdrachten worden gedaan juridisch verplicht.

De subsidies die op dit artikel worden verantwoord zijn geheel juridisch verplicht. Dit heeft in hoofdzaak betrekking op de subsidierelaties met de Stichting Geschillencommissies voor Consumentenzaken (SGC), het Juridisch Loket (hJL), de Nederlandse Vereniging voor de rechtspraak (NVvR), de Academie voor Overheidsjuristen en de Academie voor Wetgeving.

  • E. 
    Toelichting op de financiële instrumenten

32.1    Apparaatsuitgaven Hoge Raad

Hoge Raad (HR)

De Hoge Raad der Nederlanden is het hoogste rechtscollege in het Koninkrijk op het gebied van het civiele-, straf- en fiscale recht. De Hoge Raad bevordert de rechtseenheid en de rechtsontwikkeling. Ook kan hij rechtsbescherming bieden in de individuele zaken die aan hem worden voorgelegd. Hij doet dit door te beslissen op cassatieberoepen, die worden ingesteld om de raad te laten beoordelen of het gerechtshof — en in voorkomende gevallen de rechtbank — in zijn uitspraak het recht juist heeft toegepast en of de gegeven motivering deugdelijk is. Aan deze taken wordt tevens invulling gegeven door te beslissen op prejudiciële vragen in het civiele en fiscale recht en op vorderingen van de procureur-generaal bij de Hoge Raad tot cassatie in het belang der wet. De Hoge Raad en de procureur-generaal hebben daarnaast nog enkele bij wet opgedragen bijzondere taken.

32.2    Adequate toegang tot het rechtsbestel Bijdragen aan ZBO's en RWT's

Raad voor Rechtsbijstand

Het betreft hier de financiering voor apparaatsuitgaven van de Raad voor Rechtsbijstand (RvR). De RvR is belast met de uitvoering van de Wet op de rechtsbijstand, die er voor zorgt dat on- en mindervermogenden verzekerd zijn van toegang tot het rechtsbestel. Met ingang van begroting 2020 zijn de apparaatsuitgaven van de Raad voor Rechtsbijstand en het Juridisch Loket gesplitst weergegeven in de tabel Budgettaire gevolgen van beleid.

Bureau Financieel Toezicht (BFT)

Het Bureau Financieel Toezicht houdt financieel toezicht op notarissen en gerechtsdeurwaarders. Ook is het belast met het toezicht op de naleving van de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme (WWFT).

Subsidies

Stichting Geschillencommissies voor Consumentenzaken (SGC)

De SGC behandelt klachten van consumenten tegen ondernemers door middel van bindende adviezen. De SGC heeft op dit moment bijna 70 geschillencommissies die klachten in een groot aantal sectoren behandelen. De SGC ontvangt voor een deel van de kosten van de koepelorganisatie een subsidie van JenV. De geschillencommissies leveren met hun laagdrempelige werkwijze een belangrijke bijdrage aan duurzame geschil oplossing en vormen een alternatief voor de gang naar de rechter

Stichting het Juridisch Loket (hJL)

Het betreft hier de financiering voor apparaatsuitgaven van het Juridisch loket. Het Juridisch Loket is een advies- en doorverwijsinstelling voor eerstelijns rechtshulp, die ervoor zorgt dat on- en mindervermogenden verzekerd zijn van toegang tot het rechtsbestel.

Met ingang van begroting 2020 zijn de apparaatsuitgaven van de Raad voor Rechtsbijstand en het Juridisch Loket gesplitst weergegeven in de tabel Budgettaire gevolgen van beleid.

Overige subsidies

Dit betreft de subsidie die de SGC ontvangt voor de instandhouding van de commissie Algemeen (vangnetcommissie) ter uitvoering van de Imple-mentatiewet buitengerechtelijke geschillenbeslechting consumenten.

Opdrachten

Wet Schuldsanering Natuurlijke Personen (WSNP)

Het bureau WSNP coördineert de uitvoering van de Wet schuldsanering en reguleert de kwaliteit van de bewindvoering, onder andere door het register WSNP en een helpdesk. Via het bureau WSNP wordt een bijdrage verstrekt aan de bewindvoerder die een schuldsaneringsprocedure naar behoren afwikkelt. Gespecialiseerde insolventierechters houden toezicht op de goede afwikkeling van de circa 9.800 nieuwe schuldsaneringen per jaar.

De gemiddelde subsidie voor een schuldsaneringstraject bedraagt afgerond € 850 over een periode van gemiddeld 3 jaar.

Toevoegingen Raad voor Rechtsbijstand

De Raad voor Rechtsbijstand verstrekt toevoegingen aan een advocaat of mediator voor de verlening van rechtsbijstand aan rechtzoekenden met een laag inkomen en vermogen. In onderstaande tabel is een uitsplitsing in uitgaven en in aantallen weergegeven van de productiegegevens van de Raad over de verschillende onderdelen binnen de rechtsbijstand.

Tabel 15 Productiegegevens Raad voor Rechtsbijstand

 
 

20201

20212

2022

2023

2024

2025

2026

Strafzaken (ambtshalve)

Aantal afgegeven toevoegingen

37.070

36.028

35.921

35.845

35.806

35.806

35.806

Uitgaven (mln.)

68,0

60,4

68,3

67,4

65,7

60,9

60,9

Strafzaken (regulier)

Aantal afgegeven toevoegingen

68.467

76.057

75.835

75.597

75.464

75.464

75.464

Uitgaven (mln.)

49,6

59,0

79,9

78,0

74,5

64,4

64,4

Civiele zaken

             

Aantal afgegeven toevoegingen

175.531

194.935

195.748

195.149

195.825

192.353

192.353

 

20201

20212

2022

2023

2024

2025

2026

Uitgaven (mln.)

136,3

154,3

231,7

225,4

214,1

176,3

176,3

Bestuur

Aantal afgegeven toevoegingen

61.352

57.821

56.306

56.006

55.388

55.388

55.388

Uitgaven (mln.)

45,4

45,0

56,3

55,0

52,5

46,1

46,1

Piketdiensten

Aantal afgegeven toevoegingen

108.920

114.428

113.982

113.836

113.646

113.646

113.646

Uitgaven (mln.)

44,0

47,2

43,0

42,9

42,8

42,8

42,8

Lichte adviestoevoeging

Aantal afgegeven toevoegingen

8.275

7.444

6.824

6.256

5.729

5.729

5.729

Uitgaven (mln.)

1,9

1,8

1,5

1,4

1,3

1,3

1,3

Asiel

Aantal afgegeven toevoegingen

30.370

30.097

30.097

30.097

30.097

30.097

30.097

Uitgaven (mln.)

44,5

46,3

52,4

51,8

50,7

47,3

47,3

Het Juridisch Loket

Aantal klantencontacten

548.479

761.910

761.910

761.910

761.910

761.910

761.910

Uitgaven (mln.)

26,5

27,0

27,4

27,4

27,4

27,4

27,4

Overige (mln.)3

€ 13,2    € 38,9    € 34,2    € 35,7    € 34,6    € 13,0    € 13,0

 

Uitvoeringslasten Rechtsbijstand

             

Raad voor Rechtsbijstand (mln.)

€ 25,9

€ 26,6

€ 26,6

€ 26,6

€ 26,6

€ 26,6

€ 26,6

Totaal uitgaven (mln.)    € 455,4    € 506,6    € 621,2    € 611,6    € 590,2    € 506,1    € 506,1

1    De aantallen afgegeven toevoegingen in de tabel bij realisatie wijken af van de aantallen die vermeld worden in het Jaarverslag van de Raad voor Rechtsbijstand. Dit heeft te maken met het feit dat voor de financiering van de Raad voor Rechtsbijstand de aantallen over de periode 1 september t/m 31 augustus worden gehanteerd.

2    Het artikelonderdeel 32.2 met betrekking tot rechtsbijstand van de begroting van het Ministerie van Justitie en Veiligheid bestaat uit meerdere uitgaven. Naast de uitgaven aan het stelsel voor gesubsidieerde rechtsbijstand hebben de uitgaven betrekking op onder andere het Register beëdigde tolken en vertalers (Rbtv), ECC, ODR en uitgaven aan gerechtsdeurwaarders voor toevoegingszaken. In deze tabel zijn deze uitgaven aan Rbtv en gerechtsdeurwaarders voor toevoegingszaken buiten beschouwing gelaten.

3    Rogatoire commissie, inning en restitutie, investeringen/ implementatiekosten

Bronnen: Raad voor Rechtsbijstand en het Prognosemodel Justitiële Ketens 2022

32.3 Optimale randvoorwaarden voor een doelmatig en doeltreffend rechtsbestel

Bijdrage aan Raad voor de rechtspraak (Rvdr)

De Minister voor Rechtsbescherming bekostigt de rechtspraak via de Raad voor de rechtspraak. De Raad voor de rechtspraak is het landelijk orgaan van de Rechtspraak, die verder bestaat uit de rechtbanken, de gerechtshoven, de Centrale Raad van Beroep en het College van Beroep voor het Bedrijfsleven. De Raad bevordert de kwaliteit en eenheid van de rechtspraak, verzorgt de financiën, houdt toezicht en ondersteunt de bedrijfsvoering bij de gerechten. De Raad spreekt zelf geen recht. In dit artikelonderdeel wordt de totstandkoming van de bijdrage van de Minister voor Rechtsbescherming aan de Raad voor de rechtspraak toegelicht.

Prijsafspraken

In het besluit Financiering Rechtspraak 2005 is bepaald dat de prijzen voor de Rechtspraak voor een periode van drie jaar worden vastgesteld en opgenomen in de begroting van JenV. Er zijn met de Rvdr prijzen overeengekomen voor de periode 2020-202214. In 2022 zullen de prijzen voor de periode 2023-2025 worden vastgesteld.

Instroom, financiering en productie

Conform de Wet op de rechterlijke organisatie heeft de Rvdr zijn begrotingsvoorstel ingediend bij de Minister voor Rechtsbescherming op basis van de in- en uitstroomramingen uit onder andere het Prognosemodel Justitiële ketens, op basis van de prijzen zoals zijn vastgelegd in het Prijs-akkoord 2020-2022. Hieruit volgt dat de instroom naar boven is bijgesteld ten opzichte van de instroomprognose in de vorige begroting. De prognose laat, met name in de eerstkomende jaren, een sterk stijgende instroom zien.

 

Tabel 16 Instroomontwikkeling

rechtspraak

           
 

2020

2021

2022

2023

2024

2025

2026

Instroom totaal aantal (x 1.000)

1.394

1.721

1.729

1.686

1.599

1.581

1.574

Jaarlijkse mutatie

  • 9%

24%

0%

  • 3%
  • 5%
  • 1%

0%

Tabel 17 Financiële bijdrage Raad voor de rechtspraak (bedragen * € 1.000)

 
 

2020

2021

2022

2023

2024

2025

2026

Begroting 2021

 

1.062.430

1.056.639

1.049.216

1.042.288

1.035.127

1.035.127

Mutatie

 

88.402

89.063

82.056

63.103

63.574

60.195

Begroting 2022

1.077.097

1.150.832

1.145.702

1.131.272

1.105.391

1.098.701

1.095.322

Met deze bijdrage is onderstaande productieafspraak met de Raad voor de rechtspraak gemaakt.

 

Tabel 18 Productieafspraak rechtspraak

 

2020

2021

2022

2023

2024

2025

2026

Productie totaal aantal (x 1.000)

1.365

1.682

1.684

1.631

1.560

1.541

1.534

Jaarlijkse mutatie

  • 11%

23%

0%

  • 3%
  • 4%
  • 1%

0%

Toelichting

Op basis van de verwachte toename van het aantal rechtszaken is de bijdrage aan de Rvdr verhoogd. In de eerste jaren is de verwachte productie bij de Rvdr hoger als gevolg van het wegwerken van de COVID-19-achter-standen.

In de mutatie in de bijdrage aan de Rvdr is tevens onder meer compensatie voor loon- en prijsontwikkeling (loon- en prijsbijstelling) verwerkt en aanvullingen in het kader van de versterking van de aanpak van ondermijning en het breed offensief tegen georganiseerde, ondermijnende criminaliteit.

Ter dekking van extra kosten vanwege COVID-19, die de Rvdr verwacht te maken, vindt in 2021 een extra vermogensstorting plaats.

Bijdragen aan ZBO's en RWT's

Autoriteit Persoonsgegevens (AP)

Sinds 25 mei 2018 is de Algemene verordening gegevensbescherming (AVG) van toepassing. Daarin staat dat elke lidstaat van de Europese Unie een gegevensbeschermingsautoriteit heeft die onafhankelijk toezicht houdt op het gebruik van persoonsgegevens. In Nederland is dat de Autoriteit Persoonsgegevens (AP). De taken en bevoegdheden van de AP staan in de AVG en zijn verder uitgewerkt in de Uitvoeringswet AVG (UAVG). De AP houdt toezicht, doet onderzoek, geeft adviezen (bijvoorbeeld over nieuwe wet- en regelgeving die gaat over de verwerking van persoonsgegevens), geeft voorlichting over privacywetgeving, verstrekt informatie en verschaft helderheid over de uitleg van wettelijke normen. De AP is bij de uitvoering van haar taken gehouden aan de bepalingen van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).

College voor de Rechten van de Mens

Het College voor de Rechten van de Mens (hierna: het College) is het nationale mensenrechteninstituut van Nederland. Als onafhankelijke toezichthouder belicht, beschermt en bevordert het College de mensenrechten in zowel Europees als Caribisch Nederland. Daartoe voert het College de taken uit die bij de Wet College voor de rechten van de mens zijn opgedragen. Het College doet onderzoek, adviseert de regering en het parlement, rapporteert aan internationale comités, geeft voorlichting, bevordert mensenrechteneducatie en oordeelt in individuele gevallen over discriminatie. Het College is tevens toezichthouder voor het VN-verdrag handicap. Het rapporteert jaarlijks over de manier waarop dat verdrag in Nederland wordt uitgevoerd en nageleefd.

Nationaal Register Gerechtelijke Deskundigen (NRGD)

Het NRGD waarborgt en bevordert de kwaliteit van de inbreng van deskundigen in de rechtsgang. Indien een deskundige, zoals een psycholoog, toxicoloog of orthopedagoog, zich als gerechtelijk deskundige wil laten registreren, dient de aanmelding getoetst te worden door het NRGD. Het NRGD heeft een wettelijke basis (Wet deskundigen in strafzaken) en is onafhankelijk.

Stichting Advisering Bestuursrechtspraak (StAB)

De StAB adviseert, door middel van deskundigenberichten, op verzoek van de Raad van State en de rechtbanken over geschillen op het terrein van de fysieke leefomgeving zoals milieu, ruimtelijke ordening, water, bouw en schade. Met ingang van 2020 is de subsidiëring en ministeriële verantwoordelijkheid StAB overgegaan van het Ministerie van IenW naar het Ministerie van JenV.

Subsidies

Subsidie Rechtspleging

De subsidie Rechtspleging betreft met name een subsidie aan de Nederlandse Vereniging voor de Rechtspraak (NVvR).

Subsidie Wetgeving

De subsidie Wetgeving betreft een subsidie aan de Stichting Recht en Overheid (Academie voor Wetgeving en Academie voor Overheidsjuristen) en aan het Nederlandse Juristencomité voor de mensenrechten (NJCM).

Ontvangsten

Griffierechten

Het Ministerie van JenV ontvangt griffierechten van burgers, overheden, bedrijven en ander rechtspersonen die civiele of bestuursrechtelijke procedures starten.

3.3 Artikel 33. Veiligheid en criminaliteitsbestrijding

  • A. 
    Algemene doelstelling

Een veiliger samenleving door een doelmatige en effectieve rechtshandhaving en criminaliteitsbestrijding, en door versterking van de bestuurlijke aanpak van criminaliteit door de decentrale overheden.

  • B. 
    Rol en verantwoordelijkheid

Opsporing en vervolging

De Minister heeft een regisserende rol. Hij is beleidsverantwoordelijk voor het landelijke opsporings- en vervolgingsbeleid en financiert daartoe onder andere het Openbaar Ministerie (OM) en het Nationaal Forensisch Instituut (NFI).

Het OM is belast met de strafrechtelijke handhaving van de rechtsorde (Wet op de rechtelijke organisatie). Het voert het gezag over de opsporing door politie en bijzondere opsporingsdiensten, beslist over de vervolging van strafbare feiten en ziet erop toe dat de opgelegde straf naar behoren wordt uitgevoerd.

Veiligheid en lokaal bestuur

Op het gebied van veiligheid en lokaal bestuur heeft de Minister een stimulerende rol. Hij is belast met het ontwikkelen van visie, beleid en samenwerkingsvormen op het terrein van de bestuurlijke aanpak van onveiligheid, ondermijning en criminaliteit.

Inspanningen zijn er op gericht het lokaal bestuur en het bedrijfsleven zo effectief en efficiënt als mogelijk in staat te stellen de veiligheid te vergroten en weerbaar te maken tegen onveiligheid en criminaliteit met een integrale en preventieve aanpak. Door de (wettelijke) toerusting van de burgemeester ten aanzien van zijn openbare orde taak en het aanpakken van criminaliteit tegen en gefaciliteerd door het bedrijfsleven, onder andere door het bewaken van de bestuurlijke integriteit (Bibob) en de inzet van de Regionale Informatie- en Expertise Centra (RIEC's).

JenV faciliteert en ondersteunt de aanpak van de meest voorkomende vormen van overlast, zoals overlast gerelateerd aan uitgaan, voetbal en evenementen. Dit wordt ingevuld samen met het lokale bestuur, onder andere via structureel overleg met de VNG en gemeenten.

JenV is in staat in- en extern coalities te vormen die nodig zijn om lokaal bestuur en bedrijfsleven in staat te stellen onveiligheid en criminaliteit te bestrijden. De rol die het bedrijfsleven kan spelen bij de aanpak van criminaliteit kan nog beter worden erkend en benut.

Vervolging en berechting van verdachten van het neerhalen van vlucht MH17

De Minister is verantwoordelijk voor het strafrechtelijke vervolgings- en berechtigingsmechanisme en financiert daarvoor onder andere het Openbaar Ministerie (OM), de rechtspraak en de politie.

De vervolging en berechting van de verdachten van het neerhalen van de vlucht MH17 vindt in Nederland plaats onder de Nederlandse wet, ingebed in internationale steun en samenwerking. Hiertoe wordt nauw samengewerkt met het Ministerie van Buitenlandse Zaken.

  • C. 
    Beleidswijzigingen

Fraude - Uitvoering van de Wet controle op rechtspersonen

De Minister voor Rechtsbescherming heeft toegezegd te bezien of en hoe de risicomeldingen die door Justis worden opgesteld, bijdragen tot effectieve repressie en interventie in de bestrijding van misbruik van rechtspersonen.15 Dat heeft geresulteerd in een WODC-onderzoek naar de evaluatie van de uitvoering van de Wet controle op rechtspersonen. De afronding van het onderzoek wordt per medio 2021 verwacht. De Minister informeert de Tweede Kamer daarna over het onderzoek. De onderzoeksresultaten zullen worden betrokken bij de beoordeling of beleidswijziging nodig is.

Wet wapens en munitie

Bij brief van 18 december 2020 is de Kamer door de Minister van Justitie en Veiligheid geïnformeerd over de reikwijdte van het traject inzake de herziening van de Wet wapens en munitie (Wwm).16 Daarna heeft de Kamer op 9 februari 2021 een motie aangenomen waarin de regering wordt verzocht om een commissie te benoemen om een basisplan op te laten stellen voor een nieuwe Wwm. In de motie wordt aangegeven dat in elk geval (gerechtelijk) deskundigen, betrokkenen vanuit de politie, het Openbaar Ministerie, de jagers- en schietsportwereld in deze commissie moeten plaatsnemen. In juni 2021 heeft de Minister van Justitie en Veiligheid besloten om een commissie in te gaan stellen. Er wordt op ambtelijk niveau bezien, in overleg met het ministerie Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, over de te volgen procedure om een commissie in te stellen, een commissie onder of buiten de Kaderwet adviescolleges. Daarna zal een voorzitter worden aangezocht om de in te stellen commissie verder vorm te geven.

Multilateraal Verdrag Inzake Rechtshulp en Uitlevering bij Internationale Misdrijven

Nederland beschouwt de opsporing en vervolging van internationale misdrijven (genocide, oorlogsmisdrijven en misdrijven tegen de menselijkheid) als een belangrijke internationale verantwoordelijkheid en is op grond van internationale verdragen, waaronder het Statuut van het Internationaal Strafhof, ook verplicht om aan die verantwoordelijkheid uitvoering te geven. Verdachten, getuigen en bewijsmiddelen zijn bij internationale misdrijven vaak over meerdere landen verspreid waardoor adequate opsporing en vervolging sterk afhankelijk is van effectieve internationale samenwerking op het gebied van rechtshulp en uitlevering. Om effectieve internationale samenwerking op deze terreinen mogelijk te maken, werkt Nederland samen met Argentinië, België, Mongolië, Senegal en Slovenië, aan de totstandkoming van een nieuw Multilateraal Verdrag inzake Rechtshulp en Uitlevering bij Internationale Misdrijven (MVRUIM). Nederland heeft sinds 2011 een leidende rol in dit initiatief, dat inmiddels door 76 landen wereldwijd wordt gesteund en dat binnen twee jaar zou moeten leiden tot de totstandkoming van het MVRUIM-verdrag.

  • D. 
    Budgettaire gevolgen van beleid

Tabel 19 Tabel Budgettaire gevolgen van beleid artikel 33 (bedragen x € 1.000)

 
 

2020

2021

2022

2023

2024

2025

2026

Verplichtingen

855.920

966.874

1.466.556

1.387.827

1.348.390

1.284.409

1.280.677

 

Apparaatsuitgaven

603.660

616.648

582.473

581.443

579.814

578.948

579.899

33.1 apparaatsuitgaven Openbaar Ministerie

Personele uitgaven

471.931

512.115

481.246

480.771

479.993

479.127

480.078

waarvan eigen personeel

426.377

459.802

439.199

438.621

438.055

437.189

438.140

waarvan externe inhuur

43.944

50.820

40.557

40.656

40.444

40.444

40.444

waarvan overig personeel

1.610

1.493

1.490

1.494

1.494

1.494

1.494

Materiele uitgaven

131.729

104.533

101.227

100.672

99.821

99.821

99.821

waarvan ict

29.520

11.810

11.133

10.294

9.275

9.275

9.275

waarvan sso's

39.790

39.394

38.109

37.690

37.695

37.695

37.695

waarvan overig materieel

62.419

53.329

51.985

52.688

52.851

52.851

52.851

Programma-uitgaven

291.532

354.226

888.083

806.384

768.576

705.461

700.778

Waarvan juridisch verplicht

   

39%

       

33.2 Bestuur, informatie en technologie

Bijdrage medeoverheden

Regionale Informatie en Expertise Centra

8.640

7.916

7.916

7.916

7.916

7.916

7.916

Regeling Uitstapprogramma's prostituees

1.240

0

1.000

0

0

0

0

Overige Bijdrage medeoverheden

80

1.483

1.164

1.164

1.064

1.064

1.064

Subsidies

Centrum voor Criminaliteitspreventie en Veiligheid

4.401

3.802

3.391

3.391

3.391

3.391

3.391

Keurmerk Veilig Ondernemen

1.791

412

0

0

0

0

0

Regeling Uitstapprogramma's prostituees

2.924

0

0

0

0

0

0

Veiligheid Kleine Bedrijven (VKB)

0

173

0

0

0

0

0

Overige Subsidies

2.626

1.301

1.247

1.247

1.172

1.172

1.172

Opdrachten

Overige Opdrachten

0

139

107

107

107

107

107

 

33.3 Opsporing en vervolging

Bijdrage Agentschappen

NFI

75.767

76.735

75.353

75.388

75.432

75.432

75.432

Justid

0

0

17.415

17.101

16.742

16.742

16.742

Bijdrage medeoverheden

Caribisch Nederland (BES)

7.451

7.244

5.112

4.712

4.612

4.612

4.612

FlU.Nederland

7.395

0

220

6.996

6.996

6.996

6.996

Aanpak ondermijning

48.701

90.146

592.198

544.275

522.381

463.381

462.066

Overige Bijdrage medeoverheden

4.921

10.419

12.676

15.169

14.623

14.627

14.627

Subsidies

Centrum voor Criminaliteitspreventie en Veiligheid (CCV)

0

684

609

609

609

609

609

Overige Subsidies

4.969

4.557

2.299

2.174

2.174

2.174

2.174

Opdrachten

Schadeloosstellingen

26.837

20.342

20.332

20.337

20.337

20.337

20.337

Keten Informatie Management

3.064

1.482

34

34

34

34

34

Onrechtmatige Detentie

5.907

3.658

6.277

6.280

6.280

6.280

6.280

Caribisch Nederland (BES)

0

350

350

350

350

350

350

Gerechtskosten

28.539

34.000

30.434

30.436

30.436

30.436

30.436

Restituties ontvangsten voorgaande jaren

183

0

0

0

0

0

0

Verkeershandhaving OM

17.380

16.223

30.196

30.746

20.304

21.121

23.583

Afpakken

0

0

600

600

600

600

600

 

2020

2021

2022

2023

2024

2025

2026

Bewaring, verkoop en vernietiging ibg voorwerpen

13.733

13.317

13.312

13.315

13.315

13.315

13.315

Overige Opdrachten

5.797

45.164

52.054

5.021

5.021

5.021

5.021

Garanties

Faillissementscuratoren

1.514

794

794

794

794

794

794

33.4 Vervolging en berechting MH17-verdachten

Opdrachten

 

Vervolging en berechting MH17-verdachten

17.672

13.885

12.993

18.222

13.886

8.950

3.120

 

Ontvangsten

857.398

1.483.581

1.280.049

1.301.569

1.322.710

1.318.113

1.344.473

waarvan Afpakken

93.733

384.360

384.360

384.360

384.360

355.360

355.360

waarvan Boeten en Transacties

747.224

1.084.325

882.689

904.209

925.350

949.753

976.113

waarvan Overig

16.441

14.896

13.000

13.000

13.000

13.000

13.000

Budgetflexibiliteit

De juridisch verplichte bedragen betreffen de bijdragen aan het OM, de bijdragen genoemd onder (inter)nationale organisaties/medeoverheden, de bijdragen aan het agentschap NFI, aan DRZ en aan het ZBO College Gerechtelijk Deskundigen. Daarnaast zijn de subsidiebedragen en de gerechtskosten juridisch verplicht. De niet juridische verplichte budgetten voor (opdrachten) schadeloosstellingen en onrechtmatige detentie worden op basis van rechtelijke uitspraken uitgeput en zijn derhalve niet vrij besteedbaar.

  • E. 
    Toelichting op de financiële instrumenten

33.1 Apparaatsuitgaven Openbaar Ministerie

Openbaar Ministerie (OM)

Het OM is de enige instantie in Nederland die een verdachte voor de strafrechter kan brengen, afgezien van de bijzondere procedure die geldt voor ambtsdelicten van Kamerleden en bewindspersonen. Samen met de rechtspraak is het OM onderdeel van de rechterlijke macht. Het OM zorgt ervoor dat strafbare feiten worden opgespoord en vervolgd. Daarvoor wordt samengewerkt met politie en andere opsporingsdiensten. Het OM is een landelijke organisatie verdeeld over tien arrondissementen. Deze zijn gelijk aan de tien regionale eenheden van de politie. Daarnaast richt het Landelijk Parket zich op de bestrijding van (internationaal) georganiseerde misdaad, bestrijdt het Functioneel Parket criminaliteit op het gebied van milieu, economie en fraude en worden alle beroepen tegen verkeersboetes en eenvoudige misdrijfzaken door het Parket Centrale Verwerking OM (CVOM) behandeld. De zaken waarin hoger beroep wordt aangetekend komen bij een van de vier vestigingen van het Ressortsparket. Dit budget is bestemd voor de financiering van de apparaatsuitgaven van het OM.

Het budget voor het jaar 2021 is hoger dan het structurele budget. Dit hangt vooral samen met middelen die tijdelijk beschikbaar zijn gesteld bij Voorjaarsnota 2021 zoals middelen voor het wegwerken van achterstanden en andere effecten als gevolg van de coronacrisis (ruim € 10 mln.), diverse projecten zoals digitalisering van de strafrechtketen, incidentele aanpassingen als gevolg van de WvGGZ (ca € 10 mln.), compensatie voor het traject rond digitaal betekenen (€ 6 mln.), de bijdrage aan de kosten voor deelname van Nederland aan het EOM die loopt tot en met 2021 in afwachting van de eerste ervaringen (€ 2,6 mln.) en diverse kleinere posten. Daarnaast is er sprake van een afronding van een kwaliteitstraject met de politie waardoor een structureel bedrag (€ 4 mln.) vanaf 2022 kan worden teruggeboekt naar de politie.

Het OM realiseert naar verwachting de hieronder genoemde productie.

Tabel 20 Productiegegevens Openbaar Ministerie

 
 

2020

2021

2022

2023

2024

2025

2026

 

WAHV beroep-, kanton- en appèlzaken

373.747

458.246

468.285

468.804

470.929

480.015

494.015

 

Overtredingszaken

115.148

129.576

133.199

128.175

128.400

128.182

131.361

  • waarvan na herinstroom

6.969

16.404

16.875

16.226

16.259

16.233

70.128

 

Misdrijfzaken

178.376

218.929

217.062

211.675

206.975

203.265

202.719

Eenvoudige misdrijfzaken

23.096

27.742

28.050

27.372

26.986

26.950

27.736

  • waarvan na herinstroom

1.107

1.446

1.462

1.427

1.407

1.405

14.239

Interventie/ZSM zaken

123.009

158.261

155.717

150.727

146.173

142.298

140.795

  • waarvan na herinstroom

7.828

7.646

7.523

7.282

7.062

6.875

72.140

Onderzoekszaken1

22.535

23.984

24.364

24.603

24.787

24.982

25.146

Ondermijningszaken

9736

8941

8931

8972

9030

9035

9043

 

Appèlzaken

21.380

29.377

29.689

29.995

30.172

30.206

30.193

1 Vanaf 2019 wordt het BOSZ systeem gekoppeld met GPS. Hierdoor zullen de zogenaamde BOSZ sepots niet meer separaat zichtbaar zijn. Deze zaken stromen dan voortaan in als reguliere zaak: grotendeels (95%) onder »Interventie/ZSM zaken» en een klein deel (5%) onder «Onderzoekszaken».

De in de tabel opgenomen aantallen zijn gebaseerd op de beschikbare capaciteit van het Openbaar Ministerie voor de behandeling van zaken. In 2022 beoordeelt het OM naar verwachting circa 468.000 zaken van burgers die beroep instellen tegen een verkeersboete (WAHV). Het OM verwacht in 2021 en 2022 meer beroepen te behandelen dan in 2020. Hier is ervan uitgegaan dat de coronacrisis voorbij is en de door de coronacrisis opgelopen achterstanden zullen worden weggewerkt.

Verder neemt het OM in circa 133.000 overtredingszaken een strafrechtelijke beslissing. Het OM kan de zaak zelfstandig afdoen (bijvoorbeeld met een strafbeschikking of een sepot) of de zaak aan de kantonrechter voorleggen. In ruim 17000 zaken is sprake van zogenaamde her-instroom vanwege verzet tegen een genomen strafbeschikking.

Het OM zet de meeste capaciteit in bij de behandeling van misdrijfzaken. De capaciteit van het OM is er op gericht om bijna 28.000 eenvoudige misdrijfzaken, meestal zogenaamde feitgecodeerde misdrijven te behandelen. Bij interventiezaken is het doel dat bij veel voorkomende (wijkgerelateerde) criminaliteit de burger als verdachte, slachtoffer of betrokkene een merkbare, zichtbare en betekenisvolle (strafrechtelijke) interventie ervaart die waar mogelijk snel (ZSM) wordt uitgevoerd. Het gaat in 2022 naar verwachting om ruim 155.000 zaken.

Ook hiervoor geldt de aanname dat de coronacrisis voorbij is en de door de coronacrisis opgelopen achterstanden zullen worden weggewerkt.

De onderzoekszaken en ondermijningszaken omvatten de opsporing en vervolging van ernstige delicten. In ondermijningszaken ligt de focus op de aanpak van criminele activiteiten die niet primair ter kennis van de opsporingsinstanties komen via aangiften. De strafrechtelijke onderzoeken en de daaruit volgende strafzaken zijn vaak langdurig, complex en omvangrijk.

Tot slot kan een verdachte of de officier van justitie (of beiden) in appèl gaan tegen het vonnis van de strafrechter. In dat geval wordt de strafzaak door het Ressortsparket in behandeling genomen. Het gaat hier naar verwachting om circa 30.000 zaken. Het wegwerken van de ontstane voorraad bij rechtbanken zal met enige vertraging vermoedelijk leiden tot extra instroom van hoger beroepzaken bij het Ressortsparket.

Vanaf 1 januari 2019 is een nieuw bekostigingssysteem ingevoerd. In dit nieuwe bekostigingssysteem is deels gebaseerd op de bovengenoemde productie, behoudens voor wat betreft de zaken op het terrein van ondermijnende criminaliteit.

Er zijn tevens een aantal vaste kostenposten buiten het outputgerelateerde budget gehouden, zoals budgetten ten behoeve ICT en huisvesting. Dit geldt ook voor een aantal budgetten die betrekking hebben op werkzaamheden van het openbaar ministerie die niet of slechts indirect leiden tot een afgeronde strafzaak. Hierbij moet gedacht worden aan bijvoorbeeld de aanpak van ondermijnende criminaliteit en terrorisme of beschikbaarheids-kosten zoals bij de ZSM-aanpak.

33.2 Bestuur, Informatie en Technologie

Bijdragen aan medeoverheden

Regionale Informatie en Expertise Centra /Landelijk Informatie en Expertise Centrum (RIEC's/LIEC)

Het RIEC/LIEC stelsel bestaat uit 10 RIEC's en het Landelijk Informatie en Expertisecentrum (LIEC). De RIEC's zijn regionale samenwerkingsverbanden van bestuursorganen, politie, OM, Belastingdienst en andere partners en hebben tot doel om de (georganiseerde) ondermijnende criminaliteit geïntegreerd aan te pakken. Dit betekent dat strafrechtelijke, fiscale en bestuurlijke maatregelen in samenhang met elkaar worden ingezet. De RIEC's ondersteunen de samenwerkingspartners hierbij door te fungeren als knooppunt voor informatie, kennis en expertise. In 2022 ontvangen de RIEC's een reguliere bijdrage van in totaal € 7,35 mln.

 

Tabel 21 bijdragen aan RIEC's/LIEC (bedragen * € 1)

 

Incidentele gelden 2022

Totaalbedrag incidentele gelden, programmaperiode 2019-2022

Structurele gelden 2022

RIEC Noord-Nederland t.n.v. gemeente Leeuwarden

800.000

8.000.000

853.000

RIEC Oost-Nederland t.n.v. gemeente Enschede

1.124.600

11.761.500

853.000

RIEC Zeeland West Brabant t.n.v. gemeente Tilburg

768.000

12.170.000

853.000

RIEC Oost-Brabant t.n.v. gemeente Eindhoven

768.000

12.170.000

853.000

RIEC Midden-Nederland t.n.v. gemeente Utrecht

1.400.000

12.740.600

853.000

RIEC Limburg t.n.v. gemeente Maastricht

980.000

11.387.000

853.000

RIEC Noord-Holland t.n.v. gemeente Haarlem

1.052.400

8.666.025

853.000

RIEC Den Haag t.n.v. gemeente Den Haag

1.400.000

9.500.000

853.000

RIEC Rotterdam t.n.v. gemeente Rotterdam

1.800.000

15.499.000

853.000

RIEC Amsterdam Amstelland t.n.v. gemeente Amsterdam

816.000

10.377.375

853.000

Totaal

10.909.000

112.271.500

8.530.000

Uitstapprogramma's prostituees

Het kabinet heeft structureel geld beschikbaar gesteld voor een landelijk dekkend netwerk van uitstapprogramma's om mensen die de prostitutie willen verlaten, hierbij te ondersteunen. Dit budget wordt met ingang van 2021 via een decentralisatie-uitkering uit het Gemeentefonds aan 18 aangewezen gemeenten uitgekeerd. Over de incidentele middelen van € 1 mln. voor het jaar 2022 vindt nog aanvullende besluitvorming plaats.

Subsidies

Het Centrum voor Criminaliteitspreventie en Veiligheid (CCV)

Het CCV ontvangt een subsidie om kennis en instrumenten te ontwikkelen op het terrein van criminaliteitspreventie en veiligheid, gericht op een integrale aanpak door samenwerking tussen zowel publieke als private organisaties. Via onder andere bijeenkomsten, publicaties, instrumenten en de website ondersteunt het CCV de professionals in de veiligheidsketen bij uitvoering van rijksbeleid op het gebied van criminaliteitspreventie en veiligheid. Het CCV draagt op deze manier bij aan de uitvoering van een groot aantal activiteiten ter ondersteuning en realisatie van beleidsdoelstellingen van JenV, o.a. op het gebied van ondermijnende criminaliteit, cybercriminaliteit, mensenhandel, buurtbemiddeling en High Impact Crimes zoals woninginbraken. Ook het beleid dat JenV uitvoert op het gebied van preventie, wordt voor een belangrijk deel door het CCV vormgegeven. Het CCV zorgt ervoor dat beleid dat op het departement wordt ontwikkeld, ook daadwerkelijk wordt geïmplementeerd door gemeenten, bedrijven en burgers.

Keurmerk Veilig Ondernemen (KVO)

De subsidie is afgebouwd.

Uitstapprogramma's prostituees

Het kabinet heeft structureel geld beschikbaar gesteld voor een landelijk dekkend netwerk van uitstapprogramma's om mensen die de prostitutie willen verlaten, hierbij te ondersteunen. Dit budget wordt met ingang van 2021 via een decentralisatie-uitkering uit het Gemeentefonds aan 18 aangewezen gemeenten uitgekeerd.

33.3 Opsporing en vervolging

Bijdragen aan agentschappen

Nederlands Forensisch Instituut (NFI)

Het NFI is een intern verzelfstandigde organisatie die forensische diensten levert. De grondslag, doelstelling en kerntaken van het NFI zijn vastgelegd in de Regeling Taken NFI. Als primaire taak heeft zij het verlenen van forensische diensten en expertise aan de Nederlandse strafrechtketen.

Een meer gedetailleerde toelichting vindt u verderop in de agentschapspa-ragraaf van het NFI.

Bijdragen aan medeoverheden

Staatkundige hervorming Caribisch Nederland en de landen Curagao, Aruba en Sint Maarten

Nederland draagt op verschillende manieren bij aan het rechtsbestel in Caribisch Nederland en de andere landen van het Koninkrijk. Naast een jaarlijkse bijdrage aan het Gemeenschappelijk Hof van Justitie en het Openbaar Ministerie wordt onder andere gestimuleerd dat het aantal rechters en officieren van justitie zowel kwantitatief als kwalitatief op goed niveau blijft. De juridische dienstverlening op de BES is geborgd door advocaten, notarissen en gerechtsdeurwaarders. Via Rijksdienst Caribisch Nederland (RCN) en de Raad voor Rechtsbijstand wordt kosteloze rechtsbijstand verleend aan onvermogenden. Voorts wordt een subsidie beschikbaar gesteld voor een notaris van Sint Maarten ten behoeve van de beschikbaarheid van het notariaat op Saba en Sint-Eustatius. Ook is er een Commissie bescherming persoonsgegevens BES die toezicht houdt op de uitvoering van de Wet persoonsgegevens BES. Tot slot wordt de Raad voor de rechtshandhaving in staat gesteld zijn taak, als vastgelegd in de Rijkswet Raad voor de rechtshandhaving, op een goed niveau uit te kunnen voeren.

Financial Intelligence Unit Nederland (FIÜ-Nederland)

De Financial Intelligence Unit-Nederland (hierna: FIU-Nederland) is in de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme (Wwft) aangewezen als de enige autoriteit waar ongebruikelijke transacties dienen te worden gemeld door meldingsplichtige instellingen, zoals banken, geldtransactiekantoren, beroeps- en bedrijfsmatige handelaren en notarissen. De belangrijkste taak van de FIU-Nederland is het analyseren van deze meldingen en het in kaart brengen van transacties en geldstromen die in verband kunnen worden gebracht met witwassen en onderliggende delicten alsmede financieren van terrorisme. Ongebruikelijke transacties die verdacht zijn verklaard, worden ter beschikking gesteld aan de diverse (bijzondere) opsporingsdiensten en inlichtingen- en veiligheidsdiensten voor verder onderzoek en mogelijke vervolging.

Daarnaast verstrekt FIU-Nederland op basis van de gedane meldingen informatie omtrent het meldgedrag aan de Wwft-toezichthouders, om hen te ondersteunen in het houden van risico gebaseerd toezicht op onder meer de naleving van de meldingsplicht. Verder ontvangt de FIU-Nederland informatieverzoeken van de opsporingsdiensten via de Landelijk Officier van Justitie Witwassen (LOvJ). Deze LOvJ-verzoeken kunnen worden ingediend ten behoeve van opsporingsonderzoeken. Tot slot ontvangt en verzendt de FIU-Nederland verzoeken van respectievelijk naar buitenlandse FIU's.

De FIU-Nederland is beheersmatig ondergebracht bij de Nationale Politie als een zelfstandige en operationeel onafhankelijke opererende entiteit. Beleidsmatig valt de FIU-Nederland onder het ministerie van Justitie en Veiligheid.

 

Tabel 22 Kengetallen FIU-Nederland

 

2020

2021

2022

2023

2024

Aantal LOvJ-verzoeken1

1.213

1.200

1.200

1.200

1.200

Aantal Eigen onderzoeksdossiers

7.447

1.500

1.500

1.500

1.500

1 Een verzoek of dossier kan meerdere verdachte transacties bevatten

Aanpak ondermijning

In 2020 is JenV gestart met een breed offensief om de georganiseerde ondermijnende criminaliteit verder terug te dringen, aanvullend op de versterking vanuit het Regeerakkoord. Op landelijk niveau wordt ingezet op een combinatie van repressieve en preventieve maatregelen; oprollen, afpakken en voorkomen. Er is voor de brede aanpak vanaf 2022 een bedrag van € 150 miljoen structureel beschikbaar, waarvan een groot deel reeds is overgeheveld naar de departementale begrotingen van de betrokken partners. Deze middelen worden primair ingezet op het toekomstbestendig maken van het stelsel Bewaken en Beveiligen (structureel € 55 mln.) en de inrichting en werkzaamheden van het Multidisciplinair Interventieteam (MIT, structureel € 93 mln.). Uit deze gelden is er in 2022 € 10 mln. incidenteel geld beschikbaar voor de lokale en regionale aanpak, in aanvulling op de € 100 mln. die eerder incidenteel beschikbaar is gesteld voor de versterking van de aanpak van ondermijning. Daarnaast wordt een structureel bedrag van € 10 mln. besteed aan de versterking van de intelligence- en analysecapaciteit in RIEC/LIEC-verband en voor aanvullende capaciteit om de regionale, integrale aanpak van ondermijning in operationele zin te versterken.

De middelen ten behoeve van de regionale aanpak van ondermijning zijn ter beschikking gesteld aan de tien Regionale Informatie en Expertise Centra (RIECs). In de tabel <bijdragen aan RIEC's/LIEC> bij artikelonderdeel 33.2 staat de precieze verdeling van de structurele en incidentele gelden die voor 2022 aan de afzonderlijke RIECs beschikbaar worden gesteld, op basis van de regionale versterkingsplannen voor de besteding van deze middelen. Hierbij is tevens vermeld via welke rechtspersoon deze middelen aan de RIEC zijn toebedeeld. De RIEC's hebben zelf namelijk geen rechtspersoonlijkheid en kunnen derhalve niet rechtsreeks een bijdrage ontvangen.

Voor de overige extra middelen voor ondermijning en bescherming en veiligheid wordt verwezen naar de toelichting op de tabel van de belangrijkste beleidsmatige mutaties, pagina 31.

Overige opsporing en vervolging

Dit betreffen ondermeer bijdragen voor vergoeding voor de verstrekking van persoonsgegevens van Telecomproviders aan het CIOT (Centraal Informatiepunt Onderzoek Telecommunicatie), Internationale- en Europese arrestatiebevelen, de bestrijding van mensenhandel op de Nederlandse Antillen, de Nationaal Rapporteur Mensenhandel, het tegengaan van misbruik van rechtspersonen, het passagiersnamen register systeem (TRIP), de Veiligheidsmonitor, de implementatie van de EU Wapenrichtlijn en de aanpak van ondermijnende criminaliteit.

Subsidies

Centrum voor Criminaliteitspreventie en Veiligheid (CCV)

Het CCV ontvangt een subsidie om kennis en instrumenten te ontwikkelen op het terrein van criminaliteitspreventie en veiligheid, gericht op integrale aanpak door samenwerking tussen zowel publieke als private organisaties. Via onder andere bijeenkomsten, publicaties, instrumenten en de website ondersteunt het CCV professionals op het gebied van nalevingsexpertise.

Opdrachten

Schadeloosstellingen

Dit betreft de budgetten voor schadeloosstellingen buiten de strafrechtelijke keten, zoals vergoedingen vanwege onrechtmatige vreemdelingenbewaring en in het geval van bijzondere opnemingen in psychiatrische ziekenhuizen (BOPZ). Daarnaast kunnen ook vergoedingen worden verstrekt voor bijvoorbeeld juridische bijstand.

Keten Informatie Management (KIM)

Keteninformatievoorziening heeft als doel de ondersteuning van de informatie-uitwisseling in de strafrechtketen. In dit kader worden onder andere ketenvoorzieningen in opdracht van DGRR beheerd en (door)ontwikkeld bij de Justitiële Informatiedienst en wordt een bijdrage geleverd aan de totstandkoming van de architectuur voor de informatievoorziening in de strafrechtketen. Daarnaast wordt er ook beleidsmatig gekeken naar de kaders voor informatie-uitwisseling en de uitvoerbaarheid daarvan, mede door middel van de herziening van de Wet politiegegevens en de Wet justitiële en strafvorderlijke gegevens, en in het programma Identiteitsvaststelling op orde.

Onrechtmatige Detentie

Ten laste van dit budget worden de vergoedingen verantwoord aan ex-justitiabelen waarvan is vastgesteld dat recht is ontstaan op een vergoeding. Over het algemeen worden deze vergoedingen vastgesteld door de rechter.

Gerechtskosten OM

Ten laste van dit budget worden de uitgaven gebracht die betrekking hebben op deskundigen en tolken en vertalers, die een bijdrage leveren aan het strafproces en worden bekostigd in overeenstemming met het Besluit tarieven in strafzaken.

Verkeershandhaving OM

Het OM voert het programma verkeershandhaving uit. Uit dit budget worden de uitgaven voor dit programma gedaan, niet zijnde bijdragen aan ZBO of agentschap, bijvoorbeeld trajectcontrolesystemen. Het grillige karakter van de budgettaire reeks in de begroting voor de verkeershandhaving hangt samen met het kasstelsel dat door het OM wordt gevoerd. Hierdoor leiden (vervangings-)investeringen zoals vervanging van digitale flitspalen of trajectcontrolesystemen in sommige jaren tot hogere uitgaven dan in andere jaren.

Afpakken

Misdaad mag niet lonen en het compenseren van geleden schade aan slachtoffers of rechthebbenden staat voorop. Dit is een speerpunt van het Kabinet en de partners in de strafrechtketen. Daarbij wordt samengewerkt met bestuurlijke partners zoals de Belastingdienst en gemeenten en, waar mogelijk, met private partijen. Het ontnemen van crimineel vermogen is een onderdeel van die bestrijding naast de inzet om Nederland voor criminelen financieel-economisch minder aantrekkelijk te maken en criminele bedrijfsprocessen en criminele verdienmodellen continu te frustreren. Bijgevolg wordt per strafzaak gekeken naar de meest effectieve en realiseerbare interventie waarbij de afspraak is dat in principe bij iedere ondermijningszaak financieel-economisch onderzoek wordt verricht met het oog op inbeslagname voor het realiseren van ontneming van crimineel vermogen.

Voor het versterken van deze financiële aanpak van criminaliteit wordt er uitvoering gegeven aan de beleidsmaatregelen ter bestrijding van georganiseerde ondermijnende criminaliteit en het plan van aanpak witwassen. Verder wordt er uitvoering gegeven aan de strategie voor het afpakken van crimineel vermogen. Deze strategie, uiteengezet in de brief aan de Tweede Kamer van 13 maart 201917 beoogt het effectiever blootleggen van criminele geldstromen om doeltreffender crimineel vermogen af te pakken en criminele investeringen te verhinderen. Uit dit budget worden de uitgaven voor de partijen in de strafrechtketen bekostigd, waaronder de inzet van het strafrecht, maar ook samenwerking van de partijen in de strafrechtketen met bestuurlijke partners (waaronder de Belastingdienst en gemeenten).

Daarbij wordt ingezet op systematisch inzetten op financieel onderzoek ten behoeve van het opsporen van strafbare feiten en crimineel vermogen en wordt gewerkt aan het versterken van de multidisciplinaire informatie-uitwisseling en informatievoorziening. Ook wordt gestreefd naar doelmatige werkprocessen inzake het opsporen en afpakken van crimineel vermogen, inclusief het beslagproces. Er worden met behulp van lopende en afgeronde projecten innovatieve, goed werkende praktijken geïdentificeerd en breed beschikbaar gesteld en de expertise inzake het afpakken onder medewerkers van overheidsorganisaties wordt breed gedeeld. Ook wordt ingezet op versterking van Nederlandse en EU wet- en regelgeving voor de aanpak van witwassen en het versterken van informatiedeling in het licht van ontneming van crimineel vermogen. Daarnaast wordt de operationele internationale samenwerking versterkt door het financieel opsporen verder in te bedden in de aanpak van verschillende typen strafbare feiten. Met de inrichting van een monitor wordt het verbeterd in beeld brengen van gerealiseerde resultaten en ervaringen in het toepassen van maatregelen en afgesproken processen mogelijk gemaakt. Onvolkomenheden en vastgestelde verbeterslagen in de strafrechtelijke afpakketen worden met behulp van centrale regievoering en keten-brede analyse, overleg en gezamenlijke inspanningen verder systematisch ter hand genomen met behulp van de daarvoor beschikbare middelen.

Garanties

Faillissementscuratoren

De garantstellingsregeling curatoren (GSR) voorziet er in dat curatoren in faillissementen bij ontoereikendheid van de boedel de Minister een garantiestelling kunnen vragen ter dekking van de kosten om een rechtsvordering in te kunnen stellen tegen bestuurders van de rechtspersoon in geval van vermoedelijk «kennelijk onbehoorlijk bestuur» Dit stelt curatoren in faillissementen in staat om een procedure te beginnen teneinde de vervreemde activa weer terug te laten vloeien in de boedel om benadeling van de crediteuren zoveel mogelijk te beperken. Naar aanleiding van de evaluatie van de GSR wordt de garantstellingsregeling herzien. Dit met het oog om de uitvoerbaarheid en effectiviteit te verbeteren en de regeling in overeenstemming te brengen met het Rijkskader voor risicoregelingen.

33.4 Vervolging en berechting van verdachten van het neerhalen van vlucht MH17

Op 19 juni 2019 heeft het Openbaar Ministerie (OM), op basis van onderzoek van het Joint Investigation Team (JIT), besloten om tot vervolging van vier verdachten over te gaan. Het strafproces MH17 is op 9 maart 2020 van start gegaan. In de begroting 2018 is in totaal € 54 mln. opgenomen voor de vervolging en berechting van MH17-verdachten. Daarnaast is middels het door de JIT-landen ondertekende MoU bevestigd dat Australië, België, Maleisië, Oekraïne en Nederland bepaalde financiële lasten voor de berechting van de verdachten gezamenlijk te zullen dragen.

De verwachting is dat het proces langer duurt dan eerder ingeschat. Bij Voorjaarsnota 2021 zijn de totale geraamde uitgaven daarom met € 42,7 mln. verhoogd. Daarmee komen de verwachte uitgaven tot en met 2026 uit op circa € 85 mln.

Ontvangsten

Boeten en Transacties

Dit dossier bestaat uit boetes voor verkeersovertredingen. Hierbij kan gedacht worden aan onder andere rijden onder invloed, rijden door rood en het niet dragen van een gordel. Voor verkeersboetes kunnen vervolgens geldsomtransacties worden opgelegd.

Conform het Regeerakkoord zijn per 1 januari 2018 alle ontvangsten uit Boeten en Transacties een generaal dossier. De geraamde B&T-ontvangsten blijven op de begroting van JenV staan, maar afwijkingen in de ontvangsten zullen geen last (of voordeel) voor de begroting van JenV vormen. Hierdoor is het financiële risico voor JenV geheel weggenomen.

Afpakken

Misdaad mag niet lonen. Het verminderen van criminele geldstromen, onder meer door het tegengaan van witwassen en het afpakken van crimineel vermogen is een van de prioriteiten van het kabinet. De per 1 september 2020 aangestelde programmadirecteur-generaal Ondermijning heeft de specifieke opdracht gekregen voor de regie op de afpakketen, om zich in nauwe samenwerking met alle betrokken partners in te zetten voor het verhogen van de afpakresultaten. Daarbij wordt ingezet op verbetering van de bedrijfsvoering met name van het beslagproces, wetgeving, vergroten van kennis en inzicht en internationale samenwerking. De opbrengsten uit afpakken, de incassoresultaten, kennen een gelijke (generale) behandeling als de opbrengsten B&T.

3.4 Artikel 34. Straffen en beschermen

  • A. 
    Algemene doelstelling

Voorkomen dat burgers (opnieuw) dader of slachtoffer worden van criminaliteit, volwassenen en kinderen beschermen die vanwege de kwetsbare positie waarin zij verkeren bedreigd of verleid worden door (herhaalde) criminaliteit of die bedreigd worden in hun ontwikkeling en bewerkstelligen dat met een straf genoegdoening wordt geboden aan het slachtoffer en aan de samenleving als geheel.

Het borgen van de veiligheid door de tenuitvoerlegging van strafrechtelijke sancties, het bevorderen van het nemen van preventieve maatregelen door burgers en bedrijven, het versterken van de positie van slachtoffers, het beschermen van jeugdigen die in hun ontwikkeling worden bedreigd in de opvoed- en leefsituatie en het realiseren van een effectieve aanpak van jeugdcriminaliteit en geweld in huiselijke kring.

  • B. 
    Rol en verantwoordelijkheid

De Minister voor Rechtsbescherming heeft verantwoordelijkheden ten aanzien van preventie, tenuitvoerlegging van strafrechtelijke sancties18, slachtofferzorg en jeugdbescherming en -sancties.

Met betrekking tot preventie:

  • • 
    draagt de Minister voor Rechtsbescherming stelselverantwoordelijkheid voor het kansspelbeleid, met als doel dat Nederlandse burgers op een veilige en verantwoorde manier kunnen deelnemen aan kansspelen;
  • • 
    stimuleert de Minister voor Rechtsbescherming preventie door het beschikbaar stellen van integriteitsinstrumenten.

Per 1 januari 2020 is de wet herziening tenuitvoerlegging strafrechtelijke beslissingen (USB) in werking getreden en is de Minister voor Rechtsbescherming verantwoordelijk voor tenuitvoerlegging van strafrechtelijke sancties. Daarbij heeft de Minister voor Rechtsbescherming:

  • • 
    een uitvoerende rol bij de tenuitvoerlegging van vrijheidsbenemende straffen en maatregelen door de DJI;
  • • 
    een regisserende rol bij de forensische zorg. Hij is verantwoordelijk voor de tijdige beschikbaarheid van de juiste, kwalitatief hoogwaardige zorg, waar nodig in combinatie met afdoende beveiliging;
  • • 
    een regisserende rol bij toezicht in strafrechtelijk kader, advisering aan het OM en de rechter over justitiabelen en taakstraffen. De uitvoering is opgedragen aan drie erkende reclasseringsorganisaties. De taken van de reclasseringsorganisaties dragen bij aan het terugdringen van recidive.

Met betrekking tot slachtofferbeleid draagt de Minister voor Rechtsbescherming beleidsverantwoordelijkheid voor de zorg - in brede zin - aan slachtoffers en nabestaanden die getroffen zijn door een strafbaar feit, is verantwoordelijk voor de uitvoering van het slachtofferbeleid. Ook heeft hij een financierende rol op het gebied van slachtofferzorg.

Ten aanzien van Jeugdbescherming en -sancties19 heeft de Minister voor Rechtsbescherming:

  • • 
    een regisserende rol en daarmee stelselverantwoordelijkheid voor jeugdbescherming en -reclassering. De uitvoering en financiering zijn per 1 januari 2015 gedecentraliseerd naar de gemeenten;
  • • 
    een uitvoerende rol bij de taken die belegd zijn bij de Raad voor de Kinderbescherming (RvdK) en de Justitiële Jeugdinrichtingen (JJI) van DJI;
  • • 
    een regisserende rol ten aanzien van de aanpak van jeugdcriminaliteit, kindermishandeling en preventie. De Minister heeft een samenwerkingsrelatie met de gemeenten/steden, brancheorganisaties en de Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG) betreffende de aanpak van jeugdcriminaliteit, kindermishandeling, zorg & veiligheid en High Impact Crimes (HIC). Sturing geschiedt door middel van regelgeving en kaderstelling;
  • • 
    verantwoordelijkheid voor het stelsel op het gebied van interlandelijke adoptie en heeft daarbinnen, als Centrale Autoriteit, tevens een uitvoerende rol.
  • C. 
    Beleidswijzigingen

In de beleidsagenda is uitgebreider ingegaan op onderstaande onderwerpen. Hier worden ze in het kort nogmaals benoemd en kort beschreven.

Forensische zorg

In het kader van forensische zorg bevat de Bestuurlijke agenda maatregelen voor de komende jaren om de kwaliteit, effectiviteit en de taakuitvoering van de forensische zorg te verbeteren.

Wetstrajecten

Het komende jaar zullen diverse wetten in verschillende fasen verkeren. Zo is de wet Herziening tenuitvoerlegging strafrechtelijke beslissingen (Wet USB) in 2020 in werking is getreden. Hier is nog aandacht voor de verdere automatisering van o.a. handmatige processen. In 2021 zal de Wet Straffen en bescherming (WSenB) volledig inwerkingtreden en wordt de wet Uitbreiding slachtofferrechten (WUS) geïmplementeerd in 2022.

Jeugd

Gedurende het jaar 2022 is de ambitie om samen met partners nieuwe normen vast te stellen voor de jeugdstrafrechtketen. Verder is in 2021 de Kamer geïnformeerd over het toekomstscenario Jeugdbescherming. In pilots (ontwikkelhubs) wordt de richting van het toekomstscenario beproefd en in 2022 zullen de eerste resultaten hiervan bekend worden. Daarnaast staan er diverse activiteiten (o.a. tot stand brengen van een Digitaal Plein) op de planning waar het gaat om het programma Scheiden zonder Schade. Het primaire doel van dit programma is om schade bij kinderen als gevolg van het scheiden van de ouders te voorkomen. Tot slot, zal naar aanleiding van het rapport van de commissie Joustra en de beslissingen hierover van het nieuwe kabinet, bezien worden hoe er de komende periode invulling gegeven zal worden aan interlandelijke adoptie.

  • D. 
    Budgettaire gevolgen van beleid

Tabel 23 Tabel Budgettaire gevolgen van beleid artikel 34 (bedragen x € 1.000)

 
 

2020

2021

2022

2023

2024

2025

2026

Verplichtingen

2.811.367

3.284.227

3.241.763

3.212.266

3.208.694

3.219.247

3.208.726

 

Apparaatsuitgaven

199.439

201.119

201.555

185.349

185.423

185.515

185.515

34.1 apparaatsuitgaven Raad voor de

Kinderbescherming

Personele uitgaven

157.866

158.480

153.847

146.575

146.619

146.711

146.711

waarvan eigen personeel

153.365

152.777

148.134

140.862

140.906

140.998

140.998

waarvan externe inhuur

3.757

4.360

4.368

4.368

4.368

4.368

4.368

waarvan overig personeel

744

1.343

1.345

1.345

1.345

1.345

1.345

Materiele uitgaven

41.573

42.639

47.708

38.774

38.804

38.804

38.804

waarvan ict

18.098

18.568

20.556

14.560

14.560

14.560

14.560

waarvan sso's

17.076

15.633

15.652

15.653

15.653

15.653

15.653

waarvan overig materieel

6.399

8.438

11.500

8.561

8.591

8.591

8.591

 

Programma-uitgaven

2.850.998

3.083.108

3.040.208

3.026.917

3.023.271

3.033.732

3.023.211

Waarvan juridisch verplicht

   

100%

       

34.2 Preventieve maatregelen

Bijdrage Agentschappen

Dienst Justis

3.897

4.733

3.369

3.376

3.407

3.407

3.407

Bijdrage ZBO's/RWT's

Integriteit en Kansspelen

3.130

956

0

0

0

0

0

Bijdrage medeoverheden

Integriteit en Kansspelen

0

23

0

0

0

0

0

aanpak criminaliteitsfenomenen

0

0

3.010

3.010

971

971

971

Overige Bijdrage medeoverheden

2.912

2.681

102

102

102

102

102

Subsidies

Integriteit en kansspelen

918

1.069

0

0

0

0

0

Aanpak criminaliteitsfenomenen

0

0

4.447

4.448

4.448

4.448

4.448

Overige Subsidies

2.869

4.198

1.069

1.069

1.069

1.069

1.069

Opdrachten

Integriteit en kansspelen

340

1.396

0

0

0

0

0

aanpak criminaliteitsfenomenen

0

0

2.545

2.545

2.545

2.545

2.545

Overige Opdrachten

1.476

2.514

2.212

2.212

2.212

2.212

2.212

34.3 Tenuitvoerlegging strafrechtelijke sancties

Bijdrage Agentschappen

DJI-gevangeniswezen

1.158.636

1.230.294

1.196.617

1.192.132

1.194.460

1.200.634

1.189.959

DJI-Forensische zorg

971.055

1.079.450

1.104.427

1.102.174

1.100.627

1.103.895

1.103.895

CJIB

130.955

145.671

132.669

131.974

131.531

131.934

132.062

Bijdrage ZBO's/RWT's

Reclassering Nederland

158.156

161.257

156.782

156.996

156.615

156.727

156.742

Leger des Heils

22.892

23.596

23.615

23.631

23.567

23.586

23.589

Stichting Verslavingsreclassering GGZ

77.032

78.876

78.607

78.704

78.514

78.569

78.577

Overige Bijdrage ZBO's/RWT's

0

568

571

571

571

571

571

Bijdrage medeoverheden

intra- en extramurale sanctie uitvoering

2.292

0

2.537

2.538

2.538

2.538

2.538

Overige Bijdrage medeoverheden

3.302

2.533

0

0

0

0

0

Subsidies

Vrijwilligerswerk gedetineerden

4.129

4.482

0

0

0

0

0

Terugdringen recidive

268

0

0

0

0

0

0

intra- en extramurale sanctie uitvoering

1.319

548

7.225

7.225

7.225

7.225

7.225

 

2020

2021

2022

2023

2024

2025

2026

Stichting Reclassering Caribisch Nederland (BES)

1.726

1.716

1.715

1.715

1.715

1.715

1.715

Overige Subsidies

2.586

2.108

0

0

0

0

0

Opdrachten

intra- en extramurale sanctie uitvoering

3.510

1.147

20.190

18.585

17.706

17.009

17.009

Uitvoeringskosten ketenregie tenuitvoerlegging

1.508

2.905

0

0

0

0

0

Terugdringen recidive

473

4.772

0

0

0

0

0

Overige Opdrachten

3.193

2.612

0

0

0

0

0

 

34.4 Slachtofferzorg

Bijdrage ZBO's/RWT's

Commissie Schadefonds

Geweldsmisdrijven

8.890

9.194

8.208

7.913

8.263

8.242

8.242

Slachtofferhulp Nederland

40.248

42.751

36.833

36.835

36.835

36.835

36.835

Subsidies

Perspectief Herstelbemiddeling

1.692

1.779

1.472

1.472

1.472

1.472

1.472

Overige Subsidies

148

0

0

0

0

0

0

Opdrachten

Slachtofferbeleid

1.618

5.639

5.719

5.881

5.881

5.909

5.909

Schadefonds Geweldsmisdrijven

28.363

39.248

23.282

22.105

22.571

22.580

22.580

Voorschotregelingen schadevergoedingsregelingen

436

3.959

3.958

3.958

3.958

3.958

3.958

34.5 Veiligheid jeugd

Bijdrage Agentschappen

 

DJI - jeugd

181.131

169.042

174.546

173.366

175.442

176.581

176.581

Bijdrage ZBO's/RWT's

LBIO

3.066

2.898

2.402

2.402

1.902

1.902

1.902

Halt

12.644

13.142

13.273

13.168

12.964

12.964

12.964

Bijdrage medeoverheden

Jeugdbescherming en jeugdsancties

0

0

1.279

1.279

1.279

1.279

1.279

Voogdijraad Caribisch Nederland (BES)

989

1.144

1.146

1.146

1.146

1.146

1.146

Overige Bijdrage medeoverheden

2.211

14.623

0

0

0

0

0

Subsidies

Jeugdbescherming en jeugdsancties

1.393

4.734

16.117

14.117

11.467

11.467

11.467

Subsidies jeugdaangelegenheden

868

809

0

0

0

0

0

veiligheid sociaal domein

0

1.477

0

0

0

0

0

Overige Subsidies

4.049

2.211

0

0

0

0

0

Opdrachten

Risicojeugd en jeugdgroepen

630

1.501

0

0

0

0

0

Projecten jeugd straf

19

0

0

0

0

0

0

taakstraffen/erkende gedragsinterventies

2.165

3.981

3.985

3.986

3.986

3.986

3.986

Jeugdbescherming en jeugdsancties

269

1.623

6.279

6.282

6.282

6.254

6.254

Overige Opdrachten

1.595

3.248

0

0

0

0

0

 

Ontvangsten

105.896

78.249

82.382

83.448

84.501

85.537

86.564

Budgetflexibiliteit

Artikel 34 kent nagenoeg geen budgetflexibiliteit in 2022. Dit wordt met name veroorzaakt doordat verreweg het grootste deel van het budget wordt besteed aan de financiering van de taakorganisaties: DJI, Justis en CJIB. Daarnaast bestaat het juridisch verplichte deel ook uit subsidiëring/bijdrage aan organisaties als Slachtofferhulp Nederland, Schadefonds Geweldsmisdrijven, de drie Reclasseringsorganisaties, Halt, LBIO, FIOM en het centrum van Internationale Kinderontvoering.

  • E. 
    Toelichting op de financiële instrumenten

34.1 Apparaatsuitgaven Raad voor de Kinderbescherming

De Raad voor de Kinderbescherming (RvdK) heeft de taak om kinderen te beschermen indien de ontwikkeling van het kind in gevaar komt. De RvdK heeft een taak op terrein van bescherming, gezag en omgang, straf en adoptie. JenV financiert de RvdK voor het grootste deel op basis van de PMJ ramingen (pxq) en voor het overige deel op basis van een lumpsum bedrag.

De voorgenomen meerjarige productie van de RvdK is weergegeven in onderstaande tabel.

Tabel 24 Productiegegevens Raad voor de Kinderbescherming

 
 

2020

2021

2022

2023

2024

2025

Coördinatie taakstraffen

6.768

6.321

6.125

6.125

6.125

6.125

Strafonderzoek LIJ

6.251

6.376

6.378

6.378

6.378

6.378

Strafonderzoek LIJ + aanvulling

2.982

3.171

3.172

3.172

3.172

3.172

Actualisatie straf

1.014

1.219

1.018

1.018

1.018

1.018

Onderzoeken schoolverzuim

2.078

1.861

1.777

1.777

1.777

1.777

Strafonderzoek GBM

48

58

56

56

56

56

Beschermingszaken

17.936

18.827

17.864

17.864

17.864

17.864

Adoptiegerelateerde zaken

1.550

1.856

1.895

1.895

1.895

1.895

Gezag en omgangszaken

4.998

5.733

5.171

5.171

5.171

5.171

Toetsende taak

6.123

5.797

5.875

5.875

5.875

5.875

Bron: Prognosemodel Justitiële ketens 2022

34.2 Preventieve maatregelen Bijdragen aan agentschappen

Dienst Justis

De Dienst Justis beoordeelt aanvragen voor een Verklaring omtrent het Gedrag (VOG). Daartoe toetst de Dienst Justis of personen justitiële antecendenten hebben die het uitoefenen van een bepaalde taak of functie in de weg kunnen staan. Daarnaast toetst Justis of partijen die bepaalde verklaringen, vergunningen en subsidies aanvragen, aan integriteitseisen voldoen. Deze screening op betrouwbaarheid vermindert veiligheidsrisico's en draagt zo bij aan een integere en veiligere samenleving. De Dienst Justis ontvangt voor een aantal producten jaarlijks een bijdrage van het Ministerie. Dit gebeurt onder andere voor de behandeling van gratieverzoeken en naamswijzigingen, de garantstellingsregeling curatoren (GSR), de screening van particuliere beveiligingsorganisaties en recherchebureaus (Wpbr) en de behandeling van beroepszaken bij het verlenen van wapenvergunningen op grond van de Wet Wapens en Munitie (WWM).

Een uitgebreidere toelichting is te vinden in de agentschapsparagraaf van de Dienst Justis

Bijdrage aan medeoverheden

Aanpak criminaliteitsfenomenen

In 2022 zet JenV in op de aanpak (risicofactoren) van ernstige vormen van (gewelds)criminaliteit in den brede (waaronder overvallen, ram- en plofkraken, steekincidenten, straatroof, cyber- en drugsdelicten). Delicten die grote impact op slachtoffers en op de samenleving hebben worden aangepakt door strategische inzet van en mix van slachtoffergerichte, dadergerichte en situationele preventieve én repressieve maatregelen (secundaire en tertiaire preventie), op het voorkomen en bestrijden van vermogensdelicten en overige fenomenen. Samenwerken met andere departementen, gemeenten op het gebied van innovatie, preventie, onderzoek en het terugdringen van recidive door het bieden van perspectief staan hierbij centraal. Blijvende aandacht en nieuwe ontwikkelingen zijn nodig om de in de afgelopen jaren geboekte resultaten - waarbij 2021 in verband met corona gemiddeld weer een uitzonderlijk jaar was - vast te houden ten behoeve van tegenhouden (van potentiële daders), voorkomen (van slachtofferschap en daderschap), opsporing en vervolging, recidivebeperking en slachtofferzorg. Daarnaast zet JenV in op een integrale persoonsgerichte aanpak voor personen die als gevolg van ernstig verward gedrag een hoog maatschappelijk veiligheidsrisico vormen (Top 1500).

De Zorg- en Veiligheidshuizen richten zich de laatste jaren steeds meer op de aanpak van personen met een hoog veiligheidsrisico. In de nieuwe Meerjarenagenda 2021-2024 is daarom ook focus aangebracht op bepaalde hoog risicogroepen, zoals mensen met verward gedrag, ex-justitiabelen en radicalisering. JenV faciliteert (samen met VWS en VNG) de uitvoering van de Meerjarenagenda die moet leiden tot een netwerk van duurzame basisvoorzieningen die in staat zijn om bestaande en nieuwe opgaven op te pakken.

Subsidies

Aanpak criminaliteitsfenomenen

Het voorkomen en aanpakken (van risicofactoren) van geweld in den brede en overige fenomenen is de gezamenlijke verantwoordelijkheid van burgers, overheid, bedrijven en andere maatschappelijke instanties. Continue aandacht vanuit deze partijen is noodzakelijk om de geboekte resultaten te verduurzamen en pas te houden met nieuwe ontwikkelingen. Deze subsidies worden verstrekt aan organisaties en stichtingen op het gebied van overvallen, woninginbraken, straatroven, heling, cyber, expressief (online) geweld en gedragsinterventies. Voorbeelden van subsi-dieontvangers zijn Koninklijke Horeca Nederland

(KHN) en Stichting Laureus Nederland in het kader van «Alleen jij bepaalt wie je bent».

Overige subsidies

Deze middelen worden ingezet voor subsidies in het kader van integriteit en filantropie.

Integriteit

Overheid, vrijwilligers, burgers en bedrijven hebben een gezamenlijke verantwoordelijkheid voor een integere en veilige samenleving. Door de inzet van screeningsinstrumenten, gebaseerd op de justitiële documentatie, wordt gewerkt aan een breder integriteitsbeleid.

Filantropie

De overheid en filantropie hebben een langdurige relatie. Zowel overheid als filantropie richten zich op het publieke domein en beogen oplossingen voor complexe maatschappelijke vraagstukken. Overheid en filantropie zijn echter wel verschillend van aard. Behoud van autonomie is een belangrijke voorwaarde. Na het convenant 'Ruimte voor geven' vormen het verkennend onderzoek 'Filantropie op de grens van overheid en markt' van de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (WRR) en de beleidsvisie van het Kabinet van 18 oktober 2019 de basis voor verdergaande structurele samenwerking. Dit gebeurt aan de hand van drie Rijksbrede speerpunten: het stimuleren van geefgedrag, het bevorderen van transparantie en betrouwbaarheid van de sector en het bevorderen van samenwerking tussen overheiden filantropie. JenV subsidieert daartoe verschillende initiatieven, waaronder die van het Centraal Bureau Fondsenwerving, de Maatschappelijke Alliantie, Stichting Number 5 Foundation en de Vrije Universiteit Amsterdam.

Opdrachten

Aanpak criminaliteitsfenomenen

JenV zet in op het vasthouden en verduurzamen van de afgelopen jaren geboekte resultaten met opdrachten die een bijdrage leveren aan aanpak (risicofactoren) van ernstige vormen van (gewelds)criminaliteit in den brede (waaronder overvallen, ram- en plofkraken, steekincidenten, straatroof, cyber en drugsdelicten) en overige fenomenen (zoals ondermijning en vermogensdelicten).

Verder worden onder deze post uitgaven opgenomen ter ondersteuning van experimenten gericht op de versterking van de verbinding tussen de domeinen zorg en veiligheid. Het betreft opdrachten die een bijdrage leveren aan het oplossen van vraagstukken rondom informatie-uitwis-seling, het versterken van de aanpak van multiproblematiek, alsmede de ontwikkeling van wetgeving en praktische instrumenten en trainingen voor de aanpak van complexe veiligheidsvraagstukken in het zorg- en veilig-heidsdomein.

Overige opdrachten

Het kabinet zet in op de modernisering van het kansspelbeleid. Uitgangspunt is dat de Nederlandse burger op een veilige en verantwoorde manier kan deelnemen aan kansspelen. Met de inwerkingtreding van de Wet kansspelen op afstand (koa) op 1 april 2021 en de verwachte opening van de online markt per 1 oktober 2021, zal 2022 voor een belangrijk deel in het teken staan van implementatie en monitoring van de Wet koa.

Onder deze post worden tevens de uitgaven opgenomen voor opdrachten in het kader van de inzet van de verschillende screeningsinstrumenten en de modernisering de kansspelen, zoals de implementatie van wet- en regelgeving en diverse beleidsonderzoeken.

34.3 Tenuitvoerlegging strafrechtelijke sancties

Bijdragen aan agentschappen

Dienst Justitiële Inrichtingen (DJI)

DJI levert een bijdrage aan de veiligheid van de samenleving door de tenuitvoerlegging van vrijheidsstraffen en vrijheidsbenemende maatregelen en door de aan hun zorg toevertrouwde personen de kans te bieden een maatschappelijk aanvaardbaar bestaan op te bouwen.

De Minister voor Rechtsbescherming geeft een bijdrage20 aan DJI voor Gevangeniswezen regulier en Forensische zorg.

 

Tabel 25 Belangrijkste productiegegevens 2021

DJI volwassenen

 

Productie 2022

Aantal Dagprijs in €

Strafrechtelijke sanctiecapaciteit (direct inzetbaar)

10.476

307

FPC-capaciteit

1.582

631

In de agentschapsparagraaf van DJI worden de capacitaire en financiële gevolgen uitgebreider en meerjarig toegelicht. Ook de uitgaven die DJI doet voor de capaciteit Caribisch Nederland (BES) zijn terug te vinden in de agentschapsparagraaf van DJI.

Centraal Justitieel Incasso Bureau (CJIB)

Het CJIB is het inning- en incassogezicht van de overheid. Daarnaast is het CJIB het administratie- en informatiecentrum (AICE) voor de executie-keten waar het gaat om uitvoering van strafrechtelijke beslissingen. Met haar activiteiten levert het CJIB een bijdrage aan het gezag van de overheid. In de agentschapsparagraaf van het CJIB is nadere informatie, zoals de productiegegevens, te vinden.

Bijdragen aan ZBO's en RWT's

Reclasseringsorganisaties

In Europees Nederland zijn drie erkende reclasseringsorganisaties actief: Reclassering Nederland, de Stichting Verslavingsreclassering GGZ (SVG) en het Leger des Heils Jeugd bescherming en Reclassering. In de praktijk werken de drie organisaties nauw met elkaar samen, zij het dat ze elk hun eigen aandachtsgebied hebben:

  • • 
    De SVG richt zich vooral op cliënten met verslavingsproblematiek;
  • • 
    Het Leger des Heils Jeugdbescherming & Reclassering heeft als doelgroep met name de dak- en thuisloze cliënten binnen de reclas sering;
  • • 
    Reclassering Nederland kent geen specifieke doelgroep, maar bedient alle andere cliënten.

De reclasseringsorganisaties kennen vier hoofdproductgroepen: adviezen, toezichten, werkstraffen en elektronische monitoring. Met ingang van 2021 is de bekostigingssystematiek gewijzigd, waarbij meer ruimte voor de professional is gecreëerd. In 2021 wordt een onderzoek uitgevoerd naar de kostprijzen van de reclasseringsactiviteiten. Naar verwachting worden de resultaten van dit onderzoek in 2022 ingevoerd. De geraamde productie voor 2022 van toezicht en werkstraffen van de drie reclasseringsorganisaties is weergegeven in onderstaande tabel.

 

Tabel 26 Productiegegevens reclasseringsorganisaties

Productgroep

Aantal

Gemiddelde Prijs

Instroom toezichten

10.463

€ 8.884

Instroom werkstraffen

33.826

€ 1.154

Bron: Prognosemodel Justitiële Ketens 2022

Overige bijdrage ZBO's/RWT's

JenV geeft prioriteit aan een intensivering van de inzet op de-radicalisering. De middelen zijn bedoeld voor verbetering van de samenwerking in de keten, om interventies gericht op disengagement en de-radicalisering zo goed mogelijk persoonsgericht in te zetten en voor het evalueren en verder ontwikkelen/beproeven van bestaande en nieuwe interventies gericht op disengagement en de-radicalisering in justitieel kader.

Bijdrage aan medeoverheden

Overige bijdragen medeoverheden

In het kader van nazorg ex-gedetineerden verstrekt JenV een bijdrage aan gemeenten. Zij benutten deze bijdrage om lokaal nazorgtrajecten voor ex-gedetineerden te financieren.

Subsidies

Intra- en extramurale sanctieuitvoering

JenV verstrekt subsidies aan een aantal vrijwilligersorganisaties die verschillende activiteiten verrichten om de kans op een duurzame resocialisatie en het terugdringen van recidive te vergroten. Daarnaast worden deze middelen ingezet voor diverse (incidentele) subsidies op het terrein van sanctiebeleid en forensische zorg.

Stichting Reclassering Caribisch Nederland (SRCN)

Deze middelen worden ingezet voor de erkende reclasseringsorganisatie Stichting Reclassering Caribisch Nederland (SRCN). De SRCN richt zich op de reclasseringstaak in Caribisch Nederland. Met ingang van 2020 heeft JenV een directe subsidierelatie met SRCN.

Opdrachten

Dit betreft o.a. opdrachten op het terrein van forensische zorg, de executie-keten en terugdringen recidive.

Executieketen

Op 1 januari 2020 is de wet USB in werking getreden, waarmee de verantwoordelijkheid voor de tenuitvoerlegging van straffen is overgegaan van het Openbaar Ministerie naar de Minister voor Rechtsbescherming. Dat vraagt om een nieuwe manier van samenwerken in de executieketen die de komende jaren wordt bestendigd. Het duurzaam realiseren van de wet USB krijgt de komende jaren onverminderd de aandacht, evenals het realiseren van verbeteringen in het functioneren van de executieketen. In 2022 ligt het zwaartepunt bij het invoeren van verdere digitalisering, verduurzaming van de nieuwe werkwijze voortvloeiend uit de wet USB en de migratie naar de beoogde ketendoelarchitectuur.

Terugdringen recidive

In het innovatieprogramma Koers en kansen voor de sanctie-uitvoering werken justitie, zorg en sociaal domein op een nieuwe manier samen aan recidivevermindering en een effectieve sanctie-uitvoering. In het Projectenlab worden sinds 2018 in de praktijk, al werkende weg, manieren uitgetest om de re-integratie van (ex-)justitiabelen in de regionale en lokale praktijk effectiever vorm te geven. OM, Rechtspraak, reclassering, gemeenten, zorgpartners en DJI werken in deze, inmiddels 39 projecten samen. Vanaf

2021    wordt met gericht wetenschappelijk onderzoek en tussentijdse evaluaties bekeken op welke manier de bevindingen uit de projecten in de praktijk verder kunnen worden ontwikkeld en kunnen worden verbreed. In

2022    wordt deze lijn doorgezet en staat het bestendigen van succesvolle aanpakken vanuit een leergerichte, experimentele en innovatieve werkwijze centraal.

34.4 Slachtofferzorg

Bijdragen aan ZBO's en RWT's

Commissie Schadefonds Geweldsmisdrijven

De commissie Schadefonds Geweldsmisdrijven krijgt jaarlijks een bijdrage vanuit JenV voor de bureaukosten. Het Schadefonds Geweldsmisdrijven geeft een financiële tegemoetkoming aan slachtoffers met ernstig psychisch of fysiek letsel wanneer zij hun schade niet op andere wijze vergoed krijgen.

Slachtofferhulp Nederland (SHN)

Slachtofferhulp Nederland biedt gratis juridische, praktische en emotionele ondersteuning aan slachtoffers, getuigen of nabestaanden na een misdrijf, verkeersongeluk of calamiteit en krijgt hiervoor een bijdrage van JenV.

Subsidies

Perspectief Herstelbemiddeling

De Stichting Perspectief Herstelbemiddeling brengt slachtoffers en daders op vrijwillige basis met elkaar in contact, begeleid door een professionele bemiddelaar. Perspectief Herstelbemiddeling is een zusterorganisatie van Slachtofferhulp Nederland.

Opdrachten

Slachtofferbeleid

Komend jaar zal vooral in het teken staan van de goede uitvoering van maatregelen die met de Meerjarenagenda 2018-2021 zijn geïntroduceerd in de praktijk. Met name zal aandacht uitgaan naar de implementatie van de Wet Uitbreiding Slachtofferrechten die begin 2021 door de Eerste Kamer is aangenomen. Afhankelijk van besluitvorming door een volgend kabinet zal ook de herziening van het schadestelsel zoals neergelegd in het advies van het adviescollege Donner aandacht vragen.

Schadefonds Geweldsmisdrijven

Onder deze post worden de financiële uitkeringen voor slachtoffers met ernstig psychisch of fysiek letsel geraamd, indien deze schade niet op andere wijze wordt vergoed. Deze uitkering wordt verstrekt via het Schadefonds Geweldsmisdrijven. Het Schadefonds zal ook nog in 2022 een taak hebben aan het afwikkelen van de financiële tegemoetkomingen die voortvloeien uit het rapport van de Commissie De Winter over geweld in de Jeugdzorg.

Voorschotregelingen schadevergoedingsmaatregelen Slachtoffers en nabestaanden kunnen in aanmerking komen voor een voorschot, als de veroordeelde 8 maanden na het onherroepelijk worden van het vonnis nog niet alle opgelegde schadevergoeding heeft betaald.

De voorschotten worden als vordering verhaald op de veroordeelde. Als blijkt dat de vordering op de veroordeelde oninbaar is, komt het restant voor rekening van JenV.

34.5 Veiligheid Jeugd

Bijdragen aan agentschappen

DJI-Jeugd

DJI zorgt voor de tenuitvoerlegging van straffen en vrijheidsbenemende maatregelen, die na een beslissing van een rechter zijn opgelegd. Voor jeugdigen vindt deze tenuitvoerlegging plaats in een justitiële jeugdinrichting (JJI). In de agentschapsparagraaf van DJI worden de capacitaire en financiële gevolgen uitgebreider en meerjarig toegelicht.

Tabel 27 Belangrijkste productiegegevens 2022 DJI jeugd

Productie 2022    Aantal Dagprijs in €

Capaciteit justitiële jeugdinrichtingen (direct inzetbaar)    583    772

Bijdragen aan ZBO's en RWT's

Landelijk Bureau Inning Onderhoudsbijdrage (LBIO)

Het LBIO verricht in opdracht van JenV wettelijke taken op het gebied van onderhoudsbijdragen (inning kinder- en partneralimentatie en inning internationale alimentatie). JenV financiert het LBIO op basis van vastgestelde normaantallen en prijzen per product. De normaantallen worden tegen een vaste prijs vergoed en de meer- of minderproductie wordt tegen het variabele kostendeel afgerekend.

 

Tabel 28 Prognose

productiegegevens LBIO

           
 

2020

2021

2022

2023

2024

2025

2026

Aantallen producten

Alimentatie

29.350

29.350

29.350

29.350

29.350

29.350

29.350

Internationale alimentatie

3.970

3.970

3.970

3.970

3.970

3.970

3.970

Kosten per geïnde euro (€)

Alimentatie

0,07

0.09

0.08

0,08

0,08

0.09

0,09

Internationale alimentatie

0,17

0,18

0,18

0,17

0,17

0,17

0,17

Bron: LBIO Meerjarenbeleidsplan 2022-2026

Halt

Halt voorziet in opdracht van JenV in de landelijke coördinatie en uitvoering van afdoening. Halt-afdoening is een kortstondige buitenstrafrechtelijke maatwerkinterventie met als doel om het grensoverschrijdend gedrag van jongeren zo vroeg mogelijk stoppen en genoegdoening bieden aan slachtoffers en maatschappij. Hierbij sluit Halt aan bij de leefwereld van de jongeren.

Bijdrage aan medeoverheden

Jeugdbescherming en jeugdsancties

Het programma «Geweld hoort nergens thuis» om huiselijk geweld en kindermishandeling terug te dringen (VWS, JenV, VNG) loopt tot en met 2021. Daarnaast staat de aanpakvan huiselijk geweld tot en met 2022 gepri-oriteerd op de Veiligheidsagenda. In 2022 worden de programma resultaten en monitoring van de aanpak geborgd, waarbij zoveel mogelijk aansluiting gezocht wordt bij de beoogde herziening van de jeugd- en gezinsbe-scherming. Met de ontwikkelagenda Veiligheid Voorop!werken politie, OM, Veilig Thuis, Raad voor de Kinderbescherming, Reclassering en JenV samen aan een samenhangende aanpak voor slachtoffers en daders.

Een veilige rechtsstaat biedt bescherming aan kwetsbare personen. Zij zijn namelijk ook oververtegenwoordigd in de strafrechtketen en hebben vaak problemen op meerdere gebieden die elkaar versterken: zoals een licht verstandelijke beperking (LVB), schulden, psychiatrie of verslaving. Door op deze op elkaar inwerkende risicofactoren (multiproblematiek) in te zetten, helpen we het risico op criminaliteit en recidive te verminderen. Samen met ketenpartners, gemeenten en departementen, beproeven, onderzoeken en ontwikkelen we interventies en aanpakken die hieraan kunnen bijdragen. Zo zet JenV de middelen in voor het interdepartementale programma Maatwerk Multiprobleemhuishoudens (PMM), (lokale) experimenten rond multiproblematiek, promotieonderzoek naar sturings- en coördinatiemogelijkheden bij multiproblematiek, de ontwikkeling van een innovatief systeem-dynamisch analysemodel (Marvel) om complexiteit te duiden en het'LVB-proof' maken van de strafrechtketen. De komende tijd (2021 en verder) werken we aan het verduurzamen hiervan zodat ook op langere termijn wordt bijgedragen aan het voorkomen en de-escaleren van deze problemen.

BES voogdijraad

De BES voogdijraad heeft civielrechtelijke en strafrechtelijke taken (onderzoeks- en adviestaken en rekestrerende taken en coördinatie bij strafzaken) die zij uitvoert in Caribisch Nederland, namelijk op Bonaire, Sint Eustatius en Saba. Daarnaast vervult de BES voogdijraad ook de rol van de Centrale Autoriteit in Caribisch Nederland.

Subsidies

Jeugdbescherming en jeugdsancties

Deze middelen zet JenV in voor subsidiëring van het Centrum Internationale Kinderontvoering (IKO) en Fiom. In opdracht van JenV verricht het IKO advies en mediation wanneer sprake is van internationale kinderontvoering. Fiom verricht in opdracht van JenV administratieve taken en voorlichting op het gebied van adoptie.

Verder is het voorkomen en aanpakken van geweld in afhankelijkheidsrelaties de gezamenlijke verantwoordelijkheid van burgers, overheid, bedrijven en andere maatschappelijke instanties. JenV subsidieert meerdere projecten op dit terrein. Daarnaast wordt ondersteund bij experimenten in het kader van het terugdringen van multiproblematiek, verbeteren informatiedeling tussen diverse domeinen (straf-zorg-sociaal domein) en de ontwikkeling van nieuwe interventies.

Daarnaast zal er naar aanleiding van de aanbevelingen van de Commissie Interlandelijke Adoptie (commissie Joustra) een onafhankelijk landelijk expertisecentrum gefinancierd worden met als doel het steviger en professioneler ondersteunen van geadopteerden in de zoektocht naar hun afkomst.

Opdrachten

Jeugdbescherming en jeugdsancties

De middelen worden ingezet voor diverse projecten en onderzoeken op het terrein van jeugdbeleid, waaronder het programma Scheiden zonder Schade, het programma Zorg voor de Jeugd en herstelrecht (mediation) in jeugdstrafzaken.

Daarnaast worden middelen ingezet om de jeugdbeschermingsketen (als geheel) te verbeteren.

Verder worden onder deze post uitgaven opgenomen ter ondersteuning van experimenten gericht op de versterking van de verbinding tussen de domeinen zorg en veiligheid. Het betreft opdrachten die een bijdrage leveren aan het oplossen van vraagstukken rondom informatie-uitwis-seling, het versterken van de aanpak van multiproblematiek, alsmede de ontwikkeling van wetgeving en praktische instrumenten en trainingen voor de aanpak van complexe veiligheidsvraagstukken in het zorg- en veilig-heidsdomein.

Tot slot worden deze middelen ingezet voor diverse projecten en opdrachten op het terrein van toezicht en behandeling (forensische zorg) specifiek voor jeugd.

Taakstraffen/erkende gedragsinterventies

In het kader van het coördineren van taakstraffen zet de Raad voor de Kinderbescherming opdrachten voor erkende gedragsinterventies in de markt uit voor passende interventies bij de betrokken jeugdigen.

Ontvangsten

De ontvangsten bestaan met name uit de door het CJIB ontvangen administratiekostenvergoedingen.

3.5 Artikel 36. Contraterrorisme en nationaal veiligheidsbeleid

  • A. 
    Algemene doelstelling

Bijdragen aan een veilig en stabiel Nederland door het voorkomen en beperken van maatschappelijke ontwrichting door dreigingen te onderkennen, de weerbaarheid van burgers, bedrijfsleven en overheidsorganen te verhogen en de bescherming van vitale belangen te versterken.

  • B. 
    Rol en verantwoordelijkheid

De Minister heeft een regisserende rol op het gebied van nationale veiligheid en crisisbeheersing, terrorismebestrijding en cybersecurity.21De Minister coördineert de totstandkoming van de rijksbrede analyse op het gebied van nationale veiligheid en de strategische aanpak die daarop volgt. Bij Koninklijk Besluit is vastgelegd dat de Minister doorzettingsmacht heeft wanneer het gaat om het voorkomen van terroristische misdrijven.22

De Minister is stelselverantwoordelijk voor de brandweerzorg, rampenbestrijding en crisisbeheersing. De Minister verstrekt aan de veiligheidsregio's een bijdrage, de Brede Doeluitkering Rampenbestrijding, voor hun taken op dat gebied. Ook verstrekt de Minister een bijdrage aan het Instituut Fysieke Veiligheid om de veiligheidsregio's bij hun taakuitvoering te ondersteunen.

De Minister heeft op basis van onder andere de Politiewet de verantwoordelijkheid voor de veiligheid van de leden van het Koninklijk Huis en is daarmee verantwoordelijk voor een adequate en proportionele uitvoering van de beveiliging rondom de leden van het Koninklijk Huis en hun woon-en werkverblijven. De Minister van Justitie en Veiligheid en de Minister van Defensie zorgen voor de uitvoering daarvan in personele zin. Deze ministers hebben middelen voor deze beveiligingstaken op hun begroting staan, ongeacht of deze uitgaven voor beveiliging betrekking hebben op leden van het kabinet, van de Kamers der Staten-Generaal of het Koninklijk Huis. De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijkrelaties zorgt voor een adequate uitvoering van fysieke beveiliging van woon- en werkverblijven. Vanwege veiligheidsrisico's worden deze uitgaven niet nader toegerekend, omdat daar informatie over de beveiliging aan zou kunnen worden ontleend naar de te beveiligen objecten en personen.

De maatschappelijke effecten van het beleid ter bescherming van de nationale veiligheid (onder andere crisis- en cybersecuritybeleid en terrorismebestrijding) laten zich door het grote aantal activiteiten en instrumenten, de afhankelijkheid van derden bij de realisatie van de doelstellingen en met name de onvoorspelbaarheid van gebeurtenissen die de nationale veiligheid bedreigen, niet (altijd) in prestatie-indicatoren of kengetallen uitdrukken. Kwalitatieve indicatoren zijn te vinden in de voortgangsrapportages met betrekking tot contraterrorisme en -extremisme, cybersecurity en nationale veiligheid die jaarlijks aan de Tweede Kamer worden aangeboden.23

  • C. 
    Beleidswijzigingen

In het kader van de stelselverantwoordelijkheid van de Minister voor de crisisbeheersing en brandweerzorg heeft het kabinet in februari 2021 de reactie op het rapport van de Evaluatiecommissie veiligheidsregio's aan de Tweede kamer gezonden. Hierin wordt de totstandkoming aangekondigd van een integraal wettelijk kader dat betrekking heeft op de crisisbeheersing en de brandweerzorg.

Doel van het wettelijk kader is een samenhangend stelsel waarbinnen overheden slagvaardig onderling en met (private) crisispartners, maatschappelijke organisaties en burgers samenwerken om een grote verscheidenheid aan typen van incidenten en crises te kunnen beheersen. Het stelsel moet ook zijn toegerust op grensoverschrijdende, moderne risico's en crises, de dreigingen van morgen en 'ongekende' crises.

De crisisaanpak COVID-19 wordt geëvalueerd door de Onderzoeksraad voor Veiligheid. Lessen en aanbevelingen die daaruit voortkomen zullen worden betrokken bij de verdere versterking van de crisisbeheersing en brandweerzorg. Dit geldt ook ten aanzien van lessen en aanbevelingen uit andere lopende onderzoeken.

De verdere uitwerking van de hoofdlijnen van het kabinetsstandpunt, waaronder de vormgeving van het stelsel is onderdeel van een nieuwe, brede strategische Gezamenlijke Agenda 2022-2025 als opvolger van de Agenda risico- en crisisbeheersing 2018-2021. Met behoud van vrijwilligheid als belangrijke pijler wordt verder gewerkt aan een toekomstbestendige brandweer als onderdeel van het samenstel van veiligheidsregio's.

  • D. 
    Budgettaire gevolgen van beleid

Tabel 29 Tabel Budgettaire gevolgen van beleid artikel 36 (bedragen x € 1.000)

 
 

2020

2021

2022

2023

2024

2025

2026

Verplichtingen

349.738

617.392

291.752

294.568

294.155

294.155

294.305

 

Programma-uitgaven

337.348

613.357

291.752

294.568

294.155

294.155

294.305

Waarvan juridisch verplicht

   

93%

       

36.2 Nationale Veiligheid en

             

terrorismebestrijding

             

Bijdrage Agentschappen

Overige bijdragen agentschappen

149

5.338

338

338

338

338

338

Bijdrage ZBO’s/RWT’s

Instituut Fysieke Veiligheid

102.764

64.101

32.266

32.269

32.269

32.269

32.269

Bijdrage medeoverheden

Brede Doeluitkering Rampenbestrijding

172.469

176.495

176.453

176.476

176.476

176.476

176.476

COVID-19

0

60.000

0

0

0

0

0

Overige Bijdrage medeoverheden

10.816

28.649

40.865

44.649

44.650

44.650

44.800

Subsidies

Nederlands Rode Kruis

1.200

1.318

1.361

1.361

1.361

1.361

1.361

Nationaal Veiligheids Instituut

1.561

1.809

1.307

1.309

1.309

1.309

1.309

Overige Subsidies

4.640

2.608

2.610

2.610

2.610

2.610

2.610

Opdrachten

Project NL-Alert

3.630

4.687

5.017

5.018

5.018

5.018

5.018

NCSC

10.504

8.291

8.922

8.922

8.922

8.922

8.922

COVID-19

4.920

40.679

1.000

0

0

0

0

Regeling tegemoetkoming schade 2021

0

195.000

0

0

0

0

0

Overige Opdrachten

8.650

8.788

8.131

8.134

7.720

7.720

7.720

 

36.3 Onderzoeksraad voor Veiligheid

Bijdrage ZBO's/RWT's

Onderzoeksraad voor Veiligheid

16.045

15.594

13.482

13.482

13.482

13.482

13.482

 

Ontvangsten

640

31.472

2.000

2.000

2.000

2.000

2.000

Budgetflexibiliteit

Het juridisch verplichte deel heeft voornamelijk betrekking op de verplichtingen die voortvloeien uit de Wet Veiligheidsregio's (BDuR) en het Besluit Rijksbijdrage IFV alsmede op een doorlopende subsidieregeling.

  • E. 
    Toelichting op de financiële instrumenten

36.2 Nationale veiligheid en terrorismebestrijding

Bijdragen aan Agentschappen

Overige Bijdragen

De Rijksdienst voor ondernemend Nederland (RVO) is verantwoordelijk voor de uitvoering van de Wet tegemoetkoming schade bij rampen (Wts). Het op dit instrument begrote bedrag betreffen met name de uitvoeringskosten van de Regeling tegemoetkoming schade 2021.

Bijdragen aan ZBO's en RWT's

Instituut Fysieke Veiligheid (IFV)

Het IFV verricht taken op het terrein van brandweer, Geneeskundige Hulpverleningsorganisatie in de Regio (GHOR), rampenbestrijding en crisisbeheersing. Die taken betreffen onder meer het brandweeronderwijs (opleiden, trainen en oefenen), het ontwikkelen van lesstof, de uitvoering en organisatie van examens alsmede de verwerving en het beheer van (rampenbestrijdings-)materieel. Andere taken zijn het verzamelen en beheren van relevante kennis en het doen van onderzoek. Het IFV ontvangt voor deze wettelijke taken op grond van artikel 2 van het Besluit rijksbijdragen IFV een lumpsumbijdrage.24

Los van de bijdragen van JenV voor wettelijke taken en de incidentele bijdragen verricht het IFV in opdracht van de veiligheidsregio's gemeenschappelijke werkzaamheden en, op commerciële basis, werkzaamheden voor derden, zoals bedrijven, ministeries en gemeenten (ook wel aangeduid als wettelijk toegestane werkzaamheden).

Bijdragen aan medeoverheden

Brede Doeluitkering Rampenbestrijding (BDuR)

De BDuR is een lumpsumbijdrage die wordt verstrekt aan de 25 veiligheidsregio's voor de uitvoering van wettelijke taken. Dit betreft onder andere de volgende hoofdtaken (zie ook artikel 10 van de Wet Veiligheidsregio's):

  • • 
    de bestrijding van branden en het organiseren van rampenbestrijding en crisisbeheersing;
  • • 
    het instellen en in stand houden van de brandweer en de geneeskundige hulp bij ongevallen en rampen.

Naast deze rijksbijdrage, die ongeveer 15 procent van de inkomsten van de veiligheidsregio's behelst, ontvangen de veiligheidsregio's een bijdrage van de gemeenten. De verdeling van de BDuR over de veiligheidsregio's in een vast en een variabel deel vindt plaats conform het verdeelsysteem dat te vinden is in bijlage 2 van het Besluit veiligheidsregio's. In overeenstemming met artikel 8.1 van het Besluit veiligheidsregio's worden de bijdragen bekend gemaakt in een brief die wordt verstuurd aan de veiligheidsregio's.

COVID-19

Om toezicht- en handhavingsorganisaties te ondersteunen wordt € 60 mln. beschikbaar gesteld aan de gemeenten voor tijdelijke coronabanen. hiermee kunnen ongeveer 3.800 voltijds fte extra tijdelijke coronabanen in het toezicht en de handhaving gecreëerd worden. te denken valt aan onder andere straatcoaches in de openbare ruimte. Daarnaast kan gedacht worden aan de inzet van tijdelijk extra mensen voor bestuursrechtelijk handhaven van relatief eenvoudige taken zoals het verwijderen van fietsen of huisvuil-zakkencontrole; taken waarbij geen contact nodig is met overtreders. De toezichthouders nemen daarmee een deel van de taken van boa's en politiemensen uit handen, waardoor die laatsten zich kunnen richten op hun taken rondom de bestuursrechtelijke handhaving en in het bijzonder handhaving van de coronamaatregelen.

Overig Nationale Veiligheid en terrorismebestrijding De bijdragen met betrekking tot de gemeentelijke aanpak contraterrorisme in het kader van de versterking van de veiligheidsketen worden jaarlijks op dit instrument verantwoord. Ook de middelen met betrekking tot de verdere inrichting van de eenheid Passagiersinformatie Nederland (Pi-NL) worden op dit instrument verantwoord.

Subsidies

Nederlands Rode Kruis

Jaarlijks ontvangt het Nederlandse Rode Kruis een subsidie van JenV ten behoeve van de ondersteuning van de grootschalige geneeskundige hulpverlening en de tracing, het opsporen van familieleden met wie het contact is verloren als gevolg van een situatie waarin humanitaire actie vereist is. Deze subsidie wordt toegekend op grond van artikel 8 van het Besluit Rode Kruis.

Nationaal Veiligheidsinstituut

Het Nationaal Veiligheidsinstituut (NVI) concentreert zich op het beheer van het cultureel erfgoed betreffende politie, brandweer en crisisbeheersing. Over het exposeren van dat erfgoed vindt overleg plaats met betrokken partijen in genoemde sectoren. Deze begrotingsvermelding vormt de wettelijke grondslag voor de hier bedoelde subsidieverlening als bedoeld in artikel 4:23, derde lid, onder c, van de Algemene Wet Bestuursrecht.

Overige Nationale Veiligheid en terrorismebestrijding Onder dit instrument vallen de subsidies die worden verstrekt met het doel de aantasting van de nationale veiligheid te voorkomen en crisisbeheersing te verbeteren. Onder meer worden in dit kader projecten gefinancierd die het presterend vermogen van veiligheidspartners verhogen door slimmer, sneller en/of efficiënter te gaan werken. Het gaat om incidentele subsidies die worden verstrekt op grond van de Wet Justitiesubsidies.

Opdrachten

Project NL-Alert

NL-Alert is het landelijk alarmeringssysteem voor het alarmeren en informeren van de bevolking bij rampen, crises en andere ernstige incidenten. De veiligheidsregio's alarmeren en informeren met dit systeem mensen over een acute crisis per mobiele telefoon (cell broadcast), apps, digitale vertrekborden en reclamezuilen, en andere kanalen. Hierbij kunnen aan burgers handelingsperspectieven worden meegegeven. Het Ministerie van Justitie en Veiligheid is verantwoordelijk voor het beheer en de dooront-wikkeling van NL-Alert.

Onder de post 'Project NL-Alert' valt tevens de bekostiging van het beheer en de doorontwikkeling van de Noodcommunicatievoorziening (NCV) waarvoor het Ministerie van Justitie en Veiligheid eveneens verantwoordelijk is. Het NCV is een telecommunicatienetwerk dat specifiek bedoeld is voor gebruik door overheid en hulpdiensten tijdens een ramp of crisis als het reguliere openbare telefoonnet overbelast raakt of uitvalt.

Nationaal Cyber Security Centrum (NCSC)

Het NCSC heeft krachtens de Wet beveiliging netwerk- en informatiesystemen (Wbni) diverse taken ter voorkoming of beperking van de uitval van de beschikbaarheid of het verlies van integriteit van de systemen van rijksoverheidsorganisaties en vitale aanbieders en ter verdere versterking van de digitale weerbaarheid van de Nederlandse samenleving. Is er sprake van een dreiging of een incident in netwerk- en informatiesystemen van vitale aanbieders of onderdelen van de rijksoverheid, dan is het NCSC het aangewezen Computer Security Incident Response Team (CSIRT), dat bijstand biedt tegen deze dreigingen of incidenten. Het NCSC heeft tevens tot taak vitale aanbieders en de rijksoverheid te informeren en te adviseren, en ten behoeve daarvan analyses te verrichten en technisch onderzoek te doen. Daarnaast informeert het NCSC bepaalde andere organisaties (bij ministeriële regeling aangewezen computercrisisteams, etc.) over voor hen relevante dreigingen en incidenten, voor zover deze informatie is verkregen in het kader van de taakuitoefening ten behoeve van Rijk en vitaal. Het NCSC is eveneens het nationaal centraal contactpunt met een operationeel coördinerende rol binnen de nationale crisisstructuur in geval van een ernstig ICT-incident of een ICT-crisis.

COVID-19

Op dit instrument worden alle uitgaven verantwoord van de interdepartementaal benodigde acties om regie en samenhang te bereiken met betrekking tot beleid en uitvoering. Het programmageld wat beschikbaar is gesteld is hoofdzakelijk bedoeld voor communicatiecampagnes en onderzoek naar gedrag en gedragsbeïnvloeding voor de middellange en lange termijn.

Regeling tegemoetkoming schade 2021

Het kabinet wil de door de overstromingen getroffen inwoners en organisaties in Limburg bijstaan door de Wet tegemoetkoming schade bij rampen (Wts) in te zetten. Om gedupeerden deels tegemoet te komen bij schade die niet redelijkerwijs verzekerbaar, niet verhaalbaar en niet vermijdbaar is, is onder de Wts de Regeling tegemoetkoming schade 2021 opgesteld. De begrote kosten voor het begrotingsjaar 2021 worden geraamd op € 195 mln.

Overige Nationale Veiligheid en terrorismebestrijding Onder dit instrument vallen de opdrachten die worden verstrekt met het doel de aantasting van de nationale veiligheid te voorkomen en crisisbeheersing te verbeteren. Onder meer worden in dit kader projecten gefinancierd die het presterend vermogen van veiligheidspartners verhogen door slimmer, sneller en/of efficiënter te gaan werken.

36.3 Onderzoeksraad voor Veiligheid

Bijdragen aan ZBO's en RWT's

Onderzoeksraad voor Veiligheid (OVV)

De OVV verricht op grond van de Rijkswet Onderzoeksraad voor veiligheid onafhankelijk onderzoek en stelt op basis daarvan aanbevelingen op voor het structureel vergroten van de veiligheid. De OVV besluit op eigen gezag en in volledige onafhankelijkheid tot het doen van onderzoek naar de oorzaak van (ernstige) ongevallen en rampen of een dreiging daarvan. Uitzonderingen hierop zijn de bij wet of internationaal voorgeschreven onderzoeken die door de OVV worden verricht (waaronder op het terrein van lucht- en scheepvaart). De bijdrage voor 2022 bedraagt € 13,5 mln.

3.6 Artikel 37. Migratie

  • A. 
    Algemene doelstelling

Een op maatschappelijk verantwoorde wijze en in overeenstemming met internationale verplichtingen gereglementeerde en beheerste toelating tot, verblijf in en vertrek uit Nederland van vreemdelingen, alsmede verkrijging van het Nederlanderschap of de intrekking daarvan.

  • B. 
    Rol en verantwoordelijkheid

De Minister ontwikkelt en geeft uitvoering aan het vreemdelingenbeleid en het beleid op grond van de Rijkswet op het Nederlanderschap. Hij heeft daarbij:

  • • 
    een uitvoerende rol ten aanzien van de opvang van asielzoekers, de afwikkeling van toelatingsprocedures in Nederland en de terugkeer van vreemdelingen uit Nederland;
  • • 
    verantwoordelijkheid voor de uitvoering van de Vreemdelingenwet en de Rijkswet op het Nederlanderschap door het geheel aan overheidsorganisaties dat zich (primair) met het vreemdelingen- en nationaliteits-beleid bezighoudt;
  • • 
    verantwoordelijkheid voor de uitvoeringsorganisaties Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND), Dienst Terugkeer en Vertrek (DT&V), het zelfstandig bestuursorgaan Centraal Orgaan opvang Asielzoekers (COA) en voor de centra van de Dienst Justitiële Inrichtingen (DJI) waar de vreemdelingenbewaring en de grensdetentie ten uitvoer wordt gelegd;
  • • 
    een gezagsrelatie met de Koninklijke Marechaussee en de politie voor wat betreft het vreemdelingentoezicht.
  • C. 
    Beleidswijzigingen

De doorlichting van de keten en de IND leverde een aantal aanbevelingen op om zowel de migratieketen als JenV als eigenaar en opdrachtgever te versterken. In 2022 realiseert JenV de verbeteringen voor de korte termijn. Dit houdt in dat we ketendoelen vaststellen, de governance van de keten versterken, een plannings- en verantwoordingscyclus inrichten en de bekostiging van ketenpartners beschouwen in relatie tot de benodigde flexibiliteit van de organisaties.

De Nederlandse buitengrenzen zijn onderdeel van de gezamenlijke buitengrenzen van het Schengengebied. Nederland wil het grenstoezicht verbeteren zodat grensautoriteiten tijdig kunnen optreden, bijvoorbeeld bij onverwachte situaties (zoals tijdens de coronapandemie) of bij verhoogde instroom van irreguliere immigratie. Nederland vergroot zijn bijdrage in personeel aan Frontex voor geïntegreerd grensbeheer en terugkeer.

Óók in 2022 wordt er vastgehouden aan meer terugkeer naar herkomst- en transitlanden van vreemdelingen die niet mogen blijven. Om irreguliere instroom te verminderen en terugkeer te bevorderen, blijft Nederland samenwerken met prioritaire landen van herkomst en transitlanden. De inzet daarbij is een betere opvang en bescherming van vluchtelingen in de regio, meer vrijwillige terugkeer, aanpak van irreguliere migratie en mensensmokkel, en meer capaciteit voor migratiemanagement.

Arbeidsmigratie is een deeloplossing om vergrijzing in Nederland te remmen en in te spelen op tekorten die ontstaan op onze arbeidsmarkt. Het beleid om kennismigranten te verwelkomen die met hun specialistische kennis en vaardigheden een belangrijke bijdrage kunnen leveren aan de economische ontwikkeling en concurrentiekracht van Nederland wordt voortgezet. Naar verwachting worden tevens de eerste stappen gezet richting implementatie van de nieuwe richtlijn voor een Europese Blauwe Kaart. Een Europese blauwe kaart is een werk- en verblijfsvergunning voor hoogopgeleide werknemers (expats) met een nationaliteit van een land buiten de EU, EER of Zwitserland.

  • D. 
    Budgettaire gevolgen van beleid

Tabel 30 Tabel Budgettaire gevolgen van beleid artikel 37 (bedragen x € 1.000)

 
 

2020

2021

2022

2023

2024

2025

2026

Verplichtingen

1.459.838

1.338.852

1.202.839

1.069.720

1.055.805

1.052.753

1.065.294

 

Programma-uitgaven

1.455.848

1.338.852

1.202.839

1.069.720

1.055.805

1.052.753

1.065.294

Waarvan juridisch verplicht

   

99%

       

37.2 Toegang, toelating en opvang

             

vreemdelingen

             

Bijdrage Agentschappen

Immigratie- en Naturalisatiedienst

507.188

482.054

470.769

389.803

389.210

388.779

388.928

DJI - Vreemdelingenbewaring

73.459

73.064

72.395

71.919

72.082

72.849

72.874

Bijdrage ZBO's/RWT's

COA

758.808

666.091

537.961

483.263

467.736

461.762

461.762

NIDOS - opvang

71.361

65.803

65.463

65.997

66.997

68.097

68.097

Subsidies

Vluchtelingenwerk Nederland

9.383

10.356

10.371

10.371

10.371

10.371

10.371

Overige Subsidies

3.825

1.452

1.726

1.726

1.726

1.726

1.726

Opdrachten

Programma Keteninformatisering

4.875

5.525

8.834

8.439

8.339

7.590

8.390

Versterking vreemdelingenketen

8.867

12.209

8.379

9.989

13.194

15.131

26.031

 

37.3 Terugkeer

Bijdrage Agentschappen

DJI - Dienst Vervoer en Ondersteuning

6.851

7.396

9.896

10.187

9.598

9.683

8.406

Subsidies

REAN-regeling

5.547

5.657

5.657

5.657

5.657

5.657

6.009

Overige Subsidies

1.820

3.058

3.059

3.059

3.059

3.059

3.194

Opdrachten

Vreemdelingen vertrek

3.864

6.187

8.329

9.310

7.836

8.049

9.506

 

Ontvangsten

67.295

120.991

3.000

5.000

5.000

5.000

6.000

Budgetflexibiliteit

Ten aanzien van de budgetflexibiliteit voor 2022 is 99% van de begrote bedragen juridisch verplicht. De bijdragen aan de IND, het COA, Nidos en Vluchtelingenwerk Nederland zijn juridisch verplicht evenals een groot gedeelte van de opdrachten die voortvloeien uit het programma van de keteninformatisering en de uitgaven voor de vervoersbewegingen van de vreemdelingen. Dit laatste als gevolg van een meerjarig convenant met het agentschap DJI.

  • E. 
    Toelichting op de financiële instrumenten

37.2 Toegang, toelating en opvang vreemdelingen Kengetallen vreemdelingenketen

Onderstaande tabel geeft een overzicht van de belangrijkste kengetallen voor de vreemdelingenketen. De hoogte van de instroom (asiel, regulier en naturalisatie) is een belangrijke bepalende factor voor de werkhoeveelheid en daarmee voor de bijdragen aan de organisaties in de vreemdelingenketen.

 

Tabel 31 Kengetallen vreemdelingenketen

Vreemdelingenketen (aantallen)

Realisatie

Prognose

         
 

2020

2021

2022

2023

2024

2025

2026

Asiel

Asielinstroom

19.130

28.980

30.000

31.800

31.750

31.750

31.750

Overige instroom

3.690

3.000

3.000

3.000

3.000

3.000

3.000

Opvang COA

Instroom in de opvang

24.030

34.380

35.370

37.120

36.650

36.650

36.650

Uitstroom uit de opvang

23.260

40.060

39.700

37.220

37.230

36.750

36.750

Gemiddelde bezetting in de opvang

27.370

23.960

19.510

17.720

17.260

17020

17.020

Toegang en toelating IND)

Instroom Machtiging tot voorlopig verblijf nareis

9.300

9.200

9.200

9.200

9.200

9.200

9.200

Instroom Verblijfsvergunning regulier

68.630

56.450

53.000

53.000

53.000

53.000

53.000

Instroom Toelating en Verblijf

42.780

65.000

65.000

65.000

65.000

65.000

65.000

Instroom Visa

330

2.700

2.740

2.740

2.740

2.740

2.740

Instroom Naturalisatie verzoeken

43.660

56.000

54.000

40.000

40.000

40.000

40.000

Streefwaarden Terugkeer (%)

Zelfstandig

27%

20%

20%

20%

20%

20%

20%

Gedwongen

21%

30%

30%

30%

30%

30%

30%

Zelfstandig zonder toezicht

52%

50%

50%

50%

50%

50%

50%

Bronnen: INDIS/INDIGO, Maandrapportage COA, KMI en Meerjaren Productie Prognoses (MPP) Vreemdelingenketen

Begrotingsreserve Asiel en ODA-toerekening

De begrotingsreserve Asiel is in 2010 gecreëerd toen het asieldossier in plaats van generaal specifiek werd en is aan de Tweede Kamer gemeld via de begroting 201125. De asielreserve is bedoeld om fluctuaties in de lastig voorspelbare uitgaven voor (de instroom van) asielzoekers op te vangen.

 

Tabel 32 Overzicht geraamd verloop begrotingsreserve Asiel (x € 1

mln.)

   

Verwachte toevoe-

Stand per 1/1/2021

gingen jaar 2021

Verwachte onttrekkingen 2021

Verwachte stand Verwachte toevoe-per 1/1/2022    gingen 2022

Verwachte onttrekkingen 2022

Verwachte stand per 31/12/2022

53,73    4,9

0

58,63

0

0

58,63

De verwachte stand van de asielreserve op 1 januari 2022 is € 58,63 mln. In 2021 wordt € 4,9 mln. gestort vanuit de meevallende uitgaven bij COA als gevolg van de lagere bezetting dan verwacht. Er zijn geen onttrekkingen voorzien in 2021 en 2022.

In de onderstaande tabel zijn de bedragen opgenomen die vanuit de verschillende JenV onderdelen worden toegerekend aan de ODA in het kader van de eerstejaarsopvang asielzoekers uit DAC-landen (Het Development Assistance Committee (DAC) van de OESO stelt deze lijst van landen samen). Onderstaande tabel is opgenomen naar aanleiding van een toezegging van de Minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking26.

 

Tabel 33 ODA-aandeel Begroting JenV in asielzoekers (x € 1.000)

kader van opvangkosten voor

2022

Bijdrage COA

247.764

Bijdrage Nidos

10.083

IND (tolken)

5.600

Rechtsbijstand

33.840

Vluchtelingenwerk Nederland

10.185

Totaal

307.472

Bijdragen aan agentschappen Immigratie- en Naturalisatiedienst

De IND is verantwoordelijk voor de uitvoering van het vreemdelingenbeleid en het beleid ten aanzien van de Rijkswet op het Nederlanderschap. Dat houdt in dat de IND alle aanvragen beoordeelt van vreemdelingen die in Nederland willen verblijven of die Nederlander willen worden.

De bekostiging van de IND vindt plaats door de bijdrage van het moederdepartement en opbrengsten uit leges die vreemdelingen betalen voor het behandelen van aanvragen voor reguliere verblijfsvergunning of verzoeken tot naturalisatie.

De IND zal eind 2021 weer in staat zijn om binnen de wettelijke termijn te beslissen. In 2021 is gestart met het uitwerken en implementeren van verschillende procesverbeteringen volgend uit adviesrapporten die de afgelopen jaren zijn opgesteld. In 2022 wordt dit gecontinueerd waarmee een stevige basis is gelegd om zaken op een structurele wijze binnen de wettelijke termijnen af te doen.

In onderstaande tabel wordt zichtbaar hoe het budget is verdeeld over de verschillende productgroepen van de IND.

 

Tabel 34 Bekostiging IND (x € 1.000)

Productgroep

Budgettair kader 2022

%

Asiel

€ 187.272

35,6%

Regulier

€ 194.228

36,9%

Naturalisatie

€ 22.162

4,2%

Ketenondersteuning

€ 7.261

1,4%

productie (pxq)

€ 410.923

 

Lumpsum

€ 115.000

21,9%

 

Totale bekostiging

€ 525.923

111,4%

Leges

€ - 54.000

  • 11,4%
 

26 Kamerstukken II, 2015-2016, 34 300, nr. 58

Bijdrage JenV

€ 471.923

Tabel 35 Kengetallen IND doorlooptijden: vreemdelingenzaken waarop binnen de wettelijke termijn is besloten

 
 

2020

2021

2022

2023

2024

Asiel

79%

90%

90%

90%

90%

Regulier

88%

95%

95%

95%

95%

Naturalisatie

53%

95%

95%

95%

95%

In de agentschapsparagraaf van de IND vindt u verdere informatie.

Dienst Justitiële Inrichtingen (DJI)

De vreemdelingenbewaring van DJI is verantwoordelijk voor aan de grens geweigerde vreemdelingen, irreguliere vreemdelingen en drugskoeriers. De vreemdelingen verblijven op grond van een bestuursrechtelijke maatregel in een detentiecentrum. DJI draagt zorg voor de vreemdeling vanaf het moment dat een vreemdeling vanuit de politie, de DT&V of de Koninklijke Marechaussee is overgebracht naar een inrichting voor vreemdelingenbewaring dan wel grensdetentie van DJI.

Het is de taak van DJI om vreemdelingen in de detentiecentra zo goed mogelijk te verzorgen, te ondersteunen bij voorbereiding van de terugkeer en hen beschikbaar te houden voor vertrek uit Nederland.Ten behoeve van gezinnen met minderjarige kinderen en alleenstaande minderjarige vreemdelingen (AMV's) is de Gesloten Gezinsvoorziening (GGV) te Zeist beschikbaar. Daarnaast werkt DJI steeds vaker samen met het COA, bijvoorbeeld als het gaat om de opvang van asielzoekers in de handhaving en toezichtlocatie (HTL).

In de agentschapsparagraaf van DJI vindt u nadere informatie over vreemdelingenbewaring.

Bijdragen aan ZBO's en RWT's

Centraal Orgaan opvang Asielzoekers

Het Centraal Orgaan opvang Asielzoekers (COA) draagt zorg voor de opvang van vreemdelingen in Nederland. Het COA biedt vreemdelingen huisvesting, verstrekt middelen van bestaan en geeft begeleiding. Het opvangbeleid is gericht op de opvang van asielzoekers gedurende de asielprocedure. Daarnaast biedt het COA onderdak aan vreemdelingen die meewerken aan hun terugkeer en aan gezinnen met minderjarige kinderen die zijn uitgeprocedeerd.

 

Tabel 36 Bekostiging COA

Productgroep

Aandeel

Personeel

36%

Materieel en Regelingen

43%

Rente en afschrijving

5%

Gezondheidszorg

16%

Totaal

100%

Tabel 37 Prestatie-indicator Centraal Orgaa maanden)

n opvang Asielzoekers (in

 
 

2020

2021

2022

2023

2024

2025

Gemiddelde opvangduur vergunninghouders na vergunningverlening

5,3

5

3,5

3,5

3,5

3,5

Gemiddelde verblijfsduur opvang op basis van uitstroom

10,9

11

10

8,5

7

7

Stichting Nidos

Nidos is belast met de voogdij over alleenstaande minderjarige vreemdelingen, conform het Burgerlijk Wetboek. Daarnaast is Nidos aangewezen voor het uitvoeren van de kinderbeschermingsmaatregel ondertoezichtstelling (OTS) bij kinderen van gezinnen met een vreemdelingenstatus. Sinds 2016 verzorgt NIDOS de opvang voor alleenstaande minderjarige vreemdelingen (AMV's) na vergunningverlening in kleinschalige opvangvoorzieningen tot zij 18 jaar oud zijn. Nidos is ook verantwoordelijk voor de opvang in pleeggezinnen van alle alleenstaande minderjarige vreemdelingen (AMV's) die op het moment van aankomst in Nederland 14 jaar of jonger zijn.

De subsidie aan Nidos bestaat uit begeleidingskosten (voogdij, jeugdbescherming en begeleiding) en verzorgingskosten (met name opvang). Deze subsidie wordt op basis van jaarplannen verstrekt en is voor voogdij gerelateerd aan het aantal AMV's onder begeleiding van Nidos en voor verzorging aan het aantal opgevangen AMV's. Het aantal AMV's onder begeleiding en in de opvang is afhankelijk van de in- en uitstroom van AMV's (uitstroom bijvoorbeeld als gevolg van gezinshereniging) en het bereiken van de leeftijd van 18 jaar van de AMV's.

Het hieronder gehanteerde normbedrag voor verzorgingskosten is afhankelijk van de verdeling over de verschillende opvang vormen (pleeggezin, woongroep of wooneenheid). Deze is geraamd op basis van de verwachte opbouw van de AMV populatie. Afrekening vindt jaarlijks plaats op basis van de werkelijk gemaakte kosten voor opvang.

 

Tabel 38 Kengetal instroom en bezetting AMV's

2020

2021 2022

2023

Instroom AMV's    1.420

1.250    1.480

1.480

Aantal pupillen onder Nidos begeleiding    3.064

2.916    2.976

3.036

 

Tabel 39 Kosten AMV's

 

Normbedrag

Normbedrag

 

2021

2022

Begeleidingskosten per AMV

€ 7.692

€ 7.705

Verzorgingskosten per AMV

€ 16.708

€ 16.708

Instroomteam(organiseren initiële begeleiding en opvang)

€ 3.693

€ 3.693

Subsidies

Vluchtelingenwerk Nederland (VWN)

VWN zet zich op basis van de Universele verklaring voor de Rechten van de Mens in voor de bescherming en het behartigen van de belangen van en geven van voorlichting aan vluchtelingen en asielzoekers. De subsidie aan VWN is bedoeld om voorlichting over de asielprocedure te geven en is deels gerelateerd aan de bezetting op de COA locaties.

Het grootste deel van de kosten is toe te rekenen aan het proces toelating (circa 84%). Een deel van de werkzaamheden draagt bij aan het welbevinden van de mensen die in opvang verblijven en bewaren van de rust in de opvangcentra en kan hierom worden toegerekend aan het proces opvang (circa 8%). Een laatste deel kan worden toegerekend aan het proces terugkeer (circa 8%) vanwege informatieve gesprekken na afwijzing door IND of negatieve uitspraken door de rechtbank.

Opdrachten

Keteninformatisering

Het budget Keteninformatisering is bestemd voor het beheer en de reguliere doorontwikkeling van de centrale ketenvoorzieningen die gebruikt worden voor digitale informatie uitwisseling in de Migratieketen zoals de Basisvoorziening Vreemdelingenketen (BVV), SIGMA en de Terugmeldvoor-ziening Migratieketen (TMK).

Versterking vreemdelingenketen

In 2022 worden vanuit dit budget diverse kleinere opdrachten gefinancierd met als doel verbeteringen in de vreemdelingenketen te bewerkstellingen.

37.3 Terugkeer

Bijdragen aan agentschappen

Dienst Justitiële Inrichtingen

De Dienst Terugkeer en Vertrek (DT&V) schakelt de Dienst Vervoer en Ondersteuning (DV&O) van DJI in voor het vervoer van vreemdelingen die geen recht op verblijf meer hebben in Nederland, bijvoorbeeld voor het vervoer naar ambassades.

Subsidies

REAN-regeling

REAN staat voor Return and Emigration Assistance from the Netherlands en betreft een programma waarmee vrijwillige terugkeer en herintegratie wordt ondersteund.

De Internationale Organisatie voor Migratie (IOM) in Nederland voert op verzoek van het ministerie van Justitie en Veiligheid het REAN-programma uit. Op basis van dit programma biedt IOM praktische terugkeeronder-steuning aan vreemdelingen die naar Nederland zijn gekomen met het oog op langdurig verblijf en zelfstandig uit Nederland willen vertrekken, maar niet over voldoende middelen beschikken om hun eigen vertrek te organiseren. Daarnaast wordt via het REAN-programma aan een specifiek e groep vreemdelingen herintegratieondersteuning aangeboden in het land van herkomst. De IOM levert daarmee een bijdrage aan de uitvoering van het Nederlandse terugkeerbeleid.

Overige subsidies

Niet-gouvernementele organisaties in Nederland voeren op grond van de «Subsidieregeling ondersteuning zelfstandig vertrek 2019» projecten uit met als doel om onrechtmatig verblijf van vreemdelingen in Nederland te voorkomen of te beëindigen door hun zelfstandig vertrek uit Nederland te ondersteunen. De nadruk ligt op activiteiten die erop gericht zijn vertrek-plichtige vreemdelingen te bewegen tot zelfstandig vertrek uit Nederland. Daarnaast beoogt de subsidieregeling gemeenschapsonderdanen die de intentie hadden om zich voor langere duur in Nederland te vestigen, die het niet gelukt is om in Nederland voldoende inkomsten te genereren om in hun eigen levensonderhoud te voorzien, die voor overlast (kunnen) zorgen en die sociaal maatschappelijke begeleiding nodig hebben bij hun terugkeer of herintegratie, te ondersteunen bij terugkeer. Daarnaast worden incidentele pilot projecten gericht op het vertrek van vreemdelingen gesubsidieerd.

Opdrachten

Vertrek Vreemdelingen

Als professionele terugkeerorganisatie voert de Dienst Terugkeer en Vertrek (DT&V) het terugkeerbeleid uit. De DT&V regisseert met behulp van casemanagement het vertrek van vreemdelingen die geen recht hebben op verblijf in Nederland. Uitgangspunt is dat de vreemdeling de kans heeft om zelfstandig te vertrekken, met of zonder hulp van de DT&V en maatschappelijke organisaties zoals IOM. Zo levert de DT&V een bijdrage aan de veiligheid, het maatschappelijk evenwicht en aan het draagvlak voor het Nederlandse toelatingsbeleid.

Ontvangsten

De geraamde ontvangsten van € 3 mln. bestaan uit een ontvangst van € 2 mln. van Eurostar als vergoeding voor de grenscontrole in Nederland en daarnaast uit diverse kleinere ontvangsten.

  • 4. 
    Niet-beleidsartikelen

4.1 Artikel 91. Apparaat kerndepartement

Op dit artikel worden de personele en materiële uitgaven en ontvangsten van het kerndepartement van Justitie en Veiligheid weergegeven. Het betreft hier de verplichtingen en uitgaven voor zowel personeel (waaronder ambtelijk personeel en inhuur externen) als materieel (waaronder ICT-uitgaven en SSO's).

  • A. 
    Budgettaire gevolgen

Tabel 40 Budgettaire gevolgen artikel 91 Apparaat Kerndepartement (bedragen x € 1.000)

 
 

2020

2021

2022

2023

2024

2025

2026

Verplichtingen

564.152

511.389

460.130

459.864

458.563

458.380

457.819

 

Apparaatsuitgaven

515.502

512.720

461.461

461.195

458.563

458.380

457.819

91.1 Apparaatsuitgaven kerndepartement

Personele uitgaven

356.753

356.837

324.068

320.656

318.390

318.174

317.611

waarvan eigen personeel

313.140

312.451

289.197

290.403

288.069

287.724

287.176

waarvan externe inhuur

43.613

43.145

33.624

29.005

29.073

29.202

28.538

waarvan overig personeel

0

1.241

1.247

1.248

1.248

1.248

1.897

Materiele uitgaven

158.749

155.883

137.393

140.539

140.173

140.206

140.208

waarvan ict

28.547

26.448

15.764

15.779

15.779

15.779

15.769

waarvan sso's

89.935

85.508

84.357

86.561

86.561

86.562

86.822

waarvan overig materieel

40.267

43.927

37.272

38.199

37.833

37.865

37.617

 

Ontvangsten

35.182

19.858

4.406

4.406

4.406

4.406

4.406

Toelichting op de financiële instrumenten

De hogere uitgaven in het jaar 2021 ten opzichte van het jaar 2022 en verder worden voornamelijk veroorzaakt door:

  • • 
    In 2021 is het onderdeel overig materieel verhoogd met € 4,4 mln. voor het LIEC (Landelijk Informatie en Expertise Centrum) voor het brede offensief tegen georganiseerde ondermijnende criminaliteit (Botoc).
  • • 
    In juli 2020 is het DG COVID-19 van start gegaan. Dit DG zal interdepartementaal alle nodige actie verrichten om regie en samenhang te bereiken met betrekking tot beleid en uitvoering. Op het apparaatsartikel is € 1,9 mln. toegevoegd voor met name monitoring/beheersing en handhaving van de gezondheidscrisis en de voorbereiding van (externe) onderzoeken en verantwoording.
  • • 
    Op de apparaatsuitgaven is € 5,2 mln. beschikbaar gesteld voor diverse projecten waaronder de implementatie van een generieke Acces managementvoorziening en het project encryptie kosten justitienet.
  • • 
    De voortduring van de coronacrisis heeft ervoor gezorgd dat JenV nog altijd kosten maakt voor personele bescherming, om primaire processen coronaproof te maken en om achterstanden als gevolg van corona weg te werken. Op de apparaatsuitgaven is hiervoor € 3 mln. toegevoegd.
  • • 
    Tot slot heeft er een incidentele interne overboeking van € 3,6 mln. plaatsgevonden naar de apparaatsuitgaven van programmakosten voor digitalisering strafrechtketen.
  • B. 
    Totaaloverzicht apparaatsuitgaven/kosten

De Minister van JenV is verantwoordelijk voor een vijftal agentschappen. In de onderstaande tabel zijn de totale apparaatskosten van deze agentschappen weergegeven. Deze worden verder uitgesplitst en toegelicht in de agentschapsparagraaf. Onderstaande tabel geeft ook de totale apparaatsuitgaven voor het kerndepartement en de grote uitvoeringsorganisaties weer. Daarnaast wordt inzicht gegeven in de apparaatsuitgaven van de ZBO's en RWT's. Alle begrotingsgefinancierde ZBO's en RWT's zijn in het overzicht opgenomen.

Tabel 41 Totaaloverzicht apparaatsuitgaven/kosten inclusief agentschappen en zbo's/rwt's (bedragen x € 1.000)

 
 

2020

2021

2022

2023

2024

2025

2026

Totaal apparaatsuitgaven ministerie

2.336.165

2.414.296

2.319.051

2.279.698

2.245.766

2.244.826

2.241.837

Kerndepartement

515.502

512.720

461.461

461.195

458.563

458.380

457.819

Openbaar Ministerie

603.660

616.648

582.473

581.443

579.814

578.948

579.899

Raad voor de rechtspraak

984.607

1.051.246

1.041.387

1.020.749

990.946

990.346

986.967

Raad voor de Kinderbescherming

199.439

201.119

201.555

185.349

185.423

185.515

185.515

Hoge Raad

32.957

32.563

32.175

30.962

31.020

31.637

31.637

Totaal apparaatskosten Agentschappen

2.073.012

2.054.642

2.133.747

2.041.069

2.046.479

2.054.596

2.046.850

Dienst Justitiële Inrichtingen

1.376.825

1.373.733

1.419.400

1.403.826

1.410.263

1.418.527

1.410.509

Immigratie en Naturalisatiedienst

446.193

428.864

453.594

377.453

377.396

377396

377.545

Centraal Justitieel Incasso Bureau

140.332

140.287

144.247

143.248

142.234

142.087

142.210

Nederlands Forensisch Instituut

64.374

64.672

64.397

64.432

64.476

64.476

64.476

Dienst Justis

45.288

47.086

52.109

52.110

52.110

52.110

52.110

Justitiële Informatiedienst

0

0

56.995

57.520

58.507

59.748

61.048

Justitiële ICT organisatie

0

0

131.756

131.756

131.756

131.756

131.756

Totaal apparaatskosten ZBO's en RWT's1

6.919.660

6.978.665

6.993.804

6.800.957

6.801.581

6.787.440

6.845.007

Nationale Politie

6.232.513

6.340.832

6.417.990

6.232.491

6.237.752

6.225.011

6.282.552

Politieacademie (PA)

3.009

3.075

3.075

3.075

3.075

3.075

3.075

Raad voor Rechtsbijstand (RvR)

30.888

28.098

28.098

28.098

28.098

28.098

28.098

Bureau Financieel Toezicht (Bft)

7.883

8.115

8.175

8.236

8.236

8.236

8.236

Autoriteit Persoonsgegevens (AP)

23.826

26.274

25.075

25.076

25.077

24.946

24.946

College voor de Rechten van de Mens (CRM)

8.215

9.151

8.858

8.757

8.631

8.631

8.631

College van toezicht collectieve beheersorganisaties auteurs-en naburige rechten

915

790

790

790

790

790

790

College gerechtelijk deskundigen (NRGD)

1.925

1.969

1.968

1.968

1.968

1.968

1.968

Raad voor de rechtshandhaving

277

253

253

253

253

253

253

Reclasseringsorganisaties (cluster):

  • Stichting Reclassering Nederland (SRN)

158.156

161.257

156.782

156.996

156.615

156.727

156.742

  • Leger des Heils Jeugdzorg en Reclassering

22.892

23.596

23.615

23.631

23.567

23.586

23.589

  • Stichting Verslavingsreclassering GGZ (SVG)

77.032

78.876

78.607

78.704

78.514

78.569

78.577

Commissie Schadefonds Geweldsmisdrijven (SGM)

8.890

9.194

8.208

7.913

8.263

8.242

8.242

Slachtofferhulp Nederland (SHN)

40.248

42.751

36.833

36.835

36.835

36.835

36.835

Landelijk Bureau Inning Onderhoudsbijdragen (LBIO)

3.066

2.898

2.402

2.402

1.902

1.902

1.902

Stichting HALT

12.644

13.142

13.273

13.168

12.964

12.964

12.964

Instituut Fysieke Veiligheid (IFV)

102.764

64.101

32.266

32.269

32.269

32.269

32.269

Onderzoeksraad voor Veiligheid (OVV)

Centraal Orgaan opvang asielzoekers (COA) [1]

159.447

140.726

123.731

115.983

112.257

110.823

110.823

Stichting Nidos [1]

25.070

23.567

23.805

24.312

24.515

24.515

24.515

Gerechtsdeurwaarders (cluster)

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

Notarissen (cluster)

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

Stichting Donorgegevens Kunstmatige bevruchting (SDKB)

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

Kansspelautoriteit (Ksa)

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

Het Keurmerkinstituut BV

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

1 Het COA en stichting Nidos zijn de enige ZBO's waarbij een onderscheid gemaakt kan worden in programma- en apparaatskosten

  • C. 
    Apparaatsuitgaven per Directoraat Generaal

Onderstaand worden de apparaatsuitgaven van het kerndepartement in tabelvorm waar mogelijk onderverdeeld naar Directoraat Generaal.

Tabel 42 Apparaatsuitgaven 2022 per DG (bedragen x € 1.000)

 

organisatieonderdeel

bedrag

DG Migratie

84.660

DG Politie en Veiligheidsregios

19.817

DG Rechtspleging en Rechtshandhaving

44.166

DG Straffen en Beschermen

30.785

NCTV

55.003

Inspectie JenV

11.044

Programma DG Ondermijning

1.800

SG en pSG cluster

214.186

Totaal Apparaat

461.461

Inspectie JenV

Op artikel 91 worden ook de uitgaven voor de Inspectie JenV verantwoord. Het werkprogramma wordt separaat aan het parlement aangeboden.

De Inspectie JenV kent onder gezag van de Inspecteur-Generaal, de volgende indeling in toezichtgebieden en een beheerdirectie: «

  • • 
    Rechtsbescherming en Executie «
  • • 
    Politie en Crisisbeheersing «
  • • 
    Migratie, Cyber en Security «
  • • 
    Directie Strategie, Kwaliteit en Bedrijfsvoering «

Met deze indeling wordt een substantieel deel van de taakuitvoering door JenV-uitvoeringsorganisaties gedekt met toezicht om zo de kwaliteit van de taakuitvoering en de naleving van regels en normen inzichtelijk te maken. Met haar toezicht kijkt de Inspectie JenV periodiek naar het functioneren van organisaties en de ketens en netwerken waarin zij samenwerken. Zo ontstaat een breed en evenwichtig inzicht in de (uit)werking van de maatschappelijke opgaven van JenV: een weerbare samenleving, bescherming en perspectief waaronder een rechtvaardig migratiebeleid en een veilige samenleving. De Inspectie benoemt daarbij leerpunten, formuleert aanbevelingen en signaleert kansen en risico's. De Inspectie heeft in februari 2021 haar strategische koers uitgebracht voor de periode 2021-2024.

4.2 Artikel 92. Nog onverdeeld

De grondslag voor het in de begroting opnemen van het niet-beleidsartikel «Nog onverdeeld» staat in artikel 2, lid 7 van de Comptabiliteitswet 2016 (CW). Dit niet-beleidsartikel wordt uitsluitend gebruikt voor het tijdelijk «parkeren» van nog te verdelen loon- en prijsbijstellingen, andere nog te verdelen middelen en nog te verdelen taakstellingen.

Tabel 43 Budgettaire gevolgen artikel 92 Nog onverdeeld (bedragen x € 1.000)

 
 

2020

2021

2022

2023

2024

2025

2026

Verplichtingen

0

27.802

37.817

72.726

74.938

117.286

120.685

 

Uitgaven

0

27.802

37.817

72.726

74.938

117.286

120.685

92.1 Nog onverdeeld

0

27.802

37.817

72.726

74.938

117.286

120.685

 

Ontvangsten

0

0

0

0

0

0

0

Uitgaven

Op artikel 92 staan diverse bedragen die op een later moment worden toebedeeld aan de beleidsartikelen. Naast deze reguliere 'nog te verdelen middelen' gaat het ook om middelen die samenhangen met beleidsvoornemens die door de demissionaire status van het kabinet, in afwachting van de kabinetsformatie, nog niet in procedure zijn gebracht.

4.3 Artikel 93. Geheim

De grondslag voor het in de begroting opnemen van geheime uitgaven staat in artikel 2, lid 8 van de Comptabiliteitswet 2016 (CW).

Tabel 44 Budgettaire gevolgen artikel 93 Geheim (bedragen x € 1.000)

 
 

2020

2021

2022

2023

2024

2025

2026

Verplichtingen

3.249

3.114

3.113

3.114

3.114

3.114

3.114

 

Uitgaven

3.249

3.114

3.113

3.114

3.114

3.114

3.114

93.1 Geheim

3.249

3.114

3.113

3.114

3.114

3.114

3.114

 

Ontvangsten

397

0

0

0

0

0

0

  • 5. 
    Begroting agentschappen

5.1 Dienst Justitiële Inrichtingen (DJI)

De Dienst Justitiële Inrichtingen (DJI) levert een bijdrage aan de veiligheid van de samenleving door de tenuitvoerlegging van vrijheidsstraffen en vrijheidsbenemende maatregelen en door de aan onze zorg toevertrouwde personen de kans te bieden een maatschappelijk bestaan op te bouwen. In onderstaande begroting is rekening gehouden met de vorming van het agentschap Justitiële ICT organisatie . Dit agentschap gaat vanaf 2022 van start en maakt dan niet langer deel uit van DJI.

Tabel 45 Meerjarige begroting van baten en lasten (Bedragen x € 1.000)

 
 

2020

2021

2022

2023

2024

2025

2026

Baten

Omzet

2.458.781

2.624.945

2.650.221

2.641.327

2.644.347

2.655.695

2.645.045

waarvan omzet moederdepartement

2.386.794

2.561.927

2.584.221

2.575.327

2.578.347

2.589.695

2.579.045

waarvan omzet overige departementen

9.455

0

4.000

4.000

4.000

4.000

4.000

waarvan omzet derden

62.532

63.018

62.000

62.000

62.000

62.000

62.000

Rentebaten

0

0

0

0

0

0

0

Vrijval voorzieningen

6.686

0

0

0

0

0

0

Bijzondere baten

14.326

0

0

0

0

0

0

Totaal baten

2.479.793

2.624.945

2.650.221

2.641.327

2.644.347

2.655.695

2.645.045

 

Lasten

Apparaatskosten

1.376.825

1.373.733

1.419.400

1.403.827

1.410.263

1.418.527

1.410.509

  • Personele kosten

1.232.023

1.249.437

1.241.229

1.242.559

1.249.004

1.257.277

1.249.252

waarvan eigen personeel

1.008.716

1.085.726

1.108.517

1.111.847

1.120.292

1.129.565

1.122.540

waarvan inhuur externen

160.882

137.806

105.000

103.000

101.000

100.000

99.000

waarvan overige personele kosten

62.425

25.905

27.712

27.712

27.712

27.712

27.712

  • Materiële kosten

144.802

124.296

178.171

161.267

161.259

161.250

161.257

waarvan apparaat ICT

57.708

50.296

116.900

100.000

100.000

100.000

100.000

waarvan bijdrage aan SSO's

33.476

29.000

27.000

27.000

27.000

27000

27.000

waarvan overige materiële kosten

53.618

45.000

34.271

34.267

34.259

34.250

34.257

Materiële programmakosten

1.129.172

1.193.401

1.189.540

1.197.450

1.194.034

1.197.118

1.194.486

Afschrijvingskosten

19.413

19.993

4.000

4.000

4.000

4.000

4.000

  • Materieel

16.506

16.043

3.500

3.500

3.500

3.500

3.500

  • Immaterieel

2.907

3.950

500

500

500

500

500

Rentelasten

0

0

0

0

0

0

0

Overige lasten

39.862

37.818

37.281

36.050

36.050

36.050

36.050

waarvan dotaties voorzieningen

39.862

37.818

37.281

36.050

36.050

36.050

36.050

waarvan bijzondere lasten

0

0

0

0

0

0

0

Totaal lasten

2.565.272

2.624.945

2.650.221

2.641.327

2.644.347

2.655.695

2.645.045

 

Saldo van baten en lasten gewone bedrijfsuitoefening

  • 85.479

0

0

0

0

0

0

Agentschapsaandeel VPB-lasten

0

0

0

0

0

0

0

Saldo van baten en lasten

  • 85.479

0

0

0

0

0

0

Toelichting meerjarige begroting van baten en lasten Baten

Omzet moederdepartement

De omzet moederdepartement is gebaseerd op de geldende kostprijzen en de opgenomen productieaantallen (zie onderdeel doelmatigheidsindica-toren). Ook de uit te voeren projecten vormen een onderdeel van de omzet moederdepartement. Daarnaast ontvangt DJI een bijdrage voor de capaciteit in Caribisch Nederland.

Onder de omzet moederdepartement is verder ook de ondersteunende dienstverlening aan overige JenV-onderdelen zoals de Raad voor de Kinderbescherming en de IND opgenomen.

Tabel 46 Overzicht omzet moederdepartement (Bedragen x € 1 mln.)1

 
 

2020

2021

2022

2023

2024

2025

2026

Omzet moederdepartement

2.386,8

2.531,6

2.584,2

2.575,3

2.578,3

2.589,7

2.579,0

 

waarvan p*q

2.296,5

2.412,5

2.494,3

2.484,4

2.482,3

2.479,1

2.499,1

Intramurale sanctiecapaciteit (inclusief reserve en in stand te houden capaciteit)

1.120,3

1.156,6

1.201,4

1.207,0

1.203,7

1.203,3

1.223,7

Extramurale sanctiecapaciteit

10,6

8,6

6,3

4,7

4,6

4,6

4,2

Intramurale inkoopplaatsen forensische zorg in GW (PPC)

136,3

142,0

145,4

132,9

133,0

133,1

133,1

FPC's / forensische zorg (Rijks FPC's en tbs-capaciteit bij part. Instellingen)

315,0

344,4

364,3

363,1

361,3

358,2

358,2

Intramurale inkoopplaatsen forensische zorg in GGZ-instellingen

388,7

413,2

417,0

417,0

417,1

417,2

417,2

Inkoop ambulante forensische zorg

114,2

119,5

124,3

124,3

124,3

124,3

124,3

Vreemdelingenbewaring en uitzetcentra (inclusief reserve en in stand te houden capaciteit)

72,1

69,3

69,3

69,3

69,4

69,5

69,5

Justitiele jeugdplaatsen (inclusief reserve en in stand te houden capaciteit)

139,3

158,8

166,2

166,2

168,9

168,9

168,9

 

waarvan overige bijdragen

34,4

96,1

66,9

67,9

73,0

87,6

56,9

Coronakosten

38,9

           

Capaciteit Caribisch Nederland (BES)

10,6

11,1

11,8

11,9

11,9

11,9

11,9

Frictiekosten

11,4

5,0

8,9

10,9

16,1

0,0

0,0

Substantieel Bezwarende Functies (SBF)

28,4

38,1

34,8

33,6

33,6

33,6

33,6

Aanloopkosten Vlissingen

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

30,7

0,0

Personeelsconvenant

19,6

30,4

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

Vreemdelingencapaciteit (COA en bestuursrechtelijk)

6,7

7,0

7,0

7,0

7,0

7,0

7,0

Inkoop gedragsinterventies

4,2

4,5

4,5

4,5

4,5

4,5

4,5

Exploitatieresultaat

  • 85,5
           

Overig

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

 

waarvan overige ontvangsten

55,9

23,0

23,0

23,0

23,0

23,0

23,0

Overige ontvangsten uit dienstverlening aan JenV

55,9

23,0

23,0

23,0

23,0

23,0

23,0

1 voor het uitvoeringsjaar 2021 betreft dit een overzicht op basis van de geactualiseerde stand

Omzet derden

De omzet derden is opgebouwd uit de volgende componenten:

  • • 
    Arbeid: De (bruto-) opbrengsten uit de (als regimeactiviteit) verrichte arbeid zoals die in de rijksinrichtingen plaatsvindt voor derden. Aan externe opdrachtgevers wordt geleverd tegen marktprijzen. Daarnaast betreft dit de opbrengst van de winkels ten behoeve van de gedetineerden
  • • 
    Overig: o.a. de externe dienstverlening (onder andere bijzondere bijstand en ondersteuning van de DV&O), de exploitatievergoeding voor de VN-bewaring, Kosovo Specialist Chambers (KSC), het Internationaal Strafhof en de opbrengst ESF-subsidies.
 
 

2020

2021

2022

2023

2024

2025

2026

Arbeid

21.547

20.639

21.000

21.000

21.000

21.000

21.000

Overige ontvangsten

40.985

42.379

41.000

41.000

41.000

41.000

41.000

Totaal omzet derden

62.532

63.018

62.000

62.000

62.000

62.000

62.000

Lasten

Personele kosten

De totale personele kosten van het ambtelijk personeel DJI bestaat uit de kosten van ambtelijk personeel op basis van gemiddelde loonsom zoals gepresenteerd in onderstaande tabel, aangevuld met de overige personeelskosten (o.a. opleidingskosten en reiskosten woon-werkverkeer). een daling van de lasten verwacht per 2022.

Externe inhuur

DJI maakt o.a. gebruik van inhuur van beveiligingspersoneel, inhuur van ICT-deskundigen en medisch personeel. Als gevolg van de vorming van het agentschap Justitiële ICT organisatie met ingang van 2022 wordt op deze post een daling van de lasten verwacht.

Tabel 48 Kosten ambtelijk personeel (Bedragen x € 1.000)1

 
 

2020

2021

2022

2023

2024

2025

2026

Eigen personeel

Kosten

1.008.716

1.146.950

1.108.517

1.111.847

1.120.292

1.129.565

1.122.540

Aantal fte

15.608

16.326

15.778

15.826

15.946

16.078

15.978

Externe inhuur

Kosten    160.882    137.806    105.000    103.000    101.000    100.000    99.000

Overige personeelskosten

62.425    25.905    27.712    27.712    27.712    27.712    27.712

Totale kosten    1.232.023    1.310.661    1.241.229    1.242.559    1.249.004    1.257.277    1.249.252

1 voor het uitvoeringsjaar 2021 betreft dit een overzicht op basis van de geactualiseerde stand

Materiële kosten

Onder deze post zijn de materiële kosten opgenomen die betrekking hebben op de bedrijfsvoering van DJI. Dit betreft met name exploitatiekosten, bureaukosten en ICT-kosten. Verder vallen onder deze post ook de bijdragen aan verschillende Rijksdiensten (shared service organisaties) voor o.a. de huisvesting van het hoofdkantoor DJI, landelijke (ondersteunende) diensten en diverse interne diensten (shared service center) van DJI. De materiële kosten zullen naar verwachting in 2022 stijgen als gevolg van de vorming van het agentschap Justitiële ICT organisatie.

Als onderdeel van de post materiële kosten zijn ook de materiële programmakosten opgenomen die samenhangen met de tenuitvoerlegging van vrijheidsstraffen en vrijheidsbenemende maatregelen.

Tabel 49 Materiële programmakosten (Bedragen x € 1.000)

 
 

2020

2021

2022

2023

2024

2025

2026

Financiering particuliere Jeugdinrichtingen

62.443

72.283

74.571

82.336

83.697

83.697

83.697

Inkoop forensische zorg

744.632

787.213

815.810

814.802

812.915

809.855

809.855

Overige subsidies

2.760

1.352

1.372

1.372

1.372

1.372

1.372

Gebruiksvergoedingen RVB

98.421

98.000

98.000

98.000

98.000

103.500

103.500

Overige huisvestingskosten

90.248

89.000

89.000

89.000

89.000

89.000

89.000

Kosten Justitieel Ingeslotenen (Rijksinrichtingen)

93.530

93.500

90.000

90.000

90.000

90.000

90.000

Materiele kosten arbeid justitiabelen

16.436

16.000

16.000

16.000

16.000

16.000

16.000

Kosten arrestanten politiebureaus

1.185

1.000

1.000

1.000

1.000

1.000

1.000

Overige exploitatiekosten

19.517

35.053

3.787

4.940

2.050

2.694

62

Totaal

1.129.172

1.193.401

1.189.540

1.197.450

1.194.034

1.197.118

1.194.486

Afschrijvingskosten

De afschrijvingsreeks is gebaseerd op de actuele omvang van de vaste activa, rekening houdend met de geplande vervangings- en uitbreidingsin-vesteringen.

Overige lasten

De jaarlijkse dotaties aan de voorzieningen hebben voornamelijk betrekking op dotaties in het kader van de kosten substantieel bezwarende functies (SBF).

Tabel 50 Kasstroomoverzicht (Bedragen x € 1.000)

 
 

2020

2021

2022

2023

2024

2025

2026

1 Rekening courant RHB 1 januari + depositorekeningen

333.462

273.973

260.698

299.698

302.698

305.698

308.698

+/+ totaal ontvangsten operationele

2 kasstroom

2.800.089

2.624.945

2.646.221

2.637.327

2.640.347

2.651.695

2.641.045

  • /- totaal uitgaven operationele kasstroom
  • 2.862.022
  • 2.673.215
  • 2.631.221
  • 2.622.327
  • 2.625.347
  • 2.636.695
  • 2.626.045

Totaal operationele kasstroom

  • 61.933
  • 48.270

15.000

15.000

15.000

15.000

15.000

3 - /- totaal investeringen

  • 30.884
  • 30.000
  • 15.000
  • 15.000
  • 15.000
  • 15.000
  • 15.000

+/+ totaal boekwaarde desinvesteringen

964

3.000

39.000

3.000

3.000

3.000

3.000

Totaal investeringsstroom

  • 29.920
  • 27.000

24.000

  • 12.000
  • 12.000
  • 12.000
  • 12.000
  • /- eenmalige uitkering aan

4 moederdepartement

0

0

0

0

0

0

0

+/+ eenmalige storting door moederdepartement

32.365

61.995

-

-

-

-

-

  • /- aflossingen op leningen

0

0

0

0

0

0

0

+/+ beroep op leenfaciliteit

0

0

0

0

0

0

0

Totaal financieringskasstroom

32.365

61.995

0

0

0

0

0

Rekening courant RHB 31 december

5 + stand depositorekeningen (=1+2+3+4)

273.973

260.698

299.698

302.698

305.698

308.698

311.698

Toelichting op het kasstroomoverzicht Operationele kasstroom

De operationele kasstroom bestaat uit het geraamde saldo van baten en lasten, gecorrigeerd voor afschrijvingen en mutaties in de voorzieningen en het werkkapitaal.

In het kasstroomoverzicht zijn financieringsafspraken met het moederdepartement verwerkt.

Investeringskasstroom

Het betreffen hier de voorgenomen investeringen die worden gepleegd in de materiële vaste activa. In hoofdzaak betreft het investeringen in inventaris. Als gevolg van de afsplitsing van het agentschap Justitiële ICT organisatie vindt in 2022 overdracht van de boekwaarde van activa plaats.

Financieringskasstroom

De bedragen in de jaren 2020 en 2021 hebben oa betrekking op vermogensmutatie als gevolg van compensatie voor coronakosten. Daarnaast heeft in 2021 een aanzuivering plaats gevonden van het eigen vermogen van DJI.

Doelmatigheid

Tabel 51 Overzicht Doelmatigheidsindicatoren

 
 

2020

2021

2022

2023

2024

2025

2026

Saldo baten en lasten als % totale baten

  • 3,50%

0,00%

0,00%

0,00%

0,00%

0,00%

0,00%

 

Operationele capaciteit

  • Strafrechtelijke sanctiecapaciteit

9.377

10.141

10.476

10.621

10.621

10.621

10.621

  • Inbewaringgestelden op politiebureaus

20

20

20

20

20

20

20

  • Capaciteit ten behoeve van internationale tribunalen

96

96

96

96

96

96

96

Gemiddelde prijs per plaats per dag (x € 1)

315

305

307

304

304

304

309

Omzet (x € 1 mln.)

1.091,0

1.140,3

1.187,7

1.193,1

1.189,8

1.189,4

1.209,6

 

Reservecapaciteit intramurale sanctiecapaciteit

483

508

518

522

522

522

522

Gemiddelde prijs per plaats per dag (x € 1)

72

70

73

73

73

73

74

Omzet (x € 1 mln.)

12,7

13,0

13,7

13,9

13,9

13,9

14,1

In stand te houden intramurale sanctiecapaciteit

871

157

-

-

-

-

-

Gemiddelde prijs per plaats per dag (x € 1)

52

58

58

58

58

58

58

Omzet (x € 1 mln.)

16,7

3,3

-

-

-

-

-

Extramurale sanctiecapaciteit (penitentiair programma met of zonder elektronisch toezicht)

450

425

300

225

225

225

200

Gemiddelde prijs per plaats per dag (x € 1)

65

56

57

57

57

57

58

Omzet (x € 1 mln.)

10,6

8,6

6,3

4,7

4,6

4,6

4,2

 

Intramurale inkoopplaatsen forensische zorg (PPC's)

677

692

706

632

632

632

632

Gemiddelde prijs per plaats per dag (x € 1)

552

562

564

576

577

577

577

Omzet (x € 1 mln.)

136,3

142,0

145,4

132,9

133,0

133,1

133,1

 

Forensische zorg

  • Rijksinrichtingen forensisch psychiatrische zorg

179

182

202

220

218

216

216

  • Tbs-capaciteit bij particuliere instellingen

1.224

1.314

1.380

1.356

1.349

1.337

1.337

Gemiddelde prijs per plaats per dag (x € 1)

615

631

631

631

632

632

632

Omzet (x € 1 mln.)

315,0

344,4

364,3

363,1

361,3

358,2

358,2

 

Intramurale inkoopplaatsen forensische zorg in GGZ instellingen

  • Inkoop forensische zorg in strafrechtelijk kader

3.075

3.268

3.293

3.293

3.293

3.293

3.293

 

2020

2021

2022

2023

2024

2025

2026

  • Inkoop forensische zorg voor gedetineerden

8

15

15

15

15

15

15

Gem. prijs per plaats per dag (x € 1)

345

345

345

345

345

346

346

Omzet (x € 1 mln.)

388,7

413,2

417,0

417,0

417,1

417,2

417,2

 
  • Inkoop ambulante forensische zorg (x

1 mln.)

114,2

119,5

124,3

124,3

124,3

124,3

124,3

 

Vreemdelingenbewaring en uitzetcentra

Operationele capaciteit:

  • Vrijheidsbeneming (art. 6 Vw)

32

32

32

32

32

32

32

  • Vreemdelingenbewaring (art. 59 Vw)

536

536

536

536

536

536

536

Gemiddelde prijs per plaats per dag (x € 1)

326

313

312

312

312

313

313

Omzet (x € 1 mln.)

67,7

64,8

64,7

64,7

64,8

64,9

64,9

 

Reservecapaciteit vreemdelingen

35

35

35

35

35

35

35

Gemiddelde prijs per plaats per dag (x € 1)

76

75

77

77

77

77

77

Omzet (x € 1 mln.)

1,0

1,0

1,0

1,0

1,0

1,0

1,0

 

In stand te houden capaciteit vreemdelingen

330

330

330

330

330

330

330

Gemiddelde prijs per plaats per dag (x € 1)

29

30

30

30

30

30

30

Omzet (x € 1 mln.)

3,4

3,6

3,6

3,6

3,6

3,6

3,6

Operationele jeugdcapaciteit

  • Rijksjeugdinrichtingen

276

276

276

276

276

276

276

  • Particuliere jeugdinrichtingen

244

293

307

301

293

293

293

Gemiddelde prijs per plaats per dag (x € 1)

689

755

772

778

800

800

800

Omzet (x € 1 mln.)

130,9

156,8

164,2

163,9

166,2

166,1

166,1

 

Reservecapaciteit jeugd

49

52

46

52

60

60

60

Gemiddelde prijs per plaats per dag (x € 1)

60

60

65

72

82

84

84

Omzet (x € 1 mln.)

1,1

1,1

1,1

1,4

1,8

1,8

1,8

 

In stand te houden jeugdplaatsen

144

36

36

36

36

36

36

Gemiddelde prijs per plaats per dag (x € 1)

140

70

71

71

71

71

71

Omzet (x € 1 mln.)

7,4

0,9

0,9

0,9

0,9

0,9

0,9

Toelichting

De hierboven gepresenteerde capaciteitsaantallen en kostprijzen zijn gebaseerd op de besluitvorming van de uitkomsten van het Prognosemodel Justitiële ketens (PMJ). De verwachting is dat in de uitvoering afwijkingen kunnen ontstaan als gevolg van de coronacrisis.

Ten opzichte van de begroting 2021 stijgen de kosten met name als gevolg van loon- en prijsindexatie en fluctuaties in de capaciteit.

Bij de jeugd capaciteit is er over de jaren heen over het algemeen sprake van een prijsstijging voor de producten operationele jeugdcapaciteit en reservecapaciteit. Deze stijging hangt grotendeels samen met het programma vrijheidsbeneming op maat (VOM) en benodigde bouwkundige aanpassingen.

Daarnaast is een daling waar te nemen in de prijs van de in stand te houden jeugdplaatsen in 2021. Deze daling houdt met name verband met de veranderde huisvestingssituatie van dit type capaciteit en de daarmee samenhangende kapitaallasten.

5.2 Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND)

De Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) is de toelatingsorganisatie van Nederland die als uitvoeringsorganisatie het immigratie- en asielbeleid effectief en efficiënt uitvoert in samenwerking met de partners in de keten. Dit houdt in dat de IND de aanvragen beoordeelt van vreemdelingen die in Nederland willen verblijven of Nederlander willen worden.

 

Tabel 52 Meerjarige begroting van

baten en lasten (Bedragen x € 1.000)

       
 

2020

2021

2022

2023

2024

2025

2026

Baten

Omzet

467.672

502.414

532.144

451.003

450.946

450.946

451.095

waarvan omzet moederdepartement

399.720

442.464

472.194

391.053

390.996

390.996

391.145

waarvan omzet overige departementen

waarvan omzet derden

67.952

59.950

59.950

59.950

59.950

59.950

59.950

Rentebaten

Vrijval voorzieningen

28.250

           

Bijzondere baten

Totaal baten

495.922

502.414

532.144

451.003

450.946

450.946

451.095

Lasten

Apparaatskosten

 
  • Personele kosten

365.552

368.750

390.000

319.250

319.250

319.250

319.000

waarvan eigen personeel

284.620

315.000

330.000

303.750

303.750

303.750

304.500

waarvan inhuur externen

78.403

48.750

55.000

11.000

11.000

11.000

10.000

waarvan overige personele kosten

2.528

5.000

5.000

4.500

4.500

4.500

4.500

  • Materiële kosten

80.641

60.114

63.594

58.203

58.146

58.146

58.545

waarvan apparaat ICT

1.030

2.000

2.000

2.000

2.000

2.000

2.000

waarvan bijdrage aan SSO's

49.481

54.114

56.000

51.000

51.000

51.000

51.000

waarvan overige materiële kosten

30.130

4.000

5.594

5.203

5.146

5.146

5.545

Materiële programmakosten

45.782

60.000

65.000

60.000

60.000

60.000

60.000

Afschrijvingskosten

14.925

13.500

13.500

13.500

13.500

13.500

13.500

  • Materieel

2.080

2.500

2.500

2.500

2.500

2.500

2.500

waarvan apparaat ICT

0

0

0

0

0

0

0

waarvan overige materiele kosten

2.080

2.500

2.500

2.500

2.500

2.500

2.500

  • Immaterieel

12.845

11.000

11.000

11.000

11.000

11.000

11.000

Rentelasten

1

50

50

50

50

50

50

Overige lasten

36.937

0

0

0

0

0

0

waarvan dotaties voorzieningen

36.936

0

0

0

0

0

0

waarvan bijzondere lasten

1

0

0

0

0

0

0

Totaal lasten

543.838

502.414

532.144

451.003

450.946

450.946

451.095

 

Saldo van baten en lasten gewone bedrijfsuitvoering

  • 47.916

0

0

0

0

0

0

Agentschapsdeel Vpb-lasten

0

0

0

0

0

0

0

Saldo van baten en lasten

  • 47.916

0

0

0

0

0

0

Toelichting meerjarige begroting van baten en lasten Baten

De totale omzet is gebaseerd op de vastgestelde kostprijzen (P), de verwachte instroom- en productieaantallen (Q), de lumpsumbekostiging voor de materiële kosten (ICT, huisvesting e.d.) en de kosten voor de staf. In de tabel doelmatigheidsindicatoren is de integrale omzet gesplitst naar hoofdproduct. De bekostiging van de IND bestaat uit een bijdrage van het moederdepartement en de opbrengsten derden.

Omzet moederdepartement

Tabel 53 Omzet moederdepartement (Bedragen x € 1.000)

 
 

2020

2021

2022

2023

2024

2025

2026

Omzet Asiel (pxq)

224.000

224.929

244.593

218.283

218.000

218.000

218.000

Omzet Regulier (pxq)

203.000

242.622

252.761

205.838

205.996

205.996

206.145

Omzet Naturalisatie (pxq)

32.000

28.913

28.840

20.932

21.000

21.000

21.000

Omzet Specifiek

-/- Legesopbrengsten

  • 54.000
  • 54.000
  • 54.000
  • 54.000
  • 54.000
  • 54.000
  • 54.000

Omzet moederdepartement

405.000

442.464

472.194

391.053

390.996

390.996

391.145

Voor 2021 is de bijdrage vanuit het moederdepartement gebaseerd op een totale instroom op asiel van 18.000. Hiermee is de IND in staat om de verwachte aantallen asielverzoeken te kunnen behandelen. Voor 2022 wordt rekening gehouden met een totale instroom asiel van 22.000 per jaar. Vanaf 2023 en verder wordt een instroom verwacht van ca. 23.000 aanvragen per jaar.

De omzet moederdepartement stijgt in 2021 om zo recht te doen aan de meest actuele instroomprognoses. In 2022 stijgt de omzet moederdepartement verder door een stijgende productieverwachting. De dalende omzet moederdepartement van 2023 ontstaat vanwege het niet geheel volgen van de MPP reeks, maar vanaf dat jaar is er wel voor gekozen om de stabiele financiering van de IND te verhogen met €21 mln.

Omzet derden

De opbrengsten derden bestaan voor het belangrijkste deel uit leges die vreemdelingen betalen voor het behandelen van aanvragen voor verblijfsvergunning regulier of verzoeken tot naturalisatie. De verwachte legesop-brengsten bedragen vanaf 2021 € 54 mln. Daarnaast bestaan de opbrengsten uit bijdragen uit Europese subsidies.

Lasten

Personele kosten

De benodigde capaciteit voor het primaire proces is opgebouwd uit ambtelijke medewerkers en externe inhuur. De inzet van uitzendkrachten in het primaire proces is een doelmatig instrument om flexibel te kunnen inspelen op wisselingen in de instroom. Daarnaast zijn in de begroting de ingehuurde ICT-deskundigen opgenomen onder externe inhuur.

Voor 2021 wordt daarbij uitgegaan van een instroom van 18.000 en voor

2022    wordt een instroom verwacht van 22.000. De benodigde capaciteit voor de jaren 2021 en 2022 is afgestemd op de instroom- en productieaantallen uit de MPP; zowel voor asiel, regulier als naturalisatieverzoeken. Vanaf

2023    wordt er een instroom van 23.000 per jaar verwacht. Vanaf dat jaar daalt het budget van de IND, wat gevolgen heeft voor de personele omvang van de organisatie.

Tabel 54 Personele kosten (Bedragen x € 1.000)

2020    2021    2022    2023    2024    2025    2026

Eigen personeel kosten    284.620    315.000    330.000    303.750    303.750    303.750    304.500

 
 

2020

2021

2022

2023

2024

2025

2026

Aantal fte

3.821

4.200

4.400

4.050

4.050

4.050

4.060

 

Externe inhuur kosten

78.403

48.750

55.000

11.000

11.000

11.000

10.000

 

Overige personeelskosten

2.528

5.000

5.000

4.500

4.500

4.500

4.500

Totale kosten

365.552

368.750

390.000

319.250

319.250

319.250

319.000

Materiële kosten

De materiële kosten houden verband met de bedrijfsvoering van de IND en betreffen o.a. huisvesting en in- en uitbesteding. De programmakosten hebben een directe relatie met de uitvoering van te leveren prestaties (tolken, proceskosten, verzorging, laboratoriumonderzoek, documenten en dwangsommen). Ook de kosten van automatisering voor het primair proces vallen onder programmakosten. De rentelasten hangen samen met het beroep op de leenfaciliteit. Over de aangegane leningen voor de financiering van de investeringen in de (im)materiële vaste activa wordt rente betaald.

 

Tabel 55 Kasstroomoverzicht (Bedragen x € 1.000)

 

2020

2021

2022

2023

2024

2025

2026

1 Rekening courant RHB 1 januari + depositorekeningen

101.990

150.019

155.519

162.019

168.519

168.519

178.019

+/+ totaal ontvangsten operationele kasstroom

584.646

502.414

532.144

451.003

450.946

450.946

451.095

  • /- totaal uitgaven operationele kasstroom
  • 572.737    -

488.914

  • 518.644
  • 437.503
  • 437.446
  • 437.446
  • 437.595

2 Totaal operationele kasstroom

11.909

13.500

13.500

13.500

13.500

13.500

13.500

  • /- totaal investeringen
  • 2.161
  • 4.100
  • 810
  • 490
  • 280
  • 280
  • 280

+/+ totaal boekwaarde desinvesteringen

0

           

3 Totaal investeringsstroom

  • 2.161
  • 4.100
  • 810
  • 490
  • 280
  • 280
  • 280
  • /- eenmalige uitkering aan moederdepartement

0

0

0

0

0

0

0

+/+ eenmalige storting door moederdepartement

47.892

0

0

0

0

0

0

  • /- aflossingen op leningen
  • 10.813
  • 8.000
  • 7.000
  • 7.000
  • 4.000
  • 4.000
  • 4.000

+/+ beroep op leenfaciliteit

1.202

4.100

810

490

280

280

280

4 Totaal financieringskasstroom

38.281

  • 3.900
  • 6.190
  • 6.510
  • 3.720
  • 3.720
  • 3.720

5 Rekening courant RHB 31 december + stand depositorekeningen (=1+2+3+4)

150.019

155.519

162.019

168.519

178.019

178.019

187.519

Toelichting op het kasstroomoverzicht

De investeringen hebben betrekking op inventarissen en installaties (o.a. aanpassingen voor de invoering van het Nieuwe Werken en het nieuwe asielproces), hard- en software (investeringen voor o.a. projecten op het gebied van Data, Kennis en informatiemanagement en de Algemene Verordening Gegevensbescherming) en immateriële vaste activa (o.a. doorontwikkeling van het informatiesysteem INDIGO).

Doelmatigheid

Tabel 56 Doelmatigheidsindicatoren

2020    2021    2022    2023    2024    2025    2026

Omschrijving generiek deel

IND totaal:

FTE-totaal (excl. externe inhuur)    3.821    4.200    4.400    4.050    4.050    4.050    4.060

 
 

2020

2021

2022

2023

2024

2025

2026

Saldo van baten en lasten (% van de baten)

  • 9,7%

0%

0%

0%

0%

0%

0%

 

Asiel

Doorlooptijd (wettelijke termijn) in %

79

90

90

90

90

90

90

Standhouden van beslissingen in %

90

85

85

85

85

85

85

Gemiddelde kostprijs (x € 1)

2.700

2.425

2.874

2.900

2.900

2.900

2.900

Omzet (x € 1 mln.)

224

225

244

218

218

218

218

 

Regulier

Doorlooptijd (wettelijke termijn) in %

88

95

95

95

95

95

95

Standhouden van beslissingen in %

84

80

80

80

80

80

80

Gemiddelde kostprijs (x € 1)

743

660

670

690

690

690

690

Omzet (x € 1 mln.)

203

243

253

206

206

206

206

 

Naturalisatie

Doorlooptijd (wettelijke termijn) in %

53

95

95

95

95

95

95

Gemiddelde kostprijs (x € 1)

625

521

510

520

520

520

520

Omzet (x € 1 mln.)

32

29

29

21

21

21

21

Doorlooptijd

De huidige procedure voor het behandelen van een aanvraag heeft tot doel om zo snel mogelijk duidelijkheid te geven over de uitkomst, waarbij op een zorgvuldige manier wordt getoetst aan de voorwaarden voor het verkrijgen van een asielvergunning, regulier verblijf of naturalisatie.

Het streven is om het grootste deel van de asielaanvragen af te handelen in de eerste 8 dagen (AA procedure). Voor de overige asielaanvragen geldt dat de IND streeft naar een tijdigheid van minimaal 90% ten opzichte van de wettelijke normtijd. Voor regulier verblijf en naturalisatie geldt 95%. De doorlooptijd binnen de asielprocedures is sterk afhankelijk van de daadwerkelijke ontwikkelingen in de instroom en de zwaarte van de af te handelen asielverzoeken.

Standhouden beslissing

Deze indicator geeft aan in hoeveel procent van de gevallen de beslissingen van de IND standhouden voor de rechter. Dit is een (gedeeltelijke) indicatie van de kwaliteit van de beslissingen die de IND neemt in vreemdelingenzaken (asiel en regulier). In de tijd tussen een beslissing en een beroep kunnen zich echter ook nieuwe feiten voordoen die van invloed zijn op de beslissing.

Kostprijs per productgroep

De kostprijzen per productgroep vertonen een tamelijk stabiel beeld. De kostprijs van Asiel is in de tijd relatief stabiel met uitzondering van 2021, waar een stijging van het aantal Asiel Verlengingen begroot is. Dit product heeft een relatief lage kostprijs. Vanaf 2022 daalt het aantal Asiel Verlengingen weer. De overige wijzigingen in de kostprijzen worden veroorzaakt door verschuivingen in de productmix.

Omzet per prijsgroep

De IND wordt bekostigd op basis van output. De omzet per productgroep wordt gebaseerd op de integrale kostprijs en de verwachte aantallen te behandelen aanvragen. Voor 2021 wordt uitgegaan van een instroom van 18.000.

5.3 Centraal Justitieel Incassobureau (CJIB)

Het CJIB is een uitvoeringsorganisatie van JenV die alleen voor of in opdracht van de overheid werkt, met aangewezen taken binnen de justitieketen voor het ten uitvoerleggen en coördineren van opgelegde financiële straffen, sancties, transacties, strafbeschikkingen, maatregelen en confis-catiebeslissingen.

Tabel 57 Meerjarige begroting van baten en lasten (bedragen x € 1.000)

 
 

2020

2021

2022

2023

2024

2025

2026

 

Baten

Omzet

145.947

169.626

157.125

155.930

154.987

154.890

155.018

waarvan omzet moederdepartement

136.564

159.734

145.886

144.691

143.748

143.651

143.779

waarvan omzet overige departementen

1.969

2.482

2.701

2.701

2.701

2.701

2.701

waarvan omzet derden

7.414

7.410

8.538

8.538

8.538

8.538

8.538

Rentebaten

0

0

0

0

0

0

0

Vrijval voorzieningen

0

0

0

0

0

0

0

Bijzondere baten

0

0

0

0

0

0

0

Totaal baten

145.947

169.625

157.125

155.930

154.987

154.890

155.018

 

Lasten

Apparaatskosten

140.332

158.737

144.247

143.248

142.234

142.087

142.210

  • Personele kosten

112.352

130.799

114.233

113.169

112.098

111.897

111.957

waarvan eigen personeel

71.714

82.042

75.031

75.031

75.031

75.031

75.031

waarvan inhuur externen

36.348

45.094

35.858

34.794

33.723

33.522

33.582

waarvan overige personele kosten

4.290

3.663

3.344

3.344

3.344

3.344

3.344

  • Materiële kosten

27.980

27.938

30.014

30.079

30.136

30.190

30.253

waarvan apparaat ICT

8.794

7.805

10.200

10.200

10.200

10.200

10.200

waarvan bijdrage aan SSO's

8.548

8.579

8.200

8.200

8.200

8.200

8.200

waarvan overige materiële kosten

10.638

11.515

11.614

11.679

11.736

11.790

11.853

Gerechtskosten

4.434

5.842

7.985

7.987

7.991

7.995

8.000

Afschrijvingskosten

4.355

4.989

4.888

4.694

4.760

4.807

4.807

  • Materieel

4.355

4.329

4.888

4.694

4.760

4.807

4.772

waarvan apparaat ICT

3.737

3.597

4.503

4.480

4.571

4.634

4.608

waarvan overige materiele kosten

2.996

732

384

214

189

173

164

  • Immaterieel

741

618

0

0

0

0

0

Rentelasten

31

57

6

2

2

1

1

Overige lasten

204

0

0

0

0

0

0

waarvan dotaties voorzieningen

0

0

0

0

0

0

0

waarvan bijzondere lasten

204

0

0

0

0

0

0

Totaal lasten

149.356

169.625

157.125

155.930

154.987

154.890

155.018

 

Saldo van baten en lasten gewone bedrijfsuitoefening

  • 3.409

0

0

0

0

0

0

Agentschapsaandeel VPB-lasten

0

0

0

0

0

0

0

Saldo van baten en lasten

  • 3.409

0

0

0

0

0

0

Baten

Omzet moederdepartement

Voor een aantal producten krijgt het CJIB een bijdrage van JenV. Zie onderstaande tabel voor een nadere uitsplitsing voor 2022:

Tabel 58 Onderbouwing omzet Moederdepartement

 
 

Prijs

Hoeveelheid

Omzet (* € 1.000)

Transacties

€ 1.204,54

3.071

€ 3.699

Vrijheidsstraffen

€ 227,11

25.165

€ 5.715

Taakstraffen

€ 151,16

36.449

€ 5.510

Schadevergoedingsmaatregelen

€ 682,71

13.009

€ 8.881

Ontnemingsmaatregelen

€ 4.739,98

1.716

€ 8.132

Voorwaardelijke invrijheidsstelling

€ 3.343,16

1.111

€ 3.715

Toezicht

€ 368,12

13.815

€ 5.086

Jeugdreclassering

€ 770,51

4.979

€ 3.836

Geldboetes

€ 9,00

9.423.651

€ 84.813

Overig

   

€ 16.500

Totaal

   

€ 145.886

Omzet overige departementen

Dit betreft de opbrengsten van andere overheidsorganisaties voor de inning van bestuurlijke boetes.

Tabel 59 Onderbouwing omzet overige departementen

 

Opdrachtgever

Q

Departement

Bedrag (x€1.000)

Inspectie SZW

1.600

SZW

41

Agentschap Telecom

400

EZK

11

RVO

1.250

EZK

34

Inspectie Leefomgeving en Transport

5.100

I&W

130

NVWA

9.200

LNV

235

DUO

360

OCW

9

IGJ

450

VWS

12

Belastingdienst

475

FIN

12

Huurcommissie

4.350

BZK

120

Diplomaten

10.000

BZK

305

Clustering Rijksincasso

70.950

 

1.792

Totaal

104.135

 

2.701

Omzet derden

In deze post zijn de baten opgenomen voor de taken die het CJIB uitvoert ten behoeve van het Centraal Administratie Kantoor, de Huurcommissie en Clustering Rijksincasso.

Lasten

Personele kosten

Onderstaand een overzicht van het aantal fte's en de loonkosten daarvan. Het CJIB heeft als beleid om een deel van zijn personeel flexibel aan te trekken. Deze kosten zijn onder Externe inhuur opgenomen. Hieronder is ook de inhuur van bijvoorbeeld (automatiserings)deskundigen ten behoeve van projecten opgenomen.

 

Tabel 60 Personele kosten (bedragen x € 1.000)

           

Personele kosten    2020

2021

2022

2023

2024

2025

2026

Formatie

1.214

1.154

1.154

1.154

1.154

1.154

1.154

  • Ambtelijk

1.024

1.159

1.040

1.040

1.040

1.040

1.040

  • Niet-ambtelijk

190

144

114

114

114

114

114

-Eigen personeel

 

Personele kosten

2020

2021

2022

2023

2024

2025

2026

Kosten

71.714

82.042

75.031

75.031

75.031

75.031

75.031

Aantal fte

1.024

1.159

1.040

1.040

1.040

1.040

1.040

 

-Externe inhuur

Kosten

36.348

45.093

35.858

34.794

33.723

33.522

33.582

-Post-actief personeel

Kosten

0

0

0

0

0

0

0

Aantal fte

0

0

0

0

0

0

0

 

-Overige P-kosten

4.290

3.663

3.344

3.344

3.344

3.344

3.344

 

Totale kosten

112.352

130.798

114.233

113.169

112.098

111.897

111.957

Materiële kosten

Onder deze post zijn alle reguliere exploitatiekosten van het CJIB opgenomen.

Gerechtskosten

Dit betreft o.a. de kosten voor de inschakeling van gerechtsdeurwaarders in het incassotraject, zowel met betrekking tot de inning van de OM-producten (€ 4,8 mln.) als de inning voor andere opdrachtgevers buiten het domein van JenV (€ 3,1 mln.).

Rentelasten

Dit betreft de te betalen rente als gevolg van het beroep op de leenfaciliteit ten behoeve van investeringen in (im)materiële vaste activa. De gemiddelde rente voor 2022 over de stand van de leningen bedraagt 0,3%.

Afschrijvingskosten

De afschrijvingsreeks is gebaseerd op de actuele omvang van de vaste activa, rekening houdend met de geplande vervangings- en uitbreidingsin-vesteringen.

Dotaties aan voorzieningen

Op de balans van het CJIB staat momenteel een reorganisatievoorziening. In het kader van de organisatieverandering per 1-1-2014 is een mobiliteitsplan opgesteld dat een breed pakket aan voorzieningen biedt om de mobiliteit van medewerkers te bevorderen. Voor de financiering hiervan is in 2013 een reorganisatievoorziening getroffen. De omvang van deze voorziening bedraagt op 1-1-2021 € 0,4 mln. Naar verwachting vindt de uitputting van de reorganisatievoorziening voor een bedrag van € 0,2 mln. plaats in 2021 en voor € 0,2 mln. in 2022. Dotaties aan de voorziening zijn niet voorzien.

Tabel 61 Kasstroomoverzicht (bedragen x € 1.000)

 
 

2020

2021

2022

2023

2024

2025

2026

  • 1. 
    Rekening-courant RHB 1 januari + stand depositorekeningen

35.580

28.393

30.497

30.943

30.856

30.825

30.838

Totaal ontvangsten operationele kasstroom

145.287

169.625

157.125

155.930

154.987

154.890

155.018

Totaal uitgaven operationele kasstroom

  • 149.069
  • 164.720
  • 152.238
  • 151.236
  • 150.227
  • 150.083
  • 150.211
  • 2. 
    Totaal operationele kasstroom
  • 3.782

4.905

4.888

4.694

4.760

4.807

4.807

  • 3. 
    Totaal investeringen (-/-)
  • 3.317
  • 8.095
  • 6.365
  • 2.065
  • 3.985
  • 4.030
  • 5.085
 

2020

2021

2022

2023

2024

2025

2026

Totaal boekwaarde desinvesteringen (+)

3

0

0

0

0

0

0

Totaal investeringskasstroom

  • 3.314
  • 8.095    -
  • 6.365
  • 2.065
  • 3.985
  • 4.030
  • 5.085

Eenmalige uitkering aan moederdepartement (-/-)

  • 876

0

0

0

0

0

0

Eenmalige storting door moederdepartement (+)

2.008

0

0

0

0

0

0

Aflossing op leningen (-/-)

  • 3.813
  • 3.606
  • 4.441
  • 4.781
  • 4.790
  • 4.794
  • 4.890

Beroep op leenfaciliteit (+)

2.590

8.900

6.365

2.065

3.985

4.030

5.085

  • 4. 
    Totaal financieringskasstroom
  • 91

5.294

1.924

  • 2.716
  • 805
  • 764

195

Rekening Courant RHB 31 december

  • 5. 
    + stand depositorekeningen (=

1+2+3+4)

28.393

30.497

30.943

30.856

30.825

30.838

30.756

 

Toelichting op het kasstroomoverzicht

     
 

De eenmalige uitkeringen aan het moederdepartement betreffen afroming van het Eigen Vermogen vanwege feit dat per ultimo boekjaar het Eigen Vermogen hoger was dan de toegestane 5% van de gemiddelde omzet over de afgelopen 3 jaren.

 

Tabel 62 Investeringen

         
 

Investeringen

       

Bedrag

Termijn

 
  • Hardware
       

5.765.000

3 / 5 jaar

 
  • Software
       

600.000

3 / 5 jaar

 

Totaal

       

6.365.000

 
 

Doelmatigheid

         

Tabel 63 Overzicht doelmatigheidsindicatoren

 

2020

2021

2022

2023

2024

2025

2026

CJIB-totaal:

fte-totaal

1.024

1.154

1.154

1.154

1.154

1.154

1.154

Saldo van baten en lasten in %

  • 3

0

0

0

0

0

0

Geldboetes

Aantal

7.967.460

9.331.058

9.423.651

9.532.660

9.644.595

9.753.600

9.873.290

Kostprijs (x €1)

9,00

9,00

9,00

9,00

9,00

9,00

9,00

Omzet (p * q)

71.707.140

83.979.518

84.812.856

85.793.939

86.801.355

87782.399

88.859.614

% geïnde zaken binnen 1 jaar

91,5

92,5

91,3

91,3

91,3

91,3

91,3

Transacties

 

Aantal

2.250

2.335

3.071

3.040

3.057

3.083

3.132

Kostprijs (x €1)

1568,27

1570,78

1204,54

1190,72

1152,98

1137,33

1120,35

Omzet (p * q)

3.528.600

3.668.491

3.698.583

3.619.584

3.524.079

3.506.487

3.509.235

% geïnde zaken binnen 1 jaar

73,1

55,0

55,0

55,0

55,0

55,0

55,0

 

Vrijheidsstraffen*1

Aantal

16.472

23.077

25.165

24.877

24.620

24.441

24.391

Kostprijs (x €1)

248,17

193,71

227,11

227,20

226,43

227,33

227,66

Omzet (p * q)

4.087.919

4.470.190

5.715.353

5.651.966

5.574.649

5.556.173

5.552.919

 

Taakstraffen*

Aantal

17.019

35.080

36.449

36.109

35.795

35.723

35.922

Kostprijs (x €1)

255,76

159,57

151,16

150,89

150,12

150,23

149,62

 

2020

2021

2022

2023

2024

2025

2026

Omzet (p * q)

4.352.834

5.597.573

5.509.634

5.448.615

5.373.550

5.366.630

5.374.577

 

Schadevergoedingsmaatregelen

Aantal

10.037

12.738

13.009

13.173

13.550

13.870

14.263

Kostprijs (x €1)

860,57

698,58

682,71

678,29

666,18

656,11

644,19

Omzet (p * q)

8.637.510

8.898.274

8.881.357

8.935.098

9.026.664

9.100.247

9.187.877

% geïnde zaken binnen 10 jaar

80,7

80,0

80,0

80,0

80,0

80,0

80,0

 

Ontnemingsmaatregelen

Aantal

1.298

1.687

1.716

1.548

1.551

1.551

1.552

Kostprijs (x €1)

7.053,99

4.730,21

4.739,98

5.102,58

5.076,11

5.068,53

5.062,59

Omzet (p * q)

9.152.548

7.979.428

8.131.697

7.897.176

7.874.701

7.863.160

7.856.753

% geïnde zaken binnen 10 jaar

70,3

67,0

67,0

67,0

67,0

67,0

67,0

 

Voorwaardelijke invrijheidstelling

Aantal

908

1.089

1.111

1.100

1.094

1.094

1.092

Kostprijs (x €1)

3.998,63

3.293,97

3.343,16

3.305,26

3.235,07

3.218,77

3.228,10

Omzet

3.630.758

3.588.325

3.714.737

3.635.362

3.540.316

3.522.846

3.524.715

Routeren Toezicht

Aantal

13.414

12.387

13.815

13.555

13.291

13.073

12.890

Kostprijs (x €1)

347,41

360,44

368,12

370,08

370,96

374,89

378,99

Omzet

4.660.122

4.464.942

5.085.516

5.016.606

4.930.612

4.900.770

4.885.276

Jeugdreclassering

Aantal

4.811

5.000

4.979

4.972

4.956

4.934

4.906

Kostprijs (x €1)

717,88

656,57

770,51

757,68

742,53

742,47

746,67

Omzet

3.453.719

3.282.865

3.836.290

3.766.814

3.680.155

3.663.372

3.663.296

Bestuurlijke boetes

 

Aantal

13.074

19.305

19.305

19.305

19.305

19.305

19.305

Tarief (x €1)

41,29

27,49

25,48

25,48

25,48

25,48

25,48

Omzet (p * q)

539.766

530.730

491.977

491.977

491.977

491.977

491.977

 

Overheidsincasso

Omzet

8.811.629

9.363.115

10.748.931

10.748.931

10.748.931

10.748.931

10.748.931

Omzet-diversen/input

Omzet    23.384.456    33.802.000    16.498.340    14.924.203    13.420.282    12.387.280    11.363.099

Totaal    145.947.000    169.625.000    157.125.000    155.930.000    154.987.000    154.890.000    155.018.000

1 *) Voor vrijheidsstraffen en taakstraffen zijn er geen kwaliteitsindicatoren die direct aan de activiteiten van het CJIB zijn te koppelen. De taak van het CJIB is de administratieve regie (coördinatie) op de betreffende ketenprocessen.

5.4 Nederlands Forensisch Instituut (NFI)

Het NFI draagt bij aan het artikelonderdeel 33.3 «Opsporing en vervolging» door middel van het leveren van kwalitatief hoogstaand forensisch onderzoek aan de partners in de strafrechtketen. De drie kernproducten daarbij zijn het uitvoeren van onderzoek op overwegend technisch, medisch-biologisch en natuurwetenschappelijk terrein, het doen van onderzoek naar nieuwe methoden en technieken en het overdragen van kennis op het gebied van forensisch en wetenschappelijk onderzoek.

Tabel 64 Meerjarige begroting van baten en lasten (Bedragen x € 1.000)

 
 

2020

2021

2022

2023

2024

2025

2026

Baten

Omzet

86.340

88.066

88.049

88.084

88.128

88.128

88.128

waarvan omzet moederdepartement

76.563

77381

76.367

76.402

76.446

76.446

76.446

waarvan omzet overige departementen

2.199

1.350

2.400

2.400

2.400

2.400

2.400

waarvan omzet derden

7.578

9.935

9.282

9.282

9.282

9.282

9.282

Rentebaten

0

0

0

0

0

0

0

Vrijval voorzieningen

1.047

0

0

0

0

0

0

Bijzondere baten

4

0

0

0

0

0

0

Totaal baten

87.391

88.066

88.049

88.084

88.128

88.128

88.128

Lasten

Apparaatskosten

64.374

64.672

64.397

64.432

64.476

64.476

64.476

  • Personele kosten

58.541

58.879

59.041

59.041

59.041

59.041

59.041

waarvan eigen personeel

50.929

52.079

53.509

53.509

53.509

53.509

53.509

waarvan inhuur externen

6.177

6.800

5.533

5.533

5.533

5.533

5.533

waarvan overige personele kosten

1.435

0

0

0

0

0

0

  • Materiële kosten

5.833

5.793

5.356

5.391

5.435

5.435

5.435

waarvan apparaat ICT

2.629

0

0

0

0

0

0

waarvan bijdrage aan SSOS

407

1.587

1.723

1.723

1.723

1.723

1.723

waarvan overige materiële kosten

2.797

4.206

3.633

3.668

3.712

3.712

3.712

Materiële programmakosten

22.117

19.747

19.634

19.634

19.634

19.634

19.634

Afschrijvingskosten

3.202

3.620

4.000

4.000

4.000

4.000

4.000

  • Materieel

3.202

3.620

4.000

4.000

4.000

4.000

4.000

waarvan apparaat ICT

0

445

363

363

363

363

363

waarvan overige materiele kosten

3.202

3.175

3.637

3.637

3.637

3.637

3.637

  • Immaterieel

0

0

0

0

0

0

0

Rentelasten

16

27

17

17

17

17

17

Overige lasten

547

0

0

0

0

0

0

waarvan dotaties voorzieningen

306

0

0

0

0

0

0

waarvan bijzondere lasten

241

0

0

0

0

0

0

Totaal lasten

90.256

88.066

88.049

88.084

88.128

88.128

88.128

 

Saldo van baten en lasten gewone bedrijfsuitoefening

  • 2.865

0

0

0

0

0

0

Agentschapsaandeel VPB-lasten

0

0

0

0

0

0

0

Saldo van baten en lasten

  • 2.865

0

0

0

0

0

0

Baten

Omzet moederdepartement

Naast de bijdrage van het moederdepartement JenV zijn hier ook de andere betaalde opdrachten van verschillende partijen binnen de justitiële keten opgenomen. In onderstaande tabel is een specificatie opgenomen van de omzet moederdepartement.

Tabel 65 Omzet moederdepartement (Bedragen x € 1.000)

 
 

2020

2021

2022

2023

2024

2025

2026

 

Bijdrage moederdepartement NFI

69.724

70.117

70.167

70.202

70.246

70.246

70.246

Bijdrage moederdepart. OSS / WVW / WMG

6.043

5.275

5.200

5.200

5.200

5.200

5.200

Betaalde opdrachten moederdepartement

796

1.000

1.000

1.000

1.000

1.000

1.000

 

Totale omzet (x € 1.000)

76.563

76.392

76.367

76.402

76.446

76.446

76.446

De bijdrage van het moederdepartement voor de OSS (One Stop Shop), de WVW (Wegenverkeerswet) en de WMG (Wet Middelenonderzoek Geweldsplegers) betreft onderzoek dat wordt uitbesteed aan particuliere laboratoria.

Omzet overige departementen

Onder deze post zijn vergoedingen opgenomen voor opdrachten van andere departementen. Het grootste deel betreft werkzaamheden die het NFI doet voor BZK.

Omzet derden

Omzet derden is opgebouwd uit diverse inkomsten. Een deel daarvan heeft betrekking op (met name ad hoc) onderzoeken die tegen betaling worden verricht voor verschillende overheden buiten de justitiële keten.

Vrijval voorzieningen

Onder deze post is onder andere een vrijval van de voorziening dubieuze debiteuren en de voorziening voor vaststellingsovereenkomsten opgenomen.

Bijzondere baten

Hieronder zijn bijvoorbeeld het boekresultaat van desinvesteringen en de afhandeling van een schadezaak opgenomen.

Lasten

Personele kosten

Onderstaand is een overzicht opgenomen van het aantal fte's en de loonkosten daarvan. Omdat in eerdere jaren een voorziening voor wachtgeld en een voorziening voor personele verplichtingen reorganisatie is gevormd, zijn er geen kosten opgenomen voor postactief personeel.

Tabel 66 Personele kosten (Bedragen x € 1.000)

 
 

2020

2021

2022

2023

2024

2025

2026

Eigen personeel

Kosten

50.929

52.079

53.509

53.509

53.509

53.509

53.509

Aantal fte's

580

585

601

601

601

601

601

 

Externe inhuur

Kosten

6.177

6.800

5.533

5.533

5.533

5.533

5.533

Aantal fte's

34

37

30

30

30

30

30

Postactief personeel

Dotatie voorziening post actief personeel

233

0

0

0

0

0

0

Aantal fte's

0

0

0

0

0

0

0

 

Overige personele kosten

1.435

0

0

0

0

0

0

 

2020

2021

2022

2023

2024

2025

2026

 

Totale kosten (x € 1.000)

58.774

58.879

59.041

59.041

59.041

59.041

59.041

Materiële kosten

Het totaal aan materiële kosten betreft een samenstel van diverse kostenposten zoals reis- en verblijfkosten, bureaukosten, documentatiekosten etc.

Materiële programmakosten

Onder de materiële programmakosten vallen de kosten van het laboratorium (onderhoudskosten laboratoriumapparatuur en aanschaf van zaken die op het laboratorium worden gebruikt zoals chemicaliën en gassen), de huisvesting en de ICT.

Afschrijvingskosten

De afschrijvingskosten zijn gebaseerd op de actuele omvang van de vaste activa, rekening houdend met de geplande vervangings- en uitbreidingsin-vesteringen.

Rentelasten

De rentelasten vloeien voort uit de leningen die nodig zijn voor de aanschaf van de materiële vaste activa.

Overige lasten

Onder overige lasten worden, naast de dotaties aan voorzieningen, schade-kosten en mobiliteitsbijdragen verantwoord.

 

Tabel 67 Kasstroomoverzicht (Bedragen x € 1.000)

 

2020

2021

2022

2023

2024

2025

2026

1 Rekening courant RHB 1 januari + depositorekeningen

13.082

9.392

9.555

9.788

9.893

9.548

8.469

+/+ totaal ontvangsten operationele kasstroom

85.568

88.066

88.049

88.084

88.128

88.128

88.128

-/- totaal uitgaven operationele kasstroom

  • 86.929
  • 84.446
  • 84.049
  • 84.084
  • 84.128
  • 84.128
  • 84.128

2 Totaal operationele kasstroom

  • 1.361

3.620

4.000

4.000

4.000

4.000

4.000

-/- totaal investeringen

  • 3.908
  • 5.962
  • 4.900
  • 5.200
  • 4.900
  • 4.900
  • 4.900

+/+ totaal boekwaarde desinvesteringen

42

0

0

0

0

0

0

3 Totaal investeringsstroom

  • 3.867
  • 5.962
  • 4.900
  • 5.200
  • 4.900
  • 4.900
  • 4.900

-/- eenmalige uitkering aan moederdepartement

0

0

0

0

0

0

0

+/+ eenmalige storting door moederdepartement

963

0

0

0

0

0

0

-/- aflossingen op leningen

  • 2.542
  • 3.458
  • 3.767
  • 3.896
  • 4.344
  • 5.080
  • 5.463

+/+ beroep op leenfaciliteit

3.117

5.962

4.900

5.200

4.900

4.900

4.900

4 Totaal financieringskasstroom

1.538

2.504

1.133

1.304

556

  • 180
  • 563

5 Rekening courant RHB 31 december + stand

5 depositorekeningen (=1+2+3+4)

9.392

9.555

9.788

9.893

9.548

8.469

7.007

Operationele kasstroom

De operationele kasstroom bestaat uit het geraamde saldo van baten en lasten, gecorrigeerd voor afschrijvingen en mutaties in de voorzieningen en het werkkapitaal.

Investeringskasstroom

De investeringsstroom bestaat grotendeels uit vervangingsinvesteringen als gevolg van volledig afgeschreven activa (met name laboratoriumapparatuur).

Tabel 68 Doelmatigheidsindicatoren

 
 

2020

2021

2022

2023

2024

2025

2026

Kerntaak 1 zaaksonderzoek - per productgroep

Medisch onderzoek - productie (st.)

1.216

1.150

1.150

1.150

1.150

1.150

1.150

  • productieve uren

28.633

25.100

25.100

25.100

25.100

25.100

25.100

Toxicologie - productie (st.)

1.488

360

360

360

360

360

360

  • productieve uren

18.407

15.100

15.100

15.100

15.100

15.100

15.100

Verdovende middelen - productie (st.)

13.550

15.050

15.050

15.050

15.050

15.050

15.050

  • productie (uur)

6.916

12.100

12.100

12.100

12.100

12.100

12.100

  • productieve uren

21.105

19.700

19.700

19.700

19.700

19.700

19.700

DNA-typering - productie (st.)

42.199

49.100

49.100

49.100

49.100

49.100

49.100

  • productieve uren

85.979

87.900

87.900

87.900

87.900

87.900

87.900

Explosieven - productie (st.)

39

30

30

30

30

30

30

  • productie (uur)

5.598

3.400

3.400

3.400

3.400

3.400

3.400

  • productieve uren

5.851

4.300

4.300

4.300

4.300

4.300

4.300

Schotrestenonderzoek - productie (st.)

233

170

170

170

170

170

170

  • productieve uren

9.239

8.900

8.900

8.900

8.900

8.900

8.900

Wapens en werktuigen - productie (st.)

737

680

680

680

680

680

680

  • productieve uren

12.659

13.500

13.500

13.500

13.500

13.500

13.500

Digitale technologie - declarabele uren

27.613    24.400    24.400    24.400    24.400    24.400    24.400

1.518    11.100    11.100    11.100    11.100    11.100    11.100

Big Data Analyse - declarabele uren

 

Biometrie - productie (st.)

809

790

790

790

790

790

790

  • productie (uur)

3.040

3.500

3.500

3.500

3.500

3.500

3.500

  • productieve uren

13.415

18.300

18.300

18.300

18.300

18.300

18.300

Hansken - productieve uren

53.629

53.400

53.400

53.400

53.400

53.400

53.400

 

DNA Databank - productieve uren

7.555

7.300

7.300

7.300

7.300

7.300

7.300

Overige producten - productie (st.)

3.472

1.580

1.580

1.580

1.580

1.580

1.580

  • productieve uren

81.220

95.400

95.400

95.400

95.400

95.400

95.400

Totaal aantal productieve uren K1

366.823    384.400    384.400    384.400    384.400    384.400    384.400

Tabel 69 Doelmatigheidsindicatoren

 
 

2020

2021

2022

2023

2024

2025

2026

Aantal productieve uren NFI

Kerntaak 1 zaaksonderzoek

366.820

384.400

384.400

384.400

384.400

384.400

384.400

Kerntaak 2 research

126.494

142.100

142.100

142.100

142.100

142.100

142.100

Kerntaak 3 onderwijs en kennis

24.017

32.100

32.100

32.100

32.100

32.100

32.100

Uren, omzet en uurtarief NFI

Productieve uren

517.331

558.600

558.600

558.600

558.600

558.600

558.600

Totale omzet (x € 1.000) *

87.391

88.074

88.049

88.084

88.128

88.128

88.128

Indicatief uurtarief (€)

169

172

172

172

172

172

172

Generieke indicatoren

 
 

2020

2021

2022

2023

2024

2025

2026

Saldo van baten en lasten (% van baten)

  • 3,38%

0,00%

0,00%

0,00%

0,00%

0,00%

0,00%

Aantal fte (inclusief extern personeel)

614

631

631

631

631

631

631

% op tijd

92%

95%

95%

95%

95%

95%

95%

Toelichting

De meerjarige aantallen zijn mede gebaseerd op de Service Level Agreement 2021 (SLA). De afspraken voor de SLA 2022 met de ketenpartners worden eind 2021 vastgelegd en worden bepaald op basis van beleidsmatige ontwikkelingen en wensen van de ketenpartners.

In de eerste tabel met doelmatigheidsindicatoren wordt bij de productie van zaaksonderzoek (K1) onderscheid gemaakt tussen stuksproducten en urenproducten. Het totaal van de stuksproducten en urenproducten worden vertaald naar het aantal productieve uren (de stuksproducten kennen een bepaalde normtijd). In de tweede tabel zijn ook indicatoren opgenomen voor zaaksonderzoek (K1), research (K2) en onderwijs en kennis (K3).

In de tabellen is steeds het aantal productieve uren opgenomen. Daarnaast hanteert het NFI declarabele uren, waarin alleen rechtstreeks aan een product gerelateerde uren zijn begrepen. De totale omzet wordt, zoals is opgenomen in de laatste tabel (gemarkeerd met een *), berekend door het totaal aantal declarabele uren te vermenigvuldigen met het uurtarief. Vervolgens wordt hierbij de aparte vergoeding die het NFI ontvangt voor uitbesteding van werk aan particuliere laboratoria (OSS, WVW en WMG) opgeteld.

5.5 Justitiële Uitvoeringsdienst Toetsing, Integriteit, Screening (Dienst Justis)

Screeningsautoriteit Justis screent om inzicht te krijgen in de betrouw baarheid van personen en organisaties. Justis doet dit in het belang van het functioneren van de rechtsstaat en de veiligheid in en van de samenleving.

Justis screent op terreinen waarvan politiek en samenleving vinden dat betrouwbaarheid belangrijk is. Justis maakt hierbij gebruik van unieke informatie die alleen voor de overheid beschikbaar is. Daar waar het bedrijfsleven screent, wil Justis dat dit betrouwbaar gebeurt en daarom screent ze deze organisaties ook. Justis draagt bij aan de veiligheid in en van de samenleving en doet recht aan de beginselen van de rechtsstaat, aangezien de rechtsstaat alleen goed kan functioneren als de betrouw baarheid en veiligheid zijn gewaarborgd.

Bij het screenen van personen en organisaties stelt Justis de principes van de rechtsstaat centraal. Onafhankelijk en met oog voor privacy weegt Justis, vanuit een wettelijke basis, individuele belangen van personen en organisaties af tegen het collectieve belang, met als doel kwetsbare belangen te beschermen en risico's te verminderen.

Justis is een opgavegerichte organisatie met de behoefte van de samenleving aan betrouwbaarheid en veiligheid als uitgangspunt. Samen met opdracht gevers en partners bekijkt Justis of en op welke manier screening kan bijdragen aan de maatschappelijke veiligheid en vermindering van risico's in het maatschappelijk verkeer.

Niet alle dossiers zijn meegenomen in voorliggende paragraaf. Zaken die in en na 2022 zeker een rol gaan spelen, maar nog niet definitief konden worden geraamd, zijn de consequenties van het rapport over de kindertoe-slagaffaire (POK), het in te richten Bibob-register, continu screening Douane en het invoeren van de VOG op basis van politiegegevens

Toelichting op de meerjarige begroting van baten en lasten

Tabel 70 Meerjarige begroting van baten en lasten (Bedragen x € 1.000)

 
 

2020

2021

2022

2023

2024

2025

2026

Baten

Omzet

42.432

48.464

53.953

53.960

53.991

53.991

53.991

waarvan omzet moederdepartement

  • 1.046
  • 439

3.369

3.376

3.407

3.407

3.407

waarvan omzet overige departementen

3.089

4.430

3.485

3.485

3.485

3.485

3.485

waarvan omzet derden

40.389

44.473

47.099

47.099

47.099

47.099

47.099

Rentebaten

0

0

0

0

0

0

0

Vrijval voorzieningen

0

0

0

0

0

0

0

Bijzondere baten

0

0

0

0

0

0

0

Totaal baten

42.432

48.464

53.953

53.960

53.991

53.991

53.991

 

Lasten

Apparaatskosten

  • Personele kosten

26.768

28.360

31.164

31.165

31.165

31.165

31.165

waarvan eigen personeel

21.998

23.982

27.640

27.641

27.641

27.641

27.641

waarvan inhuur externen

4.770

4.378

3.524

3.524

3.524

3.524

3.524

waarvan overige personele kosten

0

0

0

0

0

0

0

  • Materiële kosten

18.520

20.111

20.945

20.945

20.945

20.945

20.945

 

2020

2021

2022

2023

2024

2025

2026

waarvan apparaat ICT

894

4.975

738

738

738

738

738

waarvan bijdrage aan SSO's

8.447

8.900

9.630

9.630

9.630

9.630

9.630

waarvan overige materiële kosten

9.179

6.236

10.577

10.577

10.577

10.577

10.577

Materiële programmakosten

 

0

0

0

0

0

0

Afschrijvingskosten

0

0

0

0

0

0

0

  • Materieel

0

0

0

0

0

0

0

waarvan apparaat ICT

0

0

0

0

0

0

0

waarvan overige materiele kosten

0

0

0

0

0

0

0

  • Immaterieel

0

0

0

0

0

0

0

Rentelasten

0

0

0

0

0

0

0

Overige lasten

 

0

0

0

0

0

0

waarvan dotaties voorzieningen

0

0

0

0

0

0

0

waarvan bijzondere lasten

 

0

0

0

0

0

0

Totaal lasten

45.288

48.471

52.109

52.110

52.110

52.110

52.110

 

Saldo van baten en lasten gewone bedrijfsuitoefening

  • 2.856
  • 7

1.844

1.850

1.881

1.881

1.881

Agentschapsdeel Vpb-lasten

0

0

0

0

0

0

0

Saldo van baten en lasten

  • 2.856
  • 7

1.844

1.850

1.881

1.881

1.881

Baten

Omzet Moederdepartement

In deze post is de bijdrage van het Ministerie van JenV opgenomen voor producten waarvoor geen, of geen kostendekkende, tarieven (kunnen) worden geheven aan de eindgebruiker.

In onderstaande tabel wordt een nadere uitsplitsing van de omzet moeder departement voor 2021 en 2022 weergegeven.

 

Tabel 71 Overzicht omzet moederdepartement (Bedragen x € 1.000)

Product

2021

2022

Waarvan direct gerelateerd aan geleverde producten/diensten

Omzet: Risicomeldingen, TIV, BIBOB,VOG

0

0

Omzet: Gratie, Naamswijziging

900

428

Omzet: GSR

837

693

Omzet: WPBR, WWM, BOA

2.357

2.248

Waarvan overige ontvangsten/bijdragen van het moederdepartement

0

0

Totaal

4.094

3.369

Omzet overige departementen

In de omzet overige departementen is de bijdrage opgenomen van overige departementen voor producten waarvoor geen tarieven aan de eind gebruiker worden geheven. Het betreft bijdragen vanuit de Ministeries van SZW en IenW voor de continue screening van de Kinderopvang en Taxibranche.

Daarnaast is de bijdrage vanuit het Ministerie van VWS voor de VOGvrij-willigers (200.000) van € 3,2 mln. opgenomen.

Omzet derden

Deze geraamde omzet betreft de bij derden (particulieren en bedrijven) in rekening te brengen tarieven voor producten. Het aantal aanvragen BIBOB, VOG natuurlijke personen, VOG Rechtspersonen en GVA's (Gedragsve-klaring aanbesteding) stijgt in 2022. Vanaf 2022 zijn tariefinkomsten opgenomen voor de nieuwe producten van de screening van Incassobureaus.

 

Tabel 72 Overzicht omzet derden

Product

Betaalde

Aantallen

Tarief

PxQ (x € 1.000)

Bureau Bevordering Integriteitsbeoordelingen door het Openbaar Bestuur (BIBOB)

352

700

246

Verklaring omtrent gedrag (VOG NP)1

1.170.000

33,85

39.605

Verklaring omtrent gedrag (VOG-RP)

11.500

207

2.381

Naamswijziging

1.890

835

1.578

Gedragsverklaring Aanbesteding2

12.000

75

940

Wet wapens en munitie (WWM)

310

80

25

Particuliere Beveiligingsorganisaties en Recherche bureaus ( WPBR vergunningen)3

700

600

450

Particuliere Beveiligingsorganisaties en Recherche bureaus (WPBR leidinggevenden)

880

92

81

Incassoregister ondernemingen

550

2.712,17

1.492

Incassoregister zeggenschapshebbende

150

2.015,73

302

Totaal

   

47.099

1    Het tarief voor de VOG bij aanvraag bij een gemeente bedraagt €41,35

2    Opbrengst derden GVA is inclusief 40.000 extra exemplaren ad. € 1,3 Opbrengst derden WPBR vergunningen is inclusief 30.000 inkomsten uit de bestuurlijke boete

Lasten

Personele kosten

De personele kosten in 2022 en verder stijgen ten opzichte van het jaar 2021. Dit heeft te maken met de hogere productieaantallen BIBOB, VOG-producten, BOD en Incassoregister.

Tabel 73 Personele kosten

 
 

2020

2021

2022

2023

2024

2025

2026

Eigen personeel

Kosten (x € 1.000)

21.998

23.723

27.640

27.641

27.641

27.641

27.641

Aantal Fte's

299

323

358

358

358

358

358

Extern personeel

             

Kosten (x € 1.000)

4.770

3.844

3.524

3.524

3.524

3.524

3.524

Overige P-kosten

             

Kosten (x € 1.000)

0

0

0

0

0

0

0

Totale kosten (x € 1.000)

26.768    27.567    31.164    31.165    31.165    31.165    31.165

Materiële kosten

De materiële kosten in 2022 en verder stijgen ten opzichte van het jaar 2021. Dit heeft te maken met indexatie van beheerkosten en kosten van kantoorautomatisering en stijging beheerlasten externe leveranciers.

Tabel 74 Kasstroomoverzicht (Bedragen x €1.000)

 
 

2020

2021

2022

2023

2024

2025

2026

1 Rekening courant RHB 1 januari + depositorekeningen

17.003

11.943

9.105

10.949

12.799

14.680

16.561

+/+ totaal ontvangsten operationele kasstroom

47.481

65.106

53.953

53.960

53.991

53.991

53.991

  • /- totaal uitgaven operationele kasstroom
  • 50.978
  • 68.547
  • 52.109
  • 52.110
  • 52.110
  • 52.110
  • 52.110

2 Totaal operationele kasstroom

  • 3.497
  • 3.441

1.844

1.850

1.881

1.881

1.881

  • /- totaal investeringen

0

0

0

0

0

0

0

+/+ totaal boekwaarde desinvesteringen

0

0

0

0

0

0

0

3 Totaal investeringsstroom

0

0

0

0

0

0

0

  • /- eenmalige uitkering aan moederdepartement
  • 2.058

0

0

0

0

0

0

+/+ eenmalige storting door moederdepartement

495

603

0

0

0

0

0

  • /- aflossingen op leningen

0

0

0

0

0

0

0

+/+ beroep op leenfaciliteit

0

0

0

0

0

0

0

4 Totaal financieringskasstroom

  • 1.563

603

0

0

0

0

0

5 Rekening courant RHB 31 december + stand depositorekeningen (=1+2+3+4)

11.943

9.105

10.949

12.799

14.680

16.561

18.442

Toelichting op het kasstroomoverzicht

De gepresenteerde eenmalige storting in 2021 (4) heeft te maken met het aanvullen op het negatieve Eigen Vermogen van €427000 (als gevolg van negatief exploitatieresultaat van het jaar 2020) en een Corona-bijdrage van €176.000.

Doelmatigheid

Tabel 75 Doelmatigheidsindicatoren

 

Omschrijving

2020

2021

2022

2023

2024

2025

2026

 

Risicomeldingen

Tarief

n.v.t

n.v.t

n.v.t

n.v.t

n.v.t

n.v.t

n.v.t

Volume

1.100

1.100

1.100

1.100

1.100

1.100

1.100

Omzet (x €1.000)'

-

-

-

-

-

-

-

Doorlooptijd

n.t.b.

n.t.b.

n.t.b.

n.t.b.

n.t.b.

n.t.b.

n.t.b.

TIV

Tarief

n.v.t

n.v.t

n.v.t

n.v.t

n.v.t.

n.v.t

n.v.t

Volume

869

800

800

800

800

800

800

Omzet* (x €1.000)

-

-

-

-

-

-

-

Doorlooptijd: % verstrekking A binnen 3 dagen

77%

75%

75%

75%

75%

75%

75%

Doorlooptijd: % verstrekking B binnen 4 weken

91%

75%

75%

75%

75%

75%

75%

Doorlooptijd: % verstrekking C binnen 6 weken en 4 maanden

99%

95%

95%

95%

95%

95%

95%

 

GSR

Tarief

n.v.t

n.v.t

n.v.t

n.v.t

n.v.t.

n.v.t

n.v.t

Volume

713

700

700

700

700

700

700

Omzet* (x €1.000)

-

-

-

-

-

-

-

Doorlooptijd: % positieve beslissing binnen 8 w.

93%

95%

95%

95%

95%

95%

95%

Doorlooptijd: % negatieve beslissing binnen 8 w.

96%

95%

95%

95%

95%

95%

95%

 

BIBOB

Tarief

€ 700,00

€ 700,00

€ 700,00

€ 700,00

€ 700,00

€ 700,00

€ 700,00

Volume

324

340

440

440

440

440

440

Omzet* (x €1.000)

€ 181

€ 217

€ 246

€ 246

€ 246

€ 246

€ 246

Doorlooptijd: % binnen 8 weken

61%

60%

60%

60%

60%

60%

60%

Doorlooptijd: % binnen 12 weken

90%

95%

95%

95%

95%

95%

95%

Omschrijving

2020

2021

2022

2023

2024

2025

2026

 

Gratie

Tarief

n.v.t

n.v.t

n.v.t

n.v.t

n.v.t.

n.v.t

n.v.t

Volume

678

1.150

1.150

1.150

1.150

1.150

1.150

Omzet* (x €1.000)

-

-

-

-

-

-

-

Doorlooptijd: % binnen 6 maanden

90%

90%

90%

90%

90%

90%

90%

 

Verklaring omtrent het Gedrag (VOG NP)

Tarief (via gemeenten)

€ 41,35

€ 41,35

€ 41,35

€ 41,35

€ 41,35

€ 41,35

€ 41,35

Tarief (elektronisch)

€ 33,85

€ 33,85

€ 33,85

€ 33,85

€ 33,85

€ 33,85

€ 33,85

Volume

1.059.733

1.035.000

1.170.000

1.170.000

1.170.000

1.170.000

1.170.000

Omzet* (x €1.000)

€ 35.872

€ 35.035

€ 39.605

€ 39.605

€ 39.605

€ 39.605

€ 39.605

Doorlooptijd: % binnen 4 weken

100%

98%

98%

98%

98%

98%

98%

Doorlooptijd: % binnen 8 weken na VTW

85%

90%

90%

90%

90%

90%

90%

Verklaring omtrent het Gedrag (VOG RP)

Tarief

€ 207,00

€ 207,00

€ 207,00

€ 207,00

€ 207,00

€ 207,00

€ 207,00

Volume

6.520

5.100

11.500

11.500

11.500

11.500

11.500

Omzet* (x €1.000)

€ 1.350

€ 1.056

€ 2.381

€ 2.381

€ 2.381

€ 2.381

€ 2.381

Doorlooptijd: % binnen 8 weken

100%

98%

98%

98%

98%

98%

98%

Doorlooptijd: % binnen 12 weken na VTW

n.v.t

95%

95%

95%

95%

95%

95%

VOG-vrijwilligers

Volume

134.146

200.000

200.000

200.000

200.000

200.000

200.000

Omzet overige departementen (x €1.000)

€ 2.164

€ 4.208

€ 3.205

€ 3.205

€ 3.205

€ 3.205

€ 3.205

GVA

Tarief

€ 75,00

€ 75,00

€ 75,00

€ 75,00

€ 75,00

€ 75,00

€ 75,00

Volume

11.204

9.000

12.000

12.000

12.000

12.000

12.000

Omzet* (x €1.000)

€ 890

€ 715

€ 940

€ 940

€ 940

€ 940

€ 940

Doorlooptijd: % binnen 8 weken

100%

95%

95%

95%

95%

95%

95%

Doorlooptijd: % binnen 16 weken na VTW

n.v.t

95%

95%

95%

95%

95%

95%

Naamswijziging

Tarief

€ 835,00

€ 835,00

€ 835,00

€ 835,00

€ 835,00

€ 835,00

€ 835,00

Volume

2.514

2.700

2.700

2.700

2.700

2.700

2.700

Omzet* (x €1.000)

€ 1.562

€ 1.578

€ 1.578

€ 1.578

€ 1.578

€ 1.578

€ 1.578

Doorlooptijd: % binnen 20 weken

99%

98%

98%

98%

98%

98%

98%

WWM beroepen

Tarief

n.v.t

n.v.t

n.v.t

n.v.t

n.v.t

n.v.t

n.v.t

Volume

139

150

150

150

150

150

150

Omzet* (x €1.000)

-

-

-

-

-

-

-

Doorlooptijd: % binnen 26 weken

94%

95%

95%

95%

95%

95%

95%

 

WWM ontheffingen

Tarief

€ 80,00

€ 80,00

€ 80,00

€ 80,00

€ 80,00

€ 80,00

€ 80,00

Volume

232

360

360

360

360

360

360

Omzet* (x €1.000)

€ 18

€ 25

€ 25

€ 25

€ 25

€ 25

€ 25

Doorlooptijd: % binnen 13 weken

98%

95%

95%

95%

95%

95%

95%

 

BOA (Buitengewone opsporingsambtenaren)

Tarief

n.v.t

n.v.t

n.v.t

n.v.t

n.v.t

n.v.t

n.v.t

Volume

6.797

9.300

8.000

8.000

8.000

8.000

8.000

Omschrijving

2020

2021

2022

2023

2024

2025

2026

Omzet* (x €1.000)

-

-

-

-

-

-

-

Doorlooptijd: % verzoek art. 142 binnen 16 w.

100%

95%

95%

95%

95%

95%

95%

 

BOD (Bijzondere opsporingsdienst)

Tarief

n.v.t

n.v.t

n.v.t

n.v.t

n.v.t

n.v.t

n.v.t

Volume

661

450

560

560

560

560

560

Omzet* (x €1.000)

-

-

         

Doorlooptijd: % BOD binnen 8 weken

100%

95%

95%

95%

95%

95%

95%

 

WPBR ondernemingen

Tarief

€ 600,00

€ 600,00

€ 600,00

€ 600,00

€ 600,00

€ 600,00

€ 600,00

Volume

915

1.000

1.000

1.000

1.000

1.000

1.000

Omzet* (x €1.000)

€ 431

€ 420

€ 4502

€ 450

€ 450

€ 450

€ 450

Doorlooptijd: % binnen 13 weken

91%

95%

95%

95%

95%

95%

95%

 

WPBR leidinggevenden

Tarief

€ 92,00

€ 92,00

€ 92,00

€ 92,00

€ 92,00

€ 92,00

€ 92,00

Volume

1.052

1.100

1.100

1.100

1.100

1.100

1.100

Omzet* (x €1.000)

€ 84

€ 81

€ 81

€ 81

€ 81

€ 81

€ 81

Doorlooptijd: % binnen 8 weken

89%

95%

95%

95%

95%

95%

95%

Incassoregister ondernemingen

Tarief

n.v.t

n.v.t

€ 2.712,17

€ 2.712,17

€ 2.712,17

€ 2.712,17

€ 2.712,17

Volume

n.v.t

n.v.t

550

550

550

550

550

Omzet* (x €1.000)

n.v.t

n.v.t

€ 1.492

€ 1.492

€ 1.492

€ 1.492

€ 1.492

Doorlooptijd

n.v.t

n.v.t

n.t.b.

n.t.b.

n.t.b.

n.t.b.

n.t.b.

Incassoregister zeggenschapshebbende

 

Tarief

n.v.t

n.v.t

€ 2.015,73

€ 2.015,73

€ 2.015,73

€ 2.015,73

€ 2.015,73

Volume

n.v.t

n.v.t

150

150

150

150

150

Omzet* (x €1.000)

n.v.t

n.v.t

€ 302

€ 302

€ 302

€ 302

€ 302

Doorlooptijd

n.v.t

n.v.t

n.t.b.

n.t.b.

n.t.b.

n.t.b.

n.t.b.

 

Continue screening

Volume Taxi en Kinderopvang

281.233

270.000

270.000

270.000

270.000

270.000

270.000

Omzet (x €1.000)

€ 512

€ 343

€ 473

€ 473

€ 473

€ 473

€ 473

 

Dienst Justis - totaal

Fte- totaal (intern personeel)

309

323

358

358

358

358

358

Saldo baten en lasten in % van totale baten

0%

2%

4%

4%

4%

4%

4%

1    omzet is tariefinkomsten van het aantaal betaalde producten

2    inclusief bestuurlijke boete van €30.000

5.6 Justid

De Justitiële Informatiedienst (justid) is opgericht in 2006 om cruciale justitiële informatie eenvoudig en snel te delen binnen overheidsinstanties. Ze werkt daarbij intensief samen met diverse partners binnen de strafrecht-, migratie- en jeugdketen zowel in Nederland als op Europees niveau. Met ingang van 1 januari 2022 zal Justid als agentschap binnen JenV gaan opereren. In deze agentschapsparagraaf is ervan uit gegaan dat de omzet en de kosten in de komende jaren jaarlijks met 2% stijgen als gevolg van een hogere productie.

 

Tabel 76 Meerjarige begroting van baten en

lasten (Bedragen x € 1.000)

     
 

2022

2023

2024

2025

2026

Baten

Omzet

61.236

62.498

63.735

65.029

66.382

waarvan omzet moederdepartement

54.365

55.509

56.625

57.797

59.026

waarvan omzet overige departementen

2.729

2.776

2.824

2.873

2.922

waarvan omzet derden

4.142

4.213

4.286

4.359

4.434

Rentebaten

0

0

0

0

0

Vrijval voorzieningen

0

0

0

0

0

Bijzondere baten

0

0

0

0

0

Totaal baten

61.236

62.498

63.735

65.029

66.382

 

Lasten

Apparaatskosten

56.996

57.520

58.506

59.748

61.047

  • Personele kosten

44.484

44.758

45.490

46.471

47.505

waarvan eigen personeel

35.582

37.036

38.490

40.029

41.654

waarvan inhuur externen

7.183

6.225

5.268

5.268

5.268

waarvan overige personele kosten

1.720

1.497

1.732

1.174

583

  • Materiële kosten

12.511

12.762

13.017

13.277

13.543

waarvan apparaat ICT

6.281

6.406

6.534

6.665

6.798

waarvan bijdrage aan SSO's

2.007

2.047

2.088

2.130

2.172

waarvan overige materiële kosten

4.224

4.308

4.395

4.482

4.572

Materiële programmakosten

0

0

0

0

0

Rentelasten

0

0

0

0

0

Afschrijvingskosten

4.003

4.899

5.043

4.347

4.458

  • Materieel

0

0

0

0

0

waarvan apparaat ICT

4.003

4.899

5.043

4.347

4.458

waarvan overige materiele kosten

0

0

0

0

0

  • Immaterieel

0

0

0

0

0

Overige lasten

0

0

0

0

0

waarvan dotaties voorzieningen

0

0

0

0

0

waarvan bijzondere lasten

0

0

0

0

0

Totaal lasten

60.999

62.419

63.550

64.095

65.506

 

Saldo van baten en lasten gewone bedrijfsuitoefening

237

79

185

934

876

Agentschapsaandeel VPB-lasten

0

0

0

0

0

Saldo van baten en lasten

237

79

185

934

876

Baten

Omzet

De omzet van het moederdepartement betreft omzet van werkzaamheden voor kerndepartement, de uitvoeringsorganisaties en de agentschappen van het Ministerie van Justitie en Veiligheid. De omzet van overige opdrachtgevers vormen ongeveer 10% van de omzet.

Lasten

Personele kosten

Onderstaand is een overzicht opgenomen van het aantal fte's en de loonkosten daarvan. De personeelskosten bestaan uit vast en flexibel personeel. Voor het eigen personeel in loondienst is een groei geprognosticeerd bij een hogere omzet (groei dienstverlening). Extern personeel wordt waar mogelijk verambtelijkt en alleen daar ingehuurd voor specifiek e kennis of moeilijk in te vullen functies.

Tabel 77 Personele kosten (Bedragen x € 1.000)

 
 

2022

2023

2024

2025

2026

Eigen personeel

Kosten

35.582

37.036

38.490

40.029

41.654

Aantal fte's

416

433

450

468

487

 

Externe inhuur

Kosten

7.183

6.225

5.268

5.268

5.268

Aantal fte's

75

65

55

55

55

 

Overige personele kosten

1.720

1.497

1.732

1.174

583

 

Totale kosten

44.484

44.758

45.490

46.471

47.505

Materiële kosten

De ICT kosten bestaan uit contracten met externe leveranciers voor o.a. onderhoud van ICT apparatuur (zoals servers en netwerk), ICT middelen (zoals opslagruimtes, multifunctionals etc) en jaarlijkse licentiekosten voor software.

De bijdrage aan SSO heeft te maken met de dienstverlening die wordt afgenomen bij het facilitair Bedrijf DJI, de Justitiële ICT organisatie en het financieel dienstencentrum.

De overige materiële apparaatskosten bevatten o.a. telefoonkosten, overige exploitatiekosten.

Afschrijvingskosten

De afschrijvingskosten bestaan uit afschrijvingen op hardware en software. De investeringen die worden gedaan, zijn gerelateerd aan vernieuwing en vervanging van diensten die Justid levert alsook aan netwerk-, server-, en opslagcapaciteit.

 

Tabel 78 Kasstroomoverzicht (Bedragen x € 1.000)

 

2021

2022

2023

2024

2025

2026

1 Rekening courant RHB 1 januari + depositorekeningen

0

38

3.278

5.256

6.485

6.766

+/+ totaal ontvangsten operationele kasstroom

60.201

61.236

62.498

63.735

65.029

66.382

2 -/- totaal uitgaven operationele kasstroom

  • 60.163
  • 56.996
  • 57.520
  • 58.506
  • 59.748
  • 61.047
     

2021

2022    2023

2024

2025

2026

Totaal operationele kasstroom

   

38

4.240    4.978

5.229

5.281

5.335

-/- totaal investeringen

   

0

  • 5.000    - 5.000
  • 5.000
  • 5.000    -
  • 5.000

+/+ totaal boekwaarde desinvesteringen

   

0

0 0

0

0

0

3 Totaal investeringsstroom

   

0

  • 5.000    - 5.000
  • 5.000
  • 5.000    -
  • 5.000

-/- eenmalige uitkering aan moederdepartement

 

0

0 0

0

0

0

+/+ eenmalige storting door moederdepartement

 

0

0 0

0

0

0

-/- aflossingen op leningen

   

0

0 - 2.000

  • 3.000
  • 4.000
  • 4.000

+/+ beroep op leenfaciliteit

   

0

4.000    4.000

4.000

4.000

4.000

4 Totaal financieringskasstroom

   

0

4.000    2.000

1.000

0

0

5 Rekening courant RHB 31 december + stand depositorekeningen (=1+2+3+4)

 

38

3.278    5.256

6.485

6.766

7.100

 

Operationele kasstroom

De operationele kasstroom bestaat uit opbrengsten uit de dienstverlening en uit directe en indirecte kosten exclusief afschrijvingen.

 

Investeringskasstroom

De investeringen die vanaf 2022 nodig zijn bevatten de kosten voor de aanschaf van hard- en software, alsook inzet ten behoeve van nieuwe, zelfontwikkelde software.

 

Doelmatigheid

         

Tabel 79 Omschrijving generiek deel

 

2020

2021

2022

2023

2024

2025

2026

Kostprijzen per product (groep) (* € 1.000)

nvt

60.163

60.236

60.789

61.861

62.950

64.059

Tarieven/uur

100,00

100,00

99,50

99,00

98,20

98,20

98,20

Omzet per productgroep (pxq) (* € 1.000)

nvt

60.201

61.236

62.289

63.361

64.450

65.559

FTE-totaal (excl. externe inhuur)

371

400

416

433

450

468

487

Saldo van baten en lasten (%)

nvt

0,0%

1,6%

2,4%

2,4%

2,3%

2,3%

De opgenomen normen zijn indicatief. Ten behoeve van de definitieve vaststelling van de doelmatigheidsnormen zullen deze in het jaargesprek tussen de eigenaar (pSG JenV) en de opdrachtnemer (AD Justid) worden besproken en vastgesteld. In 2021 voert Justid een nulmeting uit tbv de vaststelling van deze norm.

De inschatting is dat het sturen op de kostprijzen per product/dienst (mede door voor- en nacalculaties) uit eindelijk een besparing van 2,3% (circa € 1,5 mln.) op jaarbasis zal opleveren.

Door te sturen op overhead zal de overhead per productief uur afnemen (hier wordt schaal 9 + overhead gebruikt) In deze tariefontwikkeling is geen rekening gehouden met loon- en prijsbijstellingen, daar het vergelijk met de eerdere tarieven hierdoor vertroebeld wordt.

De verwachting is dat Justid de dienstverlening uit gaat breiden de komende jaren.

Justid heeft een O&F plan vastgesteld welke mee beweegt met de grootte van de dienstverlening.

Het saldo van baten en lasten zal, mede door de sturing op doelmatigheid, oplopen tot ca. € 1,5 mln. per jaar.

In het jaarplan 2022 gesprek tussen eigenaar, opdrachtgevers en opdrachtnemer (Justid) zal de normering van de kwaliteitsindicatoren doorlooptijden en klanttevredenheid worden vastgesteld.

 

Tabel 80 verklarende indicatoren

 

2020

2021

2022

2023

2024

2025

2026

Percentage overhead

 

nnb

         

Verhouding directe en indirecte kosten

 

nnb

         

Productiviteit

 

66%

67%

67%

67%

67%

67%

Ziekteverzuim

4,9%

4,1%

3,5%

3,5%

3,5%

3,5%

3,5%

% Externe inhuur (t.o.v. intern personeel)

   

20%

15%

10%

10%

10%

De opgenomen normen zijn indicatief. Ten behoeve van de definitieve vaststelling van de doelmatigheidsnormen zullen deze in het jaar gesprek tussen de eigenaar (pSG JenV) en de opdrachtnemer (AD Justid) worden besproken en vastgesteld. In 2021 voert Justid een nulmeting uit tbv de vaststelling van deze norm.

Justid stuurt meer en meer op doelmatige inzet van haar personeel. Hierdoor zal de productiviteit toenemen.

Justid streeft er naar om extern personeel te verambtelijken en ziet hiertoe mogelijkheden omdat de tijdelijke projectfinancieringen steeds structureler van aard zijn.

Openingsbalans

Justid wordt vanaf 1 januari 2022 een zelfstandig baten-lastenagentschap en ontvlochten uit de financiële boekhouding van het kerndepartement. Om een indruk te geven van de financiële startpositie van Justid wordt hieronder de indicatieve openingsbalans gepresenteerd. Na ontvangst van de controleverklaring van de ADR wordt de definitieve openingsbalans opgenomen in de agentschapsparagraaf van de eerste daaropvolgende begrotingswet (1e suppletoire begroting / Voorjaarsnota2022).

Tabel 81 openingsbalans (bedragen * € 1.000)

Activa

Immateriële activa

Materiële activa    8.884

  • grond en gebouwen
  • installaties en inventarissen

Voorraden

Debiteuren    900

Nog te ontvangen Liquide middelen

Totaal activa    9.784