Memorie van toelichting - Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat (XIII) voor het jaar 2022

Deze memorie van toelichting i is onder nr. 2 toegevoegd aan wetsvoorstel 35925 XIII - Vaststelling begroting Economische Zaken en Klimaat 2022 i.

1.

Kerngegevens

Officiële titel Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat (XIII) voor het jaar 2022; Memorie van toelichting; Memorie van toelichting
Document­datum 21-09-2021
Publicatie­datum 21-09-2021
Nummer KST35925XIII2
Kenmerk 35925 XIII, nr. 2
Externe link origineel bericht
Originele document in PDF

2.

Tekst

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Vergaderjaar 2021

2022

35 925 XIII

Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat (XIII) voor het jaar 2022

Nr. 2

MEMORIE VAN TOELICHTING

INHOUDSOPGAVE

Geraamde uitgaven en ontvangsten    3

Beleidsprioriteiten    10

Belangrijkste beleidsmatige mutaties    29

Overzicht niet-juridisch verplichte uitgaven    33

Strategische Evaluatie Agenda    34

Overzicht risicoregelingen    37

Overzichtstabel bedrijfslevenbeleid en

Missiegedreven Topsectoren- en Innovatiebeleid    50

Beleidsartikel 1 Goed functionerende economie en markten 52 Beleidsartikel 2 Bedrijvenbeleid: innovatie en ondernemerschap voor duurzame welvaartsgroei    66

Beleidsartikel 3 Toekomstfonds    97

Beleidsartikel 4 Een doelmatige energievoorziening en beperking van de klimaatverandering    107

Beleidsartikel 5 Een veilig Groningen met perspectief    139

Artikel 40 Apparaat    149

Artikel 41 Nog onverdeeld    153

Aansluiting raming begroting agentschappen met financiering door moederdepartement EZK    154

Agentschap Telecom (AT)    155

Dienst ICT Uitvoering (DICTU)    160

Nederlandse Emissieautoriteit (NEa)    164

Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO.nl)    170

Bijlage 1: ZBO's en RWT's    176

Bijlage 2: Verdiepingsbijlage    177

Bijlage 3: Moties en toezeggingen    193

Bijlage 4: Subsidieoverzicht    234

Bijlage 5: Uitwerking Strategische Evaluatie Agenda    239

Bijlage 6: Rijksuitgaven Caribisch Nederland    247

Bijlage 7: Nationaal Groeifonds (NGF) projecten EZK    249

Lijst van afkortingen    251

GERAAMDE UITGAVEN EN ONTVANGSTEN

Figuur 1 Geraamde uitgaven verdeeld over beleidsartikelen en niet-beleidsartikelen (bedragen x € 1 mln). Totaal € 8.114,4 mln.

  • 1. 
    Goed functionerende economie en markten
  • 2. 
    Bedrijvenbeleid: innovatie en ondernemerschap voor duurzame welvaartsgroei
  • 3. 
    Toekomstfonds
  • 4. 
    Een doelmatige energievoorziening en beperking van de klimaatverandering
  • 5. 
    Een veilig Groningen met perspectief

Figuur 2 Geraamde ontvangsten verdeeld over beleidsartikelen en niet-beleidsartikelen (bedragen x € 1 mln). Totaal € 5.154,3 mln.

  • 1. 
    Goed functionerende economie en markten
  • 2. 
    Bedrijvenbeleid: innovatie en ondernemerschap voor duurzame welvaartsgroei
  • 3. 
    Toekomstfonds
  • 4. 
    Een doelmatige energievoorziening en beperking van de klimaatverandering
  • 5. 
    Een veilig Groningen met perspectief
  • A. 
    ARTIKELSGEWIJZE TOELICHTING BIJ HET BEGROTINGSWETSVOORSTEL

Wetsartikel 1

De begrotingsstaten die onderdeel zijn van de Rijksbegroting, worden op grond van artikel 2.3, eerste lid, van de Comptabiliteitswet 2016 elk afzonderlijk bij de wet vastgesteld.

Het wetsvoorstel strekt ertoe om de onderhavige begrotingsstaten voor het aangegeven jaar vast te stellen.

Alle voor dit jaar vastgestelde begrotingswetten tezamen vormen de Rijksbegroting voor dat jaar. Een toelichting bij de Rijksbegroting als geheel is opgenomen in de Miljoenennota.

Met de vaststelling van dit wetsartikel worden de uitgaven, verplichtingen en de ontvangsten vastgesteld. De in de begrotingsstaat opgenomen begrotingsartikelen worden in onderdeel B van deze memorie van toelichting toegelicht (de zogenoemde begrotingstoelichting).

Wetsartikel 2

Met de vaststelling van dit wetsartikel worden de baten en de lasten, het saldo van de baten en de lasten en de kapitaaluitgaven en -ontvangsten van de in de staat opgenomen baten-lastenagentschappen voor het onderhavige jaar vastgesteld. De in die begrotingen opgenomen begrotingsartikelen worden toegelicht in onderdeel B (Begrotingstoelichting) van deze memorie van toelichting en wel in de paragraaf inzake de agentschappen.

De Minister van Economische Zaken en Klimaat,

S.A. Blok

  • B. 
    ARTIKELSGEWIJZE TOELICHTING BIJ DE BEGROTINGSARTIKELEN
  • 1. 
    Leeswijzer

De leeswijzer gaat in op de volgende onderwerpen:

  • 1. 
    Begrotingsstructuur;
  • 2. 
    Prestatiegegevens;
  • 3. 
    Groeiparagraaf;
  • 4. 
    Verwerking motie Schouw en motie Hachchi c.s.;
  • 5. 
    Ondergrenzen toelichtingen.
  • 1. 
    Begrotingsstructuur

Beleidsagenda

De beleidsagenda begint met het onderdeel beleidsprioriteiten. Aansluitend bij de missie van EZK hebben de beleidsprioriteiten de volgende opbouw: Inleiding, Economisch beeld en uitdagingen voor EZK, Duurzaam Nederland, Ondernemend Nederland en Europese en regionale samenwerking. Na het onderdeel beleidsprioriteiten volgen: de belangrijkste begrotingsmutaties voor de uitgaven en de ontvangsten, het overzicht van de niet-juridisch verplichte uitgaven, de Strategische Evaluatie Agenda, het overzicht van de risicoregelingen en tenslotte de overzichtstabel bedrijfslevenbeleid en Missiegedreven Topsectoren- en Innovatiebeleid.

Beleidsartikelen

Aansluitend op de beleidsagenda volgt de toelichting op de beleidsartikelen. Per beleidsartikel is een algemene doelstelling en een beschrijving van de rol en verantwoordelijkheid van de bewindspersonen opgenomen. Voor elk beleidsartikel zijn de belangrijkste beleidswijzigingen apart opgenomen onder het kopje «beleidswijzigingen». De financiële instrumenten zijn voorzien van een korte toelichting. Waar mogelijk wordt, voor een meer inhoudelijke en gedetailleerde beleidstoelichting, verwezen naar de relevante beleidsnota's of brieven die al naar de Tweede Kamer zijn gestuurd.

In de budgettaire tabellen van de beleidsartikelen zijn de financiële instrumenten onderverdeeld naar de volgende categorieën: subsidies, opdrachten, garanties, leningen, bekostiging, bijdrage aan agentschappen, bijdrage aan ZBO's/RWT's, bijdrage aan (inter)nationale organisaties en bijdragen aan medeoverheden. Deze onderverdeling komt ook terug in de structuur van het beleidsartikel.

In de begroting zijn verder de volgende bijlagen opgenomen: (bijlage 1) een overzicht van de ZBO's/RWT's vallend onder het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat, (bijlage 2) een toelichting op de mutaties ten opzichte van de stand Voorjaarsnota en Incidentele Suppletoire begrotingen, (bijlage 3) Moties en toezeggingen, (bijlage 4) het subsidieoverzicht met hyperlinks naar de betreffende subsidie, de meest recent uitgevoerde evaluatie en geprogrammeerde eerstvolgende evaluatie en de geplande einddatum van de subsidie, (bijlage 5) een nadere uitwerking van de Strategische Evaluatie Agenda en de meest recent uitgevoerde en geprogrammeerde beleidsdoorlichtingen en evaluaties met hyperlinks naar de betreffende rapporten, (bijlage 6) een overzicht van de uitgaven ten behoeve van Caribisch Nederland en (bijlage 7) een overzicht met de projecten op de EZK-begroting, gefinancierd uit het Nationaal Groeifonds (NGF).

Begrotingsreserves

Een begrotingsreserve mag met toestemming van de Minister van Financiën ten laste van een begrotingsartikel worden aangehouden (artikel 2.21, lid 1 Comptabiliteitswet 2016). De begrotingsreserves zijn bestemd voor een concreet doel en kunnen alleen voor dat doel worden gebruikt. De begrotingsreserves op de EZK-begroting worden ingezet voor de volgende doelen:

  • Als borg voor de afgegeven garantstellingen (Borgstelling MKB-kredieten, Garantie Ondernemingsfinanciering, Groeifaciliteit, Klein Krediet Corona, MKB financiering, garantieregeling Aardwarmte). Uit deze begrotingsreserves kunnen eventuele mismatches in de tijd tussen (premie-) inkomsten en uitgaven (verliesdeclaraties) worden opgevangen;
  • De uitfinanciering (op kasbasis) van reeds aangegane en deels nog aan te gane verplichtingen (reserve voor duurzame energie en lening ECN). Via de reserves blijven de middelen beschikbaar voor het specifieke doel tot het moment van uitbetaling.

Tabel 1 Omvang reserves eind 2020 (bedragen x € 1 mln)

 
 

Totaal

% Juridisch verplicht

Specificatie naar type reserve (x € 1 mln)

 
     

Borg garanties

Duurzame energie

Lening ECN

Artikel 2

787,5

100%

787,5

     

Artikel 4

4.196,9

100%

17,5

4.172,8

 

6,6

Totaal

4.984,4

100%

805,0

4.172,8

 

6,6

In de 1e suppletoire begroting 2021 zijn enkele onttrekkingen aan de begrotingsreserves op artikel 2 verwerkt. Er is € 100 mln onttrokken aan de begrotingsreserve Klein Krediet Corona in het kader van de herijking van de kasbuffer van deze regeling. Daarnaast is € 1,9 mln onttrokken aan de begrotingsreserve BMKB in het kader van de afwikkeling van het Stikstof/ PFAS luik in de BMKB.

Daarnaast is in de 1e suppletoire begroting 2021, bovenop de reeds geraamde € 240 mln, nog eens € 448 mln extra onttrokken aan de begrotingsreserve duurzame energie en klimaattransitie ter financiering van de hogere subsidie-uitgaven van de SDE en de SDE+ (als gevolg van de gedaalde energieprijzen) en voor de nadeelcompensatie van de sluiting van een kolencentrale.

In de betreffende beleidsartikelen (2 en 4) van deze begroting worden de bovengenoemde begrotingsreserves apart toegelicht (conform artikel 2.21, lid 2 Comptabiliteitswet 2016). Naar aanleiding van de toezegging van de Minister van Financiën aan de Algemene Rekenkamer en de aangenomen motie Ronnes c.s. (Kamerstuk 34 475, nr. 20) wordt het percentage juridisch verplicht voor de begrotingsreserves in de beleidsartikelen 2 en 4 toegelicht. Daarnaast zijn conform de motie Van Veldhoven en Koolmees (Kamerstuk 34 475, nr. 12) de eventuele aanvullende afspraken over de begrotingsreserves opgenomen . Als opvolging van de motie Geurts (Kamerstuk 34 000 XIII, nr. 64) worden de geraamde wijzigingen gedurende het begrotingsjaar in de 1e en 2e suppletoire begroting inzichtelijk gemaakt.

Overzicht maatregelen ten behoeve van het Klimaatakkoord Conform de motie Leegte (Kamerstuk 2014-2015, 30 196, nr. 278) is in beleidsartikel 4 (Een doelmatige energievoorziening en beperking van de klimaatverandering) een totaaloverzicht opgenomen van alle maatregelen van alle ministeries ten behoeve van het Klimaatakkoord (inclusief de CO2-reducerende maatregelen die genomen zijn om te voldoen aan het Urgenda-vonnis van de Hoge Raad).

Overzichtstabel agentschappen

In het hoofdstuk «De agentschappen» is een overzichtstabel agentschappen opgenomen. In deze tabel is de aansluiting te maken tussen de «opbrengst moederdepartement» zoals opgenomen in de agentschapsparagrafen en de «bijdrage aan agentschappen» zoals opgenomen in de begrotingsartikelen. Eventuele resterende verschillen zijn toegelicht.

  • 2. 
    Prestatiegegevens

In de beleidsartikelen wordt onder de algemene doelstelling aangegeven waar de Minister van EZK voor verantwoordelijk is. Indien voor deze doelstellingen een directe relatie gelegd kan worden tussen het gevoerde beleid en de gewenste (maatschappelijke) uitkomst, zijn prestatie-indicatoren opgenomen. De voorwaarde voor het opnemen van een indicator is een (doen) uitvoerende rol van de Minister. Bij de doelstellingen waarbij EZK een belangrijke bijdrage kan leveren door de juiste randvoorwaarden te creëren en het resultaat afhankelijk is van externe factoren, is het niet of beperkt mogelijk om prestatie-indicatoren op te nemen en wordt volstaan met kengetallen over ontwikkelingen op het betreffende beleidsterrein. Daarnaast zijn, waar mogelijk, prestatie-indicatoren en kengetallen opgenomen op instrumentniveau, die inzicht geven in het bereiken van specifieke resultaten.

  • 3. 
    Groeiparagraaf

Naar aanleiding van de motie Weverling c.s. (Kamerstuk 34 725 XIII, nr. 10) en de toezeggingen van de Minister van EZK naar aanleiding van vragen in het wetgevingsoverleg over het Jaarverslag en de Slowet 2018 (Kamerstuk 35 200 XIII, nr. 20) is in het Jaarverslag 2020 met betrekking tot beleidsartikel 4 meer inzicht geboden in de effecten van het energie- en klimaatbeleid door een aantal kerngegevens uit de Klimaatmonitor 2020 als prestatie-indicator toe te voegen. In navolging van wat in het Jaarverslag over 2020 is opgenomen, is het aantal kengetallen en prestatie-indicatoren op beleidsartikel 4 in de begroting 2022 flink uitgebreid, zodat de realisatie van de belangrijkste doelstellingen uit het Klimaatakkoord op het gebied van Elektriciteit, Industrie en Gebouwde omgeving gevolgd kunnen worden.

Daarnaast wordt de tabel Overzicht maatregelen in het kader van het Klimaatakkoord (beleidsartikel 4), betreffende de maatregelen van de verschillende departementen ten behoeve van het Klimaatakkoord, vanaf de begroting 2022 ingedeeld naar de sectoren die in het Klimaatakkoord worden onderscheiden: Elektriciteit, Industrie, Gebouwde Omgeving, Mobiliteit, Landbouw en Landgebruik. Deze tabel vervangt de tabel Overzicht maatregelen ten behoeve van het Energieakkoord, het Klimaatakkoord en CO2-reducerende maatregelen (uitvoering Urgenda-vonnis). Dit om de aansluiting met het Klimaatakkoord en het inzicht in alle budgetten die ingezet worden in het kader van het Klimaatakkoord te verbeteren.

Conform de ontwikkeling van de SEA worden syntheseonderzoeken en onderliggende evaluaties nu ingedeeld per beleidsthema en niet meer per beleidsartikel. Per evaluatie wordt nog wel de link gelegd met het desbetreffende beleidsartikel. Net als 2021 betreft 2022 een overgangs- en leerjaar met de SEA waardoor de agenda een eerste uitwerking betreft en waarbij nog een enkele traditionele beleidsdoorlichting voor een beleidsartikel is opgenomen.

In bijlage 5 wordt een uitwerking van de Strategische Evaluatie Agenda opgenomen. De naam van deze bijlage is aangepast ten opzichte van de begroting 2021 en wordt bijlage 5: Uitwerking Strategische Evaluatie Agenda (was: Evaluatie- en overig onderzoek).

Ter uitvoering van de motie Hachchi c.s. (Kamerstuk 33 000 IV, nr. 28) brengen departementen reeds langer in kaart welke uitgaven zij doen ten behoeve van Caribisch Nederland, uitgesplitst per beleidsartikel en per instrument. Hiervoor geldt een ondergrens van € 1 mln. Bedragen onder de € 1 mln hoeven niet apart zichtbaar te worden gemaakt in de budgettaire tabel, hierbij volstaat een toelichting.

Naar aanleiding van de voorlichting van de Afdeling Advisering van de Raad van State (RvS) en het Interdepartementale Beleidsonderzoek Koninkrijksrelaties (IBO) heeft het kabinet besloten het overzicht Rijksuitgaven (ten behoeve van) Caribisch Nederland uit te breiden (Kamerstuk 35 300 IV, nr. 11). Ter uitvoering hiervan wordt vanaf de ontwerpbegroting 2022 bijlage 6: Rijksuitgaven Caribisch Nederland opgesteld, waarin alle uitgavenreeksen van het Ministerie van EZK ten behoeve van Caribisch Nederland (Bonaire, Sint Eustatius en Saba ofwel BES-eilanden) worden opgenomen, ongeacht de hoogte van de uitgaven.

EZK voert met ingang van 2021 een aantal projecten uit in het kader van het Nationaal Groeifonds (NGF). Om de informatie omtrent beschikbaar budget en gerealiseerde uitgaven van NGF-projecten voor het parlement inzichtelijk te presenteren, wordt aan de begroting van EZK een separate bijlage toegevoegd (bijlage 7: Nationaal Groeifonds (NGF) projecten EZK), waarin de budgetten en uitgaven van alle NGF-projecten die via de EZK-begroting verlopen worden opgenomen.

  • 4. 
    Verwerking motie Schouw en motie Hachchi c.s.

Motie Schouw

In juni 2011 is de motie Schouw c.s. ingediend en aangenomen (Kamerstuk 2010-2011, 21 501-20, nr. 537). Deze motie zorgt er voor dat de landenspecifieke aanbevelingen van de Raad op grond van de nationale hervormingsprogramma's een eigenstandige plaats krijgen in de departementale begrotingen.

De Europese Commissie heeft in 2020 een landenspecifieke aanbeveling gedaan om publieke investeringsprojecten te vervroegen en private investeringen aan te moedigen om het economisch herstel te bevorderen. Daarnaast heeft de Europese Commissie aanbevolen de investeringen toe te spitsen op de groene en digitale transitie, met name op de ontwikkeling van digitale vaardigheden, duurzame infrastructuur, het schoon en efficiënt opwekken en gebruiken van energie, en missiegedreven onderzoek en innovatie. In de beleidsartikelen 1 (Goed functionerende economie en markten), 2 (Bedrijvenbeleid: innovatie en ondernemerschap voor duurzame welvaartsgroei) en 4 (Een doelmatige energievoorziening en beperking van de klimaatverandering) wordt op deze aanbeveling ingegaan.

De Europese Commissie heeft in 2021 vooralsnog geen landenspecifiek e aanbevelingen gedaan op de beleidsterreinen van het Ministerie van EZK.

Motie Hachchi c.s.

Ter uitvoering van de motie Hachchi c.s. (Kamerstuk 33 000 IV, nr. 28) brengen departementen in kaart welke uitgaven zij doen in Caribisch Nederland, uitgesplitst per instrument. Hiervoor geldt een ondergrens van € 1 mln. De totale uitgaven van EZK voor Caribisch Nederland in 2022 bedragen € 6,0 mln. Deze uitgaven zijn verdeeld over de beleidsartikelen 1, 2, en 4. De uitgaven voor het beleidsartikel 1 zijn lager dan de ondergrens van € 1 mln en worden derhalve niet afzonderlijk opgenomen in de budgettaire tabel.

In bijlage 6: Rijksuitgaven Caribisch Nederland zijn alle uitgavenreeksen van het Ministerie van EZK ten behoeve van Caribisch Nederland (Bonaire, Sint Eustatius en Saba ofwel BES-eilanden) opgenomen, ongeacht de hoogte van de uitgaven.

  • 5. 
    Ondergrenzen toelichtingen

Voor wat betreft het toelichten van significante verschillen in de uitgaven, ontvangsten en verplichtingen zijn de ondergrenzen gehanteerd zoals opgenomen in de onderstaande tabel.

 

Omvang begrotingsartikel (stand ontwerpbegroting) in € miljoen

Beleidsmatige mutaties (ondergrens in € miljoen)

Technische mutaties (ondergrens in € miljoen)

< 50

1

2

=> 50 en < 200

2

4

=> 200 < 1000

5

10

=> 1000

10

20

In sommige gevallen, waar politiek relevant, worden ook posten toegelicht beneden deze ondergrenzen.

  • 2. 
    Beleidsagenda

Beleidsprioriteiten

Inleiding

Het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat (EZK) staat voor een duurzaam en ondernemend Nederland. Het jaar 2022 zal voor EZK grotendeels in het teken staan van een duurzaam herstel uit de coronacrisis. EZK werkt aan de hervatting van de groei, in lijn met de Groeistrategie van het kabinet, en aan een verdere verduurzaming van de samenleving.

Samen met zijn partners werkt EZK aan de welvaart van alle Nederlanders, nu en later. Wij werken aan de klimaatambities, op weg naar een duurzame samenleving met schone, betrouwbare, veilige en betaalbare energie. We staan voor een open economie met een sterke internationale concurrentiepositie en oog voor economische veiligheid. We stimuleren innovatie en benutten de economische en maatschappelijke kansen van digitalisering. We geven ondernemers de ruimte en borgen de balans tussen de belangen van bedrijven en consumenten. Deze opgaven vragen erom dat verduurzaming en economische ontwikkeling samengaan en dat er goed wordt samengewerkt met internationale en regionale partners.

Economisch beeld

Economische gevolgen van corona

De Nederlandse economie is hard geraakt door de coronacrisis. De crisis maakte in 2020 abrupt een einde aan zo'n zes jaar van aaneengesloten positieve economische groei. Het bruto binnenlands product kromp afgelopen jaar met 3,8%. Dat is een iets grotere krimp dan tijdens de crisis in 2009 (-3,7%). De Nederlandse economie is tijdens de coronacrisis wel relatief minder hard geraakt dan veel andere Europese landen. Dit is te danken aan de veerkracht van de Nederlandse economie in samenhang met de effectiviteit van de overheidssteun aan werkenden en ondernemers. Tegelijkertijd zagen we dat als gevolg van de steun het aantal faillissementen voor in een crisistijd wel extreem laag lag: in februari 2021 op het laagste niveau na december 1990 en ook in de maanden daarna nog op een historisch laag niveau. Daarnaast is de werkloosheid na een initiële stijging tussen maart en augustus 2020, vrijwel voortdurend gedaald tot 3,1% in juli. Dat is zeer uitzonderlijk voor een periode van economische crisis. De veerkracht van de Nederlandse economie was onder andere te danken aan een al relatief ver gedigitaliseerde economie en samenleving. Deze lange termijn trend van digitalisering is bovendien als gevolg van de pandemie in een verdere versnelling geraakt.

Economische vooruitzichten en herstel

EZK heeft zich samen met andere departementen ingezet om via steunpak-ketten bedrijven en werknemers economisch te ondersteunen om de schade van de coronacrisis te beperken. Na een loodzwaar jaar voor onze hele economie en samenleving is het herstel inmiddels ingezet en gloort er licht aan het einde van de tunnel. De vaccinatiegraad is hoog, iedereen heeft inmiddels de kans gehad om zich volledig te laten vaccineren, vrijwel alle bedrijven hebben hun deuren inmiddels weer geopend en de economie groeit in rap tempo. Sinds de start van de crisis in maart 2020 heeft EZK zich samen met andere departementen ingezet om met vergaande steunmaatregelen de economische schok op te vangen en ondernemers en bedrijven door deze zware tijd heen te helpen. En met resultaat: bedrijven bleven overeind, het aantal faillissementen bleef laag en een groot deel van de banen en inkomens zijn behouden.

In een fase waarin beperkingen stapsgewijs worden afgeschaald en het maatschappelijk leven weer doorgang vindt, komt ook het moment dat de economie weer op eigen kracht kan gaan draaien. De economische rationale voor de steunpakketten is daardoor steeds kleiner geworden, zo laten de analyses van onder andere het Centraal Planbureau (CPB) zien. De terugkeer naar een gezonde economie, met een normale economische dynamiek, is van groot belang voor het verdienvermogen van Nederland. In sommige sectoren zijn grote tekorten aan personeel, terwijl de steun die voortkomt uit de pakketten ook mensen belemmert de overstap te maken naar plekken waar zij hard nodig zijn. Het grootste deel van de bedrijven lijkt daarmee uit het steunpakket «gegroeid» te zijn. Het kabinet heeft daarom besloten met ingang van het vierde kwartaal van 2021 de generieke steunpakketten niet te verlengen. Steun die te lang wordt doorgezet, zal het potentieel van de Nederlandse economie op de langere termijn schaden. Tegelijkertijd beseft het kabinet dat de situatie voor sommige burgers en bedrijven de komende tijd alsnog moeilijk zal blijven. Om deze reden zal in het vierde kwartaal een aantal ondersteunende regelingen nog van kracht zijn om de dynamiek op de arbeidsmarkt te bevorderen.

In de Macro Economische Verkenning 2022 is het CPB optimistisch over het economisch herstel. Naar verwachting is voor het eind van dit jaar de economie weer op het niveau van voor de coronacrisis. Het CPB gaat uit van een economische groei van 3,9% in 2021 en 3,5% in 2022. Met het van het slot gaan van de dienstensector en de afbouw van het steunbeleid herstelt de normale dynamiek van bedrijfsopheffingen en -oprichtingen zich. Hierdoor loopt de werkloosheid naar verwachting ietwat op van 3,4% in 2021 naar 3,5% in 2022. Uiteraard is deze raming met veel onzekerheid omgeven. Nieuwe uitbraken (van nieuwe virusvarianten) kunnen volgens het CPB alsnog roet in het eten gooien. In alle scenario's adviseert het CPB om in te zetten op herstelbeleid en de economie zich te laten aanpassen aan nieuwe omstandigheden. Waar steunbeleid gericht was op behoud van werkgelegenheid, dient herstelbeleid zich nu te richten op een duurzaam herstel en aanpassingsvermogen in het licht van de uitdagingen op de lange termijn.

Ook bij positief verloop van ontwikkelingen rondom het coronavirus kunnen de economische gevolgen nog een tijd zichtbaar blijven. Bijvoorbeeld omdat bedrijven tijd nodig hebben om te herstellen, omdat investeringen in mensen en kapitaalgoederen zijn uitgesteld, de internationale toelever-keten nog hinder ondervindt, of omdat de wereldwijde vraag naar goederen en diensten achterblijft. De augustusraming van het CPB toont dat het verwachte bbp-volume in 2025 1,5% lager ligt dan voor de corona-uitbraak werd geraamd. Dit lagere niveau wordt volgens het CPB vooral veroorzaakt door een lagere trendmatige stijging van de arbeidsproductiviteit als gevolg van gemiste investeringen door de coronarecessie.

Uitdagingen EZK

Lange termijn verdienvermogen

Een groot deel van de groei die de Nederlandse economie de afgelopen decennia heeft doorgemaakt ging op aan de stijgende kosten van collectieve voorzieningen en het aflossen van de staatsschuld, waardoor veel mensen te weinig van deze economische groei hebben kunnen merken in hun portemonnee. Om te borgen dat in de toekomst niet alleen de collectieve voorzieningen kunnen worden blijven betaald, maar ook de bestedingsruimte voor huishoudens wordt gecreëerd, richt EZK zich ook op het lange termijn verdienvermogen zoals beschreven in de Groeistrategie.1 Concreet geeft EZK hier vorm aan via onder andere het missiegedreven innovatiebeleid en het Nationaal Groeifonds.

EZK zet zich in voor een blijvend sterke economie nu en op de lange termijn, waarin innovatieve koplopers die vernieuwing aanjagen en een brede basis van bedrijven die werkgelegenheid bieden aan velen. Het Missiegedreven Topsectoren- en Innovatiebeleid van EZK benut de innovatiekracht van de topsectoren om belangrijke bijdragen te leveren aan het vermarkten van vernieuwingen en het aanpakken van sociale en maatschappelijke vraagstukken. De creativiteit en innovatiekracht van startups en scale-ups en andere partners in het ecosysteem zijn essentieel voor een duurzaam economisch herstel. Zij zijn de banenmotor van de toekomst en dragen met hun innovatieve producten en diensten bij om oplossingen voor maatschappelijke vraagstukken te ontwikkelen. Nederland scoort internationaal goed op het gebied van concurrentiekracht (World Economic Forum) en innovatie (Global Innovation Index).

Ook in 2022 zal het Nationaal Groeifonds bij blijven dragen aan het verhogen van het Nederlands verdienvermogen. De begroting van het Nationaal Groeifonds is op 12 januari 2021 door het parlement goedgekeurd. Het Nationaal Groeifonds richt zich op investeringen op drie terreinen: R&D en innovatie, Kennisontwikkeling en Infrastructuur. Op 9 april besloot het kabinet voor de eerste ronde van het Nationaal Groeifonds voor ruim € 4,1 mld toe te kennen en te reserveren, waarvan € 1.354 mln aan de R&D en innovatie pijler. In de Kamerbrief van 9 april kondigde het kabinet aan dat de tweede indieningsronde voor het fonds in 2021 start. EZK kan voor de tweede ronde op de drie pijlers van het fonds voorstellen indienen. In het eerste kwartaal van 2022 wordt besluitvorming over middelen voor de tweede ronde verwacht.

Verduurzamingsopgave

In december 2015 heeft Nederland samen met 194 andere landen de Overeenkomst van Parijs gesloten. Aanleiding was een brede wetenschappelijke consensus dat het klimaat verandert door menselijk handelen. In de Overeenkomst van Parijs is daarom afgesproken om de opwarming van de aarde ten opzichte van het pre-industriële tijdperk te beperken tot ruim onder de 2 graden Celsius en te streven naar een opwarming van maximaal 1,5 graad.

Voor de invulling van de nationale verantwoordelijkheid om de mondiale temperatuurstijging te beperken, heeft Nederland in 2019 een Klimaatwet vastgelegd. Deze wet biedt een kader voor de ontwikkeling van beleid gericht op het terugdringen van de emissies van broeikasgassen in Nederland, tot een niveau dat 95% lager ligt in 2050 dan in 1990. Conform de Klimaatwet heeft het huidige kabinet een Klimaatplan opgesteld, waarin de hoofdlijnen van het beleid, inclusief de afspraken uit het Klimaatakkoord, zijn opgenomen om in 2030 de uitstoot van broeikasgassen te reduceren met 49%. 1

Met het Klimaatakkoord en Klimaatplan gericht op 49% reductie in 2030 liep Nederland vooruit op initiële Europese doelen. Inmiddels heeft de EU echter overeenstemming bereikt over verhoging van het 2030-doel van tenminste 40% reductie van broeikasgassen ten opzichte van 1990 naar netto tenminste 55%. Deze ophoging zal ook leiden tot een aanvullende reductie-opgave voor Nederland. Deze verduurzamingsopgave vraagt om extra beleid in 2022. EZK speelt een hoofdrol in deze weg naar een duurzaam Nederland.

Duurzaam Nederland

Nederland staat voor een ongekende transitie op het gebied van duurzaamheid en een klimaatneutrale economie. EZK kiest daarom voor een realistische, ambitieuze en groene groeistrategie, die het streven naar economische groei en versterking van de concurrentiepositie combineert met het verbeteren van het milieu en gebruik maakt van initiatieven in de samenleving. Samen met andere departementen zet EZK zich ervoor in om die ambitieuze strategie te bereiken. De komende jaren zullen onder andere in het teken staan van een duurzaam herstel, het aanpakken van de stikstof-problematiek, de transitie naar een circulaire economie en het volledig stopzetten van de gaswinning in Groningen.

Broeikasgasemissie

Afgelopen juli heeft de Europese Commissie het Fit-for-55%-pakket gepresenteerd, bestaande uit een groot aantal voorstellen om nieuwe en bestaande klimaat- en energieregelgeving in lijn te brengen met het netto broeikasgasreductiedoel van ten minste 55% in 2030 ten opzichte van 1990 en klimaatneutraliteit in 2050.

Dit pakket bestaat onder andere uit een herziening van het Emissiehandels-systeem (ETS), de Effort Sharing Regulation (ESR), de verordening voor landgebruik, verandering in landgebruik en bosbouw (LULUCF), de richtlijnen inzake energie-efficiëntie (EED) en hernieuwbare energie (RED), de richtlijn voor CO2-eisen van lichte voertuigen, de richtlijn energiebelasting (ETD) en een Carbon Border Adjustment Mechanism (CBAM). In het laatste kwartaal van 2021 volgen voorstellen voor de Energy Performance of Buildings Directive (EPBD), wetgeving voor methaane-missies en de herziening van het 3e gaspakket (ook wel het decarbonisatie-pakket genoemd). EZK zal zich inzetten dat dit Fit for 55%-pakket op een kosteneffectieve manier wordt vormgegeven, waarbij zowel de EU als Nederland optimaal gepositioneerd zijn om het 2030-doel als tussenstop naar klimaatneutraliteit in 2050 te kunnen realiseren. Alle sectoren zullen een bijdrage moeten leveren aan het overkoepelende doel, conform de integrale aanpak van de Green Deal. Primair zet het kabinet in op aanscherping van het emissiehandelssysteem (ETS) en een sterker bronbeleid, zoals strengere EU-normen voor CO2-emissies van lichte voertuigen.

Stikstof

De stikstofcrisis confronteert Nederland met een complexe ecologische en economische situatie, waarin moeilijke keuzes gemaakt moeten worden over hoe de stikstofneerslag in gevoelige natuurgebieden terug te brengen. Die problemen kunnen we niet doorschuiven. Het stikstofprobleem moet hoe dan ook aangepakt worden, omwille van natuurherstel, maar ook omwille van maatschappelijke en economische ontwikkelruimte.

Het creëren van die ruimte is een randvoorwaarde voor het uitvoeren van projecten waarmee het Ministerie van EZK en andere departementen beleidsprioriteiten bereiken. Ontwikkelingen van nationaal belang, zoals de uitbreiding van de Tweede Maasvlakte, staan onder druk. Dit heeft economische consequenties (investeringsklimaat, werkgelegenheid). Ook de verduurzaming van de industrie- en energiesector loopt vertraging op, met mogelijke gevolgen voor de bijdrage van die sector aan de klimaat-opgave. Denk bijvoorbeeld aan productie van alternatieve brandstoffen, recycling van grondstoffen en afvang en opslag van CO2.

Zeker in het licht van economisch herstel na de coronacrisis is een dergelijke rem op ontwikkelingen en investeringen zeer onwenselijk. Alleen als er sprake is van een overtuigend en in effect vaststaand pad naar natuurherstel en stikstofreductie, ontstaat er structureel ruimte voor nieuwe ontwikkelingen. Die ontwikkelingen moeten goed worden gewogen, want we moeten voorkomen dat we ons op nieuwe langdurige stikstofbronnen vastleggen.

Duurzame industrie

Een belangrijk onderdeel van het Klimaatakkoord is de verduurzaming van de industrie. De energie-intensieve industrie staat voor een grote transitie-opgave naar een CO2-neutrale, schone en circulaire industrie. Uit de EZK-visie op verduurzaming van de basisindustrie voor 20502 volgt de inzet op duurzame energiedragers, opslag en hergebruik van CO2, vergaande (groene) elektrificatie, hernieuwbare chemie en chemische recycling, proce-sefficiëntie en maximale warmtebenutting. Verduurzaming is zowel een kans voor ondernemerschap, als een noodzakelijke voorwaarde voor de concurrentiekracht op de langere termijn. Nederland is hiervoor uitstekend uitgerust op gebied van ligging, kennis en infrastructuur. Daarnaast staat de transitie naar een circulaire economie centraal. Deze transitie is tevens cruciaal voor het behalen van de klimaatdoelen.

In het bereiken van de klimaatdoelen is niet alleen volledige hernieuwbare energieopwekking van belang, maar ook grootschalig hergebruik van koolstof en gebruik van niet-fossiele grondstoffen. Uitgangspunt in de toekomstvisie basisindustrie voor 2050 is dat alle koolstof die we nodig hebben al gedolven is en herwonnen moet worden door Carbon Capture and Usage (CCU), Direct Air Capture (afvang van CO2 uit de lucht), chemische en mechanische recycling, het grootschalig toevoegen van hoogwaardig recyclaat in basisproducten of door hoogwaardig gebruik van biotische stromen (cascadering). Hierbij hoort ook de toepassing van afvang en opslag van CO2 (CCS). CCS kan tegen relatief lage kosten dienen als opmaat voor hergebruik van CO2 (CCU). EZK zet in 2021 in op verdere realisatie van CCS-projecten met een programmatische aanpak gericht op onderzoek en innovatie, uitrolondersteuning via de SDE++3, internationale samenwerking, kennisuitwisseling en het aanpassen van wet- en regelgeving waar dat nodig is.

Ook klimaatneutrale waterstof kan een sleutelrol vervullen in de transitie-opgave: als buffer in het energiesysteem, in moeilijk te elektrificeren mobili-teitstoepassingen en als grondstof voor de industrie. Nederland heeft een unieke uitgangspositie voor grootschalige productie, distributie en toepassing van klimaatneutrale waterstof in de industrie. Om dit potentieel te benutten, voert EZK een ambitieus waterstofprogramma4 uit met een mix van investeringen in R&D en innovatie en een gerichte opschaling van elektrolysecapaciteit en waterstofinfrastructuur. Op Europees niveau is waterstof als strategische waardeketen aangewezen op basis van de bijdrage aan het concurrentievermogen, klimaatambities en strategische autonomie én ook nadrukkelijk aanwezig in Europese herstelplannen voor de coronacrisis. Daarom zal het kabinet onderzoek, innovaties en grootschalige pilot- en demoprojecten ondersteunen, zoals de bekostiging van het project «Groenvermogen van Nederland» uit het Nationaal Groeifonds. Daarnaast maakt waterstof onderdeel uit van het Europese proces om projecten van grensoverschrijdend belang IPCEI5 te selecteren. Lidstaten hebben, na selectie, private projecten aangedragen waarna na matchma-kingrondes de Europese Commissie de definitieve lijst met projecten zal vaststellen. Op het terrein van veiligheid, marktordening regelgeving en certificering wordt (deels op Europees niveau en in samenwerking met andere ministeries) beleid voorbereid om de basis te leggen voor het creëren van een markt voor klimaatneutrale waterstof en de realisatie van de waterstofambities uit het Klimaatakkoord en de kabinetsvisie waterstof.4

Daarnaast zet EZK in op stimuleren en beprijzing om de ambitieuze klimaatambities te behalen, en tegelijk te waarborgen dat Nederland aantrekkelijk blijft als vestigingsland voor de energie-intensieve industrie. Dit is enerzijds geregeld via de nationale CO2-heffing en anderzijds via het verbreden van stimuleringsregelingen en de verkenning naar nieuw of extra instrumentarium. Enkele voorbeelden hiervan zijn de SDE++6 en innovatieregelingen voor de industrie (zoals de MOOI-regeling en de GoChem regeling voor het MKB in de chemie).

Een tijdige ontwikkeling en beschikbaarheid van de benodigde infrastructuur voor energie en grondstoffen (o.a. CO2, restwarmte, elektriciteit en waterstof) is een cruciale randvoorwaarde voor de transitie en het realiseren van de klimaatopgave. Dit onderwerp zal extra inzet vanuit de Rijksoverheid vergen, met een sterkere publieke rol. In navolging van de kabinetsreactie op de Taskforce Infrastructuur Klimaatakkoord Industrie (TIKI)7 is een Nationaal Programma Infrastructuur Duurzame Industrie ingesteld (PIDI) met als doel de besluitvorming over aanleg van energie-infrastructuur te versnellen. Op basis van de koplopersprogramma's werken de stakeholders in de industrieclusters aan de eerste clusterenergiestrategieën (CES-en) om te komen tot regionale en landelijke uitvoeringsprogramma's voor infrastructuur. De CES-en en het Meerjarenprogramma Infrastructuur Energie en Klimaat (MIEK) vormen de basis voor het versnellen van de besluitvorming over energie-infrastructuur door verkenningen naar infrastructuur uit te voeren, knelpunten weg te nemen en te ondersteunen bij het zoeken naar aanvullende financiering.

Gaswinning Groningen

De gaswinning in Groningen heeft tot schade geleid aan woningen en gebouwen en heeft daarbij een grote maatschappelijke impact veroorzaakt. De veiligheid van de bewoners van Groningen staat altijd op de eerste plaats en blijft een topprioriteit voor het kabinet. Om verdere aardbevingen zoveel mogelijk te voorkomen, heeft het kabinet daarom besloten de gaswinning uit het Groningenveld op zo kort mogelijke termijn naar nul te brengen en daarna zo spoedig mogelijk volledig en definitief te beëindigen. Met het oog op de leveringszekerheid, zal het Groningenveld naar verwachting vanaf 2022 uitsluitend nog als reservemiddel worden gebruikt bij extreme koude of bij verstoringen in het gassysteem.

Het kabinet blijft inzetten op een ruimhartige vergoeding voor de geleden materiële en immateriële schade in Groningen. Het Instituut voor de Mijnbouwschade handelt als zelfstandig bestuursorgaan schademeldingen af en compenseert bewoners onder andere voor waardedaling van hun woningen. Er komt meer ruimte om schade duurzaam te herstellen en meer oog voor individuele vastgelopen dossiers. Op deze manier wordt voorkomen dat soortgelijke schades bij dezelfde bewoners telkens terugkeren en wordt bevorderd dat bewoners die al lang wachten op een oplossing sneller duidelijkheid krijgen.

EZK werkt intensief samen met het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties om woningen en gebouwen die niet voldoen aan de veiligheidsnorm zo snel mogelijk te versterken en de bestuurlijke afspraken met de regio voortvarend uit te voeren.8 Op deze manier wordt er proactief voor gezorgd dat er zoveel mogelijk schade wordt voorkomen.

Ondernemend Nederland

Om onze welvaart ook in de toekomst te behouden is een excellent vestigings- en investeringsklimaat, vernieuwing, innovatie en verduur-zaming cruciaal.

Digitalisering MKB

De coronapandemie heeft laten zien hoe groot het belang is dat ook het brede mkb de kansen van nieuwe digitale toepassingen weet te verzilveren. De afgelopen kabinetsperiode is vanuit het programma Versnelling digitalisering MKB een vrijwel landelijk dekkende infrastructuur gerealiseerd van mkb werkplaatsen (waar studenten praktijkgericht leren hoe zij moeten omgaan met digitaliseringsvraagstukken) om ondernemers te helpen bij hun digitaliseringsopgave. Uit de eerste resultaten blijkt dat de aanpak werkt. Wat nu nodig is, is een gerichte opschalingsagenda om de benodigde schaalsprong te realiseren. Een dergelijke agenda dient zich bijvoorbeeld te richten op het vergroten van investeringen in ICT in het mkb, de ontwikkeling van betere (gepersonaliseerde) voorlichting over ICT, en de dooront-wikkeling van de mkb werkplaatsen.

Innovatie

Innovatie betekent vooruitgang, het creëert nieuwe oplossingen voor maatschappelijke uitdagingen. Zo vergroot innovatie de brede welvaart en het verdienvermogen. Hierbij heeft ondernemerschap een belangrijke rol om te zorgen dat uitvindingen leiden tot innovaties die daadwerkelijk worden vermarkt. EZK stimuleert innovatie door middel van innovatiebeleid. Waar mogelijk doe we dat in Europese samenwerking, bijvoorbeeld door te investeren in gezamenlijke Europese innovatietrajecten.9

Innovatie is de sleutel tot een duurzaam herstel. Een ambtelijke verkenning is uitgevoerd naar de mogelijke inhoud van een Recovery and Resilience Plan (RRP). De Nederlands allocatie van € 5,96 mld moet voor minstens 37% bijdragen aan het klimaat en voor 20% aan de digitale transitie.

Naast het generieke innovatiebeleid, bestaande uit stimulerend beleid (innovatiekrediet, WBSO) en kapitaalmarktinstrumenten (SEED, Micro-financiering, Groeifaciliteit en BMKB), bevordert EZK innovatie met specifiek beleid, zoals het Missiegedreven Topsectoren en Innovatiebeleid. Het doel van dit beleid is het koppelen van maatschappelijke missies aan verdienvermogen.10 Om na de coronacrisis snel te kunnen herstellen en op belangrijke gebieden een wereldspeler te blijven of te worden, zet EZK door met de focus op maatschappelijke thema's. Om innovatiever en productiever te worden, zijn de investeringen in publiek-private samenwerking (nationaal en Europees) op sleuteltechnologieën van belang, zoals op het gebied van Artificiële Intelligentie (AI) en kwantumtechnologie.8

Strategisch industriebeleid en economische veiligheid Herstel uit de coronacrisis is een opgave die publieke en private partijen gezamenlijk aangaan zodat Nederland ook in de toekomst mondiaal kan blijven concurreren en minder afhankelijk is van andere landen. Er zal daarom - indien er een kwalitatief hoogwaardig voorstel wordt ingediend mogelijk ook vanuit het Nationaal Groeifonds - geïnvesteerd worden in sleuteltechnologieën en groeimarkten als High Tech/ICT (halfgeleiders, fotonica, quantum, AI). Maar ook door het verder stimuleren van digitalisering binnen de industrie (Smart Industry), het opleiden en ontwikkelen van personeel, verduurzaming, hergebruik van grondstoffen (circulaire maakindustrie), de versterking van het investeringsklimaat, regionale én Europese samenwerking.

Gezamenlijk investeren binnen Europa is een voorwaarde voor een sterke Nederlandse industrie en een sterkere positie van Europa in de wereld. De Nederlandse uitgangspositie blijft hierin om onze economie open en toegankelijk te houden, en tegelijk de concurrentiekracht op lange termijn te behouden door oog te hebben voor onze strategische economische belangen. Dit bereikt EZK door in te blijven zetten op een sterk mededingingsrechtelijk- en staatsteunkader, een goed investeringsklimaat, een sterke Europese interne markt en het missiegedreven innovatiebeleid. EZK zal hierop inzetten bij de uitwerking van de EU-industriestrategie.

Daarnaast heeft het kabinet besloten dit jaar een budget beschikbaar te stellen voor deelname van Nederland aan de IPCEI Micro-elektronica 2 (ME2) en de IPCEI Cloudinfrastructuur en services (CIS). Een Important Project of Common European Interest (IPCEI) is een grootschalig Europees consortium rond een waardeketen, die is aangemerkt als strategisch belangrijk voor de Europese Unie, waarvoor de staatssteunregels worden verruimd. Het doel van de IPCEI ME2 is de Europese industrie toegang te garanderen tot moderne en duurzame micro/nano-elektronica, inclusief de benodigde software, door de huidige waardeketen verder te versterken en uit te bouwen. Het doel van de IPCEI CIS is om een nieuwe waardeketen van cloud-infrastructuur en diensten in Europa op te zetten, waarbij cybervei-ligheid, interoperabiliteit en duurzaamheid belangrijke vereisten zijn.

De geopolitieke ontwikkelingen hebben gevolgen voor mondiale waardeketens. De Nederlandse industrie is sterk internationaal verweven en levert een grote bijdrage aan onze welvaart. De coronacrisis heeft aangetoond dat de buitenlandse leveringsketens waar de Nederlandse maatschappij op vertrouwt soms kwetsbaar zijn. Om deze kwetsbaarheden te verminderen zal EZK in 2022 verder investeren in de strategische relaties met de Europese Commissie, lidstaten en stakeholders. Daarnaast zal EZK in 2022 intensief samenwerken met andere ministeries om kwetsbaarheid door internationale afhankelijkheden te verkleinen en nationale veiligheid te waarborgen. In samenwerking met het Ministerie van VWS werkt EZK met private partners en kennispartners aan verdere versterking van de productie- en leveringsketen van het Life Sciences & Health -ecosysteem. Verder zet EZK samen met het Ministerie van Defensie in 2022, in lijn met de Defensie Industrie Strategie, in op het versterken en internationaal positioneren van een hoogwaardige defensie- en veiligheidsgerelateerde industrie in Nederland en de participatie van Nederlandse kennisinstellingen en bedrijven in Europese onderzoeks- en ontwikkelingsprojecten. Voor het versterken en internationaal positioneren van de Nederlandse industrie, zowel in Europese- als trans-Atlantische samenwerkingsverbanden, wordt het Industriële Participatiebeleid ingezet. Ten behoeve van launching customership zal, mede vanuit (Europese) herstelfondsen actief worden ingezet op innovatieve partnerschappen. De Defensie Industrie Strategie wordt verder aangevuld met voorstellen die volgen uit het Plan van aanpak Operationele Energiestrategie Defensie.11

Ook veiligheid en economie raken steeds meer verweven. De combinatie van snelle technologische ontwikkelingen en een veranderende geopolitieke omgeving kunnen leiden tot risico's die mogelijk gevolgen hebben voor de economie en de nationale veiligheid, zoals cyberspionage, sabotage en ongewenste overnames en investeringen. Om dit tegen te gaan, werkt EZK momenteel aan een breed stelsel van investeringstoetsen (zoals reeds gebruikt in de gas- en elektriciteitssector en de telecomsector) om deze risico's minimaliseren.

Mededingings- en consumentenbeleid

Het is voor het optimaal functioneren van de economie van belang dat bedrijven (daar waar mogelijk) concurreren om consumenten zoveel mogelijk waar voor hun geld te bieden en zodat consumenten worden beschermd.

De Europese interne markt heeft tot nu toe voor veel gemak en welvaart gezorgd, maar er valt nog terrein te winnen. EZK blijft zich hard maken voor het wegnemen van belemmeringen op de interne markt, het versterken van de handhaving (o.a. via de EU-Taskforce IM-handhaving) en het versterken van de weerbaarheid (via het voorstel voor een Single Market Enforcement Instrument).11 12 Tijdens de coronapandemie en door de maatregelen die daarmee gepaard zijn gegaan, is de interne markt onder druk komen te staan. EZK zet zich in om de invloed van deze maatregelen op de interne markt en vrij verkeer in interdepartementale trajecten (zoals coördinatie van de beperkingen van personenverkeer, het digitaal groen certificaat, quaran-taineplichten) te beperken, om een goede werking van de interne markt te waarborgen.

Bij de economische relatie met derde landen (buiten de EU) speelt - naast de nationale veiligheid -het behoud van een eerlijk speelveld een belangrijke rol. Daarbij draait het onder andere om het tegengaan van oneerlijke concurrentie en van verstorende effecten op de interne markt door subsidies uit derde landen13 bij verschillende marktsituaties, zoals overnames en aanbestedingen. Er lopen diverse Europese trajecten om de genoemde problemen en risico's aan te pakken, zoals het wetsvoorstel rondom marktverstorende subsidies uit derde landen. Het Nederlandse standpunt wordt hierbij uitgedragen en verder uitgewerkt ten behoeve van wetgeving door de Europese Commissie.14

Aanbestedingen worden in toenemende mate ingezet als strategisch beleidsinstrument om publieke doelen te bereiken, zoals duurzaamheid en economisch herstel . Om dit te realiseren is een goede verhouding tussen overheid en bedrijfsleven bij aanbesteden belangrijk. Daarom zet EZK in 2022 in op bestaande initiatieven als het vervolg op het programma Beter Aanbesteden15 en het traject rechtsbescherming bij aanbesteden.16

Europese en regionale samenwerking

Geopolitieke ontwikkelingen nopen Nederland en de EU zich te beraden op hun positie in de wereld. Voor Nederland en de EU blijven een open economie en internationale samenwerking het uitgangspunt. Maar het kan nodig zijn onwenselijke afhankelijkheden in ecosystemen en waardeketens terug te brengen. Binnen de EU kan strategische autonomie een instrument zijn dat bijdraagt aan een weerbare Europese economie en de EU in staat stelt haar publieke belangen te borgen.

De uitdagingen waar Nederland voor staat, worden vooral ook in Europees verband opgepakt. 2022 zal in het teken staan van herstel uit de crisis, waarbij de Europese Commissie het belang van de groene en digitale transitie benadrukt. De implementatie van de Europese Recovery and Resilience Facility, waaronder natuurlijk ook het Nederlandse RRP, zullen investeringen en hervormingen moeten bespoedigen die bijdragen aan de versterking van de Europese concurrentiekracht en het toekomstige verdienvermogen.

Daarnaast wordt 2022 een belangrijk jaar waarin de Europese Commissie verschillende Europese strategieën omzet in concrete wetgevingsvoorstellen. De Green Deal, de digitale strategie en de herziene industriestra-tegie bieden een goede basis voor het versterken van de concurrentiekracht van de Unie en de twee transities naar een duurzame en digitale economie. Een sterke en weerbare interne markt en het waarborgen van een gelijk speelveld blijven hierbij belangrijke pijlers.

De Green Deal blijft topprioriteit van de Commissie en het kabinet. Het klimaatpakket «Fit for 55» dat dient ter implementatie van de Green Deal en om de EU-regelgeving in lijn te brengen met de 2030 en 2050 klimaatdoel-stellingen omvat 13 voorgenomen wetgevingsherzieningen in 2021 die in samenhang zullen moeten worden bezien om de realisatie van de klimaat-doelstellingen te verzekeren. Verder lopen en volgen er belangrijke voorstellen op het terrein van de circulaire economie, het aanpakken van vervuiling, chemische stoffen en biodiversiteit. Daarnaast zal de Commissie wetgevingsvoorstellen uit de digitale strategie verder uitwerken, waaronder voorstellen voor de platformeconomie. Verder zal de mededingingsregel-geving worden hervormd en wordt het regelgevend kader rondom IPCEI verder uitgewerkt.

Daarnaast blijft EZK zich inzetten om de schade van de Brexit voor de Nederlandse reële economie zoveel mogelijk te beperken. Dit gebeurt door enerzijds ook in 2022 via BZ en de RVO het Nederlandse bedrijfsleven te blijven voorlichten over de nieuwe economische relatie met het Verenigd Koninkrijk en anderzijds door de inrichting en uitvoering van de Brexit Adjustment Reserve. In Europees verband zal EZK daarnaast met name de implementatie van het Noord-Ierse protocol en de risico's die daar voor de interne markt uit voortkomen, het level-playing field tussen het VK en de EU en de mogelijkheden tot samenwerking op energie en klimaat nauwgezet blijven volgen.

Op basis van de herziene richtsnoeren inzake regionale steunmaatregelen van de Europese Commissie kunnen (decentrale) overheden regionale steun verlenen aan ondernemingen die zich in de aangewezen achter-standsregio's bevinden. Momenteel ontwikkelen we in overleg met regio's de Nederlandse regionale steunkaart met aangewezen achterstandsregio's voor de periode vanaf 2022. Daarnaast wordt er sinds september vorig jaar gesproken met regionale partijen over economisch herstel. Hiervoor zijn afspraken gemaakt over de thema's breed mkb, human capital, gebiedsont-wikkeling en ontwikkelkracht/innovatie.

Tot slot

De coronapandemie heeft de Nederlandse economie en ondernemers geconfronteerd met grote uitdagingen. Daarom zet EZK in op de veerkracht van Nederland en laat EZK zien dat dit hand in hand kan gaan met verduur-zaming en vernieuwing om onze sterke concurrentiepositie te behouden en ontwikkelen. Daar hebben we iedereen voor nodig: burgers, werknemers, ondernemers, maatschappelijke organisaties, de verschillende ministeries, de regio, de EU en andere landen.

Overzicht coronamaatregelen 2020 en 2021 zijn voor een belangrijk deel getekend door de coronacrisis. Het kabinet heeft diverse (nood)maatregelen genomen om de crisis het hoofd te bieden. Deze paragraaf geeft een overzicht van de maatregelen die op de begroting van het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat zijn genomen. Een uitgebreid overzicht is te vinden op https:// www.rijksfinancien.nl/corona-visual.

Tabel 2 Coronamaatregelen op de EZK-begroting (bedragen x € 1 mln) 1

 

Art.

Omschrijving maatregel

Realisatie

2020

2021

2022

2023

2024

2025

2026 Relevante Kamerstukken

1

Telecom Caribisch Nederland

2

3

       

Kamerstuk 35 420, nr. 25, Kamerstuk 35 420, nr. 105

2

Noodloket (TOGS)

870

2

       

Kamerstuk 35 420, nr. 2, Kamerstuk 35 420, nr. 16, Kamerstuk 35 420, nr. 217

2

Tegemoetkoming vaste lasten (TVL)

1.069

7.434

600

     

Kamerstuk 35 420, nr. 38, Kamerstuk 35 420, nr. 42,

Kamerstuk 35 420, nr. 81, Kamerstuk 35 420, nr. 105, Kamerstuk 35 420, nr. 214, Kamerstuk 35 420, nr. 217, Kamerstuk 35 420, nr. 226, Kamerstuk 35 420, nr. 237, Kamerstuk 35 420, nr. 247, Kamerstuk 35 420, nr. 248, Kamerstuk 35 420, nr. 270, Kamerstuk 35 420, nr. 314, Kamerstuk 35 420, nr. 273

 

2

Tegemoetkoming vaste lasten starters

 

90

         

Kamerstuk 35 420, nr. 217

2

Omscholing naar tekortsectoren

 

38

40

       

Kamerstuk 35 420, nr. 105

2

Subsidieregeling R&D mobiliteitssectoren

 

10

38

38

38

13

15

Kamerstuk 35 420, nr. 248

2

Tijdelijke regeling subsidie evenementen COVID-19 (TRSEC)

 

380

         

Kamerstuk 35 420, nr. 217, Aanvullende steun evenementen

2

Voucherkredietfaciliteit/ Leningsfaciliteiten reissector

 

560

         

Kamerstuk 35 420, nr. 72, Kamerstuk 35 420, nr. 105, Kamerstuk 35 420, nr. 252

2

Qredits

25

90

80

100

     

Kamerstuk 35 420, nr. 2, Kamerstuk 35 420, nr. 16, Kamerstuk 35 420, nr. 105, Kamerstuk 35 420, nr. 217, Kamerstuk 35 420, nr. 277

2

BMKB-Corona

             

Kamerstuk 35 420, nr. 1, Kamerstuk 35 420, nr. 16

2

Begrotingsreserve BMKB-Corona

215

           

Veegbrief

2

Klein Krediet Corona (KKC)

             

Kamerstuk 35 420, nr. 31

2

Begrotingsreserve Klein Krediet Corona (KKC)

165

           

Veegbrief

2

GO-Corona

 

225

100

100

50

50

25

Kamerstuk 35 420, nr. 2, Kamerstuk 35 420, nr. 16

2

Begrotingsreserve GO-Corona

177

           

Veegbrief

2

Herstructurering winkelgebieden en binnensteden

 

9

11

16

20

19

26

Kamerstuk 31 757, nr. 105

2

Groeifaciliteit

 

50

         

Kamerstuk 35 420, nr. 314

2

FieldLab Evenementen en

Fieldlab Café's

 

3

         

Kamerstuk 25 295, nr. 1178

2

Mentale steun ondernemers

 

4

1

       

Kamerstuk 25 295, nr. 998

 

Art.

Omschrijving maatregel

Realisatie

2020

2021

2022

2023

2024

2025

2026

Relevante Kamerstukken

2

Bijdrage RVO.nl

24

56

0

0

0

0

0

Kamerstuk 35 420, nr. 2, Kamerstuk 35 420, nr. 38, Kamerstuk 35 420, nr. 105, Kamerstuk 35 420, nr. 217, Kamerstuk 35 420, nr. 248

3

Versterken fondsvermogen Regionale

Ontwikkelingsmaatschappijen

 

150

         

Kamerstuk 35 420, nr. 105

3

Corona Overbruggingslening (COL)

285

33

         

Kamerstuk 35 420, nr. 16, Kamerstuk 35 420, nr. 38, Kamerstuk 35 420, nr. 42

3

Dutch Future Fund

 

4

6

7

6

2

 

Kamerstuk 33 009, nr. 96

3

Deep Tech Fund

 

10

25

25

25

25

65

Kamerstuk 33 009, nr. 96

3

Fonds Alternatieve Financiering

 

10

10

10

10

10

 

Kamerstuk 33 009, nr. 96

4

Verlaging netbeheertarief Caribisch Nederland

5

8

         

Kamerstuk 35 420, nr. 25, Kamerstuk 35 420, nr. 105

 

Totaal

2.836

9.169

911

295

148

118

131

 

1 De aanvullende middelen voor EU-cofinanciering zijn niet in deze tabel opgenomen want deze zijn maar ten dele corona-gerelateerd. Zij bewerkstelligen een economische impuls die bovendien -door de aanspraak op Europese middelen hierdoor- een grote hefboomwerking kennen.

Toelichting op coronamaatregelen

Telecom Caribisch Nederland

Het kabinet verleent inwoners van de BES-eilanden (Caribisch Nederland) een vergoeding van 25 US dollar per vaste internetaansluiting per maand aan, ter vermindering van de armoedeproblematiek en facilitering van thuiswerken en thuisonderwijs. Het is een tijdelijke maatregel voor circa 9.800 aansluitingen voor de periode van 1 mei 2020 tot en met 31 december 2021. Het budget voor de maatregel bedraagt € 3 mln in 2021.

Noodloket (TOGS)

De Tegemoetkoming Ondernemers Getroffen Sectoren (TOGS, voorheen noodloket genoemd) is een belastingvrije gift van € 4.000 voor ondernemers die een dominant effect zien op hun bedrijfsvoering door het wegblijven van de consument als gevolg van de kabinetsmaatregelen in verband met COVID-19.

Tegemoetkoming vaste lasten (TVL)

De TVL biedt bedrijven in sectoren die hard geraakt zijn door de overheidsmaatregelen ter bestrijding van het coronavirus een tegemoetkoming voor de vaste lasten. De TVL loopt momenteel tot en met 30 september 2021. In het 3e kwartaal van 2021 komen bedrijven met meer dan 30% omzetverlies voor de TVL in aanmerking, bedraagt het subsidiepercentage 100% en het maximale subsidiebedrag per drie maanden € 550.000 voor mkb en € 600.000 voor niet-mkb. Het budget wordt gemonitored en zo nodig aangepast op basis van de actuele ontwikkelingen.

Tegemoetkoming vaste lasten starters

Voor starters is voor het eerste kwartaal van 2021 een regeling ontwikkeld die zo veel mogelijk is gebaseerd op de TVL. De regeling geldt voor bedrijven gestart tussen 30 september 2019 en 30 juni 2020 en heeft als referentieperiode het derde kwartaal van 2020. De kosten van de regeling worden geraamd op € 90 mln. In het tweede en derde kwartaal van 2021 is de ondersteuning van starters verwerkt in de TVL, door bedrijven de keuze te bieden tussen twee referentieperioden, waaronder het derde kwartaal van 2020.

Omscholing naar tekortsectoren

In 2021 wordt € 37,5 mln beschikbaar gesteld inclusief uitvoeringskosten voor intersectorale scholing naar kansrijke beroepen in de ict en techniek. Hiermee kunnen 9.200 trajecten met een gemiddeld subsidiebedrag van € 3.750 per stuk worden gesubsidieerd, zijnde 50% van de verwachte gemiddelde kosten van een omscholingstraject van € 7500 per individu.

De werkgever draagt zelf zorg voor de overige 50% (d.w.z. uit eigen middelen, sectorale opleidings- en ontwikkelingsfondsen of andere samenwerkingsverbanden). Voor de subsidieregeling Omscholing naar kansrijke beroepen in de ICT en techniek wordt bovenop het huidige budget in 2021 van € 37,5 mln een bedrag van € 40 mln in 2022 (incl. uitvoeringskosten) beschikbaar gesteld. Met dit bedrag kunnen nog eens 10.000 mensen structureel worden omgeschoold naar een kansrijk beroep.

Subsidieregeling R&D mobiliteitssectoren

Met deze regeling, die is opengesteld op 17 mei 2021, wordt beoogd de teruggang in R&D-investeringen in de Nederlandse automotive, luchtvaart en maritieme industrie, die het gevolg is van de coronacrisis, te mitigeren door het stimuleren van R&D-projecten. Tevens wordt hiermee een bijdrage geleverd aan de transities op het gebied van duurzaamheid en digitalisering. Consortia van MKB, grootbedrijf en/of kennisinstellingen kunnen gezamenlijk projectvoorstellen indienen. Het budget bedraagt € 150 mln.

Tijdelijke regeling subsidie evenementen COVID-19 (TRSEC)

Met deze regeling, die in de Kamerbrief van 21 januari 2021 (Kamerstuk II, 2020/21, 35 420, nr. 217) is aangekondigd, staat het Rijk garant voor de gemaakte kosten wanneer een evenement door coronabeperkingen van de Rijksoverheid niet door kan gaan. De organisatie ontvangt in dat geval het grootste deel (80%) van de kosten terug als gift; de overige kosten worden vergoed in de vorm van een lening.

Voucherkredietfaciliteit/Leningsfaciliteiten reissector Het kabinet heeft een faciliteit van maximaal € 400 mln aan het garantiefonds SGR beschikbaar gesteld voor de verstrekking van liquiditeitsle-ningen (voucherkredieten) aan reisorganisaties, die tijdelijk onvoldoende middelen hebben om vouchers terug te betalen aan consumenten. Voorwaarde is dat de reisorganisaties deze middelen alleen kunnen inzetten voor het uitbetalen van verstrekte vouchers voor pakketreizen en gekoppelde reisarrangementen. Daarnaast is als steunmaatregel in 2020 een budget van € 160 mln beschikbaar gesteld voor leningsfaciliteiten aan garantiefondsen voor de reissector. Inmiddels is in dit kader een leningsfa-ciliteit van € 150 mln beschikbaar gesteld aan Stichting Garantiefonds Reisgelden (SGR). Door deze leningsfaciliteit kan SGR consumenten schadeloos blijven stellen bij faillissement van aangesloten reisorganisaties. Voor kleinere garantiefondsen VZR Garant en het Garantiefonds voor Gespecialiseerde Touroperators (GGTO) is eenzelfde leningsfaciliteit onder dezelfde voorwaarden beschikbaar gesteld voor respectievelijk € 2,5 mln en € 4 mln.

Qredits

Qredits heeft in 2020 een achtergestelde lening van € 25 mln ontvangen voor het verstrekken van Corona overbruggingskredieten. Deze lening is in 2021 verhoogd met 30 mln. Daarnaast is in 2021 € 40 mln in de vorm van een lening aan Qredits beschikbaar gesteld voor overbruggingskredieten aan starters. Ook wordt in de jaren 2021-2023 in totaal € 200 mln aan Qredits ter beschikking gesteld in het kader van het TOA-krediet gericht op ondernemers die met gebruikmaking van de Wet homologatie onderhands akkoord (WHOA), hun mkb-bedrijf willen doorstarten.

BMKB-Corona

Het kabinet heeft een tijdelijke faciliteit onder de BMKB opengesteld voor door de Coronacrisis getroffen mkb-bedrijven om liquiditeitsproblemen op te vangen. Hierbij staat de overheid voor per saldo 67,5% borg op krediet aan in de kern gezonde mkb-bedrijven. Op basis van de verwachte benutting is het garantiebudget van de BMKB verhoogd van € 765 mln naar € 1,5 mld. Voor eventuele verliesdeclaraties in 2021 en de komende jare als gevolg van faillissementen is een risicovoorziening beschikbaar (zie de toelichting op de risicovoorzieningen in het kader van beleidsartikel 2 van de EZK-begroting).

Begrotingsreserve BMKB-Corona

In 2020 is ca. € 215 mln afgestort in de begrotingsreserve BMKB ter afdekking van eventuele toekomstige schades op de BMKB-Corona als gevolg van faillissementen.

Garantieregeling Klein Krediet Corona (KKC)

Om getroffen ondernemers te helpen die geen kredietrelatie hebben met een bank of maar een kleine kredietbehoefte hebben, is de garantieregeling KKC gestart voor kredieten tot € 50.000, met een looptijd van 5 jaar, 95% garantie en een premie van 2%. De KKC is in 2021 opengesteld voor € 250 mln. Ter afdekking van eventuele verliesdeclaraties in 2021 en volgende jaren als gevolg van faillissementen is een risicovoorziening beschikbaar (zie de toelichting op de risicovoorzieningen in het kader van beleidsartikel 2 van de EZK-begroting).

Begrotingsreserve Klein Krediet Corona (KKC)

Het onbenutte schadebudget en de ontvangen afsluitprovisie van de KKC ter waarde van € 164,8 mln zijn in 2020 volledig afgestort naar de begrotingsreserve van de KKC. De begrotingsreserve kan in de toekomst ingezet worden om schades op KKC-leningen te dekken.

Garantie ondernemingsfinanciering (GO-Corona)

Het kabinet heeft tijdelijk een corona-module voor garantie op bankleningen aan de GO opengesteld (GO-Corona), met 80% garantie voor grootbedrijf en 90% voor mkb-ondernemingen. Het totale garantieplafond voor de GO (incl. de GO-Corona) is voor 2021 gesteld op € 2,5 mld. Ter afdekking van eventuele verliesdeclaraties in 2021 en volgende jaren als gevolg van faillissementen is een risicovoorziening beschikbaar en is voor de komende jaren een kasbuffer op de begroting beschikbaar (zie ook de toelichting op de risicovoorzieningen in het kader van beleidsartikel 2 van de EZK-begroting).

Begrotingsreserve GO-Corona

In 2020 is ca. € 177 mln afgestort in de begrotingsreserve Garantie Ondernemingsfinanciering, ter afdekking van eventuele toekomstige schades op de coronamodule van de GO als gevolg van faillissementen.

Herstructurering winkelgebieden en binnensteden

Het kabinet investeert de komende jaren € 100 mln in het realiseren van toekomstbestendige winkelgebieden en in vitale binnensteden. Deze aanpak herstructurering van winkelgebieden in binnensteden en kernen start in de zomer van 2021. De uitgaven zullen verspreid over enkele jaren plaatsvinden.

Groeifaciliteit

In het kader van een initiatief van de banken voor een Dutch Post-Covid Growth Fund, waarvoor de Groeifaciliteit zal worden ingezet, is een kasbuffer beschikbaar gesteld van € 50 mln. De Groeifaciliteit richt zich op buffervermogen - zoals aandelenkapitaal van participatiemaatschappijen en achtergestelde leningen door banken - en is vooral gericht op de groeien expansiefase van een bedrijf of voor opvolging/overnames. Achtergestelde leningen en aandelenkapitaal verstrekt door participatiemaatschappijen en banken vallen tot maximaal € 25 mln per financier onder de garantieregeling. In totaal kan er voor € 50 mln per bedrijf onder garantie worden gebracht. De garantie van de overheid bedraagt 50%.

FieldLab Evenementen en Fieldlab Café’s

In het FieldLab Evenementen is in praktijktesten de inzet van sneltesten, testbewijzen, crowdcontrol en andere opschalingsvragen onderzocht. De kosten zijn geraamd op € 2.736.000. In het FieldLab Cafe's zijn inzichten vergaard over bezoekersgedrag en naleving van de maatregelen door bezoekers. Deze informatie kan bijdragen aan een veilige en verantwoorde heropening van café's. De kosten van dit FieldLab worden geraamd op € 380.000.

Mentale steun ondernemers

In het kader van het programma Mentale steun ondernemers geeft Stichting Ondernemersklankbord (OKB) samen met de KVK, VNO-NCW en MKB NL invulling aan het door EZK beschikbare gestelde budget van € 5 mln. Het programma heeft een looptijd van 1 jaar (tot en met september 2022), waarbij het merendeel van de activiteiten in 2021 plaatsvindt. Activiteiten in het programma zijn onder meer training van personeel, branche-aanpak, ondersteuning en advies, en mentale hulp en bedrijfsvoering voor ondernemers in zwaar weer.

Bijdrage RVO.nl

Betreft de uitvoeringskosten van RVO.nl voor de uitvoering van de corona-maatregelen.

Het kabinet monitort voortdurend hoe het pakket van generieke crisismaatregelen voor diverse economische actoren uitwerkt en of het pakket nog adequaat is. Als de schade van onder meer de garanties onverhoopt meer is dan uit de huidige ramingen blijkt, zal dit generaal worden gecompenseerd. Bij onderuitputting na definitieve beëindiging van de crisismaatregelen vloeien de middelen terug naar het algemene beeld.

Versterken fondsvermogen Regionale Ontwikkelingsmaatschappijen Het kabinet stelt € 150 mln beschikbaar om het fondsvermogen van de Regionale Ontwikkelingsmaatschappijen (ROM's) te versterken. Door het fondsvermogen van ROM's te versterken, kunnen de ROM's in nieuwe financieringsrondes volgen op de Coronaoverbruggingsleningen ook het eigen vermogen van veelal innovatieve mkb-ondernemingen versterken. Daarmee wordt de solvabiliteitspositie van deze bedrijven verstevigd. Voorwaarde is wel dat de regio's zelf cofinanciering verschaffen.

Corona Overbruggingslening (COL)

Het kabinet heeft de Regionale Ontwikkelingsmaatschappijen (ROM's) een lening van in totaal € 300 mln verstrekt voor de uitvoering van de Corona overbruggingsleningen. De hiervan resterende € 33 mln wordt in 2021 uitbetaald. De ROM's verstrekken tot en met 30 juni 2021

overbruggingskredieten tussen de € 50.000 en € 2 mln. Ondernemers die gefinancierd zijn met (extern) eigen vermogen (startups en scale-ups) en intern eigen vermogen die geen bankrelatie hebben (familiebedrijven en maakindustrie) kunnen een COL-aanvraag doen.

Dutch Future Fund

Het Dutch Future Fund (DFF) met een omvang van € 300 mln wordt uitgevoerd door het EIF in samenwerking met Invest-NL. Het fonds investeert in andere risicokapitaalfondsen zodat via die investeringsfondsen de beschikbare hoeveelheid kapitaal voor Nederlandse innovatieve groeibedrijven wordt vergroot. EZK heeft € 25 mln voor dit fonds beschikbaar gesteld.

Deep Tech Fund

Het Deep tech Fonds betreft een fonds dat investeringen in bedrijven met innovatieve complexe technologie mogelijk kan maken. Voor innovatieve ondernemingen die zowel kennis- als kapitaalintensief zijn, is het vaak moeilijk om financiering te vinden. Vaak gaat het om nieuwe technologieën die zich nog niet bewezen hebben en waar relatief grote risico's aan kleven. Het fonds wordt uitgewerkt als co-investeringsfonds en als separaat fonds ondergebracht bij Invest-NL. De omvang van het fonds zal € 250 mln bedragen, waarvan € 175 mln door de EZK wordt ingebracht en het resterende deel door Invest-NL.

Fonds Alternatieve Financiering

Samen met Invest-NL en het EIF is een fonds opgericht voor de funding van alternatieve financiers. De fondsomvang bedraagt € 200 mln, waarvan € 50 mln door EZK wordt ingebracht. Met het fonds kan het aanbod van funding voor alternatieve financiers worden vergroot. Hierdoor verkrijgen alternatieve financiers meer slagkracht om leningen te verstrekken aan ondernemers en kunnen zij een aantrekkelijk alternatief bieden voor bancaire financiering. Zo draagt het fonds bij aan een divers financierings-landschap.

Verlaging netbeheer Caribisch Nederland

Als specifieke maatregel voor de bewoners van de eilanden Bonaire, Saba en Sint-Eustatius is aan de energiebedrijven van deze eilanden subsidie verstrekt, zodat de netbeheertarieven in 2020 en 2021 op € 0 gesteld konden worden en de bewoners dus minder geld kwijt zijn aan hun energierekening.

Tabel 3 Ontvangsten coronamaatregelen op de EZK-begroting (bedragen x € 1 mln)

 

Art.

Omschrijving maatregel

Realisatie

2020

2021

2022

2023

2024

2025

2026 Relevante Kamerstukken

2

Noodloket (TOGS)

2

         

Kamerstuk 35 420, nr. 2, Kamerstuk 35 420, nr. 16

2

Bedrijfssteun

 

4

90

105

104

102

101    Kamerstuk 35 420, nr. 72,

Kamerstuk 35 420, nr. 105, Kamerstuk 35 420, nr. 252

2

Tegemoetkoming vaste lasten (TVL)

 

375

60

     

Kamerstuk 35 420, nr. 38, Kamerstuk 35 420, nr. 42,

Kamerstuk 35 420, nr. 81, Kamerstuk 35 420, nr. 105, Kamerstuk 35 420, nr. 214, Kamerstuk 35 420, nr. 217, Kamerstuk 35 420, nr. 226, Kamerstuk 35 420, nr. 237, Kamerstuk 35 420, nr. 247, Kamerstuk 35 420, nr. 248, Kamerstuk 35 420, nr. 270, Kamerstuk 35 420, nr. 314, Kamerstuk 35 420, nr. 273

 

2

BMKB-Corona

12

         

Kamerstuk 35 420, nr. 1, Kamerstuk 35 420, nr. 16

2

Onttrekking reserve Klein Krediet Corona (KKC)

1

100

       

Kamerstuk 35 420, nr. 2, Kamerstuk 35 420, nr. 16

2

GO-Corona

2

         

Kamerstuk 35 420, nr. 2, Kamerstuk 35 420, nr. 16

3

Corona Overbruggingslening (COL)

18

 

30

30

30

210

Kamerstuk 35 420, nr. 16, Kamerstuk 35 420, nr. 38, Kamerstuk 35 420, nr. 42

 

Totaal

35

479

180

135

134

312

101

Toelichting ontvangsten

Noodloket (TOGS)

In 2020 is voor de TOGS € 2,4 mln terugontvangen, in verband met onder meer gecorrigeerde overboekingen en terugvorderingen.

Bedrijfssteun

Dit betreft de geraamde ontvangsten in het kader van de leningfaciliteit aan SGR en de kleine garantiefondsen en de voucherkredietfaciliteit. De daadwerkelijke ontvangsten hangen af van de uiteindelijke benutting van deze faciliteiten. Op basis van deze benutting zal de raming van de ontvangsten worden geactualiseerd.

Tegemoetkoming vaste lasten (TVL)

De ontvangsten voor de TVL houden met name verband met terugvorderingen in geval de omzetderving lager is dan door de aanvrager geraamd en in geval van geconstateerd misbruik.

BMKB-Corona

Er is in 2020 een bedrag van € 11,6 mln aan afsluitprovisie ontvangen voor BMKB-Corona aanvragen.

Onttrekking reserve Klein Krediet Corona (KKC)

Naar aanleiding van een herijking van de kasbuffer voor de garantieregeling KKC als gevolg van de lager dan geraamde benutting is er € 100 mln onttrokkken aan de begrotingsreserve KKC.

GO-Corona

Er is 2020 een bedrag van € 2 mln aan provisie ontvangen voor GO-Corona aanvragen.

Corona Overbruggingslening (COL)

Dit betreft een raming van de terugontvangsten in het kader van de Coronaoverbruggingsleningen die door de Regionale Ontwikkelingsmaatschappijen zijn verstrekt.

Belangrijkste beleidsmatige mutaties

Overzicht intensiveringen Rutte III

In het Regeerakkoord 'Vertrouwen in de toekomst' zijn verschillende budgettaire intensiveringsenveloppes opgenomen. De volgende tabel geeft weer welke intensiveringsmiddelen uit het Regeerakkoord zijn overgeheveld naar de EZK-begroting.

Tabel 4 Overzicht intensiveringen Rutte III (bedragen x € 1 mln)

Toegevoegd aan begroting EZK (x € 1 mln)

 

Envelop

Status1

2018

2019

2020

2021

2022

2023

2024

2025

2026

B8

Cybersecurity

b

 

5,0

7,0

9,0

9,0

9,0

9,0

9,0

9,0

E23

Klimaat

b

117,0

122,8

97,5

95,0

125,0

140,0

140,00

140,0

140,0

E24

Intensivering SDE+ uitgaven

b

   

103,0

368,0

290,0

288,0

576,0

814,0

641,0

G37

Toegepast onderzoek

b

75,0

112,0

150,0

150,0

150,0

150,0

150,0

150,0

150,0

L105

Regionale knelpunten

b

132,0

 

25,0

           

L107

Ombouw laag- naar hoogcalorisch

a

   

0,3

 

19,7

55,0

     

L108

Gas/regiofonds Groningen2

b

 

44,4

             
 

Totaal

 

324,0

284,2

382,8

622,0

593,7

642,0

875,0

1113,0

940,0

1    Verklaring code status: a = het bedrag voor 2020 is toegevoegd aan de EZK-begroting; middelen vanaf 2022 staan nog op Aanvullende Post; b = aandeel EZK volledig toegevoegd aan begroting; geen middelen meer op Aanvullende Post.

2    De middelen op de Aanvullende Post voor het gasfonds zijn een deel van de voeding van het Nationaal Programma Groningen. De verantwoordelijkheid hiervoor is in 2019 overgegaan naar de Minister van BZK. De besteding van deze middelen wordt vanaf 2020 verantwoord op de begroting en het jaarverslag van het Ministerie van BZK.

Totaaloverzicht belangrijkste beleidsmatige mutaties t.o.v. vorig jaar

Aansluitend een beknopte toelichting op de voornaamste mutaties ten opzichte van de stand Ontwerpbegroting 2021 (incl. Nota's van Wijziging).

Tabel 5 Belangrijkste beleidsmatige uitgavenmutaties t.o.v. vorig jaar (bedragen x € 1.000)

 
 

Art.

2021

2022

2023

2024

2025

2026

Stand ontwerpbegroting 2021 (inclusief NvW)

 

7.846.156

5.988.081

6.451.515

6.368.305

6.148.822

0

Belangrijkste mutaties

Coronamaatregelen

2 en 3

7.248.625

710.650

95.150

48.150

18.150

 

Projecten Nationaal Groeifonds

2

31.800

80.630

56.240

33.990

13.340

 

Urgendamaatregelen industrie

2

  • 22.100

25.300

43.150

36.350

10.200

 

Indirecte kostencompensatie ETS

2

 

81.600

       

Eindejaarsmarge Toekomstfonds

3

97.047

         

Kasschuif Seed

3

  • 40.000

4.000

4.000

8.000

12.000

 

SDE+

4

441.673

         

SDE+ Wind op Zee

4

 

150.000

       

WarmtelinQ

4

35.000

50.000

37.500

     

Kapitaalinjectie EBN

5

   

397.264

387.880

317.930

 

Vergoeding voor schades en waardedalingen in Groningen

5

503.750

928.631

388.000

248.100

70.750

 

Loon- en prijsbijstelling

1 t/m 40

46.050

42.353

41.682

40.818

39.021

 
 

Overige mutaties

 

91.644

53.157

41.279

27.068

1.301

 

Stand ontwerpbegroting 2022

 

16.279.645

8.114.402

7.555.780

7.198.661

6.631.514

6.494.202

Toelichting

Coronamaatregelen

Bij het onderdeel beleidsprioriteiten is een overzicht van de coronagerela-teerde uitgaven van het Ministerie van EZK opgenomen. Deze uitgaven zijn in verschillende (incidentele suppletoire) begrotingen aan de EZK-begroting toegevoegd en verantwoord op de beleidsartikelen. Het betreft zowel subsidie-uitgaven als leningen en verwachte uitgaven op te verstrekken garanties in het kader van de verschillende garantiemodules.

Projecten Nationaal Groeifonds

Voor de NGF-projecten AiNed, Groenvermogen van de Nederlandse economie, Health-RI, RegMed XB en QuantumDeltaNL zijn onvoorwaardelijke toekenningen vanuit het NGF verstrekt. Het bijbehorende budget is meerjarig overgeheveld naar de EZK-begroting.

Urgendamaatregelen Industrie

Het budget voor Urgendamaatregelen is met € 95 mln verhoogd. Deze verhoging heeft betrekking op het actieplan procesefficiency en energiebesparing (€ 50 mln), de ODE-compensatie voor de industrie (€ 28 mln) en specifieke maatregelen (€ 17 mln).

Indirecte kostencompensatie ETS

Op de aanvullende post zijn middelen gereserveerd voor het «Noodfonds bedrijven» voor gezonde bedrijven die door een accumulatie van (klimaat)maatregelen worden geconfronteerd met dreigende weglek van werkgelegenheid. Hieruit worden nu middelen opgevraagd voor voortzetting van de regeling Indirecte Kostencompensatie ETS met een jaar, waarbij bedrijven in 2022 worden gecompenseerd voor hun indirecte emissiekosten in 2021. Het benodigde budget hiervoor bedraagt € 81,6 mln.

Eindejaarsmarge Toekomstfonds

De niet benutte middelen van het Toekomstfonds in 2020 worden conform de fondsconstructie toegevoegd aan het budget voor 2021. Het betreft begrotingsgeld voor onder meer Fund to Fund, Kapitaalverstrekking aan Regionale Ontwikkelingsmaatschappijen, Smart Industries, Fundamenteel en toegepast onderzoek, Thematische Technology, Transfer, RegMed XB, de Seed Capital regeling, Vroege Fase Financiering en Startups MKB.

Kasschuif SeeD

Vanwege een vertraging in de uitfinanciering van de Seed worden deze kasmiddelen meerjarig in de tijd gespreid.

SDE+

Door de lage energieprijzen en daarmee door de hogere subsidie-uitgaven voor de SDE+, is er sprake van een tekort op de kasuitgaven op lopende SDE +-subsidies. Daarnaast is SDE+-budget nodig voor de subsidie voor het volledig stoppen met kolen in een kolencentrale, als onderdeel van het Urgenda-maatregelenpakket. Het totale tekort op het SDE+-budget van € 461 mln wordt grotendeels gedekt door een onttrekking aan de reserve duurzame energie. Uit het opgehoogde SDE+-budget is € 17,9 mln overgeheveld naar de IenW-begroting voor uitgaven van het Maritiem Informatievoorzieningen Servicepunt (MIVSP) in 2020 en € 1,4 mln naar het RVO-uitvoeringsbudget ter dekking van de hogere uitvoeringskosten van de SDE+ en de ISDE.

SDE+ Wind op Zee

Aan het SDE+-budget is voor de realisatie van 21GW windenergie op zee tot en met 2030 is in 2022 een bedrag van € 150 mln toegevoegd om de voorbereiding, inpassing en uitvoering door het Rijk van de uitrol tot en met 2030 van wind op zee mogelijk te maken.

WarmtelinQ

Voor een investering in het warmtetransportnetwerk (WarmtelinQ) tussen Rotterdam en Den Haag, en een aftakking naar de regio Leiden (WarmtelinQ +), wordt in 2021 € 35 mln, in 2022 € 50 mln en in 2023 € 37,5 mln beschikbaar gesteld.

Kapitaalinjectie EBN

Door de lagere winning uit het Groningerveld en hogere verplichtingen voor de schadeafhandeling en de versterkingsoperatie wordt verwacht dat het eigen vermogen van EBN aangevuld moet worden. Daartoe is bij de eerste suppletoire begroting 2021 een raming opgenomen. Deze is aangepast naar aanleiding van de aangepaste werkwijze van het IMG en de verwachte doorwerking daarvan op de verplichtingen van EBN voor de schadeafhan-deling.

Vergoeding voor schades en waardedalingen in Groningen

In de 1e suppletoire begroting 2021 is een meerjarige raming voor de schadeafhandeling opgenomen. Het gaat om de raming van de kosten voor de afhandeling van fysieke schade, waardedaling van gebouwen, immateriële schade, uitvoeringskosten, en de btw-component hiervan. Deze raming is aangepast naar aanleiding van de in het voorjaar van 2021 aangepaste werkwijze van het IMG.

Loon- en prijsbijstelling

Bij Voorjaarsnota 2021 is loon- en prijsbijstellingstranche 2021 voor EZK uitgedeeld. De loonbijstelling betreft de vergoeding voor de stijging van de contractloonontwikkeling en de stijging van de sociale lasten en pensioenpremies voor de overheidswerkgevers. De prijsbijstelling betreft de verwerking van de stijging van de diverse prijsindexen.

Tabel 6 Belangrijkste beleidsmatige ontvangstenmutaties t.o.v. vorig jaar (bedragen x € 1.000)

 
 

Art.

2021

2022

2023

2024

2025

2026

Stand ontwerpbegroting 2021 (inclusief NvW)

 

4.820.359

3.561.039

4.183.067

4.335.396

4.421.183

0

Belangrijkste mutaties

Rijksoctrooiwet

2

8.400

9.400

9.400

8.900

6.400

 

Coronamaatregelen

2

379.000

117.500

73.033

71.700

70.367

 

Onttrekking begrotingsreserve Klein Krediet Corona

2

100.000

         

Onttrekking begrotingsreserve duurzame energie

4

447.891

         

ETS-ontvangsten

4

530.000

490.000

410.000

390.000

330.000

 

Ontvangsten NAM

5

673.599

972.231

509.408

277.025

112.543

 
 

Overige mutaties

 

30.724

4.067

3.514

3.395

5.864

 

Stand ontwerpbegroting 2022

 

6.989.973

5.154.237

5.188.422

5.086.416

4.946.357

4.339.455

Toelichting

Rijksoctrooiwet

De ontvangstenraming Rijksoctrooiwet wordt voor de komende jaren verhoogd op basis van een extrapolatie van de gerealiseerde ontvangsten in de afgelopen jaren.

Coronamaatregelen

De ontvangsten betreffen de geraamde terugontvangsten en in rekening te brengen rente in verband met de voucherkredietfaciliteit voor de reissector en daarnaast de geraamde terugontvangsten in het kader van de Tegemoetkoming Vaste Lasten (TVL) als gevolg van te veel uitgekeerde TVL.

Onttrekking begrotingsreserve Klein Krediet Corona

Naar aanleiding van de herijking van de kasbuffer van Klein Krediet Corona wordt € 100 mln onttrokken aan de begrotingsreserve Klein Krediet Corona.

Onttrekking begrotingsreserve duurzame energie

Aan de begrotingsreserve wordt bijna € 448 mln meer onttrokken dan oorspronkelijk begroot, deels om de tekorten op de uitfinanciering van de lopende SDE+ subsidies te dekken en deels om middelen te reserveren voor het volledig stoppen met kolen in een kolencentrale, als onderdeel van het Urgenda maatregelenpakket. Zie toelichting bij de SDE+ uitgaven.

ETS-ontvangsten

De gestegen prijs van ETS-rechten leidt tot een aanzienlijke opwaartse bijstelling van de raming. De ETS-prijzen zijn na een aanvankelijke daling tijdens de eerste lockdown van 2020 snel hersteld. Sinds halverwege december zijn de prijzen aanzienlijk gestegen tot een niveau van 50 tot 55 EUR/ton.

Ontvangsten NAM

De uitgaven voor vergoeding van fysieke schade, waardedaling van gebouwen, en immateriële schade in Groningen en bijbehorende uitvoeringskosten worden via een wettelijke heffing bij de NAM in rekening gebracht. In de meerjarige raming van deze ontvangsten is rekening gehouden met de verwachting dat in elk jaar de heffing over het laatste kwartaal pas in het volgende jaar kan worden betaald. Dit geldt dus ook voor de ontvangsten uit 2020.

Overzicht niet-juridisch verplichte uitgaven

Tabel 7 Overzicht niet-juridisch verplichte uitgaven en bestemming (bedragen x €1.000)

Art. Naam artikel (totale uitgaven artikel)    Juridisch verplichte Niet-juridische    Bestemming van de niet-juridisch uitgaven17    verplichte uitgaven17 verplichte uitgaven

1    Goed functionerende economie en markten    € 224.971 (90%)    € 24.997 (10%)    - Cyber security

(€ 249.968)

  • ICT Beleid
  • Beleidsvoorbereiding en evaluaties, Frequenties en Veiligheid
  • Opdrachten en onderzoek
  • Bijdrage internationale organisaties
  • Digital Trust Center
  • EU-cofinanciering Digital Europe

2    Bedrijvenbeleid: innovatie en ondernemerschap € 1.753.297 (79%)    € 456.249 (21%)    - Urgenda maatregelen voor duurzame welvaartsgroei (€ 2.209.546)

  • Verduurzaming Industrie
  • PPS-toeslag
  • MIT
  • Bevorderen Ondernemerschap
  • ROM's
  • Europees Defensiefonds
  • Programma Infrastructuur Duurzame Industrie
  • Herstructurering winkelgebieden
  • Omscholing naar tekortsectoren
  • Indirecte Kostencompensatie ETS
  • Internationaal Innoveren
  • Eurostars
  • Kasbuffer Coronamodule Garantieondernemingsfinanciering
  • NGF-projecten Groenvermogen en Health-RI

3    Toekomstfonds (€ 245.374)    € 179.054 (73%)    € 66.320 (27%)    - Innovatiekrediet

  • Seed Capital regeling
  • Investeringen in fundamenteel en toegepast onderzoek
  • Kapitaal Regionale Ontwikkelingsmaatschappijen
  • RegMed

4    Een doelmatige energievoorziening en beperking € 3.545.232 (85%)    € 614.986 (15%)    - Missiegedraven Onderzoek Ontwikkeling van de klimaatverandering (€ 4.160.218)    en Innovatie (MOOI)

  • Hernieuwbare Energietransitie (HER+)
  • Demonstratieregeling Klimaat- en Energie-innovatie (DEI+)
  • Projecten Klimaatakkoord
  • SDE/SDE+/SDE++
  • ISDE
  • Carbon Capture Storage
  • Caribisch Nederland
  • Experticecentrum Warmte
  • Opschalingsinstrument Waterstof
  • Subsidieregeling Coöperatieve Energieopwerkking (SCE)
  • Onderzoek en opdrachten
  • TNO
  • Uitkoopregeling
  • Bijdrage aan NRG
  • Bijdrage aan internationale contributies
  • Bijdrage aan rekenmeesterfunctie PBL

5    Een veilig Groningen met perspectief (€ 947.011)    € 944.621 (100%)    € 2.390 (0%)    - Werkbudget

Totaal aan niet verplichte uitgaven    € 1.164.942

Strategische Evaluatie Agenda

In het kader van operatie Inzicht in Kwaliteit van het kabinet wordt het gebruikelijke overzicht met een planning van beleidsdoorlichtingen omgevormd tot een Strategische Evaluatie Agenda (SEA). Richten beleidsdoorlichtingen zich primair op de doorlichting van afzonderlijke begrotingsartikelen, in de SEA staan de beleidsthema's van de missie van EZK centraal. Daarmee komt het vizier meer te liggen op de integrale en samenhangende beleidsaanpak van een beleidsthema (zoals energietransitie of innovatie) en minder op de afzonderlijke beleidsonderdelen. Met de SEA wordt tevens beoogd onderzoeken beter te laten aansluiten op de beleidscyclus en wordt meer recht gedaan aan ontwikkelingen op een beleidsveld. Op deze wijze kunnen ook leerervaringen benut worden om het beleid tussentijds bij te sturen als dat nodig blijkt. Net als 2021 betreft 2022 nog een overgangs- en leerjaar met de SEA waardoor de agenda een eerste uitwerking betreft en waarbij ook nog een enkele traditionele beleidsdoorlichting zal worden uitgevoerd.

Beleidsdoorlichtingen

Voor artikel 1 (Goed functionerende economie en markten) loopt in 2021 nog een reguliere beleidsdoorlichting die in onderstaande SEA is geïntegreerd.

Strategische Evaluatie Agenda (SEA)

De SEA is gericht op onderstaande beleidsthema's die het merendeel van de EZK-begroting afdekken. Hierbij is met name ingegaan op onderdelen waar geen recente beleidsdoorlichting of ander integraal onderzoek is ingepland/uitgevoerd en waar behoefte is aan nader inzicht. Deels gaat het om het verbeteren van methoden van onderzoek en opzetten van monitors en deels om het verkrijgen van inzicht in effecten van belangrijke beleidsmaatregelen. In bijlage 5 wordt toegelicht welke onderliggende evaluatieplanning hiermee samenhangt.

Tabel 8 Strategische Evaluatie Agenda

Thema

Type onderzoek

Afronding Toelichting onderzoek

Begrotings- Vindplaats artikel

Steun- en herstelbeleid    Synthese    2026 Dit beleid dient ter ondersteuning en herstel van het    2 en 3

Corona    bedrijfsleven tijdens en na Covid-19. Hierbij wordt samen opgetrokken met FIN en SZW. Ieder departement neemt de verantwoordeljikheid voor de eigen maatregelen.

Toelichting met stand van inzicht:

De overheid heeft inmiddels meer dan 200 financiële steunmaatregelen getroffen om werkenden en bedrijven door de coronacrisis Kamerstuk 35 420, te helpen. Eind 2020 verstuurden de ministers van Financiën (FIN), Economische Zaken en Klimaat (EZK) en Sociale Zaken en nr. 227 Werkgelegenheid (SZW) een Kamerbrief met daarin een eerste uitwerking van de evaluatieplanning (Kamerstuk 35 420, nr. 227).

Het gaat daarbij vooralsnog om een planning van de evaluaties van individuele steunmaatregelen, zoals de NOW, TOZO en TVL/

TOGS. Ook bevat de brief een overzicht van de monitoringsactiviteiten. De ministeries werken de evaluatie-aanpak momenteel verder uit met behulp van enkele onafhankelijke deskundigen vanuit de wetenschap en de planbureaus. Hiernaast werkt het CPB in 2021 aan een eerste analyse van macro-economische effecten. Vooralsnog richt dit evaluatietraject zich op de kern van de steunmaatregelen: de budgettair meest omvangrijke maatregelen op het terrein van SZW, EZK en FIN die zich primair richten op baanbehoud en het steunen van ondernemers die geraakt zijn door de coronacrisis. Hieronder wordt ingegaan op de stand van kennis, kennisbehoefte en evaluatieplanning van de belangrijkste maatregelen die door EZK zijn opgesteld. Vanwege de aard van diverse EZK-coronamodules (o.a. leningen en garanties met een langere looptijd) zijn enkele evaluaties ten opzichte van de brief van december 2020 later ingepland. Hiervoor vindt tussentijdse monitoring plaats via de algemene monitor Coronamaatregelen.

De evaluaties zijn ingedeeld bij het thema Steun- en herstelbeleid Corona.

Ondernemerschap    Synthese    2025    2

Kamerstuk 32 359, nr. 4 - bijlage Innovatieve Samenleving

Afronding Toelichting onderzoek

Thema

bedrijfsactiviteiten, die zonder overheidsondersteuning niet verworven zouden zijn. Op het terrein van de fiscale ondernemerschapsbevordering is relatief weinig bekend over de additionaliteit. Dialogic stelde eerder vast dat additionaliteit niet aannemelijk lijkt op het terrein van fiscale ondernemerschapsstimulering, in de zin dat het niet bijdraagt aan meer innovatie en ondernemersgroei. Deze instrumenten richten zich echter niet louter op innovatiebevordering, maar zijn ook bedoeld om ondernemerschap in algemene zin te bevorderen. De evaluatieplanning is er op gericht om in 2025 een nieuw synthese onderzoek te doen naar de thema's op het gebied van ondernemerschap.

1 en 2

Digitalisering    Synthese    2023

Toelichting met stand van inzicht:

Digitalisering transformeert onze economie en maatschappij. In deze wereldwijde ontwikkeling worden digitale technologieën op steeds meer plekken, in steeds meer domeinen en voor steeds meer vraagstukken ingezet. Het kabinet heeft in 2018 de rijksbrede Nederlandse Digitaliseringsstrategie (NDS) gepresenteerd, met de ambitie dat Nederland dé digitale koploper van Europa wordt en blijft. Op dit moment loopt de beleidsdoorlichting inzake beleidsartikel 1 goed functionerende economie en goed functionerende markten, waar digitalisering een belangrijk onderdeel van is. De verwachting is dat dit najaar het rapport aan Tweede Kamer wordt aangeboden. Voor enkele recente beleidsinitiatieven op het terrein van digitalisering zal deze beleidsdoorlichting te vroeg zijn om betrouwbare uitspraken te doen over de doeltreffendheid en doelmatigheid van het beleid. Wel zal waar mogelijk worden gereflecteerd op de stand van zaken en de manier waarop dit beleid kan worden gemonitord ten behoeve van toekomstige evaluaties.

2 en 3

Innovatiebeleid    Synthese    2025

Toelichting met stand van inzicht:

Kamerstuk 32 359, nr. 4 - bijlage Innovatieve Samenleving

In 2020 heeft een doorlichting plaatsgevonden van artikel 2 en 3. Innovatie is van groot belang voor het welzijn en de welvaart van alle Nederlanders. Het beeld dat uit de evaluaties naar voren komt over de beleidsmix van het bedrijvenbeleid bevestigt in grote lijnen het beeld dat ook al de voorgaande beleidsdoorlichting naar voren is gekomen. Van instrumenten die zich direct richten op R&D- en innovatiebevordering (Innovatiekrediet, WBSO, Innovatiebox, MIT en SBIR) is het aannemelijk dat de interventies doeltreffend zijn. Vooral voor de fiscale innovatiestimulering (WBSO) en ook voor de Innovatiekredieten zijn substantiële additionele effecten van het beleid vastgesteld. Ook van de innovatiemaatregelen die zich richten op kennisoverdracht tussen onderzoeksinstellingen en bedrijven en op publiek-private onderzoeksamenwerking (PPS, zoals de TKI's), een kerndoel van het beleid en een belangrijk middel om innovaties tot stand te laten komen, is het aannemelijk dat ze in meer of mindere mate additionaliteit realiseren, zo laten de evaluaties zien. De evaluatieplanning is erop gericht om in 2025 opnieuw een syntheseonderzoek uit te kunnen voeren voor het thema innovatie.

 

Expertcommissie

Overig:

2021

1/2/3/4

evaluatiemethoden

Ontwikkeling

   

(Theeuwes 2.0)

evaluatie-

   
 

aanpak

   

Toelichting met stand van inzicht:

Als vervolg op de aanbevelingen van de beleidsdoorlichting van het bedrijvenbeleid. Onderzoek staat in het teken van een doorontwikkeling en aanvulling van bestaande evaluatiepraktijk met evaluatieaanpakken die kunnen worden benut voor systeem-en transitie-evaluaties, zoals het missiegedreven innovatiebeleid (inclusief de bijdrage hieraan van de topsectoren) en het CO2-reductiebeleid. Dit wordt nader toegelicht in bijlage 5.

Klimaatbeleid    Synthese    2024

Toelichting met stand van inzicht:

De Klimaatwet bepaalt dat iedere vijf jaar een herijking van de opgave plaatsvindt. Deze opgavegerichte doorlichting Klimaatbeleid is een syntheseonderzoek van meerdere instrumentenevaluaties van betrokken departementen. Het brengt de samenhang tussen de instrumentenevaluaties in beeld en zal antwoord geven op evaluatievragen op systeemniveau. In oktober 2020 is een eerste opzet van de integrale doorlichting naar de Tweede Kamer gestuurd als bijlage van de Klimaatnota, inclusief een overzicht van instrumentevaluaties die door de betrokken departementen worden uitgevoerd. In oktober 2021 zal een nader uitgewerkte opzet naar de Tweede Kamer worden gestuurd als bijlage van de Klimaatnota. Dit wordt nader toegelicht in bijlage 5.

Evaluaties van herziening in Synthese    2027 Betreft synthese van evaluaties van gewijzigde    4

regelgevend kader (o.a.    Elektriciteit- en gaswet en Warmtewet.

Energiewet en Warmtewet)

Toelichting met stand van inzicht:

De nieuwe Energiewet (wetsvoorstel tot wijziging van de Elektriciteit en Gaswet) is ter consultatie voorgelegd. Deze wet zal naar alle waarschijnlijkheid vijf jaar na inwerkingtreding (ca. 2022) geëvalueerd worden. Dit zal waarschijnlijk in 2027 gebeuren. Ook de wijziging van de Warmtewet (Warmtewet 2.0) zal op zijn vroegst op 1 januari 2022 in werking treden. Deze wet zal net als de Energiewet naar alle waarschijnlijkheid vijf jaar na inwerkingtreding geëvalueerd worden, dus op zijn vroegst in 2027.

Goed functionerende    Synthese    2021 In 2021 vindt de beleidsdoorlichting plaats van artikel    1

markten voor bedrijven en    1 van de EZK-begroting.

consumenten

Toelichting met stand van inzicht:

Op dit moment loopt de beleidsdoorlichting inzake beleidsartikel 1 goed functionerende economie en goed functionerende markten, waar digitalisering ook een belangrijk onderdeel van is. De verwachting is dat dit najaar het rapport aan Tweede Kamer wordt aangeboden. Voor enkele recente beleidsinitiatieven op het terrein van digitalisering zal deze beleidsdoorlichting te vroeg zijn om betrouwbare uitspraken te doen over de doeltreffendheid en doelmatigheid van het beleid. Wel zal waar mogelijk worden gereflecteerd op de stand van zaken en de manier waarop dit beleid kan worden gemonitord ten behoeve van toekomstige evaluaties.

Afronding Toelichting onderzoek

Thema

Toelichting met stand van inzicht:

In verband met de parlementaire enquête aardgaswinning Groningen is de geplande beleidsdoorlichting komen te vervallen. Kamerstuk 35 561, De parlementaire enquêtecommissie die onderzoek gaat doen naar de aardgaswinning in Groningen is op 11 februari 2021 nr. 2 ingesteld. De commissie voert haar werkzaamheden uit op basis van een onderzoeksvoorstel (Kamerstuk 35 561, nr. 2) dat op 9 februari 2021 is goedgekeurd door de Tweede Kamer.

In aansluiting op voorgaande beleidsthema's zijn ook de volgende Interdepartementale Beleidsonderzoeken (IBO's) van belang:

  • • 
    IBO Financiering Energietransitie: start najaar 2020 (gericht op betaalbaarheid). Dit is in april 2021 afgerond; zie Kamerstuk 32 813, nr. 689.
  • • 
    IBO Ruimtelijke Ordening: start najaar 2020 (gericht op interactie tussen energiebeleid en het ruimtelijk domein). Dit is in mei 2021 afgerond; zie Kamerstuk 34 682, nr. 82.

Voor een verdere onderbouwing van de meerjarenprogrammering zie Bijlage 5: Uitwerking Strategische Evaluatie Agenda.

Voor het meest recente overzicht van afgeronde evaluaties en doorlichtingen, zie: Jaarverslag EZK 2020, bijlage 2: Afgerond evaluatie- en overig onderzoek. Een interactieve weergave van de SEA is beschikbaar op www.rijksfinanciën.nl.

Overzicht risicoregelingen

o O o c

  • 's ™

T3 ü P.

I §

X >

Ö3

c ö «C £

05 £ c ö «C £

 

'sl-

CM

CD

O

1.255

o

o

o

o

o

1

172

O

o

o

'Ct

1

 

i

     

LD

'st;

CD

00

CD

CM

oo

CM

03

03

03

cd

CD

00

'St

LD

oo

CD

I's.

¦st- co

o

oo

CM

d

CM

CM

 

O

O

o

O

o

o

o

od

o

O

O

O

od

o

o

O

od oo

         

"sf

CM

CD

O

LD

¦sf

r-»

o

o

o

o

o

CM

od

o

o

o

r<

oo

       

oo

CM

LD

o

LD

LD

CM

o

o

o

LD

CM

CM

1

CM

¦sl ed

LD

l

o

o

o

'Ct

1

       

LD

'st;

CD

00

CD

CM

OO

CM

03

03

03

cd

CD

00

¦sl

ID

oo

CD

I's.

¦sT

CO

o

oo

CM

o

CM

CM

 

O

O

o

O

o

o

o

od

o

o

o

o

od

o

o

O

od oo

         

oo

CM

LD

O

LD

¦si

r's

o

o

o

LD

CM

CM

CM

¦sl- od

LD

o

o

o

r<

oo

       

o

o

o

CD

00

CD

'St

'St

r-»

CM

03

03

03

00

CD

oo co

¦sl- oo

oo

CM

CM

O)

       

03

00

00

CD

00

CD

CM

oo

CM

03

03

03

cd

CD

00

¦sl-

LD

oo

CD

I's.

¦sT

CO

 

OO

CM

O

CM

od

CM

 

LD

CM

03

CD

00

CD

LD

CO

'St

03

03

03

'd-

00

00

LD

OO

co

¦si- oo

OO

CM

CM

LD

CM

     

CD

03

O

o

03

cu

O

CD

CM

LD

o

o

O

cd

 

CU

     

CQ

CQ

BMKB-Corona

Garantie

Ondernemingsfinancierini

Garantie

Ondernemingsfinancierini

Corona

Groeifaciliteit

Klein Krediet Corona garantieregeling

to

’¦5

E

ö

MKB financiering

't

LD

'Sj-

CM

od

'St

r-.

'St

O

CM

00

'St

r-.

LD

i--

'St

'St

CO

O

'St

r<

LD

i--

'st;

'St

CD

|

I

¦g

03

<

CD

0)73 D)

r>

o

o

o

't

LD

't

LD

CT>

r>

r>

't

r>

r>

't

LD

O

't

r*>

't

't

«o

o

6

LD

't

LD

CC

cc

-t-1

£

Toelichting

Artikel 2 Bedrijvenbeleid: innovatie en ondernemerschap voor duurzame welvaartsgroei

Borgstelling MKB-kredieten (BMKB)

De BMKB biedt zowel banken als niet-bancaire financiers een borgstelling voor leningen aan midden- en kleinbedrijven (< 250 werknemers) voor zover deze bedrijven onvoldoende zekerheden kunnen bieden aan de bank. Het knelpunt dat met de BMKB wordt bestreden is het verschijnsel dat in de kern gezond MKB - met voldoende zicht op rentabiliteit en continuïteit - niet of onvoldoende in een kredietbehoefte kan voorzien door een tekort aan zekerheden (onderpand).

De gemiddelde eenmalige premie die voor het borgstellingskrediet wordt betaald is 4,8%. De premie is afhankelijk van de looptijd van het bedrijfs-borgstellingskrediet. Er zal gedifferentieerd worden tussen de premies voor enerzijds startende en gevestigde bedrijven (gemiddeld 4,65%) en anderzijds voor innovatieve bedrijven (gemiddeld 6,65%). Hierbij wordt de mogelijkheid geboden de premiebetaling gedeeltelijk over de looptijd van het krediet te voldoen. De premie is niet kostendekkend. Op de begroting is structureel vanaf 2023 € 11 mln (inclusief de uitvoeringskosten) beschikbaar ter afdekking van de schades en uitvoeringskosten die niet door premieontvangsten worden gedekt.

Per 16 maart 2020 is deregeling verruimd met een Coronaluik dat openstaat tot ultimo 2021. Onder het Coronaluik worden borgstellingen gebracht voor bedrijven met een rekeningcourant-krediet en overbruggingskrediet met een looptijd van maximaal vier jaar die negatieve economische gevolgen ondervinden van het coronavirus. Het hogere borgstellingspercentage van per saldo 67,5% wordt gehanteerd. De premie voor het Coronaluik in de BMKB is 2% voor kredieten met een looptijd tot en met 2 jaar en 3% voor kredieten met een looptijd vanaf 2 jaar tot en met 4 jaar.

Er is een begrotingsreserve (risicovoorziening) voor de BMKB waardoor een verevening mogelijk is van premie-inkomsten en schade-uitgaven over een reeks van jaren. De regeling is namelijk conjunctuurgevoelig (in tijden van krimp en recessie hogere verliezen) waardoor uitgaven en inkomsten kunnen fluctueren.

De horizonbepaling voor de reguliere BMKB is 1 juli 2022. De volgende evaluatie zal in 2022 plaatsvinden.

Klein Krediet Corona (KKC)

De Klein Krediet Corona garantieregeling (KKC) is specifiek bedoeld voor kleine ondernemers met kredietaanvragen van € 10.000 tot € 50.000. Er bestaat een grote kans dat dit type bedrijven als gevolg van de coronacrisis juist extra liquiditeit nodig heeft, maar hiervoor dus niet bij een financier terecht kon. Deze kleine ondernemingen waren daarmee extra kwetsbaar. De lening staat open voor ondernemers met een omzet vanaf € 50.000,- die voor de coronacrisis voldoende winstgevend waren en die zijn ingeschreven in de KvK voor 1 januari 2019. Onder de regeling wordt 95% van het kredietbedrag dat kredietinstellingen verstrekken aan mkb-onder-nemingen gegarandeerd door de Staat. De Staat ontvangt een eenmalige premie van 2% voor deze garantie en de kosten die financiers aan de ondernemers mogen doorrekenen als zij gebruik maken van deze garantieregeling is gemaximeerd op 4% van het kredietbedrag. Er is ook begrotingsreserve voor de regeling KKC.

De horizonbepaling van de KKC garantieregeling is 31 december 2021. Garantie Ondernemingsfinanciering (GO)

De GO-regeling is bestemd voor ondernemers die financiering willen aantrekken bij banken en is gericht op (middel)grote ondernemingen met substantiële activiteiten in Nederland en met bevredigende rentabiliteits-en continuïteitsperspectieven. De GO regeling biedt banken de mogelijkheid om nieuwe bankleningen te verstrekken en/of bankgaranties af te geven van minimaal € 1,5 mln en maximaal € 150 mln met een garantie van 50% door de overheid. De overheid deelt mee in de opbrengsten uit zekerheden. De GO is door het huidige kabinet structureel gemaakt met een jaarlijks garantieplafond van € 400 mln.

Het kredietbeheer ligt primair bij de bank. De bank heeft geen ander belang bij de betaling van rente en aflossing dan de overheid. Naast de 50% garantie van de overheid draagt de bank namelijk zelf eveneens 50% risico. RVO.nl beoordeelt de kredietaanvragen en wijziging van kredieten. Daarnaast is een kredietcommissie met externe deskundigen geïnstalleerd, die de kredietvoorstellen eveneens beoordeelt. De Commissie toetst -additioneel aan RVO.nl - het risico van het betreffende voorstel en bij fiattering wordt de premie bepaald op basis van het te lopen risico.

De premie bestaat in hoofdzaak uit de provisie op de rentemarge voor het debiteurenrisico van de bank onder aftrek van 0,25% die de bank voor haar beheersactiviteiten mag behouden. Andere bronnen van inkomsten zijn bijvoorbeeld afsluitprovisies en fees die ten gunste van bank en overheid komen. Uitgangspunt is dat de GO-regeling kostendekkend is. Een eventueel verschil tussen premieontvangsten, schades en uitvoeringskosten in enig jaar worden afgestort naar dan wel onttrokken aan de begrotingsreserve.

De horizonbepaling voor de GO is 1 juli 2023.

GO Corona

De GO is tijdelijk tot en met 31 december 2021 verruimd met een GO-coronamodule (GO-C). In tegenstelling tot de reguliere GO-regeling kunnen landbouwsectoren eveneens aanspraak doen op de GO-C. Met de GO-C kunnen leningen tot een maximum van € 150 mln met als doel te voorzien in de liquiditeitsbehoefte die is ontstaan als gevolg van de uitbraak van het Coronavirus, worden gegarandeerd met een staatsgarantie van 90% voor het mkb met een omzet tot € 50 mln en 80% voor het (middel)groot-bedrijf met een omzet vanaf € 50 mln.

De Staat ontvangt een garantieprovisie naar rato van het garantieper-centage. Dit is dezelfde provisie als die de financier ontvangt over het niet-gegarandeerde deel van de lening, onder aftrek van 0,5% die de bank voor haar beheeractiviteiten mag behouden. De afsluitprovisie komt geheel ten goede aan de bank. Deze zal nooit meer bedragen dan 1,0%. Er is ook kasbudget gereserveerd voor de Corona maatregel, maar naar verwachting zal hier pas na 2020 aanspraak op worden gemaakt.

De horizonbepaling van de GO-C is 31 december 2021.

Groeifaciliteit

De regeling Groeifaciliteit helpt bedrijven bij het aantrekken van risicodragend vermogen door garanties te geven op achtergestelde leningen verstrekt door banken en op aandelen verstrekt door participatiemaatschappijen aan ondernemingen. De Groeifaciliteit kan ondernemingen in een groeifase, bij bedrijfsovernames en bij herstructureringen helpen bij het aantrekken van risicokapitaal. De regeling wordt ook opengesteld voor bedrijven uit de agrosector.

Alleen deelnemende financiers kunnen een garantieaanvraag bij de overheid indienen. Achtergestelde leningen en aandelenkapitaal verstrekt door participatiemaatschappijen en banken vallen tot maximaal € 25 mln per financier onder de garantieregeling. In totaal kan er voor € 50 mln per bedrijf onder garantie worden gebracht. De garantie van de overheid bedraagt maximaal 50%.

Financiers betalen om de garantie te verwerven in ieder geval een eenmalige premie van 1% van het garantiebedrag vooraf en vervolgens een premie van 3% over het uitstaande garantiebedrag. Het uitgangspunt is dat de Groeifaciliteit hiermee kostendekkend is. Deze jaarlijkse premie kan gedurende de looptijd van de garantiemaatregel worden herzien en zo nodig naar boven worden bijgesteld om ervoor te zorgen dat de premies de kosten van de regeling blijven dekken. Een eventueel verschil tussen premieontvangsten, schades en uitvoeringskosten in enig jaar wordt met ingang van 2014 afgestort in de begrotingsreserve.

De horizonbepaling voor de Groeifaciliteit is verlengd naar 1 juli 2023.

MKB-financiering

In het kader van het aanvullend actieplan MKB-financiering van 8 juli 2014 heeft het kabinet inmiddels € 268,2 mln aan garanties verstrekt om de funding van nieuwe aanbieders van MKB-financiering mogelijk te maken. Naast alle andere initiatieven en plannen was er behoefte aan nieuwe financiers en nieuwe financieringsmogelijkheden voor het verstrekken van vreemd vermogen aan het MKB. Het vinden van funding voor deze nieuwe mogelijkheden was echter, bij gebrek aan voldoende track-record van dergelijke financiers, lastig. Met het Aanvullend Actieplan MKB-financiering is er daarom voor goede initiatieven ruimte beschikbaar gesteld om die funding te vereenvoudigen met behulp van een overheidsgarantie. De verstrekte overheidsgaranties zijn kostendekkend en mogen geen staatssteun inhouden. Er is een begrotingsreserve voor de verevening van premie-inkomsten en schade-uitgaven.

Qredits

Er is een eenmalige garantie verstrekt aan de Europese Investeringsbank van € 86,7 mln op de funding van Qredits met € 100 mln voor de verstrekking van micro- en MKB-krediet. Voor deze garantie is een premie van 0,4% verschuldigd. Daarnaast is een garantie van € 13,3 mln verstrekt aan de Council of Europe Bank (CEB) voor de funding van Qredits met een bedrag van € 16,6 mln waarvoor eveneens een premie van 0,4% is verschuldigd. Een garantie van € 25 mln is verstrekt aan het BNG voor € 50 mln funding van Qredits. Qredits is een premie van 0,4% verschuldigd op de garantie. In 2020 is een garantie van € 5 mln aan CEB verstrekt ten behoeve van de funding van € 10 mln aan Qredits. Voor de CEB garantie is Qredits een premie van 0,4% verschuldigd.

Artikel 4 Een doelmatige energievoorziening en beperking van de klimaatverandering

Aardwarmte

Aardwarmte wordt gezien als een kosteneffectieve duurzame energiebron met potentie. Het draagt bij aan het halen van de duurzame energiedoel-stelling van Nederland. Aardwarmte is een belangrijke optie voor het behalen van energie- en klimaatdoelen. Stimuleren van aardwarmte was al een prioriteit uit het energieakkoord, de warmtevisie, de beleidsbrief tuinbouw en de meerjarenafspraak energietransitie glastuinbouw 20142020. Ook het Klimaatakkoord zet fors in op de ontwikkeling van geothermie in Nederland om de klimaatdoelen in 2030 te kunnen halen.

Het doel van de garantieregeling aardwarmte is het afdekken van het geologisch risico dat het boren van de putten voor de toepassing van aardwarmte, niet succesvol is. Het gaat om het risico dat de volgens het plan aangeboorde aardlaag minder warmwaterproductie oplevert en/of water van lagere temperatuur oplevert dan op basis van een gedegen geologisch vooronderzoek verwacht werd.

Het ontbreken van een (betaalbare) particuliere verzekering is nog steeds een belangrijk knelpunt voor de toepassing van aardwarmte. Door dit risico af te dekken wordt de toepassing van aardwarmte gestimuleerd. De garantieregeling dekt het risico dat een boring niet in een goede watervoerende laag uitkomt, waardoor het vermogen dat vooraf verwacht werd niet wordt behaald. In dat geval wordt voor een deel van de gemaakte kosten een subsidie uitgekeerd, gerelateerd aan de mate waarin de aardwarmteboring mislukt is.

Er wordt een premie van 7% gevraagd.

De garantie wordt uitgekeerd wanneer projecten (deels) mislukken. Met de garantstelling worden projecten uitgelokt met een relatief klein risico (eis 90% slaagkans). Het verwacht vermogen dat aan de bodem onttrokken wordt (dit is het vermogen dat bij de aanvraag is opgegeven) is maximaal het vermogen dat met 90% zekerheid aan de ondergrond kan worden onttrokken (op basis van een locatiespecifiek geologisch onderzoek dat moet zijn opgesteld door een ISO 9001 gecertificeerde onderneming).

EZK maakt een garantieplafond en het maximaal te garanderen bedrag per boring bekend. EZK neemt binnen acht weken na de indiendatum een besluit op de aanvraag. De aanvrager moet binnen 12 maanden na goedkeuring van de aanvraag starten met het boorproject. Na de aanvang van de aardwarmteboring heeft de aanvrager een jaar voor de voltooiing. Het aardwarmteproject moet binnen twee jaar leiden tot toepassing van aardwarmte in Nederland.

De premieontvangsten worden gestort in de begrotingsreserve. Eventuele schade-uitkeringen komen ten laste van deze reserve. De horizonbepaling is 2023.

 

Tabel 11 Overzicht verstrekte leningen (bedragen x € 1.000)

Artikel

Omschrijving

Uitstaande lening

Loophj'd pente percentage lening

Wijze van aflossing

1 Artikel 2 Bedrijvenbeleid: innovatie en ondernemerschap voor duurzame welvaartsgroei

B.V. Finance Continuïteit IHC

40.000

onbepaald Eenmalige vergoeding van € 5 mln

Ineens bij oplevering van een omvangrijk project van IHC

Artikel

Omschrijving

Uitstaande lening

l-cioptij'd Rente percentage lening

Wijze van aflossing

2 Artikel 2 Bedrijvenbeleid: innovatie en ondernemerschap voor duurzame welvaartsgroei

Biopartner

13.524

1-7-2021    0%

Door middel van vervreemding van belangen

3 Artikel 2 Bedrijvenbeleid: innovatie en ondernemerschap voor duurzame welvaartsgroei

LIOF

BioMedbooster

3.000

31-12-2020 n.v.t.

Voor zover LIOF bedragen ontvangt van BioMedbooster

4 Artikel 2 Bedrijvenbeleid: innovatie en ondernemerschap voor duurzame welvaartsgroei

MARIN

6.807

onbepaald n.v.t.

n.v.t.

5 Artikel 2 Bedrijvenbeleid: innovatie en ondernemerschap voor duurzame welvaartsgroei

Microkrediet Ned (Qredits)

44.630

1-4-2045 1% vanaf 2025

Vanaf 2045 in halfjaarlijkse termijnenvan € 4,5 mln afhankelijk van de liquiditeitspositie

6 Artikel 2 Bedrijvenbeleid: innovatie en ondernemerschap voor duurzame welvaartsgroei

Microkrediet Ned (SZW)

1.666

onbepaald 1% vanaf 2025

Vanaf 2045 in halfjaarlijkse termijnenvan € 4,5 mln afhankelijk van de liquiditeitspositie

7 Artikel 2 Bedrijvenbeleid: innovatie en ondernemerschap voor duurzame welvaartsgroei

One Logistics

4.000

2-1-2025    6,50%

In vijf jaarlijkse termijnen van

1 mln vanaf 2021

8 Artikel 2 Bedrijvenbeleid: innovatie en ondernemerschap voor duurzame welvaartsgroei

Provincie Limburg

15.882

31-12-2023 n.v.t.

Na afwikkeling van de grondexploitatie

9 Artikel 2 Bedrijvenbeleid: innovatie en ondernemerschap voor duurzame welvaartsgroei

Qredits

1.765

1-2-2026 n.v.t.

Aflossing in 2026

10 Artikel 2 Bedrijvenbeleid: innovatie en ondernemerschap voor duurzame welvaartsgroei

Stichting Qredits Microfinanciering

25.000

15-6-2030 n.v.t.

Aflossing van alle opbrengsten minus de kosten tussentijds of aan het einde van de looptijd

11 Artikel 3 Toekomstfonds

BOM Bioconnection

1-3161

1.084

onbepaald n.v.t.

Indien er bedragen worden ontvangen van Bioconnection worden deze aangewend als aflossing

12 Artikel 3 Toekomstfonds

BOM Capital I B.V.

(COL 1)

15.000

31-12-2026 Bijgeschreven rente op de rekening en overige opbrengsten

Overdracht van het saldo op de rekening

13 Artikel 3 Toekomstfonds

BOM Capital I B.V.

(COL 2)

18.700

31-12-2026 Bijgeschreven rente op de rekening en overige opbrengsten

Overdracht van het saldo op de rekening

14 Artikel 3 Toekomstfonds

BOM Capital I B.V. (Smart Photonics)

10.000

31-12-2030 Bijgeschreven rente op de rekening en overige opbrengsten na aftrek van kosten

Overdracht van het saldo op de rekening en overdracht aandelenbelang

15 Artikel 3 Toekomstfonds

BOM Life Science & Health Fund

Brabant (Pivot Park)

2.000

31-12-2022 n.v.t.

Aflossing uit ontvangsten uit participaties en leningen aangegaan met deze lening

16 Artikel 3 Toekomstfonds

Corona

OverbruggingsLening Regio Utrecht B.V.

(COL 2)

13.050

31-12-2026 Bijgeschreven rente op de rekening en overige opbrengsten

Overdracht van het saldo op de rekening

17 Artikel 3 Toekomstfonds

Horizon De

Aanjager (COL 2)

2.900

31-12-2026 Bijgeschreven rente op de rekening en overige opbrengsten

Overdracht van het saldo op de rekening

18 Artikel 3 Toekomstfonds

Horizon De

Aanjager (COL 1)

1.800

31-12-2026 Bijgeschreven rente op de rekening en overige opbrengsten

Overdracht van het saldo op de rekening

Artikel

Omschrijving

Uitstaande lening

l-cioptij'd Rente percentage lening

Wijze van aflossing

19 Artikel 3 Toekomstfonds

InnovationQuarter (COL 1)

21.200

31-12-2026 Bijgeschreven rente op de rekening en overige opbrengsten

Overdracht van het saldo op de rekening

20 Artikel 3 Toekomstfonds

InnovationQuarter namens Noord

Holland (COL 2)

53.550

31-12-2026 Bijgeschreven rente op de rekening en overige opbrengsten

Overdracht van het saldo op de rekening

21 Artikel 3 Toekomstfonds

InnovationQuarter (COL 2)

40.600

31-12-2026 Bijgeschreven rente op de rekening en overige opbrengsten

Overdracht van het saldo op de rekening

22 Artikel 3 Toekomstfonds

InnovationQuarter namens Utrecht (COL 1)

9.300

31-12-2026 Bijgeschreven rente op de rekening en overige opbrengsten

Overdracht van het saldo op de rekening

23 Artikel 3 Toekomstfonds

InnovationQuarter namens Noord

Holland (COL 1)

21.600

31-12-2026 Bijgeschreven rente op de rekening en overige opbrengsten

Overdracht van het saldo op de rekening

24 Artikel 3 toekomstfonds

Innovation Quarter (Innogenerics)

5.700

ultimo 2026 Bijgeschreven rente op de rekening en opbrengsten na aftrek van kosten

Overdracht van het saldo op de rekening en de waarde van de in bezit zijnde aandelen in Innogenereics

25 Artikel 3 Toekomstfonds

Investeringsfonds Zeeland B.V (COL 1)

1.800

31-12-2026 Bijgeschreven rente op de rekening en overige opbrengsten

Overdracht van het saldo op de rekening

26 Artikel 3 Toekomstfonds

LIOF (COL 1)

5.800

31-12-2026 Bijgeschreven rente op de rekening en overige opbrengsten

Overdracht van het saldo op de rekening

27 Artikel 3 Toekomstfonds

LIOF

OverbruggingsFonds (COL 2)

7.000

31-12-2026 Bijgeschreven rente op de rekening en overige opbrengsten

Overdracht van het saldo op de rekening

28 Artikel 3 Toekomstfonds

N.V. Economische Impuls Zeeland (COL 2)

2.066

31-12-2026 Bijgeschreven rente op de rekening en overige opbrengsten

Overdracht van het saldo op de rekening

29 Artikel 3 Toekomstfonds

Nedermaas

Hightech Ventures

8.542

30-6-2021 n.v.t.

Overdracht van het batig saldo

30 Artikel 3 Toekomstfonds

NOM (COL 2)

6.375

31-12-2026 Bijgeschreven rente op de rekening en overige opbrengsten

Overdracht van het saldo op de rekening

31 Artikel 3 Toekomstfonds

NOM (COL 1)

7.800

31-12-2026 Bijgeschreven rente op de rekening en overige opbrengsten

Overdracht van het saldo op de rekening

32 Artikel 3 Toekomstfonds

NWO (Toegepaste en Technische Wetenschappen)

2019, 2020 en 2021

5.100

31-12-2032 n.v.t.

Terugbetaling aan het Rijk van door ondernemingen afgeloste vroegefasefinanciering

Artikel

Omschrijving

Uitstaande lening

L^op^'d Rente percentage lening

Wijze van aflossing

33 Artikel 3 Toekomstfonds

NWO (Toegepaste en Technische Wetenschappen) 2018, 2019

7.200

31-12-2030 n.v.t.

Terugbetaling aan het Rijk van door ondernemingen afgeloste vroegefasefinanciering

34 Artikel 3 Toekomstfonds    Ontwikkelingsmaatschappij 15.700    31-12-2026 Bijgeschreven    Overdracht van het saldo op

Oost-Nederland    rente    op de    de    rekening

N.V. (COL 1)    rekening en overige opbrengsten

35 Artikel 3 Toekomstfonds    Ontwikkelingsmaatschappij 22.500

Oost-Nederland N.V. (COL 2)

31-12-2026 Bijgeschreven    Overdracht van het saldo op rente    op de    de    rekening rekening en overige opbrengsten

Overdracht van het saldo op de rekening en bezittingen van Oost-NL in DVI-2

36 Artikel 3 Toekomstfonds    Participatiemij Oost    53.500    1-1-2035 Bijgeschreven

Nederland NV DVI-2    rente    op de rekening en overige opbrengsten

37 Artikel 3 Toekomstfonds    Participatiemij Oost    94.073

Nederland NV DVI-I

1-1-2030 Bijgeschreven    Overdracht van het saldo op rente op de    de rekening en bezittingen van rekening en    Oost-NL in DVI

overige opbrengsten

 

38 Artikel 3 Toekomstfonds

STW 2014-2015

3.808

Onbepaald n.v.t.

 

Terugbetaling aan het Rijk van door ondernemingen afgeloste vroegefasefinanciering

39 Artikel 3 Toekomstfonds

STW 2016-2017

9.200

Onbepaald n.v.t.

 

Terugbetaling aan het Rijk van door ondernemingen afgeloste vroegefasefinanciering

40 Artikel 4 Een doelmatige energievoorziening en beperking van de klimaatverandering

Ambigo V.O.F

4.080

31-12-2027

2,00%

2028 tenzij wordt verlengd

41 Artikel 4 Een doelmatige energievoorziening en beperking van de klimaatverandering

EBN BV

7.000

31-12-2032

   

42 Artikel 4 Een doelmatige energievoorziening en beperking van de klimaatverandering

ECN

40.000

31-7-2027

   

43 Artikel 4 Een doelmatige energievoorziening en beperking van de klimaatverandering

ECN/NRG

78.154

31-12-2026

2,85%

Afhankelijk uitkomsten bedrijfsvoering Stichting Nuclear Research and Consultancy Group tot en met 2026

44 Artikel 4 Een doelmatige energievoorziening en beperking van de klimaatverandering

Fibrant

2.143

31-12-2034

0,00%

Afhankelijk uitkomsten (cashflow uit geothermie projecten)

45 Artikel 4 Een doelmatige energievoorziening en beperking van de klimaatverandering

Fibrant

7.143

31-12-2034

0,00%

Afhankelijk uitkomsten (cashflow uit geothermie projecten)

46 Artikel 4 Een doelmatige energievoorziening en beperking van de klimaatverandering

Fibrant

20.714

31-12-2034

0,00%

Afhankelijk uitkomsten (cashflow uit geothermie projecten)

47 Artikel 4 Een doelmatige energievoorziening en beperking van de klimaatverandering

Pallas

41.702

1-1-2022

1,50%

Uiterlijk 2022

Toelichting

1 IHC

Dit betreft de overbruggingsfaciliteit voor Royal IHC. De looptijd kent een uitloop die afhankelijk is van het uiteindelijke moment van volledige oplevering van een omvangrijk project bij IHC.

2    Biopartner

Dit betreft een in het jaar 2000 verstrekte lening ten behoeve van een startup participatiefonds life sciences. De lening is verlengd tot 1 juli 2021 om tot een definitieve afwikkeling te komen.

3    LIOF

BiomedboosterDit betreft een in 2006 verstrekte lening aan LIOF ten behoeve Biomedbooster B.V. De lening is verlengd tot ultimo 2021 ten behoeve van de afwikkeling van de leningovereenkomst.

4    MARIN

De lening van € 6,8 mln is in 2003 tussen de Staat en MARIN vastgelegd in een aangepaste overeenkomst van geldlening, in verband met de in 2003 opgerichte MARIN Stakeholders Association (MSA). In deze overeenkomst is bepaald dat MARIN is vrijgesteld van aflossingsverplichting voor zover de MSA voor ten minste het bedrag van de lening deelnemersovereen-komsten heeft gesloten.

5    Microkrediet Nederland (Qredits)

Dit betreft een achtergestelde lening aan stichting Qredits voor het verstrekken van micro- en mkbkrediet aan ondernemers.

6    Microkrediet Nederland (Qredits SZW)

Dit betreft een achtergestelde lening aan stichting Qredits voor het verstrekken van microkrediet aan ondernemers.

7    Onelogistics

Dit betreft een in 2018 verstrekte lening aan Onelogistics ten behoeve van de voorbereidingen van een warehouse voor de opslag, het beheer en verzending van F-35 onderdelen op het Logistiek Centrum Woensdrecht.

8    Provincie Limburg

Dit betreft een lening aan de Provincie Limburg in het kader van Industriepark Swentibold.

9    Qredits (pilot achtergestelde leningen fonds)

Dit betreft een subsidie met terugbetaalverplichting in het kader van de pilot achtergestelde leningenfonds van Qredits.

10    Stichting Qredits microfinanciering

Dit betreft een lening aan Qredits ten behoeve van het verstrekken van overbruggingskredieten aan ondernemers.

11    BOM BioConnection

Dit betreft een in 2005 aan de Brabantse Ontwikkelingsmaatschappij (BOM) verstrekte lening ten behoeve van BioConnection B.V.

12    BOM Capital I B.V. COL 1

Dit betreft een lening aan de Brabantse Ontwikkelingsmaatschappij B.V. ten behoeve van het verstrekken van Corona overbruggingsleningen aan ondernemingen.

13    BOM Capital I B.V. COL 2

Dit betreft een lening aan de Brabantse Ontwikkelingsmaatschappij B.V. ten behoeve van het verstrekken van Corona overbruggingsleningen aan ondernemingen.

14    BOM Capital I B.V. Smart Photonics

Dit betreft een lening aan de Brabantse Ontwikkelingsmaatschappij (BOM) ten behoeve van de investering in Smart Photonics, een Eindhovense scale-up voor de productie van fotonische chips.

15    BOM Life Sciences & Health Fund

Dit betreft een lening aan de Brabantse Ontwikkelingsmaatschappij die in 2013 is verstrekt ten behoeve van de ontwikkeling van de Life Sciences & Health sector in Noord-Brabant.

16    Corona OverbruggingsLening Regio Utrecht B.V. (COL 2)

Dit betreft een lening aan COL RU ten behoeve van het verstrekken van Corona overbruggingsleningen aan ondernemingen.

17    Horizon de Aanjager (COL 2)

Dit betreft een lening aan Horizon de Aanjager ten behoeve van het verstrekken van Corona overbruggingsleningen aan ondernemingen in de provincie Flevoland.

18    Horizon de Aanjager (COL 1)

Dit betreft een lening aan Horizon de Aanjager ten behoeve van het verstrekken van Corona overbruggingsleningen aan ondernemingen in de provincie Flevoland.

19    Innovation Quarter (COL 1)

Dit betreft een lening aan Innovation Quarter ten behoeve van het verstrekken van Corona overbruggingsleningen aan ondernemingen.

20    Innovation Quarter namens Noord Holland (COL 2)

Dit betreft een lening aan Innovation Quarter ten behoeve van het verstrekken van Corona overbruggingsleningen aan ondernemingen in de provincie Noord Holland.

21    Innovation Quarter (COL 2)

Dit betreft een lening aan Innovation Quarter ten behoeve van het verstrekken van Corona overbruggingsleningen aan ondernemingen.

22    Innovation Quarter namens Utrecht (COL 1)

Dit betreft een lening aan Innovation Quarter ten behoeve van het verstrekken van Corona overbruggingsleningen aan ondernemingen in de provincie Utrecht.

23    Innovation Quarter namens Noord Holland (COL 1)

Dit betreft een lening aan Innovation Quarter ten behoeve van het verstrekken van Corona overbruggingsleningen aan ondernemingen in de provincie Noord Holland.

24    Innovation Quarter (Innogenerics)

Dit betreft een lening aan Innovation Quarter voor de investering in Innogenerics B.V. ten behoeve van de overname van de geneesmiddelen fabrikant Apotex.

25    InvesteringsfondsZeeland B.V. (COL 1)

Dit betreft een lening aan Investeringsfonds Zeeland B.V. ten behoeve van het verstrekken van Corona overbruggingsleningen aan ondernemingen.

26    LIOF (COL 1)

Dit betreft een lening aan de Regionale Ontwikkelingsmaatschappij LIOF ten behoeve van het verstrekken van Corona overbruggingsleningen aan ondernemingen.

27    LIOF OverbruggingsFonds (COL 2)

Dit betreft een lening aan de Regionale Ontwikkelingsmaatschappij LIOF ten behoeve van het verstrekken van Corona overbruggingsleningen aan ondernemingen.

28    Investeringsfonds Zeeland (COL 2)

Dit betreft een lening aan Investeringsfonds Zeeland B.V. ten behoeve van het verstrekken van Corona overbruggingsleningen aan ondernemingen.

29    Nedermaas Hightech Ventures

Dit betreft een in 2009 aan de Regionale Ontwikkelingsmaatschappij LIOF verstrekte lening ten behoeve van Nedermaas Hightech Ventures, een nieuw venture-capital fonds dat zich richt op de vroege financiering van hightech start up's in de Provincie Limburg.

30    NOM (COL 2)

Dit betreft een lening aan de Noordelijke Ontwikkelingsmaatschappij (NOM

B.V.) ten behoeve van het verstrekken van Corona overbruggingsleningen aan ondernemingen.

31    NOM (COL 1)

Dit betreft een lening aan de Noordelijke Ontwikkelingsmaatschappij (NOM

B.V.) ten behoeve van het verstrekken van Corona overbruggingsleningen aan ondernemingen.

32    NWO (Toegepaste en Technische Wetenschappen) 2019, 2020 en 2021 Dit betreft een lening aan NWO voor het verstrekken van kredieten aan ondernemingen in het kader van regeling vroegefasefinanciering.

33    NWO (Toegepaste en Technische Wetenschappen) 2018, 2019

Dit betreft een lening aan NWO voor het verstrekken van kredieten aan ondernemingen in het kader van regeling vroegefasefinanciering.

34    Oost NL N.V. (COL 1)

Dit betreft een lening aan de Regionale Ontwikkelingsmaatschappij Oost. N.V. ten behoeve van het verstrekken van Corona overbruggingsleningen aan ondernemingen.

35    Oost NL N.V. (COL 2)

Dit betreft een lening aan de Regionale Ontwikkelingsmaatschappij Oost. N.V. ten behoeve van het verstrekken van Corona overbruggingsleningen aan ondernemingen.

36    Oost NL N.V. DVI-2

Dit betreft een lening aan Oost NL N.V. ten behoeve van het Dutch Venture Initiative II.

37    Oost NL N.V. DVI

Dit betreft een lening aan Oost NL N.V. ten behoeve van het Dutch Venture Initiative.

38    STW 2014-2015

Dit betreft een lening aan de Stichting Technische Wetenschappen voor het vertrekken van kredieten in het kader van de regeling Vroegefase-finan-ciering.

39    STW 2016-2017

Dit betreft een lening aan de Stichting Technische Wetenschappen voor het vertrekken van kredieten in het kader van de regeling Vroegefase-finan-ciering.

40    Ambigo V.O.F.

Deze lening is in 2017 verstrekt voor de ontwikkeling van een duurzame biomassavergassingsinstallatie. De lening is in april 2021 terugbetaald.

41    EBN

De achtergestelde lening tegen 0% rente van in totaal € 48 mln van EZK is bedoeld voor investeringen in geothermieprojecten in Nederland in de periode 2021-2025 volgens het businessplan genaamd 'Masterplan Aardwarmte'. Er is door het Ministerie van EZK gekozen voor verplichte deelname van EBN in deze geothermieprojecten.

42    ECN

In 2016 is aan ECN een lening verstrekt van € 40 mln voor het verwerken en afvoeren van historisch radioactief afval in Petten.

43    NRG

Aan Stichting Nuclear Research and Consultancy Group (NRG) is een lening verstrekt voor het uitwerken en uitvoeren van een Herstelplan, in algemene zin gericht op de continuïteit van de bedrijfsvoering van NRG en in het bijzonder op het scheppen van de noodzakelijke financiële, technische, commerciële en organisatorische voorwaarden voor het in bedrijf houden van de Hoge Flux Reactor (HFR).

44    t/m 46 Fibrant

De leningen aan Fibrant zijn verstrekt voor investeringen in (de ombouw van) installaties teneinde de uitstoot van lachgas (als CO- equivalent) te reduceren. Hiermee worden drie projecten uitgevoerd met een totale lachgasreductie van ruim 0,6 Mton CO2-equivalent.

47 Pallas

Aan de Stichting Voorbereiding Pallas-reactor is een lening verstrekt voor fase 1 van de totstandkoming van een nieuwe hoge fluxreactor (de Pallas-reactor), die bestemd is voor de productie van medische en industriële radio-isotopen en voor nucleair technologisch onderzoek.

Overzichtstabel bedrijfslevenbeleid en Missiegedreven Topsectoren- en Innovatiebeleid

Om invulling te geven aan de motie van het lid Veldman c.s. (Kamerstuk 33 009, nr. 76) wordt jaarlijks inzichtelijk gemaakt welke innovatiemiddelen vanuit departementale begrotingen worden ingezet ten behoeve van de vastgestelde missies ter adressering van de maatschappelijke uitdagingen of daaraan bijdragen. Onderstaande tabel bevat een meerjarig overzicht van de middelen die in 2021-2026 in principe beschikbaar zijn binnen de begrotingen van een aantal departementen voor het bedrijvenbeleid en het Missiegedreven Topsectoren- en Innovatiebeleid of daaraan bijdragen.

De indeling van de tabel geeft inzicht in de samenhang tussen de verschillende onderdelen. Voor een groot deel betreft dit het Missiegedreven Topsectoren- en Innovatiebeleid, dat uit een generieke pijler en een specifieke pijler bestaat. Het generieke beleid ondersteunt innovatie voor alle bedrijven, binnen en buiten de topsectoren (A1 en A2). Ook de bijdrage van Buitenlandse Zaken (A3) is generiek van aard. De kern van het specifieke beleid is publiek-private samenwerking (PPS, B1 en B2). Door een intensievere samenwerking tussen de excellente Nederlandse publieke kennisinfrastructuur en bedrijven vindt de kennis beter zijn weg in innovatieve producten en draagt het bij aan het realiseren van oplossingen voor maatschappelijke uitdagingen. PPS wordt gestimuleerd met de PPS-toeslag en de MIT Internationale PPS wordt mogelijk gemaakt door EU-cofinanciering (B2), Innovatie Attachés en technologiemissies. Onderdeel C bevat de instrumenten voor aansluiting van onderwijs op de arbeidsmarkt en tot slot bestaat onderdeel D uit verschillende specifieke bijdragen van departementen aan voor hun relevante topsectoren en missies.

In de tabel is aangegeven op welk begrotingsartikel de middelen op de departementale begrotingen staan. Daar zijn de hier getoonde reeksen vaak niet één op één terug te vinden, omdat hier alleen de middelen zijn getoond die samenhangen met het bedrijfslevenbeleid en Missiegedreven Topsectoren- en Innovatiebeleid. De verantwoording over dit budget vindt plaats via de reguliere begrotingscyclus van de desbetreffende departementale begrotingen.

 

Tabel 12 Overzichtstabel bedrijfslevenbeleid en (bedragen x € 1 mln)

Missiegedreven Topsectoren

  • en

nnovatiebeleid

 
 

2021

2022

2023

2024

2025

2026

Departement

Artikel

I Generiek

A1. Ondernemerschap en innovatie

385

216

201

197

181

204

EZK

 

Financieringsinstrumenten Toekomstfonds

385

216

201

197

181

204

EZK

3

 

A2. Fiscale maatregelen

1.443

1.403

1.286

1.286

1.286

1.286

EZK/FIN

 

Aftrek speur- en ontwikkelingswerk (WBSO)

5

5

5

5

5

5

EZK/FIN

2,

belastingplan

Afdrachtvermindering speur- en ontwikkelingswerk (WBSO)

1.438

1.3361

1.281

1.281

1.281

1.281

EZK/FIN

2,

belastingplan

Reserve RDA (WBSO)

 

62

           
 

A3. Internationaal

259

252

248

248

247

240

BH/OS

 

Internationaal ondernemen en ontwikkelingssamenwerking

209

202

198

198

197

190

BH/OS

1,2,3

Dutch Good Growth Fund (DGGF)

50

50

50

50

50

50

BH/OS

1

II Specifiek voor topsectoren

 

B1. Kennis en innovatie

616

621

621

621

621

622

   

NWO-PPS2

100

100

100

100

100

100

OCW

16

NWO23

175

175

175

175

175

175

OCW

16

NWO-TTW

26

26

26

26

26

26

EZK

2

KNAW

14

14

14

14

14

14

OCW

16

 

Toegepast onderzoek (TO2)4

257

262

262

262

262

263

   
  • TNO, MARIN, NLR, Deltares

171

171

171

171

171

172

EZK

2,4

  • - 
    Wageningen Research

86

91

91

91

91

91

LNV

23

Profilering kennisinfrastructuur5

44

44

44

44

44

44

OCW

16

 

B2. Innovatie en PPS

330

346

341

323

302

298

   

PPS-toeslag

172

199

209

195

182

182

EZK

2

MKB Innovatiestimuleringsregeling

Topsectoren

41

40

40

41

41

41

EZK

2

Cofinanciering EU-innovatieprogramma's en overige

70

77

66

61

61

61

EZK

2

Economische Ontwikkeling en Technologie

8

10

8

10

10

10

EZK

2

Investeringen in fundamenteel en toegepast onderzoek

39

20

18

16

8

4

EZK

3

 
  • C. 
    Onderwijs en arbeidsmarkt

20

22

43

40

35

32

   

Regionaal investeringsfonds MBO

20

22

43

40

35

32

OCW

4

 
  • D. 
    Specifieke bijdragen departementen

320

350

317

282

249

225

   

Life Sciences & Health/zorg

89

73

70

70

70

70

VWS

1, 2, 4, kader Zorg

Energie-innovatie (excl. ECN)

162

212

193

179

147

123

EZK

4

Energietransitie gebouwde omgeving

8

9

9

7

6

6

BZK

4

Logistiek

14

6

6

     

IenW

divers H-XII, IF en DF

Water en Maritiem

22

25

14

     

IenW

divers H-XII, IF en DF

Creatief

15

15

15

15

15

15

OCW

14

Defensie

10

10

10

11

11

11

DEF

9

 

Totaal

3.373

3.210

3.057

2.997

2.921

2.907

   

1    Onderuitputting 2020 éénmalig toegevoegd (€ 55 mln).

2    OCW draagt via NWO € 100 mln bij aan de Topsectoren in het kader van publiek-private samenwerking; dit is gezamenlijke programmering waarbij wetenschappers en bedrijven samen onderzoeksprojecten opzetten en financieren.

3    OCW investeert via NWO € 175 mln in vrij onderzoek en talent en publiek-privaat geprogrammeerd onderzoek waarvoor geen private cofinanciering nodig is. Dit zijn middelen uit andere programma's die ex-post bijdragen aan de Topsectoren.

4    Ongewijzigd, betreft bedragen Kennis- en Innovatie convenant 2020-2023.

5    Deze middelen zijn onderdeel van de ex-post € 175 mln die OCW via NWO bijdraagt aan de Topsectoren.

  • 3. 
    Beleidsartikelen

Beleidsartikel 1 Goed functionerende economie en markten

  • A. 
    Algemene doelstelling

Het scheppen van voorwaarden voor een goed functionerende economie en goed functionerende markten, waaronder de markt voor elektronische communicatie. Goed functionerende markten, die concurrentie stimuleren en waar de consument goed wordt beschermd, leveren een belangrijke bijdrage aan economische groei en innovatie. Momenteel bevinden we ons in een digitale transitie, die onze manier van werken en leven ingrijpend verandert, met alle kansen en bedreigingen van dien. Door digitalisering verschuiven marktverhoudingen drastisch in vrijwel alle sectoren en domeinen, met nieuwe (markt)rollen, zowel voor consumenten als voor bedrijven. Om het economisch verdienvermogen te versterken en maatschappelijke uitdagingen aan te pakken, zet het kabinet er op in dat Nederland digitaal koploper blijft in Europa, onder meer door zorg te dragen voor hoogwaardige, betrouwbare en veilige digitale infrastructuren, door het slim benutten daarvan en door het stimuleren van onderzoek en innovatie op digitaal terrein.

Het kabinet zet in op het realiseren van de volgende strategische doelen:

  • 1. 
    Het faciliteren van de transitie naar een klimaatneutrale, digitale en inclusieve economie;
  • 2. 
    Een uitmuntend ondernemers- en investeringsklimaat, met goed functionerende markten voor bedrijven en consumenten;
  • 3. 
    Het stimuleren van innovatie met een grote impact op de economische en maatschappelijke vooruitgang, voortbouwend op de sterktes van de Nederlandse ecosystemen.
  • 1. 
    Het faciliteren van de transitie naar een klimaatneutrale, digitale en inclusieve economie

Nederlandse Digitaliseringsstrategie

Met de Nederlandse Digitaliseringsstrategie (NDS) heeft het kabinet in 2018 een overkoepelende strategie geformuleerd om de kansen van digitalisering voor economie en maatschappij verantwoord te benutten. Sindsdien zijn er twee updates van de NDS verschenen (de laatste op 26 april 2021), waarin de voortgang van de kabinetsbrede ambities is beschreven18 aan de hand van zes prioriteiten: Artificial Intelligence (AI), data, digitale vaardigheden en inclusie, digitale overheid, digitale connectiviteit en digitale weerbaarheid. Met de uitvoering en update van de NDS geeft het kabinet mede invulling aan de landenspecifieke aanbeveling van de Europese Commissie uit 2020, om ten behoeve van het economisch herstel investeringen aan te moedigen en toe te spitsen 'op de groene en digitale transitie, met name op de ontwikkeling van digitale vaardigheden, duurzame infrastructuur, het schoon en efficiënt opwekken en gebruiken van energie, en missiegedreven onderzoek en innovatie.' Hiermee voldoet het kabinet aan de motie Schouw (Kamerstuk 2010 - 2011, 21 501-20, nr. 537). Nieuw in de laatste update is een toekomstverkenning op digitaal gebied richting 2030. Deze verkenning schetst op basis van de geïdentificeerde trends en ontwikkelingen een aantal scenario's die nieuwe kansen, maar ook nieuwe vraagstukken opwerpen. Hiermee biedt de toekomstverkenning een eerste vertrekpunt op basis waarvan een volgend kabinet met (kennis)instellingen, bedrijven en burgers het gesprek kan aangaan over hoe de digitale transitie op verantwoorde wijze verder vorm te geven.

  • 2. 
    Een uitmuntend ondernemers- en investeringsklimaat door middel van goed functionerende markten voor bedrijven en consumenten

Mededinging- en consumentenbeleid

EZK maakt zich in EU-verband sterk voor het competitief houden van markten en voor eerlijke onderlinge verhoudingen in markten waarop platforms actief zijn. Hierbij pleit EZK onder andere voor de mogelijkheid voor een Europese toezichthouder om verplichtingen op te leggen aan platforms met een poortwachtersfunctie. Ook vindt EZK het belangrijk dat consumenten met vertrouwen online aankopen kunnen doen. EZK zet zich er daarom voor in dat zij op doeltreffende wijze van de juiste informatie worden voorzien en draagt bij aan extra bewustwording bij consumenten over hun rechten bij wereldwijde online aankopen. EZK maakt zich voorts sterk voor verbetering van de aanbestedingspraktijk, zoals met het vervolg van Beter Aanbesteden, waarbij kennis en kunde van overheden en ondernemers wordt verbeterd en dialoog tussen partijen wordt gestimuleerd.

Digitale infrastructuur van wereldklasse (connectiviteit)

EZK streeft naar een sterke internationale positie voor Nederland op het gebied van vaste en mobiele communicatienetwerken. Het beschikbaar komen van voldoende frequentieruimte is cruciaal voor een goede mobiele connectiviteit. In lijn daarmee wordt de veiling van de 3,5 GHz band voorbereid. Om de uitrol van verbeterde (vaste en mobiele) digitale infrastructuren zo soepel mogelijk te laten verlopen worden gemeenten ondersteund. Inmiddels is de grote meerderheid van de adressen in het buitengebied voorzien van snel internet19 en heeft de Autoriteit Consument en Markt (ACM) denkrichtingen uitgewerkt om de uitrol van glasvezel in kernen goed te laten verlopen.20 In 2022 wordt de ingezette lijn doorgetrokken. De ondersteuning van gemeenten wordt verder verstevigd. Zo zal EZK in 2022 verder werken aan de transparantie en harmonisatie van lokaal beleid om een soepele uitrol te bevorderen.

Cybersecurity: een veilige digitale samenleving Mensen en bedrijven moeten digitale technologieën veilig kunnen gebruiken. Door de opkomst van het Internet of Things worden steeds meer (vaak onveilige) producten aan het internet gekoppeld. De Roadmap Digitaal Veilige Hard- en Software (Kamerstuk 26 643, nr. 735) wordt nader ingevuld om veilige ICT-producten en -diensten te bevorderen. Daarnaast is de Europese Verordening Cyber Security Act (CSA) geïmplementeerd, waarbij het Agentschap Telecom de taken van de nationale autoriteit uitvoert. Het doel van de CSA is om met een geharmoniseerde certificatie-systematiek de cyberveiligheid in Europa te borgen en de (digitale) interne markt te versterken. Nederland draagt publiek-privaat bij aan de ontwikkeling van die Europese cybersecurity certificeringschema's, onder meer voor clouddiensten. Ook in 2022 zullen tenslotte voorlichtingscampagnes voor cyberhygiëne worden gevoerd, om burgers en bedrijven bewust te maken van het belang van digitale veiligheid en hen een bijpassend hande-lingsperspectief te bieden. Het doel is dat burgers en bedrijven zelf maatregelen nemen om zich digitaal te beschermen, zoals door het uitvoeren van veiligheidsupdates.

Bescherming van en regie op persoonsgegevens

De inzet van EZK is dat mensen erop kunnen vertrouwen dat hun privacy online goed beschermd is en dat ze grip hebben op hun persoonsgegevens. EZK zet zich in 2022 verder in voor de totstandkoming en implementatie van een gemoderniseerde Europese e-privacy verordening. Nederland volgt actief de trilogen tussen de Europese Raad, het Europese Parlement en de Europese Commissie.

Verhogen van de cyberweerbaarheid van bedrijven (DTC en CSIRT) Structureel is € 2,5 mln per jaar beschikbaar voor het Digital Trust Center (DTC), om via voorlichting, tools en advisering bedrijven - van zzp tot grootbedrijf - beter in staat te stellen de eigen cyberweerbaarheid te organiseren. Deze middelen zijn voor de doorontwikkeling van de website en een online platform, voor kennisopbouw over cyberrisico's en kennisdeling met de doelgroep niet-vitale bedrijven. In 2021 is gestart met de DTC informatiedienst om individuele bedrijven te waarschuwen voor concrete risico's en dreigingen. Deze informatiedienst wordt in 2022 verder uitgebouwd en geautomatiseerd. Het netwerk van samenwerkingsverbanden van bedrijven zal kwantitatief en kwalitatief worden versterkt, waardoor het landelijk dekkend stelsel voor cybersecurity zich verder kan ontwikkelen. Het uiteindelijke doel is dat elk bedrijf in zijn omgeving een aanspreekpunt heeft voor informatie en advies over veilig digitaal ondernemen. Voor de digitale dienstverleners zoals clouddiensten en on-line-marktplaatsen wordt de informatievoorziening van het Computer Security Incident Response Team (CSIRT) in 2022 verder uitgebouwd.

  • 3. 
    Het stimuleren van innovatie met een grote impact op de economische en maatschappelijke vooruitgang, voortbouwend op de sterktes van de Nederlandse ecosystemen

Zie ook artikel 2 van deze begroting over Bedrijvenbeleid: Innovatie en ondernemerschap voor duurzame welvaartsgroei.

Innovatieve connectiviteit

EZK organiseert ook in 2022 een 5G-Innovatienetwerk om de ontwikkeling en uitrol van relevante toepassingen in maatschappelijke domeinen en economische sectoren te versnellen.

Een florerende data-economie

Nederland heeft de ambitie om voorop te lopen met de verantwoorde verzilvering van maatschappelijke en economische kansen van datadeling tussen bedrijven.21 EZK ondersteunt daartoe diverse initiatieven, zoals de Data Sharing Coalition voor vrijwillige datadeling tussen bedrijven, het verkennen van kansen en bedreigen voor datadeling in diverse sectoren via onderzoek en het onderhandelen over het voorstel van de Europese Commissie voor een Data Governance Verordening (Data Governance Act). De Nederlandse inzet om dit voorstel, waarmee de Europese data-economie verder vorm wordt gegeven, is 22 januari jl. naar de Kamer gestuurd.22 Op het terrein van data lopen er ook diverse internationale initiatieven. GAIA-X is een van oorsprong Duits-Frans publiek-privaat initiatief, dat Europese cloud- en datadiensten wil verbinden en beter toegankelijk wil maken. EZK zorgt ervoor dat het Nederlands bedrijfsleven hierop goed kan aansluiten, onder meer door de GAIA-X hub die is ontwikkeld door TNO financieel te ondersteunen.23

Kennis en innovatie cybersecurity

Om nu en in de toekomst maatregelen te kunnen nemen tegen steeds weer nieuwe digitale dreigingen, moet de ontwikkeling en toepassing van Nederlandse kennis en kunde worden versterkt. Een excellente en autonome Nederlandse kennispositie op het gebied van cybersecurity vermindert ongewenste afhankelijkheid van oplossingen uit het buitenland en biedt kansen voor het Nederlandse bedrijfsleven. In 2021 is een nieuw publiek-privaat samenwerkingsplatform Dcypher opgericht om de krachten op het terrein van onderzoek, innovatie en onderwijs te bundelen tussen overheid, bedrijfsleven en kennisinstellingen. Er wordt gewerkt aan meer cybersecurity personeel en expertise, en meer toepassing van Nederlandse cybersecurityproducten en -diensten. Dcypher zal daartoe verschillende samenwerkingsverbanden opzetten en thematische en ketenbrede routekaarten ontwikkelen. Het in 2021 opgerichte Nationaal Coördinatie Centrum (NCC) wordt aangesloten op het samenwerkingsplatform. Via dit NCC sluit Dcypher aan bij het Europese Cybersecurity Competence Centre en bijbehorend netwerk, en wordt het een schakelpunt voor Europese programmering en instrumenten voor kennis en innovatie op het gebied van cybersecurity.

  • B. 
    Rol en verantwoordelijkheid

De Staatssecretaris van Economische Zaken en Klimaat ziet het als taak eventuele belemmeringen voor het goed functioneren van markten te verminderen of weg te nemen en innovatie te stimuleren. In dat verband is de Staatssecretaris systeemverantwoordelijk voor de Mededingingswet, de Aanbestedingswet en voor het functioneren van de Autoriteit Consument en Markt. Zij is voorts op grond van de Telecommunicatiewet verantwoordelijk voor het stellen van regels voor vaste en mobiele communicatienetwerken. Samen met bewindspersonen van J&V en BZK is de Staatssecretaris van EZK verantwoordelijk voor de coördinatie van de Nederlandse Digitaliseringstrategie (2018; laatste update 2021). Dat is een kabinetsbrede agenda om de maatschappelijke en economische kansen van digitalisering te benutten en het fundament van de digitale transitie te versterken, waaronder digitale vaardigheden, cybersecurity, cyberweer-baarheid, veiligheid, privacy, concurrentie en innovatie. De Minister van Economische Zaken en Klimaat heeft een systeemverantwoordelijkheid voor de statistische informatievoorziening van rijkswege.

Hieruit vloeien de volgende verantwoordelijkheden voort:

Stimuleren

  • Het stimuleren van een goede balans tussen de belangen van bedrijven en consumenten met generiek consumentenbeleid, waarbij de Wet handhaving consumentenbescherming centraal staat.
  • Het stimuleren van innovatie in het bedrijfsleven.
  • Het aanjagen van de professionalisering van en dialoog binnen de aanbestedingspraktijk via PIANOo en Beter Aanbesteden.

Financieren

  • Het bijdragen aan het goed functioneren van markten door het financieren van een deel van de exploitatie van de Autoriteit Consument en Markt (ACM).
  • Het financieren van TenderNed (het elektronisch aanbestedingssysteem) en diverse organisaties op het gebied van metrologie, normalisatie, accreditatie en markttoezicht.
  • Het financieren van een deel van de exploitatie van het Agentschap Telecom en het verrichten van uitgaven voor opdrachten inzake beleidsvoorbereiding en evaluaties voor frequentiebeleid en veiligheid.
  • Het financieren van het CBS om het van overheidswege verrichten van statistisch onderzoek ten behoeve van praktijk, beleid en wetenschap en het openbaar maken van de op grond van zodanig onderzoek samengestelde statistieken mogelijk te maken.
  • Het bijdragen aan een vrij, veilig en open internet door het financieren van een aantal (internationale) organisaties op het terrein van Internet Governance, waaronder het IGF.

(Doen) uitvoeren

  • Het tegengaan van mededingingsbeperkende gedragingen met generiek mededingingsbeleid, zoals opgenomen in de Mededingingswet.
  • Het bijdragen aan de ontwikkeling van Europees en nationaal beleid ten aanzien van consumentenbescherming, aanbestedingsregelgeving, interne markt en mededinging.
  • Het opstellen van regels voor het gebruik van de ether, door afspraken te maken in internationaal verband voor harmonisatie en door - in geval van schaarste - te bepalen op welke wijze het spectrum wordt verdeeld.
  • Het inzetten op het realiseren van hoogwaardige en innovatieve breedbandige mobiele communicatie en omroeptoepassingen door verruiming van gebruiksmogelijkheden van het spectrum en door de uitgifte van frequentieruimte.

Regisseren

  • Het bevorderen van goed functionerende markten door het scheppen van randvoorwaarden via wet- en regelgeving.
  • Het bevorderen van innovatie en digitalisering in economische sectoren en maatschappelijke domeinen, door coördinatie van de Nederlandse Digitaliseringsstrategie.
  • Het scheppen van de juiste voorwaarden voor concurrentie met de Waarborgwet, de Winkeltijdenwet, de Aanbestedingswet 2012, de Wet aanwijzing nationale accreditatie-instantie en de Metrologiewet.
  • Het moderniseren van de telecommunicatieregelgeving om deze te kunnen laten meegroeien met de ontwikkelingen in de markt en de behoeftes in de samenleving.
  • Het reguleren van de postmarkt met de Postwet 2009, waardoor een toegankelijke en betaalbare basisvoorziening voor de post is gewaarborgd (universele postdienst).

Om - aanvullend op de begroting - de Kamer te informeren over de voortgang en effecten van beleid treft u op de website www.cbs.nl/nl-nl/ publicatieplanning de planning aan van de CBS-publicaties. Actuele en gedetailleerde informatie over de specifieke beleidsgebieden kunt u vinden op de websites van PIANOo, de ACM (o.a. over de telecommunicatiemarkt),

Agentschap Telecom (Staat van de Ether, jaarberichten), TNO (Monitor Draadloze Technologie) het CBS (Cybersecuritymonitor en DAB+ ontvangers), NCSC (cybersecurity dreigingen, incidenten en maatregelen) en het Digital Trust Center (DTC).

Voor de hierna benoemde beleidswijzigingen zijn data en kengetallen te vinden op de website Bedrijvenbeleid in beeld. De Monitor van de Nederlandse Digitaliseringsstrategie biedt daarnaast een uitgebreid overzicht van data en kengetallen betreffende een veelheid van aspecten van de digitalisering in Nederland.

 

Tabel 13 Prestatie-indicatoren

Kengetallen

20141

2015

2016

2017

2018

20192

2020

Ambitie 2022

Bron

  • 1. 
    Penetratiegraad van digitale radio ontvangers in huishoudens

4%

6%

6%

10%

12%

16%

18%

35%

CBS

  • 2. 
    Ranglijst digitale economie en maatschappij (DESI)

4

4

3

2

3

4

4

Koploper

DESI

3a. Connectiviteit - beschikbaarheid vast breedband

98%

98%

98%

98%

98%

97%

99%

98% (minimaal 100 Mbps)

DESI/EZK

3b. Connectiviteit - beschikbaarheid mobiel breedband

-

-

-

91%

99+%

99+%

99+%

99+%

DESI3

1    Betreft jaren 2014-2018. Beschikbaarheid op basis van DESI-indicator 1b1 (30 Mbps).

2    Beschikbaarheid op basis van EZK breedbandkaart (100Mbps).

3    Beschikbaarheid op basis van DESI-indicator 1c1.

De Europese Commissie heeft laten weten dat de DESI 2021 in het najaar van 2021 wordt gepubliceerd, in plaats van zoals gebruikelijk in het tweede kwartaal (vanwege het nieuwe Digitaal Kompas van de EC en de RRF/RRP's).

In bovenstaande tabel staan de kengetallen uit de meest recente Index Digitale Economie en Samenleving van de Europese Commissie (DESI; juni 2020). De kengetallen voor de beschikbaarheid van vaste connectiviteit in 2019 en 2020 zijn afkomstig van de inventarisatie van EZK naar breedband-dekking in Nederland. De cijfers tonen de beschikbaarheid voor het betreffende jaar. De DESI cijfers hebben steeds betrekking op het voorgaande jaar. In de kolom ambitie 2022 staan de streefwaarden van EZK aan voor genoemde activiteiten, in lijn met de ambitie uit het Regeerakkoord (2017) dat Nederland op sociaal, economisch en digitaal vlak Europees koploper is. In het Actieplan Digitale Connectiviteit (2018) heeft het kabinet concreet de volgende connectiviteitsdoelstelling vastgelegd: de overheid streeft naar kwalitatief hoogwaardige connectiviteit die een grote diversiteit aan vraag kan bedienen en altijd en overal beschikbaar is tegen concurrerende tarieven. Met mobiele netwerken moeten daarnaast in elk geval basisdiensten altijd en overal kunnen worden geraadpleegd. DESI verwijst naar de index Digitale economie en maatschappij van de Europese Commissie (update oktober 2020).

Bron : Europese Commissie Digitaal Scoreboard

  • C. 
    Beleidswijzigingen

Een belangrijke impuls voor de Nederlandse digitale ambitie zijn de recente toekenningen uit het Nationaal Groeifonds aan onder meer AiNed (kunstmatige intelligentie), QuantumDeltaNL (quantumtechnologie voor veilige netwerken en communicatie), (budgettaire verantwoording vindt plaats op artikel 2), twee onderwijsprojecten (digitale toepassingen voor lessen en schooladviezen) en Health-RI (datanetwerken tussen ziekenhuizen). Vanuit de Europese Recovery and Resilience Facility en het Digital Europe Programma komen de komende jaren significante budgetten beschikbaar voor post-corona herstel en ter versterking van het Nederlandse verdienvermogen.

Artificial intelligence (AI)

In het Witboek AI (februari 2020) én in de herziening van het Gecoördineerd plan inzake AI (april 2021) van de Europese Commissie, staat het bouwen aan een sterk en hoogwaardig Europees ecosysteem voor een human centric approach van AI centraal. In april 2021 heeft de Europese Commissie ook een verordening gepubliceerd ter bevordering van het vertrouwen in AI-systemen. Voor het versterken van de Nederlandse inbreng in Europa, is het noodzakelijk dat bedrijven, kennisinstellingen, overheden en regio's ook nationaal samenwerken. Mede op initiatief van EZK is die publiek-private samenwerking belegd bij de Nederlandse AI Coalitie, waar inmiddels rond 500 organisaties aan deelnemen. De internationale samenwerking zal de komende jaren verder versterkt worden met middelen van EZK voor de zogenaamde European Digital Innovation Hubs (onderdeel van het Digital Europe Programme) en met middelen die in de eerste suppletoire begroting 2021 uit het Nationaal Groeifonds zijn toegekend aan het meerjarige AiNed-investeringsprogramma (Kamerstuk 35 850 XIX, nr. 1 en 2).

Cybersecurity: versterken van de digitale weerbaarheid van kennisintensieve economische sectoren

Kennisintensieve economische sectoren zoals de topsectoren en topinstituten vormen een belangrijk deel van ons economisch verdienpotentieel. Daarmee zijn zij ook een aantrekkelijk doelwit voor kwaadwillenden. Ter versterking van hun digitale weerbaarheid wordt een netwerk gevormd van publiek-private Sharing and Analysis Centers (ISACs) voor kennisintensieve topsectoren en topinstituten, ondersteund door het Digital Trust Center (DTC). In een vertrouwelijke setting wordt door de deelnemers kennis en informatie uitgewisseld op het gebied van cybersecurity. Door de ondersteuning van het DTC wordt de opgedane, ervaring, kennis en informatie uit deze ISACs voor topsectoren benut in het hele landelijk dekkend stelsel van cybersecurity samenwerkingsverbanden.

Implementatie nieuw Europees telecomkader De herziening van het Europese telecomkader van eind 2018, de Telecomcode (richtlijn EU/2018/1972), zou uiterlijk eind 2020 moeten zijn geïmplementeerd. Net als de meeste lidstaten heeft Nederland dit helaas niet gehaald, onder meer vanwege het grote aantal reacties van burgers en gemeenten op de internetconsultatie. In april 2021 is het advies van de Raad van State ontvangen en het implementatiewetsvoorstel is begin juni bij de Tweede Kamer ingediend. Een deel van de richtlijn is al wel geïmplementeerd, met de wetswijziging die op 21 december 2020 in werking is getreden (Stb. 2020, 199).

Europese voorstellen betreffende mededinging en digitalisering In december 2020 heeft de Europese Commissie voorstellen gedaan voor een Digital Services Act (DSA) en een Digital Markets Act (DMA). De DSA oogt bij te dragen aan een goede werking van de interne markt voor diensten tussen personen, en het formuleren van eenduidige regels voor een veilige, voorspelbare en betrouwbare online omgeving, waarbij fundamentele rechten worden beschermd. De Nederlandse inzet tijdens de onderhandelingen is op 26 februari jl. naar de Kamer gestuurd (Kamerstuk 22 112, nr. 3050), later gevolgd door een adviesrapport van de Radboud Universiteit ten behoeve van de verdere oordeelsvorming en de appreciatie daarvan (bij toezending van de geannoteerde agenda voor de Raad voor Concurrentievermogen van 27-28 mei 2021).

Digital Markets Act

Dit betreft een voorstel van de Europese Commissie voor de regulering van grote online platforms met een poortwachterspositie. Nederland zal zich bij de onderhandelingen sterk maken voor een concurrerende en eerlijke digitale economie, zodat consumenten en ondernemers hun autonomie en keuzevrijheid behouden en de kansen van de platformeconomie optimaal kunnen benutten. De Nederlandse inzet voor de onderhandelingen is op 26 februari jl. naar de Kamer gestuurd (Kamerstuk 22 112, nr. 3049). De onderhandelingen over beide voorstellen zijn in 2021 gestart en zullen in 2022 doorlopen.

EU-cofinanciering Digital Europe Programme Het nieuwe Digital Europe Programme (DEP) binnen het (Meerjarig Financieel Kader voor Europa / MFK) heeft als doel het innovatie- concurrentievermogen van de EU te verhogen en de strategische digitale capaciteiten te verstevigen. Het is aanvullend op het Horizon Europe Programma, dat zich meer richt op onderzoek en innovatie. De voorgestelde prioriteiten zijn onder meer: artificiële Intelligence, cybersecurity en vertrouwen, digitale vaardigheden voor gevorderden en European Digital innovation Hubs.

Interne markt

De Europese interne markt, met inbegrip van vrij verkeer van goederen, diensten, personen en kapitaal, vormt een kernonderdeel van de Europese Unie en is cruciaal voor het Nederlandse verdienvermogen. Verdere integratie van de interne markt is echter de laatste jaren stil komen te vallen en door de coronacrisis is vrij verkeer significant onder druk komen te staan. Positief is echter dat de Europese Commissie zich meer wil gaan inzetten voor de interne markt en hiervoor in 2020 een Task Force Interne-markt-handhaving/Single Market Enforcement Task Force (SMET) heeft opgericht. Nederland neemt daaraan deel en zet daarbij in op het wegnemen van belemmeringen, het verbeteren van handhaving van regelgeving voor de interne markt en het versterken van de weerbaarheid van de interne markt.

Postmarkt

Een wetsvoorstel tot wijziging van de Postwet 2009 is op 30 maart 2020 ingediend bij de Tweede Kamer. Deze wijziging heeft als doel de postvoor-ziening ook in de toekomst beschikbaar, betaalbaar en betrouwbaar te houden en een overgang naar een brede bezorgmarkt op een verantwoorde manier vorm te geven. De beoogde inwerkingtreding van deze wet is 2022.

Evaluatie Universele Postdienst (UPD)

In de Postwet 2009 is een periodieke evaluatie van de UPD verankerd. Hierbij kunnen onder andere de behoeften en het gedrag van gebruikers van de UPD in kaart worden gebracht. Ook kan in de evaluatie worden vooruitgekeken, bijvoorbeeld naar verwachtingen ten aanzien van toekomstige postvolumes en ontwikkelingen in het rendement van de UPD, en kan worden ingegaan op de vormgeving van de UPD. Het voornemen is deze evaluatie in 2021 uit te voeren en begin 2022 af te ronden.

Programma Vervolg Beter Aanbesteden

In 2021 is het vervolgprogramma Beter Aanbesteden gestart. Dit programma is een samenwerking van EZK, VNO-NCW/MKB-Nederland, de VNG en PIANOo. Doel van dit programma is om te zorgen dat de kennis en kunde van overheden en ondernemers over het aanbestedingsproces verbetert en dat beide partijen eerder met elkaar in dialoog gaan. Het programma kent een looptijd van vier jaar. In 2022 zal het programma zijn tweede jaar ingaan. Er zullen onder andere evenementen worden georganiseerd waar overheden en ondernemers samenkomen en er wordt gewerkt aan het ondersteunen van regionale initiatieven.

Rechtsbescherming

Als dialoog tussen ondernemers en aanbestedende diensten niet tot overeenstemming leidt, is het belangrijk dat er evenwichtige rechtsbescher-mingsmogelijkheden zijn. In 2022 zal de door het kabinet aangekondigd uitwerking van de maatregelen om de rechtsbescherming bij aanbestedingen te verbeteren (Kamerstuk 34 252, nr. 21, Kamerstuk 34 252, nr. 13 en Aanhangsel van de Handelingen 2019-2020, nr. 582) worden geïmplementeerd. Dit betekent o.a. wijziging van de Aanbestedingswet 2012 en een aangepaste rol van de Commissie van Aanbestedingsexperts.

  • D. 
    Budgettaire gevolgen van beleid

Tabel 14 Tabel Budgettaire gevolgen van beleid artikel 1 (bedragen x € 1.000)

 
 

2020

2021

2022

2023

2024

2025

2026

Verplichtingen

226.204

250.884

267.372

252.936

242.981

236.254

236.026

 

Uitgaven

230.938

254.200

249.968

262.140

252.152

238.968

235.644

 

Subsidies (regelingen)

2.769

4.143

10.000

20.000

15.000

4.000

500

Cyber security

926

800

0

0

0

0

0

Subsidiemaatregel telecom Caribisch Nederland

1.843

3.000

0

0

0

0

0

EU-cofinanciering Digital Europe

0

343

10.000

20.000

15.000

4.000

500

Opdrachten

20.025

23.395

23.950

26.607

26.947

25.194

25.370

Onderzoek&opdrachten

1.842

2.531

2.474

2.406

2.450

1.887

1.887

Beleidsvoorbereiding en evaluaties

Veiligheid en Frequenties

7.528

5.776

4.408

4.263

4.534

4.444

4.505

Digital trust centre

196

2.632

1.432

1.432

1.432

1.432

1.432

Cyber security

1.387

3.931

5.741

7.841

7.866

8.216

8.331

ICT beleid

6.296

6.909

7.378

8.148

8.148

8.198

8.198

Terugbetaling boetes ACM

2.733

0

0

0

0

0

0

CSIRT - DSP

0

367

1.017

1.017

1.017

1.017

1.017

Nationaal Groeifonds

43

1.249

0

0

0

0

0

Vervolgprogramma beter aanbesteden

0

0

1.500

1.500

1.500

0

0

Bijdrage aan agentschappen

39.503

46.345

41.199

40.903

35.111

35.111

35.111

Bijdrage RVO.nl

10.805

14.283

10.375

10.579

4.787

4.787

4.787

Bijdrage Agentschap Telecom

28.698

32.062

30.824

30.324

30.324

30.324

30.324

Bijdrage aan ZBO's/RWT's

164.884

176.272

170.763

170.574

171.038

170.607

170.607

Bijdrage Metrologie

10.706

16.146

11.146

11.146

11.146

11.146

11.146

Raad voor de Accreditatie

263

277

277

277

277

277

277

Bijdrage ACM

632

779

779

779

779

779

779

Bijdrage aan het CBS

153.283

159.070

158.561

158.372

158.836

158.405

158.405

Bijdrage aan (inter-)nationale organisaties

3.757

4.045

4.056

4.056

4.056

4.056

4.056

Bijdrage Nederlands Normalisatie Instituut

1.186

1.194

1.194

1.194

1.194

1.194

1.194

Bijdrage aan internationale organisaties

2.571

2.851

2.862

2.862

2.862

2.862

2.862

 

Ontvangsten

933.837

439.881

31.934

31.934

31.934

31.934

31.934

Ontvangsten ACM

162

162

162

162

162

162

162

Ontvangsten High Trust

106.954

30.200

30.200

30.200

30.200

30.200

30.200

Diverse ontvangsten

826.721

409.519

1.572

1.572

1.572

1.572

1.572

 

Tabel 15 Uitsplitsing verplichtingen (bedragen x € 1.000)

 

2020

2021

2022

2023

2024

2025

2026

Verplichtingen

226.204

250.884

267.372

252.936

242.981

236.254

236.026

waarvan garantieverplichtingen

0

0

0

0

0

0

0

waarvan overige verplichtingen

226.204

250.884

267.372

252.936

242.981

236.254

236.026

Budgetflexibiliteit

Het percentage juridisch verplicht (het deel van het beschikbare uitgavenbudget waarop al juridische verplichtingen rusten) is 90%.

Subsidies: Het bedrag dat geraamd is in 2022 is niet juridisch verplicht.

Opdrachten: Van het opdrachtenbudget is 55% juridisch verplicht. Het betreft de uitfinanciering van in voorgaande jaren verstrekte opdrachten, met name voor projecten op het gebied van wettelijke voorzieningen, onderzoeksopdrachten in verband met frequentieveilingen en telefonie.

Het merendeel van de opdrachten zal worden afgerond in 2022.

Bijdrage aan agentschappen: Het budget betreft de financiering van de opdracht 2022 aan Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO.nl), Agentschap Telecom (AT) en DICTU en is 100% juridisch verplicht.

Bijdragen aan ZBO's/RWT's: Van de voor 2022 geraamde uitgaven voor artikel 1 is circa € 171 mln bestemd voor bijdragen aan ZBO's/RWT's. Dit bedrag is niet flexibel inzetbaar in 2022, als gevolg van overeenkomsten met de betrokken organisaties.

Bijdragen aan (inter)nationale organisaties: Van het beschikbare budget voor internationale organisaties is 70% juridisch verplicht. Het betreft o.a. contributies voor de Internationale Telecommunicatie-unie, Universal Postal Union en Internet Governance Forum. De afspraken gelden voor meerdere jaren.

  • E. 
    Toelichting op de financiële instrumenten Subsidies

Cyberweerbaarheid

Naast de activiteiten van het Digital Trust Center wordt subsidie verstrekt aan groepen van bedrijven in niet-vitale sectoren die op cybersecurity-terrein willen samenwerken. De uitvoering van de regeling ligt bij de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland.

Telecom Caribisch Nederland (corona)

Gegeven het feit dat de vaste lasten van essententiele diensten, zoals telecommunicatie, op Caribisch Nederland relatief hoog zijn en deze diensten in deze moeilijke tijd meer dan ooit nodig zijn (homescholing, thuiswerken), heeft het kabinet in 2020 maatregelen genomen om de kosten van deze diensten te verlagen. Deze maatregel is in 2021 voortgezet en er is 25 USD per aansluiting per maand beschikbaar om de kosten van een vaste internetverbinding te verlagen. Omdat internet op de bovenwindse eilanden aanzienlijk duurder is, is er sprake van differentiering tussen de eilanden en is voor de bovenwindse eilanden 35 USD per aansluiting per maand beschikbaar. Een volgend kabinet kan de keuze maken om deze maatregel structureel te maken.

EU- cofinanciering Digital Europe

Het Digital Europe Programme (DEP) is een nieuw programma binnen het MFK (Meerjarig Financieel Kader voor Europa) om het innovatie- en concurrentievermogen van de EU te verhogen en de strategische digitale capaciteiten te versterken. Dit is aanvullend op het Horizon Europe Programma, dat zich meer richt op 'onderzoek en innovatie'. De voorgestelde prioriteiten binnen het programma zijn onder meer: Artificiële Intelligence, cybersecurity en vertrouwen, digitale vaardigheden voor gevorderden en European Digital Innovation Hubs.

Opdrachten

Onderzoek en opdrachten/beleidsvoorbereiding frequenties Dit betreft onderzoeksopdrachten die dienen ter ondersteuning van het beleid op het gebied van onder andere marktordening, mededinging, consumenten, aanbestedingen, Europese zaken, en strategie en telecom.

Het Digital Trust Center (DTC)

Het DTC is in 2018 gestart en is er om het «niet-vitale bedrijfsleven» beter in staat te stellen hun eigen cyberweerbaarheid te organiseren. De middelen worden o.a. gebruikt voor opdrachten als de ontwikkeling van een online platform, kennisopbouw over cyberrisico's en kennisdeling met de doelgroep niet-vitaal bedrijfsleven.

CSIRT (Computer Security Incident Response Team)

CSIRT is een gespecialiseerd team van professionals die snel kunnen handelen bij een beveiligingsincident met computers of netwerk. CSIRT geeft, naast het nemen van maatregelen, advies bij incidenten en zorgt voor het opsporen en anlayseren van dreigingen. CSIRT gaat de informatievoorziening voor o.a. clouddiensten en online-marktplaatsen verder vormgeven en zal kennis- en innovatie calls die uit de Kennis- en Innovatie Agenda voortvloeien voor zijn rekening nemen.

Opdracht- en onderzoeksbudget Nationaal Groeifonds Dit betreft het budget voor de ondersteuning van de adviescommissie Nationaal Groeifonds. Hieronder vallen de onkostenvergoedingen van de commissieleden en inhuur van expertise ter ondersteuning van en communicatie ten behoeve van de adviescommissie.

Vervolg Programma Beter Aanbesteden

Samen met de Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG) en VNO-NCW/ MKB-Nederland heeft EZK gewerkt aan het vervolgprogramma Beter Aanbesteden. Dit programma zal zorgen voor verbeteringen in de aanbe-stedingspraktijk door dialoog tussen overheden en ondernemers. Het programma levert een bijdrage aan de herstelagenda om sterker uit de coronacrisis te komen. Het programma is in 2021 gestart en heeft een looptijd van vier jaar.

Bijdrage aan agentschappen

Rijksdienst voor Ondernemend Nederland

RVO.nl is de uitvoeringsdienst van het Ministerie van EZK en is onder meer verantwoordelijk voor de voorlichting van ondernemers over de aanbeste-dingsregelgeving. Hieronder vallen ook de taken van PIANOo als expertisecentrum voor aanbestedende diensten en het daarbij behorende TenderNed, het systeem voor het elektronisch aanbesteden en werkzaamheden voor het vervolgprogramma Beter Aanbesteden.

Agentschap Telecom

Agentschap Telecom draagt onder meer zorg voor de toelating tot het spectrum en ziet toe op het juiste gebruik daarvan. De voornaamste uitvoeringstaken zijn voorlichting in het kader van het antennebeleid, juridische procedures en een bijdrage voor werkzaamheden in het kader van vergun-ningvrije toepassingen. De toezichtstaken hebben betrekking op onder meer toezicht ondergrondse netten (WION), Metrologiewet, Waarborgwet, bevoegd aftappen en dataretentie, en de Cybersecuritywet voor netwerk-beveiliging en informatiebeveiliging (NIB-richtlijn). Ook voert Agentschap

Telecom het toezicht uit op vertrouwensdiensten die onder de Europese elDAS-Verordening vallen. Op 28 juni 2021 is de Europese Verordening Cyber Security Act (CSA) geimplementeerd, waarvoor Agentschap Telecom de taken als nationale autoriteit uitvoert.

Bijdrage aan ZBO's/ RWT's

Metrologie

Met de Metrologiewet worden nationale meetstandaarden beschikbaar gesteld, die de basis vormen voor een internationaal herleidbare metrolo-gische infrastructuur. Het gebruik van gecontroleerde meetinstrumenten bij het leveren van goederen draagt onder andere bij aan eerlijke handel- en consumentenbescherming. VSL B.V. is het nationaal metrologisch instituut (NMI) van Nederland. VSL B.V. ontwikkelt, beheert en onderhoudt de nationale meetstandaarden in opdracht van EZK op basis van een overeenkomst voor onbepaalde tijd.

Raad voor Accreditatie (RvA)

De RvA is een ZBO dat controleert of een keuringsinstantie, certificerings-instantie, inspectie-instantie of een laboratorium aan de accreditatienormen voldoet. De taken van de Raad voor Accreditatie zijn vastgelegd in de Wet aanwijzing nationale accreditatie-instantie. De RvA ontvangt jaarlijks een bijdrage van de Staat voor de kosten die de RvA maakt in het kader van Europese en internationale activiteiten die relevant zijn voor de accredita-tiesector als geheel.

Autoriteit Consument en Markt (ACM)

De ACM is belast met wettelijke taken op het gebied van het generieke mededingingstoezicht (Mededingingswet), generieke consumentenbescherming (Wet handhaving consumentenbescherming), de regulering van de telecommarkt en het sectorspecifieke markttoezicht in de sectoren energie, telecommunicatie, post en vervoer. De apparaatsuitgaven van de ACM zijn geraamd op artikel 40, net als de kosten van de ACM die worden doorbelast naar marktorganisaties die onder het ACM-toezicht vallen. Het bedrag op artikel 1 betreft de geraamde kosten van de leden van het bestuur van de ACM. Informatie over de organisatie, onderwerpen en publicaties van de ACM treft u aan op: https://www.acm.nl/nl.

Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS)

Het CBS is opgericht om ervoor te zorgen dat cijfers aan de basis liggen van (solide) beleid. Het CBS heeft als onafhankelijk kennisinstituut dan ook tot taak het publiceren van betrouwbare en samenhangende statistische informatie, waardoor becijferde maatschappelijke debatten gevoerd kunnen worden. Het werkterrein van het CBS omvat alle onderwerpen die de mensen in Nederland raken. Informatie over het CBS treft u onder meer aan op:https://www.cbs.nl/nl-nl/over-ons/organisatie. Statline is de databank van het CBS.

Voor Caribisch Nederland maakt het CBS statistieken op het gebied van o.a. prijzen, bevolking, bedrijven, gezondheid en internationale handel.

Bijdrage aan (inter)nationale organisaties

Nederlands Normalisatie Instituut (NEN)

NEN ontvangt een bijdrage van de Staat voor het uitvoeren van bepaalde werkzaamheden die voortvloeien uit de Europese verordening voor normalisatie (Verordening (EU) Nr. 1025/2012 i van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012) en de Overeenkomst inzake technische handelsbelemmeringen die over het geven van informatie over normen gaat. Tevens is de bijdrage bedoeld voor het informeren van Nederlandse belanghebbenden over initiatieven van de Europese en mondiale normali-satie-instellingen. Daarnaast gebruikt het NEN de bijdrage voor een deel van de contributies die het NEN is verschuldigd aan de Europese en mondiale normalisatie-instellingen en voor de controle op actualiteit van verwijzingen naar normen in regelgeving en kennisgeving aan ministeries indien verwezen wordt naar ingetrokken normen.

Internationale organisaties Dit betreft bijdragen aan:

  • - 
    Universal Postal Union (UPU): is een internationale organisatie die de verschillende postovergangen tussen UPU-lidstaten controleert. Elke lidstaat gaat dan ook akkoord met de regels voor het internationaal postverkeer. Het is formeel een gespecialiseerde organisatie van de Verenigde Naties. De UPU speelt een belangrijke rol in het constant optimaliseren van postdiensten. De hoofddoelen van de UPU zijn de promotie van het mondiale postverkeer, toename van het aantal verwerkte poststukken door te voorzien in moderne producten en diensten, en een hoge servicekwaliteit voor de consument.
  • - 
    International Telecommunication Union (ITU): binnen de ITU worden internationale afspraken gemaakt over wereldwijde toewijzing van radiofrequenties aan categorieën van diensten en over de toewijzing van (schaarse) ruimteposities aan satellietsystemen.
  • - 
    European Conference of Postal and Telecommunications Administrations (CEPT): De inzet in de UPU en ITU wordt regionaal voorbereid, voor landen in Europa is daarvoor CEPT het aangewezen kanaal. EZK draagt jaarlijks bij aan de kosten van ERO (het permanente ondersteunende bureau van CEPT in Kopenhagen).
  • - 
    Internationale organisaties metrologie. Dit betreft bijdragen aan Organisation Internationale de Métrologie Légale (OIML), WELMEC en Bureau International des Poids et Mesures (BIPM). De bijdragen liggen vast in internationale verdragen.
  • - 
    EZK doneert jaarlijks een bedrag aan het secretariaat van het Internet Governance Forum (IGF). Dit forum is voortgekomen uit de VN-top World Summit on Information Society in 2005.

Toelichting op de ontvangsten

High Trust

Deze ontvangsten hebben betrekking op boetes die toezichthouders van EZK opleggen en waar - in het kader van het zogenaamde High Trust-beleid

  • - 
    een meerjarige raming voor wordt aangehouden. Verreweg het grootste deel van de ontvangsten betreft boetes die opgelegd worden door de ACM.

Extracomptabele fiscale regelingen

Naast de in dit begrotingsartikel genoemde instrumenten, is er een fiscale regeling die betrekking heeft op dit beleidsterrein. Het betreft de btw-vrijstelling voor post. Voor een beschrijving van de regeling, de doelstelling, de ramingsgrond, een verwijzing naar de laatst uitgevoerde evaluatie en het beoogde jaar van afronding van de volgende evaluatie wordt verwezen naar de bijlage bij de Miljoenennota «Toelichting op de Fiscale regelingen».

Beleidsartikel 2 Bedrijvenbeleid: innovatie en ondernemerschap voor duurzame welvaartsgroei

  • A. 
    Algemene doelstelling

Met het bedrijvenbeleid24 zorgt EZK ervoor dat bedrijven kunnen floreren en tevens hun bijdrage kunnen leveren aan de brede welvaart van onze samenleving. Het bedrijvenbeleid ondersteunt de transitie naar een duurzame, digitale en inclusieve economie met een sterk innovatievermogen en een uitmuntend ondernemers- en investeringsklimaat. De maatschappelijke bijdrage van bedrijven bestaat uit het bieden van: werk, inkomen, economische vooruitgang, innovatieve toepassingen die de kwaliteit van ons leven vergroten, ontplooiingsmogelijkheden voor burgers en een hoge kwaliteit van de leefomgeving. Dit biedt tevens een basis voor het hoge collectieve voorzieningenniveau in ons land. Door innovatie en ondernemerschap te bevorderen draagt het bedrijvenbeleid bij aan onze brede welvaartsgroei, door economische vooruitgang op een evenwichtige wijze te combineren met een hoge kwaliteit van onze leefsituatie zodat Nederland internationaal aantrekkelijk blijft om in te wonen, te werken en te leven.

Corona en bedrijvenbeleid

Sinds het begin van 2020 staat ook het bedrijvenbeleid vooral in het teken van de economische en maatschappelijke gevolgen van de door het coronavirus veroorzaakte gezondheidscrisis. Door intensief contact met diverse sectoren zijn knelpunten daarvoor in kaart gebracht en heeft EZK bijgedragen aan de protocollen en maatregelen die onderdeel waren van de intelligente 'lockdown'. Ook heeft EZK in nauwe samenwerking met andere ministeries de herstel- en steunpakketten opgezet met financiële regelingen. Met het eerste en tweede steunpakket voor bedrijven heeft het kabinet maatregelen genomen om de directe schade zoveel mogelijk te beperken om zodoende zoveel mogelijk banen en inkomens te beschermen. Met het derde steunpakket continueert het kabinet de steun aan bedrijven waarbij onder andere aandacht is voor investeringen, toekomstig groeiver-mogen en een sociaal pakket voor mensen van wie werk onder druk staat of die hun rekeningen niet meer kunnen betalen perspectief te bieden. Ook binnen de EU is er nauw samengewerkt om de schade door de coronacrisis zo veel mogelijk te beperken. Nu het einde van de gezondheidscrisis in zicht is, wordt er tegelijkertijd gewerkt aan een herstelplan dat de economische groei en brede welvaart de komende jaren verder moet versterken via onder meer een gerichte investeringsagenda met het Nationaal Groeifonds en de EU «Recovery & Resilience Facility». Het verbinden van de nationale groeistrategie met het ondersteunen van de economische transities (digitalisering, verduurzaming en vernieuwing) staat daarin centraal.

Het CPB heeft laten zien dat we het risico lopen dat de coronacrisis blijvende schade aanricht aan ons groeivermogen op de middellange termijn. Dit vanwege de effecten die de crisis heeft op (de kwaliteit van) het arbeidsaanbod, het teruglopen van investeringen en minder innovatie met mogelijk nadelige gevolgen voor de productiviteitsontwikkeling. Het is daarom extra belangrijk om ons toekomstig verdienvermogen verder te versterken. Met de oprichting van het Nationaal Groeifonds geeft het kabinet daaraan belangrijke impulsen. Daarnaast heeft het kabinet vorig jaar al in totaal € 255 mln vrijgemaakt op de EZK-begroting voor cofinanciering van EU-programma's, gericht op regionale ontwikkeling, onderzoek en innovatie, duurzaamheid en digitalisering. Een Nationaal Herstelplan zal ten grondslag liggen aan de middelen die Nederland de komende jaren kan verkrijgen uit de «Recovery & Resilience Facility» van de Europese Unie. In mei 2021 is de subsidieregeling Research & Development voor mobiliteits-sectoren ingevoerd. Met deze regeling wordt beoogd de teruggang in R&D-investeringen door de coronacrisis in de Nederlandse automotive, luchtvaart en maritieme industrie te mitigeren door het stimuleren van R&D-projecten.

Als de coronacrisis één ding duidelijk heeft gemaakt dan is het wel de kwetsbaarheid van onze manier van leven en werken en ook de belangrijke rol die bedrijven daarbij spelen. Welvaartsgroei is geen vanzelfsprekendheid, of het nu gaat om onze gezondheid, de beschikbaarheid van voldoende zorg, inkomen, werk of winstgevende bedrijvigheid. Goed functionerende bedrijven bieden naast werk en inkomen ook een maatschappelijk verband waar werknemers zich gewaardeerd en betrokken voelen, zichzelf kunnen ontplooien en waar ze naar vermogen kunnen bijdragen aan maatschappelijke vooruitgang. Bedrijven hebben ook een maatschappelijke verantwoordelijkheid om mogelijk de nadelige gevolgen van economische activiteiten voor de kwaliteit van onze leefomgeving en samenleving te beperken. Zo dragen bedrijven ook bij aan onderzoek en scholing, maatschappelijk verantwoorde producten, eerlijke prijzen, goede lonen en pensioenvoorzieningen, en aan een hoogwaardige leefomgeving door met nieuwe producten, diensten en technologieën bij te dragen aan de grote maatschappelijke vraagstukken van deze tijd, zoals de energietransitie en verduurzaming van de industrie en de digitalisering. Ook nu tijdens de coronacrisis pakken bedrijven hun maatschappelijke verantwoordelijkheid.

Samenwerking en maatschappelijke betrokkenheid is cruciaal voor onze welvaartsgroei. Samenwerking tussen grote internationaal opererende ondernemingen en het midden- en kleinbedrijf is essentieel voor het onder-nemerssucces. Ook internationale samenwerking is onmisbaar voor een open economie als de onze. Strategische samenwerking tussen bedrijven, (hoge) scholen en wetenschap is ook belangrijk omdat de wetenschap en de (hoge) scholen fundamentele ideeën en ontwikkelcapaciteit bieden, en het bedrijfsleven de mogelijkheden ziet waar nieuwe technologieën kunnen worden toegepast in nieuwe producten, diensten of productieprocessen.

Nederland behoort tot de mondiale top van de meest dynamische en concurrerende kenniseconomieën en is ook één van de landen met de hoogste arbeidsproductiviteit ter wereld. De coronacrisis heeft onze economie hard geraakt. Het bbp is in 2020 met 3,8 procent gekrompen. Niettemin was de krimp minder sterk dan in veel andere Europese landen. Het kabinet zet er met het bedrijvenbeleid en het steun- en herstelpakket op in deze toppositie te behouden en verder te versterken en onze welvaart duurzaam veilig te stellen voor de toekomstige generaties. Om deze toppositie^) te handhaven en te versterken zet het kabinet in op het realiseren van de volgende twee strategische doelen:

  • 1. 
    Het realiseren van innovaties die bijdragen aan de maatschappelijke vooruitgang, onder meer met het missiegedreven innovatiebeleid, de topsectorenaanpak en publiek-private onderzoekssamenwerking.
  • 2. 
    Een goed functionerend en maatschappelijk verantwoord bedrijfsleven door het waarborgen van goede randvoorwaarden voor ondernemerschap en innovatie.
  • 1) 
    Het realiseren van duurzame innovaties die bijdragen aan de maatschappelijke vooruitgang met het missiegedreven innovatiebeleid, de topsectorenaanpak en publiek-private onderzoekssamenwerking.

Innovatie is één van de belangrijkste bronnen voor economische groei, welvaart en vooruitgang op tal van maatschappelijke terreinen. Succesvolle innovaties creëren niet alleen toegevoegde waarde, maar bieden ook (deel)oplossingen voor de maatschappelijke vraagstukken, onder meer op de terreinen Energietransitie en Duurzaamheid, Landbouw, Water en Voedsel, Gezondheid en Zorg en Veiligheid. Dit vraagt samenwerking van veel partijen, bedrijven, kennisinstellingen en maatschappelijke organisaties in de Innovatiehelix. Om bedrijven aan te zetten tot innovatie, stimuleert en financiert de overheid onderzoek en ontwikkeling (R&D) bij publieke kennisinstellingen en bedrijven. Het kabinet houdt vast aan de in Europees verband vastgelegde Nederlandse ambitie om een R&D-intensiteit van 2,5% van het BBP te realiseren (Kamerstuk 33 009, nr. 63). Investeren in R&D is echter geen doel in zichzelf, maar vormt één van de fundamenten voor het innovatief vermogen van een land, naast een goed ondernemingsklimaat, een goede kennisinfrastructuur, kennissamenwerking, een goed werkende financieringsmarkt (zie verder beleidsartikel 3 van deze begroting) en het beschikbaar zijn van bekwaam personeel.

Het kabinet wil zicht houden op de doelstelling voor R&D-investeringen in Nederland van 2,5% van het BBP. In het Regeerakkoord was reeds voorzien dat het kabinet vanaf 2020 structureel € 400 mln extra in fundamenteel en toegepast onderzoek en innovatie investeert, plus incidenteel tweemaal € 50 mln in 2018-2019 in de onderzoeksinfrastructuur. Ook bevat het Regeerakkoord een aantal meer structuurgeoriënteerde beleidsveranderingen, onder andere door de sterkere focus van de topsectoren op de economische kansen van maatschappelijke thema's en sleuteltechnologieën, en de voortzetting van het Techniekpact. In 2020 heeft het kabinet het Nationaal Groeifonds opgericht om het verdienvermogen van Nederland op langere termijn te versterken met extra investeringen in (publieke) R&D en innovatie, infrastructuur en kennisontwikkeling. Hiervoor is een bedrag van € 20 mld op verplichtingenbasis beschikbaar over de periode 2021-2025, waarbij voorlopig voorzien is dat een derde deel hiervan ten goede komt aan investeringen in R&D en innovatie. In 2021 is in de eerste ronde van beoordelingen van voorstellen reeds een bedrag van € 1,35 mld toegewezen aan projecten op het terrein van R&D en innovatie, in de vorm van toekenningen, voorwaardelijke toekenningen en reserveringen.

Eén van de prioritaire missies betreft het klimaat en de verduurzaming van de industrie. Met de klimaatambities van het kabinet zal innovatie zich ook nadrukkelijk gaan richten op het realiseren van een CO2-neutrale en innovatieve industrie in 2050. Voor de periode tot 2030 is in het Klimaatak-koord afgesproken dat de industrie (inclusief de afvalverwerkende industrie) de uitstoot van broeikasgassen moet reduceren met 14,3 Mton (waardoor de emissies van de sector industrie zouden uitkomen op 59% reductie ten opzichte van 1990). Vanuit het bedrijvenbeleid wordt hieraan bijgedragen met het missiegedreven innovatiebeleid en specifieke instrumenten ter stimulering van innovatie en demonstratie. Het Rijksbrede programma Circulaire Economie onder coördinatie van IenW bestaat uit 5 Transitieagenda's: Biomassa en voedsel, Kunststoffen, Maakindustrie,

Bouw en Consumptiegoederen. De bijdrage die EZK in dit kader levert aan de circulaire maakindustrie draagt mede bij aan de verduurzaming van de industrie.

De publiek-private samenwerking in de Topconsortia voor Kennis en Innovatie (TKI) hebben er de afgelopen jaren toe geleid dat met publieke kennisinvesteringen additionele private kennisinvesteringen en cofinanciering zijn gerealiseerd. Door deze PPS-werkwijze zijn de beschikbare publieke en private investeringen voor onderzoek en ontwikkeling toegenomen. Met de nieuwe topsectorenaanpak van het missiegedreven innovatiebeleid geeft het kabinet aan die hefboom een nieuwe impuls. In de brief van 26 april 2019 (Kamerstuk 33 009, nr. 70) heeft het kabinet de aanpak van het «Missiegedreven Topsectoren- en Innovatiebeleid» toegelicht. Daarin staan de economische kansen van maatschappelijke uitdagingen en sleuteltechnologieën centraal. De kabinetsmissies op de terreinen Energietransitie en Duurzaamheid, Landbouw, Water en Voedsel, Gezondheid en Zorg en Veiligheid zijn daarbij leidend. Daarnaast worden voor de sleuteltechnologieën meerjarige R&D-programma's opgesteld. Topsectoren hebben daarvoor kennis- en innovatieagenda's 2020-2023 opgesteld. Op 11 november 2019 is het Kennis- en Innovatieconvenant (KIC) 2020-2023 vastgesteld. Het KIC bevat afspraken met ruim 2.200 bedrijven, kennisinstellingen en overheden om gezamenlijk in economische kansen van maatschappelijke uitdagingen en sleuteltechnologieën te investeren. Voor 2021 bedragen de voorgenomen investeringen € 4,9 mld in totaal, bestaande uit € 2,0 mld aan private middelen en € 2,9 mld aan publieke middelen. Beoogd is dat investeringen met een omvang in deze orde van grootte worden voortgezet in 2022 en 2023.

De ambities in het missiegedreven topsectoren en innovatiebeleid sluiten aan bij de landspecifieke aanbevelingen van de Europese Commissie voor Nederland in 2020-2021. De Europese Commissie heeft voorgesteld om - in het licht van de COVID-19 uitbraak - geplande publieke investeringsprojecten te vervroegen en private investeringen aan te moedigen om het economisch herstel te bevorderen en daarbij de investeringen onder meer toe te spitsen op missiegedreven onderzoek en innovatie. Het kabinet heeft in zijn reactie onderschreven dat aandacht voor missiegedreven onderzoek en innovatie kan bijdragen aan het vinden van oplossingen voor maatschappelijke uitdagingen, waaronder verduurzaming en digitalisering (brief van 5 juni 2020, Kamerstuk 21 501-20, nr. 1558). Met de uitvoering van het Kennis- en Innovatieconvenant (KIC) 2020-2023 wordt hier intensief aan gewerkt. Het Europees Semester 2021 kent een afwijkende cyclus ten opzichte van voorgaande jaren. Herstelplannen die lidstaten indienen in het kader van de «Recovery & Resilience Facility» van de EU staan dit jaar centraal. Dit vervangt het reguliere proces van het indienen van nationale hervormingsprogramma's door de lidstaten en het vervolgens uitbrengen van landspecifieke aanbevelingen aan de lidstaten door de Europese Commissie.

  • 2) 
    Een goed functionerend en maatschappelijk verantwoord bedrijfsleven door het creëren van excellente randvoorwaarden voor ondernemerschap en innovatie.

EZK stimuleert langs verschillende wegen een goed functionerend bedrijfsleven, dat bestaat uit zowel grootbedrijf als mkb, uiteenlopend van kennisintensieve en multinationaal opererende ondernemers, tot startende bedrijven en éénpitters. EZK zet zich in voor een goede toegang tot financiering, zodat ondernemers o.a. kunnen investeren in groei en vernieuwing.

EZK helpt bij de vernieuwing met wetten en regels, zoals het beschermen van intellectueel eigendom en het merkenrecht. Veranderende machtsverhoudingen in de economie vragen om een visie en regelgeving ten aanzien van het borgen van economische veiligheid. Het delen van gegevens door consumenten en bedrijven onderling en door de overheid vraagt zowel om ruimte in het economisch belang als om regulering in het belang van privacy en veiligheid. EZK steunt opschaling en uitrol van nieuwe technologieën door standaardisatie en voorwaarden vast te leggen. Verder zorgt EZK ervoor dat iedereen de economische en maatschappelijke kansen kan pakken die de digitalisering van de economie biedt (zie verder artikel 1 van deze begroting). EZK creëert ook de condities voor een gezond en maatschappelijk verantwoord bedrijfsleven. Dat is een bedrijfsleven dat in staat is om winstgevend te zijn en zich voortdurend vernieuwt, en daarbij rekening houdt met maatschappelijke belangen. Richtinggevend is bijvoorbeeld de «corporate governance code» over de manier waarop ondernemingen moeten worden geleid.

Daarbij vraagt deze tijd om groter te denken: de uitdagingen vragen vaak om oplossingen op een schaal waarbij tenminste Europees moet worden gedacht. Hierbij valt te denken aan de bescherming van burgers en het bedrijfsleven bij datadeling. Ook economische veiligheid, het voorkomen van ongewenste afhankelijkheid en het vrijwaren van spionage en sabotage, is zo'n thema dat nationaal en Europees moet worden aangepakt. Voor de economische kansen geldt dat net zo goed: met de grootte van de uitdagingen, de Europese interne markt, en de opkomst van mondiaal opererende bedrijven in digitale markten, geldt eens te meer dat Nederlandse ondernemers en bedrijven hun vleugels uit moeten slaan en zich moeten willen en kunnen richten op grotere markten dan Nederland alleen. Op al deze terreinen zet het bedrijvenbeleid in op een Europese aanpak. In het MKB-actieplan (Kamerstuk 32 637, nr. 316) heeft het kabinet voor het mkb een samenhangende beleidsaanpak gepresenteerd op de terreinen van menselijk kapitaal, financiering, innovatie, internationaal ondernemen, regelgeving, fiscaliteit, economische samenwerking tussen Rijk en regio en digitalisering in het mkb. Het doel daarvan is om de aanpassing van de verschillende soorten mkb aan de nieuwe marktcon-dities te versnellen en te ondersteunen. De coronacrisis heeft de noodzaak hiertoe versterkt.

In onderstaande tabel staan de voornaamste kengetallen voor dit beleidsthema. EZK streeft naar een koppositie voor Nederland op de gepresenteerde ranglijsten, zoals de Global Competitiveness Index en het European Innovation Scorebord. De doelstelling voor R&D-investeringen in Nederland is 2,5% van het BBP In de Nationale Digitaliseringsstrategie (Kamerstuk 26 643, nr. 541) streeft het kabinet ernaar om digitale koploper van Europa te worden. Nederland moet zich ontwikkelen tot proeftuin op het gebied van digitale innovatie (zie artikel 1 van deze begroting).

Tabel 16 Kengetallen

 

Kengetallen

2015

2016

2017

2018

2019

2020

Bron

  • 1. 
    Arbeidsproductiviteitsniveau (positie NL)

6

6

6

9

9

n.n.b.

Conference Board

  • 2. 
    Global Competitiveness Index (positie NL)

5

4

5

6

4

n.n.b.

World Economic Forum

  • 3. 
    European Innovation

Scoreboard (positie NL)

5

4

4

4

4

5

Europese Commissie

  • 4. 
    R&D intensiteit (in % van BBP)

2,15

2,15

2,18

2,14

2,18

n.n.b.

CBS

  • 5. 
    Omvang PPS-projecten (in mln €)

970

1.060

1.207

1.282

1.238

1.208

RVO.nl/ TKI's

  • 6. 
    Broeikasgasemissies voor industrie inclusief afval (Mton CO2-equivalenten)

54,5

55

56

55,4

54,5

53,31

Emissieregistratie

  • 7. 
    Kwaliteit ondernemersklimaat (positie NL)
     

3

2

n.n.b.

Global Entrepreneurship Monitor (GEM), National Entrepreneurship Context Index (NECI)

1 Dit betreft het voorlopige realisatiecijfer over 2020.

  • B. 
    Rol en verantwoordelijkheid

Onderstaande tabel geeft een samenvattend overzicht van de rollen en verantwoordelijkheden die de Minister van Economische Zaken en Klimaat heeft in het bedrijvenbeleid. In de tekst onder de tabel wordt verder toegelicht wat deze rollen en verantwoordelijkheden behelzen en op welke van de twee hierboven onderscheiden strategische doelen ze betrekking hebben.

 

Tabel 17 Rol en verantwoordelijkheid

 

Stimuleren

Financieren

Regisseren

(Doen) uitvoeren

Stimuleren van (duurzame) innovatie

V

V

V

 

Goed functionerend en maatschappelijk verantwoord bedrijfsleven door goede randvoorwaarden voor ondernemerschap en innovatie

V

 

V

V

Het realiseren van duurzame innovaties die bijdragen aan maatschappelijke vooruitgang, onder meer met het missiegedreven innovatiebeleid, de topsectorenaanpak en publiek-private onderzoekssamenwerking.

Stimuleren

De minister stimuleert innovaties die bijdragen aan maatschappelijke vooruitgang door private investeringen in R&D te bevorderen via onder meer de WBSO en het inrichten van een effectief en efficiënt werkend stelsel van intellectueel eigendom. Voor het stimuleren van private deelname aan publiek-private onderzoeksinitiatieven wordt onder meer de PPS-toeslag ingezet vanuit de Topconsortia voor Kennis en Innovatie (TKI's).

Financieren/regisseren

De Minister van EZK en de bewindspersonen van OCW coördineren en borgen de publieke kennisinfrastructuur voor toegepast, praktijkgericht en fundamenteel onderzoek. De minister financiert en regisseert het ontwikkelen en benutten van hoogwaardig (internationaal) publiek gefinancierd onderzoek en technologie, inclusief publiek-private samenwerking door onder meer:

  • de TO2-instituten: TNO (inclusief ECN per 1 april 2018), Deltares, MARIN en NLR te subsidiëren25;
  • gezamenlijke regie met OCW op de publiek-private samenwerking via NWO, waarbij EZK specifiek NWO-TTW subsidieert en OCW de PPS-calls;
  • cofinanciering van de EFRO i-programma's (Europees Fonds Regionale Ontwikkeling). Voor de EFRO i-programma's binnen Nederland draagt de minister systeemverantwoordelijkheid;
  • het bevorderen van innovatiegericht inkopen door overheden.

Een goed functionerend en maatschappelijk verantwoord bedrijfsleven door het creëren van excellente randvoorwaarden voor ondernemerschap en innovatie.

Stimuleren

De minister stimuleert een goed functionerend en maatschappelijk verantwoord bedrijfsleven door onder meer:

  • het aanbieden van een pakket van fiscale ondernemersstimulering gericht op zelfstandig ondernemerschap, bedrijfsoverdrachten en bedrijfsinvesteringen. Daarnaast biedt het bedrijvenbeleid een samenhangend aanbod van financieringsinstrumenten om gewenste investeringen in bedrijven en projecten mogelijk te maken die onvoldoende financiering in de markt kunnen aantrekken. Het betreft dan instrumenten gericht op meer vreemd vermogen en betere toegang tot risicokapitaal zoals microfinanciering via Qredits, BMKB, GO, Groeifaciliteit, Vroege fase financiering, Seed Capital, Dutch Venture initiatieven (zie verder in beleidsartikel 3 van deze begroting);
  • het versnellen van de toepassing van digitalisering door het mkb via de programma's «versnelling digitalisering MKB», «smart industry», de «retailagenda» en het identificeren en helpen opschalen van (regionale of sectorale) best practices op het gebied van digitalisering.
  • bedrijven te stimuleren om hun Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen (MVO) risico's in hun internationale waardeketen te identificeren, voorkomen en verantwoorden. De OESO-richtlijnen voor multinationale ondernemingen vormen hierbij het internationale kader. EZK stimuleert bedrijven om deze richtlijnen na te leven via o.a. IMVO-convenanten, de Transparantiebenchmark/Kristalprijs en voorlichting op de RVO-website. Daarnaast is RVO.nl voor EZK aan het bezien hoe IMVO kan worden geïntegreerd in de EZK-instrumenten en is EZK betrokken bij de IMVO-beleidsvernieuwing door het Ministerie van Buitenlandse Zaken.

Regisseren

De minister regisseert en coördineert de condities voor een gezond en maatschappelijk verantwoord bedrijfsleven door onder meer:

  • samenwerking met regionale overheden en relevante regionale netwerken gericht op samenhang in beleid, aanpakken en instrumenten;
  • informeren en ondersteunen van ondernemers (van het starten van een bedrijf tot het vinden van een opvolger);
  • mkb-ondernemers beter bij nieuwe wet- en regelgeving betrekken via de mkb-toets en het toegankelijker maken van aanbestedingen voor het mkb;
  • - 
    het regisseren en uitvoeren van het beleid rond betere regelgeving en dienstverlening door actief en systematisch knelpunten in bestaande regelgeving op te sporen en op te lossen en door te werken aan de verbetering van de dienstverlening van de rijksoverheid richting ondernemers;
  • - 
    eerlijk en verantwoord handelsverkeer te bevorderen via afspraken, gedragscodes of regelgeving (corporate governance, franchise, betaaltermijnen, en een rechtsvorm voor de maatschappelijke onderneming).

(Doen) uitvoeren

De minister biedt overheids- en informatiediensten aan ter ondersteuning van ondernemers op regionaal, nationaal en internationaal niveau door onder meer toegang tot overheidsdiensten (financieel en/of door middel van kennis) via:

  • a. 
    de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO.nl);
  • b. 
    de Kamer van Koophandel (KvK) als bron van informatie en advies voor ondernemers;
  • c. 
    het aansturen van het Netherlands Foreign Investment Agency (NFIA) met als oogmerk het aantrekken van buitenlandse investeerders naar Nederland, samen met de Minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking; en
  • d. 
    het Innovatie Attaché Netwerk ter ondersteuning van topsectoren, ondernemers en kennisinstellingen uit binnen- en buitenland bij hun internationale R&D- en innovatie-ambities.

Om - aanvullend op de begroting - de Kamer te informeren over voortgang en effecten van beleid treft u op de website https://www.bedrijvenbeleidin-beeld.nl informatie aan over de indicatoren en kengetallen. Deze website is te zien als een digitale bijlage van de EZK-begroting en geeft onder meer een volledig overzicht van de uitkomsten van alle op dit artikel uitgevoerde evaluaties.

  • C. 
    Beleidswijzigingen

Steun- en herstelpakket coronacrisis

Om de werkgelegenheid te behouden en in de kern gezonde bedrijven overeind te houden, ondersteunt het kabinet al vanaf het begin van de coronacrisis bedrijven en sectoren in moeilijkheden financieel. Een overzicht van de coronamaatrelen op de verschillende beleidsartikelen van de EZK-begroting is opgenomen onder de beleidsprioriteiten, waarbij ook een toelichting is gegeven.

Vanwege de coronacrisis bestaat de kans dat Nederlandse ondernemingen door beperkte of verslechterde solvabiliteit worden belemmerd in het doen van investeringen. De Groeifaciliteit beoogt dit te voorkomen door investeringen van banken en participatiemaatschappijen in het risicodragend vermogen (achtergestelde leningen of aandelenkapitaal) van ondernemingen te stimuleren. Investeerders kunnen een garantie krijgen op ten hoogste 50% van hun geïnvesteerde kapitaal. Voor deze garantstelling betaalt de financier een kostendekkende provisie aan de Nederlandse Staat. De Groeifaciliteit is met het aanvullende steunpakket verlengd tot medio 2023. Het garantiebudget is € 85 mln per jaar. Om tijdens deze crisis de Groeifaciliteit voor zoveel mogelijk bedrijven en financier s toegankelijk te maken zal de maximale financiering die voor één onderneming onder garantie kan worden gebracht worden verhoogd naar € 50 mln en zal de maximale financiering per financier gelijk worden getrokken naar € 25 mln voor alle financiers. Ten behoeve hiervan zal de kasreserve die voor de uitvoering van de regeling wordt aangehouden met € 50 mln worden verhoogd. Indien de regeling door de verruimingen uitgeput dreigt te raken of uit de marktvraag blijkt dat ophoging van het garantiebudget noodzakelijk is, dan zal het kabinet het garantieplafond van € 85 mln herzien. De kasreserve zal bij een plafondverhoging worden herijkt.

Economische ontwikkeling en technologie

De subsidieregeling voor R&D in de mobiliteitssectoren is een steunmaatregel van € 150 mln voor behoud van R&D in de luchtvaart, maritieme en automotive industrie. Deze regeling is in het corona steun- en herstelpakket van 21 januari 2021 aangekondigd. Door de regeling voor 15 mei uit te werken is tevens invulling gegeven aan de motie Amhaouch. Door de wereldwijde vraaguitval als gevolg van de coronacrisis zijn de omzetten in de mobiliteitssectoren sterk teruggelopen en staan investeringen in onderzoek en ontwikkeling onder druk. Die investeringen zijn van belang voor de kennispositie en het concurrentievermogen van Nederland en de Nederlandse maakindustrie, waar deze sectoren een belangrijk onderdeel van zijn. Met de subsidie kunnen bedrijven en kennisinstellingen R&D-projecten financieren met een looptijd van maximaal 4 jaar die bijdragen aan sectorplannen op gebied van schonere en slimmere mobiliteit.

Nationaal Groeifonds

Het wetsvoorstel met de begroting van uitgaven en ontvangsten voor het jaar 2021 van het Nationaal Groeifonds is op 12 januari 2021 door het parlement goedgekeurd. Het Nationaal Groeifonds richt zich op investeringen op drie terreinen: R&D en innovatie, Kennisontwikkeling en Infrastructuur. De Staatssecretaris van EZK was in de eerste ronde coördinerend op de R&D- en innovatiepijler van het fonds. In de Kamerbrief van 9 april 2021 (Kamerstuk 35 570, nr. 28) heeft het kabinet de Kamer meegedeeld voor de eerste ronde van het Nationaal Groeifonds voor de R&D- en innovatiepijler € 1.354 mln toe te kennen of te reserveren. Dit bestaat uit € 121 mln aan directe toekenningen, € 400 mln voorwaardelijke toekenningen en € 833 mln aan reserveringen. Inmiddels is voor twee projecten de voorwaardelijke toekenning met een omvang van in totaal € 95 mln omgezet in een onvoorwaardelijke toekenning. In de Kamerbrief van 9 april 2021 kondigde het kabinet aan dat de tweede indieningsronde voor het fonds in 2021 start. EZK kan voor de tweede ronde op de drie pijlers van het fonds voorstellen initiëren of indienen. In het eerste kwartaal van 2022 wordt besluitvorming over middelen voor de tweede ronde verwacht.

IPCEI Micro-elektronica 2 (ME2) en de IPCEI Cloudinfrastructuur en services (CIS)

Het kabinet heeft besloten dit jaar een budget van € 300 mln op de Aanvullende Post beschikbaar te stellen voor deelname van Nederland aan de IPCEI Micro-elektronica 2 (ME2) en de IPCEI Cloudinfrastructuur en services (CIS). Een Important Project of Common European Interest (IPCEI) is een grootschalig, Europees consortium rond een waardeketen, die is aangemerkt als strategisch belangrijk voor de Europese Unie, waarvoor de staatssteunregels worden verruimd.

IPCEIs zijn gericht op de hele innovatieketen, van R&D tot opschaling naar industrieel niveau. Door deze vorm van staatssteun wordt innovatie gestimuleerd om maatschappelijke uitdagingen het hoofd te bieden, de (strategische) onafhankelijkheid van Europa te vergroten en worden de perspectieven van een aantal Nederlandse bedrijven versterkt.

Pas als de definitieve samenstelling van de IPCEIs bekend is, is de precieze financieringsbehoefte van de Nederlandse deelnemers bekend. Het is aan een volgend kabinet om te besluiten over eventuele aanvullende middelen, al dan niet met gebruik van hiervoor relevante instrumenten als het Europees Herstelfonds en het Groeifonds. Voor de beoordeling van de projectvoorstellen wordt een afwegingskader opgesteld, waarbij ook nadrukkelijk wordt gekeken naar de criteria voor het Groeifonds. In het afwegingskader is verder specifieke aandacht voor strategische autonomie.

  • D. 
    Budgettaire gevolgen van beleid

Tabel 18 Tabel Budgettaire gevolgen van beleid artikel 2 (bedragen x € 1.000)

 
 

2020

2021

2022

2023

2024

2025

2026

Verplichtingen

6.249.238

14.887.465

3.023.527

2.245.297

2.232.617

2.247.144

2.239.123

 

Uitgaven

3.578.265

10.110.640

2.209.546

1.490.792

1.283.866

1.191.037

1.141.486

 

Subsidies (regelingen)

2.046.853

8.173.788

1.080.684

352.045

332.973

265.612

238.297

MKB-Innovatiestimulering Topsectoren (MIT)

16.467

18.888

25.908

30.395

41.122

41.122

41.122

Eurostars

16.961

18.734

19.583

19.049

18.649

18.382

18.132

Bevorderen ondernemerschap

17.144

21.463

27107

19.327

12.525

13.425

13.425

Biobased economy

5

           

Cofinanciering EFRO i

13.358

25.563

38.335

26.477

31.977

32.077

24.077

Bijdrage aan ROM's

6.726

8.062

8.477

8.477

8.477

8.477

8.477

Verduurzaming industrie

4.844

15.104

23.936

45.744

60.429

72.725

78.700

Startup beleid

7.788

12.623

16.900

13.100

1.700

0

0

Urgendamaatregelen Industrie

9.982

34.983

35.300

43.150

36.350

10.200

2.100

Invest-Nl

7.966

10.802

10.802

10.802

10.802

10.802

10.802

Noodloket (TOGS)

866.886

1.600

0

0

0

0

0

Noodloket (TOGS) Caribisch Nederland

3.290

0

0

0

0

0

0

Qredits

6.000

0

0

0

0

0

0

 

2020

2021

2022

2023

2024

2025

2026

Tegemoetkoming vaste lasten

1.059.190

7.405.000

600.000

0

0

0

0

Tegemoetkoming vaste lasten Caribisch Nederland

9.311

29.300

0

0

0

0

0

Europees Defensie Fonds cofinanciering

0

0

5.000

10.000

5.000

0

0

Omscholing naar tekortsectoren

0

37.500

40.000

0

0

0

0

Tegemoetkoming vaste lasten

Startersregeling

0

90.000

0

0

0

0

0

Infrastructuur duurzame industrie (PIDI)

0

10.460

13.500

13.500

13.500

13.500

0

Herstructurering winkelgebieden

0

9.000

11.200

15.600

19.600

18.600

26.000

R&D mobiliteitssectoren

0

10.000

37.500

37.500

37.500

12.500

15.000

TRSEC

0

380.000

0

0

0

0

0

NGF - project AiNed

0

4.400

8.800

13.200

13.200

4.400

0

NGF - project Groenvermogen van de Nederlandse economie

0

800

21.530

33.340

10.590

6.740

0

NGF - project Health-RI

0

2.200

4.400

6.600

6.600

2.200

0

NGF - project RegMed XB

0

10.200

12.800

0

0

0

0

NGF - project QuantumDeltaNL

0

14.200

33.100

3.100

3.600

0

0

Indirecte Kosten Compensatie ETS

0

0

81.600

0

0

0

0

Overig

935

2.906

4.906

2.684

1.352

462

462

 

Leningen

65.000

655.000

80.000

100.000

0

0

0

Bedrijfssteun

40.000

565.000

0

0

0

0

0

Qredits

25.000

90.000

80.000

100.000

0

0

0

 

Garanties

24.039

332.740

157.541

162.195

112.945

112.945

87.945

BMKB

16.916

37.523

37.624

42.228

42.228

42.228

42.228

Klein Krediet Corona garantieregeling

0

0

0

0

0

0

0

Groeifaciliteit

5.216

58.472

8.172

8.222

8.972

8.972

8.972

Garantie Ondernemersfinanciering

1.907

11.745

11.745

11.745

11.745

11.745

11.745

Garantie Ondernemersfinanciering Corona

0

225.000

100.000

100.000

50.000

50.000

25.000

Opdrachten

7.911

10.674

11.939

9.558

8.314

8.139

8.139

Onderzoek en opdrachten

3.648

4.044

4.455

4.116

4.333

4.333

4.333

Caribisch Nederland

496

934

1.083

1.096

830

805

805

ICT beleid

254

0

0

0

0

0

0

Regeldruk

582

2.206

2.336

2.336

2.336

2.336

2.336

Regiekosten regionale functie

137

498

665

665

665

665

665

Invest-NL

88

0

0

0

0

0

0

Small Business Innovation Research

2.706

2.992

3.400

1.345

150

0

0

 

Bijdrage aan agentschappen

121.919

166.951

92.678

91.625

89.746

89.746

89.746

Bijdrage RVO.nl

120.156

166.408

92.135

91.470

89.591

89.591

89.591

Bijdrage Agentschap Telecom

549

543

543

155

155

155

155

Invest-NL

1.214

0

0

0

0

0

0

Bijdrage aan ZBO's/RWT's

361.869

358.761

340.286

337.915

328.890

328.540

328.425

Bijdrage aan TNO

207.782

198.698

178.863

177.388

177.363

177.013

176.898

Kamer van Koophandel

125.551

134.058

135.958

135.047

126.047

126.047

126.047

Bijdrage aan NWO-TTW

28.536

26.005

25.465

25.480

25.480

25.480

25.480

 

Bijdrage aan medeoverheden

25.388

22.329

13.998

9.823

0

0

0

MKB Innovatiestimulering Topsectoren (MIT)

25.388

22.329

13.998

9.823

0

0

0

 

Bijdrage aan (inter-)nationale organisaties

341.230

390.397

432.420

427.631

410.998

386.055

388.934

Internationaal Innoveren

36.289

42.904

52.766

43.332

39.379

39.857

39.857

 

2020

2021

2022

2023

2024

2025

2026

PPS toeslag

121.478

173.199

199.068

208.414

195.070

182.052

182.052

TO2 (excl. TNO)

63.098

61.917

55.880

54.429

53.919

53.419

53.419

Topsectoren overig

5.752

15.888

10.749

9.346

7.923

8.020

10.899

Ruimtevaart (ESA)

99.159

73.749

72.726

72.529

73.426

73.426

73.426

Bijdrage NBTC

9.750

9.425

9.425

9.425

9.425

9.425

9.425

Overige bijdragen aan organisaties

3.624

5.265

5.806

5.856

5.856

5.856

5.856

Economische ontwikkeling en technologie

2.080

8.050

10.000

8.300

10.000

10.000

10.000

EU-cofinanciering JTF

0

0

16.000

16.000

16.000

4.000

4.000

 

Storting begrotingsreserve

584.056

0

0

0

0

0

0

Storting reserve BMKB

229.642

0

0

0

0

0

0

Storting reserve Klein Krediet Corona

164.763

0

0

0

0

0

0

Storting reserve Groeifaciliteit

890

0

0

0

0

0

0

Storting reserve GO

178.244

0

0

0

0

0

0

Storting reserve MKB financiering

10.517

0

0

0

0

0

0

 

Ontvangsten

143.254

647.139

267.151

223.857

220.503

217.307

213.223

Luchtvaartkredietfaciliteit

2.227

512

1.712

1.809

863

0

0

Rijksoctrooiwet

48.756

46.983

47.041

47.041

45.966

44.966

42.466

Eurostars

5.152

5.095

4.250

4.250

4.250

4.250

4.000

F-35

3.315

8.000

9.000

10.576

10.576

10.576

10.576

Diverse ontvangsten

20.098

6.667

1.648

1.148

1.148

1.148

1.148

Bedrijfssteun

0

49.000

89.500

105.033

103.700

102.367

101.033

Noodloket (TOGS)

2.454

0

0

0

0

0

0

Tegemoetkoming vast lasten

0

375.000

60.000

0

0

0

0

BMKB

37.561

33.000

33.000

33.000

33.000

33.000

33.000

Onttrekking reserve BMKB

0

1.882

0

0

0

0

0

Onttrekking reserve Klein Krediet Corona

0

100.000

0

0

0

0

0

Klein Krediet Corona

763

0

0

0

0

0

0

Groeifaciliteit

5.384

8.000

8.000

8.000

8.000

8.000

8.000

Onttrekking reserve Groeifaciliteit

10.000

0

0

0

0

0

0

Garantie Ondernemingsfinanciering

6.650

13.000

13.000

13.000

13.000

13.000

13.000

Onttrekking reserve GO

324

0

0

0

0

0

0

MKB financiering

570

0

0

0

0

0

0

 

Tabel 19 Uitsplitsing verplichtingen (bedragen x € 1.000)

 

2020

2021

2022

2023

2024

2025

2026

Verplichtingen

6.249.238

14.887.465

3.023.527

2.245.297

2.232.617

2.247.144

2.239.123

waarvan garantieverplichtingen

1.669.958

4.352.400

1.250.000

1.250.000

1.250.000

1.250.000

1.250.000

waarvan overige verplichtingen

4.579.280

10.535.065

1.773.527

995.297

982.617

997.144

989.123

Budgetflexibiliteit

Het percentage juridisch verplicht (het deel van het beschikbare uitgavenbudget waarop al juridische verplichtingen rusten) is 79%.

Subsidies: Van het beschikbare budget is 76% juridisch verplicht. Het betreft onder andere de uitfinanciering van tot en met 2021 aangegane verplichtingen voor TVL, Eurostars, MKB innovatiestimulering Topsectoren, EFRO i-cofinanciering, Bevorderen Ondernemerschap, subsidieregeling R&D mobiliteitssectoren, Verduurzaming industrie, Urgendamaatregelen, Programma Infrastructuur Duurzame Industrie (PIDI), de Nationaal Groei-fondsprojecten AiNed, QuantumDeltaNL en RegMed XB, Invest-NL en

Techleap.nl. Daarnaast is circa 1% van het budget bestuurlijk gebonden. Dit betreft € 8,5 mln voor de subsidiëring van de Regionale Ontwikkelingsmaatschappijen.

Leningen: Het beschikbare budget is voor 100% juridisch verplicht. Het betreft het kasbudget van de lening waarvoor in 2021 een verplichting is aangegaan ten behoeve van de Stichting Qredits voor het TOA-krediet.

Garanties: Het budget voor de verschillende garanties is voor 37% juridisch verplicht. Dit budget is nodig om de verwachte schades te kunnen betalen op garanties die eerder zijn aangegaan. De kasbuffer voor de Coronamodule van de Garantie Ondernemingsfinanciering van € 100 mln is bestuurlijk gebonden. Dit betreft 63% van het budget.

Opdrachten: Van het opdrachtenbudget is 46% juridisch verplicht. Het betreft de uitfinanciering van in voorgaande jaren aangegane verplichtingen voor onder andere beleidsondersteunend onderzoek, SBIR en Regeldruk.

Bijdrage aan agentschappen: Het budget betreft de financiering van het opdrachtenpakket 2021 aan de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland en Agentschap Telecom en is voor 100% juridisch verplicht.

Bijdrage aan ZBO's/RWT's: Het budget betreft de uitfinanciering van de verplichting 2021 aan TNO, de Kamer van Koophandel en NWO-TTW. Het budget is 100% juridisch verplicht.

Bijdrage aan medeoverheden: Dit budget is 100% juridisch verplicht. Het betreft de uitfinanciering van de specifieke uitkering voor de decentrale uitvoering van de regeling MKB Innovatiestimulering Regio en Topsectoren.

Bijdrage aan (inter)nationale organisaties: Van dit bedrag is 78% juridisch verplicht. Dit betreft vooral de bijdragen aan de TO2-instituten, de regeling Internationaal Innoveren, Ruimtevaart, Holst, NBTC en economische ontwikkeling en technologie, het Just Transition Fund en een groot deel van het budget voor de PPS-toeslag. Van het budget is ca. 0,4% bestuurlijk gebonden. Dit betreft de bijdrage aan de World Tourism Organization (UNWTO), het eengemaakt octrooigerecht, de World Intellectual Property Organization (WIPO) en de Adviesraad voor Wetenschap, Technologie en Innovatie (AWTI).

  • E. 
    Toelichting op de financiële instrumenten

De financiële beleidsinstrumenten van het bedrijvenbeleid richten zich op het realiseren van de geformuleerde strategische doelen. Bij de toelichting op de instrumenten worden de interventies daarom samenhangend per strategisch beleidsdoel beschreven. Voor elk van de strategische doelen wordt vervolgens, overeenkomstig de voorschriften, de indeling van de begrotingstabel naar aard van de financiële beleidsinterventie gehanteerd. Op die manier wordt zowel de inhoudelijke samenhang van verschillende instrumenten, alsook de aard van de financiële interventie zichtbaar gemaakt. Voor elk van de instrumenten worden kengetallen gepresenteerd. Een meer uitgebreide rapportage van kengetallen en indicatoren is te vinden in de Monitor bedrijvenbeleid. Voor elk instrument is een verwijzing opgenomen naar de relevante website.

Strategisch doel 1 Het realiseren van duurzame innovaties die bijdragen aan de maatschappelijke vooruitgang met Missiegedreven Topsectoren- en Innovatiebeleid en publiek-private onderzoekssamenwerking

Tabel 20 Kengetallen behorend bij strategische doel 1

 

Kengetallen

2015

2016

2017

2018

2019

2020

Bron

MIT

           

RVO.nl

Aantal bedrijven dat deelneemt aan MIT

1.206

1.287

1.434

1.407

1.692

1.737

 

Omvang private R&D-uitgaven ondersteund met MIT (x € 1 mln)

86

83

96

102

112

116

 

Eurostars

           

RVO.nl

Aantal Nederlandse deelnemers aan

Eurostars

69

75

72

72

68

74

 

waarvan bedrijven

50

52

49

55

43

48

 

waarvan hightech MKB (%)

96%

90%

98%

93%

88%

94%

 

Door Eurostars ondersteunde private R&D-uitgaven van Nederlandse deelnemers (x € 1 mln)

32

28

30

36

30

33

 

Horizon20201

           

RVO.nl/EC

Aantal Nederlandse deelnemers aan H2020

712

984

1.388

1.576

1.853

2.183

 

waarvan bedrijven

500

713

1.003

1.148

1.378

1.625

 

Omvang H2020-middelen voor Nederlandse deelnemers (retour in mln euro)

1.016

1.644

2.272

3.026

4.001

4.822

 

waarvan bedrijven (%)

28%

25%

27%

26%

25%

25%

 

Retourpercentage voor Nederland (%)

7,7%

7,5%

7,6%

7,6%

7,7%

7,6%

 

WBSO

           

RVO.nl

Aantal bedrijven dat gebruik maakt van

WBSO

22.980

22.330

21.265

20.279

20.046

20.340

 

Door WBSO ondersteunde private R&D-uitgaven (toegekende S&O-loonuitgaven, x € 1 mln, inhoudingsplichtigen)

3.868

3.930

4.008

4.042

4.291

4.396

 

Door WBSO ondersteunde private R&D-uitgaven (toegekende S&O- NIET-loonuitgaven, x € 1 mln, inhoudingsplichtigen)

2.426

2.787

2.686

2.746

2.831

2.857

 

TO2

Klanttevredenheid Deltares

8,7

8,6

8,2

8,7

9,2

9,1

Deltares

Klanttevredenheid MARIN

8,8

8,9

8,6

8,8

8,6

9,0

Marin

Klanttevredenheid NLR

8,8

8,7

8,7

8,7

8,7

8,7

NLR

Klanttevredenheid TNO

8,4

8,6

8,6

8,8

8,7

8,9

TNO

Kennisbenutting Deltares

96%

97%

93%

95%

88%

82%

Deltares

Kennisbenutting MARIN

97%

100%

100%

100%

97%

100%

Marin

Kennisbenutting NLR

99%

99,5%

99%

96%

97%

98%

NLR

Kennisbenutting TNO

98%

98%

98%

99%

96%

97%

TNO

Europese Ruimtevaartorganisatie (ESA)

Aantal Nederlandse bedrijven dat deelneemt aan ruimtevaartprogramma's ESA2

121

121

136

160

179

193

ESA

Ruimtevaart geo-return/retour (%)

1,02

1,18

1,16

1,11

1,13

1,073

ESA

1    De cijfers voor het jaar 2020 zijn cumulatief vanaf 2014 en de peildatum betreft december 2020.

2    Doordat ESA in 2015 is gestart met een nieuwe, opgeschoonde database valt de realisatiewaarde vanaf 2015 substantieel lager uit dan de referentiewaarde en de cumulatieve waarden tot en met 2014. De realisatiewaarde betreft een cumulatief getal op basis van databestanden van ESA vanaf 1 januari 2015.

3    De gewogen returnfactor is 1.07 - dit is lager dan in voorgaande jaren omdat met ESA medio 2020 afspraken zijn gemaakt over aanpassing van de rekenmethode met als resultaat dat de nominale contractwaarde in 2020 vergelijkbaar is met vorige jaren maar de gewogen waarde lager uitvalt; dit om de NL returnfactor reëler weer te geven.

Subsidies

MIT

De regeling MKB Innovatiestimulering Regio en Topsectoren (MIT) richt zich op het bevorderen van innovatie bij het MKB. Ook stelt de regeling het MKB beter in staat zich via de Topsectoren aan te sluiten bij de door de

Topsectoren opgestelde innovatieagenda's, het Missiegedreven Topsectoren- en Innovatiebeleid en de regionale innovatiestrategieën. Dit krijgt onder andere vorm door het stimuleren van samenwerking tussen MKB-bedrijven op het vlak van onderzoek, ontwikkeling en innovatie en het gebruik van publiek gefinancierde kennis door het MKB. De regeling wordt in samenwerking met de provincies uitgevoerd en gefinancierd. Meer informatie over de ondersteunde projecten vindt u op Volginnovatie.nl.

Eurostars

Eurostars is een internationaal programma dat gezamenlijk gefinancierd wordt door de deelnemende landen en de EU. De regeling is met name gericht op het hightech-MKB en ondersteunt bedrijven en kennisinstellingen die met buitenlandse partijen samenwerken in projecten die gericht zijn op marktgericht technologisch onderzoek en technologische ontwikkeling. Meer informatie over de ondersteunde projecten vindt u hier.

Cofinanciering EFRO i, inclusief INTERREG

Innovatiestimulering en de transitie naar een koolstofarme economie zijn de hoofddoelen van de programma's die worden gefinancierd vanuit het Europees Fonds voor Regionale Ontwikkeling i (EFRO), aansluitend bij de EU-beleidsdoelstellingen: 1. Een slimmer Europa - innovatieve en slimme economische transformatie; en 2. Een groener, koolstofarm Europa. Daarbij is het MKB de belangrijkste doelgroep. Voor projecten die bijdragen aan nationale beleidsdoelen op het gebied van innovatie en energie, neemt EZK namens het Rijk de voor EFRO i vereiste cofinanciering deels voor zijn rekening. Naast het Rijk dragen ook decentrale overheden en private partijen bij aan cofinanciering van EFRO i-projecten. Bij de projectselectie wordt aansluiting gezocht bij de agenda's van de Topsectoren.

  • - 
    Programmaperiode 2014-2020

Nederland heeft voor de periode 2014-2020 vanuit het EFRO i middelen ontvangen voor vier landsdelige programma's (€ 510 mln voor de programma's Noord, Oost, Zuid en West samen) en voor vier programma's voor grensoverschrijdende samenwerking «INTERREG A» (in totaal € 309 mln voor Duitsland-Nederland, Euregio Maas-Rijn, Vlaanderen-Nederland en Twee Zeeën). EZK heeft voor cofinanciering een bedrag beschikbaar gesteld van € 92 mln voor de landsdelige programma's en van € 49 mln voor de Interreg-programma's. Deze programma's zijn de komende jaren nog in uitvoering, wel worden steeds meer projecten afgerond. De administratieve afhandeling is voorzien in 2025.

In reactie op de COVID-19 crisis zijn de huidige EFRO i-programma's 2014-2020 met twee jaar verlengd middels REACT-EU. Nederland ontvangt in 2021 voor EFRO i € 220,4 mln uit REACT-EU. De bestaande programma's zijn inmiddels hiervoor aangepast en goedgekeurd door de EU, en de uitvoering ervan is gaande. Het EFRO i-bedrag uit React-EU voor 2022 zal pas in het najaar 2021 bekend zijn op basis van de meest recente economische indicatoren. Uitgaven mogen, door de vier landsdelen die EFRO i uitvoeren, worden besteed aan concrete acties ter bevordering van het crisisherstel in de context van de COVID-19-pandemie en ter voorbereiding van een groen, digitaal en veerkrachtig herstel van hun economieën. Net als bij regulier EFRO i is het MKB de belangrijkste doelgroep. De EZK-cofinanciering van in totaal € 30 mln bij de EFRO i-middelen voor 2021 (uitvoering tot en met 2023) zal gericht zijn op projecten die bijdragen aan de nationale beleidsdoelen op het gebied van innovatie en de energietransitie. Ook bij de EFRO i-middelen voor

REACT-EU in 2022 zal EZK-cofinanciering plaatsvinden. Bij de projectse-lectie voor EZK-cofinanciering wordt aansluiting gezocht bij het Missie-gedreven Topsectoren-en Innovatiebeleid (MTIB).

  • Programmaperiode 2021-2027

Voor de programmaperiode 2021-2027 zijn inmiddels nieuwe EFRO i- en INTERREG-programma's opgesteld. Na goedkeuring van deze programma's door de EU kan de uitvoering starten. Wederom zullen innovatiestimulering en de transities naar een koolstofarme/circulaire economie een belangrijk doel zijn in deze programma's. In INTERREG-programma's zal ook invulling worden gegeven aan andere EU-beleids-doelstellingen, zoals het verminderen van de barrièrewerking van grenzen.

Nederland ontvangt voor de periode 2021-2027 vanuit het EFRO i middelen voor de vier landsdelige programma's (€ 506 mln26 voor de programma's Noord, Oost, Zuid en West samen) en voor de drie programma's voor grensoverschrijdende samenwerking «INTERREG A» (in totaal € 274,5 mln voor Duitsland-Nederland, Euregio Maas-Rijn en Vlaanderen-Nederland). EZK heeft voor cofinanciering een bedrag beschikbaar gesteld van € 91,2 mln voor de landsdelige programma's en van € 49 mln voor de INTERREG-programma's. Deze cofinanciering is in te zetten voor projecten die bijdragen aan nationale beleidsdoelen, bijv. projecten die passen bij het MTIB.

Verduurzaming Industrie

Ter bevordering van CO2-reducerende maatregelen in de industrie is vanuit de klimaatenveloppe in 2022 € 70 mln beschikbaar op de begroting van EZK (via de begroting van IenW wordt daarnaast € 10 mln beschikbaar gesteld). Deze middelen worden op hoofdlijnen als volgt besteed:

  • Waterstof. Vanuit de klimaatenveloppe voor de industrie wordt in 2022 € 10 mln bijgedragen aan de DEI+ en een nieuwe tenderregeling voor de opschaling van groene waterstof, via artikel 4 van de EZK-begroting.
  • CCUS: € 15 mln voor haalbaarheidsstudies, Front End Engineering Design (FEED)-studies en CC(U)S-pilots om hiermee de toepassing van CC(U)S-technologieën in de gehele CC(U)S-keten (afvang, transport, hergebruik en opslag van CO2) of in delen van de keten, te testen en/of te demonstreren in een praktijkomgeving of industriële omgeving.
  • CO2-reductie industrie: € 45 mln voor pilot- en demonstratieprojecten voor versnelling van kosteneffectieve CO2-reductie in de industrie, veelal via de DEI+-regeling. Een deel van de middelen is bestemd voor haalbaarheidsstudies onder de bestaande TSE-regeling.

Op grond van de Klimaatwet stuurt het kabinet jaarlijks op de vierde donderdag in oktober een klimaatnota naar de Tweede Kamer.

Urgendamaatregelen Industrie

In 2022 zal verder uitvoering worden gegeven aan maatregelen in het kader van het Urgendavonnis. Dit zal worden gecombineerd met de middelen die voor de ODE-compensatie voor de Industrie beschikbaar zijn gesteld. Voor Urgendamaatregelen voor de industrie gaat het in 2022 met name om de uitvoering en de uitfinanciering van het Actieplan procesefficiency en energiebesparing. Deze maatregel ziet toe op het stimuleren van procesef-ficiency-maatregelen in de industrie met een grote impact op energiebesparing. Hiertoe kunnen bedrijven een beroep doen op de aangepaste en verruimde VEKI-regeling voor een investeringssubsidie met een terugverdientijd langer dan 5 jaar. Aansluitend op het project 6-25 van de industriesector worden tevens subsidiemiddelen beschikbaar gesteld via de TSE-regeling voor haalbaarheidsstudies om grootschalige proceseffi-ciency en energiebesparingsprojecten in de industrie te versnellen. Met deze maatregelen kan circa 0,2 Mton CO2 extra worden gereduceerd.

Daarnaast zal in 2022 mogelijk nog uitfinanciering plaatsvinden van de VEKI-regeling uit het eerste maatregelenpakket in het kader van het Urgen-davonnis, over de periode t/m 2020.

Programma Infrastructuur Duurzame Industrie (PIDI)

Naar aanleiding van het advies van de Taskforce Infrastructuur Klimaatak-koord Industrie (TIKI) en de kabinetsreactie daarop in 2020 is het Nationale Programma Infrastructuur Duurzame Industrie (PIDI) gestart. In het PIDI brengt de Rijksoverheid de bij energie en grondstof-infrastructuren betrokken partijen (industrie, energieproducenten, netwerkbedrijven, regionale overheden) samen met als doel de besluitvorming over de aanleg van infrastructuur te versnellen. Het programma heeft voornamelijk een regierol voor de realisatie van de infrastructuur, nodig om de reductiedoelen van het klimaatakkoord te verwezenlijken. De hiertoe beschikbare middelen worden gebruikt om tot projectrealisatie te komen en hoofdzakelijk ingezet voor medefinanciering van Front End Engineering Design (FEED) en haalbaarheidsstudies voor specifieke infraprojecten, alsmede voor het opzetten van het voorbereidende overleg en coördinatie, georganiseerd binnen het meerjarenprogramma infrastructuur energie en klimaat, het instellen van een safehouse, onderzoek en monitoring.

Indirecte Kosten Compensatie ETS

In het Klimaatakkoord is aangegeven dat de regeling Indirecte Kosten Compensatie ETS (over periode tot en met 2020) afloopt. Tot en met 2021 was hiervoor budget beschikbaar op artikel 4 van de EZK begroting. Mede gelet op de budgettaire omvang is het aan het nieuwe kabinet om een besluit te nemen over een eventuele meerjarige voortzetting van de regeling. Dit om verstoring van het gelijke speelveld en CO2-weglekrisico te voorkomen. Vooruitlopend op dit definitieve besluit, wordt de regeling vooralsnog met 1 jaar verlengd. Hiertoe is in 2022 budget beschikbaar gesteld op artikel 2 van de EZK begroting. De geraamde uitgaven in 2022, voor compensatie van kosten in 2021, bedragen circa € 81 mln.

R&D mobiliteitssectoren

Zoals aangekondigd in de Kamerbrief van 21 januari 2021 (Kamerstuk 35 420, nr. 217) over het steun- en herstelpakket is op 17 mei 2021 de subsidieregeling R&D mobiliteitssectoren opengesteld. Met deze regeling wordt beoogd de teruggang in R&D investeringen in de Nederlandse automotive, luchtvaart en maritieme industrie, die het gevolg is van de coronacrisis, te mitigeren door het stimuleren van R&D-projecten. Tevens wordt hiermee een bijdrage geleverd aan de transities op het gebied van duurzaamheid en digitalisering. Consortia van MKB, grootbedrijf en/of kennisinstellingen kunnen gezamenlijk projectvoorstellen indienen. Het budget bedraagt € 150 mln, zoals vermeld in de Kamerbrief van 12 maart 2021 (Kamerstuk 35 420, nr. 248).

NGF-project AiNed

Aan het project AiNed is € 44 mln toegekend voor een start met de ELSA (Ethical, Legal and Social Aspects)-labs, het AI-talentprogramma, de Europese kennisnetwerken en de Europese innovatieprogramma's. Het voorstel AiNed is een breed investeringsprogramma dat beoogt het potentieel van kunstmatige intelligentie (AI) voor de Nederlands economie en samenleving te benutten.

NGF-project Groenvermogen van de Nederlandse economie Aan het project Groenvermogen van de Nederlandse economie is € 73 mln toegekend. Het doel van het voorstel is om toepassingen van groene waterstof versneld mogelijk te maken door innovatie en kostenreductie.

NGF-project Health-FI

Aan het project Health-RI is € 22 mln toegekend voor de financiering van de eerste fase van het programma. Het voorstel Health-RI investeert in (i) de ontwikkeling van een geïntegreerde, nationale gezondheidsdata- en onderzoeksinfrastructuur, (ii) het wegnemen van sociale en organisatorische belemmeringen door middel van een afsprakenstelsel, (iii) een centraal punt voor data-uitgifte. Het doel is om innovatie in de life sciences and health-sector te stimuleren door data van Nederlandse ziekenhuizen en zorgorganisaties, kennisinstellingen, organisaties in de publieke gezondheid, patiëntenorganisaties, gezondheidsfondsen en bedrijven te standaardiseren en met elkaar te verbinden. Het voorstel richt zich op het delen en gebruiken van (onderzoeks)data.

NGF-project FlegMed XB

Het voorstel RegMed XB investeert in de bouw van vier pilotfabrieken voor de verdere ontwikkeling van regeneratieve gezondheidszorg. Regeneratieve geneeskunde is erop gericht nieuwe behandelingen te ontwikkelen die slim gebruik maken van het zelf herstellend vermogen van ons lichaam. Hiervoor wordt gebruik gemaakt van gentherapie en (stam)celtherapie.

Het doel van RegMed XB is enerzijds op lange termijn chronische ziekten te kunnen voorkomen of genezen, en anderzijds het Nederlandse bedrijfsleven in staat te stellen om innovatieve producten en processen te ontwikkelen en in te spelen op een sterk groeiende buitenlandse markt. Aan het project is € 23 mln toegekend voor de financiering van de eerste fase.

NGF-project QuantumDeltaNL

Het voorstel QuantumDeltaNL richt zich op het versterken van Nederlands quantum-ecosysteem, door te investeren in (1) quantumcomputing, (2) quantumnetwerken en (3) quantumsensing. Quantum is een ontwikkelende technologie, die een 'game-changer' kan zijn op het gebied van rekenkracht en daarmee voor nieuwe verdienmodellen en oplossingen voor maatschappelijke problemen kan zorgen. Door quantumtechnologie kunnen in de toekomst mogelijk veel veiligere netwerken en communicatie tot stand gebracht worden. Voor QuantumDeltaNL is € 54 mln toegekend.

Opdrachten

Onderzoek en opdrachten

De middelen zijn gereserveerd ten behoeve van de monitoring, effectmeting en feitelijke onderbouwing van beleid (evidence based policy making) en beleidsexperimenten en proefprojecten.

Bijdrage aan agentschappen

Bijdrage aan Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO.nl) -Octrooicentrum Nederland

De bijdrage aan Octrooicentrum Nederland, onderdeel van RVO.nl, is bestemd voor de uitvoering van taken die bij, of op grond van, wetten of verdragen zijn opgedragen, zoals de verlening en registratie van octrooien, de inning van taksen, de vertegenwoordiging van Nederland in Europese en mondiale organisaties, de uitvoering van andere wettelijke taken onder de Rijksoctrooiwet 1995, evenals de nakoming van Europese en internationale verplichtingen. Daarnaast geeft Octrooicentrum Nederland voorlichting en advies aan bedrijven, kennisinstellingen, overheden en uitvinders. Doel is het vinden van de juiste balans tussen enerzijds kennisbescherming, om bedrijven te stimuleren om te innoveren, en anderzijds de verspreiding en benutting van kennis.

Bijdrage aan ZBO's/RWT's

Bijdrage aan TNO

De Nederlandse Organisatie voor Toegepast Natuurwetenschappelijk Onderzoek (TNO) werkt samen met MARIN, Deltares, Wageningen Research en NLR in de federatie Toegepaste Onderzoek Organisaties (TO2). EZK investeert samen met enkele andere ministeries in deze instituten, omdat hier onafhankelijk onderzoek in Nederland plaatsvindt dat kansen kan creëren voor innovatie en economische groei en dat een bijdrage levert aan de publieke kennis op terreinen van maatschappelijk belang. TNO bestrijkt een breed onderzoeksgebied op het terrein van meerdere topsectoren, met name HTSM en energie. Daarnaast ontwikkelt TNO kennis op een aantal maatschappelijke thema's, met name defensie, maatschappelijke veiligheid en arbeid & gezondheid.

Bijdrage aan NWO-TTW

De Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek (NWO) financiert binnen het domein Toegepaste en Technische Wetenschappen (TTW) technisch-wetenschappelijk onderzoek aan Nederlandse universiteiten en kennisinstellingen. Met de bijdrage van EZK worden met name de Perspectiefprogramma's gefinancierd, die gericht worden op het Missie-gedreven Topsectoren- en Innovatiebeleid. Voor de bijdrage aan NWO-TTW is structureel circa € 24,9 mln per jaar beschikbaar.

Bijdrage aan medeoverheden

MIT

Dit betreffen de middelen voor de decentrale MKB Innovatiestimulering Regio en Topsectoren regeling (MIT). De decentrale MIT-regeling wordt uitgevoerd door de provincies. Er is een apart instrument voor de decentrale MIT-regeling aangezien de middelen hiervoor door EZK direct worden overgeheveld aan de provincies middels een specifieke uitkering. De landelijke MIT wordt uitgevoerd door RVO.nl. Voor meer informatie over deze regeling, zie de toelichting bij MIT onder 'subsidies'.

Bijdrage aan (inter)nationale organisaties

Internationaal Innoveren

In het kader van het beleid voor Internationaal Innoveren is voor Nederlandse deelname aan publiek-private onderzoeksprogramma's in Europese verband cofinanciering beschikbaar. Deze middelen worden ingezet voor Eureka-clusters en de Joint Undertaking Key Digital Technologies (de opvolger van Joint Technology Initiative ECSEL) dat is gelieerd aan Horizon Europe en Global Stars. De Joint Undertaking Key Digital Technologies wordt ingezet ten behoeve van de ondersteuning van innova-tiesamenwerking van Nederlandse bedrijven en kennisinstellingen met partners uit niet-Eureka landen (onder de vlag van Eureka). Op Volginno-vatie.nl vindt u meer informatie over de ondersteunde projecten van de Joint Technology Initiatives, Horizon2020 en van Eureka.

PPS-toeslag

In 2013 zijn de Topconsortia voor Kennis en Innovatie (TKI's) gestart met het bundelen en stroomlijnen van de onderzoeksprogrammering in de gehele kennisketen. Het doel hiervan is om meer privaat-publieke samenwerkingsprogramma's (PPS) vanuit de onderzoekagenda's van de Topsectoren te genereren, die zich daarbij richten op economische kansen van de maatschappelijke uitdagingen en sleuteltechnologieën onder het MTIB. De TKI's zijn daarbij programmerend en regisserend. Via de PPS-toeslagregeling (voorheen TKI-toeslagregeling) kunnen PPS-projecten voor elke privaat ingelegde euro 30% toeslag verdienen voor onderzoek dat past binnen de onderzoekagenda's van de Topsectoren. Zowel de TKI's als de PPS-en zelf kunnen toeslag aanvagen. De laatste jaren is de regeling flink op stoom gekomen. Meer informatie over de ondersteunde projecten vindt u op Volginnovatie.nl.

TO2 (toegepaste onderzoeksorganisaties)

De middelen zijn gereserveerd voor de financiering van onderzoek en onderzoeksfaciliteiten in het kader van de Topsectoren, maatschappelijke thema's en de daarbij behorende missies, sleuteltechnologieën en voor onderzoek ten behoeve van (wettelijke) taken van de overheid. Met de subsidieregeling instituten voor toegepast onderzoek (Stcrt. 2018, 5475) wordt bereikt dat het merendeel van de TO2-instellingen onder dezelfde voorwaarden de rijksbijdrage ontvangen. Het is de bedoeling dat de subsidierelatie met TNO in de toekomst ook wordt ondergebracht in de subsidieregeling. Naast TNO (zie "Bijdragen aan ZBO's/RWT's") omvat TO2 de volgende instituten:

  • Deltares (Delta Research): Instituut op het gebied van deltatechnologie. Deltares levert ten behoeve van de overheid en de topsector Water en Maritiem bijdragen aan innovatieve oplossingen voor water-, ondergrond- en deltavraagstukken die het leven in delta's, kust- en riviergebieden veilig, schoon en duurzaam maken. De bijdrage aan Deltares bedraagt in 2022 circa € 20,2 mln.
  • MARIN (Maritiem Research Instituut Nederland): Instituut op het gebied van hydrodynamisch en nautisch onderzoek ten behoeve van schone, slimme en veilige schepen en een duurzaam gebruik van de zee. Het onderzoek van MARIN draagt bij aan de ambities van de ministeries van Infrastructuur en Waterstaat, Defensie en Economische Zaken en Klimaat en van de topsector Water en Maritiem. De bijdrage aan MARIN bedraagt in 2022 circa € 8,1 mln.
  • NLR (Nationaal Lucht- en Ruimtevaartlaboratorium): Instituut op het gebied van militaire en civiele lucht- en ruimtevaart ten behoeve van de ministeries van Defensie, Infrastructuur en Waterstaat, Economische Zaken en Klimaat en de topsectoren HTSM en Water en Maritiem. De bijdrage aan NLR in 2022 bedraagt circa € 26,4 mln.
  • Wageningen-Research: De middelen voor deze TO2 zijn opgenomen in de begroting van het Ministerie van LNV.

Topsectoren overig

Deze post bevat onder andere het beleidsondersteunend budget voor de topteams in het kader van het topsectorenbeleid. Ook vallen onder dit budget de middelen voor eventuele compensatie van de TO2-instituten.

Ruimtevaart (ESA)

Het ruimtevaartprogramma bestaat uit bijdragen aan verplichte programma's en inschrijvingen in optionele programma's van het Europese Ruimtevaartagentschap (ESA). Deze middelen vloeien via opdrachten aan Nederlandse bedrijven en kennisinstellingen ter realisatie van de onderscheiden ruimtevaartprogramma's terug naar Nederland ("Geo Return"-systeem). Daarnaast kent het ruimtevaartprogramma een (beperkt) nationaal flankerend programma, waarin onder andere de interactie van bedrijven en kennisinstellingen met ESTEC wordt bevorderd. Ook wordt daarmee technologieontwikkeling en de benutting van satellietdata door overheden gestimuleerd. Uitvoering van het beleid is opgedragen aan het Netherlands Space Office (NSO).

Economische ontwikkeling en technologie

De veranderende geopolitieke omstandigheden vragen om keuzes in het innovatiebeleid om zo sterke, internationaal onderscheidende posities in het bedrijfsleven en de kennisinfrastructuur te creëren. De regering heeft hiertoe een bedrag oplopend naar € 10 mln vanaf 2021 structureel beschikbaar gesteld om een aanzet te geven aan investeringen in sleuteltechnologieën, zoals quantumtechnologie en kunstmatige intelligentie.

Met deze middelen worden meerjarenprogramma's ontwikkeld waarin overheden, bedrijven en kennisinstellingen samenwerken. Dat is nodig om in de verdere ontwikkeling, diffusie en opschalingsfasen concurrerend te zijn en te blijven ten opzichte van andere landen.

EU-Cofinanciering Fonds voor een Rechtvaardige Transitie (JTF)

Dit nieuwe fonds zal zich vooral richten op de economische diversificatie van de zwaarst door de klimaattransitie getroffen gebieden en op de omscholing en actieve inclusie van de werknemers en werkzoekenden in deze gebieden. De middelen zullen worden toebedeeld op COROP-niveau. EZK neemt de voor JTF vereiste cofinanciering deels voor zijn rekening voor projecten die bijdragen aan nationale beleidsdoelen op het gebied van innovatie en de energietransitie, waarbij aansluiting wordt gezocht bij het Missiegedreven Topsectoren-en Innovatiebeleid (MTIB) en het nationale klimaatakkoord. De cofinanciering door EZK bedraagt € 60 mln verplichtingenbudget in 2021, waarvan de kasuitgaven zijn geraamd in de periode 2022-2027 Ook decentrale overheden en private partijen zullen bijdragen aan cofinanciering van JTF-projecten.

Fiscale maatregelen

WBSO

De fiscale regeling WBSO is gericht op het stimuleren van Speur- en Ontwikkelingswerk door het bedrijfsleven, door het verlagen van de aan S&O-gerelateerde kosten27 (loonkosten en overige kosten en uitgaven). Informatie over de totale toegekende WBSO-bedragen per provincie vindt u op Volginnovatie.nl.

Strategisch doel 2 Een goed functionerend en maatschappelijk verantwoord bedrijfsleven door het creëren van excellente randvoorwaarden voor ondernemerschap en innovatie

Tabel 21 Kengetallen behorend bij strategisch doel 2

 

Kengetallen

2015

2016

2017

2018

2019

2020

Bron

BMKB1

           

RVO.nl

Verstrekte garanties BMKB (x € 1 mln)2

401

591

502

527

538

380

 

Totaal aantal verstrekte garanties

2.545

3.688

3.299

3.094

2.751

1.962

 

Groeifaciliteit

           

RVO.nl

Verstrekte garanties Groeifaciliteit (x € 1 mln)

19

37

21

19

10

3

 

Totaal aantal verstrekte garanties

14

17

8

10

9

7

 

Garantie Ondernemingsfinanciering (GO)3

           

RVO.nl

Verstrekte garanties GO (x € 1 mln)

137

58

91

56

45

6

 

Totaal aantal verstrekte garanties

76

36

80

54

31

5

 

Qredits

           

Qredits

Aantal verstrekte kredieten4

1.373

1.750

2.238

3.557

4.245

4.984

 

Innovatie Attaché Netwerk

           

IAN/RVO.nl

Geformaliseerde samenwerkingsverbanden

78

97

60

57

37

15

 

Klanttevredenheid

8,6

8,1

8,2

8

8,6

8,2

 

Netherlands Foreign Investment Agency5

           

NFIA/RVO.nl

Projecten

207

227

224

248

268

180

 

Investeringsomvang (x € 1 mln)

1.765

1.467

1.227

2.760

4.105

1.443

 

Werkgelegenheid (arbeidsplaatsen)

7.779

7.570

8.158

8.475

10.866

6.397

 

KvK/Ondernemerspleinen

           

KvK

Waardering Kamer van Koophandel6

7,1

7,2

  • 10
  • 10
  • 5

5

 

1    Voor de BMKB-C zijn in 2020 4.123 garanties verstrekt met een totaalomvang van € 448 mln. Voor de regeling Klein Krediet Corona zijn in 2020 1.117 garanties verstrekt met een omvang van in totaal € 36 mln.

2    Deze cijfers wijken af van de realisatiecijfers die de afgelopen jaren zijn gepresenteerd. De afgelopen jaren werd 100% van het gerealiseerde borgstellingskrediet gerapporteerd, terwijl de borgstelling van de Staat 90% van het borgstellingskrediet afdekt. Vanaf de begroting 2020 wordt daarom 90% van het borgstellingskrediet als realisatie gerapporteerd. Dit is met terugwerkende kracht ook voor de voorgaande jaren gecorrigeerd.

3    Voor de GO-C zijn in 2020 in totaal 155 garanties verstrekt met een omvang van in totaal € 557 mln.

4    Microkrediet, MKB-krediet, flexibele kredieten, achtergestelde leningen, lease en Carribean krediet.

5    Zowel bij werkgelegenheid als investeringsomvang gaat het om door de bedrijven bevestigde cijfers over de eerste drie jaar van het project. Bij werkgelegenheid betreft het zowel nieuwe als behoud van werkgelegenheid

6    De waardering van KvK wordt sinds 2017 uitgedrukt als een Net Promotor Score (NPS). Een NPS score meet hoe klanten van de KvK producten of diensten aanbevelen bij collega's of zakenrelaties en wordt berekend als het verschil tussen het percentage promotors (score hoger dan 9) en criticasters (score lager dan 6). De NPS zelf wordt niet uitgedrukt als een percentage, maar als een absoluut getal. Een score van - 5 geeft aan dat een score boven 9 dus 5 procentpunt minder is gegeven dan een score onder 6.

Subsidies

Bevorderen Ondernemerschap

Deze middelen zijn gereserveerd voor diverse initiatieven ter bevordering van het ondernemerschap, waaronder Valorisatie, Versnelling digitalisering MKB, de regeling MKB-!dee, «NL Groeit» en het "Techniekpact". Ook wordt een bijdrage van ca. € 1 mln verstrekt aan het Platform Bètatechniek voor de ondersteuning van het Techniekpact. Daarnaast zijn hier de kosten geraamd die samenhangen met de investeringstoetsing op risico's voor de nationale veiligheid en het EU-contactpunt voor het delen van informatie over directe buitenlandse investeringen uit derde landen met andere Europese lidstaten.

Bijdrage aan ROM's

Met deze middelen worden de Regionale Ontwikkelingsmaatschappijen (ROM's) ondersteund: NOM (Noord), BOM (Brabant), LIOF (Limburg), Oost NL (Oost), «Innovation Quarter» (IQ, Zuidvleugel), Impuls Zeeland (Zeeland), ROM Regio Utrecht (Utrecht), Horizon Flevoland (Flevoland) en ROM in West (Noord-Holland). Deze middelen hebben tot doel de economische krachten in de regio te versterken en te bundelen met sectorale initiatieven vanuit het topsectorenbeleid en ander generiek beleid en daarnaast om de samenwerking tussen het (innovatieve) MKB en kennisinstellingen in de regio te bevorderen.

Startup-beleid

Voor de uitvoering van de startup en scale-up agenda wordt in 2022 € 16,9 mln beschikbaar gesteld. Deze middelen worden ingezet voor het programma van TechLeap.NL, voor initiatieven vanuit het ecosysteem, en voor flankerend beleid van EZK, zoals het Netherlands Point of Entry en de RVO Fastlane.

Invest-NL

Er is in 2021 en volgende jaren € 10,8 mln structureel beschikbaar voor projectontwikkeling door de Business Development dochter van Invest-NL. Naast het verstrekken van financiering aan ondernemingen, heeft Invest-NL ook als taak het ontplooien van ontwikkelactiviteiten en het aangaan van samenwerking met nationale en internationale promotionele instellingen. Deze activiteiten dienen marktfalen te bestrijden zodat er meer rendabele financieringsmogelijkheden ontstaan voor marktpartijen.

Tegemoetkoming Vaste Lasten mkb (TVL)

De TVL biedt bedrijven in sectoren die hard geraakt zijn door de overheidsmaatregelen ter bestrijding van het coronavirus een tegemoetkoming voor de vaste lasten. Ook na alle versoepelingen blijven deze sectoren in meer of mindere mate geconfronteerd met beperkingen in hun bedrijfsmodellen. Het kabinet biedt deze bedrijven ondersteuning, om ze in staat te stellen de noodzakelijke aanpassingen in hun bedrijfsvoering te doen.

Het kabinet heeft besloten de TVL te verlengen tot en met 30 september 2021. In het derde kwartaal van 2021 komen bedrijven met ten minste 30% omzetderving voor de regeling in aanmerking, bedraagt het subsidiepercentage 100% en de maximum subsidie per kwartaal € 550.000 voor mkb en € 600.00 voor niet-mkb.

Tegemoetkoming Vaste Lasten Caribisch Nederland Dit betreft de middelen die zijn gereserveerd voor de TVL voor Caribisch Nederland waarvoor een vergelijkbare regeling als voor Europees Nederland is ingericht.

Europees Defensie Fonds cofinanciering

Het nieuwe Europese Defensie Fonds (EDF) onder het Meerjarig Financieel Kader (MFK, 2021-2027) gaat vanaf 2021 de ontwikkeling van militaire capaciteiten door de lidstaten ondersteunen en de Europese Defensie Industrie versterken. Het fonds ondersteunt de ontwikkeling van kennis en technologie door Europese bedrijven en kennisinstellingen die uiteindelijk geïntegreerd kan worden in defensie platformen of (sub)systemen. Deze nieuwe technologie vindt vervolgens vaak ook een toepassing op de civiele markt.

De Europese defensiemarkt is een imperfecte markt met een ongelijk speelveld. Door financiële ondersteuning van Nederlandse bedrijven in EDF-projecten wordt het kennisniveau en innovatie-ecosysteem van de Nederlandse defensie-industrie versterkt en investeringen gestimuleerd. Het draagt bij aan het realiseren van de ambitie in de Defensie Industrie Strategie (2018) dat Nederland tot de top 10 van landen wil behoren die gebruikmaken van EDF. Via deelname aan EDF-projecten blijft de Nederlandse defensiesector relevant en innovatief zodat zij kan bijdragen aan de bescherming van de nationale veiligheid en het verdienvermogen van Nederland. De uitgaven zullen naar verwachting vanaf 2022 plaatsvinden.

Omscholing naar tekortsectoren

Voor de subsidieregeling Omscholing naar kansrijke beroepen in de ICT en techniek wordt bovenop het huidige budget in 2021 van € 37,5 mln een bedrag van € 40 mln in 2022 (incl. uitvoeringskosten) beschikbaar gesteld. Met dit bedrag kunnen nog eens 10.000 mensen structureel worden omgeschoold naar een kansrijk beroep

Herstructurering winkelgebieden

Het kabinet investeert de komende jaren € 100 mln in het realiseren van toekomstbestendige winkelgebieden en in vitale binnensteden. Deze aanpak herstructurering van winkelgebieden in binnensteden en kernen start in de zomer van 2021. De uitgaven zullen verspreid worden over een periode tot en met 2026.

Overige subsidies

Deze middelen worden aangewend voor onder andere de bijdragen aan Nederland Maritiem Land (NML) voor Maritieme Innovatie Impulsprojecten en aan Stichting Toekomstbeeld der Techniek.

Leningen

Bedrijfssteun

Als steunmaatregel is in 2020 een leningsfaciliteit van € 150 mln beschikbaar gesteld aan Stichting Garantiefonds Reisgelden (SGR). Door deze leningsfaciliteit kan SGR consumenten schadeloos blijven stellen bij faillissement van aangesloten reisorganisaties. Voor kleinere garantiefondsen VZR Garant en het Garantiefonds voor Gespecialiseerde Touroperators (GGTO) is eenzelfde leningsfaciliteit onder dezelfde voorwaarden beschikbaar gesteld voor respectievelijk € 2,5 mln en € 4 mln.

Daarnaast heeft het kabinet in 2021 een faciliteit van maximaal € 400 mln aan het garantiefonds SGR beschikbaar gesteld voor de verstrekking van liquiditeitsleningen (voucherkredieten) aan reisorganisaties, die tijdelijk onvoldoende middelen hebben om vouchers terug te betalen aan consumenten. Voorwaarde is dat de reisorganisaties deze middelen alleen kunnen inzetten voor het uitbetalen van verstrekte vouchers voor pakketreizen en gekoppelde reisarrangementen. Het betreft vouchers die zijn afgegeven van 12 maart t/m 31 december 2020, onder de garantieregeling van SGR. Het maximaal te financieren bedrag per onderneming is 80% van de waarde van de aan de consument terug te betalen vouchers. Het krediet dat een reisonderneming kan aangaan is gemaximeerd op € 50 mln.

Qredits

In de categorie leningen vallen ook de uitgaven aan «Qredits» ten behoeve van micro- en MKB-kredieten voor ondernemers met een haalbaar ondernemingsplan die geen toegang hebben tot het reguliere financiële circuit. Daarnaast biedt Qredits coaching en begeleiding aan kleine en startende ondernemers. De afgelopen jaren is er in totaal een lening van € 45 mln verstrekt voor micro- en MKB-krediet. Daarnaast heeft Qredits in 2020 een achtergestelde lening van € 25 mln ontvangen voor het verstrekken van Corona overbruggingskredieten. Deze lening is in 2021 verhoogd met 30 mln. Daarnaast is in 2021 € 40 mln in de vorm van een lening aan Qredits beschikbaar gesteld voor overbruggingskredieten aan starters. Daarnaast is in de jaren 2021-2023 in totaal € 200 mln aan Qredits ter beschikking gesteld in het kader van het TOA-krediet gericht op ondernemers die met gebruikmaking van de Wet homologatie onderhands akkoord (WHOA), hun mkb-bedrijf willen doorstarten.

Garanties

Borgstelling MKB-kredieten (BMKB)

De BMKB maakt mogelijk dat bedrijven met te weinig zekerheden (onderpand) toch financiering kunnen krijgen, doordat de overheid borg staat voor het deel van de lening waar het bedrijf geen onderpand voor heeft. De overheidsborg bedraagt 90% van het borgstellingskrediet van 50% van het totaal verstrekte krediet (voor starters en innovatieve bedrijven gelden in verhouding hogere borgstellingskredieten ten opzichte van het totaal verstrekte krediet). De kredietverstrekker kan, mocht dat nodig zijn, voor dat deel dus terugvallen op de overheid. Het kabinet heeft in 2017 besloten de BMKB permanent open te stellen voor niet-bancaire partijen (Kamerstuk 32 637, nr. 286). Het gebruik van de regeling hangt af van de kredietbehoefte van het bedrijfsleven, ontwikkeling van de conjunctuur en risicobereidheid van financiers. De raming betreft de verwachte schades die kredietverstrekkers declareren bij EZK als kredieten niet terug kunnen worden betaald. Tegenover de schades staan premies en ontvangsten bij uitwinning van faillissementen. In de budgettaire tabel is een splitsing gemaakt tussen de werkelijke schadebetalingen en stortingen in de begrotingsreserve BMKB.

Sinds 16 maart 2020 heeft de BMKB-regeling een coronamodule (BMKB-C) met ruimere mogelijkheden voor in de kern gezonde ondernemingen die liquiditeitsproblemen ondervinden als gevolg van het corona-virus. De BMKB-C module, die is opengesteld tot ultimo 2021, biedt een hogere borgstelling van de overheid, zodat financiers eerder en sneller kunnen financieren. De overheidsborg is verhoogd tot 90% van het borgtellings-krediet van 75% van het totaal verstrekte krediet. Om het gebruik van de BMKB-C optimaal te kunnen laten gebruiken is het totale garantiebudget BMKB voor het jaar 2021 vastgesteld op € 1,5 mld, waarvan € 1,35 mld voor geaccrediteerde bancaire financiers en € 150 mln voor geaccrediteerde non-bancaire financiers.

Groeifaciliteit

De Groeifaciliteit richt zich op buffervermogen - zoals aandelenkapitaal van participatiemaatschappijen en achtergestelde leningen door banken - en is vooral gericht op de groei- en expansiefase van een bedrijf of voor opvolging/overnames. Achtergestelde leningen en aandelenkapitaal verstrekt door participatiemaatschappijen en banken vallen tot maximaal € 25 mln per financier onder de garantieregeling. In totaal kan er voor € 50 mln per bedrijf onder garantie worden gebracht. De garantie van de overheid bedraagt 50%. De Groeifaciliteit heeft een looptijd tot 1 juli 2023.

Garantie Ondernemingsfinanciering (GO)

De GO-regeling geeft financiers de mogelijkheid om een garantie van 50% van de overheid te verkrijgen, indien zij vanwege het risicoprofiel niet zelfstandig of onvoldoende in staat zijn in de kern gezonde bedrijven te financieren. Jaarlijks kan voor maximaal € 400 mln aan garanties worden verleend, waarbij het gebruik afhankelijk is van de conjuncturele ontwikkeling. Het geraamde bedrag betreft de verwachte schades op de regeling. Tegenover de schades staan premieontvangsten en ontvangsten bij uitwinning van faillissementen. De GO-regeling is kostendekkend.

Sinds 29 april jl. heeft de GO-regeling een corona-module (GO-C) met ruimere mogelijkheden voor in de kern gezonde ondernemingen die liquiditeitsproblemen ondervinden als gevolg van de coronacrisis. De voorwaarden van GO-C zijn gebaseerd op het tijdelijk staatssteunkader van de Europese Commissie. Het garantiepercentage van GO-C is 80% voor grootbedrijf en 90% voor mkb-bedrijven. Het totale garantieplafond voor de GO (inclusief de GO-C) in 2021 bedraagt € 2,5 mld. Voor de GO-C wordt rekening gehouden met een kasbuffer van in totaal € 650 mln. De GO-C module heeft als vervaldatum 31 december 2021.

Opdrachten

Caribisch Nederland

Het budget betreft onder meer de uitgaven voor de Rijksdienst Caribisch Nederland en de kosten van statistisch en beleidsonderzoek door onder andere het CBS voor Caribisch Nederland.

Regeldruk

Het kabinet heeft bij de aanpak van de regeldruk voor ondernemers gekozen voor het oplossen van concrete knelpunten in bestaande wet- en regelgeving via departementale actieprogramma's en generieke instrumenten zoals de maatwerkaanpak en klantreizen. Tevens zet het kabinet in op de totstandkoming van betere regelgeving die ondernemers de ruimte tot vernieuwing geeft en tegelijkertijd publieke belangen borgt, onder meer via de «MKB-toets» bij aanvang van het wetgevingsproces en via effect-toetsing van nieuwe regelgeving door het Adviescollege Toetsing Regeldruk (ATR).

Regiekosten regionale functie

Het budget Regionale regiekosten wordt ingezet met als doel de uitwisseling van ervaring en kennis tussen Rijk en regio te stimuleren, en verbindingen te realiseren door partijen rondom de thema's van EZK samen te brengen.

SBIR

Met innovatiecompetities zoals Small Business Innovation Research (SBIR) en innovatiepartnerschap daagt de overheid als inkoper het bedrijfsleven, vooral het MKB en startups, uit om nieuwe oplossingen te zoeken voor maatschappelijke vraagstukken en het duurzamer, sneller, betrouwbaarder of veiliger (blijven) vervullen van overheidstaken. De voorstellen dienen innovatie te stimuleren en bij te dragen aan het realiseren van de missies die in het kader van het missiegedreven Topsectoren- en innovatiebeleid zijn opgenomen in de Kennis- en Innovatieagenda's 2020-2023. Er is in de kabinetsperiode 2018-2021 in totaal € 11,5 mln beschikbaar gesteld voor het opzetten van SBIR-oproepen. Omdat deze middelen in eerdere jaren niet volledig tot besteding zijn gekomen, staat tot en met 2024 nog budget geraamd.

Bijdrage aan agentschappen

Bijdrage aan RVO.nl - Innovatie Attachés (IA)

De Innovatie Attachés, onderdeel van RVO.nl, werken in opdracht van EZK in vijftien landen vanuit ambassades en consulaten. Zij leveren kennis en informatie over ontwikkelingen en trends op het terrein van innovatie, technologie en wetenschap in het buitenland, creëren verbindingen tussen Nederlandse en buitenlandse bedrijven, kennisinstellingen en overheden, en bevorderen daarmee de internationale innovatiesamenwerking ten behoeve van het Nederlandse concurrentievermogen. Door innovatiesa-menwerking komt voor de betrokken partijen de beste kennis en kunde beschikbaar, worden lange termijn relaties gesmeed en handelsrelaties versterkt. Ook zorgen de Innovatie Attachés in samenwerking met de NFIA ervoor dat er meer buitenlandse R&D naar Nederland komt.

Bijdrage aan RVO.nl - Netherlands Foreign Investment Agency (NFIA)

De bijdrage van de NFIA is erop gericht om investeringen van buitenlandse bedrijven in Nederland te stimuleren. De NFIA ondersteunt buitenlandse bedrijven die zich willen vestigen in Nederland of die hier willen uitbreiden bij hun investeringsbeslissing. Tevens coördineert de NFIA de samenwerking met regionale partijen binnen het Invest in Holland netwerk en heeft het een signaalfunctie naar beleid over actuele ontwikkelingen in het vestigingsklimaat. De NFIA focust zich op het aantrekken van buitenlandse bedrijven die juist ook bijdragen aan versterking van de innovatie-ecosystemen (samen met het IA-netwerk) en de verduurzaming en digitalisering van de Nederlandse economie. De dienstverlening voor buitenlandse bedrijven bestaat onder meer uit informatievoorziening, praktische assistentie en introductie bij relevante partijen.

Bijdrage aan RVO.nl - uitvoering instrumentarium

Deze middelen zijn grotendeels voor de uitvoering van de financierings- en innovatie-instrumenten (MKB Innovatiestimulering Topsectoren, Eurostars, Internationaal Innoveren, PPS-toeslag, WBSO, BMKB, Groeifaciliteit, Garantie Ondernemingsfinanciering). Dit betreft activiteiten als beoordeling van aanvragen, bedrijfscontroles, voorlichting over de instrumenten, de organisatie van innovatiemissies en het terugontvangen van kredieten.

Bijdrage aan Agentschap Telecom

Met deze bijdrage verzorgt Agentschap Telecom de uitvoering, het toezicht en de handhaving van de bepalingen uit de Wet ruimtevaartactiviteiten. Het gaat om werkzaamheden die voortkomen uit aanvragen, toetsen en eventueel afgifte van een ruimtevaartvergunning, registreren van ruimte-voorwerpen, deelname aan internationale gremia, adviseren en voorlichting geven over ruimtevaartactiviteiten. Het wettelijke toezicht heeft betrekking op de afgifte van ruimtevaartvergunningen.

Bijdrage aan ZBO's/RWT's

Kamer van Koophandel

De Kamer van Koophandel (KVK) voert wettelijke taken uit in het kader van ondernemerschapsbeleid: beheren van het handelsregister, voorlichting en regiostimulering, innovatiestimulering en de ontwikkeling en het beheer van het digitale en de fysieke ondernemersplein(en). Daarnaast beheert KVK in het kader van het Wwft-beleid de registers van uiteindelijk belanghebbenden van juridische entiteiten en constructies zoals trusts. Met het Regeerakkoord 2017 is de beleidsverantwoordelijkheid voor het digitaal ondernemersplein en de bijbehorende middelen naar het Ministerie van BZK overgegaan.

Bijdrage aan (inter)nationale organisaties

Bijdrage NBTC

EZK stelt op basis van meerjarenafspraken budget beschikbaar voor het Nederlands Bureau van Toerisme en Congressen (NBTC) voor bestem-mingsmanagement, waaronder internationale «branding», ontwikkeling van aanbod, kennis en data, spreiding van toeristen en congreswerving.

Overige bijdragen aan organisaties

Dit betreft onder meer de bijdrage aan het Centraal Bureau voor de Statistiek voor de Staat van het MKB en de Koning Willem I Stichting (€ 0,37 mln waarvan € 0,07 mln wordt bijgedragen door IenW).

Industriële participatie - Commissariaat Militaire productie

EZK werkt aan het versterken, beschermen en (internationaal) positioneren van een hoogwaardige en concurrerende Nederlandse defensie- en veiligheid (gerelateerde) industrie. De Defensie Industrie Strategie (2018) presenteert de gewenste Nederlandse Defensie Technologische en Industriële Basis (DTIB) en geeft aan welke kennis, technologie en industriële capaciteiten zoveel als mogelijk nationaal moeten worden verankerd om de wezenlijke belangen van nationale veiligheid te kunnen beschermen. De defensiemarkt kenmerkt zich door een hoge kennisintensiteit en vraag naar innovatieve oplossingen, maar op de internationale defensiemarkt ontbreekt het aan een gelijk speelveld. EZK zet het industrieel participatiebeleid in om enerzijds de Nederlandse DTIB verder te versterken en anderzijds om Nederlandse defensiebedrijven en kennisinstituten te positioneren binnen de veelal gesloten en op nationaal niveau georganiseerde Europese en trans-Atlantische toeleveringsketens van ontwikkeling, productie en instandhouding van defensiematerieel. Gerichte inzet van industrieel participatiebeleid is van belang voor het beschermen van nationale veiligheidsbelangen en draagt bij aan het openen van internationale toeleveranciersketens, waarmee EZK een gelijker speelveld op de internationale defensiemarkt bevordert.

Extracomptabele fiscale regelingen

Naast de in dit begrotingsartikel genoemde instrumenten, zijn er fiscale regelingen die betrekking hebben op dit beleidsterrein. In onderstaande tabel is ter informatie het budgettaire belang van deze regelingen vermeld. De cijfers zijn ontleend aan de corresponderende bijlage 'Fiscale regelingen' in de Miljoenennota. De fiscale regelingen die niet in onderstaande tabel zijn opgenomen, maar wel op dit beleidsartikel betrekking hebben, zijn:

  • - 
    Startersaftrek bij arbeidsongeschiktheid
  • - 
    Vrijstelling aandelenopties werknemers van startups
  • - 
    Persoonsgebonden aftrekpost durfkapitaal

Voor een beschrijving van de regelingen, de doelstelling, de ramingsgrond, een verwijzing naar de laatst uitgevoerde evaluatie en het beoogde jaar van afronding van de volgende evaluatie wordt verwezen naar de bijlage bij de Miljoenennota 'Toelichting op de fiscale regelingen'.

 

Tabel 22 Fiscale regelingen 2020-2022, budgettair belang op transactiebasis in mln) 1

lopende prijzen (bedragen x € 1

 

2020

2021

2022

FOR aftrek

204

212

220

FOR belaste afneming

  • 104
  • 108
  • 112

Zelfstandigenaftrek

1.731

1.608

1.559

Extra zelfstandigenaftrek starters

102

97

100

Meewerkaftrek

7

8

7

Stakingsaftrek

15

15

15

Aftrek speur- en ontwikkelingswerk

5

5

5

Willekeurige afschrijving starters

7

7

7

Doorschuiving stakingswinst

283

295

307

MKB-winstvrijstelling

1.894

2.081

2.165

Terbeschikkingstellingsvrijstelling

20

20

20

Innovatiebox

1.636

1.410

1.433

Liquidatie- en stakingsverliesregeling

748

758

741

Kleinschaligheidsinvesteringsaftrek

400

412

410

OVB Vrijstelling bedrijfsoverdracht in familiesfeer2

17

22

22

Schenk- en erfbelasting Bedrijfsopvolgingsfaciliteit

481

481

481

Afdrachtvermindering speur- en ontwikkelingswerk WBSO

1.226

1.438

1.336

Verlaagd gebruikelijk loon voor dga's van startups

0

0

0

Kleine ondernemersregeling

180

210

222

BPM Vrijstelling bestelauto ondernemers3

721

862

941

MRB Verlaagd tarief bestelauto ondernemers4

959

998

1.038

1    [-] = regeling is in dat jaar niet van toepassing; [0] = budgettair belang van de regeling bedraagt in dat jaar afgerond n

2    OVB = Overdrachtsbelasting

3    BPM = Belasting van personenauto's en motorrijwielen

4    MRB = Motorrijtuigenbelasting

ihil.

   

Toelichting op de ontvangsten

De ontvangsten voor de BMKB, Groeifaciliteit en Garantie Ondernemings-financiering betreffen de premie-inkomsten in het kader van de verstrekte garanties. Bij de BMKB is daarnaast ook sprake van ontvangsten als gevolg van uitbetaalde maar later afgewezen verliesdeclaraties.

De ontvangsten in het kader van de Luchtvaartkredietregeling betreffen terugbetalingen (kredietsom en rente) van kredieten, verleend in de periode 1998 tot en met 2003 en 2008 tot en met 2011 voor vliegtuigtechnologiepro-jecten.

De ontvangsten Rijksoctrooiwet 1995 betreffen de ontvangsten van Octrooi-centrum NL, uit hoofde van procedure- en instandhoudingtaksen op basis van de Rijksoctrooiwet 1995. Daarin zijn begrepen de instandhoudings-taksen voor Europese octrooien, waarvoor geldt dat de hiervoor geraamde ontvangsten de helft zijn van de feitelijke ontvangsten uit taksen. De andere helft wordt afgedragen aan het Europees Octrooibureau.

De ontvangsten Eurostars betreffen de Europese bijdrage aan Eurostars-projecten. De bijdrage betreft 25% van de nationale bijdrage.

De ontvangsten F-35 betreffen de geraamde afdrachten door de defensie-industrie aan de Staat. Op basis van de medefinancieringsovereenkomst over de deelname van Nederland aan de ontwikkeling van de F-35 draagt de industrie 2% over de gerealiseerde omzet voor ontwikkeling en onderhoud van de F-35 af aan EZK.

De ontvangsten bedrijfssteun hebben betrekking op de aflossing van de overbruggingsfaciliteit IHC (2021) en de geraamde aflossing van de lening-faciliteit aan SGR en kleine garantiefondsen (2022 en volgende jaren).

Toelichting op de begrotingsreserves

De begrotingsreserves zijn bedoeld om inkomsten uit premies en uitgaven voor schades, die over de jaren kunnen fluctueren, te verevenen. De reserve wordt aangehouden om als buffer te dienen voor uitgaven door EZK indien bedrijven niet aan hun terugbetalingsverplichtingen kunnen voldoen inzake leningen bij financieringsinstellingen waarop EZK een borgstelling heeft afgegeven. Voor meer informatie over de ontwikkeling van de garanties en het verloop van de reserves wordt verwezen naar het overzicht van de risicoregelingen in het hoofdstuk Beleidsagenda van deze begroting.

Er zijn begrotingsreserves voor de BMKB (inclusief de BMKB-C), de regeling Garantie Ondernemingsfinanciering (GO) (inclusief de GO-C), de Groeifaci-liteit (GF), de garantieregeling Klein Krediet Corona (KKC) en de garanties voor nieuwe aanbieders van MKB-financiering. De GO, GF en de garanties voor alternatieve aanbieders van MKB-financiering betreffen kostendekkende garanties, waarvan de te realiseren premieontvangsten in principe toereikend zijn voor het afdekken van eventuele verliesdeclaraties. Ultimo begrotingsjaar wordt op basis van de gerealiseerde ontvangsten en uitgaven vastgesteld of een onttrekking of storting dient plaats te vinden.

 

Tabel 23 Stand begrotingsreserves per 31 december 2020 (bedragen x € 1.000)

   

Waarvan juridisch verplicht

Borgstelling MKB-kredieten (BMKB)

337.975

100%

Garantie Ondernemingsfinanciering (GO)

249.130

100%

Groeifaciliteit

15.436

100%

Garantie MKB-faciliteiten

20.213

100%

Klein Krediet Corona (KKC)

164.763

22%

Budgetflexibiliteit begrotingsreserves

BMKB

De BMKB is een niet geheel kostendekkende regeling. De begrotingsreserve dient er toe om een discrepantie in de tijd tussen ontvangsten en uitgaven te verevenen en als buffer voor het niet-kostendekkende deel van de regeling. Het uitstaand obligo van de BMKB was ultimo 2020 circa € 1,8 mld en van de BMKB-C € 426 mln, waarmee de volledige begrotingsreserve juridisch verplicht is.

Garantie Ondernemingsfinanciering (GO) en de Groeifaciliteit (GF)

Bij de Garantie Ondernemingsfinanciering en de Groeifaciliteit is sprake van in opzet kostendekkende regelingen. Bij deze regelingen dient de begrotingsreserve ertoe de discrepantie in de tijd tussen ontvangsten en uitgaven te verevenen. Bij deze regelingen kunnen relatief grote verliesdeclaraties worden ingediend, die de omvang van de in enig jaar te ontvangen provisies te boven gaan. Voor die situaties is het nodig een forse begrotingsreserve aan te houden om deze tegenvallers binnen de begroting te kunnen accommoderen. Het uitstaande obligo voor deze regelingen was ultimo 2020 € 404 mln (GO), € 557,1 mln (GO-C) en € 51,8 mln (GF), waardoor de volledige reserves voor deze regelingen juridisch verplicht zijn. De omvang en benutting van de begrotingsreserves worden betrokken bij de evaluatie van deze regelingen.

MKB-faciliteiten

Dit betreft de begrotingsreserve ten behoeve van de fundinggaranties in het kader van het Aanvullend actieplan MKB-financiering. De begrotingsreserve dient er toe de discrepantie in de tijd tussen de premieontvangsten en de uitgaven te verevenen. Het uitstaand obligo ultimo 2020 van deze garanties is € 358,2 mln, waarmee de volledige voorziening juridisch is verplicht.

Klein Krediet Corona

Dit betreft de begrotingsreserve ten behoeve van de garantieregeling Klein Krediet Corona (KKC). De begrotingsreserve dient er toe de discrepantie in de tijd tussen de premieontvangsten en de uitgaven te verevenen. Het uitstaand obligo ultimo 2020 van deze garanties is € 36,4 mln, waarmee 22% van de voorziening juridisch is verplicht.

Voorgenomen stortingen of onttrekkingen begrotingsreserves

Tabel 24 Overzicht geraamd verloop begrotingsreserve Borgstelling MKB-kredieten (BMKB) (x € 1 mln)

 

Stand per 1/1/2021

Verwachte toevoegingen 2021

Verwachte onttrekkingen 2021

Verwachte stand per 1/1/2022

Verwachte toevoegingen 2022

Verwachte onttrekkingen 2022

Verwachte stand per 31/12/2022

337.975

 

1.882

336.093

n.v.t

n.v.t.

336.093

Tabel 25 Overzicht geraamd verloop begrotingsreserve Klein Krediet Corona (KKC) (x € 1 mln)

Stand per 1/1/2021 Verwachte toevoe- Verwachte onttrek- Verwachte stand per Verwachte toevoe- Verwachte onttrek- Verwachte stand per gingen 2021    kingen 2021    1/1/2022    gingen 2022    kingen 2022    31/12/2022

164.763    100.000    64.763    n.v.t.    n.v.t.    64.763

Voor de begrotingsreserve BMKB en KKC zijn de voorgenomen onttrekkingen voor 2021 opgenomen. Op basis van de daadwerkelijke verliesde-claraties en premieontvangsten wordt ultimo boekjaar bepaald of voor deze reserves een aanvullende onttrekking of storting aan de reserves dient plaats te vinden. Ditzelfde geldt voor de begrotingsreserves van de GO, GF, en MKB-faciliteiten. Op dit moment zijn deze stortingen of onttrekkingen nog niet precies te ramen.

Beleidsartikel 3 Toekomstfonds

  • A. 
    Algemene doelstelling

Versterken van de innovatieve kracht van Nederland door het beschikbaar stellen van financiering voor het innovatief en snelgroeiend mkb en voor fundamenteel en toegepast onderzoek en het behouden van vermogen voor toekomstige generaties. Om de toegang tot risicokapitaal te faciliteren zet EZK vanuit het Toekomstfonds diverse instrumenten in, zoals de regeling Vroegefasefinanciering (VFF), Seed Capital en de Dutch Venture Initiatieven. Ook de ROM's zijn ondergebracht in het Toekomstfonds. Deze instrumenten zijn adaptief aan marktontwikkelingen.

  • B. 
    Rol en verantwoordelijkheid

De Minister van EZK is rijksbreed verantwoordelijk voor versterking van het innovatievermogen, in het bijzonder gericht op het bedrijfsleven en verantwoordelijk voor het scheppen van randvoorwaarden voor een excellent ondernemingsklimaat.

De Minister van EZK en de bewindslieden van OCW coördineren en borgen de publieke kennisinfrastructuur voor toegepast en fundamenteel onderzoek.

Vanuit deze verantwoordelijkheden heeft de minister een financierende een faciliterende rol, samenhangend met de stimulerende, regisserende en faciliterende rollen zoals vermeld in artikel 2 van deze begroting.

Financieren/faciliteren

  • - 
    Het mede-financieren van investeringen in R&D en innovatie;
  • - 
    Het faciliteren van toegang tot en financieren van (risico)kapitaal voor bedrijven;
  • - 
    Het mede-financieren van Europese en internationale samenwerking op het gebied van onderzoek en innovatie.

Om - aanvullend op de begroting - het parlement te informeren over voortgang en effecten van beleid treft u op de website https://www.bedrij-venbeleidinbeeld.nl informatie aan over de indicatoren en kengetallen. Deze website is te zien als een digitale bijlage van de EZK-begroting.

  • C. 
    Beleidswijzigingen

Naar aanleiding van de evaluatie van de regeling Vroegefasefinanciering (VFF) (Kamerstuk 32 637, nr. 344) werken het Ministerie van EZK, de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland, de provincies en de Regionale Ontwikkelingsmaatschappijen samen aan de ontwikkeling van een regionale module binnen de VFF-regeling, welke sinds februari 2021 operationeel is. Hiervoor wordt in de jaren 2021 t/m 2023 in totaal € 30 mln committeringsbudget beschikbaar gesteld.

In 2021 heeft EZK samen met lokale stakeholders voor de regio Flevoland een regionale ontwikkelingsmaatschappij (ROM) opgericht op initiatief van regio Flevoland. Voor de regio Noord-Holland spannen de regionale stakeholders en EZK zich in om een nieuwe ROM aan het einde van 2021 op te richten. De ingezette middelen hebben tot doel de economische krachten in de regio te versterken middels participatie in innovatieve mkb en waar mogelijk samen met marktpartijen. Verder beogen zij sectorale initiatieven vanuit het topsectorenbeleid en ander generiek beleid te ondersteunen middels subsidies. Tenslotte beogen zij de samenwerking tussen het (innovatieve) mkb en kennisinstellingen in de regio te bevorderen.

  • D. 
    Budgettaire gevolgen van beleid

Tabel 26 Tabel Budgettaire gevolgen van beleid artikel 3 (bedragen x € 1.000)

 
 

2020

2021

2022

2023

2024

2025

2026

Verplichtingen

510.705

638.352

169.513

151.629

147.975

153.763

151.913

 

Uitgaven

440.275

439.513

245.374

227.952

222.095

198.332

217.402

 

Subsidies (regelingen)

2.791

4.894

3.162

3.136

2.978

2.398

0

Smart Industry (subsidie)

172

729

184

158

0

0

0

Haalbaarheidsstudies STW

796

815

0

0

0

0

0

Thematisch Technology Transfer

1.823

3.350

2.978

2.978

2.978

2.398

0

Leningen

429.133

419.066

233.474

216.078

210.379

187.196

208.664

Startups / MKB financiering

Volledig revolverend

Fund to Fund

16.500

52.768

27.292

11.266

13.101

15.800

10.800

ROM's

317.196

208.259

17.000

9.000

0

0

0

Dutch Future Fund

0

4.000

6.000

7.000

6.000

2.000

0

Deep Tech Fund

0

10.000

25.000

25.000

25.000

25.000

65.000

Fonds Alternatieve Financiering

0

10.000

10.000

10.000

10.000

10.000

0

Deels revolverend

Innovatiekrediet

50.838

44.761

56.999

56.933

58.689

57.689

57.689

Risicokapitaal SEED

26.916

38.062

53.559

61.257

61.253

56.086

56.086

Vroege fase / informal investors

12.657

17.393

20.514

20.497

22.597

14.597

14.597

Start ups / MKB

0

0

0

0

825

492

492

Investeringen in fundamenteel en toegepast onderzoek

Met vermogensbehoud

Investeringen in fundamenteel en toegepast onderzoek

497

16.979

2.500

0

0

2.500

2.500

Onco research

2.323

4.904

2.431

1.170

630

360

0

Smart Industry (leningen)

333

288

315

0

0

0

0

Thematische Technology Transfer

1.873

10.152

7.364

6.955

4.284

1.172

0

RegMed XB

0

1.500

4.500

7.000

8.000

1.500

1.500

Bijdrage aan agentschappen

8.351

15.553

8.738

8.738

8.738

8.738

8.738

Bijdrage RVO.nl

8.351

15.553

8.738

8.738

8.738

8.738

8.738

 

Ontvangsten

60.149

56.000

75.300

80.200

80.300

262.100

60.300

ROM's

26.755

0

30.000

30.000

30.000

210.000

0

Fund to Fund

0

29.750

17.900

17.900

15.000

13.800

13.000

DVI II

0

950

1.100

2.000

5.000

8.000

17.000

Investeringen in fundamenteel en toegepast onderzoek

1.183

0

0

0

0

0

0

Co-investment venture capital instrument /

EIF

15.000

0

0

0

0

0

0

Innovatiekredieten

8.452

15.000

16.000

20.000

20.000

20.000

20.000

SEED

7.542

10.300

10.300

10.300

10.300

10.300

10.300

Ontvangsten VFF

1.217

0

0

0

0

0

0

Tabel 27 Uitsplitsing verplichtingen (bedragen x € 1.000)

 
 

2020

2021

2022

2023

2024

2025

2026

Verplichtingen

510.705

638.352

169.513

151.629

147.975

153.763

151.913

waarvan garantieverplichtingen

0

0

0

0

0

0

0

waarvan overige verplichtingen

510.705

638.352

169.513

151.629

147.975

153.763

151.913

Budgetflexibiliteit

Het percentage juridisch verplicht (het deel van het beschikbare uitgavenbudget waarop al juridische verplichtingen rusten) is 73%.

Subsidies: Het budget in 2022 is voor 100% juridisch verplicht. Dit betreft de uitfinanciering van de verplichtingen in het kader van de regeling Smart Industry en de regeling Thematische Technology Transfer (TTT).

Leningen: Het budget in 2022 is voor 72% juridisch verplicht. Dit betreft een groot deel van het budget voor Innovatiekredieten, de Seed Capital regeling, Vroegefasefinanciering, de investeringen in fundamenteel en toegepast onderzoek en de regeling Thematische Technology Transfer. Het budget voor DVI/Fund of funds, Dutch Future Fund, Deep Tech Fund en het fonds voor Alternatieve financiering, Smart Industry en Oncode Institute is volledig juridisch verplicht. Het budget voor de Regionale Ontwikkelingsmaatschappijen voor kapitaalstortingen in het Investeringsfonds Zeeland (€ 5 mln) en ROM Utrecht (€ 12 mln) is bestuurlijk gebonden. Dit betreft 7% van het totale budget voor de categorie leningen.

Bijdrage aan agentschappen: Het budget betreft de financiering van het opdrachtenpakket 2022 aan de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO.nl) en is 100% juridisch verplicht.

Revolverendheid

Opbrengsten van succesvolle innovaties vloeien terug in het Toekomst-fonds, zodat ze weer opnieuw kunnen worden ingezet. Het fonds is daarmee additioneel aan de markt: de overheid neemt het grootste risico, waardoor private investeerders kunnen mee-investeren in innovatieve ondernemingen. De overheid deelt mee in de opbrengsten van geslaagde innovaties, waardoor deze middelen opnieuw kunnen worden ingezet voor het vergroten van het beschikbare risicokapitaal voor innovatieve bedrijven.

Figuur 4 Instrumenten Volledig revolverend (x € 1 mln)

1.000

87

ontvangsten

¦ t/m 2020    ¦ 2021    ¦ 2022

Figuur 5 Instrumenten Gedeeltelijk revolverend (x € 1 mln)

1.500 I

1.000

500

0

uitgaven    ontvangsten

¦ t/m 2020    ¦ 2021    ¦ 2022

Figuur 6 Instrumenten Fundamenteel en toegepast onderzoek (x € 1 mln)

100 -|

ontvangsten

¦ t/m 2020    ¦ 2021    ¦ 2022

Toelichting: In bovenstaande grafieken is voor de verschillende onderdelen van het Toekomstfonds weergegeven wat de verhouding is tussen de (geraamde) uitgaven van de diverse regelingen en de (geraamde) terugontvangsten op verstrekte kredieten. Ontvangsten op de geïnvesteerde bedragen worden eerst na verloop van een aantal jaar gerealiseerd. Bij instrumenten die relatief kort bestaan (bijvoorbeeld investeringen in fundamenteel en toegepast onderzoek) zijn hierdoor nog geen of nauwelijks ontvangsten gerealiseerd. Dit is het geval bij MKB-financiering volledig revolverend (DVI sinds ultimo 2012 en het Co-investeringsfonds sinds 2017) en de investeringen in fundamenteel en toegepast onderzoek (sinds 2016). De instrumenten in het onderdeel MKB-financiering gedeeltelijk revolverend, zoals de Seed Capital regeling en het Innovatiekrediet, bestaan al langer en kennen hierdoor al een substantiële ontvangstenrealisatie.

  • E. 
    Toelichting op de financiële instrumenten

De middelen in het Toekomstfonds worden revolverend ingezet voor de financiering van innovatieve en snelgroeiende mkb-bedrijven en voor fundamenteel en toepassingsgericht onderzoek. Ook de begrotingsmiddelen voor het Innovatiefonds MKB+ en de participatie van het Rijk in de Regionale Ontwikkelingsmaatschappijen (ROM's) zijn in het Toekomstfonds ondergebracht.

Subsidies

Smart Industry

Dit betreft de uitfinanciering van het subsidiedeel van de regeling Smart Industry (zie toelichting onder investeringen in fundamenteel en toegepast onderzoek met vermogensbehoud). Daarnaast is er € 3,5 mln beschikbaar gesteld voor de uitvoering van de Implementatie-agenda Smart Industry 2018-2021, waaronder de regionale Smart Industry Hubs.

Haalbaarheidsstudies STW

Via Proof of Concept, onderdeel van de investeringen in fundamenteel en toegepast onderzoek (met vermogensbehoud), is verspreid over de jaren vanaf 2017 in totaal € 4 mln beschikbaar gesteld (inclusief uitvoeringskosten) aan NWO-TTW voor de haalbaarheidsstudies voor innovatieve TOstarters. Met een haalbaarheidsstudie kan de innovatieve TO2 starter het proof of principle aantonen, evenals het commercieel perspectief van het beoogde product of proces of de beoogde dienst.

Thematische Technology Transfer

Dit betreft subsidies voor de genoemde activiteiten van de thematische samenwerkingsverbanden gericht op kennisoverdrachtsactiviteiten op een bepaald thema met als doel het helpen oprichten van kennisstarters in de periode 2019-2025. Tevens is er een beperkt budget voor management-kosten van de TTT-fondsen.

Leningen

Binnen de structuur van het in 2014 gevormde Toekomstfonds (Kamerstuk 34 000 XIII, nr. 5), bestaat het Innovatiefonds MKB+ uit volledig revolverende instrumenten (Fund to Fund het Dutch Venture Initiative (DVI), de Regionale Ontwikkelingsmaatschappijen, het Dutch Future Fund, het Deep Tech Fonds en het fonds voor Alternatieve financiering), en gedeeltelijk revolverende instrumenten (Innovatiekrediet, de Seed Capital regeling (risicokapitaal) en de regeling Vroegefasefinanciering).

MKB-financiering: volledig revolverend

Fund to Fund

Dutch Venture Initiative (DVI) heeft een vliegwieleffect voor de risicokapi-taalmarkt omdat het in fondsen investeert waarin private investeerders tussen de minimaal 50% en 90% meefinancieren. Dit effect wordt versterkt door het feit dat bedrijven met dit risicokapitaal gemakkelijker nieuw vreemd vermogen kunnen aantrekken. Met ondersteuning van DVI-fund-of-funds is sinds 2014 in totaal al voor meer dan € 4,2 mld aan risicokapitaal beschikbaar gekomen. De venture capital fondsen verkrijgen tussen € 5 mln en € 20 mln uit DVI. Al meer dan 320 ondernemingen hebben financiering uit DVI-fondsen verkregen.

Het eerste DVI-fonds van € 202,5 mln (EZK-bijdrage € 130 mln, EIF-bijdrage € 67,5 mln en BOM-bijdrage € 5 mln) is opgericht in 2013 en is inmiddels volledig gecommitteerd in 14 venture capital fondsen, waaronder een specifiek fonds voor business angels van € 45 mln. Het tweede DVI fund-of-funds van € 200 mln (EZK-bijdrage € 100 mln, EIF-bijdrage € 100 mln) is opgericht in 2016 en er zijn inmiddels 13 fondsen operationeel.

Regionale Ontwikkelingsmaatschappijen (ROM's)

De eventuele participaties in de ROM's worden onder de revolverende investeringen verantwoord. In 2021 is onder meer in totaal € 150 mln geraamd voor de versterking van het fondsvermogen van de ROM's. Daarnaast werden de corona-overbruggingsleningen in 2020 en 2021 ook op dit instrument verantwoord.

Dutch Future Fund

Het Dutch Future Fund (DFF) met een omvang van € 300 mln wordt uitgevoerd door het EIF in samenwerking met Invest-NL. Het fonds investeert in andere risicokapitaalfondsen zodat via die investeringsfondsen de beschikbare hoeveelheid kapitaal voor Nederlandse innovatieve groeibedrijven wordt vergroot. EZK heeft € 25 mln voor dit fonds beschikbaar gesteld.

Deep Tech Fund

Het Deep tech Fonds betreft een fonds dat investeringen in bedrijven met innovatieve complexe technologie mogelijk kan maken. Voor innovatieve ondernemingen die zowel kennis- als kapitaalintensief zijn, is het vaak moeilijk om financiering te vinden. Vaak gaat het om nieuwe technologieën die zich nog niet bewezen hebben en waar relatief grote risico's aan kleven. Het fonds wordt uitgewerkt als co-investeringsfonds en als separaat fonds ondergebracht bij Invest-NL. De omvang van het fonds zal € 250 mln bedragen, waarvan € 175 mln door de EZK wordt ingebracht en het resterende deel door Invest-NL.

Fonds Alternatieve Financiering (Dutch Alternative Credit Instrument) Samen met Invest-NL en het EIF is een fonds opgericht voor de funding van alternatieve financiers. De fondsomvang bedraagt € 200 mln, waarvan € 50 mln door EZK wordt ingebracht. Met het fonds kan het aanbod van funding voor alternatieve financiers worden vergroot. Hierdoor verkrijgen alternatieve financiers meer slagkracht om leningen te verstrekken aan ondernemers en kunnen zij een aantrekkelijk alternatief bieden voor bancaire financiering. Zo draagt het fonds bij aan een divers financierings-landschap.

Figuur 7 Participaties Regionale Ontwikkelingsmaatschappijen ultimo 2020 (x € 1 mln)

MKB-financiering: gedeeltelijk revolverend

Innovatiekrediet

Het Innovatiekrediet biedt toegang tot financiering voor met name het innovatieve mkb en start-ups en helpt bij het aantrekken van risicokapitaal. In een fase waarin bancaire financiering niet of nauwelijks beschikbaar is, maakt het Innovatiekrediet onder voorwaarde van 50-75% eigen middelen innovatieprojecten mogelijk met een maximale ondersteuning van € 10 mln voor technische ontwikkelingsprojecten en € 5 mln voor klinische projecten.

Risicokapitaal SEED

De Seed Capital regeling (risicokapitaal) ondersteunt starters in high tech en creatieve sectoren bij het verwerven van risicokapitaal.

Vroege fase / informal investors

De regeling Vroegefasefinanciering biedt financiering - in de vorm van een geldlening - voor academische, hbo en TO2 starters, voor innovatieve starters en kleine bedrijven in een vroege ontwikkelingsfase: van validatie en onderbouwing van een business case, van idee naar concept. Hierdoor wordt ook de toegang tot vervolgfinanciering gefaciliteerd. Dit initiatief wordt door RVO.nl en door NWO-TTW uitgevoerd. In 2021 is er een regionale module aan de regeling toegevoegd (als gevolg van de evaluatie), waardoor regionale financiers cofinanciering kunnen verkrijgen ten behoeve van het verstrekken van vroegefasefinanciering aan ondernemingen.

Bovengenoemde instrumenten versterken en stimuleren private vermogensverschaffers om innovatieprojecten van bedrijven te financieren en voorzien in de behoefte van bedrijven voor een betere toegang tot risicokapitaal voor innovatie.

Figuur 8 Gebruik regelingen Toekomstfonds

250 -|

2015    2016    2017    2018    2019    2020

 ¦   Aantal bedrijven dat Innovatiekrediet gebruikt    ¦ Aantal participaties via Seed Capital en Fund of Funds

¦    Aantal ondernemers dat Vroege Fase Financiering gebruikt

Tabel 28 Kengetallen

 

Kengetallen

2015

2016

2017

2018

2019

2020

Bron

Innovatiekrediet

           

RVO.nl

Aantal bedrijven dat Innovatiekrediet gebruikt

33

32

29

31

29

27

 

Omvang private R&D-uitgaven ondersteund met een Innovatiekrediet (x € 1 mln)

119

136

159

173

139

167

 

Seed Capital en Fund of funds

           

RVO.nl/EIF

Aantal participaties via Seed Capital en Fund of Funds

50

81

95

125

146

106

 

Omvang gestimuleerd risicokapitaal voor innovatieve bedrijven door Seed Capital en

Dutch Venture Initiative/Fund of Funds (x € 1 mln)

553

744

182

1.606

351

440

 

Vroegefasefinanciering

           

RVO.nl

Aantal ondernemers dat Vroege Fase

40

37

41

40

33

42

 

Financiering gebruikt

Regeling Thematische Technology Transfer    RVO.nl

Het aantal nieuwe (initiële) participaties in het afgelopen kalenderjaar van TTT-fondsen    12

Aantal startende bedrijven ten gevolgen van de valorisatieactiviteiten door een TTT-

samenwerkingsverband    6

Investeringen in fundamenteel en toegepast onderzoek (met vermogensbehoud)

Vanuit het onderzoeksdeel van het Toekomstfonds wordt geïnvesteerd in nieuwe onderzoeksfaciliteiten, upgrading van bestaande faciliteiten en kennisbenutting.

Investeringen in fundamenteel en toegepast onderzoek De middelen zijn nodig voor de uitfinanciering van de regeling Toekomst-fonds Onderzoeksfaciliteiten (TOF), waarmee van 2015 tot en met 2017 investeringen in hoogwaardige onderzoeksfaciliteiten zijn ondersteund. Ook betreft dit de over meerdere jaren beschikbare buffer voor de niet volledig revolverende investeringen in fundamenteel en toegepast onderzoek.

Oncode Research

Oncode Institute wordt mede gefinancierd uit het onderzoeksdeel van het Toekomstfonds, gericht op Thematische Technology Transfer. Oncode Institute is een pilot die zich richt op de toepassing van wetenschappelijk oncologisch onderzoek voor betaalbare oplossingen voor de patiënt.

Smart Industry (leningen)

Dit betreft de uitfinanciering van het leningendeel van de regeling Smart Industry Fieldlabs die in 2017 is gepubliceerd en eenmalig is opengesteld. De regeling heeft als doel om de digitalisering van de industrie te versnellen door de slimme inzet van nieuwe productietechnologieën (bijvoorbeeld 3D-printers, robots, drones en sensoren) in combinatie met ICT. De verstrekte subsidie bestaat voor tweederde uit een renteloze lening.

Thematische Technology Transfer

De TTT-regeling heeft als doel het vergroten van de beschikbaarheid van risicofinanciering voor kennisstarters. Dit wordt gedaan door middel van TTT-fondsen in de periode 2019 tot en met 2025. De investeringen van de fondsen revolveren en hebben een looptijd van maximaal 9 jaar.

RegMed XB

Er is € 30 mln aan middelen uit het Toekomstfonds beschikbaar voor de financiering van publiek-private samenwerkingen, zoals het RegMedXB PPE fonds. Met een revolverend financieel instrument worden deze middelen ingezet voor de financiering van projecten om innovatie en bedrijvigheid te stimuleren. Die projecten richten zich op het ontwikkelen van medische oplossingen op het gebied van regeneratieve geneeskunde waarmee ook wordt bijgedragen aan de beheersing van zorgkosten. Van de beschikbare € 30 mln is € 15 mln afkomstig van de begroting van het Ministerie van VWS.

Bijdrage aan agentschappen

Dit betreft de bijdrage aan de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland voor de uitvoering van de diverse regelingen van het Toekomstfonds, zoals het Innovatiekrediet, de Seed Capital regeling, de regeling Vroegefasefi-nanciering, het Toekomstfondskrediet onderzoeksfaciliteiten, de TTT-regeling en de regeling Smart Industry.

Toelichting op de ontvangsten

De ontvangsten van het Toekomstfonds betreffen de op de EZK-begroting geraamde terugbetalingen van kredieten (hoofdsom en rente) in het kader van het Innovatiekrediet en Vroegefasefinanciering. Daarnaast worden de terugontvangsten van het Dutch Venture Initiative (DVI) en de Seed Capital regelingen verantwoord. Deze ontvangsten bestaan uit de opbrengsten van rente, dividend en de verkoopwaarde van ondernemingen op het moment dat een fonds haar belangen daarin verkoopt.

Ook worden de ontvangsten in het kader van de Regionale Ontwikkelingsmaatschappijen in het Toekomstfonds verantwoord. Dit betreft eventuele dividenden of in voorkomende gevallen de opbrengst van aandelenverkopen. Ook hebben de ontvangsten betrekking op de terugontvangst van de middelen die aan de ROM's ter beschikking zijn gesteld voor het verstrekken van de Corona-overbruggingsleningen aan bedrijven.

Beleidsartikel 4 Een doelmatige energievoorziening en beperking van de klimaatverandering

  • A. 
    Algemene doelstelling

De doelstelling bij artikel 4 is om in het kader van het klimaatbeleid in internationaal verband bij te dragen aan het realiseren van de doelen van de klimaatovereenkomst van Parijs en, in Europees verband, het realiseren van een netto-reductie van broeikasgassen in 2030 van ten minste 55% ten opzichte van 1990 en klimaatneutraliteit in 2050.

Nationaal worden de doelen uit de Klimaatwet nagestreefd:

  • - 
    een reductie van de emissies van broeikasgassen van 49% in 2030 ten opzichte van 1990
  • - 
    een reductie van de emissies van broeikasgassen met 95% in 2050 ten opzichte van 1990
  • - 
    een volledige CO2-neutrale elektriciteitsproductie in 2050.

Figuur 9 Uitstoot broeikasgassen Nederland in mld CO2-equivalenten

Bron CBS. De cijfers voor 2020 zijn voorlopige cijfers.

In het kader van het energiebeleid werken we toe naar een CO2-arme energievoorziening die veilig, betrouwbaar en betaalbaar is, op zodanige wijze dat economische kansen worden verzilverd en energie in het ruimtelijk beleid is geïntegreerd. De belangrijkste maatschappelijke uitdagingen waarop gefocust wordt zijn de klimaat- en energietransitie en de goede technische en veilige invulling van de afbouw van de winning uit het Groningenveld.

Volgens de Klimaatwet moet het kabinet elke vijf jaar een Klimaatplan vaststellen waarin staat op welke manier de gestelde doelen worden gerealiseerd. Uitvoering van de afspraken uit het Klimaatakkoord is hier onderdeel van. De maatregelen die het kabinet neemt vormen een samenhangend pakket dat door verschillende partijen in verschillende sectoren wordt uitgevoerd. De maatregelen zijn er onder andere op gericht om CO2-reducerende technieken verder uit te rollen en rendabel te maken, knelpunten die een transitie naar een CO2-arme economie in de weg staan op te lossen en regionale en lokale samenwerking en participatie rond de transitie te versterken. Voor de kortere termijn stuurt het kabinet daarnaast nog op het realiseren van de doelstelling van 16% duurzame energie in 2023, die nog voortvloeit uit het Energieakkoord.

Om deze doelstellingen te bereiken zet EZK een mix van normerende en beprijzingsinstrumenten en subsidies in, maar ook niet-financiële instrumenten zoals het transitiegericht maken van energieregelgeving om de werking van de energiemarkt te verbeteren.

Om uitvoering te geven aan het Urgendavonnis moet Nederland in 2020 en de jaren daarna de CO2-uitstoot met minimaal 25% reduceren ten opzichte van 1990. Hiertoe heeft het kabinet de afgelopen jaren op verschillende momenten maatregelen aangekondigd.

De doelstelling voor het aandeel hernieuwbare energie van 14% is in Nederland in 2020 niet gehaald met alleen binnenlandse productie. Het kabinet blijft maximaal inzetten op een groter nationaal aandeel hernieuwbare energie om zo de doelstelling van 16% voor 2023 te behalen.

In oktober 2020 presenteerde het kabinet de eerste Klimaatnota met daarin een appreciatie van de voortgang van het klimaatbeleid en de prioriteiten voor het aankomende jaar. Deze kabinetsappreciatie is gebaseerd op de Klimaat- en Energieverkenning 2020 van het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) en de Monitor Klimaatbeleid. In oktober 2021 publiceert het kabinet de volgende Klimaatnota. De verhoging van de Europese ambitie voor 2030 van ten minste 40% reductie van broeikasgassen ten opzichte van 1990 naar netto tenminste 55%, zal ook effect hebben op de klimaatopgave in Nederland. Het kabinet heeft de Studiegroep Invulling Klimaatopgave Green Deal gevraagd de gevolgen van de Europese ophoging voor Nederland in kaart te brengen, zodat een volgend kabinet dit kan gebruiken voor het vaststellen van aanvullende klimaatafspraken.

  • B. 
    Rol en verantwoordelijkheid

De Minister van EZK is op basis van de Klimaatwet verantwoordelijk voor het nationale klimaatbeleid en de inhoudelijke lijn voor de nationale inbreng in de ontwikkeling van het Europese en het mondiale klimaatbeleid.

De Minister van EZK is verder op grond van de Elektriciteitswet 1998, de Gaswet, de Warmtewet en de Mijnbouwwet verantwoordelijk voor het energiebeleid. Hieruit vloeien de volgende verantwoordelijkheden voort.

Klimaatbeleid

Regisseren

  • - 
    Regisseren van het nationale klimaatbeleid op basis van de nationale doelen en de werkwijze zoals deze is vastgelegd in de Klimaatwet, met het oog op het door Nederland nakomen van de (onder andere) in United

Nations Framework Convention on Climate Change (UNFCCC) en EU-verband gemaakte afspraken over het reduceren van CO2- en overige broeikasgasemissies. Hieronder valt ook het emissiehandelssysteem, waarin CO2-emissierechten worden toegewezen en geveild.

  • De regie op de internationale aspecten van het klimaatbeleid, inclusief het politieke optreden en de vertegenwoordiging in de betreffende internationale gremia. Daaronder vallen onder andere de Europese Transport- en Milieuraad en relevante VN-bijeenkomsten.

(Doen)Uitvoeren

  • De coördinatie van de Nederlandse inzet in internationaal kader bij de vaststelling van normen en plafonds, de vertaling daarvan naar Nederlandse wet- en regelgeving en de verdeling van doelstellingen over sectoren en milieuthema's. De doelen en normen hebben betrekking op het reduceren van CO2-emissies, op de productie en de inzet van duurzame biobrandstoffen, op de mondiale uitfasering van ozonlaagafbrekende stoffen en van gefluorideerde broeikasgassen en op de handel in CO2-emissierechten (Emissions Trading System/ETS).
  • De opdracht aan de Nederlandse Emissieautoriteit (NEa) voor het handelssysteem in CO2-emissierechten, waaronder het toewijzen en doen veilen van CO2-emissierechten. Ook de registratie van hernieuwbare energie voor het verkeer en de rapportage hierover ter controle van de duurzaamheid en de CO2-prestatie en het toezicht op de bijstook van duurzame biomassa bij energiecentrales zijn hier onderdeel van.

Stimuleren

Om de klimaatdoelen te behalen worden maatschappelijke partners proactief betrokken. De Minister van EZK stimuleert het in stand houden, aangaan en organiseren van allianties met en tussen bedrijven, branches, overheden, burgers en kennisorganisaties rondom de doelen uit de Overeenkomst van Parijs, het Klimaatakkoord en het Energieakkoord.

Energiebeleid

Regisseren

  • Het regisseren van de realisatie van grote energieinfrastructuur-projecten die onder de Rijkscoördinatieregeling (RCR) vallen; dit betekent als projectminister, samen met de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK), verantwoordelijk voor de ruimtelijke inpassing van energieprojecten en voor de coördinatie van benodigde vergunningen.
  • Het versneld uitrollen van windenergie op zee richting 2030 en verder.
  • Het actief participeren in Europese en internationale netwerken ten behoeve van energy governance, kennis brengen naar en leren van andere landen en instellingen, inclusief de bijdrage aan het internationale oliecrisisbeleid.
  • Het creëren van randvoorwaarden waardoor de energievoorziening internationaal kan concurreren en het verdienpotentieel van de energiesector in relatie tot de energietransitie ten volle wordt benut.
  • Het creëren van randvoorwaarden voor een doelmatige, veilige en verantwoorde energietransitie, inclusief winning van onze bodemschatten.
  • Het bieden van mogelijkheden aan, en het faciliteren van, lokale duurzame energie-initiatieven.
  • Het coördineren van het energiebesparingsbeleid via de verschillende vakministers.
  • - 
    Het creëren van randvoorwaarden voor de ontwikkeling van innovatie-ecosystemen;.
  • - 
    Het uitvoeren van de vergunningverlening voor de mijnbouw.
  • - 
    Het creëren van randvoorwaarden voor een goede nucleaire (kennis)infrastructuur en veilige uraniumverrijking, met inbegrip van de taken die hierover zijn opgenomen in internationale verdragen, met het oog op de bewaking en beveiliging van de hierbij betrokken kennis en technologie.

Financieren

Het voeren van het financieel instrumentarium op de beleidsterreinen hernieuwbare energie, energiebesparing, energie-infrastructuur, mijnbouwklimaat en klimaat- en energie-innovatie, gericht op het realiseren van CO2-reductie en een goed werkend energiesysteem.

Stimuleren

  • - 
    Het vergroten van het aandeel hernieuwbare energie conform afspraken Energieakkoord respectievelijk Klimaatakkoord en de Richtlijn Hernieuwbare Energie (RED).
  • - 
    Het stimuleren van energiebesparing(conform afspraken Energieakkoord respectievelijk Klimaatakkoord en de Europese Energie-Efficiency Richtlijn (EED).
  • - 
    Het stimuleren van de ontwikkeling en gebruik van klimaat- en energie-innovaties.
  • - 
    Het stimuleren van de verdergaande reductie van CO2-uitstoot van en energiebesparing bij energiebedrijven en industrie.
  • - 
    Het stimuleren van goed werkende nationale en Europese energiemarkten met een adequate infrastructuur en bijbehorende wetgeving.
  • - 
    Het stimuleren van de transitie naar een schone, betrouwbare, veilige en betaalbare energievoorziening.

De voortgang van het Klimaatbeleid wordt gemonitord in de Monitor Klimaatbeleid en (vanaf 2021) in het bijbehorend online dashboard. Hieronder is een selectie van relevante indicatoren opgenomen die specifiek relevant zijn in relatie tot de EZK-begroting. Sommige zijn ook te vinden in de Monitor Klimaatbeleid, andere zijn uit andere bronnen afkomstig.

 

Tabel 29 Prestatie-indicatoren behorend bij Klimaat

  • - 
    en energiebeleid
     

Prestatie-indicatoren

2016

2017

2018

2019

20201

Ambitie 2030 Bron

Reductie van de emissies van broeikasgassen t.o.v. 1990

11,7%

12,6%

15,1%

18,0%

25,4%2

49% CBS, KEV2020

Emissies ETS-sectoren (Mton CO2-eq)

93,9

91,4

87,4

83,7

n.n.b.

n.v.t. RIVM3

Emissies niet-ETS-sectoren (Mton CO2-eq)

99,7

99,7

99,4

97,0

n.n.b.

n.v.t. RIVM3

Aandeel duurzame energie (% van het totale energieverbruik)

6,00%

6,60%

7,40%

8,70%

10-11,6%

27% KEV2020

Prestatie-indicatoren elektriciteit

Gerealiseerd vermogen hernieuwbare elektriciteit op land (wind en zon-pv in MW)

5.435

6.156

8.044

10.704

14.313

t CBS,

n'v't' KEV20204

Gerealiseerd vermogen hernieuwbare elektriciteit op zee (MW)

957

957

957

957

2.500

t CBS,

n'v't' KEV20204

Gerealiseerd vermogen in waterstofprojecten uit elektrolyse (MW)

geen data

geen data

1,1

1,1

1,1

Monitor

n.v.t. Klimaatbeleid

2020

Prestatie-indicatoren industrie

Cumulatieve vermeden CO2 vanaf 2015 door procesefficiëntie (in tonnen)

1.007.183

1.830.466

2.560.195

3.215.997

n.n.b.

Monitor

n.v.t. Klimaatbeleid 20205

Gerealiseerde cumulatieve energiebesparing van

EIA en MJA/MEE (PJ)

21,1

37,4

53,5

53,5

n.n.b.

Monitor

n.v.t. Klimaatbeleid 20205

Toegekende duurzame investeringen in de industrie via EIA en MIA-Vamil (bedragen in €1000)

224.746

275.428

422.999

275.635

n.n.b.

Monitor

n.v.t. Klimaatbeleid 20205

Groengasproductie in relatie tot de productie van elektriciteit en warmte uit biomassa (PJ)

2,62

3,1

3,38

n.n.b.

n.n.b.

Monitor

n.v.t. Klimaatbeleid 2020

Prestatie-indicatoren gebouwde omgeving

           

Monitor

Klimaatbeleid

Aandeel warmtepompen in verwarming woning

geen data

2,4%

2,6%

3,6%

n.n.b.

n.v.t. 2020,

           

warmtemonitor

20196

Gemiddeld aardgasgebruik van huishoudens en diensten (GJ/woning)

geen data

40,1

39,9

geen data

n.n.b.

Monitor

n.v.t. Klimaatbeleid 20207

Verdeling geregistreerde woningen met energielabel A of B

30%

31%

32%

33%

n.n.b.

Monitor

n.v.t. Klimaatbeleid 20207

Aantal gebouwen in utiliteitsbouw met energielabel

         

Monitor

A+, A of B (nog maar 82% heeft nog geen

geen data

23.379

geen data

geen data

66.268

n.v.t. Klimaatbeleid

geregistreerd energielabel)

         

20207

1    Alle cijfers die genoemd worden voor 2020 zijn voorlopig. De realisatie in 2020 van de indicatoren die gebaseerd zijn op de Klimaatmonitor is pas in november 2021 beschikbaar (KEV2021). Ook de cijfers van het RIVM over 2020 zijn nog niet beschikbaar.

2    In het vonnis van de Urgenda-zaak is uitgesproken dat de Staat 25% CO2-reductie in 2020 ten opzichte van 1990 moet realiseren.

3    RIVM. Emissieregistratie.nl, Emissies, ETS versus niet-ETS.

4    CBS (2020) Hernieuwbare elektriciteit: productie en vermogen (Statline).

5    RVO.nl (2020) interne cijfers MIA/VAMIL/EIA/SDE+ en ISDE regelingen.

6    RVO.nl (2020) Energielabelregistratie.

7    PBL (2020) Klimaat- en Energieverkenning, bewerking RVO.nl.

Voor het aandeel duurzame energieproductie is een ambitie geformuleerd voor 2020 (14%) en 2023 (16%).

De gerealiseerde hernieuwbare elektriciteit op land betreft waterkracht, wind op land, zon en biomassa voor elektriciteit.

Meer informatie is te vinden bij de NEa (o.a. voor het klimaatbeleid en het Emissions Trading System). Overige informatieve links zijn: EBN, PBL (feiten en cijfers over energie en energievoorziening), CBS (Energiebalans: aanbod, omzetting en verbruik), RVO.nl (publicaties en documenten inzake duurzame energieproductie), energieopwek.nl (online benadering van dagelijks opgewekte duurzame energie).

Tabel 30 Kengetallen in afgelopen jaren verstrekte subsidies (bedragen x € 1.000)

 

Kengetallen

2016

2017

2018

2019

2020

Bron

  • 1. 
    Aantal energieprojecten dat subsidie ontvangt op basis van MEP, SDE of SDE+

12.681

13.495

15.597

19.034

23.627

RVO.nl

waarvan aantal windparken op land

377

322

416

513

617

 

waarvan aantal windparken op zee

5

4

4

3

8

 

waarvan aantal zon-PV projecten

11.907

12.730

14.715

18.025

22.483

 

waarvan aantal biomassa-projecten

355

397

410

430

445

 

waarvan aantal overige (covergisting, wkk, geothermie e.d.)

37

42

52

63

74

 
  • 2. 
    Bedrag verstrekte garanties garantieregeling aardwarmte

27.675

11.050

0

0

0

RVO.nl

Aantal verstrekte garanties garantieregeling aardwarmte

4

1

0

0

0

 
  • 3. 
    Bedrag uitgekochte woningen op basis van uitkoopregeling

0

24.380

20.988

15.978

8.968

RVO.nl

Aantal uitgekochte woningen op basis van uitkoopregeling

01

64

56

44

24

 
  • 4. 
    Aantal gesubsidieerde projecten op basis van de Tenderregeling Energie-innovatie

99

105

230

128

71

RVO.nl

  • 5. 
    Aantal gesubsidieerde projecten op basis van de

DEI/DEI+

23

22

15

87

50

RVO.nl

  • 6. 
    Aantal gesubsidieerde projecten op basis van de HER

27

26

21

18

6

RVO.nl

  • 7. 
    Aantal deelnemende bedrijven bij TKI

1.200

1.400

1.800

2.100

2.350

RVO.nl

  • 8. 
    Concentratiegraad in de retailsector elektriciteit - HHI

1.992

1.822

1.951

2.021

1.918

ACM

  • 9. 
    Concentratiegraad in de retailsector elektriciteit - C3

75%

72%

74%

75%

72%

ACM

  • 10. 
    Concentratiegraad in de retailsector gas - HHI

1.895

1.821

1.949

1.949

1.941

ACM

  • 11. 
    Concentratiegraad in de retailsector gas - C3

74%

72%

74%

72%

73%

ACM

  • 12. 
    Elektriciteitsstoringen in minuten per jaar

21

24

27

20

21

ACM

  • 13. 
    Ontwikkeling kostprijs hernieuwbare Wind op Land (EUR/MWh)

86

79

67

68

51

Monitor

Klimaatbeleid

20202

           

Monitor

  • 14. 
    Ontwikkeling kostprijs Zon-PV (EUR/MWh)

128

125

110

95

80

Klimaatbeleid

           

20202

1    Regeling is pas vanaf 2017 ingegaan.

2    PBL (2020) Eindadvies basisbedragen SDE++ 2020.

Kengetal HHI en C3

De C3 is het gezamenlijk marktaandeel van de drie grootste leveranciers. De mate van concentratie op de kleinverbruikersmarkt voor elektriciteit en gas vormt een indicatie voor de concurrentie op die markten. Een indicator hiervoor is de Herfindahl-Hirschman Index (HHI). Een markt met een HHI onder de 1.800 punten wordt gezien als een competitieve markt en een markt met een index tussen de 1.800 en 8.000 punten wordt gezien als een geconcentreerde markt. Het is vele jaren beleid van het ministerie geweest om de concentratiegraad te verlagen en dat beleid is nu geëffectueerd, zodat er geen actief beleid meer op gevoerd wordt. Wel wordt de concentratiegraad nog jaarlijks door ACM gemonitord.

  • C. 
    Beleidswijzigingen

Beleidswijzigingen Klimaatbeleid

Uitvoering Klimaatakkoord

Het kabinet is samen met alle partijen die betrokken zijn bij het Klimaatakkoord inmiddels twee jaar bezig met de uitvoering ervan. De grote inspanningen die zijn en worden gepleegd door alle partijen leiden er nog niet toe dat het 2030-broeikasgasreductiedoel van 49% binnen bereik is. Hier ligt een aantal factoren aan ten grondslag die buiten de invloedsfeer van het Klimaatakkoord liggen, waaronder een lage gasprijs. Er zullen de komende jaren daarom forse extra stappen gezet moeten worden. 2022 zal in dit teken staan. Enerzijds zal het volgende kabinet nationaal invulling willen geven aan de opgehoogde Europese 2030-doelstelling van ten minste 55% CO2-reductie. Anderzijds zal het volgende kabinet ook zijn eigen ambities willen vertalen in aanvullend beleid. Om hierop voorbereid te zijn heeft een onafhankelijke ambtelijke studiegroep onder leiding van Laura van Geest hiertoe beleidsopties in kaart gebracht.

Het kabinet heeft besloten om € 6,8 mld extra te investeren in klimaatmaat-regelen, bovenop het bestaande klimaatbeleid. Een deel hiervan is nodig voor de uitvoering van het Klimaatakkoord. Het pakket is met name bedoeld om uitvoering te geven aan het Urgenda-vonnis en het realiseren van de klimaatdoelstellingen voor 2030 en 2050. Met dit pakket doet het kabinet recht aan de urgente klimaatopgave, gegeven haar demissionaire status. Bijna het volledige bedrag zal aanvankelijk worden gereserveerd op de Aanvullende Post bij het Ministerie van Financiën en zal later - onder voorwaarde van een bestedingsplan - worden overgeheveld naar de diverse departementale begrotingen.

Impuls onderzoek windenergie op zee

De huidige routekaart windenergie op zee is gericht op circa 11 GW aan capaciteit op zee in 2030. Het kabinet verkent mogelijkheden tot verhogen van de ambitie naar 21 GW aan capaciteit op zee om de Europese klimaat-doelstelling van 55% CO2-reductie in 2030 en de verduurzamings-opgave in de industrie te halen. Om de optie tot versnellen van windenergie op zee tot 21 GW in 2030 voor het volgend kabinet open te houden, heeft het kabinet besloten om extra middelen beschikbaar te stellen. Voor de verhoging van de ambitie met 10 GW is namelijk veel onderzoek nodig om de uitrol en aanlanding van windenergie op zee te realiseren binnen ecologische randvoorwaarden en in balans met ander gebruikers van en ruimteclaims op de Noordzee. Het gaat dan vooral om (locatie)onderzoeken: ecologie, geotechnisch onderzoek naar de bodemcondities en onderzoek naar windsnelheden, morfologie en archeologie. Voor deze onderzoeken is een additioneel bedrag van € 150 mln op de begroting gereserveerd. Het volgend kabinet beslist uiteindelijk over de hoogte van de aanvullende ambities voor windenergie op zee.

Europese Klimaatdoelen

De Europese Unie heeft eind december 2020 een opgehoogd netto klimaatdoel van ten minste 55% CO2-reductie in 2030 ten opzichte van 1990 aangenomen en deze doelstelling begin 2021 in de Europese Klimaatwet verankerd. In juli heeft de Commissie het Fit-for-55%-pakket gepresenteerd , bestaande uit een groot aantal voorstellen om nieuwe en bestaande klimaat- en energieregelgeving in lijn te brengen met de opgehoogde emissiereductiedoelen voor 2030 en 2050. Het gaat hier onder meer om voorstellen voor herziening van het Emissiehandelssysteem (ETS), de Effort Sharing Regulation (ESR), de verordening voor landgebruik, verandering in landgebruik en bosbouw (LULUCF), de richtlijnen inzake energie-efficiëntie (EED) en hernieuwbare energie (RED), richtlijnen voor CO2-eisen van voertuigen, de richtlijn energiebelasting (ETD) en een Carbon Border Adjustment Mechanism (CBAM). In het laatste kwartaal van 2021 volgen voorstellen voor de Energy Performance of Buildings Directive (EPBD), wetgeving voor methaanemissies en de herziening van het derde gaspakket (de interne gasmarkt en waterstof, ook wel het decarbonisatiepakket genoemd). EZK zal zich inzetten dat dit «Fit for 55%»-pakket op een kosteneffectieve manier wordt vormgegeven, waarbij zowel de EU als Nederland optimaal gepositioneerd zijn om het 2030-doel als tussenstop naar klimaat-neutraliteit in 2050 te kunnen realiseren. Alle sectoren zullen een bijdrage moeten leveren aan het overkoepelende doel, conform de integrale aanpak van de Europese Green Deal. Primair zet het kabinet in op aanscherping van het emissiehandelssysteem (ETS) en een sterker bronbeleid, zoals strengere EU-normen voor CO2-emissies van voertuigen.

Uitvoering Urgenda-vonnis

Op 24 april 2020 heeft het kabinet aanvullende maatregelen gepresenteerd om uitvoering te geven aan het Urgenda-vonnis om in 2020 en de jaren daarna de CO2-uitstoot terug te brengen met 25% ten opzichte van 1990 (Kamerstuk 32 813, nr. 496). De resultaten uit de KEV2020 lieten zien dat de onzekerheidsbandbreedte over de emissies de komende jaren fors is, waarmee het onzeker blijft of 25% emissiereductie gerealiseerd kan worden. Op 9 december 2020 heeft het kabinet hiertoe nog enkele aanvullende maatregelen aangekondigd, waaronder het verbeteren van de naleving van de energiebesparingsplicht en de verbrede inzet op de handhaving van sterk gefluoreerde broeikasgassen (Kamerstuk 32 813, nr. 644 ). De maatregelen gericht op het terugdringen van de CO2-uitstoot bij kolencentrales zullen in 2021 ook nog een aanvullende reductie tot gevolg hebben.

Beleidswijzigingen Energiebeleid

Regionale Energiestrategieën

Overal in Nederland zijn gemeenten, provincies en waterschappen aan de slag met het opstellen van Regionale Energiestrategieën (RES'en). Via de RES'en wordt gewerkt aan 35 TWh aan duurzame energieopwekking op land via wind of zon in 2030. Deze plannen moeten draagvlak hebben en passen in het landschap en binnen de capaciteit van het elektriciteitsnetwerk in 2030. Tevens wordt de bovengemeentelijke vraag en aanbod van de warmtebronnen in beeld gebracht. Op 1 juli 2021 hebben de 30 RES regio's hun RES 1.0 opgeleverd. Het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) komt eind 2021 met een analyse van de RES'en 1.0.

Met de oplevering van de RES 1.0 komen we in de uitvoerende fase van het RES-proces. Hierin werken de RES'en van plannen op hoofdlijnen naar steeds concretere plannen, zodat op 1 januari 2025 alle te realiseren projecten planologisch zijn vergund en deze in aanmerking kunnen komen voor subsidiëring vanuit de SDE++. In de uitvoeringsfase zal onder meer aandacht zijn voor de verankering van de RES'en 1.0 in de instrumenten van de Omgevingswet. Ook de ingezette participatieprocessen zullen dan een vervolg krijgen. Het Rijk (BZK, EZK) speelt hierin een rol als een actieve, gecommitteerde partner in het RES-proces. Dit doet het Rijk niet alleen vanuit de borging van de afspraken uit het Klimaatakkoord, maar ook vanuit zijn verantwoordelijkheden en bevoegdheden in het klimaat- en energiebeleid, de betrouwbaarheid, veiligheid en betaalbaarheid van het energiesysteem, de inzet van Rijksgronden en -vastgoed en de borging van nationale belangen en ruimtelijke uitgangspunten voor de RES.

Door een volgend kabinet, in samenspraak met de decentrale overheden, wordt een besluit genomen over de continuering van het Nationaal Programma (NP) RES.

CCS

De toepassing van CO2-afvang, -transport en -opslag (CCS) is een belangrijke (overgangs)technologie in de verduurzaming van de in Nederland gevestigde industrie en is essentieel voor Nederland om haar CO2-reductiedoelstelling voor 2030 te behalen. Om daadwerkelijk in 2030 een significante bijdrage te kunnen leveren, is tijdige ontwikkeling van de infrastructuur voor transport en opslag van CO2 van groot belang. Met de ontwikkeling van het Porthos-project spelen de deelnemingen EBN, Gasunie en Havenbedrijf Rotterdam (HbR) een cruciale rol in de totstandkoming van het eerste grootschalige CCS-project in Nederland. Het afgelopen jaar zijn er belangrijke vorderingen gemaakt in dit project. Er is SDE++-subsidie toegekend en de RCR-procedure is gestart. Naar verwachting zal het project in 2022 zijn finale investeringsbeslissing nemen, waarna in 2024 gestart kan worden met de daadwerkelijke opslag van 2,5 Mton CO2 per jaar. De komende tijd zal de SDE++ een cruciale rol blijven spelen in de realisatie van verdere uitrol van CCS. Verschillende marktpartijen hebben hun interesse getoond in de verdere ontwikkeling van CCS in Nederland. Het Rijk ziet er hierbij op toe dat de publieke belangen van veiligheid, ruimtelijke inpassing en tijdige realisatie geborgd worden en blijven. EBN zal een rol toegewezen krijgen in de opslag van CO2, naast de commerciële operators. De hiervoor benodigde wetswijziging zal worden voorbereid. De ondersteuning van haalbaarheidsstudies, innovatie en kennisontwikkeling door onder andere de Topsector Energie-regelingen blijft gehandhaafd, net als de internationale samenwerking om zo kennisoverdracht tussen landen en projecten te bevorderen.

Schadeafhandeling

Op 8 juli 2019 (Kamerstuk 32 849, nr. 188) is de Tweede Kamer geïnformeerd over het streven om te komen tot een landelijke aanpak voor afhandeling van mijnbouwschade buiten het Groningenveld en de gasopslag Norg. Sinds 1 juli 2020 is de onafhankelijke Commissie Mijnbouwschade (hierna: Commissie) operationeel geworden. De Commissie ontzorgt schade-melders door de omvang van de schade te onderzoeken en te bepalen of de schade is veroorzaakt door bodembeweging als gevolg van mijnbouw. Op dit moment adviseert de Commissie over de schadegevallen ten gevolge van olie- en gaswinning buiten het Groninger gasveld. Vanaf 1 november 2021 zal de Commissie zich ook gaan bezighouden met de schadegevallen als gevolg van bodembeweging door de zoutwinning. In de toekomst zullen ook de sectoren geothermie en de voormalige steenkolenwinning aan het werkpakket van de Commissie worden toegevoegd.

Warmtewet

Collectieve warmtebronnen en -netten spelen naar verwachting op de korte termijn al een belangrijke rol in het behalen van de 2030-doelstellingen. Het wetsvoorstel Collectieve Warmtevoorziening beoogt de groei en verduurzaming van collectieve warmtesystemen in de gebouwde omgeving te faciliteren en vormt zo een belangrijk fundament voor de energietransitie (Kamerstuk 30 196, nr. 566). Het wetsvoorstel is samen te vatten in vier pijlers: marktordening, tariefregulering, duurzaamheid en leveringszekerheid (Kamerstuk 30 196, nr. 694, nr. 704 en nr. 743). Het voornemen is het wetsvoorstel in 2022 bij de Tweede Kamer in te dienen.

Uitwerking landenspecifieke aanbevelingen (motie Schouw)

De Europese Commissie heeft in 2020 een landenspecifieke aanbeveling gedaan om investeringen toe te spitsen op de groene en digitale transitie, onder andere op de ontwikkeling van duurzame infrastructuur en het schoon en efficiënt opwekken en gebruiken van energie. Het kabinet erkent in zijn reactie dat een ambitieus klimaat- en energiebeleid en digitalise-ringsbeleid essentieel is voor het toekomstige verdienvermogen van Nederland (brief van 5 juni 2020, Kamerstuk 21 501-20, nr. 1558). De ontwikkeling van duurzame infrastructuur is de inzet van het Programma Energie-hoofdstructuur, waarin een nieuwe ruimtelijke planning van het energiesysteem wordt opgezet. Voor de ontwikkeling van het efficiënt opwekken van energie is de SDE+ in 2020 verbreed van hernieuwbare energieproductie naar CO2-reductie: de SDE++. Ook voor maatregelen die kosteneffectief bijdragen aan CO2-reductie, maar die op dit moment niet onder de SDE++ vallen, wordt nog onderzocht of en hoe deze het beste ondersteund kunnen worden. De Kamer zal hierover geïnformeerd worden.

De Europese Commissie heeft in 2021 vooralsnog geen landenspecifiek e aanbevelingen gedaan voor het beleid op het gebied van klimaat en energie.

  • D. 
    Budgettaire gevolgen van beleid

Tabel 31 Budgettaire gevolgen van beleid artikel 4 (bedragen x € 1.000)

 
 

2020

2021

2022

2023

2024

2025

2026

Verplichtingen

9.775.219

6.589.345

6.148.822

701.738

605.065

601.467

609.589

 

Uitgaven

3.674.944

3.867.604

4.160.218

4.479.832

4.495.323

4.312.587

4.212.852

 

Subsidies (regelingen)

2.160.036

3.505.419

3.785.347

4.116.604

4.174.624

3.994.307

3.909.449

Missiegedraven Onderzoek Ontwikkeling en Innovatie (MOOI)

40.675

55.437

60.135

58.524

54.015

48.735

43.700

Hernieuwbare Energietransitie (HER+)

38.427

32.426

42.140

45.540

42.000

25.540

 

Energie-efficiëntie

3.260

2.050

2.368

2.368

2.368

2.368

2.368

Green Deals

141

2.370

500

500

500

500

500

Demonstratieregeling Klimaat- en Energie-innovatie (DEI+)

33.605

52.715

75.963

55.143

49.369

38.856

45.576

Subsidieregeling Duurzame Scheepsbouw (SDS)

2.834

3.372

7.075

5.296

1.696

1.696

1.696

Projecten Klimaat en Energieakkoord

1.612

1.977

3.981

4.106

4.360

4.360

4.360

MEP

429

0

0

0

0

0

0

SDE

587.388

623.000

687.400

648.200

559.800

515.500

492.500

SDE+

1.192.654

1.859.096

2.585.508

3.077.956

3.117.976

2.819.219

2.634.347

SDE++

0

471.000

68.000

55.000

171.000

396.000

538.000

Aardwarmte

15.000

15.000

17.500

17.500

25.000

0

0

ISDE-regeling

101.383

130.250

130.000

100.000

100.000

100.000

100.000

Compensatie Energie-intensieve bedrijven (ETS)

110.083

179.542

0

0

0

0

0

Carbon Capture and Storage (CCS)

6.285

5.206

4.080

4.680

6.480

5.480

5.480

Subidieregeling Energiebesparing en duurzame energie sportaccommodaties (EDS)

32

0

0

0

0

0

0

Hoge Flux Reactor

7.451

6.401

6.401

6.401

5.401

5.401

5.401

Elektrisch rijden

0

5

0

0

0

0

0

Caribisch Nederland

14.460

24.661

4.144

4.144

4.144

4.144

4.144

Overige subsidies

4.014

37.101

50.000

0

0

0

0

Opschalingsinstrument waterstof

0

0

4.000

18.150

15.130

9.080

12.500

Maatregelen voor CO2-reductie

303

0

0

0

0

0

0

Subsidieregeling Coöperatieve Energieopwekking (SCE)

0

418

10.519

13.096

15.385

17.428

18.877

Subsidie ondersteuning verduurzaming mkb

0

3.392

25.633

0

0

0

0

 

Leningen

4.000

5.000

61.400

46.500

10.000

9.000

0

Lening EBN

4.000

5.000

61.400

9.000

10.000

9.000

0

Lening Gasunie

0

0

0

37.500

0

0

0

 

Garanties

4.475

0

0

0

0

0

0

Verliesdeclaratie aardwarmte

4.475

0

0

0

0

0

0

 

2020

2021

2022

2023

2024

2025

2026

Opdrachten

20.845

14.767

17.753

17.542

11.692

11.767

11.767

Onderzoek mijnbouwbodembeweging

1.938

3.117

1.986

1.570

1.570

1.570

1.570

SodM onderzoek

1.059

1.425

2.425

2.500

2.500

2.500

2.500

Uitvoeringsagenda Klimaat

203

542

623

623

623

623

623

Klimaat mondiaal

275

737

335

385

385

385

385

Onderzoek en opdrachten

17.370

8.946

12.384

12.464

6.614

6.689

6.689

 

Bijdrage aan agentschappen

84.148

95.514

74.735

80.174

80.093

77.172

71.867

Bijdrage aan RVO.nl

71.171

77.148

58.046

61.619

61.619

61.619

59.659

Bijdrage aan Agentschap Telecom

397

987

4.103

6.347

6.266

3.345

 

Bijdrage aan NEa

8.766

7.806

7.536

7.151

7.151

7.151

7.151

Bijdrage aan KNMI

1.437

2.045

1.264

1.271

1.271

1.271

1.271

Bijdrage aan NVWA

703

886

886

886

886

886

886

Bijdrage aan RIVM

 

35

1.600

1.600

1.600

1.600

1.600

Bijdrage aan RWS

1.674

6.607

1.300

1.300

1.300

1.300

1.300

 

Bijdrage aan ZBO's/RWT's

128.307

130.257

142.417

142.217

142.284

142.284

141.712

Doorsluis COVA-heffing

94.845

95.600

111.000

111.000

111.000

111.000

111.000

TNO kerndepartement

32.547

32.930

29.690

29.490

29.404

29.404

28.832

TNO-SodM

915

1.727

1.727

1.727

1.880

1.880

1.880

 

Bijdrage aan medeoverheden

8.971

12.600

1.340

0

0

0

0

Uitkoopregeling

8.971

12.600

1.340

0

0

0

0

Bijdrage aan (inter-)nationale organisaties

10.446

36.940

10.893

10.462

10.297

11.724

11.724

Bijdrage aan Nuclear Research Group (NRG)

9.207

34.001

8.259

7.628

7.377

8.804

8.804

Internationale contributies

1.239

1.972

1.624

1.624

1.624

1.624

1.624

PBL Rekenmeesterfunctie

0

967

1.010

1.210

1.296

1.296

1.296

Stortingen begrotingsreserve

1.253.716

67.107

66.333

66.333

66.333

66.333

66.333

Storting in begrotingsreserve duurzame energie en klimaattransitie

1.253.716

66.333

66.333

66.333

66.333

66.333

66.333

Storting in begrotingsreserve aardwarmte

0

774

0

0

0

0

0

Ontvangsten

3.738.266

4.353.325

3.720.277

4.276.577

4.410.277

4.256.277

3.906.277

Ontvangsten COVA

94.845

95.600

111.000

111.000

111.000

111.000

111.000

Opbrengst heffing ODE (SDE++)

2.542.250

2.648.000

2.692.000

2.838.300

3.062.000

3.198.000

2.983.000

Ontvangsten zoutwinning

2.391

2.511

2.511

2.511

2.511

2.511

2.511

Onttrekking reserve duurzame energie en klimaattransitie

236.020

687.971

4.186

454.186

404.186

154.186

304.186

ETS-ontvangsten

441.408

900.000

900.000

860.000

820.000

780.000

490.000

Onttrekking begrotingsreserve maatregelen voor CO2-reductie

395.210

0

0

0

0

0

0

Diverse ontvangsten

26.142

19.243

10.580

10.580

10.580

10.580

15.580

 

Tabel 32 Uitsplitsing verplichtingen (bedragen x € 1.000)

 

2020

2021

2022

2023

2024

2025

2026

Verplichtingen

9.775.219

6.589.345

6.148.822

701.738

605.065

601.467

609.589

waarvan garantieverplichtingen

0

66.600

44.200

44.200

0

0

0

waarvan overige verplichtingen

9.775.219

6.522.745

6.104.622

657.538

605.065

601.467

609.589

Budgetflexibiliteit

Het percentage juridisch verplicht (het deel van het beschikbare uitgavenbudget waarop al juridische verplichtingen rusten) is 85%.

Subsidies: Van het totale subsidiebudget is 84% juridisch verplicht. Dit percentage is hoog als gevolg van uitfinanciering van tot en met 2021 aangegane verplichtingen, met name langlopende uitbetalingen op reeds afgegeven beschikkingen in het kader van de SDE, verplichtingen die in 2011 tot en met 2020 zijn aangegaan voor de SDE+ en verplichtingen die in 2021 aangegaan worden voor de SDE++. Omdat het resterende budget van de duurzame energieregelingen in de begrotingsreserve duurzame energie en klimaattransitie gestort zal worden, is het subsidiebudget weinig flexibel.

Leningen: Van het voor leningen beschikbare budget in 2022 is 100% juridisch verplicht. Het betreft hier de uitbetaling van de eerder aan EBN verstrekte leningen om deelname aan aardwarmteprojecten en het Porthos-project in de Rotterdamse haven mogelijk te maken. In 2021 zal naar verwachting aan de Gasunie een lening verstrekt worden voor het realiseren van de WarmtelinQ, het warmtenet tussen de Rotterdamse haven en Delft, Rijswijk en Den Haag. Deze lening zal, als alles volgens plan verloopt, echter pas in 2023 tot uitbetaling komen: dit bedrag is dan ook juridisch verplicht.

Opdrachten: Van het opdrachtenbudget is 20% juridisch verplicht. Het betreft uitfinanciering van in voorgaande jaren verstrekte opdrachten, met name voor projecten op het gebied van mijnbouw/bodembeweging, energie- en klimaatonderzoek en ter ondersteuning van de uitvoering van de Rijkscoördinatieregeling (RCR). Het resterende budget is voor een groot deel bestuurlijk gebonden, onder meer door de afspraken die zijn gemaakt over het Kennisprogramma Effecten Mijnbouw (KEM), de wettelijke taken van EZK op het gebied van de RCR en de Wet Algemene Bepalingen Omgevingsrecht (WABO) en de verplichting planschade als gevolg van energieprojecten te vergoeden.

Bijdragen aan agentschappen: Het budget betreft de financiering van de opdracht 2022 aan RVO.nl, NVWA, het KNMI, AT, de NEa, het RIVM en RWS en is 100% juridisch verplicht.

Bijdragen aan ZBO's/RWT's: Op dit onderdeel is sprake van zeer beperkte budgetflexibiliteit, 96% van het budget is juridisch verplicht is. Deze beperkte budgetflexibiliteit vloeit vooral voort uit de doorsluis naar de Stichting COVA van de COVA-heffing op aardolieproducten, bedoeld voor het dekken van de kosten van het aanhouden van strategische olievoorraden. Deze verplichting is gebaseerd op de Wet voorraadvorming aardolieproducten 2012. Daarnaast wordt de bijdrage aan TNO (energie-, klimaat-en mijnbouwonderzoek) uit dit budget bekostigd.

Bijdragen aan medeoverheden: Het budget betreft de bijdrage van EZK aan de kosten van uitkoop van woningen die loodrecht onder hoogspanningslijnen staan. De regeling is per 1 januari 2017 opengesteld en wordt door de betrokken gemeenten uitgevoerd. Het budget is daarmee niet juridisch verplicht, maar zeer beperkt flexibel, aangezien het kabinet naar de betrokken huiseigenaren heeft aangegeven dat de uitkoopregeling een looptijd van vijf jaar kent en het budget beschikbaar moet blijven om naijlende declaraties van gemeenten te kunnen financieren.

Bijdragen aan (inter)nationale organisaties: Van het beschikbare budget voor (inter)nationale organisaties is 50% juridisch verplicht, vooral door de bijdrage aan NRG ten behoeve van nucleaire activiteiten. Daarnaast worden uit dit onderdeel de jaarlijkse contributies aan internationale klimaat- en energieorganisaties en de rekenmeesterfunctie van het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) gefinancierd. Dit betekent dat er op dit onderdeel sprake is van enige budgetflexibiliteit, zij het beperkt op de korte termijn.

Storting in begrotingsreseves: Het voor stortingen in de reserves beschikbare budget is 100% juridisch verplicht. Bij de reserve duurzame energie en klimaattransitie gaat het in 2021 tot en met 2026 om de terugstorting in de reserve van in totaal € 398 mln die in de periode 2015 tot en met 2020 tijdelijk aan de reserve was onttrokken.

  • E. 
    Toelichting op de financiële instrumenten

Subsidies

Missiegedreven Onderzoek, Ontwikkeling en Innovatie (MOOI)

De Missiegedreven Onderzoek, Ontwikkeling en Innovatie (MOOI) regeling ondersteunt integrale innovatieve oplossingen die wezenlijk bijdragen aan het realiseren van de doelen uit het Klimaatakkoord. De MOOI stimuleert een brede samenwerking van bedrijven, kennisinstellingen, maatschappelijke organisaties en overheden die samen een consortium kunnen vormen en actief worden uitgedaagd om eindgebruikers, ontwikkelaars en vernieuwers en uitdagers uit het MKB te betrekken. Op die manier hebben innovaties een grotere kans op succes. De MOOI richt zich op de thema's 'Wind op zee', 'Hernieuwbare energie op land', «Gebouwde omgeving» en 'Industrie'. De Meerjarige Missiegedreven Innovatie Programma's (MMIP's) van de Topsector Energie beschrijven de innovatie-opgaven van deze klimaatdoelen en vormen de basis voor de inhoud van de MOOI-regeling. In 2020 is de MOOI-regeling voor het eerst breed opengesteld, mede met een bijdrage vanuit het Ministerie van BZK. In 2022 is een nieuwe openstelling voorzien. De MOOI-regeling is grotendeels in de plaats gekomen van de aparte TSE-subsidiemodules om zo meer focus te leggen op de ontwikkeling van integrale innovatieve concepten en bredere benodigde samenwerkingsverbanden gericht op CO2-reductie. Er zijn echter nog enkele andere TSE-subsidiemodules waarin kleinere innovatieve projecten gefaciliteerd kunnen worden voor de gebouwde omgeving, de industrie, op het gebied van systeemintegratie en brandstoffen. Hiervoor is een jaarlijkse openstelling mogelijk.

Hernieuwbare Energietransitie (HER+)

De subsidie Hernieuwbare Energietransitie (HER+) heeft als doel om de klimaat- en energiedoelstellingen tegen minder kosten te realiseren door innovatieve projecten. De innovaties uit de projecten moeten leiden tot een besparing op de toekomstige uitgaven aan subsidies voor de Stimuleringsregeling Duurzame Energieproductie en klimaattransitie (SDE++). De regeling werkt daarom als een soort voorportaal van de SDE++ en wordt gefinancierd uit een afgezonderd deel van de SDE-middelen. De regeling is inmiddels verbreed van hernieuwbare energieproductie naar CO2-reductie in lijn met de SDE++. Ook in 2022 is openstelling van de HER+ voorzien.

Energie-efficiëntie

EZK financiert projecten ter realisatie van het Uitvoeringsprogramma Energiebesparing. Het Uitvoeringsprogramma is gericht op de realisatie van CO2-reductie en het behalen van de energiebesparingsdoelen in het Klimaatakkoord.

Green Deals

Green Deals zijn gericht op het ruimte geven aan vernieuwende initiatieven uit de samenleving om de transitie naar een duurzame economie te versnellen. De Green Deal aanpak is sinds 2011 een onderdeel van het groene groei beleid van het kabinet. Zij hebben een bijdrage geleverd aan de realisatie van de ambities in het Energieakkoord. Green Deals kunnen een waardevolle bijdrage leveren aan de innovatie, opschaling en uitrol van de afspraken in het Klimaatakkoord. De onderwerpen van deze energiedeals zijn zeer divers, variërend van participatie van de omgeving, kennisdeling, technische en juridische verkenningen in relatie tot duurzame energieprojecten, veiligheidsaspecten, energiebesparing, warmtenetten, aardwarmte tot elektrisch vervoer. Green Deals zijn grotendeels budgetneutraal: er is jaarlijks een kleine hoeveelheid procesgeld (€ 0,5 mln per jaar) beschikbaar om initiatieven verder te brengen. Een compleet overzicht van Green Deals is te vinden op: http://www.greendeals.nl/.

Demonstratieregeling Klimaat- en Energie-innovatie (DEI+)

De Demonstratieregeling Energie- en Klimaatinnovatie (DEI+) komt voort uit het Energieakkoord en is vanaf 2019 in lijn gebracht met het Klimaatakkoord. De DEI+ is gericht op de commercialisering van pilot- en demonstratieprojecten van klimaat- en energie-innovaties die een bijdrage kunnen leveren aan Nederlandse CO2-reductieopgaven. Flexibilisering van het energiesysteem, omgevingsveiligheid en optimale ruimtelijke benutting van het energielandschap horen daar ook bij. Het Ministerie van BZK maakt tevens gebruik van de DEI+-regeling voor het faciliteren van zijn beleidsterreinen op het gebied van de gebouwde omgeving. Vanuit de openstelling van de DEI+ in 2022 worden daarnaast demonstratieprojecten gefaciliteerd op het gebied van waterstof, CCUS en geavanceerde biobrandstoffen.

Subsidieregeling Duurzame Scheepsbouw (SDS)

Bij amendement (Kamerstuk 34 550 XIII, nr. 117 en Kamerstuk 37 775 XIII, nr. 113) heeft de Tweede Kamer gevraagd om de instelling van een Subsidieregeling Duurzame Scheepsbouw (SDS) die tot doel heeft innovatieve manieren om de scheepsbouw te verduurzamen te stimuleren. Op basis van de tussentijdse evaluatie (Kamerstuk 35 000 XIII, nr. 83) zijn middelen gereserveerd om deze regeling tot en met 2022 open te stellen voor een bedrag van € 4,6 mln per jaar.

Stimulering Duurzame Energieproductie (SDE)

De regeling Stimulering Duurzame Energieproductie (SDE) is de opvolger van de regeling Milieukwaliteit van de Elektriciteitsproductie (MEP). De SDE is een exploitatiesubsidie die het verschil vergoedt tussen de kostprijs van hernieuwbare energie en de marktprijs (de onrendabele top) voor projecten op het gebied van hernieuwbaar gas en hernieuwbare elektriciteit. Met ingang van 2013 is de SDE omgevormd en aangepast tot de SDE+. De voor 2022 en verder geraamde budgetten betreffen de uitfinanciering van verplichtingen die in het verleden in het kader van de SDE zijn aangegaan.

Stimulering Duurzame Energieproductie+ (SDE+)

In het Energieakkoord voor duurzame energie is afgesproken dat Nederland in 2020 een aandeel van 14% hernieuwbare energieproductie zou moeten hebben. Verder is afgesproken dat dit aandeel in 2023 16% zal zijn. Het belangrijkste instrument dat het kabinet heeft om dit te realiseren is de SDE +. De SDE+ richt zich op de opties hernieuwbare elektriciteit, hernieuwbaar gas en hernieuwbare warmte en subsidieert het verschil tussen de kostprijs van hernieuwbare energie en de marktprijs, de zogenaamde onrendabele top.

In 2022 is binnen het SDE+-budget is voor de realisatie van 21GW windenergie op zee tot en met 2030 een bedrag van € 150 mln gereserveerd. Hiermee wordt de voorbereiding, inpassing en uitvoering door het Rijk van de uitrol van wind op zee mogelijk gemaakt. Met de middelen in 2022 worden met name (locatie)onderzoeken gefinancierd: geotechnisch onderzoek naar de bodemcondities en onderzoek naar windsnelheden, morfologie, archeologie en ecologie.

Stimuleringsregeling Duurzame Energieproductie en Klimaattransitie (SDE++)

Met ingang van de najaarsronde 2020 is de SDE+ omgevormd tot de SDE+ +, zodat naast hernieuwbare energieproductie ook CO2-reducerende technologieën in aanmerking komen voor subsidie. Doordat in de SDE++ (net als in de SDE+) goedkopere projecten voorrang hebben bij het verkrijgen van subsidie en er concurrentie is tussen verschillende vormen van CO2-reducerende technologieën, zal op de meest kosteneffectieve wijze de reductie van CO2 worden gestimuleerd. De totale uitgaven zijn afhankelijk van de beschikbare projecten en de ontwikkeling van de ETS- en de energieprijs. Voor de SDE++ geldt dat de openstelling 2021 (€ 5 mld) pas in 2022 verplicht zal worden: hiermee is in het beschikbare verplichtingenbudget voor 2022 rekening gehouden. Voor de openstelling van de SDE++ in 2022 wordt opnieuw uitgegaan van een openstelling van € 5 mld: zodra hier een definitief besluit over genomen is zal het hiervoor benodigde verplichtingenbudget in de begroting 2023 worden opgenomen, aangezien ook deze openstelling pas in het jaar volgend op de openstelling tot verplichting zal komen. In het budget voor 2022 wordt opnieuw uitgegaan van een subsidieloze tender Windenergie op Zee.

Met ingang van de begroting 2022 worden de kasuitgaven van SDE+ en de SDE++ los van elkaar gepresenteerd in de begroting,

Inclusief de middelen uit de begrotingsreserve duurzame energie en klimaattransitie is er in de meerjarencijfers in de periode 2021-2032 € 45,4 mld beschikbaar voor uitgaven voor de SDE, de SDE+, de SDE++, de HER+ en de ISDE, alsmede voor de uitvoeringskosten van deze duurzame energie-transitieregelingen. Deze beschikbare middelen zijn gebaseerd op:

  • 1. 
    de bij het Energieakkoord gemaakte raming van de benodigde kasmiddelen voor de doelstellingen van 14% duurzame energie in 2020 en 16% in 2023;
  • 2. 
    de middelen die in het kader van het Klimaatakkoord meerjarig zijn toegevoegd;
  • 3. 
    de middelen die na 2022 conform de afspraak in de startnota van het kabinet Rutte-III meerjarig uit de begrotingsreserve duurzame energie aan het SDE+-budget zijn toegevoegd.

Tabel 33 Beschikbare middelen en kasuitloop duurzame energietransitieregelingen (bedragen x € 1 mln)

 

Beschikbare middelen

MEP

SDE

SDE+

SDE++

HER+

Uitvoerings kosten

ISDE    RVO.nl

Totaal

Meerjarencijfers 2021 t/m

20321

0

4.810

31.717

4.927

188

1.260    317

43.219

Begrotingsreserve duurzame energie en klimaattransitie per 1-1-2021

73

731

3.369

     

4.173

Geplande meerjarige stortingen in begrotingsreserve

 

398

       

398

Geplande meerjarige onttrekkingen aan begrotingsreserve

   
  • 2.434
     
  • 2.434

Totaal beschikbaar (incl. Klimaatakkoord) 2021-2032

73

5.939

32.652

4.927

188

1.260    317

45.356

Totaal openstaande juridische verplichtingen over periode 2021-2032 per 01/01/2021

4

5.390

41.089

 

61

92    38

46.674

1 Budget SDE+ is inclusief toevoeging van € 1,7 mld uit de begrotingsreserve duurzame energie en klimaattransitie.

De in totaal beschikbare € 45,4 mld (inclusief de middelen in de begrotingsreserve duurzame energie) is volgens bovenstaand overzicht volledig juridisch verplicht. Maar omdat lang niet alle juridische verplichtingen (geheel) tot betaling zullen komen, zal bij de huidige inzichten € 34,3 mld nodig zijn voor uitgaven in de periode 2021-2032 op verplichtingen die tot en met 31 december 2020 zijn aangegaan. De resterende € 11,1 mld is nodig voor de subsidieverleningen die in 2021 zijn en worden afgegeven en om in de periode 2022-2030 nieuwe subsidiebeschikkingen te kunnen afgeven via de SDE++, de HER+ en de ISDE en om de uitvoeringskosten van RVO.nl te dekken.

Tabel 34 Budget duurzame energietransitieregelingen per jaar (bedragen x € 1 mln)

 

Beschikbare middelen (x € 1 mln)

2021

2022

2023

2024

2025

2026

2027

2028

2029

2030

2031

2032

Totaal

MEP

                       

0

SDE

623

687

648

560

516

493

473

449

274

83

5

 

4.810

SDE+

1.859

2.586

3.078

3.118

2.819

2.634

2.616

2.431

2.562

2.772

2.650

2.593

31.717

SDE++

471

68

55

171

396

538

538

538

538

538

538

538

4.927

HER+

32

42

46

42

26

             

188

ISDE

130

130

100

100

100

100

100

100

100

100

100

100

1.260

Uitvoeringskosten

RVO.nl

38

27

27

27

27

25

25

25

25

25

25

25

317

Totaal budget regelingen

3.154

3.540

3.953

4.017

3.883

3.790

3.751

3.543

3.498

3.517

3.318

3.256

43.219

 

Stand reserve duurzame energie en klimaattransitie ultimo 2020

4.173

                     

4.173

Storting in reserve

66

66

66

66

66

66

           

398

Onttrekking reserve

  • - 
    688
  • - 
    4
  • - 
    454
  • - 
    404
  • - 
    154
  • - 
    304
  • 304
  • 104
  • 4
  • 4
  • 4
  • 4
  • - 
    2.434

Saldo stortingen en onttrekkingen per jaar

  • - 
    622

62

  • - 
    388
  • - 
    338
  • - 
    88
  • - 
    238
  • - 
    304
  • - 
    104
  • - 
    4
  • - 
    4
  • - 
    4
  • - 
    4
  • - 
    2.036

Stand reserve duurzame energie en klimaattransitie ultimo 2032

                       

2.137

Stand reserve ultimo

3.551

3.613

3.225

2.888

2.800

2.562

2.258

2.154

2.149

2.145

2.141

2.137

45.356

Figuur 10 Beschikbare middelen en geraamde kasuitloop duurzame energietransitieregelingen (bedragen x € 1 mln)

1    Onder de post overig vallen naast de kolenmaatregelen in het kader van Urgenda en de statistische overdracht naar Denemarken ook de uitvoeringskosten van RVO.

2    Kasmiddelen zijn inclusief toevoeging van € 1,7 mld uit de begrotingsreserve duurzame energie en klimaattransitie in de periode 2023-2028.

De geraamde kasuitloop in de figuur van de SDE, SDE+ en SDE++ gaat niet uit van het maximaal uit te keren bedrag aan subsidies, maar is een realistische inschatting van de verwachte kasuitloop van de afgegeven beschikkingen op basis van de verwachte intrekking van beschikkingen, van de vertraging van energieprojecten en van de ontwikkeling van de basisbedragen van de SDE+ en SDE++ in de toekomst. Budgetten die niet tot besteding komen worden in de begrotingsreserve duurzame energie en klimaattransitie gestort, zodat deze middelen beschikbaar blijven voor de subsidiëring van toekomstige duurzame energietransitieprojecten. Indien de beschikbare kasmiddelen onvoldoende zijn (zoals in 2021) zal er budget aan de reserve worden onttrokken om de tekorten te dekken.

Aardwarmte

Vanuit de Klimaatenveloppe 2018 is voor de jaren 2018 en 2019 € 36 mln beschikbaar gekomen voor een project van EBN (SCAN) om in samenwerking met TNO de ondergrond in Nederland in kaart te brengen, zodat inzicht verkregen kan worden in het volledige potentieel van aardwarmte in Nederland. Om het project de komende jaren voort te kunnen zetten is daarnaast in de jaren 2020 tot en met 2024 vanuit het SDE+-budget in totaal € 90 mln beschikbaar gesteld.

Investeringssubsidie Duurzame Energie (ISDE)

De Investeringssubsidie duurzame energie (ISDE) betreft een tegemoetkoming bij de aankoop van zonneboilers en warmtepompen. Deze regeling is beschikbaar voor zowel particulieren als zakelijke gebruikers. Zoals aangekondigd in de Kamerbrief over het Klimaatakkoord zal de ISDE-regeling worden verlengd tot 2030. Vanaf 2021 richt de regeling zich naast investeringen in warmtepompen en zonneboilers ook op investeringen in de isolatie van woningen. In het Klimaatakkoord is afgesproken dat de ISDE jaarlijks voor € 100 mln wordt opengesteld. Bij amendement (Kamerstuk 35 300 XIII, nr. 16) is daarnaast in totaal € 100 mln, verdeeld over de jaren 2020 tot en met 2022, uit de begrotingsreserve duurzame energie en klimaat-transitie toegevoegd aan het ISDE-budget ten behoeve van investeringssubsidies op het gebied van duurzame energie voor het MKB.

Subsidieregeling indirecte emissiekosten ETS

Door de introductie van het Europese Emissiehandelssysteem (ETS) werd de CO2-prijs door de elektriciteitsproducenten aan de elektriciteitsgroot-gebruikers doorberekend. Elektriciteitsgrootgebruikers die internationaal concurreren konden in veel gevallen die CO2-kosten (ook wel indirecte kosten genoemd) niet doorberekenen, omdat de concurrenten buiten de EU die kosten niet hebben. Naast verstoring van het gelijke speelveld zou dit leiden tot een CO2-weglekrisico (het verplaatsen van bedrijven met veel directe of indirecte CO2-uitstoot naar landen waar de uitstoot van CO2 geen prijs heeft). Voor de compensatie van de indirecte kosten door het ETS was tot en met 2021 budget beschikbaar op artikel 4 van de EZK-begroting.

In het Klimaatakkoord is aangegeven dat de regeling (over de ETS-periode tot en met 2020) afloopt. Mede gelet op de budgettaire omvang is het aan het nieuwe kabinet om een besluit te nemen over een eventuele voortzetting van de regeling. Vooruitlopend op dit definitieve besluit is besloten om de regeling vooralsnog met 1 jaar te verlengen. Hiertoe is in 2022 budget beschikbaar op artikel 2 van de EZK begroting.

Carbon Capture and Storage (CCS)

De afvang en opslag van CO2 (CCS) wordt gezien als een onmisbare transi-tietechnologie in de mix van maatregelen om kosteneffectief CO2-uitstoot te reduceren in bepaalde industriële sectoren. Om CCS breed toe te kunnen passen is het belangrijk om in te zetten op (internationaal) onderzoek, grootschalige demonstratieprojecten, realiseren van kostenreductie en het wegnemen van belemmeringen. Om internationaal onderzoek naar CO2-afvang, -transport en -opslag te bevorderen, neemt Nederland deel aan het Europese onderzoeksprogramma ACT (Accelerating CCS Technologies). EZK heeft voor ACT I (2017-2020) ruim € 4 mln aan onderzoeksbudget beschikbaar gesteld en voor ACT II (2019-2022) € 4,5 mln. Voor ACT III (2021-2024) zal Nederland opnieuw een bijdrage leveren van € 4 mln. Nederlandse onderzoeksinstellingen en bedrijven werken hierin samen met organisaties uit Europa en Noord-Amerika. Daarnaast levert het Ministerie van EZK in 2021 een bijdrage van € 4 mln aan het ERA-net deel in het Clean Energy Transition Partnership.

Hoge Flux Reactor (HFR)

De HFR in Petten is eigendom van de Europese Commissie en wordt geëxploiteerd door de Nuclear Research and consultancy Group (NRG).

De exploitatie van de HFR wordt ondersteund door een reeks aanvullende onderzoeksprogramma's. De voor de HFR opgenomen middelen betreffen de Nederlandse bijdrage aan het «Aanvullend Programma» van het Gemeenschappelijk Centrum voor Onderzoek (JRC) van de Europese Commissie, dat in de HFR wordt uitgevoerd. Het voornaamste doel van het aanvullend onderzoeksprogramma van de HFR is een constante en betrouwbare neutronenflux voor experimentele doeleinden te leveren.

Caribisch Nederland

De energievoorziening op de eilanden van Caribisch Nederland kent schaal-nadelen, anderzijds zijn er zeer goede mogelijkheden voor elektriciteitsproductie met wind en zon. Het Ministerie van EZK zet in op kostprijsverlaging door introductie van duurzame elektriciteitsproductie en op andere ondersteuning van de elektriciteitsbedrijven op Caribisch Nederland. In het kader van het corona-herstelpakket zijn de netbeheertarieven op Caribisch Nederland in 2020 en 2021 naar 0 teruggebracht.

Overige subsidies

Het voor 2021 en 2022 beschikbare budget betreft vooral het subsidiedeel van de WarmtelinQ, het warmtetransportnet dat door Gasunie aangelegd wordt tussen de Rotterdamse haven en Delft/Den Haag/Leiden. Daarnaast gaat het om betalingen ten behoeve van het Expertisecentrum Warmte (ECW), waarmee onder andere gemeenten in staat gesteld worden extern advies in te winnen voor de Transitievisie Warmte.

Opschalingsinstrument waterstof

In de kabinetsvisie waterstof (Kamerstuk 32 813, nr. 485) onderstreept het kabinet het belang van de opschaling van waterstof voor het behalen van de klimaatdoelen en het creëren van nieuw, duurzaam verdienvermogen. Daarbij is een bedrag van € 252,1 mln gereserveerd voor de eerste fase opschaling van de productie van duurzame waterstof door middel van elektrolyse. Dit budget zal naar verwachting in 2022 toegekend worden met een tenderregeling gericht op elektrolyseprojecten tussen de 0,5 en 50 MW. De opschaling moet leiden tot een significante kostprijsreductie, zodat elektrolyse richting 2030 op kostprijs kan concurreren met alternatieven voor CO2-reductie.

Subsidieregeling Coöperatieve Energieopwekking (SCE)

Met de postcoderoosregeling konden leden van een coöperatie tot en met 2020 een energiebelastingkorting krijgen op hun energienota voor lokaal en duurzaam opgewekte elektriciteit, waardoor inwoners van een wijk of dorp met elkaar op een financieel rendabele manier aan de slag konden met lokaal opgewekte duurzame energie. De postcoderoosregeling was een fiscale regeling en wordt vanaf 2021 vervangen door een subsidieregeling (Kamerstuk 31 239, nr. 318): de Subsidieregeling Coöperatieve Energieopwekking (SCE).

Subsidie ondersteuning verduurzaming MKB

Dit betreft een subsidie voor mkb'ers met een laag energieverbruik voor maatregelen gericht op energiebesparing en vermindering van CO2-uitstoot van bedrijfspanden en bedrijfsprocessen. Er kan subsidie worden aangevraagd voor de kosten van professioneel advies en ondersteuning bij het nemen van dergelijke maatregelen. De subsidie wordt in overeenstemming met het Ministerie van BZK ontwikkeld en is een uitwerking van de voornemens in de Kamerbrieven MKB-impacttoets Klimaatakkoord (EZK, Kamerstuk 32 637, nr. 423) en Ontwikkelingen verduurzaming bestaande utiliteitsbouw (BZK, Kamerstuk 30 196, nr. 716).

Leningen

EBN

Op 21 maart 2019 (Kamerstuk 31 239, nr. 298) is de Tweede Kamer geïnformeerd over de financiële deelname van Energie Bedrijf Nederland (EBN) in aardwarmteprojecten. Om deze taak de komende jaren invulling te geven is cumulatief € 48 mln als lening aan EBN verstrekt. Daarnaast is aan EBN in 2020 een lening verstrekt, zodat EBN vreemd vermogen kan aantrekken en daarmee deel kan nemen aan het Porthos-project in de Rotterdamse haven. De door EBN verkregen rendementen op aardwarmteprojecten en het Porthos-project zullen worden gebruikt om de beide leningen af te lossen.

Gasunie

In september 2019 is de Tweede Kamer geïnformeerd over de ontwikkelingen rondom de WarmtelinQ, een warmtetransportnet in Zuid-Holland (Kamerstuk 30 196, nr. 676). Hierdoor kunnen op termijn woningen in onder anderen de gemeenten Den Haag, Leiden en Delft en mogelijk ook glastuinbouw in de regio Zuid-Holland voorzien worden van (rest)warmte afkomstig van industriële partijen in de Rotterdamse haven. Gasunie is voornemens om dit warmtetransportnet aan te leggen van Rotterdam tot Den Haag (WarmtelinQ). Daarnaast wordt beoogd om een aftakking vanaf Rijswijk naar de regio Leiden te realiseren (WarmtelinQ+), waarvoor ook capaciteit op de WarmtelinQ gebruikt wordt. Bij een positieve investeringsbeslissing ten aanzien van de WarmtelinQ, die wordt voorzien in 2021, zal een lening van € 37,5 mln worden verstrekt om Gasunie in staat te stellen ook deze aftakking te realiseren. De lening zal worden uitbetaald wanneer door Gasunie een finale investeringsbeslis-sing is genomen voor WarmtelinQ+, naar verwachting in 2023.

Garanties

Aardwarmte

Aardwarmte betreft het winnen van warmte uit diepe aardlagen. Het potentieel van aardwarmte is 15 petajoule (PJ) in 2030. Het ontbreken van een (betaalbare) verzekering is een belangrijk knelpunt voor de toepassing van aardwarmte. De garantieregeling aardwarmte heeft als doel het afdekken van het risico dat het boren van putten voor de toepassing van aardwarmte niet succesvol is. Omdat dit risico in de markt (nog) niet verzekerbaar is, dekt de overheid dit risico af door middel van het verlenen van garanties aan marktpartijen die hiervoor een kostendekkende premie betalen. De uitgaven betreffen uitgekeerde dan wel uit te keren verliesde-claraties: voor 2022 worden vooralsnog geen verliesdeclaraties geraamd.

Opdrachten

Onderzoek mijnbouw-bodembeweging

Dit budget betreft voor het grootste deel onderzoek binnen het Kennisprogramma Effecten Mijnbouw (KEM) en (onderzoeks)opdrachten van de Technische commissie bodembeweging (Tcbb) en de Mijnraad gerelateerd aan de aardbevingsproblematiek in Groningen de na-ijlende effecten van de voormalige steenkolenwinning in Limburg. Ook worden uit dit budget adviezen bekostigd in het kader van de Wet Algemene Bepalingen Omgevingsrecht (WABO).

SodM onderzoek

Het Staatstoezicht op de Mijnen (SodM) heeft op basis van haar onafhankelijke positie een eigen budget om onderzoek in het kader van het Kennisprogramma Effecten Mijnbouw (KEM) uit te kunnen voeren.

Uitvoeringsagenda Klimaat

Vanuit dit budget worden uitvoerings- en onderzoeksopdrachten voor de ontwikkeling van de klimaatagenda, inclusief onderzoek naar veiligheidsrisico's en risicoperceptie van de klimaatmaatregelen, gefinancierd.

Klimaat mondiaal

Dit budget is bedoeld om kosten rondom mondiale klimaatprojecten, zoals de jaarlijkse Conference of Parties (COP) klimaatbijeenkomst, te financieren.

Overige onderzoeken en opdrachten

Dit betreft kleinere onderzoeksopdrachten die dienen ter ondersteuning van het klimaat- en energiebeleid en die veelal gericht zijn op beantwoording van één specifieke vraag. Ook worden diverse uitgaven ter uitvoering van de Rijkscoördinatieregeling (RCR) uit dit budget bekostigd, zoals het ondersteunen van Rijksinpassingsplannen, opstellen MER-adviezen ten aanzien van kavelbesluiten, het opstellen en uitvoeren van communicatieplannen, het inschakelen van gebiedscoördinatoren en planschadeadviseurs en het doen van planschade-uitkeringen. Het RCR-budget is ook bedoeld om de visie uit de Kamerbrief «Samen energieprojecten realiseren: visie op omgevingsmanagement» en vervolgbrieven (Kamerstuk 31 239, nr. 211, Kamerstuk 31 239, nr. 254) binnen de RCR vorm te geven. Het budget wordt ook aangewend om pilots, ondersteuning en training op het gebied van omgevingsmanagement binnen RCR-projecten (wind, zon, hoogspanning, mijnbouw) te organiseren.

Bijdrage aan agentschappen

Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO.nl)

Dit budget betreft vooral de kosten van uitvoering door RVO.nl van energie-subsidieregelingen, waaronder de innovatieregelingen (DEI+, MOOI, HER+), de ISDE en Stimulering Duurzame Energieproductie/Energietransitie (SDE/ SDE+/SDE++). Voor een deel heeft het budget betrekking op voorbereidende en uitvoerende werkzaamheden van RVO.nl op het gebied van het klimaat-en energiebeleid naar aanleiding van het Klimaatakkoord.

Agentschap Telecom (AT)

Medio 2019 is afgesproken dat de huidige fiscale salderingsregeling niet wordt opgevolgd met een subsidie-instrument, zoals in het Regeerakkoord stond, maar een fiscale regeling blijft die wordt uitgefaseerd door middel van een geleidelijke afbouw (Kamerstuk 31 239, nr. 305). Voor een geleidelijke afbouw van salderen is het noodzakelijk dat burgers en bedrijven vanaf 1 januari 2023 beschikken over een meetinrichting die afname en invoeding apart kan meten. Agentschap Telecom is verantwoordelijk voor de handhaving van deze verplichting.

Nederlandse Emissieautoriteit (NEa)

Met ingang van 2018 verstrekt het Ministerie van EZK een jaarlijkse opdracht aan de NEa voor de uitvoering van alle werkzaamheden in het kader van de emissiehandel, waaronder de voorbereidingen voor de vierde handelsperiode, voor het register voor biobrandstoffen en voor het toezicht op de bijstook van biomassa bij elektriciteitscentrales. Daarnaast wordt aan de NEa opdracht verstrekt voor de handhaving van en advisering over de CO2-minimumprijs voor elektriciteitsproductie.

Koninklijk Nederlands Meteorologisch Instituut (KNMI)

De werkzaamheden die het KNMI voor het Ministerie van EZK uitvoert betreffen vooral de advisering en ondersteuning van de uitvoering van het mijnbouw-, klimaat- en energiebeleid. De werkzaamheden zijn onder te verdelen in monitoring van seismiciteit (veelvuldigheid en hevigheid waarmee op een bepaalde plaats aardbevingen voorkomen) van de gaswinning en overige mijnbouwactiviteiten, kennisontwikkeling en advisering over aan mijnbouw gerelateerde risico's en communicatie en informatievoorziening. Daarnaast verricht het KNMI in internationaal verband diverse werkzaamheden in het kader van klimaatonderzoek voor verschillende internationale gremia, waaronder het Intergovernmental Panel on Climate Change (IPCC).

Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA)

NVWA voert het toezicht uit op de naleving van de Wet Implementatie EU-richtlijnen energie-efficiëntie. De werkzaamheden van NVWA in dat kader betreffen het uitvoeren van inspecties en producttesten, het onderhouden van internationale contacten, interventies bij niet-naleving, het volgen van marktontwikkelingen en het geven van voorlichting.

Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM)

De bijdrage vanuit het Ministerie van EZK betreft de uitvoering van twee kennisopdrachten voor de Emissieregistratie (vaststelling van een dataset met eenduidige emissiegegevens) en voor het Montreal Protocol (uitvoering van studies en monitoringsactiviteiten als lid van het S cientific Assessment Panel van het Montreal Protocol). Er zal op dit instrument geen realisatie plaatsvinden, omdat het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (LNV) als coördinerend opdrachtgever voor het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat optreedt en de beschikbare budgetten naar de coördinerende opdrachtgever worden overgeheveld gedurende het uitvoeringsjaar.

Rijkswaterstaat (RWS)

De werkzaamheden van RWS richten zich op de uitvoering van Infomil (centraal punt voor bundeling en verspreiding van milieuwet- en regelgeving) en de uitvoering van werkzaamheden en het leveren van expertise op het beleidsterrein klimaat (onder andere het faciliteren van kennisdeling onder medeoverheden en het uitvoeren van wettelijke taken rondom ozonlaagafbrekende stoffen en gefluoreerde broeikasgassen).

Bijdragen aan ZBO's/RWT's

Doorsluis heffing Centraal Orgaan Voorraadvorming Aardolieproducten (COVA)

Het crisisbeleid gericht op de olievoorzieningszekerheid dient verstoringen in de olieaanvoer op te vangen. De Stichting Centraal Orgaan Voorraadvorming Aardolieproducten (COVA) en het oliebedrijfsleven houden in opdracht van EZK strategische olievoorraden aan in lijn met wat hierover geregeld is in de Wet voorraadvorming aardolieproducten (Wva 2012). De uitgavenreeks op de EZK-begroting betreft de doorsluis van de ontvangen voorraadheffingen naar de COVA. De voorraadheffing is een heffing ingesteld op aan accijns van minerale oliën onderworpen aardolieproducten. De heffing bedraagt momenteel € 8,- per 1.000 liter benzine, diesel, LPG en andere (motor)brandstoffen en wordt door de Minister van Financiën geheven en ingevorderd door de Belastingdienst. De Minister van EZK keert de opbrengst van de heffing uit aan de stichting COVA ter dekking van de operationele kosten en financieringslasten van de COVA.

TNO Kerndepartement

Dit betreft een bijdrage vanuit het Ministerie van EZK aan de Adviesgroep Economische Zaken van TNO (TNO-AGE) voor de adviestaak voortvloeiend uit de Mijnbouwwet en Mijnbouwregeling. De adviserende taak ligt op het vlak van het opsporen en winnen van delfstoffen (olie, gas en steenzout) en aardwarmte en van het opslaan van stoffen in de (diepe) ondergrond van Nederland. Daarnaast wordt uit dit budget het toegepaste duurzame energieonderzoek gefinancierd dat met ingang van 2018 van ECN is overgegaan naar TNO.

TNO SodM

Dit betreft eveneens de adviestaak van TNO-AGE voortvloeiend uit de Mijnbouwwet en de Mijnbouwregeling, maar dan de bijdrage vanuit het Staatstoezicht op de Mijnen (SodM).

Bijdragen aan medeoverheden

Uitkoopregeling

Woningen die loodrecht onder de hoogspanningslijnen staan van 220kV- en 380kV-verbindingen en 110kV- en 150kV-verbindingen buiten de bevolkings-kernen, komen sinds 1 januari 2017 in aanmerking voor uitkoop. Het Rijk heeft in de periode 2017-2021 € 140 mln beschikbaar gesteld voor een vrijwillige uitkoopregeling onder de voorwaarde dat de betrokken gemeenten zorgen dat door herbestemming de woonfunctie van het betreffende pand wordt gewijzigd. De regeling is samen met de betrokken gemeenten uitgewerkt en heeft een looptijd van vijf jaar (Stcrt. 2016, 68302): 2021 is daarmee het laatste jaar dat huiseigenaren een beroep op de regeling kunnen doen. De regeling wordt door de betrokken gemeenten uitgevoerd. In samenhang hiermee heeft het Rijk per 1 januari 2019 wettelijk mogelijk gemaakt dat op verzoek van een gemeente en/of provincie bestaande hoogspanningslijnen van 50, 110 en 150 kV binnen bevolkings-kernen onder de grond gebracht kunnen worden (verkabelen) of dat de tracés kunnen worden verplaatst.

Bijdragen aan (inter)nationale organisaties

Nuclear Research and consultancy Group (NRG)

De Nuclear Research and consultancy Group is onderdeel van de Stichting NRG en vormt samen met de Stichting Voorbereiding Pallas-reactor (PALLAS) een personele unie. NRG voert onderzoeksactiviteiten uit op het gebied van onder meer de nucleaire veiligheid, radioactief afval en stralingsbescherming. Centraal daarbij staat de ontwikkeling van kennis, producten en processen voor veilige toepassing van nucleaire technologie voor energie, milieu en gezondheid.

Internationale contributies

Nederland kiest voor een actieve participatie in met name de internationale netwerken van het Internationaal Energieagentschap (IEA, kennissamenwerking en oliecrisisbeleid), het International Renewable Energy Agency (IRENA, hernieuwbare energie), Clean Energy Ministerial (CEM, uitrol van bestaande duurzame energie-technologie), Mission Innovation (vergroten van inzet op energie-innovatie) en het Energy Charter (investeringsbe-scherming en energietransit). De contributies volgen uit internationale verplichtingen. Daarnaast ontvangt het Clingendael International Energy Programme jaarlijks € 50.000 subsidie voor het uitvoeren van publieke activiteiten ter ondersteuning van de maatschappelijke discussie over internationale ontwikkelingen in de energiesector. Daarnaast versterken internationale klimaatcontributies de internationale positie van Nederland in het wereldwijde klimaatdebat. Deze contributies gaan onder andere naar het United Nations Framework Convention on Climate Change (UNFCCC), het Intergovernmental Panel on Climate Change (IPCC), het Montrealpro-tocol, het verdrag van Wenen en de OESO.

PBL Rekenmeesterfunctie

Het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) ontvangt een jaarlijkse bijdrage om als Rekenmeester een drietal taken uit te kunnen voeren:

  • - 
    Kerntaken rekenmeester energie- en klimaatbeleid (KEV, beleidsdoorre-keningen, inbreng (Europese en internationale) rapportages, modelont-wikkeling en -onderhoud)
  • - 
    Beleidsondersteuning
  • - 
    Ondersteuning SDE+/SDE++

Zie ook het Convenant Rekenmeesterfunctie 2021-2025.

Stortingen in reserves

Voor de stortingen in de verschillende reserves wordt verwezen naar wat hierover is opgenomen onder 'toelichting op de begrotingsreserves'.

Toelichting op de ontvangsten

COVA

Deze ontvangsten betreffen ontvangsten uit hoofde van de voorraadheffing COVA, zoals toegelicht bij de uitgavenpost «Doorsluis heffing COVA».

Opbrengst heffing ODE (SDE+/SDE++)

Het uitgaveninstrument voor de SDE+-subsidie is tegelijkertijd ingesteld met een opslag op de energierekening, de Opslag Duurzame energie- en klimaattransitie (ODE). Deze opslag is in 2013 ingevoerd en de bijbehorende ontvangsten stijgen naar de huidige inzichten in de raming licht van € 2,65 mld in 2021 naar € 2,7 mld in 2022.

Bij het aanpassen van de lastenverdeling in de ODE van 50/50 naar een 33/67 lastenverdeling tussen huishoudens en bedrijven is afgesproken de belastingvermindering in de energiebelasting (EB) te verhogen, namelijk met € 55 (excl. btw) in 2020 geleidelijk oplopend naar € 78 (excl. btw) in 2030. Deze oploop van de belastingvermindering volgt de oploop van de SDE+(+)-kasuitgaven, waardoor in 2020 een bedrag van € 2.411 mln en in 2030 een bedrag van € 3.411 mln middels de ODE gedekt dient te worden. De totale (bruto) ODE-opbrengst is hierdoor gelijk aan de ex-ante geraamde SDE+(+)-kasuitgaven plus een additioneel budget ten behoeve van een verhoging van de belastingvermindering in de EB. De belastingvermindering komt echter uitsluitend ten laste van de EB. Hierdoor is de totale ODE-opbrengst in de financiële verantwoording structureel hoger dan de SDE+(+)-kasuitgaven.

Tabel 35 ODE-opbrengsten 2017 - 2030 (bedragen x € 1 mln)

 

Jaar

2017

2018

2019

2020

2021

2022

2023

2024

2025

2026

2027

2028

2029

2030

Bruto ODE opbrengsten1

635

1.033

1.632

2.851

3.131

3.183

3.356

3.621

3.782

3.527

3.512

3.536

3.815

4.035

Teruggaaf via verhoogde belastingvermindering in de EB2

     
  • 440
  • 483
  • 491
  • 518
  • 559
  • 584
  • 544
  • 542
  • 546
  • 589
  • 624

Netto ODE opbrengsten3

     

2.411

2.648

2.692

2.838

3.062

3.198

2.983

2.970

2.990

3.226

3.411

1    Voor de jaren 2017 t/m 2019 is voor de bruto ODE opbrengsten uitgegaan van realisatiecijfers van het CBS. Voor de jaren 2020 t/m 2022 is uitgegaan van de ingeboekte ODE opbrengsten. Omdat de ODE-tarieven voor deze jaren reeds zijn vastgesteld is het mogelijk dat de gerealiseerde ODE opbrengsten op termijn lager uitvallen dan ingeboekt als gevolg van verdere grondslagerosie. Voor de jaren 2023-2030 zijn nog geen ODE-tarieven vastgesteld en zijn de bij het regeerakkoord vastgestelde kasuitgaven van de SDE++ gepresenteerd. Vanwege de oploop in de SDE-kasuitgaven en de verwachte grondslagerosie is in de huidige systematiek een verhoging van de ODE-tarieven na 2022 nodig om de verwachte uitgaven te dekken.

2    Deze opbrengsten verhogen de ODE taakstelling, maar worden teruggesluisd door het geleidelijk verhogen van de belastingvermindering in de EB. Dit om per saldo de 33/67 lastenverdeling tussen huishoudens en het bedrijfsleven te kunnen realiseren. Deze bedragen zijn tot stand gekomen op basis van de belastingsleutels van 2020.

3    De verwachte opbrengsten, en dus de verwachte kasuitgaven van de SDE++, zijn ex ante geraamd aan het begin van de huidige kabinetsperiode. De gerealiseerde ontvangsten vallen naar verwachting lager uit dan deze raming als gevolg van grondslagerosie. Grondslagerosie houdt in dat de basis (de grondslag) waarover belasting wordt betaald kleiner wordt: door energiebesparing neemt het belast verbruik van aardgas en elektriciteit naar verwachting af.

De ruimte voor de uitgaven en de geraamde inkomsten waren oorspronkelijk aan elkaar gelijk. In bijgaande tabel is de relatie tussen uitgaven voor de SDE+/SDE++ en ODE-ontvangsten verduidelijkt.

Tabel 36 Opbrengst heffing ODE (SDE+) (bedragen x € 1.000)

 
 

2021

2022

2023

2024

2025

2026

Stand SDE+/SDE++ Ontwerpbegroting 2022

2.330.096

2.653.508

3.132.956

3.288.976

3.215.219

3.172.347

Stand ODE Ontwerpbegroting

2021

2.648.000

2.692.000

2.838.300

3.062.000

3.198.000

2.983.000

Verschil tussen SDE+/SDE++ en

ODE

  • 317.904
  • 38.492

294.656

226.976

17.219

189.347

 

Verklaring:

Dekking uitvoeringskosten

RVO.nl en NEa t.b.v. energieregelingen

  • 19.051
  • 17.608
  • 17.608
  • 17.608
  • 17.608
  • 15.648

Financiering Hernieuwbare Energietransitie (HER+)

  • 32.426
  • 42.140
  • 45.540
  • 42.000
  • 25.540

0

Financiering

InvesteringsSubsidie Duurzame Energie ( ISDE)

  • 106.250
  • 130.000
  • 100.000
  • 100.000
  • 100.000
  • 100.000

Geplande onttrekking aan reserve duurzame energie en klimaattransitie ten behoeve van de SDE+

447.891

 

450.000

400.000

150.000

300.000

Budgetoverheveling van/naar andere departementen

  • 26.307

44

44

44

44

44

Overboeking naar diensten/ org.onderdelen EZK (o.a. TNO,

NEa, ACM)

  • 1.165
  • 780
  • 780
  • 780
  • 780
  • 780

Kasschuif van 2019 naar 2020,

2021 en 2022

10.800

14.300

       

Kasschuif ISDE-middelen van

2020 naar 2021 en 2022

30.000

30.000

       

Overheveling budget van MEP en SDE naar SDE+

87.831

45.000

50.000

45.000

40.000

35.000

Bijdrage EZK kosten scheepvaartveiligheid als gevolg van Wind op Zee

  • 14.227
  • 16.408
  • 23.960
  • 32.680
  • 28.897
  • 29.269

Bijdrage aan SCAN-programma

EBN

  • 15.000
  • 17.500
  • 17.500
  • 25.000
   

Bijdrage aan lening EBN t.b.v. Porthos-project

 
  • 53.400
       

Toevoeging uit algemene middelen voor WOZ-onderzoek in 2022

 

150.000

       

Bijdrage EZK aan generale beeld

2021

  • 680.000
         

Totaal verklaard

  • 317.904
  • 38.492

294.656

226.976

17.219

189.347

Ontvangsten zoutwinning

Deze ontvangsten betreffen opbrengsten uit afgegeven concessies voor de winning van steenzout.

Onttrekking begrotingsreserve duurzame energie en klimaattransitie De onttrekking aan de reserve in 2021 (totaal € 688 mln) is opgebouwd uit de volgende onderdelen:

  • - 
    de onttrekking van € 235,7 mln ter financiering van aanvullende maatregelen om tot CO2-reductie te komen.
  • de onttrekking van € 448 mln om enerzijds de tekorten op de uitfinanciering van de SDE en, SDE+ te dekken (als gevolg van de lage energieprijzen moet er meer subsidie uitgekeerd worden), anderzijds om de nadeelcompensatie van de sluiting van een kolencentrale te financieren.
  • de onttrekking van € 4,4 mln om de kasgevolgen van de ophoging van het budget van de Subsidieregeling Coöperatieve Energieopwekking (SCE) met € 63 mln naar € 100 mln (amendement-Sienot) te dekken.

Conform de afspraak in de Startnota van het kabinet Rutte-III dat de middelen in de reserve bij het afsluiten van het Klimaatakkoord toegevoegd zullen worden aan de voor de SDE+ beschikbare middelen, zal vanaf 2023 tot en met 2028 in totaal € 1,7 mld aan de reserve worden onttrokken. Daarnaast zal een jaarlijks bedrag van € 4,2 mln onttrokken worden om de eerder genoemde kasgevolgen van de ophoging van de SCE met € 63 mln tot en met 2035 te dekken.

ETS-ontvangsten

De opgenomen ontvangsten betreffen de geraamde opbrengsten van de verkoop van CO2-emissierechten, als onderdeel van het Europese Emissions Trading System (EU ETS). De geraamde ontvangsten zijn gebaseerd op het aantal te veilen ETS-rechten en de prijs per recht.

 

Tabel 37 ETS-ontvangsten

 

2021

2022

2023

2024

2025

2026

P1

49,81

55,04

55,72

56,33

56,94

57,55

Q

17.982.338

16.337.537

15.466.986

14.631.601

13.704.686

8.429.129

PxQ (€ mln)2

896

899

862

824

780

485

1    Getallen in de tabel zijn gebaseerd op stand 8 juli 2021, met de toen geldende forward-prijzen.

2    De ETS-ontvangsten zijn een resultante van de ontwikkeling van de ETS-prijs (P) en het aanbod van ETS-rechten (Q). De scherpe daling in 2026 is te verklaren door het vanaf dan scherp dalende uitstootplafond, wat er voor zorgt dat er vanaf dat jaar aanzienlijk minder rechten zullen worden geveild.

Diverse ontvangsten

Deze ontvangsten hebben voor een deel betrekking op doorberekening van kosten, aan initiatiefnemers van energieprojecten, die het Ministerie van EZK maakt in het kader van de Rijkscoördinatieregeling (RCR). Daarnaast worden ook de door het ministerie betaalde planschade-uitkeringen verhaald op deze initiatiefnemers. Ook de door RVO.nl terugontvangen subsidievoorschotten worden ten gunste van dit budget begroot.

Toelichting op de begrotingsreserves

 

Tabel 38 Stand begrotingsreserves per 31 december 2020 (bedragen x € 1.000)

   

Waarvan

   

juridisch

   

verplicht

Begrotingsreserve duurzame energie en klimaattransitie

4.172.783

100%

Begrotingsreserve Aardwarmte

17.499

100%

Begrotingsreserve ECN verstrekte leningen

6.600

0%

Duurzame energie

De begrotingsreserve voor duurzame energie is bestemd voor onbesteed gebleven middelen als gevolg van vertraging bij of het niet doorgaan van projecten waaraan subsidie is toegekend op basis van de MEP, de SDE, de SDE+, de SDE++, de HER+ of de ISDE. Via de reserve blijven deze middelen ook in de toekomst beschikbaar voor het stimuleren van hernieuwbare energieproductie en het bevorderen van CO2-reductie. De afspraken over en de werking van de begrotingsreserve duurzame energie en klimaattransitie zijn het meest recent toegelicht in de volgende stukken:

  • Kamerstuk 31 865, nr. 79: Brief van Minister van EZ van 25 maart 2016 inzake het behouden van de middelen van de reserve;
  • Kamerstuk 31 239, nr. 218: Brief van Minister van EZ van 1 juli 2016 inzake voor- en nadelen fondsvorming en specificaties begrotingsreserve duurzame energie, waaronder een toelichting op het aandeel «juridisch verplicht».

Tabel 39 Specificatie van begrotingsreserve duurzame energie en klimaattransitie (bedragen x € 1 mln)

 
 

2013

2014

2015

2016

2017

2018

2019

2020

Totaal

MEP (algemene middelen)

23

16

2

0

34

  • 2

0

0

73

SDE (algemene middelen)

143

220

297

191

63

16

91

107

1.129

Tijdelijke onttrekking (MEP/SDE)

   
  • 20
  • 77
  • 77
  • 73
  • 78
  • 73
  • 398

Onttrekking reserve t.b.v. ophoging ISDE-MKB (amendement-Mulder)

             
  • 100
  • 100

Onttrekking reserve t.b.v. financiering Urgenda 2.0-pakket

             
  • 63
  • 63

SDE+ (ODE gefinancierd)

59

134

204

282

281

523

903

1.146

3.532

Totaal

225

369

483

396

301

465

916

1.018

4.173

Eind 2020 bedraagt de stand van de reserve € 4.173 mln. Daarvan is 100% juridisch verplicht. Bij de huidige inzichten is de in de meerjarencijfers beschikbare uitgavenruimte voorlopig toereikend voor de kasuitloop van de afgegeven beschikkingen. Naar de huidige inzichten, onder meer gebaseerd op de meerjarenramingen van RVO.nl (de uitvoerder van de SDE ++), zal de begrotingsreserve duurzame energie en klimaattransitie in 2021 afnemen met € 622 mln (saldo storting en onttrekking).

Tabel 40 Overzicht geraamd verloop begrotingsreserve duurzame energie en klimaattransitie (bedragen x € 1.000)

Stand per 1/1/2021 Verwachte toevoe- Verwachte onttrek- Verwachte stand per Verwachte toevoe- Verwachte onttrek- Verwachte stand per gingen 2021    kingen 2021    1/1/2022    gingen 2022    kingen 2022    31/12/2022

4.172.783    66.333    - 687.971    3.551.145    66.333    - 4.186    3.613.292

Voor 2022 wordt een onttrekking aan de reserve geraamd van € 4,2 mln. Deze onttrekking heeft betrekking op de financiering van de kasuitgaven die het gevolg zijn van het amendement-Sienot over € 63 mln extra budget voor de Subsidieregeling Coöperatieve Energieopwekking (SCE, zie bij Ontvangsten).

Met de brief van 25 maart 2016 (Kamerstuk 31 865, nr. 79, blz. 2) is uiteengezet dat een nieuw kabinet de in de begrotingsreserve opgebouwde middelen kan overboeken naar de begroting en de meerjarencijfers op basis van de dan actuele inzichten. In 2021 en 2022 is rekening gehouden met de eerste terugstortingen van jaarlijks € 66,3 mln als compensatie van in totaal € 398 mln die in de jaren 2015 tot en met 2020 tijdelijk aan de reserve was onttrokken. In de jaren 2023 tot en met 2028 is verder rekening gehouden met een onttrekking uit de begrotingsreserve en overboeking naar het SDE+-budget van in totaal € 1,7 mld. Van de € 3,55 mld die naar verwachting eind 2021 in de begrotingsreserve beschikbaar is zal dan eind 2032 nog ruim € 2,14 mld resteren. Deze € 2,14 mld kan gezien worden als een buffer om eventuele tegenvallers in de ontwikkeling van de energieprijs (en daarmee hogere subsidie-uitkeringen) in de periode 2021-2030 op te kunnen vangen. Zie tabel 34 voor het overzicht van alle geplande stortingen in en onttrekkingen aan de reserve.

Aardwarmte

De begrotingsreserve voor de garantieregeling Aardwarmte is bedoeld om het budget voor het mogelijk uitbetalen van verliesdeclaraties meerjarig in te kunnen zetten en een eventuele mismatch in de tijd tussen inkomsten (premies) en uitgaven (verliesdeclaraties) op te vangen. Om gebruik te kunnen maken van de garantieregeling Aardwarmte betalen marktpartijen een kostendekkende premie aan de uitvoerder van de regeling (RVO.nl) die wordt gestort in de begrotingsreserve. Het uitstaande bedrag aan garanties bedroeg per 1 januari 2021 € 12,6 mln. Uit het toetsingskader van de garantieregeling aardwarmte blijkt dat, rekening houdend met het risicoprofiel van de aardwarmtegaranties (tussen de 1,4% kans op volledige en 7,6% op gedeeltelijke mislukking), de huidige omvang van de begrotingsreserve samen met de over de verstrekte garanties te ontvangen provisies (7%) benodigd is om ook in 2022 een garantieplafond van € 66,6 mln mogelijk te maken. Gelet op de uitstaande garanties en het genoemde risicoprofiel is de gehele reserve benodigd om mogelijke verliesdeclaraties op te kunnen vangen en is daarmee voor 100% inflexibel.

Omdat aardwarmte/geothermie ook in het Klimaatakkoord een belangrijke rol speelt, is de verwachting dat de komende jaren een toenemend beroep op de garantieregeling zal worden gedaan. Dit zal enerzijds leiden tot hogere premie-inkomsten (stortingen), anderzijds tot hogere uitgaven aan verliesdeclaraties (onttrekkingen). Wat dit per saldo voor gevolgen zal hebben voor de omvang van de reserve is nu nog niet te voorzien.

Voor meer informatie over de ontwikkeling van de garanties en het verloop van de reserve wordt verwezen naar het overzicht van de risicoregelingen in het hoofdstuk Beleidsagenda van deze begroting.

Tabel 41 Overzicht geraamd verloop begrotingsreserve Aardwarmte (bedragen x € 1.000)

Stand per 1/1/2021 Verwachte toevoe- Verwachte onttrek- Verwachte stand per Verwachte toevoe- Verwachte onttrek- Verwachte stand per

 
 

gingen 2021

kingen 2021

1/1/2022

gingen 2022

kingen 2022

31/12/2022

17.499

774

  • 69

18.204

0

  • 80

18.124

Risicopremie ECN/NRG

De middelen in de begrotingsreserve risicopremie ECN/NRG zullen worden aangesproken als NRG - al dan niet tijdelijk - (gedeeltelijk) niet kan voldoen aan de terugbetalingsverplichtingen volgens de afgesloten leningsovereenkomst. Deze reserve betreft uitsluitend een zekerstelling binnen de rijksbegroting. Derden kunnen geen beroep op deze middelen doen en daarmee zijn de middelen op deze reserve niet juridisch verplicht.

Tabel 42 Overzicht geraamd verloop begrotingsreserve ECN (bedragen x € 1.000)

Stand per 1/1/2021 Verwachte toevoe- Verwachte onttrek- Verwachte stand per Verwachte toevoe- Verwachte onttrek- Verwachte stand per gingen 2021    kingen 2021    1/1/2022    gingen 2022    kingen 2022    31/12/2022

6.600 0 0 6.600 0 0 6.600

Extracomptabele fiscale regelingen

Naast de in dit begrotingsartikel genoemde instrumenten, zijn er fiscale regelingen die betrekking hebben op dit beleidsterrein. In onderstaande tabel is ter informatie het budgettaire belang van deze regelingen vermeld. De cijfers zijn ontleend aan de corresponderende bijlage 'Fiscale regelingen' in de Miljoenennota. De fiscale regeling die niet in onderstaande tabel is opgenomen, maar wel op dit beleidsartikel betrekking hebben, is de EB Verlaagd tarief openbare laadpalen.

Voor een beschrijving van de regelingen, de doelstelling, de ramingsgrond, een verwijzing naar de laatst uitgevoerde evaluatie en het beoogde jaar van afronding van de volgende evaluatie wordt verwezen naar de bijlage bij de Miljoenennota 'Toelichting op de fiscale regelingen'.

Tabel 43 Fiscale regelingen 2019-2021, budgettair belang op transactiebasis in lopende prijzen (bedragen x € 1

 

mln)1

 

2020

2021

2022

Energie-investeringsaftrek (EIA)

145

149

149

EB Teruggaaf energie-intensieve industrie2

9

0

0

EB Salderingsregeling

303

330

355

EB Vrijstellingen voor energie-intensieve processen

116

135

139

EB Stadsverwarmingsregeling

67

71

74

EB Inputvrijstelling voor elektriciteitsopwekking

687

729

741

Inputvrijstelling kolenbelasting voor elektriciteitsopwekking

86

86

84

Inputvrijstelling kolenbelasting voor duaal verbruik

25

26

26

1    [-] = regeling is in dat jaar niet van toepassing; [0] = budgettair belang van de regeling bedraagt

2    EB = Energiebelasting

in dat jaar afgerond nihil.

   

Overzicht maatregelen in het kader van het Klimaatakkoord

Conform de motie Leegte (Kamerstuk 30 196, nr. 278) is onderstaand een totaaloverzicht opgenomen van alle maatregelen van alle ministeries ten behoeve van het Klimaatakkoord, inclusief die gericht zijn op de uitvoering van het Urgenda-vonnis. De maatregelen zijn gegroepeerd op basis van de sectorindeling van het Klimaatakkoord waaraan de maatregelen het meest direct bijdragen. Sommige maatregelen dragen echter ook bij aan andere sectoren.

In de begrotingen van Infrastructuur en Waterstaat (lenW), Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (LNV) en van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) zijn verwijzingen naar dit totaaloverzicht opgenomen.

De betreffende maatregelen die op deze begrotingen staan zijn in onderstaand overzicht opgenomen. Achter de maatregelen in dit overzicht wordt aangegeven op welke begroting en beleidsartikel de maatregelen feitelijk staan.

De budgettaire gevolgen van het Klimaatakkoord zijn opgenomen in het Klimaatakkoord (Kamerstuk 32 813, nr. 348). De fiscale maatregelen zijn, met uitzondering van de Energie-InvesteringsAftrek (EIA) en de MIA/VAMIL voor zover dat een Urgenda-maatregel betreft, niet meegenomen in dit overzicht en worden ook niet apart vermeld in de begroting van Financiën (IX).

Het kabinet heeft besloten om € 6,8 mld extra te investeren in klimaatmaat-regelen, bovenop het bestaande klimaatbeleid. Een deel hiervan is nodig voor de uitvoering van het Klimaatakkoord. Bijna het volledige bedrag zal aanvankelijk worden gereserveerd op de Aanvullende Post bij het Ministerie van Financiën en zal later - onder voorwaarde van een bestedingsplan -worden overgeheveld naar de diverse departementale begrotingen. Zodra dit is gebeurd zullen de bedragen aan onderstaand overzicht worden toegevoegd.

Tabel 44 Overzicht maatregelen in het kader van het Klimaatakkoord (bedragen x € 1.000)

 
 

2020

2021

2022

2023

2024

2025

2026

ELEKTRICITEIT

3.278.681

3.320.077

3.752.623

4.146.417

4.202.503

4.054.236

3.963.998

MEP (EZK, art. 4)

429

0

0

0

0

0

0

SDE (EZK. art. 4)

587.388

623.000

687.400

648.200

559.800

515.500

492.500

SDE+ incl. flankerend beleid en Net op Zee (EZK, art.4)

1.192.654

1.859.096

2.585.508

3.077.956

3.117.976

2.819.219

2.634.347

SDE++ (EZK, art. 4)

0

471.000

68.000

55.000

171.000

396.000

538.000

Subsidieregeling Coöperatieve Energieopwekking (EZK, art. 4)

0

418

10.519

13.096

15.385

17.428

18.877

Storting in begrotingsreserve duurzame energie (EZK, art. 4)

1.253.716

66.333

66.333

66.333

66.333

66.333

66.333

InvesteringsSubsidie Duurzame Energie (EZK, art.4)

101.383

130.250

130.000

100.000

100.000

100.000

100.000

Missiegedreven Onderzoek Ontwikkeling en Innovatie (MOOI) (EZK, art. 4)

40.675

55.437

60.135

58.524

54.015

48.735

43.700

Demonstratieregeling Klimaat en Energie-innovatie (DEI+) (EZK, art. 4)

33.605

52.715

75.963

55.143

49.369

38.856

45.576

Hernieuwbare Energietransitie (HER+) (EZK, art. 4)

38.427

32.426

42.140

45.540

42.000

25.540

0

Maatregelen CO2-reductie (EZK, art. 4)

303

0

0

0

0

0

0

Retourpremie koel- en vrieskasten (lenW, art.

21)

0

1.000

0

0

0

0

0

Bijdrage RVO.nl uitvoeringslasten MEP/SDE/ SDE+/SDE++/ISDE/HER+ (EZK, art. 4)

30.101

28.402

26.625

26.625

26.625

26.625

24.665

 

INDUSTRIE

153.927

276.018

236.579

140.224

146.889

125.985

113.780

Compensatie indirecte kosten ETS (EZK, art.

2)

0

0

81.600

0

0

0

0

Compensatie indirecte kosten ETS (EZK, art.

4)

110.083

179.542

0

0

0

0

0

Verduurzaming industrie (EZK, art. 2)

4.844

15.104

23.936

45.744

60.429

72.725

78.700

Urgenda en industrie (EZK, art. 2)

9.982

34.983

35.300

43.150

36.350

10.200

2.100

Infrastructuur Duurzame Industrie (PIDI.

EZK, art. 2)

0

10.460

13.500

13.500

13.500

13.500

0

Opschalingsinstrument waterstof (EZK, art.

4)

0

0

4.000

18.150

15.130

9.080

12.500

Stimulering van CO2-reducerende maatregelen Circulaire Economie en

Recycling en biobase kunsstoffen en textile(IenW, art. 21 via DEI+)

17.733

7.523

10.763

0

0

0

0

Chemische recycling (IenW, art. 21)

0

2.700

0

0

0

0

0

Circulaire maatregelen in de Grond, Weg en Waterbouw (IenW, art. 21)

0

7.500

0

0

0

0

0

Maatregelen in de Grond- Weg- en

Waterbouw (GWW) (IenW, art. 21)

1.000

2.000

2.000

3.000

3.000

3.000

3.000

Ketenaanpak (IenW, art. 21)

3.000

3.000

3.000

5.000

5.000

5.000

5.000

Klimaatneutraal en circulair inkopen en aanbesteden (IenW, art. 21)

1.000

2.000

2.000

3.000

3.000

3.000

3.000

Kunststof- en textielrecycling (IenW, art. 21)

0

3.000

3.000

4.000

4.000

4.000

4.000

Ophoging budget subsidieregeling circulaire ketenprojecten (IenW, art. 21)

0

3.000

0

0

0

0

0

CCS, leningdeel (EZK, art. 4)

0

0

53.400

0

0

0

0

CCS, subsidiedeel (EZK, art. 4)

6.285

5.206

4.080

4.680

6.480

5.480

5.480

 

GEBOUWDE OMGEVING

430.278

357.701

400.686

229.218

174.409

162.533

161.075

Aardwarmte (SCAN-programma EBN) (EZK, art. 4)

15.000

15.000

17.500

17.500

25.000

0

0

Expertisecentrum Warmte (EZK, art. 4)

4.012

2.101

0

0

0

0

0

WarmtelinQ, subsidiedeel (EZK, art. 4)

0

35.000

50.000

0

0

0

0

WarmtelinQ, leningdeel (EZK, art. 4)

0

0

0

37.500

0

0

0

 

2020

2021

2022

2023

2024

2025

2026

Storting in begrotingsreserve aardwarmte (EZK, art. 4)

0

774

0

0

0

0

0

Garantieregeling Aardwarmte (EZK, art. 4)

4.475

0

0

0

0

0

0

Bijdragen aan agentschappen (BZK, art. 4)

6.336

3.982

5.012

682

523

523

523

Energiebesparing huursector STEP (BZK, art. 4)

101.506

35.800

18.951

0

0

0

0

Energietransitie en duurzaamheid (Subsidies en opdrachten) (BZK, art. 4)

15.701

13.415

10.598

8.275

8.152

2.700

6.552

Uitvoeringskosten medeoverheden lokale energietransitie en RES aanpak (BZK art. 4)

   

72.500

       

Energiebesparing Koopsector SEEH (BZK, art. 4)

2.490

15.500

4.990

810

3.400

800

1.500

Bijdrage aan andere begrotingshoofdstukken

Innovatieprogamma CO2 (BZK art. 4)

0

38

9.135

11.201

13.584

13.760

30.000

GF aardgasvrije wijken (PAW) (BZK, art. 4)

0

0

55.000

0

0

0

0

Stimuleringsregeling aardgasvrije huurwoningen (SAH) (BZK, art. 4)

28.796

21.000

26.000

32.500

20.000

28.000

38.000

Renovatieversneller klimaatakkoord (BZK, art. 4)

0

0

9.000

18.750

29.750

39.750

0

Verduurzaming en ontzorging maatschappelijk vastgoed (BZK, art. 4)

8.000

15.317

0

0

0

0

0

Subsidieregeling energiebesparing eigen huis (SEEH+) en Programma reductie energieverbruik (PRE) (BZK, art. 4)

146.898

77.400

7.800

4.600

0

0

0

Programma reductie energieverbruik (PRE) (BZK, art. 4)( koop en huur)

30.064

94.974

0

0

0

0

0

Warmtefonds (BZK, art. 4)

67.000

27.400

114.200

97.400

74.000

77000

77.000

Reservering opschaling aardgasvrije wijken

1

0

0

0

0

0

0

7.500

 

MOBILITEIT

86.513

124.797

122.775

184.316

184.526

144.596

80.456

Subsidieregeling Duurzame Scheepsbouw (EZK, art. 4)

2.834

3.372

7.075

5.296

1.696

1.696

1.696

Demonstratieregeling Klimaattechnologie -Klimaatenveloppe 2019 (IenW, art. 14)

13.700

8.000

0

0

0

0

0

Laadinfrastructuur - Klimaatenveloppe 2019 (IenW, art. 14)

15.000

0

0

0

0

0

0

Duurzame energiedragers zero-emissiebussen (IenW, art. 14)

2.146

2.900

11.700

14.200

14.700

12.200

12.200

Duurzame energiedragers tankinfra (IenW, art. 14)

1.140

3.500

5.000

6.500

8.700

5.000

5.000

Duurzame logistiek (IenW, art. 14)

4.885

13.000

15.000

20.000

20.000

15.000

15.000

Verduurzaming personenmobiliteit (IenW, art. 14)

7.800

10.000

10.000

11.000

11.500

10.000

10.000

Klimaatakkoord: Elektrisch Vervoer (IenW, art. 14)

3.699

6.000

6.000

6.000

6.940

6.820

0

Klimaatakkoord: nieuwe elektrische auto's (IenW, art. 14)

7.261

18.250

9.000

24.870

41.750

46.750

0

Klimaatakkoord: 2e hands elektrische auto's (IenW, art. 14)

6.168

15.000

9.000

32.750

37.750

2.750

2.750

Klimaatakkoord: Bestel en Vracht (IenW, art.

14)

120

17.300

25.000

38.700

41.490

44.380

33.810

Aanvulling klimaatakkoord: Fietsparkeren (IenW, art. 13)

0

25.000

25.000

25.000

0

0

0

Maatregelen in de Grond-Weg- en

Waterbouw (IenW, art. 21)

16.500

0

0

0

0

0

0

Campagne veilige, zuinige, stille banden op spanning (IenW, art. 14)

514

775

0

0

0

0

0

Campagne het nieuwe rijden (IenW, art. 14)

200

1.700

0

0

0

0

0

Versterken overige gedragsmaatregelen, monitoring en evaluatie (IenW, art. 14)

2.046

0

0

0

0

0

0

 

2020

2021

2022

2023

2024

2025

2026

Bijdrage RWS (IenW, art. 21)

2.500

0

0

0

0

0

0

 

LANDBOUW EN LANDGEBRUIK

147.341

194.724

165.255

91.193

88.705

124.758

113.133

Innovatieagenda Energie (LNV, art. 21)

5.761

12.095

8.503

11.788

11.909

11.909

14.909

Marktintroductie energie innovaties (MEI)

(LNV, art. 21)

3.764

6.039

5.889

5.789

5.539

5.539

5.539

Energie-efficiency glastuinbouw (EG) (LNV, art. 21)

9.367

22.737

16.275

17.275

18.356

27.854

52.561

Subsidieregeling sanering varkenshouderijen (LNV, art. 21)

25.137

41.863

3.000

0

0

0

0

Subsidieregeling brongerichte verduurzaming stal- en managementmaatregelen (LNV, art. 21)

2.049

13.748

15.853

19.820

18.518

51.637

10.000

Geïntegreerde aanpak methaan en ammoniak via voer- en dierspoor (LNV, art.

  • 21) 
    pilots en demo's en randvoorwaarden voor verdienmodel klimaatvriendelijke producten2

12.355

2.034

7.580

8.678

8.609

8.805

8.805

Bodem (bodemkoolstof) en klimaatadaptatie (LNV, art. 21)

1.378

3.599

4.428

3.036

1.917

2.017

1.092

Kunstmestvervanging (LNV, art. 21)3

0

500

3.000

6.000

6.000

5.500

11.000

Advisering ondernemers ikv kringlooplandbouw (LNV, art. 21) en tegengaan voedselverspilling (LNV, art. 21)4

5.235

4.109

4.227

4.227

4.227

4.227

4.227

Versterken bomen, bos, natuur (LNV, art. 22)

6.000

6.000

6.000

6.000

6.000

3.500

3.500

Aanpak veenweideproblematiek en impuls veenweidegebieden (LNV, art. 22)

76.295

62.000

10.500

8.580

7.630

3.770

1.500

Minder intensief landgebruik veehouderijen

0

20.000

80.000

0

0

0

0

nabij Natura 2000-gebieden (LNV, art. 22)

 

SECTOROVERSTIJGENDE EN OVERIGE MAATREGELEN

242.831

305.124

346.001

320.368

320.368

290.368

290.368

MJA3 / MEE / Uitvoeringsprogramma Energiebesparing (EZK, art. 4)

2.249

1.860

2.368

2.368

2.368

2.368

2.368

EIA (FIN, fiscaal)

145.000

149.000

149.000

149.000

149.000

149.000

149.000

MKB-vouchers (EZK, art. 4)

0

3.392

25.633

0

0

0

0

MIA/VAMIL (fiscaal, FIN)

90.000

139.000

169.000

169.000

169.000

139.000

139.000

Uitvoeringskosten voor RVO.nl voor de ophoging van de MIA en de VAMIL (IenW, art. 21)

300

0

0

0

0

0

0

Verbetering en optimalisatie industriele wasproces van plastic verpakkingen (IenW, art. 21)

0

1.872

0

0

0

0

0

Subsidieregeling Energiebesparing en duurzame energie sportaccommodaties (EZK, art. 4)

32

0

0

0

0

0

0

Bijdrage RVO.nl uitvoeringslasten Energieakkoord/Klimaatakkoord (EZK, art. 4)

5.250

10.000

0

0

0

0

0

 

Totaal

4.339.571

4.578.441

5.023.919

5.111.736

5.117.400

4.902.476

4.722.810

1    het bedrag staat nog op de Aanvullende Post bij het ministerie van Financiën.

2    De enveloppegelden voor Integrale aanpak methaan en ammoniak, brongerichte maatregelen pilots en demo's en randvoorwaarden voor verdienmodellen klimaatvriendelijke producten zijn samengevoegd binnen één begrotingsinstrument. De budgetten voor 2021 en verder voor klimaat op dit instrument - gecorrigeerd voor stikstofmiddelen voor extra uren weidegang - zijn weergegeven op stand julibrief 2021; 2020 betreft hoofdzakelijk realisatie middels overboekingen naar andere (kennisen innovatie-)instrumenten. Ook voor 2021 en 2022 zijn overboekingen verwerkt in het kader van de uitvoering van bestedingenplannen, waardoor het budget lager is. Bij de realisatie zullen telkens de gerealiseerde overboekingen worden weergegeven naast de belasting van het begrotingsinstrument om een goed beeld te geven van de uitgaven.

3    Het betreft hier klimaat- en stikstofmiddelen.

4    Reguliere LNV-middelen, die bijvoorbeeld ook al voor het Voedingscentrum waren bestemd, zijn ook in de reeks opgenomen. Dit omdat bij het desbetreffende begrotingsinstrument ook met reguliere uitgaven onder andere verspilling wordt tegengegaan.

Beleidsartikel 5 Een veilig Groningen met perspectief

  • A. 
    Algemene doelstelling

Hoewel de gaswinning uit het Groningenveld flink is verminderd en het aantal aardbevingen terugloopt, hebben de inwoners van Groningen nog dagelijks te maken met de gevolgen van de gaswinning. Dit brengt gevoelens van angst, frustratie en onzekerheid met zich mee. Voor het kabinet staan de veiligheid, het goed afhandelen van schade en het creëren van perspectief voor de inwoners voorop. Het kabinet werkt hieraan langs drie sporen:

  • - 
    Beëindiging van de gaswinning uit het Groningenveld.
  • - 
    Goede afhandeling van de negatieve gevolgen van de gaswinning.
  • - 
    Een Nationaal Programma om Groningen perspectief te bieden.
  • B. 
    Rol en verantwoordelijkheid

De Minister van EZK is op grond van de Mijnbouwwet ervoor verantwoordelijk alle maatregelen te nemen die redelijkerwijs van hem gevraagd kunnen worden om te voorkomen dat de veiligheid wordt geschaad als gevolg van de gaswinning uit het Groningenveld.

Naast de Ministeries van EZK en BZK zijn enkele andere organisaties betrokken bij dit dossier. In 2020 is het Instituut Mijnbouwschade Groningen (IMG) opgericht. Deze zbo valt onder, maar is onafhankelijk van, het ministerie van EZK. Het Staatstoezicht op de Mijnen (SodM) adviseert de minister van EZK over over de veiligheid in Groningen als gevolg van de gaswinning. Het Adviescollege Veiligheid Groningen (ACVG) adviseert de ministers van EZK en BZK over kaders en normen voor de veiligheid van gebouwen. De versterkingsopgave wordt uitgevoerd door de Nationaal Coördinator Groningen (NCG), een dienstonderdeel van het ministerie van BZK.

De Minister van EZK heeft de volgende rollen en verantwoordelijkheden: Uitvoeren

  • - 
    Het jaarlijks vaststellen van het gaswinningsniveau en het inwinnen van advies hierover bij het SodM en TNO;
  • - 
    Het aan de exploitant van het mijnbouwnetwerk doorbelasten van de kosten voor de schadeafhandeling als gevolg van de gaswinning in Groningen en de gasopslag in Norg;
  • - 
    Het vaststellen van veiligheidskaders voor gebouwen in het aardbe-vingsgebied en het inwinnen van advies hierover bij het ACVG;

Financieren

  • - 
    Het ter beschikking stellen van voldoende financiële middelen aan het IMG ter uitoefening van zijn taken en bevoegdheden op het gebied van de afhandeling van mijnbouwschade;
  • - 
    Het financieren van de gemaakte afspraken met provincie en gemeenten in het kader van het verbeteren van het toekomstperspectief van de regio, in het bijzonder het mkb-programma en vastgelopen dossiers in de schadeafhandeling;

Regisseren

  • - 
    Het in stand houden van een systeem van publiekrechtelijke schade-afhandeling door het IMG;
  • - 
    Het creëren van de randvoorwaarden voor een zo snel mogelijke beëindiging van de gaswinning uit het Groningenveld, met behoud van leveringszekerheid;
  • - 
    Het creëren van mogelijkheden voor gebruik van geïmporteerd hoogca-lorisch gas in Nederland;

Stimuleren

  • - 
    Het stimuleren van een rechtvaardige, ruimhartige en doelmatige afhandeling van alle vormen van schade als gevolg van de gaswinning in Groningen en de gasopslag in Norg;
  • C. 
    Beleidswijzigingen

Wet beëindiging gaswinning Groningen

Vanaf medio 2022 is de gaswinning uit Groningen nagenoeg nul in een gemiddeld jaar (Kamerstuk 33 529, nr. 726). In 2022 worden in dit verband de Gaswet en Mijnbouwwet gewijzigd. De voorgenomen wijzigingen bieden zowel de inwoners van Groningen als de betrokken marktpartijen duidelijkheid en zekerheid over de definitieve sluiting van het Groningenveld. Tegelijkertijd dragen de wijzigingen van deze wetten bij aan de borging van de monitoring van de veiligheid na sluiting.

Voor gasjaar 2021-2022 wordt een winningsniveau verwacht van € 3,9 miljard Nm3. Het definitieve winningsniveau voor gasjaar 2021-2022 wordt vastgelegd in het vaststellingsbesluit dat uiterlijk 1 oktober 2021 wordt genomen. Na 2022 blijft het Groningenveld naar verwachting alleen nodig als reservemiddel voor koude momenten en bij verstoringen in het gassysteem. Het kabinet blijft zoeken naar mogelijkheden om het Groningenveld zo snel mogelijk definitief te sluiten.

Wijzigingen en aanvullingen in schadeafhandeling

Sinds de oprichting van zijn voorloper de Tijdelijke Commissie Mijnbouw-schade Groningen (TCMG) in 2018 heeft het Instituut Mijnbouwschade Groningen (IMG) tienduizenden meldingen van fysieke schade en schade door waardedaling afgehandeld. Voor meldingen van fysieke schade is medio 2021 een nieuwe werkwijze geïntroduceerd die ook in 2022 breed wordt toegepast. Met deze nieuwe werkwijze worden kleinere en minder complexe schademeldingen sneller afgehandeld en krijgen bewoners met relatief kleine schades de mogelijkheid om voor een vaste vergoeding van € 5000 te opteren.

Vanaf 2021 is het mogelijk om bij het IMG een vergoeding voor immateriële schade aan te vragen. In 2022 zal het IMG mogelijkheden bieden om fysieke schade op een meer duurzame manier te herstellen, zodat vervolgschade of terugkerende schade wordt voorkomen.

De kosten voor de schadeafhandeling lopen via de EZK-begroting en worden op de NAM verhaald. Prioriteit in 2022 is dat de gemiddelde afhan-delingstijd verder terugloopt en dat de samenwerking met de NCG wordt geïntensiveerd, opdat bewoners met zowel schade als versterken goed geholpen worden.

  • D. 
    Budgettaire gevolgen van beleid

Tabel 45 Tabel Budgettaire gevolgen van beleid artikel 5 (bedragen x € 1.000)

 
 

2020

2021

2022

2023

2024

2025

2026

Verplichtingen

726.384

1.300.541

945.961

793.464

644.180

394.380

390.280

 

Uitgaven

717.746

1.296.341

947.011

794.514

645.230

395.430

390.280

 
 

Subsidies (regelingen)

33.597

78.387

0

0

0

0

0

Verduurzamingsopgave uit aardgasbaten

33.517

78.286

0

0

0

0

0

Geestelijke bijstand/overige

80

101

0

0

0

0

0

Inkomensoverdrachten

497.231

916.415

698.750

275.000

195.100

51.250

50.250

Schadevergoedingen

317.544

465.000

506.250

265.000

190.100

48.250

48.250

Vergoeding waardedaling Groningen

179.687

415.000

116.000

0

0

0

0

Vergoeding immateriële schade Groningen

0

35.000

75.000

10.000

5.000

3.000

2.000

Bijdrage Commissie Bijzondere Situaties

0

1.415

1.500

0

0

0

0

Opdrachten

2.418

2.122

2.380

1.000

1.000

0

0

Werkbudget

2.418

2.122

2.380

1.000

1.000

0

0

Vermogensverschaffing/-onttrekking

0

0

0

397.264

387.880

317.930

317.530

Kapitaalinjectie EBN

0

0

0

397.264

387.880

317.930

317.530

Bijdrage aan agentschappen

180.968

291.582

239.631

115.000

55.000

21.500

21.500

Bijdrage aan RVO.nl

179.148

289.582

237.631

113.000

53.000

19.500

19.500

Instituut Mijnbouwschade Groningen

1.820

2.000

2.000

2.000

2.000

2.000

2.000

Bijdrage aan ZBO's/RWT's

0

1.050

1.050

1.050

1.050

1.050

0

TNO publieke SDRA

0

1.050

1.050

1.050

1.050

1.050

0

Bijdrage aan medeoverheden

0

2.200

2.200

2.200

2.200

2.200

0

Versterken

0

2.200

2.200

2.200

2.200

2.200

0

Bijdrage aan (internationale) organisaties

3.532

4.585

3.000

3.000

3.000

1.500

1.000

Organisatie- en programmabudget ACVG

3.532

3.000

3.000

3.000

3.000

1.500

1.000

Bijdrage Commissie Bijzondere Situaties

0

1.585

0

0

0

0

0

 

Ontvangsten

336.578

1.435.149

1.034.281

550.958

318.575

154.093

103.075

Schadevergoedingen

168.647

578.501

490.625

323.750

208.825

83.712

48.250

Uitvoeringskosten Schade

93.450

273.098

226.356

130.408

61.950

25.331

17.575

Dividenduitkering EBN

35.910

0

0

0

0

0

0

Dividenduitkering GasTerra

3.600

4.000

4.000

4.000

4.000

4.000

0

Mijnbouwwet

34.812

60.000

55.000

35.000

35.000

35.000

35.000

Vergoeding waardedaling Groningen

159

490.750

190.750

29.000

0

0

0

Vergoeding immateriële schade Groningen

0

26.250

65.000

26.250

6.250

3.500

2.250

Ontvangsten publieke SDRA

0

1.050

1.050

1.050

1.050

1.050

0

Versterken

0

1.500

1.500

1.500

1.500

1.500

0

 

Tabel 46 Uitsplitsing verplichtingen (bedragen x € 1.000)

 

2020

2021

2022

2023

2024

2025

2026

Verplichtingen

726.384

1.300.541

945.961

793.464

644.180

394.380

390.280

waarvan garantieverplichtingen

0

0

0

0

0

0

0

waarvan overige verplichtingen

726.384

1.300.541

945.961

793.464

644.180

394.380

390.280

Budgetflexibiliteit

Het percentage juridisch verplicht (het deel van het beschikbare uitgavenbudget waarop al juridische verplichtingen rusten) is bijna 100%.

Subsidies: Er zijn geen budgetten op artikel 5 in de categorie subsidies voor het jaar 2022.

Inkomensoverdrachten: Dit zijn de verschillende categorieën betalingen van vergoedingen van het IMG aan gedupeerden in Groningen. Deze worden gezien als 100% juridisch verplicht aangezien deze worden doorbelast aan de NAM en uitgavenbudget daarom niet voor andere doeleinden kan worden gebruikt.

Opdrachten: Dit betreft het werkbudget van de Projectdirectie Groningen. Hier worden verschillende opdrachten en onderzoeken gedurende het lopende jaar uit betaald. Het werkbudget voor 2022 is 0% juridisch verplicht.

Vermogensverschaffing/-onttrekking Er zijn geen budgetten op artikel 5 in de categorie vermogensverschaffing/-onttrekking voor het jaar 2022.

Bijdrage aan agentschappen: Dit betreft de bijdrage aan RVO voor de uitvoeringskosten van het IMG en het bestuur van het IMG.

Bijdrage aan ZBO's/RWT's: Dit betreft de opdracht aan TNO voor de Publieke SDRA. Deze is 100% juridisch verplicht.

Bijdrage aan (internationale) organisaties: Dit betreft het organisatie- en programmabudget voor het Adviescollege Veiligheid Groningen (ACVG). Dit is 100% juridisch verplicht.

  • E. 
    Toelichting op de financiële instrumenten

Subsidies

Verduurzamingsopgave uit aardgasbaten

In 2017 is de waardevermeerderingsregeling ingesteld cf. de motie-Bosman c.s. (Kamerstuk 33 529 nr. 242). Bewoners met € 1.000 schade of meer, kunnen in deze regeling maximaal € 4.000 subsidie ontvangen voor de verduurzaming van hun woning. Het Samenwerkingsverband Noord Nederland voert in opdracht van het Ministerie van EZK deze regeling uit. Voor deze regeling is in 2017 totaal meerjarig € 89,2 mln gereserveerd. Omdat dit budget is uitgeput heeft het kabinet aanvullend € 40 mln beschikbaar gemaakt.

Geestelijke bijstand/overige

Middels een motie van de ChristenUnie is eerder € 300.000 uit het NPG gereserveerd voor Platform Kerk en Aardbeving. Het Platform heeft een beschikking gekregen voor drie jaar van € 100.000 per jaar. De beschikking loopt tot en met 2021. Met middelen trekt Platform Kerk en Aardbeving extra geestelijk verzorgers aan, wordt een «proatbus» aangeschaft, waarmee de geestelijk verzorgers de hulpbehoevenden in de aardbevingsregio op kunnen zoeken.

Inkomensoverdrachten

Schadevergoedingen

Met ingang van 1 juli 2020 besluit het IMG over schadevergoedingen aan bewoners uit Groningen die aardbevingsschade hebben als gevolg van de gaswinning. Daarvoor werd de schade afgehandeld door de TCMG. Het IMG bepaalt onafhankelijk wie recht heeft op een schadevergoeding en hoe hoog deze vergoeding is, hierbij volgt het IMG het schadeprotocol. Deze schadevergoedingen worden uitbetaald door het IMG/RVO.nl. De kosten daarvan worden via een heffing op NAM verhaald, zoals vastgelegd in de tijdelijke wet Groningen. Naar aanleiding van de nieuwe werkwijze van het IMG is de raming voor de schadevergoedingen aangepast.

Vergoeding waardedaling Groningen

Per september 2020 zal het IMG ook schadeafhandelingen doen voor de waardedaling van Groningers in het aardbevingsgebied. De verwachting is dat daar in 2021 € 415 mln en in 2022 116 mln aan vergoedingen worden gegeven. Deze kosten worden via een heffing op NAM verhaald.

Vergoeding immateriële schade Groningen

In de zomer van 2021 is het IMG gestart met de eerste 100 schadeafhandelingen voor de immateriële schade van Groningers in het aardbevingsgebied. De verwachting is dat voor de regeling immateriële schade in 2021 € 35 mln voor wordt uitgegeven. Deze kosten worden via een heffing op NAM verhaald.

Bijdrage Commissie Bijzondere Situaties

NAM staat volledig op afstand van de schadeafhandeling. Onderdeel daarvan is dat de Commissie Bijzondere Situaties geen adviezen meer geeft aan de NAM, maar aan het IMG. Het IMG wordt gemandateerd om deze adviezen uit te voeren.

Opdrachten

Werkbudget

Dit betreft het werkbudget van de Projectdirectie Groningen. Hier worden onderzoeken en projecten van de Projectdirectie Groningen uit betaald, zoals bijvoorbeeld de ontwikkeling van de typologieaanpak.

Vermogensverschaffing/-onttrekking

Kapitaalinjectie EBN

De komende jaren zal het vermogen van EBN worden versterkt, zodat de deelneming in staat is te voldoen aan de verplichtingen die voortkomen uit de schadeafhandeling en versterkingsopgave in Groningen.

Bijdrage aan agentschappen

Bijdrage aan RVO.nl

RVO.nl voert in opdracht van de IMG de schadeafhandeling uit. Het IMG is opdrachtgever voor RVO.nl. Onderdeel van de uitvoeringskosten die RVO maakt is een btw-component die niet aan NAM wordt doorbelast. In het Akkoord op Hoofdlijnen met Shell en Exxon is afgesproken dat de btw-component niet wordt doorbelast aan de NAM. Zowel de Staat als de NAM ondervinden geen voordeel of nadeel aan deze afspraak ten opzichte van de situatie waarin de NAM de schade in Groningen afhandelde. De overige kosten worden via een heffing op NAM verhaald.

Instituut Mijnbouwschade Groningen

De uitvoeringskosten voor het bestuur van het IMG bedragen in 2021 in totaal naar verwachting € 2 mln. Er is tot en met 2026 € 2 mln per jaar beschikbaar voor het bestuur van het IMG.

Bijdrage aan ZBO/RWT's

TNO publieke SDRA

De Seismische Dreigings- en Risicoanalyse (SDRA) is sinds 2021 in publiek beheer en wordt in opdracht van EZK uitgevoerd door TNO. De SDRA geeft een verwachting van toekomstige grondbewegingen en het veiligheidsrisico voor de bewoners in het Groningse aardbevingsgebied.

Bijdrage aan medeoverheden

Versterken

Dit betreffen de middelen voor het MKB-programma uit het Bestuurlijk Akkoord Groningen van 6 november 2020. Deze zijn overgeheveld van de risicoreservering Groningen op de Aanvullende Post naar de EZK-begroting.

Bijdrage aan (internationale) organisaties

Organisatie- en programmabudget ACVG

Voor het Adviescollege Veiligheid Groningen (ACVG) is meerjarig budget overgeheveld van de risicoreservering Groningen op de Aanvullende Post.

Bijdrage Commissie Bijzondere Situaties

Voor de overbrugging van de periode dat de CBS niet meer adviseerde aan NAM, maar ook nog niet was ondergebracht bij het IMG is aan de CBS een bijdrage versterkt. Vanwege het andere karakter van deze uitgaven qua financiële instrumenten uit de Comptabiliteitswet 2016 staat dit apart weergeven.

Toelichting op de ontvangsten

Ontvangsten NAM voor schadevergoedingen en uitvoeringskosten Per 1 juli 2020 wordt conform de Tijdelijke Wet Groningen aan NAM een heffing opgelegd voor de kosten van alle vormen van schade.

Dividenduitkering EBN

EZK ontvangt dividend van EBN over het geconsolideerde nettoresultaat. Deze wordt lager door de afbouw van gaswinning in Groningen, de afnemende productie uit kleine velden, hogere kosten in verband met schade en versterken, en de verbreding van activiteiten naar CCS en geothermie. Door deze factoren en vanwege de ontwikkelingen op de gasmarkt verwacht EBN in de komende jaren geen dividend uit te keren.

Dividenduitkering GasTerra

Gasterra keert een vast dividend uit aan de aandeelhouders. Voor EZK is dit € 4 mln per jaar. GasTerra wordt afgebouwd en zal in 2025 voor de laatste keer dividend uitkeren.

Mijnbouwwet

Deze post bestaat uit winstaandelen van de vergunninghouders voor gaswinning, cijns (heffing van een percentage van de omzet), en oppervlak-terecht. Door onder meer teruglopende winning uit het Groningerveld en hogere productiekosten loopt deze post de komende jaren terug naar een vast niveau van € 35 mln per jaar.

Tabel 47 Geraamde productie aardgas (in mld Nm3 en kalenderjaren)

 
 

2021

2022

2023

2024

2025

2026

Productie totaal (in mld Nm3)

21

17

14

13

11

9

Waarvan: Groningenveld

7

3

1

1

1

0

Waarvan: kleine velden

14

14

13

12

10

9

In bovenstaande tabel wordt de geraamde productievolumes van aardgas voor zowel Groningen als de kleine velden weergegeven. Het kabinet doet er alles aan om na 2022 in een gemiddeld jaar geen gas meer te winnen uit het Groningenveld.

 

Tabel 48 Verwachting 2021-2022

Verwachting 2021-2022

2021

2022

Productie aardgas totaal (in mld Nm3)

21

17

Beursprijs van TTF-gas (eurocent/ m3)

20,7

20,0

In de afgelopen jaren is de gaswinning sterk gedaald, met bijbehorende budgettaire gevolgen. De volgende tabel laat de mutaties in de gasbaten zien ten opzichte van de Startnota 2017. Omdat 2024, 2025 en 2026 geen onderdeel uitmaakten van de meerjarenraming in de Startnota 2017, zijn voor die jaren geen cijfers opgenomen.

Tabel 49 Aansluiting raming gasbaten Startnota 2017 met raming Miljoenennota 2022 (bedragen x € 1 mld,

 

kasbasis)

a - Stand Startnota 2017

2021

2022

2023

2024

2025

2026

Niet-belastingmiddelen (geraamd op EZK-begroting)

1,75

1,70

1,65

-

-

-

Vennootschapsbelasting

0,15

0,15

0,20

-

-

-

Totale gasbaten

1,90

1,85

1,85

-

-

-

 

b - Mutaties ten opzichte van Startnota 2017

2021

2022

2023

2024

2025

2026

Niet-belastingmiddelen (geraamd op EZK-begroting)

  • 1,69
  • 1,64
  • 1,61

-

-

-

Vennootschapsbelasting

  • 0,15
  • 0,15
  • 0,20

-

-

-

Totale gasbaten

  • 1,84
  • 1,79
  • 1,81

-

-

-

 

c- Stand Miljoenennota 2022

2021

2022

2023

2024

2025

2026

Niet-belastingmiddelen (geraamd op EZK-begroting)

0,06

0,06

0,04

0,04

0,04

0,04

Vennootschapsbelasting1

Totale gasbaten

0,06

0,06

0,04

0,04

0,04

0,04

1 Vanwege de lagere volumina in de gaswinning en corresponderende lagere aardgasbaten worden de inkomsten die samenhangen met de vennootschapsbelasting in de nieuwe ramingsmethodiek geraamd op nihil.

Kengetallen

 

Tabel 50 Kengetallen

 

2015

2016

2017

2018

2019

2020

Bron

  • 1. 
    Gewonnen volume aardgas totaal (in Nm3)

50 mld

48 mld

42 mld

35 mld

29 mld

23 mld

TNO

  • 2. 
    Gewonnen volume aardgas

Groningenveld (in Nm3)

28 mld

28 mld

24 mld

19 mld

15 mld

8 mld

TNO

  • 3. 
    Gewonnen volume aardgas kleine velden (in Nm3)

22 mld

20 mld

18 mld

16 mld

14 mld

15 mld

TNO

  • 4. 
    Aantal boringen exploratie onshore en offshore

16

4

6

5

4

3

TNO

  • 5. 
    Aantal boringen productie onshore en offshore

17

16

8

7

7

9

TNO

  • 6. 
    Beursprijs van TTF-gas (eurocent/m3)

19,8

13,6

16,6

21,5

14,9

9,1

APX Endex

  • - 
    In bovenstaande tabel wordt weergegeven hoeveel gas er in de afgelopen jaren is gewonnen (kengetallen 1 t/m 3 geven)
  • - 
    Daarnaast is weergegeven hoeveel boringen hebben plaatsgevonden, uitgesplitst naar exploratie van nieuwe velden (kengetal 4) en productie van reeds bekende velden (kengetal 5). EZK stelt de randvoorwaarden hiervoor, marktpartijen nemen de productie en exploratie voor hun rekening.
  • - 
    De gemiddelde beursprijs van gas is ook opgenomen in bovenstaande tabel (kengetal 6). Het virtuele gashandelplatform TTF is een belangrijk referentiepunt voor de Europese gasprijzen.

Vergoeding waardedaling Groningen

Dit betreffen ontvangsten van NAM voor de schadeafhandelingen in het kader van de waardedalingsregeling voor Groningers in het aardbevings-gebied. Deze worden via een heffing op NAM verhaald.

Vergoeding immateriële schade Groningen

Dit betreffen ontvangsten van NAM voor de schadeafhandelingen in het kader van de immateriële voor Groningers in het aardbevingsgebied. Deze worden via een heffing op NAM verhaald.

Ontvangsten publieke SDRA

De kosten voor het onderzoek van TNO voor de ontwikkeling van een publieke seismische dreigings- en risicoanalyse worden verhaald op de NAM. De raming hiervoor is opgenomen in de EZK-begroting.

Versterken

De kosten voor de uitvoering van de beleidsregel versterken industrie worden verhaald op de NAM. De raming hiervoor is opgenomen in de EZK-begroting.

Indicatoren

Schadeafhandeling

Het Instituut Mijnbouwschade Groningen (IMG) rapporteert op kwartaal-basis onder andere over het aantal afgehandelde meldingen, het aantal geaccepteerde schadevergoedingen en klanttevredenheid. De volgende tabel geeft de stand van de schadeafhandeling door de IMG weer. In volgende begrotingsstukken wordt hier een update van gegeven.

 

Tabel 51 Schadeafhandeling door de IMG (stand 6 juli 2021)

Aantal ingediende schademeldingen

120.387

Aantal afgehandeld

87.604

Aantal besluiten van de TCMG/IMG

78.373

Aantal afwijzingen

5.493

Aantal anderszins afgehandeld

3.738

Totaal uitgekeerd schadebedrag (x € 1 mln), incl. stuwmeerregeling

664,0

Nog openstaande schademeldingen

32.783

Overzicht middelen op de rijksbegroting voor Groningen

In totaal is op de Rijksbegroting € 4,566 mrd beschikbaar voor Groningen. Het gaat hierbij om middelen die niet aan de NAM worden doorbelast. Dit bedrag is als volgt opgebouwd:

Tabel 52 Beschikbaar voor Groningen op de Rijksbegroting (bedragen x € 1.000)

 
 

2021

2022

2023

2024

2025

2026

EZK - subsidies

Verduurzamingsopgave (uit aardgasbaten)

78.286

0

0

0

0

0

Geestelijke bijstand/overige

101

0

0

0

0

0

 

BZK - Subsidies

Energiebesparing woningen bouwkundig versterkingsp

7.470

0

0

0

0

0

Woonbedrijf

3.027

3.028

1.949

0

0

0

Diverse subsidies

2.212

650

0

0

0

0

Bestuurlijke afspraken

234.925

174.000

39.500

0

0

0

Versterkingsoperatie

72.397

0

0

0

0

0

Tegemoetkoming aan huurders

2.181

0

0

0

0

0

 

EZK - opdrachten

Onderzoek en werkbudget

2.122

2.380

1.000

1.000

0

0

BZK - opdrachten

Werk- en onderzoeksbudget

5.579

11.564

11.089

7.045

285

280

Bestuurlijke afspraken

5.000

17.500

0

0

0

0

EZK - inkomensoverdrachten

           

Vastgelopen dossiers

2.500

6.250

0

0

0

0

EZK-vermogensverschaffing/-onttrekking

           

Kapitaalinjectie EBN

0

0

397.264

387.880

317.930

317.530

EZK - Bijdrage aan agentschappen/ZBO's

Uitvoeringskosten IMG

2.000

2.000

2.000

2.000

2.000

2.000

TNO-publieke SDRA

1.050

1.050

1.050

1.050

1.050

0

Organisatie- en programmabudget ACVG

3.000

3.000

3.000

3.000

1.500

1.000

EZK-bijdragen aan medeoverheden

           

MKB-programma

2.200

2.200

2.200

2.200

2.200

0

BZK-bijdragen aan medeoverheden

Nationaal Programma Groningen (bijdrage NAM)

122.098

25.000

25.000

25.000

25.000

25.000

Compensatie gemeenten en provincie

112.031

15.195

11.595

7.440

0

0

Diverse bijdragen

1.718

0

0

0

0

0

Bestuurlijke afspraken

134.963

137.922

3.400

2.400

2.400

1.300

LNV - Bijdrage aan medeoverheden

           

Agroprogramma

4.000

3.750

3.750

3.750

3.750

0

OCW - bijdrage aan medeoverheden

Achterstallig onderhoud erfgoed (RA-envelop)

4.500

0

0

0

0

0

Erfgoedprogramma

2.000

5.000

3.000

0

0

0

BZK - bijdrage aan internationale organisaties, agentschappen,

           

vergoeding

           

Diverse bijdragen

275

0

0

0

0

0

Werk- en onderzoeksbudget

104

0

0

0

0

0

Versterkingsoperatie

10.000

0

0

0

0

0

 

Aanvullende Post van de Rijksbegroting

Aanvullende Post «algemeen»

133.951

185.360

182.630

162.370

98.800

61.500

Gasfonds

50.000

105.600

0

0

0

0

Bestuurlijke afspraken

0

178.156

283.044

153.629

77.793

15.319

 

Totaal beschikbaar voor Groningen

999.690

879.605

971.471

758.764

532.708

423.929

 

Totaal beschikbaar in de periode 2021 - 2026

         

4.566.167

  • 4. 
    Niet-beleidsartikelen

Artikel 40 Apparaat

Op dit artikel zijn de personele en materiële uitgaven en ontvangsten van EZK geraamd, voor zover die betrekking hebben op het kerndepartement (Directoraten-Generaal en stafdirecties) en de diensten van EZK (ACM28, CPB en SodM). Enkele stafdirecties van EZK werken als gemeenschappelijke dienst voor EZK en LNV. In deze begroting is enkel het EZK-aandeel van deze gedeelde diensten geraamd, te weten 57%, de overige 43% van het budget staat op de LNV-begroting geraamd. De uitgaven aan externe inhuur, de uitgaven aan ICT en de bijdragen aan shared service organisaties (SSO's) worden apart inzichtelijk gemaakt en meerjarig geraamd. Tevens bevat dit artikel een raming voor de bijdragen aan DICTU voor zover het opdrachten betreft ten behoeve van het kernministerie EZK.

Tabel 53 Apparaatsuitgaven kerndepartement en diensten Budgettaire gevolgen (bedragen x € 1.000)

 
 

2020

2021

2022

2023

2024

2025

2026

Verplichtingen

294.990

311.347

302.285

300.550

299.995

295.160

296.538

 

Uitgaven

294.990

311.347

302.285

300.550

299.995

295.160

296.538

 

Personele uitgaven

219.736

218.191

210.375

205.697

202.195

195.706

195.619

eigen personeel

190.717

193.173

192.163

188.025

183.962

176.748

176.669

inhuur externen

15.989

10.987

10.048

10.286

10.209

10.859

10.859

overige personele uitgaven

13.030

14.031

8.164

7.386

8.024

8.099

8.091

Materiële uitgaven

75.254

93.156

91.910

94.853

97.800

99.454

100.919

ICT

13.812

11.368

18.829

23.128

26.547

27.694

29.475

bijdrage aan SSO's

13.742

14.066

13.382

13.382

13.382

13.382

13.382

bijdrage aan agentschap DICTU

25.527

21.147

20.200

20.000

20.000

20.050

20.050

overige materiële uitgaven

22.173

46.575

39.499

38.343

37.871

38.328

38.012

 

Ontvangsten

26.126

58.479

25.294

24.896

24.827

24.646

24.646

ACM

19.066

17.589

17.902

18.149

18.080

17.899

17.899

SodM

2.281

3.150

3.150

3.150

3.150

3.150

3.150

CPB

1.643

1.643

1.643

1.643

1.643

1.643

1.643

kerndepartement

3.136

36.097

2.599

1.954

1.954

1.954

1.954

Toelichting op de uitgaven

Personele uitgaven

Betreft alle personeelsuitgaven voor het kerndepartement en de diensten. In de begroting 2022 zijn de ramingen voor externe inhuur apart gespecificeerd. Onder de overige personele uitgaven valt het sociaal plan voor onder andere afronding uitvoeringsorganisatie DLG en wachtgelduitgaven.

Materiële uitgaven

Betreft de materiële uitgaven van de ondersteunende processen voor het kerndepartement en de buitendiensten. Dit omvat onder andere huisvesting, communicatie, ICT en de bijdrage aan het Inkoopuitvoerings-centrum (IUC) dat gepositioneerd is bij de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland. Vanaf de begroting 2014 zijn de uitgaven voor ICT en bijdrage aan shared service organisaties (SSO's) apart zichtbaar gemaakt. ICT bevat zowel de uitgaven voor projecten als structurele uitgaven (onderhoud, licenties en vervanging). De bijdragen aan SSO's betreffen onder andere het Rijksvastgoedbedrijf (RVB) en Expertisecentrum/Ontwikkelingscentrum Rijk. De bijdrage aan DICTU is bestemd voor ICT-dienstverlening aan het kerndepartement. Het betreft hier werkplekservices, infrabeheer en appli-catieservices.

Toelichting op de ontvangsten

De ontvangsten betreffen bij de ACM voornamelijk de bijdragen uit de markt voor de sectoren energie, telecommunicatie, vervoer en post. Bij het SodM betreft het de kosten die zijn doorberekend aan de markt voor vergunningverlening en taken die volgen uit de (nieuwe) Europese Richtlijn 2013/30 i/EU. Bij het CPB gaat het om ontvangsten in verband met werken voor tweeden. De ontvangsten van het kerndepartement bestaan o.a. uit ontvangsten voor detacheringen en ontvangsten voor doorbelaste kosten. Onder ontvangsten kerndepartement valt de afroming van het eigen vermogen van agentschappen (RVO, DICTU en NEa).

Externe inhuur

Voor 2022 wordt voor totaal EZK een percentage externe inhuur voorzien dat ruim boven de zgn. Roemer-norm ligt (maximaal 10% van de personeelskosten voor externe inhuur). Onderstaande tabel geeft de percentages externe inhuur weer voor alle onderdelen van EZK.

 

Tabel 54 Percentage externe inhuur

 

2020

2021

2022

Kerndepartement

9,3%

11,7%

12,1%

Autoriteit Consument & Markt

5,0%

7,1%

5,0%

Centraal Planbureau

1,0%

0,4%

0,4%

Staatstoezicht op de Mijnen

8,7%

16,8%

12,8%

Rijksdienst voor Ondernemend Nederland

19,5%

15,9%

18,5%

Agentschap Telecom

17,8%

20,8%

17,3%

Dienst ICT Uitvoering

58,6%

57,5%

51,5%

Nederlandse Emissie Autoriteit

2,1%

8,7%

8,7%

Totaal

24,9%

24,8%

23,3%

  • - 
    Bij de percentages externe inhuur voor DICTU moet worden bedacht dat ICT-beheer en -ontwikkeling voor dit rijksbreed opererende agentschap een kerntaak is, hetgeen externe inhuur boven de Roemer-norm onvermijdelijk maakt, gegeven de bestaande krapte op de arbeidsmarkt en de wisselende behoefte aan gespecialiseerde ICT-kennis. Bovendien is het inhuren van schaarse ICT expertise relatief duur. Als gevolg daarvan zijn de personeelsuitgaven voor externe inhuur ten opzichte van de totale personeelsuitgaven eveneens relatief hoog.
  • - 
    RVO is een uitvoerder van een groot aantal verschillende opdrachtgevers, namelijk meerdere ministeries, decentrale overheden en de Europese Unie. RVO verzorgt de uitvoering van ruim 650 regelingen, subsidies, vergunningen en ontheffingen. Van subsidies voor boeren, tot octrooiverlening, ondersteuning bij het verkennen van buitenlandse markten en de afhandeling van schadegevallen in Groningen. Omdat dit per taak toegesneden expertise vereist, die per jaar kan fluctueren qua capaciteitsomvang, is flexibele capaciteitsinzet een randvoorwaarde voor kwalitatief hoogstaande dienstverlening. Tevens draagt de uitvoering van crisis maatregelen, zoals de COVID-19 regelingen, bij aan een hogere inhuur.
  • - 
    Het percentage externe inhuur van AT is financieel meerjarig begroot op 17,3 % als gevolg van inbedding van nieuwe gespecialiseerde taken en de huidige krappe arbeidsmarkt.

Genoemde agentschappen zien mogelijkheden om dichterbij de norm te komen. Gelet op het specifieke karakter van DICTU, RVO en AT zijn er echter grenzen aan de mogelijkheden om de externe inhuur te beperken, zonder risico's te lopen voor de bedrijfsvoering en de kwaliteit van de dienstverlening. De ontwikkeling van de uitgaven externe inhuur heeft zowel de aandacht van de departementsleiding als van de onderdelen die substantieel boven de Roemer-norm scoren (DICTU, RVO en AT). Periodiek wordt een dashboard besproken met het actuele beeld van de uitgaven externe inhuur en beide agentschappen hebben een plan van aanpak geïmplementeerd om het inhuurpercentage te verlagen, door middel van:

  • - 
    Het formuleren van beleid voor externe inhuur in het strategisch perso-neelsplan en hieruit een doelstelling formuleren voor de optimale verhouding tussen inhuur en eigen personeel.
  • - 
    Het terugbrengen van de externe inhuur door deze te vervangen door eigen personeel (verambtelijking) middels vaste of tijdelijke contracten. Echter, het blijkt niet altijd mogelijk om externe inhuur te vervangen door vaste dan wel tijdelijke contracten, door (wisselende) specifieke kennis en schaarste op de arbeidsmarkt voor o.a. ICT-professionals.
  • - 
    Het sturen op een inhuurperiode van maximaal 2 jaar.
  • - 
    Er wordt door het MT van AT actief gestuurd op het reduceren van het aantal externe inhuurkrachten. Hiervoor is een werving en selectieplan opgesteld en er zijn drie projectgroepen gestart die uitvoering aan het plan zullen geven.
  • - 
    In de afspraken met de opdrachtgever voor 2022 is overeengekomen het budget voor projecten structureel te maken. Als gevolg van de extra formatieruimte kan AT een projecten organisatie inrichten en externe inzet vervangen door vaste medewerkers.

Totaaloverzicht apparaatsuitgaven/kosten inclusief agentschappen, ZBO's en RWT's

De onderstaande tabel geeft de totale apparaatsuitgaven voor EZK weer. Hierbij zijn de apparaatsuitgaven voor het kernministerie en de buitendiensten alsmede de apparaatskosten van de agentschappen en de ZBO's en RWT's (voor zover deze via de Rijksbegroting gefinancierd worden) weergegeven.

 

Tabel 55 Totaaloverzicht apparaatsuitgaven/kosten inclusief agentschappen en ZBO's/RWT's (bedragen x € 1.000)

 

2020

2021

2022

2023

2024

2025

2026

  • 1. 
    Totaal apparaatsuitgaven ministerie

294.990

311.347

302.285

300.550

299.995

295.160

296.538

Kerndepartement (beleid en staf)

191.905

201.177

193.948

196.390

199.754

195.101

196.479

 

Apparaatsuitgaven diensten

103.085

110.170

108.337

104.160

100.241

100.059

100.059

Centraal Planbureau (CPB)

18.064

17.814

16.898

16.503

16.271

16.271

16.271

Autoriteit Consument en Markten (ACM)1

69.077

73.565

72.046

69.431

66.459

66.459

66.459

Staatstoezicht op de Mijnen (SodM)

15.944

18.791

19.393

18.226

17.511

17.329

17.329

  • 2. 
    Totaal apparaatskosten agentschappen

1.141.751

1.343.005

1.200.010

1.190.915

1.092.597

979.725

979.726

Agentschap Telecom (AT)

53.568

57.260

59.931

59.661

59.421

59.187

59.260

Dienst ICT Uitvoering (DICTU)

285.625

312.393

296.507

302.438

308.486

314.657

320.950

Nederlandse Emissieautoriteit (NEa)

9.164

10.727

12.235

12.235

12.235

12.235

12.235

Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO.nl)

793.394

962.625

831.337

816.581

712.455

593.646

587.281

  • 3. 
    Totaal apparaatskosten ZBO's en RWT's

938.441

905.796

Centraal Bureau voor de Statistiek

195.570

198.726

Stichting COVA

1.435

1.593

Raad voor Accreditatie

13.528

10.647

Bestuur Autoriteit Consument en Markt

632

779

TNO

516.453

462.751

Kamer van Koophandel

210.823

231.300

1 Om invulling te geven aan de Kaderrichtlijn, 2002/21/EG, zoals gewijzigd door 2009/140/EG, artikel 3 inclusief considerans 13, wordt opgemerkt dat van het totaalbedrag voor de apparaatsuitgaven van de ACM, een bedrag van circa € 15,9 mln. in 2022 specifiek voor toezicht op de elektronische communicatiesector wordt geraamd (inclusief betreffende kosten van het bestuur van de ACM).

In de bovenstaande tabel zijn onder andere de personele en materiële apparaatskosten van de agentschappen, ZBO's en RWT's vermeld. Echter, deze apparaatskosten worden niet alleen door EZK gefinancierd, maar ook door andere opdrachtgevende ministeries en derden. In de betreffende agentschapsparagrafen en de bijlage ZBO's en RWT's wordt dit nader toegelicht.

 

Tabel 56 Tabel apparaatsuitgaven per dienstonderdeel van het kerndepartement en diensten (bedragen x € 1.000)

2022

Totaal apparaat

302.285

DG Klimaat en Energie

25.808

DG Bedrijfsleven en Innovatie

29.184

Diensten CPB, ACM en SodM

108.337

Stafdirecties BBR, CE, DC, DB, DEIZ, FEZ en WJZ (inclusief gezamenlijke onderdelen EZK/LNV)

138.956

In bovenstaande tabel worden de personeelsuitgaven van DG Klimaat en Energie en DG Bedrijfsleven en innovatie weergegeven. De onderdelen diensten en stafdirecties bevat zowel personele als materiële uitgaven.

Artikel 41 Nog onverdeeld

 
 

2020

2021

2022

2023

2024

2025

2026

Verplichtingen

0

0

0

0

0

0

0

Uitgaven

0 0 0 0 0 0 0

Loonbijstelling programma apparaat

Prijsbijstelling programma apparaat

Onvoorzien

Ontvangsten

Dit artikel is een administratief begrotingstechnisch artikel. Dit betekent dat er geen daadwerkelijke uitgaven ten laste van artikel 41 worden gedaan. Vanuit dit artikel vinden overboekingen van loon- en prijsbijstellingen naar de loon- en prijsgevoelige artikelen binnen de begroting plaats. Ook worden er taakstellingen of extra middelen op dit artikel geplaatst die nog niet aan de beleidsartikelen zijn toegevoegd. Voor 2022 is dat niet aan de orde.

  • 5. 
    Begroting agentschappen

Aansluiting raming begroting agentschappen met financiering door moederdepartement EZK

Tabel 58 A - Begroting agentschappen 2022 (bedragen x € 1.000)

 
 

Bijdrage moederdepartement (EZK)

Bijdrage overige departementen

Bijdrage derden

Overige baten

Totale baten

Agentschap Telecom (AT)

34.299

4.579

24.828

0

63.706

Dienst ICT Uitvoering (DICTU)

212.582

105.725

1.855

0

320.162

Nederlandse Emissieautoriteit (NEa)

8.543

4.756

0

0

13.299

Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO.nl)

413.763

394.382

33.292

0

841.437

Totaal

669.187

509.442

59.975

0

1.238.604

Tabel 59 B - Bijdrage aan agentschappen per begrotingsartikel EZK (begroting 2022) (bedragen x € 1.000)

 

Raming

Ontwerp begroting

2022

Agentschap Telecom (AT)

35.470

art. 1 Goed functionerende economie en markten

30.824

art. 2 Bedrijvenbeleid: innovatie en ondernemerschap voor duurzame welvaartsgroei

543

art. 4 Een doelmatige energievoorziening en beperking van de klimaatverandering

4.103

Dienst ICT (DICTU)

212.582

art. 40 Apparaat

20.511

Bijdrage agentschappen

192.071

Nederlandse Emissieautoriteit (NEa)

7.536

art. 4 Een doelmatige energievoorziening en beperking van de klimaatverandering

7.536

Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO.nl)

413.688

art. 1 Goed functionerende economie en markten

10.375

art. 2 Bedrijvenbeleid: innovatie en ondernemerschap voor duurzame welvaartsgroei

92.135

art. 3 Toekomstfonds

8.738

art. 4 Een doelmatige energievoorziening en beperking van de klimaatverandering

58.046

art. 5 Een veilig Groningen met perspectief

237.631

art. 40 Apparaat

6.763

Subtotaal

669.276

af: Geraamde bijdrage agentschappen aan DICTU1

  • 192.071

Totaal geraamde bijdrage ten laste van de begrotingsartikelen

477.205

1 Een deel van de bijdrage aan DICTU wordt verstrekt door andere agentschappen van EZK. Om een juist totaalbedrag voor de bijdrage van EZK aan agentschappen te laten zien, wordt voor deze dubbeltelling gecorrigeerd.

Opmerkingen bij verschillen tussen ramingen in tabel A en tabel B

Het verschil tussen de totale omzet moederdepartement en de totale geraamde bijdrage ten laste van de begrotingsartikelen van per saldo € 0,09 mln is, gezien het bedrag, niet gespecificeerd.

Agentschap Telecom (AT)

Tabel 60 Begroting van baten-lastenagentschap voor het jaar 2022 (bedragen x € 1.000)

 
 

Stand Slotwet 1e 2020

  • ! 
    suppletoire begroting

2021

2022

2023

2024

2025

2026

Baten

  • Omzet

53.588

64.713

63.706

64.036

64.096

64.162

64.235

waarvan omzet moederdepartement

28.830

35.943

34.299

34.600

34.600

34.600

34.600

waarvan omzet overige departementen

4.156

4.654

4.579

4.579

4.579

4.579

4.579

waarvan omzet derden

20.602

24.116

24.828

24.857

24.917

24.983

25.056

Rentebaten

0

0

0

0

0

0

0

Vrijval voorzieningen

0

0

0

0

0

0

0

Bijzondere baten

1.796

0

0

0

0

0</