Memorie van toelichting - Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (VII) voor het jaar 2022

Deze memorie van toelichting i is onder nr. 2 toegevoegd aan wetsvoorstel 35925 VII - Vaststelling begroting Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties 2022 i.

1.

Kerngegevens

Officiële titel Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (VII) voor het jaar 2022; Memorie van toelichting; Memorie van toelichting
Document­datum 21-09-2021
Publicatie­datum 21-09-2021
Nummer KST35925VII2
Kenmerk 35925 VII, nr. 2
Externe link origineel bericht
Originele document in PDF

2.

Tekst

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Vergaderjaar 2021

2022

35 925 VII

Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (VII) voor het jaar 2022

Nr. 2

MEMORIE VAN TOELICHTING

INHOUDSOPGAVE

Geraamde uitgaven en ontvangsten    3

2.1    Beleidsprioriteiten    8

2.2    Belangrijkste beleidsmatige mutaties    28

2.3    Overzicht niet-juridisch verplichte uitgaven    32

2.4    Strategische Evaluatie Agenda    32

2.5    Overzicht risicoregelingen    33

3.1    Artikel 1. Openbaar bestuur en democratie    36

3.2    Artikel 2. Nationale Veiligheid    50

3.3    Artikel 3. Woningmarkt    52

3.4    Artikel 4. Energietransitie gebouwde omgeving en

bouwkwaliteit    62

3.5    Artikel 5. Ruimtelijke ordening en Omgevingswet    73

3.6    Artikel 6. Overheidsdienstverlening en

informatiesamenleving    81

3.7    Artikel 7 Werkgevers- en bedrijfsvoeringsbeleid    93

3.8    Artikel 9. Uitvoering Rijksvastgoedbeleid    107

3.9    Artikel 10. Groningen versterken en perspectief    112

4.1    Artikel 11. Centraal apparaat    118

4.2    Artikel 12. Algemeen    120

4.3    Artikel 13. Nog onverdeeld    122

5.1    Rijksdienst voor Identiteitsgegevens (RvIG)    123

5.3    P-Direkt    139

5.4    Uitvoeringsorganisatie Bedrijfsvoering Rijk (UBR)    146

5.5    FMHaaglanden (FMH)    153

5.6    Shared Service Centrum ICT (SSC-ICT)    158

5.7    Rijksvastgoedbedrijf (RVB)    165

5.8    Dienst van de Huurcommissie (DHC)    174

Bijlage 1: ZBO's en RWT's    181

Bijlage 2: Verdiepingsbijlage    182

Bijlage 3: Moties en toezeggingen    202

Bijlage 4: Subsidieoverzicht    288

Bijlage 5: Uitwerking Strategische Evaluatie Agenda    291

Bijlage 6: Specifieke uitkeringen    298

Bijlage 7: Overzicht rijksuitgaven Wind in de Zeilen    318

Bijlage 8: Rijksuitgaven Caribisch Nederland    323

GERAAMDE UITGAVEN EN ONTVANGSTEN

Figuur 1 Geraamde uitgaven verdeeld over beleidsartikelen en niet-beleidsartikelen (bedragen x € 1 mln.). Totaal € 8.058.270.000

  • 1. 
    Openbaar bestuur en democratie
  • 2. 
    Nationale Veiligheid
  • 3. 
    Woningmarkt
  • 4. 
    Energietransitie gebouwde omgeving en bouwkwaliteit
  • 5. 
    Ruimtelijke ordening en omgevingswet
  • 6. 
    Overheidsdienstverlening en informatiesamenleving

7 Werkgevers- en bedrijfsvoeringsbeleid

  • 9. 
    Uitvoering Rijksvastgoedbeleid
  • 10. 
    Groningen versterken en perspectief
  • 11. 
    Centraal apparaat
  • 12. 
    Algemeen
  • 13. 
    Nog onverdeeld

Figuur 2 Geraamde ontvangsten verdeeld over beleidsartikelen en niet-beleidsartikelen (bedragen x € 1 mln.). Totaal € 1.097.581.000

3,8

  • 1. 
    Openbaar bestuur en democratie
  • 2. 
    Nationale Veiligheid
  • 3. 
    Woningmarkt
  • 4. 
    Energietransitie gebouwde omgeving en bouwkwaliteit
  • 5. 
    Ruimtelijke ordening en omgevingswet
  • 6. 
    Overheidsdienstverlening en 04 informatiesamenleving '
  • 7. 
    Werkgevers- en bedrijfsvoeringsbeleid 0,1

120,3

490,0

  • 9. 
    Uitvoering Rijksvastgoedbeleid
  • 10. 
    Groningen versterken en perspectief
  • 11. 
    Centraal apparaat
  • 12. 
    Algemeen 0,0
  • 13. 
    Nog onverdeeld 0,0

500

600

0    100    200    300    400

  • A. 
    ARTIKELSGEWIJZE TOELICHTING BIJ HET BEGROTINGSWETSVOORSTEL

Wetsartikel 1

De begrotingsstaten die onderdeel zijn van de Rijksbegroting, worden op grond van artikel 2.3, eerste lid, van de Comptabiliteitswet 2016 elk afzonderlijk bij de wet vastgesteld.

Het wetsvoorstel strekt ertoe om de onderhavige begrotingsstaten voor het aangegeven jaar vast te stellen.

Alle voor dit jaar vastgestelde begrotingswetten tezamen vormen de Rijksbegroting voor dat jaar. Een toelichting bij de Rijksbegroting als geheel is opgenomen in de Miljoenennota.

Met de vaststelling van dit wetsartikel worden de uitgaven, verplichtingen en de ontvangsten vastgesteld. De in de begrotingsstaten opgenomen begrotingsartikelen worden in onderdeel B van deze memorie van toelichting toegelicht (de zogenoemde begrotingstoelichting).

Wetsartikel 2

Met de vaststelling van dit wetsartikel worden de baten en de lasten, het saldo van de baten en de lasten en de kapitaaluitgaven en -ontvangsten van de in de staat opgenomen baten-lastenagentschappen voor het onderhavige jaar vastgesteld en worden de verplichtingen, ontvangsten en uitgaven van verplichtingen-kasagentschappen voor het onderhavige jaar vastgesteld. De in die begrotingen opgenomen begrotingsartikelen worden toegelicht in onderdeel B (Begrotingstoelichting) van deze memorie van toelichting en wel in de paragraaf inzake de agentschappen.

De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,

K.H Ollongren

  • B. 
    ARTIKELSGEWIJZE TOELICHTING BIJ DE BEGROTINGSARTIKELEN
  • 1. 
     LeeswijzerAlgemeen

Voor u ligt de begroting 2022 van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (VII).

Groeiparagraaf

  • De begroting 2022 bouwt voort op de ontwikkeling van de begroting 2021. In deze begroting is een eerste uitwerking opgenomen van de strategische evaluatieagenda, in samenwerking met de rijksbrede operatie Inzicht in Kwaliteit. Doel hiervan is een verbeterd inzicht te verkrijgen in de doeltreffendheid en doelmatigheid van het gevoerde beleid.
  • Aan dit begrotingshoofdstuk is een extra bijlage toegevoegd namelijk bijlage 8 Rijksuitgaven Caribisch Nederland. Hier is de uitsplitsing van de Rijksuitgaven aan Caribisch Nederland voor de begroting Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (VII) weergegeven. Dit naar aanleiding van de voorlichting van de Afdeling Advisering van de Raad van State (RvS) en het Interdepartementale Beleidsonderzoek Koninkrijksrelaties. Hiermee breiden we het overzicht Rijksuitgaven aan Caribisch Nederland uit (Kamerstukken II 2019/20, 35300 IV, nr. 11). Doel hiervan is om de rol van het Ministerie van BZK te verstevigen en een meer integrale afweging van de Rijksuitgaven aan Caribisch Nederland te bevorderen. In de begroting Koninkrijksrelaties (IV) is het totale interdepartementale overzicht van de Rijksuitgaven Caribisch Nederland te vinden.

Beleidsagenda

De beleidsagenda geeft een overzicht van de hoofdlijnen van het beleid en wordt afgesloten met de volgende vier overzichten:

  • Overzichtstabel met de belangrijkste beleidsmatige mutaties
  • Overzicht niet-juridisch verplichte uitgaven
  • Strategische evaluatieagenda
  • Overzicht van risicoregelingen.

In het overzicht van risicoregelingen zijn de tabellen 'Garanties' en 'Achter-borgstellingen' opgenomen. Het betreft de Rijkshypotheekgaranties en de achterborgstellingen voor het Waarborgfonds Sociale Woningbouw (WSW) en het Waarborgfonds Eigen Woningen (WEW).

Beleidsartikelen

In de beleidsartikelen staan de beleids- en de financiële informatie over de voorgenomen uitgaven. De begroting van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) bevat negen beleidsartikelen:

  • artikel 1. Openbaar bestuur en democratie
  • artikel 2. Nationale veiligheid
  • artikel 3. Woningmarkt
  • artikel 4. Energietransitie gebouwde omgeving en bouwkwaliteit
  • artikel 5. Ruimtelijke ordening en omgevingswet
  • artikel 6. Overheidsdienstverlening en informatiesamenleving
  • artikel 7 Werkgevers- en bedrijfsvoeringsbeleid
  • artikel 9. Uitvoering Rijksvastgoedbeleid
  • artikel 10. Groningen versterken en perspectief

Een beleidsartikel is opgebouwd uit de volgende elementen:

  • A. 
    Algemene doelstelling
  • B. 
    Rol en verantwoordelijkheid
  • C. 
    Beleidswijzigingen
  • D. 
    Budgettaire gevolgen van beleid en budgetflexibiliteit
  • E. 
    Toelichting op de instrumenten

Budgetflexibiliteit

De peildatum van de gepresenteerde budgetflexibiliteit (op basis van juridische verplichtingen) is 1 januari 2022.

Niet-beleidsartikelen

De begroting van BZK bevat drie niet-beleidsartikelen:

  • artikel 11. Centraal apparaat
  • artikel 12. Algemeen
  • artikel 13. Nog onverdeeld

Begroting agentschappen

De begroting van BZK kent de volgende acht baten-lastenagentschappen:

  • Rijksdienst voor Identiteitsgegevens (RvIG)
  • Logius
  • P-Direkt
  • Uitvoeringsorganisatie Bedrijfsvoering Rijk (UBR)
  • FMHaaglanden (FMH)
  • Shared Service Centrum ICT (SSC-ICT)
  • Rijksvastgoedbedrijf (RVB)
  • Dienst van de Huurcommissie (DHC)

Bijlagen

De begroting van BZK bevat acht bijlagen:

  • 1. 
    Zelfstandige Bestuursorganen en Rechtspersonen met een Wettelijke Taak
  • 2. 
    Verdiepingsbijlage
  • 3. 
    Moties en toezeggingen
  • 4. 
    Subsidieoverzicht
  • 5. 
    Uitwerking Strategische Evaluatie Agenda
  • 6. 
    Specifieke uitkeringen

7 Overzicht rijksuitgaven compensatiepakket Zeeland 8. Rijksuitgaven Caribisch Nederland

Het uitgangspunt is om in de verdiepingsbijlage de beleidsmatige en technische mutaties toe te lichten die groter zijn dan of gelijk zijn aan de ondergrens zoals deze in de Rijksbegrotingsvoorschriften 2021 (RBV 2021) is opgenomen, de zogenaamde staffel, te weten:

 

Tabel 1 Ondergrens (staffel) op basis van Rijksbegrotingsvoorschriften 2021

Artikel

Beleidsmatige mutaties (ondergrens in € miljoen)

Technische mutaties (ondergrens in € miljoen)

  • 1. 
    Openbaar bestuur en democratie

Verplichtingen/Uitgaven: 2 mln. Ontvangsten: 1 mln.

Verplichtingen/Uitgaven: 4 mln. Ontvangsten: 2 mln.

  • 2. 
    Nationale Veiligheid

Verplichtingen/Uitgaven: 5 mln. Ontvangsten: 1 mln.

Verplichtingen/Uitgaven: 10 mln. Ontvangsten: 2 mln.

  • 3. 
    Woningmarkt

Verplichtingen/Uitgaven: 10 mln. Ontvangsten: 5 mln.

Verplichtingen/Uitgaven: 20 mln. Ontvangsten: 10 mln.

  • 4. 
    Energietransitie gebouwde omgeving en bouwkwaliteit

Verplichtingen/Uitgaven: 5 mln. Ontvangsten: 1 mln.

Verplichtingen/Uitgaven: 10 mln. Ontvangsten: 2 mln.

  • 5. 
    Ruimtelijke ordening en omgevingswet

Verplichtingen/Uitgaven: 2 mln. Ontvangsten: 1 mln.

Verplichtingen/Uitgaven: 4 mln. Ontvangsten: 2 mln.

  • 6. 
    Overheidsdienstverlening en informatiesamenleving

Verplichtingen/Uitgaven: 5 mln. Ontvangsten: 1 mln.

Verplichtingen/Uitgaven: 10 mln. Ontvangsten: 2 mln.

  • 7. 
    Werkgevers- en bedrijfsvoeringsbeleid

Verplichtingen/Uitgaven: 2 mln. Ontvangsten: 1 mln.

Verplichtingen/Uitgaven: 4 mln. Ontvangsten: 2 mln.

  • 9. 
    Uitvoering Rijksvastgoedbeleid

Verplichtingen/Uitgaven: 2 mln. Ontvangsten: 2 mln.

Verplichtingen/Uitgaven: 4 mln. Ontvangsten: 4 mln.

  • 10. 
    Groningen versterken en perspectief

Verplichtingen/Uitgaven: 10 mln. Ontvangsten: 5 mln.

Verplichtingen/Uitgaven: 20 mln. Ontvangsten: 10 mln.

  • 11. 
    Centraal apparaat

Verplichtingen/Uitgaven: 5 mln. Ontvangsten: 2 mln.

Verplichtingen/Uitgaven: 10 mln. Ontvangsten: 4 mln.

  • 12. 
    Algemeen

Verplichtingen/Uitgaven: 1 mln. Ontvangsten: 1 mln.

Verplichtingen/Uitgaven: 2 mln. Ontvangsten: 2 mln.

  • 13. 
    Nog onverdeeld

Verplichtingen/Uitgaven: 1 mln. Ontvangsten: 1 mln.

Verplichtingen/Uitgaven: 2 mln. Ontvangsten: 2 mln.

  • 2. 
    Beleidsagenda

2.1    Beleidsprioriteiten

Het begrotingsjaar 2022 staat in het teken van het herstel na het coronavirus. Ook is Nederland in afwachting van een nieuw kabinet na de Tweede Kamerverkiezingen van 17 maart 2021.

De gevolgen van het coronavirus hebben iedereen het afgelopen jaar geraakt. Mensen zijn dierbaren verloren, kwamen van de één op de andere dag thuis te zitten en waren lange tijd aangewezen op hun woning als directe werk- en leefomgeving. Jongeren kregen door het coronavirus te maken met onzekerheden over hun toekomst, studies en opleidingen. En niet voor iedereen was het vanzelfsprekend dat het dagelijks leven steeds meer digitaal verloopt.

Het is belangrijk dat mensen zich gehoord voelen en dat de overheid er voor hen is. Het Ministerie van BZK blijft zich in 2022 inzetten voor een duurzame leefomgeving waar iedereen prettig en betaalbaar kan wonen. We staan voor een sterke en levendige democratie waarin elke stem telt. Daarbij hebben we aandacht voor de betrokkenheid van jongeren. Ook zetten we ons in voor een digitale samenleving waarin iedereen mee kan doen.

2.1.1    Sterke en levendige democratie

Sterke democratie en toekomstbestendig bestuur

Het Ministerie van BZK is verantwoordelijk voor het stelsel waarbinnen het (decentraal) openbaar bestuur functioneert. We zorgen voor de continuïteit en kwaliteit in de vormgeving van ons (decentraal) openbaar bestuur. Democratische legitimatie en slagvaardigheid zijn in ons stelsel belangrijke waarden die we ook in 2022 blijven beschermen.

Vrije en eerlijke verkiezingen

De ruggengraat van onze democratie is het kiezen van volksvertegenwoordigers in vrije en toegankelijke verkiezingen. In het voorjaar van 2022 vinden de gemeenteraadsverkiezingen plaats. Daarbij blijven we samen met de Kiesraad en gemeenten werken aan de robuustheid, toegankelijkheid en uitvoerbaarheid van het verkiezingsproces.

Beschermen van het open publieke debat

Een veelheid aan opvattingen en meningen en een kritisch debat vormen de levensader van elke democratie. In onze democratische samenleving is de vrijheid van meningsuiting van essentieel belang. Maar het verspreiden van desinformatie, met als doel het open publieke debat te beïnvloeden, kan de democratie ondermijnen en het verloop van vrije en eerlijke verkiezingen verstoren. We werken daarom samen met andere betrokken partijen, zoals decentrale overheden, maatschappelijke organisaties, onafhankelijke media en politieke partijen. Dat doen we om te voorkomen dat desinformatie impact heeft, om onze informatiepositie te verstevigen en te reageren als het nodig is. Daarnaast ontwikkelen we op Europees niveau regels om te bevorderen dat sociale mediabedrijven voldoende verantwoordelijkheid nemen.

Ondersteunen en versterken politieke partijen

Voor het goed functioneren van de democratie is het ook belangrijk om het risico van onwenselijke buitenlandse beïnvloeding te beperken. Dit gebeurt onder andere in het voorstel tot wijziging van de Wet financiering politieke partijen (Wfpp) (Kamerstukken II 2020/21, 35657, nr. 2). Zo worden geldstromen van politieke partijen transparanter en wordt voorgesteld om giften van buiten de Europese Unie en Europese Economische Ruimte te verbieden. Daarbij is het belangrijk de onafhankelijke positie van politieke partijen te versterken. Dit doen we met het voorstel voor de Wet op de politieke partijen. Die wet gaat regels bevatten over de transparantie van digitale politieke campagnes, financiering van decentrale partijen en over specificering van het partijverbod. Dat bevordert de integriteit binnen politieke partijen.

Bescherming van de democratie en grondrechten tegen dreigingen De Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst (AIVD) voert zijn taken uit in een constant veranderende wereld, waarin de druk op de nationale veiligheid toeneemt. Dit vraagt om een wendbare en toekomstbestendige AIVD, om ook in 2022 op adequate wijze gekende en ongekende dreigingen te kunnen onderkennen en te mitigeren. Een van de belangrijkste opgaven voor de AIVD de komende periode is de transformatie naar een datage-dreven inlichtingen- en veiligheidsdienst. Technologische doorontwikkeling is een voorwaarde om te kunnen anticiperen op gekende en ongekende dreigingen en internationale politieke veiligheidsbelangen ten aanzien van onder andere China, cybersecurity en economische veiligheid.

(Digitale) spionage, cyberdreiging en ongewenste buitenlandse inmenging Spionage - economisch en politiek - vindt steeds vaker plaats in het digitale domein. Statelijke actoren zetten steeds geavanceerdere spionagemiddelen in om hun belangen te behartigen. Ook constateert de AIVD dat statelijke actoren misbruik maken van de Nederlandse ICT-infrastructuur. Dergelijke aantasting van digitale processen en onze digitale autonomie leidt steeds vaker tot maatschappelijke ontwrichting. Digitale aanvallen, met name als ze gericht zijn tegen de Nederlandse vitale infrastructuur, kunnen ook worden gebruikt als voorbereidingshandelingen voor sabotage. De AIVD zet in 2022 in op een gecombineerde aanpak van detectie van digitale aanvallen en advies om overheden en vitale bedrijven te ondersteunen bij het vergroten van hun weerbaarheid op dit terrein.

Verder zet de AIVD ook in op de detectie van klassieke spionage en (overige vormen van) ongewenste buitenlandse inmenging, waaronder de beïnvloeding van diaspora gemeenschappen door statelijke actoren.

Terrorisme en extremisme

Er is sprake van toenemende emancipatie van groepen en individuen binnen de samenleving. Die is gekoppeld aan de bereidheid om in actie te komen voor de eigen belangen. Als deze ontwikkelingen extremistische vormen aannemen, is er een taak voor de AIVD om hier zicht op te krijgen en bij samenwerkingspartners aan te geven wat ze daartegen kunnen doen. Deze onderzoeken richten zich met name op wahhabi-salafistische aanjagers, links- en rechts-extremisme en anti-overheidsextremisme. Aanslagen in het buitenland hebben aangetoond dat rechts-extremisme kan overgaan in terrorisme (Kamerstukken II 2020/21, 30977, nr. 159). Om zicht te krijgen op de ongewenste buitenlandse financiering die wahhabi-salafistische aanjagers tot hun beschikking hebben, wil de AIVD ook in 2022 inzetten op verder onderzoek.

Weerbaar en integer bestuur

Volksvertegenwoordigers en bestuurders moeten zonder oneigenlijke druk of dwang van buitenaf hun democratisch ambt kunnen vervullen. Daarom zetten we samen met partners uit het Netwerk Weerbaar Bestuur in op het uitdragen van de grens wat niet meer toelaatbaar is bij (digitale) intimiderende en agressieve uitingen tegen politieke ambtsdragers. Daarmee streven we naar het verhogen van het percentage meldingen en aangiftes na incidenten. Lessen uit gemeenten die vooroplopen bij de aanpak van een weerbare organisatie verspreiden we actief onder andere gemeenten.

Om de bestuurlijke integriteit te bevorderen, wordt in de Gemeentewet vastgelegd dat een kandidaat-wethouder een Verklaring Omtrent het Gedrag (VOG) moet overleggen. Ook wordt hij of zij, voorafgaand aan de benoeming door de raad, aan een risicoanalyse integriteit onderworpen. Verder krijgt de Commissaris der Koning (CdK) (als rijksorgaan) meer mogelijkheden om op te treden bij bestuurlijke problemen (Kamerstukken II 2020/21,35546, nr. 2). De invoering hiervan gaat gepaard met voorlichting aan decentrale overheden, de beroepsverenigingen en politieke partijen. Ook zetten we in op het actief delen van goede voorbeelden en het ontsluiten van kennis over de aanpak van integriteitskwesties en bestuurlijke problemen. De aanbevelingen van de Group of States against Corruption (GRECO) over de integriteit van bewindspersonen worden uitgewerkt.

Levendige democratie

Door recente ontwikkelingen en gebeurtenissen, zoals de toeslagenaffaire en de aandacht voor macht en tegenmacht, verdient de relatie tussen burgers en inwoners extra aandacht. Het is belangrijk de democratie en het openbaar bestuur levendig te houden en te vernieuwen.

Mensen een stem geven

Het vernieuwen van de democratie begint bij mensen een stem geven. Door kennis te verspreiden en vaardigheden aan te leren, vergroten we de mogelijkheden voor burgers om hun stem te laten horen. Op lokaal niveau bieden we ondersteuning op het gebied van de (digitale) participatie en maatschappelijke initiatieven van inwoners en democratisch vakmanschap voor de ambtelijke organisatie. De komende Wet versterking participatie op decentraal niveau en de voorbeeldverordening participatie dragen daaraan bij. Die maken meer participatie van inwoners mogelijk bij het voorbereiden, uitvoeren en evalueren van beleid.

Specifieke aandacht voor het vergroten van de stem van burgers gaat uit naar jongeren. Jongeren moeten grote offers brengen vanwege de corona-crisis, maar ze worden tegelijkertijd nog onvoldoende betrokken bij, en gehoord door, de politiek. In 2022 beginnen we met het ontwikkelen van een duurzame infrastructuur voor jongereninspraak. De kracht en kwaliteit van bestaande jongerenorganisaties en jongereninitiatieven vormen, samen met de inzet van gemeenten, het startpunt van deze infrastructuur.

Het geven van een stem gaat niet alleen over meedoen aan het democratisch proces. Ook op andere manieren wordt gewerkt aan het geven van een stem. Bijvoorbeeld voor het behoud en bevordering van het Fries, Nedersaksisch, Limburgs, Jiddisch, Romanes, Papiaments (op Bonaire) en de Nederlandse Gebarentaal. Ook gaat het er om hoe we omgaan met het verleden en hoe we daarover het gesprek aangaan, zoals in de dialoog over het slavernijverleden van Nederland. Komend jaar werken we verder aan het opvolgen van het advies van het Adviescollege Dialooggroep Slavernijverleden (Kamerstukken II 2020/21, 35570 VII, nr. 106).

Grondrechten en mensenrechten

Onze Grondwet vormt het fundament van onze samenleving. In de Grondwet zijn de grondrechten van burgers vastgelegd en zijn regels voor de inrichting van Nederland opgenomen, zoals het recht op een gelijke behandeling en het verbod op discriminatie. In 2022 gaan we daarom door met het uitvoeren van maatregelen om de gecoördineerde aanpak van discriminatie te versterken. Ook coördineren we het beleid voor mensenrechten. Hiervoor is een actieplan opgesteld, dat ook in 2022 wordt uitgevoerd. Eén van de maatregelen is het opzetten van een platform mensenrechten (Kamerstukken II 2020/21,33826, nr. 38).

Vernieuwen van het bestuur

Om democratie en bestuur sterk te houden, moet het bestuur in staat zijn in te spelen op maatschappelijke ontwikkelingen. De maatschappelijke opgaven waar decentrale overheden aan werken zijn complex, terwijl de samenleving hoge verwachtingen heeft. We blijven in 2022 werken aan een decentraal bestuur dat slagvaardig en democratisch gelegitimeerd functioneert. Dat gebeurt bijvoorbeeld met het wetsvoorstel tot wijziging van de Wet gemeenschappelijke regelingen (Kamerstukken II 2020/21, 35513, nr. 2) om de legitimiteit van deze regelingen te versterken.

Handvatten voor omgaan met maatschappelijke onrust Met een meerjarige, interbestuurlijke en programmatische aanpak ontwikkelen we handvatten voor bestuurders voor het omgaan met excessen die voortvloeien uit onrust in de samenleving. In 2022 voeren we maatregelen uit op vier fronten: bewustwording, monitoring en vroeg-signalering, preventie, en toezicht en handhaving. Speciale aandacht is er voor ondersteuning bij uitingen van onrust en protest die gepaard gaan met het overtreden van de wet, het inperken van de vrijheden van andere burgers of het ondermijnen van bijvoorbeeld de rechterlijke macht, de journalistiek of de overheid.

Inclusief en divers bestuur met een toegesneden rechtspositie We bevorderen in 2022 een diverse samenstelling van het openbaar bestuur en dragen bij aan een inclusieve politieke cultuur. Immers: een divers en inclusief bestuur vergroot de kwaliteit en legitimiteit van onze besluitvorming. We bieden daarom politieke aspiranten uit ondervertegenwoordigde groepen netwerkevenementen en oriëntatieprogramma's aan.

Bij een aantrekkelijk politiek ambt voor diverse groepen hoort ook een daarop toegesneden rechtspositie. Het adviescollege rechtspositie politieke ambtsdragers begint in 2022. Wij stellen een breed gedragen stappenplan op om de politieke pensioenen onder te brengen in het nieuwe pensioenstelsel.

Ondersteuning spelers in het lokaal bestuur

Goed toegeruste bestuurders en volksvertegenwoordigers zijn als dragers van een sterke democratie van groot belang. Daar dragen we aan bij via onder andere de beroeps- en belangenverenigingen in het decentraal openbaar bestuur en de instrumenten die met het programma Democratie in Actie zijn ontwikkeld. In 2022 is er speciale aandacht voor de inwerkpro-gramma's van nieuwe raadsleden en wethouders.

De burgemeester vervult als hoeder van het lokaal bestuur een spilfunctie. Daarom geven we in 2022 uitvoering aan de agenda burgemeester (Kamerstukken II 2019/20, 35300 VII, nr. 108). Daarmee wordt de ondersteuning van burgemeesters bij het uitoefenen van hun veelzijdige ambt verstevigd. In 2022 ondernemen we samen met de beroeps- en belangenverenigingen in het lokaal openbaar bestuur actie om de positie van gemeenteraden en provinciale staten te versterken. Er wordt onder andere ingezet op betere ondersteuning en het overdragen van kennis aan raden en staten. Ook is er een wetsvoorstel ingediend bij de Tweede Kamer om de decentrale rekenkamers te versterken (Kamerstukken II 2019/20, 35298 nr. 2).

Informatievoorziening volksvertegenwoordigers

Goede informatievoorziening is belangrijk voor de positie van volksvertegenwoordigers. Op het gebied van het inrichten van de staat zijn regels vastgelegd in de Grondwet, waaronder de inlichtingenplicht uit artikel 68 van de Grondwet. Die vormt de basis voor de informatievoorziening aan het parlement. In 2022 gaan we door op de ingeslagen weg naar een ruimere informatievoorziening aan de Kamers (Kamerstukken II 2020/21, 28362, nr. 56).

Samenwerken aan één slagvaardige overheid We ondersteunen overheden in de organisatie van de aanpak van maatschappelijke opgaven, om die zo veel mogelijk als één overheid, effectief en democratisch gelegitimeerd aan te pakken. De financiële positie van met name gemeenten vraagt hierbij om aandacht. De taken en beschikbare instrumenten om die taken uit te voeren zijn niet meer in balans. We blijven in 2022 dan ook in een breder perspectief werken aan de interbestuurlijke en financiële verhoudingen tussen Rijk en medeoverheden, in het bijzonder gemeenten.

Het sociaal domein blijft een thema waarop samenwerking tussen Rijk en medeoverheden noodzakelijk is. Met gemeenten maken we afspraken over het beter beheersbaar maken van de kosten in het sociaal domein. Ook signaleren we dat er steeds meer maatschappelijke opgaven worden opgepakt in de regio en dat er steeds meer verschillende regionale samenwerkingsverbanden ontstaan. We werken in 2022 aan voorstellen voor een goede balans tussen slagvaardigheid en democratische legitimiteit van het decentraal openbaar bestuur.

2.1.2 Duurzaam wonen en leven in heel Nederland

Het afgelopen jaar heeft veel van ons gevraagd. Mensen waren aangewezen op de eigen woning en leefomgeving. Onze leefomgeving zijn we meer gaan waarderen1. Met herstel in zicht is het tijd om door te pakken op de grote opgaven die randvoorwaardelijk zijn voor het economisch herstel1 2: verbetering van de leefomgeving, de energietransitie, de woningbouwopgave, leefbaarheid en ontwikkeling van gebieden en de betaalbaarheid van wonen. Deze vraagstukken komen samen in de fysieke leefomgeving omdat ze een claim leggen op onze schaarse ruimte. Om deze opgaven echt aan te pakken zijn structurele maatregelen nodig. Daarom vragen deze opgaven een brede en integrale aanpak waarbij Rijk, regio en sectoren samen gebiedsgericht aan de slag gaan.

Grote opgaves vragen om een integrale benadering

De roep om regie van de Rijksoverheid om de juiste integrale keuzes te maken neemt toe. Daarom pakken we de adviezen van het IBO Ruimtelijke Ordening op om deze rol te versterken (Kamerstukken II 2020/21,34682, nr. 82). De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) geeft invulling aan die rol (Kamerstukken II 2020/21,34682, nr. 83). In de NOVI stellen we de principes vast om de kwaliteit van de leefomgeving te verbeteren en te bewaken. In de regio's met de meest complexe opgaves werken Rijk en regio aan een gezamenlijke strategie en maken we wederzijdse afspraken. We houden zicht op de effecten van het gevoerde beleid en we kijken waar aanpassing nodig is. Zo zorgen we voor een goede, gezamenlijke gebiedsgerichte uitwerking van de opgaven zoals versnelling van de woningbouw, de herinrichting van het landelijk gebied en de ruimtelijke weerslag van de energietransitie.

In samenwerking tussen Rijk en regio werken we aan vijf omgevings-agenda's waarmee we samen met de regio's gebiedsgericht aan gedeelde ambities en opgaven werken. Er zijn acht NOVI-gebieden benoemd, waar de meeste complexe opgaven samenkomen. Hier gaan Rijk en regio gezamenlijk langdurige partnerschap aan. Door samen met de regio afspraken te maken hebben we een impuls gegeven aan de opgaves en transities die voor ons liggen. Daarnaast werken we in de gebieden met de grootste druk op de woningmarkt aan verstedelijkingsstrategieën. Hiermee pakken we de woningbouwopgaven versneld aan in samenhang met andere opgaves. Nu de uitwerkingen, afspraken en visies zijn gemaakt, moeten we de handen uit de mouwen steken en aan de slag gaan met de uitvoering.

Samen met departementen en andere uitvoeringsorganisaties onderzoekt het Rijkvastgoedbedrijf hoe rijksgronden kunnen worden ingezet voor maatschappelijke opgaven als: woningbouw, duurzame landbouw, natuurontwikkeling en de energietransitie. Inzet van rijksgronden voor woningbouw gebeurt al bij projecten als Valkenburg en Almere. In Flevoland kijken we of koppeling van gronden tot meer maatschappelijk resultaat leidt. Zoals aangegeven in de brief aan de Eerste Kamer van 23 februari 2021 (Kamerstukken I 2020/21, 35133, K) zal vooral ook het vergroten van het multifunctioneel grondgebruik een doel moeten zijn.

Een voorbeeld is grondgebruik voor landbouw en hernieuwbare energie tegelijk. Daarnaast heeft het Kabinet in de Miljoenennota 2021 aange-kondigd dat het inzet op meer regie vanuit het Rijk, onder meer door de besluitvorming rond enkele grootschalige woningbouwlocaties te versnellen en de noodzaak en mogelijkheden voor versterking van het bestuurlijk instrumentarium en actief grondbeleid door het Rijk te verkennen, inclusief een verkenning naar het inrichten van een mogelijk Rijksontwikkelbedrijf. Deze verkenning is inmiddels afgerond (Kamerstukken II 2020/21, 34682, nr. 85). Hierin is aangegeven dat een verdere uitwerking van een landelijke grondfaciliteit zal plaats gaan vinden zodat het volgend kabinet daarover kan besluiten. Hierin nemen we de lessen mee van het Regionaal Ontwikkelprogramma zoals aangegeven in de Kamerbrief van 18 december 2020 (Kamerstukken II 2020/21,31490, nr. 293).

In 2022 treedt de Omgevingswet in werking. De Omgevingswet biedt de juiste instrumenten om samen met provincies, waterschappen en gemeenten te werken aan het beheer en de ontwikkeling van de fysieke leefomgeving. Bouw- en infrastructuurtrajecten kunnen worden versneld en de informatiepositie van burgers en bedrijven wordt verbeterd. Ook krijgen gemeenten meer ruimte om betaalbare koopwoningen te bouwen. Daarnaast vindt er een grote digitaliseringsslag plaats en komt de

Omgevingswet op een moment dat er veel op het bord ligt bij lokale overheden. Daarom is een zorgvuldige invoering van belang, evenals voldoende ondersteuning van medeoverheden, om zo te kunnen profiteren van de positieve effecten van de nieuwe wet. Daarnaast investeren we in de geo-datainfrastructuur, waarin we alle informatie over leefomgeving samenbrengen in een openbare informatievoorziening. Met deze digitale kopie van de leefomgeving kunnen we ruimtelijke ontwikkelingen toetsen en ingrepen sneller voorbereiden.

Gebouwde omgeving verduurzamen om ook op lange termijn prettig te wonen

We hebben in het klimaatakkoord een belangrijke stap gezet om alle gebouwen richting 2050 te verduurzamen. Dit is een enorme transitie en vraagt een grote inzet en betrokkenheid van iedereen. Draagvlak is cruciaal. Bewoners en gebouweigenaren moeten bereid zijn om over te stappen van aardgas op andere warmtealternatieven. Voor bewoners en gebouweige-naren is het belangrijk dat de transitie haalbaar en betaalbaar is.

Om mensen mee te nemen in de transitie werken we dicht bij de mensen aan verduurzaming, in de wijk. Met het Programma Aardgasvrije Wijken doen we kennis en ervaring op met de wijkgerichte aanpak. Daarmee leren we hoe we de aanpak kunnen inrichten en opschalen. Dat doen we met proeftuinen en een kennis- en leerprogramma. Inmiddels zijn circa 65 proeftuinen begonnen. We hebben de ambitie om woningen en andere gebouwen in de proeftuinen ook daadwerkelijk aardgasvrij (ready) te maken. De geselecteerde gemeenten ontvangen een bijdrage om het onrendabele deel te financieren zodat bewoners een betaalbaar aanbod krijgen. Het geld is vooral voor isolatie en andere CO2-reducerende maatregelen. We willen bewoners goed betrekken en zoveel mogelijk synergie bereiken met andere opgaven in de wijk. We vinden het belangrijk om goed te kijken naar de voortgang. We maken de resultaten via een dashboard inzichtelijk en informeren de Tweede Kamer jaarlijks (Kamerstukken II 2020/21, 32847, nr. 739). In 2022 voeren we een brede onafhankelijke evaluatie uit.

Net als bij het aardgasvrij maken van wijken hebben gemeenten en andere medeoverheden ook bij andere delen van het klimaatbeleid een belangrijke rol. We ondersteunen medeoverheden om reeds gestarte werkzaamheden in 2022 door te zetten. Het gaat onder andere om kosten voor de Regionale Energiestrategieën (RES), nationaal programma RES, uitrol van laadpalen, energieloketten en uitvoeringsplannen (wijkgerichte aanpak).

Ook individuele gebouweigenaren kunnen bijdragen aan de transitie. In 2022 ondersteunen we dit individuele spoor met financierings- en ontzor-gingsarrangementen en subsidie. Een groeiend aantal gebouweigenaren investeert zelf of samen met anderen in verduurzaming, om te besparen op de energierekening of om zich alvast voor te bereiden op verwarming zonder aardgas. Dit kan bijvoorbeeld al met hybride warmtepompen. We zetten ons in om een breed palet aan aantrekkelijke, toegankelijke en verantwoorde financieringsmogelijkheden te realiseren. Zo kan iedereen een vorm vinden die in de eigen situatie past. Voor huiseigenaren is er een warmtefonds en zijn de drempels verlaagd om verduurzaming via de hypotheek te financieren. Van 2022 tot en met 2024 zal het kabinet middelen beschikbaar stellen voor het stimuleren van hybride warmtepompen, een nationaal isolatieprogramma en verduurzaming van maatschappelijk vastgoed.

De huursector ondersteunen we met regelingen gericht op aansluiting van huurwoningen op warmtenetten (de Stimuleringsregeling aardgasvrije huurwoningen (SAH)) en op kostenreductie en opschaling door innovatie (de Renovatieversneller). Daarnaast geven we samen met partijen uit de utiliteitsector richting aan de verduurzaming via streefdoelen, routekaarten en eindnormen. Dit moet ertoe leiden dat op termijn alle gebouwen een lager energieverbruik hebben en van duurzame energie worden voorzien: via warmtenetten, via volledig elektrische oplossingen, of via hybride vormen met duurzaam gas.

Om te zorgen dat iedereen prettig kan wonen ligt er een grote bouwopgave

De opgave om meer woningen te bouwen is groot. Er is nu een tekort van 279.000 woningen en dat aantal neemt de komende jaren eerst toe. Om de bouwopgave van 900.000 woningen te realiseren in de periode tot 20303 zijn flinke investeringen nodig. Dit kabinet stelt de komende 10 jaar € 100 mln. per jaar beschikbaar om de woningbouw extra te stimuleren. We hebben nog veel werk voor de boeg om te zorgen voor voldoende goede betaalbare woningen op de juiste plek. Ondanks de stijgende lijn in de bouwproductie en het aantal verleende bouwvergunningen, zal het voor 2022 een uitdaging blijven om de woningbouwproductie verder te verhogen, zodat het in de pas loopt met de almaar stijgende behoefte naar betaalbare woningen. Om de bouw van de 900.000 woningen te realiseren, zetten we in op drie pijlers: de veertien grootschalige woningbouwgebieden, de Woningbouwimpuls en door de randvoorwaarden op orde te krijgen.

Allereerst via de veertien grootschalige woningbouwlocaties4. Deze gebieden zijn essentieel om continuïteit en de benodigde schaal van de woningbouw te garanderen en innovatie te stimuleren. Ze zijn belangrijk voor de steden en voor marktpartijen om te blijven investeren. Het zijn stuk voor stuk complexe, grootschalige gebiedsontwikkelingen, vaak binnenstedelijk, een aantal buitenstedelijk en sluiten aan bij de verstedelijkingsvisie van de gemeenten, provincies en het Rijk. Met deze locaties kunnen de komende tien jaar circa 200.000 woningen worden gebouwd (in totaal 440.000 tot aan 2040). In 2022 werken we verder aan plannen van aanpak en de benodigde voorbereidingen.

Ten tweede zetten we met de Woningbouwimpuls in op het sneller bouwen van meer betaalbare woningen door heel Nederland. Door de inzet van de Woningbouwimpuls en cofinanciering van medeoverheden worden er de komende jaren vanuit de eerste twee tranches 96.000 woningen sneller en betaalbaarder gebouwd. Dat is ruim tien procent van de opgave voor de komende tien jaar. Er zijn nog veel meer woningbouwontwikkelingen waarbij de publieke kosten de opbrengsten overtreffen. In 2022 resteert nog € 100 mln. die is gereserveerd voor ouderenhuisvesting en Meerjarenprogramma Infrastructuur, Ruimte en Transport (MIRT)-afspraken met (gemeente) Utrecht over woningbouw.

Ten derde zorgen we ervoor dat de woningbouw snel en onder de juiste condities kan plaatsvinden, door het creëren van de juiste (rand)voorwaarden voor de woningbouw. In 2022 gaan we verder met de al genomen besluiten om belemmeringen zoals stikstof en beperkte capaciteit bij medeoverheden te verminderen. We maken wederkerige afspraken met medeoverheden, corporaties en marktpartijen en bewaken de voortgang. We blijven met provincies in gesprek over de plancapaciteit voor woningbouw en hoe provincies deze de komende jaren met gemeenten willen realiseren. Daarmee versterken we de regie vanuit het Rijk. Die rol willen we samen met de medeoverheden verder uitwerken.

Investeren in de leefbaarheid en ontwikkeling

Grensregio's en regio's met bevolkingsdaling hebben veel onbenut potentieel om prettig te wonen en leven. De opgebouwde samenwerking met de buurlanden heeft tijdens de coronacrisis haar waarde bewezen. Samen met onze partners in de regio versterken we in een interbestuurlijk programma de leefbaarheid en economische structuur van die regio's. Daarin stimuleren we gebiedsgerichte grensoverschrijdende initiatieven, pakken we knelpunten aan en verbeteren we de samenwerking via grens-landagenda's en conferenties. Acht grensregio's hebben in de afgelopen kabinetsperiode een Regio Deal gesloten met het Rijk.

In 2020 en 2021 zijn belangrijke stappen gezet om de versterkingsoperatie in Groningen te versnellen. We hebben bestuurlijke afspraken gemaakt over de versterking en een pakket gevormd van € 1,5 mld. om woningen te verbeteren en ongewenste verschillen tussen wijken te voorkomen. Ook is gewerkt aan de typologie benadering waardoor niet alle gebouwen meer individueel hoeven te worden beoordeeld en doorgerekend en zijn de kosten voor versterking geactualiseerd. In 2022 gaan we verder met de uitvoering van de versterkingsoperatie. We brengen en de bestuurlijke afspraken in de praktijk en voeren de projecten op gebied van perspectief en sociaaleconomische ontwikkeling uit via het Nationaal Programma Groningen.

In 2022 gaan we ook voortvarend verder met de uitvoering van het pakket 'Wind in de zeilen'. In 2020 zijn afspraken gemaakt in een bestuursakkoord tussen de Zeeuwse overheden en het Rijk. De eerste resultaten zijn in 2021 al geboekt en het pakket leidt tot een verdere sociale en economische versterking van Zeeland.

In verschillende steden en gebieden zien we een stapeling van maatschappelijke opgaven op het gebied van leefbaarheid en veiligheid, die nog verder zijn versterkt door de coronacrisis. Met Agenda Stad zetten steden, regio's en rijksoverheid zich ook in 2022 samen met maatschappelijke partners in voor innovatie, leefbaarheid en economische groei. Verschillende regionale partijen hebben gevraagd deze aanpak te verbreden tot Agenda Stad en Regio. In 2022 werken we dit verder uit. In bepaalde wijken veroorzaakt de stapeling van opgaven maatschappelijke onrust en kan een voedingsbodem ontstaan voor ondermijning door georganiseerde criminaliteit. In zestien stedelijke vernieuwingsgebieden werken we in het kader van het Nationaal herstel- en perspectiefprogramma leefbaarheid en veiligheid aan een integrale en gebiedsgerichte aanpak. Deze aanpak bouwt voort op de aanpak Rotterdam-Zuid en vraagt om een bestuurlijk vernieuwende werkwijze (onder regie van de burgemeester). Zo kunnen doorbraken tussen verschillende sectoren worden gerealiseerd.

Het Volkshuisvestingsfonds geeft in 2021 een aanzienlijke impuls aan de verbetering van de fysieke leefbaarheid in kwetsbare gebieden. Door woningen en wijken te herstructureren (sloop/nieuwbouw, renovatie en transformatie) geven we een kwaliteitsimpuls aan de particuliere woningvoorraad. In 2022 blijven we samen met de betrokken gemeenten en corporaties aan de slag om de leefbaarheid te verbeteren. In samenwerking met de desbetreffende gebieden gaan we na of onze inzet de gewenste verbeteringen in gang zet en versterken we de kennisontwikkeling.

De huisvesting van mensen met een bijzondere woonbehoefte blijft een uitdaging. Om geschikte huisvesting voor verschillende aandachtsgroepen, zoals daklozen, en arbeidsmigranten, spoedzoekers en woonwagenbewoners te realiseren, stimuleren we de bouw van betaalbare en passende woningen en brengen we met gemeenten meer samenhang in de huisvesting van diverse aandachtgroepen. Specifiek voor ouderen is ook in 2022 € 20 mln. beschikbaar voor het stimuleren van geclusterde woningen voor ouderen. Tevens komt er € 10 mln. beschikbaar voor kwetsbare groepen.

Prettig wonen betekent ook een betaalbare woning

Het terugdringen van het woningtekort kost tijd, terwijl het voor mensen met een laag of middeninkomen of starters op de woningmarkt, lastig is om een betaalbare woning te vinden en voor sommige mensen knellen de maandlasten. Daarom zetten we in op maatregelen om de betaalbaarheid en toegankelijkheid te verbeteren. De huren in de sociale huursector zijn tot 30 juni 2022 bevroren. Om corporaties en grote particuliere verhuurders tegemoet te komen voor deze huurbevriezing verlagen we de verhuurder-heffing. Voor andere particuliere verhuurders stellen we regelingen open voor verduurzaming en onderhoud (Kamerstukken II 2020/21, 27926, nr. 338). De regelingen voor particuliere verhuurders lopen vier jaar en worden daarna geëvalueerd.

Doordat we de inkomensgrenzen om een sociale huurwoning te krijgen de komende drie jaar aanpassen, krijgen meer gezinnen toegang tot de corporatiesector. Er zijn nog steeds wachtlijsten voor corporatie woningen. Met Aedes en de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) hebben we afspraken gemaakt om de nieuwbouw te versnellen. We streven ernaar dat de bouw van 150.000 gereguleerde huurwoningen, die corporaties dankzij de heffingsvermindering nieuwbouw kunnen bouwen, in 2022 kan beginnen. Verder worden corporaties en andere aanbieders van woningen met verkoop onder voorwaarden vrijgesteld van overdrachtsbelasting. Deze woningen zijn bedoeld voor starters op de woningmarkt. Corporaties hebben onvoldoende geld om de grote nieuwbouw- en verduurzamings-opgave geheel op te pakken. Het volgende kabinet zal keuzes moeten maken om de structurele balans tussen opgaven en middelen te herstellen.

De woonlasten in Caribisch Nederland blijken voor veel huishoudens een grote opgave en ook daar is sprake van wachtlijsten voor sociale huurwoningen. Om de woonlasten te verlagen reguleren we huurprijzen en subsidiëren we verhuurders in de sociale huursector, zodat zij een lagere huur kunnen vragen aan mensen met een laag inkomen. We verkennen of deze verhuurdersubsidie is uit te breiden naar particuliere verhuurders. Om het aanbod sociale huurwoningen te vergroten zijn bouw- en renovatieprogramma's gestart op de drie eilanden. Er is een vijfjarige pilot hypotheekgarantie Bonaire (HGB) gestart om koopwoningen beter betaalbaar te maken.

In de vrije huursector zijn huurverhogingen de komende drie jaar gemaximeerd op inflatie + 1 procentpunt. Bovendien wordt het voor huurders in de vrije sector duidelijker waarop de hoogte van hun huur is gebaseerd. We komen we met een wetsvoorstel waarmee gemeenten voorschriften aan verhuurders kunnen stellen en een verhuurderver-gunning in kunnen voeren om malafide verhuurders aan te pakken. Dit wetsvoorstel helpt ook bij het bestrijden van discriminatie op de woningmarkt. Om discriminatie op de woningmarkt aan te pakken vergroten we de bewustwording en voorlichting, waaronder herhaaldelijk onderzoek met mysterycalls en praktijktesten. Verder verwachten we dat gemeenten in 2022 meer gebruik maken van de Wet toeristische verhuur van woonruimte om toeristische verhuur van woonruimte in goede banen te leiden en zullen we deze wet verder verduidelijken en verbeteren. Daarnaast kunnen gemeenten straks dankzij de opkoopbescherming ongewenste opkoop van goedkope en middeldure koopwoningen tegen gaan.

De huidige krapte op de woningmarkt zet ook het koopproces onder druk. Daarmee ontstaat het risico dat ook de integriteit van makelaars onder druk komt te staan. Om de woningmarkt toegankelijk te houden voor alle potentiële kopers moet het koopproces en vooral de werkwijze van makelaars transparanter worden. Met hen gaan we aan de slag om verkopers beter te informeren over de keuzes die zij hebben in de vormgeving van het koopproces. Verder maken we afspraken met makelaars over de manier waarop zij inzicht (moeten) geven in het biedings-proces en over de manier waarop nieuwbouwwoningen worden toegewezen.

2.1.3 Een waardegedreven digitale samenleving

De pandemie wees ons nog eens op het grote belang van een goed functionerende digitale overheid. Die is, zeker in crisistijd, essentieel om de maatschappij draaiende te houden.

Een inclusieve digitale samenleving

Wij streven naar een (digitale) samenleving waarin iedereen mee kan doen. Daarvoor moet de digitale dienstverlening toegankelijk, begrijpelijk, gebruikersvriendelijk en voor iedereen zijn.

Toegankelijk en begrijpelijk

De mens staat in de digitale dienstverlening centraal. Het belang van digitale vaardigheden om mee te kunnen blijven doen, is door de pandemie nogmaals benadrukt. Wij blijven ons met ondersteunende instrumenten inzetten voor digitale toegankelijkheid, begrijpelijkheid en gebruiksvriendelijkheid. Daarnaast blijven we overheidswebsites en apps monitoren met de inzet van DigiToegankelijk.nl. De digitale toegankelijkheid resultaten rapporteren we aan de Europese Commissie en we maken afspraken met provincies en het Rijk over de inrichting van het interbestuurlijk toezicht (IBT).

In 2022 gaat Gebruiker Centraal door met het organiseren van bijeenkomsten en masterclasses over begrijpelijke, duidelijke en voor iedereen toegankelijke dienstverlening. Het NL Design System en de kennisbank beeldtaal worden verder doorontwikkeld. De Direct Duidelijk Brigade werkt met gemeenten, provincies, waterschappen, uitvoeringsorganisaties en andere overheidsorganisaties aan het begrijpelijker maken van overheids-teksten.

Regeldruk

We ontwikkelen hulpmateriaal voor jongeren (18-jarigen) ter preventie van schulden en problemen met overheidsdienstverlening. Zoals het lesmateriaal voor (v)mbo 'Doe je DIGIding' en de online leermethode 'Prettig Contact Met de Overheid'. En we onderzoeken de effectiviteit van de interventies.

Digitale vaardigheden en zelfredzaamheid

Met het Landelijk actieprogramma Tel mee met Taal (TmmT) helpen we mensen om hun digitale vaardigheden te verbeteren. Hiervoor worden landelijke campagnes ingericht voor een betere doorgeleiding van deelnemers aan cursussen. We helpen mensen met digitalisering om te gaan. Samen met start-ups proberen we het vraagstuk digitale inclusie op een innovatieve wijze aan te pakken. De DigiKwis app die we ontwikkelen is een verzamelplatform vol korte, activerende lessen om laagdrempelig nieuwe digitale vaardigheden aan te leren.

Mensen die moeite hebben met (digitale) dienstverlening van de overheid kunnen bij het Informatiepunt Digitale Overheid dichtbij huis persoonlijke hulp krijgen. De Digihulplijn (0800-1508) is er voor minder digitaalvaardige mensen die graag persoonlijk op weg worden geholpen via telefonisch contact. Vooral onder ouderen is de behoefte groot om op deze manier geholpen te worden. We zetten ons in voor een hoogwaardige overheidsdienstverlening waar voor iedere vraag een begrijpelijk hulp- of overheidsloket beschikbaar is.

Digitaal bewustzijn

Binnen de Alliantie Digitaal Samenleven werken publieke en private partijen samen aan het bevorderen van digitale inclusie. De Alliantie Digitaal Samenleven spitst de activiteiten toe op vier doelgroepen: (Jong)werkenden met Technostress, 18-jarigen en Digitaal Gedoe, Opvoeders en kinderen en Ouderen Online.

Machtigen

Voor burgers en bedrijven die niet zelf digitaal zaken kunnen, willen of mogen doen werken wij aan machtigingsvoorzieningen. Het programma Vertegenwoordigen maakt het mogelijk dat iemand vrijwillig een ander machtigt of wettelijk wordt vertegenwoordigd voor alle digitale diensten van de overheid. In 2022 werken wij verder aan oplossingen voor bewind-voering (Belastingdienst, CJIB), nabestaandenmachtiging (Belastingdienst) en zaakmachtiging (Digitaal Stelsel Omgevingswet), die in 2021 gefaseerd beschikbaar komen. Hierdoor zullen ook bewindvoerders, curatoren, ouders, voogden en vertegenwoordigers van erfgenamen digitaal diensten kunnen afnemen voor de personen die zij vertegenwoordigen.

Een veilige digitale informatiesamenleving

In een veilige informatiesamenleving kan de maatschappij erop vertrouwen dat de dienstverlening van de overheid op een veilige manier verloopt. Digitale veiligheid is een randvoorwaarde voor een kwalitatief goede informatievoorziening van de overheid, evenals echtheid en toegankelijkheid van informatie.

Daarom gaat de overheid in 2022 onverminderd door met de implementatie van de Baseline Informatiebeveiliging Overheid (BIO) en actualiseren we de BIO zodat ook aansluiting bij internationale standaarden behouden blijft. In dit kader treffen wij in 2022 eveneens voorbereidingen om de BIO voor de volgende tranche van de Wet Digitale Overheid wettelijk te verankeren.

We stimuleren onder andere het gebruik van een online instrument (Inkoopeisen Cybersecurity Overheid) bij de inkoop van ICT-producten en -diensten om te voldoen aan de vereiste informatieveiligheid en privacy. Ook voor overheidswebsites en mailverkeer werken we aan de verhoging van de informatieveiligheid.

Met de toenemende digitalisering groeit ook de invloed van digitale incidenten. Om adequaat te reageren in digitale noodsituaties is goede voorbereiding cruciaal. Om vooraf te leren inspelen en voorbereid te zijn als het mis gaat, organiseren we de Overheidsbrede Cyberoefening, elk jaar in oktober, de Europese maand van de cybersecurity. Naast de jaarlijkse oefening ligt de nadruk voortdurend op kennis delen en regelmatig testen van ICT-systemen binnen de gehele overheid.

Een overheid die de potentie van data op verantwoorde wijze benut en publieke waarden en grondrechten borgt in de digitale samenleving

Steeds vaker gebruiken we data om tot oplossingen te komen voor maatschappelijke opgaven en om de dienstverlening van de overheid te verbeteren. Bij de coronamaatregelen is gebleken dat de inzet van data cruciaal is voor het besturen van Nederland, bijvoorbeeld voor het maken van prognoses en het traceren van risico's.

In 2021 wordt de Interbestuurlijke Datastrategie Nederland gelanceerd. Dit is het richtinggevende databeleid van de Nederlandse overheid, om verantwoord datagebruik te stimuleren. In 2022 zetten we op meerdere vlakken stappen vooruit. We ondersteunen verschillende dataprojecten, bijvoorbeeld rondom stikstofmonitoring voor N2000-gebieden in Zuid-Holland en de bouwopgave in Flevoland. De uitdagingen en geleerde lessen binnen deze projecten gebruiken we als inbreng voor de ontwikkeling van structurele oplossingen en toekomstig databeleid. Ook publiceren we een datamanifest met basisprincipes voor datagebruik door de overheid en versterken we de kennispositie met betrekking tot data-initiatieven en instrumenten voor verantwoord innoveren.

We zorgen voor het waarborgen van publieke waarden en grondrechten in de informatiesamenleving. Digitale technologie biedt veel kansen voor een persoonlijkere, adequatere en efficiëntere overheid. In breder opzicht bieden technologieën kansen om belangrijke uitdagingen aan te gaan, zoals het tegengaan van klimaatverandering en het indammen van een pandemie. Bij de inzet van technologieën moeten publieke waarden en grondrechten, zoals non-discriminatie, privacy, menselijke waardigheid en autonomie, altijd gewaarborgd zijn. Dat doen we ook door de digitale transformatie in internationaal perspectief te plaatsen.

Daarom ontwikkelen wij beleid dat helpt om kansen van digitale technologie te benutten en risico's voor publieke waarden en grondrechten te adresseren. In 2022 blijven we maatschappelijke dialoog en voorlichting stimuleren, concrete beleidsinstrumenten ontwikkelen, onderzoek doen en internationaal agenderen. Ook zullen we met concrete voorlichtingsprojecten (zoals lesmateriaal of trainingen) bewustwording over de effecten van technologie bij burgers en een verantwoorde inzet van technologie door organisaties stimuleren.

Ook werken we in 2022 aan handvatten voor overheden om op een verantwoorde manier technologie in te zetten. Voorbeelden zijn instrumenten om de transparantie over de inzet van technologie door organisaties te vergroten, zoals een standaard voor het opzetten van een algoritmeregister of een standaard voor inkoopvoorwaarden om te zorgen dat leveranciers van digitale systemen publieke waarden in hun systemen borgen. In 2022 helpen we de publieke en private organisaties met instrumenten om op een verantwoorde wijze te innoveren. Denk bijvoorbeeld aan de handreiking om non-discriminatiewetgeving beter toepasbaar te maken in de praktijk, of aan een onderzoeksmethode die risico's voor de mensenrechten in beeld brengt.

De Wet open overheid (Woo) is een initiatiefwet, die tot doel heeft om overheden transparanter te maken en overheidsinformatie actief te openbaren. De verwachting is dat de wet in de eerste helft van 2022 in werking zal treden. Bij de kabinetsreactie op het rapport 'Ongekend onrecht ' (Kamerstukken II 2020/21,35510, nr. 4) zijn financiële middelen vrijgemaakt voor de implementatie en uitvoering van de Woo. In 2022 werken wij interbestuurlijk aan onder andere de oprichting van het Adviescollege Openbaarheid en Informatiehuishouding, het verbeteren van de informatiehuishouding door middel van het opstellen en uitvoeren van het meerjarenplan informatiehuishouding en -voorziening (Art. 6.2 Woo) en het actief openbaar maken van categorieën overheidsinformatie via het Platform Open Overheidsinformatie (PLOOI). Daarmee komt er op één centrale vindplaats een overzicht van alle openbare overheidsinformatie.

Een betrouwbare digitale overheid

Een robuuste Generieke Digitale Infrastructuur (GDI) is gebaat bij een meerjarige programmering en een financieringsarrangement dat rust en overzicht biedt. In 2022 werken wij in de nieuwe structuur van het Meerjarenprogramma Infrastructuur Digitale Overheid (MIDO). Met het MIDO maken we een betere integrale, meerjarige afweging op het gebied van beheer, exploitatie, onderhoud, doorontwikkeling en vernieuwing van de GDI. De nieuwe manier van samenwerking ondersteunt een effectieve afstemming tussen beleid en uitvoering. Zodat er vanuit een visie op digitale dienstverlening een realistische meerjarenplanning ontstaat voor de vernieuwing van de GDI. Met als doel om de GDI maakbaarder, kostenefficiënter en effectiever te maken.

De verbetering van het stelsel van basisregistraties zetten we in 2022 voort, door het stelsel juridisch, organisatorisch en technisch zo in te richten dat de gegevens eenvoudig bij de bron kunnen worden opgehaald en vervolgens gecombineerd en gebruikt kunnen worden. Alleen dan kunnen deze gegevens optimaal worden benut om burgers en ondernemers digitale diensten te bieden en maatschappelijke opgaven op te pakken. De departementen, uitvoeringsorganisaties en medeoverheden die betrokken zijn bij het stelsel van basisregistraties stemmen onderling hun verbeteracties op elkaar af. Wij financieren monitoring, onderzoek en ondersteuning en het meldpunt voor fouten in overheidsregistraties. Dit is afgesproken in het interbestuurlijk programmaplan voor de verbetering van het stelsel van basisregistraties (Kamerstukken II 2020/21, 27859, nr. 140).

In 2022 zetten we de lijn voort om burgers meer regie over hun eigen gegevens te geven. Met nieuwe regelgeving introduceren we nadere rechten, kaders en spelregels voor het digitaal delen van persoonsgegevens met organisaties buiten de overheid. In 2022 bereiden we de implementatie daarvan voor. Wij maken daarbij gebruik van de resultaten van pilots en experimenten die in 2021 worden afgerond, zoals met de Blauwe Knop en de inkomenstoets voor sociale huur. Het op basis van toestemming van de burger verstrekken van persoons- en adresgegevens uit de Basisregistraties Personen (BRP) aan organisaties buiten de overheid, maken we in 2022 mogelijk.

De BRP verbeteren we op basis van een meerjarige ontwikkelagenda. In 2022 starten we met een experiment met het registreren en bijhouden van tijdelijke verblijfsadressen van niet-ingezetenen in de BRP. Het doel is onder andere beter zicht op verblijf van arbeidsmigranten in Nederland.

De toegang tot de digitale overheid wordt verder verbeterd door een inlogmiddel op hogere betrouwbaarheidsniveaus conform de eIDAS-verordening. De internationale digitale toegang van Nederlanders bij buitenlandse overheden en voor Europeanen bij Nederlandse overheden krijgt verder vorm.

Om privacy, veiligheid en betrouwbaarheid te borgen bij de toegang tot overheidsdienstverlening werken publieke en private partijen aan het verhogen van het betrouwbaarheidsniveau bij het inloggen. Het beschermen van de digitale identiteit en het voorkomen van oneigenlijk gebruik vormt een belangrijke uitdaging in de digitale samenleving, zowel in het publieke als private domein. Wij onderzoeken de rol van de overheid. Het dilemma is de zorgplicht van de overheid, bijvoorbeeld voor een gezaghebbende bron (de digitale bronidentiteit), ten opzichte van de zelfbeschikking van de burger over zijn of haar identiteit. De Europese eIDAS-verordening wordt herzien. Dat leidt in 2022 tot ontwikkelingen op het domein van toegang en digitale identiteit.

Digitalisering houdt niet bij de grenzen op. De Europese wet- en regelgeving en de bouwstenen van de digitale infrastructuur worden doorontwikkeld. Het Europese herstelfonds bevat plannen voor de versnelling van de digitalisering door de Single Digital Gateway (SDG) en het Digital Europe Programme (DEP). Programma's die wij daarbij co-financieren zijn de publieke European Digital Innovation Hub, de Dutch Societal Innovation Hub van VNG en IPO en de GovTech incubator. Wij werken in de Coalition of the Willing samen met Europese partners aan thema's zoals Artificial Intelligence, data, open source, en digitale identiteit.

2.1.4 Versnelling naar een grenzeloos samenwerkende overheid

Maatschappelijke opgaven doorsnijden de departementale en de interbestuurlijke indeling. Dit vereist een samenwerkende en responsieve overheid met meer oog voor gedrag en initiatieven van burgers en samenleving. We zien dat dit meer vraagt van de uitvoering van beleid: een (Rijks-)overheid die zich richt op maatschappelijke opgaven, over de grenzen van het eigen ministerie heen kijkt, de menselijke maat richting de burger vooropzet en altijd de echte bedoeling van beleid in ogenschouw neemt bij de uitvoering. De Parlementaire Ondervragingscommissie Kinderopvangtoeslag (POK) en het ongevraagd advies van de afdeling Advisering van de Raad van State over ministeriele verantwoordelijkheid5 onderstrepen het belang daarvan.

Wij stimuleren het werken als één overheid die maatschappelijke vraagstukken gezamenlijk op de kaart zet en aanpakt. De bedoeling achter de regelgeving wordt centraal gezet. Een rijksdienst die transparant is en altijd een open deur heeft voor haar burgers, de menselijke maat vooropzet en die niet discrimineert. Ook hebben we aandacht voor ambtelijk vakmanschap, zodat ambtenaren op basis van openheid te werk kunnen gaan en met tegenspraak om kunnen gaan. Hiertoe is een bewustwordings-en cultuurveranderingsproces nodig. Het Ministerie van BZK heeft in die beweging een aanjagende functie.

Dat kan alleen als de overheid een aantrekkelijke werkgever blijft en de rijksbrede bedrijfsvoering de Rijksoverheid maximaal ondersteunt. De kwaliteit van de dienstverlening staat daarbij voorop en die verbeteren we continu. De Rijksoverheid heeft ook een voorbeeldrol en draagt zelf bij aan het aanpakken van maatschappelijke opgaven, onder andere met een inclusieve organisatie en duurzame oplossingen in vastgoed en inkoop. Zo dragen wij met de rijksbrede bedrijfsvoering bij aan een overheid die maatschappelijke opgaven gezamenlijk adresseert en aanpakt. We maken het voor de medewerkers mogelijk om hybride te kunnen samenwerken. We werken aan een nieuwe balans tussen werken thuis, onderweg en op kantoor. Door bewust hybride te werken kunnen collega's op verschillende regionale locaties in het land makkelijker op afstand samenwerken, worden vervoersbewegingen beperkt en wordt onderzocht op welke wijze het rijksvastgoed anders en beter ingezet kan worden.

Samenwerken aan goede dienstverlening

Wij helpen met het ontwikkelen van een overheidsbrede visie op dienstverlening, het zetten van verdere stappen in de digitale agenda en het doorlichten van wet- en regelgeving. Ook organiseren we een goede bestuurlijke samenwerking tussen eigenaar, opdrachtgever en uitvoeringsorganisatie (opdrachtnemer) door het gesprek aan te gaan over gedeelde problemen en risico's en gezamenlijk op zoek te gaan naar oplossingen. Op basis van de brede evaluatie van de kaders van organisaties met een zelfstandige positie binnen de centrale overheid (zbo's, planbureaus, rijksinspecties, stichtingen, agentschappen en adviescolleges) worden in 2022 verbeteringen ontwikkeld.

Goed werkgeverschap is essentieel

Door het coronavirus is het werken bij de Rijksdienst blijvend veranderd. We hebben aandacht voor hybride werken, het flexibeler combineren van thuiswerken en het werken op kantoor of op andere locaties. Dit uit zich onder meer in verbeterde voorzieningen om op afstand te werken, maar ook in aandacht voor de wijze waarop het werk wordt georganiseerd en wordt (samen)gewerkt binnen teams met behoud van sociale cohesie. Aandacht hiervoor is belangrijk om aantrekkelijk te blijven als werkgever. Met goede collectieve arbeidsovereenkomsten (cao's) met daarin moderne arbeidsvoorwaarden is en blijft de overheid een aantrekkelijke werkgever. Dit is essentieel voor een goed functionerende en toekomstbestendige publieke sector. Goed werkgeverschap betekent niet alleen aandacht voor maatwerk en keuzevrijheid, maar ook voor het stimuleren van duurzame inzetbaarheid. Daarnaast worden in de cao Rijk ook afspraken gemaakt over hybride werken. In 2022 werken we verder, samen met andere departementen, aan de randvoorwaarden om hybride werken mogelijk te maken. En binnen de rijksbedrijfsvoering onder andere aan het ondersteunen van thuiswerkplekken en het herinrichten van rijkskantoren.

Uitvoering van het Strategische Personeelsbeleid (SPB) 2025 heeft ook in 2022 prioriteit. Onder meer de visie op publiek leiderschap en het meerjarenplan arbeidsmarktcommunicatie 2021-2023 zijn hierin belangrijke elementen. Om een aantrekkelijk werkgever te blijven voor alle groepen wordt extra aandacht besteed aan studenten en recent afgestudeerden. Dit is een groep die het door de pandemie lastig heeft. Zo brengen we in overleg tussen ministeries het aantal stageplekken bij de Rijksdienst weer op peil en bezien we of er meer startersplekken kunnen worden gecreëerd voor deze groep (Kamerstukken II 2020/21, 35420, nr. 128). Daarnaast ondersteunen we overheidswerkgevers bij het maken en behouden van een veilige werkomgeving en het tegengaan van agressie en geweld tegen hun medewerkers.

Het wijzigingswetsvoorstel ter implementatie van de Europese klokkenlui-dersrichtlijn is 1 juni 2021 ingediend bij de Tweede Kamer (Kamerstukken II 2020/21,35851, nr. 2). De invoering van deze wetswijziging is voorzien voor eind 2021. De website www.wetbeschermingklokkenluiders.nl is ingericht om werkgevers te informeren over deze wetswijziging. Naar aanleiding van de evaluatie van de Wet Huis voor klokkenluiders (Kamerstukken 2020/21, 33258, nr. 48) gaan we aan de slag om de ondersteuning voor klokkenluiders te verbeteren. In 2022 starten we met een pilot en onderzoeken we de meldingsprocedures bij werkgevers met ten minste vijftig werknemers.

Een goed werkgever is inclusief

We streven naar een rijksdienst met divers samengestelde teams en een inclusieve werkcultuur, waarin ieders talent tot zijn recht kan komen, waar medewerkers zich veilig voelen en integriteit hoog in het vaandel staat. Daarvoor treffen we verschillende maatregelen. Zo geven we trainingen om zonder vooroordelen selectiegesprekken te voeren, letten we bij inkoop van diensten op de sociale doelstellingen van leveranciers en zijn er tal van campagnes en gesprekken gericht op bewustwording. Ook blijven we stimuleren dat de Rijksdienst passend werk biedt voor mensen met een arbeidsbeperking, zowel binnen de eigen organisatie als ook binnen inkoo-popdrachten bij externe dienstverleners.

Maatschappelijk verantwoord omgaan met vastgoed en inkoop

Er is een ambitieus klimaat- en duurzaamheidsbeleid met een voorbeeldrol voor de Rijksoverheid. De opdracht aan alle ministeries is verduurzamen en inkoop benutten voor de duurzame transitie van Nederland, de inzet van kwetsbare groepen en het duurzaam economisch herstel. De doelen en afspraken hiervoor zijn vastgelegd en uitgewerkt in onder andere het Klimaatakkoord en de inkoopstrategie Inkopen met Impact6. Het Ministerie van BZK helpt de verduurzamingsopgave van alle ministeries vooruit en ondersteunt met een nieuw meerjarig duurzaamheidsprogramma. Het programma geeft inzicht in de voortgang van de duurzaamheidsprestaties en helpt ministeries bij het verkrijgen van een CO2-prestatieladder certificaat, een methode die leidt tot aantoonbare en daadwerkelijk CO2-reductie. Ook bieden we inkoopcriteria aan die helpen bij een duurzame uitvraag richting marktpartijen. De ministeries hebben afgesproken dat de duurzaamheidsdoelen in 2022 onderdeel worden van de jaarplannen en managementafspraken, ook daarbij zal het programma hulp bieden.

Voor de verduurzaming van de Rijksoverheid volgen we de routekaarten voor de verduurzaming van rijksvastgoed, transitie naar klimaatneutrale en circulaire rijksinfraprojecten en de rijksbrede inkoopstrategie7. Het Rijk vult haar voorbeeldrol ook in door middel van vooruitstrevende projecten, zoals EnergieRijk Den Haag (ERDH). In een uniek samenwerkingsverband met de gemeente Den Haag en de provincie Zuid-Holland werken we aan de verduurzaming van de belangrijkste dertig (semi-) overheidsgebouwen in het centrum van Den Haag. Het Rijksvastgoedbedrijf voert het Programma Zon op Dak uit waarmee de daken van rijksgebouwen versneld worden voorzien van zonnepanelen. Dit pilotprogramma loopt tot 2022 waarna wordt besloten over verdere opschaling. Ook stimuleert het Rijksvastgoedbedrijf circulair- en biobased bouwen en realiseren zij laadpalen voor elektrische auto's. De Jaarrapportage Bedrijfsvoering Rijk (Kamerstukken II, 2020/21, 31490, nr. 301) biedt jaarlijks inzicht in de voortgang op het gebied van energiebesparing en andere doelstellingen. Innovatie speelt een belangrijke rol bij de verduurzamingsopgave. Daarom heeft het Rijksvastgoedbedrijf een innovatieagenda en -portfolio opgesteld, en wordt het Programma Groene Innovaties uitgevoerd. De lessen die we in pilotpro-jecten leren, worden vanaf 2022 nader geïmplementeerd.

Naast duurzaamheid kunnen er meer maatschappelijke doelen bereikt worden door het inzetten van rijksvastgoed en rijksgronden. Het gaat onder meer om woningbouw, de huisvesting van aandachtsgroepen, het opwekken van hernieuwbare energie en natuurontwikkeling ten behoeve van de aanpak van de stikstofproblematiek. In 2022 wordt dit verder uitgebouwd.

ICT, informatievoorziening en informatiebeveiliging binnen de rijksdienst

Wij zetten in op het op orde brengen en houden van informatievoorziening (IV) en ICT binnen het Rijk en uitvoeringsorganisaties, zodat onze informatie beschikbaar en correct is en de vertrouwelijkheid ervan beschermd wordt. We versterken de informatiebeveiliging en ICT bij het Rijk door het bestendigen van ons ICT-landschap inclusief de bijbehorende voorzieningen. We investeren in het I-vakmanschap van onze medewerkers en zorgen ervoor dat kennis en kunde op het gebied van digitalisering op peil is. Dat doen wij in samenwerking met andere overheden, het bedrijfsleven, onderwijs en wetenschap.

Naar aanleiding van de Parlementaire ondervragingscommissie kinderop-vangtoeslag (POK) is in 2021 een regeringscommissaris aangesteld met als opdracht het verbeteren van de informatiehuishouding van de rijksoverheid. In 2022 coördineert de regeringscommissaris diverse maatregelen uit het actieplan 'Open op orde' (Kamerstukken II 2020/21, 29362, nr 291). Met het oog op actieve openbaarmaking en informatieverstrekking aan parlement en samenleving versnellen en verbeteren we de informatievoorziening binnen en vanuit de rijksoverheid. Het meerjarige Rijksprogramma voor Duurzame Digitale Informatiehuishouding (RDDI) is geïntegreerd in het programma Open op Orde.

In 2022 zetten wij een volgende stap in het versterken van de digitale weerbaarheid en stimuleren we samenwerking en kennisdeling tussen diverse lagen van de rijksoverheid op het gebied van informatiebeveiliging. We zetten gericht in op preventie, detectie en respons. Ook zetten we een eerste stap naar de uitwerking van de Nationale Cryptostrategie (Kamerstukken II 2018/19, 26643, nr. 614).

In 2022 versterken we de sturing op het IV- en ICT-domein door uitvoering te geven aan het Besluit CIO-stelsel Rijkdienst. Dat doen we onder andere door de rol van de CIO binnen de Rijksdienst steviger en aan de bestuurstafel te positioneren. Aan meer transparantie over ICT werken we via het Kwaliteitskader voor departementale Informatieplannen. Dat gaat zorgen voor meer eenheid en onderlinge vergelijkbaarheid van de IV-plannen van de ministeries en het jaarlijks informeren van het parlement over de belangrijkste onderwerpen en speerpunten op het rijksbrede informatiedomein. En omdat ook voor het informatiedomein het leren centraal staat, creëren we een veilige omgeving om dat te kunnen doen.

In 2022 beginnen we met de transformatie van het Rijks ICT-dashboard met de nadruk op de maatschappelijk toegevoegde waarde van ICT en IV. De uitbreiding van het ICT-dashboard met inzicht in beheer- en onderhoudsas-pecten van ICT-projecten is daarbij een eerste stap.

Overzicht coronamaatregelen

De afgelopen maanden zijn voor een belangrijk deel getekend door de coronapandemie. Het kabinet heeft diverse (nood)maatregelen genomen om de pandemie het hoofd te bieden. Deze paragraaf geeft een overzicht van de maatregelen die op de begroting van BZK zijn genomen. Een uitgebreid overzicht is te vinden op www.rijksfinancien.nl/corona-visual.

 

Tabel 2 Coronamaatregelen op de begroting Binnenlandse Zaken

en Koninkrijksrelaties (bedragen x € 1 mln.)

Art. Omschrijving maatregel

2020

2021

2022

2023

2024

2025

2026 Vindplaats

1    Lokale culturele voorzieningen

8

4,1

0

0

0

0

0 Kamerstukken II 2019/20, 35823, nr. 1

1    Verkiezingen 2021

0

4,9

0

0

0

0

0 Kamerstukken II 2020/21,35570 VII, nr. 73

1 Grenstesten

0

12

0

0

0

0

0 Kamerstukken II 2020/21,35823, nr. 1

             

Kamerstukken II 2020/21, 25295, nr. 1175

3 Lagere terugontvangsten huurtoeslag door verlaging terugvorderingsrente

7,8

7,2

8,1

1,8

0

0

0 Kamerstukken II 2019/20, 35553, nr. 1

3    Flexpools

20

0

0

0

0

0

0 Kamerstukken II 2019/20, 35478, nr. 1

4 Investeringsimpuls maatschappelijk vastgoed

10

0

0

0

0

0

0 Kamerstukken II 2019/20, 35478, nr. 1

4 Specifieke uitkering ventilatie in scholen

0

185

15

0

0

0

0 Kamerstukken II 2019/20, 35478, nr. 1

Kamerstukken II 2020/21,35570 VII, nr. 73

             

Kamerstukken II 2020/21,32846, nr. 703

Totaal

45,8

213,2

23,1

1,8

0

0

0

Lokale culturele voorzieningen

ter compensatie voor de gevolgen van de coronacrisis krijgen de provincies in 2021 voor de periode 1 juni 2020 tot en met 31 dcember 2020 € 4,1 mln. beschikbaar voor de borging van de lokale en regionale infrastructuur.

Verkiezingen 2021

In verband met het coronavirus zijn maatregelen genomen om de Tweede Kamerverkiezingen op een veilig manier te laten verlopen, zodat risico's voor de gezondheid konden worden voorkomen. Dit betroffen onder andere maatregelen in het stemlokaal, het mogelijk maken van briefstemmen voor personen van 70 jaar en ouder en van vervroegd stemmen in het stemlokaal. Daarnaast werden ook middelen beschikbaar gesteld voor de communicatie, voorlichting en ondersteuning voor gemeenten over de maatregelen en procedures.

Grenstesten

Nederlanders die vanwege werk, zorg en onderwijs naar Duitsland reizen, moesten vanaf dinsdag 6 april 2021 een negatief testbewijs hebben. Dit vormde een belemmering voor veel inwoners van de grensregio met Duitsland. Dit geldt in het bijzonder voor grensgangers die vanwege werk, opleiding of zorg de grens met Duitsland moeten oversteken. Hiervoor is ook door de Tweede Kamer aandacht gevraagd. Het kabinet heeft voor die mensen die wonen in Nederland maar werken of fysiek onderwijs volgen in Duitsland, of de grens over moeten voor het verlenen van mantelzorg of bezoek aan een arts en die in Nederland alleen aangewezen zijn op commerciële teststraten, in de Nederlandse grensregio's die grenzen aan Duitsland een extra testvoorziening gecreëerd voor een periode van acht weken.

Lagere terugontvangsten huurtoeslag door verlaging terugvorderingsrente

Het kabinet heeft de invorderingsrente tijdelijk van 4 procent naar 0,01 procent verlaagd. Dit leidt op de begroting van BZK tot lagere ontvangsten op de huurtoeslag. De generale compensatie voor deze lagere ontvangsten is verwerkt in de begroting van BZK.

Specifieke uitkering ventilatie in scholen

Op 1 oktober 2020 kwam het Landelijk Coördinatieteam Ventilatie op Scholen met de eindrapportage waarin de ventilatiesituatie op scholen in beeld is gebracht. Het rapport is samen met een beleidsreactie aan de Tweede Kamer aangeboden (Kamerstukken II 2020/21,31293, nr. 555). Het kabinet heeft naar aanleiding van dit rapport extra middelen beschikbaar gesteld voor de Specifieke uitkering ventilatie in scholen (SUVIS) gericht op de verbetering van het binnenklimaat van schoolgebouwen in het primair en voortgezet onderwijs (Kamerstukken II 2019/20, 32847, nr. 650). In 2021 is er € 100 mln. beschikbaar voor voor de verbetering van het binnenklimaat van schoolgebouwen in het primair en voortgezet onderwijs. Daarnaast is naar aanleiding van de motie van de Tweede Kamerleden Westerveld en Kuiken van 14 juli 2021 (Kamerstukken II 2020/21, 25295, nr. 1368) additioneel € 100 mln. vanuit de aanvullende post toegevoegd aan de begroting van BZK voor ventilatie in scholen. Het gaat om € 85 mln. in 2021 en € 15 mln. in 2022. Hiermee worden alle tot 1 juli 2021 ingediende aanvragen gehonoreerd en kan er eenvullend een tweede tijdvak worden opengesteld.

2.2 Belangrijkste beleidsmatige mutaties

 

Tabel 3 Belangrijkste beleidsmatige uitgavenmutaties ten opzichte van

vorig jaar (bedragen x € 1.000)

 
   

2021

2022

2023

2024

2025

2026

Stand ontwerpbegroting 2021

 

6.642.953

6.158.677

6.056.315

6.096.590

6.230.260

-

Mutatie Nota van Wijziging 2021

 

119.900

0

0

0

0

-

Mutatie amendement 2021

 

450.000

0

0

0

0

-

 

Mutatie eerste en tweede incidentele suppletoire begroting 2021

 

12.000

160.000

70.000

0

0

-

Mutatie eerste suppletoire begroting 2021

 

1.525.792

1.153.010

1.086.132

1.103.309

1.096.081

-

Mutatie derde incidentele suppletoire begroting 2021

 

93.102

34.000

18.250

7.500

7.500

-

Mutatie extrapolatie

 

-

-

-

-

-

7.486.436

 

Belangrijkste mutaties

Art.

           
  • 1) 
    Compensatiepakket Zeeland

1

11.400

0

0

0

0

0

  • 2) 
    Ondermijning

2

0

15.000

15.000

15.000

15.000

15.000

  • 3) 
    Ontwikkelkosten huisvesting AIVD

2

11.500

  • 2.300
  • 2.300
  • 2.300
  • 2.300
  • 2.300
  • 4) 
    Achtervangvergoeding Nationale

Hypotheek Garantie

3

63.547

0

0

0

0

0

  • 5) 
    Woningbouwimpuls btw

3

  • 38.328

0

0

0

0

0

  • 6) 
    Meevaller btw-afdracht

Volkshuisvestingsfonds

3

  • 20.000

0

0

0

0

0

  • 7) 
    Tegemoetkoming huurbevriezing

3/4

0

50.000

50.000

50.000

50.000

0

  • 8) 
    Kasschuif subsidie ondersteuning verduurzaming mkb

4

  • 6.000

6.000

0

0

0

0

  • 9) 
    Ondersteuning en ontzorging woningeigenaren

4

0

3.000

3.000

3.000

3.000

3.000

  • 10) 
    Uitvoeringskosten Klimaatakkoord decentrale overheden

4

0

72.500

0

0

0

0

  • 11) 
    Meerkosten uitstel Omgevingswet

5

23.000

21.700

0

0

0

0

  • 12) 
    Afbouw Digitaal Stelsel Omgevingswet

5

13.036

11.700

4.400

0

0

0

  • 13) 
    Bestuursakkoord Groningen 2022

10

0

328.822

42.900

2.400

2.400

0

  • 14) 
    Bestuursakkoord Groningen 2021

10

  • 10.700

0

0

0

0

0

  • 15) 
    Jaarlijkse compensatie gemeenten en provincie

10

0

5.195

11.595

7.440

0

0

  • 16) 
    Voorschot gebiedsfonds btw

10

  • 11.135

0

0

0

0

0

  • 17) 
    Woonbedrijf Groningen

10

  • 4.977

3.028

1.949

0

0

0

  • 18) 
    Centrale bekostiging dienstverlening FMHaaglanden

11

30.925

30.746

30.464

30.464

30.464

30.464

 

Overige mutaties

 
  • 10.118

7.192

12.826

17.028

13.474

  • 4.259
 

Stand ontwerpbegroting 2022

 

8.895.897

8.058.270

7.400.531

7.330.431

7.445.879

7.528.341

Toelichting

  • 1) 
    Compensatiepakket Zeeland

Het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) verstrekt namens het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat (lenW) een eenmalige specifieke uitkering aan de provincie Zeeland en de Gemeente Vlissingen. Het doel voor de specifieke uitkering is verbeteren van de bereikbaarheid van Zeeland en Vlissingen met de Randstad, Brabant en Vlaanderen. Ook verstrekt het Ministerie van BZK een eenmalige specifieke uitkering die bijdraagt aan het (om)scholen van werkzoekenden in de regio.

  • 2) 
    Ondermijning

Het kabinet heeft extra middelen vrijgemaakt ter versterking van de inlichtingen en veiligheidsdiensten en die middelen zijn gelijkelijk verdeeld over de begrotingen van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en Defensie.

  • 3) 
    Ontwikkelkosten huisvesting AIVD

Voor de afrekening van ontwikkelkosten als gevolg van de voortijdige beëindiging van een huisvestingsproject van de AIVD worden middelen vanuit de jaren 2022-2026 naar 2021 geschoven.

  • 4) 
    Achtervangvergoeding Nationale Hypotheek Garantie

De Stichting Waarborgfonds Eigen Woningen (WEW) betaalt jaarlijks een achtervangvergoeding voor de Nationale Hypotheek Garantie (NHG) aan het Rijk. De vergoeding over boekjaar van 2020 van totaal € 63,5 mln. wordt gestort in de daarvoor bestemde risicovoorziening NHG.

  • 5) 
    Woningbouwimpuls btw

Afgelopen februari zijn de aanvragen voor de tweede tranche van de woningbouwimpuls toegekend. In de aanvragen hebben gemeenten de compensabele btw opgegeven. Dit betreft de afdracht aan het btw-compen-satiefonds op basis van de door gemeenten aangeleverde gegevens.

  • 6) 
    Meevaller btw-afdracht Volkshuisvestingsfonds

Binnen het Volkshuisvestingsfonds valt het benodigde bedrag voor de afdracht aan het Btw-compensatiefonds lager uit dan geraamd.

  • 7) 
    Tegemoetkoming huurbevriezing

In februari besloot het kabinet om de huren in de gereguleerde sector dit jaar te bevriezen (uitvoering van motie Beckerman). Dit heeft gevolgen voor de investeringscapaciteit van verhuurders. Daarom is voorzien in een structurele gedeeltelijke tegemoetkoming voor verhuurders. Grotere verhuurders krijgen een tegemoetkoming via een tariefsverlaging van de verhuurderheffing. Andere verhuurders in de gereguleerde sector worden ondersteund in hun uitgaven voor verduurzaming en onderhoud enerzijds en de nieuwbouwopgave anderzijds via subsidieregelingen. De eerste regeling biedt een tegemoetkoming voor uitgaven die verhuurders doen in het kader van onderhoud en verduurzaming van hun woningen. Het streven is om deze regeling per 1 januari 2022 in werking te laten treden. Daarnaast wordt de regeling om (onzelfstandige) eenheden voor kwetsbare groepen, waaronder studenten, te realiseren voortgezet. Beide subsidieregelingen worden in beginsel voor 4 jaar opengesteld waarna de regelingen worden geëvalueerd. Op basis van deze evaluatie zal worden besloten of de regelingen, al dan niet in aangepaste vorm, worden voortgezet. De middelen voor 2022 tot en met 2025 worden nu toegevoegd aan de begroting van BZK en de resterende middelen staan op de aanvullende post van het Ministerie van Financiën.

  • 8) 
    Kasschuif subsidie ondersteuning verduurzaming mkb

Vanuit het oogpunt van doelmatigheid hebben BZK en EZK een gezamenlijke subsidieregeling voor het midden- en kleinbedrijf (mkb) opgesteld die onder verantwoordelijkheid van EZK zal worden uitgevoerd. De inregeling hiervoor vergt meer tijd en de regeling start in het najaar van 2021. Er vindt een kasschuif plaats om de middelen voor de subsidie ondersteuning verduurzaming mkb in het juiste kasritme over te kunnen boeken naar de begroting van het Ministerie van EZK.

  • 9) 
    Ondersteuning en ontzorging woningeigenaren

In het Klimaatakkoord zijn verschillende maatregelen opgenomen gericht op ontzorging. Daartoe wordt in 2022 een landelijk digitaal platform gelanceerd waar gebouweigenaren onafhankelijke informatie kunnen vinden over verduurzamingsmaatregelen, besparingseffecten, subsidie- en financieringsmogelijkheden en duurzame aanbieders en financiers kunnen vinden. Vanaf de aanvullende post bij het Ministerie van Financiën worden middelen overgeheveld naar de begroting van BZK voor het landelijk digitaal platform en voor de ondersteuning van VvE's.

  • 10) 
    Uitvoeringskosten Klimaatakkoord decentrale overheid

Om de uitvoering van het bestaande klimaatbeleid in 2022 te kunnen voortzetten wordt € 72,5 mln. toegevoegd aan de begroting van BZK als overbrugging voor de uitvoeringskosten van decentrale overheden. Het gaat onder andere om kosten voor de Regionale Energiestrategieën (RES), uitrol van laadpalen, energieloketten, opstellen van transitievisie warmte en uitvoeringsplannen (wijkgerichte aanpak).

  • 11) 
    Meerkosten uitstel Omgevingswet

Dit betreft generale compensatie voor uitstel- en implementatieondersteu ningskosten als gevolg van interbestuurlijke samenspel en wensen van de Kamer. Met deze middelen worden verdere vertragingen voorkomen in het aansluiten van de gebruikers op het Digitaal Stelsel Omgevingswet. Een deel van deze middelen wordt beschikbaar gesteld aan medeoverheden om hen te ondersteunen bij de implementatie van de Omgevingswet.

  • 12) 
    Afbouw Digitaal Stelsel Omgevingswet

Dit betreft additionele middelen voor de afbouw van het Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO). Dit wordt gedekt binnen de begroting van het Ministerie van BZK.

  • 13) 
    Bestuursakkoord Groningen 2022

Vanaf de aanvullende post is een deel van de middelen voor 2022 en verder in het kader van het Bestuursakkoord Groningen overgeheveld naar de BZK-begroting zodat de versterkingsoperatie Groningen onverminderd doorgang vindt. Dit betreft middelen voor het gebiedsfonds (blok B, € 86,2 mln.), inpassingskosten uit blok D (€ 49,8 mln.), de regeling woningverbetering particulieren (blok A, C en E) (€ 134,5 mln.) en de regeling woningverbetering woningcorporaties (€ 39,5 mln. per jaar in 2022 en 2023) uit het Bestuursakkoord. Daarnaast gaat om middelen voor de knelpuntenpot van de Nationaal Coördinator Groningen (€ 11,25 mln.) en middelen voor vastgelopen dossiers (€ 6,25 mln.).Tot slot betreft het middelen voor de specials Agro (LNV), MKB (EZK), Erfgoed (OCW) en sociaal-emotioneel (BZK) van in totaal € 42,7 mln. voor de periode 2022-2026. De beschikbare middelen voor de specials Agro, MKB en Erfgoed zijn reeds overgeheveld naar de begrotingen van de betrokken departementen.

  • 14) 
    Bestuursakkoord Groningen 2021

In het Bestuursakkoord Groningen 2021 zijn afspraken gemaakt over de aanpak van vastgelopen dossiers in Groningen. De NCG en IMG (Instituut Mijnbouwschade Groningen) gaan deze aanpak samen uitvoeren. In 2021 is hier € 5 mln. voor beschikbaar en dit budget wordt evenredig verdeeld tussen de twee organisaties.

Vanaf de begroting van BZK worden er tevens middelen overgeheveld naar verschillende ministeries voor de uitvoering van de Specials in het kader van het Bestuursakkoord Groningen. Deze programma's zijn onder andere bedoeld voor het onderhoud van erfgoedpanden, ondersteuning van boeren in aardbevingsgebied en het toekomstperspectief voor mkb.

  • 15) 
    Jaarlijkse compensatie gemeenten en compensatie

De provincie Groningen en de betrokken gemeenten worden gecompen seerd voor de aardbevingsgerelateerde kosten die zij maken als gevolg van de versterkingsoperatie. Hiervoor worden middelen overgeheveld vanaf de aanvullende post.

  • 16) 
    Voorschot Gebiedsfonds

Dit betreft de afdracht aan het btw-compensatiefonds in het kader van het voorschot uit het gebiedsfonds van blok D. Het voorschot is bedoeld voor de kosten die de gemeenten maken om de infrastructuur en de kwaliteit van de openbare ruimte in het aardbevingsgebied in samenhang te verbeteren (zoals nieuwe aansluiting riool, wegen en inrichting openbare ruimte).

  • 17) 
    Woonbedrijf Groningen

Dit betreft een kasschuif voor het Woonbedrijf Groningen. Het verwachte ritme van de uitgaven komt niet overeen met het ritme dat in de begroting van BZK was opgenomen. Met deze kasschuif worden de middelen in het juiste ritme gezet.

  • 18) 
    Centrale bekostiging dienstverlening FMHaaglanden

Dit betreft bijdragen van andere departementen voor de dienstverlening van FMH.

 

Tabel 4 Belangrijkste beleidsmatige ontvangstenmutaties t.o.v. vorig jaar (bedragen x € 1.000)

Art.

2021

2022

2023

2024

2025

2026

Stand ontwerpbegroting 2021

666.431

608.452

607.627

571.129

560.728

-

Mutatie Nota van Wijziging 2021

0

0

0

0

0

-

Mutatie amendement 2021

  • 4.400

0

0

0

0

-

 

Mutatie eerste en tweede incidentele suppletoire begroting 2021

  • 14.000
  • 8.000
  • 2.000
  • 1.000

0

-

Mutatie eerste suppletoire begroting 2021

471.718

496.712

687.312

692.612

695.712

-

Mutatie extrapolatie

-

-

-

-

-

1.239.076

Belangrijkste mutaties

 
  • 1) 
    Achtervangvergoeding Nationale

Hypotheek Garantie

3

63.547

0

0

0

0

0

  • 2) 
    Bodemmaterialen

9

12.250

0

0

0

0

0

 

Overige mutaties

 

2.839

417

417

417

518

518

 

Stand ontwerpbegroting 2022

 

1.198.385

1.097.581

1.293.356

1.263.158

1.256.958

1.239.594

Toelichting

  • 1) 
    Achtervangvergoeding Nationale Hypotheek Garantie

Het Rijk ontvangt jaarlijks een achtervangvergoeding van de Stichting Waarborgfonds Eigen Woningen (WEW) voor de Nationale Hypotheek Garantie (NHG). De afdracht over het boekjaar 2020 bedraagt afgerond € 63,5 mln.

  • 2) 
    Bodemmaterialen

Dit betreft de definitieve afrekening van de bevoorschotting in 2020 aan het Rijksvastgoedbedrijf. Het gaat hier om de meerontvangsten uit de verkoop van bodemmaterialen.

2.3 Overzicht niet-juridisch verplichte uitgaven

 

Tabel 5 Overzicht niet-juridisch verplichte uitgaven en bestemming (bedragen x €1.000)

Art. Naam artikel (€ totale uitgaven artikel)

Juridisch verplichte uitgaven

Niet-juridisch Bestemming van de niet-juridisch verplichte uitgaven verplichte uitgaven

1 Openbaar bestuur en democratie (€ 86.576)

€ 80.676 (93,2%)

€ 5.900 (6,8%)    -

Bestuur en regio (1700)

   

-

Verbinding inwoner en overheid (2200)

   

-

Weerbaar bestuur (1100)

   

-

Toerusting en ondersteuning politieke ambtsdragers (900)

2 Nationale veiligheid (€ 344.621)

€ 344.621 (100%)

€ 0 (0 %)

 

3 Woningmarkt (€ 4.632.089)

€ 4.627316 (99,9%)

€ 4.773 (0,1%)    -

Woningbouwimpuls (347)

   

-

Woningmarkt (4.426)

4 Energietransitie gebouwde omgeving en bouwkwaliteit (€ 445.486)

€ 431.682 (96,9%)

€ 13.804 (3,1%)    -

Energietransitie en duurzaamheid (8.589)

   

-

Bouwregelgeving en bouwkwaliteit (5.215)

5 Ruimtelijke ordening en omgevingswet (€ 122.548)

€ 108.816 (88,8%)

€ 13.732 (11,2%)    -

Programma Ruimtelijk Ontwerp (2.913)

   

-

Gebiedsontwikkeling (1.843)

   

-

RVB (2.683)

   

-

Geo-informatie (2.272)

   

-

Ruimtelijk instrumentarium (diversen) (1.810)

   

-

Overig (2.211)

6 Overheidsdienstverlening en informatiesamenleving (€ 216.284)

€ 205.754 (95,1%)

€ 10.530 (4,9%)    -

Overheidsdienstverlening

(1.000)

   

-

Informatiebeleid (600)

   

-

Identiteitsstelsel (800)

   

-

RVIG (3.000)

   

-

RVO (2.500)

   

-

Informatiesamenleving (500)

   

-

Logius (2.000)

   

-

Overig (130)

7 Werkgevers- en bedrijfsvoeringsbeleid (€ 193.597)

€ 184.273 (95,2%)

€ 9.324 (4,8%)    -

Bedrijfsvoeringsbeleid (4.887)

   

-

Werkgeversbeleid (1.607)

   

-

Overlegstelsel (2.613)

   

-

Overig (217)

9 Uitvoering Rijksvastgoedbeleid (€ 136.948)

€ 130.101 (95%)

€ 6.847 (5%)    -

RVB (Zakelijke lasten) (2.483)

   

-

RVB (Bijdrage voor huisvesting HCvS) (2.032)

   

-

Overig (2.332)

10 Groningen versterken en perspectief (€ 1.124.308)

€ 1.123.445 (99,9%)

€ 863 (0,1%)    -

Diverse subsidies (650)

   

-

Industrie (213)

 

Totaal aan niet verplichte uitgaven

 

€ 79.577

 

2.4 Strategische Evaluatie Agenda

In de begroting van 2021 zijn de eerste stappen gezet naar een strategische evaluatie agenda (SEA). In deze ontwerpbegroting is de SEA nader uitgewerkt aan de hand van de vierde voortgangsrapportage Inzicht in

Kwaliteit (Kamerstukken II 2020/21, 31865, nr. 184). Het doel van de SEA is om betere en meer bruikbare inzichten te krijgen in de (voorwaarden voor) doeltreffendheid en doelmatigheid van beleid, het meer benutten van deze inzichten en daarmee uiteindelijk een hogere maatschappelijke toegevoegde waarde van beleid.

De SEA bevat per beleidsartikel eens in de vier tot zeven jaar een beleids-doorlichting. Bijlage 5 Uitwerking strategische evaluatie bevat een nadere uitwerking van de geplande evaluatieonderzoeken, monitors en overig onderzoek waarmee wordt gestreefd naar inzichten om het beleid mee te verbeteren.

 

Tabel 6 Planning Strategische Evaluatie Agenda

Thema

Artikel(onderdeel)

Afronding

Toelichting onderzoek

Sterke en levendige democratie

1.1 Bestuur en regio

2023

Beleidsdoorlichting Openbaar bestuur en democratie

 

1.2 Democratie

2023

Beleidsdoorlichting Openbaar bestuur en democratie

 

2 Nationale Veiligheid

n.v.t.

 

Duurzaam wonen en leven in heel Nederland 3.1 Woningmarkt

2022

Beleidsdoorlichting Woningmarkt

 

3.3 Woningbouw

2022

Beleidsdoorlichting Woningmarkt

 

4.1 Energietransitie gebouwde omgeving

2021

Beleidsdoorlichting Energietransitie gebouwde omgeving

 

4.2 Bouwkwaliteit

2021

Beleidsdoorlichting Bouwkwaliteit

 

5.1 Ruimtelijke ordening

2025

Beleidsdoorlichting Ruimtelijke ordening en Omgevingswet

 

5.2 Omgevingswet

2025

Beleidsdoorlichting Ruimtelijke ordening en Omgevingswet

 

10 Groningen versterken en perspectief

2025

Beleidsdoorlichting Groningen versterken en perspectief

Waardegedreven digitale overheid

6.2 Overheidsdienstverlening, informatiebeleid en informatiesamenleving

2021

Beleidsdoorlichting

Overheidsdienstverlening, informatiebeleid en informatiesamenleving

 

6.5 Identiteitsstelsel

2019

Beleidsdoorlichting Reisdocumenten en Basisadministratie Personen

 

6.6 Investeringspost digitale overheid

2021

Beleidsdoorlichting Investeringspost digitale overheid

 

6.7 Hoogwaardige dienstverlening één overheid

n.n.b.

 

Versnelling naar een grenzeloos samenwerkende overheid

7.1 Werkgevers- en bedrijfsvoeringsbeleid

2024

Beleidsdoorlichting Werkgevers- en bedrijfsvoeringsbeleid

 

7.2 Pensioenen en uitkeringen

2024

Beleidsdoorlichting Werkgevers- en bedrijfsvoeringsbeleid

 

9 Uitvoering Rijksvastbeleid

2021

Beleidsdoorlichting Uitvoering Rijksvastgoedbeleid

 

Het meest recente overzicht van de realisatie van beleidsdoorlichtingen is te vinden op deze link: Status beleidsdoorlichtingen.

 

2.5 Overzicht risicoregelingen

 
 

Rijkshypotheekgaranties

   

Tabel 7 Overzicht verstrekte garanties (bedragen x € 1.000)

Art.    Omschrijving

Uitstaande Geraamd te Geraamd te Uitstaande garanties    verlenen    vervallen    garanties

2020 2021 2021 2021

Geraamd te Geraamd te    Uitstaande Garan- verlenen    vervallen    garantiestieplafond

2022 2022 2022

Werkgevers- en    Rijkshypotheekgaranties    11    0    2

bedrijfsvoeringsbeleid

9

0    3    6    6

Totaal

11 0 2

9

0    3    6    6

Toelichting

Het betreft de aflopende regeling Rijkshypotheekgaranties. Bij beschikking van 23 augustus 1974, nr. AB74/U1271, van de Minister van Binnenlandse Zaken, is de mogelijkheid gecreëerd om onder bepaalde voorwaarden een hypotheekgarantie te verlenen voor tijdige betaling van rente en aflossing op een hypothecaire geldlening, die in verband met de aankoop van een woning is afgesloten. Er is nog één garantie geldig. De garantie vervalt in 2024. Het theoretische risico bedraagt in 2022 € 6.000. Voor deze garantie is geen begrotingsreserve aanwezig en wordt geen premie afgedragen als vergoeding voor de afgegeven garantie.

Waarborgfonds Sociale Woningbouw (WSW)

 

Tabel 8 Achterborgstellingen Sociale Woningbouw (WSW) (bedragen x € 1 mln.)

Omschrijving

20201

20212

20222

Gegarandeerd vermogen

81.284

85.583

91.695

Bufferkapitaal

509,9

490,5

471,6

Obligo

3.089

2.508

2.687

Stand risicovoorziening

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

1    Bron: Jaarrekening WSW.

2    Prognose

Toelichting

Het Waarborgfonds Sociale Woningbouw (WSW) staat borg voor de leningen die deelnemende woningcorporaties aantrekken voor de bouw van sociale huurwoningen en andere DAEB-activiteiten (Diensten van Algemeen Economisch Belang) zoals renovatie. Het WSW zorgt er op die manier voor dat deelnemende woningcorporaties toegang hebben tot de kapitaalmarkt tegen zo optimaal mogelijke financieringskosten. De borgstelling is ingebed in een zekerheidsstructuur waarbij verliezen opgevangen worden door de sector zelf (sanering, obligo of eigen risico-vermogen van het WSW). Indien deze zekerheden niet toereikend zijn, dan kan het WSW aanspraak doen op het Rijk en de gemeenten - als achterborg - voor renteloze leningen (ieder voor 50%). Deze situatie heeft zich nog nooit voorgedaan en wordt op basis van de huidige prognose ook niet verwacht.

Het WSW stuurt op een zekerheidsniveau van 99%. Dit betekent dat het WSW in een bepaald jaar voor de dekking van zijn eventuele verliezen met 99% zekerheid geen beroep hoeft te doen op de achtervang. Uit de prognoses volgt dat de achterborgstelling (bedrag aan gegarandeerde leningen) komende jaren iets toeneemt. Normaliter neemt als gevolg daarvan neemt ook het obligo licht toe. Vanaf 2021 zal het WSW echter een nieuwe berekeningswijze hanteren voor het beschikbare obligo. Dit vloeit voort uit de nieuwe vormgeving van het obligo die is uitgewerkt gedurende het Strategisch Programma van het WSW. De huidige eenmalige obligoverplichting van corporaties ter waarde van 3,85% van de geborgde leningen, wordt vervangen door het gecommitteerd obligo en een jaarlijkse obligoheffing. Het gecommitteerd obligo bedraagt 2,6% van de geborgde leningen, de jaarlijkse obligoheffing 0,25%. Hoewel het WSW hiermee minder obligo direct in één keer kan vorderen, heeft het meer mogelijkheden om het eigen risicovermogen geleidelijk met een bijdrage van de corporatiesector te versterken.

Voor het bufferkapitaal (eigen vermogen plus voorzieningen) wordt in 2021 net als in 2020 een daling voorzien. Dit heeft te maken met de uitgaven die WSW voorziet op basis van de betaalverplichtingen voor de dienst der lening van woningcorporaties Stichting Humanitas Huisvesting (SHH) en Woningstichting Geertruidenberg (WSG).

Waarborgfonds Eigen Woningen (WEW)

 

Tabel 9 Achterborgstelling Waarborgfonds Eigen Woningen (WEW) (bedragen x 1. mln.)

Omschrijving

20201

20212

20222

Gegarandeerd vermogen

197.394

202.400

214.600

Risicodragend gegarandeerd vermogen

6.200

geen prognose

geen prognose

Bufferkapitaal

1.530

1.660

1.750

Obligo

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

Stand risicovoorziening

265

348

431

1    Bron: Jaarrekening WEW.

2    Prognose

Toelichting

De Stichting Waarborgfonds Eigen Woningen (WEW) is de uitvoerder van de Nationale Hypotheek Garantie (NHG). Het Rijk vormt de achtervang van het WEW. Dit betekent dat het Rijk een achtergestelde renteloze lening aan het WEW zal verschaffen zodra het WEW onvoldoende vermogen heeft om aanspraken op de garantstelling te kunnen betalen. Tot 2011 vormde het Rijk samen met de gemeenten de achtervang van het WEW. Vanaf 1 januari 2011 vervult alleen het Rijk deze rol. Voor de oude gevallen blijven de gemeenten verantwoordelijk voor 50% van de achtervang. Een geldnemer betaalt voor een hypothecaire lening met NHG een eenmalige premie van 0,7% aan het WEW, waarvan het WEW 0,3%-punt afdraagt aan het Rijk als vergoeding voor diens rol als achtervanger. Deze achtervang vergoeding wordt gestort in de in de tabel genoemde risicovoorziening waaruit een eventuele aanspraak op de achtervang allereerst zal worden opgevangen.

Het gegarandeerd vermogen is het bedrag aan hypotheken waarop een NHG is afgegeven verminderd met het bedrag aan garanties dat is vervallen door volledige aflossing, oversluiting of gedwongen verkopen verminderd met de annuïtaire daling van de garantie. Nieuwe garanties zullen een positief effect op het gegarandeerd vermogen hebben. Het gegarandeerd vermogen is geen weergave van het risico dat het WEW en de overheid (als achtervanger van het fonds) lopen. Tegenover de hypothecaire leningen staat de actuele waarde van de desbetreffende woningen. Het risicodragend gegarandeerd vermogen is het vermogen gecorrigeerd voor de waarde van de desbetreffende woningen bij gedwongen verkoop en is daarmee een inschatting van de maximale schadelast voor het WEW als alle lopende hypotheekgaranties uitmonden in een gedwongen verkoop. Eind 2020 bedroeg het risicodragend gegarandeerd vermogen € 6,2 mld.

  • 3. 
    Beleidsartikelen

3.1 Artikel 1. Openbaar bestuur en democratie

  • A. 
    Algemene doelstelling

Het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) werkt aan een slagvaardig en betrouwbaar openbaar bestuur waarop inwoners kunnen vertrouwen. Een openbaar bestuur dat samen met de samenleving in staat is de maatschappelijke opgaven op te lossen. Veranderingen in onze maatschappij beïnvloeden hoe ons bestuur en onze democratie werkt. Om waarden als legitieme besluitvorming, slagkrachtig openbaar bestuur en transparantie daarbij te behouden en democratische waarden en vrijheden te borgen en versterken, is continue aandacht nodig voor de werking en inrichting van democratie en bestuur.

  • B. 
    Rol en verantwoordelijkheid

De Minister van BZK heeft de zorg voor het goed functioneren van het openbaar bestuur van ons land.

Burgers verlangen in toenemende mate maatwerk van de overheid. Dat vraagt om een overheid die in kan spelen op hun individuele behoeften en om kan gaan met uiteenlopende maatschappelijke opgaven op verschillende schaalniveaus. Daarnaast zijn er grote maatschappelijke opgaven die we als overheden alleen samen met de samenleving kunnen oplossen. Om hier goed op in te kunnen spelen organiseren we de overheid zo dicht mogelijk bij de burger en met betrokkenheid van de burger.

Met het oog op de doelen binnen dit beleidsartikel is een gezamenlijke inzet van gemeenten, provincies, waterschappen en het Rijk nodig. Niet alleen om zo effectief en efficiënt mogelijk te werken, maar met voortdurende aandacht voor de legitimatie van het overheidshandelen. De belangrijkste pijler daarin is de democratische legitimatie, maar vloeit die legitimatie ook voort uit het dagelijks contact tussen overheid en burger.

De slagvaardigheid en legitimatie van het openbaar bestuur vraagt om een zo helder mogelijke taakverdeling tussen de overheden, financiering die daarbij aansluit, draagkracht in de uitvoering, onderlinge afstemming en samenwerking, betrokkenheid van burgers, ruimte voor maatwerk en zorg voor en toerusting van de mensen werkzaam in het openbaar bestuur.

De basis hiervoor ligt in de Grondwet (GW), de Gemeente- en Provinciewet (Gemw en PW), de Financiële-verhoudingswet (Fvw), de Wet gemeenschappelijke regelingen (Wgr), de Kieswet (KW), de Wet financiering politieke partijen (Wfpp) en de Wet bijzondere maatregelen grootstedelijke problematiek.

De Minister van BZK heeft hierin een stimulerende, financierende, regisserende en uitvoerende rol.

Stimuleren

  • Om de slagvaardigheid van het openbaar bestuur te versterken stimuleert de Minister van BZK de samenwerking tussen overheden en het werken als één overheid, onder meer via het interbestuurlijk programma (IBP) en de regiodeals. De minister bevordert innovatieve werkwijzen via Agenda stad en de City Deals.
  • Ter versterking van het democratisch bestel werkt de Minister van BZK aan een sterkere verbinding van inwoner en overheid, aan betere toerusting en ondersteuning van politieke ambtsdragers en aan een weerbaarder bestuur. De minister stimuleert en faciliteert betrokken partijen en draagt zorg voor kennisontwikkeling en -verspreiding. Concrete voorbeelden zijn het samenwerkingsprogramma Democratie in Actie en Netwerk Weerbaar bestuur.

Financieren

  • Op basis van de Fvw is de Minister van BZK - samen met de Staatssecretaris van Financiën (de fondsbeheerders) - verantwoordelijk voor het beheer van het gemeente- en provinciefonds. De middelen voor beide fondsen kennen een eigen begroting (gemeentefonds en provinciefonds) maar het beheer kan niet los gezien worden van de rest van het stelsel. Op basis van de Gemw en PW is de Minister van BZK verantwoordelijk voor het stelsel van decentrale belastingen.
  • Tevens financiert de Minister van BZK de rechtspositionele regelingen van (voormalige) politieke ambtsdragers.

Regisseren

  • Op basis van artikel 2 van de Fvw wordt van beleidsvoornemens van het Rijk, die leiden tot een wijziging van de uitoefening van taken of activiteiten door provincies of gemeenten, aangegeven wat de financiële gevolgen zijn van deze wijziging voor provincies of gemeenten. Hiernaast dient te worden aangegeven via welke bekostigingswijze de financiële gevolgen voor de provincies of gemeenten kunnen worden opgevangen. Hierover vindt overleg plaats met de Minister van BZK en de Minister van Financiën.
  • Op basis van de Gemw en PW is de Minister van BZK daarnaast verantwoordelijk voor de interbestuurlijke verhoudingen en het Rijksbeleid dat de medeoverheden raakt. De minister coördineert hierbij het overleg tussen het Rijk en de medeoverheden. Door de Wgr waarvoor de Minister van BZK verantwoordelijk is, kunnen gemeenten, provincies en waterschappen samenwerken in publiekrechtelijke constructies.
  • Betrouwbare en transparante verkiezingen zijn essentieel voor het vertrouwen in de democratie. De Minister van BZK is verantwoordelijk voor de KW, die de verkiezingen voor de leden van de Eerste Kamer en Tweede Kamer der Staten-Generaal, het Europees Parlement, Provinciale Staten, algemene besturen van waterschappen, eilandsraden en gemeenteraden regelt.
  • Om de leefbaarheid te vergroten in ondermijningsgevoelige gebieden kan de Minister van BZK op basis van de Wet bijzondere maatregelen grootstedelijke problematiek op verzoek van de gemeenteraad wooncomplexen of straten aanwijzen waarin aan woningzoekende huurders eisen kunnen worden gesteld of voorrang wordt verleend. Op basis van de Wet aanpak woonoverlast (artikel 151d van de Gemw) is de Minister van BZK stelselverantwoordelijk om hiermee gemeenten de mogelijkheid te bieden ernstige en herhaaldelijke hinder voor omwonenden tegen te gaan door middel van het opleggen van een gedragsaanwijzing.

Uitvoeren

  • Politieke partijen vervullen een cruciale rol in de democratie. De Minister van BZK voert de Wfpp uit en financiert deze ook.
  • De Minister van BZK geeft uitvoering aan het Nederlandse decoratiestelsel en aan de ontslag- en benoemingsprocedures van burgemeesters, commissarissen van de Koning en leden van de Hoge Colleges van Staat.
  • Om het stelsel van het openbaar bestuur te ondersteunen voert de minister onderzoek uit en ontwikkelt zij kennisproducten, zoals de Staat van het Bestuur en de website www.findo.nl.
  • C. 
    Beleidswijzigingen

Interbestuurlijke en financiële verhoudingen

Op het vlak van de interbestuurlijke en financiële verhoudingen tussen het Rijk en de medeoverheden zijn er momenteel veel ontwikkelingen gaande. Er wordt gewerkt aan een herijking van de verdeelmodellen voor het gemeentefonds en provinciefonds, het gemeentelijk en provinciaal belastinggebied wordt bekeken en de normeringssystematiek is geëvalueerd. Een herziening van het uitkeringsstelsel is aan de orde en de financiële positie van gemeenten is een punt van zorg; met bijzondere aandacht voor de kosten van de jeugdzorg.

Op veel van deze aspecten zijn de afgelopen periode onderzoeken uitgevoerd, waarover de Tweede Kamer ook is geïnformeerd. Dit alles gebeurt in nauwe samenwerking en overleg met de Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG), het Inter Provinciaal Overleg (IPO) en de Unie van Waterschappen (UvW). Ook is de Raad voor het Openbaar Bestuur (ROB) om advies gevraagd voor diverse onderwerpen. Tevens heeft het ROB haar visie op de interbestuurlijk verhoudingen gepubliceerd in haar rapport «Rust, Reinheid en Regelmaat».

Een nieuw Kabinet zal keuzes moeten maken richting 2022 en de bijbehorende wetswijzigingen zullen tijdig het vaststellingstraject in moeten gaan. Zodat de vernieuwde interbestuurlijke en financiële verhoudingen met ingang van 1 januari 2023 van kracht kunnen worden.

Oorlogsgravenstichting (OGS)

In het eerste kwartaal van 2022 wordt de Subsidieregeling van de Oorlogsgravenstichting geëvalueerd. Het doel van deze evaluatie is om te bezien of de jaarlijks verleende subsidie door het Ministerie van BZK aan de Oorlogsgravenstichting doelmatig en doeltreffend wordt ingezet ten behoeve van de taken. De uitkomsten dienen als input voor de verlenging van de subsidieregeling per 1 januari 2023.

Modernisering Wet op de lijkbezorging (Wlb)

In 2022 zal de Minister van BZK een wetsvoorstel tot modernisering van de Wet op de lijkbezorging (Wlb) bij de Tweede Kamer indienen. Dit wetsvoorstel regelt onder meer alkalische hydrolyse als nieuwe vorm van lijkbezorging en het gezamenlijk begraven en cremeren in bijzondere gevallen.

  • D. 
    Budgettaire gevolgen van beleid
 
 

2020

2021

2022

2023

2024

2025

2026

Verplichtingen

87.968

120.207

86.576

78.545

78.620

70.291

70.777

 

Uitgaven

73.195

119.026

86.576

78.545

78.620

70.291

70.777

 

1.1 Bestuur en regio

19.863

56.951

23.686

22.808

22.770

18.462

18.962

Subsidies (regelingen)

Oorlogsgravenstichting (OGS)

3.501

3.778

3.578

3.578

3.572

3.572

3.572

Bestuur en regio

1.460

2.273

2.492

1.134

1.105

1.105

1.105

POK - Multiproblematiek

0

2.000

2.000

2.000

2.000

0

0

POK - Antidiscriminatie

0

150

150

150

150

150

150

Opdrachten

Bestuur en regio

2.942

1.752

2.195

2.675

2.675

4.025

4.025

POK - Multiproblematiek

0

1.000

1.000

1.000

1.000

0

0

Grenstesten Duitsland Covid-19

0

12.000

0

0

0

0

0

POK - Antidiscriminatie

0

420

420

420

420

420

920

Bijdrage aan ZBO's/RWT's

Diverse bijdragen

1.986

1.015

259

259

257

257

257

Bijdrage aan medeoverheden

Compensatiepakket Zeeland

2.000

11.400

0

0

0

0

0

Lokale culturele voorzieningen

7.939

4.102

0

0

0

0

0

Groeiopgave Almere

0

9.277

8.898

8.898

8.898

8.898

8.898

Evides

0

6.250

1.250

1.250

1.250

0

0

Bijdrage aan (inter-)nationale organisaties

Bijdragen internationaal

35

36

36

36

35

35

35

Bijdrage aan agentschappen

RVB

0

90

0

0

0

0

0

RWS

0

908

908

908

908

0

0

Bijdrage aan (andere) begrotingshoofdstukken

POK - Multiproblematiek

0

500

500

500

500

0

0

1.2 Democratie

53.332

62.075

62.890

55.737

55.850

51.829

51.815

Subsidies (regelingen)

Politieke partijen

23.770

28.310

27.708

27.688

27.665

23.944

23.944

Comite 4/5 mei

116

118

118

118

118

118

118

ProDemos

7.510

8.125

8.740

8.740

8.725

8.725

8.725

Verbinding inwoner en overheid

5.161

3.665

1.521

1.519

1.507

1.507

1.507

Toerusting en ondersteuning politieke ambtsdragers

2.978

2.897

2.427

2.421

2.400

2.050

2.050

Weerbaar bestuur

1.298

899

988

844

268

334

334

Stichting Thorbeckeleerstoel

0

99

0

0

66

0

0

Opdrachten

Verbinding inwoner en overheid

1.886

2.830

10.461

4.761

4.561

4.611

4.611

Toerusting en ondersteuning politieke ambtsdragers

573

444

673

673

673

673

659

Weerbaar bestuur

1.625

2.028

1.902

1.431

1.933

1.933

1.933

Inkomensoverdrachten

Toerusting en ondersteuning politieke ambtsdragers

5.336

7.032

7.032

7.032

7.032

7.032

7.032

Vergoeding rouwvervoer

4

45

0

0

0

0

0

Bijdrage aan ZBO's/RWT's

Diverse bijdragen

2.460

3.214

0

0

0

0

0

 

2020

2021

2022

2023

2024

2025

2026

Bijdrage aan medeoverheden

Diverse bijdragen

30

0

0

0

0

0

0

Bijdrage aan (inter-)nationale organisaties

Bijdragen internationaal

160

117

102

102

102

102

102

Bijdrage aan agentschappen

Dienst Publiek en Communicatie

425

1.649

1.218

408

800

800

800

RvIG

0

3

0

0

0

0

0

Bijdrage aan (andere)

             

begrotingshoofdstukken

             

Gemeentefonds (H50)

0

600

0

0

0

0

0

 

Ontvangsten

23.363

24.765

24.765

24.765

24.765

24.765

24.765

Budgetflexibiliteit

Van het totale uitgavenbudget op artikel 1 is 93,2% juridisch verplicht en dit kent de volgende onderverdeling:

Subsidies

Het subsidiebudget is voor 97,2% juridisch verplicht. Het betreft onder andere subsidies aan de politieke partijen, de Oorlogsgravenstichting (OGS), ProDemos en Multiproblematiek als gevolg van de Parlementaire ondervragingscommissie Kinderopvangtoeslag.

Opdrachten

Het opdrachtenbudget is voor 73,0% juridisch verplicht. Het betreft hier onder andere middelen voor verkiezingen, kenniscentra, onderzoeken door derden en Multiproblematiek en Antidiscriminatie als gevolg van de Parlementaire ondervragingscommissie Kinderopvangtoeslag.

Inkomensoverdracht

Het inkomensoverdrachtbudget is voor 100% juridisch verplicht. Het betreft pensioenen en uitkeringen aan voormalige ministers en staatssecretarissen en uitkeringen aan voormalige burgemeesters.

Bijdrage aan ZBO's/RWT's

Het budget voor bijdragen aan ZBO's/RWT's is voor 100% juridisch verplicht. Het betreft een bijdrage aan het CPB voor datakosten Sociaal Domein en aan CBS voor levering detailgegevens via IV3-modellen.

Bijdrage aan agentschappen

Het budget voor bijdragen aan agentschappen is voor 100% juridisch verplicht. Het betreft een bijdrage aan Dienst Publiek en Communicatie van het Ministerie van Algemene Zaken voor de landelijke informerende verkiezingscampagnes en aan Rijkswaterstaat voor de oprichting van een kenniscentrum explosieven uit de Tweede Wereldoorlog.

Bijdrage aan medeoverheden

Het budget voor bijdragen aan medeoverheden is voor 100% juridisch verplicht. Het betreft een bijdrage inzake de Groeiopgave Almere en aan de Zeeuwse overheden inzake de ontvlechting van drinkwaterbedrijf Evides.

Bijdrage aan (inter)nationale organisaties

Het budget voor bijdragen aan (inter)nationale organisaties is voor 100% juridisch verplicht. Het betreft de jaarlijkse bijdrages aan het European Urban Knowledge Network (EUKN) en het Open Government Partnership (OGP).

Bijdrage aan (andere) begrotingshoofdstukken

Het budget voor bijdragen aan andere begrotingshoofdstukken is voor 100% juridisch verplicht. Het betreft bijdragen voor Multiproblematiek als gevolg van de Parlementaire ondervragingscommissie Kinderopvang-toeslag.

  • E. 
    Toelichting op de financiële instrumenten

1.1 Bestuur en regio Subsidies (regelingen)

Oorlogsgravenstichting (OGS)

Namens de Nederlandse overheid onderhoudt OGS wereldwijd ongeveer 50.000 graven van Nederlandse oorlogsslachtoffers. Deze graven liggen in meer dan vijftig landen, verspreid over vijf continenten. Het zwaartepunt ligt daarbij in Indonesië. Tevens verzorgt de Stichting ruim 10.000 graven van militairen van de geallieerde strijdkrachten in Nederland. OGS ontvangt een subsidie voor de uitvoering hiervan op basis van de Subsidieregeling Oorlogsgravenstichting 2019-2022.

Bestuur en regio

Het Centrum voor Onderzoek van de Economie van de Lagere Overheden (COELO) ontvangt een subsidie voor het onderzoek naar een laagdrempelige informatievoorziening over economische en financiële aspecten van medeoverheden. De subsidieregeling COELO liep af per 1 juli 2021 en is geëvalueerd. Op grond van de evaluatie is de subsidieregeling verlengd tot 31 december 2025. Het toegekende subsidiebedrag, dat sinds 2016 ongewijzigd was gebleven, is geïndexeerd van € 130.000 naar € 150.000 per 2022. Voor 2022 wordt bovenop dit basisbedrag een aanvulling toegekend van € 75.000, waarvoor COELO een verdiepend onderzoeksprogramma uitvoert dat wordt vastgesteld en begeleid door het Ministerie van BZK.

Aan de Rijksuniversiteit Groningen/Campus Fryslan is subsidie verleend voor een meerjarig onderzoek dat inzicht geeft in hoe Nederlandse regio's werken aan publieke waarde, welke factoren het succes van regionale samenwerking bepalen en hoe de regio's hun samenwerking kunnen versterken. Het onderzoek zal het bestuurlijk, economische en maatschappelijke ecosysteem (het geheel van samenwerkingen in een regio) en de verbindingen daartussen tonen, evenals de resultaten die geboekt worden en de mechanismen die de regionale samenwerking versnellen of remmen.

BZK biedt ruimte voor maatwerk in de werkwijze en inrichting van het openbaar bestuur. Dit komt onder andere tot uiting in de ontwikkeling en uitvoering van Agenda Stad. Dit programma richt zich op (het bevorderen van) groei, leefbaarheid en innovatie in Nederlandse steden door middel van City Deals. Sinds 2015 zorgt Agenda Stad voor vernieuwing met haar werkwijze van opgavegericht en interbestuurlijk samenwerken. In deze periode zijn 27 City Deals gesloten rond actuele vraagstukken. Verbinding en samenwerken tussen beleidsthema's, experimenteren en innoveren zijn sleutelbegrippen in deze vorm van samenwerken tussen pioniers binnen steden, bedrijven, kennisinstellingen en departementen. In dit kader organiseert Agenda Stad jaarlijks het congres Dag van de Stad, voor de organisatie hiervan ontvangt Platform31 een subsidie.

In 2022 en de komende jaren ligt het accent op de dóórontwikkeling van het programma waarbij het thematisch en vernieuwend werken uitgangspunt is om complexe maatschappelijke opgaven aan te kunnen pakken zowel binnen steden als te verbreden naar de regio. Er wordt een subsidie toegekend aan Platform31 om het huidige programma alswel de doorontwikkeling te ondersteunen.

Het Kenniscentrum Europa Decentraal (KED) ontvangt een subsidie. Dit is een gezamenlijk initiatief van het Ministerie van BZK, het Interprovinciaal Overle (IPO), de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) en de Unie van Waterschappen (UvW), dat zich richt op toepassing en verspreiding van kennis en expertise over Europees recht bij de medeoverheden.

POK - Multiproblematiek

In de brief van de regering van 15 januari over de reactie op het rapport «Ongekend onrecht» (Kamerstukken II 2020/21, 35510, nr. 4) is een aantal concrete maatregelen genoemd. Voor de multiproblematiek is het doel dat in de gebieden met een cumulatie van problemen een transformatieproces op gang komt waardoor ook voor de kwetsbare mensen die hier wonen een leefbare en veilige leefomgeving ontstaat met oog voor het welzijn van de mensen. Deze middelen zijn erop gericht om vanuit het Rijk gemeenten te ondersteunen om tot een effectieve integrale aanpak te komen.

POK - Antidiscriminatie

Het kabinet heeft toegezegd om de vindbaarheid en positionering van de gemeentelijke antidiscriminatievoorzieningen (ADV's) tegen het licht te houden. Dit zal het kabinet samen met onder andere de branchevereniging van de ADV's en gemeenten oppakken. Hiervoor zal de branchevereniging een subsidie ontvangen. Deze subsidie zal onder andere gebruikt worden voor het doorontwikkelen van de website discriminatie.nl en de organisatie van (kennis)bijeenkomsten van de ADV's.

Opdrachten

Bestuur en regio

Door actief bij te dragen aan kennis-opbouw en -uitwisseling in het openbaar bestuur wordt systematisch inzicht vergroot in wat wel en niet werkt bij (inter-)bestuurlijke, opgave- en gebiedsgericht samenwerken. Daarnaast wordt ingezet op het versterken van de uitvoeringskracht en kennispositie van decentrale overheden. In 2022 worden daartoe opdrachten verstrekt voor monitoren, digitale kennisproducten, symposia, kennis- en leertrajecten, publicaties en onderzoeken rond het openbaar bestuur. Voorbeelden hiervan zijn de Staat van het Bestuur, Data Financiën decentrale overheden, Monitor politieke ambtsdragers, RegioAtlas, Dag van de financiële verhoudingen, Publieke waardecreatie door bestuurlijk regionale ecosystemen en de ontwikkeling van een regionale kennisschakelfunctie.

POK - Multiproblematiek

In de brief van de regering van 15 januari over de reactie op het rapport «Ongekend onrecht» (Kamerstukken II 2020/21, 35510, nr. 4) is een aantal concrete maatregelen genoemd. Voor de multiproblematiek is het doel dat in de gebieden met een cumulatie van problemen een transformatieproces op gang komt waardoor ook voor de kwetsbare mensen die hier wonen een leefbare en veilige leefomgeving ontstaat met oog voor het welzijn van de mensen. Deze middelen zijn erop gericht om vanuit het Rijk gemeenten te ondersteunen om tot een effectieve integrale aanpak te komen.

POK - Antidiscriminatie

Het kabinet zet in op een versterking van de aanpak van discriminatie. Deze versterking komt onder andere tot uiting in onderzoek naar discriminatie in het algemeen en onderzoek naar de meldingsbereidheid in het bijzonder, zowel in Nederland als in Caribisch Nederland, in een brede campagne, in het vergroten van kennis over discriminatie (door het organiseren van bijeenkomsten en het maken van handreikingen), het versterken van de discriminatietoets. De opdrachten worden uitgezet bij stakeholders of partijen in de markt.

Bijdrage aan ZBO's/RWT's

Diverse bijdragen

De gereserveerde middelen dienen voor reeds aangegane verplichtingen voor het Sociaal en Cultureel Planbureau en de Universiteit van Maastricht waarvan de betaling is voorzien in 2022.

Bijdrage aan medeoverheden

Groeiopgave Almere

De aanvullende bijdrage die Almere jaarlijks ontvangt vanwege de uitzonderlijke groeikosten van de gemeente wordt vanaf 2021 verstrekt via een specifieke uitkering vanaf de begroting van het Ministerie van BZK in plaats van via het gemeentefonds. De bijdrage houdt verband met de groeiaf-spraken die met Almere zijn gemaakt in het kader van het programma Rijken regioprogramma Amsterdam Almere Markermeer (RRAAM) en in de uitvoeringsovereenkomst Almere 2.0. Doel van de bijdrage is Almere in staat te stellen zijn aandeel in de gemaakte groeiafspraken te leveren. De bijdrage - die Almere sinds 2015 ontvangt - geldt voor een periode van maximaal 22 jaar.

Evides

Als onderdeel van pakket «Wind in de zeilen» (Kamerstukken II 2019/20, 33358, nr. 28) ondersteunt de rijksoverheid de provincie Zeeland (en hiermee indirect alle Zeeuwse aandeelhouders en dus Zeeuwse overheden) bij de ontvlechting van drinkwaterbedrijf Evides. Dit geschiedt door een incidentele bijdrage van € 10 mln. van het Rijk aan de provincie Zeeland om de aankoop van Evides mogelijk te maken (Kamerstukken II 2020/21,33358, nr. 34). Een overzicht van de Rijksuitgaven is opgenomen in bijlage 7 bij deze begroting.

Bijdrage aan (inter-)nationale organisaties

Bijdragen internationaal

Het Ministerie van BZK betaalt een jaarlijkse contributie aan het European Urban Knowledge Network (EUKN), en aan het Urbact programma van de Europese Commissie. Het EUKN is een Europees kennisnetwerk voor stedelijke ontwikkeling en beleid. Urbact bevordert duurzame stedelijke ontwikkeling in Europa, en is nauw betrokken bij de Europese Agenda Stad.

Bijdrage aan agentschappen

RWS

Rijkswaterstaat ontvangt voor de periode 2021 tot en met 2024 een bijdrage in verband met het oprichten en beheren van een landelijk kenniscentrum voor gemeenten die te maken hebben met explosieven uit de Tweede Wereldoorlog. Het Ministerie van BZK is opdrachtgever van dit kenniscentrum. Het kenniscentrum gaat onder andere onderzoek doen om de kennis over het opsporen van explosieven te vergroten. Evaluatie van het kenniscentrum zal plaatsvinden in 2024.

Bijdrage aan (andere) begrotingshoofdstukken

POK - Multiproblematiek

In de brief van de regering van 15 januari over de reactie op het rapport «Ongekend onrecht» (Kamerstukken II 2020/21, 35510, nr. 4) is een aantal concrete maatregelen genoemd. Voor de multiproblematiek is het doel dat in de gebieden met een cumulatie van problemen een transformatieproces op gang komt waardoor ook voor de kwetsbare mensen die hier wonen een leefbare en veilige leefomgeving ontstaat met oog voor het welzijn van de mensen. Deze middelen zijn erop gericht om vanuit het Rijk gemeenten te ondersteunen om tot een effectieve integrale aanpak te komen.

1.2 Democratie

Subsidies (regelingen)

Politieke partijen

Op grond van de Wfpp komt een politieke partij in aanmerking voor subsidie als zij voldoet aan de in deze wet genoemde voorwaarden. Tijdens de begrotingsbehandeling in 2019 is door het lid Jetten een motie ingediend over het verhogen van het budget voor de ondersteuning van parlementariërs en de subsidie aan politieke partijen. Door het kabinet is uitvoering gegeven aan de motie Jetten c.s. door het Wfpp budget op te hogen in de periode 2020-2024 met circa € 8,7 mln. (Kamerstukken II 2019/20, 35300 IIA, nr. 8). De aanpassing van de Wfpp, waarin deze verhoging wordt meegenomen, is aangeboden aan de Tweede Kamer. Na de Tweede Kamerverkiezingen van maart 2021 zal de subsidie conform de Wfpp worden aangepast aan de nieuwe zetelverdeling in de Tweede Kamer.

 

Tabel 11 Door politieke partijen ontvangen subsidie op grond van de Wfpp (bedragen in €)

 

Politieke partij

2018

2019

20201,2

2021

1,2

VVD

3.207.731

3.244.870

4.504.677

4.664.102

PvdA

1.422.969

1.433.278

2.019.438

2.019.425

SP

1.531.678

1.558.208

2.282.599

2.177.704

CDA

2.138.116

2.162.654

3.054.905

2.835.280

D66

2.140.093

2.161.786

3.009.764

3.337.587

CU

967.365

989.166

1.355.966

1.375.863

GL

1.712.145

1.761.067

2.475.141

2.192.533

SGP

882.669

900.252

1.238.351

1.246.100

PvdD

913.596

931.194

1.194.306

1.318.224

50PLUS

609.746

645.138

991.155

769.171

OSF

375.519

372.083

563.902

568.785

DENK

533.358

582.608

882.919

802.126

FvD

703.746

701.273

1.259.345

1.724.057

BIJ1

0

0

0

528.464

JA21

0

0

0

794.890

Volt Nederland

0

0

0

788.239

Totaal

17.138.730

17.443.578

24.832.468

27.142.549

1 Het betreft hier voorlopige bedragen voor de jaren 2020 en 2021. 80% daarvan is inmiddels uitgekeerd. Uiterlijk 1 juli van het jaar volgend op het subsidiejaar moeten partijen een definitieve subsidieaanvraag indienen. Als bij de beoordeling daarvan blijkt dat de partijen voldoen aan de voorwaarden, wordt de resterende 20% uitgekeerd. De loon- en prijsbijstellingen 2020 en 2021 moeten nog in deze bedragen worden verwerkt. De reeks loopt nu van 2018 tot en met 2021. Bij de subsidiebedragen uit 2020 en 2021 gaat het om voorlopige bedragen. De Minister van BZK beslist voor 1 november 2021 over de aanvragen tot vaststelling over 2020, die de politieke partijen uiterlijk 1 juli 2021 moesten aanleveren. '

2 Het budget voor de Wfpp wordt in de periode 2020-2024 opgehoogd door het kabinet omwille van motie Jetten met een bedrag van € 8.650.000.

Comite 4/5 mei

Het Nationaal Comité 4 en 5 mei ontvangt een subsidie om tijdens de jaarlijkse Nationale Viering van de Bevrijding op 5 mei inhoudelijke activiteiten te organiseren. Met deze activiteiten wordt er naar gestreefd om kennis, bewustzijn en participatie bij burgers te creëren in relatie tot onderwerpen als democratie, rechtsstaat en actief burgerschap in samenhang met het thema vrijheid.

ProDemos

ProDemos, Huis voor Democratie en Rechtsstaat, ontvangt een subsidie voor activiteiten gericht op het vergroten van de betrokkenheid en kennis van de democratische rechtsstaat. Tot de activiteiten behoren het verzorgen van bezoeken van scholieren aan het parlement met de daarbij behorende educatieve programma's, en het programma Parlement op School.

Verbinding inwoner en overheid

In 2022 gaan we door met het vergroten van de bewustwording en de weerbaarheid van burgers rondom de verspreiding van online desinformatie. We geven hiertoe een bijdrage aan Netwerk Mediawijsheid voor de website www.Isdatechtzo.nl, die burgers informatie geeft over de werking van desinformatie en hoe zij dit kunnen herkennen.

Het Landelijk Samenwerkingsverband Actieve bewoners (LSA) en de Landelijke Vereniging van Kleine Kernen (LVKK) ontvangen subsidies voor het bevorderen van actieve betrokkenheid van bewoners in hun wijk en van burgerbetrokkenheid in dorpskernen.

In 2022 wordt gestart met de ontwikkeling van een duurzame infrastructuur voor jongereninspraak. De kracht en kwaliteiten van bestaande jongerenorganisaties en jongereninitiatieven vormen hiervoor het startpunt, evenals de inzet van gemeenten. Ter ondersteuning van deze beweging zullen een aantal jongereninspraak-initiatieven gericht worden ondersteund met een subsidie.

Voor de looptijd van de Bestjoersöfspraak Fryske Taal en Kultuer 2019-2023 (BFTK) (bijlage bij Kamerstukken II 2018/19, 35000 VII, nr. 83) begroot het Ministerie van BZK jaarlijks € 0,11 mln. voor de leerstoel Friese taal- en letterkunde aan de Rijksuniversiteit Groningen.

Toerusting en ondersteuning politieke ambtsdragers Op decentraal niveau zijn er in Nederland ongeveer 12.000 politieke ambtsdragers actief in gemeenten, provincies en waterschappen die toerusting nodig hebben om hun taak goed te kunnen uitvoeren. Om te zorgen dat er voldoende goed toegeruste politieke ambtsdragers beschikbaar zijn en beschikbaar blijven, verstrekt de Minister van BZK aan de beroepsgroepen van politieke ambtsdragers en griffiers, waaronder de beroepsverenigingen van politieke ambtsdragers (Nederlands Genootschap van Burgemeesters, Wethoudersvereniging, Statenlid.nu, Nederlandse Vereniging van Raadsleden). Ook is er met subsidies aan de Vereniging van Griffiers, de Nederlandse Vereniging van Rekenkamers en Rekenkamercommissies, en de VNG oog voor de ondersteuning van politieke ambtsdragers. Samen met de beroepsgroepen, de koepels van medeoverheden en (bestuurdersverenigingen van) politieke partijen wordt via subsidies zorggedragen voor passende eigentijdse inwerk- en opleidingsprogramma's voor de verschillende beroepsgroepen.

Daarnaast worden de subsidies in 2022 ook ingezet voor onderlinge kennisdeling, om te zorgen dat mensen na het ambt weer goed landen op de arbeidsmarkt en om een brede, diverse instroom in het ambt te bevorderen (Kamerstukken II 2018/19, 30420, nr. 328).

Kennispunt Lokale Politieke Partijen, beheerd door ProDemos, ontvangt in de periode 2020-2024 jaarlijks een subsidie van circa € 0,4 mln. Het Kennispunt biedt fysieke en online trainingen aan verenigingsbesturen en politieke bewindslieden van lokale politieke partijen.

Weerbaar bestuur

In het Netwerk Weerbaar Bestuur werkt het Ministerie van BZK samen met andere departementen, beroepsverenigingen van politieke ambtsdragers, bestuurdersverenigingen van landelijke politieke partijen, koepels van medeoverheden en diverse andere relevante partners. Het Netwerk zet zich onder andere in op normstelling, vroege signalering, melding en ondersteuning bij incidenten op het gebied van integriteit en veiligheid binnen het lokaal bestuur. Netwerkpartners ontvangen subsidies voor (gezamenlijke) activiteiten, waaronder de doorontwikkeling van het Ondersteu-ningsteam Weerbaar Bestuur. Ook wordt via een subsidie aan het Centrum voor Criminaliteitspreventie en Veiligheid (CCV) ondersteuning geboden bij veilig wonen door het faciliteren van een woningscan en een veiligheids-gesprek met advies over basismaatregelen.

Rekenkamers zijn van belang voor sterk lokaal bestuur. De Nederlandse Vereniging voor Rekenkamers en Rekenkamercommissies (NVRR) ontvangt subsidie voor de versterking van de lokale rekenkamers en de ondersteuning van het kwaliteitsbeleid. De NVRR verzorgt daarmee onder andere de opleiding en scholing van rekenkameronderzoekers, ontwikkelt handreikingen en ondersteunt rekenkamers bij het verrichten van gezamenlijke onderzoeken naar beleidsthema's die voor meerdere gemeenten van belang zijn.

In het kader van de interbestuurlijke Actie-agenda vakantieparken 2021-2022 worden subsidies verstrekt aan onder andere het Centrum voor Criminaliteitspreventie en Veiligheid (CCV) ten behoeve van kennis- en leerbijeenkomsten voor gemeenten, provincies en andere betrokken partijen (Kamerstukken II 2020/21, 32847, nr. 712). Ook worden leerkringen voor gemeenten voortgezet om kennis en ervaringen uit te wisselen over de toepassing van de Wet aanpak woonoverlast en de gebiedsgerichte aanpak ondermijnende criminaliteit, met name gericht op kwetsbare wijken (Kamerstukken II 2019/20 32847, nr. 651).

Vanuit het programma Leefbaarheid en Veiligheid worden aan de samenwerkende organisaties subsidies verstrekt voor onderzoek, het delen van kennis (onder andere door leernetwerken en de website www.Wijkwijzer.org) en het uitvoeren van pilots en ondersteuningstra-jecten in verschillende gemeenten (Kamerstukken II 2019/20, 30995, nr. 97 en Kamerstukken II 2019/20, 30995, nr. 98). Dit moet resulteren in een 'lerende aanpak' die ook beleidsmakers, (wijk)professionals en actieve bewoners in andere gemeenten (met kwetsbare gebieden) stimuleert en ondersteunt in de aanpak van leefbaarheid en veiligheid.

Opdrachten

Verbinding inwoner en overheid

Er worden voorbereidingen getroffen voor de gemeenteraadsverkiezingen op 16 maart 2022. Ook worden de eerste experimenten met nieuwe stembiljetten voorbereid, die, als de daarop ziende Tijdelijke experimentenwet nieuwe stembiljetten (Kamerstukken II 2019/20, 35445, nr. 2) is aanvaard, zo spoedig mogelijk zullen plaatsvinden.

Het Ministerie van BZK zet zich als coördinerend ministerie voor de aanpak van desinformatie in op het vergroten van de weerbaarheid van de samenleving tegen de impact van desinformatie en werkt hierin samen met verschillende partners, zowel binnen als buiten de overheid. We vergroten het inzicht in de aard van dreiging door het uitzetten van onderzoek. In aanloop naar de gemeenteraadsverkiezingen van 2022 worden lokale overheden bewust gemaakt van het mogelijke gevaar van desinformatie. Er worden handreikingen ontwikkeld, zodat (lokale) overheden beter weten hoe zij met desinformatie kunnen omgaan op een manier die de vrijheid van meningsuiting waarborgt.

Voor het thema responsieve overheid worden in 2022 ten minste vier kennisuitwisselingsbijeenkomsten voor de Regieraad Responsieve Overheid georganiseerd. De Regieraad denkt mee over oplossingsrichtingen voor belangrijke knelpunten in de contacten tussen overheid en burger en het versterken van het vertrouwen in de overheid en haar doelmatig functioneren, zoals het versterken van de (aandacht voor de) uitvoering.

De wet erkenning Nederlandse Gebarentaal regelt de instelling van een Adviescollege Nederlandse Gebarentaal. Het adviescollege heeft als taak te adviseren over het bevorderen van het gebruik van de Nederlandse Gebarentaal in de samenleving. Het Ministerie van BZK levert een financiële bijdrage aan het Adviescollege Nederlandse Gebarentaal.

Om de positie van jongeren in de democratie te versterken wordt een duurzame infrastructuur voor jongereninspraak ontwikkeld. Een brede beweging van jongeren, bestuurders en andere betrokken partijen werkt aan de randvoorwaarden hiervoor, zoals financiële ondersteuning van jongeren(organisaties), maatregelen ter bevordering van diversiteit en inclusie van de verschillende stemgeluiden van jongeren, en een digitaal platform dat inspraak faciliteert. In dat kader worden in 2022 verschillende onderzoeksopdrachten verstrekt.

De Minister van BZK heeft op 18 juni jl. een Verkiezingsagenda naar het parlement verzonden (Kamerstukken II 2020/21,35165, nr. 40). Deze agenda benoemt maatregelen die het kabinet, de VNG, Nederlandse Vereniging voor Burgerzaken (NVVB) en Kiesraad noodzakelijk vinden om de robuustheid en toegankelijkheid van het verkiezingsproces te versterken. Een aantal maatregelen van de Verkiezingsagenda zijn al door dit kabinet in gang gezet, zoals de uitbreiding van taken en bevoegdheden van de Kiesraad en het actieplan toegankelijk stemmen. Daarnaast is er sprake van noodzakelijk onderhoud, zoals verbetering van het proces van kandidaatstelling. Om continuïteit en onderhoud te borgen wordt incidenteel € 6,5 mln. toegevoegd aan de begroting van het Ministerie van BZK. Het volgende kabinet zal besluiten over de verdere uitwerking en financiering van de verkiezingsagenda.

Toerusting en ondersteuning politieke ambtsdragers Om te zorgen dat er voldoende goed toegeruste politieke ambtsdragers beschikbaar zijn en beschikbaar blijven, verstrekt de Minister van BZK -samen met bestuurdersverenigingen van politieke partijen en andere relevante organisaties - opdrachten voor inwerkprogramma's, opleidingen en leermodules (Kamerstukken II 2018/19, 35000 VII, nr. 100).

Daarnaast worden maatregelen uitgevoerd om een betere afspiegeling van de samenleving in volksvertegenwoordiging en bestuur te realiseren (zoals meer vrouwen en mensen met een migratieachtergrond). Voor de realisatie van deze laatste doelstelling verstrekt de Minister van BZK onder andere de opdracht om het Politieke Vrouwen Netwerk te beheren en om cursussen 'Selecteren zonder vooroordelen' te verzorgen voor selectiecommissies van politieke partijen en vertrouwenscommissies voor de selectie van burgemeesters en commissarissen van de Koning.

Weerbaar bestuur

Door het organiseren van bijeenkomsten worden de geleerde lessen op gebied van integriteit en veiligheid van het decentrale bestuur en van ondermijning, breder gedeeld. Het gaat daarbij om de activiteiten van het Netwerk Weerbaar bestuur, pilots over Integrale Beveiligingsaanpak en netwerkbewustzijn en de Actie-agenda Vakantieparken. Met een nieuwe monitor Integriteit en Veiligheid houden we ook in 2022 de vinger aan de pols.

In 2022 worden voor gemeenten kennisbijeenkomsten georganiseerd op het gebied van de uitvoering van de Wet bijzondere maatregelen grootstedelijke problematiek (Wbmgp). Tevens wordt voorlichting georganiseerd voor belangstellende gemeenten en betrokken partners die selectieve woningtoewijzing overwegen op basis van de Wbmgp, bijvoorbeeld ten behoeve van het screenen van woningzoekenden op overlastgevend en crimineel gedrag.

Vanuit het programma Leefbaarheid en Veiligheid worden aan de samenwerkende organisaties opdrachten verstrekt voor onderzoek, kennisdeling (onder andere door leernetwerken en de website www.Wijkwijzer.org) en het uitvoeren van pilots en ondersteuningstrajecten in verschillende gemeenten (Kamerstukken II 2019/20, 30995, nr. 97 en Kamerstukken II 2019/20, 30995, nr. 98). Ook wordt de opdracht gegeven voor de uitvoering en onderhoud van de Leefbaarometer.

In 2022 zal verder uitvoering worden gegeven aan de Agenda Toekomst (interbestuurlijk) Toezicht. Daarin is aangegeven langs welke lijnen Rijk, provincies en gemeenten het interbestuurlijk toezicht de komende jaren samen verder willen vormgeven. Ter uitwerking van de Agenda is in 2020 een actieplan opgeleverd dat in de periode 2020-2024 stapsgewijs wordt uitgevoerd.

Inkomensoverdrachten

Toerusting en ondersteuning politieke ambtsdragers Het Ministerie van BZK financiert de rechtspositionele regelingen van (voormalige) politieke ambtsdragers. Het betreft pensioenen en uitkeringen aan voormalige ministers en staatssecretarissen en uitkeringen aan voormalige burgemeesters.

Bijdrage aan (inter-)nationale organisaties

Bijdragen internationaal

Nederland is sinds 2011 lid van het Open Government Partnership (OGP). Nederland ontvangt binnen dit internationale netwerk onder andere ondersteuning bij het opstellen en uitvoeren van het nationale Actieplan Open Overheid dat doorloopt tot en met 2022.

Bijdrage aan agentschappen

Dienst publiek en Communicatie

De Minister van BZK is verantwoordelijk voor de uitvoering van landelijke informerende verkiezingscampagnes. De campagne 'Elke stem telt' is in 2019 opnieuw aanbesteed tot aan 2023 en deze wordt in 2022 uitgevoerd voor de gemeenteraadsverkiezingen. Hiervoor wordt een bijdrage verstrekt aan de Dienst Publiek en Communicatie (DPC) van het Ministerie van Algemene Zaken (AZ).

Ontvangsten

De ontvangsten betreffen grotendeels de bijdragen van de waterschappen in de uitvoeringskosten van de Wet waardering onroerende zaken (Wet WOZ). De gemeenten zijn verantwoordelijk voor de uitvoering van de wet en de kosten worden gezamenlijk gedragen door het Rijk, gemeenten en waterschappen. De waterschappen betalen jaarlijks hun aandeel in de uitvoeringskosten aan de gemeenten via het Rijk. Daarnaast ontvangt het Ministerie van BZK jaarlijks een bedrag van € 2,8 mln. van de waterschappen in het kader van de organisatie van de Waterschapsverkiezingen. De kosten die de gemeenten voor de organisatie van de Waterschapsverkiezingen maken worden vergoed door de waterschappen. Sinds 2020 gebeurt dat via een structurele toevoeging aan de algemene uitkering van het gemeentefonds van € 2,8 mln. per jaar. Dit bedrag is reeds overgeboekt vanuit de begroting van BZK (VII). Daartegenover incasseert het Ministerie van BZK jaarlijks eenzelfde bedrag bij de waterschappen.

3.2 Artikel 2. Nationale Veiligheid

  • A. 
    Algemene doelstelling

De Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst (AIVD) beschermt de nationale veiligheid. Dit doet de AIVD door tijdig dreigingen, internationale politieke ontwikkelingen en risico's te onderkennen, die niet direct zichtbaar zijn en doet daartoe onderzoek in binnen- en buitenland. De AIVD signaleert, adviseert en deelt gericht informatie met samenwerkingspartners zodat deze de dreiging en risico's kunnen reduceren. Waar nodig reduceert de AIVD zelfstandig risico's.

  • B. 
    Rol en verantwoordelijkheid Uitvoeren
  • De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) is verantwoordelijk voor de taakuitvoering van de AIVD. Dit doet de AIVD door het tijdig onderkennen van dreigingen en risico's voor de nationale veiligheid en de nationale belangen in het binnen- en buitenland. De AIVD verricht onderzoek met behulp van bijzondere inlichtingenmiddelen. Op basis van de bevindingen informeert en adviseert de AIVD de samenwerkingspartners met ambtsberichten en analyses (waaronder openbare publicaties). De Minister van BZK legt zo veel als mogelijk in het openbaar verantwoording af aan de Tweede Kamer als geheel of in de vaste Kamercommissie BZK. Waar dat niet kan, vanwege geheim-houdingsnoodzaak, gebeurt dit via de Commissie voor de Inlichtingenen Veiligheidsdiensten (CIVD) van de Tweede Kamer.
  • Voor de taakuitvoering zijn stevige waarborgen ingericht in de vorm van toetsing, toezicht en controle. Dit vanwege de inbreuk in de persoonlijke levenssfeer van mensen die de inzet van bijzondere inlichtingenmiddelen kan hebben. Voor de inzet van een groot aantal bijzondere inlichtingenmiddelen is toestemming nodig van de Minister van BZK. Met de Wet op de Inlichtingen- en Veiligheidsdiensten 2017 is na de toestemming van de minister en voorafgaand aan de inzet van een groot aantal bijzondere inlichtingenmiddelen een onafhankelijke toetsing nodig van de Toetsingscommissie Inzet Bevoegdheden (TIB). Daarnaast houdt de Commissie van Toezicht op de Inlichtingen- en Veiligheidsdiensten (CTIVD) toezicht tijdens en na afloop van de inzet van bevoegdheden of op andere werkzaamheden van de AIVD.
  • C. 
    Beleidswijzigingen

Sinds de begroting van 2020 hebben er geen beleidswijzigingen op dit artikel plaatsgevonden. De AIVD doet haar werk op basis van de door de behoeftestellers opgestelde Geïntegreerde Aanwijzing Inlichtingen- en Veiligheidsdiensten (GA I&V 2019-2022). Deze is in de tussentijd niet aangepast.

  • D. 
    Budgettaire gevolgen van beleid

Tabel 12 Budgettaire gevolgen van beleid art. 2 Nationale Veiligheid (bedragen x € 1.000)

 
 

2020

2021

2022

2023

2024

2025

2026

Verplichtingen

321.890

339.299

344.621

347.366

344.992

344.939

344.924

 

Uitgaven

321.331

339.299

344.621

347.366

344.992

344.939

344.924

 

AIVD apparaat

306.849

322.898

328.221

330.966

328.591

328.539

328.524

AIVD geheim

14.482

16.401

16.400

16.400

16.401

16.400

16.400

 

Ontvangsten

15.457

14.714

14.714

14.714

14.714

14.714

14.714

Budgetflexibiliteit

Omdat het budget als apparaat wordt aangemerkt, is het gehele budget juridisch verplicht verondersteld.

  • E. 
    Toelichting op de financiële instrumenten

Vanwege het bijzondere karakter van dit begrotingsartikel en de gedeeltelijk geheime uitgaven zijn de uitgaven niet nader uitgesplitst en zijn de apparaatsuitgaven niet opgenomen in het centraal apparaatsartikel.

Ontvangsten

De Unit Veiligheidsonderzoeken (UVO), het samenwerkingsverband tussen de AIVD en de MIVD, verricht veiligheidsonderzoeken voor andere (overheids-)organisaties en brengt daarvoor een tarief in rekening. De ontvangsten hebben hier voornamelijk betrekking op.

3.3 Artikel 3. Woningmarkt

  • A. 
    Algemene doelstelling

Een vrij toegankelijke, vraaggerichte woningmarkt met steun voor degenen die dat nodig hebben.

  • B. 
    Rol en verantwoordelijkheid

Het toegankelijk, betaalbaar en toekomstbestendig mogelijk maken van de woningmarkt voor iedereen, lukt alleen door veel samen te werken en telkens goed alle belangen af te wegen. Als Rijksoverheid, met provincies, gemeenten, woningcorporaties, zorginstellingen, investeerders, projectontwikkelaars, bouwers, makelaars en vele anderen. Ieder heeft een eigen rol, maar altijd samen met anderen.

Het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) jaagt die samenwerking aan. We nemen zoveel mogelijk belemmeringen weg, bieden perspectief in wetten en regels en bewaken de kwaliteit en duurzaamheid van bouwen en wonen, zodat prettig en betaalbaar wonen voor iedereen mogelijk is én blijft.

Beleid en regelgeving

Onder meer via de Wet op de huurtoeslag (WHT), de huur(prijs)regulering en maatregelen ten aanzien van de koopwoningmarkt is de Minister van BZK verantwoordelijk voor het beleid en de regelgeving met betrekking tot de betaalbaarheid van het wonen. Tevens is de Minister van BZK medeverantwoordelijk voor de regelgeving met betrekking tot de fiscale behandeling van de eigen woning en de hypothecaire leennormen.

De Minister van BZK is verantwoordelijk voor het beleid en de regelgeving inzake de huurtoeslag. Tevens is de Minister van BZK verantwoordelijk voor het budgettair beheer van de huurtoeslag op grond van de WHT.

Regisseren

  • De Minister van BZK voert de regie over een heldere verdeling van rollen en verantwoordelijkheden van de verschillende partijen op het terrein van wonen. Tevens voert de Minister van BZK de regie ten aanzien van het bevorderen van een evenwichtige omvang en verdeling van de woningvoorraad.
  • De Minister van BZK is verantwoordelijk voor de regelgeving ten aanzien van (het stelsel van) woningcorporaties. Woningcorporaties zijn via de Woningwet (Wonw) gebonden aan een begrensd werkdomein waarbinnen zij werkzaamheden met staatssteun mogen uitvoeren. Deze zijn het bouwen, verhuren en beheren van woningen met een lage huur voor huishoudens met een laag inkomen en andere doelgroepen die op de reguliere woningmarkt moeilijk een woning kunnen vinden. Tevens is de Minister van BZK verantwoordelijk voor het beleid en de regelgeving inzake de verhuurderheffing.
  • Tevens draagt de Minister van BZK zorg voor het kapitaalmarktbeleid betreffende investeringen in de woningmarkt, bijvoorbeeld via het beleid ten aanzien van de Nationale Hypotheekgarantie (NHG) en het Waarborgfonds Sociale Woningbouw (WSW).

Uitvoeren

  • De Minister van BZK draagt zorg voor een adequate uitvoering van een laagdrempelige beslechting van huurgeschillen. In het Burgerlijk Wetboek (art. 7:249 t/m 7:261) is vastgelegd dat huurders en verhuurders een beroep kunnen doen op de Huurcommissie. De organisatie en werkwijze van de Huurcommissie, evenals de administratieve ondersteuning door de Dienst van de Huurcommissie (DHC), is vastgelegd in de Uitvoeringswet huurprijzen woonruimte (Uhw).
  • De uitvoering van de verhuurderheffing en de huurtoeslag is onder verantwoordelijkheid van de Minister van Financiën belegd bij de Belastingdienst respectievelijk bij het directoraat-generaal Toeslagen. De Belastingdienst en Toeslagen zijn ook verantwoordelijk voor de bestrijding van misbruik en oneigenlijk gebruik van de verhuurderheffing en huurtoeslag.
  • C. 
    Beleidswijzigingen

In 2021 zijn de huren in de gereguleerde sector voor één jaar bevroren, dit houdt in dat er geen huurverhoging mag worden doorgevoerd (Motie Beckerman c.s., Kamerstukken II 2020/21,35488, nr. 13). Het gaat hierbij om huizen, kamers, woonwagens en woonwagenstandplaatsen in de gereguleerde sector. Dit heeft een effect op de verhuurders en de opgaven waarvoor deze verhuurders staan in onder andere nieuwbouw en duurzaamheid. Woningcorporaties en grote verhuurders worden hiervoor tegemoet gekomen. Voor woningcorporaties en grotere particuliere verhuurders zal de tegemoetkoming via een tariefsverlaging van de verhuurderheffing worden vormgegeven. Voor kleinere particuliere verhuurders zal de tegemoetkoming lopen via een subsidieregeling gericht op verduurzaming en onderhoud. En de regeling om (onzelfstandige) eenheden voor kwetsbare groepen, waaronder studenten, te realiseren wordt voortgezet. Beide subsidieregelingen worden in beginsel voor vier jaar opengesteld en daarna geëvalueerd. Op basis van deze evaluatie zal worden besloten of de regelingen, al dan niet in aangepaste vorm, worden voortgezet.

  • D. 
    Budgettaire gevolgen van beleid
 

Tabel 13 Budgettaire gevolgen van

beleid art.

3 Woningmarkt (bedragen x € 1.000)

     
 

2020

2021

2022

2023

2024

2025

2026

Verplichtingen

4.625.815

5.553.384

4.532.084

4.666.580

4.805.321

4.947.021

5.076.836

 

Uitgaven

4.576.687

5.523.264

4.632.089

4.666.585

4.805.321

4.947.021

5.076.836

 

3.1 Woningmarkt

4.281.422

4.489.291

4.522.522

4.656.585

4.795.321

4.937.021

5.076.836

Subsidies (regelingen)

Bevordering eigen woningbezit (BEW)

3.463

3.300

4.800

8.600

10.000

5.600

500

Binnenstedelijke Transformatiefaciliteit

0

20.000

0

0

0

0

0

Woningmarkt

5.689

7.401

3.206

3.206

3.163

3.163

3.163

Opdrachten

WSW risicovoorziening

1.105

711

0

0

0

0

0

NHG risicovoorziening

33.860

63.547

0

0

0

0

0

Woningmarkt

4.361

4.001

3.625

2.916

2.859

2.859

2.859

Inkomensoverdrachten

Huurtoeslag

4.222.655

4.374.049

4.498.985

4.629.885

4.763.185

4.909.285

5.054.200

Bijdrage aan ZBO's/RWT's

Woningmarkt

630

3.066

3.022

2.944

3.156

3.156

3.156

Bijdrage aan medeoverheden

Woningmarkt

620

2.000

0

0

0

0

0

Bijdrage aan agentschappen

Dienst van de Huurcommissie

7.939

10.114

7.414

7.414

7.388

7.388

7.388

ILT (Autoriteit Woningcorporaties)

950

970

0

0

0

0

0

RVO.nl (Uitvoeringskosten BEW)

0

0

0

150

4.100

4.100

4.100

Diverse bijdragen

150

0

0

0

0

0

0

Bijdrage aan (andere) begrotingshoofdstukken

Financien en Nationale Schuld (H9)

0

132

500

500

500

500

500

Infrastructuur & Waterstaat (H12)

0

0

970

970

970

970

970

 

3.3 Woningbouw

295.265

1.033.973

109.567

10.000

10.000

10.000

0

Opdrachten

Woningbouwimpuls

118

650

250

0

0

0

0

Volkshuisvestingsfonds

0

4.000

0

0

0

0

0

Woningbouw

0

349

0

0

0

0

0

Bijdrage aan medeoverheden

Woningbouwimpuls

295.147

516.728

79.084

0

0

0

0

Volkshuisvestingsfonds

0

425.626

0

0

0

0

0

Ouderenhuisvesting

0

20.000

20.000

0

0

0

0

Flexpools

0

16.620

0

0

0

0

0

Kwetsbare groepen

0

50.000

10.000

10.000

10.000

10.000

0

Bijdrage aan agentschappen

Woningbouwimpuls

0

0

233

0

0

0

0

 

Ontvangsten

432.243

420.058

354.100

358.900

346.000

339.800

332.600

Budgetflexibiliteit

Van het totale uitgavenbudget op artikel 3 is 99,9% juridisch verplicht en dit kent de volgende onderverdeling:

Subsidies

Het subsidiebudget is voor 89,9% juridisch verplicht. Het betreft vooral in het verleden aangegane verplichtingen op basis van de Wet bevordering eigenwoningbezit (BEW) en de reeds aangegane subsidies voor onder meer het Nibud, Platform 31 en de Woonbond.

Opdrachten

Het opdrachtenbudget is voor 29,5% juridisch verplicht. Het gaat hier hoofdzakelijk om opdrachten voor onderzoek en kennisoverdracht op het terrein van wonen en bouwen.

Inkomensoverdrachten

Het huurtoeslagbudget 2022 is voor 100% juridisch verplicht. Jaarlijks wordt een verplichting aangegaan voor het gehele huurtoeslagbudget voor het begrotingsjaar.

Bijdrage aan ZBO's/RWT's

Het budget voor bijdragen aan ZBO's/RWT's is 66,9% juridisch verplicht.

De activiteiten voor (basis)onderzoek en kennisoverdracht hebben betrekking op het terrein van wonen en bouwen, specifiek in samenwerking met onder andere het Centraal Bureau voor Statistiek (CBS) en het Kadaster.

Bijdrage aan medeoverheden

Het budget voor bijdragen aan medeoverheden is 100% juridisch verplicht. Dit betreft de middelen voor woningbouwimpuls, ouderenhuisvesting en middelen voor de kwetbare groepen.

Bijdrage aan agentschappen

Het budget voor bijdragen aan agentschappen is voor 97,0% juridisch verplicht. Het betreft bijdragen aan de Dienst van de Huurcommissie (DHC).

Bijdrage aan andere begrotingshoofdstukken

Het budget voor bijdragen aan andere begrotingshoofdstukken is 100% juridisch verplicht. Dit betreft de jaarlijkse opdracht aan de Belastingdienst voor de uitvoering van de inkomensafhankelijke huurstijging en verhuur-derheffing. Daarnaast betreft dit de middelen voor het Ministerie van Infrastructuur & Waterstaat (I&W) voor de Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT) en SBR wonen.

  • E. 
    Toelichting op de financiële instrumenten

3.1 Woningmarkt Subsidies (regelingen)

Bevordering eigen woningbezit (BEW)

De Wet Bevordering eigen woningbezit is gericht op de bevordering van het eigen woningbezit onder lagere inkomensgroepen. Zoals gemeld aan de Tweede Kamer, is voor nieuwe toekenningen op grond van de Wet Bevordering eigen woningbezit geen budget meer beschikbaar (Kamerstukken II 2009/10, 32123 XVIII, nr. 74). De meerjarig beschikbare middelen dienen uitsluitend voor de betaling van in het verleden aangegane verplichtingen. In de periode 2022-2025 stijgt het budget van de BEW als gevolg van de betaling ineens van de contante waarde van de bijdrage voor de laatste komende 15 jaar. Volgens de wet moet voor aanvragers in het 16e uitvoeringsjaar worden bepaald of ze recht hebben op een betaling ineens van de contante waarde van de bijdrage voor de laatste 15 jaar. Naar verwachting zullen de laatste betalingen in 2027 plaatsvinden.

Woningmarkt

De Minister van BZK verstrekt subsidies ten behoeve van onderzoek en kennisoverdracht op het terrein van de woningmarkt om te komen tot evidence-based beleidsvorming. Het betreffen incidentele subsidies, zoals voor het onderzoek naar flexwonen, bevolkingsdaling en woonwagen-beleid. Daarnaast betreft het structurele subsidies, zoals voor de Woonbond, om de positie van de huurder op de woningmarkt te versterken en voor Platform 31 die een onafhankelijke positie inneemt tussen overheid, corporaties, bewoners en overige stakeholders op de woningmarkt en (on)gevraagd advies geeft op diverse volkshuisvestelijke vraagstukken.

Opdrachten

Woningmarkt

Het gaat hier vooral om opdrachten voor onderzoek en kennisoverdracht op het terrein van wonen. De ontwikkelingen op de woningmarkt vragen om actuele gegevens. Het budget wordt besteed aan onder meer verkenningen, monitoring en het op feiten gebaseerd onderbouwen van beleid, dataverzamelingen en doorontwikkeling van het ramingsmodel voor de huurtoeslag.

Inkomensoverdrachten

Huurtoeslag

Circa 1,4 mln. huishoudens ontvangen huurtoeslag. De huurtoeslag is een bijdrage in de huurlasten en kan aangevraagd worden als de huur in verhouding tot het inkomen te hoog is.

Om inzicht te geven in de uitwerking van de huurtoeslag op de huurlasten voor ontvangers van huurtoeslag tonen onderstaande grafieken het aandeel van de bruto huur, dat per saldo (na aftrek van de huurtoeslag) nog netto door ontvangers van huurtoeslag is verschuldigd. Het percentage is berekend voor voorbeeldhuishoudens met een minimum inkomen en een huur op exact 90% van de diverse huurgrenzen van de huurtoeslag.

Door de huurbevriezing in 2021 zullen de eigen bijdrage, de kwaliteitskor-tings- en de aftoppingsgrens in 2022 naar verwachting gelijk blijven aan 2021. Uit de grafieken blijkt dan ook dat het aandeel van de bruto huur, dat door de ontvanger van huurtoeslag nog zelf netto betaald moet worden in 2022 voor de voorbeeldhuishoudens gelijk is gebleven aan 2021.

Omdat de huurgrens met de verwachte inflatie wordt aangepast, is de huur op 90% van de huurgrens wel gestegen. Uit de grafieken blijkt dat het aandeel van de bruto huur dat door de ontvanger van huurtoeslag nog zelf netto betaald moet worden in 2022 voor de voorbeeldhuishoudens is gestegen. De reden hiervoor is dat door het gelijk blijven van de aftoppingsgrens en het stijgen van de huurgrens het huurdeel boven de aftoppingsgrens is toegenomen. Hierdoor valt een groter aandeel van de huurtoeslag onder het kwaliteitskortingspercentage van 60%. Dit effect is vooral zichtbaar bij een meerpersoonshuishouden, omdat deze groep geen huurtoeslag ontvangt voor het aandeel van de huur boven de aftoppings-grens.

62,5 -|

60

59,9%    59,8%    59,8%    59,7%    59,7%

57,5 -

55 -

52,5 -

 

50 -

49,7%

49,6%

49,6%

49,5%

49,5%

49,0%

 

49,0%

48,9%

 

48,8%

 
   

47,5

2018

2019

2020

2021

2022

— Huur op 90% kwaliteitskortingsgrens — Huur op 90% aftoppingsgrens “ Huur op 90% huurgrens

1 Bron: Eigen berekening Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijks relaties. Het percentage netto huur is de te betalen huurprijs (bruto huur) minus de huurtoeslag gedeeld door de bruto huur (%-netto huur=(bruto huur -/- huurtoeslag)/bruto huur).

Figuur 4 Verhouding bruto en netto huur Meerpersoonshuishouden8

65 I

60

59,9%    59,8%    59,8%    59,7%    59,7%

55 -

50

48,7%

47,3% 48,7%

47,1% 48,6%

47,3%

45

2018

2019    2020    2021

2022

 —   Huur op 90% kwaliteitskortingsgrens — Huur op 90% aftoppingsgrens

—    Huur op 90% huurgrens

59,2%    59,2%

60

59,4%    59,4%    59,3%

57,5 -

55 -

52,5 -

50

48,7%    48,6%    48,6%    48;60%

47,5

2018

2019

2020 2021

2022

 —   Huur op 90% kwaliteitskortingsgrens — Huur op 90% aftoppingsgrens

—    Huur op 90% huurgrens

1 Bron: Eigen berekening Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijks relaties. Het percentage netto huur is de te betalen huurprijs (bruto huur) minus de huurtoeslag gedeeld door de bruto huur (%-netto huur=(bruto huur -/- huurtoeslag)/bruto huur).

58,9%    58,8%    58,8%    58,8%

60

57,5 -

55 -

52,5 -

50

49,0%    49,0%    48,9%    48,9%    48,9%

48,4%-4874'%-48,4%-48,3% 48,5%

47,5

2018

2019

2020 2021

2022

 —   Huur op 90% kwaliteitskortingsgrens — Huur op 90% aftoppingsgrens

—    Huur op 90% huurgrens

1 Bron: Eigen berekening Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijks relaties. Het percentage netto huur is de te betalen huurprijs (bruto huur) minus de huurtoeslag gedeeld door de bruto huur (%-netto huur=(bruto huur -/- huurtoeslag)/bruto huur).

Bijdrage aan ZBO's/RWT's

Woningmarkt

De activiteiten voor (basis)onderzoek en kennisoverdracht hebben betrekking op het terrein van wonen en bouwen, specifiek in samenwerking met bijvoorbeeld het Centraal Bureau voor Statistiek (CBS) en het Kadaster. De ontwikkelingen op de woningmarkt vragen om actuele gegevens over de woningmarkt. Het budget wordt besteed aan onder meer verkenningen, monitoring en op feiten gebaseerd onderbouwen van beleid, dataverzamelingen en ontwikkeling van ramingsmodellen.

Bijdrage aan agentschappen

Dienst van de Huurcommissie

Om huurders te beschermen ontvangt de Huurcommissie een bijdrage van BZK. De Huurcommissie bestaat uit het Zelfstandig bestuursorgaan (ZBO) de Huurcommissie en het agentschap de Dienst van de Huurcommissie, dat het ZBO ondersteunt in zijn taken. Het werkterrein van de Huurcommissie wordt niet alleen gevormd door het gereguleerde deel van de markt voor huurwoonruimte. Ook huurders in de particuliere sector kunnen hun aanvangshuur laten toetsen. Als huurders en verhuurders een geschil hebben over de hoogte van de huurprijs, gebreken aan de woonruimte, servicekosten of een gedraging van de verhuurder en er ook met eventuele hulp van de Huurcommissie onderling niet uitkomen, doet de Huurcommissie op verzoek uitspraak. De Huurcommissie beslecht ook geschillen in het kader van de Wet op het overleg huurders verhuurder (Wohv).

Bijdrage aan (andere) begrotingshoofdstukken

Financiën en Nationale Schuld (H9)

De Belastingdienst voert de huurtoeslag uit en ontvangt uitvoeringskosten voor beleidswijzigingen.

Infrastructuur en Waterstaat (H12)

De Inspectie voor de Leefomgeving en Transport is per 1 januari 2022 niet langer een Baten-lastenagentschap van het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat (IenW). De bijdrage die de ILT ontvangt voor het toezicht op de WNT bij woningcorporaties en voor SBR-wonen werd verantwoord onder het instrument Bijdrage aan agentschappen, maar wordt gezien de wijziging per 2022 verantwoord op het instrument Bijdrage aan andere begrotingshoofdstukken.

3.3 Woningbouw

Opdrachten

Woningbouwimpuls

Voor de Woningbouwimpuls worden opdrachten verstrekt voor expertise en beoordeling van de projectaanvragen en voor het doen van onderzoek. Om de effectiviteit van de Woningbouwimpuls vast te stellen wordt gebruik gemaakt van een jaarlijkse monitoring, een voortgangsrapportage en tussenevaluatie. Het budget wordt besteed aan onder meer monitoring, dataverzameling en voortgang van de projecten.

Bijdrage aan medeoverheden

Woningbouwimpuls

Er is in 2022 € 60 mln. gereserveerd voor een bijdrage aan de gemeente Utrecht in het kader van afspraken over een MIRT-bijdrage in relatie tot extra woningbouw. De overige middelen zijn bestemd voor de derde tranche van de Woningbouwimpuls die doorlopen naar 2022.

Ouderenhuisvesting

Er is € 20 mln. beschikbaar voor het snel aanjagen van extra woningen voor ouderenhuisvesting.

Kwetsbare groepen

Om kleinere particuliere verhuurders gedeeltelijk tegemoet te komen voor de huurbevriezing (Motie Beckerman c.s., Kamerstukken II 2020/21, 35488, nr. 13) wordt de regeling om (onzelfstandige) eenheden voor kwetsbare groepen, waaronder studenten, te realiseren voortgezet tot en met 2025, waarna deze wordt geëvalueerd.

Bijdrage aan agentschappen

Woningbouwimpuls

De Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) ontvangt een bijdrage voor de voorbereiding en uitvoering van de regeling woningbouwimpuls. RVO verzorgt de technische ondersteuning aan gemeenten en vervult de loketfunctie voor de aanvragen.

Ontvangsten

De ontvangsten bestaan uit teruggevorderde huurtoeslag. Terugvorderingen op de huurtoeslag ontstaan tijdens het toeslagjaar door controles van de Belastingdienst en na afloop van het toeslagjaar bij de definitieve vaststelling van de bijdrage.

De dekking van het Amendement van de leden Snels en Lodders (Kamerstukken II 2020/21,35574, nr. 12) over het verhogen van de doelmatigheids-grens bij de Toeslagen zal een wijziging van de huurtoeslag tot gevolg hebben welke geëffectueerd wordt bij de eerstvolgende materiele wijziging in het huurtoeslagstelsel of uiterlijk bij Voorjaarsnota 2022. In de verwerking van raming is reeds rekening gehouden met de doorwerking van het amendement (€ 2,5 mln.).

Extracomptabele fiscale regelingen

Naast de in dit begrotingsartikel genoemde instrumenten, zijn er fiscale regelingen die betrekking hebben op de woningmarkt. De Minister van Financiën is hoofdverantwoordelijk voor de wetgeving en uitvoering van deze regelingen en voor de budgettaire middelen. In onderstaande tabel is ter informatie het budgettaire belang van deze regelingen vermeld. De cijfers zijn ontleend aan de corresponderende bijlage 'Fiscale regelingen' in de Miljoenennota. Naast de fiscale regelingen die in onderstaande tabel zijn opgenomen, heeft ook de vrijstelling van overdrachtsbelasting voor stedelijke herstructurering betrekking op dit beleidsartikel. Voor een beschrijving van de regelingen, de doelstelling, de ramingsgrond, een verwijzing naar de laatst uitgevoerde evaluatie en het beoogde jaar van afronding van de volgende evaluatie wordt verwezen naar de bijlage bij de Miljoenennota 'Toelichting op de fiscale regelingen'.

Tabel 14 Fiscale regelingen 2020-2022, budgettair belang op transactiebasis in lopende prijzen (bedragen x € mln.)1

 
 

2020

2021

2022

Hypotheekrenteaftrek

9.318

8.748

8.858

Aftrek financieringskosten eigen woning

229

230

230

Aftrek periodieke betalingen erfpacht, opstal en beklemming

31

31

31

Aftrek rente en kosten van geldleningen over restschuld vervreemde eigen woning

15

14

13

Eigenwoningforfait

  • 3.129
  • 2.873
  • 3.110

Aftrek wegens geen of geringe eigenwoningschuld

514

497

477

Schenk- en erfbelasting Eenmalige vrijstelling eigen woning

195

195

195

OVB Verlaagd tarief woning niet-starters2

3.198

2.084

2.402

OVB Vrijstelling woning starters

-

1.364

1.337

OVB Vrijstelling terugkoop VoV woningen

-

-

36

Vermindering verhuurderheffing

172

197

603

Kamerverhuurvrijstelling

10

10

11

1    [-] = regeling is in dat jaar niet van toepassing; [0] = budgettair belang van de regeling bedraagt in dat jaar afgerond nihil.

2    OVB = Overdrachtsbelasting

3.4 Artikel 4. Energietransitie gebouwde omgeving en bouwkwaliteit

  • A. 
    Algemene doelstelling

Stimuleren van een goede kwaliteit van de gebouwde omgeving op de aspecten duurzaamheid, energiezuinigheid, veiligheid, gezondheid, bruikbaarheid en toegankelijkheid.

Met deze doelstelling doet het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) recht aan diverse publieke waarden.

  • De energietransitie in de gebouwde omgeving zorgt voor vermindering van de CO2-uitstoot kan de woonlasten/gebruikslasten voor eigenaren en huurders van gebouwen verminderen. Uitgangspunt daarbij is dat voor steeds meer huishoudens - kopers en huurders - de kosten voor verduurzaming via een lagere energierekening terugverdiend kunnen worden.
  • Gebouwen voldoen aan de eisen van bouwregelgeving op het gebied van veiligheid, gezondheid, bruikbaarheid en toegankelijkheid.
  • Vermindering van het gebruik van primaire grondstoffen in de bouw door onder meer zo hoogwaardig mogelijk gebruik van bouw- en sloopafval draagt bij aan de beschikbaarheid en betaalbaarheid van producten en diensten op de langere termijn.

Deze publieke waarden worden op onderdelen concreet gemaakt in de volgende op termijn te bereiken resultaten:

  • vermindering van de CO2-uitstoot van de gebouwde omgeving met minstens 3,4 Mton in 2030 in het kader van de vermindering van de uitstoot van broeikasgassen in 2030 met minstens 49% ten opzichte van 1990, zoals afgesproken in het Regeerakkoord van het kabinet-Rutte III;
  • aardgasvrije gebouwde omgeving richting 2050. Conform het in het voorjaar 2019 gepubliceerde Klimaatakkoord uitvoering van grootschalige proeftuinen in minimaal honderd wijken gericht op opschaling en het opdoen van kennis en ervaring;
  • samen met maatschappelijke partners 50% minder gebruik van primaire grondstoffen (mineraal, fossiel en metalen) realiseren in 2030 als tussendoel. Dit is in lijn met het programma 'Nederland circulair in 2050' met als einddoel een volledig circulaire economie in 2050 (Kamerstukken II 2015/16, 32852, nr. 33). De bouw is hierbij als een van de vijf prioriteiten genoemd;
  • verbetering van de kwaliteit van werkzaamheden aan gasverbrandingsinstallaties teneinde het aantal koolmonoxideongevallen te reduceren.
  • B. 
    Rol en verantwoordelijkheid

Met het oog op de doelen binnen dit beleidsartikel is de inzet van burgers, instellingen, bedrijven en de gehele overheid noodzakelijk. In het kader van het Klimaatakkoord wordt met partijen gesproken over de noodzakelijke acties en te nemen maatregelen. Rijk, gemeenten, provincies en waterschappen zijn gestart met het Interbestuurlijke Programma (IBP) van 2018 en een gezamenlijke agenda. Het belangrijkste doel van het IBP is een optimale samenwerking tussen de overheden, zodat er rond belangrijke maatschappelijke opgaven een meer gezamenlijke aanpak tot stand komt. De minister heeft hierbij een stimulerende en regisserende rol.

Stimuleren

Op basis van artikel 120 van de Woningwet (Wonw), hoofdstuk 4 van de Wet milieubeheer (Wm) en de Kadasterwet is de Minister van BZK verantwoordelijk voor het stimuleren van energiebesparing en reductie van CO2-uitstoot in de gebouwde omgeving. De Minister van BZK geeft invulling aan deze verantwoordelijkheid door kaderstelling (wet- en regelgeving), het uitvoeren van de acties van het Energieakkoord en het Klimaatakkoord waar het Rijk verantwoordelijk voor is, ondersteuning van innovatie (onder andere door middel van subsidies) en monitoring. De Minister van BZK stimuleert energietransitie in de gebouwde omgeving met verschillende (subsidie)instrumenten, afspraken en ondersteuningsmaatregelen.

Regisseren

Op basis van de artikel 2 van de Wonw is de Minister van BZK verantwoordelijk voor het opstellen en het beheer van de bouwregelgeving en stelsel-verantwoordelijk voor het borgen van de bouwkwaliteit. Op grond van deze verantwoordelijkheid worden in ieder geval regels gesteld over het bouwen van nieuwe bouwwerken, de staat van bestaande bouwwerken en het gebruiken en slopen van bouwwerken. Deze regels worden gesteld vanuit het oogpunt van veiligheid, gezondheid, bruikbaarheid, energiezuinigheid of milieu. Door naleving van deze regels is de minimumkwaliteit van bouwwerken gewaarborgd. Toezicht en handhaving hierop berust bij gemeenten.

  • C. 
    Beleidswijzigingen

Het beleid ten aanzien van de gebouwde omgeving staat de komende jaren vooral in het licht van de in Parijs afgesproken doelstellingen in 2050 van de reductie van CO2(-emissies) in de gebouwde omgeving. Daarvoor wordt zowel nationaal als Europees beleid geïmplementeerd.

Uitvoering Klimaatakkoord gebouwde omgeving

Het jaar 2022 staat in het teken van de verdere uitvoering van het brede pakket aan maatregelen dat is afgesproken in het Klimaatakkoord in 2019 ter ondersteuning van woning- en gebouweigenaren, huurders, verhuurders en gemeenten:

  • In 2021 hebben gemeenten de transitievisies warmte vastgesteld. In 2022 gaan gemeenten - conform de afspraken in het Klimaatakkoord -aan de slag met het concretiseren van de transitievisies warmte in uitvoeringsplannen per wijk of buurt, met betrokkenheid van bewoners en stakeholders (Kamerstukken II 2019/20, 32813, nr. 437). Het uitvoeringsplan beschrijft voor één of meerdere buurten of wijken op welk duurzaam alternatief deze buurt(en) of wijk(en) overgaan en per wanneer, en welke maatregelen nodig zijn om tot de gewenste situatie te komen. Bij het opstellen van de uitvoeringsplannen wordt de gemeente ondersteund door het Expertise Centrum Warmte (ECW) en door het Kennis- en Leerprogramma (KLP) van het Programma Aardgasvrije Wijken (PAW).
  • Om opschaling bij verduurzaming van woningen te bevorderen met het oog op kostenreductie, is de Renovatieversneller opgezet in 2020. De Renovatieversneller bestaat uit een zesjarig ondersteuningspro-gramma (€ 30 mln.) en een vierjarige subsidieregeling (€ 100 mln.). Omdat bij de eerste tender in 2020/2021 bleek dat geen van de inschrijvingen voldeed, wordt de regeling aangepast en de aansturing van het ondersteuningsprogramma verbeterd. Een aangepaste regeling zal in 2022 worden opengesteld en uitbetaling is in 2022 (en verder) voorzien.
  • De Stimuleringsregeling Aardgasvrije Huurwoningen (SAH) is bedoeld voor de versnelling en opschaling van de aansluiting van huurwoningen op warmtenetten. Vanaf 1 oktober 2021 kunnen ook gemengde VvE's een aanvraag indienen, zodat subsidiëring van warmtenetaansluitingen ook voor deze groep beschikbaar, vindbaar en gelijkwaardig (aan verhuurders) is. Voor corporaties en particuliere verhuurders worden warmtenet projecten beter gestimuleerd, omdat ook de elektrische kookvoorziening subsidiabel is en indieners meer vrijheid hebben om activiteiten (zoals de installatie van een individuele afleverset) zelf op te pakken in plaats van het warmtebedrijf dit te laten doen (Staatscourant 2021,35905).
  • Per 1 juli 2021 zijn de huren in de gereguleerde sector bevroren om huurders door de coronacrisis heen te helpen. Daarom wordt voorzien in een tegemoetkoming voor verhuurders. Voor verhuurders met meer dan vijftig eenheden zal de tegemoetkoming via een tariefsverlaging van de verhuurderheffing worden vormgegeven. Voor kleinere verhuurders in de gereguleerde sector is het uitgangspunt dat zij worden ondersteund in hun uitgaven voor verduurzaming en onderhoud enerzijds en de nieuwbouwopgave anderzijds. Voor beide doelen wordt een subsidieregeling opgezet (Kamerstukken II 2020/21, 27926, nr. 338). Het Ministerie van BZK werkt aan de subsidieregeling voor verduurzaming en onderhoud, waarvoor structureel € 40 mln. per jaar beschikbaar is. Het streven is om deze regeling per 1 januari 2022 in werking te laten treden.
  • Het Nationaal Warmtefonds biedt met budget van het Rijk en private geldverstrekkers langjarige financiering tegen aantrekkelijke voorwaarden aan voor alle woningeigenaren en voor Verenigingen van Eigenaren (VvE's) die hun woningen verduurzamen. Het Warmtefonds biedt sinds de zomer van 2021 ook de Energiebespaarhypotheek aan voor woningeigenaren zonder leenruimte (Kamerstukken II 2020/2021, 32813, nr. 667). Deze Energiebespaarhypotheek is een speciaal voor deze doelgroep ontwikkeld maatwerkproduct en is beschikbaar in wijkaan-pakken van gemeenten en aanpakken van corporaties met 'gespikkeld bezit' (koop en huur door elkaar).
  • VvE's kunnen nog tot 1 januari 2023 subsidie aanvragen voor isolatie-maatregelen en energieadvies via de Subsidie Energiebesparing Eigen Huis (SEEH, Kamerstukken II 2020/2021, 32813, nr. 667). Per 1 januari 2022 kunnen VvE's via de SEEH-regeling ook subsidie krijgen voor een advies voor de realisatie van laadinfrastructuur.

Programma aardgasvrije wijken (PAW)

Inmiddels zijn 46 proeftuinen geselecteerd waarin wordt geleerd hoe de wijkgerichte aanpak moet worden ingericht en opgeschaald. In 2021/2022 is een derde en laatste ronde proeftuinen voorzien. Met een uitgebreide monitoring volgt het programma de voortgang van de proeftuinen en haalt zo de lessen en knelpunten op. Jaarlijks wordt gerapporteerd aan de Tweede Kamer over de voortgang. In 2020 is het PAW tussentijds geëvalueerd (Kamerstukken II 2020/21, 32847, nr. 684), in 2022 volgt een uitgebreide evaluatie van het programma.

Ontzorging van gebouweigenaren

In het Klimaatakkoord zijn verschillende maatregelen opgenomen gericht op ontzorging. Daartoe wordt in 2022 een landelijk digitaal platform gelanceerd waar gebouweigenaren onafhankelijke informatie kunnen vinden over verduurzamingsmaatregelen, besparingseffecten, subsidie- en financieringsmogelijkheden en duurzame aanbieders en financiers kunnen vinden. Daarnaast wordt onderzocht hoe ontzorgende concepten verder doorontwikkeld en opgeschaald kunnen worden. In de markt wordt onder andere bezien of er een gedragscode kan komen voor aanbieders van integrale maatregelenpakketten en ontzorgende concepten om op het landelijk digitaal platform aan te bieden.

Verduurzamen utiliteitsbouw commercieel en maatschappelijk vastgoed Zoals afgesproken in het Klimaatakkoord, komt er een eindnorm waaraan alle bestaande utiliteitsbouw in 2050 zal moeten voldoen. Streven is om deze norm eind 2021 bekend te maken, zodat gebouweigenaren ruim de tijd hebben om op een natuurlijk moment hun gebouw naar die norm te brengen. In 2022 wordt voor het eerst gerapporteerd over de voortgang van de routekaarten Maatschappelijk Vastgoed. Grote gebouweigenaren binnen het maatschappelijk én commercieel vastgoed worden gestimuleerd om portefeuilleroutekaarten op te stellen, waarin de verduurzamingsstrategie en -aanpak worden vastgelegd en geïntegreerd in hun meerjarenonder-houdsplanningen. Een andere afspraak uit het Klimaatakkoord is de harmonisatie van wet- en regelgeving op het gebied van energiebesparing voor de utiliteitsbouw. In 2022 wordt intensief samengewerkt met het Ministerie van EZK om de maatregelenlijsten in het Besluit activiteiten leefomgeving en het Besluit bouwwerken leefomgeving goed op elkaar aan te laten sluiten.

De subsidie ondersteuning verduurzaming MKB gaat naar verwachting in het najaar 2021 van start en loopt door tot eind 2022. De regeling wordt onder verantwoordelijkheid van Ministerie van EZK uitgevoerd.

Circulair bouwen

Het Ministerie van BZK bevordert de toepassing van circulair bouwen als onderdeel van het Uitvoeringsprogramma Circulaire Economie 2019-2023. Het Ministerie van BZK continueert in 2022 de uitvoering hiervan in samenwerking met partijen in de bouw en andere overheden voor het bereiken van de doelen van het programma Nederland circulair in 2050 (Kamerstukken II 2015/16, 32852, nr. 33). In 2022 worden wijzigingen geïmplementeerd voor de milieuprestatie van bouwwerken ten behoeve van enerzijds de implementatie van wijzigingen in de Europese norm (EN15804) en anderzijds de waardering van milieueffecten van de CO2-opslag van biobased materialen (Kamerstukken II 2019/20, 32852, nr. 94 en Aanhangsel van de Handelingen, 2020/21, nr. 1528).

Bouwregelgeving

Met inwerkingtreding van het stelsel van de Omgevingswet in 2022 zal het Bouwbesluit 2012 ingetrokken en opgevolgd worden door het Besluit bouwwerken leefomgeving. In 2022 en verder wordt gewerkt aan nieuwe wijzigingen van het Besluit bouwwerken leefomgeving en de implementatie daarvan, die nodig zijn in het kader van het actueel houden van de regelgeving, maatschappelijke en politieke ontwikkelingen en implementatie van Europese regelgeving. Daarbij kan gedacht worden aan de uitwerking van onderdelen van het Klimaatakkoord, onderdeel gebouwde omgeving, en diverse onderwerpen betreffende de brandveiligheid van gebouwen.

Stelsel certificeringwerkzaamheden aan gasverbrandingsinstallaties Per 1 oktober 2020 is het wettelijk stelsel certificering werkzaamheden aan gasverbrandingsinstallaties in werking getreden. Dit stelsel betreft werkzaamheden aan gasverbrandingsinstallaties, zoals plaatsing, onderhoud en reparatie van cv-ketels, geisers en haarden inclusief de benodigde rookgasafvoer en luchttoevoer. Deze werkzaamheden mogen vanaf 1 april 2022 alleen nog worden uitgevoerd door bedrijven die daarvoor gecertificeerd zijn (Stb. 2020, 354).

Wet Kwaliteitsborging voor het bouwen

In 2022 wordt de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen (WKB) stapsgewijs ingevoerd (Kamerstukken II 2020/21, 32757, nr. 178). Het doel van de wet is het verbeteren van de bouwkwaliteit en het versterken van de positie van de bouwconsument. In het kader daarvan is in 2020 gestart met de oprichting van de Toelatingsorganisatie Kwaliteitsborging Bouw (TloKB). Naar verwachting gaat de nieuwe ZBO TIoKB in het najaar 2021 van start. Deze organisatie heeft vooral een toezichthoudende functie. Tot aan inwerkingtreding van de Wkb kunnen alle betrokken partijen door middel van proefprojecten ervaring opdoen, zodat zij goed voorbereid zijn op het nieuwe stelsel.

  • D. 
    Budgettaire gevolgen van beleid
 

Tabel 15 Budgettaire gevolgen van x € 1.000)

beleid art. 4 Energietransitie gebouwde omgeving en bouwkwaliteit (bedragen

 

2020

2021

2022

2023

2024

2025

2026

Verplichtingen

390.509

529.830

455.293

293.175

204.025

212.590

141.106

 

Uitgaven

508.200

603.437

445.486

262.755

217.138

235.050

179.106

4.1 Energietransitie en duurzaamheid

493.364

587.161

434.666

256.348

211.073

229.183

173.823

Subsidies (regelingen)

Energiebesparing Koopsector

51.490

92.900

12.790

5.410

3.400

800

1.500

Energiebesparing Huursector

101.656

35.800

18.951

0

0

0

0

Energietransitie en duurzaamheid

13.046

10.029

30.475

4.875

4.252

1.452

3.852

Renovatieversneller

0

0

9.000

18.750

29.750

39.750

0

SAH

28.796

21.000

26.000

32.500

20.000

28.000

38.000

Warmtefonds

67.000

27.400

114.200

97.400

74.000

77000

77.000

Subsidie verduurzaming en onderhoud huurwoningen

0

0

40.000

40.000

40.000

40.000

0

Kennis- en innovatieprogramma bouwproductie stikstof

0

1.500

5.500

3.000

0

0

0

Opdrachten

Energietransitie en duurzaamheid

2.655

2.886

3.267

3.400

3.900

2.700

3.200

Bijdrage aan ZBO's/RWT's

Energietransitie en duurzaamheid

4.567

4.034

1.007

0

0

0

0

Bijdrage aan medeoverheden

Programma reductie energieverbruik

102.962

94.974

0

0

0

0

0

Aardgasvrije wijken

77.631

54.678

0

0

0

0

0

Ontzorging maatschappelijk vastgoed

8.000

15.317

0

0

0

0

0

Ventilatie in scholen

0

183.553

14.500

0

0

0

0

Bijdrage aan agentschappen

ILT(handhaving energielabel)

0

0

528

527

523

523

523

RVO.nl (uitvoering Energieakkoord)

0

11.677

15.828

11.740

7.765

11.876

6.626

Dienst Publiek en Communicatie

630

807

0

0

0

0

0

Diverse Agentschappen

1.500

0

0

0

0

0

0

RVO.nl (energiestransitie en duurzaamheid)

33.431

27.326

14.817

12.024

6.700

6.823

6.823

RVB

0

0

5.000

6.250

7.500

7.500

6.250

Bijdrage aan (andere) begrotingshoofdstukken

EGO

0

780

9.052

11.047

13.133

12.609

28.299

Gemeentefonds (H50)

0

0

105.000

0

0

0

0

Handhaving energielabel C

0

0

251

425

150

150

1.750

Kennis- en innovatieprogramma bouwproductie stikstof

0

2.500

8.500

9.000

0

0

0

 

4.2 Bouwregelgeving en bouwkwaliteit

14.836

16.276

10.820

6.407

6.065

5.867

5.283

Subsidies (regelingen)

Bouwregelgeving en bouwkwaliteit

13.690

14.366

8.565

4.289

2.935

2.737

2.153

Opdrachten

Bouwregelgeving en bouwkwaliteit

1.090

1.720

2.200

2.063

3.075

3.075

3.075

Bijdrage aan ZBO's/RWT's

Overige bijdragen

6

0

0

0

0

0

0

Bijdrage aan medeoverheden

Diverse bijdragen bouwregelgeving

50

0

0

0

0

0

0

Bijdrage aan (andere) begrotingshoofdstukken

Diverse bijdragen

0

190

55

55

55

55

55

 

Ontvangsten

163

91

91

91

91

91

91

Budgetflexibiliteit

Van het totale uitgavenbudget op artikel 4 is 96,9% juridisch verplicht en dit kent de volgende onderverdeling:

Subsidies

Het subsidiebudget is voor 97,4% juridisch verplicht. De subsidies zijn in het kader van de energietransitie en duurzaamheid voor onder andere energiebesparing in de koopsector (SEEH), energiebesparing in de huursector (STEP) en de stimuleringsregeling aardgasvrije huurwoningen (SAH).

Opdrachten

Het opdrachtenbudget is voor 80,3% juridisch verplicht. Ter uitvoering van de afspraken voor energietransitie in de gebouwde omgeving uit het Energieakkoord en Klimaatakkoord worden in 2022 diverse onderzoeksopdrachten uitgevoerd.

Bijdragen aan ZBO's/RWT's

Het budget voor bijdragen aan ZBO's/RWT's is voor 100% juridisch verplicht. Het betreft een bijdrage aan de Unie van Waterschappen ten behoeve van het Nationaal Programma voor de Regionale Energiestrategieën (NP RES). Daarnaast ontvangt de toelatingsorganisatie in de bouw een bijdrage in het kader van de voorbereiding van het nieuwe stelsel voor de wet kwaliteitsborging voor het bouwen.

De toelatingsorganisatie ontvangt een bijdrage voor een drietal wettelijke taken in het kader van de wet kwaliteitsborging voor het bouwen zodat de bouwwerken voldoen aan bouwtechnische voorschriften. De Toelatingsorganisatie laat instrumenten voor kwaliteitsborging toe tot het stelsel van kwaliteitsborging voor het bouwen en houdt een openbaar register bij met toegelaten instrumenten. Daarnaast houdt de Toelatingsorganisatie toezicht op de instrumentaanbieders en op de toepassing van de instrumenten.

Bijdragen aan agentschappen

Het budget voor bijdragen aan agentschappen is voor 83,7% juridisch verplicht. Het betreft een bijdrage aan de Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT) voor de handhaving van het energielabel. Daarnaast betreft het een bijdrage aan de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO.nl). voor de uitvoering van het energieakkoord en de energietransitie.

Bijdragen aan andere begrotingshoofdstukken

Het budget voor bijdragen aan andere begrotingshoofdstukken is 100% juridisch verplicht. Het betreft bijdragen voor de regionale energiestrategie (RES), grootschalige proeftuinen (100 wijken aanpak) en de inzet voor het innovatieprogramma CO2-neutrale gebouwde omgeving.

  • E. 
    Toelichting op de financiële instrumenten

4.1 Energietransitie en duurzaamheid

Subsidies

Energiebesparing Koopsector

Om de komende jaren ondersteuning te bieden aan woningeigenaren van VvE's die hun woning verduurzamen wordt de SEEH-regeling voor VvE's voortgezet (Kamerstukken II 2020/21, 32813, nr. 667). Hiervoor is aanvullende budget beschikbaar gesteld voor de jaren 2022 tot en met 2026. De subsidie kan worden aangevraagd tot 1 januari 2023. De subsidie energiebesparing eigen huis (SEEH) voor koopwoningen wordt met ingang van 2021 voorgezet in de Investeringssubsidie duurzame energie (ISDE) van het Ministerie van EZK.

Energiebesparing Huursector

In 2022 betaalt de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO.nl) in opdracht van het Ministerie van BZK nog subsidie voor de afhandeling van eerder verleende subsidies van de Stimuleringsregeling energieprestatie huursector (STEP) voor investeringen van verhuurders in energiebesparende maatregelen. De subsidies worden twee jaar na verlening vastgesteld en uitbetaald.

Energietransitie en duurzaamheid

In het kader van de afspraken voor energietransitie in de gebouwde omgeving uit Klimaatakkoord verstrekt het Ministerie van BZK in 2022 subsidies aan enkele partijen, waaronder de voorlichtingsorganisatie Milieu Centraal (klantcontact en informatievoorziening over het energielabel voor woningen en andere gebouwen). Om de RES-aanpak in 2022 voort te zetten zijn er middelen beschikbaar voor de uitvoeringskosten decentrale overheden. Daarnaast wordt ook subsidie beschikbaar gesteld voor het Warmtefonds in het kader van ontzorging.

Renovatieversneller

Voor de renovatieversneller zijn in het klimaatakkoord subsidiemiddelen beschikbaar gesteld om opschaling bij verduurzaming van woningen te bevorderen met het oog op kostenreductie. Het ondersteuningsprogramma en de uitvoering loopt vanaf 2020. Voor de subsidieverlening vanaf 2022 zijn budgetten beschikbaar van € 9 mln. in 2022 en oplopend naar € 45 mln. in 2025.

SAH

Ter ondersteuning van de Startmotor verleent de Stimuleringsregeling aardgasvrije huurwoningen (SAH) vanaf 2020 subsidies aan zowel sociale als particuliere verhuurders voor het aardgasvrij maken van woningen. Met ingang van 2021 is ook de regeling opengesteld voor gemengde VvE's zodat ook deze groep in aanmerking komen voor subsidiëring van warmtene-taansluitingen. In 2022 is € 26 mln. beschikbaar. Uitbetaling van de subsidie loopt naar verwachting tot en met 2028.

Warmtefonds

In 2022 is € 114,2 mln. beschikbaar voor het Warmtefonds dat tegen aantrekkelijke voorwaarden financiering verstrekt aan woningeigenaren en VvE's die hun woning verduurzamen. Er is meerjarig geld beschikbaar voor het Warmtefonds tot en met 2030.

Subsidie verduurzaming en onderhoud huurwoningen Om kleinere particuliere verhuurders gedeeltelijk tegemoet te komen voor de huurbevriezing (Motie Beckerman c.s., Kamerstukken II 2020/21, 35488, nr. 13) wordt een subsidieregeling opgezet als tegemoetkoming voor uitgaven die verhuurders doen in het kader van onderhoud en verduurzaming. De subsidieregeling wordt in beginsel voor vier jaar opengesteld en daarna geëvalueerd.

Kennis- en innovatieprogramma bouwproductie stikstof Met het kennis en innovatieprogramma wordt een bijdrage geleverd aan de kennis en ontwikkeling van emissiearme bouwconcepten en bouwlo-gistiek, zodat dit emissiereductiemaatregelen worden die effectief kunnen worden opgeschaald. Dit programma bestaat uit drie lijnen, waarvan twee onder de beleidsverantwoordelijkheid van het Ministerie van BZK vallen en één onder de beleidsverantwoordelijkheid van het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat valt. Met deze subsidie wordt bijgedragen aan de ontwikkeling van een afsprakenstelsel voor digitalisering van het bouwproces en de bouwlogistieke stromen gericht op stikstofreductie.

Opdrachten

Energietransitie en duurzaamheid

Ter uitvoering van de afspraken voor energietransitie in de gebouwde omgeving verstrekt het Ministerie van BZK ook in 2022 diverse onderzoeksopdrachten, waaronder voor het energielabel. Daarnaast worden gemeenten ondersteund in het oppakken en uitvoeren van hun regierol in de transitie naar een aardgasvrije gebouwde omgeving door het Kennis- en Leerprogramma (KLP).

Bijdrage aan ZBO's/RWT's

Energietransitie en duurzaamheid

De Unie van Waterschappen ontvangt een bijdrage voor de programma-organisatie van het Nationaal Programma Regionale Energiestrategieën (NP RES) om de RES-regio's te ondersteunen, en de verbinding te vormen tussen nationaal, regionaal en lokaal. Het NP RES vervult hierbij verschillende rollen zoals het ondersteunen van de regio's, kennis ontwikkelen, voortgang van de regio's bewaken en samenwerkingspartners verbinden.

Bijdrage aan medeoverheden

Ventilatie in scholen

Naar aanleiding van de motie van de Tweede Kamerleden Westerveld en Kuiken van 14 juli 2021 (Kamerstukken II 2020/21, 25295, nr. 1368), waarin de regering wordt verzocht urgentie te betrachten in het oplossen van venti-latieproblemen bij scholen en deze zomer hierop al inzet te plegen, wordt in totaal € 100 mln. extra in 2021 en 2022 beschikbaar gesteld voor ventilatie in schoolgebouwen. Met de middelen worden alle tot 1 juli 2021 ingediende aanvragen voor de Specifieke uitkering ventilatie in scholen (SUVIS) gehonoreerd en kan er aanvullend een tweede tijdvak worden opengesteld.

Bijdrage aan agentschappen

ILT (handhaving energielabel)

In 2022 voert de Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT) werkzaamheden op het gebied van de handhaving van de naleving van de verplichtingen met betrekking tot het energielabel in het kader van de Europese richtlijn energieprestatie van gebouwen (EPBD III)

RVO.nl (uitvoering Energieakkoord)

Het betreft de uitgaven voor beheer, onderhoud en verbetering van het energielabelsysteem voor woningen en andere gebouwen op basis van de Europese richtlijn energieprestatie van gebouwen.

Daarnaast betreft het middelen voor de uitvoering van het Kennis en Innovatieplatform Maatschappelijk Vastgoed, de Stimuleringsregeling Aardgasvrije Huurwoningen, de Specifieke uitkering ventilatie in scholen (SUVIS) en de uitvoering van het ondersteuningsprogramma de Renova-tieversneller.

RVO.nl (energietransitie en duurzaamheid)

Deze middelen zijn bestemd voor het jaarprogramma 2022 dat RVO.nl in opdracht van het Ministerie van BZK uitvoert voornamelijk op het gebied van energietransitie in de gebouwde omgeving. Het programma behelst kennisverspreiding, beleidsonderbouwing en uitvoering van subsidieregelingen. Daarnaast betreft dit ook de bijdrage voor de RVO.nl voor de uitvoering van diverse regelingen (waaronder het volkshuisvestingsfonds). Deze uitgaven worden hier verantwoord vanwege gecentraliseerd opdrachtgeverschap.

RVB

In het kader van het stikstofbeleid wordt een budget gereserveerd om aanbestedende rijksdiensten in staat te stellen om structureel uitstoot-verminderende criteria te stellen bij aanbestedingen. Dit betreft de middelen die het Ministerie van BZK inzet voor de opdracht aan het Rijksvastgoedbedrijf (RVB).

Bijdrage aan (andere) begrotingshoofdstukken

EGO

In het kader van de Integrale Kennis en Innovatieagenda van het Klimaat-akkoord en van het topsectorenbeleid is de missie vastgesteld en geïnstrumenteerd om te komen tot een CO2-vrije gebouwde omgeving in 2050. Dit gebeurt via een aantal innovatieprogramma's als de Meerjarig Missiege-dreven Innovatieprogramma (MMIP) en de Demonstratie Energie- en Klimaatinnovatie (DEI). Binnen de programma's ondersteunt het Rijk R&D-investeringen van grootschalige samenwerkingsverbanden tussen marktpartijen en kennisinstellingen. Deze ondersteuning krijgt vorm via de MOOI-regeling (Missiegedreven Onderzoek, Ontwikkeling en Innovatie) Daarnaast wordt geïnvesteerd in kennisopbouw en uitwisseling rondom maatschappelijk vastgoed, via het kennis- en innovatieplatform maatschappelijk vastgoed.

Gemeentefonds (H50)

Dit betreft uitvoeringskosten van decentrale overheden voor de lokale energietransitie. Het gaat onder andere om kosten voor uitrol van laadpalen, energieloketten, opstellen van Transitievisie Warmte en uitvoeringsplannen Wijkgerichte aanpak. Daarnaast betreft het de voortzetting van het PAW om te leren op welke manier de wijkgerichte aanpak kan worden ingericht en opgeschaald. Hiervoor wordt gebruik gemaakt van grootschalige proeftuinen (100 wijken aanpak) en een bijbehorend Kennis- en Leerprogramma (KLP).

Handhaving energielabel C

In het Bouwbesluit is vastgelegd dat per 1 januari 2023 een kantoor energie-label C of beter moet hebben om nog als kantoor gebruikt te mogen worden. Het bevoegd gezag is de gemeente en die gaan hierop handhaven. In aanloop naar 2023 vindt er voorlichting plaats en gaan gemeenten kantoor-eigenaren aanschrijven en wijzen op de label C-plicht.

Kennis- en innovatieprogramma bouwproductie stikstof Met het kennis en innovatieprogramma wordt een bijdrage geleverd aan de kennis en ontwikkeling van emissiearme bouwconcepten en bouwlo-gistiek, zodat dit emissiereductiemaatregelen worden die effectief kunnen worden opgeschaald. Dit programma bestaat uit drie lijnen, waarvan twee onder de beleidsverantwoordelijkheid van het Ministerie van BZK vallen en één onder de beleidsverantwoordelijkheid van het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat valt. Via kennisontwikkeling en innovaties worden toepassing van lichtere bouwmaterialen, meer off-site-productie (prefab) en efficiëntere bouwprocessen gestimuleerd. Dit wordt uitgevoerd door TNO. Hiervoor zullen de middelen worden overgeheveld naar de begroting van het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat (EZK).

4.2 Bouwregelgeving en bouwkwaliteit

Subsidies (regeling)

Bouwregelgeving en bouwkwaliteit

In 2022 verstrekt het Ministerie van BZK diverse subsidies in het kader van onderzoek naar mogelijke aanpassingen in de bouwregelgeving en overige onderwerpen die betrekking hebben op de veiligheid, toegankelijkheid, duurzaamheid en gezondheid van gebouwen en het versterken van de positie van de bouwconsument.

Opdrachten

Bouwregelgeving en bouwkwaliteit

Het Ministerie van BZK verstrekt ten behoeve van een goed functionerend stelsel van bouwregelgeving ook in 2022 opdrachten voor werkzaamheden van het Nederlands Normalisatie-instituut (NEN), de Helpdesk bouwregelgeving en de Adviescommissie toepassing en gelijkwaardigheid bouwvoorschriften. Vanuit de kerntaak «het wettelijk waarborgen van een maatschappelijk noodzakelijk minimum kwaliteitsniveau van bouwwerken» worden waar nodig wijzigingen in het Besluit bouwwerken leefomgeving aangebracht.

Bijdrage aan (andere) begrotingshoofdstukken

Diverse bijdragen

De ILT voert toezicht en handhaving uit op de naleving van de Europese Verordening bouwproducten.

Ontvangsten

Dit betreft ontvangsten uit afrekeningen van eerder verstrekte subsidies door RVO.nl en uit boetes wegens het niet nakomen van verplichtingen met betrekking tot het verstrekken van het energielabel bij verkoop en verhuur van gebouwen.

3.5 Artikel 5. Ruimtelijke ordening en Omgevingswet

  • A. 
    Algemene doelstelling

Een goede kwaliteit van de leefomgeving.

Het beleid is gericht op de realisatie van een veilige, gezonde en aantrekkelijke woon- en leefomgeving en een efficiëntgebruik van onze ruimte, nu en in de toekomst. Daarnaast werkt het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) aan de invoering van de herziening van het stelsel van omgevingsrecht, dat nationale wettelijke kaders geeft en wettelijke instrumenten waarmee overheden, burgers en bedrijven gezamenlijk werken aan veilige en gezonde leefomgeving en een goede omgevingskwaliteit.

  • B. 
    Rol en verantwoordelijkheid

De Minister van BZK is samen met de sectorale vakministers verantwoordelijk voor het beleid voor de leefomgeving:

  • de minister is systeemverantwoordelijk voor de Nationale Omgevings-visie (NOVI), waaronder kennisontwikkeling voor de uitvoering en de evaluatie en monitoring van de NOVI;
  • de minister is stelselverantwoordelijk voor de  Wet Ruimtelijke ordening(Wro) en na de inwerkingtreding voor de Omgevingswet;
  • het zorgdragen voor een gestructureerde afstemming met de medeoverheden in het bestuurlijk overleg Wonen, Ruimte en Omgevingswet en met de regio in de vorm van het Bestuurlijk Overleg Leefomgeving.
  • het - via de omgevingsagenda's - in kaart brengen van de inhoudelijke samenhang tussen de verschillende onderdelen van het ruimtelijk-fysieke domein (onder andere woningbouw, bereikbaarheid, economie, energie, natuur en waterveiligheid);
  • het ontwikkelen van nationale ruimtelijke visies, zoals een ruimtelijke vertaling voor duurzame energieopwekking, -opslag en transport in 2050 en een visie op verstedelijking en het landelijk gebied;
  • de inbreng van ontwerp in ruimtelijke projecten en programma's bij het Ministerie van BZK en het stimuleren van ontwerp bij projecten en programma's, zowel interdepartementaal als bij andere overheden.

De Minister van BZK heeft een regisserende rol ten aanzien van de geo-informatie in Nederland en heeft in dat kader een systeemverantwoorde-lijkheid voor de Nationale Geo-informatie-Infrastructuur. De Minister van BZK geeft aan deze verantwoordelijkheid invulling door:

  • het opstellen, onderhouden en coördineren van nationale en Europese kaders en wet- en regelgeving ten aanzien van interbestuurlijke geo-informatie en de bijbehorende voorzieningen;
  • het vertalen en implementeren van relevante Europese beleidskaders op het terrein van de geo-informatie;
  • het stimuleren van de samenwerking tussen overheid, bedrijfsleven en wetenschap in het kader van de toekomstvisie Geo Samen;
  • het zorgen voor een toekomst vaste exploitatie van de geo-basisregi-straties en basisvoorzieningen en de verdere doorontwikkeling van deze nationale geo-informatie-infrastructuur in het kader van de ontwikkel-visie Doorontwikkeling in Samenhang (DiS-Geo).

De Minister van BZK heeft een ontwikkelende, een faciliterende en een regisserende rol in het kader van de stelselherziening omgevingsrecht. Deze omvat:

  • het afbouwen en door ontwikkelen van de Omgevingswet, samen met bestuurlijke partners, collega bewindspersonen, uitvoeringsorganisaties, bedrijfsleven en andere belanghebbenden;
  • faciliteren van experimenten vooruitlopend op de Omgevingswet via de Crisis- en Herstelwet;
  • de implementatie van het nieuwe stelsel via het implementatiepro-gramma Aan de slag met de Omgevingswet met een interbestuurlijk opdrachtgeverschap van Rijk, de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG), Interprovinciaal Overleg (IPO) en Unie van Waterschappen (UvW); het ondersteunen van burgers, bedrijven en overheden bij de stelselherziening door het vergroten van kennis over de nieuwe wet- en regelgeving;
  • het implementeren, uitbouwen en in beheer nemen van de landelijke voorziening in het Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO-LV) die de uitvoeringsprocessen van de Omgevingswet ondersteunt.
  • C. 
    Beleidswijzigingen

De wet- en regelgeving waarmee de Omgevingswet in werking kan treden is afgerond. Naar verwachting zal de Omgevingswet in 2022 inwerking treden. Gezamenlijk met de koepels is afgesproken iets meer tijd te nemen om te zorgen dat de landelijke voorziening van het digitaal stelsel gereed en stabiel is en dat alle overheden in Nederland aangesloten zijn en voldoende oefentijd hebben gehad om met het stelsel te leren werken.

Het uitstel van de inwerkingtredingsdatum (Kamerstukken II 2019/20, 33118, nr. 145) van de Omgevingswet tot 1 juli (Kamerstukken II 2020/21 33118, nr. 190) heeft tot gevolg dat de activiteiten die de uitvoering en invoering van de Omgevingswet ondersteunen, zoals de wet- en regelgeving, afbouw en doorontwikkeling, beheer en uitbouw van het Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO) en invoeringsondersteuning, in 2022 doorlopen.

Nationale Omgevingsvisie

De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) is begin 2021 vastgesteld (Kamerstukken II 2020/21, 34682, nr. 80) en geeft het integrale beleid voor de leefomgeving voor 2030 en verder. De NOVI is hiermee ook kaderstellend -het rijksbeleid voor de ruimtelijke ordening. Bij vaststelling verving de NOVI op nationaal niveau de Structuurvisie infrastructuur en ruimte (SVIR) en de strategische ruimtelijke delen van het verkeers- en vervoerplan, het nationale waterplan, de natuurvisie en het milieubeleidsplan. Bij inwerkingtreding van de Omgevingswet geldt de NOVI als nationale visie onder de Omgevingswet.

Aan de NOVI is een uitvoeringsagenda gekoppeld. Hieraan wordt uitvoering gegeven. Deze wordt geïmplementeerd door het verbinden van bestaande programma's en initiëren van enkele nieuwe programma's. Met medeoverheden zijn samenwerkingsafspraken gemaakt. Voor de gebiedsgerichte uitwerking en uitvoering worden door het Rijk en de regio landsdelige omgevingsagenda's ontwikkeld en gaan het Rijk en de regio een langdurige samenwerking aan in acht NOVI-gebieden.

  • D. 
    Budgettaire gevolgen van beleid
 

Tabel 16 Budgettaire gevolgen van

beleid art.

5 Ruimtelijke ordening

en Omgevingswet (bedragen x € 1.000)

 

2020

2021

2022

2023

2024

2025

2026

Verplichtingen

125.718

151.303

122.548

86.406

82.886

81.888

76.824

 

Uitgaven

124.673

151.303

122.548

86.406

82.886

81.888

76.824

 

5.1 Ruimtelijke ordening

60.342

66.300

50.932

50.296

48.743

47.753

47.753

Subsidies (regelingen)

Programma Ruimtelijk Ontwerp

815

300

1.500

1.500

1.500

0

0

Basisregistraties

810

380

380

380

380

380

380

Ruimtelijk instrumentarium (diversen)

246

300

300

300

300

300

300

Basisregistraties Ondergrond (BRO)

38

110

10

0

0

0

0

Opdrachten

Programma Ruimtelijk Ontwerp

2.093

1.329

1.413

1.545

1.604

2.961

2.961

Basisregistratie Ondergrond (BRO)

1.470

1.422

542

0

0

0

0

Gebiedsontwikkeling

1.079

2.498

2.929

908

1.050

1.050

1.050

Geo-informatie

50

50

0

0

0

0

0

Ruimtegebruik bodem (diversen)

4

0

0

0

0

0

0

Ruimtelijk instrumentarium (diversen)

1.621

1.922

2.188

2.270

2.345

2.345

2.345

Windenergie op zee

0

0

280

280

280

280

280

Bijdrage aan ZBO's/RWT's

Kadaster (basisregistraties)

26.435

26.324

27.296

27.296

27.146

27.248

27.248

Geo-informatie

4.543

4.318

2.272

2.289

2.264

2.264

2.264

Basisregistratie Ondergrond (BRO)

0

1.346

531

0

0

0

0

Diverse bijdragen

3.246

412

33

0

0

0

0

Bijdrage aan medeoverheden

Gemeenten

2.550

0

0

0

0

0

0

Diverse projecten ruimtelijke kwaliteit

5.194

560

2.547

4.920

3.310

2.602

2.602

Diverse bijdragen

89

0

0

0

0

0

0

Gebiedsontwikkeling

28

14.960

0

0

0

0

0

Ruimtelijk ontwerp

0

42

0

0

0

0

0

Bijdrage aan agentschappen

RVB

3.172

3.493

2.683

2.654

2.654

2.413

2.413

RIVM

157

64

126

126

126

126

126

RWS (leefomgeving)

6.211

5.845

5.902

5.828

5.784

5.784

5.784

Basisregistratie Ondergrond (BRO)

491

534

0

0

0

0

0

Bijdrage aan (andere) begrotingshoofdstukken

Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat

0

91

0

0

0

0

0

 

5.2 Omgevingswet

64.331

85.003

71.616

36.110

34.143

34.135

29.071

Subsidies (regelingen)

Eenvoudig Beter

2.713

24.198

2.150

0

0

0

0

Opdrachten

Eenvoudig Beter

862

920

1.231

1.231

1.231

1.231

1.231

Aan de Slag

1.499

1.653

12.609

7274

7.274

7.274

2.274

Bijdrage aan ZBO's/RWT's

Kadaster

26.465

32.715

46.918

23.297

21.330

21.322

21.258

Geonovum

3.376

1.938

0

0

0

0

0

ICTU

812

750

750

0

0

0

0

Aan de Slag

833

125

0

0

0

0

0

Diverse bijdragen

415

110

0

0

0

0

0

Bijdrage aan medeoverheden

Eenvoudig Beter

266

240

0

0

0

0

0

 

2020

2021

2022

2023

2024

2025

2026

Bijdrage aan agentschappen

RWS (Eenvoudig beter)

2.910

0

0

0

0

0

0

Aan de Slag

23.297

22.269

7.958

4.308

4.308

4.308

4.308

Diverse agentschappen

883

85

0

0

0

0

0

 

Ontvangsten

14.216

4.728

3.824

3.824

3.824

3.824

3.824

Budgetflexibiliteit

Van het totale uitgavenbudget op artikel 5 is 88,8% juridisch verplicht en dit kent de volgende onderverdeling:

Subsidies

Het subsidiebudget is voor 50,3% juridisch verplicht. Dit betreft een subsidie die aan Geonovum en aan het Samenwerkingsverband bronhouders voor de basisregistratie grootschalige topografie wordt verstrekt en subsidies voor het project Testlab nieuw bos en Tiny Houses en de leerstoel Cultureel Erfgoed.

Opdrachten

Het opdrachtenbudget is voor 74,8% juridisch verplicht. Het betreft met name opdrachten ter bevordering van de implementatie van de Omgevingswet (Aan de Slag).

Bijdrage aan ZBO's/RWT's

Het budget voor bijdragen aan ZBO's/RWT's is voor 96,4% juridisch verplicht. Het betreft een bijdrage aan het Kadaster voor beheer en ontwikkeling van de landelijke voorzieningen van basisregistraties, beheer en ontwikkeling van de gezamenlijke verstrekkingsvoorziening voor geo-informatie (Publieke Dienstverlening op de Kaart (PDOK)) en het Nationaal GeoRegister (NGR). Tevens ontvangt het Kadaster een bijdrage als tactisch beheerder van het DSO en verstrekt deelopdrachten en betalingen aan operationeel beheer organisaties. Daarnaast ontvangt het Kadaster een bijdrage voor de afbouw, implementatie en uitbouw van het DSO.

Bijdrage aan medeoverheden

Het budget voor bijdragen aan medeoverheden is voor 100% juridisch verplicht. Het betreft onder meer bijdragen aan projecten ter versterking van de ruimtelijke kwaliteit.

Bijdrage aan agentschappen

Het budget voor bijdragen aan agentschappen is voor 79,6% juridisch verplicht. Het betreft bijdragen aan Rijkswaterstaat (RWS) ten behoeve van de Ruimtelijke Inpassingsplannen en de ontwikkeling van het Digitale Stelsel Omgevingswet (DSO). Daarnaast betreft het een bijdrage aan het Rijksvastgoedbedrijf (RVB) voor het uitvoeren van verschillende projecten in het kader van het Regionaal Ontwikkelprogramma.

  • E. 
    Toelichting op de financiële instrumenten

5.1 Ruimtelijke ordening Subsidies (regelingen)

Programma Ruimtelijk Ontwerp

Het Actieprogramma Ruimtelijk Ontwerp 2021-2024 is een vierjarig stimuleringsprogramma van het Rijk om de inzet van het actieprogramma te versterken. Deze subsidie is gericht op de inzet van ontwerp en ontwerpers zoals architecten, stedenbouwkundigen en landschapsarchitecten om complexe veranderingen te laten slagen. Het is een instrument om de impact van vaak abstracte opgaven op straat-, buurt-, stads- en landschaps-niveau concreet te maken.

Basisregistraties

Aan de stichting Geonovum wordt een subsidie verleend voor onderzoek gericht op de ontwikkeling van geo-informatie en het programma Basisregistraties.

Ruimtelijk instrumentarium (diversen)

Dit budget is bedoeld voor initiatieven, die een bijdrage leveren aan een goede kwaliteit van de leefomgeving.

Basisregistratie Ondergrond

Dit betreft een subsidie aan de Unie van Waterschappen. De Unie van Waterschappen verzorgt het goede verloop van de implementatie van het programma Basisregistratie Ondergrond.

Opdrachten

Programma Ruimtelijk Ontwerp

Het Actieprogramma Ruimtelijk Ontwerp 2021-2024 ('Ontwerp verbindt') is gericht op een effectieve de inzet van ruimtelijk ontwerp bij urgente en complexe maatschappelijke opgaven. De belangrijkste elementen in het programma zijn:

  • 1. 
    het stimuleren van lokale en regionale initiatieven.
  • 2. 
    het ondersteunen van het College van Rijksadviseurs ten behoeve van advies aan het Rijk inzake omgevingskwaliteit en de inzet van ontwerp bij nationale programma's en rijksprojecten.
  • 3. 
    het organiseren van ontwerpdialoog om nieuwe doelgroepen te betrekken.

Basisregistratie Ondergrond (BRO)

Dit betreft middelen voor het uitbesteden van beleidsadviezen en onderzoeksopdrachten op het terrein van de Basisregistraties Ondergrond (BRO).

Gebiedsontwikkeling

Voor zeven stedelijke regio's zijn in 2021 verstedelijkingsstrategieën opgesteld. In 2022 staat de uitvoering van deze strategieën centraal, inclusief de ontwikkeling van veertien grootschalige woningbouwlocaties. De financiële middelen worden ingezet ter ondersteuning van de uitvoering van de regionale verstedelijkingsstrategieën voor Metropool Regio Amsterdam, de regio Utrecht, de Zuidelijke Randstad, Groningen-Assen, Zwolle, Arnhem-Nijmegen-Foodvalley, Brabantstad. Ook wordt bijgedragen aan de gebiedsgerichte bereikbaarheidsprogramma's voor een aantal van deze gebieden.

Ruimtelijk instrumentarium (diversen)

In februari 2021 is de NOVI definitief vastgesteld. De financiële middelen voor het Ruimtelijk instrumentarium worden in 2022 daarmee met name ingezet voor onder andere;

  • de uitvoering van de NOVI (NOVI-gebieden) en de NOVI-cyclus (een NOVI-conferentie, de monitor van de NOVI en de inrichting van de beleidsevaluatie van de NOVI);
  • de verdere ontwikkeling van een Monitor landschap en het opstellen van een Nationaal ruimtelijke strategie - Landelijk Gebied;
  • de stikstofproblematiek;

Windenergie op zee

Het Ministerie van BZK werkt samen met de Ministeries van EZK, IenW en LNV aan de routekaarten voor windenergie op de Noordzee.

Bijdrage aan ZBO's/RWT's

Kadaster (basisregistraties)

Dit betreft een structurele bijdrage aan het Kadaster. De bijdrage is bestemd voor beheer en ontwikkeling van de landelijke voorzieningen van basisregistraties en in enkele gevallen ook voor het actueel houden van de inhoud. Tevens gaat het om beheer en ontwikkeling van de gezamenlijke verstrek-kingsvoorziening voor geo-informatie «Publieke Dienstverlening op de Kaart» (PDOK), het Nationaal Geo-Register (NGR) in relatie tot de Europese richtlijn INSPIRE en de beheerkosten van het landelijke online portaal voor ruimtelijke plannen.

Geo-informatie

In het kader van ontwikkeling van de geo-basisregistraties en andere standaardisatie in het geo-domein worden bijdragen verstrekt aan onder andere Geonovum en ICTU. Deze betreffen beheer en ontwikkeling van standaarden, begeleiding van de Europese richtlijn INSPIRE en de ontwikkeling van een visie op doorontwikkeling van de Geo-basisregistraties.

Basisregistratie Ondergrond (BRO)

Het Kadaster ontvangt een bijdrage voor Publieke Dienstverlening op de Kaart (PDOK) voor het beheer van de vertrekking voorziening.

Diverse bijdragen

Het betreft een bijdrage aan het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) voor het bestand Bodemgebruik.

Bijdrage aan medeoverheden

Diverse projecten ruimtelijke kwaliteit

De middelen voor Bestaand Rotterdams Gebied (BRG) zijn een jaarlijkse bijdrage vanuit het Rijk als onderdeel van het Project Mainport Rotterdam. Dit project heeft tot doel de ruimte in de haven beter te benutten en de leefbaarheid van de regio Rijnmond te vergroten.

Bijdrage aan agentschappen

RVB

Het Rijksvastgoedbedrijf ontvangt een bijdrage voor het slimmer gebruik maken van Rijksvastgoed in het licht van maatschappelijke opgaven, zoals op het gebied van de energietransitie.

RIVM

Het Rijksinstituut voor Volksgezondheid (RIVM) ontvangt een bijdrage voor het onderhouden, en waar nodig verder uitbouwen, van het Expertise-netwerk Windenergie.

RWS (leefomgeving)

Rijkswaterstaat (RWS) ontvangt een bijdrage voor diverse beleidsondersteunende en adviserende activiteiten in het domein van de fysieke leefomgeving, waaronder beheer en exploitatie van het Omgevingsloket-online (OLO).

5.2 Omgevingswet Subsidies

Eenvoudig Beter

Dit betreft subsidies aan de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) en aan de Unie van Waterschappen voor de implementatie van de Omgevingswet.

Opdrachten

Eenvoudig Beter

In 2022 wordt verder gewerkt aan de uitvoering van de Omgevingswet. Voor expertise, onderzoek en evaluatie wordt er budget ingezet in diverse opdrachten.

Aan de Slag

Ter ondersteuning van bevoegd gezagen bij de invoering en implementatie van het Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO) worden bijeenkomsten, workshops en webinars georganiseerd, handleidingen en voorlichtingsmateriaal gecreëerd en er worden praktijkvoorbeelden gepubliceerd. Dit alles helpt bevoegd gezagen bij het aansluiten van de eigen systemen op het DSO en geeft hen de gelegenheid in de praktijk te oefenen met de Omgevingswet en het DSO. Daarnaast worden diverse opdrachten verstrekt voor onderzoeken en evaluatie.

Bijdrage aan ZBO's / RWT's

Kadaster

Kadaster is tactisch beheerder van het DSO en verstrekt deelopdrachten en betalingen aan operationeel beheer organisaties. Hiervoor ontvangt het Kadaster een bijdrage van het Minsterie van BZK. Daarnaast ontvangt het Kadaster een bijdrage voor de afbouw, implementatie en uitbouw van het DSO.

ICTU

Dit betreft hier de bijdrage voor de activiteiten die ICTU uitvoert in het kader van de monitor op de implementatie van het DSO. Hiermee wordt beoogd te monitoren in hoeverre betrokken partijen en organisaties gesteld staan om te kunnen werken met het DSO.

Bijdrage aan agentschappen

Aan de Slag

Dit betreft een bijdrage aan Rijkswaterstaat (RWS) voor het beheer van het Informatiepunt. Het Informatiepunt biedt praktische informatie en inhoudelijke uitleg over de Omgevingswet, regelgeving en kerninstrumenten. Het Informatiepunt ontsluit deze kennis via de website en de helpdesk.

Daarnaast ontvangt de Uitvoeringsorganisatie Bedrijfsvoering Rijk (UBR) een structurele bijdrage voor het beheer en doorontwikkeling van het Landelijke Voorziening Bekendmaken en Beschikbaar stellen (LVBB) en de Standaard Officiële Publicaties (STOP), beide onderdeel van het DSO. Dit wordt gedaan door het organisatieonderdeel Kennis- en Exploitatiecentrum voor Officiële Overheidspublicaties (KOOP) van UBR.

Ontvangsten

Dit betreft de bijdrage van de Unie van Waterschappen aan het Kadaster voor de basisregistraties.

3.6 Artikel 6. Overheidsdienstverlening en informatiesamenleving

  • A. 
    Algemene doelstelling

Het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) zorgt voor:

  • een veilige, gebruiksvriendelijke en inclusieve (digitale) overheidsdienstverlening;
  • een veilig en betrouwbaar identiteitsstelsel waarbij veilig en efficiënt gebruik wordt gemaakt van (persoons)gegevens;
  • bijdragen aan het vertrouwen in de overheid door het verbeteren van de informatiepositie van burgers en bedrijven;
  • zorgdragen voor toegankelijke en transparante overheidsinformatie;
  • het bewaken van rechten en publieke waarden, zoals privacybescherming en zelfbeschikking, in de informatiesamenleving en daarmee bijdragen aan de bewaking van de kernwaarden van de democratie.
  • B. 
    Rol en verantwoordelijkheid

De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) is verantwoordelijk voor het bevorderen van een adequate digitale overheidsdienstverlening, waarbij het belangrijkste doel is dat de dienstverlening toegankelijk is voor iedereen en het bevorderen van het inzetten van digitale innovaties voor het oplossen van maatschappelijke vragen.

In de portefeuilleverdeling zijn onderstaande rollen en verantwoordelijkheden belegd bij de Staatssecretaris van BZK.

Stimuleren

  • De Minister van BZK stimuleert het gebruik van nieuwe digitale technologieën voor het oplossen van maatschappelijke vraagstukken, waarbij de markt ook nadrukkelijk uitgedaagd wordt om mee te denken over antwoorden op maatschappelijke vragen.
  • De Minister van BZK stimuleert internationale samenwerking op het realiseren van diensten over de grenzen heen en het met like minded landen zorgen voor wet- en regelgeving die recht doet aan de Nederlandse situatie.

Regisseren

  • De Minister van BZK zorgt voor maatregelen die burgers rechten geven en beschermen tegen ongewenste aspecten van digitalisering. De Minister van BZK pakt de rol om voortdurend de beleidsagenda op het terrein van de informatiesamenleving en overheid te herijken aan de eisen van de tijd.
  • De Minister van BZK is stelselverantwoordelijk voor de inrichting en governance van de digitale overheid, waaronder de digitale basisinfrastructuur die deze mogelijk maakt.
  • De Minister van BZK heeft een kaderstellende rol op het gebied van de digitale overheid. Kaderstellen gebeurt in de vorm van wetgeving, standaarden, architectuurkaders en richtlijnen rekening houdend met Europese ontwikkelingen en verplichtingen.
  • De Minister van BZK heeft een coördinerende rol met betrekking tot alle officiële publicaties van de overheid.

Uitvoeren

  • De Minister van BZK is verantwoordelijk voor de inrichting, beschikbaarstelling, instandhouding, werking, beveiliging en betrouwbaarheid van generieke voorzieningen voor elektronisch berichtenverkeer en informatieverschaffing, alsmede voor de voorzieningen voor het inloggen bij overheidsdienstverleners(authenticatie) en registratie van machtigingen in het burgerservicenummer (BSN)-domein.
  • De Minister van BZK is verantwoordelijk voor het beleid rondom het vaststellen van de identiteit alsmede de verstrekking van reisdocumenten op basis daarvan. Ook is de Minister van BZK verantwoordelijk voor de vastlegging van persoons- en adresgegevens in de Basisregistratie Personen (BRP). In dat kader houdt de Minister van BZK toezicht op de uitvoering van de Paspoortwet, monitort de uitvoering van de Wet BRP en ondersteunt de gemeenten die primair verantwoordelijk zijn voor de uitvoering van deze wetten. De Minister van BZK faciliteert hiermee het juiste gebruik van persoons- en adresgegevens door andere overheidsinstanties. Het tegengaan van fraude met, en het corrigeren van fouten van, persoons- en adresgegevens en reisdocumenten vormt hiervan een integraal onderdeel.
  • C. 
    Beleidswijzigingen Internationaal

De Europese Agenda biedt mogelijkheden in de Digitale Europese Programma. Naast wet- en regelgeving, ligt de focus nu ook op internationaal onderzoek. Ook is er co-financering van internationale inschrijvingen op Europese calls en een logistiek knooppunt internationaal. Ook wordt de internationale samenwerking op digitaal gebied versterkt middels de Coalition of Willing en Singapore.

  • D. 
    Budgettaire gevolgen van beleid
 

Tabel 17 Budgettaire gevolgen van x € 1.000)

beleid art.

6 Overheidsdienstverlening en informatiesamenleving (bedragen

 

2020

2021

2022

2023

2024

2025

2026

Verplichtingen

211.807

186.011

216.284

153.542

146.143

146.671

144.582

 

Uitgaven

190.203

186.011

216.284

153.542

146.143

146.671

144.582

 

6.2 Overheidsdienstverlening, informatiebeleid en informatiesamenleving

84.025

83.097

78.342

79.938

77.895

79.912

79.823

Subsidies (regelingen)

Overheidsdienstverlening

4.110

2.172

1.939

1.917

1.917

1.917

1.917

Opdrachten

Informatiebeleid

2.472

7.317

7.654

8.087

8.187

8.187

8.187

Overheidsdienstverlening

1.230

7.273

10.031

12.276

11.963

13.983

13.983

Informatiesamenleving

660

2.216

3.513

3.608

3.608

3.608

3.608

Ondersteuning koepels implementatie Woo

0

0

863

863

863

863

863

Bijdrage aan ZBO's/RWT's

CBS

1.440

35

35

35

35

35

35

RDW

2.515

0

0

0

0

0

0

KvK

6.343

5.279

5.279

5.279

6.779

6.779

6.779

ICTU

8.877

8.460

7.159

7.159

5.659

5.659

5.659

Diverse bijdragen

1.087

990

200

200

130

130

130

Bijdrage aan medeoverheden

Gemeenten

147

117

600

600

670

670

670

 

2020

2021

2022

2023

2024

2025

2026

Bijdrage aan (inter-)nationale organisaties

Digitale dienstverlening

792

180

180

85

85

85

85

Bijdrage aan agentschappen

RVO.nl

8.195

8.052

8.769

7.609

7.279

7.276

7.187

UBR

12.394

17.043

9.143

9.243

9.243

9.243

9.243

Agentschap Telecom

1.577

1.600

1.600

1.600

1.600

1.600

1.600

Logius

23.498

22.163

21.177

21.177

19.677

19.677

19.677

RvIG

6.102

150

150

150

150

150

150

Diverse bijdragen

1.520

0

0

0

0

0

0

Bijdrage aan (andere) begrotingshoofdstukken

Ministerie van Buitenlandse Zaken (H5)

25

50

50

50

50

50

50

Diverse bijdragen

1.041

0

0

0

0

0

0

 

6.5 Identiteitsstelsel

42.566

45.202

35.045

35.357

31.621

31.632

31.632

Opdrachten

Identiteitsstelsel

248

5.398

4.993

5.268

1.532

1.543

1.543

Bijdrage aan ZBO's/RWT's

ICTU

323

0

0

0

0

0

0

Diverse bijdragen

912

0

45

0

0

0

0

Bijdrage aan medeoverheden

Gemeenten

192

0

51

133

133

133

133

Bijdrage aan agentschappen

RvIG

40.891

39.804

29.956

29.956

29.956

29.956

29.956

6.6 Investeringspost digitale overheid

63.612

49.905

59.379

0

0

0

0

Subsidies (regelingen)

Doorontwikkeling en innovatie digitale overheid

10.013

5.013

1.629

0

0

0

0

Opdrachten

Doorontwikkeling en innovatie digitale overheid

851

6.140

48.651

0

0

0

0

Bijdrage aan ZBO's/RWT's

KvK

827

166

0

0

0

0

0

ICTU

2.429

1.130

520

0

0

0

0

Diverse bijdragen

1.702

175

0

0

0

0

0

RDW

5.319

3.740

330

0

0

0

0

Bijdrage aan medeoverheden

Gemeenten

2.256

0

0

0

0

0

0

Provincies

401

0

0

0

0

0

0

Bijdrage aan (inter-)nationale organisaties

Diverse bijdragen

95

0

0

0

0

0

0

Bijdrage aan agentschappen

RVO.nl

2.825

972

454

0

0

0

0

UBR

1.192

398

0

0

0

0

0

Diverse bijdragen

1.247

386

0

0

0

0

0

Logius

27.237

27.497

6.202

0

0

0

0

RvIG

5.505

2.504

510

0

0

0

0

AZ-DPC

1.356

1.784

1.083

0

0

0

0

Bijdrage aan (andere) begrotingshoofdstukken

Diverse bijdragen

357

0

0

0

0

0

0

 

6.7 Hoogwaardige dienstverlening één overheid

0

7.807

43.518

38.247

36.627

35.127

33.127

Opdrachten

 

2020

2021

2022

2023

2024

2025

2026

Hoogwaardige dienstverlening één overheid

0

7.807

43.518

38.247

36.627

35.127

33.127

 

Ontvangsten

10.826

6.837

448

423

423

423

423

Budgetflexibiliteit

Van het totale uitgavenbudget op artikel 6 is 95,1% juridisch verplicht en dit kent de volgende onderverdeling:

Subsidies (regelingen)

Het subsidiebudget is voor 100% juridisch verplicht. Dit zijn subsidies onder overheidsdienstverlening binnen het programma Digitale Inclusie en voor innovatie vanuit de Investeringsagenda Digitale Overheid.

Opdrachten

Het opdrachtenbudget is voor 97,6% juridisch verplicht. Dit zijn opdrachten vanuit het programma Digitale Inclusie, voor innovatie vanuit de Investeringsagenda Digitale Overheid en gelden voor hoogwaardige dienstverlening één overheid in het kader van de Parlementaire ondervragingscommissie Kinderopvangtoeslag (POK).

Bijdrage aan ZBO's/RWT's

Het budget voor bijdrage aan ZBO's/RWT's is voor 99% juridisch verplicht. Het betreft onder andere een bijdrage aan de Kamer van Koophandel (KvK) en ICTU voor het beheren en doorontwikkelen van het Digitaal Onderne-mersplein en NORA, de basisinfrastructuur voor publieke dienstverlening.

Bijdrage aan medeoverheden

Het budget voor bijdragen aan medeoverheden is voor 100% juridisch verplicht. Het betreft bijdragen aan gemeenten voor het verstrekken van DigiD's aan niet-ingezetenen.

Bijdrage aan (inter-)nationale organisaties

Het budget voor bijdrage aan (inter-)nationale organisaties is voor 100% juridisch verplicht. Dit zijn deelnemersbijdragen aan organisaties op het gebied van kunstmatige intelligentie, internationale gegevensuitwisseling en internationale overheidsdienstverlening.

Bijdrage aan agentschappen

Het budget voor bijdrage aan agentschappen is voor 90,5% juridisch verplicht. Het betreft bijdragen aan onder andere Logius en de Rijksdienst voor Identiteitsgegevens (RvIG) voor het beheren en doorontwikkelen van diverse voorzieningen voor de Digitale Overheid. RvIG ontvangt verder een bijdrage voor ondersteuning van burgers bij identiteitsfraude. Daarnaast ontvangt het UBR een bijdrage voor het Basiswettenbestand, Open Data Portaal en Overheid.nl.

Bijdrage aan andere begrotingshoofdstukken

Het budget voor bijdrage aan andere begrotingshoofdstukken is voor 100% juridisch verplicht. Het betreft een bijdrage aan de begroting van het Ministerie van Buitenlandse Zaken voor het verstrekken van DigiD's in het buitenland.

  • E. 
    Toelichting op de financiële instrumenten

6.2 Overheidsdienstverlening, informatiebeleid en informatiesamenleving Subsidies (regelingen)

Overheidsdienstverlening

De Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) ontvangt een subsidie om gemeenten te ondersteunen bij de verbetering van dienstverlening aan inwoners en ondernemers. Tevens ontvangt de VNG een bijdrage om de bestuurlijke verantwoording plaats te laten vinden in de gemeentelijke planning- en controlcyclus. Ook worden middelen beschikbaar gesteld voor de VNG ten gunste van een aanjaagteam om de digitale inclusie te bevorderen.

Eveneens worden, ten behoeve van de bevordering van digitale inclusie, subsidies verleend aan lokale initiatieven en voor het uitvoeren van onderzoeken naar digitale bewustzijn.

Tot slot worden middelen beschikbaar gesteld aan publieke partners voor de uitvoering van gemeenschappelijke uitdagingen onder andere op het gebied van Articifial Intelligence (AI) en Blockchain.

Opdrachten

Informatiebeleid

Het Ministerie van BZK is verantwoordelijk voor verschillende elektronische publicaties waaronder www.wetten.nl en de Staatscourant en voor de digitale infrastructuur waarmee decentrale overheden hun algemene bekendmakingen en kennisgevingen publiceren. Daarnaast worden er opdrachten verstrekt voor een onder meer een onderzoek onder gebruikers naar tevredenheid en verbeterpunten van het stelsel van basisregistraties.

Overheidsdienstverlening

Het Ministerie van BZK verstrekt opdrachten voor het uitvoeren van het Startup in Residence-programma. Het programma heeft onder andere de doelstellingen om samen met start-ups maatschappelijke vraagstukken op te lossen en de start-up manier van werken onder de aandacht van ambtenaren te brengen. Tijdens dit programma werken startups en overheidsinstanties nauw samen aan maatschappelijke uitdagingen. De challenges vinden plaats in rondes. Eerst vindt er een selectieprocedure plaats, daarna doorlopen de gekozen startups en ambtenaren een begeleidingstraject waar de oplossingen verder worden uitgewerkt.

Informatiesamenleving

Het Ministerie van BZK doet periodiek onderzoek naar stand van zaken van gebruik van technologieën in de publieke sector, zo ook in 2022. TNO heeft een quick scan gedaan naar AI in de publieke sector en Significant Insights heeft een tool ontwikkeld om snel overheidswebsites te doorzoeken. Met behulp van deze en andere tools monitort BZK sinds 2018 periodiek AI in de publieke sector. Daarnaast ondersteunt BZK use cases in de publieke sector. Daarbij worden deelopdrachten gegeven voor de ontwikkeling van innovatieve oplossingen voor maatschappelijke vragen in de publieke sector in het bijzonder Artificial Intelligence.

In het kader van vermindering regeldruk voor burgers onderzoekt Sira de ontwikkelingen van de Generatietoets.

In 2021 heeft PUBLIC een rapport uitgebracht met aanbevelingen om GovTech binnen het ministerie van BZK en in Nederland te versterken. Als vervolg daarop zullen opdrachten verstrekt worden om enkele aanbevelingen uit het rapport te realiseren.

Ondersteuning koepels implementatie Woo

De Wet open overheid (Woo) treedt naar alle waarschijnlijkheid in de eerste helft van 2022 in werking. Komend jaar staat daarom in het teken van de implementatie en uitvoering van de Woo. In 2022 worden opdrachten verstrekt om de implementatie en uitvoering van de Woo verder vorm te geven, te ondersteunen en te onderzoeken.

Bijdrage aan ZBO's/RWT's

CBS

Het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) ontvangt een bijdrage voor het leveren van inhoudelijke adviezen aan ondernemers op het Digitaal Ondernemersplein. Daarnaast ontvangt het CBS bijdragen voor het ontwikkelen van data en AI modellen voor maatschappelijke vragen.

KvK

De Kamer van Koophandel (KvK) ontvangt een bijdrage voor het beheer en de exploitatie van het Digitaal Ondernemersplein. Via het Ondernemers-plein vinden ondernemers informatie en advies van de (semi-)overheid over alles wat zij nodig hebben om te ondernemen.

ICTU

ICTU stimuleert het gebruik van de Nederlandse Overheid Referentie Architectuur (NORA) en de doorwerking ervan naar sectoren. Hiervoor onderhoudt ICTU de teksten en uitleg van NORA, met name op actuele beleidsonderwerpen zoals data, AI, eID, het stelsel van basisregistraties en regie op gegevens. In 2022 zal NORA de relatie met de nieuwe overall architectuur van de Generieke Digitale Infrastructuur (GDI) leggen.

Verder ontvangt ICTU een bijdrage voor activiteiten voor de Single Digital Gateway (SDG). Het betreft ondersteuning in contacten met Nederlandse overheidspartijen, belanghebbenden en de Europese Commissie ter uitvoering van de SDG. Daarnaast voert ICTU activiteiten uit om overheidsorganisaties te stimuleren de SDG in Nederland te implementeren.

ICTU ontvangt ook een bijdrage voor de ondersteuning bij het onderzoeken en implementeren van verbeteringen in het stelsel van basisregistraties, zoals aan de Tweede Kamer is gemeld in de brief van 18 november 2020 (Kamerstukken II 2020/21, 27859, nr. 149).

Ook worden middelen beschikbaar gesteld voor ondersteuning bij de invoering van regie op gegevens. ICTU draagt onder meer bij aan kennisuitwisseling over het delen van persoonsgegevens, aan begeleiding van experimenten, aan het onderhoud van de Referentiearchitectuur Regie op Gegevens en onderzoek naar verbetering van de gebruikersbeleving rond regie op gegevens.

Tenslotte ontvangt ICTU een bijdrage voor het stimuleren van het respons-en herstelvermogen van de overheid. Zodoende wordt een vervolg gegeven aan de overheidsbrede cyberoefeningen van de jaren 2019, 2020 en 2021 en ligt het accent op oefenen, kennisdelen en het stimuleren van testen bij de overheid.

Diverse bijdragen

Het Centrum Informatiebeveiliging en Privacybescherming (CIP) (onderdeel van het UWV) ontvangt een bijdrage voor het ondersteuningsprogamma Baseline Informatiebeveiliging Overheid (BIO) en Inkoopeisen Cybersecurity Overheid (ICO). De overheid heeft de verantwoordelijkheid om de gegevens die haar zijn toevertrouwd te beschermen. Overheden dragen om die reden zorg voor veilige systemen en processen én veilige online dienstverlening. De overheid gaat dan ook door met de overheidsbrede implementatie van de Baseline Informatiebeveiliging Overheid (Stcrt. 2019, 26526) en stimuleert het veilig inkopen van hard- en software.

Bijdrage aan medeoverheden

Gemeenten

Het Ministerie van BZK geeft een bijdrage aan gemeenten die DigiD's aan niet-ingezetenen verstrekken.

Bijdrage aan (inter-)nationale organisaties

Digitale dienstverlening

De stichting Routerings Instituut (Inter)Nationale Informatiestromen (RINIS) ontvangt een bijdrage voor het beheer en de doorontwikkeling van het nationale knooppunt in het eDelivery-netwerk voor internationale gegevensuitwisseling tussen overheidspartijen.

Bijdrage aan agentschappen

RVO.nl

De Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO.nl) ontvangt een bijdrage voor het beheren en doorontwikkelen van enkele digitale overheidsvoorzieningen voor bedrijven, zoals de berichtenbox voor bedrijven. Ook maakt RVO.nl informatie over wet- en regelgeving van de overheid voor ondernemers beter toegankelijk en ontsluit deze vanuit het perspectief van de ondernemer via het Digitaal Ondernemersplein.

eIDAS verzorgt de Nederlandse aansluiting op het Nederlandse elektronische identiteitsstelsel (eID stelsel). Nederlandse overheden kunnen zo EU burgers in laten loggen op hun dienstverlening met hun eigen nationale eID middel. Nederlanders kunnen in de nabije toekomst ook inloggen met hun DigiD of eHerkenningsmiddel.

Ook ontvangt RVO.nl een bijdrage voor uitvoerende activiteiten die zijn gerelateerd aan de Peppolautoriteit voor e-factuur en e-procurement berichten, dat sinds 1 oktober 2020 formeel is belegd bij het Ministerie van BZK. RVO.nl heeft deze taken in gezamenlijkheid met Logius opgepakt.

RVO ontvangt eveneens een bijdrage voor de uitvoering van en de beleids-gelden voor de innovatiecompetities Small Business Innovation Research (SBIR). Sinds 2019 organiseert het Ministerie van BZK een eerste fase van deze innovatiecompetitie waarmee maatschappelijke vragen worden opgelost. In 2022 volgt de 2e fase van SBIR mensgerichte AI en Blockchain en de eerste fase van een nieuwe SBIR.

UBR

Uitvoeringsorganisatie Bedrijfsvoering Rijk (UBR) ontvangt een bijdrage voor het beheer van onder andere Wetten.nl, Overheid.nl en de Staatscourant. Daarnaast ontvangt UBR een bijdrage voor de implementatie en dóórontwikkeling van de Platform Openbare Overheidsinformatie (PLOOI). Het doel is om een centraal punt te realiseren waar onder andere burgers, ondernemers, wetenschappers en journalisten alle actief openbaar gemaakte informatie van de overheid duurzaam en in samenhang kunnen vinden.

Agentschap Telecom

Agentschap Telecom ontvangt een bijdrage voor het uitvoeren van toezicht op het stelsel van elektronische toegangsdiensten (eTD) in het bedrijven-domein. Het toezicht op het afsprakenstelsel ETD bestaat uit inspecties, rapporteren, adviseren, ondersteunen van de commissie van deskundigen en de minister, samenwerken en communicatie. Daarnaast ontvangt AT een bijdrage voor het uitvoeren van toezicht op het Pan-European Public Procurement Online (PEPPOL) afsprakenstelsel dat de infrastructuur levert om e-factuur en e-procurement berichten uit te kunnen wisselen.

Logius

Logius ontvangt een bijdrage voor de doorontwikkeling van MijnOverheid: de centrale plaats binnen de dienstverlening van de overheid die de informatiepositie van burgers versterkt. Met politieke toezeggingen als basis, betekent dit concreet:

  • Een bredere inzet van de berichtenbox door de notificatieservice geschikt te maken voor berichten volgens de Wet Elektronische Bekendmakingen.
  • Vergroting van het aanbod van getoonde gegevens uit de basisregistraties en het mogelijk maken van en ondersteunen bij het recht op correctie van deze gegevens. Inzichtelijk maken aan wie deze gegevens worden verstrekt en het mogelijk maken om regie te kunnen voeren over wel/niet verstrekken van gegevens Basis Registratie Personen (BRP) aan het maatschappelijk middenveld.
  • Het op orde brengen van de informatiebeveiliging door te voldoen aan Europese (elDAS) en landelijke (WDO) wetgeving.
  • Het uitvoeren van verkenningen naar uitbreiding van de doelgroep.
  • Het werken volgen de principes van «gebruiker centraal» door MijnOverheid in samenhang te brengen met Rijksoverheid.nl en Overheid.nl en het uitvoeren van 'continu burgeronderzoek'.

Tevens ontvangt Logius een bijdrage voor het afsprakenstelsel Standard Business Reporting (SBR) voor de dienstverlening van digipoort en de inzet van stelsels en standaarden ten behoeve van de governance SBR, KC XBRL, SBR verbreding en internationaal.

Verder ontvangt Logius middelen voor het Forum Standaardisatie. Open standaarden dragen bij aan een veilige en betrouwbare digitale overheid voor burgers en ondernemers en het Forum bevordert overheidsbreed de adoptie en implementatie van open standaarden.

Daarnaast worden middelen beschikbaar gesteld voor de doorontwikkeling en voor het beheer en exploitatie van het elD-stelsel (BSNk, Routerings-voorziening).

Voor het (technische) beheer van het (afspraken)stelsel van elektronische toegangsdiensten (eTD), voor ondersteuning van overheidsuitvoerders bij het aansluiten op eHerkenning en communicatie naar ondernemers ontvangt Logius eveneens een bijdrage.

Logius ontvangt ook een bijdrage voor uitvoerende activiteiten die zijn gerelateerd aan de Peppolautoriteit voor e-factuur en e-procurement berichten, die sinds 1 oktober 2020 formeel is belegd bij het ministerie van BZK. Logius heeft deze taken in gezamenlijkheid met RVO opgepakt.

Tot slot ontvangt Logius een bijdrage voor DigiToegankelijk.nl. Dit betreft de ondersteuning aan overheidsorganisaties bij het implementeren van de toegankelijkheidsrichtlijn WCAG2.1.

RvIG

De Rijksdienst voor Identiteitsgegevens (RvIG) ontvangt een bijdrage voor de beheervoorziening Burgerservicenummer (BV-BSN). De BV-BSN zorgt voor het toekennen van een uniek Burgerservicenummer bij inschrijving in de Basisregistratie Personen en het beheer van deze nummers om een efficiënte koppeling tussen burgers en instanties te maken. Deze voorziening wordt als onderdeel van de digitale basisinfrastructuur sinds 2020 bijna geheel doorbelast aan de gebruikers.

Ook ontvangt de Rijksdienst voor Identiteitsgegevens een bijdrage voor het beheer van het Meldpunt Fouten in Overheidsregistraties, dat burgers en ondernemers helpt bij het (laten) herstellen van vermoedelijk onjuiste gegevens in overheidsregistraties.

Bijdrage aan (andere) begrotingshoofdstukken

Ministerie van Buitenlandse Zaken

Het Ministerie van Buitenlandse Zaken ontvangt een bijdrage voor de uitgifte van DigiD's in het buitenland.

6.5 Identiteitstelsel

Opdrachten

Identiteitsstelsel

Een veilig en betrouwbaar identiteitsstelsel is nodig voor de vaststelling van wie welke rechten en plichten heeft. De belangrijkste elementen van het huidige identiteitsstelsel zijn de BRP en het stelsel van paspoorten en identiteitskaarten. Het Ministerie van BZK heeft voor uitbreiding van het identiteitsstelsel een visie voor digitale identiteit (Kamerstukken II 2020/21,26643, nr. 743) opgesteld en werkt in dat kader aan een digitale bronidentiteit.

Bijdrage aan ZBO's/RWT's

Diverse bijdragen

Het betreft een bijdrage voor het programma Landelijke Aanpak Adreskwaliteit voor onderzoek (LAA) voor onderzoek door het Centraal Bureau voor de Statistiek naar de kwaliteit van de adresgegevens in de Basisregistratie personen.

Bijdrage aan agentschappen

RvIG

De Rijksdienst voor Identiteitsgegevens (RvIG) ontvangt een bijdrage voor het beheer, onderhoud, vernieuwing en verbetering van de centrale voorzieningen voor de BRP en voor beheer en onderhoud van de Persoonsinfor-matievoorziening Nederlandse Antillen en Aruba Verstrekkingen (PIVA-V). De BRP bevat persoonsgegevens van ingezetenen (inwoners) van

Nederland en niet-ingezetenen met een band met de Nederlandse overheid. Deze gegevens worden door circa 800 overheidsorganisaties en derden gebruikt ten behoeve van de uitvoering van hun wettelijke taken. Sinds 2021 wordt gewerkt met een meerjarige ontwikkelagenda, voor het stapsgewijs verbeteren en vernieuwen van de BRP. In 2021 zijn eerste stappen gezet om de registratie van niet-ingezetenen in de BRP, met name arbeidsmigranten, te verbeteren. Dit om beter zicht te krijgen op verblijf van niet-ingezetenen in Nederland, tijdige registratie als ingezetene bij vestiging in Nederland en om contactmogelijkheden van de overheid met niet-ingezetenen in binnen-en buitenland te verbeteren. In 2022 wordt daar verder aan gewerkt, en zal gestart gaan worden met het registreren van tijdelijke verblijfsadressen van arbeidsmigranten. Hiervoor wordt een wettelijke grondslag gecreëerd met een Experimenteerbesluit BRP. Een andere verbetering is het bieden van betere inzagemogelijkheden in de verstrekkingen uit de BRP voor geregi-streerden.

Naast verbeteringen en vernieuwingen wordt doorlopend gewerkt aan de kwaliteit van de gegevens. Het adresgegeven uit de BRP wordt in veel regelingen gebruikt bij het bepalen van welke rechten en plichten een burger heeft. RvIG ontvangt een bijdrage voor de Landelijke Aanpak Adreskwaliteit (LAA).

Het is belangrijk dat burgers melding kunnen doen als hun identiteitsgegevens onjuist zijn of onjuist gebruikt worden. RvIG ontvangt een bijdrage voor activiteiten rondom ondersteuning van burgers bij identiteitsfraude en fouten in overheidsregistraties.

Binnen het stelsel van paspoorten en identiteitskaarten staan de aanvraag, uitgifte, en registratie van paspoorten en identiteitskaarten centraal. De Minister van BZK is verantwoordelijk voor het beheer van de stelselvoor-zieningen (zoals het basisregister reisdocumenten en de aanvraagstations bij uitgevende instanties) en houdt toezicht op de uitvoering van de Paspoortwet (Ppw) door de uitgevende instanties. Het Ministerie van BZK werkt in 2022 verder aan verbetering van het stelsel in een meerjarig programma.

6.6 Investeringspost digitale overheid

De Investeringspost digitale overheid is bestemd voor gezamenlijke doorontwikkeling en innovatie van de digitale overheid, waaronder de GDI. De bestemming van de Investeringspost wordt afgestemd in het Overheidsbreed Beleidsoverleg Digitale Overheid en wordt opgenomen in de Inves-teringsagenda Digitale Overheid.

Subsidies (regelingen)

Doorontwikkeling en innovatie digitale overheid

Op basis van ingediende en goedgekeurde voorstellen ontvangen organisaties die een bijdrage leveren aan de doorontwikkeling van de digitale overheid een subsidie uit de investeringspost.

Onder andere de VNG ontvangt een subsidie voor het project Totaal Driedimensionaal, dat betrekking heeft op het realiseren van een complete driedimensionale informatieketen.

Opdrachten

Dóórontwikkeling en innovatie digitale overheid

Om innovatie te stimuleren, is budget gereserveerd voor het interbestuurlijk aanpakken van maatschappelijke uitdagingen. Waaronder ook het verbeteren van de overheidsdienstverlening en basisinfrastructuur. Hiermee worden partijen in de gelegenheid gesteld om gezamenlijk tot oplossingen te komen. Het doel hierbij is om door middel van het initiëren van een creatief denkproces nieuwe digitale technologieën te ontwikkelen. Dit in relatie tot de drie onderliggende pijlers: ontwikkelen kennisnetwerk, begeleiden use-cases en het uitdagen van de markt. De besluitvorming vindt plaats conform de spelregels van het Instellingsbesluit Sturing Digitale Overheid.

Bijdrage aan ZBO's/RWT's

ICTU

ICTU ontvangt een bijdrage voor het realiseren van een digitale markt en een inclusieve digitale maatschappij. Om de grensoverschrijdende uitoefening door burgers en bedrijven van hun interne marktrechten zo effectief mogelijk te maken, moeten EU-overheidsdiensten verschillende uitdagingen aangaan rond de levering van betere diensten die volledig gedigitaliseerd zijn.

RDW

De RDW ontvangt een bijdrage voor het verkennen van nieuwe dienstverleningsconcepten. Daarnaast ontvangt de RDW een bijdrage voor ondersteuningen van kwetsbare groepen.

Bijdrage aan agentschappen

RVO.nl

Het Innovatiebudget komt voort uit de Agenda Digitale Overheid (NL DIGIBeter). De overheid zet in op innovatie bij overheden om de integrale digitale dienstverlening te verbeteren. RVO.nl ontvangt hiervoor een bijdrage .

Om het vertrouwen in AI te versterken en te behouden, ontvangt RVO.nl een bijdrage voor SBIR-Innovatiecompetitie. Het is cruciaal dat AI mensgericht is en zo bijdraagt aan de welvaart en welzijn. Ook wordt hiermee bijgedragen aan het Strategische Actieplan voor Artificiële Intelligentie (SAPAI).

Logius

Voor de innovatieve doorontwikkeling van de GDI voorzieningen ontvangt Logius, als de grootste uitvoeringsorganisatie voor deze voorzieningen, een bijdrage voor diverse opdrachten die voortvloeien uit de investerings-agenda.

RvIG

De Rijksdienst voor Identiteitsgegevens (RvIG) verkent mogelijkheden om nieuwe technieken en kennis in te zetten voor vernieuwing van het identi-teitsstelsel. Er wordt onderzocht of er een nieuwe manier van verstrekken van gegevens uit de BRP mogelijk is, waardoor het gebruik van schadu-wadministraties zou kunnen worden teruggedrongen en beter toezicht op gebruik van de gegevens mogelijk wordt. Ook worden er experimenten uitgevoerd in het kader van digitale identiteit.

AZ-DPC

De Dienst Publiek en Communicatie (DPC) ontvangt een bijdrage voor de modernisering van de openbaarmaking van overheidsinformatie.

6.7 Hoogwaardige dienstverlening één overheid

Opdrachten

Hoogwaardige dienstverlening één overheid

Deze middelen zijn beschikbaar gesteld voor maatregelen die toezien op verbetering in de dienstverlening in het kader van de Parlementaire Onder-vragingscommissie Kinderopvangtoeslag (POK). Er wordt toegewerkt naar één overheid waarbij wij begrijpelijke, hoogwaardige en toegankelijke integrale en geïntegreerde dienstverlening aanbieden. Daarbij staat een goede communicatie en een mensgerichte aanpak centraal. Momenteel wordt er een governance structuur opgezet die vanaf 2022 besluit over de aanwending van deze middelen. In afwachting van deze interbestuurlijke governancestructuur, worden de middelen op het instrument Opdrachten geplaatst.

Ontvangsten

De ontvangsten hebben betrekking op het afrekenen van subsidies indien de definitieve subsidietoekenning lager is dan het betaalde voorschot.

3.7 Artikel 7. Werkgevers- en bedrijfsvoeringsbeleid

  • A. 
    Algemene doelstelling

De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) streeft naar een overheid die haar maatschappelijke taken optimaal uitvoert en waar de samenleving op kan vertrouwen.

De minister draagt hieraan bij door randvoorwaarden te creëren voor het optimaal en duurzaam functioneren van overheidsorganisaties én in het bijzonder voor een efficiënte en effectieve bedrijfsvoering.

  • B. 
    Rol en verantwoordelijkheid

De Minister van BZK heeft bij het streven naar een goed functionerende (rijks)overheid vooral een regisserende rol. Dit houdt in dat de minister zorgt voor kennis over het functioneren van de overheid en met het oog op het optimaal functioneren kaders vaststelt en deze monitort en evalueert. Daarnaast heeft de minister coördinerende bevoegdheden waar het gaat om de organisatie en bedrijfsvoering van het Rijk.

De rol en verantwoordelijkheid die de Minister van BZK heeft, verschilt per onderwerp. Dit geldt ook voor de reikwijdte: de gehele publieke sector of de gehele overheid, de gehele rijksoverheid of de rijksdienst/ministeries. Voor een aantal onderwerpen heeft de minister een breder scope. Dit geldt bijvoorbeeld voor deze onderwerpen:

  • de rechtspositie en arbeidsvoorwaarden van ambtenaren (overheidsbreed);
  • de overheidspensioenen (publieke sector)
  • een adequaat overlegstelsel en kennispositie van overheidswerkgevers en werknemers over arbeidsvoorwaarden (overheidsbreed);
  • de normering en openbaarmaking van topinkomens (gehele publieke en semi-publieke sector).

Stimuleren

  • De Minister van BZK stimuleert onder andere met subsidies diverse doelen ter bevordering van professioneel werkgeverschap zoals bijvoorbeeld het vergroten van de aantrekkingskracht van het werken bij de overheid bij jongeren en het bevorderen van de kwaliteit van overheidsmanagers.
  • De Minister van BZK stimuleert kennisontwikkeling door bij te dragen aan onderzoek, bijvoorbeeld op het vlak van het functioneren van de overheid.
  • De Minister van BZK stimuleert het creëren van baankansen voor arbeidsbeperkten, onder meer door in te zetten op partnerschappen tussen overheidswerkgevers en leveranciers (social return).
  • De Minister van BZK stimuleert de mogelijkheden voor duurzaam samenwerken door rijksbreed vergaderen mogelijk te maken. Dit draagt bij aan het imago van de overheid als aantrekkelijke werkgever. Er wordt gewerkt aan rijksbrede samenwerkingsafspraken en deze zullen worden getest in pilots.
  • De Minister van BZK stimuleert kennisdeling over het verminderen van agressief gedrag tegen publieke werkers. Dit draagt bij aan aantrekkelijk werkgeverschap.

Financieren

  • Een goede samenwerking tussen werknemers, werkgevers en kabinet draagt bij aan de kwaliteit van de publieke sector. Om die reden ondersteunt de minister waar nodig deelnemende partijen met kennis en subsidies om de aanpak van gezamenlijke inhoudelijke opgaven mogelijk te maken. Een voorbeeld hiervan is het subsidiëren van samenwerking en overleg tussen overheidswerkgevers en met werknemersorganisaties rondom pensioenen, de ambtelijke rechtspositie en banen voor mensen met een arbeidsbeperking. Dit draagt bij aan het bevorderen van de aantrekkelijkheid van de overheid als werkgever.

Regisseren

  • De Minister van BZK heeft kaderstellende en coördinerende bevoegdheden met betrekking tot de organisatie en inrichting van de rijksoverheid.
  • De Minister van BZK heeft coördinerende bevoegdheden met betrekking tot de bedrijfsvoering van het Rijk en is verantwoordelijk voor de werking van het stelsel.
  • De Minister heeft een regisserende rol voor het stelsel waarin (organisaties van) werkgevers en werknemers in verschillende overheids- en onderwijssectoren afspraken maken over de collectieve arbeidsvoorwaarden.
  • De Minister van BZK heeft rijksbreed een regisserende rol bij het personeelsbeleid van de rijksdienst en bij de realisatie van de banenafspraak binnen de rijksdienst. Als het gaat om de integriteit van medewerkers, de rechtspositie van ambtenaren, het ambtelijk vakmanschap, arbeidsvoorwaarden en pensioenen, dan heeft deze rol betrekking op de gehele overheid.
  • Op het gebied van rijksbrede huisvesting, inkoop en faciliteiten stelt de Minister van BZK kaders op voor een efficiënte, effectieve en duurzame bedrijfsvoering. Bij het vervullen van deze kaderstellende rol is er aandacht voor maatschappelijke verantwoordelijkheid en de voorbeeldrol van de rijksoverheid richting partners. Het gaat daarbij om het benutten van inkoopkracht voor het realiseren van maatschappelijk effect (de duurzame, sociale en innovatieve transitie van Nederland) en in de masterplannen voor de Rijkskantoorhuisvesting wordt rekening gehouden met kabinetsbrede ambities op het terrein van duurzaamheid.
  • De Minister van BZK kan op het gebied van informatievoorziening en ICT, na overleg met andere ministeries, kaders vaststellen ter bevordering van de eenheid, de kwaliteit of de efficiëntie van informatiesystemen binnen de Rijksdienst. Daarbij kan hij werkzaamheden en voorzieningen aanwijzen die door alle of een daarbij aangegeven deel van de ministeries zullen worden uitgevoerd. Ook kan de Minister van BZK kaders vaststellen voor de wijze waarop gegevens over informatiesystemen wordt verstrekt. De benoeming en het ontslag van een departementale Chief Information Officer (CIO) kan alleen plaatsvinden na overleg met de Minister van BZK.
  • De Minister van BZK regisseert de versterking van kennis en kunde over digitalisering bij het Rijk.
  • Tenslotte houdt de Minister van BZK toezicht op de integrale beveiliging en veiligheid van de Rijksdienst.

Uitvoeren

  • De Minister van BZK zorgt ervoor dat het Rijk zich in de arbeidsmarktcommunicatie als één werkgever profileert en als één werkgever werft.
  • De Minister van BZK zorgt in samenwerking met de andere ministeries voor het realiseren van een hoogwaardig leidinggevend kader in de Rijksdienst. Dit gebeurt door middel van werving en selectie, loopbaanbegeleiding en een gericht leer- en ontwikkelaanbod voor een grote groep (top)managers.
  • De Minister van BZK ondersteunt de departementen bij de doelstelling om het percentage vrouwen in topfuncties verder te laten stijgen.
  • De Minister van BZK voorziet via shared service organisaties de Rijksdienst van generieke voorzieningen voor bijvoorbeeld faciliteiten, huisvesting, personeelszaken en ICT. Deze dienstverlening zal conform het klimaatakkoord en de inkoopstrategie van het Rijk zoveel mogelijk duurzaam aangeboden worden.
  • De Minister van BZK werkt aan een rijksbrede, duurzaam toegankelijke informatiehuishouding via het programma Open op Orde 2021-2026. Het meerjarige Rijksprogramma voor Duurzame Digitale Informatiehuishouding (RDDI) is hierin geïntegreerd. Bewustzijnscampagnes en opleidingen voor ambtenaren op het gebied van het omgaan met en beheren van informatie maken onderdeel uit van het programma. Verder wordt enerzijds - vanwege de verwachte vraag naar capaciteitsuitbreiding - via een rijksbrede arbeidsmarktcampagne het werken bij de overheid op gebied van informatiehuishouding onder de aandacht gebracht. Anderzijds wordt ook de impact van het programma Open op Orde op de ICT-voorzieningen van de Rijksdienst in kaart gebracht.
  • De Minister van BZK voorziet in een aantal generieke ICT-voorzieningen voor de Rijksdienst, ter bevordering van eenheid, veiligheid, kwaliteit en efficiëntie van de bedrijfsvoering en van samenwerking tussen rijksambtenaren. Daarnaast werkt zij aan versterking van de kennis en kunde over digitalisering bij het Rijk.
  • De Minister van BZK stuurt door middel van de Masterplannen op de samenstelling en kwaliteit van de Rijkskantoren.
  • De Minister van BZK draagt zorg voor de toepassing van het kader Functionele Werkomgeving Rijk (FWR) in Masterplanprojecten. De FWR maakt het mogelijk dat ambtenaren op een veilige en comfortabele manier, flexibel kunnen werken.
  • De Minister van BZK draagt zorg voor de samenwerking op het gebied van integrale beveiliging en veiligheid over departementale grenzen heen.
  • De Minister van BZK is verantwoordelijk voor de uitvoering van pensioenregelingen van Nederlandse ambtenaren uit de voormalige overzeese gebiedsdelen en hun nagelaten betrekkingen.
  • C. 
    Beleidswijzigingen

Parlementair Onderzoek Kinderopvangtoeslag (POK)

Het rapport 'Ongekend onrecht' maakt duidelijk dat er veranderingen nodig zijn. Niet alleen in het systeem van toeslagen, bij de Belastingdienst, bij Toeslagen en bij de betrokken ministeries. Het rapport noodzaakt dat we in brede zin kritisch kijken naar het functioneren van de hele (Rijks)overheid.

In de kabinetsreactie is dan ook een fors pakket aan maatregelen gepresenteerd. Deze betreffen herstel en toeslagen, responsieve dienstverlening (bijv. geen verkeerde deur principe, feedback loop) responsieve overheid (bijv. ruimte voor maatwerk in wetgeving), informatievoorziening (actieve openbaarmaking), informatiehuishouding en ambtelijk vakmanschap.

De aangekondigde maatregelen vergen majeure veranderingen die niet zomaar zijn gerealiseerd. Niettemin is in korte tijd al een aantal betekenisvolle stappen gezet. Bijvoorbeeld op het terrein van BZK:

  • Het kabinet wilde transparanter zijn. Per 1 juli 2021 is gestart met het openbaar maken van onderliggende beslisnota's bij kamerbrieven. Daarin zullen ook persoonlijke beleidsopvattingen geanonimiseerd openbaar worden gemaakt.
  • Binnen het hele Rijk vinden gesprekken en trainingen plaats over ambtelijk vakmanschap, als randvoorwaardelijk voor de beoogde rijksbrede verandering. Daarbij wordt een «levende» code voor en door ambtenaren ontwikkeld.
  • We wensen te opereren als één responsieve overheid. In overleg met de verschillende departementen en VNG/gemeenten wordt gewerkt aan een programma gericht op de versterking van de (integrale) dienstverlening en het stimuleren van systeemleren.

De POK-maatregelen houden nauw verband met de maatregelen die eerder zijn aangekondigd in de kabinetsreactie op het ongevraagd advies van de Raad van State over ministeriele verantwoordelijkheid, het traject Werk aan uitvoering en het bredere debat over de bestuurscultuur.

I-strategie Rijk 2021-2025

De overheidsdienstverlening aan burgers, bedrijven en instellingen vindt steeds vaker plaats in de digitale omgeving. De Corona pandemie heeft bijgedragen aan de versnelling van deze digitale transitie. Inmiddels kan worden gesteld dat informatievoorziening en ICT vitaal zijn voor het functioneren van de samenleving. In de I-strategie Rijk 2021-2025 staan de prioriteiten van de Chief Information Officers (CIO's) voor de verbetering van informatievoorziening van het Rijk. De I-strategie draagt bij aan meerdere maatschappelijke opgaven. Zoals efficiënte overheidsprocessen, betere digitale dienstverlening voor burgers en bedrijven door datagedreven werken en een betere betrokkenheid van burgers bij het democratisch proces.

Randvoorwaarde voor het realiseren van de doelstelling is dat informatie-voorzienig datagedreven, klantgericht, transparant en veilig is en voldoet aan de privacywetgeving. Een ander belangrijk aspect is de versterking van I-kennis en -kunde bij de medewerkers om zo een toekomstbestendig I-vakmanschap op te bouwen.

De parlementaire ondervragingscommissie Kinderopvangtoeslag (POK) heeft aangetoond dat informatievoorziening richting burgers en parlement onvoldoende op orde is. Ter verbetering hiervan coördineren we diverse maatregelen uit de kabinetsreactie op het rapport 'Ongekend onrecht'. Dit betreft onder meer de maatregelen ter verbetering van de informatiehuishouding van de Rijksoverheid, waarvoor nog in 2021 een regeringscommissaris is aangesteld (Kamerstukken II 2020/21,35510, nr. 4). In dit verband geven we in 2022 verder uitvoering aan het actieplan 'Open op orde', waarbij een goede samenhang wordt gezocht van maatregelen op centraal niveau en specifieke maatregelen bij individuele Rijksonderdelen (Kamerstukken II 2020/21, 29362, nr. 291).

De rijksbrede informatiebeveiliging heeft de komende jaren de hoogste prioriteit. De focus zal primair liggen op weerbaarheid door de versterking van het stelsel door middel van rijksbrede kaders en afspraken en het bevorderen van rijksbrede samenwerking. Ook zetten we in op gerichte maatregelen voor preventie, detectie en respons onder meer door middel van kennisdeling. Hieronder valt de uitbreiding van het Nationaal Detectie Netwerk (NDN). Ook leveren we een bijdrage aan ontwikkeling van de Nationale Cryptostrategie (NCS), waardoor cryptografische beveiligingsmaatregelen om gevoelige informatie te beschermen in de toekomst beschikbaar blijven.

Ter versterking van het CIO-stelsel zetten we in 2022 een aantal vervolgstappen in de interdepartementale implementatie het van in 2021 vastgestelde Besluit CIO-stelsel Rijksdienst. Zo wordt uitvoering gegeven aan de meerjarige departementale Informatieplannen.

Ter bevordering van meer transparantie in ICT-kosten en inzicht in de staat van onze informatievoorziening, starten we met de transformatie van het huidige Rijks ICT-dashboard, waarbij de nadruk steeds meer komt te liggen op maatschappelijk toegevoegde waarde van ICT en IV. De uitbreiding van het ICT-dashboard met inzicht in beheer- en onderhoudsaspecten is daarbij een eerste stap.

Ook wordt steeds duidelijker dat er kansen liggen om sneller en beter gebruik te maken van onze data (datagedreven werken). En dat er ethische vragen zijn bij het gebruik van data en algoritmen. Er wordt onderzoek gedaan naar de opkomende rol van Chief Data Office (CDO) en de wijze waarop deze functie binnen het CIO-stelsel kan worden geborgd.

  • D. 
    Budgettaire gevolgen van beleid
 

Tabel 18 Budgettaire gevolgen van

beleid art. 7 Werkgevers-

en bedrijfsvoeringsbeleid (bedragen x € 1.000)

 
 

2020

2021

2022

2023

2024

2025

2026

Verplichtingen

39.149

104.975

193.597

188.016

161.251

160.572

157.021

 

Uitgaven

36.415

104.975

193.597

188.016

161.251

160.572

157.021

 

7.1 Werkgevers- en bedrijfsvoeringsbeleid

28.721

97.366

186.759

181.678

155.413

155.234

152.183

Subsidies (regelingen)

Diverse subsidies

1.235

638

662

662

662

662

662

Overlegstelsel

2.310

1.998

2.901

2.901

2.901

2.901

2.901

Bedrijfsvoeringsbeleid

227

505

205

205

205

205

205

Kwaliteit management rijksdienst

0

26

26

26

26

0

0

Opdrachten

Bedrijfsvoeringsbeleid

1.662

6.932

8.396

4.368

3.796

3.550

4.015

Kwaliteit management rijksdienst

2.259

2.827

2.778

2.778

2.778

2.804

2.804

Werkgeversbeleid

1.536

2.038

1.858

1.908

1.924

1.924

1.924

Doorontwikkeling Rijksbrede ICT-voorziening

108

3.031

93

0

0

0

0

Informatiehuishouding

0

52.730

148.000

149.000

124.000

124.000

124.000

POK - Ambtelijk Vakmanschap

0

4.619

4.786

4.436

4.190

4.190

1.000

POK - Staat van de Uitvoering

0

2.400

2.600

2.300

2.200

2.100

2.100

POK - Leiderschap, diversiteit en inclusie

0

1.400

1.725

1.175

1.225

1.275

1.075

POK - Bevorderen veilig werk- en meldklimaat

0

55

874

495

269

310

279

POK - Ondersteuning van melders van misstanden

0

133

626

676

133

213

133

Bijdrage aan ZBO's/RWT's

Bedrijfsvoeringsbeleid

581

1.043

0

0

0

0

0

Werkgeversbeleid

2.057

1.700

1.700

1.700

2.100

2.100

2.100

POK - Bevorderen veilig werk- en meldklimaat

0

134

267

267

267

267

267

POK - Ondersteuning van melders van misstanden

0

0

828

828

828

828

828

Bijdrage aan (inter-)nationale organisaties

Werkgeversbeleid

74

37

37

37

37

37

37

Bijdrage aan agentschappen

Kwaliteitsverbetering

1.528

0

0

0

0

0

0

UBR (arbeidsmarkt communicatie)

7.868

8.376

5.441

5.441

5.441

5.441

5.441

Werkgeversbeleid

2.312

3.380

1.006

958

914

910

895

Bedrijfsvoeringsbeleid

3.315

2.728

1.725

1.292

1.292

1.292

1.292

I-Functie Rijk

98

46

0

0

0

0

0

Doorontwikkeling Rijksbrede ICT-voorziening

1.089

0

0

0

0

0

0

Bijdrage aan (andere) begrotingshoofdstukken

Bedrijfsvoeringsbeleid

462

590

225

225

225

225

225

 

7.2 Pensioenen en uitkeringen

7.694

7.609

6.838

6.338

5.838

5.338

4.838

Bijdrage aan ZBO's/RWT's

Stichting Administratie Indonesische Pensioenen

7.694

7.609

6.838

6.338

5.838

5.338

4.838

 

Ontvangsten

2.426

312

64

64

64

64

64

Budgetflexibiliteit

Van het totale uitgavenbudget op artikel 7 is 95,2% juridisch verplicht en dit kent de volgende onderverdeling:

Subsidies

Het subsidiebudget is voor 65,6% juridisch verplicht. Het betreft onder andere de Stichting Centrum voor Arbeidsverhoudingen Overheidspersoneel (CAOP), Instituut voor Publieke Sector Efficiëntie Studies (IPSE) en projectsubsidies sociale partners bovensectoraal.

Opdrachten

Het opdrachtenbudget is voor 96,1% juridisch verplicht. Het betreft onder meer opdrachten ten behoeve van de brede evaluatie organisatiekaders voor Rijk, arbeidsvoorwaarden, pensioenen, inzet van arbeidsbeperkten, personeels- en organisatiebeleid Rijk, transitie Digi-Inkoop, het Rijks ICT-dashboard, I-functie Rijk en gelden in het kader van de Parlementaire Onder-vragingscommissie Kinderopvangtoeslag (POK).

Bijdrage aan ZBO's/RWT's

Het budget voor bijdrage aan ZBO's/RWT's is voor 99% juridisch verplicht. Het betreft een bijdrage aan Stichting Administratie Indonesische Pensioenen (SAIP). Daarnaast ontvangt ICTU bijdragen voor het programma Vensters voor bedrijfsvoering en het programma Internets-piegel en aan het CBS wordt een bijdrage verstrekt voor het onderhoud en beheer van het WNT-register. Tot slot betreft dit gelden in het kader van de Parlementaire Ondervragingscommissie Kinderopvangtoeslag (POK).

Bijdrage aan agentschappen

Het budget voor bijdrage aan agentschappen is voor 86,3% juridisch verplicht. UBR Personeel ontvangt een bijdrage voor het uitvoeren van de rijksbrede arbeidsmarktcommunicatie. Hierbij zorgt UBR Personeel ervoor dat de Rijksoverheid zich profileert en werft als één werkgever. Het Kennisen Exploitatiecentrum voor Officiële Overheidspublicaties (UBR KOOP) ontvangt jaarlijks een bijdrage voor het beheer en onderhoud van het ZBO-register. Tevens ontvangt UBR een bijdrage voor het programma Versterking HR ICT Rijksdienst en een bijdrage op het gebied van HRM Inkoop.

Bijdrage aan (inter)-nationale organisaties

Het budget voor bijdrage (inter)-nationale organisaties is voor 100% juridisch verplicht.

Bijdrage aan (andere) begrotingshoofdstukken

Het budget voor bijdrage aan andere begrotingshoofdstukken is voor 100% juridisch verplicht.

  • E. 
    Toelichting op de financiële instrumenten

7.1 Werkgevers- en bedrijfsvoeringsbeleid Subsidies (regelingen)

Diverse subsidies

Er worden diverse subsidies verstrekt voor kennisontwikkeling.

De Vereniging voor Overheidsmanagement (VOM) is een netwerkorganisatie, die zich richt op de professionalisering van het management binnen het openbaar bestuur. Het Ministerie van BZK verstrekt de VOM een subsidie om diverse initiatieven die daartoe bijdragen te ondersteunen, bijvoorbeeld de periodieke Reuring! Cafés met debatten over management-en organisatievraagstukken en de organisatie van de prijs voor de Beste Overheidsorganisatie van het jaar, waarmee de kennis over succesvolle managementpraktijken, organisatieformules en innovaties aan de oppervlakte komt en breed gedeeld wordt.

Het Instituut voor Publieke Sector Efficiency Studies (IPSE) is een instituut dat onderzoek doet naar de productiviteitsontwikkeling en doelmatigheid binnen de publieke sector. Om de kennisontwikkeling op dit vlak te ondersteunen ten behoeve van het management van overheidsorganisaties en de beleidsontwikkeling verstrekt het Ministerie van BZK een subsidie aan IPSE.

Daarnaast zal in het kader van de versterking van de kennisbasis betreffende de prestaties van de overheid een internationaal vergelijkend onderzoeksprogramma gestart worden. Doel daarvan is het leren van succesvolle beleidsarrangementen en praktijk-voorbeelden uit andere Westerse landen te ondersteunen. Hiervoor is een subsidie voorzien.

Overlegstelsel

De Minister van BZK draagt bij aan het in stand houden van een adequaat overleg tussen overheidswerkgevers en vakcentrales over arbeidsvoorwaarden, arbeidsmarktbeleid en andere relevante thema's. Dit doet de minister onder andere door subsidies te verstrekken aan koepels van overheidswerkgevers en -werknemers. De Stichting Centrum voor Arbeidsverhoudingen Overheidspersoneel (CAOP) ontvangt een subsidie met als doel bij te dragen aan aantrekkelijk werkgeverschap en de kwaliteit en wendbaarheid van overheidsorganisaties.

Bedrijfsvoeringsbeleid

In 2021 wordt een doorlopende meerjarige subsidie toegekend aan de Code Verantwoordelijk Marktgedrag, die partijen in de schoonmaak-, catering-, beveiligings- en verhuisbranche oproept om aandacht te hebben voor werkdruk, kwaliteit van het werk, bejegening van werknemers en de verharding van marktverhoudingen.

De Minister van BZK verstrekt jaarlijks een subsidie aan het kennisinstituut Center for People and Buildings voor de Fysieke Werkomgeving Rijk (FWR). De FWR is een concept voor een werkomgeving voor Rijksambtenaren dat flexibel, tijd- en plaatsonafhankelijk (samen)werken mogelijk maakt. De subsidie heeft tot doel de generieke ontwikkeling van toepasbare kennis in het domein van de kantoorhuisvesting. Daarbij gaat het om het opbouwen van kennis over kwalitatieve en financiële aspecten van de FWR voor kantoorgebouwen van het Rijk. In het programma hybride werken wordt gebruik gemaakt van de FWR bij de herinrichting van de fysieke werkomgeving.

Kwaliteit management Rijksdienst

Er wordt subsidie verstrekt aan het Leiden Leadership Centre (LLC), Universiteit Leiden voor een vijfjarig onderzoeks- en ontwikkelprogramma over publiek leiderschap. Het programma en de onderzoeksthema's richten zich op actuele leiderschapsvragen, het uitwisselen van ervaring tussen programmapartners en het ontwikkelen van nieuwe kennis en kunde op het terrein van publiek leiderschap.

Opdrachten

Bedrijfsvoeringsbeleid

Duurzaam bedrijfsvoeringsbeleid en duurzame inkoop In 2022 moet een inhaalslag in gang worden gezet. Het Ministerie van BZK zal vanuit haar regierol deze inhaalslag ondersteunen via een nieuw rijksbreed programma. Dit programma zal zich richten op het bevorderen van effect door departementen te helpen bij het formuleren, vastleggen en uitwerken van de duurzaamheidsambities. Het programma zal de rijksbrede communicatie verzorgen en goede voorbeelden delen via de communicatiestrategie DenkDoeDuurzaam. Ook faciliteert het programma de uitvoering via de community of practice voor de CO2-prestatieladder en biedt het instrumenten aan als de MVI inkoopcriteria. Tevens wordt inzicht gegeven in de voortgang via een dashboard duurzaamheid. Daarmee werken we richting de realisatie van doelen zoals opgenomen in onder meer het Klimaatakkoord, de inkoopstrategie en de kabinetsreactie circulaire economie, te weten:

  • 1. 
    Klimaatneutraal zijn in 2030 (thema's klimaat, energie, mobiliteit)
  • 2. 
    50% minder primair grondstoffengebruik realiseren in 2030 en volledig circulair zijn in 2050 (thema circulair)
  • 3. 
    Arbeidsparticipatie stimuleren, onder meer door het creëren van 5000 participatiebanen (thema social return)
  • 4. 
    Internationale productieketens verduurzamen door middel van het voorkomen of aanpakken van misstanden op het gebied van arbeidsomstandigheden, mensenrechten en milieu (thema internationale sociale voorwaarden)
  • 5. 
    Innovaties stimuleren onder meer door op te treden als launching customer (thema innovatie).

Datagedreven bedrijfsvoeringsbeleid

In 2022 zetten we verdere stappen in de ontwikkeling naar datagedreven bedrijfsvoeringsbeleid. Zo wordt de ICT- werkplek uitgerust met nieuwe programmatuur die beter past bij de werkzaamheden. Verder gaan wij inzetten op het vernieuwen en verder optimaliseren van de dataopslag (datawarehouses), met als doel efficiënter en effectiever werken. De reguliere activiteiten zoals opstellen rapportages en monitoring loopt vanzelfsprekend door.

Het programma RADIO, dat als doel heeft het in balans brengen en het op peil houden van ICT-kennis en -kunde binnen de Rijksdienst, wordt gecontinueerd.

Kwaliteit management rijksdienst

De beschikbare middelen worden onder meer ingezet voor talent- en leider-schapsprogramma's voor (potentiële) topmanagers en voor een informatiesysteem over de functies en managers in de top van de Rijksdienst.

Om de kwaliteit van het (top)management te versterken, is een passend leer- en ontwikkelaanbod beschikbaar. Dit aanbod is toegesneden op (top)managers bij het Rijk en bestaat uit programma's op het gebied van talentontwikkeling, leiderschapsontwikkeling en ambtelijk vakmanschap.

Voor een professionele ondersteuning bij werving en selectie, loopbaanbegeleiding en persoonlijke ontwikkeling is het van belang om inzicht te hebben in de beschikbare managementfuncties bij het Rijk en de mobiliteit van (top)managers. Hiervoor wordt gebruik gemaakt van een personeelsinformatiesysteem.

Werkgeversbeleid

In het kader van hybride werken is het voornemen om een Werkomgeving Belevingsonderzoek (WOBO), de opvolger van het rijksbreed interdepartementaal klantentevredenheidsonderzoek (iKTO), uit te voeren, passend bij de situatie van dat moment. Verbeteracties naar aanleiding van dit onderzoek worden begin 2022 in gang gezet en doorgevoerd. Het WOBO wordt in beginsel jaarlijks uitgevoerd.

Integriteit

De Staatssecretaris van BZK richt zich vanuit zijn coördinerende rol op een rijksbrede infrastructuur ter ondersteuning van het integriteitsbeleid van de ministeries. Het komende jaar wordt verder gewerkt aan het voorkomen van (on)bewuste vooroordelen, racisme en discriminatie bij rijksambtenaren, de professionalisering van de vertrouwenspersoon en het versterken van een veilige werkomgeving door het bieden van een goede infrastructuur, die zowel departementaal als rijksbreed, sociale veiligheid ondersteunt.

Veilig werken

Het Ministerie van BZK zet zich in voor een veilige werkomgeving binnen het openbaar bestuur. Veilig werken is immers een zeer cruciale randvoorwaarde voor een goed functionerend openbaar bestuur. Een ambtenaar moet ten allen tijde zonder last en dwang zijn of haar functie kunnen uitoefenen.

Het achterhalen en monitoren van veiligheidsincidenten is een belangrijke opgave voor het Ministerie van BZK. Relevante cijfers en informatie zorgen ervoor dat meer kennis wordt opgedaan over de aard, omvang en het gevolg van veiligheidsincidenten. Met deze informatie kunnen toekomstige interventies verder vorm worden gegeven.

Het Ministerie van BZK blijft zich inzetten om agressie, geweld en intimidatie te voorkomen. Het Ministerie van BZK biedt werkgevers in het openbaar bestuur verschillende handvatten om interne en externe veiligheidsrisico's te herkennen en hierop te acteren. Door middel van pilots, handreikingen en het actief vervullen van de rol als kennismakelaar wordt er aandacht gevraagd voor het thema veilig werken in diverse netwerken.

Grenzeloos samenwerken en ambtelijk vakmanschap Samen met de departementen wordt gewerkt aan een gedragscode die iedere ambtenaar kan helpen in lastige situaties, bij wijze van moreel kompas. Daarbij wordt gestart met:

  • Het opstarten van opleidingen, trainingen en leerinterventies op de gebieden van opgavegericht werken, informatiehuishouding, ambtelijke advisering en loyale tegenspraak, actieve en passieve openbaarmaking, optreden bij technische briefings, het veilig doorgeven van signalen en discriminatie; het etaleren van goede voorbeelden hiervan en voeren van een dialoog over ambtelijk vakmanschap;
  • Het organiseren van trainingen en symposia specifiek van overheidsmanagers;
  • Het organiseren van een goede bestuurlijke samenwerking tussen eigenaar, opdrachtgever en uitvoeringsorganisatie (opdrachtnemer) door het gesprek aan te gaan over gedeelde problemen en risico's en gezamenlijk op zoek te gaan naar oplossingen.

Het belang van de kabinetsambities op het gebied van ambtelijk vakmanschap en Grenzeloos Samenwerken, en van de weg daar naartoe wordt continue onder de aandacht gehouden.c

Dóórontwikkeling rijksbrede ICT voorziening

Het betreft een bijdrage voor de vernieuwing van het Rijksportaal.

Informatiehuishouding

Naar aanleiding van de kabinetsreactie op het rapport 'Ongekend onrecht' van de Parlementaire Ondervragingscommissie Kinderopvangtoeslag (POK) zijn middelen vrijgemaakt voor het op orde brengen van de informatiehuishouding en actieve openbaarmaking bij het Rijk. Het Ministerie van BZK heeft een coördinerende rol in de verdeling en monitoring van deze middelen over andere departementen, uitvoeringsorganisaties en ZBO's.

Door Ministerie van BZK is een generiek actieplan opgesteld waarin is opgenomen hoe deze benodigde verbetering met nieuwe én versnelling van lopende initiatieven de komende jaren wordt uitgevoerd. Hiervoor is een analyse uitgevoerd naar de knelpunten in de informatiehuishouding. Op basis daarvan zijn voorwaarden gesteld voor een omgeving waar besturing en regelgeving geborgd zijn, volume en aard van informatie voor Informatiehuishouding (IHH) wordt beheerst, de toegankelijkheid en vindbaarheid in informatiesystemen is verbeterd en de professionele expertise is vergroot in kwantitatieve en kwalitatieve zin.

De verandering die nodig is voor het verbeteren en toekomstbestendig maken van de informatiehuishouding kost tijd, kennis en middelen. Het kabinet gaat daarom uit van een rijksbrede verbeteroperatie tot en met 2026, waarbij we ook na 2026 de aandacht, kennis en middelen structureel op peil moeten houden.

POK - Ambtelijk Vakmanschap

Het ambtelijk vakmanschap wordt versterkt. Om deze versterking aan te jagen wordt ingezet op bewustwording en praktische uitwerking van nieuwe werkwijzen, opleiding en training van ambtenaren. Daarmee wordt onder andere bijgedragen aan een overheid die grenzeloos samenwerkt aan maatschappelijke opgaven, opgavegericht werkt waarbij de bedoeling van regelgeving centraal staat en waar de menselijke maat voorop staat.

POK - Staat van de Uitvoering

Naar aanleiding van de kabinetsreactie op het rapport «Ongekend onrecht» wordt er tevens invulling gegeven aan de uitvoering van de Staat van de Uitvoering waarmee beter zicht gecreëerd wordt op het functioneren en presteren van de uitvoeringsorganisaties.

POK - Leiderschap, diversiteit en inclusie

Binnen de Rijksdienst moet de werkcultuur worden verbeterd en moeten racisme en discriminatie op de werkvloer worden voorkomen en tegengegaan. De acties die hieraan bijdragen, concentreren zich rondom, leiderschap, diversiteit en inclusie. Voorbeeldgedrag van leidinggevenden en (inclusief) leiderschap zijn belangrijk om een cultuurverandering te kunnen realiseren. Daarnaast zijn maatregelen nodig om discriminatie op de werkvloer tegen te gaan, medewerkers bewust te maken van mogelijke vooroordelen en signalen van discriminatie op te vangen en serieus te behandelen. Een inclusieve werkcultuur zorgt ervoor dat mensen zich vrij voelen om dergelijke signalen door te geven.

POK - Bevorderen veilig werk- en meldklimaat

Er wordt ingezet op het bevorderen van een veilig werk- en meldklimaat bij organisaties (werkgevers). Dit moet ertoe leiden dat mogelijke misstanden sneller en beter bespreekbaar zijn binnen de organisatie en opgelost kunnen worden. En dat de melder vertrouwen heeft in een goede afwikkeling van uitgesproken signalen en de gedane melding(en).

POK - Ondersteuning van melders van misstanden

Door het Huis voor klokkenluiders kan op verzoek een onderzoek worden uitgevoerd naar de bejegening van de melder door de

(overheids)werkgever naar aanleiding van een melding van een misstand.

Voor melders van misstanden wordt een pilot juridische ondersteuning opgezet, zodat zij zich gesteund weten als zij melding van een misstand doen.

Bijdrage aan ZBO's/RWT's

Werkgeversbeleid

Ter ondersteuning van beleidsmakers binnen het openbaar bestuur wordt BZK-beleid periodiek gemonitord i.s.m. het CBS. Daarmee wordt o.a. inzicht gegeven in de ontwikkeling van de tevredenheid en betrokkenheid van personeel, vertrekmotieven, organisatiecultuur en door medewerkers ervaren integriteits- en sociale veiligheidsproblemen. Daarnaast wordt met de ontwikkeling van het register van Overheidsorganisaties (ROO) gewerkt aan een register waarin alle - nu nog separaat opgeslagen- kenmerken van overheidsorganisaties in één openbaar register toegankelijk worden. Met beleidsreconstructies (project 'het geheugen van BZK') en interviews met oud-topambtenaren en oud-ministers (project 'de top kijkt om') worden samen met oud-bestuurders en wetenschappers lessen getrokken uit het verleden.

Individuele organisaties binnen het openbaar bestuur kunnen daarnaast gebruik maken van diverse voor hen ontwikkelde benchmarktools (zoals InternetSpiegel medewerkersonderzoek) en participeren in bestaande leergroepen (zoals Vensters voor Bedrijfsvoering) om zicht te krijgen op verbetermogelijkheden in hun bedrijfsvoering. De stichting ICTU ontvangt voor deze activiteiten, die in opdracht van het Ministerie van BZK worden uitgevoerd, een jaarlijkse bijdrage.

Het Ministerie van BZK faciliteert met het verzamelen en analyseren van gegevens over de daadwerkelijke uitvoering van overheidstaken de totstandkoming van een jaarlijkse Staat van de Uitvoering. Deze Staat van de uitvoering vloeit voort uit het traject Werk aan Uitvoering en is aange-kondigd in de Kabinetsreactie op het rapport «Ongekend onrecht». Doel van de Staat van de Uitvoering is het bieden van handreikingen om de uitvoeringspraktijk in meest brede zin te verbeteren. Met de verzamelde informatie en beschouwingen biedt de Staat een unieke mogelijkheid om het reflecteren en leren binnen het hele beleidssysteem - «van beleid tot balie»-te bevorderen.

POK - Bevorderen van veilig werk- en meldklimaat

Er wordt ingezet op het bevorderen van een veilig werk- en meldklimaat bij organisaties (werkgevers). Dit moet ertoe leiden dat mogelijke misstanden sneller en beter bespreekbaar zijn binnen de organisatie en opgelost kunnen worden. En dat de melder vertrouwen heeft in een goede afwikkeling van uitgesproken signalen en de gedane melding(en).

POK - Ondersteuning van melders van misstanden De dienstverlening van het Huis voor klokkenluiders wordt versterkt om ervoor te zorgen dat melders van misstanden (onder meer bij de overheid) niet in de knel komen. Het Huis kan mensen ondersteunen door hen door te verwijzen naar instanties of organisaties die juridische of psychosociale hulp kunnen verlenen en daarmee wordt voorkomen dat mensen tussen wal en schip vallen. Ook kan het Huis op verzoek van de melder onderzoek doen naar de bejegening van de melder door de (overheids)werkgever naar aanleiding van een melding van een misstand. Voor melders van misstanden wordt een pilot juridische ondersteuning opgezet, zodat zij zich gesteund weten als zij melding van een misstand doen.

Bijdrage aan (inter-)nationale organisaties

Werkgeversbeleid

Dit betreft de jaarlijkse bijdrage aan Workplace pride.

Bijdrage aan agentschappen

UBR (arbeidsmarkt communicatie)

UBR Personeel ontvangt een bijdrage voor onder andere het uitvoeren van de rijksbrede arbeidsmarktcommunicatie. Hierbij zorgt UBR Personeel ervoor dat de Rijksoverheid zich positioneert en profileert als één aantrekkelijke werkgever. Dit vertaalt zij door in de externe en interne werving, onder meer via de websites WerkenvoorNederland.nl en mobiliteitsbank.nl. Zij ondersteunt organisatieonderdelen binnen het Rijk bij arbeidsmarktvraagstukken en draagt bij aan betere verbinding met en tussen de organisaties.

Werkgeversbeleid

UBR ontvangt een bijdrage voor het uitvoeren van diverse opdrachten voor de implementatie van het werkgeversbeleid.

Bedrijfsvoeringsbeleid

Vanuit de stelselverantwoordelijkheid voor het rijksbrede inkoopstel verstrekt het Ministerie van BZK bijdragen aan agentschappen om het rijksbrede Strategisch leveranciersmanagement ICT te versterken en nader te professionaliseren. Met Strategisch Leveranciersmanagement Rijk is de sturing op een aantal grote ICT leveranciers waar het Rijk zaken mee doet de afgelopen jaren effectiever en efficiënter georganiseerd. De bijdragen worden ingezet om Rijksbrede elementen van het Strategisch leveranciersmanagement te versterken, door investeringen in onder andere verbetering Maatschappelijk Verantwoord Inkopen, privacy aspecten en verbetering inkoopeisen ten aanzien van veilige software.

Bijdrage aan (andere) begrotingshoofdstukken

Bedrijfsvoeringsbeleid

Vanuit de stelselverantwoordelijkheid voor het Rijksbrede inkoopstelsel verstrekt het Ministerie van BZK bijdragen aan andere begrotingshoofdstukken om het Rijksbrede Strategisch leveranciersmanagement ICT te versterken en nader te professionaliseren. De bijdragen dienen hetzelfde doel als de bijdrage ten behoeve van Strategisch Leveranciersmanagement onder het instrument bijdrage aan agentschappen.

7.2 Pensioenen en uitkeringen

Bijdrage aan ZBO's/RWT's

Stichting Administratie Indonesische Pensioenen Dit betreft de bijdrage aan de Stichting Administratie Indonesische Pensioenen (SAIP), die verantwoordelijk is voor de uitkering van pensioenen voor gewezen overheidspersoneel in de voormalige overzeese gebiedsdelen en hun nagelaten betrekkingen. De rijksbijdrage bestaat uit middelen om de pensioenen en toeslagen uit te keren (inkomens) en middelen om de regeling uit te voeren (uitvoeringskosten).

Ontvangsten

De ontvangsten hebben betrekking op de Garantiewet Surinaamse Pensioenen van de SAIP Het Ministerie van BZK verrekent jaarlijks een deel van dit bedrag met het Ministerie van Buitenlandse Zaken.

3.8 Artikel 9. Uitvoering Rijksvastgoedbeleid

  • A. 
    Algemene doelstelling

Het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) geeft uitvoering aan het Rijksvastgoedbeleid door:

  • het verzorgen van de Rijkshuisvesting van Hoge Colleges van Staat, het Ministerie van Algemene Zaken (AZ) en het Koninklijk Huis, het beheren van monumenten die, naar hun aard, niet geschikt zijn voor Rijkshuisvesting en het uitvoeren van het Rijkshuisvestingsbeleid;
  • het realiseren van een optimaal financieel resultaat en maatschappelijk rendement bij het verwerven, beheren, ontwikkelen en vervreemden van materiële activa van/voor het Rijk voor de realisatie van Rijksdoelstellingen, gerelateerd aan de strategische opgaven van het kabinet.
  • B. 
    Rol en verantwoordelijkheid

De Minister van BZK is, als opdrachtgever en uitvoerder, verantwoordelijk voor:

  • de huisvesting van de Hoge Colleges van Staat en het Ministerie van AZ;
  • de huisvesting van het Koninklijk Huis, voor zover vallend onder de verantwoordelijkheid van de Staat;
  • het beheer en onderhoud van de monumenten die aan het Rijksvastgoedbedrijf (RVB) zijn toevertrouwd en die naar hun aard niet geschikt zijn voor de huisvesting van rijksdiensten;
  • de doelmatige uitvoeringspraktijk van de Rijkshuisvesting binnen de wettelijke en afgesproken kaders.

Daarnaast is de Minister van BZK als uitvoerder op het terrein van Rijksvastgoed verantwoordelijk voor:

  • het (privaatrechtelijk) beheer van onroerende zaken die aan de Staat toebehoren dan wel zijn toevertrouwd, een en ander voor zover de verantwoordelijkheid voor dat beheer niet bij of krachtens de wet bij een of meer andere ministers is gelegd;
  • de vertegenwoordiging namens het Rijk bij gebiedsontwikkelingspro-jecten waarbij meervoudige Rijksdoelstellingen aanwezig zijn. Ook hierbij wordt gestreefd naar een optimale inzet van (overtollige) Rijksactiva en/of financiële bijdragen van het Rijk;
  • ingebruikgeving en vervreemding van (overtollige) onroerende zaken van andere ministeries. Voor zover er op basis van de huidige begrotingsregels van het kabinet sprake is van een generieke middelenafspraak met een minister, wordt de opbrengst uit ingebruikgeving en/of vervreemding door de betreffende minister begroot en verantwoord op de eigen begroting.
  • C. 
    Beleidswijzigingen

Er zijn geen beleidswijzigingen.

  • D. 
    Budgettaire gevolgen van beleid
 
 

2020

2021

2022

2023

2024

2025

2026

Verplichtingen

128.909

181.448

136.948

137.025

138.157

139.166

160.555

 

Uitgaven

122.909

181.448

136.948

137.025

138.157

139.166

160.555

 

9.1 Doelmatige Rijkshuisvesting

51.595

79.304

70.011

70.072

71.204

72.213

93.602

Bijdrage aan agentschappen

RVB (Bijdrage voor Hoge Colleges van Staat)

25.293

48.649

40.641

40.601

41.725

42.735

64.124

RVB (bijdrage voor huisvesting Koninklijk

Huis)

12.655

16.385

16.394

16.399

16.399

16.399

16.399

RVB (Bijdrage monumenten)

2.870

2.926

2.958

2.942

2.942

2.942

2.942

RVB (Bijdrage voor rijkshuisvesting)

8.037

8.029

6.230

6.230

6.230

6.230

6.230

RVB (Bijdrage voor huisvesting Ministerie van AZ)

2.740

3.315

3.788

3.900

3.908

3.907

3.907

 

9.2 Beheer materiële activa

71.314

102.144

66.937

66.953

66.953

66.953

66.953

Bijdrage aan agentschappen

RVB

13.304

12.268

12.396

12.412

12.412

12.412

12.412

RVB (Onderhoud en beheerkosten)

10.272

36.464

4.874

4.874

4.874

4.874

4.874

RVB (Zakelijke lasten)

47.738

53.412

49.667

49.667

49.667

49.667

49.667

 

Ontvangsten

169.771

157.819

120.282

120.282

102.984

102.984

92.820

Budgetflexibiliteit

Van het totale uitgavenbudget van artikel 9 is 95% juridisch verplicht en dit kent de volgende onderverdeling:

Bijdrage aan agentschappen

Het budget voor bijdragen aan agentschappen is voor 95% juridisch verplicht. De overige middelen zijn echter niet vrij besteedbaar, omdat hiermee onder andere wordt bijgedragen aan het apparaat van het RVB (waaronder Atelier Rijksbouwmeester).

  • E. 
    Toelichting op de financiële instrumenten

9.1 Doelmatige Rijkshuisvesting

Bijdrage aan agentschappen

RVB (Bijdrage voor Hoge Colleges van Staat)

Uit de beschikbare middelen in de begroting worden rente en afschrijving, onderhoud en kleine investeringen bekostigd ten behoeve van de huisvesting van de Hoge Colleges van Staat. In 2021 is gestart met de renovatie van het Binnenhof, die naar verwachting in 2026 zal worden opgeleverd. In deze begrotingsreeks zijn derhalve ook de kosten van de renovatie van het Binnenhof opgenomen. Vanaf 2026 zijn er middelen toegevoegd voor de additionele kosten voor extra veiligheidsmaatregelen en verdere verduurzaming van de gebouwdelen van het Binnenhof.

Ook zijn er middelen toegevoegd voor de uitvoeringsfase van de renovatie en de tijdelijke huisvesting van de Algemene Rekenkamer. Dit bestaat uit een hogere gebruikersvergoeding (bestaande uit afschrijvingen en rente).

RVB (Bijdrage voor huisvesting Koninklijk Huis)

Krachtens artikel 4 van de Wet financieel statuut van het Koninklijk Huis worden drie paleizen ter beschikking gesteld aan de Koning. Dit zijn paleis Huis ten Bosch, paleis Noordeinde en het Koninklijk Paleis te Amsterdam. De uitvoering hiervan vindt plaats via de begroting van BZK.

De bijdrage aan het RVB voor huisvesting van het Koninklijk Huis bedraagt € 16 mln. en is opgebouwd uit de volgende componenten:

  • Circa € 8,0 mln. rente en afschrijving voor investeringen die via de leenfaciliteit zijn gefinancierd en zijn geactiveerd op de balans van het RVB;
  • Circa € 6,4 mln. voor regulier onderhoud. Hiermee worden onder meer technische installaties onderhouden, worden storingen verholpen en worden gebouwen onderhouden en hersteld. Voor het onderhoud aan de paleizen geldt - vanwege het veelal monumentale karakter van de objecten - een hogere norm dan voor kantoren.
  • Het restant van circa € 1,6 mln. betreft betalingen voor met name kleinere investeringen op basis van wet- en regelgeving (onder andere brandveiligheid) en kosten voor kleinere aanpassingen.

Conform een door de minister-president gedane toezegging bij de behandeling van de ontwerpbegroting 2016 van de Koning, geeft onderstaande meerjarenplanning inzicht in geplande onderzoeken naar en het meerjarig groot onderhoud en renovatie van de paleizen. Over de wijze waarop zulke projecten gefinancierd worden is de Tweede Kamer geïnformeerd in de brief van 2 december 2015 (Kamerstukken II 2015/16, 34300 XVIII, nr. 45).

Tabel 20 Onderzoek en renovatie huisvesting Koninklijk Huis

 
 

2021

2022

2023

2024

2025

2026

Onderzoek

-

-

-

-

-

-

Renovatie/groot onderhoud:

  • Paleis Huis ten Bosch

geen

geen

geen

geen

geen

geen

  • Koninklijk Paleis Amsterdam

geen

geen

geen

geen

geen

geen

  • Paleis Noordeinde

geen

geen

geen

geen

geen

geen

RVB (Bijdrage voor monumenten)

Dit betreft de bijdrage aan het RVB voor het beheer en onderhoud van een aantal monumenten die naar hun aard niet geschikt zijn voor huisvesting van Rijksdiensten.

RVB (Bijdrage voor rijkshuisvesting)

Dit betreft activiteiten die in het kader van verschillende beleidsdoelen op het gebied van rijkshuisvesting worden uitgevoerd. Het RVB draagt onder meer bij aan de realisatie van rijksdoelstellingen door te werken aan energiebesparing in de rijkshuisvesting, de duurzaamheid van de gebou-wenvoorraad van het Rijk en de doelmatige werking van het rijkshuisves-tingstelsel. Maar ook door bij te dragen aan de totstandkoming van de rijkswerkplek en uitvoering te geven aan professioneel publiek opdrachtge-verschap in de bouw. Dit gebeurt door middel van zorgvuldig en transparant aanbesteden, de coördinatie van deze diensten en afstemming met de markt. Daarnaast gebeurt dit door werkzaamheden van de Rijksbouwmeester voor de bevordering en bewaking van de kwaliteit van de architectuur, voor de stedenbouwkundige inpassing en van de beeldende kunst. Dit komt tot uiting bij het tot stand brengen, het wijzigen en het beheren van gebouwen, werken en terreinen waarover de zorg van het RVB zich uitstrekt.

Binnen het RVB loopt het Programma Groene Innovaties (PGI, voorheen het programma Groene Technologieën). Het doel van het programma is om binnen de portefeuille van het RVB proactief en trendsettend innovaties te stimuleren, die leiden tot een energieneutrale, natuurinclusieve en klimaat-adaptieve gebouwde omgeving en een circulaire economie. PGI is een programma van bescheiden omvang, maar kan door 'groene' innovatie-ruimte te bieden wel een vliegwieleffect bewerkstelligen. Zo kan PGI op concreet niveau in de projecten bijdragen aan het behalen van de duurzaamheidsdoelen van het RVB.

RVB (Bijdrage voor huisvesting Ministerie van AZ)

Uit de beschikbare middelen in de begroting worden rente en afschrijving, onderhoud en kleine investeringen bekostigd ten behoeve van de huisvesting van het Ministerie van Algemene Zaken (AZ). In 2022 wordt het Catshuis verder geschikt gemaakt voor de tijdelijke huisvesting van het Ministerie van AZ.

9.2 Beheer materiële activa

Bijdrage aan agentschappen

RVB

Dit betreft de bijdrage aan het RVB voor de uitvoering van de wettelijke taak van het (privaatrechtelijk) beheer van onroerende zaken (niet-rijkshuis-vesting) die de Staat toebehoren. Dit beheer betreft met name werkzaamheden rond (ver)huur, (erf)pacht, medegebruik en de verwerking van zakelijke lasten van het Rijk.

RVB (Onderhoud en beheerkosten)

Het gaat hierbij om uitgaven voor onderhoud en beheer van de onroerende zaken (niet-rijkshuisvesting) welke in het beheer zijn van het RVB. Beheerkosten zijn (externe) kosten in verband met ingebruikgeving en vervreemding, bijvoorbeeld energie-, beveiligings- en taxatiekosten.

RVB (Zakelijke lasten)

Het gaat hier om de betaling van door gemeenten en waterschappen opgelegde belastingen en heffingen op onroerende zaken in eigendom bij de Staat voor zover het niet de Rijkshuisvesting betreft. Gedacht moet worden aan de onroerendzaakbelasting, waterschapsheffingen en rioolhef-fingen bij de onroerende zaken van de Staat. De uitgaven bestaan voor circa 80% uit gemeentelasten en voor 20% uit waterschapslasten. De zakelijke lasten die samenhangen met rijkshuisvesting worden verantwoord op de baten-lastenbegroting van het agentschap RVB.

Ontvangsten

Zakelijke lasten

De ontvangsten betreffen met name terugbetalingen door huurders - niet zijnde Rijksgebruikers - van door het RVB betaalde belastingen en heffingen opgelegd door gemeenten en waterschappen.

Ingebruikgevingen

Het gaat hierbij om de ingebruikgeving (met name verpachting en verhuur) van de onroerende zaken van de Staat voor zover er voor de opbrengst uit ingebruikgeving geen middelenafspraak bestaat.

Vervreemding

Het gaat hierbij om de vervreemding van de (onder andere agrarische) onroerende zaken van de Staat, voor zover voor de opbrengst uit vervreemding geen middelenafspraak bestaat. De opbrengsten uit middelenafspraken worden verantwoord via de begrotingen van het vakdepartement.

Generale ontvangsten

Hieronder vallen de ontvangsten uit de verkoop van bodemmaterialen zoals zand en de ontvangsten uit de veiling van huurrechten van benzinestations langs rijkswegen. Over de winst van een gedeelte van de generale ontvangsten moet het Ministerie van BZK vennootschapsbelasting afdragen. Deze uitgave vindt plaats op de begroting van BZK op niet-beleidsartikel 12 Algemeen.

3.9 Artikel 10. Groningen versterken en perspectief

  • A. 
    Algemene doelstelling

De inwoners van Groningen hebben dagelijks te maken met de gevolgen van de gaswinning. Dit brengt gevoelens van angst, frustratie en onzekerheid met zich mee. Dit heeft het Kabinet doen besluiten om versneld de winning uit het Groningenveld af te bouwen.

De schadeafhandeling vindt plaats onder verantwoordelijkheid van het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat (EZK). De versterkingsope-ratie is onder de verantwoordelijkheid van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) gebracht. Voor BZK staan de veiligheid, de veiligheidsbeleving en het creëren van perspectief voor de inwoners voorop. Hieraan draagt het Ministerie van BZK langs drie sporen bij:

  • 1. 
    Het aardbevingsbestendig maken van onveilige gebouwen. Gebouwen worden opgenomen en beoordeeld. Wanneer blijkt dat zij niet aan de heersende veiligheidsnorm voldoen worden deze gebouwen versterkt. Deze versterkingsoperatie is publiek gemaakt en de Nationaal Coördinator Groningen (NCG) heeft de rol van uitvoeringsorganisatie overgenomen. Gezamenlijk met de provincie en de betrokken gemeenten wordt de versterkingsoperatie in de komende jaren uitgevoerd.
  • 2. 
    Het bieden van een toekomstperspectief aan de regio met het Nationaal Programma Groningen (NPG). Het Rijk en de Nederlandse Aardolie Maatschappij (NAM) hebben gezamenlijk het NPG gevormd om de economische ontwikkeling, de verduurzaming en de leefbaarheid van de regio te stimuleren.
  • 3. 
    Op 6 november 2020 zijn bestuurlijke afspraken op hoofdlijnen gemaakt met de provincie Groningen en de zeven gemeenten in het aardbevings-gebied. Bewoners hebben behoefte aan rust, duidelijkheid en voorspelbaarheid. Daarom hebben Rijk en Regio nadere afspraken gemaakt over de versterkingsoperatie om de uitvoering daarvan te versnellen en beheersbaar te maken. Het kabinet trekt € 1,42 mld. extra uit om uitvoering van de afspraken mogelijk te maken. De regionale overheden dragen voorts € 100 mln. bij uit het Nationaal Programma Groningen (NPG) waardoor er ruim € 1,5 mld. hiervoor beschikbaar is.
  • B. 
    Rol en verantwoordelijkheid

Sinds 16 oktober 2019 is de Minister van BZK verantwoordelijk voor de aansturing van de versterkingsoperatie (Kamerstukken II 2019/20, 34700, nr. 68). De Minister van EZK blijft verantwoordelijk voor het nemen van alle maatregelen die redelijkerwijs van hem gevergd kunnen worden om te voorkomen dat als gevolg van de gaswinning de veiligheid wordt geschaad.

Over de wijze waarop de versterkingsoperatie publiek wordt ingericht hebben de regionale bestuurders, kabinet en de maatschappelijke organisaties in maart 2019 afspraken gemaakt. De publieke aansturing van de versterkingsoperatie is wettelijk vastgelegd in de wet Versterking gebouwen in de provincie Groningen (Kamerstukken II 2020/21,35603, nr. 31). Met deze wet wordt de publieke aanpak van de versterking van gebouwen wettelijk verankerd en krijgt de risicogerichte aanpak een wettelijke basis. De wet is een aanvulling op de Tijdelijke wet Groningen die op 11 maart 2020 in het Staatsblad is gepubliceerd (Stb. 2020, 85). Hierin is de publiekrechtelijke schadeafhandeling door de overheid beschreven. Momenteel wordt de Tijdelijke wet Groningen hierop aangepast en zal deze uiterlijk op 1 januari 2022 in werking treden.

Uitvoeren

  • Afgesproken is dat de nationaal coördinator Groningen (NCG) als publieke uitvoeringsorganisatie belast is met het uitvoeren van de versterkingsoperatie zoals deze is vastgelegd in de door gemeenten opgestelde lokale plannen van aanpak. Omwille van een voortvarende uitvoering van deze taak heeft de uitvoeringsorganisatie daar waar het de veiligheid betreft een onbeperkt mandaat. Gezamenlijk met de provincie en de betrokken gemeenten geeft de NCG invulling aan de versterkingsoperatie.
  • Waar mogelijk worden bij deze versterkingsoperatie koppelkansen benut om bij het versterken ook nieuwe economische kansen en een leefbare en aantrekkelijke woon-, werk- en leefomgeving te creëren.
  • Om - aanvullend op de begroting - inzicht te bieden in de voortgang en ontwikkelingen in het beleid is een dashboard ontwikkeld. Dit dashboard is te vinden op de website van de NCG: www.nationaalcoordinatorgro-ningen.nl.
  • Op 1 juli 2020 is de Tijdelijke wet Groningen in werking getreden, waardoor de kosten van de schadeafhandeling vanaf de tweede helft van 2020 worden verhaald op de NAM. Met de aanvullende wijziging van de Tijdelijke wet Groningen moet er ook een wettelijke grondslag komen voor een heffing op de NAM ten aanzien van de versterkingskosten die noodzakelijk zijn omwille van de veiligheid.

Regisseren

  • De inzet van het Rijk is dat het Nationaal Programma Groningen (NPG) zo veel mogelijk een programma is van «Groningers voor Groningers» waarbij de regierol en de uitvoering in de regio zelf is belegd. Het Ministerie van BZK is vertegenwoordigd in de coördinatiegroep en ondersteunt de regio waar nodig.
  • C. 
    Beleidswijzigingen

Bestuurlijke afspraken

Op 6 november 2020 hebben Rijk en regio bestuurlijke afspraken gemaakt over de toekomst van de versterkingsoperatie. Bij deze bestuurlijke afspraken is een pakket van € 1,5 mld. (waarvan € 1,4 mld. van het Rijk en € 100 mln. van de regio) gevormd om:

  • herbeoordelingen te stimuleren (blok A),
  • maatschappelijke ontwrichting tegen te gaan door het hanteren van verschillende normen (blok B),
  • bewoners te compenseren voor lange doorlooptijden en woningverbetering te stimuleren voor particulieren (blok C en blok E1),
  • knelpunten in de uitvoering weg te nemen door middel van een gebieds-fonds en een knelpuntenpot (blok D),
  • tegemoetkoming te bieden voor de huurders en achterstallig onderhoud voor de woningcorporaties (blok E1),
  • sociaal maatschappelijke ondersteuning te bieden (vastgelopen dossiers en specials).

Een deel van de middelen staat voor 2022 op de begroting van BZK. Ook meerjarig zijn voor enkele onderdelen van het Bestuursakkoord middelen beschikbaar gesteld op de BZK-begroting. Het restant van de middelen voor het Bestuursakkoord staat gereserveerd op de Aanvullende Post bij het Ministerie van Financiën.

Versterkingskosten

In de tweede suppletoire begroting 2020 is voor het eerst een raming opgenomen van de versterkingskosten zoals die in rekening worden gebracht bij de NAM. Deze raming is in het voorjaar 2021 geactualiseerd en toegelicht in de brief «NAM op afstand» (Kamerstukken II 2020/21, 33529, nr. 866). Op basis van de huidige inzichten bedragen de meerjarige kosten van de versterkingsoperatie circa € 5,4 mld.

De raming is verwerkt in de post versterkingsoperatie en op artikel 11 Centraal Apparaat voor wat betreft de uitvoeringskosten van de NCG.

Bij het bedrag voor versterken is onder meer rekening gehouden met een aantal aannames zoals de scope van de opgave, het gebruik en effect van de typologie benadering, het aantal mensen dat gebruik wil maken van herbeoordelingen, onvoorzien, etc. Onder meer afhankelijk van de mate waarin deze aannames zich ook in de praktijk voordoen, kunnen de kosten ook lager worden. Hogere versterkingskosten zijn ook niet uit te sluiten, maar de verwachting is dat met de aanpak van de versterkingsopgave en recent ingezet beleid dit niet voor de hand ligt.

Het gaat hierbij om bedragen inclusief BTW. In het akkoord op hoofdlijnen (AoH) tussen de Staat en de aandeelhouders van de NAM is afgesproken dat de versterkingskosten zonder BTW in rekening worden gebracht.

  • D. 
    Budgettaire gevolgen van beleid
 

Tabel 21 Budgettaire gevolgen van

beleid art. 10 Groningen versterken

en perspectief (bedragen x € 1.000)

 
 

2020

2021

2022

2023

2024

2025

2026

Verplichtingen

710.732

955.970

1.124.308

831.919

778.271

760.737

758.580

 

Uitgaven

371.232

960.470

1.124.308

831.919

778.271

760.737

758.580

 

Subsidies (regelingen)

Energiebesparing woningen bouwkundig versterkingsprogramma

18

7.470

0

0

0

0

0

Woonbedrijf

1.466

3.027

3.028

1.949

0

0

0

Diverse subsidies

77.808

2.212

650

0

0

0

0

Bestuursakkoord

0

253.925

174.000

39.500

0

0

0

Versterkingsoperatie

0

72.397

0

0

0

0

0

Tegemoetkoming aan huurders

0

2.181

0

0

0

0

0

Nieuwbouwregeling

0

1.500

0

0

0

0

0

Industrie

0

839

839

839

839

839

0

Opdrachten

Werk- en onderzoeksbudget

3.041

5.579

11.564

11.089

7.045

285

280

Versterkingsoperatie

191.773

234.882

738.334

738.334

735.334

732.000

732.000

Woonbedrijf

8

0

0

0

0

0

0

Bestuursakkoord

0

6.101

17.500

0

0

0

0

Industrie

0

213

213

213

213

213

0

Inkomensoverdrachten

Tegemoetkoming aan huurders

0

0

63

0

0

0

0

Bijdrage aan ZBO's/RWT's

Werk- en onderzoeksbudget

319

90

0

0

0

0

0

Bijdrage aan medeoverheden

Nationaal Programma Groningen

55.958

122.098

25.000

25.000

25.000

25.000

25.000

Compensatie gemeenten en provincie

39.241

112.031

15.195

11.595

7.440

0

0

Diverse bijdragen

1.600

1.718

0

0

0

0

0

Bestuursakkoord

0

123.828

137.922

3.400

2.400

2.400

1.300

Bijdrage aan (inter-)nationale organisaties

Diverse bijdragen

0

275

0

0

0

0

0

Bijdrage aan agentschappen

Werk- en onderzoeksbudget

0

104

0

0

0

0

0

(Schade)vergoeding

Versterkingsoperatie

0

10.000

0

0

0

0

0

 

Ontvangsten

137.761

363.627

490.000

661.000

661.000

661.000

661.000

Budgetflexibiliteit

Van het totale uitgavenbudget op artikel 10 is 99,1% juridisch verplicht en dit kent de volgende onderverdeling:

Subsidies (regelingen)

Het subsidiebudget is voor 99,6% juridisch verplicht. Het betreft met name subsidies in het kader van het Bestuursakkoord Groningen.

Opdrachten

Het opdrachtenbudget is voor 100% juridisch verplicht. Het betreft voor het grootste gedeelte de versterkingsoperatie, het Bestuursakkoord Groningen en opdrachten ten behoeve van het werk- en onderzoeksbudget.

Inkomensoverdrachten

Het budget voor bijdrage inkomensoverdrachten is voor 100% juridisch verplicht.

Bijdrage aan medeoverheden

Het budget voor bijdrage aan medeoverheden is voor 100% juridisch verplicht. Dit betreft gelden voor de uitvoering van het Bestuursakkoord Groningen voor de gemeenten en provincie in het aardbevingsgebied en de uitvoering van het Nationaal Programma Groningen voor perspectief in de regio.

  • E. 
    Toelichting op de financiële instrumenten Subsidies

Woonbedrijf

Dit betreft middelen voor het Woonbedrijf. De opkoopregeling wordt voortgezet tot 2024. Hiermee kunnen woningen in het aardbevingsgebied worden gekocht die langdurig te koop staan.

Diverse subsidies

Dit betreft diverse kleinere subsidies zoals subsidie aan de Rijksuniversiteit Groningen voor onder andere een kennisplatform.

Bestuursakkoord

Dit betreft middelen voor de subsidieregeling woningverbetering particulieren en de uitvoeringskosten van Samenwerkingsverband Noord-Nederland (SNN). Daarnaast betreft dit middelen voor de subsidieregeling woningverbetering voor woningcorporaties.

Industrie

Sinds 2018 wordt een programma uitgevoerd waarbij industriebedrijven worden beoordeeld op aardbevingsbestendigheid en waar nodig versterkt. De NAM vergoedde de kosten van deze activiteiten aan de bedrijven. Deze verantwoordelijkheid is overgenomen van de NAM door de Minister van EZK en wordt uitgevoerd door de NCG.

Opdrachten

Werk- en onderzoeksbudget

Uit deze middelen worden onder andere de opdracht aan de Stichting Koninklijk Nederlands Normalisatie Instituut (NEN) gefinancierd om de Nederlandse Praktijkrichtlijn voor aardbevingsbesteding bouwen (NPR) te actualiseren, verschillende kennisplatforms en de bijdragen aan de veilig-heidsregio en maatschappelijke organisaties.

Versterkingsoperatie

Het in de begroting opgenomen budget betreft een raming van de kosten voor de versterkingsoperatie. Het betreft kosten voor:

  • de versterkingsoperatie; de uitvoering van de bouwkundige projecten en verschillende bijkomende kosten, zoals tijdelijke huisvesting,
  • de uitvoeringsorganisatie; de operationele kosten van de NCG en de bijkomende kosten zoals ICT en huisvesting. Deze kosten zijn onderdeel van artikel 11 Centraal Apparaat.

De daadwerkelijk gemaakte kosten van de versterkingsoperatie worden in rekening gebracht bij de NAM exclusief BTW.

Meer informatie over (de totstandkoming van) de raming van de kosten voor de versterkingsoperatie is te vinden in onderdeel C. Beleidswijzigingen en de Kamerbrief «NAM op afstand» (Kamerstukken II 2020/21,33529, nr. 866.

Bestuursakkoord

In het bestuursakkoord Groningen zijn middelen beschikbaar gesteld voor voor vastgelopen dossiers en de knelpuntenpot van de NCG.

Industrie

Sinds 2018 wordt een programma uitgevoerd waarbij industriebedrijven worden beoordeeld op aardbevingsbestendigheid en waar nodig versterkt. De NAM vergoedde de kosten van deze activiteiten aan de bedrijven. Deze verantwoordelijkheid is overgenomen van de NAM door de Minister van EZK en wordt uitgevoerd door de NCG.

Inkomensoverdrachten

Tegemoetkoming huurders

Voor corporaties is sloop/nieuwbouw in de versterkingsopgave een kans om hun woningbestand te moderniseren. De particuliere eigenaren kunnen de kosten van tijdelijke huisvesting verhalen op de NAM.

Bijdrage aan medeoverheden

Nationaal Programma Groningen

Met het Nationaal Programma Groningen (NPG) wordt geïnvesteerd in de leefbaarheid van Groningen, maar ook in de energietransitie en economische ontwikkeling van de provincie. Het NPG is een samenwerkingsverband van het Rijk, de provincie en gemeenten en heeft een looptijd van tien jaar. De NAM draagt € 500 mln. bij en het Rijk € 650 mln.

Compensatie gemeenten en provincie

De provincie Groningen en de betrokken gemeenten worden gecompenseerd voor de aardbevingsgerelateerde kosten die zij maken als gevolg van de versterkingsoperatie.

Bestuursakkoord

In het Bestuursakkoord Groningen zijn middelen beschikbaar gesteld voor het gebiedsfonds (gemeenten). Daarnaast worden middelen beschikbaar gesteld voor de specials programma's sociaal/emotioneel (BZK). De middelen voor specials Agro (LNV), MKB (EZK), Erfgoed (OCW) worden overgeboekt naar de betreffende departementen.

Ontvangsten

De ontvangsten betreffen de bijdragen van de NAM aan het NPG en de raming voor de versterkingsoperatie.

  • 4. 
    Niet-beleidsartikelen

4.1  Artikel 11. Centraal apparaatA. Apparaatsuitgaven Kerndepartement

Op dit artikel worden naast alle personele en materiële uitgaven en ontvangsten van het kerndepartement ook de apparaatsuitgaven van de agentschappen gepresenteerd.

Tabel 22 Budgettaire gevolgen artikel 11 Centraal apparaat (bedragen x € 1.000)

 
 

2020

2021

2022

2023

2024

2025

2026

Verplichtingen

634.269

694.803

584.253

567.199

566.451

548.458

548.051

 

Uitgaven

599.980

694.803

584.253

567.199

566.451

548.458

548.051

 

Personele uitgaven

Eigen personeel

253.273

281.589

302.162

294.171

292.623

283.781

283.704

Inhuur externen

55.509

81.635

24.464

20.290

20.290

18.840

18.603

Overige personele uitgaven

2.852

12.904

11.520

9.200

9.954

4.354

4.354

 

Materiële uitgaven

Bijdrage SSO's

2.109

288.821

232.915

231.686

231.172

230.483

230.399

ICT

267.849

10.464

489

415

340

340

340

Overige materiële uitgaven

18.343

17.750

12.703

11.437

12.072

10.660

10.651

 

Bijdrage aan agentschappen

Diverse bijdragen

45

1.640

0

0

0

0

0

 

Ontvangsten

98.747

170.854

89.293

109.293

109.293

109.293

109.293

In deze tabel zijn de apparaatsuitgaven van het kerndepartement opgenomen, inclusief het Huis voor Klokkenluiders (HvK) en de Toelatings-organisatie Kwaliteitsborging Bouw (TloKB). De reeks is exclusief de apparaatsuitgaven van de Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst (AIVD). Vanwege het specifieke karakter zijn deze begroot op beleidsartikel

2.

  • B. 
    Totaaloverzicht apparaatsuitgaven en -kosten inclusief agentschappen en ZBO/RWT's

De apparaatskosten van BZK bestaan uit de apparaatsuitgaven voor het kerndepartement, de AIVD en de apparaatskosten voor de acht baten-laste-nagentschappen. In de onderstaande tabel staan de structurele apparaatsuitgaven van het kerndepartement en de AIVD aangegeven.

Tabel 23 Totaaloverzicht apparaatsuitgaven/kosten inclusief agentschappen en ZBO's/RWT's (bedragen x € 1.000)

 
 

2020

2021

2022

2023

2024

2025

2026

Totaal apparaatsuitgaven ministerie

906.829

1.017.701

912.474

898.165

895.042

876.997

876.575

Kerndepartement

599.980

694.803

584.253

567.199

566.451

548.458

548.051

Algemene Inlichtingen en veiligheidsdienst

306.849

322.898

328.221

330.966

328.591

328.539

328.524

Onderstaande tabel geeft een overzicht van de apparaatskosten van de baten-lastenagentschappen, de Zelfstandige Bestuursorganen (ZBO's) en de Rechtspersonen met een Wettelijke Taak (RWT's).

 
 

2020

2021

2022

2023

2024

2025

2026

Totaal apparaatskosten Agentschappen

1.392.566

1.429.909

1.541.033

1.537.214

1.575.203

1.588.061

1.597.757

RvIG

104.702

107.188

124.004

119.868

155.631

164.405

164.541

Logius

228.336

235.455

249.392

249.392

249.392

249.392

249.392

P-Direkt

97.837

101.467

106.454

106.429

106.274

106.418

106.418

UBR

299.353

285.108

323.701

336.167

344.746

353.491

362.405

FMH

122.122

138.228

141.590

141.590

141.590

141.590

141.590

SSC-ICT

233.145

232.567

260.857

249.557

245.057

240.557

240.557

RVB

295.666

317.085

320.641

320.454

318.932

318.627

319.273

DHC

11.405

12.811

14.394

13.757

13.581

13.581

13.581

 

Totaal apparaatskosten ZBO's en RWT's1

192.506

224.723

233.550

226.223

225.761

220.715

219.705

Stichting Administratie Indonesische Pensioenen (SAIP)

1.406

1.404

1.401

1.392

1.225

1.215

1.205

Kadaster

191.100

221.900

230.000

222.500

222.100

219.500

218.500

1 BZK verstrekt bijdragen aan vijf begrotingsgefinancierde ZBO's en RWT's: Stichting Administratie Indonesische Pensioenen (SAIP), Huis voor Klokkenluiders (HVK) de Huurcommissie, het Kadaster en de Toelatingsorganisatie Kwaliteitsborging Bouw (TloKB). De apparaatskosten van het HvK, de TloKB en de Huurcommissie zijn hier niet vermeld, omdat ze respectievelijk worden bekostigd vanuit de apparaatskosten van het kerndepartement (artikel 11) en de apparaatskosten van het agentschap Dienst van de Huurcommissie (DHC). Bij de SAIP worden de apparaatskosten niet alleen door BZK gefinancierd, maar ook door andere opdrachtgevende ministeries en derden. Voor meer informatie over de ZBO's en RWT's van BZK zie de bijlage ZBO's en RWT's in de begrotingshoofdstukken IIB en VII.

Apparaatsuitgaven per Directoraat Generaal

Om de Tweede Kamer inzicht te bieden in de apparaatsuitgaven per beleidsterrein wordt in onderstaande tabel weergegeven wat de apparaatsuitgaven zijn per onderdeel van het Ministerie van BZK.

 

Tabel 25 Apparaatsuitgaven per Directoraat Generaal (bedragen x € 1.000)

Directoraat Generaal

2022

Algemene Bestuursdienst (Bureau ABD)

38.006

Bestuur, Ruimte en Wonen (DGBRW)

11.052

Koninkrijksrelaties (DGKR)

1.030

Omgevingswet (PDGOW)

4.937

Overheidsorganisatie (DGOO)

223.405

Vastgoed en Bedrijfsvoering Rijk (DGVBR)

12.849

Staf en Ondersteunende Diensten (S&OD)

180.752

Huis voor Klokkenluiders (HvK)

3.865

Nationaal coördinator Groningen (NCG)

108.357

Totaal apparaat

584.253

4.2 Artikel 12. Algemeen

  • A. 
    Budgettaire gevolgen
 

Tabel 26 Budgettaire gevolgen artikel 12 Algemeen (bedragen x € 1.000)

 

2020

2021

2022

2023

2024

2025

2026

Verplichtingen

35.929

261.861

11.560

11.173

11.201

11.086

11.085

 

Uitgaven

36.480

31.861

171.560

81.173

11.201

11.086

11.085

 

Subsidies (regelingen)

Diverse subsidies

935

1.067

1.041

807

733

618

617

Koninklijk Paleis Amsterdam

50

53

53

53

53

53

53

Opdrachten

(Inter)nationale samenwerking

361

219

417

264

264

264

264

Diverse opdrachten

114

286

321

321

423

423

423

Bijdrage aan ZBO's/RWT's

Diverse bijdragen

81

243

0

0

0

0

0

Bijdrage aan medeoverheden

Kwijtschelden publieke schulden

0

0

160.000

70.000

0

0

0

Bijdrage aan agentschappen

SSC-ICT (eigenaarsbijdrage)

9.000

1.600

0

0

0

0

0

Bijdrage aan (andere) begrotingshoofdstukken

Financiën en Nationale Schuld (Belastingdienst)

25.939

28.393

9.728

9.728

9.728

9.728

9.728

 

Ontvangsten

17.269

34.580

0

0

0

0

0

  • B. 
    Toelichting op de financiële instrumenten

12.1 Algemeen Subsidies (regelingen)

Diverse subsidies

Dit betreft grotendeels een subsidie aan de Stichting Parlementaire Geschiedenis voor exploitatie van het Centrum Parlementaire Geschiedenis (CPG). Daarnaast betreft het een subsidie voor een wetenschappelijk samenwerkingsverband van de AIVD met de Technische Universiteit Delft. Vanwege het bijzondere karakter van artikel 2 "Nationale veiligheid" wordt de subsidie via artikel 12 "Algemeen" verstrekt.

Koninklijk Paleis Amsterdam

Dit betreft de jaarlijkse subsidie voor de openstelling van het Koninklijk Paleis Amsterdam.

Opdrachten

(Inter)nationale samenwerking

Het betreft middelen voor het versterken van de strategische, constitutionele en wetgevende, internationale en economische advisering voor BZK breed. De advisering dient als verbindende spil tussen de (beleids)directies onderling en de politieke en ambtelijke leiding. Hier worden opdrachten versterkt die ondersteunend zijn aan bovengenoemd doel en daarbij vaak een (specifiek) beleidsveld overstijgend karakter hebben.

Diverse opdrachten

Een veilige informatievoorziening en verbetering van de ICT is een prioriteit. De CIO-office van het departement zorgt voor samenhang in de informatievoorziening en voor de verdere versterking van de beheersing van projecten met een ICT-component, waaronder het meehelpen bij het doorvertalen van beleidsdoelen naar ICT. Het budget voor de CIO-office wordt aangewend om bij te dragen aan de verdere inrichting van strategische advisering en toezicht, IT-governance en securitygovernance, informatievoorziening en professionalisering.

Voorts zijn middelen bestemd voor de inrichting van de crisisbeheersings-organisatie bij BZK en voor fysieke- en informatiebeveiliging van de organisatie op basis van risicomanagement. Naast bovenstaande zal bijzondere aandacht uitgaan naar de verdere versterking en inrichting van de adviescapaciteit op het gebied van Openbare Orde, Inlichtingen en Veiligheid.

Bijdrage aan medeoverheden

Kwijtschelden publieke schulden

In 2021 is in samenwerking met de publieke schuldeisers en de verantwoordelijke departementen het kwijtschelden van publieke schulden verder uitgewerkt. Met de medeoverheden is afgesproken dat compensatie van de uitgaven en de derving van inkomsten plaats vindt op basis van nacalculatie (werkelijke kosten). Ook de uitvoeringskosten van de kwijtscheldingsregelingen en de uitvoeringskosten die samenhangen met het compenseren van gemeenten worden vergoed. Het uiteindelijke aantal ouders dat recht heeft op de herstel-regelingen en de hoogte van de publieke schulden zijn onzeker. Op dit moment is de inschatting van de kosten circa € 230 mln.

Bijdrage aan (andere) begrotingshoofdstukken

Financiën en Nationale Schuld (Belastingdienst)

Over de winst op een aantal activiteiten op de begroting van het Ministerie van BZK en daaronder vallende agentschappen moet vennootschapsbelasting (Vpb) worden afgedragen. De uitgaven aan Vpb betreffen de aanslagen over de belastbare winst op de generale ontvangsten en een deel van de specifieke ontvangsten van artikel 9 (Uitvoering Rijksvastgoed-beleid) van deze begroting.

4.3 Artikel 13. Nog onverdeeld

  • A. 
    Budgettaire gevolgen

Tabel 27 Budgettaire gevolgen artikel 13 Nog onverdeeld (bedragen x € 1.000)

 
 

2020

2021

2022

2023

2024

2025

2026

Verplichtingen

0

0

0

0

0

0

0

 

Uitgaven

0

0

0

0

0

0

0

 

Nog te verdelen

Loonbijstelling

0

0

0

0

0

0

0

Prijsbijstelling

0

0

0

0

0

0

0

 

Ontvangsten

0

0

0

0

0

0

0

  • 5. 
    Begroting agentschappen

5.1 Rijksdienst voor Identiteitsgegevens (RvIG)

Inleiding

De Rijksdienst voor Identiteitsgegevens (RvIG) is de autoriteit en regisseur van het veilig en betrouwbaar gebruik van identiteitsgegevens en is de uitvoeringsorganisatie op het gebied van persoonsgegevens en reisdocumenten voor het Koninkrijk der Nederlanden. In een constant veranderende samenleving is de veiligheid en betrouwbaarheid van identiteitsgegevens van groot belang.

RvIG is verantwoordelijk voor de volgende diensten:

  • de Basisregistratie Persoonsgegevens (BRP);
  • de beheervoorziening burgerservicenummer (BV-BSN);
  • het systeem van aanvraag, productie en distributie van reisdocumenten;
  • de persoonsinformatievoorziening van het Caribisch gebied (PIVA);
  • het beheren van voorzieningen ten behoeve van het eIDAS-stelsel;
  • het Centraal Meldpunt Identiteitsfraude en -fouten (CMI);
  • de Landelijke Aanpak Adreskwaliteit (LAA);
  • het Meldpunt Fouten in Overheidsregistraties (MFO).

Ontwikkelingen

RvIG vervult een rol in de strategische Digitale agenda Rijkdienst. Hierbij wordt samengewerkt met publieke-, private- en wetenschappelijke partijen. 'De maatschappelijke en technologische ontwikkelingen vragen ook om nieuwe technologieën voor authenticatie- en identificatie van personen en persoonsgegevens. In 2022 (en verder) zullen deze nader worden uitgewerkt en beproeft, Het gaat dan onder andere om ontwikkelingen ten aanzien van de Digitale Bronidentiteit (DBI), Regie op Gegevens en Self Sovereign Identity. Ook de impact van diverse onderzoeken, zoals Werk aan Uitvoering (WAU) en de aanbevelingen door de Parlementaire Ondervra-gingscommissie Kinderopvangtoeslag (POK) en Tijdelijke Commissie Uitvoeringsorganisaties (TCU) hebben invloed op de organisatie RvIG. De Rijksbrede ontwikkeldoelstellingen zoals BZK-transparant en de BZK I-strategiezijn de kapsok voor daaruit voortvloeiende activiteiten.

Voor de BRP wordt gewerkt aan een toekomstagenda met als doel om op beheersbare wijze stapsgewijze verbeteringen door te voeren.

Voor het BSN lopen er ontwikkelingen naar aanleiding van de aanbevelingen van de ADR, die kunnen leiden tot een breder gebruik en dus een intensivering met zich mee kan brengen. Daarnaast wordt de implementatie van het BSN binnen Caribisch Nederland voorbereid in opmaat naar de overgang naar de Nederlandse Identiteitsinfrastructuur.

Bij het CMI blijft het aantal meldingen over identiteitsfraude fors toenemen en zal extra aandacht worden besteed aan awareness.

Basis Registratie Personen (BRP)

Op basis van de Wet BRP voert RvIG het beheer over de registratie van ingezetenen, BRP en de Registratie niet-ingezetenen (RNI). Deze registraties hebben als doel om alle overheidsorganisaties te kunnen voorzien van dezelfde persoonsgegevens van de inwoners van ons land. Hierdoor hoeven andere overheden die informatie niet steeds weer bij de burger uit te vragen. Dit zorgt voor een efficiënte dienstverlening en voor minder administratieve lasten voor de burger.

Burgerservicenummer (BSN)

RvIG is verantwoordelijk voor de beheervoorziening BSN. Hieronder valt het beheer van de voorziening voor het genereren, distribueren, toekennen en beheren van Burgerservicenummers. Daarnaast beheert RvIG het foutenmeldpunt voor het melden van vermoedens over BSN-nummer-fouten en worden mogelijk dubbelinschrijvingen gecontroleerd via de voorziening permanente monitoring dubbelinschrijvingen.

Reisdocumenten

RvIG ziet in haar verantwoordelijkheid voor het reisdocumentenstelsel toe op de productie van paspoorten en Nederlandse identiteitskaarten (NIK) en het aanvraag- en uitgifte proces bij uitgevende instanties. Daarnaast beheert RvIG de registers 'Register Paspoortsignalering' (RPS), Basisregister 'Reisdocumenten' (BRR) en 'Verificatieregister Reisdocumenten' (VR).

In 2022 gaat RvIG verder met de verbetering van het reisdocumentenstelsel. Hierbij wordt onder andere het aanvraag- en uitgifteproces onder handen genomen. Op dit moment vereisen deze kennisintensieve processen nog veel handmatige handelingen. Een simpeler en minder mens-afhankelijk proces zal worden ingericht met als doel om onder andere onterechte verstrekking van reisdocumenten en onterecht vervallen van reisdocumenten te voorkomen en zo het betrouwbare imago van het Nederlandse reisdocument hoog te houden. Dit programma verbetering van het reisdocumentenstelsel (VRS) legt ook de basis voor veranderingen die op termijn in de nog te ontwikkelen visie kunnen worden doorgevoerd (Kamerstukken II, 2018/19, 25764, nr. 120).

Caribisch gebied

In 2022 wordt gezamenlijk met de Openbare Lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba (Caribisch Nederland) gewerkt aan verdere kwaliteitsverbetering van de bevolkingsadministraties. In samenwerking met het Openbaar Lichaam Sint Eustatius is over de periode 1 maart 2017 tot 1 maart 2021 duurzame ondersteuning geboden in de vorm van personele inzet van RvIG medewerkers bij de afdeling burgerzaken. Er wordt momenteel onderzoek gedaan naar een vervolg van deze duurzame ondersteuning door middel van personele inzet. De Openbare Lichamen en landen binnen het Koninkrijk worden nauw betrokken bij de verbetering van het reisdocumentenstelsel.

Electronic Identification Authentication and Trust Services (eIDAS)

RvIG voert het stelselbeheer over één van de voorzieningen binnen eIDAS. Deze voorziening zorgt ervoor dat op basis van de uit Europa meegegeven set aan gegevens, via een bevraging in de beheervoorziening BSN, een BSN van de betreffende persoon wordt gezocht. Een dienstverlener kan op basis van het BSN zijn diensten aan de burger verlenen. Daarnaast is RvIG in het kader van eIDAS verantwoordelijk voor de toetsing op het gebruik van BSN's door eIDAS uitvoerende instanties.

Centraal Meldpunt Identiteitsfraude en -fouten (CMI)

RvIG begeleidt naast slachtoffers van identiteitsfraude ook burgers met fouten met betrekking tot hun persoonsgegevens. RvIG fungeert als ketenregisseur en schakelt indien nodig ketenpartners zoals Politie, Belastingdienst, RDW, IND en Logius in.

Landelijke aanpak adreskwaliteit (LAA)

De LAA kan gezien worden als de samenwerking van de toekomst. Rijksoverheid en uitvoeringsorganisaties werken nauw samen met gemeenten om op basis van risicosignalen risicoadressen te onderzoeken, waarbij ook een huisbezoek wordt afgelegd. Deze intensieve manier van samenwerken over alle lagen van de overheid heen is van grote meerwaarde voor de kwaliteit van de BRP, helpt in het oplossen van maatschappelijke problemen en is tegelijkertijd een effectieve werkwijze in het kader van adres gerelateerde fraude.

Meldpunt Fouten in Overheidsregistraties (MFO)

Met ingang van 1 januari 2021 is een meldpunt voor fouten in basisregistraties ingericht waar burgers en geregistreerden zich tot kunnen wenden als zij vastlopen binnen de overheid. De fouten op het terrein van Identiteit kunnen daarin worden meegenomen.

Tabel 28 Begroting van baten-lastenagentschap RvIG voor het jaar 2022 (bedragen x € 1.000)

 
 

Stand Slotwet 2020

Vastgestelde begroting

2021

2022

2023

2024

2025

2026

Baten

  • Omzet

94.084

73.619

106.234

103.614

177.201

195.478

206.415

waarvan omzet moederdepartement

53.617

44.493

42.368

43.001

43.743

46.816

47.062

waarvan omzet overige departementen

0

0

0

0

0

0

0

waarvan omzet derden

40.467

29.126

63.866

60.613

133.458

148.662

159.353

Rentebaten

0

0

0

0

0

0

0

Vrijval voorzieningen

20.211

31.898

19.918

19.642

0

0

0

Bijzondere baten

0

0

0

0

0

0

0

Totaal baten

114.295

105.517

126.152

123.256

177.201

195.478

206.415

 

Lasten

Apparaatskosten

104.702

107.188

125.185

121.045

156.806

165.580

165.716

  • Personele kosten

29.185

29.362

27.990

28.056

28.426

27.468

27.879

waarvan eigen personeel

22.564

22.016

23.641

23.995

24.355

24.721

25.091

waarvan inhuur externen

6.104

7.346

4.349

4.061

4.071

2.747

2.788

waarvan overige personele kosten

517

0

0

0

0

0

0

  • Materiële kosten

75.517

77.826

97.195

92.989

128.380

138.112

137.837

waarvan apparaat ICT

412

958

958

958

958

958

958

waarvan bijdrage aan SSOS

142

275

275

275

275

275

275

waarvan overige materiële kosten

74.963

76.593

95.962

91.756

127.147

136.879

136.604

Rentelasten

0

0

0

0

0

0

0

Afschrijvingskosten

3.144

3.146

7.566

7.866

8.830

8.830

9.530

  • Materieel

3.144

3.146

4.566

4.566

5.530

5.530

5.530

waarvan apparaat ICT

0

50

50

50

50

50

50

waarvan overige materiële afschrijvingskosten

3.144

3.096

4.516

4.516

5.480

5.480

5.480

  • Immaterieel

0

0

3.000

3.300

3.300

3.300

4.000

Overige lasten

0

0

0

0

16.071

21.068

31.169

waarvan dotaties voorzieningen

0

0

0

0

16.071

21.068

31.169

waarvan bijzondere lasten

0

0

0

0

0

0

0

 

Totaal lasten

107.846

110.334

132.751

128.911

181.707

195.478

206.415

 

Saldo van baten en lasten gewone bedrijfsuitoefening

6.449

  • - 
    4.817
  • - 
    6.599
  • - 
    5.655
  • - 
    4.506

0

0

Agentschapsdeel Vpb-lasten

0

0

0

0

0

0

0

Saldo van baten en lasten

6.449

  • - 
    4.817
  • - 
    6.599
  • - 
    5.655
  • - 
    4.506

0

0

Toelichting

Baten

Omzet

De berekeningssystematiek met betrekking tot de verwachte uit te geven reisdocumenten is in 2020 herijkt. Hierdoor worden vanaf onderhavige begroting structureel meer baten begroot.

De omzet van RvIG is als volgt over de diverse opdrachten begroot:

Tabel 29 Begrote omzetverdeling RvIG (bedragen x € 1.000)

 
 

Moederdepartement

Overige departementen

Derden

Totaal

BRP

20.756

0

11.889

32.645

BSN

4.908

0

0

4.908

Reisdocumenten

0

0

51.977

51.977

Caribisch Gebied

1.262

0

0

1.262

eIDAS

4.601

0

0

4.601

CMI

1.103

0

0

1.103

LAA

8.636

0

0

8.636

MFO

1.102

0

0

1.102

 

Totaal

42.368

0

63.866

106.234

Vrijval voorzieningen

Om te voorkomen dat er grote fluctuaties in de kostprijs van reisdocumenten ontstaan als gevolg van de invoering van de 10-jarige geldigheid, heeft RvIG een egalisatiereserve opgebouwd. Deze egalisatiereserve wordt in de dipperiode (2019-2023) aangewend, zodat tarieven in de dipperiode niet hoeven te worden verhoogd als gevolg van de invoering van de 10-jarige geldigheid. Dit maakt realisatie van kostendekkendheid over 10 jaar mogelijk. Vanaf 2019 valt per jaar een deel van het opgebouwde bedrag op de egalisatiereserve vrij om de kostprijs gelijk te houden. In 2022 is dat bedrag € 19,9 mln.

Lasten

Apparaatskosten Personele kosten

De personele lasten bedragen € 28,1 mln. De verhoging van de eigen personele kosten heeft onder andere te maken met de verambtelijking en de nieuwe taken met betrekking tot MFO en eIDAS. De externe inhuur neemt af ten opzichte van de begroting 2021 ten gevolge de verambtelijking.

Materiële kosten

Het grootste gedeelte van de lasten betreft de kosten die worden gemaakt voor de productie en distributie van de reisdocumenten, het in stand houden van het BRP-netwerk, het beheer van de centrale verstrekkingvoor-ziening van de BRP (GBA-V en RNI) en de beheervoorziening BSN, CMI, PIVA-V en Sédula. Als gevolg van de herijkte berekeningssystematiek met betrekking tot de verwachte uit te geven reisdocumenten worden vanaf onderhavige begroting structureel meer productiekosten begroot. Voor de uitvoering van de taken maakt RvIG gebruik van geautomatiseerde systemen.

Afschrijvingskosten

Op de materiële activa wordt in 2022 € 4,6 mln. afgeschreven. Dit betreft de afschrijving op de investering van de vernieuwde RvIG-infrastructuur en de in 2019 vervangen systemen ten behoeve van het aanvragen en uitgeven van reisdocumenten. Daarnaast is sprake van afschrijvingen ad € 3,0 mln. op immateriële vaste activa, zijnde de ontwikkelde (IT-)verbeteringen binnen VRS.

Saldo van baten en lasten

De kosten voor het beheren van de BRP worden doorberekend aan de gebruikers met een kostendekkend tarief in de vorm van een abonnementsprijs. Deze doorberekening vindt deels via het Ministerie van BZK en deels rechtstreeks aan derden plaats. De kosten voor het beheren van de reisdocumentenketen, innovatie, investering en de kosten van de productie en distributie worden in de huidige systematiek gedekt uit het tarief dat RvIG in rekening brengt bij de uitgevende instanties. De overige opdrachten worden betaald door de opdrachtgever, namelijk het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. Uitgangspunt voor de begroting van baten en lasten van RvIG is een kostendekkende exploitatie.

Schuld aan gebruikers BRP

Het exploitatieresultaat over eerdere boekjaren met betrekking tot de BRP wordt met de gebruikers van de BRP vereffend door de staffelprijs van de BRP in 2022 en latere jaren te laten dalen ten opzichte van de staffelprijs in 2021. Hierdoor zijn de tarieven in 2022 niet volledig kostendekkend en ontstaat een begroot negatief saldo van baten en lasten. Dit negatieve saldo van € 6,6 mln. wordt met de openstaande schuld aan gebruikers BRP verrekend.

 

1 Tabel 30 Kasstroomoverzicht van baten-lastenagentschap RvIG over het jaar 2022 (bedragen x € 1.000)

 

Stand Slotwet

2020

Vastgestelde begroting

2021

2022

2023

2024

2025

2026

  • 1. 
    Rekening courant RHB 1 januari + depositorekeningen

130.841

91.706

54.689

25.484

614

14.932

43.130

+/+ totaal ontvangsten operationele kasstroom

95.818

73.619

106.234

103.614

177.201

195.478

206.415

-/- totaal uitgaven operationele kasstroom

  • 127.260
  • 107.188
  • 125.185
  • 121.045
  • 156.806
  • 165.580
  • 165.716
  • 2. 
    Totaal operationele kasstroom
  • - 
    31.442
  • - 
    33.569
  • - 
    18.951
  • - 
    17.431

20.395

29.898

40.699

-/- totaal investeringen

  • 14.350
  • 3.448
  • 10.254
  • 13.439
  • 4.877
  • 500
  • 500

+/+ totaal boekwaarde desinvesteringen

0

0

0

0

0

0

0

  • 3. 
    Totaal investeringskasstroom
  • - 
    14.350
  • - 
    3.448
  • - 
    10.254
  • - 
    13.439
  • - 
    4.877
  • - 
    500
  • - 
    500

-/- eenmalige uitkering aan moederdepartement

0

0

0

0

0

0

0

+/+ eenmalige storting door moederdepartement

0

0

0

0

0

0

0

-/- aflossingen op leningen

0

0

0

0

  • 1.200
  • 1.200
  • 1.200

+/+ beroep op leenfaciliteit

0

0

0

6.000

0

0

0

  • 4. 
    Totaal financieringskasstroom

0

0

0

6.000

  • - 
    1.200
  • - 
    1.200
  • - 
    1.200
  • 5. 
    Rekening courant RHB 31 december + stand depositorekeningen (=1+2+3+4)

85.049

54.689

25.484

614

14.932

43.130

82.129

Toelichting

Operationele kasstroom

In 2022 vertoont de operationele kasstroom een negatief saldo. Dit wordt met name veroorzaakt doordat vanaf 2019 het aantal aangevraagde tienjarige reisdocumenten terugloopt, waardoor de kasontvangsten teruglopen.

Investeringskasstroom

Voor 2022 wordt de omvang van de investeringen geraamd op € 10,3 mln. Het grootste deel hiervan betreft investeringen ten behoeve van programma VRS. Desinvesteringen worden niet verwacht.

Tabel 31 Overzicht doelmatigheidsindicatoren RvIG

 
 

Stand Slotwet 2020

Vastgestelde begroting

2021

2022

2023

2024

2025

2026

Omschrijving Generiek Deel

Fte-totaal (excl. externe inhuur)

239

263

280

280

280

280

280

Saldo van baten en lasten (%)

6,0%

  • 4,4%
  • 4,4%
  • 4,4%
  • 2,5%

0,0%

0,0%

Klanttevredenheid

7,2

n.v.t.

7,7

n.v.t.

7,8

n.v.t.

8,0

 

Omschrijving Specifiek Deel

Kostprijzen per product (in €)

Abonnementsstructuur (B)

2.430

2.430

2.000

2.000

2.000

2.000

2.000

Reisdocumenten: Paspoort 5 jaar

23,19

23,58

23,98

24,39

24,80

25,22

25,65

Reisdocumenten: Paspoort 10 jaar

41,04

41,74

42,45

43,17

43,90

44,65

45,41

Identiteitskaart 5 jaar

5,86

5,96

6,06

6,16

6,26

6,37

6,48

Identiteitskaart 10 jaar

33,44

34,01

34,59

35,18

35,78

36,39

37,01

 

Beschikbaarheid

Beschikbaarheid GBA netwerk

100%

100,0%

100,0%

100,0%

100,0%

100,0%

100,0%

Beschikbaarheid GBA-V

100%

99,9%

99,9%

99,9%

99,9%

99,9%

99,9%

Responsetijd GBA-V

<3 sec

< 3 sec

<3 sec

<3 sec

<3 sec

<3 sec

<3 sec

Beschikbaarheid basisregister

100%

99,9%

99,9%

99,9%

99,9%

99,9%

99,9%

Beschikbaarheid verificatieregister

100%

99,9%

99,9%

99,9%

99,9%

99,9%

99,9%

Beschikbaarheid BSN

100%

99,9%

99,9%

99,9%

99,9%

99,9%

99,9%

Doorlichting uitgevoerd cq. gepland in

 

2021

         

Toelichting Generiek Deel

Fte-totaal

Het aantal fte neemt in 2022 verder toe, onder andere als gevolg van de in 2021 in beheer genomen nieuwe taken met betrekking tot 'Meldpunt Fouten in Overheidsregistraties' en uitbreiding van de taken met betrekking tot elDAS.

Klanttevredenheid

Tweejaarlijks vindt er een klanttevredenheidsonderzoek plaats. RvIG hecht veel waarde aan wat de gebruiker vindt van onze producten en diensten. De uitkomsten zijn voor ons waardevolle input voor de optimalisatie van onze dienstverlening en producten.

Specifiek Deel

Abonnementsstructuur (B)

RvIG streeft ernaar om de kostprijzen per product zo constant mogelijk te houden. Door een uitname uit de post schuld aan gebruikers BRP kan de komende jaren (vanaf 2022) het tarief voor de abonnementsstructuur dalen. Er wordt gewerkt aan een nieuw financieringsmodel voor de BRP.

Reisdocumenten

De hoogte van de leges die RvIG in rekening brengt bij de uitgevende instanties, zoals de gemeenten, de buitenlandse posten en de Caribische gemeenten (Bonaire, Eustatius en Saba), is exclusief de gemeentelijke leges en eventuele spoedtoeslagen.

Beschikbaarheid

De doelstelling in 2022 met betrekking tot de beschikbaarheid van de diverse ICT-voorzieningen is het halen van de gestelde normen, als opgenomen onder de kwaliteitsindicatoren in bovenstaande tabel.

5.2 Logius

Inleiding

Logius is de dienst digitale overheid en onderdeel van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK). Logius beheert en ontwikkelt producten en diensten voor de overheid en organisaties met een publieke taak, zodat burgers en bedrijven met hen digitaal hun zaken kunnen regelen. Dankzij producten en diensten zoals DigiD, MijnOverheid en Digipoort kunnen burgers onder andere digitaal belastingaangifte doen, digitale post ontvangen en veilig privacygevoelige data delen met onder andere de overheid en zorgverzekeraars. Logius zorgt voor een veilige toegang tot en gegevensuitwisseling binnen de digitale overheid. Daar waar er reeds succesvolle oplossingen beschikbaar zijn wordt het gebruik van (open) standaarden gestimuleerd door Logius en organiseert zij dat dergelijke oplossingen eenvoudig en eenduidig met elkaar samenwerken in stelsels zoals bijvoorbeeld Diginetwerk en PKIOverheid. Er wordt hiervoor nauw samengewerkt met andere overheden en organisaties met een publieke taak waar de behoefte van eindgebruikers, burgers en bedrijven, centraal worden gezet. De werkwijze is dan ook gericht op het flexibel en wendbaar kunnen inspelen op deze behoeften om onze dienstverlening continue te verbeteren.

Dienstverlening

Logius biedt dienstverlening op de volgende gebieden:

  • Toegang: Logius biedt inlogmethodes waardoor mensen en organisaties veilig toegang krijgen tot de digitale overheid.
  • Standaarden en stelsels: Via standaarden en stelsels zorgt Logius voor eenduidigheid, herbruikbaarheid en generieke oplossingen binnen de digitale overheid.
  • Gegevensuitwisseling: Logius biedt oplossingen voor elektronisch berichtenverkeer tussen overheden en hun ketenpartners. Dit maakt het ontsluiten en beschikbaar stellen van gegevens mogelijk én hierdoor wordt informatie maar één keer aangeleverd.

Logius voorziet dat naast het borgen van continuïteit en veiligheid van dienstverlening, investeren in het fundament van belang is voor het garanderen van een veilige, flexibele en wendbare digitale overheid. De volgende vier elementen vormen tezamen de kapstok voor ons werk in de komende jaren:

  • Continuïteit en veiligheid dienstverlening: De continuïteit en veiligheid van onze dienstverlening staat centraal bij ons. Dit doet Logius door alles wat het in beheer heeft te onderhouden en hierop kleine doorontwik-keling door te voeren. Dat betekent dat de dienstverlening niet alleen op een solide infrastructuur moet draaien, maar er daarnaast ook blijvend aandacht moet zijn voor beveiligingsaspecten. Daarom staat naast continuïteit en veiligheid ook incident-en crisismangement hoog in het vaandel bij Logius.
  • Vernieuwen van het fundament: Logius zet belangrijke stappen om het fundament voor de digitale overheid te vernieuwen, waardoor dit toekomstvast wordt, beter schaalbaar is en flexibel ingezet kan worden. Denk daarbij aan een nieuwe infrastructuur conform cloud-principes en zogeheten microservices. Met deze microservices wordt het mogelijk om bepaalde functionaliteiten generiek te ontwikkelen, zodat hergebruik mogelijk is. Logius onderneemt hiermee stappen om op termijn af te stappen van 'grote', op zichzelf staande, voorzieningen. Hiermee wordt de digitale overheid flexibeler, omdat het ons beter in staat stelt in te spelen op nieuwe behoeften.
  • Wet- en regelgeving: Logius geeft invulling aan de implementatie van wet- en regelgeving. Denk daarbij aan de wet Digitale Overheid of de Wet elektronisch berichtenverkeer Belastingdienst. Hiervoor moeten bestaande producten en diensten aangepast worden of moet Logius de dienstverlening richting andere overheidsdienstverleners ontsluiten.
  • Nieuwe ontwikkelingen: Naast het borgen van de continuïteit en veiligheid, het vernieuwen van een toekomstbestendig fundament en het bijdragen aan wet- en regelgeving, draagt Logius ook met nieuwe ontwikkelingen en doorontwikkeling van de dienstverlening bij aan de invulling van de NL Digibeter agenda. Om verder invulling te geven aan de NL Digibeter agenda moet Logius investeren in de ontwikkeling van nieuwe dienstverlening (denk aan de routeringsvoorziening of nieuwe machtigingsoplossingen) en bestaande voorzieningen doorontwikkelen (bijvoorbeeld DigiD Substantieel en Hoog). Hierbij zet Logius ook in op het inrichten van afsprakenstelsels en verdere standaardisatie van de generieke digitale infrastructuur (GDI).

Tabel 32 Begroting van baten-lastenagentschap Logius voor het jaar 2022 (bedragen x € 1.000)

 
 

Stand Slotwet 2020

Vastgestelde begroting

2021

2022

2023

2024

2025

2026

Baten

  • Omzet

227.344

235.855

249.392

249.392

249.392

249.392

249.392

waarvan omzet moederdepartement

62.828

71.925

82.367

82.367

82.367

82.367

82.367

waarvan omzet overige departementen

140.299

124.420

139.276

139.276

139.276

139.276

139.276

waarvan omzet derden

24.217

39.510

27749

27749

27749

27749

27.749

Rentebaten

0

0

0

0

0

0

0

Vrijval voorzieningen

0

0

0

0

0

0

0

Bijzondere baten

1.295

0

0

0

0

0

0

Totaal baten

228.639

235.855

249.392

249.392

249.392

249.392

249.392

 

Lasten

Apparaatskosten

228.336

235.455

249.392

249.392

249.392

249.392

249.392

  • Personele kosten

75.065

73.464

77.513

77.513

77.513

77.513

77.513

waarvan eigen personeel

33.676

37715

48.116

48.116

48.116

48.116

48.116

waarvan inhuur externen

39.637

32.542

25.942

25.942

25.942

25.942

25.942

waarvan overige personele kosten

1.752

3.207

3.455

3.455

3.455

3.455

3.455

  • Materiële kosten

153.271

161.991

171.879

171.879

171.879

171.879

171.879

waarvan apparaat ICT

6.362

5.924

6.704

6.704

6.704

6.704

6.704

waarvan bijdrage aan SSOS

631

402

902

902

902

902

902

waarvan overige materiële kosten

146.278

155.665

164.273

164.273

164.273

164.273

164.273

Rentelasten

0

0

0

0

0

0

0

Afschrijvingskosten

400

400

0

0

0

0

0

  • Materieel

400

400

0

0

0

0

0

waarvan apparaat ICT

0

0

0

0

0

0

0

waarvan overige materiële afschrijvingskosten

400

400

0

0

0

0

0

  • Immaterieel

0

0

0

0

0

0

0

Overige lasten

0

0

0

0

0

0

0

waarvan dotaties voorzieningen

0

0

0

0

0

0

0

waarvan bijzondere lasten

0

0

0

0

0

0

0

 

Totaal lasten

228.736

235.855

249.392

249.392

249.392

249.392

249.392

 

Saldo van baten en lasten gewone bedrijfsuitoefening

  • - 
    97

0

0

0

0

0

0

Agentschapsdeel Vpb-lasten

  • 1

0

0

0

0

0

0

Saldo van baten en lasten

  • - 
    96

0

0

0

0

0

0

Baten

Omzet

 

Tabel 33 Begrote omzetverdeling Log

ius

     
 

Moederdepartement

Overige departementen

Derden

Totaal

Centrale Catalogi

0

615

0

615

DigiD

2.936

31.317

14.680

48.933

DigiD Machtigen

0

16.008

0

16.008

Digilnkoop

248

4.702

0

4.950

Wet- en Regelgeving

1.500

0

0

1.500

Diginetwerk

90

456

349

895

Digipoort FS

0

2.086

284

2.370

Digipoort SBR

0

28.402

2.470

30.872

Digitoegankelijk

131

493

0

624

Digipoort Sociaal

0

0

1.781

1.781

Digipoort e-Factureren

237

4.494

0

4.731

Rijksoverheid Accespoint (ROAP)

45

855

0

900

Peppol Autoriteit

880

0

0

880

eHerkenning

4.474

0

0

4.474

Haagse Ring

6.289

1.878

0

8.167

Netwerkvoorzieningen

950

2.848

0

3.798

Standaardplatform

3.656

2.218

120

5.994

MijnOverheid-Gegevens

2.688

10.112

0

12.800

MijnOverheid-Berichten (Berichtenbox)

1.344

17.476

8.065

26.885

Bekendmakingen

830

0

0

830

PKIOverheid

450

1.692

0

2.142

Programma eID (BSNk, Routering)

10.881

0

0

10.881

Samenwerkende Catalogi

92

347

0

439

Stelselvoorzieningen

3.340

12.564

0

15.904

Bureau Forum & Standaardisatie

1.929

713

0

2.642

Totaal Beheer & Exploitatie

42.990

139.276

27.749

210.015

 

Doorontwikkeling beleidsgeld BZK

1.596

0

0

1.596

Doorontwikkeling Investeringspost

37.781

0

0

37.781

Totaal Doorontwikkeling

39.377

0

0

39.377

 

Totaal

82.367

139.276

27.749

249.392

Omzet

De totale begroting voor 2022 is € 13,9 mln hoger dan in 2021. Hierbij gaat het om € 21,5 mln hogere kosten en een negatieve bijstelling van € 7,6 mln. doorontwikkelopdrachten ten opzichte van 2021. Bij de dienstverlening die op basis van gebruik wordt afgerekend vangt de stijging van het verwachte gebruik de begrote stijging in kosten op en kunnen tarieven gelijk blijven of licht dalen met uitzondering van DigiD Machtigen. DigiD Machtigen dienstverlening wordt doorontwikkeld wat leidt tot hogere beheerlast maar het gebruik blijft stabiel.

De belangrijkste kostenstijgingen zijn: ten eerste prijsstijgingen (€ 4,8 mln.) zoals autonome prijsverhoging / indexatie en kostenstijgingen bij SSC-ICT die doorbelast worden aan Logius. Ten tweede de toename van kosten als gevolg van de toename van gebruik van dienstverlening zoals DigiD, DigiD Machtigen en MijnOverheid-Gegevens, dit gaat dan om bevragingen van het BRP en SMS kosten (€ 5,6 mln). Ten derde het ingroeien op het Organisatie & Formatieplan (€ 3,8 mln.), wat nodig is om de gevraagde kwaliteit en wendbaarheid te kunnen bieden en om de werkdruk voor de medewerkers te verlagen.

MijnOverheid-Gegevens wordt vanaf 2022 onderdeel van de niet-transac-tiegerichte voorzieningen, deze wijziging van financiering leidt tot een verschuiving van € 4 mln. van derden naar het moeder- departement (€ 2,6 mln.) en overige departementen (€ 1,4 mln.).

De begroting van 2022 is doorgetrokken naar de jaren 2023 tot en met 2026, door de vele ontwikkelingen is het te onzeker om meerjarig een betrouwbaar beeld af te geven.

Omzet moederdepartement

De begrote omzet voor 2022 neemt met ruim € 10 mln. toe ten opzichte van de begrote omzet voor 2021. De belangrijkste wijzigingen zijn: doorbelasting van verbindingen aan Logius van SSC-ICT voor de Haagse Ring (€ 5,7 mln.). Het Standaard Platform dat in 2021 is overgenomen van het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat is in 2022 voor het eerst voor een heel jaar begroot, het verwacht gebruik van moederdepartement hierin is € 3,4 mln.. De Peppol Autoriteit is recent ondergebracht bij Logius en ziet toe op eenvoudig, snel en veilig uitwisselen van e-facturen en andere elektronische berichten, hiervoor is € 0,9 mln. begroot. De beheerkosten voor de nieuwe service officiële bekendmakingen hiervoor is € 0,8 mln. begroot. MijnOverheid-Gegevens wordt vanaf 2022 onderdeel van de niet-transac-tiegerichte voorzieningen dit leidt tot een verschuiving van € 2,6 mln. van derden naar het moederdepartement. Ook is € 1,5 mln. begroot voor adaptieve wijzigingen als gevolg van gewijzigde wet- en regelgeving. Naast bovenstaande stijgingen is er sprake van een negatieve bijstelling van € 7,6 mln. ten opzichte van de begroting 2021 voor doorontwikkeling.

Omzet overige departementen

De omzet voor overige departementen stijgt met € 15 mln. deze stijging wordt met name veroorzaakt door stijging van het verwacht gebruik van DigiD bij de zorgsector (€ 8,8 mln.). Een verhoging bij DigiD Machtigen omdat de UWV Machtigen minder gebruikt dan eerder begroot in combinatie met een stijgend tarief door stagnerend gebruik (€ 4,2 mln.). Alsmede een stijging van €1,6 mln. als gevolgs van de gewijzigde financiering van MijnOverheid-Gegevens.

Omzet derden

De omzet van derden daalt met bijna € 12 mln. ten opzichte van 2021 en dit is voor het belangrijkste deel te verklaren doordat het UWV het verwachte gebruik van DigiD Machtigen (€ 5,2 mln.) heeft bijgesteld ten opzichte van 2021 en daarnaast de daling van € 4 mln. als gevolg van de gewijzigde financiering van MijnOverheid-Gegevens.

Lasten

Apparaatskosten Personele kosten

De personele kosten stijgen ten opzichte van 2021 met € 4,0 mln. Voor 2022 volgt Logius de geplande ingroei op het Organisatie & Formatieplan met een indexatie van 1,5% voor CAO- en prijsstijging. Dit leidt bij eigen personeel tot een stijging van € 10,4 mln (een stijging van 100 FTE, waarvan 55 FTE groei en 45 FTE verambtelijking) en bij externe inhuur met € 6,6 mln. daalt.

Materiële kosten

De materiële kosten bestaan voor het grootste deel uit contractkosten voor de dienstverlening van Logius, zoals deze zijn opgenomen bij de omzet. Deze kosten vallen onder overig materieel en bestaan uit kosten voor leveranciers die zorgen voor o.a. applicatiebeheer, infrastructuurbeheer en hosting van de producten. Daarnaast vallen hier de contractkosten onder voor bedrijfsvoering. Een klein deel van de materiële kosten, de kantoorautomatisering en huisvesting, valt onder apparaat ICT en bijdrage SSO's.

Ten opzichte van de begroting 2021 stijgt apparaat ICT met € 0,8 mln. vanwege de vervanging van DigiInkoop en het voldoen aan de Wet Openbare Overheiden en Archiefwet. De bijdrage aan SSO's stijgt met € 0,5 mln. vanwege toename oppervlakte en ander gebruik van de beschikbare ruimte als gevolg van het hybride werken. De overige materiële kosten stijgen per saldo met € 8,6 mln. Er wordt een daling van € 3,1 mln. gerealiseerd door de aanbesteding van nieuwe infrastructuur. De belangrijkste kosten stijgingen betreffen BRP € 3,0 mln. vanwege meer bevragingen, SMS-kosten DigiD € 2,6 mln. vanwege meer gebruik van DigiD-Midden, stijging kosten voor verbindingen van SSC-ICT € 1,9 mln., stijging kosten Digipoort als gevolg van nieuwe herbouwscenario € 1,3 mln. en indexatie € 1,4 mln.

Saldo van baten en lasten

Logius heeft een sluitend saldo van baten en lasten begroot voor 2022.

 

1 Tabel 34 Kasstroomoverzicht van baten-lastenagentschap Logius over het jaar 2022 (bedragen x € 1.000)

 

Stand Slotwet

2020

Vastgestelde begroting

2021

2022

2023

2024

2025

2026

  • 1. 
    Rekening courant RHB 1 januari + depositorekeningen

72.404

72.404

72.404

72.404

72.404

72.404

72.404

+/+ totaal ontvangsten operationele kasstroom

235.501

235.855

249.392

249.392

249.392

249.392

249.392

-/- totaal uitgaven operationele kasstroom

  • 240.396
  • 235.855
  • 249.392
  • 249.392
  • 249.392
  • 249.392
  • 249.392
  • 2. 
    Totaal operationele kasstroom
  • - 
    4.895

0

0

0

0

0

0

-/- totaal investeringen

0

  • 6.100

0

0

0

0

0

+/+ totaal boekwaarde desinvesteringen

0

0

0

0

0

0

0

  • 3. 
    Totaal investeringskasstroom

0

  • - 
    6.100

0

0

0

0

0

-/- eenmalige uitkering aan moederdepartement

0

0

0

0

0

0

0

+/+ eenmalige storting door moederdepartement

0

0

0

0

0

0

0

-/- aflossingen op leningen

  • 270

0

0

0

0

0

0

+/+ beroep op leenfaciliteit

0

6.100

0

0

0

0

0

  • 4. 
    Totaal financieringskasstroom
  • - 
    270

6.100

0

0

0

0

0

  • 5. 
    Rekening courant RHB 31 december + stand depositorekeningen (=1+2+3+4)

67.239

72.404

72.404

72.404

72.404

72.404

72.404

Toelichting

Operationele kasstroom

In alle jaren is uitgegaan van exploitatieresultaat dat nihil is daar wordt afgerekend op basis van werkelijke kosten.

Tabel 35 Overzicht doelmatigheidsindicatoren Logius

 
 

Stand Slotwet 2020

Vastgestelde begroting

2021

2022

2023

2024

2025

2026

Omschrijving Generiek Deel

Verloop kostprijs MijnOverheid-Berichtenbox

€ 0,49

€ 0,40

€ 0,32

€ 0,32

€ 0,32

€ 0,32

€ 0,32

Verloop kostprijs MijnOverheid-Gegevens

n.b.

n.b.

12,8 mln.

12,8 mln.

12,8 mln.

12,8 mln.

12,8 mln.

Verloop kostprijs DigiD

€ 0,10

€ 0,14

€ 0,13

€ 0,13

€ 0,13

€ 0,13

€ 0,13

Verloop kostprijs DigiD Machtigen

€ 0,81

€ 0,66

€ 0,88

€ 0,88

€ 0,88

€ 0,88

€ 0,88

Verloop uurtarief

90,88

80,24

81,58

81,58

81,58

81,58

81,58

Doorlichting BLA's

 

gepland

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

Totale omzet Logius

€ 227 mln.

€ 234 mln.

€ 249 mln.

€ 249 mln.

€ 249 mln.

€ 249 mln.

€ 249 mln.

Fte overhead

19,3%

23,0%

23,0%

23,0%

23,0%

23,0%

23,0%

Fte-totaal (excl. externe inhuur)

353

447

548

548

548

548

548

Saldo van baten en lasten (%)

0,1%

0,0%

0,0%

0,0%

0,0%

0,0%

0,0%

Klanttevredenheid (KTO)

niet uitgevoerd

n.v.t.

7

n.v.t.

7

n.v.t.

7

Medewerkerstevredenheidsonderzoek

(MTO)

niet uitgevoerd

n.v.t.

7

n.v.t.

7

n.v.t.

7

Benchmark

uitgevoerd

gepland

gepland

gepland

gepland

gepland

gepland

Omschrijving Specifiek Deel

DigiD

 
  • Aantal DigiD authenticaties

403 mln.

352 mln.

474 mln.

431 mln.

474 mln.

522 mln.

574 mln.

MijnOverheid

  • Aantal berichten

81 mln.

88 mln.

85 mln.

86 mln

87 mln.

88 mln.

89 mln.

Digipoort (OTP)

  • Aantal berichten via Digipoort

112 mln.

193 mln.

40 mln.

43 mln.

45 mln.

37 mln.

38 mln.

Beschikbaarheid Dienstverlening

 

DigiD

n.b.

99,5%

99,5%

99,5%

99,5%

99,5%

99,5%

DigiD Machtigen

n.b.

99,5%

99,5%

99,5%

99,5%

99,5%

99,5%

MijnOverheid

n.b.

99,0%

99,0%

99,0%

99,0%

99,0%

99,0%

PKIoverheid

n.b.

99,0%

99,0%

99,0%

99,0%

99,0%

99,0%

Diginetwerk

n.b.

99,9%

99,9%

99,9%

99,9%

99,9%

99,9%

Stelseldiensten (Digimelding, Digilevering, OIN-register, Stelselcatalogus)

n.b.

98,0%

98,0%

98,0%

98,0%

98,0%

98,0%

Digipoort; Procesinfrastructuur (SBR)

n.b.

           
  • Operational Excellence

n.b.

99,7%

99,7%

99,7%

99,7%

99,7%

99,7%

  • Baseline

n.b.

95,0%

95,0%

95,0%

95,0%

95,0%

95,0%

  • B2

n.b.

99,7%

99,7%

99,7%

99,7%

99,7%

99,7%

Digipoort Single Window

n.b.

99,7%

99,7%

99,7%

99,7%

99,7%

99,7%

Digipoort Logistieke stromen

n.b.

99,7%

99,7%

99,7%

99,7%

99,7%

99,7%

BSN Koppelregister

n.b.

99,2%

99,2%

99,2%

99,2%

99,2%

99,2%

Beschikbaarheid eerstelijns burgerondersteuning

n.b.

           

Aanname % Calls - 1e lijns klantcontactcenter

n.b.

           
  • DigiD en DigiD Machtigen

n.b.

97,0%

97,0%

97,0%

97,0%

97,0%

97,0%

  • MijnOverheid

n.b.

97,0%

97,0%

97,0%

97,0%

97,0%

97,0%

ServiceLevel Calls 80/20 - 1e lijns klantcontactcenter

n.b.

           
  • DigiD en DigiD Machtigen

n.b.

80,0%

80,0%

80,0%

80,0%

80,0%

80,0%

  • MijnOverheid

n.b.

80,0%

80,0%

80,0%

80,0%

80,0%

80,0%

Doorlichting uitgevoerd cq. gepland in

 

2021

         

Generiek deel

Verloop kostprijs MijnOverheid-Berichtenbox

De kostprijs van MijnOverheid-Berichtenbox is gebaseerd op de kosten MijnOverheid-Berichten (buiten de btw) gedeeld door het aantal berichten (netto). Door de vele ontwikkelingen is het moeilijk om meerjarige tarieven af te geven. Vooralsnog gaat Logius ervan uit dat toekomstige kostenstijgingen gecompenseerd worden door toename van gebruik.

Verloop kostprijs MijnOverheid-Gegevens

De kostprijs van MijnOverheid-Gegevens is gebaseerd op de kosten MijnOverheid-Gegevens (buiten de btw) .

Verloop kostprijs DigiD

De kostprijs van DigiD is gebaseerd op de kosten DigiD (buiten de btw) gedeeld door het aantal authenticaties (netto).Door de vele ontwikkelingen is het moeilijk om meerjarige tarieven af te geven. Vooralsnog gaat Logius ervan uit dat toekomstige kostenstijgingen gecompenseerd worden door toename van gebruik.

Verloop kostprijs DigiD Machtigen

De kostprijs van DigiD Machtigen is gebaseerd op de kosten DigiD (buiten de btw) gedeeld door het aantal gebruikte machtigingen (netto).Door de vele ontwikkelingen is het moeilijk om meerjarige tarieven af te geven. Vooralsnog gaat Logius ervan uit dat toekomstige kostenstijgingen gecompenseerd worden door toename van gebruik.

Verloop uurtarief

Het uurtarief is begroot op de verwachte mix van intern en extern personeel.

Specifiek deel

Aantal DigiD authenticaties

De fluctuatie in de DigiD aantallen worden veroorzaakt door incidentele aantallen als gevolg van COVID (testen- en vaccinatie). In de realisatie van

2020    zijn 30 mln. incidentele aantallen opgenomen. Bij het opstellen van de begroting 2021 waren nog geen incidentele aantallen bekend, naar verwachting zijn dit er 75 mln. die bovenop de 352 mln. uit de begroting

2021    komen. In 2022 is rekening gehouden met 82 mln. incidentele authenticaties. Het incidentele karakter kan wellicht (meer) structureel van aard worden door de onzekerheid rondom COVID.

5.3 P-Direkt

Inleiding

P-Direkt levert voor circa 144.000 medewerkers en managers, werkzaam binnen de Rijksoverheid, moderne, efficiënte, betrouwbare en direct toegankelijke administratieve dienstverlening voor personeelszaken. De personeelsadministratie, salarisbetaling en informatievoorziening zijn belangrijke eindproducten. Deze dienstverlening wordt gewaardeerd met minimaal een zeven.

De kernwaarden van P-Direkt zijn betrouwbaar, efficiënt, klantgericht en innovatief (BEKI). Met elkaar en in deze volgorde geven deze kernwaarden richting aan de ontwikkeling van de dienstverlening van P-Direkt.

De omgeving waarin P-Direkt en de eindgebruikers opereren, verandert steeds sneller en stelt steeds andere en hogere eisen aan de dienstverlening. P-Direkt ontwikkelt de komende jaren meer efficiënte en kwalitatief betere dienstverlening, die meer is toegespitst op de individuele behoeftes in plaats van «one size fits all». De hoofdpunten voor 2022 zijn hierna samengevat.

Doorontwikkelen van de huidige dienstverlening

De technologische ontwikkeling gaat snel. Dit opent mogelijkheden om onze bestaande diensten te verbeteren. P-Direkt blijft zich ook in 2022 richten op een moeiteloze zelfservice via een breed palet aan kanalen en een passende informatievoorziening.

Daarnaast wordt in 2022 een start gemaakt met het voorbereiden van de transitie van applicaties in eigen beheer naar applicaties in de cloud, in beheer bij de leverancier. Dat gaat uiteraard met veel aandacht voor de veiligheid van de data.

Voordelen daarvan zijn onder andere flexibele opslag en rekencapaciteit, en betere bereikbaarheid voor medewerkers en afnemers.

Verbreden van de dienstverlening

Daarbij staat voorop dat verbreding moet passen bij de kernwaarden.

  • De digitalisering neemt toe en daarmee ook de kansen en mogelijkheden. Binnen het Rijk klinkt de roep om e-HRM. In de komende jaren gaan we de HR processen betreffende o.a. werving en selectie, ontwik-kelplannen en interne mobiliteit meer en beter ondersteunen.
  • P-Direkt gaat de Rijksoverheid met innovatieve inzet van data helpen het datagedreven werken verder te ontwikkelen voor een gerichtere, betere en efficientere beleidsuitvoering.
  • Als onderdeel van het in meer samenhang organiseren van de dienstverlening van het ministerie van Binnenlandse Zaken, wordt kwartier-gemaakt.

Verdiepen van de dienstverlening

P-Direkt wil de bestaande dienstverlening op een drietal gebieden verdiepen.

  • Als uitvoeringsorganisatie beschikt P-Direkt over veel kennis op het gebied van rechtspositie, verlof en verzuim, privacy, belastingen en uitvoering. P-Direkt zal voldoen aan de behoefte bij de afnemers (onder andere in het kader van de jaarlijkse CAO-onderhandelingen) om deze kennis proactief in te zetten door mee te denken en te adviseren over wet- en procesharmonisatie en een betere rechtspositie in het kader van de 'één werkgever Rijk' gedachte.
  • Belangrijk doel van P-Direkt is daarbij ook om de relatie tussen beleid en uitvoering sterker te maken door een uitvoeringstoets een essentieel onderdeel te laten zijn van het departementale besluitvormingsproces.
  • Ook in het primaire proces zal P-Direkt een stapje verder gaan dan alleen administratie; P-Direkt zal medewerkers proactief adviseren over hun financiële rechtspositie.

Staat van baten en lasten

Tabel 36 Begroting van baten-lastenagentschap P-Direkt voor het jaar 2022 (bedragen x € 1.000)

 
 

Stand Slotwet

2020

Vastgestelde begroting

2021

2022

2023

2024

2025

2026

Baten

  • Omzet

104.960

107.558

108.986

108.945

108.473

108.309

108.145

waarvan omzet moederdepartement

93.636

97.851

99.620

99.617

99.592

99.428

99.264

waarvan omzet overige departementen

10.878

9.668

8.981

8.943

8.496

8.496

8.496

waarvan omzet derden

446

39

385

385

385

385

385

Rentebaten

0

0

0

0

0

0

0

Vrijval voorzieningen

196

0

0

0

0

0

0

Bijzondere baten

212

0

0

0

0

0

0

Totaal baten

105.368

107.558

108.986

108.945

108.473

108.309

108.145

 

Lasten

Apparaatskosten

97.837

101.467

106.454

106.429

106.274

106.418

106.418

  • Personele kosten

58.935

62.089

64.307

64.387

64.490

64.634

64.634

waarvan eigen personeel

46.587

51.096

53.910

54.603

54.958

55.350

55.363

waarvan inhuur externen

11.837

9.737

9.052

8.428

8.174

7.923

7.910

waarvan overige personele kosten

511

1.256

1.345

1.356

1.358

1.361

1.361

  • Materiële kosten

38.902

39.378

42.147

42.042

41.784

41.784

41.784

waarvan apparaat ICT

9.906

9.783

10.423

10.237

10.084

10.034

10.034

waarvan bijdrage aan SSOS

26.986

26.694

29.249

29.438

29.302

29.317

29.317

waarvan overige materiële kosten

2.010

2.901

2.475

2.367

2.398

2.433

2.433

Rentelasten

137

0

0

0

0

0

0

Afschrijvingskosten

6.962

6.091

2.532

2.516

2.199

1.891

1.727

  • Materieel

203

200

200

200

200

200

200

waarvan apparaat ICT

135

150

150

150

150

150

150

waarvan overige materiële afschrijvingskosten

68

50

50

50

50

50

50

  • Immaterieel

6.759

5891

2.332

2.316

1.999

1.691

1.527

Overige lasten

202

0

0

0

0

0

0

waarvan dotaties voorzieningen

202

0

0

0

0

0

0

waarvan bijzondere lasten

0

0

0

0

0

0

0

 

Totaal lasten

105.138

107.558

108.986

108.945

108.473

108.309

108.145

 

Saldo van baten en lasten gewone bedrijfsuitoefening

230

0

0

0

0

0

0

Agentschapsdeel Vpb-lasten

0

0

0

0

0

0

0

Saldo van baten en lasten

230

0

0

0

0

0

0

Baten

Omzet

 

Tabel 37 Begrootte omzetverdeling P-Direkt

Moederdepartement

Overige departementen

Derden

Totaal

Generieke dienst    93.078

1.286

39

94.403

Specifiek/maatwerk    6.542

7.695

346

14.583

Overige ontvangsten/bijdragen    0

0

0

0

 

Totaal    99.620

8.981

385

108.986

Omzet Moederdepartement

P-Direkt maakt gebruik van een centraal bekostigingsmodel. Dat betekent dat de ministeries die zijn aangesloten op de dienstverlening van P-Direkt de budgetten hiervoor structureel hebben overgeheveld aan het Ministerie van BZK, die daarmee de generieke dienstverlening van P-Direkt financiert. Hier is voor gekozen omdat op deze manier ook de opdrachtgeversrol centraal bij het Ministerie van BZK belegd kan worden.

De omzet stijgt in 2022 ten opzichte van 2021 door een stijging van de aantallen medewerkers bij de aangesloten departementen met ruim 6.000 individuele arbeidsrelaties (IAR).

Omzet overige departementen

Dit betreft de doorbelasting van projecten en maatwerk dienstverlening zoals de interne controle over de HR-Keten en meerwerk zoals dataleve-ringen en interfaces. Daarnaast betreft het de doorbelasting van rijksbrede ICT-voorzieningen zoals de Rijkspas, het Rijks Identity Management en het beheer van het Rijks Identificerend Nummer (BvRIN).

Omzet derden

P-Direkt levert basis dienstverlening aan één ZBO met eigen rechtspersoonlijkheid en de rijksbrede ICT-voorziening Rijkspas aan de Nationale Politie.

Lasten

Apparaatskosten Personele kosten

De stijging van de kosten van eigen personeel is enerzijds het gevolg van benodigde extra capaciteit op het contact center om het extra werkaanbod, door de stijging van het aantal departementale werknemers, te kunnen opvangen. Anderzijds wordt de capaciteit op de IT-afdelingen uitgebreid zodat de productlijnen, zoals Portaal, Informatievoorziening en Appontwik-keling, meer kort cyclische ontwikkeld kunnen worden. Dit heeft als voordeel dat de ontwikkeling wendbaarder is en sneller aangepast kan worden aan de klantbehoefte. Ook wordt extra capaciteit ingezet op het verbeteren van de ondersteunende beheersings- en verantwoordingsprocessen, zoals de informatiehuishouding.

P-Direkt zet in op verlaging van de kosten van extern personeel maar voor enkele rijks brede programma's en samenwerking blijft de inhuur van specialistische expertise vaak noodzakelijk omdat die oftewel uniek is en niet te internaliseren dan wel niet structureel noodzakelijk en daarom niet efficiënt om in dienst te nemen.

Materiële kosten

Bijdrage aan SSO's

Dit betreft voornamelijk de kosten van kantoorautomatisering, ICT-applica-tiebeheer en de huisvestingskosten. De stijging van deze kosten is enerzijds het gevolg van meer afname, onder andere huisvesting en kantoorautomatisering, en anderzijds het gevolg van hogere prijsstelling door SSO's. Ook betreft het inbesteding van werkzaamheden ten behoeve van de Rijksbrede ICT-voorzieningen Rijkspas, RIdM en BvRIN en het IDM-beheer voor het ministerie van BZK.

Apparaat ICT

Dit betreft voornamelijk de kosten van systeemlicenties en uitbestede systeemontwikkeling- en beheer. Ook betreft het de uitbesteding van werkzaamheden ten behoeve van de Rijksbrede ICT-voorzieningen Rijkspas, RIdM en BvRIN en het IDM-beheer voor het ministerie van BZK.

Afschrijvingskosten

De afschrijvingskosten bestaan uit afschrijvingen van de investeringen in de immateriële en materiële vaste activa. De grootschalige P-Direkt-systemen Payroll, het Portaal, het HR-registratiesysteem, het Electronisch personeelsarchief en het Contact center/Optimaal Verbinden zullen in 2022 zijn afgeschreven. P-Direkt is bezig de systemen minder grootschalig te moderniseren en de vrijkomende afschrijvingsruimte is benut voor kort cyclische ontwikkeling middels eigen personeel.

Kasstroomoverzicht

 

Tabel 38 Kasstroomoverzichtvan baten-lastenagentschap P-Direkt over

het jaar 2022 (bedragen x € 1.000)

 
 

Stand Slotwet

Vastgestelde

2022

2023

2024

2025

2026

 

2020

begroting

         
   

2021

         
  • 1. 
    Rekening courant RHB 1 januari + depositorekeningen

17.510

12.509

10.064

9.227

9.674

10.109

10.858

+/+ totaal ontvangsten operationele kasstroom

108.173

107.558

108.986

108.945

108.473

108.309

108.145

-/- totaal uitgaven operationele kasstroom

  • 102.700
  • 104.467
  • 107.453
  • 106.929
  • 106.274
  • 106.418
  • 106.418
  • 2. 
    Totaal operationele kasstroom

5.473

3.091

1.533

2.016

2.199

1.891

1.727

-/- totaal investeringen

  • 1.116
  • 9.700
  • 2.945
  • 1.350
  • 890
  • 1.445
  • 2.095

+/+ totaal boekwaarde desinvesteringen

0

0

0

0

0

0

0

  • 3. 
    Totaal investeringskasstroom
  • - 
    1.116
  • - 
    9.700
  • - 
    2.945
  • - 
    1.350
  • - 
    890
  • - 
    1.445
  • - 
    2.095

-/- eenmalige uitkering aan moederdepartement

  • 349

0

0

0

0

0

0

+/+ eenmalige storting door moederdepartement

0

0

0

0

0

0

0

-/- aflossingen op leningen

  • 5.152
  • 3.702
  • 2.120
  • 1.319
  • 1.539
  • 892
  • 1.131

+/+ beroep op leenfaciliteit

0

9.500

2.695

1.100

665

1.195

1.845

  • 4. 
    Totaal financieringskasstroom
  • - 
    5.501

5.798

575

  • - 
    219
  • - 
    874

303

714

  • 5. 
    Rekening courant RHB 31 december + stand depositorekeningen (=1+2+3+4)

16.366

11.698

9.227

9.674

10.109

10.858

11.204

Operationele kasstroom

In 2022 verwacht P-Direkt een lagere operationele kasstroom door een afloop van de vorderingen en de schuldpost vooruit gefactureerde termijnen ten behoeve van de bouw optimaal verbinden en het programma roosterplanning Rijk.

Investeringskasstroom

In 2022 gaat P-Direkt door met de realisatie van de investeringsagenda; de vervanging van software die aan het eind van de levensduur is, de verbetering van de efficiency en klantinteractie (onder andere Chatbot en robotisering ten behoeve van vraagsturing), app-ontwikkeling en datage-dreven werken en het breed mogelijk maken van hybride werken binnen P-Direkt.

Financieringsstroom

Voor 2022 en volgende jaren wordt een beroep gedaan op de leenfaciliteit voor de financiering van de systeeminvesteringen. De leningen worden bij aanvang van de dienstverlening of bij oplevering van het gerealiseerde actief in vijf jaar afgelost en afgeschreven.

Overzicht doelmatigheidsindicatoren

P-Direkt streeft naar operational excellence waarbij maximaal wordt afgestemd op de behoefte van de gebruiker. P-Direkt zet methodes in als Lean en Agile/Scrum zodat de organisatie in staat is om (continue) kort cyclisch verbeteringen door te voeren voor onze klanten en op onze processen.

P-Direkt werkt met een Producten- en dienstengids (PDG) inclusief service-levels. In de PDG zijn de verschillende diensten en activiteiten, leveringsvoorwaarden en de kwaliteitsborging vastgelegd die de ministeries van P-Direkt kunnen verwachten.

Tabel 39 Overzicht doelmatigheidsindicatoren P-Direkt

 
 

Stand Slotwet

Vastgestelde

2022

2023

2024

2025

2026

 

2020

begroting

         
   

2021

         

Omschrijving Generiek Deel

Kostprijzen per product (groep)

646,1

683,80

670,0

670,0

670,0

670,0

670,0

Verloop tarieven/uur (basisjaar = 100)

112,4

95,9

94,0

94,0

94,0

94,0

94,0

Aantal individuele arbeidsrelaties (IAR)

138.354

138.187

144.435

144.435

144.435

144.435

144.435

Totale omzet basisdienstverlening (x 1.000)

86.466

91.620

94.403

94.403

94.403

94.403

94.403

Totale omzet overige + projecten (x 1.000)

18.494

15.938

14.583

14.542

14.070

13.906

13.742

Fte-totaal (excl. externe inhuur)

603,0

689,0

729,9

735,7

737,0

738,7

738,7

Saldo van baten en lasten (%)

0,21%

0,00%

0,00%

0,00%

0,00%

0,00%

0,00%

Medewerkerstevredenheid

7

7

7

7

7

7

7

 

Omschrijving Specifiek Deel

Gebruikerstevredenheid

De mate waarin medewerkers en managers tevreden zijn over de dienstverlening van P-Direkt

7,4

>7

>7

>7

>7

>7

>7

 

Tijdige afhandeling vragen, klachten, wijzigingen en documenten

P-Direkt beantwoordt vragen en klachten binnen

5 werkdagen.

87,0%

90,0%

90,0%

90,0%

90,0%

90,0%

90,0%

P-Direkt verwerkt wijzigingen binnen 5 werkdagen.

81,1%

90,0%

90,0%

90,0%

90,0%

90,0%

90,0%

P-Direkt archiveert documenten binnen 10 werkdagen.

39,3%

90,0%

90,0%

90,0%

90,0%

90,0%

90,0%

De gemiddelde wachttijd per dag aan de telefoon is maximaal 45 seconden.

265 sec

45 sec

45 sec

45 sec

45 sec

45 sec

45 sec

 

Beschikbaarheid systeem

Het P-Direktportaal is zeven dagen per week en 24 uur per dag beschikbaar. Op werkdagen geldt een beschikbaarheidsnorm tussen 8.00 uur tot 17.00 uur.

100,0%

98%

98,0%

98,0%

98,0%

98,0%

98,0%

 

Bereikbaarheid

Het contactcenter is bereikbaar van 8.00 uur tot 22.00 uur

97,9%

98%

98,0%

98,0%

98,0%

98,0%

98,0%

Betrouwbaarheid

P-Direkt zorgt voor volledige en tijdige dataleveringen via interfaces.

100,0%

98%

98,0%

98,0%

98,0%

98,0%

98,0%

P-Direkt verwerkt wijzigingen op een juiste manier.

99,5%

98%

98,0%

98,0%

98,0%

98,0%

98,0%

Doorlichting uitgevoerd cq. gepland in

   

2022

       

Toelichting Generiek deel

Kostprijs per productgroep

P-Direkt realiseert jaarlijks goedkopere basisdienstverlening. P-Direkt heeft ook voor 2022 weer afgesproken om minimaal 1% op de totale kosten van de uitvoering te besparen. Mede hierdoor daalt het begrote tarief in 2022 ten opzichte van 2021. Dat laat zien dat P-Direkt efficiënt en doelmatig opereert.

Omdat de basis dienstverlening in 2014 fors is uitgebreid met de diensten HRO plus, in het kader van het programma optimaal verbinden en de Centrale Archiefservice wordt het oude basisjaar 2011 met een tarief van € 575 niet meer representatief beschouwd voor de indicator tariefverloop. Het nieuwe basisjaar wordt 2014 met een tarief van € 713.

Fte-Totaal

De formatie van P-Direkt groeit in verband met de gestegen aantallen departementale lAR's (plus ruim 6.000), de uitbreiding van de IT-productlijnen voor kort cyclische productontwikkeling en de versterking van de interne beheersing. De invoering van nieuwe wet- en regelgeving en versterkte eisen ten aanzien van de interne beheersing, verantwoording en informatiehuishouding maakt het werk complexer en uitgebreider.

Specifiek deel

ICT diensten

P-Direkt verantwoordt zich naar de centraal opdrachtgever, respectievelijk de achterliggende departementen, door een aantal servicelevels op de dienstverlening en beschikbaarheid/ bereikbaarheid.

Onze servicelevels gelden voor het hele jaar en zijn voor alle klanten hetzelfde. De servicelevels zijn geen doel op zich maar een minimale norm. P-Direkt informeert de betrokkenen periodiek over de servicelevels.

5.4 Uitvoeringsorganisatie Bedrijfsvoering Rijk (UBR)

Inleiding

Als Rijksbrede dienstverlener werkt de Uitvoeringsorganisatie Bedrijfsvoering Rijk (UBR) elke dag aan het beter, sterker en slimmer maken van het Rijk. UBR doet dit door (kennisintensieve) dienstverlening te leveren op het gebied van ICT, personeel, organisatie, inkoop, overheidspublicaties, beveiliging en logistiek. Zo levert UBR op de verschillende terreinen advies-, transitie-, innovatiediensten en is UBR een expert in (rijks)beveiliging en in het afhandelen van koeriers- en transportdiensten. UBR biedt dienstverlening aan op bedrijfsvoeringsdomeinen waar ook andere SSO's van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) diensten leveren. Komend jaar wordt de samenwerking met de andere SSO's geintensiveerd om meer samenhang in de dienstverlening te organiseren.

UBR focust op het exploitabel maken van technologische ontwikkelingen, innovatieve dienstverleningsconcepten en nieuwe manieren van werken. Daarmee draagt UBR bij aan het invullen van politiek-bestuurlijke ambities en Rijksbrede prioriteiten. Zo helpt UBR het Rijk bij haar ICT opgaven door tijdelijke expertise te leveren en kennis uit te wisselen. Niet alleen levert UBR op interim-basis capaciteit, ook zoeken wij een duurzame oplossing voor het groeiend tekort aan ICT-personeel met de opbouw van het Rijks ICT Gilde voor schaarse hoogwaardig technische ICT-capaciteit voor de Rijksoverheid.

Daarnaast draagt UBR bij aan de arbeidsmarktopgaven van de maatschappij en het Rijk voor mensen met een arbeidsbeperking. Het organisatieonderdeel Binnenwerk creëert banen voor mensen met een arbeidsbeperking. Voor rijksonderdelen verzorgt Binnenwerk het werven, begeleiden en organiseren van banen. Binnenwerk treedt op als gemandateerd werkgever voor verschillende rijksonderdelen en geeft invulling aan de Wet stimulering arbeidsparticipatie en convenant Banenafspraak (Kamerstukken II, 2018/19, 34352, nr. 165). Het programma wordt gefinancierd vanuit deelnemende organisaties.

BZK versterkt via een ontwikkelagenda voor haar SSO's de uitvoerings-kracht van BZK gericht op publieke waarde. Zo wordt er meer samenhang gebracht in de dienstverlening van de verschillende SSO's van BZK. Het herpositioneren van de bedrijfsonderdelen van UBR past in deze beweging. Hiertoe zijn kwartiermakers benoemd die voorgenomen besluiten voorbereiden gericht op het herpositioneren van de UBR-bedrijfsonderdelen. De uitvoering van de voorgenomen besluiten zal naar verwachting vanaf 2022 zijn beslag krijgen.

Staat van baten en lasten

Tabel 40 Begroting van baten-lastenagentschap UBR voor het jaar 2022 (bedragen x € 1.000)

 
 

Stand Slotwet 2020

Vastgestelde begroting

2021

2022

2023

2024

2025

2026

Baten

  • Omzet

309.107

286.529

317.896

330.067

338.646

347.390

356.304

waarvan omzet moederdepartement

92.800

93.756

124.558

136.729

145.308

154.053

162.967

waarvan omzet overige departementen

209.614

182.073

182.685

182.685

182.685

182.685

182.685

waarvan omzet derden

6.693

10.700

10.653

10.653

10.653

10.653

10.653

Rentebaten

0

0

0

0

0

0

0

Vrijval voorzieningen

2.841

0

0

0

0

0

0

Bijzondere baten

0

0

0

0

0

0

0

Totaal baten

311.948

286.529

317.896

330.067

338.646

347.390

356.304

 

Lasten

Apparaatskosten

299.353

285.108

316.494

328.647

337.226

345.971

354.885

  • Personele kosten

196.974

191.164

208.114

217.018

222.654

228.399

234.255

waarvan eigen personeel

157058

161.684

178.091

187.141

192.569

198.102

203.743

waarvan inhuur externen

36.795

21.900

22.358

21.908

21.908

21.908

21.908

waarvan overige personele kosten

3.121

7.580

7.666

7.970

8.177

8.389

8.604

  • Materiële kosten

102.379

93.944

108.363

111.629

114.572

117.572

120.631

waarvan apparaat ICT

6.014

4.510

4.714

4.714

4.714

4.714

4.714

waarvan bijdrage aan SSOS

13.153

19.979

21.294

21.882

22.481

23.091

23.714

waarvan overige materiële kosten

83.212

69.455

81.402

85.033

87.378

89.767

92.203

Rentelasten

0

2

2

2

2

2

2

Afschrijvingskosten

1.448

1.419

1.419

1.419

1.419

1.419

1.419

  • Materieel

225

323

323

323

323

323

323

waarvan apparaat ICT

54

23

23

23

23

23

23

waarvan overige materiële afschrijvingskosten

171

300

300

300

300

300

300

  • Immaterieel

1.223

1.096

1.096

1.096

1.096

1.096

1.096

Overige lasten

2.543

0

0

0

0

0

0

waarvan dotaties voorzieningen

1.527

0

0

0

0

0

0

waarvan bijzondere lasten

1.016

0

0

0

0

0

0

Totaal lasten

303.344

286.529

317.896

330.066

338.645

347.390

356.304

 

Saldo van baten en lasten gewone bedrijfsuitoefening

8.604

0

0

0

0

0

0

Agentschapsdeel Vpb-lasten

25

0

0

0

0

0

0

Saldo van baten en lasten

8.579

0

0

0

0

0

0

Toelichting

Uitgangspunt voor de begroting van baten en lasten van UBR is een kostendekkende exploitatie. Bij het opstellen van de begroting 2022 is uitgegaan van de 2021 tarieven, geïndexeerd met een gewogen loon- en prijsbijstelling. Ook opnemen met toenemende vraag in verzorgingsgebied (omvang dienstverlening) ontwikkelingen in verzorgingsgebied (toenemende vraag).

Baten

Omzet

 

Tabel 41 Begrootte omzetverdeling UBR voor het jaar 2022 (bedragen € 1 mln. afgerond op € 1 mln.)

x

UBR|Personeel i.o.

58

UBR|Binnenwerk

35

UBR|Haagse Inkoop Samenwerking

16

UBR|Organisatie i.o.

14

UBR|I-Interim Rijk

35

UBR|Kennis- en exploitatiecentrum Officiële Overheidspublicaties

31

UBR|Interdepartementale Post en Koeriersdienst

16

UBR|Rijks Beveiligings Organisatie

84

UBR|Ontwikkelbedrijf

25

UBR|Bedrijfsvoering & Financiën/Concernstaf

4

 

Totaal

318

Ten opzichte van de vastgestelde begroting 2021 laat de Ontwerpbegroting 2021 een omzetstijging zien van € 31 mln. Deze omzetstijging wordt met name gerealiseerd door Binnenwerk. Als gevolg van de groei van het aantal gerealiseerde participatiebanen in 2020 en de begrote groei met 163 banen voor 2022 (waarvan de verwachting is dat deze ook wordt gerealiseerd) dient deze te worden bijgesteld. Voor 2022 tot en met 2026 is dezelfde groei begroot als 2021. Voor de Ontwerpbegroting 2022 resulteert dit in een begrote omzet Binnenwerk van € 26 mln. KOOP heeft de begrote omzet als gevolg van een blijvende toenemende vraag naar het plaatsen en beschikbaar stellen van overheidspublicaties met € 10 mln. verhoogd. OWB heeft de begrote omzet neerwaarts bijgesteld met € 3 mln. De reden hiervoor is het HR-ICT Programma utlimo 2021 wordt beëindigd. Voor Personeel in oprichting (i.o.) is de omzet met € 2 mln. naar beneden bijgesteld. De verwachting is dat het tarief voor Personeel i.o. naar beneden wordt bijgesteld gezien de resultaatsontwikkeling van de afgelopen jaren. De verwachte tariefsaanpassing geldt ook voor HIS. Als gevolg van de toename van de vraag resulteert dit bij HIS nog niet in een omzetaanpassing.

Lasten

Apparaatskosten

De ontwikkeling van de lasten is gerelateerd aan de omzetontwikkelingen bij de organisatieonderdelen van UBR.

Personele kosten

De toename van de personele kosten met € 17 mln. is in lijn met de omzetstijging bij Binnenwerk en bij KOOP. Voor deze onderdelen wordt een stijging met respectievelijk € 14 mln. en € 6 mln. verwacht. In verband met het beëindigen van het programma HR-ICT nemen de personele kosten bij OWB met € 3 mln. af.

De externe inhuur voor UBR komt naar verwachting uit op € 22,4 mln. in 2022. Dit is € 0,5 mln. hoger dan begroot voor 2021. Dit wordt verklaard door een tijdelijke uitbreiding van de externe inhuur door Bv&F met € 0,7 mln. voor het programma Vernieuwing Exact landschap dat een vernieuwde financiële omgeving beoogd te realiseren voor de verschillende SSO's waarvoor dienstverlening wordt geleverd. RBO heeft een afname van de externe inhuur begroot van € 0,2 mln.

Materiële kosten

De materiële kosten stijgen mee als gevolg van groei in activiteiten. Enerzijds veroorzaakt de groei van Binnenwerk een toename in de bijdrage aan SSO's. Daarnaast wordt een stijging van deze kosten verwacht als gevolg van een tariefsverhoging van 4% door SSC-ICT.

De totale verwachte stijging in materiële kosten voor Binnenwerk bedraagt € 10 mln. Binnenwerk krijgt vanuit P-Direkt, Justid en Staatsbosbeheer kosten doorbelast voor elke gecreëerde baan. Deze doorbelasting is relatief hoog, vandaar dat de omzetgroei bij Binnenwerk zich niet alleen vertaald naar een sterke groei in personele kosten maar ook in materiële kosten. Bij KOOP stijgen de materiële kosten naar aanleiding van de verwachte omzetstijging met € 3 mln.

Afschrijvingskosten

De afschrijvingskosten zijn met name immaterieel en betreffen de geactiveerde investeringen in het klantvolgsysteem InBeeld van Personeel i.o. en de geactiveerde investeringen in het financiële systeem voor UBR.

Kasstroomoverzicht

 

1 Tabel 42 Kasstroomoverzicht van baten-lastenagentschap UBR over het jaar 2022 (bedragen x € 1.000)

 

Stand Slotwet 2020

Vastgestelde begroting

2021

2022

2023

2024

2025

2026

  • 1. 
    Rekening courant RHB 1 januari + depositorekeningen

46.933

47.890

47.890

46.890

45.890

44.890

43.890

+/+ totaal ontvangsten operationele kasstroom

352.130

286.529

317.895

330.067

338.646

347.390

356.304

-/- totaal uitgaven operationele kasstroom

  • 348.169
  • 286.529
  • 317.896
  • 330.066
  • 338.645
  • 347.390
  • 356.304
  • 2. 
    Totaal operationele kasstroom

3.961

0

0

0

0

0

0

-/- totaal investeringen

  • 235

0

  • 1.000
  • 1.000
  • 1.000
  • 1.000
  • 1.000

+/+ totaal boekwaarde desinvesteringen

652

0

0

0

0

0

0

  • 3. 
    Totaal investeringskasstroom

417

0

  • - 
    1.000
  • - 
    1.000
  • - 
    1.000
  • - 
    1.000
  • - 
    1.000

-/- eenmalige uitkering aan moederdepartement

0

0

0

0

0

0

0

+/+ eenmalige storting door moederdepartement

0

0

0

0

0

0

0

-/- aflossingen op leningen

  • 375

0

0

0

0

0

0

+/+ beroep op leenfaciliteit

0

0

0

0

0

0

0

  • 4. 
    Totaal financieringskasstroom
  • - 
    375

0

0

0

0

0

0

  • 5. 
    Rekening courant RHB 31 december + stand depositorekeningen (=1+2+3+4)

50.936

47.890

46.890

45.890

44.890

43.890

42.890

Toelichting

Het rekening-courantsaldo ultimo 2022 is een resultante van de ontwikkeling van de operationele kasstroom en de investeringskasstroom. De investering van € 1 mln. voor de jaren 2022 en 2026 is begroot voor de verwachte vervanging van materiële en immateriële activa. Voor de financiering van de investeringen zal naar verwachting geen beroep worden gedaan op de leenfaciliteit.

Doelmatigheidsindicatoren

Tabel 43 Overzicht doelmatigheidsindicatoren UBR

 
 

Stand Slotwet Vastgestelde

2020    begroting

2021

2022

2023

2024

2025

2026

Omschrijving Generiek Deel

Saldo van baten en lasten (%)

2,8%

0,0%

0,0%

0,0%

0,0%

0,0%

0,0%

Fte-totaal (excl. externe inhuur)

1.934

1.984

2.265

2.476

2.660

2.844

3.028

Kwaliteitsindicator 1 - MTO

n.v.t.

>7

>7

>7

>7

>7

>7

 

Omschrijving Specifiek Deel

UBR

Kostprijzen per product (groep) (indexcijfer)

115,4

119,3

121,6

121,6

121,6

121,6

121,6

Tarieven/uur (indexcijfer)

117,7

119,3

121,6

121,6

121,6

121,6

121,6

Omzet per fte (bedragen x €1.000)

160

148

140

136

133

128

123

Tevredenheid dienstverlening

n.v.t.

 

>7

>7

>7

>7

>7

 

UBR|Personeel i.o.

Kostprijzen per product (groep) (indexcijfer)

n.v.t.

118,6

120,9

120,9

120,9

120,9

120,9

Tarieven/uur (indexcijfer)

n.v.t.

118,6

120,9

120,9

120,9

120,9

117,4

Omzet per fte (bedragen x €1.000)

n.v.t.

176

174

174

174

174

174

Tevredenheid dienstverlening

n.v.t.

>7

>7

>7

>7

>7

>7

 

UBR|Binnenwerk

Kostprijzen per product (groep) (indexcijfer)

n.v.t.

118,6

120,9

120,9

120,9

120,9

120,9

Tarieven/uur (indexcijfer)

n.v.t.

118,6

120,9

120,9

120,9

120,9

120,9

Omzet per fte (bedragen x €1.000)

n.v.t. -

 

43

43

44

45

45

Tevredenheid dienstverlening

n.v.t.

n.t.b.

>7

>7

>7

>7

>7

UBR|HIS

Kostprijzen per product (groep) (indexcijfer)

n.v.t.

122,0

124,4

124,4

124,4

124,4

124,4

Tarieven/uur (indexcijfer)

n.v.t.

122,0

124,4

124,4

124,4

124,4

124,4

Omzet per fte (bedragen x €1.000)

n.v.t.

147

149

149

149

149

149

Tevredenheid dienstverlening

n.v.t.

>7

>8

>8

>8

>8

>8

UBR|Organisatie i.o.

Kostprijzen per product (groep) (indexcijfer)

n.v.t.

118,6

120,9

120,9

120,9

120,9

120,9

Tarieven/uur (indexcijfer)

n.v.t.

118,6

120,9

120,9

120,9

120,9

120,9

Omzet per fte (bedragen x €1.000)

n.v.t.

168

171

171

171

171

171

Tevredenheid dienstverlening

n.v.t.

>7

>7

>7

>7

>7

>7

 

UBR|IIR

Kostprijzen per product (groep) (indexcijfer)

n.v.t.

120,5

122,9

122,9

122,9

122,9

122,9

Tarieven/uur (indexcijfer)

n.v.t.

120,5

122,9

122,9

122,9

122,9

122,9

Omzet per fte (bedragen x €1.000)

n.v.t.

159

162

162

162

162

162

Tevredenheid dienstverlening

n.v.t.

>7

>7

>7

>7

>7

>7

 

UBR|KOOP

Kostprijzen per product (groep) (indexcijfer)

n.v.t.

118,6

120,9

120,9

120,9

120,9

120,9

Tarieven/uur (indexcijfer)

n.v.t.

118,6

120,9

120,9

120,9

120,9

120,9

Omzet per fte (bedragen x €1.000)

n.v.t.

188

193

193

193

193

193

Tevredenheid dienstverlening

n.v.t.

>7

>7,5

>7,5

>7,5

>7,5

>7,5

Beschikbaarheid over alle diensten (url's)

n.v.t.

1,0

1,0

1,0

1,0

1,0

1,0

UBR|IPKD

 
 

Stand Slotwet 2020

Vastgestelde begroting

2021

2022

2023

2024

2025

2026

Kostprijzen per product (groep) (indexcijfer)

n.v.t.

122,0

124,5

124,5

124,5

124,5

124,5

Tarieven/uur (indexcijfer)

n.v.t.

122,0

124,5

124,5

124,5

124,5

124,5

Omzet per fte (bedragen x €1.000)

n.v.t.

87

89

89

89

89

89

Tevredenheid dienstverlening

n.v.t.

>7

>7

>7

>7

>7

>7

 

UBR|RBO

Kostprijzen per product (groep) (indexcijfer)

n.v.t.

119,6

122,0

122,0

122,0

122,0

122,0

Tarieven/uur (indexcijfer)

n.v.t.

119,6

122,0

122,0

122,0

122,0

122,0

Omzet per fte (bedragen x €1.000)

n.v.t.

88

89

89

89

89

89

Tevredenheid dienstverlening

n.v.t.

>7

>7

>7

>7

>7

>7

Doorlichting uitgevoerd cq. gepland in

 

2021

         

Toelichting Algemeen deel

Aantal fte totaal

De toename van het aantal fte's in 2022 ten opzichte van 2021 is vooral een gevolg van de uitbreiding van de dienstverlening bij Binnenwerk en deels bij KOOP.

Groei van UBR is geen doel op zich, UBR zal organisch groeien als gevolg van het vollediger aansluiten van departementen. Hierdoor hoeven de departementen minder in eigen beheer uit te voeren dan wel uit te besteden in de markt.

Klanttevredenheid

Als belangrijke graadmeter voor de kwaliteit hanteert UBR de indicator klanttevredenheid over de dienstverlening per organisatieonderdeel. De onderliggende methodiek bij het vaststellen van dit cijfer en de periodiciteit9 van afname verschilt vanwege de verschillen in dienstverlening per organisatie-onderdeel. UBR streeft minimaal hoger dan een 7 te scoren.

MO, werkplezier en werkdruk

Het medewerkerstevredenheidsonderzoek (MO) is in mei 2021 uitgevoerd. Eind mei wordt de rapportage hierover verwacht. UBR stelt zich ten doel om voor het gehele MO een gemiddelde score hoger dan 7 te realiseren.

Omzet per fte

De omzet per fte is voor de organisatie-onderdelen gestegen. Dit is in lijn met de indexering. KOOP laat hier een extra stijging zien in verband met de verwachte stijging in de omzet. Voor Personeel is de omzet per fte herijkt voor de 1 op 1 doorbelastingen wat resulteert in een neerwaartse bijstelling van de omzet per fte van € 2.000. Ten opzichte van de andere organisatieonderdelen heeft Binnenwerk een erg lage omzet per fte. Dit wordt verklaard doordat de arbeidsparticipanten in de WML-loonschalen zitten en erop wordt gestuurd de kostprijs voor de participatiebanen laag te houden. Door de sterke groei van Binnenwerk heeft dit een relatief groot effect op de omzet per fte van UBR. Deze vertoont ten opzichte van de vastgestelde begroting een afname met € 8.000. Deze neerwaartse trend is in lijn met de groei van Binnenwerk ook in de meerjarenbegroting zichtbaar.

Specifiek deel

Indexcijfer kostprijzen en tarieven

Bij de vastgestelde begroting voor 2021 is uitgegaan van UBR-brede indexcijfers voor de tarieven en kostprijzen. De afgelopen jaren hebben enkele organisatieonderdelen soms afgeweken van de UBR-brede indexatie. Vandaar dat nu gekozen is om de indexcijfers per organisatieonderdeel te presenteren, waarbij in de gepresenteerde indexcijfers per organisatieonderdeel al rekening is gehouden met deze afwijkingen.

In bovenstaand tabel is zichtbaar dat voor de organisatie-onderdelen van UBR de indexcijfers meelopen met de verwachte indexatie. Het indexcijfer van UBR is niet aangepast voor het effect van Binnenwerk op de omzet per fte. De reden hiervoor is dat wordt verwacht dat Binnenwerk zowel qua kosten als omzet de indexatie de komende jaren zal blijven volgen.

In het eerste tertaal 2021 heeft UBR voor al haar organisatie-onderdelen een nacalculatie uitgevoerd. Uit deze nacalculatie is naar voren gekomen dat de tarieven voor diverse organisatie-onderdelen van UBR dienen te worden herberekend. Dit wordt in het jaarplanproces 2022 meegenomen. Het effect van deze herijking van tarieven is niet meegenomen in de Ontwerpbegroting 2022.

Doorlichting

Zoals in de inleiding is vermeld, worden de bedrijfsonderdelen van UBR geherpositioneerd. Gezien deze ontwikkeling wordt er op dit moment geen meerwaarde gezien in het uitvoeren van een agentschapsdoorlichting.

5.5 FMHaaglanden (FMH)

Inleiding

FMHaaglanden (FMH) is de professionele facilitair dienstverlener voor rijksorganisaties in de Haagse regio. FMH levert werkplekken met faciliteiten die het mogelijk maken dat mensen comfortabel kunnen werken, met aandacht voor service in nabijheid, klanttevredenheid en eenvoud in bekostiging en aansturing. Alle dienstverlening wordt gecontracteerd en geregisseerd en in samenhang op en rond de werkomgeving aangeboden.

In 2022 levert FMH dienstverlening voor de kerndepartementen (uitgezonderd het Ministerie van Algemene Zaken) en diverse rijksorganisaties in de regio Den Haag. Voor Financiën levert FMH alleen personenvervoer en voor Defensie alleen het Rijksbedrijvencentrum Rijswijk. Daarnaast voert FMH DBFMO (Design, Build, Finance, Maintain, Operate)-contractmana-gement uit voor de panden Bezuidenhoutseweg 30 en Rijnstraat 8.

FMH draagt bij aan het realiseren van de Rijksbrede doelstellingen voor een duurzame dienstverlening. FMH wil belangrijke stappen zetten in de richting van een volledig CO2-neutrale dienstverlening en een wezenlijke bijdrage leveren aan het realiseren van de klimaatdoelstellingen. Elektrificatie van het wagenpark en het vervoer, het verminderen van restafval, het verduurzamen van de catering en het hanteren van de principes van circulariteit zijn belangrijke speerpunten.

Naast de ambities op het gebied van duurzaamheid blijft FMH werken aan - en stappen zetten op het gebied van - service in nabijheid. Dit doet FMH samen met de Rijkspartners binnen het Ministerie van BZK. FMH werkt aan herkenbare integrale dienstverlening met een grote mate van servicege-richtheid en aan een voorspelbare en beheersbare bedrijfsvoering. Ambities zoals een actieve betrokkenheid bij ons verzorgingsgebied en het versneld doorvoeren van veranderingen in ons verzorgingsgebied krijgen met het oog op het Rijksbrede Programma Hybride werken een extra dimensie. FMH zal samen met de facilitaire concerndienstverleners op basis van deze ontwikkelingen de dienstverlening hierop aanpassen en blijven zorgdragen voor een comfortabele en inspirerende werkomgeving.

 
 

Stand Slotwet 2020

Vastgestelde begroting

2021

2022

2023

2024

2025

2026

Baten

  • Omzet

128.810

143.273

147.445

147.445

147.445

147.445

147.445

waarvan omzet moederdepartement

113.498

120.400

124.161

124.161

124.161

124.161

124.161

waarvan omzet overige departementen

12.537

19.729

19.577

19.577

19.577

19.577

19.577

waarvan omzet derden

2.775

3.144

3.707

3.707

3.707

3.707

3.707

Rentebaten

0

0

0

0

0

0

0

Vrijval voorzieningen

0

0

0

0

0

0

0

Bijzondere baten

0

0

0

0

0

0

0

Totaal baten

128.810

143.273

147.445

147.445

147.445

147.445

147.445

 

Lasten

Apparaatskosten

122.122

138.228

141.590

141.590

141.590

141.590

141.590

  • Personele kosten

42.814

49.036

47.787

47.787

47.787

47.787

47.787

waarvan eigen personeel

39.302

44.132

43.807

43.807

43.807

43.807

43.807

waarvan inhuur externen

3.512

4.904

3.980

3.980

3.980

3.980

3.980

waarvan overige personele kosten

0

0

0

0

0

0

0

  • Materiële kosten

79.308

89.192

93.803

93.803

93.803

93.803

93.803

waarvan apparaat ICT

68

41

71

71

71

71

71

waarvan bijdrage aan SSOS

54.907

61.042

66.615

66.615

66.615

66.615

66.615

waarvan overige materiële kosten

24.333

28.109

27.117

27.117

27.117

27.117

27117

Rentelasten

190

153

94

94

94

94

94

Afschrijvingskosten

6.297

4.892

5.761

5.761

5.761

5.761

5.761

  • Materieel

6.297

4.892

5.761

5.761

5.761

5.761

5.761

waarvan apparaat ICT

0

0

0

0

0

0

0

waarvan overige materiële afschrijvingskosten

6.297

4.892

5.761

5.761

5.761

5.761

5.761

  • Immaterieel

0

0

0

0

0

0

0

Overige lasten

0

0

0

0

0

0

0

waarvan dotaties voorzieningen

0

0

0

0

0

0

0

waarvan bijzondere lasten

0

0

0

0

0

0

0

Totaal lasten

128.609

143.273

147.445

147.445

147.445

147.445

147.445

 

Saldo van baten en lasten gewone bedrijfsuitoefening

201

0

0

0

0

0

0

Agentschapsdeel Vpb-lasten

0

0

0

0

0

0

0

Saldo van baten en lasten

201

0

0

0

0

0

0

Toelichting

Baten

Omzet

Omzet moeder departement

De omzet moederdepartement heeft met name betrekking op de generieke facilitaire dienstverlening binnen het verzorgingsgebied. De budgetten van de departementen voor de facilitaire dienstverlening (het generieke pakket) zijn overgeheveld naar het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK). De toename betreft enerzijds uitbreiding van het verzorgingsgebied met Lange Voorhout 7 en anderzijds een toename in de kosten voor de dienstverlening schoonmaak.

Omzet overige departementen

De omzet overige departementen heeft betrekking op de generieke dienstverlening van de nog niet centraal bekostigde departementen/organisatieonderdelen en de specifieke dienstverlening die geleverd wordt aan de overige departementen. De daling is het gevolg van minder afname van specifieke dienstverlening.

Omzet derden

De omzet derden betreft de facilitaire dienstverlening die geleverd wordt aan de Kansspelautoriteit, het Centraal Orgaan opvang asielzoekers, Autoriteit Persoonsgevens en het Nederlands Instituut voor Beeld en Geluid. De toename is met name het gevolg van de uitbreiding Autoriteit Persoonsgegevens.

Lasten

Apparaatslasten Personele kosten

De personele kosten omvatten alle personele uitgaven van de ambtenaren in dienst, gedetacheerde ambtenaren en kosten van uitzendkrachten en inhuur van externen. De daling van de personele kosten heeft met name betrekking op minder inzet van externe inhuur (van 10% naar 8,3% van de personele kosten). De daling van de externe inhuur is mede het gevolg van het beleid van FMH om tijdelijke functies zoveel mogelijk met een tijdelijk dienstverband in te vullen.

Materiële kosten

De materiële kosten bestaan voor een belangrijk deel uit directe inkoop-kosten van de dienstverlening (circa 88% van de materiële kosten). De inkoopkosten zijn opgenomen onder de posten bijdrage SSO's en overige materiële kosten. De toename is het gevolg van de extra dienstverlening die wordt geleverd en de toename van de kosten voor de dienstverlening schoonmaak.

In de bijdrage aan SSO's hebben de kosten voor Uitvoeringsorganisatie Bedrijfsvoering Rijk (UBR) een groot aandeel. Dit betreft bijvoorbeeld de kosten voor de Rijksbeveiligersorganisatie in de panden waar FMH de dienstverlening verzorgt. Daarnaast zijn de kosten voor onder andere Rijnstraat 8 door het consortium DBFMO hier opgenomen, aangezien deze kosten via het RVB bij FMH in rekening worden gebracht. De toename van de bijdrage aan SSO's is het gevolg van de overgang van een groot deel van de schoonmaakcontracten van een externe leverancier naar de Rijksschoon-maakorganisatie (RSO) en de uitbreiding van de dienstverlening.

Afschrijvingskosten

De overgenomen activa (met name meubilair) van de departementen zijn geactiveerd en worden conform de betreffende regelgeving afgeschreven. Voor nieuwe investeringen is dit eveneens van toepassing.

Rentelasten

Onder deze post zijn alle rentelasten opgenomen die verband houden met de financiering van materiële vaste activa vanuit het Ministerie van Financiën.

 
 

Stand Slotwet

Vastgestelde

2022

2023

2024

2025

2026

 

2020

begroting

         
   

2021

         
  • 1. 
    Rekening courant RHB 1 januari + depositorekeningen

22.570

12.812

13.089

15.129

15.847

17.301

19.291

+/+ totaal ontvangsten operationele kasstroom

130.895

143.273

147.445

147.445

147.445

147.445

147.445

-/- totaal uitgaven operationele kasstroom

  • 124.585
  • 138.381
  • 141.684
  • 141.684
  • 141.684
  • 141.684
  • 141.684
  • 2. 
    Totaal operationele kasstroom

6.310

4.892

5.761

5.761

5.761

5.761

5.761

-/- totaal investeringen

  • 6.224
  • 2.115
  • 2290
  • 1880
  • 1280
  • 1430
  • 1280

+/+ totaal boekwaarde desinvesteringen

23

878

0

0

0

0

0

  • 3. 
    Totaal investeringskasstroom
  • - 
    6.201
  • - 
    1.237
  • - 
    2.290
  • - 
    1.880
  • - 
    1.280
  • - 
    1.430
  • - 
    1.280

-/- eenmalige uitkering aan moederdepartement

  • 225

0

0

0

0

0

0

+/+ eenmalige storting door moederdepartement

0

0

0

0

0

0

0

-/- aflossingen op leningen

  • 5.279
  • 5.493
  • 3721
  • 5043
  • 4307
  • 3771
  • 2990

+/+ beroep op leenfaciliteit

3.774

2.115

2290

1880

1280

1430

1280

  • 4. 
    Totaal financieringskasstroom
  • - 
    1.730
  • - 
    3.378
  • - 
    1.431
  • - 
    3.163
  • - 
    3.027
  • - 
    2.341
  • - 
    1.710
  • 5. 
    Rekening courant RHB 31 december + stand depositorekeningen (=1+2+3+4)

20.949

13.089

15.129

15.847

17.301

19.291

22.062

Toelichting

Investeringskasstroom

FMH investeert voornamelijk in de vervanging van meubilair in het verzorgingsgebied.

 

Tabel 46 Overzicht doelmatigheidsindicatoren

FMH

         
 

Stand Slotwet 2020

Vastgestelde begroting

2021

2022

2023

2024

2025

2026

Omschrijving Generiek Deel

 

Omzet per productgroep (PxQ)

128.810

143.273

147.445

147.445

147.445

147.445

147.445

Generiek

117.118

127.874

134.177

134.177

134.177

134.177

134.177

Specifiek

11.631

15.399

13.268

13.268

13.268

13.268

13.268

Overig

61

0

0

0

0

0

0

Fte-totaal (excl. externe inhuur)

518

571

564

564

564

564

564

Saldo van baten en lasten (%)

0,2%

0,0%

0,0%

100,0%

200,0%

300,0%

400,0%

 

Omschrijving Specifiek Deel

Verhouding generiek vs specifieke dienstverlening

91:9

89:11

91:9

91:9

91:9

91:9

91:9

Personele kosten als % van totale kosten

33,3%

34,2%

32,4%

32,4%

32,4%

32,4%

32,4%

Materiële kosten als % van totale kosten

66,7%

65,8%

67,6%

67,6%

67,6%

67,6%

67,6%

Apparaatskosten (in €)

52.256

58.537

58.105

58.105

58.105

58.105

58.105

 

Tarieven

Regiotarief (facilitair)

n.b.

203

202

202

202

202

202

 

Tevredenheid

Klanttevredenheid

n.b.

n.v.t.

n.v.t.

tevreden

n.v.t.

tevreden

n.v.t.

Tevredenheid specifieke dienstverlening

8

7

7

7

7

7

7

Medewerkerstevredenheid

n.b.

n.v.t.

n.v.t.

tevreden

n.v.t.

tevreden

n.v.t.

Doorlichting uitgevoerd cq. gepland in    2020

Toelichting

Generiek deel

Omzet per productgroep

De productgroep Generiek is een afgesproken pakket producten en diensten dat wordt afgenomen waarvoor een vaste prijs per vaste verrekeneenheid wordt betaald. De prijs (p) en hoeveelheid (q) staan in principe gedurende het jaar vast.

De productgroep Specifiek heeft betrekking op producten en diensten waarvoor de opdrachtgever afhankelijk van de afgenomen hoeveelheid een prijs per product/dienst betaalt (vb. catering, extra beveiliging, overig vervoer) en/of producten en diensten waarover tussen opdrachtgever en opdrachtnemer aparte afspraken worden gemaakt (vb. uitvoering van maatwerkprojecten).

Saldo van baten en lasten (%)

Het saldo baten en lasten van 0% geeft een sluitende begroting weer.

Specifiek deel

Verhouding generiek versus specifieke dienstverlening Dit is het aandeel van de omzet van de generieke dienstverlening op de totale omzet versus het aandeel van de omzet van de specifieke dienstverlening in de totale omzet.

Personele- en materiële kosten als % van de totale kosten Dit betreft de procentuele verhouding van de respectievelijk de personele en materiële kosten in de totale lasten. Het aandeel van de personele kosten in de totale kosten laat een lichte daling zien. Dit komt met name door een lagere inzet van personeel en toename in inkoopkosten voor de dienstverlening.

Apparaatskosten

De apparaatskosten hebben betrekking op de personele kosten en de materiële kosten exclusief de inkoopkosten voor de dienstverlening. De afname heeft betrekking op lagere personele kosten.

Regiotarief (facilitair)

De verrekeningsystematiek voor de generieke dienstverlening is in 2020 aangepast naar een tarief per m2. Het regiotarief geldt voor de kantoorpanden in het verzorgingsgebied van FMH. Specialty panden en panden waar FMH beperkte dienstverlening levert zijn uitgesloten. Het tarief laat een lichte daling zien ondanks de loon- en prijsontwikkeling van 1,5%.

5.6 Shared Service Centrum ICT (SSC-ICT)

Inleiding

Het SSC-ICT is een van de grootste ICT-dienstverleners van en voor de Rijksoverheid. Met de ICT-dienstverlening zorgt SSC-ICT ervoor dat ruim 40.000 rijksambtenaren van zeven ministeries hun werk altijd, overal en veilig kunnen uitvoeren. SSC-ICT ondersteunt met een digitale werkomgeving op ieder apparaat, op ruim 50 locaties in Nederland én wereldwijd op ambassades en consulaten. Daarnaast beheert en ontwikkelt SSC-ICT een gevarieerd applicatielandschap, worden ICT-diensten met extra hoge beveiligingsniveaus aangeboden en worden jaarlijks honderden projecten uitgevoerd.

SSC-ICT is een organisatie in verandering. Op basis van een externe doorlichting in 2019 wordt momenteel gewerkt aan structurele verbetering van de dienstverlening. De essentie voor de komende jaren is een scherp onderscheid tussen standaard- en maatwerkdienstverlening en een technische inhaalslag. Hiertoe loopt een transitieprogramma over de volle breedte van de organisatie dat zal doorlopen tot ultimo 2022.

Het programma hanteert een iteratieve, kortcyclische aanpak, gestoeld op gangbare methoden. De transitieorganisatie werkt naar een beproefde combinatie van sturing, organisatie, dienstverlening, security en techniek waarna formalisatie van het nieuwe organisatiemodel en het formele plaat-singsproces plaatsvindt. Tijdens de uitvoering van de verandering gaat de reguliere dienstverlening (going concern) door.

SSC-ICT werkt toe naar een toekomstvaste ICT-dienstverlener, die voorziet in de behoefte van haar afnemers door het leveren van efficiënte en betrouwbare standaarddiensten én, in nauwe afstemming met afnemers, het leveren van maatwerkdiensten tegen reële kosten. De gevolgen van de pandemie hebben het belang van ICT verder benadrukt, bijvoorbeeld het faciliteren van thuiswerken. Ook post Covid-19 is de verwachting dat het belang van ICT in meer hybride werkvormen gaat toenemen.

Staat van baten en lasten

 
 

Stand Slotwet 2020

Vastgestelde begroting

2021

2022

2023

2024

2025

2026

Baten

  • Omzet

281.049

292.964

311.821

307.259

302.521

294.921

294.921

waarvan omzet moederdepartement

79.134

70.311

74.002

73.002

72.002

69.902

69.902

waarvan omzet overige departementen

201.122

222.653

237.203

233.641

229.903

224.403

224.403

waarvan omzet derden

793

0

615

615

615

615

615

Rentebaten

0

0

0

0

0

0

0

Vrijval voorzieningen

1.323

0

0

0

0

0

0

Bijzondere baten

307

0

0

0

0

0

0

Totaal baten

282.679

292.964

311.821

307.259

302.521

294.921

294.921

 

Lasten

Apparaatskosten

233.145

232.567

260.857

250.557

246.057

241.557

241.557

  • Personele kosten

126.277

127.488

137.888

132.388

128.388

124.388

124.388

waarvan eigen personeel

85.455

86.912

93.888

93.388

91.388

90.388

90.388

waarvan inhuur externen

39.181

35.655

37.881

32.881

30.881

27.881

27.881

waarvan overige personele kosten

1.641

4.921

6.118

6.118

6.118

6.118

6.118

  • Materiële kosten

106.868

105.079

122.969

118.169

117.669

117.169

117.169

waarvan apparaat ICT

85.373

80.925

97.849

94.049

93.549

93.049

93.049

waarvan bijdrage aan SSOS

19.767

18.505

19.245

18.645

18.645

18.645

18.645

waarvan overige materiële kosten

1.728

5.649

5.875

5.475

5.475

5.475

5.475

Rentelasten

0

0

0

0

0

0

0

Afschrijvingskosten

52.739

52.044

57.764

56.702

56.464

53.364

53.364

  • Materieel

42.185

48.943

54.539

52.427

53.194

51.194

51.194

waarvan apparaat ICT

42.185

48.943

54.539

52.427

53.194

51.194

51.194

waarvan overige materiële afschrijvingskosten

0

0

0

0

0

0

0

  • Immaterieel

10.554

3.101

3.225

4.275

3.270

2.170

2.170

Overige lasten

786

8.353

0

0

0

0

0

waarvan dotaties voorzieningen

172

0

0

0

0

0

0

waarvan bijzondere lasten

614

8.353

0

0

0

0

0

 

Totaal lasten

286.670

292.964

318.621

307.259