Over pillen

Met dank overgenomen van Forum voor Democratie (FVD) i, gepubliceerd op maandag 10 mei 2021.

Door Felix van Sas

Hoe snel een mens met kennis in aanraking komt ligt ofwel aan zijn observatievermogen, ofwel aan zijn contacten. Aangezien de groep voor wie dat eerste de standaard is, slechts zeer klein is, was er voor de meesten een taalkundige uitdrukking nodig die het proces van ontvangst, besef en verwerking van kennis in het bestaande kennispatroon zou kunnen uitdrukken. Hieruit kwam in recente tijden de formulering van de ‘pil’, uiteraard, zoals journalisten tot vervelens toe herhalen, uit de film de Matrix (1999). De formulering was geen waardenvrije ontdekking, zo tonen ons de eerste en originele pillen: de roodpil en de blauwpil.

Van deze twee is eigenlijk alleen de roodpil interessant, daar geblauwpilled zoveel betekent als niet-geroodpilled. In de aard van de roodpil ligt op zichzelf al een diepgaand ongenoegen over de samenleving verborgen. Waar diegenen die de pil niet geslikt hebben nog leven in de ban van de kennis die gedeeld wordt door de bekende grote informatieverstrekkers van onze, niet pluriforme maar uniforme, samenleving, hebben de geroodpillden een andere afslag genomen. Zij hebben zich, vaak dankzij de hulp van vreemden op het web die zich, hoe contra intuïtief ook, veel intelligenter tonen dan de experts van de fysieke wereld, inzichten verschaft die indruisen tegen wat men behoort te denken. Buiten deze feiten is de precieze betekenis van de roodpil echter tweeledig. Aan de ene kant kan iemand een roodpil over een bepaald onderwerp ‘slikken’. Dan raakt diegene op dat specifieke onderwerp geroodpilled. Zo kan iemand die kennis aanneemt over de relatie tussen immigratie en criminaliteit zich geroodpilled op (sic!) immigratie noemen. Aan de andere kant kan iemand als geheel geroodpilled zijn. Dan staat de pil niet voor kennisname over een specifiek onderwerp, maar voor een staat van zijn. In deze staat is het kennispatroon van het desbetreffende individu door het slikken van meerdere individuele roodpillen zo ingrijpend buiten de hoofdstroom geraakt, dat deze persoon als geheel geroodpilled kan worden genoemd. Zo heeft de roodpil twee betekenissen.

Er zijn echter nog vele andere pillen. Niet lang na de roodpil vonden we het befaamde duo van de zwart- en de witpil. Deze kennen dezelfde tweeledigheid als de roodpil, iemand kan zowel een zwart- als een witpil ontvangen, als gezwart- of gewitpilled zijn. Eigenlijk zijn deze termen niets meer dan surrogaten voor respectievelijk, een tegenvaller of een meevaller vernemen en een langdurige pessimistische of positieve houding aan hebben genomen. De zwartpil is cultuurhistorisch echter wel van groot belang. Niet alleen vanwege de grote wanhoop, angst, woede en frustratie die hij uitdrukt, maar ook vanwege de omvang van het fenomeen. Wie in deze tijden geroodpilled raakt moet, in een wereld van als duivels verklede ‘drag queen’s’ die kleine kinderen voorlezen en een steeds dystopischere machtstoe-eigening van de globalistische elite, wel héél sterk in zijn schoenen staan om niet af en toe, of simpelweg permanent, gezwartpilled te raken. Daarom is de zwartpil de logische compagnon van de roodpil. Zo lang wij niet voortdurend blijven winnen gaat de zwartpil waar de roodpil ook gaat. Wanneer wij wel winnen vervangt de witpil hem.

Uiteraard heeft dit spel der pillen een grote uitwerking op de daadwerkelijke levens en gemoedstoestanden van de betrokkenen. Hoe te ontsnappen aan pessimisme, nihilisme en defaitisme is een vraag die zo oud is als die concepten zelf. Hierin vond de subcultuur waarin de pillen spelen zijn eigen weg, geholpen door de steeds bizarder en schizofrener wordende hoofdstroommeningen begon een groep gerood- en zwartpillden de hoofdstroomwereld als geheel als belachelijk te zien. Voor hen was het duidelijk dat de wereld gek was geworden, de wereld was het toneel van clowns geworden, de clownwereld. Zij waren, zo wilde het nieuwe woord: ‘geclownpilled’. De clownpil kent net als de andere pillen de tweeledigheid van de enkelvoudige clownpil en de staat van geclownpilled zijn. De clownpil kent echter nog een andere tweeledigheid. Aan de ene kant ziet de geclownpilde de wereld als eentje die totaal niet serieus te nemen is, omdat zijn actoren zijn verworden tot gekken en clowns, in deze zin is de clownpil een manier om om te gaan met de ervaring van het gezwartpilled raken, die bijna onlosmakelijk verbonden is aan het proces van geroodpilled raken. Door te lachen raakt de pijn verzacht, door niet meer serieus te nemen heeft de wereld geen zeggenschap meer over het gemoed. Maar er zit ook een andere kant aan de clownpil. Dat is de kant die erkent dat de geclownpillde zo ver buiten de hoofdstroom is geraakt dat juist hijzelf door de hoofdstroom als clown wordt gezien. De ware geclownpillde omarmt daarom de primordiale rol van de wijze gek, die in ontelbare cultuuruitingen bestaat, maar waarvan de bekendste en invloedrijkste versie in recente tijden zeker het hoofdpersoon uit de film Joker (2019) is. De Joker is niet voor niets post-ironisch omarmd door internetrechts. De clownpil betekent dus ook de acceptatie dat er waarheid in de woorden van de gek ligt en dat in een wereld waarin iedereen gek is, de gek de enige is die dat niet is. Hierbij hoort de recente trek van internetrechts om gestoordheid op te hemelen, de schizofreen tot hoogste goed te verklaren en de irrationaliteit volledig te omarmen. Wie in 2017 nog als keurige rechtsliberaal eindeloos “Facts don’t care about your feelings” herhaalde, zegt nu dikwijls “Feelings don’t care about your facts”, omarmt de gnostiek van het esoterisme en verwerpt westers liberalisme als geheel, omdat het niet meer voldoet aan de werkelijkheid van deze tijd.

Eén grote ‘maar’ blijft echter staan. De clownpil mag dan een logisch gevolg zijn van het feit dat we in een belachelijke wereld leven, het is eveneens een ‘cope’. Immers, als wij echt machtig waren dan zouden wij ons niet hoeven te verlagen tot het niveau van de heilige gek die niets heeft dan zijn ware woord. Als wij echt machtig waren dan zouden wij al lang de sloophamer in de clownwereld hebben gezet. Mochten wij dus nog willen pogen om onze wereld te redden, dan mag de clownpil niet meer dan een fase zijn. Het is verleidelijk nu het hoofd te verliezen, af te zakken in esoterie en gekte, maar of dit verstandig is is een andere vraag. Zowel persoonlijk als als groep hebben we meer baat bij een andere pil. Mocht de situatie niet meer te redden zijn, dan zouden wij allen moeten worden wat Ernst Jünger een Anarch noemt en in die hoedanigheid de tijger berijden. Mocht de situatie nog wel te redden zijn, laten wij dan alles geven om deze nog te redden en de clownwereld van zijn kostuum te ontdoen.