De Stasi-technieken van NRC

Met dank overgenomen van Forum voor Democratie (FVD) i, gepubliceerd op donderdag 25 maart 2021.

De lasterlijke aanvallen van Tommy Wieringa in de NRC en van anderen in de mainstream media en de framing van Forum voor Democratie die daar op wordt gebaseerd in media en wetenschap vragen om een uitgebreider weerwoord. Dit is het weerwoord van Pepijn van Houwelingen, toekomstig Kamerlid van FVD en activist van het eerste uur van Burgercomité-EU, en als zodanig bekend met het klappen van de zweep van framing, demonisering en directe laster door de massamedia.

‘De fascisten van de toekomst zullen zich antifascisten noemen’ is een bekende uitspraak van Churchill en op onze tijd griezelig van toepassing. De definitieve uitslag van de verkiezing afgelopen woensdag is nog niet bekend, maar nu al wordt de toekomstige Tweede Kamerfractie van Forum voor Democratie neergezet als een verzameling antisemieten, racisten, fascisten, enzovoort. De beschuldigingen zijn net zo walgelijk en abject als dat ze vals en onwaar zijn. Diegenen die de heersende opiniehegemonie fundamenteel niet onderschrijven zullen, in het huidige opinieklimaat, helaas onvermijdelijk op de een of andere manier door de media in de hierboven genoemde hokjes worden gedrukt. We zijn en komen daarbij uiteraard alle acht aan de beurt, maar laat ik nu maar even mezelf als voorbeeld nemen. Neemt u echter gerust van me aan dat mutatis mutandis precies hetzelfde speelt bij de beeldvorming rond mijn fractiegenoten.

Nou, zeg het maar, wat zou ik hebben misdaan? Ik heb iets meer dan tien jaar geleden een roman geschreven, een ideeënroman nog wel. Het hoofdpersonage is losjes gebaseerd op Thucydides en vooral de moraliteit van het klassieke Griekenland die uit zijn meesterwerk De Geschiedenis van de Peloponnesische oorlog opdoemt. Die is alles behalve rationeel en sereen, laat staan proto-humanistisch (lees zijn beruchte Melische Dialoog en de argumenten die de Atheners daarin opvoeren!), zoals Nietzsche onder andere fijntjes opmerkte. Dat is het interessante gedachtenexperiment waar deze ideeënroman dus op rust. Wat als we zo’n uiterst ‘politiek incorrect’ personage nou eens ongeremd commentaar laten leveren op onze tijd? Voor de grap is dit hoofdpersonage Vossius genoemd naar de bekende zestiende-eeuwse Nederlandse humanist en homo universalis. Die gaat in discussie met een eigentijdse ‘Jan Jansen’. Zelden een boek met zoveel plezier in een paar weken tijd geschreven en ik kan iedere ‘vrije geest’ aanraden het te gaan lezen.

Ik val als auteur natuurlijk niet samen met het fictieve hoofdpersonage van deze roman. Om alle twijfel daarover weg te nemen werd het boek ook nog eens onder een pseudoniem uitgebracht. Maar wat doet de NRC nadat ze achter deze constructie zijn gekomen? Daar besluit men de auteur te laten samenvallen met zijn hoofdpersonage. Dat levert vervolgens de methode op voor een keiharde aanval op mijn persoonlijke en professionele reputatie. Nadat men mij heeft laten samenvallen met mijn politiek incorrecte hoofdpersonage laat de NRC twee journalisten maandenlang mijn werk als onderzoeker napluizen om overeenkomsten te vinden met de opvattingen van het hoofdpersonage uit mijn roman. Natuurlijk zou deze methode normaal gesproken nooit worden toegepast, maar voor de NRC vallen sommige mensen blijkbaar dusdanig buiten de maatschappelijke orde dat alle regels van een fatsoenlijk cultureel leven overboord gegooid mogen worden om de reputatie van deze mensen te vernietigen en hun potentiële invloed te ondermijnen.

In wat voor een bizarre wereld zijn we terechtgekomen waar op schaamteloze manier de auteur en het hoofdpersonage van een roman met elkaar worden gelijkgesteld? Hoe absurd is het niet je te moeten verdedigen tegen dit soort aanvallen? In wat voor een wereld kunnen de gedachten van een hoofdpersonage uit een roman door een krant als de NRC, die zich erop voorstaat een kwaliteitskrant te zijn, worden geïdentificeerd met de ‘echte Pepijn van Houwelingen’. Omdat het in de NRC heeft gestaan gelden de aantijgingen die daaruit voortkomen als waar, en als zodanig worden ze ook door andere kranten, door auteurs en door bijvoorbeeld Wikipedia gerecycled. Zonder ooit de werkelijke Pepijn van Houwelingen, of mensen die hem goed kennen, om wederhoor te vragen.

Wat is de volgende stap? Gaat men Stephen King arresteren omdat hij een van zijn personages een moord laat plegen? Is de ‘echte’ Stephen King eigenlijk een moordenaar omdat hij in zijn boeken moorden laat geschieden? Of wat als we Timur Vermes zouden vereenzelvigen met Hitler, het hoofdpersonage uit zijn weergaloze roman Daar is hij weer? Iedereen met een beetje leeservaring weet natuurlijk hoe belachelijk dit is. Reve en Hermans zouden tandenknarsen van woede.

Waar komt dit absurde neo-puritanisme dat in het ooit zo vrije Nederland plotseling hoogtij viert vandaan? Vanwaar die drang om na te gaan of iemand die men omwille van zijn opvattingen in het vizier heeft in zijn ‘diepste gedachten’ wel puur en zuiver genoeg is? Vanwaar die drang om voorbij te gaan aan wat die persoon zelf zegt en op zoek te gaan naar duistere drijfveren door het gebruik van duivelse technieken? Vanwaar die drang om na te gaan of zo iemand wel ‘echt’ is wie hij ‘voordoet’ te zijn? Vanwaar die heksenjacht? Vanwaar dit geobsedeerde ‘complotdenken’, iets waarvan de NRC het zo graag voorstelt dat alleen ‘wappies’ zich eraan bezondigen? Mensen in mijn omgeving (onder wie typische NRC-lezers en brave hoogleraren) die dit verhaal kennen, zijn verbijsterd dat ze deze bagger weer moeten lezen in hun krant. Die krant heeft heel wat uit te leggen. Wat bijvoorbeeld?

Allereerst wordt er geen hoor en wederhoor toegepast. Vijf jaar geleden, toen de NRC die bizarre aanval wilde publiceren, wilden de twee ‘journalisten’ me hierover onder valse voorwendselen spreken. Waarschijnlijk wilden ze me zoals ooit Pieter Storms deed ‘confronteren’ met mijn boek, dat ik immers onder pseudoniem had gepubliceerd. Helaas voor hen hadden de leden van Burgercomité-EU even genoeg van de NRC. Die had ons immers net te grazen genomen met de framende titel (die je natuurlijk nooit van tevoren te zien krijgt) boven een paginagroot artikel naar aanleiding van een interview over het Oekraïnereferendum. De buitenproportionele wijze waarop de NRC met dit interview uitpakte (hele voorpagina, pagina 2 en 3) wekte onvermijdelijk de indruk, zoals nadien wel bleek, dat wij de boel bedrogen zouden hebben en onder valse voorwendselen een referendum zouden hebben georganiseerd. En dat terwijl onze motieven al maandenlang bekend waren, en zelfs in een Kamercommissie waren uiteengezet, en de betreffende journalist de beschikking had over ons Oekraïne-pamflet, waaruit hij natuurlijk niets heeft geciteerd.

De doelbewuste framing deed zijn werk en wij besloten geen contact meer te hebben met de media en zeker niet met de NRC. Maar de twee journalisten hadden ondertussen wel een paar maanden ‘onderzoekswerk’ gestopt in het ‘ontmaskeren’ van een tien jaar oude ‘ontaarde’ ideeënroman waarmee ze de auteur nu triomfantelijk wilden confronteren. Hoe doe je dat dan, als NRC-journalist zijnde? Je achterhaalt het privéadres (waarschijnlijk via de KvK) en staat onverwacht met twee man op de stoep, belt aan en schreeuwt in mijn gezicht: ‘Heb jij dit boek soms geschreven? Beken het!’. Je reageert dan verbijsterd met ‘nee’, omdat je telefonisch en per mail al tig keer had aangegeven deze journalisten niets meer te vertellen te hebben en doet de deur dicht. Maar alles wat je doet wordt gebruikt voor framing: ‘hij ontkent het aanvankelijk maar geeft het later toe’.

Los van onze afkeer van de NRC en zijn praktijken konden wij ook om een andere reden niet of nauwelijks reageren. Na het eerdere NRC-interview waarin wij zo vals in de kop waren geframed, kwam immers mijn werkgever onder vuur te liggen. Die werkgever heeft overigens mijn positie en mijn vrijheid van meningsuiting altijd verdedigd. Maar, heel begrijpelijk, was men niet blij met de (f)ophef. Bijgevolg konden wij niet anders dan de medialuwte opzoeken. Daarmee waren de Stasi-praktijken van de NRC echter niet afgelopen. Toen ik een aantal jaren geleden samen met anderen de omroep Ongehoord Nederland oprichtte werd mijn werkgever wederom benaderd door dezelfde NRC-journalisten met de (impliciete) vraag hoe het toch kon dat zo’n ‘fout iemand’ nog steeds bij hen werkte. Deze ongehoorde actie kan gestaafd worden met mails die ik graag, in het kader van de transparantie waar de NRC zo prijs op stelt, openbaar.

Het is inmiddels overduidelijk dat de NRC zich steeds meer bezondigt aan hetzejournalistiek. Op een stelselmatige manier wordt de persoonlijke en professionele reputatie van ‘andersdenkenden’, mensen die de opiniehegemonie en de macht in dit land fundamenteel bekritiseren, zoals Omtzigt, Baudet en onlangs nog Kinneging en Cliteur, met dit soort walgelijke framingstechnieken aangetast. De gevolgen van dit soort van karaktermoorden zijn blijvend (omdat de NRC als autoriteit geldt en dus ook als zodanig wordt geciteerd). Daarmee straalt zo’n poging tot karaktermoord bovendien af op de omgeving van de aangevallen persoon, die mede besmeurd wordt. Dat is vermoedelijk met opzet: de bedoeling is ongetwijfeld ervoor te zorgen dat dergelijke ‘foute personen’ uit hun sociale en professionele omgeving worden verstoten.

Opvallend in deze hetzetechnieken is dat datgene wat deze aangevallen mensen beweegt, dat wat ze zelf zeggen en schrijven heel veelzeggend nooit (serieus) besproken wordt. In die inhoud is de NRC helemaal niet geïnteresseerd. Even opvallend is dat de NRC nooit de macht bekritiseert maar altijd juist diegenen die de macht uitdagen. En zoals steeds opnieuw blijkt doet de NRC dat op een uiterst bedenkelijke manier. In mijn geval gaat het zelfs niet over de vrijheid van meningsuiting maar over de vrijheid van gedachten. Dat een auteur een personage politiek incorrecte of zelfs abjecte woorden in de mond legt moet volgens de gedachtenpolitie van de NRC wel betekenen dat hij zelf blijkbaar zulke gedachten koestert. Oftewel: Timur Vermes IS Adolf Hitler. Zo’n auteur is dus in het diepst van zijn gedachten zelf ook abject, en daarmee rijp voor de vernietiging van zijn sociale en professionele leven. Met als evident doel hem en zijn medestanders voor altijd het zwijgen op te leggen.

De beschuldigingen van nazisme en antisemitisme die continu aan ons adres worden geuit zijn walgelijk en eigenlijk ronduit krankzinnig. Wij zouden antisemitisch zijn? We hebben joodse fractieleden, joodse fractiemedewerkers en onze partijleider is verloofd met een joodse vrouw. We zijn de meest pro-Israëlische partij in het parlement. Wij zouden racistisch zijn? Een van onze fractieleden die daarvan is beschuldigd had zelf een vriendin van ‘kleur’, we hebben allerlei medewerkers ‘van kleur’ en ik ben zelf getrouwd met een Aziatische vrouw. Kijk ook eens naar de grote groepen minderheden die naar onze campagnebijeenkomsten zijn gekomen en voor ons als vrijwilliger campagne hebben gevoerd. Wij zouden homofoob zijn? Wij zouden seksistisch zijn? Het verhaal herhaalt zich, opnieuw en opnieuw.

De vraag blijf over: waarom dit alles? Waarom verlagen de gevestigde media in Nederland zich massaal tot zulke ongekende vormen van riooljournalistiek? Om dat te kunnen begrijpen is het natuurlijk belangrijk te beseffen dat partijkartel en mediakartel verlengstukken van elkaar zijn. Met betrekking tot de NPO heeft FVD daar een mooi filmpje van gemaakt. Maar al onze kranten (inclusief de NRC) en een deel van de commerciële zenders zijn in handen van twee grote Belgische uitgevers die door de Belgische staat worden gesubsidieerd en onvoorwaardelijk achter de heersende opiniehegemonie staan. Sterker nog, die willen ze afdwingen. En ze doen dat op twee manieren.

Allereerst zorgen ze door middel van hetzes tegen personen voor (f)ophef waardoor ze intern onrust proberen te creëren om diegenen die daadwerkelijk een bedreiging voor het partijkartel zijn uit elkaar te drijven. Dit is ze helaas al vaak gelukt. Het zal ze overigens zeker niet lukken bij de gelouterde FVD-fractie: een team van idealisten en diehards van het eerste uur dat elkaar soms al tien jaar kent en door en door vertrouwt. En het klappen van de zweep kent.

Ten tweede proberen ze de druk van buiten op te voeren en anderen in de samenleving te verleiden ‘afstand te nemen’ van ‘andersdenkenden’ en hen dus zo uit te sluiten. Dit is de cancel culture die er onder andere toe heeft geleid dat filmpjes van Forum voor Democratie van YouTube zijn gehaald. Onze partijleider is ook de eerste Nederlandse politicus die een nepnieuwswaarschuwing kreeg onder een van zijn tweets over het vaccinatieprogramma (die overigens volstrekt bleek te kloppen).

De media, met de NRC voorop, werken op deze manier mee aan het implementeren van de ‘Ollongren-doctrine’. Deze totalitaire doctrine wordt as we speak, open en bloot in allerlei rijksdocumenten en onderzoeken (bijvoorbeeld van de UvA) uitgebouwd. Over niet al te lange tijd zal Burgercomité-EU aan de hand van zulke documenten deze doctrine ontleden en ontmaskeren voor wat ze is: een fundamentele, welbewuste aanval op onze vrijheid van meningsuiting en democratie.

We hebben hier dus te maken met een uiterst intolerante, intens puriteinse en radicaal totalitaire gedachtenpolitie die proactief probeert ‘andersdenkenden’ uit de maatschappij te stoten en daarbij ook de gehele samenleving probeert te mobiliseren. Er is hiervoor meer een kwalificatie: dit is fascisme. Als FVD komen we tegen dit nieuwe fascisme in het geweer.

En wat Tommy Wieringa betreft: als je weer eens obsessief op zoek moet naar ‘fascisten’ om die te vernietigen, denk dan eens aan de uitspraak van Churchill en werp een blik in de spiegel.

Pepijn van Houwelingen is vanaf volgende week Tweede Kamerlid voor Forum voor Democratie.