D66 dient wetsvoorstel Voltooid Leven in - Parlementaire monitor

Parlementaire monitor
Zaterdag 26 september 2020
kalender

D66 dient wetsvoorstel Voltooid Leven in

Met dank overgenomen van Democraten 66 (D66) i, gepubliceerd op vrijdag 17 juli 2020.

Tweede Kamerlid Pia Dijkstra dient vandaag het wetsvoorstel toetsing levenseindebegeleiding van ouderen op verzoek (voltooid leven) in. Als de wet aangenomen wordt kunnen ouderen op hoge leeftijd die hun eigen leven voltooid achten met hulp op een zelfgekozen moment hun leven beëindigen.

Bekijk het wetsvoorstel en de toelichting

Dijkstra: ‘Na een zorgvuldige voorbereiding dien ik nu het wetsvoorstel in. We hebben naar aanleiding van het rapport Van Wijngaarden in het wetsvoorstel enkele toevoegingen gedaan. Zoals het betrekken van de familie en de huisarts. Het is voor D66 een belangrijke stap. Wij vinden het belangrijk dat mensen hun leven naar eigen inzicht kunnen inrichten. Wat ons betreft hoort daar ook regie over het eigen levenseinde bij.’ De wet geeft ouderen vanaf 75 jaar de mogelijkheid om, als zij een langdurige en onveranderlijke stervenswens hebben, met de hulp van een levenseindebegeleider hun leven waardig te kunnen beëindigen. Dijkstra: ‘Het gaat om ouderen die hun leven voltooid achten, die zelf eigenlijk vinden dat hun lichaam het te lang volhoudt. Dit gaat dus niet om mensen met een ondraaglijke medische aandoening, waarvoor we de euthanasiewet hebben.’

Levenseindebegeleider

In de wet is een belangrijke rol weggelegd voor de levenseindebegeleider. Deze zal samen met de oudere intensieve gesprekken voeren over de stervenswens. Dijkstra: ‘De levenseindebegeleider kijkt samen met de oudere of er opties zijn om het leven juist weer de moeite waard te maken. Zo’n traject duurt minstens een paar maanden. Als blijkt dat het leven voor de oudere voltooid is, en dat andere hulp niet gewenst is, dan is het zelfgekozen levenseinde een optie. Er moet in het wetsvoorstel aan een aantal zorgvuldigheidscriteria worden voldaan. Zo dient de oudere wilsbekwaam te zijn. En er moet vastgesteld worden dat de wens een eigen beslissing is. De oudere heeft tot en met het laatste moment de regie.’