Verslag van een schriftelijk overleg met de staatssecretaris van SZW over voorstellen om de reductiedoelstelling voor kinderarmoede meer kwantificeerbaar vorm te geven - Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (XV) voor het jaar 2020 - Parlementaire monitor

Parlementaire monitor
Donderdag 29 oktober 2020
kalender

Verslag van een schriftelijk overleg met de staatssecretaris van SZW over voorstellen om de reductiedoelstelling voor kinderarmoede meer kwantificeerbaar vorm te geven - Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (XV) voor het jaar 2020

1.

Tekst

Eerste Kamer der Staten-Generaal

Vergaderjaar 2019-2020

35 300 XV Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (XV) voor het jaar 2020

35 300 IV Vaststelling van de begrotingsstaten van Koninkrijksrelaties (IV) en het BES-fonds (H) voor het jaar 2020

G1    VERSLAG VAN EEN SCHRIFTELIJK OVERLEG

Vastgesteld 9 april 2020

De vaste commissies voor Sociale Zaken en Werkgelegenheid2 en voor Koninkrijksrelaties3 hebben op 28 januari en 4 februari 2020 gesproken over de uitkomst van het met de staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid gevoerde mondeling overleg d.d. 21 januari 2020 over de uitvoering van de motie-Kox over het komen tot een reductiedoelstelling ten einde de armoede onder kinderen structureel te verlagen.4

Naar aanleiding hiervan hebben zij de staatssecretaris op 4 februari 2020 een brief gestuurd.

De staatssecretaris heeft op 9 april 2020 gereageerd.

De commissies brengen bijgaand verslag uit van het gevoerde schriftelijk overleg.

De griffier voor dit verslag,

Van Dooren

BRIEF VAN DE VOORZITTERS VAN DE VASTE COMMISSIES VOOR SOCIALE ZAKEN EN WERKGELEGENHEID EN VOOR KONINKRIJKSRELATIES

Aan de staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid

Den Haag, 4 februari 2020

De vaste commissies voor Sociale Zaken en Werkgelegenheid en voor Koninkrijksrelaties hebben op 28 januari en 4 februari 2020 gesproken over de uitkomst van het met u gevoerde mondeling overleg d.d. 21 januari 2020 over de uitvoering van de motie-Kox over het komen tot een reductiedoelstelling ten einde de armoede onder kinderen structureel te verlagen.5

De leden van de commissies stellen het op prijs om uiterlijk vóór 1 april 2020 nader te worden geïnformeerd over uw voorstellen om de reductiedoelstelling voor kinderarmoede in Nederland, met inbegrip van Caribisch Nederland, meer kwantificeerbaar vorm te geven.

Prof. dr. E.M. Sent

Voorzitter van de vaste commissie voor Sociale Zaken en Werkgelegenheid Sent

Paul Rosenmöller

Voorzitter van de vaste commissie voor Koninkrijksrelaties

BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN SOCIALE ZAKEN EN WERKGELEGENHEID

Aan de Voorzitter van de Eerste Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 9 april 2020

Aanleiding

Op 21 januari jl. heeft in uw Kamer een mondeling overleg plaatsgevonden over de uitvoering van de motie Kox (Kamerstukken I 2017-2018, 34775, D) over het komen tot een reductiedoelstelling op het terrein van kinderarmoede. De aanpak van armoede onder kinderen staat hoog op de agenda van het kabinet en ik stel het zeer op prijs dat dit ook in uw Kamer het geval is.

Tijdens het overleg is geconstateerd dat de aanpak van het kabinet, die onder meer beschreven is in de brief ambities kinderarmoede (EK 35000-XV/3500-IV, D) van 1 april 2019, om kinderarmoede tegen te gaan op veel punten de brede instemming van uw Kamer heeft. Er is steun voor de vier ambities:

Ambities kinderarmoede

  • 1. 
    Ieder kind dat in een gezin met een laag inkomen opgroeit kan meedoen. In 2021 wordt 100 procent van de kinderen met ouders in de bijstand bereikt en 70 procent van de kinderen van de werkende gezinnen met een laag inkomen.
  • 2. 
    Het aantal huishoudens met kinderen dat te maken heeft met een laag inkomen laat de komende jaren een dalende trend zien.
  • 3. 
    Er komt periodiek kwalitatief inzicht in de brede kansarmoede onder kinderen.
  • 4. 
    Er komt periodiek een kwalitatief overzicht van goede voorbeelden en initiatieven van gemeenten en andere lokale en landelijke organisaties gericht op het voorkomen van armoede onder kinderen en de negatieve gevolgen daarvan voor kinderen.

In het overleg is specifiek stilgestaan bij de nadrukkelijke wens in uw Kamer om te komen tot een kwantitatief streefcijfer bij ambitie 2, die betrekking heeft op het aantal huishoudens met kinderen dat te maken heeft met een laag inkomen. In dit overleg is besproken dat een dergelijke streefwaarde vooral kan helpen om alle betrokken partijen te stimuleren zich voor dit doel in te spannen en nadrukkelijk niet bedoeld is als een juridisch afdwingbare doelstelling. Gelet op de brede aanpak in het kader van armoedebestrijding bij kinderen en alle aspecten waarmee in het belang van de kinderen rekening moet worden gehouden, de conjuncturele ontwikkelingen én de vele beleidsterreinen waarop moet worden geopereerd, heb ik ervoor gekozen om te gaan werken met een streefwaarde, met name omdat deze de vereiste flexibiliteit met zich brengt om bij knelpunten snel bij te kunnen sturen. Bovendien acht ik het, in lijn met hetgeen u eerder in het overleg op 21 januari jl. al heeft geconcludeerd, ook wenselijk om een streefwaarde te hanteren, omdat deze bij uitstek geschikt is om alle betrokken partijen te stimuleren zich in te spannen ermee aan de slag te gaan en om periodiek vast te stellen of deze inspanningen tot de gewenste resultaten leiden.

Ik heb in het overleg toegezegd om een ultieme poging te zullen doen om tot een kwantitatief streefcijfer te komen. Met deze brief geef ik invulling aan mijn toezegging en aan uw verzoek om uw Kamer daarover te informeren. Een afschrift van deze brief stuur ik naar de Tweede Kamer.

Kwantitatief streefcijfer

Met inachtneming van eerder met u gewisselde aandachtspunten (Kamerstukken I, 2019-2020, EK 35000-XV nr. H; Kamerstukken I, 2019-2020, EK 35.000 XV/ 35.000 IV, J) heeft het kabinet, gelet op de breed levende wens in uw Kamer, bezien of het mogelijk is om alsnog tot een kwantitatief streefcijfer voor ambitie 2 te komen. Daarbij kon nog geen rekening worden gehouden met de mogelijke effecten van de huidige coronacrisis.

Het kabinet kiest ervoor om voor Europees Nederland aan te sluiten bij de indicatieve streefwaarden die zijn geformuleerd in het kader van de Duurzame Ontwikkelingsdoelen (SDG's). Er zijn 17 SDG's die deel uitmaken van de Agenda 2030 die in 2015 werd aangenomen door alle 193 VN-lidstaten, waaronder Nederland. Het kabinet onderschrijft deze doelen en rapporteert periodiek over de stand van zaken met betrekking tot het behalen van deze doelstellingen (zie o.a. Kamerstukken II, 2018-2019, 34298, nr. 27).

SDG 1 heeft betrekking op de afname van armoede in al haar vormen. Het doel is dat tegen 2030 het aantal mannen, vrouwen en kinderen van alle leeftijden die in armoede leven in al haar dimensies, minstens tot de helft is teruggebracht.

Hierbij wordt aangesloten op de nationale armoededefinities, waarbij Nederland rapporteert op basis van cijfers van het CBS. Door SDG 1 specifiek toe te spitsen op kinderen, ontstaat de volgende indicatieve streefwaarde voor ambitie 2 van de ambities kinderarmoede:

Een afname van het aantal kinderen in armoede van 9,2 procent in 2015 naar 4,6 procent in 2030_

Een indicatieve lineaire doorvertaling van deze streefwaarde over de jaren zou betekenen dat het aantal kinderen in armoede aan het einde van de kabinetsperiode in 2021 afneemt naar 7,2 procent.6 Dit cijfer is indicatief, omdat verschillende omgevingsfactoren van invloed zijn op de realisatie. Bij het bepalen van deze streefwaarde kon nog geen rekening worden gehouden met de mogelijke effecten van de huidige coronacrisis. De cijfers over armoede onder kinderen in 2021 komen eind 2022 beschikbaar.

Aan de hand van deze indicatieve streefwaarde is het mogelijk om via de tweejaarlijkse rapportages in het kader van de ambities kinderarmoede vinger aan de pols te houden of de ontwikkeling van kinderarmoede de gewenste richting ingaat en of er eventuele bijstelling van het (lineaire) streefcijfer en/of de horizon waarbinnen dit cijfer moet zijn bereikt nodig is.

Hierbij zal het kabinet aansluiten op de definitie van het CBS, omdat deze ook benut wordt bij de monitor van de Duurzame Ontwikkelingsdoelen en omdat deze bij uitstek geschikt is voor vergelijkingen over de tijd. Het CBS rapporteert jaarlijks in december over de armoedecijfers van het voorgaande jaar. Zo verschenen in december 2019 de armoedecijfers van 2018.

Voor Caribisch Nederland geldt dat we op dit moment over onvoldoende harde data over het aantal kinderen dat opgroeit in armoede beschikken. Ik ben voornemens om met het CBS in gesprek te gaan over de wijze waarop hier het beste inzicht in kan worden verkregen. Vervolgens zal ik met de openbare lichamen in gesprek gaan over een indicatieve streefwaarde. Het terugbrengen van het aantal gezinnen met kinderen dat te maken heeft met een laag inkomen is onderdeel van de brede inzet van het kabinet om bestaanszekerheid van inwoners van Caribisch Nederland te verbeteren. Het kabinet ambieert op verschillende manieren armoede binnen gezinnen terug te dringen in Caribisch Nederland. Zo zijn het wettelijk minimumloon, de uitkeringen en de kinderbijslag per 1 januari 2019 en 1 januari 2020 verhoogd. Dat betekent dat het besteedbaar inkomen van de ouders met een laag inkomen omhoog is gegaan. Er is ook speciale aandacht voor de arbeidsparticipatie van vrouwen. Dit uit zich onder andere in de investering in het verbeteren van de kwaliteit en financiële toegankelijkheid van de kinderopvang en naschoolse opvang. Dit acht het kabinet van belang omdat werk de beste weg uit de armoede is. Daarnaast zet het kabinet in op het begeleiden van mensen uit de onderstand naar werk door het ondersteunen van de openbare lichamen bij het versterken van de arbeidsbemiddeling.

Streefwaarde vooral realiseren door stimuleren van (meer uren) werk Het kabinet ondersteunt gezinnen met een laag inkomen (in Europees Nederland) door het verlagen van lasten en door intensivering van de kinderbijslag, de kinderopvangtoeslag en het kindgebonden budget (zie hiervoor ook eerdere brieven aan uw Kamer). Maar armoede is een complex probleem. Meer inkomensondersteuning voor gezinnen kan er op korte termijn toe leiden dat het aantal gezinnen onder de lage-inkomensgrens afneemt. Op lange termijn is het risico dat armoede juist toeneemt, door meer uitkeringsafhankelijkheid en een toenemende marginale druk. In het voorjaar verschijnt de publicatie Kansrijk Armoedebeleid van het CPB en het SCP, waarin de effectiviteit van verschillende maatregelen om de armoede terug te dringen wordt onderzocht.

Het kabinet zet daarom primair in op het bevorderen van werk en op meer uren werk voor de ouder(s) met een inkomen uit werk (loondienst of als zelfstandige). Werk is immers de beste en meest duurzame manier om uit de armoede te komen en levert een belangrijke bijdrage aan het bereiken van de streefwaarde.

Om meer mensen vanuit de bijstand aan het werk te helpen (onder wie mensen met kinderen), neemt het kabinet diverse maatregelen. Een belangrijk voorbeeld hiervan is het Breed Offensief, een brede agenda om de arbeidsmarktkansen voor mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt te vergroten (Kamerstukken II, 2019-2020, 34352, nr. 192).

Ook is de inzet van het kabinet om te stimuleren dat ouders met kinderen met een laag inkomen die al inkomen uit werk verwerven meer uren gaan werken. Concreet verlaagt dit kabinet de marginale druk tussen het minimumloon en modaal via aanpassingen in de arbeidskorting, de huurtoeslag en het kindgebonden budget. Verder zijn de harde maximale inkomensgrenzen in de huurtoeslag in 2020 vervallen en wordt de toeslag nu geleidelijk afgebouwd. Hierdoor komt niet langer het hele huurtoeslagbedrag te vervallen bij een kleine inkomensstijging. Het kabinet heeft de SER gevraagd te verkennen welke oplossingen er zijn voor de knelpunten die werkende armen ervaren bij het meer uren gaan werken, het behouden van werk en het toewerken naar economische zelfstandigheid. De verwachting is dat dit in het voorjaar wordt afgerond.

Om te realiseren dat meer mensen uit huishoudens met een laag inkomen meer (uren) gaan werken zijn meerdere partijen aan zet: zo is het realiseren van voldoende gezinsinkomen de primaire verantwoordelijkheid van de ouders, hebben gemeenten een belangrijke taak bij het aan het werk helpen van mensen uit de bijstand en hebben werkgevers een rol bij het mogelijk maken van meer uren werk.

De huidige coronacrisis maakt dat de werkgelegenheid onder druk is komen te staan. Er wordt nu dan ook volop ingezet op behoud van werkgelegenheid. De huidige noodmaatregelen zorgen ervoor dat bedrijven hun personeel kunnen doorbetalen, bieden zelfstandigen een overbrugging en maken via versoepelde belastingregelingen, compensatie en extra kredietmogelijkheden mogelijk dat geld in de bedrijven blijft (Kamerstukken II, 2019-2020, 35420, nr. 2).

Gelet op de bijdrage die (meer uren) werken kan leveren aan het realiseren van de streefwaarde zal het kabinet in de tweejaarlijkse rapportages over kinderarmoede informatie opnemen over de arbeidsmarktdeelname van gezinnen met kinderen in armoede. Het kabinet zal in de komende periode bezien welke indicatoren hiervoor het beste gehanteerd kunnen worden.

Verder aan de slag met aanpak kinderarmoede

Met eerder genoemde indicatieve streefwaarde voor een afname van het aantal kinderen in armoede geeft het kabinet invulling aan de wens uit uw Kamer om ambitie 2 te kwantificeren.

Een afname van het aantal kinderen dat opgroeit in een huishouden met een laag inkomen is niet de enige ambitie, minstens net zo belangrijk vind ik de andere ambities kinderarmoede. Zo is de eerste ambitie dat ieder kind dat in een gezin met een laag inkomen opgroeit maatschappelijk kan meedoen.

De ambitie is om in 2021 alle gezinnen met kinderen in de bijstand te bereiken en 70 procent van de werkenden met een laag inkomen met kinderen.

Gelet op het belang van dit onderwerp heeft het vorige kabinet besloten om jaarlijks 100 miljoen euro beschikbaar te stellen voor het meedoen van kinderen en heeft het huidige kabinet deze lijn voortgezet.

Daarnaast wil het kabinet inzicht bieden in ’kansarmoede'. Kansrijk opgroeien is meer dan opgroeien met voldoende financiële middelen. In een gezin met een laag inkomen spelen vaak meerdere problemen tegelijkertijd, bijvoorbeeld op het gebied van opleiding, gezondheid, veiligheid, werkloosheid, schulden, psychische problemen, maatschappelijk isolement ouders en laaggeletterdheid.

De laatste ambitie is het in beeld brengen van goede voorbeelden in de aanpak van kinderarmoede.

Het kabinet zal elke twee jaar rapporteren over alle vier de ambities die samen met de VNG zijn geformuleerd. Het doel van de tweejaarlijkse rapportage over de ambities is om inzicht te verkrijgen in de manier waarop het armoedebeleid waar nodig verbeterd kan worden. Over de uitkomsten voer ik overleg met de betrokken bewindspersonen, met de VNG en andere relevante partijen en uiteraard ook met kinderen zelf. Dit periodieke inzicht is aanleiding voor alle partijen om hier vanuit hun verantwoordelijkheden mee aan de slag te gaan binnen de bestaande financiële kaders. Over de voortgang zal het kabinet rapporteren aan de Tweede en Eerste Kamer, voor de eerste keer in 2021.

Om te stimuleren dat partijen actief aan de slag gaan met de ambities kinderarmoede, zijn in de afgelopen periode al concrete stappen gezet. Zo helpt Divosa - in afstemming met VNG en andere partijen - gemeenten bij de vormgeving van de integrale ondersteuning aan gezinnen met kinderen in armoede. Daarbij is ook aandacht voor werkenden. En vier landelijke partijen (Stichting Leergeld, het Jeugdfonds Sport & Cultuur, Stichting Jarige Job en Nationaal Fonds Kinderhulp) zijn, verenigd onder de naam SAM&, recent een campagne kinderarmoede gestart om het bereik van kinderen in armoede te verbeteren. Het ministerie van SZW ondersteunt zowel de activiteiten van Divosa als SAM& met een financiële bijdrage. Bovendien is in opdracht van het ministerie van OCW en SZW recent een handreiking ’Omgaan met armoede op scholen' uitgebracht7. Deze is bedoeld als praktische ondersteuning van scholen bij het signaleren van armoede en doorverwijzen van ouders. Het Jeugdeducatiefonds zal de handreiking implementeren op scholen.

Tot slot

Het kabinet is van meet af aan voortvarend aan de slag gegaan met de aanpak van armoede onder kinderen. Het kabinet constateert met genoegen dat er breed draagvlak is in zowel uw Kamer als de Tweede Kamer en in de samenleving om met dit belangrijke thema aan de slag te gaan. Dit blijkt uit de betrokkenheid van vele partijen: gemeenten en landelijke armoedepartijen, maar ook de alliantie kinderarmoede van het Nederlands Centrum Jeugdgezondheid, de Missing Chapter Foundation en Alles is gezondheid. Met deze alliantie hebben vele partijen (privaat en publiek) zich aan het onderwerp verbonden en geven zij aan welke bijdrage zij kunnen leveren om armoede onder kinderen tegen te gaan. De energie van alle partijen gezamenlijk kan helpen om deze kabinetsperiode substantiële stappen te zetten om de ambities kinderarmoede te realiseren.

De Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,

  • T. 
    van Ark

8

1

   Letter G heeft alleen betrekking op wetsvoorstel 35 300 XV.

2

   Samenstelling Sociale Zaken en Werkgelegenheid:

Kox (SP), Essers (CDA), Koffeman (PvdD), Ester (CU), Sent (PvdA) (voorzitter), Van Strien (PVV), N.J.J. van Kesteren (CDA), Nooren (PvdA), Oomen-Ruijten (CDa), Schalk (SGP), Stienen (D66), De Bruijn-Wezeman (VVD), A.J.M. van Kesteren (PVV), Van Rooijen (50PLUS), Wever (VVD) (ondervoorzitter), Van Ballekom (VVD), Geerdink (VVD), Gerbrandy (OSF), Van Gurp (GL), Van der Linden (FVD), Moonen (D66), Nanninga (FVD), Van Pareren (FVD), Pouw-Verweij (FVD), Rosenmöller (GL), Vendrik (GL), De Vries (Fractie-Otten)

3

   Samenstelling Koninkrijksrelaties:

Ester (CU), Ganzevoort (GL), Sent (PvdA), Gerkens (SP), Atsma (CDA), Van Hattem (PVV), Jorritsma-Lebbink (VVD), Oomen-Ruijten (CDA), Schalk (SGP), Baay-Timmerman (50PLUS), Wever (VVD), Adriaansens (VVD), Beukering (FVD) (ondervoorzitter), Bezaan (PVV), Van der Burg (VVD), Dessing (FVD), Dittrich (D66), Gerbrandy (OSF), Moonen (D66), Nanninga (FVD), Nicolaï (PvdD), Recourt (PvdA), Rosenmöller (GL) (voorzitter),Veldhoen (GL), De Vries (Fractie-Otten)

4

   Kamerstukken I 2017/2018, 34.775, D.

5

Kamerstukken I 2017/2018, 34.775, D.

6

Op basis van een lineaire afname vanaf 8,1% in 2018 (CBS) naar 4,6% in 2030.

7

https://www.riiksoverheid.nl/documenten/publicaties/2020/02/12/handreikinq-omqaan-

met-armoede-op-scholen


 
 
 

2.

Meer informatie

 

3.

Parlementaire Monitor

Met de Parlementaire Monitor volgt u alle parlementaire dossiers die voor u van belang zijn, op de voet. De monitor signaleert de recent aan deze dossiers toegevoegde documenten en de vergaderingen waarin ze aan de orde komen. U ziet in één oogopslag van elk lopend wetsvoorstel de stand van zaken. Via e-mail-alerts en de nieuwsbrieffunctie zijn u en uw relaties altijd onmiddellijk op de hoogte.

Als u meer wilt weten over de Parlementaire Monitor, bekijk dan de uitgebreide beschrijving op www.pdc.nl of neem contact met ons op via info@parlementairemonitor.nl.