Aandacht voor digitale weerbaarheid - Parlementaire monitor

Parlementaire monitor
Dinsdag 26 mei 2020
kalender

Aandacht voor digitale weerbaarheid

Met dank overgenomen van 50PLUS i, gepubliceerd op dinsdag 10 maart 2020.

Voor veel mensen is een digitale samenleving helemaal niet zo vanzelfsprekend. Zij hebben een lage ‘digitale weerbaarheid’. “Wat is en wordt gedaan om de digitale weerbaarheid van zogeheten ‘kwetsbare burgers’ te ondersteunen?”, vroeg Kamerlid Gerrit Jan van Otterloo.

De samenleving digitaliseert in rap tempo. Dat heeft zeker zijn goede kanten, maar ook zijn kwetsbaarheden. Er zijn veel ouderen die het tempo en niveau van digitalisering niet bij kunnen houden. Dat geldt ook voor veel laaggeletterden. Goed functioneren in een digitaliserende maatschappij vergt vaardigheden die niet iedereen geleerd heeft. Dat maakt deze mensen extra kwetsbaar voor kwaadwillenden. “Veel mensen hebben geen of een slechte digitale weerbaarheid”, zei Kamerlid Gerrit Jan van Otterloo. “Hoe gedigitaliseerd de samenleving ook is, voor hen is dat nog helemaal niet zo vanzelfsprekend. Wat gebeurt er concreet om die mensen te ondersteunen?”

Telefonische bereikbaarheid

Tijdens het commissieoverleg benadrukte Gerrit Jan van Otterloo dat er naast digitale bereikbaarheid ook telefonische bereikbaarheid hoort te zijn. Hij pleitte voor het nimmer uit het oog verliezen van de menselijke maat. “In de economie zijn er vele grote partijen die met digitalisering grote voordelen incasseren, maar de burgers trekken vaak aan het kortste eind. De samenleving verdeelt in zelfredzame burgers en afhankelijken”, zei hij. 50PLUS informeerde tijdens de vergadering ook naar de samenwerking tussen de verschillende overheden en wilde weten of het Rijk de coördinerende rol op zich neemt. “Ook moet er veel aandacht zijn en blijven voor de vitale sectoren”, aldus Gerrit Jan van Otterloo.

Inbreng van Kamerlid Gerrit Jan van Otterloo bij de commissievergadering Digitalisering met staatssecretaris Mona Keijzer (CDA) van Economische Zaken:

“De digitalisering heeft de toekomst, maar heeft een deel van de mensen dan nog wel een toekomst? De verregaande digitalisering zorgt ook voor een toenemend tekort aan gewoon menselijk contact. En dat is nu juist essentieel. Iedereen wordt een verzameling inlognamen, wachtwoorden en codes. Via het domein mijn… wordt de indruk gewekt dat iemand iets bezit, maar eigenlijk is iemand dan juist eigendom van de overheid. Dat geldt ook andere organisaties: mijn ING, mijn ABP en ga zo maar door. Allemaal bedacht om de administratieve processen beter te laten verlopen, maar het resultaat is een grote hoop nieuwe drempels in de bureaucratie. Geen persoonlijk contact meer, geen telefoonnummers of een callcenter dat van toeten noch blazen weet (en dan heb ik het niet alleen over de Belastingtelefoon). Een chatbot die niet-reguliere vragen niet kan beantwoorden, en ondertussen liggen al je gegevens op straat. En omdat je iets wil weten, of iets nodig hebt dan wel het nieuws volgt, lever je je noodgedwongen en al dan niet bewust uit aan bedrijven die jouw gegevens verhandelen. Kortom, in de economie zijn er vele grote partijen die met digitalisering grote voordelen incasseren, maar de burgers trekken vaak aan het kortste eind. De samenleving verdeelt in zelfredzame burgers en afhankelijken.

In de voortgangsrapportage en actualisatie van de Digitaliseringsstrategie wordt er gesproken over digitale weerbaarheid. Terecht, want hoe gedigitaliseerd de samenleving ook is, voor velen is dat nog helemaal niet zo vanzelfsprekend. Denk aan laaggeletterden, aan ouderen of mensen met een verstandelijke beperking. Voor hen zijn veel zaken gewoon heel lastig. In de strategie wordt een aantal acties beschreven, maar in heel globale zin. 50PLUS heeft het graag iets concreter. Wat is, én wordt de komende tijd, gedaan om de digitale weerbaarheid van zogeheten ‘kwetsbare burgers’ te ondersteunen?

Dat is natuurlijk niet het enige. Want ook de digitaal gemiddeld of goed onderlegde burger moet het soms afleggen tegen digitale dreigingen van kwaadwillenden. En tot slot natuurlijk de ondernemers. We hebben afgelopen jaar campagnes gezien tegen cybercriminaliteit. Heel goed. En ook is er een convenant gesloten, geheten ‘Preventie cybercriminaliteit’. Kan de staatssecretaris vertellen hoe het staat met de campagne en het convenant? Loopt het nog? Wat heeft het opgeleverd? En hoe verder?

De Citrix-toestand van afgelopen voorjaar liet zien dat ook de overheid kwetsbaar is in haar digitale veiligheid. De thuiswerkomgeving van Eerste en Tweede Kamer en veel gemeenten lag er om veiligheidsredenen uit. 50PLUS vraagt zich af: zijn er behalve de patches ook preventieve maatregelen genomen? Is er werkelijk voldoende aandacht voor de cybersecurity van de overheid? Nu ging het om thuiswerkaccounts, maar je moet er niet aan denken dat er meer gebeurt. Ook in cybersecurity moet de overheid een voorbeeldfunctie hebben. Tegen ondermijning, tegen hacks. Hoe wordt er samengewerkt met de andere overheden, de provincies, gemeenten én waterschappen, en hoe worden zij ondersteund bij het handhaven van hun digitale veiligheid? Neemt het Rijk de coördinerende rol op zich?

Extra aandacht is nodig voor de digitalisering, en met name de veiligheidsaspecten, in vitale sectoren. Ik noem energiebedrijven, waterzuiveringsinstallaties, en (in deze tijd) internetknooppunten. De staatssecretaris kan om veiligheidsredenen vast niet teveel uitweiden over dit soort zaken. Maar 50PLUS hoopt dat dit doorlopend de aandacht heeft. We denken hierbij even terug aan de rapporten over de cybersecurity van waterwerken; daar moest I&W ook wat achterstanden wegwerken.

Het is eigenlijk wrang dat we het bij een AO over digitalisering uitgebreid moeten hebben over de gevaren van digitalisering, over de veiligheid. Want laten we wel wezen: de kansen die het biedt zijn zo mogelijk net zo groot. Denk aan ondersteunende middelen in de ouderenzorg. Met het grote personeelstekort dat daar heerst levert dat een mooie bijdrage. Datzelfde geldt natuurlijk voor andere delen van de zorg, en dat is maar één voorbeeld. Het is belangrijk hier voldoende aandacht aan te besteden. Wat is de visie van de staatssecretaris? Ondersteunt zij deze sectoren hierbij?