Zorgfraude als gevolg van doorgeslagen marktwerking - Parlementaire monitor

Parlementaire monitor
Maandag 6 april 2020
kalender

Zorgfraude als gevolg van doorgeslagen marktwerking

Met dank overgenomen van 50PLUS i, gepubliceerd op woensdag 19 februari 2020.

Minister De Jonge erkent excessen als gevolg van doorgeslagen marktwerking. Zoals zorgfraude, die in het bijzonder voorkomt in de wijkverpleging, de jeugdzorg, de langdurige zorg en ondersteuning in het sociale domein.

Het dossier zorgcowboys laat zien dat de doorgeslagen marktwerking in de zorg heeft geleid tot excessen zoals grootschalige zorgfraude. Het gaat daarbij vaak om kwetsbare groepen die niet de zorg krijgen die ze zouden moeten krijgen en honderden miljoenen die jaarlijks onterecht gedeclareerd worden.

Structureel probleem

“Daar waar de Vereniging Nederlandse Gemeente en het Informatie Knooppunt Zorg spreken van een structureel probleem, weigert men op VWS te spreken van een structureel probleem”, stelt Kamerlid Léonie Sazias 50PLUS wil duidelijkheid van minister De Jonge. Léonie Sazias stelde hem vragen over de ontvangen signalen van onder andere de gemeente Almelo en van het OM.

Aanscherpen randvoorwaarden

“Zal de wijze waarop de minister invulling wil geven aan zijn voornemen tot aanscherping van de publieke randvoorwaarden afdoende zijn om alle excessen van de doorgeslagen marktwerking tegen te gaan en alle aanwezige perverse prikkels weg te nemen? En komt de minister indien nodig met voorstellen op dit punt? vroeg Léonie Sazias zich hardop af.

Inbreng van Kamerlid Léonie Sazias bij de commissievergadering over zorgfraude met de ministers De Jonge (VWS) en Bruins (MZS):

“Laat ik beginnen met een compliment. Een compliment voor de redactie van Follow The Money, Pointer en Reporter Radio die in hun dossier ‘Zorgcowboys’ aan mij, en ik denk aan velen in deze commissie, zichtbaar hebben gemaakt in welke mate en op welke wijze er gefraudeerd wordt met gelden die bestemd zijn voor de zorg binnen de verschillende zorgsectoren. Maar ik had natuurlijk liever gehad dat ik een dergelijk dossier met daarbij een voorstel voor een sluitende aanpak toegestuurd had gekregen door de bewindspersonen van VWS. In plaats van achteraf in de vorm van een reactie op die bevindingen.

Ook zij en de ketenpartners putten in hun stukken uit datzelfde dossier, zo lees ik terug in diverse bijlagen bij de agenda van vanmiddag. Maar daarbij valt mij dan toch op dat er nogal selectief wordt geciteerd. Het Informatie Knooppunt Zorg IKZ stelt in haar rapport over beschermd wonen dat er sprake is van een structureel probleem waardoor naar schatting 2300 kwetsbare cliënten zorg ontvangen bij aanbieders waarbij sprake is van een vermoeden van fraude en zorgverwaarlozing. Daarmee is een bedrag gemoeid van 100 miljoen euro aan zorggeld. En daar waar het IKZ en de VNG spreken van een structureel probleem, zou het Ministerie van VWS steeds weer hebben aangegeven dat het geen structureel probleem zou zijn.

Tegelijkertijd laat de minister aan ons weten in zijn brief van 17 oktober 2019 en ik citeer: ‘Nog te vaak worden we geconfronteerd met gevallen van fraude, belangenverstrengeling, zorgverwaarlozing en excessieve winstuitkering. Dat gaat ten koste van de zorg voor patiënten en cliënten, en daarom nemen wij hier maatregelen tegen’. Dus om het even scherp te krijgen waar we het over hebben, als eerste vraag aan de minister: Alle maatregelen die hier vanmiddag voorbijkomen, is dat incidentmanagement, of hebben we het over structurele oplossingen? En gaat de minister het nu zelf stevig aanpakken of gaat hij het weer overlaten aan de ketenpartners?

Ik begrijp de frustratie van een gemeente als Almelo wel. Dan doe je zelf als gemeente alles wat in je vermogen ligt om fraude in de zorg terug te dringen, weet je van een bepaalde aanbieder feitelijk dat er zaken niet kloppen, en dan komt IGJ op basis van een vooraf aangekondigd bezoek aan die aanbieder tot de conclusie dat alles in orde is. Op basis waarvan die aanbieder vervolgens vrolijk door kan gaan, terwijl men op gemeentelijk niveau weet dat er zaken wel degelijk mis zijn. Wat gaat de minister met dat signaal doen? Moet de aanpak door IGJ anders? En wat vindt de minister eigenlijk van de aanpak door die specifieke gemeente van zorgfraude in het algemeen en die op het terrein van PGB's in het bijzonder?

Wat mijn fractie zorgen baart is dat er maar in een beperkt aantal gevallen acties door ketenpartners ondernomen zijn op basis van de door Follow The Money gepubliceerde lijsten. Daar stonden er 85 op en die waren bijna allemaal al in beeld bij ten minste één van de ketenpartners. Er is maar naar vijf verdachte instellingen onderzoek door de ketenpartners gestart. Waarom alleen die vijf? En is nu het wachten op de volgende lijst en publicatie van Follow The Money op basis waarvan de volgende vijf aanbieders nader onderzocht worden of zijn ketenpartners en IKZ voortaan zelf in staat tijdig te komen tot een dermate degelijke analyse en vervolgaanpak zodat dergelijke publicaties overbodig worden? En heeft het IKZ wel voldoende capaciteit?

Misdaad mag niet lonen. Daar zijn we het hier denk ik met elkaar wel over eens. En dan vindt mijn fractie het een zorgelijk signaal als een Officier van Justitie in een uitzending in januari van Nieuwsuur stelt dat het dweilen met de kraan open is en dat men zich de hele dag bezig zou kunnen houden met PGB-fraude maar dat dat niet gebeurt omdat er ook nog een heleboel andere zaken zijn. Ze vindt dat er meer controle moet zijn. Wat gaat de minister met dat signaal concreet doen?

In het kader van marktwerking in de zorg heeft de minister gereageerd op het verzoek van mijn collega Corrie van Brenk. Ik ben blij dat de minister het in dat kader nu eindelijk met ons eens is en nu ook spreekt van doorgeslagen marktwerking. In het bijzonder in de wijkverpleging, de jeugdzorg, de langdurige zorg en ondersteuning in het sociale domein. Mijn fractie deelt die analyse en deelt ook de conclusie van de minister. Het blijft voor mijn fractie echter zeer de vraag of de wijze waarop de minister invulling wil geven aan zijn voornemen tot aanscherping van de publieke randvoorwaarden afdoende zal zijn om alle excessen van de doorgeslagen marktwerking tegen te gaan en alle aanwezige perverse prikkels weg te nemen uit het stelsel.”