Brief regering; Uitvoering van de moties Van Helvert/Voordewind over etikettering voor producten uit alle bezette gebieden en de stempositie van Nederland in de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties op een aantal resoluties die betrekking hebben op Midden-Oosten vredesproces - De situatie in het Midden-Oosten - Parlementaire monitor

Parlementaire monitor
Zondag 31 mei 2020
kalender

Brief regering; Uitvoering van de moties Van Helvert/Voordewind over etikettering voor producten uit alle bezette gebieden en de stempositie van Nederland in de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties op een aantal resoluties die betrekking hebben op Midden-Oosten vredesproces - De situatie in het Midden-Oosten

1.

Tekst

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Vergaderjaar 2019-2020

23 432

De situatie in het Midden-Oosten

Nr. 475    BRIEF VAN DE MINISTERS VAN BUITENLANDSE ZAKEN EN VOOR

BUITENLANDSE HANDEL EN ONTWIKKELINGSSAMENWERKING

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 26 november 2019

Hierbij informeren wij u over de wijze waarop het kabinet uitvoering wil geven aan de motie van het lid Van Helvert (Kamerstuk 35 300 V, nr. 24) en de gewijzigde motie van het lid Voordewind (Kamerstuk 35 300 V, nr. 42). Tevens wordt in deze brief ingegaan op het verzoek van uw Kamer om een nadere toelichting op de Nederlandse stempositie op een aantal resoluties die betrekking hebben op het Midden-Oosten Vredesproces.

De context

Beide moties hebben betrekking op de wijze waarop de EU en Nederland omgaan met Israëlische nederzettingen in de gebieden die Israël sinds 1967 bezet. Nederland en de EU beschouwen Israëlische nederzettingen in deze gebieden als strijdig met het internationaal recht en een obstakel voor vrede. Als bezettende mogendheid heeft Israël geen soevereiniteit over deze gebieden en Nederland en de EU beschouwen deze gebieden niet als een onderdeel van het Israëlische grondgebied. Nederland en de EU zullen alleen wijzigingen accepteren van de grenzen van 1967, inclusief in Jeruzalem, als deze overeengekomen zijn door beide partijen.

Motie Voordewind

De motie verzoekt de regering, zich in EU-verband uit te spreken tegen ongelijke behandeling ten aanzien van Israël en er in EU-verband actief voor te pleiten dat dergelijke regelgeving alleen gaat gelden indien zij ook van toepassing is op alle andere bezette gebieden.

Herkomstaanduiding

De EU-wetgeving met betrekking tot juiste en niet-misleidende herkomstaanduiding is algemeen van toepassing, ongeacht het land of gebied waar het product vandaan komt. Er is geen uitzondering voor Israël of de door Israël bezette gebieden of voor welk ander land of gebied dan ook. Indien kst-23432-475 ISSN 0921 - 7371 's-Gravenhage 2019

een consument meent dat de herkomstaanduiding op een product verkeerd is, ongeacht uit welk land of gebied het afkomstig is, kan hij of zij een klacht indienen bij de Voedsel- en Warenautoriteit NVWA.

Naar aanleiding van vragen van consumenten en bedrijven over hoe EU-wetgeving inzake herkomstaanduiding moet worden toegepast ten aanzien van producten afkomstig uit de door Israël bezette gebieden en Israëlische nederzettingen in die gebieden, hebben 16 EU-lidstaten, waaronder Nederland, de Europese Commissie in 2015 gevraagd verduidelijking te geven over toepassing van bestaande EU-wetgeving in dit specifieke geval.

Hierop heeft de Europese Commissie een toelichting gegeven in de vorm van een interpretatieve mededeling, die op 12 november 2015 is gepubliceerd en in Nederland is gebruikt bij de handhaving1. Zie ook het antwoord op de Kamervragen van de leden Voordewind en Van der Staaij (Aanhangsel Handelingen II 2018/19, nr. 203). Hiermee komt het kabinet Europese afspraken na en handelt de NVWA conform het Unierecht, waarbij gebruik gemaakt wordt van de aanwijzingen uit de interpretatieve mededeling van de Europese Commissie, zoals dat ook van andere Europese handhavingsautoriteiten wordt gevraagd.

De extra uitleg die de Europese Commissie heeft gegeven betekent niet dat het desbetreffende Unierecht voortaan alleen op Israël en de door Israël bezette gebieden van toepassing zou zijn, maar helpt de specifieke vragen van consumenten over deze gebieden te beantwoorden en stelt bedrijven in staat te voorkomen dat zij bij producten uit deze gebieden verkeerde informatie zouden geven en hun verplichtingen op basis van het Unierecht zouden schenden.

In Frankrijk werd de rechter gevraagd zich uit te spreken over de rechtmatigheid van een kennisgeving die het Franse Ministerie van Economische Zaken en Financiën aan marktdeelnemers had gestuurd over de herkomstaanduiding van goederen uit de door Israël bezette gebieden, onder verwijzing naar verordening 1169/11 i (betreffende verstrekking van voedselinformatie aan consumenten) en de interpretatieve mededeling van de Commissie. De Franse rechter heeft vervolgens het Europese Hof in een prejudiciële vraag gevraagd of Verordening 1169/2011 i vereist dat specifiek vermeld wordt dat een levensmiddel afkomstig is uit een door Israël bezet gebied of nederzetting binnen dat gebied.

In zijn uitspraak van 12 november heeft het EU Hof antwoord gegeven op deze prejudiciële vraag.

Het Hof heeft verduidelijkt dat verordening onder het Unierecht Verordening 1169/2011 i vereist dat het land van oorsprong of de plaats van herkomst van een levensmiddel wordt vermeld indien het weglaten daarvan de consument kan misleiden doordat bij hem de indruk wordt gewekt dat dit levensmiddel een andere land van oorsprong of een andere plaats van herkomst heeft dan zijn werkelijke land van oorsprong of zijn werkelijke plaats van herkomst. Daarnaast mag de vermelding van de oorsprong of de herkomst op dat levensmiddel niet misleidend zijn. In antwoord op de vraag van de Franse rechter of Verordening 1169/2011 i vereist dat specifiek vermeld wordt dat een levensmiddel afkomstig is uit een door Israël bezet gebied of nederzetting binnen dat gebied heeft het Hof verduidelijkt dat het Unierecht vereist dat op levensmiddelen die afkomstig zijn uit een door Israël bezet gebied, dit gebied wordt vermeld en wanneer die levensmiddelen afkomstig zijn uit een Israëlische nederzetting binnen dat gebied, daarnaast ook deze herkomst moet worden vermeld.

Het Hof is van oordeel dat de omstandigheid dat een levensmiddel afkomstig is uit een Israëlische nederzetting de aankoopbeslissingen van consumenten kan beïnvloeden. Het weglaten van een dergelijke vermelding kan de consument daarom misleiden. Dit is een juridisch bindende uitspraak, in lijn met het Nederlandse beleid van de afgelopen jaren.

De Nederlandse regering heeft bij de behandeling van deze vraag schriftelijk haar zienswijze kenbaar gemaakt bij het Hof.

Daarbij heeft de Nederlandse regering het standpunt ingebracht dat een herkomstaanduiding op grond van het Unierecht correct moet zijn en de consument niet mag misleiden. Hoewel deze prejudiciële vraag specifiek ging over herkomstaanduiding van producten uit door Israël bezette gebieden, wees de Nederlandse regering erop dat voormelde EU-wet-geving met betrekking tot juiste en niet-misleidende herkomstaanduiding algemeen van toepassing is, ongeacht het land of gebied waar het product vandaan komt.

Nederland heeft tevens toegelicht dat de interpretatieve mededeling geen nieuwe wet- of regelgeving invoert. Daarbij heeft het kabinet benadrukt dat de interpretatieve mededeling niet verdergaat dan reeds bestaande Europese regelgeving.

De Nederlandse regering heeft het Hof daarom in haar schriftelijke opmerkingen in overweging gegeven om als antwoord op de vragen van de Franse rechter te antwoorden dat:

Indien een herkomstaanduiding verplicht is op basis van EU-wetgeving, dan wel deze aanduiding vrijwillig wordt verstrekt, het Unierecht ertoe verplicht dat de herkomstaanduiding correct moet zijn en de consument niet mag misleiden. Volgens het kabinet vereist het Unierecht in dat geval dat:

  • i. 
    op een product afkomstig uit een door Israël bezet gebied, vermeld wordt dat dit product afkomstig is uit een dergelijk gebied; en ii.    indien er sprake is van een product afkomstig uit een Israëlische nederzetting binnen door Israël bezet gebied, dit tevens gepreciseerd dient te worden.

De uitspraak van het Hof is in lijn met staand kabinetsbeleid en de schriftelijke opmerkingen die namens de Nederlandse regering in deze procedure zijn ingediend. De inbreng van de Nederlandse regering sluit aan bij wat de motie van het lid Ten Broeke (Kamerstuk 34 300 V, nr. 22) en nu ook de Motie Voordewind van het kabinet vraagt, dat Nederland in Europees verband zich inzet voor niet-misleidende herkomstaanduiding, ongeacht waar een product vandaan komt.

Uitvoering van de motie

Aangezien EU-wetgeving met betrekking tot juiste en niet-misleidende herkomstaanduiding voor alle landen en gebieden geldt, is er geen sprake van ongelijke behandeling van Israël en de door Israël bezette gebieden. Consumenten kunnen bij vermoeden van verkeerde herkomstaanduiding een klacht indienen bij de NVWA. Daar is geen beperking op voor welk land of gebied dan ook. Afzien van handhaving in het specifieke geval van de door Israël bezette gebieden en nederzettingen binnen die gebieden zou bovendien ertoe leiden dat Nederland in strijd zou handelen met haar Europeesrechtelijke verplichtingen.

In reactie op de motie zal het kabinet nogmaals bij de andere lidstaten en de Europese Commissie vragen of er behoefte en noodzaak bestaat voor verdere toelichting hoe specifieke etiketten voor andere landen of gebieden geformuleerd moeten worden en indien dat het geval is, bepleiten dat soortgelijke verdere toelichting wordt gegeven. Het kabinet heeft zelf geen verzoeken hiertoe ontvangen van consumenten of bedrijven. Het kabinet zal de Kamer informeren over de uitkomst van deze consultaties.

Motie Van Helvert

De motie verzoekt de regering,

  • 1. 
    Om met EU-lidstaten alle mogelijke druk in te zetten om het geweld te laten stoppen;
  • 2. 
    Zich in te zetten voor een actievere rol van de EU inzake het MiddenOosten Vredesproces en daarbij onder meer Israël aan te spreken op de voortdurende uitbreiding van illegale nederzettingen en de Palestijnen op het verdeelde politiek leiderschap en het uitblijven van democratische verkiezingen;
  • 3. 
    Verzoekt de regering voorts, daarbij bovendien meer aandacht vanuit de EU te geven aan een autonome economische ontwikkeling van de Palestijnse gebieden.

Geweld

Het uitblijven van een duurzame vrede leidt ertoe dat het conflict voortdurend slachtoffers kost en Israëliërs noch Palestijnen in vrede en veiligheid kunnen leven. De recente geweldsuitbarsting rond Gaza toont opnieuw aan dat een escalatie in korte tijd het openbare leven voor miljoenen mensen in Israël en in Gaza kan platleggen. Uit cijfers van de VN (UN OCHA) blijkt dat dit jaar, in de periode tot en met 11 november al 94 Palestijnen zijn gedood door het Israëlische leger, 9 Israëliërs door Palestijnen. Onder de Palestijnse slachtoffers bevinden zich ook personen die volgens Israël lid zijn van terroristische organisaties of waartegen, volgens Israël, dodelijk geweld is gebruikt in reactie op geweldgebruik of dreigend geweldgebruik door die personen.

Nederzettingen

De voortdurende uitbreiding van nederzettingen door Israël, in weerwil van de internationale kritiek, maakt de twee-statenoplossing in toenemende mate onmogelijk. Partijen stevenen daardoor af op een een-staat realiteit, waarbij sprake is van ongelijke rechten en kansen voor de verschillende bevolkingsgroepen. Uit onderzoek van de Wereldbank blijkt dat de Palestijnse economie met 33% zou kunnen groeien als de Palestijnen volledige zeggenschap en toegang zouden hebben tot Area C, het gebied waar de meeste nederzettingen liggen. Uit onderzoek van B'Tselem blijkt dat 60% van de Area C niet toegankelijk is voor Palestijnen om te ontwikkelen, omdat het is aangemerkt als natuurgebied, militair oefenterrein of «state land», of is toegewezen aan nederzettingen of omdat het achter de afscheidingsbarrière ligt, waardoor Palestijnen maar zeer beperkt toegang hebben. In de overige 40% hebben Palestijnen maar zeer beperkte mogelijkheden voor ontwikkeling. Volgens B'Tselem heeft Israël in maar 1% van Area C ruimtelijke ordeningsplannen goedgekeurd voor Palestijnen.

Nederland en de EU spreken Israël aan op het nederzettingenbeleid en geven uitvoering aan de oproep in Resolutie 2334 van de VN Veiligheidsraad (2016) om onderscheid te maken tussen Israël en de gebieden die Israël sinds 1967 bezet. Zoals ook gezegd in reactie op de Kamervragen van de leden Van den Hul en Moorbach (Aanhangsel Handelingen II 2018/19, nr. 1827) is het kabinet van mening dat dit onderscheid consequent gemaakt moet worden.

Deze resolutie bevestigde nogmaals de strijdigheid van nederzettingen onder het internationaal recht en riep Israël op het nederzettingenbeleid te staken. Deze resolutie riep tevens beide partijen op opruiende retoriek te staken.

Nederland en de EU spreken Israël aan op alle negatieve gevolgen van het nederzettingenbeleid voor de Palestijnen, zoals de sloop van Palestijnse huizen en gebouwen, onteigening van land, beperkingen op het verkeer van personen en goederen, de beperkingen op het gebruik van de natuurlijke hulpbronnen.

Palestijnse verdeeldheid

De Palestijnse verdeeldheid wordt met de jaren dieper. Sinds 2007 bestuurt Hamas Gaza, en de Palestijnse Autoriteit de Westoever. De democratische legitimiteit van het leiderschap is beperkt. President Abbas won de presidentsverkiezingen in 2005, zijn termijn zou moeten zijn afgelopen in 2009. De laatste verkiezingen voor de Palestinian Legislative Council (PLC, parlement van de PA) werden gehouden in 2006. De termijn van dat parlement zou in 2010 verstreken moeten zijn, maar de PLC kwam al sinds 2007 niet meer bij elkaar door de tegenstellingen tussen Fatah en Hamas. Wel zijn er gemeenteraadsverkiezingen gehouden in de Westelijke Jordaanoever. Helaas slaagden Fatah en Hamas er niet in hun tegenstellingen te overbruggen en konden deze niet in Gaza plaatsvinden. Bovendien is de uitkomst maar beperkt representatief omdat Hamas niet mee deed aan deze verkiezingen.

Deze verdeeldheid ondermijnt de geloofwaardigheid van de Palestijnse leiders naar de eigen bevolking en roept ook de vraag op in welke mate een Palestijnse onderhandelaar in het vredesproces daadwerkelijk namens het gehele Palestijnse volk spreekt. Een einde aan de verdeeldheid is daarom van groot belang. Nederland en de Europese Unie verwelkomen de pogingen van Egypte om te bemiddelen tussen de Palestijnse partijen en de aankondiging van president Abbas om opnieuw verkiezingen te houden. Vanwege het belang van verkiezingen ondersteunen de EU en diverse lidstaten de Palestijnse Kiescommissie. In gesprekken met de Palestijnse Autoriteit dringen Nederland en de EU aan op het houden van geloofwaardige verkiezingen in de Palestijnse gebieden, inclusief Gaza en Oost-Jeruzalem. Nederland heeft in reactie op de aankondiging van President Abbas in Europees verband gepleit voor een waarnemersmissie voor de verkiezingen.

Palestijnse economie

De Palestijnse economie verkeert in een impasse. Het Palestijnse Bruto Nationaal Product kromp met 1% in het eerste kwartaal van 2019, in vergelijking met het laatste kwartaal van 2018. Werkeloosheid is 26% in de Palestijnse Gebieden, waarbij deze in Gaza zelfs 43% is. Nederland zet zich in voor economische ontwikkeling in de Palestijnse gebieden via ontwikkelingssamenwerking, met bijvoorbeeld een bijdrage van EUR 12,5 mln. voor private sectorontwikkeling, inclusief water en energie. Daarnaast wordt ook uit centrale middelen bijgedragen, bijvoorbeeld voor ondersteuning van het bedrijfsleven. Economische ontwikkeling en landbouw is een van de pilaren van de gezamenlijke EU-inzet voor de Palestijnse ontwikkeling. De EU coördineert de gezamenlijke inzet van donoren voor economische ontwikkeling en heeft voor economische ontwikkeling een indicatief budget van EUR 78 tot 95 mln. begroot voor de periode 2017-2020. In dezelfde periode heeft de EU daarnaast nog EUR 100 tot 122 mln. begroot voor toegang tot water en energie.2 Naast de financiële bijdrage zetten Nederland en de EU zich ook in voor de ontwikkeling van de Palestijnse economie door middel van politieke dialoog en innovatieve oplossingen die bepaalde restricties wegnemen. Bijvoorbeeld door de trilaterale expertgroepen die Nederland organiseert met Israël, de Palestijnse Autoriteit en Nederlandse experts over water, energie en grensovergangen. Mede dankzij de Nederlandse scanners bij Gaza is de uitvoer van goederen uit Gaza gestegen van 19 vrachtwagens per maand in 2014 naar 222 vrachtwagens per maand dit jaar. Bij de overgang naar Jordanië is de controletijd voor vrachtwagens drastisch verminderd door de Nederlandse scanner en het aantal vrachtwagens dat jaarlijks passeert dit jaar gestegen naar ruim 70.000, in vergelijking met ongeveer 30.000 in 2014.

Uitvoering motie

Nederland zal zich nationaal en EU verband krachtig blijven uitspreken tegen het nederzettingenbeleid en doorgaan met het maken van onderscheid tussen Israël en de door Israël bezette gebieden. Nederland zal bij de Palestijnse Autoriteit blijven aandringen op het houden van verkiezingen en de noodzaak van het verenigen van Gaza en de Westelijke Jordaanoever. Bij Israël zal Nederland tegelijkertijd aandringen op het faciliteren van deelname van de Palestijnen in Oost-Jeruzalem aan de Palestijnse verkiezingen.

Teneinde de Palestijnse economie te stimuleren zal Nederland doorgaan met de steun via het ontwikkelingsprogramma en de constructieve gesprekken die in trilateraal verband gehouden worden. Het kabinet is tevens voornemens om bij de volgende bilaterale fora met Israël en de Palestijnse gebieden een bedrijvendelegatie mee te nemen. De planning van de fora hangt overigens mede af van de ontwikkelingen in de Israëlische politiek. Zolang de formatie nog duurt kan er met Israël nog geen afspraken gemaakt kunnen worden over de wijze en het moment waarop het forum met Israël gaat plaatsvinden.

Nederlandse stempositie op een aantal resoluties in de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties

In reactie op het verzoek van uw Kamer wordt in deze brief tevens de Nederlandse stempositie op een achttal resoluties in de Algemene Vergadering toegelicht.

Het kabinet hecht eraan te benadrukken dat de Nederlandse onderhande-lingsinzet vooraf door de betreffende ministers wordt vastgesteld, dat gedurende het onderhandelingsproces de voortgang gerapporteerd wordt aan de verantwoordelijke ministers en dat de definitieve stemposities door de verantwoordelijke ministers worden bepaald.

Ieder jaar wordt in de Algemene Vergadering een aantal resoluties ingediend die betrekking hebben op het Midden-Oosten Vredesproces (MOVP). De EU onderhandelt als groep, op basis van de wensen van alle 28 EU lidstaten met de Palestijnse Autoriteit over deze resoluties. Daarnaast worden er ook resoluties ingediend die betrekking hebben op de door Israël bezette Syrische Golan, en Libanon. Op basis van het bereikte onderhandelingsresultaat beslist iedere lidstaat over diens stempositie.

Nederland beoordeelt deze resoluties op basis van het regeerakkoord, waarin de inzet op het MOVP is vastgelegd, het EU-beleid voor het MOVP zoals onder meer verwoord in Raadsconclusies en internationaal recht. Onderdeel van het Nederlandse beleid is het tegengaan van disproportionele aandacht voor één lidstaat van de Verenigde Naties, conform motie van het lid Van der Staaij (Kamerstuk 34 775, nr. 44). De basis van het MOVP-beleid is dat Nederland zich inzet voor het behoud en verwezenlijking van de twee-statenoplossing. Nederland werkt hierbij nauw samen met de EU. Deze Europese samenwerking vergroot de impact van de Nederlandse inzet. Deel van de inzet is behoud van de brede internationale consensus over hoe de oplossing eruit zou moeten zien. Dat is des te belangrijker nu eenzijdige stappen van sommige landen deze consensus gebaseerd op het internationaal recht negeert. Tegelijk is het kabinet van mening dat er nu disproportionele aandacht is voor het MOVP in de VN, maar er ook ruimte moet blijven voor gerechtvaardigde kritiek op het handelen van alle partijen.

Het kabinet beoordeelt iedere resolutie op zijn merites. In de onderhandelingen over de resoluties die dit jaar zijn ingebracht heeft Nederland wederom ingezet op het verminderen van het aantal resoluties. Dat heeft ertoe geleid dat er dit jaar een MOVP resolutie minder zal zijn. Nederland heeft zich ook, zoals gebruikelijk, ingezet voor verbeteringen van de inhoud van de overige resoluties, zodat de ontwikkelingen van het afgelopen jaar feitelijk en correct weergegeven zijn. Mede dankzij die inzet staat er in een van de reeds aangenomen resoluties een veroordeling van raketbeschietingen en terrorisme opgenomen.

Nederland en gelijkgezinde EU lidstaten hebben nadrukkelijk geprobeerd de bewoordingen over de heilige plaatsen en Jeruzalem beter te maken. Sinds 2015 wordt in sommige van de resoluties gesproken over Haram al-Sharif, zonder ook de joodse naam Tempelberg hieraan toe te voegen. Hoewel er nog nooit in een resolutie in de Algemene Vergadering of de Veiligheidsraad gesproken is over Tempelberg, vinden Nederland en de EU dit een belangrijk punt, omdat met betere bewoordingen meer recht gedaan wordt aan de historische, religieuze en culturele connectie van alle drie de monotheïstische religies met deze bijzondere plaats. Vanwege dit belang is in de resolutie van 15 november, waarin gesproken werd over Haram al-Sharif, op initiatief van Nederland en de EU, een paragraaf opgenomen die het belang van Jeruzalem en de Heilige Plaatsen voor deze religies onderstreept. Dat was voorheen niet het geval in deze specifieke resolutie. De EU heeft tevens een stemverklaring afgelegd waarin het belang van opname Tempelberg nogmaals nadrukkelijk werd onderstreept.

Het kabinet heeft kennisgenomen van de kritiek op de bewoordingen in de resolutie waarin alleen gesproken werd over de Haram al-Sharif en deelt de overtuiging dat een andere bewoording beter zou zijn geweest. De betreffende resolutie bevat een breed scala aan onderwerpen, zoals het belang van toestaan van handel tussen Gaza en de Westoever waar uw Kamer ook voor pleit (zie ook verslag van het Algemeen Overleg d.d.

19 april 2018 met Kamerstuk 23 432, nr. 448 en Kamerbrief van 16 juli 2018, met Kamerstuk 23 432, nr. 470). Daarnaast roept de resolutie op tot een einde aan sloop van Palestijnse huizen en gebouwen, wat ook door uw Kamer gevraagd wordt (zie bijvoorbeeld ook de antwoorden op Kamervragen van de leden Sjoerdsma en Van Helvert, d.d. 27 juni 2018, Aanhangsel Handelingen II 2017/18, nr. 2560 en van het lid Karabulut, d.d. 19 augustus jl., Aanhangsel Handelingen II 2018/19, nr. 3609). Verder herhaalt de resolutie onder meer dat Israëlische maatregelen in

Oost-Jeruzalem die in strijd met het humanitair oorlogsrecht en de relevante resoluties van de VN Veiligheidsraad zijn genomen, onrechtmatig zijn, wat aansluit bij de positie van het kabinet over Jeruzalem (zie Kamerstuk 23 432, nr. 444).

Omdat deze resolutie veel elementen van het MOVP-beleid bevat die overeenkomen met de Nederlandse inzet, heeft Nederland, net als de rest van de gehele EU voor deze resolutie gestemd.

Vier van de aangenomen resoluties hebben betrekking op UNRWA en de Palestijnse vluchtelingen. Met de aanname van deze resoluties is het mandaat van UNRWA opnieuw verlengd met drie jaar. De gehele EU heeft voor aanname van deze resoluties gestemd. Bij de Nederlandse afweging is het belang dat het kabinet hecht aan de hulpverlening die UNRWA biedt voor de humanitaire situatie op de grond en stabiliteit in de regio.

De EU heeft zeven van de acht behandelde resoluties unaniem gesteund. Op een resolutie heeft de EU gezamenlijk onthouden. De stempositie, op de nog in stemming te brengen resoluties, zal bepaald worden op basis van de uitkomst van de nog lopende, vertrouwelijke, onderhandelingen binnen de EU en met de Palestijnse Autoriteit. Nederland consulteert daarbij ook andere relevante partners zoals de Verenigde Staten en Israël.

Het verminderen van het aantal resoluties vergt een lange termijn inzet, vanwege het politieke belang dat de Palestijnse Autoriteit hecht aan de internationale aandacht voor het conflict, en de realiteit waarbij door ontwikkelingen op de grond of internationaal een afbouw van een resolutie dan als een verkeerd signaal kan worden opgevat. Nederland kan door zich kritisch maar constructief op te stellen medestanders vinden voor deze inzet en concrete resultaten boeken.

De Minister van Buitenlandse Zaken,

S.A. Blok

De Minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking, S.A.M. Kaag

Tweede Kamer, vergaderjaar 2019-2020, 23 432, nr. 475 8

1

interpretatieve mededeling van de Europese Commissie van 12 november 2015 inzake de vermelding van de oorsprong van goederen uit de sinds juni 1967 door Israël bezette gebieden (PB 2015, C 375, blz. 4-6)

2

European Joint Strategy of Palestine 2017-2020 «Towards a democratic and accountable Palestinian State


 
 
 

2.

Meer informatie

 

3.

Parlementaire Monitor

Met de Parlementaire Monitor volgt u alle parlementaire dossiers die voor u van belang zijn, op de voet. De monitor signaleert de recent aan deze dossiers toegevoegde documenten en de vergaderingen waarin ze aan de orde komen. U ziet in één oogopslag van elk lopend wetsvoorstel de stand van zaken. Via e-mail-alerts en de nieuwsbrieffunctie zijn u en uw relaties altijd onmiddellijk op de hoogte.

Als u meer wilt weten over de Parlementaire Monitor, bekijk dan de uitgebreide beschrijving op www.pdc.nl of neem contact met ons op via info@parlementairemonitor.nl.