GroenLinks presenteert actieplan voor opvang dak- en thuislozen - Parlementaire monitor

Parlementaire monitor
Woensdag 13 november 2019
kalender
Met dank overgenomen van GroenLinks (GL) i, gepubliceerd op woensdag 30 oktober 2019.

Het aantal daklozen heeft een recordhoogte van 40.000 bereikt. En dat aantal zal zonder ingrijpen alleen maar verder stijgen. Het kabinet moet opvang topprioriteit maken. Vandaag presenteert GroenLinks een actieplan om de daklozencrisis tegen te gaan en te werken aan perspectief. “We kunnen de meest kwetsbare in de samenleving, de rechteloze, niet aan hun lot overlaten”, zegt Tweede Kamerlid Wim-Jan Renkema.

Hulpverleners en gemeenten luiden de noodklok: als het kabinet niet acuut maatregelen neemt zal het aantal dak- en thuislozen verder toenemen. Alleen al in de afgelopen twee jaar kwamen er 10.000 mensen bij die geen vaste woon of verblijfplaats meer hebben. Dat betekent dat er nu een recordaantal van 40.000 mensen geen dak boven het hoofd heeft.

Boosdoener zijn onder meer de enorme wachttijden in de ggz en het gebrek aan voldoende hulpverlening en perspectief voor mensen met verslavings- of psychische problematiek. Wim-Jan Renkema: “Maar dat is slechts een deel van het verhaal. Steeds vaker zien we dat jongeren en volwassenen dakloos raken omdat ze niet kunnen of durven gebruik te maken van hun sociale vangnet. Ze zwerven rond of verblijven in tijdelijke opvangcentra.”

Kabinet: zie de urgentie

De oplossing is voor deze groep daklozen: meer betaalbare woningen. “Helaas zijn er door het neoliberale woonbeleid en de verhuurderheffing voor corporaties, veel te weinig sociale huurwoningen in het goedkoopste segment. En dat is niet zo simpel op te lossen”, aldus Renkema.

“Het kabinet is nog steeds niet doordrongen van de noodzaak van de nodige beleidswijzigingen. En bouwen duurt te lang, het duurt jaren van planvorming tot daadwerkelijke bewoning. Daar heeft een dakloze van vandaag niets aan”, vervolgt het Kamerlid.

Daarom is het tijd voor onorthodoxe oplossingen, vindt GroenLinks. De groep economisch daklozen moet zo snel mogelijk uit de maatschappelijke opvang. En de andere groep, de daklozen met een complexe zorgvraag, moeten intensievere zorg krijgen en perspectief. Renkema: “We kunnen mensen niet zomaar aan hun lot overlaten en verwachten dat iedereen zelfredzaam is.”

Het actieplan:

  • Barmhartigheidsbonus:

    Voer een barmhartigheidsbonus in voor mensen die hun huis willen openstellen voor een (geregistreerde) dakloze. Ongeveer de helft van alle Nederlanders woont in een huis waarvan de capaciteit niet volledig wordt benut. Een financiële prikkel is effectief en haalt op korte termijn de druk van de ketel. Een soortgelijk initiatief is in Amsterdam van De Regenboog is nu al succesvol.

  • Ervaringsdeskundigen:

    Stel beurzen beschikbaar voor voormalig daklozen om als ervaringsdeskundige hulp te gaan bieden. Dat is goed voor ex-daklozen zelf, omdat ze hun ervaring functioneel kunnen inzetten. En het is effectief in de zorg naar daklozen toe.

  • Straatadvocaten:

    Investeer in straatadvocaten. Deze onafhankelijke cliëntondersteuners kunnen dak- en thuislozen helpen in het oerwoud van regelingen hun weg te vinden. En zo perspectief bieden.

  • Bankslapersregeling:

    Voer een landelijke bankslapersregeling in. Zodat mensen die geen vast woonadres hebben een briefadres krijgen. Zonder briefadres heb je namelijk geen recht op voorzieningen van de overheid en vaak is het ook nodig voor een werkgever. De bankslapersregeling is bedoeld voor iedereen die geen huis heeft en tijdelijk bij iemand of bij meerdere personen op de bank kan slapen. De regeling is met name bedoeld voor economisch daklozen die zo hun leven weer op orde kunnen krijgen.

  • Begeleiding:

    Investeer in begeleiding van voormalig dak- en thuislozen en ggz-cliënten om terugval te voorkomen. Er is onvoldoende zorg aan huis waardoor dak- en thuislozen op het moment dat zij doorstromen naar een eigen woning weer terugvallen. Met voldoende begeleiding kunnen voormalig dak- en thuislozen werken aan een toekomst.