Rapport 'Toekomstverkenning zorg in Flevoland' (bijlage bij 31016,nr.245) - Parlementaire monitor

Parlementaire monitor
Dinsdag 11 augustus 2020
kalender

Rapport 'Toekomstverkenning zorg in Flevoland' (bijlage bij 31016,nr.245)

1.

Tekst

2019 rapport

IG&H | Health

Toekomstverkenning zorg in Flevoland

CONCEPT rapport v0.78

In opdracht van het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport

Inhoudsopgave

  • 1. 
    Inleiding ..................................................................................................................... 3
  • 2. 
    Conclusies................................................................................................................. 5
  • 3. 
    Agenda voor de zorg in Flevoland .......................................................................... 11
  • 4. 
    Organisatie en werkwijze na 1 juli 2019 ................................................................. 37
  • 5. 
    Verdieping: Ontwikkelingen in de zorgvraag .......................................................... 41
  • 6. 
    Verdieping: Ontwikkelingen in het zorgaanbod ...................................................... 52
  • 7. 
    Bijlage: Over de schrijvers ...................................................................................... 67
  • 1. 
    Inleiding

Voor u ligt de toekomstvisie op de zorg voor de inwoners van Flevoland vanaf 2020 die door de toekomstverkenner in opdracht van het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport is opgesteld.

Door het faillissement van de MC IJsselmeerziekenhuizen ontstond eind 2018 de behoefte om een toekomstvisie voor de zorg in Flevoland te ontwikkelen. Deze toekomstvisie is nodig omdat het zorgaanbod door het faillissement is veranderd en nog in ontwikkeling is. Ook de zorgvraag zal op de korte en lange termijn veranderen. Door het plotselinge faillissement en de daaropvolgende wijzigingen in het zorgaanbod in Lelystad is voor veel betrokkenen niet duidelijk of vraag en aanbod op de korte en langere termijn op elkaar aansluiten. Ook was er veel onduidelijkheid over feiten en cijfers na het faillissement.

Bas Leerink, partner bij IG&H, kreeg als toekomstverkenner de opdracht om voor alle betrokkenen een gelijke informatiepositie te creëren en met hen een reële, haalbare en duurzame toekomstvisie op te stellen. Het team van de toekomstverkenner bestaat uit vier leden, zie hiervoor de bijlage.

In de periode tussen januari en juli 2019 heeft de toekomstverkenner belanghebbenden geïnterviewd en zijn er inhoudelijke en bestuurlijke tafels georganiseerd. Dit heeft belangrijke input opgeleverd voor de toekomstvisie. Tegelijkertijd is een begin gemaakt met concrete stappen om de zorg voor inwoners van Flevoland op de korte en middellange termijn te verbeteren. 1

In dit rapport vindt u in hoofdstuk twee de belangrijkste conclusies. In hoofdstuk drie wordt toegelicht welke acties de toekomstverkenner noodzakelijk acht om een goed vervolg aan de eerste concrete stappen te kunnen geven. Hoofdstuk vier bevat de structuur die nodig is om die acties uit te kunnen voeren. Hoofdstukken vijf en zes bevatten de onderbouwing van de conclusies uit hoofdstuk twee. Zij gaan in op de zorgvraag en het zorgaanbod in Nederland en zijn soms specifiek voor Flevoland. Naast dit document levert de toekomstverkenner ook een Feitenboek op. Dit is in de eerste fase van het traject opgesteld om een gelijke informatiepositie te creëren en is in het verdere traject aangevuld met nadere analyses. Bij dit

1

Feitenboek p. 91 - 94

rapport dient het als een verdere verdieping op de onderbouwing van de toekomstvisie. Ook bevat het overzichten van alle activiteiten, geïnterviewden en de deelnemers aan de werkgroepen en sessies.

Voor analyses en verdere onderbouwing wordt in dit document verwezen naar het Feitenboek (bijlage). Dit is aangeven met dit icoon, waarna in de

voetnoot het betreffende paginanummer van het Feitenboek vermeld staat

  • 2. 
    Conclusies

Het huidige zorglandschap in Flevoland heeft alles in zich om nu en in de toekomst voor de inwoners van de provincie kwalitatief goede en toegankelijke zorg te kunnen blijven leveren, mits samenwerking in de zorgketen goed georganiseerd is en een aantal aanvullende voorzieningen wordt gerealiseerd.

Het faillissement van de MC IJsselmeerziekenhuizen heeft geleid tot het wegvallen van een spoedeisende hulpafdeling (SEH) met een zorgaanbod passend bij een algemeen ziekenhuis en het wegvallen van een locatie waar acute verloskunde geleverd kon worden. Op de korte termijn was daar dan ook de grootste zorg bij inwoners, zorgverleners, zorgverzekeraars en lokaal bestuur.

Het faillissement en de maanden daarna een ‘roerige periode’ noemen, zou een understatement zijn. Het plotselinge wegvallen van de MC IJsselmeerziekenhuizen was een grote klap voor inwoners van Lelystad en omliggende gemeenten, het lokaal bestuur en zorgprofessionals. Het publieke vertrouwen heeft schade opgelopen en is ook nu nog behoorlijk broos.

Door alle partijen die bij de zorg betrokken zijn (burgers, patiënten, zorgaanbieders, gemeenten, de Provincie Flevoland en zeker ook de zorgverzekeraars) is enorm hard gewerkt om de zorg voor de inwoners van Flevoland snel te verbeteren en het onderlinge en publieke vertrouwen te herstellen. Dit harde werk vond zowel in ons traject van de toekomstverkenning als daarbuiten plaats.

Zo heeft St Jansdal een deel van de zorg in Lelystad en Dronten per 1 maart 2019 overgenomen, waardoor het zorgaanbod voor een aanzienlijk deel is hersteld. Na 1 maart is het zorgaanbod door St Jansdal verder uitgebreid en blijft deze partij zich inzetten om een zo uitgebreid mogelijk palet aan zorg te leveren. Ook andere ziekenhuizen (zie Figuur 1) hebben zich intensief ingespannen om de continuïteit van zorg te waarborgen. Daarnaast is er een voortvarend begin gemaakt met het realiseren van een anderhalvelijnszorgvoorziening in Lelystad en zijn daarvoor in Emmeloord nog concretere plannen.

Mede door het proces dat in onze toekomstverkenning is doorlopen, lijkt het publieke en onderlinge vertrouwen verbeterd te zijn. Betrokkenen hebben meer begrip voor elkaar en elkaars situatie en beginnen beter samen te werken. Er is sprake van ontluikend vertrouwen.

Op de langere termijn is er nog wel bezorgdheid of de acute zorg, de zorg voor het toenemend aantal chronisch zieken en de zorg voor andere kwetsbare groepen wel toekomstbestendig is en of de langere reisafstanden niet zullen leiden tot zorgmijding door de patiënten in deze kwetsbare groepen.

Wij zijn van mening dat Flevoland het beste kan inzetten op het stapsgewijs verbeteren van het zorgaanbod dat nu aanwezig is in de provincie en niet moet streven naar herstel van de situatie zoals die voor het faillissement was. Voor vele betrokkenen is dit een lastig punt, maar wij zijn ervan overtuigd dat herstel van de situatie van voor het faillissement geen oplossing biedt voor de toekomstige vraag. Ook is het geen reële en haalbare oplossing op de kortere termijn. Dit betekent dat we adviseren om de SEH en de acute verloskunde niet te heropenen in Lelystad. Niet op de korte en ook niet op de lange termijn.

Daarnaast verwachten zorgaanbieders in dit scenario grote personeelstekorten en grote effecten op de betaalbaarheid van de zorg. Daarmee is het toch blijven streven naar herstel van de situatie van voor het faillissement een zeer risicovolle keuze, die ook de aandacht afleidt van andere impactvolle, onderliggende problemen in de zorg in Flevoland. Naast deze observaties is er ook geen aanleiding om de SEH en de acute verloskunde te heropenen. Het huidige zorglandschap en wijze van zorg verlenen voldoet aan de huidige wettelijke kaders, de ambulancezorg voldoet na de uitbreidingen van de capaciteit eind 2018 aan de prestatienorm en de capaciteit van de omliggende SEH’s lijkt voldoende om alle patiënten goed op te kunnen vangen. Tot slot ontbreken signalen vanuit de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd die herstel van de situatie vóór het faillissement noodzakelijk maken.

In aanvulling hierop stellen de zorgverzekeraars dat heropening van zowel de SEH als de acute verloskunde niet haalbaar is. Het tekort aan professionals gecombineerd met het nieuwe kwaliteitskader spoedzorgketen en de kwaliteitseisen voor geboortezorg zijn hier hoofdzakelijk de oorzaak van. Doordoor is het niet mogelijk om de vereiste kwaliteit te kunnen bieden. 2 Dit is in lijn met onze bevindingen. 3

Intussen biedt St Jansdal in Lelystad vrijwel alle poliklinische zorg en dagbehandelingen weer aan. Ook zijn in Emmeloord (vanuit de Antonius Zorggroep) en Dronten buitenpoliklinieken gevestigd. Daarnaast zijn nog ongeveer tien zelfstandige behandelcentra gevestigd in de vier focusgemeenten.

2

 Zilveren Kruis, Visiedocument op duurzame medische voorziening in de polder (2018).

3

Feitenboek p. 35, 44 en 45

De aandacht dient dan ook te liggen bij vier belangrijke uitdagingen:

1 Het aantal chronisch zieken en andere patiënten die tot een kwetsbare groep behoren zal toenemen de komende jaren. Die groepen zijn ook

geconcentreerd in bepaalde wijken. Om hen goede zorg te kunnen leveren moet er een doelgericht en vernieuwend zorgaanbod worden gerealiseerd. Dit voorkomt dat al deze patiënten hun toevlucht moeten nemen tot het ziekenhuis of de spoedeisende hulp. Dit vereist inzet van technologie, samenwerking tussen professionals in de wijkverpleging, ouderenzorg, huisartsenzorg, ziekenhuiszorg en welzijn en vermoedelijk ook een nieuwe vorm van opname of observatie in een gecontroleerde omgeving.

2 De reisafstanden naar een volwaardige SEH zijn toegenomen. Dat maakt dat de effectieve inzet van ambulances en het hebben van een goed

functionerend acute zorgnetwerk van groot belang zijn. Dat netwerk is door het faillissement deels uit elkaar gevallen en moet weer hersteld worden. Door de aanwezigheid van de spoedpoli in Lelystad en de spoedpost in Emmeloord, is zorg dichtbij voor laagcomplexe spoedeisende aandoeningen nog wel mogelijk. Met de komst van het kwaliteitskader spoedzorgketen is de positie en duurzaamheid van de spoedpoli en spoedpost echter niet vanzelfsprekend. Wij zijn van mening dat deze initiatieven steun verdienen en adviseren de acute ketenpartners om het aanbod en de bezetting helder te definiëren in samenwerking met zorgverzekeraars en de NZa. Op deze manier kan de positie van deze initiatieven in het totale acute zorgnetwerk goed vastgelegd worden.

3 Wij constateren dat de huisartsenzorg in Lelystad, Dronten, Noordoostpolder en in mindere mate op Urk kwetsbaar is. Dit verdient een

gerichte aanpak om tot professionele ondersteuning te komen die de aantrekkelijkheid van het werken in de praktijken vergroot en het aanbod beter laat aansluiten op de vraag. Kort gezegd: meer tijd en aandacht voor kwetsbare groepen, goede samenwerking met de ketenpartners in de wijk en professionele aansturing van de praktijken. Hier ligt een belangrijke taak voor zorgverzekeraars, huisartsen en de huidige ondersteuningsorganisatie Medrie.

4 Het Verloskundig Samenwerkingsverband (VSV) van het voormalig MC Zuiderzee is komen te vervallen. Om goede geboortezorg te kunnen

blijven aanbieden is nieuwe samenwerking nodig tussen de professionals in de geboortezorg: eerstelijns-verloskundigen, kraamzorg, kinderartsen en gynaecologen. Er zijn nu verloskundige samenwerkingsverbanden georganiseerd rondom de vijf omliggende ziekenhuizen, maar de verloskundigen in Lelystad, Dronten, Noordoostpolder en Urk maken hier nog niet in alle gevallen actief deel van uit. Dat moet de komende tijd verder hersteld worden, zodat gewerkt kan worden aan integrale geboortezorg voor de inwoners van Flevoland. Ook het bewaken van de continuïteit van de zorgverlening in de eerste lijn is een belangrijke vervolgstap voor zorgverzekeraars en de VSV-leden.

Ons advies is om het zorgaanbod in Flevoland verder te versterken. Tijdens de toekomstverkenning is daarom de Agenda voor de zorg in Flevoland opgesteld (hoofdstuk 3). Het duurzaam implementeren van de onderwerpen die in deze agenda worden genoemd, is geen vanzelfsprekendheid. Dit vereist niet alleen intensieve betrokkenheid van zorgverzekeraars, zorgaanbieders, patiënten en overheden, maar ook procesmatige voortgangsmonitoring (zie verder in hoofdstuk 4).

Conclusies verdieping ontwikkelingen in de zorgvraag

De bevolking van Flevoland wordt snel ouder. Daarbij zijn er veel chronisch zieken en op veel plekken beperkte (digitale) gezondheidsvaardigheden. Daarnaast zijn de verschillen groot tussen wijken en tussen mensen. Dat vraagt om een zorgaanbod dat rekening houdt met deze ontwikkelingen en verschillen en biedt kansen voor de inzet van preventie.

Conclusies verdieping ontwikkelingen in het zorgaanbod

Het zorgaanbod is sinds het faillissement van het MC Zuiderzee door St Jansdal in Lelystad (Figuur 1) versterkt door het openen van poliklinieken die zeer vergelijkbaar zijn met het aanbod begin 2018. Daarnaast voldoet de ambulancezorg op dit moment (na uitbreiding van de capaciteit einde 2018) in Flevoland aan de gestelde norm. Voor acute verloskunde geldt dat zorgverleners sinds het faillissement duidelijke afspraken hebben gemaakt, deze hebben de samenwerking in de nieuwe situatie versterkt. Een belangrijk aandachtspunt blijft openbaar vervoer. Ook alternatieven in de vorm van pendeldiensten of versterkte vrijwilligersorganisaties zouden de bereikbaarheid van zorgvoorzieningen voor een kwetsbaar deel van de bevolking kunnen versterken.

Het toekomstige zorgaanbod wordt beïnvloed door technologische ontwikkelingen en toenemende kennis. Deze ontwikkelingen resulteren in het ontstaan van expertisecentra en de verschuiving van ziekenhuiszorg naar de thuis- en verpleeghuissetting. Andere trends betreffen de toegenomen aandacht voor shared decision making en positieve gezondheid. Tenslotte zijn tekorten op de arbeidsmarkt en de betaalbaarheid van de zorg belangrijke thema’s.

Bij alle partijen die betrokken waren bij ons traject toekomstverkenning hebben we toewijding en inzet bemerkt. Ook voor het vervolg lijken zij gemotiveerd om via de nieuw voorgestelde structuur hun bijdrage te leveren. Zij onderschrijven en ondersteunen de onderwerpen op de Agenda voor de zorg in Flevoland. Wij zien het implementeren van de punten die op die agenda zijn gezet als eerste stip op de horizon. Daarnaast is het van belang dat betrokkenen samen op basis van deze toekomstvisie vaststellen waar zij willen dat de zorg in Flevoland heen gaat. Dit kan aan de door ons in hoofdstuk vier voorgestelde Zorgtafel worden afgestemd. Daarmee zijn voor alle partijen die betrokken zijn bij de zorg alle ingrediënten aanwezig om samen te bouwen aan het stapsgewijs optimaliseren van de zorg voor de inwoners van Flevoland.

Figuur 1: Overzicht van de provincie Flevoland, de locatie St Jansdal in Lelystad en de vijf omliggende ziekenhuizen in Almere, Harderwijk, Zwolle, Heerenveen en Sneek.

  • 3. 
    Agenda voor de zorg in Flevoland

Om het aanbod van zorg in Flevoland goed te laten aansluiten op de zorgvraag en om het netwerk waarin zorgverleners werken te versterken is actie noodzakelijk. Gezamenlijke inzet om de zorg toekomstbestendig te maken. Deze maatregelen hebben wij geordend in de Agenda voor de zorg in Flevoland.

Figuur 2: Schematisch overzicht van de Agenda voor de zorg in Flevoland

3.1 Drie overstijgende onderwerpen vragen om speciale aandacht: inbreng van het patiëntperspectief, herstel van het publiek vertrouwen en monitoring

Naast de onderwerpen die in de drie werkgroepen zijn ontwikkeld, vinden wij dat er een drietal overstijgende onderwerpen zijn die niet kunnen ontbreken op de Agenda voor de zorg in Flevoland. Die onderwerpen zijn: het versterken van de inbreng van patiënten, het organiseren van een goede structuur om het publieke vertrouwen in de zorg in Flevoland te bevorderen en monitoring van de effecten op de burger.

  Versterken van de inbreng van patiënten

De inbreng van patiënten in de zorg(verlening) is essentieel om te komen tot oplossingen die ook daadwerkelijk in de patiëntbehoefte voorzien. Wij constateren dat dit in de provincie Flevoland met wisselend succes gebeurt. Er zijn goede voorbeelden te vinden in Almere, maar bij veel nieuwe initiatieven vinden veel zorgverleners nog niet gemakkelijk en automatisch de weg naar een patiëntenorganisatie. Het beoogde effect van de in 2018 opgerichte Flevolandse Patiëntenfederatie is daarmee nog onvoldoende gerealiseerd. Wij stellen voor dat de zorgverzekeraars in gesprek gaan met de Flevolandse Patiëntenfederatie om te komen tot een goede organisatie van goed opgeleide patiëntvertegenwoordigers, naar analogie van succesvolle voorbeelden in het land. Daarbij is het bereiken van aansluiting bij de Nederlandse Patiëntenfederatie (al dan niet via Zorgbelang Nederland) een belangrijke stap. Waar mogelijk kan ook verbinding worden gezocht met patiëntenraden van ziekenhuizen.

  Opzetten en ondersteunen van Zorgtafel

Het publieke vertrouwen vormt een belangrijk onderdeel van de kwaliteit van zorg zoals die door patiënten en burgers wordt ervaren. In Flevoland heeft dit vertrouwen schade opgelopen door het plotselinge faillissement van de MC IJsselmeerziekenhuizen en het is nog behoorlijk broos. Ook in de afgelopen periode van toekomstverkenning zijn wij op meerdere momenten geconfronteerd met de gespannen situatie. Dat pleit ervoor om in ieder geval regelmatig met elkaar in gesprek te blijven. Informatie delen, gezamenlijk afspraken maken en die opvolgen en kennisnemen van de resultaten van de monitoring zijn belangrijke stappen die gezet moeten worden om de Agenda voor de zorg in Flevoland te realiseren. Deze acties zijn een greep van de mogelijke onderwerpen die kunnen helpen om te werken aan gefundeerd vertrouwen. In hoofdstuk vier stellen wij een organisatie en werkwijze voor.

  Monitoren en rapporteren van effecten op de burger

Het faillissement van de voormalige MC IJsselmeerziekenhuizen heeft naast effecten op de beschikbaarheid en bereikbaarheid van goede zorg ook een deuk opgeleverd in het vertrouwen van de burger in de zorg(partijen) en de mate waarin zij in staat zijn om het publieke belang van beschikbare, bereikbare en goede zorg echt voorop te stellen. Inmiddels zien wij dat inhoudelijk de zorg (en vooral de netwerken van professionals in de zorg) zich aan het herstellen zijn, maar dat het vertrouwen bij de burger en afgeleid daarvan de lokale overheden, de Flevolandse Patiëntenfederatie (FPF) en de Stichting Actie Behoud Ziekenhuis Lelystad nog broos is.

Het proces van de toekomstverkenning heeft al bijgedragen aan meer onderling vertrouwen en meer begrip, maar dat proces is nog niet voltooid. Wij vinden het dan ook belangrijk om, naast het per kwartaal meten van het publiek vertrouwen in de zorg, een aantal indicatoren te blijven monitoren. De resultaten daarvan moeten gedeeld en besproken blijven worden tussen de zorgpartijen, patiëntenvertegenwoordiging en het lokaal bestuur. Ook de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) heeft behoefte aan gedegen monitoring van de situatie vanuit haar taak als toezichthouder op de zorgplicht van zorgverzekeraars.

Wij stellen voor om minimaal gedurende één jaar na 1 juli 2019 de volgende indicatoren maandelijks te blijven monitoren:

 Poliklinische toegangstijden van alle specialismen bij de ziekenhuizen St Jansdal, de Antonius Zorggroep, Isala, Flevoziekenhuis en Tjongerschans en bij de gecontracteerde ZBC’s in Flevoland.

 Wachttijd voor behandelingen conform de lijst die de NZa verplicht heeft gesteld.

 Beschikbaarheid van de SEH’s.

 Aantal SEH presentaties en opnames vanaf de SEH, inclusief herkomst van de patiënten op gemeenteniveau, op de spoedpoli in Lelystad, de spoedpost in Emmeloord en de SEH van het St Jansdal, Flevoziekenhuis, de Antonius Zorggroep en Isala.

 Aanrijtijden van A1-ritten door de ambulance in de provincie.

 Specifiek de aanrijtijden en totale reisduur van de ritten voor acute verloskunde.

 Het vertrouwen van de burger in de vier gemeenten in de zorg.

 De inzet van achterwacht van verloskundigen in de eerste lijn.

 De inzet van de extra ambulance op Urk.

Daarnaast geven wij de zorgverzekeraars in overweging om diepgaander onderzoek naar zorgmijding uit laten voeren, bijvoorbeeld door het NIVEL.

Deze indicatoren worden regulier bijgehouden, soms in verschillende formats, maar de extra administratieve last voor het primair proces is hiermee beperkt. Enige formatieve capaciteit met analytische vaardigheden is nodig om tot een goed product te komen. De ondersteuning van de Zorgtafel (zie 3.1.2) zou deze indicatoren moeten verzamelen en maandelijks delen met gemeenten, patiëntenorganisaties, de NZa en de betrokken zorgpartijen, inclusief de conclusies die zij aan deze indicatoren willen verbinden. Het meten van het vertrouwen van de burger in de zorg moet door gemeenten en zorgverzekeraars ontwikkeld worden. Daarvoor zijn diverse (online) instrumenten beschikbaar. Intensieve samenwerking met de patiëntenorganisaties in Flevoland is hierbij van toegevoegde waarde om tot een goede respons in de meest kwetsbare groepen te komen.

3.2 Acute zorg

In de volgende paragrafen worden de agendapunten over de acute zorg verder toegelicht. Hierbij is aandacht voor inzicht in capaciteit in de acute zorgketen, zorgcoördinatie, positionering van de spoedpoli/spoedpost, de 45-minuten spreidingsnorm en de inzet van data science om inzichten te vergaren op basis van beschikbare data.

Monitoren en rapporteren capaciteit en beschikbaarheid in acute zorgketen

Als gevolg van de sluiting van de SEH in het voormalig MC Zuiderzee, is de instroom van patiënten op de SEH’s in andere ziekenhuizen in de regio toegenomen. Deze groei is vooralsnog het meest evident in Harderwijk en Almere (Figuur 3).

Figuur 3: Toegenomen instroom op de SEH's in omliggende ziekenhuizen (betreft een grove inschatting)

Hoewel meer SEH-stops zijn gerapporteerd in Harderwijk, is de beschikbaarheid nog steeds hoog. In de andere ziekenhuizen in de regio is de beschikbaarheid – door adequate opschaling – conform de situatie voor het faillissement. 4 De werkdruk is echter toegenomen. 5 Om de acute zorg veilig en toekomstbestendig in te richten, is een helder beeld van de verdeling van patiënten over de verschillende ziekenhuizen in de regio nodig, zodat investeringen in onder andere personeel goed onderbouwd kunnen worden.

5 In de werkgroep acute zorg is besloten dat monitoring tot en met augustus (dus een half jaar sinds de ingang van de stabilisatiefase) afdoende is voor dit doeleinde. De monitoring wordt, in de resterende periode, voortgezet door het SpoedZorgNet en het Acute Zorgnetwerk Noord Nederland. De toekomstverkenner is van mening dat deze monitoring nog tenminste tot juli 2020 moet worden voortgezet en een onderdeel moet zijn van het reguliere gesprek tussen de ketenpartners in de acute zorg en het lokaal bestuur.

Realiseren van realtime inzicht in capaciteit en zorgcoördinatie met ketenpartners

De druk op de acute keten neemt toe door bevolkingsgroei, vergrijzing en het toenemende aantal kwetsbare thuiswonenden, gecombineerd met arbeidsmarktproblematiek. Dit vraagt om realtime inzicht in capaciteit in de acute keten en zorgcoördinatie. Piekbelasting wordt zo voorkomen door betere spreiding en doelmatige inzet van beschikbare capaciteit. De patiënt ontvangt direct zorg op de juiste plek en zorgprofessionals worden ontlast.

Realtime inzicht in capaciteit

Hoewel Flevoland formeel binnen het SpoedZorgNet AMC valt, zijn de ontwikkelingen in het Netwerk Acute Zorg regio Zwolle en Acute Zorgnetwerk Noord Nederland minstens zo belangrijk aangezien het St Jansdal, Isala, de Antonius Zorggroep en Tjongerschans binnen deze netwerken vallen. Daarnaast raakt Flevoland meerdere RAV-regio’s (zoals Amsterdam, Gooi & Vechtstreek, Utrecht, Gelderland, IJsselland en Friesland). Hiermee wordt direct duidelijk dat inzicht in capaciteit, gezien het regio overstijgende karakter, complex is. Het gebruik van verschillende systemen (Acuut Zorgportaal en 2twnty4) en verschillende ambities binnen de genoemde netwerken, compliceren het vraagstuk verder.

  • 1. 
    Acuut Zorgportaal Het Acuut Zorgportaal is ontwikkeld in 2012 om de meldkamer inzicht te geven in de beschikbaarheid van omliggende ziekenhuizen. 6 SEH-stops en het aantal bedden per zorgeenheid (bijvoorbeeld IC, hartbewaking, acute verloskunde) zijn inzichtelijk gemaakt voor de meldkamer. Uit veldonderzoek bleek een drietal problemen met de huidige software. Ten eerste is dit portaal nog niet geïntegreerd in overige softwaresystemen die worden gebruikt op

4 Feitenboek p. 58 – 65

5

 Werkgroepbijeenkomsten acute zorg

6

https://www.spoedzorgnet.nl/sites/default/files/documents/20181126_procedureacuut_zorgportaal_gooivecht_3.2.pdf

de meldkamer, waardoor het actief opgezocht moet worden. Ten tweede bleek dat informatie vanuit deelnemende ziekenhuizen regelmatig onvolledig is. Ten derde zijn niet alle ziekenhuizen waar de meldkamer mee samenwerkt zichtbaar in het portaal. Idealiter ziet de meldkamer capaciteit in ziekenhuizen uit de volledige regio waar mee wordt samengewerkt. Samenvattend is dit portaal momenteel nog onvoldoende gebruiksvriendelijk en toegankelijk voor meldkamerpersoneel om de beoogde doelstellingen te behalen. Doordat de software van het Acuut Zorgportaal sterk verouderd is, ligt een update naar actuele wensen niet voor de hand. Om die reden is ROAZ SpoedZorgNet met een aantal andere ROAZ-regio’s in gesprek gegaan over een regio-overstijgende aanpak. De vervolgstappen hierop worden het komende jaar verder vormgegeven.

  • 2. 
    Pilot 2twnty4 Binnen het Acute Zorgnetwerk Noord Nederland (AZNN) loopt momenteel een pilot met de applicatie 2twnty4. 7 Dit systeem is nu live in een deel van de ziekenhuizen, waar de reacties positief zijn, en het wordt geleidelijk uitgebreid. Eind 2019 moeten alle elf ziekenhuizen in de regio – verbonden aan negen organisaties – aangesloten zijn. 2twnty4 is gericht op de capaciteit op de SEH en in het beddenhuis en sluit aan op het regionale Protocol Melden Beschikbaarheid Capaciteit SEH aan de Meldkamer Ambulancezorg Noord Nederland (MkANN). De wens van zorgprofessionals is echter breder dan alleen de ziekenhuizen en omvat tevens de VVT, ELV, GRZ, PG, GGZ en het hospice. Zeker in het kader van ‘de juiste zorg op de juiste plek’ en doelmatige zorg is dit wenselijk. Hiermee wordt de complexiteit echter groter, gezien de verschillen tussen zorgaanbieders met betrekking tot verzorgingsgebied, werkwijze en werktijden. Hoewel de AZNN een dergelijke uitbreiding beoogd, is het rekening houdend met de complexiteit, niet waarschijnlijk dat dit – zonder extra ondersteuning – op korte termijn gerealiseerd wordt.

 Acute Zorgnetwerk Noord Nederland

Eindrapport | Toekomstverkenning zorg Flevoland 16

Zorgcoördinatie

Inzicht in de beschikbare capaciteit is essentieel, maar niet voldoende om

daadwerkelijk doelmatige zorg op de juiste  Thuiszorg plek te leveren. Hiervoor is tevens 24/7  Huisartsenzorg zorgcoördinatie vereist, waarbij de  Geestelijke gezondheidszorg verschillende zorgaanbieders (zie Figuur 4)  Ambulancezorg samenwerken op het gebied van triage en  Ziekenhuizen opvolging van zorg. Een eerste verkenning  Intramurale crisisvoorzieningen met betrekking tot de mogelijkheden in  Specialisten ouderen geneeskunde Flevoland heeft inmiddels plaatsgevonden  Sociaal domein

en geresulteerd in het advies om een

virtuele zorgmeldkamer in te richten met door Figuur 4: Betrokken zorgaanbieders

de betrokken disciplines opgeleide triagisten/ coördinatiespecialisten. Zij kunnen door een beeldverbinding met elkaar in overleg treden. De meldkamer ambulancezorg kan hierbij als centraal punt fungeren, op termijn kan daarnaast het beoogde gezondheidsplein in Emmeloord (zie paragraaf 3.4.2), een grote rol spelen in deze samenwerking. Realisatie van deze plannen vraagt om ondersteuning in de vorm van een projectleider. 8,9

Ten aanzien van realtime inzicht in capaciteit in de acute keten en zorgcoördinatie is het advies drieledig:

  • 1. 
    Rekening houdend met de concentratie van een aantal specifieke aandoeningen is het van belang dat realtime inzicht in de beschikbare capaciteit op spoedeisende hulp en verloskunde-afdelingen bovenregionaal tot landelijk wordt vormgegeven. 10 Over dit onderwerp wordt in de verschillende ROAZ-regio’s verschillend gedacht. Maar het belang in Flevoland is groot om dit onderwerp voor 1 juli 2020 effectief te realiseren op een wijze die past bij de rest van Nederland. Dat vraagt om actief sturen vanuit VWS en LNAZ om dit te bewerkstelligen.
  • 2. 
    Voor het realiseren van realtime inzicht in de beschikbare capaciteit van andere zorgaanbieders (ELV, VVT, etc.) is een regionale aanpak – de pluraliteit van zorgaanbieders en haalbaarheid in aanmerking nemende – meer voor de hand liggend. Hierbij is het wel van belang dat op regionaal niveau een totaaloverzicht

8

 Advies zorgcoördinatie regio’s Flevoland en Gooi en Vechtstreek

9

 Rapport Taskforce De Juiste zorg op de juiste plek (2018)

10 Feitenboek p. 46 en 47

gegenereerd kan worden (bijvoorbeeld door koppeling tussen een landelijk en regionaal systeem). Internationale voorbeelden zoals de in Australië beschikbare dashboards kunnen als voorbeeld dienen. 11

  • 3. 
    Ook voor zorgcoördinatie geldt om dezelfde redenen een regionale aanpak (zoals beoogd in het advies zorgcoördinatie regio’s Flevoland en Gooi en Vechtstreek) als meest logische keuze.

    Uitwerken zorgaanbod en positionering van spoedpoli en spoedpost

Voor een aantal specifieke toestandsbeelden geldt dat behandeling het beste in een expertisecentrum kan plaatsvinden. 12 Daarnaast vereist ook de behandeling van relatief veelvoorkomende aandoeningen, zoals een blindedarmontsteking, relatief uitgebreide faciliteiten waaronder een operatiekamercomplex en een operatieteam. 13 Echter, het grootste deel van de spoedzorgvraag in Nederland betreft basiszorg die primair geleverd wordt door de huisarts. 14 Ook als deze de patiënt naar de SEH doorverwijst, is een volledig uitgeruste afdeling met fysieke beschikbaarheid van medisch specialisten lang niet altijd nodig.

Voor deze patiënten zijn initiatieven bedoeld, zoals de spoedpoli in Lelystad en de spoedpost in Emmeloord. Hier kan (beperkt) aanvullende diagnostiek plaatsvinden en een aantal aandoeningen kan behandeld worden. 15,16 Met de komst van het kwaliteitskader spoedzorgketen (Figuur 5 en Figuur 6) is de positie en duurzaamheid hiervan echter niet vanzelfsprekend. 17,18 De toekomstverkenner is van mening dat deze initiatieven steun verdienen, aangezien hiermee basis acute zorg dichtbij huis beschikbaar is. Technologie draagt in toenemende mate bij aan de mogelijkheden. Bovendien bevinden de huisartsenpost (HAP) in Lelystad en Emmeloord zich op dezelfde locatie als respectievelijk de spoedpoli en de spoedpost. Zeker gedurende avond- en weekeinduren is aanvullende beoordeling/diagnostiek dus voor de hand liggend alvorens een patiënt – wellicht onnodig – door te sturen naar een ziekenhuis verder weg.

11 Feitenboek p. 67 en 68

12

Feitenboek p. 46 en 47

13

 Conceptrichtlijn Acute appendicitis. Nederlandse Vereniging voor Heelkunde (2019). 14 Feitenboek p. 43

15

Feitenboek p. 54 – 56

16

Feitenboek p. 57 – 65

17

 Kwaliteitskader spoedzorgketen (2018)

18 Feitenboek 44 – 45

Het kwaliteitskader spoedzorgketen is tot stand gekomen door samenwerking tussen de verschillende partijen betrokken in de acute keten en is gericht op de kwaliteit van zorg. Initiatieven zoals de spoedpost en spoedpoli zijn niet direct beschreven in het kwaliteitskader. In feite wordt op de spoedpost of spoedpoli meer zorg geleverd dan mogelijk is op de HAP, maar minder dan in een ziekenhuis met volledig uitgeruste SEH. Het zorgaanbod en de diagnostische mogelijkheden die veilig geleverd kunnen worden, dienen daarom verder uitgewerkt en gemonitord te worden. Hierbij zijn de volgende vragen van belang:  Welke rol kan technologie spelen (zoals telemonitoring, beeldbellen, etc.)?  Welke expertise is vereist voor artsen, verpleegkundigen en ander zorgpersoneel?  Wat moet gecommuniceerd worden richting patiënten, zorg- en hulpverleners?  Hoe kunnen zorgverzekeraars en de NZa betrokken worden?

Figuur 5: Aanvullende onderzoeksvragen

Figuur 6: Schematische weergave van een spoedeisende hulp waaraan door het kwaliteitskader aanvullende eisen worden gesteld op het gebied van personeel en faciliteiten.

Daarnaast is verdere integratie tussen de HAP en de 2 e lijn voor de hand liggend. Zeker gedurende de nacht (als de spoedpoli en spoedpost gesloten zijn) zou het bijvoorbeeld veel opleveren als de huisarts zelf (röntgen)diagnostiek kan aanvragen en kan overleggen met onder andere de radioloog. 19

Tenslotte is het advies om binnen dit project aandacht te besteden aan initiatieven zoals de Acuut Presenterende Oudere Patiënt (APOP), waarbij door een korte screening (na)zorg beter kan worden toegespitst op de kwetsbaarheden van de patiënt. Zowel de vraag hoe APOP 20 (in aangepaste vorm) geïmplementeerd kan worden op SEH’s in de regio, als op welke manier

19 https://www.dejuistezorgopdejuisteplek.nl/praktijkvoorbeelden/huisartsenpost-almelo-zelf-rontgenfotos-aanvragen-ook-buiten href="https://www.dejuistezorgopdejuisteplek.nl/praktijkvoorbeelden/huisartsenpost-almelo-zelf-rontgenfotos-aanvragen-ook-buiten-kantoortijd">kantoortijd

20

  APOP screeningsprogramma: handboek voor het optimaliseren van zorg voor de Acuut Presenterende Oudere Patiënt op de Spoedeisende Hulp. IEMO, LUMC (2018).

screening en opvolging van zorg kan worden vormgegeven voor de spoedpost en spoedpoli zijn hierbij van belang.

  Risicogroepen acute zorgvraag verdiepen tijdens heroverweging 45-minuten

spreidingsnorm

De minister van VWS heeft de Gezondheidsraad om advies gevraagd over een inhoudelijke onderbouwing van de nu gebruikte 45-minuten spreidingsnorm. 21 De spreiding van expertisecentra in Nederland zou idealiter waar mogelijk conform de inhoudelijke onderbouwing moeten worden gerealiseerd. Op dit moment zien wij dat de spreidingsnorm van ziekenhuizen onvoldoende is beargumenteerd. Dit blijkt ook uit het voorbeeld van de zorgstandaard integrale geboortezorg (zie paragraaf 5.2.3). Ons advies is dat de gezondheidsraad de onderbouwing van een expliciete norm voor de reistijd naar een expertisecentrum voor CVA of acute verloskunde onderdeel maakt van zijn advies. Daarnaast is de aanbeveling om voor de ziektebeelden sepsis en COPD-exacerbaties een impactanalyse inclusief medische onderbouwing uit te voeren. De impact van de tijdsduur (van melding tot de start van de behandeling) op gezondheidsuitkomsten kan dan worden bepaald.

  Inrichten van een regionaal data science team acute zorg

Het inrichten van een data science team acute zorg in Flevoland kan bijdragen aan het verbeteren van processen in de acute zorg, waarmee de beschikbaarheid en de effectiviteit van de acute zorg kunnen toenemen. Doel van dit team is om bestaande procesdata over duur van stappen in de keten op gedetailleerd niveau te analyseren om het verbeterpotentieel in de regio in kaart te brengen. Constatering is dat op dit moment kwalitatief goede procesdata beschikbaar is bij de regionale ambulancevoorzieningen, maar dat deze nu niet optimaal gebruikt worden.

Voor Lelystad en Urk is het effect in toegenomen reistijd om een SEH te bereiken het grootst 22 , deze verandering in het zorglandschap maakt dat dit het juiste moment is om in te stappen in systematische evaluatie van de acute zorgketen.

Door data en nieuwe technologie op de juiste manier in te zetten, kan de ambulancezorg in Flevoland op korte termijn voorop gaan lopen in het datagedreven verbeteren van processen. Op de lange termijn kan dit een voorbeeld zijn voor andere regionale ambulancevoorzieningen

21

 Bereikbaarheidsanalyse SEH's en acute verloskunde 2018; Analyse gevoelige ziekenhuizen

22

Feitenboek, p 71 – 75

in Nederland. Deze innovatie zien we nog onvoldoende in praktijk gebracht in Nederland, terwijl de inzet van data science ten behoeve van verbetering van de acute zorg wel door diverse experts onderzocht wordt, zoals Bart Geurts, anesthesioloog in het Amsterdam UMC 23 en arts-onderzoekers die werken aan de ARTEMIS-studie. 24

De aanpak om dit zo snel mogelijk te bereiken is door middel van een snelle start met een duidelijk afgebakende scope. In dit team zijn ten minste de regionale ambulancevoorziening, met vertegenwoordiging van zowel ambulancepersoneel als meldkamerpersoneel, de huisartsencoöperatie en SEH-vertegenwoordigers uit ziekenhuizen vereist. Gezien St Jansdal en het Flevoziekenhuis in het huidige zorgaanbod op de SEH relatief het grootste aandeel patiënten uit de regio zien (Figuur 3), ligt het voor de hand om te starten met deze ziekenhuizen. Het team moet worden aangevuld met de inzet van data scientists die de taal van de acute zorgketen verstaan en coördinatie van het team verzorgen voor een startperiode van een half jaar. Data scientists beschikken over kennis over het verzamelen van grote hoeveelheden complexe gegevens en het maken van de vertaalslag naar waardevolle inzichten uit grote datasets.

In dit team ligt prioriteit in de startfase bij het in kaart brengen van bestaande data en om deze op een gestructureerde en geautomatiseerde manier samen te voegen met publieke demografische gegevens van Flevoland. Het advies is te beginnen bij de regionale ambulancevoorziening. In de tweede fase ligt de focus op het nauwkeurig in kaart brengen van daadwerkelijke stappen in het onderdeel vervoer binnen de acute zorg. Idealiter wordt in de tweede fase ook onderzocht hoe databronnen van andere zorgaanbieders, zoals huisartsenposten en SEH-locaties, gekoppeld worden om niet slechts het proces van vervoer te evalueren, maar het totale proces in de acute zorgketen. Hoewel patiëntenzorg in de acute zorg zich karakteriseert als onvoorspelbaar, is het zinvol om patiëntenstromen zo goed mogelijk in beeld te brengen om hier de electieve zorgketen maximaal op aan te passen. Belangrijk hierbij is dat privacy rondom patiëntdata niet in het geding komt. De uitwisseling van medische gegevens tussen ketenpartners in de acute zorg ten behoeve van medische behandeling is in lijn met de nieuwe veldnorm uit het kwaliteitskader spoedzorgketen. 25

23

https://www.amc.nl/web/nieuws-en-verhalen/verhalen/community/een-glazen-bol-voor-de-spoedeisende-hulp.htm

24

https://www.lumc.nl/org/neurologie/research/artemis/contact/

25

 Kwaliteitskader spoedzorgketen (2018)

Hypotheses die hierbij getoetst kunnen worden, raken de volgende onderwerpen (niet uitputtend):  De evaluatie van de locatie van ambulanceposten.  De inzet van ambulancepersoneel tijdens piekbelasting en in rustige perioden.  De totaalduur van melding tot aankomst op een spoedeisende hulp voor ritten van specifieke toestandsbeelden waar tijdwinst relevant is voor gezondheidsuitkomsten.  De totale predictie van vervoersbehoefte in de regio.  Identificatie en evaluatie van verkeersknelpunten kunnen inzichten op basis van gereden ambulanceritten kortcyclische feedback geven over openbare verkeersveiligheid richting gemeente en provincie, gezien het type ongeval en de viercijferige postcode bekende parameters zijn.  De status van burgerkennis over de doelmatigheid van de inzet van de acute zorgketen.

Figuur 7: Hypotheses regionaal data science team

  Herindeling ROAZ-regio’s onderzoeken

ROAZ-regio’s hebben een belangrijke rol in het faciliteren van samenwerking tussen de verschillende ketenpartners in de acute zorg. Zoals beschreven in paragraaf 3.2.2 valt 26 Flevoland formeel binnen het SpoedZorgNet AMC terwijl de omliggende ziekenhuizen – behoudens het Flevoziekenhuis – tot andere ROAZ-regio’s behoren. In totaal zijn er dus drie verschillende ROAZ-regio’s betrokken bij de acute zorg voor burgers in Flevoland. Een herindeling waarbij dit wordt gereduceerd tot twee regio’s is voor de hand liggend. We adviseren het LNAZ om de mogelijkheden van een herindeling te onderzoeken en voor juli 2020 te bewerkstelligen dat een goed en effectief overleg tot stand komt tussen de partners in de acute zorgketen voor de burgers in Flevoland.

3.3 Geboortezorg

De zorgvraag naar geboortezorg zal naar verwachting stijgen het komende decennium, aangezien vrouwen landelijk op latere leeftijd kinderen krijgen met als gevolg een toegenomen risico op complicaties voor moeder en kind. Ook blijven technieken voor prenatale screening

26

https://www.lnaz.nl/acute-zorg/taken-roaz

zich ontwikkelen en wordt daar steeds vaker gebruik van gemaakt (zie paragraaf 5.2.3). In Lelystad is de afdeling acute verloskunde gesloten. Directe consequentie hiervan is een toegenomen reistijd voor bevallingen in een (poli)klinische setting. In de gemeenten Lelystad, Dronten, Urk en Noordoostpolder gaat dit naar schatting jaarlijks om ~1.500 bevallingen. 27

Heropening van de afdeling acute verloskunde in Lelystad is geen reële en haalbare mogelijkheid. Het vraagt een uitgebreide beschikbaarheid van gynaecologen en kinderartsen, een volledig operatieteam en een afdeling radiologie.

De prioriteit ligt bij het zorgvuldig aan laten sluiten van de onveranderde zorgvraag op het gewijzigde zorgaanbod, zowel in de eerste als in de tweede lijn. Uitgangspunt hierbij is geboortezorg dicht bij de zwangere aan te bieden als dit kan en zo snel mogelijk in een klinische setting als de casuïstiek daar om vraagt. Zorgaanbieders binnen de geboortezorg zijn verloskundigen of verloskundig actieve huisartsen in de eerste lijn, verloskundigen en gynaecologen in de tweede en derde lijn, de regionale ambulancevoorziening (alleen in het geval van acute verloskunde), kinderartsen en kraamzorg. Uit de toekomstverkenning blijkt dat iedere zorgaanbieder in de keten aanpassingen op regionaal niveau moet maken en dat de samenwerking tussen deze zorgverleners ook aanpassingen vraagt. De afgelopen tijd zijn al nieuwe samenwerkingsverbanden tussen alle betrokken zorgverleners ontstaan en hebben zorgverleners een enorme inspanning geleverd om aanvullende afspraken te maken. Dit heeft de samenwerking en het onderling vertrouwen versterkt.

Hoewel de verloskundige samenwerkingsverbanden (VSV’s) vanuit de vijf omliggende ziekenhuizen de afgelopen maanden goede stappen hebben gezet, constateren wij dat de capaciteit om benodigde veranderingen en innovaties te garanderen nog onvoldoende is. Deelnemers van een VSV bevinden zich in een spagaat tussen betrokkenheid bij de agenda van het samenwerkingsverband en het verlenen van zorg. Dit probleem lost zichzelf niet op. Wij bevelen daarom een projectleider aan voor de duur van één jaar die voortgang bewaakt op de agenda voor geboortezorg. Deze projectleider beschikt over veranderkundige capaciteiten, heeft inhoudelijke kennis van geboortezorg, ondersteunt alle vijf de VSV’s in de regio al naar gelang de behoefte van ieder VSV en heeft geen tegenstrijdige belangen met betrokken organisaties. Zeven belangrijke onderwerpen waar de VSV’s in samenwerking met de projectleider mee aan de slag moeten, worden in de volgende paragrafen nader toegelicht.

27

Bron: Feitenboek p. 79 - 82

Landelijk wordt de transitie naar integrale geboortezorg verkend in zes regio’s. Een 28 benoemde succesfactor door de integrale geboortezorgorganisaties (IGO’s) is een duurzame samenwerking voorafgaand aan de transitie. 29 Op basis van onze bevindingen dient deze transitie voor ketenpartners in Flevoland pas verkend te worden na 2020, wanneer er binnen VSV’s voldoende tijd is verstreken om de nieuwe samenwerkingen te stabiliseren.

  Verstevigen van bestaande samenwerkingsafspraken tussen zorgverleners

Sinds de sluiting van het MC Zuiderzee zijn zorgverleners tot nieuwe afspraken gekomen. Binnen het traject toekomstverkenning zijn deze afspraken aangevuld en met een groter aantal zorgverleners uit de regio gedeeld. Hoewel dit een waardevolle eerste stap is, vraagt deze samenwerking ook de komende periode intensivering. Bijvoorbeeld het bewerkstelligen van maximale uniformiteit in protocollen tussen ziekenhuizen, om te garanderen dat een zwangere tijdens haar bevalling de zorg ervaart waar zij op voorbereid is. Als de verloskamers van het ziekenhuis van haar voorkeur vol liggen, is het onwenselijk dat de vooraf afgesproken voorkeuren tijdens de bevalling moeten worden aangepast vanwege verschillen in protocollen tussen het voorkeursziekenhuis en het ziekenhuis van de daadwerkelijke bevalling. Een andere optimalisatie gaat over de overdracht tussen verloskundigen, gynaecologen, kinderartsen en het ambulancepersoneel. Waar het voor een groot deel van de casuïstiek logisch is dat het ambulancepersoneel besluit naar welk ziekenhuis een patiënt wordt gebracht, is het bij ritten voor acute verloskunde juist cruciaal dat voorkennis van betrokken verloskundigen of gynaecologen wordt meegenomen in het besluit, zodat het ziekenhuis met de juiste patiëntinformatie de juiste voorbereidingen kan treffen. Tot slot moet worden gestreefd naar maximale informatie-uitwisseling tussen zorgverleners die nu gestart zijn met samenwerking.

  Samenwerking tussen verloskundigenpraktijken intensiveren en duurzaam

ondersteunen

Verloskundigen in de eerste lijn hebben aanvullende achterwacht nodig, omdat zij continuïteit tijdens een bevalling moeten kunnen bieden. Hiermee wordt bedoeld dat een zwangere continu een beroep moet kunnen doen op één van de verloskundigen in de praktijk waar zij onder begeleiding is. Bij toegenomen reistijd naar een ziekenhuis zijn verloskundigen vaker lang onderweg en zullen zij dus vaker een beroep moeten doen op de achterwacht. Daarnaast

28

https://puc.overheid.nl/nza/doc/PUC_21764_22/1/

29

 RIVM, Geboortezorg in beeld. 26 november 2018

moeten zij bij toegenomen reistijd eerder vertrekken met een zwangere tijdens de bevalling om complicaties te voorkomen. Zowel de reistijd als de marge beperken de tijd van de dienstdoende verloskundige.

Deze aanpassingen hebben impact op de bedrijfsvoering van een verloskundigenpraktijk. Onze aanbeveling is dat gemaakte afspraken rondom tarieven in stand blijven, ten minste voor de periode tot en met de evaluatie van de inzet van extra achterwachten over 2019. Deze evaluatie van achterwachten tussen praktijken is een belangrijke parameter om financiering te herzien en zal niet vóór de contractering 2020 plaats vinden. Monitoring van de inzet van achterwachten moet plaatsvinden in samenwerking tussen verloskundigenpraktijken en zorgverzekeraars. Indien nodig kunnen verloskundigen intensiever samenwerken dan tot dusver gebruikelijk en toegestaan op basis van concurrentiële afspraken. Op dit moment is het niet toegestaan dat verloskundigen werkzaamheden verrichten in nabijgelegen praktijken, terwijl dat voor de zorg op regionaal niveau voordelen kan bieden. Zo kan het wenselijk zijn dat de achterwacht gezamenlijk wordt georganiseerd tussen praktijken in elkaars nabijheid; dit draagt bij aan het verlagen van werkdruk van verloskundigen. Zeker in gebieden waar het vervullen van vacatures in eerstelijnsverloskundigenpraktijken wordt beschouwd als een uitdaging, is het extra belangrijk om personeel niet te overbelasten.

  Systematische evaluatie van A1-ambulanceritten met inzet acute verloskunde

Met het wegvallen van acute verloskunde in Lelystad moet een deel van Flevoland verder reizen in acute verloskundige situaties. De regionale ambulancevoorziening (RAV) heeft een belangrijkere rol gekregen in acute verloskundige situaties. Doordat reisafstand is toegenomen, kan een ambulance laagdrempeliger worden ingezet. Waar bepaalde casuïstiek in de nabijheid van een ziekenhuis kan worden afgewacht, geldt dit minder bij een ziekenhuis dat verder weg ligt. Ook kan het zijn dat een ambulance eerder wordt ingezet, om snel vertrek naar een ziekenhuis te bevorderen.

De zorgstandaard integrale geboortezorg refereert aan de bereikbaarheidsnorm, echter in praktijk wordt deze soms als prestatienorm geïnterpreteerd. Wetgeving met betrekking tot de spreidingsnorm voor acute verloskundelocaties en de totale tijd van ambulances zijn niet ingericht in lijn met deze aanbevelingen. Dit resulteert in een conflict tussen theorie en praktijk, dat deels opgehelderd kan worden door de adviesvraag aan de Gezondheidsraad over de herziening van de 45-minutennorm. 30 Een wetenschappelijke onderbouwing over reistijd tijdens de bevalling zou de kloof tussen theorie en praktijk kunnen verkleinen. Bestaand

30

 Adviesaanvraag heroverweging 45-minutennorm, brief aan de Gezondheidsraad namens de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport. 21 maart 2019

wetenschappelijk onderzoek naar reistijd tijdens de bevalling kent belangrijke beperkingen, zoals een onderschatting van de reistijd. 31 Een dialoog binnen het verloskundig samenwerkingsverband over de daadwerkelijke reistijden en bijbehorende uitkomsten, geeft focus aan deze conditie in de regio. Dit draagt bij aan het opbouwen van vertrouwen in de veranderende omstandigheden.

  Maximale inzet van CTG-technologie

Op het gebied van mobiele CTG-technologie is het streven om op zo kort mogelijke termijn aan te sluiten bij de pilotregio’s van de NZa. De inzet van mobiele cardiotocografie (CTG) in de eerstelijn is gestart in Nijmegen 32 , Amsterdam en Zwolle. 33 Voor drie indicaties hoeven zwangere vrouwen die worden gezien door een eerstelijnsverloskundige niet langer verwezen te worden naar de tweede lijn, mits verloskundigen uit de eerste lijn adequaat zijn geschoold in deze technologie. Deze zomer zal de NZa rapporteren over de uitkomsten van deze pilot. Onder voorwaarde dat de uitkomsten positief zijn, bevelen wij aan dat eerstelijnsverloskundigenpraktijken in Flevoland direct deze werkwijze overnemen, om zoveel mogelijk zorg in de nabijheid van zwangeren aan te kunnen bieden. Dit vraagt om intensieve samenwerking en kennisoverdracht tussen de eerste en tweede lijn. Het verplaatsen van zorg brengt financiële consequenties met zich mee die ondergeschikt zijn aan het patiëntbelang en daarom duurzaam opgelost moeten worden. In aanvulling hierop kan worden onderzocht welke mogelijkheden een mobiel CTG nog meer biedt, naast de drie indicaties die in de pilot zijn onderzocht. Bijvoorbeeld de inzet van een mobiel CTG tijdens een ambulancerit, dit zou kinderartsen van informatie kunnen voorzien nog voordat moeder en baby in het ziekenhuis arriveren.

  Aanvullende scholing voor verloskundigen, verloskundig actieve huisartsen en

ambulanceverpleegkundigen

Verloskundigen en verloskundig actieve huisartsen zijn geconfronteerd met toegenomen reisafstand. Aanvullende kennis bij toegenomen afstand kan verloskundigen en ambulanceverpleegkundigen helpen om met toegenomen vertrouwen werkzaamheden te

31 Ravelli A.C. et al. Travel time from home to hospital and adverse perinatal outcomes in women at term in the Netherlands. BJOG. 118(4), 457-65 (2011).

32

https://tvv.knov.nl/artikelen/detail/308/ctg-diagnostiek-in-de-eerste-lijn

33

https://www.kennispoort-verloskunde.nl/evaluatie-van-nieuwe-vormen-van-geboortezorg/

verrichten en inschattingen te maken. Bredere ontplooiing kan helpen om zelfverzekerd en op de juiste manier te handelen indien tijd een cruciale factor is in acute situaties.

In regio’s waar schaarste op de arbeidsmarkt speelt is dit extra relevant. De eendaagse training van Stichting Spoedeisende Hulp bij Kinderen, de cursus Newborn Life Support 34 , zou van toegevoegde waarde zijn voor verloskundigen, verloskundig actieve huisartsen en ambulanceverpleegkundigen werkzaam in de gemeenten Urk, Dronten, Noordoostpolder en Lelystad. Het gaat om aanvullende scholing op de verplichte scholing. Het misverstand dat men nu onvoldoende geschoold is, mag niet ontstaan.

  Kraamzorg inrichten met partusteams

De kraamzorg heeft een belangrijke rol bij een bevalling in de eerste lijn, dit kan zowel een thuisbevalling zijn als een bevalling in een poliklinische setting. In de situatie waar een ziekenhuis op afstand ligt, is het extra belangrijk dat de samenwerking tussen verloskundige en kraamzorg uitstekend verloopt. In aanvulling daarop dient een kraamverzorgende die een thuisbevalling begeleidt hier ervaringsdeskundige in te zijn. In de gemeenten Urk en Noordoostpolder komen relatief meer thuisbevallingen voor dan in de rest van Nederland. 35

De kraamverzorgende vormt in samenwerking met de verloskundige één team. Ons advies is om kraamzorgorganisaties te betrekken in het vervolgtraject en in de samenwerking plaats te geven aan de belangrijkste uitdagingen die voor de kraamzorg gelden:

De reistijd voor een aantal kraamzorgorganisaties is toegenomen Reisafstand en dat brengt uitdagingen met zich mee: zowel in bezetting, als in

het op tijd aanwezig zijn bij een eerstelijnsbevalling

Opnieuw aansluiting vinden bij een VSV kost tijd en dit leidt soms Toetreding VSV

tot dubbele contributie

Op grote afstand van een eerstelijnsbevalling is de wens om Oproeptijd eerder een signaal vanuit de verloskundigen te ontvangen, zodat

het beter mogelijk wordt om op tijd aanwezig te zijn

Personeelstekorten die landelijk spelen op het gebied van kraamzorg, hebben een sterk regionaal effect op het moment dat

Personeelstekorten daar verschuivingen in het zorglandschap ontstaan. In Flevoland zijn voor sommige kraamzorgorganisaties reistijden toegenomen, dit vergroot de kans dat personeel de regio verlaat.

34

https://www.sshk.nl/cursussen/newborn-life-support/

35

Feitenboek p.82

  Regionale aanpassingen in Lelystad

Ons advies is dat de geboortezorg in Lelystad ook wordt ondersteund op de volgende twee punten: de verkenning voor een bevalkamer en de inzet van aangepast taxivervoer.

De zorgstandaard integrale geboortezorg benoemt dat de zorgverlener de zwangere adviseert over de plaats van de bevalling in het geval van een medische of sociale indicatie. 36 In Lelystad komt het frequent voor dat de thuisomstandigheden ongeschikt zijn voor een bevalling, terwijl het medisch gezien niet noodzakelijk is om in een ziekenhuis te bevallen en een zwangere ook geen voorkeur heeft voor een poliklinische bevalling. Om die reden zou een bevalkamer een uitkomst bieden voor deze groep. De bevalkamer is geen geboortecentrum, maar een laagcomplexe faciliteit die als primaire doel heeft een veilige thuissituatie na te bootsen. Een mogelijke locatie om te verkennen is de huisartsenpost, waar ook in avond-, nacht- en weekenduren andere zorgverleners aanwezig zijn. De afgelopen periode is de samenwerking tussen de huisartsenpost en verloskundigen al versterkt.

De tweede aanpassing betreft vervoer. Het probleem is dat zwangeren zonder financiële middelen en zonder sociaal netwerk te laat of niet naar een ziekenhuis vertrekken voor de bevalling. Dit kan resulteren in complicaties voor moeder en kind, maar ook ondoelmatige inzet van de ambulance. De drempel om naar het ziekenhuis te gaan moet ook voor deze groep laag blijven. Doelstelling is om voor deze specifieke groep aan verloskundigen en gynaecologen mandaat toe te kennen om hen gebruik te laten maken van een taxi om op tijd naar een ziekenhuis te reizen voor de bevalling. Declaraties van taxiritten door chauffeurs direct bij de gemeente zou zorgmijding tijdens de bevalling kunnen voorkomen. Autobezit in Flevoland is onderzocht 37 , naar schatting zal ~15% van de zwangeren uit de gemeente Lelystad gebruik maken van deze mogelijkheid; dit komt neer op ~170 ritten per jaar waarvoor de gemeenten tot financiering moeten komen.

3.4 Zorg en ondersteuning voor kwetsbare groepen

In de volgende paragrafen worden de agendapunten die betrekking hebben op de zorg en ondersteuning voor kwetsbare groepen verder toegelicht. Hierbij komen de thema’s anderehalvelijnszorg, zorgnetwerken en de verbinding tussen zorg en welzijn aan de orde. Daarnaast wordt ingegaan op de kwetsbaarheid van de huisartsenzorg. Tenslotte is er aandacht voor passend vervoer voor kwetsbare groepen.

36

 Zorgstandaard integrale geboortezorg, versie 1.1. College Perinatale Zorg, 28 juni 2016

37

Feitenboek, p.36

  Realiseren anderehalvelijnsvoorziening in Lelystad

In Lelystad ontbreekt momenteel de mogelijkheid om een patiënt (laagdrempelig) op te nemen of te observeren. Zeker indien er meer zorg nodig is dan normaliter binnen de eerste lijn geboden kan worden. Hierdoor ontstaat (hoewel moeizaam te kwantificeren) een toegenomen risico op zorgmijding en escalatie van klachten. De wijkkliniek uit Amsterdam – een nieuw zorgconcept in de wijk gericht op acute ouderenzorg – is in aangepaste vorm een interessant initiatief voor Lelystad. In Amsterdam is deze faciliteit gepositioneerd in de eerste lijn met de klinische geriater als hoofdbehandelaar en zowel bedoeld als step-up (vanuit de huisarts) als step-down (vanuit de SEH) opnamemogelijkheid voor maximaal 14 dagen. De doelgroep voor deze kliniek betreft patiënten met een combinatie van geriatrische problematiek en bijvoorbeeld longontsteking, COPD, hartfalen, blaasontsteking of neurologische klachten. De resultaten zijn gunstig, zo ervaren patiënten minder functieverlies en is er een reductie in het aantal heropnames, SEH bezoeken, totaal aantal uren wijkverpleging en inzet ELV/GRZ.

Inmiddels is een aantal partijen (St Jansdal, Icare, Coloriet, Woonzorg Flevoland en Medrie) met elkaar in gesprek en worden de eerste plannen voor een dergelijk initiatief in Lelystad uitgewerkt. Bijvoorbeeld de doelgroep(en) waar deze faciliteit op gericht moet zijn, de benodigde omvang, het zorgaanbod en de disciplines die betrokken moeten worden (zoals klinisch geriater, specialist ouderengeneeskunde, huisarts, verpleegkundig specialist, verpleging, fysiotherapeut en ergotherapeut).

Alvorens deze faciliteit gerealiseerd is, moet er nog wel

veel werk verricht worden (een  Heldere definitie van het zorgprofiel en de aantal acties/onderzoeksvragen bijbehorende zorgpaden, waarbij ook de visie zijn opgenomen in Figuur 8). De van de NZa en IGJ in ogenschouw wordt toekomstverkenner is van mening genomen. dat dit project voor 1 juli 2020  Vroegtijdig betrekken van moet zijn verwezenlijkt. Daarvoor patiëntvertegenwoordiging: wat zijn de zijn alle kansen aanwezig, als de wensen van de patiënt? Sluiten het beoogde locatie van St Jansdal Lelystad zorgaanbod en de zorgpaden hierbij aan? hiervoor wordt ingericht. Overdag  Vastleggen governance-structuur, bepalen is synergie mogelijk met de van rollen en verantwoordelijkheden. aanwezige medisch specialisten  Uitwerken van een vergoedingsmodel in en na de opening van de short samenwerking met de zorgverzekeraar en stay afdeling (paragraaf 6.1) ook betrokken zorgpartners.

met de in de nacht aanwezige arts. Voor Coloriet, Woonzorg Figuur 8: Aanvullende onderzoeksvragen

Flevoland en Icare is dit een financieel uitdagend traject dat echt tot een goed einde moet worden gebracht. Steun van de zorgverzekeraars en het zorgkantoor is hier essentieel. Mede gezien de betrokkenheid van verschillende partijen is ondersteuning in de vorm van een projectleider gewenst.

  Realiseren anderhalvelijnszorg in Emmeloord en op Urk

Ook in de Noordoostpolder is behoefte aan anderhalvelijnszorg. Ketenpartners (de Antonius Zorggroep, Zorggroep Oude en Nieuwe land, Medrie, Coöperatieve spoedapotheek, Elyse, Revalidatie Friesland, GGD, RAV en huisartsen uit de regio) hebben een intentieovereenkomst getekend voor het nieuw te bouwen gezondheidsplein in Emmeloord. Binnen dit zorgconcept zal onder andere ruimte zijn voor een dagbehandeling, revalidatie- en observatiebedden. De betrokkenheid van de diverse partijen maakt verdergaande samenwerking mogelijk. Binnen het gezondheidsplein moet tevens ruimte zijn voor positieve gezondheid. Tenslotte moet het gezondheidsplein innovatieve oplossingen ondersteunen.

Momenteel worden de zorgprocessen in kaart gebracht en wordt een Programma van Eisen voor de nieuwbouw opgesteld. Hierbij is de exacte inhoud en omvang van het beoogde zorgaanbod van belang. Daarnaast is monitoring van het proces richting aanvang van de bouw en de verwachte oplevering medio 2021 aan te raden. Dit kan door de voor het project al aangestelde projectleider regelmatig aan de Zorgtafel te laten rapporteren.

Naast de plannen voor het gezondheidsplein, hebben aanbieders van anderhalvelijnszorg op Urk het initiatief genomen voor de ontwikkeling van een innovatief behandelaanbod. Integratie van nulde-, eerste-, tweede- en derdelijnszorg wordt beoogd, met zorg thuis of dichtbij indien mogelijk. Hierbij moet technologie (zoals telemonitoring) een centrale rol spelen. Als startpunt voor de ontwikkeling van innovatieve vormen van zorg en/of behandeling zullen doelgroepen gedefinieerd worden, om vervolgens in samenwerking met onder andere medisch specialisten en zorggebruikers mogelijkheden te identificeren. Inmiddels lopen er gesprekken tussen de Antonius Zorggroep, Tjongerschans, de preferente zorgverzekeraar en de initiatiefnemers. Dit traject wordt gekoppeld aan de ontwikkeling van het gezondheidscentrum in Emmeloord, om optimale synergie te bereiken, en versnippering van het aanbod te voorkomen.

  Uitwerken mogelijkheden OZOverbindzorg binnen een integraal zorg- en

ondersteuningsnetwerk

Het stijgende aantal kwetsbare ouderen met een complexe – vaak domeinoverstijgende – zorgvraag en de toenemende gezondheidsverschillen tussen sociaaleconomische groepen vereisen verdergaande samenwerking tussen zorg- en welzijnsorganisaties en gemeentes. Ervaring vanuit het integrale zorg- en ondersteuningsnetwerk ‘Gezond Veluwe’ gericht op kwetsbare ouderen – waarbij het St Jansdal en Icare betrokken zijn – kunnen in het voordeel van de provincie Flevoland worden gebruikt.

Binnen Gezond Veluwe wordt gebruik gemaakt van het platform OZOverbindzorg, een eenvoudig, efficiënt en veilig online communicatieplatform. Alle betrokken partijen kunnen via het systeem communiceren over de zorg voor een patiënt. Ook kan het een multidisciplinair overleg ondersteunen. Hierbij heeft de patiënt zelf regie over het systeem en bepaalt wie er wordt toegevoegd. Naast hulp- en zorgverleners is het ook mogelijk om mantelzorgers toegang te geven. Het systeem faciliteert samenhangende organisatie van zorg én welzijn, waarbij de patiënt/cliënt centraal staat. OZOverbindzorg wordt al in een aantal gemeentes in Nederland gebruikt, waar de resultaten positief zijn. Zo rapporteren zij een toegenomen patiëntactivatie, efficiëntie, verbinding tussen zorgverleners, hulpverleners en gemeenten en een afname van het aantal ziekenhuisbezoeken. Gezien de omvang van de regio met relatief dunbevolkte delen, waar zorgnetwerken opnieuw vormgegeven moeten worden, zou het systeem bij uitstek veel toegevoegde waarde kunnen bieden in Flevoland. 38

Er zijn echter ook een aantal uitdagingen. Zo vereist de aanmaak van een dossier in OZOverbindzorg een tijdsinvestering van de huisarts waar niet vanzelfsprekend een vergoeding tegenover staat. Daarnaast is er vooralsnog geen koppeling met bestaande elektronische patiënten/cliënten dossiers. Sommige van deze bestaande EPD/ECD- systemen, zijn bovendien al inzichtelijk voor patiënt, familie en/of mantelzorgers door middel van een portaal. Door extra belasting en beperkt gepercipieerde meerwaarde kan de drempel voor huisartsen en zorg- of hulporganisaties hoog zijn. Positieve resultaten vanuit andere regio’s en de ervaringen opgedaan gedurende implementatie kunnen worden ingezet om de drempel te reduceren.

Ervaring opgedaan binnen bestaande initiatieven en/of netwerken, zoals ‘Gezond Veluwe’, maar ook Vitaal en Veilig thuis, het Netwerk Dementie Noordwest-Veluwe en de regio brede programma’s van Medrie (zoals het zorgprogramma COPD), is zeer waardevol. Het is het echter essentieel om een integraal zorg- en ondersteuningsnetwerk vorm te geven op basis van de specifieke behoefte in Flevoland én in samenwerking met de (nieuwe) ketenpartners. 39,40,41,42 Naast kwetsbare ouderen is er immers ook een grote groep chronisch zieken en met name in Lelystad een groep 40 tot 65-jarigen met een ongezonde levensstijl en beperkte gezondheidsvaardigheden, die andere zorg- en ondersteuning nodig hebben.

Gezien de geografische indeling, verschillende ketenpartners en demografische verschillen is het logisch om de mogelijkheden voor de regio Lelystad/ Dronten en de Noordoostpolder apart te verkennen. Ondersteuning van een projectleider is hierbij raadzaam. Naast ketenpartijen als zorg- en welzijnsorganisaties en gemeenten geldt voor de regio Lelystad/Dronten ook ‘Lelystad Next Level’ als interessante partner. Specifiek zou gekeken kunnen worden naar het programma ‘Sociaal Sterk’, waar de verwachte toename van het aantal chronisch zieken een aandachtspunt is. Daarnaast is het ook aanbevelenswaardig de preferente zorgverzekeraars te betrekken.

38

https://www.ozoverbindzorg.nl/

39

https://www.gezondveluwe.nl/

40

https://www.wijz.nu/diensten/vitaal-en-veilig-thuis

41

https://www.dementienoordwestveluwe.nl/ 42 https://medrie.nl/flevoland

Aansluiting met de beoogde anderhalvelijnsvoorzieningen, die een significant aandeel kunnen hebben in de zorg voor kwetsbare groepen, is van belang. Tenslotte is de aanbeveling om binnen dit project aandacht te besteden aan advanced care planning, aangezien dit belasting op de acute keten kan reduceren. Daarnaast zijn de wensen en/of verwachtingen van patiënt (en familie) al bekend voordat een acute zorgvraag ontstaat, met als grote voordeel dat geleverde zorg hierop toegespitst kan worden (ook als de patiënt dit in de acute situatie zelf niet meer kan aangeven). 43 Voor succesvolle implementatie van advanced care planning is het echter wel essentieel dat deze informatie toegankelijk is voor de verschillende zorgaanbieders binnen de acute keten.

  Inzetten van bestaande e-health initiatieven

Het aantal inwoners met een chronische aandoening, nu al relatief hoog in Lelystad, zal naar verwachting sterk toenemen (paragraaf 5.1.2). 44 De inzet van e-health initiatieven, zoals COPD in Beeld en HartWacht, bij het (zelf)management van deze aandoeningen leidt tot positieve resultaten. Patiënten en artsen zijn tevreden en het aantal poliklinische consulten, SEH-bezoeken en de opnameduur nemen af (paragraaf 6.3). Daarom het advies om dit soort initiatieven snel beschikbaar te maken voor patiënten in de vier focusgemeenten. Het is essentieel dat er wel aandacht is voor de beperkte digitale vaardigheden en gezondheidsvaardigheden bij een deel van de populatie. Tenslotte is het van belang dat zorgverzekeraars deze initiatieven steunen, voor zover dat nog niet het geval is. Gezond Veluwe ingezet worden in Flevoland, met OZO

  Uitwerken mogelijkheden positieve gezondheid

Psychosociale problematiek komt veel voor en leidt vaak tot een toegenomen zorgvraag. 45 Focus op positieve gezondheid kan hier uitkomst bieden. Een goed voorbeeld is Welzijn op recept, dit initiatief is bedoeld voor mensen met somatische klachten die (ten dele) veroorzaakt worden door psychosociale problematiek. Doelstelling van de interventies is het verbeteren van de kwaliteit van leven van deelnemers. Het (onnodig) gebruik van zorg neemt daardoor af, wat een gunstig neveneffect is, zeker gezien de huidige belasting van huisartsen in de regio. Daarnaast wordt de verbinding tussen zorg en het sociale domein versterkt door initiatieven die, zoals Welzijn op recept, gericht zijn op positieve gezondheid.

43 Capaciteitsproblematiek in de acute zorg: Best practices. Spoedzorgnet en Netwerk Acute ZorgNoordwest (2018)

44

Feitenboek p. 24 – 26 45 Handleiding voor de ontwikkeling en invoering van het welzijnsrecept. Trimbos instituut (2014)

In Lelystad zijn nu in drie van de vier stadsdelen sociale wijkteams actief. Ondanks de positieve ervaringen, moeten welzijnsorganisaties veel inspanning leveren om andere zorgprofessionals te betrekken. In de Noordoostpolder zijn eerdere pogingen om Welzijn op recept te implementeren daarom ook niet gelukt. Waarschijnlijk weerhoudt de initiële tijdsinvestering, die vaak vereist is om sociale problematiek als (gedeeltelijke) oorzaak van symptomen te bespreken, zorgprofessionals van het gebruik van initiatieven zoals Welzijn op recept. Daarnaast speelt onwetendheid ten aanzien van het welzijnsaanbod mogelijk een rol.

Om initiatieven gericht op positieve

 Hoe kan de weerstand van gezondheid uit te breiden of succesvol te

huisartsen worden gereduceerd? implementeren is bestuurlijke steun van

 In hoeverre kunnen gemeentes essentieel. Daarnaast is er

welzijnsorganisaties hierin samen aanvullende financiering nodig. Schotten in

optrekken? de financiering vormen momenteel een

 Welke lessen kunnen we meenemen obstakel. Daarom het advies om, in

vanuit de UK en België waar veel samenspraak met zorgverzekeraars en

ervaring is opgedaan met Welzijn op gemeentes, de mogelijkheden te

recept? onderzoeken (ten behoeve hiervan zijn een

aantal onderzoeksvragen opgenomen in Figuur 9). Ook met betrekking tot positieve

Figuur 9: Aanvullende onderzoeksvragen

gezondheid is het programma ‘Sociaal Sterk’ binnen ‘Lelystad Next Level’ een logische partner om initiatieven zoals Welzijn op recept in Lelystad verder vorm te geven.

  Impactanalyse huisartsenzorg

De capaciteit van de huisartsenzorg in de regio staat onder druk door een tekort aan huisartsen, dat naar verwachting verder zal toenemen. Dit wordt versterkt door verschuiving van zorg naar de eerste lijn. Huisartsen ervaren, ten gevolge van de beperkte capaciteit en onvoldoende aanwas van nieuwe huisartsen, problemen bij het vinden van waarneming en opvolging. Een impactanalyse, naar voorbeeld van de acute verloskunde waarbij gekeken is naar zorgvraag, zorgaanbod, belangrijkste kansen en uitdagingen in de regio , verdient de aanbeveling. Deze analyse, te verrichten in samenwerking met zorgverzekeraars, huisartsen en de huidige ondersteuningsorganisatie Medrie, dient als vertrekpunt voor een gerichte aanpak om risico’s te reduceren en de aantrekkelijkheid van het werken in de regio te vergroten. Daarbij moet ook goed gekeken worden naar de effectiviteit van de organisatie en ondersteuning van huisartsen.

  Realiseren van passend vervoer voor kwetsbare groepen

Na het faillissement van de MC IJsselmeerziekenhuizen zijn de reistijden voor klinische zorg en delen van de acute zorg toegenomen. Dit wordt het sterkst gevoeld door inwoners van Lelystad omdat zij voor het faillissement naar het MC Zuiderzee gingen voor het grootste deel van de klinische en acute zorg.

Patiënten of bezoekers die afhankelijk zijn van het openbaar vervoer merken vooral in Lelystad, Swifterbant en op Urk dat de reistijd is toegenomen. De impact daarvan is groter als zij slecht ter been zijn of om andere redenen moeilijker met het ov reizen. Ook de ritprijzen zijn door de langere afstanden hoger dan voorheen en reizigers moeten vaker overstappen. De huidige buslijnen sluiten nog niet goed op elkaar aan en in Sneek en Harderwijk liggen de bushaltes voor reizigers van buiten de regio niet direct naast het ziekenhuis.

Realiseren van goed openbaar vervoer is een taak van de provincie. Vanwege langlopende concessies blijkt het in de praktijk lastig om het openbaar vervoer te optimaliseren. Daarbij speelt mee dat bij provincie-overschrijdend vervoer sprake is van verschillende concessies en van verschillende vervoerders. Toch zal de provincie zich moeten blijven inspannen om de reistijd en de kwaliteit van het openbaar vervoer te optimaliseren.

De gemeenten hebben een taak bij het realiseren van Wmo-vervoer (regio- of deeltaxi). Dit is aanvullend op het openbaar vervoer en bedoeld voor burgers die niet zelfstandig kunnen reizen. Zowel in de regio Lelystad als in de Noordoostpolder en op Urk is dit vervoer gerealiseerd. Aanvullend daarop wordt door vrijwilligersorganisaties vervoer mogelijk gemaakt, bijvoorbeeld door Caritas op Urk. Daarnaast kunnen zorgaanbieders de mogelijkheid onderzoeken zelf vervoer voor hun patiënten en bezoekers op te zetten.

3.5 Aandachtspunten bij de agenda

In aanvulling op de hierboven genoemde agendapunten melden we nog drie aandachtspunten voor de lezer.

  • 1. 
    In dit traject is door meerdere en verschillende belanghebbenden geopperd om te onderzoeken of het op de lange termijn mogelijk is om een geheel nieuw ziekenhuisgebouw te realiseren op een goed bereikbare locatie, bijvoorbeeld langs de A6 tussen Lelystad en Emmeloord. Dit is een interessante invalshoek om voor de lange termijn te onderzoeken, maar maakt geen onderdeel uit van dit rapport.
  • 2. 
    Als output van de werkgroepen die in het kader van de toekomstverkenning bij elkaar zijn gekomen, zijn er met name voor de geboortezorg nog meer onderwerpen die niet in het overzicht in Figuur 2 zijn opgenomen. Deze worden wel opgeleverd aan de op te richten Zorgtafel (zie paragraaf 3.2), maar vormen geen onderdeel van dit rapport.
  • 3. 
    In dit traject is door meerdere en verschillende belanghebbende geopperd om een verbreding van de N50 tussen Emmeloord en Zwolle te onderzoeken. Dit zou de bereikbaarheid van ziekenhuiszorg ten goede komen, evenals andere economische belangen in de regio.
  • 4. 
    Organisatie en werkwijze na 1 juli

    2019

De Agenda voor de zorg in Flevoland, zoals weergegeven in het vorige hoofdstuk, beschrijft wat er nodig is om de zorg voor inwoners van de provincie Flevoland stapsgewijs te verbeteren. In dit hoofdstuk geven we aan hoe deze agenda gerealiseerd zou kunnen worden.

4.1 Een tijdelijke structuur is nodig om een brug tussen de huidige en gewenste situatie te vormen

Betrokken partijen erkennen dat in de afgelopen zes maanden veel vorderingen zijn gemaakt binnen het traject van de toekomstverkenner. Na het plotselinge en impactvolle faillissement van de MC IJsselmeerziekenhuizen is gewerkt aan het stapsgewijs beter maken van de zorg. Daarbij hielp het dat er een goede structuur, organisatie en werkwijze aanwezig was (bijvoorbeeld de verschillende werkgroepen en overleggen), de voortgang door het team van de toekomstverkenner werd gemonitord en er informatie tussen de verschillende stakeholders werd uitgewisseld.

De vrees bestaat dat er na het traject van de toekomstverkenning minder voorgang zal worden geboekt en de realisatie van de agenda stil zal vallen. Deze bezorgdheid is om een aantal redenen te begrijpen. Het onderlinge vertrouwen is in veel gevallen nog broos of soms zelfs nog afwezig, vooral in de regio Lelystad. Ook worden de zorgverzekeraars nog onvoldoende vertrouwd om de rol te nemen en de regie te voeren die aan hen in het zorgstelsel is toebedeeld. Zorgprofessionals die bij het traject toekomstverkenning waren betrokken worden weer opgeslokt door hun dagelijkse werk. Tot slot is er nog geen overleg- of communicatiestructuur die kan voorzien in de informatiebehoefte die bij het lokaal bestuur sterk aanwezig is.

Vertrouwen, relaties en netwerken zullen dus weer worden moeten opgebouwd en uitgebouwd na 1 juli 2019. Het is nog niet vanzelfsprekend dat de stelselpartijen hun rollen en functies weer gaan vervullen en dat de agendapunten voortvarend worden opgepakt. Wij pleiten daarom voor een tijdelijke en situationele werkwijze en organisatie voor de duur van één jaar. Deze structuur dient als overbrugging tot 1 juli 2020. De werkwijze en organisatie van de ondersteuning in deze fase moet er volledig op gericht zijn dat de partijen in Flevoland met de zorgverzekeraars hun rol weer volledig zelf kunnen oppakken.

Situationeel wil zeggen dat deze structuur specifiek is voor de situatie zoals die zich in Flevoland voordoet. Daarmee is het geen blauwdruk voor andere regio’s. Wel kunnen deze andere regio’s in Nederland mogelijk gebruik maken van de kennis en expertise die in dit traject is opgedaan.

De voorgestelde organisatie en werkwijze zorgen ervoor dat de gewenste voortgang gemaakt kan worden, deze kan worden gemonitord en dat er bij onvoldoende voortgang een mogelijkheid tot escalatie is. De structuur voorziet ook in de behoefte van het lokaal bestuur en bestuurders van zorginstellingen om geïnformeerd te worden. De tijdelijke organisatie en werkwijze komt niet in de plaats van de eigen verantwoordelijkheid van zorgverzekeraars, gemeenten en zorgaanbieders.

4.2 De structuur gaat in de kern uit van de reguliere rollen en verantwoordelijkheden van de stelselpartijen. Aanvullende afstemming in

de regio vindt plaats via de Zorgtafel.

We vinden het van groot belang dat tijdens het vervolg na 1 juli 2019 partijen in de regio vanuit hun formele stelselverantwoordelijkheid zullen acteren. Dat noemen we de ‘dagelijkse praktijk’. Verzekeraars nemen daarin samen met zorgaanbieders de regie op de onderwerpen uit de Agenda voor de Zorg in Flevoland die de onder de Zorgverzekeringswet en Wet langdurige zorg vallen. Gemeenten nemen samen met zorgaanbieders de regie op onderwerpen die vallen onder de Wet maatschappelijke ondersteuning. Onderwerpen die over de grenzen van het stelsel heen gaan, zullen in gezamenlijkheid opgepakt worden. Wij stellen voor dat daarnaast één Zorgtafel wordt opgericht met als leden de deelnemers van de beide bestuurlijke werkgroepen zoals die de afgelopen drie maanden hebben plaatsgevonden. De Zorgtafel komt ieder kwartaal bij elkaar. Maandelijks wordt deze groep geïnformeerd over de voortgang van de uitvoering van de Agenda voor de zorg in Flevoland middels een maandrapportage. Ook worden dan de resultaten van de in hoofdstuk 3 voorgestelde monitoring gedeeld.

De Zorgtafel wordt voorgezeten door een onafhankelijk voorzitter, die tevens de afspraken bewaakt en de voortgang monitort. De voorzitter kent de zorg en de regio. De voorzitter wordt ondersteund bij de voorbereiding en uitwerking van de bijeenkomsten. In Figuur 10 is deze organisatie en werkwijze weergegeven in relatie tot de ‘dagelijkse praktijk’.

Figuur 10: Schematische weergave van de positionering van de Zorgtafel naast de ‘dagelijkse praktijk’

Het ministerie van VWS, de NZa en de IGJ zullen periodiek worden bijgepraat over de voortgang van de implementatie van de Agenda voor de Zorg in Flevoland in het ‘Voortgangsoverleg VWS’. Hierbij zijn ook de zorgverzekeraars Zilveren Kruis en VGZ, een vertegenwoordiging van het lokaal bestuur en de voorzitter van de Zorgtafel aanwezig. Dit overleg dient om het proces van informatievoorziening efficiënter en eenduidiger te maken en voorkomt verschillende informatiestromen over de voortgang, de beschikbaarheid en bereikbaarheid van de zorg in Flevoland. Het ministerie van VWS kan de uitkomsten van het overleg gebruiken om de Tweede Kamer te informeren. De NZa en de IGJ kunnen dit overleg gebruiken in aanvulling op hun toezichthoudende rol.

Figuur 11: Positionering van het 'Voortgangsoverleg VWS' ten opzichte van de Zorgtafel

In Figuur 11 staat de positionering van dit overleg weergegeven in relatie tot de Zorgtafel Flevoland.

Vanwege hun rollen in het zorgstelsel ligt het voor de hand dat de structuur zoals in dit hoofdstuk voorgesteld, wordt gefinancierd door de zorgverzekeraars en gemeenten in een nader overeen te komen verhouding. Daarnaast zal een deel van de financiering voor de rekening van VWS komen.

Bij alle partijen die betrokken waren bij ons traject toekomstverkenning hebben we toewijding en inzet bemerkt. Ook voor het vervolg lijken zij gemotiveerd om via de nieuw voorgestelde structuur hun bijdrage aan het verbeteren van de zorg voor de inwoners van Flevoland te leveren.

  • 5. 
    Verdieping: Ontwikkelingen in de

    zorgvraag

De bevolking van Flevoland wordt snel ouder. Daarbij zijn er veel chronisch zieken en op veel plekken beperkte (digitale) gezondheidsvaardigheden. Daarnaast zijn de verschillen groot tussen wijken en tussen mensen. Dat vraagt om een zorgaanbod dat rekening houdt met deze ontwikkelingen en verschillen en biedt kansen voor de inzet van preventie.

In dit hoofdstuk beschrijven we achtereenvolgens de factoren die de zorgvraag bepalen.

Allereerst belichten we determinanten van zorgvraag en gaan we in op demografische ontwikkelingen en op de algemene gezondheid van inwoners van Flevoland. Vervolgens worden specifieke groepen nader belicht en komt de invloed van (medisch) technologische ontwikkelingen aan de orde.

5.1 Factoren die de zorgvraag bepalen

Demografische kenmerken zoals leeftijd, geslacht en etniciteit zijn belangrijke factoren die de zorgvraag bepalen. 46 ,47,48 Daarnaast zijn levensstijl, genetische factoren, omgevingsfactoren, gezondheidsvaardigheden, patiëntactivatie en technologische ontwikkelingen van invloed. In het kader van de toekomstverkenning voor de zorg in Flevoland is geen onderzoek verricht naar genetische- en omgevingsfactoren. Daarom zullen deze, behoudens de korte toelichting die hierna volgt, in de rest van dit rapport buiten beschouwing blijven. Ten aanzien van de andere factoren is zowel in dit rapport als in het feitenboek aanvullende informatie opgenomen.

Met betrekking tot genetische factoren kan onder andere gedacht worden aan een erfelijke aanleg voor kanker waarbij het risico op bijvoorbeeld borst- of darmkanker sterk verhoogd is. 49 Daarnaast zijn er zeldzame aandoeningen die vaker in bepaalde regio’s voorkomen en het

46

Feitenboek p.17

47

 Meest voorkomende kankersoorten in Nederland. Ned. Kankerregist. (NKR), IKNL (2018).

48

 Magnussen, C. et al. Sex-Specific Epidemiology of Heart Failure Risk and Mortality in Europe: Results From the BiomarCaRE Consortium. JACC Hear. Fail. 7, 204–213 (2019).

49

 Erfelijkheid.nl, Erfocentrum

resultaat zijn van een langdurig geïsoleerde gemeenschap, Urk is hier een voorbeeld van. 50,51 Ten aanzien van omgevingsfactoren is fijnstof (PM 2,5 ), een risicofactor voor hart- en vaatziekten en longaandoeningen, een voorbeeld. 52

  Demografische kenmerken: Een nu nog jonge populatie, relatief veel inwoners met

een migratieachtergrond en een relatief lage SES.

De bevolking in de regio van de voormalige MC IJsselmeerziekenhuizen – de gemeentes Lelystad, Dronten, Noordoostpolder en Urk 53 – heeft een omvang van circa 185.000 inwoners en is met een mediane leeftijd van 39 jaar relatief jong, dit is het meest uitgesproken op Urk. Naar verwachting zal de populatie, in de periode 2018 – 2040, toenemen tot circa 192.000 inwoners (Figuur 1212). Hierbij dient de kanttekening gemaakt te worden dat de bevolkingsprognose een wisselend beeld laat zien per gemeente, daarnaast moet er rekening gehouden worden met een aanzienlijke mate van onzekerheid (waaronder de impact van de beoogde uitbreiding van Lelystad Airport). Hoewel verwacht wordt dat de populatie op Urk relatief jong blijft, neemt het aandeel 65-plussers in de overige gemeentes sterk toe en komt daardoor dichtbij de cijfers gerapporteerd voor heel Nederland. 54

Figuur 12: Aantal inwoners in regio groeit naar verwachting van het CBS. 55

In vergelijking met Nederland en de andere gemeentes in de regio, wonen in Lelystad relatief veel mensen met een migratieachtergrond. 56 Daarvan heeft circa twee derde een niet-westerse migratieachtergrond. Uit onderzoek blijkt dat onder andere de

50

 Zeegers, M. P. a, van Poppel, F., Vlietinck, R., Spruijt, L. & Ostrer, H. Founder mutations among the Dutch. Eur. J. Hum. Genet. 12, 591–600 (2004).

51

 Balemans, W. et al. Identification of a 52 kb deletion downstream of the SOST gene in patients with van Buchem disease. J. Med. Genet. 39, 91–7 (2002).

52

 Lelieveld, J. et al. Cardiovascular disease burden from ambient air pollution in Europe reassessed using novel hazard ratio functions. Eur. Heart J. 1590–1596 (2019).

53

Feitenboek p.37

54

Feitenboek p.5 – 8

55

Feitenboek p. 6

56

Feitenboek p.9

prevalentie van diabetes hoger is onder etnische minderheden in Europa. 57,58 Daarnaast komt laaggeletterdheid vaker voor bij personen met een eerste generatie migratieachtergrond. 59

De sociaaleconomische status (SES) in Lelystad, de Noordoostpolder en op Urk is lager dan het Nederlands gemiddelde (Figuur 13). In Dronten is de SES juist net iets hoger dan het Nederlands gemiddelde. Binnen de gemeentes zijn de verschillen echter groot, daarom zijn de postcodegebieden met een lage SES (gedefinieerd als een SES in het onderste kwartiel, dat wil zeggen ≤ 0.78) in Lelystad, Dronten en de Noordoostpolder verder in kaart gebracht. 60

 Mensen met een lage SES zijn minder gezond, hebben een lagere levensverwachting en hebben vaker een ongezonde levensstijl dan mensen met een hogere SES. Hoewel lagere gezondheidsvaardigheden en patiëntactivatie niet één op één samenhangen met een lage SES, worden beide wel in verband gebracht met onder andere een laag opleidingsniveau, laag inkomen en laaggeletterdheid. Mensen met lagere gezondheidsvaardigheden en patiëntactivatie ervaren een slechtere gezondheid en hebben ook daadwerkelijk slechtere gezondheidsuitkomsten. Niet verrassend blijkt de ervaren gezondheid relatief slecht te zijn in de lage SES-postcodegebieden in de regio. Naar verwachting zullen deze gezondheidsverschillen ook in de toekomst gelijk blijven of zelfs toenemen. 60 ,61,62,63

57

 Meeks, K. A. C. et al. Disparities in type 2 diabetes prevalence among ethnic minority groups resident in Europe: a systematic review and meta-analysis. Intern. Emerg. Med. 11, 327–340 (2016).

58

 Huisman, M. J. et al. Does a high sugar high fat dietary pattern explain the unequal burden in prevalence of type 2 diabetes in a multi-ethnic population in the Netherlands? The HELIUS study. Nutrients 10, 1–17 (2018).

59

 Christoffels, I., Baay, P., Bijlsma, I. & Levels, M. Over de relatie tussen laaggeletterdheid en armoede. Sticht. Lezen Schrijven (2016)

60

Feitenboek p. 10 en p. 30 – 32 Urk kent geen wijken met een lage SES.

61

 Busch, M. C. M. & Schrijvers, C. T. M. Effecten van leefstijlinterventies gericht op lagere sociaaleconomische groepen. RIVM (2010).

62

 Rademakers, J. Kennissynthese Gezondheidsvaardigheden: niet voor iedereen vanzelfsprekend. NIVEL (2014).

63

 Volksgezondheid Toekomst Verkenning. RIVM (2018).

Figuur 13: Sociaal economische status (SES – statusscore) in de regio. 64

  Gezondheid en zorgconsumptie: Gezondheid van inwoners Lelystad en Urk is relatief

slecht in vergelijking met de Nederlandse populatie, dit is niet evident terug te vinden

in de zorgkosten.

Recent grootschalig onderzoek (‘Rotterdam Study’), laat een duidelijk verband zien tussen de risicofactoren overgewicht, roken en hypertensie (hoge bloeddruk) en het optreden van een herseninfarct, hartziekte, diabetes, chronische longziekte, kanker en/of neurodegeneratieve ziekte (onder andere dementie). Een groot deel van de populatie krijgt uiteindelijk te maken met één van deze aandoeningen. Maar, personen zonder risicofactoren leven gemiddeld 9 jaar langer zonder één van deze aandoeningen dan personen met alle drie de risicofactoren. Daarnaast is de levensverwachting van mensen zonder risicofactoren gemiddeld 6 jaar hoger. 65

In Lelystad en op Urk is het aantal inwoners met overgewicht relatief hoog en in Lelystad wonen tevens veel rokers. In overeenstemming met de resultaten van de ‘Rotterdam Study’ is de levensverwachting in Lelystad en op Urk, met respectievelijk 80,1 en 80,4, relatief laag. Bovendien is er oversterfte aan (een deel van) de hierboven genoemde aandoeningen (Figuur

64

Feitenboek p. 10

65

 Licher, S. et al. Lifetime risk and multimorbidity of non-communicable diseases and disease-free life expectancy in the general population: A population-based cohort study. PLoS Med. 16, 1–17 (2019).

14). Passend bij deze bevindingen zijn er in Lelystad relatief veel chronisch zieken. Dit geldt niet voor de andere gemeentes in de regio en opvallend genoeg dus ook niet voor Urk. 66

Figuur 14: Sterfte naar doodsoorzaken, gebaseerd op de comparative mortality figure. 67

De levensverwachting voor Lelystad, Dronten en de Noordoostpolder zal in 2040 naar verwachting net iets onder het Nederlandse gemiddelde van 86 jaar komen te liggen, op Urk zal de levensverwachting juist net iets hoger zijn. Omdat mensen zich op ongeveer dezelfde leeftijd presenteren met chronische aandoeningen zal het aantal chronisch zieken toenemen. De relatief snelle vergrijzing in de regio zal dit effect verder versterken. Prognoses laten dan ook een forse stijging zien van het aantal patiënten met coronaire hartziekten en dementie. Hierbij moet de onzekerheid van prognoses echter in acht worden genomen. Door de toenemende levensverwachting en daarmee het

toenemend aantal 80-plussers, zullen er steeds meer inwoners zijn met multimorbiditeit en een complexe, vaak domein overstijgende, zorgvraag. 68,69

Bovenstaande is niet eenduidig terug te vinden in de zorgkosten, behoudens een evidente correlatie tussen leeftijd en kosten. Zo zijn de totale kosten per verzekerde in Lelystad slechts 1% hoger dan in Nederland. Met name de relatief hoge kosten voor medisch specialistische zorg – in het bijzonder in de leeftijdsgroep 20-65 jaar – en hogere kosten voor huisartsen zorg lijken hieraan bij te dragen. Voor andere gemeentes in de regio zijn de zorgkosten relatief laag. 70

66

Feitenboek p. 12 – 13

67

Feitenboek p. 13

68

 Volksgezondheid Toekomst Verkenning. RIVM (2018).

69

Feitenboek p. 24 – 26

70

Feitenboek p. 14 – 17

5.2 Zorgvraag voor specifieke groepen

  Kwetsbare groepen: ‘Risico op zorgmijding’

Kwetsbaarheid ontstaat doorgaans door een combinatie van problematiek op meerdere domeinen, te weten lichamelijke, psychische en/of sociale problematiek. Beperkte toegankelijkheid tot zorg in brede zin speelt hierbij tevens een rol, zoals lage gezondheidsvaardigheden, beperkte middelen en mobiliteit. Kwetsbare groepen, zoals benoemd door zorgprofessionals in de regio, zijn: chronisch zieken, kwetsbare ouderen, 40 tot 65-jarigen met een ongezonde levensstijl en beperkte gezondheidsvaardigheden, psychiatrische patiënten en kinderen/jeugd. 71

Zorgmijding Voor al deze groepen geldt dat reistijden en -kosten voor klinische zorg zijn toegenomen. Daarnaast is het bestaande zorgnetwerk abrupt verbroken. Hierdoor is het risico op zorgmijding toegenomen. Zorgmijding is moeizaam te kwantificeren, maar uit onderzoek van het NIVEL in 2015 blijkt dat op jaarbasis ongeveer 15% van de ondervraagden afzag van een bezoek aan de huisarts. Het aandeel dat verwijzing naar een medisch specialist niet opvolgde nam toe van 18% in 2010 tot 27% in 2013, een stijging die vooral werd gezien onder chronisch zieken. Daarnaast volgden jongeren (18-39 jaar) een verwijzing relatief vaak niet op. 72

Om een indicatie te krijgen van zorgmijding door patiënten uit Lelystad, Dronten, de Noordoostpolder of Urk zijn de SEH-bezoeken geanalyseerd en is een enquête verstuurd naar huisartsen en verloskundigen in de regio. Helaas is het niet mogelijk om een eenduidige conclusie te trekken, wel kunnen een aantal observaties gerapporteerd worden:

  • 1. 
    Zorgmijding, resulterend in ziekere patiënten bij presentatie, zou kunnen leiden tot een toename van het aantal opnames. Patiënten uit de vier gemeentes worden relatief vaker worden opgenomen vanaf de SEH’s in Harderwijk, Almere en Sneek, dan patiënten uit andere regio’s. Dit percentage ligt momenteel tevens hoger dan het percentage opnames vanaf de SEH van het voormalig MC Zuiderzee. Vanaf de spoedpoli in Lelystad worden echter maar weinig patiënten opgenomen, wat het beeld vertekend. Daarnaast laten cijfers uit Sneek zien dat patiënten uit de Flevopolder ook voor het faillissement al vaker werden opgenomen. 73

71

Feitenboek p. 21 en 22

72

 Wiegers, T. A. Inzicht in zorgmijden. (NIVEL, 2015)

73

Feitenboek p. 57 – 63

  • 2. 
    Circa een derde van de huisartsen in de regio heeft gereageerd op de enquête. Zij geven aan dat in 0 tot 15% van hun patiëntenpopulatie een (hoog) risico op zorgmijding bestaat. Daarnaast geeft 30% aan dat dit risico is toegenomen sinds het faillissement van de MC IJsselmeerziekenhuizen. Dit is het meest uitgesproken in Lelystad. Tenslotte rapporteren de meeste huisartsen dat zorgmijding niet tot soms leidt tot voorkombare complicaties en/of een acute zorgvraag, of dat ze dit niet goed kunnen inschatten. 74
  • 3. 
    Van de verloskundigen in de eerste lijn ervaart de helft een toename in zorgmijding. Bijna alle eerstelijnsverloskundigen geven aan dat zij vragen ontvangen die in hun optiek toebehoren aan de tweede lijn. Een deel geeft aan dat dit sinds november 2018 vaker voorkomt. Vanuit de tweede lijn zijn op basis van de antwoorden op de enquête geen goede conclusies te trekken. Over het geheel toont de geringe respons dat het onderwerp zorgmijding binnen de geboortezorg niet in alle gebieden sterk leeft en dat genuanceerd gekeken moet worden welke interventies nodig zijn in de komende periode. 74

Om zorgmijding beter te kwantificeren kan het verrichten van een vragenlijstonderzoek onder de inwoners van de vier focusgemeenten uitkomst bieden. Het onderzoek van het NIVEL is een goed voorbeeld.

Aanvullende inzichten

In aanvulling op de hierboven genoemde inzichten is een aantal parameters onderzocht om beter inzicht te krijgen in (de omvang van) kwetsbare groepen in de regio.

Met betrekking tot de groep kwetsbare ouderen is er gekeken naar mantelzorg, eenzaamheid en lichamelijke beperkingen. Passend bij een sterk sociaal netwerk, ontvangen veel ouderen mantelzorg op Urk en in de Noordoostpolder. De cijfers gerapporteerd voor Dronten en Lelystad zijn vergelijkbaar met de rest van Nederland. In tegenstelling tot de andere gemeentes in de regio is er relatief veel (ernstige) eenzaamheid in Lelystad en ook het aantal inwoners dat beperkingen (met betrekking tot horen, zien en/of mobiliteit) in activiteiten ervaart is relatief hoog in die stad. Naar verwachting neemt het aantal eenzame ouderen tot 2040 toe. Daarentegen, zullen in verhouding minder ouderen beperkingen in activiteiten ervaren. 75 ,76

74

Feitenboek p. 23

75

Feitenboek p.27

76

 Volksgezondheid Toekomst Verkenning. RIVM (2018).

Naast de SES is het aantal laaggeletterden en laagopgeleiden in Flevoland in beeld gebracht. Deze indicatoren zijn relevant omdat ze impact hebben op patiëntactivatie, digitale vaardigheden en gezondheidsvaardigheden. Het aantal laaggeletterden is met 16,2% in Flevoland het hoogst van Nederland, dit is het meest uitgesproken in Lelystad, de Noordoostpolder en op Urk. Daarnaast is het aantal laagopgeleiden met name hoog op Urk.

77 ,78

Psychiatrische ziektelast maakt mensen extra kwetsbaar en veroorzaakt drukt op het somatische domein. 79 Met betrekking tot geestelijke gezondheid valt op dat de kosten voor de GGZ relatief laag zijn in de hele regio met uitzondering van de langdurige GGZ in Lelystad. Hoewel dit niet geldt voor de andere gemeentes in de regio, is het aantal inwoners met een matig tot hoog risico op een depressie of een angststoornis juist relatief hoog in Lelystad. Waarschijnlijk zijn de, naar verhouding, lage kosten dan ook te wijten aan de tekorten in de GGZ.

  Acute zorgvraag

De acute zorgvraag kan het best in beeld worden gebracht aan de hand van patiëntstromen op de SEH van het voormalig MC Zuiderzee.

Met gemiddeld ~1.200 unieke SEH-presentaties per maand viel het MC Zuiderzee in de categorie ‘middelgrote SEH’, ofschoon relatief klein binnen deze groep. Ongeveer 75% van de patiënten was afkomstig uit de regio. In overeenstemming met andere SEH’s in Nederland, was instroom het grootste gedurende kantoortijden, werden de meeste patiënten door de huisarts verwezen en was circa een derde van de patiënten 65 jaar of ouder.

Circa 31% van de patiënten presenteerden zich met letsel of een intoxicatie, meestal een fractuur of oppervlakkig letsel. Van de overige patiënten waren de specialismen cardiologie, inwendige geneeskunde en heelkunde het meest frequent hoofdbehandelaar. Hoewel slechts een zeer klein deel van de patiënten (1%) werd getrieerd als acuut zorgbehoevend, werd een aanzienlijk groter deel beoordeeld als zeer urgent (23%). Ook in deze laatste groep kan snel handelen vereist zijn om te voorkomen dat vitale functies bedreigd worden.

77

Feitenboek p.28

78

  van Bijsterveldt, M. & Kriens, J. Regionale spreiding van geletterdheid in Nederland. (Stichting Lezen & Schrijven, Maastricht University, 2016)

79

Feitenboek p.16 en p.29

In vergelijking met het Nederlands gemiddelde werden patiënten significant vaker opgenomen (39% versus 33%). Hiervan betrof een klein deel Intensive Care Unit (ICU) opnames (~2 tot 4% van alle SEH-presentaties). Patiënten werden relatief vaak ‘s avonds of ’s nachts op de ICU opgenomen en het meest frequent door het specialisme cardiologie, gevolgd door inwendige geneeskunde. 80

Door bevolkingsgroei, vergrijzing en een stijging van het aantal chronisch zieken zal de spoedzorgvraag de komende jaren toenemen. Dit wordt versterkt door extramuralisering van zorg en het daarmee gepaard gaande toenemend aantal kwetsbare thuiswonenden. Dit betreft niet alleen kwetsbare ouderen maar ook personen die bijvoorbeeld door psychiatrische problematiek kwetsbaar zijn. Deze kwetsbare thuiswonenden veroorzaken bovendien extra druk op de acute keten, onder meer doordat doorstroom naar andere vormen van zorg vaak lastig is. Daarnaast spelen culturele veranderingen een rol, hierbij moet gedacht worden aan de toenemende verwachting dat zorg 24/7 beschikbaar is. 81,82,83

  Geboortezorg

De manier waarop zorgverleners zijn betrokken bij de sluiting van acute verloskunde door het faillissement van het MC Zuiderzee heeft geresulteerd in een chaotisch proces. Zorgverleners zijn noodgedwongen acuut met elkaar in gesprek gegaan om tot concrete afspraken voor een nieuwe situatie te komen. De sluiting van het MC Zuiderzee had als belangrijkste consequentie een toename in reistijd in acute situaties tijdens de bevalling. De zorgstandaard integrale geboortezorg refereert aan de bereikbaarheidsnorm zonder dat de opbouw hiervan als theoretische spreidingsnorm wordt beschouwd. 84 Deze norm is volgens wetgeving echter geen prestatienorm. 85,86 Dit heeft tot gevolg gehad dat de afdeling acute verloskunde in Lelystad mocht sluiten, terwijl de totaaltijd van A1-ambulanceritten voor bevallingen op Urk in praktijk langer dan 45 minuten in beslag nam om een ziekenhuis te bereiken.

In de periode vanaf het faillissement tot op heden heeft een deel van de zorgverleners een transitie in werkwijze doorgemaakt. Zo zijn bijvoorbeeld relaties met zorgverleners uit een andere regio opgebouwd of versterkt. Ook is de praktijkuitvoering en het dienstrooster

80

Feitenboek p.48 – 53

81

 Baeten, S., Heida, J. & Lucieer, S. Vergrijzing vraagt om creativiteit. (SIRM, 2018)

82

 Werkgroep bijeenkomsten acute zorg

83

Volksgezondheid Toekomst Verkenning. RIVM (2018). 84 Zorgstandaard integrale geboortezorg, versie 1.1, 26 juni 2016. Expertgroep College Perinatale Zorg. 85 Beleidsregels WTZi 2017, artikel 4 van de Wet toelating zorginstellingen

86

Feitenboek, p. 70

aangepast om continuïteit van zorg te waarborgen. Daarnaast worden zwangere vrouwen aanvullend geïnformeerd over de consequenties van de veranderingen in het zorglandschap. Het realiseren van deze transitie is ten tijde van gelijkblijvende zorgvraag een uitdagende periode geweest, gezien de benodigde tijdsinvestering.

Ontwikkelingen op het gebied van demografie, cultuur en techniek resulteren in een verwachte toename in de vraag naar geboortezorg in Flevoland. Dit is deels te verklaren door landelijke trends die ook in Flevoland spelen, maar ook door regionale ontwikkelingen.

Landelijke trends

In het laatste decennium is het aantal thuisbevallingen landelijk afgenomen, met als gevolg een toename van bevallingen in een (poli)klinische setting. 87 Parallel daaraan zijn de ontwikkelingen rondom prenatale screening steeds uitgebreider en wordt daar ook meer gebruik van gemaakt. Daardoor wordt vaker het advies gegeven om gebruik te maken van technologieën die al vroeg in de zwangerschap inzichten opleveren. 88,89 Ook is de gemiddelde leeftijd van zwangere vrouwen toegenomen in de laatste decennia, van gemiddeld 25 jaar in 1975 naar gemiddeld 29,6 jaar in 2015 bij geboorte van het eerste kind. 90 Het uitstellen van de kinderwens leidt tot een hoger risico op ziekten en complicaties tijdens de zwangerschap en de bevalling. 91 Samenvattend kan worden verwacht dat een intensievere prenatale screening, gecombineerd met een toename van uitgestelde kinderwens de (pre)natale zorgvraag intensiveert.

Regionale trends

In de vier gemeenten die zijn geraakt door het verdwijnen van acute verloskunde in Lelystad, Dronten, Noordoostpolder en Urk, vinden op jaarbasis ~2.300 bevallingen plaats. 92 De komende jaren zal de zorgvraag ten gevolge van deze geboorten naar verwachting iets toenemen. De populatie in de regio van de voormalige MC IJsselmeerziekenhuizen zal groeien, maar niet meer dan de Nederlandse populatie. 93 De drie belangrijkste regionale

87

https://www.volksgezondheidenzorg.info/onderwerp/zorg-rond-de-geboorte/cijfers-context/gebruik#node-bevallingen-naar-lijn-enplaats

88

 Aanbieding advies Prenatale screening aan de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport door de Gezondheidsraad. 22 december 2016

89 Oratie Mw. prof. dr. E. Pajkrt, hoogleraar Verloskunde: Wat je niet weet, zie je niet. 9 juni 2017

90 Centraal Bureau voor de Statistiek, “Vrouwen steeds later moeder”

91 Nederlands Tijdschrift voor Geneeskunde, Gevolgen van uitstel van zwangerschap, E.R. te Velde, J.D.F. Habbema, C.G.J.M. Hilders en J.M.W.M. Merkus. 15 juli 2007

92 Feitenboek p.82

93 Feitenboek p.6 – 7

factoren die de zorgvraag voor geboortezorg beïnvloeden, zijn een toegenomen reisafstand naar een ziekenhuis 94 , een hoger percentage thuisbevallingen in een deel van Flevoland 95 en een relatief lage SES. 96 Voor de gemeente Urk geldt het geboortecijfer als vierde belangrijke regionale factor. Dit ligt op 20,2 geboortes per 1.000 inwoners; bijna het dubbele ten opzichte van het landelijke geboortecijfer van 10,4. De gemeenten Lelystad, Noordoostpolder en Dronten tonen een vergelijkbaar geboortecijfer met het landelijk gemiddelde. Eind 2018 is op initiatief van de verloskundigen kring Flevoland in samenwerking met de KNOV een enquête verstuurd vanuit de verloskundigenpraktijken. Hieruit bleek dat het animo voor een geboortecentrum niet doorslaggevend was om dit verder te onderzoeken. 97

5.3 De patiënt van vandaag is sterker betrokken en stelt meer eisen

Patiënten/burgers nemen in toenemende mate regie over hun eigen gezondheid door het raadplegen van online informatie over ziekte en gezondheid en het gebruik van wearables, die ook steeds meer mogelijkheden bieden. De hoeveelheid beschikbare data, alsmede de locaties waar dit wordt opgeslagen, nemen toe. Hier liggen onder meer kansen voor de persoonlijke gezondheidsomgeving (PGO) en artificial intelligence, die verder worden besproken in paragraaf 6.3.

De toenemende wens tot regie over de eigen gezondheid blijkt ook uit de toegenomen betrokkenheid bij het eigen zorgpad. Uit onderzoek van de Patiëntenfederatie Nederland bleek dat 94% van de ondervraagde deelnemers behoefte heeft om samen met de zorgverlener te beslissen over zorg, terwijl in 2017 niet meer dan 48% van de ondervraagden meerdere mogelijkheden kreeg voorgelegd door de zorgverlener. 98 Hier is het belangrijk om te constateren dat niet voor iedere aandoening gezamenlijk beslissen (‘shared decision making’) voor de hand liggend is.

Een derde belangrijke ontwikkeling is dat patiënten mondiger worden in het evalueren van zorginstellingen en zorgaanbieders. Zo blijkt uit een onderzoek van de Patiëntenfederatie Nederland en IG&H dat patiënten de afgelopen jaren steeds vaker een beoordeling geven aan de zorginstelling of zorgverlener. 99

94 Feitenboek p.39

95 Feitenboek p.82

96 Feitenboek p.10

97

Feitenboek, p. 88

98

 https://www.patientenfederatie.nl/images/Factsheet_Samen_Beslissen.pdf

99

https://www.patientenfederatie.nl/images/stories/Actueel/Nieuws/Open_Kaart_- _IGH_Consulting_en_Pati%C3%ABntenfederatie_Nederland.pdf

  • 6. 
    Verdieping: Ontwikkelingen in het

    zorgaanbod

Het huidige zorgaanbod is sinds het faillissement van het MC Zuiderzee door St Jansdal in Lelystad versterkt, door het openen van poliklinieken die zeer vergelijkbaar zijn met het aanbod poliklinieken begin 2018. Daarnaast voldoet de ambulancezorg op dit moment in Flevoland aan de gestelde norm. Voor acute verloskunde geldt dat zorgverleners sinds het faillissement duidelijke afspraken hebben gemaakt, deze hebben de samenwerking in de nieuwe situatie versterkt. Een belangrijk aandachtspunt blijft openbaar vervoer, aanvullingen in de vorm van pendeldiensten of versterkte vrijwilligersorganisaties zouden de bereikbaarheid voor een deel van de bevolking kunnen versterken.

Het toekomstige zorgaanbod wordt beïnvloed door technologische ontwikkelingen en toenemende kennis. Deze ontwikkelingen resulteren in het ontstaan van expertisecentra en de verschuiving van ziekenhuiszorg naar de thuissituatie en het verpleeghuis. Nieuw inzicht in wat patiënten belangrijk vinden in de zorg resulteert in meer aandacht voor samen beslissen en concepten als positieve gezondheid. Andere onderliggende factoren die de ontwikkelingen in het zorgaanbod bepalen zijn de druk op betaalbaarheid van de zorg en de tekorten op de arbeidsmarkt. Samenvattend wordt zorgaanbod door een groot aantal factoren beïnvloed. Daardoor is het voorspellen van veranderingen in het zorgaanbod en de snelheid waarmee deze veranderingen plaatsvinden complex.

In dit hoofdstuk bespreken we eerst het zorglandschap in de vier focusgemeenten. Daarna komen trends die het toekomstige zorgaanbod beïnvloeden aan de orde.

6.1 Kenmerken van het zorgaanbod in de gemeenten Lelystad, Dronten, Noordoostpolder en Urk

Sinds het faillissement van de MC IJsselmeerziekenhuizen is het zorgaanbod in de regio gewijzigd. De belangrijkste wijzigingen in het aanbod van ziekenhuiszorg, spoedzorg en ambulancezorg worden in deze paragraaf toegelicht. Tenslotte komt vervoer aan de orde.

Aanbod van ziekenhuiszorg Sinds 1 maart 2019 is een deel van het zorgaanbod uit het voormalig MC Zuiderzee hervat in Lelystad door het St Jansdal. Daarnaast zijn er vier algemene ziekenhuizen in de regio, gevestigd in Almere, Harderwijk, Heerenveen en Sneek waar patiënten terecht kunnen voor acute en planbare zorg. Isala in Zwolle ligt ook in de regio en heeft het profiel van een groot topklinisch ziekenhuis. 100 Op dit moment onderzoekt St Jansdal nog welke uitbreidingsmogelijkheden er zijn binnen het huidige zorgaanbod. Naast de geplande short stay opname afdeling voor electieve laagcomplexe ingrepen bij relatief gezonde patiënten, ligt een uitbreiding van behandelmogelijkheden in de lijn der verwachtingen. In aanvulling op het aanbod van de ziekenhuizen zijn ~tien zelfstandige behandelcentra (ZBC’s) in Lelystad, Dronten, Emmeloord en Swifterbant gevestigd. 101 In Lelystad is één ZBC geopend (Orthoparc) na sluiting van het MC Zuiderzee. In Dronten is een polikliniek van St Jansdal gevestigd en in Emmeloord een polikliniek vanuit de Antonius Zorggroep. Ook het Flevoziekenhuis heeft poliklinieken gevestigd buiten Almere, zoals voor nefro ilogie in Lelystad. 102

Spoedzorg

In maart en april werden per maand gemiddeld 341 patiënten uit één van de vier gemeenten op de spoedpoli in Lelystad gezien. 103 Op de SEH van het voormalig MC Zuiderzee waren gemiddeld 1.200 unieke SEH-presentaties per maand, waarvan ~75% uit de regio. 104 Dit betekent dat op dit moment ruim 35% van de patiënten uit de regio (initieel) gezien wordt op de spoedpoli in Lelystad. Dit betreft vooral een groot deel van de patiënten die zich met letsel presenteren, voor overige patiënten zijn de mogelijkheden zeker gedurende de avond en het weekeinde beperkt. 105

Ambulancezorg

Het wegvallen van de SEH in Lelystad heeft directe consequenties gehad voor het vervoer van patiënten met een acute zorgvraag. Ambulancevervoer is geclassificeerd in A1-, A2- en B-urgentie, waarbij de eerstgenoemde wordt ingezet bij de hoogste spoed. Bij A1-ritten is de prestatienorm dat een ambulance binnen een kwartier na melding ter plaatse moet zijn. Dit moet gelden voor minimaal 95% van de gevallen in de regio waar de regionale ambulancevoorziening actief is. Deze norm wordt in Flevoland behaald en dat is onveranderd

100 Feitenboek p.39

101 Feitenboek p.41

102 Feitenboek p.41

103 Feitenboek p.57

104 Feitenboek p.50

105 Feitenboek p.54 – 56

gebleven sinds november vorig jaar. 106 Er is geen prestatienorm voor de totale tijd vanaf de melding tot en met de aankomst in een ziekenhuis, wel houdt het RIVM rekening met de spreidingsnorm van 45 minuten om te bepalen welke ziekenhuizen geen SEH- of acute verloskunde afdeling mogen sluiten (Figuur 15). 107 De totale duur van ritten waarbij daadwerkelijk een patiënt is vervoerd, wordt niet standaard geëvalueerd, in tegenstelling tot de 15-minuten aanrijtijd. Voor het ambulancevervoer geldt dat voor een aantal specifieke toestandsbeelden, zoals binnen de acute cardiologie en acute vaatchirurgie, ook vóór het faillissement van het MC Zuiderzee al naar een ander ziekenhuis met specifieke faciliteiten werd gereden. 108

Figuur 15: De hele provincie Flevoland voldoet na sluiting van de SEH in het MC Zuiderzee aan de spreidingsnorm. De spreidingsnorm is een theoretische norm die, onafhankelijk van het faillissement, niet overeenkomt met de praktijk. Bron: RIVM.

Vervoer

Zorgaanbod gaat ook over toegankelijkheid van zorg; hier speelt vervoer een cruciale rol. Nu de reisafstand voor een deel van de zorg is toegenomen, is de rol van vervoer extra relevant geworden. Voor klinische zorg nemen de reistijden in de meeste plaatsen toe. Indien gereisd

106 Feitenboek p.71

107 Bereikbaarheidsanalyse SEH's en acute verloskunde 2018; Analyse gevoelige ziekenhuizen, Feitenboek p.72

108 Feitenboek p.47

wordt per auto is de impact is het grootst voor inwoners uit Lelystad. Voor inwoners van Swifterbant, Urk, Nagele en Tollebeek is de reistijd per openbaar vervoer naar een ziekenhuis langer dan een uur. In andere delen van de Noordoostpolder is de reistijd zowel per auto als per openbaar vervoer op een aantal plaatsen gelijk gebleven (Figuur 16). 109 Het openbaar vervoer is vastgelegd in langlopende concessies en contracten. Dit maakt dat herinrichting van de routes naar zorgvoorzieningen op de korte termijn onhaalbaar is gebleken.

Vanuit de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) is voor een deel van de inwoners die hier aanspraak op maken, vervoer per regiotaxi of deeltaxi beschikbaar bij de gemeente. 110 Deze groep ervaart daarom geen afhankelijkheid van openbaar vervoer. Voor inwoners die niet in het bezit zijn van een auto en geen ziekenhuis kunnen bereiken per openbaar vervoer, moet gezocht worden naar aanvullende oplossingen. In Lelystad bestaat al een vrijwillige vervoersservice, waar deze groep een beroep op zou kunnen doen. 111 Deze constructie bestaat ook in andere delen van Nederland, bijvoorbeeld via het Rode Kruis. 112

109 Feitenboek p.36

110 https://www.zorgwijzer.nl/faq/wmo-vervoer

111 https://www.welzijnlelystad.nl/projecten/automaatje/

112 https://www.rodekruis.nl/persbericht/rode_kruis_brengt_kwetsbare_patienten_naar_huis/

Figuur 16: Voor klinische zorg nemen de reistijden toe, de impact van het faillissement is het grootste voor de inwoners van Lelystad

6.2 Landelijke trends veroorzaken een verschuiving van ziekenhuiszorg naar expertisecentra, naar huis en naar VVT-instellingen

Het zorgaanbod wordt sterk beïnvloed door toegenomen technologische ontwikkelingen en kennis die vragen om gespecialiseerde professionals. Dit heeft op ziekenhuiszorg drie effecten (Figuur 17 op p.57). Ten eerste ontstaan expertisecentra, bijvoorbeeld een bundeling van 24/7 acute zorg in minder centra met gespecialiseerde faciliteiten. De concentratie van laagvolume oncologische zorg zoals in het Prinses Máxima Centrum voor kinderoncologie is een ander voorbeeld. Ten tweede zorgen technologische en medische innovatie voor meer mogelijkheden voor zorg thuis. Ten derde maken deze ontwikkelingen het mogelijk om kwetsbare groepen, met name ouderen, op te vangen in een verpleeghuissetting in plaats van in het ziekenhuis.

Figuur 17: Innovatie faciliteert de verschuiving van ziekenhuiszorg naar expertisecentra, naar huis en naar VVT- instellingen

6.3 De potentie van digitale innovatie en medische technologie is groot

De potentie van digitale en medisch technologische innovatie is groot, maar de impact is niet (volledig) bekend. In de volgende paragrafen komt digitale innovatie, waaronder artificial intelligence (AI) en e-health, aan bod. Daarnaast wordt kort in gegaan op andere (medisch) technologische ontwikkelingen die bijdragen aan verplaatsing van zorg en personalized medicine.

Voor Flevoland liggen de kansen – op korte termijn – met name bij de inzet van digitale ondersteuning van zorg op afstand, zoals telemonitoring en videoconsultatie. Daarbij wordt idealiter ook de mogelijkheid tot (mee)beoordeling door zorgprofessionals op afstand volledig benut zodat expertise niet altijd overal aanwezig hoeft te zijn. De beperkte digitale- en gezondheidsvaardigheden vragen echter aandacht, wil inzet van e-health en thuisbehandeling/zelfmanagement een succes worden in deze provincie. 113

113 Feitenboek p.28

Artificial Intelligence (AI)

Dat de mogelijkheden van AI in de zorg aanzienlijk zijn, is geen nieuws. Zo wordt gespeculeerd dat de ‘AI-dokter’ huidige artsen in de toekomst zal vervangen. Zover is het nog niet. In feite is Artificial Narrow Intelligence (ANI) een betere term voor de huidige staat van de technologie. Het stadium waarbij computers concepten ‘begrijpen’, ook wel Artifical General Intelligence (AGI) genoemd, is nog niet bereikt. Naast technologische beperkingen, zijn beperkte transparantie van systemen, ethische vraagstukken en vragen omtrent wet- en regelgeving belangrijke uitdagingen. 114,115,116

Deze uitdagingen maken ANI, onder andere door de snelle toename van beschikbare data, niet minder interessant. Grofweg kan ANI worden ingedeeld in Natural Language Processing (NLP) en Machine Learning (ML).

Natural Language Processing – het extraheren van informatie uit ongestructureerde data zoals aantekeningen van een arts – is essentieel voor maximaal gebruik van beschikbare data. NLP wordt steeds vaker gebruikt in de medische wereld. Bijvoorbeeld binnen het onderzoek naar chronische ziekten. Daarnaast wordt de toepassing van spraakherkenning gedurende poliklinische consulten verkend. Echter, toepassingen in de dagelijkse praktijk zijn momenteel nog beperkt. 117,118

Machine Learning (ML) alsmede deep learning, de moderne extensie van klassieke neurale netwerken (één van de ML-algoritmes), maakt gebruik van gestructureerde data. Niet verassend worden deze algoritmes het meest gebruikt binnen vakgebieden waar veel gestructureerde data beschikbaar is zoals de radiologie, radiotherapie, pathologie, oogheelkunde, dermatologie en genetica. Klinische applicaties betreffen onder andere ondersteuning bij bestralingsplanning en screeningsmammografieën. Een ander voorbeeld is SkinVision, een app die op basis van deep learning een risicobeoordeling en advies genereert. 119

114 Jiang, F. et al. Artificial intelligence in healthcare: Past, present and future. Stroke Vasc. Neurol. 2, 230–243 (2017).

115 Top Smart Algorithms In Healthcare. The Medical Futurist (2019).

116 Waarde(n)volle zorgtechnologie. Raad Volksgezondheid en Samenleving (2019).

117 Sheikhalishahi, S. et al. Natural Language Processing of clinical notes: A systematic review for Chronic Diseases (Preprint). JMIR Med. Informatics 7, 1–18 (2018).

118 Wouda, F. & Hutink, H. Artificial Intelligence in de zorg. (Nictiz, 2019)

119 https://www.skinvision.com/nl

E-health

Hoewel de toepassingen van e-health – in de jaarlijkse eHealth monitor van Nictiz en Nivel gedefinieerd als ‘de toepassing van zowel digitale informatie als communicatie om de gezondheid en de gezondheidszorg te ondersteunen en/of te verbeteren’ – toenemen is het gebruik van e-health nog beperkt. Vanwege krapte op de arbeidsmarkt en stijgende zorgkosten hebben onder andere zorgverzekeraars en de overheid stimuleringsbeleid ontwikkeld. Waarschijnlijk zorgt dit voor een toename in het gebruik van e-health. Al moet niet voorbij worden gegaan aan mogelijke consequenties, zoals het verlies van informatie die gepaard gaat met beeldbellen en de transformatie die nodig is, wat onder andere scholing van zorgprofessionals vraagt. 120

Het meest voor de hand liggende voorbeeld van e-health betreft wellicht wel het elektronische patiënten/cliënten dossier (EPD/ECD). Hoewel het gebruik hiervan in het afgelopen decennium ‘normaal’ is geworden, zijn de mogelijkheden, waaronder informatie-uitwisseling en AI-toepassingen, nog lang niet volledig benut. Wel kunnen patiënten/cliënten het EPD/ECD steeds vaker online inzien. Het gebruik hiervan is echter nog beperkt en huisartsen en medisch specialisten zijn niet onverdeeld positief. De persoonlijke gezondheidsomgeving (PGO), een omgeving waar een patiënt al zijn gezondheidsinformatie kan beheren, is meer geavanceerd en beoogt patiënten inzicht te geven in en regie te bieden over de eigen gezondheidssituatie. Eerder dit jaar ontvingen de eerste PGO’s het MedMij-label: ‘de Nederlandse standaard voor de veilige uitwisseling van gezondheidsgegevens’. 121

Daarnaast wordt e-health in toenemende mate ingezet in de behandeling en zelfmanagement van chronische aandoeningen. Hiervan zijn de ‘The Box’, COPD In Beeld en HartWacht goede voorbeelden. Met ‘The Box’ kunnen patiënten na het doormaken van een hartinfarct thuis onder andere een ECG (hartfilmpje) maken en hun bloeddruk meten. Door een forse toename van het aantal meetmomenten heeft de medisch specialist meer inzicht, daarnaast zijn ook de ervaringen van patiënten positief. 122 COPD In Beeld maakt gebruik van digitale vragenlijsten die door patiënten wordt ingevuld in een app. Bij afwijkende resultaten of vragen van de patiënt neemt een verpleegkundige contact op met de patiënt middels een videoverbinding. Indien nodig wordt medische expertise opgeschaald. De resultaten zijn gunstig, zo wordt een reductie van het aantal consulten en opnameduur geobserveerd. 123 Ook de resultaten van HartWacht,

120 Wouters, M. et al. E-health in verschillende snelheden. eHealth-monitor (2018).

121 https://www.medmij.nl/

122 Treskes, R. W. et al. Using Smart Technology to Improve Outcomes in Myocardial Infarction Patients: Rationale and Design of a Protocol for a Randomized Controlled Trial, The Box. JMIR Res. Protoc. 6, e186 (2017). 123 Value Based Health Care Prize 2019, COPD In Beeld (http://vbhcprize.com/copd-inbeeld/ )

gericht op patiënten met hypertensie, hartritmestoornissen en hartfalen, zijn positief. Patiënten zijn enthousiast, daarnaast wordt een afname van het aantal polikliniek- en SEH-bezoeken geobserveerd. 124

Miniaturisering en de ontwikkeling van nieuwe medicijnen

Naast e-health draagt miniaturisering van technologie bij aan de mogelijkheden tot zelfmanagement en thuisbehandeling. Een goed en al langer bestaand voorbeeld betreft zelfmanagement van antistollingsbehandeling. 125 Daarnaast wordt ook chemo- en immunotherapie vaker thuis gegeven, onder andere door de ontwikkeling van nieuwe medicatie zoals orale chemotherapie. 126,127

Gentechnologie en personalized medicine

Door de ontwikkeling van Next Generation Sequencing (NGS) is het mogelijk om snel en relatief goedkoop grote hoeveelheden DNA te analyseren. Door deze ontwikkeling, innovatie op verwante domeinen (omics sciences) en de mogelijkheid om grote hoeveelheden data te analyseren is steeds meer bekend over de relatie tussen genetica, het ontstaan van ziekte en het effect van behandeling. Deze kennis draagt bij aan personalized medicine: therapie op maat. De toepassing van personalized medicine – nu nog relatief nieuw – zal in de toekomst verder toenemen. Niet alleen in expertisecentra maar ook in de huisartsenpraktijk. Een andere veel belovende ontwikkeling binnen de gentechnologie betreft CRISPR-Cas. Een techniek waarmee DNA kan worden gemodificeerd en ziekte in de toekomst behandeld of voorkomen kan worden. Gentechnologie heeft echter ook nadelen, zoals onzekerheid over de betekenis van onderzoeksresultaten. Daarnaast zijn er maatschappelijke en ethische dilemma’s, in het bijzonder als het CRISPR-Cas betreft. 128,129

Virtual Reality

Virtual Reality (VR), ofwel een kunstmatige 3D werkelijkheid, wordt realistischer en beter betaalbaar. Hiermee nemen ook de toepassingen in de zorg toe. VR wordt bijvoorbeeld gebruikt om kinderen voor te bereiden op diagnostiek/behandeling. Daarnaast wordt VR

124 Value Based Health Care Prize 2019, HartWacht (http://vbhcprize.com/hartwacht-2/)

125 Dolor, R. J. et al. An evaluation of patient self-testing competency of prothrombin time for managing anticoagulation: prerandomization results of VA Cooperative Study #481--The Home INR Study (THINRS). J. Thromb. Thrombolysis 30, 263–275 (2010). 126 Immuuntherapie óók mogelijk in thuissituatie. Antoni van Leeuwenhoek Nederlands Kanker Instituut (2017) 127 Sohail, M. F. et al. Advancements in the oral delivery of docetaxel: Challenges, current state-of-the-art and future trends. Int. J. Nanomedicine 13, 3145–3161 (2018).

128 Kulski, J. K. Next-Generation Sequencing — An Overview of the History, Tools, and “Omic” Applications. in Next Generation Sequencing - Advances, Applications and Challenges i, 13 (InTech, 2016).

129 Volksgezondheid Toekomst Verkenning. RIVM (2018).

toegepast binnen de geestelijke gezondheidszorg, onder andere bij de behandeling van angststoornissen. 130 Ook shared decision making betreft een potentieel interessante toepassing, in het bijzonder binnen een populatie met beperkte gezondheidsvaardigheden. Mensen vinden het accuraat inschatten van een toekomstige gevoelstoestand immers moeizaam, daarmee is het lastig om bijvoorbeeld de kans op complicaties van een behandeling en de risico’s die gepaard gaan met het natuurlijk beloop van een aandoening naar waarde te schatten. VR zou hierbij kunnen helpen. 131

Uiteraard kunnen er nog veel meer interessante ontwikkelingen op het gebied van medische technologie genoemd worden. Voorbeelden betreffen de inzet van robotica in VVT- instellingen, bedoeld om de werkdruk te reduceren en sociale/zorgrobots die kwetsbare thuiswonenden ondersteunen. 132 Het voert voor dit rapport echter te ver om hierop in te gaan.

6.4 Ontwikkelingen in de organisatie van zorg benadrukken de centrale positie van de patiënt

De ontwikkeling van kennis over de organisatie van zorg beïnvloedt de manier waarop de zorg in het huidige stelsel wordt ingericht en hoe deze wordt vernieuwd. De patiënt staat tegenwoordig centraal, samen met de verlening van zorg aan de patiënt. Een belangrijk initiatief waar zorgaanbieders zich op richten is het aanbieden van keuzehulpen. Dat is in lijn met de trend dat de patiënt steeds vaker wenst samen te beslissen over de behandeling (paragraaf 5.3). Dit betreft zorgtrajecten waarbij persoonlijke wensen en omstandigheden van de patiënt worden meegenomen in de vorm van vragenlijsten, om uiteindelijk te komen tot een weloverwogen keuze voor een behandeling of een afwachtend beleid. 133 Aanbieders van keuzehulpen, die door middel van een koppeling met het EPD en visuele ondersteuning een rol spelen in het centraal stellen van de patiënt bij een keuze voor de behandeling, werken samen met zorginstellingen zoals het RadboudUMC om dit te bewerkstelligen. 134 Zorguitkomsten worden ook transparanter. Zo heeft het Zorginstituut een transparantiekalender opgesteld, deze blijft in ontwikkeling. Daarnaast biedt het Zorginstituut patiënten een keuzehulp voor tientallen aandoeningen, ter bevordering van een

130 Volksgezondheid Toekomst Verkenning. RIVM (2018). 131 Kahneman, D. & Snell, J. Predicting a changing taste: Do people know what they will like? J. Behav. Decis. Mak. 5, 187–200 (1992) 132 Lee, J. Y. et al. Nurses’ needs for care robots in integrated nursing care services. J. Adv. Nurs. 74, 2094–2105 (2018). 133 https://patientplus.info/zes-ziekenhuizen-starten-met-verrijkte-keuzehulp/

134 http://www.behandelingbegrepen.nl/2018/04/24/behandeling-begrepen-en-winq-ontvangen-subsidie-om-samen-beslissen-te href="http://www.behandelingbegrepen.nl/2018/04/24/behandeling-begrepen-en-winq-ontvangen-subsidie-om-samen-beslissen-te-ondersteunen/">ondersteunen/

weloverwogen keuze van de patiënt zelf. 135 Door het toegenomen aantal initiatieven op het gebied van waardegedreven zorg, ook wel Value Based Healthcare, is deze trend van transparante zorguitkomsten nog sterker in ontwikkeling. Het doel is om de best mogelijke uitkomsten van zorg aan te bieden tegen zo laag mogelijke kosten, waarbij de patiënt altijd centraal staat. 136

Zorgaanbieders hebben ook te maken met een veranderd verwachtingspatroon van patiënten. De mogelijkheden in het zorgaanbod nemen toe, zo kan het toedienen van een chemokuur tegenwoordig thuis plaatsvinden en hoeft de patiënt niet in alle gevallen naar het ziekenhuis (paragraaf 5.3 en paragraaf 6.3). Toegenomen verwachtingen van patiënten zijn hier een logisch gevolg van. Deze ontwikkeling vormt meteen ook een bedreiging voor de beschikbaarheid van zorg. Wanneer iedereen aan huis wordt behandeld, dan verhoogt dit het beroep op (specialistisch) verpleegkundigen, omdat het leveren van zorg op meerdere thuislocaties meer tijd vraagt dan de behandeling van meerdere patiënten op één afdeling in het ziekenhuis.

6.5 Positieve gezondheid en preventie

Gezondheid hangt samen met meer dan alleen het genezen van een ziekte. Samenvattend wordt de ambitie om ziekte te voorkomen landelijk breed gedragen door zowel overheid, zorgverzekeraars als zorgaanbieders. In Flevoland is ten opzichte van andere provincies nog ruimte om netwerkinitiatieven te ontplooien die op regionaal niveau kansen verkennen, net zoals in de andere provincies. Uit gesprekken met zorgverleners vanuit Urk en de Noordoostpolder is al duidelijke interesse getoond in positieve gezondheid en preventie. Ook in de gemeente Lelystad staat dit onderwerp hoog op de agenda. Gemeenten Lelystad, Dronten, Noordoostpolder en Almere vallen onder de zogeheten GIDS-gemeenten. GIDS staat voor Gezond in de Stad en is aangesloten bij het Nationaal Programma Preventie. Dit programma loopt sinds 2014 en wordt gecontinueerd tot 2021. Doelstelling is om in woonplaatsen met gezondheidsachterstanden, preventie te stimuleren. 137 Een mooi voorbeeld in Flevoland is de focus op kwetsbare zwangeren in het Flevoziekenhuis op de ExtraZorgPoli, met de ambitie om invulling te geven aan het programma Kansrijke Start, waarbij ook eerstelijnsverloskundigen uit Lelystad betrokken zijn. Meer integratie heeft de potentie om betere zorg te leveren, kosten te besparen en mensen meer jaren in goede gezondheid te geven.

135 https://www.kiesbeter.nl

136 Michael E. Porter, Redefining Healthcare, 2006

137 https://www.gezondin.nu/gids-gemeenten

In 2017 is het Nationaal Programma Preventie gestart, hier wordt de ambitie uitgesproken om richting 2030 de toename van het aantal chronisch zieken zoveel mogelijk te beperken. 138 Het RIVM evalueert jaarlijks hoe preventie in het zorgstelsel tot zijn recht komt vanuit samenwerking tussen gemeenten en zorgverzekeraars. 139 Hieruit blijkt dat van de 81 landelijke netwerkinitiatieven die werken aan een vorm van preventie, slechts één is gevestigd in Flevoland. Het Nationaal Preventieakkoord richt zich op roken, overgewicht en problematisch alcoholgebruik en biedt alle spelers in het zorgstelsel een aanpak om in te zetten op concrete afspraken om de zorg en zorgkosten die gepaard gaan met deze drie trends te beperken richting 2040. 140

Een initiatief dat zich richt op zorgaanbieders, is de stichting Institute for Positive Health (iPH), met de ambitie om mensen langer, gelukkiger en gezonder te laten leven. Daartoe is een gespreksinstrument ontwikkeld voor zorgverleners. Voorbeelden van componenten die aan bod komen zijn meedoen en zinvol leven. 141 In Noord-Limburg is onderzoek gedaan naar het implementeren van dit gespreksinstrument in de spreekkamer van huisartsen. 142 Een reductie in het aantal verwijzingen naar een medisch specialist was een belangrijke bevinding in dit experiment.

6.6 Samenwerking en de ambitie om de juiste zorg op de juiste plek aan te bieden

Samenwerking tussen verschillende zorgaanbieders wordt ook ketenintegratie of netwerkgeneeskunde genoemd. Ketenintegratie kan nog beter georganiseerd worden. Een aandachtspunt is de organisatie van toegang tot patiëntgegevens voor zorgverleners vanuit verschillende instellingen die gezamenlijk aan de behandeling werken. Informatie-uitwisseling is daarbij nog een uitdaging, omdat verschillende ICT-systemen die binnen de zorg worden gebruikt niet eenvoudig aan elkaar te koppelen zijn. Idealiter ziet een zorgverlener continu alle voor hem of haar relevante gegevens van een patiënt, zodat diagnostiek niet dubbel uitgevoerd hoeft te worden. Dit brengt zowel tijdswinst voor de patiënt, als een kostenbesparing voor het stelsel met zich mee. Dit is een landelijke trend, maar geldt ook in Flevoland.

138 RIVM, Factsheet Nationaal Programma Preventie (2017) 139 RIVM, Evaluatie Preventie in het Zorgstelsel, Samenwerking gemeenten en zorgverzekeraars ten aanzien van preventie in 2018 140 Nationaal Preventieakkoord (2018)

141 Institute for Positve Health, begeleidingsdocument zorgverleners 142 Jung et al. Meer tijd voor patiënten, minder verwijzingen (2018)

Bij het begrip ‘juiste zorg op de juiste plek’ gaat het om het voorkomen van (duurdere) zorg, het verplaatsen van zorg naar dichterbij de patiënt en het vervangen van zorg door andere vormen van zorg. 143 Dit betekent dat er meer integraal wordt gekeken naar de gezondheid van de patiënt en het voorkómen van ziekten. Als er dan zorg nodig blijkt, wordt afgewogen waar deze zorg het beste plaats kan vinden en hoe de bijbehorende kosten zonder kwaliteitsverlies kunnen worden beperkt. Dat kan betekenen dat andere vormen van zorg zoals e-health of het leveren van zorg thuis worden ingezet. Deze ontwikkelingen bieden kansen voor de inwoners van Flevoland en passen ook goed bij de ambitie die de provincie zou moeten hebben om een doelgericht en vernieuwend zorgaanbod te realiseren.

6.7 Arbeidsmarkt

In Nederland geldt een krapte op de arbeidsmarkt voor bepaald zorgpersoneel, met name verpleegkundigen. Hoewel recent eerdere projecties flink zijn bijgesteld 144 , loopt het tekort de komende jaren nog fors op. De instroom van verpleegkundige opleidingen is inmiddels verbeterd, maar de uitstroom is nog hoog. In het bijzonder verpleegkundig personeel op de operatiekamer (OK-assistenten en OK-verpleegkundigen), IC- en SEH-verpleegkundigen is schaars. 145 Ook aan bepaalde medisch specialisten is een tekort, vooral aan oogartsen, MDL- artsen en reumatologen, psychiaters, SEH-artsen KNMG en specialisten ouderengeneeskunde. 146 Daarnaast geldt krapte op de arbeidsmarkt ook voor verloskundigen. 147 De genoemde tekorten op de arbeidsmarkt worden in Flevoland ook flink gevoeld, in zowel dunbevolkte gebieden als de achterstandswijken in de dorpen en steden. Als reden voor het voornemen om de kindergeneeskunde in het toenmalige MC Zuiderzee te sluiten is een tekort aan kinderartsen aangevoerd, maar daaraan lijkt landelijk geen tekort. 148

Het voormalig MC Zuiderzee had moeite om voldoende kinderartsen aan zich te binden. De Nederlandse Vereniging voor Kindergeneeskunde heeft onderzocht dat de omvang van de patiëntenpopulatie, het profiel van een ziekenhuis en de locatie van invloed zijn op de keuze van kinderartsen om voor een ziekenhuis te gaan werken. Ziekenhuizen met relatief weinig

143 Rapport Taskforce De Juiste zorg op de juiste plek (2018) 144 https://www.rijksoverheid.nl/actueel/nieuws/2019/05/23/aanpak-personeelstekort-zorg-werkt 145 https://www.venvn.nl/Berichten/ID/2783544/Eindelijk-forse-verhoging-opleidingsplaatsen-gespecialiseerd-verpleegkundigen 146 https://capaciteitsorgaan.nl/arbeidsmarktmonitor/

147 https://www.knov.nl/actueel-overzicht/nieuws-overzicht/detail/capaciteitsproblematiek-neemt-toe-en-leidt-tot-nijpende href="https://www.knov.nl/actueel-overzicht/nieuws-overzicht/detail/capaciteitsproblematiek-neemt-toe-en-leidt-tot-nijpende-situaties/2446">situaties/2446

148 Feitenboek, p.35

patiënten en een algemeen profiel in een dunbevolkt gebied zijn minder in trek. 149 Het lijkt waarschijnlijk dat bovenstaande ook voor andere specialismen met een relatief hoog aantal landelijke vacatures geldt.

Aan huisartsen is eveneens een groeiend tekort, dat nu met name wordt gevoeld in een groeiend aantal vacatures, patiëntenstops en moeite om opvolging of waarneming te vinden. 150 In achterstandswijken en dunbevolktere gebieden zijn deze tekorten nijpender dan in bijvoorbeeld de Randstad. Met een verwachte verdere verschuiving van ziekenhuis naar de eerste lijn, lijkt het tekort aan huisartsen verder op te gaan lopen. In de gemeenten Lelystad, Dronten, Urk en Noordoostpolder is een tekort aan huisartsen, dat naar verwachting verder zal toenemen. Huisartsen rapporteren overvolle praktijken die de norm van 2095 patiënten overschrijden. 151 Dit tekort wordt mogelijk versterkt door het faillissement van de MC IJsselmeerziekenhuizen, de huisartsen zijn van mening dat het wegvallen van een deel van de ziekenhuiszorg uit Lelystad een negatieve invloed heeft op de aantrekkelijkheid van het vak in de regio. 152

Eén van de antwoorden op tekorten, is het realiseren van een betere instroom en betere afstemming tussen vraag en aanbod. In de afgelopen decennia is er vaak een golfbeweging gezien van tekorten naar overschotten en weer terug voor verschillende medische specialisaties. Een betere aansluiting tussen het aantal zorgprofessionals dat nodig is en wordt opgeleid zou helpen om deze tekorten deels terug te dringen.

6.8 Betaalbaarheid van de zorg

De zorguitgaven in Nederland zullen zonder interventie tussen 2015 en 2040 verdubbelen tot € 174 miljard per jaar. 153 Dit wordt onder andere veroorzaakt door de dubbele vergrijzing (er zijn meer ouderen en die worden gemiddeld ouder), het feit dat meer ziekten chronisch van aard worden, de welvaartstijging, de opkomst van nieuwe medische technologie en de verwachte bevolkingsgroei.

149 Nederlandse Vereniging voor Kindergeneeskunde (NVK), interview De Stentor, 5 juli 2018 150 https://www.lhv.nl/actueel/dossiers/huisartsentekorten

151 https://www.medischcontact.nl/nieuws/laatste-nieuws/artikel/-normpraktijk-huisarts-zakt-naar-2095.htm 152 Werkgroepbijeenkomst klinische zorg voor kwetsbare groepen

153 https://www.vtv2018.nl/zorguitgaven

Hierdoor wordt de zorg in Nederland in de toekomst onbetaalbaar. Onder andere ter beheersing van de zorgkosten zijn diverse hoofdlijnenakkoorden getekend. 154 Voor de medisch specialistische zorg is bijvoorbeeld een beperking van de groei van de kosten van 10 naar 8 miljard euro voor de periode 2019-2022 afgesproken. Voor de huisartsenzorg zijn juist stijgingen van de uitgaven in het hoofdlijnenakkoord afgesproken. 155 Door de inzet van ‘juiste zorg op de juiste plek’, het terugdringen van de regeldruk en het inzetten van innovatieve vormen van zorg moet dit doel behaald worden. Alle partijen in het zorgstelsel hebben de (morele) plicht om waar mogelijk de groei van zorguitgaven te beperken. Het verplaatsen van zorg naar een andere lijn kan resulteren in een kostenbesparing, op voorwaarde dat de vrijgekomen ruimte niet met andere taken wordt ingevuld. Verschuiving van zorg kan een financiële uitdaging vormen indien medischspecialistische zorg kan worden ondergebracht in de eerste lijn, omdat dit in verminderde inkomsten voor de tweede lijn resulteert. Een vergelijkbare uitdaging kan ontstaan indien verschuiving van zorg onder een andere stelselwet komt te vallen, bijvoorbeeld een verschuiving van de zorgverzekeringswet naar de wet maatschappelijke ondersteuning. Wanneer de inzet op welzijn en preventie wordt vergroot, komt dit onder budget van gemeenten te vallen en levert dit potentieel een besparing voor zorgverzekeraars op. Een dergelijke verschuiving brengt een financiële uitdaging met zich mee.

Tot slot wordt de inzet op technologie in de zorg onder andere gedreven door stijgende zorgkosten. Echter, prognoses laten zien dat juist de technologische ontwikkelingen verdere stijging van zorgkosten in de toekomst grotendeels veroorzaken. 156 Dat is zeker het geval indien innovatie additief is op het huidige zorgaanbod en substitutie niet slaagt.

De landelijke ontwikkelingen gelden ook voor Flevoland. Ook hier worden discussies gevoerd over de verplaatsing van zorg naar dichter bij huis, het inzetten van innovatie gericht op het beter maar ook zeker goedkoper maken van de zorg en de impact van de vergrijzing die de komende jaren in Flevoland sterk zal toenemen. 157

154 https://www.rijksoverheid.nl/actueel/nieuws/2018/06/04/hoofdlijnenakkoord-medisch-specialistische-zorg-2019-2022-ondertekend 155 https://www.lhv.nl/actueel/dossiers/hoofdlijnenakkoord

156 Volksgezondheid Toekomst Verkenning. RIVM (2018).

157 Feitenboek p.5

  • 7. 
    Bijlage: Over de schrijvers

Daar waar de term toekomstverkenner is gebruikt in dit rapport wordt gerefereerd aan het team toekomstverkenning dat bestaat uit de volgende vier adviseurs van IG&H:

Bas Leerink | Associate Partner  Rol in project: als Associate Partner van IG&H was Bas eindverantwoordelijk voor de projectexecutie.  Relevante ervaring: Bas heeft brede en diepgaande expertise in ziekenhuisbestuur, zorgverzekeraars, zorginkoop en managementadvies, onder andere als voorzitter van de raad van bestuur van het Medisch Spectrum Twente. Daarnaast is Bas lid van de Raad voor de Volksgezondheid en Samenleving.

Adriaan Kraal | Manager  Rol in project: Adriaan is verantwoordelijk geweest voor project- en stakeholdermanagement. Inhoudelijk was hij betrokken bij geboortezorg en klinische zorg voor kwetsbare groepen.  Relevante ervaring: als senior consultant bij Berenschot is Adriaan betrokken geweest bij het formuleren van korte en lange termijnstrategieën, uitvoeren van haalbaarheidsstudies en evaluaties. Door zijn klinische ervaring als AIOS KNO in het UMC Utrecht, kent hij de zorgsector van binnenuit.

Anouk Baars | Consultant  Rol in project: Anouk was inhoudelijk betrokken bij geboortezorg en acute zorg. Daarnaast was zij betrokken bij project- en stakeholdermanagement.  Relevante ervaring: procesoptimalisatie, project- en verandermanagement en strategietrajecten. Haar onderzoeksachtergrond (onder andere Harvard Medical School) is relevant bij complexe vraagstukken en analyses.

Berdine Heesterman | Consultant  Rol in project: Berdine was inhoudelijk betrokken bij acute zorg en klinische zorg voor kwetsbare groepen. Ook bracht zij de populatie van de regio nauwkeurig in kaart en was ze betrokken bij stakeholdermanagement.  Relevante ervaring: na de master Geneeskunde te hebben afgerond in Leiden, promoveerde Berdine op erfelijke paragangliomen in het LUMC. Binnen IG&H heeft zij ervaring opgedaan in transitietrajecten, strategische verkenningen en procesoptimalisatie.

.

2019 Feitenboek IG&H | Make strategy work! ®

IG&H | Health

Feitenboek 2.0

Toekomstverkenning Zorg Flevoland

In opdracht van Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport

© IG&H

Status van dit document

Dit document, “het feitenboek”, is aanvankelijk opgesteld ten behoeve van een gelijke

informatiepositie als eerste onderdeel van de toekomstverkenning voor zorg in de provincie

Flevoland (januari – februari 2019) in opdracht van het

Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport.

In het tweede deel van de toekomstverkenning (maart – juli 2019) zijn diverse

vervolganalyses uitgevoerd op basis van voortschrijdend inzicht. Deze analyses zijn

voortgekomen uit inhoudelijke werkgroepen, voornamelijk bestaande uit zorg- en

hulpverleners en de toekomstverkenner, binnen de thema’s acute zorg, acute verloskunde

en klinische zorg voor kwetsbare groepen.

De basis van de toekomstverkenning is breder dan enkel dit document, dat zich richt op

feitelijkheden. Inzichten van deelnemers ten aanzien van de toekomstvisie zijn verwerkt in

het rapport ‘Toekomstverkenning zorg in Flevoland’.

Inhoud

Patiënt en profiel Zorgaanbod Proces toekomstverkenning

Inhoud

Patiënt en profiel Zorgaanbod Proces toekomstverkenning

Demografische kenmerken van de populatie in de regio van de MC IJsselmeerziekenhuizen

Gezondheid, zorgkosten en gebruik WMO maatwerkvoorzieningen

Kwetsbare groepen

Profiel en reistijden

Bevolking | in de regio van de MC IJsselmeerziekenhuizen is jonger dan

Nederlandse populatie, maar percentage 65 plussers neemt toe

De bevolking in het adherentiegebied van de MC IJsselmeer Het percentage inwoners van 65 jaar en ouder neemt, naar ziekenhuizen is relatief jong t.o.v. de bevolking in Nederland, dit is het verwachting, in de hele regio toe . Dit is het meeste uitgesproken in de

meest uitgesproken op Urk Noordoostpolder, de populatie op Urk blijft daarentegen relatief jong

Leeftijdsdistributie 2018 Leeftijdsdistributie 2040

Mediane leeftijd Aandeel per leeftijdscategorie (t.o.v. 2018) (Q 1 – Q 3 ) 0 – 20 jaar 20 – 65 jaar ≥ 65 jaar

Súdwest-Fryslân 45 (21 – 62) ** Súdwest-Fryslân 22% (-2%) 48% (-7%) 30% (9%) Nederland 42 (22 – 60) ** Nederland 22% (-1%) 52% (-7%) 27% (8%) Harderwijk 41 (20 – 59) ** Harderwijk 23% (-2%) 50% (-8%) 27% (9%) Dronten 41 (20 – 58) ** Dronten 22% (-2%) 51% (-7%) 27% (9%) Noordoostpolder 40 (19 – 58) ** Noordoostpolder 23% (-2%) 48% (-10%) 29% (12%) Lelystad 40 (20 – 58) ** Lelystad 21% (-3%) 51% (-7%) 28% (11%)

Regio MCIJ 39 (18 – 57)** Regio MCIJ 23% (-3%) 50% (-7%) 26% (10%)

Urk 27 (12 – 48) ** Urk 32% (-6%) 52% (-1%) 16% (6%)

Bronnen: CBS 2018; CBS prognose 2017; Gemeentes: Lelystad, Noordoostpolder, Dronten en Urk ** Significant verschillend van de Nederlandse populatie (Kruskal-Wallis one-way analysis of variance en posthoc tests)

Bevolking | in de regio van de MC IJsselmeerziekenhuizen neemt toe, maar

niet meer dan de Nederlandse populatie

Bevolking in de regio van de MC IJsselmeerziekenhuizen groeide in de afgelopen jaren met wisselende snelheid , maar wijkt niet evident af van de bevolkingsgroei in Nederland. Urk is hierop een uitzondering

Aantal geboortes Geboorteoverschot Migratiesaldo Bevolkingsgroei 2010-2017

per 1000 inwoners per 1000 inwoners per 1000 inwoners (2010 – 2017) (2010 – 2017) (2010 – 2017)

Nederland 10,4 1,9 2,3

Lelystad 11,6 4,6 0,6 Noordoostpolder 11,9 4,3 15,8 § Dronten 10,1 4,0 13,4

Urk 20,2 15,8 0,5 Harderwijk 12,2 4,6 1,1

Súdwest-Fryslân 9,6 0,4 0,5

Aantal inwoners in regio van de MC IJsselmeerziekenhuizen groeit naar verwachting, maar niet meer dan de Nederlandse populatie. Het 67% prognoseinterval, een maat voor de nauwkeurigheid van de prognose, is echter relatief breed

Gemeente - nationaal Populatie 2018 – 2040 Populatie regio MC IJsselmeerziekenhuizen

§ 2018 – 2040

§

67% prognoseinterval

Bronnen: CBS 2018; CBS prognose 2017; vanaf 2011 voor Súdwest-Fryslân; § gemeentes: Lelystad, Noordoostpolder, Dronten en Urk

Bevolking | in de regio van de MC IJsselmeerziekenhuizen neemt toe, maar

bevolkingsgroei wisselt per gemeente

Zowel het CBS als de gemeente Lelystad verwachten bevolkingsgroei in de Naar verwachting blijft het aantal inwoners in de Noordoostpolder de periode 2019 – 2024, daarna zal de groeisnelheid afnemen/ negatief worden komende jaren ~ gelijk, maar neemt deze vanaf ~ 2025 geleidelijk af

CBS prognose (2017) Onderzoek & Statistiek Lelystad (2019) †

67% prognose 67% prognoseinterval interval

Naar verwachting zal het aantal inwoners in Dronten de komende jaren

geleidelijk blijven stijgen Op Urk blijft het aantal inwoners, naar verwachting, het snelst groeien

67% prognoseinterval

67% prognoseinterval

Bronnen: CBS prognose 2017; Bevolkingsprognose 2019 – 2034, Onderzoek en Statistiek Gemeente Lelystad. De bevolkingsprognoses worden gebaseerd op demografische componenten en woningbouwveronderstellingen. Het CBS/PBL gebruiken de PEARL model en de gemeente Lelystad GBPRO model. Historische cijfers meegenomen in de prognose van Lelystad dateren vanuit 2013 – 2017. Het CBS gebruikt een uitgebreid verantwoordingsmodel (Stoeldraijer, Van Duin en Huisman, 2017). † De gemeente Lelystad verwacht vanaf 2028 een negatief geboorteoverschot, wat gecompenseerd wordt door een positief migratiesaldo

Bevolking | er zijn circa net zoveel mannen als vrouwen in de regio;

de levensverwachting bij geboorte is hoger voor vrouwen

Voor iedere leeftijd geldt dat er circa net zo veel mannelijke als vrouwelijke inwoners zijn, alleen in de hogere leeftijdscategorieën zijn er iets meer vrouwen dan mannen, passend bij de hogere leeftijdsverwachting van vrouwen.

Bevolkingsopbouw naar geslacht 1

Levensverwachting bij geboorte 2

Mannen Vrouwen

 Gemeentes Mediaan: 80,1 Mediaan: 83,6 Nederland (n = 385) Q1 – Q3: 79,3 – 80,9 Q1 – Q3: 82,8 – 84,4

 Lelystad 79.0** 81.3**

 Noordoostpolder 80.2 ** 83.8**

 Dronten 81.7** 85.8**

 Urk 77.0** 84.1 ** ** wijkt significant af (analyse RIVM)

Bronnen: 1 CBS 2018; 2 CBS doodsoorzakenstatistiek, bewerkt door RIVM

Migratieachtergrond | relatief veel inwoners met een

migratieachtergrond in Lelystad en relatief weinig op Urk

Gemeente - nationaal Q 1 Q 3

 Aantal inwoners met een migratieachtergrond is relatief hoog in Lelystad , waarvan circa ⅔ een niet-westerse migratie

achtergrond heeft.  Op Urk is het aantal inwoners met een migratieachtergrond

juist relatief laag .  Inwoners met een niet-westerse migratie achtergrond zijn iets

vaker van de eerste generatie (~55% in de 4 gemeentes); het tegenovergestelde geldt voor inwoners met een westerse

Q migratieachtergrond (~48% eerste generatie). 1 en Q 3 : totaal migratieachtergrond

Nederlandse gemeentes (n = 380)

Bron: CBS 2018 Migratieachtergrond gedefinieerd als persoon met tenminste één ouder die in het buitenland is geboren. Eerste generatie: persoon die in het buitenland geboren is, met tenminste één ouder die in het buitenland is geboren Tweede generatie: persoon die in Nederland geboren is met tenminste één ouder die in het buitenland is geboren

Sociaal Economische Status | is lager dan het NL gemiddelde, maar

aanzienlijk deel van NL bevolking woont in een wijk met lagere SES

Sociaal economische status (SES – statusscore) in de regio van de MC IJsselmeerziekenhuizen is lager dan het Nederlandse gemiddelde, maar > 25% van de Nederlandse bevolking woont in een postcodegebied waar de statusscore lager is

Q 1 NL Q 3 De statusscore is beschikbaar per postcodegebied

(>100 huishoudens) en wordt berekend op basis van de volgende indicatoren:  gemiddeld inkomen  percentage van de bevolking met een laag inkomen (2017: €1960 per maand voor een gezin met twee kinderen)  percentage laag opgeleiden (basisonderwijs, v(m)bo, mavo of mbo-1 de hoogst voltooide opleiding)  percentage van de bevolking dat niet werkt

De in de grafiek getoonde statusscore zijn gewogen naar het aantal inwoners per postcodegebied. Op basis van de statusscore wordt voor ieder postcodegebied de rangorde bepaald (hoogste tot laagste SES: 1 - 3560). De spreiding van de

Min: – 7.8 Max: 2.8 statusscore per postcodegebied is groot, zo varieerde Laag Hoog Geen gegevens de rangorde in Lelystad van 4 – 3555.

Bron: Sociaal cultureel planbureau 2017

Gezondheidsvaardigheden en patiëntactivatie

Gezondheidsvaardigheden en patiëntactivatie beïnvloeden de mate waarin een patiënt in staat is om zelf de verantwoordelijkheid te nemen over de eigen zorg.

Gezondheidsvaardigheden zijn de vaardigheden die een patiënt nodig heeft om beslissingen te nemen t.a.v. de gezondheid. Hiertoe behoren zowel functionele vaardigheden, zoals lezen, schrijven en rekenen, als sociale vaardigheden en het kritisch vermogen. Het aannemen van een actieve patiëntrol, patiëntactivatie, hangt meer samen met zelfvertrouwen, motivatie en verantwoordelijkheidsgevoel voor de eigen gezondheid.

Mensen met lagere gezondheidsvaardigheden en patiëntactivatie ervaren een lagere mate van gezondheid en hebben ook daadwerkelijk slechtere gezondheidsuitkomsten. Hoewel beiden niet één op één samenhangen met een lage SES, worden lage gezondheidsvaardigheden en patiëntactivatie wel vaker gezien bij ouderen, laaggeletterden, lager opgeleiden en mensen met een lager inkomen (indicatoren voor de statusscore). Daarnaast neemt de patiëntactivatie af bij mensen met een slechtere gezondheid.

Bron: NIVEL, Kennissynthese: gezondheidsvaardigheden: niet voor iedereen vanzelfsprekend

IQR berekend op basis van alle postcodegebieden in Nederland waarvoor een statusscore bekend was in 2017 en het aantal inwoners per postcodegebied in datzelfde jaar.

© IG&H - Utrecht 2019 Toekomstverkenning Zorg Flevoland | Feitenboek 10

Inhoud

Patiënt en profiel Zorgaanbod Proces toekomstverkenning

Demografische kenmerken van de populatie in de regio van de MC IJsselmeerziekenhuizen

Gezondheid, zorgkosten en gebruik WMO maatwerkvoorzieningen

Kwetsbare groepen

Profiel en reistijden

Gezondheid | inwoners Lelystad en Urk is relatief slecht in vergelijking

met Nederlandse populatie (I)

Het aantal inwoners met overgewicht is relatief hoog in Lelystad. Dit geldt ook voor het aantal rokende inwoners, m.b.t. tot roken worden vergelijkbare cijfers gerapporteerd in Harderwijk en Súdwest-Fryslân. Het aantal inwoners in de provincie Flevoland met een verhoogde bloeddruk wijkt niet significant af van het gemiddelde in Nederland

Percentage 1 Overgewicht Roken

≥ 19 jaar, BMI ≥ 25 Percentage gemeente Percentage gemeente 15 – 38 Range wijken Range wijken

38 – 45 45 – 50

50 – 53 54% 22% 53 – 70 Lelystad 32% (Warande oost) – 60% 13% (Vogelweg) – 38% 57 – 70 (Stadscentrum Het Ravelijn) (Warrande oost)

Q 1 - Q 3 : 49 - 54

48% 20% Percentage 1 Dronten 43% (Dronten west) – 53% 18% (Dronten zuid) – 24% ≥ 19 jaar, Rookt (soms) (Swifterband) (Dronten noord)

5 – 17 17 – 19 19 – 21

21 – 23 20% 23 – 26 Noordoostpolder

50%

48% (Marknesse) – 57% (Bant) 18% (Rutten) – 22%

26 – 30 (Luttelgeest)

30 – 55

Q 1 - Q 3 : 18 - 21

Urk 53% 19% Percentage 2

Verhoogde bloeddruk Friesland: 14,9%

12,9 – 13,8 13,8 – 14,8 14,8 – 15,9

15,9 – 16,9 Harderwijk 50% 22% 16,9 – 17,9 Flevoland: 13,9% 17,9 – 18,9 Noord- en oost Gelderland: 12,8% **

Súdwest-Fryslân 50% 21%

gecorrigeerd voor leeftijd en geslacht; ** percentage wijkt significant af (analyse RIVM)

Bronnen: 1 RIVM - regressieanalyse Gezondheidsmonitor 2016 en predictoren CBS (van de Kassteele et al. Int J Health Geogr, 2017); 2 CBS gezondheidsenquête 2014 – 2016

© IG&H - Utrecht 2019 Toekomstverkenning Zorg Flevoland | Feitenboek 12

Gezondheid | inwoners Lelystad en Urk is relatief slecht in vergelijking met

Nederlandse populatie (II)

Risicofactoren hebben een grote impact op de gezonde levensverwachting Sterfte naar doodsoorzaken 5

Recent grootschalig prospectief cohort onderzoek (Rotterdam Study) 1 , laat een duidelijk verband zien tussen de risicofactoren

overgewicht, roken en hypertensie en het optreden van een herseninfarct, hartziekte, diabetes, chronische longziekte, kanker **

en/of neurodegeneratieve ziekte (o.a. dementie). Kanker **

Een groot deel van de populatie krijgt uiteindelijk te maken met één van deze aandoeningen (levenslang risico ~ 94% vanaf 45 jarige leeftijd), bovendien wordt 1/3 van deze patiënten gediagnosticeerd met meerdere van deze ziekten. Maar, personen zonder

risicofactoren leven gemiddeld 9 jaar langer zonder één van deze aandoeningen dan personen met alle drie de risicofactoren. **

Daarnaast is de levensverwachting gemiddeld 6 jaar langer. Ziekten van het ** hartvaatstelsel

**

Ook in Flevoland zijn bovengenoemde aandoeningen een belangrijke oorzaak voor mortaliteit: ~ 60% gedurende de afgelopen vijf jaar (2013-2017), dit cijfer is iets hoger dan het Nederlands totaal (58%). 2

Ziekten van de **

ademhalingswegen

Exclusief neurodegeneratieve aandoeningen, gezien deze niet voorkomen in de CBS doodsoorzaken statistiek

De inwoners van Lelystad zijn in vergelijking met de Nederlandse populatie minder gezond, dit geldt niet voor **

de andere gemeentes in de regio van de MC IJsselmeerziekenhuizen. Behalve op Urk, waar gunstige resultaten Niet-natuurlijke

worden gezien m.b.t. ervaren gezondheid en langdurige ziekte, maar de levensverwachting desondanks laag is doodsoorzaken

Eén of meer ≥ 3 chronische Goede – zeer goede Levensverwachting **

langdurige ziekten aandoeningen ervaren gezondheid bij geboorte Totaal **

(%; 2016 3 ) ( %40 plussers; 2017 4 ) (%; 2016 3 ) (jaren ; 2013 – 2016 5 ) **

 Nederland 0 50 100 150 200

 Gemeentes  35%  75%  81.5 Nederland (n = 385  Mediaan: 34%  Mediaan: 3,6%  Mediaan: 77%  Mediaan: 81,9 Comparative Mortality Figure tot 390) Q1 – Q3: 32 – 36% Q1 – Q3: 3,2 – 4,0% Q1 – Q3: 74 – 78% Q1 – Q3: 81,2 – 82,6

Lelystad Dronten Noordoostpolder Urk

 Lelystad 38% 4,2% 70% 80,1 ** Conform de relatief lage levensverwachting in

 Noordoostpolder 34% 3,3% 76% 82,1 ** Lelystad en op Urk, is er in deze twee gemeente sprake van oversterfte (in de periode 2013-2016)

 Dronten 34% 3,8% 76% 83,7 ** gebaseerd op de comparative mortality figure. Een

maat waarbij sterfte wordt vergeleken met

 Urk 27% 3,7% 80% 80,4 ** Nederland, gecorrigeerd voor leeftijd en geslacht.

Op Urk betreft dit primair oversterfte door ziekte van

 Harderwijk 36% 4,1% 76% 81,8 ** het hartvaatstelsel, in Lelystad is de oversterfte aan

 Súdwest-Fryslân 34% 3,3% 78% 81,2 ** niet-natuurlijke doodsoorzaken het meest opvallend.

** wijkt significant af (analyse RIVM) ** wijkt significant af (analyse RIVM)

Bronnen: 1 Licher et al., The burden and preventive potential of non-communicable diseases, PLOS Medicine 2019; 2 CBS doodsoorzakenstatistiek; 3 RIVM - regressieanalyse Gezondheidsmonitor 2016 en predictoren CBS (van de Kassteele et al. Int J Health Geogr, 2017); 4 Factsheet Chronische aandoeningen bij 40-plussers, Vektis 2019; 5 CBS doodsoorzakenstatistiek, bewerkt door RIVM ;

© IG&H - Utrecht 2019 Toekomstverkenning Zorg Flevoland | Feitenboek 13

Zorgkosten | zijn in Lelystad iets (~ 1%) hoger dan het Nederlandse

gemiddelde, in de andere gemeentes in de regio zijn de kosten juist lager

In Lelystad zijn de kosten voor medisch specialistische zorg iets hoger dan het De kosten voor Huisartsen zorg zijn iets hoger dan het Nederlandse gemiddelde voor Nederlandse gemiddelde, het tegenovergestelde geldt voor andere gemeentes in de de meeste gemeentes in de regio

regio waar de kosten juist relatief laag zijn

NL NL

Betreft totale huisartsenkosten (d.w.z. inschrijftarief, consulten, multidisciplinaire zorg, resultaatbeloning Betreft honoraria, add-ons en overige kosten voor zorgvernieuwing en overige kosten)

De kosten voor verzorging en verpleging zijn relatief laag in Lelystad en op Urk, in In Lelystad zijn de totale kosten iets hoger dan het Nederlandse gemiddelde, dit geldt Súdwest-Fryslân zijn deze juist hoog niet voor andere gemeentes in de regio waar de totale kosten juist relatief laag zijn.

NL NL

Betreft alle kosten opgenomen in de Vektis open data 2016, behoudens kosten voor mondzorg en

~80% van de kosten wordt gemaakt in de leeftijdsgroep van 65 jaar en ouder grensoverschrijdende zorg Bron: Vektis open data 2016; zorgkosten die zijn opgenomen in deze data betreffen kosten die binnen de basisverzekering vallen en die door de zorgverzekeraar daadwerkelijk zijn uitbetaald (verrekeningen die achteraf nog plaatsvinden, bijvoorbeeld in het kader van plafondafspraken, zijn hier niet in meegenomen). De gemiddelde kosten per verzekerde zijn berekend op basis van het aantal verzekerde jaren

© IG&H - Utrecht 2019 Toekomstverkenning Zorg Flevoland | Feitenboek 14

Zorgkosten | variëren per leeftijdscategorie en type, dit geldt voor alle

gemeentes in de regio

De kosten voor medisch specialistische zorg zijn relatief hoog in Lelystad, vooral in De kosten voor Huisartsen zorg zijn relatief hoog in de hele regio, dit is het meest de leeftijdsgroep 20 – 65 jaar. Het tegenovergestelde geldt (meeste leeftijdsgroepen) uitgesproken op Urk voor inwoners van 65 jaar en ouder. In de deze leeftijdsgroep voor andere gemeentes in de regio waar de kosten juist relatief laag zijn zijn de kosten in Lelystad juist relatief laag

NL NL

Betreft totale huisartsenkosten (d.w.z. inschrijftarief, consulten, multidisciplinaire zorg, resultaatbeloning Betreft honoraria, add-ons en overige kosten voor zorgvernieuwing en overige kosten)

De kosten voor verzorging en verpleging zijn relatief laag in Lelystad, terwijl deze in In Lelystad zijn de totale kosten hoger dan het Nederlandse gemiddelde, dit geldt niet de meeste gemeentes in de regio juist relatief hoog zijn voor andere gemeentes in de regio waar de totale kosten juist relatief laag zijn. Alleen op Urk zijn de kosten voor inwoners van 65 jaar en ouder ook relatief hoog

NL NL

Gezien ~80% van de kosten in de leeftijdsgroep van 65 jaar en ouder vallen is alleen deze groep Betreft alle kosten zoals weergegeven in de Vektis open data, behoudens kosten voor mondzorg en weergegeven grensoverschrijdende zorg

Bron: Vektis open data 2016; zorgkosten die zijn opgenomen in deze data betreffen kosten die binnen de basisverzekering vallen en die door de zorgverzekeraar daadwerkelijk zijn uitbetaald (verrekeningen die achteraf nog plaatsvinden, bijvoorbeeld in het kader van plafondafspraken, zijn hier niet in meegenomen). De gemiddelde kosten per verzekerde zijn berekend op basis van het aantal verzekerde jaren

© IG&H - Utrecht 2019 Toekomstverkenning Zorg Flevoland | Feitenboek 15

Zorgkosten | kosten voor de GGZ zijn relatief laag in de hele regio, met

uitzondering van de langdurige GGZ in Lelystad

De kosten voor de GGZ zijn relatief laag in de hele regio met uitzondering van de langdurige GGZ in Lelystad. Waarschijnlijk is dit te wijten aan tekorten in de GGZ in de regio, met name in Lelystad. De kosten voor de geestelijke gezondheidzorg zijn het hoogste in het 3 e en 4 e decennium.

Generalistische basis GGZ Specialistische GGZ NL NL

Langdurige GGZ Totale kosten GGZ

NL

Bron: Vektis open data 2016; zorgkosten die zijn opgenomen in deze data betreffen kosten die binnen de basisverzekering vallen en die door de zorgverzekeraar daadwerkelijk zijn uitbetaald (verrekeningen die achteraf nog plaatsvinden, bijvoorbeeld in het kader van plafondafspraken, zijn hier niet in meegenomen). De gemiddelde kosten per verzekerde zijn berekend op basis van het aantal verzekerde jaren ; werkgroepbijeenkomst

© IG&H - Utrecht 2019 Toekomstverkenning Zorg Flevoland | Feitenboek 16

Zorgkosten | nemen toe met de leeftijd, een sterke stijging wordt

geobserveerd vanaf ~60 – 65 jarige leeftijd

Zorgkosten nemen toe met de leeftijd (na een initiële daling rond de 4 jaar). In verhouding tot het Nederlands gemiddelde zijn de kosten in Lelystad iets hoger. Dit geldt niet voor de andere gemeentes in de regio, behoudens op latere leeftijd. Met name op Urk zijn de kosten voor 65+ers relatief hoog.

Bron: Vektis open data 2016; zorgkosten die zijn opgenomen in deze data betreffen kosten die binnen de basisverzekering vallen en die door de zorgverzekeraar daadwerkelijk zijn uitbetaald (verrekeningen die achteraf nog plaatsvinden, bijvoorbeeld in het kader van plafondafspraken, zijn hier niet in meegenomen). De gemiddelde kosten per verzekerde zijn berekend op basis van het aantal verzekerde jaren. Totale kosten betreft alle kosten zoals weergegeven in de Vektis open data, behoudens kosten voor mondzorg en grensoverschrijdende zorg

© IG&H - Utrecht 2019 Toekomstverkenning Zorg Flevoland | Feitenboek 17

WMO maatwerkvoorzieningen | verschillend gebruik tussen de vier

gemeentes in de regio

Opvallend veel scootmobielen en ondersteuning thuis binnen de WMO maatwerkvoorzieningen in Lelystad in vergelijking tot de andere gemeentes in de regio. Op Urk j uist veel rolstoelen en weinig huishoudelijk hulp.

WMO maatwerkvoorzieningen in Lelystad WMO maatwerkvoorzieningen in de Noordoostpolder

Scootmobielen 1123 Scootmobielen 174

Rolstoelen 705 Rolstoelen 437

Huishoudelijke hulp 1390 Huishoudelijke hulp 820

Dagbesteding 366 Dagbesteding 182

Ondersteuning thuis 998 Ondersteuning thuis 410

0 200 400 600 800 1000 1200 1400 1600 0 200 400 600 800 1000 Aantal inwoners dat maatwerkvoorziening ontvangt Aantal inwoners dat maatwerkvoorziening ontvangt

Jonger dan 18 18 t/m 64 65 t/m 74 75 t/m 84 85 en ouder Jonger dan 18 18 t/m 64 65 t/m 74 75 t/m 84 85 en ouder

WMO maatwerkvoorzieningen in Dronten WMO maatwerkvoorzieningen op Urk

Scootmobielen 223 Scootmobielen 82 Rolstoelen 387 Rolstoelen 170

Huishoudelijke hulp 788 Huishoudelijke hulp 64 Dagbesteding 112 Dagbesteding 47

Ondersteuning thuis 379 Ondersteuning thuis 70 0 200 400 600 800 1000 0 50 100 150 200 Aantal inwoners dat maatwerkvoorziening ontvangt Aantal inwoners dat maatwerkvoorziening ontvangt

Jonger dan 18 18 t/m 64 65 t/m 74 75 t/m 84 85 en ouder Jonger dan 18 18 t/m 64 65 t/m 74 75 t/m 84 85 en ouder

*Relatief beperkt gebruik van huishoudelijk hulp binnen de WMO maatwerkvoorzieningen, waarschijnlijk t.g.v. sterk sociaal netwerk op Urk (werkgroepbijeenkomst)

Bronnen: gemeente Lelystad, Dronten, Noordoostpolder en Urk

© IG&H - Utrecht 2019 Toekomstverkenning Zorg Flevoland | Feitenboek 18

WMO maatwerkvoorzieningen | gebruik grotendeels gecorreleerd met

leeftijd

Gebruik WMO maatwerkvoorzieningen neemt toe met de leeftijd. Behoudens op Urk is deze stijging het meest uitgesproken voor huishoudelijke hulp. Deze duidelijke correlatie met leeftijd geldt niet voor ondersteuning thuis en dagbesteding, passend bij de relatie met problemen in het psychosociale domein.

Ondersteuning thuis en dagbesteding ~ stabiel rond 1 – 2% in Lelystad , Ondersteuning thuis relatief hoog in leeftijdsgroep 18 t/m 64, daarna Huishoudelijke hulp, rolstoel- en scootmobiel gebruik nemen evident stabiel. Gebruik andere maatwerkvoorzieningen neemt in de

toe met de leeftijd Noordoostpolder toe met de leeftijd oep oep

gr 30 gr 25

tij ds 25 tij ds 20

leef leef

de 20 de 15

an 15 an

) v 10 ) v 10

 (% (%

5 5

Aandeel 0 Jonger dan 18 18 t/m 64 65 t/m 74 75 t/m 84 85 en ouder Aandeel 0 Jonger dan 18 18 t/m 64 65 t/m 74 75 t/m 84 85 en ouder

Ondersteuning thuis Dagbesteding Huishoudelijke hulp Ondersteuning thuis Dagbesteding Huishoudelijke hulp Rolstoelen Scootmobielen Rolstoelen Scootmobielen

Ondersteuning thuis varieert van 0,4 – 1,4% in Dronten . Gebruik Relatief weinig gebruik van huishoudelijk hulp op Urk . Met het overige WMO faciliteiten neemt toe met de leeftijd, dit is het meest toenemen van de leeftijd wordt vooral een sterke stijging in

evident voor huishoudelijke hulp rolstoelgebruik gezien. oep oep

gr 40 gr 35

tij ds tij ds 30

leef 30 leef 25

de de 20 an 20 an

) v ) v 15 (% 10 (% 10

5

Aandeel 0 Jonger dan 18 18 t/m 64 65 t/m 74 75 t/m 84 85 en ouder Aandeel 0 Jonger dan 18 18 t/m 64 65 t/m 74 75 t/m 84 85 en ouder

Ondersteuning thuis Dagbesteding Huishoudelijke hulp Ondersteuning thuis Dagbesteding Huishoudelijke hulp Rolstoelen Scootmobielen Rolstoelen Scootmobielen

Bronnen: gemeente Lelystad, Dronten, Noordoostpolder en Urk

© IG&H - Utrecht 2019 Toekomstverkenning Zorg Flevoland | Feitenboek 19

Inhoud

Patiënt en profiel Zorgaanbod Proces toekomstverkenning

Demografische kenmerken van de populatie in de regio van de MC IJsselmeerziekenhuizen

Gezondheid, zorgkosten en gebruik WMO maatwerkvoorzieningen

Kwetsbare groepen

Profiel en reistijden

Kwetsbare groepen | combinatie van problematiek op meerdere

domeinen maakt mensen kwetsbaar

Kwetsbaarheid Welke kwetsbare groepen zijn er in de regio?

. Werkgroepbijeenkomsten

[…] Kwetsbaarheid: een conditie waarin door het verlies van fysieke reserves

een verhoogde kans ontstaat op ongewenste gezondheidsuitkomsten, zoals 

Chronisch zieken: Diabetes, hartfalen, hart- en vaatziekten, COPD etc. functionele achteruitgang, ziekenhuis- en verpleeghuisopname, en overlijden.

Hierdoor leidt kwetsbaarheid tot hoge gezondheidszorgkosten.[...] 1  Kwetsbare ouderen

 40 – 65 jarige met een ongezonde levensstijl en beperkte

Wanneer is iemand kwetsbaar? gezondheidsvaardigheden

WerkgroepbijeenkomstenPsychiatrische patiënten

Toegankelijkheid (in brede zin, o.a. gezondheidsvaardigheden, middelen,  Kinderen/jeugd

mobiliteit) tot zorg is beperkt  Door een combinatie van meerdere problemen tegelijk, vaak zowel

lichamelijke, psychische als sociale problemen  Inschatting van de huisarts, al dan niet ondersteund door meetinstrument

Bronnen: 1 Proefschrift: F. Ruikes, Integrated primary care for frail elderly (2018)

© IG&H - Utrecht 2019 Toekomstverkenning Zorg Flevoland | Feitenboek 21

Kwetsbare groepen | faillissement v/d MC IJsselmeerziekenhuizen resulteert

in toegenomen risico op zorgmijding

ijl en sst  Door het faillissement zijn de reistijden en -kosten (voor klinische zorg) toegenomen, zijn behandelaars in verschillende instellingen terecht gekomen en is en en

der lev

het bestaande zorgnetwerk abrupt verbroken, dat opnieuw opgebouwd moet worden. Daarnaast is het vertrouwen (nog) behoorlijk broos of afwezig zorgmijding met daardoor late signalering van problemen en versnippering van het zorgaanbod dat vooral

e ou de

 Hierdoor ontstaat (het risico op) een toename van

ar on bij de complexe ziekere patiënten risico’s met zich meebrengt

sb ez

et ng o

, kw een z ieken e met  Patiënten waren al gewend te moeten reizen, maar de afstanden zijn groter geworden. Daarnaast zijn behandelaars in verschillende instellingen terecht

ig

sch gekomen en zijn nieuwe behandelaars (nog) niet bekend met de faciliteiten/zorgnetwerken in de regio. ni jar

ro 65  Hoewel minder dan in Lelystad en omgeving, bestaat ook hier een risico op zorgmijding. Doordat nieuwe behandelaars (nog) onbekend zijn met de

Ch faciliteiten/zorgnetwerken in de regio bestaat daarnaast het risico op tragere door -en uitplaatsing van en naar zorginstellingen 40

ten  Het aanbod van geestelijke gezondheidszorg is ontoereikend, daarnaast maakt psychiatrische ziektelast mensen extra kwetsbaar. Hierdoor ontstaat er extra druk op

iën

at het somatische domein (o.a. huisartsenzorg, thuiszorg en spoedzorg)

e p  Ook voor deze groep geldt (het risico op) een toename van zorgmijding ch ris iat

ch

In de Noordoostpolder zijn de GGZ faciliteiten beperkt waardoor deze zorg minder laagdrempelig toegankelijk is, de impact van het faillissement is echter beperkt.

Psy

d ug

/je  De primaire aanleiding voor kwetsbaarheid betreft GGZ gerelateerde problematiek en een sociaal zwak gezin met een beperkt steunsysteem.

en

er  Beperkte capaciteit in de jeugd GGZ en de toegenomen reistijden in combinatie met een beperkt steunsysteem brengen het risico op

zorgmijding met zich

nd mee.

Ki

Bron: Wekgroepbijeenkomsten

© IG&H - Utrecht 2019 Toekomstverkenning Zorg Flevoland | Feitenboek 22

Enquête zorgmijding | moeilijk te objectiveren, peiling bij zorgaanbieders

leidt tot beperkte inzichten. Risico lijkt in Lelystad wel groter te zijn.

Huisa Huisartsen rtsen

 Via de Huisartsencoöperatie Flevoland en Medrie zijn huisartsen actief in de gemeenten Lelystad, Dronten, NOP en Emmeloord benaderd (n = 75).  Vraagstelling aan de huisartsen richtte zich op het risico op zorgmijding in de patiëntenpopulatie, het uitstellen van een bezoek aan de huisarts en het afzien van vervolgzorg alsmede de nadelige effecten daarvan.  Met betrekking tot het risico op zorgmijding is tevens gevraagd naar het effect van het faillissement. De overige vragen waren gericht op de periode sinds 1 maart 2019 (het moment dat het St Jansdal de zorg in Lelystad heeft overgenomen).  In totaal hebben 24 huisartsen gereageerd (32%).  Huisartsen rapporteren dat er in 0% tot 15% van hun patiëntenpopulatie een (hoog) risico op zorgmijding bestaat; huisartsen uit Lelystad (n = 6) rapporteerden hierbij gemiddeld een iets hoger percentage, maar het verschil is niet evident.  Van de respondenten heeft 30% aangegeven dat het risico op zorgmijding is toegenomen sinds het faillissement, 43% heeft aangegeven geen toename te ervaren en de overige respondenten hebben met onbekend geantwoord. De reacties verschilden per gemeente: alle huisartsen uit Lelystad hebben aangegeven dat het risico op zorgmijding is toegenomen, terwijl géén van de huisartsen uit de Noordoostpolder dit zo heeft ervaren.  Uit de resultaten blijkt dat zowel het uitstellen van een bezoek aan de huisarts als het afzien van vervolgzorg – uit angst voor verwijzing naar een ziekenhuis verder weg – circa 0 tot 5 maal per maand voorkomt. Ook dit lijkt meer te spelen in Lelystad dan in de andere gemeentes.  Tenslotte geven de meeste huisartsen aan dat zorgmijding niet of soms leidt tot voorkombare complicaties en/of een acute zorgvraag, of dat ze dit niet goed kunnen inschatten.

Huisa

rtsen Verloskundigen, verloskundig actieve huisartsen, gynaecologen

 Zeven eerstelijnsverloskundigenpraktijken, vijf ziekenhuizen en betrokken verloskundig actieve huisartsen zijn benaderd. Dertien individuen namen deel aan de enquête.

 De vraagstelling richtte zich op de frequentie van signalen die zorgmijding doen vermoeden, huidige situatie t.o.v. de periode vóór 18 november 2018.  Aan de eerste lijn is gevraagd naar signalen van het uitstellen van bezoeken, weerstand tegen doorverwijzingen naar de tweede lijn, vraagstelling die past bij de tweede lijn en signalen van voorkombare complicaties.  Aan de tweede lijn is gevraagd naar signalen zoals het afzeggen van controles omwille van afstand en te late melding met klachten of verschijnselen omwille van afstand.  Van de verloskundigen in de eerste lijn ervaart de helft een toename in zorgmijding. Bijna alle eerstelijnsverloskundigen geven aan dat zij vragen ontvangen die in hun optiek toebehoren aan de tweede lijn, een deel geeft aan dat dit sinds november 2018 vaker voorkomt. Vanuit de tweede lijn zijn op basis van de enquête geen goede conclusies te trekken.  Overall toont de geringe opkomst dat het onderwerp zorgmijding niet in alle gebieden sterk leeft, en dat genuanceerd gekeken moet worden welke interventies nodig zijn komende periode.

© IG&H - Utrecht 2019 Toekomstverkenning Zorg Flevoland | Feitenboek 23

Chronisch zieken | relatief veel inwoners met een chronische

aandoening in Lelystad in vergelijking met Nederlandse cijfers

Zowel uit de gezondheidsmonitor (2016) en declaratiedata (2017) blijkt dat er relatief veel inwoners met chronische aandoening zijn in Lelystad. Dit is niet het geval voor de andere gemeentes in de regio. Gezien het aantal inwoners met chronische aandoeningen toeneemt met de leeftijd, kan op basis van demografische

gegevens een verdere toename verwacht worden.

Eén of meer ≥ 3 chronische

langdurige ziekten aandoeningen Hartinfarct Lelystad

(%; 2016 1 ) ( %40 plussers; 2017 2 ) Dronten  Nederland CVA

Noordoostpolder

 Gemeentes  35% Urk Nederland (n = 385  Mediaan: 34%  Mediaan: 3,6%

tot 390) Q1 – Q3: 32 – 36% Q1 – Q3: 3,2 – 4,0% Andere hartaandoeningen

 Lelystad 38% 4,2% COPD

 Noordoostpolder 34% 3,3%  Dronten 34% 3,8% Hartritmestoornis

 Urk 27% 3,7% Diabetes

Inwoners (NL) met chronische aandoeningen naar leeftijd en geslacht 2 Astma

Man Vrouw

he

sc 18% Migraine

oni 16%

chr

ng 14% Artrose 3

 ≥ 12%

et

m 10% 0% 5% 10% 15% 20% 25%

aandoeni

age 8% Aantal inwoners (%) met aandoening

cent 6% Voorkomen chronische aandoeningen in de afgelopen 12 maanden (2016); resultaten zijn gewogen Per 4% op basis van een weegfactor van het CBS 4

2% 0% Recent onderzoek naar het aantal 40 plussers in Nederland met tenminste 1 van de 5 meest 40 45 50 55 60 65 70 75 80 85 90 95 100 voorkomende chronische aandoeningen laat het volgende beeld zien: hart en vaatziekten (inclusief

Leeftijd in jaren gebruik van bloeddruk/cholesterol verlagende middelen) komen het meest voor (39%) gevolgd door

diabetes (10%), kanker (10%), COPD (8%) en dementie/ Parkinson (3%). Het aantal chronische zieken neemt toe met de leeftijd, tot ~80 jarige leeftijd.

De afname daarna kan verklaard worden door samenhang tussen gezonde Deze cijfers zijn gebaseerd op declaratiegegevens uit 2017 en betreffen medicijngebruik en leefstijl, chronische ziekte en levensverwachting. 2,3 ziekenhuis/huisarts gegevens 2

Bronnen: 1 RIVM - regressieanalyse Gezondheidsmonitor 2016 en predictoren CBS (van de Kassteele et al. Int J Health Geogr, 2017); 2 Factsheet Chronische aandoeningen bij 40-plussers, Vektis 2019; 3 Licher et al., The burden and preventive potential of non-communicable diseases, PLOS Medicine 2019; 4 gezondheidsmonitor GGD 2016

© IG&H - Utrecht 2019 Toekomstverkenning Zorg Flevoland | Feitenboek 24

Chronisch zieken | aantal inwoners met chronische aandoeningen,

met name coronaire hartziekten, diabetes en artrose, neemt toe

Over de periode 2015 – 2035 wordt er een sterke toename van het aantal Toekomstige ontwikkelingen in NL: we worden ouder en het aantal inwoners met chronische aandoeningen verwacht in Flevoland inwoners met chronische aandoeningen neemt toe 3

Levensverwachting neemt toe van 81,5 tot ~ 86 jaar in 2040, maar mensen blijven

Astma 20% zich op ongeveer dezelfde leeftijd (en i.h.g.v. diabetes zelfs op jongere leeftijd) 11%

presenteren met chronische aandoeningen. Dit betekend dat het aantal chronische zieken – onafhankelijke van andere ontwikkelingen – zal toenemen.

 Naar verwachting zal de levensverwachting voor Lelystad, Dronten en de

Diabetes 60% 11% Noordoostpolder net iets onder het gemiddelde komen te liggen, op Urk zal de

levensverwachting juist net iets hoger zijn.  Kanker en hart- en vaatziekten blijven de meest voorkomende doodsoorzaken (in de

COPD 65% 10% periode 2013-2017 respectievelijke 31% en 26% van de mortaliteit in Nederland; dit

wordt naar verwachting 27% en 18% in 2040), maar sterfte t.g.v. dementie neemt toe.  Met betrekking tot chronische aandoeningen wordt verwacht dat met name het aantal

Artrose 70% 36% inwoners met artrose, diabetes, coronaire hartziekten en visusstoornissen toeneemt.

Naar verwachting zal de meeste ziektelast veroorzaakt worden door kanker, hart- en vaatziekten en psychische stoornissen, maar de grootste toename wordt veroorzaakt

Presbyacusis 72% door dementie (met name onder vrouwen) en artrose.

 Ondanks de vergrijzing en de toename van chronisch zieken, wordt verwacht dat het percentage inwoners dat beperkingen in activiteiten ondervindt ~gelijk blijft.

Coronaire hartziekten 77% Hoogopgeleiden blijven zich daarnaast ongeveer net zo gezond voelen, het percentage

laagopgeleiden dat zich gezond voelt neemt echter af.  Ten aanzien van levensstijl, is de verwachting dat het aantal rokers blijft dalen (tot

0% 20% 40% 60% 80% 100% ~14% van de volwassenen in 2040), maar laagopgeleiden blijven vaker roken dan Toename 2015 - 2035 (%) Aantal inwoners(%) in 2035 hoogopgeleiden. Het aantal inwoners met overgewicht neemt toe tot ~62%. Het aantal

inwoners met ernstig overgewicht stijgt het sterkst onder laagopgeleiden.

De verwachte toename 2015-2035 1 is afgezet tegen cijfers uit de gezondheidsmonitor 2016 Op basis van historische trends (en regressieanalyse) zijn ‘beleidsarme’ toekomstprojecties 2 (hierin is gevraagd naar het voorkomen van Astma, Diabetes, COPD en Artrose over de gemaakt (in de meeste gevallen een combinatie van demografische en epidemiologische afgelopen 12 maanden; de resultaten zijn vervolgens gewogen op basis van een weegfactor projecties). Hierbij moet worden opgemerkt dat het slechts een projectie betreft waarin van het CBS) aannames worden gedaan en er rekening gehouden moet worden met onzekerheden.

Bronnen: 1 Facts & Figures Huisartsenzorg Flevoland in Beeld, Zowelwerk 2016; 2 Gezondheidsmonitor GGD 2016; 3 Volksgezondheid Toekomst Verkenning, RIVM 2018

© IG&H - Utrecht 2019 Toekomstverkenning Zorg Flevoland | Feitenboek 25

Chronisch zieken | aantal inwoners met dementie groeit sneller t.o.v.

Nederlandse cijfers, behoudens op Urk waar aantal relatief laag blijft

Naar verwachting zal het aantal inwoners met dementie in Lelystad toenemen Naar verwachting zal het aantal (absoluut en relatief) inwoners met dementie en wordt het aandeel ~ vergelijkbaar met het Nederlandse percentage in de Noordoostpolder toenemen, met name in de periode 2030-2040

3,5% 3,5% 1400

ng 3,0% 3,0%

ol ki ki

ng 3,1%

ol

ev 2,5% 2100 ev 2,5%

2,0% 2,0%

al e b 2,8% al e b

ot 1,5% 1500 Nederland ot 980 1,5% 820 2,1% Nederland

 d e t 1100 1,9% 1,0% Lelystad d e t 1,0% 650 690 1,7% Noordoostpolder

790 840 1,4% 1,4% 1,4%

% v

an

0,5% 1,0% 1,1% % v

an

0,5%

0,0% 0,0% 2018 2020 2025 2030 2040 2018 2020 2025 2030 2040

Jaar Jaar

Aantal inwoners met dementie in Dronten neemt naar verwachting relatief Op Urk blijft het aantal inwoners naar verwachting relatief laag t.o.v. de rest snel toe in vergelijk tot Nederlands cijfers van Nederland

3,5% 3,5%

3,0% 3,0%

ol ki

ng

ol ki

ng

ev 2,5% 1300 ev 2,5%

2,0% 2,8% 2,0%

al e b al e b

ot 930 1,5% ot

750 2,1% Nederland 1,5% Nederland e t e t

 d 1,0% 580 620 1,7% Dronten d 1,0% 360 Urk an 1,4% 1,4% 260 1,4%

% v 0,5% % v

an

0,5% 140 160 200 1,1%

0,9%

0,0% 0,0% 0,7% 0,8%

2018 2020 2025 2030 2040 2018 2020 2025 2030 2040

Jaar Jaar

Bronnen: CBS prognose 2017; Prognose dementie ABF research 2018 (verricht in opdracht van Alzheimer Nederland)

© IG&H - Utrecht 2019 Toekomstverkenning Zorg Flevoland | Feitenboek 26

Kwetsbare ouderen | aantal ouderen neemt in de hele regio toe, daarnaast

wordt een toename van eenzaamheid verwacht

Relatief veel (ernstige) eenzaamheid in Lelystad; Passend bij een sterk netwerk ontvangen veel ouderen mantelzorg op Urk en in de Noordoostpolder

65 jaar (aantal) ≥ 65 jaar (aantal) ≥ 65 jarige ontvangers Eenzaamheid 4 Ernstige Lichamelijke van mantelzorg eenzaamheid 4 beperking 5

(2018 1 ) (2040 2 ) (2016 3 ) (2016 3 ) (2016 3 ) (2016 3 )

 Nederland 15% 44% 10% 16%

 Gemeentes Nederland (n = 390) 19% 27% Mediaan: 15% Mediaan: 41% Mediaan: 9% Mediaan: 15% Q1 – Q3: 13 – 16% Q1 – Q3: 39 – 44% Q1 – Q3: 8 – 10% Q1 – Q3: 14 – 17%

Lelystad 17% (13.005) 28% (21.100) 15% 48% 12% 17%

Dronten 17% (7.074) 27% (12.200) 14% 42% 9% 13%

Noordoostpolder 17% (7.946) 29% (13.200) 17% 41% 9% 14%

Urk 9% (1.906) 16% (3.900) 21% 29% 5% 12%

Aantal alleenwonenden ligt lager dan in de rest van Nederland, maar neemt Toekomstige ontwikkelingen in NL: het aantal eenzame ouderen neemt naar verwachting wel toe

2 toe, maar ouderen voelen zich wel vaker gezond en meer ouderen ervaren géén beperkingen in activiteiten 6

)* 45%

 (% 40%  In 2040 zullen meer inwoners zich eenzaam voelen, vooral alleenwonenden.

35%

30% Daarnaast neemt het aantal eenzame ouderen toe.

25%

shoudens  Het percentage 75 plussers dat géén beperkingen in activiteiten (betreffende 20%

hui 15%

10% 2018

horen, zien en bewegen) ondervindt neemt naar verwachting toe van 55% tot

5% 62%. En het aantal ouderen dat zich gezond voelt, neemt iets toe. soons 2040

0%

Eenper Op basis van historische trends (en regressieanalyse) zijn ‘beleidsarme’ toekomstprojecties gemaakt (in de meeste gevallen een combinatie van demografische en epidemiologische projecties). Hierbij moet worden opgemerkt dat het slechts een projectie betreft waarin aannames worden gedaan en er rekening gehouden moet

  • * 
    Percentage eenpersoonshuishoudens van het aantal particuliere huishoudens worden met onzekerheden.

Bronnen: 1 CBS 2018; 2 CBS prognose 2017; 3 RIVM - regressieanalyse Gezondheidsmonitor 2016 en predictoren CBS (van de Kassteele et al. Int J Health Geogr, 2017), bevolking van 19 jaar en ouder; 4 Gebaseerd op de eenzaamheidsschaal (RIVM gezondheid per buurt, wijk en gemeente); 5 Lichamelijke beperking in activiteiten m.b.t. tot horen, zien en/of mobiliteit; 6 Volksgezondheid Toekomst Verkenning, RIVM 2018

© IG&H - Utrecht 2019 Toekomstverkenning Zorg Flevoland | Feitenboek 27

Volwassenen met beperkte gezondheidsvaardigheden | relatief veel

laaggeletterden en laagopgeleiden in de regio

Er zijn relatief veel laagopgeleiden op Urk dit geldt niet of in mindere maten Er zijn relatief veel laaggeletterden in de provincie Flevoland voor andere gemeentes in de regio

Geletterdheid Laaggeletterden, Percentage

1 16 – 65 jaar

Laagopgeleiden * ,15 – 64 jaar

18,2 – 20,0  Nederland 284 11,9%

20,0 – 25,0

25,0 – 30,0  Lelystad Lager (274-278) 16+%

30,0 – 35,0 Urk: 38,5%

NOP: 32,4%

35,0 – 44,4  Dronten/ Zeewolde Enigszins hoger (286-

Mediaan: 31,6 Lelystad: 33,3%

Dronten: 30% 290) 8 – 11%

Q 1 - Q 3 : 28,6 – 34,45

393 gemeentes  Noordoostpolder / Urk

Enigszins lager

(278-282) 16+%

Bron: Regionale spreiding van geletterdheid in Nederland, stichting lezen & schrijven, Maastricht University, mei 2016. Laaggeletterdheid is gedefinieerd als een score van 225 of lager op een schaal van 0 tot 500 (laagste tot hoogste geletterdheid). Cijfers zijn gebaseerd op resultaten van het Programme for the International Assessment of Adult Competencies (PIAAC) en voorspellende kenmerken zoals opleidingsniveau,

Bronnen: CBS statline 2015; * basisonderwijs, v(m)bo, mavo of mbo-1 de

hoogst voltooide opleiding arbeidsmarktstatus en leeftijd.

Geletterdheid beïnvloedt digitale- en gezondheidsvaardigheden en daarmee het gebruik en effectiviteit van e-health

Laaggeletterden beschikken over minder functionele taalvaardigheden en informatievaardigheden; deze vaardigheden zijn van belang voor de ontwikkeling van digitale vaardigheden (laaggeletterden hebben een circa 3 maal zo grote kans op onvoldoende digitale vaardigheden) en oriëntatie op het internet.

Naast onvoldoende digitale vaardigheden worden lage gezondheidsvaardigheden en patiëntactivatie vaker gezien bij laaggeletterden. Digitale vaardigheden, gezondheidszorgvaardigheden én patiëntactivatie beïnvloeden het gebruik en de effectiviteit van e-health. Zo worden e-health toepassingen doorgaans eerder gebruikt door hoogopgeleiden, terwijl de grootste gezondheidswinst juist behaald wordt bij gebruik van deze toepassingen bij laagopgeleiden of personen met een lage SES.

Bronnen: Factsheet digitale vaardigheden en laaggeletterdheid, stichting lezen en schrijven (2018); E-health in verschillende snelheden. eHealth-monitor (2018).

© IG&H - Utrecht 2019 Toekomstverkenning Zorg Flevoland | Feitenboek 28

Psychiatrische patiënten | Veel inwoners met matig tot hoog risico op

depressie of angststoornis in Lelystad en ziektelast is groot

Er zijn relatief veel inwoners met een matig tot hoog Toekomstige ontwikkelingen in NL: ziektelast angst- en stemmingsstoornissen is hoog. risico op depressie of een angststoornis in Lelystad, dit Daarnaast zijn en blijven de zorgkosten voor psychiatrische aandoeningen de hoogste per geldt niet voor andere gemeentes in de regio, op Urk is ziektegroep en stijgen deze fors 3

het aantal juist relatief laag

 Angst – en stemmingsstoornissen (waaronder depressie) veroorzaken een hoge ziektelast (gemeten in Disability Adjusted Life Years). Naar verwachting zal dit ook in 2040 het geval zijn. Deze aandoeningen staan dan op respectievelijk de 7 e en 10 e plek van aandoeningen die de meeste ziektelast veroorzaken. Het betreft

Percentage 1 bijna uitsluitend verlies aan gezonde levensjaren en in zeer beperkte mate verloren levensjaren.

≥ 19 jaar, Matig tot hoog risico op

depressie of angststoornis  Per ziektegroep zijn de zorguitgaven voor psychiatrische stoornissen – inclusief dementie en verstandelijke

25 – 36 beperkingen – het hoogste. Deze kosten zullen tot 2040 nog sterk stijgen.

36 – 41

41 – 46 Urk: 36% NOP: 40%

46 – 56

Mediaan: 41 Lelystad: 51% Dronten: 39%

Q Psychische stoornissen 1 - Q 3 : 38 – 45

387 gemeentes Hartvaatstelsel

Nieuwvormingen

Bewegingsstelsel en bindweefsel 2015

2040 Zenuwstelsel en zintuigen

Endocriene, voedings- en stofwisselingsziekten

 Psychiatrische ziektelast maakt mensen extra kwetsbaar en 0 10 20 30 40 50

veroorzaakt druk op het somatische domein. Zo behoeven de Zorguitgaven per ziektegroep in miljarden Euro's

huisartsenzorg en acute zorg voor deze kwetsbare groep

doorgaans extra tijd en aandacht. 2 Op basis van historische trends (en regressieanalyse) zijn ‘beleidsarme’ toekomstprojecties gemaakt (in de meeste gevallen een combinatie van demografische en epidemiologische projecties). Hierbij moet worden

opgemerkt dat het slechts een projectie betreft waarin aannames worden gedaan en er rekening gehouden moet worden met onzekerheden.

Bronnen: 1 Gezondheidsmonitor Volwassenen en Ouderen 2016 GGD'en, CBS en RIVM. Risico-inschatting is gebaseerd op de Kessler-10 vragenlijst. 2 Werkgroep bijeenkomsten. 3 Volksgezondheid Toekomst Verkenning, RIVM 2018

© IG&H - Utrecht 2019 Toekomstverkenning Zorg Flevoland | Feitenboek 29

Lelystad | de bevolking in de vijf postcodegebieden met de laagste SES in

beeld

32% van de inwoners van Lelystad woont in een postcodegebied met een statusscore die valt in het laagste kwartiel, dit is derhalve iets meer dan de Nederlandse populatie. Inherent aan de statusscore is het inkomen in deze gebieden relatief laag en zijn er relatief veel inwoners met een uitkering

8232 -0.87 6920 (9.1%) 17% 21% 10%; 20% 14% Onder midden 8231 -0.96 4915 (6.5%) 20% 19% 10%; 20% 13% Midden 8224 -1.19 6950 (9.1%) 17% 22% 10%; 40% 14% Onder midden 8223 -2.41 5030 (6.6%) 21% 13% 10%; 40% 18% Onder midden 8233 -5.49 715 (0.9%) 3% 54% 10%; 20% 13% Onder midden

Nederland 0 - 16% 18% 10%; 13% 9%

Risicofactoren roken en overgewicht komen relatief veel voor in deze gebieden en de ervaren gezondheid is relatief slecht

Informatie met betrekking tot de risicofactoren roken en overgewicht alsmede de ervaren gezondheid zijn beschikbaar per buurt 3 en daarmee niet één op één vertaalbaar naar de postcodegebieden. Maar op basis van de meest voorkomende postcode per buurt 4 is een inschatting te maken t.a.v. het voorkomen van de risicofactoren in de bovengenoemde postcodegebieden. Hieruit blijkt dat de inwoners relatief vaak overgewicht hebben, vaker roken en daarnaast ervaren relatief weinig inwoners de gezondheid als goed tot zeer goed.

Bronnen: 1 Sociaal cultureel planbureau 2017, 2 CBS gegevens per postcode 2017; 3 RIVM - regressieanalyse Gezondheidsmonitor 2016 en predictoren CBS (van de Kassteele et al. Int J Health Geogr, 2017); 2 CBS 2018

† Het mediane gestandaardiseerde inkomen (besteedbaar inkomen gecorrigeerd voor grootte en samenstelling huishouden) per postcodegebied wordt vergeleken met Nederland, en ingedeeld in categorieën: laag, onder midden, midden, boven midden en hoog (hierbij wordt rekening gehouden met het 99% betrouwbaarheidsinterval van het mediane inkomen)

© IG&H - Utrecht 2019 Toekomstverkenning Zorg Flevoland | Feitenboek 30

Dronten | de bevolking in de drie postcodegebieden met de laagste SES in

beeld

49% van de inwoners van Dronten woont in een postcodegebied met een statusscore die valt in het laagste kwartiel, dit is derhalve meer dan de Nederlandse populatie. De statusscore in deze postcodegebieden ligt echter zeer dichtbij Q1, behoudens het postcodegebied 8254 met slecht 720 inwoners

8251 (Landelijk gebied) -1,09 12830 (31,5%) 15% 20% 10%; 20% 10% Midden

8256 (Biddinghuizen) -0,81 6270 (15,4%) 18% 17% 10%; 10% 9% Midden

8254 (Kern Dronten) -3,88 720 (1,8%) 3% 63% 10%; 0% 5% Onder midden

8255

(Swifterband) -0,02 6400 (15,7%) 19% 17% 10%; 10% 8% Midden

Nederland 0 - 16% 18% 10%; 13% 9%

Verschillen met betrekking tot de risicofactoren roken en overgewicht en de ervaren gezondheid zijn

beperkt

Informatie met betrekking tot de risicofactoren roken en overgewicht alsmede de ervaren gezondheid zijn beschikbaar per buurt 3 en daarmee niet één op één vertaalbaar naar de postcodegebieden. Maar op basis van de meest voorkomende postcode per buurt 4 is een inschatting te maken t.a.v. het voorkomen van de risicofactoren in de bovengenoemde postcodegebieden. Van de inwoners in Dronten heeft 48% overgewicht, 20% rookt en 76% ervaart de gezondheid als goed tot zeer goed. In de bovengenoemde postcodegebieden is het aantal inwoners met overgewicht vergelijkbaar, maar er lijken iets meer rokers te zijn en iets minder inwoners die gezondheid als goed tot zeer goed ervaren.

Bronnen: 1 Sociaal cultureel planbureau 2017, 2 CBS gegevens per postcode 2017; 3 RIVM - regressieanalyse Gezondheidsmonitor 2016 en predictoren CBS (van de Kassteele et al. Int J Health Geogr, 2017); 2 CBS 2018

‡ Toegevoegd op verzoek van de gemeente Dronten. † Het mediane gestandaardiseerde inkomen (besteedbaar inkomen gecorrigeerd voor grootte en samenstelling huishouden) per postcodegebied wordt vergeleken met Nederland, en ingedeeld in categorieën: laag, onder midden, midden, boven midden en hoog (hierbij wordt rekening gehouden met het 99% betrouwbaarheidsinterval van het mediane inkomen)

© IG&H - Utrecht 2019 Toekomstverkenning Zorg Flevoland | Feitenboek 31

Noordoostpolder | de bevolking in de drie postcodegebieden met de laagste

SES in beeld

30% van de inwoners van de Noordoostpolder woont in een postcodegebied met een statusscore die valt in het laagste kwartiel, dit is derhalve iets meer dan de Nederlandse populatie. De Zuidert heeft de laagste statusscore van de Noordoostpolder

8301 (de Zuidert) -2,84 2075 (4,5%) 12% 38% 10%; 10% 11% Onder midden

8303 (Espelervaart west) -1,41 9605 (20,6%) 19% 18% 10%; 10% 13% Midden

8315 (Luttelgeest ) -1,96 2260 (4,9%) 18% 8% 10%; 30% 6% Midden

Nederland 0 - 16% 18% 10%; 13% 9%

Verschillen met betrekking tot de risicofactoren roken en overgewicht zijn beperkt, maar de ervaren gezondheid is relatief slecht

Informatie met betrekking tot de risicofactoren roken en overgewicht alsmede de ervaren gezondheid zijn beschikbaar per buurt 3 en daarmee niet één op één vertaalbaar naar de postcodegebieden. Maar op basis van de meest voorkomende postcode per buurt 4 is een inschatting te maken t.a.v. het voorkomen van de risicofactoren in de bovengenoemde postcodegebieden. Van de inwoners in de Noordoostpolder heeft 50% overgewicht, 20% rookt en 76% ervaart de gezondheid als goed tot zeer goed. In de bovengenoemde postcodegebieden is het aantal inwoners met overgewicht vergelijkbaar, maar er lijken iets meer rokers te zijn en minder inwoners die gezondheid als goed tot zeer goed ervaren.

Bronnen: 1 Sociaal cultureel planbureau 2017, 2 CBS gegevens per postcode 2017; 3 RIVM - regressieanalyse Gezondheidsmonitor 2016 en predictoren CBS (van de Kassteele et al. Int J Health Geogr, 2017); 2 CBS 2018

† Het mediane gestandaardiseerde inkomen (besteedbaar inkomen gecorrigeerd voor grootte en samenstelling huishouden) per postcodegebied wordt vergeleken met Nederland, en ingedeeld in categorieën: laag, onder midden, midden, boven midden en hoog (hierbij wordt rekening gehouden met het 99% betrouwbaarheidsinterval van het mediane inkomen) AZC gevestigd in Luttelgeest

© IG&H - Utrecht 2019 Toekomstverkenning Zorg Flevoland | Feitenboek 32

Inhoud

Patiënt en profiel Zorgaanbod Proces toekomstverkenning

Demografische kenmerken van de populatie in de regio van de MC IJsselmeerziekenhuizen

Gezondheid, zorgkosten en gebruik WMO maatwerkvoorzieningen

Kwetsbare groepen

Profiel en reistijden

Patiënt | één van de indicaties dat patiënten sterker betrokken zijn bij

behandeling en zorgpad is de toename in waarderingen over zorginstellingen

Bron: Rapport “Open Kaart”, onderzoek IG&H Consulting en Patiëntenfederatie Nederland, 2017

© IG&H - Utrecht 2019 Toekomstverkenning Zorg Flevoland | Feitenboek 34

Tekorten arbeidsmarkt | hoewel landelijk geen tekort is aan

kinderartsen, kampte MC Zuiderzee wel met een kinderartsentekort

Landelijk is er geen groot tekort aan kinderartsen De locatie en omvang maken ziekenhuizen in buitengebieden wel minder aantrekkelijk voor kinderartsen

Aantal vacatures per 100 medisch specialisten *

Omvang patiëntenpopulatie te gering om uitdagende

10 verslavingsartsen KNMG aantallen patiënten te zien en kennis en kunde op peil te houden **

6,5 SEH-artsen KNMG Locatie niet aantrekkelijk om te vestigen, niet

concurrerend met de Randstad **

1,8 kinderartsen

Profiel ziekenhuis maakt minder aantrekkelijk, slechts

0 tropenartsen KNMG 4% van de ondervraagde kinderartsen ambieert een

baan in een regionaal niet-opleidingsziekenhuis ***

Het aantal vacatures per 100 kinderartsen staat in de Arbeidsmonitor van het Dit geldt niet alleen voor Lelystad, maar ook voor andere meer afgelegen 3e kwartaal 2018 op plaats 20 van de 46 met 31 vacatures op een regio’s als Drenthe, Noordoost Groningen en Zeeland

beroepsgroep van 1706 kinderartsen

Het MC Zuiderzee kampte met een langdurig tekort aan kinderartsen

Een openstaande vacature kon al sinds 2017 niet vervuld worden, ondanks uitgebreide wervingsacties tot in het buitenland

Daardoor was het sinds eind 2017 al niet meer mogelijk om zonder waarneming de diensten opgevuld te krijgen

Eind 2018 zou de totale formatie door vertrek van 2 kinderartsen dalen tot 2,0 fte waarvan 0,7 fte langdurig ziek is

Daarom werd besloten om de klinische verloskunde en de klinische en acute kindergeneeskunde in MCIJ te gaan sluiten, een besluit dat door het faillissement versneld in werking trad

Bronnen: * Arbeidsmonitor Capaciteitsorgaan/Medisch Contact 3e kwartaal 2018. ** Nederlandse Vereniging voor Kindergeneeskunde (NVK), interview De Stentor, 5 juli 2018. *** Arbeidsmonitor NVK 2016 . **** Beslisdocument klinische verloskunde en klinische en acute kindergeneeskunde MCIJ (v.1.2, 17-10-2018)

© IG&H - Utrecht 2019 Toekomstverkenning Zorg Flevoland | Feitenboek 35

Vervoer | voor klinische zorg nemen de reistijden toe, de impact van

het faillissement is het grootste voor de inwoners van Lelystad

De reistijd met auto neemt het meest toe De totale reistijd na het faillissement Inwoners van Flevoland reizen o.b.v. autobezit niet

voor inwoners van Lelystad verschilt weinig tussen plaatsen vaker met het ov dan gemiddeld in Nederland

Aantal auto’s Toegenomen Totale reistijd per huishouden 2015 reistijd (min) (min) gem/gemeente (min. gem/wijk – max. gem/wijk)

Gelijk Gelijk

< 10 < 10 Nederland* 1,1* (0,7 – 1,3)**

11 – 20 11 – 20

21 – 30 21 – 30 Lelystad 1,1 (0,6 - 1,6)

>30 >30 Noordoostpolder 1,3 (1,0 – 1,6)

Dronten 1,3 (0,8 – 1,4)

Urk 1,1 (1,0 – 1,2)

Bronnen: CBS 2015; CBS in uw buurt 2015; *gemiddelde voor

Bron: Google Maps matig stedelijk gebied (meest representatief voor Flevoland);

**gemiddelde voor zeer stedelijkniet stedelijk gebied )

De reistijd met ov neemt het meest toe De totale reistijd met ov is het hoogst voor Ritprijs en comfort veranderen het meest voor voor inwoners van Lelystad , Swifterbant en inwoners van Swifterbant , Urk , Nagele en inwoners van Lelystad, maar komen overeen met

Urk Tollebeek de regio

Toegenomen Totale reistijd • Voor autogebruikers loopt de toename in ritprijs

reistijd (min) (min) uiteen van €3,- tot €6,90 . De stijging is het hoogst

Gelijk Gelijk voor inwoners van Lelystad en blijft gelijk voor

< 10 < 30 inwoners van Emmeloord.

11 – 20 31 – 50 21 – 30 51 – 70 • Voor ov-gebruikers loopt de ritprijstoename uiteen >30 >70 van €2,60 tot €5,80 . De toename is het hoogst voor inwoners van Lelystad . Voor inwoners van Dronten wordt de rit €0,40 goedkoper (bus i.p.v. trein). • Inwoners van Swifterbant , Nagele en Tollebeek moeten 1 tot 2 keer vaker overstappen. • Inwoners van Lelystad en Dronten kunnen per uur

Bron: 9292 minder vaak met het ov. Bron: 9292

Bij berekening van de reistijden, -kosten en -comfort zijn de volgende aannames gedaan:  Er is uitgegaan van de minimale reistijd voor een enkele reis, vertrekkend om 11:00 uur op een doordeweekse dag  Vertrek is vanaf één centraal punt in desbetreffende plaats. Het centrale punt is bepaald o.b.v. het centrale punt op www.9292ov.nl. Voor de plaats Tollebeek is handmatig een centraal punt gekozen, omdat het punt van www.9292ov.nl niet centraal ligt.  Reiskosten per auto zijn gebaseerd op kilometervergoeding zoals vergoed door Zilveren Kruis en bedragen €0,30/km 11.916 klinische opnames en 7.472 dagbehandeling op jaarbasis (2015)

© IG&H - Utrecht 2019 Toekomstverkenning Zorg Flevoland | Feitenboek 36

Keuze gemeenten | locatie van MC IJsselmeerziekenhuizen, St Jansdal en

Antonius zijn rationale achter gemeenten in analyse

De MC IJsselmeerziekenhuizen leverden met name zorg voor inwoners van de gemeenten Lelystad , Dronten, Urk en Noordoostpolder

Voor inwoners van de plaatsen Lelystad,

Dronten, Swifterbant, Urk, Nagele, Tollebeek De gemeenten Súdwest-Fryslân, Urk, de

en Emmeloord was MC Zuiderzee Lelystad de Noordoostpolder, Lelystad, Dronten en

dichtstbijzijnde zorgaanbieder (klinisch). Harderwijk worden opgenomen in de analyse

Plaatsen waarvoor MC Zuiderzee Lelystad dichtstbijzijnde zorgaanbieder is (klinisch)

Bron: www.lazk.nl

Súdwest-Fryslân

Het Antonius Ziekenhuis en het St Jansdal zijn respectievelijk gevestigd in Súdwest Noordoostpolder

Fryslân en Harderwijk; deze ziekenhuizen nemen zorg MC IJsselmeerziekenhuizen over Urk

Het Antonius Ziekenhuis in Sneek continueert de zorg in de Noordoostpolder

en op Urk door de overname van de Lelystad Dronten

Antonius polikliniek locatie Emmeloord. Ziekenhuis Ziekenhuis St Jansdal neemt vanaf 1 maart 2019 de

Sneek zorg in Lelystad en Dronten over.

Harderwijk

Gemeenten waarin de overnemende zorgaanbieders liggen

St. Jansdal Harderwijk

© IG&H - Utrecht 2019 Toekomstverkenning Zorg Flevoland | Feitenboek 37

Inhoud

Patiënt en profiel Zorgaanbod Proces toekomstverkenning

Zorgaanbod in de regio

Spoedzorg

Ambulancezorg

Acute geboortezorg

Zorgaanbod | rondom Lelystad liggen meerdere algemene

ziekenhuizen van vergelijkbare omvang en één groot STZ ziekenhuis

Ziekenhuisaanbod Flevoland en regio, Kenmerken per inclusief MC IJsselmeerziekenhuizen ziekenhuis

234² 11.916 7.472 152.719 76 105 0,0 / 0 IJsselmeerziekenhuizen

274 10.829 14.578 173.997 137 131 85,5 / 52

238 12.815 13.855 192.673 108 122 77,9 / 50

1.103 44.066 50.590 640.074 390 696 55,1 / 49

380 16.470 15.271 200.121 130³ 155³ 25,0 / 26

Harderwijk

389 15.611 10.700 261.228 136 175 31,0 / 30

Prognose 2019⁴: 3250 70.000 6.500⁵

Lelystad

Bron: Google; Google Maps; DigiMV 2017; Jaarverslagen ziekenhuizen; ¹vanaf locatie MC Zuiderzee; ² inclusief Emmeloord; ³ jaartal 2015; ⁴ exclusief locatie Emmeloord; ⁵telefonische consulten

© IG&H - Utrecht 2019 Toekomstverkenning Zorg Flevoland | Feitenboek 39

Zorgaanbod | het profiel van het MC Zuiderzee was relatief beperkt,

alle poliklinieken worden weer aangeboden in Lelystad

Alle gevestigde specialismen uit MC Zuiderzee worden poliklinisch in ..en zorg van 6 specialismen werd voor Lelystad vanuit het St Jansdal aangeboden, klinische zorg ook elders in de regio.. faillissement ook al elders belegd

Anaesthesiologie 1 1 1 1 1 Cardiothoracale chirurgie 0 0 1 0 0

Cardiologie 1 1 1 1 1 Klinische geriatrie 1 0 1 Dermatologie 1 1 1 1 1 Oogheelkunde 1 1 1 1

Gastro-enterologie (MDL) 1 1 1 1 1 Psychiatrie 1 0 1 0

Heelkunde 1 1 1 1 1 Radiotherapie 0 0 1 0 Revalidatiegeneeskunde 1 1 1 1

Intensive Care geneeskunde 1 1 1 1 1

Interne geneeskunde 1 1 1 1 1 Totaal aantal specialismen 21 24 23 26 23 22

Kaakchirurgie 1 1 1 1 1 Keel-, neus- en oorheelkunde 1 1 1 1 1

Kindergeneeskunde 1 1 1 1 1 Longziekten 1 1 1 1 1

Medische microbiologie 1 1 1 1 1 Neurochirurgie 1 1

Neurologie 1 1 1 1 1 Obstetrie en gynaecologie 1 1 1 1 1

Orthopedie 1 1 1 1 1

Plastische chirurgie 0 0 1 1 1 Legenda:

Radiologie 1 1 1 1 1 Aanwezig 1

Reumatologie 1 1 1 1 1

Spoedeisende geneeskunde 1 1 1 1 1 Niet aanwezig 0

Urologie 1 1 1 1 1 Andere lokale aanbieder

 St Jansdal locatie Lelystad: dit betreft polibezoeken  Patiënten moesten al voor een deel van de electieve zorg reizen naar een ander  SEH in St Jansdal locatie Lelystad wordt in de vorm van een ziekenhuis dan MCIJ spoedpoli aangeboden  Het beeld ‘we verliezen een compleet ziekenhuis’ ligt genuanceerder, ook omdat de zorg die door derden in het MCIJ werd geleverd (blauw) na het faillissement werd gecontinueerd

Bron: DigiMV 2017. Voor Tjongerschans: jaarverslag 2017; website St Jansdal; de Stentor en Orthoparc Lelysatd

© IG&H - Utrecht 2019 Toekomstverkenning Zorg Flevoland | Feitenboek 40

Zorgaanbod | daarnaast wordt ook ziekenhuiszorg verleend door

buitenpoli’s, ZBC’s en zijn er samenwerkingsverbanden

Flevoland en ziekenhuiszorg buiten het ziekenhuis Locatie Vestiging Specialisme Type

Lelystad Flevoziekenhuis** Nefro ilogische zorg, (thuis)dialyse

Legenda: Coloriet Geriatrie

Samenwerking Hartklinieken Cardiologie

Oogziekenhuis Zonnestraal** Oogheelkunde

Buitenpoli Lemmer Beekman Klinieken** Plastische Chirurgie

ZBC* VermoeidheidKliniek Interne Geneeskunde Steenwijk De Trappenberg** Revalidatiegeneeskunde

Vrouw& klinieken Gynaecologie Orthoparc Orthopedie

Emmeloord Dronten St Jansdal Meerdere

MC Groep Meerdere Hartklinieken Cardiologie

Emmeloord MC Groep Meerdere Antonius Zorggroep Meerdere

Swifterbant Oogziekenhuis Zonnestraal Oogheelkunde

Kampen Beekman Klinieken Plastische Chirurgie

Lelystad Dronten Almere Flevoziekenhuis Nefro ilogie Zwolle

Hartklinieken Cardiologie DC Klinieken Interne Geneeskunde DeKinderkliniek Kindergeneeskunde OCA zorg Revalidatiegeneeskunde Van Linschoten Specialisten KNO

Amsterdam Almere Xpert Clinic Plastische Chirurgie

Almere Poort Almere Poort Flevoziekenhuis Dermatologie

Amsterdam OLVG Pathologie Medische microbiologie Klinische chemie

Kampen Isala Meerdere

Orthoparc heeft zich gevestigd in Lelystad als zelfstandig behandelcentrum op het Lemmer Tjongerschans Meerdere

gebied van orthopedie Steenwijk Tjongerschans Meerdere

Isala Meerdere Bron: Google Maps. *ZBC = zelfstandig behandelcentrum; **Vestiging op locatie MC Zuiderzee Swifterbant Hartklinieken Cardiologie

© IG&H - Utrecht 2019 Toekomstverkenning Zorg Flevoland | Feitenboek 41

Inhoud

Patiënt en profiel Zorgaanbod Proces toekomstverkenning

Zorgaanbod in de regio

Spoedzorg

Ambulancezorg

Acute geboortezorg

Spoedzorg | betreft in NL grotendeels basiszorg die primair geleverd wordt

door de huisarts, in een beperkt deel is acuut handelen vereist

Spoedeisende zorg betreft grotendeels acute basiszorg, en wordt in Nederland meestal geleverd door de Meeste patiënten kunnen vanaf de SEH naar huisarts. Het aandeel levensbedreigende tot spoedeisende situaties is beperkt huis, maar aanzienlijk deel wordt opgenomen

Huisarts en huisartsenpost (HAP) Spoedeisende hulp (SEH) Uitstroom

~0,62mln

~17% ~30% ~1,3 mln ~33%

~0,46mln ~61%

~70%

Spoedzorg geleverd door huisarts

Verwijzing naar SEH Instroom SEH Nederland (2017) Uitstroom SEH Nederland (2016)

Instroom via ambulancedienst Huis Op jaarbasis (2017) verrichten de huisartsen in Zelfverwijzing Klinische opname

Nederland circa 6.7mln gewogen spoedconsulten ‡ en Wijkverpleging

worden er circa 1.3mln patiënten doorverwezen naar de Instroom via Huisarts

spoedeisende hulp. Langdurige zorg

 Het grootste deel van de geleverde zorg betreft Ander ziekenhuis acute basiszorg (bijvoorbeeld een gebroken been)

Ambulancedienst (Geriatrische) revalidatiezorg  In 10-15% is snel handelen vereist om te

~8% voorkomen dat vitale functies in gevaar komen

Overleden (spoedeisende situatie) Eerstelijnsverblijf

 In 1-2.5% zijn de vitale functies bedreigd en is Acute psychiatrie

acuut handelen noodzakelijk (levensbedreigende situatie)

 In ruim een derde van de SEH bezoeken gaat het

om ouderen (65+) Circa een derde van de SEH-patiënten wordt opgenomen (2016):

 Verpleegafdeling: 96%

Op jaarbasis (2017) worden er circa 0,98mln A1 en A2 

Intensive care: 4%  Opname frequentie en verblijfsduur nemen toe met ritten

§ uitgevoerd in Nederland, waarvan circa 0,62mln de leeftijd

naar een SEH. Het mobiele medische team (MMT) biedt pre-hospitale medisch zorg en wordt op jaarbasis (2017) circa 0,011mln maal ingezet.

Bronnen: NZa Monitor Acute Zorg 2018; Kwaliteitskader spoedzorgketen 2018; Brancherichtlijn optische en geluidssignalen spoedeisende medische hulpverlening 2016; ‡ Consulten worden gewogen op basis van het type consult (d.w.z. telefonisch, normaal consult, visite of een lange visite); § A1 urgentie: acute bedreiging van de vitale functies kan niet worden uitgesloten, A2 urgentie: geen levensbedreigende situatie, maar er kan sprake zijn van ernstige gezondheidsschade. Ritten met een A1 urgentie betreft circa 60% van het totaal aantal spoedritten.

© IG&H - Utrecht 2019 Toekomstverkenning Zorg Flevoland | Feitenboek 43

Spoedzorg | vanuit het veld worden strengere kwaliteitseisen gesteld

die meer hooggekwalificeerd personeel vereisen

Hoofdlijnen kwaliteitskader spoedzorgketen, gerelateerd aan de (directe) beschikbaarheid en kwalificaties van personeel en faciliteiten

Wettelijke of bestaande veldnorm Nieuw veldnorm of aanbeveling

Spoedlijn wordt binnen 30 sec. opgenomen ( ≥ 98%)  HAP en SEH hebben afspraken gemaakt over samenwerking (o.a.  Bij spoedgevallen is de huisarts in ≥ 90% binnen 20 min . en in ≥ 98% verantwoordelijkheidsverdeling) binnen 30 min. aanwezig of hij/zij schakelt ambulance in  Medewerkers betrokken bij triage zijn hiervoor gekwalificeerd

Huisarts/ HAP Aanbevelingen:  HAP en SEH werken zoveel mogelijk vanuit één locatie

 Huisarts/ HAP heeft 24/7 voldoende mogelijkheden voor aanvullende diagnostiek

 Ambulancezorg is 24/7 telefonisch bereikbaar vi a de meldkamer  De RAV maakt gebruik van actuele beschikbaarheids- en ambulancezorg (MKA) capaciteitsinformatie

 RAV heeft inspanningsverplichting tot het leveren van burenhulp

Ambulance (andere RAV regio)  Bij een A1-melding is er in ≥ 95% een ambulance binnen 15 min .

aanwezig

 Triage door SEH verpleegkundige start binnen 5 min., daarnaast is er  24/7 is er een arts met tenminste 1 jaar klinische ervaring , waarvan 24/7 een SEH verpleegkundige met kinderaantekening aanwezig 1/2 jaar in een poortspecialisme (o.a. chirurgie en interne), aanwezig §

Arts op de SEH heeft ervaring met spoedeisende hulpverlening  Binnen 30 min. is er een arts of verpleegkundig specialist met (reanimatie, stabilisatie, zekeren luchtweg etc.) en is 24/7 binnen 5 min geriatrische expertise telefonisch bereikbaar (fysiek < 2 uur) § bij het bed aanwezig  Ondersteunende specialismen (apotheek, klinische chemie en

Specialisten (o.a. neuroloog, chirurg) zijn binnen 15 – 30 min. medische microbiologie) zijn binnen 30 min. bereikbaar § bereikbaar/aanwezig (vereisten variëren per specialisme)  Er is een duidelijk omschreven ontslagprocedure en nazorgtraject

 Voor acute verloskunde is er 24/7 een klinisch verloskundige of arts(kwetsbare groepen)

SEH/Ziekenhuis

assistent aanwezig, daarnaast zijn de kinderarts, gynaecoloog en  SEH maakt gebruik van actuele beschikbaarheids- en anesthesist binnen 30 min beschikbaar capaciteitsinformatie

Laboratorium en röntgenfaciliteiten zijn direct beschikbaar Aanbevelingen:  Een operatiecomplex, intensive care unit (CCU voor spoedeisende  SEH-arts KNMG of specialist (cursus Advanced Life Support en cardiologische zorg) en klinische opname afdelingen zijn aanwezig Advanced Pediatric Life Support afgerond) is fysiek aanwezig  Een OK-team is binnen 15 – 30 min. aanwezig  Acute opname afdeling (t.b.v. observatie en diagnostiek) is aanwezig

Samenwerking en informatieoverdracht zijn essentieel: ketenpartners stemmen triagesystemen zoveel mogelijk op elkaar af en delen actuele medische gegevens elektronisch met elkaar

 Ketenpartners weten welke ziekenhuizen in de regio over specifieke

Keten faciliteiten en/of competenties beschikken voor specifieke

toestandsbeelden. Dit is inzichtelijk gemaakt in ROAZ -verband (Regionaal Overleg Acute Zorgketen)

Bronnen: Kwaliteitskader spoedzorgketen 2018 en Kwaliteitsvisie spoedeisend zorg 2013; normen gelden voor iedere geopende SEH; § partijen zijn het niet eens over deze norm, Zorginstituut heeft doorzettingsmacht

© IG&H - Utrecht 2019 Toekomstverkenning Zorg Flevoland | Feitenboek 44

Spoedeisende hulp | kwaliteitskader stelt aanvullende eisen op het

gebied van personeel en faciliteiten aan de organisatie

Tijdsnorm PERSONEEL FACILITEITEN

Aantal minuten voordat het

personeel of een faciliteit aanwezig/ Verpleegkundige: < 5 min. aanwezig Laboratorium en röntgenfaciliteiten: direct beschikbaar

beschikbaar moet zijn op de SEH Specialist: 15-30 min. aanwezig OK <30 min. beschikbaar

Spoedeisende hulp

Patiënt komt op SEH Uitstroom patiënt

ing SEH Arts Acute Ondersteunend

ht ICCU opname* specialisme**

ic Röntgen

Inr Verpleegkundige Specialist

Laboratorium Klinische opname

  • Acute opname afdeling geldt als aanbeveling

PERSONEEL FACILITEITEN ** Ondersteunende specialismen zijn o.a.

apotheek, klinische chemie, microbiologie

Melding & Triage Diagnostiek & Behandeling Uitstroom

ingen • SEH en RAV maken Arts Specialist • Er is een duidelijk

el gebruik van actuele omschreven beschikbaarheids- en • Ervaring met SEHPsychiatrieAnesthesiologieOK-team ontslagprocedure en

capaciteitsinformatie • Minimaal 1 jaar klinischeRadiologieChirurgieNeurologieInterne -Kindernazorgtraject

werkervaring

A anbev • De HAP en SEH Geneeskunde Geneeskunde (kwetsbare groepen) • KNMG of specialist met aanvullende

en werken zoveel mogelijk cursus: Advanced (pediatric) Life • Bij acute verloskunde is er een klinisch • Indien nodig ontvangt vanuit één locatie en

Support verloskunde of arts-assistent aanwezig de patiënt duidelijke en m maken duidelijke informatie over het afspraken over de Verpleegkundige Algemeen vervolg van de

melding en triage

ldnor • <30 minuten is er een arts of

overdragende

  • • 
    Triage start binnen 5 • Ervaring met SEH verpleegkundige met geriatrische zorgverlener

Ve min • Bezit van een kinderaantekening

(ENPC) expertise telefonisch bereikbaar (fysiek < 2uur)

Keten

  • • 
    Ketenpartners stemmen triagesystemen zoveel mogelijk op elkaar af en delen actuele medische gegevens . • Ketenpartners weten welke ziekenhuizen in de regio over Bronnen: Kwaliteitskader spoedzorgketen 2018 en Kwaliteitsvisie spoedeisende zorg 2013; Ф normen gelden voor iedere geopende SEH specifieke faciliteiten en/of competenties beschikken voor specifieke toestandsbeelden .

Bronnen: Kwaliteitskader spoedzorgketen 2018 en Kwaliteitsvisie spoedeisende zorg 2013; normen gelden voor iedere geopende SEH

© IG&H - Utrecht 2019 Toekomstverkenning Zorg Flevoland | Feitenboek 45

Spoedzorg | voor een aantal specifieke toestandsbeelden is de spoedzorg in

Nederland geconcentreerd

Concentratie van acute zorg bij specifieke toestandsbeelden is al 10 jaar een thema in diverse kwaliteitsrichtlijnen

Ziekenhuis met specifieke faciliteiten Dichtstbijzijnde ziekenhuis

Acute Cardiologie  Hartinfarct (AMI)  Cardiologisch interventiecentrum waar zowel hartkatheterisatie  Overige aandoeningen als dotterbehandelingen (PCI) uitgevoerd kunnen worden

Eerste harthulpCardiac Care Unit (CCU)Hartrevalidatie

Acute Neurologie  Herseninfarct (CVA)  Ziekenhuis met trombolyse faciliteiten; indien intra- arteriële  Overige aandoeningen  Verdenking subarachnoïdale behandeling (IAT) nodig blijkt, wordt patiënt naar een IAT-

bloeding (SAB) met gedaald behandelcentrum vervoerd bewustzijn en braken

Acute Vaatchirurgie  Ruptuur abdominaal aorta  Vaatchirurgische behandelteam  Overige aandoeningen aneurysma ((r)AAA)  24/7 beschikbaarheid endovasculaire aneurysma reparatie

(EVAR)

Acute Kindergeneeskunde  Pediatric intensive care unit (PICU)  Eerste opvang en stabilisatie van IC- behoeftige kinderen; evt. daarna

overplaatsen naar centrum met PICU

Trauma opvang  Ernstig trauma  Level 1 traumacentrum (evt. eerst opvang in een level 2  Brandwonden: stabilisatie, evt. daarna  Multitrauma traumacentrum) overplaatsen naar brandwondencentrum

Bronnen: Kwaliteitsindeling spoedeisende Hulp 2009; Kwaliteitsvisie Spoedeisende zorg, 2013; Landelijk protocol ambulancezorg 2016; Kwaliteitskader spoedzorgketen 2018

Daarnaast wordt een afname van het aantal spoedeisende hulp afdelingen geobserveerd

H’s SE 7 24/ al

Aant

Bronnen: NZa Marktscan Acute Zorg 2017 en NZa Monitor Acute Zorg 2018; cijfer voor 2018 betreft de stand op 1 november 2018

© IG&H - Utrecht 2019 Toekomstverkenning Zorg Flevoland | Feitenboek 46

Spoedzorg | voor een aantal van deze specifieke toestandsbeelden

werden patiënten niet naar de SEH van het MC Zuiderzee gebracht

Basis SEH       

Acute Cardiologie (AMI)  

Acute Neurologie (CVA -

trombolyse)       

Acute Neurologie (SAB en IAT-

indicatie)  

Acute Vaatchirurgie (rAAA)  

Acute Kindergeneeskunde       

Trauma opvang L3 L2 L3 L3 L1 L3 L1

Bronnen: Acute Zorgnetwerk Noord-Nederland; RAV Flevoland; MC IJsselmeerziekenhuizen; ‡ acute en klinische kindergeneeskunde werd kort voor het faillissement gesloten in het MC Zuiderzee

© IG&H - Utrecht 2019 Toekomstverkenning Zorg Flevoland | Feitenboek 47

Spoedzorg | het MC Zuiderzee had een middelgrote SEH, met piekinstroom

tijdens kantooruren en relatief veel klinische opnames

De SEH van het MCIJ was een middelgrote SEH, met de grootste instroom gedurende kantooruren SEH patiënten werden relatief vaak opgenomen

Gemiddeld aantal unieke SEH presentaties in de periode januari t/m juni 2018 Gemiddelde uitstroom in de periode januari t/m juni 2018

en per uur en per dag

iënt iënt pat

S E H pat S E

H ~39%

e e ~56% ek ek uni

al al uni Per week: gemiddeld 270 (~1200 per maand)

aant aant uur Huis Klinische opname Ander ziekenhuis

SEH’s in Nederland naar aantal bezoeken Overleden

Gemiddeld aantal SEH-bezoeken:  De SEH van het MCIJ Zuiderzee was, met een  In verhouding met het Nederlandse gemiddelde van < 228 /week gemiddeld aantal unieke SEH presentaties van 33% werden patiënten significant vaker opgenomen **

270 per week, een middelgrote SEH  Daarnaast werden patiënten vaker doorgestuurd naar  De meeste patiënten presenteerden zich tijdens een ander ziekenhuis (3,6% versus 1,1%) **

kantooruren 228 – 510 /week  Vergelijkbaar met het ‘Nederlandse patroon’,

worden de meeste patiënten gezien op maandag en op vrijdag en is het relatief rustig in het weekeinde

> 510 /week > 510 /week

2

Bronnen: MC IJsselmeerziekenhuizen; NZa Monitor Acute Zorg 2018; BIA kwaliteitskader spoedzorgketen december 2018; ** χ test zonder continuïteitscorrectie

Voor zover bekend bij de Toekomstverkenner zijn er tot op dit moment nog geen calamiteiten gemeld, wel zijn er incidenten en casus gemeld.

© IG&H - Utrecht 2019 Toekomstverkenning Zorg Flevoland | Feitenboek 48

Spoedzorg | instroom SEH MC Zuiderzee primair via de huisarts en relatief

veel patiënten van 65 jaar en ouder, conform andere SEH’s in NL

Conform Nederlandse cijfers werden de meeste patiënten naar de SEH De meeste patiënten kwamen binnen i.v.m. ziekte (bijv. een respiratoire verwezen door de huisarts. In verhouding met NL cijfers was het aandeel aandoening), maar in circa een derde betrof het lichamelijk letsel (bijv. een

zelfverwijzers relatief laag. fractuur) of een intoxicatie

3% 1% 3%

Huisarts Ziekte

7% Bedrijfsarts Lichamelijk letsel of intoxicatie

7% Polikliniek MCIJ Controle

8% Ambulanceverpleegkundige 31%

Andere afdeling MCIJ

9% 52%

Zelfverwijzing 66%

13% Röntgenafdeling

Overig

Een derde van de patiënten die zich op de SEH presenteerde was 65 jaar of

ouder conform Nederlandse cijfers De verblijfsduur op de SEH bedroeg gemiddeld* 177 minuten

75+ 17%

65-74 16% Controle

45-64 24%

Man Lichamelijk

20-44 letsel of intoxicatie 23% Vrouw

5-19 13% Ziekte

0-4 7% 0 50 100 150 200 250

0% 5% 10% 15% 20% 25% 30% * Gewogen gemiddelde

Bronnen: MC IJsselmeerziekenhuizen (periode januari – juni 2018) ; NZa Monitor Acute Zorg 2018

© IG&H - Utrecht 2019 Toekomstverkenning Zorg Flevoland | Feitenboek 49

Spoedzorg | ~75% van de patiënten op de SEH v/h MC Zuiderzee was

afkomstig uit de regio, maar relatief weinig vanuit de Noordoostpolder

k Tollebeek Landelijk Gebied

Ur Percentage van totaal aantal SEH De Top presentaties

Marknesse Aantal SEH bezoeken/ 100 inwoners in

Luttelgeest postcodegebied

Espel

lder Tollebeek  Circa 75% van de patiënten op de SEH in het Zuiderzee ziekenhuis kwam uit de regio

tpo Nagele (periode januari – juni 2018)

Ens  Er zijn géén aanwijzingen dat er een correlatie doos is tussen de sociaal economische status en het

De Zuidert - Indutriegebied Nagelerweg aantal presentaties op de SEH.

N oor Espelervaart (West)

Landelijk Gebied De Zuidert

Biddinghuizen Swifterbant

en Kern Dronten

D ront Landelijk Gebied Dronten Kern Dronten

Landelijk Gebied Dronten Landelijk Gebied Haven

Industrieterrein Lelystad Punter

Markermeerdijk Grietenij 16/ 100 inwoners

Botter I Postcodegebied met

ly st

ad

53% v/d inwoners 65+

Lelystad Landelijk Gebied

Le Buurt 51

Horst Atol E.O. Zuiderzeelaan E.O. Landelijk Gebied Lelystad - Swifterringweg

Oostrandpark Bronnen: MC IJsselmeerziekenhuizen 0% 1% 2% 3% 4% 5% 6% 7% 0,00 2,00 4,00 6,00 8,00

© IG&H - Utrecht 2019 Toekomstverkenning Zorg Flevoland | Feitenboek 50

Spoedzorg | patiënten presenteerden zich meest frequent met cardiologische

aandoening of fractuur; 1 – 23% kreeg triagestatus acuut – zeer urgent

Slecht een klein deel van de patiënten (1%) werd getrieerd als acuut zorg behoevend, een aanzienlijk groter deel als zeer urgent (23%). Uit Nederlandse cijfers blijkt dat in 1-2.5% de vitale functies bedreigd zijn en acuut

handelen noodzakelijk is, in 10-15% is snel handelen vereist om te voorkomen dat vitale functies in gevaar komen 100%

25% 14% 20%

80% 49%

60% 54%

51% 40% 77%

41% 20%

23% 1% 30%

0% 9%

0,3% 1% 1%

Totaal Lichamelijk Ziekte Controle 60% voor het letsel of intoxicatie specialisme heelkunde

Urgentie: Acuut Zeer urgent Urgent Standaard

Fracturen en oppervlakkig letsel > 50% van het lichamelijk letsel/ Cardiologie, inwendige ziekten en heelkunde meest frequent intoxicaties hoofdbehandelaar van patiënten die zich met ziekte presenteerden op de SEH

Type letsel/ intoxicatie Hoofdbehandelaar 14%

Fractuur 16% 22% Cardiologie

Oppervlakkig letsel 5% 9% Inwendige geneeskunde

Open wond 45% Heelkunde

Hersenletsel 5% 31% 9%

6% 18%

Longziekten

Distorsie 66% Kindergeneeskunde 13%

Vergiftiging* 6% Neurologie 15%

Overige 16% Overige

  • * 
    Alcohol, drugs, medicijnen of overig

Bronnen: MC IJsselmeerziekenhuizen (periode januari – juni 2018); NZa Monitor Acute Zorg 2018

© IG&H - Utrecht 2019 Toekomstverkenning Zorg Flevoland | Feitenboek 51

Spoedzorg | patiënten presenteerden zich meest frequent met letsel aan de

bovenste extremiteiten

om Wervelkolom, onderrug

kol Bekken Letsel was in 43% van de gevallen gelokaliseerd ter plaatse van

vel schouder, arm of hand. Letsel aan de romp en/of wervelkom Onderrug kwam het minste voor. Daarnaast was letsel aan meerdere

w er

p/ Orgaan lichaamsdelen zeldzaam.

R om Thorax

s Overig

der

An Meerdere lichaamsdelen 31%

Nek

nek Aangezicht

s/ Neus

hal d/ Oog(bol)

H oof Hersenen

Behaarde hoofd Bronnen: MC IJsselmeerziekenhuizen (periode januari – juni 2018); betreft alleen

lokalisaties met een percentage ≥ 0,5%.

Been, overig Teen Voet

voet Enkel

been/ Onderbeen

H eup/ Knie

Bovenbeen Heup

Arm, overig Vinger

nd

/ha Hand

m

/ar Pols

Onderarm

houder Elleboog

Sc Bovenarm

Schouder

0% 2% 4% 6% 8% 10% 12%

© IG&H - Utrecht 2019 Toekomstverkenning Zorg Flevoland | Feitenboek 52

Spoedzorg | ICU opnames vanaf de SEH waren zeldzaam en kwamen

relatief vaker gedurende de avond en nacht voor

Van alle patiënten die zich presenteerden op de SEH van het MC Zuiderzee ziekenhuis werd ~ 2% op de ICU opgenomen, relatief vaker ‘s avonds en ‘s nachts dan overdag. Patiënten werden het meest frequent opgenomen door het specialisme cardiologie, gevolgd door inwendige ziekten

Gemiddeld aantal ICU opnames vanaf de SEH in de periode januari t/m juni 2018  In de periode januari t/m juni 2018 werden er per

week gemiddeld 2,7 patiënten overdag en 1,6

H 08:00 – 20:00 uur H 20:00 – 08:00 uur patiënten ‘s nachts vanaf de SEH op de ICU

S E S E opgenomen. In totaal betrof dit 1,6% van het aantal

de de

SEH presentaties en 4% van het aantal opnames

anaf anaf

v v vanaf de SEH.

es es

 ~2% van de patiënten die zich op de SEH presenteerden werd opgenomen in een ander

U opnam U opnam

IC

al al IC

ziekenhuis, een aanzienlijk deel hiervan zal ICU opnames betreffen.

aant aant

 Patiënten werden met diverse aandoeningen op de ICU opgenomen, waaronder: hart- en vaatziekten,

Gemiddeld aantal ICU opnames vanaf de SEH in de periode januari t/m juni 2018 als percentage van het totaal aantal

unieke SEH presentaties infectie- en longziekten, orgaanletsel, hersenletsel

en intoxicaties

) 08:00 – 20:00 uur ) 20:00 – 08:00 uur (% Op de ICU opgenomen patiënten naar specialisme

S E H (% 228 – 510 /week S E

H

de de 5% 14% Inwendige geneeskunde

anaf anaf

v v 27% Cardiologie

es es 11% Longziekten

Heelkunde

U opnam U opnam 44%

Overig IC IC

Bronnen: MC IJsselmeerziekenhuizen (periode januari – juni 2018)

© IG&H - Utrecht 2019 Toekomstverkenning Zorg Flevoland | Feitenboek 53

Spoedzorg | groot deel letsel kan gezien worden op spoedpoli, maar voor

overige patiënten zijn mogelijkheden zeker gedurende AW-uren beperkt

Spoedpoli in Lelystad – algemene informatie

 Openingstijden: 8.00 – 21.30 uur  Patiënt is ABC stabiel  Patiënt is niet opgenomen in een ziekenhuis of andere zorginstelling en het is niet zeker of opname vereist is  Voor kinderen is de spoedpoli alleen geschikt bij een enkelvoudige fractuur, simpele wond of appendicitis  Er mag geen vermoeden bestaan op occulte pathologie op basis van mechanisme ‡  Met betrekking tot trauma, is de spoedpoli alleen geschikt voor laagenergetisch trauma

Informatie per ziektebeeld

Type Specialisme ma-vrij avond/ weekeinde

Contusio/distorsio Heelkunde  

Fractuur bovenste ledematen Heelkunde  

Fractuur onderste ledematen § Heelkunde   Type letsel/ intoxicatie

31% van totaal aantal SEH presentaties

ie Fractuur wervelkolom ║ Heelkunde   Fractuur cat Oppervlakkig letsel

oxi Fractuur os pubis Heelkunde  

nt Open wond

f i

o Fractuur kinderen (enkelvoudig) Heelkunde  

Hersenletsel

sel Distorsie Let Brandwonden Heelkunde   Vergiftiging

Overige

Wonden Heelkude  

Luxatie Heelkunde  

Corpus alienum Heelkunde  

Bronnen: St Jansdal, MC IJsselmeerziekenhuizen; Bijvoorbeeld buikpijn na een val van grote hoogte waar een inwendige bloeding aan ten grondslag kan liggen, terwijl de patiënt wordt ingestuurd voor een röntgenfoto van bovenste extremiteiten § Behoudens femur/collumfractuur;Indien patiënt mobiel is en er geen neurologische symptomen zijn

© IG&H - Utrecht 2019 Toekomstverkenning Zorg Flevoland | Feitenboek 54

Spoedzorg | groot deel letsel kan gezien worden op spoedpoli, maar voor

overige patiënten zijn mogelijkheden zeker gedurende AW-uren beperkt

Informatie per ziektebeeld

Type Specialisme ma-vrij Avond/ weekeinde

Verdenking appendicitis Heelkunde  

Verdenking cholecystitis/cholelithiasis Heelkunde  

Perianaal abces/sinus pil Heelkunde  

Atrifibrilleren (zonder pijn op de borst of Cardiologie

dyspnoe)  

Agina pectoris zonder ECG-afwijkingen Cardiologie   Hoofdbehandelaar

patiënten met ziekte (66%)

Dysponoe (cardiaal; saturatie > 90%) Cardiologie   Cardiologie

Inwendige geneeskunde Nierstenen Urologie

e   Heelkunde

ekt Blaasretentie (catheterproblemen) Urologie Longziekten

Zi   Kindergeneeskunde

Epididymitis Urologie   Neurologie

Overige Verdenking longembolie (saturatie > Longziekten

90%) ‡  

Astma/COPD (saturatie > 90%) Longziekten  

Diep veneuze tromboze Inwendige

geneeskunde  

Prikaccident Inwendige

geneeskunde  

Insektenbeet (lokaal) Inwendige

geneeskunde  

Bronnen: St Jansdal, MC IJsselmeerziekenhuizen; Geen collapsneiging

© IG&H - Utrecht 2019 Toekomstverkenning Zorg Flevoland | Feitenboek 55

Spoedzorg | groot deel letsel kan gezien worden op spoedpoli, maar voor

overige patiënten zijn mogelijkheden zeker gedurende AW-uren beperkt

Informatie per ziektebeeld

Type Specialisme ma-vrij Avond/ weekeinde

Corpus alienum oor/neus KNO   Type letsel/ intoxicatie

31% van totaal aantal SEH presentaties

Neusfractuur KNO   Fractuur

sel Trauma capitis (EMV 15) Neurologie   Oppervlakkig letsel

Let Open wond

Kinderen met factuur Kindergeneeskunde   Hersenletsel

Kinderen met wond Kindergeneeskunde   Distorsie

Vergiftiging Overige

Type Specialisme ma-vrij Avond/ weekeinde

Epistaxis KNO  

Hoofdbehandelaar

Peritonsillair abces KNO   patiënten met ziekte (66%)

Cardiologie

TIA Neurologie   Inwendige geneeskunde

Heelkunde

e Hoofdpijn (zonder verdenking op Neurologie Longziekten SAB/meningitis)  

ekt Kindergeneeskunde

Zi Rugklachten Neurologie   Neurologie

Duizeligheid Neurologie Overige  

Zieke kinderen Kindergeneeskunde  

Appendicitis Kindergeneeskunde  

Bronnen: St Jansdal, MC IJsselmeerziekenhuizen

© IG&H - Utrecht 2019 Toekomstverkenning Zorg Flevoland | Feitenboek 56

Spoedzorg | monitoring omliggende ziekenhuizen laat geen

aanwijzingen zien dat patiënten minder vaak naar de SEH gaan

Op basis van een grove schatting zijn er geen aanwijzingen dat patiënten minder vaak naar de SEH gaan

26

en 59

iënt 88 SEH Harderwijk

pat 381 Flevoziekenhuis S E

H Spoedpoli Lelystad

e 341

ek Isala

uni SEH Sneek

al Per week: gemiddeld 270 364 Spoedpost Emmeloord

aant

Totaal ~1200/maand Totaal: 1258/maand

Toelichting:

 In de periode januari t/m augustus 2018 waren er gemiddeld 1200 unieke SEH presentaties per maand op de SEH van het voormalige Zuiderzee ziekenhuis (~75% woonachtig in Lelystad, Dronten, de Noordoostpolder of Urk).

 In de periode september 2018 t/m april 2019 heeft monitoring plaatsgevonden. Hierbij is o.a. gekeken naar het aantal SEH presentaties.  Om inzicht te verkrijgen in de verdeling van patiënten is een grove schatting gemaakt. Gezien eenduidige vergelijking niet mogelijk is en er daarnaast rekening gehouden moeten worden met fluctuaties per jaar kunnen geen harde conclusies worden getrokken op basis van deze inschatting.  In Harderwijk waren er in maart en april (nieuwe situatie) 381 patiënten meer uit één van de 4 gemeentes t.o.v. september 2018.  Het aantal patiënten (uit één van de 4 gemeentes) dat zich op de spoedpoli in Lelystad presenteerden was in maart-april gemiddeld 341.  In het Flevoziekenhuis werden in maart en april gemiddeld 364 meer patiënten gezien dan vorig jaar  In het Isala werden in maart en april gemiddeld 88 meer patiënten gezien (uit één van de 4 gemeentes) t.o.v. vorig jaar.  Op de SEH in Sneek en de spoedpost in Emmeloord werden respectievelijk gemiddeld 59 en 26 patiënten meer gezien in maart-april t.o.v. 2018.  Het is mogelijk dat patiënten eerst gezien worden op de spoedpoli in Lelystad of de spoedpost in Emmeloord en vandaar uit worden doorgestuurd naar een SEH in de regio (deze patiënten worden dus dubbel meegenomen in de figuur rechtsboven).

© IG&H - Utrecht 2019 Toekomstverkenning Zorg Flevoland | Feitenboek 57

St Jansdal | aantal patiënten vanuit Lelystad en Dronten neemt toe

en betreft nu 25-30% van het totaal aantal patiënten op de SEH

Aantal bezoeken aan de SEH in Harderwijk is toegenomen tot een gemiddelde van 1834 in maart en april (een toename van 29% t.o.v. september). De stijging wordt vooral veroorzaakt door patiënten uit Lelystad en Dronten, het aantal patiënten uit andere regio’s fluctueert

2000

1800 9 12

12 14

1600 3 8 11

8

ies 405

at 1400 122

116 243 339 514 471

428

ent 1200

es 1000

al pr 800 Aant 600

400 2

4

200 1296 1382 1274 1313 1317 1139 1282 1374 303 372

0 2 2

September Oktober November December Januari Februari Maart April Maart, spoedpoli April , spoedpoli Lelystad Lelystad

Anders Lelystad en Dronten Noordoostpolder en Urk

Met name groei in het aantal patiënten vanuit Lelystad. Inwoners

van Dronten bezochten ook voor het faillissement al vaker de SEH Overgrote meerderheid van de patiënten op de spoedpoli

in Harderwijk komt uit Lelystad

350 ies

at 300 April ent 250

es 200

 pr 150

al 100

Maart Aant 50

0 0 100 200 300 400 500 Aantal presentaties

Lelystad Dronten Noordoostpolder Urk Anders Lelystad Dronten Noordoostpolder Urk

Bron: St Jansdal

© IG&H - Utrecht 2019 Toekomstverkenning Zorg Flevoland | Feitenboek 58

St Jansdal | patiënten uit de regio van de voormalig MC

IJsselmeerziekenhuizen worden vaker opgenomen

Het aantal opnames vanaf de SEH in Harderwijk is sinds september met ~40% toegenomen tot een gemiddelde van 743 in maart en april. Deze toename betreft vooral patiënten uit Lelystad en Dronten. Daarnaast was het aantal opnames vanaf de spoedpoli in Lelystad hoger in april dan in maart

800 9 7

700

es 5 6 6 6

600 3 219 3

49 118 177 204

237 216

 opnam 500 48

al 400

 aant 300

ol uut 200

Abs 100

476 532 505 477 480 440 497 516 19 42 0

September Oktober November December Januari Februari Maart April Maart, spoedpoli April , spoedpoli Lelystad Lelystad

Anders Lelystad en Dronten Noordoostpolder en Urk

Percentage opnames vanaf de SEH hoger voor patiënten uit de regio Opgenomen patiënten komen het meest frequent uit Lelystad, hier van de voormalige MC IJsselmeerziekenhuizen; en ligt ook hoger wordt tevens de grootste stijging gezien

en dan het aantal opnames in Lelystad voor het faillissement

es 160

oek 60% 140 50% 120

H bez 40% al opnam 100

SE 80

an 30% aant 60

) v 20%

 (% ol

uut 40

10% 20 es Abs

0% 0

O pnam

Andere regio opnames % Regio MCIJ Opnames (%) Lelystad Dronten Noordoostpolder Urk

Bron: St Jansdal; ‡ Hierbij moet rekening gehouden worden met het lage aantal opnames vanaf de spoedpoli, het aantal opnames vanaf de SEH en spoedpoli samen is voor maart en april gemiddeld 32% van het totaal aantal presentaties op de SEH en de spoedpoli (alleen patiënten uit de regio van de voormalig MC IJsselmeerziekenhuizen zijn meegenomen in deze berekening); hierbij moet echter weer rekening gehouden worden met de verspreiding van patiënten naar andere ziekenhuizen in de regio.

© IG&H - Utrecht 2019 Toekomstverkenning Zorg Flevoland | Feitenboek 59

Flevoziekenhuis | aantal patiënten op de SEH v/h Flevoziekenhuis

neemt toe en patiënten worden relatief vaker opgenomen

Aantal SEH presentaties in het Flevoziekenhuis is fors toegenomen met gemiddeld ~200 per maand. De stijging was het grootste in

februari - april

2500 10% 15% 23%

ies 6% 6% 21%

at 2000 ent -7%

es 1500

1000 2018

al pr 1949 1977 2069 1680 2024 1894

500

Aant 1884 2070 2105 2285 2026 2323 2323 0

Aantal Bezoeken 2017 - 2018 Aantal Bezoeken 2018 - 2019

Absoluut aantal opnames is met gemiddeld ~250/maand toegenomen, dit wordt deels verklaard door een toename van het aantal SEH presentaties. Maar, ook als het aantal opnames wordt weergegeven t.o.v. het aantal SEH presentaties (%) wordt in de meeste maanden een toename gezien. In 2017/ 2018 lagen de cijfers (behoudens in maart) nog

rond het NL gemiddelde van 33%. Dit geldt niet meer voor 2018/2019 waar het relatieve aantal opnames gemiddeld hoger is dan in het voormalige MC Zuiderzee ziekenhuis.

1200 al 50% 16% 12%

45% 15% 9%

1000 61% 39% 11% 65% 64% aant

-1%

28% 10% es 1% het 40%

800 26% ies 35%

 opnam v

an at

30%

al 600 s % ent

 al es

 aant pr

25%

es 20% 42%

ol uut 400

856

699 15% 33%

36%

576 683 29% 534 600 558 O pnam 27%

30% 34% Abs 200 10%

725 881 966 969 917 951 872 5% 38% 43% 46% 42% 45% 41% 38%

0 0% Oktober November December Januari Februari Maart April Oktober November December Januari Februari Maart April

Aantal opnames 2017 - 2018 Aantal opnames 2018 - 2019 Opnames 2017 - 2018 % Opnames 2018 - 2019 %

Bron: Flevoziekenhuis

© IG&H - Utrecht 2019 Toekomstverkenning Zorg Flevoland | Feitenboek 60

Antonius zorggroep | patiënten afkomstig uit de Flevopolder, komen

primair vanuit de Noordoostpolder, dit aantal is toegenomen

Overgrote meerderheid van de patiënten op de spoedpost in Aandeel patiënten uit de Flevopolder op de SEH in Sneek is beperkt Emmeloord komt uit de Noordoostpolder (gemiddeld 14%)

250 1200

1000 150 148

ies 200 ies at at 89

99

800 1 136 147

158 143 2 2 4 5 ent 150 ent

es es 600 pr pr

al 100

184 186

151 161 al 400 843 871 776 805 804 802 912 989

Aant 94

113 123 127

50 Aant 200

0 17 15 1 11

1 14 2 11 2 8 18 22

0

Anders Lelystad en Dronten Noordoostpolder en Urk Anders Lelystad en Dronten Noordoostpolder en Urk

Instroom spoedpost Emmeloord fluctueert en de impact van het De instroom van patiënten uit de Noordoostpolder en Urk op de SEH in faillissement lijkt beperkt Sneek is toegenomen

140 140

ies 120 ies 120 at 100 at 100

ent 80 80

es 60 ent 60

40 es 40 al pr

20 pr

20

0 al

0

Aant i i t i i

t ril ei ni li r i i t ril

i i i i i t

uar uar aar ber te ber ber

ril

uar uar Aant uar aar ruar aar

us r ber te ber ber ril uar

M Ap Me Jun Jul st ruar aar

Jan M Ap M Ju Ju tus em ob em em Jan gu

ob

tem em em Jan M

Ap

Febr gus Au pt O tk Jan

M Ap

Febr Feb Au O

tk Feb

Se N

ov D ec Sep N ov D ec

2018 2019 2018 2019 Lelystad Dronten Noordoostpolder Urk Lelystad Dronten Noordoostpolder Urk

Bron: Antonius zorggroep

© IG&H - Utrecht 2019 Toekomstverkenning Zorg Flevoland | Feitenboek 61

Antonius zorggroep | in overeenstemming met de toename van het

aantal SEH presentaties, is ook het aantal opnames toegenomen

Conform de stijging in het aantal SEH presentaties is ook het aantal opnames vanaf de SEH in Sneek toegenomen 600

es 500

400 93 95 82 82 80

 opnnam 3 al 50

64 84 5 1

300 1

2

 aant 200

ol uut 311 332 332 344

369 355 381 371 Abs 100

0 September Otkobter November December Januari Februari Maart April

Anders Lelystad en Dronten Noordoostpolder en Urk

Percentage opnames vanaf de SEH is hoger voor patiënten uit de regio Aantal opgenomen patiënten afkomstig uit de Noordoostpolder en Urk van de voormalige MC IJsselmeerziekenhuizen; maar dit was ook al zo is toegenomen

voor het faillissement

80

70% es 70 en 60% 60 oek 50%

40% opnam

50

al 40

H bez 30% 30

SE 20% aant 20 an 10% 10

) v 0% ol

uut

i i t ril ei ni li r i i t 0 i i t li r i i

 (% ril uar uar aar tus ber te ber ber uar Abs ril ei ni

t

uar aar uar uar aar tus ber te ber ber

ril uar uar aar

es Jan M Ap

M Ju Ju

M Ap

Febr gus

em tk ob em em Jan M

Ap M Ju Ju Au pt O Febr

gus em tk ob em em M

Ap

Se N

ov D ec Jan Febr Au pt O

Se N

ov D ec Jan Febr

O pnam 2018 2019 2018 2019

Andere regio opnames (%) Regio MCIJ opnames (%) Lelystad Dronten Noordoostpolder Urk

Bron: Antonius zorggroep

© IG&H - Utrecht 2019 Toekomstverkenning Zorg Flevoland | Feitenboek 62

Isala | instroom vanuit met name de Noordoostpolder en Urk is

toegenomen, daarnaast worden patiënten vaker opgenomen

Toename in het totaal aantal SEH presentaties in de periode januari Duidelijke toename in het percentages opnames van patiënten

t/m april uit de regio van de voormalige MC IJsselmeerziekenhuizen; in de periode januari – oktober 2018 is absolute aantal echter laag

400

ies 110% en

(~10/maand)

at 350 oek 70%

ent 60%

es 300

 pr 250 H

 bez 50% EH SE

40%

 S 200 an 30% al 106% 320%

150 ) v 20%

Aant 100 (% 10%

58% 167 es 0% i i t ril ei ni li i i t ril

0 O Jan

Lelystad Dronten Noordoostpolder Urk Febr

gus em

Au pt O

kt em em Jan

Febr

Se N

ov D ec

2018 2019 2018 2019

Evidente stijging in het aantal SEH presentaties sinds november 100

ies 90

 Patiënten uit de Flevopolder komen primair vanuit de Noordoostpolder en gaan

at 80 vooral naar de SEH in Zwolle. ‡

ent 70 es 60 

Er wordt met name een stijging gezien voor de specialismes chirurgie (~30%),

 pr 50 40 kindergeneeskunde (~20%) en inwendige geneeskunde (~20%).

EH 30

20

al S 10 Bron: Isala

0

Aant i i t i i t

De cijfers zijn exclusief het hartcentrum en de longgeneeskunde.

ril ei ni li ‡ ber ber ril Het betreft met name bezoeken aan de SEH in Zwolle ( 89% en 97%, voor respectievelijk 2018 en

uar uar aar Ap M Ju Ju tus ber uar uar aar 2019) Jan M gus em kt

ober em

Febr Jan M Ap

Au pt O

em Febr

Se N

ov D ec

2018 2019

Lelystad Dronten Noordoostpolder Urk

© IG&H - Utrecht 2019 Toekomstverkenning Zorg Flevoland | Feitenboek 63

Tjongerschans | Weinig patiënten vanuit Flevoland; meeste vanuit

de Noordoostpolder

In de periode januari – april 2019 was ~3% van de patiënten die zich op de SEH van het Tjongerschans presenteerde afkomstig uit de Flevopolder; deze patiënten

kwamen met name uit de Noordoostpolder

40

35 1

1

30 5

1

25 4 1

4 20 2

15 18 25

10 20 19

5 1 4

0 1 2

Januari Februari Maart April

Lelystad Dronten Noordoostpolder Urk Almere Zeewolde

Bron: Tjongerschans

© IG&H - Utrecht 2019 Toekomstverkenning Zorg Flevoland | Feitenboek 64

Spoedzorg | meer SEH-stops in St Jansdal in 2019, maar beschikbaarheid

SEH blijft hoog. Aantal stops ~ gelijk bij andere ZKH in de regio

Tijdelijke SEH-stops bij capaciteitsproblemen ROAZ Noord Nederland en Zwolle

 Bij capaciteitsproblemen op de SEH kan een SEH-stop/ time-out worden aangekondigd bij de meldkamer  Het Acute Zorg Netwerk Noord Nederland ambulancezorg, deze coördineert ambulances indien mogelijk naar een andere SEH in de regio. Zorginstellingen hanteert het Protocol Melden

maken zelf interne afspraken over de communicatie richting huisartsen (die patiënten aanmeld bij een medisch Beschikbaarheid SEH Capaciteit Ziekenhuis specialist). aan MkANN  Capaciteitsproblemen ontstaan indien de instroom de door- en uitstroom overtreft, hier kunnen  De Antonius zorggroep in Sneek en het meerdere oorzaken aan ten grondslag liggen. Tjongerschans in Heereveen melden géén

 Indien er echt sprake is van spoed (o.a. een hemodynamisch of respiratoir instabiele patiënt), dan kan de evidente toename van het aantal SEH- patiënt altijd terecht . Daarnaast is het ziekenhuis altijd open voor de profielen van het betreffende ziekenhuis. stops.

 Daarnaast worden er afspraken gemaakt binnen ROAZ-verband, het is dus nooit zo dat patiënten nergens in de  De SEH van het Isala heeft tot op heden regio terecht kunnen. nog nooit een stop gekend en ambieert dit

 SEH-stops worden niet in iedere regio in Nederland eenduidig geregistreerd en zijn dus niet zondermeer te in de toekomst zo te houden. vergelijken.

Aantal SEH-stops in het Flevoziekenhuis fluctueert conform situatie voor het faillissement van de MC IJsselmeerziekenhuizen, aantal stops in het St Jansdal is toegenomen, maar de beschikbaarheid blijft hoog

12 100%

10 s % 95% tops H

 al 7)

8

-S 90% d SE d (24/

EH 6

 S hei

tij 85%

al al

e

4 kbaar ot 80%

Aant chi de t

2

Bes 75%

0 70% Jan Feb Mrt Apr Mei Jun Jul Aug Sep Okt Nov Dec Jan Feb Mrt Jan Feb Mrt Apr Mei Jun Jul Aug Sep Okt Nov Dec Jan Feb Mrt 2018 2019 2018 2019

Flevoziekenhuis St Jansdal Flevoziekenhuis St Jansdal

Bronnen: NZa Monitor Acute Zorg 2018 , Acute Zorgnetwerk Noord-Nederland; Spoedzorgnet , Antonius zorggroep, Flevoziekenhuis, Isala, St. Jansdal; Flevoziekenhuis heeft per 1 maart 2019 drie SEH-artsen aangenomen

© IG&H - Utrecht 2019 Toekomstverkenning Zorg Flevoland | Feitenboek 65

Inhoud

Patiënt en profiel Zorgaanbod Proces toekomstverkenning

Zorgaanbod in de regio

Spoedzorg: internationale inspiratie

Ambulancezorg

Acute geboortezorg

Acute zorg extern | South-Australia loopt voorop met capaciteitsinformatie,

bijvoorbeeld voor beschikbaarheid van emergency departments

South-Australia telt 1,7 mln inwoners Ziekenhuizen zijn in de stedelijke 7 Emergency Departments zijn verdeeld gebieden aanwezig over de hoofdstad van het gebied

1

2

3 4 5

6

1,7 mln

mensen 50km 7 5km

Korte verdieping op haalbaarheid vergelijking

Om te toetsen hoe haalbaar het is dat South-Australia een voorbeeld is voor Nederland, zijn beide gebieden vergeleken.  South-Australia betreft weliswaar enorm uitgestrekt gebied, maar het is slechts bevolkt aan de kust. Dat maakt het meer vergelijkbaar met Nederland, waar immers geen grote landsdelen onbevolkt zijn.

 Hoewel in Australië sterker dan in Nederland onderscheid wordt gemaakt tussen publieke en private ziekenhuizen, is de spoedzorg in de vorm van emergency departments met name door de overheid gefinancierd.

 Dichtheid van ziekenhuis per patiënt komt dan wel in de buurt.  South-Australia: 1,7mln mensen, 7SEH’s – Figuur rechtsboven  Nederland: 17mln mensen, 81SEH’s – RIVM spreidingsanalyse

Bron: https://nl.wikipedia.org/wiki/Zuid-Australi%C3%AB; https://www.businessinsider.com.au/this-map-shows-population-density-across-australia-2017-7; https://www.sahealth.sa.gov.au/wps/wcm/connect/public+content/sa+health+internet/about+us/our+performance/our+hospital+dashboards/about+the+ed+dashboard https://www.aihw.gov.au/reports/hospitals/australias-hospitals-2014-15-at-a-glance/contents/hospital-resources

© IG&H - Utrecht 2019 Toekomstverkenning Zorg Flevoland | Feitenboek 67

Acute zorg extern | Gedeeld inzicht in capaciteit van verschillende

ziekenhuizen is breed gedragen verbeterwens vanuit zorgverleners

Ambulancedashboard Emergency Department dashboard

 Alle publieke Emergency Update Departements uit de regio

per 5 min zijn aangehaakt

 Dashboards zijn online toegankelijk en publiek

 Toelichting voor ieder dashboard is uitgebreid beschikbaar

 Publieke data is inzichtelijk gemaakt sinds 2011

 Data anders dan Emergency

Elective Surgery dashboard Dashboard wordt ieder half uur geactualiseerd

Impatient dashboard

Bron: https://www.sahealth.sa.gov.au/wps/wcm/connect/public+content/sa+health+internet/about+us/our+performance/our+hospital+dashboards

© IG&H - Utrecht 2019 Toekomstverkenning Zorg Flevoland | Feitenboek 68

Inhoud

Patiënt en profiel Zorgaanbod Proces toekomstverkenning

Zorgaanbod in de regio

Spoedzorg

Ambulancezorg

Acute geboortezorg

Ambulancezorg | alleen de 15 minuten aanrijtijd is een prestatienorm

Wettelijke prestatienorm¹: melding tot aankomst ambulance Spreidingsnorm¹: tijd van melding tot aankomst patiënt op SEH Bij A1-meldingen moet de ambulance onder normale omstandigheden in Dit is geen wettelijke prestatienorm voor A1-ritten, maar gerelateerd aan minimaal 95% van de gevallen in de regio binnen 15 minuten ter plaatse zijn de spreiding van ziekenhuizen.

15 min 45 min totaalduur totaalduur

Enerzijds wordt de 45-minutennorm niet gezien als prestatienorm… …anderzijds wordt het wel als prestatienorm geïnterpreteerd

RIVM¹ Zorgstandaard Integrale Geboortezorg²

[…] Als een spoedeisende hulp of een afdeling acute verloskunde van een Over de bereikbaarheidsnorm van SEH’s van 45 minuten bestaat geen discussie. gevoelig ziekenhuis wordt gesloten, neemt het aantal mensen toe dat er – Deze bereikbaarheidsnorm is als volgt opgebouwd: vanaf de ontvangst van de volgens het gehanteerde model - langer dan 45 minuten over doet om een SEH melding bij de meldkamer heeft een ambulance 15 minuten aanrijtijd om ter of afdeling acute verloskunde te bereiken. Om die reden mogen deze afdelingen plekke te komen. Vervolgens heeft het ambulancepersoneel 5 minuten niet sluiten. De richtlijn van 45 minuten is gerelateerd aan de geografische stabilisatie- en inlaadtijd. De overige 25 minuten resteert voor het vervoer spreiding van ziekenhuizen, het is geen prestatienorm voor de naar het dichtstbijzijnde ziekenhuis met een spoedeisende hulp. […] ambulancezorg. […]

Monitor Acute zorg, NZa³ WTZi, Beleidsregels 2017⁴

Spoedeisende hulpafdeling: […] Deelnemers aan het regionale overleg acute zorgketen kunnen alleen voor de tijd waarbinnen een patiënt op de SEH moet zijn bestaat geen (tijdelijk) stoppen met functies op een bepaalde locatie als de 45 minuten norm wettelijke bereikbaarheidsnorm. […] Wel bestaat er een wettelijke om een SEH-afdeling van een basisziekenhuis te bereiken, niet in gevaar komt. spreidingsnorm, de zogeheten ‘45 minuten-norm’. Op basis daarvan wordt Deze bereikbaarheidsnorm van 45 minuten betreft de totaaltijd die nodig is bepaald dat sommige SEH’s niet mogen sluiten […] om met een ambulance de patiënt op de plaats van het ongeval te bereiken en vervolgens naar een SEH-locatie te rijden. […]

¹Bereikbaarheidsanalyse SEH's en acute verloskunde 2018; Analyse gevoelige ziekenhuizen; ²Expertgroep Zorgstandaard Integrale Geboortezorg, 28 juni 2016; ³Monitor Acute Zorg 2018; ⁴Wet Toelating Zorginstellingen, Beleidsregels 2017

© IG&H - Utrecht 2019 Toekomstverkenning Zorg Flevoland | Feitenboek 70

Ambulancezorg | de wettelijke 15 minutennorm wordt gehaald, zelfs

verbetering omdat er meer ambulances in de regio zijn

Wettelijke prestatienorm¹: Gemeenten in de regio van de MC IJsselmeerziekenhuizen melding tot aankomst ambulance A1-rit Lelystad Urk

2.272 387 351 61

15 min 100% 100%

totaalduur

Regionorm Provincie (RAV Flevoland)

Norm aanrijtijd Flevoland 96% 98% 96% 95%

100 10.046 1.748

100% 100%

4% 2% 4% 5% voor na voor na

95% 94% 96% Dronten** Noordoostpolder**

976 175 1.190 203

100% 100%

5% * 6% 4%

Nederland voor na 89%

90% 91% 92%

Scope: Legenda

Alle A1-ritten met een

afhaalplaats binnen de <15 min; binnen norm

provincie Flevoland. >15 min; buiten norm Aanname dat bij A2-ritten en

B-ritten niet met maximale 11% 10% 9% 8% spoed gereden wordt. voor na voor na

Bron: ¹Bereikbaarheidsanalyse SEH's en acute verloskunde 2018; Analyse gevoelige ziekenhuizen ; data RAV Flevoland; jaar 2018. Disclaimer: data na faillissement is beperkt. *Maximaal 5% overschrijding van de norm in een regio. **De regionorm geldt niet voor afzonderlijke gemeenten, maar voor het hele RAV-gebied.

© IG&H - Utrecht 2019 Toekomstverkenning Zorg Flevoland | Feitenboek 71

Ambulancezorg | de spreidingsnorm is een theoretische norm die,

onafhankelijk van het faillissement, niet overeenkomt met de praktijk

De spreidingsnorm van 45 minuten wordt in theorie overal in de provincie gehaald, maar in praktijk valt een kleine minderheid van de ritten binnen deze norm, en dat is te verklaren

 De hele provincie Flevoland voldoet na sluiting van de SEH in het MC Zuiderzee aan de spreidingsnorm, dit is in lijn met de beoordeling van het RIVM dat het MC Zuiderzee niet tot de gevoelige

ziekenhuizen behoorde

 In praktijk is de tijd van melding tot aankomst op SEH voor een deel van de A1 ritten langer dan 45 minuten, dat was ook zo vóór het faillissement

 Deskundig ambulancepersoneel kan in een deel van de gevallen starten met zorgverlening ter plaatse; dit resulteert in een langere “inlaadtijd”. Direct

vertrekken is daarom niet in alle gevallen de beste keuze voor de patiënt.

 Er zijn meerdere gebieden in Nederland waar de spreidingsnorm in praktijk niet

wordt gehaald, bijvoorbeeld in Overijssel

 Legenda:

© IG&H - Utrecht 2019 Toekomstverkenning Zorg Flevoland | Feitenboek 72

Ambulancezorg | aantal inwoners dat volgens het theoretisch model langer

moet reizen naar een SEH is toegenomen na faillissement

Spreidingsnorm¹: Gemeenten in de regio MC IJsselmeerziekenhuizen melding tot aankomst SEH Lelystad Urk

77 77 20 20

45 min 0% 0% 2% 100% 0% 0% 100%

totaalduur 32%

48% 68%

Geen prestatienorm, Provincie alleen gebruikt om

spreiding van Flevoland 100%

ziekenhuizen te bepalen 408 408

4% 1% 4% 100% 68% 11% 12% 49%

17% 32%

0% 0%

Voor Na Voor Na

Dronten Noordoostpolder

85% 41 41 47 47

67% 0% 0% 100% 6% 100%

16% 11%

21%

69% 55%

38% Voor Na

Scope: Legenda 31% Theoretisch model RIVM; 40-45 Minuten van Aantal inwoners x1000 standplaats naar 35-40 31% 50%

postcode naar 30-35

Het gaat om A1- ziekenhuis volgens 31% 32%

ambulanceritten spreidingsnorm < 30 8%

0%

Voor Na Voor Na

Bron: ¹Bereikbaarheidsanalyse SEH's en acute verloskunde 2018; Analyse gevoelige ziekenhuizen ; data RIVM

© IG&H - Utrecht 2019 Toekomstverkenning Zorg Flevoland | Feitenboek 73

Ambulancezorg | de tijdsduur van melding tot aankomst SEH is vaak langer

dan 45 minuten, dit is sinds het faillissement toegenomen

Spreidingsnorm¹: Gemeenten in de regio MC IJsselmeerziekenhuizen melding tot aankomst SEH Lelystad Urk

2,272 387 351 61

100% 2% 100%

45 min 13%

totaalduur 24%

50% 59%

Geen prestatienorm, Provincie 35% 56%

alleen gebruikt om

spreiding van Flevoland 10,046 1,748 11%

ziekenhuizen te 100% bepalen

41% 33% 38% 40%

34% 28%

1% 1% 3% 5%

voor na voor na

23% 31% Dronten Noordoostpolder

Scope: 976 175 1,190 203

 Alleen A1-ritten, 100% 100%

vanwege de aanname 16%

10% 10% 5% dat bij A2-ritten en B- 35% 35%

ritten niet met maximale spoed gereden wordt

 De afhaalplaats ligt in 2% 1% 48% 51% Flevoland voor na 41%

51%  Exclusief loze ritten

 Gemeente Almere en

Zeewolde zijn beperkt Legenda

beïnvloed door het <45min; faillissement van MCIJ binnen spreidingsnorm

 In Almere is zowel voor

als na het faillissement >45min;

41% 38% 39% 40%

~50% <45min, dit buiten spreidingsnorm beïnvloedt het Eerste hulp, geen vervoer

provincietotaal 2% 1% 3% 3% Onbekend

voor na voor na

Bron: ¹Bereikbaarheidsanalyse SEH's en acute verloskunde 2018; Analyse gevoelige ziekenhuizen ; data RAV Flevoland; jaar 2018. Disclaimer: data na faillissement is beperkt.

© IG&H - Utrecht 2019 Toekomstverkenning Zorg Flevoland | Feitenboek 74

Ambulancezorg | de inlaadtijd wijkt consistent af van de theoretische 5

minuten, dat is te verklaren

Spreidingsnorm¹: melding tot aankomst SEH

45 min De spreidingsnorm van 45 minuten is géén totaalduur prestatienorm voor de ambulancezorg

Aanrijtijd Tijd ter plaatse (“inlaadtijd”) Reistijd naar SEH

 In iedere gemeente uit de regio van MC IJsselmeer Dit is gemiddeld ~20 minuten, terwijl de theorie 5  Niet in alle gevallen wordt met maximale snelheid ziekenhuizen is dit onder de norm; onafhankelijk van minuten rekent. Dit is consistent tussen gemeenten. gereden, dit geeft ook discomfort voor de patiënt het wegvallen van een volledig uitgeruste SEH in  Deskundig ambulancepersoneel kan in deel van de  Dit verschilt per gemeente, in lijn met afstand tot SEH Lelystad gevallen starten met zorgverlening ter plaatse; dit  De sluiting van de volledig uitgeruste SEH in Lelystad

 Verhoogde beschikbaarheid van ambulances leidt tot resulteert in een langere tijd ter plaatse. Direct veroorzaakt een langere reistijd voor de vier verbetering in aanrijtijden na faillissement MCIJ vertrekken is daarom niet in alle gevallen de beste belangrijkste gemeenten uit het adherentiegebied.

0:40:00 keuze voor de patiënt. voor

voor voor

0:35:00 na na na

0:30:00

0:25:00 Theorie

0:20:00

Theorie

0:15:00

0:10:00

0:05:00 Theorie

0:00:00

Bron: ¹Bereikbaarheidsanalyse SEH's en acute verloskunde 2018; Analyse gevoelige ziekenhuizen ; data RAV Flevoland; jaar 2018. Disclaimer: data na faillissement is beperkt. Data geven gemiddelde tijden weer.

© IG&H - Utrecht 2019 Toekomstverkenning Zorg Flevoland | Feitenboek 75

Ambulancezorg | Tijd melding tot aankomst is een prestatienorm, deze is

nog ruim onder de norm in Flevoland, ook per plaats

1:00 Verdieping tijd melding tot aankomst A1-ritduur per plaats in Flevoland

0:55 Toelichting: Legenda:

)

MRAV Flevoland is uitsluitend voor de gehele regio verantwoordelijk voor

M 0:50 prestaties qua aanrijtijd (95% <15 minuten). Dit is niet per gemeente of Vóór sluiting MCIJ plaats. (H: Na sluiting MCIJ 0:45  Het is niet mogelijk om alleen op basis van de tijdsverschillen een conclusie

ST te trekken over klinische uitkomsten. Registratiefouten zijn niet gecorrigeerd.

M 0:40

NKO 0:35

AA

O T 0:30

T NG 0:25 DI EL 0:20 M

AN 0:15

JD V 0:10 TI 0:05

0:00

∆ voor – na (min) 0:00 0:00 0:00 0:00 0:07 0:01 0:02 0:00 0:01 0:00 0:02 0:00 0:00 0:01 0:00 0:00 0:01 0:04

N T

AD N

E D T E E

aam Z

E AN E N IL

B URG

EL NS ER L D YST NT

URK

CRE ESSE EEST

T E E R O

BAN M O

sn HUI NB EBEEK ESPEL G AG L

O

E KN AL aat

Pl L

EL NG T ER DRO G L

L

EL RUT N IF G AR O T Z

EEW

M T T MME E

IDDI SW RA B K

L U

te Lelystad Dronten Urk Noordoostpolder Almere Zeewolde

emeen G

Bron: data RAV Flevoland; jaar 2018. Scope is A1 ritten. *Het verschil in gemiddelde ritduur na het faillissement MC IJ t.o.v. daarvoor. Disclaimer: data na faillissement is beperkt.

© IG&H - Utrecht 2019 Toekomstverkenning Zorg Flevoland | Feitenboek 76

Ambulancezorg | Totale ritduur per plaats toont lichte toename sinds

sluiting MCIJ, maar praktijk was al anders dan theoretische spreidingsnorm

Verdieping totale A1-ritduur per plaats in Flevoland

3:00 Toelichting: Legenda:

2:45De grens van 45 minuten totaaltijd voor een A1-rit 45 is géén prestatienorm, maar een spreidingsnorm

 Hoewel de meeste plaatsen een toename van enkele minuten in totaaltijd tonen, was ook voor de sluiting van MCIJ al Vóór sluiting MCIJ

2:30 een verschil te zien voor deze plaatsen ten opzichte van de theoretische spreidingsnorm, op Lelystad na. ) Na sluiting MCIJ

M  Het is niet mogelijk om alleen op basis van de tijdsverschillen een conclusie te trekken over klinische uitkomsten. M 2:15  De ‘uitschieters’ vanuit Emmeloord betroffen géén UMC ritten.

(H: H 2:00 SE

O T 1:45 T 1:30

NG

DI 1:15

EL

M 1:00

AN 0:45

JD V

TI 0:30

0:15

∆ voor – na (min) 0:13 0:00 0:11 0:04 0:05 0:09 0:09 0:05 0:10 0:02 0:07 0:07 0:07 0:05 0:06 0:06 0:00 0:00

# A1 ritten 2659 211 169 771 412 23 38 90 46 30 73 14 69 83 891 36 5663 516

N T N N E D T E E

AD IL

aam Z

E AN E B NT URK URG EL NS R

ESSE EEST

T E E O

BAN ER L D

YST CRE M

O

sn HUI NB G AG E KN RUT N L

O AL

aat L EL NG T

ER DRO EEW

Pl IF G L

L EBEEK ESPEL

G AR O M T T T

EL

MME Z

E

IDDI SW RA L

U

B K te

Lelystad Dronten Urk Noordoostpolder Almere Zeewolde

emeen G

Bron: data RAV Flevoland; jaar 2018. Scope is A1 ritten. *Het verschil in gemiddelde ritduur na het faillissement MC IJ t.o.v. daarvoor. Disclaimer: data na faillissement is beperkt.

© IG&H - Utrecht 2019 Toekomstverkenning Zorg Flevoland | Feitenboek 77

Inhoud

Patiënt en profiel Zorgaanbod Proces toekomstverkenning

Zorgaanbod in de regio

Spoedzorg

Ambulancezorg

Acute geboortezorg

Geboortezorg | het aantal bevallingen in de tweede lijn ligt ~5%

hoger in Flevoland dan in Nederland, de perinatale sterfte is ~gelijk

Perinatale sterfte¹ Plaats bevalling² Verplaatsing van 1 e naar 2 e lijn²

Sterfte tijdens de zwangerschap, bevalling en in de eerste Het aantal thuisbevallingen is ongeveer gelijk, terwijl het In Flevoland wordt tijdens de bevalling vaker periode na de geboorte (perinatale sterfte) is een aantal bevallingen in de tweede lijn relatief hoger ligt in doorverwezen naar de tweede lijn, dit is congruent met de belangrijke indicator van de gezondheid van zwangere Flevoland. Een mogelijke oorzaak is de (verminderde) observatie dat meer bevallingen in de tweede lijn vrouwen en hun baby’s en van de kwaliteit van de beschikbaarheid van poliklinische locaties/geboortecentra. plaatsvinden ten opzichte van de landelijke data. zorgverlening tijdens de zwangerschap en bevalling. Bedoeld wordt van 22 weken tijdens de zwangerschap tot de eerste 7 dagen na de geboorte .

0.015 163,826 4,380 163,826 4,380 100% 100%

0.014 13% 12% 1e lijn - Thuis Geen/onbekend

0.013 1e lijn - Poliklinisch Ante partum

0.012 15% 11% 35%

31% 1e lijn - Overige Durante partu

fte 0% 0.011

ter 0% 2e lijn Post partum 0.010

Onbekend Onduidelijk

al e s 0.009

inat 0.008 0,0071

0.007 0,0065 37% 46% age per 0.006

0.005 72%

77% cent

Per 0.004

0.003

0.002 24% 20%

0.001

0.000 1% 1% 1% 3% 1% 2% NL Flevoland NL Flevoland NL Flevoland

Bron: ¹website KNOV; ²Perined gegevens

© IG&H - Utrecht 2019 Toekomstverkenning Zorg Flevoland | Feitenboek 79

Geboortezorg | bevallingen op Urk worden opgevangen door

omliggende ziekenhuizen sinds sluiting MC IJsselmeerziekenhuizen

Jaar 2018: Eerste, tweede en derde kwartaal Vierde kwartaal (totaal 259) (totaal 100)

Thuisbevallingen

Urk 27%; 69 Urk 26%; 26

Ziekenhuisbevallingen

MC IJsselmeerziekenhuizen 58%; 151 MC IJsselmeerziekenhuizen ** 6%; 6

Antonius Zorggroep 6%; 15 Antonius Zorggroep 46%; 46

Isala Klinieken 7%; 18 Isala Klinieken 14%; 14

Overige* 2%; 5 Overige* 2%; 2

Tjongerschans 0%; 0 Tjongerschans 4%; 4

St Jansdal 0%; 1 St Jansdal 1%; 1

Flevoziekenhuis 0%; 0 Flevoziekenhuis 1%; 1

Observaties

 Van het totaal aantal A1-ritten vanaf Urk sinds de sluiting van acute verloskunde in MC IJsselmeerziekenhuizen, reed de ambulance in 5 a 6 gevallen voor acute verloskunde naar een omliggend ziekenhuis.

 Voor acute verloskundige situaties is de snelst gemeten ambulancerit 50 minuten, en de minst snelle 120 minuten. Dit betreft de tijd van melding tot aankomst ziekenhuis.

Conclusies

 Het percentage thuisbevallingen is ~gelijk gebleven  Antonius Zorggroep in Sneek speelt de grootste rol in opvang van de geboortes vanuit Urk, gevolgd door Isala te Zwolle

Bron: Gemeente Urk. *Overige ziekenhuizen in de steden Groningen, Maastricht, Nijmegen, Utrecht, Blaricum, Veldhoven en Amsterdam. **In het eerste deel van het vierde kwartaal werd acute verloskunde nog wel aangeboden in MC IJsselmeerziekenhuizen, het faillissement vond plaats op 25 oktober.

© IG&H - Utrecht 2019 Toekomstverkenning Zorg Flevoland | Feitenboek 80

Situatieschets | Voor zeven praktijken in Flevoland zijn omstandigheden

veranderd sinds de sluiting van MC IJsselmeerziekenhuizen

Aanbod eerstelijnsverloskunde

 Urk – Verloskundigenpraktijk Madelief  Emmeloord – Verloskundigenpraktijk NOP/Lemsterland  Lelystad – Verloskundigenpraktijk Vida  Lelystad – Verloskundigenpraktijk ‘t Kleine Wonder  Lelystad – Verloskundigenpraktijk De Lelie  Dronten – Verloskundigenpraktijk Morgenland  Dronten – Verloskundigenpraktijk Dronten

Aanbod tweedelijnsverloskunde

 Sneek – Antonius Zorggroep  Heerenveen – Tjongerschans  Zwolle – Isala  Harderwijk – St Jansdal  Almere – Flevoziekenhuis  Blaricum – Tergooi ziekenhuis

Verloskundigenpraktijk

Kritische

Ziekenhuis locatie

met acute Geen

verloskunde*:

Blaricum kritische locatie

*Bron: Bereikbaarheidsanalyse SEH's en acute verloskunde 2018; Analyse gevoelige ziekenhuizen; Bereikbaarheidsanalyse SEH’s en acute verloskunde bij sluiting van SEH’s van MC Slotervaart en van MC Zuiderzee

Ziekenhuis Lelystad; RIVM

© IG&H - Utrecht 2019 Toekomstverkenning Zorg Flevoland | Feitenboek 81

Bevallingen Flevoland | Voor Urk, NOP en Dronten ligt het percentage

thuisbevallingen gemiddeld hoger dan Flevoland en Nederland

Aantal bevallingen per jaar Daadwerkelijke locatie bevalling

In Flevoland vonden ruim 4.500 bevallingen Het grootste gedeelte van de bevallingen vindt plaats in een 2elijns-setting in het ziekenhuis², dit geldt voor alle plaats (jaar 2017)¹. Daarvan telt gemeente gemeenten. De geboortes vanuit CBS die niet in Perined voorkwamen, zijn toegevoegd bij categorie “onbekend”³. Van Almere voor ruim de helft van alle het aandeel bevallingen dat onbekend is, is het te verwachten dat tenminste een deel hiervan een thuisbevalling betrof⁴.

geboortes. 784 352 507 413 210 2.299 4.565 169.836

100%

352 10% 9% 7%

6% 22% 20% 21% 1%

11% 12%

13% 5% 4%

784 13% 4% 5% 21% 5% 4% 11% 15%

8% 4% 7%

2.299 507

71% 78% 66% 70% 66% 68% 73% 69%

413 210

Almere Noordoostpolder Lelystad Dronten NOP Urk Zeewolde Almere Flevoland Nederland

Dronten Urk Focusgebieden Ter vergelijking

Lelystad Zeewolde Thuis Onbekend 1 e lijn: Geboortecentrum of ziekenhuis 2 e lijn: Ziekenhuis

Aantal geboortes per 1.000 inwoners over vijf jaar

. 21 Almere

Urk 19,8 20 Dronten

de Almere 11,8 19 Lelystad

del Flevoland (PV) 11,7

id 12 Noordoostpolder 11,6 Noordoostpolder

11 Urk

sgem Lelystad 11,1 10

Zeewolde

jaar Nederland 10,1 5- Zeewolde 10,0 9 Flevoland (PV)

Dronten 9,4 0

2013 2014 2015 2016 2017 Nederland

¹Bron: CBS. ²Bron: CBS en Perined. Alle data betreft jaartal 2017. ³Niet geheel correct om deze vergelijking zo te stellen, i.v.m. verschil tussen bevalling en geboorte, vanwege meerlingen en perinatale sterfte. ⁴Bron: afstemming met zorgverleners Urk en Perined.

© IG&H - Utrecht 2019 Toekomstverkenning Zorg Flevoland | Feitenboek 82

Regionale adaptatie | Verloskundigenpraktijken leveren maatwerk in de

regio om toegankelijke en kwalitatieve zorg dicht bij huis aan te bieden

Zwangerschap

~9mnd, tot start bevalling Bevalling

Kraamtijd Eerste weken na bevalling

 Controles tijdens de zwangerschap  In de dienst is een achterwacht nodig, voor het geval de eerste  Vergelijkbaar met andere locaties in dicht bij huis aan kunnen bieden (8-14 dienstdoende verloskundige al bezig is met een bevalling en een Nederland

keer tijdens deze periode, afhankelijk tweede bevalling start. van verloop zwangerschap) Thuis (1e lijn)

 Spreekuur met een gynaecoloog in  Partusteam in samenwerking met

nabijheid, op locatie Lelystad of kraamzorg die ervaring heeft met

Emmeloord thuisbevallingen  Kraamzorg die snel ter plaatse kan zijn,

 Aanvullende aandacht voor de en in geen geval de aanrijtijd van een

voorbereiding en de maatregelen die uur overschrijdt

de zwangere zelf moet organiseren bij een thuisbevalling of

 Wens om consult minder leven met

mobiel CTG-apparaat op afstand van Ziekenhuis (1e en 2e lijn)  Verloskundige gaat mee indien nodig

een ziekenhuis aan te kunnen bieden naar het ziekenhuis en blijft bij partus,

dit kost meer tijd als ziekenhuis op afstand is

 Zeer goede samenwerking met RAV nodig

 Géén animo voor geboortehuis bij

zwangeren in de regio

 Kraamzorg die snel ter plaatse kan zijn,

70% en in geen geval de aanrijtijd van een

uur overschrijdt

Spreekuurteam Dienstteam Dienstteam

© IG&H - Utrecht 2019 Toekomstverkenning Zorg Flevoland | Feitenboek 83

Ambulancezorg verloskunde | In 2018 telde Flevoland ruim 100 ritten voor

acute verloskunde, bij merendeel was tijd ter plaatse <twintig minuten

Van alle ambulanceritten, is <1% Van alle acute

ingezet voor acute verloskunde* in verloskunde ritten is bijna Van deze A1-ritten is de tijd ter plaatse in ruim de

2018 70% urgentie A1 helft van de gevallen <20 minuten

3.832

(15,25%) 1 uur

107 36 (0,43%) (34%)

68 30 min

(64%) 3

21.187 (3%)

Inlaadduur

Anders A1 Onbekend A2 Acute verloskunde B

*Voor acute verloskunde zijn de volgende ziektebeelden meegenomen:Fluxus post partumNiet vorderende uitdrijvingOpvang natte pasgeborenePartusUitgezakte navelstreng en_of kindsdelen

Bron: data RAV Flevoland; jaar 2018.

© IG&H - Utrecht 2019 Toekomstverkenning Zorg Flevoland | Feitenboek 84

Ambulancezorg verloskunde | Beperkt aantal ritten maakt volledige

vergelijking moeilijk, dat vraagt verdieping op ritten met lange duur

Observaties:De 45-minutennorm blijft een spreidingsnorm en geen prestatienorm  Het aantal ritten van alle ambulanceritten dat acute verloskunde betreft, is slechts ~0,5%*. De vergelijking geeft 17 ritten weer voor dit jaar en 12 ritten voor vorig jaar. Niet voor alle gemeenten is data bekend voor beide jaren, dit maakt een complete analyse niet mogelijk .  In de gemeenten Lelystad, Urk en Noordoostpolder is het dit jaar voorgekomen dat een rit langer dan 45minuten in totaal duurde. Voor deze ritten is gekeken naar de opbouw van aanrijtijd, tijd ter plaatse en reistijd naar het ziekenhuis op de volgende pagina.  Er zijn in totaal negen langere ritten waarbij de totale ritduur langer dan 45 minuten duurde

Periode: jan, feb, mrt 2019 2019 Ritduur # ritten 2018 2018 Ritduur # ritten

Gemeente melding: 0 15 30 45 60 75 0 15 30 45 60 75

0 26

31

Dronten 0 36 3

30 15 18

Lelystad 37 52 3 30 3

33 35

Noordoostpolder 47 41 58 4 44 4

70 59

48 0

Urk 48 51 4 0

57

18 27

Almere 29 39 42 4 2

45

37 0

Zeewolde 1 0

*zie Bijlage 1: eerdere analyse toekomstverkenner op basis van RAV Flevoland data: uitwerking sessie Emmeloord 190404

© IG&H - Utrecht 2019 Toekomstverkenning Zorg Flevoland | Feitenboek 85

Ambulancezorg verloskunde | Voor 9 langere ritten met de langste

duur was niet de reistijd naar het ziekenhuis de oorzaak hiervan

Observaties:  Bij gemarkeerde ritten met grijze pijl is de langere totaaltijd niet te verklaren door de reistijd naar het ziekenhuis. Uit eerdere verkenning van A1-ritdata acute verloskunde 2018 (zie bijlage 1a) is gebleken dat in de meerderheid van A1-ritten de inlaadtijd korter dan 20 minuten in beslag neemt.  Dit betreft de ritten die van deze negen de langste totaalduur hadden  Geen van deze ritten heeft geleid tot een calamiteit die is gemeld bij de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd

0 15 30 45 60 75

Lelystad 6 12 35

Noordoostpolder 12 34 24

Noordoostpolder 26 5 26

Noordoostpolder 5 15 27

Noordoostpolder 10 30 19

Urk 7 12 30

Urk 8 20 29

Urk 6 9 35

Urk 7 12 30

Tijd van melding tot aankomst ter plaatse 2019 Tijd ter plaatse 2018

Reistijd naar ziekenhuis

© IG&H - Utrecht 2019 Toekomstverkenning Zorg Flevoland | Feitenboek 86

Ambulancezorg verloskunde | Klinische relevantie destilleren en evalueren

uit alle A1-ambulanceritten voor acute verloskunde is een regionale kans

Toelichting

 In gebieden waar een ziekenhuis op afstand ligt en waar het lastiger wordt om binnen de kaders van de Zorgstandaard Integrale geboortezorg te blijven bij vervoer naar het ziekenhuis, is het belangrijk om grip te hebben op deze prestaties in de praktijk

 Uit analyse en evaluatie van A1-ritten met inzet voor acute verloskunde is nog niet gebleken dat de huidige situatie structureel resulteert in onaanvaardbare klinische uitkomsten

 Daarbij hoort een intensieve samenwerking tussen de Regionale Ambulancevoorziening, verloskundigenpraktijken en betrokken VSV’s

 Onderstaand proces is een voorstel hoe deze dialoog ingevuld kan worden en welke stappen structureel moeten worden toegevoegd aan de uitkomstmeting van geboortezorg in de polder

 Uitdaging bij onderstaand proces is om capaciteit binnen de huidige keten van integrale geboortezorg te creëren om de analyse frequent uit te voeren, de dialoog binnen de keten structureel te volgen en uitkomsten te integreren in het totale proces

Procesvoorstel toekomstverkenner

A1-verloskunderitten Inzichtelijk maken Verloskundefilteren uit alle wat de duur per Inzichtelijk maken praktijken evalueren In VSV verband

ambulanceritten voor ophaallocatie is welke ritten relatief welke lange ritten gezamenlijk leren

periode geweest lang hebben geduurd klinisch relevant van deze situaties waren

Doelstelling

Structurele dialoog en evaluatie voor acute verloskunde op afstand standaard onderdeel van werkwijze maken

© IG&H - Utrecht 2019 Toekomstverkenning Zorg Flevoland | Feitenboek 87

Enquête geboortecentrum | Het animo voor een geboortecentrum is in de

minderheid, dat belemmert nader onderzoek van deze optie

Eind 2018 is een enquête uitgezet bij op initiatief van de verloskundigen kring Flevoland in samenwerking met de KNOV:

Kenmerken van de enquête

 Zes vragen over afkomst, animo, voorkeurslocatie, overwegingen en faciliteiten van een geboortecentrum, en open ruimte voor eigen inbreng  Uitgezet door alle verloskundigenpraktijken uit Lelystad, Dronten, Urk en Noordoostpolder  ~500 respondenten hebben de enquête beantwoord, respondenten waren zowel moeders, zwangeren als jonge vrouwen met kinderwens  Van 1 tot en met 7 december 2018 was de enquête open

Afkomst en aantal respondenten Stelling: ik zou kiezen voor een bevalling in een geboortecentrum

Anders; 5

Dronten; 43

Urk; 173 (zeer) mee eens

(zeer) mee 35%

Noordoostpolder oneens ; 111 41%

Lelystad; 147 neutraal 24%

© IG&H - Utrecht 2019 Toekomstverkenning Zorg Flevoland | Feitenboek 88

Externe inspiratie | Andere gebieden in Nederland waar eerstelijns

verloskunde is ingericht met ziekenhuislocatie op afstand

Schouwen-Duiveland, Zeeland Hoogeveen, Drenthe Dokkum, Friesland

Gemeente Schouwen-Duiveland Gemeente Hoogeveen Gemeente Dantumadiel (o.a. Dokkum) 284 geboorten in 2017 582 geboorten in 2017 187 geboorten in 2017

Goeree-Overflakkee

Dokkum

Assen

Leeuwarden

Schouwen-Duiveland Drachten

Hoogeveen Emmen Sneek

Heerenveen

Zwolle

Het kan voorkomen dat de dienstdoende Vanaf 37 weken mag je thuis bevallen, vanaf Indien er bij jou geen sprake is van een verloskundige al met een bevalling bezig is. Dan deze termijn moet je een aantal dingen in medische indicatie, heb je de keuze om thuis of kunnen we vragen of jullie naar het orde hebben : [..] De kamer waar je gaat in het ziekenhuis te bevallen. Helaas geldt dit desbetreffende ziekenhuis willen komen (ook bevallen, mag niet hoger liggen dan de eerste niet voor iedereen. In een deel van ons als dit niet het ziekenhuis van jullie keuze is of verdieping en moet gemakkelijk bereikbaar zijn praktijkgebied woon je zo ver van het als je gekozen had om thuis te bevallen ). voor een brancard voor het geval je naar het ziekenhuis, dat we een thuisbevalling afraden . ziekenhuis moet . Dit geldt in ieder geval voor de onderstaande postcodes [..]

Er zijn meerdere vergelijkbare locaties in Nederland, bijvoorbeeld Texel en Ameland, waar ook nog thuisbevallingen mogen plaatsvinden en geen ziekenhuis met acute verloskunde in nabijheid is. Gezien het aantal bevallingen en de geografie van deze plaatsen lenen deze zich minder voor vergelijking met Flevoland.

Bronnen: https://www.verloskundigensd.nl/bevalling1/waar-kun-je-bevallen

https://www.verloskundigenpraktijkhoogeveen.nl/bevalling/thuis-of-ziekenhuis/thuisbevalling/ Kritische https://www.huisartsmaters.nl/pages/default.asp?articleid=212978&token=258918@RhgOedLaQjeOgiMa Ziekenhuis met locatie https://www.verloskundigen-dokkum.nl/de-bevalling/plaats-van-de-bevalling/ acute verloskunde*: Geen kritische

https://www.verloskundigen-dokkum.nl/de-bevalling/checklist-benodigdheden/ locatie

*Bron: Bereikbaarheidsanalyse SEH's en acute verloskunde 2018; Analyse gevoelige ziekenhuizen; RIVM

© IG&H - Utrecht 2019 Toekomstverkenning Zorg Flevoland | Feitenboek 89

Inhoud

Patiënt en profiel Zorgaanbod Proces toekomstverkenning

Proces | traject toekomstverkenner was opgedeeld in drie delen met extra

urgentie voor de acute verloskunde op Urk

Deel 1: Gelijke informatiepositie Deel 2: Toekomstvisie

 Doel: duidelijkheid scheppen in de informatiepositie voor  Doel: Ontwikkelen van een haalbare, reële en duurzame alle betrokkenen visie op de zorg voor de bewoners van Flevoland vanaf 2020 en de langere termijn

 Wij constateren ruis op gebied van beschikbaarheid  Het vertrekpunt vormt de bieding van St Jansdal en de personeel, aanbod, kwaliteit en toegankelijkheid van Antonius Zorggroep waarin staat welke zorg zij per 1

zorg maart 2019 gaan leveren

 Waar mogelijk nemen we deze ruis weg door te  Zorg in brede zin: 0 e , 1 e , 2 e en 3 e lijn objectiveren

 Rekening houdend met toekomstontwikkelingen:  Op dezelfde manier naar de informatie kijken helpt om verplaatsing van zorg, innovatieve vormen van zorg,

op dezelfde manier naar de toekomst te kijken veranderingen in zorgvraag en –aanbod

 De gelijke informatiepositie vormt dan ook de basis  Expliciete aandacht voor haalbaarheid SEH en acute waarop de visie gemaakt kan worden verloskunde in Lelystad of directe omgeving

Deel 3: Acute verloskunde op Urk

 Doel: met betrokken zorgprofessionals en zorgverzekeraar oplossingen vinden voor de ontstane situatie op Urk

 Apart traject dat gezien de urgentie eerder is opgestart dan deel 2

© IG&H - Utrecht 2019 Toekomstverkenning Zorg Flevoland | Feitenboek 91

Proces | naast het traject toekomstverkenner lopen andere onderzoeken naar

het faillissement

Proces Start zorg StJ en AZG na faillissement

Transitiefase Stabilisatiefase Toekomstfase

25 okt 2018

1 mrt 19 1 jul ‘19 1 jan ‘20

Proces Gelijke informatiepositie Toekomstvisie Toekomstverkenner

Rondom het faillissement van de MC IJsselmeerziekenhuizen lopen verschillende onderzoeken met verschillende doelen (en overlap):

eken  Curatoren: sinds het faillissement de bewindvoerders (tijdelijke bestuurders) van het ziekenhuis tot 1 maart 2019. Verantwoordelijk voor onderhandelingen met overnemende partijen, afwikkeling faillissement (oorzaak, mogelijke onregelmatigheden, eventueel wanbeleid en feitelijk bestuur), belangen van

zo schuldeisers behartigen. 1 e faillissementsverslag is 23 november 2018 opgeleverd, eindverslag duurt nog vele maanden. er  Onafhankelijke onderzoekscommissie: naar de gang van zaken rondom beide faillissementen en de lessen die hieruit kunnen worden getrokken, onder

leiding van prof. dr. J.A. van Manen. Wens om rond de zomer de eerste lessen beschikbaar te hebben.

O nd  Onderzoeksraad voor Veiligheid: naar de wijze waarop is omgegaan met de patiëntveiligheid. Duurt naar verwachting minimaal een jaar.

 IGJ en NZa: naar eventuele onbehoorlijke financiële constructies en mate van goed bestuur. Naar verwachting rond de zomer resultaten beschikbaar.  Aangekondigd: onderzoek naar de 45 minuten spreidingsnorm van ziekenhuizen. Duurt waarschijnlijk een jaar.

Binnen het Nederlandse zorgstelsel zijn er diverse partijen die rondom het faillissement een rol spelen:

tij en  Zorgverzekeraar: inkoop van zorg, ziet daarbij toe op de kwaliteit en besteding van zorggelden. Heeft een zorgplicht.

par  Zorgaanbieders: aanbieden van zorg die door ZV wordt ingekocht. Het St Jansdal en de Antonius Zorggroep hebben een aanbod gedaan om per 1 maart 2019 de zorg die werd verleend door de MC IJsselmeerziekenhuizen (deels) te continueren. Deze aanbiedingen vormen de basis voor onze toekomstvisie.

el sel

 NZa: ziet erop toe dat de Zorgverzekeringswet rechtmatig en volgens de regels wordt uitgevoerd.  IGJ: houdt toezicht op kwaliteit en veiligheid van geleverde zorg en handhaaft de kwaliteits- en veiligheidseisen

St

Bronnen: Kamerbrief d.d. 30 november 2019 (Kenmerk: 1453600-184734-PZO), Faillissementsverslag nr 1 d.d. 23 november 2018

© IG&H - Utrecht 2019 Toekomstverkenning Zorg Flevoland | Feitenboek 92

Proces | een gelijke informatiepositie vormt de basis en is de eerste stap

richting een toekomstvisie

Stakeholders betrokken bij de Zorgaanbieders Overheid toekomstverkenning voor zorg in Flevoland

Ziekenhuizen Landelijk

 Het Nederlandse zorgstelsel kent als hoofdrolspelers  St Jansdal  VWS zorgaanbieders, zorgverzekeraars, patiënten en de  Antonius Zorggroep  Nederlandse Zorgautoriteit overheid  Flevoziekenhuis Almere  Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd

 Tijdens de toekomstverkenning voor zorg in Flevoland  Tjongerschans ziekenhuis  Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu zijn vanuit al deze spelers betrokkenen afgevaardigd  Isala

tijdens interviews en werksessies  Vertegenwoordiging medische staf MC Lokaal bestuur

IJsselmeerziekenhuizen  Provincie Flevoland  Gemeente Lelystad

Zorgprofessionals  Gemeente Noordoostpolder  Regionale Ambulancevoorzieningen, GGD  Gemeente Urk Flevoland en RAV Fryslan  Gemeente Dronten  Medrie en Huisartsencoöperatie Flevoland  Verloskundigen Flevoland vanuit Urk, Patiëntenvertegenwoordiging Emmeloord, Lelystad en Dronten  Kraamzorgorganisaties  Flevolandse Patiëntenfederatie  Coloriet  Stichting actie Behoud Ziekenhuis Lelystad  Thuiszorg Oude en Nieuwe Land  Icare Landelijke en regionale organisaties  Welzijn Lelystad  Woonzorg Lelystad  LNAZ  Carrefour Noordoostpolder  Regionaal Overleg Acute Zorg: SpoedzorgNet, Zwolle, Acute Zorgnetwerk Noord-Nederland Zorgverzekeraars  Verloskundige samenwerkingsverbanden (VSV’s)  Perined  Zilveren Kruis  Vektis  VGZ  KNOV  De Friesland  NVOG

© IG&H - Utrecht 2019 Toekomstverkenning Zorg Flevoland | Feitenboek 93

Proces | na de plenaire presentatie van het feitenboek, zijn inhoudelijke

werkgroepen georganiseerd voor aanvullende discussies en analyses

Toelichting

 Tijdens het traject zijn alle stakeholders gesproken

 Tijdens de presentatie van het Feitenboek is de vertegenwoordiging in iedere werkgroep afgestemd

 Aanvullende analyses en tussentijdse resultaten zijn teruggekoppeld aan

deelnemers van de werkgroep  In een aantal gevallen zijn

bijeenkomsten voor gemeenten Lelystad en Dronten afzonderlijk georganiseerd van gemeenten Noordoostpolder en Urk, om extra focus te behouden op uitdagingen

 Op 9 april is een inspiratiesessie georganiseerd met de volgende sprekers en onderwerpen:

 dr. Marian Kaljouw, Voorzitter Raad van Bestuur van de

Nederlandse Zorgautoriteit: Onze gezondheidszorg. Wat staat ons te wachten en wat kunnen we doen?

 Anja Moonen, Senior Manager Medisch Advies en Innovatie

Meerjarenstrategie Zorg veilig thuis

© IG&H - Utrecht 2019 Toekomstverkenning Zorg Flevoland | Feitenboek 94

2019 Feitenboek IG&H | Make strategy work! ®

IG&H | Health

Feitenboek

Toekomstverkenning Zorg Flevoland

In opdracht van Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport

© IG&H

2.

Hoofddocument

 
 
 

3.

Meer informatie

 

4.

Parlementaire Monitor

Met de Parlementaire Monitor volgt u alle parlementaire dossiers die voor u van belang zijn, op de voet. De monitor signaleert de recent aan deze dossiers toegevoegde documenten en de vergaderingen waarin ze aan de orde komen. U ziet in één oogopslag van elk lopend wetsvoorstel de stand van zaken. Via e-mail-alerts en de nieuwsbrieffunctie zijn u en uw relaties altijd onmiddellijk op de hoogte.

Als u meer wilt weten over de Parlementaire Monitor, bekijk dan de uitgebreide beschrijving op www.pdc.nl of neem contact met ons op via info@parlementairemonitor.nl.