Brief regering; Geannoteerde agenda informele Raad voor Concurrentievermogen van 4 en 5 juli 2019 - Raad voor Concurrentievermogen - Parlementaire monitor

Parlementaire monitor
Woensdag 11 december 2019
kalender

1.

Tekst

2.

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Vergaderjaar 2018-

2019

21 501-30

Raad voor Concurrentievermogen

Nr. 462

BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN ECONOMISCHE ZAKEN EN KLIMAAT

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Den Haag, 24 juni 2019

Donderdag 4 en vrijdag 5 juli vindt de informele Raad voor Concurrentievermogen (RvC) plaats in Helsinki. Er zal worden gesproken over de interne markt, industrie en onderzoek. Dit is de eerste RvC van het Finse voorzitterschap en deze zal in het teken staan van duurzame groei.

Bijgevoegd vindt u de geannoteerde agenda, die ik u mede namens de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap stuur.

De Staatssecretaris van Economische Zaken en Klimaat,

M.C.G. Keijzer

kst-21501-30-462 ISSN 0921 - 7371 's-Gravenhage 2019

Onderdeel onderzoek

Tijdens deze informele RvC op 4 juli zal de Raad, net als tijdens de vorige formele bijeenkomst, debatteren over het belang van onderzoek en innovatie voor duurzame groei en een sterk Europa.

In de komende periode worden belangrijke beslissingen genomen over de toekomst van Europa met de komst van onder andere een nieuwe Europese Commissie en de onderhandelingen over het Meerjarig Financieel Kader (MFK) 2021-2027. De Raad voor Concurrentievermogen beoogt daarom te onderstrepen dat een focus op onderzoek en innovatie daarbij van groot belang is. Daarbij vraagt het Finse Voorzitterschap, ook met het oog op de discussie in het Interne Markt- en Industriedeel van deze Raad, naar verbindingen met ander beleid en hoe die gelegd zouden kunnen worden.

Nederland ondersteunt de ambitie van de Raad en zal bij dit debat dezelfde lijn volgen als tijdens de Raad van 28 mei jl. en interveniëren conform het bnc-fiche Horizon Europe i en de Nederlandse MFK-positie.

Het Nederlandse kabinet beschouwt onderzoek en innovatie als cruciaal voor de toekomst van Europa. Lidstaten moeten daar zelf in investeren en Europese gelden zijn daarop een aanvulling, waarbij een gebalanceerd en omvangrijk Kaderprogramma van belang is.

Bij investeringen vanuit het Kaderprogramma gaat het zowel om fundamenteel onderzoek als om sleuteltechnologieën, om samenwerkingsverbanden en om innovatie. Daarmee wordt er samengewerkt aan het versterken van de wetenschappelijke basis, het oplossen van maatschappelijke uitdagingen en het bereiken van impact, onder andere door het versterken van het Europese concurrentievermogen. Ook samenwerking tussen lidstaten in de ontwikkeling van het Europese onderzoek- en innovatiesysteem is van belang, waarbij open science, waarderen en belonen van onderzoekers en het benutten van alle talent in het bijzonder de aandacht vragen.

De synergie met het Cohesiebeleid blijft voor Nederland in het bijzonder belangrijk. Naast investeringen in Horizon Europe i, moeten de middelen voor het Cohesiebeleid wat Nederland betreft meer gericht worden op onderzoek en innovatie. De inzet van die middelen moeten aansluiten op doelstellingen en investeringen voor onderzoek en innovatie die via Horizon Europe i worden gedaan. Voor de bijdrage vanuit het industriebeleid verwijs ik u naar het Interne Markt- en Industriedeel van deze geannoteerde agenda.

In de middag zal het tijdens het Onderzoeksdeel van de informele Raad gaan over Horizon Europe i en missies als strategisch instrument daarvan.

Het concept van missies voor onderzoek en innovatie binnen Horizon Europe i is nieuw ten opzichte van het huidige Kaderprogramma. De gedachte erachter is dat door het definiëren van duidelijke doelen de effectiviteit en impact van middelen voor onderzoek en innovatie zichtbaarder gemaakt wordt. De hoofdspreker van de middag is Mariana Mazzucato, professor in innovatieve economie en publieke waarde aan het University College London en auteur van het boek «Mission-Oriented Research & Innovation in the European Union - A problem-solving approach to fuel innovation-led growth». Mariana Mazzucato zal het nieuwe rapport «Governing missions» presenteren, dat op dezelfde dag zal worden gepubliceerd. Na haar introductie zullen de lidstaten in kleinere groepen met elkaar in gesprek gaan over het thema.

Onderwerp van gesprek zal zijn hoe we er in Europa voor kunnen zorgen dat de geselecteerde missies in het verlengde liggen van de Sibiu Verklaring en de EU-strategie voor de komende vijf jaar.1 De Sibiu Verklaring gaat onder andere over een Europa waarin we naar gemeenschappelijke oplossingen zoeken, resultaten neerzetten waar dat het meeste nodig is en de toekomst vrijwaren voor de volgende generaties Europeanen.

Zowel het gezamenlijk werken aan missies onder Horizon Europe i als de gekozen gebieden voor missies dragen bij aan Sibiu doelstellingen.2 Nederland staat positief tegenover de introductie van missies, hetgeen eveneens aansluit bij het Nederlandse Missiegedreven Topsectoren- en Innovatiebeleid3 waar missies ook integraal onderdeel van uitmaken in opmaat naar de kennis-en innovatieagenda's. Missies binnen Horizon Europe moeten wat Nederland betreft aansprekend zijn voor de samenleving, potentieel grote impact tot stand kunnen brengen en Europese toegevoegde waarde hebben. Nederland acht het ook van belang dat belanghebbenden hier op een pragmatische manier bij worden betrokken en dat gebeurt vooralsnog ook. De missiegebieden zijn in de Verordening van Horizon Europe i vastgesteld. Nederland heeft in het debat rondom de missiegebieden naast de nationale belangen, waaronder de aansluiting op de in het Nederlandse Missiegedreven Topsectoren- en innovatiebeleid geïdentificeerde missies, ook bredere Europese belangen voor ogen gehouden.4 Er is recent een brede oproep gedaan door de Commissie voor aanmelding van de leden van de mission boards, die de Europese Commissie zullen adviseren over de definitieve invulling van de missiegebieden. Voor elk missiegebied komt er een mission board. De voorzitters van de mission boards worden naar verwachting bekend gemaakt tijdens de informele Raad voor Concurrentievermogen.

Onderdeel interne markt en industrie

Op vrijdag 5 juli zal de informele Raad verschillende discussies voeren over duurzame economische groei.

De Raad begint met een discussie over de uitdagingen en kansen voor duurzame groei in de EU op het gebied van de interne markt, de digitale economie en een modern industriebeleid. De discussie wordt ingeleid door drie sprekers en voortgezet in vier subgroepen. De onderwerpen van discussie in de subgroepen zijn achtereenvolgens de toekomst van de Europese industrie; de interne markt als dienstenmarkt; stimulering van digitale economische activiteiten; en de externe dimensie van Europees concurrentievermogen. Nederland is ingedeeld in de subgroep over de interne markt als dienstenmarkt. Het voorzitterschap zal de uitkomsten van alle subgroepen tijdens de lunch toelichten. Ik zal uw Kamer hierover informeren in het verslag van de informele Raad. De uitkomsten zullen worden gebruikt als input voor Voorzitterschapsconclusies die tijdens de formele Raad voor Concurrentievermogen 26 en 27 september 2019 aan de lidstaten zullen worden voorgelegd.

In het licht van veranderde mondiale verhoudingen, de snelle digitale technologische ontwikkelingen en de transitie naar een duurzame economie dringt zich de vraag op of de Europese economie voldoende klaar is voor de toekomst. Voor duurzame groei moet de Europese Unie inzetten op het versterken van de interne markt, de kansen van de digitale economie omarmen evenals de uitdagingen aanpakken, en dit aanvullen met een modern industriebeleid gericht op innovatie. Onder dit agenda-onderwerp wordt de vraag aangesneden hoe de drie beleidsterreinen meer «geïntegreerd» aangevlogen kunnen worden onder de nieuwe Commissie, dat wil zeggen dat beleid op deze drie terreinen in samenhang met elkaar gemaakt wordt. Het kabinet vindt het positief om deze drie en andere beleidsterreinen in samenhang te bezien, vanwege hun bijdragen aan het mondiale concurrentievermogen van de EU. Deze aanpak sluit ook aan bij de kabinetspositie «Europese concurrentiekracht» (Kamerstuk 30 821, nr. 73).

Toekomst van de Europese industrie

Met betrekking tot het industriebeleid zal een subgroep spreken over benodigdheden voor een wereldwijd succesvolle Europese maakindustrie. Het kabinet is van mening dat een modern industriebeleid nodig is om de EU wereldwijd leidend te houden op het gebied van innovatie en in de transitie naar een duurzame economie. Om de industrie mondiaal te kunnen laten concurreren zijn de randvoorwaarden waarbinnen de industrie opereert van groot belang. Een modern industriebeleid moet de toegankelijkheid en ontwikkeling van sleuteltechnologieën in Europa mogelijk maken.5 Samenwerkingsverbanden zoals in het Nederlandse smart industry-beleid, waar kennisinstellingen, bedrijven en overheden samenwerken binnen zogenaamde fieldlabs, dragen hier aan bij. Een grotere rol voor onderzoek en innovatie binnen het MFK is dan ook één van de prioriteiten van Nederland in de onderhandelingen.6 Ook steunt het kabinet de introductie van missies als onderdeel van Horizon Europe i, zoals hierboven al nader toegelicht. Door vroegtijdig een koploperspositie te verwerven in grote mondiale transities biedt het exporteren van deze kennis kansen om het Europese verdienvermogen verder te versterken.

Europese samenwerking op het gebied van onderzoek, innovatie en de toepassing van nieuwe duurzame technologieën dient geïntensiveerd te worden. Nederland verwacht hier een faciliterende rol van de Europese Commissie, ook met het oog op de duurzame en digitale transitie. Zo zal de energie-intensieve industrie, als belangrijk onderdeel van Europese waardeketens zoals de auto-industrie, toenemend grensoverschrijdend samenwerken om tot een klimaatneutrale economie in 2050 te komen.

Wel is het van belang om het mondiale gelijke speelveld te bewaken zonder in te boeten op de ambitie tot verduurzaming.

Interne markt als een dienstenmarkt

De interne markt is één van de belangrijkste verworvenheden binnen de Europese Unie en vormt de basis voor een hogere welvaart, meer banen en een betere economische weerbaarheid. Het vrij verkeer van goederen, diensten, kapitaal en personen is hierin cruciaal. De interne markt zorgt voor de concurrentie en schaalvoordelen die Europese bedrijven innovatiever en internationaal concurrerend maken. Ondernemers lopen echter nog steeds tegen belemmeringen aan. Nederland zal in de subgroep over de interne markt als dienstenmarkt inbrengen dat deze belemmeringen met name op de dienstenmarkt zeer divers zijn en per sector of per (grens)regio kunnen verschillen. Zo gaat het in de transportsector bijvoorbeeld om verschillende tolsystemen of een gebrek aan uniforme handhaving, terwijl bepaalde zakelijke dienstverleners bijvoorbeeld aanlopen tegen administratieve lasten en procedures rondom het openen van een vestiging. Gelet op de ervaringen van de afgelopen jaren en diverse gesprekken met belanghebbenden, lijkt nieuwe horizontale wetgeving daar vaak niet de oplossing. Daarom bepleit het kabinet een nieuwe aanpak voor de interne markt, waarin enerzijds meer maatwerk geboden wordt om belemmeringen te adresseren, op basis van feiten en de behoeften van ondernemers en consumenten, en waarin anderzijds betere en meer uniforme implementatie en handhaving van bestaande regelgeving een prioriteit is.7

Stimulering van digitale bedrijvigheid

Om in de toekomst de concurrentiepositie van de EU te blijven versterken en Europese waarden te borgen, vindt het kabinet dat de EU sterk moet inzetten op een integraal digitaal beleid dat de kansen van de digitale economie op verantwoorde wijze benut. In aanloop naar de nieuwe Europese Commissie wordt daarom nagedacht over de volgende digitale agenda die de huidige EU Digital Single Market-strategie moet opvolgen. Hierover zijn tijdens door de Telecomraad van 7 juni raadsconclusies aangenomen. Nederland brengt in deze discussies ook de inzet op specifieke thema's in. Zo heeft het kabinet onlangs de Nederlandse visie op datadeling tussen bedrijven (Kamerstuk 26 643, nr. 594) uitgebracht met als doel het versterken van de data-economie, en een visie op het mededingingsrecht in relatie tot online platforms (Kamerstuk 27 879, nr. 71). Daarnaast kijkt het kabinet, door samenwerking in de EU, hoe de ontwikkeling van sleuteltechnologieën zoals AI beter benut kan worden om de EU concurrentiekracht te versterken.

EU-concurrentiekracht in de wereld

Voor eerlijke concurrentie en het kunnen behouden van een open houding richting de wereld is een gelijk speelveld van belang. Het kabinet benoemt dit in de Kabinetspositie over Europese concurrentiekracht als één van de prioriteiten om de Europese concurrentiekracht te versterken. Het is van belang dat Europese bedrijven in een gelijk speelveld binnen en buiten de interne markt kunnen concurreren met bedrijven uit derde landen. Dit vergt het actief bewaken van dat gelijk speelveld onder andere op handel, investeringen en aanbestedingen. Ook moet het intellectueel eigendom adequaat worden beschermd. Om een gelijk speelveld te creëren ten aanzien van handel is het zaak om de Wereldhandelsorganisatie (WTO) te versterken en multilateraal goede afspraken te maken en handhaven. Aangezien de WTO in toenemende mate onder druk staat moet er ook naar andere manieren gekeken worden om een gelijk speelveld te creëren en strategische afhankelijkheid te voorkomen. Nederland steunt de inzet van de Europese Commissie om dit, naast een multilaterale aanpak, via bilaterale handels- en investeringsakkoorden met derde landen mogelijk te maken

Daarnaast is het van belang om oneerlijke handelspraktijken tegen te gaan. Om dit te kunnen doen is in 2018 de hervorming van het handelsde-fensief instrumentarium afgerond. Hiermee kan beter worden opgetreden tegen dumping en handelsverstorende subsidiëring.

Tijdens de informele raad wordt in de middag gesproken over duurzame groei en de verbinding tussen concurrentievermogen en klimaatneutra-liteit. Nederland zal tijdens de Raad uitdragen dat het van belang is om het industriebeleid in lijn te brengen met de klimaatdoelstellingen. Eind november 2018 publiceerde de Commissie de mededeling «A Clean

Planet for all»8, een Europese strategische langetermijnvisie voor een klimaatneutrale economie in 2050. Daarover heeft u eind januari jl. een BNC-fiche ontvangen.9 Nederland steunt de visie van de Commissie voor een klimaatneutrale Unie in 2050 en zet in op een gezamenlijke Europese aanpak om uitdagingen aan te gaan en economische kansen te verzilveren.10 Voor de Nederlandse industrie is daarbij de opgave te komen tot een transitie die zorgt voor verduurzaming en tegelijkertijd bijdraagt aan het innoverend vermogen en de concurrentiekracht van de industrie. Dit vereist een toekomstgerichte publiek-private aanpak waarbij het bedrijfsleven investeert in een duurzame toekomst en de overheid dat gericht faciliteert en ondersteunt.

Zo ondersteunt de overheid in onderzoek en ontwikkeling, pilots en demo's en in de uitrol van CO2-reducerende investeringen. Daarnaast kan het Missiegedreven Topsectoren- en Innovatiebeleid hier aan bijdragen. Kansen kunnen zich manifesteren in de vorm van nieuwe verdienmogelijkheden en de ontwikkeling van slimme technologieën, zoals de elektrificatie van chemische processen, bio-based recycling en lage temperatuurprocessen. Nederland zet daarbij in op technologieneutra-liteit, met CCS als een transitietechnologie. Op deze manier creëren we een zo effectief en kostenefficiënt mogelijk klimaatbeleid. Nederland ziet daarmee duurzame groei met innovatieve technologische ontwikkelingspaden als integraal onderdeel van de oplossing voor het bereiken van een competitieve en klimaatneutraal Europa. Wel is het van belang om het mondiale gelijke speelveld te bewaken zonder in te boeten op de ambitie op verduurzaming.

Tweede Kamer, vergaderjaar 2018-2019, 21 501-30, nr. 462 6

1

   Kamerstuk 21 501-20, nr. 1458 en Geannoteerde agenda Europese Raad inclusief art. 50 samenstelling van 20 en 21 juni 2019.

2

   Adaptation to Climate Change, including Societal Transformation; Cancer; Healthy Oceans, Seas, Coastal and Inland Waters; Climate-Neutral and Smart Cities; Soil Health and Food.

3

   Zie ook Kamerstuk 33 009, nr. 70.

4

   Kamerstuk 22 112, nr. 2791.

5

   Zie ook motie Verhoeven en Buitenweg, Kamerstuk 23 987, nr. 340.

6

   Zie ook Kamerstuk 21 501-20, nr. 1349.

7

Zie ook Kamerstuk 22 112, nr. 2703.

8

   COM(2018) 773 i.

9

   Kamerstuk 22 112, nr. 2757.

10

   Daarnaast zet het kabinet in op een Europese CO2-reductie van 55% per 2030.


 
 
 

3.

Meer informatie

 

4.

Parlementaire Monitor

Met de Parlementaire Monitor volgt u alle parlementaire dossiers die voor u van belang zijn, op de voet. De monitor signaleert de recent aan deze dossiers toegevoegde documenten en de vergaderingen waarin ze aan de orde komen. U ziet in één oogopslag van elk lopend wetsvoorstel de stand van zaken. Via e-mail-alerts en de nieuwsbrieffunctie zijn u en uw relaties altijd onmiddellijk op de hoogte.

Als u meer wilt weten over de Parlementaire Monitor, bekijk dan de uitgebreide beschrijving op www.pdc.nl of neem contact met ons op via info@parlementairemonitor.nl.