Amendement Bisschop/Ronnes over een redelijke gebruiksvergoeding bij een gedoogplicht - Aanvulling en wijziging van de Omgevingswet, intrekking van enkele wetten over de fysieke leefomgeving, wijziging van andere wetten en regeling van overgangsrecht voor de invoering van de Omgevingswet (Invoeringswet Omgevingswet) - Parlementaire monitor

Parlementaire monitor
Dinsdag 20 oktober 2020
kalender

Amendement Bisschop/Ronnes over een redelijke gebruiksvergoeding bij een gedoogplicht - Aanvulling en wijziging van de Omgevingswet, intrekking van enkele wetten over de fysieke leefomgeving, wijziging van andere wetten en regeling van overgangsrecht voor de invoering van de Omgevingswet (Invoeringswet Omgevingswet)

1.

Tekst

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Vergaderjaar 2018-2019

 

34 986

Aanvulling en wijziging van de Omgevingswet, intrekking van enkele wetten over de fysieke leefomgeving, wijziging van andere wetten en regeling van overgangsrecht voor de invoering van de Omgevingswet (Invoeringswet Omgevingswet)

Nr. 22

AMENDEMENT VAN DE LEDEN BISSCHOP EN RONNES

Ontvangen 19 februari 2019

De ondergetekenden stellen het volgende amendement voor:

In artikel 1.1 wordt na onderdeel EM een onderdeel ingevoegd, luidende:

EMa

Na het voorgestelde artikel 13.3d wordt een artikel ingevoegd, luidende:

Artikel 13.3e (gebruiksvergoeding door initiatiefnemer)

  • 1. 
    De rechthebbende ontvangt van de initiatiefnemer een redelijke gebruiksvergoeding bij een gedoogplicht als bedoeld in artikel 10.14, tenzij de initiatiefnemer een netbeheerder als bedoeld in de Elektriciteitswet 1998 of de Gaswet is of een vergunninghouder als bedoeld in de Warmtewet, of bij een gedoogplicht als bedoeld in artikel 10.21, tenzij de initiatiefnemer een bestuursorgaan is, en voor zover die vergoeding niet is inbegrepen in de vergoeding van de schade, bedoeld in artikel 15.14, eerste lid.
  • 2. 
    Bij ministeriële regeling worden regels worden gesteld over de toepassing van het eerste lid.
  • 3. 
    Op een vordering tot gebruiksvergoeding is de civiele rechter bevoegd binnen wiens rechtsgebied de onroerende zaak geheel of in hoofdzaak is gelegen.
  • 4. 
    Artikel 10.1 is van overeenkomstige toepassing op dit artikel.

Toelichting

De gedoogplicht is bedoeld voor het aanleggen of wijzigen van werken die het algemeen belang dienen. De gedoogplicht en de bijbehorende schadevergoeding is ingevoerd in een tijd dat bij werken van algemeen belang vaak sprake was van Staatsbedrijven en beperkte commerciële belangen. In de loop van de tijd zijn meer activiteiten en werken onder de noemer algemeen belang geschaard, zijn Staatsbedrijven geprivatiseerd

kst-34986-22

ISSN 0921 - 7371 's-Gravenhage 2019

Tweede Kamer, vergaderjaar 2018-2019, 34 986, nr. 22    1

en zijn de commerciële belangen toegenomen, zeker met betrekking tot energie- en mijnbouwwerken. De indieners noemen in dit verband de aanleg van leidingen voor koelwater, voor een gasproductienet (niet te verwarren met gastransportnetten) en ten behoeve van zoutwinning. De indieners vinden het in dit licht gerechtvaardigd in gevallen waar, naast een algemeen belang, ook sprake is van sterke commerciële belangen niet alleen een schadevergoeding toe te kennen, maar ook een gebruiksver-goeding voor de eigenaar van de betreffende onroerende zaak (de rechthebbende). Een dergelijke gebruiksvergoeding geldt nu, op grond van de Mijnbouwwet, al voor mijnbouwwerken beneden de 100 meter.

De indieners stellen daarom in de eerste plaats voor om voor energie -en mijnbouwwerken die niet aangelegd worden door een netbeheerder als bedoeld in de Elektriciteits- en Gaswet of een vergunninghouder volgens de Warmtewet een gebruiksvergoeding te vereisen als een gedoogplicht opgelegd wordt. Netbeheerders en vergunninghouders volgens de Warmtewet worden hiervan uitgezonderd, omdat zij te maken hebben met tariefregulering, toezicht en publiek aandeelhouderschap.

De indieners stellen in de tweede plaats voor om ook een gebruiksvergoeding toe te kennen als sprake is van een gedoogplicht voor overige werken van algemeen belang (artikel 10.21), tenzij het gaat om een bestuursorgaan als initiatiefnemer. In dat laatste geval is geen sprake van commercieel gewin.

Van een gebruiksvergoeding kan alleen sprake zijn als die niet al is meegenomen bij de vaststelling van de schadevergoeding.

In het voorgestelde artikel 13.3e, tweede lid, is opgenomen dat bij ministeriele regeling regels worden gesteld over de toepassing van het voorgestelde artikel 13.3e, eerste lid, voor zover dit nodig is voor een goede uitvoering van artikel 13.3e, eerste lid. De hoogte van de gebruiksvergoeding wordt vastgesteld middels de ministeriële regeling dan wel de gedoogplichtbeschikking. Mogelijk kan aangesloten worden bij de wijze waarop de gebruiksvergoeding op grond van de Mijnbouwwet vastgesteld wordt.

Bisschop

Ronnes

Tweede Kamer, vergaderjaar 2018-2019, 34 986, nr. 22


 
 
 

2.

Meer informatie

 

3.

Parlementaire Monitor

Met de Parlementaire Monitor volgt u alle parlementaire dossiers die voor u van belang zijn, op de voet. De monitor signaleert de recent aan deze dossiers toegevoegde documenten en de vergaderingen waarin ze aan de orde komen. U ziet in één oogopslag van elk lopend wetsvoorstel de stand van zaken. Via e-mail-alerts en de nieuwsbrieffunctie zijn u en uw relaties altijd onmiddellijk op de hoogte.

Als u meer wilt weten over de Parlementaire Monitor, bekijk dan de uitgebreide beschrijving op www.pdc.nl of neem contact met ons op via info@parlementairemonitor.nl.