Brief regering; Kabinetsappreciatie van het Commissievoorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad over contingency maatregelen omtrent het voortzetten van activiteiten gericht op leermobiliteit uit het programma Erasmus+ in het geval van een no-deal Brexit (COM (2019) 65) - Nieuwe Commissievoorstellen en initiatieven van de lidstaten van de Europese Unie - Parlementaire monitor

Parlementaire monitor
Zondag 25 augustus 2019
kalender

1.

Tekst

2.

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Vergaderjaar 2018-

2019

22 112

Nieuwe Commissievoorstellen en initiatieven van de lidstaten van de Europese Unie

Nr. 2770

BRIEF VAN DE MINISTER VAN ONDERWIJS, CULTUUR EN WETENSCHAP

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Den Haag, 15 februari 2019

Op 30 januari jl. publiceerde de Europese Commissie drie wetgevende voorstellen voor het scenario dat het Verenigd Koninkrijk (VK) zich terugtrekt uit de Europese Unie (EU) zonder dat een terugtrekkingsak-koord tot stand komt. Het gaat om contingency maatregelen voor Erasmus+, de coördinatie van sociale zekerheid en de EU-begroting. Deze voorstellen maken onderdeel uit van het bredere pakket aan maatregelen dat door de Commissie is gepresenteerd ter voorbereiding op een no-deal scenario.

De snelheid van het Brusselse onderhandelingsproces noopt er in dit geval toe om af te wijken van de gebruikelijke procedure en uw Kamer via deze brief in plaats van via een BNC-fiche te informeren. Dit is in lijn met de werkwijze voor gevallen waar een spoedige reactie van Nederland noodzakelijk is (Kamerstuk 22 112, nr. 2232).

Hierbij komt, mede namens de Minister voor Basis- en Voortgezet Onderwijs en Media en de Minister van Buitenlandse Zaken, de kabinet-sappreciatie van het Commissievoorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad over contingency maatregelen omtrent het voortzetten van activiteiten gericht op leermobiliteit uit het programma Erasmus+ in het geval van een no-deal Brexit (COM(2019)65 i) uw kamer toe.

Commissievoorstel Erasmus+ bij een no-deal Brexit.

Erasmus+ is het EU-programma voor onderwijs, training, jeugd en sport voor de periode 2014-2020. Erasmus+ heeft het doel om in Europa en daarbuiten steun te bieden aan de professionele en persoonlijke ontwikkeling van lerenden en jongeren in onderwijs en training en in de jeugdsector en de sport.

kst-22112-2770 ISSN 0921 - 7371 's-Gravenhage 2019

Indien het VK op (in principe) 30 maart 2019 uittreedt uit de EU zonder dat een terugtrekkingsakkoord in werking treedt, betekent dit dat alle mobiliteitsactiviteiten tussen het VK en de EU-27 zoals afgesproken onder het huidige programma Erasmus+ (2014-2020) moeten worden onderbroken.1 Studenten zouden daarmee hun verworven studiepunten kunnen verliezen of een volledig semester moeten overdoen. Dit zou een zeer verstorende impact hebben op de lerenden zelf en de betreffende instellingen in de EU en het VK. Op het moment van uittreden van het VK zouden er in het VK ongeveer 14.000 lerenden uit de EU-27 zijn en ongeveer 7.000 lerenden vanuit het VK in de EU-27. Het gaat om studenten en stagiaires in het hoger onderwijs, middelbaar beroepsonderwijs, onderwijsstaf en lerende jongeren.

Het Commissievoorstel heeft tot doel te voorzien in noodmaatregelen om te vermijden dat de activiteiten gericht op individuele leermobiliteit in het kader van Erasmus+ waarbij het VK betrokken is, op het moment van zijn terugtrekking uit de EU, worden verstoord. De Commissie stelt voor om noodmaatregelen te nemen voor de activiteiten gericht op individuele leermobiliteit onder Erasmus+ die reeds zijn gestart vóór de datum waarop de Verdragen niet langer van toepassing zijn op en in het VK. Het voorstel gaat niet in op mogelijke activiteiten die na uittreding van het VK zouden starten. De voorgestelde verordening moet regels vastleggen om juridische verplichtingen die al zijn aangegaan tussen het VK en de EU-27 voort te kunnen zetten en af te ronden na het uittreden van het VK. Activiteiten gericht op leermobiliteit die in het VK plaatsvinden of waar entiteiten of deelnemers uit het VK bij betrokken zijn, blijven in aanmerking komen voor financiering uit Erasmus+, tot de afronding van de activiteit. Het VK zal daarmee worden behandeld als elke andere EU lidstaat onder het programma Erasmus+. Het VK zal echter niet meer mogen deelnemen in de Erasmus+-comités.

De Commissie stelt tevens voor om tussen de Commissie en de autoriteiten van het VK een overeenstemming te bereiken over de toepassing van de regels inzake de controles en audits van de activiteiten, zoals standaard toegepast binnen Erasmus+.

Subsidiariteit

Nederland heeft een positief oordeel over de subsidiariteit van het voorstel. De voorgestelde handeling beoogt ervoor te zorgen dat het programma Erasmus+, dat wordt geregeld bij Verordening (EU) nr. 1288/2013, gedeeltelijk wordt voortgezet. Het resultaat zou niet kunnen worden behaald door optreden op het niveau van de lidstaten. Optreden op Unieniveau is daarom noodzakelijk.

Proportionaliteit

Nederland heeft een positief oordeel over de proportionaliteit van het voorstel. De voorgestelde maatregelen zijn noodzakelijk en geschikt om de verstorende impact van het vertrek van het VK op reeds gestarte leermobiliteitsactiviteiten op te vangen. Het omvat de nodige juridische wijzigingen en gaat niet verder dan wat nodig is om de ordelijke voortzetting te bereiken van de lopende mobiliteitsacties. De voorgestelde ad-hoc-handeling is passender dan een wijzigingsverordening, omdat de verordening slechts van toepassing zal zijn indien geen terugtrekkingsakkoord met het VK in werking is getreden op de datum dat de Verdragen niet meer van toepassing zijn op en in het VK.

Financiële consequenties

Het voorstel zorgt ervoor dat financiering van lopende activiteiten gericht op individuele leermobiliteit in het kader van Erasmus+ waarbij het VK betrokken is in elk scenario doorgang zal vinden, ook wanneer het VK (in eerste instantie) de financiële verplichtingen niet nakomt. Het doel van dit voorstel is te zorgen voor de voortzetting van deze lopende activiteiten waarbij het VK betrokken is, zonder wijziging van de toegewezen bedragen en de financiering ervan indien het terugtrekkingsakkoord niet wordt geratificeerd.

Eventuele budgettaire gevolgen worden ingepast op de begroting van het/de beleidsverantwoordelijk(e) departement(en), conform de regels van de budgetdiscipline.

Bevoegdheid

De Commissie baseert de bevoegdheid op artikel 165, lid 4, en artikel 166, lid 4, van het Verdrag betreffende de werking van de EU. Nederland kan zich vinden in deze rechtsgrondslag.

Krachtenveld

Het krachtenveld is nog niet geheel bekend. Inschatting is dat de meeste lidstaten positief tegenover het voorstel staan.

Essentie Nederlands beleid

Nederland maakt zeer goed gebruik van Erasmus+ en heeft de ambitie om de uitgaande mobiliteit verder te stimuleren. Dit is ook tot uitdrukking gekomen in de Kabinetsbrief «Internationalisering in evenwicht» die op 4 juni 2018 naar uw Kamer is verstuurd.2 Erasmus+ speelt een essentiële rol in het realiseren van studenten- en stafmobiliteit. Van oudsher vindt er veel mobiliteit plaats tussen Nederland en het VK. Het vertrek van VK zou daarom negatieve gevolgen hebben voor de mate van mobiliteit tussen Nederland en VK.

Nederlandse positie ten aanzien van de voorstellen

Nederland staat positief tegenover het Commissievoorstel. Nederland onderkent de zeer verstorende impact op de lerenden zelf en de betreffende instellingen in de EU en het VK, die het uittreden van het VK uit de EU zonder terugtrekkingsakkoord met zich mee brengt indien er geen aanvullende maatregelen worden getroffen. Hiermee past het voorstel in de lijn van de fatsoenlijke regeling voor burgers en vormt het een uitzondering op het uitgangspunt dat VK-gerelateerde financiering alleen doorgang kan vinden als het VK aan de financiële verplichtingen voldoet.

De mogelijkheid om mobiliteitsactiviteiten die reeds gestart zijn vóór de uittreding van het VK voort te zetten is voor Nederland voor groot belang gezien de intensieve samenwerking tussen Nederland en het VK op het terrein van onderwijs in algemene zin en mobiliteitsactiviteiten specifiek. Wel vraagt Nederland zich af wat er gebeurt met mobiliteitsprojecten die al wel vóór het vertrek van het VK zijn goedgekeurd, maar waarvan de fysieke mobiliteitsactiviteit pas van start gaat na het vertrek van het VK. Daarnaast heeft Nederland vragen over wat er gebeurt met de strategische partnerschappen (samenwerkingsprojecten tussen organisaties in Europa) uit Erasmus+ met instellingen uit het VK in het geval van een no-deal Brexit. Hierover geeft de Commissie in haar voorstel geen duidelijkheid. Nederland zal om opheldering vragen bij de Europese Commissie.

Nederland onderstreept het belang van duidelijke afspraken over de controles en audits op de mobiliteitsactiviteiten tussen het VK en de EU-27.

De terugtrekking van het VK, zowel met als zonder een deal, heeft gevolgen voor de relatie tussen Nederland en het VK op dit terrein. Nederland zal zich blijven inzetten voor optimale Europese afspraken en kaders om samenwerking tussen Nederland en het VK op het terrein van onderwijs, training en jeugd mogelijk te maken.

De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,

I.K. van Engelshoven

Tweede Kamer, vergaderjaar 2018-2019, 22 112, nr. 2770 4

1

Programma Erasmus+ is gebaseerd op verordening Nr. 1288/2013 i.

2

Kamerstuk 22 452, nr. 59


 
 

3.

Meer informatie

 
 

4.

Parlementaire Monitor

Met de Parlementaire Monitor volgt u alle parlementaire dossiers die voor u van belang zijn, op de voet. De monitor signaleert de recent aan deze dossiers toegevoegde documenten en de vergaderingen waarin ze aan de orde komen. U ziet in één oogopslag van elk lopend wetsvoorstel de stand van zaken. Via e-mail-alerts en de nieuwsbrieffunctie zijn u en uw relaties altijd onmiddellijk op de hoogte.

Als u meer wilt weten over de Parlementaire Monitor, bekijk dan de uitgebreide beschrijving op www.pdc.nl of neem contact met ons op via info@parlementairemonitor.nl.