Brief regering; Reactie op verzoek commissie over de brief van FNV Uitkeringsgerechtigden inzake het systeem SyRI - Verwerking en bescherming persoonsgegevens - Parlementaire monitor

Parlementaire monitor
Zaterdag 19 oktober 2019
kalender

1.

Tekst

2.

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Vergaderjaar 2018-

2019

32 761

Verwerking en bescherming persoonsgegevens

Nr. 129

BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN SOCIALE ZAKEN EN WERKGELEGENHEID

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Den Haag, 20 december 2018

De vaste Kamercommissie voor SZW heeft per brief van 15 november jl. verzocht om een reactie op de brief van 6 november 2018 inzake het systeem SyRI die FNV Uitkeringsgerechtigden aan de vaste commissie heeft gericht. In deze brief treft u mijn reactie op de brief van FNV Uitkeringsgerechtigden aan.

In haar brief van 6 november jl. refereert FNV Uitkeringsgerechtigden aan mijn brief van 8 juni 2018 (Kamerstuk 32 761, nr. 122) aan uw Kamer. In deze brief heb ik de motie ontraden die de Kamerleden Verhoeven (D66) en Buitenweg (GL) (Kamerstuk 32 761, nr. 118) in het op 6 juni jl. gehouden VAO Big Data hebben ingediend (Handelingen II 2018/19, nr. 90, item 3).

Ik heb in mijn brief van 8 juni jl. mijn overwegingen gegeven om de in deze motie gevraagde informatie over SyRI niet openbaar te maken. Kortheidshalve verwijs ik naar mijn brief van 8 juni jl. In mijn brief van 8 juni jl. geef ik ook een korte beschrijving van wat het instrument SyRI inhoudt en met welk doel het wordt toegepast.

FNV geeft in haar brief aan dat zij zich heeft gevoegd in de procedure tegen de staat over SyRI. Daarmee is deze zaak ook onder de rechter en zal de rechter een oordeel geven over de door FNV aangevoerde bezwaren tegen SyRI, die hier nu ook worden ingebracht. Zoals door u verzocht, ga ik hieronder nader in op de brief die FNV Uitkeringsgerechtigden aan u heeft gericht.

Ik hecht eraan nogmaals te benadrukken dat het instrument SyRI een wettelijke grondslag heeft, het gebruik van SyRI binnen het stelsel van rechtsbescherming plaatsvindt en dat toepassing van SyRI met veel privacy-waarborgen is omkleed.

SyRI is ontwikkeld en wettelijk geregeld ten behoeve van de bestrijding van fraude op het terrein van de sociale zekerheid en inkomensafhanke-

kst-32761-129 ISSN 0921 - 7371 's-Gravenhage 2018

lijke regelingen, de belastingen, premieheffing en de arbeidswetten. Achtergrond daarvan is dat sociale zekerheid één van de pijlers van de maatschappij is en dat sociale zekerheidsfraude afbreuk doet aan het draagvlak en aan een doelmatige uitvoering, en bovendien het economisch welzijn van Nederland schade kan toebrengen. De aanpak van misbruik van sociale voorzieningen en uitkeringen is daarmee cruciaal.

Met toepassing van het instrument SyRI wordt de capaciteit die beschikbaar is voor handhaving zo gericht mogelijk ingezet, zodat fraude op een doeltreffende manier kan worden opgespoord. Hierbij is van belang om op te merken dat het enkele gebruik van SyRI geen rechtsgevolgen voor burgers tot gevolg heeft. Gebruik van het instrument SyRI zorgt ervoor dat alléén burgers worden geïdentificeerd en onderzocht ten aanzien van wie er concrete indicaties voor mogelijke onregelmatigheden zijn. Voor burgers bij wie op grond van de SyRI-analyse een verhoogd risico op misbruik wordt verondersteld, wordt een risicomelding aan het betrokken bestuursorgaan gedaan. Dat bestuursorgaan besluit dan of het nader onderzoek naar die risicomelding zal doen. Onderdeel van het onderzoek is dat de betrokken burger zijn visie kan geven op de onregelmatigheid die in de op hem/haar betrekking hebbende risicomelding wordt verondersteld.

Een risicomelding is geen concreet bewijs van een overtreding en kan geen zelfstandige grond vormen voor handhaving: een risicomelding kan alleen dienen als aanleiding om in het concrete geval verder onderzoek te doen. Op basis van het resultaat van het onderzoek beoordeelt het betrokken bestuursorgaan of er aanleiding is om een maatregel te nemen. Een eventuele beslissing tot het terugvorderen van een uitkering of toeslag, of het opleggen van een boete, is voor bezwaar en beroep vatbaar en kan dus bij de rechter worden aangevochten. Het verwerken van (persoons-) gegevens in SyRI is gebonden aan de wettelijke voorwaarden als gesteld in de Algemene Verordening Gegevensbescherming. Dit houdt onder andere in dat toezicht wordt uitgeoefend door de Autoriteit Persoonsgegevens. SyRI voldoet aan de eisen die de wet aan een dergelijk systeem stelt.

In de brief van FNV Uitkeringsgerechtigden wordt gesteld dat «SyRI is gericht op het op grote schaal profileren van burgers». Ik benadruk dat SyRI geen instrument is waarmee profielen van burgers kunnen worden opgesteld om daarmee toekomstig gedrag te voorspellen. SyRI is er op gericht om in een concreet afgebakend project in bestaande, bij de bestuursorganen reeds aanwezige, gegevens opvallende verschillen te vinden met wat op basis van de risico-indicatoren - feitelijk en objectief -mag worden verwacht.

FNV Uitkeringsgerechtigden stelt voorts dat een burger in een Register Risicomeldingen kan worden opgenomen zonder dat «betrokkenen, buitenstaanders en politiek kunnen nagaan waarop dit is gebaseerd».

Ik reageer hierop als volgt. Voordat SyRI in een samenwerkingsproject wordt ingezet, informeert de betreffende gemeente de burgers over welke gegevens van burgers gecontroleerd zullen worden, door wie dat gebeurt, met welk doel en wat de mogelijke gevolgen daarvan zijn. Op het moment dat de burger ervan op de hoogte is dat zijn gegevens mogelijk onderdeel zijn van een project, heeft die burger de mogelijkheid om daar navraag over te doen.

Ik heb hierboven al beschreven dat de indicatie van mogelijke fraude of mogelijk misbruik die in een risicomelding is opgenomen, via nader onderzoek moet worden getoetst. In de loop van dat onderzoek wordt de burger op wie de informatie betrekking heeft, daarmee benaderd en kan hij of zij daarop reageren voordat enige beslissing tot handhaving wordt genomen.

Ik kan mij daarom niet vinden in het beeld over SyRI dat FNV Uitkeringsgerechtigden in haar brief aan de vaste Kamercommissie voor SZW schetst en zie in de brief die FNV Uitkeringsgerechtigden aan de vaste commissie voor SZW heeft gestuurd geen aanleiding om het standpunt dat ik in mijn brief van 8 juni jl. met betrekking tot de motie van de leden Verhoeven en Buitenweg aan uw Kamer heb meegedeeld, te herzien.

De Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,

  • T. 
    van Ark

Tweede Kamer, vergaderjaar 2018-2019, 32 761, nr. 129 3


 
 
 

3.

Meer informatie

 

4.

Parlementaire Monitor

Met de Parlementaire Monitor volgt u alle parlementaire dossiers die voor u van belang zijn, op de voet. De monitor signaleert de recent aan deze dossiers toegevoegde documenten en de vergaderingen waarin ze aan de orde komen. U ziet in één oogopslag van elk lopend wetsvoorstel de stand van zaken. Via e-mail-alerts en de nieuwsbrieffunctie zijn u en uw relaties altijd onmiddellijk op de hoogte.

Als u meer wilt weten over de Parlementaire Monitor, bekijk dan de uitgebreide beschrijving op www.pdc.nl of neem contact met ons op via info@parlementairemonitor.nl.