Brief regering; Reactie op verzoek commissie over een probleem met stageplaatsen voor studenten - Hoger Onderwijs-, Onderzoek- en Wetenschapsbeleid - Parlementaire monitor

Parlementaire monitor
Zaterdag 24 augustus 2019
kalender

1.

Tekst

31 288 Hoger Onderwijs-, Onderzoek- en Wetenschapsbeleid

Nr. 586 BRIEF VAN DE MINISTER VAN ONDERWIJS, CULTUUR EN WETENSCHAP

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 12 mei 2017

De leden van de vaste commissie voor OCW vragen in een brief van 16 februari jl. een reactie op een brief over een probleem met stageplaatsen voor studenten. Ook vragen de leden mij te reageren op de problematiek bij het vinden van een stageplek bij andere instellingen. Bij deze ontvangt u mijn reactie.

Klinische neuropsychologie is ťťn van de tien masterspecialisaties van de master Psychology aan de Universiteit Leiden. Vijf van deze specialisaties zijn klinisch georiŽnteerd. Onderdeel van het curriculum van de master is een verplichte stage van 10 studiepunten. Studenten van de vijf klinisch georiŽnteerde masterspecialisaties van de master Psychology hebben daarnaast de mogelijkheid om in plaats van een stage van 10 studiepunten een klinische praktijkstage te volgen van 20 studiepunten. De Universiteit Leiden heeft mij laten weten dat er voor alle studenten van de master Psychology voldoende stageplaatsen beschikbaar zijn met een omvang van de verplichte 10 studiepunten. Met een dergelijke stage behalen studenten een academische graad waarmee ze zich voldoende kwalificeren voor de arbeidsmarkt. Het aantal klinische praktijkstages van 20 studiepunten daarentegen is beperkt.

Een deel van de masterstudenten die een klinische specialisatie volgt, wil een klinische praktijkstage volgen om zo aan de toelatingseisen van de postmaster tot Gezondheidspsycholoog te voldoen. Het aantal opleidingsplaatsen voor deze postmaster is beperkt. Niet iedere masterstudent die dat zou willen kan deelname aan een klinische praktijkstage worden gegarandeerd. Om aanspraak te maken op een klinische praktijkstage worden de studenten geselecteerd. Studenten die geen klinische stageplaats vinden, hebben volgens de Universiteit Leiden de mogelijkheid om door middel van een stage van 10 studiepunten te voldoen aan de verplichtingen om de master Psychology met succes af te kunnen ronden.

De Universiteit Leiden heeft mij laten weten de problematiek van een beperkt aantal klinische praktijkstages serieus te nemen. Zij geeft aan dat de staf van de klinisch georiŽnteerde masterspecialisaties er alles aan doet om het aanbod aan klinische praktijkstages die voldoen aan alle eisen qua inhoud, begeleiding en omvang, zo groot mogelijk te maken en te houden.

Ook heeft de masterspecialisatie klinische neuropsychologie, net als andere masterspecialisaties van de MSc Psychology, een stage-coŲrdinator bij wie studenten terecht kunnen met vragen over (het vinden van) een geschikte stage. Daarnaast kunnen studenten voor advies terecht bij hun mentor binnen de masterspecialisatie, bij de Facultaire Loopbaanservice en bij de studieadviseur voor alle masterstudenten. De knelpunten bij het vinden van een klinische praktijkstage van 20 studiepunten worden vroegtijdig en duidelijk gecommuniceerd aan allen die het voornemen hebben een klinisch georiŽnteerde masterspecialisatie te kiezen.

Teneinde de problematiek te verkleinen heeft de Universiteit Leiden het stage-aanbod uitgebreid met interne praktische stages (met een omvang van 10 studiepunten), waarin studenten de mogelijkheid krijgen praktische vaardigheden op te doen binnen het domein van hun eigen masterspecialisatie. Masterstudenten maken in toenemende mate gebruik van dit aanbod. Daarnaast is in de herfst van 2016 gestart met een instituutbrede Task Force Stages, waarin alle tien stage-coŲrdinatoren best practices uitwisselen over het aangaan en behouden van contacten met stage verlenende instellingen.

Met betrekking tot de betreffende studente is het zo dat de problematiek met betrekking tot het vinden van een stageplaats veroorzaakt wordt door de wens van betreffende studente om een klinische praktijkstage van 20 studiepunten te doen. De student zou ook kunnen kiezen voor een stage van 10 studiepunten, waarvoor wel voldoende stageplaatsen beschikbaar zijn, om daarmee de masteropleiding af te ronden.

Tot slot verzoekt de vaste commissie voor Onderwijs, Cultuur en Wetenschap mij te reageren op de problematiek bij het vinden van een stageplek bij andere instellingen.

In curricula van Nederlandse opleidingen in het hoger onderwijs komen stages met enige regelmaat voor, zowel in de bachelor als in de master. Zoals ik ook heb aangegeven in de strategische agenda1 zijn stages een goede manier om studenten beter voor te bereiden op de arbeidsmarkt. In het hbo is stagelopen heel gebruikelijk of zelfs een verplicht onderdeel in het curriculum. In het wo is dit minder frequent het geval en zou het faciliteren van stages nog meer gemeengoed kunnen worden.

De omvang en het al dan niet verplichte karakter van stages verschilt sterk per opleiding. Ik heb daarom eerder aan de Kamer aangegeven dat ik het niet nodig vind om te trachten om op centraal niveau informatie over stages te verzamelen2. Dit laat onverlet dat onderwijsinstellingen die opleidingen met een (verplichte) stage in het curriculum aanbieden, er zelf zorg voor moeten dragen dat studenten over voldoende informatie beschikken om een passende stage te vinden.

Daar waar er een beperkt stage-aanbod is, moet de onderwijsinstelling zich inzetten deze problematiek op te lossen. Hiervoor kan de instelling zich richten op (verdere) samenwerking met het bedrijfsleven in de regio. Specifiek in de zorgsector heeft het Ministerie van Volksgezondheid Welzijn en Sport voor een aantal mbo- en hbo-zorgopleidingen de subsidieregeling stageplaatsen zorg ingericht. Dit maakt het mogelijk dat zorginstellingen die een stageplaats bieden aan studenten van deze zorgopleidingen, een bijdrage kunnen krijgen in de kosten voor het aanbieden van stageplaatsen en de stagebegeleiding.

De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, M. Bussemaker

Noot 1

Kamerstuk 31 288, nr. 481

Noot 2

Kamerstuk 31 288, nr. 548


 
 

2.

Meer informatie

 
 

3.

Parlementaire Monitor

Met de Parlementaire Monitor volgt u alle parlementaire dossiers die voor u van belang zijn, op de voet. De monitor signaleert de recent aan deze dossiers toegevoegde documenten en de vergaderingen waarin ze aan de orde komen. U ziet in ťťn oogopslag van elk lopend wetsvoorstel de stand van zaken. Via e-mail-alerts en de nieuwsbrieffunctie zijn u en uw relaties altijd onmiddellijk op de hoogte.

Als u meer wilt weten over de Parlementaire Monitor, bekijk dan de uitgebreide beschrijving op www.pdc.nl of neem contact met ons op via info@parlementairemonitor.nl.