Onze zorg - Parlementaire monitor

Parlementaire monitor
Vrijdag 15 januari 2021
kalender

Onze zorg

Met dank overgenomen van S.M. (Sandra) Beckerman i, gepubliceerd op zaterdag 21 mei 2016.

‘1,1 miljoen Nederlanders krijgen geen hulp bij ziekte’, ‘Zwijgcontracten in de zorg’, ‘Kans op hoger eigen risico’, ‘Patiënten zien af van noodzakelijke zorg vanwege eigen risico’, ‘Veel meer sponsoring door farmaceuten’, ‘Problemen bij thuiszorgorganisatie’. Het zijn koppen die in het voorjaar van 2016 in de krant stonden.

De SP wil een zorgstelsel waarin menselijke waardigheid, gelijkwaardigheid en solidariteit centraal staan. Het beginselprogramma van de SP stelt: ‘Iedereen dient gelijkelijk recht te hebben op bescherming van zijn gezondheid en op toegang tot een hoogwaardige gezondheidszorg.’ Een blik op de krantenkoppen hierboven maakt direct duidelijk dat het huidige stelsel daar niet aan voldoet. Verre van zelfs. Het maakt ook meteen duidelijk waarom de SP zo hard strijdt voor een beter zorgstelsel.

De SP zet zich in voor een nationaal zorgfonds én voor het afschaffen van het eigen risico. Dit moet in de plaats komen van een stelsel met een wirwar aan private verzekeringen. Een stelsel waarbij de kosten voor patiënten oplopen, terwijl de verzekeraars miljoenen winst maken en zorggeld wordt verkwist aan reclame en bonussen. De twee eisen in de campagne, een zorgfonds en het afschaffen van het eigen risico, sluiten naadloos aan bij de SP-beginselen. Deze maatregelen zorgen er immers voor dat iedereen weer de zorg kan krijgen die hij of zij nodig heeft zonder financiële drempels. Het is goed voor de menselijke waardigheid, de gelijkwaardigheid en de solidariteit. Het is om in de woorden van het beginselprogramma ‘Heel de mens’ te blijven: ‘een kwestie van beschaving én een onmisbare investering in de toekomst’.

Het winnen van deze campagne zou dus een goed begin zijn. En een belangrijke basis voor een nieuw zorgstelsel. Een zorgstelsel waarin niet de markt, maar de mens centraal staat.

Zorg voor gelijkwaardigheid

Mensen met een hoog inkomen leven in Nederland gemiddeld langer. Uit onderzoek van het CBS uit 2010 blijkt dat de levensverwachting van mannen uit de laagste inkomensklasse gemiddeld 73,9 jaar is. De levensverwachting van mannen uit de hoogste inkomensklasse is 81,1 jaar. Een verschil van 7,2 jaar. Bij vrouwen is het verschil iets kleiner: 6,7 jaar. Maar wellicht nog schokkender is het verschil in gezonde levensjaren. Mannen met een hoog inkomen leven gemiddeld 17,8 jaar langer in zeer goede gezondheid, vrouwen met een hoog inkomen 17,6 jaar.

We kiezen voor een collectieve aanpak om deze sociaal-economische gezondheidsverschillen terug te dringen. Je krijgt de kloof niet dicht door alleen een beroep te doen op eigen keuzes. Naast bevorderen van gezond gedrag is verbetering van inkomen, woon- en werkomstandigheden nodig en een extra en actieve inzet van de (preventieve) zorg, met name in de arme wijken. Zulke investeringen kunnen leiden tot een enorme gezondheidswinst en dus ook maatschappelijke winst.

Preventie hoort in het basispakket. ‘Voorkomen is beter dan genezen’ is een binnen de SP veel gehoorde leus. Al in de jaren zeventig stonden SP-campagnes aan de wieg van het bevolkingsonderzoek naar baarmoederhals- en borstkanker. We moeten niet alleen ziektes behandelen, maar vooral ook voorkomen dat mensen ziektes krijgen. Dat begint al jong: door te zorgen voor meer gymlessen op school, voor meer ruimte om buiten te spelen en voor regelingen die het ook voor arme kinderen mogelijk maken om te sporten. Daarnaast willen wij programma’s die overgewicht en verslaving aan roken, alcohol en drugs aanpakken. En werknemers zouden beter beschermd moeten worden tegen beroepsziektes. Nu sterven per dag tien mensen aan de gevolgen van beroepsziektes. De politiek praat erover maar van concrete maatregelen is geen sprake.

De aanpak van sociaal-economische gezondheidsverschillen én veel meer preventieve zorg verkleinen de tweedeling. Ook een solidair zorgstelsel doet dat, in tegenstelling tot het huidige stelsel. In maart bleek uit onderzoek van Binnenlands Bestuur dat een kwart van alle hulpbehoevenden afziet van zorg vanwege de kosten. Een bezoek aan de tandarts lijkt een luxe te worden. Het Centraal Bureau voor de Statistiek becijferde in maart dat 30 procent van de mensen met een laag inkomen vorig jaar niet naar de tandarts is geweest. Niet alleen de armsten maar ook mensen met een middeninkomen mijden door de hoge kosten steeds vaker zorg.

Het zorgfonds en het afschaffen van het eigen risico zullen belangrijk zijn in het tegengaan van de tweedeling. Via het zorgfonds kan iedereen de zorg krijgen die hij of zij nodig heeft en het biedt meer dan het huidige uitgeklede basispakket. Het afschaffen van het eigen risico zorgt ervoor dat de boete op ziek zijn verdwijnt, die nu mensen met lagere inkomens het hardst treft.

Zorg voor goede medicijnen

Wetenschappelijke doorbraken hebben ervoor gezorgd dat sommige ziektes helemaal niet meer voorkomen, andere ziektes zijn steeds beter te behandelen. Er zijn nog veel wetenschappelijke doorbraken nodig. Een ander zorgsysteem maakt meer doorbraken mogelijk.

Grote farmaceutische bedrijven hebben nu veel macht. Zij wekken graag de indruk dat zij veel investeren in medicijnonderzoek, maar de feiten zijn anders. Uit onderzoek van de Europese Commissie blijkt dat ze veel meer uitgeven aan marketing dan aan preklinisch onderzoek; 2,3 miljard meer om precies te zijn. Onderzoek is nu veelal gericht op medicijnen waaraan verdiend kan worden (block busters) en aan medicijnen die varianten zijn op bestaande geneesmiddelen (me too medicijnen). Grote doorbraken blijken veelal van publiek onderzoek te komen. Op medicijnen zitten vaak grote winstmarges. Volgens de Europese Commissie is de winst gemiddeld 30 procent van de omzet, op sommige medicijnen 80 procent. De farmaceutische industrie is zeer machtig en beïnvloedt onderzoek en onderzoekers. Niet zelden komt zij in opspraak. Bijvoorbeeld als resultaten van onderzoek niet of verkeerd worden gepubliceerd. Of als ze artsen beïnvloedt door ze niet de beste, maar de meest lucratieve medicijnen te laten voorschrijven.

Zorg voor ons allemaal

Het huidige stelsel draait om marktwerking; wij willen een stelsel dat draait om samenwerking. Marktwerking heeft de zorg niet beter gemaakt maar wel duurder. Marktwerking werkt niet. De private belangen zijn vaak in strijd met de belangen van zorgverlener en patiënt. Door bureaucratie, winst en het oppotten van zorggeld wordt de zorg onnodig duur.

We kiezen voor een systeem op menselijke maat, waarin de patiënt en de zorgverlener centraal staan. Waar dat mogelijk is, kiezen we voor zorg in de buurt. We kiezen voor het behoud van kleinschalige ziekenhuizen door het invoeren van een fusiestop. Het grootste deel van de ziekenhuiszorg is basiszorg en die organiseren we zoveel mogelijk dichtbij. We maken ruimte voor kleinschalige huisartsendiensten, vooral op het platteland. We versterken de eerste lijn door verlaging van de praktijknorm voor huisartsen, uitbreiden van kleinschalige gezondheidscentra in de buurt, poliklinieken en (preventieve) GGZ. Investeren in de eerste lijn en kleinschaligheid wordt ruimschoots terugverdiend doordat er minder van de duurdere tweedelijnszorg gebruik zal worden gemaakt. De huisarts behandelt 96 procent van de zorgvraag voor 4 procent van het totale budget.

Door thuiszorg, verpleging, verzorging en dagbesteding in de wijk te organiseren kunnen mensen langer zelfstandig op een voor hen vertrouwde plek blijven wonen. Ook verzorgings- en verpleeghuizen organiseren we op kleine schaal, in de buurt, net als de (instellings)zorg voor gehandicapten. Ook zorg voor kinderen organiseren we beter. Met consultatiebureaus en jeugdzorg zoveel mogelijk in de buurt, met schoolartsen en schooltandartsen.

De professionals in de zorg moeten veel meer zeggenschap krijgen bij het vaststellen van de zorgbehoefte. Maar ook patiënten krijgen meer te zeggen. Zij moeten zelf kunnen bepalen welke zorg ze willen. Als zorginstellingen niet in staat zijn om zorg op maat te bieden dan horen zij de middelen te krijgen om het zelf te regelen, bijvoorbeeld via een verbeterd persoonsgebonden budget (pgb). De SP wil een zorgzame samenleving. We ondersteunen mensen die zorgen voor anderen, de mantelzorgers en vrijwilligers, veel beter dan nu het geval is. De zorg wordt onnodig duur door de enorme winsten en hoge kosten voor marketing van Big Pharma. Dat geld kan beter gebruikt worden om de zorg goedkoper en beter te maken. De SP wil dat er fors wordt geïnvesteerd in onderzoek naar nieuwe medicijnen en behandelingen. Dat moet publiek onderzoek zijn. De SP wil daarom een nationaal fonds geneesmiddelenonderzoek. Nieuwe ontdekkingen worden niet langer door Big Pharma gepatenteerd en op de markt gebracht, maar we kiezen voor Small Pharma, geen patenten, geen winstoogmerk en beschikbaarheid voor iedereen die het nodig heeft. Onderzoek en onderzoeksresultaten worden openbaar gemaakt. We gaan van privaat naar publiek. Zorggeld gaat naar zorg en de macht van de farmaceutische industrie wordt aan banden gelegd.

Zorg is geen schadepost

De SP gaat in deze campagne voor de maatschappelijke winst. Het huidige systeem dat draait om de markt heeft geen winst opgeleverd voor diegenen waar het in de zorg om hoort te gaan: de patiënt en de zorgverlener. Wij gaan voor een zorgstelsel zonder winstoogmerk. Een systeem met goede zorg voor iedereen. Een systeem waarin de tweedeling tussen arm en rijk en ziek en gezond wordt teruggedrongen. Met het nationale zorgfonds zonder eigen risico wordt zorg weer betaalbaar voor de lagere en middeninkomens.

De gezondheidszorg mag wat kosten. Gezondheid is een van de belangrijkste zaken in het leven. Zorg is geen schadepost maar van grote waarde. Zij is waardescheppend als belangrijke voorwaarde voor maatschappelijke participatie en een bron van menselijk geluk. Beschaving heeft haar prijs.