Memorie van toelichting - Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (XVI) voor het jaar 2017

Deze memorie van toelichting i is onder nr. 2 toegevoegd aan wetsvoorstel 34550 XVI - Vaststelling begroting Volksgezondheid, Welzijn en Sport 2017.

1.

Kerngegevens

Officiële titel Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (XVI) voor het jaar 2017 ; Memorie van toelichting; Memorie van toelichting
Document­datum 20-09-2016
Publicatie­datum 20-09-2016
Nummer KST34550XVI2
Kenmerk 34550 XVI, nr. 2
Externe link origineel bericht
Originele document in PDF

2.

Tekst

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Vergaderjaar 2016–2017

34 550 XVI

Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (XVI) voor het jaar 2017

Nr. 2

MEMORIE VAN TOELICHTING

Inhoudsopgave

TINGSVOORSTEL

Pagina

Beleidsagenda

Belangrijkste beleidsmatige mutaties Meerjarenplanning beleidsdoorlichtingen Overzicht garanties en achterborgstellingen

Artikel 1 Volksgezondheid

Artikel 2 Curatieve zorg

Artikel 3 Langdurige zorg en ondersteuning

Artikel 4 Zorgbreed beleid

Artikel 5 Jeugd

Artikel 6 Sport en bewegen

Artikel 7 Oorlogsgetroffenen en herinnering Tweede

Wereldoorlog

Artikel 8 Tegemoetkoming specifieke kosten

Niet-beleidsartikel 9 Algemeen Niet-beleidsartikel 10 Apparaatsuitgaven Niet-beleidsartikel 11 Nominaal en onvoorzien

College ter Beoordeling van Geneesmiddelen Centraal Informatiepunt Beroepen Gezondheidszorg Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu

4 4 6

6 17 22 25

31

31 46 63 76 92 98

106 114

117

117 122 129

130

130 135

141

3

  • 6. 
    Financieel Beeld Zorg                                                                       146
  • 7. 
    Bijlagen                                                                                              240

ZBO’s en RWT’s                                                                                 240

Verdiepingsbijlage                                                                            243

Moties en toezeggingen                                                                   250

Subsidieoverzicht                                                                             320

Evaluatie- en onderzoeksoverzicht                                                  325

Lijst met afkortingen                                                                         329

Trefwoordenregister                                                                         334

  • A. 
    ARTIKELSGEWIJZE TOELICHTING BIJ HET BEGROTINGSVOORSTEL

Wetsartikel 1

De begrotingsstaten die onderdeel zijn van de Rijksbegroting, worden op grond van artikel 1, derde lid, van de Comptabiliteitswet 2001 elk afzonderlijk bij de wet vastgesteld.

Het wetsvoorstel strekt ertoe om de onderhavige begrotingsstaat/ begrotingsstaten voor het aangegeven jaar vast te stellen.

Alle voor dit jaar vastgestelde begrotingswetten tezamen vormen de Rijksbegroting voor dat jaar. Een toelichting bij de Rijksbegroting als geheel is opgenomen in de Miljoenennota.

Met de vaststelling van dit wetsartikel worden de uitgaven, verplichtingen en de ontvangsten vastgesteld. De in de begrotingsstaat/begrotingsstaten opgenomen begrotingsartikelen worden in onderdeel B van deze memorie van toelichting toegelicht (de zogenoemde Begrotingstoelichting).

Wetsartikel 2

Onder het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport ressorteren de volgende agentschappen die een baten-lastenstelsel voeren: het Agentschap College ter Beoordeling van Geneesmiddelen, het Centraal Informatiepunt Beroepen Gezondheidszorg en het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu.

Met de vaststelling van dit wetsartikel worden de baten en de lasten, het saldo van de baten en de lasten en de kapitaaluitgaven en -ontvangsten van de in de staat opgenomen baten-lastenagentschappen voor het onderhavige jaar vastgesteld. De in de begroting opgenomen begrotingsartikelen worden toegelicht in onderdeel B (Begrotingstoelichting) van deze memorie van toelichting en wel in de paragraaf inzake de agentschappen.

De Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport,

E.I. Schippers

  • B. 
    BEGROTINGSTOELICHTING
  • 1. 
    Leeswijzer

Inleiding

Voor u ligt de begroting 2017 van het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS). Deze begroting bestaat uit de volgende onderdelen:

  • Beleidsagenda
  • Beleidsartikelen en de niet-beleidsartikelen
  • Begroting baten-lastenagentschappen
  • Financieel Beeld Zorg
  • Diverse bijlagen

De beleidsprioriteiten met betrekking tot de Zorgverzekeringswet worden vermeld in het Financieel Beeld Zorg.

Motie-Schouw

In juni 2011 is de motie Schouw ingediend en aangenomen. Deze motie zorgt ervoor dat de landenspecifieke aanbevelingen van de Raad op grond van de nationale hervormingsprogramma’s een eigenstandige plaats krijgen in de departementale begrotingen. In de beleidsagenda wordt ingegaan op de uitwerking van de aanbeveling.

Groeiparagraaf

In de begroting wordt dit jaar voor het eerst een overzicht opgenomen waarin op artikelniveau wordt aangegeven wat de voorgenomen bestemming is van het naar verwachting op 1 januari 2017 niet-juridisch verplichte deel van het budget. Het gaat om voorgenomen verplichtingen die later in het begrotingsjaar worden vastgelegd al dan niet op grond van achterliggende bestuurlijke afspraken. De voornemens worden kort toegelicht. Het overzicht wordt opgenomen bij de beleidsagenda.

Tijdens het wetgevingsoverleg over het VWS jaarverslag 2014 heeft de Kamer verzocht om de verantwoordingsfunctie van het jaarverslag te verbeteren. In de aanloop naar de voorbereiding van de ontwerpbegroting 2017 is in overleg met de vaste Kamercommissie Zorg verkend hoe deze verbetering kan worden vormgegeven. Dit heeft onder meer geresulteerd in een monitor waarin maatschappelijke doelstellingen zijn geformuleerd en waarbij indicatoren uit de Staat van Volksgezondheid en Zorg zijn opgenomen die iets zeggen over de stand van zaken op het terrein van de zorg. Een overzicht van deze maatschappelijke doelstellingen en de indicatoren is bij de beleidsagenda opgenomen. Daarnaast is een set van 5 indicatoren uit de VWS-monitor gekoppeld aan de beleidsagenda.

Middellangetermijnverkenning 2018-2021 van het CPB

De macro-economische en budgettaire gegevens in deze begroting zijn, zoals altijd, gebaseerd op de Macro Economische Verkenning (MEV) van het Centraal Plan Bureau (CPB). Normaal gesproken bevat een MEV-raming alleen cijfers voor het lopende jaar en het komende jaar, in dit geval dus voor 2016 en 2017. Dit jaar publiceert het CPB echter ook een middellangetermijnraming (MLT) bij de MEV voor de periode 2018-2021. Ook die raming is technisch verwerkt in deze begroting. Het betreft in de VWS-begroting de BKZ-uitgaven en de BKZ-ontvangsten, de zorgtoeslag, de Rijksbijdrage 18- en de BIKK. De hoofdtekst en bijlagen van de

Miljoenennota bevatten meer informatie over de verwerking van de MLT.

  • 2. 
    Beleidsagenda1

Wat heb je nodig?

Dat is de vraag waar het om moet draaien in de gezondheidszorg. Wat heb je nodig om gezond te blijven? Om beter te worden? En als beter worden niet meer gaat, wat heb je dan nodig om zo zelfstandig mogelijk te kunnen blijven, met zo hoog mogelijke kwaliteit van leven.

De vraag «Wat heb je nodig?» kan het beste door mensen zelf beantwoord worden, in samenspraak met hun zorgverleners. Het antwoord is voor iedereen anders. Maar het is een cruciale vraag. Juist in een samenleving met meer ouderen, meer chronisch zieken. Juist in een samenleving waarin mensen steeds meer zelf willen bepalen hoe zij hun leven inrichten, daar zelf ook meer mogelijkheden voor hebben. Waarin mensen met één muisklik heel de wereld in huis halen.

Met de omslag in de zorg die wij de afgelopen jaren hebben gemaakt, willen wij mensen de zorg bieden die in deze tijd bij hen past.

De zorg is nu zo ingericht dat die persoonsgerichte aanpak mogelijk is: zorg thuis of dichtbij huis als het kan, verder weg als het moet. En afgestemd op ieders persoonlijke situatie, rekening houdend met wat een ieder zelf nog kan of niet kan. We zien al heel goede voorbeelden waar dit lukt (www.hetzorgverhaal.nl). Tegelijkertijd zien we ook dat ouderen en kwetsbare mensen soms de weg naar de juiste zorg niet kunnen vinden. Dat moeten we in de praktijk oplossen. Daar zetten we ons de komende jaren voor in, samen met de mensen in de zorg en samen met patiënten, cliënten en bewoners.

Hoe gezond voelt u zich?

Vanaf 1990 voelen mensen zich steeds een beetje gezonder. In 2014 gaf 84,3% van de mannen en 79,5% van de vrouwen aan een goede gezondheid te ervaren.

Deze Beleidsagenda geeft invulling aan de afspraken die zijn gemaakt om te komen tot verbetering van de kwaliteit van de begroting en daarmee in samenhang de verantwoordingsfunctie van het jaarverslag. Dit gebeurt langs twee lijnen. Om achteraf meer inzicht in de behaalde resultaten van het genomen beleid te kunnen geven, is er voor gekozen in de Beleidsagenda 2017 nadrukkelijk aandacht te besteden aan het concreet formuleren van maatregelen. Gegeven de omvang en doelstelling van de agenda is daarbij gekozen voor een gericht aantal prioritaire maatregelen waarop wij in de komende periode het verschil willen maken.

Tegelijkertijd is in de tekst een achttal indicatoren uit de VWS-monitor opgenomen. Het doel van de monitor is om meer inzicht te krijgen in hoe het met de gezondheidszorg in Nederland is gesteld en om aan te geven of er reden is voor bijsturing, al dan niet met behulp van begrotingsgeld. De monitor staat in relatie tot de begrotingscyclus en is niet bedoeld om een eigen, zelfstandige rol te krijgen. De monitor heeft vooral een signalerende en agenderende werking. De monitor bevat algemene maatschappelijke doelstellingen op het terrein van volksgezondheid, zorg en de betrokken samenleving en indicatoren die daarbij passen. Een uitgebreide lijst en een toelichting is in deze begroting opgenomen achteraan deze Beleidsagenda en voor de begrotingsartikelen.

Door het concreter en specifieker formuleren van maatregelen en het toevoegen van een gericht aantal indicatoren, wordt het mogelijk de invulling van de meer recente beleidsprioriteiten af te zetten tegen de lange termijn doelstellingen en trendontwikkelingen. Daarmee wordt ook de Beleidsagenda een document op basis waarvan het gesprek over de vraag «zitten we op de juiste koers?» en de bijdrage van het ingezette beleid aan de publieke waarden kwaliteit, betaalbaarheid en toegankelijkheid, moet kunnen worden aangegaan.

Die praktische en persoonsgerichte aanpak kiezen we ook bij de uitvoering van nieuwe wetten over kwaliteit en toegankelijkheid van de zorg. We houden nauwlettend de praktijk in de gaten en springen in waar nodig.

Vanzelfsprekend blijft betaalbaarheid een voorwaarde om de zorg voor iedereen toegankelijk te houden. We zijn er mede dankzij de hoofdlijnenakkoorden in geslaagd om de groei van de zorguitgaven (www.hetzorgverhaal.nl/wat-betalen-we-aan-zorg) – zoals we die tot 2012 jaar op jaar zagen – te remmen. Maar van achterover leunen kan geen sprake zijn. Omdat we steeds ouder worden en er medisch gezien steeds meer mogelijk is, blijft de druk op de gezondheidszorg groot en geeft de overheid nog steeds elk jaar meer geld uit aan zorg. Dat geldt zowel voor de langdurige zorg als voor de curatieve zorg. In 2017 is dat bijna 69 miljard euro (www.hetzorgverhaal.nl/zorguitgaven) – bijna één derde van alle uitgaven die de rijksoverheid doet.

Het is cruciaal dat we op de kosten blijven letten, vol inzetten op preventie en daadwerkelijk gebruik maken van de enorme mogelijkheden die innovaties bieden om mensen tegen lagere kosten de zorg te bieden die bij hen past en die tegemoet komt aan wat zij in hun individuele situatie nodig hebben.

Wat heb je nodig om gezond te leven en gezond op te groeien?

Steeds meer mensen beseffen dat hun manier van leven invloed heeft op hun gezondheid. Dat is een goede ontwikkeling. Want hoe goed de zorg ook is, het is altijd beter om ziekte te voorkomen. Dit is in de eerste plaats de verantwoordelijkheid van mensen zelf. De overheid zorgt voor de randvoorwaarden, maakt gezonde keuzes makkelijk en beschermt mensen die dat zelf niet kunnen.

Wie rookt er nog?

Steeds minder jongeren roken. In 2015 had 10,6% van de jongeren tot 16 jaar in de afgelopen maand gerookt. In 2011 was dat 16,9%.

Veilig opgroeien

Een veilige kindertijd is het fundament voor een gezond en gelukkig leven. Met 95% van de jongeren gaat het goed. Helaas zijn er ook nog steeds kinderen die geen veilig thuis hebben. Dat is onacceptabel. De zorg en ondersteuning van kinderen en gezinnen die het nodig hebben, moet nu in de praktijk verder worden verbeterd. De vraag «Wat heb je nodig?», moet ook hier leidend zijn, zodat we voorkomen dat er te weinig of juist te veel zorg is. De integrale verantwoordelijkheid van de gemeenten voor de jeugdhulp, biedt hiervoor grote en nieuwe mogelijkheden.

Preventie steeds belangrijker

Wie gezond wil leven, moet daarin niet gehinderd worden. De gezonde keuze moet de makkelijke keuze zijn. Bijvoorbeeld door een breder aanbod van gezonde voeding. Dat betekent minder vet, suiker en zout (www.hetzorgverhaal.nl/vet-zout-en-suiker) in de producten die je koopt in de supermarkt, in de schoolkantine, de sportkantine of het bedrijfsrestaurant. Dat willen we bereiken in samenwerking met het bedrijfsleven.

Wie wil sporten en bewegen (http://www.hetzorgverhaal.nl/sporten-in-de-wijk), moet dit makkelijk kunnen doen. Je hebt een club in de buurt nodig, een trapveldje, een sportcoach die je helpt, veilige straten om te joggen en fietspaden. Om dit voor elkaar te krijgen, werken verschillende ministeries, gemeenten, maatschappelijke organisaties en bedrijven samen in het Nationaal Programma Preventie en de brede maatschappelijke beweging Alles is Gezondheid (www.hetzorgverhaal.nl/de-buurtsportcoach).

Met voorlichtingscampagnes informeren we mensen hoe zij kunnen voorkomen dat ze ziek worden. Bijvoorbeeld door de handen te wassen en op de juiste manier eten te bereiden en te bewaren.

Antibioticaresistentie (www.hetzorgverhaal.nl/antibioticaresistentie) Het bestrijden van antibioticaresistentie is cruciaal om gezondheidsproblemen te voorkomen. Door verkeerd en kwistig gebruik van antibiotica zijn steeds meer bacteriën ongevoelig voor de middelen die we tot onze beschikking hebben. Steeds meer infecties zijn daardoor moeilijker te behandelen. Antibioticaresistentie ontstaat niet alleen in de zorg, maar ook in de dierhouderij en in het milieu. We werken met alle sectoren samen om antibioticaresistentie terug te dringen. Dit is de zogeheten One Health-aanpak.

Gezondheidsverschillen

Ondanks veel aandacht voor preventie, zien we nog grote verschillen tussen lager- en hogeropgeleiden. Mensen die lager zijn opgeleid, leven vaak minder gezond dan mensen die hoogopgeleid zijn. Daarom proberen wij alle mensen te bereiken met onze bewustwordingscampagnes over de gevaren van roken, drinken en te veel of ongezond eten. Om het gezondheidsbeleid op wijkniveau te ondersteunen, ontwikkelt het RIVM wijkpro-fielen met de bij ieder profiel behorende pakketten van werkzame interventies.

Kinderen en jongeren zijn kwetsbaar omdat zij geen zeggenschap hebben over hun omgeving en makkelijker beïnvloed worden door het gedrag van anderen. De NIX18 campagne richt zich op jongeren en komend jaar speciaal op kinderen die op het VMBO zitten (www.hetzorgverhaal.nl/ roken-alcohol-en-drugs). Jongeren worden ook bewust door de afschrikwekkende afbeeldingen op pakjes sigaretten en met een leeftijdsgrens voor tabaksproducten en e-sigaretten. Samen met verloskundigen, kinderartsen, jeugdartsen, gynaecologen, kraamverzorgenden, verslavingsartsen en huisartsen hebben we de Taskforce Rookvrije Start opgezet om ervoor te zorgen dat zwangere vrouwen en hun omgeving gemotiveerd en beter begeleid worden om te stoppen met roken.

Met de volgende concrete acties willen we komend jaar het verschil maken als het gaat om gezond leven en opgroeien:

– De meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling wordt verbeterd: het systematisch zorgen voor veiligheid van (potentiële) slachtoffers krijgt prioriteit. Gemeenten hebben in 2017 26 goed functionerende Veilig Thuis organisaties gerealiseerd, waar professionals en burgers terecht kunnen en goed worden geholpen. We versterken de samenwerking tussen zorg, onderwijs en gemeenten, gericht op een goede uitvoering.

– Het is van belang dat mensen goed geïnformeerd worden over de voor- en nadelen van health-checks en zelftesten en beschermd worden tegen risico’s. Dit zal onder meer worden geregeld in een wetsvoorstel dat we in 2017 aan de Tweede Kamer zullen aanbieden.

– Op Europees niveau is onder Nederlands voorzitterschap afgesproken dat elke lidstaat, en dus ook Nederland, uiterlijk eind 2017 een nationaal plan moet hebben om voedingsproducten te verbeteren. Zo willen we voorkomen dat mensen te veel zout, verzadigde vetten en calorieën binnen krijgen.

– We laten programma’s ontwikkelen om vooral ouderen, chronisch zieken en mensen met een beperking aan het sporten te krijgen. We kijken uit naar de resultaten van de effect- en evaluatiestudies van lopende sportprogramma’s die in 2017 verschijnen.

– Instellingen en professionals gaan in regionale netwerken samenwerken om de verspreiding van resistente bacteriën tegen te gaan en zo antibioticaresistentie aan te pakken. Per 2018 moeten er tien netwerken operationeel zijn.

Welke zorg heb je nodig?

Als mensen toch zorg nodig hebben, weten zij zelf het beste wat wel en niet bij hun situatie past. Daarom hebben wij de positie van patiënten, cliënten en bewoners versterkt, zodat zij kunnen meebeslissen over hun zorg. Thuis, in het ziekenhuis, of in het verpleeghuis.

Niet alleen is er meer informatie, mensen kunnen deze informatie ook makkelijker vinden en begrijpen. En waar vroeger de arts het type behandeling bepaalde, beslissen arts en patiënt nu samen wat de beste optie is. Welke keuzes zijn er als het gaat om onderzoek en behandeling? Wegen de voordelen op tegen de nadelen? Om die afwegingen te kunnen maken is betrouwbare en begrijpelijke informatie nodig. We kunnen daarbij nog veel meer gebruik maken van digitale mogelijkheden, zoals animatievideo’s. Goede informatie geeft patiënten een stevigere positie in het gesprek met hun artsen.

Mede door het Jaar van de Transparantie hebben patiënten meer en betere informatie gekregen over de kwaliteit van behandelingen voor dertig aandoeningen. Er is echter nog een flinke inspanning nodig om iedere patiënt tijdig van gedegen en begrijpelijke informatie te voorzien.

We willen ook de positie van patiënten en premiebetalers tegenover hun zorgverzekeraar sterker maken. Daarom komen we met een wetsvoorstel dat de medezeggenschap van een verzekerde over het beleid van de zorgverzekeraar moet versterken. Ook hebben verzekerden een stem gekregen in het instellen van een onafhankelijke geschillencommissie voor de zorg.

Zeggenschap over je eigen leven is net zo cruciaal als je een beperking hebt of te maken krijgt met de gebreken van het ouder worden. Om zo vrij en onafhankelijk als mogelijk te kunnen blijven functioneren, moet zorg dichtbij huis, of liefst thuis, geleverd kunnen worden, zodat de gang naar het ziekenhuis of verpleeghuis alleen gemaakt hoeft te worden als er geen alternatief is.

Deze omslag is hard nodig: in 2030 is bijna één op de vier Nederlanders ouder dan 65 (www.hetzorgverhaal.nl/zorg-voor-ouderen) en hebben naar schatting zeven miljoen Nederlanders één of meer chronische ziekten, zoals diabetes, hart- en vaatziekten of een longaandoening. Al sinds de jaren tachtig kiezen steeds meer ouderen ervoor zo lang mogelijk thuis te wonen. Ook chronisch zieken doen steeds vaker volop mee in de samenleving, hebben nog een baan en een druk sociaal leven. Dat kan, mede dankzij steeds betere behandelingsmethoden, betere geneesmiddelen en dankzij zorg die steeds vaker thuis of dichtbij huis kan worden geboden. Daarbij gaan we steeds meer uit van de eigen kracht en mogelijkheden die mensen hebben.

Levensverwachting

De levensverwachting bij geboorte is gestegen van 77 jaar in 1990 tot 81,5 jaar in 2015.

Dan is het wel van belang om te weten wat iemand nog wel kan, en wat niet meer. En wat mensen nodig hebben aan zorg en ondersteuning. Dit is niet te bepalen vanuit Den Haag. Dat moet dichterbij huis geregeld worden. Daarom hebben gemeenten vanaf 2015 een aantal zorgtaken overgenomen van het Rijk. Zij kennen hun inwoners en komen bij hen over de vloer. Zij kunnen in een persoonlijk gesprek met mensen bepalen wat nodig is. Dat kan verder gaan dan alleen zorg. Zijn er schulden? Is er sprake van eenzaamheid? Zijn er psychische problemen? De gemeenten hebben meer inzicht en mogelijkheden om al die zaken tegelijkertijd en in samenhang aan te pakken dan de landelijke overheid.

Eenzaamheid

40% van de volwassen bevolking voelt zich eenzaam. Eenzaamheid neemt toe met de leeftijd. Van de groep tussen 75 en 84 voelt bijna 50% zich eenzaam; van de groep 85 plus zelfs bijna 60%.

De decentralisaties zijn pas geslaagd als mensen daadwerkelijk ervaren dat ze goed worden geholpen: tijdige hulp en ondersteuning op maat, thuis of dichtbij huis. In 2017 en de jaren daarna zullen we samen met gemeenten en alle andere betrokkenen met onverminderde inzet verder werken aan deze missie (www.hetzorgverhaal.nl/wmo).

Het regelen van de nieuwe zorgtaken is voor gemeenten niet altijd eenvoudig. Daarom zien wij er op toe dat gemeenten iedereen de ondersteuning geven die nodig is. In veel gemeenten gaat dit goed. Zij kunnen als voorbeeld dienen voor anderen. Gemeenten die het niet goed doen spreken we hierop aan en we ondersteunen bij verbetering.

Wijkverpleegkundige (www.hetzorgverhaal.nl/de-wijkverpleegkundige) Voor mensen die thuis zorg nodig hebben, is de wijkverpleegkundige enorm waardevol. Hij of zij hoort als eerste de vragen en behoeften van mensen, biedt praktische zorg en geeft de zekerheid dat zorg aan huis altijd goed geregeld is. We hebben meer geld vrijgemaakt voor de wijkverpleegkundige en geregeld dat deze zorg in de buurt vergoed wordt door de zorgverzekering. Zorg van de wijkverpleegkundige telt ook niet mee voor het eigen risico. Zoals dat ook al het geval is bij de huisarts, met wie de wijkverpleegkundige intensief samenwerkt. De volgende stap is om mogelijke belemmeringen die de wijkverpleegkundige tegenkomt (zoals overbodige en onduidelijke regels), weg te nemen. We willen dat de wijkverpleegkundige zo veel mogelijk tijd heeft voor mensen en geen tijd kwijt is aan onnodig papierwerk.

Verpleeghuis (www.hetzorgverhaal.nl/verpleeghuiszorg)

Nu mensen steeds langer thuis wonen, zijn degenen die naar een verpleeghuis gaan steeds ouder en vaak ook zieker. Om de zwaardere en ingewikkelder zorg te kunnen bieden die dan nodig is, moet de kwaliteit van de verpleeghuiszorg beter (http://www.hetzorgverhaal.nl/passende-zorg). De sleutel is een combinatie van een goede organisatie, goed management, ruimte voor professionals en betere vaardigheden van zorgmedewerkers. Om tegemoet te komen aan veranderende zorgvraag en de kwaliteit van de ouderenzorg te verbeteren, heeft het kabinet de bezuinigingen op de verpleeghuizen van 500 miljoen euro geschrapt en structureel extra geld vrijgemaakt voor kwaliteit: het gaat om 210 miljoen euro per jaar voor opleidingen en extra dagbestedingactiviteiten. Als onderdeel van het programma Waardigheid en Trots zetten we de voorlopers in het zonnetje en let de Inspectie voor de Gezondheidszorg scherp op de achterblijvers.

Veilig melden

Ruim één miljoen mensen werken elke dag met hart en ziel aan goede zorg in Nederland. Desondanks gaat er wel eens wat mis. Zorg is mensenwerk. Het is belangrijk dat professionals incidenten durven melden, om herhaling te voorkomen. Ook hebben patiënten of cliënten het recht om te weten dat het mis is gegaan. Daarover moeten zij met hun zorgverlener kunnen praten. Een klachtenfunctionaris bemiddelt hierin. Levert dat niks op, dan kan een patiënt een klacht indienen bij de zorgverlener of de zorginstelling. De Wet kwaliteit, klachten en geschillen in de zorg regelt dit.

Vermijdbare sterfte

Aandacht voor patiëntveiligheid werkt! Het aantal patiënten dat in het ziekenhuis kwam te overlijden als gevolg van onnodige fouten is gedaald tussen 2008 en 2011/2012. Van de 100 in het ziekenhuis overleden patiënten, overleden er in 2008 5,5 mede als gevolg van potentieel vermijdbare schade; in 2011/2012 waren dat er 2,6.

Kwaliteit en openheid

Openheid over de kosten en kwaliteit is essentieel als we de zorg goed willen organiseren met kwaliteit hoog in het vaandel. In Kwaliteit loont staan de maatregelen die afspraken hierover tussen zorgaanbieders en -verzekeraars stimuleren. De Inspectie voor de Gezondheidszorg houdt strenger toezicht op de toetreding van nieuwe zorgaanbieders. Instellingen bieden ook zelf openheid over hoe zij kwaliteit en veiligheid garanderen voor de patiënt, zeker in het geval van calamiteiten. De Inspectie zal hier scherp op toezien.

Om verzekeraars te prikkelen zich meer te richten op verzekerden die veel zorg nodig hebben, hebben wij de risicoverevening in 2016 verbeterd. Dat was een eerste stap. Komend jaar zullen we de verevening wederom aanpassen en verder verfijnen. Met een meerjarig onderzoeksprogramma zetten we een derde stap voor verdere verbetering van de risicoverevening.

Cultuuromslag in de geestelijke gezondheidszorg

Ook in de geestelijke gezondheidszorg willen we dat kwaliteit loont. Ook mensen met psychische klachten willen de beste behandeling, volgens de laatste stand van wetenschap en praktijk en op maat. Ook zij hebben recht op betrouwbare informatie die makkelijk te vinden is. Hoe lang duurt de behandeling? Wat mag ik verwachten en wat niet? Welke opties zijn er? Wat past bij mij?

De geestelijke gezondheidszorg heeft hiervoor een plan gemaakt, de zogeheten Toekomstagenda gaat uit van patiënten en verstevigt hun positie. De agenda is een begin. Het komt nu aan op de uitvoering in de praktijk. Professionals in de geestelijke gezondheidszorg werken aan een cultuuromslag waarin patiënten met hun zorgverleners meer inzicht krijgen en meer keuzemogelijkheden, kortom meer regie. Om de financiering dit te laten ondersteunen, werkt de sector samen met de Nederlandse Zorgautoriteit aan een nieuwe bekostiging.

Zorgen voor je naaste (www.hetzorgverhaal.nl/mantelzorg) Mantelzorgers en vrijwilligers zijn onmisbaar in de zorg en verdienen onze steun. Zeker nu steeds meer ouderen zelfstandig thuis willen blijven wonen, wordt er veel van mantelzorgers gevraagd. Mantelzorgers krijgen steeds meer maatschappelijke erkenning en ondersteuning. Toch hebben velen het gevoel dat ze er alleen voor staan. In 2017 is het tijd voor een volgende stap, waaronder meer maatschappelijke bewustwording. Onder meer door een campagne voor een mantelzorgvriendelijke samenleving. Tegelijkertijd moeten we gezamenlijk blijven zoeken naar mogelijkheden om werk en zorgtaken beter te combineren. Ook aan mantelzorgers moeten wij de vraag stellen: Wat heb je nodig?

Aantal mantelzorgers

1 op de 3 Nederlanders van 18 jaar en ouder heeft in 2014 aangegeven – in het jaar voorafgaand aan het onderzoek – een naaste te ondersteunen.

Goede zorg is kijken naar wat mensen echt nodig hebben. Met de volgende concrete acties willen wij komend jaar het verschil maken:

– In het kader van het programma Waardigheid en Trots wordt de basisveiligheid van de instellingen met ingang van 2017 transparant gemaakt en wordt een nieuw kwaliteitskader in gebruik genomen. Met de meerjarige kwaliteitsagenda Samen werken aan een betere gehandicaptenzorg worden bijvoorbeeld activiteiten in gang gezet om de positie van de cliënt te versterken, professionals beter toe te rusten en innovatie en samenwerking te stimuleren. Ook wordt geïnvesteerd in professionals, bijvoorbeeld door het organiseren van een reeks leer-/ werkbijeenkomsten en meer scholing voor zorgprofessionals om de dialoog met de cliënt en/of zijn omgeving te verdiepen. We starten twee grote experimenten (VVT en gehandicaptenzorg) om de langdurige zorg meer persoonsgericht te maken.

– De verbetering van de uitvoering van het persoonsgebonden budget heeft ook in de komende periode onze aandacht. Allereerst willen we de betalingen ook in 2017 stabiel houden. Daarnaast blijven we werken aan een klantvriendelijker en goedwerkend systeem van trekkingsrecht waarmee de budgethouder van het pgb gemakkelijk zelf zijn zaken kan regelen.

– Om samen beslissen meer vorm te geven, worden de drie goede vragen geïntroduceerd in de huisartsenpraktijk en met de partijen in de geestelijke gezondheidszorg is afgesproken dat er meer begrijpelijke informatie beschikbaar komt die ook eenvoudig vindbaar is voor patiënten.

– Door de verbetering van de risicoverevening worden per 2017 naar verwachting 200.000 extra chronisch zieken geïdentificeerd voor wie verzekeraars een passende compensatie ontvangen.

Voor alle aanbieders van curatieve ggz is het vanaf 1 januari 2017 verplicht om een kwaliteitsstatuut te hebben, zodat patiënten meer informatie hebben om hun keuze voor een zorgaanbieder op te baseren.

Minder taboes, meer begrip

Dementie (www.hetzorgverhaal.nl/leven-met-dementie) Dementie wordt volksziekte nummer 1. Mensen met dementie wonen in ons dorp, in onze buurt, in onze straat. Soms hebben ze iemand nodig die ziet wat er aan de hand is, als ze het even niet meer weten bij de kapper of zonder bestemming de bus instappen. Oog hebben voor mensen met dementie is een zaak van ons allemaal.

Depressie (www.hetzorgverhaal.nl/leven-met-depressie) Nederland telt 800.000 mensen met een depressie. Het is de meest voorkomende reden voor een ziekmelding. De maatschappelijke en persoonlijke impact is enorm. Toch zijn depressies en andere psychische problemen vaak nog een taboeonderwerp. Depressie wordt daarbij vaak niet of laat herkend. Met een publiekscampagne willen wij dat patiënten en hun omgeving depressie sneller herkennen en weten wat ze moeten doen en hoe hiermee om te gaan. Zo hopen we voor mensen de drempel te verlagen om bijtijds hulp te zoeken.

Vrouwen met een postnatale depressie

Ongeveer 13 op elke 100 Nederlandse moeders krijgt te maken met een postnatale depressie, die tot 12 maanden na de geboorte kan ontstaan.

Met de volgende acties willen we het komend jaar meer bewustzijn creëren en kennis vergroten:

– Wij willen dat het aantal depressies afneemt en dat de impact van depressie kleiner wordt. Daarom besteedt VWS vanaf het najaar 2016 samen met de betrokken beroepsgroepen en kennisinstellingen aandacht aan depressie via zowel een publiekscampagne depressie als een meerjarenprogramma depressiepreventie.

– Er komt een online training op Samendementievriendelijk.nl, die mensen leert om de signalen van (beginnende) dementie te herkennen en beter om te gaan met patiënten. Ons streven is dat wij in 2020 310.000 «dementievrienden» hebben, voor elke dementerende ten minste één vriend. We maken 30 miljoen euro vrij voor het onderzoeksprogramma Memorabel, dat als doel heeft de diagnoses en behandelmethoden te verbeteren en mensen met dementie meer kwaliteit van leven te bieden.

Werken en vernieuwen in de zorg – wat heb je nodig?

Wetten en regels alleen maken een omslag in de zorg niet mogelijk. Het zijn de mensen die het doen. Om hen bij te staan, hebben we teams gevormd met professionals die praktische hulp en oplossingen bieden en kunnen toelichten welke mogelijkheden regels bieden. Zoals de mensen van het praktijkteam Palliatieve zorg dat bijvoorbeeld in actie kan komen wanneer iemand die in een zorginstelling woont, tóch liever thuis zou willen overlijden. Of het praktijkteam Zorg op de juiste plek, dat de weg weet wanneer iemand die uit het ziekenhuis wordt ontslagen, maar nog niet fit genoeg is om alleen thuis te zijn.

Meer ruimte voor professionals

Regels en registratie helpen om de kwaliteit en veiligheid te verbeteren en daarover openheid te geven. Maar te veel papierhandel gaat ten koste van het werkplezier en de kwaliteit van zorg en belemmeren vernieuwing. Ons doel is dan ook: minder regels, meer tijd voor zorg

(www.hetzorgverhaal.nl/specialistische-zorg-in-de-buurt).

Maar het schrappen van onnodige regels is makkelijker gezegd dan gedaan. Het is daarom mooi om te zien dat zorgverleners met zorgverzekeraars, de Inspectie, de Nederlandse Zorgautoriteit en andere betrokken partijen om tafel gaan om regels tegen het licht te houden. De huisartsen hebben op die manier verschillende overbodige formulieren en registraties afgeschaft waardoor de tijd die zij kwijt waren aan administratie sterk is verminderd. In de langdurige zorg is de CQ-index geschrapt. De index mat de kwaliteit in de ouderenzorg maar werd ervaren als administratieve last. We vervangen deze door een nieuwe en slimmere – nog te ontwikkelen – manier om naar kwaliteit te kijken.

Andere zorgverleners volgen dit najaar en gaan samen om de tafel om overbodige regels tegen het licht te houden.

Overleving kanker

Ruim 85% van de vrouwen met borstkanker is vijf jaar na diagnose nog in leven. Vijfentwintig jaar geleden was dat nog 77%. De overlevingskansen stijgen jaar op jaar.

Innovatieve geneesmiddelen betaalbaar

Er komen steeds meer geneesmiddelen die op de persoon zijn toegesneden. Het gaat om veelbelovende medicijnen die de kwaliteit van leven van ernstig zieke mensen enorm kunnen verbeteren en mensen zelfs kunnen genezen. Tegelijk zijn die middelen zo duur, dat we ze op termijn mogelijk niet meer kunnen betalen. Om dat te voorkomen, hebben we begin 2016 de geneesmiddelenvisie gepubliceerd. Uitgangspunt is dat patiënten die middelen krijgen die veilig zijn en die echt werken, tegen een maatschappelijk aanvaardbare prijs.

We investeren in betere diagnostiek, zodat onnodig medicijngebruik kan worden voorkomen. Want voor medicijnen geldt: baat het niet, dan schaadt het wel. Om een betere inkooppositie te krijgen tegenover de farmaceutische industrie, organiseren we meer samenwerking tussen ziekenhuizen en zorgverzekeraars om samen geneesmiddelen in te kopen. Daarnaast blijft het cruciaal dat dure merkgeneesmiddelen alleen worden ingezet als er geen gelijkwaardig, goedkoper alternatief is. Omdat de meeste geneesmiddelen door internationaal opererende bedrijven worden geproduceerd, trekken we op met andere landen om onze inkooppositie te versterken en informatie over onder meer prijzen en over nieuwe medicijnen die eraan komen, uit te kunnen wisselen.

Gebruik maken van de mogelijkheden van technologie

(www.hetzorgverhaal.nl/digitale-zorg)

Mensen maken thuis en op hun werk steeds meer gebruik van tablets,

apps en games. Ook in de zorg is slimme, persoonlijke technologie sterk in opkomst. Met behulp van sensoren, slimme pleisters, smartphones, of tablets kunnen mensen tegenwoordig zorg ontvangen waar zij maar willen. Tijd en plaats zijn steeds vaker irrelevant waardoor de zorg zich kan verplaatsen van de wachtkamer naar de woonkamer. Hier liggen grote kansen om de zorg te verbeteren en kosten te besparen. Als we meer kwaliteit, maatwerk en service in de zorg willen en tegelijkertijd kosten willen besparen, moeten we de nieuwe, slimme technologie meer omarmen.

Om de basis voor innovatie op orde te krijgen, investeren we de komende drie jaar jaarlijks 35 miljoen euro in digitale informatie-uitwisseling door ziekenhuizen. De koudwatervrees die er nog is voor nieuwe technologieën moeten we wegnemen. Met een gezamenlijke agenda kijken we wat mensen en instellingen nu eigenlijk nodig hebben om innovaties daadwerkelijk te gebruiken en verder te brengen. Duidelijk is ook dat zorgverleners meer ruimte nodig hebben om maatwerk te kunnen bieden, of nieuwe concepten te ontwikkelen. Daarbij moeten zij zo min mogelijk hinder ondervinden. De nieuwe Wet marktordening gezondheidszorg die wij in 2017 hopen in te voeren, zal veel van die obstakels wegnemen.

Onze maatregelen om professionals te bieden wat zij nodig hebben:

– Om regeldruk merkbaar te verminderen in 2017 krijgen succesvolle trajecten zoals Het experiment regelarme instellingen en Het roer moet om navolging. Een vergelijkbare maatwerkaanpak gaan we bij tenminste vijf beroepsgroepen inzetten. Mensen in het veld bespreken de knelpunten met zorgaanbieders, zorgverzekeraars, gemeenten, toezichthouders en VWS en pakken deze aan.

– Om ondernemers in het midden- en kleinbedrijf te ondersteunen bij de opschaling van goede e-Healthinitiatieven, gaat in het najaar van 2016 het «Fast Track eHealth initiatief» van start. Om effectieve zorginnovaties te versnellen en te verbreden, maken we in 2017 afspraken met private partijen via minimaal drie zogenoemde Health Deals.

– Het doel van programma ICT in Ziekenhuizen dat in 2017 begint, is dat alle ziekenhuizen dezelfde standaarden gebruiken en hun informatie onderling, met patiënten en met andere zorgverleners kunnen delen. Ook moet ieder ziekenhuis op termijn over een basisinfrastructuur beschikken aan de hand waarvan medische app’s en e-healthinterventies kunnen worden ingezet op het moment dat zorgverlener en patiënt dit zinvol achten.

– Via het op te richten Platform Expertise Inkoop Geneesmiddelen gaan we in 2017 gezamenlijk inkoop van medicijnen door ziekenhuizen en verzekeraars stimuleren. Om de prijzen te verlagen, krijgt het Bureau Financiële Arrangementen Geneesmiddelen een permanente status. In de «roadmap» geneesmiddelenvisie die na de zomer naar de Tweede Kamer wordt gestuurd, staan bij alle maatregelen concrete acties genoemd met de daarbij behorende tijdlijnen.

Onze ambitie blijft ook de komende jaren om de zorg nog beter te laten aansluiten op de wensen van mensen, de kwaliteit verder te verbeteren en de kosten te beheersen. Door de omslag te maken naar het voorkomen van ziekten. Door zorg zinnig en zuinig te leveren. En door digitale mogelijkheden in de zorg veel meer te benutten. Afgelopen jaren hebben wij gezien dat mensen in de zorg keihard hebben gewerkt om de veranderingen mogelijk te maken. Komende jaar zetten we samen met

hen onze schouders eronder om de praktische problemen en uitvoerings-moeilijkheden die zich nog voordoen, op te lossen. Voor goede en betaalbare zorg, nu en in de toekomst.

BELANGRIJKSTE BELEIDSMATIGE MUTATIES

Belangrijkste beleidsmatige mutaties t.o.v. vorig jaar (uitgaven) Bedragen x € 1.000

Artikel nr

2016

2017

2018

2019

2020

2021

Stand ontwerpbegroting 2016 (inclusief NvW) Belangrijkste mutaties

De NIPT betreft een screening tijdens de zwangerschap. De test kan onder andere het downsyndroom opsporen zonder dat sprake is van een verhoogd risico op een miskraam. Omdat opname in het basispakket afhankelijk is van de advisering van het Zorginstituut (en de Gezondheidsraad) kan de NIPT als eerste test niet eerder dan per 2018 opgenomen worden in het basispakket. In 2017 zal de bekostiging daarom lopen via een subsidieregeling.                                                      01

In een bindend advies is de schadevergoeding die VWS aan Erasmus MC moet betalen vanwege het niet nakomen van twee toezeggingen uit 2009 vastgesteld op € 235,9 miljoen (stand ultimo 2014, exclusief rente). Erasmus MC lijdt schade als gevolg van handelingen en investeringen die het zonder de toezeggingen niet zou hebben verricht respectievelijk gedaan. Erasmus MC heeft op basis van de toezeggingen een nieuwbouwproject met een onrendabele top (lasten ongedekt door relevante inkomsten) ondernomen en zou zonder de toezeggingen een dergelijk nieuwbouwproject niet hebben uitgevoerd (TK 25 268, nrs. 120 en 126). VWS betaalt in 2015 en 2016 een bedrag van € 85 miljoen en het restant in 2017. Aangezien de schadevergoeding die VWS aan Erasmus MC moet betalen wordt betaald vanuit de VWS-begroting, zijn de hiervoor gereserveerde middelen overgeheveld naar de VWS-begroting. Ze blijven behoren tot het Budgettair Kader Zorg.                               02

14.556.514 14.943.880 15.080.193 15.286.502 15.774.027

26.000

85.000

81.000

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

Artikel nr

2016

2017

2018

2019

2020

2021

In het hoofdlijnenakkoord medisch-specialistische zorg 2014–2017 is overeengekomen dat betrokken partijen gezamenlijk een agenda opstellen om zorginhoudelijke verbetering te bewerkstelligen binnen een beperktere beschikbare groei. Daarmee moet de sector niet alleen efficiënter gaan werken maar ook inspelen op demografische en maatschappelijke veranderingen. ICT speelt een belangrijke rol bij het vormgeven van de gewenste verbeterslag. Om de agenda van de sector te faciliteren wordt gedurende drie jaar een jaarlijkse bijdrage van € 35 miljoen beschikbaar gesteld voor het programma ICT in ziekenhuizen. De niet-benodigde middelen voor de uitvoering van de subsidieregeling integrale tarieven worden overgeheveld naar het premiegefinan-cierde BKZ om weer te worden toegevoegd aan de sector medisch-specialistische zorg. Dit betreft de bijstelling van de uitgavenraming Rijksbijdrage 18-naar aanleiding van de actuele raming van het CPB. Dit betreft de bijstelling van de Rijksbijdrage in de kosten van kortingen (BIKK) naar aanleiding van de actuele ramingen van het CPB. Dit betreft de reservering van middelen ten behoeve van de bijdrage van de gemeenten aan de uitvoeringskosten van de trekkingsrechten PGB door de SVB. Dit betreft de bijstelling van de uitgavenraming zorgtoeslag naar aanleiding van de actuele ramingen van het CPB.

Verhoging van de zorgtoeslag door het structureel lager vaststellen van de normpercentages die de hoogte van de zorgtoeslag vaststellen.

Overige mutaties

Stand ontwerpbegroting 2017

02

35.000              35.000              35.000

02           - 18.840           - 50.000           - 25.000           - 16.000               10.000

02

0         - 216.200         - 260.900         - 292.500         - 286.000         - 226.000

03               14.600           - 85.700         - 263.100         - 436.800         - 610.300         - 549.300

03

35.100

08         - 170.410         - 809.318         - 573.853         - 377.911         - 165.666         - 197.024

08                        0            352.000            352.000            352.000            352.000            352.000

11             162.971               59.436              81.704              56.592             - 5.695 15.959.630

14.629.835 14.371.198 14.426.044 14.606.883 15.068.366 15.339.306

 

Belangrijkste beleidsmatige mutaties

t.o.v.

vorig jaar (ontvangsten) Bedragen x € 1.000

     
 

Artikel nr

2016

2017

2018

2019

2020

2021

Stand ontwerpbegroting 2016 (inclusief NvW) Belangrijkste mutaties

Overige mutaties

Stand ontwerpbegroting 2017

   

174.663

21.111

195.774

91.663

  • 2.126

89.537

96.663

  • 2.178

94.485

91.663

1.276

92.939

91.663

1.172

92.835

0

92.826

92.826

0

0

0

0

0

0

0

0

0

MEERJARENPLANNING BELEIDSDOORLICHTINGEN

 

Artikel1 Naam artikel

2015

2016

2017

2018

2019

2020

2021 Geheel artikel?

1 Volksgezondheid2

           

Nee

  • 1. 
    Gezondheidsbe-
             

scherming

         

X

 
  • 2. 
    Ziektepreventie

X

         

X

  • 3. 
    Gezondheidsbevordering
 

X3

         
  • 4. 
    Ethiek
             

2 Curatieve Zorg4

           

Nee

  • 1. 
    Kwaliteit en veiligheid
 

X

         
  • 2. 
    Toegankelijkheid en
             

betaalbaarheid van de zorg

   

X

       
  • 3. 
    Bevordering werking van
             

het stelsel

X

           

3 Langdurige zorg en

             

ondersteuning

     

X

   

Ja

4 Zorgbreed beleid5

           

Nee

  • 1. 
    Positie cliënt

X

         

X

  • 2. 
    Opleidingen, beroepen-
             

structuur en arbeidsmarkt

 

X

         
  • 3. 
    Kwaliteit, transparantie
             

en kennisontwikkeling

   

X

       
  • 4. 
    Inrichten uitvoeringsacti-
             

viteiten6

             
  • 5. 
    Zorg, welzijn en
             

jeugdzorg op Caribisch

             

Nederland

 

X

         

5 Jeugd7

X

   

X

   

Ja

6 Sport en bewegen

   

X

     

Ja

7 Oorlogsgetroffenen en

             

Herinnering WO II

     

X

   

Ja

8 Tegemoetkoming

             

specifieke kosten

       

X

 

Ja

1  Het meest recente overzicht van afgeronde beleidsdoorlichtingen kan hier worden ingezien. Voor overig beleidsonderzoek wordt verwezen naar de bijlage evaluaties en overig onderzoek.

2  Voor artikel 1 is, gegeven de diversiteit van de beleidsonderwerpen en de omvang van het beleidsartikel, gekozen om het beleid per artikelonderdeel door te lichten.

3  Hiervoor is een IBO Gezonde Leefstijl uitgevoerd.

4  Voor artikel 2 is in eerste instantie gekozen om het beleid per artikelonderdeel door te lichten. In 2022 wordt het artikel als geheel doorgelicht.

5  Voor artikel 4 is, gegeven de diversiteit van de beleidsonderwerpen en de omvang van het beleidsartikel, gekozen om het beleid per artikelonderdeel door te lichten.

6   Voor artikelonderdeel 4.4 is geen doorlichting gepland. Binnen de inrichting van uitvoeringsactiviteiten en de daarmee samenhangende beheerskosten vindt per ZBO vijfjaarlijks een evaluatie plaats op grond van de Kaderwet ZBO’s.

In 2014 zijn de NZa en ZiNL geëvalueerd. Bij de NZa is dit in samenhang met de evaluatie van de Wmg gebeurd. Gegeven de aard van artikelonderdeel 4.4 is een beleidsdoorlichting niet aan de orde.

7  Met de transitie van de Jeugdzorg is de structuur van begrotingsartikel 5 aangepast. De resterende budgettaire gevolgen van beleid, die tot 2016 op artikel 5.1 en 5.2 stonden, worden in artikel 5.3 ondergebracht. De beleidsdoorlichting van artikel 5.1 is in 2015 aan de Tweede Kamer verzonden (TK 32 772, nr. 3).

Toelichting per artikel(-onderdeel)

Artikel 1

1.1   Het beleid dat voortvloeit uit het Nationaal Programma Preventie (NPP) beslaat het grootste deel van artikel 1. De komende jaren worden evaluaties op onderdelen van artikel 1 uitgevoerd. Deze beleidsevaluaties worden betrokken in een integrale beleidsdoorlich-ting van artikel 1. Deze is in 2020 gereed.

1.2   De beleidsdoorlichting Ziektepreventie is in 2015 naar de Tweede Kamer verzonden (TK 32 772, nr. 5).

1.3   In 2015/2016 is het IBO Gezonde Leefstijl uitgevoerd en wordt naar verwachting in de tweede helft van september naar de Tweede Kamer verzonden.

1.4 Het beleid van Ethiek wordt voor een belangrijk deel vormgegeven door wetgeving. Hiervoor vindt geen beleidsdoorlichting plaats. Medisch-ethische wetgeving wordt over het algemeen eens per 5 jaar geëvalueerd. Deze wetsevaluaties zijn onafhankelijke onderzoeken, waarvan de resultaten naar de Tweede Kamer worden gestuurd.

Bovengenoemde beleidsdoorlichtingen bestrijken het totale artikel, met uitzondering van artikelonderdeel 1.4 Ethiek.

Artikel 2

2.1   Het beleid op het gebied van kwaliteit en (patiënt-)veiligheid wordt nu doorgelicht en is eind 2016 gereed. Hierbij wordt een aantal (externe) onderzoekstrajecten rond het VMS-veiligheidsprogramma ziekenhuizen betrokken.

2.2   De doorlichting van het beleid gericht op toegankelijkheid en betaalbaarheid van het stelsel (gereed in 2017) vindt plaats op basis van evaluaties van subsidies en regelingen die onder dit artikelonderdeel vallen.

2.3   Het beleid om de werking van het stelsel te bevorderen is in 2015/2016 doorgelicht, hierbij is onder andere de evaluatie onverzekerden en wanbetalers betrokken. De beleidsdoorlichting is naar de Tweede Kamer verzonden (TK 32 772, nr. 12).

Bovengenoemde beleidsdoorlichtingen bestrijken het totale artikel. In 2022 zal het artikel in zijn geheel worden doorgelicht.

Artikel 3

Vanwege de hervorming van de langdurige zorg (HLZ) is een brede beleidsdoorlichting gepland in 2018.

Artikel 4

4.1   De beleidsdoorlichting op het terrein van de positie van de cliënt is in januari 2016 naar de Tweede Kamer verzonden (TK 32 772, nr. 10).

4.2   De evaluaties stagefonds en regionaal arbeidsmarktbeleid worden in de beleidsdoorlichting (2016) van de opleidingen, beroepenstructuur en de arbeidsmarkt binnen de zorg betrokken.

4.3   De evaluatie van ZonMw (2016) wordt bij de doorlichting (2017) van het kennisontwikkelingsbeleid betrokken.

4.4   Binnen de inrichting van uitvoeringsactiviteiten en de daarmee samenhangende beheerskosten vindt per ZBO vijfjaarlijks een evaluatie plaats op grond van de Kaderwet ZBO’s. In 2014 zijn de NZa en het ZiNL geëvalueerd. Bij de NZa is dit gebeurd in samenhang met de evaluatie van de Wmg. Gegeven de aard van dit artikelonderdeel is een beleidsdoorlichting niet aan de orde.

4.5   In het najaar van 2015 is een beleidsdoorlichting gestart naar de zorg en jeugdzorg op Caribisch Nederland, in navolging van de in 2015 uitgevoerde evaluatie van de Wet op de openbare lichamen Bonaire, St. Eustatius en Saba (WolBES). De doorlichting wordt in 2016 aan de Tweede Kamer verzonden.

Bovenstaande beleidsdoorlichtingen bestrijken het totale artikel, met uitzondering van artikelonderdeel 4.4.

Artikel 5

5.1 Het beleid op het gebied van ondersteuning bij opvoeden en opgroeien is in 2014–2015 doorgelicht en begin 2015 aan de Kamer verzonden (TK 32 772, nr. 3). Voor 2015 en verder staan geen uitgaven begroot op dit artikelonderdeel.

5.2   Voor 2015 en verder staan geen uitgaven begroot op dit artikelonderdeel.

5.3   De jeugdzorg en de daarmee gemoeide begrotingsuitgaven zijn per 2015 gedecentraliseerd. Na drie jaar wordt deze decentralisatie geëvalueerd. De beleidsinstrumenten op artikel 5.3 worden in 2018 doorgelicht.

Bovengenoemde beleidsdoorlichting bestrijkt het totale artikel.

Artikel 6

De Topsportcyclus loopt van 2013 tot en met 2016. De doorlichting van het sportbeleid is gepland in 2017.

Bovengenoemde beleidsdoorlichting bestrijkt het totale artikel.

Artikel 7

Het beleid rondom uitkeringen en pensioenen oorlogsgetroffenen en verzetsdeelnemers en de herinnering aan WOII wordt in 2018 doorgelicht.

Bovengenoemde beleidsdoorlichting bestrijkt het totale artikel.

Artikel 8

8.1   Het beleid omtrent de zorgtoeslag wordt in 2019 doorgelicht.

8.2   De Wtcg is per 2014 afgeschaft.

Toelichting

Doel en werking garantieregeling

De in de tabel vermelde verstrekte garanties komen voort uit drie aparte regelingen: de Garantieregeling inrichtingen voor gezondheidszorg 1958, de Rijksregeling Dagverblijven voor gehandicapten inzake erkenning, subsidiëring, verlening van garanties en toezicht uit 1971 en de Rijksregeling Gezinsvervangende Tehuizen voor gehandicapten, ook uit 1971. De betreffende regelingen dateren uit een tijd dat de overheid een expliciete verantwoordelijkheid had voor bouw en spreiding van intramurale zorgvoorzieningen. Door het afgeven van de garanties was het voor zorginstellingen eenvoudiger om via institutionele beleggers, en in latere jaren door banken, financiering te krijgen voor investeringen in hun vastgoed.

Beheersing risico’s en versobering

De Rijksgarantieregelingen zijn rond de eeuwwisseling gesloten voor nieuwe gevallen waardoor het financiële risico van het Ministerie van VWS door reguliere en vervroegde aflossing van de uitstaande leningen geleidelijk wordt afgebouwd. De laatste rijksgegarandeerde lening loopt af in 2043. Het monitoren van de instellingen aan wie een rijksgarantie verstrekt is, alsmede van de leningen (bijv. renteherziening), wordt sinds 2004 in mandaat uitgevoerd door het Waarborgfonds voor de Zorgsector (WFZ) namens de Minister van VWS (Besluit van 17 december 2003, Stcrt. 2004, nr. 7, blz. 11).

Instellingen die financieel in de gevarenzone dreigen te komen, worden door het WFZ onder verscherpte bewaking gesteld waarbij onder meer frequent informatie wordt ingewonnen. Indien een zorginstelling met een geborgde lening niet in staat is aan zijn financiële verplichtingen te voldoen dan neemt het Ministerie van VWS in een dergelijk geval de betalingsverplichting van de zorginstelling over. Dit betekent dat een schade niet ineens hoeft te worden uitgekeerd, maar ook verspreid over de resterende looptijd van de lening kan worden betaald.

Premiestelling en kostendekkendheid

De bovengenoemde regelingen zijn rond de eeuwwisseling gesloten. Voor de afgegeven garanties worden geen risicopremies doorberekend en dit is op basis van de afgesloten contracten ook niet mogelijk.

Overzicht uitgaven en ontvangsten garanties (bedragen x € 1.000)

Artikel Omschrijving              Uitgaven Ontvang-            Saldo Uitgaven Ontvang-            Saldo Uitgaven Ontvang- Saldo

2015               sten              2015              2016               sten              2016              2017               sten          2017

2015                                                          2016                                                          2017

Voorzieningen tbv instellingen gehandicapten                   2.630                    0             2.630

Toelichting

In 2014 is de Stichting Vastgoed Pasana failliet verklaard. Deze stichting beschikte over garanties voor een aantal leningen op grond van bovenstaande garantieregelingen. In 2015 heeft het Rijk deze financiële verplichtingen aan de Bank Nederlandse Gemeenten (BNG) in één keer afgelost voor een bedrag van ruim € 2,6 miljoen (TK 32 299, nr. 43).

3

0

0

0

0

0

0

Overzicht verstrekte garanties (bedragen x € 1.000)

Artikel Omschrij- Uitstaande Geraamd    Geraamd    Uitstaande     Garantie    Geraamd    Geraamd    Uitstaande    Garantie- Totaal ving garanties te                 te       garanties       plafond                 te                 te       garanties       plafond plafond

2015 verlenen    vervallen               2016            2016     verlenen    vervallen               2017            2017

2016            2016                                                        2017            2017

Art.

2             GO Cure            26.851                   –           1.525            25.326                   –                   –           1.545            23.781                   – 23.781

Toelichting

Garantie ondernemingsfinanciering cure

De tijdelijke regeling Garantie Ondernemingsfinanciering Curatieve Zorg (GO Cure) is in het kader van de kredietcrisis ingesteld om de bouw in de curatieve gezondheidszorg te stimuleren. Ziekenhuizen, categorale instellingen, geestelijke gezondheidszorg en zelfstandige behandelcentra hebben tot en met 2012 gebruik kunnen maken van de regeling. Bij de GO Cure heeft de overheid garanties verstrekt voor 50% van een nieuwe banklening vanaf € 1,5 tot € 50 miljoen, met een maximale looptijd van 8 jaar. De verstrekte garanties lopen af in 2020. De GO Cure maakt deel uit van de bredere Garantieregeling Ondernemingsfinanciering (GO) die wordt uitgevoerd door de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO), onderdeel van het Ministerie van Economische Zaken. De cijfermatige gegevens van de GO Cure zijn daarom tevens opgenomen onder de GO in de begroting van het Ministerie van Economische Zaken.

 

Overzicht achterborgstellingen (bedragen x € 1.000.000)

Omschrijving

2016

2017

Achterborgstelling

Bufferkapitaal

Obligo

Stand begrotingsreserve

8.148,1

266,6

243,2

0

7.921,7

274,9

237,7

5,0

Toelichting

Doel en werking garantieregeling

De bovenstaande tabel is gebaseerd op gegevens van het Waarborgfonds voor de Zorgsector (WFZ). Het WFZ verstrekt garanties aan financiële instellingen voor leningen van de bij het WFZ aangesloten leden. De Staat is achterborg voor het WFZ. Het WFZ is voortgekomen uit de financieringsproblemen voor zorginstellingen die ontstonden begin jaren ’90 van de vorige eeuw. Het WFZ is door de koepels in de sector opgericht om de financiering voor zorginstellingen te vergemakkelijken en daarmee de continuïteit van de zorg veilig te stellen. Het totaal bedrag aan uitstaande verplichtingen is in 2016, volgens de raming van het WFZ, € 8.148,1 miljoen.

Beheersing risico’s en versobering

De risico’s voor het Ministerie van VWS van de achterborg worden beperkt door een aantal maatregelen. Allereerst kent het WFZ een selectieve toelating. Voor deelname aan het WFZ moeten zorginstellingen hun financiële situatie voldoende op orde hebben. Daarnaast worden garanties alleen verstrekt aan vertrouwenwekkende investeringen. Te risicovolle projecten worden niet geborgd. Verder zijn aangesloten leden gebonden aan het reglement van het WFZ en de daarin omschreven risicobeperkende bepalingen. Een deelnemer mag bijvoorbeeld niet zonder toestemming van het WFZ gebruik maken van rentederivaten. In het kader van het kabinetsbeleid van versobering van risicoregelingen heeft een evaluatieonderzoek van het WFZ plaatsgevonden. Dit onderzoek is in maart 2015 afgerond (TK 34 000 XVI, nr. 108). Het onderzoek laat zien dat de doelstellingen van het Waarborgfonds voor de Zorgsector (WFZ) nog steeds actueel zijn: bevorderen van de continuïteit van financiering, beperken van de macrorentekosten en stimuleren van goed financieel management bij zorginstellingen. Het WFZ, met het Rijk als achterborg, speelt kortom nog steeds een waardevolle rol bij de financierbaarheid van investeringen in zorgvastgoed.

Premiestelling en kostendekkendheid

Het Ministerie van VWS ontvangt geen premie voor de achterborg. Zorginstellingen betalen een eenmalige premie (disagio) voor de garantstelling aan het WFZ. Hiermee bouwt het WFZ een risicovermogen op waarmee eventuele claims kunnen worden gedekt. Als dit risicovermogen onvoldoende zou zijn om eventuele schades te dekken, kunnen de deelnemers aan het WFZ via de zogenaamde obligo worden verplicht een financiële bijdrage te leveren van maximaal 3% van de uitstaande garanties van de instelling. Als het risicovermogen van het WFZ en de obligoverplichting van de deelnemers tezamen niet voldoende zijn voor het WFZ om aan zijn verplichtingen richting geldverstrekkers te kunnen voldoen, kan het WFZ zich richting VWS beroepen op de achterborg. Dit houdt in dat op dat moment VWS het WFZ van een lening zal voorzien zodat het WFZ aan zijn verplichtingen kan voldoen. Het WFZ heeft nog nooit een beroep hoeven doen op de obligoverplichting van de WFZ-deelnemers.

Begrotingsreserve

Het is nog nooit nodig is geweest voor het WFZ om de achterborg van het Rijk in te roepen. Niettemin is besloten om in het kader van de verdere beperking van de risico’s vanaf het jaar 2017 een begrotingsreserve aan te leggen voor eventuele schade in het kader van de achterborg. Deze begrotingsreserve is opgenomen onder artikel 9.

Overzicht verstrekte leningen (bedragen x € 1.000)

Artikel            Omschrijving                                                     Uitstaande                       Looptijd lening                          lening

2                     IJsselmeerziekenhuizen                                             2.000                            2 jaar

De Stichting IJsselmeerziekenhuizen heeft in het voorjaar van 2009 twee leenovereenkomsten (van € 12,5 respectievelijk € 2 miljoen) gesloten met VWS als gevolg van financiële problemen. De IJsselmeerziekenhuizen werden destijds aangemerkt als systeemziekenhuis waarbij de continuïteit van zorg moest worden gewaarborgd. In mijn brief aan de Kamer van 10 december 2014 over de inventarisatie van specifieke toezeggingen staan deze leningen vermeld (TK 34 000-XVI, nr. 95). Over de afbetaling van de twee leningen zijn afspraken gemaakt. Op grond daarvan komt de terugbetaling van de achtergestelde lening van € 2 miljoen te vervallen; dit is verwerkt in de begroting. Van de andere lening dient nog € 2 miljoen te worden terugbetaald.

Maatschappelijke doelstellingen en indicatoren

Monitor

De Kamer heeft naar aanleiding van het wetgevingsoverleg over het VWS-jaarverslag 2014 verzocht de verantwoordingsfunctie van het jaarverslag te verbeteren. In overleg met de werkgroep van de Vaste Kamercommissie is verkend hoe deze verbetering kan worden vormgegeven. Dit heeft geresulteerd in de VWS-monitor, een handzaam overzicht met het doel om meer inzicht te verkrijgen in hoe het met de gezond-heid(szorg) in Nederland gesteld is. De kerncijfers die gekoppeld zijn aan de maatschappelijke doelstellingen en bijbehorende indicatoren zijn te vinden op: www.StaatVenZ.nl.

 
 

Toegankelijkheid

Betaalbaarheid

Kwaliteit

Betrokken samenleving

Zorg rond de

  •  
    Optimale keuze-
  •  
    Een gezond kind op

•Voorkomen relatief

  •  
    Snel herstel in

geboorte

vrijheid voor type

de wereld zetten is

hoge geboortesterfte

gezinsverband

Doelstellingen

bevalling en

voor iedereen

en/of

  •  
    Vroegsignalering van
 

begeleiding/meest

betaalbaar

  •  
    Perinatale sterfte zo

medische en sociale

 

geschikt

 

laag mogelijk

problemen

 
  •  
    Goed geïnformeerde
     
 

keuzes kunnen maken

     

Indicatoren

  •  
    % Bereik acute
  •  
    Kosten nuljarigen2
  •  
    Foetale sterfte1
  •  
    % Deelname PSIE
 

verloskunde binnen 45

  •  
    Kosten geboortezorg2
  •  
    Neonatale sterfte1

(zwangerschaps-

 

minuten1

 
  •  
    Moedersterfte2

screening)1

 
  •  
    Aantal
   
  •  
    % postnatale
 

verloskundigen1

   

depressie2

Gezond blijven

  •  
    Er is een
  •  
    De investering in
  •  
    Gezond en veilig
  •  
    Stimuleren sociale

Doelstellingen

laagdrempelige

preventie draagt bij

opgroeien

netwerken, sport en

 

ondersteuning naar

aan voorkomen zware

  •  
    Het bevorderen van

bewegen,

 

behoefte

zorg later

een gezonde leefstijl

maatschappelijk en

 
  •  
    Er is goed aanbod
  •  
    Preventie vindt
 

vrijwilligerswerk

 

van

kosteneffectief plaats

   
 

gezondheidsbevordering

     
 

voor groepen

     

Indicatoren

  •  
    Aantal
  •  
    Uitgaven aan
  •  
    % (jongeren) met
  •  
    % deelname
 

JOGG-gemeenten

preventie2

overgewicht1

screeningen1

 

(Jongeren op Gezond

 
  •  
    % rokers (onder
  •  
    % deelname sport en
 

Gewicht, Nationaal

 

jongeren)1

bewegen 12+-ers1

 

Programma Preventie)1

 
  •  
    Levensverwachting in
  •  
    % deelname sport en
 
  •  
    Aantal
 

goed ervaren

bewegen jongeren1

 

JGZ-organisaties2

 

gezondheid1

 
 
  •  
    Aanbod
     
 

verslavingszorg2

     

Beter worden

  •  
    De cliënt centraal:
  •  
    Stijging macrokosten
  •  
    Zinnige zorg en
  •  
    Mensen herstellen

Doelstellingen

mensen kunnen bij

blijft beperkt

therapietrouw

snel en worden ook

 

voldoende

  •  
    Aandacht voor
  •  
    Zorg met zo min

tijdens ziekteproces in

 

zorgaanbieders binnen

ongewenste stapeling

mogelijk belasting en

staat gesteld te

 

redelijke termijn

eigen betalingen

zo veel mogelijk

participeren

 

terecht

 

resultaat voor patiënt

 

Indicatoren

  •  
    Wachttijden: % dat
  •  
    Percentage van de
  •  
    Potentieel
  •  
    Gemiddelde ligduur
 

boven Treeknormen

totale collectieve

vermijdbare sterfte1

in ziekenhuizen1

 

zit1

uitgaven dat wordt

  •  
    Zorggerelateerde
  •  
    % Ziekteverzuim2
 
  •  
    % boven 15 minuten

besteed aan de

schade1

 
 

aanrijtijden

gezondheidszorg1

  •  
    Vermijdbare
 
 

ambulances1

  •  
    Uitgaven aan zorg per sector (GGZ, eerste lijn, MSZ)1
  •  
    Aantal wanbetalers Zvw en onverzekerden1

ziekenhuisopnamen: aantal ziekenhuisopnamen per 100.000 inwoners per jaar voor

 
     

diabetes/astma/COPD/hartfalen1

 

Toegankelijkheid

Betaalbaarheid

Kwaliteit

Betrokken samenleving

Leven met een

  •  
    De cliënt centraal:
  •  
    Stijging macrokosten
  •  
    Maatwerk gericht op
  •  
    Stimuleren

chronische ziekte en

mensen kunnen bij

blijven beperkt

participatie en

maatschappelijke

beperkingen

voldoende zorgaan-

  •  
    Beperken stapeling

zelfredzaamheid

participatie

Doelstellingen

bieders binnen redelijke termijn terecht

eigen betalingen

  •  
    Ervaren kwaliteit van leven
 

Indicatoren

  •  
    Gebruik zorg met
  •  
    Uitgaven Wlz1
  •  
    Percentage
  •  
    Mensen met een
 

verblijf en gebruik

  •  
    Uitgaven Wmo1

zorgverleners dat

lichamelijke beperking

 

zonder verblijf

  •  
    Kosten per

aangeeft dat de

die betaald werk

 

(wijkverpleging)1

chronische ziekte

kwaliteit van zorg

hebben1

 
  •  
    Wachtlijst Wlz

(bijvoorbeeld

verleend door de eigen

•Aantal mantelzorgers1

 

(treeknormen)1

diabetes)2

afdeling/team niet goed is1

  •  
    % Bevolking dat een goede gezondheid ervaart1
  •  
    Ziektelast naar chronische ziekte2 •Verloren levensjaren uitgesplitst naar chronische ziekte2
  •  
    Eenzaamheid: % volwassenen dat zich eenzaam voelt1

Zorg in de laatste

  •  
    De cliënt centraal:
  •  
    Onnodig
  •  
    De wensen van de
  •  
    Cliënten en naasten

fase

mensen kunnen bij

doorbehandelen

cliënt (welke zorg en

ondersteunen om

Doelstellingen

voldoende

voorkomen door goede

waar) staan centraal

laatste levensfase zo

 

zorgaanbieders binnen

(kennis over)

 

lang mogelijk in of

 

redelijke termijn

palliatieve zorg

 

nabij eigen sociale

 

terecht

   

omgeving door te kunnen brengen

Indicatoren

  •  
    Aanbod en gebruik palliatieve zorg2
  •  
    Uitgaven laatste levensjaar2
   

1  Cijfer staat in De Staat

2  Er is een cijfer maar (nog) niet in de Staat

  • 3. 
    Beleidsartikelen

Beleidsartikel 1 Volksgezondheid

  • 1. 
    Algemene doelstelling

Een goede volksgezondheid, waarbij mensen zo min mogelijk bloot staan aan bedreigingen van hun gezondheid én zij gezond leven.

 
 

1981

1990

2000

2005

2010

2011

2012

2013

2014

  • 1. 
    Absolute levensverwachting in
                 

jaren:

                 

– mannen

72,7

73,8

75,5

77,2

78,8

79,2

79,1

79,4

79,9

– vrouwen

79,3

80,1

80,6

81,6

82,7

82,9

82,8

83,0

83,3

  • 2. 
    Waarvan jaren in goed ervaren
                 

gezondheid:

                 

– mannen

59,9

60,6

61,5

62,5

63,9

63,7

64,7

64,6

64,9

– vrouwen

62,4

61,9

60,9

61,8

63,0

63,3

62,6

63,5

64,0

  • 2. 
    De levensverwachting van in Nederland geboren vrouwen in 2014 bedroeg 83,3 jaar. Dat is 3,4 jaar hoger dan die van mannen (79,9 jaar). Sinds 1981 is het verschil in levensverwachting tussen de seksen kleiner geworden. Mannen boekten vanaf 1981 een winst van 7,2 jaar, vrouwen zijn gemiddeld 4,0 jaar ouder geworden.
  • 3. 
    Bron levensverwachting in goed ervaren gezondheid: CBS-StatLine – Gezonde levensverwachting; vanaf 1981. Voor het berekenen van levensverwachting in goed ervaren gezondheid is het aantal «gezonde» jaren bepaald op basis van een vraag naar de ervaren gezondheid. In de loop der jaren is de vraag naar de ervaren gezondheid op twee (vrijwel identieke) manieren gesteld, namelijk:
  • 1. 
    Hoe is het over het algemeen met uw gezondheid?
  • 2. 
    Hoe is over het algemeen de gezondheidstoestand van de onderzochte persoon? Mensen die deze vraag beantwoorden met «goed» of «zeer goed» worden gezond genoemd.
  • 2. 
    Rol en verantwoordelijkheid Minister

Een belangrijke beleidsopgave van de Minister van VWS is het beschermen en bevorderen van de gezondheid van burgers. Dit laat onverlet dat mensen in eerste instantie zelf verantwoordelijk zijn voor hun gezondheid en zichzelf – indien mogelijk – dienen te beschermen tegen gezondheidsrisico’s. De verantwoordelijkheid voor veilig voedsel en veilige producten ligt primair bij het bedrijfsleven. De Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA), een agentschap van het Ministerie van Economische Zaken (EZ), ziet namens VWS onder meer toe op de naleving van de Warenwet en de Tabakswet. Op het gebied van voedselveiligheid en consumenteninformatie zijn vrijwel uitsluitend Europese Verordeningen rechtstreeks van toepassing.

De Minister vervult de volgende rollen:

Stimuleren:

– Bevorderen dat mensen gezonder leven door gezonde keuzes makkelijker te maken en te zorgen voor betrouwbare informatie over een gezonde leefstijl.

Financieren:

– Financieren van doelmatige, kwalitatieve en toegankelijke bevolkingsonderzoeken ter voorkoming en vroegtijdige opsporing van levensbedreigende ziekten, zoals borstkanker, baarmoederhalskanker en darmkanker.

– Financiering van de neonatale hielprikscreening en de prenatale screening.

– Vroegtijdige opsporing en bestrijding van infectieziekten. Dit betreft onder andere de financiering van het Rijksvaccinatieprogramma en de bescherming tegen infectieziekten.

– Financiering voor het uitvoeren van wettelijke taken en beleidsonder-steuning zorgbreed door het RIVM. Dit betreft onder andere infectie-ziektebestrijding en medische milieukunde.

– Financiering van de Stichting donorgegevens kunstmatige bevruchting.

– Financiering van de abortusklinieken.

– Financiering van de landelijke ondersteuningsstructuur ten behoeve van de kwaliteit en doelmatigheid van publieke gezondheid.

Regisseren:

– Het opstellen van een wettelijk kader voor bescherming van consumenten tegen onveilige producten en levensmiddelen en het handhaven ervan door de NVWA. – Het opstellen van een wettelijk kader voor de bescherming van de gezondheid van burgers tegen de risico’s van het gebruik van alcohol en tabak en doen handhaven ervan door gemeenten respectievelijk de

NVWA.

Inzetten op een gezonder aanbod van voeding (Akkoord Verbetering

Productsamenstelling).

Aandacht voor een gezonde, beweegvriendelijke en veilige omgeving waarin de gezonde keuze de makkelijke keuze is. – Het tegengaan van ontstaan en verspreiding van antibioticaresistentie in de gezondheidszorg, voedsel, milieu en binnen de dierhouderij, in nauwe samenwerking met het Ministerie van EZ. – Opstellen wettelijk kader en doen handhaven van de kwaliteit van de jeugdgezondheidszorg. – In het geval van A-ziekten (Wet publieke gezondheid) geeft de Minister leiding aan de bestrijding van deze infectieziekten. – Coördinatie van het interdepartementaal drugsbeleid en zorgen voor het wettelijk kader (Opiumwet) en voor de gezondheidsaspecten van het drugsbeleid. – Het formuleren van wet- en regelgeving en beleid op het terrein van medisch-ethische vraagstukken.

  • 3. 
    Beleidswijzigingen

Beoordelingskamer vaccins:

In de periode van juli 2014 tot juli 2016 heeft een proefperiode met de beoordelingskamer vaccins (een samenwerking tussen de Gezondheidsraad (GR) en het Zorginstituut Nederland) plaatsgevonden. Op basis van het advies dat de GR en het Zorginstituut (ZiNL) in juli 2016 hierover hebben uitgebracht zal in 2017 een structurele invulling worden gegeven aan de beoordeling van vaccinaties en vaccins. Het doel is het proces rond advisering over vaccinaties en vaccins te stroomlijnen zodat de in Nederland beschikbare vaccins optimaal kunnen worden benut.

Terugdringen van antibioticaresistentie

Antibioticaresistentie is een sluipende bedreiging voor de volksgezondheid. Tijdens het EU-voorzitterschap van Nederland in 2016 was antibioticaresistentie daarom een belangrijk thema. De raadsconclusies op het gebied van zorg en landbouw die aan het eind van het voorzitterschap zijn vastgesteld, vormen de basis voor gezamenlijke afspraken tussen zorg en landbouw in de EU. Er zijn op het zorgdomein 32 zorgpartijen betrokken bij de uitvoering van het plan van aanpak (TK 32 620, nr. 159).

Belangrijkste is het tot stand komen van regionale zorgnetwerken vanaf 2017, met als doel uitbraken te voorkomen en verspreiding van antibioti-caresistentie in de regio terug te dringen. Voor dieren wordt met EZ samengewerkt om het volksgezondheidsbelang bij maatregelen in de dierhouderij goed te borgen. Op het terrein van innovatie is een landelijke structuur opgezet waarin wetenschap, onderzoek en farmacie gezamenlijk werken aan het ontwikkelen en implementeren van nieuwe antibiotica en alternatieven voor antibiotica. Op het gebied van milieu- en voedselveiligheid wordt door onderzoek beter inzicht in de transmissieroutes van (resistente) bacteriën naar de mens verkregen. In 2017 worden gerichte beleidsmaatregelen afgesproken en in gang gezet.

Preventiecoalities

Zorgverzekeraars en gemeenten moeten beter samenwerken om preventieve activiteiten voor risicogroepen meer in samenhang aan te bieden. Het Ministerie van VWS bevordert dit vanaf 2017 met een subsidieregeling waarmee het mogelijk wordt een beperkt deel van de coördinatiekosten via het Rijk te financieren. De effecten van de regeling worden gemonitord. Aan de Tweede Kamer wordt hierover jaarlijks gerapporteerd.

Niet Invasieve Prenatale Test (NIPT)

De NIPT betreft een screening tijdens de zwangerschap. De test kan onder andere het downsyndroom opsporen zonder dat er sprake is van een verhoogd risico op een miskraam. Omdat eventuele opname in het basispakket afhankelijk is van de advisering van het Zorginstituut (en de Gezondheidsraad) kan de NIPT als eerste test niet eerder dan per 2018 opgenomen worden in het basispakket. In 2017 zal de bekostiging derhalve lopen via een subsidieregeling.

Health checks

Consumenten krijgen een steeds uitgebreidere keuze als het gaat om health checks. De huidige wettelijke kaders sluiten daar niet meer bij aan. Voor 2017 is het voornemen om een herziening van de Wet op het bevolkingsonderzoek (WBO) voor te bereiden. De wetswijziging beoogt meer ruimte voor innovatie op dit terrein, de mogelijkheid voor mensen om zelf te kiezen voor de health check die zij nodig vinden en waarborgen voor de kwaliteit.

Depressiepreventie

Depressie is één van de zes speerpunten van het preventiebeleid. Depressie is een belangrijk probleem voor de volksgezondheid: per jaar krijgen ruim 560.000 mensen een depressie en in totaal leiden circa 800.000 mensen aan een depressie. Depressie staat al jaren in de top vijf van aandoeningen met hoogste ziektelast, hoogste ziektekosten en grootste veroorzaker van arbeidsverzuim. Ambitie in het Nationaal Programma Preventie (NPP) Alles is gezondheid is dat het aantal mensen met een depressie afneemt. Streven is om de incidentie en impact van depressie in 2030 met 1/3 af te laten nemen. Daarvoor is het nodig dat meer mensen uit de hoogrisicogroepen bereikt worden met depressiepreventie. Om dit te realiseren besteedt VWS vanaf 2017 samen met de betreffende beroepsgroepen en kennisinstellingen de komende jaren aandacht aan depressie via zowel een publiekscampagne depressie als een meerjarenprogramma depressiepreventie. VWS zet middelen in voor het uitvoeren van dit meerjarenprogramma om te komen tot meer aandacht voor depressiepreventie, te beginnen bij jongeren en jonge vrouwen, een sluitende ketenaanpak, juiste inzet van preventieve interventies voor zowel signaleren als behandelen en het opnemen van deze werkwijze in opleiding, richtlijnen en werkwijze van beroepsgroepen.

Evaluatie Drank- en Horecawet

In 2016 is de Drank- en Horecawet geëvalueerd. In het eerste kwartaal van

2017 wordt de kabinetsreactie op de evaluatie naar beide Kamers gestuurd.

Rookvrij opgroeien

Niet roken vóór, tijdens en na de zwangerschap is een nieuw speerpunt binnen het beleid voor tabaksontmoediging. In het najaar van 2016 start een publiekscampagne om het bewustzijn ten aanzien van rookvrij opgroeien te vergroten, de rol van de sociale omgeving van (aanstaande) ouders maakt hiervan onderdeel uit. Daarnaast is een Taskforce Rookvrij Opgroeien ingesteld die gedurende een periode van 2 jaar bewustwording en onderlinge samenwerking onder professionals moet bevorderen, zodat (aanstaande) ouders vaker gemotiveerd en beter begeleid worden bij het stoppen met roken.

Gezonde School

Een groot aantal programma’s op het gebied van Gezonde School loopt eind 2016 af (onder andere de Onderwijsagenda Sport, Bewegen en Gezonde Leefstijl, Gezondeschool.nl, vignet Gezonde School). De PO-, VO-en MBO-raad, het RIVM en GGD GHOR Nederland komen gezamenlijk, in afstemming met instituten en fondsen tot een nieuw plan Gezonde School voor de periode 2017–2020. De Ministeries van OCW, VWS, SZW en EZ zijn hierbij nauw betrokken. De Tweede Kamer wordt voor het einde van 2016 geïnformeerd over de samenhangende visie op Gezonde School en de activiteiten die hieruit voor 2017 en verder voortvloeien.

Aanpak gezondheid vergunninghouders

Naar aanleiding van het uitwerkingsakkoord verhoogde asielinstroom van 28 april 2016 wordt in 2016, 2017 en 2018 in overleg met de VNG ingezet op de ondersteuning van gemeenten bij het bevorderen van de gezondheid van nieuwe vergunninghouders. Daarbij wordt aangesloten bij de migratieketen (huisvesting, integratie, school, werk) en het bestaande gezondheidsbeleid. Hiervoor worden via het Ondersteuningsteam asielzoekers en vergunninghouders (OTAV, samenwerkingsverband Rijk en VNG) en GGD, 25 regiocoördinatoren ingezet. De concrete behoeften van gemeenten en beschikbare kennis en instrumenten worden landelijk bijeengebracht in een kennisdelingsprogramma, gecoördineerd door Pharos. Dit moet er toe leiden dat gemeenten in 2018 de kennis en vaardigheden bezitten en concrete activiteiten verrichten om de gezondheid van statushouders te bevorderen, geborgd binnen het lokale gezondheidsbeleid.

  • 4. 
    Tabel budgettaire gevolgen van beleid
 

Begrotingsuitgaven (bedragen x € 1.000)

 

2015

2016

2017

2018

2019

2020

2021

Verplichtingen

625.302

599.956

646.009

637.798

654.104

649.991

650.700

Uitgaven

591.257

604.871

653.099

643.568

656.749

650.957

650.700

Waarvan juridisch verplicht

   

96,1%

       
  • 1. 
    Gezondheidsbescherming

104.033

107.126

104.232

121.156

121.831

120.213

118.591

Subsidies

2.134

2.792

4.251

6.468

8.089

6.468

4.846

Uitvoering landelijke nota

             

gezondheidsbeleid/Nationaal

             

Programma Preventie

2.020

2.788

4.247

6.462

8.083

6.462

4.840

Overig

114

4

4

6

6

6

6

Opdrachten

1.227

2.949

1.450

1.787

1.509

1.509

1.509

Aanschaf Jodiumtabletten

0

774

0

0

0

0

0

Overig

1.227

2.175

1.450

1.787

1.509

1.509

1.509

Bijdragen aan agentschappen

100.569

101.047

98.430

97.592

96.925

96.927

96.927

Nederlandse Voedsel en Warenauto-

             

riteit

79.647

80.198

81.550

81.380

81.386

81.388

81.388

RIVM: wettelijke taken en beleidsonder-

             

steuning zorgbreed

20.526

18.700

15.846

14.956

14.273

14.273

14.273

Overig

396

2.149

1.034

1.256

1.266

1.266

1.266

Bijdragen aan ZBO’s/RWT’s

21

237

0

0

0

0

0

Overig

21

237

0

0

0

0

0

Bijdragen aan medeoverheden

82

101

101

15.309

15.308

15.309

15.309

College voor de toelating van gewasbe-

             

schermingsmiddelen en biociden

0

101

101

101

101

101

101

Lokaal verbinden

0

0

0

15.208

15.207

15.208

15.208

Overig

82

0

0

0

0

0

0

  • 2. 
    Ziektepreventie

416.453

428.378

477.291

452.555

465.235

461.044

462.404

Subsidies

207.238

212.626

247.469

221.933

221.647

212.483

210.184

Ziektepreventie

7.633

11.989

16.337

14.733

14.598

8.934

8.934

RIVM: Regelingen publieke en seksuele

             

gezondheid

199.604

200.637

204.824

207.200

207.049

203.549

201.250

Niet Invasieve Prenatale Test (NIPT)

0

0

26.308

0

0

0

0

Opdrachten

284

709

11.528

7.653

14.683

14.683

14.683

(Vaccin)onderzoek

284

0

10.270

7.427

7.427

7.427

7.427

Overig

0

709

1.258

226

7.256

7.256

7.256

Bijdragen aan agentschappen

207.352

214.064

217.315

221.990

227.926

232.899

236.558

RIVM: Opdrachtverlening Centra

207.352

214.064

217.315

221.990

227.926

232.899

236.558

Bijdragen aan medeoverheden

1.579

979

979

979

979

979

979

Overig

1.579

979

979

979

979

979

979

  • 3. 
    Gezondheidsbevordering

50.805

51.089

53.827

52.176

52.102

52.102

52.103

Subsidies

33.082

32.460

33.744

32.272

31.705

31.705

31.705

Preventie van schadelijk middelenge-

             

bruik (alcohol, drugs en tabak)

1.787

2.115

7.515

7.515

7.207

7.207

7.207

Gezonde leefstijl en gezond gewicht

10.326

11.339

12.270

12.240

12.340

12.540

12.540

Letselpreventie

4.325

4.172

4.207

4.187

3.612

3.612

3.612

Bevordering kwaliteit en toeganke-

             

lijkheid zorg

4.751

4.676

4.472

2.855

2.855

2.855

2.855

Bevordering van seksuele gezondheid

2.631

2.815

2.767

2.767

2.867

2.867

2.867

Overig

9.263

7.343

2.513

2.708

2.824

2.624

2.624

 

2015

2016

2017

2018

2019

2020

2021

Opdrachten

3.647

4.340

4.814

4.636

5.054

5.054

5.054

Heroïnebehandeling op medisch

             

voorschrift

2.782

3.100

3.100

3.100

3.100

3.100

3.100

Communicatie verhoging leeftijds-

             

grenzen alcohol en tabak

0

0

1.060

1.060

1.060

1.060

1.060

Overig

865

1.240

654

476

894

894

894

Bijdragen aan agentschappen

0

105

190

190

265

265

265

Overig

0

105

190

190

265

265

265

Bijdragen aan ZBO’s/RWT’s

0

55

700

700

700

700

700

Overig

0

55

700

700

700

700

700

Bijdragen aan medeoverheden

14.076

14.129

14.379

14.378

14.378

14.378

14.379

Heroïnebehandeling op medisch

             

voorschrift

14.076

13.932

13.932

13.932

13.932

13.932

13.932

Overig

0

197

447

446

446

446

447

  • 4. 
    Ethiek

19.966

18.278

17.749

17.681

17.581

17.598

17.602

Subsidies

16.573

16.877

16.688

16.699

16.599

16.616

16.620

Abortusklinieken

15.705

15.551

15.523

15.534

15.534

15.551

15.555

Beleid Medische Ethiek

868

1.326

1.165

1.165

1.065

1.065

1.065

Opdrachten

210

382

332

332

332

332

332

Overig

210

382

332

332

332

332

332

Bijdragen aan agentschappen

1.130

1.019

729

650

650

650

650

CIBG: Uitvoeringstaken medische

             

ethiek

1.130

1.019

729

650

650

650

650

Bijdragen aan ZBO’s/RWT’s

2.053

0

0

0

0

0

0

ZiNL: Rijksbijdrage abortusklinieken

2.053

0

0

0

0

0

0

Ontvangsten

21.221

7.403

7.403

7.403

10.903

10.903

10.903

Bestuurlijke boetes

4.112

4.252

4.252

4.252

4.252

4.252

4.252

Overig

17.109

3.151

3.151

3.151

6.651

6.651

6.651

Bovenstaande informatie is bedoeld voor de Staten-Generaal. Aan dit overzicht kunnen geen rechten worden ontleend.

Budgetflexibiliteit

Subsidies

Van het beschikbare budget voor 2017 van € 302,2 miljoen is 95%

juridisch verplicht. Het betreft de financiering van de tot en met 2016

aangegane verplichtingen op basis van de Kaderregeling VWS-subsidies en de Subsidieregeling publieke gezondheid en de financiering van de abortusklinieken.

Opdrachten

Van het budget voor 2017 van € 18,1 miljoen is 88% juridisch verplicht.

Het betreft de financiering van verplichtingen die tot en met 2016 zijn aangegaan.

Bijdragen aan agentschappen

Het budget betreft de financiering van de opdrachtverlening voor 2017 aan het RIVM, de NVWA en het CIBG. Op basis van het offertetraject is het budget 2017 van € 316,7 miljoen voor 98% juridisch verplicht.

Bijdragen aan medeoverheden

Dit betreft de heroïneverstrekking door gemeenten op medisch voorschrift via een toevoeging aan het gemeentefonds, de bijdrage aan het College voor de toelating van gewasbeschermingsmiddelen en biociden en de bijdrage aan Caribisch Nederland inzake medisch voorschrift via een toevoeging aan het gemeentefonds. Het budget voor 2017 van

€ 15,5 miljoen is voor 100% juridisch verplicht.

Bijdragen aan ZBO’s/RWT’s

Dit betreft de afgifte van Schengenverklaringen via het Centraal Administratie Kantoor (CAK). Het budget voor 2017 van € 0,7 miljoen is voor 100% juridisch verplicht.

  • 5. 
    Toelichting op de instrumenten
  • 1. 
    Gezondheidsbescherming

Subsidies

Uitvoering landelijke nota gezondheidsbeleid/Nationaal Programma

Preventie

In 2017 zal verdere uitwerking worden gegeven aan de voornemens die zijn opgenomen in landelijke nota gezondheidsbeleid die in december

2015 (TK 32 793, nr. 204) is verschenen.

– Nationaal Programma Preventie (NPP)

In het najaar 2016 zal een besluit worden genomen over de wijze van voortzetting van het NPP

– Betrouwbaarheid van de publieke gezondheidszorg

Het Stimuleringsprogramma Betrouwbare publieke gezondheid loopt tot eind 2017.

In 2017 wordt een aantal concrete eindproducten opgeleverd. Eind 2017 zijn bestuurlijk gedragen veldnormen gereed voor de vier pijlers van de GGD (monitoren, uitvoeren gezondheidsbescherming, coördinatie bij crises en toezicht). De resultaten van het onderzoek van de IGZ naar de vier pijlers worden meegenomen in de implementatie van deze veldnormen. Daarnaast komt een set landelijke indicatoren beschikbaar ten aanzien van de inzet en effectiviteit van de publieke gezondheid. Ook in 2017 is er in het stimuleringsprogramma aandacht voor de verbinding tussen publieke gezondheid en het sociaal domein.

– Preventiecoalities

Dit betreft het faciliteren van preventiecoalities. Deze hebben als doel het stimuleren van samenwerking tussen gemeenten en zorgverzekeraars door middel van een bijdrage aan de coördinatiekosten van preventieve activiteiten bij risicogroepen.

– Veenkoloniën

Tijdens de begrotingsbehandeling van VWS in 2014 heeft de Tweede Kamer het amendement-Wolbert aangenomen. Dit amendement vraagt om een regionale aanpak van gezondheidsachterstanden in de Veenkoloniën waar meerdere gemeenten en regionale (zorg)organisa-ties bij betrokken zijn. VWS financiert deze regionale aanpak, het programma besteedt nadrukkelijk aandacht aan de wensen, behoefte en participatie van bewoners.

Bijdragen aan agentschappen

Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit

De Minister van VWS is opdrachtgever voor het agentschap Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA). De NVWA heeft een centrale rol bij het bewaken van de veiligheid van voedsel- en consumentenproducten op grond van de wettelijke normen en ontvangt hiertoe financiering van de Minister van VWS. In totaal ontvangt de NVWA in 2017 € 81,6 miljoen.

In onderstaande tabel is weergegeven hoe het aantal verloren levensjaren door voedselinfecties zich ontwikkelt.

 

Kengetallen voedselveiligheid: Aantal verloren gezonde levensjaren

ten gevolge

van

voedselinfecties door ziekteverwekkende micro-organismen in voedsel in Nederland

gegevens 2014 (RIVM Letter Reports disease burden 2012, 2013, 2014 en 2016; M.

Bouwknegt et al.)

       

Micro-organismen

 

Aantal verloren gezonde levensjaren (DALY=Disability Adjusted Life Year)1

 

2011

2012

2013

2014

Toxoplasma gondii

2.000

1.950

1.930

1.950

Campylobacter spp.

1.650

1.560

1.430

1.530

Salmonella spp.

680

1.3502

600

500

  • S. 
    aureus toxine

670

670

670

670

  • C. 
    perfringens toxine

490

490

490

490

Norovirus

300

300

280

280

Rotavirus

210

185

210

100

  • B. 
    cereus toxine

100

100

100

100

Listeria monocytogenes

140

90

60

180

STEC O157

56

57

60

60

Giardia spp.

17

14

13

13

Hepatitis-A virus

9

9

8

10

Cryptosporidium spp.

8

8

8

8

Hepatitis-E virus

2

2

2

3

Totaal

6.330

6.780

5.850

5.890

1  Vanwege noodzakelijke modelaanpassingen zijn de getallen voor 2011 en 2012 enigszins afwijkend van de getallen die in 2014 in de begroting zijn gerapporteerd.

2  Deze geschatte stijging met ca. 700 DALY’S komt door de Salmonella-uitbraak in 2012 ten gevolge van besmette gerookte zalm.

Bron: Nationaalkompas, RIVM

DALY=Disability Adjusted Life Year. Maat voor ziektelast in een populatie uitgedrukt in tijd; opgebouwd uit het aantal verloren levensjaren (door vroegtijdige sterfte) en het aantal jaren geleefd met gezondheidsproblemen (bijvoorbeeld een ziekte), gewogen voor de ernst hiervan (ziektejaarequivalenten). In deze maat komen de drie belangrijke aspecten van de volksgezondheid terug: kwantiteit (levensduur), kwaliteit van leven en het aantal personen dat een effect ondervindt.

De getallen in de tabel zijn afgerond. Het totaal kan afwijken van de som van de weergegeven getallen.

RIVM: wettelijke taken en beleidsondersteuning zorgbreed Het RIVM heeft de wettelijke taak periodiek te rapporteren over de toestand en de toekomstige ontwikkeling van de volksgezondheid. Het RIVM heeft samen met een consortium van kennisinstellingen in 2016 de eerste versie van de Staat voor Volksgezondheid en Zorg uitgebracht (www.staatvenz.nl). Op deze website worden actuele en eenduidige cijfers over de domeinen van het Ministerie van VWS gepresenteerd. In 2017 wordt de Staat verder gevuld. Het RIVM brengt verder elke vier jaar de Volksgezondheid Toekomst Verkenningen (VTV) uit. In 2017 zullen trendscenario’s worden gepresenteerd en verschijnen drie thematische toekomstverkenningen. In totaal is voor het RIVM in 2017 € 15,8 miljoen beschikbaar.

Bijdragen aan ZBO’s/RWT’s

ZonMw voor uitvoering van het preventieprogramma

Het vijfde Preventieprogramma (PP5) levert kennis op die bijdraagt aan de doelstellingen van het Nationaal Programma Preventie (NPP). Het kader voor PP5 wordt naast het NPP gevormd door vier thema’s waarop VWS

aan ZonMw om onderzoek heeft gevraagd:

– Kennis die bijdraagt aan algemene aspecten van preventiebeleid.

– Kennis die tot verdere verbetering van het instrumentarium leidt.

– Enkele specifieke onderzoeksterreinen passend bij de domeinen van het NPP. – Monitoring van uitvoeringsprogramma’s (het voorstel voor een monitor specifiek voor het NPP wordt nader uitgewerkt). De hiervoor beschikbare middelen (€ 5 miljoen in 2017) staan verantwoord op artikel 4 Zorgbreed beleid. In de paragraaf «Toelichting op de instrumenten» van artikel 4 is een overzichtstabel opgenomen.

Bijdragen aan medeoverheden

Lokaal verbinden

Het huidige programma «Gezond in ...» (TK 32 620, nr. 132) loopt tot en met 2017 via een decentralisatie-uitkering. In 2017 wordt besloten hoe deze gelden vanaf 2018 worden ingezet.

  • 2. 
    Ziektepreventie

Subsidies

Ziektepreventie

De Minister zorgt op het terrein van de ziektepreventie subsidies

(€ 16,3 miljoen) voor een goede bescherming tegen infectieziekten,

preventie van chronische ziekten en de jeugdgezondheidszorg (JGZ) door onder andere te zorgen voor:

– Een goede landelijke structuur om bekende en onbekende infectieziektedreigingen inclusief zoönosen en vectorgebonden aandoeningen snel te kunnen signaleren en bestrijden.

– Het internationaal uitwisselen van informatie en afstemmen van voorbereidings- en bestrijdingsmaatregelen.

– Subsidiëring van de stichting Q-support om patiënten, die na de Q-koorts-epidemie te maken hebben met langdurige klachten, te ondersteunen, te adviseren en te begeleiden.

– Het ondersteunen van de oprichting van het Kennisplatform Intensieve Veehouderij en Humane Gezondheid dat handvatten kan meegeven aan lokale bestuurders voor de afweging van gezondheid in de bestuurlijke beslissingen bij ontwikkelingen in de veehouderij.

– Financiering van het vervolgonderzoek Veehouderij en Gezondheid Omwonenden ten behoeve van kennisvermeerdering over eventuele risico’s van ziekteverwekkers afkomstig uit de veehouderij.

– Financiering van onder andere de herijking en implementatie van richtlijnen voor goed gebruik van antibiotica, de versterking van de positie van ziekenhuizen en GGD’en, nieuwe vormen van bekostiging van diagnostiek en behandeling, en onderzoek om de ontwikkeling van nieuwe antibiotica en alternatieven voor antibiotica te stimuleren zoals verwoord in de kamerbrief van 24 juni 2015 over de aanpak van antibioticaresistentie (TK 32 620, nr. 159). – Financiering van het Nederlands Centrum Jeugdgezondheid (NCJ) voor activiteiten gericht op het ondersteunen van de JGZ-organisaties en de professionals bij het invoeren van vernieuwingen en verbeteringen in de praktijk.

RIVM: Regelingen publieke en seksuele gezondheid

De Subsidieregeling publieke gezondheid wordt uitgevoerd door het RIVM

en bestaat uit:

– Het financieren, bewaken en verbeteren van de kwaliteit van de landelijke bevolkingsonderzoeken naar borstkanker, baarmoederhalskanker en darmkanker (€ 121,9 miljoen). Het financieren van het Nationaal Programma Grieppreventie. Doel van dit programma is om kwetsbare groepen (alle 60-plussers en mensen onder de 60 jaar met een risico-indicatie, zoals longziekten, hart- of nieraandoeningen en diabetes mellitus) te beschermen tegen (de ernstige gevolgen van) griep (€ 37,1 miljoen).

– Het financieren van soa-onderzoek en aanvullende seksuele gezondheidszorg en coördinatie (€ 33,9 miljoen).

Verder verstrekt het RIVM subsidies op basis van de Kaderregeling VWS-subsidies op het terrein van de seksuele gezondheid (€ 12 miljoen). Inhoudelijk is dit onderwerp opgenomen onder het artikelonderdeel Gezondheidsbevordering.

 

Kengetallen Deelname aan vaccinatieprogramma, bevolkingsonderzoeken

en screeningen in procenten

   
 

2007

2008

2009

2010

2011

2012

2013

2014

  • 1. 
    Percentage deelname aan
               

Rijksvaccinatieprogramma

94,0%

94,5%

95,2%

95,0%

95,4%

95,5%

95,4%

94,8%

  • 2. 
    Percentage deelname aan
               

Nationaal Programma Grieppre-

               

ventie

73,5%

71,5%

70,4%

68,9%

65,7%

62,4%

59,6%

52,8%

  • 3. 
    Percentage deelname aan
               

Bevolkingsonderzoek borstkanker

82,4%

82,0%

81,5%

80,7%

80,1%

79,7%

79,4%

78,8%

  • 4. 
    Percentage deelname aan
               

Bevolkingsonderzoek baarmoeder-

               

halskanker

66,6%

66,0%

65,3%

64,3%

65,0%

63,9%

64,7%

64,6%

  • 5. 
    Percentage deelname aan
               

Bevolkingsonderzoek darmkanker

-

-

-

-

-

-

-

71,3%

  • 6. 
    Percentage deelname aan
               

hielprik

99,9%

99,8%

99,8%

99,7%

99,5%

99,5%

99,5%

99,3%

Bron:

Voor het verslagjaar 2016 (betreft alle vaccinaties gegeven t/m 2015) is dit percentage 94,2%. Dit betreft het percentage kinderen geboren in 2013 dat basisimmuun is voor DKTP vóór het bereiken van hun 2-jarige leeftijd.

Dit kerncijfer betreft het percentage gevaccineerde personen in de groep patiënten die conform het advies van de Gezondheidsraad in aanmerking komen voor vaccinatie tegen influenza.

Dit kerncijfer betreft het percentage vrouwen uit de doelgroep, dat deelneemt aan het bevolkingsonderzoek borstkanker. De populatie van het bevolkingsonderzoek bestaat uit 50–75 jarige vrouwen. 4.Staat van Volksgezondheid en Zorg

Dit kerncijfer betreft het percentage vrouwen uit de doelgroep, dat deelneemt aan het bevolkingsonderzoek baarmoederhalskanker. De populatie van het bevolkingsonderzoek bestaat uit 30–65 jarige vrouwen.

Deze cijfers geven een goede indicatie van de ontwikkelingen op de beleidsterreinen met dien verstande dat de nadruk op geïnformeerde keuze voor deelname ligt en niet op een zo hoog mogelijk percentage. De beschermingsgraad ligt in de praktijk hoger dan het met het deelnamepercentage weergegeven cijfer in verband met bijvoorbeeld de groeps-immuniteit.

Niet Invasieve Prenatale Test (NIPT)

De NIPT betreft een screening tijdens de zwangerschap. De test kan onder andere het downsyndroom opsporen zonder dat er sprake is van een verhoogd risico op een miskraam. Omdat eventuele opname in het basispakket afhankelijk is van de advisering van het Zorginstituut (en de Gezondheidsraad) kan NIPT als eerste test niet eerder dan per 2018 opgenomen worden in het basispakket. In 2017 zal de bekostiging lopen via een subsidieregeling (€ 26,3 miljoen).

Opdrachten

(Vaccin)onderzoek

Er is onder andere budget beschikbaar voor vaccinonderzoek (€ 5,8 miljoen), ontwikkeling van het Respiratoir syncytieel virus (RSV)-vaccin (€ 2,8 miljoen) en onderzoek naar alternatieven voor dierproeven (€ 1,7 miljoen). Vanaf 2013 zijn deze taken ondergebracht bij de Projectdirectie Antonie van Leeuwenhoekterrein (ALT). Het voornemen is om het onderdeel (vaccin)onderzoek van Projectdirectie ALT met ingang van 2017 te privatiseren.

Bijdragen aan agentschappen

RIVM: Opdrachtverlening Centra

Het RIVM stelt zich tot doel om de gezondheid van de Nederlandse bevolking te beschermen en te bevorderen. Het RIVM doet dit door middel van het (doen) uitvoeren van wetenschappelijk onderzoek en advisering op het terrein van volksgezondheid en het voeren van de regie op diverse terreinen van de publieke gezondheid. Binnen het RIVM zijn hiertoe verschillende centra actief, zoals:

– Het Centrum Infectieziektebestrijding (CIb) dat financiële middelen ontvangt voor het vervullen van zijn taken ten aanzien van de preventie en bestrijding van infectieziekten met specifiek ook aandacht voor antimicrobiële resistentie, het bevorderen van seksuele gezondheid door de ondersteuning van professionals bij een goede uitvoering en taken op het gebied van vaccinologie (€ 45,9 miljoen). Voor de uitvoering van het Rijksvaccinatieprogramma is € 90,2 miljoen beschikbaar. – Het Centrum voor Bevolkingsonderzoek (CVB) dat financiële middelen ontvangt voor het uitvoeren van zijn coördinerende taken gericht op de voorlichting over bevolkingsonderzoeken, het Nationaal Programma Grieppreventie en pre- en neonatale screeningen en de kwaliteit van de uitvoering en monitoring ervan. Mensen die tot de betreffende doelgroep behoren, kunnen vrijwillig aan de bevolkingsonderzoeken deelnemen (€ 14,1 miljoen). Ook verzorgt het CVB de uitvoering van de prenatale screening infectieziekten en erytrocytenimmunisatie (€ 19,4 miljoen), het Nationaal Programma Grieppreventie (NPG) (€ 13,1 miljoen) en de hielprik (€ 19,1 miljoen). – Het Centrum Gezondheid en Milieu (CGM) dat financiële middelen ontvangt om de Minister van VWS en de regio’s bij te staan met gezondheidskundige advisering, advisering over het uitvoeren van gezondheidsonderzoek en risicoanalyses over mogelijke gezondheidseffecten en over psychosociale nazorg. Vragen over gezondheid en veiligheid in relatie tot milieu en het voorkomen van incidenten en rampen komen samen bij het CGM. Het CGM is erop gericht deze kennis waar nodig te ontwikkelen, te borgen en te ontsluiten voor professionals en bestuurders (€ 6 miljoen).

– De Dienst Vaccinatievoorzieningen en Preventieprogramma’s (DVP) die ervoor zorgt dat er voldoende goede en betaalbare vaccins en antisera beschikbaar zijn voor het Rijksvaccinatieprogramma (RVP), het Nationaal Programma Grieppreventie (NPG) en calamiteiten (€ 1,9 miljoen). Voor de aanschaf van Antivirale middelen is € 4,6 miljoen beschikbaar.

– Het Centrum Gezond Leven (CGL) dat financiële middelen ontvangt met als doel samenhangende en effectieve lokale gezondheidsbevordering te faciliteren. Het CGL bevordert het gebruik van erkende leefstijlinterventies, onder meer door beschikbare interventies overzichtelijk te presenteren en te beoordelen op kwaliteit en samenhang en het versterken van gezondheidsbeleid via diverse handreikingen. Daarnaast voert het CGL het programma «Structurele versterking Gezondeschool.nl» uit (€ 2,9 miljoen).

  • 3. 
    Gezondheidsbevordering

Subsidies

Preventie van schadelijk middelengebruik (alcohol, drugs en tabak) Organisaties zoals het Trimbos-instituut ontvangen instellings- en projectsubsidies voor het uitvoeren van activiteiten die gericht zijn op preventie van (schadelijk) alcohol-, tabaks- en drugsgebruik en voor andere VWS-beleidsterreinen, zoals de geestelijke gezondheidszorg. Het Trimbos-instituut zet zich in om wetenschappelijk onderbouwde, onafhankelijke informatie te geven aan professionals en burgers. Voorbeelden zijn de uitvoering van de Nationale Drug Monitor (NDM), het Drugs Informatie en Monitoring Systeem (DIMS), onderzoek op het gebied van uitgaansdrugs en de campagne NIX18. Voor 2017 gaat het om projectsubsidies van circa € 1,3 miljoen en bij de instellingssubsidies gaat het in totaal om circa € 6,1 miljoen.

Gezonde leefstijl en gezond gewicht

De gezonde keuze moet zo makkelijk mogelijk worden gemaakt voor de Nederlandse bevolking, jong en oud. Om te voorzien in de juiste informatie over gezonde voeding voor burgers en professionals wordt subsidie verleend aan het Voedingscentrum.

Om gemeenten, scholen, sportverenigingen en andere lokale partijen te stimuleren om een gezonde(re) omgeving te creëren en in te zetten op een stijging van het aantal jongeren op een gezond gewicht in minimaal 75 (JOGG-)gemeenten in 2020, wordt de stichting Jongeren Op Gezond Gewicht (TK 34 080 A, nr. 1) gesubsidieerd. Hierbij werkt de stichting samen met diverse partijen: overheden, bedrijfsleven en maatschappelijke organisaties. Vanuit Care for Obesity wordt door middel van 6 proeftuinen in 2017 en 2018 voorzien in een landelijk model voor een sluitende ketenaanpak op obesitas voor kinderen.

Ten slotte worden in nauwe samenwerking met de Ministeries van OCW, EZ en SZW kinderen in het onderwijs en voorschoolse voorzieningen gestimuleerd tot een gezonde leefstijl. Onderdeel daarvan is het streven dat alle schoolkantines beschikken over een gezond aanbod volgens de richtlijnen van het Voedingscentrum.

De totale geraamde subsidies voor gezonde voedingskeuze en gezond gewicht, inclusief de bredere inzet op Gezonde School en Gezonde Kinderopvang, bedragen € 12,3 miljoen in 2017.

Letselpreventie

Voor letselpreventie is € 4,2 miljoen beschikbaar. De Stichting Veilig-heidNL ontvangt € 3,5 miljoen voor het uitvoeren en monitoren van haar activiteiten die zijn gericht op letselpreventie door middel van interventies en programma’s voor bijvoorbeeld jongeren en ouderen.

Bevordering van kwaliteit en toegankelijkheid van zorg De Stichting Pharos ontvangt als kennis- en adviescentrum subsidie voor het stimuleren van de toepassing van kennis in de praktijk voor de verbetering van de kwaliteit en effectiviteit van de zorg voor migranten en mensen met beperkte gezondheidsvaardigheden (€ 3 miljoen). Het gaat daarbij om mensen die minder vaardig zijn in het verkrijgen, begrijpen en gebruiken van informatie over (hun) gezondheid bij het nemen van gezondheidsgerelateerde beslissingen. Verder worden gemeenten geactiveerd om lokale gezondheidsachterstanden structureel aan te pakken. Het lokale proces wordt ondersteund door het landelijk stimuleringsprogramma waarin kennis van werkzame interventies, goede voorbeelden en ervaringen worden samengebracht, onder regie van Pharos en Platform31. Hiermee is € 1,5 miljoen gemoeid.

Bevordering van de seksuele gezondheid

Om de seksuele gezondheid te bevorderen verleent VWS rechtstreeks (onder andere Stichting Ambulante FIOM), dan wel via het RIVM/Centrum Infectieziektebestrijding (onder andere Rutgers, Soa-Aids Nederland en de HIV-vereniging Nederland) subsidie aan diverse gezondheidsbevorderende instellingen. De middelen aan het RIVM staan verantwoord onder het artikelonderdeel Ziektepreventie. Naar aanleiding van een landelijke impuls aan onbedoeld zwangeren en tienermoeders ontvangt FIOM ook in

2017 een subsidie van € 0,5 miljoen. Uitgangspunt hierbij is dat de expertise op dit gebied wordt behouden en verder kan worden uitgedragen aan de hele sector. Voor deze impuls worden vooralsnog ook in

2018 middelen gereserveerd, waarna dit in de regulier zorg en ondersteuning moet zijn verankerd.

Overig

Dit betreft enkele kleine subsidies (onder € 1 miljoen) gebundeld voor onder andere verslavingszorg en gezonde leefstijl jeugd.

Opdrachten

Heroïnebehandeling op medisch voorschrift

De geraamde kosten voor de medicatie voor de medische heroïnebehan-deling zijn € 3,1 miljoen; zie verder onder Bijdragen aan medeoverheden.

Bijdragen aan medeoverheden

Heroïnebehandeling op medisch voorschrift VWS verstrekt een financiële bijdrage (circa € 13,9 miljoen) aan gemeenten voor het binnen een gesloten systeem aanbieden van een behandeling van een beperkte groep langdurige opiaatverslaafden, waarbij naast methadon medicinale heroïne wordt verstrekt.

 

Kengetallen Gezondheidsbevordering (in procenten)

 

2009

2010

2011

2012

2013

2014

2015

Rokers 18 jaar e.o.1

28,6

26,9

27,0

24,5

24,7

25,7

26,3

Rokers laatste maand, 12–16 jaar2

   

16,9

     

10,6

Alcoholgebruik laatste maand, 12–16 jaar2

   

37,8

     

25,5

Cannabisgebruik laatste jaar, 12–16 jaar2

   

6,0

     

8,2

Cannabisgebruik laatste jaar 18 jaar e.o.3

6,8

       

7,6

8,5

Overgewicht 18 jaar e.o.4

46,4

47,3

47,3

47,1

47,1

49,4

49,3

Overgewicht 4–18 jaar4

13,2

13,3

12,5

12,3

11,7

11,9

11,6

Aantal spoedeisende hulpbehandelingen in

             

ziekenhuizen door privéongevallen en

             

sportblessures (x 1.000)5

640

600

600

590

430

519

 

1  Staat van Volksgezondheid en Zorg: Gezondheidsenquête CBS/Leefstijlmonitor RIVM

2  Jeugd en Riskant Gedrag 2015, Trimbos-instituut

3

Staat van Volksgezondheid en Zorg: Gezondheidsenquête CBS/Leefstijlmonitor RIVM. Door wijziging in meetmethoden na 2009 zijn de cijfers met 2014 en 2015 beperkt vergelijkbaar.

4  Staat van Volksgezondheid en Zorg: Gezondheidsenquête CBS/Leefstijlmonitor RIVM. Door wijziging in meetmethoden tussen 2009–2010 en 2013–2015 zijn de cijfers vóór en na deze perioden slechts in beperkte mate te vergelijken.

5  Kerncijfers LIS, VeiligheidNL. De daling in 2013 is toe te schrijven aan een technisch registratieprobleem in dat jaar.

  • 4. 
    Ethiek

Subsidies

Abortusklinieken

Sinds de inwerkingtreding van Wet langdurige zorg vindt de subsidiëring van de abortusklinieken (€ 15,5 miljoen) plaats via de subsidieregeling Abortusklinieken. De abortusklinieken dienen over een Waz-vergunning (Wet afbreking zwangerschap) te beschikken.

Bijdragen aan agentschappen

CIBG: Uitvoeringstaken medische ethiek

Het CIBG verzorgt het secretariaat van de stichting donorgegevens kunstmatige bevruchting.

De secretariaten van de regionale toetsingscommissies euthanasie en de centrale deskundigencommissie late zwangerschapsafbreking en levensbeëindiging bij pasgeborenen zijn bij een uitvoeringseenheid van het Ministerie van VWS ondergebracht. De daarmee samenhangende middelen (€ 3,7 miljoen) staan geraamd op artikel 10 onder Personele uitgaven kerndepartement.

Bijdragen aan ZBO’s/RWT’s

Centrale Commissie Mensgebonden Onderzoek (CCMO) De CCMO is verantwoordelijk voor het waarborgen van de bescherming van proefpersonen bij medisch-wetenschappelijk onderzoek door middel van toetsing aan de hiervoor geldende wettelijke bepalingen en protocollen. De CCMO ontvangt hiervoor een jaarlijkse bijdrage van € 2,2 miljoen. Deze middelen staan geraamd op artikel 10 bij het onderdeel Personele uitgaven SCP en raden.

Vanwege de implementatie van EU-verordening no 536/2014 i voor klinisch geneesmiddelenonderzoek, die naar verwachting in 2018 in werking zal treden, zal de CCMO een aantal extra taken en bevoegdheden krijgen.

Ontvangsten

Bestuurlijke boetes

In het kader van haar handhavingsbeleid schrijft de NVWA bestuurlijke boetes uit. De ten gunste van de algemene middelen komende ontvangsten die hieruit voortvloeien worden geraamd op € 4,3 miljoen in

2017.

Overig

Dit betreft geraamde ontvangsten als gevolg van in eerdere jaren te hoog

verstrekte subsidievoorschotten (€ 3,1 miljoen).

Beleidsartikel 2 Curatieve zorg

  • 1. 
    Algemene beleidsdoelstelling

Een kwalitatief goed en toegankelijk stelsel voor curatieve zorg tegen maatschappelijk verantwoorde kosten.

  • 2. 
    Rol en verantwoordelijkheid Minister

De Minister van VWS is verantwoordelijk voor een goed werkend en samenhangend stelsel voor curatieve zorg. De Zorgverzekeringswet vormt samen met de zorgbrede wetten, zoals de Wet marktordening gezondheidszorg (Wmg) en de Wet Toelating Zorginstellingen (WTZi) de wettelijke basis van dit stelsel.

Vanuit deze verantwoordelijkheid vervult de Minister de volgende rollen:

Stimuleren:

– Het bevorderen van de kwaliteit, (patiënt)veiligheid en innovatie in de curatieve zorg.

– Het ondersteunen van initiatieven om de toegankelijkheid en betaalbaarheid van de curatieve zorg te garanderen en/of te verbeteren. Belangrijk daarin zijn de initiatieven om verspilling in de zorg tegen te gaan.

– Het ondersteunen van initiatieven om fraude in de zorg zoveel mogelijk te voorkomen.

– Het bevorderen van de werking van het stelsel door het systeem van risicoverevening.

– Het bevorderen dat verzekerden beschikken over de juiste en begrijpelijke informatie om een keuze te kunnen maken voor een zorgverzekering.

Financieren:

– Het bevorderen van kwalitatief goede zorg door medefinanciering van hoogwaardig oncologisch onderzoek.

– Het financieren van onderzoek dat gericht is op een snellere ontwikkeling van waarde toevoegende medische producten en behandelwijzen tegen aanvaardbare prijzen.

– Het financieren van onderzoek dat bijdraagt aan kwalitatief goed gepast gebruik van genees- en hulpmiddelen.

– Het financieren van initiatieven voor het ontwikkelen van alternatieve verdienmodellen voor geneesmiddelenontwikkeling.

– Verbetering van de kwaliteit van de zorg door financiering van de familie- en vertrouwenspersonen in GGZ-instellingen.

– Het (mede)financieren van het digitale communicatiesysteem voor de zwaailichtsector.

– Het financieren van initiatieven die bijdragen aan een zorgvuldige orgaandonorwerving in de ziekenhuizen, het onderhouden van het donorregister en het geven van publieksvoorlichting over orgaandonatie.

– Het financieren van bijwerkingenregistraties en onderzoek ten behoeve van het monitoren van de productveiligheid.

– Bevorderen van de toegankelijkheid en betaalbaarheid van de zorg door het (deels) compenseren van de gederfde inkomsten van zorgaanbieders als gevolg van het verstrekken van zorg aan onverzekerde (verwarde) personen, illegalen en andere onverzekerbare vreemdelingen.

– Bevorderen van de toegankelijkheid en betaalbaarheid van de zorg door het financieren van de zorguitgaven voor kinderen tot 18 jaar.

– Het financieren van kostencomponenten die een gelijk speelveld verstoren.

Regisseren:

– Het onderhouden van wet- en regelgeving op het gebied van geneesmiddelen, medische hulpmiddelen, lichaamsmaterialen en bloedvoor-ziening.

– Het (door)ontwikkelen van productstructuren op basis waarvan onderhandelingen over bekostiging plaatsvinden.

– Het bepalen van de normen/criteria, waaraan de registers (bijvoorbeeld het BIG-register) die worden bijgehouden om de werking van het stelsel te bevorderen, moeten voldoen.

– De werking van het zorgverzekeringsstelsel wordt bevorderd door het actief opsporen van onverzekerden en wanbetalers.

  • 3. 
    Beleidswijzigingen

Uitvoeren visie Geneesmiddelen

Het toegankelijk houden van innovatieve geneesmiddelen tegen aanvaardbare prijzen staat centraal in het te voeren beleid. Met de ter beschikking gestelde middelen wordt ingezet op het verbeteren van de informatievoorziening door het ontwikkelen en regulier uitvoeren van een nationale horizonscan dure geneesmiddelen, het oprichten van een platform inkoop dure geneesmiddelen, het ontwikkelen en uitvoeren een actieplan gepast gebruik en het aanbrengen van aanpassingen aan het geneesmiddelenvergoedingssysteem in de vorm van het uitvoeren van selectieve herberekeningen en het invoeren van een vergoedingsafslag. Daarnaast wordt voor dure geneesmiddelen een maatregel ingevoerd in de Zorgverzekeringswet (de zogenoemde «sluis»).

Voorts worden middelen ter beschikking gesteld voor het ontwikkelen van alternatieve businessmodellen voor de ontwikkeling van geneesmiddelen. Daarnaast worden ter bevordering van innovatie aan ZonMw nieuwe middelen ter beschikking gesteld voor diagnostisch onderzoek. Doel hiervan is om nieuwe methoden te implementeren die sneller en nauwkeuriger de juiste middelen voor de juiste patiënt te selecteren. In de «roadmap» geneesmiddelenvisie die na de zomer naar de Kamer wordt gestuurd, staan per maatregel concrete acties genoemd met de daarbij behorende tijdlijnen.

Veiligheid, kwaliteit en doelmatigheid van hulpmiddelen In het kader van meer kwaliteit in de zorg wordt ook een impuls gegeven aan het hulpmiddelenbeleid. Er wordt in overleg met betrokken partijen onder meer gewerkt aan het ontwikkelen van richtlijnen en kwaliteitsnormen op het terrein van continentie-, stoma- en diabetes-hulpmiddelenzorg. De eerste resultaten zullen eind dit jaar gereed zijn. Met een intensivering via een ZonMw-programma Goed Gebruik Hulpmiddelen wordt doelmatigheid en kwaliteit in de hulpmiddelenzorg verbeterd. Door de hogere eisen die in Europees verband aan de veiligheid en kwaliteit van hulpmiddelen worden gesteld, wordt er van alle actoren in de markttoelatingsketen, van fabrikant tot inspectie, meer verwacht. VWS zal erop toezien dat er in 2017 een duidelijk implementatietraject wordt gestart waarbij de nieuwe eisen zich daadwerkelijk vertalen in meetbaar verbeterd beleid. Dit betreft voorlichting aan betrokkenen zoals de industrie, het aanscherpen van het markttoezicht, (het bijdragen aan) de totstandkoming van gemeenschappelijke specifi- caties door de Europese Commissie en geharmoniseerde normen, de (voorwaarden voor) klinisch onderzoek en het stimuleren van de ontwikkeling van producten met een meerwaarde voor de patiënt. Het RIVM zal vaker producten aan een onderzoek onderwerpen en gaat zich inzetten om zich als Europees referentielaboratorium/expertcentrum te positioneren op het terrein van medische hulpmiddelen.

Beleid en organisatie donorwerving in ziekenhuizen

Voor het bereiken van een zo groot mogelijk aantal orgaantransplantaties is de inzet en kennis in ziekenhuizen van cruciaal belang. De nu structureel in te bedden werkwijze is geïntroduceerd tijdens de in de jaren 2009–2016 uitgevoerde pilots in het kader van het masterplan orgaandonatie. Verwachte opbrengsten hiervan zijn het optimaliseren van de toestemmingen van nabestaanden, kwalitatief goede uitnameprocedures met zo min mogelijk belasting voor de nabestaanden en een optimale donorherkenning. Streven is financiering per 2018 uit de premie, in 2017 is hiervoor nog subsidie noodzakelijk.

Agenda gepast gebruik en transparantie ggz

Op basis van de Agenda voor gepast gebruik en transparantie in de ggz (agenda ggz voor gepast gebruik) hebben partijen een model kwaliteitsstatuut opgesteld. Voor alle aanbieders van curatieve ggz is het vanaf 1 januari 2017 verplicht om een kwaliteitsstatuut te hebben, zodat patiënten meer informatie hebben om hun keuze voor een zorgaanbieder op te baseren. Vanaf 2017 mogen alleen regiebehandelaren die voorkomen in het model kwaliteitsstatuut declareren. In 2017 moet een dertigtal zorgstandaarden gereed zijn. Voorts werken partijen in 2017 onder aanvoering van de NZa aan een nieuwe bekostiging voor de ggz die beter aansluit bij de zorginhoud en die in 2019 gereed moet zijn. Ook is een onderzoeksprogramma voor de ggz van start gegaan. In 2017 is voor de uitvoering van dit onderzoeksprogramma € 5 miljoen beschikbaar.

Programma Gender en gezondheid

In mei 2015 heeft ZonMw de kennisagenda Gender en gezondheid gepubliceerd. Op verzoek van de Minister heeft ZonMw in aansluiting daarop een programmeringsstudie uitgevoerd die januari 2016 is gepubliceerd. Tijdens het symposium van Women Inc (maart 2016) heeft VWS bekendgemaakt dat VWS vanaf 2016 € 12 miljoen beschikbaar stelt voor de uitvoering van het bij ZonMw in te richten onderzoeksprogramma Gender en gezondheid. Concrete doelstellingen en acties staan in dit onderzoeksprogramma.

Zorgnetwerken Antibioticaresistentie (ABR)

De samenwerking tussen instellingen en tussen de verschillende sectoren in de zorg is nog niet sterk genoeg georganiseerd om de ABR-problematiek toekomstbestendig te kunnen beheersen. Ziekenhuizen, verpleeghuizen, revalidatieklinieken en andere zorgaanbieders, zoals huisartsen, thuiszorg en GGD’en waartussen patiënten relatief vaak worden verplaatst, zullen regionaal in een netwerkverband moeten samenwerken. Een landelijke uniforme structuur met één aanspreekpunt en één verantwoordelijke die aanspreekbaar is als het niet goed loopt, is wenselijk.

Het huidige Regionaal Overleg Acute Zorg (ROAZ) biedt een basis als structuur om de belangrijkste partijen bijeen te brengen en de taken die nodig zijn binnen het netwerk uit te kunnen voeren.

Alleen op deze manier is het mogelijk de verspreiding van infectieziekten en antibioticaresistentie op een effectieve manier te bestrijden. Voor het opzetten en de uitvoering van deze netwerken wordt vanaf 2017

€ 7,5 miljoen vrijgemaakt. Vanaf 2019 loopt dit bedrag op tot

€ 15,1 miljoen. Per 2018 moeten er tien netwerken operationeel zijn.

Risicoverevening

Per 2017 zal de Zorgverzekeringswet volledig risicodragend worden uitgevoerd door zorgverzekeraars.

Ook in 2017 zullen weer diverse onderzoeken worden uitgevoerd met als doel om de risicoverevening in de toekomst verder te verbeteren. Hierbij wordt onder andere gebruik gemaakt van de uitkomsten van een brede,

fundamentele discussie die in 2016 is gevoerd.

Partijen hebben diverse inhoudelijke verbeteringen aangedragen. Deze inhoudelijke verbeteringen zijn besproken in de Werkgroep Ontwikkeling Risicoverevening (WOR) en leiden tot een onderzoeksprogramma ten behoeve van het risicovereveningsmodel 2018 en een meerjarig onderzoeksprogramma. Het meerjarige onderzoeksprogramma bevat onderzoeken waarvan de resultaten niet direct betrekking hebben op het vereveningsmodel voor komend jaar vanwege een fundamentele vraagstelling en langere doorlooptijd.

  • 4. 
    Budgettaire gevolgen van beleid
 

Begrotingsuitgaven (bedragen x € 1.000)

 

2015

2016

2017

2018

2019

2020

2021

Verplichtingen

8.697.819

3.678.480

675.197

2.963.307

3.090.875

3.173.410

3.221.435

Uitgaven

4.614.648

4.228.774

3.816.813

3.418.455

3.103.057

3.173.410

3.222.651

Waarvan juridisch verplicht (%)

   

99,5%

       
  • 1. 
    Kwaliteit en veiligheid

118.505

133.030

163.134

165.347

166.685

134.802

134.804

Subsidies

111.162

122.404

154.054

155.726

157.249

125.712

125.714

IKNL en NKI

51.542

51.730

51.730

51.730

51.730

51.730

51.730

Zwangerschap en geboorte

3.574

3.505

3.819

3.886

3.555

3.088

3.088

Registratie en uitwisseling zorgge-

             

gevens (PALGA)

3.264

3.303

3.647

3.647

3.647

3.647

3.647

Nictiz

5.113

5.412

5.412

5.412

5.412

5.412

5.412

Ontsluiten patiëntgegevens

             

ziekenhuizen

0

0

35.000

35.000

35.000

0

0

Orgaandonatie en transplantatie

11.890

11.260

11.214

11.214

11.214

11.214

11.214

Onderzoek Onco XL

0

0

2.000

2.000

2.000

2.000

2.000

FES/LSH projecten

6.855

7.742

1.085

0

0

0

0

UMC Groningen: Lifelines project

0

3.498

0

0

0

0

0

Expertisefunctie zintuigelijk

             

gehandicapten

21.263

21.644

21.633

21.633

21.633

21.633

21.633

Antibioticaresistentie

0

500

7.500

10.000

15.100

15.100

15.100

Inloophuizen kankerpatiënten

0

450

450

450

450

450

450

Uitvoering Agenda gepast gebruik en

             

transparantie ggz

0

1.500

2.500

0

0

0

0

Overig

7.661

11.860

8.064

10.754

7.508

11.438

11.440

Opdrachten

3.855

6.994

5.631

6.549

6.579

6.233

6.233

Publiekscampagne orgaandonatie

1.461

1.720

1.720

1.720

1.720

1.720

1.720

Overig

2.394

5.274

3.911

4.829

4.859

4.513

4.513

Bijdragen aan agentschappen

3.488

3.632

3.449

3.072

2.857

2.857

2.857

CIBG: Donorregister

2.746

2.380

2.380

2.380

2.380

2.380

2.380

Overig

742

1.252

1.069

692

477

477

477

 

2015

2016

2017

2018

2019

2020

2021

  • 2. 
    Toegankelijkheid en betaalbaarheid van de
             

zorg

4.324.964

3.925.032

3.468.912

3.147.578

2.826.218

2.930.153

2.993.153

Subsidies

14.224

20.879

31.217

30.067

29.648

27.621

30.621

Sluitende aanpak personen met

             

verward gedrag

0

1.500

14.000

14.000

14.000

14.000

14.000

Eerstelijns gezondheidscentra in

             

VINEX-gebieden

1.314

2.000

2.000

2.000

2.000

2.000

2.000

Anonieme e-mental health

925

2.000

0

0

0

0

0

Vertrouwenspersoon in de ggz

6.204

6.204

6.204

6.204

6.204

6.204

6.204

Suïcidepreventie

0

4.133

4.062

3.662

3.562

3.562

3.562

Kwaliteitsimpuls apothekers

0

2.858

2.823

2.848

1.964

0

0

Overig

5.781

2.184

2.128

1.353

1.918

1.855

4.855

Bekostiging

4.306.800

3.894.089

3.424.884

3.101.784

2.781.183

2.887.784

2.947.784

Rijksbijdrage Zorgverzekeringsfonds

             

voor financiering van verzekerden 18-

2.470.800

2.508.700

2.490.500

2.618.400

2.748.800

2.855.400

2.915.400

Rijksbijdrage dempen premie ten

             

gevolgen van HLZ

1.804.000

1.353.000

902.000

451.000

0

0

0

Zorg illegalen en andere onverze-

             

kerbare vreemdelingen

32.000

32.389

32.384

32.384

32.383

32.384

32.384

Opdrachten

2.670

8.646

10.852

13.800

13.616

12.977

12.977

Uitvoeren visie geneesmiddelen

0

800

2.000

2.700

2.700

2.700

2.700

Kwailteit, veiligheid, doelmatigheid

             

hulpmiddelen

0

0

1.000

2.000

3.000

3.000

3.000

Publiekscampagne Depressie

0

1.000

0

0

0

0

0

Overig

2.670

6.846

7.852

9.100

7.916

7.277

7.277

Bijdragen aan agentschappen

1.270

1.406

1.328

1.296

1.140

1.140

1.140

CIBG: WPG/GVS/APG

1.270

1.406

1.328

1.296

1.140

1.140

1.140

Bijdragen aan ZBO’s/RWT’s

0

12

631

631

631

631

631

ZiNL: Uitvoering Compensatie kosten

             

van zorg illegalen en andere

             

onverzekerbare vreemdelingen

0

12

631

631

631

631

631

  • 3. 
    Bevorderen werking van het stelsel

171.179

170.712

184.767

105.530

110.154

108.455

94.694

Subsidies

37.183

22.267

1.362

1.362

10.362

11.362

1.362

Stichting Klachten en Geschillen

             

Zorgverzekeringen

1.085

952

1.221

1.221

1.221

1.221

1.221

Overgang integrale tarieven medisch-

             

specialistische zorg

35.920

20.160

0

0

9.000

10.000

0

Overig

178

1.155

141

141

141

141

141

Inkomensoverdrachten

113.098

112.017

105.926

23.840

19.460

16.787

13.025

Overgangsregeling FLO/VUT ouderen-

             

regeling ambulancepersoneel

25.297

26.927

24.836

23.750

19.370

16.697

12.935

Schadevergoeding Erasmus MC

85.000

85.000

81.000

0

0

0

0

Overig

2.801

90

90

90

90

90

90

Opdrachten

4.746

8.419

4.593

4.593

4.593

4.566

4.566

Risicoverevening

1.857

1.906

1.906

1.906

1.906

1.906

1.906

Uitvoering zorgverzekeringstelsel

361

1.152

502

502

502

475

475

Patiëntenvervoer Waddeneilanden

0

3.000

0

0

0

0

0

Overig

2.528

2.361

2.185

2.185

2.185

2.185

2.185

Bijdragen aan agentschappen

16.152

17.871

15.586

15.586

15.588

15.588

15.588

CJIB: Onverzekerden en wanbetalers

16.152

17.871

15.586

15.586

15.588

15.588

15.588

Bijdragen aan ZBO’s/RWT’s

0

10.074

53.147

55.996

55.998

55.999

56.000

Zorginstituut Nederland:

             

Onverzekerden en wanbetalers

0

6.278

42.642

42.640

42.642

42.643

42.644

Zorginstituut Nederland: Doorlichten

             

pakket

0

3.271

10.355

13.356

13.356

13.356

13.356

 

2015

2016

2017

2018

2019

2020

2021

Overig

0

525

150

0

0

0

0

Bijdragen aan andere begrotingshoofd-

             

stukken

0

64

4.153

4.153

4.153

4.153

4.153

VenJ: Bijdrage C2000

0

64

4.153

4.153

4.153

4.153

4.153

Ontvangsten

98.455

60.955

60.955

60.955

60.955

60.955

60.955

Wanbetalers en onverzekerden

85.785

59.902

59.902

59.902

59.902

59.902

59.902

Overig

12.670

1.053

1.053

1.053

1.053

1.053

1.053

Bovenstaande informatie is bedoeld voor de Staten-Generaal. Aan dit overzicht kunnen geen rechten worden ontleend.

Budgetflexibiliteit

Subsidies

Van het beschikbare budget 2017 van € 186,6 miljoen is 93% juridisch verplicht. Het betreft diverse subsidies op het gebied van kwaliteit en (patiënt)veiligheid, subsidies ter bevordering van de toegankelijkheid en betaalbaarheid van de zorg en subsidies die de werking van het stelsel bevorderen.

Bekostiging

Van het beschikbare budget 2017 van € 3,6 miljard is 100% juridisch verplicht. Het betreft de rijksbijdrage aan het Zorgverzekeringsfonds voor de financiering van verzekerden jonger dan 18 jaar en de bekostiging van de compensatie van (een deel van) de gederfde inkomsten van zorgaanbieders als gevolg van het verstrekken van zorg aan illegalen en andere onverzekerbare vreemdelingen.

Inkomensoverdrachten

Van het beschikbare budget 2016 van € 105,9 miljoen is 100% juridisch verplicht. Het betreft de schadevergoeding aan het Erasmus MC en de overgangsregeling FLO/VUT voor het ambulancepersoneel.

Opdrachten

Van het beschikbare budget voor 2017 van € 21,1 miljoen is 87% juridisch verplicht. Het betreft diverse opdrachten op het gebied van kwaliteit en (patiënt)veiligheid en opdrachten die de toegankelijkheid en betaalbaarheid van de zorg en de werking van het stelsel moeten bevorderen.

Bijdragen aan agentschappen

Van het beschikbare budget voor 2017 van € 20,4 miljoen is 97% juridisch verplicht. Het betreft voornamelijk de bijdrage aan het CJIB voor de actieve opsporing van onverzekerden en wanbetalers Zorgverzeke-ringswet.

Bijdragen aan ZBO’s/RWT’s

Van het beschikbare budget voor 2017 van € 53,8 miljoen is 100% juridisch verplicht. Het betreft voornamelijk de bijdrage aan het Zorginstituut Nederland voor de actieve opsporing van onverzekerden en wanbetalers Zorgverzekeringswet en de middelen aan het Zorginstituut Nederland voor stringent pakketbeheer.

Bijdragen aan ander begrotingshoofdstukken

Van het beschikbare budget 2016 van € 4,2 miljoen is 100% juridisch verplicht. Het betreft de bijdrage aan C2000.

  • 5. 
    Instrumenten
  • 1. 
    Kwaliteit en veiligheid

Subsidies

Integraal kankercentrum Nederland (IKNL) en Nederlands Kanker Instituut (NKI)

Het Integraal Kankercentrum Nederland (IKNL) is een kennis- en kwaliteitsinstituut voor professionals en bestuurders in de oncologische en palliatieve zorg met als doel deze zorg voortdurend te verbeteren. Het IKNL draagt bij aan het verbeteren van de oncologische en palliatieve zorg door het verzamelen van gegevens, het opstellen van richtlijnen, het bewaken van kwaliteit, het faciliteren van samenwerkingsverbanden en bij- en nascholing. In totaal is voor de uitvoering van deze activiteiten in 2017 een bedrag van € 34,5 miljoen beschikbaar.

Het Nederlands Kanker Instituut (NKI) is een internationaal erkend centre of excellence op het gebied van oncologisch onderzoek. VWS financiert het Nederlands Kanker Instituut met als doel fundamenteel, translationeel en klinisch kankeronderzoek te bevorderen ten behoeve van verbetering van de overleving van kanker en kwaliteit van leven van de patiënt. Het NKI wordt op een aantal gebieden van fundamenteel en translationeel onderzoek gerekend tot de nationale en internationale top, zo blijkt o.a. uit internationale site-visits. In totaal is in 2017 een bedrag beschikbaar van € 17,2 miljoen. Ongeveer € 6,4 miljoen daarvan is bestemd voor de kapitaallasten.

Zwangerschap en geboorte

Vanaf het uitbrengen van het advies van de stuurgroep Zwangerschap en Geboorte «een goed begin» in 2010 is ingezet op de verbetering van de kwaliteit van de geboortezorg. De recente cijfers over de perinatale sterfte laten zien dat er sprake is van een dalende trend. Dat is goed nieuws. De cijfers uit verschillende andere Europese landen laten zien dat een verdere daling van de perinatale sterfte mogelijk is. De komende jaren zal daarom nog steeds worden ingezet op het doorvoeren van verbeteringen in de geboortezorg.

In 2017 is voor zwangerschap en geboorte in totaal circa € 3,8 miljoen beschikbaar. Hiervan worden het College Perinatale Zorg (CPZ) en Perined (de gefuseerde organisatie van de Perinatale Audit Nederland (PAN) en Perinatale Registratie Nederland (PRN) gesubsidieerd. Daarnaast is er voor de periode 2017–2021 € 12,2 miljoen beschikbaar voor een voortzetting van het ZonMw-programma Zwangerschap en geboorte op basis van de nieuwe onderzoeksagenda «Een gezonde start voor moeder en kind; Integrale zorg rondom zwangerschap en geboorte». De middelen voor dit ZonMw-programma zijn overgeheveld naar artikel 4.

Registratie en uitwisseling zorggegevens (PALGA)

De Stichting Pathologisch-Anatomisch Landelijk Geautomatiseerd Archief (PALGA) beheert de landelijke databank met alle pathologie-uitslagen en het computernetwerk voor de gegevensuitwisseling met alle pathologiela-boratoria in Nederland. Voor de uitvoering van deze activiteiten is in 2017 een bedrag beschikbaar van € 3,6 miljoen.

Nictiz

Het Nationaal ICT Instituut in de Zorg (Nictiz) is het landelijke expertisecentrum dat ontwikkeling van ICT in de zorg faciliteert. Voor de invulling van de coördinerende functie die Nictiz heeft bij de ontwikkeling van ICT-en informatiestandaarden en implementatieondersteuning bij het gebruik van deze standaarden is in 2017 een bedrag van € 5,4 miljoen beschikbaar. Om de zorgsector te ondersteunen bij de efficiënte inzet van eHealth, analyseert en duidt Nictiz ontwikkelingen in het gebruik van ICT in de zorg. Tevens fungeert Nictiz als nationaal en internationaal kennis-en expertisecentrum en vervult het een verbindende rol bij de ontwikkeling en het gebruik van ICT in de zorg.

Ontsluiten patiëntgegevens ziekenhuizen

Gedurende de periode 2017–2019 stel het Ministerie van VWS jaarlijks

€ 35 miljoen beschikbaar aan ziekenhuizen om hen in staat te stellen hun

ICT-infrastructuur patiëntgerichter te maken, zodat de patiënt toegang krijgt tot zijn gegevens en deze kan gebruiken voor regie over zijn gezondheid (bijvoorbeeld door de inzet van apps of delen met andere zorgverleners).

Orgaandonatie en transplantatie

Tabel: aantal orgaandonoren en aantal getransplanteerde organen

800

700 600 500 400 300 200 100

 
           
                         
                             
                               
                               
                                             
                                             
                                             

2008 2009 2010 2011 2012 2013 2014 2015

aantal postmortale orgaandonoren van wie minstens één orgaan is getransplanteerd in binnen- of buitenland

Aantal orgaantransplantaties in Nederland met postmortale organen

Bron: Nederlandse Transplantatiestichting. In de tabel is te zien dat gedurende een reeks van jaren zowel het aantal donoren als het aantal transplantaties toeneemt.

Ziekenhuizen in zeven landelijke regio’s rond de academische centra van Groningen, Nijmegen, Maastricht, Utrecht, Amsterdam, Leiden en Rotterdam krijgen subsidie voor beleid en organisatie rond orgaandonatie. Daarnaast wordt een deel van de Zelfstandig Uitname Teams (ZUT) gefinancierd voor zover deze niet onder de beschikbaarheidbijdrage postmortale orgaandonatie vallen. Het streven is erop gericht deze activiteiten vanaf 2018 vanuit de premie te financieren. Voor 2017 is een bedrag van € 6,7 miljoen gereserveerd.

0

De Regeling Donatie bij leven zorgt er voor dat niet-medische kosten die ontstaan door het bij leven afstaan van een nier worden vergoed aan de donor. In 2015 is de regeling geëvalueerd. Dit leidde er toe dat de regeling met ingang van 1 juli 2016 is aangepast. De aanpassingen betreffen onder meer het invoeren van een minimumvergoeding bij inkomstenderving voor ondernemers. De regeling wordt uitgevoerd door de Nederlandse Transplantatie Stichting (NTS). In 2017 is € 0,8 miljoen beschikbaar.

De NTS krijgt op structurele basis subsidie voor activiteiten op het terrein van voorlichting over orgaandonatie en het ondersteunen en monitoren van de donorwerving in ziekenhuizen. In 2017 gaat het om een bedrag van € 3,7 miljoen

Onderzoek OncoXL

Een aantal universiteiten zal haar excellente onderzoek op het gebied van kankeronderzoek bundelen in een virtueel onderzoeksinstituut (werktitel OncoXL). Hiermee wordt het onderzoek versterkt en wordt samenwerking met het bedrijfsleven geïntensiveerd. VWS heeft (net als OCW en EZ) toegezegd € 2 miljoen per jaar aan bij te dragen. Het initiatief zal naar verwachting eind 2016 van start gaan.

Expertisefunctie zintuiglijk gehandicapten

Per 1 januari 2015 is de extramurale zintuiglijk gehandicaptenzorg (ZG) overgaan vanuit de AWBZ naar de Zvw. De specifieke expertisefunctie van de aanbieders van ZG-zorg (voor Kennisinfrastructuur, R&D en innovatie en Voorlichting en kennisoverdracht) past niet binnen de Zvw, omdat zij niet onder te brengen is in prestaties ten behoeve van individuele cliënten. Via een instellingssubsidie wordt er voor zorg gedragen dat de expertisefunctie gecontinueerd kan worden. Voor 2017 is een bedrag van € 21,6 miljoen beschikbaar. Het komende jaar zal een onderzoek plaatsvinden naar de inrichting, reikwijdte en financiering van de expertisefunctie met als doel een andere manier van financieren vanaf 2018.

Antibioticaresistentie

Met veldpartijen zijn in 2015 doelstellingen overeengekomen die zijn vastgelegd in de meerjarenagenda ABR. Voor het verbeteren van de samenwerking tussen instellingen (ziekenhuizen, verpleeghuizen, revalidatieklinieken en andere zorgaanbieders, zoals huisartsen, thuiszorg en GGD’en in een regio) en tussen de verschillende sectoren zal oplopend naar 2019 € 15,1 miljoen worden vrijgemaakt. In 2017 is € 7,5 miljoen beschikbaar. Doel is om de antibioticaresistentieproblematiek in de zorg toekomstbestendig te kunnen beheersen. Hiertoe zullen zorgnetwerken worden gevormd. De middelen worden ingezet om professionals in te schakelen die het netwerk aansturen en ondersteunen en de kennis over antibioticaresistentie en infectiepreventie op niveau zullen brengen en houden. Daarnaast worden diagnostische testen ingezet bij uitbraken of preventieve activiteiten zoals prevalentiescreenings.

Inloophuizen kankerpatiënten

De stichting Inloophuizen en Psycho-oncologische centra Samenwerking en Ondersteuning (IPSO) ontvangt in de periode 2016–2019 projectsubsidie om het kwaliteitsbeleid van inloophuizen en psycho-oncologische centra door te ontwikkelen en te borgen. Ook zal de psychosociale zorg en ondersteuning in de oncologische zorgketen op regionaal niveau worden versterkt door alle relevante partijen in de regio samen te brengen en de formele en informele zorg onderling af te stemmen. In 2017 is € 0,5 miljoen beschikbaar.

Uitvoering Agenda gepast gebruik en transparantie in de ggz De uitvoering van de Agenda voor gepast gebruik en transparantie in de ggz (TK 25 424, nr. 292) wordt gefinancierd met zowel begrotingsmiddelen als met middelen uit het BKZ. Op de begroting is voor 2017 en 2018 een bedrag van respectievelijk € 1,5 miljoen en € 2,5 miljoen gereserveerd. Deze middelen zijn bestemd voor herstelacademies en zelfregienetwerken voor patiënten in de ggz, voor projecten ter versterking van het zelfmanagement van patiënten in de ggz (middelen voor deze projecten gaan naar het Landelijk Platform GGz) en voor destigmatisering (middelen gaan naar de Stichting samen sterk zonder stigma). Daarnaast is er de komende jaren 10 miljoen beschikbaar voor een ZonMw onderzoeksprogramma voor de ggz. De middelen voor dit programma zijn overgeheveld naar artikel 4.

Overig

Hier worden onder meer geraamd de subsidies voor de stichting Lareb (Teratologieservice en bijwerkingenregistratie en -analyse Rijksvaccinatie-programma) € 1,4 miljoen en de subsidies aan de stichting Geneesmiddelenbulletin (€ 0,5 miljoen) en de stichting Instituut voor Verantwoord Medicijngebruik voor Medicijnbalans (€ 0,5 miljoen). Ook worden hier de middelen geraamd voor een programma translationeel onderzoek. Voor 2017 is hiervoor een bedrag geraamd van € 1,3 miljoen.

Opdrachten

Publiekscampagne orgaandonatie

De publiekscampagne orgaandonatie is er op gericht het publiek te informeren over orgaandonatie en een positieve houding over het onderwerp orgaandonatie tot stand te brengen.

De nieuwe campagne «Een leven redden. Je hebt het in je.» wil twijfels en onzekerheden wegnemen, in eerste instantie door mensen aan te sporen het gesprek over orgaandonatie met elkaar aan te gaan. Voor de campagne wordt € 1,7 miljoen gereserveerd.

Programma Gender en gezondheid

Voor het doen van onderzoek naar genderverschillen in de gezondheidszorg, en het beter verspreiden van kennis gaat ZonMw de komende jaren het programma «Gender en gezondheid» uitvoeren. VWS stelt hiervoor in totaal € 12 miljoen ter beschikking. De middelen hiervoor zijn overgeheveld naar artikel 4.

Doelmatigheid UMC’s/Citrienfonds

Vanaf 2014 is voor een periode van 5 jaar een bedrag van € 25 miljoen beschikbaar gesteld aan de Nederlandse Federatie van Universitair medische centra (NFU) voor projecten die een bijdrage leveren aan een duurzame gezondheidszorg. Dit gebeurt in de vorm van een fonds, genaamd het Citrienfonds. Kern van het fonds is dat gewerkt wordt aan de belangrijkste uitdaging van dit moment: hoe zorgen we dat de kwaliteit van de zorg goed blijft of zelfs nog beter wordt én de zorg ook in de toekomst betaalbaar blijft?

De NFU heeft samen met het Ministerie van VWS een inventarisatie gemaakt van mogelijke projecten die hieraan kunnen bijdragen. Dit betreft onder andere het initiatief «registratie aan de bron» en «naar regionale oncologienetwerken». Deze gekozen projecten kunnen nog wijzigen als gevolg van nieuwe inzichten. ZonMw coördineert het traject. Na afloop van het fonds zal worden geëvalueerd in welke mate de doelstellingen zijn behaald. De middelen hiervoor zijn opgenomen onder artikel 4.

Experiment topklinische ziekenhuizen

Vanaf 2014 is voor een periode van vier jaar een bedrag van € 30 miljoen toegezegd aan een aantal Samenwerkende Topklinische Ziekenhuizen (STZ) voor een experiment waarmee een combinatie van zeer specialistische zorg en onderzoek in bovengenoemde ziekenhuizen gefinancierd kan worden. De middelen hiervoor zijn opgenomen onder artikel 4.

Overig

Hier worden onder meer de kosten voor het implantatenregister geraamd (€ 0,5 miljoen), de kosten voor de campagne vervalste geneesmiddelen (€ 0,5 miljoen) en de kosten van het vervolgprogramma Zwangerschap en Geboorte van ZonMw ter borging van de kennisinfrastructuur van negen regionale consortia. Hierdoor kan antwoord worden gegeven op nieuwe vragen die essentieel zijn om de ingeslagen weg van daling van perinatale sterfte voort te zetten (€ 0,8 miljoen in 2017).

Bijdragen aan agentschappen

CIBG: Donorregister

Het CIBG verzorgt het Donorregister waarin de keuze omtrent orgaandonatie van burgers wordt vastgelegd. Hiervoor is in 2017 € 2,4 miljoen gereserveerd.

  • 2. 
    Toegankelijkheid en betaalbaarheid van de zorg

Subsidies

Sluitende aanpak personen met verward gedrag

Voor een sluitende aanpak voor personen met verward gedrag wordt een samenhangend pakket aan maatregelen genomen waarvoor in 2016 € 15 miljoen en vanaf 2017 jaarlijks € 30 miljoen beschikbaar is gesteld. Om ervoor te zorgen dat iedereen in Nederland de zorg krijgt die hij/zij nodig heeft, wordt een subsidieregeling opgesteld waar zorgaanbieders – onder strikte voorwaarden – de kosten kunnen declareren voor zorg aan mensen die onverzekerd zijn. Deze subsidieregeling dekt alleen de eerste nood af. Opzet van de regeling is nadrukkelijk om deze mensen hierna alsnog zo snel mogelijk te verzekeren. Voor deze subsidieregeling is een budget van € 1,5 miljoen beschikbaar in 2016 en € 12 miljoen vanaf 2017. Tevens is er op de begroting vanaf 2017 jaarlijks € 2 miljoen beschikbaar voor onder andere de voortzetting van de activiteiten van het aanjaagteam verwarde personen en voor de verbetering van de kwaliteit van het vervoer van deze doelgroep.

Voor het vervoer zelf wordt vanaf 2017 jaarlijks € 6 miljoen beschikbaar gesteld. De middelen hiervoor zijn opgenomen bij de premie uitgaven aan ambulancezorg welke worden toegelicht in het Financieel Beeld Zorg. Daarnaast is er voor de periode 2017–2021 in totaal een bedrag van € 48 miljoen beschikbaar voor een meerjarig ZonMw programma om projecten en initiatieven te faciliteren die bijdragen aan het realiseren van een regionale sluitende aanpak voor personen met verward gedrag. De middelen hiervoor zijn opgenomen onder artikel 4.

Eerstelijns gezondheidscentra in VINEX-gebieden

Het is van belang dat er in grootschalige nieuwbouwlocaties, waar nog niet voldoende patiënten wonen, geïntegreerde eerstelijnszorg wordt aangeboden. Daarom worden gezondheidscentra in grootschalige nieuwbouwlocaties contractueel belast met het aanbieden van die zorg bij wijze van dienst van algemeen economisch belang. Dit betekent dat zij de taak hebben om op die locaties geïntegreerde eerstelijnszorg te verlenen en verder te ontwikkelen. Hiertoe zullen zij gedurende de aanloopperiode (maximaal vijf jaar) subsidie ontvangen. Hiervoor is voor 2017 € 2 miljoen gereserveerd.

Vertrouwenspersoon in de ggz

De patiëntenvertrouwenspersoon is de onafhankelijke ondersteuner van cliënten in de ggz. De werkzaamheden van de patiëntenvertrouwenspersoon hebben een wettelijke basis in de Wet Bijzondere opnemingen in psychiatrische ziekenhuizen (Wet Bopz) en het besluit patiëntenvertrouwenspersoon Bopz. Met de subsidie stelt VWS de Stichting Patiëntvertrouwenspersoon (PVP) in staat deze wettelijke taak onafhankelijk van de instellingen uit te voeren. Daarnaast financiert VWS de Landelijke Stichting Familievertrouwenspersonen (LSFVP) om uitvoering te geven aan de motie-Joldersma c.s. (TK 30492, nr. 23). In deze motie is verzocht om in iedere ggz-instelling een familievertrouwenspersoon beschikbaar te hebben. Een familievertrouwenspersoon voorziet familieleden en naasten van advies, bijstand en informatie over de patiënt in de geestelijke gezondheidszorg. De omvang van de financiering is gebaseerd op een landelijk dekkend netwerk van familievertrouwenspersonen die ondersteuning van hoogwaardige kwaliteit kunnen bieden, zorg draagt voor het werken in triade als methodiek en als uitgangspunt van de samenwerking met de ggz-instellingen. De inzet en steun vanuit het familievertrou-wenswerk is in het kader van de instellingssubsidie onlosmakelijk verbonden aan familie van patiënten die reeds in zorg zijn.

In totaal is voor deze activiteiten in 2017 een bedrag beschikbaar van € 6,2 miljoen.

Suïcidepreventie

De impact van een (poging tot) suïcide is groot, zowel voor de nabestaanden en naasten als voor de omgeving en de samenleving. Het aantal suïcides vertoonde sinds 2008 in Nederland een stijgende lijn. De cijfers over het aantal suïcides in 2014 zijn voor het eerst gedaald met ongeveer 1% (van 1.857 in 2013 naar 1.839 in 2014). VWS financiert ten behoeve van acute anonieme hulp die 24/7 beschikbaar is, Stichting 113Online. De instellingssubsidie voor Stichting 113Online (per 1 januari 2016 gefuseerd met Ex 6) is met ingang van 2016 substantieel verhoogd om meer hulp te kunnen bieden en haar expertisefunctie te kunnen verstevigen. De hoogte van de instellingssubsidie loopt gefaseerd op van € 3,1 miljoen. in 2017 tot € 3,6 miljoen in 2019.

Daarnaast financiert VWS de coördinatie en het aanjagen van de uitvoering van de Landelijke agenda suïcidepreventie en een regionale aanpak om suïcidepreventie vorm te geven (Supranet). De Landelijke agenda heeft een looptijd van 2014–2017, de regionale aanpak wordt gedurende 2016–2018 gefinancierd. De Kamer wordt jaarlijks geïnformeerd over de landelijke suïcidecijfers en de uitvoering van deze agenda. In totaal is voor deze activiteiten in 2017 een bedrag beschikbaar van € 0,9 miljoen.

Naar aanleiding van de aangenomen motie Van der Staaij (TK 25424, nr. 264), is voor de periode 2016–2020 een bedrag van € 3,2 miljoen beschikbaar gesteld aan ZonMw ten behoeve van een meerjarig onderzoeksprogramma suïcidepreventie. Met de uitvoering van onderzoek is in

2016 een start gemaakt. De middelen hiervoor zijn opgenomen onder artikel 4.

Memorabel

Voor het vervolg op het ZonMw onderzoeksprogramma Memorabel (deel 2) is in totaal € 32 miljoen beschikbaar voor de periode 2017–2020. Met dit programma wordt een belangrijke bijdrage geleverd aan het onderzoek naar zowel de oorzaken, preventie, diagnostiek en behandeling van dementie en de zorg voor mensen met dementie. Voor de curatieve zorg is hier jaarlijks € 3 miljoen voor beschikbaar gesteld, die zijn overgeheveld naar artikel 4.

Kwaliteitsimpuls apothekers

In het bestuurlijk overleg Farmacie is het belang van de apotheker als zorgverlener in de eerste lijn benadrukt. De apotheker werkt samen met andere zorgverleners in een sterke, geïntegreerde eerste lijn zo dicht mogelijk bij de patiënt. Om de huidige generatie openbaar apothekers, net als de nieuwe generatie openbaar apothekers, klaar te stomen voor de veranderingen in het beroep en te borgen dat zij bekwaam zijn en blijven in het verlenen van farmaceutische patiëntenzorg wordt via een subsidie aan de KNMP een stimuleringsprogramma voor competentieontwikkeling van openbaar apothekers op de gewenste gebieden georganiseerd. In

2017 is hiervoor € 2,8 miljoen gereserveerd.

Bekostiging

Rijksbijdrage Zorgverzekeringsfonds voor financiering van verzekerden 18-Kinderen tot achttien jaar betalen geen nominale premie Zvw. De rijksbijdrage Zorgverzekeringsfonds (circa € 2,5 miljard) voorziet in de financiering van deze premie.

Rijksbijdrage demping premie ten gevolgen van HLZ De transitie van de AWBZ naar de Wlz, waarbij tevens overhevelingen plaatsvinden van de AWBZ naar de Zvw, zorgt voor een effect op de Zvw-premie. Een tegengesteld effect doet zich voor als gevolg van de overheveling van de jeugd-ggz naar de gemeenten. Om het gesaldeerde premie-effect te dempen is een rijksbijdrage ingevoerd. Deze rijksbijdrage loopt af van € 1,804 miljard in 2015 naar € 0 in 2019. In 2017 is de rijksbijdrage circa € 0,9 miljard.

Zorg aan illegalen en andere onverzekerbare vreemdelingen Zorgaanbieders kunnen een bijdrage vragen aan het Zorginstituut Nederland als zij medisch noodzakelijke zorg hebben verleend aan illegalen en andere onverzekerbare vreemdelingen en de kosten daarvan niet of niet volledig verhaalbaar blijken op de patiënt. Zorgaanbieders kunnen in aanmerking komen voor compensatie uit collectieve middelen onder in de wet (Zvw, art. 122a) gestelde voorwaarden. Voor compensatie aan de zorgaanbieders is in 2017 € 32,4 miljoen beschikbaar.

Opdrachten

Uitvoeren visie geneesmiddelen en kwaliteit, veiligheid en doelmatigheid

hulpmiddelen

Voor het uitvoeren van de visie geneesmiddelen is een bedrag van

€ 2 miljoen in 2017 oplopend naar € 2,7 miljoen vanaf 2018 gereserveerd.

Voor het verbeteren van de kwaliteit, veiligheid en doelmatigheid van de hulpmiddelenvoorziening is in 2017 een bedrag gereserveerd van

€ 1 miljoen in 2017 oplopend naar € 3 miljoen in 2019.

Aanvulling ZonMw-programma Doelmatigheidsonderzoek

Tijdens de behandeling van de begroting 2015 is het amendement van het lid Rutte (TK 34 000 XVI, nr. 39) aangenomen voor de financiering van de cyclus omtrent zorgevaluaties, aanpassing van richtlijnen en inkoopbeleid van zorgverzekeraars. Doel is hiermee de kwaliteit en doelmatigheid in de zorg te bevorderen. Hierbij zal een inhoudelijke link worden gelegd met de

Kwaliteits- en Doelmatigheidsagenda Medisch-Specialistische Zorg

(hoofdlijnenakkoord MSZ). Hiertoe wordt het budget voor het doelmatig- heidsprogramma bij ZonMw voor drie jaar verhoogd met in totaal

€ 3 miljoen (gegeven de looptijd van het hoofdlijnenakkoord t/m 2017).

Deze middelen worden verantwoord op artikel 4.

Overig

Het resterende deel van het budget voor opdrachten is onder andere bestemd voor opdrachten op het gebied van de Uitvoering wet verplichte GGZ, Monitoring van effecten Basis GGZ, Dwang in de Zorg en de Publiekscampagne GGZ informatievoorziening rond geneesmiddelen door de stichting Farmaceutische Kengetallen, Medicijnbalans, een monitor voorschrijven huisartsen, vervaardiging van FTO-materialen (voor farmacotherapeutisch overleg) en informatievoorziening voor de patiënt.

Bijdragen aan agentschappen

CIBG: WGP/GVS/APG

Het agentschap zorgt voor het register van apotheekhoudende huisartsen (€ 0,2 miljoen), het Geneesmiddelenvergoedingensysteem (€ 0,4 miljoen) en het uitvoeren van de Wet Geneesmiddelenprijzen (€ 0,6 miljoen). Daarnaast verzorgt het CIBG de vergunning- en ontheffingverlening op grond van diverse wetten.

  • 3. 
    Ondersteuning van het stelsel

Subsidies

Stichting klachten en geschillen zorgverzekeringen De subsidie voor het project «Zorgverzekeringslijn» bij de Stichting Kwaliteit en Geschillen wordt de komende jaren voortgezet. In 2017 gaat het om een bedrag van € 1,2 miljoen. De activiteiten van de Zorgverzekeringslijn voorzien in informatie en advies over de zorgverzekering, de verzekeringsplicht, wat te doen bij betalingsproblemen of onverzekerdheid en biedt zo nodig en gewenst een doorverwijzing naar lokaal welzijnswerk of schuldbemiddeling. Deze activiteiten worden op de volgende wijze uitgevoerd:

Telefonisch informatie- en adviespunt voor vragen over de zorgverzekering.

Via Zorgverzekeringslijn.nl wordt aan jongeren van (bijna) 18 jaar en ouder, personen die onlangs in Nederland zijn komen wonen en/of werken, wanbetalers en onverzekerden informatie verstrekt over de Zorgverzekeringswet. Diverse voorlichtingsmaterialen.

Voorlichting in de vorm van onder meer gastlessen over verzekeringsplicht en gevolgen van wanbetaling aan jongeren.

Overgang integrale tarieven medisch-specialistische zorg De budgetten in de jaren 2019 en 2020 betreffen nabetalingen in het kader van de subsidieregeling overgang integrale tarieven MSZ 2015 en 2016. Op aanvraag wordt 80% van het subsidiebedrag van € 100.000 per specialist uitgekeerd. Bij de vaststelling in 2019 respectievelijk 2020 volgt het restant van 20%.

Inkomensoverdrachten

Overgangsregeling FLO/VUT ouderenregeling ambulancepersoneel Bij de afschaffing van de regelingen rond Functioneel Leeftijdsontslag/ Vervoegde Uittreding (FLO/VUT) rond 2006 heeft de rechter destijds bepaald dat de kosten van het overgangsrecht in de tarieven voor de publieke ambulancediensten dienden te worden verwerkt. Om de continuïteit van ambulancezorg te garanderen en om een ongelijk speelveld tussen de verschillende soorten ambulancediensten (publiek, B3 en particulier) te voorkomen zijn vervolgens afspraken gemaakt over de vergoeding van het overgangsrecht ouderenregelingen voor de verschillende diensten. Deze afspraken zijn afhankelijk van de cao’s die voor de verschillende diensten golden. Met elk van de groepen is een overeenkomst gesloten, waarin is geregeld dat een groot deel van de kosten bij VWS gedeclareerd kan worden. Om verschillen in de tariefstelling ten gevolge van de ouderenregelingen te voorkomen, is ervoor gekozen de betalingen van alle drie deze regelingen via de begroting van VWS te laten verlopen (bijdrage 2017 € 24,8 miljoen).

Schadevergoeding Erasmus MC

In een bindend advies is de schadevergoeding die VWS aan Erasmus MC moet betalen vanwege het niet nakomen van twee toezeggingen uit 2009 vastgesteld op € 235,9 miljoen (stand ultimo 2014, exclusief rente). Erasmus MC lijdt schade als gevolg van handelingen en investeringen die het zonder de toezeggingen niet zou hebben verricht respectievelijk gedaan. Erasmus MC heeft op basis van de toezeggingen een nieuwbouwproject met een onrendabele top (lasten ongedekt door relevante inkomsten) ondernomen en zou zonder de toezeggingen een dergelijk nieuwbouwproject niet hebben uitgevoerd (TK 25 268, nrs. 120 en 126). VWS heeft in 2015 en 2016 een bedrag van € 85 miljoen betaald en voldoet het restant in 2017 (€ 81 miljoen).

Opdrachten

Risicoverevening

Het systeem van risicoverevening wordt jaarlijks aangepast aan de gewijzigde omstandigheden in de zorg. In de brief «Kwaliteit loont» (TK 31 765, nr. 116) is al aangekondigd dat extra middelen worden vrijgemaakt voor onderzoek en de begeleidingscapaciteit binnen het ministerie. Hiervoor is in 2017 circa € 1,9 miljoen beschikbaar.

Naar aanleiding van de fundamentele discussie wordt de lijn doorgezet om bij de verbetering van de risicoverevening voor de kosten van de somatische zorg inclusief wijkverpleging en de kosten van de geestelijke gezondheidszorg, de aandacht te richten op het beter compenseren voor chronisch zieken en andere verzekerden die veel zorg gebruiken. Voor verzekeraars wordt het hierdoor aantrekkelijk om zich te richten op deze groep verzekerden. Verder vindt er een kwantitatieve analyse plaats van de werking van het vereveningssysteem.

Verdere ontwikkeling DBC’s

De middelen op de begroting van VWS voor de (door)ontwikkeling en het beheer van de DBC-systematiek worden beschikbaar gesteld aan de NZa. Deze middelen worden geraamd op artikel 4 Zorgbreed beleid.

Bijdragen aan agentschappen

CJIB: onverzekerden en wanbetalers

Het kabinet vindt het ongewenst dat mensen zich aan de solidariteit van de Zorgverzekeringswet onttrekken door zich niet te verzekeren. Op grond van de Wet opsporing en verzekering onverzekerden zorgverzekering (Wet Ovoz) worden onverzekerde verzekeringsplichtigen actief opgespoord. Die opsporing vindt plaats door het Zorginstituut Nederland (ZiNL)2 in samenwerking met de Sociale Verzekeringsbank (SVB). Bij niet nakomen van de verzekeringsplicht kan tot twee keer een bestuursrechtelijke boete worden opgelegd. Inning van de bestuurlijke boetes vindt plaats door het Centraal Justitieel Incasso Bureau (CJIB). De uitvoeringskosten van het ZiNL, de SVB en het CJIB worden door VWS betaald. Hiervoor is in 2017 voor het CJIB € 15,6 miljoen beschikbaar. Nieuw in 2017 zijn de kosten voor het opzetten en uitvoeren van een gegevensuitwisseling met zorgverzekeraars van personen die ingevolge de Zorgverzekeringswet verzekerd zijn, maar geen grondslag hebben voor verzekering ingevolge de Wet langdurige zorg. Dit zijn mogelijk ten onrechte verzekerde personen.

Op grond van de wanbetalersregeling in de Zvw worden wanbetalers (www.staatvenz.nl/kerncijfers/wanbetalers-zorgverzekering) die geen premie betalen bij een premieachterstand van zes maanden overgedragen aan het ZiNL. Via onder andere bronheffing betalen zij verplicht een bestuursrechtelijke premie die vanaf 1 juli 2016 125% van de gemiddelde nominale Zvw-premie bedraagt. De uitvoeringskosten van het ZiNL worden door VWS betaald. Van de bestuursrechtelijke premie die wanbetalers betalen vloeit 23% naar de ontvangsten op de VWS-begroting. De overige ontvangsten vloeien in het Zorgverzekeringsfonds.

Vanaf 1 juli 2016 is de Regeling Uitstroom bijstandsgerechtigden in werking getreden. Door samenwerking tussen gemeenten en zorgverzekeraars kan de gemeente bijstandsgerechtigden selecteren voor duurzame uitstroom uit het bestuursrechtelijke premieregime. De gemeente houdt op de uitkering premie én een aflossingsbedrag in voor het aflossen van schuld bij de zorgverzekeraar. Als mensen de regeling drie jaar volhouden kunnen ze uitstromen. De resterende schuld wordt dan kwijtgescholden.

Gestreefd wordt naar een overheveling van de burgerregelingen, waaronder de opsporing onverzekerden en de wanbetalersregeling, van Zorginstituut Nederland naar het CAK per 1 januari 2017 Omdat dat besluit nog niet definitief is genomen wordt in deze begroting nog gesproken over Zorginstituut Nederland.

2

Bijdragen aan ZBO’s/RWT’s

Zorginstituut Nederland: onverzekerden en wanbetalers Het Zorginstituut verricht activiteiten op het gebied van het opsporen van onverzekerden. Hiervoor is in 2017 € 42,6 miljoen beschikbaar. Zie verder de toelichting hiervoor bij Bijdragen aan agentschappen (CJIB).

Zorginstituut Nederland: Doorlichten pakket

In het regeerakkoord Rutte-Asscher is afgesproken dat het Zorginstituut Nederland (ZiNL) jaarlijks een deel van het verzekerd pakket zal doorlichten (stringent pakketbeheer/systematische doorlichting pakket). Hiervoor wordt aan het ZiNL aanvullend budget beschikbaar gesteld ten behoeve van de uitbreiding van personele capaciteit en onderzoek. Voor 2017 is een budget van € 10,4 miljoen beschikbaar.

Bijdragen aan andere begrotingshoofdstukken

VenJ: Bijdrage C2000

VWS draagt 4,8% bij aan de exploitatiekosten van het digitale communicatiesysteem voor de hulpverleningsdiensten, C2000. Daarmee is het aandeel van de ambulancezorg gedekt. Deze uitgaven bedragen voor 2017 € 4,2 miljoen.

Ontvangsten

Wanbetalers en onverzekerden

De ontvangsten als gevolg van de aan wanbetalers opgelegde bestuurs-rechterlijke premie worden met ingang van 2012 voor 30/130ste deel toegevoegd aan de begroting van VWS, waaruit de uitvoeringskosten worden gefinancierd.

Op 1 juli 2016 is de wet «Verbetering wanbetalersmaatregelen» inwerking getreden. Met deze wet komen de bestuurlijke boeten, bedoeld in de artikelen 9b en 9c (onverzekerdenregeling), niet meer ten gunste van het Zorgverzekeringsfonds, maar vloeien naar de ontvangsten op de VWS-begroting (artikel 9c, 4e lid, Zvw) www.staatvenz.nl/kerncijfers/ onverzekerden-zorgverzekering. Voor 2017 worden de totale ontvangsten op de VWS-begroting (voor zowel wanbetalers als onverzekerden) geraamd op € 59,9 miljoen.

Beleidsartikel 3 Langdurige zorg en ondersteuning 1. Algemene doelstelling

Een stelsel voor maatschappelijke ondersteuning en langdurige zorg dat

  • 1. 
    ieder mens in staat stelt om zijn leven zo lang mogelijk zelf in te vullen en 2. – wanneer dit nodig is – thuis of in een instelling kwalitatief goede ondersteuning en zorg biedt. Daarbij worden ondersteuning en zorg aangeboden aansluitend op informele vormen van hulp. De complexiteit van de zorgvraag en de weerbaarheid van de burger staan centraal. Er wordt gestreefd naar welbevinden en een afname van de afhankelijkheid van ondersteuning en zorg. Dit alles tegen maatschappelijk aanvaardbare kosten.

In dit begrotingsartikel zijn de begrotingsuitgaven voor de maatschappelijke ondersteuning en langdurige zorg opgenomen.

De premie-uitgaven en -ontvangsten op het terrein van de maatschappelijke ondersteuning en langdurige zorg komen aan bod in het hoofdstuk Financieel Beeld Zorg (FBZ).

  • 2. 
    Rol en verantwoordelijkheid Minister

De Minister is verantwoordelijk voor een effectief en efficiënt werkend systeem van langdurige zorg en maatschappelijke ondersteuning in Nederland. Mensen die zorg en ondersteuning nodig hebben, dienen dit of thuis of in een instelling op maat en van een goede kwaliteit te krijgen.

Gemeenten dragen zorg voor de ondersteuning via de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (Wmo 2015). Het budget voor de Wmo 2015 wordt via de integratie-uitkering Sociaal domein aan gemeenten uitgekeerd. Daarnaast ontvangen gemeenten budget voor de integratieuitkering Wmo/huishoudelijke verzorging, de decentralisatie-uitkeringen maatschappelijke opvang en vrouwenopvang, en de algemene uitkering van het gemeentefonds.

Voor mensen met een blijvende behoefte aan permanent toezicht en die 24 uur per dag zorg in de nabijheid nodig hebben, is zorg vanuit de Wet langdurige zorg (Wlz) beschikbaar. Zorgkantoren sluiten namens Wlz-uitvoerders overeenkomsten met zorgaanbieders voor het leveren van verzekerde zorg. Het kan onder andere gaan om verblijf in een instelling, persoonlijke verzorging en verpleging en/of geneeskundige zorg in natura of in de vorm van een persoonsgebonden budget.

De Minister is verantwoordelijk voor:

Regisseren:

– De Minister stelt de wettelijke kaders van de Wmo 2015 en de Wlz vast en stuurt onder meer door het maken van bestuurlijke afspraken. – De Minister is verantwoordelijk voor het monitoren en evalueren van de werking van de Wmo 2015 en de Wlz.

Stimuleren:

– De Minister stimuleert vernieuwing in de maatschappelijk ondersteuning en de langdurige zorg en jaagt deze aan. Vernieuwing wordt hoofdzakelijk door burgers, cliëntenorganisaties, gemeenten, zorg- en welzijnsaanbieders en zorgverzekeraars vormgegeven.

– De Minister stimuleert de ontwikkeling en verspreiding van kennis, waaronder goede voorbeelden en innovaties op het gebied van maatschappelijke ondersteuning en langdurige zorg en initiatieven om de kwaliteit en het innoverend vermogen van de ondersteuning en zorg te versterken.

Financieren:

– De Minister draagt zorg voor het financieren van de Wmo 2015 en de Wlz.

– De Minister is (mede)financier door onder meer de rijksbijdrage in de kosten van kortingen (BIKK) in de Wlz en door het financieren van partijen die een belangrijke rol vervullen binnen het stelsel, zoals het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) en het Centrum voor Consultatie en Expertise (CCE).

  • 3. 
    Beleidswijzigingen

Voor 2017 ligt de focus op de praktijk – zorgen dat het werkt – en vernieuwing.

De beleidswijzigingen voor 2017 zijn:

– In de brief «Waardig leven met zorg» van 26 februari 2016

(TK 34 104, nr. F) zijn tien acties aangekondigd om in samenwerking met het veld de uitvoering van de langdurige zorg de komende drie jaar te vernieuwen. De tien acties – waarvan het overgrote deel per 2017 tot implementatie leidt- zijn erop gericht de toegang tot/overgang naar de Wlz soepeler te laten verlopen, zorgaanbieders en zorgkantoren echt naar cliënten te laten luisteren, het zorgaanbod op hun wensen toe te snijden en meer te innoveren. Voorts geldt dat in 2017 twee experimenten met persoonsvolgende bekostiging in de Wlz starten: één experiment voor de sector verpleging en verzorging in de regio Zuid-Limburg en één experiment voor de sector gehandicaptenzorg in de regio Rotterdam.

– Op 10 februari 2015 is het programma «Waardigheid en Trots,

liefdevolle zorg voor onze ouderen» gepresenteerd, met als doel om de verpleeghuiszorg in Nederland te verbeteren (TK 31 765, nr. 124). Het plan bevat een brede aanpak waarbij op 5 speerpunten 25 projecten worden uitgevoerd. In 2017 wordt het nieuwe kwaliteitskader geïmplementeerd dat in 2016 wordt opgeleverd, werken 180 aanbieders op verschillende onderwerpen aan het verbeteren van de kwaliteit en worden de resultaten hiervan gedeeld met de rest van de sector en worden regionaal debatten gevoerd over verpleeghuiszorg van de toekomst. De Tweede Kamer wordt tweemaal per jaar over het programma geïnformeerd door voortgangsrapportages.

– In 2017 zullen de stappen in het actieprogramma voor de kwaliteit in de gehandicaptenzorg, waarmee in de aanloop van 2016 is begonnen, nader worden uitgewerkt ter ondersteuning van de speerpunten (TK 24 170, nr. 152).

– Via het onderzoeksprogramma «Memorabel» zijn de afgelopen vier jaar belangrijke onderzoeken naar zowel de oorzaken, preventie, diagnostiek en behandeling van dementie en de zorg voor mensen met dementie gestart. Ook de internationale samenwerking bij onderzoek door deelname aan het Joint Programme Neurodegenerative Diseases Research (JPND) laat zien dat Nederlands dementie-onderzoek van hoog niveau is. De onderzoeksprojecten leveren beide goede resultaten op. Voor een voortzetting van Memorabel en de deelname aan JPND is via ZonMw in totaal aanvullend € 32 miljoen subsidie beschikbaar voor de periode 2017–2020. Het doel is de komende jaren deze zorg nog verder te verbeteren en te werken aan de volledige implementatie van de zorgstandaard dementie. Het Deltaplan Dementie ontwikkelt in samenspraak met betrokken veldpartijen een zorgverbeterprogramma dementie, zodat degenen die met dementie te maken krijgen, zo goed mogelijke zorg krijgen als zij dat nodig hebben. Alleen zorg is echter niet genoeg voor mensen met dementie en hun naasten. Zij moeten ook in het dagelijks leven begrip en ondersteuning krijgen van de gehele samenleving en deel blijven uitmaken van de samenleving. Daarom is een subsidie van € 2,3 miljoen verstrekt voor de opstart van het programma Dementievrienden. Het Deltaplan Dementie werkt hierin samen met Alzheimer Nederland en PGGM. De Tweede Kamer is hierover geïnformeerd per brief van 9 mei 2016 (TK 25 424, nr. 313). De beoogde totale programmaduur is 5 jaar. In 2017 zal worden besloten over subsidie voor het vervolg, waarbij dan het doel zal zijn voor eind 2017 ten minste 50.000 mensen als dementievriend hebben geregistreerd.

Per 2017 wordt de regeling Palliatieve terminale zorg verlengd en beperkt gewijzigd. De wijzigingen verruimen de reikwijdte van de regeling en faciliteren een bredere inzet van de vrijwillige palliatieve terminale zorg. De nieuwe regeling loopt tot 2022. Tijdens de verdere ontwikkeling van het programma antibioticaresis-tentie is gebleken dat in de langdurige zorg extra inspanningen nodig zijn om de doelstellingen te halen zoals die in juni 2015 met de partijen in het veld zijn overeengekomen. De extra inspanningen in 2017 richten zich op betere hygiëne, zorgvuldiger antibiotica voorschrijven en extra informatie over de prevalentie en incidentie van bijzonder resistente micro organismen (BRMO).

Op 2 mei 2016 is de ontwikkelagenda «Voortgang en ambitie Wmo, volwaardig meedoen» aan de Tweede Kamer gepresenteerd (TK 29 538, nr. 214). Met organisaties van cliënten en de VNG zal op basis van een landelijke ontwikkelagenda ook in 2017 de doorontwikkeling van de uitvoering op lokaal en regionaal niveau van impulsen worden voorzien, zodat het voor de cliënt merkbaar beter wordt. De activiteiten zijn er op gericht om de positie van de cliënt te versterken, echt maatwerk in levensbrede (integrale) ondersteuning mogelijk te maken en een inclusieve samenleving, verrijkt met maatschappelijke initiatieven te bevorderen. Voor meer informatie wordt verwezen naar de ontwikkelagenda.

In 2017 heeft het platform inclusie, een centrale rol bij de implementatie van het VN-verdrag voor de rechten van mensen met een handicap en zal het onder andere gemeenten, maatschappelijke organisaties en sectoren ondersteunen om tot concrete acties te komen die bijdragen aan een meer toegankelijke en inclusieve samenleving. De ambitie van het Verdrag is dat iedereen, mensen met of zonder een beperking, volwaardig kan deelnemen aan de samenleving. De afgelopen jaren heeft de overheid beleid ontwikkeld om de mantelzorger te ondersteunen. Zijn juridische positie is versterkt en ondersteuning als respijtzorg krijgt steeds meer vorm. Er is erkenning dat mantelzorg deel uitmaakt van de «driehoek» van de cliënt, professionele zorg en mantelzorgverlener. In 2017 is het tijd voor een volgende stap, met daarin aandacht voor verdere integrale ondersteuning van mantelzorger met bijvoorbeeld aandacht voor werk en mantelzorg of huisvesting en mantelzorg alsook voor meer maatschappelijke bewustwording. Onderdeel hiervan is een campagne voor een mantelzorgvriendelijke samenleving.

– In 2017 is het beleid op het terrein van pgb-trekkingsrechten gericht op het structureel verbeteren, toekomstbestendig maken en meer gebruiksvriendelijk inrichten van het trekkingsrecht voor de budgethouder: hoofdcomponenten hierbij zijn het op nieuwe wijze ontwikkelen van een portaal, standaardiseren en digitaliseren en taken en verantwoordelijkheden van de verstrekker beter borgen.

– In 2017 wordt de pilot integraal pgb afgerond en worden de geleerde lessen (succesfactoren en leerpunten) opgenomen in een eindrapport dat aan de Tweede Kamer zal worden gestuurd. De AMvB integraal pgb en de bestuurlijke afspraken tussen de staatssecretarissen van VWS, SZW en OCW maken het mogelijk dat de gemeenten Delft en Woerden tot 1 juli 2017 kunnen experimenteren. Gedurende het traject worden de geleerde lessen en knelpunten geïnventariseerd door TNO.

– De transitie naar een betere aansluiting van het huidige zorgaanbod en de vraag om langer zelfstandig te wonen met nieuwe zorgarrangemen-ten, zal meerdere jaren beslaan. In regio’s of gemeenten worden afspraken gemaakt tussen gemeenten, woningcorporaties en zorgaanbieders over het aantal geschikte woningen en de te leveren zorg en ondersteuning om mensen langer zelfstandig te kunnen laten wonen. Zoals aangekondigd in de brief «Reactie op het Eindrapport «Aanjaagteam Langer Zelfstandig Wonen»» van 23 mei 2016 (TK 32 847, nr. 228) bereiden de Staatssecretaris van VWS en de Minister voor Wonen en Rijksdienst met de VNG een ondersteuningsprogramma voor de ontwikkeling van een meerjarige, integrale visie en uitvoeringsagenda op het gebied van wonen en zorg. Dit ondersteuningsprogramma is eind 2016 gereed en wordt in 2017 geïmplementeerd.

– Om vernieuwing in de thuisondersteuning te stimuleren wordt een kennis- en ontwikkelprogramma thuisondersteuning opgezet, zoals is aangekondigd in de brief Uitgangspunten voor een toekomstvaste langdurige zorg en ondersteuning van 4 december 2015 (TK 29 282, nr. 238). In dit programma worden goede voorbeelden en innovaties uit lokale pilots gericht op integrale thuisondersteuning verzameld, ten behoeve van een brede verspreiding van deze kennis. De gemeenten die pilots gaan doen worden in 2016 geworven en de eerste resultaten en kennisproducten worden in 2017 verwacht en verspreid.

– In 2017 zal tevens de nadruk blijven liggen op en geïnvesteerd worden in het versterken van burger- en cliëntregie (onder andere right to challenge), een vermindering van de regeldruk en administratieve lasten voor burgers en instellingen en het verbeteren van de informatie aan cliënten en de informatie-uitwisseling tussen de verschillende ketenpartners.

  • 4. 
    Tabel budgettaire gevolgen van beleid
 

Begrotingsuitgaven (bedragen x € 1.000)

 

2015

2016

2017

2018

2019

2020

2021

Verplichtingen

Uitgaven

Waarvan juridisch verplicht (%)

7.052.568 3.604.436

3.815.527 3.734.022

317.872

3.768.067

99,4%

3.756.684 3.756.684

3.799.426 3.799.426

3.854.224 3.854.224

3.918.381 3.918.381

  • 1. 
    Participatie en zelfredzaamheid van mensen met beperkingen

113.809

91.186

87.815

87.153

87.254

87.921

87.923

 

2015

2016

2017

2018

2019

2020

2021

Subsidies

31.381

24.737

21.435

21.864

21.966

22.633

22.634

Movisie

8.204

7.198

7.225

7.225

7.225

7.225

7.225

Volwaardig meedoen

3.971

4.515

1.700

0

0

0

0

Wmo-werkplaatsen

2.685

2.600

2.600

2.600

0

0

0

Ondersteuning vrijwilligers

0

1.400

1.000

1.000

0

0

0

Mezzo

3.262

3.200

3.160

3.160

3.160

3.160

3.160

Siriz (opvang specifieke groepen)

1.518

1.517

1.500

750

0

0

0

Aanpak Laaggeletterdheid

0

2.000

2.000

2.000

0

0

0

Overig

11.741

2.307

2.250

5.129

11.581

12.248

12.249

Inkomensoverdrachten

20.867

0

0

0

0

0

0

Mantelzorg ondersteuning

20.867

0

0

0

0

0

0

Opdrachten

60.329

66.449

66.380

65.289

65.288

65.288

65.289

Bovenregionaal gehandicaptenvervoer

55.645

60.564

60.652

60.652

60.652

60.652

60.652

Evaluatie Wmo 2015

0

980

1.680

0

0

0

0

Categorale opvang slachtoffers

             

mensenhandel

0

1.700

1.700

0

0

0

0

Overig

4.684

3.205

2.348

4.637

4.636

4.636

4.637

Bijdragen aan ZBO’s/RWT’s

1.232

0

0

0

0

0

0

SVB: uitvoering Regeling maatschappe-

             

lijke ondersteuning

1.232

0

0

0

0

0

0

  • 2. 
    Zorgdragen voor langdurige zorg tegen
             

maatschappelijk aanvaardbare kosten

3.490.627

3.642.936

3.680.252

3.669.531

3.712.172

3.766.303

3.830.458

Subsidies

79.651

110.744

107.261

106.079

107.713

108.343

111.498

Compensatieregeling

             

pgb-trekkingsrechten

0

20.000

0

0

0

0

0

Vilans

5.158

4.689

4.689

4.689

4.689

4.689

4.689

Centrum Consultatie en Expertise (CCE)

11.194

11.349

11.158

10.989

10.892

10.892

10.892

InVoorZorg! (IVZ)

22.541

5.598

6.933

0

0

0

0

Joodse en Indische instellingen

2.593

2.504

2.415

2.265

2.115

1.888

1.608

Palliatieve zorg

21.163

21.543

23.610

24.123

24.662

25.215

25.790

Dementie

38

3.163

3.200

3.200

3.200

3.200

0

Waardigheid en trots

2.432

17.500

25.000

25.000

25.000

25.000

25.000

Antibioticaresistentie

0

0

2.000

2.000

2.000

2.000

2.000

Kwaliteit gehandicaptenzorg

0

1.600

5.800

5.800

5.800

5.800

5.800

Overig

14.532

22.798

22.456

28.013

29.355

29.659

35.719

Bekostiging

3.250.000

3.380.300

3.463.300

3.489.000

3.530.000

3.583.500

3.644.500

Bijdrage in de kosten van kortingen

             

(BIKK)

3.250.000

3.380.300

3.463.300

3.489.000

3.530.000

3.583.500

3.644.500

Opdrachten

4.188

4.986

3.407

3.573

3.579

3.579

3.579

Overig

4.188

4.986

3.407

3.573

3.579

3.579

3.579

Bijdragen aan agentschappen

2.735

2.882

55

54

54

54

54

CIBG: Opdrachtgeverschap

2.735

2.824

0

0

0

0

0

Overig

0

58

55

54

54

54

54

Bijdragen aan ZBO’s/RWT’s

154.053

143.924

106.229

70.825

70.826

70.827

70.827

Uitvoeringskosten SVB

             

pgb-trekkingsrechten

76.241

72.644

35.100

0

0

0

0

Centrum Indicatiestelling Zorg

77.811

71.268

68.573

68.269

68.269

68.269

68.269

ZiNL: iWlz

0

0

2.000

2.000

2.000

2.000

2.000

Overig

1

12

556

556

557

558

558

Ontvangsten

2.755

3.441

3.441

3.441

3.441

3.441

3.441

Overig

2.755

3.441

3.441

3.441

3.441

3.441

3.441

Bovenstaande informatie is bedoeld voor de Staten-Generaal. Aan dit overzicht kunnen geen rechten worden ontleend.

Budgetflexibiliteit

Subsidies

Van het beschikbare budget van circa € 128,7 miljoen is 85% juridisch verplicht. Dit betreft zowel instellingsubsidies die jaarlijks worden verleend als projectsubsidies die meerjarig kunnen zijn.

Bekostiging

Van het beschikbare budget van circa € 3,5 miljard is 100% juridisch verplicht. Het betreft de bijdrage in de kosten van kortingen (BIKK).

Opdrachten

Van het beschikbare budget van circa € 69,8 miljoen is 94% reeds juridisch verplicht. Het betreft met name bovenregionaal gehandicapten-vervoer ad € 60,7 miljoen.

Bijdrage aan ZBO’s/RWT’s

Van het beschikbare budget circa € 106,2 miljoen is 100% reeds juridisch verplicht. Het betreft met name de bijdrage aan het CIZ van € 68,6 miljoen.

  • 5. 
    Toelichting op de instrumenten
  • 1. 
    Participatie en zelfredzaamheid van mensen met beperkingen

Kengetal: De participatie van mensen met een lichamelijke beperking, lichte of matige verstandelijke beperking, ouderen (65 jaar) en de algemene bevolking in 2015 (percentages)

100

90 80 70 60 50 40 30 20 10

93 89

73

lichamelijke beperking ouderen (= 65 jaar)

lichte of matige verstandelijke beperking algemene bevolking (= 18 jaar)

  • * 
    < 65 jaar. Bij mensen met een verstandelijke beperking gaat het om (on)betaald werk, zowel

65-plus als 65-min.

Bron: Nivel Participatiecijfers 2008–2015

Bovenstaand kengetal toont de participatie van thuiswonende mensen met beperkingen, ouderen en de algemene bevolking in 2015 op basis van de participatiemonitor van het NIVEL. Het kengetal geeft inzicht in de participatie op negen deelgebieden. Het overkoepelende beeld dat naar voren komt is in 2015 hetzelfde als in de jaren ervoor: op alle deelgebieden zijn verschillen in participatie tussen de groep mensen met beperkingen en de algemene bevolking. Met name op het gebied van betaald werk zijn de verschillen groot. Op veel andere deelgebieden is de participatie van mensen met een verstandelijke beperking ook een stuk lager dan in de algemene bevolking. De participatie van ouderen (≥65 jaar) is vergelijkbaar met die van de algemene bevolking (met uitzondering van betaald werk en opleiding).

87

86

84

79

67

66

62

40

38

38

5

0

Subsidies

Movisie

Het kennisinstituut Movisie ontvangt in 2017 circa € 7,2 miljoen subsidie voor het verzamelen, verrijken, valideren en verspreiden van kennis voor de ondersteuning van gemeenten en instellingen ten behoeve van een adequate uitvoering van de Wmo 2015 en aanpalende terreinen.

Volwaardig meedoen

Samen met cliëntorganisaties en de VNG zijn drie prioritaire doelstellingen vastgesteld ten behoeve van de ontwikkeling van de uitvoering de Wmo 2015 zodat op termijn: 1) de positie van de cliënt versterkt is (zodat het goede gesprek kan plaatsvinden), 2) er daadwerkelijk maatwerk wordt geboden in levensbrede ondersteuning (gericht op participatie en zelfredzaamheid) en 3) er een inclusieve samenleving wordt bevorderd, verrijkt door maatschappelijke initiatieven. Om deze doelen te realiseren ontvangen het programma «Aandacht voor Iedereen»(AVI) en de Koepel Adviesraden sociaal domein beiden een subsidie van in totaal € 1,7 miljoen.

Wmo-werkplaatsen

In 2017 worden de 14 Wmo-werkplaatsen voor € 2,6 miljoen gesubsidieerd. Dit zijn regionale samenwerkingsverbanden van hogescholen en lectoraten, gemeenten en zorg- en welzijnsinstellingen, gericht op praktijkonderzoek en deskundigheidsbevordering op het terrein van maatschappelijke ondersteuning.

Ondersteuning vrijwilligers

In 2016 is gestart met een impuls aan de versterking van de ondersteuning van vrijwilligers op lokaal niveau (€ 1,4 miljoen, amendement Dik-Faber en Van der Staaij TK 34 000-XVI, nr. 38). Dit gebeurt in een programma van drie jaar, onder de vlag van de Vereniging Nederlandse Organisatie Vrijwilligerswerk (NOV) en het Landelijk Overleg Vrijwilligers in de Zorg (LOVZ).

Mezzo

Mezzo ontvangt in 2017 instellingssubsidie vanwege hun kennis en activiteiten gericht op het versterken en verlichten van mantelzorgers en vrijwilligers (€ 3,2 miljoen).

Siriz

Voor een landelijke impuls voor de hulp aan onbedoeld zwangeren en tienermoeders ontvangt Siriz ook in 2017 een subsidie van € 1,5 miljoen. Uitgangspunt hierbij is dat de expertise op dit gebied wordt behouden en verder kan worden uitgedragen aan de hele sector. Voor deze impuls worden vooralsnog ook in 2018 middelen gereserveerd, waarna dit in de reguliere zorg en ondersteuning moet zijn verankerd.

Aanpak laaggeletterdheid

Het actieprogramma «Tel mee met taal» is een integrale aanpak van de ministeries OCW, SZW en VWS om in periode 2016–2018 gezamenlijk taalachterstanden te voorkomen, het lezen te bevorderen en laaggelet-terdheid te bestrijden. Het programma biedt ondersteuning aan gemeenten, provincies en maatschappelijke organisaties. VWS participeert in het programma omdat laaggeletterdheid een negatief effect heeft op welzijn en gezondheid. Het gezamenlijke jaarlijkse budget is € 18 miljoen, waarvan € 2 miljoen vanuit VWS wordt bijgedragen.

Opdrachten

Bovenregionaal gehandicaptenvervoer (BRV)

Mensen met een mobiliteitsbeperking kunnen gebruik maken van het bovenregionaal sociaalrecreatief vervoer (ook bekend als Valys) per (deel)taxi (circa € 60,7 miljoen in 2017).

Over het geheel genomen geven de pashouders het reizen met het BRV een hoog waarderingscijfer (zie onderstaand overzicht).

200

150

100

50

108107 110 108 111 100 99 99           99         100---------- 100---96 99

93UI

100

91          90

85

Klanttevreden- Aantal                     Aantal heid over Valys pashouders            pashouders

(2011 = 8,67) met standaard           met hoog pkb Valys               pkb Valys

(2011 = 346.062)      (2011 = 9.142)

Percentage van het aantal Valys-pashouders dat daadwerkelijk reist met bovenregionaal vervoer gehandicapten (2011 = 48,8%)

2011

2012

2013

D 2014

2015

Bron & toelichting

Bron: Tevredenheidsonderzoek Valys, november 2015, Jes marketing en onderzoek.

pkb = persoonlijk kilometer budget

Het BRV is vraagafhankelijk vervoer, dit betekent dat factoren zoals de toegankelijkheid van het

lokale openbaar vervoer, het weer of de gezondheid van de pashouders invloed kunnen hebben

op het aantal verreden kilometers.

  • 2. 
    Zorgdragen voor langdurige zorg tegen maatschappelijk aanvaardbare kosten

Subsidies

Vilans

Vilans is het kenniscentrum voor de langdurige zorg. Vilans werkt aan de beschikbaarheid van een kennisinfrastructuur voor professionals in de langdurige zorg. Het doel is om op basis van kennis de kwaliteit van de uitvoering te verbeteren (€ 4,7 miljoen).

Stichting Centrum Consultatie en Expertise (CCE) De stichting CCE ontvangt subsidie voor diverse activiteiten rond het hanteerbaar maken van probleemsituaties bij cliënten in de langdurige zorg die kampen met ernstige en aanhoudende gedragsproblemen. Zo

115

0

mobiliseert het CCE in dit kader expertise en ondersteuning op maat via een netwerk van circa 600 velddeskundigen (consultatiefunctie inclusief signalering en feedback) en toetst het CCE aanvragen voor diverse toeslagen (toeslag reguliere meerzorg, meerzorg pgb-ZZP en extramurale interventies Kinderdienstencentra). CCE ontvangt hiervoor een subsidie (€ 11,2 miljoen).

InVoorZorg! (IVZ)

Via «InVoorZorg!» worden zorgaanbieders geholpen met het invoeren van bestaande vernieuwingen. Gezien het kwaliteitsvraagstuk in de verpleeghuiszorg, is «InVoorZorg!» vanaf 2015 omgevormd tot een stimuleringsprogramma voor aanbieders van verpleeghuiszorg met een urgent kwaliteitsprobleem. Verpleeghuizen met een urgent kwaliteitsprobleem kunnen een beroep doen op «InVoorZorg!». Hiervoor is in 2017 € 6,9 miljoen beschikbaar.

Joodse en Indische instellingen

Een aantal Joodse en Indische instellingen ontving, in aanvulling op de reguliere bekostiging, budgettoeslagen in verband met de specifieke problematiek van de eerste generatie Joodse en Indische oorlogsgetroffenen van de Tweede Wereldoorlog. Vanwege de veranderingen in de bekostiging in de Zvw en AWBZ konden deze toeslagen niet meer via de NZa worden verstrekt. Vanaf 1 januari 2015 zijn deze toeslagen omgezet in een subsidie. De subsidie zal jaarlijks, met een afbouw, tot en met het jaar 2025 worden verstrekt aan deze doelgroep (€ 2,4 miljoen).

Palliatieve zorg

De rijksoverheid verstrekt vanuit de subsidieregeling Vrijwillige Palliatieve

Zorg instellingssubsidies aan organisaties voor vrijwillige palliatieve zorg

(€ 17,5 miljoen). Het gaat hierbij om inzet van vrijwilligers en vrijwillige zorg in bijna-thuis-huizen, hospices, de thuissituatie en in zorginstellingen.

Daarnaast is vanuit de subsidies netwerken palliatieve zorg een bijdrage mogelijk voor de coördinatie van de netwerken palliatieve zorg

(€ 3,7 miljoen). Ten slotte wordt via ondersteuning van de instellingen

Agora, Vrijwillige Palliatieve Terminale Zorg (VPTZ), Fibula (netwerken) en

Stichting Pal gezorgd dat de verbinding met het veld aanwezig blijft om projecten voor kwaliteitsverbetering uit te voeren.

Via ZonMw (zie artikel 4) verstrekt de rijksoverheid een subsidie voor het Nationaal programma ouderenzorg, waarmee belangrijke verbeteringen in de zorg en ondersteuning voor kwetsbare ouderen worden gerealiseerd. In het Nationaal Programma Ouderenzorg zijn sinds 2008 vele nieuwe interventies ontwikkeld en wetenschappelijk onderzocht. Hiermee worden belangrijke – door ouderen gewenste – verbeteringen in de zorg en ondersteuning voor kwetsbare ouderen gerealiseerd. Er is via ZonMw in totaal € 10 miljoen subsidie beschikbaar gesteld voor 2015, 2016 en een deel van 2017 om, met betrokkenheid van de regionale netwerken ouderenzorg, de implementatie te versnellen. Het jaar 2016 is het laatste jaar van het NPO maar van enkele programma- activiteiten is de afronding in 2017 voorzien. Het gaat om bijvoorbeeld de verspreiding van de resultaten die in de loop van 2016 beschikbaar zijn gekomen, het overbrengen van kennis en ervaring naar het programma «Gewoon Bijzonder» en de eindevaluatie van het programma. Het digitale platform «Beteroud.nl» faciliteert voor alle mensen die hieraan meewerken of anders betrokken zijn de uitwisseling van kennis en ervaring. Het is ook het beoogde platform voor partijen die gezamenlijk verder willen werken aan de verbeteringen van de zorg en ondersteuning voor kwetsbare ouderen.

Daarnaast wordt een subsidie verstrekt voor het vervolg op het onderzoeksprogramma Memorabel (Memorabel deel 2). Met dit programma wordt een belangrijke bijdrage geleverd aan het onderzoek naar zowel de oorzaken, preventie, diagnostiek en behandeling van dementie en de zorg voor mensen met dementie. Er is via ZonMw in totaal € 32 miljoen subsidie beschikbaar voor de periode 2017–2020.

Ook worden subsidies verstrekt voor Gewoon Bijzonder, nationaal programma gehandicapten, waarmee wordt gewerkt aan de inhoud en de structuur van het kennisbeleid in deze sector en voor »Palliantie. Meer dan Zorg» binnen het Nationaal Programma Palliatieve Zorg dat in 2015 van start is gegaan.

In het kader van Gewoon Bijzonder, het nationaal programma gehandicapten (gestart medio 2015, looptijd 8 jaar; uitvoerder ZonMw) zal in 2017 verder worden ingezet op het ontwikkelen van kennis, bundelen en verspreiden van bestaande kennis in de gehandicaptensector en richting het onderwijs. Ook zal het traject richting het sociaal domein verder worden vormgegeven en zal worden bezien waar het traject Verbeteren Kwaliteit Gehandicaptenzorg en het nationaal programma Gewoon Bijzonder elkaar kunnen versterken.

Dementie

In 2017 gaat de regering verder met de aanvullende maatregelen voor deze doelgroep die zijn aangekondigd in de brief «Samenleven met dementie» die op 8 juli 2015 aan de Tweede Kamer is aangeboden (TK 25 424, nr. 281). Er is gekozen voor een brede benadering die bestaat uit verschillende pijlers: (1) dementievriendelijke samenleving; (2) netwerken rondom de mensen met dementie en de mantelzorger; (3) structureel verbeteren van dementiezorg en (4) (regel)ruimte voor dementiezorg. De maatregelen bestaan uit het stimuleren van: – de dementievriendelijke samenleving door steun aan het programma «Dementievrienden» in het kader van het Deltaplan Dementie en activiteiten op advies van de Werkgroep vanuit Dementie Bekeken, zoals nader toegelicht in de brief van 9 mei 2016 (TK 25 424, nr. 313); – een verbetertraject, langs de lijnen van de Zorgstandaard Dementie,

voor tijdige, passende en continue zorg en ondersteuning; – de herziening van de Zorgstandaard Dementie; – de begeleiding bij experimenten met zorg en ondersteuning over domeinen heen; – de «Monitor woonvormen dementie» van het Trimbos-instituut; – de «Dementie verhalenbank» van de stichting Dementie verhalenbank. Voor de periode 2016–2020 is het totale budget € 16 miljoen.

Waardigheid en trots

Voor de uitvoering van het programma «Waardigheid en Trots» is via de begroting € 25 miljoen beschikbaar. In het onderdeel «ruimte voor verpleeghuizen» krijgen verpleeghuislocaties de ruimte om in thema-groepen te werken aan een verbeterplan en een best practice te worden. Er doen ruim 180 zorginstellingen met ruim 700 locaties mee. Het ondersteuningsprogramma Kwaliteitsverbetering Verpleeghuizen is gericht op verbetering van de kwaliteit van zorg in verpleeghuizen waar sprake is van urgente kwaliteitsproblemen zoals vastgesteld door IGZ, de Wlz-uitvoerder en/of de bestuurder zelf. Jaarlijks kunnen 50 organisaties instromen. Het nieuwe kwaliteitskader en een leidraad voor een verantwoorde personeelssamenstelling worden in 2017 geïmplementeerd.

Antibioticaresistentie

Een aantal voorlopers in de langdurige zorg in Nederland heeft alle aspecten die van belang zijn om antibioticaresistentie te beheersen voor elkaar. Het gaat om voldoende basishygiëne, restrictief maar voldoende voorschrijven van antibiotica en het beheersen van uitbraken met BRMO. Er is echter ook een groot aantal instellingen die nog niet aan de vereisten voldoet. Via subsidies wordt ondersteuning voor deze instellingen gefaciliteerd om hun beleid aan te passen aan de vereisten.

Kwaliteit gehandicaptenzorg

Om een extra impuls te geven aan de kwaliteit in de gehandicaptenzorg en het bestaan van cliënten te verbeteren is een actieprogramma opgesteld waarvoor de komende jaren extra middelen beschikbaar zijn gesteld (€ 5,8 miljoen per jaar). De acties zullen nader worden uitgewerkt en gericht zijn op de speerpunten: versterking van de positie van de cliënt, investeringen in cliënten met bijzondere zorg- en ondersteuningsvragen, toegeruste, betrokken professionals, sturen met visie en bevorderen samenwerking en transparantie, (technologische) innovatie en samenwerking.

Overig

Dit betreft onder andere de uitgaven voor de transitie Hervorming Langdurige Zorg, toe te kennen loon- en prijsbijstelling, en subsidies met een beperkt kasbeslag in 2017 (onder de € 1 miljoen).

Bekostiging

Bijdrage in kosten van kortingen (BIKK)

De BIKK is een rijksbijdrage die is ingesteld bij de invoering van het nieuwe belastingstelsel in 2001 en wordt ingezet om de lagere premieopbrengst als gevolg van de grondslagverkleining van de Wlz te compenseren. De raming voor 2017 bedraagt circa € 3,5 miljard.

Opdrachten

Overig

Dit betreft onder andere de doorontwikkeling van de monitor langdurige zorg en Zorg op de kaart.

Bijdragen aan ZBO’s/RWT’s

Uitvoeringskosten SVB pgb-trekkingsrechten

Dit betreft onder andere € 35,1 miljoen dat uit het gemeentefonds is genomen voor de bekostiging van de SVB voor de uitvoeringskosten van het pgb-trekkingsrecht voor de Wmo 2015 en de Jeugdwet tezamen. Ook in 2017 zal de bekostiging van de SVB voor de uitvoeringskosten voor het gemeentelijke deel via de begroting van VWS verlopen.

Centrum Indicatiestelling Zorg

Het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) verzorgt de onafhankelijke en regelgebonden indicatiestelling voor de Wlz (€ 68,6 miljoen inclusief de loon- en prijsbijstelling voor 2016). 2017 zal het eerste jaar worden dat het CIZ alle transitiewerkzaamheden heeft afgerond en op basis van een volledig uitgewerkt en ingevoerd klantbedieningsconcept de werkzaamheden zal verrichten.

ZiNL: iWlz

Vanaf 1 januari 2015 werken ketenpartners binnen de Wlz met de iWlz 1.0-berichtenstandaard. Dit is een uniforme systematiek waarmee indicatieorganen, zorgkantoren en zorgaanbieders elektronisch informatie over cliënten kunnen uitwisselen. Het Zorginstituut Nederland (ZiNL) draagt zorg voor de specificaties van iWlz, de standaarden en de bedrijfsregels en begeleidt de implementatie. Daarvoor ontvangt het ZiNL een bijdrage van VWS (€ 2 miljoen).

Ontvangsten

De ontvangsten betreffen voornamelijk subsidieontvangsten naar aanleiding van de subsidievaststellingen.

Beleidsartikel 4 Zorgbreed beleid

  • 1. 
    Algemene doelstelling

Het scheppen van randvoorwaarden om het zorgstelsel te laten werken zodat de kwaliteit, de toegankelijkheid en de betaalbaarheid van de zorg voor de burger is gewaarborgd.

  • 2. 
    Rol en verantwoordelijkheid Minister

De Minister bevordert de werking van het stelsel door partijen in staat te stellen hun rol te spelen en door belemmeringen weg te nemen die een goede werking van het stelsel in de weg staan.

Daar waar publieke belangen in het geding zijn die niet voldoende door (partijen in) het stelsel behartigd kunnen worden, bevordert de Minister dat deze belangen worden behartigd.

Stimuleren:

– Dat verzekerden, waaronder patiënten, een stevige positie innemen in het zorgstelsel, ondermeer door goed samenwerkende patiënten- en gehandicaptenorganisaties.

– Van kwalitatief goede en veilige zorgverlening met keuzevrijheid voor consumenten.

– Van transparantie over kwaliteit en kosten van zorg.

– Van een logische beroepenstructuur die aansluit op de huidige en toekomstige zorg- en ondersteuningsvraag.

– Van beschikbaarheid van voldoende gekwalificeerd zorgpersoneel door kwalitatief goede en samenhangende opleidingen.

– Van innovaties in de zorg en de ontwikkeling en toepassing van ontwikkelde kennis.

– Van betrokken partijen om het aanbod van (jeugd)zorg in Caribisch Nederland te verbeteren. Wat de zorg betreft conform de aanbevelingen van de Commissie Goedgedrag en wat jeugd betreft conform de bestuurlijke afspraken uit 2009; En beiden conform de door het kabinet overgenomen aanbevelingen uit de beleidsdoorlichting 2011–2015 die in 2016 is afgerond.

– Van initiatieven om fouten en fraude in de zorg zoveel mogelijk te voorkomen en fraude aan te pakken.

Financieren:

– Van patiënten- en gehandicaptenorganisaties om de belangen van verzekerden, waaronder patiënten in het systeem te behartigen en hen goed te infomeren.

– Van ZBO’s (CAK, NZa, ZiNL, CSZ) om hun wettelijke verantwoordelijkheid in het zorgstelsel invulling te kunnen geven.

– Van projecten en onderzoek op het gebied van gezondheid, preventie en zorg (ZonMw).

– Van agentschappen (CIBG, RIVM) om hun taken in het zorgstelsel uit te voeren.

– Van betrokken partijen met een subsidie om informatie over de kwaliteit van het zorgaanbod snel te ontsluiten voor patiënten.

– Van instrumenten om personeel in de zorg goed op te leiden en bij te scholen (Stagefonds, kwaliteitsimpuls ziekenhuispersoneel, subsidieregelingen opleidingen publieke gezondheidszorg en jeugd-ggz).

– Van zorg en welzijn in Caribisch Nederland.

Regisseren:

– Van een stevige positie van de patiënt in het zorgstelsel door wet- en regelgeving en toepassing en handhaving daarvan, zoals de Wet BIG.

– Dat alle betrokken partijen in de zorg in staat zijn hun verantwoordelijkheid in het zorgstelsel waar te maken.

– Van goed bestuur in de zorg en het toezicht daarop.

– Van de dialoog tussen betrokken partijen, gericht op de toekomstige (arbeidsmarkt-) uitdagingen en de (arbeidsmarkt-)gevolgen van de transities.

– Van verlagen van regeldruk in de zorg.

– Van het voorkomen van systeemrisico’s bij financiering in de zorg.

– Door het ontwikkelen van een wettelijk kader voor de taken van ondermeer NZa en ZiNL.

– Van het tot stand komen van een passend aanbod van (jeugd)zorg in Caribisch Nederland.

– Van de totstandkoming, implementatie en monitoring van een ketenbrede aanpak voor preventie, toezicht, opsporing en handhaving op het gebied van fraude, oneigenlijk gebruik en onrechtmatig declareren in de zorg.

  • 3. 
    Beleidswijzigingen

Positie cliënt

In de beleidsdoorlichting op dit artikelonderdeel (TK 32 772, nr. 10) is onder andere de aanbeveling gedaan om op korte termijn de financiële armslag van de patiënten- en gehandicaptenorganisaties groter te maken. Dit is opgevolgd door de instellingssubsidie vanaf 2017 te verhogen (TK 29 214, nr. 73).

Toegezegd is de Tweede Kamer rond de zomer van 2017 te informeren over de conclusies van de verkenning voor een meer fundamentele herziening van het beleidskader subsidiering pg-organisaties per 1 januari 2019. Omdat dit meer tijd in beslag neemt is het gewijzigde beleidskader nu vastgesteld tot 1 januari 2019.

Innovatie en zorgvernieuwing

De activiteiten zijn mede gericht op het bereiken van de drie doelstellingen die het kabinet in 2014 heeft geformuleerd ter ondersteuning van de brede maatschappelijke beweging naar meer zelfredzaamheid, meer zelfregie en meer zelfzorg. In 2019 heeft 80% van de chronisch zieken toegang tot bepaalde medische gegevens (van de overige Nederlanders 40%), kan 75% van de chronisch zieken en kwetsbare ouderen die dit wil en er toe in staat is zelfstandig metingen uitvoeren en deze op afstand laten monitoren en heeft iedereen die zorg en ondersteuning thuis ontvangen de mogelijkheid om 24 uur per dag met een zorgverlener te communiceren.

In vervolg op de succesvolle internationale eHealthweek die in het kader van het EU-voorzitterschap in 2016 heeft plaatsgevonden, zal begin 2017 een meerdaags landelijk eHealth evenement worden georganiseerd. Centrale doelstelling is burgers, zorgprofessionals en bestuurders bekend te maken met de mogelijkheden die digitaal ondersteunde zorg kan bieden, en handreikingen te doen voor een succesvolle toepassing en implementatie.

Bij het introduceren van nieuwe gebruiksmogelijkheden blijkt opschaling van lokale naar regionale of landelijke toepassing in de praktijk traag te verlopen door financiële, regeltechnische of organisatorische obstakels. Teneinde de doorlooptijd van innovatieve toepassingen te verkorten, ontwikkelen wij samen met het Ministerie van EZ, Startupdelta en private partners een «fasttrack», waarin veelbelovende innovaties begeleid worden naar voldragen nationale en internationale implementaties. Voor dit initiatief is over een periode van vier jaar in totaal € 20 miljoen beschikbaar.

In 2017 zullen de uitkomsten van een Interdepartementaal Beleidsonderzoek naar het innovatiebeleid in de zorg beschikbaar komen.

Kwaliteit, transparantie en kennisontwikkeling

Er wordt versterkt ingezet op verdere vermindering van de bureaucratie in de zorg. Dit om in de hele zorgsector te komen tot een betekenisvolle en merkbare vermindering van de ervaren regeldruk zodat er meer ruimte komt voor de zorgprofessional. De vernieuwde aanpak krijgt onder andere vorm door domeinoverstijgende zorgaanbieders te ondersteunen om regelarme werkwijzen in de praktijk te brengen en binnen de maatwerkaanpak samen met betrokken partijen vanuit het gezichtspunt van de (zorg)professional concrete knelpunten aan te pakken.

Om te bepalen of het beleid op dit artikelonderdeel doeltreffend en doelmatig is zal deze in 2017 worden doorgelicht. De onderzoeksopzet van de beleidsdoorlichting wordt dit jaar aan de Kamer aangeboden. De mogelijke effecten en voornemens zullen hun beslag hebben op de periode na 2017.

Inrichten uitvoeringsactiviteiten

Om de taken die door intermediaire organisaties voor VWS worden uitgevoerd doelmatiger te organiseren zijn taakoverhevelingen in gang gezet. Het streven is om vanuit het Zorginstituut Nederland de vier burgerregelingen (wanbetalers-, onverzekerden-, gemoedsbezwaarden – en de buitenlandregeling (inclusief het Nationaal contactpunt)) en de uitvoering van de compensatieregeling voor zorg aan onverzekerbare vreemdelingen per 1 januari 2017 over te hevelen naar het Centraal administratiekantoor (CAK).

Met het wetsvoorstel Wijziging van de Wet marktordening gezondheidszorg (Wmg) en enkele andere wetten in verband met aanpassingen van de tarief- en prestatieregulering en het markttoezicht op het terrein van de gezondheidszorg (TK 34 445), zal de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) duidelijker worden gepositioneerd, zodat deze als een robuuste en onafhankelijke autoriteit kan functioneren. De zorgspecifieke fusietoets en het instrument van de aanmerkelijke marktmacht, die nu nog bij de NZa liggen, zullen overgaan naar de Autoriteit Consument en Markt (ACM) en een deel van de reguleringstaken zal worden overgeheveld van de NZa naar het Ministerie van VWS. Het betreft de huidige verplichting voor de NZa om op grond van de Wet marktordening gezondheidszorg beleidsregels over prestatie- en tariefregulering vast te stellen. Door de overheveling wordt het voor de sector duidelijker dat alleen VWS over de beleidsvorming gaat en dat de NZa alleen aangesproken kan worden op de wijze waarop zij uitvoering geeft aan dit beleid.

Opleidingen beroepenstructuur en arbeidsmarkt

In 2017 staat de samenwerking tussen overheid, onderwijs en arbeidsmarkt centraal. Dat is nodig om het huidige en toekomstige personeel optimaal voor te bereiden op de eisen die nu en in de toekomst aan de zorg worden gesteld. Het advies van de commissie Innovatie, Zorgbe- roepen en Opleidingen van het Zorginstituut over een passend opleidings-continuüm zal in de praktijk geïmplementeerd moeten worden. Het Zorgpact en het regionaal arbeidsmarktbeleid moeten dit faciliteren en stimuleren. In nauw overleg met de landelijke en regionale sociale partners in de zorg en met de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid wordt bekeken hoe de gevolgen van de veranderende zorg en ondersteuning voor verschillende groepen werknemers op een verantwoorde manier kunnen worden opgevangen.

Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg (Wet BIG) In 2017 zal de gewijzigde Wet BIG van kracht worden, met daarin opgenomen verbeteringen voor de herkenbaarheid van de zorgverlener, voorbehouden handelingen, de cosmetische sector en het tuchtrecht.

Verbeteren van het zorgaanbod Caribisch Nederland In 2016 is een beleidsdoorlichting opgesteld met betrekking tot het gevoerde beleid van 2011 tot en met 2015 ten aanzien van de (jeugd)zorg in Caribisch Nederland. Het kabinet zal in het najaar 2016 de doorlichting, voorzien van een reactie, aan de Tweede Kamer sturen en daar in aangeven welke aanbevelingen op welke wijze zullen worden meegenomen in het beleid voor 2017 en verdere jaren.

Jeugdzorg in Caribisch Nederland

De focus voor de jeugd ligt op het bieden van goede basisvoorzieningen. Voorbeelden zijn de verbetering van de jeugdgezondheidszorg, het bieden van opvoedingsondersteuning, het versterken van seksuele educatie, het verbeteren van de gezinsvoogdij en een sluitende aanpak van kindermishandeling.

Voorkomen oneigenlijk gebruik en aanpak fraude Een verdere verbetering van rechtmatigheid in de zorg vraagt een integrale aanpak waarin elke partij in de keten zijn verantwoordelijkheid neemt. VWS zet hier op in door het programmaplan Rechtmatige Zorg: aanpak fouten en fraude 2015–2018 (TK 28 828, nr. 89) uit te voeren. De verschillende activiteiten in het programmaplan voorzien in een samenhangende aanpak op de thema’s: samenwerking, preventie, controle en handhaving. In de begroting van VWS zijn middelen gereserveerd voor de uitvoering van de activiteiten uit dit programma. Het gaat hierbij onder andere om de inrichting en doorontwikkeling van het centraal meldpunt zorgfraude (CMZF), de verdere ondersteuning van gemeenten bij fraudepreventie en handhaving in het gemeentelijk domein, en de vorming en inzet van een pool van onafhankelijk deskundige artsen ten behoeve van mogelijke inzet bij strafrechtelijke onderzoeken. Daarnaast versterkt VWS het toezicht en de (strafrechtelijke) handhaving in de zorg. Hiertoe zijn extra middelen beschikbaar gesteld waarmee meer (en complexere) strafrechtelijke onderzoeken kunnen worden opgepakt. Deze middelen zijn ten behoeve van de Inspectie SZW en het Openbaar Ministerie (OM) overgeheveld naar de begrotingen van de ministeries van Sociale Zaken en Werkgelegenheid respectievelijk Veiligheid en Justitie.

Jaarlijks rapporteert VWS over de activiteiten en behaalde resultaten uit het programmaplan. In het najaar van 2016 komt de vijfde voortgangsrapportage Rechtmatige Zorg beschikbaar.

  • 4. 
    Tabel budgettaire gevolgen van beleid
 

Begrotingsuitgaven (bedragen x € 1.000)

 

2015

2016

2017

2018

2019

2020

2021

Verplichtingen

1.146.830

825.541

811.100

832.601

886.352

904.433

783.184

Uitgaven

873.245

939.812

915.450

910.828

913.697

904.433

897.680

Waarvan juridisch verplicht (%)

   

97,0%

       
  • 1. 
    Positie cliënt

24.556

25.943

24.796

24.772

24.771

24.771

24.773

Subsidies

17.890

20.105

20.615

20.591

20.591

20.591

20.592

Patiënten- en gehandicapten-

             

organisaties

17.463

19.555

20.337

20.313

20.313

20.313

20.313

Overig

427

550

278

278

278

278

279

Opdrachten

5.466

5.766

4.181

4.181

4.180

4.180

4.181

Ondersteuning cliëntorganisaties

3.144

3.144

3.798

3.851

4.000

4.000

4.000

Overig

2.322

2.622

383

330

180

180

181

Bijdragen aan agentschappen

1.200

72

0

0

0

0

0

CIBG: Landelijk Meldpunt Zorg

1.000

0

0

0

0

0

0

Overig

200

72

0

0

0

0

0

  • 2. 
    Opleidingen, beroepenstructuur en arbeids-
             

markt

389.110

436.126

439.622

434.611

436.342

436.708

436.782

Subsidies

373.060

421.504

424.856

418.210

419.248

419.548

419.621

Kwaliteitsimpuls personeel zieken-

             

huiszorg

135.468

191.433

200.000

200.000

200.000

200.000

200.000

Stageplaatsen zorg/Stagefonds

109.950

112.000

112.020

112.020

112.021

112.021

112.021

Publieke Gezondheidszorgopleidingen

16.634

20.615

21.000

21.000

21.000

21.000

21.000

Vaccinatie stageplaatsen zorg

4.504

4.700

4.800

4.800

4.800

4.800

4.800

Opleiding tot verpleegkundig specialist/

             

physician assistant

19.433

38.197

38.800

38.800

38.800

38.000

38.000

Opleidingsplaatsen jeugd ggz

0

1.550

1.550

1.550

1.550

1.550

1.550

Versterking regionaal onderwijs- en

             

arbeidsmarktbeleid

7.949

8.500

11.500

10.500

10.500

10.500

10.500

Innovatie, beroepen en opleidingen

0

2.412

12.000

12.000

12.000

12.000

12.000

Vernieuwing arbeidsmarkt sociaal

             

domein

0

1.000

2.000

1.500

0

0

0

Veilige gegevensuitwisseling en

             

authenticatie in de zorg

0

779

5.122

4.170

3.083

0

0

Pilots Opleiding tot ziekenhuisarts

0

0

4.500

2.800

1.650

700

0

Overig

79.122

40.318

11.564

9.070

13.844

18.977

19.750

Opdrachten

4.619

7.390

8.293

8.293

8.986

9.051

9.051

Arbeidsmarktonderzoek

2.042

1.250

2.000

2.000

2.000

2.000

2.000

Celsus

0

650

800

500

500

500

500

Overig

2.577

5.490

5.493

5.793

6.486

6.551

6.551

Bijdragen aan agentschappen

11.431

7.232

6.473

6.399

6.399

6.400

6.400

CIBG: bijdrage voor onder andere

             

UZI-register, BIG-register en SVB-Z

11.431

7.232

6.073

5.999

5.999

6.000

6.000

RIVM: opleiding publieke gezondheids-

             

sector en kosten van ziekten

 

0

400

400

400

400

400

Bijdragen aan ZBO’s/RWT’s

0

0

0

1.709

1.709

1.709

1.710

ZiNL: sectie Zorgberoepen en

             

opleidingen

0

0

0

1.709

1.709

1.709

1.710

  • 3. 
    Kwaliteit, transparantie en kennisontwik-
             

keling

124.203

143.753

147.789

148.438

148.705

133.229

122.503

Subsidies

7.711

17.549

13.524

11.790

11.660

5.019

5.019

Nivel

5.835

6.121

5.682

5.149

5.019

5.019

5.019

 

2015

2016

2017

2018

2019

2020

2021

Programma Innovatie en zorgver-

             

nieuwing

0

6.428

7.842

6.641

6.641

0

0

Jaar van de transparantie

1.805

5.000

0

0

0

0

0

Overig

71

0

0

0

0

0

0

Opdrachten

226

1.812

1.797

1.797

1.797

497

497

Programma Innovatie en

             

zorgvernieuwing

0

1.333

1.300

1.300

1.300

0

0

Overig

226

479

497

497

497

497

497

Bijdragen aan agentschappen

2.535

1.478

4.550

4.518

4.502

4.502

4.502

CIBG: WTZi en JMV

750

1.300

4.000

4.000

4.000

4.000

4.000

Overig

1.785

178

550

518

502

502

502

Bijdragen aan ZBO’s/RWT’s

113.731

122.914

127.918

130.333

130.746

123.211

112.485

ZonMw: programmering

113.731

122.914

127.768

130.333

130.746

123.211

112.485

Overig

0

0

150

0

0

0

0

  • 4. 
    Inrichten uitvoeringsactiviteiten

227.614

212.451

187.343

185.445

183.365

186.017

186.138

Subsidies

80

26

0

0

0

0

0

Uitvoering Wtcg

80

26

0

0

0

0

0

Opdrachten

2.526

219

401

451

451

451

451

Uitvoering Wtcg

156

184

0

0

0

0

0

Overig

2.370

35

401

451

451

451

451

Bijdragen aan ZBO’s/RWT’s

225.008

212.182

186.912

184.964

182.884

183.036

183.157

CAK

100.916

84.189

76.353

76.081

74.761

74.790

74.791

NZa

52.756

57.002

55.794

55.639

55.051

55.053

55.053

Zorginstituut Nederland

67.738

68.433

52.207

50.474

50.170

50.170

50.170

CSZ

2.700

2.558

2.558

2.770

2.902

3.023

3.143

CBZ

898

0

0

0

0

0

0

Bijdragen aan andere begrotingshoofd-

             

stukken

0

24

30

30

30

2.530

2.530

EZ: ACM

0

0

0

0

0

2.500

2.500

Overig

0

24

30

30

30

30

30

  • 5. 
    Zorg, welzijn en jeugdzorg op Caribisch
             

Nederland

106.717

117.525

113.945

117.093

120.045

123.239

127.015

Subsidies

0

0

0

0

0

0

0

Bekostiging

106.717

117.525

113.945

117.093

120.045

123.239

127.015

Zorg en welzijn

104.083

114.787

111.607

114.756

117.903

121.097

124.873

Overig

2.634

2.738

2.338

2.337

2.142

2.142

2.142

  • 6. 
    Voorkomen oneigenlijk gebruik en aanpak
             

fraude

1.044

4.014

1.955

469

469

469

469

Subsidies

444

2.204

1.500

450

450

450

450

Overig

444

2.204

1.500

450

450

450

450

Opdrachten

600

1.810

455

19

19

19

19

Overig

600

1.810

455

19

19

19

19

Ontvangsten

36.609

4.858

4.858

4.858

4.858

4.858

4.858

Overig

36.609

4.858

4.858

4.858

4.858

4.858

4.858

Bovenstaande informatie is bedoeld voor de Staten-Generaal. Aan dit overzicht kunnen geen rechten worden ontleend.

Subsidies

Van het beschikbare budget voor 2017 van € 460,5 miljoen is 94% juridisch verplicht. Het betreft de subsidies aan patiënten- en gehandicaptenorganisaties, subsidies opleidingen, beroepen en arbeidsmarktbeleid, een subsidie aan Nivel en voor de fraudeaanpak.

Bekostiging

Van het beschikbare budget voor 2017 van € 113,9 miljoen is 100% juridisch verplicht. Het betreft de bekostiging van de zorg, welzijn en jeugdzorg van Caribisch Nederland.

Opdrachten

Van het beschikbare budget voor 2017 van € 15,1 miljoen is 78% juridisch verplicht. Het betreft onder andere opdrachten gericht op de ondersteuning van patiënten- en cliëntenorganisaties, arbeidsmarktonderzoek, opdrachten aan Celsus (de academie voor betaalbare zorg) en opdrachten gericht op de fraudeaanpak.

Bijdragen aan agentschappen

Van het beschikbare budget voor 2017 van € 11 miljoen is 95% juridisch verplicht. Het betreft onder andere bijdragen aan het CIBG ten behoeve van werkzaamheden in verband met het beheer van een aantal registers.

Bijdragen aan ZBO’s/RWT’s

Van het beschikbare budget voor 2017 van € 314,8 miljoen is 100% juridisch verplicht. Het betreft de bijdragen aan het Zorginstituut Nederland, NZa, CAK, CSZ en ZonMw.

  • 5. 
    Toelichting op de instrumenten
  • 1. 
    Positie cliënt

Subsidies

Patiënten- en gehandicaptenorganisaties

Er worden subsidies verstrekt aan patiënten- en gehandicaptenorganisaties, zodat kennis en ervaringen van cliënten zelf optimaal benut worden voor goede zorg en ondersteuning (€ 20,3 miljoen in 2017). Doel is het inbrengen van cliëntenervaringen en het cliëntperspectief voor beter beleid, zorg en ondersteuning. Daarnaast kunnen patiënten en gehandicapten hun ervaringsdeskundigheid uitwisselen, zodat zij hun eigen leven met ziekte of beperking zo goed mogelijk kunnen inrichten en de zorg ontvangen die het beste bij hun behoeften past.

Opdrachten

Ondersteuning cliëntenorganisaties

Met PGO-support, een onafhankelijke netwerkorganisatie die versterking en ondersteuning biedt aan patiënten- en gehandicaptenorganisaties, is een overeenkomst gesloten voor de ondersteuning van de cliëntenorganisaties bij het opstellen van subsidieaanvragen en het inbrengen van het cliëntenperspectief. Deze overeenkomst is voor onbepaalde tijd maar kan vanaf 2019 worden bijgesteld (€ 3,8 miljoen in 2017).

  • 2. 
    Opleidingen, Beroepenstructuur en Arbeidsmarkt

Subsidies

Kwaliteitsimpuls personeel ziekenhuiszorg

Doel van de Kwaliteitsimpuls personeel ziekenhuiszorg (looptijd 2014–2017) is de ziekenhuizen en UMC’s te stimuleren de benodigde investeringen in het personeel te realiseren, zodat de medewerkers in staat zijn om ook in de toekomst de steeds ingewikkelder wordende zorgverlening passend te kunnen blijven leveren. In 2017 is voor de kwaliteitsimpuls € 200 miljoen beschikbaar.

Stageplaatsen zorg/Stagefonds

Doel van het Stagefonds Zorg is het beschikbaar komen van een voldoende aantal kwalitatief goede stageplaatsen via een relatief stabiel en op toekomstige zorgbehoeften gebaseerd stageaanbod. Het Stagefonds is één van de instrumenten die VWS inzet om de kwaliteit en toegankelijkheid van zorgopleidingen te verbeteren. Zorginstellingen die een stage aanbieden aan studenten van bepaalde zorgopleidingen krijgen een tegemoetkoming in de kosten van de begeleiding van deze studenten, waardoor zij in de kwaliteit en de kwantiteit van de stages kunnen investeren. In 2016 is het Stagefonds geëvalueerd (TK 29 282, nr. 252). Op basis van de evaluatie is besloten om het Stagefonds voort te zetten. In 2017 en verder wordt het Stagefonds voortgezet met een budget van € 112 miljoen per jaar.

Publieke Gezondheidszorgopleidingen

Per 1 oktober 2012 is de Subsidieregeling opleidingen publieke gezondheidszorg 2013–2017 in werking getreden. Op grond van deze regeling kan een instellingssubsidie worden verstrekt aan opleidingsinrichtingen die een opleiding tot arts maatschappij en gezondheid voor de profielen infectieziektebestrijding, jeugdgezondheidszorg, medische milieukunde of tuberculosebestrijding verzorgen. De regeling heeft als doel te stimuleren dat voldoende gespecialiseerde artsen worden opgeleid voor de uitvoering van de Wet publieke gezondheidszorg en de Jeugdwet. In 2017 is hiervoor € 21 miljoen beschikbaar.

Vaccinatie stageplaatsen zorg

De Subsidieregeling vaccinatie stageplaatsen zorg (€ 4,8 miljoen in 2017) draagt eraan bij dat jaarlijks 30 à 35 duizend stagiairs voorafgaand aan hun stage gevaccineerd worden tegen hepatitis B. Dit komt ten goede aan de volksgezondheid en voorkomt studie-uitval of -vertraging.

Opleiding tot verpleegkundig specialist/physician assistant Zorgverleners moeten daar ingezet worden waar ze het beste tot hun recht komen. Nieuwe beroepsbeoefenaren (verpleegkundig specialisten (vs) en physician assistants (pa)) worden speciaal opgeleid om minder complexe en routinematige taken van de huisarts of de specialist over te nemen. Er komen meer opleidingsplaatsen voor deze nieuwe beroepen. Volgens de laatste cijfers van het Landelijk Platform PA/VS stijgt de instroom van 480 in studiejaar 2015–2016 naar 620 in studiejaar 2016–2017. Voor 2017 is hiervoor een bedrag van € 38,8 miljoen beschikbaar.

Opleidingsplaatsen jeugd ggz

Sinds de inwerkingtreding van de Jeugdwet op 1 januari 2015 wordt de geestelijke gezondheidszorg voor jongeren tot 18 jaar (jeugd-ggz) niet langer vanuit de Zorgverzekeringswet (Zvw) gefinancierd. De bekostiging van de jeugd-ggz valt sinds dat moment onder de verantwoordelijkheid van de gemeenten, waarmee de opleidingsplekken niet langer in aanmerking komen voor de beschikbaarheidsbijdrage medische vervolgopleidingen. Om instellingen die niet langer zorg verlenen uit hoofde van de Zvw alsnog in aanmerking te laten komen voor bekostiging van opleidingsplaatsen is er vanaf 2015 een Subsidieregeling opleidingen in een jeugd-ggz-instelling 2015–2017. Hierin zijn de regels vastgelegd voor de verstrekking van subsidies voor opleidingsplaatsen voor de opleiding tot gezondheidszorg psycholoog, psychiater, psychotherapeut en klinisch psycholoog in een (ggz-)instelling die zich uitsluitend richt op de kinderen jeugdpsychiatrie. De regeling heeft als doel te borgen dat dergelijke zorgverleners tijdens hun opleiding ook praktijkervaring in deze sector kunnen opdoen. In 2017 is hiervoor € 1,6 miljoen beschikbaar.

Versterking regionaal onderwijs- en arbeidsmarktbeleid Om de noodzakelijke omslag in denken en werken in de zorg daadwerkelijk vorm te geven is op regionaal niveau een goede dialoog tussen zorginkopers, zorgaanbieders, werknemers, cliënten en het onderwijs noodzakelijk. Regionale samenwerking tussen aanbieders uit verschillende branches en sectoren is bovendien van groot belang om te kunnen anticiperen op de arbeidsmarktopgave die voortkomt uit deze nieuwe organisatie van de zorg. VWS ondersteunt deze dialoog via onder andere het Zorgpact en RegioPlus. Via Regioplus, de koepel van regionale werkverbanden in zorg en welzijn, wordt in 2017 een subsidie van € 8,5 miljoen beschikbaar gesteld. Met deze subsidie wordt in elke regio gewerkt aan een viertal programmalijnen, te weten strategisch arbeidsmarktbeleid, werven met beleid, duurzame inzetbaarheid en kwalificeren voor zorg en welzijn. Vanuit deze regionale arbeidsmarktinfrastructuur wordt ook een aanzienlijke bijdrage geleverd aan bijvoorbeeld de uitvoering van de sectorplannen, waarmee meer dan 80.000 scholingstrajecten in gang zijn gezet. Voor het versterken van het regionale arbeidsmarktbeleid is € 11,5 miljoen gereserveerd.

Innovatie beroepen en opleidingen

De omslag in de zorg en ondersteuning vraagt een beroepencontinuüm dat mee verandert. Aanpassing van bestaande beroepen, experimenteren met nieuwe zorgberoepen en taakherschikking tussen beroepen spelen daarbij een belangrijke rol. Dit heeft ook gevolgen voor de wet Beroepen Individuele Gezondheidszorg en de uitvoering daarvan, hetgeen tot extra uitgaven in 2017 zal leiden. Voor innovatie op het terrein van beroepen en opleidingen in de zorg en ondersteuning is in 2017 € 12 miljoen geraamd.

Vernieuwing arbeidsmarkt sociaal domein

Op 4 december 2015 zijn afspraken gemaakt met de bonden en VNG over een toekomstvaste langdurige zorg en ondersteuning. Onderdeel van die afspraken is het bieden van nieuw perspectief aan medewerkers in het sociaal domein door vernieuwing van de ondersteuning thuis, bijvoorbeeld door het creëren van nieuwe integrale functies in de thuisonder-steuning. VWS ondersteunt de landelijke en regionale partijen bij het maken van deze omslag. Specifiek voor de oudere medewerkers is een extra impuls afgesproken gericht op het ondersteunen van oudere medewerkers in deze vernieuwing. Hiervoor is in 2017 € 2 miljoen beschikbaar.

Veilige gegevensuitwisseling en authenticatie in de zorg Zorgpartijen hebben een gezamenlijk plan opgesteld voor de implementatie van gespecificeerde toestemming zoals bepaald in het wetsvoorstel Cliëntenrechten bij elektronische verwerking van gegevens. Voor de uitvoering van dit plan is voor de periode 2016–2018 een subsidie beschikbaar gesteld van in totaal € 1,9 miljoen. In 2017 is ruim € 1 miljoen beschikbaar. De toename van elektronische informatieuitwisseling in de zorg en de groei in het gebruik van eHealth toepassingen vragen om een veilige en betrouwbare authenticatie door patiënten en door zorgverleners die dit thans doen met behulp van de UZI-pas.

Voor het doorontwikkelen, implementeren en stimuleren van het gebruik van veilige authenticatie in de zorg is in 2017 € 4 miljoen beschikbaar.

Pilots Opleiding tot Ziekenhuisarts

VWS verleent sinds 2012 subsidie voor pilot trajecten met opleidingsplaatsen tot ziekenhuisarts. Het achterliggend doel van de pilots is om meer inzicht te krijgen in welke mate de opzet van een opleiding tot ziekenhuisarts, een toegevoegde waarde biedt voor de (toekomstige) beroepen- en opleidingsstructuur in de zorg. Er zijn twee trajecten met driejarige opleidingen gesubsidieerd. Begin 2016 is besloten om nieuwe opleidingsplaatsen voor de ziekenhuisarts te subsidiëren om zo de instroom in de opleiding te kunnen continueren. Besloten is om 16 extra opleidingsplaatsen te subsidiëren. In 2017 is hiervoor € 4,5 miljoen geraamd.

Overig

Hieronder vallen ondermeer de subsidie voor « Het Bewustzijnsproject» met als doel kosteneffectief werken in de zorg te verankeren in opleidingsplannen; de subsidie voor het project «dedicated schakeljaar» gericht op het sneller doorlopen van de medische vervolgopleiding; de instellingssubsidies voor acht beroepsorganisaties ten behoeve van de uitvoering van artikel 14 wet Beroepen Individuele Gezondheidszorg en het programma aanpak disfunctionerende artsen.

De overige subsidiemiddelen die niet apart benoemd zijn binnen dit artikelonderdeel worden ondermeer ingezet ter dekking van de kosten die samenhangen met de uitvoering van de Wet Normering Topinkomens in de zorg en het verlenen van subsidies aan de partijen die betrokken zijn bij het proces van bekostiging van medische vervolgopleidingen, zoals het capaciteitsorgaan.

Opdrachten

Arbeidsmarktonderzoek

De beschikbaarheid van betrouwbare arbeidsmarktinformatie is een noodzakelijke voorwaarde voor een goed functionerende arbeidsmarkt. Hiertoe wordt geïnvesteerd in eenduidige en voor iedereen toegankelijke arbeidsmarktinformatie via onder andere het onderzoeksprogramma Arbeidsmarkt Zorg en Welzijn, waaraan ook de sociale partners in zorg en welzijn een belangrijke bijdrage leveren. De arbeidsmarktinformatie uit het onderzoeksprogramma is beschikbaar via de vernieuwde website www.azwinfo.nl. Daarnaast wordt voorzien in een versterking van het regionaal arbeidsmarktonderzoek. Voor arbeidsmarktonderzoek is in 2017 € 2 miljoen gereserveerd.

Celsus

Om een kennisprogramma te ontwikkelen dat het vraagstuk van stijgende zorguitgaven in al zijn aspecten in kaart brengt en verbindingen tussen academische en beleidsmatige kennis en ervaring te verbeteren is, samen met IQ Health Care – Radboud Universiteit Nijmegen, Celsus, academie voor betaalbare zorg opgericht. Hiervoor is € 2,7 miljoen beschikbaar in de jaren 2012–2017, waarvan € 0,8 miljoen beschikbaar is in 2017. Celsus kent zowel langlopend onderzoek (door verschillende promovendi) als kortdurend (beleids)onderzoek, biedt opleidingen aan, verbindt onderzoekers en beleidsmakers en verspreidt kennis over dit onderwerp.

Overig

De overige bedragen worden ingezet voor de ontwikkeling van kennis en expertise op het terrein van de zorg, voor beleid en praktijk. Daarbij gaat het onder meer om bijdragen aan de onderzoeksprogramma’s van het

Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP), het Centraal

Planbureau (CPB), het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu

(RIVM) en de Raad voor Volksgezondheid en Samenleving (RVS). De

concrete onderzoeksopdrachten die hieronder vallen worden niet separaat benoemd binnen dit artikelonderdeel.

Bijdragen aan agentschappen

CIBG: bijdrage voor onder andere BIG-register, UZI-register, SBV-Z en

toezicht en handhaving WNT

– Het CIBG is als registerautoriteit verantwoordelijk voor het beheer van het BIG-register. In het BIG-register kunnen zowel Nederlands als buitenlands gediplomeerde zorgverleners zich registreren. De buitenlands gediplomeerden die in de Nederlandse gezondheidszorg willen werken moeten – voor zover zij niet vallen onder de automatische erkenning van diploma’s op grond van de Europese regelgeving – een aanvraag indienen voor een verklaring van vakbekwaamheid of voor een erkenning van de opleidingstitel(s) of de beroepskwalificatie. Voor de procedure van buitenlands gediplomeerden ontvangt het CIBG een financiële bijdrage.

– Het UZI-register (Unieke Zorgverlener Identificatie register) van het CIBG verstrekt UZI-passen aan zorgaanbieder en indicatieorganen waarmee unieke identificatie van zorgaanbieders en indicatieorganen in de zorg mogelijk wordt gemaakt.

– De Sectorale Berichten Voorziening in de Zorg (SBV-Z) van het CIBG is een betrouwbare bron voor het leveren van burgerservicenummers (BSN’s) aan de zorgsector.

– In de Wet Normering Topinkomens (WNT) is in artikel 5 het toezicht en de handhaving geregeld. Voor de zorg is het toezicht en de handhaving ondergebracht bij het CIBG.

In totaal is voor al deze taken in 2016 € 6,1 miljoen gereserveerd.

Bijdragen aan ZBO’s/RWT’s

Zorginstituut Nederland: sectie Zorgberoepen en Opleidingen Op 10 april 2015 is het rapport «Naar nieuwe zorg en zorgberoepen: de contouren» uitgebracht over de verandering in zorgvraag en wat dit betekent voor de zorg (TK 29 282, nr. 221). In november 2016 verschijnt het vervolgadvies van de Commissie Innovatie Zorgberoepen & Opleidingen over het opleidingscontinuüm dat daarbij past. In 2017 staat de implementatie van het advies van de commissie centraal. De middelen voor 2016 en 2017 (€ 1 miljoen per jaar) staan op onderdeel 4 (Inrichting uitvoeringsactiviteiten) van dit artikel geraamd.

  • 3. 
    Kwaliteit, transparantie en kennisontwikkeling

Subsidies

Nivel

Voor onderzoek naar de effectiviteit en de kwaliteit van de gezondheidszorg in Nederland en (de relatie tussen) de verschillende partijen in de zorg wordt subsidie verleend (€ 5,7 miljoen in 2017) aan het Nederlands instituut voor onderzoek van de gezondheidszorg (Nivel). Het Nivel ontwikkelt en beheert hiertoe databases, panels en monitors.

Programma Innovatie en zorgvernieuwing

Voor het bereiken van een verbeterde informatiepositie van burgers, verbeterde informatie-uitwisseling tussen zorgverleners en brede beschikbaarheid van eHealth-toepassingen als telemonitoring, beeld-schermzorg en domotica worden door het programma Innovatie en Zorgvernieuwing subsidies verstrekt aan initiatieven die aan deze doelen bijdragen. Zo vindt, samen met Zorgverzekeraars Nederland, financiering plaats van het programma MedMij. In dit programma onder voorzitterschap van de NPCF worden de eisen en standaarden ontwikkeld waaraan digitale persoonlijke gezondheidsomgevingen moeten voldoen, gebruik makend van koploperervaringen uit de praktijk.

Vitavalley en Zorginovatie.nl organiseren het Landelijk Netwerk Zorginnovatie, waarmee structureel vorm wordt gegeven aan het delen van expertise, nationaal en internationaal uitwisselen van kennis en het tot stand brengen van bovenregionale samenwerking en versterking van ecosystemen gericht op zorginnovatie.

Tevens vindt onderzoek plaats naar de wijze waarop de kennis en expertise over de opzet van succesvolle zorgnetwerken zoals Parkinsonnet beschikbaar kan worden gemaakt ten behoeve van andere aandoeningen. In totaal is er voor het programma Innovatie en Zorgvernieuwing € 7,8 miljoen gereserveerd.

Opdrachten

Programma Innovatie en zorgvernieuwing

Binnen het programma I&Z worden activiteiten uitgevoerd waarvoor in 2017 aan diverse partijen opdrachten worden verstrekt. Ingezet wordt enerzijds op vergroting van kennis over toepassingsmogelijkheden en nieuwe vormen van zorgorganisatie en anderzijds op het vergroten van de opschalingspotentie van veelbelovende initiatieven. Zo wordt begin 2017 een meerdaags landelijk eHealthevenement georganiseerd, wordt bijgedragen aan het vergroten van digitale vaardigheden van burgers en zorgprofessionals en worden ervaringsdeskundigen geschoold in het participeren in zorginnovatieprocessen.

In 2016 zijn de instrumenten Health Deals en Health Impact Bonds geïntroduceerd. Doelstelling is om in 2017 minimaal drie Health Deals en twee Health Impact Bonds te sluiten.

Bijdragen aan agentschappen

CIBG: WTZi (toelatingen) en Jaardocument Maatschappelijke Verantwoording (JMV)

Op grond van de Wet toelating zorginstellingen (WTZi) dienen instellingen die zorg willen aanbieden, die op grond van de Zorgverzekeringswet of Wet langdurige zorg voor vergoeding in aanmerking komt, een toelating te hebben. De uitvoering van de WTZi (toelatingen) vindt plaats bij het CIBG. Aan de Tweede Kamer is toegezegd dat de WTZi wordt aangepast om scherper toezicht op kwaliteit te houden (TK 31 765, nr. 116). Daarbij zal een meldplicht voor alle nieuwe zorgaanbieders worden geïntroduceerd.

Via het Jaardocument Maatschappelijke Verantwoording (JMV) verantwoorden zorgaanbieders zich jaarlijks over de geleverde (financiële) prestaties. Zij zijn verplicht om een aantal gegevens aan te leveren aan de hiervoor bedoelde database. Alle partijen die een rol spelen binnen het zorgstelsel hebben toegang tot deze uniforme, digitale informatie via www.jaarverslagenzorg.nl.

Verkend zal worden of Standard Business Reporting (SBR) als alternatieve aanlevermethode gebruikt kan worden voor het JMV. SBR wordt zowel binnen de overheid als het bedrijfsleven gezien als de «rapportagestandaard voor gestructureerd digitaal gegevensverkeer». Voor zorginstellingen kan SBR in de toekomst tot een vermindering van de administratieve lasten leiden. De totale geraamde bijdrage is € 4 miljoen in 2017.

Bijdragen aan ZBO’s/RWT’s

ZonMw

ZonMw is een intermediaire organisatie die op programmatische wijze projecten en onderzoek op het gebied van gezondheid, preventie en zorg laat uitvoeren. ZonMw bewaakt daarbij de kwaliteit, relevantie en samenhang. In onderstaande tabel zijn de activiteiten uitgesplitst naar de verschillende beleidsterreinen waarop de programma’s bij ZonMw betrekking hebben.

 

Overzichtstabel geraamde programma-uitgaven ZonMw 2017–2021 (bedragen x € 1.000)

 

2017

2018

2019

2020

2021

Totaal ZonMw

127.768

130.333

130.746

123.211

112.485

Artikel 1 Volksgezondheid: onder andere Preventieprogramma’s,

         

Antibioticaresistentie, Infectieziektebestrijding en Translationeel Adult

         

Stamcelonderzoek

29.021

23.587

25.712

24.824

26.713

Artikel 2 Curatieve zorg: onder andere Doelmatigheidsonderzoek,

         

Goed Gebruik Geneesmiddelen, Topzorg, Citrienfonds, Verwarde

         

personen, Gender en gezondheid, Zwangerschap en geboorte en

         

onderzoeksprogramma GGz

65.471

69.244

73.377

69.132

60.877

Artikel 3 Maatschappelijke ondersteuning en langdurige zorg: onder

         

andere Nationaal Programma Ouderenzorg, Palliantie, meer dan Zorg,

         

«Gewoon Bijzonder»: nationaal programma gehandicapten en Active

         

and Assisted Living

19.174

21.719

19.011

17.055

14.910

Artikel 5 Jeugd: onder andere Academische Werkplaatsen Transfor-

         

matie Jeugd, Versterking Uitvoeringspraktijk JGZ, Effectief Werken in

         

de Jeugdsector en Richtlijnen Jeugdgezondheidszorg

8.944

9.838

8.202

9.178

7.803

Artikel 6 Sport en bewegen: onder andere Onderzoeksprogramma

         

Sport, Kennis- en innovatieagenda sport en Sportimpuls

5.158

5.945

4.445

3.022

2.182

Op de andere begrotingsartikelen staan ook begrotingsposten op het gebied van Kennisontwikkeling en innovatie, bijvoorbeeld RIVM (artikel 1), Nivel (artikel 2), Vilans (artikel 3) en Movisie (artikel 3).

  • 4. 
    Inrichten uitvoeringsactiviteiten

Bijdragen aan ZBO’s/RWT’s

CAK

Het CAK voert diverse wettelijke taken uit, te weten:

de centrale betaling aan 3.500 instellingen voor langdurige zorg

(namens de Wlz-uitvoerders) (Wlz);

het innen van de eigen bijdragen voor langdurige zorg (Wlz);

het vaststellen, opleggen en innen van de eigen bijdrage maatschappelijke ondersteuning (Wmo 2015);

het verstrekken van de Schengenverklaringen;

het beheer van de website Regelhulp.

Daarnaast is het CAK bezig met de afhandeling van de laatste werkzaamheden rond de afgeschafte Wtcg en CER.

Ook wordt met de maatregelen uit de wet «verbetering wanbetalersmaat-regelen» (die 1 juli 2016 in werking is getreden) de komende jaren gewerkt aan het verminderen van het aantal wanbetalers. Onderdeel daarvan is het aanwijzen van groepen die onder voorwaarden uit de wanbetalersregeling kunnen stromen.

Tot slot wordt er naar gestreefd om het CAK in 2017 verantwoordelijk te maken voor de uitvoering van de burgerregelingen wanbetalers, onverzekerden, gemoedsbezwaarden en de zogeheten buitenlandtaak, inclusief het Nationaal contactpunt. Dit geldt ook voor de uitvoering van de regeling voor compensatie van verleende zorg aan onverzekerbare vreemdelingen «Overgang van taken van het Zorginstituut Nederland naar het CAK» is op 5 april 2016 aangenomen door de Eerste Kamer. Het beschikbare budget in 2017 bedraagt € 76,4 miljoen.

NZa

De Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) is belast met het markttoezicht specifiek voor de zorgsector en moet het algemeen consumentenbelang voorop stellen bij de uitoefening van haar taken. Die taken zijn tarieven en prestaties in de zorg reguleren, toezien op de rechtmatige uitvoering van de Zvw en op de recht- en doelmatige uitvoering van de Wlz, alsmede de naleving van de Wmg.

Het beschikbare budget in 2017 bedraagt circa € 55,8 miljoen. Dit is inclusief de middelen vanaf 2017 voor het doorontwikkeld centraal meldpunt zorgfraude (€ 1 miljoen).

Zorginstituut Nederland

Het Zorginstituut Nederland adviseert over het verzekerde Zvw- en Wlz-pakket, stimuleert de verbetering van de kwaliteit van de gezondheidszorg in Nederland en zorgt er voor dat iedereen toegang heeft tot begrijpelijke en betrouwbare informatie over de kwaliteit van geleverde zorg (het Kwaliteitsinstituut). Daarnaast adviseert het Zorginstituut over de gewenste ontwikkeling van beroepen en opleidingen in de gezondheidszorg (de adviescommissie Innovatie Zorgberoepen & Opleidingen).

Tot slot is het Zorginstituut de fondsbeheerder van het Zorgverzekeringsfonds, het Algemeen Fonds Bijzondere Ziektekosten en het Fonds Langdurige Zorg en is uitvoerder van de financiering van zorgverzekeraars uit de fondsen (in het bijzonder de risicoverevening) en bevordert de rechtmatige en doelmatige uitvoering van de Wlz.

Het Kwaliteitsinstituut, als onderdeel van het Zorginstituut, heeft met betrekking tot transparantie een belangrijke rol en is daarom gemandateerd (Staatscourant 27102, nr. 1) voor het verstrekken van subsidies voor de stimulering van de transparantie over de kwaliteit van zorg (Staatscourant 26926) (€ 5 miljoen).

Het beschikbare budget bedraagt in 2017 circa € 52,2 miljoen. De budgettaire gevolgen van de taakoverhevelingen van het ZiNL naar het CAK worden in 2017 in beeld gebracht.

CSZ

Het College Sanering Zorginstellingen (CSZ) voert onder andere de meldings- en goedkeuringsregeling voor de vervreemding van onroerende zaken uit. In 2017 is hiervoor € 2,6 miljoen gereserveerd.

  • 5. 
    Zorg, welzijn en jeugdzorg op Caribisch Nederland

Bekostiging

Zorg en Welzijn

Per 1 januari 2011 is er één zorgverzekering voor iedereen in Caribisch

Nederland. Dat wil zeggen dat iedereen die legaal op Bonaire, Sint

Eustatius en Saba woont en/of werkt is verzekerd van zorg. De totale geraamde kosten die naar verwachting in 2017 gemoeid zijn met de

(jeugd)zorg op Caribisch Nederland bedragen circa € 111,6 miljoen. circa

€ 2,4 miljoen hiervan is voor de jeugdzorg op Caribisch Nederland beschikbaar. De rest van de middelen voor de jeugdzorg, circa

€ 2,5 miljoen, worden verantwoord op artikel 10. Op alle drie eilanden is een Centrum voor Jeugd en Gezin.

  • 6. 
    Voorkomen oneigenlijk gebruik en aanpak fraude

Subsidies

VWS werkt aan het realiseren van de totstandkoming en monitoring van een ketenbrede aanpak voor preventie, toezicht, opsporing en vervolging op het gebied van onrechtmatigheden in de zorg. De invulling van deze aanpak vindt plaats door uitvoering van het Programmaplan Rechtmatige Zorg: aanpak fouten en fraude 2015–2018.

VWS draagt met subsidies bij aan initiatieven op het terrein van het versterken van rechtmatige zorg. VWS subsidieert de VNG om gemeenten te ondersteunen bij het voorkomen en aanpakken van fouten en fraude in de Wmo 2015 en de Jeugdwet. De ondersteuning krijgt onder andere vorm via een informatiepunt bij de VNG voor gemeenten, relevante beleidsproducten voor gemeenten zoals een gegevensmatrix en handreikingen hoe om te gaan met fraudesignalen en het verzorgen van een reeks van regiobijeenkomsten voor gemeenten om de opgedane kennis actief te verspreiden. Het OndersteuningsTeam Fraudesignalen van de VNG adviseert gemeenten in huis over hoe om te gaan met concrete fraudesignalen.

Daarnaast onderzoekt VWS in samenwerking met andere partijen de mogelijkheden om pgb-budgethouders een instrument te bieden om een keuze te maken voor een pgb-zorgaanbieder. Ervaringen van andere budgethouders, deelname aan keurmerken en informatie over de betrouwbaarheid van de zorgaanbieder maken mogelijk onderdeel uit van dit instrument.

Verder zijn op 5 juli 2016 afspraken gemaakt met de KNMG, het Openbaar Ministerie, de Inspectie SZW en de FIOD over de inzet van een pool van onafhankelijk deskundige artsen die kunnen worden ingezet bij het anonimiseren van medische persoonsgegevens in strafrechtelijke onderzoeken. VWS subsidieert via de KNMG de inzet van deze artsen.

Opdrachten

VWS heeft een stimulerende en regisserende rol. Door de inzet van een mix van instrumenten wordt het programmaplan Rechtmatige Zorg uitgevoerd. Dit wordt in sommige gevallen gedaan door een opdracht zoals de verbetering van de gegevensuitwisseling tussen partijen van de Taskforce Integriteit Zorgsector (TIZ).

Beleidsartikel 5 Jeugd

  • 1. 
    Algemene beleidsdoelstelling

Kinderen in Nederland groeien gezond en veilig op, ontwikkelen hun talenten en doen mee aan de samenleving.

  • 2. 
    Rol en verantwoordelijkheid Minister

Ouders/verzorgers zijn primair verantwoordelijk voor de opvoeding en verzorging van hun kinderen. Als ouders of het ondersteunende sociale netwerk hun rol niet kunnen vervullen, is er een taak weggelegd voor de overheid om jeugdigen met hulp op maat naar een zelfstandige toekomst te leiden. Kinderen die in hun ontwikkeling worden bedreigd, moeten passende hulp krijgen en indien nodig in bescherming worden genomen.

Met de invoering van de Jeugdwet op 1 januari 2015 zijn gemeenten bestuurlijk en financieel verantwoordelijk voor de ondersteuning, hulp en zorg van jeugdigen (jeugdhulp) die voorheen viel onder de Wet op de Jeugdzorg, de Zorgverzekeringswet (jeugd-geestelijke gezondheidszorg) en de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten (zorg voor jeugdigen met een verstandelijke beperking). De Ministers van VWS en VenJ zijn systeemverantwoordelijk voor het gedecentraliseerde stelsel van jeugdhulp waaronder het wettelijk kader (de Jeugdwet).

De Minister is verantwoordelijk voor:

Stimuleren:

– Stimuleren dat de kwaliteit en veiligheid in de jeugdhulp geborgd worden door verdere professionalisering en het stellen van kwaliteitseisen.

– Bevorderen van een effectieve aanpak van kindermishandeling, onder andere door gemeenten in staat te stellen de werking van het stelsel voor de aanpak van kindermishandeling op lokaal en regionaal niveau te verbeteren.

– Het stimuleren van gemeenten om de samenhang tussen beleid en uitvoering op de terreinen van zorg, school en werk te verbeteren.

– Een landelijke kennisinfrastructuur voor beleidsontwikkeling en

-implementatie en zorgvernieuwing en hierbij gemeenten en het veld van jeugdhulp de ruimte geven om de eigen aanpak verder te ontwikkelen.

Financieren:

– Financieren van de gemeenten via het gemeentefonds (integratieuitkering sociaal domein) om hun verantwoordelijkheid voor jeugd-hulp op grond van de Jeugdwet waar te maken.

– Uitvoeren van de Regeling vergoeding bijzondere transitiekosten Jeugdwet.

– Uitvoeren van de Subsidieregeling schippersinternaten.

Regisseren:

– Het wettelijk kader (Jeugdwet) dat regels bevat voor de inrichting van het systeem onder andere op het gebied van toegang, kwaliteit en beleidsinformatie. – Bestuurlijk overleg met de relevante actoren in het jeugdstelsel gericht op het realiseren van de maatschappelijke doelen van het jeugdstelsel.

– De Inspectie Jeugdzorg (IJZ), de Inspectie voor de Gezondheidszorg (IGZ) en de Inspectie Veiligheid en Justitie zijn verantwoordelijk voor het uitvoeren van onafhankelijk toezicht op de aanbieders van jeugdhulp.

– Monitoren en evalueren van de werking van het jeugdstelsel. De Jeugdwet verplicht tot een evaluatie na 3 jaar.

  • 3. 
    Beleidswijzigingen

– In 2017 en volgende jaren wordt volop ingezet op verbetering van de uitvoeringspraktijk. Een belangrijk aandachtspunt zal de verbetering zijn van de hulp aan jongeren die 18 jaar worden, onder meer door verbeterde aansluiting op andere domeinen zoals de Wmo. Samen met de VNG, het Ministerie van VenJ en het Nederlands Jeugdinstituut worden gemeenten en zorgaanbieders ondersteund met goede voorbeelden en regionale workshops.We stimuleren het werken in wijkteams met een gezamenlijk programma van de kennisinstituten. Met www.denieuwepraktijk.nl bieden we een platform voor zorgprofessionals, zorgaanbieders en gemeenten om goede voorbeelden te delen.

– Om de vernieuwing van het zorglandschap soepel te laten verlopen bemiddelt de Transitie Autoriteit Jeugdhulp (TAJ) ussen gemeenten en aanbieders. Er is een Transitiebudget beschikbaar om noodzakelijke frictiekosten te financieren. Er is een landelijk regievoerder bovenregionaal aanbod aangesteld die het samenspel van de regio’s coördineert rond de toekomst van de gespecialiseerd jeugdhulp. Gezien de cruciale rol van de TAJ in de transitie, zal in 2017 een eventuele verlenging van een jaar van de TAJ worden overwogen. Rekening houdend met het ritme van de subsidieaanvragen in 2016 en 2017 zal het subsidiebudget gelijk blijven.

– In 2017 vindt onder leiding van ZonMw een tussenevaluatie van de Jeugdwet plaats. De evaluatie wordt voorjaar 2018 aan het parlement aangeboden.

Gepaste zorg

– Kinderen moeten de zorg krijgen die ze nodig hebben zonder dat er sprake is van over- of onderbehandeling. In 2017 volgt een nieuw plan voor «gepaste zorg» van de beroepsgroepen en het onderwijs.

– Met het Interventieteam Onderwijs en Zorg wordt een duurzame oplossing geboden voor kinderen die door hun problemen en beperkingen langdurig niet naar school gaan (zogenoemde thuiszit-ters).

Kinderen veilig

– In 2017 wil het Rijk in samenwerking met de VNG gemeenten in staat stellen om op lokaal/regionaal niveau een goed werkend stelsel voor de aanpak van geweld in huiselijke kring te realiseren. De rol van het advies en meldpunt huiselijk geweld en kindermishandeling (Veilig Thuis) is hierin speerpunt. Evenals die van professionals. Op basis van de uitkomsten van het advies van de heer Sprokkereef over het aanscherpen van het gebruik van de meldcode en de werkwijze Veilig Thuis, wordt in 2017 invulling gegeven aan de benodigde activiteiten.

– In 2017 zal de inrichting van de organisatie van het landelijk aanbod voor forensisch-medische expertise worden aangepast. Doel is om deze inrichting aan te laten sluiten op het netwerk van een landelijk dekkende infrastructuur voor slachtoffers van huiselijk geweld,

kindermishandeling en seksueel geweld dat door gemeenten wordt ontwikkeld en eind 2018 operationeel moet zijn. – De commissie De Winter heeft in mei 2016 de uitkomsten gepubliceerd van het vooronderzoek naar geweld in de jeugdzorg, met als conclusie dat verder onderzoek zinvol is. Het door de commissie in te stellen vervolgonderzoek dat in de zomer van 2016 start, zal doorlopen tot medio 2018. Het Ministerie van VenJ is het eerstverantwoordelijke ministerie voor deze commissie.

Professionalisering jeugdhulp

– In 2017 voeren branche- en beroepsorganisaties, cliëntenorganisaties en gemeenten met financiële steun van VWS – totaal € 13,4 miljoen voor een periode van vier jaar – gezamenlijk het werkprogramma

Professionalisering jeugdhulp 2015–2018 uit. Belangrijke elementen in het werkprogramma zijn:

C Ontwikkelen, versterken en borgen van een gemeenschappelijke basis in het handelen van jeugdprofessionals.

C Stimuleren van een lerende sector waarbij veldpartijen gezamenlijk beoordelen hoe de kwaliteit van de beroepsbeoefenaar zich ontwikkelt en wat er nodig is om ontvankelijk te zijn voor veranderingen in de omgeving.

C De te zetten stappen om te borgen dat alle professionals werkzaam in de jeugdhulp op een HBO- of WO-functie of hoger, ook geregistreerde professionals worden. – In 2016 is het principebesluit genomen dat de jeugdsector aansluit bij het Kwaliteitsinstituut. Dit biedt onder andere de kans om in 2017 het beheer en het onderhoud van de 14 richtlijnen jeugdhulp te borgen in het Kwaliteitsregister van het Kwaliteitsinstituut.

Preventie van extremisme

– In 2017 wordt een gezamenlijk plan van VWS, OCW, SZW en VenJ uitgevoerd om het sociaal domein beter toe te rusten bij de aanpak van extremisme. Voor de uitvoering van het plan is de komende drie jaar jaarlijks € 1 miljoen beschikbaar voor een kenniscentrum voor professionals in het jeugddomein, onderzoek, ontwikkelkosten van opleidingen (op maat) en pilots waarmee ervaringen van kansrijke interventies overgedragen kunnen worden.

– In 2016 heeft speciaal rapporteur Azough goede ervaringen én plekken waar samenwerking niet vanzelf tot stand komt in kaart gebracht en geanalyseerd wat daarbij de onderliggende problemen zijn. De goede ervaringen en de knelpunten heeft zij gebundeld. Deze uitkomsten worden in 2017 gebruikt om het gesprek tussen jeugdwelzijnwerkers en onderwijsprofessionals te stimuleren, dit met als doel om in kaart te brengen wat goed en minder goed werkt in de strijd tegen radicalisering en extremisme.

  • 4. 
    Budgettaire gevolgen van beleid
 

Begrotingsuitgaven (bedragen x € 1.000)

 

2015

2016

2017

2018

2019

2020

2021

Verplichtingen

Uitgaven

Waarvan juridisch verplicht (%)

117.034 110.430

202.864 202.864

115.531

115.531

44,5%

61.943 61.943

70.805 70.805

72.473 72.473

55.875 55.875

 

2015

2016

2017

2018

2019

2020

2021

  • 1. 
    Laagdrempelige ondersteuning bij het
             

opvoeden en opgroeien

0

0

0

0

0

0

0

  • 2. 
    Noodzakelijke en passende zorg

0

0

0

0

0

0

0

  • 3. 
    Effectief en efficiënt werkend jeugdstelsel

110.430

202.864

115.531

61.943

70.805

72.473

55.875

 

103.068

191.927

104.971

51.052

59.733

60.733

44.135

Schippersinternaten

20.076

18.578

18.577

18.577

18.577

18.577

18.577

Participatie

1.630

1.769

2.050

2.011

1.958

1.958

1.959

Kennis, beleidsinformatie en kindermis-

             

handeling

8.268

9.017

8.879

7.462

7.462

7.462

7.462

Jeugdhulp

56.511

38.330

20.791

19.757

31.736

32.736

16.137

Transitie jeugd

16.582

124.233

54.674

3.245

0

0

0

Opdrachten

3.522

9.608

9.280

9.427

9.608

10.276

10.276

Kennis, beleidsinformatie en kindermis-

             

handeling

1.119

3.703

3.434

2.199

2.199

2.199

2.199

Jeugdhulp

1.023

1.902

2.631

6.478

6.659

7.327

7.327

Transitie jeugd

1.349

3.432

2.465

0

0

0

0

Overig

31

571

750

750

750

750

750

Bijdragen aan agentschappen

1.209

1.307

1.258

1.259

1.259

1.259

1.259

Overig

1.209

1.307

1.258

1.259

1.259

1.259

1.259

Bijdragen aan medeoverheden

0

0

0

0

0

0

0

Bijdragen aan andere begrotingshoofd-

             

stukken

2.631

22

22

205

205

205

205

OCW: Onderwijskosten JeugdzorgPlus

             

en kijkwijzer

183

22

22

205

205

205

205

Overig

2.448

0

0

0

0

0

0

Ontvangsten

11.647

82.508

4.508

4.508

4.508

4.508

4.508

Laagdrempelige ondersteuning

             

opvoeden en opgroeien

0

4.423

4.423

4.423

4.423

4.423

4.423

Effectief en efficiënt werkend jeugd-

             

stelsel

8.099

78.000

0

0

0

0

0

Noodzakelijke en passende zorg

3.548

85

85

85

85

85

85

Bovenstaande informatie is bedoeld voor de Staten-Generaal. Aan dit overzicht kunnen geen rechten worden ontleend.

Budgetflexibiliteit

Subsidies

Dit betreft zowel instellingsubsidies die jaarlijks worden verleend als projectsubsidies. Projectsubsidies kunnen meerjarig zijn. Van het beschikbare budget voor 2017 van € 105 miljoen is circa 41% juridisch verplicht. Het betreft de vergoeding van kapitaallasten gesloten jeugdzorg, subsidies aan schippersinternaten, het Nederlands jeugdinstituut, de Nationale jeugdraad, LOC, de Nederlandse vereniging pleeggezinnen en het Kinderrechtencollectief.

Opdrachten

Van het beschikbare budget voor 2017 van € 9,3 miljoen is circa 76%

juridisch verplicht. Het betreft kaseffecten van opdrachten uit 2016.

Bijdragen aan agentschappen

Van het beschikbare budget voor 2017 van € 1,3 miljoen is 100% juridisch verplicht. Het betreft een bijdrage aan het CIBG voor de uitvoeringskosten en het beheer van de Verwijsindex risicojongeren.

  • 5. 
    Instrumenten

Effectief en efficiënt werkend jeugdstelsel

Subsidies

Schippersinternaten

Voor de opvang en verzorging van minderjarige kinderen van binnenschippers, kermisexploitanten en circusartiesten ontvangen internaten subsidie (€ 18,6 miljoen). In verband met een dalend kindertal is het budget ten opzichte van voorgaande jaren structureel verlaagd met € 4 miljoen.

Participatie,

Op grond van het internationaal Verdrag inzake de rechten van het kind worden activiteiten gesubsidieerd die de rechten van kinderen onder de aandacht brengen en jongeren laten participeren. Daarom worden activiteiten van de Nationale Jeugdraad (de landelijke vereniging van jongerenorganisaties) en Unicef gesubsidieerd, waaronder (media)cam-pagnes.

Subsidies en opdrachten

Kennis, beleidsinformatie en kindermishandeling

Voor kennis & beleidsinformatie en kindermishandeling is een bedrag van

€ 12,3 miljoen beschikbaar voor subsidies en opdrachten.

Voor het verzamelen van gegevens door het CBS zijn middelen beschikbaar ten behoeve van de beleidsinformatie. Het CBS publiceert twee keer per jaar statistieken en rapportages over het jeugdhulpgebruik per gemeente.

Daarnaast wordt de Jeugdmonitor eenmaal per jaar gepubliceerd. Deze bevat een aantal maatschappelijke indicatoren die het brede jeugdveld bestrijken, te weten: wonen, school, werken, middelengebruik, politiecontacten en kindermishandeling.

De aanpak van kindermishandeling is een belangrijk onderdeel van de brede aanpak van geweld in afhankelijkheidsrelaties De exacte invulling van projecten is afhankelijk van de uitkomsten van het traject Aanscherping meldcode en werkwijze Veilig Thuis dat in 2016 wordt afgerond. Om de inzet van de benodigde forensisch-medische expertise op peil te houden tot de aansluiting met het netwerk van een landelijk dekkende infrastructuur voor slachtoffers van huiselijk geweld, kindermishandeling en seksueel geweld is volbracht, krijgen de twee landelijke organisaties de Forensische Polikliniek Kindermishandeling en het Landelijk Expertise Centrum Kindermishandeling overbruggingsfinanciering. De aansluiting is in 2018 voorzien.

Jeugdhulp

Voor de vergoeding van de kosten kapitaallasten gesloten jeugdzorg zijn middelen begroot (€ 18 miljoen), professionalisering van de jeugdzorg

(€ 4 miljoen) en meerdere kleine opdrachten en subsidies. In totaal is in

2017 € 20,8 miljoen beschikbaar voor subsidies en € 2,6 miljoen voor opdrachten.

Transitie Jeugdwet

Hier zijn middelen gereserveerd voor de uitvoering van de Jeugdwet. Het betreft onder meer de organisatiekosten van de Transitieautoriteit Jeugd. Om noodzakelijke jeugdhulp te kunnen blijven bieden kan er door jeugdhulpinstellingen subsidie worden aangevraagd voor bijzondere transitiekosten. De Transitieautoriteit Jeugd geeft advies over de subsidieaanvragen. Voor deze subsidieregeling is in 2017 circa € 54,7 miljoen beschikbaar voor subsidies en € 2,5 miljoen voor opdrachten.

Kennisprogramma’s jeugd

De middelen voor de ZonMw-programma’s worden begroot op artikel 4 Zorgbreed beleid. In de paragraaf «instrumenten» van artikel 4 is een overzichtstabel opgenomen.

De kennisprogramma’s van ZonMw zijn gericht op de gewenste vernieuwing van de jeugdhulp. Vanaf 2013 loopt het programma «Effectief werken in de jeugdsector» van ZonMw, dat een vervolg is op het programma «Zorg voor jeugd». Naast de ontwikkeling van effectieve instrumenten en interventies is de programma gericht op de rol die de cliënt, de professional en de organisatie hebben op de effectiviteit van ondersteuning en zorg; evenals op de relatie die bestaat tussen deze dimensies. Ook wordt de effectiviteit van preventie onderzocht.

Met het programma «Academische Werkplaatsen (Transformatie) Jeugd 2015–2020» wordt met de inmiddels beproefde werkplaatsformule ondersteuning geboden aan de transformatie jeugd, op het niveau van de 42 gemeentelijke jeugdregio’s. Academische werkplaatsen jeugd verbinden de werelden van wetenschap, praktijk, onderwijs en beleid met structurele inbreng van ouders en jongeren. Zo brengen werkplaatsen kennis samen die nodig is voor de aanpak van praktische vraagstukken in de jeugdsector. Verkregen kennis wordt direct vertaald naar praktijk of beleid in de vorm van toepasbare kennisproducten.

Ontvangsten

In 2017 worden alleen ontvangsten verwacht van niet volledig uitgeputte subsidies. Na het vaststellen van deze subsidies wordt het te veel bevoorschotte bedrag teruggevorderd. Deze ontvangsten worden totaal geraamd op € 4,5 miljoen.

Beleidsartikel 6 Sport en bewegen

  • 1. 
    Algemene doelstelling

Een sportieve samenleving waarin voor iedereen passende en veilige sport- en beweegmogelijkheden aanwezig zijn en waarin uitblinken in sport wordt gestimuleerd.

  • 2. 
    Rol en verantwoordelijkheid Minister

Aan het sportbeleid van de rijksoverheid ligt vooral de maatschappelijke betekenis van sport ten grondslag. Sport en bewegen dragen in belangrijke mate bij aan een betere gezondheid, aan het verbeteren van leefbaarheid en veiligheid, sociale samenhang en integratie, aan het verbeteren van schoolprestaties en het verminderen van schooluitval. Daarnaast erkent de rijksoverheid de intrinsieke waarde van sport.

Stimuleren:

– Het bevorderen van de samenwerking tussen partijen uit verschillende sectoren, zodat op lokaal niveau passende en veilige sport- en beweegmogelijkheden tot stand komen en blijven. – Het bevorderen van innovatie, kennisontwikkeling en kennisdeling.

Financieren:

– Het ontwikkelen en (mede)financieren van programma’s die er aan bijdragen dat er voor iedere Nederlander passende en veilige sport- en beweegmogelijkheden in de buurt aanwezig zijn.

– Het faciliteren en mede financieren van de top 10 ambitie. Het scheppen van randvoorwaarden voor talenten en topsporters in Nederland, waardoor zij op een professionele en verantwoorde wijze kunnen uitblinken in sport, ook tijdens topsportevenementen in eigen land.

– Het (mede) financieren van innovatie, kennisontwikkeling en kennisdeling.

  • 3. 
    Beleidswijzigingen

De uitwerking van de beleidsbrief «Sport» (TK 30 234, nr. 37) vormt het fundament voor het huidige sportbeleid. In 2017 wordt op enkele dossiers een belangrijke stap gezet:

– De eerste stappen worden gezet in de uitvoering van de Nationale Kennisagenda Sport en Bewegen. Belangrijk doel is dat de Nederlandse sportpraktijk direct kan profiteren van nieuwe wetenschappelijke gegevens en inzichten. Daarbij wordt waarde gehecht aan borging van de opbrengsten van het huidige onderzoekprogramma sport.

– Het actieplan «Naar een Veiliger Sportklimaat» wordt in 2017 aangepast en vernieuwd. Dit houdt in dat binnen het actieplan de focus meer gelegd wordt op de zwakkere verenigingen waar relatief meer incidenten en excessen plaatsvinden. Ook wordt er in het bijzonder aandacht besteed aan de verdere opleiding van bestuurders van verenigingen omdat zij vanuit hun functie een grote invloed hebben op het creëren van een veilig en plezierig sportklimaat. Tevens wordt een verkenning uitgevoerd naar de mogelijkheden om de integriteit van de sport verder te versterken.

– Het programma «Sport en Bewegen in de Buurt» wordt in 2017 op basis van de ervaringen en effecten tot nu toe, op een aantal punten aangepast. Zo wordt voor het realiseren van nieuw sport- en beweeg- aanbod het maximaal aan te vragen bedrag per sportimpulsaanvraag verlaagd en wordt een verplichte cofinanciering ingevoerd om zodoende de kans op borging van het nieuwe aanbod te vergroten. Daarnaast zal meer aandacht worden gevraagd voor kwetsbare doelgroepen zoals ouderen, chronisch zieken en mensen met een beperking, ook om beter aansluiting te vinden binnen het sociaal domein. Tot slot zal in 2017 binnen de sportimpuls ruimte worden gecreëerd voor een aantal kleinere experimenten die extra input geven voor en meegenomen worden in de voorbereiding van een nieuw beleidskader.

– In 2017 wordt een nieuw voorzieningenbeleid voor topsporters ingevoerd. Uitgangspunt is dat de financiële voorziening sober is ingericht en er scherper wordt gekeken naar wie hiervoor in aanmerking komt.

– In 2016 is de Nederlandse Sportraad ingesteld. Deze raad is ingesteld om te adviseren over de vraag op welke manier meer rendement kan worden gehaald voor Nederland uit het organiseren van (grote) sportevenementen. In 2017 staan de thema’s professionalisering, versterken ondernemerschap en versterken maatschappelijke impact centraal.

– Het nieuwe topsportbeleid, zoals beschreven in de Sportagenda 2017+ van NOC*NSF en de sportbonden, bouwt grotendeels voort op het beleid dat in de Sportagenda 2013–2016 is ingezet: focus op (potentieel) succesvolle takken van sport en topsporters om zo tot de 10 beste topsportlanden ter wereld te horen. De richting van het toekomstige topsportbeleid wordt door VWS ondersteund. VWS zet vanuit de maatschappelijke verantwoordelijkheid van de rijksoverheid een aantal herkenbare accenten neer, waaronder: blijvende aandacht voor integriteit in de topsport, het versterken van de positie van topsporters, het vastleggen van afspraken met topsporters over hun maatschappelijke inzet, voldoende aandacht voor paralympische topsport en het stimuleren van een divers topsportlandschap dat uitnodigt om te presteren.

  • 4. 
    Budgettaire gevolgen van beleid
 

Begrotingsuitgaven (bedragen x € 1.000)

 

2015

2016

2017

2018

2019

2020

2021

Verplichtingen Uitgaven

63.971 73.079

67.727 66.458

112.747 126.704

118.729 128.509

128.045 128.045

112.373 128.608

117.782 128.452

Waarvan juridisch verplicht (%)

  • 1. 
    Passend sport- en beweegaanbod

25.144

19.340

97,7% 79.514

83.461

82.869

83.431

82.920

Subsidies

Gehandicaptensport

16.468 3.071

14.984 1.921

22.272 1.849

26.222 1.848

25.632 1.848

26.193 1.848

25.681 1.848

Verantwoord sporten en bewegen Sport en bewegen in de buurt Stimuleren van een veiliger sport-klimaat

Bekostiging

Compensatie van betaalde energiebelasting

2.418 3.459

7.520

8.638

8.638

104 5.622

7.337

3.400

400

292 12.880

7.251

3.000

0

292 16.832

7.250

3.000

0

292 16.241

7.251

3.000

0

621 16.473

7.251

3.000

0

609 15.973

7.251

3.000

0

Energiebesparing en duurzame energie Opdrachten

0 38

3.000 203

3.000 0

3.000 0

3.000 0

3.000 0

3.000 0

 

2015

2016

2017

2018

2019

2020

2021

Sport en bewegen in de buurt

38

203

0

0

0

0

0

Bijdragen aan medeoverheden

0

753

47.755

47.753

47.751

47.752

47.753

Sport en bewegen in de buurt

0

664

47.755

47.753

47.751

47.752

47.753

Energiebesparing en duurzame energie

0

89

0

0

0

0

0

Bijdragen aan andere begrotingshoofd-

             

stukken

0

0

6.487

6.486

6.486

6.486

6.486

Energiebesparing en verduurzaming

0

0

6.487

6.486

6.486

6.486

6.486

  • 2. 
    Uitblinken in sport

41.006

39.098

38.343

36.000

36.002

36.002

36.002

Subsidies

29.783

26.477

27.748

25.406

25.407

25.407

25.407

Topsportevenementen

6.771

4.631

7.231

4.891

4.891

4.891

4.891

Topsportprogramma’s

21.465

20.188

19.016

19.015

19.015

19.015

19.015

Dopingbestrijding

1.547

1.658

1.501

1.500

1.501

1.501

1.501

Inkomensoverdrachten

11.025

12.441

10.415

10.414

10.415

10.415

10.415

Stipendiumregeling

11.025

12.441

10.415

10.414

10.415

10.415

10.415

Bijdragen aan (inter)nationale organisaties

198

180

180

180

180

180

180

Dopingbestrijding

198

180

180

180

180

180

180

  • 3. 
    Borgen van innovatie, kennisontwikkeling en
             

kennisdeling

6.929

8.020

8.847

9.048

9.174

9.175

9.530

Subsidies

6.626

7.929

8.479

8.680

8.806

8.807

9.162

Kennis als fundament

6.626

7.929

8.479

8.680

8.806

8.807

9.162

Opdrachten

251

29

306

306

306

306

306

Kennis als fundament

251

29

306

306

306

306

306

Bijdragen aan (inter)nationale organisaties

52

62

62

62

62

62

62

Overig

52

62

62

62

62

62

62

Ontvangsten

274

740

740

740

740

740

740

Overig

274

740

740

740

740

740

740

Bovenstaande informatie is bedoeld voor de Staten-Generaal. Aan dit overzicht kunnen geen rechten worden ontleend.

Belastinguitgaven:

Naast de genoemde begrotingsuitgaven zijn er ook belastinguitgaven: diensten door sportbonden en sportorganisaties aan de aangesloten sportclubs en diensten van sportclubs aan hun leden zijn vrijgesteld van BTW, als de bond, organisatie of club geen winstoogmerk heeft en de diensten te maken hebben met sportbeoefening. Hiermee is in 2017 een bedrag van circa € 46 miljoen gemoeid. Deze uitgaven zijn terug te vinden in bijlage 5 van de Miljoenennota (Belastinguitgaven en Inkomstenbeper-kende regelingen).

Budgetflexibiliteit

Subsidies

Van het beschikbare budget voor 2017 van € 58,5 miljoen is 95% juridisch verplicht in verband met de financiering van aangegane verplichtingen voor instellingssubsidies en meerjarige projectsubsidies. Het betreft onder meer de instellingssubsidies aan NOC*NSF, het Kenniscentrum sport en de Anti-Doping Autoriteit Nederland. Bij de projectsubsidies betreft het onder meer de Sportimpuls voor lokale sport- en beweegaanbieders en het programma «Naar een veiliger sportklimaat».

Bekostiging

Van het beschikbare budget voor 2017 van € 3 miljoen is 100% juridisch verplicht in verband met de subsidieregeling energiebesparing en verduurzaming.

Inkomensoverdrachten

Van het beschikbare budget voor 2017 van € 10,4 miljoen is 100% juridisch verplicht in verband met de Stipendiumregeling voor topsporters.

Bijdragen aan medeoverheden

Van het beschikbare budget voor 2017 van € 47,8 miljoen is 100% juridisch verplicht in verband met de bestuurlijke afspraken met de Vereniging Nederlandse Gemeenten over de inzet van buurtsportcoaches binnen de gemeenten.

Bijdragen aan andere begrotingshoofdstukken

Van het beschikbare budget voor 2017 vand € 6,5 miljoen is 100% juridisch verplicht in verband met de subsidieregeling energiebesparing en duurzame energie.

  • 5. 
    Instrumenten
  • 1. 
    Passend sport- en beweegaanbod

In 2015 deed 53% van de personen van 12 jaar en ouder wekelijks aan sport. Dit percentage is sinds 2001 stabiel. Ruim de helft van de Nederlanders van 12 jaar en ouder beweegt voldoende volgens de combinorm, dat wil zeggen voldoet aan de norm gezond bewegen (voor volwassenen is dat minstens een half uur matig intensieve lichamelijke activiteit op minimaal vijf dagen per week en voor jongeren een uur matig intensief bewegen op alle dagen van de week) en/of de fitnorm (minimaal drie keer per week gedurende minimaal 20 minuten zwaar intensieve lichamelijke activiteit). Bron: www.staatvenz.nl

Subsidies

Gehandicaptensport

Sport en bewegen is voor iedereen, ook voor gehandicapten en chronisch zieken, van belang ter stimulering van een gezonde leefstijl. In 2015 is een nieuw beleidskader gehandicaptensport gestart waarbij de focus ligt op het bevorderen dat iedereen met een beperking sport- en beweegmoge-lijkheden in de regio gemakkelijker kan vinden en het aantal passende mogelijkheden wordt uitgebreid en versterkt. Om de sportdeelname van gehandicapten te bevorderen worden meerjarige subsidies aan NOC*NSF, VSG, Mee Nederland, Sportkracht 12 en SOS beschikbaar gesteld. In 2017 is hiervoor € 1,8 miljoen beschikbaar.

Verantwoord sporten en bewegen

Om het aantal sportblessures te verminderen is in 2016 een nieuw meerjarig programma sportblessurepreventie (via ZonMw) gestart dat zich richt op sporten met het hoogste aantal blessures. Daartoe zijn middelen overgeboekt naar artikel 4.3 Kwaliteit, transparantie en kennisontwikkeling (€ 0,7 miljoen). Daarnaast wordt in het kader monitoring en kennisfunctie met betrekking tot blessurepreventie een subsidie aan Stichting VeiligheidNL verstrekt. In totaal is in 2017 € 0,3 miljoen beschikbaar.

Sport en bewegen in de buurt

In het kader van het programma Sport en Bewegen in de buurt wordt subsidie verstrekt voor onder meer de sportimpuls. Deze regeling is bedoeld om lokale initiatieven voor het creëren van een passend sport- en beweegaanbod in de buurt tot stand te brengen, waaronder speciale initiatieven voor kinderen met overgewicht en voor kinderen uit gezinnen met een laag inkomen. De uitvoering van de sportimpuls is uitbesteed aan ZonMw. Daarnaast worden subsidies verstrekt voor ondersteuning van partijen bij het implementeren van de buurtsportcoaches en van de sportimpuls en voor monitoring van het programma. Tevens wordt ingezet op competentieontwikkeling pedagogische en organisatorische vaardigheden van het vrijwilligerskader in het lokale sport- en beweegveld. Totaal is in 2017 € 12,9 miljoen beschikbaar.

Stimuleren van een veiliger sportklimaat

Iedereen moet veilig en met plezier kunnen sporten zonder last te hebben van intimidatie of geweld. Daartoe wordt subsidie verleend aan NOC*NSF (circa € 7,3 miljoen), dat de uitvoering van het programma verzorgt in nauwe samenwerking met de Koninklijke Nederlandse Voetbalbond (KNVB) en de Koninklijke Nederlandse Hockey Bond (KNHB). Bij de uitvoering van dit programma zijn 42 andere sportbonden actief betrokken.

Bekostiging

Energiebesparing en duurzame energie

Aan de Stichting Waarborgfonds Sport wordt € 3 miljoen beschikbaar gesteld voor het verlenen van borgstellingen voor leningen van sportverenigingen die willen investeren in energiebesparende maatregelen en/of duurzame energie.

Bijdragen aan medeoverheden

Sport en bewegen in de buurt

Gemeenten stellen professionals aan als buurtsportcoaches en buurtcul-tuurcoaches. Zij leggen verbindingen tussen sport en sectoren als onderwijs, cultuur, zorg, welzijn en buitenschoolse opvang. De middelen (€ 47,8 miljoen in 2017) worden via het gemeentefonds in de vorm van decentralisatie-uitkeringen aan de gemeenten beschikbaar gesteld. Ook het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap draagt hier met € 10,9 miljoen aan bij. Per fte ontvangen de deelnemende gemeenten een rijksbijdrage van € 20.000. De gemeenten zijn verantwoordelijk voor cofinanciering van € 30.000 per fte.

Bijdragen aan andere begrotingshoofdstukken

Energiebesparing en duurzame energie

Per 1 januari 2016 is de subsidieregeling voor energiebesparende maatregelen en duurzame energie in de sport van start gegaan. Deze regeling heeft als doel energiebesparende maatregelen en duurzame energie te stimuleren bij sportaccommodaties. De regeling komt voort uit de motie van de leden Bruins Slot en Dijkstra (TK 33 400 XVI, nr. 108). Met de regeling worden de sportverenigingen gestimuleerd maatregelen te nemen zoals LED-verlichting, isolatie, zonnepanelen en zonneboilers. De

regeling wordt uitgevoerd door de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO). In 2017 is hiervoor € 6,5 miljoen beschikbaar.

  • 2. 
    Uitblinken in sport

De medailleklassementen zijn een momentopname, maar geven wel een indicatie van de mate waarin Nederland erin slaagt om zich te scharen bij de beste tien sportlanden.

Kengetal: Positie Nederland in medailleklassement Olympische en Paralympische Zomerspelen

10

19

28

Seoul 1988

Barcelona Atlanta Sydney Athene Beijing 1992           1996           2000           2004           2008

Londen 2012

Olympische spelen

Paralympische spelen

Kengetal: Positie Nederland in medailleklassement Olympische en Paralympische Winterspelen

10

19

28

 
   

6

^^9

10

10/

5

12

15 /

*18

 

15

   

14

f

20

 

20

   

/

22

 

Albertville Lillehammer Nagano 1992              1994              1998

Salt Lake City 2002

Turijn 2006

Vancouver 2010

Sotsji 2014

Olympisch

Paralympisch

Bron: De medailleklassementen van de Olympische zomer- en winterspelen worden opgesteld

door het International Olympic Committee (IOC).

In Turijn 2006 deed Nederland niet mee aan de Paralympische Winterspelen.

Subsidies

Topsportevenementen

Er zijn middelen beschikbaar voor (sport)organisaties voor het verkrijgen en organiseren van aansprekende topsportevenementen in Nederland (€ 7,2 miljoen). Daarbij ligt de focus op strategische evenementen en op vergroting van de maatschappelijke spin-off daarvan.

Topsportprogramma’s

Om de top 10 ambitie waar te kunnen maken voeren NOC*NSF en de sportbonden topsportprogramma’s uit. VWS verleent subsidie aan

NOC*NSF (€ 19 miljoen) om bij te dragen aan de uitvoering van die topsportprogramma’s.

Subsidies en Bijdragen aan (inter)nationale organisaties

Dopingbestrijding

Voor het tegengaan van dopinggebruik worden op basis van internationale afspraken subsidies (€ 1,5 miljoen) en bijdragen (€ 0,2 miljoen) verleend aan (inter)nationale anti-dopingorganisaties.

Inkomensoverdrachten

Stipendiumregeling

Het Fonds voor de Topsporter verzorgt het uitkeren van een stipendium aan A-topsporters en nationale toptalenten met een inkomen dat lager is dan het minimumloon. Zo kunnen zij zich vrij maken voor hun sportcar-rière. Het Fonds voor de Topsporter zorgt bovendien voor het uitkeren van onkostenvergoedingen aan topsporters. De bijdrage bedraagt € 10,4 miljoen.

  • 3. 
    Borgen van innovatie, kennisontwikkeling en kennisdeling

Subsidies

Kennis als fundament

Een aantal boegbeelden uit sport, bedrijfsleven, wetenschap en overheid is door de Minister van VWS gevraagd om voor de komende jaren een Kennis- en Innovatieagenda sport op te stellen en uit te voeren:

Topteam Sport (www.sportinnovator.nl) geeft met het programma Sportinnovator een belangrijke impuls aan een rendabel ecosysteem voor sportonderzoek en innovatie. Regionale centra voor sportinnova-tie worden (tijdelijk) gesubsidieerd en er vindt begeleiding plaats via het Topteam. Een belangrijk initiatief is ook de Sport Data Valley, waarin data kunnen worden gedeeld en gezamenlijke projecten tussen sportonderzoekers en sportinnovatoren kunnen worden opgezet. Op 25 april 2016 is de «Kennisagenda Sport en Bewegen - Van traplopen tot podium» verschenen. De kennisagenda is in opdracht van het Topteam opgesteld. Er is € 6 miljoen beschikbaar voor de periode tot en met 2020, waarvan € 0,9 miljoen in 2017. Deze middelen zijn aanvullend op de huidige inzet op het programma Sportinnovator. Het is de inzet om zo te komen tot een geïntegreerd programma voor sportonderzoek en innovatie.

De VWS-middelen voor het verder brengen van het sportonderzoek zullen in partnerschap met de NWO-familie, ZonMw en NRPO-SIA worden ingezet.

Daarnaast wordt ingezet op het valideren van kansrijke sport- en beweeginterventies en op het borgen en verspreiden van beschikbare kennis via het Kenniscentrum en Kennisportal sport. Het Mulier Instituut, het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP), het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) en het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) krijgen subsidie om de monitoring van kernindicatoren in de sport uit te voeren. In totaal is voor kennissubsidies € 8,5 miljoen beschikbaar in 2017.

Bijdragen aan (inter)nationale organisaties

Overig

In internationaal verband vindt afstemming plaats binnen de Europese Unie en in de Raad van Europa. Daarbij hebben onder meer zaken als goed sportbestuur, doping, spelersmakelaars en matchfixing de aandacht. Voor onderzoeken en bijdragen, onder meer voortvloeiend uit de European Partial Agreement on Sports, is € 0,1 miljoen beschikbaar.

Beleidsartikel 7 Oorlogsgetroffenen en Herinnering Tweede Wereldoorlog

  • 1. 
    Algemene doelstelling

De zorg voor verzetsdeelnemers en oorlogsgetroffenen uit de Tweede Wereldoorlog (WO II) is geborgd en mensen beseffen, mede op basis van de gebeurtenissen uit WO II, wat het betekent om in vrijheid te kunnen leven.

  • 2. 
    Rol en verantwoordelijkheid Minister

Het is belangrijk om de herinnering aan WO II levend te houden en te borgen dat blijvend betekenis kan worden gegeven aan het verhaal van «de oorlog». Ook dit is onderdeel van de leidende begrippen «ereschuld» en «bijzondere solidariteit» ten aanzien van de deelnemers aan voormalig verzet en de oorlogsgetroffenen. Het belang van het levend houden van de herinnering geldt niet alleen voor (nabestaanden van) mensen die deze oorlog hebben meegemaakt, maar juist ook voor nieuwe generaties. Generaties van nu en later moeten – ook als de eerste generatie is weggevallen – betekenis kunnen geven aan alle facetten van deze geschiedenis. Dat geldt zowel voor de oorlog zoals deze zich in Nederland en Europa heeft afgespeeld, en dan vooral de Holocaust als dieptepunt van het menselijk handelen, als voor de oorlog (en de Bersiap-periode – 1945–1949) in voormalig Nederlands-Indië. De betekenis van het levend houden van de herinnering aan WO II is gerelateerd aan hedendaagse vraagstukken van grondrechten, democratie, (internationale) rechtsorde en vrijheid. De invulling hiervan vindt plaats langs vier domeinen benodigde kennis, museale functie, educatie en informatie alsmede herdenken, eren en vieren.

De Minister is verantwoordelijk voor:

Stimuleren:

– De herinnering aan WO II blijvend betekenis laten houden.

Financieren:

– Subsidiëring van begeleidende instellingen voor maatschappelijk werk en sociale dienstverlening aan erkende deelnemers aan het voormalig verzet en oorlogsgetroffenen. – Subsidiëring van instellingen die de herinnering aan de WO II levend houden.

Regisseren:

– Het in stand houden en ondersteunen van een infrastructuur die het mogelijk maakt de zorg- en dienstverlening aan verzetsdeelnemers en oorlogsgetroffenen WO II te garanderen en de herinnering aan WO II blijvend betekenis te laten houden.

– Het actueel houden van de wet – en regelgeving voor verzetsdeelne-mers en oorlogsgetroffenen WO II.

(Doen) uitvoeren:

– Opdrachtgever van en toezichthouder op de zelfstandige bestuursorganen Pensioen- en Uitkeringsraad (PUR) en Sociale Verzekeringsbank, afdeling Verzetsdeelnemers en Oorlogsgetroffenen (SVB-V&O), voor toepassing en uitvoering van de wetten en regelingen voor verzets-deelnemers en oorlogsgetroffenen WO II.

– Opdrachtgever van en toezichthouder op het Nationaal Comité 4 en 5 mei (NC) voor het invullen van herdenken, eren en vieren.

  • 3. 
    Beleidswijzigingen

Op het terrein van de «erfenis van WO II» vindt het kabinet continuïteit en toekomstbestendigheid belangrijk.

Het beleid voor 2017 is:

– Bijdragen aan continuïteit, kwaliteit en toekomstgerichtheid van het stelsel van voorzieningen en uitvoeringsorganisaties door middel van het monitoren en zo nodig bijsturen van ontwikkelingen op het terrein van de zorg- en dienstverlening en de herinnering WO II.

– Zeker stellen dat (de uitvoering van) het wettelijk stelsel van pensioenen en uitkeringen voor verzetsdeelnemers en oorlogsgetroffenen WO II actueel en effectief blijft, ondanks een door demografische ontwikkelingen steeds kleinere doelgroep.

– Invulling geven aan de beschreven ambitie van veldpartijen voor het levend houden van de herinnering WO II langs de domeinen kennis (onder leiding van het NIOD), museale functie (onder leiding van de Stichting Musea en Herinneringscentra 40–45 (SMH), educatie en informatie (SMH en NC) en herdenken, eren en vieren (NC): het betreft de uitwerking van de Commissie Cohen. De ambities zijn onder andere gericht op het vormgeven van herdenken en vieren, ook naar aanleiding van het visiedocument hierover van het NC.

– Voorzetten bestaand beleid: inhoudelijke en financiële ondersteuning van projecten en organisaties stroomlijnen met de beschreven ambities. De herinnering aan de WO II kan hierbij verbonden worden met hedendaagse vragen van burgerschap.

  • 4. 
    Tabel budgettaire gevolgen van beleid
 

Begrotingsuitgaven (bedragen x € 1.000)

 

2015

2016

2017

2018

2019

2020

2021

Verplichtingen

574.551

42.179

273.515

257.860

242.211

227.859

213.985

Uitgaven

301.646

311.387

273.515

257.860

242.211

227.859

213.985

Waarvan juridisch verplicht (%)

   

99,2%

       
  • 1. 
    De zorg- en dienstverlening aan verzetsdeel-
             

nemers en oorlogsgetroffenen WO II en de

             

herinnering aan WO II

16.262

17.944

21.127

21.026

21.026

21.026

20.851

Subsidies

16.107

17.141

20.300

20.199

20.199

20.199

20.024

Nationaal Comité 4 en 5 mei

5.803

5.562

4.837

4.837

4.526

4.526

4.526

Nationale herinneringscentra

1.814

1.848

1.791

1.791

1.791

1.791

1.791

Zorg- en dienstverlening

5.955

5.473

7.745

7.745

7.745

7.745

7.745

Overig

2.535

4.258

5.927

5.826

6.137

6.137

5.962

Bekostiging

0

400

400

400

400

400

400

Overig

0

400

400

400

400

400

400

Opdrachten

155

403

403

403

403

403

403

Overig

155

403

403

403

403

403

403

Bijdragen aan andere begrotingshoofd-

             

stukken

0

0

24

24

24

24

24

Overig

0

0

24

24

24

24

24

 

2015

2016

2017

2018

2019

2020

2021

  • 2. 
    Pensioenen en uitkeringen voor verzetsdeel-
             

nemers en oorlogsgetroffenen WO II

285.384

293.443

252.388

236.834

221.185

206.833

193.134

Inkomensoverdrachten

271.095

278.322

239.213

224.679

210.049

195.696

181.997

Wetten en regelingen verzetsdeel-

             

nemers en oorlogsgetroffenen

262.000

249.100

239.213

224.679

210.049

195.696

181.997

Backpay

0

19.000

0

0

0

0

0

Overig

9.095

10.222

0

0

0

0

0

Bijdragen aan ZBO’s/RWT’s

14.289

15.121

13.175

12.155

11.136

11.137

11.137

SVB

10.956

10.986

10.292

9.759

9.271

8.785

8.012

PUR

3.160

2.761

2.299

1.949

1.557

1.200

1.200

Stichting Administratie Indonesische

             

Pensioenen

37

0

0

0

0

0

0

Overig

136

1.374

584

447

308

1.152

1.925

Ontvangsten

3.765

5.013

901

901

901

901

901

Overig

3.765

5.013

901

901

901

901

901

Bovenstaande informatie is bedoeld voor de Staten-Generaal. Aan dit overzicht kunnen geen rechten worden ontleend.

Budgetflexibiliteit

Subsidies

Van het beschikbare budget circa € 20,3 miljoen is 90% juridisch verplicht. Het betreft de financiering van aangegane verplichtingen op basis van de Kaderregeling VWS-subsidies. Dit betreft zowel instellingsubsidies die jaarlijks worden verleend als projectsubsidies die meerjarig kunnen zijn.

Bekostiging

Van het beschikbare budget van € 0,4 miljoen is 100% juridisch verplicht. Het betreft de bekostiging van wachtgelden, de vervoerskosten en de niet op grond van een wettelijke regeling of ziektekostenregeling vergoede kosten van behandeling door stichting Centrum «45, inclusief de noodzakelijke verblijfskosten en deels de vergoeding in de FPU plus- en WW/BWU-regeling voor ex-werknemers van de Stichting 1940–1945.

Opdrachten

Van het beschikbare budget van € 0,4 miljoen is 80% juridisch verplicht. Het betreft opdrachten ten behoeve van de herinnering aan WO II en de zorg- en dienstverlening.

Inkomensoverdrachten

Van het beschikbare budget van € 239,2 miljoen is 100% juridisch verplicht. Het betreft de bekostiging van de pensioenen en uitkeringen voor verzetsdeelnemers en oorlogsgetroffenen WO II.

Bijdragen aan ZBO’s/RWT’s

Van het beschikbare budget van € 13,2 miljoen is 100% juridisch verplicht. Het betreft de bijdragen aan de Sociale Verzekeringsbank (SVB) en de Pensioen- en Uitkeringsraad (PUR).

  • 5. 
    Toelichting op de instrumenten
  • 1. 
    De zorg- en dienstverlening aan verzetsdeelnemers en oorlogsgetroffenen WO II en de herinnering aan WO II

100% 95% 90% 85% 80% 75% 70% 65% 60% 55% 50%

2008 2009 2010 2011 2012 2013 2014 2015 2016

Percentage van de bevolking dat (veel) belang aan 4 mei hecht Percentage van de bevolking dat (veel) belang aan 5 mei hecht

Bron: Nationaal Comité 4 en 5 mei – Nationaal Vrijheidsonderzoek

Uit het Nationaal Vrijheidsonderzoek 2016 van het Nationaal Comité 4 en 5 mei, dat sinds 2001 jaarlijks wordt uitgevoerd, blijkt dat driekwart van de Nederlanders de herdenking op 4 mei (heel) belangrijk vindt. Dit draagvlak is groot door de tijd heen, maar is licht gedaald ten opzichte van 2015 toen 79% aangaf de herdenking op 4 mei (heel) belangrijk te vinden. Een ruime meerderheid van de Nederlanders vindt niet dat de herdenking per definitie aan betekenis verliest alleen maar omdat de Tweede Wereldoorlog steeds verder achter ons ligt. Dit komt mede doordat een toenemend aantal mensen de laatste jaren een andere – meer actuele – invulling aan 4 mei is gaan geven. Ten aanzien van de viering van 5 mei geeft driekwart van de Nederlanders aan dat zij de viering van 5 mei (heel) belangrijk vinden. Dit draagvlak was de afgelopen jaren minder groot, maar is sinds 2015 stabiel. Ruim zeven op de tien geven aan zich op 5 mei verbonden te voelen met elkaar en zich solidair te voelen met mensen die niet in vrijheid leven. Een even grote groep staat stil bij het feit dat vrijheid niet vanzelfsprekend is. Een meerderheid geeft aan 5 mei belangrijk te vinden vanwege nieuws en actualiteiten (73%) en ruim driekwart vindt dat 5 mei zijn actualiteitswaarde blijft behouden zolang er oorlog en onderdrukking bestaan en vindt dat de viering van 5 mei ook in de toekomst door moet gaan.

Subsidies

Nationaal Comité 4 en 5 mei (NC)

Het ministerie van VWS verleent een instellingssubsidie van circa

€ 4,5 miljoen aan het NC voor de organisatie van de nationale herdenking op 4 mei en de viering op 5 mei en activiteiten op het brede terrein van de herinnering aan WO II. Daarnaast ontvangt het NC een subsidie voor gastsprekers van € 0,3 miljoen.

Monument

Mijn opa droeg een gele ster en mocht plotseling niet meer met zijn moeder naar het park

Mijn oma woonde in een kamp en moest buigen voor Japanners in de felle rode zon

Mijn opa deelde zijn kamer

met een Duitse soldaat

het pistool ligt nog op zolder

Mijn oma werd pas na de oorlog geboren op een boerderij precies een jaar na de bevrijding

Op haar twaalfde hoorde ze

hoe haar ouders in de oorlog

joden en piloten verstopten in de schuur

En in deze twee minuten

vraag ik me af

wat er gebeurd zou zijn

als die Duitser die nacht

bij een ander van die vier was ondergebracht

was ik er dan geweest?

Sterre Wolthers (16) uit Haren heeft op 4 mei 2016 haar gedicht voordragen tijdens de Nationale Herdenking op de Dam.

Nationale herinneringscentra

Het Ministerie van VWS verleent instellingssubsidies aan de vier nationale herinneringscentra: Kamp Vught, Kamp Westerbork, Kamp Amersfoort en het Indisch Herinneringscentrum. Deze spelen een belangrijke rol in de blijvende betekenis van en de collectieve herinnering aan de Tweede Wereldoorlog. Gezien de bezoekersaantallen wordt het bereik van de herinneringscentra steeds groter. Naast het beheer en behoud van historische plekken gaat het vooral om educatieve activiteiten die vanuit de herinneringscentra worden georganiseerd. In totaal gaat het om een bedrag van circa € 1,8 miljoen in 2017.

Zorg- en dienstverlening

Na WO II is in Nederland voor de deelnemers aan het voormalig verzet en de oorlogsslachtoffers geleidelijk een – in de wereld uniek – stelsel van pensioenen, uitkeringen en hulp- en dienstverlening ontstaan, vanuit de principes van «ereschuld» tegenover de deelnemers aan het voormalig verzet en «bijzondere solidariteit» tegenover de oorlogsslachtoffers. Het aantal voormalig verzetdeelnemers en oorlogsgetroffen neemt gestaag af. Gezien deze ontwikkeling moeten ook de uitvoeringsorganisaties zich aanpassen. Het is belangrijk dat dit op een verantwoorde manier gebeurt, zodat continuïteit en kwaliteit van de dienstverlening zijn gewaarborgd. Het Ministerie van VWS begeleidt en faciliteert deze ontwikkeling, bijvoorbeeld door samenwerking of fusie te stimuleren tussen die instellingen waar het organisatorisch draagvlak van de afzonderlijke organisaties te smal dreigt te worden.

Om zorg- en dienstverlening (maatschappelijk werk, sociale dienstverlening) aan (erkende) verzetsdeelnemers en oorlogsgetroffenen mogelijk te maken, worden subsidies (in totaal in 2017 circa € 7,7 miljoen) verleend aan gespecialiseerde instellingen.

Overig

Dit betreft onder andere subsidies voor het levend houden van de herinnering WO II langs de domeinen kennis, museale functie, educatie en informatie en overige subsidies met een beperkt kasbeslag in 2017 (onder andere subsidies op grond van het «Beleidskader voor de subsidiering van projecten en activiteiten ten behoeve van de participatie en emancipatie van de Sinti en Roma in Nederland»).

  • 2. 
    Pensioenen en uitkeringen voor verzetsdeelnemers en oorlogsgetroffenen WO II

Inkomensoverdrachten

Wetten en regelingen voor verzetsdeelnemers en oorlogsgetroffenen De wetten en regelingen voor verzetsdeelnemers en oorlogsgetroffenen worden alleen nog bijgesteld als wijzigingen in aanpalende wetten, bijvoorbeeld op het terrein van zorg en sociale zekerheid, dat noodzakelijk maken. In het kader van de wetten voor verzetsdeelnemers en oorlogsgetroffenen uit WO II (Wuv, Wubo en Wbp) worden onder andere tegemoetkomingen (inkomensafhankelijk) en vergoedingen (inkomensonafhan-kelijk) voor bijzondere voorzieningen toegekend als onderdeel van de totale uitkering. Het betreft met name uitgaven voor medische voorzieningen, huishoudelijke hulp, «deelname maatschappelijk verkeer» en overige voorzieningen zoals vervoer.

Voor 2017 is circa € 239,2 miljoen beschikbaar, waarvan het merendeel voor de Wet uitkeringen vervolgingsslachtoffers 1940–1945 (circa € 140,5 miljoen). Voor de Wubo en de Wbp is in 2017 € 62,2 miljoen respectievelijk € 30,6 miljoen beschikbaar.

 

150-100-

 

———__

       

50-

*"--------•-

     
         

0-

 

2015 2016

2017 2018 2019

2020

2021

       

AOR

     

Bedragen x € 1 miljoen Bron: SVB

Wuv = Wet uitkeringen vervolgingsslachtoffers 1940–1945; Wubo = Wet uitkeringen burgeroorlogsslachtoffers 1940–1945; Wbp = Wet buitengewoon pensioen 1940–1945; AOR= Algemene Ongevallenregeling.

Bovenstaande figuur geeft een overzicht van (de ontwikkeling van) de totale programma-uitgaven in het kader van de wetten en regelingen voor verzetsdeelnemers en oorlogsgetroffenen over de periode 2015–2021. De uitgaven betreffen ramingen inclusief een aanname voor de wettelijk verplichte indexering voor loon- en prijsbijstelling. De uitgaven dalen geleidelijk met circa 5% per jaar.

Bijdragen aan ZBO’s/RWT’s

SVB en PUR

Om pensioenen, uitkeringen en bijzondere voorzieningen te kunnen toekennen aan verzetsdeelnemers en oorlogsgetroffenen, worden in 2017

bijdragen (circa € 12,6 miljoen) ter beschikking gesteld aan de SVB en de

PUR.

Indicator: percentage eerste aanvragen dat door de PUR en de SVB binnen de (verlengde) wettelijke termijn is afgehandeld.

100% 95% 90% 85% 80% 75% 70%

2010              2011              2012              2013              2014             2015

Percentage eerste aanvragen die binnen de (verlengde) wettelijke termijn is afgehandeld

Streefwaarde afhandeling eerste aanvragen binnen de (verlengde) wettelijke termijn

Bron: Jaarverslag van de PUR en de SVB 2015

De realisatie van de gestelde behandeltermijnen is voor de eerste aanvragen, ondanks het toevoegen van de uitvoering van de Algemene Oorlogsongevallenregeling Indonesië (AOR), in 2015 op hetzelfde niveau gebleven als in 2014. Het aantal nieuwe «eerste» aanvragen in 2013 was 619 en in 2014 546 per jaar en in 2015 (inclusief AOR) 797 per jaar. De percentages voor de afhandeling van de eerste aanvragen betreffen een gewogen gemiddelde van de Wet uitkeringen vervolgingsslachtoffers 1940–1945 (Wuv), de Wet uitkeringen burger-oorlogsslachtoffers 1940–1945 (Wubo) en de Wet buitengewoon pensioen 1940–1945 (Wbp). De feitelijke behandeltijd is mede afhankelijk van derden (geldt met name voor medische gegevens). Er wordt door de SVB gestreefd naar minimale doorlooptijden. Het percentage aanvragen dat is afgehandeld binnen de (verlengde) wettelijke termijn is een cruciale indicator voor de kwaliteit van de wetsuitvoering.

Beleidsartikel 8 Tegemoetkoming specifieke kosten

  • 1. 
    Algemene doelstelling

De zorg financieel toegankelijk houden.

  • 2. 
    Rol en verantwoordelijkheid Minister

De Minister is verantwoordelijk voor:

Financieren:

Financieren van de zorgtoeslag. Vaststellen van de hoogte van de zorgtoeslag en de vormgeving van het stelsel van wet- en regelgeving. De uitbetaling van de tegemoetkomingen Wtcg aan rechthebbenden waarvan het rekeningnummer in 2016 pas bekend wordt en de tegemoetkoming alsnog kan worden uitbetaald (Wtcg 2009 t/m Wtcg 2013).

De tegemoetkoming voor personen die in de inkomstenbelasting hun uitgaven voor specifieke zorgkosten als gevolg van heffingskortingen niet of niet geheel kunnen verzilveren.

  • 3. 
    Beleidswijzigingen

Zorgtoeslag

Met ingang van 2017 is de zorgtoeslag structureel verhoogd. Deze verhoging wordt bereikt door de normpercentages die de hoogte van de zorgtoeslag bepalen structureel lager vast te stellen (0,35 procentpunt bij alleenstaanden en 0,70 procentpunt bij meerpersoonshuishoudens). Omdat in 2016 tot een tijdelijke verhoging besloten was stijgt de zorgtoeslag nu vrijwel evenveel als de standaardpremie. De Zorgtoeslag groeit iets minder vanwege de stijging van het minimumloon en omdat zowel de normpercentages als de afbouwpercentages iets stijgen als gevolg van een maatregel uit 2010.

  • 4. 
    Budgettaire gevolgen van beleid

Bovenstaande informatie is bedoeld voor de Staten-Generaal. Aan dit overzicht kunnen geen rechten worden ontleend.

Budgetflexibiliteit

Inkomensoverdrachten

Van het beschikbare budget voor 2017 van ruim € 4,4 miljard is 100% juridisch verplicht. Het betreft de wettelijke regelingen zorgtoeslag, Wtcg en TSZ.

  • 5. 
    Instrumenten

Inkomensoverdrachten

Zorgtoeslag

De Belastingdienst kent als tegemoetkoming in de kosten van de nominale premie Zvw en het gemiddeld eigen risico de zorgtoeslag toe aan alle burgers die daar recht op hebben en toeslag aanvragen (zie onderstaand figuur). Hierdoor betaalt idealiter niemand een groter dan aanvaardbaar deel aan Zvw-premie. De raming voor 2017 is circa € 4,4 miljard. De gemiddelde zorgtoeslag was in 2015 € 866 voor een eenpersoonshuishouden en € 1.107 voor een tweepersoonshuishouden.

Kengetal: Het aantal «voorlopige» toekenningen per eenpersoons/ en tweepersoonshuishouden.

6.000.000

5.000.000

4.000.000

2.000.000

1.000.000

3.000.000------------------

2006 2007 2008 2009 2010 2011 2012 2013 2014 2015 2016

2p

D 1p

Bron: Belastingdienst

In bovenstaande figuur staat de stand van het aantal toekenningen voor de zorgtoeslag voor het betreffende toeslagjaar. De cijfers betreffen de stand op 1 juli 2016. In de stand van het aantal toekenningen zijn zowel definitieve als voorlopige toekenningen meegenomen. Het aantal ontvangers zorgtoeslag in een jaar kan hoger of lager uitvallen, omdat de zorgtoeslag met terugwerkende kracht kan worden aangevraagd. Als alle aanvragen definitief toegekend zijn, is pas duidelijk hoeveel rechthebbenden er zijn.

Wet tegemoetkoming chronisch zieken en gehandicapten (Wtcg)

Chronisch zieken en gehandicapten ontvangen een algemene tegemoetkoming in de meerkosten die zij hebben als gevolg van hun chronische ziekte of handicap. De raming voor 2017 is circa € 3,8 miljoen. Dit bedrag bestaat uit nabetalingen over de tegemoetkomingsjaren 2009 t/m 2013.

0

Het betreft betalingen aan rechthebbenden waarvan het rekeningnummer (alsnog) beschikbaar is gekomen.

De Wtcg is per 1 januari 2014 afgeschaft (EK 33 726, A). Doordat de tegemoetkoming een jaar later wordt uitbetaald dan dat de rechten zijn opgebouwd, heeft eind 2014 de grote betaalronde van de tegemoetkomingen over 2013 plaatsgevonden. In 2015 en 2016 hebben nog betalingen plaatsgevonden, bijvoorbeeld aan personen van wie het rekeningnummer pas later bekend werd. Ook in 2017 zullen er nog betalingen worden gedaan aan rechthebbenden waarvan de rekeningnummers bekend worden.

Tegemoetkoming specifieke zorgkosten

Conform het begrotingsakkoord 2014 blijft de fiscale aftrek mogelijk van uitgaven voor specifieke zorgkosten. De TSZ-regeling is een tegemoetkomingsregeling voor personen die in de inkomstenbelasting hun uitgaven voor specifieke zorgkosten als gevolg van heffingskortingen niet of niet geheel kunnen verzilveren. De raming voor 2017 is € 38,3 miljoen.

Ontvangsten

VWS baseert zich bij zijn raming van de zorgtoeslag op ramingen van het CPB ten aanzien van de inkomensontwikkeling van huishoudens en het daaruit volgende recht op zorgtoeslag. De belastingdienst maakt hier gebruik van bij de voorlopige toekenning van de zorgtoeslag. De inkomensramingen zullen bij een deel van de huishoudens echter te hoog of te laag uitvallen. Er volgen dan terugvorderingen en nabetalingen bij de definitieve vaststelling. Deze worden niet geraamd waardoor er in de budgettaire tabel aan de ontvangstenkant geen bedrag wordt opgenomen voor 2017. Bij Slotwet worden de uitgavenramingen aangepast aan de werkelijke realisaties (inclusief de nabetalingen) en worden de gerealiseerde terugvorderingen aan de ontvangstenkant in beeld gebracht en zo nodig toegelicht.

  • 4. 
    Niet-beleidsartikelen Beleidsartikel 9 Algemeen
  • 1. 
    Inleiding

In dit niet-beleidsartikel worden de departementsbrede uitgaven vermeld die niet zinvol kunnen worden toegerekend aan een beleidsartikel.

  • 2. 
    Ministeriële verantwoordelijkheid

Het Ministerie van VWS is verantwoordelijk voor het stimuleren, afstemmen en waarborgen van internationale samenwerking op de beleidsterreinen van volksgezondheid, welzijn en sport. Op specifieke gebieden wordt hiertoe nadrukkelijk samengewerkt met andere ministeries. Vooral de samenwerking met de Ministeries van Buitenlandse Zaken (WHO, drugs, geneesmiddelenbeleid en life sciences and health), Veiligheid en Justitie (drugs), Economische zaken (antimicrobiële resistentie, life sciences and health, geneesmiddelenbeleid en voedselveiligheid) en Sociale Zaken en Werkgelegenheid (EU) is hierbij van belang.

  • 3. 
    Prioriteiten 2017

Het is van belang om de afspraken die we onder het Nederlandse voorzitterschap van de Raad van de Europese Unie hebben gemaakt, verder uit te werken. Hierbij is het vooral van belang om zorg te dragen dat lidstaten nationale plannen op het gebied van antibiotica resistentie gaan maken en dat er een nieuw EU actieplan komt. Op het terrein van het geneesmiddelen- en prijsbeleid moet de vrijwillige samenwerking tussen die lidstaten, verder worden geconcretiseerd en erop worden toegezien dat de overeengekomen analyse van het stelsel van incentives die marktexclusiviteit creëren, wordt vormgegeven op een wijze die meerwaarde geeft. Op het terrein van productverbetering moet worden gezorgd dat het afgesproken actieplan tussen bedrijven, lidstaten en de Europese Commissie, verder zal worden vormgegeven. Op het terrein van het sportbeleid moeten de afspraken ten aanzien van transparantie bij de toewijzing van grote sportevenementen, worden uitgewerkt. Hiertoe wordt samenwerking gezocht met de aankomende voorzitterschappen, de Europese Commissie en andere lidstaten.

Samenwerking op Europees en mondiaal niveau

Het Ministerie van VWS vertegenwoordigt Nederland met betrekking tot de voor volksgezondheid, welzijn en sport relevante onderwerpen bij internationale organisaties als de Europese Unie, de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO), de Raad van Europa, de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO) en de Verenigde Naties (VN). Contacten met een beperkt aantal, voor het Ministerie van VWS belangrijke landen, worden gestimuleerd. Het gaat dan om contacten met landen als China en India, de politiek en groeiende economische mogendheden en de Verenigde Staten. Bovendien ondersteunt het Ministerie van VWS activiteiten op het gebied van economische diplomatie voor een beperkt aantal landen in samenspraak met het Ministerie van Economische en het Ministerie van Buitenlandse zaken en mede vanuit de behoeften van het bedrijfsleven. Waar dit gewenst is, wordt voor het Partners in International Business programma van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland advies gegeven over het government to government onderdeel in dit programma. Ook bevordert het ministerie een goede aansluiting tussen het VWS kennisbeleid, topsectorenbeleid en de Europese onderzoek- en innovatie-instrumenten, waaronder Horizon2020, het actieprogramma Volksgezondheid en het EIP Active and Healthy Ageing.

Specifiek met betrekking tot de WHO kan worden gemeld dat Nederland tijdens de 69ste World Health Assembly (23-28 mei 2016) is gekozen tot lid (één van de 34) van de Executive Board (Uitvoerende Raad). Eind 2017 loopt het huidige partnerschapprogramma met de WHO (2014–2017) af. In 2017 zal een nieuw vierjarig partnerschapprogramma (2018–2021) worden opgesteld.

Daarnaast zal samen met de Minister van BHOS worden gewerkt aan de implementatie van de actiepunten uit de gezamenlijke beleidsreactie op de IOB-doorlichting van de WHO 2011–2015. Het rapport en de beleidsreactie zijn op 8 juli 2016 door de Ministers voor BHOS en van VWS aan het parlement aangeboden. Concreet betekent dit het volgende voor de inzet van Nederland:

  • 1) 
    pleiten voor een duurzaam en structureel financieringsmodel door verhoging van de verplichte contributie;
  • 2) 
    in nauwe samenwerking met gelijkgezinde landen druk blijven uitoefenen op de Wereldgezondheidsorganisatie om institutionele hervormingen door te voeren, opdat een heldere efficiënte aansturing van de WHO tot stand komt;
  • 3) 
    toezien op snelle en volledige implementatie van het nieuwe medische noodhulp programma, inclusief een mondiaal implementatieplan Internationale Gezondheidsregeling;
  • 4) 
    streven naar concrete resultaten op de inhoudelijke Nederlandse prioriteiten, te weten grensoverschrijdende gezondheidsbedreigin-gen, terugdringen van antibioticaresistentie, seksuele en reproductieve gezondheid en rechten en toegang tot geneesmiddelen.

Internationale samenwerking

Op het gebied van internationale samenwerking is toenemende aandacht voor internationale grensoverschrijdende gezondheidsbedreigingen. Besmettelijke ziekten stoppen niet bij grenzen en tekorten aan gezondheidswerkers hebben een mondiale dimensie. Er wordt samengewerkt met andere lidstaten en binnen multilaterale organisaties om de verspreiding van ziekten te beperken en om te komen tot de ontwikkeling van geneesmiddelen en vaccins ter bestrijding en voorkoming van deze ziekten, en in het bijzonder voor het tegengaan van antimicrobiële resistentie. Ook zal Nederland in 2017 activiteiten entameren in het kader van de Global Health Security Agenda in vervolg op de ministeriele bijeenkomst in oktober 2016.

Internationaal personeels- en detacheringsbeleid

Om internationaal goed samen te kunnen werken, plaatst en detacheert het Ministerie van VWS medewerkers in het buitenland en bij multilaterale organisaties, zoals bij de World Health Organization (Geneve of Kopenhagen) en bij de Europese Commissie in Brussel. De personele en materiële uitgaven met betrekking tot internationale samenwerking staan vermeld op artikel 10 Apparaatsuitgaven.

 

Begrotingsuitgaven (bedragen x € 1.000)

 

2015

2016

2017

2018

2019

2020

2021

Verplichtingen

31.095

25.718

28.185

32.367

35.515

40.515

40.515

Uitgaven

33.736

25.718

28.185

32.367

35.515

40.515

40.515

  • 1. 
    Internationale samenwerking

4.843

7.107

5.127

5.127

5.127

5.127

5.127

Opdrachten

75

2.215

0

0

0

0

0

Overig

75

2.215

0

0

0

0

0

Bijdrage aan (inter)nationale organisaties

3.964

4.563

5.127

5.127

5.127

5.127

5.127

World Health Organization

3.260

3.539

3.868

3.868

3.868

3.868

3.868

Overig

704

1.024

1.259

1.259

1.259

1.259

1.259

Bijdrage aan agentschappen

804

329

0

0

0

0

0

Overig

804

329

0

0

0

0

0

  • 3. 
    Eigenaarsbijdrage RIVM

28.893

18.611

18.058

17.240

15.388

15.388

15.388

Bekostiging

28.893

18.611

18.058

17.240

15.388

15.388

15.388

Eigenaarsbijdrage RIVM

28.893

18.611

18.058

17.240

15.388

15.388

15.388

  • 4. 
    Begrotingsreserve achterborg WFZ-garanties

0

0

5.000

10.000

15.000

20.000

20.000

Garanties

0

0

5.000

10.000

15.000

20.000

20.000

Overig

0

0

5.000

10.000

15.000

20.000

20.000

Ontvangsten

0

283

0

0

0

0

0

Overig

0

283

0

0

0

0

0

Bovenstaande informatie is bedoeld voor de Staten-Generaal. Aan dit overzicht kunnen geen rechten worden ontleend.

  • 1. 
    Internationale samenwerking

Bij internationale samenwerking gaat het erom dat een gemeenschappelijke benadering meerwaarde biedt boven een nationale aanpak. De nadruk moet liggen op het zoeken naar oplossingen voor grensoverschrijdende problemen, waarbij er concrete meerwaarde moet zijn vanuit de missie van het Ministerie van VWS. VWS ontplooit activiteiten om invulling te geven aan de internatonale samenwerking op de beleidsterreinen van volksgezondheid, welzijn en sport met een beperkt aantal landen en met multilaterale organisaties bij het vormgeven van onze internationale ambities binnen de gezondheidszorg.

Bijdragen aan (inter)nationale organisaties

World Health Organization

In 2014 is VWS een nieuw partnerschapprogramma (2014–2017) met de World Health Organization (WHO) gestart. Hiermee is in totaal een bedrag van € 15,9 miljoen over 4 jaar gemoeid. De bijdrage voor 2017 bedraagt € 3,9 miljoen.

  • 3. 
    Eigenaarsbijdrage RIVM

Bekostiging

Eigenaarsbijdrage RIVM

Het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) is een agentschap van het Ministerie van VWS en doet projectmatig onderzoek voor zijn primaire opdrachtgevers: de Ministeries van VWS, IenM, EZ en SZW. Op dit artikel worden middelen voor het Strategisch Programma RIVM (SPR) en een aantal overige specifieke eigenaarsbijdragen geraamd (in 2017 circa € 18,1 miljoen).

Het SPR (€ 10,9 miljoen) bestaat uit onderzoek en andere werkzaamheden die het RIVM uitvoert om de kennis en expertise te ontwikkelen die nodig zijn voor de continuïteit van het instituut. Zo kan het RIVM zijn toekomstige taken voor de opdrachtgevers adequaat uitvoeren, op zowel de middellange als de lange termijn. Het SPR richt zich enerzijds op lacunes in actuele kennis en anderzijds op nieuwe ontwikkelingen. Bij de start van elke nieuwe vierjarige ronde worden inhoudelijke speerpunten gekozen. De speerpunten dekken de kennisdomeinen af, waarop het RIVM zijn kennis en kunde moet vernieuwen of intact moet houden.

Het SPR 2015–2018 omvat zes speerpunten. Alle opdrachten worden jaarlijks geëvalueerd en door de Commissie van Toezicht gevolgd om de kennispositie van het instituut te garanderen. De Wet op het RIVM vormt de wettelijke basis voor het SPR dat dit instituut uitvoert. Deze wet bepaalt dat de directeur-generaal RIVM jaarlijks een programma van onderzoek opstelt. Hierin beschrijft hij welke inzichten het instituut moet verwerven om zijn taken adequaat te kunnen uitvoeren. Het programma is gericht op de continuïteit van het RIVM op de langere termijn, bedoeld om te kunnen anticiperen op nieuwe kennisvragen van de opdrachtgevers op de middellange en lange termijn en om de positie van het RIVM in het wetenschappelijk veld te handhaven en waar nodig te versterken. Met deze wettelijke bepaling laat de wetgever zien dat het RIVM professioneel zelfstandig is. In het licht van de betekenis van het SPR voor de toekomstige kennispositie van het RIVM is het budget hiervoor belegd bij de plaatsvervangend secretaris-generaal van VWS, als eigenaar van het agentschap RIVM. Om deze reden worden deze middelen bekostigd vanuit dit niet-beleidsartikel.

De resterende middelen (€ 3,6 miljoen) zijn bestemd voor specifieke huisvestingskosten (€ 2,6 miljoen) en organisatieontwikkeling (€ 1 miljoen). De specifieke huisvestingskosten zijn gerelateerd aan kosten als gevolg van wijzigingen in de huisvesting van het RIVM. Dit zijn deels Rijksbreed wijzigingen (aanpassing Rijkshuisvestingsstelsel per 1 januari 2016), maar ook specifieke wijzigingen als gevolg van verkoop van het ALT (BTW-compensatie). Naast de specifieke huisvestingskosten doet de eigenaar gelijk aan de opdrachtgevers van het RIVM (via de tarieven) ook een bijdrage in de organisatieontwikkeling (RIVM brede ontwikkelingen zoals: digitale document huishouding, aanpassingen SAP en leer-werktrajecten).

  • 4. 
    Begrotingsreserve achterborg WFZ

Garanties

In het kader van het kabinetsbeleid van versobering van risicoregelingen heeft een evaluatieonderzoek van het WFZ plaatsgevonden. Dit onderzoek is in maart 2015 afgerond (TK 34 000 XVI, nr. 108). Het onderzoek laat zien dat de doelstellingen van het Waarborgfonds voor de Zorgsector (WFZ) nog steeds actueel zijn: bevorderen van de continuïteit van financiering, beperken van de macrorentekosten en stimuleren van goed financieel management bij zorginstellingen. VWS ontvangt geen premie voor de achterborg. In het kader van de verdere beperking van de risico’s is daarom besloten een begrotingsreserve aan te leggen voor eventuele schade in het kader van de achterborg.

Niet-beleidsartikel 10 Apparaatsuitgaven

  • 1. 
    Inleiding

In dit niet-beleidsartikel wordt ingegaan op de personele en materiële uitgaven en ontvangsten van het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport.

  • 2. 
    Tabel budgettaire gevolgen van beleid
 

Apparaatsuitgaven (bedragen x € 1.000)

 

2015

2016

2017

2018

2019

2020

2021

Verplichtingen

299.399

302.883

259.117

252.502

250.877

245.999

245.737

Uitgaven

300.730

302.924

259.159

252.508

250.877

245.999

245.737

– Personele uitgaven

206.155

215.658

201.812

197.256

196.897

193.063

193.523

waarvan eigen personeel

188.569

198.146

193.590

190.777

190.049

186.052

185.844

waarvan externe inhuur

15.575

15.100

5.813

4.069

4.438

4.601

5.269

waarvan overige personele uitgaven

2.011

2.412

2.409

2.410

2.410

2.410

2.410

– Materiële uitgaven

94.575

87.266

57.347

55.252

53.980

52.936

52.214

waarvan ICT

5.480

8.750

5.712

5.609

5.609

5.632

5.629

waarvan bijdrage SSO’s

45.535

36.372

27.769

28.358

28.416

28.393

28.243

waarvan overige materiële uitgaven

43.560

42.144

23.866

21.285

19.955

18.911

18.342

Ontvangsten

35.866

25.573

6.731

11.679

6.633

6.529

6.520

Overig

35.866

25.573

6.731

11.679

6.633

6.529

6.520

Bovenstaande informatie is bedoeld voor de Staten-Generaal. Aan dit overzicht kunnen geen rechten worden ontleend.

 

Nadere uitsplitsing apparaatsuitgaven (bedragen x € 1.000)

 

2015

2016

2017

2018

2019

2020

2021

Totaal apparaatsuitgaven Ministerie van VWS

300.730

302.924

259.159

252.508

250.877

245.999

245.737

Personele uitgaven kerndepartement

136.598

139.721

123.458

118.701

118.331

115.131

115.592

waarvan eigen personeel

123.410

127.153

116.674

113.661

112.922

109.734

109.527

waarvan externe inhuur

11.557

10.886

5.104

3.360

3.729

3.717

4.385

waarvan overige personele uitgaven

1.631

1.682

1.680

1.680

1.680

1.680

1.680

Materiële uitgaven kerndepartement

75.915

64.303

38.188

36.671

35.399

35.355

34.633

waarvan ICT

3.508

4.884

2.348

2.313

2.313

2.316

2.313

waarvan bijdrage SSO’s

45.125

32.193

23.298

24.197

24.255

24.312

24.162

waarvan overige materiële uitgaven

27.282

27.226

12.542

10.161

8.831

8.727

8.158

Personele uitgaven inspecties

54.336

62.852

64.639

64.846

64.848

64.217

64.216

waarvan eigen personeel

50.473

58.114

63.397

63.603

63.605

62.974

62.973

waarvan externe inhuur

3.483

4.008

513

513

513

513

513

waarvan overige personele uitgaven

380

730

729

730

730

730

730

Materiële uitgaven inspecties

12.731

18.346

15.516

15.156

15.156

15.156

15.156

waarvan ICT

1.092

3.061

2.961

2.961

2.961

2.961

2.961

waarvan bijdrage SSO’s

407

3.948

4.260

3.950

3.950

3.950

3.950

waarvan overige materiële uitgaven

11.232

11.337

8.295

8.245

8.245

8.245

8.245

Personele uitgaven SCP en raden

15.221

13.085

13.715

13.709

13.718

13.715

13.715

waarvan eigen personeel

14.686

12.879

13.519

13.513

13.522

13.344

13.344

waarvan externe inhuur

535

206

196

196

196

371

371

waarvan overige personele uitgaven

0

0

0

0

0

0

0

Materiële uitgaven SCP en raden

5.929

4.617

3.643

3.425

3.425

2.425

2.425

waarvan ICT

880

805

403

335

335

355

355

waarvan bijdrage SSO’s

3

231

211

211

211

131

131

2015

2016

2017

2018

2019

2020

2021

waarvan overige materiële uitgaven

5.046

3.581

3.029

2.879

2.879

1.939

1.939

Bovenstaande informatie is bedoeld voor de Staten-Generaal. Aan dit overzicht kunnen geen rechten worden ontleend.

 

Apparaatskosten agentschappen, ZBO’s en RWT’s (Bedragen

x € 1.000)

         
 

2015

2016

2017

2018

2019

2020

2021

Totaal apparaatskosten agentschappen

411.716

392.918

427.725

425.152

422.783

423.218

422.958

Agentschap College Ter Beoordeling van

             

Geneesmiddelen

39.097

35.750

38.250

38.250

38.250

38.250

38.250

Centraal Informatiepunt Beroepen Gezond-

             

heidszorg

45.678

42.758

42.675

43.102

43.533

43.968

44.408

Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu

326.941

314.410

346.800

343.800

341.000

341.000

340.300

Totaal apparaatskosten ZBO’s en RWT’s

303.5801

295.694

266.813

263.708

261.093

260.888

261.009

Zorg Onderzoek Nederland/ Medische

             

Wetenschappen (ZonMw)

6.239

6.216

5.916

5.516

5.366

5.366

5.366

Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ)

68.981

71.268

68.573

68.269

68.269

68.269

68.269

Centraal Administratie Kantoor (CAK)

100.916

84.189

76.353

76.081

74.761

74.790

74.791

Pensioen- en Uitkeringsraad (PUR)

3.160

2.761

2.299

1.949

1.557

1.200

1.200

Centrale Commissie voor Mensgebonden

             

Onderzoek (CCMO), inclusief Medisch Ethische

             

Commissies (METC’s)

1.845

2.517

2.363

2.260

2.267

2.267

2.267

Nederlandse Zorgautoriteit (NZa)

51.617

57.002

55.794

55.639

55.051

55.053

55.053

Zorginstituut Nederland (ZiNL)

67.738

68.433

52.207

50.474

50.170

50.170

50.170

College Sanering Zorginstellingen (CSZ)

2.374

2.558

2.558

2.770

2.902

3.023

3.143

College ter Beoordeling van Geneesmiddelen

710

750

750

750

750

750

750

1 Het totaalbedrag wijkt af van het jaarverslag. Dit is het gevolg van de toevoeging van het ZBO College ter Beoordeling van Geneesmiddelen aan de tabel.

Bovenstaande informatie is bedoeld voor de Staten-Generaal. Aan dit overzicht kunnen geen rechten worden ontleend.

2.1 Toelichting apparaatsuitgaven kerndepartement

Op dit artikel worden de verplichtingen, uitgaven en ontvangsten voor ambtelijk personeel, inhuur externen en materieel geraamd die nodig zijn voor het functioneren van het kerndepartement.

De personele uitgaven kerndepartement bestaan uit alle personeelsuitgaven van het kerndepartement inclusief de inhuur van externen voor zowel primaire als ondersteunende processen. De materiële uitgaven hebben uitsluitend betrekking op de ondersteunende processen. Dit omvat onder andere ICT, bijdragen aan shared service organisaties (SSO’s) en overige materiële kosten zoals huisvestingskosten.

De ontwikkeling van de budgetten wordt in 2017 en opvolgende jaren beïnvloed door enerzijds de personele taakstelling uit het kabinet Rutte I en anderzijds een aantal intensiveringen. Een deel van deze intensiveringen is van tijdelijke aard en hangt samen met de zorgvuldige implementatie van de gecompliceerde en veelomvattende beleidsagenda van VWS. Bij eerste suppletoire begroting 2016 zijn reeds enkele meerjarige intensiveringen toegelicht. Op het gebied van personele uitgaven zal in 2017 de informatiseringsfunctie (I-functie) binnen het ministerie zijn versterkt. Daarnaast vindt er een gerichte intensivering plaats op de middelen voor structureel onderhoud en beheer van de diverse ICT-voorzieningen.

De actuele raming voor de uitgaven voor externe inhuur is aanmerkelijk lager dan de realisatie van de afgelopen jaren. Naar verwachting zal het budget (en de realisatie) als gevolg van interne herschikkingen lopende het begrotingsjaar hoger worden.

In de suppletoire begrotingen zullen deze mutaties worden gemeld en zo nodig toegelicht.

 

Apparaatsuitgaven kernministerie 2017 onderverdeeld naar

Directoraat-Generaal

(bedragen x € 1.000)

 

Omschrijving

Apparaats-

 

uitgaven

Directoraat-generaal Volksgezondheid

27.266

Directoraat-generaal Curatieve zorg

14.774

Directoraat-generaal Langdurige zorg

15.298

Totaal beleid

57.338

Secretaris-generaal/(plaatsvervangend) secretaris-generaal

104.308

Totaal apparaatsuitgaven kerndepartement

161.646

Extracomptabele tabel invulling taakstelling (bedragen

x € 1.000)

   
 

2016

2017

2018

Structureel

Departementale taakstelling (totaal)

16.900

26.200

30.550

30.850

Inspecties

       

IGZ

630

1.440

1.800

1.800

IJZ

70

160

200

200

Totaal inspecties

700

1.600

2.000

2.000

Agentschappen

       

CIBG

300

800

1.000

1.000

RIVM

4.400

7.900

9.300

9.300

Totaal Agentschappen

4.700

8.700

10.300

10.300

ZBO’s/RWT’s

       

CAK

200

500

600

600

ZiNL

500

500

1.200

1.500

ZonMw

300

700

850

850

CIZ

2.600

6.100

7.500

7.500

Totaal ZBO’s/RWT’s

3.600

7.800

10.150

10.450

Kennisinfrastructuur

       

Preventie, jeugd en sport

3.600

3.600

3.600

3.600

Langdurige zorg

3.300

3.300

3.300

3.300

Curatieve zorg

1.000

1.200

1.200

1.200

Totaal kennisinfrastructuur

7.900

8.100

8.100

8.100

2.2 Toelichting apparaatsuitgaven inspecties

Inspectie voor de Gezondheidszorg

Het kunnen beschikken over goede, veilige zorg wanneer dat nodig is, is een essentieel publiek goed. Of het nu in de rol van betrokken familielid, patiënt of cliënt is, burgers moeten erop kunnen vertrouwen dat zorgprofessionals adequaat behandelen, verzorgen en begeleiden en de fabrikant van geneesmiddelen of medische hulpmiddelen veilige producten levert. De verantwoordelijkheid voor dat vertrouwen ligt bij de zorgaanbieder en fabrikant. De inspectie ziet erop toe dat zorgaanbieders en fabrikanten deze verantwoordelijkheid nakomen. Vanuit het maatschappelijk belang bij veilige en verantwoorde zorg houdt de inspectie scherp, deskundig en onafhankelijk toezicht op de veiligheid en kwaliteit van zorg.

In haar toezicht gaat de IGZ uit van de intrinsieke motivatie van zorgaanbieders om veilige en goede zorg te verlenen. Dit vat zij in de term «gezond vertrouwen», wat ook de titel is van het Meerjarenbeleidsplan 2016–2019 van de IGZ. Dit gezond vertrouwen is niet vanzelfsprekend: het is een dynamisch proces waarvoor steeds weer de resultaten van de zorgaanbieder over goede zorg de basis vormen. Bij onwil, onvermogen en roekeloos gedrag van bestuurders en zorgverleners, treedt de inspectie direct op. Door het toezicht op deze manier in te richten wil de IGZ bijdragen aan het gezonde vertrouwen van eenieder in de Nederlandse zorg.

Ontwikkelingen zoals de decentralisatie van zorgtaken naar gemeenten, de invoering van de Wet kwaliteit en klachten en geschillen zorg (Wkkgz) en de vorming van het medisch specialistisch bedrijf in de ziekenhuizen, maken dat de zorgsector volop in beweging is. Hetzelfde geldt voor de relatie tussen zorgaanbieder en patiënt in zorginstellingen en thuis. Deze transities vragen veel van de mensen die in de zorg werkzaam zijn: zij moeten en willen zorg blijven leveren die aan alle kwaliteitseisen voldoet. Daarbij veranderen de kwaliteitseisen zelf ook: het perspectief en de behoeften van de patiënt staan hierin steeds meer centraal.

De IGZ werkt er naar toe een meer proactieve toezichthouder te zijn, die belangrijke thema’s weet te agenderen bij het zorgveld en politiek, maar ook kan ingrijpen voordat risico’s zich voordoen. Daarnaast spreekt de inspectie zorgprofessionals en -bestuurders nadrukkelijker aan op hun verantwoordelijkheden voor de kwaliteit van de zorg en de bewaking daarvan. Het perspectief van de burger, die soms patiënt of cliënt is, vormt voor de zorg en daarmee ook voor het toezicht een belangrijk uitgangspunt.

Kortom, de zorgsector is volop in beweging, maar de IGZ beweegt mee: de ontwikkelingen in de zorg, gecombineerd met nieuwe wetgeving, risicothema’s en de eigen ontwikkeling vormen een ambitieuze uitdaging naast de «reguliere» taak van de IGZ op het gebied van toezicht en handhaving. Een goed voorbeeld van een punt waarop de IGZ in beweging is, is de voorgenomen fusie met de Inspectie Jeugdzorg (IJZ) die in 2017 voltooid zal zijn. Beide inspecties gaan dan verder onder de naam «Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd».

Inspectie Jeugdzorg

De Inspectie Jeugdzorg voert samen met de Inspectie voor de Gezondheidszorg en de Inspectie Veiligheid en Justitie het landelijk toezicht in het kader van de Jeugdwet uit. Zij ziet toe op de kwaliteit van de jeugdhulp, de jeugdbescherming en jeugdreclassering en op de naleving van de wetgeving. De inspectie stimuleert met haar toezicht de voorzieningen tot goede en veilige verzorging, opvoeding en behandeling van kinderen in de jeugdhulp en in de jeugdbescherming en jeugdreclassering en de ondersteuning van ouders en verzorgers van die kinderen. De inspectie draagt er met haar toezicht aan bij dat de samenleving er op kan vertrouwen dat kinderen en ouders op tijd en op maat de hulp en zorg krijgen van de instellingen en de professionals. Het onafhankelijk oordeel over de kwaliteit van de jeugdhulp, de jeugdbescherming en jeugdreclas- sering is relevant voor de professional, de instelling en de overheid en helpt bij het verbeteren van die kwaliteit.

De inspectie verzamelt informatie over de kwaliteit, vormt zich een oordeel en grijpt zo nodig in. Daarnaast kijkt de inspectie of het beleid goed werkt. Daarover doet de inspectie gevraagd en ongevraagd voorstellen tot verbeteringen aan de betreffende instellingen en verantwoordelijke overheden.

De Inspectie Jeugdzorg houdt op grond van de Jeugdwet en een aantal andere wetten en regelingen toezicht op de volgende organisaties:

jeugdhulpaanbieders;

instellingen voor jeugdbescherming en jeugdreclassering;

certificerende instelling voor jeugdbescherming en jeugdreclassering;

Veilig Thuis (advies- en meldpunten huiselijk geweld en kindermishandeling);

Raad voor de Kinderbescherming;

justitiële jeugdinrichtingen;

vergunninghouders voor interlandelijke adoptie;

opvangvoorzieningen voor alleenstaande minderjarige vreemdelingen;

schippersinternaten.

Binnen het bredere sociaal domein werkt de inspectie samen met de Inspectie voor de Gezondheidszorg, de Inspectie Veiligheid en Justitie, de Inspectie van het Onderwijs en de Inspectie Sociale Zaken en Werkgelegenheid in het samenwerkingsverband Samenwerkend Toezicht Jeugd/ Toezicht Sociaal Domein.

De inspectie werkt onder verantwoordelijkheid van de Ministers van Volksgezondheid, Welzijn en Sport en van Veiligheid en Justitie en is organisatorisch onderdeel van het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport. De begroting 2017 bedraagt € 6,8 miljoen.

De Minister heeft de Tweede Kamer op 18 maart 2016 geïnformeerd over haar voornemen om te komen tot een fusie tussen de Inspectie Jeugdzorg en de Inspectie voor de Gezondheidszorg tot de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd, daar deze inspecties in de praktijk al steeds nauwer samenwerken in het kader van het gezamenlijk toezicht op basis van de Jeugdwet. De voorbereidingen voor de fusie zijn in werking gezet, inclusief de voorbereiding van de benodigde wijzigingen in de wetgeving.

Sociaal en Cultureel Planbureau

Het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP) is een interdepartementaal, wetenschappelijk instituut, opgericht bij koninklijk besluit op 30 maart 1973. Het koninklijk besluit is per 1 april 2012 ingetrokken en vervangen door de Regeling van de Minister-President, Minister van Algemene Zaken, houdende de vaststelling van de Aanwijzingen voor de Planbureaus (1 april 2012).

Het SCP verricht zelfstandig onderzoek en rapporteert - gevraagd en ongevraagd - aan de regering, de Eerste- en Tweede Kamer, ministeries en andere maatschappelijke en overheidsorganisaties. De belangrijkste taken van het SCP zijn:

Het beschrijven van de situatie op sociaal en cultureel terrein in

Nederland en de te verwachte ontwikkelingen.

Het bijdragen aan verantwoorde keuzen van doeleinden en middelen in het sociaal en cultureel beleid en het ontwikkelen van alternatieven.

 

Aantal

Uren in

Uitgaven in

rapporten

2017

2017

(bedragen x

€ 1.000)

45

82.789

10.800

-

9.199

1.200

45

91.988

12.000

Het beoordelen van het gevoerde beleid, speciaal het interdepartementale beleid.

Het SCP verricht daartoe sociaalwetenschappelijk onderzoek naar de leefsituatie en de opvattingen van de burger, evenals naar het (overheids)beleid dat daarop van invloed is. Het werk van het SCP omvat de terreinen van nagenoeg alle Ministeries. Eens per jaar geeft het SCP een overzicht van de voorgenomen activiteiten in een werkprogramma. Het werkprogramma wordt gepubliceerd op de website van het bureau (www.scp.nl).

Activiteiten SCP 2017

  • 1. 
    Wetenschappelijk onderzoek
  • 2. 
    Kennisverspreiding
  • 3. 
    Totaal

Toelichting

  • 1. 
    Wetenschappelijk onderzoek

Het onderzoeksprogramma van het SCP staat in het teken van het ondersteunen van het beleid van de overheid, waar dat gericht is op het behoud en de verhoging van het welzijn en het welbevinden van de Nederlandse burger en samenleving. Veel van de door het SCP in 2017 uit te voeren projecten vloeien voort uit eerder gemaakte afspraken of verkregen opdrachten.

In oneven jaren brengt het SCP «De Sociale Staat van Nederland» uit (een brede inventarisatie van de levensomstandigheden van de Nederlandse bevolking), in even jaren een meer thematisch Sociaal Cultureel Rapport.

Er zijn langjarige afspraken over de opstelling van bijvoorbeeld de Verdiepende studie Integratie, de Emancipatiemonitor, «De Sociale Staat van het Platteland», «Het Cultureel Draagvlak», de pgb-monitor en de ontwikkeling van ramingsmodellen voor de vraag naar jeugdzorg en langdurige zorg. Veel van het SCP-onderzoek is gebaseerd op door het CBS verzamelde en ter beschikking gestelde gegevens. Daarnaast laat het SCP zelf ook enkele grote surveys uitvoeren. Ook in 2017 zal het SCP ten behoeve van het kabinet rapporteren over de uitkomsten van het in 2008 gestarte onderzoek naar zorgen en maatschappelijke kwesties die leven onder de bevolking en van belang zijn voor de politiek («Continu Onderzoek Burgerperspectieven»).

  • 2. 
    Kennisverspreiding

Vele SCP-medewerkers hebben contacten met of maken deel uit van voor het SCP relevante wetenschappelijke of maatschappelijke organisaties, of hebben vanwege hun SCP-werk of -expertise een adviserende rol in allerlei gremia. Kennisverspreiding via presentaties, artikelen, papers e.d. zijn een belangrijk onderdeel van het werk.

Een kerntaak van het SCP is het adviseren van departementen en andere overheidsinstanties op basis van de beschikbare kennis en inzichten. De positionering van het bureau binnen de rijksoverheid maakt het mogelijk deel te nemen aan het commissie- en advieswerk binnen de overheid

(onderraden en voorportalen). Afgezien van deze vorm van indirecte advisering brengt het bureau ook met regelmaat adviezen uit aan (beleidsdirecties van) departementen. Deze advisering kan zeer uiteenlopend van karakter zijn, bijvoorbeeld via participatie in de kenniskamers van verschillende Ministeries.

Raad voor Volksgezondheid en Samenleving

De Raad voor Volksgezondheid en Samenleving (RVS) is een onafhankelijk adviesorgaan voor de regering en de beide kamers der Staten-Generaal. De RVS heeft tot taak strategische adviezen te geven over het te voeren beleid. De vraagstukken waarover de RVS adviseert zijn per definitie domeinoverstijgend. De RVS werkt aan een sterkere verbinding met VWS alsmede met andere departementen, zoals OCW, BZK, SZW en VenJ. Vanuit zijn onafhankelijke positie en opdracht laat de RVS zijn licht schijnen over toekomstige strategische beleidsvraagstukken voor zorg en gezondheid. Hierbij beziet de RVS de mogelijkheid om dit in samenwerking met andere kennisinstellingen te doen.

De RVS heeft bij zijn start gekozen voor het opstellen van een meerjarige werkagenda 2015–2018, met de volgende vier thema’s: (1) Veranderende verzorgingsstaat, (2) Verantwoord sturen, (3) De belofte van wetenschap en technologie en (4) De levensloop levenslang en levensbreed. Het werken met een meerjarige werkagenda past bij de brede opdracht van de RVS en biedt ruimte om gedurende het jaar een vraag of probleem te agenderen. Dit kan leiden tot een gevraagd of ongevraagd advies van de RVS.

Het Centrum voor Ethiek en Gezondheid (CEG) is een samenwerkingsverband van de Gezondheidsraad en de RVS dat informeert over nieuwe ontwikkelingen op het snijvlak van ethiek, gezondheid en beleid. Het CEG publiceert jaarlijks signalementen over ethische thema’s en geeft uitvoering aan de publieksfunctie, onder meer via de website www.ceg.nl (kennisbron over ethische thema’s) en diverse publieksbijeenkomsten, waaronder de jaarlijkse Els Borst Lezing. In 2017 zal het CEG extra aandacht besteden aan de verbetering van de publieksfunctie, onder meer door het vernieuwen van de website.

Gezondheidsraad

De Gezondheidsraad is een onafhankelijk wetenschappelijk adviesorgaan en heeft als taak de regering en het parlement van advies te dienen over de stand van kennis ten aanzien van vraagstukken op het gebied van de volksgezondheid.

Het werkterrein van de Gezondheidsraad omvat de volgende aandachtsgebieden: preventie, gezondheidszorg, voeding, leefomgeving, arbeidsomstandigheden, innovatie en kennisinfrastructuur. De raad brengt gevraagd en ongevraagd adviezen uit. In september stelt de Minister van VWS het werkprogramma voor het komende jaar vast (www.gezondheids-raad.nl).

Niet-beleidsartikel 11 Nominaal en onverdeeld

  • 1. 
    Inleiding

Dit niet-beleidsartikel heeft een technisch-administratief karakter. Vanuit dit artikel vinden overboekingen van loon- en prijsbijstellingen naar de loon- en prijsgevoelige artikelen binnen de begroting plaats. Ook worden er taakstellingen of extra middelen op dit artikel geplaatst die nog niet aan de beleidsartikelen zijn toegedeeld.

  • 2. 
    Tabel budgettaire gevolgen van beleid
 

Begrotingsuitgaven (bedragen x € 1.000)

 

2015

2016

2017

2018

2019

2020

2021

Verplichtingen

0

  • - 
    48.875
  • - 
    33.462
  • - 
    29.611
  • - 
    31.080
  • - 
    31.084
  • - 
    31.062

Uitgaven

0

  • - 
    48.917
  • - 
    33.446
  • - 
    29.652
  • - 
    31.080
  • - 
    31.084
  • - 
    31.062
  • 1. 
    Loonbijstelling
  • 2. 
    Prijsbijstelling
  • 3. 
    Onvoorzien
  • 4. 
    Taakstelling

0 0 0 0

0

4.580

0

  • 53.497

0

1.629

0

  • 35.075

0

4.443

0

  • 34.095

0

4.474

0

  • 35.554

0

4.470

0

  • 35.554

0

4.492

0

  • 35.554

Ontvangsten

Overig

0

0

5.000

5.000

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

Loonbijstelling

Op dit onderdeel worden de in het kader van de loonbijstelling ontvangen bedragen geboekt totdat toerekening plaatsvindt aan begrotingsartikelen.

Prijsbijstelling

Op dit onderdeel worden de in het kader van de prijsbijstelling ontvangen bedragen geboekt totdat toerekening plaatsvindt aan begrotingsartikelen. Het betreft nog niet toegedeelde middelen van de prijsbijstelling tranche 2016.

Onvoorzien

De grondslag voor dit onderdeel ligt in de Comptabiliteitswet, waarin de mogelijkheid bestaat een artikel voor onvoorziene uitgaven op te nemen. VWS maakt hier in 2017 geen gebruik van.

Taakstelling

Op dit onderdeel worden taakstellingen geboekt in afwachting van concrete invulling. De actuele stand omvat grosso modo de taakstellende onderuitputting die op de VWS-begroting is ingeboekt en die jaarlijks bij de tweede suppletoire begroting wordt ingevuld.

  • 5. 
    Begroting agentschappen
  • 1. 
    Agentschap College ter beoordeling van geneesmiddelen (ACBG)

1.1 Inleiding

Het College ter Beoordeling van Geneesmiddelen (CBG) bestaat uit een College en een secretariaat dat is ondergebracht in een agentschap (ACBG). Het College is een organisatie met een zelfstandige bevoegdheid, een zelfstandig bestuursorgaan (ZBO). De uitvoeringsorganisatie ter ondersteuning van het CBG is een baten-lastenagentschap van het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS). Naast de taken voor het CBG ondersteunt het agentschap tevens het Ministerie van Economische Zaken (EZ) bij de uitvoering van veterinaire geneesmiddelenbeoordeling en -bewaking door de Commissie Registratie Diergeneesmiddelen (CRD) en het Ministerie van VWS bij de beoordeling van nieuwe voedingsmiddelen.

De belangrijkste taken op basis van de Geneesmiddelenwet, de Diergeneesmiddelenwet en Europese Verordeningen zijn voor het CBG: – Verstrekken, handhaven en schorsen van handelsvergunningen op basis van de beoordeling van werkzaamheid, risico’s en kwaliteit; – Vaststellen van de afleverstatus humaan, dus het bepalen of het geneesmiddel uitsluitend op recept, uitsluitend via de apotheek, via de drogist of in de vrije verkoop verkrijgbaar mag zijn; – Vaststellen van de afleverstatus veterinair, dus het bepalen of het diergeneesmiddel uitsluitend door een dierenarts mag worden toegediend, afgeleverd mag worden door dierenarts of apotheker, op recept afgeleverd mag worden door dierenarts, apotheker of vergunninghouder, of vrij verkrijgbaar is; – Geneesmiddelenbewaking;

– Geven van wetenschappelijk advies in het kader van geneesmiddelontwikkeling.

De meest up-to-date informatie over de organisatiestructuur, collegesamenstelling en achtergrondinformatie over processen en procedures vindt men op de CBG-website: www.cbg-meb.nl.

1.2 Begroting 2017

 

Begroting van baten en

lasten ACBG

voor het jaar 2017 (bedragen x € 1.000)

       
   

2015

2016

2017

2018

2019

2020

2021

Baten

Opbrengst moederdepartement Opbrengst overige departementen

192 683

225 612

225 612

225 612

225 612

225 612

225 612

Opbrengst derden Rentebaten Vrijval voorzieningen Bijzondere baten

 

45.867 7 0 0

39.163 0 0 0

41.663 0 0 0

41.663 0 0 0

41.663 0 0 0

41.663 0 0 0

41.663 0 0 0

Totaal baten

 

46.749

40.000

42.500

42.500

42.500

42.500

42.500

Lasten

Apparaatskosten – Personele kosten Waarvan:

 

39.807 26.110

36.500 23.500

39.000 25.500

39.000 25.500

39.000 25.500

39.000 25.500

39.000

25.500

0

 

2015

2016

2017

2018

2019

2020

2021

eigen personeel

22.961

21.500

23.500

23.500

23.500

23.500

23.500

externe inhuur

3.149

2.000

2.000

2.000

2.000

2.000

2.000

Waarvan overige personele kosten

0

0

0

0

0

0

0

– Materiële kosten

13.697

13.000

13.500

13.500

13.500

13.500

13.500

Waarvan:

             

apparaat ICT

3.750

2.000

2.500

2.500

2.500

2.500

2.500

bijdrage SSO’s

0

0

0

0

0

0

0

Waarvan overige materiële kosten (ZBO

             

college)

710

750

750

750

750

750

750

Rentelasten

0

0

0

0

0

0

0

Afschrijvingskosten

1.749

3.500

3.500

3.500

3.500

3.500

3.500

– Materieel

1.181

2.500

2.500

2.500

2.500

2.500

2.500

Waarvan apparaat ICT

0

0

0

0

0

0

0

– Immaterieel

568

1.000

1.000

1.000

1.000

1.000

1.000

Overige kosten

0

0

0

0

0

0

0

– Dotaties voorzieningen

0

0

0

0

0

0

0

– Bijzondere lasten

0

0

0

0

0

0

0

Totaal lasten

41.556

40.000

42.500

42.500

42.500

42.500

42.500

Saldo van baten en lasten

5.193

0

0

0

0

0

0

Toelichting begroting van baten en lasten

Voor het jaar 2017 en verder jaren verwacht ACBG meer werkzaamheden en daarmee een hogere omzet uit aanvragen dan voorheen; daarom is de opbrengst derden voor de jaren 2017 en verder € 2,5 miljoen hoger dan het uitgangspunt dat voor eerdere jaren gold.

Baten

Het ACBG verwacht van opdrachtgever VWS een bedrag van

€ 0,225 miljoen te ontvangen ter dekking van de kosten van het Bureau

Nieuwe Voedingsmiddelen.

Het Bureau Diergeneesmiddelen van het ACBG verricht voor het Ministerie van Economische zaken (EZ) beleidsondersteunende activiteiten. Hiervoor is een bedrag begroot van € 0,612 miljoen.

In de volgende tabel wordt de omzet derden 2017 verdeeld naar productgroepen. De hierbij gehanteerde tarieven zijn gebaseerd op de regeling Geneesmiddelenwet en de Diergeneesmiddelenregeling.

Opbrengst derden naar productgroepen (bedragen x € 1.000)

Productgroep

Omzet

Beoordelen van nationale aanvragen

Beoordelen van Europese aanvragen: centraal

Beoordelen van Europese aanvragen: MRP

Beoordelen DCP’s

Beoordelen van homeopathische aanvragen, kruiden en nieuwe voedingsmiddelen

Jaarvergoedingen (humaan en dieren)

Bureau Diergeneesmiddelen

Totaal opbrengst derden

2.000

7.300

400

10.513

250

18.900

2.300

41.663

Onderstaand worden de productgroepen kort toegelicht.

Beoordelen van nationale aanvragen

Het beoordelingsproces van een nationale aanvraag betreft de aanvraag van een handelsvergunning voor een nieuw op de Nederlandse markt te brengen geneesmiddel. De handelsvergunning wordt door het ACBG

afgegeven. Het betreffende geneesmiddel komt alleen in Nederland op de markt.

Beoordelen van Europese aanvragen: centraal

Om een Europese handelsvergunning voor een geneesmiddel van de Europese Commissie toegekend te krijgen, moet de fabrikant de centrale procedure volgen. De fabrikant kan dan een handelsvergunning krijgen die in alle EU-lidstaten geldig is. De coördinatie van de centrale procedure berust bij het Europese Geneesmiddelenagentschap (EMA).

Beoordelen van Europese aanvragen: MRP (Mutual Recognition Procedure)

In een MRP-procedure heeft een andere EU-lidstaat een handelsvergunning verleend. Het ACBG beoordeelt of deze geneesmiddelen, op basis van het beoordelingsrapport van de andere lidstaat, toegelaten kunnen worden tot de Nederlandse markt.

Beoordelen van Europese aanvragen: DCP (Decentrale Procedure) Een Decentrale Procedure kan door de fabrikant worden gebruikt om een handelsvergunning in meerdere lidstaten te verkrijgen als nog in geen enkel land een handelsvergunning is verkregen. De fabrikant kan een EU-lidstaat vragen om het beoordelingsproces te verrichten. Deze lidstaat wordt dan Referentieland (RMS). Na het beoordelingsproces starten de overige lidstaten een MRP-procedure.

Beoordeling van homeopathische aanvragen, kruiden en nieuwe

voedingsmiddelen

Het ACBG verricht beoordelingswerkzaamheden voor homeopathische geneesmiddelen, kruiden en nieuwe voedingsmiddelen. Nieuwe voedingsmiddelen zijn voedingsmiddelen of voedselingrediënten die voor

15 mei 1997 niet in significante mate in de Europese Gemeenschap voor de menselijke voeding zijn gebruikt.

Jaarvergoedingen

Voor het op de markt brengen van een geneesmiddel moet door de registratiehouder jaarlijks een vergoeding worden betaald.

Bureau Diergeneesmiddelen

Het Bureau Diergeneesmiddelen beoordeelt en verleent vergunningen voor de productie en distributie van diergeneesmiddelen.

Lasten

Onderdeel van de materiële lasten is de subsidie aan het Nederlands Bijwerkingen Centrum Lareb, ter waarde van € 2,2 miljoen. Dit bedrag wordt door VWS (subsidieverstrekker) toegewezen aan Lareb.

Het ACBG werkt voor de markt en meer «aanvragen» betekent meer omzet, dus ook meer werk. De personele kosten zijn verhoogd in verhouding tot de vermeerderde omzet. Investeringen in ICT zullen tot verhoogde ICT-kosten leiden.

Er wordt thans een inventarisatie gemaakt van een nieuwe ICT-oplossing voor het ACBG voor de komende jaren.

1.3 Kasstroomoverzicht

 

Kasstroomoverzicht ACBG voor het jaar 2017 (bedragen x € 1.000)

Omschrijving

2015

2016

2017

2018

2019

2020

2021

  • 1. 
    Rekening-courant RHB 1 januari

11.309

17.070

17.070

17.070

17.070

17.070

17.070

Totaal ontvangsten operationele kasstroom

             

(+/+)

44.578

40.000

42.500

42.500

42.500

42.500

42.500

Totaal uitgaven operationele kasstroom (–/–)

  • 38.706
  • 38.500
  • 41.000
  • 41.000
  • 41.000
  • 41.000
  • 41.000
  • 2. 
    Totaal operationele kasstroom

5.872

1.500

1.500

1.500

1.500

1.500

1.500

Totaal investeringen (–/–)

  • 111
  • 1.500
  • 1.500
  • 1.500
  • 1.500
  • 1.500
  • 1.500

Totaal boekwaarde desinvesteringen (+/+)

-

-

-

-

-

-

-

  • 3. 
    Totaal investeringskasstroom
  • - 
    111
  • - 
    1.500
  • - 
    1.500
  • - 
    1.500
  • - 
    1.500
  • - 
    1.500
  • - 
    1.500

4a. Eenmalige uitkering aan moederdepar-

             

tement (-/-)

-

-

-

-

-

-

-

Eenmalige storting door het moederdepar-

             

tement (+/+)

-

-

-

-

-

-

-

Aflossingen op leningen (–/–)

-

-

-

-

-

-

-

Beroep op leenfaciliteit (+/+)

-

-

-

-

-

-

-

  • 4. 
    Totaal financieringskasstroom

-

-

-

-

-

-

-

  • 5. 
    Rekening-courant RHB 31 december
             

(=1+2+3+4)

17.070

17.070

17.070

17.070

17.070

17.070

17.070

Toelichting kasstroomoverzicht

De investeringen 2017 hebben voornamelijk betrekking op vervanging van kantoorautomatisering (primair proces systeem ICI).

1.4 Overzicht doelmatigheidsindicatoren

 

Overzicht doelmatigheidsindicatoren c.q. kengetallen ACBG

voor het jaar 2017

       
 

2015

2016

2017

2018

2019

2020

2021

Generiek

             
  • 1. 
    Tarieven/uur (bedragen in €)

85

85

85

85

85

85

85

  • 2. 
    Omzet per productgroep (bedragen x
             

€ 1.000)

             

– Boordelen van nationale aanvragen

1.554

2.000

2.000

2.000

2.000

2.000

2.000

– Beoordelen van Europese aanvragen:

             

centraal

8.769

5.600

7.300

7.300

7.300

7.300

7.300

– Beoordelen van Europese aanvragen: MRP

496

400

400

400

400

400

400

– Beoordelen van Europese aanvragen: DCP

12.762

10.213

10.513

10.513

10.513

10.513

10.513

– Beoordelen van homeopathische aanvragen,

             

kruiden en nieuwe voedingsmiddelen

49

250

250

250

250

250

250

– Bureau Diergeneesmiddelen

2.740

2.300

2.300

2.300

2.300

2.300

2.300

– Jaarvergoedingen

19.414

18.400

18.900

18.900

18.900

18.900

18.900

– Overig

83

           
  • 3. 
    Aantal fte totaal (exclusief externe inhuur)

288

280

290

290

290

290

290

  • 4. 
    Saldo van baten en lasten (% van de baten)

11,1%

0%

0%

0%

0%

0%

0%

Specifiek

             
  • 1. 
    Gegronde klachten

14

32

25

25

25

25

25

  • 2. 
    Zaken per fte

85

86

86

86

86

86

86

Omschrijving specifiek deel

             
  • 1. 
    Liquiditeit (current ratio; norm: > 1,5)

1,26

1

1

1

1

1

1

  • 2. 
    Solvabiliteit (debt ratio)

0,72

0,92

0,92

0,92

0,92

0,92

0,92

  • 3. 
    Rentabiliteit eigen vermogen

0,75

0

0

0

0

0

0

  • 4. 
    Percentage externe inhuur ten opzichte van
             

totale personele kosten

9,5%

8,5%

8,5%

8,5%

8,5%

8,5%

8,5%

 

2015

2016

2017

2018

2019

2020

2021

  • 5. 
    Percentage facturen betaald binnen 30 dagen

>90%

>90%

>90%

>90%

>90%

>90%

>90%

Toelichting overzicht doelmatigheidsindicatoren

Tarieven/uur

Uurtarieven om de kostenefficiency aan te tonen. Deze indicator is een gemiddelde over alle functies waarbij naar het primaire proces exclusief onderzoekskosten wordt gekeken.

Omzet per productgroep

De omzet per productgroep geeft inzicht in de samenstelling van de totale omzet van het ACBG. De samenstelling en omvang worden deels beïnvloed door internationaal opgelegde (EMA) tarieven. Op grond van marktontwikkelingen wordt rekening gehouden met een daling van de nationale afzet en ondanks een verwachte stijging van de tarieven die het ACBG hanteert, wordt rekening gehouden met een consolidatie van de omzet op het niveau 2016. Bij centrale Europese aanvragen verwachten we daarentegen een omzetstijging en verder wordt er vanaf 2015 een vergoeding ontvangen voor de eerder onbetaalde werkzaamheden in het kader van geneesmiddelenbewaking.

De diverse zaken (producttypes) zijn verschillend qua werkbelasting; binnen de omzet vinden substantiële verschuivingen plaats, met andere woorden de samenstelling van de omzet kan jaarlijks wijzigen.

Aantal fte totaal

Het totaal aantal fulltime equivalenten werkzaam bij het agentschap per

31 december van het jaar, exclusief externe inhuur. De toename van het aantal vaste medewerkers houdt verband met toegenomen structurele werkzaamheden. Daarnaast is sprake van beperking van externe inhuur/

uitbesteding.

Saldo van baten en lasten

Het saldo van baten en lasten als percentage van de totale baten. Het ACBG streeft er naar als agentschap kostenneutraal te opereren. De omzet wordt bepaald door de marktvraag en deels door de internationaal opgelegde (EMA) tarieven.

Aantal gegronde klachten

Het aantal gegronde klachten wordt bijgehouden om inzicht te krijgen in de geleverde kwaliteit van de productie. Het streven is het aantal gegronde klachten niet te laten stijgen.

Aantal zaken per fte

Het aantal zaken per fte wordt bijgehouden om de efficiency van de

productie inzichtelijk te maken.

  • 2. 
    CIBG

2.1 Inleiding

De maatschappij roept om transparantie. Betrouwbare registers zijn steeds belangrijker. Organisaties, mensen en soms zelfs de gezondheid van mensen zijn hiervan afhankelijk. Als agentschap van het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport zorgt het CIBG voor een betrouwbare verzameling, verwerking en koppeling (gegevensknoop-punten) van (gecertificeerde) gegevens en uitlevering aan gebruikers. Het CIBG heeft een breed takenpakket zoals het BIG-register, het Donorre-gister, Registerleraar en het UZI-register. Meer informatie over de organisatie en taken van het CIBG is te vinden op: www.cibg.nl.

Het CIBG heeft de ambitie om binnen de rijksoverheid op termijn dé organisatie te worden op het gebied van registers voor (gewaarmerkte) identiteiten. De organisatie wil waarde creëren voor opdrachtgevers en de maatschappij door deskundig te zijn en betrouwbare informatie klant- en opdrachtgevergericht te koppelen en ter beschikking te stellen.

Het CIBG staat opnieuw voor een uitdagend jaar. Met slimme organisatie en digitale communicatie streeft het CIBG naar kwalitatief goede en betrouwbare dienstverlening. Er is geïnvesteerd in een meer flexibele manier van werken: digitaal en eigentijds. Hiermee gaan we komend jaar verder. We verhuizen naar een nieuwe locatie en gaan daar activiteitgere-lateerd werken. We professionaliseren onze IT en de werkprocessen en zetten de eerste stappen naar het creëren van een generiek systeem voor alle dienstverlening van het CIBG.

2.2 Begroting

 

Begroting van agentschap CIBG voor

het jaar 2017

           

(bedragen x € 1.000)

             
 

2015

2016

2017

2018

2019

2020

2021

 

Stand

Vastge-

         
 

Slotwet

stelde begroting

         

Baten

             

Omzet moederdepartement

22.860

18.655

21.221

21.433

21.648

21.864

22.083

Omzet overige departementen

4.835

4.088

4.490

4.535

4.580

4.626

4.672

Omzet derden

21.436

22.590

21.821

22.039

22.260

22.482

22.707

Rentebaten

1

0

0

0

0

0

0

Vrijval voorzieningen

0

0

0

0

0

0

0

Bijzondere baten

0

0

0

0

0

0

0

Totaal baten

49.132

45.333

47.532

48.007

48.488

48.972

49.462

Lasten

             

Apparaatskosten

45.678

42.758

42.675

43.102

43.533

43.968

44.408

– Personele kosten

20.346

19.348

19.572

19.768

19.965

20.165

20.367

waarvan eigen personeel

15.783

17.370

17.970

17.788

17.985

18.185

18.387

waarvan externe inhuur

2.903

1.978

1.602

1.980

1.980

1.980

1.980

waarvan overige personele kosten

1.660

0

0

0

0

0

0

– Materiële kosten

25.332

23.410

23.103

23.334

23.568

23.803

24.041

waarvan apparaat ICT

6.446

6.916

6.916

6.985

7.055

7.126

7.197

waarvan bijdrage aan SSO’s

3.440

3.900

3.900

3.939

3.978

4.018

4.058

waarvan overige materiële kosten

15.446

12.594

12.287

12.410

12.535

12.659

12.786

Rentelasten

5

100

100

101

102

103

104

Afschrijvingskosten

3.312

2.475

4.757

4.804

4.853

4.901

4.950

– Materieel

13

10

9

9

9

9

9

waarvan apparaat ICT

13

10

9

9

7

6

5

– Immaterieel

3.299

2.465

4.748

4.795

4.844

4.892

4.941

Overige kosten

0

0

0

0

0

0

0

– Dotaties voorzieningen

0

0

0

0

0

0

0

– Bijzondere lasten

0

0

0

0

0

0

0

Totaal lasten

48.995

45.333

47.532

48.007

48.488

48.972

49.462

Saldo van baten en lasten

137

0

0

0

0

0

0

Toelichting

Baten

De omzet moederdepartement bestaat uit de omzet op basis van opdrachten vanuit de beleidsdirecties van VWS, zoals Vakbekwaamheids-verklaring, Donorregister, TZI, SBVZ en WNT. Daarnaast is er bij het CIBG ook sprake van omzet op basis van opdrachten van andere departementen, zoals OCW-registers en Register Diergeneeskundigen. Een stijgend aandeel van de omzet is afkomstig van derden (burgers en bedrijven). Deze hangt samen met het verrichten van verschillende (wettelijke) registratieactiviteiten, het verstrekken van UZI-passen en -certificaten, het verlenen van vergunningen en ontheffingen tegen door het departement vastgestelde tarieven alsmede met de verkoop van medicinale cannabis.

De omzet overige departementen stijgt als gevolg van uitbreiding van bestaande taken zoals het Lerarenregister en het Schoolleidersregister. (OCW)

Lasten

De lasten bewegen mee met de verwachte uitbreiding van taken. De afschrijvingen nemen toe als gevolg van investeringen met als grootste post de investering in het digitaliseringsprogramma van de werkprocessen.

 

Omzet per opdrachtgever

 

(bedragen x € 1.000)

 

Omzet 2017

MEVA

7.870

EST

35

GMT

4.237

PG

810

MC

3.886

DJ

1.230

IGZ

928

VWS Bijdrage I-Strategie

1.720

Reeds gefinancierd

505

Subtotaal VWS

21.221

OCW

1.630

EZ

490

Reeds gefinancierd

2.370

Subtotaal overige departementen

4.490

BIG-(her)registratie

8.290

Vakbekwaamheid

150

UZI-register

8.780

Vergunningen

953

Medische hulpmiddelen

511

Opiaten

561

BMC

1.830

RIN

746

Subtotaal Derden

21.821

Totaal

47.532

2.3 Kasstroomoverzicht

 

Kasstroomoverzicht CIBG voor het jaar 2016

             

(Bedragen x € 1.000)

             

Omschrijving

2015

Stand Slotwet

2016

Vastgestelde begroting

2017

2018

2019

2020

2021

  • 1. 
    Rekening courant RHB 1 januari +
             

depositorekeningen

15.518

16.090

10.890

5.290

2.690

5.490

3.290

+/+ totaal ontvangsten operationele

             

kasstroom

5.680

6.000

6.000

6.000

6.000

6.000

6.000

–/– totaal uitgaven operationele

             

kasstroom

3.768

10.000

9.000

0

5.000

5.000

5.000

  • 2. 
    Totaal operationele kasstroom

1.912

  • - 
    4.000
  • - 
    3.000

6.000

1.000

1.000

1.000

–/– totaal investeringen

  • 9.144
  • 6.000
  • 4.000
  • 1.000
  • 1.000
  • 1.000
  • 1.000

+/+ totaal boekwaarde desinvesteringen

             
  • 3. 
    Totaal investeringskasstroom
  • - 
    9.144
  • - 
    6.000
  • - 
    4.000
  • - 
    1.000
  • - 
    1.000
  • - 
    1.000
  • - 
    1.000

–/– eenmalige uitkering aan moederde-

             

partement

0

0

0

0

0

0

0

+/+ eenmalige storting door moederde-

             

partement

0

0

0

0

0

0

0

–/– aflossingen op leningen

  • 277
  • 1.200
  • 2.600
  • 3.200
  • 3.200
  • 3.200
  • 3.200

+/+ beroep op leenfaciliteit

 

6.000

4.000

1.000

1.000

1.000

1.000

  • 4. 
    Totaal financieringskasstroom
  • - 
    277

4.800

1.400

1.400

  • - 
    2.200
  • - 
    2.200
  • - 
    2.200
  • 5. 
    Rekening-courant RHB 31 december +
             

stand depositorekeningen (=1+2+3+4)

8.009

10.890

5.290

2.690

5.490

3.290

1.090

Toelichting

De totale begrote ontvangsten voor 2017 zijn ruim € 47 miljoen, de totale uitgaven voor 2017 zijn naar verwachting € 50 miljoen. De operationele kasstroom fluctueert tevens als gevolg van de instroom van inschrijfgelden periodieke herregistratie in 2018, er wordt in 2018 éénmalig betaald voor 5 jaar, de baten en kosten worden ook over deze 5 jaar verdeeld.

Er wordt in 2016 een beroep gedaan op de leenfaciliteit voor een investering van € 6 miljoen. in ICT-systemen (digitaliseringsprogramma van de werkprocessen). De totale investeringen hebben vrijwel geheel betrekking op ICT en behoren tot de immateriële activa. Er wordt uitgegaan van een afschrijvingstermijn van 5 jaar. Voor de geplande investeringen vanaf 2017 wordt later bezien of een beroep op de leenfaciliteit noodzakelijk is.

2.4 Doelmatigheidsindicatoren

 

Overzicht doelmatigheidsindicatoren CIBG voor het jaar 2017

 

2015

2016

2017

2018

2019

2020

2021

 

Stand

Vast-

         
 

Slotwet

gestelde begroting

         

Omschrijving generiek deel

             
  • 1. 
    Kostprijzen per product (groep)
             

– Beschikking BIG-register

174,41

96,61

125,00

125,00

125,00

125,00

125,00

– Beschikking herregistratie BIG

 

96,61

125,00

125,00

125,00

125,00

125,00

  • Vakbekwaamheidsverklaring

5.922

5.255

5.182

5.182

5.182

5.182

5.182

– Vergunning Farmatec

1.408

2.769

2.769

2.769

2.769

2.769

2.769

– UZI-pas/certificaat

357,31

290,51

259,54

259,54

259,54

259,54

259,54

– Wilsbeschikking Donorregister

11,83

11,9

11,9

11,9

11,9

11,9

11,9

  • 2. 
    Omzet per productgroep (x 1.000)
             

– BIG-register + herregistratie

5.536

6.550

8.290

8.290

8.290

8.290

8.290

– Vakbekwaamheid

2.470

2.890

2.850

2.850

2.850

2.850

2.850

  • Farmatec

1.815

1.240

1.240

1.240

1.240

1.240

1.240

– UZI-register

10.216

11.940

8.980

8.980

8.980

8.980

8.980

  • Donorregister

2.367

2.380

2.380

2.380

2.380

2.380

2.380

  • 3. 
    Saldo van baten en lasten (%)

0,28%

0%

0%

0%

0%

0%

0%

  • 4. 
    Aantal fte totaal (excl. ext inhuur)

227,07

238,4

261,38

261,38

261,38

261,38

261,38

Omschrijving specifiek deel

             
  • 1. 
    productievolume
             

– Beschikkingen BIG register

13.235

13.000

13.000

13.000

13.000

13.000

13.000

– Beschikking herregistratie BIG

 

54.000

33.000

33.000

33.000

33.000

33.000

  • Vakbekwaamheidverklaringen

480

550

550

550

550

550

550

– Vergunningen Farmatec

863

450

450

450

450

450

450

– UZI-pas/certificaat

28.590

41.100

34.600

34.600

34.600

34.600

34.600

– Wilsbeschikkingen donorregister

181.396

200.000

200.000

200.000

200.000

200.000

200.000

  • 2. 
    Aantal klachten / bezwaar en beroep
             
  • vakbekwaamheidverklaringen

8

10

10

10

10

10

10

– wilsbeschikkingen donorregister

10

5

5

5

5

5

5

  • 3. 
    Doorlooptijden (dagen)
             

– wilsbeschikkingen donorregister

11

16

16

16

16

16

16

Toelichting

Het overzicht doelmatigheidsindicatoren bevat een selectie van de belangrijkste producten uit het takenpakket van het CIBG die op basis van prijs maal hoeveelheid worden afgerekend.

Omzet per productgroep

Bij de BIG-herregistraties is de omzet niet gelijk aan het volume x kostprijs omdat de kostprijs is gebaseerd op een meerjarig gemiddelde en het volume per jaar sterk fluctueert. Daarom wordt de omzet ook op basis van het aantal ingeschrevenen in het register gespreid geboekt over 5 jaar.

Aantal fte totaal

Het totaal aantal fulltime-equivalenten werkzaam bij de baten-lastendienst per 31 december van het jaar, exclusief externe inhuur.

Saldo van baten en lasten

Het saldo van baten en lasten als percentage van de totale baten.

Aantallen per productgroep

De genoemde producten hebben met uitzondering van de herregistratie een vrij stabiele instroom.

Aantal klachten/bezwaar en beroep

Aantal afgehandelde klachten en gegronde bezwaren.

Doorlooptijden

De gemiddelde netto doorlooptijd in dagen.

  • 3. 
    Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM)

3.1 Inleiding

Sinds 1 januari 2004 is het RIVM een baten-lasten agentschap van het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) gevestigd in Bilthoven (in 2019/2020 volgt verhuizing naar een nieuw gebouw op de Uithof Utrecht). Het RIVM bevordert door onderzoek, uitvoering en ondersteuning de publieke gezondheid en een gezonde leefomgeving. Kerntaak van het RIVM is het verrichten van onderzoek en het wereldwijd verzamelen van kennis. De uitkomsten daarvan dienen als beleidsonder-steuning voor de overheid. Het RIVM voert onderzoek uit voor de Ministeries van VWS, IenM, EZ, SZW en DEF, voor diverse inspecties (waaronder ILT, NVWA en ANVS) en voor internationale organisaties zoals de Europese Unie, de WHO en de Verenigde Naties. Informatie over de resultaten van het RIVM-onderzoek is te vinden via de thematische ingangen van de website www.rivm.nl. Het RIVM vervult ook regiefuncties en verzorgt de landelijke coördinatie van preventie- en interventieprogramma’s, zoals het Rijksvaccinatieprogramma (RVP).

3.2 Begroting 2017

 

Begroting van baten en lastenagentschap RIVM

voor het jaar 2017 (bedragen x € 1.000

)

     
 

2015

2016

2017

2018

2019

2020

2021

 

Stand

Vastge-

         
 

Slotwet

stelde begroting

         

Baten

             

Omzet moederdepartement

245.963

238.595

252.600

250.200

247.600

247.800

247.600

Omzet overige departementen

70.500

60.975

70.000

70.000

70.000

70.000

69.500

Omzet derden

19.461

17.800

27.800

27.700

27.700

27.700

27.700

Rentebaten

1

0

0

0

0

0

0

Vrijval voorzieningen

913

0

0

0

0

0

0

Bijzondere baten

0

0

0

0

0

0

0

Totaal baten

336.838

317.370

350.400

347.900

345.300

345.500

344.800

Lasten

             

Apparaatskosten

326.942

314.410

346.800

343.800

341.000

341.000

340.300

– Personele kosten

122.527

119.760

137.200

135.800

135.000

135.000

134.800

waarvan eigen personeel

105.697

102.500

117.700

116.500

115.800

115.800

115.800

waarvan externe inhuur

9.295

10.760

13.100

12.900

12.800

12.800

12.800

waarvan overige p-kosten

7.535

6.500

6.400

6.400

6.400

6.400

6.200

– Materiële kosten

204.415

194.650

209.600

208.000

206.000

206.000

205.500

waarvan apparaat ICT

14.214

10.075

15.000

14.800

14.700

14.700

14.700

waarvan bijdrage aan SSO’s

9.193

5.550

9.700

9.600

9.500

9.500

9.500

waarvan overige m-kosten

181.007

179.025

184.900

183.600

181.800

181.800

181.300

Rentelasten

1

0

0

0

0

0

0

Afschrijvingskosten

3.326

2.960

3.600

4.100

4.300

4.500

4.500

– Materieel

3.212

2.935

3.600

3.600

3.600

3.600

3.600

waarvan apparaat ICT

1.911

1.050

2.100

2.100

2.100

2.100

2.100

– Immaterieel

24

25

0

500

700

900

900

Overige kosten

1.035

0

0

0

0

0

0

– Dotaties voorzieningen

1.035

0

0

0

0

0

0

– Bijzondere lasten

0

0

0

0

0

0

0

Totaal lasten

331.213

317.370

350.400

347.900

345.300

345.500

344.800

Saldo van baten en lasten

5.625

0

0

0

0

0

0

Toelichting begroting van baten en lasten

Baten

De omzetbedragen voor 2017 voor de primaire opdrachtgevers (VWS, IenM, EZ, SZW en DEF) zijn ramingen op grond van de verwachte opdrachtvolumes bij ongewijzigd beleid voor de komende jaren, waarin thans bekende ontwikkelingen zijn meegenomen. De overige omzet-bedragen zijn gebaseerd op lopende en naar verwachting nog af te sluiten contracten met overige (derden) opdrachtgevers.

De hoogte van de omzet is afhankelijk van overeenstemming tussen opdrachtgevers en het RIVM over aard en omvang van de te verrichten activiteiten en – daarmee samenhangend – de in rekening te brengen kosten (zijnde uren x tarief plus directe projectgebonden kosten). De geraamde omzetbaten van VWS-eigenaar zijn hoofdzakelijk bestemd voor het strategisch onderzoek van het RIVM (SPR) en als aanvullend huisvestingsbudget.

De geraamde omzetbaten van VWS-opdrachtgevers betreffen inkomsten die het RIVM op grond van lopende werkprogramma’s en thans bekende ontwikkelingen verwacht te verkrijgen door opdrachtverlening door de beleidsdirecties van VWS en de IGZ. De geraamde baten van IenM, EZ, SZW en DEF volgen uit werkzaamheden die op het taakveld milieu in relatie tot volksgezondheid worden uitgevoerd in opdracht van de beleidsdirecties van IenM, de Inspectie Leefomgeving en Transport (IenM), EZ, de NVWA (EZ), SZW en DEF. Omzetbaten van derden verkrijgt het RIVM door het uitvoeren van werkzaamheden voor derden in Nederland en in internationaal verband (EU, WHO en VN).

Lasten

De personele kosten bedragen voor 2017 circa € 137,2 miljoen, waarin inbegrepen circa € 11,7 miljoen voor ambtelijk personeel en circa € 13,1 miljoen voor externe inhuur. Ten opzichte van 2016 is rekening gehouden met een indexatie van de loonkosten. De externe inhuur maakt 10% van de totale loonkosten uit.

De materiële kosten bedragen in 2017 circa € 209,6 miljoen. Een groot deel betreft uitvoeringskosten voor het Rijksvaccinatieprogramma (circa € 102 miljoen).

Afschrijvingskosten zijn op basis van de te verwachte investeringen omtrent de bouw van een nieuw administratief systeem ter ondersteuning van de uitvoering van het RVP, NHS en PSIE.

Eerder opgelegde bezuinigingstaakstellingen waaronder Rutte II zijn in de opgenomen baten en lasten verwerkt.

3.3 Kasstroomoverzicht

 

Kasstroomoverzicht RIVM voor het jaar 2017 (Bedragen x € 1.000)

Omschrijving 2015

Stand Slotwet

2016 Vastgestelde begroting

2017

2018

2019

2020

2021

  • 1. 
    Rekening courant RHB 1 januari +

depositorekeningen 34.148

57.763

57.226

57.913

57.788

57.622

57.622

 

Omschrijving

2015

Stand

Slotwet

2016 Vastgestelde begroting

2017

2018

2019

2020

2021

 

+/+ totaal ontvangsten operationele

             
 

kasstroom

355.524

317.647

348.733

347.917

345.300

345.500

344.800

 

–/– totaal uitgaven operationele

             
 

kasstroom

  • 320.959
  • 315.224
  • 345.554
  • 343.933
  • 341.167
  • 341.000
  • 340.342

2.

Totaal operationele kasstroom

34.565

2.423

4.287

3.975

4.133

4.500

4.459

 

– /– totaal investeringen

  • 2.030
  • 2.960
  • 3.600
  • 4.100
  • 4.300
  • 4.500
  • 4.500
 

+/+ totaal boekwaarde desinveste-

             
 

ringen

4

0

0

0

0

0

0

3.

Totaal investeringskasstroom

– /– eenmalige uitkering aan moeder-

  • - 
    2.026
  • - 
    2.960
  • - 
    3.600
  • - 
    4.100
  • - 
    4.300
  • - 
    4.500
  • - 
    4.500
 

departement

  • 8.925

0

0

0

0

0

0

 

+/+ eenmalige storting door moeder-

             
 

departement

0

0

0

0

0

0

0

 

– /– aflossingen op leningen

0

0

0

0

0

0

0

 

+/+ beroep op leenfaciliteit

0

0

0

0

0

0

0

4.

Totaal financieringskasstroom

  • - 
    8.925

0

0

0

0

0

0

5.

Rekening-courant RHB 31 december +

             
 

stand depositorekeningen (=1+2+3+4)

57.763

57.226

57.913

57.788

57.622

57.622

57.580

Toelichting kasstroomoverzicht

Het RIVM investeert jaarlijks in software en licenties, gebouwinstallaties en infrastructuur, laboratoriumapparatuur, vervoermiddelen, IT en audiovisuele apparatuur en facilitaire apparatuur. Dit betreft vervangingsinvesteringen, nodig om de continuïteit te waarborgen. In 2017, 2018 en 2019 zal er waarschijnlijk een investering plaats vinden in het administratieve systeem ter ondersteuning van de uitvoering van het RVP (Rijksvaccinatieprogramma), NHS (Nationale Hielprik Screening) en PSIE (Prenatale Screening Infectieziekten). Hiervoor wordt geen beroep gedaan op de leenfaciliteit agentschappen.

3.4 Overzicht doelmatigheidsindicatoren

 

Overzicht doelmatigheidsindicatoren RIVM voor

het jaar 2017

         
 

2015

2016

2017

2018

2019

2020

2021

 

Stand

Vastge-

         
 

Slotwet

stelde begroting

         

Omschrijving generiek deel

             
  • 1. 
    Uurtarieven:
             

– Gewogen uurtarief in €

104

105

105

105

105

105

105

– Ontwikkeling uurtarief

             

(2015 = 100)

100

101

101

101

101

101

101

  • 2. 
    Aantal fte totaal (exclusief externe inhuur)

1.487

1.579

1.618

1.602

1.602

1.592

1.592

  • 3. 
    Saldo van baten en lasten (%)

1,7%

0,0%

0,0%

0,0%

0,0%

0,0%

0,0%

Omschrijving specifiek deel

             
  • 1. 
    Liquiditeit
             

(current ratio; norm: > 1,5)

1,19

1,19

1,19

1,19

1,19

1,19

1,19

  • 2. 
    Solvabiliteit (debt ratio)

0,88

0,87

0,88

0,88

0,88

0,88

0,88

  • 3. 
    Rentabiliteit eigen vermogen

34,8%

0,0%

0,0%

0,0%

0,0%

0,0%

0,0%

  • 4. 
    Percentage externe inhuur t.o.v. totale
             

personele kosten

8,1%

9,5%

10,0%

10,0%

10,0%

10,0%

10,0%

  • 5. 
    Percentage facturen betaald binnen 30
             

dagen

93,4%

95,0%

95,0%

95,0%

95,0%

95,0%

95,0%

 

2015

2016

2017

2018

2019

2020

2021

 

Stand

Vastge-

         
 

Slotwet

stelde begroting

         
  • 6. 
    Declarabiliteit % primair proces

63,7%

65,0%

65,0%

65,0%

65,0%

65,0%

65,0%

  • 7. 
    fte overhead als % totaal aantal fte

17,3%

22,0%

22,0%

22,0%

22,0%

22,0%

22,0%

  • 8. 
    Ziekteverzuim

3,4%

4,0%

4,0%

4,0%

4,0%

4,0%

4,0%

  • 9. 
    % F-gesprekken gevoerd

66,2%

80,0%

8,0%

80,0%

80,0%

80,0%

80,0%

Toelichting overzicht doelmatigheidsindicatoren

Generieke indicatoren

  • 1. 
    Uurtarieven: het RIVM hanteert als indicator voor de doelmatigheid het gemiddeld gewogen uurtarief. De uurtarieven worden jaarlijks door de eigenaar vastgesteld. De hoogte van de tarieven wordt onder meer bepaald door de ontwikkeling van de loonkosten, de materiële kosten (waaronder huisvestingslasten) en het aantal te declareren uren per medewerker evenals efficiencytaakstellingen.
  • 2. 
    Aantal fte: opgenomen is het aantal fulltime equivalenten werkzaam bij het RIVM per 31 december van het jaar, exclusief externe inhuur. Het percentage externe inhuur 2017 bedraagt 10,0% (incl. SSC Campus). De ontwikkeling van het aantal verwachte fte is gekoppeld aan de verwachte ontwikkeling van de orderportefeuille van het RIVM.
  • 3. 
    Saldo van baten en lasten: het saldo van baten en lasten als percentage van de totale baten.

Specifieke indicatoren

  • 1. 
    Liquiditeit: de kortlopende vorderingen ten opzichte van de kortlopende schulden.
  • 2. 
    Solvabiliteit: het totaal van de schulden ten opzichte van het balanstotaal.
  • 3. 
    Rentabiliteit eigen vermogen: het onverdeeld resultaat als percentage van het totaal eigen vermogen.
  • 4. 
    Percentage externe inhuur: zie tevens personele kosten.
  • 5. 
    Percentage facturen betaald binnen 30 dagen: voor dit percentage sluit het RIVM qua norm aan bij de Rijksbrede afspraken hierover.
  • 6. 
    Declarabiliteit % primair proces: norm binnen het RIVM is 65%. De declaribiliteit geeft enig inzicht in de productiviteit die binnen het RIVM wordt behaald.
  • 7. 
    Percentage overhead.
  • 8. 
    Ziekteverzuim: gehanteerde norm voor het RIVM is de Verbaan-norm van 4%.
  • 9. 
    % F-gesprekken gevoerd.

Voor wat betreft de specifieke doelmatigheidsindicatoren steunt het RIVM op de gangbare bedrijfseconomische indicatoren, zoals vermeld in bovenstaande tabel. Over de geleverde prestaties legt het RIVM systematisch verantwoording af richting de opdrachtgevers. Voor de primaire opdrachtgevers VWS en IenM gebeurt dat in periodieke voortgangsrapportages die door deze opdrachtgevers worden vastgesteld. Voor de overige opdrachtgevers gebeurt dat via de tijdige levering van de afgesproken producten en diensten en de daarop volgende tijdige betaling door de opdrachtgevers van de overeengekomen opdrachtsom.

Audits en benchmarkonderzoeken vinden periodiek plaats. Over de (wetenschappelijke) audits op onderdelen van de primaire processen wordt gerapporteerd aan de Commissie van Toezicht.

  • 6. 
    Financieel beeld zorg begroting 2017
  • 1. 
    Inleiding

In het Financieel Beeld Zorg (FBZ) staat de ontwikkeling van het Budgettair Kader Zorg (BKZ) centraal. Hierin worden de financiële ontwikkelingen binnen de Zorgverzekeringswet (Zvw), de Wet langdurige zorg (Wlz), de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (Wmo 2015), Jeugdwet en de begrotingsgefinancierde BKZ-uitgaven afzonderlijk toegelicht.

Het FBZ bestaat uit de volgende onderdelen:

  • 1. 
    Inleiding
  • 2. 
    Zorguitgaven in vogelvlucht

2.1.     Ontwikkeling van het BKZ en de netto-BKZ-uitgaven

2.2.     Verticale ontwikkeling van de BKZ-uitgaven en -ontvangsten

  • 3. 
    Uitgaven Budgettair Kader Zorg

3.1.     Zorgverzekeringswet (Zvw)

3.1.1. Algemene doelstelling

3.1.2.  Rol en verantwoordelijkheid Minister

3.1.3.  Verticale ontwikkeling van de Zvw-uitgaven en -ontvangsten

3.2.     Wet langdurige zorg (Wlz), Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (Wmo 2015) en Jeugdwet

3.2.1. Algemene doelstelling

3.2.2.  Rol en verantwoordelijkheid Minister

3.2.3.  Verticale ontwikkeling van de Wlz, Wmo 2015 en Jeugdwet-uitgaven en -ontvangsten

3.3.     Begrotingsgefinancierde BKZ-uitgaven

  • 4. 
    Financiering van de zorguitgaven

4.1.     Totaalbeeld

4.2.     De financieringssystematiek

4.3.     De financiering in 2017

4.3.1.  Zorgverzekeringswet (Zvw)

4.3.2. Wet langdurige zorg (Wlz)

4.4.     Wat betaalt de gemiddelde burger aan zorg

  • 5. 
    Meerjarige ontwikkeling van de BKZ-uitgaven en -ontvangsten

5.1.     Ontwikkeling van de BKZ-uitgaven en -ontvangsten 2007-2017

5.2.     Horizontale groeiontwikkeling van de zorguitagven 2013-2017

  • 6. 
    Verdieping Financieel Beeld Zorg 6.1. Verdieping in de BKZ-deelsectoren

6.1.1.  Zorgverzekeringswet (Zvw)

6.1.2. Wet langdurige zorg (Wlz)

In het verdiepingshoofdstuk «Verdieping Financieel Beeld Zorg» wordt een gedetailleerd overzicht gegeven van de ontwikkelingen binnen het Budgettair Kader Zorg op het niveau van de deelsectoren binnen de Zvw en de Wlz.

Wijzigingen in het Financieel Beeld Zorg

Het FBZ in de ontwerpbegroting 2017 heeft ten opzichte van dat in de ontwerpbegroting 2016 de onderstaande veranderingen ondergaan: Paragraaf 2.2. horizontale ontwikkeling van de BKZ-uitgaven en -ontvangsten per sector uit de ontwerpbegroting 2016 is vervallen en daarvoor in de plaats is in paragraaf 5.2 de horizontale groeiontwikkeling van de zorguitgaven opgenomen.

Zoals reeds in het VWS-jaarverslag 2015 is gemeld, worden de kerncijfers vanaf de ontwerpbegroting 2017 niet meer opgenomen in het FBZ, maar in de Staat van Volksgezondheid en Zorg (www.staat-venz.nl), een online publicatie van het RIVM. De Staat bevat niet alle cijfers die eerder werden opgenomen in de kerncijfertabel. Bij de volgende release in november wordt het aantal opgenomen cijfers uitgebreid.

De indeling van de verticale toelichting en het verdiepingshoofdstuk is gewijzigd in de onderstaande categorieën bijstellingen:

  • Autonoom
  • Beleidsmatig
  • Technisch

Hiermee wordt aangesloten bij de indeling behorend bij de verticale toelichting van de Miljoenennota.

Paragraaf 5.1 actuele stand van de BKZ-uitgaven en -ontvangsten per sector van de oude jaren (2012 t/m 2015) is komen te vervallen.

Het Budgettair Kader Zorg

De BKZ-uitgaven bestaan uit de zorguitgaven op grond van de Zorgverze-keringswet (Zvw) en de Wet langdurige zorg (Wlz). Een deel van de begrotingsuitgaven wordt ook toegerekend aan het BKZ. Tot deze categorie hoort onder andere een deel van de uitgaven aan de zorgoplei-dingen, de uitgaven voor zorg, welzijn en jeugdzorg op Caribisch Nederland, de subsidieregeling abortusklinieken en de schadevergoeding Erasmus MC. Deze uitgaven worden op de VWS-begroting verantwoord. Tot slot zijn er BKZ-uitgaven die via andere begrotingshoofdstukken beschikbaar komen. Het gaat hierbij om de middelen die via het gemeentefonds worden uitgekeerd aan gemeenten voor uitgaven in het kader van de Wmo 2015 en de Jeugdwet.

Tabel 1 De bruto-BKZ-uitgaven en -ontvangsten.

Tabel 1 Samenstelling van de bruto-BKZ-uitgaven en -ontvangsten naar financieringsbron (bedragen x € 1 miljard)1

Omschrijving                                                                                                                             2017

Bruto-BKZ-uitgaven stand ontwerpbegroting 2017                                                           73,5

Premiegefinancierd                                                                                                                   66,5

waarvan Zvw                                                                                                                              46,5

waarvan Wlz                                                                                                                                20,0

Begrotingsgefinancierd                                                                                                              7,1

waarvan Wmo 2015 en Jeugdwet                                                                                            6,5

waarvan overig begrotingsgefinancierd2                                                                                0,5

BKZ-ontvangsten standontwerpbegroting 2017                                                                   5,0

waarvan eigen bijdrage Zvw                                                                                                      3,2

waarvan eigen bijdrage Wlz                                                                                                      1,8

Netto-BKZ-uitgaven stand ontwerpbegroting 2017                                                           68,5

1  Als gevolg van afronding kan de som der delen afwijken van het totaal.

2  Onder de post «overig begrotingsgefinancierd» zijn opgenomen de subsidieregeling abortusklinieken, subsidie NIPT, subsidieregeling overgang integrale tarieven medisch-specialistische zorg, schadevergoeding Erasmus MC, subsidie kwaliteit, transparantie en patiëntveiligheid, zorgopleidingen, zorg Caribisch Nederland en loon- en prijsbijstelling.

Bron: VWS, gegevens Zorginstituut over (voorlopige) financieringslasten Zvw en Wlz en NZa-gegevens over de productieafspraken en voorlopige realisatiegegevens.

Figuur 1 De bruto-BKZ-uitgaven per sector als aandeel in de totale BKZ-uitgaven 2017.

Wet langdurige zorg 27%

**Jeugdwet 3%

  • Overig begrotings- gefinancierd1

1%

-Zorgverzekeringswet 63%

  • Begroting VWS

** Gemeentefonds/BZK

1 Onder de post «overig begrotingsgefinancierd» zijn opgenomen de subsidieregeling abortusklinieken, Subsidie NIPT, subsidieregeling overgang integrale tarieven medisch-specialistische zorg, schadevergoeding Erasmus MC, subsidie kwaliteit, transparantie en patiëntveiligheid, zorgopleidingen, zorg Caribisch Nederland en loon-en prijsbijstelling.

  • 2. 
    Zorguitgaven in vogelvlucht

De begroting 2017 is de laatste die dit kabinet (in missionaire staat) indient. De begroting kijkt vooral vooruit, maar bevat ook een terugblik op de huidige kabinetsperiode. Eén van de belangrijkste doelstellingen van het kabinet is om de ontwikkeling van de zorguitgaven op een houdbaar pad te brengen. Op basis van de nu bekende gegevens is deze doelstelling bereikt. Doordat de zorguitgaven ruim binnen de beschikbare kaders zijn gebleven, kon de trendmatige groei van de zorguitgaven na 2012 worden omgebogen. De uitgavengroei in de periode 2007–2012 bedroeg circa 6,4%. De groei na 2012 is teruggebracht tot circa 1,3% (zie ook figuur 2). Paragraaf 5.1 en 5.2 gaan nader in op de ontwikkeling van de zorguitgaven in de huidige kabinetsperiode.

Figuur 2 Ontwikkeling van de netto-BKZ-uitgaven 2007–2017.

5

 

80.000-70.000-

..--'

 
   

^

60.000-50.000-40.000-30.000-

 
 
 
 

2007

2009

2011 2013 2015 2017

Begrotingsjaar

   

Trendlijn

Netto BKZ-uitgaven

Het beperken van de uitgavengroei is één kant van de medaille. De inzet van het kabinet is ook gericht op betere kwaliteit van zorg en het organiseren van zorg dichtbij huis. Een van de belangrijkste veranderingen betrof de hervorming van de langdurige zorg, waardoor sinds 2015 verschillende zorgtaken binnen de langdurige zorg zijn overgeheveld naar gemeenten en naar de Zvw. Om zorgaanbieders meer ruimte te geven kwalitatief goede zorg te leveren is de taakstelling op de Wlz van € 500 miljoen vanaf 2017 structureel teruggedraaid. Met de kwaliteitsimpuls in verpleeghuizen, waarvoor in 2017 een bedrag van € 160 miljoen beschikbaar is, oplopend tot € 210 miljoen vanaf 2020, worden kwetsbare cliënten beter in staat gesteld het leven te leiden zoals zij dat willen.

De toegenomen risicodragendheid van zorgverzekeraars en de hoofdlijnenakkoorden met veldpartijen waarin afspraken zijn gemaakt over de maximale groei, hebben bijgedragen aan een meer beheerste uitgavengroei. Bij de uitvoering van de hoofdlijnenakkoorden wordt ook zichtbaar dat kwaliteit en een beheerste kostenontwikkeling in de zorg hand in hand kunnen gaan. In het kader van het traject «Kwaliteit loont» is daarom een pakket aan maatregelen gepresenteerd, waarmee langs de weg van kwaliteitsverbetering een aanzienlijk besparing op de zorgkosten kan worden gerealiseerd. Kern van de maatregelen is dat patiënten, zorgverleners en verzekeraars gestimuleerd worden om te kiezen voor de beste zorg.

Als gevolg van het door het kabinet succesvol gevoerde preferentiebeleid op het terrein van de geneesmiddelen konden de uitgaven in het geneesmiddelenkader aanzienlijk worden teruggebracht. Nu is het zaak om ondanks de komst van steeds meer dure geneesmiddelen deze gematigde groei vast te houden. De in 2016 gepubliceerde geneesmiddelenvisie van het kabinet zet een duurzame koerswijziging uiteen: patiënten moeten sneller toegang hebben tot nieuwe, baanbrekende geneesmiddelen, maar wel tegen aanvaardbare prijzen.

Mensen hebben in de afgelopen jaren toegang gehouden tot kwalitatief goede zorg, ondanks de gevolgen van de economische crisis. Innovatie heeft hierbij een belangrijke rol gespeeld. In de afgelopen decennia is met de inzet van nieuwe technologie al veel verbeterd. Maar innovatie blijft van belang, vooral ook voor het realiseren van de gewenste kwaliteitsslag in de zorg. Het is noodzakelijk ook de komende jaren met de zorgsector tot een ambitieuze en afgewogen agenda voor innovatie in de zorg te komen. Dit vraagt vertrouwen om ruimte te geven aan kansrijke innovaties en zorgconcepten.

Tot slot. Het Nederlandse zorgstelsel heeft als doel dat elke patiënt toegang heeft – en blijft houden – tot kwalitatief goede zorg die betaalbaar is. Door de gematigde uitgavengroei kunnen patiënten blijven rekenen op betaalbare zorg. De hoogte van de zorgpremie over 2016 is met € 1.199 gelijk aan dat van 2011, terwijl de kwaliteit van de zorg zich positief heeft ontwikkeld. De uitdaging voor de komende jaren is om te blijven investeren in kwalitatief goede en toegankelijke zorg, waarbij de zorguitgaven beheersbaar blijven.

2.1 Ontwikkeling van het Budgettair Kader Zorg en de netto-BKZ-uitgaven

Het Budgettair Kader Zorg legt aan het begin van de kabinetsperiode de genormeerde ontwikkeling van de collectieve zorguitgaven vast voor elk van de komende vier jaren. Gedurende de kabinetsperiode wordt het kader aangepast voor de jaarlijkse prijsstijging. Hiervoor wordt de CPB-raming van de prijsindex van de nationale bestedingen (pNB) gebruikt.

Het BKZ is bij de start van het kabinet-Rutte-Asscher voor de periode 2013–2017 vastgesteld bij Startnota (TK 33 400, nr. 18). Op deze stand zijn de maatregelen uit het aanvullend beleidspakket en de macro-economische doorwerking conform de laatste inzichten van het CPB verwerkt. Bij de start van dit kabinet zijn de uitgavenkaders herijkt en is de stand ontwerpbegroting 2013 (TK 33 400 XVI, nr. 1 en 33 400 XVI, nr. 2) als uitgangspunt genomen.

Na de Startnota zijn de uitgavenkaders opnieuw herijkt en is de stand ontwerpbegroting 2014 (TK 33 750 XVI, nr. 1 en 33 750 XVI, nr. 2) als uitgangspunt genomen. Voor het BKZ betekende dit een neerwaartse aanpassing voor het jaar 2016 met € 558 miljoen en voor 2017 met € 757 miljoen.

Tabel 2 laat de ontwikkeling zien van het BKZ en de netto-BKZ-uitgaven over de jaren 2016 en 2017 vanaf de stand ontwerpbegroting 2016.

Tabel 2 Ontwikkeling van het BKZ en de netto-BKZ-uitgaven 2016–2017 (bedragen x € 1

miljoen)1

2016

2017

BKZ stand ontwerpbegroting 2016

Prijs nationale bestedingen (pNB) IJklijnmutaties (overboekingen) Schrappen taakstelling Wlz

Bijstelling BKZ

BKZ stand ontwerpbegroting 2017

 

68.564

70.449

  • 543
  • 863
  • 93
  • 98
 

462

  • - 
    636
  • - 
    499

67.927

69.951

67.129

68.544

  • - 
    798
  • - 
    1.407

Netto-BKZ-uitgaven stand ontwerpbegroting 2017 Onderschrijding BKZ

1 Als gevolg van afronding kan de som der delen afwijken van het totaal.

Bron: VWS, gegevens Zorginstituut over (voorlopige) financieringslasten Zvw en Wlz en NZa-gegevens over de productieafspraken en voorlopige realisatiegegevens.

Het BKZ is ten opzichte van de stand ontwerpbegroting 2016 verlaagd met € 0,6 miljard in 2016 en € 0,5 miljard in 2017 (zie tabel 2). Dit is het gevolg van een neerwaartse bijstelling van de prijs Nationale Bestedingen (pNB) naar aanleiding van de laatste inzichten van het CPB en overboekingen die hebben plaatsgevonden van het Budgettair Kader Zorg naar de VWS-begroting (behorend tot het kader Rijksbegroting). Daarnaast zijn de uitgavenkaders aangepast voor het pakket ten behoeve van maatschappelijke prioriteiten.

Voor het BKZ betreft dit een opwaartse bijstelling met € 0,5 miljard in 2017. Het BKZ heeft nu een verwachte onderschrijding van bijna € 0,8 miljard in 2016 oplopend tot € 1,4 miljard in 2017.

In de paragrafen 3.1.3, 3.2.3 en 3.3 is de ontwikkeling van de BKZ-uitgaven en -ontvangsten per financieringsbron verder toegelicht.

2.2 Verticale ontwikkeling van de BKZ-uitgaven en -ontvangsten

Tabel 3 laat vanaf de stand ontwerpbegroting 2016 de verticale ontwikkeling van de BKZ-uitgaven en -ontvangsten op hoofdlijnen zien.

 

Tabel 3 Verticale ontwikkeling van de BKZ-uitgaven en -ontvangsten (bedragen x € 1

miljoen)

     
 

2016

2017

2018

2019

2020

2021

Netto-BKZ-uitgaven ontwerpbegroting 2016

67.841,1

69.170,9

72.264,5

75.364,9

79.043,8

79.043,8

Bijstellingen in de netto-Zvw-uitgaven

  • 884,5
  • 914,5
  • 1.613,3
  • 2.061,0
  • 2.613,5
  • 282,0

Bijstellingen in de netto-Wlz-uitgaven

  • 53,7

311,4

661,8

763,0

980,4

2.402,7

Bijstellingen in de netto-begrotingsgefinancierde

           

BKZ-uitgaven

226,3

  • 24,0
  • 61,2
  • 48,4
  • 73,1
  • 17,0

Totaal bijstellingen

  • - 
    711,9
  • - 
    627,2
  • - 
    1.012,8
  • - 
    1.346,4
  • - 
    1.706,2

2.103,7

Netto-BKZ-uitgaven ontwerpbegroting 2017

67.129,2

68.543,7

71.251,7

74.018,4

77.337,6

81.147,5

Bron: VWS, gegevens Zorginstituut over (voorlopige) financieringslasten Zvw en Wlz en NZa-gegevens over de productieafspraken en voorlopige realisatiegegevens.

Toelichting

Ten opzichte van de stand ontwerpbegroting 2016 nemen de netto-BKZ-uitgaven in 2017 af met € 0,6 miljard. De daling van de netto-BKZ-uitgaven wordt voornamelijk veroorzaakt door de daling van de netto-Zvw-uitgaven met circa € 0,9 miljard en een stijging van de Wlz-uitgaven met € 0,3 miljard.

In paragraaf 3 wordt de ontwikkeling van de BKZ-uitgaven en -ontvangsten per financieringsbron verder toegelicht. Paragraaf 6 geeft een nadere toelichting per deelsector.

  • 3. 
    Uitgaven Budgettair Kader Zorg 3.1 Zorgverzekeringswet (Zvw)

3.1.1 Algemene doelstelling

Een kwalitatief goede en toegankelijke curatieve zorg tegen maatschappelijk aanvaardbare kosten.

3.1.2 Rol en verantwoordelijkheid Minister

De Minister van VWS is verantwoordelijk voor de werking van het stelsel voor curatieve zorg en voor de beheersing van de collectieve zorguitgaven.

Dit omvat het stellen van eisen aan de kwaliteit van zorg en het opstellen en handhaven van de wettelijke kaders waarbinnen het zorgstelsel functioneert. Het wettelijk kader wordt gevormd door de Zorgverzeke-ringswet, de Wet bijzondere medische verrichtingen, de Wet marktordening gezondheidszorg, de Wet geneesmiddelenprijzen en de Wet Toelating zorginstellingen en de Wet kwaliteit, klachten en geschillen zorg.

De Minister wordt ondersteund door de Inspectie voor de Gezondheidszorg (IGZ), het Zorginstituut Nederland en de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa).

De Inspectie voor de Gezondheidszorg (IGZ) houdt op basis van de geldende normen toezicht op de kwaliteit van de zorg in Nederland.

Het Zorginstituut en de NZa spelen een belangrijke rol bij de beheersing van de zorguitgaven. Het Zorginstituut adviseert de Minister over de samenstelling van het verzekerde pakket en beheert het Zorgverzekeringsfonds (ZVF). De NZa behartigt het belang van de zorgconsument, onder andere door te adviseren over beleid en regelgeving. Daarnaast is de NZa onafhankelijk toezichthouder in de zorg die kijkt of zorgaanbieders en zorgverzekeraars de wet naleven. De NZa stelt op aanwijzing van de Minister regels, budgetten en tarieven vast voor dat deel van de zorg dat is gereguleerd en stelt condities voor concurrentie vast in zorgsectoren met vrije prijsvorming.

Daarnaast ziet de Autoriteit Consument & Markt (ACM) toe op de naleving van wetten en regels op het gebied van concurrentie en marktwerking op basis van de Mededingingswet. Ook beoordeelt de ACM fusies in de zorg en controleert de ACM of zorgaanbieders en zorgverzekeraars geen concurrentiebeperkende afspraken maken.

Het Zorginstituut en de NZa brengen de omvang van de gerealiseerde zorguitgaven in kaart. Zij baseren zich daarbij op informatie van zorgverzekeraars en instellingen, die na afloop van het jaar door een externe accountant wordt beoordeeld. Op basis van de rapportages van het Zorginstituut en de NZa legt de Minister verantwoording af aan de Tweede Kamer.

De uitvoering van het zorgstelsel is in handen van private partijen. Private zorgverzekeraars sluiten contracten met een veelheid aan private, over het land verspreide zorgaanbieders: ziekenhuizen, zelfstandige behandel-centra, instellingen voor geestelijke gezondheidszorg en vrijgevestigde beroepsbeoefenaren, zoals huisartsen, apothekers, paramedici. Door middel van onderlinge concurrentie proberen verzekeraars een zo goed mogelijke prijs/kwaliteitverhouding en doelmatigheid in de zorg te bereiken.

De zorg die aanbieders verlenen en de uitgaven die daarmee gemoeid zijn vloeien voort uit de aanspraken die zijn vastgelegd in de Zorgverzeke-ringswet (Zvw). De zorgsector is privaat binnen publieke randvoor-woorden. De Minister heeft sturingsmogelijkheden door invloed op de samenstelling van het verplicht verzekerde pakket (het basispakket) en de (maximale) hoogte van tarieven in sectoren waar de prijsvorming niet is vrijgegeven. Tevens streeft de Minister naar het bevorderen van doelmatigheid in de zorgsector door bijvoorbeeld het maken van afspraken met het veld en het stimuleren van gepast zorggebruik.

3.1.3 Verticale ontwikkeling van de Zvw-uitgaven en -ontvangsten

De verticale toelichting bevat een cijfermatig overzicht van de budgettaire veranderingen die zich hebben voorgedaan sinds de ontwerpbegroting 2016. Voor een meer gedetailleerde toelichting op de veranderingen wordt verwezen naar het verdiepingshoofdstuk.

De verticale toelichting onderscheid drie categorieën bijstellingen: Autonoom Beleidsmatig Technisch

Tabel 4 laat vanaf de stand ontwerpbegroting 2016 de verticale ontwikkeling van de BKZ-uitgaven en -ontvangsten van de Zvw zien.

 

Tabel 4 Verticale ontwikkeling van de Zvw-uitgaven en

-ontvangsten (bedragen x € 1

miljoen)

     
 

2016

2017

2018

2019

2020

2021

Zvw-uitgaven ontwerpbegroting 2016

45.860,1

47.468,7

50.075,3

52.488,9

55.302,5

 

Autonoom

  • - 
    235,7
  • - 
    213,6
  • - 
    874,5
  • - 
    1.264,0
  • - 
    1.790,9
 

Actualisering Zvw-uitgaven (tabel 4A)

  • 48,9
  • 5,7
  • 5,7
  • 5,7
  • 5,7
 

Nominale ontwikkeling

  • 271,0
  • 255,8
  • 265,8
  • 276,0
  • 287,5
 

Grondslagverlegging en overig

84,2

47,9

18,6

  • 11,8
  • 62,7
 

Ramingsbijstelling MLT 2018–2021

   
  • 621,6
  • 970,5
  • 1.435,0
 

Beleidsmatig

  • - 
    594,0
  • - 
    751,7
  • - 
    719,1
  • - 
    751,1
  • - 
    729,5
 

Schadevergoeding Erasmus MC

  • 4,0
  • 87,5
  • 87,5
  • 68,0
   

Taakstelling stringent pakketbeheer

75,0

225,0

225,0

225,0

225,0

 

Invulling stringent pakketbeheer msz

 
  • 125,0
  • 150,0
  • 150,0
  • 150,0
 

Invulling stringent pakketbeheer ggz

  • 25,0
  • 25,0
  • 25,0
  • 25,0
  • 25,0
 

Invulling stringent pakketbeheer hulpmiddelen

  • 50,0
  • 75,0
  • 50,0
  • 50,0
  • 50,0
 

Dekking pakketuitbreiding

   
  • 25,0
  • 25,0
  • 25,0
 

Besluitvorming overschrijdingen msz

  • 70,0
  • 29,0
       

Correctie extrapolatie integrale tarieven

       

50,0

 

Kasschuif resterende middelen integrale tarieven

  • 68,8
 

25,0

34,0

10,0

 

Migratieproblematiek

23,6

76,5

94,9

94,9

94,9

 

Verwarde personen

15,0

30,0

30,0

30,0

30,0

 

Kasschuif verwarde personen

  • 13,5
  • 4,0

5,0

8,0

4,5

 

Nominaal en onverdeeld Zvw

  • 469,9
  • 732,7
  • 755,5
  • 808,9
  • 879,9
 

Verhoging budget eerstelijns verblijf

 

77,0

76,0

76,0

76,0

 

Dekking verhoging budget eerstelijns verblijf vanuit de

           

Zvw

 
  • 46,5
  • 46,0
  • 46,0
  • 46,0
 

Plastische chirurgie

 

14,8

14,8

14,8

14,8

 

Niet Invasieve Prenatale Test (NIPT)

   

26,0

26,0

26,0

 

Besparingsverlies werelddekking

 

15,8

16,6

17,4

18,2

 

Dekking besparingsverlies werelddekking Marokko

 
  • 5,8
  • 6,6
  • 7,4
  • 8,2
 
 

2016

2017

2018

2019

2020

2021

Beschikbaarheidbijdrage opleidingen msz

 
  • 9,0
  • 26,0
  • 26,0
  • 26,0
 

Indicatiestelling gebitsprothese

 
  • 19,4
  • 19,4
  • 19,4
  • 19,4
 

Overige

  • 6,3
  • 31,9
  • 41,4
  • 51,5
  • 49,4
 

Technisch

  • - 
    54,9
  • - 
    47,2
  • - 
    74,5
  • - 
    83,5
  • - 
    109,5
 

Overheveling resterende middelen integrale tarieven

18,8

50,0

25,0

16,0

  • 10,0
 

Overheveling orthocommunicatieve behandeling

 

2,0

2,0

2,0

2,0

 

Overheveling ggz-B vanuit Zvw naar Wlz

  • 73,7
  • 99,2
  • 101,5
  • 101,5
  • 101,5
 

Totaal bijstellingen

  • - 
    884,5
  • - 
    1.012,5
  • - 
    1.668,1
  • - 
    2.098,6
  • - 
    2.629,9
 

Zvw-uitgaven ontwerpbegroting 2017

44.975,5

46.456,2

48.407,2

50.390,3

52.672,6

55.198,6

Zvw-ontvangsten ontwerpbegroting 2016

3.194,8

3.285,1

3.404,8

3.546,8

3.681,5

 

Autonoom

 
  • - 
    98,0
  • - 
    54,8
  • - 
    37,6
  • - 
    16,4
 

Bijstelling opbrengst eigen risico

 
  • 98,0
  • 75,0
  • 75,0
  • 75,0
 

Ramingsbijstelling MLT 2018–2021

   

20,2

37,4

58,6

 

Totaal bijstellingen

 
  • - 
    98,0
  • - 
    54,8
  • - 
    37,6
  • - 
    16,4
 

Zvw-ontvangsten ontwerpbegroting 2017

3.194,8

3.187,1

3.350,0

3.509,2

3.665,1

3.859,6

Netto-Zvw-uitgaven ontwerpbegroting 2016

42.665,2

44.183,6

46.670,5

48.942,1

51.621,0

 

Totaal bijstellingen in de netto-Zvw-uitgaven

  • - 
    884,5
  • - 
    914,5
  • - 
    1.613,3
  • - 
    2.061,0
  • - 
    2.613,5
 

Netto-Zvw-uitgaven ontwerpbegroting 2017

41.780,7

43.269,0

45.057,2

46.881,1

49.007,5

51.338,9

Bron: VWS, gegevens Zorginstituut over (voorlopige) financieringslasten Zvw en Wlz en NZa-gegevens over de productieafspraken en voorlopige realisatiegegevens.

Uitgaven

Autonoom

Actualisering Zvw-uitgaven

 

Tabel 4A Actualisering Zvw-uitgaven (bedragen x € 1 miljoen)

 

2016

2017

2018

2019

2020

2021

Eerstelijnszorg Tweedelijnszorg Genees- en hulpmiddelen Ziekenvervoer Wijkverpleging Grensoverschrijdende zorg

  • 22,1

3,6 - 9,5

  • 36,9 37,7
  • 21,7
  • 7,4 19,8 15,5
  • 11,9
  • 21,7
  • 7,4 19,8 15,5
  • 11,9
  • 21,7
  • 7,4 19,8 15,5
  • 11,9
  • 21,7
  • 7,4 19,8 15,5
  • 11,9
  • 21,7
  • 7,4 19,8 15,5
  • 11,9
  • 21,7

Totaal bijstellingen

  • - 
    48,9
  • - 
    5,7
  • - 
    5,7
  • - 
    5,7
  • - 
    5,7
  • - 
    5,7

Bron: VWS, gegevens Zorginstituut over (voorlopige) financieringslasten Zvw en Wlz en NZa-gegevens over de productieafspraken en voorlopige realisatiegegevens.

In tabel 4A is het onderdeel «Actualisering zorguitgaven» uit tabel 4 nader uitgesplitst. De actualisering van de zorguitgaven vindt plaats op basis van voorlopige realisatiegegevens 2015 van het Zorginstituut en de NZa. Voor de curatieve ggz en de medisch-specialistische zorg zijn vooralsnog alleen zeer voorlopige realisatiecijfers over 2015 beschikbaar. Omdat er met de huisartsen, de medisch-specialistische zorg en de ggz akkoorden zijn gesloten, zijn de ramingen voor deze sectoren niet bijgesteld. In het verdiepingshoofdstuk is de actualisering van de Zvw-uitgaven per deelsector verder toegelicht.

Nominale ontwikkeling

De raming van de loon- en prijsbijstelling is aangepast op basis van actuele macro-economische inzichten van het Centraal Planbureau (CPB).

Grondslagverlegging en overig

De grondslag van het loon-prijsmodel is zoals ieder jaar na Prinsjesdag een jaar opgeschoven, van begroting 2015 naar 2016. Voorts zijn enkele technische wijzigingen verwerkt.

Ramingsbijstelling MLT 2018–2021

Deze bijstelling betreft de technische verwerking van de middellange termijnverkenning 2018–2021 van het CPB.

Beleidsmatig

Schadevergoeding Erasmus MC

In een bindend advies is de schadevergoeding die VWS aan Erasmus MC moet betalen vanwege het niet nakomen van twee toezeggingen uit 2009 vastgesteld op € 235,9 miljoen (stand ultimo 2014, exclusief rente); zie TK 25 268, nrs. 120 en 126. Aangezien de schadevergoeding wordt betaald vanuit de VWS-begroting, worden de hiervoor gereserveerde middelen (€ 4 miljoen in 2016 en € 10 miljoen in 2017 en 2018), alsmede (vanaf 2017) niet meer benodigde middelen voor de garantieregeling kapitaallasten, overgeheveld naar artikel 2 van de VWS-begroting. Ze blijven behoren tot het BKZ (begrotingsgefinancierde BKZ-uitgaven).

Taakstelling stringent pakketbeheer

De nog te verwerken taakstelling stringent pakketbeheer bedraagt € 75 miljoen in 2016 en € 225 miljoen vanaf 2017. Dekking voor de taakstelling in 2016 is gevonden binnen de sectoren msz, ggz en hulpmiddelen.

Invulling stringent pakketbeheer msz

In verband met de taakstelling stringent pakketbeheer wordt in 2017 € 125 miljoen en vanaf 2018 € 150 miljoen afgeboekt van het mbi-kader voor de medisch-specialistische zorg.

Invulling stringent pakketbeheer ggz

De invulling van de taakstelling stringent pakketbeheer bij de ggz wordt gerealiseerd door begrenzing en gepast gebruik van zorg in de ggz conform een advies van het Zorginstituut. Het Zorginstituut heeft op basis van het advies een besparingsbedrag van € 25 miljoen geraamd. Het kader ggz wordt met dit bedrag worden verlaagd.

Invulling stringent pakketbeheer hulpmiddelen De hulpmiddelenraming laat voldoende ruimte zien om de onder-schrijding in 2015 van circa € 91 miljoen structureel door te trekken. Een deel hiervan (€ 50 miljoen structureel vanaf 2016 en incidenteel € 25 miljoen extra boven op de € 50 miljoen in 2017) wordt ingezet voor de invulling van de taakstelling stringent pakketbeheer. In de afgelopen periode hebben zorgverzekeraars gestuurd op doelmatigheid en gepast gebruik van extramurale hulpmiddelen.

Dekking pakketuitbreiding

De hulpmiddelenraming laat voldoende ruimte zien om de onder-schrijding in 2015 van circa € 91 miljoen structureel door te trekken. Vanaf 2018 wordt € 25 miljoen ingezet voor de dekking van pakketuitbreiding binnen het BKZ.

Besluitvorming overschrijdingen msz

Naar aanleiding van bestuurlijk overleg met partijen van het bestuurlijk Hoofdlijnenakkoord msz is eerder, in verband met de geconstateerde overschrijding in 2012 eenmalig € 70 miljoen in mindering gebracht op het beschikbare mbi-kader msz 2016. Zie de brief hierover van 31 maart 2015, Kamerstuk TK 29 248, nr. 282. Deze korting is in de eerste supple-toire wet 2016 verwerkt. Inmiddels heeft ook besluitvorming plaatsgevonden over de geconstateerde overschrijding 2013. Op basis daarvan wordt eenmalig € 29 miljoen in mindering gebracht op het beschikbare mbi-kader MSZ 2017. Zie de brief hierover van 29 april 2016, Kamerstuk 2016D18344.

De besluitvorming over de overschrijding 2013 is gebaseerd op de stand jaarverslag 2015 (voorjaar 2016). Uit de definitieve gegevens over de schadelast 2013 die bij de voorbereiding van de begroting 2017 beschikbaar zijn gekomen, blijkt dat de uitgaven voor instellingen in de medisch-specalialistische zorg in 2013 € 69 miljoen hoger waren. Daar staat tegenover dat de uitgaven voor vrijgevestigde medisch specialisten € 31 miljoen lager waren. De actualisatie van oudere jaren zal worden toegelicht in de verdiepingsbijlage van het jaarverslag over 2016.

Correctie extrapolatie integrale tarieven

Bij de extrapolatie 2020 (bij ontwerpbegroting 2016) zijn abusievelijk de gereserveerde middelen voor de overgang naar integrale tarieven in het jaar 2020 gedeeltelijk buiten beschouwing gebleven. Deze omissie wordt bij deze hersteld.

Kasschuif resterende middelen integrale tarieven

Op basis van het hoofdlijnenakkoord voor de medisch-specialistische zorg (msz) 2014–2017 zijn voor de periode 2015–2024 middelen beschikbaar gesteld voor de overgang naar integrale tarieven. Deze middelen zijn eerder overgeheveld naar artikel 2 van de begroting om een subsidieregeling voor de overgang naar integrale tarieven mogelijk te maken. Voor zover de middelen niet nodig zijn voor de subsidieregeling worden ze weer toegevoegd aan de sector msz c.q. het mbi-kader msz. De vrijval in 2016 bedraagt € 68,8 miljoen: € 50 miljoen die eerder op het premiegefi-nancierde BKZ was gereserveerd, alsmede € 18,8 miljoen op het begrotingsgefinancierde BKZ. Deze middelen worden doorgeschoven. Het beschikbare budget komt daarmee op € 75 miljoen in 2017 (inclusief € 25 miljoen die na verwerking van eerdere mutaties nog op het premiegefinancierde BKZ was gereserveerd) en € 50 miljoen vanaf 2018.

Migratieproblematiek

De verhoogde instroom van vluchtelingen leidt tot hogere zorguitgaven op het BKZ. Op korte termijn wordt een extra beslag op de curatieve zorg verwacht (o.a. huisartsenzorg, ggz en msz). Ook op het terrein van preventie en de jeugd(gezondheids)zorg worden additionele uitgaven verwacht. De raming gaat uit van een instroom van 58.000 asielzoekers in

2016.

Verwarde personen

Het aanjaagteam verwarde personen heeft samen met haar partners knelpunten en verbeteracties in beeld gebracht in de persoonsgerichte aanpak voor mensen met verward gedrag. Voor structurele oplossingen en een sluitende aanpak is een krachtige beweging nodig. De kosten die aan de diverse verbeteracties zijn verbonden bedragen voor VWS

€ 15 miljoen in 2016 en € 30 miljoen structureel vanaf 2017. Eén van de acties is een regeling voor onverzekerden. Een deel van de middelen is bestemd voor pilots en projecten in het land.

Kasschuif verwarde personen

Vanwege de uitlopende voorbereiding van de maatregelen die worden ingezet voor het realiseren van een sluitende aanpak van verwarde personen, zullen de uitgaven aan deze maatregelen in de loop van 2017 op gang komen.Om de verwachte uitgaven beter aan te sluiten bij de beschikbaar gestelde middelen, worden er middelen geschoven van 2016 en 2017 naar 2018 t/m 2020.

Nominaal en onverdeeld Zvw

Een deel van de gereserveerde middelen op de post Nominaal en onverdeeld blijkt niet nodig te zijn en valt daarom vrij. Deze ruimte bestaat uit niet-toegedeelde middelen voor nominale bijstellingen en groeiruimte Zvw. Daarnaast is ruimte ontstaan als een gevolg van het verschil tussen de oorspronkelijk beschikbaar gestelde groeiruimte voor de curatieve zorg en de in de verschillende zorgakkoorden gemaakte afspraken over de toegestane groei in die sectoren. Voorts is na verwerking van de gemaakte afspraken over de afwikkeling van de schadevergoeding aan Erasmus MC, in de jaren na 2019, sprake van vrijval van gereserveerde middelen voor de garantieregeling kapitaallasten.

Verhoging budget eerstelijns verblijf

Het subsidieplafond voor eerstelijns verblijf is vorig jaar voor de jaren 2015 en 2016 incidenteel verhoogd. Deze verhoging wordt nu structureel verwerkt. Dekking hiervoor is gevonden binnen de Zvw en Wlz.

Dekking verhoging budget eerstelijns verblijf vanuit de Zvw Binnen de Zvw is dekking voor de verhoging gevonden binnen de sector «Nominaal en onverdeeld.» Deze ruimte is ontstaan doordat een deel van de op die sector gereserveerde ruimte voor nominale bijstellingen en toe te delen groei niet nodig bleek.

Plastische chirurgie

Dit betreft een pakketuitbreiding voor borstvergroting bij agenesie of aplasie van de borst, ooglidcorrectie bij ernstige en objectiveerbare gezichtsveldbeperking en circumcisie om medische redenen. De genoemde ingrepen zullen per 1 januari 2017 aan de te verzekeren prestaties van de Zvw worden toegevoegd.

Niet Invasieve Prenatale Test (NIPT)

De Niet Invasieve Prenatale Test (NIPT) betreft een screening tijdens de zwangerschap. De test kan onder andere de aanwezigheid van het downsyndroom vaststellen zonder dat er sprake is van een verhoogd risico op een miskraam. Omdat eventuele opname in het basispakket afhankelijk is van de advisering van het Zorginstituut (en de Gezondheidsraad) kan de NIPT als eerste test niet eerder dan per 2018 opgenomen worden in het basispakket. In eerste instantie (2017) zal de eventuele bekostiging derhalve lopen via een subsidieregeling ten laste van het begrotingsgefinancierd BKZ (€ 26 miljoen).

Besparingsverlies werelddekking

Ten aanzien van Marokko is er tot en met 2020 een besparingsverlies van € 5 miljoen per jaar omdat met het akkoord het schrappen van de aanspraak op zorg bij tijdelijk verblijf met 4 jaar wordt vertraagd. Aanvullend is er een besparingsverlies bij de verdragsgerechtigden met een Nederlands pensioen omdat met het akkoord de besparing (€ 0,8 miljoen per jaar oplopend) niet meer optreedt. Deze besparingsverliezen worden gedekt uit het kader grensoverschrijdende zorg; zie hieronder.

Daarnaast is er een besparingsverlies van € 10 miljoen per jaar ten aanzien Turkije en de overige verdragslanden. De voortzetting of het opstarten van de onderhandelingen met Turkije en de andere verdrags-landen is aangehouden totdat zicht is op het aannemen van het wetsvoorstel beperken werelddekking. De financiële dekking van dit besparingsverlies is meegenomen in het totale budgettair overzicht in de voorjaarsbesluitvorming.

Dekking besparingsverlies werelddekking Marokko

Het besparingsverlies vanwege het akkoord met Marokko wordt gedekt uit het kader van grensoverschrijdende zorg.

Beschikbaarheidbijdrage opleidingen msz

Het Capaciteitsorgaan heeft een voorstel gedaan voor de opleidingsplaatsen 2017–2019 voor de medische vervolgopleidingen. Het aantal geraamde benodigde opleidingsplaatsen is lager dan voorheen, zodat de uitgavenraming neerwaarts bijgesteld kan worden.

Indicatiestelling gebitsprothese

Gewijzigde richtlijnen, strengere indicatiestelling en wijziging in eigen bedragen systematiek voor de gebitsprothesen leiden tot lagere uitgaven binnen het tandheelkundig kader.

Technisch

Overheveling resterende middelen integrale tarieven De resterende middelen voor de overgang naar integrale tarieven op artikel 2 van de begroting worden overgeheveld naar het premiegefinan-cierde BKZ.

Overheveling orthocommunicatieve behandeling De afgelopen jaren is een nieuwe methode van orthocommunicatieve behandeling van patiënten met het autisme spectrum syndroom (ASS) vergoed vanuit een Wlz-subsidieregeling. Omdat de nieuwe methode onvoldoende aantoonbaar effectief is, wordt de subsidieregeling beëindigd. Personen met ASS die deze behandeling ontvingen, zullen een behandeling krijgen die onder de Jeugdwet (groep -18) of de Zvw (groep 18+) valt. De beschikbare middelen worden overgeheveld naar het macrobudget Jeugdhulp en de Zvw.

Overheveling ggz-B vanuit Zvw naar Wlz

Vanuit de realisaties in de Wlz is naar voren gekomen dat de eerder geraamde overheveling naar de Zvw te hoog is geweest. De raming is geactualiseerd en op basis hiervan is de overheveling gecorrigeerd.

Ontvangsten

Autonoom

Bijstelling opbrengst eigen risico

Zoals blijkt uit tabel 4, wordt de raming van de Zvw-uitgaven structureel neerwaarts bijgesteld. Dit heeft ook gevolgen voor de raming van de opbrengst van het eigen risico. Deze wordt in 2017 met € 98 miljoen en structureel met € 75 miljoen verlaagd.

Ramingsbijstelling MLT 2018–2021

Deze bijstelling betreft de technische verwerking van de middellange termijnverkenning 2018–2021 van het CPB.

3.2 Wet langdurige zorg (Wlz), Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (Wmo 2015) en de Jeugdwet

3.2.1 Algemene doelstelling

Een stelsel voor maatschappelijke ondersteuning en langdurige zorg dat ieder mens in staat stelt om zijn leven zo lang mogelijk zelf in te vullen en – wanneer dit nodig is – om thuis of in een instelling kwalitatief goede ondersteuning en zorg te krijgen. Daarbij worden ondersteuning en zorg aangeboden aansluitend op informele vormen van hulp. De complexiteit van de zorgvraag, de kwetsbaarheid van de burger en de mogelijkheden van zijn informele netwerk staan centraal. Er wordt gestreefd naar welbevinden en een afname van de afhankelijkheid van ondersteuning en zorg. Dit alles tegen maatschappelijk aanvaardbare kosten.

3.2.2 Rol en verantwoordelijkheid Minister

De Minister is verantwoordelijk voor een goed en efficiënt werkend systeem van langdurige zorg en maatschappelijke ondersteuning in Nederland. Mensen die zorg en ondersteuning nodig hebben, dienen dit zoveel mogelijk thuis of in een instelling op maat en van een goede kwaliteit te krijgen.

Voor mensen met een blijvende behoefte aan permanent toezicht en die 24 uur per dag zorg in de nabijheid nodig hebben, is zorg vanuit de Wet langdurige zorg (Wlz) beschikbaar. Zorgkantoren sluiten overeenkomsten met zorgaanbieders voor het leveren van verzekerde zorg. Het kan onder andere gaan om verblijf in een instelling, persoonlijke verzorging en verpleging en/of geneeskundige zorg in natura of in de vorm van een persoonsgebonden budget.

De Minister wordt ondersteund door de Inspectie voor de Gezondheidszorg (IGZ), het Zorginstituut Nederland en de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa). De Inspectie voor de Gezondheidszorg (IGZ) houdt op basis van de geldende normen toezicht op de kwaliteit van de zorg in Nederland.

Het Zorginstituut en de NZa spelen een belangrijke rol bij de beheersing van de zorguitgaven. Het Zorginstituut adviseert de Minister over de samenstelling van het verzekerde pakket en beheert het Fonds Langdurige Zorg (Flz). De NZa behartigt het belang van de zorgconsument, onder andere door te adviseren over beleid en regelgeving en stelt beleidsregels en maximumtarieven vast. Daarnaast is de NZa onafhankelijk toezichthouder in de zorg die kijkt of zorgaanbieders en zorgverzekeraars de wet naleven. Het Zorginstituut en de NZa brengen bovendien de omvang van de gerealiseerde zorguitgaven in kaart. Zij baseren zich daarbij op informatie van zorgkantoren en instellingen, die na afloop van het jaar door een externe accountant wordt beoordeeld. Op basis van de rapportages van het Zorginstituut en de NZa legt de Minister verantwoording af aan de Tweede Kamer.

Daarnaast ziet de Autoriteit Consument & Markt (ACM) toe op de naleving van wetten en regels op het gebied van concurrentie en marktwerking op basis van de Mededingingswet. Ook beoordeelt de ACM fusies in de zorg en controleert de ACM of zorgaanbieders en zorgkantoren geen concurrentiebeperkende afspraken maken.

De verantwoordelijkheid voor het bevorderen van zelfredzaamheid en participatie ligt bij gemeenten. De Wmo 2015 biedt gemeenten hiervoor het wettelijk kader dat op lokaal niveau verder wordt ingevuld en waarover verantwoording wordt afgelegd aan de gemeenteraad. De Minister is verantwoordelijk voor een stelsel dat optimaal bijdraagt aan het bevorderen van zelfredzaamheid en participatie en legt over de resultaten van dit stelsel verantwoording af aan de Tweede Kamer. Daarnaast is de Minister verantwoordelijk voor het beschikbaar stellen van voldoende financiële middelen voor de uitvoering van deze taak door gemeenten. Het budget voor de Wmo 2015 wordt via de integratieuitkering Sociaal Domein aan gemeenten uitgekeerd. Daarnaast ontvangen gemeenten ook budget via de integratie-uitkering Wmo/huishoudelijke verzorging, de decentralisatie-uitkeringen maatschappelijke opvang, vrouwenopvang en huishoudelijke hulp toelage (HHT), en de algemene uitkering van het gemeentefonds.

Ook de verantwoordelijkheid voor het bieden van passende jeugdhulp aan kinderen ligt vanaf 1 januari 2015 bij gemeenten. De Jeugdwet biedt hiertoe het wettelijk kader. Gemeenten vullen hun verantwoordelijkheden op basis van de Jeugdwet en passend bij de lokale en regionale situatie in. Hiertoe wordt verantwoording afgelegd aan de gemeenteraad. De Jeugdwet kent verschillende waarborgen om te garanderen dat kinderen passende jeugdhulp wordt geboden. Daarnaast is de Minister verantwoordelijk voor het beschikbaar stellen van voldoende financiële middelen voor de uitvoering van deze taak door gemeenten. Het budget voor jeugdhulp wordt via de integratie-uitkering Sociaal Domein aan gemeenten uitgekeerd.

3.2.3 Verticale ontwikkeling van de Wlz-uitgaven en -ontvangsten

De verticale toelichting bevat een cijfermatig overzicht van de budgettaire veranderingen die zich hebben voorgedaan sinds de ontwerpbegroting 2016. Voor een meer gedetailleerde toelichting op de veranderingen wordt verwezen naar het verdiepingshoofdstuk.

De verticale toelichting onderscheidt drie categorieën bijstellingen: – Autonoom – Beleidsmatig – Technisch

Tabel 5 laat vanaf de stand ontwerpbegroting 2016 de verticale ontwikkeling van de BKZ-uitgaven en -ontvangsten van de Wlz zien.

 

Tabel 5 Verticale ontwikkeling van de Wlz-uitgaven en -ontvangsten (bedragen x € 1

miljoen)

   
 

2016

2017

2018

2019

2020 2021

Wlz-uitgaven ontwerpbegroting 2016

19.899,0

19.732,2

20.393,6

21.255,0

22.260,5

Autonoom

47,5

63,5

344,6

418,4

678,0

Actualisering zorguitgaven

22,4

7,7

7,7

7,7

7,7

Zorg in natura

17,0

32,0

     

Nominale ontwikkeling

  • 17,7

0,6

  • 1,3
  • 2,1
  • 3,1

Grondslagverlegging en overig

25,8

23,2

28,0

29,7

13,3

Ramingsbijstelling MLT 2018–2021

   

310,2

383,1

660,1

Beleidsmatig

  • - 
    196,8

98,7

181,5

196,0

184,9

Waardigheid en Trots

  • 17,5
  • 17,5
  • 17,5
  • 17,5
  • 17,5

Uitvoeringskosten/compensatie pgb gemeenten

  • 31,0
       

Uitstel overheveling HH MPT vanuit Wmo naar Wlz

  • 26,8
       

Nominaal en onverdeeld Wlz

  • 14,2
  • 380,2
  • 273,2
  • 273,2
  • 273,2

Onderuitputting EB en overheveling huisvestingskosten

         

ELV

 
  • 46,7
  • 43,7
  • 41,2
  • 41,2

Uitvoeringskosten SVB pgb trekkingsrechten vanaf 2017

 

16,2

13,9

13,9

13,9

Hogere toestroom pgb

 

122,0

193,0

193,0

193,0

Overheveling ZiN naar pgb

 
  • 96,0
  • 139,0
  • 139,0
  • 139,0

Tarieven NHC’s

   
  • 15,0
  • 15,0
  • 15,0

Uitdeling lpo 2016 Wmo en Jeugd

  • 105,2
  • 105,8
  • 105,5
  • 105,6
  • 105,4

Schrappen taakstelling Wlz

 

400,0

400,0

400,0

400,0

Meevallend besparingsverlies overheveling HH MPT naar

         

Wlz

 
  • 17,0
  • 17,0
  • 17,0
  • 17,0

Herverdeeleffecten Hlz

 

226,1

185,6

184,4

177,2

Overige

  • 2,0
  • 2,4
  • 0,1

13,2

9,1

Technisch

73,7

129,6

129,2

129,2

129,2

Overheveling orthocommunicatieve behandeling

 
  • 8,0
  • 8,0
  • 8,0
  • 8,0

Overheveling uitvoeringskosten pgb TR SVB

 

8,4

5,7

5,7

5,7

Overheveling ggz-B vanuit Zvw naar Wlz

73,7

99,2

101,5

101,5

101,5

Overheveling HH MPT vanuit Wmo naar Wlz

 

30,0

30,0

30,0

30,0

Totaal bijstellingen

  • - 
    75,6

291,8

655,3

743,6

992,1

Wlz-uitgaven ontwerpbegroting 2017

19.823,4

20.024,0

21.048,9

21.998,6

23.252,6 24.719,4

Wlz-ontvangsten ontwerpbegroting 2016

1.848,0

1.834,9

1.840,2

1.890,0

1.903,4

Autonoom

  • - 
    21,9
  • - 
    19,6
  • - 
    6,5
  • - 
    19,4

11,7

Ramingsbijstelling eigen bijdragen

  • 21,9
  • 19,6
  • 21,9
  • 51,6
  • 33,8

Ramingsbijstelling MLT 2018–2021

   

15,4

32,2

45,5

Totaal bijstellingen

  • - 
    21,9
  • - 
    19,6
  • - 
    6,5
  • - 
    19,4

11,7

Wlz-ontvangsten ontwerpbegroting 2017

1.826,1

1.815,3

1.833,7

1.870,6

1.915,1 1.959,6

 

2016

2017

2018

2019

2020

2021

Netto-Wlz-uitgaven ontwerpbegroting 2016

Totaal bijstellingen in de netto-Wlz-uitgaven

Netto-Wlz-uitgaven ontwerpbegroting 2017

18.051,0

  • - 
    53,7

17.997,3

17.897,3

311,4

18.208,7

18.553,4

661,8

19.215,2

19.364,9

763,0

20.127,9

20.357,1

980,4

21.337,5

22.759,8

Bron: VWS, gegevens Zorginstituut over (voorlopige) financieringslasten Zvw en Wlz en NZa-gegevens over de productieafspraken en voorlopige realisatiegegevens.

Uitgaven

Autonoom

Actualisering

Op basis van voorlopige realisatiegegevens van de NZa en het Zorgin-stituut zijn de zorguitgaven 2015 geactualiseerd. De opwaartse bijstelling komt voor rekening van het eerstelijnsverblijf (circa € 15 miljoen), de tandheelkundige zorg in Wlz-instellingen (€ 4 miljoen) en de bovenbud-gettaire vergoedingen (€ 8 miljoen). Daar tegenover staat een onder-schrijding van circa € 4 miljoen bij de ziekenhuiszorg Wlz. In het verdiepingshoofdstuk is de actualisering van de Wlz-uitgaven per deelsector verder toegelicht.

Zorg in natura

Dit betreffen extra Wlz-uitgaven in 2016 en 2017 vanwege het niet extramuraliseren van het zorgprofiel VG3.

Nominale ontwikkeling

De raming van de loon- en prijsbijstelling is aangepast op basis van actuele macro-economische inzichten van het Centraal Planbureau (CPB).

Grondslagverlegging en overig

De grondslag van het loon- prijsmodel is zoals ieder jaar na Prinsjesdag een jaar opgeschoven, van begroting 2015 naar 2016. Voorts zijn enkele technische wijzigingen verwerkt.

Ramingsbijstelling MLT 2018–2021

Deze bijstelling betreft de technische verwerking van de middellange termijnverkenning 2018–2021 van het CPB.

Beleidsmatig

Waardigheid en Trots

In totaal is een bedrag van € 185 miljoen in 2016 oplopend tot € 210 miljoen structureel vanaf 2020 beschikbaar gesteld voor Waardigheid en Trots. In de begroting 2016 is dit gehele bedrag gereserveerd binnen het Budgettair Kader Zorg omdat de nadere verdeling tussen het Budgettair Kader Zorg en de begroting nog niet was gemaakt. Vanaf 2016 is structureel € 17,5 miljoen overgeboekt naar de VWS-begroting voor uitgaven in het kader van Waardigheid en Trots door middel van opdrachten en subsidies.

Uitvoeringskosten/compensatie pgb gemeenten

VWS levert, zoals aangekondigd in de decembercirculaire 2015 van het gemeentefonds, in 2016 eenmalig een bijdrage van € 12,5 miljoen in de uitvoeringskosten van de gemeenten voor de pgb trekkingsrechten. In 2016 ontvangen gemeenten aanvullend eenmalig nog een bedrag van € 11,5 miljoen in het kader van meerkosten. Tot slot ontvangen gemeenten in het kader van het «1-meibesluit» (geen budgetwijzigingen mogelijk tot 1 mei 2016) eenmalig een bedrag van € 7 miljoen. In totaal dus € 31 miljoen. Daar staat een uitname van € 47,6 miljoen voor de gemeentelijke bijdrage aan de uitvoeringskosten van de SVB voor 2016 voor de uitvoering van het trekkingsrecht tegenover. Dit betekent dat de € 31 miljoen voor de financiering van de SVB vanuit het BKZ direct naar de begroting van VWS wordt overgeboekt en dat er per saldo nog een bedrag van € 16,6 miljoen uit het gemeentefonds wordt uitgenomen en overgeboekt naar de begroting van VWS.

Uitstel overheveling huishoudelijke hulp Modulair Pakket Thuis vanuit Wmo naar Wlz

De Wlz-uitgaven 2016 zijn neerwaarts bijgesteld omdat de overheveling van huishoudelijke hulp vanuit de Wmo 2015 naar de Wlz ten behoeve van het modulair pakket thuis (MPT) met een jaar is uitgesteld.

Nominaal en onverdeeld Wlz

Een deel van de gereserveerde ruimte op de sector nominaal en onvoorzien is ingezet ter dekking van problematiek binnen de Wlz. Deze problematiek bestaat voornamelijk uit enkele (technische) ramingsbijstellingen zoals de ruilvoetproblematiek (circa € 170 miljoen), grondslagverlegging van het loon- en prijsmodel en bijstelling van de opbrengst van de eigen bijdragen. Daarnaast is er een incidentele ramingsbijstelling van het Wlz-kader in 2017.

Onderuitputting EB en overheveling huisvestingskosten ELV Er is sprake van minder uitgaven aan de subsidieregeling extramurale behandeling. Deze middelen zijn ingezet ter compensatie van de meerkosten op de subsidieregeling eerstelijnsverblijf, die deels worden gedekt door de cure en deels door de care. Daarnaast is het deel van de huisvestingskosten dat betrekking heeft op eerstelijnsverblijf overgeheveld naar de subsidieregeling eerstelijnsverblijf.

Uitvoeringskosten SVB pgb trekkingsrechten vanaf 2017 Voor het resterende knelpunt vanaf 2017 voor de uitvoeringskosten van de SVB worden nu extra middelen ingezet. Vanwege het voornemen om de financiering van de SVB (niet zijnde het gemeentelijke deel) vanuit 2017 uit de beheerskosten te bekostigen, worden deze middelen toegevoegd aan het budget beheerskosten in het BKZ.

Hogere toestroom pgb

Cliënten met een Wlz-indicatie hebben keuzevrijheid qua leveringsvorm: zorg in natura of een persoonsgebonden budget. Het aantal cliënten met een voorkeur voor pgb is hoger dan oorspronkelijk geraamd. Dit leidt tot hogere pgb-uitgaven.

Overheveling van ZiN naar pgb

Cliënten met een Wlz-indicatie hebben keuzevrijheid qua leveringsvorm. Het aantal cliënten met een voorkeur voor pgb is hoger dan oorspronkelijk geraamd. Daar staat tegenover dat het gebruik van zorg in natura minder snel groeit dan oorspronkelijk geraamd. De hogere toestroom pgb kan hierdoor gedeeltelijk worden gedekt door overheveling van middelen vanuit het kader voor zorg in natura naar het pgb-kader.

Tarieven NHC’s

In het kader van de invoering van de NHC’s zijn voor de periode 2012–2017 vaste en niet-onderhandelbare tarieven afgesproken. Met ingang van de 2018 kunnen deze tarieven worden herijkt op grond van onder meer de renteontwikkelingen. Dit leidt tot lagere NHC-tarieven.

Uitdeling lpo 2016 Wmo en Jeugd

De tranche 2016 van de loon- en prijsbijstelling is toegevoegd aan de budgetten voor de Wmo 2015 en de Jeugdwet.

Schrappen taakstelling Wlz

Het kabinet heeft extra middelen vrijgemaakt voor de langdurige zorg vanaf 2017. Hierdoor is het mogelijk om de taakstelling op de Wlz van € 500 miljoen vanaf 2017 structureel terug te draaien. Dat betekent dat er in 2017 (en latere jaren) meer ruimte is voor zorgaanbieders om kwalitatief goede zorg te leveren waarmee kwetsbare cliënten beter in staat worden gesteld om het leven te leiden zoals zij dat willen. Het schrappen van de bezuiniging van € 500 miljoen wordt voor € 400 miljoen gedekt vanuit de middelen uit het pakket voor maatschappelijke prioriteiten en voor € 100 miljoen gedekt door meevallers binnen de Wlz.

Meevallend besparingsverlies overheveling huishoudelijke hulp Modulair Pakket Thuis vanuit Wmo naar Wlz

Deze middelen vallen vrij omdat er een kleiner besparingsverlies optreedt dan waar eerder van uit werd gegaan. Bij het besluit tot uitstel van de overheveling van de Wmo naar de Wlz van huishoudelijke hulp ten behoeve van het modulair pakket thuis is eerder rekening gehouden met een groter besparingsverlies.

Herverdeeleffecten Hlz

In het Bestuurlijk Overleg van 24 augustus 2016 zijn de VNG en het Rijk overeengekomen om een aantal correcties door te voeren ten aanzien van de overheveling van budgetten in het kader van de hervorming van de langdurige zorg (correctie startstreep). In de verdiepingsbijlage zijn deze mutaties afzonderlijk weergegeven.

Technisch

Overheveling orthocommunicatieve behandeling De afgelopen jaren is een nieuwe methode van orthocommunicatieve behandeling van patiënten met het autisme spectrum syndroom (ASS) vergoed vanuit een Wlz-subsidieregeling. Omdat de nieuwe methode onvoldoende aantoonbaar effectief is, wordt de subsidieregeling beëindigd. Personen met ASS die deze behandeling ontvingen, zullen een alternatieve behandeling krijgen die onder de Jeugdwet (groep -18) of de Zvw (groep 18+) valt. De beschikbare middelen worden overgeheveld naar het macrobudget Jeugdhulp en de Zvw.

Overheveling reservering uitvoeringskosten SVB pgb trekkingsrechten Deze technische mutatie betreft de overboeking van de beschikbare middelen die op de VWS-begroting waren gereserveerd voor de uitvoering van pgb trekkingsrechten Wlz door de SVB. Vanaf 2017 worden deze uitgaven gedaan vanuit het budget van de beheerskosten in het BKZ.

Overheveling ggz-B vanuit Zvw naar Wlz

Zoals aangekondigd in de voorlopige kaderbrief Wlz 2016 is de ontwikkeling van ggz-B gemonitord. De afbouw van het aantal plaatsen in de Wlz bleek in 2015 minder snel te verlopen dan geraamd. Op basis van deze ontwikkeling is het kader van de Wlz en Zvw gecorrigeerd.

Overheveling huishoudelijke hulp Modulair Pakket Thuis vanuit Wmo naar

Wlz

Vanwege de overheveling van huishoudelijke hulp voor Wlz-clienten met een mpt van de Wmo naar de Wlz vanaf 2017 wordt structureel

€ 30 miljoen overgeheveld van de Wmo naar de Wlz.

Ontvangsten

Autonoom

Ramingsbijstelling eigen bijdragen

Het lagere aantal cliënten in de intramurale ouderenzorg dan eerder geraamd, leidt tot minder opbrengsten van de eigen bijdrage in de Wlz.

Ramingsbijstelling MLT 2018–2021

Deze bijstelling betreft de technische verwerking van de middellange termijnverkenning 2018–2021 van het CPB.

Tabel 6 laat vanaf de stand ontwerpbegroting 2016 de verticale ontwikkeling van de Wmo 2015 en Jeugdwet zien.

Tabel 6 Verticale ontwikkeling van de Wmo 2015 en Jeugdwet-uitgaven en -ontvangsten (bedragen x € 1 miljoen)1

2016

2017

2018

2019

2020

2021

Uitgaven ontwerpbegroting 2016

Beleidsmatig

Compensatie derving eigen bijdrage Jeugdwet (Gemeentefonds)

Compensatie beschermd wonen (Gemeentefonds) Compensatie eigen bijdragen gemeenten Compensatie Wmo 2015 Uitdeling lpo 2016 Wmo en Jeugd Herverdeeleffecten Hlz Overige

Technisch

Overheveling orthocommunicatieve behandeling Overheveling HH MPT vanuit Wmo naar Wlz

Totaal bijstellingen

Uitgaven ontwerpbegroting 2017

 

6.716,1

6.653,5

6.630,5

6.640,5

6.638,7

148,9

  • - 
    93,1
  • - 
    52,9
  • - 
    51,6
  • - 
    44,5

26,6

26,6

26,6

26,6

26,6

9,8

       

5,0

       

2,3

       

105,2

105,8

105,5

105,6

105,4

 
  • 226,1
  • 185,6
  • 184,4
  • 177,2
 

0,6

0,6

0,6

0,7

 
  • - 
    24,0
  • - 
    24,0
  • - 
    24,0
  • - 
    24,0
 

6,0

6,0

6,0

6,0

 
  • 30,0
  • 30,0
  • 30,0
  • 30,0

148,9

  • - 
    117,1
  • - 
    76,9
  • - 
    75,6
  • - 
    68,5

6.865,0

6.536,4

6.553,6

6.564,9

6.570,2

6.617,5

1 Alleen de middelen die behoren tot het Budgettair Kader Zorg (BKZ) worden hier verantwoord

Uitgaven

Beleidsmatig

Compensatie derving eigen bijdrage Jeugdwet

Het kabinet heeft besloten om de ouderbijdrage die in de Jeugdwet is opgenomen met terugwerkende kracht tot 1 januari 2016 af te schaffen. In verband hiermee is sprake van een toevoeging aan de integratie-uitkering Sociaal domein van € 26,6 miljoen.

Compensatie beschermd wonen

Het betreft de compensatie voor het zevental centrumgemeenten dat op grond van de huidige verdeling van het budget 2015 minder heeft gehad dan dat zij dat jaar op basis van de verbeterde verdeling zouden hebben gehad.

Compensatie eigen bijdragen gemeenten

Gemeenten worden gecompenseerd voor de eigen bijdragen die zij mislopen voor huishoudelijke hulp, woningaanpassingen en hulpmiddelen aan Wlz-cliënten die thuis wonen door de anticumulatiebepaling met de Wlz.

Compensatie Wmo 2015

In het bestuurlijk overleg van 25 april 2016 tussen VWS en de VNG is overeengekomen dat een bedrag van circa € 2,3 miljoen aan het budget Wmo 2015 van de integratie-uitkering Sociaal domein wordt toegevoegd.

Uitdeling lpo 2016 Wmo en Jeugd

De raming van de budgetten voor de Wmo en de Jeugdwet is verhoogd ter compensatie van ontwikkeling van de loonkosten en prijzen.

Herverdeeleffecten Hlz

In het Bestuurlijk Overleg van 24 augustus 2016 zijn de VNG en het Rijk overeengekomen om een aantal correcties door te voeren ten aanzien van de overheveling van budgetten in het kader van de hervorming van de langdurige zorg (correctie startstreep).

Technisch

Overheveling orthocommunicatieve behandeling De afgelopen jaren is een nieuwe methode van orthocommunicatieve behandeling van patiënten met het autisme spectrum syndroom (ASS) vergoed vanuit een Wlz-subsidieregeling. Omdat de nieuwe methode onvoldoende aantoonbaar effectief is, wordt de subsidieregeling beëindigd. Personen met ASS die deze behandeling ontvingen, zullen een alternatieve behandeling krijgen die onder de Jeugdwet (groep -18) of de Zvw (groep 18+) valt. De beschikbare middelen worden overgeheveld naar het macrobudget Jeugdhulp en de Zvw.

Overheveling HH MPT vanuit Wmo naar Wlz

Vanwege de overheveling van huishoudelijke hulp voor Wlz-clienten met een mpt van de Wmo naar de Wlz vanaf 2017 wordt structureel € 30 miljoen overgeheveld van de Wmo naar de Wlz.

3.3 Begrotingsgefinancierde BKZ-uitgaven

Naast de Wmo 2015 en de Jeugdwet vallen enkele andere begrotingsgefi-nancierde posten onder de bruto-BKZ-uitgaven. Tot deze categorie horen de uitgaven voor de Wet tegemoetkoming chronisch zieken en gehandicapten (Wtcg), de uitgaven voor zorg, jeugd en welzijn in Caribisch Nederland, bepaalde uitgaven voor zorgopleidingen, de subsidieregeling abortusklinieken, de subsidieregeling overgang integrale tarieven medisch-specialistische zorg, de schadevergoeding Erasmus MC, NIPT en de subsidie kwaliteit, transparantie en patientenveiligheid. Deze uitgaven worden op de VWS-begroting verantwoord op de artikelen 1, 2, en 4. Voor de doelstelling van dit beleid en de rol en verantwoordelijkheid van de Minister wordt verwezen naar de betreffende passages op de artikelen in de VWS-begroting. Ten slotte zijn er bedragen gereserveerd op de aanvullende post van het Ministerie van Financiën die onder het BKZ vallen. Dit betreft onder meer de loon- en prijsbijstelling voor de begro-tingsgefinancierde BKZ-uitgaven.

In tabel 7 wordt de ontwikkeling van de begrotingsgefinancierde BKZ-uitgaven weergegeven.

 

Tabel 7 Verticale ontwikkeling van de begrotingsgefinancierde-BKZ-uitgaven en -ontvangsten (bedragen x € 1

miljoen)

 

2016

2017

2018

2019

2020 2021

Begrotingsgefinancierde-BKZ-uitgaven ontwerpbegroting

         

2016

7.124,9

7.090,0

7.040,5

7.057,8

7.065,8

Bijstelling Wmo 2015 en Jeugdwet (Gemeentefonds)

148,9

  • - 
    117,1
  • - 
    76,9
  • - 
    75,6
  • - 
    68,5

Bijstelling subsidieregeling abortusklinieken (Art.1)

  • - 
    0,1
  • - 
    0,1
  • - 
    0,1
  • - 
    0,1
  • - 
    0,1

Bijstelling subsidie NIPT (Art.1)

 

26,3

     

Bijstelling subsidieregeling overgang integrale tarieven

         

medisch-specialistische zorg (Art.2)

  • - 
    9,8
  • - 
    50,0
  • - 
    25,0
  • - 
    16,0
  • - 
    15,0

Bijstelling schadevergoeding Erasmus MC (Art.2)

85,0

81,0

     

Bijstelling subsidie kwaliteit, transparantie en patiëntvei-

         

ligheid (Art.2)

 

35,4

35,4

35,4

 

Bijstelling zorgopleidingen (Art.4)

 

2,9

3,2

3,0

3,3

Bijstelling Caribisch Nederland (Art.4)

6,9

0,7

0,9

0,9

1,1

Bijstelling loon- en prijs

  • - 
    4,6
  • - 
    3,1
  • - 
    2,8
  • - 
    2,5
  • - 
    4,3

Ramingsbijstelling MLT 2018–2021

   

4,1

6,6

10,5

Totaal bijstellingen

226,3

  • - 
    24,0
  • - 
    61,2
  • - 
    48,4
  • - 
    73,1

Begrotingsgefinancierde BKZ-uitgaven ontwerpbegroting

         

2017

7.351,2

7.066,0

6.979,3

7.009,4

6.992,7 7.048,8

Tabel 8 Opbouw van de begrotingsgefinancierde-BKZ-uitgaven en -ontvangsten (bedragen x € 1

miljoen)

   
 

2016

2017

2018

2019

2020

2021

Wmo en Jeugdwet (Gemeentefonds)

6.865,0

6.536,4

6.553,6

6.564,9

6.570,2

6.617,5

Integratie-uitkering Wmo/huishoudelijke verzorging

1.161,4

1.239,4

1.239,4

1.239,4

1.249,7

1.300,4

Integratie-uitkering Sociaal domein deel Wmo 2015

3.642,6

3.461,9

3.433,5

3.444,8

3.439,8

3.436,4

HHT en restant RA middelen arbeidsmarkt

141,0

         

Jeugdwet

1.920,0

1.835,0

1.880,7

1.880,7

1.880,7

1.880,7

Overig begrotingsgefinancierd (VWS-begroting)

486,2

529,6

425,7

444,5

422,5

431,2

Subsidieregeling abortusklinieken (Artikel 1)

15,6

15,5

15,5

15,5

15,6

15,6

Subsidie NIPT (Artikel 1)

 

26,3

       

Subsidieregeling overgang integrale tarieven medisch-

           

specialistische zorg (Artikel 2)

20,2

   

9,0

10,0

 

Schadevergoeding Erasmus MC (Artikel 2)

85,0

81,0

       

Subsidie kwaliteit, transparantie en patientveiligheid

           

(Artikel 2)

0,0

35,4

35,4

35,4

   

Zorgopleidingen (Artikel 4)

242,2

249,0

242,9

244,6

244,9

245,1

Caribisch Nederland (Artikel 4)

114,8

111,6

114,8

117,9

121,1

124,9

Wtcg (Artikel 8)

7,7

3,8

1,9

     

Loon- en prijsbijstelling

0,8

6,9

15,2

22,0

30,9

45,7

Bruto-uitgaven stand ontwerpbegroting 2017

7.351,2

7.066,0

6.979,3

7.009,4

6.992,7

7.048,8

Overige ontvangsten

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

Netto-uitgaven stand ontwerpbegroting 2017

7.351,2

7.066,0

6.979,3

7.009,4

6.992,7

7.048,8

Figuur 3 Begrotingsgefinancierde-BKZ-uitgaven 2017

Overig begrotingsgefinancierd

(VWS-begroting)

7%

Jeugdwet

(Gemeentefonds)

26%

Wmo HV

(Gemeentefonds)

18%

Wmo 2015

(Gemeentefonds)

49%

4 Financiering van de zorguitgaven

4.1 Totaalbeeld

Deze paragraaf gaat in op de financiering van de zorguitgaven die toegerekend worden aan het Budgettair Kader Zorg (BKZ). Het grootste deel van de zorguitgaven betreft uitgaven in het kader van de Zorgverze-keringswet (Zvw) en de Wet langdurige zorg (Wlz). Een substantieel deel van de zorguitgaven verloopt via de rijksbegroting en wordt gefinancierd via belastinginkomsten. Een uitsplitsing voor het jaar 2017 staat in tabel 9. In het vervolg van dit hoofdstuk wordt dieper ingegaan op de financiering van de Zvw en de Wlz afzonderlijk.

 

Tabel 9 Financiering bruto BKZ- uitgaven (bedragen x € 1 miljard)

2017

Zvw

46,5

w.v. eigen betalingen

(3,2)

Wlz

20,0

w.v. eigen betalingen

(1,8)

Overheid (Arbeidsmarktbeleid/Caribisch Nederland)

0,5

Overheid (Gemeentefonds/Wmo en Jeugdwet)

6,5

Bruto BKZ-uitgaven stand VWS ontwerpbegroting 2016

73,5

Bron: VWS

4.2 De financieringssystematiek

Zorgverzekeringswet (Zvw)

Het overgrote deel van de zorguitgaven in het kader van de Zorgverzeke-ringswet (Zvw) loopt via zorgverzekeraars. Zij betalen zorgaanbieders voor de zorg die is geleverd aan hun verzekerden. Een beperkt deel van de zorguitgaven wordt rechtstreeks aan zorgaanbieders betaald vanuit het Zorgverzekeringsfonds (ZVF). Dit betreft vooral de beschikbaarheidbij-dragen. Het gaat daarbij om zorgprestaties waarvoor het niet mogelijk en/of wenselijk is de kosten aan individuele verzekerden toe te rekenen. De grootste beschikbaarheidbijdragen zijn die voor opleidingen en de zogenaamde academische component. Daarnaast gaat het om enkele kleinere bijdragen zoals voor brandwondenzorg, traumazorg, spoedeisende zorg en een deel van de kapitaallasten. Naast de beschikbaarheid-bijdragen wordt vanuit het Zorgverzekeringsfonds ook een deel van de grensoverschrijdende zorg betaald.

Figuur 4: Financieringsstromen Zvw

 
 

Eigen Risico

Zorgverzekeraars

   

Nominale premie

Uitgaven Zorg

         
   

Verevenings-

     

bijdrage

   
     

Burgers Werkgevers

 

Zorgverzekeringsfonds

 

Zorgverleners

IAB

Beschikbaarheids-

     

bijdrage

 

Rijksbijdrage

Rijksbijdrage

 

kinderen

Hlz

   
     
 

Zorgtoeslag

Overheid

   
 

Belasting

         

Ter financiering van de uitgaven ontvangen zorgverzekeraars van hun verzekerden een nominale premie en het eigen risico. Daarnaast ontvangt elke zorgverzekeraar een vereveningsbijdrage uit het ZVF. Dit bedrag houdt rekening met het risicoprofiel van de verzekerdenpopulatie van iedere zorgverzekeraar en met het eigen risico dat hij ontvangt en zorgt zodoende voor een gelijk speelveld voor zorgverzekeraars. Dat is nodig omdat verzekeraars zich moeten houden aan de wettelijke acceptatieplicht van verzekerden. Ook ontvangen zorgverzekeraars uit het ZVF een vergoeding voor de beheerskosten voor verzekerde kinderen in hun bestand.

De nominale premie bestaat uit twee delen. Het eerste deel is een door VWS vastgestelde rekenpremie die voor alle verzekeraars hetzelfde is. Samen met de opbrengsten uit eigen betalingen en de bijdrage die zorgverzekeraars uit het fonds krijgen, kunnen zij hier in de optiek van VWS hun zorguitgaven mee betalen. Daarnaast bevat de nominale premie een opslagpremie, die verzekeraars zelf vaststellen en dus per verzekeraar verschilt. Zorgverzekeraars moeten uit hun inkomsten ook hun beheerskosten dekken. Verder moeten zij reserves opbouwen om zeker te stellen dat zij altijd aan hun verplichtingen kunnen voldoen. De Nederlandsche Bank (DNB) stelt minimumeisen aan deze reserves. Zorgverzekeraars kunnen de beheerskosten en de reserveopbouw financieren door middel van die opslagpremie. In de opslagpremie kunnen zorgverzekeraars ook winsten en verliezen uit het verleden, afwijkende inschattingen ten aanzien van de zorguitgaven of risico-opslagen verwerken. Door verschillen in de opslagpremie concurreren verzekeraars met elkaar om verzekerden, die jaarlijks kunnen overstappen naar een andere verzekeraar.

Het ZVF ontvangt ter financiering van zijn uitgaven de inkomensafhankelijke bijdrage (IAB) en een rijksbijdrage kinderen. In verband met de overhevelingen van AWBZ naar Zvw is besloten tot een tijdelijke rijksbijdrage HLZ, die voorkwam dat zowel de nominale premie als de IAB in 2015 fors moesten stijgen. Deze tijdelijke rijksbijdrage loopt in vier jaar geleidelijk af naar nul. Het ZVF ontvangt verder de premievervangende bijdrage van verdragsgerechtigden en rente. Vanuit het fonds worden zorgverzekeraars gecompenseerd voor derving van inkomsten als gevolg van wanbetaling bij de nominale premie. Ook worden uit het fonds kosten betaald in het kader van de regeling onverzekerden. In de Zvw is geregeld dat het ZVF niet structureel mag werken met tekorten of overschotten. Daarom dient een gebleken negatief vermogen snel te worden weggewerkt via meer dan lastendekkende premies en een positief vermogen via minder dan lastendekkende premies.

De overheid verstrekt een rijksbijdrage kinderen aan het ZVF. Deze bijdrage maakt het mogelijk dat bij kinderen tot 18 jaar geen nominale premie in rekening hoeft te worden gebracht. De overheid betaalt daarnaast zorgtoeslag aan huishoudens met lage inkomens en middeninkomens ter gedeeltelijke compensatie van de nominale premie en het eigen risico. De rijksbijdrage kinderen en de zorgtoeslag worden betaald uit belastinginkomsten.

De zorgtoeslag waarborgt dat geen enkel huishouden een groter deel van zijn inkomen aan ziektekostenpremie hoeft te betalen dan wat op grond van de wet als aanvaardbaar wordt beschouwd. De lasten die daarboven uitstijgen komen in aanmerking voor compensatie via de zorgtoeslag. Daarbij is de zogenaamde standaardpremie maatgevend en niet de feitelijke, door de individuele burger betaalde premies. De standaardpremie is bepaald als het gemiddelde van de premies die worden betaald in de markt, vermeerderd met het gemiddelde bedrag dat een verzekerde aan eigen risico betaalt. De zorgtoeslag maakt geen onderdeel uit van het uitgavenkader, maar telt net als de zorgpremies mee in het inkomstenkader. Dat betekent dat het kabinet een hogere zorgtoeslag beschouwt als een vorm van lastenverlichting.

Uiteindelijk worden alle collectieve zorguitgaven betaald door burgers en bedrijven via de nominale premie, de inkomensafhankelijke bijdrage, eigen betalingen en belastingen. In de Zvw is vastgelegd dat evenveel inkomsten worden gegenereerd via de inkomensafhankelijke bijdrage als via de nominale premie, de eigen betalingen en de rijksbijdrage kinderen samen (de 50/50-verdeling). De 50/50-verdeling impliceert dat uitgavenstijgingen bij verzekeraars voor 50% moeten worden gedekt uit de IAB. Dat wordt bereikt door de bijdrage uit het fonds aan verzekeraars te verhogen. Omgekeerd dient een stijging van de rechtstreekse uitgaven van het fonds voor de helft te worden opgevangen via nominale premies. Dat wordt bereikt door de bijdrage voor de zorgverzekeraars te verlagen.3

De Wet langdurige zorg (Wlz)

Het overgrote deel van de zorguitgaven in het kader van de Wlz loopt in opdracht van zorgkantoren via het CAK naar zorgaanbieders. De uitzondering hierop vormen persoonsgebonden budgetten (pgb’s). Daarbij wordt geld door de SVB overgemaakt naar zorgverleners in opdracht van burgers die zelf zorg inkopen (trekkingsrechten). De benodigde middelen komen uit het Fonds langdurige zorg (Flz).

Het Flz ontvangt ter financiering van zijn uitgaven (via de belastingdienst) de Wlz-premie. De Wlz-premie wordt geheven als percentage over het inkomen in de eerste en tweede belastingschijf, na aftrek van een deel van

In de wet is ook vastgelegd dat indien de gerealiseerde verhouding niet 1 op 1 is, er een correctie plaatsvindt in volgende jaren. Dit betekent dat als de verhouding van de gerealiseerde inkomsten in enig jaar anders uitvalt dan beoogd (bijvoorbeeld omdat de inkomensafhankelijke bijdrage € 200 miljoen tegenvalt), er in een volgend jaar allereerst weer wordt uitgegaan van een 50/50-verdeling (waardoor de inkomensafhankelijke bijdrage € 200 miljoen meer stijgt dan de nominale premie), maar daarnaast in vier jaar de «fout» van € 200 miljoen wordt weggewerkt door de inkomensafhankelijke bijdrage € 50 miljoen hoger vast te stellen dan het nominale deel.

3

de heffingskortingen. Deze heffingskortingen (die bestaan sinds de belastingherziening 2001) beperken voor burgers de te betalen loon- en inkomstenheffing. Ze beperken dus zowel de te betalen inkomsten- en loonbelasting als de te betalen premies volksverzekeringen (Wlz, AOW en ANW). Voor 2001 waren er aftrekposten die zwaarder drukten op de belastingen en minder op de premies volksverzekeringen. Het Flz ontvangt voorts van de overheid een bijdrage in de kosten van kortingen (BIKK). Via deze bijdrage wordt het Flz gecompenseerd voor het drukkend effect op de Wlz-premies dat uitgaat van de belastingherziening 2001. Het Flz ontvangt daarnaast van burgers (via het CAK) de eigen bijdrage Wlz en betaalt rente aan de overheid.

In de Wlz wordt gestreefd naar een binnen een kabinetsperiode constante lastendekkende premie. In augustus 2014 is besloten tot een Wlz-premie van 9,65% voor deze kabinetsperiode, omdat bij die premie op basis van de toenmalige ramingen een vermogen van circa nul in 2017 resulteerde. Op basis van de actuele ramingen lijkt en per ultimo 2017 toch een tekort te resulteren.

Figuur 5: Financieringsstromen Wlz

 

Burgers

     

Uitgaven Zorg

Zorgverleners

 

Zorgkantoren CAK

     
 

SVB

 
     

PGB

       

Eigen bijdragen

Fonds langdurige zorg

 

ZiNl

 

Wlz-premie

 
     
 

BIKK

Rente

 
 

Overheid

Belasting

   

4.3 De financiering in 2017

4.3.1 Zorgverzekeringswet (Zvw)

Tabel 10 geeft een overzicht van de uitgaven en inkomsten uit hoofde van de Zorgverzekeringswet (Zvw)4.

De ontwikkelingen bij de financiering van de Zvw in 2017 worden gedomineerd door vier zaken:

– De (in historisch perspectief) lage groei van de zorguitgaven. Deze leidt tot een beperkte premiestijging en het niet oplopen van het eigen risico. – De afbouw van de rijksbijdrage die in 2015 is geïntroduceerd om de premiegevolgen van de overheveling geleidelijk te laten verlopen.

Hierdoor stijgen de premies. – De lage vaststelling van de nominale premie 2016 door verzekeraars.

Hierdoor is de beoogde 50/50-verhouding tussen nominale premie en inkomensafhankelijke bijdrage (IAB) niet gerealiseerd. In 2017 moet deze 50/50-verhouding worden hersteld, waardoor de nominale premie meer moet stijgen dan de IAB. – De veronderstelde afbouw van reserves door verzekeraars. Dit drukt de premiestijging.

De Zvw-uitgaven vallend onder het BKZ worden voor 2017 geraamd op € 46,5 miljard; een groei van € 1,5 miljard ten opzichte van de uitgaven in 2016. De ontwikkeling van de Zvw-uitgaven wordt elders in dit Financieel Beeld Zorg toegelicht. De groei van de Zvw-uitgaven betreft vooral groei bij de zorguitgaven van zorgverzekeraars. Deze stijgen met € 1,4 miljard van 2016 naar 2017. De rechtstreekse betalingen vanuit het Zorgverzekeringsfonds (beschikbaarheidbijdragen en uitgaven in het kader van internationale verdragen) groeien naar verwachting met € 0,1 miljard.

Bij de beheerskosten en reserveopbouw van zorgverzekeraars wordt een daling van € 0,3 miljard verwacht ten opzichte van de raming voor 2016. Deze daling wordt deels veroorzaakt doordat de beheerskosten van zorgverzekeraars naar huidige inschatting lager uitkomen. Daarnaast zullen zorgverzekeraars in 2017 naar verwachting meer interen op hun reserves dan dat zij in 2016 deden5. Ondanks dat zorgverzekeraars in 2016

Enkele cijfers in deze paragraaf worden vertekend door zogenaamde DBC-hobbels. Verzekeraars dienen de schade in jaar t+1 die hoort bij DBC’s geopend in jaar t in jaar t te verantwoorden, terwijl bij verrichtingenfinanciering de schade uit jaar t+1 op jaar t+1 drukt. De overgang van verrichtingenfinanciering naar DBC’s leidt dus tot hogere schade; het verkorten van de dbc-duur leidt tot lagere schade. Het betreft echter geen echte extra schade, maar een schadelastverschuiving, die ook geen invloed heeft op de feitelijke inkomsten van zorgaanbieders. Deze schadelastverschuiving hangt ook niet samen met meer of minder geleverde zorg. Daarom zijn DBC-hobbels niet relevant voor het BKZ en het EMU-saldo. Om te voorkomen dat de niet-relevante schadelastverschuiving leidt tot effecten op de nominale premie, wordt de schadelastverschuiving volledig opgevangen via de vereveningsbijdrage. Om te voorkomen dat de vermogenseffecten van de niet-relevante DBC-hobbels bij het naar nul brengen van het vermogen van het zorgverzekeringsfonds tot premie-effecten leiden, wordt dit effect via bijstellingen van het normvermogen gecompenseerd. Om een zuiver zicht te krijgen op de echte ontwikkelingen is in de tabellen 10 en 11 gecorrigeerd voor DBC-hobbels. Er dedn zich DBC-hobbels voor in 2008 (stijging schadelast door introductie DBC’s in de curatieve ggz), in 2013 (stijging schadelast door introductie van DBC’s in de geriatrische revalidatiezorg), in 2014 (daling schadelast door de overheveling van de jeugd-ggz en daarmee de beëindiging van DBC’s per eind 2014) en in 2015 (daling schadelast MSZ door verkorting van de DBC-duur). Voor 2015 en 2016 is de reserveopbouw bij verzekeraars technisch bepaald als het saldo van de in deze begroting geraamde inkomsten van verzekeraars uit nominale premie, eigen betalingen en de vereveningsbijdrage enerzijds en de in deze begroting geraamde uitgaven van verzekeraars anderzijds.

5

middelen hebben ingezet ter verlaging van de premie beschikken zorgverzekeraars naar verwachting nog over voldoende reserves om ook de premieontwikkeling 2017 te mitigeren. Verondersteld wordt dat zorgverzekeraars in 2017 een significant deel van de overreserves gaan teruggeven (€ 2,0 miljard). Bij de raming van de premie is ervan uitgegaan dat zorgverzekeraars via een geleidelijke afbouw van de reserves inzetten op een stabiele premieontwikkeling. De verwachting is dat de solvabiliteitsratio van zorgverzekeraars – de verhouding tussen aanwezige solvabiliteit en minimaal vereiste solvabiliteit – weliswaar zal dalen, maar dat zij wel boven de minimale wettelijke eis zullen blijven. De overige baten van het ZVF (rentebaten, bijdragen van verdragsgerechtigden, kosten en opbrengsten wanbetalers en onverzekerden) zijn vrijwel constant.

Naar huidige inschatting zal het Zorgverzekeringsfonds per ultimo 2016 een vermogenssaldo van € 0,2 miljard hebben. Er dient in 2017 dus een overschot van € 0,2 miljard te worden weggewerkt.

De hierboven beschreven ontwikkeling van lasten, saldo en overige baten leidt ertoe dat er in 2017 € 45,3 miljard aan premies, rijksbijdragen en eigen betalingen nodig zijn; dit is € 0,4 meer dan in 2016. Van de € 45,3 miljard wordt € 0,9 miljard opgevangen door de rijksbijdrage HLZ. De resterende € 44,4 miljard wordt door de inkomensafhankelijke bijdragen, de nominale premie, de rijksbijdrage kinderen en de eigen betalingen gefinancierd zoals weergegeven in tabel 10. De ontwikkelingen daarbij worden later in deze paragraaf toegelicht.

 

Tabel 10 Financiering Zvw (bedragen x € 1 miljard)

 

2015

2016

2017

Uitgaven ten laste van de macropremielast

     

Zorguitgaven zorgverzekeraars

41,1

42,5

43,9

Rechtstreekse uitgaven Zorgverzekeringsfonds

2,3

2,5

2,5

BKZ-relevante uitgaven

43,4

45,0

46,5

Beheerskosten/reserveopbouw zorgverzekeraars

0,6

  • 0,7
  • 1,0

Overige baten zorgverzekeringsfonds4

0,0

0,0

0,0

Saldo Zorgverzekeringsfonds

0,2

0,7

  • 0,2

Totaal te financieren

44,3

44,9

45,3

Rijksbijdrage HLZ

  • 1,8
  • 1,4
  • 0,9

Te financieren uit premies /eigen betalingen

42,5

43,6

44,4

Financiering

     

Inkomensafhankelijke bijdrage

21,2

21,6

21,8

Nominale premie

15,5

16,3

16,9

Rijksbijdrage kinderen

2,5

2,5

2,5

Eigen betalingen

3,2

3,2

3,2

Totaal

42,5

43,6

44,4

Bron: VWS. De meeste cijfers in de kolom 2015 zijn afkomstig van of afgeleid van informatie van het Zorginstituut Nederland (ZiNL). De rechtstreekse uitgaven van het ZVF en het cijfer voor de zorguitgaven van zorgverzekeraars (voor alle sectoren behalve ziekenhuizen) zijn gebaseerd op ZiNL-informatie van juni 2016. Voor de ziekenhuizen is het cijfer deels gebaseerd op ZiNL- en deels op NZa-informatie. De nominale premie en de inkomensafhankelijke bijdrage zijn overgenomen van het CPB. De rijksbijdrage is gebaseerd op het VWS-jaarverslag en komt overeen met ZiNL-informatie van maart. Dit laatste geldt ook deels voor de post overige baten (rentebaten, wanbetalers, onverzekerden, verdragsgerechtigden). Deels is hierbij aangesloten bij het jaarverslag uitvoeringstaken van het ZiNL. De post beheerskosten/reserveopbouw zorgverzekeraars is het saldo van de nominale premies, eigen betalingen en de bijdrage aan verzekeraars uit het fonds enerzijds en de geraamde zorguitgaven van zorgverzekeraars anderzijds (toevoegingen en onttrekkingen aan reserves worden in deze post meegenomen).

Het Zorgverzekeringsfonds (ZVF)

In tabel 11 staan de uitgaven en inkomsten van het ZVF en de individuele zorgverzekeraars. Hierin staan de posten uit tabel 10, maar daarnaast betalingen van het fonds aan de zorgverzekeraars.

 

Tabel 11 Exploitatie en premiestelling Zvw (bedragen x € 1 miljoen)

 

2015

2016

2017

ZVF

     

Uitgaven

25.282,1

24.821,1

25.323,1

– Uitkering aan zorgverzekeraars voor zorg

22.824,3

22.218,7

22.669,8

– Uitkering voor beheerskosten kinderen

153,3

143,9

138,5

– Rechtstreekse uitgaven ZVF

2.304,5

2.458,4

2.514,8

Inkomsten

25.516,8

25.481,7

25.167,6

– Inkomensafhankelijke bijdrage

21.238,0

21.620,9

21.776,0

– Rijksbijdrage kinderen

2.470,8

2.508,7

2.490,5

– Rijksbijdrage HLZ

1.804,0

1.353,0

902,0

– Overige baten

4,0

  • 0,9
  • 0,9

Exploitatiesaldo

234,7

660,6

  • 155,5

Idem, niet gecorrigeerd voor DBC-hobbels

919,2

660,6

  • 155,5

Vermogen ZVF

  • 1.191,1
  • 530,5
  • 686,0

Vermogensnorm

  • 689,0
  • 689,0
  • 689,0

Vermogenssaldo ZVF

  • 502,0

158,6

3,1

INDIVIDUELE VERZEKERAARS

     

Uitgaven

41.742,6

41.812,7

42.937,5

– Zorg

41.115,2

42.517,1

43.941,4

  • Beheerskosten/exploitatiesaldi

627,3

  • 704,4
  • 1003,9

Inkomsten

41.742,6

41.812,7

42.937,5

– Uitkering van ZVF voor zorg

22.824,3

22.218,7

22.669,8

– Uitkering van ZVF voor beheerskosten kinderen

153,3

143,9

138,5

– Nominale rekenpremie

16.057,5

17.461,9

18.095,9

– Nominale opslagpremie

  • 510,2
  • 1.206,6
  • 1.153,8

– Eigen risico

3.190,7

3.194,8

3.187,1

– Overige baten

27,0

-

-

De grootste uitgavenpost van het Zorgverzekeringsfonds is de vereveningsbijdrage; de bijdrage aan de verzekeraars ter gedeeltelijke dekking van de zorgkosten. Deze bijdrage resulteert uit toepassing van de 50/50-regel. Die regel bepaalt – gegeven de totale lasten en gegeven de ontwikkeling van het eigen risico en de rijksbijdrage – hoe de inkomensafhankelijke bijdrage en de nominale premie zich moeten ontwikkelen. Daaruit volgt voor 2017 een stijging van de opbrengst van de nominale premie met € 0,7 miljard6. Gegeven de geraamde ontwikkeling van de zorguitgaven van verzekeraars, eigen betalingen, beheerskosten en reserveafbouw van verzekeraars, wordt dit mogelijk via een stijging van

De nominale premie en de IAB dienen beide met € 0,4 miljard te stijgen als bijdrage in de totale uit premies te financieren kosten. Daarnaast dient de nominale premie te stijgen en de IAB te dalen omdat de verzekeraars hun premie 2016 € 0,6 miljard lager hebben vastgesteld dan geraamd in de begroting 2016. Hierdoor is de beoogde 50/50 verdeling in 2016 niet bereikt. Om in 2017 weer op een 50/50 verdeling uit te komen dient de nominale premie € 0,3 miljard te stijgen en de IAB € 0,3 mld te dalen. Daarnaast is er een klein neerwaarts effect op nominale premie en een klein opwaarts effect op de IAB vanwege het corrigeren van de «fout» in de 50/50-verdeling over oude jaren. Over de jaren 2006 tot en met 2016 heeft de IAB naar huidige inschatting € 3,4 miljard meer opgeleverd dan de nominale inkomsten. Deze € 3,4 miljard dient in vier jaar te worden gecorrigeerd. Daarom wordt de IAB in 2017 € 0,8 miljard lager vastgesteld dan de raming van de nominale inkomsten. In de begroting 2016 was deze correctie nog € 0,9 miljard. Per saldo dient de nominale premie hierdoor € 0,7 miljard te stijgen.

6

de bijdrage uit het ZVF aan de zorgverzekeraars voor zorg met € 0,5 miljard7.

De inkomsten van het ZVF bestaan vooral uit de inkomensafhankelijke bijdrage en de rijksbijdrage ter dekking van de fictieve premielast van kinderen tot 18 jaar. Sinds 2015 is er daarnaast een tijdelijke rijksbijdrage HLZ. Via deze rijksbijdrage worden de per saldo resulterende gevolgen van de overheveling van AWBZ-uitgaven naar de Zvw en de overheveling van de jeugd-ggz van de Zvw naar de gemeenten op de premies gecompenseerd. In 2017 is de compensatie 40% en in 2018 wordt deze 20%.

De inkomensafhankelijke bijdrage stijgt van 2016 naar 2017 met € 0,2 miljard. Dit is het saldo van twee ontwikkelingen. De IAB stijgt met € 0,4 miljard vanwege de stijging van de in tabel 10 gepresenteerde totale uit premies te financieren kosten van 2015 op 2016 van € 0,8 miljard. Daar tegenover staat een daling van € 0,3 miljard als gevolg van een verschuiving binnen de lasten op grond van de 50/50-regel8. De rijksbijdrage voor kinderen daalt marginaal. Deze volgt de ontwikkeling van het aantal kinderen en de ontwikkeling van de geraamde nominale premie plus eigen betalingen. Zorgverzekeraars ontvangen uit het ZVF een vergoeding voor de beheerskosten van verzekerde kinderen die afhankelijk is van het aantal verzekerde kinderen. Via het ZVF lopen ook de overige baten (rentebaten, premievervangende bijdragen verdragsgerechtigden, kosten en opbrengsten wanbetalers en kosten en opbrengsten onverzekerden). Deze worden bij de inkomsten geboekt omdat ze niet relevant zijn voor het BKZ.

Zowel het feitelijk vermogen als het vermogenssaldo9 van het Zorgverzekeringsfonds groeien van 2015 op 2016 met € 0,7 miljard. Omdat het Zorgverzekeringsfonds per ultimo 2016 een vermogenssaldo van € 0,2 miljard heeft, dient dit overschot in 2017 te worden weggewerkt. Dat gebeurt via een negatief saldo in 2017.

De individuele verzekeraars

De uitgaven van de zorgverzekeraars bestaan uit de uitgaven aan zorg en de beheerskosten/reserveopbouw. De ontwikkeling hiervan is hiervoor toegelicht. Dat geldt ook voor de bijdrage die zorgverzekeraars ontvangen uit het ZVF ter gedeeltelijke dekking van de zorgkosten die zij moeten betalen. Zorgverzekeraars ontvangen ook het eigen risico van hun verzekerden. De opbrengst van het eigen risico blijft vrijwel gelijk van 2016 op 2017 omdat de indexering van het eigen risico niet leidt tot een bijstelling10.

In 2017 is de vereveningsbijdrage incidenteel met € 11,5 miljoen verhoogd in verband met de compensatie van verzekeraars voor de zogenaamde 365-dagen problematiek. Dit leidt bij de verzekeraars tot een incidentele verhoging van het saldo van € 11,5 miljoen, naast de reserveafbouw van € 2 miljard. Zie voetnoot 6.

De hoogte van het normvermogen resulteert uit het cumulatieve effect van de DBC-hobbels. Dit betreft het gevolg van de introductie van DBC’s in de GGZ in 2008 (– € 1.637 miljoen), de introductie van DBC’s in de geriatrische revalidatie in 2013 (– € 83 miljoen), het afschaffen van DBC’s in de jeugd-ggz bij overheveling naar de gemeenten in 2014 (+€ 346 miljoen). Cumulatief is dit – € 1.374 miljoen; het normvermogen in 2014. In 2015 stijgt het normvermogen met € 685 miljoen naar – € 689 miljoen vanwege de DBC-duurverkorting. 0 Het eigen risico wordt jaarlijks geïndexeerd confrom de stijging van de zorguitgaven. De uitkomst van deze berekening wordt naar beneden afgerond op veelvouden vijf euro. Van 2016 op 2017 is wel sprake van een uitgavenstijging. Die is echter zo klein dat geen stijging van vijf euro wordt bereikt, waardoor het eigen risico op € 385 blijft.

7

8

9

De totale geraamde nominale premie stijgt van 2016 op 2017 met € 0,7 miljard11. Deze stijging betreft een stijging van € 0,6 miljard bij de rekenpremie en van € 0,1 miljard bij de opslagpremie12.

De nominale premies en inkomensafhankelijke bijdragen Hiervoor is toegelicht hoe de uitgaven en inkomsten zich op macroniveau naar huidig inzicht ontwikkelen tussen 2016 en 2017. Daarbij wordt rekening gehouden met de huidige inzichten voor 2016. Die waren nog niet bekend toen de premies 2016 werden vastgesteld. Bij het verklaren van de premiestijging van 2016 naar 2017 op microniveau moet het huidige beeld 2017 worden vergeleken met het beeld 2016 ten tijde van de premievaststelling. Dat is bij de rekenpremie en de inkomensafhankelijke bijdrage de begroting 2016 en bij de opslagpremie de premiestelling door verzekeraars in het najaar van 2015. De opslagpremie is door de verzekeraars € 42 lager vastgesteld dan geraamd in de begroting. Verzekeraars waren daartoe in staat omdat ze uitgingen van lagere zorguitgaven, een grotere reserveafbouw en hogere overige kosten.

De inkomensafhankelijke bijdrage daalt van 6,75% in 2016 naar 6,65% in 2017. Bij de nominale premie wordt een stijging geraamd van € 42; van gemiddeld € 1.199 in 2016 naar gemiddeld € 1.241 in 2017. Voor deze bijstelling is een aantal oorzaken te benoemen.

 

Tabel 12 Oorzaken premieontwikkeling 2017 (in euro’s (nominale premie)

en procentpunten (IAB))

   
 

IAB

Reken-premie

Opslag- premie

Nominale premie

Premies in 2016

6,75%

1.288

  • - 
    89

1.199

  • a. 
    Groei zorguitgaven
  • 0,01%

+27

-

+27

  • b. 
    Saldo Zorgverzekeringsfonds
  • 0,02%
  • 6

-

  • 6
  • c. 
    Reserveontwikkeling verzekeraars
  • 0,02%

+5

  • 9
  • 4
  • d. 
    Afbouw rijksbijdrage HLZ

0,07%

+17

-

+17

  • e. 
    Rechttrekken 50/50-verhouding
  • 0,11%
  • 14

34

+20

  • f. 
    Overige kosten verzekeraars
  • 0,01%

+10

  • 21
  • 11
  • g. 
    Overig en afronding

+0,00%

  • 1

-

  • 1

Totaal

  • 0,10%

38

+4

42

Premies in 2017

6,65%

1.326

  • - 
    85

1.241

  • a. 
    Groei zorguitgaven De zorguitgaven komen naar huidige inschatting € 1,1 miljard hoger uit in 2017 dan volgens de raming 2016 van verzekeraars toen zij de premie 2016 bepaalden. Deze uitgavenstijging leidt – als ook rekening wordt gehouden met de stijging van het aantal verzekerden en de ontwikkeling van de eigen betalingen – tot een stijging van de nominale premie met € 27. De uitgavenstijging leidt ook tot een stijging van de noodzakelijke IAB-opbrengsten. Die komt, rekening houdend met de flinke toename van de IAB-grondslag, tot een daling van de inkomensafhankelijke bijdrage met 0,01 procentpunt.
  • b. 
    Saldo Zorgverzekeringsfonds Voor 2017 wordt gerekend met een saldo van – € 0,2 miljard om een overschot weg te werken. Bij de premiestelling 2016 is gerekend met een saldo van nul. Dit impliceert een daling van het beoogde exploitatiesaldo in het ZVF met € 0,2 miljard. Dit leidt tot een daling

Zie voetnoot 4.

De daling van de opslagpremie is het saldo van lagere beheerskosten/exploitatiesaldi bij verzekeraars (– € 0,3 miljard) en het wegvallen in 2016 van het deel van de meevaller bij de zorguitgaven dat in 2015 toevalt aan de verzekeraars (€ 0,4 miljard). De stijging van de rekenpremie is het saldo van de stijging van de nominale premie (€ 0,7 miljard; zie voetnoot 5) en de daling van de opslagpremie (€ 0,1 miljard).

11

12

van de nominale premie met € 6 en tot een daling van de inkomensafhankelijke bijdrage met 0,02 procentpunt.

  • c. 
    Reserveontwikkeling verzekeraars

Voor 2017 wordt gerekend met een afbouw van reserves van € 2,0 miljard. Dit is € 0,1 miljard meer dan de reserveafbouw waarvan verzekeraars uitgingen bij hun premiestelling 2016. De grotere reserveafbouw dan in 2016 werkt volledig door in lagere opslagpre-mies, die daardoor kunnen dalen met € 9. Omdat de reserveopbouw deel uit maakt van de totale uit premies te financieren last, dient de lagere reserveopbouw voor de helft neer te slaan in een lagere IAB en voor de helft in een lagere nominale premie. Dat gebeurt door de rekenpremie te verhogen (met € 5), waardoor de bijdrage aan verzekeraars daalt en een daling van de IAB met 0,02 procentpunt mogelijk wordt. De totale nominale premie daalt daarom met € 4 als gevolg van de reserveontwikkeling (€ 9 – € 5).

  • d. 
    Afbouw rijksbijdrage HLZ

De overheveling van AWBZ-uitgaven naar de Zvw wordt deels gedekt via een tijdelijke rijksbijdrage HLZ die in vier jaar geleidelijk afloopt. Deze rijksbijdrage bedraagt € 1,4 miljard in 2016 en € 0,9 miljard in 2017. De daling van deze rijksbijdrage met € 0,4 miljard leidt tot een stijging van de nominale premie met € 17 en tot een stijging van de IAB met 0,07 procentpunt.

  • e. 
    Rechttrekken 50/50-verhouding

De verzekeraars hebben de premie 2016 ruim € 40 lager vastgesteld dan geraamd in de VWS-begroting 2016. Dit was mogelijk omdat zij bij hun premiestelling uitgingen van lagere uitgaven dan waarmee VWS had gerekend en omdat ze meer reserves hebben afgebouwd dan verondersteld in de begroting. Indien in de VWS begroting al gerekend was met de lagere uitgaven en de grotere reserveafbouw, dan zou deze meevaller van € 0,6 miljard 50/50 verdeeld zijn over lagere nominale premie en lagere IAB. De verzekeraars hebben de meevaller geheel ingezet in lagere nominale premies. Die nominale premie is daardoor in 2016 lager uitgekomen dan resulteert uit de 50/50-verhouding. In de raming wordt er van uitgegaan dat in 2017 weer wordt voldaan aan de 50/50-verhouding. Daarnaast dient de «fout» uit het verleden in vier jaar gecompenseerd te worden. Dat leidt tot een stijging van de nominale premie met € 20 en tot een daling van de IAB met 0,11 procentpunt13.

  • f. 
    Overige kosten verzekeraars

In de premiestelling 2016 hebben de verzekeraars rekening gehouden met € 1,3 miljard als saldo van bedrijfskosten, overige kosten en beleggingen. In de begroting wordt voor het saldo van beheerskosten en beleggingen gerekend met € 1,0 miljard. De daling van € 0,3 miljard leidt tot een daling van de nominale premie van € 11 en een daling van de inkomensafhankelijke bijdrage met circa 0,01 procentpunt.

De uitgavenmeevaller en de grotere inzet van reserves hebben een afwijkend effect op rekenen opslagpremie. Als de grotere inzet van reserves in 2015 was verwerkt in de begroting 2016, dan zou deze net als nu is gebeurd voor 100% zijn neergeslagen in de opslagpremie. Er zou dan echter ook een hogere rekenpremie zijn vastgesteld (die de bijdrage aan verzekeraars zou drukken en daarmee een IAB-verlaging mogelijk zou maken). De hogere rekenpremie moet nu nog worden verwerkt. Als de uitgavenmeevaller al in de begroting bekend zou zijn geweest, dan zou deze hebben geleid tot een daling van de rekenpremie en de IAB, maar niet tot een effect op de opslagpremie. De meevaller is nu juist volledig verwerkt in een lagere opslag-premie. Via een hogere opslagpremie en een lagere rekenpremie wordt dit effect nu gecorrigeerd. Per saldo leidt de 50/50 correctie dus vooral tot een hogere opslagpremie.

13

  • g. 
    Overige posten en afronding

De ontwikkelingen bij de overige baten van het fonds en de rijksbijdrage voor kinderen leiden tot kleine bijstellingen. Deze effecten plus afrondingsverschillen leiden tot een daling van de nominale premie met € 1.

 

Tabel 13 Premieoverzicht Zvw1

 

2015

2016

2017

Inkomensafhankelijke bijdrage normaal (in %)

6,95

6,75

6,65

Inkomensafhankelijke bijdrage verlaagd (in %)2

4,85

5,50

5,40

Nominale rekenpremie

1.196

1.288

1.326

Nominale opslagpremie (gemiddeld)3

  • 38
  • 89
  • 85

Nominale premie totaal (gemiddeld)3

1.158

1.199

1.241

Nominale premie totaal 18-

0

0

0

Verplicht eigen risico

375

385

385

Standaardpremie3

1.408

1.468

1.482

Maximale zorgtoeslag eenpersoonshuishouden3

942

998

1.018

Maximale zorgtoeslag meerpersoonshuishou-

     

den3

1.791

1.905

1.947

1  Afgezien van de inkomensafhankelijke bijdrage betreft dit jaarbedragen in euro.

2  De zelfstandigen en gepensioneerden betalen de verlaagde inkomensafhankelijke bijdrage

3  Het cijfer 2017 betreft een raming.

Bron: VWS

De zorgtoeslag

De Wet op de zorgtoeslag bepaalt dat een huishouden maximaal een bepaald percentage van het inkomen dient bij te dragen aan de nominale premie en het verplicht eigen risico. De hoogte van de zorgtoeslag wordt bepaald door de standaardpremie (de geraamde gemiddelde nominale premie voor een zorgverzekering plus het geraamde gemiddelde te betalen bedrag vanwege het verplicht eigen risico) en het huishoudin-komen van de ontvanger14.

De percentages die bepalen hoeveel een huishouden zelf moet betalen wijzigen in 2017 omdat de zorgtoeslag als een van de middelen is ingezet om te komen tot een evenwichtig koopkrachtbeeld in 2017. Dit heeft er toe geleid dat de normpercentages voor alleenpersoonshuishoudens en meerpersoonshuishoudens beperkt dalen ten opzichte van 2016.

De raming voor de standaardpremie 2017 bedraagt € 1.482. Dit komt overeen met de eerder genoemde raming van de nominale premie van € 1.241 plus het geraamde gemiddelde eigen risico. Per saldo zal door de ontwikkeling van de standaardpremie, de stijging van het wettelijk minimumloon en de hiervoor beschreven bijstellingen van de percentages de premiestijging voor rechthebbenden op zorgtoeslag voor circa 50% worden gecompenseerd via een stijging van de zorgtoeslag.

De Belastingdienst/toeslagen ontvangt – voordat de zorgtoeslag feitelijk wordt uitgekeerd – een geactualiseerde inschatting van de hoogte van de nominale premie nadat de zorgverzekeraars hun premie bekend hebben gemaakt.

14 Er geldt niet één percentage over het gehele inkomen. Elk huishouden dient een percentage van het minimumloon bij te dragen en huishoudens met een inkomen boven het minimumloon, dienen daarenboven nog een (ander) percentage van hun inkomen boven het minimumloon bij te dragen, Als de standaardpremie hoger is dan het bedrag dat het huishouden dient bij te dragen, wordt het verschil gecompenseerd via de zorgtoeslag.

4.3.2. Wet Langdurige Zorg (Wlz)

 

Tabel 14 Exploitatie en premiestelling Wlz (bedragen x € 1 miljoen)

   

2015

2016

2017

FONDS LANGDURIGE ZORG

     

Uitgaven

 

19.915,9

19.823,4

20.024,0

– Zorguitgaven

 

19.756,8

19.675,8

19.834,5

– Beheerskosten

 

159,1

147,6

189,5

Inkomsten

 

20.403,8

19.234,8

19.685,9

– Procentuele premie

 

15.287,9

14.028,4

14.407,3

– Eigen bijdragen

 

1.865,9

1.826,1

1.815,3

  • BIKK
 

3.250,0

3.380,4

3.463,3

– Overige baten

 

0,0

0,0

0,0

Exploitatiesaldo

 

487,9

  • 588,6
  • 338,1

Vermogen Algemeen

Fonds

487,9

  • 100,7
  • 438,7

Procentuele premie (in %)

9,65

9,65

9,65

Bron: VWS

De uitgaven in het kader van de Wlz worden gefinancierd uit het Fonds Langdurige Zorg (Flz). Tabel 14 geeft een overzicht van de uitgaven en inkomsten van dit fonds.

De uitgaven in deze tabel komen overeen met de Wlz-uitgaven uit tabel 5. De inkomsten van het fonds worden gevormd door de premie-inkomsten, de eigen bijdragen en de Bijdrage in de Kosten van Kortingen (BIKK). De Wlz-premie is in de begroting 2015 vastgesteld op 9,65% omdat met dit percentage en de toenmalige ramingen per ultimo 2017 een vermogen van circa nul in het Flz zou ontstaan. Op basis van de huidige ramingen lijkt er per ultimo 2017 toch een tekort te resulteren.

4.4 Wat betaalt de gemiddelde burger aan zorg

Figuur 6 laat zien dat de gemiddelde volwassene in Nederland in 2017 op basis van de ramingen in deze begroting € 5.347 betaalt aan collectief gefinancierde zorg. Dat betreft niet alleen de nominale premie en de eigen betalingen (eigen risico Zvw en eigen bijdragen AWBZ). Een Nederlander betaalt gemiddeld ook een fors bedrag aan Wlz-premie. De inkomensafhankelijke bijdrage wordt voor een beperkt deel rechtstreeks door burgers betaald (gepensioneerden en zelfstandigen) en voor het grootste deel door werkgevers. Dat laatste deel beïnvloedt de loonruimte en is daarom wel meegenomen. Via de zorgtoeslag ontvangt de gemiddelde burger een bedrag ter gedeeltelijke compensatie van de nominale premie en het eigen risico. Als laatste is meegenomen het bedrag dat via belastingen wordt opgebracht ter dekking van de begrotingsgefinancierde zorguitgaven, de rijksbijdragen en de zorgtoeslag.

Het bedrag dat de gemiddelde burger bijdraagt aan de zorg stijgt van 2016 op 2017 met 0,4%. Dit is het saldo van een aantal, deels samenhangende ontwikkelingen. Zo stijgt de nominale premie van 2016 op 2017 omdat de rijksbijdrage HLZ daalt van 2015 op 2016. Die dalende rijksbijdrage leidt ertoe dat er via belasting minder hoeft te worden opgebracht. Daarnaast hangt de stijging van de zorgtoeslag rechtstreeks samen met de stijging van de nominale premie.

De bedragen in de figuur zijn een gemiddelde per volwassene. Sommige mensen betalen meer en anderen betalen minder. Hoeveel iemand precies betaalt is afhankelijk van zijn inkomen (en bij recht op zorgtoeslag ook van het inkomen van zijn partner). Huishoudens met een laag inkomen betalen minder dan € 5.347 per persoon en huishoudens met een hoger inkomen meer, omdat de meeste posten inkomensafhankelijk zijn. Dat is het geval bij de inkomensafhankelijke Wlz-premies, de inkomensafhankelijke bijdrage Zvw (IAB), de inkomensafhankelijke eigen bijdrage Wlz en de belastingen. Omdat huishoudens met een laag of middeninkomen een inkomensafhankelijke zorgtoeslag ontvangen ter compensatie van de nominale premie en het eigen risico, geldt ook bij de nominale premies en het eigen risico dat de nettolast hiervan in samenhang met de zorgtoeslag toeneemt met het inkomen.

Figuur 6: Lasten per volwassene aan zorg in 2016 en 2017 (in euro’s per jaar)

7.000

6.000 5.000 4.000 3.000 2.000 1.000 0 -1.000

 

€ 5.334 € 5.347

         
         
         
   
 

1.595

 

1.596

 
         

1.111

1.122

       

1.370

 

1.345

 
         
         

2016

2017

  • 5. 
    Meerjarige ontwikkeling van de BKZ-uitgaven en -ontvangsten

5.1. Ontwikkeling van de BKZ-uitgaven en -ontvangsten 2007–2017

Realisatiecijfers in de zorg ijlen nog enige jaren na. Daardoor kunnen er ook na het verschijnen van VWS-jaarverslagen nog aanpassingen in de cijfers plaatsvinden. In tabel 15 wordt de ontwikkeling van de BKZ-uitgaven en -ontvangsten voor de jaren 2007–2017 weergegeven zoals gemeld in de diverse VWS-jaarverslagen en de naar huidige inzichten actuele VWS-stand. De jaren 2012 en daarvoor zijn definitief.

 

Tabel 15 Ontwikkeling van

de BKZ-uitgaven en

-ontvangsten 2007–2017 (bedragen x

€ 1 miljoen)

     
 

2007

2008

2009

20101

2011

2012

2013

2014

20152

20162

20172

BKZ-uitgaven en

                     

-ontvangsten actuele

                     

VWS-stand

                     

Zorgverzekeringswet

                     

(Zvw)

                     

Bruto-uitgaven

26.077

31.465

33.756

35.474

35.983

36.672

39.210

39.384

42.735

44.976

46.456

Ontvangsten

2.047

1.311

1.364

1.481

1.499

1.932

2.666

3.125

3.218

3.195

3.187

Netto-uitgaven

24.030

30.155

32.392

33.993

34.484

34.739

36.544

36.259

39.518

41.781

43.269

Wet langdurige zorg

                     

(Wlz)

                     

Bruto-uitgaven

22.852

21.806

23.221

24.135

25.222

27.865

27.452

27.806

19.916

19.823

20.024

Ontvangsten

1.618

1.618

1.594

1.478

1.620

1.697

1.915

1.971

1.866

1.826

1.815

Netto-uitgaven

21.235

20.188

21.627

22.657

23.603

26.169

25.537

25.835

18.050

17.997

18.209

Begrotingsgefinancierde

                     

BKZ-uitgaven

                     

Bruto-Wmo 2015

                     

(Gemeentefonds)

1.411

1.475

1.533

1.541

1.456

1.511

1.561

1.714

4.943

4.945

4.701

Bruto-Jeugdwet

                     

(Gemeentefonds)

               

2.034

1.920

1.835

Bruto-overig

                     

begrotingsgefinancierd

                     

(VWS-begroting)

636

783

824

1.327

1.820

1.893

594

577

491

486

530

Bruto-begrotingsgefinancierde

                   

BKZ-uitgaven

2.047

2.258

2.357

2.868

3.276

3.405

2.155

2.291

7.468

7.351

7.066

Ontvangsten

 

39

63

73

51

21

         

Netto-begrotingsgefinancierde

                   

BKZ-uitgaven

2.047

2.219

2.294

2.794

3.226

3.384

2.155

2.291

7.468

7.351

7.066

Bruto-BKZ-uitgaven

50.977

55.530

59.335

62.476

64.481

67.942

68.817

69.481

70.119

72.150

73.546

BKZ-ontvangsten

3.665

2.968

3.022

3.032

3.170

3.650

4.581

5.096

5.084

5.021

5.002

Netto-BKZ-uitgaven

47.312

52.562

56.313

59.444

61.312

64.292

64.237

64.385

65.035

67.129

68.544

1  Exclusief de eenmalige stimuleringsimpuls voor de bouw uit het aanvullend coalitieakkoord Balkenende IV (€ 320 miljoen) die niet aan het BKZ is toegerekend.

2  Ingaande 2015 is de Wet langdurige zorg in werking getreden.

Bron: Financieel Beeld Zorg uit de Jaarverslagen VWS, diverse jaren en de actuele VWS stand.

Figuur 7 Bijstellingen van de netto-BKZ-uitgaven Zvw en AWBZ/Wlz na het verschijnen van de VWS-jaarverslagen 2005–2015

2,0%

0,0%

-2,0%

 

0,7%

0,3%

1,5%

 

1,4%

0,5%

n

-0,1% -0,6%

U

-0,9%

-0,6%

L

-1,1%

-

2005           2006          2007

2008

2009

2010

2011

2012

2013

2014

2015

Procentuele bijstelling

In figuur 7 zijn de bijstellingen van de netto-BKZ-uitgaven van de Zvw en de AWBZ/Wlz na het verschijnen van de VWS-jaarverslagen grafisch weergegeven voor de jaren 2005–2015. Uit de grafiek blijkt dat de bijstellingen na publicatie van het jaarverslag een grillig patroon kennen. Er zijn zowel jaren waarin de zorguitgaven hoger zijn uitgekomen dan vermeld in het jaarverslag als jaren waarin de zorguitgaven neerwaarts zijn bijgesteld. De omvang van de bijstelling blijft in de meeste jaren binnen een bandbreedte van 1%, met een maximale uitschieter van 1,5% in 2008. Voor 2015 is vooralsnog sprake van een zeer beperkte bijstelling. De bijstelling voor het jaar 2015 wordt in het verdiepingshoofdstuk nader toegelicht.

5.2. Horizontale groeiontwikkeling van de zorguitgaven 2013–2017

In deze paragraaf wordt de horizontale groeiontwikkeling van de zorguitgaven grafisch weergegeven en toegelicht voor de periode van het Kabinet Rutte-Asscher (2013–2017). De horizontale groeiontwikkeling geeft de jaar op jaar ontwikkeling van de netto-BKZ-uitgaven weer.

Hierbij worden een tweetal groeiontwikkelingen onderscheiden: Nominale groeiontwikkeling;

De nominale groeiontwikkeling is de groei van de zorguitgaven inclusief de loon- en prijsontwikkeling. Reële groeiontwikkeling;

De reële groeiontwikkeling is de ontwikkeling van de zorguitgaven gecorrigeerd voor de prijsontwikkeling van het BBP.

In figuur 8 is de horizontale groeiontwikkeling van de netto-BKZ-uitgaven, gecorrigeerd voor overhevelingen (zoals overheveling naar de begroting van VWS en V&J) en technische bijstellingen (zoals technische correctie in verband met verkorting dbc duur), grafisch weergegeven voor de jaren 2013-2017.

Figuur 8 Horizontale groeiontwikkeling van de totale zorguitgaven 2013–2017

70

69

68

67

66

65

64

63

62

61

60

68,7

67,3

65,9

64,7

64,2

0,8%

0,0%

-1,5%

2,1%

1,5%

1,3%

2013

2014

2015

2016

2017

10,0%

9,0%

8,0%

7,0%

6,0%

5,0%

4,0%

3,0%

2,0%

1,0%

0,0%

-1,0%

-2,0%

Netto-BKZ-uitgaven1

64,2

64,7

65,9

67,3

68,7

Nominale groei

-0,1%

0,8%

1,8%

2,1%

2,0%

Reële groei

-1,5%

0,0%

1,3%

1,5%

1,3%

Dit betreft de netto-BKZ-uitgaven gecorrigeerd voor overhevelingen en technische bijstellingen.

De gemiddelde reële groei van de totale zorguitgaven in de negen jaar (1997–2005) voor de introductie van de Zvw was 3,7%. De gemiddelde groei vanaf de introductie van de Zvw in 2006 (2007–2017) bedraagt naar verwachting 3,1%. De gemiddelde reële groei vanaf de introductie van de Zvw en vóór de Kabinetsperiode Rutte II (2007–2012)15 was 5,2%. De

15 Het jaar 2006 (overgangsjaar Zvw) is niet meegenomen in de berekening van de gemiddelde groeiontwikkeling.

1

gemiddelde reële groei binnen deze kabinetsperiode (2013–2017) bedraagt 0,5% en is daarmee lager dan de voorafgaande perioden. Deze trend doet zich voor bij zowel de totale zorguitgaven als bij de Zvw en AWBZ/Wlz.

Zvw-uitgaven

In figuur 9 is de horizontale groeiontwikkeling van de netto-Zvw-uitgaven, gecorrigeerd voor technische bijstellingen (zoals technische correctie in verband met verkorting dbc duur) en overhevelingen (zoals overhevelingen als gevolg van de hervorming AWBZ), grafisch weergegeven voor de jaren 2013–2017.

Figuur 9 Horizontale groeiontwikkeling netto-Zvw-uitgaven 2013–2017

50

45

40

35

30

25

20

15

10

31,7

31,6

33,0

34,2

35,2

-0,2%                            -0,4%

-1,2%

2013

2014

2015

2016

2017

14,0%

12,0%

10,0%

8,0%

6,0%

4,0%

2,0%

0,0%

-2,0%

Netto-Zvw-uitgaven1

31,7

31,6

33,0

34,2

35,2

Nominale groei

-0,2%

-0,4%

4,6%

3,5%

3,1%

Reële groei

-1,6%

-1,2%

4,2%

2,8%

2,3%

1 Dit betreft de netto-Zvw-uitgaven gecorrigeerd voor overhevelingen en technische bijstellingen.

De gemiddelde reële groei van de Zvw-uitgaven in de negen jaar (1997–2005) voor de introductie van de Zvw was 3,2%. De gemiddelde groei vanaf de introductie van de Zvw in 2006 (2007–2017) bedraagt naar verwachting 2,9%. De gemiddelde reële groei vanaf de introductie van de Zvw en vóór de Kabinetsperiode Rutte II (2007–2012) was 4,2%. De gemiddelde reële groei binnen deze kabinetsperiode (2013–2017) bedraagt 1,3% en is daarmee lager dan de voorafgaande perioden.

5

0

Uitgaven AWBZ/Wlz

In figuur 10 is de horizontale groeiontwikkeling van netto-AWBZ/Wlz-uitgaven, gecorrigeerd voor overhevelingen (zoals overhevelingen als gevolg van de hervorming AWBZ), grafisch weergegeven voor de jaren 2013–2017.

Figuur 10 Horizontale groeiontwikkeling netto-AWBZ/Wlz-uitgaven 2013–2017

30

29

28

29,7

29,5

29,2

28,9

-0,5%

0,9% 0,6% 0,3%                                                                      0,3%

2013

2014

2015

2016

30,1

1,3%

0,5%

2017

5,0%

4,0%

3,0%

2,0%

1,0%

0,0%

-1,0%

Netto-AWBZ/Wlz-uitgaven1

28,9

29,2

29,5

29,7

30,1

Nominale groei

0,8%

1,1%

1,0%

0,9%

1,3%

Reële groei

-0,5%

0,3%

0,6%

0,3%

0,5%

Dit betreft de netto-AWBZ/Wlz-uitgaven gecorrigeerd voor overhevelingen.

De gemiddelde reële groei van de AWBZ/Wlz in de zes jaar voor deze kabinetsperiode (2007–2012) was 5,3%. De gemiddelde reële groei in deze kabinetperiode (2013–2017) van 0,2% is fors lager dan de periode daarvoor.

1

  • 6. 
    Verdieping Financieel Beeld Zorg

6.1. Verdieping in de BKZ-deelsectoren

In deze verdiepingsparagraaf wordt een overzicht gegeven van de ontwikkelingen van de uitgaven onder het BKZ. Deze verdiepingsparagraaf is opgedeeld in de Zorgverzekeringswet (Zvw) en de Wet langdurige zorg (Wlz). De bijstellingen zijn per deelsector toegelicht. Dit geeft een overzichtelijker en gedetailleerder beeld van de budgettaire ontwikkelingen binnen de afzonderlijke onderdelen van de zorg. De bijstellingen zijn weergegeven ten opzichte van de ontwerpbegroting 2016. De toelichtingen zijn onderverdeeld in verschillende categorieën: nominaal, autonoom, beleidsmatig en technisch.

Onder de categorie nominaal wordt de loon- en prijsbijstelling verantwoord. De vergoeding voor de loon- en prijsontwikkeling wordt voor alle zorgsectoren in eerste instantie gereserveerd op de deelsectoren nominaal en onverdeeld. Daar staat de raming voor de jaren 2017 tot en met 2021. De tranche 2016 is toegedeeld aan de sectoren.

De autonome bijstellingen bevatten onder meer de actualisering van de zorguitgaven op basis van de meest recente cijfers van het Zorginstituut en de NZa. Verder wordt hieronder de nominale ontwikkeling als gevolg van de bijstelling van de loon- en prijsontwikkeling op basis van de actuele macro-economische inzichten van het Centraal Planbureau (CPB) opgenomen.

De beleidsmatige bijstellingen zijn het gevolg van politieke prioriteitstelling.

De technische bijstellingen betreffen voornamelijk herschikkingen en financieringsmutaties. Herschikkingen betreffen budgetneutrale verschuivingen tussen verschillende deelsectoren. Bij financieringsmutaties is sprake van een zeker tijdsverloop tussen het moment waarop de NZa de productieafspraken van partijen ontvangt en de verwerking daarvan in de budgetten en de bevoorschotting/declaraties van de instellingen. Als gevolg daarvan is het gebruikelijk dat de financiering binnen een jaargrens afwijkt van de uitgaven (budgetten) in dat jaar. Zo ontstaan zogeheten financieringsachterstanden of -voorsprongen. Deze bijstellingen worden in het daaropvolgende jaar verrekend. Tussen de jaren doen zich daardoor incidentele financieringsschuiven voor. Meerjarig gezien volgt de financiering echter altijd de uitgaven.

6.1.1. Zorgverzekeringswet (Zvw)

In deze paragraaf wordt ingegaan op de financiële ontwikkelingen binnen de Zvw in het afgelopen jaar en de doorwerking hiervan in de periode tot en met 2021. In tabel 16 wordt de opbouw van de Zvw-uitgaven en ontvangsten op deelsector niveau weergegeven. De sector nominaal en onverdeeld bevat de nog niet toebedeelde maatregelen, de nog niet uitgedeelde groeiruimte en loon- en prijsbijstellingen. In deze paragraaf wordt na tabel 16 verder per deelsector ingegaan op de bijstellingen die hebben plaatsgevonden tussen de 1e suppletoire begroting 2016 en de ontwerpbegroting 2017 en de meerjarige doorwerking.

 

Tabel 16 Opbouw van de Zvw-uitgaven en -ontvangsten per

sector (bedragen x € 1 miljoen)

     
 

2015

2016

2017

2018

2019

2020

2021

Eerstelijnszorg

5.129,0

5.394,1

5.503,2

5.515,4

5.515,4

5.515,4

5.515,4

Huisartsenzorg

2.581,8

2.781,0

2.857,8

2.859,7

2.859,7

2.859,7

2.859,7

Multidisciplinaire zorgverlening

468,9

460,4

471,6

471,9

471,9

471,9

471,9

Tandheelkundige zorg Zvw

739,2

739,6

727,5

727,5

727,5

727,5

727,5

Paramedische zorg

675,9

702,5

723,8

733,8

733,8

733,8

733,8

Verloskunde

215,2

221,1

226,0

226,0

226,0

226,0

226,0

Kraamzorg

298,2

312,6

319,7

319,7

319,7

319,7

319,7

Zintuiglijk gehandicapten

149,8

176,9

176,9

176,9

176,9

176,9

176,9

Tweedelijnszorg

22.305,4

23.272,2

23.559,2

23.489,2

23.446,5

23.398,9

23.363,4

Medisch-specialistische zorg

20.353,3

21.306,7

21.335,6

21.258,7

21.215,9

21.168,3

21.132,8

Geriatrische revalidatiezorg en eerstelijns

             

verblijf

703,6

734,9

976,7

976,7

976,7

976,7

976,7

Beschikbaarheidbijdrage academische zorg

644,9

668,7

663,1

669,8

669,9

669,9

669,9

Beschikbaarheidbijdrage kapitaallasten

             

academische zorg

36,7

49,8

52,9

53,0

53,0

53,0

53,0

Beschikbaarheidbijdrage overig medisch-

             

specialistische zorg

76,7

83,3

89,1

89,1

89,1

89,1

89,1

Garantieregeling kapitaallasten

77,7

           

Overig curatieve zorg

412,5

428,8

441,8

441,8

441,8

441,8

441,8

Geneeskundige geestelijke gezondheidszorg

3.564,7

3.735,7

3.807,9

3.816,6

3.820,6

3.820,6

3.820,6

Geneeskundige geestelijke gezondheidszorg

3.564,7

3.735,7

3.807,9

3.816,6

3.820,6

3.820,6

3.820,6

Genees- en hulpmiddelen

6.010,7

6.230,1

6.445,7

6.460,1

6.459,1

6.457,1

6.457,1

Geneesmiddelen

4.491,2

4.639,6

4.840,6

4.853,7

4.852,8

4.850,8

4.850,8

Hulpmiddelen

1.519,4

1.590,5

1.605,1

1.606,4

1.606,3

1.606,3

1.606,3

Wijkverpleging

3.181,1

3.431,7

3.612,8

3.714,4

3.722,4

3.730,9

3.728,5

Wijkverpleging

3.181,1

3.431,7

3.612,8

3.714,4

3.722,4

3.730,9

3.728,5

Ziekenvervoer

614,8

665,9

710,2

710,2

707,9

707,9

707,9

Ambulancevervoer

503,7

549,3

591,8

591,8

589,5

589,5

589,5

Overig ziekenvervoer

111,1

116,6

118,5

118,5

118,5

118,5

118,5

Opleidingen

1.217,2

1.268,3

1.293,5

1.255,0

1.168,4

1.153,1

1.146,0

Beschikbaarheidbijdrage opleidingen Zvw

1.217,2

1.268,3

1.293,5

1.255,0

1.168,4

1.153,1

1.146,0

Grensoverschrijdende zorg

712,3

797,8

775,7

774,9

774,1

773,3

772,5

Grensoverschrijdende zorg

712,3

797,8

775,7

774,9

774,1

773,3

772,5

Nominaal en onverdeeld

 

179,7

748,0

2.671,3

4.776,0

7.115,4

9.687,2

Nominaal en onverdeeld

 

179,7

748,0

2.671,3

4.776,0

7.115,4

9.687,2

Bruto-Zvw-uitgaven ontwerpbegroting 2017

42.735,3

44.975,5

46.456,2

48.407,2

50.390,3

52.672,6

55.198,6

Eigen risico Zvw

3.190,7

3.194,8

3.187,1

3.350,0

3.509,2

3.665,1

3.859,6

Eigen bijdrage Zvw

27,0

           

Zvw-ontvangsten ontwerpbegroting 2017

3.217,7

3.194,8

3.187,1

3.350,0

3.509,2

3.665,1

3.859,6

Netto-Zvw-uitgaven ontwerpbegroting 2017

39.517,5

41.780,7

43.269,0

45.057,2

46.881,1

49.007,5

51.338,9

Bron: VWS, gegevens Zorginstituut over (voorlopige) financieringslasten Zvw en Wlz en NZa-gegevens over de productieafspraken en voorlopige realisatiegegevens.

In figuur 11 is de samenstelling van de Zvw-uitgaven per sector weergegeven voor het jaar 2017.

Figuur 11 samenstelling Zvw-uitgaven 2017

Grensoverschrijdende zorg 2%

Wijkverpleging 8%

Nominaal en onverdeeld

1%

Eerstelijnszorg1 12%

Opleidingen 3%

Geestelijke gezondheidszorg

8%

Genees- en hulpmiddelen

14%

Ziekenvervoer

1%

Tweedelijnszorg 51%

1 De eerstelijnszorg bevat vanaf 2015 ook de multidisciplinaire zorg.

 

Huisartsen (bedragen x € 1 miljoen)

 

2015

2016

2017

2018

2019

2020

2021

Stand ontwerpbegroting 2016

Bijstellingen jaarverslag 2015

Bijstellingen 1e suppletoire begroting

2016

Bijstellingen ontwerpbegroting 2017

 

2.696,1

2.762,3

2.830,6

2.832,4

2.832,4

2.832,4

2.832,4

  • 105,1

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

18,7

18,9

18,9

18,9

18,9

18,9

  • 9,2
  • 0,0

8,3

8,3

8,3

8,3

8,3

Stand ontwerpbegroting 2017

2.581,8

2.781,0

2.857,8

2.859,7

2.859,7

2.859,7

2.859,7

Deze sector bevat de huisartsenzorg. Deze bestaat uit bijzondere betalingen, avond- nacht en weekenddiensten, inschrijftarieven, consultarieven, overige tarieven, resultaatbeloning & zorgvernieuwing huisartsen, verloskundige hulp door huisartsen en het deel van de kwaliteitsgelden dat betrekking heeft op ondersteuning van de eerstelijnszorg.

Toelichting bijstellingen ontwerpbegroting 2017

Autonoom

Actualisering

Van het Zorginstituut zijn geactualiseerde cijfers ontvangen met betrekking tot de gerealiseerde uitgaven in 2015. Als gevolg daarvan vindt in 2015 een bijstelling plaats van € 9,2 miljoen. Met het oog op de afspraken in het Bestuurlijk akkoord eerstelijn wordt deze meevaller incidenteel verwerkt.

9,2

Technisch

Substitutie schuif ggz-haz De kaders voor curatieve ggz en de huisartsenzorg worden per 2017 structureel bijgesteld op basis van de uitkomsten van de «Substitutiemonitor – Rapportage afsprakenmonitor juli 2015».

8,3

8,3

8,3

8,3

8,3

 

Multidisciplinaire zorgverlening (bedragen x € 1 miljoen)

 

2015

2016

2017

2018

2019

2020

2021

Stand ontwerpbegroting 2016

434,4

445,2

456,3

456,6

456,6

456,6

456,6

Bijstellingen jaarverslag 2015

31,7

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

Bijstellingen 1e suppletoire begroting

             

2016

0,0

15,3

15,3

15,3

15,3

15,3

15,3

Bijstellingen ontwerpbegroting 2017

2,8

0,0

  • 0,0
  • 0,0
  • 0,0

0,0

  • 0,0

Stand ontwerpbegroting 2017

468,9

460,4

471,6

471,9

471,9

471,9

471,9

De multidisciplinaire zorgverlening (MDZ)betreft ketenzorg

en geïntegreerde eerstelijnszorg. Binnen de ketens wordt zorg

verleend

waarbij zorgaanbieders van diverse disciplines de zorgonderdelen in samenhang en

in samenwerking

met de betreffende patiënt

leveren.

             

Toelichting bijstellingen ontwerpbegroting 2017

           

Autonoom

             

Actualisering

2,8

           

Van het Zorginstituut zijn geactualiseerde

             

cijfers ontvangen met betrekking tot de

             

gerealiseerde uitgaven in 2015. Als

             

gevolg daarvan vindt in 2015 een

             

bijstelling plaats van € 2,8 miljoen. Met

             

het oog op de afspraken in het Bestuurlijk

             

akkoord eerstelijn wordt deze bijstelling

             

incidenteel verwerkt.

             

Tandheelkundige zorg Zvw (bedragen x € 1 miljoen)

2015

2016

2017

2018

2019

2020

2021

 

Stand ontwerpbegroting 2016

728,0

717,4

717,4

717,4

717,4

717,4

717,4

Bijstellingen jaarverslag 2015

9,8

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

Bijstellingen 1e suppletoire begroting

             

2016

0,0

20,7

20,7

20,7

20,7

20,7

20,7

Bijstellingen ontwerpbegroting 2017

1,4

1,4

  • 10,7
  • 10,7
  • 10,7
  • 10,7
  • 10,7

Stand ontwerpbegroting 2017

739,2

739,6

727,5

727,5

727,5

727,5

727,5

Deze deelsector bevat de eerstelijns tandheelkundige zorg.

Toelichting bijstellingen ontwerpbegroting 2017

Autonoom

Actualisering

Van het Zorginstituut zijn geactualiseerde cijfers ontvangen met betrekking tot de gerealiseerde uitgaven in 2015. Als gevolg daarvan vindt een structurele bijstelling plaats van € 1,4 miljoen.

1,4

1,4

1,4

1,4

1,4

1,4

1,4

Beleidsmatig

Implantaten fronttanden Uitbreiding van de periode voor aanspraak op fronttandvervanging voor jeugdig verzekerden leidt tot structureel hogere uitgaven binnen het tandheelkundig kader van € 1,4 miljoen. Om de huidige aanspraak een effectieve aanspraak te laten maken hebben jeugdig verzekerden tot en met hun 22e levensjaar recht hebben op een uitgestelde behandeling van fronttandver-vanging binnen de reeds gestelde voorwaarden.

1,4

1,4

1,4

1,4

1,4

Indicatiestelling gebitsprothese Gewijzigde richtlijnen, strengere indicatiestelling en wijziging in eigen bedragen systematiek voor de gebitsprothesen leiden tot lagere uitgaven binnen het tandheelkundig kader.

19,4

19,4

19,4

19,4

19,4

Uitdeling groeiruimte tranche 2017 Dit betreft de uitdeling van de groei-ruimte tranche 2017.

5,9

5,9

5,9

5,9

5,9

 

Paramedische zorg (bedragen x € 1 miljoen)

 

2015

2016

2017

2018

2019

2020

2021

Stand ontwerpbegroting 2016

685,0

700,8

700,8

700,8

700,8

700,8

700,8

Bijstellingen jaarverslag 2015

  • 10,4

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

Bijstellingen 1e suppletoire begroting

             

2016

0,0

0,4

0,4

0,4

0,4

0,4

0,4

Bijstellingen ontwerpbegroting 2017

1,3

1,3

22,6

32,6

32,6

32,5

32,5

Stand ontwerpbegroting 2017

675,9

702,5

723,8

733,8

733,8

733,8

733,8

waarvan fysiotherapie

471,8

488,7

496,7

496,7

496,7

496,7

496,7

waarvan oefentherapie

20,2

20,9

31,2

41,2

41,2

41,2

41,2

waarvan logopedie

117,2

119,5

121,3

121,3

121,3

121,3

121,3

waarvan ergotherapie

33,1

34,1

34,5

34,5

34,5

34,5

34,5

waarvan dieetadvisering

33,5

39,4

40,1

40,1

40,1

40,1

40,1

De paramedische zorg omvat fysiotherapie, oefentherapie Caesar, oefentherapie Mensendieck, logopedie, ergotherapie en

dieetadvi-

sering. Dieetadvisering werd voorheen afzonderlijk gepresenteerd.

         

Toelichting bijstellingen ontwerpbegroting 2017

           

Autonoom

             

Actualisering

1,3

1,3

1,3

1,3

1,3

1,3

1,3

Van het Zorginstituut zijn geactualiseerde

             

cijfers ontvangen met betrekking tot de

             

gerealiseerde uitgaven binnen de

             

paramedische zorg in 2015. Als gevolg

             

daarvan vindt er per saldo een structurele

             

bijstelling plaats van € 1,3 miljoen.

             

2015

2016                2017                2018                2019

2020

2021

Beleidsmatig

Oefentherapie bij claudicatio intermittens De aanspraak oefentherapie bij claudi-catio intermittens (etalagebenen) bij perifeer arterieel vaatlijden in fase 2 wordt met ingang van 1 januari 2017 gewijzigd, waardoor aanspraak bestaat op 37 behandelingen gesuperviseerde oefentherapie verspreid over een jaar. Hierbij zullen voor verzekerden van 18 jaar en ouder ook de eerste 20 behandelingen met deze gesuperviseerde oefentherapie ten laste van de Zvw worden vergoed. Door toepassing van een stepped-care-benadering bij de behandeling van claudicatio intermittens fase 2 zal het aantal invasieve behandelingen door een vaatchirurg aanzienlijk worden verminderd en worden de kosten binnen de medisch specialistische zorg bespaard. Volgens berekeningen van het Zorginstituut nemen de kosten voor oefentherapie per saldo met € 20 miljoen per jaar toe en bedragen de besparingen in de medisch-specialistische zorg € 41,5 miljoen. Voor zover de besparingen in de MSZ niet nodig zijn voor dekking van de meerkosten voor oefentherapie, kunnen ze in de MSZ worden ingezet voor de feitelijke invulling van de taakstelling stringent pakketbeheer. In welke mate de beoogde effecten ook daadwerkelijk worden bereikt is afhankelijk van de mate waarin in de praktijk vorm en inhoud wordt gegeven aan gesuperviseerde oefentherapie. Daarom wordt voor het invoeringsjaar 2017 gerekend met de helft van de bedragen die het Zorgin-stituut noemt.

10,0

20,0

20,0

20,0

20,0

Uitdeling groeiruimte tranche 2017 Dit betreft de uitdeling van de groei-ruimte tranche 2017.

11,3

11,3

11,3

11,2

11,2

 

Verloskunde (bedragen x € 1 miljoen)

 

2015

2016

2017

2018

2019

2020

2021

Stand ontwerpbegroting 2016

Bijstellingen jaarverslag 2015

Bijstellingen 1e suppletoire begroting

2016

Bijstellingen ontwerpbegroting 2017

224,4

  • 7,9

0,0

  • 1,3

229,4

0,0

  • 6,9
  • 1,3

229,4

0,0

  • 6,9 3,6

229,4

0,0

  • 6,9 3,6

229,4

0,0

  • 6,9 3,6

229,4

0,0

  • 6,9 3,6

229,4

0,0

  • 6,9 3,6

Stand ontwerpbegroting 2017

215,2

221,1

226,0

226,0

226,0

226,0

226,0

Deze deelsector bevat de extramuraal verstrekte verloskundige zorg. huisartsen opgenomen.

De verloskundige

zorg verricht door huisartsen is bij de deelsector

Toelichting bijstellingen ontwerpbegroting 2017

           

Autonoom

Actualisering

Van het Zorginstituut zijn geactualiseerde cijfers ontvangen met betrekking tot de gerealiseerde uitgaven in 2015. Als gevolg daarvan vindt een structurele bijstelling plaats van € 1,3 miljoen.

  • - 
    1,3
  • - 
    1,3
  • - 
    1,3
  • - 
    1,3
  • - 
    1,3
  • - 
    1,3
  • - 
    1,3

Beleidsmatig

Uitdeling groeiruimte tranche 2017 Dit betreft de uitdeling van de groei-ruimte tranche 2017.

   

4,9

4,9

4,9

4,9

4,9

Kraamzorg (bedragen x € 1 miljoen)

   

2015

2016

2017

2018

2019

2020

2021

Stand ontwerpbegroting 2016

Bijstellingen jaarverslag 2015

Bijstellingen 1e suppletoire begroting

2016

Bijstellingen ontwerpbegroting 2017

 

313,2

  • 15,0

0,0 0,0

320,5

0,0

  • 7,9
  • 0,0

320,5

0,0

  • 7,9 7,1

320,5

0,0

  • 7,9 7,1

320,5

0,0

  • 7,9 7,1

320,5

0,0

  • 7,9 7,1

320,5

0,0

  • 7,9 7,1

Stand ontwerpbegroting 2017

 

298,2

312,6

319,7

319,7

319,7

319,7

319,7

Op deze sector worden de uitgaven voor kraamzorg geraamd en verantwoord. De kraamzorg is tweeledig. Allereerst houdt deze de partusassistentie in: de ondersteuning van de verloskundige bij de bevalling. Daarnaast levert de kraamverzorgende hulp gedurende de eerste dagen na de bevalling en geeft zij advies met betrekking tot de verzorging van de pasgeborene en de kraamvrouw.

Toelichting bijstellingen ontwerpbegroting 2017

Beleidsmatig

Uitdeling groeiruimte tranche 2017 Dit betreft de uitdeling van de groei-ruimte tranche 2017.

     

7,1

7,1

7,1

7,1

7,1

Zintuiglijk gehandicapten (bedragen x € 1 miljoen)

2015

2016 2017 2018 2019 2020

2021

Stand ontwerpbegroting 2016 172,7

174,1 174,1 174,1 174,1 174,1

174,1

Bijstellingen jaarverslag 2015 – 23,7

0,0 0,0 0,0 0,0 0,0

0,0

Bijstellingen 1e suppletoire begroting

   

2016 0,0

2,8 2,8 2,8 2,8 2,8

2,8

Bijstellingen ontwerpbegroting 2017 0,8

0,0 0,0 0,0 0,0 0,0

0,0

Stand ontwerpbegroting 2017 149,8

176,9 176,9 176,9 176,9 176,9

176,9

Zorg aan zintuiglijk beperkten (auditief en/of communicatief beperkten, visueel beperkten en doofblinden) valt sinds 1 januari

2015

onder de Zvw.

   

Toelichting bijstellingen ontwerpbegroting 2017

   

Autonoom

   

Actualisering 0,8

   

Zo kort na de overheveling vanuit de

   

(oude) AWBZ naar de Zvw zijn er nog

   

geen goede gegevens over deze sector

   

beschikbaar en is het zorggebruik nog

   

niet stabiel. De bijstelling van € 0,8

   

miljoen is, net als bij het jaarverslag,

   

alleen voor 2015 verwerkt. Reden

   

hiervoor is dat zorgaanbieders hebben

   

aangegeven dat er sprake is van forse

   

uitval van de productie. De achtergrond

   

hiervan wordt nog nader onderzocht.

   

Medisch-specialistische zorg (bedragen x € 1 miljoen)

2015

2016

2017

2018

2019

2020

2021

Stand ontwerpbegroting 2016

Bijstellingen jaarverslag 2015

Bijstellingen 1e suppletoire begroting

2016

Bijstellingen ontwerpbegroting 2017

 

20.353,3

21.145,8

21.153,8

21.075,5

21.033,2

20.986,2

20.986,2

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

149,2

265,9

268,9

268,5

267,9

267,4

0,0

11,8

  • 84,0
  • 85,7
  • 85,8
  • 85,7
  • 120,8

Stand ontwerpbegroting 2017

20.353,3          21.306,7          21.335,6         21.258,7          21.215,9          21.168,3

21.132,8

In deze sector vallen met ingang van 2015 de instellingen voor medisch-specialistische zorg inclusief mondziekten en kaakchirurgie en de honoraria voor de vrijgevestigde medisch specialisten.

In de 1e suppletoire begroting 2016 is een korting op het mbi-kader msz verwerkt van € 70 miljoen in 2016 op basis van besluitvorming over de geconstateerde overschrijding in 2012, alsmede € 29 miljoen in 2017 in verband met de overschrijding in 2013. De besluitvorming over de overschrijding 2013 is gebaseerd op de stand jaarverslag 2015 (voorjaar 2016). Uit de definitieve gegevens over de schadelast 2013 die bij de voorbereiding van de begroting 2017 beschikbaar zijn gekomen, blijkt dat de uitgaven voor instellingen in de medisch-specalialistische zorg in 2013 € 69 miljoen hoger waren; daar staat tegenover dat de uitgaven voor vrijgevestigde medisch specialisten € 31 miljoen lager waren. De actualisatie van oudere jaren zal worden toegelicht in de verdiepingsbijlage van het jaarverslag over 2016.

Toelichting bijstellingen ontwerpbegroting 2017

Beleidsmatig

Invulling stringent pakketbeheer MSZ In verband met de taakstelling stringent pakketbeheer wordt in 2017 € 125 miljoen en vanaf 2018 € 150 miljoen afgeboekt van het mbi-kader voor de medisch-specialistische zorg.

125,0

150,0

150,0

150,0

150,0

Niet gerealiseerde besparing doelmatig voorschrijven

Dit betreft een korting op het kader MSZ in verband met de niet gerealiseerde besparing doelmatig voorschrijven, conform de afspraken hierover in het bestuurlijk akkoord MSZ. Als ook in 2016 de besparing achterblijft bij de in het akkoord afgesproken opbrengst, volgt een korting voor het kader voor 2017. Vooralsnog gaan we daarbij uit van een bedrag van € 10 miljoen.

10,0

Niet Invasieve Prenatale Test (NIPT) De Niet Invasieve Prenatale Test (NIPT) betreft een screening tijdens de zwangerschap. De test kan onder andere het downsyndroom opsporen zonder dat er sprake is van een verhoogd risico op een miskraam. Omdat eventuele opname in het basispakket afhankelijk is van de advisering van het Zorginstituut kan de NIPT als eerste test niet eerder dan per 2018 opgenomen worden in het basispakket. In eerste instantie (2017) zal de eventuele bekostiging derhalve lopen via een subsidieregeling ten laste van het begrotingsgefinancierd BKZ (€ 26 miljoen).

26,0

26,0

26,0

26,0

2015

2016                2017                2018                2019

2020

2021

Plastische chirurgie Dit betreft een pakketuitbreiding voor borstvergroting bij agenesie of aplasie van de borst, ooglidcorrectie bij ernstige en objectiveerbare gezichtsveldbeperking en circumcisie om medische redenen. De genoemde ingrepen zullen per 1 januari 2017 aan de te verzekeren prestaties van de Zvw worden toegevoegd.

14,8

14,8

14,8

14,8

14,8

Oploop besparing regeerakkoord Rutte-Verhagen

In het Regeerakkoord van het kabinet Rutte-Verhagen is een besparing opgenomen in verband met een pakket aan maatregelen (uitbreiden B-segment, invoering DOT, beperking ex-post verevening). Deze besparing bedroeg € 40 miljoen in 2014 en loopt uiteindelijk op tot € 325 miljoen in 2021. De oploop in eerdere jaren is reeds verwerkt in het budgettaire kader van het Hoofdlijnenakkoord 2011 en de begrotingen 2012, 2014, 2015 en 2016. De (laatste) oploop in 2021 wordt thans verwerkt.

35,0

Overheveling middelen migrantenproble-matiek

Bij 1e suppletoire wet 2016 zijn extra middelen toegevoegd ten behoeve van extra uitgaven als gevolg van de verhoogde toestroom van migranten. Deze stonden voorlopig geparkeerd op de sector nominaal en onverdeeld. Een deel van deze middelen wordt nu toegevoegd aan de sector msz.

11,8

38,3

47,5

47,5

47,5

47,5

Technisch

Overheveling ZBO weefsels naar de begroting

Op grond van onderzoeken naar de meest wenselijke structuur van de weefselketen en de daarin gewenste financiering, wordt het ZBO weefsels van de Nederlandse Transplantatiestichting met ingang van 2018 vanuit de begroting van VWS gefinancierd in plaats vanuit het tarief voor de cornea’s.

4,0

4,0

4,0

4,0

2015

2016

2017

2018

2019

2020

2021

Oefentherapie bij claudicatio intermittens De aanspraak oefentherapie bij claudi-catio intermittens (etalagebenen) bij perifeer arterieel vaatlijden in fase 2 wordt met ingang van 1 januari 2017 gewijzigd, waardoor aanspraak bestaat op 37 behandelingen gesuperviseerde oefentherapie verspreid over een jaar. Hierbij zullen voor verzekerden van 18 jaar en ouder ook de eerste 20 behandelingen met deze gesuperviseerde oefentherapie ten laste van de Zvw worden vergoed. Door toepassing van een stepped-care-benadering bij de behandeling van claudicatio intermittens fase 2 zal het aantal invasieve behandelingen door een vaatchirurg aanzienlijk worden verminderd en worden de kosten binnen de medisch specialistische zorg bespaard. Volgens berekeningen van het Zorginstituut nemen de kosten voor oefentherapie per saldo met € 20 miljoen per jaar toe. Het MSZ kader wordt neerwaarts bijgesteld met dit bedrag. In totaal bedragen de besparingen in de medisch-specialistische zorg € 41,5 miljoen. Voor zover de besparingen in de MSZ niet nodig zijn voor dekking van de meerkosten voor oefentherapie, kunnen ze in de MSZ worden ingezet voor de feitelijke invulling van de taakstelling stringent pakketbeheer. In welke mate de beoogde effecten ook daadwerkelijk worden bereikt is afhankelijk van de mate waarin in de praktijk vorm en inhoud wordt gegeven aan gesuperviseerde oefentherapie. Daarom wordt voor het invoeringsjaar 2017 gerekend met de helft van de bedragen die het Zorgin-stituut noemt.

10,0

20,0

20,0

20,0

20,0

Overheveling Ruxolitinib Dit betreft de overheveling van het geneesmiddel Ruxolitinib van het geneesmiddelenkader naar de medisch-specialistische zorg. Net als in 2015 en

2016 worden de middelen voor het jaar

2017 incidenteel overgeheveld, aangezien er nog onvoldoende bekend is over de structurele kosten van dit medicijn.

7,9

Geriatrische revalidatiezorg en eerstelijns verblijf (bedragen x € 1 miljoen)

2015

2016

2017

2018

2019

2020

2021

Stand ontwerpbegroting 2016                                         755,7             777,3              882,9              883,9             883,9             883,9              883,9

Bijstellingen jaarverslag 2015                                          – 38,1                  0,0                  0,0                  0,0                  0,0                  0,0                  0,0

Bijstellingen 1e suppletoire begroting 2016                       0,0             – 16,7                76,9                75,9                75,9                75,9                75,9

Bijstellingen ontwerpbegroting 2017                             – 14,0            – 25,8                16,9                16,9                16,9                16,9                16,9

 

Stand ontwerpbegroting 2017

703,6

734,9

976,7

976,7

976,7

976,7

976,7

waarvan Geriatrische revalidatiezorg waarvan Eerstelijns verblijf

703,6

734,9

743,7 233,0

743,7 233,1

743,7 233,1

743,7 233,1

743,7 233,1

Geriatrische revalidatiezorg richt zich op kwetsbare ouderen met meerdere aandoeningen, die in het ziekenhuis een medisch-specialistische behandeling hebben ondergaan. Deze oudere cliënten hebben behoefte aan een multidisciplinaire revalidatiebehan-deling die aan hun individuele herstelmogelijkheden en trainingstempo is aangepast en rekening houdt met andere aandoeningen. Geriatrische revalidatie onderscheidt zich daarmee in zorginhoud en cliëntgroep van de medisch-specialistische revalidatie. Doel is hen te helpen terug te keren naar de oude woonsituatie en maatschappelijk te blijven participeren.

Verblijf dat medisch noodzakelijk is in verband met geneeskundige zorg valt onder de Zorgverzekeringswet. Verblijf in verband met «zorg zoals huisartsen die plegen te bieden – het zogenoemde eerstelijns verblijf – is onder deze aanspraak mogelijk.

Toelichting bijstellingen ontwerpbegroting 2017

Autonoom

Actualisering geriatrische revalidatiezorg De uitgaven voor geriatrische revalidatiezorg zijn geactualiseerd op basis van gegevens van het Zorginstituut. De lagere uitgaven voor geriatrische revalidatiezorg in 2015 worden structureel verondersteld.

14,0

25,8

25,8

25,8

25,8

25,8

25,8

Actualisering eerstelijns verblijf Op grond van (voorlopige) realisatiecijfers in 2015 en de eerste maanden van 2016 wordt uitgegaan van hogere uitgaven voor de eerstelijns verblijf.

32,4

32,4

32,4

32,4

32,4

Beleidsmatig

Uitdeling groeiruimte tranche 2017

Dit betreft de uitdeling van de groeiruimte tranche 2017.

10,3

10,3

10,3

10,3

10,3

 

Beschikbaarheidbijdrage academische zorg

(bedragen x € 1

miljoen)

         
 

2015

2016

2017

2018

2019

2020

2021

Stand ontwerpbegroting 2016

Bijstellingen jaarverslag 2015

Bijstellingen 1e suppletoire begroting

2016

Bijstellingen ontwerpbegroting 2017

642,6

2,3

0,0 0,0

660,0

0,0

8,8 0,0

654,4

0,0

8,7 0,0

661,0

0,0

8,8 0,0

661,1

0,0

8,8 0,0

661,1

0,0

8,8 0,0

661,1

0,0

8,8 0,0

Stand ontwerpbegroting 2017

644,9

668,7

663,1

669,8

669,9

669,9

669,9

De academische ziekenhuizen en het NKI-AVL krijgen in verband met hun publieke taken onderzoek en innovatie – een beschikbaarheidbijdrage academische zorg.

– het leveren

van topreferente zorg en

 

Beschikbaarheidbijdrage kapitaallasten academische zorg

(bedragen x € 1

miljoen)

       
 

2015

2016

 

2017

2018

2019

2020

2021

Stand ontwerpbegroting 2016

Bijstellingen jaarverslag 2015

Bijstellingen 1e suppletoire begroting

2016

Bijstellingen ontwerpbegroting 2017

47,3

  • 10,6

0,0 - 0,0

49,4

0,0

0,4 0,0

 

52,5

0,0

0,5 - 0,0

52,6

0,0

0,5 - 0,0

52,6

0,0

0,5 - 0,0

52,6

0,0

0,5 - 0,0

52,6

0,0

0,5 - 0,0

Stand ontwerpbegroting 2017

36,7

49,8

 

52,9

53,0

53,0

53,0

53,0

De academische ziekenhuizen krijgen voor

de kapitaallasten die samenhangen met de academische

zorg een

beschikbaarheidbijdrage.

Beschikbaarheidbijdragen overig medisch-specialistische zorg (bedragen x € 1 miljoen)

2015

2016

2017

2018

2019

2020

2021

 

Stand ontwerpbegroting 2016

74,4

82,2

82,2

82,2

82,2

82,2

82,2

Bijstellingen jaarverslag 2015

2,3

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

Bijstellingen 1e suppletoire begroting

             

2016

0,0

1,0

4,0

4,0

4,0

4,0

4,0

Bijstellingen ontwerpbegroting 2017

  • 0,0

0,0

2,8

2,8

2,8

2,8

2,8

Stand ontwerpbegroting 2017

76,7

83,3

89,1

89,1

89,1

89,1

89,1

Op deze sector worden de uitgaven geraamd van de beschikbaarheidbijdragen ten behoeve van de spoedeisende hulp, Calamiteitenhospitaal, helikoptervoorziening en Mobiel Medisch Team-voertuigen voor traumazorg, trauma- en brandwondenzorg, kenniscoördinatie, OTO (opleiden, trainen en oefenen), acute verloskunde en de post mortom orgaandonatie. De beschikbaarheidbijdragen academische zorg, kapitaallasten academische zorg en opleidingen worden apart gepresenteerd.

Toelichting bijstellingen ontwerpbegroting 2017

Beleidsmatig

Uitdeling groeiruimte tranche 2017 Dit betreft de uitdeling van de groei-ruimte tranche 2017.

2,8

2,8

2,8

2,8

2,8

 

Garantieregeling kapitaallasten (bedragen x

€ 1 miljoen)

           
 

2015

2016

2017

2018

2019

2020

2021

Stand ontwerpbegroting 2016

Bijstellingen jaarverslag 2015

Bijstellingen 1e suppletoire begroting

2016

Bijstellingen ontwerpbegroting 2017

0,0

77,7

0,0 0,0

0,0

0,0

0,0 0,0

0,0

0,0

0,0 0,0

0,0

0,0

0,0 0,0

0,0

0,0

0,0 0,0

0,0

0,0

0,0 0,0

0,0

0,0

0,0 0,0

Stand ontwerpbegroting 2017

77,7

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

In verband met de afschaffing van de functiegerichte budgettering in de ziekenhuiszorg in 2012 is er een garantieregeling kapitaallasten in het leven geroepen voor de periode tot en met 2016. Op basis van de afwikkeling door de NZa kan worden bezien in welke mate een beroep is gedaan op deze regeling.

Overig curatieve zorg (bedragen x € 1 miljoen)

 

2015

2016

2017

2018

2019 2020 2021

Stand ontwerpbegroting 2016

373,0

384,5

384,8

384,8

384,8 384,8 384,8

Mutaties jaarverslag 2015

44,5

0,0

0,0

0,0

0,0 0,0 0,0

Mutaties 1e suppletoire begroting 2016

0,0

49,3

49,3

49,3

49,3 49,3 49,3

Nieuwe mutaties

  • 5,0
  • 5,0

7,7

7,7

7,7 7,7 7,7

Stand ontwerpbegroting 2017

412,5

428,8

441,8

441,8

441,8 441,8 441,8

Mede naar aanleiding van het bestuurlijk akkoord met de ziekenhuissector omvat de sector overig curatief vanaf 2012 voornamelijk de

huisartsenlaboratoria. De uitgaven van andere soorten instellingen zijn vanaf 2012

opgenomen

in de sector instellingen voor medisch-

specialistische zorg.

         

Toelichting bijstellingen ontwerpbegroting 2017

         

Autonoom

         

Actualisering

  • - 
    5,0
  • - 
    5,0
  • - 
    5,0
  • - 
    5,0
  • - 
    5,0 - 5,0 - 5,0

Van het Zorginstituut zijn geactualiseerde

         

cijfers ontvangen met betrekking tot de

         

gerealiseerde uitgaven in 2015. Als

         

gevolg daarvan vindt een structurele

         

neerwaartse bijstelling plaats van € 5,0

         

miljoen.

         

Beleidsmatig

         

Uitdeling groeiruimte tranche 2017

   

10,7

10,7

10,7 10,7 10,7

Dit betreft de uitdeling van de groei-

         

ruimte tranche 2017.

         

Anonieme e-mental health

   

2,0

2,0

2,0 2,0 2,0

Het tijdelijke beleidskader voor anonieme

         

e-mental health is omgezet in een

         

structurele vorm. Hiermee is de

         

financiering van de begroting naar het

         

BKZ gegaan.

         

Geneeskundige ggz (bedragen x € 1 miljoen)

 

2015

2016

2017

2018

2019

2020

2021

Stand ontwerpbegroting 2016

Bijstellingen jaarverslag 2015

Bijstellingen 1e suppletoire begroting

2016

Bijstellingen ontwerpbegroting 2017

 

3.587,0

3.779,0

3.886,3

3.893,7

3.893,7

3.893,7

3.893,7

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

55,4

52,1

55,7

59,7

59,7

59,7

  • 22,3
  • 98,7
  • 130,5
  • 132,8
  • 132,8
  • 132,8
  • 132,8

Stand ontwerpbegroting 2017

3.564,7

3.735,7

3.807,9

3.816,6

3.820,6

3.820,6

3.820,6

Deze sector omvat tot en met 2013 de geneeskundige ggz geleverd door zowel eerstelijns psychologen (ELP) als aanbieders tweedelijns ggz, vanaf 2014 omvat dit de basis en de gespecialiseerde ggz. Tweedelijns geneeskundige ggz wordt geleverd door instellingen en vrijgevestigden. Vanaf 2015 omvat dit ook de langdurige op behandeling gerichte intramurale ggz. Met ingang van de begroting 2013 worden op deze sector ook de uitgaven voor de diagnose en behandeling van ernstige, enkelvoudige dyslexie geraamd en verantwoord. De sector bevat ook de kwaliteitsgelden voor de ggz en de beschikbaarheidsbijdragen voor de ggz.

Toelichting bijstellingen ontwerpbegroting 2017

Beleidsmatig

Stringent pakketbeheer ggz Het aandeel van de ggz in de taakstelling stringent pakketbeheer is € 25 miljoen per jaar.

25,0

25,0

25,0

25,0

25,0

25,0

Technisch

Overheveling orthocommunicatieve behandeling

De afgelopen jaren is een nieuwe methode van orthocommunicatieve behandeling van patiënten met het autisme spectrum syndroom (ASS) vergoed vanuit een Wlz-subsidieregeling. Omdat de nieuwe methode onvoldoende aantoonbaar effectief is, wordt de subsidieregeling beëindigd. Personen met ASS die deze behandeling ontvingen, zullen een behandeling krijgen die onder de Jeugdwet (groep -18) of de Zvw (groep 18+) valt. De de beschikbare middelen worden overgeheveld naar het macrobudget Jeugdhulp en de Zvw.

2,0

2,0

2,0

2,0

2,0

Overheveling ggz-B vanuit Zvw naar Wlz Op basis van realisaties in de Wlz kan geconstateerd worden dat de eerder geraamde overheveling naar de Zvw te hoog is geweest. De raming is geactualiseerd en op basis hiervan is de overheveling gecorrigeerd.

22,3

73,7

99,2

101,5

101,5

101,5

101,5

Substitutie schuif ggz-haz De kaders voor curatieve ggz en de huisartsenzorg worden per 2017 structureel bijgesteld op basis van de uitkomsten van de «Substitutiemonitor – Rapportage afsprakenmonitor juli 2015».

8,3

8,3

8,3

8,3

8,3

 

Geneesmiddelen (bedragen x € 1 miljoen)

 

2015

2016

2017

2018

2019

2020

2021

Stand ontwerpbegroting 2016

Bijstellingen jaarverslag 2015

Bijstellingen 1e suppletoire begroting

2016

Bijstellingen ontwerpbegroting 2017

 

4.394,8

4.598,8

4.479,1

4.484,0

4.483,1

4.481,1

4.481,1

95,2

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

39,6

37,2

35,7

35,7

35,7

35,7

1,2

1,2

324,4

333,9

333,9

333,9

333,9

Stand ontwerpbegroting 2017

4.491,2

4.639,6

4.840,6

4.853,7

4.852,8

4.850,8

4.850,8

Op deze sector worden de uitgaven voor extramurale geneesmiddelen geraamd en verantwoord.

Toelichting bijstellingen ontwerpbegroting 2017

Autonoom

Actualisering

Van het Zorginstituut zijn geactualiseerde cijfers ontvangen met betrekking tot de gerealiseerde uitgaven in 2015. Als gevolg daarvan vindt een structurele bijstelling plaats van € 1,2 miljoen.

1,2

1,2

1,2

1,2

1,2

1,2

1,2

Beleidsmatig

Structurele financiering donorwerving en zelfstandige uitnameteams in ziekenhuizen

Dit betreft de dekking voor de structurele inbedding van donorwervingsactiviteiten in ziekenhuizen. De donorwervingsactiviteiten worden gefinancierd vanuit de begroting.

6,6

6,6

6,6

6,6

6,6

Tarieven dienstapotheken Deze bijstelling betreft de dekking voor de éénjarige verlenging van de subsidie aan dienstapotheken in 2017 om hoge eigen betalingen aan farmaceutische spoedzorg te voorkomen. Het streven is om vanaf 1 januari 2018 een geïntegreerde acute farmaceutische zorg gereed te hebben.

1,7

Uitdeling groeiruimte tranche 2017 Dit betreft de uitdeling van de groei-ruimte tranche 2017.

339,3

339,3

339,3

339,3

339,3

Technisch

Overheveling Ruxolitinib Dit betreft de overheveling van het geneesmiddel Ruxolitinib van het geneesmiddelenkader naar de medisch-specialistische zorg. Net als in 2015 en

2016 worden de middelen voor het jaar

2017 incidenteel overgeheveld, aangezien er nog onvoldoende bekend is over de structurele kosten van dit medicijn.

7,9

 

Hulpmiddelen (bedragen x € 1 miljoen)

 

2015

2016

2017

2018

2019

2020

2021

Stand ontwerpbegroting 2016

Bijstellingen jaarverslag 2015 Bijstellingen 1e suppletoire begroting 2016 Bijstellingen ontwerpbegroting 2017

 

1.603,3

1.668,0

1.717,8

1.719,2

1.719,1

1.719,1

1.719,1

  • 90,8

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

  • 84,4
  • 59,2
  • 59,2
  • 59,2
  • 59,2
  • 59,2

6,9

6,9

  • 53,5
  • 53,5
  • 53,5
  • 53,5
  • 53,5

Stand ontwerpbegroting 2017

1.519,4

1.590,5

1.605,1

1.606,4

1.606,3

1.606,3

1.606,3

Op deze sector worden de uitgaven voor extramurale hulpmiddelen die verstrekt worden krachtens de Regeling hulpmiddelen geraamd en verantwoord.

Toelichting bijstellingen ontwerpbegroting 2017

Autonoom

Actualisering

Van het Zorginstituut zijn geactualiseerde cijfers ontvangen met betrekking tot de gerealiseerde uitgaven in 2015. Als gevolg daarvan vindt een structurele bijstelling plaats van € 6,9 miljoen.

6,9

6,9

6,9

6,9

6,9

6,9

6,9

Beleidsmatig

Invulling stringent pakketbeheer hulpmiddelen In 2017 wordt er incidenteel € 25 miljoen aangewend ter dekking van de taakstelling. De bij de 1e suppletoire begroting 2016 gemelde dekking van € 50 miljoen vanuit het hulpmiddelenkader voor de taakstelling in 2016 wordt structureel doorgetrokken.

25,0

Dekking pakketuitbreiding Voor 2018 en verder wordt er € 25 miljoen ingezet ter dekking van de pakketuitbreiding binnen het BKZ.

25,0

25,0

25,0

25,0

Ramingsbijstelling Hulpmiddelen De Hulpmiddelenraming van VWS laat ten opzichte van de meest actuele raming van het Zorginstituut Nederland in 2017 en verder ruimte zien. Voor de komende jaren wordt uitgegaan van een beheerste ontwikkeling van de groei. De geraamde groei ligt hoger dan de gemiddelde jaarlijkse groei van circa 2% waar het Zorginstituut Nederland in haar meest recente raming vanuit gaat (Zie GIPeiling 2014). Daarom is er bij de Voorjaarsbesluitvorming 2016 besloten tot een ramingsbijstelling van € 45 miljoen voor 2017 en verder.

45,0

45,0

45,0

45,0

45,0

Uitdeling groeiruimte tranche 2017

Dit betreft de uitdeling van de groeiruimte tranche 2017.

9,6

9,6

9,6

9,6

9,6

 

Wijkverpleging (bedragen x € 1 miljoen)

 

2015

2016

2017

2018

2019

2020

2021

Stand ontwerpbegroting 2016                              3.167,3            3.346,1            3.561,8            3.664,4            3.685,4            3.690,9            3.690,9

Bijstellingen jaarverslag 2015                                     37,7                   0,0                   0,0                   0,0                   0,0                   0,0                   0,0 Bijstellingen 1e suppletoire begroting

2016                                                                                    0,0                 85,7                 51,0                 52,4                 52,7                 51,6                 51,5

Bijstellingen ontwerpbegroting 2017                     – 23,9                   0,0                   0,0                – 2,4              – 15,7              – 11,6              – 13,9

Stand ontwerpbegroting 2017

3.181,1

3.431,7

3.612,8

3.714,4

3.722,4

3.730,9

3.728,5

Binnen de aanspraak wijkverpleging is sprake van zowel verpleging als verzorging. Hierbij gaat het om verpleegkundige handelingen zoals wondverzorging, injecties en catheterisaties en verzorgende handelingen zoals wassen en aankleden. De wijkverpleegkundige is in de eerste plaats een zorgverlener. Daarin vormt de (wijk)verpleegkundige tevens de schakel tussen de cliënt, zijn of haar sociale omgeving en de verschillende professionals. Binnen de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten (AWBZ) was voor deze laatste coördinerende, regisserende en signalerende taken geen bekostigingstitel. De ruimte die de wijkverpleegkundige nodig heeft om breder te kijken dan de oorspronkelijke zorgvraag was door de indeling in functies en klassen verdwenen. Binnen de aanspraak wijkverpleging zijn naast de (wijk)verpleegkundige ook verzorgenden en gespecialiseerde verpleegkundigen werkzaam zijn. Financiering vindt al dan niet plaats via een persoonsgebonden budget.

Toelichting bijstellingen ontwerpbegroting 2017

Autonoom

Actualisering

Van het Zorginstituut zijn geactualiseerde cijfers ontvangen met betrekking tot de gerealiseerde uitgaven in 2015. Omdat de stabiliteit van deze realisatiecijfers nog onduidelijk is, wordt deze bijstelling incidenteel verwerkt.

23,9

Beleidsmatig

Toedeling oploop RA-maatregel begeleiding in 2019 Dit betreft de oploop in 2019 van de maatregel «geen aanspraak op begeleiding, budget 75% naar gemeen-ten»op het kader wijkverpleging.

5,5

5,5

5,5

Extramuralisering VG-3 Als gevolg van het niet extramuraliseren van zorgzwaartepakket VG3 wordt de overheveling vanuit de Wlz gecorrigeerd.

2,4

3,2

4,1

4,9

Extramuralisering

Dit betreft het oorspronkelijke effect van extramuralisering en leidt tot meer uitgaven aan wijkverpleging in de Zvw.

4,0

9,0                  13,0

Niet extramuraliseren V&V-4 Het niet extramuraliseren van het zorgprofiel V&V-4 leidt tot minder uitgaven aan wijkverpleging in de Zvw.

11,0              - 11,0              - 11,0

Extrapolatie

5,5

 

Ambulancevervoer (bedragen x € 1 miljoen)

 

2015

2016

2017

2018

2019

2020

2021

Stand ontwerpbegroting 2016

Bijstellingen jaarverslag 2015

Bijstellingen 1e suppletoire begroting

2016

Bijstellingen ontwerpbegroting 2017

 

551,9

565,7

563,5

563,5

561,2

561,2

561,2

  • 48,2

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

  • 16,4

8,5

8,5

8,5

8,5

8,5

  • 0,0

0,0

19,7

19,7

19,7

19,7

19,7

Stand ontwerpbegroting 2017

503,7

549,3

591,8

591,8

589,5

589,5

589,5

De ambulancezorg kent twee kerntaken: spoedvervoer en besteld vervoer. Daarnaast staan ambulances ook paraat voor geneeskundige hulp bij ongevallen en rampen. Op deze sector worden tevens de uitgaven Centrale Posten Ambulancevervoer (CPA) verantwoord.

Toelichting bijstellingen ontwerpbegroting 2017

Beleidsmatig

Uitdeling groeiruimte tranche 2017 Dit betreft de uitdeling van de groei-ruimte tranche 2017.

13,7

13,7

13,7

13,7

13,7

Passend vervoer voor mensen met verward gedrag of acute ggz-problematiek

Mensen die verward gedrag vertonen of te kampen hebben met acute ggz-problematiek en geen strafbare feiten hebben gepleegd, worden nu soms vervoerd in een politieauto. Dit is geen passend vervoer en kan onnodig stigmatiserend en traumatiserend werken. Het is van belang dat er voldoende passend vervoer gerealiseerd wordt voor deze doelgroep. Om passend vervoer aan te kunnen bieden wordt € 6 miljoen extra beschikbaar gesteld. De financiering van passend vervoer maakt deel uit van een samenhangend pakket aan maatregelen ten behoeve van een sluitende aanpak voor personen met verward gedrag, zie ook artikel 2.

6,0

6,0

6,0

6,0

6,0

 

Overige ziekenvervoer (bedragen x € 1 miljoen)

2015

2016 2017 2018 2019 2020 2021

Stand ontwerpbegroting 2016 123,0

126,6 125,6 125,6 125,6 125,6 125,6

Bijstellingen jaarverslag 2015 – 11,7

0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0

Bijstellingen 1e suppletoire begroting

 

2016 0,0

  • 9,8 - 9,8 - 9,8 - 9,8 - 9,8 - 9,8

Bijstellingen ontwerpbegroting 2017 – 0,2

  • 0,2 2,7 2,7 2,7 2,7 2,7

Stand ontwerpbegroting 2017 111,1

116,6 118,5 118,5 118,5 118,5 118,5

Het overig ziekenvervoer betreft het vervoer van patiënten

van en naar zorgaanbieders. Hiervoor in aanmerking komen verzekerden die

chemo- of radiotherapie ondergaan, nierdialyse ondergaan, zich uitsluitend in een rolstoel kunnen verplaatsen, zeer slechtziend zijn of

van hun zorgverzekeraar hiervoor toestemming hebben gekregen. Het betreft zowel commercieel vervoer als vergoeding van de kosten

van openbaar vervoer.

 

Toelichting bijstellingen ontwerpbegroting 2017

 

Autonoom

 

Actualisering – 0,2

  • - 
    0,2 - 0,2 - 0,2 - 0,2 - 0,2 - 0,2

Van het Zorginstituut zijn geactualiseerde

 

cijfers ontvangen met betrekking tot de

 

gerealiseerde uitgaven in 2015. Als

 

gevolg daarvan vindt een structurele

 

bijstelling plaats van € 0,2 miljoen.

 

Beleidsmatig

 

Uitdeling groeiruimte tranche 2017

2,9 2,9 2,9 2,9 2,9

Dit betreft de uitdeling van de groei-

 

ruimte tranche 2017.

 

Opleidingen (bedragen x € 1 miljoen)

2015 2016 2017 2018 2019 2020 2021

Stand ontwerpbegroting 2016

1.230,6 1.250,9 1.284,6 1.263,5 1.178,0 1.162,9 1.162,9

Bijstellingen jaarverslag 2015

  • 13,4 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0

Bijstellingen 1e suppletoire begroting

 

2016

0,0 17,4 17,9 17,6 16,4 16,2 16,1

Bijstellingen ontwerpbegroting 2017

0,0 0,0 - 9,0 - 26,0 - 26,0 - 26,0 - 33,0

Stand ontwerpbegroting 2017

1.217,2 1.268,3 1.293,5 1.255,0 1.168,4 1.153,1 1.146,0

Met ingang van 2013 worden de specialistische vervolgopleidingen uit het zogenaamde opleidingsfonds (inclusief de opleiding tot

huisarts) en een aantal ggz-opleidingen via

een beschikbaarheidbijdrage op grond van de Wet marktordening gezondheidszorg (Wmg)

gefinancierd. De uitvoering geschiedt door de NZa. De betalingen lopen via het Zorginstituut Nederland.

Toelichting bijstellingen ontwerpbegroting 2017

Beleidsmatig

 

Beschikbaarheidsbijdrage opleidingen

 

msz

  • - 
    9,0 - 26,0 - 26,0 - 26,0 - 26,0

Het Capaciteitsorgaan heeft een voorstel

 

gedaan voor de opleidingsplaatsen

 

2017–2019 voor de medische vervolgop-

 

leidingen. Het aantal geraamde

 

benodigde opleidingsplaatsen is lager

 

dan voorheen, zodat de uitgavenraming

 

neerwaarts bijgesteld kan worden.

 

Extrapolatie

  • - 
    7,0

Grensoverschrijdende zorg (bedragen x € 1 miljoen)

2015

2016

2017

2018

2019

2020

2021

Stand ontwerpbegroting 2016

Bijstellingen jaarverslag 2015

Bijstellingen 1e suppletoire begroting

2016

Bijstellingen ontwerpbegroting 2017

779,8

  • 21,7

0,0

  • 45,8

809,9

0,0

  • 12,0 - 0,0

749,8

0,0

  • 12,7 38,6

749,8

0,0

  • 12,7 37,8

749,8

0,0

  • 12,7 37,0

749,8

0,0

  • 12,7 36,2

749,8

0,0

  • 12,7 35,4

Stand ontwerpbegroting 2017

712,3

797,8

775,7

774,9

774,1

773,3

772,5

Deze deelsector betreft de grensoverschrijdende zorg binnen en buiten het macroprestatiebedrag (mpb).

Binnen het macroprestatiebedrag betreft het zorgkosten gemaakt in het buitenland door verzekerden bij Nederlandse zorgverzekeraars. Dit zijn bijvoorbeeld de medische lasten na een skiongeluk, lasten die samenhangen met een behandeling in een Belgisch ziekenhuis of lasten van grensarbeiders die in Nederland werken en in Duitsland wonen.

De grensoverschrijdende zorg buiten het mpb betreft de lasten van internationale verdragen. Het gaat om kosten van zorg aan personen die buiten Nederland wonen en niet aan Nederlandse sociale verzekeringswetgeving zijn onderworpen, maar die op grond van een Europese verordening of een door Nederland gesloten verdrag inzake sociale zekerheid recht hebben op geneeskundige zorg ten laste van Nederland. Ten eerste betreft dit verdragsgerechtigden die wonen in het buitenland met een Nederlands pensioen en hun in het buitenland wonende gezinsleden. Het gaat ook om in het buitenland wonende gezinsleden van in Nederland werkende werknemers. Tegenover het recht op zorg staat de verplichting om een bijdrage aan Zorginstituut Nederland te betalen.

Het betreft ook de kosten van medische zorg voor personen die verzekerd zijn in het buitenland en langdurig of kortdurend verblijven in Nederland. Dit zijn bijvoorbeeld in Nederland wonende en in het buitenland voor een buitenlandse werkgever werkende werknemers en hun gezinsleden, in Nederland wonende rechthebbenden op een buitenlands pensioen met hun gezin en toeristen). Deze kosten worden doorberekend aan de internationale verdragspartners. De baten worden in mindering gebracht op de lasten.

Toelichting bijstellingen ontwerpbegroting 2017

Autonoom

Actualisering

Dit betreft een bijstelling van de uitgaven naar aanleiding van de jaarcontrole.

Beleidsmatig

Ruimte GOZ verdragsgerechtigden In de voorjaarsbesluitvorming is uitgegaan van de beëindiging van het akkoord met Marokko per 1-1-2017. Hierdoor ontstaat er ruimte bij de verdragsgerechtigden van € 0,8 miljoen per jaar cumulatief.

45,8

0,8

1,6

2,4

3,2

4,0

2015

2016                2017                2018                2019                2020                2021

Besparingsverlies werelddekking Ten aanzien van Marokko is er tot en met 2020 een besparingsverlies van € 5 miljoen per jaar omdat met het akkoord het schrappen van de aanspraak op zorg bij tijdelijk verblijf met 4 jaar wordt vertraagd. Aanvullend is er een besparingsverlies bij de verdragsgerechtigden met een Nederlands pensioen omdat met het akkoord de besparing (€ 0,8 miljoen per jaar oplopend) niet meer optreedt. Deze besparingsverliezen worden gedekt uit het kader grensoverschrijdende zorg; zie hieronder. Daarnaast is er een besparingsverlies van € 10 miljoen per jaar ten aanzien Turkije en de overige verdragslanden. De voortzetting of het opstarten van de onderhandelingen met Turkije en de andere verdragslanden is aangehouden totdat zicht is op het aannemen van het wetsvoorstel beperken werelddekking. De financiële dekking van dit besparingsverlies is meegenomen in het totale budgettair overzicht in de voorjaarsbesluitvorming.

15,8                  16,6                  17,4                  18,2                  14,0

Dekking besparingsverlies werelddekking

Marokko

Het besparingsverlies vanwege het akkoord met Marokko wordt gedekt uit het kader van grensoverschrijdende zorg.

5,8

6,6

7,4

8,2

4,0

Uitdeling groeiruimte tranche 2017 Dit betreft de uitdeling van de groei-ruimte tranche 2017.

29,4                 29,4                 29,4                 29,4                 29,4

 

Nominaal en onverdeeld (bedragen x € 1 miljoen)

 

2015

2016

2017

2018

2019

2020

2021

Stand ontwerpbegroting 2016

Bijstellingen jaarverslag 2015 Bijstellingen 1e suppletoire begroting 2016 Bijstellingen ontwerpbegroting 2017

10.436,2 10.436,2

 

421,7

1.266,3

2.460,7

5.040,4

7.564,1

   

421,7

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

  • 1.101,0
  • 1.337,9
  • 1.312,0
  • 1.367,1
  • 1.463,4
  • 1.469,5

0,0

14,4

  • 374,7
  • 1.057,1
  • 1.421,0
  • 1.857,4

720,5

Stand ontwerpbegroting 2017

0,0

179,7

748,0

2.671,3

4.776,0

7.115,4

9.687,2

De sector nominaal en onverdeeld bevat de nog niet toebedeelde maatregelen, de nog niet uitgedeelde groeiruimte en loon- en prijsbijstellingen.

Toelichting bijstellingen ontwerpbegroting 2017

Autonoom

Nominale ontwikkeling De raming van de loon- en prijsbijstelling is aangepast op basis van actuele macro-economische inzichten van het Centraal Planbureau (CPB).

93,4

119,0

123,6

128,9

134,4

Grondslagverlegging en overige

De grondslag van het loon-prijsmodel is zoals ieder jaar na Prinsjesdag een jaar opgeschoven, van begroting 2015 naar 2016.

Voorts zijn enkele technische wijzigingen verwerkt.

9,5

9,5

22,9

36,0

36,0

Ramingsbijstelling MLT 2018–2021 Deze bijstelling betreft de technische verwerking van de middellangetermijnver-kenning 2018–2021 van het CPB.

Actualisering geriatrische revalidatiezorg De uitgaven voor geriatrische revalidatiezorg zijn geactualiseerd op basis van gegevens van het Zorginstituut. De lagere uitgaven voor geriatrische revalidatiezorg in 2015 worden structureel verondersteld. De middelen voor 2016 worden gereserveerd op nominaal en onverdeeld Zvw.

621,6

970,5

1.435,0

1.844,1

16,2

Beleidsmatig

Taakstelling stringent pakketbeheer De taakstelling stringent pakketbeheer bedraagt € 75 miljoen in 2016 en € 225 miljoen vanaf 2017. Dekking voor de taakstelling is gevonden binnen de sectoren msz, ggz en hulpmiddelen. De invulling van de tranche 2016 is bij eerste suppletoire begroting

2016 verwerkt; Thans wordt de oploop vanaf

2017 verwerkt.

150,0

150,0

150,0

150,0

150,0

Stringent pakketbeheer ggz De invulling van de taakstelling stringent pakketbeheer is voor wat betreft de ggz bij eerste suppletoire begroting 2016 op Nominaal en onverdeeld Zvw verwerkt; thans wordt de invulling van de taakstelling doorgeboekt naar de sector ggz.

25,0

25,0

25,0

25,0

25,0

25,0

2015

2016               2017               2018               2019               2020               2021

Niet gerealiseerde besparing doelmatig voorschrijven

Dit betreft een korting op het kader MSZ in verband met de niet gerealiseerde besparing doelmatig voorschrijven, conform de afspraken hierover in het bestuurlijk akkoord MSZ. Als ook in 2016 de besparing achterblijft bij de in het akkoord afgesproken opbrengst, volgt een korting voor het kader voor 2017. Vooralsnog gaan we daarbij uit van een bedrag van € 10 miljoen.

10,0

Correctie extrapolatie integrale tarieven 2020 Bij de extrapolatie 2020 (bij ontwerpbegroting 2016) zijn abusievelijk de gereserveerde middelen voor de overgang naar integrale tarieven in het jaar 2020 gedeeltelijk buiten beschouwing gebleven; deze omissie wordt bij deze hersteld.

50,0

Uitdeling groeiruimte tranche 2017

Dit betreft de uitdeling van de groeiruimte tranche 2017.

445,6          - 445,6          - 445,6          - 445,6          - 445,6

Overheveling middelen migrantenproble-matiek

Bij 1e suppletoire wet 2016 zijn op deze sector middelen toegevoegd ten behoeve van extra uitgaven als gevolg van de verhoogde toestroom van migranten. Een deel van deze middelen wordt nu toegevoegd aan de sector msz.

11,8             - 38,3             - 47,5             - 47,5            - 47,5             - 47,5

Overheveling middelen subsidieregeling voor verwarde onverzekerde personen Bij 1e suppletoire wet 2016 zijn op deze sector middelen toegevoegd ten behoeve van de aanpak van verwarde personen. Deze mutatie betreft een overheveling naar de begroting voor een subsidieregeling. Deze subsidieregeling maakt deel uit van een samenhangend pakket aan maatregelen ten behoeve van een sluitende aanpak voor personen met verward gedrag, zie voor nadere toelichting artikel 2.

1,5             - 12,0             - 12,0             - 12,0            - 12,0             - 12,0

Overheveling middelen ZONMW project «sluitende aanpak personen met verward gedrag»

Bij 1e suppletoire wet 2016 zijn op deze sector middelen toegevoegd ten behoeve van de aanpak van verwarde personen. Deze mutatie betreft een overheveling naar de begroting voor een ZONMW programma ten behoeve van projecten voor gemeenten en andere ketenpartners. Dit programma bij ZONMW maakt deel uit van een samenhangend pakket aan maatregelen ten behoeve van een sluitende aanpak voor personen met verward gedrag, zie voor nadere toelichting artikel 2.

6,0             - 12,0             - 12,0            - 12,0               - 6,0

2015

2016               2017               2018               2019               2020               2021

Overheveling middelen aanjaagteam verwarde personen

Bij 1e suppletoire wet 2016 zijn op deze sector middelen toegevoegd ten behoeve van de aanpak van verwarde personen. Deze mutatie betreft een overheveling naar de begroting voor onder andere de voortzetting van de activiteiten van het aanjaagteam. Dit maakt deel uit van een samenhangend pakket aan maatregelen ten behoeve van een sluitende aanpak voor personen met verward gedrag, zie voor nadere toelichting artikel 2.

2,0

2,0

2,0

2,0

2,0

Kasschuif verwarde personen

Vanwege de uitlopende voorbereiding van de maatregelen die worden ingezet voor het realiseren van een sluitende aanpak van verwarde personen, zullen de uitgaven aan deze maatregelen in de loop van 2017 op gang komen.

Om de verwachte uitgaven beter aan te sluiten bij de beschikbaar gestelde middelen, worden er middelen geschoven van 2016 en 2017 naar

2018 t/m 2020.

13,5

4,0

5,0

8,0

4,5

0,0

Overheveling middelen passend vervoer verwarde personen

Bij 1e suppletoire wet 2016 zijn op deze sector middelen toegevoegd ten behoeve van de aanpak van verwarde personen. Deze mutatie betreft een overheveling naar de sector ambulancezorg voor passend vervoer van personen met verward gedrag. De financiering van dit passend vervoer maakt deel uit van een samenhangend pakket aan maatregelen ten behoeve van een sluitende aanpak voor personen met verward gedrag, zie voor nadere toelichting artikel 2.

6,0

6,0

6,0

6,0

6,0

Ramingsbijstelling Hulpmiddelen De Hulpmiddelenraming van VWS laat ten opzichte van de meest actuele raming van het Zorginstituut Nederland in 2017 en verder ruimte zien. Voor de komende jaren wordt uitgegaan van een beheerste ontwikkeling van de groei. De geraamde groei ligt hoger dan de gemiddelde jaarlijkse groei van circa 2% waar het Zorginstituut Nederland in haar meest recente raming vanuit gaat (Zie GIPeiling 2014). Daarom is er bij de Voorjaarsbesluitvorming 2016 besloten tot een ramingsbijstelling van € 45 miljoen voor 2017 en verder.

45,0

45,0                45,0                45,0                45,0

Overige

Dekking preventiecoalities Preventiecoalities

Dekking veiligheid, kwaliteit, doelmatigheid hulpmiddelen

Veiligheid, kwaliteit & doelmatigheid hulpmiddelen

E-mental health Dekking verhoging ELV

 

1,8

3,4

5,0

3,4

1,8

1,8

  • - 
    3,4
  • - 
    5,0
  • - 
    3,4
  • - 
    1,8

1,0

2,0

3,0

3,0

3,0

1,0

  • - 
    2,0
  • - 
    3,0
  • - 
    3,0
  • - 
    3,0

2,0

  • - 
    2,0
  • - 
    2,0
  • - 
    2,0
  • - 
    2,0

5,0

  • - 
    5,0
  • - 
    5,0
  • - 
    5,0
  • - 
    5,0

Extrapolatie

3.041,0

 

Ontvangsten Zvw (bedragen x € 1 miljoen)

 

2015

2016

2017

2018

2019

2020

2021

Stand ontwerpbegroting 2016

Bijstellingen jaarverslag 2015 Bijstellingen 1e suppletoire begroting 2016 Bijstellingen ontwerpbegroting 2017

3.217,7

0,0 0,0 0,0

3.194,8

0,0 0,0 0,0

3.285,1

0,0

0,0

  • 98,0

3.404,8

0,0

0,0

  • 54,8

3.546,8

0,0

0,0

  • 37,6

3.681,5

0,0

0,0

  • 16,4

3.681,5

0,0

0,0

178,1

Stand ontwerpbegroting 2017

3.217,7

3.194,8

3.187,1

3.350,0

3.509,2

3.665,1

3.859,6

Deze deelsector omvat onder andere het eigen risico en de eigen bijdragen

binnen de Zvw.

     

Toelichting bijstellingen ontwerpbegroting 2017

             

Autonoom

Bijstelling eigen risico

De raming van de Zvw-uitgaven wordt structureel neerwaarts bijgesteld. Dit heeft ook gevolgen voor de raming van de opbrengst van het eigen risico. Deze wordt in 2017 met

€ 98 miljoen en structureel met € 75 miljoen verlaagd.

   
  • - 
    98,0
  • - 
    75,0
  • - 
    75,0
  • - 
    75,0
  • - 
    75,0

Ramingsbijstelling MLT 2018–2021 Deze bijstelling betreft de technische verwerking van de middellangetermijnver-kenning 2018–2021 van het CPB.

     

20,2

37,4

58,6

113,1

Beleidsmatig

Extrapolatie

           

140,0

6.1.2 Wet langdurige zorg (Wlz)

In deze paragraaf wordt ingegaan op de financiële ontwikkelingen binnen de Wlz in het afgelopen jaar en de doorwerking hiervan in de periode tot en met 2021. In tabel 17 wordt de opbouw van de Wlz- uitgaven en -ontvangsten op deelsector niveau weergegeven. De sector nominaal en onverdeeld bevat de nog niet toebedeelde maatregelen, de nog niet uitgedeelde groeiruimte en loon- en prijsbijstellingen. In deze paragraaf wordt na tabel 17 verder per deelsector ingegaan op de bijstellingen die hebben plaatsgevonden tussen de 1e suppletoire begroting 2016 en de ontwerpbegroting 2017 en de meerjarige doorwerking.

 

Tabel 17 Opbouw van de Wlz-uitgaven

en -ontvangsten per

sector (bedragen x € 1

miljoen)

     
 

2015

2016

2017

2018

2019

2020

2021

Nieuwe indeling

             

Binnen contracteerruimte

16.311,4

16.635,1

16.908,9

17.406,6

17.321,8

17.250,5

17.234,1

Ouderenzorg

8.593,2

8.942,1

9.062,8

9.342,8

9.278,2

9.251,1

9.252,6

Gehandicaptenzorg

5.942,4

6.132,4

6.233,1

6.356,9

6.336,7

6.300,1

6.282,0

Langdurige ggz

622,3

587,1

598,7

619,3

619,3

617,8

617,9

Volledig pakket thuis

353,0

360,6

418,2

414,2

414,2

408,1

408,2

Extramurale zorg

776,8

582,1

564,3

641,4

641,4

641,4

641,5

Overige binnen contracteerruimte

23,8

30,7

31,8

31,9

31,9

31,9

31,9

Persoonsgebonden budgetten

1.236,3

1.567,5

1.745,4

1.793,5

1.793,5

1.794,0

1.796,1

Buiten contracteerruimte

2.368,2

1.620,8

1.369,7

1.848,8

2.883,3

4.208,2

5.689,3

Kapitaallasten (nacalculatie)

1.388,7

804,5

380,3

0,0

0,0

0,0

0,0

Beheerskosten

159,1

147,6

187,1

176,0

169,0

169,0

169,0

Overig buiten contracteerruimte1

618,6

668,1

457,9

459,8

462,3

462,3

462,4

Nominaal en onverdeeld

201,8

0,6

344,4

1.213,0

2.252,0

3.576,9

5.057,9

Bruto-Wlz-uitgaven begroting 2017

19.915,9

19.823,4

20.024,0

21.048,9

21.998,6

23.252,6

24.719,4

Eigen bijdrage Wlz

1.865,9

1.826,1

1.815,3

1.833,7

1.870,6

1.915,1

1.959,6

Netto-Wlz-uitgaven begroting 2017

18.050,0

17.997,3

18.208,7

19.215,2

20.127,9

21.337,5

22.759,8

1 Bij de Wlz zijn onder de post overige buiten contracteerruimte opgenomen de sectoren; bovenbudgettaire vergoedingen, tandheelkunde Wlz, instellingen voor medisch-specialistische zorg Wlz, overig curatieve zorg Wlz, ADL, extramurale behandeling, zorginfrastructuur, eerstelijnsverblijf, innovatie en beschikbaarheidbijdrage opleidingen Wlz.

Bron: VWS, NZa-gegevens over de productieafspraken en voorlopige realisatiegegevens, gegevens Zorginstituut Nederland over (voorlopige) financieringslasten Zvw en Wlz.

In figuur 12 is de samenstelling van de Wlz-uitgaven per sector weergegeven voor het jaar 2017.

Figuur 12 Samenstelling Wlz-uitgaven 2017

Overige binnen contracteerruimte

0%

Kapitaallasten (nacalculatie) 2%

Beheerskosten 1%

Extramurale zorg 2%

Persoonsgebonden budgetten

9%

Volledig pakket thuis 3%

  • Overig buiten contracteerruimte 2%

Nominaal en onverdeeld 2%

Langdurige ggz 3%

Ouderenzorg 45%

Gehandicaptenzorg 31%

  • Overig buiten CR

– Bovenbudgettaire vergoedingen

– Tandheelkundige Wlz

– Instellingen voor medisch-specialistische zorg Wlz

– Overig curatieve zorg Wlz

– Woningaanpassing

– ADL, Extramurale behandeling, zorginfrastructuur en beschikbaarheidbijdrage opleidingen Wlz

 

Ouderenzorg (bedragen x € 1 miljoen)

 

2015

2016

2017

2018

2019

2020

2021

Stand ontwerpbegroting 2016

Bijstellingen jaarverslag 2015 Bijstellingen 1e suppletoire begroting 2016 Bijstellingen ontwerpbegroting 2017

 

8.906,1

9.017,8

9.069,8

9.371,7

9.302,7

9.231,9

9.231,9

  • 312,9

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

  • 22,9
  • 22,7
  • 22,8
  • 18,8

24,9

26,3

  • 0,0
  • 52,8

15,7

  • 6,0
  • 5,7
  • 5,7
  • 5,7

Stand ontwerpbegroting 2017

8.593,2

8.942,1

9.062,8

9.342,8

9.278,2

9.251,1

9.252,6

Op deze deelsector staat de uitgavenontwikkeling van de intramurale ouderenzorg, bestaande uit de zorgzwaartepakketten, de normatieve huisvestingscomponent, de toeslagen en vergoedingen voor dagbestedingen en vervoer.

Toelichting bijstellingen ontwerpbegroting 2017

Beleidsmatig

Tarieven NHC’s

In het kader van de invoering van de NHC’s zijn voor de periode 2012–2017 vaste en niet-onderhandelbare tarieven afgesproken. Met ingang van de 2018 kunnen deze tarieven worden herijkt op grond van onder meer de renteontwikkelingen. Dit leidt tot lagere NHC-tarieven.

8,0

22,6

22,6

22,6

Toedeling volumegroei Wlz 2017

Dit betreft toedeling van de groei tranche

2017 aan de sector ouderenzorg.

Toedeling extramuralisering

Dit betreft de toedeling van de maatregel extramuraliseren aan de sector ouderenzorg.

Schrappen taakstelling Wlz Het kabinet heeft extra middelen vrijgemaakt voor de langdurige zorg vanaf 2017. Hierdoor is het mogelijk om de taakstelling op de Wlz van € 500 miljoen vanaf 2017 structureel terug te draaien. Dat betekent dat er in 2017 (en latere jaren) meer ruimte is voor zorgaanbieders om kwalitatief goede zorg te leveren waarmee kwetsbare cliënten beter in staat worden gesteld om het leven te leiden zoals zij dat willen. Het schrappen van de bezuiniging van € 500 miljoen wordt voor € 400 miljoen gedekt vanuit de middelen uit het pakket voor maatschappelijke prioriteiten en voor € 100 miljoen gedekt door meevallers binnen de Wlz.

Extramuralisering

Dit betreft het oorspronkelijke effect van extramuralisering en leidt tot minder uitgaven aan ouderenzorg in de Wlz.

106,2               106,2               106,2               106,2               106,2

287,4           - 302,1           - 307,1           - 307,1           - 307,1

248,6              248,6              248,6              248,6              248,6

37,0             - 37,0             - 37,0

Niet extramuraliseren V&V4 Het niet extramuraliseren van het zorgprofiel V&V-4 leidt tot meer uitgaven aan ouderenzorg in de Wlz.

Technisch

Overheveling ZIN naar pgb-kader Binnen het budgettaire kader van de Wlz kan geschoven worden tussen ZIN en pgb. Deze mutatie betreft de overheveling van middelen naar het pgb-kader.

57,0                57,0                57,0

50,0             - 50,0             - 50,0             - 50,0             - 50,0             - 50,0

 

Gehandicaptenzorg (bedragen x € 1 miljoen)

 

2015

2016

2017

2018

2019

2020

2021

Stand ontwerpbegroting 2016

Bijstellingen jaarverslag 2015 Bijstellingen 1e suppletoire begroting 2016 Bijstellingen ontwerpbegroting 2017

 

5.949,9

6.126,0

6.090,1

6.241,1

6.241,1

6.223,2

6.223,2

  • 7,5

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

64,4

57,4

58,1

58,1

57,6

56,9

  • 0,0
  • 58,0

85,5

57,8

37,5

19,3

1,9

Stand ontwerpbegroting 2017

5.942,4

6.132,4

6.233,1

6.356,9

6.336,7

6.300,1

6.282,0

Op deze deelsector staat de uitgavenontwikkeling van de intramurale gehandicaptenzorg, bestaande uit de zorgzwaartepakketten, de normatieve huisvestingscomponent, de toeslagen en vergoedingen voor dagbestedingen en vervoer.

Toelichting bijstellingen ontwerpbegroting 2017

Beleidsmatig

Tarieven NHC’s

In het kader van de invoering van de NHC’s zijn voor de periode 2012–2017 vaste en niet-onderhandelbare tarieven afgesproken. Met ingang van de 2018 kunnen deze tarieven worden herijkt op grond van onder meer de renteontwikkelingen. Dit leidt tot lagere NHC-tarieven.

6,0

15,7

15,7

15,7

Toedeling volumegroei Wlz 2017

Dit betreft toedeling van de groei tranche

2017 aan de sector gehandicaptenzorg.

Toedeling extramuralisering Dit betreft de toedeling van de maatregel extramuraliseren aan de sector gehandicaptenzorg.

Extramuralisering VG-3

Het niet extramuraliseren van het zorgprofiel VG-3 leidt tot meer uitgaven aan gehandicaptenzorg.

Schrappen taakstelling Wlz Het kabinet heeft extra middelen vrijgemaakt voor de langdurige zorg vanaf 2017. Hierdoor is het mogelijk om de taakstelling op de Wlz van € 500 miljoen vanaf 2017 structureel terug te draaien. Dat betekent dat er in 2017 (en latere jaren) meer ruimte is voor zorgaanbieders om kwalitatief goede zorg te leveren waarmee kwetsbare cliënten beter in staat worden gesteld om het leven te leiden zoals zij dat willen. Het schrappen van de bezuiniging van € 500 miljoen wordt voor € 400 miljoen gedekt vanuit de middelen uit het pakket voor maatschappelijke prioriteiten en voor € 100 miljoen gedekt door meevallers binnen de Wlz.

20,8                20,8                20,8                20,8                20,8

39,0             - 40,5             - 40,5             - 40,5             - 40,5

17,0                32,0                39,4                53,0                66,9                80,7

151,4               151,4               151,4               151,4               151,4

Extramuralisering

Dit betreft het oorspronkelijke effect van extramuralisering en leidt tot minder uitgaven aan gehandicaptenzorg in de Wlz.

Investeringskosten SVB en portal

Als onderdeel van de afspraken uit het

Bestuurlijk Overleg VNG-Rijk van

24 augustus 2016 levert het Rijk een bijdrage aan de investeringskosten bij de SVB voor gemeenten.

30,0             - 61,0             - 91,0

13,0

7,0

2015

2016                2017                2018               2019                2020               2021

Herverdeeleffecten HLZ: effect omzetting tijdelijke verblijfsindicaties AWBZ naar Wlz-indicaties voor onbepaalde tijd Cliënten met een hoog zzp op 31 december 2014 hebben – met uitzondering van ggz-B – overgangsrecht gekregen voor onbepaalde tijd. Dit geldt ook voor de cliënten die een tijdelijke indicatie hadden. Bij een afnemende zorgbehoefte houden deze cliënten recht op Wlz-zorg. Dit levert voor gemeenten een voordeel op van € 34 miljoen. De betreffende middelen worden vanaf 2017 overgeheveld van de Wmo naar de Wlz.

36,3                35,1                33,9                32,8                31,6

Herverdeeleffecten HLZ: tijdelijk verblijf LVB Gemeenten zijn op grond van de Wmo 2015 verantwoordelijk voor (jong) volwassenen met een verstandelijke of licht verstandelijke beperking (VG-er of LVG-er) die tijdelijk de behoefte hebben aan begeleiding en/of behandeling in een beschermende woonomgeving. Doordat deze groep niet herleidbaar was in de NZa-gegevens zijn de middelen bij de hervorming van de langdurige zorg niet overgeheveld naar de Wmo 2015. De middelen worden vanaf 2017 alsnog overgeheveld van de Wlz naar de Wmo.

60,4             - 60,4             - 60,4             - 60,4             - 60,4

Herverdeeleffecten HLZ: VG-3 In het Zorgakkoord 2014 is het extramurali-seren van het zorgprofiel VG3 teruggedraaid. In het budget voor de Wmo 2015 was dit besluit nog niet verwerkt. De betreffende middelen worden vanaf 2017 teruggeboekt van de Wmo naar de Wlz.

32,5

Technisch

Overheveling ZIN naar pgb-kader Binnen het budgettaire kader van de Wlz kan geschoven worden tussen ZIN en pgb. Deze mutatie betreft de overheveling van middelen naar het pgb.

75,0             - 75,0             - 75,0             - 75,0             - 75,0             - 75,0

 

Langdurige ggz (bedragen x € 1 miljoen)

 

2015

2016

2017

2018

2019

2020

2021

Stand ontwerpbegroting 2016

Bijstellingen jaarverslag 2015 Bijstellingen 1e suppletoire begroting 2016 Bijstellingen ontwerpbegroting 2017

 

484,3

369,2

316,7

335,7

335,7

334,2

334,2

137,9

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

144,2

142,6

143,0

143,0

143,0

143,0

0,0

73,7

139,4

140,7

140,7

140,7

140,7

Stand ontwerpbegroting 2017

622,3

587,1

598,7

619,3

619,3

617,8

617,9

Op deze deelsector staat de uitgavenontwikkeling van de intramurale langdurige geestelijke gezondheidszorg onder de Wlz, bestaande uit de zorgzwaartepakketten, de normatieve huisvestingscomponent, de toeslagen en vergoedingen voor dagbestedingen en vervoer. De intramurale geneeskundige geestelijke gezondheidszorg korter dan een jaar valt onder de Zorgverzekeringswet. Voor nieuwe instroom vanaf 1-1-2015 geldt dat intramurale geneeskundige geestelijke gezondheidszorg korter dan drie jaar onder de Zvw valt.

Toelichting bijstellingen ontwerpbegroting 2017

Beleidsmatig

Tarieven NHC’s

In het kader van de invoering van de NHC’s zijn voor de periode 2012–2017 vaste en niet-onderhandelbare tarieven afgesproken. Met ingang van de 2018 kunnen deze tarieven worden herijkt op grond van onder meer de renteontwikkelingen. Dit leidt tot lagere NHC-tarieven.

1,0

1,0

1,0

1,0

Herverdeeleffecten HLZ: K-codes ggz-B-cliënten 18–23 jaar

Bij de hervorming van de langdurige zorg is het gehele budget van de toeslagen op de zzp’s voor kinder- en jeugdpsychiatrie naar de gemeenten overgeheveld. Een deel van deze cliënten (18–23 jaar) valt echter onder de Wlz. De middelen die hiermee gemoeid zijn, worden vanaf 2017 overgeheveld van de Jeugdwet naar de Wlz.

35,0                35,0                35,0                35,0                35,0

Toedeling volumegroei Wlz 2017

Dit betreft toedeling van de groei tranche

2017 aan de sector langdurige ggz.

5,2

5,2

5,2

5,2

5,2

Technisch

Ggz-B overheveling vanuit Zvw naar Wlz Zoals aangekondigd in de voorlopige kaderbrief Wlz 2016 is de ontwikkeling van ggz-B gemonitord. De afbouw van het aantal plaatsen in de Wlz bleek in 2015 minder snel te verlopen dan geraamd. Op basis van deze ontwikkeling is het kader van de Wlz en Zvw gecorrigeerd.

73,7                99,2               101,5               101,5               101,5               101,5

 

Volledig pakket thuis (bedragen x € 1 miljoen)

 

2015

2016

2017 2018 2019 2020

2021

Stand ontwerpbegroting 2016

256,7

288,0

289,6 291,6 291,6 291,6

291,6

Bijstellingen jaarverslag 2015

96,2

0,0

0,0 0,0 0,0 0,0

0,0

Bijstellingen 1e suppletoire begroting 2016

0,0

72,6

99,5 99,5 99,5 99,5

99,5

Bijstellingen ontwerpbegroting 2017

0,0

0,0

29,1 23,1 23,1 17,0

17,0

Stand ontwerpbegroting 2017

353,0

360,6

418,2 414,2 414,2 408,1

408,2

Het Volledig Pakket Thuis (VPT) is een budget waarmee cliënten met een

indicatie voor een intramuraal zorgpakket (ZZP) de benodigde

zorg- en dienstverlening in de thuissituatie ontvangen, waarbij de huisvestingscomponent niet wordt verzilverd.

 

Toelichting bijstellingen ontwerpbegroting 2017

       

Beleidsmatig

       

Toedeling volumegroei Wlz 2017

   

4,0 4,0 4,0 4,0

4,0

Dit betreft toedeling van de groei tranche

       

2017 aan de sector volledig pakket thuis.

       

Vrijval middelen huishoudelijke hulp MPT

   
  • - 
    17,0 - 17,0 - 17,0 - 17,0
  • - 
    17,0

Deze middelen vallen vrij omdat de

       

overheveling van de Wmo naar de Wlz van

       

huishoudelijke hulp ten behoeve van het

       

modulair pakket thuis gepaard is gegaan

       

met een kleiner besparingsverlies dan waar

       

eerder van uit werd gegaan.

       

Herverdeeleffecten HLZ: overgangsrecht

       

VPT

   

12,1 6,1 6,1

 

Het overgangsrecht voor mensen met een

       

met een laag zzp en een Volledig Pakket

       

Thuis is levenslang verlengd waardoor de

       

kosten ten laste blijven komen van de Wlz.

       

Het budget voor de Wmo 2015 en de Wlz

       

wordt hiervoor vanaf 2017 gecorrigeerd.

       

Technisch

       

Overheveling HH vanuit Wmo naar Wlz

   

30,0 30,0 30,0 30,0

30,0

Vanwege de overheveling van huishoude-

       

lijke hulp voor Wlz-clienten met een mpt van

       

de Wmo naar de Wlz vanaf 2017 wordt

       

structureel € 30 miljoen overgeheveld van

       

de Wmo naar de Wlz.

       

Extramurale zorg (bedragen x € 1 miljoen)

 

2015

2016

2017

2018

2019

2020

2021

Stand ontwerpbegroting 2016

Bijstellingen jaarverslag 2015 Bijstellingen 1e suppletoire begroting 2016 Bijstellingen ontwerpbegroting 2017

 

720,8

519,9

511,5

505,4

505,4

505,4

505,4

56,0

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

62,2

62,1

62,0

62,0

62,0

62,1

0,0

0,0

  • 9,4

73,9

73,9

73,9

73,9

Stand ontwerpbegroting 2017

776,8

582,1

564,3

641,4

641,4

641,4

641,5

Een deel van de verblijfsgeïndiceerden ontvangt extramurale zorg, die in de eigen woonomgeving wordt gegeven. Onder deze zorg valt persoonlijke verzorging, verpleging, begeleiding en behandeling.

Toelichting bijstellingen ontwerpbegroting 2017

Beleidsmatig

Toedeling volumegroei Wlz 2017

Dit betreft toedeling van de groei tranche

2017 aan de sector extramurale zorg.

Herverdeeleffecten HLZ: afloop overgangsrecht extramurale cliënten met Wlz-profiel Naast de eerder geïdentificeerde groep Wlz-indiceerbaren is er een groep van circa 12.000 mensen met een zeer zware zorgbehoefte die deze zorg voor een (belangrijk) deel thuis ontving via de inzet van mantelzorg. Deze groep viel in 2015 onder het overgangsrecht bij gemeenten. Na herbeoordeling door gemeenten doet deze groep alsnog – terecht – een beroep op de Wlz. Dit levert een besparing op in de overige zorgdomeinen. De daarmee gemoeide vrijvallende middelen in de Zvw, Jeugdwet en Wmo worden overgeboekt naar de Wlz.

7,3

7,3

100,0

7,3

100,0

7,3

100,0

7,3

100,0

Herverdeeleffecten HLZ: Wlz-indiceerbaren Het overgangsrecht voor de Wlz-indiceerbaren loopt af op 1 juli 2017. De cliënten die niet voldoen aan de Wlz-criteria zullen overgaan naar de Wmo, Jeugdwet en Zvw. De betreffende middelen worden daarom vanuit de Wlz overgeboekt naar de betreffende domeinen.

16,7

33,3

33,3

33,3

33,3

 

Overige binnen contracteerruimte (bedragen

x € 1 miljoen)

           
 

2015

2016

2017

2018

2019

2020

2021

Stand ontwerpbegroting 2016

Bijstellingen jaarverslag 2015

Bijstellingen 1e suppletoire begroting

2016

Bijstellingen ontwerpbegroting 2017

129,2

  • 105,4

0,0 0,0

134,1

0,0

  • 103,4 0,0

133,4

0,0

  • 103,4 1,9

133,4

0,0

  • 103,4 1,9

133,4

0,0

  • 103,4 1,9

133,4

0,0

  • 103,4 1,9

133,4

0,0

  • 103,4 1,9

Stand ontwerpbegroting 2017

23,8

30,7

31,8

31,9

31,9

31,9

31,9

Op deze deelsector worden alle uitgaven binnen de contracteerruimte verantwoord die niet -direct- toe te rekenen zijn aan één van de andere deelsectoren in de Wlz of waarvoor specifiek middelen beschikbaar zijn gesteld. Het gaat bijvoorbeeld om geoormerkte middelen in de aanwijzing budgettair kader Wlz (onder andere de regeling regelvrije zorg).

Toelichting bijstellingen ontwerpbegroting 2017

           

Beleidsmatig

Toedeling volumegroei Wlz 2017

Dit betreft toedeling van de groei tranche

2017 aan de sector overige zorg binnen contracteerruimte.

   

1,9

1,9

1,9

1,9

1,9

Persoonsgebonden budgetten (bedragen x € 1 miljoen)

2015

2016

2017

2018

2019

2020

2021

Stand ontwerpbegroting 2016

Bijstellingen jaarverslag 2015 Bijstellingen 1e suppletoire begroting 2016 Bijstellingen ontwerpbegroting 2017

 

1.195,4

1.346,5

1.367,3

1.361,1

1.361,1

1.361,6

1.361,6

40,9

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

96,0

85,0

84,9

84,9

84,9

87,0

0,0

125,0

293,2

347,5

347,5

347,5

347,5

Stand ontwerpbegroting 2017

1.236,3

1.567,5

1.745,4

1.793,5

1.793,5

1.794,0

1.796,1

Deze deelsector betreft de uitgaven in het kader van de persoonsgebonden budgetten.

Toelichting bijstellingen ontwerpbegroting 2017

Beleidsmatig

Hogere toestroom pgb Cliënten met een Wlz-indicatie hebben keuzevrijheid qua leveringsvorm: zorg in natura of een persoonsgebonden budget. Het aantal cliënten met een voorkeur voor pgb is hoger dan oorspronkelijk geraamd. Dit leidt tot hogere pgb-uitgaven.

Toedeling volumegroei Wlz 2017

Dit betreft toedeling van de groei tranche

2017 aan de sector pgb.

Herverdeeleffecten HLZ: afloop overgangsrecht extramurale clienten met Wlz-profiel Naast de eerder geïdentificeerde groep Wlz-indiceerbaren is er een groep van circa 12.000 mensen met een zeer zware zorgbehoefte die deze zorg voor een (belangrijk) deel thuis ontving via de inzet van mantelzorg. Deze groep viel in 2015 onder het overgangsrecht bij gemeenten. Na herbeoordeling door gemeenten doet deze groep alsnog – terecht – een beroep op de Wlz. Dit levert een besparing op in de overige zorgdomeinen. De daarmee gemoeide vrijvallende middelen in de Zvw, Jeugdwet en Wmo worden overgeboekt naar de Wlz.

122,0               193,0

193,0

193,0

193,0

18,9                 18,9

104,0               104,0

18,9

104,0

18,9

104,0

18,9

104,0

Herverdeeleffecten HLZ: Wlz-indiceerbaren Het overgangsrecht voor de Wlz-indiceerbaren loopt af op 1 juli 2017. De cliënten die niet voldoen aan de Wlz-criteria zullen overgaan naar de Wmo, Jeugdwet en Zvw. De betreffende middelen worden daarom vanuit de Wlz overgeboekt naar de betreffende domeinen.

16,7             - 33,3

33,3

33,3             - 33,3

Technisch

Toedeling taakstelling pgb Deze technische mutatie betreft de overboeking van nominaal en onverdeeld van een restant taakstelling (halfjaareffect groei 2016 in 2017 en verder).

Overheveling ZIN naar pgb-kader Binnen het budgettaire kader van de Wlz kan geschoven worden tussen ZIN en pgb. Deze mutatie betreft de overheveling van middelen naar het pgb-kader.

60,0             - 60,0

125,0               125,0               125,0

60,0

125,0

60,0             - 60,0

125,0               125,0

 

Kapitaallasten (nacalculatie) (bedragen x € 1

miljoen)

           
 

2015

2016

2017

2018

2019

2020

2021

Stand ontwerpbegroting 2016

1.433,4

801,8

392,6

0,0

0,0

0,0

0,0

Bijstellingen jaarverslag 2015

  • 44,7

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

Bijstellingen 1e suppletoire begroting

             

2016

0,0

2,6

3,9

0,0

0,0

0,0

0,0

Bijstellingen ontwerpbegroting 2017

  • 0,0
  • 0,0
  • 16,3

0,0

0,0

0,0

0,0

Stand ontwerpbegroting 2017

1.388,7

804,5

380,3

0,0

0,0

0,0

0,0

Deze deelsector betreft de na te calculeren kapitaallasten

van de gebouwen waarin Wlz-zorg met

verblijf wordt geleverd.

 

Toelichting bijstellingen ontwerpbegroting 2017

           

Beleidsmatig

             

Toedeling extramuraliseren tranche 2017

   
  • - 
    16,3
       

Dit betreft de toedeling van de tranche

             

2017 van de maatregel extramuraliseren

             

aan de kapitaallasten.

             

Beheerskosten (bedragen x € 1 miljoen)

 

2015

2016

2017

2018

2019

2020

2021

Stand ontwerpbegroting 2016

Bijstellingen jaarverslag 2015 Bijstellingen 1e suppletoire begroting 2016 Bijstellingen ontwerpbegroting 2017

 

142,4

140,7

140,7

140,7

140,7

140,7

140,7

16,7

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

6,9

6,8

6,7

6,7

6,7

6,7

  • 0,0

0,0

39,6

28,6

21,6

21,6

21,6

Stand ontwerpbegroting 2017

159,1

147,6

187,1

176,0

169,0

169,0

169,0

Onder deze deelsector vallen de uitvoeringskosten ten laste van de Wlz van zorgkantoren en de kosten van het College Sanering Zorginstellingen.

Toelichting bijstellingen ontwerpbegroting 2017

Beleidsmatig

Uitvoeringskosten SVB pgb trekkingsrechten vanaf 2017

Voor het resterende knelpunt vanaf 2017 voor de uitvoeringskosten van de SVB worden nu extra middelen ingezet. Vanwege het voornemen om de financiering van de SVB (niet zijnde het gemeentelijke deel) vanuit 2017 uit de beheerskosten te bekostigen, worden deze middelen toegevoegd aan het budget beheerskosten in het BKZ.

16,2

13,9

13,9

13,9

13,9

Toedeling volumegroei Wlz 2017

Dit betreft toedeling van de groei tranche

2017 aan de beheerskosten.

2,0

2,0

2,0

2,0

2,0

Investeringskosten SVB en portal

Als onderdeel van de afspraken uit het

Bestuurlijk Overleg VNG-Rijk van

24 augustus 2016 levert het Rijk een bijdrage aan de investeringskosten bij de SVB voor gemeenten.

13,0

7,0

Technisch

Overheveling uitvoeringskosten pgb trekkingsrechten SVB Deze technische mutatie betreft de overboeking van de beschikbare middelen die op de VWS-begroting waren gereserveerd voor de uitvoering van pgb trekkingsrechten Wlz door de SVB. Vanaf 2017 worden deze uitgaven gedaan vanuit het budget van de beheerskosten in het BKZ.

8,4

5,7

5,7

5,7

5,7

Overig buiten contracteerruimte (bedragen x € 1 miljoen)

2015

2016

2017

2018

2019

2020

2021

Stand ontwerpbegroting 2016

Bijstellingen jaarverslag 2015

Bijstellingen 1e suppletoire begroting

2016

Bijstellingen ontwerpbegroting 2017

 

621,7

636,2

476,7

477,1

477,1

477,1

477,1

  • 3,1

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

29,1

  • 7,8
  • 7,8
  • 7,8
  • 7,8
  • 7,7
  • 0,0

2,8

  • 11,0
  • 9,5
  • 7,0
  • 7,0
  • 7,0

Stand ontwerpbegroting 2017

618,6

668,1

457,9

459,8

462,3

462,3

462,4

Op deze deelsector worden de kosten verantwoord van bovenbudgettaire vergoedingen voor individueel aangepaste hulpmiddelen, tandheelkunde Wlz, instellingen voor medisch-specialistische zorg Wlz, overig curatieve zorg Wlz, ADL, extramurale behandeling, zorginfrastructuur, eerstelijnsverblijf (t/m 2016 in de Wlz), innovatie en beschikbaarheidbijdrage opleidingen Wlz.

Toelichting bijstellingen ontwerpbegroting 2017

Beleidsmatig

Toedeling volumegroei Wlz 2017

Dit betreft toedeling van de groei tranche

2017 aan deze deelsector.

Technisch

Overheveling orthocommunicatieve behandeling

De afgelopen jaren is een nieuwe methode van orthocommunicatieve behandeling van patiënten met het autisme spectrum syndroom (ASS) vergoed vanuit een Wlz-subsidieregeling. Omdat de nieuwe methode onvoldoende aantoonbaar effectief is, wordt de subsidieregeling beëindigd. Personen met ASS die deze behandeling ontvingen, zullen een behandeling krijgen die onder de Jeugdwet (groep -18) of de Zvw (groep 18+) valt. De beschikbare middelen worden overgeheveld naar het macrobudget Jeugdhulp en de Zvw.

Onderuitputting extramurale behandeling en overheveling huisvestingskosten eerstelijnsverblijf

Er is sprake van minder uitgaven aan de subsidieregeling Extramurale behandeling. Deze middelen zijn ingezet ter compensatie van de meerkosten op de subsidieregeling eerstelijnsverblijf, die deels worden gedekt door de cure en deels door de care.

6,4

8,0

6,4

8,0

6,4

8,0

6,4

8,0

6,4

8,0

9,4

7,9

5,4

5,4

5,4

Overig

2,8

 

Nominaal en onverdeeld (bedragen x € 1 miljoen)

 

2015

2016

2017 2018

2019

2020

2021

Stand ontwerpbegroting 2016

10,7

518,7

943,7 1.535,8

2.466,2

3.561,4

3.561,4

Bijstellingen jaarverslag 2015

191,1

0,0

0,0 0,0

0,0

0,0

0,0

Bijstellingen 1e suppletoire begroting 2016

0,0

  • 501,1
  • 426,9 - 437,4
  • 439,8
  • 499,1
  • 501,9

Bijstellingen ontwerpbegroting 2017

0,0

  • 17,0
  • 172,4 114,7

225,7

514,6

1.998,4

Stand ontwerpbegroting 2017

201,8

0,6

344,4 1.213,0

2.252,0

3.576,9

5.057,9

Deze niet-beleidsmatige deelsector heeft een technisch-administratief karakter. Vanuit deze deelsector vinden

overboekingen

van loon-

en prijsbijstellingen naar de loon- en prijsgevoelige deelsectoren binnen de begroting plaats. Ook worden er taakstellingen of

extra

middelen op deze deelsector geplaatst die nog niet aan de deelsectoren zijn toegedeeld.

     

Toelichting bijstellingen ontwerpbegroting 2017

           

Autonoom

           

Nominale ontwikkeling

   

0,1 - 14,5

  • - 
    15,4
  • - 
    16,5
  • - 
    17,4

De raming van de loon- en prijsbijstelling is

           

aangepast op basis van de laatste macro-

           

economische inzichten van het Centraal

           

Planbureau (CPB).

           

Ramingsbijstelling MLT 2018–2021

   

310,2

383,1

660,1

1.044,0

Deze bijstelling betreft de technische

           

verwerking van de middellangetermijnver-

           

kenning 2018–2021 van het CPB.

           

Beleidsmatig

           

Nominaal en onverdeeld Wlz

   
  • - 
    272,0 - 265,0
  • - 
    265,0
  • - 
    265,0
  • - 
    265,0

Een deel van de gereserveerde ruimte op de

           

sector nominaal en onverdeeld is ingezet ter

           

dekking van problematiek binnen de Wlz.

           

Deze bestaat voornamelijk uit enkele

           

(technische) ramingsbijstellingen zoals de

           

ruilvoetproblematiek (circa € 170 miljoen),

           

grondslagverlegging van het loon- en

           

prijsmodel en bijstelling van de opbrengst

           

van de eigen bijdragen.

           

Toedeling volumegroei 2017 Wlz

   
  • - 
    175,1 - 175,1
  • - 
    175,1
  • - 
    175,1
  • - 
    175,1

Dit betreft toedeling van de groei tranche

           

2017 aan de Wlz-sectoren.

           

Toedeling extramuralisering

   

342,6 342,6

377,4

377,4

377,4

Dit betreft de toedeling van de maatregel

           

extramuraliseren aan de betreffende

           

sectoren.

           

Toedeling taakstelling pgb

   

60,0 60,0

60,0

60,0

60,0

Deze technische mutatie betreft de

           

overboeking naar pgb van een restant

           

taakstelling (halfjaareffect groei 2016 in 2017

           

en verder).

           

Toedeling extramuralisering VG-3

 
  • - 
    17,0
  • - 
    32,0 - 37,0
  • - 
    49,8
  • - 
    62,8
  • - 
    75,8

Dit betreft de overheveling middelen naar

           

de sector gehandicaptenzorg vanwege het

           

niet extramuraliseren van zorgprofiel VG-3.

           

Extramuralisering

     

46,0

72,0

98,0

Dit betreft het oorspronkelijke effect van

           

extramuralisering en leidt tot meer uitgaven

           

in de Wmo.

           

2015

2016

2017

2018

2019

2020

2021

Niet extramuraliseren V&V-4 Het niet extramuraliseren van het zorgprofiel V&V-4 leidt tot minder uitgaven in de Wmo.

29,0

29,0

29,0

Herverdeeleffecten HLZ: VG-3 In het Zorgakkoord 2014 is het extramurali-seren van het zorgprofiel VG3 teruggedraaid. In het budget voor de Wmo 2015 was dit besluit nog niet verwerkt. De betreffende middelen worden vanaf 2017 teruggeboekt van de Wmo naar de Wlz.

32,5

32,5

32,5

32,5

Extrapolatie

1.087,8

Technisch

Overheveling van ZiN naar pgb Cliënten met een Wlz-indicatie hebben keuzevrijheid qua leveringsvorm. Het aantal cliënten met een voorkeur voor pgb is hoger dan oorspronkelijk geraamd. Daar staat tegenover dat het gebruik van zorg in natura minder snel groeit dan oorspronkelijk geraamd. De hogere toestroom pgb kan hierdoor gedeeltelijk worden gedekt door overheveling van middelen vanuit het kader voor zorg in natura naar het pgb-kader.

96,0

139,0

139,0

139,0

139,0

 

Ontvangsten Wlz (bedragen x € 1 miljoen)

 

2015

2016

2017

2018

2019

2020

2021

Stand ontwerpbegroting 2016

Bijstellingen jaarverslag 2015 Bijstellingen 1e suppletoire begroting 2016 Bijstellingen ontwerpbegroting 2017

1.891,3

  • 25,4

0,0

  • 0,0

1.848,0

0,0

  • 21,9
  • 0,0

1.834,9

0,0

  • 19,6

0,0

1.840,2

0,0

  • 21,9

15,4

1.890,0

0,0

  • 51,6

32,2

1.903,4

0,0

  • 33,8

45,5

1.903,4

0,0

  • 35,8

92,0

Stand ontwerpbegroting 2017

1.865,9

1.826,1

1.815,3

1.833,7

1.870,6

1.915,1

1.959,6

Betreft de eigen bijdragen die binnen de Wlz verplicht zijn.

           

Toelichting bijstellingen ontwerpbegroting 2017

             

Autonoom

Ramingsbijstelling MLT 2018–2021 Deze bijstelling betreft de technische verwerking van de middellangetermijnver-kenning 2018–2021 van het CPB.

     

15,4

32,2

45,5

58,2

Beleidsmatig

Extrapolatie

           

33,8

2 Verdiepingshoofdstuk begroting

Het verdiepingshoofdstuk bestaat uit een cijfermatig overzicht per artikel. Bij ieder artikel wordt eerst de opbouw van de stand vanaf de ontwerpbegroting 2016 tot aan de stand ontwerpbegroting 2017 vermeld. Daarna worden de belangrijkste nieuwe mutaties toegelicht.

De nieuwe begrotingsmutaties zijn toegelicht voor zover de kasbedragen in 2017 groter zijn dan € 5 miljoen.

Artikel 1 Volksgezondheid

 

Opbouw uitgaven x € 1.000

 

2016

2017

2018

2019

2020

2021

Stand ontwerpbegroting 2016

Mutatie nota van wijziging 2016

Mutatie amendement 2016

Mutatie 1e suppletoire begroting 2016

Nieuwe mutaties

Stand ontwerpbegroting 2017

614.456 0

  • 1.300
  • 7.391 - 894

604.871

621.203 0 0

  • 8.269 40.165

653.099

637.677 0 0

  • 8.569 14.460

643.568

645.775 0 0

  • 5.211 16.185

656.749

640.713 0 0

  • 4.286 14.530

650.957

0

0

0

  • 4.286

654.986

650.700

Toelichting belangrijkste nieuwe mutaties (bedragen x € 1.000)

2016

2017

2018

2019

2020

2021

De NIPT betreft een screening tijdens de zwangerschap. De test kan onder andere het downsyndroom opsporen zonder dat sprake is van een verhoogd risico op een miskraam. Omdat opname in het basispakket afhankelijk is van de advisering van het Zorginstituut (en de Gezondheidsraad) kan de NIPT als eerste test niet eerder dan per 2018 opgenomen worden in het basispakket. In 2017 zal de bekostiging daarom lopen via een subsidieregeling. 0

26.000

0

0

0

0

Opbouw ontvangsten x € 1.000

 

2016

2017

2018

2019

2020

2021

Stand ontwerpbegroting 2016

Mutatie nota van wijziging 2016

Mutatie amendement 2016

Mutatie 1e suppletoire begroting 2016

Nieuwe mutaties

Stand ontwerpbegroting 2017

10.903 0 0

  • 3.500

0

7.403

10.903 0 0

  • 3.500

0

7.403

10.903 0 0

  • 3.500

0

7.403

10.903 0 0 0 0

10.903

10.903 0 0 0 0

10.903

0 0 0 0 10.903 10.903

Artikel 2 Curatieve zorg

 

Opbouw uitgaven x € 1.000

 

2016

2017

2018

2019

2020

2021

Stand ontwerpbegroting 2016 Mutatie nota van wijziging 2016

4.187.157 0

3.930.874 0

3.627.165 0

3.332.555 0

3.433.801 0

0 0

Mutatie amendement 2016

Mutatie 1e suppletoire begroting 2016

Nieuwe mutaties

1.300 46.738 - 6.421

0

52.871

  • 166.932

0

248

  • 208.958

0

10.292

  • 239.790

0

30.660

  • 291.051

0

20.660

3.201.991

Stand ontwerpbegroting 2017

4.228.774

3.816.813

3.418.455

3.103.057

3.173.410

3.222.651

Toelichting belangrijkste nieuwe mutaties (bedragen x € 1.000)

2016               2017               2018               2019               2020               2021

In het hoofdlijnenakkoord medisch-specialistische zorg 2014–2017 is overeengekomen dat betrokken partijen gezamenlijk een agenda opstellen om zorginhoudelijke verbetering te bewerkstelligen binnen een beperktere beschikbare groei. Daarmee moet de sector niet alleen efficiënter gaan werken maar ook inspelen op demografische en maatschappelijke veranderingen. ICT speelt een belangrijke rol bij het vormgeven van de gewenste verbeterslag. Om de agenda van de sector te faciliteren wordt gedurende drie jaar een jaarlijkse bijdrage van € 35 miljoen beschikbaar gesteld voor het programma ICT in ziekenhuizen.

In een bindend advies is de schadevergoeding die VWS aan Erasmus MC moet betalen vanwege het niet nakomen van twee toezeggingen uit 2009 vastgesteld op € 235,9 miljoen (stand ultimo 2014, exclusief rente). Erasmus MC lijdt schade als gevolg van handelingen en investeringen die het zonder de toezeggingen niet zou hebben verricht respectievelijk gedaan. Erasmus MC heeft op basis van de toezeggingen een nieuwbouwproject met een onrendabele top (lasten ongedekt door relevante inkomsten) ondernomen en zou zonder de toezeggingen een dergelijk nieuwbouwproject niet hebben uitgevoerd (TK 25 268, nrs. 120 en 126). VWS betaalt in 2015 en 2016 een bedrag van € 85 miljoen en het restant in 2017. Aangezien de schadevergoeding die VWS aan Erasmus MC moet betalen wordt betaald vanuit de VWS-begroting, zijn de hiervoor gereserveerde middelen overgeheveld naar de VWS-begroting. Ze blijven behoren tot het Budgettair Kader Zorg.

De niet benodigde middelen voor de uitvoering van de subsidieregeling integrale tarieven worden overgeheveld naar het premiegefinancierde BKZ om weer te worden toegevoegd aan de sector medisch-specialistische zorg. Dit betreft de bijstelling van de uitgavenraming Rijksbijdrage 18- naar aanleiding van de actuele raming van het CPB.

0            35.000            35.000            35.000

85.000            81.000

18.840         - 50.000 - 25.000 - 16.000            10.000

0 - 216.200 - 260.900 - 292.500 - 286.000 - 226.000

 

Opbouw ontvangsten x € 1.000

 

2016

2017

2018

2019

2020

2021

Stand ontwerpbegroting 2016

Mutatie nota van wijziging 2016

Mutatie amendement 2016

Mutatie 1e suppletoire begroting 2016

Nieuwe mutaties

Stand ontwerpbegroting 2017

60.955 0 0 0 0

60.955

60.955 0 0 0 0

60.955

60.955 0 0 0 0

60.955

60.955 0 0 0 0

60.955

60.955 0 0 0 0

60.955

0 0 0 0 60.955 60.955

Artikel 3 Langdurige zorg en ondersteuning

 

Opbouw uitgaven x € 1.000

 

2016

2017

2018

2019

2020

2021

Stand ontwerpbegroting 2016 Mutatie nota van wijziging 2016

3.644.801 0

3.807.261 0

4.004.867 0

4.221.449 0

4.450.188 0

0 0

Mutatie amendement 2016

Mutatie 1e suppletoire begroting 2016

Nieuwe mutaties

Stand ontwerpbegroting 2017

0

90.408

  • 1.087

3.734.022

0

  • 68.609

29.415

3.768.067

0

  • 73.853
  • 174.330

3.756.684

0

  • 79.366
  • 342.657

3.799.426

0

  • 85.733
  • 510.231

3.854.224

0

149.267

3.769.114

3.918.381

0

0

0

0

0

0

0

Toelichting belangrijkste nieuwe mutaties (bedragen x € 1.000)

2016

2017

2018

2019

2020

2021

Op basis van onderzoek naar de kostenraming van de exploitatie van het CIZ in het kader van de

Wlz-indicatiestelling kan worden vastgesteld dat er sprake is van meerjarige ruimte in het financiële kader.

Naast het programma Waardigheid en Trots voor de ouderenzorg en de vernieuwingsagenda voor de langdurige zorg zullen de komende jaren acties moeten worden uitgevoerd om de kwaliteit van het leven van cliënten en de betrokkenheid en vakbekwaamheid van medewerkers in de gehandicaptenzorg te vergroten.

Dit betreft de bijstelling van de Rijksbijdrage Bijdrage in de kosten van kortingen (BIKK) naar aanleiding van de actuele ramingen van het CPB.

Dit betreft de overheveling van uitvoeringskosten pgb trekkingsrechten SVB vanaf de VWS-begroting naar het

BKZ.

Dit betreft de reservering van middelen ten behoeve van de bijdrage van de gemeenten aan de uitvoeringskosten van de trekkingsrechten pgb door de SVB.

14.600

10.800

5.800

85.700

8.400

35.100

10.800

5.800

263.100

5.700

10.800

5.800

436.800

5.700

10.800

5.800

610.300

5.700

10.800

5.800

549.300

5.700

 

Opbouw ontvangsten x € 1.000

 

2016

2017

2018

2019

2020

2021

Stand ontwerpbegroting 2016

Mutatie nota van wijziging 2016

Mutatie amendement 2016

Mutatie 1e suppletoire begroting 2016

Nieuwe mutaties

Stand ontwerpbegroting 2017

3.441 0 0 0 0

3.441

3.441 0 0 0 0

3.441

3.441 0 0 0 0

3.441

3.441 0 0 0 0

3.441

3.441 0 0 0 0

3.441

0 0 0 0 3.441 3.441

Artikel 4 Zorgbreed beleid

 

Opbouw uitgaven x € 1.000

 

2016

2017

2018

2019

2020

2021

Stand ontwerpbegroting 2016

871.197

878.441

862.756

872.275

870.484

0

Mutatie nota van wijziging 2016

Mutatie amendement 2016

Mutatie 1e suppletoire begroting 2016

Nieuwe mutaties

Stand ontwerpbegroting 2017

0

0

75.939

  • 7.324

939.812

0

0

46.849

  • 9.840

915.450

0

0

30.830

17.242

910.828

0

0

29.116

12.306

913.697

0

0

22.506

11.443

904.433

0

0

21.283

876.397

897.680

Toelichting belangrijkste nieuwe mutaties (bedragen x € 1.000)

 

2016

2017

2018

2019

2020

2021

De UMC’s worden gecompenseerd voor de herstelopslag op de pensioenpremie die het ABP per 1 april 2016 heeft doorgevoerd. De middelen worden hiertoe overgeboekt naar de begroting van OCW. –

11.200

  • 15.800

0

0

0

0

Vanwege de afspraak over het bereiken van het gelijke speelveld stemt de NFU in met de verplichtingen uit de Loonruimte Overeenkomst Publieke Sector 2015–2016. Er zal structureel € 17 miljoen worden uitgetrokken voor het creëren van een level playing field. De middelen worden hiertoe overgeboekt naar de begroting van OCW. –

17.000

  • 17.000
  • 17.000
  • 17.000
  • 17.000
  • 17.000

0

0

0

0

0

0

0

0

 

Opbouw ontvangsten x € 1.000

 

2016

2017

2018

2019

2020

2021

Stand ontwerpbegroting 2016

Mutatie nota van wijziging 2016

Mutatie amendement 2016

Mutatie 1e suppletoire begroting 2016

Nieuwe mutaties

Stand ontwerpbegroting 2017

4.858 0 0 0 0

4.858

4.858 0 0 0 0

4.858

4.858 0 0 0 0

4.858

4.858 0 0 0 0

4.858

4.858 0 0 0 0

4.858

0 0 0 0 4.858 4.858

Artikel 5 Jeugd

 

Opbouw uitgaven x € 1.000

 

2016

2017

2018

2019

2020

2021

Stand ontwerpbegroting 2016

126.154

129.803

75.848

83.493

83.493

0

Mutatie nota van wijziging 2016

0

0

0

0

0

0

Mutatie amendement 2016

0

0

0

0

0

0

Mutatie 1e suppletoire begroting 2016

84.977

  • 6.909
  • 5.780
  • 4.667
  • 3.000
  • 1.000

Nieuwe mutaties

  • 8.267
  • 7.363
  • 8.125
  • 8.021
  • 8.020

56.875

Stand ontwerpbegroting 2017

202.864

115.531

61.943

70.805

72.473

55.875

Toelichting belangrijkste nieuwe mutaties (bedragen x € 1.000)

 

2016

2017

2018

2019

2020

2021

Als gevolg van het afschaffen van de ouderbijdrage jeugdzorg worden gemeenten gecompenseerd voor gederfde inkomsten door verhoging van het macrobudget jeugd.

0

  • 9.600
  • 9.600
  • 9.600
  • 9.600
  • 9.600

Opbouw ontvangsten x € 1.000

 

2016

2017

2018

2019

2020

2021

Stand ontwerpbegroting 2016

Mutatie nota van wijziging 2016

Mutatie amendement 2016

Mutatie 1e suppletoire begroting 2016

Nieuwe mutaties

Stand ontwerpbegroting 2017

82.508 0 0 0 0

82.508

4.508 0 0 0 0

4.508

4.508 0 0 0 0

4.508

4.508 0 0 0 0

4.508

4.508 0 0 0 0

4.508

0 0 0 0 4.508 4.508

Artikel 6 Sport

 

Opbouw uitgaven x € 1.000

 

2016

2017

2018

2019

2020

2021

Stand ontwerpbegroting 2016

128.813

128.244

126.551

127.578

127.578

0

Mutatie nota van wijziging 2016

0

0

0

0

0

0

Mutatie amendement 2016

0

0

0

0

0

0

Mutatie 1e suppletoire begroting 2016

  • 63.015
  • 3.428
  • 852
  • 1.407
  • 846
  • 1.003

Nieuwe mutaties

660

1.888

2.810

1.874

1.876

129.455

Stand ontwerpbegroting 2017

66.458

126.704

128.509

128.045

128.608

128.452

Opbouw ontvangsten x € 1.000

 

2016

2017

2018

2019

2020

2021

Stand ontwerpbegroting 2016

Mutatie nota van wijziging 2016

Mutatie amendement 2016

Mutatie 1e suppletoire begroting 2016

Nieuwe mutaties

Stand ontwerpbegroting 2017

 

740

740

740

740

740

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

740

740

740

740

740

740

740

Artikel 7 Oorlogsgetroffenen en Herinnering Tweede Wereldoorlog

 

Opbouw uitgaven x € 1.000

 

2016

2017

2018

2019

2020

2021

Stand ontwerpbegroting 2016

Mutatie nota van wijziging 2016

Mutatie amendement 2016

Mutatie 1e suppletoire begroting 2016

Nieuwe mutaties

Stand ontwerpbegroting 2017

290.109

0

0

20.000

1.278

311.387

272.400

0

0

0

1.115

273.515

256.865

0

0

0

995

257.860

241.235

0

0

0

976

242.211

226.883

0

0

0

976

227.859

0 0 0 0 213.985 213.985

Opbouw ontvangsten x € 1.000

2016

2017

2018

2019

2020

2021

Stand ontwerpbegroting 2016

Mutatie nota van wijziging 2016

Mutatie amendement 2016

Mutatie 1e suppletoire begroting 2016

Nieuwe mutaties

Stand ontwerpbegroting 2017

 

901

901

901

901

901

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

4.112

0

0

0

0

901

5.013

901

901

901

901

901

Artikel 8 Tegemoetkoming specifieke kosten

 

Opbouw uitgaven x € 1.000

 

2016

2017

2018

2019

2020

2021

Stand ontwerpbegroting 2016

4.432.332

4.905.439

5.214.827

5.488.492

5.662.138

0

Mutatie nota van wijziging 2016

0

0

0

0

0

0

Mutatie amendement 2016

0

0

0

0

0

0

Mutatie 1e suppletoire begroting 2016

  • 27.245
  • 317.476
  • 188.242
  • 189.857
  • 97.795
  • 112.030

Nieuwe mutaties

  • 143.165
  • 139.842
  • 33.611

138.946

236.629

6.108.422

Stand ontwerpbegroting 2017

4.261.922

4.448.121

4.992.974

5.437.581

5.800.972

5.996.392

Toelichting belangrijkste nieuwe mutaties (bedragen x € 1.000)

2016

2017

2018

2019

2020

2021

Dit betreft de bijstelling van de uitgavenraming

         

zorgtoeslag naar aanleiding van de actuele raming van het

         

CPB. – 170.410

  • 809.318
  • 573.853
  • 377.911
  • 165.666
  • 197.024

Verhoging van de zorgtoeslag door het structureel lager

         

vaststellen van de normpercentaes die de hoogte van de

         

zorgtoeslag bepalen. 0

352.000

352.000

352.000

352.000

352.000

Opbouw ontvangsten x € 1.000

 

2016

2017

2018

2019

2020

2021

Stand ontwerpbegroting 2016

Mutatie nota van wijziging 2016

Mutatie amendement 2016

Mutatie 1e suppletoire begroting 2016

Nieuwe mutaties

Stand ontwerpbegroting 2017

 

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

Artikel 9 Algemeen

 

Opbouw uitgaven x € 1.000

 

2016

2017

2018

2019

2020

2021

Stand ontwerpbegroting 2016

Mutatie nota van wijziging 2016

Mutatie amendement 2016

Mutatie 1e suppletoire begroting 2016

Nieuwe mutaties

Stand ontwerpbegroting 2017

27.336

0

0

2.354

  • 3.972

25.718

28.835

0

0

0

  • 650

28.185

32.434

0

0

0

  • 67

32.367

35.604

0

0

0

  • 89

35.515

40.604

0

0

0

  • 89

40.515

0 0 0 0 40.515 40.515

Opbouw ontvangsten x € 1.000

2016

2017

2018

2019

2020

2021

Stand ontwerpbegroting 2016

Mutatie nota van wijziging 2016

Mutatie amendement 2016

Mutatie 1e suppletoire begroting 2016

Nieuwe mutaties

Stand ontwerpbegroting 2017

 

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

283

0

0

0

0

0

283

0

0

0

0

0

Artikel 10 Apparaatsuitgaven

 

Opbouw uitgaven x € 1.000

 

2016

2017

2018

2019

2020

2021

Stand ontwerpbegroting 2016 Mutatie nota van wijziging 2016 Mutatie amendement 2016 Mutatie 1e suppletoire begroting 2016

249.168

0

0

39.582

239.306

0

0

16.334

238.557

0

0

10.240

235.340

0

0

11.870

235.439

0

0

7.889

0

0

0

7.397

Nieuwe mutaties

Stand ontwerpbegroting 2017

14.174 302.924

3.519 259.159

3.711 252.508

3.667 250.877

2.671 245.999

238.340 245.737

Opbouw ontvangsten x € 1.000

 

2016

2017

2018

2019

2020

2021

Stand ontwerpbegroting 2016 Mutatie nota van wijziging 2016

5.357 0

5.357 0

10.357 0

5.357 0

5.357 0

0 0

Mutatie amendement 2016

Mutatie 1e suppletoire begroting 2016

Nieuwe mutaties

0

19.024

1.192

0

1.374

0

0

1.322

0

0

1.276

0

0

1.172

0

0 1.163 5.357

Stand ontwerpbegroting 2017

25.573

6.731

11.679

6.633

6.529

6.520

Artikel 11 Nominaal en onvoorzien

 

Opbouw uitgaven x € 1.000

 

2016

2017

2018

2019

2020

2021

Stand ontwerpbegroting 2016

  • 15.009

2.074

2.646

2.706

2.706

0

Mutatie nota van wijziging 2016

0

0

0

0

0

0

Mutatie amendement 2016

0

0

0

0

0

0

Mutatie 1e suppletoire begroting 2016

2.201

  • 4.500
  • 830
  • 2.134
  • 918
  • 2.158

Nieuwe mutaties

  • 36.109
  • 31.020
  • 31.468
  • 31.652
  • 32.872
  • 28.904

Stand ontwerpbegroting 2017

  • 48.917
  • 33.446
  • 29.652
  • 31.080
  • 31.084
  • 31.062

Toelichting belangrijkste nieuwe mutaties (bedragen x € 1.000)

2016

2017

2018

2019

2020

2021

Dit betreft de toedeling van de loonbijstelling 2016 naar de andere onderdelen van de begroting. – 37.743

  • 36.102
  • 35.214
  • 35.361
  • 35.258
  • 35.277

Opbouw ontvangsten x € 1.000

2016

2017

2018

2019

2020

2021

Stand ontwerpbegroting 2016

Mutatie nota van wijziging 2016

Mutatie amendement 2016

Mutatie 1e suppletoire begroting 2016

Nieuwe mutaties

Stand ontwerpbegroting 2017

 

5.000

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

5.000

0

0

0

0

0

  • 3. 
    Moties en toezeggingen
 

Nieuwe

nog openstaande moties sinds de vorige begroting

 

ID1

Omschrijving

Vindplaats

Stand van zaken

2407

Motie van de leden Geurts en

34 087-5

Ministerie van EZ stuurt hierover een

 

Schouten over uitbreiding van de

 

brief.

 

lijst producten zonder datumver-

   
 

melding.

   

2421

Motie van de leden Bouwmeester en

34 300 XVI, nr. 94

Toezeggingen 5770, en motie 2421:

 

Dik-Faber (t.v.v. 34 300-XVI, nr. 52)

 

Deze worden afgedaan als het

 

over het vergroten van de zeggen-

 

wetsvoorstel richting het einde van

 

schap van verzekerden, patiënten en

 

het jaar bij de Tweede Kamer wordt

 

cliënten.

 

ingediend.

2425

Motie van de leden Otwin Van Dijk

34 300 XVI-56

De inventarisatie wordt voor de

 

en Voortman over inventariseren van

 

zomer afgerond, in het najaar 2016

 

knelpunten bij burgerinitiatieven en

 

wordt de Tweede Kamer geïnfor-

 

zorgcoöperaties

 

meerd.

2426

Motie van de leden Otwin Van Dijk

34 300 XVI-57

De Tweede Kamer wordt medio

 

en Bergkamp over stimuleren van

 

oktober 2016 met de 2e voortgangs-

 

een professionaliseringsslag in het

 

rapportage Wmo geïnformeerd over

 

sociaal werk

 

de uitvoering motie over stimuleren van een professionaliseringsslag in het sociaal werk.

2427

Motie van de leden Otwin Van Dijk

34 300 XVI-58

De Tweede Kamer wordt in oktober

 

en Tanamal over een agenda

 

geïnformeerd met de 2e Voortgangs-

 

ontwikkelen om de zeggenschap van

 

rapportage Wmo.

 

cliënten te versterken

   

2429

Motie van de leden Pia Dijkstra en

2015D42464

Zoals in het AO GGZ van 26 mei

 

De Lange (t.v.v. 34 300-XVI, nr. 64)

 

2016 is toegezegd volgt na de zomer

 

over psychosociale zorg als

 

hierover een brief aan de TK

 

onderdeel van de behandeling van

   
 

ernstig somatische aandoeningen

   

2431

Motie van de leden Pia Dijkstra en

34 300 XVI-65

Deze motie wordt medio oktober

 

Bouwmeester over kleine, innova-

 

afgedaan in de Voortgangsrap-

 

tieve zorgaanbieders een kans geven

 

portage innovatie en ehealth.

2437

Motie van de leden Van der Staaij en

34 300 XVI-76

Wordt meegenomen in de Voort-

 

Voortman over het verstrekken van

 

gangsrapportage Wlz die na het

 

meer meerjarencontracten

 

zomerreces naar de Kamer wordt gestuurd.

2438

Motie van de leden Van der Staaij en

34 300 XVI-77

In de Voortgangsrapportage WLZ

 

Bruins Slot over standaardisatie van

 

(eind juni) wordt gemeld dat het

 

inkoop-, kwaliteits-, en facturatie-

 

onderzoek mbt deze motie is

 

eisen

 

uitgezet en in het najaar aan de Kamer zal worden aangeboden.

2439

Motie van de leden Van der Staaij en

34 300 XVI-79

Na de zomer ontvangt de TK

 

Pia Dijkstra over het concept van

 

hierover een brief.

 

verpleegkundige topzorg landelijk

   
 

navolging geven

   

2454

Motie van de Leden Rudmer,

34 300-XVI, nr. 142

Voor het jaar 2016 ingevuld met

 

Heerema en Van Dekken (t.v.v.

 

amendement Heerema/ van Dekken

 

34 300-XVI, nr. 127) over het

 

in afstemming met NOC*NSF. Inzet

 

oormerken van extra middelen voor

 

op opleidingen, talentontwikkeling,

 

de basissportinfrastructuur

 

paralympisch en gehandicapten wedstrijdsport (via effectief actief). In latere jaren afhankelijk van ontwikkelingen fusie.

ID1

Omschrijving

Vindplaats

Stand van zaken

2457

Motie van de leden Pia Dijkstra en

34 300-XVI, nr. 143

Op dit moment wordt bezien op

 

Van Dekken (t.v.v. 34 300-XVI, nr.

 

welke wijze invulling gegeven kan

 
  • over alsnog eren van sporters
 

worden aan deze motie. Na de

 

die een medaille zijn misgelopen

 

zomer wordt de Kamer hierover

 

door dopinggebruik van concur-

 

nader geïnformeerd.

 

renten.

   

2458

Motie van de leden Pia Dijkstra en

34 300 XVI-134

Op dit moment inventariseert het

 

Van Dekken over het onderzoeken

 

Mulierinstituut welke informatie

 

van achterstanden qua beloning en

 

voor handen is om invulling te

 

waardering van vrouwelijke sporters

 

geven aan deze motie over sexe ongelijkheid in de sport. Kenniscentrum sport stelt een dossier op over dit thema.

2477

Motie van het lid Van Gerven over

33 990-38

De TK wordt voor het kerstreces

 

spoedige ondertekening van het

 

2016 over de stand van zaken moties

 

facultatief protocol

 

n.a.v. debat VN Verdrag gehandicapten

2478

Motie van de leden Otwin van Dijk

33 990-39

De TK wordt voor het kerstreces

 

en Voortman over het streven naar

 

2016 over de stand van zaken moties

 

een inclusieve samenleving

 

n.a.v. debat VN Verdrag gehandicapten.

2479

Motie van het lid Otwin van Dijk over

33 990-40

De TK wordt voor het kerstreces

 

het toegankelijker maken van

 

2016 over de stand van zaken moties

 

overheidsinformatie voor mensen

 

n.a.v. debat VN Verdrag gehandi-

 

met een beperking

 

capten.

2481

Motie van de leden Dik-Faber en

33 990-42

De TK wordt voor het kerstreces

 

Bergkamp over de positie van

 

2016 over de stand van zaken moties

 

mensen met een handicap in

 

n.a.v. debat VN Verdrag gehandi-

 

Caribisch Nederland

 

capten.

2486

Motie van de leden Bergkamp en

33 990-50

De TK wordt voor het kerstreces

 

Otwin van Dijk over aandacht voor

 

2016 over de stand van zaken moties

 

het belang van assistentiehonden

 

n.a.v. debat VN Verdrag gehandicapten

2487

Motie van het lid Bergkamp over

33 990-51

De TK wordt voor het kerstreces

 

doorbreken van het taboe rond

 

2016 over de stand van zaken moties

 

seksualiteitsbeleving bij mensen met

 

n.a.v. debat VN Verdrag gehandi-

 

een beperking

 

capten

2489

Gewijzigde motie van het lid Keijzer

2016D01832

De TK wordt na het zomerreces

 

(t.v.v. 30 169, nr. 46) over het aantal

 

geïnformeerd met de afschriftbrief

 

aanwezigen bij het keukentafelge-

 

aan wethouder inzake stand van

 

sprek met de zorgvrager

 

zaken Wmo.

2491

Motie van het lid Volp over het

34 234-24

De brief van CBL over het convenant

 

convenant om een displayban in te

 

is nog niet binnen. Zodra deze er is

 

voeren uiterlijk 1 juli afsluiten

 

wordt de reactie voor de TK opgesteld, met het streven verzending aan de TK voor het zomerreces.

2492

Nader gewijzigde motie van de

34 234, nr. 32

Het streven is de termijn van

 

leden Volp en Bruins Slot (t.v.v.

 

1 oktober te halen.

 

34 234, nr. 25) de AMvB voor nieuwe

   
 

verpakkingen uiterlijk 1 oktober 2016

   
 

in werking stellen.

   

2493

Motie van het lid Van der Staaij c.s.

29 509-56

Na het zomerreces ontvangt de TK

 

over gespecialiseerde geestelijke

 

hierover een brief

 

verzorging in de laatste levensfase

   

ID1

Omschrijving

Vindplaats

Stand van zaken

2499

Motie van het lid Voortman over

34 233-52

Nader overleg met partijen is nodig.

 

knelpunten inventariseren en

 

De Kamer wordt hierover in oktober

 

wegnemen

 

geïnformeerd.

2501

Motie van het lid Bergkamp c.s. over

34 233-56

Na de zomer wordt gekeken naar

 

de uitgangspunten van planbaarheid

 

een passende oplossing. Het streven

 

van zorg

 

is de Kamer in oktober te informeren.

2502

Motie van het lid Bergkamp over het

34 233-57

De Kamer wordt hierover in het

 

vereenvoudigen van de communi-

 

najaar geïnformeerd.

 

catie over tarieven

   

2505

Gewijzigde motie van de leden

34 192, nr. 7

De TK wordt begin 2018 geïnfor-

 

Bergkamp en Otwin van Dijk (t.v.v.

 

meerd met de evaluatie van de Wmo

 

34 192, nr. 4) over onderzoeken naar

 

2015, Jeugdwet en wet Publieke

 

samenhang van de vrschillende

 

Gezondheidszorg waarin dit advies

 

zorgwetten.

 

wordt meegenomen.

2510

Motie van de leden Bergkamp en

29 538-208

De TK wordt na het zomerreces 2016

 

Otwin Van Dijk over informatievoor-

 

geïnformeerd.

 

ziening door gemeenten aan

   
 

Wmo-cliënten

   

2511

Motie van de leden Otwin Van Dijk

29 538-209

De TK wordt na het zomerreces 2016

 

en Potters over een maximale

 

geïnformeerd.

 

aanleveringstermijn voor gemeenten

   

2512

Motie van de leden Otwin Van Dijk

29 538-210

De TK wordt na het zomerreces 2016

 

en Bergkamp over een oplossing

 

geïnformeerd.

 

voor echtparen waarvan een partner

   
 

opgenomen wordt in een instelling

   

2513

Motie van het lid Wolbert over

29 247-221

Onderzoek komt in visie nieuwe wet

 

onderzoek naar verschillende

 

ambulancezorg en uiteindelijk in wet

 

stelsels voor ambulancezorg

 

zelf; na voorstel tot verlenging van de TWAZ met twee jaar tot 2020.

2515

Motie van de leden Dik-Faber en

34 104-113

Het onderzoek zal nog deze zomer

 

Voordewind over aanvullend

 

van start gaan. In dat onderzoek

 

onderzoek naar de aansluiting

 

wordt het concreter verzoek van de

 

tussen de verschillende wetten voor

 

Kamer meegenomen om te

 

jongeren van 18 tot 23 jaar met een

 

verkennen welke mogelijkheden er

 

beperking

 

zijn om hulpverlening te verplichten aan 18-plussers die zulke hulp niet wensen, maar volgens een bepaalde risicotaxatie wel nodig zouden hebben. De Kamer wordt in de volgende rapportage over het nieuwe jeugdstelsel over de voortgang van het onderzoek geïnformeerd.

2516

Motie van de leden Dik-Faber en

34 104-114

Dit wordt meegenomen in de

 

Bergkamp over mogelijkheden om

 

adviesaanvraag aan Zorginstituut en

 

het maatwerkprofiel breed in te

 

NZa over de vormgeving van het

 

zetten

 

maatwerkprofiel die begin april uit zal gaan. In eerstvolgende voortgangsrapportage over de brief Waardig leven met zorg» of de implementatie van de Wlz zal dit aan de Tweede Kamer worden gemeld.

2517

Motie van het lid Dik-Faber over

34 104-115

Advies wordt aan het eind van het

 

mogelijkheid om de meerzorgre-

 

jaar verwacht. Zo spoedig mogelijk

 

geling meerjarig te indiceren

 

daarna wordt de Kamer geïnformeerd.

ID1

Omschrijving

Vindplaats

Stand van zaken

2518

Gewijzigde motie van de leden

34 104, nr. 119

Eind 2016 wordt de Kamer geïnfor-

 

Otwin van Dijk en Bergkamp (t.v.v.

 

meerd over de uitvoering van deze

 

34 104, nr. 116) over een apart

 

motie.

 

afwegingskader voor toegang van

   
 

kinderen tot de Wet langdurige zorg.

   

2519

Motie van de leden Bergkamp en

28 345-160

De TK wordt na het zomerreces 2016

 

Kooiman over de prioritering van de

 

met de 1e VGR GIA 2016 geïnfor-

 

aanpak van wachtlijsten.

 

meerd over de prioritering van de aanpak van wachtlijsten.

2520

Motie van het lid Volp c.s. over

28 345-163

De TK wordt na het zomerreces met

 

borging van de expertise bij

 

1e VGR GIA 2016 geïnformeerd over

 

gemeenten over de verschillende

 

de borging van de expertise bij

 

vormen van geweld in afhankelijk-

 

gemeenten over de verschillende

 

heidsrelaties

 

vormen van gia.

2521

Motie van het lid Volp c.s. over

28 345-164

De TK wordt na het zomerreces 2016

 

structurele monitoring van de

 

met de 1e Voortgangsrapportage

 

aanpak van geweld in afhankelijk-

 

GIA 2016 geïnformeerd over de

 

heidsrelaties

 

structurele monitoring van de aanpak van geweld in afhankelijkheidsrelaties.

2523

Motie van de leden Otwin Van Dijk

34 279-20

Onderzoek afronden t/m oktober

 

en Van Weyenberg over onderzoek

 

2016. In december 2016 wordt de TK

 

naar de overheveling van

 

geïnformeerd.

 

woningaanpassingen, hulpmiddelen

   
 

en huishoudelijke hulp

   

2524

Gewijzigde motie van de leden

2016D14304

De Tweede Kamer wordt eind 2016

 

Bergkamp en Ypma (t.v.v. 34 191,

 

geïnformeerd.

 

nr. 23) over een alternatief voor de

   
 

diagnosegegevens

   

2527

Motie van de leden Leijten en Van

29 477-372

De Kamer wordt uiterlijk 1 oktober

 

Gerven over toestaan van doorgele-

 

2016 geïnformeerd.

 

verde bereidingen

   

2529

Motie van het lid Otwin van Dijk over

29 477-378

De Kamer wordt uiterlijk 1 oktober

 

een plan van aanpak voor doorgele-

 

2016 geïnformeerd.

 

verde eigen bereidingen

   

2530

Motie van het lid Rutte over een

29 477-379

De Kamer wordt voor de begrotings-

 

leidende rol bij geneesmiddelenon-

 

behandeling geïnformeerd.

 

derzoek met vrouwen en comorbide

   
 

patiënten

   

2531

Motie van de leden Krol en Otwin Van Dijk over het ondersteunen van veilig thuis wonen

31 765-207

Overleg vindt plaats met BZK.

2532

Motie van het lid Krol over een

31 765-206

De Kamer ontvangt jaarlijks de

 

jaarlijkse voortgangsrapportage over

 

voortgangsrapportage over het

 

het terugdringen van psychofarmaca

 

terugdringen van psychofarmaca

2533

Motie van het lid Wolbert over het

32 793-221

De uitvoering van de motie wordt

 

programma rond de preventiecoa-

 

steeds meegenomen in de jaarlijkse

 

lities

 

rapportage over het NPP.

2534

Motie van de leden Van der Burg en

31 839-516

De Tweede Kamer wordt eind 2017

 

Ypma over na drie jaar een

 

geïnformeerd bij de evaluatie van de

 

tussenevaluatie en na vijf jaar een

 

Jeugdwet.

 

reguliere evaluatie van de Jeugdwet

   

ID1

Omschrijving

Vindplaats

Stand van zaken

2539

Motie van het lid Bergkamp over het

23 235-159

De TK wordt met de 2e VGR Wmo

 

waarborgen van de kwaliteit van

 

eind september /begin oktober 2016

 

keukentafelgesprekken

 

geïnformeerd over de waarborgen van de kwaliteiten van keukentafelgesprekken.

2540

Motie van de leden Dik-Faber en

23 235-160

De TK wordt voor het kerstreces met

 

Bergkamp over versterking van de

 

de 3e VGR Wmo 2016 geïnformeerd

 

expertise van lokale ombudsmannen

 

over de versterking van de expertise

 

en -vrouwen

 

van lokale ombudsmannen en -vrouwen.

2541

Motie van de leden Bergkamp en

29 538-221

De TK wordt in het derde kwartaal

 

Otwin van Dijk over mantelzorg door

 

2016 met de 2e Voortgangsrap-

 

jongeren niet meewegen bij de

 

portage Wmo geïnformeerd over de

 

ondersteuningsbehoefte

 

motie mantelzorg door jongeren niet meewegen bij de ondersteuningsbehoefte.

2542

Motie van de leden Dik-Faber en

29 538-222

De TK wordt voor het kerstreces

 

Otwin van Dijk over het stimuleren

 

2016 met de 3e Voortgangsrap-

 

van nieuwe vormen van indiceren

 

portage Wmo geïnformeerd over het stimuleren van nieuwe vormen van indiceren.

2543

Gewijzigde motie van het lid Keijzer

31 839-523

De Tweede Kamer wordt voor juli

 

c.s. (t.v.v. 31 839, nr. 522) over

 

2017 geïnformeerd.

 

vaststellen van Treeknormen voor

   
 

toegang tot de Jeugdwet

   

2544

Motie van de leden Volp en Potters

31 765-218

De Kamer wordt in oktober 2016

 

over inzetten van het interven-

 

geïnformeerd.

 

tieteam bij instellingen die dat zelf

   
 

willen

   

2545

Motie van het lid Van der Staaij c.s.

31 765-223

De Kamer wordt in oktober 2016

 

over het informeren van de raad van

 

geïnformeerd.

 

toezicht door IGZ en NZa

   

2546

Motie van de ledne Ypma en

31 839-528

De Tweede Kamer wordt in de

 

Bergkamp over landelijk invoeren

 

voortgangsbrief van oktober 2016

 

van de afspraken met de VNG over

 

geïnformeerd.

 

de mogelijkheid van vermindering

   
 

van regeldruk.

   

2547

Motie van het lid Potters c.s. over

31 765-224

De Kamer wordt in oktober 2016

 

een goede medicatieveiligheid voor

 

geïnformeerd.

 

het einde van de zomer

   

2548

Gewijzigde motie van het lid Krol

2016D29159

De Kamer wordt in oktober 2016

 

(t.v.v. 31 765, nr. 226) over elk half

 

geïnformeerd.

 

jaar over de resultaten van de

   
 

interventieteams rapporteren

   

2549

Motie van de leden Van der Burg en

31 839-532

De Tweede Kamer wordt in de

 

Ypma over gemeenten en regio’s

 

voortgangsbrief van oktober 2016

 

actief stimuleren jeugdhulp in te

 

geïnformeerd.

 

kopen op basis van outcome-criteria

   

2550

Motie van de leden Voortman en

31 765-227

De Kamer wordt in oktober 2016

 

Bergkamp over openbaar maken van

 

geïnformeerd.

 

gegevens over de tevredenheid van

   
 

verpleeghuisbewoners en hun

   
 

naasten

   

ID1

Omschrijving

Vindplaats

Stand van zaken

2551

Motie van het lid Voortman over een

31 765-228

De Kamer wordt in oktober 2016

 

onderzoek naar mogelijke verkla-

 

geïnformeerd.

 

ringen voor het verschil in kwaliteit

   

2552

Motie van het lid Agema c.s. over

29 515-391

Motie wordt afgedaan met brief voor

 

vertalen van de uitkomsten van het

 

zomerreces 2017.

 

Experiment Regelarme Instellingen

   
 

in concrete doelstellingen.

   

2553

Motie van de leden Bergkamp en

29 515-392

Motie wordt afgedaan met brief voor

 

Potters over specifiek aandacht

 

zomerreces 2017.

 

besteden aan zelfstandigen en vrij

   
 

gevestigden in de aanpak regeldruk.

   

2554

Motie van de leden Potters en Volp

25 657-251

De Tweede Kamer wordt eind

 

over het uitwerken van een nieuw

 

oktober 2016 met de Voortgangsrap-

 

betaalsysteem.

 

portage Trekkingsrecht pgb geïnformeerd over deze motie.

2555

Motie van het lid Bergkamp over

29 515-393

De Kamer wordt in december 2016

 

rekening houden met kleine

 

geïnformeerd.

 

instellingen bij de verantwoordings-

   
 

eisen.

   

2557

Motie van het lid Voortman c.s. over

25 657-252

De Tweede Kamer wordt eind

 

regievoering en eindverantwoorde-

 

oktober 2016 met de Voortgangsrap-

 

lijkheid bij de staatssecretaris van

 

portage Trekkingsrecht pgb

 

VWS leggen.

 

geïnformeerd over deze motie.

2558

Motie van het lid Pia Dijkstra over

32 279-93

Deze motie is net voor de zomer

 

adequate voorlichting op

 

2016 aangenomen. Er zal worden

 

mbo-scholen

 

bezien hoe deze motie zal worden opgepakt.

2559

Motie van de leden Wolbert en

32 279-94

Deze motie is net voor de zomer

 

Bruins Slot over geboortezorg in de

 

2016 aangenomen. Er zal worden

 

regio Schiedam, Vlaardingen,

 

bezien hoe deze motie zal worden

 

Nissewaard en Maassluis

 

opgepakt.

2560

Gewijzigde motie van het lid Volp

2016D29501

De Tweede Kamer wordt eind

 

c.s. (t.v.v. 25 657, nr. 253) over Per

 

oktober 2016 met de Voortgangsrap-

 

Saldo het voortouw laten nemen bij

 

portage Trekkingsrecht pgb

 

het opstellen van de eisen voor het

 

geïnformeerd over deze motie.

 

nieuwe portaal.

   

2561

Motie van het lid Wolbert over een

32 279-95

Deze motie is net voor de zomer

 

experiment met het proactief

 

2016 aangenomen. Er zal worden

 

uitnodigen van ouders

 

bezien hoe deze motie zal worden opgepakt.

2562

Motie van de leden Leyten en

25 657-255

De Tweede Kamer wordt eind

 

Voortman over de budgethouder

 

oktober 2016 met de Voortgangsrap-

 

centraal stellen bij de uitwerking van

 

portage Trekkingsrecht pgb

 

het portaal.

 

geïnformeerd over deze motie.

2563

Motie van de leden Keijzer en

25 657-257

De Tweede Kamer wordt eind

 

Bergkamp over zorgvuldigheid vóór

 

oktober 2016 met de Voortgangsrap-

 

snelheid bij alle vervolgonder-

 

portage Trekkingsrecht pgb

 

zoeken.

 

geïnformeerd over deze motie.

2564

Motie van de leden Bergkamp en

29 689-734

Deze motie is net voor de zomer

 

Van der Staaij over 24-uurs zorg voor

 

2016 aangenomen. Er zal worden

 

patiënten met een terminale

 

bezien hoe deze motie zal worden

 

zorgvraag.

 

opgepakt.

ID1

Omschrijving

Vindplaats

Stand van zaken

2565

Motie van het lid Rutte over de

29 689-735

De Tweede Kamer wordt eind

 

verschuiving van zorg en onder-

 

september/medio oktober met de 2e

 

steuning tussen de drie domeinen.

 

Voortgangsrapportage Wmo geïnformeerd.

2566

Motie van het lid Wolbert over

29 689-737

Deze motie is net voor de zomer

 

doortastende en zorgvuldige

 

2016 aangenomen. Er zal worden

 

invoering van het geïntegreerde

 

bezien hoe deze motie zal worden

 

tarief.

 

opgepakt.

2567

Motie van het lid Wolbert over de

29 689-738

Deze motie is net voor de zomer

 

vrijheid voor de wijkverpleegkundige

 

2016 aangenomen. Er zal worden

 

om de zorg te indiceren die zij nodig

 

bezien hoe deze motie zal worden

 

acht.

 

opgepakt.

2568

Motie van het lid Geurts c.s. over

33 835-42

Deze motie is net voor de zomer

 

een kennisprogramma voor zo

 

2016 aangenomen. Er zal worden

 

adequaat mogelijke normstelling.

 

bezien hoe deze motie zal worden opgepakt.

2569

Motie van het lid Leijten over het na

29 689-740

De Kamer wordt hierover geïnfor-

 

een jaar evalueren van de maatre-

 

meerd in de Verzekerdenmonitor van

 

gelen

 

2017.

2570

Motie van het lid Bouwmeester over

29 689-754

Deze motie is net voor de zomer

 

het meewegen van kwaliteit bij de

 

2016 aangenomen. Er zal worden

 

inkoopnorm

 

bezien hoe deze motie zal worden opgepakt.

2571

Gewijzigde motie van het lid Pia

29 689, nr. 756

Deze motie is net voor de zomer

 

Dijkstra (t.v.v. 29 689, nr. 746) over de

 

2016 aangenomen. Er zal worden

 

invloed van solvabiliteit II op de

 

bezien hoe deze motie zal worden

 

risicoselectie.

 

opgepakt.

2572

Motie van het lid Pia Dijkstra over

29 689-747

Het definitieve rapport van de NZa

 

verzekerden die langdurig gebruik

 

kwalitatief onderzoek risicoselectie

 

maken van de curatieve ggz

 

komt na het zomerreces en wordt dan met reactie een naar de Kamer gestuurd.

2573

Motie van de leden Bergkamp en

31 765-222

De Kamer wordt in oktober 2016

 

Agema over het verbreden van de

 

geïnformeerd.

 

eisen die de IGZ aan de verpleeg-

   
 

huizen stelt

   

Dit is een identificatienummer voor de administratie van de motie binnen het Ministerie van VWS

 

Openstaande moties uit voorgaande jaren

ID

Omschrijving

Vindplaats

Stand van zaken

1864

De gewijzigde motie-Straus over een

32 022, nr. 73

De Drank en Horecawet is per

 

evaluatie over drie jaar.

 

1-1-2013 in werking treden. De eerste evaluatie is voorzien voor 1-1-2016. De Kamer zal eind 2016 geïnformeerd worden

2103

Motie Bergkamp/Rutte over de

33 341, nr. 13

De Drank en Horecawet is per

 

evaluatie van de Drank- en

 

1-1-2013 in werking treden. De

 

Horecawet.

 

eerste evaluatie is voorzien voor 1-1-2016. De leeftijdsgrens verhoging wordt meegenomen in deze evaluatie. De Kamer zal eind 2016 geïnformeerd worden

ID

Omschrijving

Vindplaats

Stand van zaken

2107

De motie Pia Dijkstra over de

33 253, nr. 53

Het wetsvoorstel is januari 2014 in

 

concentratie-effectrapportage: bij de

 

werking getreden. In de wet is

 

evaluatie van het wetsvoorstel moet

 

opgenomen dat de wet drie jaar na

 

nadrukkelijk worden ingegaan op de

 

inwerkingtreding geëvalueerd gaat

 

administratieve lasten als gevolg

 

worden. Bij de evaluatie wordt de

 

van de 8 elementen uit de fusie-

 

motie van Dijkstra meegenomen.

 

effectrapportage.

 

Planning is dat motie begin 2018 wordt afgedaan.

2109

Motie Van der Burg c.s. over een

33 435

De Kamer zal begin 2018 worden

 

oproep aan het Openbaar Ministerie

 

geïnformeerd per brief.

 

om aangiftes zo spoedig mogelijk in

   
 

behandeling te nemen.

   

2248

Gewijzigde motie van het lid Van

33 897-3

Momenteel wordt er door de

 

Gerven c.s. (t.v.v. 33 897, nr. 2) over

 

betrokken partijen een aantal

 

bevorderen van de totstandkoming

 

parallelle trajecten gevolgd. Het doel

 

van een onderzoeks- en behandel-

 

is om in de zomermaanden te

 

centrum

 

komen tot een afronding van deze trajecten zodat na de zomer kan worden overgegaan tot ondertekenen van de samenwerking.

2325

Nader gewijzigde motie van de

29 689-581

Planning: motie wordt afgedaan met

 

leden Leijten en Dik-Faber (29 689,

 

brief na zomerreces.

 

nr. 580) over een uitzondering voor

   
 

huisartsen op de Mededingingswet.

   

2344

Motie van het lid Keijzer over ruimte

31 765-130

Wordt meegenomen in de 4e

 

voor de zorgprofessional

 

voortgangsrapportage Waardigheid en trots die in januari 2017 naar de Kamer wordt gestuurd.

2359

Motie van het lid Leyten over het

33 683-48

De Kamer wordt hier in oktober 2016

 

stuwmeer van mensen in het

 

over geïnformeerd.

 

bestuursrechtelijke regime.

   

2366

Motie van de leden Bruins Slot en

2015D14442

Het streven is om het wetsvoorstel

 

Bouwmeester (t.v.v. 29 282, nr. 222)

 

na de zomer van 2016 aan de

 

over een beroepsverbod.

 

Tweede Kamer te sturen

2381

Motie van de bijzondere gedele-

34 038-(R2039)-8

De TK wordt naar verwachting na

 

geerde Thijsen c.s. over opstellen

 

zomerreces 2016 met de 1e

 

van een samenwerkingsprotocol

 

Voortgangsrapportage GIA 2016 geïnformeerd over het opstellen van een samenwerkingsprotocol.

2382

Motie van de bijzondere gedele-

34 038-(R2039)-12

De TK wordt naar verwachting na

 

geerden Sneek en Bikker over delen

 

het zomerreces 2016 met de

 

van trainingsmateriaal met de

 

Voortgangsrapportage GIA

 

andere landen in het Koninkrijk

 

geïnformeerd over het delen van trainingsmateriaal met ander landen in het Koninkrijk.

Moties afgedaan sinds de vorige begroting

ID

Omschrijving

Vindplaats

Afgedaan met

 

ID

Omschrijving

Vindplaats

Afgedaan met

2064

De motie Bergkamp c.s. over

33 255, nr. 3

Uitgaande brief [25-01-2016] –

 

evaluatie van het verbod op qat

 

Evaluatie qatverbod (33 255-5)

 

aangenomen.

 

(18 844)

2121

Gewijzigde motie Krol/Keijzer over

29 389 nr. 53

In de brieven «Naar een waardevolle

 

een uitgebreide visie op

 

toekomst», «Waardig leven met

 

ouderenzorg in Nederland.

 

zorg», «Waardigheid en Trots», «Reactie Eindrapport Aanjaagteam Langer Zelfstandig Wonen» en in de brieven over de hervormingen in de langdurige zorg is uitvoerig ingegaan op mijn visie op de (veranderingen van de) zorg, waaronder de ouderenzorg.

2171

Motie Kuzu en Bruins Slot over het

33 599, nr. 10

Uitgaande brief [05-04-2016] – Stand

 

plan van aanpak voor een voorlich-

 

van zaken brief vervalste geneesmid-

 

tingscampagne voor internetmedi-

 

delen (29 477-369) (19 179)

 

cijnen.

   

2174

Motie-Keijzer over het monitoren

33 684, nr. 90

Uitgaande brief [22-06-2016] –

 

van grensgevallen

 

Voortgang nieuw jeugdstelsel (31 839-524) (19 460)

2178

Motie-Bergkamp over transparantie

33 684, nr. 103

Uitgaande brief [10-11-2015] –

 

in het aanbod van jeugdhulpaan-

 

Voortgang gedecentraliseerd

 

bieders.

 

jeugdstelsel (31 839-497) (18 594)

2214

Gewijzigde motie van het lid Wolbert

32 793-133

Uitgaande brief [04-12-2015] –

 

(t.v.v. 32 793, nr. 126) over toevoegen

 

Landelijke nota gezondheidsbeleid

 

van het verkleinen van sociaalecono-

 

2016-2019 (32 793-204) (18 681)

 

mische gezondheidsverschillen aan

   
 

de nieuwe preventiecyclus.

   

2241

Motie van de leden Van der Staaij en

33 841-138

Uitgaande brief [02-11-2015] – Derde

 

Otwin van Dijk over mogelijk maken

 

voortgangsrapportage HLZ

 

van substitutie van zorg en

 

(34 104-83) (18 572)

 

ondersteuning

   

2267

Gewijzigde motie van de leden

33 891-98/168

Uitgaande brief [26-02-2016] –

 

Keijzer en Agema (t.v.v. 33 891, nr.

 

Waardig leven met zorg (34 104-105)

 
  • 98
    over het scheiden van wonen en
 

(18 978)

 

zorg binnen de Wlz.

   

2269

Gewijzigde motie van de leden

33 891-102/169

Uitgaande brief [26-02-2016] –

 

Bergkamp en Otwin van Dijk (t.v.v.

 

Waardig leven met zorg (34 104-105)

 

33 891, nr. 102) over een maatwerk-

 

(18 978)

 

profiel voor de indicatiestelling door

   
 

het CIZ.

   

2272

Motie van het lid Otwin van Dijk c.s.

33 891-106

Uitgaande brief [26-02-2016] –

 

over een zorgvernieuwingsagenda

 

Waardig leven met zorg (34 104-105)

 

voor de langdurige zorg

 

(18 978)

2287

Motie van het lid Van Nispen over

34 000-XVI-10

Uitgaande brief [17-11-2015] –

 

een onderzoeksprogramma

 

Voortgangsbrief Sport (30 234-141)

 

zwemvaardigheid.

 

(18 616)

2288

Motie van de leden Bruins Slot en

34 000-XVI-12

Uitgaande brief [04-07-2016] –

 

Pia Dijkstra over vereenvoudigen

 

Initiatiefnota van het lid Bruins Slot

 

van de regeling voor vrijwilligersver-

 

inzake Vrijwilligers zijn kampioenen

 

goedingen

 

(19 547)

ID

Omschrijving

Vindplaats

Afgedaan met

2298

Motie van het lid Wolbert over een

34 000-XVI, nr. 65

Uitgaande brief [25-03-2016] –

 

betaaltitel voor preventie in de

 

Preventie in het zorgstelsel: van

 

Zorgverzekeringswet.

 

goede bedoelingen naar het in de praktijk ontwikkelen van resultaten (32 793-213) (19 120)

2303

Motie van het lid Leijten over het

33 149-28

Uitgaande brief [06-06-2016] –

 

standaard openbaar maken van

 

Wijziging van de Gezondheidswet en

 

inspectie (IGZ) rapporten.

 

de Wet op de jeugdzorg teneinde een mogelijkheid op te nemen tot openbaarmaking van informatie over de naleving en uitvoering van regelgeving, besluiten tot het opleggen van sancties daarbij inbegrepen (34 111) (34 111-10) (19 369)

2318

Motie van de leden Rebel en Bruins Slot over monitoring van gokverslaving bij online kansspelen

24 077-337

Door V&J afgedaan.

2319

Gewijzigde motie van het lid Leijten

2014D47206

Uitgaande brief [20-10-2015] – Stand

 

(t.v.v. 24 077, nr. 338) over het

 

van zaken moties en toezeggingen

 

oordeel van de medisch professional

 

(34 300-XVI-11) (18 501)

 

leidend laten zijn bij verwijzing

   

2320

motie van de leden Van Wijngaarden

33 898-2

Uitgaande brief [29-10-2015] –

 

en Bouwmeester over versterking

 

Samen beslissen (31 765-169)

 

van de informatieplicht van

 

(18 548)

 

patienten

   

2321

Motie van het lid Berckmoes-

29325-71

Uitgaande brief [22-12-2015] –

 

Duindam c.s. over de beschik-

 

Voortgangsrapportage maatschap-

 

baarheid van voldoende betaalbare

 

pelijke opvang 2015 (29 325-74)

 

huurwoningen

 

(18 780)

2326

Gewijzigde motie van de leden

30 111-82

Uitgaande brief [04-07-2016] – Motie

 

Kerstens en Leijten (t.v.v. 30 111, nr.

 

topinkomens onder CAO (19 550)

 
  • 81
    over topinkomens onder gewone
   
 

cao’s laten vallen.

   

2327

Motie van de leden Pia Dijkstra en

25 657-117

De Algemene Rekenkamer heeft in

 

Ellemeet over een onafhankelijke

 

mei 2015 hun rapport uitgebracht.

 

probleemanalyse. (het lid Ellemeet

   
 

moet nog worden ingevoerd als

   
 

Kamerlid in het systeem.)

   

2330

Gewijzigde motie van het lid

25 657-128

Uitgaande brief [04-09-2015] –

 

Dik-Faber (t.v.v. 25 657, nr. 120) over

 

Bestuurlijke afspraken over het

 

het pgb-proof maken van het

 

trekkingsrecht pgb (25 657-202)

 

systeem.

 

(18 320)

2335

Nader gewijzigde motie van het lid

28828-80

Uitgaande brief [07-12-2015] –

 

Bruins Slot c.s. (t.v.v. 28 828, nr. 87)

 

Compensatieregeling trekkingsrecht

 

over onmogelijk maken van het werk

 

pgb (25 657-226) (18 693)

 

van malafide zorgbureaus.

   

2336

Motie van het lid Bruins Slot over

28828-82

Uitgaande brief [29-10-2015] –

 

fraudebestrijding bij instellingen die

 

Voortgang programma Rechtmatige

 

zorg in natura leveren

 

Zorg 2015 (28 828-93) (18 549)

2338

Motie van het lid Van der Staaij c.s.

31 765-122

Uitgaande brief [20-10-2015] – Stand

 

over ruimte voor kleine zorgaan-

 

van zaken moties en toezeggingen

 

bieders en identiteitsgebonden zorg.

 

(34 300-XVI-11) (18 501)

ID

Omschrijving

Vindplaats

Afgedaan met

2342

Motie van de leden Voortman en Pia

25 657-152

Uitgaande brief [10-06-2016] –

 

Dijkstra over in stand houden van de

 

Trekkingsrecht pgb: voortgang en

 

noodmaatregelen.

 

toezeggingen (19 404)

2347

Motie van het lid Krol over het plan

31 765-135

Ook de motie Krol in delphi met

 

van aanpak kwaliteit verpleeghuizen

 

nummer 2347 over de financiële uitwerking is afgedaan.De financiële uitwerking is opgenomen in de VWS-begroting 2016.

2355

Motie van het lid Straus c.s. over

31 497-159

brief van OCW 7e rapportage

 

aparte aandacht voor meervoudig

 

passend onderwijs, 12 juni 2015.

 

gehandicapte kinderen

   

2357

Motie van het lid Ypma c.s. over de

31 497-162

Kamerstuk 31 497 nr. 183 d.d.

 

garantie dat emb-kinderen tot hun

 

4 december 2015

 

20ste onderwijs kunnen volgen

   

2360

Motie van de leden Bruins Slot en

33 683-51

Uitgaande brief [14-10-2015] –

 

Bouwmeester over onterecht

 

VWS-Verzekerdenmonitor 2015

 

aangemelde wanbetalers.

 

(33 077-15) (18 481)

2361

Motie van de leden Pia Dijkstra en

34 104-26

Uitgaande brief [07-10-2015] –

 

Van der Staaij over de keuze uit

 

reactie motie Wolbert inkoop

 

meerdere aanbieders in de

 

wijkverpleging 2016 (29 689-659)

 

wijkverpleging.

 

(18 440)

2365

Motie van de leden Voortman en

2015D14441

Uitgaande brief [07-07-2016] –

 

Wolbert (t.v.v. 34 104, nr. 34) over

 

Voortgangsbrief Merkbaar minder

 

uniforme kwaliteitsnormen.

 

regeldruk (19 588)

2368

Gewijzigde motie van het lid Dik-Faber c.s. (t.v.v. 29 247, nr. 205)

29 247, nr.205

Brief 141835 van 8 oktober 2015.

2369

Motie van het lid Bergkamp c.s. over

29 247-206

Uitgaande brief [28-10-2015] –

 

de vraag of het persoonsgebonden

 

Voortgang trekkingsrecht pgb

 

budget toereikend is

 

(25 657-219) (18 532)

2370

Motie van de leden Bergkamp en

29 247-207

Uitgaande brief [03-06-2016] –

 

Otwin van Dijk over het vorm en

 

Voortgangsbrief intensieve kindzorg

 

inhoud geven aan de zorgcoördi-

 

(34 104-127) (19 366)

 

nator

   

2371

Motie van het lid Dik-Faber over de

32 793-175

Uitgaande brief [21-10-2015] –

 

basisschool als vast onderdeel van

 

Reactie op moties Wolbert (TK

 

de JOGG-aanpak

 

32 793, nr. 183) en Dik-Faber (TK 32 793, nr. 175) (31 899-26) (18 507)

2372

Motie van het lid Dik-Faber over het

32 793-176

Uitgaande brief [17-12-2015] –

 

toegankelijk maken van informatie

 

Voortgang Akkoord Verbetering

 

over de product samenstelling

 

Productsamenstelling en inzet productverbetering in de EU (32 793-205) (18 760)

2373

Gewijzigde motie van het lid Wolbert

32 793, nr. 183

Uitgaande brief [21-10-2015] –

 

(t.v.v. 32 793, nr. 178) over alle

 

Reactie op moties Wolbert (TK

 

schoolkantines gezond per 1-1-2017.

 

32 793, nr. 183) en Dik-Faber (TK 32 793, nr. 175) (31 899-26) (18 507)

2374

Gewijzigde motie van de leden

32 793, nr. 184

Uitgaande brief [20-11-2015] –

 

Wolbert en Dik-Faber (t.v.v. 32 793,

 

Actieplan preventie gehoorschade

 

nr. 179) over een actieplan om

 

(32 793-202) (18 630)

 

gehoorschade te voorkomen.

   

ID

Omschrijving

Vindplaats

Afgedaan met

2375

Gewijzigde motie van het lid Wolbert

32 793, nr. 185

Uitgaande brief [17-12-2015] –

 

(t.v.v. 32 793, nr. 180) over het

 

Voortgang Akkoord Verbetering

 

opstellen van een wenselijke

 

Productsamenstelling en inzet

 

hoeveelheid zout per eenheid

 

productverbetering in de EU

 

product.

 

(32 793-205) (18 760)

2376

Motie van het lid Wolbert over het

32 793-181

Uitgaande brief [17-12-2015] –

 

op Europees niveau agenderen van

 

Voortgang Akkoord Verbetering

 

zoutreductie

 

Productsamenstelling en inzet productverbetering in de EU (32 793-205) (18 760)

2377

Motie van het lid Van Gerven over

29 477-320

Uitgaande brief [09-10-2015] –

 

een coördinerende rol van Zorgin-

 

Beoordeling zorg basispakket Zvw

 

stituut Nederland bij het beoordelen

 

(29 689-660) (18 451)

 

van bereide medicijnen

   

2378

Motie van de leden Otwin van Dijk

29 477-322

Uitgaande brief [09-10-2015] –

 

en Bruins Slot over geen onduide-

 

Beoordeling zorg basispakket Zvw

 

lijkheid over de vergoeding van

 

(29 689-660) (18 451)

 

bereide geneesmiddelen

   

2379

Motie van het lid Voortman over

34 104-47

Uitgaande brief [07-09-2015] –

 

onderzoeken van de inkomenssi-

 

Onderzoek inkomenspositie

 

tuatie van mensen die zorg

 

chronisch zieken (Motie Voortman) –

 

ontvangen op basis van de Wlz en

 

(34 104-71) (18 329)

 

Wmo

   

2385

Motie van de leden Bruins Slot en

31 016, nr. 86

Deze motie is op blad 2 van brief

 

Bouwmeester (t.v.v. 31 016, nr. 80)

 

139023-Z expliciet afgedaan.Motie is

 

over ontwikkelen van criteria om

 

gekoppeld aan geplande brief 50 die

 

zorg in de regio beschikbaar te

 

hiermee nog NIET helemaal is

 

houden.

 

afgedaan omdat er nog een lopende toezegging aan vastzit

2386

Motie van de leden Dik-Faber en

31 016-82

Uitgaande brief [26-01-2016] –

 

Bouwmeester over uitwerken van

 

Voortgangsbrief Curatieve zorg in

 

een definitie van basiszorg

 

krimpregio’s (29 247-216) (18 849)

2387

Motie van de leden Otwin van Dijk

32 012-28

Uitgaande brief [14-03-2016] –

 

en Bouwmeester over borgen van de

 

Voortgangsrapportage goed bestuur

 

zeggenschap van patiënten en

 

in de zorg (32 012-37) (19 053)

 

cliënten

   

2388

Motie van het lid Van der Staaij c.s.

29 279-254

Uitgaande brief [09-10-2015] –

 

over een goede uitwisseling van

 

Medisch beroepsgeheim, motie nr

 

informatie tussen de ggz en andere

 

254 (Van der Staaij cs) (2015Z18806)

 

partijen

 

(18 450)

2391

Motie van de leden Rebel en

32 011-41

Uitgaande brief [23-12-2015] –

 

Dik-Faber over een displayban voor

 

Moties en toezeggingen tabaksont-

 

tabaksproducten in supermarkten

 

moediging en stand van zaken verkenning openbaarmaking nalevingscijfers alcohol op supermarktketen niveau (32 011-48) (18 783)

2392

Motie van de leden Rebel en Pia

32 011-42

Uitgaande brief [23-12-2015] –

 

Dijkstra over nadere afspraken met

 

Moties en toezeggingen tabaksont-

 

Koninklijke Horeca Nederland

 

moediging en stand van zaken verkenning openbaarmaking nalevingscijfers alcohol op supermarktketen niveau (32 011-48) (18 783)

ID

Omschrijving

Vindplaats

Afgedaan met

2393

Motie van het lid Rebel c.s. over een

32 011-43

Uitgaande brief [23-12-2015] –

 

publiekscampagne met rolmodellen

 

Moties en toezeggingen tabaksont-

 

en een voorlichtingshulplijn

 

moediging en stand van zaken verkenning openbaarmaking nalevingscijfers alcohol op supermarktketen niveau (32 011-48) (18 783)

2394

Motie van de leden Otwin van Dijk

25 657-189

Uitgaande brief [04-09-2015] –

 

en Potters over een solide pgb met

 

Bestuurlijke afspraken over het

 

vereenvoudiging voor budgethouder

 

trekkingsrecht pgb (25 657-202)

 

en zorgverleners.

 

(18 320)

2395

Motie van het lid Voortman c.s. over

25 657-193

Uitgaande brief [04-09-2015] –

 

inventariseren welke aanvullende

 

Bestuurlijke afspraken over het

 

eisen van gemeenten leiden tot

 

trekkingsrecht pgb (25 657-202)

 

onnodige bureaucratie.

 

(18 320)

2396

Motie van de leden Potters en Otwin

25 657-195

Uitgaande brief [07-12-2015] –

 

van Dijk over intensiveren van

 

aanpak pgb-fraude: terugvorderen,

 

opsporing van fraude door

 

zwarte lijst en rapportage ISZW

 

pgb-bemiddelingsbureaus.

 

(25 657-225) (18 692)

2397

Motie van de leden Dik-Faber en Pia

25 657-196

Uitgaande brief [04-09-2015] –

 

Dijkstra over het continueren van

 

Bestuurlijke afspraken over het

 

indicaties tot een nieuw indicatiebe-

 

trekkingsrecht pgb (25 657-202)

 

sluit wordt vastgesteld.

 

(18 320)

2398

Motie van het lid Wolbert over een

29 689-633

Uitgaande brief [07-10-2015] –

 

nieuw, gemengd representatiemodel

 

reactie motie Wolbert inkoop wijkverpleging 2016 (29 689-659) (18 440)

2400

Motie van de leden Otwin van Dijk

29 477-337

Uitgaande brief [29-01-2016] – Visie

 

en Bruins Slot over Europese

 

op geneesmiddelen: Nieuwe

 

samenwerking gericht op maximale

 

geneesmiddelen snel bij de patiënt

 

transparantie van geneesmiddelen-

 

tegen aanvaardbare kosten

 

prijzen

 

(29 477-358) (18 886)

2402

Motie van het lid Otwin van Dijk over

29 477-339

Uitgaande brief [29-01-2016] – Visie

 

de prijzen van geneesmiddelen ten

 

op geneesmiddelen: Nieuwe

 

opzichte van de ontwikkelingskosten

 

geneesmiddelen snel bij de patiënt tegen aanvaardbare kosten (29 477-358) (18 886)

2403

Motie van het lid Krol c.s. over

29 477-340

Uitgaande brief [29-10-2015] –

 

organiseren van een maatschap-

 

Rapport kosteneffectiviteit in de

 

pelijk debat over de grenzen aan en

 

praktijk (33 654-18) (18 556)

 

de betaalbaarheid van zorg

   

2404

Motie van het lid Krol over

29 477-341

Uitgaande brief [20-10-2015] – Stand

 

kwetsbare ouderen en medicatievei-

 

van zaken moties en toezeggingen

 

ligheid als speerpunt in het nieuwe

 

(34 300-XVI-11) (18 501)

 

meerjarenbeleidsplan IGZ

   

2406

Motie van het lid Van der Staaij c.s.

34 300-29

Uitgaande brief [02-11-2015] – Derde

 

over mogelijkheden om mantel-

 

voortgangsrapportage HLZ

 

zorgers financieel beter tegemoet te

 

(34 104-83) (18 572)

 

komen

   

2408

Motie van de leden Otwin van Dijk

34 104-76

Uitgaande brief [15-06-2016] – Meer

 

en Bergkamp over aanpakken van de

 

tijd voor zorg: merkbaar minder

 

toegenomen regeldruk

 

regeldruk (29 515-388) (19 437)

ID

Omschrijving

Vindplaats

Afgedaan met

2409

Motie van het lid Dik-Faber over

34 104-79

Uitgaande brief [02-05-2016] –

 

knelpunten die het bestaan van

 

Voortgang en ambitie Wmo,

 

zorgboerderijen bedreigen

 

volwaardig meedoen (29 538-214) (19 270)

2410

Motie van de leden Voortman en

31 839-489

Uitgaande brief [07-12-2015] –

 

Bergkamp over het afwijzen van

 

Verzoek uit Regeling van werkzaam-

 

pgb-verzoeken door gemeenten

 

heden inzake de aanpassingen in het pgb beleid van gemeente Almere (25 657-224) (18 687)

2411

Motie van de leden Bergkamp en

31 839-492

Uitgaande brief [22-06-2016] –

 

Koser Kaya over een integraal

 

Voortgang nieuw jeugdstelsel

 

verbeterplan jongeren.

 

(31 839-524) (19 460)

2412

Motie van het lid Dik-Faber over een

25 657-211

Uitgaande brief [17-03-2016] –

 

stappenplan voor één pgb-budget

 

Voortgang trekkingsrecht pgb

 

per wet

 

(25 657-235) (19 084)

2413

Motie van het lid Dik-Faber over het

25 657-212

Uitgaande brief [17-03-2016] –

 

in kaart brengen van de redenen

 

Moties en toezegging m.b.t. pgb’s

 

voor weigering van een pgb

 

(25 657-234) (19 085)

2414

Motie van de leden Voortman en

25 657-214

Uitgaande brief [17-03-2016] –

 

Otwin van Dijk over met Per Saldo

 

Voortgang trekkingsrecht pgb

 

overleggen over ondersteuningstra-

 

(25 657-235) (19 084)

 

jecten

   

2415

Motie van het lid Bergkamp c.s. over

25 657-215

Uitgaande brief [07-12-2015] –

 

gelden terugvorderen bij fraude

 

Compensatieregeling trekkingsrecht pgb (25 657-226) (18 693)

2416

Gewijzigde motie van het lid Van

34 300-XVI, nr. 93

Uitgaande brief [18-12-2015] –

 

Gerven (t.v.v. 34 300-XVI, nr. 35) over

 

Goodwill bij huisartsen (29 282-241)

 

een haalbaar plan van aanpak om de

 

(18 766)

 

betaling van goodwill bij huisartsen

   
 

te verbieden.

   

2417

Motie De Lange en Bouwmeester

34 300-XVI-41

Uitgaande brief [08-07-2016] – Stand

 

over samen beslissen: rapportage

 

van zaken moties en toezeggingen

 

voor de zomer 2016 over verzoek

 

zomer 2016 (19 601)

 

aan NZa samen beslissen als

   
 

onderdeel van doorontwikkeling

   
 

DOT’s en verzoek aan Kwaliteitsin-

   
 

stituut over opname samen

   
 

beslissen in medische protocollen en

   
 

richtlijnen.

   

2418

Motie van het lid Potters c.s. over

34 300-XVI-43

Uitgaande brief [26-02-2016] –

 

persoonsvolgende bekostiging als

 

Waardig leven met zorg (34 104-105)

 

volwaardig alternatief voor zorg in

 

(18 978)

 

natura.deadline: voor zomer 2016

   

2419

Motie van de leden Bruins Slot en

34 300-XVI-45

Uitgaande brief [06-06-2016] –

 

Otwin Van Dijk over het criterium

 

Verzamelbrief: hulpmiddelen

 

«medische noodzaak» bij

 

(32 805-46) (19 399)

 

verstrekking van hulpmiddelen

   

2420

Motie van de leden Bouwmeester en

34 300-XVI-51

Uitgaande brief [08-07-2016] – Stand

 

de Lange over patiëntgericht

 

van zaken moties en toezeggingen

 

informerenDeadline: voor zomer

 

zomer 2016 (19 601)

 

2016

   

2422

Motie van de leden Bouwmeester en

34 300-XVI-53

Uitgaande brief [08-07-2016] – Stand

 

Bruins Slot over de aansluiting van

 

van zaken moties en toezeggingen

 

de zorg bij regionale ontwikkelingen

 

zomer 2016 (19 601)

 

deadline: voor de zomer 2016

   

ID

Omschrijving

Vindplaats

Afgedaan met

2423

Motie van het lid Bouwmeester c.s.

2015D42884 vervanging van die

Uitgaande brief [03-12-2015] –

 

(t.v.v. 34 300-XVI, nr. 54) over het

gedrukt onder nr. 54

Tweede voortgangsrapportage

 

inkopen van zorg op basis van

 

«Kwaliteit loont» (31 765-172)

 

kwaliteit.

 

(18 680)

2424

Motie van de leden Otwin Van Dijk

34 300-XVI-55

Uitgaande brief [13-11-2015] –

 

en Krol over zeggenschap van

 

Waardigheid en Trots (31 765-171)

 

cliënten en medewerkers over de

 

(18 601)

 

inzet van de extra middelen in de

   
 

verpleeghuiszorg

   

2428

Motie van het lid Krol over wifi

34 300-XVI-84

Abusievelijk deze motie als

 

laagdrempelig beschikbaar stellen

 

aangenomen beschouwd, terwijl het

 

voor zorginstelllingen en senioren-

 

aangehouden was.

 

complexen

   

2430

Motie van het lid Kuzu over

34 300-XVI-85

Uitgaande brief [29-06-2016] –

 

internationaal vergelijkend

 

Beantwoording motie van het lid

 

onderzoek naar de totstandkoming

 

Kuzu over een internationaal

 

van prijzen van medische hulpmid-

 

vergelijkend onderzoek naar de

 

delen

 

totstandkoming en samenstelling van prijzen van dure medische hulpmiddelen (32 805-48) (19 518)

2432

Motie van de leden Bergkamp en

34 300-XVI-66

Uitgaande brief [17-12-2015] – Stand

 

Otwin van Dijk over in de Wlz

 

van zaken moties en toezeggingen

 

faciliteren van tijdige voorlichting

 

(34 300-XVI-150) (18 755)

 

aan ouders van zwaar gehandicapte

   
 

kinderen

   

2433

Motie van het lid Kuzu over een

34 300-XVI-87

Uitgaande brief [17-12-2015] – Stand

 

groter beroep op de cultuursensiti-

 

van zaken moties en toezeggingen

 

viteit van zorginstellingen

 

(34 300-XVI-150) (18 755)

2434

Motie van de leden Bergkamp en

34 300-XVI-67

Uitgaande brief [30-11-2015] –

 

Otwin van Dijk over duidelijkheid

 

meerzorg, maatwerk en daarmee

 

over maatwerkprofielen

 

samenhangende onderwerpen (34 104-87) (18 660)

2435

Motie van de leden Dik-Faber en Van

34 300-XVI, nr. 97

Uitgaande brief [15-12-2015] –

 

der Staaij (t.v.v. 34 300-XVI, nr. 68)

 

moties begrotingsbehandeling VWS

 

over multidisciplinaire richtlijn voor

 

(2015Z24579) (18 727)

 

volwassenen met het Downsyn-

   
 

droom.

   

2436

Motie van de leden Voortman en Van

34 300-XVI-75

Uitgaande brief [21-06-2016] –

 

der Staaij over het stimuleren van

 

Voorhang ontwerpbesluit ter

 

langduriger financiering door

 

waarborging van een goede

 

gemeenten

 

verhouding tussen de prijs voor de levering van een voorziening en de eisen die worden gesteld aan de kwaliteit van de voorziening en de continuïteit in de hulpverlening tussen de cliënt en de hulpverlener (19 452)

2440

Motie van de leden Van der Staaij en

34 300-XVI-80

Uitgaande brief [20-11-2015] –

 

Dik-Faber over bevorderen dat

 

antwoorden op de vragen van het

 

palliatieve zorg thuis ontzien wordt

 

Kamerlid Wolbert (PvdA) over

 

bij ombuigingen in de wijkver-

 

geweigerde terminale thuiszorg aan

 

pleging

 

mensen die thuis wilden sterven (ingezonden 4 november 2015) (2015Z20614). (18 629)

2441

Motie van het lid Krol over aandacht

34 300-XVI-82

Uitgaande brief [04-12-2015] –

 

voor preventie gericht op ouderen in

 

Landelijke nota gezondheidsbeleid

 

de herziene preventienota

 

2016-2019 (32 793-204) (18 681)

ID

Omschrijving

Vindplaats

Afgedaan met

2442

Motie van het lid Wolbert over geen

29 689-666

Uitgaande brief [20-11-2015] –

 

belemmeringen voor tijdige

 

antwoorden op de vragen van het

 

terminale thuiszorg

 

Kamerlid Wolbert (PvdA) over geweigerde terminale thuiszorg aan mensen die thuis wilden sterven (ingezonden 4 november 2015) (2015Z20614). (18 629)

2443

Motie van het lid Wolbert over

29 689-667

Uitgaande brief [20-11-2015] –

 

regionale samenwerkingsafspraken

 

antwoorden op de vragen van het

 

voor de inkoop van wijkverpleging

 

Kamerlid Wolbert (PvdA) over geweigerde terminale thuiszorg aan mensen die thuis wilden sterven (ingezonden 4 november 2015) (2015Z20614). (18 629)

2444

Motie van het lid Bergkamp over de

29 689-669

Uitgaande brief [14-12-2015] –

 

inkoop van specialistische zorg door

 

Inkoop specialistische zorg

 

zorgverzekeraars

 

wijkverpleging (29 689-679) (18 722)

2445

Motie van het lid Dik-Faber over

29 689-670

Uitgaande brief [08-06-2016] –

 

wijkverpleging in de nacht- en

 

Bekostiging wijkverpleging 2017

 

weekenduren en in landelijk gebied

 

(34 104-128) (19 389)

2446

Motie van het lid Dik-Faber over de

29 689-671

Uitgaande brief [19-01-2016] – Motie

 

invulling door zorgverzekeraars van

 

Dik-Faber planbare zorg Zvw-pgb

 

de definitie van planbare en

 

(29 689-682) (18 833)

 

niet-planbare zorg

   

2447

Motie van het lid Rutte over de

29 689-672

Uitgaande brief [14-12-2015] –

 

naleving van de zorgplicht bij

 

Inkoop specialistische zorg

 

kwetsbare specialistische zorg

 

wijkverpleging (29 689-679) (18 722)

2448

Motie van de leden Kooiman en

34 300-XVI-103

Uitgaande brief [12-01-2016] –

 

Bergkamp over invoering van een

 

Voortgangsrapportage Geweld in

 

combinatiepakket van screening,

 

Afhankelijkheidsrelaties (28 345-153)

 

training en inspectietoezicht

 

(18 806)

2449

Motie van het lid Kooiman c.s. over

34 300-XVI-104

Uitgaande brief [22-06-2016] –

 

het CORV-systeem gebruiken voor

 

Voortgang nieuw jeugdstelsel

 

een veilige gegevensuitwisseling

 

(31 839-524) (19 460)

2450

Motie van het lid Keijzer over

34 300-XVI-106

Uitgaande brief [17-05-2016] –

 

beschermd wonen voor jongeren

 

diagnostiek, zorg en ondersteuning

 

met autisme en een hoog IQ

 

voor mensen met autisme (31 839-515) (19 294)

2451

Motie van het lid Ypma over een

34 300-XVI-110

Uitgaande brief [22-06-2016] –

 

actieplan van de jongere zelf voor

 

Voortgang nieuw jeugdstelsel

 

huisvesting, financiën en scholing

 

(31 839-524) (19 460)

2452

Motie van de leden Ypma en Van der

34 300-XVI-111

Uitgaande brief [22-06-2016] –

 

Burg over transparantie over de

 

Voortgang nieuw jeugdstelsel

 

capaciteit van instellingen

 

(31 839-524) (19 460)

2453

Motie van het lid Voortman c.s over

34 300-XVI-118

Uitgaande brief [22-06-2016] –

 

wegnemen van onduidelijkheden

 

Voortgang nieuw jeugdstelsel

 

omtrent het woonplaatbeginsel bij

 

(31 839-524) (19 460)

 

de toekenning van jeugdzorg

   

2455

Motie van de leden Bruins Slot en

34 300-XVI-128

brief van 15 juni 2016 aan de Kamer

 

Van Dekken over aandacht voor alle

 

(verslag OJCS-raad 30–31 mei/zie

 

dimensies van good governance bij

 

pag. 12).

 

internationale sportbonden

   

ID

Omschrijving

Vindplaats

Afgedaan met

2456

Motie van de leden Van Dekken en

34 300-XVI-130

Uitgaande brief [03-05-2016] –

 

Heerema over prioriteit geven aan

 

Verzamelbrief april (34 300-XVI-160)

 

kinderen uit gezinnen met laag

 

(19 277)

 

inkomen bij Sportimpuls-subsidies

   

2459

Motie van de leden Siderius en

34 104-90

Uitgaande brief [16-12-2015] –

 

Otwin van Dijk over borgen van

 

Laatste stand van zaken TSN

 

goede arbeidsvoorwaarden en een

 

(23 235-122) (18 744)

 

goed salaris van medewerkers in

   
 

loondienst van TSN

   

2460

Motie van het lid Bergkamp over het

34104-93

Uitgaande brief [02-05-2016] –

 

aanbieden van adequate maatschap-

 

Voortgang en ambitie Wmo,

 

pelijke ondersteuning.

 

volwaardig meedoen (29 538-214) (19 270)

2461

Motie van de leden Otwin van Dijk

34 104-96

Uitgaande brief [09-05-2016] – advies

 

en Potters over ontwikkelen van een

 

werkgroep «Vanuit dementie

 

programma dementievriendelijke

 

bekeken» en programma «Samen

 

samenleving

 

dementievriendelijk» (25 424-313) (19 283)

2462

Motie van het lid Bruins Slot c.s.

34 104-97

Uitgaande brief [29-03-2016] –

 

over opnemen van de casemanager

 

reactie op artikel NRC inzake

 

dementie als aparte aanspraak

 

wachtlijsten casemanagers dementie en stand van zaken motie aanspraak casemanager dementie (29 689-694) (19 131)

2463

Motie van het lid Agema over

31 765-175

Uitgaande brief [15-06-2016] – Meer

 

landelijk uitrollen van best practices

 

tijd voor zorg: merkbaar minder regeldruk (29 515-388) (19 437)

2464

Motie van de leden Otwin van Dijk

31 765-176

Uitgaande brief [26-02-2016] –

 

en Potters over concretiseren hoe

 

Waardig leven met zorg (34 104-105)

 

goede voorbeelden de norm worden

 

(18 978)

2465

Motie van de leden Bergkamp en

31 765-177

Uitgaande brief [01-02-2016] –

 

Agema over passende oplossingen

 

Feitelijke vragen inzake Vragen over

 

voor ouderen die op een wachtlijst

 

het onderzoek dat de wachtlijsten

 

staan

 

voor verpleeghuizen een verkeerd beeld geven (Ftm.nl, 7 december 2015) (18 899)

2466

Motie van het lid Keijzer over geen

31 765-178

Uitgaande brief [19-02-2016] –

 

nieuwe verantwoordingssystematiek

 

Voortgangsrapportage 2

 

optuigen voor de besteding van

 

Waardigheid en Trots, liefdevolle

 

extra geld

 

zorg voor onze ouderen (31 765-194) (18 965)

2467

Motie van de leden Bergkamp en

25 657-228

Uitgaande brief [17-03-2016] –

 

Voortman over een overzicht met

 

Voortgang trekkingsrecht pgb

 

betrekking tot het trekkingsrecht.

 

(25 657-235) (19 084)

2468

Motie van het lid Siderius c.s. over

23 235-123

Uitgaande brief [18-12-2015] –

 

een salaris voor thuiszorgmede-

 

Uitbetaling salaris medewerkers

 

werker TSN voor de kerst.

 

TSN Thuiszorg (23 235-129) (18 762)

2469

Motie van de leden Voortman en

25 657-230

Uitgaande brief [10-06-2016] –

 

Bergkamp over de pilot integraal

 

Trekkingsrecht pgb: voortgang en

 

persoonsgeboden budget, de iPgb.

 

toezeggingen (19 404)

ID

Omschrijving

Vindplaats

Afgedaan met

2470

Motie van het lid Voortman c.s. over

23 235-125

Uitgaande brief [21-06-2016] –

 

de Code Verantwoordelijk Markt-

 

Voorhang ontwerpbesluit ter

 

gedrag Thuisonderneming.

 

waarborging van een goede verhouding tussen de prijs voor de levering van een voorziening en de eisen die worden gesteld aan de kwaliteit van de voorziening en de continuïteit in de hulpverlening tussen de cliënt en de hulpverlener (19 452)

2471

Motie van de leden Pia Dijkstra en

32 279-76

Uitgaande brief [31-05-2016] –

 

Dik-Faber over gefaseerd én

 

Voorhang integrale bekostiging

 

zorgvuldig invoeren van integrale

 

geboortezorg (2016Z10708) (19 363)

 

bekostiging.

   

2472

Motie van het lid dik-Faber over

32 279-77

Uitgaande brief [31-05-2016] –

 

toenemende medicalisering als

 

Voorhang integrale bekostiging

 

gevolg van te ontwikkelen integrale

 

geboortezorg (2016Z10708) (19 363)

 

bekostiging.

   

2473

Motie van het lid Krol c.s. over

30 169-44

Uitgaande brief [02-05-2016] –

 

optimaliseren van de voorlichting

 

Voortgang en ambitie Wmo,

 

over mantelzorgondersteuning

 

volwaardig meedoen (29 538-214) (19 270)

2474

Motie van het lid Krol over het

30 169-45

Uitgaande brief [02-05-2016] –

 

belang van de specifieke onder-

 

Voortgang en ambitie Wmo,

 

steuning van de oudere mantel-

 

volwaardig meedoen (29 538-214)

 

zorger

 

(19 270)

2475

Motie Voortman over betekenis-

2016Z00575

Uitgaande brief [29-01-2016] – Visie

 

vollen contacten met de farmaceu-

 

op geneesmiddelen: Nieuwe

 

tische industrie.

 

geneesmiddelen snel bij de patiënt tegen aanvaardbare kosten (29 477-358) (18 886)

2476

Motie van de leden Rutte en

31 765-184

Uitgaande brief [31-03-2016] –

 

Bouwmeester over duidelijkheid

 

Gezamenlijke afspraken verbetering

 

over het contracteerproces

 

contractering medisch specialistische zorg (29 689-695) (19 150)

2480

Motie van het lid Keijzer over

33 990-41

Uitgaande brief [28-06-2016] – Stand

 

opnemen van de fysieke toeganke-

 

van zaken moties VN-verdrag

 

lijkheid als aandachtspunt bij

 

Handicap (33 990-59) (19 493)

 

bouwplannen

   

2482

Motie van de leden Dik-Faber en Van

33 990-43

Uitgaande brief [28-06-2016] – Stand

 

der Staaij over inclusie in het

 

van zaken moties VN-verdrag

 

buitenlands beleid

 

Handicap (33 990-59) (19 493)

2483

Motie van de leden Voortman en

33 990-44

Uitgaande brief [28-06-2016] – Stand

 

Otwin van Dijk over onderzoek naar

 

van zaken moties VN-verdrag

 

het wegnemen van belemmeringen

 

Handicap (33 990-59) (19 493)

 

voor actieve deelname aan de

   
 

democratie

   

2484

Motie van de leden Voortman en

33 990-46

Uitgaande brief [28-06-2016] – Stand

 

Segers over de voorbeeldfunctie van

 

van zaken moties VN-verdrag

 

het Rijk bij digitale toegankelijkheid

 

Handicap (33 990-59) (19 493)

 

en arbeidsdeelname

   

2485

Motie van de leden Voortman en

33 990-48

Uitgaande brief [28-06-2016] – Stand

 

Keijzer over borgen van de

 

van zaken moties VN-verdrag

 

betrokkenheid van ervaringsdeskun-

 

Handicap (33 990-59) (19 493)

 

digen bij het rijksbeleid

   

ID

Omschrijving

Vindplaats

Afgedaan met

2488

Motie van de leden Bergkamp en

33 990-52

Uitgaande brief [28-06-2016] – Stand

 

Voortman over onderzoek naar

 

van zaken moties VN-verdrag

 

middelen voor het College voor de

 

Handicap (33 990-59) (19 493)

 

Rechten van de Mens voor

   
 

beoordeling van «algemene

   
 

toegankelijkheid"

   

2490

Motie van de leden Tanamal en

30 169-54

Uitgaande brief [08-07-2016] –

 

Kerstens over een integrale visie op

 

Integrale blik op mantelzorg (19 591)

 

mantelzorg

   

2494

Motie van het lid Bruins Slot c.s.

34 233-45

Uitgaande brief [03-06-2016] –

 

over informeren over concrete

 

Voortgangsbrief intensieve kindzorg

 

oplossingen voor intensieve

 

(34 104-127) (19 366)

 

kindzorg

   

2495

Gewijzigde motie van het lid Bruins

34 233, nr. 64

Uitgaande brief [07-06-2016] –

 

Slot c.s. (t.v.v. 34 233, nr. 47) over

 

Ontwerpbesluit, houdende wijziging

 

geen aanvullende pgb-eisen van

 

van het Besluit zorgverzekering in

 

zorgverzekeraars.

 

verband met het Zvw-pgb (Eerste Kamer) (19 384)

2496

Motie van de leden Dik-Faber en

34 233-48

Uitgaande brief [07-06-2016] –

 

Bruins Slot over het gelijk trekken

 

Ontwerpbesluit, houdende wijziging

 

van de bepalingen voor Zvw- en

 

van het Besluit zorgverzekering in

 

Wlz-pgb

 

verband met het Zvw-pgb (Eerste Kamer) (19 384)

2497

Motie van de leden Dik-Faber en

34 233-49

Uitgaande brief [29-04-2016] –

 

Bergkamp over capaciteit bij de

 

Zvw-pgb (34 233-67) (19 263)

 

SGKZ om doorlooptijden te

   
 

verkorten

   

2498

Motie van het lid Dik-Faber over

34 233-51

Uitgaande brief [29-04-2016] –

 

bevorderen dat zorgverzekeraars

 

Zvw-pgb (34 233-67) (19 263)

 

onderling best practices uitwisselen

   

2500

Motie van het lid Voortman c.s. over

34 233-53

Uitgaande brief [29-04-2016] –

 

het kunnen combineren van pgb en

 

Zvw-pgb (34 233-67) (19 263)

 

zorg in natura

   

2503

Nader gewijzigde motie van de

29 477, nr. 364

Uitgaande brief [23-06-2016] – Stand

 

leden Bruins Slot en Van Gerven

 

van zaken werkgroep geneesmidde-

 

(t.v.v. 29 477, nr. 363) over het

 

lentekorten (29 477-389) (19 470)

 

wijzigen van het boetenormbedrag.

   

2504

Gewijzigde motie van het lid Leijten

2016D07518

Uitgaande brief [22-04-2016] –

 

(t.v.v. 23 235, nr. 137) over onderzoek

 

Afspraken continuïteit en afronding

 

door de Ondernemingskamer naar

 

faillissement TSN Thuiszorg

 

het bestuurlijk en juridisch handelen

 

(23 235-146) (19 237)

 

van TSN

   

2506

Motie van het lid Keijzer over een

26 643-396

Uitgaande brief [17-03-2016] –

 

overzicht van verbeterstappen de de

 

Voortgang trekkingsrecht pgb

 

kosten daarvan.

 

(25 657-235) (19 084)

2507

Motie van het lid Bergkamp over het

26 643-399

Uitgaande brief [21-06-2016] –

 

voorstel om de regie terug te geven

 

Toekomst van de uitvoering van het

 

aan de budgethouders.

 

pgb, (19 455)

2508

Motie van de leden Voortman en

26 643-400

Uitgaande brief [21-06-2016] –

 

Dik-Faber over toetsingscriteria bij

 

Toekomst van de uitvoering van het

 

het onderzoek naar alternatieven

 

pgb, (19 455)

 

voor uitvoering van het trekkings-

   
 

recht

   

ID

Omschrijving

Vindplaats

Afgedaan met

2509

Motie van de leden Potters en Otwin

26 643-401

Uitgaande brief [21-06-2016] –

 

Van Dijk over een gedegen

 

Toekomst van de uitvoering van het

 

onderzoek naar alternatieven voor

 

pgb, (19 455)

 

het systeem van het verwerken van

   
 

uitbetalingen

   

2514

Motie van het lid Berckmoes-

29 325-76

23-05-2016: Geplande brief nr. 445:

 

Duindam c.s. over gemeenten

 

Kabinetsreactie op rapport «Van

 

stimuleren om de uitstroom uit de

 

tehuis naar huis» is afgedaan met

 

maatschappelijke opvang te

 

brief van 23 mei 2016.

 

bevorderen

   

2522

Motie van het lid Leijten over

34 279-15

Uitgaande brief [08-07-2016] – Stand

 

mensen niet dwingen om ergens te

 

van zaken moties en toezeggingen

 

wonen waar ze niet willen.

 

zomer 2016 (19 601)

2525

Motie van het lid Wolbert over

29 689-702

Uitgaande brief [29-06-2016] –

 

aansluiting van de tarievenopbouw

 

Uitwerking motie nummer 2525

 

bij de beroepspraktijk met intercolle-

 

opbouw tarieven logopedie (19 515)

 

giaal overleg

   

2526

Motie van het lid Wolbert (t.v.v.

33 578, nr. 28

Uitgaande brief [05-07-2016] –

 

33 578, nr. 25) over mogelijkheden

 

Analyse vergunningensystematiek

 

voor apotheekhoudende huisartsen.

 

apotheekhoudend huisarts (19 560)

2528

Motie van de leden Otwin van Dijk

29 477-377

Uitgaande brief [23-06-2016] – Stand

 

en Bruins Slot over een plan van

 

van zaken werkgroep geneesmidde-

 

aanpak voor voldoende geneesmid-

 

lentekorten (29 477-389) (19 470)

 

delenvoorraden

   

2535

Motie van het lid Keijzer over

23 235-154

https://www.rijksoverheid.nl/

 

beperktere voorwaarden stellen aan

 

documenten/circulaires/2016/05/31/

 

de besteding van de HHT-gelden

 

meicirculaire-gemeentefonds-2016

2536

Motie van het lid Keijzer over de

23 235-155

Uitgaande brief [08-07-2016] – Stand

 

pilot duurzame toekomst voor

 

van zaken moties en toezeggingen

 

ondersteuning thuis

 

zomer 2016 (19 601)

2537

Motie van het lid Keijzer over

23 235-156

Uitgaande brief [08-06-2016] –

 

aanpassing van het beleid van

 

Uitspraken Centrale Raad van

 

gemeenten conform de uitspraken

 

Beroep betreffende de Wmo 2015

 

van de Centrale Raad van Beroep

 

(2016Z11455) (19 387)

2538

Motie van het lid Voortman over de

23 235-158

https://www.rijksoverheid.nl/

 

middelen die gemeenten over

 

documenten/circulaires/2016/05/31/

 

hebben beschikbaar houden voor

 

meicirculaire-gemeentefonds-2016

 

het sociale domein

   

2556

Motie van het lid Leijten c.s. over

32 279-91

Uitgaande brief [31-05-2016] –

 

alleen vrijwillig overgaan op

 

Voorhang integrale bekostiging

 

integrale bekostiging

 

geboortezorg (2016Z10708) (19 363)

Nieuwe nog openstaande toezeggingen sinds de vorige begroting

ID Omschrijving Vindplaats

Stand van zaken

5924 De Kamer ontvangt rond het Parlementaire agenda [24-06-2015] – kerstreces een wetsvoorstel tot AO Kwaliteitszorg (4103) aanpassing van de Wet op de geneeskundige behandelingsovereenkomst

De Kamer wordt rond de jaarwisseling 2016/17 geïnformeerd.

ID

Omschrijving

Vindplaats

Stand van zaken

5934

De Kamer wordt bericht over het

Parlementaire agenda [21-05-2015] –

In het AO GGZ van 26 mei 2016 is

 

bekender maken van de inloop-

AO GGZ (4101)

afgesproken dat een brief over

 

huizen voor oncologische psychia-

 

verschillende activiteiten van

 

trische patiënten

 

psychosociale hulp in oktober 2016 zal worden verstuurd aan de TK

5937

De Kamer wordt bericht of de

Parlementaire agenda [21-05-2015] –

– Verschuiving budgetten is de TK

 

forensische zorg de reguliere ggz

AO GGZ (4101)

geïnformeerd in verzamelbrief april

 

verdringt en zo ja, waarom er zo

 

d.d. 3 mei 2016, kamerstuk 34 300

 

weinig gebruik wordt gemaakt van

 

XVI nr 160;

 

de NZa-beleidsregel die het mogelijk

 

– Verdringing Forensische zorg komt

 

maakt om met budgetten tussen die

 

aan de orde in brief Continuïteit van

 

twee soorten zorg te schuiven

 

Zorg welke in november 2016 aan de TK wordt gestuurd

6009

De aandachtspuntenbrief VWS

Parlementaire agenda [25-06-2015] –

In het najaar wordt het werkplan van

 

wordt als bijlage bij het werkplan

AO NZa (4141)

NZa gepubliceerd.

 

NZa naar de Kamer gezonden (blz. 16).

   

6012

Over een jaar wordt de Kamer

Parlementaire agenda [25-06-2015] –

Toezegging wordt afgedaan met de

 

bericht over de eventuele samen-

AO NZa (4141)

brief die de TK najaar 2016 ontvangt

 

voeging van het meldpunt van de

   
 

NZa en het Landelijk Meldpunt Zorg.

   

6017

De tweede toezegging is dat dat

Parlementaire agenda [18-06-2015] –

RIVM heeft de datawasstraat bijna

 

brief met de beschrijving van de

AO Elektronische gegevensuit-

gereed. Planning is dat de Kamer

 

datawasstraat eind van het jaar of

wisseling in de zorg (4069)

wordt geïnformeerd in de herfst van

 

begin volgend jaar

 

2016.

6064

De Kamer zal worden bericht over de

Parlementaire agenda [08-10-2015] –

Deze toezegging wordt afgedaan

 

uitkomsten van het overleg met de

AO Patiëntveiligheid (4184)

met een brief die in oktober 2016

 

Raad voor Volksgezondheid en

 

aan de TK wordt gestuurd.

 

Samenleving (RVS) inzake de termijn

   
 

voor het uitbrengen van een advies

   
 

over nieuwe aspecten van een

   
 

nieuwe ketenzorg: mantelzorg-

   
 

informele zorg- professionele zorg

   
 

(blz. 12). 2015-326

   

6095

Na de zomer, maar voor de

Parlementaire agenda [16-04-2015] –

De Kamer ontvangt deze visie voor

 

begrotingsbehandeling zal de Kamer

Dertigledendebat over het bericht

1 november 2016.

 

via de Staatssecretaris van VWS

dat licht verstandelijk gehandicapten

 
 

worden geïnformeerd over een plan

steeds moeilijker mee kunnen in de

 
 

voor een structurele oplossing voor

maatschappij (4131)

 
 

de financiering van Mentorschap

   
 

Nederland (blz. 77-8-9).

   

6226

Voor het einde van de zomer 2016

het notaoverleg over de

De Kamer wordt hierover in

 

ontvangt de Kamer, nadat met de

initiatiefnota-Voortman en de

september geïnformeerd.

 

AFM overleg heeft plaatsgevonden,

initiatiefnota-Ellemeet over de zorg

 
 

een brief over een provisieverbod

op 14 december 2015

 
 

(2015-347)

   

6240

De Kamer zal een voortgangsbrief

Uitgaande brief [28-10-2015] –

Medio oktober ontvangt de Kamer

 

eHealth en zorgverbetering

Schriftelijke Kamervragen begroting

de voortgangsrapportage eHealth en

 

ontvangen, waarin nadere

VWS 2016 (34 300-XVI-12) (18 531)

zorgverbetering in combinatie met

 

uitwerking wordt gegeven aan hoe

 

de eHealth monitor.

 

de overheid innovatie en zorgver-

   
 

nieuwing verder wil faciliteren

   
 

(2015-3014)

   

6251

In het geval zich nieuwe ontwikke-

Uitgaande brief [28-10-2015] –

Zodra een brief over matchfixing

 

lingen voordoen over vermeende

Schriftelijke Kamervragen begroting

naar de Tweede Kamer gaat, zal deze

 

matchfixing zal de Kamer daarover

VWS 2016 (34 300-XVI-12) (18 531)

toezegging worden afgedaan.

 

worden geïnformeerd (2015-341)

   

ID

Omschrijving

Vindplaats

Stand van zaken

6262

Toezegging Evaluatie: De Minister

Parlementaire agenda [29-09-2015] –

Toezegging wordt afgedaan met

 

van VWS zegt de Kamer, naar

Behandeling wet Kwaliteitsklachten

brief in oktober 2021. Eerste Kamer

 

aanleiding van opmerkingen van de

en geschillen zorg, nr. 32 402 (tijdstip

wordt in oktober 2016 geïnformeerd

 

leden Bruin en Nooren, toe om de

ntb) (4190)

over 0-meting.

 

keuze voor en kosten van geschillen-

   
 

beslechting, de juridische expertise

   
 

bij geschillenbeslechting, de

   
 

ontwikkeling van klachten en claims,

   
 

en de regeldruk voor kleine

   
 

zorgaanbieders bij de evaluatie – vijf

   
 

jaar na inwerkingtreding van de wet

   
 

– te betrekken. Op verzoek van het

   
 

lid Bruin zal de Minister de Kamer

   
 

vooraf informeren over de opzet van

   
 

de evaluatie.

   

6263

Toezegging Jaarlijkse monitoring: De

Parlementaire agenda [29-09-2015] –

De Eerste Kamer ontvangt in juli

 

Minister van VWS zegt de Kamer,

Behandeling wet Kwaliteitsklachten

2017 de eerste monitor.

 

naar aanleiding van een vraag van

en geschillen zorg, nr. 32 402 (tijdstip

 
 

het lid Nooren, toe de ontwikkeling

ntb) (4190)

 
 

van het aantal claims jaarlijks te

   
 

monitoren en dit terug te koppelen

   

6264

Toezegging Vaardigheden zorgver-

Parlementaire agenda [29-09-2015] –

De toezegging wordt afgedaan met

 

leners: Naar aanleiding van een

Behandeling wet Kwaliteitsklachten

brief Monitor Wkkgz die de Eerste

 

vraag van het lid Bredenoord, zal de

en geschillen zorg, nr. 32 402 (tijdstip

Kamer in juli 2017 ontvangt. In

 

Minister van VWS de opleidende

ntb) (4190)

oktober 2016 wordt de EK geïnfor-

 

instellingen expliciet vragen

 

meerd over de opzet van de monitor.

 

aandacht te besteden aan het

 

Daarin wordt meegenomen dat

 

verbeteren van de professionele

 

opleidingen al zijn aangeschreven.

 

vaardigheden van zorgverleners, ter

   
 

voorkoming van onnodige juridi-

   
 

sering en escalatie. Bij de jaarlijkse

   
 

monitoring zullen ook het oplei-

   
 

dingstraject en het leren van best

   
 

practices worden meegenomen.

   

6265

Toezegging Ondersteuning

Parlementaire agenda [29-09-2015] –

De toezegging wordt afgedaan met

 

eerstelijnsprofessionals: De Minister

Behandeling wet Kwaliteitsklachten

brief die de Eerste Kamer in oktober

 

van VWS zegt de Kamer, naar

en geschillen zorg, nr. 32 402 (tijdstip

2016 ontvangt.

 

aanleiding van een opmerking van

ntb) (4190)

 
 

het lid Don, toe de ondersteuning

   
 

van de eerstelijnsprofessionals ter

   
 

hand te nemen, en daarbij de

   
 

brancheorganisaties en de cliënten-

   
 

en patiëntenorganisaties te

   
 

betrekken.

   

6266

Toezegging Onderzoek gevolgen

Parlementaire agenda [29-09-2015] –

Oktober 2016 zal de Eerste Kamer

 

netwerk- en ketenzorg: De Minister

Behandeling wet Kwaliteitsklachten

bericht worden over de termijn

 

van VWS zal de Raad voor Volksge-

en geschillen zorg, nr. 32 402 (tijdstip

waarop RVS het gevraagde

 

zondheid en Samenleving, naar

ntb) (4190)

onderzoek zal opleveren.

 

aanleiding van een vraag van het lid

   
 

Nooren, vragen om in het onderzoek

   
 

naar de gevolgen van de

   
 

verschuiving naar netwerk- en

   
 

ketenzorg aandacht te besteden aan

   
 

de rolverdeling en de aanspreek-

   
 

baarheid in de zorg.

   

6282

De Kamer ontvangt in 2016 bericht

Parlementaire agenda [17-12-2015] –

Resultaat onderzoek van CPB en

 

over het onderzoek van het CPB en

AO over het aanstaande faillis-

Berenschot inzake de tarieven

 

Berenschot inzake de tarieven voor

sement van TSN en de continuïteit

huishoudelijke hulp wordt

 

de huishoudelijke hulp (2016-2)

van de thuiszorg (4316)

waarschijnlijk in de 2e helft 2016 opgeleverd. De TK wordt in het najaar 2016 geïnformeerd met de 2e Voortgangsrapportage Wmo 2016.

ID

Omschrijving

Vindplaats

Stand van zaken

6289

Begin 2016 wordt het wetsvoorstel

Parlementaire agenda [23-11-2015] –

Het wetsvoorstel ligt na het

 

uitvoering antidopingbeleid bij de

Wetgevingsoverleg onderdeel Sport

zomerreces in de ministerraad en zal

 

Kamer ingediend (blz. 30).

en Bewegen (4249)

daarna aan de Tweede Kamer worden aangeboden.

6290

In het voorjaar 2016 wordt de Kamer

Parlementaire agenda [23-11-2015] –

Op dit moment wordt bezien op

 

geïnformeerd over een eventuele

Wetgevingsoverleg onderdeel Sport

welke wijze invulling gegeven kan

 

symbolische geste richting

en Bewegen (4249)

worden aan deze toezegging. Na de

 

voormalige sporters die medailles

 

zomer wordt de Kamer hierover

 

zijn misgelopen door dopinggebruik

 

nader geïnformeerd.

 

concurrenten (blz. 35).

   

6291

In 2017 verschijnen de Sport

Parlementaire agenda [23-11-2015] –

Het onderzoek loopt.

 

Toekomst Verkenning en de

Wetgevingsoverleg onderdeel Sport

 
 

beleidsdoorlichting beleidsartikel 6

en Bewegen (4249)

 
 

van de VWS-begroting, Sport en

   
 

Bewegen (blz. 36).

   

6307

Later, in het tweede wetstraject,

Parlementaire agenda [19-11-2015] –

Hierover is nader overleg met de

 

volgt een separaat wetsvoorstel

AO evaluatie wet BIG/Medisch

verschillende beroepsverenigingen

 

Wijziging Wet BIG met betrekking tot

tuchtrecht/Medisch beroepsgeheim

nodig. Het streven is om dat

 

de beroepenregulering (o.a.

(4260)

wetsvoorstel in het najaar van 2016

 

uitbreiding herregistratie-eisen,

 

in internetconsultatie te brengen en

 

actualisering deskundigheidsge-

 

rond de zomer van 2017 naar de

 

bieden, regeling orthopedagoog-

 

Tweede Kamer te sturen.

 

generalist (blz. 15). 2015-358

   

6310

Te zijner tijd zal een wetsvoorstel tot

Parlementaire agenda [19-11-2015] –

Planning: afdoen met brief rond de

 

aanpassing van de WGBO bij de

AO evaluatie wet BIG/Medisch

jaarwisseling 2016/17.

 

Kamer worden ingediend, waarin

tuchtrecht/Medisch beroepsgeheim

 
 

wordt geregeld dat bij een calamiteit

(4260)

 
 

of bij geweld met dodelijke afloop in

   
 

de zorgrelatie automatisch inzage-

   
 

recht bestaat (blz. 23). 2015-361

   

6319

Het CIZ verricht momenteel een

Uitgaande brief [14-12-2015] –

Over de uitkomsten van deze

 

uitvoeringstoets gericht op de

Afwegingskader toegang Wet

uitvoeringstoets zal de kamer voor

 

invoering van het afwegingskader

langdurige zorg (34 104-98) (18 721)

het einde van het jaar worden

 

voor de sectoren VV en GHZ. Het CIZ

 

geïnformeerd.

 

heeft bij mij aangegeven dat zij

   
 

hierin de aanbevelingen van het

   
 

ZINL die de interbeoordelaars-

   
 

betrouwbaarheid structureel

   
 

vergroten, betrekt. Ik heb het CIZ

   
 

gevraagd hierin ook het op mijn

   
 

verzoek uit te voeren onderzoek naar

   
 

de uitkomsten van het afwegings-

   
 

kader mee te nemen. Ik wacht de

   
 

uitkomsten van deze uitvoerings-

   
 

toets af en zal uw Kamer daarna

   
 

over het vervolg informeren

   

6336

Voor de zomer 2016 ontvangt de

Parlementaire agenda [18-02-2016] –

De Kamer wordt in oktober 2016

 

Kamer een brief over kwaliteits- en

AO Arbeidsmarktbeleid

geïnformeerd.

 

nascholingseisen (2016-7)

zorgsector/TSN (4325)

 

6346

In het voorjaar wordt de Kamer

Parlementaire agenda [10-12-2015] –

De TK wordt na het zomerreces

 

gerapporteerd over de eventuele

2de termijn AO Indische kwestie

geïnformeerd.

 

zorgvragen bij de Indische gemeen-

(Back Pay) (4283)

 
 

schap in overleg met Pelita (blz. 8).

   
 

2015-375

   

ID

Omschrijving

Vindplaats

Stand van zaken

6347

In het voorjaar wordt de Kamer

Parlementaire agenda [10-12-2015] –

De TK wordt na het zomerreces

 

geïnformeerd over de uitvoering van

2de termijn AO Indische kwestie

geïnformeerd.

 

de uitkeringsregeling en over het

(Back Pay) (4283)

 
 

verankeren van het erkennen/

   
 

herinneren/herdenken in overleg

   
 

met de Indische gemeenschap (blz.

   
 

10). 20156-376

   

6383

TK ontvangt m.b.t. het maatwerk-

Parlementaire agenda [03-03-2016] –

De adviesaanvraag is begin april

 

profiel het onderzoeksrapport van de

AO Wlz (4338)

verzonden naar zorginstituut en NZa.

 

NZa en ZIN. Hieruit volgt advies over

 

In december 2016 wordt het rapport

 

toegangscriteria na advies van

 

van Zorginstituut en NZa verwacht.

 

NZa/ZIN.

   

6385

Verbeteren communicatie en

Parlementaire agenda [03-03-2016] –

Dit is een van de actiepunten van

 

voorlichting (en bijbehorend

AO Wlz (4338)

waardig leven met zorg. In eerstvol-

 

zorgaanbod) MPT/VPT bij zorgkan-

 

gende voortgangsrapportage

 

toren en cliënten.

 

waardig leven met zorg wordt de Tweede Kamer over de stand van zaken geïnformeerd.

6389

Na overleg met zorgkantoren zal aan

Parlementaire agenda [03-03-2016] –

Wordt meegenomen in de VGR Wlz

 

de TK een overzicht worden

AO Wlz (4338)

die na het zomerreces naar de

 

overhandigd van de keurmerken die

 

Kamer wordt gestuurd.

 

in gebruik zijn.

   

6391

Nader onderzoek naar de toepas-

Parlementaire agenda [03-03-2016] –

Eind 2016 wordt de Kamer geïnfor-

 

baarheid van het afwegingskader

AO Wlz (4338)

meerd.

 

Wlz voor kinderen

   

6392

De Kamer ontvangt het onderzoek

Parlementaire agenda [03-03-2016] –

Oplevering eindrapport van het

 

naar de redenen waarom cliënten

AO Wlz (4338)

onderzoek vindt plaats op 1 juli. Brief

 

wachten op dezorgaanbieders van

 

aan Kamer is voorzien na het

 

hun eerste voorkeur, waarbij het

 

zomerreces.

 

schrappen van de term«wenswach-

   
 

tenden» wordt meegenomen.

   

6402

Voor de zomer ontvangt de Kamer

Parlementaire agenda [28-01-2016] –

De brief wordt voor 1 oktober 2016

 

een brief over de voor- en nadelen

AO Palliatieve Zorg (4286)

naar de Kamer gestuurd.

 

van plaatsing van palliatieve zorg in

   
 

het zorgdomein qua wettelijk regime

   
 

en de wijze van financiering,

   
 

bijvoorbeeld persoonsvolgende

   
 

bekostiging, na overleg met allerlei

   
 

betrokken veldorganisaties (blz. 15,

   
 

19, 28, 33). In de brief wordt ook

   
 

ingegaan op een eventuele

   
 

afzonderlijke aanspraaktitel voor

   
 

palliatieve zorg (blz. 19), het overleg

   
 

met betrokken partijen over het

   
 

eventueel eruit knippen van de

   
 

herindicatie van het CIZ (blz. 22, 23),

   
 

het overleg met de VPTZ over de

   
 

inzet van vrijwilligers in verpleeg-

   
 

huizen (blz. 23, 24, 34), het idee van

   
 

de praktijkteams (blz. 25), ervaringen

   
 

met tariefdiscussies in de verschil-

   
 

lende soorten hospices (blz. 27),

   
 

casemanagement dementie en

   
 

casemanagement palliatieve zorg

   
 

(blz. 33), geestelijke verzorging (blz.

   
 

33), en meerjarige contractering (blz.

   
 

34). 2016-13

   

ID

Omschrijving

Vindplaats

Stand van zaken

6404

In de aan de Kamer toegezegde

Parlementaire agenda [28-01-2016] –

De brief wordt voor 1 oktober 2016

 

inventarisatie wat het effect is van

AO Palliatieve Zorg (4286)

naar de Kamer gestuurd.

 

de verschillende soorten eigen

   
 

bijdragen op de keuze die mensen

   
 

maken, zal de palliatieve zorg

   
 

worden meegenomen (blz. 25, 29).

   
 

2016-15

   

6405

Na overleg met de betrokken

Parlementaire agenda [28-01-2016] –

De brief wordt voor 1 oktober 2016

 

organisaties wordt de Kamer bericht

AO Palliatieve Zorg (4286)

naar de Kamer gestuurd.

 

over de noodzaak van de terminali-

   
 

teitsverklaring (blz. 26). 2015-16

   

6406

De Kamer wordt geïnformeerd of de

Parlementaire agenda [28-01-2016] –

Na de zomer ontvangt De TK een

 

NZa bij haar toezicht duidelijk kan

AO Palliatieve Zorg (4286)

brief over palliatieve zorg waarin

 

volgen hoe er omgegaan wordt met

 

deze toezegging wordt afgedaan.

 

het recht op zorg wat betreft de

   
 

palliatieve zorg binnen de brede

   
 

aanspraak Wijkverpleging (blz. 27).

   
 

2016-17

   

6411

In brief de TK informeren over de

Parlementaire agenda [17-03-2016] –

Naar verwachting eind van het jaar

 

tussenstand proeftuinen.

AO Eerstelijnszorg (4282)

ontvangt de TK de tussenstand proeftuinen

6413

Integraal rapport Zorginstituut over

Parlementaire agenda [17-03-2016] –

Rapport wordt door ZIN eind van het

 

de aanspraak fysiotherapie

AO Eerstelijnszorg (4282)

jaar opgeleverd. Daarna wordt de Kamer hierover geïnformeerd.

6415

TK informeren in verzamelbrief over

Parlementaire agenda [17-03-2016] –

De Minister informeert uw Kamer

 

termijn wanneer onderzoek van

AO Eerstelijnszorg (4282)

zodra er meer op dit punt bekend is.

 

zorgverzekeraars over goodwill is

   
 

afgerond.

   

6456

De Kamer ontvangt naar

Parlementaire agenda [17-02-2016] –

Na de zomer zal er een besluit

 

verwachting tegen de zomer een

AO ZIKA virus (4368)

worden genomen omtrent de

 

opzet voor de financiering van de

 

toekomstige borging, organisato-

 

Werkgroep Infectie Preventie (blz.

 

risch en financieel, van richtlijnont-

 

10). 2016-19

 

wikkeling rond infectieziektebe-strijding.

6463

Het onderzoek van de IGZ in het

Parlementaire agenda [31-03-2016] –

Het rapport van de IGZ en het plan

 

kader van het Stimuleringspro-

AO Preventiebeleid (4328)

van aanpak zal voor de begrotings-

 

gramma Publieke Gezondheid gaat

 

behandeling 2017 naar de Kamer

 

over alle pijlers van de GGD en ook

 

worden gestuurd.

 

over gezondheidsbevordering.

   
 

Hierbij zal expliciet gekeken worden

   
 

naar de kwaliteit en naar de

   
 

capaciteit van alle individuele

   
 

GGD’en. Het rapport van de IGZ en

   
 

het plan van aanpak zal voor de

   
 

begrotingsbehandeling naar de

   
 

Kamer worden gestuurd.De TK heeft

   
 

de toezegging als volgt geregis-

   
 

treerd:Voor de begrotingsbehan-

   
 

deling stuurt de Minister de Kamer

   
 

het onderzoeksrapport van de

   
 

Inspectie voor de Gezondheidszorg

   
 

over de uitvoering van de pijlers en

   
 

taken van de gemeentelijke

   
 

gezondheidsdiensten, voorzien van

   
 

een plan van aanpak (blz. 22, 24).

   
 

2016-98

   

ID

Omschrijving

Vindplaats

Stand van zaken

6465

De Minister zal de Kamer in het

Parlementaire agenda [31-03-2016] –

De uitwerking volgt einde van dit

 

najaar informeren over verder

AO Preventiebeleid (4328)

jaar

 

besluitvorming over het vinkje. Zij

   
 

zal hierbij kijken naar best practices

   
 

en deze incorporeren, als nodig.

   

6467

De Minister reageert voor het einde

Parlementaire agenda [31-03-2016] –

Het rapport is 29-6 aangeboden aan

 

van het jaar naar de Tweede Kamer

AO Preventiebeleid (4328)

de TK. Maximaal binnen 3 maanden

 

op het advies van de GR en ZIN over

 

na het advies stuurt de Minister een

 

de inrichting van de beoordeling van

 

brief naar de kamer met een reactie

 

vaccins.De Tweede Kamer heeft deze

 

op het advies. De beleidsreactie

 

toezegging als volgt geregis-

 

volgt in oktober 2016.

 

treerd:Na de zomer ontvangt de

   
 

Kamer het standpunt ten aanzien

   
 

van de beoordelingskamer vaccins,

   
 

na afloop van de pilot (blz. 26). Ook

   
 

ontvangt zij de advisering van de

   
 

Gezondheidsraad en van Zorgin-

   
 

stituut Nederland (blz. 27). 2016-100

   

6469

De Staatssecretaris zal aan de

Parlementaire agenda [31-03-2016] –

Er komt deze zomer (uiterlijk in

 

industrie vragen om bij de maatre-

AO Preventiebeleid (4328)

augustus) de betreffende monitoring

 

gelen gericht op zelfregulering en

 

uit, waarin nieuwe media zijn

 

monitoring in relatie tot kidsmar-

 

meegenomen. In het najaar (uiterlijk

 

keting ook rekening te houden met

 

1 december 2016) zal de FNLI

 

de nieuwe media. Dit geldt ook voor

 

(Federatie Nederlandse Levensmid-

 

verpakkingen. Hij zal de industrie

 

delen Industrie) komen met een

 

ook vragen dit mee te nemen in de

 

standpunt op «characters» die zich

 

monitor die deze zomer uit komt.

 

richten op kinderen op productverpakkingen.

6470

De Staatssecretaris zal gesprekken

Parlementaire agenda [31-03-2016] –

De Kamer wordt na het zomerreces

 

voeren met de betrokken partijen

AO Preventiebeleid (4328)

geïnformeerd.

 

over magere modellen en bekijken

   
 

of het mogelijk is het resultaat

   
 

hiervan te presenteren en de Kamer

   
 

te informeren tijdens de Amsterdam

   
 

fashion week begin juli.

   

6471

De Staatssecretaris zal de Kamer aan

Parlementaire agenda [31-03-2016] –

Partijen als RIVM, GGD GHOR,

 

het eind van het jaar het bredere

AO Preventiebeleid (4328)

onderwijsraden e.a zijn het plan aan

 

plan Gezonde School toesturen,

 

het schrijven, met het doel om dit

 

waarin de gezonde schoolkantine

 

per 1 oktober als subsidieaanvraag

 

expliciet wordt meegenomen.

 

in te dienen bij VWS en betrokken collega-departementen. TK zal geïnformeerd worden aan het eind van het jaar

6473

De Staatssecretaris zal in de

Parlementaire agenda [31-03-2016] –

De Kamer wordt in maart 2017

 

jaarlijkse voortgangsrapportage van

AO Preventiebeleid (4328)

geïnformeerd.

 

het NPP expliciet aandacht schenken

   
 

aan ouderen.

   

6474

De Staatssecretaris stuurt begin

Parlementaire agenda [31-03-2016] –

De Kamer wordt in maart 2017

 

2017 een voorstel voor het vervolg

AO Preventiebeleid (4328)

geïnformeerd.

 

op GIDS aan de Tweede Kamer.

   

6480

De Kamer ontvangt in 2017 een

Parlementaire agenda [07-04-2016] –

De Kamer zal het wetsvoorstel in

 

wetsvoorstel voor de benodigde

AO IGZ (4359)

2017 ontvangen.

 

wetswijziging voor de fusie van de

   
 

IGZ en de IJZ, vergezeld van een

   
 

begeleidende brief met een

   
 

toelichting op de fusie.

   

ID

Omschrijving

Vindplaats

Stand van zaken

6482

Eind 2016 wordt de Kamer geïnfor-

Parlementaire agenda [07-04-2016] –

Toezegging wordt afgedaan met de

 

meerd over de opname van het

AO IGZ (4359)

brief die de TK najaar 2016 ontvangt.

 

Landelijk Meldpunt Zorg in de IGZ

   
 

en het meer bekendmaken van dit

   
 

meldpunt (blz. 21). 2016-117

   

6484

De Minister informeert de Kamer

Parlementaire agenda [07-04-2016] –

De TK ontvangt hierover een brief in

 

eind 2016 over de stand van zaken

AO IGZ (4359)

oktober 2016

 

van de pilot met de inzet van zwarte

   
 

dozen.

   

6485

Bij de Kamer wordt een wetsvoorstel

Parlementaire agenda [07-04-2016] –

Het streven is om het wetsvoorstel

 

tot wijziging van de Wet BIG

AO IGZ (4359)

na de zomer van 2016 aan de

 

ingediend (o.a. over direct op

 

Tweede Kamer te sturen.

 

non-actief stellen bij ernstige

   
 

ongeschiktheid, mogelijkheid van

   
 

een spoedprocedure in ongeschikt-

   
 

heidszaken, overheveling van taken

   
 

van het CMT naar de tuchtcolleges),

   
 

voorafgegaan door een brief over

   
 

een concreet voorstel van de KNMG

   
 

inzake een zerotolerancenorm voor

   
 

middelengebruik in de beroepsgroep

   
 

(blz. 24). 2016-120

   

6491

De Tijdelijke wet ambulancezorg zal

Parlementaire agenda [18-02-2016] –

Planning is dat in juli het

 

met twee jaar worden verlengd (blz.

AO Ambulancezorg/SEH/Acute

wetsvoorstel naar RvS gaat. Eind

 

12,16). 2016-30

zorg/Traumazorg (4358)

2016 volgt brief aan TK

6501

De Minister zal bevorderen dat de

Parlementaire agenda [27-01-2016] –

Het streven is om de kamer voor het

 

naar verwachting eind 2016 door de

AO Ziekenhuiszorg (4309)

eind van het jaar te informeren

 

NZa uit te werken criteria voor de

   
 

zorgplicht naar de Kamer worden

   
 

gezonden (2016-38)

   

6503

Actieplan Gepast Gebruik naar

Parlementaire agenda [13-04-2016] –

Momenteel wordt er aan het

 

Tweede Kamer. Iedereen betrekken,

AO Geneesmiddelen (4327)

Actieplan gewerkt.

 

ook toegang tot registraties borgen

   
 

(voor Zinl). Inclusief verkenning

   
 

Italiaanse systeem tav fonds

   
 

onafhankelijk onderzoek en

   
 

registers.

   

6505

AMvB voor de sluis voorhan-

Parlementaire agenda [13-04-2016] –

Naar verwachting wordt in het

 

gen.Voor de zomer wordt een AMvB

AO Geneesmiddelen (4327)

najaar van 2016 deze AMvB

 

bij de Kamer voorgehangen m.b.t.

 

voorgehangen.

 

een structurele regeling van de sluis

   
 

(2016-53)

   

6510

Resultaten van onderhandelingen

Parlementaire agenda [13-04-2016] –

Wordt momenteel verder vormge-

 

samen met België en Luxemburg

AO Geneesmiddelen (4327)

geven. Op dit moment zijn er nog

 

aan TK melden.

 

geen concrete resultaten van onderhandelingen te melden.

6514

Fair Medicine VoortgangsbriefDe

Parlementaire agenda [13-04-2016] –

Loopt; wordt in september afgerond.

 

Kamer zal worden geïnformeerd

AO Geneesmiddelen (4327)

 
 

over de actie die zal worden

   
 

genomen op het Fair Medicine-

   
 

initiatief, vergezeld van een tijdpad

   
 

(2016-58)

   

6532

Voor de zomer ontvangt de Kamer

Parlementaire agenda [13-04-2016] –

De Kamer wordt in het najaar 2016

 

een brief waarin de concrete acties

AO Geneesmiddelen (4327)

geïnformeerd.

 

zullen worden vermeld die zullen

   
 

worden ingezet m.b.t. de genees-

   
 

middelenvisie, vergezeld van een

   
 

tijdpad en wie de trekker is (2016-50)

   

ID

Omschrijving

Vindplaats

Stand van zaken

6533

De Minister zal de door de heer Van

Parlementaire agenda [13-04-2016] –

De Kamer wordt na de zomer

 

Gerven aangereikte casus over een

AO Geneesmiddelen (4327)

geïnformeerd.

 

bedrijfsbezoek doorgeleiden naar de

   
 

toezichthouder met het verzoek de

   
 

Kamer van een reactie te voorzien

   
 

(2016-57)

   

6562

In de mei-brief wordt de Kamer ook

Parlementaire agenda [23-03-2016] –

Wordt meegenomen in de voort-

 

bericht over het overleg met het

AO PGB (4367)

gangsrapportage Wlz die binnenkort

 

zorgkantoor over het verkorten van

 

naar de Kamer wordt verzonden.

 

de doorlooptijden van het Wlz-pgb

   
 

(blz. 22). 2016-85

   

6565

Voor de zomer ontvangt de Kamer

Parlementaire agenda [20-04-2016] –

Toezeggingen 6565 en 6408: de

 

de resultaten van het collectiviteiten-

AO Zorgverzekeringswet (4436)

Kamer heeft het rapport van VWS

 

onderzoek VWS /rond de zomer het

 

ontvangen. In het najaar ontvangt de

 

collectiviteitenonderzoek NZa

 

Kamer het rapport van de NZa en de

 

(2016-88)

 

beleidsreactie op beide rapporten.

6566

Na de zomer ontvangt de Kamer de

Parlementaire agenda [20-04-2016] –

Naar verwachting gaan de resultaten

 

resultaten van het onderzoek naar

AO Zorgverzekeringswet (4436)

van dit onderzoek in het najaar naar

 

het vrijwillig eigen risico (inclusief

 

de kamer

 

risicosolidariteit) (2016-89)

   

6567

Rond de zomer ontvangt de Kamer

Parlementaire agenda [20-04-2016] –

Het definitieve rapport van de NZa

 

de resultaten van het NZa-onderzoek

AO Zorgverzekeringswet (4436)

kwalitatief onderzoek risicoselectie

 

naar risicoselectie (2016-90)

 

komt na het zomerreces en wordt dan met reactie een naar de Kamer gestuurd.

6570

In de adviesaanvraag, die ik ZIN op

Parlementaire agenda [20-04-2016] –

De toezegging is aangepast in de

 

6 november 2015 heb doen

AO Zorgverzekeringswet (4436)

veegbrief van 6 juni 2016. Over het

 

toekomen, heb ik ZIN gevraagd om

 

tweede deel van de toezegging

 

begin 2017 advies uit te brengen

 

wordt de Kamer voor het eind van

 

over Zvw-vergoeding van eerste

 

2016 geïnformeerd.

 

behandelingen fysiotherapie bij

   
 

artrose van heup en knie, reuma-

   
 

toïde aandoeningen en hernia met

   
 

motorische uitval. Los daarvan

   
 

verwacht ik in de tweede helft van

   
 

2016 een breed advies van het

   
 

Zorginstituut over de inrichting van

   
 

de aanspraak van fysiotherapie in

   
 

het basispakket. (Oude tekst: In de

   
 

tweede helft van 2016 ontvangt de

   
 

Kamer het ZiN-advies fysiotherapie

   
 

bij hartfalen en reuma in het

   
 

basispakket (2016-93)

   

6572

Voor de zomer ontvangt de Kamer

Parlementaire agenda [20-04-2016] –

Planning is dat toezegging na

 

het SEO-onderzoek naar de

AO Zorgverzekeringswet (4436)

zomerreces wordt afgedaan.

 

Mededingingswet (2016-95)

   

6597

Na de zomer wordt de Kamer

Parlementaire agenda [31-03-2016] –

Wordt meegenomen in het besluit

 

geïnformeerd over de voortgang van

AO Preventiebeleid (4328)

over het vervolg van het NPP. Deze

 

het Nationaal Programma Preventie

 

volgt eind 2016.

 

(blz. 21). 2016-97

   

6599

Bij Zorginstituut Nederland wordt

Parlementaire agenda [31-03-2016] –

De Kamer wordt hierover in

 

nagegaan of de module Bewegen

AO Preventiebeleid (4328)

november bericht.

 

meeloopt met het breder onderzoek

   
 

naar fysiotherapie dat in oktober

   
 

uitkomt (blz. 35). 2016-103

   

ID

Omschrijving

Vindplaats

Stand van zaken

6600

In een verzamelbrief worden de

Parlementaire agenda [31-03-2016] –

Deze toezegging staat in verbinding

 

vragen van het lid Krol over

AO Preventiebeleid (4328)

met het IGZ-rapport Polyfarmacie/

 

medicatiebeoordelingen beantwoord

 

Medicatieveiligheid. Planning:

 

(blz. 27). 2016-101

 

voorhang rapport tijdens reces en publicatie kort na zomerreces.

6604

De Staatssecretaris van VWS zegt de

Parlementaire agenda [12-04-2016] –

De EK wordt voor het kerstreces

 

Kamer, naar aanleiding van vragen

Goedkeuring en uitvoering verdrag

2016 geïnformeerd over standpunt-

 

van de leden Bredenoord, Ganze-

inzake rechten van personen met

bepaling t.a.v. het facultatief

 

voort, Don en Barth, toe voor de

een handicap (33 992 en 33 990)

protocol.

 

zomer te komen met een standpunt-

(4401)

 
 

bepaling (inclusief de te zetten

   
 

stappen) ten aanzien van het

   
 

facultatief protocol.Opm: Zie ook

   
 

toezegging T02051

   

6605

De Staatssecretaris van VWS zegt de

Parlementaire agenda [12-04-2016] –

De EK wordt voor het kerstreces

 

Kamer, naar aanleiding van een

Goedkeuring en uitvoering verdrag

2016 geïnformeerd of de inzichten

 

vraag van het lid Bredenoord, toe te

inzake rechten van personen met

van de wetenschappelijke participa-

 

bezien of de inzichten van de

een handicap (33 992 en 33 990)

tieladder ook van toepassing kunnen

 

wetenschappelijke participatieladder

(4401)

zijn op de ontwikkeling van het plan

 

ook van toepassing kunnen zijn op

 

van aanpak.

 

de ontwikkeling van het plan van

   
 

aanpak.

   

6606

Voor de komende begrotingsbehan-

Parlementaire agenda [08-06-2016] –

De Kamer wordt voor de Begrotings-

 

deling ontvangt de Kamer een brief

AO Decentralisatie Wmo (4409)

behandeling 2017 geïnformeerd.

 

met de resultaten van het

   
 

CBS-onderzoek naar de gevolgen

   
 

van de eigen bijdragen (2016-123)

   

6647

Brief aan de kamer over de

Parlementaire agenda [16-06-2016] –

De Kamer wordt hierover geïnfor-

 

resultaten van de gesprekken van

AO Pakketmaatregelen (4422)

meerd voor de begrotingsbehan-

 

partijen over het breder toelaten van

 

deling.

 

de borstprothese aan het pakket.De

   
 

Tweede Kamer heeft deze

   
 

toezegging als volgt geregistreerd:

   
 

De Kamer ontvangt tijdig voor de

   
 

begrotingsbehandeling een brief

   
 

met daarin de resultaten van het

   
 

overleg van het Zorginstituut over

   
 

uitbreiding van het verzekerd pakket

   
 

t.a.v. het plaatsen van borstpro-

   
 

thesen bij transgenders als daarover

   
 

consensus is bereikt (2016-127)

   

6647

Voor de begrotingsbehandeling

Parlementaire agenda [16-06-2016] –

De Kamer wordt hierover geïnfor-

 

ontvangt de Kamer een brief over de

AO Pakketmaatregelen (4422)

meerd voor de begrotingsbehan-

 

pilot van het KWF en transvrouwen

 

deling.

 

(2016-130)

   

6648

Brief aan de kamer over de opzetten

Parlementaire agenda [16-06-2016] –

In het AO GGZ van 26 mei 2016 is

 

van een pilot met betrekking tot

AO Pakketmaatregelen (4422)

afgesproken dat een brief hierover in

 

psychosociale zorg, zoals voorge-

 

oktober 2016 zal worden verstuurd

 

steld door KWF. De Tweede Kamer

 

aan de TK

 

heeft deze toezegging als volgt

   
 

geregistreerd: Voor de begrotingsbe-

   
 

handeling ontvangt de Kamer een

   
 

brief over de pilot van het KWF en

   
 

transvrouwen (2016-130)

   

6660

Na de zomer ontvangt de Kamer een

Parlementaire agenda [16-06-2016] –

Na de zomer wordt de Kamer

 

standvanzakenbrief over stamceldo-

AO Pakketmaatregelen (4422)

geïnformeerd.

 

natie (2016-129)

   

ID

Omschrijving

Vindplaats

Stand van zaken

6661                De Kamer zal schriftelijk worden geïnformeerd over de resultaten van het gesprek met ZN over de rol van verzekeraars bij het collectief duiden.

Parlementaire agenda [16-06-2016] AO Pakketmaatregelen (4422)

Over het eerste deel van de toezegging wordt de Kamer voor het eind van het zomerreces geïnformeerd.

 

Openstaande toezeggingen uit voorgaande jaren

ID

Omschrijving

Vindplaats

Stand van zaken

4036

De Kamer wordt t.z.t. geïnformeerd

Parlementaire agenda [08-02-2012] –

Als gevolg van gewijzigde proce-

 

inzake de VN-reactie. (blz. 51-9-70)

VAO Euthanasie (3151)

dures bij het BuPo comité hoeft er geen landenrapport te worden ingediend. De BuPo rapportage is naar verwachting in 2018 gereed, omdat eerst de «List of Issues Prior to Reporting» op te stellen door het BuPo comité moet worden afgewacht.

4062

De Kamer zal op gezette tijden over

Parlementaire agenda [21-06-2012] –

Evaluatie van het programma vindt

 

de resultaten van het programma

AO Geneesmiddelenbeleid (was tot

plaats in 2017.

 

Goed Gebruik van Geneesmiddelen

nader order uitgesteld) (3304)

 
 

worden geïnformeerd (blz. 13)

   

4225

Na inwerkingtreding van de Tijdelijke

Parlementaire agenda [18-02-2016] –

Voorstel tot verlenging van de TWAZ

 

wet ambulancezorg zal zo snel

AO Ambulancezorg/SEH/Acute

met twee jaar tot 2020 zoals

 

mogelijk een definitieve regeling bij

zorg/Traumazorg (4358)

besproken in het AO ambulancezorg

 

de Kamer worden ingediend, die

 

van 18 februari 2016. Definitieve

 

Europaproof is en zo dicht mogelijk

 

regeling komt in nieuwe wet, naar

 

ligt bij de wensen van de Kamer en

 

verwachting in 2020

 

waarbij rekening wordt gehouden

   
 

met de huidige ontwikkelingen (blz.

   
 

66-8-61, 62, 63, 64, 65, 66, 69).

   

4359

Maatregelen die ten grondslag

Parlementaire agenda [09-10-2012] –

Dit najaar worden met de pleegzorg-

 

liggen aan het wetsvoorstel

Plenair debat wetsvoorstel verbe-

aanbieders en pleegouderorgani-

 

(Verbetering positie pleegouders)

tering positie pleegouder (32 529)

saties plannen gemaakt om de

 

over een aantal jaren te evalueren-

(3366)

maatregelen in 2017 te evalueren.

 

Kamerstuk 32529 Handelingen I

Parlementaire agenda [27-11-2012] –

De evaluatie zal eind 2017 gereed

 

2012-2013, nr. 3-7-23

2e termijn plenair debat verbetering

zijn en begin 2018 naar de TK

   

positie pleegouders (32 529) (3428)

worden gezonden.

   

Parlementaire agenda [27-11-2012] –

 
   

Voortzetting Plenair debat

 
   

wetsvoorstel verbetering positie

 
   

pleegouders (32 529) (3443)

 
   

Geplande brief [31-01-2018] –

 
   

Evaluatie Wet verbetering positie

 
   

pleegouders (334)

 

4470

Drie jaar na inwerkingtreding van

Parlementaire agenda [23-01-2013] –

Toezegging wordt afgedaan met

 

deze wet zal de Kamer worden

Behandeling WetsvoorstelWets-

brief die de TK voor zomerreces

 

gerapporteerd over de vermindering

voorstel 33 243: Wijziging wet

2017 ontvangt.

 

van de administratieve lasten in de

cliëntenrechten zorg etc. ivm taken

 
 

zorg die gerelateerd zijn aan de

en bevoegdheden kwaliteit van zorg.

 
 

transparantie van kwaliteit en over

(3502)

 
 

een monitoring van het opnemen

   
 

van innovaties in richtlijnen/

   
 

standaarden (blz. 45-19-60 en -63

   
 

Hand II, 2012–2013, nr. 45).

   

ID

Omschrijving

Vindplaats

Stand van zaken

4482

Evaluatie na wijziging Drank en

Parlementaire agenda [28-10-2010] –

Begin 2016 wordt de Drank en

 

Horecawet ingaand op 1-1-2013

debat over preventieve gezondheids-

Horecawet geëvalueerd.

   

projecten (2590)

Eind 2016 gaat er een brief naar de

   

Parlementaire agenda [22-05-2012] –

TK.

   

Plenair debat EK Drank- en

 
   

Horecawet/Terugdringen alcoholge-

 
   

bruik onder jongeren (wetsvoorstel

 
   

32 022) (3292)

 

4619

Bij de Kamer zal een wetsvoorstel tot

Parlementaire agenda [25-10-2012] –

Het streven is om het wetsvoorstel

 

wijziging van de Wet BIG worden

VSO tuchtrecht voor beroepsbeoefe-

na de zomer van 2016 aan de

 

ingediend, waarmee het College van

naren in de individuele gezond-

Tweede Kamer te sturen

 

Medisch Toezicht komt te vervallen

heidszorg (33 000-XVI, nr. 194) (3378)

 
 

(blz. 15-8-31).

   

4623

Een wetsvoorstel tot aanpassing van

Parlementaire agenda [14-03-2013] –

Toezegging wordt afgedaan met

 

de WTZi zal nog in 2013 bij de

Plenaierdebat over IGZ kabinetsre-

wetsvoorstel die TK najaar 2016

 

Kamer worden ingediend (blz.

actie (3583)

ontvangt

 

62-7-42 Hand. II, 2012–2013 nr. 62).

Geplande brief [21-12-2016] – Wetsvoorstel tot aanpassing Wtzi (186)

 

4679

In de eerste helft van 2014 zal een

Parlementaire agenda [02-07-2013] –

Het streven is om het wetsvoorstel

 

wetsvoorstel bij de Kamer worden

Voortzetting Wetsvoorstel kwaliteit

na de zomer van 2016 aan de

 

ingediend ertoe strekkend dat de IGZ

klachten en geschillenzorg (32 402)

Tweede Kamer te sturen

 

handhavend kan optreden tegen

(eerste termijn + rest) (3723)

 
 

falende zorgverleners (blz. 102– ).

   

4722

In een komende wijziging van de

Parlementaire agenda [17-06-2013] –

Planning: afdoen met brief rond de

 

Wgbo wordt inzagerecht in het

Notaoverleg over initiatiefnota van

jaarwisseling 2016/17.

 

dossier van cliënten voor

de leden Anne Mulder en Michiel

 
 

nabestaanden geregeld (blz. 30)

van Veen over patiëntveiligheid (33 497) (3632)

 

4723

Nadat overleg heeft plaatsgevonden

Parlementaire agenda [17-06-2013] –

Federatie Medisch specialisten werkt

 

met de KNMG, de OMS en de GGZ

Notaoverleg over initiatiefnota van

aan procedure. De uitwerking wordt

 

over samenwerking van artsen,

de leden Anne Mulder en Michiel

verwacht in 2016.

 

ziekenhuizen en de ggz met het OM

van Veen over patiëntveiligheid

 
 

en Justitie bij onderzoek naar

(33 497) (3632)

 
 

medische missers komt de Minister

Geplande brief [01-10-2016] –

 
 

terug bij de Kamer met de resultaten

Meewerken medisch specialisten

 
 

daarvan (blz. 31)

met het OM (79)

 

4726

De Kamer zal worden geïnformeerd

Parlementaire agenda [17-06-2013] –

Federatie Medisch specialisten werkt

 

over de uitvoering van de

Notaoverleg over initiatiefnota van

aan procedure. De uitwerking wordt

 

ingediende en daarna aangehouden

de leden Anne Mulder en Michiel

verwacht in 2016.

 

motie-Van Veen (33 497, nr. 5) (blz.

van Veen over patiëntveiligheid

 
 

43)

(33 497) (3632)

 

4900

In het wetsvoorstel tot aanpassing

Parlementaire agenda [18-06-2013] –

Planning wordt: afdoen met brief

 

van de Wgbo zal het inzagerecht

Wetsvoorstel kwaliteit klachten en

rond de jaarwisseling 2016/17.

 

voor nabestaanden worden

geschillenzorg (32 402) (3703)

 
 

vastgelegd (blz. 102- ).

   

4936

De Kamer zal zo snel mogelijk een

Parlementaire agenda [04-09-2013] –

Bij WvGGZ wordt ook de WZD weer

 

AMvB ontvangen, waarin in overleg

-Plenair debat Wetsvoorstel Zorg en

gewijzigd. De 2e NVW WvGGZ zal

 

met de veldpartijen de wijze wordt

Dwang 31 966 1ste termijn (3732)

voor het reces aan de TK gestuurd

 

geregeld waarop het toezicht in een

 

worden. Voor de AMvBs (op basis

 

thuissituatie door een zorgaanbieder

 

van zowel WvGGZ als WZD) geldt

 

wordt ingevuld bij het toepassen van

 

een voorhangprocedure. Een en

 

fixatie (blz. 106-8-13, 14, 15).

 

ander is dus afhankelijk van het tempo van overleg met de TK.

4974

Medio 2014 zal een wetsvoorstel

Parlementaire agenda [18-11-2013] –

Het wetsvoorstel zal in het najaar

 

inzake het uitvoeren van dopingcon-

Wetgevingsoverleg Sport en

2016 aan de Tweede Kamer worden

 

troles bij de Kamer worden

Bewegen (3719)

aangeboden.

 

ingediend (blz. 40).

   

ID

Omschrijving

Vindplaats

Stand van zaken

4990

De Kamer zal regelmatig worden gerapporteerd over de aanpak van fraude met pgb’s (blz. 27).

Parlementaire agenda [21-11-2013] – AO PGB (3750)

Wordt meegenomen in de periodieke voortgangsrapportage fraude

5068

Toezegging Voorlichting verhoging leeftijdsgrens (33 341)

Parlementaire agenda [11-06-2013] – Initiatief wetsvoorstel Alcohol boven de 18

Wordt meegenomen in de evaluatie van de Drank en Horeca Wet.

5197                Toezegging Jaarverslag kwaliteit en financiën jeugdzorg (33 674/33 684) De Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport zegt de Kamer, naar aanleiding van een vraag van het lid Beuving (PvdA) toe de Kamer jaarlijks te informeren in het jaarverslag over de ontwikkeling en de kwaliteit van de jeugdhulp en de financiële randvoorwaarden waaronder dat moet gebeuren.

Parlementaire agenda [11-02-2014] Behandeling Jeugdwet (3834)

Het parlement wordt jaarlijks via het Jaarverslag VWS geïnformeerd over de ontwikkelingen in het nieuwe jeugdstelsel, waaronder de kwaliteit en de financiële randvoorwaarden. Aanvullend daarop wordt de Tweede Kamer periodiek geïnformeerd met aparte rapportages over de voortgang. Laatstelijk bij brief van 22 juni 2016 (Tweede Kamer 2015–2016, 31 839, nr. 524).

5200                Toezegging Pilots bij praktijkmo- dellen jeugdzorg (33 674/33 684) De Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport zegt de Kamer, naar aanleiding van een vraag van het lid Scholten (D66), toe om in samenwerking met gemeenten, de jeugd-ggz, huisartsen, cliëntorganisaties en zorgverzekeraars een pilot te organiseren om praktijkmodellen uit te werken voor de organisatie en de bekostiging van de jeugd-ggz. De uitkomsten van de pilots worden meegenomen bij de evaluatie van de wet over drie jaar.

Parlementaire agenda [11-02-2014] Behandeling Jeugdwet (3834)

De Eerste Kamer wordt in het najaar van 2017 geïnformeerd.

5243                Een jaar na aanvang zal de Kamer worden geïnformeerd over de uitkomsten van de pilot over de vraag in welke gevallen na ontvangst van een melding meteen een ambulance wordt gestuurd omdat het ernstig lijkt en in welke gevallen het oordeel wordt overgelaten aan de verpleegkundige of de verpleegkundig opgeleide centralist (blz. 14). 2014-127

Parlementaire agenda [09-04-2014] AO Ambulancezorg (3836)

Pilot Verpleegkundige/centralist start na de zomer waarvan de resultaten in het voorjaar van 2017 aan de Kamer worden gestuurd.

5270                De Kamer zal een plan van aanpak inzake de oprichting van een expertisecenrum voor de ziekte van Lyme ontvangen, met o.a. informatie over het budget voor dit centrum en het onderzoek (blz. 83-4-12).

Parlementaire agenda [15-05-2014] Debat burgerinitiatieven ziekte van Lyme (3886)

Momenteel wordt er door de betrokken partijen een aantal parallelle trajecten gevolgd. Het doel is om in de zomermaanden te komen tot een afronding van deze trajecten zodat na de zomer kan worden overgegaan tot ondertekenen van de samenwerking.

 

ID

Omschrijving

Vindplaats

Stand van zaken

5305

Toezegging Inkomenseffecten fiscale

Parlementaire agenda [27-05-2014] –

De EK zal eind 2016/begin 2017

 

regeling en gemeentelijke maatwerk-

Plenaire behandeling afschaffing

nader geïnformeerd worden over

 

regeling (33 726) (T01930)De

WTCG/CER precieze tijden volgen

toezegging Inkomenseffecten fiscale

 

Staatssecretaris van VWS zegt de

nog (3883)

regeling en gemeentelijke maatwerk-

 

Kamer, naar aanleiding van een

 

regeling.

 

vraag van het lid Ter Horst, toe om

   
 

na te gaan wat de inkomenseffecten

   
 

zouden zijn geweest als de 700

   
 

miljoen naar de gemeenten waren

   
 

gegaan en dit effect – in overleg met

   
 

de Staatssecretaris van Financiën –

   
 

te betrekken bij een eventuele

   
 

herziening van de fiscale regeling.

   

5347

Na 3 jaar zal de Kamer een overzicht

Parlementaire agenda [26-06-2014] –

Toezegging wordt afgedaan drie jaar

 

ontvangen van het aantal zieken-

Plenaire behandeling wetsvoorstel

na inwerkingtreding wetsvoorstel.

 

huizen dat gebruik maakt van de

Winst (1e termijn) (3905)

Wetsvoorstel is nog aanhangig bij de

 

mogelijkheden om risicokapitaal aan

 

Eerste Kamer.

 

te trekken (2014-179)

   

5356

De Kamer zal worden bericht over de

Parlementaire agenda [05-06-2014] –

De Kamer wordt in het najaar 2016

 

uitkomsten van het overleg met de

Dertigledendebat inzake het

geïnformeerd.

 

VGN over de problematiek van

scheiden van hoogbejaarde

 
 

meervoudig gehandicapte mensen

echtparen vanwege het kabinets-

 
 

die soms worden gescheiden terwijl

beleid (Agema, 5 feb. Bron: Trouw);

 
 

zij al tientallen jaren intramuraal in

(3900)

 
 

een woongroep wonen (blz. 90-11-3).

   
 

2014-203

   

5387

Vóór eind 2014 zal het wetsvoorstel

Parlementaire agenda [02-07-2014] –

Planning is om het wetsvoorstel

 

Dopingwet bij de Kamer worden

AO Sport (3877)

direct na het zomerreces naar de

 

ingediend (blz. 18, 19). 2014-195

 

Kamer te sturen.

5502

De Kamer zal, eventueel in het kader

Parlementaire agenda [09-10-2014] –

Dit onderzoek zal na de zomer naar

 

van de evaluatie van de Drank- en

AO Alcoholbeleid (3840)

de Kamer worden gestuurd.

 

Horecawet in 2016 maar mogelijk

   
 

eerder, worden geïnformeerd over

   
 

de resultaten van het onderzoek naar

   
 

de maatschappelijke kosten van

   
 

alcoholgebruik, naar wat wel en niet

   
 

werkt en naar de ervaringen in het

   
 

buitenland (blz. 26, 27, 28). 2014-260

   

5523

De Kamer zal worden bericht over de

Parlementaire agenda [03-11-2014] –

OCW heeft laten onderzoeken wat de

 

uitkomsten van het overleg met

AO wetgevingsoverleg Sport en

behoefte is aan studievoorschotfaci-

 

OCW over het combineren van

Bewegen (3941)

liteiten, o.a. onder studerende

 

topsport en studie, waarbij o.a.

 

topsporters. Op basis van deze

 

ingegaan wordt op de gevolgen van

 

resultaten heeft de Minister van

 

het sociaal leenstelsel en op de

 

OCW besloten om de studievoor-

 

studiemogelijkheden na een

 

schotfaciliteiten niet uit te breiden

 

topsportcarrière (mogelijke

 

voor de relatief kleine groep

 

verhoging met 10 jaar van de

 

topsporters. NOC*NSF is nog in

 

leeftijdsgrens voor studiefaciliteiten

 

gesprek met OCW om te bezien of

 

voor topsporters) (blz. 43). 2014-254

 

topsporters op een andere wijze ondersteund kunnen worden. Mogelijke aanpassingen worden meegenomen bij de verkenning naar een overbruggingsregeling voor topsporters. Naar verwachting kan de Kamer in de eerste helft van 2016 hier over geïnformeerd worden (zoals toegezegd in de veegbrief Sport – juni 2015).

ID

Omschrijving

Vindplaats

Stand van zaken

5539

De Kamer zal worden geïnformeerd

Parlementaire agenda [10-09-2014] –

Met de toezending van het Vilans

 

in hoeverre kwaliteitseisen onnodig

Plenaire behandeling Wlz – (1e

rapport «Grenzen verkennen.

 

belemmerend kunnen zijn voor de

termijn Kamer) (3935)

Wettelijke en juridische aspecten in

 

betrokkenheid van vrijwilligers en

 

samenspel tussen informele en

 

mantelzorgers (blz. 108-9-23).

 

formele zorg.» als bijlage bij de commissiebrief van 4 maart 2016 betreffende de stand-van-zakenbrief van de maatwerkaanpak is uitvoering gegeven aan deze toezegging.

5591

De Staatssecretaris van VWS zal de

Parlementaire agenda [25-11-2014] –

Uw Kamer wordt in het vierde

 

Kamer, naar aanleiding van een

Plenair debat Wet langdurige zorg

kwartaal 2016 geïnformeerd over de

 

vraag van het lid Slagter-Roukema,

Wlz (33 891) (3995)

duiding van Zorginstituut Nederland

 

schriftelijk informeren over de

 

betreffende de specifieke behan-

 

financieringsstructuur voor de

 

deling die door de specialisten

 

specialist ouderengeneeskunde in de

 

ouderengeneeskunde aan cliënten

 

extramurale eerstelijnszorg.

 

met en zonder Wlz-indicatie wordt geboden.

5596

De Staatssecretaris van VWS zal,

Parlementaire agenda [25-11-2014] –

De Kamer ontvangt de visie voor

 

naar aanleiding van een opmerking

Plenair debat Wet langdurige zorg

1 november 2016

 

van het lid Flierman, in overleg met

Wlz (33 891) (3995)

 
 

gemeenten en zorgverzekeraars

   
 

nagaan hoe bij de overgang van

   
 

Wmo naar Wlz het behoud van

   
 

cliëntenondersteuning kan worden

   
 

bevorderd.

   

5597

De Staatssecretaris van VWS zegt de

Parlementaire agenda [25-11-2014] –

In het najaar van 2016 wordt een

 

Kamer, naar aanleiding van een

Plenair debat Wet langdurige zorg

advies van het Zorginstituut

 

vraag van het lid Slagter-Roukema,

Wlz (33 891) (3995)

Nederland en de NZa over het

 

toe om de uitvoeringspraktijk – in

 

maatwerkprofiel verwacht, waarin

 

afwachting van het in 2015 te

 

ook de bekostiging van het

 

ontwikkelen maatwerkprofiel voor

 

maakwerkprofiel wordt meege-

 

de indicatiestelling door het CIZ – te

 

nomen. Besluitvorming over het

 

bewaken.

 

advies volgt later. Wanneer meer zicht is op de invoering van het maatwerkprofiel, kan de toezegging gestand worden gedaan.

5632

De Kamer ontvangt medio de zomer

Parlementaire agenda [12-11-2014] –

Voor de zorgvuldige afweging die

 

2015 o.a. een kabinetsstandpunt op

Verzamel AO Euthanasie (3958)

voor standpuntbepaling over dit

 

ZonMw-rapport mede in relatie tot

 

onderwerp vereist is, heeft het

 

de commissie voltooid leven (blz.

 

Kabinet meer tijd nodig dan

 

29).

 

aangegeven. Het Kabinet is voornemens de standpuntbepaling na de zomer naar uw Kamer te zenden.

ID

Omschrijving

Vindplaats

Stand van zaken

5638

In februari/maart 2015 zal de Kamer

Parlementaire agenda [26-11-2014] –

Er wordt nog gewacht op de

 

uitgebreid worden geïnformeerd

AO Infectiepreventie en Ebola (3970)

uitspraak van de NZa, de Kamer

 

over de landelijke AMR-agenda en

 

wordt geïnformeerd nadat de NZa

 

over de vier poten van de Global

 

uitspraak heeft gedaan.

 

Health Security Agenda, waaronder

   
 

het trekken van het onderwerp AMR

   
 

(blz. 20,21,22). Hierbij zal ook

   
 

worden ingegaan op een oplossing

   
 

voor de problematiek van de

   
 

infectiepreventierichtlijnen en de

   
 

WIP (blz. 23), worden gerapporteerd

   
 

over de uitkomsten van het overleg

   
 

met de NZa over eventuele

   
 

verruiming van de beleidsregel voor

   
 

het bestrijden van de MRSA-bacterie

   
 

in verpleeghuizen met besmettingen

   
 

en ficties (blz. 23) en worden

   
 

ingegaan op de betrokkenheid van

   
 

mantelzorgers en familieleden bij de

   
 

infectiepreventie (blz. 24)

   

5699

In het kader van de evaluatie van het

Mondelinge vraag van het lid

Partijen zijn hard aan het werk om

 

Masterplan Orgaandonatie dan wel

Tellegen over orgaandonatie bij

handreiking af te krijgen.

 

separaat zal de Kamer worden

euthanasie op 25 november 2014.

 
 

geïnformeerd over een door het

   
 

Erasmus MC en het UMC Maastricht

   
 

op te stellen handreiking inzake

   
 

orgaandonatie na euthanasie (blz.

   
 

28-5-2).

   

5708

Elk kwartaal zal de Kamer een

Parlementaire agenda [22-01-2015] –

De Kamer wordt hierover periodiek

 

voortgangsrapportage Hervorming

30-leden debat ActiZ en de

geïnformeerd.

 

langdurige zorg ontvangen, waarbij

verzorgingshuizen (4041)

 
 

o.a. wordt ingegaan op de inkopen

   
 

voor zzp’s en het aantal mensen wat

   
 

gebruik maakt van het overgangs-

   
 

recht Wlz (blz. 45-11-11, 15).

   

5748

De Kamer zal een beleidsreactie

Parlementaire agenda [26-02-2015] –

Het rapport is 29–6 aangeboden aan

 

ontvangen op het eind 2015 in te

AO Preventiebeleid (4037)

de TK. Maximaal binnen 3 maanden

 

komen advies van de Gezond-

 

na het advies stuurt de Minister een

 

heidsraad over gordelroos (blz.

 

brief naar de kamer met een reactie

 

43,46).

 

op het advies. De beleidsreactie volgt in oktober 2016.

5770

De Minister van VWS zal, naar

Parlementaire agenda [09-12-2014] –

Deze toezegging wordt afgedaan als

 

aanleiding van opmerkingen van de

Wetsvoorstel verbod verticale

we het wetsvoorstel richting het

 

leden Beuving en Kuiper, via een –

integratie – nr 33 362

einde van het jaar indienen bij de

 

voor te hangen – AMvB regels

 

Kamer

 

stellen voor de invloed van

   
 

verzekerden op het beleid van de

   
 

zorgverzekeraar, conform artikel 28

   
 

van de Zorgverzekeringswet. De

   
 

Kamer zal hierover schriftelijk

   
 

geïnformeerd worden.

   

ID

Omschrijving

Vindplaats

Stand van zaken

6025

Wetsvoorstel aanpassing Wet BIG

Parlementaire agenda [16-04-2015] –

Het streven is om het wetsvoorstel

 

(op tuchtrecht) zal ik voorjaar 2016

Dertigledendebat over het volgen

na de zomer van 2016 aan de

 

aan de Kamer sturen (als mogelijk

van foute artsen (4132)

Tweede Kamer te sturen

 

eind 2015)Tekst toezegging door TK

   
 

geregistreerd:In het voorjaar 2016 of

   
 

zoveel eerder als mogelijk is zal het

   
 

wetsvoorstel tot wijziging van de

   
 

Wet BIG bij de Kamer worden

   
 

ingediend, waarin o.a. wordt

   
 

geregeld dat het tuchtrecht van

   
 

toepassing wordt op

   
 

BIG-geregistreerden die ernstige

   
 

zeden- en geweldsdelicten hebben

   
 

gepleegd in de privésfeer, en de

   
 

tuchtrechter de mogelijkheid krijgt

   
 

om BIG-geregistreerden zorgbreed

   
 

te verbieden patiënten te behan-

   
 

delen indien betrokkene een ernstig

   
 

gevaar vormt voor patiënten (blz.

   
 

77-9-4, 5, 6).

   

6188

In het voorjaar van 2016, zo mogelijk

Parlementaire agenda [08-10-2015] –

Het streven is om het wetsvoorstel

 

begin van dat jaar, zal een

AO Patiëntveiligheid (4184)

na de zomer van 2016 aan de

 

wetsvoorstel tot aanpassing van de

 

Tweede Kamer te sturen

 

Wet BIG (o.a. betere bescherming

   
 

cliënten cosmetische sector,

   
 

procedure wegens ongeschiktheid)

   
 

bij de Kamer worden ingediend (blz.

   
 

11, 14, 22). 2015-325

   

6256

Een voorstel van wet tot wijziging

Uitgaande brief [28-10-2015] –

Het streven is om het wetsvoorstel

 

van de Wet BIG (voorbehouden

Schriftelijke Kamervragen begroting

na de zomer van 2016 aan de

 

handelingen) zal zo snel mogelijk

VWS 2016 (34 300-XVI-12) (18 531)

Tweede Kamer te sturen

 

aan de Kamer worden voorgelegd

   
 

(2015-346)

   

6306

In 2016 wordt een wetsvoorstel

Parlementaire agenda [19-11-2015] –

Het streven is om het wetsvoorstel

 

Wijziging Wet BIG bij de Kamer

AO evaluatie wet BIG/Medisch

na de zomer van 2016 aan de

 

ingediend met betrekking tot

tuchtrecht/Medisch beroepsgeheim

Tweede Kamer te sturen

 

cosmetische handelingen en het

(4260)

 
 

tuchtrecht, waarbij o.a. wordt

   
 

ingegaan op toepassing van

   
 

BIG-registratienummers en een

   
 

strafrechtelijk algeheel beroeps-

   
 

verbod in de zorg (blz. 15, 25, 26, 27).

   
 

2015-357

   

6335

Eind 2016 ontvangt de Kamer een

Parlementaire agenda [18-02-2016] –

Hierover is nader overleg met de

 

wetsvoorstel tot wijziging van de

AO Arbeidsmarktbeleid

verschillende beroepsverenigingen

 

Wet BIG inzake nieuwe beroepen

zorgsector/TSN (4325)

nodig. Het streven is om dat

 

(2016-6)

 

wetsvoorstel in het najaar van 2016 in internetconsultatie te brengen en rond de zomer van 2017 naar de Tweede Kamer te sturen.

Toezeggingen afgedaan sinds de vorige begroting

ID

Omschrijving

Vindplaats

Stand van zaken

3900                 De Minister zal bij het ECDC

gegevens opvragen over hoe de verschillende landen omgaan met de uitbraak van bepaalde ziekten (bof, mazelen, kinkhoest, polio e.c.) (blz. 11)

Parlementaire agenda [24-11-2011] – AO Formele Raad WSBVC (2881)

Uitgaande brief [17-12-2015] – Stand van zaken moties en toezeggingen (34 300-XVI-150) (18 755)

 

ID

Omschrijving

Vindplaats

Stand van zaken

3929

De Kamer zal een standpunt

Parlementaire agenda [05-03-2012]

Uitgaande brief [06-10-2015] –

 

ontvangen over een aan de

– Notaoverleg Landelijke nota

Standpunt Health Checks (32 793-199)

 

Gezondheidsraad te vragen advies

Gezondheidsbeleid (2969)

(18 436)

 

over de voorwaarden waaraan de

   
 

fulll body scan moet voldoen als

   
 

mensen deze zelf, op eigen kosten,

   
 

willen laten maken. Hierin wordt

   
 

o.a. ingegaan op het laten

   
 

verrichten van scans door

   
 

ziekenhuizen buiten de reguliere

   
 

uren, de vervolgkosten, en de

   
 

aanprijzende spotjes (blz. 44, 45, 54,

   
 

55, 80, 81).

   

4431

De Kamer zal een inventarisatie

Parlementaire agenda [06-10-2011]

Uitgaande brief [03-05-2016] –

 

ontvangen van best practices in de

– AO Informele Sportraad (EU)

Verzamelbrief april (34 300-XVI-160)

 

Europese Unie in verband met het

(2880)

(19 277)

 

voorkomen van wangedrag en

   
 

geweld op het veld (blz. 8, 12).

   

4454

In de loop van 2013 zal het

Parlementaire agenda [17-12-2012]

alleen toezegging 6289 blijft staan

 

wetsvoorstel Regels ter oplossing

– Wetgevingsoverleg Sport en

met een verwijzing naar de andere

 

privacyprobleem dopingcontroles

Bewegen (onderdeel begroting

vier toezeggingen, die over hetzelfde

 

bij de Kamer worden ingediend (blz.

VWS) (3376)

gaan. De omschrijving en de stand

 

33).

 

van zaken bij deze toezegging is de meest actuele.

4664

Periodieke rapportage aan de

Parlementaire agenda [06-06-2013]

Uitgaande brief [06-07-2016] –

 

Tweede Kamer over implementatie

– AO Geneesmiddelen (3478)

Programma Aanpak verspilling in de

 

van de meldingen verspillingen in

 

zorg (19 576)

 

de zorg via het meldpunt.

   

4885

De KNMG onderzoekt welke

Uitgaande brief [30-10-2013] –

Uitgaande brief [08-07-2016] – Stand

 

specifiek af te bakenen bij welke

Antwoorden eerste termijn

van zaken moties en toezeggingen

 

groepen er situaties zouden kunnen

behandeling Begroting VWS 2014

zomer 2016 (19601)

 

voordoen waarbij de overheid een

(2013Z20682) (16 453)

 
 

rol zou moeten nemen in de

   
 

financiering van tolken. De Minister

   
 

wacht de resultaten van dit

   
 

onderzoek af. Zodra het resultaat

   
 

bekend is, zal de Minister de Kamer

   
 

hierover informeren.

   

4927

De Kamer ontvangt een

Parlementaire agenda [04-12-2013]

Dit wetsvoorstel is op 1 februari jl.

 

wetsvoorstel inzake de digitale polis

  • AO Zorgverzekeringswet (3780)

naar de Kamer gestuurd.

 

(blz. ).

   

4929

De Kamer zal per brief worden

Parlementaire agenda [04-12-2013]

Nota naar aanleiding van het verslag

 

geïnformeerd over de tot dusverre

  • AO Zorgverzekeringswet (3780)

bij het wetsvoorstel Zvw-pgb

 

opgedane ervaringen en gesigna-

 

(Kamerstuk 34 233, nr. 6)

 

leerde knelpunten met het

   
 

instrument pgb in de Zvw (blz. 48).

   

4937

Bij de invoering van de nieuwe Wet

Parlementaire agenda [04-09-2013]

Uitgaande brief [07-07-2016] –

 

verplichte ggz zullen artikelen

– -Plenair debat Wetsvoorstel Zorg

voorstel van wet, houdende regels

 

worden opgenomen over de

en Dwang 31 966 1ste termijn

voor het kunnen verlenen van

 

toepassing over en weer tussen de

(3732)

verplichte zorg aan een persoon met

 

Wet zorg en dwang en de Wet

 

een psychische stoornis (Wet

 

verplichte ggz bij dubbele proble-

 

verplichte geestelijke gezond-

 

matiek (blz. 106-8-17).

 

heidszorg) (Kamerstukken II 2009/10, 32 399), (19 580)

ID

Omschrijving

Vindplaats

Stand van zaken

4965

De Minister stuurt de TK een

Parlementaire agenda [12-12-2013]

Uitgaande brief [17-09-2015] – Proces

 

«spoorboekje» van de lopende

  • AO Eerstelijnszorg (3779)

en tussenstand monitors eerste lijn

 

zaken op het vlak van bekostigingen

 

(33 578-17) (18 374)

 

(huisartsenzorg, multidisciplinaire

   
 

zorg, wijkverpleging, uitkomstbe-

   
 

kostiging, proeftuinen en hoe dat in

   
 

elkaar haakt).

   

4999

Er wordt een werkwijzer voor het

Parlementaire agenda [27-01-2014]

Uitgaande brief [08-07-2016] –

 

opstellen van MKBA’s gemaakt. In

– Nota overleg inzake preventie-

Aanbieding Werkwijzer kosten-

 

dit kader wordt het RIVM onderzoek

beleid (NPP) (3797)

batenanalyses in het sociale domein

 

naar kosten/baten van preventie

Geplande brief [08-07-2016] – MKBA

(19 598)

 

door de Minister aan de Kamer

werkwijzer Sociaal Domein (70)

 
 

gestuurd.

   

5002

Minister zal bekijken welke

Parlementaire agenda [27-01-2014]

Uitgaande brief [18-05-2016] –

 

mogelijkheden er zijn om bestaande

– Nota overleg inzake preventie-

Aanbieding «Staat van Volksge-

 

rapportage over gezondheid en

beleid (NPP) (3797)

zondheid en Zorg» (32 620-170)

 

zorg samen te voegen. Als dit

Geplande brief [18-05-2016] –

(19 301)

 

succesvol is zal ze de TK daarover

Samenvattende rapportage «De

 
 

informeren.

Staat van Volksgezondheid en Zorg» (71)

 

5202

Toezegging Overleg met VNG en

Parlementaire agenda [11-02-2014]

Uitgaande brief [17-09-2015] –

 

het Kwaliteitsinstituut (33 674/

– Behandeling Jeugdwet (3834)

Halfjaarlijkse stand van zaken

 

33 684) De Staatssecretaris van

 

toezeggingen (18 371)

 

Volksgezondheid, Welzijn en Sport

   
 

zegt de Kamer, naar aanleiding van

   
 

vragen van de leden Beuving

   
 

(PvdA) en Slagter-Roukema (SP),

   
 

toe in overleg te treden met de VNG

   
 

en het Kwaliteitsinstituut over het

   
 

invullen van de medeverantwoorde-

   
 

lijkheid van gemeenten voor

   
 

wetenschappelijk onderzoek,

   
 

richtlijnontwikkeling, opleidingen,

   
 

innovatie en instellingen en de

   
 

onderlinge samenwerking en

   
 

verantwoordelijkheden tussen Rijk,

   
 

Gemeente en Kwaliteitsinstituut.

   

5267

De Kamer zal de Nota naar

Parlementaire agenda [26-06-2014]

Uitgaande brief [14-03-2016] –

 

aanleiding van het VSO n.a.v. de

– Plenaire behandeling wetsvoorstel

Voortgangsrapportage goed bestuur

 

brief Goed bestuur (19 september

Winst (1e termijn) (3905)

in de zorg (32 012-37) (19 053)

 

2013) uiterlijk in oktober, vóór het

   
 

herfstreces aan de Kamer sturen.

   
 

Hierin meenemen meldingsplicht

   
 

statutenwijziging ziekenhuizen bij

   
 

CIBG (motie 1).

   

5291

Na de zomer zal het rapport van het

Parlementaire agenda [10-06-2014]

Uitgaande brief [03-11-2015] –

 

Trimbos-instituut over mogelijke

– TK WGO Jaarverslag 2013 (3893)

Beleidsvisie drugspreventie

 

veranderingen in de jongeren-

 

(24 077-357) (18 577)

 

cultuur die ertoe leiden dat met het

   
 

oog op de volksgezondheid ook

   
 

moet worden gekeken naar andere

   
 

aspecten en andere drugs naar de

   
 

Kamer worden gezonden (blz. 22,

   
 

30). 2014-154

   

5297

De Kamer ontvangt voor de zomer

Parlementaire agenda [06-02-2014]

Uitgaande brief [06-03-2015] –

 

het MSM-rapport. (blz. 18, 27)

  • AO Bloedvoorziening (3604)

Onderzoeksrapport MSM & Bloeddo-

   

Geplande brief [15-09-2015] –

natie (29 447-30) (17 733)

   

Standpunt op MSM en bloeddo-

 
   

natie (206)

 

ID

Omschrijving

Vindplaats

Stand van zaken

5306

Toezegging Periodieke informatie

Parlementaire agenda [27-05-2014]

Is afgedaan met brief van Min BZK

 

wetten sociaal domein (33 726)

– Plenaire behandeling afschaffing

van 13 mei 2016, betreffende

 

(T01932)De Staatssecretaris van

WTCG/CER (hele dag + avond)

Aanbieding overall rapportage

 

VWS zal de Kamer periodiek

precieze tijden volgen nog (3883)

sociaal domein

 

informeren over de resultaten van

   
 

de afzonderlijke wetten in het

   
 

sociaal domein.

   

5325

De Kamer zal worden geïnformeerd

Parlementaire agenda [02-07-2014]

Uitgaande brief [20-10-2015] – Stand

 

over de vraag of de protocollen van

  • AO Pakketmaatregelen (3863)

van zaken moties en toezeggingen

 

gynaecologen en plastisch

 

(34 300-XVI-11) (18 501)

 

chirurgen inzake hersteloperaties

   
 

van slachtoffers van genitale

   
 

verminking aanleiding geven tot

   
 

financiering, los van opname in het

   
 

pakket. 2014-176

   

5366

In de vernieuwingsagenda zal

Parlementaire agenda [23-09-2014]

Uitgaande brief [26-02-2016] –

 

worden ingegaan op het onderzoek

– 2de termijn behandeling WLZ

Waardig leven met zorg (34 104-105)

 

naar de bekostiging van de zorg,

antwoord Staatssecretaris (3942)

(18 978)

 

inclusief de mogelijkheden van de

   
 

eenloketgedachte en een combi-

   
 

natie van budgetten over de

   
 

schotten heen (blz. 4-17-9,10,11)

   

5388

Voor het wetgevingsoverleg

Parlementaire agenda [02-07-2014]

Uitgaande brief [23-06-2016] –

 

Sportbeleid zal de Kamer input

– AO Sport (3877)

Voortgangsbrief Sport juni 2016

 

ontvangen over de pensioenen van

 

(19 469)

 

topsporters (blz. 23). 2014-197

   

5403

Medio 2015 zal de Kamer worden

Parlementaire agenda [03-07-2014]

Uitgaande brief [17-09-2015] – Proces

 

geïnformeerd over zowel de

– AO Eerstelijnszorg met de

en tussenstand monitors eerste lijn

 

financiële monitoring als de

Minister ook met de stas (3897)

(33 578-17) (18 374)

 

monitoring van het inkoopproces

   
 

en de effecten van zowel de nieuwe

   
 

bekostiging van de huisartsenzorg

   
 

als die van de wijkverpleging; in

   
 

deze stand-van-zakenbrief zal ook

   
 

worden ingegaan op de betaaltitel

   
 

voor shared savings en op de

   
 

uitkomsten van het overleg inzake

   
 

Treeknormen voor de wachtlijst

   
 

voor veropleegkundigen. (blz. 16,

   
 

40).

   

5489

De Kamer zal over een half jaar een

Parlementaire agenda [02-10-2014]

Uitgaande brief [08-07-2016] – Stand

 

update ontvangen van hetgeen in

  • AO Geneesmiddelenbeleid (3914)

van zaken moties en toezeggingen

 

het bestuurlijk overleg farmacie is

 

zomer 2016 (19601)

 

besproken. Tevens zal daarin

   
 

worden ingegaan op het overleg

   
 

over de eerste lijn inzake het

   
 

toepassen van de bekostiging van

   
 

de huisarts op de apotheker

   
 

(2014-229)

   

5492

Eind 2014 zal de Kamer worden

Parlementaire agenda [02-10-2014]

Uitgaande brief [05-04-2016] – Stand

 

geïnformeerd over de resultaten/

  • AO Geneesmiddelenbeleid (3914)

van zaken brief vervalste geneesmid-

 

afspraken met het veld over een

Geplande brief [30-03-2016] – Plan

delen (29 477-369) (19 179)

 

plan van aanpak over meldingen

van aanpak stroomlijnen meldingen

 
 

van vervalsingen van medicijnen

vervalsingen (109)

 
 

(2014-233)

   

5497

De Minister zal in een brief aan de

Parlementaire agenda [02-10-2014]

Uitgaande brief [05-10-2015] –

 

Kamer ingaan op innovatie als

  • AO Geneesmiddelenbeleid (3914)

Medisch technologische innovatie en

 

speerpunt van beleid en op het

 

topsector Life Science and Health

 

topsectorenbeleid (2014-238)

 

(32 637-202) (18 426)

ID

Omschrijving

Vindplaats

Stand van zaken

5501

Eind 2014 zal de Kamer worden

Parlementaire agenda [09-10-2014]

Uitgaande brief [22-10-2015] –

 

bericht over de vraag hoeveel

  • AO Alcoholbeleid (3840)

Aankooppogingen alcohol door

 

gemeenten wel dan niet preventie-

 

jongeren, en de inzet van testkopers

 

en handhavingsplannen hebben;

 

(27 565-137) (18 508)

 

hierbij zal tevens worden ingegaan

   
 

op de eventuele inzet van jongeren-

   
 

teams (blz. 25,33,40). 2014-259

   

5504

In het voorjaar van 2015 zal de

Parlementaire agenda [09-10-2014]

Uitgaande brief [22-10-2015] –

 

Kamer worden bericht over de inzet

  • AO Alcoholbeleid (3840)

Aankooppogingen alcohol door

 

van jongeren als mysteryshopper

 

jongeren, en de inzet van testkopers

 

(Brits systeem) in het kader van de

 

(27 565-137) (18 508)

 

handhaving van de leeftijdsgrens

   
 

bij verkoop van alcohol (blz. 29/30).

   
 

2014-262

   

5512

Zodra het hele financiële plaatje van

Parlementaire agenda [03-11-2014]

Juridische en financiële analyse

 

de gevolgen van het Bridport-arrest

– AO wetgevingsoverleg Sport en

verruiming btw-sportvrijstelling, door

 

en mogelijke oplossingen bekend

Bewegen (3941)

min Fin gestuurd

 

zijn, zal de Kamer worden geïnfor-

   
 

meerd (blz. 22). 2014-243

   

5513

Begin 2015 zal de Kamer worden

Parlementaire agenda [03-11-2014]

Uitgaande brief [23-06-2016] –

 

geïnformeerd over de stand van

– AO wetgevingsoverleg Sport en

Voortgangsbrief Sport juni 2016

 

zaken van het traject rond een

Bewegen (3941)

(19 469)

 

overbruggings- of pensioenregeling

   
 

voor topsporters, inclusief een

   
 

reactie op de brief van Henk Grol

   
 

(blz. 24). 2014-244

   

5514

Begin 2015 zal de Kamer worden

Parlementaire agenda [03-11-2014]

Uitgaande brief [04-07-2016] –

 

bericht over de stand van zaken

– AO wetgevingsoverleg Sport en

Initiatiefnota van het lid Bruins Slot

 

betreffende een mogelijke

Bewegen (3941)

inzake Vrijwilligers zijn kampioenen

 

aanpassing van de regeling

 

(19 547)

 

vrijwilligersvergoedingen (blz. 24).

   
 

2014-245

   

5521

De Kamer zal worden geïnformeerd

Parlementaire agenda [03-11-2014]

Uitgaande brief [30-10-2015] –

 

over de uitkomsten van de

– AO wetgevingsoverleg Sport en

Toezegging over het gebruik van

 

gesprekken tussen verschillende

Bewegen (3941)

buitenruimten (30 234-140) (18 563)

 

buitensportbonden en beheerders

   
 

over de vraag hoe het gebruik, het

   
 

beheer en het onderhoud van

   
 

wandel-, fiets- en ruiterpaden in de

   
 

toekomst het beste georganiseerd

   
 

kunnen worden, met een reactie

   
 

van de Staatssecretaris van EZ en

   
 

de Minister van VWS (blz. 40, 41).

   
 

2014-252

   

5529

Begin 2015 zal de Kamer een

Parlementaire agenda [10-09-2014]

Uitgaande brief [26-02-2016] –

 

voorstel voor een vernieuwingsa-

– Plenaire behandeling Wlz – (1e

Waardig leven met zorg (34 104-105)

 

genda (incl. voortgang onderdelen

termijn Kamer) (3935)

(18 978)

 

agenda, aanpak, samenwerkende

   
 

partijen, tijdschema’s voor

   
 

bespreking en voortgangsinfor-

   
 

matie, experimenten) ontvangen

   
 

(blz. 108-9-6).

   

5530

Voor de begrotingsbehandeling zal

Parlementaire agenda [10-09-2014]

Uitgaande brief [26-02-2016] –

 

de Kamer een overzicht ontvangen

– Plenaire behandeling Wlz – (1e

Waardig leven met zorg (34 104-105)

 

van wat de afgelopen vijf jaar is

termijn Kamer) (3935)

(18 978)

 

gedaan c.q. nog loopt op het terrein

   
 

van de langdurige zorg met

   
 

initiatieven, experimenten, agenda’s

   
 

etc. (o.a. «In voor zorg!») en wat

   
 

daarvan is geleerd (blz. 108-9-7).

   

ID

Omschrijving

Vindplaats

Stand van zaken

5533

Voor eind 2014 zal de Kamer een

Parlementaire agenda [10-09-2014]

Uitgaande brief [26-02-2016] –

 

overzicht van de voor- en nadelen

– Plenaire behandeling Wlz – (1e

Waardig leven met zorg (34 104-105)

 

van verschillende vormen van

termijn Kamer) (3935)

(18 978)

 

persoonsvolgende bekostiging,

   
 

inclusief buitenlandse voorbeelden,

   
 

ontvangen (blz. 108-9-13,14)

   

5537

De Kamer zal een plan van aanpak

Parlementaire agenda [10-09-2014]

Uitgaande brief [19-02-2016] –

 

voor de vermindering van de

– Plenaire behandeling Wlz – (1e

Voortgangsrapportage 2 Waardigheid

 

regeldruk en de administratieve

termijn Kamer) (3935)

en Trots, liefdevolle zorg voor onze

 

lasten ontvangen, waarbij zal

 

ouderen (31765-194) (18 965)

 

worden ingegaan op de keurmerken

 

Uitgaande brief [15-06-2016] – Meer

 

(blz. 10809-20).

 

tijd voor zorg: merkbaar minder regeldruk (29 515-388) (19 437)

5542

Voor de fraudedebatten) zal de

Parlementaire agenda [10-09-2014]

Uitgaande brief [29-10-2015] –

 

Kamer in de rapportages worden

– Plenaire behandeling Wlz – (1e

Voortgang programma Rechtmatige

 

geïnformeerd over welke soorten

termijn Kamer) (3935)

Zorg 2015 (28 828-93) (18 549)

 

zorgfraude het gaat, hoe dat in

   
 

elkaar steekt, de aantallen, en of alle

   
 

mogelijkheden zijn benut voordat

   
 

wordt overgegaan tot het

   
 

doorbreken van het medisch

   
 

beroepsgeheim (blz. 108-9-28).

   

5557

De Kamer zal een brief ontvangen

Parlementaire agenda [23-09-2014]

Uitgaande brief [29-10-2015] –

 

waarin, mede in het licht van het

– 2de termijn behandeling Wlz

Voortgang programma Rechtmatige

 

medisch beroepsgeheim, wordt

antwoord Staatssecretaris (3942)

Zorg 2015 (28 828-93) (18 549)

 

aangegeven welke instrumenten er

   
 

zijn om fraude aan te pakken en

   
 

waar het mogelijk tekortschiet (blz.

   
 

4-17-28). 2014-299

   

5559

Binnen een jaar geeft de Minister de

Parlementaire agenda [23-09-2014]

Uitgaande brief [01-09-2015] – brief

 

Kamer uitsluitsel of er een goed

– AO Risicoverevening (3933)

risicodragendheid 2016 (29 689-644)

 

risicovereveningsmodel voor de

 

(18 279)

 

ggz te maken is (2014-304)

   

5579

Begin 2015 zal de Kamer worden

Parlementaire agenda [30-10-2014]

Uitgaande brief [06-06-2016] –

 

bericht over de resultaten van het

  • AO IGZ (3939)

Wijziging van de Gezondheidswet en

 

onderzoek naar de mogelijkheden

 

de Wet op de jeugdzorg teneinde een

 

om rapporten van de IGZ zodanig te

 

mogelijkheid op te nemen tot

 

anonimiseren dat zij openbaar

 

openbaarmaking van informatie over

 

kunnen worden gemaakt (blz. 22).

 

de naleving en uitvoering van

 

2014-313

 

regelgeving, besluiten tot het opleggen van sancties daarbij inbegrepen (34 111) (34 111-10) (19 369)

5580

De Minister zal het beleidskader op

Parlementaire agenda [30-10-2014]

Uitgaande brief [13-01-2016] – Goede

 

basis waarvan de IGZ haar

  • AO IGZ (3939)

zorg vraagt om goed bestuur –

 

toezichtskader kan aanscherpen of

 

Beleidskader (32 012-35) (18 811)

 

aanpassen naar de Kamer sturen

   
 

(blz. 26/27, 33). 2014-314

   

5581

De Kamer zal worden geïnformeerd

Parlementaire agenda [30-10-2014]

Uitgaande brief [17-12-2015] – Stand

 

over de voors en tegens van een

  • AO IGZ (3939)

van zaken moties en toezeggingen

 

zwarte doos in een operatiekamer

 

(34 300-XVI-150) (18 755)

 

(blz. 29). 2014-315

   

5592

De Staatssecretaris van VWS zal de

Parlementaire agenda [25-11-2014]

Uitgaande brief [26-02-2016] –

 

Kamer, naar aanleiding van een

– Plenair debat Wet langdurige zorg

Waardig leven met zorg (Eerste

 

opmerking van het lid Flierman,

Wlz (33 891) (3995)

Kamer) (18 979)

 

voor de zomer van 2015 de

   
 

zorgvernieuwingsagenda toesturen.

   

ID

Omschrijving

Vindplaats

Stand van zaken

5595

De Staatssecretaris van VWS zegt

Parlementaire agenda [25-11-2014]

Uitgaande brief [03-05-2016] –

 

de Kamer, naar aanleiding van een

– Plenair debat Wet langdurige zorg

Halfjaarlijkse stand van zaken

 

opmerking van het lid Flierman, toe

Wlz (33 891) (3995)

toezeggingen (19 275)

 

na te gaan in hoeverre de verhuur-

   
 

dersheffing een knelpunt is om

   
 

nieuwe vormen van zorg en wonen

   
 

gecombineerd te realiseren.

   

5601

De Staatssecretaris van VWS zegt

Parlementaire agenda [25-11-2014]

Uitgaande brief [17-09-2015] –

 

de Kamer, naar aanleiding van een

– Plenair debat Wet langdurige zorg

Halfjaarlijkse stand van zaken

 

vraag van het lid Barth, toe ten

Wlz (33 891) (3995)

toezeggingen (18 371)

 

aanzien van de solvabiliteitsproble-

   
 

matiek van zorginstellingen zo

   
 

nodig in overleg te treden met de

   
 

banken.

   

5602

De Staatssecretaris van VWS zegt

Parlementaire agenda [25-11-2014]

Uitgaande brief [26-02-2016] –

 

de Kamer, naar aanleiding van een

– Plenair debat Wet langdurige zorg

Waardig leven met zorg (Eerste

 

vraag van het lid Kuiper, toe de

Wlz (33 891) (3995)

Kamer) (18 979)

 

vernieuwingsagenda mede te

   
 

baseren op grensoverschrijdende

   
 

experimenten, waaronder

   
 

experimenten op het vlak van de

   
 

dementiezorg.

   

5615

De Kamer zal worden geïnformeerd

Parlementaire agenda [11-12-2014]

Uitgaande brief [02-11-2015] – Derde

 

over de capaciteitsraming van de

– AO Voortgang decentralisatie

voortgangsrapportage HLZ

 

wijkverpleegkundige zorg.

Zorg (3964)

(34 104-83) (18 572)

5631

De Kamer wordt in het voorjaar

Parlementaire agenda [12-11-2014]

Uitgaande brief [08-07-2016] – Stand

 

nader bericht over de

– Verzamel AO Euthanasie (3958)

van zaken moties en toezeggingen

 

niet-reanimeerpenning/

 

zomer 2016 (19 601)

 

wilsverklaring (blz. 23 en 24).

   

5634

De Kamer zal een evaluatie

Parlementaire agenda [10-12-2014]

Uitgaande brief [08-03-2016] –

 

ontvangen van het faillissement van

– AO Ziekenhuizen Sionsberg,

Evaluatie faillissementen Ruwaard

 

het Ruwaard van Putten Ziekenhuis

Golfstroom en De Triade (4001)

van Putten en De Sionsberg (31 016-92) (19 027)

5649

De uitvoeringstoets en het

Parlementaire agenda [03-03-2015]

KPMG onderzoek 4 augustus 2015.

 

onafhankelijk evaluatie-onderzoek

– AO Uitbetalingsproblematiek van

De AR heeft in mei 2015 het evaluatie

 

zal rond de zomer aan de Kamer

persoonsgebonden budgetten door

onderzoek afgerond.

 

worden gezonden (2015-35)

de SVB (4088)

 

5667

In het najaar van 2015 ontvangt de

Parlementaire agenda [03-11-2014]

Uitgaande brief [10-11-2015] –

 

Kamer de eerste CBS-publicaties

– Wetgevingsoverleg onderdeel

Voortgang gedecentraliseerd

 

over de jeugdhulp onder de nieuwe

jeugdzorg uit de begroting van

jeugdstelsel (31 839-497) (18 594)

 

Jeugdwet (blz. 47).

VWS en VenJ (3944) Geplande brief [21-12-2015] – Voortgangsbrief Jeugd (76)

 

5668

In het najaar van 2015 ontvangt de

Parlementaire agenda [03-11-2014]

Uitgaande brief [17-12-2015] – Stand

 

Kamer een jeugdmonitor van het

– Wetgevingsoverleg onderdeel

van zaken moties en toezeggingen

 

CBS met de jeugdhulpcijfers in

jeugdzorg uit de begroting van

(34 300-XVI-150) (18 755)

 

relatie tot de maatschappelijke

VWS en VenJ (3944)

 
 

indicatoren (blz. 47)

Geplande brief [31-12-2015] – Jeugdmonitor van het CBS met de jeugdhulpcijfers in relatie tot de maatschappelijke indicatoren (381)

 

5684

De Kamer zal een reactie ontvangen

Parlementaire agenda [25-03-2015]

Uitgaande brief [05-07-2016] –

 

op het rapport inzake herberekening

  • AO Geneesmiddelenbeleid (4068)

Herberekening GVS (19 564)

 

van het GVS

   

ID

Omschrijving

Vindplaats

Stand van zaken

5685

In het najaar verschijnt een nieuwe

Parlementaire agenda [25-03-2015]

Uitgaande brief [29-01-2016] – Visie

 

visie Geneesmiddelenbeleid in

  • AO Geneesmiddelenbeleid (4068)

op geneesmiddelen: Nieuwe

 

europees perspectief

 

geneesmiddelen snel bij de patiënt tegen aanvaardbare kosten (29 477-358) (18 886)

5688

In het najaar verschijnt de evaluatie

Parlementaire agenda [25-03-2015]

Uitgaande brief [20-11-2015] –

 

overheveling.

  • AO Geneesmiddelenbeleid (4068)

Evaluatie overheveling geneesmid-

   

Geplande brief [31-03-2016] –

delen (29 477-352) (18 628)

   

Standpunt op overheveling

 
   

geneesmiddelen (479)

 

5694

Voor de zomer zal de Kamer

Parlementaire agenda [21-01-2015]

Uitgaande brief [13-10-2015] –

 

worden geïnformeerd over de

  • AO GGZ (3967)

Aanbieding uitkomsten

 

uitkomsten van het overleg met

 

NZa-onderzoek bekostiging gespecia-

 

verzekeraars over de belemme-

 

liseerde GGZ voor doven en

 

ringen bij de inkoop van ggz-zorg

 

slechthorenden (254–287) (18 472)

 

voor doven en slechthorenden in

   
 

De Riethorst, alsmede over de

   
 

resultaten van het onderzoek van de

   
 

NZa naar structurele bekostiging

   
 

(blz. 30/31).

   

5698

De Kamer zal nadere informatie

Parlementaire agenda [21-01-2015]

Uitgaande brief [23-06-2016] – zorg

 

ontvangen over de zorg voor

  • AO GGZ (3967)

voor kinderen van ouders met

 

kinderen van verslaafde ouders en

 

psychische problemen en kinderen

 

of die aanvulling behoeft (blz.

 

van verslaafde ouders (31 839-525)

 

46/47).

 

(19 474)

5711

In het kader van de beantwoording

Parlementaire agenda [11-02-2015]

Uitgaande brief [15-03-2016] – Veilig

 

van het schriftelijk overleg over de

– AO Invoering integrale bekos-

melden (29 282-247) (19 060)

 

Evaluatie van de Wet BIG (inbreng

tiging in de medisch specialistische

 
 

22 januari 2015) zal de stand van

zorg (4035)

 
 

zaken m.b.t. het lopend project

   
 

worden geschetst

   

5713

Voor de komende begrotingsbehan-

Parlementaire agenda [11-02-2015]

Uitgaande brief [13-10-2015] –

 

deling zal de Kamer worden

– AO Invoering integrale bekos-

Subsidieregeling integrale tarieven

 

geïnformeerd over het gebruik en

tiging in de medisch specialistische

(29 248-288) (18 470)

 

de uitsplitsing van de subsidiere-

zorg (4035)

 
 

geling en de inbreng van de

   
 

medisch-specialisten

   

5719

De Kamer zal maandelijks worden

Parlementaire agenda [04-02-2015]

Uitgaande brief [21-06-2016] –

 

gerapporteerd over de voortgang

– Debat over noodscenario’s voor

Toekomst van de uitvoering van het

 

inzake het oplossen van problemen

pgb-houders en de gevolgen

pgb, (19 455)

 

rond de invoering van het

daarvan (4063)

 
 

trekkingsrecht pgb, zoals over

   
 

afhandeling declaraties binnen 5 à

   
 

10 werkdagen, stand van zaken

   
 

afspraken, traject van ambtshalve

   
 

goedgekeurde zorgovereen-

   
 

komsten, en telefonische bereik-

   
 

baarheid en performance SVB

   

5721

Voorstellen om de problemen rond

Parlementaire agenda [04-02-2015]

Uitgaande brief [04-09-2015] –

 

de invoering van het trekkingsrecht

– Debat over noodscenario’s voor

Bestuurlijke afspraken over het

 

pgb structureel op te lossen en het

pgb-houders en de gevolgen

trekkingsrecht pgb (25 657-202)

 

systeem pgb-proof te maken zullen

daarvan (4063)

(18 320)

 

de Kamer op een zodanig tijdstip

   
 

bereiken dat zij voor de zomer

   
 

gerealiseerd kunnen worden

   

ID

Omschrijving

Vindplaats

Stand van zaken

5722

Voor de zomer 2015 wordt in de

Parlementaire agenda [12-02-2015]

Het wetsvoorstel over het implanta-

 

ministerraad het wetsvoorstel

  • AO Hulpmiddelenbeleid (3937)

tenregister is op 31 mei 2016

 

inzake verankering implantatenre-

 

ingediend bij de Tweede Kamer.

 

gister behandeld, waarna

   
 

doorzending naar de Raad van

   
 

State en indiening bij de Kamer zal

   
 

volgen

   

5723

Voor de zomer 2015 zal een

Parlementaire agenda [12-02-2015]

Voor toezegging 5723 is op

 

wetsvoorstel tot wijziging van de

  • AO Hulpmiddelenbeleid (3937)

29 oktober 2015 een brief naar de

 

Wet medische hulpmiddelen bij de

 

Koning gegaan om het wetsvoorstel

 

Kamer worden ingediend, met o.a.

 

aan de Kamer aan te bieden. De brief

 

een toezichtstitel voor de IGZ bij

 

aan de Koning heeft een

 

oneigenlijke gedragsbeïnvloeding

 

WJZ-nummer: 786738–138450-WJZDe wetswijziging is bij de Kamer binnengekomen met de volgende stuknummers: TK 2014–15, 34 330 nrs. 1 t/m3. Met deze toezending is de toezegging afgedaan.

5724

Rond de zomer van 2015 zal de

Parlementaire agenda [12-02-2015]

Uitgaande brief [06-10-2015] –

 

Kamer worden geïnformeerd over

  • AO Hulpmiddelenbeleid (3937)

Bijwerkingen implantaten (32 805-43)

 

het eventueel inschakelen van

 

(18 435)

 

Lareb voor het bijhouden van

   
 

bijwerkingen van hulpmiddelen

   

5725

De kamer zal in de zomer 2015

Parlementaire agenda [12-02-2015]

Uitgaande brief [13-10-2015] –

 

worden geïnformeerd over

  • AO Hulpmiddelenbeleid (3937)

ZonMW verkenning hulpmiddelen

 

eventueel onderzoek van Nza naar

Geplande brief [01-10-2015] –

(32 805-44) (18 467)

 

het inkoopbeleid van zorgverzeke-

ZonMW verkenning hulpmiddelen

 
 

raars. Daartoe zal overleg met

(228)

 
 

toezichthouders, verzekeraars en

   
 

andere betrokkenen over het

   
 

inkoopbeleid in relatie tot de

   
 

invulling van de zorgplicht worden

   
 

gevoerd.

   

5743

De Kamer zal een beleidsreactie

Parlementaire agenda [26-02-2015]

Uitgaande brief [06-10-2015] –

 

ontvangen op het advies van de

– AO Preventiebeleid (4037)

Standpunt Health Checks (32 793-199)

 

Gezondheidsraad over health

 

(18 436)

 

checks, dat op 25 maart verschijnt.

   

5744

De volgende rapportage over Sport

Parlementaire agenda [26-02-2015]

Uitgaande brief [17-11-2015] –

 

en Bewegen in de Buurt (buurt-

– AO Preventiebeleid (4037)

Voortgangsbrief Sport (30 234-141)

 

sportcoaches) wordt in 2017 naar

Geplande brief [31-10-2016] – De

(18 616)

 

de Kamer gezonden

volgende rapportage over Sport en Bewegen in de Buurt wordt in het najaar naar de Kamer gezonden (88)

 

5745

Eind 2015, in de aanloop van het

Parlementaire agenda [26-02-2015]

Uitgaande brief [17-12-2015] –

 

Nederlands EU-voorzitterschap, zal

– AO Preventiebeleid (4037)

Voortgang Akkoord Verbetering

 

de Kamer worden geïnformeerd

 

Productsamenstelling en inzet

 

over een inventarisatie van

 

productverbetering in de EU

 

verbetering van productsamenstel-

 

(32 793-205) (18 760)

 

lingen in andere EU-lidstaten (blz.

   
 

41,43,46).

   

5749

De Kamer wordt op gezette tijden

Parlementaire agenda [26-02-2015]

Uitgaande brief [05-10-2015] –

 

geïnformeerd over het stimulerings-

– AO Preventiebeleid (4037)

Stimuleringsprogramma

 

programma voor de publieke

 

Betrouwbare Publieke Gezondheid

 

gezondheid en de monitoring

 

(32 620-166) (18 429)

 

daarvan (blz. 30,47).

   

ID

Omschrijving

Vindplaats

Stand van zaken

5752

Eind 2015 zal de Kamer een reactie

Parlementaire agenda [26-02-2015]

Uitgaande brief [25-03-2016] –

 

ontvangen op de motie-Wolbert

– AO Preventiebeleid (4037)

Preventie in het zorgstelsel: van

 

(34 000, XVI, nr. 65) over de

 

goede bedoelingen naar het in de

 

betaaltitel in de Zorgverzeke-

 

praktijk ontwikkelen van resultaten

 

ringswet, waarbij ook wordt

 

(32 793-213) (19 120)

 

ingegaan op een rapport van

   
 

ZonMw over diverse manieren van

   
 

financiering van preventie (blz. 29, 49)

   

5753

De Kamer wordt bericht over een

Parlementaire agenda [26-02-2015]

Uitgaande brief [04-12-2015] –

 

eventueel vervolgevaaluatie naar

– AO Preventiebeleid (4037)

Landelijke nota gezondheidsbeleid

 

artikel 5a Wet publieke gezondheid

 

2016-2019 (32 793-204) (18 681)

 

(blz. 45).

   

5755

De Kamer zal zo mogelijk voor de

Parlementaire agenda [12-03-2015]

Uitgaande brief [18-09-2015] –

 

zomer een reactie ontvangen op de

– AO Orgaandonatie (4036)

Orgaandonatie, actieplan VVD-fractie

 

nota Aanvullende maatregelen

 

en nieuwe communicatiestrategie

 

orgaandonatie van de VVD-fractie

 

(29 140-89) (18 377)

 

en op andere suggesties ter

   
 

vergroting van het aantal donoror-

   
 

ganen (blz. 14, 17, 20, 28, 29).

   

5759

Rond de zomer ontvangt de Kamer

Parlementaire agenda [12-03-2015]

Uitgaande brief [18-09-2015] –

 

informatie over de dan beschikbare

– AO Orgaandonatie (4036)

Orgaandonatie, actieplan VVD-fractie

 

stand van zaken van de nieuwe

Geplande brief [30-09-2015] –

en nieuwe communicatiestrategie

 

campagne (blz. 30).

Orgaandonatie, actieplan VVD-fractie en nieuwe communicatiestrategie (207)

(29 140-89) (18 377)

5768

De conceptwerkplannen van de

Parlementaire agenda [14-04-2015]

Uitgaande brief [01-09-2015] –

 

diverse adviescolleges zullen in

  • (Plannings-) AO

Concept werkplannen (34 000-

 

relatie tot elkaar worden bezien. Op

Informatievoorziening/toezending

XVI-118) (18 284)

 

basis daarvan stuurt de Minister de

regeringsstukken (4096)

 
 

Kamer een schets alvorens de

   
 

vaststelling plaatsvindt. In de

   
 

begeleidende brief zal de datum

   
 

staan waarvoor de besluitvorming

   
 

dient plaats te vinden. De schets

   
 

wordt waarschijnlijk na de zomer

   
 

naar de Kamer gestuurd. (2015-112)

   

5772

In overleg met de Kamer wordt

Parlementaire agenda [26-03-2015]

Uitgaande brief [10-06-2016] –

 

besloten tot afbouw van de

– Voortgang uitbetalingsproble-

Trekkingsrecht pgb: voortgang en

 

noodmaatregelen en het rapid

matiek pgb’s door de SVB (4094)

toezeggingen (19 404)

 

response team (blz. 27). 2015-115

   

5773

Voor de zomer wordt de Kamer

Parlementaire agenda [26-03-2015]

Uitgaande brief [04-09-2015] –

 

geïnformeerd over de uitkomsten

– Voortgang uitbetalingsproble-

Bestuurlijke afspraken over het

 

van het verbeteringsplan (blz. 27).

matiek pgb’s door de SVB (4094)

trekkingsrecht pgb (25 657-202)

 

2015-116

 

(18 320)

5775

Te zijner tijd zal de Kamer worden

Parlementaire agenda [26-03-2015]

afgedaan met brief SZW d.d.

 

bericht of het ICT-systeem van de

– Voortgang uitbetalingsproble-

19 februari 2016 – kenmerk:

 

SVB geschikt is om de te bedenken

matiek pgb’s door de SVB (4094)

2016.0000030255

 

verbeteringen rond het trekkings-

   
 

recht pgb te kunnen dragen (blz.

   
 

28). 2015-118

   

5776

Tweemaandelijks ontvangt de

Parlementaire agenda [26-03-2015]

Uitgaande brief [17-03-2016] –

 

Kamer een voortgangsrapportage

– Voortgang uitbetalingsproble-

Voortgang trekkingsrecht pgb

 

over de voortgang van het

matiek pgb’s door de SVB (4094)

(25 657-235) (19 084)

 

herstelplan (blz. 38). 2015-121

   

ID

Omschrijving

Vindplaats

Stand van zaken

5811

Vereenvoudig van het systeem

Parlementaire agenda [04-06-2015]

Uitgaande brief [04-09-2015] –

 

uitwerken (voortgang meenemen in

– Pgb debat over uitbetaling van de

Bestuurlijke afspraken over het

 

de periodieke voortgangsrap-

pgb’s (4175)

trekkingsrecht pgb (25 657-202)

 

portage)

 

(18 320)

5819

De Kamer zal worden geïnformeerd

Mondelinge vraag lid Rutte over het

Uitgaande brief [13-10-2015] –

 

over de resultaten van het overleg

bericht «huisartsen zijn slecht

Bereikbaarheid huisartsen

 

met de LHV en de IGZ over de

bereikbaar» 14 april 2015

(29 247-214) (18 471)

 

bereikbaarheid van huisartsen in

   
 

gevallen waarin geen sprake is van

   
 

spoed (blz. 75-3-2)

   

5820

De wijziging van het Warenwetbe-

Parlementaire agenda [09-04-2015]

Uitgaande brief [10-12-2015] –

 

sluit bestuurlijke boeten, met een

– plenair debat wetswijziging

Aanbieding ontwerpbesluit houdende

 

uitwerking van de verhoging van

Warenwet (4118)

wijziging van het Warenwetbesluit

 

het boetemaximum en het

 

bestuurlijke boeten in verband met

 

opnemen van een omzetgerela-

 

het stellen van regels over de

 

teerde boete om stevige gevallen

 

omzetgerelateerde boete (33 775-20)

 

van fraude en misleiding op het

 

(18 712)

 

gebied van eerlijkheid in de handel

   
 

en goede voorlichting aan de

   
 

consument aan te pakken, zal zo

   
 

spoedig mogelijk in procedure

   
 

worden gebracht

   

5821

In samenwerking met de Staatsse-

Parlementaire agenda [09-04-2015]

Uitgaande brief [16-10-2015] –

 

cretaris van EZ zal de Kamer een

– plenair debat wetswijziging

Toezichtkader NVWA 2015 (18 495)

 

aangescherpt toezichtkader voor de

Warenwet (4118)

 
 

NVWA worden voorgelegd, waarbij

   
 

ook het Openbaar Ministerie wordt

   
 

betrokken (blz. 74–9, 10, 11, 12, 13).

   

5830

Eind van dit jaar zullen de resul-

Parlementaire agenda [17-06-2015]

Uitgaande brief [17-12-2015] –

 

taten van een vergelijkend

  • AO EU-Gzondheidsraad (3987)

Voortgang Akkoord Verbetering

 

onderzoek naar productverbetering

 

Productsamenstelling en inzet

 

naar de Kamer worden gezonden

 

productverbetering in de EU (32 793-205) (18 760)

5832

De Kamer zal een visiebrief

Parlementaire agenda [17-06-2015]

In plaats van een visiebrief te sturen

 

ontvangen waarin de ambities van

  • AO EU-Gzondheidsraad (3987)

heeft de Minister op 9 december 2015

 

het Nederlandse voorzitterschap

 

een presentatie gegeven in de TK.

 

van de EU op het gebied van de

 

Hiermee komt geplande brief 101 te

 

gezondheid (o.a. geneesmiddelen)

 

vervallen en is de toezegging

 

worden geconcretiseerd

 

voldaan.

5834

Voor de begrotingbehandeling zal

Parlementaire agenda [26-05-2015]

Uitgaande brief [08-03-2016] –

 

de Kamer worden geïnformeerd

– AO Ziekenhuiszorg & AO

Evaluatie faillissementen Ruwaard

 

over de resultaten van de analyse

Ziekenhuiszorg en eerstelijnszorg in

van Putten en De Sionsberg

 

van ziekenhuisfaillissementen en

krimpregio’s (4157)

(31 016-92) (19 027)

 

over de lessen die daaruit te trekken

   
 

zijn op basis van gesprekken met

   
 

alle direct betrokken partijen in de

   
 

regio’s

   

5846

De Kamer ontvangt regelmatig

Parlementaire agenda [29-04-2015]

Uitgaande brief [22-06-2016] –

 

voortgangsrapportages (kwartaal-

– AO Decentralisatie jeugdzorg

Voortgang nieuw jeugdstelsel

 

rapportages) over het nieuwe

(4067)

(31 839-524) (19 460)

 

jeugdstelsel (blz. 30, 40).

Geplande brief [31-12-2015] – Kwartaalbrief Jeugd (231) Geplande brief [] – Vortgangsrap-portages (kwartaalrapportages) over het nieuwe jeugdstelsel (379)

 

ID

Omschrijving

Vindplaats

Stand van zaken

5847

De Kamer wordt bericht over de

Parlementaire agenda [29-04-2015]

Uitgaande brief [10-11-2015] –

 

uitkomsten van het overleg met de

– AO Decentralisatie jeugdzorg

Voortgang gedecentraliseerd

 

Inspectie Jeugdzorg en de

(4067)

jeugdstelsel (31 839-497) (18 594)

 

gemeenten (VNG) over de lijsten

Geplande brief [31-10-2015] –

 
 

van nieuwe aanbieders en het

Lijsten nieuwe aanbieders en het

 
 

toezicht daarop

toezicht daarop (338)

 

5848

De Kamer ontvangt in oktober de

Parlementaire agenda [29-04-2015]

Uitgaande brief [10-11-2015] –

 

resultaten van onderzoek naar de

– AO Decentralisatie jeugdzorg

Voortgang gedecentraliseerd

 

toegang van jeugdhulp, inclusief de

(4067)

jeugdstelsel (31 839-497) (18 594)

 

CBS-cijfers over het gebruik van

Geplande brief [16-11-2015] –

 
 

jeugdhulp

Onderzoek naar de toegang van jeugdhulp, incl. de CBS-cijfers (339)

 

5849

De Kamer wordt geïnformeerd over

Parlementaire agenda [29-04-2015]

Uitgaande brief [07-12-2015] –

 

de informatievoorziening over pgb’s

– AO Decentralisatie jeugdzorg

Voortgang trekkingsrecht pgb

 

door gemeenten (blz. 37, 41).

(4067)

Geplande brief [31-01-2016] – Informatievoorziening over pgb’s door gemeenten (340)

(25 657-227) (18 694)

5858

De Minister onderzoekt of het

Parlementaire agenda [18-06-2015]

Uitgaande brief [29-10-2015] – Samen

 

mogelijk is een verbinding te

  • AO Pakketmaatregelen (4102)

beslissen (31 765-169) (18 548)

 

leggen tussen te stringent

   
 

pakketbeheer en medisch evaluatie-

   
 

onderzoek. Terugkoppeling volgt

   
 

voor de begroting

   

5859

De Minister gaat met zorgverzeke-

Parlementaire agenda [18-06-2015]

Uitgaande brief [27-10-2015] –

 

raars en ziekenhuizen bekijken waar

  • AO Pakketmaatregelen (4102)

Psychosociale zorg bij somatische

 

de psychosociale behandeling al

 

aandoeningen (25 424-289) (18 525)

 

integraal onderdeel is van de

   
 

behandeling en hoe dit de norm kan

   
 

worden. Ook hiervan is er een

   
 

terugkoppeling voor de begroting

   

5860

Na de zomer komt er een reactie op

Parlementaire agenda [18-06-2015]

Uitgaande brief [06-10-2015] –

 

het advies van de Gezondheidsraad

  • AO Pakketmaatregelen (4102)

Standpunt Health Checks (32 793-199)

 

over de totalbodyscan

 

(18 436)

5861

Voor de begroting komt er een brief

Parlementaire agenda [18-06-2015]

Uitgaande brief [23-06-2016] – zorg

 

met de resultaten van het

  • AO Pakketmaatregelen (4102)

voor kinderen van ouders met

 

onderzoek naar de vraag hoe

 

psychische problemen en kinderen

 

KOPP/KVO structureel gefinancierd

 

van verslaafde ouders (31 839-525)

 

kan worden via de psychosociale

 

(19 474)

 

weg of op een andere wijze

   

5863

De Kamer wordt geïnformeerd over

Parlementaire agenda [18-06-2015]

Uitgaande brief [09-10-2015] –

 

het gesprek dat ZN, ACM en VWS

  • AO Pakketmaatregelen (4102)

Beoordeling zorg basispakket Zvw

 

voeren om ervoor te zorgen dat

 

(29 689-660) (18 451)

 

verzekeraars dezelfde zorg wel en

   
 

niet vergoeden in het kader van

   
 

maatwerk bij stringent pakket-

   
 

beheer

   

5864

Voor de begroting komt er een

Parlementaire agenda [18-06-2015]

Uitgaande brief [20-05-2016] –

 

reactie op het advies van het

  • AO Pakketmaatregelen (4102)

Zvw-pakket per 2017 (29 689-713)

 

Zorginstituut Nederland over de

 

(19 310)

 

perverse prikkels (onder andere bij

   
 

etalagebenen)

   

5865

Met de begroting wordt de Kamer

Parlementaire agenda [18-06-2015]

Is expliciet opgenomen in de

 

geïnformeerd over het beschikbare

  • AO Pakketmaatregelen (4102)

begroting 2016 en is daarmee

 

budgettaire kader voor het

 

afgedaan

 

eerstelijnsverblijf (2015-169)

   

ID

Omschrijving

Vindplaats

Stand van zaken

5866

De omvang van het budget

Parlementaire agenda [18-06-2015]

Uitgaande brief [20-10-2015] – Stand

 

vergoeding ggz-zorg voor doven en

  • AO Pakketmaatregelen (4102)

van zaken moties en toezeggingen

 

slechthorenden wordt meege-

 

(34 300-XVI-11) (18 501)

 

nomen in de VWS-begroting 2016

   

5867

De beantwoording van de vraag

Parlementaire agenda [18-06-2015]

Uitgaande brief [13-10-2015] –

 

naar vergoeding van ggz-zorg op

  • AO Pakketmaatregelen (4102)

Aanbieding uitkomsten

 

De Linthorst zal in de veegwet voor

 

NZa-onderzoek bekostiging gespecia-

 

de zomer worden opgenomen

 

liseerde GGZ voor doven en slechthorenden (254–287) (18 472)

5876

In 2016 wordt het wetsvoorstel met

Parlementaire agenda [12-02-2015]

Zelfde toezegging als nr. 5804. Deze

 

profielen voor mbo- en

– AO Arbeidsmarktbeleid (3996)

toezegging kan dus worden gesloten.

 

hbo-verpleegkundigen aan de

   
 

Kamer gezonden

   

5918

In het najaar ontvangt de Kamer

Parlementaire agenda [02-07-2015]

Uitgaande brief [29-01-2016] – Visie

 

een visiebrief over de heden

– AO Geneesmiddelen (4185)

op geneesmiddelen: Nieuwe

 

gepubliceerde adviezen van de NZa

 

geneesmiddelen snel bij de patiënt

 

en het KWF, waarin o.a. aandacht

 

tegen aanvaardbare kosten

 

zal worden geschonken aan het

 

(29 477-358) (18 886)

 

europees perspectief, alsmede aan

   
 

de suggesties die enkele leden

   
 

hebben gedaan (2015-172)

   

5923

Na het zomerreces, doch uiterlijk

Parlementaire agenda [24-06-2015]

Uitgaande brief [29-10-2015] – Samen

 

eind 2015, ontvangt de Kamer een

– AO Kwaliteitszorg (4103)

beslissen (31 765-169) (18 548)

 

kwaliteitsagenda met daarin

   
 

aandacht voor het thema patiënten-

   
 

participatie, samen beslissen en het

   
 

bekostigingsvraagstuk, vergezeld

   
 

van een tijdpad met doelstellingen

   
 

(2015-188)

   

5925

Bij de begroting komt de Minister

Parlementaire agenda [24-06-2015]

De Tweede Kamer is hierover

 

terug op de bekostiging en het

– AO Kwaliteitszorg (4103)

geïnformeerd met de beantwoording

 

meerjarenplan van het onderzoek

 

van vraag 15 van de Schriftelijke

 

naar gender en gezondheid

 

Kamervragen begroting VWS 2016 – d.d. 28 oktober 2015

5926

De Kamer zal tijdens het zomer-

Parlementaire agenda [24-06-2015]

Uitgaande brief [13-10-2015] –

 

reces worden geïnformeerd over de

– AO Kwaliteitszorg (4103)

ZonMW verkenning hulpmiddelen

 

stand van zaken m.b.t. het gesprek

 

(32 805-44) (18 467)

 

over de inkoop van o.a. stomamid-

   
 

delen

   

5927

Voor de zomer ontvangt de Kamer

Parlementaire agenda [24-06-2015]

Uitgaande brief [08-10-2015] –

 

een voortgangsrapportage

– AO Kwaliteitszorg (4103)

Voortgangsrapportage eHealth en

 

innovatiebeleid

 

zorgverbetering (27529-134) (18 442)

5928

Vóór de begrotingsbehandeling

Parlementaire agenda [21-05-2015]

Uitgaande brief [29-10-2015] – Plan

 

ontvangt de Kamer een breed plan

  • AO ggz (4101)

van aanpak aanjaagteam verwarde

 

van aanpak voor de opvang van

 

personen (25 424-290) (18 541)

 

verwarde personen, met daarin o.a.

   
 

aandacht voor inventarisatie

   
 

doelgroepen, problemen/

   
 

verantwoordelijkheden diverse

   
 

spelers, inzet vergelijkbaar met

   
 

aanpak maatschappelijke opvang

   
 

en Stedelijk Kompas 3.0, best

   
 

practises gemeenten Amsterdam en

   
 

Den Haag, onverzekerden,

   
 

schuldenproblematiek, wettelijke

   
 

basis doorzettingsmacht

   
 

gemeenten, improvisatieruimte,

   
 

inzet spv’er, en verwijsfunctie spv’er

   
 

en politie

   

ID

Omschrijving

Vindplaats

Stand van zaken

5931

Vóór de begrotingsbehandeling

Parlementaire agenda [21-05-2015]

Uitgaande brief [27-10-2015] –

 

wordt de Kamer geïnformeerd over

  • AO ggz (4101)

Analyse opbouw ambulante zorg in

 

een analyse van de opbouw van de

 

de ggz (25 424-288) (18 512)

 

ambulantisering van de ggz en de

   
 

mogelijke (regionale) bijsturing

   
 

hiervan

   

5932

Eind 2015 ontvangt de Kamer een

Parlementaire agenda [21-05-2015]

Uitgaande brief [07-07-2016] –

 

nota van wijziging inzake de Wet

  • AO ggz (4101)

voorstel van wet, houdende regels

 

verplichte ggz

 

voor het kunnen verlenen van verplichte zorg aan een persoon met een psychische stoornis (Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg) (Kamerstukken II 2009/10, 32 399), (19 580)

5933

Eind zomer 2015 verschijnt de

Parlementaire agenda [21-05-2015]

Uitgaande brief [22-12-2015] –

 

kwaliteitsagenda maatschappelijke

  • AO ggz (4101)

Voortgangsrapportage maatschappe-

 

opvang van de VNG en de Federatie

 

lijke opvang 2015 (29 325-74) (18 780)

 

Opvang

   

5935

Eind 2015 wordt de Kamer

Parlementaire agenda [21-05-2015]

Uitgaande brief [31-03-2016] –

 

geïnformeerd over de eventuele

  • AO ggz (4101)

Toepassing DSM-5 voor het pakket en

 

toepassing van DSM-5 voor het

 

de bekostiging ggz (25 424-309)

 

verzekeringspakket

 

(19 149)

5938

De NZa wordt verzocht met het oog

Parlementaire agenda [21-05-2015]

Uitgaande brief [23-11-2015] –

 

op een monitor wachttijden voor de

  • AO ggz (4101)

Rapport inkoop en wachttijden

 

zomer de beschikbaarheid van

 

geestelijke gezondheidszorg

 

crisisbedden te onderzoeken

 

(29 689-677) (18 637)

5939

Vóór de begrotingsbehandeling

Parlementaire agenda [17-06-2015]

Uitgaande brief [20-11-2015] – De

 

(onderdeel Sport) wordt de Kamer

– AO Sportbeleid (4169)

Nederlandse Sport Raad – Meer

 

geInformeerd over voorstellen

 

rendement van grote sportevene-

 

inzake de aanpak van het naar

 

menten (30 234-142) (18 627)

 

Nederland halen van (multi)top-

   
 

sportevenementen in de toekomst

   

5940

Naar verwachting zal door de

Parlementaire agenda [17-06-2015]

Brief van de Staatssecretaris van

 

Staatssecretaris van Financiën na

– AO Sportbeleid (4169)

Financiën van 9 oktober 2015 –

 

het zomerreces een fusiebesluit

 

Voornemen tot oprichting van een

 

Lotto en Staatsloterij aan de Kamer

 

holding naar aanleiding van fusie

 

worden voorgelegd

 

Nederlandse Staatsloterij en De Lotto

5941

De Staatssecretaris van Financiën

Parlementaire agenda [17-06-2015]

De Tweede Kamer is hierover

 

zal worden verzocht om de

– AO Sportbeleid (4169)

geïnformeerd met de brief van de

 

juridische en financiële analyse

 

Staatssecretaris van Financiën over

 

inzake de btw-sportvrijstelling naar

 

juridische en financiële analyse

 

de Kamer te sturen

 

verruiming btw-sportvrijstelling – d.d. 23 november 2015

5942

Tijdens het EU-Voorzitterschap van

Parlementaire agenda [17-06-2015]

Uitgaande brief [07-07-2016] –

 

Nederland zal de integriteit in de

– AO Sportbeleid (4169)

Terugkoppeling EU-voorzitterschap

 

sport worden geagendeerd

 

VWS (19 582)

5943

De Kamer wordt bericht over de

Parlementaire agenda [17-06-2015]

Uitgaande brief [20-10-2015] – Stand

 

uitkomsten van het overleg met de

– AO Sportbeleid (4169)

van zaken moties en toezeggingen

 

Minister van V&J over het oprichten

 

(34 300-XVI-11) (18 501)

 

van een inlichtingeneenheid

   

5944

Eind 2015 ontvangt de Kamer de

Parlementaire agenda [17-06-2015]

Uitgaande brief [17-11-2015] –

 

evaluatie van het actieplan «Naar

– AO Sportbeleid (4169)

Voortgangsbrief Sport (30 234-141)

 

een veiliger sportklimaat» en

 

(18 616)

 

informatie over het vervolg

   

ID

Omschrijving

Vindplaats

Stand van zaken

5945

In het najaar ontvangt de Kamer

Parlementaire agenda [17-06-2015]

Uitgaande brief [17-11-2015] –

 

een voortgangsrapportage Sport en

– AO Sportbeleid (4169)

Voortgangsbrief Sport (30 234-141)

 

Bewegen in de Buurt, inclusief

 

(18 616)

 

informatie over de eerste

   
 

verkenning naar de toekomst van

   
 

het programma voor de buurtsport-

   
 

coach, het bereik in de maatschap-

   
 

pelijke opvang, de co-financiering,

   
 

en de ondersteuning van vereni-

   
 

gingen

   

5946

Na ontvangst van het plan van

Parlementaire agenda [17-06-2015]

Uitgaande brief [17-11-2015] –

 

aanpak voor het onderzoekspro-

– AO Sportbeleid (4169)

Voortgangsbrief Sport (30 234-141)

 

gramma zwemvaardigheid van de

 

(18 616)

 

zwembranche zal deze naar de

   
 

Kamer worden gezonden, voorzien

   
 

van een reactie

   

5947

De problematiek van de gevolgen

Parlementaire agenda [17-06-2015]

Afgedaan met brief SZW: Aanpassing

 

van de Wet werk en zekerheid voor

– AO Sportbeleid (4169)

Wet werk en zekerheid en indiening

 

sporters wordt doorgeleid naar de

 

Tweede nota van wijzigingwets-

 

Minister van SZW

 

voorstel arbeidsvoorwaarden gedetacheerde werknemers in de Europese Unie

5950

In september/oktober zal de Kamer

Parlementaire agenda [01-07-2015]

Uitgaande brief [02-11-2015] – Derde

 

een voortgangsrapportage

– AO Wijkverpleging (4087)

voortgangsrapportage HLZ

 

langdurige zorg ontvangen

 

(34 104-83) (18 572)

5951

De Kamer wordt bericht over het

Parlementaire agenda [11-06-2015]

Uitgaande brief [29-10-2015] – Samen

 

organiseren van tegenmacht,

– AO Evaluatie Zorginstituut

beslissen (31765-169) (18 548)

 

interactie met het veld, binnen het

Nederland (4104)

 
 

Kwaliteitsinstituut

   

5952

Zodra de criteria voor de toegang

Parlementaire agenda [30-04-2015]

Uitgaande brief [01-02-2016] – Advies

 

tot de Wlz bekend zijn wordt de

– AO Decentralisatie

ZINL over toegang tot de Wlz voor

 

Kamer voor het eind van het jaar

Wmo/Langdurige zorg (4066)

mensen met een psychische stoornis

 

daarover geïnformeerd

 

(34 104-101) (18 896)

5953

Het CIZ geeft aan dat op basis van

Uitgaande brief [10-07-2015] –

Uitgaande brief [02-11-2015] – Derde

 

de eerste maanden nog geen

antwoorden op de vragen van het

voortgangsrapportage HLZ

 

gevalideerd landelijk beeld

Kamerlid Leijten (SP) over het

(34 104-83) (18 572)

 

beschikbaar is over het aantal

bericht dat de 10-jarige Sem niet bij

 
 

doorverwijzingen. Ik ben met het

de gemeente Stadskanaal en niet bij

 
 

CIZ in overleg over deze cijfers en

het Centrum Indicatiestelling Zorg

 
 

verwacht u in de volgende

(CIZ) in aanmerking komt voor een

 
 

voortgangsrapportage HLZ nader te

indicatie voor zorg en onder-

 
 

kunnen informeren over het aantal

steuning (2015Z08553). (18 205)

 
 

afwijzingen van aanvragen gericht

   
 

op toegang tot de Wlz.

   

5967

De Kamer zal een uitvoeringstoets

Parlementaire agenda [29-04-2015]

voldaan met de brief van

 

op het herstelplan worden

– Problemen uitbetaling pgb (tijden

11 september 2015 (kenmerk:

 

toegezonden.

onder voorbehoud) (4139)

832908-141067-LZ)

ID

Omschrijving

Vindplaats

Stand van zaken

5968

De Kamer wordt periodiek

Parlementaire agenda [04-06-2015]

Uitgaande brief [17-03-2016] –

 

(maandelijks) gerapporteerd over

– Pgb debat over uitbetaling van de

Voortgang trekkingsrecht pgb

 

de voortgang van de invoering van

pgb’s (4175)

(25 657-235) (19 084)

 

het trekkingsrecht pgb’s, waarbij

   
 

ook, waar mogelijk, informatie

   
 

wordt gegeven over het aantal

   
 

mensen dat administratief gezien

   
 

foutief is verwerkt binnen de SVB,

   
 

en o.a. informatie over de

   
 

voortgang van het herstelplan o.a.

   
 

in Mijn PGB, verbeteringen, en de

   
 

stand van zaken rond de vereenvou-

   
 

digingsdiscussie

   

5969

De Kamer zal worden bericht over

Parlementaire agenda [04-06-2015]

Uitgaande brief [07-12-2015] –

 

het onderzoek naar de eventuele

– Pgb debat over uitbetaling van de

Voortgang trekkingsrecht pgb

 

meerkosten voor gemeenten bij de

pgb’s (4175)

(25 657-227) (18 694)

 

invoering trekkingsrechten pgb’s

   

5970

De Kamer zal worden bericht over

Parlementaire agenda [04-06-2015]

Uitgaande brief [11-09-2015] –

 

de uitwerking van de schadere-

– Pgb debat over uitbetaling van de

Compensatieregeling en voortgang

 

geling

pgb’s (4175)

trekkingsrecht pgb (25 657-203) (18 347)

5971

Naar verwachting zal het

Parlementaire agenda [04-06-2015]

Uitgaande brief [11-09-2015] –

 

herstelplan van de ketenregisseurs

– Pgb debat over uitbetaling van de

Compensatieregeling en voortgang

 

vóór het zomerreces naar de Kamer

pgb’s (4175)

trekkingsrecht pgb (25 657-203)

 

worden gezonden

 

(18 347)

5977

Begin september (uiterlijk de

Parlementaire agenda [01-07-2015]

Uitgaande brief [04-09-2015] –

 

tweede week) wordt de Kamer

  • AO pgb (4191)

Bestuurlijke afspraken over het

 

geïnformeerd over fundamentele

 

trekkingsrecht pgb (25 657-202)

 

keuzes tot verbetering en vereen-

 

(18 320)

 

voudiging van het trekkingssysteem

   
 

pgb’s, waarbij de suggesties die

   
 

door de leden, Per Saldo, Ieder(in),

   
 

Actal, BVKZ en VNG zijn gedaan

   
 

worden betrokken en het

   
 

KPMG-onderzoek wordt meege-

   
 

zonden, voorzien van een uitvoe-

   
 

ringstoets en commentaar (blz. 16,

   
 

17, 18, 22, 24, 25, 27, 32, 34).

   

5978

In september ontvangt de Kamer de

Parlementaire agenda [01-07-2015]

Uitgaande brief [11-09-2015] –

 

contouren van de schaderegeling

  • AO pgb (4191)

Compensatieregeling en voortgang

 

voor zorgverleners en budget-

 

trekkingsrecht pgb (25 657-203)

 

houders die nadeel hebben

 

(18 347)

 

ondervonden bij de invoering

   
 

trekkingsrechten pgb (blz. 18, 19,

   
 

20, 21).

   

5979

In de septemberbrief wordt de

Parlementaire agenda [01-07-2015]

Uitgaande brief [04-09-2015] –

 

Kamer geïnformeerd over de

  • AO pgb (4191)

Bestuurlijke afspraken over het

 

afspraken over het herindicatie-

 

trekkingsrecht pgb (25 657-202)

 

proces door gemeenten (blz. 23).

 

(18 320)

5980

De Kamer wordt nader bericht over

Parlementaire agenda [01-07-2015]

Uitgaande brief [07-12-2015] – aanpak

 

het eventueel opstellen van een

  • AO pgb (4191)

pgb-fraude: terugvorderen, zwarte

 

zwarte lijst van

 

lijst en rapportage ISZW (25 657-225)

 

pgb-bemiddelingsbureaus,

 

(18 692)

 

bijvoorbeeld in het kader van het

   
 

voor het zomerreces toegezegde

   
 

plan van aanpak t.a.v. malafide

   
 

zorgbureaus (blz. 24).

   

ID

Omschrijving

Vindplaats

Stand van zaken

5981

In september wordt de Kamer nader

Parlementaire agenda [01-07-2015]

Uitgaande brief [11-09-2015] –

 

geïnformeerd over de voortgang

  • AO pgb (4191)

Compensatieregeling en voortgang

 

van de hersteloperaties, o.a. inzake

 

trekkingsrecht pgb (25 657-203)

 

het inzicht van de budgethouder in

 

(18 347)

 

Mijn pgb (blz. 24, 25, 27, 34).

   

5982

De Kamer wordt via de Staatssecre-

Parlementaire agenda [01-07-2015]

Met de brief van de Staatssecretaris

 

taris van SZW geïnformeerd over

  • AO pgb (4191)

van SZW d.d. 28 september 2015 (TK,

 

het eventueel instellen van een

 

2015–2016, 26 448, nr. 539) is aan

 

onafhankelijke visitatiecommissie

 

deze toezegging voldaan.

 

m.b.t. de SVB (blz. 32, 33).

   

5991

Eind 2015 ontvangt de Kamer het

Parlementaire agenda [23-06-2015]

Uitgaande brief [01-04-2016] –

 

onderzoek van het RIVM naar

– AO Tabaksontmoedigingsbeleid

Handhavingscijfers rookverbod en

 

schadelijke stoffen in de waterpijp

(4166)

leeftijdsgrens (32 011-49) (19 152)

 

(blz. 22, 23, 32, 33).

   

5992

In juni 2016 wordt de Kamer

Parlementaire agenda [23-06-2015]

Uitgaande brief [06-07-2016] –

 

geïnformeerd over de nieuwe

– AO Tabaksontmoedigingsbeleid

Naleving leeftijdsgrens alcohol en

 

nalevings-/handhavingscijfers en

(4166)

tabak 2016 (19 567)

 

besluitvorming over eventuele

   
 

verdere maatregelen (blz. 30, 31).

   

5993

De Kamer wordt geïnformeerd over

Parlementaire agenda [23-06-2015]

Uitgaande brief [06-07-2016] –

 

voorstellen van de branches om de

– AO Tabaksontmoedigingsbeleid

Naleving leeftijdsgrens alcohol en

 

naleving van de leeftijdsgrens

(4166)

tabak 2016 (19 567)

 

substantieel te verbeteren, voorzien

   
 

van een tijdpad (blz. 31, 34).

   

5994

Bereidheid om in overleg met

Parlementaire agenda [14-09-2015]

Uitgaande brief [07-12-2015] –

 

partijen te kijken naar opzet van

  • AO pgb (4229)

Compensatieregeling trekkingsrecht

 

compensatie-regeling (drempelbe-

 

pgb (25 657-226) (18 693)

 

dragen, forfaitaire bedragen,

   
 

maatwerkoplossing, uitspraak hof)

   
 

en Kamer hierover informeren

   

5995

Kamer informeren over o.a.

Parlementaire agenda [14-09-2015]

afgedaan met brief SZW d.d.

 

robuustheid en noodzakelijke

  • AO pgb (4229)

19 februari 2016 – kenmerk:

 

verbeteringen van het ICT-systeem

 

2016.0000030255

 

bij de SVB, met name het betaal-

   
 

systeem Toezegging als geregis-

   
 

treerd door TK:Begin december

   
 

wordt de Kamer nader bericht over

   
 

het betaalsysteem bij de SVB/.ICT-

   
 

infrastructuur (eventueel

   
 

vervangen, toekomstbestendigheid,

   
 

robuustheid en opleverplanning)

   
 

(blz. 38, 47, 48, 55, 60, 61). 2015-266

   

5996

Kamer informeren over juridische

Parlementaire agenda [14-09-2015]

Uitgaande brief [07-12-2015] –

 

mogelijkheden van het door

  • AO pgb (4229)

Compensatieregeling trekkingsrecht

 

verstrekkers rechtstreeks

 

pgb (25 657-226) (18 693)

 

aanspreken van zorgverleners bij

   
 

geconstateerde onrechtmatigheden

   
 

(nb: als vervolg op de lopende

   
 

terugvorderingzaak bij Achmea)

   

5998

Kamer informeren over opties

Parlementaire agenda [14-09-2015]

Uitgaande brief [07-12-2015] – aanpak

 

uitwerking idee van «zwarte

  • AO pgb (4229)

pgb-fraude: terugvorderen, zwarte

 

lijst»»van frauderende zorgver-

 

lijst en rapportage ISZW (25 657-225)

 

leners en juridische mogelijkheden

 

(18 692)

 

(nb: reeds toegezegd in de

   
 

veegbrief)

   

ID

Omschrijving

Vindplaats

Stand van zaken

5999

Kamer voor VAO trekkingsrecht

Parlementaire agenda [14-09-2015]

Uitgaande brief [08-10-2015] –

 

informeren over het (on)mogelijk-

  • AO pgb (4229)

Toegezegde informatie naar

 

heden van het op 1 januari 2016

 

aanleiding van het AO pgb Trekkings-

 

invoeren van twee punten uit het

 

recht van 14 september 2015

 

verbeterplan (structureel uitzetten

 

(25 657-206) (18 443)

 

van de maximumtarieven en het

   
 

samenvoegen van de WMO-HH en

   
 

WMO-BG).In deze brief ook

   
 

meenemen in hoeverre is voldaan

   
 

aan het verzoek van de Kamer om

   
 

een uitvoeringstoets op het

   
 

verbeterplan.

   

6000

Het op 1 januari 2016 starten met de

Parlementaire agenda [14-09-2015]

Uitgaande brief [02-11-2015] – Derde

 

pilots integraal pgb, zo mogelijk

  • AO pgb (4229)

voortgangsrapportage HLZ

 

met meer gemeenten en zo nodig

 

(34 104-83) (18 572)

 

met een AMvB die met terugwer-

   
 

kende kracht wordt ingevoerd.Ter

   
 

aanvulling: Toezegging geregis-

   
 

treerd door Tweede Kamer. Er komt

   
 

indien nodig een AMvB inzake een

   
 

integraal pgb, zo nodig met

   
 

terugwerkende kracht (blz. 44, 59).

   
 

2915-270

   

6006

Eind 2015 wordt een wetsvoorstel

Parlementaire agenda [25-06-2015]

Toezegging is afgedaan met

 

tot wijziging van de Wet marktor-

  • AO NZa (4141)

wetsvoorstel dat op 8 april 2016 door

 

dening gezondheidszorg (WMG) bij

 

het Kabinet van de Koning naar de

 

de Kamer ingediend, o.a. gericht op

 

Tweede Kamer is gestuurd.

 

herpositionering van de regule-

   
 

ringstaken tussen VWS en de NZa

   
 

en de overheveling van het

   
 

markttoezicht naar de ACM (blz. 14,

   
 

27, 28).

   

6007

Periodiek wordt de Kamer

Parlementaire agenda [25-06-2015]

Uitgaande brief [18-12-2015] –

 

geïnformeerd over de voortgang

  • AO NZa (4141)

Voortgangsrapportage NZa,

 

inzake de uitvoering van het

 

(25 268-131) (18 764)

 

kabinetsstandpunt commissie

   
 

Borstlap, o.a. met de jaarlijkse

   
 

beoordeling van het functioneren

   
 

van de NZa. De eerste rapportage

   
 

wordt voor de jaarwisseling

   
 

2015–2016 toegezonden. Die gaat

   
 

ook over de functies van de raad

   
 

van advies en de auditcommissie

   
 

en het uitschrijven van nadere

   
 

reguleringen van de NZa (blz.

   
 

15,30,36,38).

   

6008

Beide Kamers ontvangen jaarlijks

Parlementaire agenda [25-06-2015]

Wordt al gestuurd naar de Kamers,

 

het jaarverslag van de NZa (blz. 15).

  • AO NZa (4141)

verplichting.

6010

Voor de jaarwisseling wordt de

Parlementaire agenda [25-06-2015]

Uitgaande brief [18-12-2015] –

 

Kamer bericht over de voor- en

  • AO NZa (4141)

Voortgangsrapportage NZa,

 

nadelen van de instelling van een

 

(25 268-131) (18 764)

 

visitatiecommissie bij de NZa die

   
 

meekijkt naar de voortgang van de

   
 

uitvoering van het kabinets-

   
 

standpunt inzake de aanbevelingen

   
 

van de commissie-Borstlap (blz. 16,

   
 

17, 36).

   

ID

Omschrijving

Vindplaats

Stand van zaken

6011

De Kamer ontvangt eventuele

Parlementaire agenda [25-06-2015]

Toezegging is afgedaan met

 

voorstellen voor het vrijlaten van de

  • AO NZa (4141)

wetsvoorstel dat op 8 april 2016 door

 

tarief- en prestatieregulering in

 

het Kabinet van de Koning naar de

 

deelsectoren voor de invoering

 

Tweede Kamer gestuurd.

 

hiervan.

   

6016

De eerste toezegging is dat de

Parlementaire agenda [18-06-2015]

Uitgaande brief [17-12-2015] – Stand

 

Kamer een voortgangsrapportage

– AO Elektronische gegevensuit-

van zaken moties en toezeggingen

 

ontvangt waarin wordt ingegaan op

wisseling in de zorg (4069)

(34 300-XVI-150) (18 755)

 

het patiëntbelang en het eigenaar-

   
 

schap van gegevens, mede naar

   
 

aanleiding van de brief van de

   
 

NPCF. Daarin staat ook de stand van

   
 

zaken ten aanzien van het

   
 

persoonlijk gezondheids-dossier en

   
 

allerlei vernieuwende manieren van

   
 

communiceren tussen arts en

   
 

patiënt. Die brief komt er voor de

   
 

begrotingsbehandeling

   

6018

De derde toezegging is dat de

Parlementaire agenda [18-06-2015]

Uitgaande brief [22-12-2015] –

 

Kamer te zijner tijd wordt geïnfor-

– AO Elektronische gegevensuit-

Gespecificeerde toestemming

 

meerd over de analyse van de

wisseling in de zorg (4069)

(27 529-135) (18 782)

 

specifieke versus de gespecifi-

   
 

ceerde toestemming in verband

   
 

met het wetsvoorstel dat in de

   
 

Eerste Kamer aanhangig is. Dat

   
 

betreft het amendement-Bruins Slot

   

6020

in de komende maanden zal ik de

Parlementaire agenda [16-04-2015]

Uitgaande brief [15-03-2016] – Veilig

 

mogelijkheden om «veilig te

– Dertigledendebat over het volgen

melden (29 282-247) (19 060)

 

melden» door zorgmedewerkers en

van foute artsen (4132)

 
 

bescherming van de «klokken-

   
 

luider» expliciet agenderen in

   
 

overleg met de sector.Tekst

   
 

toezegging geregistreerd door TK:

   
 

Aan het einde van het zomerreces

   
 

zal de Kamer worden bericht over

   
 

de stand van zaken betreffende het

   
 

overleg met de sector over de

   
 

bescherming van klokkenluiders.

   
 

(blz. 77-9-12).

   

6026

Het kabinet zal een brief zenden

Parlementaire agenda [16-09-2015]

Uitgaande brief [02-11-2015] – Derde

 

over de mogelijkheden binnen de

– Algemene Politieke Beschou-

voortgangsrapportage HLZ

 

bestaande budgetten om mantel-

wingen 16/17 september 2015

(34 104-83) (18 572)

 

zorgers financieel beter te kunnen

(onder voorbehoud) (4224)

 
 

ondersteunen door de gemeenten.

   
 

(toezegging houdt verband met

   
 

motie 34 300, nr. 29) Delphi nr: 2406

   

6027

Het verdrag kan uitgaande van

Parlementaire agenda [16-09-2015]

Uitgaande brief [21-01-2016] – Nadere

 

aanvaarding van de ingediende

– Algemene Politieke Beschou-

informatie naar aanleiding van de

 

wetsvoorstellen door Eerste en

wingen 16/17 september 2015

tweede termijn van de plenaire

 

Tweede Kamer naar verwachting in

(onder voorbehoud) (4224)

behandeling van de wetsvoorstellen

 

2016 worden geratificeerd.

 

ter ratificatie van het VN-Verdrag inzake de rechten van personen met een handicap (Trb. 2007, 169) (18 838)

6028

De komende periode zal parallel

Parlementaire agenda [16-09-2015]

Uitgaande brief [21-01-2016] – Nadere

 

aan het ratificatieproces een begin

– Algemene Politieke Beschou-

informatie naar aanleiding van de

 

worden gemaakt met de voorberei-

wingen 16/17 september 2015

tweede termijn van de plenaire

 

dingen voor de implementatie.

(onder voorbehoud) (4224)

behandeling van de wetsvoorstellen

 

Hiertoe vindt overleg plaats met

 

ter ratificatie van het VN-Verdrag

 

gemeenten en werkgevers. Dat

 

inzake de rechten van personen met

 

overleg zal worden geïntensiveerd

 

een handicap (Trb. 2007, 169) (18 838)

 

en verbreed.

   

ID

Omschrijving

Vindplaats

Stand van zaken

6034

Er zal een inventarisatie worden

Parlementaire agenda [23-09-2015]

Uitgaande brief [13-10-2015] –

 

gemaakt van de bij de WOR

– AO Risicoverevening (4188)

Onderzoeksprogramma risico-

 

ingediende onderzoeksvoorstellen,

 

verevening 2015–2016 (29 689-661)

 

inclusief het daarbij gehanteerde

 

(18 468)

 

afwegingskader, waarbij suggesties

   
 

van fracties welkom zijn, opdat de

   
 

Kamer voor de begroting kan

   
 

worden geïnformeerd welke

   
 

onderzoeken worden ingesteld en

   
 

welke niet. (2015–261)

   

6035

De Kamer zal voor de begroting een

Parlementaire agenda [23-09-2015]

Uitgaande brief [27-10-2015] –

 

overzicht worden geleverd van de

– AO Risicoverevening (4188)

Overzicht vereveningsresultaten

 

vereveningsuitgaven over 2012,

 

2012, 2013 en 2014 (29 689-663)

 

2013 en 2014, zo mogelijk per

 

(18 514)

 

zorgonderdeel (2015-262)

   

6036

In juni 2016 zal de Kamer een

Parlementaire agenda [23-09-2015]

Uitgaande brief [17-06-2016] –

 

overzicht van de ex ante vereve-

– AO Risicoverevening (4188)

Risicoverevening 2017: nieuwe

 

ningsmodellen 2017 worden

 

stappen in verbetering compensatie

 

gezonden (2015-263)

 

voor chronisch zieken (19 442)

6037

Eind 2015 zal de Kamer een brief

Parlementaire agenda [23-09-2015]

Uitgaande brief [29-01-2016] – Visie

 

worden gezonden over het

– AO Risicoverevening (4188)

op geneesmiddelen: Nieuwe

 

geneesmiddelenbeleid met daarin

 

geneesmiddelen snel bij de patiënt

 

o.a. de criteria die worden

 

tegen aanvaardbare kosten

 

gehanteerd voor plaatsing van

 

(29 477-358) (18 886)

 

geneesmiddelen in de sluis

   
 

(2015-264)

   

6050

De Kamer ontvangt een brief over

Parlementaire agenda [14-09-2015]

Uitgaande brief [13-11-2015] –

 

de formele zorg tegen informele

  • AO pgb (4229)

Invoering informeel tarief Zvw-pgb

 

tarieven (blz. 55). 2015-271

 

(25 657-222) (18 598)

6066

De Kamer zal in januari 2016 een

Parlementaire agenda [08-10-2015]

Uitgaande brief [04-12-2015] –

 

reactie ontvangen op het in

  • AO Patiëntveiligheid (4184)

Rapport RIVM Laseren en aanver-

 

november te verwachten en naar de

 

wante behandelingen als «voorbe-

 

Kamer te zenden rapport van het

 

houden handeling» in de Wet Big

 

RIVM over wanneer het zinvol is

 

(31 765-173) (18 684)

 

laseren en IPL onder de Wet BIG te

   
 

brengen, inclusief een reactie op de

   
 

voorstellen van de fracties van de

   
 

VVD en de PvdA over het opnemen

   
 

van IPL als voorbehouden

   
 

handeling (blz. 13, 14, 25). 2015-327

   

6067

Eind 2016 zal de Kamer verslag

Parlementaire agenda [08-10-2015]

Uitgaande brief [17-12-2015] – Stand

 

worden gedaan van de vormgeving

  • AO Patiëntveiligheid (4184)

van zaken moties en toezeggingen

 

van het toezicht van de IGZ/NVWA

 

(34 300-XVI-150) (18 755)

 

op cosmetische handelingen in

   
 

schoonheidssalons (blz. 15).

   
 

2015-328

   

6096

In de kabinetsreactie op het

Parlementaire agenda [16-04-2015]

Uitgaande brief [23-05-2016] – reactie

 

SCP-rapport «Zorg beter begrepen»

– Dertigledendebat over het bericht

op SCP-rapport «Zorg beter

 

zal o.a. worden ingegaan op wat

dat licht verstandelijk gehandi-

begrepen» (29 538-217) (19 320)

 

van de samenleving mag worden

capten steeds moeilijker mee

 
 

verwacht, op de mogelijkheden van

kunnen in de maatschappij (4131)

 
 

het SIBR-programma (Small

   
 

Businesses Innovation Research) en

   
 

op het eventueel opzetten van

   
 

buddysystemen (blz. 77-8-16).

   

ID

Omschrijving

Vindplaats

Stand van zaken

6097

De Kamer zal n.a.v. een uitzending

Parlementaire agenda [16-04-2015]

verzamelbrief: Casus GGZ NHN

 

van Zembla worden geïnformeerd

– Dertigledendebat over het volgen

(979536–151880-IGZ) van 6 juni 2016

 

over de uitkomsten van het

van foute artsen (4132)

 
 

onderzoek naar de gang van zaken

   
 

rond een persoon die ontslagen

   
 

werd en een zwijgcontract

   
 

meekreeg nadat hij intern had

   
 

gemeld dat er een medisch

   
 

onderzoek werd gedaan met

   
 

psychiatrische patiënten die daar

   
 

niet geschikt voor waren en niet

   
 

wisten van dat onderzoek. (blz.

   
 

77-9-9).

   

6098

Na het zomerreces zal de Kamer

Parlementaire agenda [29-04-2015]

Uitgaande brief [08-07-2016] – Stand

 

worden bericht over de uitkomsten

– Debat over het rapport van de

van zaken moties en toezeggingen

 

van het gesprek met de KNMG over

evaluatiecommissie over de

zomer 2016 (19 601)

 

eventuele verduidelijking van

gebeurtenissen in Tuitjenhorn

 
 

«acute sedatie» dat summier is

(4148)

 
 

opgenomen in de richtlijn voor

   
 

palliatieve sedatie (blz. 88-15-14).

   

6100

De Kamer zal een voortgangsrap-

Parlementaire agenda [09-09-2015]

Uitgaande brief [19-10-2015] –

 

portage Palliatieve zorg ontvangen

– AO Decentralisatie Wmo/Wlz

Rapport HHM Evaluatie Regeling PTZ

 

(2015-295), hierin worden de vragen

(4211)

en vragen inzake palliatieve zorg in

 

van de SGP, herindicaties en

 

het AO Decentralisatie Wmo/Wlz van

 

bekostiging nazorg/geestelijke zorg

 

9 september jl (29 509-51) (18 500)

 

meegenomen

   

6101

De Kamer krijgt voor de begrotings-

Parlementaire agenda [09-09-2015]

Uitgaande brief [11-01-2016] –

 

behandeling de adviesaanvrage bij

– AO Decentralisatie Wmo/Wlz

antwoorden op de vragen van de

 

de Nederlandse Zorgautoriteit en

(4211)

Kamerleden Dik-Faber (CU) en

 

het Zorginstituut Nederland over de

 

Bergkamp (D66) over het maatwerk-

 

meerzorg en het maatwerkprofiel

 

profiel en de meerzorgregeling

 

toegezonden (2015-294).

 

(18 790)

6103

De Kamer zal in november een

Parlementaire agenda [09-09-2015]

Uitgaande brief [15-07-2016] –

 

standpunt ontvangen bij het rapport

– AO Decentralisatie Wmo/Wlz

Maximale effecten Wlz (19611)

 

van het onderzoek van Zorginstituut

(4211)

 
 

Nederland naar de criteria

   
 

waaronder toegang tot de Wlz

   
 

wordt geregeld (2015-291).

   

6104

De Kamer zal zo snel mogelijk na

Parlementaire agenda [09-09-2015]

Uitgaande brief [26-11-2015] –

 

1 november worden geïnformeerd

– AO Decentralisatie Wmo/Wlz

Verdiepend onderzoek verdeling

 

over de verdeling van de budgetten

(4211)

budget beschermd wonen

 

beschermd wonen (2015-292).

 

(29 538-200) (18 644)

6105

In januari 2016 ontvangt de Kamer

Parlementaire agenda [09-09-2015]

Uitgaande brief [13-01-2016] –

 

de voortgangsrapportage over de

– AO Decentralisatie Wmo/Wlz

Voortgangsbrief informele zorg

 

informele zorg i.c. mantelzorg en

(4211)

(30 169-43) (18 808)

 

vrijwilligerswerk (2015-293).

   

6107

Ter gelegenheid van de begrotings-

Parlementaire agenda [09-09-2015]

Uitgaande brief [15-06-2016] – Meer

 

behandeling zal getracht worden de

– AO Decentralisatie Wmo/Wlz

tijd voor zorg: merkbaar minder

 

Kamer bij brief te informeren over

(4211)

regeldruk (29 515-388) (19 437)

 

de aanpak van administratieve

   
 

lasten (2015-299).

   

ID

Omschrijving

Vindplaats

Stand van zaken

6116

Registratie ministerie: De Staatsse-

Parlementaire agenda [07-10-2015]

Uitgaande brief [12-01-2016] –

 

cretaris informeert de Kamer over

  • AO Ouderenmishandeling (4223)

Voortgangsrapportage Geweld in

 

de vraag of er voor de Wkkgz een

 

Afhankelijkheidsrelaties (28 345-153)

 

AmvB komt met betrekking tot de

 

(18 806)

 

VOG-verplichting. Registratie TK:

   
 

De Kamer zal worden geïnformeerd

   
 

over een mogelijke AMvB inzake de

   
 

Verklaring Omtrent het Gedrag

   
 

(VOG) (2015-302)

   

6118

De Kamer ontvangt in december

Parlementaire agenda [07-10-2015]

Uitgaande brief [12-01-2016] –

 

een vervolgrapportage, waarin o.a.

  • AO Ouderenmishandeling (4223)

Voortgangsrapportage Geweld in

 

zal worden ingegaan op de vraag of

 

Afhankelijkheidsrelaties (28 345-153)

 

digitale toegang van kantonrechters

 

(18 806)

 

tot het Centraal Levenstestamentre-

   
 

gister mogelijk is, op de opzet en de

   
 

opdracht van het onderzoek naar

   
 

spontane melding, en de politiere-

   
 

gistratie en de registratie van

   
 

ouderenmishandeling door het OM.

   
 

Getracht zal worden de Kamer

   
 

eerder dan in het kader van de

   
 

voortgangsrapportage in november

   
 

te informeren over de eerste versie

   
 

van de onderzoeksopzet (incl. de

   
 

planning), waarin ook aandacht zal

   
 

worden besteed aan de positie van

   
 

de mantelzorgers (2015-300).

   

6119

Aan de Kamer zal nog dit jaar

Parlementaire agenda [07-10-2015]

Uitgaande brief [12-01-2016] –

 

worden gerapporteerd over de

  • AO Ouderenmishandeling (4223)

Voortgangsrapportage Geweld in

 

werking van Veilig Thuis, specifiek

 

Afhankelijkheidsrelaties (28 345-153)

 

voor de ouderendoelgroep

 

(18 806)

 

(2015-301).

   

6189

Na de jaarwisseling 2015/2016 zal

Parlementaire agenda [08-10-2015]

Uitgaande brief [29-10-2015] – Samen

 

de Kamer een verslag ontvangen

  • AO Patiëntveiligheid (4184)

beslissen (31 765-169) (18 548)

 

over het inzetten van de

   
 

NZa-beleidsregel ten aanzien van

   
 

kijk- en luistergeld in de nieuwe

   
 

inkoopronde (blz. 17, 24, 25).

   
 

2015-330

   

6190

De Kamer zal nader worden bericht

Parlementaire agenda [08-10-2015]

Uitgaande brief [08-03-2016] –

 

over het eventueel bij een

  • AO Patiëntveiligheid (4184)

Verzamelbrief (34 300-XVI-155)

 

onafhankelijke partij beleggen van

 

(19 026)

 

het evalueren en analyseren van de

   
 

risico’s bij de toepassing van

   
 

medische technologie (blz. 19).

   
 

2015-331

   

6224

Er komt een stand-van-zakenbrief

Parlementaire agenda [10-12-2015]

Uitgaande brief [02-06-2016] –

 

na 1 april 2016, als de geschillen-

– AO Kwaliteit Loont (4222)

Geschilbeslechting zorgcontractering

 

commissie is aangetreden, over

 

(29 689-717) (19 364)

 

onder andere de precontractuele en

   
 

de contractuele fase (2015-336)

   

6227

Iom Frederik van Doorn en Job

Parlementaire agenda [14-12-2015]

Uitgaande brief [07-07-2016] –

 

Paulus is de toezegging gewijzigd

– Nota overleg (4174)

Beleidskader van de ACM voor de

 

in:«De Kamer ontvangt een

Geplande brief [07-07-2016] –

zorg (19 583)

 

beleidskader voor de ACM»

Beleidskader ACM (545)

 

6228

De Kamer ontvangt in januari 2016

Parlementaire agenda [14-12-2015]

Uitgaande brief [27-01-2016] –

 

een brief, na een beleidsdoor-

– Nota overleg (4174)

Beleidsdoorlichting positie cliënt

 

lichting, met een subsidiërings-

 

(32 772-10) (18 863)

 

raamwerk patiënten- en cliëntenor-

   
 

ganisaties (2015-349)

   

ID

Omschrijving

Vindplaats

Stand van zaken

6229

Over de ambities van de Minister

Uitgaande brief [28-10-2015] –

Uitgaande brief [29-10-2015] – Samen

 

voor «Samen beslissen», zoals de

Schriftelijke Kamervragen begroting

beslissen (31 765-169) (18 548)

 

pilot met het time out consult,

VWS 2016 (34 300-XVI-12) (18 531)

 
 

wordt de Kamer zo mogelijk nog

   
 

voor de behandeling van de

   
 

begroting geïnformeerd (2015-303).

   
 

VOLDAAN: brief van 29 oktober

   
 

2015 (31 765-169)

   

6230

Binnenkort ontvangt de Kamer de

Uitgaande brief [28-10-2015] –

Uitgaande brief [29-10-2015] –

 

vierde voortgangsrapportage

Schriftelijke Kamervragen begroting

Voortgang programma Rechtmatige

 

Aanpak fouten en fraude (2015-304)

VWS 2016 (34 300-XVI-12) (18 531)

Zorg 2015 (28 828-93) (18 549)

6231

Eind van dit jaar wordt de Kamer

Uitgaande brief [28-10-2015] –

Uitgaande brief [28-01-2016] –

 

geïnformeerd over de uitkomsten

Schriftelijke Kamervragen begroting

Verzamelbrief januari 2016 (34 300-

 

van het traject controle jaarreke-

VWS 2016 (34 300-XVI-12) (18 531)

XVI-153) (18 873)

 

ningen ggz (2015-305)

   

6232

Rond de jaarwisseling ontvangt de

Uitgaande brief [28-10-2015] –

Uitgaande brief [28-10-2015] –

 

Kamer een brief over de rol van

Schriftelijke Kamervragen begroting

Schriftelijke Kamervragen begroting

 

preventie in de gezondheids-

VWS 2016 (34 300-XVI-12) (18 531)

VWS 2016 (34 300-XVI-12) (18 531)

 

(zorg)keten en de motie-Wolbert

   
 

(mogelijkheden voor betaaltitel

   
 

preventie) (2015-306)

   

6233

Over de uitkomsten van het

Uitgaande brief [28-10-2015] –

Uitgaande brief [02-11-2015] – Derde

 

onderzoek over de wijze waarop

Schriftelijke Kamervragen begroting

voortgangsrapportage HLZ

 

gemeenten invulling geven aan de

VWS 2016 (34 300-XVI-12) (18 531)

(34 104-83) (18 572)

 

mogelijkheid tot het vragen van

   
 

eigen bijdragen bij algemene

   
 

voorzieningen zal de Kamer in de

   
 

volgende voortgangsrapportage

   
 

HLZ worden geïnformeerd

   
 

(2015-307)

   

6234

In januari 2016 wordt de Kamer

Uitgaande brief [28-10-2015] –

Uitgaande brief [09-03-2016] –

 

geïnformeerd over de voortgang

Schriftelijke Kamervragen begroting

Voortgang Nationaal Programma

 

van het Nationaal Programma

VWS 2016 (34 300-XVI-12) (18 531)

Preventie 2015 (32 793-210) (19 046)

 

Preventie (2015-308)

   

6235

Later dit jaar ontvangt de Kamer de

Uitgaande brief [28-10-2015] –

Uitgaande brief [04-12-2015] –

 

landelijke nota Gezondheidsbeleid

Schriftelijke Kamervragen begroting

Landelijke nota gezondheidsbeleid

 

(2015-309)

VWS 2016 (34 300-XVI-12) (18 531)

2016-2019 (32 793-204) (18 681)

6236

Voor de jaarwisseling ontvangt de

Uitgaande brief [28-10-2015] –

Uitgaande brief [26-01-2016] –

 

Kamer een voortgangsbrief over

Schriftelijke Kamervragen begroting

Voortgangsbrief Curatieve zorg in

 

curatieve zorg in krimpregio’s

VWS 2016 (34 300-XVI-12) (18 531)

krimpregio’s (29 247-216) (18 849)

 

(2015-310)

   

6237

Over de dienstapotheken ontvangt

Uitgaande brief [28-10-2015] –

Uitgaande brief [28-10-2015] –

 

de Kamer op korte termijn een brief

Schriftelijke Kamervragen begroting

Farmaceutische spoedzorg

 

(2015-311)

VWS 2016 (34 300-XVI-12) (18 531)

(29 477-351) (18 533)

6238

Naar verwachting zal begin 2016 de

Uitgaande brief [28-10-2015] –

Uitgaande brief [07-07-2016] –

 

tweede nota van wijziging bij het

Schriftelijke Kamervragen begroting

voorstel van wet, houdende regels

 

wetsvoorstel Verplichte ggz de

VWS 2016 (34 300-XVI-12) (18 531)

voor het kunnen verlenen van

 

Kamer bereiken (2015-312)

 

verplichte zorg aan een persoon met een psychische stoornis (Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg) (Kamerstukken II 2009/10, 32 399), (19 580)

ID

Omschrijving

Vindplaats

Stand van zaken

6239

Voor de begrotingsbehandeling zal

Uitgaande brief [28-10-2015] –

Uitgaande brief [29-10-2015] – Plan

 

de Kamer een breed plan van

Schriftelijke Kamervragen begroting

van aanpak aanjaagteam verwarde

 

aanpak voor de opvang van

VWS 2016 (34 300-XVI-12) (18 531)

personen (25 424-290) (18 541)

 

verwarde personen ontvangen

   
 

(2015-313). VOLDAAN: brief van

   
 

29 oktober 2015 (25 424-290)

   

6241

Voor de behandeling van de

Uitgaande brief [28-10-2015] –

Uitgaande brief [29-10-2015] – Samen

 

begroting ontvangt de Kamer een

Schriftelijke Kamervragen begroting

beslissen (31 765-169) (18 548)

 

brief over de voortgang van het

VWS 2016 (34 300-XVI-12) (18 531)

 
 

Jaar van de transparantie

   
 

(2015-315)

   

6242

Eind 2015 ontvangt de Kamer een

Uitgaande brief [28-10-2015] –

Uitgaande brief [29-01-2016] – Visie

 

nieuwe visie geneesmiddelen-

Schriftelijke Kamervragen begroting

op geneesmiddelen: Nieuwe

 

beleid (in Europees perspectief)

VWS 2016 (34 300-XVI-12) (18 531)

geneesmiddelen snel bij de patiënt

 

(2015-316)

 

tegen aanvaardbare kosten (29477-358) (18 886)

6243

Naar verwachting zal een

Uitgaande brief [28-10-2015] –

De Koning heeft de wet aan de

 

wetsvoorstel voor strengere regels

Schriftelijke Kamervragen begroting

Tweede Kamer aangeboden. Het

 

voor e-sigaretten zonder nicotine in

VWS 2016 (34 300-XVI-12) (18 531)

kenmerk van die brief is het

 

de eerste helft van 2016 naar de

 

kamerstuk 34 470 nr. 1.

 

Kamer gezonden (2015-317)

   

6244

In het voorjaar van 2016 zal de

Uitgaande brief [28-10-2015] –

Uitgaande brief [09-05-2016] – RIVM

 

Kamer worden geïnformeerd over

Schriftelijke Kamervragen begroting

monitor «De voedingsomgeving op

 

de uitkomsten van de door het

VWS 2016 (34 300-XVI-12) (18 531)

scholen» (31 899-27) (19 281)

 

RIVM uitvoering van de monitor

   
 

naar aanleiding van de motie

   
 

Vendrik uit 2009 (31 899-8) waarin

   
 

wordt gevraagd beleid te ontwik-

   
 

kelen gericht op 100% gezond

   
 

aanbod in alle schoolkantines in

   
 

2015 (2015-318)

   

6245

Zoals verzocht in de motie-Wolbert

Uitgaande brief [28-10-2015] –

Uitgaande brief [21-10-2015] – Reactie

 

(32 793-183) om alle schoolkantines

Schriftelijke Kamervragen begroting

op moties Wolbert (TK 32 793, nr.

 

per 1 januari 2017 gezond te laten

VWS 2016 (34 300-XVI-12) (18 531)

 

zijn krijgt de Kamer een brief

 

(31 899-26) (18 507)

 

toegezonden met een visie op dit

   
 

vraagstuk en een plan van aanpak

   
 

voor 2016. (2015-319)

   

6246

In 2016 ontvangt de Kamer een

Uitgaande brief [28-10-2015] –

In overleg met BZK overgedragen,

 

nieuwe Monitor Investeren voor de

Schriftelijke Kamervragen begroting

Peter Alders met Wilbert van Bijlert

 

Toekomst (2015-321).

VWS 2016 (34 300-XVI-12) (18 531)

(BZK)

6247

Het streven is erop gericht de eerste

Uitgaande brief [28-10-2015] –

Uitgaande brief [21-06-2016] –

 

monitor over het Zvw-pgb voor

Schriftelijke Kamervragen begroting

Monitor Zvw-pgb 2015 (19 454)

 

1 april 2016 uit te brengen

VWS 2016 (34 300-XVI-12) (18 531)

 
 

(2015-322)

   

6248

In het voorjaar van 2016 ontvangt

Uitgaande brief [28-10-2015] –

Uitgaande brief [15-06-2016] – Meer

 

de Kamer de eindevaluatie van het

Schriftelijke Kamervragen begroting

tijd voor zorg: merkbaar minder

 

programma Experiment Regelarme

VWS 2016 (34 300-XVI-12) (18 531)

regeldruk (29 515-388) (19 437)

 

Instellingen. (2015-323). In het a.o.

   
 

Kwaliteit verpleeghuiszorg is de

   
 

maand februari genoemd.

   

6249

In de vierde voortgangsrapportage

Uitgaande brief [28-10-2015] –

Uitgaande brief [29-10-2015] –

 

«Rechtmatige zorg: aanpak fouten

Schriftelijke Kamervragen begroting

Voortgang programma Rechtmatige

 

en fraude», die binnenkort aan de

VWS 2016 (34 300-XVI-12) (18 531)

Zorg 2015 (28 828-93) (18 549)

 

Kamer wordt gezonden, zal o.a.

   
 

worden ingegaan worden op de

   
 

stand van zaken t.a.v. een meldcode

   
 

(2015-339)

   

ID

Omschrijving

Vindplaats

Stand van zaken

6250

Binnenkort ontvangt de Kamer een

Uitgaande brief [28-10-2015] –

Uitgaande brief [29-10-2015] –

 

separate brief met een standpunt

Schriftelijke Kamervragen begroting

Vervolg Dopingconferentie en

 

over de laatste ontwikkelingen op

VWS 2016 (34 300-XVI-12) (18 531)

Onderzoek Topsporters mbt doping

 

het gebied van doping (2015-340)

 

(30 234-139) (18 555)

6252

Naar verwachting zal de brief met

Uitgaande brief [28-10-2015] –

Uitgaande brief [29-01-2016] – Visie

 

een geneesmiddelenvisie, waarin

Schriftelijke Kamervragen begroting

op geneesmiddelen: Nieuwe

 

o.a. zal worden ingegaan op de

VWS 2016 (34 300-XVI-12) (18 531)

geneesmiddelen snel bij de patiënt

 

diagnostiek en gepast gebruik, voor

 

tegen aanvaardbare kosten

 

de kerst aan de Kamer worden

 

(29 477-358) (18 886)

 

gezonden (2015-342)

   

6254

Naar verwachting kunnen de

Uitgaande brief [28-10-2015] –

Uitgaande brief [05-04-2016] –

 

resultaten van de evaluatie van de

Schriftelijke Kamervragen begroting

Evaluatie overheveling geneesmid-

 

overheveling van geneesmiddelen

VWS 2016 (34 300-XVI-12) (18 531)

delen (29 477-370) (19 173)

 

In het najaar naar de Kamer worden

   
 

gezonden (2015-344)

   

6255

Naar verwachting kan het

Uitgaande brief [28-10-2015] –

Uitgaande brief [27-10-2015] –

 

eindrapport van de werkgroep die

Schriftelijke Kamervragen begroting

Psychosociale zorg bij somatische

 

zich buigt over mogelijkheden om

VWS 2016 (34 300-XVI-12) (18 531)

aandoeningen (25 424-289) (18 525)

 

de psychosociale behandeling

   
 

integraal onderdeel te laten zijn van

   
 

de behandeling voor de begrotings-

   
 

behandeling naar de Kamer worden

   
 

gezonden (2015-345)

   

6261

Toezegging Juridische expertise

Parlementaire agenda [29-09-2015]

Uitgaande brief [09-12-2015] – de

 

geschillencommissie: De Minister

– Behandeling wet Kwaliteits-

Uitvoeringsregeling Wkkgz (Eerste

 

van VWS zegt de Kamer, naar

klachten en geschillen zorg, nr.

Kamer) (18 705)

 

aanleiding van een vraag van het lid

32 402 (tijdstip ntb) (4190)

 
 

Bruijn, toe het vereiste van

   
 

juridische expertise bij geschillen-

   
 

beslechting in een ministeriële

   
 

regeling op te nemen; deze

   
 

ministeriële regeling zal aan de

   
 

Kamer worden aangeboden.

   

6267

Toezegging Uitbreiding werkings-

Parlementaire agenda [29-09-2015]

Uitgaande brief [22-12-2015] – Wkkgz

 

sfeer: De Minister van VWS zegt de

– Behandeling wet Kwaliteits-

en Wmo (32 402-71) (18 768)

 

Kamer, naar aanleiding van

klachten en geschillen zorg, nr.

 
 

opmerkingen van de leden Don en

32 402 (tijdstip ntb) (4190)

 
 

Nooren, toe om te polsen of er in de

   
 

Tweede Kamer steun bestaat voor

   
 

een mogelijke uitbreiding van de

   
 

werkingssfeer van de Wkkgz naar

   
 

de Wmo 2015. De Kamer zal over de

   
 

uitkomsten worden geïnformeerd.

   

6281

In het eerste kwartaal van 2016 zal

Parlementaire agenda [17-12-2015]

Uitgaande brief [21-06-2016] –

 

de AMvB ter verankering van de

– AO over het aanstaande faillis-

Voorhang ontwerpbesluit ter

 

code marktverantwoordelijk gedrag

sement van TSN en de continuïteit

waarborging van een goede

 

bij de Kamer worden voorge-

van de thuiszorg (4316)

verhouding tussen de prijs voor de

 

hangen, waarin ook ingegaan zal

 

levering van een voorziening en de

 

worden op de casus Tilburg (2016-1)

 

eisen die worden gesteld aan de kwaliteit van de voorziening en de continuïteit in de hulpverlening tussen de cliënt en de hulpverlener (19 452)

ID

Omschrijving

Vindplaats

Stand van zaken

6288

De Kamer ontvangt een standpunt

Parlementaire agenda [23-11-2015]

Uitgaande brief [26-01-2016] –

 

over het eventueel terugvorderen

– Wetgevingsoverleg onderdeel

antwoorden op de vragen van de

 

van de middelen voor het WK-bid

Sport en Bewegen (4249)

Kamerleden Van Dekken (PvdA) en

 

2018 na afronding van de twee

 

Dijkstra (D66) over gesjoemel bij het

 

juridische onderzoeken naar de FIFA

 

Nederlands-Belgisch Wk-bid

 

en de stellingname van de KNVB en

 

(2015Z25028) (18 860)

 

de Belgische Voetbalbond ter zake

   
 

(blz. 28, 29).

   

6292

Voor de zomer 2016 wordt de

Parlementaire agenda [23-11-2015]

Uitgaande brief [03-05-2016] –

 

Kamer geïnformeerd over de

– Wetgevingsoverleg onderdeel

Verzamelbrief april (34 300-XVI-160)

 

uitvoering van het plan van aanpak

Sport en Bewegen (4249)

(19 277)

 

«Op weg naar een duurzaam

   
 

zwemveilig Nederland in 2020»

   
 

door de zwembranche en enkele

   
 

ministeries, waaronder over

   
 

cofinanciering. (blz. 44, 62).

   

6293

In de in het voorjaar 2016 toege-

Parlementaire agenda [23-11-2015]

Uitgaande brief [23-06-2016] –

 

zegde brief zal de Kamer ook

– Wetgevingsoverleg onderdeel

Voortgangsbrief Sport juni 2016

 

worden geïnformeerd over de

Sport en Bewegen (4249)

(19 469)

 

mogelijkheden van het bevorderen

   
 

van vrijwilligerswerk bij sportver-

   
 

enigingen door gehandicapten en

   
 

welke drempels in de sport op dat

   
 

vlak weggenomen moeten worden.

   
 

(blz. 48).

   

6299

De Staatssecretaris verstuurt begin

Parlementaire agenda [27-01-2016]

Uitgaande brief [16-12-2015] –

 

dit jaar Amvb over experimenteer-

– AO Innovatiebeleid in de zorg

Aanlevering tkb’s en stand van zaken

 

artikel Wlz, gezien link experimen-

(4276)

pilot integraal pgb (25 657-232)

 

teren over domeinen Zvw, Wlz,

 

(18 734)

 

Wpg en Wmo heen

   

6308

Op verzoek van mw. Bouwmeester

Parlementaire agenda [19-11-2015]

Uitgaande brief [05-07-2016] –

 

heeft de Minister toegezegd een

– AO evaluatie wet BIG/Medisch

Werkwijze inzet onafhankelijk

 

Commissie van wijzen te onder-

tuchtrecht/Medisch beroepsgeheim

deskundige arts bij signalen en

 

zoeken bij het alternatief dat wordt

(4260)

verdenkingen van fraude in de zorg

 

verkend. Zie toezegging Delphi

 

(19 552)

 

6112. (blz. 16, 17). 2015-359

   

6309

Na overleg met de KNMG ontvangt

Parlementaire agenda [19-11-2015]

Uitgaande brief [15-06-2016] –

 

de Kamer in het voorjaar een brief

– AO evaluatie wet BIG/Medisch

Medisch beroepsgeheim (34 300-

 

over meer kennis en betere

tuchtrecht/Medisch beroepsgeheim

XVI-161) (19 429)

 

toepassing van het medisch

(4260)

 
 

beroepsgeheim in de praktijk op

   
 

diverse terreinen, waarbij o.a. wordt

   
 

ingegaan op de opleidingen, de

   
 

informatievoorziening aan

   
 

patiënten, en de rol van de IGZ, het

   
 

UWV en de gemeenten (blz. 20, 21,

   
 

36). 2015-360

   

6311

De Kamer ontvangt voor de

Parlementaire agenda [19-11-2015]

Uitgaande brief [08-03-2016] –

 

behandeling VTO Wmg een

– AO evaluatie wet BIG/Medisch

Privacywaarborgen materiële

 

overzicht van hoe vaak zorgverzeke-

tuchtrecht/Medisch beroepsgeheim

controle (33 980-10) (19 040)

 

raars dossiers opvragen voor

(4260)

 
 

detailcontroles bij naturapolissen

   
 

en van wat dit oplevert (blz. 22, 38,

   
 

39). 2015-362

   

ID

Omschrijving

Vindplaats

Stand van zaken

6312

In de volgende verzamelbrief, de

Parlementaire agenda [19-11-2015]

Uitgaande brief [08-03-2016] –

 

kerstbrief, ontvangt de Kamer

– AO evaluatie wet BIG/Medisch

Privacywaarborgen materiële

 

informatie over de opzet van het

tuchtrecht/Medisch beroepsgeheim

controle (33 980-10) (19 040)

 

onderzoek naar de impact van

(4260)

 
 

meldingen gedurende het proces

   
 

aan betrokkenen over inzage in

   
 

medische dossiers door verzeke-

   
 

raars in het kader van materiële

   
 

controles (blz. 23, 24). 2015-363

   

6313

Binnenkort ontvangt de Kamer een

Parlementaire agenda [19-11-2015]

Uitgaande brief [16-12-2015] –

 

reactie op het Panteia-onderzoek

– AO evaluatie wet BIG/Medisch

Beleidsreactie op advies Panteia:

 

over kennis van de Nederlandse

tuchtrecht/Medisch beroepsgeheim

Nederlands gesproken (29 282-240)

 

taal bij BIG-registratie in

(4260)

(18 733)

 

samenhang met de EU-richtlijn

   
 

beroepskwalificaties (blz. 31). *

   
 

2015-364

   

6314

Medio 2016 komt informatie naar

Parlementaire agenda [19-11-2015]

Uitgaande brief [15-03-2016] – Veilig

 

de Kamer over de tussenstand van

– AO evaluatie wet BIG/Medisch

melden (29 282-247) (19 060)

 

de pilot zero tolerance middelenge-

tuchtrecht/Medisch beroepsgeheim

 
 

bruik bij artsen (blz. 39). 2015-365

(4260)

 

6337

Voor de zomer 2016 ontvangt de

Parlementaire agenda [18-02-2016]

Uitgaande brief [06-07-2016] –

 

Kamer een reactie op het plan van

– AO Arbeidsmarktbeleid

opleidingen publieke gezond-

 

aanpak van betrokken partijen om

zorgsector/TSN (4325)

heidszorg (19 569)

 

de instroom in de opleiding

   
 

publieke gezondheid te bevorderen

   
 

(2016-8)

   

6338

Na afloop van de consultatieronde

Parlementaire agenda [18-02-2016]

Uitgaande brief [21-06-2016] –

 

ontvangt de Kamer de AMvB Code

– AO Arbeidsmarktbeleid

Voorhang ontwerpbesluit ter

 

Verantwoordelijk Marktgedrag

zorgsector/TSN (4325)

waarborging van een goede

 

Thuisondersteuning, waarin o.a. het

 

verhouding tussen de prijs voor de

 

verbod alphahulpen, contract-

 

levering van een voorziening en de

 

vrijheid van gemeenten en de

 

eisen die worden gesteld aan de

 

positie van zzp’ers aan de orde

 

kwaliteit van de voorziening en de

 

komen (2016-9)

 

continuïteit in de hulpverlening tussen de cliënt en de hulpverlener (19 452)

6339

Komende maand ontvangt de

Parlementaire agenda [18-02-2016]

Uitgaande brief [07-04-2016] –

 

Kamer een brief over de modelover-

– AO Arbeidsmarktbeleid

modelovereenkomsten voor zzp’ers

 

eenkomst zzp’ers na overleg met de

zorgsector/TSN (4325)

in de zorg (32 642-11) (19 187)

 

Staatssecretaris van Financiën

   
 

(2016-10)

   

6342

In de volgende voortgangsrap-

Parlementaire agenda [10-12-2015]

Uitgaande brief [17-03-2016] –

 

portage Voortgang trekkingsrecht

  • AO pgb (4284)

Voortgang trekkingsrecht pgb

 

pgb in het eerste kwartaal van 2016

 

(25 657-235) (19 084)

 

zal de Kamer worden bericht over

   
 

de stand van zaken van de

   
 

verbeterplannen (o.a. uniformering

   
 

en standaardisering), dus wat er is

   
 

gebeurd, wat nog gedaan moet

   
 

worden en welke punten nog

   
 

fundamenteel moeten verbeteren,

   
 

inclusief de uitvoeringstoets en de

   
 

ICT-kant ervan (met de voortgang

   
 

van het KPMG-rapport) (blz. 24, 25,

   
 

38, 39, 42). 2015-369

   

6343

In de volgende voortgangsrap-

Parlementaire agenda [10-12-2015]

Uitgaande brief [17-03-2016] –

 

portage HLZ in het eerste kwartaal

  • AO pgb (4284)

Voortgang trekkingsrecht pgb

 

van 2016 wordt de Kamer bericht

 

(25 657-235) (19 084)

 

over een eventueel ontmoedigings-

   
 

beleid pgb’s (blz. 27/28). 2015-370

   

ID

Omschrijving

Vindplaats

Stand van zaken

6344

Begin volgend jaar wordt de Kamer

Parlementaire agenda [02-12-2015]

Uitgaande brief [02-05-2016] –

 

geïnformeerd over de resultaten

– AO Decentralisatie Wmo (4262)

Voortgang en ambitie Wmo,

 

van het overleg met de VNG en

 

volwaardig meedoen (29 538-214)

 

zorgverzekeraars om tot een

 

(19 270)

 

effectieve zorgverlening te komen,

   
 

en over de oplossing van

   
 

problemen met de betaaltitels

   
 

(2015-378)

   

6345

Begin volgend jaar verschijnt de

Parlementaire agenda [02-12-2015]

De Tweede Kamer is met de

 

rapportage van het Aanjaagteam

– AO Decentralisatie Wmo (4262)

kabinetsreactie op het rapport «Van

 

Langer Zelfstandig Wonen

 

tehuis naar huis» van het

 

(2015-380)

 

Aanjaagteam Langer Zelfstandig Wonen van 23 mei 2016 geïnformeerd.

6351

De Kamer zal voor de zomer

Parlementaire agenda [18-02-2016]

Uitgaande brief [08-07-2016] – Stand

 

worden geïnformeerd over de

  • AO Ambulancezorg/SEH/Acute

van zaken moties en toezeggingen

 

uitkomsten van het overleg met

zorg/Traumazorg (4358)

zomer 2016 (19601)

 

burgerhulpverleningnetwerken en

   
 

RAV’s over de bereikbaarheid en het

   
 

onderhoud van AED’s en de

   
 

mogelijkheden om declaratie van

   
 

gebruiksgebonden kosten te

   
 

vereenvoudigen.Toezegging zoals

   
 

door TK geregistreerd: Voor de

   
 

zomer wordt de Kamer bericht over

   
 

de uitkomsten van de gesprekken

   
 

met burgernetwerken, fabrikanten,

   
 

ZN en RAV’s over de herkenning,

   
 

vindbaarheid en financiering van

   
 

het onderhoud van de aed’s (blz.

   
 

22). 2016-33

   

6386

Beleidsreactie op het advies van

Parlementaire agenda [03-03-2016]

Uitgaande brief [15-07-2016] –

 

ZIN over toegang tot Wlz voor

  • AO Wlz (4338)

Maximale effecten Wlz (19611)

 

doelgroep ggz.

   

6387

TK ontvangt het plan van aanpak

Parlementaire agenda [03-03-2016]

Uitgaande brief [01-07-2016] – Samen

 

Gehandicaptenzorg waarbij

  • AO Wlz (4338)

werken aan een betere gehandicap-

 

rekening wordt gehouden met de

 

tenzorg (24170-152) (19533)

 

aanbevelingen van Kansplus. NB:

   
 

personeelssamenstelling

   

6388

Brief over het terugdringen van

Parlementaire agenda [03-03-2016]

Uitgaande brief [15-06-2016] – Meer

 

administratieve lasten (incl ERAI)

  • AO Wlz (4338)

tijd voor zorg: merkbaar minder regeldruk (29515-388) (19 437)

6393

Bij de beantwoording van Kamer-

Parlementaire agenda [03-03-2016]

Uitgaande brief [29-03-2016] –

 

vragen Leijten zal worden ingegaan

  • AO Wlz (4338)

antwoorden op de vragen van het

 

op de lange wachttijden bij

 

Kamerlid Leijten (SP) over het bericht

 

aanvraag pgb

 

«Zorgen om lang wachten op pgb» (persoonsgebonden budget) (19 133)

6403

Bij de verdere vormgeving van de

Parlementaire agenda [28-01-2016]

Uitgaande brief [20-05-2016] –

 

subsidieregeling voor palliatieve

– AO Palliatieve Zorg (4286)

Wijziging regeling PTZ (29 509-61)

 

zorg voor vrijwilligers wordt

 

(19 313)

 

bekeken hoe deze regeling flexibel

   
 

gemaakt kan worden (blz. 23, 29).

   
 

2016-14

   

ID

Omschrijving

Vindplaats

Stand van zaken

6409

Uitvoeren van een impactanalyse

Parlementaire agenda [17-03-2016]

Uitgaande brief [05-07-2016] –

 

over mogelijkheid aanpassen

  • AO Eerstelijnszorg (4282)

Analyse vergunningensystematiek

 

wetgeving, regelgeving of

 

apotheekhoudend huisarts (19 560)

 

richtlijnen rondom apotheekhou-

   
 

dende huisartsen. In de analyse

   
 

moeten verschillende oplossings-

   
 

richtingen met voor- en nadelen

   
 

terugkomen.

   
 
  •  
    De opzet van impactanalyse wordt
   
 

gedeeld met de TK.

   

6410

Rapport NZa dat inzicht biedt in

Parlementaire agenda [17-03-2016]

Uitgaande brief [14-06-2016] –

 

budgetpolissen en de contractering

  • AO Eerstelijnszorg (4282)

Resultaten vervolgonderzoek

 

van internetapotheken wordt

 

zorgpolissen met beperkende

 

verzonden aan TK. Waarbij wordt

 

kenmerken (29 689-723) (19 424)

 

ingegaan of verzekeraars aan de

   
 

zorgplicht van goede geneesmid-

   
 

delen zorg voldoen als alleen

   
 

internetapotheken zijn gecontrac-

   
 

teerd.

   

6412

Brief aan TK mogelijkheden voor

Parlementaire agenda [17-03-2016]

Uitgaande brief [08-07-2016] – Zorg

 

innovatie/nieuwe zorgvromen

  • AO Eerstelijnszorg (4282)

voor kwetsbare ouderen thuis

 

binnen de 1e lijn /reactie op

 

(19 593)

 

signalering NZa huisartsenzorg.

   

6416

Plan van aanpak mondzorg voor

Parlementaire agenda [17-03-2016]

Uitgaande brief [30-06-2016] – Plan

 

kwetsbare ouderen aan TK

  • AO Eerstelijnszorg (4282)

van aanpak mondzorg kwetsbare

 

versturen

 

ouderen (33 578-30) (19 530)

6417

Uitvraag bij CPB welk effect het

Parlementaire agenda [17-03-2016]

Uitgaande brief [08-07-2016] – Stand

 

toevoegen van mondzorg zoals

  • AO Eerstelijnszorg (4282)

van zaken moties en toezeggingen

 

deze voor 18- geldt in de basisver-

 

zomer 2016 (19601)

 

zekering heeft op de kosten/premie.

   
 

Daarbij wel de aantekening dat de

   
 

Minister niet voornemens is dit

   
 

onder het pakket te brengen.

   

6418

Het advies van de landsadvocaat

Parlementaire agenda [17-03-2016]

Deze brief is uitgegaan via directie CZ

 

over Goodwill wordt vertrouwelijk

  • AO Eerstelijnszorg (4282)

(Caspar Lombaers). Zie bijgaand de

 

ter inzage aan Kamer beschikbaar

 

ondertekende oplegger. De

 

(indien dit past binnen het

 

toezegging is voldaan door het

 

kabinetsbeleid).Na inzage bekijkt lid

 

advies van de Landsadvocaat

 

Bruins-Slot CDA of een VAO wordt

 

vertrouwelijk mee te zenden.

 

aangevraagd.

   

6419

TK wordt geïnformeerd over de

Parlementaire agenda [17-03-2016]

Uitgaande brief [08-07-2016] – Zorg

 

voortgang van het praktijkteam.

  • AO Eerstelijnszorg (4282)

voor kwetsbare ouderen thuis (19 593)

6420

Het rapport/ onderzoek van het

Parlementaire agenda [17-03-2016]

Uitgaande brief [08-07-2016] – Stand

 

NIVEL dat in opdracht van de

  • AO Eerstelijnszorg (4282)

van zaken moties en toezeggingen

 

KNMG wordt uitgevoerd over de

 

zomer 2016 (19601)

 

tolken bij specifieke zorg versturen

   
 

aan TK, reactie/ visie volgt later.

   

6421

TK wordt per brief geïnformeerd of

Parlementaire agenda [17-03-2016]

Uitgaande brief [30-05-2016] –

 

het eerstelijnsverblijf per 1 januari

  • AO Eerstelijnszorg (4282)

Eerstelijns verblijf in de Zorgverzeke-

 

2017 wordt overgeheveld naar de

 

ringswet per 2017 (34 104-125)

 

Zvw.

 

(19 339)

6422

Reactie van de Staatssecretaris over

Parlementaire agenda [17-03-2016]

Uitgaande brief [29-03-2016] – reactie

 

hoe het staat met de aparte

  • AO Eerstelijnszorg (4282)

op artikel NRC inzake wachtlijsten

 

aanspraak casemanagement

 

casemanagers dementie en stand van

 

dementie wordt aan TK verzonden

 

zaken motie aanspraak casemanager

 

(oude toezegging).

 

dementie (29 689-694) (19 131)

ID

Omschrijving

Vindplaats

Stand van zaken

6455

Vermoedelijk in april zal bij de

Parlementaire agenda [17-02-2016]

Afgedaan met: Wijziging van de Wet

 

Kamer een wetsvoorstel worden

– AO ZIKA virus (4368)

publieke gezondheid onder meer in

 

ingediend dat beoogt de verant-

 

verband met het opnemen daarin van

 

woordelijkheid voor de bestrijding

 

een aanbod van de overheid van

 

van exotische muggen bij de

 

vaccinaties en bevolkingsonderzoek

 

Minister van VWS neer te leggen

 

en nieuwe regels voor de bestrijding

 

(centralisatie) (blz. 7). 2016-18

 

van invasieve exotische vectoren

6457

Na ingekomen advies van

Parlementaire agenda [17-02-2016]

Uitgaande brief [03-05-2016] –

 

deskundigen, dat naar verwachting

– AO ZIKA virus (4368)

Verzamelbrief april (34 300-XVI-160)

 

volgende week verschijnt, wordt de

 

(19 277)

 

Kamer geïnformeerd over het

   
 

eventueel instellen van een

   
 

meldingsplicht (blz. 11). 2016-20

   

6458

De Kamer wordt geïnformeerd over

Parlementaire agenda [17-02-2016]

Uitgaande brief [08-07-2016] – Stand

 

eventuele veranderingen in de

– AO ZIKA virus (4368)

van zaken moties en toezeggingen

 

ontwikkelingen rond het zikavirus,

 

zomer 2016 (19601)

 

onder meer met het oog op de

   
 

Olympische Spelen (blz. 17).

   
 

2016-21

   

6462

De Minister zal het RIVM vragen om

Parlementaire agenda [31-03-2016]

Uitgaande brief [08-07-2016] –

 

de argumenten om niet opnieuw te

– AO Preventiebeleid (4328)

opsporing familiaire hypercholestero-

 

starten met de screening op

 

lemie (19 600)

 

familiaire hypercholesterolemie op

   
 

papier te zetten en hierover nog

   
 

overleg te plegen met het expertise-

   
 

centrum. De Kamer zal hierover

   
 

voor de zomer worden geïnfor-

   
 

meerd.

   

6464

De Minister zal samen met het

Parlementaire agenda [31-03-2016]

Uitgaande brief [29-06-2016] –

 

Ministerie van Veiligheid en Justitie

– AO Preventiebeleid (4328)

Toezegging positie directeur publieke

 

kijken naar de positie van de

 

gezondheid (32 793-230) (19 505)

 

directeuren publieke gezondheid in

   
 

het kader van de GHOR. Dit staat

   
 

los van het onderzoek dat wordt

   
 

uitgevoerd door de IGZ naar de

   
 

GGD’en. De Minister zal de

   
 

resultaten terugkoppelen in de

   
 

verzamelbrief voor de zomer.

   

6466

De Minister zal de Kamer in de

Parlementaire agenda [31-03-2016]

Uitgaande brief [08-07-2016] – Stand

 

verzamelbrief voor de zomer

– AO Preventiebeleid (4328)

van zaken moties en toezeggingen

 

informeren of het veld met een

 

zomer 2016 (19 601)

 

registratie komt van diabetes. Dit

   
 

betreft niet alleen diabetes bij

   
 

kinderen maar voor alle leeftijden.

   

6468

De Staatssecretaris zal voor de

Parlementaire agenda [31-03-2016]

Uitgaande brief [29-06-2016] –

 

zomer een plan van aanpak aan de

– AO Preventiebeleid (4328)

Preventie van roken vóór, tijdens en

 

Kamer aanbieden over stoppen met

 

na de zwangerschap (32 279-89)

 

roken bij zwangere vrouwen, in het

 

(19 508)

 

kader van SEGV. Bij de aanpak zal

   
 

rekening worden gehouden met

   
 

laaggeletterdheid. Ook zal het

   
 

eerder door het CDA gepresen-

   
 

teerde plan voor stoppen met roken

   
 

bij zwangere vrouwen hierbij

   
 

worden meegenomen.

   

6475

De Kamer ontvangt zo spoedig

Parlementaire agenda [18-02-2016]

Uitgaande brief [26-02-2016] – Stand

 

mogelijk na 23 februari een

– AO Arbeidsmarktbeleid

van zaken TSN Thuiszorg

 

stand-van-zakenbrief (2016-27)

zorgsector/TSN (4325)

(23 235-141) (18 980)

ID

Omschrijving

Vindplaats

Stand van zaken

6476

Het streven is erop gericht het

Parlementaire agenda [17-03-2016]

Toezegging is afgedaan met

 

wetsvoorstel over de herpositio-

– AO Governance (4321)

wetsvoorstel dat op 8 april 2016 door

 

nering van taken van de NZa en

 

het Kabinet van de Koning naar de

 

deregulering na Pasen naar de

 

Tweede Kamer gestuurd.

 

Kamer te sturen (2016-28)

   

6477

Dit voorjaar zal de Kamer een

Parlementaire agenda [17-03-2016]

Uitgaande brief [04-07-2016] – Stand

 

stand-van-zakenbrief integrale

– AO Governance (4321)

van zaken integrale bekostiging en

 

bekostiging ontvangen (deze

 

besturingsmodellen msz 2016

 

toezegging is reeds in de beleids-

 

(19 548)

 

brief van 14 maart jl. gedaan).

   
 

(2016-29)

   

6478

De Minister onderzoekt of de

Parlementaire agenda [07-04-2016]

Uitgaande brief [29-06-2016] –

 

WKKGZ gewijzigd kan worden wat

  • AO IGZ (4359)

Tussenrapportage over vaststellings-

 

betreft het punt dat het niet meer

 

overeenkomsten in de zorg

 

mogelijk is dat betrokkenen de stap

 

(33 149-46) (19 498)

 

naar de tuchtrechter per contract

   
 

uitsluiten. Daarbij worden ook de

   
 

zwijgcontracten meegenomen. De

   
 

Tweede Kamer heeft deze

   
 

toezegging als volgt geregistreerd:

   
 

De Minister onderzoekt of en, zo ja,

   
 

hoe de Wet kwaliteit, klachten en

   
 

geschillen zorg (Wkkgz) gewijzigd

   
 

kan worden, zodat in een contract

   
 

het uitsluiten van de stap naar de

   
 

tuchtrechter wordt uitgesloten. Ook

   
 

zwijgcontracten worden in dit kader

   
 

bekeken (blz. 15). 2016-113

   

6479

De Minister zal de Kamer voor de

Parlementaire agenda [07-04-2016]

Uitgaande brief [08-07-2016] –

 

zomer in een Kamerbrief infor-

  • AO IGZ (4359)

Voortgang en afronding verbeter-

 

meren over de aard van aangekon-

 

traject IGZ (19596)

 

digde en onaangekondigde

   
 

bezoeken en daarmee inzage geven

   
 

in het beeld achter de cijfers De

   
 

Tweede Kamer heeft deze

   
 

toezegging als volgt geregis-

   
 

treerd:In de volgende rapportage

   
 

van de Inspectie voor de Gezond-

   
 

heidszorg wordt de Kamer bericht

   
 

over de aard van de onaangekon-

   
 

digde en aangekondigde bezoeken

   
 

van de IGZ (een beeld achter de

   
 

cijfers) (blz. 20). 2016-114

   

6481

De Minister stuurt het klachtbeeld

Parlementaire agenda [07-04-2016]

Uitgaande brief [18-05-2016] –

 

van het Landelijk Meldpunt Zorg in

  • AO IGZ (4359)

Jaarbeeld IGZ 2015 en Klachtbeeld

 

mei 2016 samen met het Jaarbeeld

 

2015 LMZ (33 149-45) (19 302)

 

IGZ naar de Kamer.

   

6483

De Minister informeert de Kamer

Parlementaire agenda [07-04-2016]

Uitgaande brief [04-07-2016] –

 

voor de zomer van 2016 over de

  • AO IGZ (4359)

Waardigheid en trots: aanpak

 

manier waarop de IGZ toezicht

 

vernieuwing verpleeghuiszorg

 

houdt op de zorg voor mensen met

 

(19544)

 

dementie in verpleeghuizen.

   

ID

Omschrijving

Vindplaats

Stand van zaken

6494

De Minister stuurt de rapportage

Parlementaire agenda [07-04-2016]

Uitgaande brief [08-07-2016] –

 

van Bureau ICT Toetsing over de

  • AO IGZ (4359)

Voortgang en afronding verbeter-

 

toetsing van het nieuwe informatie-

 

traject IGZ (19596)

 

systeem naar de Kamer en

   
 

informeert de Kamer over de

   
 

mogelijkheden om de gegevens uit

   
 

het huidige informatiesysteem naar

   
 

het nieuwe informatiesysteem te

   
 

migreren en te analyseren, zodra

   
 

deze informatie beschikbaar is. De

   
 

Tweede Kamer heeft deze

   
 

toezegging als volgt geregistreerd:

   
 

De Kamer ontvangt vrij snel het

   
 

rapport van het Bureau ICT-toetsing

   
 

(BIT) over de ICT bij de IGZ (blz. 24,

   
 

31). 2016-121

   

6495

In het Jaarbeeld 2015 zal de IGZ

Parlementaire agenda [07-04-2016]

Uitgaande brief [18-05-2016] –

 

rapporteren over het aantal

  • AO IGZ (4359)

Jaarbeeld IGZ 2015 en Klachtbeeld

 

meldingen in 2015 van seksueel

 

2015 LMZ (33 149-45) (19 302)

 

grensoverschrijdend gedrag, met

   
 

een onderverdeling naar meldingen

   
 

per sector met betrekking tot

   
 

patient-patient, hulpverlener-patient

   
 

en een toelichting geven op de

   
 

contacten ter zake met OM,

   
 

aantallen aangiften, de inzet van

   
 

handhavingsinstrumenten en de

   
 

wijze van toezicht. De Tweede

   
 

Kamer heeft deze toezegging als

   
 

volgt geregistreerd: De Kamer zal

   
 

een verdiepingsslag inzake seksueel

   
 

grensoverschrijdend gedrag over

   
 

de cijfers van 2015 ontvangen (blz.

   
 

25, 30). 2016-122

   

6500

Eind februari ontvangt de Kamer de

Parlementaire agenda [27-01-2016]

Uitgaande brief [29-03-2016] –

 

NZa-monitor integrale tarieven

– AO Ziekenhuiszorg (4309)

Verzamelbrief maart (34 300-XVI-158)

 

(2016-12)

 

(19 136)

6504

Herbevestiging eerdere toezegging

Parlementaire agenda [13-04-2016]

Uitgaande brief [23-06-2016] – Stand

 

van brief aan TK over voortgang

– AO Geneesmiddelen (4327)

van zaken werkgroep geneesmidde-

 

werkgroep Tekorten, inclusief rol

 

lentekorten (29 477-389) (19 470)

 

groothandel

   

6506

Verzekeraars krijgen inzicht in

Parlementaire agenda [13-04-2016]

Uitgaande brief [14-06-2016] –

 

opbrengsten financiële arrange-

– AO Geneesmiddelen (4327)

Voortgangsbrief financiële arrange-

 

menten over 2014 en cumulatief in

 

menten geneesmiddelen 2016

 

een brief aan de Kamer zal worden

 

(29 477-386) (19 419)

 

geduid wat vanaf 2014 cumulatief is

   
 

opgeleverd t.a.v. de onderhande-

   
 

lingen over de prijsstelling van

   
 

bepaalde geneesmiddelen (2016-54)

   

6507

APE rapport met betrekking tot

Parlementaire agenda [13-04-2016]

Uitgaande brief [05-07-2016] –

 

herberekenen

– AO Geneesmiddelen (4327)

Herberekening GVS (19 564)

 

GVS-vergoedingslimieten naar de

   
 

Kamer, presenteren opbrengsten en

   
 

gevolgen voor de patiënt.

   

ID

Omschrijving

Vindplaats

Stand van zaken

6509

Brief over openbaarheid boetes van

Parlementaire agenda [13-04-2016]

Uitgaande brief [06-06-2016] –

 

IGZ en NVWA binnenkort.

– AO Geneesmiddelen (4327)

Wijziging van de Gezondheidswet en de Wet op de jeugdzorg teneinde een mogelijkheid op te nemen tot openbaarmaking van informatie over de naleving en uitvoering van regelgeving, besluiten tot het opleggen van sancties daarbij inbegrepen (34 111) (34 111-10) (19 369)

6511

Terugkoppeling aan TK naar stand

Parlementaire agenda [13-04-2016]

Uitgaande brief [16-06-2016] – Stand

 

van zaken werkgroep ACBG, IGZ,

– AO Geneesmiddelen (4327)

van zaken doorgeleverde bereidingen

 

VWS naar registratie van magistrale

 

(19 440)

 

bereiding. Ook als er geen

   
 

oplossing is. Meewegen van

   
 

prijsstijging geregistreerd middel in

   
 

beoordeling of toch doorgeleverde

   
 

bereiding gedoogd kan worden.

   

6541

Voor de zomer ontvangt de Kamer

Parlementaire agenda [17-03-2016]

Uitgaande brief [08-07-2016] – Zorg

 

informatie over ervaringen van de

  • AO Eerstelijnszorg (4282)

voor kwetsbare ouderen thuis

 

praktijkteams Zorg Op de Juiste

 

(19 593)

 

Plek over het eerste halfjaar (blz.

   
 

17). 2016-62

   

6557

Voor de zomer vindt overleg met de

Parlementaire agenda [23-03-2016]

Uitgaande brief [21-06-2016] –

 

Kamer plaats over het onderzoek

  • AO pgb (4367)

Toekomst van de uitvoering van het

 

naar de alternatieven voor de

 

pgb, (19 455)

 

uitvoering van het trekkingsrecht,

   
 

inclusief financiële effecten (blz. 11,

   
 

24, 31). 2016-80

   

6558

De Kamer wordt geïnformeerd over

Parlementaire agenda [23-03-2016]

Uitgaande brief [10-06-2016] –

 

de uitkomsten van het op korte

  • AO pgb (4367)

Trekkingsrecht pgb: voortgang en

 

termijn te houden overleg met de

 

toezeggingen (19 404)

 

VNG over het transparant maken

   
 

welke gemeenten achterblijven met

   
 

toekenningsbesluiten (blz. 12, 13). *

   
 

2016-81

   

6559

In mei ontvangt de Kamer de

Parlementaire agenda [23-03-2016]

Uitgaande brief [21-06-2016] –

 

uitvoeringstoets op de compensa-

  • AO pgb (4367)

Toekomst van de uitvoering van het

 

tieregeling, voorzien van een

 

pgb, (19 455)

 

beleidsreactie (blz. 13). 2016-82

   

6560

Tevens wordt de Kamer in mei

Parlementaire agenda [23-03-2016]

Uitgaande brief [10-06-2016] –

 

nader bericht over het overleg met

  • AO pgb (4367)

Trekkingsrecht pgb: voortgang en

 

de Sociale Verzekeringsbank en

 

toezeggingen (19 404)

 

gemeenten inzake de rechtma-

   
 

tigheid van pgb-bestedingen en het

   
 

in kaart brengen van de controles in

   
 

het licht van het eventuele opheffen

   
 

van noodmaatregelen (blz. 16, 17,

   
 

18). 2016-83

   

6561

De Kamer wordt in mei ook bericht

Parlementaire agenda [23-03-2016]

Uitgaande brief [10-06-2016] –

 

over het overleg met Zorgverzeke-

  • AO pgb (4367)

Trekkingsrecht pgb: voortgang en

 

raars Nederland inzake dubbele

 

toezeggingen (19 404)

 

controles bij het Zvw-pgb (blz. 19,

   
 

29). 2016-84

   

ID

Omschrijving

Vindplaats

Stand van zaken

6563

In april/mei wordt de AMvB inzake

Parlementaire agenda [23-03-2016]

Uitgaande brief [10-06-2016] –

 

het integraal pgb bij de Kamer

  • AO pgb (4367)

Trekkingsrecht pgb: voortgang en

 

voorgehangen en wordt informatie

 

toezeggingen (19 404)

 

gegeven over welke afspraken

   
 

nodig zijn met SZW en OCW (blz.

   
 

22, 23, 30, 31). 2016-86

   

6564

Binnenkort ontvangt de Kamer een

Parlementaire agenda [20-04-2016]

Uitgaande brief [22-04-2016] –

 

standvanzakenbrief «Kwaliteit

  • AO Zorgverzekeringswet (4436)

Resultaten van het Jaar van de

 

loont»/resultaten jaar van de

 

transparantie (32 620-168) (19 240)

 

transparantie (2016-87)

   

6568

Voor de zomer ontvangt de Kamer

Parlementaire agenda [20-04-2016]

Uitgaande brief [30-06-2016] –

 

een brief inzake meerjarige

  • AO Zorgverzekeringswet (4436)

Meerjarige contracten (Zorgverzeke-

 

contractering (2016-91)

 

ringswet) (19 536)

6569

Voor de zomer stuurt de Staatsse-

Parlementaire agenda [20-04-2016]

Uitgaande brief [09-06-2016] –

 

cretaris VWS de Kamer de

  • AO Zorgverzekeringswet (4436)

Onderzoek en stand van zaken

 

resultaten van het herhalingson-

 

casemanagement bij dementie

 

derzoek van het Nivel naar

 

(29 689-722) (19 392)

 

Casemanagement Dementie

   
 

(2016-92)

   

6571

Voor de zomer ontvangt de Kamer

Parlementaire agenda [20-04-2016]

Uitgaande brief [31-05-2016] –

 

de resultaten van het overleg met

  • AO Zorgverzekeringswet (4436)

Voorhang integrale bekostiging

 

betrokken partijen over geboor-

 

geboortezorg (2016Z10708) (19 363)

 

tezorg (2016-94)

   

6573

De Kamer ontvangt binnenkort een

Parlementaire agenda [20-04-2016]

Uitgaande brief [26-04-2016] –

 

brief inzake de curatieve ggz in de

  • AO Zorgverzekeringswet (4436)

Voorhangbrief kwaliteitsstatuut ggz

 

Zvw, en over de langdurige ggz

 

(2016Z08604) (19 248)

 

tijdig voor het zomerreces met het

   
 

oog op het algemeen overleg ggz

   
 

(2016-96)

   

6598

Voor de zomer ontvangt de Kamer

Parlementaire agenda [31-03-2016]

Uitgaande brief [30-06-2016] –

 

het werkprogramma versterking

– AO Preventiebeleid (4328)

Stimuleringsprogramma

 

pijlers GGD’s. (blz. 22). 2016-99

 

Betrouwbare Publieke Gezondheid (32 793-231) (19522)

6607

Op 13 juni 2016 ontvangt de Kamer

Parlementaire agenda [08-06-2016]

Uitgaande brief [15-06-2016] – Meer

 

een brief over de aanpak van de

– AO Decentralisatie Wmo (4409)

tijd voor zorg: merkbaar minder

 

regeldruk in de caresector (inclusief

 

regeldruk (29 515-388) (19 437)

 

het verantwoordingsonderdeel /CIZ,

   
 

CAK e.d.) (2016-124)

   

6609

De Kamer ontvangt binnenkort een

Parlementaire agenda [08-06-2016]

Uitgaande brief [10-06-2016] –

 

AMvB over integraal pgb (2016-126)

– AO Decentralisatie Wmo (4409)

tijdelijke regels voor een experiment in het kader van een integraal budget op grond van de Wet langdurige zorg (Besluit experiment integraal pgb 2016) (19 406)

6616

De Kamer ontvangt binnenkort een

Parlementaire agenda [08-06-2016]

Uitgaande brief [21-06-2016] –

 

AMvB over tarieven zorginkoop

– AO Decentralisatie Wmo (4409)

Voorhang ontwerpbesluit ter

 

Wmo (2016-126)

 

waarborging van een goede verhouding tussen de prijs voor de levering van een voorziening en de eisen die worden gesteld aan de kwaliteit van de voorziening en de continuïteit in de hulpverlening tussen de cliënt en de hulpverlener (19 452)

ID

Omschrijving

Vindplaats

Stand van zaken

6617

De Kamer ontvangt binnenkort een

Parlementaire agenda [08-06-2016]

Uitgaande brief [21-06-2016] –

 

drietal AMvB’s over VN-Verdrag

– AO Decentralisatie Wmo (4409)

Voorhang ontwerpbesluit ter

 

inzake de rechten van personen met

 

waarborging van een goede

 

een handicap (2016-126)

 

verhouding tussen de prijs voor de levering van een voorziening en de eisen die worden gesteld aan de kwaliteit van de voorziening en de continuïteit in de hulpverlening tussen de cliënt en de hulpverlener (19 452)

 

Einddatum subsidie (jaartal)

     

Volgende evaluatie

(jaartal)

     

Laatste evaluatie

(jaartal,

met hyperlink naar vindplaats)

     

Aantal verleningen 2015

     
       
       
       
       
       
       
       
       
       
  • 5. 
    Evaluatie- en onderzoeksoverzicht

In deze bijlage bij de begroting wordt een overzicht van al het evaluatie-en overig onderzoek voor het Ministerie van VWS opgenomen.

 

Artikel 1 – Volksgezondheid

Artikelnummer

Titel/onderwerp

Start

Afronding

  • 1. 
    Ex post onderzoek naar doeltreffendheid
     

en doelmatigheid van beleid

     

1a. Beleidsdoorlichtingen

     
 

Gezondheidsbescherming

2019

2020

1b. Ander ex-post onderzoek naar doeltref-

     

fendheid en doelmatigheid

     
 

Evaluatie DHW (Drank- en Horecawet)

2016

2017

 

Evaluatie Jongeren Op Gezond Gewicht

2016

2017

 

Wet medisch-wetenschappelijk onderzoek met

   
 

mensen

2017

2018

 

Embryowet

2017

2018

2 Ex-ante onderzoek naar doeltreffendheid

     

en doelmatigheid van beleid

     

2a. MKBA’s

     

2b. Ander ex-ante onderzoek naar doeltref-

     

fendheid en doelmatigheid

     
  • 3. 
    Overig onderzoek
     

Artikel 2 – Curatieve Zorg

Artikelnummer

Titel/onderwerp

Start

Afronding

  • 1. 
    Ex post onderzoek naar doeltreffendheid
     

en doelmatigheid van beleid

     

1a. Beleidsdoorlichtingen

Bevorderen werking van het stelsel (beleidsdoor-

   
 

lichting 2.3.)

2015

2016

 

Toegankelijkheid en betaalbaarheid van de zorg

   
 

(beleidsdoorlichting 2.2.)

2016

2017

1b. Ander ex-post onderzoek naar doeltref-

     

fendheid en doelmatigheid

     
 

Effectonderzoek campagne orgaandonatie

2017

2017

 

Herhaalstudie naar ziekenhuisopnames door

   
 

verkeerd geneesmiddelengebruik

2014

2016

 

Effectonderzoek publiekscampagne vervalsingen

2015

2016

 

Marktscan extramurale farmacie

2017

2017

 

Evaluatie Wet inzake de bloedvoorziening

2016

2017

 

Monitor Zorginkoop

2015

2016

2 Ex-ante onderzoek naar doeltreffendheid

     

en doelmatigheid van beleid

     

2a. MKBA’s

     

2b. Ander ex-ante onderzoek naar doeltref-

     

fendheid en doelmatigheid

     
  • 3. 
    Overig onderzoek
     
 

Monitoren overstapseizoen

2015

2016

 

Collectiviteiten

2015

2016

 

Kennis van de rollen in het stelsel

2015

2016

 

Monitor Zvw/pgb 2015

2015

2016

 

Monitor Zvw/pgb 2016/2017

2016

2017

 

Monitoren overstapseizoen 2015/2016

2015

2016

Artikelnummer

Titel/onderwerp

Start

Afronding

Monitoren overstapseizoen 2016/2017 Collectiviteiten

Vervolgonderzoek collectiviteiten Kennis van de rollen in het stelsel Onderzoek volmachten

 

2016

2017

2015

2016

2016

2017

2015

2016

2016

2017

Artikel 3 – Langdurige zorg en ondersteuning

Artikelnummer

Titel/onderwerp

Start

Afronding

  • 1. 
    Ex post onderzoek naar doeltreffendheid
     

en doelmatigheid van beleid

     

1a. Beleidsdoorlichtingen

     
 

Hervorming langdurige zorg (HLZ)

2018

2019

1b. Ander ex-post onderzoek naar doeltref-

     

fendheid en doelmatigheid

     
 

Evaluatie Wmo 2015

2017

2017

 

Evaluatie Wlz

2017

2017

 

Evaluatie Hervorming langdurige zorg

2015

2017

2 Ex-ante onderzoek naar doeltreffendheid

     

en doelmatigheid van beleid

     

2a. MKBA’s

MKBA Toegankelijkheidsakte incl. vooronderzoek

   
 

ter voorbereiding

2016

2017

 

MKBA Geweld in afhankelijkheidsrelaties

2015

2017

2b. Ander ex-ante onderzoek naar doeltref-

     

fendheid en doelmatigheid

     
  • 3. 
    Overig onderzoek
     
 

Monitor plan van aanpak G4

jaarlijks

jaarlijks

 

Monitor stedelijk kompas

jaarlijks

jaarlijks

 

Onderzoek regelgeving en beleid Caribisch NL ivm

   
 

VN-verdrag Handicap

2015

2016

 

Monitoring VN-verdrag Handicap door College voor

   
 

de rechten van de Mens

jaarlijks

jaarlijks

 

Onderzoek registratielasten Wlz

2016

2017

 

Onderzoeken t.a.v. overhead langdurige zorg

2016

2017

 

Monitor Zorginkoop zorgkantoren niet meedoend

   
 

aan experiment

2016

2017

Artikel 4 – Zorgbreed beleid

Artikelnummer

Titel/onderwerp

Start

Afronding

  • 1. 
    Ex post onderzoek naar doeltreffendheid
     

en doelmatigheid van beleid

     

1a. Beleidsdoorlichtingen

     
 

Kwaliteit, transparantie en kennisontwikkeling

2016

2017

1b. Ander ex-post onderzoek naar doeltref-

     

fendheid en doelmatigheid

     
 

Evaluatie artikel 36A Wet BIG Klinisch Technoloog

2017

2018

 

Evaluatie experiment art. 36a Wet BIG BMH

2016

2019

 

Evaluatie artikel 36A Wet BIG Mondhygiënisten

2016

2021

 

Evaluatie Huishoudelijke Hulp Toelage

2016

2017

2 Ex-ante onderzoek naar doeltreffendheid

     

en doelmatigheid van beleid

     

2a. MKBA’s

     

2b. Ander ex-ante onderzoek naar doeltref-

     

fendheid en doelmatigheid

Evaluatie Subsidieregeling opleiding tot physician

   
 

assistant en Verpleegkundig specialist

2016

2016

Artikelnummer

Titel/onderwerp

Start

Afronding

  • 3. 
    Overig onderzoek

Taakherschikking in de ouderenzorg 2016

Onderzoeksprogramma Arbeidsmarkt Zorg en Welzijn: www.azwinfo.nl Monitor Zorgpact Evaluatie PGO-support

Evaluatie mededingingswet en eerstelijnszorg Casusonderzoek disfunctionele bureaucratie in de zorg

Onderzoeksprogramma Arbeidsmarkt, Zorg en Welzijn (AZW)

Personeel en opleiden verpleeghuizen Werkwijzer MKBA’s in het sociaal domein De staat van volksgezondheid en zorg (RIVM) o.a. Jaarlijks samenvattende rapportage, themarapporten en de Volksgezondheid Toekomst Verkenningen (VTV)

Advies Commissie Innovatie, Zorgberoepen en Opleidingen

2014

2017

 

2015

2019

2016

2017

2018

2018

2015

2016

2015

2016

2014

2017

2016

2016

2015

2016

2016

2016

2015

2016

Artikel 5 – Jeugd

Artikelnummer

Titel/onderwerp

Start

Afronding

  • 1. 
    Ex post onderzoek naar doeltreffendheid en doelmatigheid van beleid

1a. Beleidsdoorlichtingen

Noodzakelijke en passende zorg Effectief en efficiënt werkend jeugdstelsel

2017 2017

2018 2018

1b. Ander ex-post onderzoek naar doeltreffendheid en doelmatigheid

Evaluatie Jeugdwet

2017

2018

2 Ex-ante onderzoek naar doeltreffendheid en doelmatigheid van beleid

2a. MKBA’s

     

2b. Ander ex-ante onderzoek naar doeltreffendheid en doelmatigheid

     
  • 3. 
    Overig onderzoek
     

Artikel 6 – Sport

Artikelnummer

Titel/onderwerp

Start

Afronding

  • 1. 
    Ex post onderzoek naar doeltreffendheid
     

en doelmatigheid van beleid

     

1a. Beleidsdoorlichtingen

     
 

Sportbeleid

2016

2017

1b. Ander ex-post onderzoek naar doeltref-

     

fendheid en doelmatigheid

     
 

Effectmeting Buurtsportcoaches

2017

2017

 

Monitoren VSK en SBB

2017

2017

2 Ex-ante onderzoek naar doeltreffendheid

     

en doelmatigheid van beleid

     

2a. MKBA’s

     

2b. Ander ex-ante onderzoek naar doeltref-

     

fendheid en doelmatigheid

     
  • 3. 
    Overig onderzoek
     
 

Rapportage Sport

2017

2018

Artikelnummer

Titel/onderwerp

Start             Afronding

Monitoring kernindicatoren sport; digitale actualisatie via Vzinfo Sport Toekomst Verkenning

2017 2015

2017 2017

 

Artikel 7 – Oorlogsgetroffenen en Herinnering WO II

Artikelnummer Titel/onderwerp

Start

Afronding

  • 1. 
    Ex post onderzoek naar doeltreffendheid
   

en doelmatigheid van beleid

   

1a. Beleidsdoorlichtingen

   

Oorlogsgetroffenen en Herinnering WO II

2018

2018

1b. Ander ex-post onderzoek naar doeltref-

   

fendheid en doelmatigheid

   

Evaluatie Subsidiekader Sinti/Roma

2017

2017

2 Ex-ante onderzoek naar doeltreffendheid

   

en doelmatigheid van beleid

   

2a. MKBA’s

   

2b. Ander ex-ante onderzoek naar doeltref-

   

fendheid en doelmatigheid

   
  • 3. 
    Overig onderzoek
   

Collectieve erkenning Indisch NL

pm

pm

Artikel 8 – Tegemoetkoming specifieke kosten

Artikelnummer Titel/onderwerp

Start

Afronding

  • 1. 
    Ex post onderzoek naar doeltreffendheid
   

en doelmatigheid van beleid

   

1a. Beleidsdoorlichtingen

   

Tegemoetkoming specifieke kosten

2019

2020

1b. Ander ex-post onderzoek naar doeltref-

   

fendheid en doelmatigheid

   

2 Ex-ante onderzoek naar doeltreffendheid

   

en doelmatigheid van beleid

   

2a. MKBA’s

   

2b. Ander ex-ante onderzoek naar doeltref-

   

fendheid en doelmatigheid

   
  • 3. 
    Overig onderzoek
   
  • 6. 
    Afkortingen

ABR                    Antibioticaresistentie

ACBG                  Agentschap College ter Beoordeling van Geneesmiddelen

ACM                   Autoriteit Consument en Markt

ActiZ                   Brancheorganisatie voor Zorgondernemers

Aids                    Acquired immune deficiency syndrome

AMvB                 Algemene maatregel van bestuur

ANVS                  Autoriteit Veiligheid en Stralingsbescherming

AO                      Algemeen overleg

AOR                    Algemene Oorlogsongevallenregeling Indonesië

APG                    Apotheekhoudende huisartsen

AVI                       Aandacht voor iedereen

AWB                    Algemene wet bestuursrecht

AWBZ                 Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten

AZW                   Arbeidsmarkt Zorg en Welzijn bbp                     Bruto binnenlands product

BHOS                  Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking, Ministerie van

BIG                      Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg

BIKK                    Bijdrage in de kosten van kortingen

BKZ                     Budgettair Kader Zorg

BMH                   Bachelor Medische Hulpverlener

Bopz                   Wet bijzondere opnemingen in psychiatrische ziekenhuizen

BRMO                 Bijzonder Resistente Micro Organismen

BRV                     Bovenregionale gehandicaptenvervoer

BSN                    Burgerservicenummer

BWU                   Bovenwettelike uitkering

BZK                     Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, Ministerie van -

C2000                 Communicatie 2000

CAK                    Centraal Administratie Kantoor

CAO                    Collectieve Arbeidsovereenkomst

CAOR                  Commissie Algemene Oorlogsongevallenregeling Indonesië

CBG                    College ter Beoordeling van Geneesmiddelen

CBS                     Centraal Bureau voor de Statistiek

CBZ                     College bouw zorginstellingen

CCE                     Centra voor Consultatie en Expertise

CCMO                 Centrale Commissie Mensgebonden Onderzoek

CEG                    Centrum voor ethiek en gezondheid

CGL                     Centrum Gezond Leven

CGM                   Centrum Gezondheid en Milieu

CIb                      Centrum Infectieziektebestrijding

CIBG                   Centraal Informatiepunt Beroepen Gezondheidszorg, agentschap

CIZ                      Centrum Indicatiestelling Zorg

CJG                     Centra voor Jeugd en Gezin

CJIB                    Centraal Justitieel Incasso Bureau

CMFZ                  Centraal meldpunt zorgfraude

CPZ                     College Perinatale Zorg

CRD                    Commissie Registratie Diergeneesmiddelen

CSZ                     Commissie sanering ziekenhuisvoorzieningen

CVB                     Centrum voor Bevolkingsonderzoek

DALY                  Disability Adjusted Life Year dbc                      diagnose- behandelcombinatie

DCP                     Decentrale Procedure

DIMS                  Drugs Informatie en Monitoring Systeem

DJ                       Directie Jeugd

DHW                   Drank en Horecawet

DKTP                  Difterie, kinkhoest, tetanus en polio

DVP                     Dienst Vaccinatievoorzieningen en Preventieprogramma’s

ECDC                  European Center for Disease Prevention and Control

EMA                    European Medicines Agency

EST                     Eenheid Secretariaten Medische Tuchtcolleges

EU                       Europese Unie

EZ                       Economische Zaken, Ministerie van -

FBZ                     Financieel Beeld Zorg

FES                     Fonds Economische Structuurversterking

FIOM                   Federatie van Instellingen voor Ongehuwde Moeders

FLO                     Functioneel Leeftijdsontslag fte                       fulltime equivalent

FTO                     Farmacotherapeutisch overleg

G4                       Vier grootste gemeenten van Nederland (Amsterdam,

Den Haag, Rotterdam en Utrecht)

GGD                    Gemeentelijke Gezondheidsdienst ggz                      Geestelijke gezondheidszorg

GHOR                 Geneeskundige Hulpverleningsorganisatie

GMT                   Directie Geneesmiddelen en Medische Technologie

GR                       Gezondheidsraad

GVS                    Geneesmiddelenvergoedingensysteem hbo                     Hoger beroepsonderwijs

Hiv                      Human immunodeficiency virus

HLZ                     Hervorming Langdurige Zorg

IBO                      Interdepartementaal Beleidsonderzoek

ICT                      Informatie- en communicatietechnologie

IenM                   Infrastructuur en Milieu, Ministerie van -

IGZ                      Inspectie voor de Gezondheidszorg

IJZ                       Inspectie Jeugdzorg

IKNL                    Integraal Kankercentrum Nederland

IKZ                      Integraal Kankercentrum Zuid

ILT                       Inspectie Leefomgeving en Transport

IOC                      Internationaal Olympisch Comité

I-SZW                 Inspectie Sociale Zaken en Werkgelegenheid

IT                         Informatietechnologie

IVZ                      InVoorZorg

JGZ                     Jeugdgezondheidszorg

JMV                    Jaardocument Maatschappelijke Verantwoording

JMW                   Joods Maatschappelijk Werk

JOGG                 Jongeren op Gezond Gewicht

JPND                  Joint Programme Neurodegenerative Diseases

KNHB                  Koninklijke Nederlandse Hockey Bond

KNMG                Koninklijke Nederlandsche Maatschappij tot bevordering der Geneeskunst

KNMI                  Koninklijk Nederlands Meteorologisch Instituut

KNMP                 Koninklijke Nederlandse Maatschappij ter bevordering der

Pharmacie

KNVB                  Koninklijke Nederlandse Voetbal Bond

LHV                     Landelijke Huisartsen Vereniging

LMZ                    Landelijk Meldpunt Zorg

LOC                     Landelijke organisatie cliëntenraden

LOVZ                  Landelijk Overleg Vrijwilligers in de Zorg

LSFVP                 Landelijke Stichting Familievertrouwenspersoon

LZ                        Langdurige Zorg

Mbo                    middelbaar beroepsonderwijs

MC                      Directie Markt en Consument

MC                      Medisch Centrum

MEE                    Vereniging voor ondersteuning bij leven met een beperking

METC                  Medisch Ethische Commissie

MEV                    Macro Economische Verkenning

Meva                  Directie Macro-Economische Vraagstukken en arbeidsmarkt

MKBA                 Maatschappelijke Kosten-Batananalyse

MLT                     Middellangetermijnraming

MO                      Maatschappelijke Opvang

Movisie              Kennis en advies voor maatschappelijke ontwikkeling

MRP                    Mutual Recognition Procedure

MSZ                    Medisch-specialistische zorg

n.v.t.                    Niet van toepassing

NCJ                     Nederlands Centrum Jeugdgezondheid

NDM                   Nationale Drug Monitor

NFU                    Nederlandse Federatie van Universitair medische centra

NHS                    Neonatale Hielprik Screening

NICE                   National Institute for Health and Clinical Excellence

Nictiz                  Nationaal ICT Instituut in de Zorg

NIOD                   Instituut voor Oorlogs-, Holocaust- en Genocidestudies

NIPT                    Niet Invasieve Prenatale Test

NIVEL                 Nederlands instituut voor onderzoek van de gezondheidszorg

NKI                      Nederlands Kanker Instituut

NMT                   Nederlandse Maatschappij tot Bevordering der Tandheelkunde

NOC*NSF          Nederlands Olympisch Comité*Nederlandse Sport Federatie

NOV                    Vereniging Nederlandse Organisatie Vrijwilligerswerk

NPCF                  Nederlandse Patiënten en Consumenten Federatie

NPG                    Nationaal Programma Grieppreventie

NPP                     Nationaal Programma Preventie

NRPO-SIA          Nationaal Regieorgaan Praktijkgericht Onderzoek-Stichting Innovatie Alliantie

NTS                    Nederlandse Transplantatie Stichting

NvW                   Nota van wijziging

NVWA                Nederlandse Voedsel- en Waren Autoriteit

NWO                   Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek

NZa                     Nederlandse Zorgautoriteit

OBiN                   Ongevallen en Bewegen in Nederland

OCW                   Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, Ministerie van -

OESO                  Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling

OTAV                   Ondersteuningsteam asielzoekers en vergunninghouders ova                      overheidsbijdrage in de arbeidskostenontwikkeling

Ovoz                   Opsporing en verzekering onverzekerden zorgverzekering

p*q                     price*quantity

PA                        Physician Assistants

PALGA                Pathologisch-Anatomisch Landelijk Geautomatiseerd Archief

PAN                     Perinatale Audit Nederland

PD Alt                 Projectdirectie Antonie van Leeuwenhoekterrein

PG                       Directie Publieke Gezondheid pg                       patiënten- en gehandicaptenorganisaties pgb                     Persoonsgebonden budget

PGO                    Patiënten- en Gehandicaptenorganisaties

Pkb                      Persoonlijk kilometer budget

PO                       Primair Onderwijs

PP5                     Vijfde Preventieprogramma

PRN                    Perinatale Registratie Nederland

PSIE                    Prenatale screening van infectieziekten en erytrocytenim-munisatie

PUR                    Pensioen- en Uitkeringsraad

PVP                     Patiëntenvertrouwenspersoon

RHB                    Rijkshoofdboekhouding

RIVM                   Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu

RMS                    Reference Member State

ROAZ                  Regionaal Overleg Acute Zorg

RSV                     Respiratoir Syncytieel Virus

RVO                     Rijksdienst voor Ondernemend Nederland

RVP                     Rijksvaccinatieprogramma

RVS                     Raad voor Volksgezondheid en Samenleving

RWT                    Rechtspersoon met een wettelijke taak

SAIP                    Stichting Administratieve Indonesische Pensioenen

SBB                     Sport en Bewegen in de Buurt

SBR                     Standard Business Reporting

SBV-Z                 Sectorale Berichten Voorziening in de Zorg

SCP                     Sociaal en Cultureel Planbureau

SKGZ                  Stichting Klachten en Geschillen Zorgverzekeringen

SMH                   Stichting Musea en Herinneringscentra 40–45

Soa                     Seksueel overdraagbare aandoening

SPR                     Strategisch Programma RIVM

SSO                    Shared Service Organisatie

Stb                      Staatsblad

STZ                     Stichting Topklinische Ziekenhuizen

SVB                     Sociale Verzekeringsbank

SZW                    Sociale Zaken en Werkgelegenheid, Ministerie van -

TAJ                      Transitieautoriteit Jeugd

TBU                    Tegemoetkoming buitengewone uitgaven

TI Pharma          Top Instituut Pharma

TIZ                      Taskforce Integriteit Zorgsector

TK                       Tweede Kamer

TKI                      Topconsortium voor Kennis en Innovatie

TNO                    Toegepast Natuurwetenschappelijk Onderzoek

TSZ                     Tegemoetkoming Specifieke Zorgkosten

UMC                   Universitair Medisch Centrum

UZI                      Unieke Zorgverlener Identificatie

V&O                    Verzetsdeelnemers en Oorlogsgetroffenen

V&VN                 Verpleegkundigen & Verzorgenden Nederland

VAO                     voortgezet algemeen overleg

VenJ                   Veiligheid en Justitie, Ministerie van -

VGN                    Vereniging Gehandicaptenzorg Nederland

VINEX                 Vierde Nota Ruimtelijke Ordening Extra

VMS                    Veiligheidmanagementsysteem

VN                       Verenigde Naties

VNG                    Vereniging van Nederlandse Gemeenten

VO                       Voortgezet Onderwijs

VPTZ                   Vrijwillige Palliatieve Terminale Zorg

VS                       Verpleegkundig Specialisten

VSK                     Naar een Veiliger Sportklimaat

VTV                     Volksgezondheid Toekomst Verkenning

VUT                    Vervroegde Uittreding

VWS                   Volksgezondheid, Welzijn en Sport, Ministerie van -

Waz                     Wet afbreking zwangerschap

WBO                   Wet op het bevolkingsonderzoek

Wbp                    Wet buitengewoon pensioen 1940–1945

WFZ                    Waarborgfonds voor de Zorgsector

WGP                   Wet geneesmiddelenprijzen

WHO                   World Health Organisation – Wereldgezondheidsorganisatie

Wkkgz                 Wetsvoorstel kwaliteit, klachten en geschillen zorg

Wlz                      Wet langdurige zorg

Wmg                   Wet marktordening gezondheidszorg

Wmo                   Wet maatschappelijke ondersteuning

WNT                   Wet Normering Topinkomens

WO II                  Tweede wereldoorlog

WOR                   Werkgroep Ontwikkeling Risicoverevening

Wpg                    Wet publieke gezondheid

Wtcg                   Wet tegemoetkoming chronisch zieken en gehandicapten

WTZi                   Wet toelating zorginstellingen

WUBO                Wet uitkeringen burger-oorlogsslachtoffers 1940–1945

WUV                   Wet uitkeringen vervolgingsslachtoffers 1940–1945

Wvggz                Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg

WW                     Werkloosheidswet

ZBO                    Zelfstandig bestuursorgaan

ZG                       Zintuiglijk Gehandicapten

ZiNL                    Zorginstituut Nederland

ZN                       Zorgverzekeraars Nederland

ZonMw               Zorgonderzoek Nederland Medische Wetenschappen

Zvw                     Zorgverzekeringswet

ZZP                     Zorgzwaartepakket

Zzv                      Zorg zonder verblijf

  • 7. 
    Trefwoordenregister

Administratieve lasten 66, 88, 257, 279, 290, 305, 312

Agentschap 1, 3, 4, 31, 35, 36, 38, 41, 44, 49, 50, 51, 56, 59, 61, 62, 67, 76,

80, 81, 82, 86, 88, 95, 119, 120, 123, 124, 130, 132, 134, 135, 136, 141, 143,

242, 329

Alcohol en tabak 32, 36, 301

Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten (AWBZ) 213 Basispakket 17, 33, 41, 154, 158, 201, 243, 261, 277, 296 Bekostiging 12, 17, 33, 39, 41, 47, 48, 50, 51, 58, 64, 67, 68, 72, 74, 81, 82, 84, 85, 90, 99, 101, 102, 107, 108, 119, 120, 159, 201, 213, 243, 263, 265, 267, 269, 273, 281, 283, 287, 288, 290, 292, 297, 298, 305, 315, 318, 320, 323, 324

Beleidsinformatie 92, 95, 96 Beleidsprioriteiten 4, 6

Betaalbaarheid 6, 7, 22, 23, 29, 30, 46, 47, 50, 51, 56, 76, 262, 325 Budgettair Kader Zorg 17, 146, 147, 150, 151, 153, 164, 168, 172, 244, 329 Buurtsportcoach 8, 101, 102, 293, 299, 327

Caribisch Nederland 22, 23, 37, 76, 77, 79, 81, 82, 90, 147, 170, 171, 172, 251

Chronisch zieken 6, 9, 12, 61, 77, 99, 101, 115, 261, 304, 333 Chronische ziekte 9, 30, 39, 115 Crisis 19, 27, 150, 298 Curatieve zorg 1, 7, 19, 46, 58, 88, 124, 153, 157, 158, 191, 209, 223, 236,

243, 261, 307

DBC 61, 176, 178, 179, 187, 188, 330

Decentralisatie 10, 24, 39, 63, 102, 125, 162, 278, 291, 295, 296, 299, 305, 312, 318, 319

Diabetes 9, 29, 30, 40, 47, 314

Doelmatigheid 32, 47, 50, 55, 59, 88, 133, 134, 139, 143, 144, 154, 156, 221, 320, 324, 325, 326, 327, 328

Eerstelijnszorg 57, 155, 191, 193, 194, 274, 283, 287, 288, 295, 313, 317, 327

Ethiek 22, 23, 36, 44, 128, 329 Euthanasie 279, 283, 291 Fabrikant 47, 124, 125, 132, 312

Financieel Beeld Zorg 2, 4, 56, 63, 146, 176, 185, 190, 330 Fraude 46, 76, 77, 79, 81, 82, 89, 90, 259, 262, 263, 281, 290, 295, 300, 301,

307, 308, 310, 329 Fusietoets 78

Geestelijke gezondheidszorg 11, 12, 27, 42, 57, 84, 92, 153, 191, 229, 241, 286, 298, 307, 330, 333 Geestelijke gezondheidszorg 60

Gehandicapte 12, 20, 25, 26, 49, 54, 64, 67, 73, 74, 80, 82, 88, 101, 115, 191, 200, 223, 227, 237, 245, 250, 251, 260, 264, 270, 282, 304, 310, 312, 332, 333

Gehandicaptenorganisatie 76, 77, 82, 321, 332 Gehandicaptensport 20, 99, 101 Gehandicaptenvervoer 67, 68, 71, 329 Geneeskundige zorg 63, 161, 204, 217

Geneesmiddel 1, 3, 10, 14, 15, 19, 44, 46, 47, 50, 55, 56, 59, 88, 117, 118, 123, 124, 130, 131, 132, 133, 134, 150, 153, 191, 203, 211, 242, 253, 258, 261, 262, 267, 268, 269, 276, 277, 279, 286, 288, 291, 292, 295, 297, 304,

308, 309, 313, 316, 317, 325, 329, 330, 333

Geweld 8, 93, 94, 96, 102, 126, 253, 265, 272, 285, 286, 306, 326 Gezondheidsbeleid 8, 34, 35, 37, 42, 258, 264, 286, 294, 307 Gezondheidsbescherming 19, 22, 35, 37, 325

Gezondheidszorg 1, 3, 6, 7, 11, 15, 26, 27, 29, 32, 37, 39, 46, 55, 76, 78, 79, 80, 83, 84, 85, 86, 87, 88, 89, 93, 119, 123, 124, 125, 126, 128, 153, 161, 216,

240, 252, 274, 280, 302, 311, 315, 322, 329, 330, 331, 333 Governance 265, 315

Hoofdlijnenakkoord 7, 18, 59, 149, 157, 202, 244

Huisarts 8, 10, 12, 14, 48, 54, 59, 83, 153, 155, 193, 198, 204, 209, 216, 257,

263, 269, 281, 288, 295, 313, 329, 330

Huisartsenzorg 157, 191, 193, 210, 287, 288, 313

Indicatie 40, 41, 75, 86, 103, 165, 228, 230, 233, 238, 262, 273, 283, 299,

300, 305

Indicatiestelling 64, 67, 74, 123, 155, 159, 195, 240, 245, 258, 283, 299, 329

Infectieziekte 19, 32, 39, 41, 43, 49, 83, 88, 143, 274, 329, 332

Informele zorg 54, 270, 305

Inhuur externe 123

Innovatie 7, 12, 14, 15, 20, 33, 46, 47, 54, 64, 66, 74, 76, 77, 78, 80, 81, 84,

86, 87, 88, 89, 98, 100, 105, 118, 128, 150, 205, 223, 236, 250, 270, 279, 287,

288, 297, 310, 313, 327, 331, 332

Internationale samenwerking 64, 117, 118, 119

Jeugdhulp 7, 20, 92, 93, 94, 95, 96, 97, 125, 126, 159, 162, 166, 169, 210,

236, 254, 258, 281, 291, 296

Jeugdzorg 22, 23, 24, 79, 81, 82, 90, 92, 93, 94, 95, 96, 125, 126, 127, 147,

241, 246, 259, 265, 281, 290, 291, 295, 296, 317, 322, 323, 330 Kindermishandeling 8, 20, 79, 92, 93, 94, 95, 96, 126

Kwaliteit 6, 7, 9, 11, 12, 13, 14, 15, 20, 22, 23, 29, 30, 32, 33, 35, 38, 40, 41,

42, 43, 46, 47, 48, 49, 50, 51, 52, 54, 55, 56, 57, 58, 59, 60, 63, 64, 67, 71, 72,

73, 74, 76, 78, 80, 83, 87, 88, 89, 90, 92, 94, 101, 107, 110, 113, 125, 126,

130, 134, 147, 149, 150, 153, 154, 161, 170, 171, 193, 210, 221, 240, 245,

250, 254, 255, 256, 260, 264, 267, 269, 271, 272, 274, 279, 280, 281, 283,

297, 298, 306, 308, 309, 311, 315, 318, 319, 322, 326, 333

Kwaliteitsinstituut 52, 89, 90, 94, 241, 263, 287, 299

Langdurige zorg 1, 7, 12, 14, 20, 22, 23, 44, 61, 63, 64, 65, 66, 67, 71, 74,

84, 88, 89, 124, 127, 149, 161, 166, 169, 174, 185, 225, 227, 228, 229, 240,

244, 245, 253, 258, 272, 283, 284, 289, 290, 291, 299, 318, 326, 333

Leefstijl 19, 22, 29, 31, 34, 35, 42, 43, 44, 101

Letselpreventie 35, 43

Maatschappelijke ondersteuning 63, 64, 67, 70, 88, 89, 146, 161, 240, 242,

266, 333

Mantelzorg 12, 30, 65, 67, 70, 73, 231, 233, 254, 262, 267, 268, 270, 283,

284, 303, 305, 306

Mantelzorgcompliment 242

Medisch specialist 280

Medische hulpmiddelen 47, 48, 124, 137, 240, 264, 293

Medisch-specialistische zorg 18, 50, 60, 147, 155, 156, 157, 170, 171, 191,

197, 201, 203, 207, 209, 211, 223, 236, 244, 331

Mishandeling 306

Multidisciplinaire zorg 191, 194, 287

Nationaal Programma Preventie 8, 22, 29, 33, 35, 37, 39, 277, 307, 331

Olympische Spelen 314

Ondersteuning 1, 7, 10, 12, 20, 22, 23, 29, 32, 34, 35, 38, 41, 43, 53, 54, 57,

59, 63, 64, 65, 66, 67, 70, 72, 73, 74, 76, 77, 79, 80, 82, 84, 90, 92, 95, 97,

102, 107, 125, 130, 141, 142, 143, 161, 193, 199, 244, 254, 256, 258, 263,

265, 267, 269, 271, 283, 299, 311, 326, 331

Onverzekerde 50

Oorlogsgetroffene 1, 21, 22, 24, 72, 106, 107, 108, 111, 112, 241, 242, 247,

328, 332

Opleidingsfonds 216

Orgaandonatie 19, 46, 48, 49, 53, 54, 55, 56, 207, 284, 294, 325

Pakketmaatregel 278, 279, 288, 296, 297

Palliatieve zorg 13, 30, 52, 67, 72, 264, 273, 274, 305, 312

Preventie 7, 8, 13, 19, 22, 29, 33, 35, 37, 39, 40, 41, 42, 43, 50, 54, 57, 58,

64, 73, 76, 77, 79, 88, 90, 94, 97, 101, 124, 128, 141, 157, 221, 240, 253, 258,

259, 260, 264, 274, 275, 277, 278, 280, 284, 287, 289, 293, 294, 307, 314,

318, 330, 331, 332

Rechtmatigheid 79, 317

Regeerakkoord 62, 202

Regelarm 15, 78, 255, 308

Seksuele gezondheid 35, 40, 41, 43

Sport 1, 3, 4, 7, 9, 20, 21, 22, 24, 29, 34, 42, 44, 88, 98, 99, 100, 101, 102,

103, 104, 105, 117, 119, 122, 124, 126, 130, 135, 141, 142, 246, 250, 251,

258, 265, 266, 272, 280, 281, 282, 286, 287, 288, 289, 293, 298, 299, 310,

327, 328, 330, 331, 332, 333

Taakstelling 123, 124, 129, 142, 144, 149, 151, 154, 156, 163, 166, 197, 201,

203, 210, 212, 219, 225, 227, 233, 237

Thuiszorg 48, 54, 264, 265, 266, 268, 271, 309, 314

Toegankelijkheid 6, 7, 22, 23, 29, 30, 35, 43, 46, 47, 50, 51, 56, 71, 76, 83,

267, 268, 325, 326

Toezicht 11, 15, 26, 37, 47, 63, 77, 78, 79, 86, 88, 89, 90, 93, 106, 107, 120,

125, 126, 145, 153, 161, 240, 241, 254, 265, 274, 277, 280, 290, 293, 295,

296, 302, 304, 315, 316

Topsport 20, 24, 98, 99, 100, 101, 104, 282, 288, 289, 298, 309

Tweedelijnszorg 155, 191

Vaccin 19, 32, 35, 40, 41, 42, 55, 80, 83, 118, 141, 142, 143, 275, 314, 321,

330, 332

Veiligheidsprogramma 23

Verspilling 46, 286

Verzekeraar 11, 12, 15, 61, 150, 153, 173, 174, 176, 177, 178, 179, 180, 181,

241, 279, 292, 293, 296, 311, 313, 316

Verzetsdeelnemer 24, 106, 107, 108, 111, 112, 241, 242, 332

Vrijwilliger 12, 29, 67, 70, 72, 102, 258, 273, 283, 289, 305, 310, 312, 331

Wanbetaler 23, 29, 47, 50, 51, 60, 61, 62, 78, 89, 177, 179, 241, 260

Werkgelegenheid 79, 117, 126, 330, 332

Wet langdurige zorg (Wlz) 63, 146, 147, 161, 172, 174, 185, 190, 223

Wet Normering Topinkomens (WNT) 86

Wet tegemoetkoming chronisch zieken en gehandicapten (Wtcg) 114,

115, 170

Wijkverpleegkundige 10, 213, 256, 291

WO II 22, 106, 107, 108, 109, 110, 111, 328, 333

Ziekenhuis 9, 11, 14, 15, 20, 28, 29, 76, 80, 85, 204, 209, 217, 291, 295,

325, 329

Ziekenhuiszorg 80, 83, 164, 208, 276, 295, 316, 322

Ziekenhuizen 14, 15, 18, 19, 23, 25, 27, 28, 29, 39, 44, 46, 48, 49, 53, 54,

56, 57, 83, 125, 153, 177, 205, 206, 211, 242, 244, 280, 282, 286, 287, 291,

296, 329, 332

Zorgaanbieder 11, 13, 15, 29, 30, 46, 48, 51, 54, 56, 58, 63, 64, 66, 72, 75,

78, 84, 86, 88, 91, 93, 124, 125, 149, 153, 161, 166, 172, 174, 176, 194, 200,

215, 225, 227, 242, 250, 259, 271, 273, 279, 280

Zorgakkoord 158, 228, 238

Zorginnovatie 15, 87

Zorginstelling 11, 13, 26, 27, 28, 46, 72, 73, 83, 88, 90, 121, 123, 125, 153,

235, 241, 264, 291, 329, 333

Zorgopleiding 83, 147, 170, 171

Zorgstandaard 48, 65, 73

Zorgstelsel 76, 77, 88, 150, 153, 259, 294

Zorgtoeslag 4, 18, 24, 114, 115, 116, 174, 182, 183, 184, 247

Zorguitgaven 1, 7, 47, 86, 146, 147, 149, 150, 153, 155, 157, 161, 163, 164,

172, 173, 174, 176, 177, 178, 179, 180, 183, 186, 187, 188, 190

Zorgverzekeraar 9, 14, 15, 33, 37, 49, 59, 61, 63, 87, 90, 149, 153, 156, 161,

172, 173, 174, 176, 177, 178, 179, 182, 215, 217, 242, 265, 268, 274, 281,

283, 284, 293, 296, 310, 312, 317, 333

Zorgverzekering 10, 46, 47, 50, 51, 58, 59, 61, 62, 90, 153, 172, 176, 177,

178, 179, 180, 182, 241, 242, 268, 331, 332

Zorgverzekeringswet 4, 46, 47, 49, 51, 60, 61, 84, 88, 92, 146, 147, 153,

154, 172, 176, 185, 190, 204, 229, 242, 259, 277, 284, 286, 294, 313, 318,

320, 324, 333


 
 
 

3.

Meer informatie

 

4.

Parlementaire Monitor

Met de Parlementaire Monitor volgt u alle parlementaire dossiers die voor u van belang zijn en bent u op de hoogte van alles wat er speelt in die dossiers. Helaas kunnen wij geen nieuwe gebruikers aansluiten, deze dienst zal over enige tijd de werkzaamheden staken.