Gedragsregels voor Europarlementariërs - Parlementaire monitor

Parlementaire monitor
Dinsdag 24 november 2020
kalender

Gedragsregels voor Europarlementariërs

Met dank overgenomen van Europa Nu.

Europarlementariërs i moeten zich aan een aantal regels houden bij de uitoefening van hun taak. De gedragsregels voor Europarlementariërs staan genoemd in het Reglement Europees Parlement (REGL) i

Wanneer een Europarlementariër in opspraak raakt, kan dit verregaande gevolgen hebben voor de reputatie van het Europees Parlement als geheel. Om dit te voorkomen is het Transparantieregister i opgezet waar lobbygroepen zich moeten inschrijven. Voor parlementsleden is het dan duidelijk of zij met bonafide lobbygroepen te maken hebben en wie de lobbyisten zijn. Daarnaast zijn er ook verschillende organisaties die zich bezighouden met het controleren van de Europese instellingen als het gaat om corruptie en fraude.

Leden van het Europees Parlement moeten zich houden aan gedragsregels, deze regels zijn opgesteld in het Reglement van Orde. Parlementariërs zijn verplicht om inzage te geven in hun financiële belangen en mogen geen 'onjuist gedrag' vertonen.

1.

Reglement van Orde

Iedere zittingsperiode publiceert het Europees Parlement een uitgave van het Reglement Europees Parlement (REGL), ook wel het Reglement van Orde genoemd. Dit reglement bevat alle regels voor de interne organisatie en de werking van het Parlement. Het document bevat ook de gedragsregels voor Europarlementariërs.

In het Reglement is vastgelegd dat Europarlementariërs geen nevenfuncties mogen uitvoeren die kunnen leiden tot een belangenconflict. Daarnaast zijn zij verplicht om inzage te geven in hun financiële belangen, ook onbetaalde bestuursfuncties. Tevens mogen de parlementariërs uitsluitend giften tot 150 euro aannemen.

Leden van het Europees Parlement worden beschermd door middel van parlementaire immuniteit of onschendbaarheid. Dit betekent dat de parlementariërs niet strafrechtelijk vervolgd of aangesproken kunnen worden voor wat zij zeggen of schrijven in het Europees Parlement. In het geval van bijzondere omstandigheden kan het Europees Parlement deze onschendbaarheid opheffen. Dit kan bijvoorbeeld als een lidstaat een rechtszaak wil aanspannen tegen een Europarlementariër.

Gedragscode

Leden van het Europees Parlement moeten zich houden aan de gedragscode zoals opgenomen in het Reglement van Orde. Ze mogen de orde in de vergaderzaal niet verstoren en moeten zich onthouden van 'onjuist gedrag' (zoals het tonen van spandoeken), 'beledigend taalgebruik' (zoals smaad of aanzetten tot discriminatie) en psychologische of seksuele intimidatie. Bij een serieuze schending van deze regels kunnen er sancties worden opgelegd.

Alle Europarlementariërs moeten een verklaring ondertekenen waarmee ze toezeggen zich aan deze code te houden. Alle leden die deze code niet hebben ondertekend worden gepubliceerd op de website van het Europees Parlement. Deze parlementariërs mogen ook niet deelnemen aan een officiële delegatie, interinstitutionele onderhandelingen of benoemd worden als rapporteur.

Als een parlementariër de gedragsregels overtreedt, moet de voorzitter van het Europees Parlement hier melding van moet doen. Dit doet de voorzitter bij het raadgevend comité van het Europees Parlement. Het comité bestaat uit vijf leden die de voorzitter kiest uit de Commissie constitutionele zaken i en de Commissie juridische zaken i.

Ontwikkeling gedragsregels

Door de jaren heen zijn de gedragsregels steeds strenger geworden. Door druk van binnen en buiten de Europese Instituties zijn de regels in 2016 flink aangescherpt. In 2019 ging het Europees Parlement akkoord met nieuwe regels die moeten zorgen voor meer transparantie. Sleutelfiguren in het wetgevingsproces zoals commissievoorzitters moeten online openbaarheid geven over alle geplande ontmoetingen met lobbyisten die vallen onder het transparantieregister. Ook werd geregeld dat Parlementariërs geen 'onjuist gedrag' moesten vertonen.

2.

Transparantieregister

Het transparantieregister i geeft een overzicht van de activiteiten van belangenvertegenwoordigers in Brussel. Zo staan er in het register het budget, de contactgegevens, de doelstellingen en interessegebieden van de lobbygroepen. Europarlementariërs kunnen in het register kijken of zij met bonafide lobbyisten te maken hebben. Maar ook het publiek kan in het register precies zien welke lobbygroepen toegang hebben tot het Europees Parlement en daarmee eventueel ook invloed hebben op het maken van Europees beleid. Sinds 2019 zijn rapporteurs, schaduwrapporteurs en commissievoorzitters verplicht om bijeenkomsten met lobbyisten te publiceren.

3.

Organisaties tegen fraude en corruptie

Naast de gedragsregels en het transparantieregister heeft de Europese Unie twee instrumenten om fraude en corruptie tegen te gaan.

  • 1. 
    Het Europees Bureau voor fraudebestrijding (OLAF) i zet zich in tegen fraude en corruptie binnen de Europese instellingen i. De belangrijkste werkzaamheden van OLAF zijn het verrichten van onderzoek, het bevorderen van samenwerking tussen autoriteiten in lidstaten en het verstrekken van hulp aan EU-lidstaten bij het bestrijden van fraude. OLAF kan bij het verrichten van zijn onderzoeken volledig onafhankelijk optreden.
  • 2. 
    De Alliance for Lobbying Transparancy and Ethics Regulations (ALTER-EU) zet zich in tegen de corruptie in het lobbyproces i. ALTER-EU leidt verschillende campagnes om aandacht te krijgen voor de problemen en om Europese burgers in beweging te brengen.

Ten slotte wordt overheidscorruptie en fraude binnen Europa aangepakt door de Group of States against Corruption (GRECO). GRECO helpt deelnemende landen bij de verbetering van anticorruptiewet- en regelgeving. Deze organisatie is opgericht door de Raad van Europa i en staat dus los van de Europese Unie.

4.

Europarlementariërs in opspraak

Cash-for-laws: corruptie rondom Lobbyisten

In 2011 bracht de Sunday Times een schandaal met Europarlementariërs aan het licht. Journalisten deden zich voor als lobbyisten en vroegen aan vier Europarlementariërs om voorstellen te wijzigen. Zo wilden zij dat de Europarlementariërs voorstellen aannamen ten gunste van Britse financiële instellingen en zich minder kritisch opstelden ten opzichte van de mensenrechtensituatie in Rusland. In deze ‘undercoveractie’ rees bij de journalisten een vermoeden van corruptie. Hierbij ging het om de Sloveen Zoran Thaler i, de Oostenrijker Ernst Strasser i, de Roemeen Adrian Severin i en de Spanjaard Pablo Zalba Bidegain i. Het schandaal kwam bekend te staan als ‘cash-for-laws’.

OLAF vond niet bij al de Europarlementariërs bewijzen voor corruptie, maar het onderzoek werd dan ook belemmerd door de voorzitter van het Europees Parlement Jerzy Buzek i. Hij weigerde OLAF toegang tot sommige kamers van het Europees Parlement. Verschillende Europarlementariërs spraken zich in 2011 uit tegen de corrupte gang van zaken van deze collega’s. Zo eiste de Nederlandse Europarlementariër Thijs Berman i een ‘onmiddellijk aftreden’.

Er is al een langer aanhoudend debat over de functie van lobbygroepen in Brussel. Paul de Clerck van ALTER-EU stelde dat 'veel van de amendementen die Europarlementariërs indienen, worden geschreven door een lobbyist'.

Nederlandse Europarlementariërs in opspraak

Een van de eerste in opspraak geraakte Nederlandse Europarlementariërs was CDA Europarlementariër Jim Janssen van Raaij i in de jaren ’90. Janssen van Raaij liet zijn persoonlijke assistent, de jurist M. Louwes, namens hem opdraven. Louwes stond niet officieel geregistreerd als zijn assistent en kwam elke dag met dagpassen binnen. Van 2004 tot 2013 kwamen Europarlementariërs Hans Blokland i (Christen Unie), Joop Post i (CDA) en Judith Merkies i (PvdA) in de problemen wegens administratieve chaos en zoekgeraakt geld.

In 2015 kwamen twee Nederlandse Europarlementariërs in opspraak. Zo was er in september bij Hans van Baalen i (VVD) mogelijk sprake van belangenverstrengeling. Van Baalen had nevenactiviteiten in de autobranche die zijn functie als Europarlementariër zouden kunnen belemmeren. In een persverklaring liet Van Baalen weten deze nevenactiviteiten neer te leggen. In oktober 2015 kwamen onregelmatigheden van de Europarlementariër van de PVV Marcel de Graaff i aan het licht: hij had in het Europees Parlement namens zichzelf én namens zijn afwezige partijgenoot Marine le Pen gestemd. Le Pen noemde de kwestie ‘ongelukkig’. De Graaff kreeg van het Europees Parlement een boete opgelegd.

Ten slotte kwam in december 2015 oud-Europarlementariër Daniël van der Stoep i in opspraak toen hij werd veroordeeld tot vijf maanden cel voor zijn pogingen om minderjarige meisjes tot seks te dwingen. In 2018 werd de veroordeling in hoger beroep omgezet in 3 maanden voorwaardelijke celstraf. Alhoewel Van der Stoep geen lid meer is van het Europees Parlement, vonden deze pogingen plaats gedurende zijn jaren als Europarlementariër, van 2009 tot 2014.

Niet-Nederlandse Europarlementariërs in opspraak

Ook niet-Nederlandse Europarlementariërs komen soms in opspraak. Zo werd in 2013 de parlementaire onschendbaarheid van Marine le Pen opgeheven. De Franse justitie wilde Le Pen namelijk vervolgen wegens het maken van racistische opmerkingen. Le Pen vergeleek straatgebeden van moslims met de nazi-invasie in de Tweede Wereldoorlog. Met de opheffing van de onschendbaarheid was de weg vrijgemaakt voor justitiële vervolging. In 2015 bracht de rechtse Poolse Europarlementariër Janusz Korwin-Mikke i een nazigroet in het Europees Parlement. Ook de Italiaan Gianluca Buonanno i bracht de nazigroet. Beiden werden hiervoor beboet door het Europees Parlement.

5.

Meer informatie