Brief regering; Besluit aanwijzing bezwaarschriften tegen aanslagen inkomstenbelasting als massaal bezwaar - Aanwijzing bezwaarschriften tegen aanslagen inkomstenbelasting als massaal bezwaar

Deze brief is onder nr. 1 toegevoegd aan dossier 34245 - Aanwijzing bezwaarschriften tegen aanslagen inkomstenbelasting als massaal bezwaar.

1.

Kerngegevens

Officiële titel Aanwijzing bezwaarschriften tegen aanslagen inkomstenbelasting als massaal bezwaar; Brief regering; Besluit aanwijzing bezwaarschriften tegen aanslagen inkomstenbelasting als massaal bezwaar
Document­datum 08-07-2015
Publicatie­datum 08-07-2015
Nummer KST342451
Kenmerk 34245, nr. 1
Externe link origineel bericht
Originele document in PDF

2.

Tekst

34 245 Aanwijzing bezwaarschriften tegen aanslagen inkomstenbelasting als massaal bezwaar

Nr. 1 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN FINANCIËN

Ontvangen ter Griffie van de Tweede Kamer op 29 juni 2015.

De aanwijzing treedt ingevolge artikel 25a, vijfde lid, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen in werking vier weken na toezending ervan aan de Tweede Kamer. De aanwijzing vervalt indien de Tweede Kamer uiterlijk op 27 juli 2015 besluit dat zij zich niet kan verenigen met de aanwijzing.

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 29 juni 2015

Hierbij bied ik u aan mijn besluit van 26 juni 2015, kenmerk BLKB2015/903M1. Het besluit betreft een aanwijzing als massaal bezwaar, gebaseerd op artikel 25a van de Algemene wet inzake rijksbelastingen (AWR). Op grond van het vijfde lid van dat artikel vervalt de aanwijzing indien uw Kamer binnen vier weken besluit zich niet met de aanwijzing als massaal bezwaar te kunnen verenigen. De aanwijzing als massaal bezwaar licht ik hierna toe.

De desbetreffende bezwaarschriften zien op de vraag of de vermogensrendementsheffing zoals vastgelegd in artikel 5.2, eerste lid van de Wet IB 2001, op spaarsaldi naar haar aard in strijd is met artikel 1, eerste Protocol bij het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden.

Naar de mening van het kabinet is die strijdigheid er niet. Dat staat overigens los van de voornemens van het kabinet om te komen tot een herziening van het belastingstelsel. De vermogensrendementsheffing in box 3 maakt daarvan uitdrukkelijk deel uit.2

In mijn antwoord van 13 november 2014 op Kamervragen van het lid Bashir3 over de bezwaarschriften tegen het fictieve rendement van de vermogensrendementsheffing, heb ik onder meer aangegeven dat de inspecteur zou proberen om in gevallen waarin geen sprake was van enige individuele grief overeenkomstig het daartoe strekkende beleid van de Belastingdienst, een afspraak te maken om de beslissing op bezwaar aan te houden totdat de belastingrechter in een andere zaak over hetzelfde geschilpunt uitspraak zou hebben gedaan.

Inmiddels is het aantal bezwaarschriften aanzienlijk toegenomen, en ik verwacht een verdere toename aangezien momenteel de aanslagen inkomstenbelasting 2014, waarin dezelfde problematiek zich onveranderd voordoet, zijn / worden opgelegd.

Bovendien dienen inmiddels verschillende belastingadvieskantoren bezwaarschriften met betrekking tot de vermogensrendementsheffing in.

Deze omstandigheden hebben mij doen besluiten om de regeling voor massaal bezwaar, zoals bedoeld in artikel 25a van de AWR toe te passen.

De regeling van artikel 25a van de AWR houdt in dat de daarvoor in aanmerking komende bezwaren worden aangehouden in afwachting van de uitkomst van een beperkt aantal gerechtelijke procedures. Om de procedures te kunnen voeren zal ik in overleg met een representatieve vertegenwoordiging van de betrokken fiscaal intermediairs een klein aantal bezwaarschriften afzonderen. Zodra over deze bezwaarschriften een gerechtelijke procedure loopt, zal ik de betreffende rolnummers bekendmaken. Hiermee wordt enerzijds de privacy van betrokkenen gewaarborgd, terwijl anderzijds derden het verloop van de procedures kunnen volgen.

Als de belastingrechter (in principe de Hoge Raad) de Belastingdienst geheel in het gelijk stelt, dan zal de daartoe in het besluit aangewezen inspecteur de als massaal bezwaar aangewezen bezwaren binnen zes weken na het onherroepelijk worden van de gerechtelijke uitspraak gezamenlijk afwijzen. Deze inspecteur doet hiertoe een collectieve uitspraak. Deze wordt in de Staatscourant en op de website van de Belastingdienst bekendgemaakt. Tegen deze collectieve uitspraak staat geen beroep open. Wel kan de individuele belanghebbende die het niet eens is met de collectieve uitspraak, bij zijn «eigen» inspecteur binnen een redelijke termijn een individuele uitspraak op bezwaar aanvragen. Tegen die individuele uitspraak kan hij, alleen met betrekking tot de rechtsvraag, beroep instellen bij de rechtbank.

De aanwijzing als massaal bezwaar treedt in werking vier weken na toezending van bijgaand afschrift van mijn besluit aan uw Kamer, tenzij uw Kamer binnen die termijn besluit zich niet met deze aanwijzing te kunnen verenigen. De inwerkingtreding van het besluit heeft terugwerkende kracht tot en met de dagtekening van het besluit. De inspecteur doet gedurende die vier weken geen uitspraak op de bezwaren waarvoor de regeling voor massaal bezwaar wordt voorgesteld. Indien de aanwijzing door een besluit van Uw Kamer vervalt, wordt de termijn voor het doen van uitspraak op de desbetreffende bezwaarschriften verlengd met vier weken.

De Staatssecretaris van Financiën, E.D. Wiebes

Noot 1

Raadpleegbaar via www.tweedekamer.nl

Noot 2

Kamerstuk 32 140, nr. 13.

Noot 3

Aanhangsel Handelingen II 2014/15, nr. 538.


3.

Bijlagen

 
 
 

4.

Meer informatie

 

5.

Parlementaire Monitor

Met de Parlementaire Monitor volgt u alle parlementaire dossiers die voor u van belang zijn en bent u op de hoogte van alles wat er speelt in die dossiers. Helaas kunnen wij geen nieuwe gebruikers aansluiten, deze dienst zal over enige tijd de werkzaamheden staken.