Bijdrage Arie Slob aan het algemeen overleg Bevolkingsdaling / Krimp - Parlementaire monitor

Parlementaire monitor
Donderdag 21 november 2019
kalender
Met dank overgenomen van A. (Arie) Slob i, gepubliceerd op dinsdag 19 mei 2015.

Bijdrage van ChristenUnie Fractievoorzitter Arie Slob aan een algemeen overleg van de algemene commissie voor Wonen en Rijksdienst met minister Blok voor Wonen en Rijksdienst

Onderwerp:   Bevolkingsdaling/Krimp

Kamerstuk:    34 000

Datum:           16 april 2015

De heer Slob (ChristenUnie): Voorzitter. Ik weet dat u wat teleurgesteld was dat mevrouw Schouten, onze woordvoerder, niet aanwezig is. Zij zit in de plenaire vergaderzaal bij een andere vergadering. Dat biedt mij de mogelijkheid om me met dit onderwerp te bemoeien.

Dit is in onze ogen een heel belangrijk onderwerp. Bevolkingsdaling, krimp, is eigenlijk een soort sluipmoordenaar voor een groeiend aantal regio's in ons land. We zien dat in die regio's voorzieningen zwaar onder druk staan: onderwijs, zorg, huisvesting, winkels die sluiten. De leefbaarheid staat onder druk. Dat vraagt van de overheid een heel actieve houding. We weten dit al sinds 2009. Toen is het Interbestuurlijk Actieplan Bevolkingsdaling gestart. Het is inmiddels geëvalueerd, al heb ik geconstateerd dat het wel een heel procesmatige doorlichting is geworden. Als de minister terugkijkt op hetgeen is gebeurd in het kader van dit actieplan, vindt hij dit dan voldoende en substantieel of waren het druppels op gloeiende platen? Ik ben benieuwd naar zijn visie daarop.

Ik ben ook benieuwd hoe hij zijn eigen coördinerende rol ziet. Mijn voorganger zei al dat er veel ministeries bij betrokken zijn. Er ligt nu een prioriteit dat gemeenten hierin zelf hun verantwoordelijkheid nemen, maar het is belangrijk dat acties bij elkaar komen en dat er van tijd tot tijd wordt doorgepakt. Ik geef straks een paar voorbeelden waarvan ik de indruk heb dat dit nog onvoldoende gebeurt.

Ik sluit me aan bij collega's die hebben aangegeven dat de Samenwerkingsagenda Krimp, zoals we het nu noemen, een langere scope moet krijgen. Ik hoorde de Partij van de Arbeid vijf jaar zeggen, de VVD drie jaar. Ik denk dat het straks vier jaar wordt. Het is wel belangrijk dat het meerjarig wordt, zodat gemeenten echt voldoende houvast krijgen om de problemen structureel aan te pakken.

Ik sluit me ook aan bij vragen die zijn gesteld over de keuze om nu alleen de Achterhoek als extra krimpgebied aan te wijzen. De commissie-Krikke heeft nog drie andere gebieden genoemd. Ik constateer dat de coalitie het erover eens is dat Noordoost-Friesland daaruit gehaald mag worden en dat de andere twee afvallen. Ik ben er niet direct van overtuigd dat dit zo moet. Waarom niet ook Oost-Drenthe en Zuidoost-Friesland erbij? Er is in die twee gebieden een gemeente die de aantallen wat omhoog brengt, maar de gemeenten waar de krimp plaatsvindt, zijn echt gebieden waar behoorlijke klappen vallen en waar enige ondersteuning vanuit het Rijk gewenst is. Die ondersteuning krijg je als je dit etiket hebt, zoals het eerder is genoemd. Ik zie het benoemen als een duidelijke ondersteuning om de problemen aan te pakken. Ik pleit ervoor om de commissie-Krikke in dit opzicht te volgen en Oost-Drenthe en Zuidoost-Friesland aan de lijst krimpregio's toe te voegen.

De krimpmaatstaf van het Gemeentefonds moet voor alle gemeenten met een huishoudensdaling gelden. Ik zie echter een bepaalde onevenwichtigheid. Het instrument is er nu alleen voor de gemeenten die binnen de drie huidige krimpregio's vallen. Daar kan een vierde bij komen, maar dan nog is het de vraag of dit rechtvaardig is ten opzichte van gemeenten die erbuiten vallen maar met eenzelfde soort problematiek kampen. We hebben hierover onder andere vanuit de Hoeksche Waard een goede, indrukwekkende brief gekregen. Ik ben benieuwd of de minister die ook heeft. Wil hij hierop ingaan?

Zorg in deze gebieden is voor ons echt een zorg. We weten dat minister Schippers eindelijk een beetje in beweging komt. Dat heeft lang geduurd. Er ligt inmiddels een brief van haar hand over de curatieve zorg in de krimpregio's. We missen in die brief een visie op waar we heen willen met die zorg. Daarin kan minister Blok verantwoordelijkheid dragen. Minister Schippers volstaat met het noemen van een aantal goede voorbeelden in het land. Dat is prachtig, maar er zijn helaas ook veel minder goede voorbeelden. Ze doet iets aan de beschikbaarheidsbijdrage voor spoedeisende hulp en de acute verloskunde. Die worden aangepast. Hoe zit het met de andere ziekenhuiszorg? Hoe kijkt het kabinet aan tegen ambulancezorg in krimpgebieden? Ik vraag de minister in zijn verantwoordelijkheid als coördinerend minister hierin regie te nemen en te bekijken of er middelen beschikbaar kunnen komen om de zorg juist in deze gebieden op peil te houden. Het heeft immers ook met geld te maken.

De heer Albert De Vries (PvdA): Dit is een goed punt van de ChristenUnie. De brief van de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport bevat een aantal goede elementen. Is de heer Slob het met mij eens dat daarin mist dat de zorgverzekeraar de ordening van de zorg moet regelen? Als voorbeeld noem ik Zeeland, waar twee ziekenhuizen maar niet tot samenwerking kunnen komen en de zorgverzekeraar er zelf niet veel belang bij heeft om dat af te dwingen. Partijen staan met de handen omhoog, terwijl we de zorg zien afkalven. Bedoelt hij ook dat zorgverzekeraars meer proactief moeten zijn of dat er misschien een ander sturingselement moet zijn om tot zaken te komen?

De heer Slob (ChristenUnie): Ik bedoel inderdaad dat je het breder moet aanpakken. Dit aspect hoort er ook bij. De minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport beperkt zich nu vooral tot de beschikbaarheidsbijdrage. Daar gaat zij natuurlijk over. Het was ook echt een belemmering voor het voortbestaan van zorgvoorzieningen in deze regio's. Ze kwamen in ieder geval zwaar onder druk te staan. Minister Schippers neemt een paar van die belemmeringetjes weg. Mijn verzoek aan het kabinet is dit breder te doen en een visie op zorg te ontwikkelen. Dan kom je ook bij de andere partijen terecht die daarin een rol vervullen. De heer De Vries zegt duidelijk dat het kabinet een veel actievere en concretere agenda moet hebben. Dit is zo'n punt waarbij je dat kunt doen. Ik heb voor deze minister een tienpuntenplan dat wij hebben opgesteld voor streekziekenhuizen en voor zorg in regio's, dus ook in krimpregio's. Ik weet niet of hij dat heeft gekregen. Het is een paar weken geleden uitgekomen. Ik denk niet dat hij het al heeft gezien, daarom heb ik een in kleur geprint exemplaar meegenomen. Dat wil ik graag via de griffier aan de minister aanbieden. Als het goed is heeft de minister van Volksgezondheid het plan inmiddels wel in haar bezit.

De heer Albert De Vries (PvdA): Ik krijg het ook net voor mijn neus, maar ik moet het helaas meteen doorgeven. Ik ben benieuwd of de ChristenUnie zover is dat we in regio's waar de marktwerking dit niet regelt, kunnen bevorderen dat maatschappen daadwerkelijk gaan samenwerken. Dat staat niet in de brief van de minister, maar daar mankeert het aan. Maatschappen weten elkaar niet te vinden vanwege eigen financieel belang. Daardoor krijgt de zorg niet de kwaliteit die nodig is. In krimpregio's is volume kwaliteit en bij een gebrek aan volume gaat de kwaliteit op dit moment hard achteruit. Het is niet alleen de beschikbaarheidsbijdrage die de oplossing kan brengen.

De heer Slob (ChristenUnie): We hebben niet voor niets een tienpuntenplan gemaakt, dus het gaat om meer zaken. De heer De Vries en ik vinden elkaar in het feit dat de brief van minister Schippers tekortschiet, dat de problematiek groot is en dat daaraan heel veel aspecten vastzitten. We spreken nu met de coördinerende minister, die hierin verantwoordelijkheden draagt om te zorgen dat de zaken samenkomen en dat we vooruit kunnen kijken. Wat doet hij aan dit grote probleem in gebieden waar we te maken hebben met een bevolkings- en huishoudensdaling? Ik heb de indruk dat de heer De Vries deze vraag ondersteunt.

Ik vraag verder aandacht voor het wegnemen van knelpunten in de samenwerking tussen onderwijs en kinderopvang, zoals de commissie-Krikke adviseert, en voor de aangenomen Kamermoties rond grensregio's, onder andere de motie-Schouten/Mulder. Bij grensoverschrijdende samenwerking is nog een wereld te winnen. Het is goed als deze minister zich daar iets nadrukkelijker mee gaat bemoeien.

Over wonen sluit ik me aan bij de vragen van de heer De Vries, met name inzake transitiefondsen en dergelijke. Ik ben benieuwd naar de reactie van deze minister daarop.

Voor meer informatie: www.tweedekamer.nl.