Moet je alles willen zeggen? - Parlementaire monitor

Parlementaire monitor
Dinsdag 17 september 2019
kalender
dinsdag 21 april 2015, 16:54

DEN HAAG (PDC i) - Op dinsdag 14 april stond de vrijheid van meningsuiting centraal in het Politiek Café. Er werd gesproken met Yoeri Albrecht (directeur debatcentrum De Balie Amsterdam) en Diederik Samsom i (politiek leider PvdA) en Tweede Kamerlid Carola Schouten i las een column voor.

Zelfcensuur

De mogelijke effecten van wat je zegt, zijn medebepalend in hoe vrij je je voelt om iets te zeggen. Diederik Samsom geeft aan dat hij best veel zelfcensuur pleegt. “Je weet dat de impact van wat je zegt meteen uitvergroot ergens terechtkomt.” Dat het dan niet alleen gaat om wat je zegt, maar ook hoe je het zegt, ondervond hij onlangs aan den lijve, toen de Telegraaf drie pagina’s uittrok om te vertellen hoe Samsom ‘over de rooie was gegaan’. Dit soort incidenten leidt er voor Samsom toe dat hij altijd op zijn hoede is. Maar, geeft hij ook aan: “Het is niet per se erg om iets langer na te denken over wat je zegt.”

Ook Albrecht houdt rekening met zijn publieke imago. “Natuurlijk probeer ik mijn eigen mening wel zo goed mogelijk te geven, maar sommige dingen zijn wel gevaarlijk en onverstandig om te zeggen.” Voor hem heeft zelfcensuur echter ook zeker te maken met wellevendheid, met fatsoen en beleefdheid.

Grenzen stellen

In onze rechtsstaat is de vrijheid van meningsuiting één van de zaken die de overheid moet waarborgen. Een andere belangrijke taak voor de overheid is het garanderen van veiligheid in de samenleving, zo zet Samsom uiteen. Soms raken deze elkaar en moet hierin een balans gevonden worden. Wanneer het bijvoorbeeld gaat om een spreker met gevaarlijke ideeën die komt te staan voor een ontvankelijk publiek, levert dat volgens Samsom “een giftige cocktail” op. Het is dan aan de overheid om daar iets aan te doen, bijvoorbeeld door te verhinderen dat iemand ons land in komt. Albrecht vindt dat de overheid hierin dan wel duidelijk beleid moet ontwikkelen, en niet, zoals nu vaak gebeurt, ad hoc moet reageren. Daarbij pleit hij wel voor terughoudendheid: “Je wilt toch niet dat je ergens in het land a priori zegt dat een debat niet mag plaatsvinden?” Samsom vindt dat het debat wél moet plaatsvinden, maar dan in een meer gereguleerde omgeving, bijvoorbeeld op school.  Albrecht vindt dat veel gevraagd van de leraren: “Feit is dat veel leraren dat niet durven, uit angst in elkaar geslagen te worden.” Bovendien vindt Albrecht dat het debat openbaar gevoerd moet worden.

Gebruik woorden om het goede te vertellen

Carola Schouten las een column voor waarin zij een pleidooi hield voor bedachtzaam spreken. Zij vertelde over haar opa die maar een matige boer was, omdat hij liever boeken las. Toen zij eens mopperde over de regen, voegde hij haar toe: “Mopperen op het weer, is mopperen op de heer.” Van hem leerde ze het belang van taal en de waarde ervan. Het is goed om het debat scherp te voeren, maar dan wel op de ideeën en niet op de man. Ook bij Schouten kwam terug dat het niet alleen gaat om wat je zegt, maar ook om hoe je het zegt. “Woorden hebben waarde.”  Mensen lijken voortdurend de grenzen op te zoeken:  “Het gaat nu te veel over wat mag en te weinig over wat zou moeten.” Misschien mag het allemaal wel van de wet, maar je moet je ook afvragen of je dit wel wil. Ze sloot af met een wens: “Laten we woorden gebruiken om schoonheid te uiten, het goede te vertellen. Dat is échte vrijheid.”

Bron: ProDemos