Bijdrage Arie Slob aan het plenair debat over de Artikel 100-brief deelneming aan internationale strijd tegen ISIS - Parlementaire monitor

Parlementaire monitor
Woensdag 13 november 2019
kalender
Met dank overgenomen van A. (Arie) Slob†i, gepubliceerd op donderdag 2 oktober 2014.

Bijdrage van ChristenUnie Fractievoorzitter Arie Slob aan een plenaire debat met minister Timmermans van Buitenlandse Zaken, minister Hennis-Plasschaert van Defensie, minister Opstelten van Veiligheid en Justitie en minister-president Rutte

Onderwerp: Debat over de Artikel 100-brief deelneming aan internationale strijd tegen ISIS

Kamerstuk: 27 925

Datum: 2 oktober 2014

De heer Slob (ChristenUnie):

Voorzitter. Als de dag van gisteren klinkt nog in mijn oren de hartverscheurende oproep die Vian Dakheel, de enige yezidi-vertegenwoordiger in het Iraakse parlement, begin augustus deed aan de Iraakse president, maar ook aan de rest van de wereld. Ze smeekte om aandacht voor het lot van de minderheden in Irak. Deze minderheden werden vervolgd door IS. Op dat moment zaten honderden en honderden yezidi's gevangen op de berg Sinjar. Vian Dakheel zei: ik spreek hier in naam van de menselijkheid; red ons, red ons.

Het kwam wat schuchter op gang, maar in de weken daarna heeft Nederland, naast de VS en veel andere landen, politiek en humanitair een bijdrage geleverd aan de strijd tegen IS in Noord-Irak. Waar nodig en waar mogelijk, zo was in de afgelopen weken ook steeds de boodschap van de ChristenUnie-fractie aan het kabinet, dient Nederland ook een concrete militaire bijdrage te leveren aan het bestrijden van IS en aan het op die manier ontwikkelen van de internationale rechtsorde. We moeten militair bijdragen, niet als doel in zichzelf, maar vanuit het besef dat het helaas nodig is om te pogen vrede en recht in dat deel van de wereld weer enigszins te herstellen.

Met de artikel 100-brief die vandaag door de vaste commissie voor Buitenlandse Zaken intensief besproken is, maakt het kabinet duidelijk ook in Noord-Irak militair een bijdrage te willen leveren. Deze keuze heeft, zo hebben wij vandaag al eerder uitgesproken, de instemming van de fractie van de ChristenUnie. Het kabinet beperkt de militaire bijdrage van ons land aan de strijd tegen IS uitsluitend tot de strijd in Noord-Irak, met de VS en andere partners. Mijn fractie begrijpt deze keuze, zowel wat de juridische rechtsgrond betreft als wat de strategie betreft voor de situatie in Noord-Irak.

Toch wringt het hier wel, allereerst vanwege het feit dat IS zich in zijn optreden niet uitsluitend beperkt tot Noord-Irak. Operationeel zal het lastig zijn om deze begrenzing in acht te nemen. Daar komt bij dat ook in SyriŽ duizenden en duizenden mensen lijden onder het optreden van IS. Daar komt ook nog eens bij dat de VS zich in hun optreden niet uitsluitend tot Noord-Irak beperken, maar ook in SyriŽ militair optreden.

Laat er geen misverstand over bestaan: bij een eventueel militair optreden van ons land in SyriŽ hecht mijn fractie aan een duidelijke juridische rechtsgrond. Wij zijn de lessen van de commissie-Davids nog niet vergeten. Ik heb tijdens het debat over het rapport van de commissie-Davids in 2010 echter al gezegd dat we houvast kunnen ontlenen aan het volkerenrecht, maar dat we ons er nooit helemaal achter kunnen verschuilen. Naar onze mening geldt dat ook nog vandaag onverkort. Uiteindelijk is nietsdoen ook een daad waar verantwoording voor moet worden afgelegd. Het luistert wel nauw. Daarom vraag ik in deze afsluitende termijn, ook denkend aan de discussies over de conclusies van de commissie-Davids, aan de minister-president wat de politieke betekenis is van het door het kabinet gebruikte woord "begrip" voor het huidige militaire optreden van de VS in SyriŽ. Want hier wordt toch iets nieuws geÔntroduceerd.

Ik vraag ook om een actieve houding om te komen tot een rechtsgrond of een rechtvaardigingsgrond voor een optreden in SyriŽ. Een rechtsgrond in de vorm van een VN-mandaat lijkt niet snel binnen bereik te komen, maar ik vraag het kabinet om daar wel onverminderd op aan te blijven sturen. Het is de meest koninklijke weg. Mocht deze weg onbegaanbaar blijken, dan vraagt mijn fractie het kabinet om nu al voorbereidingen te treffen voor een ingrijpen op basis van een humanitaire interventie. Ik wil daartoe de volgende motie aan de Kamer voorleggen.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat de militaire steun van Nederland tegen ISIS zich beperkt tot Noord-Irak;

constaterende dat ISIS ook in SyriŽ actief is en dat de situatie daar steeds verder verslechtert;

verzoekt de regering, nu een VN-mandaat nog niet tot de mogelijkheden behoort, zo snel als mogelijk de nog beschikbare optie van humanitaire interventie uit te werken conform het toetsingskader zoals dat is aangereikt door de Commissie van advies inzake volkenrechtelijke vraagstukken en de Adviesraad Internationale Vraagstukken, en de Kamer hierover te informeren,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Slob. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 514 (27925).

De heer Slob (ChristenUnie):

Ik begon mijn bijdrage met de oproep van Vian Dakheel Saeed. De situatie van minderheden, zoals de yezidi's, de christenen en anderen, is in gebieden waar ISIS opereert nog steeds erg slecht. Daarom dien ik de volgende motie in.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat voor het eerst in de geschiedenis minderheden als yezidi's en christenen niet langer aanwezig zijn in gebieden die nu onder controle zijn van ISIS;

overwegende dat deze minderheden voor hun veiligheid in grote mate afhankelijk zijn van de Iraakse en Koerdische strijdkrachten, maar dat deze onvoldoende veiligheidsgaranties kunnen bieden;

verzoekt de regering, binnen de coalition of the willing aan te dringen op een inclusieve veiligheidsstrategie waarin specifiek aandacht wordt geschonken aan minderheden waaronder de yezidi's en christenen,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Slob en Van der Staaij. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 515 (27925).

De heer Slob (ChristenUnie):

Mijn fractie steunt het kabinet in het voornemen om een militaire bijdrage te leveren aan de strijd tegen ISIS in Irak. Zij wenst alle betrokken militairen veel kracht en sterkte toe en voor straks een behouden thuiskomst. Zij mogen weten dat er in Nederland met hen wordt meegeleefd en dat er ook voor hen gebeden wordt.

Voor meer informatie: www.tweedekamer.nl.