Brief regering; Reactie op het verzoek van de vaste commissie voor Europese Zaken inzake het Nederlands EU-voorzitterschap 2016 - Europese Raad - Parlementaire monitor

Parlementaire monitor
Vrijdag 18 oktober 2019
kalender

1.

Tekst

21 501-20 Europese Raad

Nr. 923 BRIEF VAN DE MINISTER VAN BUITENLANDSE ZAKEN

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 31 oktober 2014

Graag bied ik u hierbij de reactie aan op het verzoek van de vaste commissie voor Europese Zaken van 16 oktober 2014 inzake de procesmatige voorbereiding van het vaststellen van de inhoudelijke prioriteiten voor (de agenda van) het EU-voorzitterschap 2016 alsmede de invulling van deze periode van een half jaar, waarin Nederland het Raadsvoorzitterschap bekleedt.

Voorzitterschap

Van 1 januari tot en met 30 juni 2016 zal Nederland voor de twaalfde keer het voorzitterschap bekleden van de Raad van de Europese Unie; het eerste sinds de inwerkingtreding van het Verdrag van Lissabon. Het voorzitterschap van de Raad biedt ons land een goede gelegenheid onderwerpen die Nederland belangrijk acht onder de aandacht van collega-lidstaten te brengen en op de publieke ťn politieke agenda te plaatsen. Daarenboven geldt dat de burger - meer dan normaal - zicht krijgt op de werking van de EU. Tegelijkertijd is het van belang te realiseren dat het voorzitterschap met het Verdrag van Lissabon vooral een dienende rol heeft gekregen; de voorzitter van de Raad opereert in de context van het werkprogramma van de Europese Commissie en is verantwoordelijk voor de aansturing van het Europese wetgevingsproces en het leiden van de onderhandelingen met het Europees parlement (EP). Het Nederlandse voorzitterschap zal dan ook goeddeels in het teken staan van het dienen van de EU-wetgevingsagenda.

Over de exacte inhoud van de wetgevingsagenda tijdens het Nederlandse EU-voorzitterschap kan op dit moment geen helderheid worden verschaft. De inhoudelijke contouren van de EU-agenda voor de komende jaren worden bepaald door de Strategische Agenda die de Europese Raad in juni 2014 heeft vastgesteld en de politieke richtsnoeren die Commissievoorzitter Juncker in diezelfde maand aan het EP heeft gepresenteerd.

De in de Strategische Agenda opgenomen beleidsprioriteiten en principes voor de komende vijf jaar zijn leidend voor het kabinet. Zij moeten bijdragen aan een betere focus van de EU op terreinen waarop de Unie werkelijk meerwaarde heeft en aan een efficiŽntere, beter gelegitimeerde EU met een toekomstbestendige balans tussen de Europese instellingen. Wat het kabinet betreft vinden de prioriteiten van de Strategische Agenda hun weerslag in de activiteiten van de nieuwe Europese Commissie, zoals ook aangegeven in de Kamerbrief ęWerken aan GroeiĽ (Kamerstuk 34 000, nr. 4) en zullen deze prioriteiten ook een prominente rol spelen tijdens ons voorzitterschap. Zoals uw Kamer eerder is toegezegd zal tijdens het Nederlandse voorzitterschap in ieder geval in gezamenlijkheid met uw Kamer aandacht worden besteed aan het Meerjarig Financieel Kader, mede gezien de tussentijdse evaluatie van de meerjarenbegroting die uiterlijk in 2016 zal plaatsvinden.

De concretisering van de EU-agenda wordt echter pas zichtbaar bij de presentatie van het eerste jaarlijkse werkprogramma van de Juncker-Commissie, waarvan het concept naar waarschijnlijkheid in december 2014 het licht zal zien. De wetgevingsinitiatieven die uiteindelijk in dat programma staan zullen voor een groot deel de legislatieve agenda tijdens het Nederlandse voorzitterschap bepalen.

Daarnaast zal Nederland bij het vaststellen van het voorzitterschapsprogramma nauw samenwerken met zijn Triopartners Slowakije en Malta (de werkzaamheden aan het formele trio-programma zullen in de eerste helft 2015 aanvangen) ťn rekening moeten houden met de voorbereidingen die zijn getroffen onder het Luxemburgse voorzitterschap in de tweede helft van 2015. Ten slotte speelt de agenda van de Europese Raad een belangrijke rol voor het werk van de vakraden tijdens ons voorzitterschap. Het programma dat de inkomende voorzitter van de Europese Raad, de heer Tusk, zal opstellen na zijn aantreden heeft derhalve ook invloed op ons voorzitterschap.

Het kabinet heeft vanzelfsprekend ook aandacht voor de parlementaire prioriteiten voor het Nederlandse voorzitterschap en streeft naar het creŽren van synergie tussen de actieve agenda van uw Kamer en de prioriteiten en accenten die het kabinet voor ogen heeft voor het voorzitterschap in 2016. Het kabinet gaat daarover graag het gesprek aan met het parlement. Daarnaast is het kabinet zich er van bewust dat een goede relatie met het EP, als medewetgever, cruciaal is voor het slagen van het voorzitterschap. Het kabinet heeft zich dan ook ten doel gesteld de relaties met het EP de komende periode verder te versterken.

Het kabinet zal uw Kamer na het bekend worden van het Commissie werkprogramma een brief doen toekomen waarin nader wordt in gegaan op de inhoudelijke prioriteiten en accenten voor het Nederlandse voorzitterschap.

Communicatie

De communicatie tijdens het Nederlandse EU-voorzitterschap zal in dienst staan van de beleidsagenda van Nederland als voorzitter. Daarnaast kan het voorzitterschap, conform eerdere toezeggingen aan uw Kamer, bijdragen aan meer inzicht bij het Nederlandse publiek in de werking en het belang van Europese integratie en samenwerking. Tot slot, net zoals de organisatie van de Nuclear Security Summit, biedt een goede organisatie van het Nederlandse voorzitterschap de kans de uitstekende reputatie van Nederland internationaal in de schijnwerpers te zetten.

De door Nederland gewenste transparantie en toegankelijkheid zullen worden ondersteund door moderne digitale communicatiemiddelen. Dit is het eerste Nederlandse voorzitterschap waarbij ruim gebruik zal worden gemaakt van sociale media, om de Nederlandse en buitenlandse pers, maar ook het bredere publiek maximaal te bedienen. Op het Marineterrein in Amsterdam wordt een bezoekerscentrum ingericht. Verscheidene culturele activiteiten zullen verbanden leggen tussen Nederland en Europa.

Overigens zullen al deze communicatie activiteiten worden verricht in nauwe samenwerking met de Rijksvoorlichtingsdienst, de ministeries en de Permanente Vertegenwoordiging van het Koninkrijk der Nederlanden bij de EU.

Voorzitterschap in Nederland

Naar de huidige inzichten zullen in Nederland 10 tot 13 informele ministeriŽle raden en maximaal 150 ambtelijke vergaderingen en conferenties plaatsvinden. Ook de Europese Commissie en het EP komen op bezoek. In een periode van zes maanden komen in totaal 20 tot 25.000 delegatieleden en honderden buitenlandse journalisten naar ons land.

Centrale locatie

De informele ministeriŽle raden zullen plaatsvinden in het Scheepvaartmuseum in Amsterdam, alle ambtelijke vergaderingen en conferenties op het naastgelegen Marineterrein. Een centrale locatie bespaart kosten, garandeert een hoge kwaliteit en wordt gewaardeerd door de gasten, die steeds kunnen beschikken over dezelfde werkruimten, perszaal en logistieke ondersteuning. De ervaringen van eerdere voorzitterschappen met een centrale locatie zijn positief.

Organisatie

Een centrale projectorganisatie (CPEU2016) is verantwoordelijk voor het opzetten en managen van de centrale infrastructuur van het voorzitterschap. Deze draagt onder meer zorg voor de locatie (beheer en inrichting), accreditatie, beveiliging, website, logo, ICT, tolken, delegation liaison officers, mediavoorzieningen, een bezoekerscentrum, vervoer en opleidingen. Op alle ministeries zijn projectgroepen actief voor de organisatie van ęhunĽ ministeriŽle en ambtelijke vergaderingen.

Bijeenkomsten van de EU met derde landen

Sinds het Verdrag van Lissabon vinden bijeenkomsten van de 28 Lidstaten van de EU met derde landen die gebaseerd zijn op een verdragsrechtelijke relatie plaats in Brussel, tenzij het voorzitterschap anders verkiest. Een voorbeeld in de eerste helft van 2016 is de bijeenkomst van de EU met de Gulf Cooperation Council (GCC). Vanuit het principe van een sober en efficiŽnt voorzitterschap en conform het Verdrag van Lissabon zal Nederland de EU-GCC in Brussel houden.

Voorzitterschapslogo

De ministerraad heeft besloten het logo uit 2004 te hergebruiken in 2016. In de eerste plaats vanwege de gebleken kwaliteit en herkenbaarheid. Voorts staat hergebruik van het logo symbool voor het streven naar eenvoud: niet eerder heeft een voorzitterschap een gelijk logo benut. Het ontwerp is van Studio Dumbar.

Budget

Het Nederlandse voorzitterschap in 2004 kostte in totaal 97 miljoen euro. Omgerekend naar 2016 zou dat ongeveer 120 miljoen euro zijn. Een financieel uitbundig EU-voorzitterschap is onnodig en ongewenst. Door te besparen en te versoberen kunnen de kosten in 2016 significant worden verminderd. Een deel van de besparing vloeit voort uit de efficiŽntie van een centrale locatie in Rijkseigendom, het Marineterrein, waardoor huurkosten ęin den landeĽ wegvallen en voorzieningen niet telkens hoeven te worden opgebouwd. Ter vergelijking: in 2004 was het voorzitterschap verspreid over 27 plaatsen in het land. Een ander deel komt uit versobering door het maken van keuzen, bijvoorbeeld in het aantal ministeriŽle en ambtelijke bijeenkomsten in ons land dat in 2016 aanmerkelijk lager is dan in 2004. De totaalbegroting van het voorzitterschap is over enkele maanden beschikbaar. Het streven is op een significant lagere voorzitterschapsbegroting uit te komen dan in 2004.

Sponsoring en cofinanciering

In 2004 is op bescheiden schaal gebruik gemaakt van sponsoring. De inzet was het bedrijfsleven in de gelegenheid te stellen zich met het voorzitterschap te associŽren en zich aldus te profileren. In 2016 is sponsoring wederom mogelijk. Daarnaast zal, waar mogelijk en wenselijk, worden ingezet op cofinanciering vanuit de EU-begroting.

Cultureel programma

Voorzitterschappen van de EU kennen gewoonlijk een cultureel programma. In 2016 is 1,5 miljoen euro beschikbaar voor activiteiten in Amsterdam, Brussel en op de Nederlandse ambassades in EU-landen. De openbare aanbesteding voor de organisatie van het cultureel programma loopt. De kandidaten worden beoordeeld door een adviesgroep (met vertegenwoordigers uit de sector) en een Stuurgroep (Ministeries van OCW, EZ en BZ alsmede de gemeente Amsterdam). De cultureel intendant wordt in november aangesteld.

Inrichting Marineterrein en Scheepvaartmuseum: beeld van Nederland

De topsector Creatieve Industrie wordt betrokken bij de inrichting van de gebouwen van het Voorzitterschap en hun directe omgeving op het Marineterrein. De beoordeling geschiedt op dezelfde wijze als in het cultureel programma.

Voorzitterschapscursus

De projectorganisatie organiseert met de Diplomatieke Academie en het Raadssecretariaat een voorzitterschapscursus voor de ongeveer 600 ambtenaren die bij het voorzitterschap betrokken zijn.

Ten slotte

Woorden als besparen en versoberen komen in deze brief geregeld terug: in de centrale organisatie, in de centrale locatie, in minder bijeenkomsten in Nederland, in lagere kosten, in hergebruik van het logo en in sponsoring. Dat staat niet haaks op de ambitie een goede en gastvrije voorzitter te zijn. Integendeel. Succesvolle voorzitters focussen op de essentie en laten het overbodige achterwege. Dat geldt zowel voor de inhoud van het voorzitterschap als voor de organisatie ervan.

De Minister van Buitenlandse Zaken, A.G. Koenders


 
 
 

2.

Meer informatie

 

3.

Parlementaire Monitor

Met de Parlementaire Monitor volgt u alle parlementaire dossiers die voor u van belang zijn, op de voet. De monitor signaleert de recent aan deze dossiers toegevoegde documenten en de vergaderingen waarin ze aan de orde komen. U ziet in ťťn oogopslag van elk lopend wetsvoorstel de stand van zaken. Via e-mail-alerts en de nieuwsbrieffunctie zijn u en uw relaties altijd onmiddellijk op de hoogte.

Als u meer wilt weten over de Parlementaire Monitor, bekijk dan de uitgebreide beschrijving op www.pdc.nl of neem contact met ons op via info@parlementairemonitor.nl.