Brief regering; Stand van zaken brief MH17 - Vliegramp MH17 - Parlementaire monitor

Parlementaire monitor
Dinsdag 2 juni 2020
kalender

Brief regering; Stand van zaken brief MH17 - Vliegramp MH17

1.

Tekst

33 997 Vliegramp MH17

Nr. 20 BRIEF VAN DE MINISTERS VAN VEILIGHEID EN JUSTITIE, VAN BUITENLANDSE ZAKEN EN VAN DEFENSIE

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 9 oktober 2014

Hierbij bieden wij u, mede namens de Minister-President en in overeenstemming met de toezegging om uw Kamer regelmatig te informeren over de nasleep van de ramp met Malaysia Airlines vlucht MH17, nadere informatie aan over de stand van zaken. Deze brief dient als vervolg op de Kamerbrief van 27 augustus jl. (Kamerstuk 33 997, nr. 16)

Thans blijven de inspanningen van het kabinet onverminderd gericht op de drie eerder geformuleerde doelstellingen: 1. repatriëring van resterende stoffelijke overschotten en persoonlijke bezittingen, 2. onderzoek naar de toedracht van de ramp en 3. strafrechtelijk onderzoek. De context waarin geopereerd moet worden, is zoals bekend zeer complex. In de afgelopen periode is voortdurend onderzocht of het mogelijk was de repatriëringsmissie terug te laten keren naar de rampplek. Terugkeer op verantwoorde wijze bleek echter helaas niet mogelijk vanwege de veiligheidssituatie ter plekke.

Gezien de aanhoudende instabiele en onveilige situatie rond de rampplek, lijkt de mogelijkheid om op korte termijn terug te kunnen gaan steeds kleiner te worden. Ook de inval van de winter zal terugkeer verder bemoeilijken. Er is daarom actief gezocht naar andere manieren om de persoonlijke bezittingen van de slachtoffers terug te kunnen krijgen. De interim-missie blijft ter plaatse om dit verder te coördineren en om snelle terugkeer naar de rampplek mogelijk te maken, mocht de veiligheid dat alsnog toelaten.

Veiligheidsbeeld Oost-Oekraïne

De veiligheidssituatie in Oost-Oekraïne is en blijft onoverzichtelijk en fragiel. Het op 5 september jl. overeengekomen staakt-het-vuren tussen de Oekraïense autoriteiten en pro-Russische separatisten, en de op 19 september jl. gemaakte afspraken over het instellen van een dertig kilometer brede bufferzone voor (zware) artillerie, hebben dit beeld niet veranderd. Hoewel grootschalige militaire operaties tot op heden uitblijven, wordt het bestand op dagelijkse basis geschonden en wordt niet of in beperkte mate uitvoering gegeven aan het terugtrekken van (zware) artillerie uit de bufferzone. Een complicerende factor is dat een aantal pro-Russische separatistische groeperingen, en in mindere mate ook (para)militaire Oekraïense eenheden, niet onder directe controle staat van het politiek leiderschap en bovendien onderling verdeeld is.

Rond Debaltsevo, gelegen in de directe omgeving van de rampplek en van tactisch essentieel belang voor beide partijen, is sprake van artilleriebeschietingen en kleinschalige gevechten gericht op het verbeteren van militaire posities. Andere hotspots zijn het vliegveld van Donetsk (artilleriebeschietingen en gevechten met grondtroepen), Gorlivka, Loegansk en het zuidelijk gelegen Mariupol. Hierdoor is er in en rond het door separatisten beheerste gebied nog steeds sprake van een significante dreiging. Ondanks enkele incidenten in de afgelopen weken is de veiligheidssituatie in de regio Kharkiv stabiel. De dreiging tegen Nederlands personeel daar is laag.

Interim-missie Kiev en Kharkiv

Naar aanleiding van het op 5 september jl. overeengekomen staakt-het-vuren is op 12 september vanuit Nederland een kwartiermakersgroep naar Kharkiv vertrokken om te trachten de repatriëringsmissie op korte termijn te hervatten. Ook zijn de Head of Mission (HoM) en de Strategisch Militair Adviseur (SMA) weer naar Kiev vertrokken voor overleg met de Oekraϊense autoriteiten en de OVSE. Gezien de regelmatige schendingen van het bestand en de onveilige situatie rond de rampplek bleek terugkeer van de repatriëringsmissie naar de rampplek helaas niet mogelijk. Derhalve zijn de kwartiermakersgroep, de HoM en de SMA op 23 september jl. weer teruggekeerd naar Nederland en is de interim-missie weer teruggebracht naar het niveau zoals gemeld in de Kamerbrieven van 14 augustus 2014 (Kamerstuk 33 997, nr. 10) en 27 augustus 2014 (Kamerstuk 33 997 nr. 16).

De interim-missie blijft ter plekke, als eerste aanspreekpunt voor de lokale bevolking, de OVSE en de Oekraïense autoriteiten

Deze aanwezigheid moet het mogelijk maken de missie op de rampplek snel te hervatten zodra de veiligheidssituatie dit weer toelaat en zolang de winter nog niet is ingetreden. Bovendien treft de interim-missie voorbereidingen om tijdens de aankomende winterperiode het in Kharkiv aanwezige materiaal beheerd op te slaan, zodat ook na de winterperiode, indien de klimatologische en veiligheidssituatie het toelaten, de missie op de rampplek kan worden hervat.

Tegelijkertijd heeft de interim-missie de afgelopen tijd actief gezocht naar aanvullende manieren om de persoonlijke bezittingen van de slachtoffers aan de nabestaanden te kunnen teruggeven.

De missie heeft een (Russischtalige) Facebook-pagina opgezet en een (Russischtalige) VKontake pagina waarop de oproep is geplaatst om vondsten te melden en een gratis telefoonnummer ingesteld waarop vondsten gemeld kunnen worden.

Ook zijn posters en flyers in de dorpen rond de rampplek verspreid. De OVSE heeft op verzoek van de missie gesproken met de burgemeesters van de dorpen nabij de rampplek over het inzamelen van persoonlijke bezittingen en bagage.

Daarnaast heeft de OVSE voor de missie contact gelegd met het lokale agentschap voor rampenbestrijding (SES) in Donetsk. In de eerste dagen na de ramp is de crashsite systematisch ook doorzocht door de lokale autoriteiten (SES) en bewoners. Prioriteit daarbij was het bergen van stoffelijke overschotten. Dat dit doelmatig lijkt te zijn gebeurd, blijkt ook uit het feit dat de onderzoekers van de internationale repatriëringsmissie daarna weinig stoffelijke overschotten hebben gevonden. Nu ligt de aandacht vooral bij het terughalen van persoonlijke bezittingen van de slachtoffers.

Het kabinet heeft altijd gezegd dat wij terug willen naar de rampplek, maar onder de voorwaarde dat de missie voor een wat langere tijd zijn werk kan doen onder stabiele omstandigheden. Dat zit er op dit moment helaas niet in. De SES is al lang werkzaam in het gebied, heeft een uitgebreid netwerk en kan de veiligheidssituatie ter plaatste goed inschatten. De SES is lokaal aanwezig en kan de crashsite ingaan, ook als dat maar voor een kortere periode mogelijk is.

Australië en Maleisië worden in Kiev geïnformeerd en op de hoogte gehouden van de voortgang van de Nederlandse inspanningen om de persoonlijke bezittingen terug te krijgen.

Het is van groot belang dat de crash site veilig wordt gesteld. Dat is noodzakelijk om sporen en resten van lichamen die kunnen zijn achtergebleven, veilig te stellen voor verder identificatie. Daarnaast is het de wens om alle wrakstukken uit het gebied te halen. Ook hiervoor is toegang tot het gebied essentieel en dient medewerking verkregen te worden van de separatisten die het gebied controleren. De interim-missie verkent met de OVSE op dit moment de mogelijkheden hiertoe.

Consulaire aspecten

Goede zorg voor en ondersteuning van de nabestaanden blijft een belangrijk punt van aandacht. Voor de nabestaanden van slachtoffers met de Nederlandse of buitenlandse nationaliteit en woonachtig in Nederland is het proces van uitgifte van de overlijdensaktes nagenoeg afgerond.

Voor overlijdensaktes voor slachtoffers met buitenlandse nationaliteit en verblijfplaats in het buitenland is in overleg met de Oekraïense autoriteiten een speciale procedure afgesproken. Hiervoor zijn twee Oekraïense waarnemers in Nederland geweest. Zij hebben de kwaliteit van het identificatieproces onderzocht. In een eindevaluatie waren zij positief over de Nederlandse aanpak. Zij zullen een rapportage opstellen die de uitgifte van de overlijdensaktes in Oekraïne mogelijk maakt. Hiermee kunnen alle overlijdensaktes voor deze groep in één keer in Oekraïne worden afgehandeld. De ambassades van de betreffende landen zijn nauw betrokken, aangezien zij verantwoordelijk blijven voor de informatieverschaffing en consulaire bijstand aan familie in het buitenland. Er zijn meerdere informatie-bijeenkomsten gehouden met deze ambassades. Dit is alom zeer gewaardeerd. Daarnaast worden, via wekelijkse updates per email, de ambassades van de betrokken landen en de familieleden van slachtoffers in het buitenland op de hoogte gehouden van de laatste stand van zaken.

Binnen het Ministerie van Buitenlandse Zaken is een kernteam nog steeds actief bij het proces van overlijdensaktes en vragen op consulair gebied.

Nabestaandenzorg

Op dit moment zijn 262 van de 298 slachtoffers geïdentificeerd. Dankzij moderne DNA-technieken is de verwachting dat er de komende tijd nog meer identificaties zullen volgen. Familierechercheurs van de politie en casemanagers van Slachtofferhulp Nederland werken nauw samen bij de zorg aan de nabestaanden. De expertise van beide organisaties wordt in samenhang ingezet, zodat zorg verleend kan worden op zowel psychosociaal, praktisch als juridisch terrein.

Bij het verlenen van die zorg wordt zoveel mogelijk aangesloten bij de behoeften die er leven en wensen die nabestaanden kenbaar maken. Zo zijn in de periode sinds de brief aan uw Kamer van 27 augustus 2014 aan veel nabestaanden de geïdentificeerde stoffelijke resten van de slachtoffers overgedragen. Familierechercheurs en casemanagers hebben nabestaanden in veel gevallen praktische en psychosociale ondersteuning verleend bij de voorbereiding van de daarop volgende begrafenissen en crematies.

De afgelopen weken nemen de vragen onder nabestaanden over juridische aspecten toe, met name waar het schadevergoedingen betreft. Naar aanleiding daarvan organiseert Slachtofferhulp Nederland een of meer informatiebijeenkomsten voor nabestaanden die daar behoefte aan hebben.

Het Informatie en Verwijs Centrum (IVC) Oekraïne, de informatiewebsite met een open gedeelte en een gesloten gedeelte dat alleen voor nabestaanden toegankelijk is, zal over een lange periode, zeker anderhalf à twee jaar, onderhouden worden en actueel blijven.

Nationale Herdenking MH17

De voorbereidingen voor de Nationale Herdenking MH17 zijn in volle gang. De herdenking vindt plaats op maandag 10 november 2014 in de RAI te Amsterdam. De contouren van de dag worden langzaam duidelijk. Tijdens de Nationale Herdenking worden alle 298 slachtoffers van vlucht MH17 herdacht. Thema's van de herdenking zijn «geborgenheid en verbinding». Aan de nabestaanden wordt gevraagd input te geven bij de invulling, vormgeving en uitvoering van het programma. De verwachting is dat ruim 2000 nabestaanden, ook van buitenlandse nationaliteit, de herdenking zullen bijwonen. Alle niet-Nederlandse getroffen landen worden op ambassadeursniveau uitgenodigd. De contactpersonen van getroffen families doen inmiddels opgave van hun uit te nodigen verwanten. Hierna ontvangen alle verwanten, mede namens het kabinet, een persoonlijke uitnodiging van de Minister-President.

Om de nabestaanden tijdens de herdenking een veilige omgeving te bieden, heeft de bijeenkomst in de RAI een besloten karakter. Het officiële gedeelte van de herdenking bestaat uit een herdenkingsceremonie waarvan de NOS rechtstreeks via radio en televisie verslag doet. Naast de nabestaanden zijn onder meer Z.M. de Koning en H.M. de Koningin bij de ceremonie aanwezig. Beide Kamers worden vertegenwoordigd door officiële delegaties. Na de herdenkingsceremonie volgt het informele, besloten programmaonderdeel van onderlinge ontmoeting, troost en bemoediging. Ook hier zullen onder meer de Koning en Koningin bij aanwezig zijn.

Onderzoek naar toedracht

Het onderzoek van de Onderzoeksraad voor Veiligheid (OvV) is in volle gang. De OvV heeft in een gesprek tussen uw Kamer en de heer Joustra op 7 oktober 2014 een toelichting gegeven op het voorlopige rapport en de stand van zaken in het onderzoek. De OvV heeft aangegeven, en daarin gesteund door het OM, dat zij bij voorkeur beschikken over alle wrakstukken van het vliegtuig om een volledige reconstructie te kunnen maken.

Strafrechtelijk onderzoek

Uitlatingen Minister van Buitenlandse Zaken in de media

De Minister van Buitenlandse Zaken heeft op 8 oktober in het Programma Pauw gezegd dat er bij één van de slachtoffers van de MH17 een zuurstofmasker is aangetroffen. Bij het identificatieonderzoek is inderdaad een zuurstofmasker aangetroffen. De Minister van Buitenlandse Zaken betreurt deze opmerking omdat deze informatie nog niet eerder met alle nabestaanden was gedeeld. Vanochtend vroeg zijn alle nabestaanden alsnog door de familierechercheurs geïnformeerd.

Zuurstofmasker

Bij het identificatieonderzoek is een zuurstofmasker aangetroffen op een van de slachtoffers, niet van Nederlandse nationaliteit. Het zuurstofmasker was bevestigd met een elastiek om de nek van het slachtoffer. Het zuurstofmasker is door het Nederlands Forensisch Instituut onderzocht op vingerafdrukken, speeksel en DNA. Dit onderzoek heeft geen resultaat opgeleverd. Hoe en wanneer het zuurstofmasker bij het slachtoffer om de nek is gekomen, is onbekend. De betrokken nabestaanden zijn hier destijds over geïnformeerd. Bij geen van de andere geborgen slachtoffers is een zuurstofmasker aangetroffen.

De reden dat dit niet eerder actief naar buiten is gebracht ligt in het feit dat het OM nog onderzoek doet naar de toedracht en de betekenis van het aantreffen van dit zuurstofmasker. Hieraan kunnen op dit moment dus nog geen conclusies worden verbonden.

Verzoeken Vaste Commissie voor Veiligheid en Justitie

Bij brief van 11 september 2014 heeft de Vaste Commissie voor Veiligheid en Justitie van uw Kamer aan de Minister van Veiligheid en Justitie verzocht om een verslag van de activiteiten van het Openbaar Ministerie (hierna: het OM) in het onderzoek naar de vliegramp met vlucht MH17. Tevens is verzocht om een verslag van de samenwerking met de autoriteiten van Oekraïne, België, Australië en Maleisië, de samenwerking in het kader van Eurojust en de stand van zaken in procedureel opzicht. Daarnaast heeft de Kamer verzocht om de bevindingen van deskundige internationaal strafrechtjuristen met betrekking tot de mogelijkheden voor vervolging en berechting van eventuele daders, de kansen en bedreigingen daarbij en de mogelijke knelpunten, met het verzoek in te gaan op de voor- en nadelen vanuit juridisch perspectief van de vervolging en berechting in een van de betrokken landen, door het Internationaal Strafhof (ICC) of een speciaal daartoe op te richten tribunaal.

In antwoord op die twee verzoeken kunnen wij u het volgende melden:

Activiteiten OM

Het team van het OM dat bij het strafrechtelijk onderzoek is betrokken, bestaat op dit moment uit drie zaaksofficieren van justitie. Daarnaast bevindt één officier van justitie zich momenteel in Oekraïne. Dit is van belang voor een goede sturing op het opsporingsonderzoek ter plaatse, de coördinatie van de internationale samenwerking ter plekke en het contact met de lokale autoriteiten. Voorts zijn twee officieren van justitie speciaal aangewezen voor het forensisch deel van het onderzoek en houden twee officieren van justitie zich specifiek bezig met de slachtoffer- en nabestaandenzorg. Het rechercheonderzoek bestaat momenteel uit rechercheurs met uiteenlopende specialismen zoals: experts op het gebied van internationale misdrijven, experts op het gebied van High Tech Crime, financiële experts en forensisch experts. Ook de Koninklijke Marechaussee en de Luchtvaartpolitie hebben onderzoek verricht. Verder wordt nauw samengewerkt met de Onderzoeksraad voor Veiligheid.

Onderzoek

Het betreft hier een zeer complex strafrechtelijk onderzoek dat geruime tijd in beslag zal nemen. Veel informatie is beschikbaar via internet, sociale media en andere open bronnen. Verder moet informatie van andere landen komen. Op dit moment zijn de inspanningen gericht op het zoveel mogelijk ontsluiten van informatie en deze vervolgens te analyseren. Dit vereist hoog gekwalificeerd recherchewerk en neemt veel tijd in beslag. Een zeer grote hoeveelheid materiaal op internet is veilig gesteld. Het gaat om bijna 350 miljoen webpagina’s onder meer met foto’s en video’s uit Oost-Oekraïne, zowel voor als na de vliegramp. Daarnaast wordt onderzoek gedaan naar blogs, tweets en fora. Het vergt veel capaciteit om internetpublicaties te duiden en te bepalen of deze als bewijs kunnen dienen. Daarvoor is het noodzakelijk om berichten te valideren, te verifiëren en te onderbouwen. Het onderzoek richt zich voorts op telecomgegevens en afgeluisterde telefoongesprekken. Wanneer dergelijke gesprekken in een strafzaak als bewijs worden gebruikt, moet de authenticiteit onomstotelijk komen vast te staan. Het is immers belangrijk om uit te sluiten dat ze zijn gemanipuleerd. Er is en wordt verder forensisch onderzoek gedaan, onder andere door het Nederlands Forensisch Instituut (NFI). Op de website van de Nederlandse politie ten slotte is de mogelijkheid geopend en een oproep gedaan om beeldmateriaal beschikbaar te stellen en dat te uploaden. Die mogelijkheid is in vier talen (Russisch, Oekraïens, Nederlands en Engels) onder de aandacht gebracht van het publiek in (Oost)-Oekraïne. Hier is veel gehoor aan gegeven. Ook dit beeldmateriaal wordt geanalyseerd en onderzocht op authenticiteit. Het opsporingsteam heeft inmiddels 20.000 foto’s en 750 filmpjes veiliggesteld. Het onderzoek heeft verschillende onderzoekslijnen en richt zich op verschillende scenario’s. Het leveren van onomstotelijk bewijs is een langdurig proces.

Internationale samenwerking

Internationale samenwerking is van cruciaal belang nu het bewijs grotendeels buiten Nederland is te vinden en andere landen ook opsporingsonderzoeken zijn gestart. Daarom zijn goede coördinatie en een effectieve samenwerking noodzakelijk om al het beschikbare bewijs op één plek te krijgen. Onder andere om die reden heeft Nederland hierin vanaf het begin een leidende rol genomen. Het OM heeft een officier van justitie tot taak gegeven de internationale samenwerking te coördineren. Daarnaast heeft het OM aan Eurojust verzocht de totstandkoming van de internationale samenwerking te coördineren. Mede naar aanleiding van de eerste bijeenkomst bij Eurojust op 28 juli 2014 is een goede en intensieve samenwerking tussen de justitiële en politiële autoriteiten van de samenwerkende landen tot stand gekomen. Een van de vormen waarin die samenwerking gestalte heeft gekregen, is de inrichting van het Joint Investigation Team (hierna: het JIT). Daarbij zijn naast Nederland ook Australië, België, Oekraïne en Maleisië betrokken. Een JIT verlaagt de drempels voor internationale samenwerking. Expertise, kennis en bewijsmateriaal kunnen gemakkelijker worden uitgewisseld. Het JIT wordt gecoördineerd door het Nederlandse OM. Tweemaal per week vindt er een (video-)bijeenkomst plaats met de deelnemers van het JIT, waarin onder andere de stand van zaken van het gemeenschappelijke onderzoek wordt besproken. Eurojust heeft een belangrijke rol in het bij elkaar brengen van vertegenwoordigers uit de samenwerkende landen en het organiseren van coördinerende bijeenkomsten waarbij afspraken worden gemaakt over de onderlinge samenwerking. Op 16 augustus 2014 heeft er een vervolgbijeenkomst bij Eurojust plaatsgevonden. Verder vindt er met Eurojust veel onderlinge afstemming plaats omtrent het JIT. Naast samenwerking met de JIT-partners vindt ook internationale samenwerking plaats met andere landen. Er zijn inmiddels rechtshulpverzoeken verstuurd naar andere (getroffen) landen, zoals Duitsland, de Verenigde Staten, het Verenigd Koninkrijk, Nieuw-Zeeland, Italië, Indonesië, Finland, de Filipijnen en Canada.

Mogelijkheden tot vervolging en berechting

De Minister van Veiligheid en Justitie streeft ernaar de vaste commissie voor Veiligheid en Justitie voor 28 november 2014 een brief te zenden over de mogelijkheden voor vervolging en berechting van eventuele daders, de kansen en bedreigingen daarbij en de mogelijke knelpunten, een en ander in brede zin. De Hoofdofficier van het Landelijke Parket heeft hierin de leiding.

Humanitaire hulp

De humanitaire situatie in Oost-Oekraïne is nog immer zorgelijk, zeker met het oog op de intredende winter. Er blijft een tekort aan goede winterbestendige accommodatie en voldoende basisvoorzieningen, zoals medische zorg.

Het kabinet heeft 500.000 EUR beschikbaar gesteld aan UNHCR in reactie op het VN noodhulpverzoek om noden te verlichten. Daarnaast is 200.000 EUR gegeven aan het Oekraïense Rode Kruis, via het Nederlandse Rode Kruis.

In Oost-Oekraïne zijn volgens conservatieve schattingen van de VN sinds het begin van het conflict tenminste 3.550 mensen gedood (inclusief de passagiers en bemanningsleden van MH17), terwijl er 8.330 gewonden zijn per eind september. Er wonen ruim 5 miljoen mensen in het conflictgebied. Er zijn ruim 295.000 ontheemden en ongeveer 341.000 personen zijn naar buurlanden gevlucht. Van deze vluchtelingen zijn circa 169.000 mensen naar Rusland gegaan. Twee derde van de ontheemden is vrouw, mannen blijven veelal achter of in de buurt om hun eigendommen te beschermen. Een aantal ontheemden keert reeds terug naar gebieden die heroverd zijn op de separatisten en die relatief veilig zijn. Er is vooralsnog geen sprake van een goed registratiesysteem voor de ontheemden en vluchtelingen. UNHCR werkt samen met de Oekraïense autoriteiten aan de opzet van een systeem.

Internationale contacten en inspanningen

Op 19 september jl. sprak de Minister van Buitenlandse Zaken de VN-Veiligheidsraad toe, waar op verzoek van Rusland een debat over het onderzoek naar MH17 plaatsvond. De Minister heeft daarbij de Nederlandse prioriteiten nogmaals uiteengezet en duidelijk gemaakt dat ons land niet zal rusten totdat alle feiten boven water zijn en de schuldigen zijn gestraft. Australië, het VK, de VS, Frankrijk, Luxemburg en Litouwen hebben in het debat hun steun uitgesproken voor de Nederlandse inzet. Ook Oekraïne herhaalde met nadruk mee te zullen blijven werken. Het voorlopige rapport van de OvV werd door alle VNVR-leden verwelkomd. Rusland wees op mogelijke tekortkomingen van het voorlopige rapport van de OvV, maar stond in zijn kritiek geïsoleerd.

In de daaropvolgende Algemene Vergadering van de VN hebben zowel de Minister-President als de Minister van Buitenlandse Zaken gesproken over MH17 en in bilaterale contacten steun gevraagd en gekregen voor de Nederlandse prioriteiten en om MH17 hoog op de internationale agenda te houden.

In zijn toespraak in de Algemene Vergadering van de VN heeft de Minister-President benadrukt dat Nederland samen met andere betrokken landen zijn uiterste best blijft doen om zowel de repatriëring van stoffelijke overschotten en persoonlijke bezittingen te voltooien als de oorzaak van het ongeval te achterhalen en de schuldigen te vervolgen. Toegang tot de plaats van het ongeval blijft daarbij essentieel. Met de Australische en Maleisische Ministers-Presidenten heeft dan ook nauw overleg plaatsgevonden over de inspanningen om toegang te krijgen tot het rampgebied. Ook is gesproken met de president van Indonesië en de premier van Canada, die beiden hun medeleven en steun uitten.

Naast de politieke contacten zijn er dagelijks intensieve consultaties met Australië, Maleisië en andere partnerlanden en relevante organisaties op ambtelijk niveau. Een centrale rol is weggelegd voor de OVSE, die sinds de ramp met de MH17 bereid is geweest de internationale inspanning onder leiding van Nederland op actieve wijze te ondersteunen. Zowel het Zwitserse voorzitterschap als de Speciale Monitoringsmissie in Oekraïne tonen een niet aflatende inzet om medewerking te verlenen aan de pogingen toegang te krijgen tot de rampplek. Het kabinet is de OVSE op dit punt bijzonder dankbaar en heeft dat ook eerder zo geuit.

Het Minsk-akkoord van 5 september jl. inzake een staakt-het-vuren en het begin van een politiek proces voorziet in een expliciete rol van de OVSE in aanvulling op de reeds in maart 2014 aan de missie toegewezen taken. Deze aanvullende taken betreffen het monitoren en verifiëren van het staakt-het-vuren, het monitoren van de grens tussen Oekraïne en de Russische Federatie en het verifiëren van de nog in te stellen veiligheidszone in het grensgebied tussen de twee landen.

Om de genoemde aanvullende taken te kunnen uitvoeren, heeft de Chairman in office van de OVSE (CiO), de Zwitserse president en Minister van Buitenlandse Zaken Burkhalter, de OVSE-landen verzocht het aantal monitors van de SMM te verhogen van 240 tot 500, van wie circa 350 de situatie in Oost-Oekraïne en in de veiligheidszone in het grensgebied tussen Oekraïne en Rusland moeten gaan monitoren. Daarnaast heeft de OVSE de landen gevraagd om planningscapaciteit beschikbaar te stellen.

Nederland zal in reactie op het verzoek van de OVSE additionele monitors aanbieden, in aanvulling op de vijf Nederlanders die al als monitor werkzaam zijn, met expertise op het vlak van monitoren van staakt-het-vuren overeenkomsten. Daarnaast zal het Ministerie van Defensie voor een periode van drie maanden een operationele planner ter beschikking stellen.

Nederland zal voorts een aanvullende financiële bijdrage leveren van 1,88 miljoen euro aan de missie, waarmee de totale Nederlandse bijdrage uitkomt op 2,83 miljoen euro.

Ook de Europese Unie blijft solidair met de Nederlandse inzet en benadrukt het belang van toegang tot de rampplek en een adequaat onderzoek opdat de schuldigen kunnen worden vervolgd. Het kabinet zal zich sterk blijven maken om MH17 hoog op de internationale agenda te houden.

De Minister van Veiligheid en Justitie, I.W. Opstelten

De Minister van Buitenlandse Zaken, F.C.G.M. Timmermans

De Minister van Defensie, J.A. Hennis-Plasschaert


 
 
 

2.

Meer informatie

 

3.

Parlementaire Monitor

Met de Parlementaire Monitor volgt u alle parlementaire dossiers die voor u van belang zijn, op de voet. De monitor signaleert de recent aan deze dossiers toegevoegde documenten en de vergaderingen waarin ze aan de orde komen. U ziet in één oogopslag van elk lopend wetsvoorstel de stand van zaken. Via e-mail-alerts en de nieuwsbrieffunctie zijn u en uw relaties altijd onmiddellijk op de hoogte.

Als u meer wilt weten over de Parlementaire Monitor, bekijk dan de uitgebreide beschrijving op www.pdc.nl of neem contact met ons op via info@parlementairemonitor.nl.