AO Koninkrijksconferentie 2014 - Parlementaire monitor

Parlementaire monitor
Donderdag 9 april 2020
kalender

AO Koninkrijksconferentie 2014

Met dank overgenomen van A. (André) Bosman i, gepubliceerd op dinsdag 25 maart 2014, 3:19.

Voorzitter,

Het is goed dat we hier de tijd nemen om over de agenda van de Koninkrijksconferentie te spreken. Er staat nogal wat op de agenda namelijk.

Een belangrijk punt voor de VVD is de werkgroep Interlandelijk personen- en goederenverkeer. Uit de beantwoording van mijn Kamervragen van 10 oktober 2012 bleek dat er toen absoluut geen contact was met Curaçao en Sint Maarten. Ze weigerden zelfs om het gesprek aan te gaan over het interlandelijk personenverkeer. We zijn nu in maart 2014. Kan de minister aangeven hoe de vorderingen zijn in die specifieke werkgroep? Zijn er ondertussen al contacten en of overleggen geweest?

Want voorzitter, de reden van mijn initiatiefwet is juist omdat Curaçao en Sint Maarten een mogelijke Rijkswet personenverkeer blokkeren. De eerste termijn van de Kamer is nu geweest en zonder inhoudelijk in te gaan op die beraadslagingen was het verzoek van een kamerbrede meerderheid toch om te komen tot een Rijkswet. En die oplossing heeft ook zeker de voorkeur van de VVD

Ik heb ondertussen van heel veel mensen reacties ontvangen op mijn initiatiefwet. Van mensen die vragen waarom ik dit niet oplos in samenwerking met de landen in het Caribisch gebied. Het probleem is dat ik de landen niet kan dwingen tot samenwerken. Als Aruba, Curaçao en Sint Maarten categorisch weigeren om samen te werken, zelfs niet de beleefdheid hebben om te reageren op diverse uitnodigingen, dan is samenwerking binnen het Koninkrijk echt een probleem. Voor de VVD is samenwerken binnen het Koninkrijk van grote waarde. Economische samenwerking maar ook samenwerking op het gebied van personenverkeer. Ik hoop dus dat de landen de beleefdheid hebben om het gesprek alsnog aan te gaan en tot een gezamenlijke Rijkswet Personenverkeer komen. Op die manier zijn namelijk ook de reisbewegingen tussen de Bonaire, Sint Eustatius en Saba en Aruba, Curaçao en Sint Maarten te vergemakkelijken. Pas als we op dat vlak samenwerken is een oplossing mogelijk.

Er is van verschillende kanten aangegeven dat het aannemen van mijn initiatiefwet een negatief effect zou kunnen hebben op de relaties binnen het Koninkrijk. Kan de minister mij aangeven wat de gevolgen zijn voor de samenwerking binnen het Koninkrijk bij een blijvende weigering van de landen om samen te komen tot een Rijkswet Personenverkeer?

Mijn volgende zorg is de ontwikkeling in Venezuela. Ik zal hier niet treden in de interne problematiek van dit land, maar de effecten zijn direct voelbaar in de Caribische landen. Luchtvaartmaatschappijen die vliegen op Venezuela krijgen hun geld niet en lopen daardoor schuld op. En die schulden werken door naar de toeleveranciers van de luchtvaartmaatschappijen op de eilanden. Een faillissement van een bedrijf van die omvang op een van de eilanden is desastreus. Niet alleen de werkgelegenheid, maar ook voor de aanvoer van toeristen staat hiermee onder druk. Hoe moeilijker het wordt en hoe minder concurrentie op de lijnen, hoe duurder de kaartjes en daardoor minder toeristen.

Ik wil de minister vragen om, samen met zijn collega van Buitenlandse Zaken deze problemen met het buurland van Nederland, Venezuela, aan de orde te stellen. Ik refereer hierbij ook aan de brief van 11 maart 2014 die naar aanleiding van vragen van de vaste commissie van Buitenlandse Zaken naar de kamer is gestuurd.

In het verlengde daarvan, kan de minister mij aangeven welke risico’s hij ziet ten aanzien van de ontwikkelingen in Venezuela voor Aruba (30 km naar de kust van Venezuela), Curaçao (60 km van Venezuela) en Bonaire (80km van de kust van Venezuela)?