Handelsverdragen EU - Parlementaire monitor

Parlementaire monitor
Donderdag 16 juli 2020
kalender

Handelsverdragen EU

Met dank overgenomen van Europa Nu.

De Europese Unie i streeft naar uitbreiding van de vrijhandel in de wereld, want internationale handel is een belangrijke bron van inkomsten voor de lidstaten i van de EU. Door het sluiten van handelsakkoorden met derde landen of andere organisaties zorgt de EU ervoor dat handelsbarrières en invoerheffingen worden opgeheven. Het doel van handelsakkoorden is het bevorderen van de handel tussen de deelnemende landen of groepen landen.

Hoewel handelsovereenkomsten deze positieve effecten kunnen hebben, zijn er ook bezwaren tegen handelsakkoorden. Deze kritiek komt zowel van derde landen als vanuit de eigen lidstaten. Er is bijvoorbeeld kritiek op de import van landbouwproducten. Zo bestaat de vrees dat bepaalde producten goedkoop vanuit derde landen naar de EU kunnen komen, waardoor Europese producenten worden benadeeld. Maar ook vanuit de derde landen komt kritiek over het beschermen van de eigen landbouw van de EU. Daarnaast is het oprichten van aparte vormen van geschillenbeslechting binnen handelsverdragen omstreden.

De EU onderhandelt voortdurend met derde landen en organisaties over bestaande en nieuwe handelsakkoorden. Zo bereikte de EU in april 2018 een akkoord over handelsverdragen met Japan en Singapore. Ook met Mexico zijn de onderhandelingen afgerond. Daarnaast worden er handelsoverleggen gestart met Australië en Nieuw-Zeeland. Maar de onderhandelingen over sommige handelsverdragen liggen stil, zoals TTIP i. Tegen andere bestaat veel weerstand, waardoor het onzeker is of ze door de lidstaten worden geratificeerd. DIt geldt bijvoorbeeld voor CETA i.

1.

Besluitvorming

Handel is een exclusieve bevoegdheid van de Europese Commissie i. Dit betekent dat de Europese lidstaten niet zelf over hun handelsbeleid kunnen beslissen, maar dat dat allemaal via de EU gebeurt. In sommige gevallen kunnen lidstaten hun veto uitspreken. Dit is het geval wanneer een handelsverdrag bepalingen bevat over indirecte buitenlandse investeringen of over de beslechting van geschillen tussen investeerders en staten.

Voor de uitvoering van het handelsbeleid geldt in principe de gewone wetgevingsprocedure i. In nauwe samenwerking met de lidstaten treedt de Europese Commissie tijdens onderhandelingen over handelsovereenkomsten op als vertegenwoordiger van de gehele EU.

Als er uiteindelijk overeenstemming tussen de verschillende partners is bereikt over het akkoord, moet dit worden goedgekeurd door het Europees Parlement i en de Raad i, die daarbij besluit met gekwalificeerde meerderheid van stemmen.

De lidstaten zorgen voor de nationale uitvoering van het verdrag. Het sluiten van een verdrag op het gebied van handel is dus een langdurig proces. Daar komt bij dat er veel verschillende belanghebbenden in het proces betrokken zijn, waarvan sommige vóór een bepaald handelsakkoord zijn en andere tegen.

Voorbeelden

De verschillende lidstaten hebben ook verschillende eisen wat betreft de inhoud van de handelsakkoorden. Hierdoor duurt het ratificatieproces vaak lang. Dit is bijvoorbeeld het geval met de onderhandelingen tussen de EU en de Mercosur i. In 2019 bereikten de twee partijen na bijna twintig jaar onderhandelen overeenstemming over dit omvangrijke handelsakkoord. Het verdrag is echter nog niet geratificeerd, mede door de verschillende meningen tussen de zuidelijke en noordelijke lidstaten over het handelsakkoord.

2.

Landbouwproducten

Producten in de EU moeten aan eisen voldoen op het gebied van veiligheid en volksgezondheid, moeten gemaakt zijn op een manier die geen grote schade toebrengt aan het milieu en de werknemers die de producten maken hebben recht op een gezonde werkomgeving en sociale voorzieningen. Andere landen stellen op hun beurt eisen aan producten uit de EU. In akkoorden met derde landen worden behalve over tarieven ook afspraken gemaakt over hoe er met elkaars productnormen wordt omgegaan.

Een tweede probleem waar handelsverdragen dan ook vaak tegenaan lopen is het eisenpakket dat de EU stelt aan met name landbouwproducten. Dit hangt dan ook nauw samen met het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid (GLB) i. Het GLB en het handelsbeleid zijn twee van de belangrijkste bevoegdheden van de Europese Unie. Maar zij zijn ook meteen twee tegenovergestelde bevoegdheden. Hoewel het handelsbeleid akkoorden met andere landen wil sluiten, stelt de EU zeer hoge eisen aan de producten die de EU binnenkomen, wat betreft milieu en welzijn. Daarnaast beschermt het GLB de Europese boeren ook goed. Dit geeft problemen bij het juridisch uitwerken en ratificeren van verdragen.

Voorbeelden

Het handelsverdrag met de Mercosur loopt hier ook tegenaan in de ratificatiefase. Mede door de connectie met landbouw is het handelsverdrag zijn in de Tweede Kamer bezwaren tegen het verdrag geuit. Dit komt met name door de angst voor oneerlijke concurrentie van vlees- en akkerbouwproducten uit Zuid-Amerika die probleemloos de Europese markt zouden kunnen bereiken terwijl daar veel minder milieu-eisen worden gesteld. Hierdoor loopt het ratificeren van het verdrag ook veel vertraging op en is het nog de vraag of het überhaupt geratificeerd gaat worden. Er zijn meer lidstaten die huiverig zijn voor de import van landbouwproducten uit Zuid-Amerika.

Ook het verdrag met de VS (TTIP i) en het verdrag met Canada (CETA i) hebben soortgelijke problemen. In deze landen worden andere (milieu-)eisen gesteld aan landbouwproducten, waardoor de verdragen kritiek krijgen van zowel boeren- als milieuorganisaties.

3.

Investeringshoven

De oprichting van zogenaamde investeringshoven levert ook veel kritiek op van zowel milieuorganisaties en burgers als nationale politici en Europarlementariërs. Deze kritiek richt zich vooral op het feit dat buitenlandse bedrijven in deze constructie regeringen kunnen aanklagen als zij vinden dat er sprake is van schending van internationale verdragen. Critici stellen dat buitenlandse bedrijven daarmee een te machtige positie krijgen en bestaande Europese afspraken, zoals milieuwetgeving en afspraken over voedselveiligheid, ter discussie kunnen stellen.

Voorbeelden

CETA en TTIP krijgen allebei veel kritiek over de oprichting van deze investeringshoven in hun verdragen. Met name Amerikaanse bedrijven zouden binnen TTIP dan veel makkelijker de Europese afspraken over het verbieden van genetisch gemodificeerde producten kunnen omzeilen. Ook de Amerikaanse president Trump is geen voorstander van het handelsakkoord. Het is daardoor nog de vraag of het tot een verdrag komt.

De onderhandelingen van CETA zijn al wel afgerond, maar wachten nog op goedkeuring van de lidstaten. De kritiek op het investeringshof is hier ook groot, om dezelfde redenen als bij TTIP.

4.

Europese waarden

Een van de doelen van het handelsbeleid van de EU is het promoten van Europese waarden. Hieronder valt ook het beschermen van de rechten van de mens. Dit maakt het lastiger handelsakkoorden te sluiten met landen waar mensenrechten worden geschonden.

Voorbeelden

De zorg over mensenrechten en milieuregels speelde een rol bij de handelsovereenkomst EU-Vietnam. Mensenrechten- en milieuorganisaties bekritiseerden het mensenrechtenbeleid van Vietnam, aangezien hier nog steeds dwangarbeid en kinderarbeid voorkwam. Desondanks is het handelsakkoord toch in 2020 door beide partijen geratificeerd.

5.

Standpunt Nederland

Export en handel zijn voor Nederland van groot belang en vormen een van de belangrijkste bronnen van inkomsten. Handelsverdragen tussen de EU en derde landen worden door de Nederlandse regering dan ook vaak positief ontvangen. Doordat de EU handelsovereenkomsten sluit, worden soms meer afzetmarkten toegankelijk voor Nederlandse bedrijven en kan Nederland ook makkelijker producten naar die gebieden exporteren.

Onderzoeksbureau Ecorys heeft berekend dat een toekomstig handelsverdrag tussen de EU en de VS Nederland een stijging van tussen de €1,5 miljard en €4 miljard van het Bruto Binnenlands Product (BBP) kan opleveren. Ook het verdrag tussen de EU en Canada zal zorgen voor een stijging van het BBP. Volgens oud-minister Ploumen zou het verdrag tussen de EU en Canada jaarlijks tussen de €600 miljoen en €1,2 miljard opbrengen voor Nederland en zou het de handel verder intensiveren.

Aan de andere kant bestaat er soms de vrees dat bijvoorbeeld landbouwproducten uit andere werelddelen na het sluiten van een handelsverdrag op de Nederlandse markt terechtkomen. Dat kan nadelig zijn voor Nederlandse agrariërs. Daarnaast is er een risico dat geïmporteerde producten aan minder strenge milieu-eisen voldoen.

6.

Meer informatie