Opgeheven politieke jongerenorganisaties - Parlementaire monitor

Parlementaire monitor
Zaterdag 5 december 2020
kalender

Opgeheven politieke jongerenorganisaties

Met dank overgenomen van Parlement.com.

Jongeren tussen 14 en 27 jaar met interesse in politiek kunnen lid worden van een politieke jongerenorganisatie i. Deze zijn vrijwel altijd verbonden aan een politieke partij i. Een politieke jongerenorganisatie heeft vier functies: scholing, rekrutering, het opkomen voor de belangen van jongeren en subsidie. Een politieke jongerenorganisatie heeft vanouds de taak om jongeren voor de partij (levensbeschouwing) te rekruteren en vervolgens te scholen.

Hieronder volgt een overzicht van opgeheven politieke jongerenorganisaties.

  • Arbeiders Jeugd Centrale (AJC)

    De Arbeiders Jeugd Centrale (AJC) diende als scholings- en vormingsinstituut voor de SDAP i. De AJC is met een geschat ledenaantal van ongeveer 11.000 misschien wel de grootste politieke jongerenorganisatie die Nederland ooit gekend heeft. De AJC organiseerde befaamde kampen, waar de AJC-jeugd samen kwam. Hoewel de AJC zichzelf ophief aan het begin van de Tweede Wereldoorlog, keerde de organisatie in 1945 weer terug. In 1959 ontbond het ledencongres de AJC echter definitief.

  • Anti-Revolutionaire Jongerenstudieclubs (ARJOS)

    De Nationale Organisatie van Anti-Revolutionaire Jongerenstudieclubs (ARJOS) was de jongerenorganisatie van de Anti-Revolutionaire Partij i. De ARJOS hield zich bezig met bezinning op en vormgeving van christelijke politiek. Dit deed het onder meer door het uitgeven van brochures, het organiseren van studiebijeenkomsten, kadercursussen, meetings en conferenties en het ondersteunen van acties.

  • Bond van Jong-Liberalen (BJL)

    De Bond van Jong-Liberalen (BJL) was de jongerenorganisatie van de Liberale Staatspartij i (LSP). Twee jaar voor het ontstaan van de landelijke jongerenorganisatie (in 1924) waren al lokale afdelingen ontstaan, maar het duurde een tijd voordat zij zich verenigden. De BJL en de LSP werkten lang aan een duurzame relatie, die halverwege de dertiger jaren ruw werd verstoord door een confrontatie. Na deze botsing liepen de leden weg. Na de Tweede Wereldoorlog, waarin de organisatie was opgeheven, kwam de BJL nog wel kort terug, maar in 1946 viel het doek.

  • Christelijk-Historische jongeren Groepen/Organisatie (CHJG/CHJO)

    Sinds 1927 kende de CHU i een landelijke jongerenorganisatie, die vanaf 1965 Christelijk-Historische Jongeren Organisatie (CHJO) heette. De toon richting de moederpartij werd toen kritischer en de focus van de jongeren kwam te liggen bij christendemocratische eenwording, het liefst gepaard met een progressief programma. Na verschillende fusiepogingen en een dalend ledenaantal, ging het CHJO in 1981 met de KVP-jongeren en de ARJOS i op in het CDJA i.

  • Federatie van Jongerengroepen in de PvdA (FJG)

    Deze organisatie is de onafhankelijke politieke jongerenorganisatie van de PvdA i. De Jonge Socialisten in de PvdA (JS) wil jongeren interesseren voor politiek en jongerenparticipatie bevorderen in politieke en maatschappelijke zin. Belangrijke maatschappelijke onderwerpen waar JS zich mee bezighoudt zijn: goed en toegankelijk onderwijs, sociale zekerheid, werkgelegenheid, duurzame ontwikkeling en milieu.

  • Gereformeerd Politiek Jongeren Contact (GPJC)

    Het Gereformeerd Politiek Jongeren Contact was de politieke jongerenorganisatie van het Gereformeerd Politiek Verbond i (GPV). Van 1955 tot 1964 bestond de organisatie enkel uit plaatselijke afdelingen. In 1964 kwam de landelijke jongerenorganisatie tot stand. Op het hoogtepunt kende het GPJC ongeveer 1500 leden. Na het weglopen van de leden en het opraken van de financiële middelen, richtte het GPJC zich op een fusie met de RPF-Jongeren i. Dit resulteerde in een fusie met de RPFJ tot PerspectieF i, dat in 2000 ontstond.

  • Katholieke Volkspartij Jongeren Groepen/Organisatie (KVPJG/KVPJO)

    Pas in 1947 zag de eerste officiële jongerenorganisatie van een katholieke politieke partij het licht: de Katholieke Volkspartij Jongeren Groepen (KVPJG). Deze jongerenorganisatie stond onder streng toezicht van de moederpartij. Tot de zestiger jaren waren de jongeren dan ook de partij-jeugd van de KVP i.

  • Nieuwe Koers

    Deze organisatie is de onafhankelijke politieke jongerenorganisatie van de PvdA i. De Jonge Socialisten in de PvdA (JS) wil jongeren interesseren voor politiek en jongerenparticipatie bevorderen in politieke en maatschappelijke zin. Belangrijke maatschappelijke onderwerpen waar JS zich mee bezighoudt zijn: goed en toegankelijk onderwijs, sociale zekerheid, werkgelegenheid, duurzame ontwikkeling en milieu.

  • RPF-Jongeren (RPFJ)

    Deze politieke jongerenorganisatie was verwant aan de Reformatorische Politieke Federatie i (RPF). De moederpartij besloot, ondanks weerstand van de leden, in 1981 over te gaan tot de oprichting van een jongerenorganisatie (RPJO). De organisatie kwam pas in 1984 daadwerkelijk tot stand. Na een moeizaam begin wist de organisatie ongeveer 1700 leden aan zich te binden. Na een bestuurlijke crisis bleek echter een fusie met het GPJC i onvermijdelijk. In 2000 vond deze plaats en gingen de twee organisaties verder als PerspectieF i, jongeren van de ChristenUnie i.

  • Vrijzinnig-Democratische Jongeren Organisatie (VDJO)

    De Vrijzinnig-Democratische Jongeren Organisatie (VDJO) bestond van 1923 tot en met 1946 en was gedurende die periode de jongerenorganisatie van de Vrijzinnig-Democratische Bond i (VDB). De VDJO was voornamelijk een gezelligheidsclub, die rond 1940 was uitgegroeid tot een flinke organisatie. Hoewel de organisatie in 1941 verboden werd, richtte het zichzelf vlak na de oorlog weer op. In 1946 volgde een fusie met andere socialistische jongerenorganisaties tot de eerste voorganger van de Jonge Socialisten i.

1.

Overige partijen

Anti-Revolutionaire Jongeren Actie (ARJA)

In november 1929 ontstond een samenwerkingsverband van verschillende Anti-Revolutionaire Jongeren studieclubs, de Anti-revolutionaire Jongeren Actie (ARJA). De ARJA onderschreef het beginselprogramma van de ARP volkomen en had als doelstelling om haar leden zo veel mogelijk volgens de antirevolutionaire principes te vormen.

Boerenpartij Jongeren (BPJON)

Dit was de jongerenorganisatie van de Boerenpartij i. De organisatie heeft verschillende vertegenwoordigers in Provinciale Staten voortgebracht, maar verder speelde de organisatie geen enkele rol van betekenis. De jongerenorganisatie was gevestigd in het partijbureau van de Boerenpartij

Jonge Fortuynisten

Dit was de politieke jongerenorganisatie van de LPF i. Na de ontbinding van de moederpartij ging de jongerenorganisatie onder een andere naam verder als internetplatform.

De Jonge Geuzen

Dit was de jongerenorganisatie van de Centrum Democraten i. Het bekendste voormalige lid is Willem Elsthout i.

Pacifistisch Socialistische Jongeren Groepen (PSjg)

Deze politieke jongerenorganisatie was gelieerd aan de PSP i, hoewel de verhouding tot de moederpartij moeizaam was. Zo waren de PSP-jongeren stevig geworteld in de kraakbeweging. Door de fusie van de moederpartij tot GroenLinks i, werd de PSjg in 1991 gedwongen om met de PPR-Jongeren te fuseren tot DWARS i. Bekende oud-leden waren onder andere Andrée van Es i en Ineke van Gent i.

PPR-Jongeren (PPRj)

Dit was de politieke jongerenorganisatie van de PPR i. De organisatie beschouwde zichzelf als een kleine politieke partij. Door de fusie van de moederpartij tot GroenLinks i, werd de PPRj in 1991 gedwongen om met de PSjg te fuseren tot DWARS i. Bekend oud-lid was PvdA'er Ad Melkert i.

Sociaal-Demokratisch Jongeren Aktief (SDJA)

Dit was de politieke jongerenorganisatie van DS'70 i.

 

Meer over

Publicaties