Spreektekst plenair debat over de wijziging van het Burgerlijk Wetboek en de Algemene wet gelijke behandeling met betrekking tot ambtenaren van de burgerlijke stand die onderscheid maken als bedoeld in de Algemene wet gelijke behandeling - Parlementaire monitor

Parlementaire monitor
Donderdag 17 oktober 2019
kalender
Met dank overgenomen van T. (Tamara) van Ark i, gepubliceerd op woensdag 29 mei 2013, 3:15.

Ik sprak op 29 mei in de Tweede Kamer overde weigerambtenaar. U vindt mijn spreektekst hieronder. Nota bene: bij afwijking geldt uitsluitend de gesproken tekst

Nederland schreef historie door in 2001 als eerste land het burgerlijk huwelijk open te stellen voor mensen van hetzelfde geslacht. We waren daarmee een voorbeeld dat door steeds meer landen gevolgd wordt. Ook landen waarvan we dat in 2001 qua culturele of religieuze achtergrond niet gelijk hadden verwacht, zoals Spanje en Argentinië. Meer dan dertien jaar na dato rijst de vraag of ons land te maken heeft met de wet van de remmende voorsprong. Want er zijn nog altijd losse eindjes. In landen die later dan Nederland de mogelijkheid creëerden voor homoseksuele mannen en lesbische vrouwen om te trouwen, is afgesproken dat degene die het huwelijk sluit geen onderscheid mag maken. En juist dat is in Nederland nog steeds onderwerp van discussie. Immers, om getrouwd te worden heb je iemand nodig die je trouwt. Er is een neutrale overheid die door middel van haar vertegenwoordigers de wet uitvoert. Het lijkt heel eenvoudig. Maar toch kruisen deskundigen, juristen, politici en belangenorganisaties al jaren de degens over de vraag of de ambtenaar van de burgerlijke stand persoonlijke overtuigingen een rol mag laten spelen bij de overweging een stel al dan niet te trouwen. De andere kant van de vraagstelling is dat stellen die trouwen, homo of hetero, al net zo lang in het ongewisse zijn of degene die hen trouwt alle huwelijken wil sluiten die binnen de wet vallen of niet.

Het wetsvoorstel dat wij vandaag behandelen beoogt aan deze discussie een einde te maken. Ik wil de initiatiefnemers complimenteren met het vele werk dat zij hebben verricht en hen steun betuigen voor hun inzet om bij wet te regelen dat ambtenaren geen onderscheid kunnen maken op grond van de Algemene Wet gelijke behandeling.

Om te komen tot een oordeel over de wet, ga ik in op een aantal opvallende momenten in de historie van de wetgeving. Er is een aantal cruciale momenten geweest in dit wetgevingsproces. Allereerst is het goed te memoreren dat de wetgever in 2001 beoogde het burgerlijk huwelijk zoals wij dat kennen open te stellen voor mensen van hetzelfde geslacht. Er is dus niet gekozen voor een specifieke variant zoals een homohuwelijk. Dit is een belangrijke constatering ook nu bij de voorliggende wetsbehandeling. Wij staan geen specifieke variant van een huwelijk toe, maar wij staan een burgerlijk huwelijk toe. Iedereen is dus voor de wet gelijk. Indertijd werd de keuze gemaakt om ambtenaren die gewetensbezwaren om een huwelijk te sluiten tussen twee mannen of twee vrouwen, de gelegenheid te geven de wet op dit punt niet uit te voeren. In 2001 werd gekozen voor een sterfhuisconstructie voor deze ambtenaren.

In de complexe Nederlandse samenleving met haar in eeuwen gegroeide instituties, gewoonten en gebruiken achtten de toenmalige regering en Kamer dit een goede zaak. {Daar kun je anno 2013 van alles van vinden maar het is een feit dat zittende ambtenaren die geen huwelijk tussen twee vrouwen of twee mannen wilden sluiten, hun werk mochten blijven doen.}

In 2007 stapte de regering van deze sterfhuisconstructie af en blies de weigerambtenaar nieuw leven in. Het werd gemeenten opnieuw mogelijk gemaakt gewetensbezwaarde ambtenaren aan te nemen. Daarmee werd de trouwambtenaar behoorlijk gepolitiseerd. Kennelijk bepaalt de kleur van de plaatselijke politiek in welke mate de wet wordt uitgevoerd. Geen wenselijke situatie. Helaas zitten wij anno 2013 nog steeds met de gevolgen.

Met het voorliggende voorstel beogen de indieners een einde te maken aan deze diffuse situatie en ervoor te zorgen dat er geen weigerambtenaren meer bij komen. De VVD deelt dit doel met D66. U kent ons verkiezingsprogramma waarin staat dat er geen ruimte is voor weigerambtenaren.

Wij hebben nog wel een aantal vragen en overwegingen die wij in eerste termijn in willen brengen. De initiatiefnemers hebben gekozen een wet te maken die er op toeziet dat er geen nieuwe weigerambtenaren bij komen. Hebben zij mogelijkheden bekeken om ook reeds in dienst zijnde ambtenaren te betrekken?

Voorzitter, zowel binnen als buiten de kamer hebben partijen elkaar de maat genomen over de mogelijkheden en onmogelijkheden van de wet. Ook D66 en VVD. Nu staan we hier zij aan zij bij de behandeling van deze initiatiefwet. Daarom hecht de VVD belang aan de inzet van dit voorstel. Komt er nu een gegarandeerd einde aan de mogelijkheid voor ambtenaren om zich te beroepen op gewetensbezwaren of leggen de initiatiefnemers zich erbij neer dat zij het fenomeen weigerambtenaar nooit geheel uit kunnen bannen?

De initiatiefnemers leggen wat mij betreft terecht de vinger op de zere plek als zij de verschillende rollen van de gemeente en de ambtenaar benoemen. De gemeente is zowel werkgever als publieke dienst. En de ambtenaar van de burgerlijke stand is weliswaar werknemer van de gemeente, maar ook is de ambtenaar van de burgerlijke stand een bestuursorgaan. Hij is de vertegenwoordiger van de gemeente als neutrale overheid die de wet dient uit te voeren zonder te discrimineren naar godsdienst, levensovertuiging, politieke gezindheid, ras, geslacht of op welke grond dan ook.

Inderdaad, dit betreft de opsomming van artikel 1 van de grondwet. Waarin staat dat iedereen in gelijke gevallen gelijk wordt behandeld. Discriminatie is dus niet toegestaan. Wij zouden niet weten waar we het zoeken moesten als een islamitische trouwambtenaar zou weigeren twee christenen te trouwen. Of als een ambtenaar van de burgerlijke stand zou weigeren een Aziatische man en een joodse vrouw in de echt te verbinden. Wat maakt dan dat er zo’n juridische en politieke discussie ontstaat als het gaat om het trouwen van twee mensen van hetzelfde geslacht? Op het moment dat je kiest voor een ambt als vertegenwoordiger van de neutrale en onpartijdige overheid dan kies je er dus voor om te doen wat in die wet staat.

Voorzitter, een andere vraag naar aanleiding van het advies van de Raad van State. Hoe zien de initiatiefnemers de Europese en nationale regels en wetten in relatie tot elkaar? De VVD fractie wil hier graag duidelijkheid over. We lezen dat in Engeland een weigerambtenaar ontslagen kan worden, terwijl de Raad van State zegt dat Europese regels ontslag in de weg kunnen staan.

En wat gebeurt er als een ambtenaar eerst wel huwelijken tussen mensen van hetzelfde geslacht wil sluiten en later niet meer? Bijvoorbeeld omdat deze zich heeft bekeerd tot een geloofsgemeenschap waarin homoseksuele mannen en lesbische vrouwen niet mogen trouwen? Wat kan je dan nog doen? Is bijvoorbeeld overplaatsing of ontslag dan mogelijk? Kunnen de minister en de indieners bij hun beantwoording ingaan op de vraag of het VVD amendement in die andere wet, over de rechtspositie van ambtenaren (en nu doel ik op het amendement Hennis-Plasschaert - Van der Burg) een aanvulling zou kunnen zijn op het voorliggende wetsvoorstel?

Een ander punt dat van belang is voor de VVD fractie is hoe de initiatiefnemers aankijken tegen de benoemingen van bijzondere ambtenaren van de burgerlijke stand. Strekt de werking van de wet zich ook uit tot deze groep? Een reactie van de minister op dit punt is ook zeer welkom.

Een vraag over de benoembaarheidseis, voorzitter.

De indieners geven aan erop te vertrouwen dat door het opnemen van de eis het probleem tot het verleden zal gaan behoren. Wij willen graag nog wat meer horen over dit criterium. Wat zegt zo’n eis? Hoe is gegarandeerd dat iemand geen onderscheid zal maken? Maatwerk zal nodig zijn, aangezien het om specifieke persoonlijke overtuigingen gaat. Erop vertrouwen klinkt wat mager, graag een toelichting.

Voorzitter, naast de hier genoemde vraagtekens had de VVD fractie ook een aantal uitroeptekens. Ik begon mijn inbreng met het memoreren dat Nederland als eerste land het huwelijk openstelde voor mensen van hetzelfde geslacht. Vele landen volgden al. Helaas verloopt dit proces niet altijd soepel. Kijk maar naar Frankrijk waar zelfs poederbrieven werden verstuurd. Maar ook in landen waar men nog verre is van de discussie over het trouwen door mensen van hetzelfde geslacht zien we een toenemende agressie tegen mensen uit deze groep. In het Meireces was ik in Georgië waar ik onder andere vertegenwoordigers van homo organisaties sprak. Waar politici zeggen, wij hoeven geen problemen op te lossen voor homo’s want we hebben hier geen homo’s. Waar een week na dit bezoek een vreedzame homo demonstratie ruw werd verstoord door agressieve anti-demonstranten. In 76 landen is homoseksualiteit strafbaar en in 7 landen staat er de doodstraf op.

In andere landen zien we gelukkig ook dat er ontwikkelingen de goede kant op gaan. Soms zijn daar persoonlijke ervaringen een breekijzer. Zoals bij de Amerikaanse senator Portman. Omdat zijn zoon uit de kast kwam veranderde hij zijn standpunt ten opzichte van het huwelijk voor mensen van hetzelfde geslacht.

Wij hebben in Nederland veel zaken goed geregeld. Maar het zijn kwetsbare verworvenheden. We lezen berichten in de krant over mannen die weggepest worden uit de wijk, over vrouwen die nagefloten worden als ze hand in hand lopen. Homo is een van de meest gebruikte scheldwoorden onder jongeren.

Het past alle instanties en alle burgers om hier hun verantwoordelijkheid te nemen. Veiligheid te waarborgen. Discriminatie tegen te gaan. Daarbij is het een belangrijke stap zijn als die overheid zelf stopt met het maken van onderscheid.