Pal voor defensiepersoneel: de militair verdient duidelijkheid en perspectief (in Liberaal Reveil, 54e jaargang, maart 2013)

Met dank overgenomen van Y. (Ybeltje) Berckmoes-Duindam i, gepubliceerd op woensdag 3 april 2013, 2:21.

Kameraadschap is kenmerkend voor militair personeel. Dat dit ver kan gaan, werd mij duidelijk toen archeologen overblijfselen aantroffen van een soldaat in de duinen waar ik regelmatig wandel. Tussen het Noord Hollandse Julianadorp en Groote Keeten bevindt zich een voormalig oefenterrein van Defensie dat wordt teruggeven aan de natuur. De afgelopen jaren hebben de betonnen platen en bebouwing plaats gemaakt voor schelpenpaden en tapuiten. In augustus 1799 vond hier een veldslag plaats tussen het Engelse regiment Coldstream Guards en de Fransen.

Na de vondst van de soldaat in het voorjaar van 2011 maakten de Coldstream Guards zich sterk voor de repatriëring en herbegrafenis van hun collega. Een bericht uit de regionale krant van november 2011 illustreert hoever kameraadschap nog reikt na 212 jaar:

De vondst van de gesneuvelde militair heeft heel wat losgemaakt onder veteranen van het roemruchte Britse regiment. Op fora van de Coldstream Guards wordt de anonieme krijger in de armen gesloten als een verloren familielid. Een van de oud-Coldstreamers beschrijft hoe geëmotioneerd hij werd toen hij vernam dat in Hollandse bodem een kameraad was opgegraven.

De Coldstream Guards, bekend van de rode uniformen en bontmutsen, claimen het oudste regiment in het Britse leger te zijn. Het onderdeel is nog altijd actief in diverse brandhaarden. Veteranen van het regiment hebben al een begrafenisondernemer in de arm genomen die een licentie heeft om te repatriëren. Bureaucratische muren moeten nog geslecht worden, maar als het lukt kan de soldaat worden herbegraven op de militaire begraafplaats in Londen.”

De Engelse soldaat sneuvelde op 27 augustus 1799 toen de Britten landden bij Groote Keeten met als doel de Fransen uit Nederland te verdrijven. De veldslag eindigde zonder het gewenste resultaat. Het zou nog tot 1813 duren voordat Nederland bevrijd werd van de Franse overheersing.[1]

Militair zijn is niet zomaar een vak. Het raakt aan de diepste emoties - loyaliteit, kameraadschap, angst en verdriet - en het vraagt het uiterste - qua inzet, beschikbaarheid en de bereidheid zelfs het leven ‘te geven’. Mensen aan wie je dat allemaal vraagt kan je niet behandelen als ‘gewone’ werknemers. Tegenwoordig worden militairen niet alleen (zoals de Engelse soldaat) uitgezonden, maar tot het uiterste getraind in fysieke en mentale weerbaarheid onder extreme omstandigheden. Daarnaast wordt van militairen ook gevraagd snelle inschattingen te maken en te handelen uit zelfbescherming, maar in gevechtssituaties ook offensief op te treden. Dit vergt opleiding en voortdurende oefening. Ook zal de militair met de juiste middelen moeten worden uitgerust. Hierdoor kost het niet alleen veel geld om een militair inzetbaar te maken maar, nóg belangrijker, veel moeite en energie om de juiste personen ‘binnen te halen’ bij de organisatie. Het is nogal wat wanneer je baas niet alleen vraagt om je leven op het spel te zetten, maar dit appèl op regelmatige basis doet. Daarnaast wordt er gevraagd het werk ver van huis, voor langere periodes en onder fysiek zware druk te doen in ruil voor een (soms beneden)modaal inkomen. [2]

Door nu al vijf jaar durende economische stagnatie - Nederland ondergaat sinds 2009 zelfs al zijn derde recessie - bleek het onvermijdelijk ook op Defensie te bezuinigen. Veel werkgevers (en Defensie is hier geen uitzondering in) zijn geneigd om als eerste te snijden in het personeel. Logisch want personeel vormt vaak de grootste kostenpost binnen een organisatie. In de EU wordt gemiddeld meer dan 50% van het Defensiebudget gereserveerd voor personeelskosten.[3] Door het ontslaan van personeel kunnen dus snel grote bezuinigingsslagen worden gemaakt. Dit kan een mooi korte termijn resultaat opleveren voor de balans en positief uitpakken voor de jaarcijfers. Indien na enkele jaren blijkt dat bepaalde specialismen of capaciteiten tóch nodig blijken te zijn, kost het echter veel geld, tijd en moeite om weer een nieuwe afdeling (of in dit geval: peloton) op te zetten. Het werven, selecteren en trainen van nieuw personeel duurt gemiddeld vier jaar extra. Voor zwaardere specifieke beroepsgroepen zoals politie, brandweer en leger duurt dit minimaal tien jaar extra. Te snel overgaan op ontslag om direct de kosten te drukken kent dus een risico van kapitaalvernietiging.

De diverse bezuinigingsrondes wekken bij militairen nogal eens de indruk dat zij weinig tot geen waardering voor hun inzet krijgen. Reorganisatierondes worden niet altijd volledig afgerond waardoor veel militairen in onzekerheid blijven over hun toekomst. Wanneer er meer reorganisaties achter elkaar plaatsvinden, zoals bij Defensie nu al twee decennia lang het geval is, ontstaat er een sfeer van langdurige onzekerheid.[4] Ook het niet tijdig verschaffen van duidelijkheid aan personeel brengt een extra risico op kapitaalvernietiging met zich mee. In de praktijk, blijkt namelijk vaak dat in tijden van langdurige onzekerheid bovengemiddeld kwalitatief personeel als eerste het schip verlaten. Door hun capaciteiten zijn zij immers eerder verzekerd van een nieuwe baan en hernieuwde zekerheden.

De noodzakelijke bezuinigingen zijn veelal mede onder verantwoordelijkheid van de VVD uitgevoerd. De laatste bezuinigingsronde heeft de VVD weliswaar niet gewild, maar zij heeft er in coalitieonderhandelingen toch mee ingestemd. De krijgsmacht moet nu de tijd krijgen om de huidige reorganisatie uit te voeren en orde op zaken te stellen na de hervormingen van de afgelopen jaren. Deze kabinetsperiode is het noodzakelijk om niet alleen voor het personeel te gaan staan, maar het defensiepersoneel dat na de bezuinigingsronde van dit jaar kan blijven ook perspectief te bieden.

Het perspectief is drieledig: de primaire behoefte is momenteel het bieden van duidelijkheid aan het personeel. Wie moet er weg, wanneer en wat kunnen zij verwachten? Deze vragen dienen zo snel mogelijk te worden beantwoord. Ten tweede, is het belangrijk om Defensie weer aantrekkelijk te maken voor jong personeel, met name voor technici, IT’ers en medici, waar op dit moment een groot tekort aan is. Tot slot zal Defensie de (zeer ervaren) uitblinkers moeten proberen te behouden. De vraag is namelijk of Defensie zichzelf niet in de voet schiet met een personeelsbeleid van schrapen en schrappen. Zo profileert het departement zich niet als een aantrekkelijke werkgever. Zeker nu het credo ‘Defensie is voor even, niet voor het leven’ weerklank lijkt te vinden en de politiek aanstuurt op een snellere doorstroom, is een nieuwe aanwas van jong personeel onontbeerlijk voor het functioneren van de krijgsmacht.

Zo besloot Defensie in september 2012 nieuw technisch personeel te lokken met een startbonus van €10.000,-. Commandant der Strijdkrachten Middendorp verdedigde deze maatregel door te stellen dat “het (…) pijnlijk [is] voor de mensen waarvoor geen plek meer is in het leger. Maar zij zitten vooral op staf- en kantoorfuncties. En er is nu grote behoefte aan jonge technici.” Begrijpelijkerwijs kwam deze maatregel hard aan bij de militaire vakbonden die het zagen als een ‘trap na’ voor het zittende personeel. In de huidige reorganisatieronde zullen van 2013 tot 2016 12.000 functieplaatsen bij Defensie vervallen. Dit resulteert in 6.000 mensen die binnen Defensie een andere functie gaan vervullen, 4.000 mensen verlaten Defensie via natuurlijk verloop en er vallen 2.000 gedwongen ontslagen. Dat veel medewerkers niet graag weg willen, blijkt uit de beperkte interesse in de mogelijkheid (via Sociaal Beleidskader, ofwel : SBK) om de organisatie vrijwillig te verlaten. Van de 12.000 medewerkers wier baan mogelijk op de tocht staat[5], hebben tot nu toe slechts 280 personen gebruik gemaakt van deze vrijwillige uitstroommogelijkheid. Indien medewerkers vrijwillig vertrekken krijgen zij een premie. Gelet op de situatie op de arbeidsmarkt, is het nog maar de vraag in hoeverre men kan spreken van een ‘mogelijkheid’ tot vrijwillig uitstromen. Defensie probeert dus via premies nieuw personeel aan te trekken of af te stoten, maar de vraag is of deze het effect teweegbrengen dat men wenst?

Het Amerikaanse leger heeft jaarlijks 75.000 nieuwe ‘recruits’ nodig. Een baan in het leger wordt gemiddeld aan de overkant van de Atlantische Oceaan slechter betaald (omgerekend minder dan €28.000 per jaar[6]). Toch heeft het Amerikaanse leger geen moeite met het vinden van voldoende personeel, integendeel. De discussie over het al dan niet aanpassen van de toelatingseisen is er één die het nooit heeft hoeven voeren. Dus hoe krijgt het Amerikaanse leger het wél voor elkaar om jaarlijks de 75.000 mensen te rekruteren die het nodig heeft?[7] Heel simpel: het Amerikaanse leger weet zichzelf goed te verkopen. Er wordt gehamerd op de mogelijkheden, de levensstijl, er worden beloning uitgekeerd en een agressieve rekruteringsstijl gehanteerd. Uiteraard hebben Amerikanen een veel grotere patriottistische inslag dan Nederlanders: in de polder zal je niet snel een bumpersticker met de tekst ‘we support our troops’ tegenkomen. Daarnaast heeft het Amerikaanse leger niet te maken gehad met diverse bezuinigingsrondes. Ook zal een agressieve rekrutering Nederlanders eerder afschrikken. Toch is het waardevol om de ‘sales technieken’ van het Amerikaanse leger te bestuderen en er lering uit te trekken.

Welke onderdelen van de ‘sales technieken’ kunnen wij dan in Nederland toepassen? Allereerst door de organisatie te presenteren als zeer breed inzetbaar, is het mogelijk om binnen de organisatie rekening te houden met individuele carrièrewensen. Om de boodschap ook voor een zo breed mogelijk publiek uit te dragen, gaat het Amerikaanse leger partnerschappen aan met niet alleen scholen en universiteiten, maar eveneens het bedrijfsleven. Daarnaast is het leger redelijk toegankelijk voor documentaire- en filmmakers waardoor met name de bewonderenswaardige kanten van het werk en het personeel (zoals inzet, kameraadschap en opofferingsgezindheid) toegankelijk zijn voor een groot publiek. Een goed voorbeeld hiervan is de Amerikaanse documentaire over militairen in Afghanistan, Restrepo.[8] Niet alleen werd deze genomineerd voor een Oscar en won verschillende awards, de film zette ook de krijgsmacht in een zeer positief daglicht. Ook in Nederland genereerde de documentairefilm de Uitverkorenen (over de opleiding voor het korps mariniers) veel positieve aandacht voor de krijgsmacht. [9]

Ten tweede worden sollicitaties zo snel en zo volledig mogelijk afgehandeld; de manier van communiceren is zeker in de rekruteringsfase van cruciaal belang. Zeker voor een baan waar men zoveel vraagt van de medewerkers, kan het ontbreken van consistente en volledige communicatie vanuit de toekomstige werkgever de aspirant-militair afschrikken.

Tot slot maken de Amerikanen een sterk onderscheid in rekruteringstactieken per krijgsmachtsonderdeel. Waar met name de land- en luchtmacht zich richten op ‘wat wij voor jou kunnen betekenen’, rekruteert de marine vanuit een compleet andere invalshoek. De marine-slogan “We don’t accept applications. Only commitments” is dan ook typerend voor deze benadering en houdt ook rekening met het type personeel dat nodig is per krijgsmachtsonderdeel.

Uiteraard is het niet voldoende om mensen binnen te halen. Zoals in elke organisatie is het ook van belang om juist de mensen met capaciteiten te behouden. Binnen Defensie gaat het dan voornamelijk om ouder gespecialiseerd (technisch) personeel. Technische kennis van bijvoorbeeld communicatiesystemen is niet de facto typisch militaire kennis. Door het grote aandeel van technische middelen die zowel in de militaire als de civiele wereld worden gebruikt (de zogeheten dual use producten) concurreert Defensie feitelijk met de civiele markt. Deze groep specialisten is in grotere mate, door de bestaande krapte op de civiele markt, vatbaarder voor betere arbeidsvoorwaarden buiten de defensieorganisatie. Deze specialisten zijn immers ook op de civiele arbeidsmarkt gewild en hard nodig en nemen hierdoor een sterkere onderhandelingspositie in. Naar verwachting en met het oog op de groeiende behoefte aan IT en cyber capaciteiten, zal juist het vasthouden van technisch gespecialiseerd personeel een groeiende behoefte worden. Logisch gevolg hiervan is ook het rangenstelsel binnen de defensieorganisatie eens onder de loep te nemen: militairen worden betaald naar het aantal strepen op de schouders en niet altijd naar hun capaciteiten. Het is tevens van groot belang om het functieroulatie systeem binnen Defensie nog eens kritisch te bekijken. Als het namelijk van belang is om gespecialiseerd personeel te rekruteren en te behouden, is het noodzakelijk dat militairen ook de kans krijgen om zichzelf te specialiseren. Wanneer een militair om de twee tot drie jaar wisselt van werkplek, is dit praktisch onmogelijk.

Het ontwikkelen van een duurzaam personeelsbeleid voor Defensie is om bovenstaande redenen noodzakelijk. Allereerst dient de minister zo snel mogelijk duidelijkheid te geven. Dit is de eerste noodzakelijke stap die genomen dient te worden. Vervolgens is het van belang om Defensie op de kaart te zetten als aantrekkelijke werkgever. Een baan bij Defensie kan een springplank bieden voor mensen aan het begin van hun carrière, maar de organisatie dient tegelijkertijd oog te hebben (en tegelijkertijd de mogelijkheden te bieden) voor gespecialiseerd personeel. Dit om ongewenste uitstroom te voorkomen. De meest recente reorganisatie die onder de vorige minister van Defensie in ‘de steigers’ is gezet, zou ook de laatste moeten zijn. Het risico van uitholling en kapitaalvernietiging wordt mede door de langdurige onzekerheid vergroot en is onacceptabel. Zeker voor liberalen is handhaving van vrede en veiligheid immers dé kerntaak van de overheid, en is het noodzakelijk dat de overheid ook deze kerntaken naar behoren kan uitvoeren. Zo meende ook de liberale politicus Toxopeus, die ijverde voor een marktconform ambtenarensalaris want “als je ze hebt, moeten ze kwaliteit hebben. Dus moet je ze goed betalen.'' Des te meer is dit van toepassing op onze militairen waar we de laatste jaren veel van vragen, zonder er iets billijks tegenover te stellen. Want een gezonde krijgsmacht met niet alleen oog, maar met name hart voor het personeel is onontbeerlijk voor een liberale overheid.

Wie militair wordt - dat is sinds de opschorting van de opkomstplicht voor dienstplichtigen in 1996 altijd een eigen keuze - gaat bewust grote risico’s aan. Je kunt, zoals die Engelse militair in 1799, in ‘het harnas’ sterven op vreemde bodem. Dat is niet te verbloemen en voor de kameraden en nabestaanden is de pijn nooit weg te nemen. Maar het scheelt enorm als je de Defensietop - niet alleen de militaire maar ook de politieke top - dan pal achter je weet. Een goede werkgever staat achter zijn personeel, waarmee hij na afslanking verder gaat. De VVD-fractie vindt dat de overheid na de nare bezuinigingsronde die dit jaar zal worden gevoeld, pal achter de militairen behoort te staan.

Mevr. Drs. Y. Berckmoes - Duindam is lid van de Tweede Kamer der Staten-Generaal voor de VVD en woordvoerder Defensiepersoneel.

[1] Het Noordhollands Dagblad, Britten willen gevonden soldaat terug, 10 november 2011.

[2] Het modaal inkomen lag voor 2012 op €33.000,-, het startsalaris voor een officier (in opleiding) ligt op €29.016,-.

[3] Clara Marina O’Donnell, The Implications of Military Spending Cuts for NATO’s

Largest Members, the Brookings Institution Analysis Paper, juli 2012, URL: http://www.brookings.edu/~/media/research/files/papers/2012/7/military%20spending%20nato%20odonnell/military%20spending%20nato%20odonnell%20pdf, geraadpleegd 14.02.2013.

[4] Zelfs in 1998 werd al de discussie gevoerd over een visie voor de krijgsmacht: ook destijds werden de bezuinigingen sterk bekritiseerd. Zie: Trouw, Je moet defensie niet uithollen, 07.11.1998, URL: http://www.trouw.nl/tr/nl/5009/Archief/archief/article/detail/2702777/1998/11/07/Je-moet-defensie-niet-uithollen.dhtml?utm_source=scherm1&utm_medium=button&utm_campaign=Cookiecheck, geraadpleegd 14.02.2013.

[5] in de ‘knelpuntcategorie’, Tweede Kamer der Staten-generaal, Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Defensie (X) voor het jaar 2013, nr. 24 van een wetgevingsoverleg, vastgesteld 6 december 2012, URL: https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-33400-X-24.html, geraadpleegd 14.02.2013.

[6] US Army, Benefits, 14.02.2013, URL: http://www.goarmy.com/benefits/money/basic-pay-active-duty-soldiers.html

[7] Op dit moment neemt het aantal geworven militairen toe, dus het ingezette actieplan voor personeelswerving werpt zijn vruchten af. Daarnaast dient men te beseffen dat het momenteel een economische ‘gunstige’ tijd is om vacatures binnen Defensie vervuld te krijgen. De vergelijking met de VS is met name bedoeld om te zoeken naar eventuele hulpmiddelen om een stabiele instroom van constante kwaliteit op de lange termijn te bewerkstelligen.

[8] IMDb, Restrepo, URL: http://www.imdb.com/title/tt1559549/reviews, geraadpleegd 14.02.2013

[9] Zie: uitzending Pauw en Witteman van 15 november 2012 interview met documentairemaker Geertjan Lassche,

URL: http://pauwenwitteman.vara.nl/Fragment-detail.1548.0.html?tx_ttnews[backPid]=1547&tx_ttnews[tt_news]=28054&cHash=0a7a4450be2340557649367afad088cb, geraadpleegd 14.02.2013.