Brief regering; Reactie op CPB-cijfers inzake financieel en sociaal-economisch beleid - Financieel en sociaal-economisch beleid - Parlementaire monitor

Parlementaire monitor
Dinsdag 7 juli 2020
kalender

Brief regering; Reactie op CPB-cijfers inzake financieel en sociaal-economisch beleid - Financieel en sociaal-economisch beleid

1.

Tekst

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Vergaderjaar 2012–2013

33 566

Financieel en sociaaleconomisch beleid

Nr. 1

BRIEF VAN DE MINISTER VAN FINANCIËN

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Den Haag, 1 maart 2013

Inleiding

Met deze brief reageert het kabinet op de jongste ramingen van het economische en budgettaire beeld van het Centraal Planbureau (CPB). De gepresenteerde cijfers van het Centraal Economisch Plan (CEP) laten een somber beeld zien. De Nederlandse economie gaat door een moeilijke periode. De economische groei is lager dan bij de doorrekening van het regeerakkoord werd verwacht. Tegelijkertijd baart de snelle oploop van de werkloosheid het kabinet grote zorgen.

Het financieel en sociaal-economische beleid van dit kabinet kent drie onlosmakelijk met elkaar verbonden pijlers: de schatkist op orde brengen, eerlijk delen en werken aan een duurzame groei. Een belangrijke pijler van het kabinetsbeleid – solide overheidsfinanciën – staat nu onder druk. Tevens ziet het kabinet dat de werkloosheid onder jongeren en ouderen zorgwekkend snel oploopt. Gezonde overheidsfinanciën vormen een randvoorwaarde voor duurzaam herstel van de economie. Daarbij is in het regeerakkoord vastgelegd dat we ons houden aan de Europese begrotingsafspraken van het Stabiliteits- en Groeipact. Uiteindelijk zijn deze afspraken fundamenteel voor de stabiliteit van de muntunie en onze welvaart.

Voor een toekomstbestendig economisch groeimodel is het van belang om de belangrijke hervormingen en maatregelen uit het regeerakkoord op het gebied van onderwijs, arbeidsmarkt, woningmarkt, zorg, (kennis)infra-structuur en pensioenen onverkort door te zetten. Deze maatregelen kunnen per saldo op korte termijn de bestedingen drukken, maar leiden tot een bestendiger groeipad met meer welvaart op middellange en lange termijn. Zo zorgen we ervoor dat Nederland optimaal is geëquipeerd wanneer de wereldhandel aantrekt, en het gebruikelijke patroon van groeiherstel via uitvoer, investeringen, productie, dalende werkloosheid en consumptie zich kan voltrekken. Toekomstbestendige instituties dragen ook bij aan herstel van het consumenten en producentenvertrouwen.

Eerlijk delen is hiermee voor het kabinet onlosmakelijk verbonden. De ingrijpende maatregelen die nodig zijn om te werken aan een duurzaam herstel van de economie en de overheidsfinanciën moeten kunnen rekenen op draagvlak. Bij het doorvoeren van het aanvullend pakket is het noodzakelijk zorg te dragen voor een eerlijke verdeling van de pijn van de maatregelen. Dat doen we door oog te hebben voor de inkomensgevolgen voor burgers en door te voorkomen dat kwetsbare groepen door het ijs zakken.

In reactie op de jongste CPB cijfers acht het kabinet aanvullende maatregelen onvermijdelijk. Hierbij hanteert het kabinet als belangrijkste uitgangpunt werk boven inkomen, en heeft daarop een belangrijk deel van haar voorstellen voor 2014 gebaseerd. Tegelijkertijd heeft het kabinet oog voor de huidige economische situatie in het bijzonder voor de oplopende (jeugd)werkloosheid. Daarom wil ze gefaseerd en breed gespreid ingrijpen, waarbij budget is gereserveerd om kwetsbare groepen te ontzien.

In 2013 impuls aan bouwsector, woningmarkt en investeringen

Recent heeft het kabinet met D66, ChristenUnie en SGP overeenstemming bereikt over een woningmarktpakket, dat in 2013 een stimulans betekent voor de woningmarkt en bouwsector. Dit ondersteunt de kwetsbare werkgelegenheid in deze sector. Zo wordt onder andere de btw voor onderhoud en renovatie een jaar lang verlaagd tot 6%, wordt het budget voor startersleningen opgehoogd, en draagt de overheid bij aan een revolverend fonds energiebesparing.

Naast de stimulansen van het woningpakket zal het kabinet bedrijven in staat stellen om investeringen die dit jaar worden gedaan, versneld af te schrijven.

Bij elkaar betekent dit een impuls van ruim 800 miljoen in het lopende jaar.

Het kabinet zal voor 2013 de begrotingsregels handhaven; eventuele overschrijdingen zullen binnen de begroting worden opgelost, het uitgavenplafond wordt gerespecteerd. In aanvulling hierop worden in 2013 geen extra maatregelen getroffen, onverminderd de start van de vrijwillige nullijn in de zorg. Hierbij houdt het kabinet rekening met de actuele economische situatie, het al omvangrijke pakket voor 2013, de EMU-saldobelastende nationalisatie van SNS-Reaal en het beperkte instrumentarium om de begroting van een lopend jaar te beïnvloeden.

Duurzaam herstel overheidsfinanciën in 2014

Voor 2014 en verder zijn aanvullende maatregelen onvermijdelijk. Om het begrotingstekort onder de 3% bbp te brengen is voor de jaren 2014 en verder een aanvullend pakket aan maatregelen van in totaal ruim 4,3 miljard euro samengesteld. Dit pakket leidt naar verwachting tot een saldoverbetering van ruim 0,4 procentpunt bbp.

Het kabinet is gecommitteerd aan de Europese regels van het Stabiliteits-en Groeipact. Daarom is direct na publicatie van de CEP-cijfers actie ondernomen. Uiteindelijk is het aan de Europese Commissie om, mede aan de hand van het door Nederland in te dienen Stabiliteitsprogramma uiterlijk eind april, te beoordelen of het totaal aan economische en budgettaire ontwikkelingen in lijn is met de afspraken.

Maatregelen breed gespreid, kwetsbare groepen extra aandacht

De aanvullende maatregelen hebben onvermijdelijk gevolgen voor de koopkracht van mensen. Hierbij geldt dat dit kan stapelen met maatregelen uit het regeerakkoord. Het kabinet heeft oog voor deze gevolgen en reserveert 300 miljoen euro voor koopkrachtondersteuning voor mensen die in de knel komen. Dit geeft invulling aan de tweede pijler van het regeerakkoord: eerlijk delen.

Dialoog met uw Kamer en sociale partners

Het herstel van de Nederlandse economie, het behoud van banen en het op orde brengen van de overheidsfinanciën is geen zaak van het kabinet alleen. Het kabinet heeft de afgelopen maanden actief de dialoog gezocht met uw Kamer en met sociale partners over de uitwerking van de voorstellen uit het Regeerakkoord. Ook over de invulling en uitvoering van dit aanvullende pakket van maatregelen, gaat het kabinet op eenzelfde wijze in overleg met uw Kamer en met de sociale partners. Het kabinet hecht eraan zoveel mogelijk maatschappelijk draagvlak te creëren voor haar voorstellen en staat daarbij nadrukkelijk open voor alternatieven.

Zoals besproken met de fractievoorzitters afgelopen donderdag, heeft het kabinet daarbij het volgende tijdpad voor ogen. De maand maart zal worden benut om de voorstellen uit het aanvullend pakket met de sociale partners te bespreken. In de tweede helft van maart zal de dialoog met uw Kamer worden hervat. Daarbij zullen de voorliggende maatregelen en mogelijke alternatieven worden verkend met de fracties die hebben aangegeven hiervoor open te staan. Het kabinet zal op basis van de dialoog met uw Kamer en sociale partners tot een aanvullend pakket komen dat zal neerslaan in het stabiliteitsprogramma. Het debat met uw Kamer over het stabiliteitsprogramma zal uiterlijk plaatsvinden in de laatste week van april, zodat het stabiliteitsprogramma voor 1 mei kan worden ingediend.

Het vervolg van deze brief schetst de noodzaak om te werken aan versterking van de economie, de werkgelegenheid en de overheidsfinanciën. Vervolgens wordt ingegaan op de uitvoering van het regeerakkoord (de aard van de begrotingstegenvallers en een overzicht van de additionele maatregelen inclusief een cijfermatige toelichting).

Naar een veerkrachtige economie en solide overheidsfinanciën

In het decennium voor het uitbreken van de financiële crisis hebben we -achteraf gezien en naar nu duidelijk wordt – op te grote voet geleefd. Banken konden zich makkelijk en goedkoop financieren en bouwden grote verplichtingen op. Huishoudens staken zich dieper in de schulden in de verwachting van stijgende inkomens en vermogenswinsten. Sinds het uitbreken van de crisis loopt de bubble leeg, verliezen huishoudens vermogen en lopen inkomens terug.

Werken aan veerkracht en herstel van de economie en arbeidsmarkt

In de huidige economische omstandigheden worden private bestedingen onder meer gedrukt als gevolg van schuldafbouw door huishoudens en overheden, dalende huizen- en vermogensprijzen, en bijvoorbeeld het korten door pensioenfondsen. Met belangrijke hervormingen op het gebied van de woningmarkt en in de sfeer van pensioenen wordt de veerkracht van onze economie vergroot. Tegelijkertijd zet het kabinet in op een verankering en versterking van onze top 5 positie op de ranking van de meest concurrerende economieën van het World Economic Forum.

Fundamenteel onderzoek wordt versterkt, economie-breed worden administratieve lasten verlaagd. In aanvulling op de afspraken uit het regeerakkoord wordt gekeken naar het financieringsvermogen in de Nederlandse economie. Zo wordt verkend of de rol van institutionele beleggers, waaronder de Nederlandse pensioenfondsen en verzekeraars, bij de hypothecaire woningfinanciering kan worden vergroot. Hierbij zal moeten worden bezien hoe banken zich duurzamer kunnen financieren, ook in economisch onzekere tijden. Hoewel banken en institutionele beleggers hier uiteindelijk samen uit moeten komen, zal het kabinet waar nodig en mogelijk voorwaarden kunnen scheppen en mogelijke belemmeringen kunnen wegnemen. Zo zorgen we ervoor dat Nederland optimaal is geëquipeerd wanneer de wereldhandel aantrekt, en het gebruikelijke patroon van groeiherstel via uitvoer, investeringen, productie, dalende werkloosheid en consumptie zich kan voltrekken.

De situatie op de Nederlandse arbeidsmarkt vraagt nadrukkelijk aandacht. De beste manier om de positie van werkenden en werkzoekenden te verbeteren is om te werken aan versterking van de economie. Kansen van vooral oudere werknemers zijn te laag en flexwerkers verdienen betere bescherming. Daarom werkt het kabinet, ondermeer in samenspraak met sociale partners, aan versterking van de Nederlandse economie waardoor de kansen op werk voor iedereen worden vergroot. Hervorming van het ontslagrecht waarbij de wettelijke bescherming van flexwerkers wordt verbeterd en modernisering van de WW maken deel van uit van de aanpak van het kabinet. Op korte termijn leidt de verslechterde economische situatie tot een snel oplopende werkloosheid. Voor mensen die hun baan verliezen of wiens baan onzeker is, zijn dit zware tijden. De werkloosheid onder jongeren vraagt daarbij bijzondere aandacht. Om deze reden geeft het kabinet een impuls aan de regionale aanpak van jeugdwerkloosheid en zet het kabinet in op het verbeteren van de aansluiting tussen onderwijs en arbeidsmarkt en het verder terugdringen van het aantal voortijdig schoolverlaters. Om deze aanpak kracht bij te zetten zal het kabinet op korte termijn een ambassadeur voor de Aanpak Jeugdwerkloosheid instellen. Met deze brief en de op korte termijn te versturen kamerbrief over de Aanpak Jeugdwerkloosheid van de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid en de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap voldoet het kabinet aan het verzoek van de vaste commissie voor Sociale Zaken en Werkgelegenheid om een reactie op de oplopende werkloosheid.

Overheidsfinanciën in balans met economie brengen

In 2009 en 2010 ving de overheid de eerste klap van de crisis grotendeels op, met lagere belastinginkomsten, extra uitgaven en hogere schuld als gevolg. De begrotingstekorten bedroegen in deze jaren respectievelijk 5,6 en 5,1 procent bbp. Ook de overheid kan niet lang boven haar stand leven. Markten houden kritisch in de gaten dat overheden hun begroting op orde brengen. Ander beleid zou ook schadelijk zijn omwille van onze welvaart en groei.

De crisis heeft langdurig negatieve effecten op de economische groei. Anno 2013 is het nationaal inkomen even hoog als in 2007. We bevinden ons nu in een fase waarin de noodzakelijke afbouw van de schulden door banken, bedrijven en huishoudens wereldwijd de groei drukt. Dit is in lijn met de ervaringen uit eerdere financiële crises. De als gevolg van de crisis verloren groei zullen we naar verwachting niet meer inhalen. Hierbij speelt dat ook de vergrijzing nu echt is begonnen, waardoor de potentiële groei op langere termijn ook lager ligt dan we voorheen gewend waren. Er is dus sprake van een nieuwe realiteit – stand en groei van de economie – waaraan ook de overheidsfinanciën zich moeten aanpassen.

De overheidsbegroting beter in balans brengen met de economie is geen doel op zich. Het is een middel om meer ruimte te bieden voor initiatief en talent en onze voorzieningen op bijvoorbeeld het gebied van zorg, onderwijs en AOW op een fatsoenlijk niveau in stand te kunnen houden. Met solide overheidsfinanciën zal de Nederlandse economie en werkgelegenheid beter kunnen profiteren van een aantrekkende groei van de internationale economie. De bijbehorende lagere rente-uitgaven voorkomen dat uitgaven voor zorg, onderwijs en andere publieke voorzieningen worden weggedrukt.

Economische ontwikkelingen leiden tot nieuwe begrotingstegenvallers

Sinds het afsluiten van het regeerakkoord zijn teleurstellende economische cijfers over het 3e en 4e kwartaal van 2012 bekend geworden, zowel voor Nederland als voor veel Europese landen. De ontwikkeling van zowel de uitvoer als van de binnenlandse bestedingen zijn in de recente CPB-cijfers voor de hele periode 2012–2014 neerwaarts bijgesteld ten opzichte van de raming van afgelopen september (MEV) en het middellange termijnbeeld (MLT) waar het regeerakkoord op is gebaseerd. Dit is gepaard gegaan met een sterk stijgende werkloosheid. De economie krimpt in 2012–2013 met in totaal 1½ procent, waar in het regeerakkoord was gerekend op een lichte groei van ¼ procent. Dit betekent een neerwaartse bijstelling van in totaal 1¾ procent.

Deze negatieve bijstellingen leiden tot forse tegenvallers aan de inkomstenzijde van de begroting, terwijl aan de uitgavenzijde van de begroting vooral de uitgaven aan werkloosheidsuitkeringen harder zijn gestegen dan eerder geraamd. Deze combinatie van factoren leidt tot een forse verslechtering van het EMU-saldo ten opzichte van het in het regeerakkoord vastgelegde pad. Waarin het regeerakkoord werd uitgegaan van een EMU-tekort van 2,6% bbp in 2013, komt bij huidige inschatting het tekort dit jaar uit op 3,3% bbp. Voor 2014 zou het tekort zonder beleid uitkomen op 3,4%, terwijl in het regeerakkoord werd uitgegaan van 2,7%.

De aard van de huidige financiële en economische crisis is zodanig dat niet op een inhaalgroei binnen deze kabinetsperiode kan worden gerekend. Dit impliceert dat de verslechtering van het EMU-saldo zich ook voordoet in de rest van deze kabinetsperiode en het werken aan solide overheidsfinanciën onder druk komt te staan. Ook wordt niet voldaan aan de afspraken van de buitensporigtekort-procedure zolang het tekort hoger is dan 3% bbp. Als we geen grip houden op het begrotingstekort en het niveau van de staatsschuld, bestaat het risico dat we onze zeer kredietwaardige reputatie verliezen en de rekening doorschuiven naar toekomstige generaties.

Met maatregelen duurzaam onder de 3 procent

In het regeerakkoord is vastgelegd dat we ons houden aan Europese begrotingsafspraken van het SGP. Het kabinet heeft om deze en bovengenoemde redenen besloten tot een pakket aan additionele maatregelen met structurele doorwerking dat het begrotingstekort vanaf 2014 duurzaam onder de 3 procent brengt.

Met dit pakket is en blijft Nederland volledig gecommitteerd aan het Stabiliteits- en Groeipact.1 Ondanks de verslechtering van het econo-

Zie Tweede Kamer, vergaderjaar 2011–2012, 21 501-07, nr. 914 voor de regels van het SGP, inclusief de afspraken over het herzien van deadlines in de buitensporigtekortprocedure en financiële sancties die aan eurolanden kunnen worden opgelegd.

mische beeld wordt voldaan aan de gevraagde inspanning om het structurele tekort over de periode 2011–2013

gemiddeld met jaarlijks ¾% bbp te verbeteren. In het Stabiliteits- en Groeipact is afgesproken dat bij de beslissing om een deadline in de buitensporigtekort-procedure wel of niet te herzien, wordt gekeken naar onder meer de schuld in verband met financiële stabiliteitsoperaties tijdens grote financiële crises. In Nederland zou de recente ingreep bij SNS hier onder kunnen vallen. In het algemeen geldt daarnaast dat eenmalige maatregelen of opbrengsten een bijdrage mogen leveren aan het bereiken van de 3%-norm. Er vindt echter pas ontslag uit de buiten-sporigtekortprocedure plaats, wanneer sprake is van een duurzame, meerjarige correctie van het buitensporige tekort. Hiertoe wordt dus ook gekeken naar het jaar volgend op het jaar waarop het tekort tot maximaal 3% moet zijn teruggebracht. De aangekondigde maatregelen in deze brief zijn ook op dit duurzame herstel gericht. Het is niettemin aan de Commissie om dit totaal aan budgettaire en economische ontwikkelingen in Nederland te beoordelen in relatie tot de afspraken van de buitenspo-rigtekortprocedure.

Het pakket aan maatregelen

Uitgavenplafonds worden gehouden

Uitgangspunt van het beleid van het kabinet zijn begrotingsregels en de uitgaven- en inkomstenkaders zoals deze in het regeerakkoord zijn afgesproken. Eventuele overschrijdingen zullen van dekking worden voorzien. Hier zal middels het reguliere begrotingsproces invulling aan worden gegeven worden. De Kamer zal hierover ook via de reguliere kanalen worden geïnformeerd, dus bij Voorjaarsnota 2013 en Miljoenennota 2014.

Aanvullend pakket

Het kabinet wil ten aanzien van het aanvullend pakket het grootste deel van de ombuigingen laten aangrijpen bij de indexatiemechanismen van de begroting: de overheid gaat «minder meer» uitgeven. Het betreft de lonen in de collectieve sector (inclusief de zorgsector), en de tabelcorrec-tiefactor in de belastingen. Met een nullijn voor de collectieve sector wordt werk boven inkomen geplaatst.

Het aanvullend pakket bestaat naast besparingen uit een investerings- en een koopkrachtpakket. Met extra investeringen in infrastructuur wordt de bedrijvigheid en de werkgelegenheid gestimuleerd, met name in de momenteel kwetsbare bouwsector. Investeringen in energiebesparing worden gestimuleerd door een extra bijdrage aan het revolverend fonds voor energiebesparing in de gebouwde omgeving.

De besparingen hebben onvermijdelijk gevolgen voor de koopkracht van mensen. De nullijn bij de overheid en de vrijwillige nullijn in de zorg slaan vooral neer bij werknemers in die sectoren en in mindere mate via de koppeling bij uitkeringsgerechtigden (na macro-economische doorrekening). De effecten van het niet toepassen van de tabelcorrectiefactor in de belastingen zijn evenwichtig gespreid over de inkomensgroepen. Om de laagste inkomens relatief te ontzien wordt een pakket met koopkrachtondersteunende maatregelen genomen.

Tabel 1 geeft de maatregelen en budgettaire opbrengst voor 2014 van het aanvullend pakket, waarmee tevens de budgettaire gevolgen van het woningmarktakkoord worden gedekt. Hierna volgt per maatregel een beknopte toelichting.

Tabel 1: aanvullend pakket, mld euro’s, – = verbetering EMU-saldo

2014

1      Vrijwillige nullijn zorg                                                                                                             – 1,0

2      Nullijn overheid                                                                                                                       – 1,0

3      Tabelcorrectiefactor op 0                                                                                                        – 1,1

4      Inhouden lastenenveloppen                                                                                                   – 0,6

5      Koopkrachtpakket                                                                                                                      0,3

6      Werkgeversheffing hoge inkomens                                                                                       – 0,5

7      Investeringspakket                                                                                                                     0,5

8      Prijsbijstelling                                                                                                                          – 0,7

9      Doorwerking GF / PF                                                                                                               – 0,2

Totaal                                                                                                                                       – 4,3

  • 1. 
    Vrijwillige nullijn zorg

Het kabinet probeert in overleg met de sociale partners tot een overeenkomst voor een vrijwillige nullijn in de zorg te komen voor 2,5 jaar (1 juli 2013 tot en met 31 december 2015), ook voor lopende CAO’s, waarbij het kabinet zich zal beraden op de noodzaak om tijdelijk het OVA-convenant geheel of gedeeltelijk op te schorten. De overheid stelt jaarlijks de overheidsbijdrage vast voor de zorg, en heeft daarbij momenteel geen mogelijkheid om af te wijken van het OVA convenant. Dit is wel mogelijk in overige delen van de collectieve sector, zoals blijkt uit de beslissing tot een nullijn in 2014 voor de overheid. Een meer gelijke behandeling tussen de verschillende onderdelen van de collectieve sector is van belang. De loonbijstelling voor de zorg is tot nu toe wel uitgedeeld.

  • 2. 
    Nullijn overheid

In 2014 wordt geen ruimte geboden voor loonstijging van werkenden bij overheid en onderwijs, zodat de loonbijstelling ingehouden kan worden (de budgettaire nullijn).

  • 3. 
    Tabelcorrectiefactor op 0

De belastingschijven en de heffingskortingen worden bevroren door de inflatiecorrectie op de loon- en inkomstenbelasting voor 2014 achterwege te laten, (de tabelcorrectiefactor wordt op 0 gezet).

  • 4. 
    Inhouden lastenenveloppen

Inhouden van de volgende twee lastenenveloppen:

Inzet terugsluis vergroening begrotingsakkoord ter compensatie van bedrijven voor de SDE+-heffing (375 mln. vanaf 2014).

Inzet restant terugsluis vergroening begrotingsakkoord (265 mln. vanaf

2014). Bij de invoering van dit deel van het pakket zal specifiek rekening worden gehouden met de positie van energie-intensieve bedrijven.

  • 5. 
    Koopkrachtpakket

Het pakket leidt tot koopkrachtverlies voor vrijwel alle huishoudens. Om de laagste inkomens relatief te ontzien wordt structureel 300 miljoen gereserveerd voor koopkrachtverbeterende maatregelen. Over de invulling wordt in augustus besloten.

  • 6. 
    Werkgeversheffing hoge inkomens

De werkgeversheffing voor hoge inkomens wordt eenmalig gecontinueerd. De heffing levert incidenteel 500 mln op.

  • 7. 
    Investeringspakket

Met het investeringspakket wordt de bedrijvigheid en de werkgelegenheid gestimuleerd. Door het mogelijk te maken om investeringen dit jaar versneld af te schrijven wordt het naar voren halen van investeringen gestimuleerd en wordt een liquiditeitsimpuls aan het bedrijfsleven gegeven van 630 miljoen euro in 2013 en 165 miljoen euro in 2014. Deze bedragen worden gecompenseerd door hogere belastinginkomsten in latere jaren. De bouwnijverheid wordt een steun in rug gegeven door een gericht pakket van investeringen in infrastructuur in 2014.2 Tot slot wordt een extra bijdrage gedaan aan het revolverend fonds voor energiebesparing in de gebouwde omgeving. Tezamen met de bijdragen uit de particuliere sector leidt dit tot hogere investeringen in energiebesparing.

  • 8. 
    Prijsbijstelling

De prijsbijstelling 2013 wordt niet uitgekeerd.

  • 9. 
    Doorwerking gemeentefonds/provinciefonds

Bovengenoemde bezuinigen hebben via de reguliere trap-op-trap-af systematiek doorwerking op het gemeente- en provinciefonds.

Koersvast, voorspelbaar en betrouwbaar

Nederland heeft een sterke traditie op het gebied van financieel-economisch beleid, solide overheidsfinanciën en solidariteit. Ook het breed maatschappelijk draagvlak voor hervormingen hoort bij de Nederlandse traditie. Voor een toekomstbestendige economische groei en werkgelegenheid is het van belang om de belangrijke hervormingen en maatregelen uit het regeerakkoord onverkort door te zetten en daarvoor zoeken we de dialoog met de Kamer en de sociale partners. Een breed gedragen akkoord ondersteunt onze huidige en toekomstige welvaart.

Mede namens de Minister-president, de Vice-minister-president en de Minister van Economische Zaken,

De minister van Financiën, J.R.V.A. Dijsselbloem

2 Het betreft: (a) het versneld aanleggen van de A12 Ede-Grijsoord, van de N35 Zwolle-Wijthmen, van 700 parkeerplaatsen vrachtvervoer langs de A1 en de A67, (b) het versneld renoveren en onderhouden van de Velsertunnel en A27, (c) na 2018 verbreden van de A6 Almere Lelystad, de A2 Deil Den Bosch, en de A1 Muiderberg Eemnes en extra budget voor MIRT Noordrand Amsterdam en MIRT Brainport Eindhoven.


 
 
 

2.

Meer informatie

 

3.

Parlementaire Monitor

Met de Parlementaire Monitor volgt u alle parlementaire dossiers die voor u van belang zijn, op de voet. De monitor signaleert de recent aan deze dossiers toegevoegde documenten en de vergaderingen waarin ze aan de orde komen. U ziet in één oogopslag van elk lopend wetsvoorstel de stand van zaken. Via e-mail-alerts en de nieuwsbrieffunctie zijn u en uw relaties altijd onmiddellijk op de hoogte.

Als u meer wilt weten over de Parlementaire Monitor, bekijk dan de uitgebreide beschrijving op www.pdc.nl of neem contact met ons op via info@parlementairemonitor.nl.