Spreektekst bij het ESM-debat - Parlementaire monitor

Parlementaire monitor
Zondag 20 september 2020
kalender

Spreektekst bij het ESM-debat

Met dank overgenomen van M.G.J. (Mark) Harbers i, gepubliceerd op donderdag 24 mei 2012, 12:19.

in VVD, Politiek, Mark Harbers, Financiën | Reageren

Hieronder vindt u de tekst zoals deze is uitgesproken door Mark Harbers tijdens de plenaire behandeling van het ESM-verdrag op 22 mei jongstleden.

Voorzitter,

Sinds twee jaar leven we - helaas - in een wereld, in een Europa, met een noodfonds. Niet het aloude IMF, wat volgens de VVD zijn kracht heeft bewezen in de afgelopen zestig jaar. Maar een Europees tijdelijk noodfonds, het EFSF. Vandaag bespreken we het voorstel om niet langer een tijdelijk noodfonds te hebben, maar een permanent noodfonds, het ESM.

En ik wil één ding vooropstellen. Noodfondsen - noch het EFSF, noch het ESM - zijn de oplossing voor de eurocrisis. De enige duurzame oplossing is dat euro-lidstaten hun financiën op orde brengen en daarmee andere landen niet in het gevaar van financiële instabiliteit brengen

Maar het hebben van een noodfonds is wel één van de belangrijkste redenen dat we tegen schuldenlanden kúnnen zeggen dat ze aan onze voorwaarden moeten voldoen en anders geen steun meer krijgen. We kunnen andere landen die - onder de juiste condities van hervormingen en bezuinigingen - op zichzelf gezond zijn maar dreigen meegesleurd te worden in een vrije val op de financiële markten hiermee bescherming bieden. Dat is in het Nederlands belang. Een domino-effect van Euro-landen die failliet gaan, kan leiden tot een grote economische krimp, tot problemen met banken, financiële instellingen en pensioenfondsen en dus het risico dat Nederlanders spaargeld of pensioengeld verliezen.

Gelet op de onzekere periode, met Griekse verkiezingen in aantocht,een harde strijd in Spanje om de economie en banken aan de goede kant van de streep te krijgen, is het niet ondenkbaar dat we dit noodfonds - permanent in plaats van tijdelijk en met een meer efficiënte werking en lagere garanties dan het tijdelijke fonds EFSF - de komende maanden wel eens harder nodig kunnen hebben dan ooit. Wachten met het instellen heeft het gemak dat je een moeilijk besluit nog niet hoeft te nemen, maar in de herfst of winter kon het wel eens te laat zijn.

Vandaar dit debat, en deze wetsvoorstellen. Een debat in een sfeer waarin wij allemaal vele mailtjes en vragen hebben ontvangen, vol vragen, zorgen, woede, maar ook misverstanden over het ESM.

En voorzitter, ik begrijp die mailtjes en berichten. Het gaat over haast niet te bevatten, immense bedragen die we soms gewoon zijn gaan vinden in de eurocrisis, maar die dat natuurlijk niet zijn. En ook ik had liever een wereld zonder economische crisis, zonder schuldencrisis, zonder maandelijkse vergadering over de euro, en zonder noodfonds. Maar die schuldencrisis is er wel. En ik wil maar één ding: een vaste koers om ervoor te zorgen dat wij er met onze spaarbankboekjes, pensioenfondsen en bedrijven zo min mogelijk last van hebben.

Ik begrijp de vragen, ik begrijp de zorgen. Maar voorzitter, uit de verdragstekst, uit de wetsvoorstellen die hier vanavond voorliggen, uit de bijbehorende Memorie van Toelichting en de beantwoording in de nota van Verslag is voor mij ook duidelijk geowrden dat er 5 hardnekkige misverstanden de ronde doen over het ESM.

  • 1. 
    Eerste misverstand ‘Het ESM bepaalt zelf hoeveel de Nederlanders moeten betalen’

Nee, elke nieuwe bijdrage aan het ESM door Nederland kan alleen met instemming van de Tweede Kamer worden gedaan.

  • 2. 
    Tweede misverstand ‘De Europese Unie krijgt meer macht’

Nee, het ESM is een afspraak tussen de Eurolanden zelf, en is niet van de EU.

  • 3. 
    Derde misverstand ‘Nederland kan worden weggestemd’

Nee, bij alle belangrijke beslissingen is unanimiteit vereist, dus instemming van alle landen.

De enige uitzondering is in noodgevallen waarbij 85% van de stemmen nodig is. Hierbij is dan wel weer de regel dat het niet tot extra bijstorting kan leiden zonder instemming.

In de loop van mijn betoog kom ik nog terug op noodsituaties.

  • 4. 
    En dan: ‘De Minister van Financiën kan op eigen houtje bepalen of er meer geld naar het ESM moet’

Nee, dat kan niet. Elk land heeft zijn eigen parlementaire gewoonten en regels, en die gelden hier ook. Zoals de minister ook schrijft: controle is een nationale aangelegenheid die als zodanig geen deel uitmaakt van het verdrag. Maar ons staatsrechts, onze parlementaire rechten, gelden hier onverkort, ook ten aanzien van dit verdrag.

Voor het ESM is dit, op aandringen van de VVD, dit nog aangescherpt. Ook hier kom hier straks nog op terug.

  • 5. 
    En ten vijfde. Dat You Tube filmpje ‘Maar dat YouTube-filmpje dan?’

Dat filmpje is knap gemaakt en heeft veel overtuigingskracht. Daarom is het des te jammerder dat het onjuiste informatie verspreidt. Een voorbeeld? De immuniteit van medewerkers, want het is juist goed dat nationale regeringen uit schuldenlanden geen invloed kunnen uitoefenen op zulke medewerkers.

Voorzitter, op een aantal van deze punten, én de positie van de Rekenkamers, ga ik zometeen verder in. Maar op voorhand vraag ik de minister om in zijn beantwoording uitgebreid en uitvoerig in te gaan op deze vijf misverstanden en niet alleen ons als parlement, maar via ons ook de Nederlandse burgers, de bevestiging te geven dat het misverstanden zijn. Dat wij baas over eigen begroting blijven. En baas over de bikkelharde condities waaronder het geld van het ESM eventueel wordt uitgeleend aan euro-schuldenlanden.

En ten aanzien van het filmpje: eigenlijk vraag ik van de minister: doe er alles aan om ook in het eigen communicatiebeleid exacte voorlichting te geven over wat er nu wel en niet waar is van de vele beweringen over het ESM.

Voorzitter, ik kom in het vervolg van mijn betoog op de volgende onderwerpen:

  • De hoogte van het kapitaal
  • De positie van de Tweede en Eerste Kamer
  • Noodsituaties
  • De controle door Rekenkamers
  • En tot slot de inzet van instrumenten en steunprogramma’s door het ESM

Ik begin met de hoogte van het kapitaal. In de eerste plaats is het goed om te zien dat Eurostat nu de bevestiging heeft gegeven dat ESM als internationale financiële instelling wordt gezien. Ik begrijp uit de nota naar aanleiding van het verslag dat er geen enkele omstandigheid is te bedenken dat Nederland zónder verdragswijziging, dus zonder instemming van het Parlement, zijn aandeel van 40 miljard zou moeten verhogen. Met een vedragswijziging is het dus nog zwaarder dan een begrotingswijziging. Graag een bevestiging daarop.

Ik heb nog twee vragen aan de minister ten aanzien van de hoogte van het kapitaal. In de eerste plaats de gang van zaken als landen in gebreke blijven met het storten van kapitaal. Het aspect wat ik nog mis is dat de schuld die een lidstaat dan opbouwt bij de andere ESM-lidstaten een preferente crediteurenstatus krijgt. Dat lijkt me wel van belang, en ik hoor graag van de minister hoe hij dat ziet.

Nu ik het toch over die preferente crediteurenstatus heb: in de nota geeft de minister aan dat die claim in zijn algemeenheid is opgenomen, behalve voor nieuwe programma’s voor Griekenland, Portugal en Ierland. Maar ik neem aan dat zulke programma’s nog steeds in navolging van de bestaande IMF-gewoonte zullen worden behandeld. Graag een reactie.

Mijn tweede punt over het kapitaal is, dat uit de beantwoording nog steeds niet duidelijk is wat er nu gebeurt als het ESM in de voorgestelde vorm toch geen AAA-status krijgt. Graag hoor ik dat van de minister.

Dan een heel belangrijk punt voor de VVD, en voor veel partijen hier. De positie en de bevoegdheden van ons nationale parlement. Een vraagstuk waar we sinds vorig jaar zomer, end e AFB, al een aantal keer over hebben gedebatteerd. De minister geeft aan in de Memorie van Toelichting en het verslag, dat de vormgeving van deze controle op zichzelf een nationale aangelegenheid is die niet in het verdrag wordt geregeld, maar hier in het parlement. Daarmee is het niet minder belangrijk.

Ik leg hier graag vast, dat de minister ons in zijn eerdere brief en in de Memorie van Toelichting heeft toegezegd dat bij alle belangrijke besluiten de 17 lidstaten beslissen bij onderlinge overeenstemming - en dat betekent dus een VETORECHT - en in al die gevallen de Kamer vooraf informeert. Dat betekent dus dat voor ieder belangrijk besluit de Kamer de gelegenheid heeft om de minister mee te geven wat we ervan vinden. Binnenkort spreken we verder over de procedures die we daarvoor hanteren. Maar uit de stukken stel ik vast dat we onder alle omstandigheden het budgetrecht hebben, en de normale procedure met begrotingswijzigingen volgen. Dat verwerpt namelijk ook de opinie die je geregeld hoort dat bijvoorbeeld de Bondsdag meer invloed zou hebben dan onze Kamer. Kortom, graag van de minister de absolute garantie van de minister dat betrokkenheid parlement VOORAF en budgetrecht gewaarborgd is; en hoe dat gewaarborgd is.

Voorzitter, er is één situatie denkbaar dat er geen vetorecht is: de noodsituaties die met 85% van de stemmen kunnen worden genomen. De afweging die hierachter ligt, kun je op twee manieren wegen. De ene is, of je grote lidstaten als Duitsland meer invloed wilt geven. Maar dat staat tegenover de andere weging, dat als Europa op financiële ellende afstevent het ook moeilijk voorstelbaar is dat alleen Malta of Slowakije dat zou kunnen tegenhouden. De gepresenteerde oplossing - besluitvorming in die gevallen met 85% en afzondering van dat deel van het fonds in een apart deel van het noodfonds - wordt gepresenteerd als een oplossing voor Finland maar dat doet ons onrecht. Want ook voor ons is dat weer een extra slot op de deur. Maar ook op dit punt wil ik de ruimte zo beperkt mogelijk hebben: alle steun die nu uit het tijdelijke fonds is gegeven was volgens mij niet acuut, want de steunprogramma’s voor een land als Ierland hebben weken in beslag genomen. Nogmaals, het kan ook niet betekenen dat niemand ons kan dwingen om meer geld te betalen dan afgesproken. Wat vindt de minister acuut? Hoe is hij van plan dit soort situaties te wegen? Is hij met me eens dat een acute noodsituatie alleen betekent dat zonder aankondiging vooraf binnen één of enkele etmalen een land failliet dreigt te gaan?

Voorzitter,

Dan kom ik op de publieke controle. Eén van de manieren waarop we iedere belangstellende, in het bijzonder de critici van het ESM, kunnen blijven betrekken bij datgene wat er in het ESM gebeurt, is een goede publieke controle.

Voorzitter, we hebben geen verschil van mening met de Nederlandse regering over de inzet. Zoals al ergens door de minister werd opgemerkt: Nederland én de 17 rekenkamers in Euro-lidstaten trekken aan dezelfde kant van het touw. Ambtelijk ligt er nu blijkbaar een tekst die voldoende waarborg biedt.

Maar die ambtelijke tekst moet nog worden vastgesteld in de by-laws.

Mijn dringende vraag: is de minister bereid om vanaf dag één eraan mee te werken dat de Board of Auditors zijn taak zo ruimhartig mogelijk kan uitvoeren. Het onderzoeksmandaat moet zo ruim mogelijk zijn. Mijn stelregel: wat het verdrag niet verbiedt, moet de board of auditors vanaf dag één gaan uitvoeren.

Hetzelfde geldt voor de openbaarmaking van rapporten en jaarverslagen. Het verdrag stelt dat dit door de gouverneurs, de ministers van Financiën dus, binnen 30 dagen aan de nationale parlementen moet worden gezonden. Maar binnen 30 dagen betekent dat het dus ook onverwijld, meteen, kan. Dan is het meteen ook toegankelijk voor iedereen in Europa. Graag een reactie - in de vorm van een toezegging - dat onze minister dat zal doen.

Europa hoort te weten dat je met publieke externe controle geen loopje kunt nemen wat de Nederlanders betreft. Net zoals andere onderdelen van het ESM gemodelleerd zijn op Duitse en Finse wensen moet duidelijk zijn dat dit een voor Nederland zeer aangelegen onderdeel is.

Voorzitter,

Ik heb het eerder gezegd: wat had ik graag in een wereld geleefd zonder schuldencrisis en zonder bedreigingen onder onze munt. Maar dat is niet het geval. Dat is de enige reden dat wij instemmen met zoiets als dit noodfonds. Met een vetorecht, met een goede publieke controle, en met bikkelharde voorwaarden - inclusief de trojka en het ondertekenen van het begrotingsverdrag - voor die lidstaten die er onverhoopt gebruik van moeten maken.