Schriftelijke vragen gesteld over cannabis en ontwikkeling van de hersenen - Parlementaire monitor

Parlementaire monitor
Woensdag 2 december 2020
kalender

Schriftelijke vragen gesteld over cannabis en ontwikkeling van de hersenen

Met dank overgenomen van L.Th. (Lea) Bouwmeester i, gepubliceerd op dinsdag 28 augustus 2012.
alttekst ontbreekt in origineel bericht
Bron: Blog Lea Bouwmeester

Vandaag heb ik naar aanleiding van een artikel in De Trouw schriftelijke vragen gesteld aan de minister van V&J en de minister van VWS. Wetenschappelijk onderzoek in Nieuw Zeeland laat zien dat het gebruik van cannabis op jonge leeftijd slecht is voor de ontwikkeling van de hersenen van jongeren.

De vragen kunt u hieronder lezen en worden binnen 3 weken beantwoord.

Vragen van het lid Bouwmeester (PvdA) aan de minister van Veiligheid en Justitie en de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport over het bericht dat cannabis slecht is voor de ontwikkeling van de hersenen van jongeren

1.

Kent u het bericht “Het blijkt waar: hasj schaadt puberbreinen”? (Trouw, 28-8-2012, p. 8)

2.

Bent u, gezien dit onderzoek, nu wel met de PvdA van mening dat er een actieplan “jeugd en genotsmiddelen” moet komen gericht op effectieve preventie? Zo ja, wanneer kan de Kamer dit plan tegemoet zien? Zo nee, waarom nog steeds niet?

3.

Bent u nu wel overtuigd van de noodzaak ouders en kinderen goed voor te lichten, om te zorgen dat ouders weten hoe ze hun kinderen van het blowen en andere genotsmiddelen moeten houden? Zo ja, hoe gaat u hier concreet gevolg aan geven? Zo nee, waarom niet?

4.

Bent nog steeds van mening dat de namen van scholieren die softdrugs gebruiken bekend moeten worden gemaakt bij leraren, ouders en medescholieren zoals u vorig jaar stelde? Zo ja, waarom denkt u dat dit helpt bij het tegengaan van cannabisgebruik? Zo nee, deelt u dan de mening dat het veel beter is om jongeren actief voor te lichten over de risico’s van cannabisgebruik in plaats van ze aan een schandpaal te nagelen?

5.

Wat hebt u de afgelopen twee jaar concreet gedaan, anders dan repressieve maatregelen aankondigen, om er voor te zorgen dat jongeren voorgelicht worden over de gevaren van cannabis en wat heeft u concreet gedaan om ze van cannabisgebruik te weerhouden?

6.

In hoeverre biedt het onderzoek u nieuwe inzichten over het al langer bestaande gegeven dat het gebruik van cannabis op jonge leeftijd nadelig is voor de gezondheid?

7.

Deelt u de mening dat coffeeshops zich doorgaans houden aan de zogenaamde AHOJG-criteria op grond waarvan jongeren de toegang wordt ontzegd en harddrugs uit het circuit van cannabisgebruikers blijven? Zo nee, over beschikt u dan over gegevens dat coffeeshops deze criteria niet navolgen en welke gegevens zijn dat dan?

8.

Deelt u de mening dat door het invoeren van de wietpas en het ten gevolge daarvan verschuiven van de handel naar de straat, het risico dat jongeren gemakkelijker aan soft- en zelfs harddrugs kunnen komen kan toenemen? Zo ja, waarom voert u dan toch die onzalige wietpas in? Zo nee, waarom niet?