Administratieve lasten in langdurige zorg - Parlementaire monitor

Parlementaire monitor
Dinsdag 26 mei 2020
kalender

Administratieve lasten in langdurige zorg

Met dank overgenomen van T. (Tamara) van Ark i, gepubliceerd op donderdag 29 maart 2012.

Donderdag 29 maart hadden we een debat in de Kamer over administratieve lasten in de AWBZ.

AO Administratieve Lasten in de Care

(uiteindelijke spreektekst geldt)

De VVD heeft een broertje dood aan overbodige regelgeving. Teveel regels zorgt ervoor dat de vrijheid van mensen beknot wordt. Het grote probleem in Nederland is dat we niet alleen vastleggen in wetten wát we willen maar ook hóe we het willen. En daar gaat het mis.

Regels zijn bedoeld om problemen te voorkomen. Afspraken met elkaar te maken. Zolang dit logisch is en werkt, heeft niemand er problemen mee. Het meest sprekende voorbeeld is de afspraak dat we stoppen voor rood en rijden bij groen licht. Het zou maar een zootje worden als we dit niet zouden doen. Maar door een teveel aan regels zien we door de bomen het bos niet meer. En soms zijn regels foutieve uitwerkingen van goedbedoelde intenties. Er is altijd wel een bepaalde logica waardoor we niet in opstand komen, maar het knelt wel. Zo kwam ik voor de Kerst op bezoek in het verzorgingshuis bij mijn oma met een prachtig Kerststukje. In het midden prijkte (uiteraard) een kaars. Wat is een kerststukje zonder kaars? Maar van de mevrouw bij de receptie moest ik de kaars verwijderen want bewoners mogen geen vuur in hun kamer hebben. Ergens wel logisch, maar mijn oma had juist altijd met kerst haar huis vol met kaarsen. Een beetje genant was het wel, dat kerststukje zonder kaars… Voorbeelden zoals deze laten me niet meer los. We zijn er een kei in om de dingen zo te organiseren dat we op alle verantwoordelijkheden goed belegd hebben. Maar de sjeu is er wel vaak vanaf. Belangrijke politieke debatten over ondervoeding, of het welzijn van mensen in de ouderenzorg, verworden in de dagelijkse praktijk tot een meetweek. Waarbij mensen die bijna een eeuw op deze aardbol rondlopen, zich eens in de vier weken moeten laten wegen en adviezen krijgen over hun eten. We staan hier wel voor een dilemma. De politiek en de samenleving roepen om minder regels. Maar als er ergens iets ergs gebeurt, willen we het naadje van de kous weten. Schieten we niet met een kanon op een mug? Waar ging het mis, wie was er verantwoordelijk? Ziedaar de legitimatie van de vele checklisten en de grote stapels procedures. Of zoals de verzorgende die onaangekondigd de kamer binnenkwam, zei tegen een mevrouw die zelf met veel moeite en pijn naar haar eigen toilet in het verpleeghuis was gestrompeld: “wat doet u nu? Als u nu valt? Dan zitten we allemaal in de problemen!”

Om een uitweg te vinden uit dit regelmoeras krijgen 28 organisaties de kans om te experimenteren. En in hun kielzog zijn er zevenhonderd meldingen gedaan van regels, die als knellend worden ervaren. Wat opvalt is dat veel regels door organisaties zelf worden bedacht. Vaak als een antwoord op een terechte vraag. Zoals de organisatie die een vraag kreeg van de ouder van een bewoner. Als mijn kind in de eigen auto van een begeleider naar een activiteit rijdt en er gebeurt wat, wie is dan verantwoordelijk? Deze vraag resulteerde in een procedure die bij elke schijf in de organisatie waar deze besproken werd, werd uitgebreid. Totdat uiteindelijk iedere medewerker in de organisatie jaarlijks zijn groene kaart moest kopieren en laten aftekenen en het daartoe bestemde formulier met de verklaring van de verzekeringspapieren in het Personeelsdossier moest laten stoppen. Logisch? Ooit! Knellend? Ja! Het goede nieuws van regels die door organisaties gemaakt worden is dat ze ook door organisaties afgeschaft kunnen worden. In het geval van de groene kaartprocedure is dat gelukkig ook gebeurd. Eigenlijk zou in elke organisatie de zin “zo doen wij dat hier” reden moeten zijn om de vraag te stellen “o ja? En wat levert ons dat op?” . Op deze wijze zijn al veel regels afgeschaft.

Moeilijker wordt het bij regels die door overheidsinstanties worden ingesteld. Dat levert soms tegenstrijdige reacties op. Want ja, natuurlijk moeten we zorgvuldig omgaan met voedselveiligheid. Maar dat je door de HAACCP criteria geen kliekjes meer mag bewaren is voor een generatie die gesteld is op zuinigheid doorgaans niet uit te leggen.

En los van het gebrek aan logica, het levert ook het nodige papierwerk op. En papierwerk kost tijd die niet aan de zorg kan worden besteed. Wij zijn er in Nederland heel erg goed in om regels te bedenken. Het zit in onze vezels. Gelijke monniken, gelijke kappen, is het devies. Terwijl we in een samenleving wonen met mensen die behoefte hebben aan maatwerk. Juist omdat mensen gelijkwaardig zijn, mogen we ze niet op 1 hoop gooien. De VVD fractie is dus een groot voorstander van het experiment regelarme instellingen. We zijn heel benieuwd naar de resultaten. Ter wille van dit onderzoek hebben we nog een paar vragen aan de staatssecretaris. Hoe wordt er bijvoorbeeld gekeken naar tariefvereenvoudiging? En de zevenhonderd meldingen die zijn gedaan, zouden wij graag openbaar gemaakt zien, inclusief het advies of ze kunnen worden opgepakt in de hele zorg. Zij de projecten al van start en hoe gaat het tot nu toe? Kunnen we op de hoogte blijven van de experimenten, bijvoorbeeld door ze op te nemen in de programmabrief langdurige zorg?

Wij zijn blij dat de experimenten de tijd krijgen om daadwerkelijk informatie en kennis op te leveren. De doorlooptijd is tot 2014. Dat betekent wel dat we er aan hechten op te merken dat we natuurlijk voor de rest niet moeten gaan stilzitten deze periode.

Zo wordt er op korte termijn er weer een aanvang gemaakt met de inkoop van AWBZ zorg voor 2013. Vorig jaar hebben we gesproken over de vereenvoudiging van de toegang tot de conracteerruimte. Maar al te vaak horen we nog van zorgaanbieders dat er een grote drempel is. Of er mag maar een beperkte omzet gemaakt worden in het eerste jaar, of er mag maar voor 1 grondslag zorg aangeboden worden. Heeft de staatssecretaris de procedures voor zorginkoop kunnen vereenvoudigen en wat gaan we hier van merken dit jaar? Kunnen we gewoon afspreken dat zorgkantoren alle aanbieders contracteren die aan de kwaliteitseisen voldoen? Zodat de klant vervolgens zelf kan kiezen?

Het zorgveld is zeer in beweging. Ziet de staatssecretaris mogelijkheden om bijvoorbeeld informatie uitvraag in de diverse stelsels op elkaar af te stemmen? Immers, zowel voor WMO, ZVW als AWBZ is informatie uitvraag nodig. Juist voor organisaties die bovenlokaal actief zijn en juist mensen die met meerdere overheidsorganisaties te maken hebben, komen vaak om in procedures en regels. Een van de grootste ergernissen is dat mensen op zoveel plekken hun informatie af moeten geven. En dat overheidsinstanties elkaar blijkbaar niet vertrouwen. Tot aan de huisarts gaat het goed maar daarna begint het woud aan instanties, regels en bijpassende eisen. Er was een project om indicaties over verschillende beleidsterreinen samen te nemen. Heeft dit project nog tot resultaat geleid? Hoe kunnen we de zaken nu eenvoudiger maken? De VVD staat klaar met de bijl aan de wortels van overbodige regels en biedt organisaties en de staatssecretaris graag de ruimte om aan de slag te gaan.

Naschrift: de staatssecretaris heeft de toezeggingen gedaan om de resultaten van het project "integrale indicatiestelling" als ze bekend zijn naar de Kamer te sturen. En bovendien heeft de staatssecretaris toegezegd dat ze de contractering van zorgaanbieders door zorgkantoren sterk wil vereenvoudingen. Ze stuurt hierover een brief aan de Kamer.