Wijziging van de Wet werk en bijstand - Parlementaire monitor

Parlementaire monitor
Vrijdag 6 december 2019
kalender
Met dank overgenomen van Ch.P. (Tof) Thissen†i, gepubliceerd op dinsdag 20 december 2011.
Wijziging van de Wet werk en bijstand
Bron: Groenlinks

Woordvoerder Tof Thissen lichtte zijn bezorgdheid toe bij zijn inbreng bij de Wijziging van de Wet werk en bijstand op 19 december. Het uitgangspunt van staatssecretaris De Krom van Sociale Zaken bij zijn bijstandsplannen is: "Wie kan werken moet ook werken, een uitkering is het laatste, tijdelijke vangnet." Op alle fronten wordt door het Rijk bezuinigd, met het gevolg dat de meest kwetsbare mensen van verschillende kanten worden gepakt.

De meest kwetsbare mensen worden van verschillende kanten gepakt:

Het rijk bezuinigt op zorgtoelage en zorg, de zorgverzekeringspremie gaat omhoog en het eigen risico flink verhoogt; het rijk bezuinigt op passen onderwijs, het pgb en het kindgebondenbudget; het rijk bezuinigt op de bijstand en de sociale zekerheid;

daarnaast bezuinigen de gemeenten fors in hun voorzieningen en voor een groot gedeelte treft dit de meest kwetsbaren extra hard. En er staat nog heel wat voor de deur met WSW, WAJONG in het kader van de Wet werken naar vermogen.

Het kabinet spreekt iedereen aan op zijn en haar eigen verantwoordelijkheid. Iedereen moet de weg naar zelfredzaamheid op. Onder het motto 'de overheid lost het niet voor mensen op, maar kan mensen wel ondersteunen'.

GroenLinks beoordeelt dit wetsvoorstel in het licht van de vraag of het de deelname aan de arbeidsmarkt bevordert, of de eigen verantwoordelijkheid van mensen in de bijstand wordt vergroot, of de gemeenten deze wijzigingen per 1 januari aanstaande kunnen uitvoeren, of wij de ideologische uitgangspunten achter deze wet delen en of wij de impliciete kritiek op de gemeentelijke uitvoeringspraktijk WWB/WIJ sinds 2004 onderschrijven.

De fractie van GL heeft een activerend mensbeeld voor ogen en wil mensen, ook al zijn ze (tijdelijk) kwetsbaar mogelijkheden bieden zichzelf te ontwikkelen naar een bestaan dat leidt tot zelfstandig burgerschap, zo dat ze kunnen voorzien in eigen levensonderhoud en kunnen worden wie ze willen en kunnen zijn en naar vermogen duurzaam op de arbeidsmarkt actief zijn.

De vraag is of het met dit wetsvoorstel lukt.

Het SCP constateert verschillende jaren achtereen dat Nederlanders zeer tevreden zijn over zichzelf maar zich grote zorgen maken over de buren. Daar zit de verruwing, de onhoffelijkheid, de onveiligheid. Alle begrip verwachten voor de overlast van je eigen verbouwing waarbij de drilboor iedere ochtend om 7 uur aangaat, totale intolerantie voor de herrie van de buren.

Ik moest hier steeds sterker aan denken toen ik de afgelopen periode las hoe de regering zich opstelt in dit wetsvoorstel. Voor deze regering dondert het niet hoe die 54 miljoen kan worden bijgeschreven in het huishoudboekje. Iedereen moet maar snappen dat deze verbouwing voor wat herrie en overlast zorgt. Adviezen van buren - lees collega-overheid, de gemeenten - om de verbouwing door te laten gaan zonder dat de buurt dagen- en nachtenlang wakker ligt, worden in de wind geslagen, niets mee te maken, zegt de regering, we vertrouwen alleen onze eigen analyse, niet die van de buren.

Harde afspraken over de hoffelijke omgang met elkaar in de buurt (tussen overheden onderling) moeten - uiteraard - wijken voor het grote doel: de 54 miljoen. Pech dat we ooit drie maanden hebben afgesproken als fatsoenlijke invoeringstermijn, u snapt toch wel dat het crisis is? Uit de beantwoording van vragen van deze Kamer, woorden die overigens zelden een antwoord zijn, spat het ongeloof van de regering. Dat de omgeving toch niet snapt dat deze verbouwing door moet gaan, dat daar harde regels van hoffelijkheid als vanzelfsprekend voor moeten wijken, waarom wil toch niemand snappen dat we nu even alle omgangsvormen en regels van zorgvuldigheid aan de kant moeten schuiven, stijgt erop uit de reactie van deze regering. U wilt even helemaal niks van doen hebben met zorgvuldige en onderbouwde afspraken in het onderlinge overhedenverkeer.

Nergens enige excuses over het gedrag van deze regering. Natuurlijk kunt u een voornemen opschrijven in het regeerakkoord, een doel dat u wilt behalen. Maar het regeerakkoord is geen Sinterklaaslijstje dat automatisch zal worden ingewilligd, ook al is 5 december al weer voorbij. Waarschijnlijk wel door de leden in deze Kamer die zich niet vrijuit durven opstellen en gedwee akkoord zullen gaan ook al gruwen ze achter de schermen van deze wet. Nee, een wetsvoorstel vereist ook voldoende voorbereidingstijd, hoe slechter u uw werk vooraf doet, hoe meer vragen en problemen u in het parlement zult ondervinden. Die tijdigheid is uw verantwoordelijkheid en daar heeft u zich danig op verkeken. Er zitten straks tussen de nog onzekere parlementaire aanvaarding en de datum waarop de wet van kracht moet worden zoín anderhalve week. Erkent u dat u de uitvoering daarmee schoffeert?

En een wet heeft ook draagvlak nodig, zeker als het gaat om zaken die ver van de rijksoverheid worden uitgevoerd. Daar waar er geen maagdelijke tekentafel is waarop alles kloppend te krijgen is en er geen menselijke factoren in het geding zijn, iedere systeem- en automatiseringsverandering als vanzelf en naadloos en op tijd verloopt, maar waar de echte werkelijkheid is: Mensen van vlees en bloed, die ervaring hebben, heel veel ervaring hebben met de dolgedraaide wetgevingsmolen op sociaal terrein en met mensen die niet als vanzelf worden uitgenodigd bij werkgevers. Ondanks het succes van de Wet werk en bijstand en de overdracht van beleid en geld naar gemeenten kon de rijksoverheid het niet nalaten om de gemeentelijke uitvoering te frustreren met een uitzondering op de Wwb. Nog maar twee jaar geleden moesten gemeenten jongeren uit de Wwb halen en onder het regime van de WIJ plaatsen. En nu gaat dat alweer op de schop en zijn het door de huishoudtoets opnieuw de jonge mensen, met name de jonge mensen die de pech hebben arme, werkloze ouders te hebben, die het volgens dit kabinet verkeerd doen. De ideologie van eigen schuld dikke bult is in Den Haag weer asan land gekomen. We moeten ze prikkelen anders gaan ze niet aan de slag. Minder geld, het zal ze leren! Het moet allemaal niet te makkelijk zijn voor de jonge mensen in een bijstandsgezin, is de boodschap van deze regering. Praat u wel eens met jonge mensen die hun jonge leven hebben doorgebracht met ouders die het hoofd net of vaak net niet boven water wisten te houden, kinderen die al op zeer jonge leeftijd een volwassen rol hebben overgenomen in een huishouden waarin ouders niet capabel waren? Als deze kinderen 18 jaar worden, dan kunnen ze niet zoals hun welgestelde leeftijdsgenoten onafhankelijk worden. Is dat wat u beoogd?

Jongvolwassenen die het hebben getroffen met hun ouders kunnen onbeperkt baantjes hebben, al het geld is voor hen, en vaak stoppen hun ouders hen nog flink wat geld toe. Zet daarnaast de jongvolwassenen die het in financieel opzicht slechter hebben getroffen. Die moeten op hun 18e of als ze hun studie beŽindigen een ingewikkelde afweging gaan maken. Kan ik maar beter verhuizen, maar ja waar haal ik het geld vandaan? Waarom kan ik niet net zoals partners die trouwen op huwelijks voorwaarden, mijn inkomen vrijwaren van een vader of moeder die voortdurend schulden maakt? Hoe moet ik de kosten die gepaard gaan met een baan (reiskosten, kleding) betalen als het minimumjeugdloon volledig opgaat aan de verzorging van de ouders? Er is nauwelijks geld in het gezin, als ik heel hard ga werken, kan ik flink bijdragen zodat mijn jongere broertjes en zusjes af en toe nieuwe kleren hebben, maar ja wat heeft het nog voor zin want alles wordt direct gekort.

U hamert op eigen verantwoordelijkheid van jonge mensen. Met dit wetsvoorstel ontneemt u deze jonge mensen iedere vorm van eigen verantwoordelijkheid, omdat u ze de middelen ontneemt om verantwoordelijkheid voor hun eigen leven te nemen.

Vindt u dat een 18 jarige verplicht kan worden om zijn ouders inclusief minderjarige broertjes en zusjes te onderhouden, omdat zijn/haar inkomen leidt tot beŽindiging van de uitkering van de ouder(s)? U draagt aan dat er dan een extra stimulans is voor de ouders om aan het werk te gaan. Ik stel: u legt de verantwoordelijkheid van de ouder(s) en de samenleving op de frŤle schouders van een jongvolwassene. Is dat wat u nastreeft, wat wij als samenleving zouden moeten nastreven? Een kind kan een ouder stimuleren, maar zijn ouder niet veranderen, een kind kan ook niet in zijn eentje de samenleving veranderen waarin mensen met een grote afstand tot de arbeidsmarkt, mensen boven de 45, of met een verslaving (sverleden), mensen met beperkte verstandelijke vermogens, mensen zonder of een slechte opleiding, mensen zonder werkervaring niet vooraan staan als er banen worden uitgedeeld, zo er al banen worden uitgedeeld.

Dit kabinet lijkt zich er niet van bewust dat zij gemeenten - de collega-overheid - keihard nodig heeft om deze en nog tal van voorgenomen bezuinigingen te realiseren. De dovemansoren van deze regering voor de voorstellen en handreikingen die gemeenten doen om de uitvoeringsellende en -kosten en -risicoís van dit overhaaste avontuur tot een minimum te beperken, worden zonder argumentatie terzijde geschoven. Behalve dan dat u vreest uw bezuiniging niet te halen. Uw zoektocht naar eigen argumenten kent overigens geen grenzen. De constateringen van de VNG mbt raming omvang gezinsbijstand en gevolgen voor ICT, werkprocessen en het rechtmatigheidtoezicht reageert u ronduit schofferend. Ik citeer uit de brief van de VNG: 'Wij vinden het schokkend om te lezen dat de regering zich met betrekking tot dit wetsvoorstel niet of nauwelijks wenst te verplaatsen in de situatie die zij hiermee creŽert voor gemeenten en hun cliŽnten. Gemeenten zelf worden niet bevraagd op de implicaties, er wordt gewerkt met niet onderbouwde veronderstellingen (% gezinsbijstand, het beschikbaar blijven van huidige koppelingen en andere voorzieningen zal ook in de nieuwe situatie afdoende zijn), en er is zelfs sprake van een aantal feitelijke onjuistheden (stelling over het standpunt van de VNG, het thans verplicht zijn van de elektronische intake)'

De regering geeft voorts aan dat de elektronische intake een verplichting is. Dat is niet het geval. Het is een voorgenomen verplichting in de aanpassing van de Suwi-wet, die momenteel aan het parlement gezonden is. VNG is overigens geen voorstander van deze voorgenomen verplichting.

Ik roep even in herinnering wat de wetgever op sociaal terrein over de gemeenten en burgers uitstort. In 2004 de Wwb. Waarschijnlijk vanwege het grote succes dacht het Rijk dat er dan nog wel meer in het vat moest zitten. En toen is de race ingezet. In 2009 de Wij, ook al zoín overhaaste invoering, die gemeenten hebben bevochten als zijnde volstrekt overbodige wetgeving maar wel met veel uitvoeringsconsequenties ťn kosten. Die Wij gaan we nu krap 2,5 jaar later weer aan de wilgen hangen. Over kapitaalvernietiging gesproken. Kan de minister deze Kamer vertellen welk bedrag aan investeringen 2,5 jaar geleden gedaan, hiermee worden weggegooid? Nu stelt de minister voor om 1 jaar voorafgaand aan zeer ingrijpende wetswijziging, nl de Wwnv voor 1 jaar opnieuw de gemeenten met ingrijpende uitvoeringskosten op te zadelen. Kan de minister deze Kamer vertellen welke kosten gemaakt moeten worden door gemeenten, ook overheidsgeld, en wat de voordelen zouden zijn als die kosten dit jaar niet worden gemaakt, maar er wordt toegewerkt naar een zeer ruime invoeringstermijn voor de Wwnv. Wellicht is het voor gemeenten goedkoper om het Rijk voor 2012 rechtstreeks 27 miljoen te geven (de opbrengst die deze staatssecretaris moet leveren), dit wetsvoorstel ter zijde te schuiven en alle energie gebruiken om een fatsoenlijke en ook kostenefficiente invoering van de Wwnv te realiseren. Dat vergt uiteraard ook van deze bewindspersoon dat hij veel eerder zijn wetsvoorstellen klaar moet hebben, zodat er een zorgvuldige behandeling in het parlement kan plaatsvinden.

Ook deze Kamer krijgt zelden een antwoord op haar zorgen. Ik vraag mij terdege af of behandeling vandaag wel zin heeft gelet op het feit dat de regering geen enkele moeite heeft gedaan om de grote zorgen die er zijn rondom zorgvuldigheid, uitvoerbaarheid, haalbaarheid en doel weg te nemen.

Dat kan de regering waarschijnlijk ook niet. Er is namelijk maar een doel dat de minister vandaag van deze Kamer vraagt. Help mij 54 miljoen op te halen bij gemeenten. Het middel dat gevonden is, is dat geld weg te halen bij ruim tien duizend gezinnen. Het waarom is uiterst zwak onderbouwd. Geen stapeling van uitkeringen in een gezin. Het was beter geweest als deze staatssecretaris eerst met zijn premier had gesproken die, toen hij nog op het ministerie van SZW verantwoordelijkheid droeg, een visie had, een idee wat hij voor ogen had met mensen die even of langdurig niet meedoen op de arbeidsmarkt en een beroep doen op een uitkering. In dit wetsvoorstel komt de arbeidsmarkt niet voor.

Wat als argumentatie wordt aangevoerd is een ideologische opvatting over mensen die in de ogen van deze minister doelbewust uitkeringen aan het stapelen zijn, en aan die praktijk moet een einde worden gemaakt. Er is geen raadpleging geweest van de uitvoering bij gemeenten in hoeverre deze aanname klopt, en daarmee dus ook of de voorgestelde oplossing adequaat zal zijn. De stas stelt het simpel: als we die mensen die in zijn ogen doelbewust uitkeringen stapelen maar de pas afsnijden, dan gaan ze wel aan het werk. Het alternatief van de G4 wijst hij af, dat wel vanuit de uitvoeringspraktijk spreekt en nu al voorziet dat voor een deel van deze gezinnen deze simpele uitruil geen werkelijkheid zal worden. Natuurlijk: het geld is weggehaald, daarmee heeft de stas zijn doel, zijn eigen huishoudboekje op orde, gerealiseerd, en dat er vervolgens te weinig inkomen in die huishoudens is om van te leven, zoals ook de RvS stelt, ligt niet meer op het bordje van deze minister. Dat zoeken de gemeenten maar uit. Met veel moeite heeft de minister onze vragen over de motie Sterk, en of deze regering die motie gaat uitvoeren, positief beantwoord. Maar gemeenten moeten wachten op een wetswijziging in de Wwb voordat dit realiteit is. Wanneer gaat dat gebeuren? En toont dit niet opnieuw aan dat de staatssecretaris slecht heeft nagedacht over de onderbouwing van dit wetsvoorstel en de gevolgen ervan? Gemeenten en burgers mogen niet de dupe worden van slechte wetgeving. Deze Kamer heeft daarin een belangrijke verantwoordelijkheid, zeg ik met name tegen de leden die deze coalitie steunen dan wel gedogen.

Als u zo sterk geloofd in de financiŽle prikkel, die u overigens nergens onderbouwt vanuit de praktijk, hoe kijkt u dan aan tegen jonge mensen die thuis wonen en een Wajong uitkering hebben? Deze jonge mensen zullen in uw redenering van financieel gedreven gedrag het uit hun hoofd laten om te gaan werken, zolang hun ouder of ouders een bijstandsuitkering hebben. Dat is niet iets wat u nastreeft en waarmee u de gemeenten, ik zei het al, u heeft ze hard nodig, met het oog op de Wwnv in de wielen rijdt.

Deze staatssecretaris hamert er bij voortduring op dat het hard nodig is om jonge mensen op hun eigen verantwoordelijkheid te wijzen. Daarom gaat u met dit wetsvoorstel weer wat verder dan de WIJ al deed. Waarop baseert hij zijn aanname dat jonge mensen hun eigen verantwoordelijkheid kennelijk niet of onvoldoende nemen? Uit welke evaluatie van de uitvoeringspraktijk blijkt dit?

Volgens mij willen jonge mensen graag werken, van betekenis zijn, denken ze helemaal niet aan de uitkering als aangename hangmat of vangnet. Dit blijkt ook uit het Motivaction-onderzoek onder jongeren gepubliceerd in het boek 'De grenzeloze generatie'

Het recht dat jonge mensen hebben onder de WIJ, namelijk de gemeente moet een werkleeraanbod doen, zodanig dat de jongere in zijn levensonderhoud kan voorzien, hetzij via studiefinanciering, hetzij via loon, komt met dit wetsvoorstel te vervallen. Als de minister zegt dat uit de evaluatie van de WIJ blijkt dat gemeenten het geweldig deden in het bieden van kansen aan jonge mensen, iets waarover ik uit zeer nabije ervaring kan vertellen dat dat niet het geval is, dan vraag ik hem: waarom laat hij die fantastische praktijk vervallen? En hoe draagt deze wijziging bij aan de bevordering van deelname aan de arbeidsmarkt volgens de stas?

Hoe denkt de stas bij te dragen aan de eigen verantwoordelijkheid van jonge mensen als zij in een positie terechtkomen waarin zij geen plek op een school kunnen afdwingen, geen baan (en dus loon) kunnen afdwingen (iets wat de gemeenten onder de WIJ ook al niet konden, maar dan was er tenminste nog een uitkering via de WIJ) en met deze wetswijziging ook geen inkomen meer via het vangnet kunnen afdwingen als zij nog thuis wonen?

Over welke eigen verantwoordelijkheid heeft de stas het als een jongvolwassene verantwoordelijk wordt voor het onderhoud van zijn ouders en de schulden van zijn ouder(s)? Er beslaglegging kan plaatsvinden op het inkomen van de jongvolwassenen? Hoe draagt deze verantwoordelijkheid voor de situatie van de ouder bij aan de arbeidsparticipatie van jonge mensen?

Als de stas zo heilig geloofd in het effect van financiŽle prikkels, dan zou hij ook andere gevolgen heel aannemelijk moeten vinden. Een jongvolwassene besluit dan om niet legaal maar illegaal te gaan werken zodat de uitkering van zijn ouders niet in gevaar komt en de jongere zijn inkomen niet hoeft te besteden aan het onderhoud van zijn ouders. Of een jongere gaat bij zijn tante wonen, en zijn nichtje gaat bij zijn ouders wonen. Daar is nl geen eerstelijnsfamilieband. Gaan we dit allemaal bestrijden met fors handhavingsbeleid? Maar kunnen we niet beter kijken naar een wet die qua doelstelling helder is en die qua uitvoering logisch is?

Waar gaat het deze stas bij dit wetsvoorstel om? Uit de beantwoording van deze Kamer blijkt keer op keer dat hij niet op aanpassingen wil ingaan omdat het geld moet worden binnengehaald. Het hoogste doel van deze wet lijkt dus de bezuiniging te zijn. Waarom vraagt de gemeente niet gewoon 27 miljoen en daarna 54 miljoen van gemeenten? Zou dit per saldo ook niet goedkoper zijn?

Om een betere arbeidsmarktpositie van mensen die nu bijstand hebben? Hoe draagt deze wet daaraan bij?

Hoe boekstaaft de stas zijn aanname dat kinderen en/of ouders in een meerpersoonsgezin met bijstand nu geen of onvoldoende prikkels ervaren om te gaan werken? Waaruit blijkt dat?

Als de stas dat vindt, dan gaat hij er vanuit dat een deel van deze jonge mensen op dit moment ook door een werkgever had kunnen zijn aangenomen. Klopt dat?

Zo ja, uit de stas dan in feite geen kritiek op de gemeenten? Die hebben blijkbaar alle of een deel van de 18.000 mensen niet voldoende begeleid naar werk, door de poort van de uitkering laten glippen? Is dat wat u steekt? Vindt hij dat er nog teveel geld voor bijstandsuitkeringen naar gemeenten gaat?

Als dat het geval is, is deze wetswijziging dan niet een hele ingewikkelde; omdat de gemeenten hun werk niet goed zouden doen, gaan we het voor een specifieke groep moeilijker maken om als jongvolwassene een eigen bestaan op te bouwen.

Ik wil u ook vragen naar uw visie op sociale diensten: zijn zij ervoor om nieuw perspectief te bieden voor mensen die het even niet zelfstandig redden of zijn zij ervoor om het volume in de bijstand te verminderen en de poort zoveel mogelijk dicht te houden en zijn zij vooral uitvoeringskantoor van het rijk. Graag heldere antwoorden op deze vragen.

Waarom begint u niet aan de andere kant, is mijn vraag. Zorgen dat in deze en ook andere gezinnen waar mensen een bijstandsuitkering hebben en ook jongvolwassenen in de uitkering komen, weer werkperspectief komt? Als de stas, zoals zijn premier onlangs nog van harte deed, met de uitvoering zou praten, dan zou hij weten dat de Ďeigen verantwoordelijkheidí heel snel is opgeschreven, maar in de praktijk van alledag toch iets ingewikkelder ligt. Kinderen die opgroeien in financieel en sociaal gedepriveerde gezinnen hebben vaak al een achterstand als ze het onderwijs in komen. Die achterstanden worden daar lang niet altijd niet weggewerkt, met alle gevolgen van dien. Die kinderen lopen grotere kans op een slechter opleidingsniveau, het niet behalen van diplomaís en als ze dan de volwassen leeftijd bereiken zegt u: pech gehad, je mag nu voor je ouders gaan zorgen (als de jongere werk heeft), of: pech gehad, je teert maar op de lege zak van je ouders. Wat heb ik er mee te maken dat school je niet meer wil, een werkgever ook niet, en de sociale dienst de deur moet dichthouden. Zouden we niet veel beter kunnen investeren in het tegengaan van slechte uitgangsposities voor de arbeidsmarkt? Zowel voor de ouders, als voor de kinderen? Dat beschouw ik nog steeds als een verantwoordelijkheid van de samenleving. Ik heb het geluk gehad om op diverse momenten in mijn jonge leven mensen tegen te komen die het in mij zagen zitten, die mij hebben gestimuleerd om te worden wie ik wil en kan zijn. De realiteit is dat het nogal wat uitmaakt waar je opgroeit hoeveel kans je hebt om dergelijke mensen tegen te komen. Uw wetsvoorstel betekent feitelijk dat u tegen jonge mensen zegt die al in een omgeving zitten waarin die kansen klein zijn: eigen schuld, dikke bult. Zoek het maar uit.

Hoe jullie je huishoudboekje nu regelen, tsja dat is niet mijn zorg. De mijne is op orde.

Samenvattend: dit wetsvoorstel bevordert de arbeidsdeelname als zodanig niet, vergroot de zelfstandigheid van jongeren niet, stelt gemeenten voor grote uitvoeringsproblemen, brengt mensen in ťťn gezin in meer problematische relaties tot elkaar en lijkt slechts ingegeven door bezuinigingen. Het is een draak, wellcht ťťn met zeven koppen.

Ik keer weer terug naar het SCP. Met mij gaat het goed, met de samenleving minder. Is dat wat u straks kunt zeggen? Met de rijksfinanciŽn gaat het goed, maar die samenleving, tsjonge jonge, daar is het financieel en sociaal en emancipatoir toch zoín puinhoop?

Bedenk dan mijnheer de staatssecretaris dat dit veroorzaakt is door het monomaan bezuinigen.