Voorstel parlementaire enquête - Parlementaire monitor

Parlementaire monitor
Donderdag 12 december 2019
kalender
Met dank overgenomen van Ch.P. (Tof) Thissen i, gepubliceerd op dinsdag 4 oktober 2011.

Voorstel van de heer Schuurman, fractievoorzitter van de ChristenUnie, tot het houden van een parlementaire enquête naar de gevolgen van de privatisering van vroegere overheidsdiensten in Nederland. Hij pleit voor een grondige analyse van de effecten van de verzelfstandiging en een evaluatie van het gevoerde beleid.

Namens de GroenLinksfractie, die het zeer met dit voorstel eens is, voerde Tof Thissen het woord. De Eerste Kamer heeft op 27 september met het voorstel ingestemd. Behalve GroenLinks stemden 50PLUS, OSF, PvdA, VVD, D66, PvdD, SP, SGP en ChristenUnie voor. De heer Kuiper (ChristenUnie) legde namens deze partijen een stemverklaring af.

Voor GroenLinks zal Marijke Vos in de commissie plaatsnemen.

De fractie van GroenLinks heeft eerder, bij de behandeling

van de motie-Schuurman en bij de aanbieding van

het rapport van de commissie-Leijnse, adhesie

betuigd aan de inzet van voormalig collega Egbert

Schuurman om de Eerste Kamer de rol op zich te

laten nemen om te onderzoeken wat de

privatiseringen, de verzelfstandigingen, van

overheidsdiensten hebben opgeleverd voor de

relatie tussen burger en rijksoverheid. Is

geïnvesteerd in het welbevinden van burgers en de

samenleving, in de perceptie dat de overheid de

samenleving voorwaardelijk schraagt, waardoor

mensen hun kracht kunnen aanspreken en een

emancipatoire rol kunnen waarmaken? Daar ging

het de heer Schuurman om.

Ik ben wat teleurgesteld over de

dwaalexegese of de misleidende exegese die de

heer Terpstra geeft over het rapport en zeker over

de aanbevelingen. In de aanbevelingen staat wat er

staat. Dat zijn fractie wellicht een andere afweging

maakt dan die in de aanbevelingen in het rapport,

is haar goed recht. Volgens mij ging het

interruptiedebat tussen de heer Kox en de heer

Terpstra daar niet over. Het ging over een unaniem

advies van de commissie-Leijnse. Het is een

uitstekend rapport, dat in de vorige periode door

alle fracties is bejubeld. Het is ook geprezen omdat,

onder voorzitterschap van de heer Leijnse, in zo'n

korte periode zo'n heldere vraagstelling is

neergelegd en aanbevelingen zijn gedaan om dit

onderzoek te doen. Waarom mag de Eerste Kamer

in de optiek van de heer Terpstra -- ik vrees dat dit

van tevoren is afgestemd met de VVD en de PVV --

niet eens nadenken over de rol van de Staten-

Generaal in de parlementaire behandeling bij

beslissingen van de rijksoverheid om bepaalde

overheidsdiensten in de markt te zetten of te

verzelfstandigen?

Ik ben het eens met de heer Postema en

feliciteer hem met zijn maidenspeech. Hij zei dat

wij misschien ook eens moeten kijken naar de "zboisering"

van de rijksoverheid. Welke rol hebben wij

daarin gespeeld? Hoe is de parlementaire

behandeling geweest? Wij willen daarnaar kijken,

maar niet om partijen die

regeringsverantwoordelijkheid hebben gedragen --

wij hebben in de afgelopen 25 jaar nooit

regeringsverantwoordelijkheid gedragen --

achteraf, met de kennis van nu, publiekelijk

verwijten te maken. Dat is niet de inzet van de

fractie van GroenLinks. Het gaat er niet om,

partijen, mensen of kabinetten aan de schandpaal

te nagelen; anders zou ik eventueel de vrees van

het CDA en de VVD kunnen begrijpen. Dan had ik

echter ook verwacht dat de heer Postema vrees zou

hebben, maar de PvdA heeft goed verstaan wat de

aanbeveling is in het rapport. De aanbeveling is om

te onderzoeken wat de doelen waren die wij vooraf

dachten te bereiken bij privatiseringsoperaties. Hoe

hebben wij deze door het parlement geloodst en

hoe heeft de samenleving deze uiteindelijk

geapprecieerd? Wat is de waardering in de

samenleving voor deze doelen? Zijn de doelen

überhaupt bereikt? Wat is de perceptie van de

burger over de prestaties van de overheid, zowel

voordat als nadat een bepaald overheidsbeleid of

een bepaalde overheidsdienst is geprivatiseerd?

Ik ben blij dat de CDA-fractie zegt dat zij

eenzelfde bevlogenheid heeft om erachter te komen

wat het maatschappelijk onbehagen is en dat zij dit

wil snappen. Je kunt echter niets snappen als je

zomaar uit de heup schiet in een beleidsdebat. Daar

zal nader onderzoek naar moeten worden gedaan.

Misschien moet je ook een aantal mensen horen, al

hoeft dat niet in een parlementaire enquête. Je

moet echter wel je oor te luister leggen, want wij

kunnen, ook al zijn wij met 75 leden en hebben wij,

bij elkaar opgeteld, een extreem hoog IQ, niet alles

zelf weten. Wij zullen ons oor te luister moeten

leggen. Wij zullen misschien ook door de ogen van

de samenleving moeten leren kijken. Ik zou er heel

erg voor zijn, een klein beetje te snappen waar de

PVV uit is ontstaan en waarom de PVV zo groot is

geworden. Ik denk dat ook de PVV-fractie wil weten

wat de Staten-Generaal al dan niet hebben

bijgedragen aan het maatschappelijk onbehagen.

Zij zou heel erg voor dit parlementair onderzoek

moeten zijn, maar goed, de woordvoerder van de

PVV heeft nog niet gesproken. Ik verwacht veel van

haar, zoals ik sowieso veel verwacht van iedereen

in deze Kamer. Wij geven volledige steun aan het

rapport-Leijnse. Wij gaan nu geen inhoudelijk debat

voeren; dat doen wij pas nadat wij de rapportage

van het parlementair onderzoek hebben gekregen.

De opmerkingen van de heer Terpstra -- ik val

collega Kox hierin bij -- over het geld dat dit

eventueel gaat kosten, vind ik ver beneden de

maat. Democratie en waarheidsvinding in de

democratie met het oogmerk, de parlementaire

democratie, het functioneren van de Staten-

Generaal, te verbeteren en op een hoger plan te

brengen, mag geld kosten. Je kunt de zaken niet

te vergelijken op grond van één brief van een burger

in het AD voor de regio Utrecht, zoals de heer

Terpstra doet. Het is flauw en bovendien beneden

de waardigheid van deze Kamer om dingen op die

manier met elkaar te vergelijken.

Ik ben er trots op dat wij de mogelijkheid

hebben om zo'n parlementair onderzoek te laten

doen. Ik ben er trots op dat een commissie een

uitstekend rapport heeft uitgegeven. Ik ben er

bovendien trots op dat de Eerste Kamer haar

verantwoordelijkheid op zich neemt om evaluatief,

zelfreflexief en zelfkritisch te durven zijn door te

vragen: wat heeft de Eerste Kamer bijgedragen aan

het al dan niet verwezenlijken van de doelen die

ten grondslag lagen aan privatiseringsdiscussies.

Uiteindelijk wordt de relatie tussen de burger en de

overheid hier beter van. Dat is in ieder geval de

inzet van de fractie van GroenLinks. GroenLinks

beveelt dus van harte aan dat de Kamer instemt

met het advies van de commissie-Leijnse.