Periode 2002-2010: instabiliteit

Met dank overgenomen van Parlement.com.

Na acht jaar komt er een eind aan 'Paars'. 2002 staat in het teken van de opkomst van de politieke beweging rond Pim Fortuyn i en diens gewelddadige dood. Een periode van grotere politieke instabiliteit breekt aan. De verschuivingen bij verkiezingen nemen toe en de 'centrum-partijen' (CDA, PvdA en VVD) verliezen geregeld terrein ten koste van partijen aan de politieke flanken, zoals SP en PVV. Om een meerderheidskabinet te vormen, is steeds een 'derde' partij nodig.

Belangrijke politieke ontwikkelingen zijn verder de verkiezing van lijsttrekkers door partijleden, het toenemende euroscepisme (met name tot uiting komend in de verwerping bij referendum in 2005 van de Europese "Grondwet") en scherpere tegenstellingen en verharding van de politieke strijd. Thema's als migratie en veiligheid winnen aan belang.

Economische teruggang en kritiek vanwege problemen op het gebied van veiligheid, zorg en onderwijs creëren in 2002 een klimaat waarin nieuwkomer LPF samen met CDA en VVD de 'puinhopen van Paars' gaan opruimen. Het eerste kabinet-Balkenende is echter geen lang leven beschoren. De LPF, uit het niets opgestaan, blijkt niet opgewassen tegen regeringsdeelname. Interne crises slaan over naar het kabinet. Na 87 dagen biedt premier Balkenende i het ontslag van zijn kabinet aan.

Nieuwe verkiezingen in januari 2003 leveren herstel van de PvdA en zwaar verlies van de LPF op. Nadat de formatie van een CDA-PvdA-kabinet mislukt, wordt een CDA-VVD-D66 geformeerd, met opnieuw Balkenende als premier. Dit kabinet valt in 2006 over een kwestie rond VVD-Tweede Kamerlid Hirsi Ali i. Na het vertrek van de D66-ministers regeren CDA en VVD door als minderheidskabinet en worden in november vervroegde verkiezingen gehouden.

Na drie centrumrechtse kabinetten komt er na die verkiezingen een christelijk-sociaal kabinet. Behalve CDA en PvdA wordt voor het eerst ook de ChristenUnie regeringspartij. Het kabinet legt nadruk op investeringen in de samenleving, vooral op gebieden als milieu, energiebesparing, wijkverbetering, onderwijs en zorg. De economische wereldcrisis in 2008 zorgt echter ook in Nederland voor grote problemen.

Besprekingen in het kabinet over de wijze waarop de crisis moet worden aangepast, verlopen moeizaam en de populariteit van kabinet en regeringspartijen neemt snel af. De spanningen tussen de coalitiepartners lopen daardoor op en de vraag op welke wijze de Nederlandse bijdrage aan de missie in Afghanistan moet worden voortgezet, leidt in februari 2010 tot een breuk in het kabinet.

De PvdA-bewindslieden verlaten dan het kabinet en in juni 2010 worden vervroegde verkiezingen gehouden. In oktober 2010 treedt het kabinet-Rutte I aan, waarvoor VVD en CDA bewindslieden leveren en dat voorts bij belangrijke beleidsonderdelen kan rekenen op de steun van de PVV. Aan dit kabinet komt na anderhalf jaar echter al weer een einde.


1.

Kabinetten

Kabinet-Balkenende I (2002-2003)

Na acht jaar 'paars' (de kabinetten Kok I i en Kok II i) trad in 2002 een centrumrechtse coalitie aan van CDA i en VVD i samen met nieuwkomer LPF i (de Lijst Pim Fortuyn). De enorme winst van deze nieuwe partij (26 zetels) bij de Tweede Kamerverkiezingen van 15 mei 2002 i maakte een kabinet zonder deze partij bijna onmogelijk. CDA-leider Jan-Peter Balkenende i werd de nieuwe premier.

Kabinet-Balkenende II (2003-2006)

Na de Tweede Kamerverkiezingen van 2003 i werd het kabinet-Balkenende II gevormd. In dit kabinet werkten CDA i, VVD i en D66 i samen. De CDA- en VVD-bewindslieden uit het voorgaande kabinet-Balkenende I i keerden allen terug. Jan Peter Balkenende i (CDA) werd wederom premier. Bijzonder waren het recordaantal van vijf vrouwen in het kabinet en het feit dat D66 voor het eerst aan een centrumrechts kabinet meedeed.

Kabinet-Balkenende III (2006-2007)

Dit minderheidskabinet i van CDA i en VVD i werd niet gevormd na verkiezingen, maar direct na de val van het kabinet-Balkenende II i. Nadat de D66 i-bewindslieden uit dat kabinet gestapt waren, werden de twee opengevallen ministersposten opgevuld door andere leden van het kabinet. In plaats van aan het rompkabinet van CDA en VVD een demissionaire status i toe te kennen werd missionair overgangskabinet gevormd.

Kabinet-Balkenende IV (2007-2010)

Dit kabinet werd gevormd na de Tweede Kamerverkiezingen van 22 november 2006 i. Het was tot 23 februari 2010 een coalitie van CDA i, PvdA i en ChristenUnie i en daarna van CDA en CU. Het trad op 22 februari 2007 aan als opvolger van het kabinet-Balkenende III i. Motto van het kabinet was 'Samen werken, samen leven'.

2.

Kabinetcrises

Kabinetscrisis 2002: LPF-crisis

Op woensdag 16 oktober 2002 kwam het kabinet-Balkenende I i ten val. Na wekenlange geruzie tussen de LPF i-ministers Bomhoff i en Heinsbroek i hadden de overige ministers, inclusief de LPF-collega's, aangedrongen op hun vertrek.

Kabinetscrisis 2006: de 'Ayaan-crisis'

Op 30 juni 2006 bood minister-president Jan Peter Balkenende i het ontslag aan van de bewindslieden van D66 en stelden hij en de overige bewindslieden hun portefeuilles ter beschikking. De D66-bewindslieden stapten op, nadat de D66-fractie een dag eerder het vertrouwen in minister Verdonk had opgezegd. De aanleiding van het conflict tussen D66 en minister Rita Verdonk i was de gang van zaken rond het Nederlanderschap van VVD-Tweede Kamerlid Ayaan Hirsi Ali i.

Kabinetscrisis 2010: de Uruzgan-crisis

In de vroege ochtend van 20 februari 2010 wist het vierde kabinet-Balkenende i geen overeenstemming te bereiken over eventuele voortzetting van de Nederlandse militaire activiteiten in de Afghaanse provincie Uruzgan. De ministers van PvdA wilden negatief antwoorden op een verzoek van de NAVO voor verdere activiteiten na 2010. Toen de meerderheid van het kabinet anders besloot, konden de PvdA-ministers dat niet voor hun rekening nemen en kondigden zij aan ontslag te nemen. De ministers van CDA en ChristenUnie zagen daarin aanleiding om hun portefeuille, functies en ambt ter beschikking te stellen.

3.

Verkiezingen

  • 2002

    Op 15 mei 2002 waren er reguliere (vierjaarlijkse) verkiezingen voor een nieuwe Tweede Kamer i, maar er lagen ook grondwetsvoorstellen voor, zoals over de kroonbenoemingen. Grote winnnaars waren nieuwkomer LPF i, van de op 6 mei vermoorde Pim Fortuyn i, en het CDA. De LPF kreeg als nieuwkomer 26 zetels, het CDA werd onder leiding van Jan Peter Balkenende i de grootste. De drie regeringspartijen verloren 43 zetels, waarbij voor de PvdA fors achteruit ging. Naast de LPF was Leefbaar Nederland i met twee zetels een nieuwkomer.

  • 2006

    Op 22 november 2006 vonden er Tweede Kamerverkiezingen i plaats. De verkiezingen waren aanvankelijk gepland op 15 mei 2007, maar werden vervroegd door de val van het kabinet-Balkenende II i. Het CDA handhaafde zich als grootste, maar de SP onder leiding van Jan Marijnissen i werd met zestien zetels winst de grote winnaar. De Groep-Wilders/PVV kwam met negen zetels in de Kamer. PvdA, VVD en D66 verloren.

  • 2010

    Op 9 juni 2010 vonden er Tweede Kamerverkiezingen i plaats. Deze waren nodig na de val van het kabinet-Balkenende IV i. De PvdA-bewindslieden traden in februari 2010 uit dat kabinet. Grote winnaars van de verkiezingen waren PVV en VVD. De VVD, met Mark Rutte i als lijsttrekker, werd voor het eerst de grootste partij door de PvdA met één zetel voor te blijven. GroenLinks won licht. Het CDA leed een (zware) nederlaag, net als SP en D66. De Partij voor de Dieren kreeg voor het eerst (twee) zetels.

 

Meer over