Interventie in LibiŽ moet ook vluchtelingen beschermen. - Parlementaire monitor

Parlementaire monitor
Donderdag 5 december 2019
kalender
Met dank overgenomen van M.H.A. (Tineke) Strik†i, gepubliceerd op donderdag 26 mei 2011.

Gisteren teruggekomen van mijn bezoek aan Lampedusa voor de Raad van Europa. Huiveringwekkend om met vluchtelingen te praten die de verdrinkingsdood ternauwernood zijn ontsnapt. Op het Zuid-Italiaanse eilandje Lampedusa liggen ze bij te komen van deze ervaring. Zij hebben het gehaald, andere vluchtelingen niet. Inmiddels zijn zoín 30.000 de Middellandse Zee overgestoken vanuit Noord-Afrika naar Lampedusa. De laatste 7000 zijn niet langer goedgeklede Tunesische jongemannen, maar vluchtelingen uit SomaliŽ, EthiopiŽ, Liberia. Zij hebben vanuit LibiŽ de veel gevaarlijker oversteek moeten maken in nog slechtere bootjes. Uit de gesprekken valt op dat ze vaak al enkele jaren in LibiŽ verblijven, voor LibiŽrs werken of in een provisorisch vluchtelingenkamp. De deal tussen Berlusconi en Gaddafi (in ruil voor 5 miljard per jaar hield Gaddafi de migranten tegen) weerhield hen van een doorreis naar Europa. Nu zijn ze juist gedwongen deze stap te zetten: LibiŽrs schieten op ze omdat ze verdacht worden van steun aan Gaddafi; Gaddafi zelf dwingt hen te kiezen tussen ůf voor hem te vechten, ůf in de gammele bootjes te stappen. In beide opzichten vormen ze een pion in zijn strijd tegen het Westen (en zijn eigen volk).

Inmiddels zijn ongeveer 1500 vluchtelingen verdronken. De oude vissersboten zijn volkomen ontoereikend en overladen. Deinend op zee zijn ze weerloos. Lang niet alle boten zijn uitgerust met een satelliettelefoon waarmee ze hulp kunnen vragen, en een structureel overzicht van het verkeer op zee ontbreekt. Als een schip in nood wordt ontdekt, vindt er soms eerst nog een strijd plaats wie verantwoordelijk is voor de redding: ItaliŽ of Malta. Een schrijnend voorbeeld van de hete aardappel die wordt doorgeschoven, vormde de dood van 61 opvarenden die al tien dagen voordat ze uithongerden waren ontdekt. De Italiaanse kustwacht kende hun locatie, een NAVO vliegdekschip voer langs, een militaire helikopter gooide wat water en voedsel naar beneden. Maar iedereen vertrok weer. De parlementaire Assemblee van de Raad van Europa stemt naar verwachting met mijn voorstel in om onderzoek te doen naar de exacte toedracht van hun dood. Door organisaties verantwoordelijk te stellen en door heldere regels af te dwingen, hoop ik dat we dergelijke dramaís kunnen voorkomen.

Hoeveel slachtoffers zullen nog volgen? Er verblijven nog duizenden mensen in LibiŽ, wachtend op goed weer. Wachten we totdat zij besluiten hun leven te riskeren voordat we hen een helpende hand toesteken? Als de NAVO acties bedoeld zijn om burgers te beschermen tegen Gaddafi, zou dat dan niet ook voor de vluchtelingen in LibiŽ moeten gelden? Het is niet eenvoudig om nu groepen vluchtelingen te evacueren uit het land, maar het is niet geprobeerd en er is evenmin met Gaddafi over onderhandeld. De andere kant uit vluchten biedt voor de Afrikanen weinig perspectief. Een toenemend aantal door de UNHCR erkende vluchtelingen dat in Tunesische kampen is opgevangen, neemt het risico om terug te keren naar LibiŽ om van daaruit Europa te bereiken. Een verblijf in een kamp is namelijk uitzichtloos, want de Europese landen nemen maar heel mondjesmaat vluchtelingen van de VN over. Mijn oproep om ruimhartig vluchtelingen uit deze kampen over te nemen is door het parlement van de Raad van Europa weliswaar van harte ondersteund, maar niet door de regeringen van de EU lidstaten.

Dat deze regeringen weigeren om een gemeenschappelijk asielbeleid vast te stellen is kortzichtig. Maar dat ze blijven wegkijken als zich aan hun buitengrenzen een humanitaire ramp voltrekt, is onacceptabel. Mensen en mensenrechten redden is niet alleen een Italiaanse verantwoordelijkheid, maar die van Europa als geheel.